<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                   JANUARI 2003
             ADVIES RDA 2003/02
WET- EN REGELGEVING OMTRENT HOBBYDIEREN
                                INVENTARISATIE EN ANALYSE VAN
                                DE VIGERENDE EUROPESE, EN IN
                                HET BIJZONDER DE NEDERLANDSE,
                                WET- EN REGELGEVING DIE OP
                                HOBBYDIEREN EN HUN HOUDERS
                                VAN TOEPASSING IS TEN BEHOEVE
                                VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW,
                                NATUURBEHEER EN VISSERIJ
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>         SAMENSTELLING VAN DE RAAD
• prof. dr. C.J.G. Wensing, voorzitter Raad voor Dierenaangelegenheden
• A. Achterkamp
• mw. drs. I. Arendzen                 bezoekadres:
• mw. ir. A.M. Burger                  Bezuidenhoutseweg 73
• mr. W. van de Giessen                2594 AC Den Haag
• ir. M.J.B. Jansen
• drs. S.B.M. Jongerius                postadres:
• J.Th. de Jongh                       Postbus 90428
• dr. Tj. Jorna                        2509 LK Den Haag
• drs. R.J.T. van Lint
• P.J.J.M. Loonen                      telefoon 070 3785266
• dr. ir. H. Paul                      fax 070 3786336
• prof. dr. A. Pijpers                 e-mail info@rda.nl
• prof. dr. F.J. van Sluijs
• H.W.A. Swinkels                      www.raadvoordierenaangelegenheden.nl
• drs. P.A. Thijsse
• drs. H. Verburg
• prof. dr. J.H.M. Verheijden
• mr. ing. C.J.J.M. Vermeeren
Secretaris: mw. dr. drs. I.D. de Wolf
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>De inventarisatie en analyse van wet- en
regelgeving omtrent hobbydieren is in opdracht
van de Raad voor Dierenaangelegenheden uitge-
voerd door mw. mr. E.C. de Bordes, mw. drs. E.
Evertsen en mw. W.E.M. de Vries van de Hoofd-
afdeling Dier en Maatschappij van Universiteit
Utrecht
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>       INHOUDSOPGAVE
Samenvatting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Inventarisatie en analyse van wet- en regelgeving omtrent hobbydieren . . . . 9
1. Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
2. Uitgangspunten: begrippen en prioriteiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
3. Europese wet- en regelgeving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
4. Nederlandse wet- en regelgeving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
5. Conclusies. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .40
6. Aanbevelingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
Literatuurlijst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
Bijlagen
1. Overzicht van relevante dierziekten en zoönosen waarvan hobbydieren
    drager kunnen zijn
2. Definities en overige relevante bepalingen in Europese wet- en regelgeving
3. Overzicht van Europese wet- en regelgeving
4. Overzicht van Nederlandse wet- en regelgeving
5. Opzet voor een informatiebrochure voor hobbydierhouders
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>        SAMENVATTING
Een eenduidige definitie van het begrip hobby-      niet kan worden uitgeoefend naast het bedrijfs-
dier, hobbydierhouder of hobbydierhouderij be-      matig houden van de genoemde diersoorten)‘.
staat op dit moment niet. Zonder eenduidige
definitie is het echter onmogelijk om te bepalen of De inventarisatie en analyse van wet- en regel-
een dier een hobbydier is of niet en of er sprake   geving die op het hobbydier en de hobbydier-
is van hobbydierhouderij of bedrijfsmatige houde-   houder(ij) van toepassing is, is alleen uitgevoerd
rij van dieren. In de huidige wet- en regelgeving   voor varkens, runderen, schapen, geiten, herten,
wordt soms gebruik gemaakt van aantallen die-       paarden en paardachtigen en pluimvee.
ren om onderscheid te kunnen maken. Consis-
tentie in deze getallen lijkt te ontbreken en de    In de Europese wet- en regelgeving wordt vrijwel
herkomst van de getallen is onduidelijk. In plaats  geen onderscheid gemaakt tussen productiedie-
van het noemen van aantallen kan ook de con-        ren en hobbydieren. Dit betekent dat wet- en
text leidend zijn bij het onderscheid hobbydier-    regelgeving die op productiedieren van toepas-
houderij – bedrijfsmatige dierhouderij. In dit      sing is, ook voor hobbydieren geldt.
rapport wordt de volgende definitie voor hobby-
dieren voorgesteld:                                 Europese wet- en regelgeving laat weinig ruimte
                                                    voor een afwijkend beleid voor hobbydieren en
‘Hobbydieren zijn dieren van soorten die veelal     hun houders. In het Europese landbouwbeleid is
voor de productie worden gehouden, in het           met betrekking tot veterinaire zaken vaak sprake
bijzonder     evenhoevigen   (runderen,    varkens, van minimumharmonisatie en kunnen lidstaten
schapen, geiten) maar ook paarden en pluimvee.      alleen verdergaande maatregelen nemen. Een
Hobbydieren worden niet voor de productie en        aangepast beleid voor hobbydieren betekent
dus ook niet voor economisch gewin gehouden,        veelal een versoepeling en is derhalve niet
maar voor educatieve of recreatieve doeleinden      haalbaar.
of uit pure liefhebberij. Het houden van hobby-
dieren is voor de houder een nevenactiviteit (die
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Richtlijn 92/102, die de identificatie en registratie In een aantal regelingen worden schijnbaar wille-
van landbouwhuisdieren regelt, maakt onder-           keurige getallen genoemd. Zo noemt de Regeling
scheid tussen productiedieren en hobbydieren en       inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dier-
laat ruimte voor aangepast nationaal beleid voor      ziekten (HBD) het getal vijf, terwijl in de Regeling
hobbydieren. Van deze mogelijkheid heeft de           Identificatie & Registratie (I & R) het getal één ge-
Nederlandse wetgever echter geen gebruik ge-          noemd wordt. Ook worden vaak termen gebruikt,
maakt. Mogelijk biedt de wet- en regelgeving op       die niet nader worden gespecificeerd. Zo heeft de
het gebied van zoönosen (met uitzondering van         houder van tenminste één rund, varken, schaap
BSE) en hygiëne ook enige ruimte voor een aan-        of geit conform de Regeling I & R een bedrijf (hij
gepast nationaal beleid. Wet- en regelgeving met      krijgt een uniek bedrijfsnummer). Of de regel-
betrekking tot de uitbraak van een besmettelijke      geving, waarin de term ‘bedrijf’ zonder nadere of
dierziekte en het non-vaccinatiebeleid laten voor-    duidelijke toelichting wordt gehanteerd, q.q. van
alsnog echter geen ruimte voor afwijkend beleid.      toepassing is op de hobbydierhouder, of dat uit
                                                      de context mag worden afgeleid dat de regels
Vrijwel alle nationale wet- en regelgeving die voor   uitsluitend betrekking hebben op de commerciële
het hobbydierenbeleid relevant zou kunnen zijn,       houderij, blijft onduidelijk. Onderscheid tussen
vindt zijn oorsprong in Europese de wet- en           dieren, houders van dieren of de doeleinden
regelgeving. Nederland behoort bovendien tot de       waarvoor de dieren gehouden worden, wordt te-
landen die vaak van de mogelijkheid gebruik ma-       vens gemaakt in het Besluit bedrijfscontrole, de
ken om strengere maatregelen te treffen dan de        Regeling varkensleveringen, de Wet milieube-
minimumeisen die een Europese richtlijn stelt.        heer, artikel 4 en artikel 86 van de Gezondheids-
                                                      en welzijnswet voor dieren (Gwwd).
Het merendeel van de nationale wet- en regel-
geving maakt geen onderscheid tussen hobby-           Met name de wet- en regelgeving waarin geen
dieren en productiedieren. Dit betekent dat de        onderscheid wordt gemaakt, wordt door hobby-
hobbydierhouder evenals de bedrijfsmatige hou-        dierhouders ervaren als overregulering. Vooral op
der aan deze wet- en regelgeving dient te             het gebied van de bestrijding van dierziekten en
voldoen.                                              op het gebied van reiniging en ontsmetting, in
                                                      combinatie met vervoer, bestaat gedetailleerde
                                                      wet- en regelgeving.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>De Gwwd laat met artikel 107 wel ruimte voor        site ook worden gebruikt om voor bedrijfsmatige
een afwijkend beleid voor hobbydieren. Met het      houders aan te geven waaraan zij dienen te
oog op de belangen van de commerciële sector        voldoen. Het maken van een brochure of een
is er reeds ruimte gevonden om bepaalde regels      video, die aansluit bij de belevingswereld van de
te versoepelen. Wellicht kunnen met het oog op      doelgroep en de problemen waarvoor zij zich
de belangen van de hobbydiersector ook bepaal-      geplaatst ziet, is eveneens aanbevelenswaardig.
de regels aangepast worden. Echter, in de mees-
te gevallen is de beleidsvrijheid voor de minister
beperkt, omdat hij gebonden is aan Europese
wet- en regelgeving. Er lijkt één duidelijk aankno-
pingspunt voor lastenverlichting in de hobbysec-
tor, namelijk methoden en technieken van I & R.
Voor het formuleren van aangepast beleid voor
hobbydierhouders is het cruciaal dat hobbydieren
per definitie niet in het reguliere consumptie-
kanaal of in het intracommunautaire handelsver-
keer terechtkomen. Alleen die verzekering kan, in
combinatie     met   terminologische  opheldering,
aangepast beleid aanvaardbaar maken in Brus-
sel. Dit betekent dat hobbydieren niet ter slach-
ting kunnen worden aangeboden en dat beide
circuits geheel van elkaar worden gescheiden.
Een bedrijfsmatige houder van evenhoevigen kan
dus géén hobbydieren houden.
Inzicht verkrijgen in de wet- en regelgeving waar
je je als hobbydierhouder aan moet houden, kan
worden vergemakkelijkt door het bouwen van een
website met actuele informatie. Overigens kan de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>        INVENTARISATIE EN ANALYSE VAN WET- EN REGEL-
        GEVING OMTRENT HOBBYDIEREN
1. INLEIDING                                      reed (RDA 2003/01). Daarnaast is de Raad ge-
                                                  vraagd om na te gaan welke Europese, en in het
Het beleid bij het bestrijden van zeer besmet-    bijzonder de Nederlandse, wet- en regelgeving op
telijke dierziekten, zoals mond- en klauwzeer     hobbydieren en hun houders van toepassing is en
(hierna: MKZ), is dat zowel bedrijfsmatig als     welke     juridische   ruimte  er   bestaat   om
hobbymatig gehouden dieren moeten worden          Nederlandse wet- en regelgeving aan te passen.
geruimd. Het ruimen van deze dieren stuit op veel De Raad heeft deze vraag voorgelegd aan een
maatschappelijke weerstand. Door de grote maat-   onderzoeksteam onder leiding van mr. E.C. de
schappelijke onrust die ontstond bij het ruimen   Bordes van de Hoofdafdeling Dier & Maatschappij
van hobbydieren, is duidelijk geworden dat er     van   Universiteit   Utrecht. De   onderscheiden
aanzienlijk meer dieren hobbymatig in Nederland   deelvragen zijn:
worden gehouden dan aanvankelijk werd ge-         1. Wat zijn hobbydieren?
dacht. Dit heeft er toe geleid dat hobbydieren op 2. Welke wet- en regelgeving op nationaal en
de politieke agenda terechtkwamen.                    Europees niveau is op hobbydieren van
                                                      toepassing?
Momenteel      onderzoekt    het   Ministerie van 3. Biedt de wet- en regelgeving aanknopings-
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (hierna:           punten en ruimte voor aangepast beleid, en
LNV) op welke wijze vorm kan worden gegeven           zo ja, waar?
aan een beleidsstrategie voor de hobbydier-
houderij. Daartoe is de Raad voor Dieren-         De eerste deelvraag plaatst ons reeds voor een
aangelegenheden (hierna: de Raad) gevraagd te     probleem: een afdoende, werkbare en juridisch
inventariseren welke dierziekten en zoönosen,     houdbare definitie van hobbydieren ontbreekt
waarvan hobbydieren drager kunnen zijn, rele-     vooralsnog. In hoofdstuk 2 wordt dieper ingegaan
vant zijn in het kader van de grote bestrijdings- op de vraag wat hobbydieren zijn. Voor de
campagnes. Deze inventarisatie is inmiddels ge-   beantwoording van de tweede deelvraag (zie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 3 en 4) is het net ruim geworpen. De              2.1.1. Dieren
vraag of er ruimte is en aanknopingspunten zijn         Dieren die als hobbydier worden gehouden
voor een aangepast beleid voor hobbydier-               behoren tot dezelfde soorten als dieren die voor
houders, de derde deelvraag, wordt beantwoord           productie- of landbouwdoeleinden worden gefokt
in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 worden conclusies        of gehouden. Landbouwhuisdieren, als huisdier
getrokken en in hoofdstuk 7 tenslotte worden            gehouden (dieren) en vee zijn gangbare Euro-
enkele aanbevelingen gedaan. Inventarisaties,           pese termen. Hobbydieren worden evenwel om
overzichten van dierziekten en voor de hobby-           andere redenen gehouden.
dierhouder      relevante   bepalingen    zijn  in   de Wat wij vaak huisdieren noemen, noemt men in
bijlagen opgenomen. Waar nodig wordt daarnaar           Brussel gezelschapsdieren. Dit zijn dieren die
verwezen.                                               door de mens worden gehouden maar niet
                                                                              2
                                                        worden gegeten . De Engelse term voor deze
2. UITGANGSPUNTEN: BEGRIPPEN EN                         dieren is ‘pets’. Het is verwarrend dat zowel ‘pets’
     PRIORITEITEN                                       als ‘domestic animals’ in het Nederlands vertaald
                                                        worden met ‘huisdieren’. Dit geldt met name daar
                                                                                                            3
     2.1. Hobbydieren: elementen van een                waar het paarden, schapen en geiten betreft . De
           definitie                                    term ‘domestic animals’ wordt namelijk gebruikt
                                                        voor dieren die wèl voor productiedoeleinden
Begrippen zoals hobbydier, hobbyboer, hobby-            worden     gehouden,         zoals    eenden    voor   de
                                                                                      4
dierhouder(ij) of hobbydiersector komen in de           productie van foie gras . De dubbele toepassing
                                    1
wet- en regelgeving niet voor . Tegenover het           is overigens in overeenstemming met wat Van
gebrek aan een algemeen aanvaarde definitie             Dale als betekenissen geeft bij het lemma
staat het gegeven dat steeds ongeveer dezelfde          ‘huisdier’, te weten ‘huisdier (het): tam dier dat
(negatieve) termen en kenmerken, apart of in
                                                        2
combinatie, worden gebruikt om het omvangrijke              Zie de definitie in artikel 2 van Verordening (EG) Nr.
