<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                  RAAD
                                                       LANDELIJK GEBIED
                                                                         RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN
                                                                                                                                     2
                                                      DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK
                                                      Advies over de bestrijding van zeer besmettelijke dierziekten
                                                                        GEZAMENLIJKE UITGAVE VAN DE RAAD VOOR HET LANDELIJK GEBIED
                                                                                               EN DE RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN
Raad voor het Landelijk Gebied
Stationsplein 14, 3818 LE Amersfoort                                                     DEEL 2 - ONDERBOUWING VAN HET ADVIES
tel. +31 (0)33 461 99 48, fax +31 (0)33 461 53 10
raad.landelijk.gebied@rlg.agro.nl, www.rlg.nl                                                                        PUBLICATIE RLG 03/8
                                                                                                                 PUBLICATIE RDA 2004/01
Raad voor Dierenaangelegenheden
Bezuidenhoutseweg 73, Postbus 90428, 2509 LK Den Haag
tel. +31 (0)70 378 52 66, fax +31 (0)70 378 63 36                                                                          JANUARI 2004
info@rda.nl, www.raadvoordierenaangelegenheden.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Raad voor het Landelijk Gebied
De Raad voor het Landelijk Gebied adviseert de regering en de beide kamers
van de Staten-Generaal op de hoofdlijnen van beleid. De raad richt zich op
strategische adviezen op de lange en middellange termijn en incidenteel op
actuele zaken op korte termijn. Het werkterrein betreft het gehele beleids-
veld van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
aangeduid als 'landelijk gebied'.
Stationsplein 14
3818 LE Amersfoort
telefoon: (033) 461 99 48
fax: (033) 461 53 10
e-mail: raad.landelijk.gebied@rlg.agro.nl
website: www.rlg.nl
Publicatie RLG 03/8
Raad voor Dierenaangelegenheden
De Raad voor Dierenaangelegenheden is een overlegplatform van
organisaties en deskundigen, dat de Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit adviseert over strategische vraagstukken op het gebied
van de gezondheid en het welzijn van gehouden dieren. Hij baseert zich
daarbij op de meest recente ontwikkelingen in de wetenschap en houdt
rekening met de opvattingen die leven in de Europese, en in het bijzonder de
Nederlandse, samenleving.
bezoekadres:
Bezuidenhoutseweg 73
2594 AC Den Haag
postadres:
postbus 90428, 2509 LK Den Haag
telefoon: 070 378 52 66
fax: 070 378 63 36
e-mail: info@rda.nl
website: www.raadvoordierenaangelegenheden.nl
publicatie: RDA 2004/01
fotoverantwoording: ANP, Nederland, 01-04 2001,
Rotterdam: Een demonstrant laat met een bord zien dat hij het niet eens is
met de ruiming van MKZ-verdachte dieren. Zo'n 100 demonstranten
demonstreerden afgelopen zaterdag voor het stadhuis in Rotterdam tegen de
maatregelen in de MKZ-crisis.
vormgeving: Geerars Communicatie, Amersfoort
ISBN 90-77166-11-4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                                              Inhoud
DEEL 2
ONDERBOUWING VAN HET ADVIES
1 BESCHRIJVING DIERZIEKTE BELEID VAN
   A-LIJST ZIEKTEN
     1.1 Dierziektebeleid                                        3
     1.2 Beschrijving van A-lijst ziekten en beleid              7
2 MAATSCHAPPELIJKE ASPECTEN VAN HET
   DIERZIEKTEBELEID
     2.1 Maatschappelijke context van dierhouderij
         en dierziekten                                         13
     2.2 Economische gevolgen van grote uitbraken               15
     2.3 Psychosociale gevolgen                                 16
     2.4 Ethische oordelen over het doden van dieren            18
3 MOGELIJKHEDEN VOOR (ALTERNATIEVE) DIER-
   ZIEKTEBESTRIJDINGSMAATREGELEN
     3.1 Fasering van de dierziektebestrijding                  21
     3.2 Preventieve maatregelen                                22
     3.3 Bedrijfsmatige maatregelen                             24
     3.4. Vaccinatie                                            25
     3.5 Diagnostiek                                            26
     3.6 Communicatie                                           27
     3.7 Beleid                                                 27
     3.8 Regio-indeling: compartimentering
         en regionalisering                                     28
4 CONSEQUENTIES VAN VOORGESTELDE BELEIDS-
   WIJZIGINGEN
     4.1. Infrastructuur voor opsporing en bestrijding          30
     4.2 Vaccinatie bij bestrijding                             30
     4.3 Diagnostiek                                            30
     4.4 Maatregelen ter voorkoming van introductie
         en verspreiding                                        31
     4.5 Registratiesysteem voor hobbydieren                    31
     4.6 Kostenverdeling                                        31
     4.7 Emerging Diseases                                      32
BIJLAGEN
     1.  Beschrijving van de in dit advies
         genoemde A-lijst ziekten                               33
     2.  Compartimenteringskaart                                72
     3.  Adviesaanvraag                                         73
     4.  Brief van minister Veerman aan de Tweede Kamer
         d.d. 10 december 2002                                  75
     5.  Totstandkoming advies                                  79
     6.  Geraadpleegde literatuur                               81
     7.  Samenstelling van de raden                             84
     8.  Overzicht publicaties van de raden                     85
DEEL 1 - ADVIES
is een aparte uitgave
                 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                                                                                         Onderbouwing Deel 1
                                                                        1. BESCHRIJVING DIERZIEKTEBELEID VAN
                                                                            A-LIJST ZIEKTEN
                                                                        In het separate deel 1 van dit advies getiteld ‘Dierziektebeleid met draag-
                                                                        vlak’ adviseren de Raad voor het Landelijk Gebied (RLG) en de Raad voor
                                                                        Dieraangelegenheden (RDA) over het maatschappelijk draagvlak voor
                                                                        het beleid aangaande de bestrijding van zeer besmettelijke dierziekten,
                                                                        de zogenaamde A-lijst ziekten. Uitgangspunt is dat het huidige Neder-
                                                                        landse beleid gezien de gevolgen van drie recente, grote uitbraken
                                                                        (varkenspest, MKZ, en aviaire influenza) bij een volgende uitbraak op
                                                                        weinig draagvlak meer kunnen rekenen bij zowel de sector als de samen-
                                                                        leving. Aanpassing naar een effectiever beleid met (meer) draagvlak is
                                                                        derhalve nodig een volgende uitbraak te kunnen stoppen.
                                                                        Deel 2 vormt een onderbouwing van het advies waarbij de beide raden
                                                                        uitgebreider ingaan op het Nederlandse dierziektebeleid (in zijn
                                                                        Europese context) en de mogelijkheden voor het ontwikkelen van een
                                                                        effectief en breder gedragen beleid. Hoofdstuk 1 beschrijft de
                                                                        betreffende A-lijst dierziekten en de (mogelijkheden voor veranderde)
                                                                        richtlijnen bij een uitbraak; hoofdstuk 2 gaat in op de huidige maat-
                                                                        schappelijke context van de dierhouderij, de economische, psychosociale
                                                                        gevolgen van een uitbraak, en de ethische oordelen over het doden van
                                                                        dieren; hoofdstuk 3 gaat in op een scala aan verschillende maatregelen
                                                                        - met de daaraan verbonden risico’s en gevolgen - die overwogen kun-
                                                                        nen worden voor een beter dierziekte beleid. In hoofdstuk 4 adviseren de
                                                                        raden over de consequenties van een aantal voorgestelde beleids-
                                                                        wijzigingen en maatregelen die tot een beter beleid kunnen leiden.
                                                                        1.1 DIERZIEKTEBELEID
                                                                        1.1.1 HOOFDLIJNEN EUROPEES EN NEDERLANDS DIERZIEKTEBELEID
                                                                        Doel van het huidige Europese (en daarmee het Nederlandse) dierziek-
                                                                        tebeleid is een ziektevrije status voor de zogenaamde A-lijst ziekten. De
                                                                        in §1.2 onderscheiden dierziekten zijn allemaal zogenaamde A-lijst
                                                                        ziekten. Het streven naar een ziektevrije status en het daarmee samen-
                                                                        hangende non-vaccinatiebeleid vloeit voort uit de open markt die in
                                                                        1991 in de Europese Unie (EU) tot stand kwam. Bij de totstandkoming
                                                                        van de open markt is een aantal belangrijke principes aanvaard. Zo zijn
                                                                        de binnengrenzen vervallen en is er een vrij verkeer ontstaan voor men-
                                                                        sen, kapitaal en goederen. Eén en ander kon alleen door een vergaande
                                                                        harmonisatie van wet- en regelgeving tot stand komen. Zo zijn bijvoor-
                                                                        beeld de gezondheidseisen voor voedingsmiddelen in alle lidstaten op
                                                                        een gelijk niveau gekomen, waarbij de hoogste kwaliteitseisen uitgangs-
                                                                        punt zijn voor het gehele EU-grondgebied. In een groenboek voor de
                                                                        kwaliteit van de voedingsmiddelen is dit nader uitgewerkt. Tot deze
                                                                        kwaliteit wordt gerekend de gezondheid van plant en dier, het welzijn
                                                                        van dieren en de kwaliteit van de voedingsmiddelen, met name die voor
                                                                        de volksgezondheid. Bij het aantreden van het nieuwe Europese
                                                                        Parlement en de EU Commissie in 1998 is dit verder uitgewerkt in het
                                                                        witboek voor de voedselveiligheid van Commissaris Byrne.
2 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                         ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                     Voor de meeste van in §1.2 genoemde dierziekten, te weten mond- en           Het Brusselse beleid is bepalend voor het nationale beleid. De Europese
                     klauwzeer, klassieke varkenspest, aviaire influenza, runderpest, Afrikaanse  regelgeving voor dierziekten is momenteel vastgelegd in ca. 800 richtlij-
                     varkenspest, blaasjesziekte, en pest van de kleine herkauwer heeft men       nen en 600 beschikkingen en laat (vrijwel) geen ruimte voor een
                     gekozen voor een optimale gezondheid van de dieren zonder voorbe-            afwijkend nationaal dierziektebeleid. De Europese richtlijnen en beschik-
                     hoedende vaccinaties. Voor Afrikaanse varkenspest en blaasjesziekte zijn     kingen dienen door de EU-landen te worden geïmplementeerd. De
                     vaccins overigens niet voorhanden. Alleen tegen pseudovogelpest wordt        snelheid waarmee dit gebeurt, verschilt tussen de landen. Verschillen in
                     in de meeste Europese landen waaronder Nederland continue gevacci-           het dierziektebeleid tussen EU-landen zijn terug te voeren op verschillen
                     neerd. Tevens koos men voor een verder gaande bescherming door               in de draaiboeken voor de preventie en de bestrijding van dierziekten en
                     hogere standaards voor de hygiëne en het verminderen c.q. uitsluiten         is afhankelijk van de urbanisatie, de veedichtheid en dergelijke zaken, in
                     van risico's voor besmetting van buitenaf. Hiertoe zijn onder meer de        deze landen. Zowel de preventie als de bestrijding van dierziekten staan
                     invoereisen en keuringen restrictiever gemaakt. Daarnaast werd het           onder strak toezicht van de EU. De bestrijding van deze ziekten is vast-
                     voorzorgsbeginsel ingevoerd en werd de verantwoordelijkheid voor de          gelegd in richtlijnen van de EU waaraan de lidstaten zich uiteraard
                     garantie voor de kwaliteit bij de producerende respectievelijk exporte-      dienen te houden. Overigens is er wel enige speelruimte voor nationale
                     rende lidstaat neergelegd. De diensten van de Europese Commissie zien        overheden in de toepassing van de bestrijdingsstrategieën. Afwijkingen
                     toe op de naleving van dit principe en de kwaliteitsregelgeving. Zo voert    die buiten het EU beleid vallen, kunnen echter ingrijpende consequenties
                     het Food en Veterinary Office met ongeveer 120 inspecteurs inspecties        hebben. Niet naleven van een richtlijn of een advies van het Permanent
                     uit in de lidstaten en derde landen om na te gaan of die Europese bepa-      Veterinair Committee (PVC) kan betekenen dat de grenzen van de
                     lingen correct worden nageleefd.                                             andere lidstaten (langer) gesloten blijven voor dieren en dierlijke pro-
                                                                                                  ducten of dat kortingen worden toegepast op de medefinanciering van
                     In geval zich ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch een dierziekteuit-      de EU in de kosten van de maatregelen. Ook zonder dat een lidstaat
                     braak voordoet, wordt tot nu toe voor de in §1.2 onderscheiden dier-         bewust ander beleid wil voeren kan de Europese Commissie dergelijke
                     ziekten over gegaan tot het middel van (preventieve) ruimingen, en wor-      sancties opleggen als het beleid van de lidstaat als inadequaat wordt
                     den veehouders financieel gecompenseerd. Dit beleid is tot stand             beoordeeld.
                     gekomen ten tijde van het toetreden van de nieuwe lidstaten (Zweden,
                     Denemarken, Ierland, en Groot-Brittannië) tot de Europese Unie. In die
                     lidstaten bestond een non-vaccinatiebeleid. In Nederland zijn in die tijd    1.1.2 HANDHAVING NEDERLANDS DIERZIEKTEBELEID
                     de effecten, kosten en uitvoering van het vaccinatiemiddel bij een uit-
                     braak afgewogen tegen het ruimen van dieren. De conclusie van die            Tijdens een uitbraak van een besmettelijke, aangifteplichtige dierziekte
                     afwegingen was dat door ruiming van een beperkt aantal bedrijven een         (alle in 1.2 genoemde dierziekten zijn aangifteplichtig) kunnen door het
                     epidemie op een economisch verantwoorde manier is te bestrijden, en          ministerie van LNV op basis van de Gezondheids- en welzijnswet voor
                     Nederland is toen akkoord gegaan met het huidige Europese non-vacci-         dieren nieuwe uitvoeringsregels worden afgekondigd. Deze regelgeving
                     natiebeleid. In die eindafweging om te ruimen in plaats van te vaccine-      behelst bijvoorbeeld beperkingen van het vervoer, het instellen van
                     ren, die met name vanuit het oogpunt van de commerciële houderij en          beschermings- en toezichtsgebieden, bezoekersregelingen en evene-
                     haar exportbelangen was genomen, is geen rekening gehouden met een           mentenregelingen. Met de uitvoering van de bestrijdingsmaatregelen is
                     sterk groeiende hobbydierhouderij, de toegenomen urbanisatie van het         de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees, hetgeen deel uitmaakt
                     platteland, de veranderingen op het gebied van dierenwelzijn en ethiek,      van de Voedsel- en WarenAutoriteit (VWA-RVV), belast. Voor de naleving
                     en de verstorende effecten van dit beleid op andere economische secto-       en handhaving van deze regelgeving is het ministerie van LNV in eerste
                     ren (bijvoorbeeld toerisme). De werkelijke omvang van de uitbraken en        instantie aangewezen op de controle- en handhavingsdienst van het
                     het effect van dit non-vaccinatiebeleid daarop zijn toentertijd onvolledig   ministerie zelf, namelijk de Algemene Inspectiedienst (AID). Indien de
                     ingeschat. Er bestaat op dit moment in het veld nogal wat ongenoegen         handhavingsvraag zodanig toeneemt dat de capaciteit van de AID ontoe-
                     over de huidige regelgeving, en dit non-vaccinatiebeleid heeft reeds         reikend wordt, dan kan de minister van LNV een bijstandsaanvraag doen
                     geleid tot maatschappelijke onvrede bij ondernemers, hobbydierhouders        via het Nationale Crisiscentrum. Dit vindt altijd plaats in nauw overleg
                     en burgers.                                                                  met de lokale driehoek, bestaande uit de burgemeester, de korpschef van
                                                                                                  de politie en de hoofdofficier van justitie. Indien op de aanvraag positief
                     Het huidige dierziektebeleid is in Nederland aan sterke politiek druk        wordt beslist, kunnen andere handhavende instanties zoals de politie,
                     onderhevig en veranderingen worden gevraagd door zowel de politiek           het Korps Landelijke PolitieDiensten (KLPD), de Douane, Inspectie
                     als de samenleving. Een eerste aanpassing van het huidige beleid heeft       Verkeer & Waterstaat (Inspectie V&W) en het leger (ministerie van
                     inmiddels plaatsgevonden. Onder bepaalde voorwaarden kan er afgewe-          Defensie) worden ingezet.
                     ken worden van het non-vaccinatiebeleid, namelijk voor mond- en
                     klauwzeer en klassieke varkenspest. Nederland is een trekker geweest         Direct nadat bekend is geworden dat een besmettelijke, aangifteplich-
                     voor het aanpassen van deze richtlijnen. Voor komend jaar staat de aan-      tige dierziekte is uitgebroken wordt een standstill voor vervoer van
                     passing van de aviaire influenza richtlijn op de agenda. Bovendien wordt     dieren en/of producten van en naar veehouderijen afgekondigd. Tijdens
                     momenteel ook aan de blaasjesziekte richtlijn gewerkt. De EC is er voor-     een standstill ondervinden de handhavers weinig problemen om vast te
                     stander van om blaasjesziekte van de A-lijst ziekten af te halen. Totdat dit stellen of iemand in overtreding is; immers alle diervervoersbewegingen
                     ook werkelijk is gerealiseerd, wil de de EC meer flexibiliteit bieden bij de (in een bepaalde categorie) zijn verboden. Naarmate de crisis langer
                     uitsluiting van blaasjesziekte, en meer mogelijkheden om dieren te slach-    duurt en zich geografisch verder uitbreidt, stijgt de complexiteit van de
                     ten voor de nationale markt.                                                 regelgeving. Na verloop van tijd worden voor bepaalde onderdelen c.q.
                                                                                                  doelgroepen uitzonderingen gemaakt op de regelgeving. Des te meer
4 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                   ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                     versoepelingen worden toegestaan, des te lastiger wordt het voor de       1.1.3 DIERZIEKTEBELEID ELDERS
                     doelgroepen en de handhavers om op de hoogte te blijven van wat is
                     toegestaan. Het schort dikwijls aan helderheid en communicatie van de     Het huidige EU dierziektebeleid is zeer duur. Veel derde landen in
                     regelgeving. Daarom worden er na verloop van tijd handhavingsthema’s      Oost-Europa, Azië, Afrika en Zuid-Amerika hebben niet de financiële
                     gemaakt. Middels zogenaamde speerpuntencontroles worden de hand-          mogelijkheden om dierziekten op een dergelijke manier te bestrijden.
                     havers geïnstrueerd om zich tijdens de patrouille speciaal te richten op  Het financieel compenseren van de boeren voor de geleden verliezen is
                     een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld het vervoer van mest. Deze            niet mogelijk. Hiermee valt of staat de medewerking van de veehouders.
                     gerichte aanpak stelt de handhavers in staat om op basis van de bevin-    Als er geen medewerking is, kan er geen georganiseerde bestrijding
                     dingen en de controledichtheid een uitspraak te doen over het             plaatsvinden. In een aantal derde landen proberen de ondernemers in
                     nalevingsniveau bij de doelgroep.                                         regio’s van waaruit geëxporteerd wordt of waar tenminste belangstelling
                                                                                               voor export bestaat de bestrijding zelf te organiseren (bijvoorbeeld in
                     Als algemene stelregel geldt dat men na het afkondigen van een nieuwe     Zuid-Amerika). Bij deze vorm van bestrijding bestaat het risico dat er met
                     regeling bij het begin van een uitbraak direct verbaliseert en risico’s   zoveel particuliere belangen rekening moet worden gehouden, dat de
                     opspoort. Dat houdt in dat er een procesverbaal wordt opgemaakt. In       bestrijding uiteindelijk onvoldoende is. Malversaties, zoals het verbergen
                     sommige gevallen kan, eventueel in overleg met het Openbaar Ministe-      of ontkennen van vaccinaties en besmettingen, kunnen optreden.
                     rie, het strafrechtelijke traject worden aangevuld met een bestuursrech-  Landen die toch willen exporteren maar onvoldoende middelen hebben,
                     telijk traject, waarbij inbeslagname van goederen volgt zodat de overtre- zullen alleen interesse hebben in de aanpak van ziekten in bijvoorbeeld
                     ding wordt beëindigd. Als daarbij dieren zijn betrokken, kunnen deze in   de diersoort waar de export baat bij heeft. Dit geeft vaak een matig
                     beslag worden genomen en vernietigd. In principe zal de beslissing over   totaal resultaat. Om de kans op insleep van dierziekten uit dergelijke
                     de wijze van vervolging en de hoogte van de sanctie door het Openbaar     derde landen te beperken, zou de EU importen uit dergelijke risicolanden
                     Ministerie worden genomen in overleg met het crisiscentrum. Hierbij       moeten uitsluiten.
                     worden de gevolgen van de overtreding voor de dierziektebestrijding
                     altijd meegewogen.
                                                                                               1.2 BESCHRIJVING VAN A-LIJST ZIEKTEN EN BELEID
                     De bereidheid tot het naleven van regels in crisistijd varieert tussen de
                     verschillende doelgroepen en de verschillende sectoren. De volgende       Hieronder volgt een beschrijving van de in §1 genoemde dierziekten en
                     factoren spelen daarbij een rol:                                          het gevolgde bestrijdingsbeleid. De dierziekten die in het kader van dit
                        • kennis van het beleid en de regelgeving bij de doelgroepen;          advies relevant zijn, komen elders ter wereld voor en kunnen zich, in
                        • economische afwegingen (kosten-baten analyse);                       geval van introductie, in Nederland handhaven. Het betreft uitsluitend
                        • acceptatie;                                                          ziekten die voorkomen op de zogenaamde A-lijst, die is opgesteld door
                        • normgetrouwheid;                                                     de Office International des Epizooties (OIE). Ziekten op de A-lijst zijn zeer
                        • sociale controle door bedrijfsgenoten;                               besmettelijke ziekten die zeer ernstig kunnen zijn en zich snel kunnen
                        • fysieke fraudemogelijkheid;                                          verspreiden zonder met nationale grenzen rekening te houden, ernstige
                        • pakkans;                                                             sociaal-economische gevolgen of gevolgen voor de volksgezondheid
                        • sanctiekans en sanctie-ernst.                                        hebben en van zeer groot belang zijn voor de internationale handel in
                                                                                               dieren en dierlijke producten. Voor een meer uitgebreide beschrijving en
                     De zogenaamde handhavingscommunicatie verhoogt de bekendheid
                                                                                               overzicht van de gemelde uitbraken in de laatste twee jaar wordt naar
                     met het nut en de noodzaak van de regelgeving. Deze communicatie
                                                                                               bijlage 1 verwezen.
                     vindt in nauw overleg plaats met de communicatiedeskundigen van het
                     ministerie van LNV. ‘Het handboek communicatie bij crises LNV’ geeft
                     aanwijzingen voor het opzetten van een effectieve organisatie om de cri-  1.2.1 MOND- EN KLAUWZEER (MKZ)
                     siscommunicatie aan te pakken. Vanzelfsprekend spelen de betrokken
                     private en publieke organisaties daarin ook een rol. Het individuele      Deze ziekte wordt veroorzaakt door een RNA-virus van de familie Picor-
                     belang dat schade ondervindt (materieel of psychologisch) en de           naviridae. Er zijn in totaal zeven immunologisch verschillende serotypen
                     geringe maatschappelijke acceptatie wordt in het communicatiebeleid       te onderscheiden: A, O, C, SAT1, SAT2, SAT3, en Asia1. De ziekte zelf is
                     nog niet voldoende onderkend. Het beschikbaar zijn van een speciaal       meestal niet dodelijk. Alleen jonge dieren kunnen acuut sterven ten
                     telefoonteam bij de recente Vogelpestuitbraak was in dit opzicht een ver- gevolge van hartdegeneratie. De gastheren zijn evenhoevigen, o.a. rund-
                     betering. Er zijn echter signalen dat de mobilisatie van voldoende        vee, zeboes, gedomesticeerde buffels, yaks, schapen, geiten, varkens, en
                     passende professionele hulp waarnaar kan worden doorverwezen een          alle wilde herkauwers en zwijnen. Paarden, honden, katten en pluimvee
                     knelpunt vormt. De uitwerking van het bestrijdingsbeleid op individuele   zijn ongevoelig.
                     burgers is vaak groot. Een continue (ook in vredestijd) en heldere com-   MKZ komt met uitzondering van Noord-Amerika, Australië, Nieuw-
                     municatie over welke maatregel, waarom en voor welke doelgroep wordt      Zeeland, IJsland en Groenland vrijwel op de gehele wereld voor. In
                     genomen, is essentieel om begrip en acceptatie van de consequenties en    Noord-Europa was er in 2001 een grote MKZ-epidemie die via het
                     sancties te bewerkstelligen.                                              Verenigd Koninkrijk en Noord-Ierland naar Frankrijk en Nederland is
                                                                                               verspreid. In Europa zijn er in 2003 geen meldingen van MKZ geweest.
                                                                                               MKZ wordt in Nederland bestreden op basis van de Europese richtlijn
                                                                                               2003/85/EG. Bestrijding van ziekteuitbraken met MKZ gebeurt volgens
                                                                                               deze richtlijn door het slachten van alle bevattelijke dieren op een
6 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                     geïnfecteerd bedrijf en het ruimen van nauwe contacten, instellen van      1.2.4 KLASSIEKE VARKENSPEST (KVP)
                     vervoersverboden, instellen van beschermings- en toezichtsgebieden, en
                     ontsmetting van geïnfecteerde en verdachte bedrijven. Deze richtlijn       Deze ziekte wordt veroorzaakt door een RNA-virus van de familie Flavivi-
                     staat vaccinatie toe (onder voorwaarden) indien de ernst van de situatie   ridae. Virulente stammen van KVP virus (KVPV) veroorzaken een acuut of
                     dat vereist (artikel 49 t/m 58).                                           subacuut verlopend ziektebeeld. De mortaliteit bij een acute vorm
                                                                                                (sterfte 10-20 dagen na infectie) en subacute KVP (sterfte 20-30 dagen
                     1.2.2 RUNDERPEST (RP)                                                      na infectie) is hoog. Milde en zwak virulente KVPV stammen zijn
                                                                                                verantwoordelijk voor chronische vormen van KVP. Varkens en wilde zwij-
                     Deze ziekte wordt veroorzaakt door een RNA-virus van de familie            nen zijn het enige natuurlijke reservoir van het KVPV. In de EU wordt de
                     Paramyxoviridae. Met virulente stammen veroorzaakt de ziekte een           bestrijding bemoeilijkt door de aanwezigheid van een virusreservoir in de
                     hoge, met milde stammen een variabele morbiditeit en mortaliteit. De       wilde zwijnen populatie, waaruit zo nu en dan transmissie naar
                     gastheren zijn rundvee, zeboes, waterbuffels, en vele soorten wilde        gedomesticeerde varkens optreedt (met name in Duitsland, Luxemburg
                     dieren: Afrikaanse buffel, eland, kudu, gnoe, verschillende antilopen,     en Frankrijk).
                     giraffe et cetera. Verder zijn schapen, geiten en varkens vatbaar. Runder-
                     pest wordt nauwelijks gezien bij kameelachtigen.                           De ziekte komt voor in grote delen van Azië, Centraal- en Zuid-Amerika
                                                                                                en delen van Europa en Afrika. In 2003 zijn er geen uitbraken gemeld
                     Runderpest kwam regelmatig voor in het Midden-Oosten, Zuidwest- en         van het continent Afrika, maar wel uit Brazilië en Colombia (Zuid-Ame-
                     Centraal Azië en Afrika, maar is nu vrijwel in de hele wereld uitgeroeid.  rika), en in Azië alleen in Zuid-Korea. In Europa zijn in 2003 uitbraken
                     De laatste keer dat runderpest in Europa de kop opstak was in 1996 in      gemeld in Bulgarije, Slowakije, Duitsland, Luxemburg en Oostenrijk.
                     Turkije.
                                                                                                KVP wordt in Nederland bestreden op basis van de Europese richtlijn
                     Een doeltreffend levend verzwakt vaccin is beschikbaar. Een door de FAO    2001/89/EEG. Bestrijding van ziekteuitbraken met KVP gebeurt volgens
                     gesteunde wereldwijde uitroeiingscampagne op basis van het gebruik         deze richtlijn door het slachten van alle bevattelijke dieren op een geïn-
                     van dat vaccin is reeds grotendeels succesrijk uitgevoerd.                 fecteerd bedrijf en het ruimen van nauwe contacten, instellen van ver-
                                                                                                voerverboden, instellen van beschermings- en toezichtsgebieden, en
                     Runderpest wordt in Nederland bestreden op basis van de Europese           ontsmetting van geïnfecteerde en verdachte bedrijven. Deze richtlijn
                     richtlijn 92/119/EEG. Bestrijding van ziekteuitbraken met runderpest       staat (marker) vaccinatie toe (onder voorwaarden) indien de ernst van de
                     gebeurt volgens deze richtlijn door het slachten van alle bevattelijke     situatie dat vereist (artikel 19). Recent is een marker test door de EC
                     dieren op een geïnfecteerd bedrijf en het ruimen van nauwe contacten,      goedgekeurd besluit (Besluit 5 december 2003 tot wijziging besluit
                     instellen van vervoerverboden, instellen van beschermings- en toezichts-   2002/106/EG). Routinevaccinatie tegen KVP in vredestijd is verboden in
                     gebieden, en ontsmetting van geïnfecteerde en verdachte bedrijven.         de EU (artikel 18).
                     Deze richtlijn staat vaccinatie toe (onder voorwaarden) indien de ernst
                     van de situatie dat vereist (artikel 19).
                                                                                                1.2.5 AFRIKAANSE VARKENSPEST (AVP)
                     1.2.3 PEST VAN DE KLEINE HERKAUWER (PPR)                                   Deze ziekte wordt veroorzaakt door een DNA-virus van het geslacht
                                                                                                Iridovirus. De gastheren zijn alleen varkens. In Afrika vormen wilde var-
                     PPR wordt veroorzaakt door een RNA-virus van de familie Paramyxoviri-      kens een reservoir voor het virus. De acute vorm van AVP resulteert in
                     dae, en is nauw verwant met runderpest virus. De ziekte veroorzaakt een    een mortaliteit van 100%. In de subacute vorm varieert de sterfte
                     morbiditeit van 90% in een vatbare populatie en een mortaliteit van 50     (30-70%). De meeste herstelde dieren zijn carriers gedurende lange
                     tot 80% in een vatbare populatie. De primaire gastheren zijn schapen en    periodes, misschien wel levenslang. AVP is in de meeste landen van
                     vooral geiten. Rundvee en varkens ontwikkelen vaak subklinische            Sub-Sahara Afrika endemisch, zoals uit het overzicht blijkt van 2002 en
                     infecties. PPR komt met name voor in Afrika, het Arabisch Schiereiland,    2003 (zie bijlage 1). In 2002 werd AVP ook in Europa gemeld, namelijk
                     het Midden-Oosten en Azië. In 2002 werd PPR aan de OIE gemeld in ver-      in Italië.
                     schillende landen in Afrika en Azië, en in Turkije in Europa. In 2003 werd
                     PPR alleen gemeld aan de OIE vanuit Israël.                                AVP wordt in Nederland bestreden op basis van de Europese richtlijn
                                                                                                2002/60/EEG. Bestrijding van ziekteuitbraken met AVP gebeurt volgens
                     PPR wordt in Nederland bestreden op basis van de Europese richtlijn        deze richtlijn door het slachten van alle bevattelijke dieren op een
                     92/119/EEG. Bestrijding van ziekteuitbraken met PPR gebeurt volgens        geïnfecteerd bedrijf en het ruimen van nauwe contacten, instellen van
                     deze richtlijn door het slachten van alle bevattelijke dieren op een       vervoerverboden, instellen van beschermings- en toezichtsgebieden, en
                     geïnfecteerd bedrijf en het ruimen van nauwe contacten, instellen van      ontsmetting van geïnfecteerde en verdachte bedrijven. Er is op dit
                     vervoerverboden, instellen van beschermings- en toezichtsgebieden, en      moment geen vaccin beschikbaar tegen AVP.
                     ontsmetting van geïnfecteerde en verdachte bedrijven. Deze richtlijn
                     staat vaccinatie toe (onder voorwaarden) indien de ernst van de situatie
                     dat vereist (artikel 19).