                                                            1774/2002 in bijlage 2
                                                        3
fenomeen       te   omschrijven.   De    verschillende      Zoals in artikel 1 van het Besluit eisen dierlijk
                                                            sperma en spermawincentra, sub f. en g.
elementen in deze omschrijvingen komen achter-          4
                                                            Verordening (EG) Nr. 1444/2002 van de Commissie
eenvolgens afzonderlijk aan de orde.                        van 24 juli 2002 tot wijziging van Beschikking
                                                            2000/115/EG betreffende de definities van de
                                                            kenmerken, de uitzonderingen op de definities en
1
     In de Woordenlijst der Nederlandse taal komen ze       de regio's en gebieden voor de enquêtes inzake de
     ook niet voor. Desondanks zijn ze niet voortdurend     structuur van de landbouwbedrijven, Annex I sub J
     tussen aanhalingstekens geplaatst.                     (Livestock c.q. Veestapel). Zie ook bijlage 2.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>voor het nut of de gezelligheid door de mens (in        houdt of fokt voor recreatieve of educatieve
                                                                       8
of bij zijn woning) wordt gehouden en verzorgd,         doeleinden is geen bedrijfsmatige houder.
syn. gezelschapsdier: (…) de hond behoort tot de        Door het Ministerie van LNV wordt de volgende
geliefdste huisdieren; tot de huisdieren behoren        definitie als voorlopige werkdefinitie gehanteerd:
                               5
ook het vee en de bijen’ . De hond als huisdier         ‘Alle    niet    met  oog    op   economisch      gewin
wordt niet opgegeten; het als huisdier of als           gehouden dieren, die potentieel ziekten kunnen
hobbydier gehouden vee wordt soms wel en                (over)dragen die een risico kunnen vormen voor
                              6
soms niet opgegeten             . Het hobbydier valt    de gezondheid van landbouwhuisdieren, inclusief
Europees gezien echter niet in de categorie             zoönosen die naar landbouwhuisdieren worden
                       7
gezelschapsdieren .                                     overgebracht.’ De Raad merkt op dat naar haar
                                                        mening het al dan niet kunnen (over-)dragen van
    2.1.2. Sector en bedrijf                            ziekten die een risico kunnen vormen voor de
Op de zeldzame plekken waar in de Nederlandse           gezondheid        van     landbouwhuisdieren        geen
wet- en regelgeving expliciet wordt verwezen naar       criterium dient te zijn voor het        benoemen van
deze blijkbaar lastige materie, is gekozen voor         hobbydieren. Evenzo is de Raad van mening dat
een omschrijving die eerder de sector dan de            het al dan niet kunnen (over-)dragen van
dieren benoemt. Als sector wordt de hobby-              zoönosen geen relevant criterium is voor het
dierhouder(ij) afgezet tegen de beroepsmatige           aanwijzen van hobbydieren. Het kunnen (over-)
veehouderij, tegen commerciële bedrijven of het         dragen van dierziekten dan wel zoönosen is op
agrarisch bedrijfsleven, waar handel, export en         meer diersoorten van toepassing dan waaraan
winst centraal staan. Wie bijvoorbeeld dieren
                                                        8
                                                            Zo wordt een pluimveebedrijf in de Regeling
                                                            vaccinatie Newcastle disease gedefinieerd als:
                                                            ‘inrichting die wordt gebruikt voor het anders dan
                                                            voor recreatieve of educatieve doeleinden fokken,
                                                            opfokken of houden van fokdieren, vleesdieren of
5
    Van Dale: Groot woordenboek der Nederlandse             legdieren’ (artikel 1 sub c). De 'baas' van een
            e
    taal, 13 , herziene uitgave, 1999.                      dergelijk bedrijf wordt ondernemer genoemd. In de
6
    Dit hangt samen met de gehanteerde definitie - de       Regeling handel levende dieren en levende
    hobbyist zal zijn dieren niet opeten. In de juris-      producten is sprake van culturele of sportieve mani-
    prudentie op grond van de Wet milieubeheer wordt        festaties, als categorie van tentoonstellingen en
    in verband met hobbydierhouders echter gesproken        manifestaties waaraan fok- en gebruiksrunderen
    over 'eigen consumptie' (zie verderop).                 respectievelijk fok- en gebruiksvarkens niet mee-
7
    Zoeken op 'pets' of 'gezelschapsdieren' in Eurlex       doen (artikel 3.1 lid 1 voor runderen en artikel 4.1
    levert overwegend verwijzingen op naar regelingen       voor varkens). Dit is een onderscheid van Europese
    waarin ook de ‘pet food industry’ ter sprake komt –     oorsprong (bijvoorbeeld Richtlijn 97/12/EG, artikel 2,
    gezelschapsdieren eten huisdieren.                      tweede lid, sub c).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>                                                      9
gedacht dient te worden indien gesproken wordt          . Wat 'een omvang alsof zij bedrijfsmatig was'
over hobbydieren.                                     betekent, is voor een belangrijk deel in relatie tot
De door het Ministerie van LNV gehanteerde,           hobbydierhouders         reeds  bepaald.     Weliswaar
naar de mening van de Raad aanvechtbare               circuleren er lijstjes met aantallen, de zogenoem-
                                                                           10
definitie, brengt de relatie tussen landbouw-         de hobbynormen          , maar dat zijn slechts hulp-
huisdieren en economisch gewin duidelijk naar         middelen.
voren. Echter, ook binnen de hobbydierhouderij
lijkt in een aantal gevallen sprake te zijn van       De werkelijke rechterlijke toets is gebaseerd op
houden of fokken voor economisch gewin. De            meer criteria: het aantal dieren, het soort dieren,
situatie waaronder dieren gehouden worden             de wijze van huisvesting (het weiland wordt niet
(bijvoorbeeld bedrijfsmatig) kan mogelijk duide-      tot de inrichting gerekend, een stal geldt wel als
lijkheid verschaffen over het al dan niet hobby-      begrenzing), de continuïteit van de activiteit, wat
matig houden van dieren.                              er met de dieren gebeurt (worden ze slechts
                                                      gehouden of wordt ermee gefokt?) en de kring
De invulling van de begrippen 'bedrijf' en            van gebruikers (vindt eventuele consumptie van
'bedrijfsmatig' is echter eveneens niet eenduidig.    de dieren uitsluitend in de privé-sfeer plaats?).
Omdat zich enigszins vergelijkbare problemen          Meer dieren, betere voorzieningen en continuïteit
voordoen bij de invulling van het begrip ‘inrichting’ wijzen op een quasi-bedrijfsmatige omvang en
zoals dat wordt gebruikt in de Wet milieubeheer       noodzaken daarmee tot het aanvragen van een
(hierna: Wm), zullen we stil staan bij de nadere      milieuvergunning. In deze jurisprudentie wordt
uitwerking van dat begrip in de jurisprudentie.       dus een tweedeling aangebracht binnen de groep
                                                      van mensen die zichzelf hobbydierhouder be-
In artikel 1.1, eerste lid, van de Wm wordt           schouwt, namelijk een groep van mensen die wel
inrichting gedefinieerd als ‘elke door de mens        bedrijfsmatig werkt en een groep van mensen die
bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfs-
                                                      9
matig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen            Vergelijk de vaste Europese formulering voor pro-
                                                          ducten van dierlijke oorsprong: ‘Het in de handel
een zekere begrenzing pleegt te worden verricht.          brengen van dergelijke producten vormt voor een
Bedrijfsmatig wil zeggen: een activiteit gericht op       deel van de boerenbevolking een belangrijke bron
                                                          van inkomsten’, zie bijvoorbeeld Verordening (EG)
winst, waarvan de opbrengst bovendien serieus is          Nr. 1774/2002, considerans punt 19.
                                                      10
                                                          Van der Meijden 2002, p. 20, Boerema 2001, p. 97.
                                                          Deze lijsten zijn opgesteld door de Inspectie
                                                          Milieuhygiëne dan wel regionale milieu-inspecties.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                                        11
beslist niet bedrijfsmatig werkt           . Door dit van  In artikel 1 sub r wordt een bedrijf omschreven als
geval tot geval te bepalen heeft de bestuurs-              een ‘op één locatie op het Nederlandse grond-
rechter een zekere duidelijkheid geschapen.                gebied gelegen
                                                           - bedrijf    als   bedoeld  in   artikel 2,    tweede
    2.1.3. Bedrijf en aantallen                               gedachtestreepje, van verordening 1760/2000,
Op grond van de Regeling identificatie en                     voorzover dit betrekking heeft op runderen, of
registratie (hierna: I & R) is registratie verplicht       - bedrijf als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van
voor iedereen die één of meer runderen, varkens,              richtlijn 92/102/EEG, voorzover dit betrekking
geiten of schapen houdt. Elke houder krijgt een               heeft op varkens, schapen of geiten.’
uniek bedrijfsnummer (hierna: UBN). Na registra-           In    de    toelichting wordt   een    bedrijf   nader
tie wordt dus ook de hobbydierhouder als 'bedrijf'         omschreven als 'inrichting, constructie of, in het
                   12
aangesproken          .                                    geval van een boerderij in de open lucht, elke
                                                           plaats waar dieren waarop de verordening
11
    Volgens Boerema doet men bij het Ministerie van
                                                           (1760/2000) betrekking heeft, worden gehouden,
    Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu al
    jaren pogingen om een zogenaamd Besluit klein-         opgefokt of verzorgd'. Richtlijn 92/102 spreekt van
    schalig houden van dieren vast te stellen (p. 94).
    ‘De ambtenaren lopen echter steeds aan tegen de        openluchtfokkerij en houden, fokken en hanteren.
    enorme diversiteit die bij het kleinschalig houden
    van dieren mogelijk is’. Naspeuring heeft nog geen
    bewijzen van deze pogingen opgeleverd.                 Bedrijf of inrichting enerzijds en educatieve of
12
    De definitie van houder op grond van het Besluit I &
    R, artikel 1, tweede lid, is zeer breed en breder dan  recreatieve doeleinden anderzijds sluiten elkaar
    die in de Gwwd (houder is eigenaar, houder of          niet per definitie uit. In de Tijdelijke monitor-
    hoeder):
    ‘a. Houder als bedoeld in artikel 2, derde             regeling mond- en klauwzeer (ingetrokken met
         gedachtenstreepje, van verordening 1760/2000,
         voor zover dit begrip betrekking heeft op
                                                           ingang van 1 februari 2002, Staatscourant 20, p.
         diersoorten waarop deze verordeningen van         9) was ‘bedrijf’ gedefinieerd als een ‘locatie waar,
         toepassing zijn;
    b. Houder als bedoeld in artikel 2, onderdeel c van    al dan niet voor recreatieve of educatieve doel-
         richtlijn 92/102/EEG, voorzover dit begrip        einden, één of meer schapen, geiten of vlees-
         betrekking heeft op andere diersoorten dan
         eenhoevige dieren en de in onderdeel a            kalveren worden gehouden, dan wel een locatie
         bedoelde diersoorten’.
    In de toelichting (D12, C-9.2, p. 21) wordt dit nader  die daarvoor bestemd is’. Aantallen zijn in deze
    omschreven: ‘een houder van varkens, schapen of        tijdelijke regeling belangrijker dan functies: een
    geiten is een natuurlijke of rechtspersoon die, ook
    tijdelijk, verantwoordelijk is voor de dieren en een   houder van vleeskalveren houdt er meer dan
    houder van runderen is de natuurlijke of rechts-
    persoon die permanent of tijdelijk verantwoordelijk is
    voor dieren, ook tijdens vervoer of op de markt.’
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>twee, een houder van schapen en geiten meer          De zinsnede ‘al dan niet behorend bij een
dan vijf.                                            landbouwbedrijf’ was aanvankelijk geformuleerd
                                                     als ‘een locatie van een landbouwbedrijf waar,
In het Besluit bedrijfscontrole varkensziekten       anders dan voor recreatieve of educatieve doel-
(artikel 1) wordt onder een bedrijf een ‘in Neder-   einden, één of meer (dieren) worden gehouden
                                                           13
land gelegen inrichting waar varkens worden          (…)‘     .
gehouden’ verstaan. Ook kinderboerderijen wor-       De herkomst van het aantal vijf is niet bekend; het
den daartoe gerekend. Dit besluit heeft blijkens     is niet terug te leiden tot enige Europese regeling.
                                                                                                        14
de toelichting (D12, C-2.2b) uitdrukkelijk betrek-   Desondanks komt dit aantal vaker voor                 . De
king op àlle houders van varkens. Op pagina 7 in     Regeling I & R kent voor varkens een aparte cate-
het besluit worden hobby- en recreatiebedrijven      gorie hobby/recreatie. Een houder kan zich in die
met een beperkt aantal varkens expliciet ge-         categorie laten registreren indien hij vier of minder
                                                                      15
noemd in verband met afwijkingen van de in het       varkens houdt       .
besluit opgenomen verplichtingen.
                                                     13
                                                         Ook de expliciete vermelding van herten is op-
In een recente wijziging in de Regeling inzake           vallend (er stond: ‘dieren behorende tot een van de
hygiënevoorschriften    besmettelijke    dierziekten     soorten van de orde Artiodactyla (Evenhoevigen)’).
                                                         Overigens hanteert de Regeling varkensleveringen
2000 (hierna: HBD, Staatscourant 22 juli, 137, p.        de nu vervangen definitie van de Regeling HBD. De
                                                         toelichting verduidelijkt: ‘houden voor eigen gebruik
8) wordt impliciet de relatie gelegd tussen functie      of een kinderboerderij’ (D12, C-2.2d, p. 41).
                                                     14
en het aantal dieren.                                    De toelichting bij de wijziging zwijgt over de moti-
                                                         vering, net zoals de oorspronkelijke toelichting
Een varkenshouderijbedrijf, een rundveehouderij-         (Staatscourant 1998, 117, p. 12-15) zwijgt over
                                                         recreatieve of educatieve doeleinden. Zie echter
bedrijf en een houderij van evenhoevigen worden          noot 16. In richtlijn 92/102 wordt het getal drie
gedefinieerd als ‘een locatie, al dan niet behorend      genoemd (artikel 3, tweede lid, zie pagina 8).
                                                     15
                                                         Er circuleren nog meer aantallen en andere kwanti-
bij een landbouwbedrijf, waar vijf of meer even-         tatieve scheidslijnen. Voor het Diergezondheids-
hoevigen worden gehouden dan wel een locatie             fonds is een houder met 1,25 sbe oftewel 2 koeien
                                                         (of minder) een hobbyboer, die geen heffingen krijgt
die voor het zodanig houden bestemd is, met              opgelegd (Tweede Kamer 2001-2002, 28 380, nr.
                                                         68, p. 12 en nr. 48, p. 2). Bij de Landbouwtelling
uitzondering van percelen weiland zonder bebou-          (meitelling) geldt een grens van 10 sbe (Tweede
wing’. Onder evenhoevigen worden varkens,                Kamer 2002-2003, 28 600 F, nr. 3, p. 3) en worden
                                                         alleen bedrijven meegenomen die de omvang van 3
runderen, schapen, geiten of herten verstaan.            nge (Nederlandse grootte-eenheden) overstijgen.
                                                         Drie nge komt bijvoorbeeld overeen met tot 20
                                                         schapen of geiten op 1,5 ha. In de Regeling I & R
                                                         wordt een gedifferentieerde heffing geheven: ie-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>De houder van minder dan vijf dieren wordt ook               Een definitie puur op basis van aantallen vormt
                              16
wel hobbyist genoemd.            Deze term is in ‘Tussen     vanuit de handhaving gekeken wellicht een
Boer en Burger: Hobbyboeren in het landschap                 oplossing      voor   het   onderscheid     hobbymatig
van de Drentse Aa’ gereserveerd voor 'dieren-                versus bedrijfsmatig. Een dergelijk onderscheid
liefhebbers'. Volgens ‘Tussen Boer en Burger:                lijkt echter niet gewenst. Sommige hobbyhouders
                                                                                                  19
Hobbyboeren in het landschap van de Drentse                  houden flinke aantallen dieren          . In geval van
Aa’ houden deze mensen bijvoorbeeld schapen of               bijvoorbeeld kinderboerderijen en zorgboerderijen
paarden uit liefhebberij en gelden zij als een               is er daarnaast vaak sprake van een aantal
aparte       categorie     binnen    de    grotere   groep   verschillende diersoorten. Daarnaast wordt naar
hobbyboeren. Hobbyboeren worden gedefinieerd                 aangepast beleid gestreefd voor kinder- en
als ‘landgebruikers die naast een ander inkomen              zorgboerderijen gestreefd. Bovendien is er geen
er een boerenbedrijfje naast houden voor het                 relatie tussen het aantal zieke dieren en, conform
eigen plezier, uit idealisme, of omdat zij er een            de door het Ministerie van LNV gehanteerde
                                           17
bepaalde leefstijl op nahouden’               . Zowel wat    werkdefinitie voor het begrip ‘hobbydier’, de mate
betreft tijdsbesteding als wat betreft eventueel             van risico. Kenmerken en functies bieden dan
                                                      18
inkomen gaat het hier om een nevenactiviteit             .   meer perspectief.
Terug naar mogelijk bruikbare kenmerken die bij                   2.1.4. Tussenstand
kunnen        dragen     aan     een   definitie  van     de De verschillen tussen de hobbydierhouder, die
begrippen ‘hobbydier’ en ‘hobbydierhouder(ij)’.              na registratie conform de Regeling I & R per
                                                             definitie een bedrijf heeft (hem wordt een UBN
     mand met minder dan 20 varkens en/of runderen
                                                             toegekend), enerzijds en de bedrijfsmatige hou-
     betaalt als hobbydierhouder minder.                     der, die commercieel te werk gaat, anderzijds
16
     Volgens voormalig minister Brinkhorst geldt de
     Regeling HBD niet voor de hobbyist (Tweede              lijken door de gebruikte terminologie te vervagen.
     Kamer 2001-2002, Aanhangsel van de Hande-               De vraag nu is of regelgeving waarin de term
     lingen, p. 194. Zie ook p. 10 en p. 15.)
17
     De Jong 2001, p. 3, p. 6-8: tot de grotere groep        ‘bedrijf’ zonder nadere of duidelijke toelichting
     hobbyboeren rekent De Jong ook 'afbouwers',
     professionele boeren op leeftijd, vaak zonder           wordt gehanteerd q.q. van toepassing is op de
     opvolgers, die wel doorboeren maar niet                 hobbydierhouder of dat uit de context (gebruik
     doorgroeien.
18
     Ibid., p. 16: het is overigens interessant dat De Jong
     tot een werkdefinitie van hobbyboeren komt, die
                                                             19
     geheel op haar specifieke onderzoek is afgestemd             Hobbydieren en veterinaire risico's. Concept-
     (p. 7).                                                      rapport. Expertisecentrum LNV, 2002, p. 13.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>van    termen      als   ondernemer,       onderneming,   Hobbydieren worden niet voor de productie en
productie, handel, handelsstromen, (agrarisch)            dus ook niet voor economisch gewin gehouden,
bedrijfsleven, export, intracommunautair handels-         maar voor educatieve of recreatieve doeleinden
                                       20
verkeer, productiefase, afzetfase         ) mag worden    of uit pure liefhebberij. Het houden van hobby-
afgeleid dat de regels uitsluitend betrekking             dieren is voor de houder een nevenactiviteit (die
hebben op de commerciële houderij.                        niet kan worden uitgeoefend naast het bedrijfs-
                                                                                                            22
Het vaststellen van aantallen dieren als criterium        matig houden van de genoemde diersoorten)‘           .
voor hobbydierhouderij lijkt vooralsnog niet goed
onderbouwd te kunnen worden. In wet- en                       2.2. Prioriteiten: diersoorten, dierziekten
regelgeving worden diverse aantallen genoemd;                        en wet- en regelgeving
eenduidigheid in deze aantallen lijkt te ontbreken.
De door het Ministerie van LNV ingestelde Task-           De inventarisatie van op hobbydieren en hun
force    I&R     zal   het   Ministerie    waarschijnlijk houders van toepassing zijnde wet- en regel-
eveneens       adviseren om niet voor aantallen te        geving beperkt zich tot de diersoorten zoals door
         21
kiezen      .                                             de Raad onderscheiden in haar adviesbrief van 7
                                                          januari 2003 (RDA 2003/01; zie bijlage 1). Con-
Een duidelijker terminologie, die de essentiële en        form deze adviesbrief is gekeken naar wet- en
relevante verschillen tussen de sectoren zichtbaar        regelgeving voor enkele soorten evenhoevigen, te
en herkenbaar maakt, vereist een zorgvuldige              weten varkens, runderen, schapen en geiten. Op
formulering en wijzigingen in vele regels. Een            deze diersoorten is de Regeling I & R van toepas-
definitie,    waarbij   hier  aan    tegemoet     wordt   sing.
gekomen, zou als volgt kunnen luiden:                     Van de andere evenhoevige diersoorten zijn de
                                                          herten meegenomen. Daar waar mogelijk worden
‘Hobbydieren zijn dieren van soorten die veelal           eenhoevigen (paarden en paardachtigen) respec-
voor de productie worden gehouden, in het                 tievelijk   pluimvee  apart   genoemd.     Konijnen,
bijzonder      evenhoevigen     (runderen,     varkens,   nertsen, bijen en vissen zijn, conform de advies-
schapen, geiten) maar ook paarden en pluimvee.            brief, buiten beschouwing gelaten.
20                                                        22
    Beide laatste termen komen voor in de toelichting bij     Het gedeelte tussen haakjes is conform een idee
    de Regeling I & R, p. 2.                                  van de Taskforce I&R. De houder van beide typen
21
    Zie voor aanbevelingen en voorwaarden voor I & R          dieren zal moeten kiezen; zie ook hoofdstuk 5 van
    ook hoofdstuk 5 van dit rapport.                          dit rapport.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>Wat betreft relevante dierziekten, is uitgegaan           ander uitgangspunt: mestafzetcontracten zijn in
                                                                                                 25
van de door de Raad in haar adviesbrief (RDA              deze context niet direct relevant         .
                                      23
2003/01) genoemde dierziekten            . Daarnaast is   Controle aan de afvoerkant wordt, daar waar het
gebruik gemaakt van het conceptrapport ‘Hobby-            gaat om verkoop van melk aan de deur, uitge-
dieren en veterinaire risico's’ van het Ministerie        oefend door de Keuringsdienst van Waren. Op de
            24
van LNV        . De door de Raad en het Ministerie        verkoop van eieren en wol wordt geen controle
van LNV opgestelde overzichten van relevante              uitgevoerd. Wet- en regelgeving op het gebied
dierziekten overlappen elkaar niet helemaal. Zo           van 'waren' levert ongetwijfeld aanknopings-
vermeldt de Raad de door het Ministerie van LNV           punten voor de hobbyhouder, maar is vooralsnog
                                                                                            26
genoemde dierziekten listeriose en colibacillose          buiten beschouwing gelaten           .
niet in haar adviesbrief.                                 De productie van en handel in diervoeders zal
                                                                                                                 27
                                                          worden geregeld in de Kaderwet diervoeders                .
Bij de inventarisatie van de relevante wet- en            Er bestaat een verband tussen zowel destructie
regelgeving is zoveel mogelijk rekening gehou-            en diervoeders (laag-risico-materiaal) als mest en
den met de risicovolle contactpunten tussen de            25
                                                              Voor hobbyboeren is de hele mestproblematiek los
hobbydiersector en de commerciële dierhouderij,               van eventuele besmettelijke ziekten wel relevant. In
zoals genoemd in het rapport van het Ministerie               een brochure of op een website zou hier aandacht
                                                              aan moeten worden besteed. Een werkgroep
van LNV. Risico's van het ophalen van kadavers                binnen het Ministerie van LNV houdt zich hiermee
                                                              bezig, en besteedt daarbij ook aandacht aan
en het begraven of cremeren van gestorven                     definities (mondelinge mededeling J. Vaarkamp, 26
dieren    worden       als  gering   beschouwd;       de      november 2002). Afstemming, ook met het
                                                              ministerie van VROM, lijkt gewenst.
Destructiewet       is    derhalve    niet     uitgebreid 26
                                                              Zo richt het Warenwetbesluit Zuivel van 1994 zich in
                                                              eerste instantie tot de melkveehouder, degene die
bestudeerd. Mest levert risico's op waar het in               bedrijfsmatig koeien houdt (artikel 1, sub q). Artikel
contact kan komen met (voedsel of water voor)                 3, vierde lid, bepaalt: ‘Onze Minister (van VWS) kan,
                                                              in overeenstemming met Onze Minister van LNV,
dieren of mensen. De Meststoffenwet heeft een                 nadere regels stellen inzake rauwe melk die niet
                                                              afkomstig is van koeien en bestemd is voor directe
                                                              aflevering aan particulieren’.
                                                          27
                                                              Bepalingen aangaande onder meer de bereiding en
                                                              het in het verkeer brengen van diervoeders, Tweede
23
    Zie bijlage 1. In de ‘Code voor hygiëne op kinder-        Kamer 2001-2002, 28 173, nr. 1-2 (Voorstel van
    boerderijen’ worden enkele andere zoönosen                wet) en nr. 3 (Memorie van toelichting (hierna:
    genoemd, die deels als besmettelijke dierziekten          MvT)). Beide dateren van januari 2002; in oktober
    zijn aangewezen op grond van artikel 100 van de           2002 verscheen de Nota naar aanleiding van het
    Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (hierna:          nader verslag (nr. 8). Regelgeving op dit terrein
    Gwwd).                                                    wordt vrijwel geheel op Europees niveau bepaald,
24
    Hobbydieren en veterinaire risico's, p. 7.                MvT p. 7, p. 18.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>diervoeders. In dit complex van regelgeving wordt    recreatieve doeleinden of uit pure liefhebberij. Het
geen expliciete aandacht besteed aan de hobby-       houden van hobbydieren is voor de houder een
dierhouder. Om die reden en omdat de regel-          nevenactiviteit (die niet kan worden uitgeoefend
geving sterk in beweging is, wordt hierop in dit     naast het bedrijfsmatig houden van de genoemde
rapport niet nader ingegaan.                         diersoorten)‘.
                                                     Richtinggevend voor de inventarisatie en analyse
    2.3. Samenvatting en conclusies                  van wet- en regelgeving die op het hobbydier en
                                                     de hobbydierhouder(ij) van toepassing is, is het
Een eenduidige definitie van het begrip hobby-       overzicht van ziekten en zoönosen zoals onder-
dier,    hobbydierhouder     of   hobbydierhouderij  scheiden in de adviesbrief van de Raad van 7
bestaat op dit moment niet. Zonder eenduidige        januari 2003 (RDA 2003/01) aan de Directeur
definitie is het echter onmogelijk om te bepalen of  Voedings- en Veterinaire Aangelegenheden van
een dier een hobbydier is of niet en of er sprake is het Ministerie van LNV. Daarnaast is uitgegaan
van hobbydierhouderij of bedrijfsmatige houderij     van de meest risicovolle contactpunten. De
van dieren. In de huidige wet- en regelgeving        inventarisatie is uitgevoerd voor varkens, runde-
wordt gebruik gemaakt van aantallen dieren om        ren, schapen, geiten, herten, paarden en paard-
onderscheid te kunnen maken. Consistentie in         achtigen en pluimvee.
deze getallen lijkt te ontbreken en de herkomst
van de getallen is onduidelijk. In plaats van het    3. EUROPESE WET- EN REGELGE-
noemen van aantallen kan ook de context leidend          VING
zijn bij het onderscheid hobbydierhouderij –
bedrijfsmatige dierhouderij. De in dit rapport           3.1 Inleiding
voorgestelde      definitie sluit  aan   bij   deze
benadering en luidt: ‘Hobbydieren zijn dieren van    De landbouw is één van de meest gereguleerde
soorten die veelal voor de productie worden          sectoren van het Europese recht. De ruimte van
gehouden, in het bijzonder evenhoevigen (run-        lidstaten om nog aanspraak te maken op zelf-
deren, varkens, schapen, geiten) maar ook            standige regelingsbevoegdheden op terreinen die
paarden en pluimvee. Hobbydieren worden niet         door communautaire marktordeningen bestreken
voor de productie en dus ook niet voor econo-        worden, is niet erg groot.
misch gewin gehouden, maar voor educatieve of        Titel II van het Verdrag ter oprichting van de
                                                     Europese Gemeenschap is van toepassing op
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>landbouw. Deze ereplaats onderstreept even-              als rechtsgrondslag artikel 37 EG, waarin aan de
eens het belang van landbouw in de Europese              Raad de nodige regelingsbevoegdheid wordt
Unie.                                                    toegekend.
De bijzondere status van de landbouwsector heeft         Het Hof van Justitie van de EG aanvaardt in de
altijd gezorgd voor een specifiek beleid. De             regel een restbevoegdheid voor de lidstaten,
bijzondere situatie van de sector, zowel aan de          maar er wordt altijd getoetst of de nationale norm
vraagzijde (relatieve ongevoeligheid voor prijs-         zich verdraagt met de letter, doelstellingen en
veranderingen)       als    aan     de    aanbodzijde    strekking van de communautaire regeling. Soms,
(seizoensgebondenheid,          afhankelijkheid     van  echter, leidt het Hof van Justitie van de EG uit het
klimatologische      factoren,    gevoeligheid     voor  ‘complete’      karakter  van   de   communautaire
ziekten    en    epidemieën,      het  grote      aantal regeling af dat er geen ruimte meer bestaat voor
aanbieders), is van oudsher aanleiding geweest           regelgeving door de lidstaten.
om een normale toepassing van het markt-                 Indien de Raad zich niet van de hem gestelde
mechanisme af te wijzen. Deze afwijzing van het          taken heeft gekweten, is er wel een mogelijkheid
marktmechanisme vond plaats vanuit sociaal               voor nationale regelgeving. Deze kan in een
oogpunt (redelijke inkomens voor boeren) én met          dergelijke situatie zelfs gemeenschapsrechtelijk
het oog op een stabiele voedselvoorziening               vereist zijn, waarbij de lidstaten worden geacht
tegen redelijke prijzen. Het is daarom niet verba-       als tijdelijke regelgevers namens de Gemeen-
zingwekkend dat er voor de landbouwsector een            schap en ter behartiging van het gemeenschaps-
specifiek communautair beleid is opgezet ter ver-        belang op te treden.