8 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                  ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>                     1.2.6 BLAASJESZIEKTE (SVD)                                                  HPAI wordt in Nederland bestreden op basis van de Europese richtlijn
                                                                                                 92/40/EEG. Bestrijding van ziekteuitbraken met HPAI gebeurt volgens
                     Deze ziekte wordt veroorzaakt door een RNA-virus van de familie             deze richtlijn door het slachten van alle bevattelijke dieren op een
                     Picornaviridae. SVD is een besmettelijke varkensziekte die in het veld niet geïnfecteerd bedrijf en het ruimen van nauwe contacten, instellen van
                     te onderscheiden is van mond- en klauwzeer (MKZ) en vesiculaire             vervoerverboden, instellen van beschermings- en toezichtsgebieden, en
                     stomatitis (VS) (differentiaal diagnose). Varkens zijn de voornaamste       ontsmetting van geïnfecteerde en verdachte bedrijven. Deze richtlijn
                     natuurlijke gastheer, experimenteel zijn ook besmette schapen beschre-      staat noodvaccinatie toe (onder voorwaarden) tijdens HPAI-uitbraken
                     ven. In een aantal publicaties worden aanwijzingen voor infectie bij de     indien de ernst van de situatie dat vereist (artikel 16).
                     mens (zoönose) beschreven, echter mogelijk zijn dit vals positieve
                     bevindingen ten gevolge van infectie met Coxackie B5 virus. De klinische    Recent heeft een wetenschappelijke commissie van de EU aanbevolen
                     verschijnselen van SVD kunnen gemakkelijk worden verward met die van        dat vaccinatie alleen zou moeten worden gebruikt ter aanvulling van
                     MKZ. Herstel van de ziekte treedt meestal op binnen een week, met een       stamping out. Om gevaccineerde en geïnfecteerde dieren te kunnen
                     maximum van drie weken. Sommige virusstammen veroorzaken slechts            onderscheiden, beveelt deze commissie het gebruik van marker vaccins
                     milde klinische verschijnselen, of zijn zelfs volledig subklinisch.         aan, bijvoorbeeld door gebruik van een vaccin met een neuraminidase
                     SVD is in het verleden voorgekomen in verschillende landen in Europa        subtype dat afwijkt van het veldvirus (Sanco/B3/AH/R17/2000).
                     (zelfs endemisch in Zuid-Italië) en Azië. In 2002 en 2003 werd SVD uit
                     Italië gemeld. In Portugal is in december 2003 een uitbraak geconstateerd.
                                                                                                 1.2.8 PSEUDOVOGELPEST (NCD)
                     SVD wordt in Nederland bestreden op basis van de Europese richtlijn
                     92/119/EEG. Bestrijding van ziekteuitbraken met SVD gebeurt volgens         Deze ziekte wordt veroorzaakt door een RNA-virus van de familie
                     deze richtlijn door het slachten van alle bevattelijke dieren op een geïn-  Paramyxoviridae. De gastheren zijn vele tamme en wilde vogelsoorten.
                     fecteerd bedrijf en het ruimen van nauwe contacten, instellen van ver-      De mortaliteit en morbiditeit varieert tussen vogelsoorten, en per
                     voerverboden, instellen van beschermings- en toezichtsgebieden, en          virusstam. Kippen lijken het meest gevoelig, eenden en ganzen zijn
                     ontsmetting van geïnfecteerde en verdachte bedrijven. Er is op dit          binnen het pluimvee de vogels die de ziekte klinisch weinig merkbaar
                     moment geen vaccin beschikbaar tegen SVD.                                   ondergaan. Het virus is een menselijk pathogeen, maar veroorzaakt geen
                                                                                                 ernstige of langdurige symptomen. Wilde vogels vormen een natuurlijk
                     Deze richtlijn wordt voor SVD op dit moment herzien, in afwachting van      reservoir van NCD-virus, en introductie van de infectie bij gedomesti-
                     de discussie bij de OIE om SVD van de A-lijst ziekten af te voeren. Dit     ceerd pluimvee kan dan ook door (trek)vogels worden veroorzaakt.
                     omdat verbeterde tests nu beter en sneller onderscheid kunnen maken
                     tussen SVD en MKZ. De EC wil tot die tijd meer flexibiliteit in het beleid  NCD komt over de hele wereld voor. In Nederland is de laatste uitbraak
                     bij bestrijding bieden, en meer mogelijkheden om dieren te slachten         gemeld in commercieel pluimvee in 1994, in 1999 is er nog een uitbraak
                     voor de nationale markt.                                                    geweest in een vogelhospitium, en eind 2003 in geïmporteerde volière-
                                                                                                 vogels. In Europa kwamen er in 2003 meldingen van NCD uit Oostenrijk,
                                                                                                 Belarus, Italië, Noorwegen, Zweden, en Rusland.
                     1.2.7 AVIAIRE INFLUENZA (AI)
                                                                                                 Een grote meerderheid van landen die commercieel pluimvee houden,
                     Deze ziekte wordt veroorzaakt door een RNA-virus van de familie             voeren vaccinatie uit om NCD onder controle te houden. In bijvoorbeeld
                     Orthomyxoviridae. Bij aviaire influenza (AI) is er onderscheid tussen       Noorwegen, Zweden en Finland is vaccinatie echter verboden en
                     hoog pathogeen (A-lijst) en laag pathogeen (B-lijst). Verdere is er een     gebeurt de bestrijding door uitroeiing. In het Verenigd Koninkrijk is
                     onderverdeling/typering op basis van twee verschillende oppervlakte-        profylactische vaccinatie vrijwillig, in Nederland en bepaalde andere
                     eiwitten in 15 verschillende Haemagglutinin en negen verschillende          EU-landen daarentegen verplicht.
                     Neuraminidase subtypen die in combinatie een type virus identificeren.
                     De hoogpathogene varianten behoren alle tot het subtype H5 en H7 in         NCD wordt in Nederland bestreden op basis van de Europese richtlijn
                     combinatie met een willekeurige N, maar niet alle H5 en H7 typen zijn       92/66/EEG. Bestrijding van ziekteuitbraken met NCD gebeurt volgens
                     hoog pathogeen. Er kan worden verondersteld dat alle vogelsoorten           deze richtlijn door het slachten van alle bevattelijke dieren op een
                     voor infectie vatbaar zijn. Het virus is zeer besmettelijk en kan een zeer  geïnfecteerd bedrijf en het ruimen van nauwe contacten, instellen van
                     hoge mortaliteit (tot 100%) veroorzaken.                                    vervoerverboden, instellen van beschermings- en toezichtsgebieden, en
                                                                                                 ontsmetting van geïnfecteerde en verdachte bedrijven. Deze richtlijn
                     Apathogene en mild pathogene influenza A-virussen komen wereldwijd          staat vaccinatie (profylactisch en nood) toe (artikel 16, 17 en 18).
                     voor. HPAI-virussen van de subtypes H5 en H7 worden zelden bij wilde
                     vogels geïsoleerd. In de jaren 1983-‘84 werden in Pennsylvania, in de VS,
                     aan HPAI te wijten uitbraken vastgesteld. Er zijn aanwijzingen dat laag     1.2.9 NIEUWE DIERZIEKTEN
                     pathogene H5- en H7-virussen kunnen muteren en hoog pathogeen kun-
                                                                                                 Naast bovengenoemde A-lijst ziekten kunnen ziekten optreden die we
                     nen worden. HPAI-besmettingen komen zeer zelden voor en moeten niet
                                                                                                 nog niet kennen en die net zulke grote gevolgen hebben als de hiervoor
                     worden verward met laag pathogene virussen, die ook van de subtypes
                                                                                                 genoemde ziekten. Deze zogenaamde emerging disease zijn ‘nieuwe’
                     H5 of H7 kunnen zijn. In 2003 (zie bijlage 1) zijn er HPAI uitbraken
                                                                                                 ziekten die hun intrede in de dier- en/of menspopulatie doen, vaak door
                     gemeld uit Hongkong (Azië), en Nederland, België en Duitsland
                                                                                                 een sprong te maken tussen diersoorten onderling, recombinatie van
                     (Europa). Eind 2003, begin 2004 is er een uitbraak van een menspatho-
                                                                                                 agentia of oversprong van dier op mens. Emerging diseases die in het
                     gene HPAI in Zuid-Korea en Vietnam geconstateerd.
10 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                     kader van dierziektepreventie en -bestrijding relevant zijn, zijn dierziek-  2. MAATSCHAPPELIJKE ASPECTEN VAN HET
                     ten die menspathogeen zijn en waarvan landbouwhuisdieren drager
                     kunnen zijn en ziekten die grote schade binnen de veehouderij kunnen              DIERZIEKTEBELEID
                     veroorzaken. Met name als de emerging disease tevens een zoönose is, zal
                     er snel sprake zijn van grootschalige paniek en is krachtig ingrijpen ver-   2.1 MAATSCHAPPELIJKE CONTEXT VAN DIERHOUDERIJ
                     eist. Ook op de insleep van deze emerging diseases moet men                        EN DIERZIEKTEN
                     derhalve voorbereid zijn. Recente voorbeelden zijn het hanta-virus,
                     hendra-virus, nippah-virus en het SARS-virus. Andere voorbeelden pri-        De dierhouderij in Nederland in haar huidige vorm en omvang heeft zich
                     mair binnen de dierpopulatie zijn het ontstaan van nieuwe varianten van      ontwikkeld onder invloed van een krachtenveld, gevormd door markt en
                     het influenza-virus (varken), streptococcen suis infecties (varken), als ook economie, nieuwe technologie en een landbouwbeleid dat nog sporen
                     de opkomst van abortus blauw (Lelystad-virus/PRRS) in de jaren ’80 en        draagt van de situatie in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog.
                     het porcine circo-virus type 2 in de jaren ’90. Nieuwe virusziekten bij die- Dat beleid was gericht op ongebreidelde groei en ontwikkelingskansen
                     ren kunnen potentieel toekomstige A-lijst ziekten zijn. Juist vanwege het    voor zo veel mogelijk bedrijven. Vanuit dit perspectief is succesvol
                     nieuw zijn van een echte emerging disease kan het langere tijd vergen        geopereerd. Productiviteitsstijgingen per mensuur en per productie-
                     alvorens de oorzakelijke kiem, de werkelijke ernst en omvang duidelijk       eenheid waren nergens ter wereld zo hoog, mede door eenduidige
                     worden en zullen specifieke bestrijdingsmaatregelen niet standaard voor-     doelstellingen van beleid en sterke onderlinge samenhang ervan.
                     handen zijn. Een goede infrastructuur voor early warning en bestrijding      Inmiddels is duidelijk dat de doelstellingen van na de Tweede Wereld-
                     en een algemeen draaiboek voor emerging diseases met duidelijke beslis-      oorlog meer dan bereikt zijn. Europa is nu voorbij de scheidslijn van
                     singscriteria zijn essentieel om bij gebleken ernst snel en daadkrachtig in  zelfvoorziening in voedsel. Niet langer is kwantiteit maar kwaliteit de
                     te kunnen grijpen. Bij bekende en emerging diseases met een zoönotisch       centrale doelstelling geworden, waarvoor afzonderlijk beleid is geformu-
                     karakter wordt het ministerie van VWS vanaf het begin van de uitbraak        leerd: voor milieu, diervoeders, diergezondheid, welzijn van dieren,
                     nauw betrokken bij de bestrijding van de dierziekte.                         voedselhygiëne, consumentenbescherming, et cetera. In de jongste
                                                                                                  herziening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU
                                                                                                  is verband gelegd met deze kwaliteitsaspecten.
                                                                                                  De randvoorwaarden voor de dierhouderij op het vlak van milieu en
                                                                                                  ruimte, gezondheid en welzijn van dieren en voedselveiligheid worden in
                                                                                                  het kader van de interne markt op Europees niveau ontwikkeld. Com-
                                                                                                  promissen daarover in de Europese instellingen zoals de Landbouwraad
                                                                                                  moeten ook achterblijvende lidstaten binnen boord zien te houden.
                                                                                                  Vervolgens wordt regelgeving soms onvolledig gehandhaafd, waarbij
                                                                                                  Nederlandse bedrijven of organisaties wijzen op het gevaar voor de
                                                                                                  exportpositie als de Nederlandse overheid 'roomser wil zijn dan de paus'.
                                                                                                  Het huidige kabinet hanteert in dit opzicht een Europees level playing
                                                                                                  field als uitgangspunt.
                                                                                                  In de tachtiger jaren van de vorige eeuw stuitte de groei op verzadiging
                                                                                                  van de Europese markt, grenzen aan gesubsidieerde export naar derde
                                                                                                  landen (zuivel) en de draagkracht van het natuurlijk milieu (mest en
                                                                                                  ammoniakproblematiek in de varkenshouderij en intensieve melkveehou-
                                                                                                  derij). Werd aanvankelijk vooral door onderzoekers, journalisten en
                                                                                                  maatschappelijke organisaties gewezen op de noodzaak tot grondige
                                                                                                  vernieuwing, inmiddels is mede door de afschuwelijke gevolgen van zeer
                                                                                                  besmettelijke dierziekten een maatschappelijk breed gedragen inzicht
                                                                                                  ontstaan dat veranderingen nodig zijn. Uitbraken van besmettelijke dier-
                                                                                                  ziekten (varkenspest, MKZ en aviaire influenza) en de bestrijding daarvan
                                                                                                  hebben een crisissfeer doen ontstaan. Wat de Dierenbescherming en
                                                                                                  anderen in decennia lang ijveren voor een beter welzijn niet is gelukt,
                                                                                                  werd nu door televisiebeelden van ‘ruimen’ van gezonde dieren wel
                                                                                                  bereikt: ‘dit kan niet meer’. Voor de wijze van bestrijding van een aantal
                                                                                                  zeer besmettelijke dierziekten is bij de voltooiing van de interne markt in
                                                                                                  1991 op grond van economische en veterinaire overwegingen gekozen
                                                                                                  voor een non-vaccinatiebeleid. In de samenleving is inmiddels weinig
                                                                                                  begrip meer voor dit type van begrensde rationaliteit. De samenleving
                                                                                                  accepteert dit niet langer, en bovendien zijn er veterinair-technische ont-
                                                                                                  wikkelingen die nieuwe vormen van bestrijden mogelijk maken die het
                                                                                                  maatschappelijke gewenste mogelijk maken.
12 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>                     Lang is in de dierhouderij geopereerd op basis van de veronderstelling    de grootschaligheid van sommige houderijsystemen zou spelen bij de
                     en de observatie dat de consumenten 'eten, maar niet willen weten'. Zo-   uitbraak en de verspreiding van dierziekten bestaan veel misverstanden.
                     lang daarvan onder burgers/consumenten in overgrote meerderheid           Schaalgrootte is geen factor op zichzelf bij de preventie en bestrijding
                     sprake was, kon de gangbare praktijk - gericht op een zo laag mogelijke   van dierziekten, maar bepaalt wel de omvang van het effect bij een
                     kostprijs - worden volgehouden. Daarnaast is er een ontwikkeling in het   besmetting. Daarom kiezen veel grootschalige bedrijven voor een strak
                     denken over de relatie mens-dier. Werden landbouwhuisdieren voorheen      hygiënebeleid waarbij de contactstructuur, ventilatiecapaciteit, het
                     vooral vanuit een utilitaristisch perspectief benaderd, nu grote groepen  onderling contact tussen de dieren en de aanvoer en afvoer van produc-
                     burgers nog nauwelijks weet hebben van wat zich binnen                    ten en mest strak gereguleerd zijn.
                     varkens- en kippenschuren afspeelt, reageert de publieke opinie op de
                     beelden van koeien, schapen, varkens en pluimvee in mechanische grij-     Hobbymatig gehouden kippen vervullen in hun rol als gezelschaps-
                     pers vanuit de beleving van de mens-dier-relatie die zij kent: de relatie dier/tuinvulling weer andere, vaak puur individuele waarden voor
                     met het huisdier die vooral wordt bepaald door affectie. Een probleem     burgers. Deze individuele waarden wegen zwaar en passen binnen een
                     daarbij voor de sector is dat de burger/consument in principe hoge eisen  maatschappelijke trend waar het individuele belang steeds groter wordt.
                     stelt, maar daar in zijn koopgedrag niet consequent in is.                Dit principe gaat mutatis mutandis ook op voor dierentuindieren, zeld-
                                                                                               zame landbouwhuisdieren en niet-gehouden landbouwhuisdieren in
                     De dierhouderijsector behoort niet meer alleen aan zichzelf toe maar aan  natuurgebieden. Met het oog op biodiversiteit, educatie en natuurbe-
                     de samenleving. Dit noopt de sector tot transparantie in het handelen     heer vervullen deze dieren functies waaraan een maatschappelijke
                     jegens de consument en tot bereidheid om verantwoording af te leggen      waarde verbonden wordt. De mate van identificatie van burgers met één
                     aan de burger. Er is een gezamenlijk beeld nodig van de problemen en      of meer van deze waarden kent ook deze dieren een sociale status toe.
                     van de richting van het veranderingsproces. Welke zijn de doelen en wat
                     moet worden bereikt? Wat is belangrijk en wat minder belangrijk? Op       Het gebrek aan maatschappelijk draagvlak is ten dele toe te schrijven aan
                     het gebrek aan een gedeeld streefbeeld en de werkelijke doelen, lopen     de wijze waarop de communicatie, met name tijdens crises, tot nu toe
                     veel pogingen voor verandering vast. Momenteel is er geen gebrek aan      heeft plaatsgevonden. De communicatie van het ministerie van LNV ken-
                     goede denkbeelden over hoe een vernieuwde dierhouderij er zou kunnen      merkte zich door een groot aantal steeds wisselende regels voor ver-
                     of moeten uitzien. Vele beelden, oplossingen en aanbevelingen zijn de     schillende typen gebieden, waarvan de grenzen soms dagelijks werden
                     laatste jaren gepresenteerd. Maar het gaat er nu om in een gezamenlijke   aangepast. Voor direct betrokkenen in de keten is het al lastig om op de
                     aanpak te komen tot een maatschappelijk verantwoorde dierhouderij         hoogte te blijven van de op dat moment geldende regels op een
                     waarin multifunctionaliteit, dierenwelzijn, gezondheid, milieu en natuur- bepaalde plaats; voor mensen met een minder direct belang is het vrij-
                     en landschapsbeheer centraal staan, en die ook concreet op bedrijfsstra-  wel onmogelijk om goed op de hoogte te blijven.
                     tegisch niveau en op het niveau van de verschillende ketens kan worden
                     vormgegeven. Uit het recente publieke debat over de toekomst van de
                     intensieve veehouderij kan de conclusie worden getrokken dat dat per-
                                                                                               2.2 ECONOMISCHE GEVOLGEN VAN GROTE UITBRAKEN
                     spectief er ook is. De minister van LNV heeft bij brief van 19 december
                     2003 aan de Tweede Kamer laten weten dat hij een blijvende plaats ziet    Op 4 februari 1997 brak in Noord-Brabant varkenspest uit. De uitbraak
                     voor de intensieve veehouderij in Nederland, binnen de maatschappe-       verspreidde zich naar Limburg en Gelderland en duurde tot maart van
                     lijke vereisten van nu. Daarvoor zijn wezenlijke veranderingen binnen de  het jaar daarop. 1700 besmette en verdachte bedrijven werden geruimd.
                     sector nodig, waarbij de overheid richting en ruimte geeft maar de        Daarnaast werden varkens opgekocht om welzijnsredenen omdat zij
                     betrokken partijen zelf op hun verantwoordelijkheid worden aangesproken.  door het vervoersverbod niet konden worden afgezet. In het kader van
                                                                                               de bestrijding werden in totaal 12 miljoen dieren gedood. Hiermee was
                     Het platteland anno 2003 kent een aanzienlijke mate van differentiatie    in totaal 2,9 miljard gulden gemoeid die volgens een rapportage aan de
                     binnen de dierhouderij. Bovendien kent het platteland tegenwoordig        Tweede Kamer van eind 1998 naar verwachting voor 1400 miljoen zou
                     meer dan voorheen naast veehouders ook andere bewoners en gebrui-         worden gedekt door bijdragen van de EU, 1440 miljoen uit de begroting
                     kers. Het dierziektebeleid richtte zich tot op heden voornamelijk op het  van LNV en een bijdrage van de sector van 40 miljoen. Volgens bereke-
                     verdedigen van de economische belangen en het beperken van het            ningen van het CBS bedroeg het directe negatieve macro-economisch
                     besmettingsgevaar en lijkt daardoor meer recht te doen aan de belangen    effect ongeveer 0,3% van het Binnenlands Product. De schade voor de
                     van de productiegerichte veehouderij dan aan de belangen van anderen.     economie als geheel was groter indien de uitstralingseffecten naar slach-
                     Vooral het feit dat bij ruimingen geen onderscheid werd gemaakt tussen    terijen, transporteurs, veevoerproducenten en de gevolgschade door
                     productiedieren en hobbydieren stuitte op veel weerstand en onbegrip      leegstand worden meegerekend. In de jaren daarna daalde het aantal
                     bij diverse belanghebbenden. De uiteenlopende belangen en inzichten       bedrijven met varkens dramatisch.
                     van de verschillende belanghebbenden resulteren in spanningsvelden
                     waarin begrip voor elkaars positie en standpunt dikwijls ontbreekt.       Na het uitbreken van mond- en klauwzeer in het Verenigd koninkrijk op
                                                                                               20 februari 2001, werd een maand later, op 21 maart, op een bedrijf in
                     Binnen de veehouderij zelf is er een toenemende differentiatie in houde-  Oene MKZ geconstateerd. Op 26 juni kwam een einde aan de crisis in
                     rijsystemen. Zo zijn er grote, gespecialiseerde bedrijven met een hoog    Nederland. In totaal werden circa 280.000 dieren geruimd. Voor de
                     niveau van hygiëne om mogelijke besmetting tegen te gaan, maar ook        kosten van de bestrijding werd aan het Diergezondheidsfonds een
                     gemengde bedrijven die kleine aantallen dieren houden van verschil-       bedrag van € 120 miljoen ten laste gelegd. Dit had betrekking op scha-
                     lende diersoorten, en bedrijven die het houden van dieren koppelen aan    deloosstelling voor geruimde dieren en producten (melk), opkooprege-
                     zorg, recreatie of educatie. Over de rol die het type houderijsysteem en
14 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                              ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                     lingen, vaccineren, ruimen en onderzoek. Dit is exclusief de kosten van      was bijvoorbeeld het geval in Kootwijkerbroek tijdens de MKZ-crisis.
                     handhaving door politie, AID en defensie. Daarnaast berekende het            Maar ook ten tijde van de aviaire influenza is in een aantal gevallen twij-
                     LEI negatieve inkomenseffecten voor veehouders, totaal circa € 230 mil-      fel geuit over de noodzaak van grootschalig ruimen, en leefde het gevoel
                     joen, en voor andere schakels in de keten van nog eens € 248 miljoen.        dat men werd opgeofferd om verspreiding te voorkomen. Bij een aantal
                     De gevolgschade voor de recreatiesector werd geschat op netto € 184          getroffenen ontstond zelfs het gevoel dat de overheid een geheime
                     miljoen en voor de detailhandel op € 152 miljoen (Huirne e.a., 2002).        agenda zou hanteren, volgens welke andere belangen gediend worden
                                                                                                  dan die van agrariërs.
                     De kosten voor de overheid van de aviaire influenzacrisis die duurde van
                     1 maart tot 22 augustus 2003 zijn geschat op € 270 miljoen (stand sep-       Emoties lopen ook erg op als men een maatregel als onrechtvaardig
                     tember 2003). 30,7 miljoen dieren zijn geruimd, waarvan 25,5 miljoen         beschouwd. Dit was bijvoorbeeld het geval bij het kortingensysteem. Bij
                     van geruimde bedrijven, 4,4 miljoen vanwege welzijnsmaatregelen en           MKZ kon het gebeuren dat veehouders voor het missen van twee oor-
                     0,2 miljoen van particulieren. Bestrijding had plaats op 1145 bedrijven      flappen 35% gekort werden omdat dat als een onacceptabel veterinair
                     en bij meer dan 16.000 particulieren (hobbydierhouders). Ruim honderd        risico werd bestempeld. Dit was soms moeilijk te accepteren voor die
                     bedrijven hebben gebruik gemaakt van de welzijnsregeling. De econo-          veehouders die de uitvoerende diensten bij de bestrijding fouten hadden
                     mische impact strekt zich uit tot de gehele keten. Die omvat fokkerij,       zien maken. Hoewel sommige kortingen achteraf in beroep teniet wer-
                     vermeerdering, broederijen, slachterijen, pakstations van eieren, de han-    den gedaan, heeft het kortingensysteem veel veehouders diep geraakt.
                     del en toeleveranciers.                                                      Inmiddels heeft het ministerie van LNV aangekondigd de kortingen van
                                                                                                  de MKZ-crisis terug te draaien. Bij de aviaire influenza liep de betrouw-
                                                                                                  baarheid van de overheid een deuk op toen na ondertekening de
                     2.3 PSYCHOSOCIALE GEVOLGEN                                                   taxaties achteraf alsnog werden bijgesteld.
                     Een grote uitbraak van een A-lijst ziekte heeft ingrijpende emotionele       Het blijkt dat de ernst en de duur van de emotionele schade van een
                     gevolgen voor betrokkenen. Vooral bij ruimingen gaat het ook om              dierziektecrisis voor een belangrijk deel afhangt van hoe snel iemand is
                     verlies van autonomie, om een inbreuk op de individuele integriteit. Een     opgevangen. Er valt veel te winnen in de eerste (‘gouden’) uren na een
                     uitbraak leidt tot spanningen tussen burgers op het platteland, beschul-     crisis. Snel handelen is geboden. Om daar een houvast voor te bieden is
                     digende blikken, sociale controle en - soms zelf verkozen - isolement.       het belangrijk dat de protocollen voor hulp en nazorg vastliggen in
                     Houders van dieren bij wie de ziekte niet is vastgesteld, leven voortdu-     draaiboeken voor alle betrokken instanties. Om snel te kunnen anticipe-
                     rend met de dreiging van een besmetting van hun dieren met het virus.        ren moet tevoren duidelijk zijn wie wat doet op psychosociaal terrein bij
                     Een uitbraak leidt bovendien tot grote financiële problemen voor onder-      de uitbraak van een besmettelijke dierziekte.
                     nemers, die geen inkomsten hebben, soms maandenlang, maar wel voor
                     uitgaven staan. En het gaat om gewetensnood wanneer betrokkenen              Het veld waarin de hulp en nazorg moet opereren is zeer heterogeen. Er
                     zich voor een keuze voelen gesteld: trouw aan het gezag, of trouw aan        zijn getroffenen die niet geholpen hoeven worden, omdat zij op een
                     de eigen dieren? Een uitbraak van een zeer besmettelijke dierziekte bete-    eigen en goed functionerend sociaal netwerk kunnen terugvallen. Er is
                     kent kortom een angstige en onzekere periode voor velen die op wat           daarentegen ook een groep die niet geholpen wil worden, maar wel
                     voor manier ook, betrokken zijn bij de dierhouderij.                         geholpen zou ‘moeten’ worden, omdat zij niet in staat is om zichzelf te
                                                                                                  genezen. Er zijn tenslotte ook getroffenen die zelf professionele hulp
                     Dit geldt in het bijzonder voor de veehouders. Hun werkomgeving is           weten te bereiken. Gebleken is dat voor een groot aantal agrariërs de
                     tegelijkertijd woon- en leefomgeving. Er is, bij wijze van spreken, geen     stap naar de professionele hulpverlening groot is. Ook andersom blijkt de
                     ontsnappen mogelijk. Spanningen binnen het gezin en binnen de (agra-         professionele hulpverlening de agrariërs moeilijk te kunnen bereiken. Het
                     rische) gemeenschap kunnen daarom hoog oplopen. De veehouderij in            zijn vaak particuliere initiatieven die uiteindelijk voor een belangrijk deel
                     Nederland bevindt zich reeds in een transitieproces. Dit transitieproces     in de behoefte aan laagdrempelige hulp voorzien. Hoe deze hulp wordt
                     leidt op zich zelf ook al tot de nodige spanningen. Daarbovenop heeft de     opgezet en vanuit welke groepering verschilt per regio.
                     veehouderijsector de laatste jaren al veel moeten incasseren door de
                     gevolgen van verschillende voedselcrises en dierziekten. Dit leidde er bij-  Bij de uitbraak van een dierziekte bestaat het psychosociale beleid nu uit
                     voorbeeld toe dat varkensboeren tijdens de MKZ-crisis in moeilijkheden       een aantal stappen. In de eerste plaats hebben de ministeries van LNV en
                     kwamen door de angst voor een nieuwe uitbraak: ‘daar gaan we weer’.          van VWS vanaf het begin nauw contact. In het LNV-domein opereert een
                                                                                                  aantal partijen met directe betrokkenheid bij het psychosociale beleid.
                     Het (preventief) ruimen van dieren als bestrijdingsmaatregel vormt voor      De belangrijkste zijn regionale LTO-afdelingen, agrarische zelfhulpgroe-
                     vele betrokkenen een traumatische ervaring. Natuurlijk in het bijzonder      pen en het projectbureau Sociaal Economisch Plan (SEP). Deze partijen
                     voor de veehouder, die de volledige regie uit handen moet geven en           worden door LNV gefaciliteerd om ten tijde van een dierziektecrisis hulp
                     niets meer te zeggen heeft over zijn dieren of zijn bedrijf. Bij een ruiming en nazorg aan getroffen veehouders te verzorgen. Ook in het VWS-
                     gaat soms het werk van generaties in één klap verloren. Bovendien gaat       domein opereert een aantal veldpartijen, waar onder de GGD, de
                     er nog al eens wat mis bij de ruimingen: de coördinatie verloopt niet        Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR), huis-
                     altijd goed, niet alle betrokkenen houden zich aan de protocollen, ruim-     artsen, het RIAGG en maatschappelijk werk. De spil in het psychosociale
                     ploegen zijn soms onervaren en ondeskundig. En niet in de laatste plaats     beleid van het ministerie van LNV wordt gevormd door het SEP. Concrete
                     vormen de (bijdrage in de) kosten van de dierziektebestrijding en de         activiteiten door het SEP zijn het telefonisch benaderen van veehouders
                     economische gevolgen een groot knelpunt. De spanningen lopen vooral          bij wie geruimd is, het in samenwerking organiseren van groepsgesprek-
                     hoog op als de legitimiteit van ruimingen in twijfel wordt getrokken. Dit    ken en het aanbieden van individuele consulten voor het bespreken van
                                                                                                  de strategie voor het bedrijf. Het SEP richt zich ook op de financiële pro-
16 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                  ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>                     blemen die ondernemers hebben en de onzekerheid die veehouders              dierziekte heerst onder dieren, die bedreigend is voor de gezondheid van
                     ervaren over de toekomst van het bedrijf en de toekomst van de sector.      andere dieren, is 71% het eens met het doden en vernietigen van de
                     De bijeenkomsten werden goed bezocht, en ook werden de uitvoerders          besmette dieren om deze ziekte uit te roeien.
                     actief benaderd door de veehouders zelf. Voor mensen in ernstige psy-
                     chische nood is het sociale vangnet, met de verschillende contacten die     De acceptatie om dieren om economische redenen af te voeren was een
                     het SEP onderhoudt met partijen in de regio, niet afdoende. Wanneer         ander onderdeel van het onderzoek. Zo vond 62 % een te lage melkpro-
                     vanuit de SEP contacten duidelijk werd dat iemand in ernstige psychi-       ductie voldoende reden om een koe af te voeren. Daarentegen vond
                     sche nood verkeerde, werd doorverwezen naar de reguliere hulpverle-         72% het onaanvaardbaar om een ooi naar de slacht af te voeren van-
                     ning. Juist die aansluiting verloopt niet goed. Hier wreekt zich het gat    wege de hoge kosten van een keizersnede; dit vindt men behoren tot het
                     dat bestaat tussen de reguliere hulpverlening en de agrarische              normale bedrijfsrisico. Het volgende voorbeeld betreft een uitbraak van
                     doelgroep. Omdat een dierziektecrisis geen ramp is in de zin van de         varkenspest. Er wordt niet geënt tegen varkenspest omdat anders de
                     Rampenwet is de mobilisatie van de professionele hulpverlening waar-        export van varkens en varkensvlees stil zou komen te liggen (uit hoofde
                     voor de GHOR-coördinator verantwoordelijk is een knelpunt.                  van Europese regelgeving, situatie ten tijde van het onderzoek). Op de
                                                                                                 vraag of men het in die situatie aanvaardbaar vindt om gezonde dieren
                     In het psychosociale beleid is een duidelijke stijgende lijn te onderken-   op omliggende bedrijven te vernietigen, dus eigenlijk vanwege een
                     nen. Bij de aviaire influenza werd veel sneller vanuit het ministerie, met  exportbelang, reageerde slechts 22% bevestigend.