                                              28
vanging van bestaand nationaal beleid            . Er is
geen sprake van een exclusief Europees regime,           In het geval van de gezondheidsrisico’s met
zoals bij handel het geval is, maar het landbouw-        betrekking tot hobbydieren, laten de vele Euro-
beleid wordt wel in hoge mate gereguleerd.               pese verordeningen (welke rechtstreeks werkend
                                                         zijn), richtlijnen (welke dienen te worden omgezet
De titel over landbouw is van toepassing op de           in nationale regelgeving en in bijzondere gevallen
producten van de landbouw, veeteelt en visserij.         rechtstreeks werkend zijn) en beschikkingen
Het gemeenschappelijke landbouwbeleid heeft              (welke     dienen    te  worden    uitgevoerd  door
                                                         degenen tot wie de beschikking is gericht en te
28
     R.H. Lauwaars en R.H. Timmermans, Europees
     recht in kort bestek, W.E.J. Tjeenk Willink,
                                                         worden opgenomen in nationale regelgeving en
     Deventer, 1999, p.282-283.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>in bijzondere gevallen rechtstreeks werkend zijn)        3.2. Analyse wetgeving
weinig     ruimte voor   de   eigen   discretionaire
bevoegdheden van een lidstaat. Vaak kan een          In de regelgeving die op hobbydierhouders van
lidstaat wel strengere regelingen treffen dan in     toepassing kan zijn - kan zijn, want ook op
een richtlijn is vastgesteld (als er sprake is van   Europees niveau leidt gebrek aan terminologisch
minimumharmonisatie),      maar    is  een    minder onderscheid tussen ‘productiedieren’ en ‘hobby-
strenge regeling niet mogelijk.                      dieren' tot problemen
                                                                                   29
                                                                                      - wordt vaak gebruik
                                                     gemaakt van clausules als ‘(...) de Lid-Staten zien
    3.1.1. Harmonisatie
                                                     er op toe (…)’ en ‘(...) de Lid-Staten nemen (…)’.
Er wordt van volledige harmonisatie gesproken        Uit deze clausules kan worden opgemaakt dat de
als een richtlijn bedoeld is om op een bepaald       mogelijkheid bestaat om strengere maatregelen
terrein een uniforme Europese norm vast te           te nemen mits een lidstaat voldoet aan hetgeen in
leggen, waarvan afwijkingen niet mogelijk zijn.      de richtlijn uiteen wordt gezet. Wel mogen
Het formuleren van minder strenge maar óók van       strengere maatregelen de gemeenschappelijke
strengere nationale regelgeving is daardoor niet     markt niet hinderen. Een aangepast beleid voor
mogelijk.                                            hobbydieren betekent in bepaalde gevallen echter
In het Europese landbouwbeleid met betrekking        een versoepeling en is derhalve niet haalbaar.
tot   veterinaire  zaken   is   vaak    sprake   van Een voorbeeld hiervan is het vaccineren van
minimumharmonisatie.      Dit   houdt    in  dat  de hobbydieren: dit is niet haalbaar omdat er een
communautaire      wetgeving     de   lidstaten   de vaccinatieverbod geldt.
bevoegdheid laat om strengere normen vast te
stellen dan de Europese. De mogelijkheid om          De enige richtlijn waar wèl melding wordt
verdergaande maatregelen te nemen is echter          gemaakt van de mogelijkheid om landbouwhuis-
niet onbeperkt. Vaak beperkt de mogelijkheid om      dieren voor privé-gebruik te houden, en waar
strengere maatregelen te nemen zich tot het          onderscheid wordt gemaakt tussen productiedier
eigen grondgebied. Minimumharmonisatie maakt         en hobbydier, is Richtlijn 92/102 betreffende
vaak gebruik van clausules in de tekst van de
                                                     29
richtlijn. Woorden als ‘tenminste’ en ‘maximaal’         Er wordt alleen gesproken van bedrijf, slachtdier,
                                                         productiedier, mestvarken, fokvarken etc.. De defini-
zijn kenmerkend voor minimumharmonisatie.                ties die hier bij horen zijn zo breed, dat een hobby-
                                                         dierhouder en een hobbydier hier over het alge-
                                                         meen wel onder zal vallen. Zie voor een overzicht
                                                         van definities bijlage 2.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>registratie en identificatie van landbouwhuis-            gesproken over runderen, varkens, geiten en
dieren. In deze richtlijn wordt in de preambule           schapen die gehouden worden als huisdier (met
melding gemaakt van de mogelijkheid om af te              name wat betreft de handel met derde landen),
wijken van het gevoerde beleid voor landbouw-             maar indien men de betreffende regelgeving
huisdieren die voor persoonlijk gebruik gehouden          nader bekijkt, blijkt er toch geen sprake te zijn van
worden. In artikel 3 van deze richtlijn wordt in lid 2    een mogelijk hobbydier. Deze richtlijnen gaan
melding gemaakt van de mogelijkheid om, als               namelijk vooral over het fokken, mesten en
natuurlijke personen maximaal drie schapen of             slachten van dergelijke dieren, veelal vanuit het
                                                                                               31
geiten    houden    waarvoor     zij  geen     premies    oogpunt van mogelijke handel            . Omdat hobby-
aanvragen of als natuurlijke personen één varken          dieren niet voor commerciële doeleinden gehou-
houden, af te wijken van de in lid 1 van dit artikel      den worden, hebben deze richtlijnen geen betrek-
verplichte opstelling van lijsten. Artikel 3 lid 2 luidt: king op hobbydieren.
‘De Lid-Staten kunnen volgens de procedure van
artikel 18 van Richtlijn 90/425/EEG worden                    3.2.1. Situatie in andere EU-landen
gemachtigd natuurlijke personen die maximaal              Andere Europese landen lijken ook geen onder-
drie schapen of geiten houden, waarvoor zij geen          scheid te maken tussen hobbydieren en voor
premies aanvragen, dan wel, in verband met                productiedoeleinden gehouden dieren. In België
bijzondere omstandigheden, natuurlijke personen           bijvoorbeeld bestaan geen aparte regels of
met één varken, en die voor eigen gebruik of              clausules     met     betrekking    tot   ‘hobbydieren’.
verbruik bestemd zijn, niet op de in lid 1, onder a),     Hobbydierhouders dienen aan dezelfde regel-
bedoelde lijst te plaatsen, voor zover elk van deze       geving te voldoen als voor productiedoeleinden
dieren vóór een eventuele verplaatsing aan de in          gehouden dieren. Voor kippen is in België wèl
deze richtlijn voorgeschreven controles wordt             geregeld dat als er minder dan 200 kippen
                30
onderworpen.’                                             worden gehouden, deze niet hoeven te worden
                                                                           32
                                                          geregistreerd       . Dit aantal kippen stemt overeen
Andere     gevallen   van     afwijking   binnen      de  met wat in de Europese regelgeving als commer-
Europese     veterinaire    regelgeving      zijn   niet
gevonden.     In   enkele     gevallen     wordt     wel  31
                                                              Zie bijvoorbeeld 93/198/EEG: Beschikking (bijlage
                                                              2).
                                                          32
                                                              Aldus de heer Dirk Bergen van de Landbouwraad,
30
    Van deze beleidsruimte heeft de Nederlandse wet-          Ambassade van België, Den Haag, in een e-mail-
    gever geen gebruik gemaakt.                               bericht d.d. 29 november 2002.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>                                          33
cieel koppel       wordt aangemerkt          . Als de  ‘Hobbydieren en veterinaire risico's’) uitgebreid
Nederlandse overheid dit nodig of wenselijk acht,      worden besproken en gereguleerd in deze richt-
zou zij deze regeling kunnen overnemen. Van            lijnen, vooral voor de situatie waarin er sprake is
andere landen binnen de Europese Unie is (nog)         van een uitbraak van een dierziekte. Er wordt in
geen reactie ontvangen op de vraag hoe één en          de regelgeving vrijwel niet gerept over de situatie
ander op nationaal niveau geregeld is. Verwacht        vóórdat een uitbraak plaatsvindt. Mogelijk bestaat
wordt dat ook in andere Europese landen geen           hier, indien gewenst, ruimte om een eigen beleid
onderscheid gemaakt wordt tussen hobbydieren           te voeren.
en productiedieren, omdat de Europese regel-
geving nu eenmaal weinig ruimte daar toe laat.              3.3.2. Zoönosen
                                                       Op het gebied van zoönosen is binnen de
    3.3. Samenvatting van relevante Europese           Europese Unie recentelijk een veranderend beleid
           wet- en regelgeving voor hobbydieren        in gang gezet. In regelingen van vóór 1992 wordt
                                                       vrijwel niet gerefereerd aan dit fenomeen, maar
Gelet op de bevindingen in § 3.2.1. wordt vol-         sinds de eerste gevallen van Creutzfeld Jacob en
staan met een korte samenvatting van de vele           BSE (bovine spongiform encephalopathy, beter
Europese regels die op hobbydieren van toe-            bekend als gekkekoeienziekte) is kennelijk het
                34
passing zijn       . Een uitgebreidere omschrijving    besef ontstaan dat er op dit gebied weinig is
vindt u in bijlage 2.                                  geregeld op Europees niveau. Via recente
                                                       verordeningen, beschikkingen en besluiten is de
    3.3.1. Dierziekten                                 Europese Unie begonnen met het opzetten van
Aangezien er geen onderscheid wordt gemaakt            onderzoekscentra en surveillancenetwerken op
                                                                                        35
tussen hobbydieren en productiedieren dient de         het terrein van de zoönosen         . Lidstaten moeten
hobbydierhouder te voldoen aan de opgestelde
                                                       35
regelingen, die al dan niet geïmplementeerd zijn            2001/853/EG: Beschikking van de Commissie van 3
                                                            december 2001 tot goedkeuring van de program-
in nationale wetgeving. Er dient te worden opge-            ma's voor de uitroeiing en de bewaking van dier-
                                                            ziekten en voor de preventie van zoönosen die de
merkt dat de diverse risicovolle contactpunten              lidstaten voor het jaar 2002 hebben ingediend,
(zoals      genoemd       in  het       conceptrapport      2000/96/EG: Beschikking van de Commissie van 22
                                                            december 1999 betreffende overdraagbare ziekten
                                                            die geleidelijk door het communautaire netwerk
                                                            zullen worden bestreken overeenkomstig Beschik-
33
    Zie bijvoorbeeld 93/342/EEG in bijlage 2.               king nr. 2119/98/EG van het Europees Parlement
34
    Een overzicht is opgenomen in bijlage 2.                en de Raad, Beschikking Nr. 2119/98/EG van het
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>sindsdien     onderzoeksplannen       opzetten   en  economisch gewin. De hobbydierhouder lijkt ech-
presenteren.                                         ter vrijwel geen gebruik te maken van de moge-
Het grootste gedeelte van de regelingen met          lijkheid om dieren over de grens te vervoeren en
betrekking tot zoönosen betreft de mogelijkheid      houdt de dieren, conform de in § 2.1.4. voor-
dat een zoönose via voeding wordt overgebracht       gestelde definitie, niet voor economisch gewin.
op de mens. Een aantal richtlijnen richt zich
specifiek op zoönosen, zoals salmonella (bijvoor-         3.3.4. Mest en hygiëne
beeld Richtlijn 92/117; deze regelt hoe gehandeld    Met betrekking tot mest en hygiëne is weinig
dient te worden in een vermeerderingskoppel van      relevante    regelgeving   gevonden.      De  enige
tenminste 250 kippen in geval van salmonella-        regelgeving die echt relevant is, is te vinden in de
besmetting). Deze richtlijnen lijken voor de         regelingen met betrekking tot dierziekten en
hobbydierhouder minder belangrijk, omdat ze met      zoönosen (en dus niet in aparte regelingen wat
name gaan over de mogelijke overdracht via           betreft mest). Deze regelgeving heeft vooral
vlees, eieren of consumptiemiddelen waarin           betrekking op epidemie-uitbraken en de in dat
dierlijk materiaal is verwerkt. In de hobbydier-     kader te volgen procedure (denk aan draai-
sector komt dit weinig voor. De hobbydierhouder      boeken etc.). Deze regelgeving is heel strikt en er
zal er pas dan mee te maken krijgen als hij zijn     mag niet van af worden geweken.
hobbydier aan de productiesector verkoopt. In dat
geval moet voldaan worden aan alle regelgeving.      Verder is interessant om te noemen dat in 1999
Het is uiteraard verstandig om geen voedsel te       de Nederlandse regering haar nieuwe Meststof-
vervoederen waarin dierlijk materiaal is verwerkt.   fenwet aan de Europese Commissie heeft gepre-
                                                     senteerd. De Nederlandse regering bracht de
    3.3.3. Handel                                    Europese Commissie op de hoogte van de
De regelgeving met betrekking tot handel is          voorgenomen vrijstelling voor kleine bedrijven
weinig relevant voor de hobbydierhouder. De          (hobbyisten; denk hierbij aan hobbyboeren) van
meeste regelgeving op Europees niveau heeft          de in te voeren mineralenheffingen. De reden
direct dan wel indirect te maken met handel en       voor de voorgenomen vrijstelling voor kleine,
                                                     extensieve veehouderijen was dat zij wellicht niet
    Europees Parlement en de Raad van 24 september   allemaal aan de formele voorwaarden van artikel
    1998 tot oprichting van een netwerk voor epide-
    miologische surveillance en beheersing van over-
                                                     38 van de Meststoffenwet voldoen. De achter-
    draagbare ziekten in de Europese Gemeenschap.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>liggende gedachte was dat de productie van           ongeacht        de      beschikbare     oppervlakte
dierlijke meststoffen in dergelijke bedrijven zo     landbouwgrond.