                     name via het SEP, actief contact gelegd met verschillende organisaties en
                     instellingen. Bij de ruimingen werd per bedrijf een crisis coördinator aan- Het derde onderdeel van het onderzoek toetste oordelen aan de hand
                     gesteld die de communicatie met de getroffen veehouder verzorgde.           van een aantal scenario’s. Het eerste scenario betrof het doden van jonge
                     Maar vooral positief was de bereidheid van kerken, maatschappelijke         biggen tijdens de varkenspestcrisis om het ontstaan van welzijnsproble-
                     organisaties en hulpverlenende instanties om samen met de betreffende       men in overbevolkte stallen te voorkomen. Iets meer dan de helft van de
                     overheid aan opvang en hulpverlening te werken en het beleid te verbe-      respondenten vond dat hier het welzijnsargument doorslaggevend is.
                     teren. Toch vraagt een volgende uitbraak, naast inhoudelijke aanpassin-     Vrouwen kozen echter even vaak voor het welzijnsargument als voor het
                     gen van het beleid, om verbeteringen van het flankerende psychosociale      respect van een natuurlijke levensloop argument. Circa 10% vond de
                     beleid om problemen voor de getroffenen zo veel mogelijk te                 verspilling van - een bron van - voedsel het belangrijkste argument.
                     voorkomen. Dat betreft met name de aansluiting met de reguliere zorg        Het tweede scenario handelde over het ruimen van niet besmette dieren
                     en hulpverlening. Tenslotte valt aan te bevelen dat de kennis en ervarin-   tijdens de MKZ-crisis. Slechts eenzesde vond dat aanvaardbaar gegeven
                     gen van getroffenen beter benut worden. Het is een grote fout geweest       het non-vaccinatiebeleid. Bijna de helft sprak zich uit tegen het vernieti-
                     dat na de varkenspest te weinig is gedaan met de ervaringen van             gen van gezonde dieren op grond van het respect voor het leven van
                     getroffen varkenshouders.                                                   dieren; de normale levensloop van het dier dient te worden gerespec-
                                                                                                 teerd. Dat betekent voor gezelschapsdieren tot de dood door ouderdom
                                                                                                 of ernstige ziekte en bij productiedieren de gangbare levenscyclus. Ruim
                     2.4 ETHISCHE OORDELEN OVER HET DODEN VAN DIEREN                             eenderde sprak zich uit tegen het ruimen van gezonde dieren vanwege
                                                                                                 de emotionele en economische schade die het veehouders toebrengt. In
                     In 2001 en 2002 werd een representatief sociologisch en normatief-          totaal sprak 84% zich uit voor vaccinatie als alternatief.
                     ethisch onderzoek gehouden naar de maatschappelijke en ethische
                     aspecten van het doden van dieren. Het doel van het onderzoek was
                     inzicht te verkrijgen in de redenen die mensen aanvaardbaar achten om       CONCLUSIE
                     het leven van een dier te beëindigen en welke rechtvaardigingsgronden
                                                                                                 Het morele principe van respect voor leven, uitgelegd als respect voor de
                     daaraan ten grondslag liggen. De resultaten van het onderzoek geven
                                                                                                 natuurlijke levensloop van het dier, vormt de belangrijkste common sense
                     aan welke morele principes leidend zijn voor mensen en welke redenen
                                                                                                 opvatting dat het doden van dieren niet mag, tenzij daar gegronde rede-
                     men acceptabel vindt voor het doden van dieren in concrete situaties.
                                                                                                 nen voor zijn. Voor productiedieren betreft het de gangbare productie-
                     De varkenspestcrisis was mede aanleiding voor dit onderzoek. In 2001 en
                                                                                                 periode. Een grote meerderheid van de bevolking staat achter het doden
                     2002 werd hiervoor een enquête gehouden onder een groot aantal per-
                                                                                                 van dieren ter verkrijging van voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong.
                     sonen van 16 jaar en ouder. Benaderd werden 2697 personen wat een
                                                                                                 Een meerderheid vindt het acceptabel wanneer een gezond dier, dat
                     response opleverde van 1939 (72%). In de enquête werd een aantal
                                                                                                 onvoldoende produceert, wordt gedood. Daarbij dient wel aangemerkt
                     algemene vragen gesteld over de aanvaardbaarheid van het houden en
                                                                                                 te worden dat kosten voor een behandeling voor de meerderheid onvol-
                     doden van dieren, vervolgens werd een aantal situaties voorgelegd met
                                                                                                 doende grond wordt geacht om een dier vroegtijdig af te voeren, dit
                     daarin het doden van dieren als oplossing voor een probleem en ten-
                                                                                                 wordt gezien als bedrijfsrisico. Een meerderheid van de bevolking vindt
                     slotte werd indirect gevraagd naar morele overtuigingen en opinies aan
                                                                                                 het acceptabel om dieren te doden wanneer zij een groot risico voor de
                     de hand van scenario’s. Daarnaast werd een groot aantal direct betrok-
                                                                                                 volksgezondheid vormen en wanneer zij ongeneeslijk ziek zijn of ernstig
                     kenen bij het doden van dieren geïnterviewd (Rutgers, L.J.E., J. Swabe en
                                                                                                 lijden. Wanneer een zeer besmettelijke ziekte heerst onder dieren, die
                     E.N. Noordhuizen-Stassen, 2003).
                                                                                                 bedreigend is voor de gezondheid van andere dieren, vindt een meer-
                     Een grote meerderheid (80%) van de respondenten vindt het acceptabel        derheid het aanvaardbaar dat de besmette dieren worden gedood en
                     dat vee wordt gehouden voor de vleesproductie. Wanneer dieren een           vernietigd. Alle andere redenen, zoals psychosociale, sociaal-economi-
                     groot risico vormen voor de gezondheid en veiligheid van mensen, vindt      sche en (volks)gezondheidsoverwegingen, worden slechts in specifieke
                     76% het aanvaardbaar om ze te doden. Wanneer een zeer besmettelijke         situaties als gerechtvaardigde gronden voor het doden van dieren
                                                                                                 gezien.
18 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                     Macro-economische belangen, bijvoorbeeld het doden van niet-zieke       3. MOGELIJKHEDEN VOOR (ALTERNATIEVE)
                     dieren vanwege economische belangen van de export of om reden van
                     internationale afspraken, en algemene belangen worden door een meer-        DIERZIEKTEBESTRIJDINGSMAATREGELEN
                     derheid van de bevolking gezien als onvoldoende argument voor het
                     doden van niet-zieke dieren. Specifieke redenen, met name daar waar     3.1 FASERING VAN DE DIERZIEKTEBESTRIJDING.
                     deze van psychosociale aard zijn, worden door de respondenten en de
                     geïnterviewden als relevante argumenten beschouwd.                      In de preventie en bestrijding van dierziekten kunnen feitelijk drie opeen-
                     In de casussen werd regelmatig voor het welzijnsargument gekozen,       volgende fasen onderscheiden worden:
                     omdat er voor de betreffende dieren geen andere uitweg geboden werd.       1. Het agens komt niet in Nederland voor.
                     Uit de commentaren bleek echter dat de respondenten en de geïnter-         2. Het agens komt in Nederland voor, maar dit is nog niet bekend.
                     viewden vonden dat er meer gebruik gemaakt moest worden van                3. Het agens komt in Nederland voor en dit is bekend.
                     alternatieven zoals vaccinatie en vergroten van buffercapaciteit en men
                     uitte zijn zorg over de export-afhankelijkheid van de Nederlandse vee-  In fase 1 en 2 zijn preventieve maatregelen aangewezen, in fase 3
                     houderijsector en de structuur van de veehouderijsector zelf.           bestrijdingsmaatregelen.
                     Bij bijna alle vragen en casussen blijken vrouwen, jongeren en lager    De overgang van fase 1 naar fase 2 wordt gekenmerkt door introductie
                     opgeleiden vaker problemen te hebben met het doden van dieren dan       van het agens in de Nederlandse veestapel. De belangrijkste (maar zeker
                     respectievelijk mannen, ouderen en hoger opgeleide personen. Vrouwen,   niet de enige) risicofactoren zijn introducties via levende dieren, swill-
                     jongeren en lager opgeleiden hechten de meeste waarde aan het respect   voedering en besmette materialen (o.a. veetransportwagens). Ook is
                     voor leven argument. Mannen, ouderen en hoger opgeleiden hechten        introductie via wilde fauna voor sommige ziekten mogelijk. Andere risi-
                     naast het respect voor een normale levensloop meer waarde aan het wel-  cofactoren voor introductie (en verspreiding) zijn indirecte contacten via
                     zijnsargument en aan economische argumenten.                            personen (o.a. veehouders, familieleden, veehandelaren, dierenartsen),
                                                                                             genetisch materiaal (sperma, embryo’s), gebruiksmaterialen, huisdieren,
                                                                                             ongedierte, mest, melk en lucht.
                                                                                             De overgang van fase 2 naar fase 3 wordt gekenmerkt door detectie van
                                                                                             het agens binnen de Nederlandse grenzen. Deze detectie kan voortko-
                                                                                             men uit diverse surveillanceprogramma’s waarbij in de meeste gevallen
                                                                                             verdachte klinische verschijnselen zullen leiden tot een diagnose.
                                                                                             Afhankelijk van het oorzakelijke agens en de ernst van de klinische ver-
                                                                                             schijnselen kan fase 2 meer of minder lang duren. Recente ervaringen
                                                                                             met uitbraken van een aantal aangifteplichtige dierziekten laten zien dat
                                                                                             het makkelijk 3 tot 6 weken kan duren voordat het agens wordt aange-
                                                                                             toond. In die tijd zijn geen specifieke bestrijdingsmaatregelen van kracht
                                                                                             die verspreiding van het agens op enige wijze tegengaan. Het zijn dan
                                                                                             dus alleen de algemene preventieve maatregelen, die altijd gelden en
                                                                                             nagevolgd worden, die bepalen hoe snel het agens zich over de bedrij-
                                                                                             ven verspreidt en hoeveel bedrijven reeds besmet zijn bij detectie van
                                                                                             het agens.
                                                                                             Bij een reële dreiging uit het buitenland (bijvoorbeeld de MKZ situatie in
                                                                                             de UK in februari 2001) is het uiteraard mogelijk om reeds uitgebreidere
                                                                                             preventieve maatregelen te nemen. Deze extra maatregelen leiden ech-
                                                                                             ter wel vaak tot een meer of minder ernstige verstoring van de reguliere
                                                                                             bedrijfsuitvoering (zoals de maatregelen in de periode direct vooraf-
                                                                                             gaand aan de MKZ-uitbraak in Nederland, die overigens wel effectief
                                                                                             bleken). In de praktijk zijn dit soort maatregelen daarom meestal niet
                                                                                             gedurende een lange tijd vol te houden. Enerzijds is het dus van groot
                                                                                             belang om zo snel mogelijk een diagnose te stellen, zodat de overgang
                                                                                             van fase 2 naar fase 3 zo snel mogelijk na introductie van het agens kan
                                                                                             worden bewerkstelligd, anderzijds dienen preventieve maatregelen
                                                                                             ervoor te zorgen dat in fase 2 de verspreiding van het agens zo veel
                                                                                             mogelijk wordt beperkt.
                                                                                             Aangezien fase 1 en 2 in elkaar overlopen zonder dat dit bekend wordt,
                                                                                             is het essentieel dat preventieve maatregelen die de verspreiding van een
                                                                                             dierziekte binnen Nederland beperken, altijd van kracht zijn. Uiteraard
                                                                                             geldt dit ook voor preventieve maatregelen om introductie van het
                                                                                             agens in Nederland te voorkomen.
20 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                             ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>                     In fase 3 is het oorzakelijke agens gedetecteerd en kunnen aanvullende      Het voorbeeld laat zien dat aanzienlijke winst behaald kan worden door
                     maatregelen genomen worden ter bestrijding van de dierziekte. Doel van      met minder besmette bedrijven fase 3 in te gaan. Als daarnaast de
                     deze bestrijding is om het agens te eradiceren, zodat Nederland weer in     bestrijdingsmaatregelen leiden tot een nog lagere R-waarde
                     fase 1 terechtkomt. Onder gelijke bestrijdingsmaatregelen, die een zelfde   (bijvoorbeeld via noodvaccinaties), is nog meer winst te behalen, zoals
                     reductie geven van de transmissie van het agens tussen bedrijven, zal het   voorbeeld 3 illustreert:
                     aantal reeds besmette bedrijven op het moment van eerste detectie in        3. Stel dat bij het ingaan van de bestrijdingsmaatregelen slechts vijf
                     belangrijke mate bepalend zijn voor duur en omvang van de uitbraak.            bedrijven besmet zijn, en de R-waarde daalt dank zij verbeterde
                                                                                                    bestrijdingsmaatregelen tot 0,6. Op basis hiervan mag verwacht wor-
                                                                                                    den dat de infectie doodloopt nadat uiteindelijk 12 of 13 bedrijven
                     3.2 PREVENTIEVE MAATREGELEN                                                    besmet zijn geraakt. Met een generatie-interval van drie weken tussen
                                                                                                    besmette bedrijven, kan bovendien verwacht worden dat de totale
                     In fase 2 zijn zoals gezegd maatregelen nodig om de verspreiding van           duur van de uitbraak slechts 3,5 maand bedraagt.
                     een agens te beperken. Deze maatregelen zullen echter ook in fase 1 al
                     genomen moeten worden omdat in de praktijk altijd pas achteraf              Elk contact dat tussen bedrijven bestaat, draagt bij aan de kans op
                     bepaald kan worden of fase 1 of 2 van toepassing was. Deze maatrege-        verspreiding van een ziekte. Onder contacten vallen dus niet alleen
                     len dienen dus de virusverspreiding (transmissie) tussen bedrijven te       verplaatsingen van levende dieren, maar ook bijvoorbeeld contacten via
                     beperken. De mate waarin een besmet bedrijf een ander bedrijf kan           (veetransport)wagens en rustplaatsen, personen (boeren zelf, familiele-
                     infecteren wordt bepaald door zowel het virus, de gevoeligheid van de       den, voorlichters, dierenartsen, maar ook de melkboer die aan de
                     aanwezige dieren en de bedrijfsvoering waaronder de aard van de ver-        achterdeur komt), wild, gebruiksmaterialen, huisdieren, voer, instrumen-
                     schillende risicovolle contacten en hun frequentie. Het geheel van deze     ten, ongedierte, mest, melk, de lucht, genetische materiaal (sperma,
                     factoren en hun onderlinge interactie heeft geleid tot het bepalen van      embryo’s) en vele andere.
                     parameters van spreiding op macroniveau, te weten:
                     1. De reproductieratio (R-waarde); dit is het aantal dieren of bedrijven    Uiteraard zijn daarbij grote verschillen tussen de kans dat elk individueel
                        dat besmet wordt door een besmet dier of bedrijf. Deze ratio bepaalt     contact leidt tot verspreiding van een agens. Als een vrij bedrijf dieren
                        uiteindelijk of een epidemie wel of niet stopt. Zolang de reproductie-   aanvoert van een besmet bedrijf, is de kans groot dat dit ene contact al
                        ratio gelijk aan of groter dan 1 is, is het meest waarschijnlijk dat de  leidt tot verspreiding van het agens. Als de melkboer eerst aan de achter-
                        epidemie niet zal stoppen. Pas als de reproductieratio kleiner dan 1 is, deur komt bij een besmet bedrijf, en vervolgens bij een vrij bedrijf, is de
                        zal de epidemie uiteindelijk stoppen.                                    kans uiterst klein dat op dat moment verspreiding van het agens
                     2. De generatietijd; dit is de tijd tussen het besmet worden van een dier   optreedt. Als alle melkboeren samen dat echter gedurende een uitbraak
                        of bedrijf en het moment van besmettelijk worden van door dat dier       wel 1000 keer of nog vaker zo doen, kan het echter wel degelijk zijn dat
                        of bedrijf besmette dieren of bedrijven. De generatietijd bepaalt der-   hij een rol speelt in de verspreiding van het agens.
                        halve de 'snelheid' van de verspreiding.
                                                                                                 Voor het verlagen van de R-waarde zijn in het kader van de contacten
                     Of een epidemie snel of pas na lange tijd zal stoppen is afhankelijk van    tussen bedrijven in een preventieve setting twee opties mogelijk (alleen
                     de reproductieratio en de generatietijd. Uiteraard is ook het moment van    of bij voorkeur in combinatie):
                     detectie van groot belang voor het verdere verloop van een dierziekte-      1. Het terugbrengen van het aantal contacten (direct en indirect) tussen
                     uitbraak.                                                                      veehouderijbedrijven.
                                                                                                 2. Het veiliger maken van elk individueel contact (dat wil zeggen verla-
                     Zolang de R-waarde boven de 1 ligt, bestaat er een reële kans dat een          gen van de kans op overdracht van het agens bij elk individueel con-
                     uitbraak zich zal blijven uitbreiden, eerst langzaam, maar daarna steeds       tact dat plaatsvindt).
                     sneller (gemeten in aantal nieuwe bedrijven per tijdseenheid). Als de R
                     onder de 1 ligt, zal een uitbraak uitdoven. Mede afhankelijk van het aan-   Het blijkt uit uitbraken in het verleden, dat in fase 2 de meeste transmis-
                     tal besmette bedrijven bij aanvang van de bestrijding, kan dit echter nog   sies (circa 50-80%) terug te voeren zijn op directe diercontacten. Daar is
                     steeds leiden tot een groot aantal uitbraken en een langdurige uitbraak.    dus ook de meeste winst te behalen. Het terugbrengen van het aantal
                     Aan de hand van twee voorbeelden is dit te illustreren:                     diercontacten en het veiliger maken van diercontacten (bijvoorbeeld
                     1. Stel dat bij het ingaan van de bestrijdingsmaatregelen reeds 25          quarantainemaatregelen of het testen van individuele dieren voor
                        bedrijven besmet zijn, en de R-waarde daalt dank zij de bestrijdings-    verplaatsing zodat alleen niet-besmette dieren worden verplaatst) zijn
                        maatregelen tot 0,8. Op basis hiervan mag verwacht worden dat de         hierbij de meest directe manieren. In fase 1 en 2 blijft echter ook het
                        infectie doodloopt nadat uiteindelijk 125 bedrijven besmet zijn          beperken van andere contacten (bijvoorbeeld geen onnodig bezoek op
                        geraakt. Als we het gemiddelde generatie-interval tussen besmette        het erf of in de stal, geen honden of katten in de stal, ongediertebestrij-
                        bedrijven inschatten op drie weken, kan bovendien verwacht worden        ding, geen uitwisseling van materialen, enzovoort) en het veiliger maken
                        dat de totale duur van de uitbraak 12 maanden bedraagt.                  van dergelijke contacten (bijvoorbeeld reiniging en ontsmetting,
                     2. Stel nu dat bij het ingaan van de bestrijdingsmaatregelen slechts vijf   omkleden en/of douchen voordat bezoekers de stal betreden, enzovoort)
                        bedrijven besmet zijn, en de R-waarde met 0,8 gelijk blijft (dezelfde    van belang.
                        bestrijdingsmaatregelen). Op basis hiervan mag verwacht worden dat       Uitsluitend met preventieve maatregelen is het voor de meeste besmet-
                        de infectie doodloopt nadat uiteindelijk 25 bedrijven besmet zijn        telijke dierziekten, zeker in veedichte gebieden, niet mogelijk om de R op
                        geraakt. Met dat generatie-interval van drie weken tussen besmette       elk moment onder de 1 houden. In vrijwel alle gevallen zou dat de
                        bedrijven, kan bovendien verwacht worden dat de totale duur van de       bedrijfsvoering onevenredig belemmeren. Zelfs met aanvullende maatre-
                        uitbraak zeven maanden bedraagt.                                         gelen ter bestrijding van een uitbraak (fase 3: vervoersverboden, strikte
22 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                     hygiënemaatregelen, ruimingen van besmette bedrijven, preventieve           len getroffen. Het inspelen van de bedrijfsvoering (voldoende ruimte om
                     ruimingen, enzovoort) blijkt het vaak maar met moeite te lukken om de       dieren langer aan te houden, voldoende capaciteit van mest- en melk-
                     R net onder de 1 te krijgen. Toch is het uiterst belangrijk om wel te       opslag, voldoende capaciteit voeropslag, fokverbod) om zo lang als
                     streven naar maximaal haalbare preventie, zodat de R wel degelijk zo        nodig de contactbeperkende maatregelen te implementeren zijn een
                     laag mogelijk wordt. Bij aanvang van fase 3 is het aantal reeds besmette    voorwaarde voor een succesvolle bestrijding onder praktijkomstandigheden.
                     bedrijven dan in ieder geval zo laag mogelijk. Bovenstaande voorbeelden
                     geven al aan dat dit zeer grote verschillen kan opleveren in omvang en      Een verbeterde algemene weerstand is onvoldoende om verspreiding
                     duur van een uitbraak.                                                      van A-lijst ziekten tussen dieren te voorkomen. Er lijkt daarom geen
                                                                                                 grond te zijn om vanuit de A-lijst ziekten problematiek in een dergelijk
                     Voor iedere aandoening zal op basis van de kennis van de pathogenese        spoor aanzienlijke investeringen te doen; Het is meer aan te bevelen om
                     en epidemiologie van het agens gegeven de diersoort en bedrijfsomge-        middelen in te zetten om (marker) vaccins te ontwikkelen. (Marker)
                     ving, en het te nemen acceptabel risico (dit kan verschillen per belang-    vaccins induceren specifieke weerstand tegen A-lijst ziekten die virus-
                     hebbende), een risicobeoordeling moeten plaatsvinden van boven-             spreiding zal stoppen.
                     staande risicofactoren om zo te komen tot de nemen en implementeren
                     van de gepaste maatregelen.
                                                                                                 3.4. VACCINATIE
                     3.3 BEDRIJFSMATIGE MAATREGELEN                                              Voor een aantal dierziekten zoals MKZ, AI, NCD, KVP, RP en PPR zijn vac-
                                                                                                 cins beschikbaar. Voor AVP en SVD zijn op dit moment geen vaccins
                     De discussie over het voorkomen en bestrijden van besmettelijke             beschikbaar. Bij NCD wordt al preventief gevaccineerd. Onder bepaalde
                     dierziekten is onlosmakelijk gekoppeld aan de discussie omtrent houde-      voorwaarden kan er bij een uitbraak afgeweken worden van het non-
                     rijsystemen. Terwijl tal van agrariërs gesloten systemen met een hoge       vaccinatiebeleid. Er kunnen dan beschermende en onderdrukkende
                     mate van hygiëne nastreven om de insleep van dierziekten tegen te           (nood) vaccinaties worden toegepast. Bij beschermende vaccinaties
                     gaan, pleiten andere agrariërs er juist voor om dieren vrij buiten te laten wordt getracht dieren bij niet besmette bedrijven in een bepaald gebied
                     lopen. In die discussie spelen ook maatregelen die de robuustheid van       te beschermen via vaccinatie, en ligt het in de bedoeling dat de dieren
                     het dier bevorderen een rol. Een verbeterde algehele weerstand door bij-    na vaccinatie in leven blijven. Bij onderdrukkende vaccinaties wordt
                     voorbeeld verbeterde huisvesting, vermindering van stress, aangepaste       getracht de verspreiding op een besmet bedrijf of gebied te verminde-
                     voeding en optimale (niet maximale) hygiëne zal, zoals bij iedere ziekte,   ren, en worden de dieren na vaccinatie altijd geruimd.
                     ook bijdragen aan weerstand tegen A-lijst ziekten. Voor de bestrijding
                     van A-lijst ziekten is een hoger niveau van de algemene weerstand op        Vaccinatie zal infectie niet kunnen voorkomen, maar kan leiden tot een
                     zichzelf echter geen optie.                                                 vermindering van de gevoeligheid voor infectie, en tot minder goed tot
                                                                                                 niet repliceren van het virus, met als gevolg een vertraging of het stop-
                     Eén en ander leidt tevens tot discussie over het houden van dieren voor     pen van virusspreiding. Afhankelijk van de in 3.1 en 3.2 genoemde
                     productiedoeleinden in de toekomst. Een vraag die daarbij aan de orde       factoren en de gevoeligheid van dieren (bijvoorbeeld gevaccineerde die-
                     komt, is of er nog wel plaats is voor de intensieve veehouderij in          ren zijn minder gevoelig) zal een infectie op termijn doodlopen of niet.
                     Nederland. Een tegenvraag die ook naar voren komt is of er wel (land-       Het is goed te beseffen dat vaccinatie slechts als een hulpmiddel dient in
                     bouwhuis-) dieren uit liefhebberij gehouden kunnen worden in gebieden       aanvulling op, en niet ter vervanging van, de andere noodzakelijke maat-
                     met een hoge concentratie van veehouderij. De discussie over hoe te         regelen ter voorkoming van virusspreiding. Vaccinatie bij bestrijding zal
                     komen tot een maatschappelijk geaccepteerd dierziektebeleid kan niet        met name ter vervanging zijn van preventief ruimen van dieren onder
                     los worden gezien van deze discussies. Bovendien dient ook het Europese     het huidige beleid. Het feit dat vaccinatie een additionele maatregel is
                     en internationale aspect niet uit het oog te worden verloren. Dat alles     samen met andere maatregelen kan worden geïllustreerd aan de hand
                     maakt beantwoording van de vraag hoe tot een maatschappelijk geac-          van de KVP uitbraak van 1997/1998. In die uitbraak zijn in totaal meer
                     cepteerd dierziektebeleid kan worden gekomen en hoe dit er uit dient te     dan 12 miljoen varkens geruimd: 700.000 besmette dieren, 1,1
                     zien erg complex.                                                           miljoen vanuit preventief oogpunt, en 10,5 miljoen vanwege welzijns-
                                                                                                 problemen op bedrijven waaronder 2,7 miljoen pasgeboren biggetjes in
                     Een goede hygiëne draagt bij aan een kleiner risico op de introductie en    verband met het niet instellen van een fokverbod. Vaccineren zal bij een
                     verspreiding van dierziekten. In het kader van de discussie over het GLB    dergelijke uitbraak met name een effect gehad kunnen hebben op de 1,1
                     heeft eurocommissaris Fischler aangegeven de ontkoppelde landbouw-          miljoen preventief geruimde dieren. Het treffen van andere maatregelen
                     subsidies ‘zinvol’ te willen benutten voor de hoofdthema’s veilig voedsel,  (hygiëne, extra stalruimte, instellen van een fokverbod aan het begin van
                     dierenwelzijn en een goed milieu. Dit zou gerealiseerd kunnen worden        een uitbraak, maatregelen gericht op risico-inperking) dan vaccinatie die
                     door doelen voor deze thema’s via cross compliance als voorwaarden te       virusspreiding voorkomen, dienen daarom te allen tijde te worden
                     verbinden aan directe betalingen aan agrariërs. Zo zouden veehouders        geïmplementeerd.
                     gestimuleerd kunnen worden hygiënebevorderende maatregelen in de
                     bedrijfsvoering op te nemen.                                                Het gebruik van het vaccinatiemiddel zal altijd afgewogen moeten wor-
                                                                                                 den tegen het middel ‘preventief ruimen’. Het direct na een AI uitbraak
                     Bij de preventie van de verdere verspreiding van een dierziekte worden      ruimen van niet besmet (pluim)vee kan bijvoorbeeld niet worden uitge-
                     in Nederland tijdens de bestrijding altijd contactbeperkende maatrege-      sloten in situaties waarin vaccineren minder snel effectief of logistiek
24 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>                     onmogelijk is. Het gebruik van het vaccinatiemiddel in plaats van het        Dergelijke (valse) positieve resultaten zullen moeten worden geconfir-
                     preventief ruimingsmiddel zal ook afgezet moeten worden tegen even-          meerd door het nationaal referentie instituut die daartoe haar huidige
                     tuele handelsbelemmeringen tengevolge van vaccinatie.                        24-uurs diagnostiek in stand dient te houden.
                     De raden zijn van mening dat bij toepassing van vaccinatie bij uitbraken     3.6 COMMUNICATIE
                     alleen de besmette dieren en de andere gevoelige dieren op besmette
                     bedrijven dienen te worden geruimd. Dieren van niet-besmette bedrijven       De uitwerking van het bestrijdingsbeleid op individuele burgers is vaak
                     die voor de markt produceren, dieren in dierentuinen en dieren van zeld-     groot. Met name het individuele belang dat schade ondervindt (materi-
                     zame rassen van landbouwhuisdieren worden niet meer geruimd. Hob-            eel of psychologisch) en de geringe maatschappelijke acceptatie worden
                     bydieren die gevaccineerd zijn en leven op houderijen die niet besmet        in het communicatiebeleid niet of nauwelijks onderkend. Een heldere
                     zijn, en dieren in natuurterreinen die zijn gevaccineerd of effectief geïso- communicatie over welke maatregel, waarom en voor welke doelgroep
                     leerd en niet zijn besmet worden in principe evenmin geruimd.                wordt genomen, is essentieel om begrip en acceptatie van de conse-
                                                                                                  quenties en sancties te bewerkstelligen. Daarbij moet gebruik gemaakt
                                                                                                  worden van zoveel mogelijk verschillende soorten (locale) media.
                     3.5 DIAGNOSTIEK
                                                                                                  Ook in 'vredestijd' moet de overheid duidelijk communiceren met de ver-
                     Goede en snelle diagnostiek is cruciaal bij ieder te volgen beleid. Op       schillende groepen belanghebbenden. Dan moet gecommuniceerd wor-
                     basis van de diagnostiek zal kunnen worden vastgesteld in hoeverre die-      den over het beleid waarvoor gekozen wordt, en over de beperkte speel-
                     ren besmet zijn. Hoe eerder de zekerheid gegeven kan worden dat              ruimte die de overheid heeft binnen de Europese wet- en regelgeving.
                     dieren en bedrijven al dan niet vrij zijn van ziekte, des te eerder kunnen   Vervolgens zal zij inzichtelijk moeten maken wat de consequenties zijn
                     de gepaste maatregelen worden getroffen dan wel de inperkingmaatre-          (1) als Nederland niet voldoet aan de Europese wet- en regelgeving en
                     gelen met inachtneming van de voorgeschreven termijnen, op de snelst         (2) als zij opteert voor een ander dan het beoogde beleid. Alleen op deze
                     mogelijke termijn worden opgeheven.                                          manier kan duidelijk worden gemaakt dat het beoogde beleid de beste
                                                                                                  keuze is, en zal communicatie tijdens een uitbraak ook duidelijker overkomen.