beperkt is, dat de meststoffen probleemloos          Er is hier duidelijk sprake van een veranderende
kunnen worden afgevoerd. Deze vrijstelling van       kijk op hobbyisten, hobbydierhouders, hobby-
de mineralenheffingen zou alleen gelden indien       dieren.    De   Europese    Commissie    heeft    het
de gemiddelde veebezetting in een kalenderjaar       bovenstaande voorstel tot wijziging van de
niet meer bedraagt dan drie grootvee-eenheden        Meststoffenwet echter afgekeurd. Derhalve zal de
(3 gve) op een oppervlakte landbouwgrond van         Meststoffenwet niet op deze manier worden
niet meer dan drie hectare en indien geen gebruik    uitgevoerd. Mogelijk is de motivering van de
gemaakt wordt van dierlijke of andere organische     Europese Commissie wèl belangrijk voor het
meststoffen. Hobbyisten zouden ook worden            verdere beleid met betrekking tot hobbydieren en
vrijgesteld van de heffing ter dekking van de        hun houders. De Europese Commissie zegt
kosten die de overheid moet maken voor de            namelijk het volgende: ‘(...) de aard en de
uitvoering van de Meststoffenwet.                    economische rationaliteit van de regeling Artikel
Verder meldde de regering dat het in de Mest-        38 van de Meststoffenwet voorziet in een vrijstel-
stoffenwet neergelegde stelsel van regulerende       ling voor extensieve veehouderijen. Ondanks hun
mineralenheffingen        (mineralenaangiftesysteem, beperkte omvang kunnen sommige hobbyisten
hierna ‘Minas’ genoemd) ertoe strekt het verlies     economische actoren zijn. Er zij op gewezen dat
van fosfaat en stikstof naar het milieu te regu-     in de landbouwsector geen de minimis-drempel
leren op bedrijfsniveau en dat Minas geen parti-     geldt. Een extra vrijstelling voor hobbyisten die
culieren die enkele dieren houden onder de wet       niet aan de formele voorwaarden voor vrijstelling
wil doen vallen. Dit, omdat in die situaties geen    voldoen, lijkt niet te worden gerechtvaardigd door
sprake is van een landbouwbedrijf en er nauwe-       de aard of de opzet van het stelsel. Voorts lijkt het
lijks milieurisico's zijn. Omdat sommige hobbyis-    niet raadzaam om nu het criterium van drie
ten mogelijk niet voldoen aan de criteria zoals      grootvee-eenheden te hanteren (ongeacht de
vastgelegd in Artikel 38 van de Meststoffenwet,      oppervlakte landbouwgrond, maar in elk geval
stelde de Nederlandse regering voor de grens         minder     dan   drie  ha),  terwijl de  algemene
voor het niet-bedrijfsmatig houden van dieren vast   vrijstelling van artikel 38 gebaseerd is op het
te stellen op maximaal drie grootvee-eenheden        criterium 2,5 grootvee-eenheden (per hectare).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>Artikel 38 van de Meststoffenwet voorziet reeds in        verleend aan bepaalde bedrijven, aangezien deze
een vrijstelling voor extensieve veehouderijen,           van bepaalde heffingen worden vrijgesteld. Het
waaraan      per    kalenderjaar     een    maximum-      feit dat deze regeling te vergelijken is met boetes
hoeveelheid meststoffen wordt opgelegd die                die worden opgelegd in geval van overtreding van
wordt uitgedrukt in kilogram fosfaat in plaats van,       bepaalde strafrechtelijke bepalingen doet niets af
zoals    voorgeschreven     in   de    nitratenrichtlijn, aan het feit dat de Minasregeling is opgevat als
stikstof, en die het door de richtlijn toegestane         een heffingsregeling. Afwijkingen daarvan kunnen
maximum overschrijdt. Door verdere vrijstellingen         staatssteun    vormen.    Deze     steun  kan   het
toe te kennen, zou deze situatie nog kunnen               handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig
verslechteren.                                            beïnvloeden. Er is een aanzienlijke grensover-
Mocht de vrijstelling aan hobbyisten worden               schrijdende handel in levende dieren en tuin-
toegekend, dan lijkt er bovendien geen regel te           bouwproducten. Voorts kan worden gesteld dat,
zijn die garandeert dat aan de norm van de                ook al heeft een lidstaat een boeteregeling
nitratenrichtlijn (170 kg N/ha/jaar) wordt voldaan.       ingesteld, vrijstellingen van een dergelijke alge-
De nitratenrichtlijn voorziet niet in een de minimis-     meen geldende boeteregeling toch als staats-
uitzondering voor kleine bedrijven. De Neder-             steun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-
landse autoriteiten hebben niet aangetoond dat            Verdrag kunnen worden beschouwd. Het Hof van
dergelijke hobbyisten noodzakelijkerwijs aan de           Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft
normen van de nitratenrichtlijn voldoen. In artikel       immers verklaard dat het begrip steun een
87, lid 1, van het Verdrag is het volgende                algemenere strekking heeft dan het begrip
bepaald: "Behoudens de afwijkingen waarin dit             subsidie, daar het niet alleen positieve prestaties
Verdrag voorziet, zijn steunmaatregelen van de            omvat, zoals de subsidie zelf, maar ook maat-
staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen            regelen die, in verschillende vormen, de lasten
bekostigd, die de mededinging door begunstiging           verlichten die normaliter op het budget van een
van    bepaalde     ondernemingen       of    bepaalde    onderneming drukken en daardoor - zonder
producties vervalsen of dreigen te vervalsen,             subsidies in de strikte zin van het woord te zijn -
onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt,            van gelijke aard zijn en tot identieke gevolgen
voorzover deze steun het handelsverkeer tussen            leiden. Aangezien andere bedrijven onderworpen
de lidstaten ongunstig beïnvloedt. In de onder-           zijn aan de heffingen (of "boetes"), wordt de
havige regeling wordt door een lidstaat steun             concurrentiepositie van de vrijgestelde bedrijven
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>verbeterd. In tegenstelling tot wat de Neder-       van bijlage I van het Verdrag waarvoor een
landse autoriteiten aanvoeren, kan op basis van     grensoverschrijdend handelsverkeer bestaat/kan
de aard en het doel van de regeling niet worden     bestaan. Derhalve lijkt de maatregel niet gerecht-
uitgesloten dat het om staatssteun gaat. Ook het    vaardigd door de aard of de opzet van het stelsel.’
                                                    36
Hof en het Gerecht hebben meermaals gesteld
dat artikel 87, lid 1, van het Verdrag geen
onderscheid maakt naar de redenen of doel-          Kortom, de Nederlandse regering zal duidelijk
einden van de maatregelen van de staten, doch       moeten maken dat er géén sprake is van enig
naar hun gevolgen ziet. De gevolgen van de          economisch gewin als men een apart beleid wil
                                                                                       37
onderhavige maatregel bestaan in een voordeel       gaan voeren voor hobbydieren          .
voor bepaalde bedrijven die van bepaalde heffin-
gen worden vrijgesteld. De argumenten die de            3.3.5. Identificatie en registratie
Nederlandse autoriteiten vóór de inleiding van de   Zoals in § 3.1.1. reeds genoemd, wordt in het
procedure hebben aangevoerd met betrekking tot      kader van identificatie en registratie wèl onder-
het niet-bedrijfsmatige karakter en het feit dat de scheid      gemaakt      tussen     hobbydieren     en
zogenoemde hobbyisten geen landbouwbedrijven        productiedieren. Het betreft hier een beperkt
zijn moeten ook worden verworpen. Het niet-         onderscheid en de eventuele uitvoering hiervan
bedrijfsmatige karakter is een loutere veronder-    wordt in deze regelingen niet verder gespecifi-
stelling. Zo komen bijvoorbeeld, zoals in voetnoot  ceerd.
3 is aangegeven, drie grootvee-eenheden over-
een met ongeveer 250 leghennen.                         3.3.6. Vervoer
De voorgestelde criteria geven alleen aan dat de    Regelgeving met betrekking tot vervoer van
begunstigde over heel weinig grond beschikt in      dieren heeft vooral betrekking op het welzijn van
verhouding tot het aantal gehouden dieren, en       deze dieren en is daarom niet opgenomen in dit
niet in aanmerking komt voor de algemene            rapport. Andere regelgeving is vooral te vinden in
vrijstelling van artikel 38 van de Meststoffenwet
(niet meer dan 2,5 grootvee-eenheden per            36
                                                        2001/371/EG: Beschikking van de Commissie van
hectare). Bijgevolg kan de voorgestelde maat-           21 december 2000 betreffende de vrijstelling van
                                                        mineralenheffingen op grond van de meststoffenwet
regel ten goede komen aan specifieke bedrijven          die Nederland voornemens is toe te kennen.
                                                    37
                                                        De term hobbyist wordt hier in een andere beteke-
met een commerciële productie van producten             nis gebruikt dan die van 'houder van minder dan vijf
                                                        dieren'.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>verordeningen, richtlijnen en beschikkingen met            dierensoorten die over het algemeen als hobby-
                                                                                    39
betrekking tot de handel in dieren, dierziekten en         dier worden gehouden        .
registratie en identificatie. Het gaat er in deze
regelgeving om dat dierziekten en zoönosen niet                3.4. Samenvatting en conclusies
worden verspreid, niet worden ingevoerd, worden
voorkomen etc. Een hobbydierhouder komt hier               Europese       wet-   en    regelgeving     laat    voor
met name mee in aanraking als hij van plan is om           hobbydieren weinig ruimte om af te wijken van
een hobbydier over de grens te vervoeren, of               bestaande regelgeving. In het Europese land-
wanneer er juist een uitbraak is van een besmet-           bouwbeleid is met betrekking tot veterinaire zaken
telijke dierziekte. In dat laatste geval hebben de         vaak sprake van minimumharmonisatie. Dit houdt
regeringen       van    de     lidstaten     geen enkele   in dat de communautaire wetgeving de lidstaten
discretionaire bevoegdheid en wordt vervoer                de bevoegdheid laat om strengere normen vast te
verboden of nog strenger gereguleerd dan tijdens           stellen dan de Europese. De mogelijkheid om
het normale regime.                                        verdergaande maatregelen te nemen is echter
                                                           niet onbeperkt. Vaak beperkt de mogelijkheid om
     3.3.7. Kinderboerderijen, dierentuinen en             strengere maatregelen te nemen zich tot het
              circussen                                    eigen grondgebied.
Soms wordt gesproken over het tentoonstellen               In de regelgeving die op hobbydierhouders van
                                                  38
van dieren en educatie van het publiek               . Dit toepassing lijkt te zijn (een onderscheid tussen
betreft met name het handelsverkeer. Er gelden             hobbydieren en productiedieren wordt vrijwel
geen aparte regelingen voor kinderboerderijen in           nooit gemaakt), wordt vaak gebruik gemaakt van
geval van vaccinatieverplichtingen. Er bestaat             clausules waaruit kan worden opgemaakt dat de
echter wel een recente regeling met betrekking tot         mogelijkheid bestaat om strengere maatregelen
dierentuindieren. Beschikking 2001/303/EG regelt           te nemen mits een lidstaat voldoet aan hetgeen in
voor ‘beschermde diersoorten’ dat er kan worden            de richtlijn uiteen wordt gezet. Wel mogen
afgeweken van de non-vaccinatieplicht. Deze                strengere maatregelen de gemeenschappelijke
beschikking is echter niet van toepassing op               markt niet hinderen. Een aangepast beleid voor
                                                           39
                                                               Zie voor een volledige lijst van dieren waarvoor dit
38
     Zie bijvoorbeeld richtlijn 92/65, bijlage 2.              wel geldt: 2001/303/EG: Beschikking, bijlage 2.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>hobbydieren betekent in bepaalde gevallen echter      ruimte te benutten. Bestrijding van dierziekten en
een versoepeling en is derhalve niet haalbaar.        zoönosen is nu eenmaal erg belangrijk voor het
                                                      voortbestaan van de landbouwsector en verdient
De enige richtlijn waarin onderscheid wordt           derhalve prioriteit.
gemaakt tussen productiedier en hobbydier, is
Richtlijn 92/102 betreffende registratie en identifi- De meeste wet- en regelgeving heeft betrekking
catie van landbouwhuisdieren. Van de beleids-         op runderen en varkens. Omdat dit de meest
ruimte die deze richtlijn laat voor aangepast         voorkomende productiedieren naast kippen zijn,
beleid voor hobbydieren heeft de Nederlandse          is dit niet verbazingwekkend. Als gevolg van de
wetgever geen gebruik gemaakt.                        vele wet- en regelgeving zou hier sprake kunnen
                                                      zijn van overregulering. Bij de bespreking van de
Andere wet- en regelgeving die wellicht ruimte        nationale wetgeving komt de nadruk van wet- en
biedt voor aangepast beleid betreft de regel-         regelgeving op varkens duidelijk naar voren, juist
geving omtrent zoönosen (met uitzondering van         ook waar het gaat om het normale regime. Wet-
BSE). Het beleid van de Europese Unie is er           en regelgeving met betrekking tot de uitbraak van
echter de laatste jaren op gericht hier meer greep    een besmettelijke dierziekte en het non-vacci-
op te krijgen.                                        natiebeleid laten, zoals gezegd, geen ruimte voor
Mogelijk biedt ook regelgeving op het gebied van      afwijkend beleid.
hygiëne enige ruimte. Tijdens de inventarisatie       Met betrekking tot schapen en geiten is er
van relevante wet- en regelgeving, zijn alleen        onlangs een voorstel gekomen tot aanscherping
regelingen gevonden die gericht zijn op de            van bestaande wet- en regelgeving, omdat veel
handelswijze nadat een dierziekte is uitgebroken.     van de haarden in de MKZ-affaire te maken
                                                                                                 40
Over de situatie voorafgaand aan een uitbraak         hadden     met   geiten   en    schapen       . Deze
van een dierziekte is (vrijwel) niets gevonden.       aanscherping       is   met      name     voor    de
Een aangepast beleid voor hobbydieren en hun          hobbydierhouder       belangrijk,      omdat    deze
houders kan alleen dan als met zekerheid gesteld      diersoorten heel vaak als hobbydier worden
kan worden dat er geen besmetting plaats kan          gehouden.
vinden van hobbydier naar productiedier of mens.      Met     betrekking    tot   het     Europese    non-
Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of hier         vaccinatiebeleid in geval van een MKZ-uitbraak,
inderdaad ruimte is en of het wenselijk is om deze
                                                      40
                                                          Zie COM (2002) 0504, zie bijlage 2.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>een ziekte waarvoor runderen, varkens, schapen           dier? Wat is een hobbydier? En wat is een
en geiten, maar ook herten en reeën gevoelig             hobbyist? Daarnaast lijken er vaak onduidelijk-
voor zijn, lijkt een versoepeling in aantocht. Indien    heden te ontstaan bij de vertaling van de ene
de Raad het advies van het Europees Parlement            naar de andere taal.
overneemt, zou in de toekomst een ander beleid           Overwogen kan worden om een apart registratie-
met     betrekking     tot   hobbydieren      tot   de   systeem voor hobbydieren op te stellen en er voor
mogelijkheden behoren. Er lijkt in elk geval             te zorgen dat de twee sectoren (hobby- en
beweging te zitten in de ideeën omtrent nood-            productiesector) strikt gescheiden blijven. Daar-
vaccinatie en (niet) ruimen. Doorbraken met een          door wordt het gemakkelijker om een aangepast
                                                    41
legale status zijn echter nog niet gemeld              . beleid te voeren en hierop te controleren. Indien
Nederland kan in Europa, maar ook in de OIE              de twee stromen door elkaar blijven lopen, is
(Office International des Epizooties), druk uitoe-       aanpassing van de regelgeving misschien wel
fenen door nadrukkelijk te wijzen op de mogelijk-        helemaal niet wenselijk.