                     Cruciaal is de ‘rond de klok’ dienstverlening voor diagnostiek via het
                     nationaal referentie laboratorium, die bij een optimale logistiek snel uit-
                     sluitsel biedt over een verdenking. Bij de recente KVP en AI uitbraken       3.7 BELEID
                     hebben het te lange tijdsverloop in het veld alvorens een verdenking
                     werd uitgesproken met als gevolg het te laat inzenden van monsters, tot      Hoe een bepaalde dierziekte het effectiefst kan worden bestreden is zoals
                     gevolg gehad dat de uitbraak te laat werd vastgesteld en dat de infectie     hierboven beschreven afhankelijk van veel factoren: een scala aan moge-
                     over een groot aantal bedrijven reeds was verspreid. De drempel voor         lijke, aanwezige preventieve en bedrijfsmatige maatregelen die ter
                     dierhouders om een verdenking direct te melden kan (gedeeltelijk) wor-       plekke zijn ingevoerd, de beschikbaarheid van een (marker) vaccin, de
                     den weggenomen met maatregelen die een optimale logistiek rond een           omvang van de uitbraak bij detectie, en het verloop van de epidemie
                     verdenking en een snelle uitslag waarborgen. Ook de dierenarts dient         (reproductieratio en generatietijd; dit kan per virusstam verschillen, maar
                     tijdig te beslissen en een verdenking uit te spreken. Hij dient dan maat-    is bijvoorbeeld ook afhankelijk van de bedrijfs-/dierdichtheid in de
                     regelen te nemen ter verkoming van mogelijke spreiding en meteen de          betreffende regio). Het is daarom belangrijk om bij de vaststelling van
                     goede monsters in te sturen. Het is van belang een optimale logistiek te     het dierziektebeleid een zekere flexibiliteit in acht te nemen en bijvoor-
                     waarborgen, omdat - zoals in §3.2 beschreven- een tijdige detectie van       beeld te werken met verschillende scenario's. Een epidemie met een
                     grote invloed is op de omvang en het tijdsverloop van een uitbraak. Het      hoge reproductieratio en korte generatietijd vraagt om een andere aan-
                     is ook van belang om onderzoek te kunnen doen zonder dat een offi-           pak dan een epidemie met een lage reproductieratio en lange generatie-
                     ciële verdenking wordt uitgesproken en om zo snel te kunnen handelen         tijd. Juist omdat stammen van een zelfde virus een verschillend karakter
                     dat in voorkomende gevallen besloten kan worden dat de melding niet          hebben, is het niet mogelijk tot één strategie voor een betreffende
                     terecht is, voordat beperkende maatregelen zijn genomen. Daardoor zal        dierziekte te komen, laat staan tot één overall dierziektebeleid. Een flexi-
                     de bereidheid om te melden toenemen.                                         bel dierziektebeleid zal bovendien, mits goed uitgelegd richting de
                                                                                                  diverse belanghebbenden, op meer draagvlak kunnen rekenen dan een
                     In hoeverre de ontwikkeling van robuuste on-site tests die door de die-      star dierziektebeleid, dat weliswaar duidelijk is in wat te doen, maar wei-
                     renarts in het veld toegepast kunnen worden, kunnen bijdragen aan een        nig ruimte laat indien een epidemie zich anders ontwikkelt dan voorzien.
                     snellere duidelijkheid van al of niet besmet zijn zal afhangen van
                     verschillende factoren. Dergelijke on-site tests zullen een zeer hoge        De totstandkoming van beleid met betrekking tot de bestrijding van
                     diagnostische specificiteit en sensitiviteit moeten hebben waarbij reke-     dierziekten is een complex proces. Diverse organisaties, zoals de OIE,
                     ning moet worden gehouden met het feit dat in het veld slechts               WTO, WHO, EU, en de EU-lidstaat zelf spelen daarbij een rol. De kaders
                     bepaalde type monsters (makkelijk te nemen, weinig tot geen monster-         voor het beleid worden wederom gevormd door de OIE, WTO en WHO.
                     voorbewerking nodig) kunnen worden getest. De hoge sensitiviteit is          De EU vertaalt deze kaders in dwingende regelgeving, waarna elke lid-
                     noodzakelijk om niet ten onrechte te komen tot de conclusie van geen         staat de Europese verordeningen en richtlijnen dient te implementeren
                     besmetting. Deze noodzaak van hoge sensitiviteit zou ten koste kunnen        in het nationale dierziektebestrijdingsbeleid. Bij het voorstellen van
                     gaan van de specificiteit met als gevolg zo nu en dan vals positieve resul-  maatregelen voor nieuw beleid voor bestrijding zal met het boven-
                     taten waardoor bedrijven ten onrechte als verdacht worden aangemerkt.        staande proces en de belangen en posities van de verschillende organi-
                                                                                                  saties en landen rekening gehouden moeten worden.
26 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                  ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                     3.8 REGIO-INDELING: COMPARTIMENTERING                                      • compartimenteren van dierhouderij en direct verbonden bedrijven
                                                                                                   (slachterijen e.a.) binnen Nederland, ten behoeve van ziektepreventie
                           EN REGIONALISERING
                                                                                                   en -bestrijding en het zo kort mogelijk sluiten van stofkringlopen;
                                                                                                • concentreren van de niet op bedrijfsniveau grondgebonden dierhou-
                     Bij de dierziekte uitbraken van de afgelopen jaren is gebruik gemaakt van
                                                                                                   derij, dat wil zeggen waar dat ruimtelijk (ecologisch, economisch) kan
                     compartimentering. Het doel van compartimentering is tweeledig. Door
                                                                                                   worden ingepast. De vormgeving van deze bedrijven (varkensflats of
                     de bezoeken aan bedrijven met gevoelige dieren te beperken tot één
                                                                                                   niet?) vooral benaderen als een sociaal-culturele kwestie;
                     compartiment (contactbeperking) wordt het risico op de verspreiding
                                                                                                • beperken van het transport van levende dieren in tijd, afstand en fre-
                     van het virus over een groter gedeelte van het land verkleind. Daarnaast
                                                                                                   quentie, vanwege welzijn, milieu en ziekteverspreiding. Dieren behou-
                     vormen compartimenten de basis voor het vrijgeven van gebieden voor
                                                                                                   dens de gang naar het slachthuis hoogstens één keer vervoeren, gedu-
                     export zodra de ziekte onder controle is.
                                                                                                   rende maximaal 8 uur, over hooguit 500 km;
                                                                                                • eisen van de in speciale zones te concentreren niet direct grondge-
                     Op basis van de ervaringen met compartimentering is een systeem ont-
                                                                                                   bonden dierhouderij dat de stofkringlopen worden gesloten in de vorm
                     wikkeld dat gebruik maakt van vaste grenzen, maar dat tevens flexibel
                                                                                                   van ‘gemengde bedrijvigheid op afstand’, binnen maximaal 400 km.
                     ingezet kan worden afhankelijk van de uitbraak. De basis van dit systeem
                                                                                                   Dit in de vestigingsvergunning opnemen;
                     wordt gevormd door 20 deelcompartimenten die ten tijde van een dier-
                                                                                                • benutten van restproducten uit de voedingsmiddelenindustrie om stof-
                     ziekte uitbraak op een zodanige wijze aan elkaar geklikt worden dat zij
                                                                                                   kringlopen te sluiten, dat wil zeggen onder certificering en effectieve
                     een werkbaar aantal compartimenten vormen. De manier waarop dit
                                                                                                   controle en dáár waar dat veilig en ecologisch verantwoord is;
                     gebeurt, is afhankelijk van de locatie van de uitbraak en de beschikbare
                                                                                                • uitwerken van de dierenwelzijnsaspecten (vijf vrijheden) naar normen
                     informatie betreffende de uitbraak en de verspreiding.
                                                                                                   en regels, mede gebaseerd op een directe interactie met de samenle-
                     Dit systeem is tijdens het overleg over de herziening van het beleids-
                                                                                                   ving;
                     draaiboek mond- en klauwzeer in het najaar van 2002 besproken. In het
                                                                                                • vergroten van de noodzakelijke veerkracht in de bedrijfsvoering door
                     najaar van 2003 is de definitieve begrenzing van de deelcompartimenten
                                                                                                   de eisen kwalitatief te beschrijven, en bedrijven of sectoren zelf te laten
                     gepubliceerd (zie bijgaande kaart voor de begrenzing in bijlage 2).
                                                                                                   aangeven hoe zij daaraan invulling geven.
                     Een verdergaande stap zou zijn om compartimentering niet alleen toe te
                                                                                                Het advies van RLG omvatte deze en een aantal andere aanbevelingen als
                     passen bij een uitbraak, maar regionale veehouderijcomplexen als struc-
                                                                                                een aantal ontwerpvereisten van een veehouderijsector die maatschap-
                     turele oplossing te kiezen. Voor de duidelijkheid geven wij hieraan de
                                                                                                pelijk draagvlak heeft en die door middel van een transitieproces in een
                     benaming ‘regionalisering’. Mogelijke vormen waarin dat kan worden
                                                                                                periode van tien tot vijftien jaar zou moeten worden bereikt. In een der-
                     uitgewerkt zijn varkensvrije zones die in het kader van de reconstructie
                                                                                                gelijk transitieproces zouden alle belanghebbende partijen moeten parti-
                     wel als optie zijn geschetst of agrobusiness-parken. De laatste zijn vaak
                                                                                                ciperen om een gezamenlijk ‘plan’ uit te werken en te implementeren.
                     geassocieerd met de ‘varkensflat’ die zowel om sociaal-economische
                                                                                                De (rijks)overheid zou in een dergelijk proces - aldus de RLG in dat advies
                     redenen als qua imago (‘fabrieken’) waarschijnlijk weinig kans op reali-
                                                                                                - een regierol op zich moeten nemen en dit niet moeten overlaten aan
                     satie heeft. Als onderdeel van reconstructieplannen zijn bijvoorbeeld
                                                                                                de werking van de markt en de onderlinge interactie van maatschappe-
                     groepsvestigingen van intensieve veehouderijbedrijven uitgewerkt, in
                                                                                                lijke organisaties alleen. De minister van LNV heeft in zijn reactie op dit
                     combinaties met verbonden activiteiten als voerproductie, slachterijen
                                                                                                advies van 16 januari 2002 aangegeven dat het kabinet ten aanzien van
                     en voorts ook functiecombinaties met andere activiteiten waarmee
                                                                                                de dierhouderij zijn eigen verantwoordelijkheid neemt en overleg met de
                     synergie kan worden bereikt, zoals op het gebied van mestverwerking en
                                                                                                sector voert om die te bewegen tot de noodzakelijke omslag te komen.
                     energievoorziening. Dergelijke ontwikkelingen kunnen moeilijk van
                     bovenaf als een blauwdruk worden gerealiseerd. Het slagen van derge-
                     lijke concepten is afhankelijk van een groot aantal factoren. Zo is keten-
                     vorming en de behoefte aan flexibiliteit en uitwisselbaarheid tussen
                     ketens en tussen ondernemingen in dit verband een belangrijke rand-
                     voorwaarde.
                     Met een dergelijke groepering in complexen zou een aantal potentiële
                     voordelen zijn te behalen, zoals terugbrengen van transport van dieren
                     en voor zover het nodig is tot slechts over beperkte afstanden (welzijn
                     van dieren en risico van insleep van ziekten), in ecologische zin door
                     minder bulktransporten van mest en veevoer (grondstoffen), de
                     mogelijkheid voor verbetering van (een gezamenlijke) inpassing in het
                     landelijk gebied met het oog op de kwaliteit van landschap en natuur-
                     lijke omgeving en andere gezamenlijke voorzieningen. In het advies van
                     Raad voor het Landelijk Gebied (RLG) over de toekomst van de dierhou-
                     derij uit 2001 is hierover een aantal aanbevelingen opgenomen (RLG,
                     2001):
28 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                     4. CONSEQUENTIES VAN VOORGESTELDE                                         4.4 MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN INTRODUCTIE
                                                                                                     EN VERSPREIDING
                          BELEIDSWIJZIGINGEN
                                                                                               De raden zijn van mening dat, gezien de veelheid aan factoren die een
                     4.1 INFRASTRUCTUUR VOOR OPSPORING EN BESTRIJDING                          rol spelen bij introductie en verspreiding van een dierziekte, een beleid
                                                                                               nagestreefd dient te worden dat enige flexibiliteit waarborgt, en afhan-
                     Zoals vastgesteld in §1 bestaat er voor de in die paragraaf onderscheiden kelijk gesteld kan worden van de betreffende uitbraak. Maatregelen die
                     dierziekten geen nulrisico.                                               het aantal contacten (direct en indirect) tussen veehouderijbedrijven
                     Een speciale task force dient zich bezig te houden met het centraal coör- terugbrengen, en/of elk individueel contact veiliger maken, zijn vanuit
                     dineren van de huidige structuren om dierziekten op te sporen en te       veterinair oogpunt zeer belangrijk. Maatregelen die op dierenwelzijn en
                     bestrijden. Early warning systemen zoals die bestaan voor KVP en in de    maatschappelijke aspecten inspelen, bijvoorbeeld fokverbod, voldoende
                     nabije toekomst ontwikkeld zullen worden voor MKZ, AI en NCD zouden       ruimte om dieren langer aan te houden, voldoende capaciteit van mest-
                     hier een onderdeel van moeten vormen.                                     en melkopslag, voldoende capaciteit voeropslag, zijn van groot belang
                     Daarnaast dient continue gemonitored te worden welke varianten van de     voor de acceptatie van het beleid.
                     dierziekte waar voorkomen, welke stammen het betreft en hoe deze
                     zich gedragen - zeker als voor vaccinatie als beleidsinstrument wordt
                     gekozen.                                                                  4.5 REGISTRATIESYSTEEM VOOR HOBBYDIEREN
                     Deze task force dient ook continue de draaiboeken te actualiseren aan de
                     hand van de meest recente ontwikkelingen en inzichten en door middel      De raden achten het raadzaam vaccinatie voor dierentuinen en hobby-
                     van oefeningen de infrastructuur te testen en deze indien nodig aan te    dieren toe te staan mits die wordt gekoppeld aan een goed registratie
                     passen.                                                                   systeem. Hiertoe dienen in voldoende mate vaccins geproduceerd te
                                                                                               worden die geschikt zijn voor gebruik in deze dieren, of waar niet
                                                                                               aanwezig dienen deze vaccins ontwikkeld te worden. Hiertoe zullen
                     4.2 VACCINATIE BIJ BESTRIJDING                                            daarnaast registratiesystemen dienen te worden ontwikkeld die het
                                                                                               mogelijk maken op ieder moment te weten waar, welke gevaccineerde
                     De raden achten het wenselijk om te vaccineren wanneer zich een           hobbydieren zich bevinden. De administratieve last voor het registratie
                     uitbraak van een A-lijst dierziekten voordoet. (Marker) vaccins met de    systeem wordt bij de dierhouders gelegd. De hobbydierhouders dienen
                     daarbijbehorende marker tests dienen in voldoende mate te worden          hier dus zelf hun verantwoordelijkheid te nemen. De overheid zal mini-
                     geproduceerd om bij een uitbraak snel voor handen te zijn. Waar derge-    maal het registratiesysteem vooraf moeten erkennen. Dat betekent ook
                     lijke vaccins en bijbehorende tests niet voor handen zijn, dienen ze te   dat vanuit de overheid moet worden aangegeven wat onder hobbydie-
                     worden ontwikkeld.                                                        ren wordt verstaan. Daarbij is een relevant criterium of de dieren al of
                     Indien voor een dergelijk (vaccinatie) beleid wordt gekozen, dan dienen   niet in het consumptiecircuit worden gebracht.
                     op korte termijn de verhandelbaarheid van dieren en daarvan afgeleide
                     producten - binnen de EU en in tweede instantie buiten de EU - van
                     gevaccineerde, niet geïnfecteerde dieren gelijk te worden gesteld aan die 4.6 KOSTENVERDELING
                     van niet-gevaccineerde, niet geïnfecteerde dieren.