                                             42
heden van vaccinatie met markervaccins          .        Overigens lijkt binnen andere Europese landen
                                                         geen onderscheid te worden gemaakt tussen
Als   Nederland      een    aangepast   beleid    voor   hobbydieren en productiedieren.
hobbydieren wil voeren, is het cruciaal dat er een
duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen               4. NEDERLANDSE WET- EN REGELGE-
‘productiedieren’ en ‘hobbydieren’. Dit onder-               VING
scheid dient op Europees niveau te worden
onderschreven. Het is belangrijk alle onduidelijke           4.1. Inleiding
termen     die    momenteel    gebruikt   worden    te
definiëren: Wat is een huisdier in het kader van         Vrijwel alle nationale regelgeving die voor het
het landbouwbeleid van de Europese Unie? Wat             hobbydierenbeleid relevant zou kunnen zijn, vindt
is een landbouwhuisdier? Wat is een gebruiks-            zijn oorsprong in Europese wet- en regelgeving.
                                                         Nederland behoort bovendien tot de landen die
41
    Zie bijvoorbeeld de brief van de minister van LNV
    aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, d.d. 10       vaak gebruik maken van de mogelijkheid om
    oktober 2002 (VVA.2002/3124), Stand van zaken        strengere maatregelen te treffen dan de mini-
    afhandeling MKZ-crisis (TK 2002-2003, 27 622, nr.
    112).                                                mumeisen die een richtlijn stelt. De terminolo-
42
    Brief van de minister van LNV, d.d. 19 april 2002,
    met antwoorden op vragen over de evaluatie van de
    MKZ-crisis 2001, p. 6 (Tweede Kamer, lnv0200317).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>gische onduidelijkheden in de Europese richtlij-         (hierna: KVP) en MKZ een strakke vorm gekregen
nen worden als het ware mee geïmplementeerd.             die wordt beheerst door Europese regels en
                                                                                                               45
In de nationale wet- en regelgeving wordt                nationale beleids- en uitvoeringsdraaiboeken             .
desondanks iets meer rekening gehouden met               Voor hobbydieren en hun houders worden daarin
hobbydierhouders dan in de Europese. Echter,             geen uitzonderingen gemaakt.
ook op nationaal niveau maakt het merendeel van          Regelingen die van toepassing zijn op het
de wet- en regelgeving geen onderscheid tussen           normale regime zijn dikwijls verbonden met
hobbydieren en productiedieren. De impliciete            regelingen die van toepassing zijn op het
vermelding     ‘houders      met   minder   dan     vijf crisisregime.     Zo    blijven  regelingen   die    zijn
evenhoevigen’ in de Regeling HBD wijst evenwel           opgesteld in tijden van crisis, zoals de Regeling
op onderkenning van het bestaan van een                  aanvullende voorschriften besmettelijke dierziek-
                                                                                                         46
bijzondere categorie houders. Ook elders wordt           ten, soms ook in betere tijden van kracht          . Ook
hier soms aan gerefereerd.                               de identificatie en registratie (hierna: I & R)
                                                         verbindt beide regimes met elkaar: in geval van
De regelgeving die relevant lijkt voor hobby-            nood moeten dieren en daarmee ziektehaarden
dieren, vloeit grotendeels voort uit hoofdstuk II        snel en efficiënt kunnen worden getraceerd. Oók
van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren           het voorkómen van problemen is gebaat bij een
                  43                                                                 47
(hierna: Gwwd)       . Bij de uitvoeringsvoorschriften   goed gegevensbeheer            .
wordt    met    betrekking     tot   gezondheidszorg
                                                         45
onderscheid gemaakt tussen dierziektebestrij-                Er zijn inmiddels (concept-)beleidsdraaiboeken voor
                                                    44
                                                             MKZ en KVP aan de Tweede Kamer aangeboden.
ding en preventieve diergezondheidszorg                .     Voor 2003 staan beleidsdraaiboeken gepland voor
                                                             onder meer aviaire influenza en pseudovogelpest.
Sommige regelingen zien toe op het zogenaamde                Daarnaast worden door de Rijksdienst voor de
normale regime waarin hygiëne, reiniging en                  keuring van Vee en Vlees uitvoeringsdraaiboeken
                                                             opgesteld (Tweede Kamer 2002-2003, 28 600 F, nr.
ontsmetting als vorm van preventie centraal                  3, p. 2).
                                                         46
staan. Het crisisregime heeft naar aanleiding van            De genoemde regeling is gebaseerd op twee
                                                             Beschikkingen van de Commissie ten tijde van de
recente uitbraken van klassieke varkenspest                  MKZ-crisis in Nederland. Er zijn later wel
                                                             versoepelingen doorgevoerd en een deel is
                                                             'overgeheveld' naar de Regeling HBD. Zie bijvoor-
                                                             beeld Wijziging regelgeving inzake verzamelen van
43
    Een overzicht van de onderzochte regelgeving is          runderen, schapen en geiten, Staatscourant 2001,
    opgenomen in bijlage 3.                                  250, toelichting, p. 4.
44                                                       47
    Voor deze indeling is gekozen in de losbladige           Naar aanleiding van Richtlijn 92/102/EEG worden
    versie van de Gwwd, D12, C-2.1 respectievelijk C-        als doeleinden van een sluitend I & R-systeem nog
    2.2.                                                     genoemd afgifte van handelsdocumenten en
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>     4.2. Overzicht van de belangrijkste op de                 De hobbydierhouder dient zich als houder te laten
            Gezondheids- en welzijnswet geba-                  registreren (artikel 2), waarna hij een UBN krijgt
            seerde besluiten en regelingen                     (artikel 3). Artikel 39 stelt vervolgens: ‘Het is
                                                               verboden dieren die niet overeenkomstig deze
     4.2.1. Identificatie en registratie                       regeling zijn geïdentificeerd of zijn geregistreerd,
Eén van de voor de dagelijkse praktijk bepalende               te houden, te verhandelen, te vervoeren, aan te
regelingen is de op artikel 3 van het Besluit iden-            voeren of af te voeren’.
tificatie en registratie dieren gebaseerde Regeling            Runderen      worden     individueel   geregistreerd
                                        48
identificatie en registratie 2002          . Deze regeling     (artikel 16), andere diersoorten niet. Alle dieren
is van toepassing op alle houders van één of                   moeten     worden     gemerkt.    Varkens    moeten
meer runderen, varkens, slachtvarkens, schapen                 beschikken     over    een   vervoersdocument      in
en geiten. Tot bedrijven worden in deze regeling               drievoud (artikel 30) en hun bewegingen en
ook slachthuizen en verzamelcentra gerekend,                   wederwaardigheden worden geregistreerd in het
waardoor niet alle bepalingen relevant zijn voor               bedrijfsregister (artikel 31). Dat geldt ook voor
de hobbydierhouder.                                            schapen en geiten (artikel 34, 35). De regeling en
                                                               de bijbehorende bijlagen kennen daarnaast vele
                                                               gedetailleerde bepalingen omtrent oormerken en
     controle op de communautaire premieregelingen,            speciale slachtmerken.
     D12, C-9.2, p. 7.
48
     Deze regeling vervangt 21 verordeningen en uit-           In artikel 7 wordt een uitzondering gemaakt voor
     voeringsbesluiten van het Productschap Vee en             ‘de natuurlijke persoon of rechtspersoon die
     Vlees (PVV) en het Bedrijfschap voor de Handel in
     Vee (BHV), aldus de toelichting. Het van het PVV          uitsluitend één of meer schapen of geiten
     gevorderde medebewind op het gebied van I & R
     van paarden wordt vooralsnog niet beëindigd
                                                               inschaart’. De hobbydierhouder zal eerder scha-
     (Besluit I & R artikel 2, tweede lid, d en e). Artikel 4, pen uitscharen. De Regeling aanvullende voor-
     eerste lid, van de Gwwd spreekt eerst van de
     houder van één of meer dieren, terwijl de zinsnede        schriften besmettelijke dierziekten regelt het ver-
     sub b ‘indien de dieren bedrijfsmatig worden              voer van ingeschaarde schapen nader.
     gehouden’ suggereert dat dieren ook anders kun-
     nen worden gehouden. Juist daarom vormde dit
     artikel geen voldoende basis voor de Regeling I &
     R, waar immers ook niet-bedrijfsmatig gehouden
     dieren onder vallen. (NvT, D12, C-9.2, p. 9). Op één          4.2.2. Hygiënevoorschriften
     van de zeldzame plaatsen waar de Gwwd
     hobbydierhouders lijkt te erkennen, hebben ze er          Door een recente wijziging in de Regeling inzake
     dus geen baat bij. Wel worden er verschillende
     tarieven gehanteerd: de houder van minder dan 20
                                                               hygiënevoorschriften     besmettelijke   dierziekten
     runderen of varkens betaalt lagere bijdragen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>2000, waarin het normale regime ten aanzien van            regeling is daarmee een goed voorbeeld van
                                            49
reiniging en ontsmetting is vastgelegd         , is ruimte verwarring door taalgebruik. Zo wordt het begrip
geschapen voor houders van minder dan vijf                 ‘vervoerder’ niet nader gedefinieerd. Artikel 17
evenhoevigen (artikel 1). Tot de evenhoevigen              over het ontsmettingsboekje lijkt gericht op de
worden ook herten gerekend (artikel 1, sub m).             professionele vervoerder; zo spreekt de toelich-
Omdat deze regeling mede gebaseerd is op                   ting bij het wijzigingsbesluit van 22 juli 2002 van
Richtlijn 64/432/EEG inzake veterinair-rechtelijke         veewagens en gebruikt de toelichting bij de HBD-
vraagstukken op het gebied van het intracom-               regeling 1998 termen als 'de transportsector' en
munautaire handelsverkeer in runderen en var-              (de) 'circa 2000 vervoerders'. Een zinsnede als
kens, mag worden geconcludeerd dat houders                 ‘vervoeren met een vervoermiddel’ (artikel 2)
van minder dan vijf dieren niet worden geacht              klinkt echter nogal algemeen. De site van de
deel te nemen aan het handelsverkeer.                      Nederlandse Belangenvereniging van HobbyDier-
Houders van meer dan vijf dieren, die zichzelf als         houders meldt onder ‘Vervoer van geiten en
hobbydierhouders beschouwen, vallen volledig               schapen’ dat in iedere aanhangwagen of vee-
onder het regime van de HBD-regeling. Dit                  wagen een ontsmettingsboekje aanwezig moet
                                                                 51
betekent bijvoorbeeld dat zij sinds 1 november             zijn     .
over een (eenvoudige) wasplaats moeten be-                 De hierna te bespreken wijziging van de Regeling
schikken (artikel 5 en Bijlage I, onderdeel A).            bijeenbrengen van dieren 2000 verwijst voor
Diverse bepalingen over vervoer en vervoermid-             hygiënemaatregelen naar de HBD-regeling en
delen lijken ook van toepassing op deze groep              spreekt daarbij eveneens in zeer algemene ter-
(artikelen 2, 6, 7 en 10, derde lid).                      men over vervoermiddelen (Staatscourant 2002,
Volgens voormalig minister Brinkhorst geldt deze           166, p. 4).
                                                50
regeling echter niet voor de hobbyist              . Deze
                                                                4.2.3. Bijeenbrengen
49                                                         De Regeling bijeenbrengen van dieren 2000 is
    Zie de toelichting bij de Regeling inzake verzame-
    len van runderen, schapen en geiten (Staatscourant     grotendeels gericht op de commerciële c.q
    2001, 250, p. 4 en de oorspronkelijke toelichting bij
    de HBD-regeling 1998, Staatscourant 117, p. 15.
50                                                         51
    Tweede Kamer 2001-2002, Aanhangsel van de                   De eigenaar van meer dan vijf evenhoevigen dient
    Handelingen, p. 194. Het woord hobbyist komt in de          'de reiniging en ontsmetting van veewagens te
    toelichtingen bij de regeling niet voor en de keuze         controleren en hiervoor te tekenen in het
    voor het getal vijf wordt niet nader gemotiveerd (dit       ontsmettingsboekje' (artikel 22). Het is wellicht
    geldt ook voor oorspronkelijke term 'educatieve of          verstanding hier een vervoersexpert naar te laten
    recreatieve doeleinden').                                   kijken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>                                                                                53
exportsector. Bijeenbrengen wordt beschreven             bijeen te brengen         , geldt niet voor het bijeen-
als een situatie waar zich 'het grootste risico op       brengen van runderen, schapen of geiten, afkom-
verspreiding van besmettelijke dierziekten' voor-        stig van verschillende bedrijven, voor een ten-
doet (Staatscourant 2001, 250, p. 5) en de rege-         toonstelling of een keuring op een plaats, mits
ling beoogt dan ook contacten zoveel mogelijk te         voldaan wordt aan de artikelen 9t tot en met 9v.
voorkomen of streng te reguleren. Aantallen die-         De voorwaarden die aan het bijeenbrengen ge-
ren per houder worden niet genoemd. Een enkele           steld worden, betreffen vooral de reiniging en de
bepaling omtrent vervoer, zoals artikel 3 over het       ontsmetting en het vervoer. Het tweede lid van
onder voorwaarden bijladen op één vervoer-               artikel 9t bepaalt dat de houder of eigenaar de
middel van meer dan licht zieke of meer dan licht        dieren binnen vijf dagen voorafgaand aan de
gewonde varkens voor vervoer naar een slacht-            tentoonstelling of keuring door een dierenarts
huis, lijkt op alle houders van toepassing.              klinisch moet laten onderzoeken.
Tentoonstellingen of keuringen van sierpluimvee          De plaats waar de tentoonstelling of keuring wordt
zijn toegestaan, mits de aanwezige dieren aan-           gehouden, moet zodanig ingericht worden dat
toonbaar zijn geënt tegen pseudo-vogelpest. De           verschillende aanwezige diersoorten niet met
onlangs toegevoegde paragraaf omtrent tentoon-           elkaar in contact kunnen komen (artikel 9t,
stellingen en keuringen (§ 5; Staatscourant 2002,        zevende lid).
166, p. 13), noemt hobbydierhouders niet met
zoveel woorden maar lijkt ook voor deze groep
relevant
           52
              .                                              4.2.5. Overige op de Gezondheids- en
                                                                      welzijnswet voor dieren gebaseerde
     4.2.4. Artikel 9s                                                besluiten en regelingen
Het in artikel 9a, eerste lid, en artikel 9k, eerste     In het Besluit bedrijfscontrole varkensziekten
lid, bedoelde verbod om runderen respectievelijk         wordt bepaald dat het verboden is varkens te
schapen of geiten afkomstig van verschillende            houden, aan een bedrijf toe te voegen, te vervoe-
plaatsen voor een kortere periode dan 30 dagen           ren en te verzamelen, tenzij is gebleken dat de
                                                         dieren vrij zijn van de varkensziekten klassieke
                                                         varkenspest, blaasjesziekte en ziekte van Aujesz-
52
     Een noot voor de tijd van het jaar: ‘Ook wordt een
                                                         53
     voorziening getroffen voor kleinschalige evene-         De 30-dagen regeling is afkomstig uit de Regeling
     menten waar evenhoevigen aan deelnemen, zoals           aanvullende voorschriften besmettelijke dierziekten,
     kerststallen e.d.’ (artikel 9t, achtste lid; p. 3).     artikel 10, en geldt voor alle houders van dieren.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>ky. In de toelichting worden hobby- en recreatie-     een besmet verklaard bedrijf geïnventariseerd.
bedrijven expliciet genoemd in verband met            Hobbypluimvee in dit zogenaamde bescher-
mogelijke afwijkingen van de in het besluit opge-     mingsgebied         dient      te  worden    opgehokt
nomen verplichtingen: ’Tevens kan gedacht wor-        (portal.agroweb.nl).
den aan hobby- en recreatiebedrijven met een
beperkt aantal varkens, voor zover gewaarborgd            4.3. Overzicht van overige wet- en regel-
is dat deze varkens uitsluitend het bedrijf mogen               geving
verlaten ten behoeve van het vervoer naar een
slachthuis’ (C-2.2b, p. 7).                           De Gwwd vormt de basis voor regelgeving met
                                                      betrekking tot vele risicovolle contactpunten,
Artikel 8 sub d van de Regeling varkensleve-          mede omdat het vervoer uitgebreid is geregeld.
ringen verklaart het verbod in artikel 7, dat gericht Regelingen die in aanvulling op of naast de
is tot de exploitant van een varkenshouderij-         Gwwd-familie van belang zouden kunnen zijn in
bedrijf, niet van toepassing op ‘het vervoeren, af-   verband met aanvoer en afvoer van (levende of
voeren of doen afvoeren van ten hoogste vier          dode) dieren, mest of producten zijn globaal
                                                                           54
varkens per levering van een varkenshouderij-         geïnventariseerd        .
bedrijf naar een locatie waar varkens worden
gehouden voor recreatieve of educatieve doel-         Van sperma en diervoeder aan de invoerzijde tot
einden’. De toelichting specificeert een dergelijke   en met verkoop aan de deur zijn (nagenoeg) geen
locatie als ‘zonder dat sprake is van landbouw        bepalingen        gevonden        die   duidelijk op
(kinderboerderijen, particulieren)’ (D12, C-2.2d, p.  hobbydierhouders betrekking hebben. Mestwet-
36 en 45). Een hobbyhouder of kinderboerderij         geving moet binnen de kaders van dit onderzoek
                                                                                                         55
mag dus maximaal vier varkens tegelijk van een        als een te breed terrein worden beschouwd             .
regulier bedrijf kopen of overnemen.                  Regelingen die nog in medebewind worden
                                                      vastgesteld, bijvoorbeeld betreffende I & R van
Tenslotte nog een bepaling betreffende pluimvee:      paarden, zijn gelet op de gestelde prioriteiten niet
aviaire influenza (tevens een zoönose) wordt be-      nader bestudeerd.
streden volgens EU-richtlijn 92/40. Bij een uit-
braak worden alle commerciële bedrijven in een        54
                                                          Zie Figuur 3.2 in het rapport Hobbydieren en
                                                          veterinaire risico's, p. 14.
gebied met een straal van tenminste 3 km rond         55
                                                          Zie ook de recente uitspraken van de Europese
                                                          Commissie, geciteerd in § 3.3.4.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>De Destructiewet maakt in principe geen onder-            Regeling bijeenbrengen van dieren 2000 zonder
scheid tussen al dan niet bedrijfsmatig gehouden          verdere toelichting verwijst naar de HBD-regeling.
dieren, maar bevat wel een relevante bepaling             Voor houders van meer dan vijf evenhoevigen,
                                   56
over de crematie van paarden          .                   die vallen onder de definitie van hobbydierhouder
                                                          zoals voorgesteld in § 2.1.4, pakt het schijnbaar
De Wet milieubeheer, die impliciet het bestaan            willekeurig gekozen getal negatief uit. Zij moeten
van hobbydierhouders erkent, is reeds besproken           zich houden aan dezelfde regels als commerciële
in § 2.1.2.                                               veehouders.
    4.4. Analyse van de Nederlandse wet- en                    4.4.2. Over- en/of onderregulering
          regelgeving                                     Waar geen onderscheid wordt gemaakt tussen
                                                          bedrijfsmatige en hobbyhouders ervaart de laatst-
    4.4.1. Onderscheid: positief of negatief?             genoemde groep elke regeling als overregulering.
Het duidelijkste voorbeeld van een regeling die           Op een tweetal gebieden bestaat gedetailleerde
onderscheid      maakt     tussen     bedrijfsmatig    en regelgeving, namelijk op het gebied van (1) be-
hobbymatig gehouden dieren is de Regeling                 strijding van dierziekten en (2) reiniging en ont-
inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dier-           smetting, in combinatie met vervoer.
ziekten 2000. In § 4.2.2. werd reeds aangegeven
dat deze regeling verwarrend is voor degenen die          Regelgeving die in het kader van een uitbraak is
zichzelf beschouwen als hobbydierhouder. De               opgesteld, worden na een uitbraak wel versoe-
definiërende waarde van het getal vijf voor even-         peld maar niet ingetrokken. Soms worden bepa-
tueel nieuw beleid staat nog niet vast. Nadere            lingen logischer samengebracht. Alles bij elkaar
bestudering van deze regeling kan een beeld               dient een houder van (meer dan vijf) dieren veel
geven van de gevolgen die een puur kwantita-              te weten. Overigens zijn hobbydierhouders niet
tieve bepaling heeft voor de hobbydierhouder,             de enigen die daar moeite mee hebben, blijkens
mede omdat een belangrijke regeling als de                de opmerking ‘Aan alle professionele veehouders
                                                          is in januari de folder Aan- en afvoerregels
                                                          evenhoevigen toegezonden. (…) Het is in het
56
    In de toelichting bij het voor deze mogelijkheid      algemeen niet de gewoonte om bij wijziging van
    noodzakelijke Besluit van 16 juli 2001 (wijziging van
    het Destructiebesluit) is sprake van paarden als
                                                          de regelgeving de doelgroepen hiervan schriftelijk
    geliefd huisdier (Staatsblad 2001, 403, p. 4).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>                                                                                                             58
en persoonlijk op de hoogte te brengen. In dit          delsverkeer, export, productiefase, afzetfase           )
geval is hierop een uitzondering gemaakt omdat          mag worden afgeleid dat de regels uitsluitend
men veel vragen had over de betreffende                 betrekking hebben op de commerciële houderij.
voorschriften en de regelgeving op dat punt             Waar aantallen worden genoemd, verschuift dit
                               57
tamelijk ingewikkeld is (…)’      .                     probleem van de hobbyist naar de houder van
Het bijeenbrengen van dieren, ook in vervoer-           meer dan vijf hobbydieren.
middelen, levert bij uitstek risicovolle contact-
punten op. Reiniging en ontsmetting van bedrij-             4.4.3. Ruimte voor een gedifferentieerd
ven en verzamelplaatsen is een noodzakelijk                         beleid
middel ter voorkoming van de verspreiding van           De Gwwd kent een algemeen uitzonderings-
dierziekten. Vanuit die optiek bekeken, dienen          artikel, namelijk artikel 107. Dit artikel stelt in het
deze onderwerpen uitputtend geregeld worden.            eerste lid dat de ‘(…) Minister, voor zover het
                                                        belang van de gezondheid of het welzijn van
Het centrale probleem voor de hobbydierhouder           dieren zich daartegen niet verzet, van het bij of
is hiervoor reeds gesignaleerd. De verschillen          krachtens deze wet bepaalde vrijstelling of
tussen bedrijfsmatige houders en hobbydier-             ontheffing (…)’ kan verlenen. Conform het tweede
houders lijken door de gebruikte terminologie uit       lid wordt een ‘(…) vrijstelling of ontheffing van het
het zicht te verdwijnen. De hobbydierhouder heeft       bij of krachtens de artikelen 97 tot en met 99
tegenwoordig (na registratie) per definitie een         (diervoeders en schadelijke stoffen) bepaalde
bedrijf (UBN). De vraag is of de regelgeving            alsmede van een voorschrift dat tevens in het
waarin de term ‘bedrijf’ zonder nadere of duide-        belang is van de bestrijding van een dierziekte die
lijke toelichting wordt gehanteerd, nu q.q. van         is aangewezen in overeenstemming met Onze
toepassing is op de hobbydierhouder, of dat uit de      Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
context (gebruik van termen als ondernemer,             (…)’ in overeenstemming met de minister van
onderneming, productie, handel, handelsstromen,         Volksgezondheid, Welzijn en Sport verleend. Het
(agrarisch) bedrijfsleven, intracommunautair han-       derde lid stelt tenslotte: ‘Aan een vrijstelling of
                                                        ontheffing kunnen voorschriften of voorwaarden
57
     Brief van de minister van LNV, d.d. 19 april 2002, worden verbonden. Zij kunnen onder beperkingen
     met antwoorden op vragen over de evaluatie van de
     MKZ-crisis, p. 5 (Tweede Kamer, Inv0200317).
     Mogelijke overregulering op het gebied van de
                                                        58
     mestadministratie en andere formulieren (subsidie-     Beide laatste termen komen voor in de toelichting bij
     aanvragen) dient nader te worden onderzocht.           de Regeling I & R, p. 2.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>worden verleend. Zij kunnen te allen tijde worden   gebied het bij artikel 29 bepaalde van overeen-
ingetrokken.’   Artikel 107 kan dienen als basis    komstige toepassing verklaren ten aanzien van
                                                                          59
voor afwijkend beleid voor hobbydieren, maar het    gezonde dieren.’
is juist ten aanzien van gezondheid en ziekten
behoudend geformuleerd.                             Ook artikel 3 van het Besluit I&R (1997) geeft de
                                                    minister ruime bevoegdheden: ‘1. Onze Minister
De    Gwwd     en    enkele   daarop   gebaseerde   kan ter uitvoering van titel I van verordening
uitvoeringsbesluiten bieden eerder ruimte om een    1760/2000, richtlijn 92/102/EEG, artikel 4, vierde
strenger beleid te voeren in tijden van crisis. Een lid, van richtlijn 90/426/EEG, en artikel 8, eerste
voorbeeld hiervan is artikel 30, met name het       lid van richtlijn 90/427/EEG, alsmede met het oog
vierde lid, van de Gwwd. Artikel 30 luidt: ‘1. Onze op het toezicht op de naleving hiervan, regels
Minister kan het vervoeren van dieren van een       stellen. 2. Onverminderd het eerste lid kan Onze
door hem te bepalen soort, van deze diersoort       Minister ter uitvoering van krachtens het Verdrag
afkomstige producten, diervoeder alsmede ande-      tot oprichting van de Europese Gemeenschap
re producten en voorwerpen welke dragers van        vastgestelde verplichtingen inzake de algemene
smetstof    kunnen    zijn, uit, naar   of   binnen gezondheidstoestand of van het welzijn van
Nederland of bepaalde gedeelten van Nederland       dieren, ter voorkoming van de verspreiding van
verbieden dan wel verbieden indien niet wordt       smetstof of van de aanwezigheid van schadelijke
voldaan aan door hem te stellen regelen. 2. Een     stoffen in dieren en producten van dierlijke
door Onze Minister aangewezen ambtenaar is          oorsprong dan wel ter bescherming van de
bevoegd het vervoeren van dieren van een door       veiligheid van mens of dier, regels stellen omtrent
hem te bepalen soort te verbieden in een gebied     de identificatie en registratie van dieren alsmede
met een straal van 10 km of minder rondom een       van levende dierlijke producten. 3. De in het
gebouw of terrein, dat door het plaatsen van een    eerste en tweede lid bedoelde regels kunnen voor
kenteken, als bedoeld in artikel 22, eerste lid,
                                                    59
besmet of van zodanige besmetting verdacht is            Dit artikel staat op de nominatie om te worden
                                                         gewijzigd (Veterinair complex, Staatsblad 2002, 88,
verklaard. 3. Rondom het krachtens het eerste of         p. 5), maar de bepaling omtrent gezonde dieren blijft
tweede lid aangewezen gebied worden waar-                daarbij gehandhaafd. Artikel 29, eerste lid, luidt:
                                                         ‘Iedere houder van een ziek of verdacht dier is ver-
schuwingsborden geplaatst. 4. Onze Minister kan          plicht ervoor zorg te dragen, dat dit dier zijn ver-
                                                         blijfplaats niet verlaat, tenzij met toestemming of
voor het krachtens het eerste lid aangewezen             krachtens bevel van een door Onze Minister
                                                         aangewezen ambtenaar.’
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>de hierin te onderscheiden categorieën van                   vrijstellingsregeling    voor    gewetensbezwaarden
                                                                            61
houders van dieren of levende dierlijke producten            (ibid., p. 10)    .
en voor dieren behorend tot of levende dierlijke
producten       afkomstig      van    de      hierin      te Behalve ruimte tot strenger optreden is er ook
onderscheiden diersoorten verschillend vastge-               ruimte gevonden om regels te versoepelen met
steld worden en kunnen een verbod inhouden om                het oog op belangen van de commerciële sector.
dieren of levende dierlijke producten te houden, te          De wijziging van 9 april 2002 van de Regeling
verhandelen, te vervoeren, aan te voeren of af te            bijeenbrengen van dieren 2000           (Staatscourant
voeren,     tenzij  is  voldaan     aan    titel   I    van  69, p. 10) biedt hiervan een mooi voorbeeld. Om
Verordening      1760/2000      en aan      het     bij   of tegemoet te komen aan praktische bezwaren
krachtens dit besluit bepaalde.’                             komt de regio-indeling voor de kalversector te
De toelichting (D12, C-9.2, p. 23) beschrijft dit            vervallen, omdat de praktische problemen in de
artikel als basis om tijdig uitvoering te kunnen             bedrijfsvoering      zwaarder      wegen      dan    het
geven aan toekomstige EU-regelgeving die voor-               veterinaire risico dat ermee wordt teruggebracht.
schriften behelst omtrent I & R van overige dan in           Al eerder werd artikel 9a van dezelfde regeling
het Besluit genoemde diersoorten. ‘(…) Opge-                 gewijzigd. Dit omdat het bijladen van runderen op
merkt zij, dat deze I & R-voorschriften naar ver-            een vervoermiddel in de praktijk problemen
wachting      zeer   gedetailleerd    zullen     zijn    en  opleverde, gelet op het voorschrift dat het bijladen
derhalve geen of nauwelijks beleidsvrijheid laten            diende te geschieden aan de openbare weg,
                                                                                                      62
aan de minister.’                                            grenzend aan het bedrijf van afvoer         .
Dit zal ook gelden voor de reeds uitgevaardigde
                                                                  rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking
Europese I & R-voorschriften. Uit de Nota van                     van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad van
toelichting blijkt dat de Europese regels niet tot                de Europese Unie (PbEG L 204).
                                                             61
                                                                  Recentelijk is een regeling getroffen voor gewe-
ingrijpende inhoudelijke wijzigingen van de reeds                 tensbezwaarden van oormerken. Identificatie van
bestaande Nederlandse regelgeving zullen lei-                     runderen op basis van een DNA-profiel is voor deze
                                                                  groep mogelijk. Dieren die van de boerderij afgaan,
den. Op één onderdeel wijkt de nieuwe regel-                      moeten alsnog van oormerken worden voorzien.
                                                                  Deze uitzondering geldt alleen voor de ongeveer 60
geving wel af: door toepassing van Verordening                    veehouders die op dit moment bekend zijn als
820/97
         60
            zal geen ruimte meer bestaan voor een                 gewetensbezwaarden, waartoe ook professionele
                                                                  veehouders behoren. Zij komen niet in aanmerking
                                                                  voor Europese runderpremies. Nieuwsbrief Wakker
60
    Vervangen door Verordening (EG) 1760/2000 van                 Dier, 29 november 2002.
                                                             62
    17 juli 2000 tot vaststelling van een I & R-regeling        Regeling inzake verzamelen van runderen, schapen
    voor runderen en inzake de etikettering van              en geiten (Staatscourant 2001, 250, p. 3).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>                                                    is nu of de regelgeving, waarin de term ‘bedrijf’
Als er in de vigerende wet- en regelgeving ruimte   zonder nadere of duidelijke toelichting wordt
is voor een speciaal op hobbydieren gericht         gehanteerd, q.q. van toepassing is op de
beleid, bevindt die zich tussen de getallen één     hobbydierhouder, of dat uit de context mag
van de Regeling I&R en vijf van de Regeling         worden     afgeleid   dat    de   regels   uitsluitend
HBD.                                                betrekking hebben op de commerciële houderij. In
                                                    het Besluit bedrijfscontrole worden hobby- en
    4.5. Samenvatting en conclusie                  recreatiebedrijven expliciet genoemd in verband
                                                    met mogelijke afwijkingen van de in het besluit
Vrijwel alle nationale wet- en regelgeving die voor opgenomen         verplichtingen.     De    Regeling
het hobbydierenbeleid relevant zou kunnen zijn,     varkensleveringen noemt expliciet locaties waar
vindt zijn oorsprong in Europese wet- en regel-     varkens worden gehouden voor recreatieve en
geving. Nederland behoort bovendien tot de          educatieve doeleinden en geeft aan dat er op
landen die vaak van de mogelijkheid gebruik         deze locaties geen sprake is van landbouw, maar
maken om strengere maatregelen te treffen dan       dat het particulieren of kinderboerderijen betreft.
de minimumeisen die een Europese richtlijn stelt.   De Wet milieubeheer erkent impliciet het bestaan
Terminologische onduidelijkheden in Europese        van hobbydierhouders. In de Gwwd wordt alleen
                                                                                 63
richtlijnen worden mee geïmplementeerd.             in de artikelen 4 en 86         expliciet melding ge-
Het merendeel van de nationale wet- en regel-       maakt van ‘(…) indien de dieren bedrijfsmatig
geving maakt geen onderscheid tussen hobby-         gehouden worden (…)’, respectievelijk de ’(…)
dieren en productiedieren. In de Regeling HBD       eigenaar (die) niet bedrijfsmatig dieren houdt
wordt het schijnbaar willekeurige getal vijf ge-    (…)’. Andere wet- en regelgeving maakt veelal
noemd, waarmee het bestaan van een bijzondere       geen onderscheid en lijkt op alle (houders van)
categorie houders wordt erkend. De regeling zelf    hobbydieren van toepassing. Hobbydierhouders
is overigens een goed voorbeeld van verwarring      ervaren met name deze wet- en regelgeving als
door taalgebruik. De Regeling I & R is van toe-
                                                    63
                                                        Overigens is het op dit artikel gebaseerde Besluit
passing op alle houders van één of meer runde-          verlaging tegemoetkoming aangewezen dierziekten
ren, varkens, schapen en geiten. Conform deze           (van 13 oktober 2000, Staatsblad 537) ook het
                                                        enige voorbeeld uit de Gwwd-familie waar niet
regeling heeft een hobbydierhouder een bedrijf;         mede Europese regelgeving aan ten grondslag ligt.
                                                        Verlaging van de tegemoetkoming wordt wel gezien
hem wordt immers een UBN toegekend. De vraag            als aansporing tot het nakomen van verplichtingen
                                                        die wel teruggaan op Europese regels.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>overregulering. Vooral op het gebied van de        evenals de bedrijfsmatige houder aan deze wet-
bestrijding van dierziekten en op het gebied van   en regelgeving te voldoen.
reiniging en ontsmetting, in combinatie met
vervoer,    bestaat    gedetailleerde     wet-  en Een Nederlandse innovatie is het in de Regeling
regelgeving.    Alles    bij   elkaar   dient  een HBD genoemde getal vijf, waarmee een zekere
hobbydierhouder veel te weten.                     ruimte voor de hobbyist wordt gecreëerd. Het is
De Gwwd laat met artikel 107 ruimte voor een       de vraag of dit getal in de Nederlandse praktijk
afwijkend beleid voor hobbydieren. Met het oog     volstaat: veel hobbydierhouders houden meer
op de belangen van de commerciële sector is er     dan vijf dieren. Bovendien zijn met de Regeling
reeds ruimte gevonden om bepaalde regels te        HBD samenhangende regelingen niet expliciet in
versoepelen. In de meeste gevallen is de           overeenstemming gebracht met deze kwantita-
beleidsvrijheid voor de minister echter beperkt,   tieve benadering.
omdat hij gebonden is aan Europese wet- en
regelgeving. De Gwwd en enkele uitvoeringsbe-      Regelingen kunnen voor bedrijfsmatige houders
sluiten bieden de minister wel ruime bevoegd-      worden gewijzigd (versoepeld) als dit vanuit com-
heden voor het voeren van een strenger beleid,     mercieel    oogpunt   wenselijk  is.  Hoewel   de
met name in tijden van crisis.                     Europese wet- en regelgeving weinig ruimte lijkt
                                                   te bieden, is een aangepast beleid op punten
5. CONCLUSIES                                      mogelijk ook haalbaar voor de hobbydierhouders.
Besmettelijke dierziekten zijn zo nauw gelieerd    Afgezien van het zoeken naar een oplossing voor
aan de interne markt, waar dieren gelden als pro-  de terminologische spraakverwarring, waarbij een
ducten, dat de meeste aspecten hiervan Euro-       goede definitie van het begrip hobbydier(houder)
pees-rechtelijk  volledig    zijn  gereguleerd  en onmisbaar is, lijkt er één duidelijk aanknopings-
geharmoniseerd. Deze regelgeving werkt recht-      punt voor lastenverlichting in de hobbysector. Er
streeks of via implementatie in de nationale wet-  is een zekere ruimte op het gebied van methoden
en regelgeving door.                               en technieken van I & R. Zo zijn andere, kleinere
                                                   oormerken mogelijk. Daarnaast wordt momenteel
De wet- en regelgeving laat (vrijwel) géén ruimte
op het inhoudelijk vlak. De hobbydierhouder dient
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>                                                       64                     65
onderzoek gedaan naar elektronisch merken                 . dieren houden        . Dit zijn cruciale uitgangspunten
Gedifferentieerde tarieven bestaan er nu al.                voor de I & R.
Momenteel onderzoekt het Ministerie van LNV de              Het scheiden van beide circuits vermindert de
mogelijkheden voor flexibilisering en verlichting           kans op wederzijdse besmetting. In een land als
van de registratie- en meldingsverplichtingen voor          Nederland, waar hobbydieren op of vlakbij de
de hobbysector. Hierdoor moet het mogelijk                  bedrijfsmatige veehouderij worden gehouden, zal
worden om de hobbydiersector beter in beeld te              een dergelijke radicale scheiding het nodige leed
krijgen. Een kwalitatief onderscheid aan de hand            veroorzaken. Bovendien hebben hobbydierhou-
van kenmerken in plaats van een kwantitatief                ders die hun dieren laten slachten voor eigen
onderscheid tussen de hobbydiersector en de                 gebruik of meedoen aan tentoonstellingen weinig
commerciële sector lijkt hierbij voor de hand te            baat bij deze scheiding omdat één en ander niet
liggen, omdat er geen directe relatie is tussen             meer mogelijk zal zijn.
aantal dieren en risico voor diergezondheid.
Belangrijk hierbij is dat hobbydieren per definitie         Gelet op de enorme diversiteit binnen de Neder-
niet in het reguliere consumptiekanaal of in het            landse hobbydierhouderij zal het nooit haalbaar
intracommunautaire         handelsverkeer      terechtko-   zijn om aan alle subgroepen recht te doen.
men. Alleen die verzekering kan, in combinatie              Het al dan niet (preventief) vaccineren c.q. rui-
met terminologische opheldering, aangepast be-              men is een ander heet hangijzer. Momenteel lijkt
leid voor een bepaalde groep dierhouders aan-               er beweging te zitten in het Europese standpunt.
vaardbaar maken in Brussel. Dit betekent dat                Of (preventief) vaccineren mogelijk wordt en het
hobbydieren niet ter slachting           kunnen worden      ruimen van (hobby-)dieren daarmee kan worden
aangeboden en dat beide circuits             geheel van     voorkomen, moet worden afgewacht. Tot er een
elkaar worden gescheiden. Een bedrijfsmatige                nieuwe    richtlijn    is,   gelden    de   beleids- en
houder van evenhoevigen kan dus géén hobby-                 uitvoeringsdraaiboeken, zoals deze al bestaan
                                                            voor bijvoorbeeld MKZ en klassieke varkenspest,
                                                            ook voor hobbydieren en hun houders.
64
     Brief 'Voortgang I & R' van de staatssecretaris aan
                                                            65
     de Tweede Kamer, d.d. 13 september 2002                    E-mail (19 november 2002) en mondelinge mede-
     (VVA.2002/2860), p. 3. Handhaving is sterk afhan-          delingen (26 november) van de heer J.W.F. Zielker,
     kelijk van de voor I & R gebruikte techniek.               Taskforce I & R Nieuwbouw, Ministerie van LNV.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>6. AANBEVELINGEN                                          Een brochure of een video biedt ook perspectief,
                                                          maar een brochure als ‘Aan- en afvoerregels
Met het oog op een duidelijk beleid heeft het in          evenhoevigen’ bevat voor de doelgroep teveel
                                                                 67
kaart brengen van alle hobbydierhouders en de             tekst     . De brochure of video moet aansluiten bij
wijze waarop zij bereikt kunnen worden een hoge           de belevingswereld van de doelgroep en de
prioriteit. Een aanzienlijk deel staat nog niet           problemen waarvoor zij zich geplaatst ziet. Het
geregistreerd. Naast flexibilisering van het door         gebruik van stroomdiagrammen en illustraties kan
het Ministerie van LNV gehanteerde I & R-                 hier bij helpen.
systeem zijn daarbij ook andere dan juridische
maatregelen, met name voorlichting en overleg,            Overleg tussen de verschillende directies van het
                 66
uiterst relevant    .                                     Ministerie van LNV die zich bezig houden met
                                                          hobbydieren en/of overleg van het Ministerie van
Terwijl er onderzoek wordt gedaan en overleg              LNV met andere relevante Ministeries, die vanuit
plaatsvindt,    zou    één    uitgebreide    site    met  een andere invalshoek naar risicovolle con-
voortdurend geactualiseerde informatie goede              tactpunten kijken, is noodzakelijk. Ook overleg
diensten kunnen bewijzen voor wie op zoek is              met hobbyisten en hobbydierhouders om te
naar informatie. Op deze site zou moeten staan            praten over de problemen waar zij tegenaan
wat    een    hobbydier(houder)      is  en    waaraan    lopen en om aan te geven dat de mogelijkheden
voldaan dient te worden. Overigens kan de site            voor afwijkend beleid worden onderzocht is zin-
ook worden gebruikt om voor bedrijfsmatige                vol. Een algemeen aanvaarde definitie en een
houders aan te geven waaraan zij dienen te                duidelijke terminologie zouden het overleg tussen
voldoen.                                                  de verschillende partijen bevorderen.
66
    In de brochure ‘Het I&R-systeem verandert’ van het
    Ministerie van LNV valt te lezen: ‘Het Ministerie van
    LNV streeft naar de oprichting van een
    gebruiksvriendelijke basisregistratie voor dieren.
    Daarnaast wil het Ministerie van LNV in de toekomst
                                                          67
    communiceren via één loket. Hèt centrale punt waar        Deze brochure uit januari 2002 is op punten ook al
    u voor alle zaken terecht kunt. De uitwerking van         verouderd - dat is het grote nadeel van schriftelijk
    deze plannen zal enige jaren vergen. Over de              materiaal. De elektronische versie is sinds april niet
    vorderingen wordt u op de hoogte gehouden.’               bijgewerkt.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>        LITERATUURLIJST
Luuk Boerema, 'De hobbyboer en de milieuvergunning', Jurisprudentie Milieurecht 2001, p. 92-98.
H.H. Eggenkamp, Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (losbladig/D12), 3 banden, Lelystad: Ko-
ninklijke Vermande.
F.M.C. Veenman, Veterinaire voorschriften EG (losbladig/D21), 3 banden, Lelystad: Koninklijke Ver-
mande.
Hobbydieren en veterinaire risico's. Conceptrapport. Expertisecentrum LNV, 2002.
J.H. Jans, H.G. Sevenster, H.H.B. Vedder, Europees milieurecht in Nederland. Den Haag: Boom Juridi-
sche uitgevers, 2000.
J.H. Jans, R. de Lange, S. Prechal, R.J.G.M. Widdershoven, Inleiding tot het Europees bestuursrecht,
Ars Aequi Libri, 1999.
Floor de Jong, Tussen Boer en Burger. Hobbyboeren in het Landschap van de Drentse Aa, Groningen:
Keuning Instituut, 2001.
R.H. Lauwaars en R.H. Timmermans, Europees recht in kort bestek. Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink,
1999.
D. van der Meijden, Katern Begrip 'inrichting'. Jurisprudentie en toelichting inzake het begrip 'inrichting',
Lelystad: Koninklijke Vermande, 2002.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>