                     Indien het niet mogelijk blijkt geënte dieren en daarvan afgeleide pro-   De kosten van de bestrijding van A-lijst ziekten worden gedekt uit
                     ducten direct te exporteren, moet Nederland in afsluitbare                bijdragen van de EU, het Rijk en het bedrijfsleven. Het Diergezondheids-
                     compartimenten kunnen worden verdeeld. Dieren en daarvan afgeleide        fonds, dat is gebaseerd op een convenant dat in 2002 is overeengeko-
                     producten uit de compartimenten waar de dierziekte niet voorkomt          men tussen de rijksoverheid en het bedrijfsleven, bestaande uit de
                     moeten dan naar het buitenland kunnen worden geëxporteerd. Dieren         Productschappen voor Zuivel, Vee en Vlees en Pluimvee en Eieren, wordt
                     en daarvan afgeleide producten uit compartimenten waar de dierziekte      gevuld door de productschappen. Voor de periode van 2000 tot en met
                     wel voorkomt moeten op de binnenlandse markt kunnen worden afgezet.       2004 hebben de productschappen zich garant gesteld voor de volgende
                                                                                               bedragen als maxima: voor runderen € 227 miljoen, varkens eveneens
                                                                                               € 227 miljoen, pluimvee € 11 miljoen en voor schapen en geiten
                     4.3 DIAGNOSTIEK                                                           € 2 miljoen. Deze bedragen moeten worden opgebracht door een hef-
                                                                                               fing per dier die dierhouders wordt opgelegd in aansluiting op de
                     De raden zijn van mening dat snelle, adequate diagnostiek van groot       bestrijding. De kosten boven deze bedragen die gedurende deze periode
                     belang is om omvang, verspreiding en duur van een uitbraak in te per-     door de overheid gemaakt worden, blijven voor rekening van de over-
                     ken. Een optimale logistiek bij de diagnose van een verdenking dient te   heid (Rijk en EU).
                     worden gewaarborgd. Daarnaast dient de ontwikkeling van snelle on-site
                     diagnostiek te worden overwogen.                                          In de beleidsvoornemens van de minister van LNV is aangegeven dat de
                                                                                               kosten van de bestrijding niet langer op de samenleving mogen worden
                                                                                               afgewenteld. Het moge duidelijk zijn dat de hierboven genoemde bedra-
                                                                                               gen niet toereikend zijn geweest om de kosten van de uitbraken van
                                                                                               MKZ, klassieke varkenspest en aviaire influenza te dekken. Het ziet er
                                                                                               naar uit dat het convenant per 1 januari 2005 wel wordt verlengd met
30 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                              ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                     als inzet van de zijde van de overheid om een grotere bijdrage van het
                     bedrijfsleven te vragen. Er is evenwel een limiet aan de hoogte die van
                                                                                                                                                                  1 Bijlage
                     het bedrijfsleven kan worden gevraagd. Dit hangt samen met het beleid
                     dat andere EU lidstaten op dit punt voeren, de vraag of veehouders deze
                     kosten kunnen doorberekenen aan hun afnemers en de overweging dat
                     er een publiek belang gemoeid is met de bestrijding van deze ziekten.
                     Dit publieke belang strekt zich uit buiten de kring van de op productie
                                                                                                   Beschrijving van de in
                     gerichte dierhouders. Ware dit niet het geval, en was het publieke belang
                     wel beperkt tot het collectief van deze categorie dierhouders, dan zou-
                     den de productschappen dat ook kunnen regelen. Voor de toekomstige
                                                                                                   dit advies genoemde
                     inrichting van het Diergezondheidsfonds, en met name de wijze van hef-
                     fen, is de vraag aan de orde of een gedifferentieerde heffing naar de
                     omvang van het risico wenselijk en mogelijk zou zijn om een incentive te
                                                                                                   A-lijst dierziekten
                     bieden voor het minimaliseren van risico’s op het niveau van individuele
                     ondernemingen. Andere vragen die aan de orde zijn betreffen de moge-          1. MOND- EN KLAUWZEER (MKZ)
                     lijkheid van een verzekeringssysteem en de prikkels voor andere partijen,
                     waaronder de overheid zelf, de veehandel en andere ketenpartners, om          Deze ziekte wordt veroorzaakt door een RNA-virus van de familie Picor-
                     de risico’s van insleep en verspreiding van ziekten te minimaliseren
                                                                                                   naviridae. Er zijn in totaal zeven immunologisch verschillende serotypen
                     (Meuwissen e.a., 2003).
                                                                                                   te onderscheiden: A, O, C, SAT1, SAT2, SAT3, en Asia 1. De ziekte zelf is
                                                                                                   meestal niet dodelijk. Alleen jonge dieren kunnen acuut sterven ten
                     4.7 EMERGING DISEASES                                                         gevolge van hartdegeneratie. Bij varkens is de sterfte in ernstig aange-
                                                                                                   taste tomen biggen vaak 100%. Oudere dieren overleven de infectie
                     Naast onderzoek naar de 'bekende' dierziekten dient het onderzoek zich        bijna altijd, echter de gevolgen van secundaire bacteriële infecties kun-
                     ook te richten op zogenaamde emerging diseases. De voorbereiding op           nen veel blijvende schade berokkenen. De gastheren zijn evenhoevigen,
                     emerging diseases zal er vooral uit moeten bestaan dat een brede kennis       o.a. rundvee, zeboes, gedomesticeerde buffels, yaks, schapen, geiten,
                     over de microbiologie en pathologie beschikbaar blijft. Dit kan door in       varkens, en alle wilde herkauwers en zwijnen. Paarden, honden, katten
                     Nederland actief te zijn op een behoorlijk aantal terreinen van de micro-     en pluimvee zijn ongevoelig.
                     biologie en pathologie, en wetenschappelijke netwerken te onderhou-
                     den. Het in standhouden van een goede early warning- en bestrijdings-
                                                                                                   Infectie kan ook worden overgebracht op de mens (zoönose), maar dit
                     infrastructuur, en een algemeen draaiboek emerging diseases met
                                                                                                   komt echter zeer zelden voor. De klinische verschijnselen bij de mens
                     duidelijke beslissingscriteria zijn dan essentieel om bij gebleken ernst snel
                     en daadkrachtig in te kunnen grijpen.                                         kunnen duidelijk zichtbaar zijn, maar de infectie kan ook subklinisch ver-
                                                                                                   lopen. De ziekte uit zich in dieren in laesies rond de bek en aan de klau-
                                                                                                   wen. Dieren met MKZ hebben koorts, maken een zieke indruk, eten min-
                                                                                                   der, speekselen en vertonen blaren o.a. op kroonrand en in de
                                                                                                   tussenklauwspleet, op de tong en in de bek. Bij melkgevende dieren
                                                                                                   daalt de melkproductie sterk. Bij geiten en schapen zijn de verschijnselen
                                                                                                   in het algemeen minder duidelijk zichtbaar en beperken zich vaak tot
                                                                                                   kreupelheid. Uitscheiding van virus begint tot vier dagen voorafgaande
                                                                                                   aan klinische signalen. De incubatietijd is 2 tot 14 dagen.
                                                                                                   Overdracht kan plaats vinden via ademlucht, se- en excreta, personen,
                                                                                                   transportmiddelen. Transmissie kan plaats vinden via aerosolen met
                                                                                                   virusdeeltjes, met name indien veel varkens zijn geïnfecteerd op een
                                                                                                   bedrijf waardoor een grote hoeveelheid virus wordt geproduceerd. Deze
                                                                                                   aerosolen kunnen over korte afstand (enkele kilometers) worden ver-
                                                                                                   spreid, en in uitzonderlijke gevallen (onder bepaalde klimatologische en
                                                                                                   geografische omstandigheden) over langere afstand (enkele honderden
                                                                                                   kilometers). Bij MKZ kunnen carriers optreden. Carriers zijn dieren die 28
                                                                                                   dagen of meer na infectie nog het virus bij zich dragen en derhalve
                                                                                                   mogelijk zouden kunnen uitscheiden. Het virus kan dan nog gevonden
                                                                                                   worden in het epitheel van het gehemelte, luchtpijp en het begin van de
                                                                                                   slokdarm. Het is echter de vraag of carriers een gevaar vormen voor
                                                                                                   transmissie, het risico wordt als erg laag ingeschat.
32 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                   ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>                     In de differentiaal diagnose komen de volgende dierziekten voor: vesicu-   Artikel 50 (richtlijn 2003/85/EG)
                     laire stomatitis, blaasjesziekte (SVD), vesiculaire exanthema, runderpest,
                     mucosal disease/bovine virus diarrhee (BVD), infectieuze bovine rhino-     Besluit tot invoering van noodvaccinatie
                     tracheïtis (IBR), boosaardige catarraal koorts, lumpy skin disease, blue   1. Tot het verrichten van noodvaccinatie kan worden besloten wanneer
                     tongue, bovine mammilitis, contagieuze pustulaire dermatitis, voetrot,        ten minste aan een van de onderstaande voorwaarden is voldaan:
                     ecthyma.                                                                      a) uitbraken van mond- en klauwzeer zijn bevestigd en dreigen zich
                                                                                                      verder te verspreiden in de lidstaten waar die uitbraken zijn
                     MKZ komt met uitzondering van Noord-Amerika, Australië, Nieuw-Zee-               bevestigd;
                     land, IJsland en Groenland vrijwel op de gehele wereld voor. In Noord-        b) andere lidstaten lopen risico's in verband met de geografische lig-
                     Europa was er in 2001 een grote MKZ-epidemie die via het Verenigd                 ging van de gemelde uitbraken van mond- en klauwzeer in een lid-
                     Koninkrijk en Noord-Ierland naar Frankrijk en Nederland is verspreid. In          staat of de normale weersomstandigheden in die lidstaat;
                     2002 waren er meldingen van MKZ in grote delen van Afrika, enkele lan-        c) andere lidstaten lopen risico's in verband met uit epizoötiologisch
                     den in Zuid-Amerika, grote delen van Azië, en Georgië en Turkije in              oogpunt relevante contacten tussen bedrijven op hun grondgebied
                     Europa (zie tabel). In 2003 zijn er uitbraken van MKZ gemeld uit ver-            en bedrijven met ziektegevoelige dieren in een lidstaat waar uitbra-
                     schillende landen op het continent Afrika, Zuid-Amerika, en Azië. In             ken van mond- en klauwzeer zijn geconstateerd;
                     Europa zijn er in 2003 geen meldingen van MKZ geweest.                        d) lidstaten lopen risico's in verband met de geografische ligging of
                                                                                                       de normale weersomstandigheden in een aangrenzend derde land
                     MKZ wordt in Nederland bestreden op basis van de Europese richtlijn               waar uitbraken van mond- en klauwzeer zijn geconstateerd.
                     2003/85/EG. Bestrijding van ziekteuitbraken met MKZ gebeurt volgens
                     deze richtlijn door het doden en vernietigen van alle bevattelijke dieren  2. Bij het nemen van een besluit inzake het toepassen van noodvaccina-
                     op een geïnfecteerd bedrijf en van nauwe contacten, instellen van ver-        tie dient rekening te worden gehouden met de in artikel 15 vastge-
                     voerverboden, instellen van beschermings- en toezichtsgebieden, en            stelde maatregelen en de in bijlage X opgenomen criteria.
                     ontsmetting van geïnfecteerde en verdachte bedrijven.                      3. Tot het toepassen van noodvaccinatie wordt besloten volgens de in
                                                                                                   artikel 89, lid 3, bedoelde procedure.
                     Deze richtlijn staat vaccinatie toe (onder voorwaarden) indien de ernst    4. Om het in lid 3 bedoelde besluit om noodvaccinatie op het eigen
                     van de situatie dat vereist (artikel 49 t/m 58):                              grondgebied toe te passen, kan worden verzocht door:
                                                                                                   a) de in lid 1, onder a), bedoelde lidstaat; of
                                                                                                   b) een in lid 1, onder b), c) of d), bedoelde lidstaat.
                     Artikel 49 (richtlijn 2003/85/EG)
                                                                                                5. In afwijking van lid 3 kan het besluit inzake het toepassen van nood-
                     Gebruik, aanmaak, verkoop en controle van mond- en klauwzeervaccins           vaccinatie worden genomen door de betrokken lidstaat en overeen-
                     De lidstaten zien erop toe dat:                                               komstig deze richtlijn ten uitvoer worden gelegd, na schriftelijke ken-
                         a) het gebruik van mond- en klauwzeervaccins en de toediening van         nisgeving aan de Commissie, met vermelding van de in artikel 51
                            hyperimmuunsera tegen mond- en klauwzeer op hun grondgebied            vastgestelde gegevens.
                            verboden is, behoudens het bepaalde in deze richtlijn;              6. Wanneer een lidstaat overeenkomstig lid 5 besluit noodvaccinatie toe
                         b) de productie, de opslag, de levering, de distributie en de verkoop     te passen, wordt dat besluit onverwijld opnieuw bezien in het Perma-
                            van mond- en klauwzeervaccins op hun grondgebied onder                 nent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, en worden
                            officiële controle plaatsvinden;                                       communautaire maatregelen vastgesteld volgens de in artikel 89, lid
                         c) het in de handel brengen van mond- en klauwzeervaccins onder           3, bedoelde procedure.
                            toezicht staat van de bevoegde autoriteit overeenkomstig de com-    7. Indien aan de in lid 1, onder a) en b), bedoelde voorwaarden is vol-
                            munautaire regelgeving;                                                daan, kan in afwijking van lid 4 op initiatief van de Commissie volgens
                         d) het gebruik van mond- en klauwzeervaccins voor andere doel-            de in artikel 89, lid 3, bedoelde procedure besloten worden noodvac-
                            einden dan voor het opwekken van actieve immuniteit bij                cinaties te verrichten in een lidstaat als bedoeld in lid 1, onder a) en
                            ziektegevoelige dieren, met name voor laboratoriumonderzoek,           b), in overleg met die lidstaat.
                            wetenschappelijk onderzoek of het testen van vaccins, door de
                            bevoegde autoriteiten wordt toegestaan en plaatsvindt onder
                            adequate omstandigheden op het gebied van de bioveiligheid.         Artikel 51 (richtlijn 2003/85/EEG)
                                                                                                Voorwaarden voor noodvaccinatie
                                                                                                1. In het besluit inzake de toepassing van noodvaccinatie overeenkom-
                                                                                                   stig artikel 50, lid 3 en lid 4, moeten de voorschriften voor het ver-
                                                                                                   richten van de vaccinatie zijn vermeld; deze voorschriften betreffen
                                                                                                   ten minste:
34 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                        a) de omschrijving, overeenkomstig artikel 45, van het geografische        d) dat gehandhaafd blijft totdat het gebied weer zijn status als vrij van
                           gebied waar de noodvaccinatie wordt uitgevoerd;                            mond- en klauwzeer en van besmetting heeft verkregen overeen-
                        b) de soort en de leeftijd van de te vaccineren dieren;                       komstig artikel 61.
                        c) de duur van de vaccinatiecampagne;
                        d) een specifiek verbod op het verplaatsen van gevaccineerde en niet-
                            gevaccineerde ziektegevoelige dieren en producten daarvan;          Artikel 53 (richtlijn 2003/85/EG)
                        e) de speciale aanvullende en permanente identificatie en de speciale
                                                                                                Onderdrukkende vaccinatie
                           registratie van de gevaccineerde dieren op grond van artikel 47,
                                                                                                1. Lidstaten die overeenkomstig artikel 50 en rekening houdend met alle
                           lid 2;
                                                                                                   relevante omstandigheden besluiten onderdrukkende vaccinatie toe te
                        f) andere aan de noodsituatie verbonden aspecten.
                                                                                                   passen, stellen de Commissie daarvan in kennis en delen de bij-
                                                                                                   zonderheden mee van de te nemen bestrijdingsmaatregelen, die ten
                     2. De in lid 1 vastgestelde voorschriften inzake noodvaccinatie moeten
                                                                                                   minste de in artikel 21 vastgestelde maatregelen omvatten.
                        garanderen dat die vaccinatie wordt uitgevoerd overeenkomstig arti-
                                                                                                2. De lidstaten zien erop toe dat onderdrukkende vaccinatie als volgt
                        kel 52, ongeacht of de gevaccineerde dieren vervolgens worden
                                                                                                   wordt toegepast:
                        geslacht, dan wel in leven blijven.
                                                                                                   a) uitsluitend in een beschermingsgebied;
                     3. De lidstaten zorgen ervoor dat een informatieprogramma wordt opge-
                                                                                                   b) uitsluitend op duidelijk geïdentificeerde bedrijven waarvoor de in
                        zet om het publiek te informeren over de veiligheid van vlees, melk en
                                                                                                      artikel 10, lid 1, en met name de onder a) vastgestelde maatrege-
                        zuivelproducten van gevaccineerde dieren voor menselijk gebruik.
                                                                                                      len van toepassing zijn.
                                                                                                Om logistieke redenen evenwel en in afwijking van artikel 10, lid 1, punt
                     Artikel 52 (richtlijn 2003/85/EG)
                                                                                                a) kan het doden van alle dieren op dergelijke bedrijven worden uitge-
                     Beschermende vaccinatie                                                    steld zolang als nodig is om aan Richtlijn 93/119/EEG en artikel 10, lid 1,
                     1. Lidstaten die beschermende vaccinatie toepassen, zien erop toe dat:     punt c), van de onderhavige richtlijn te voldoen.
                        a) het vaccinatiegebied wordt geregionaliseerd overeenkomstig artikel
                           45, indien nodig in nauwe samenwerking met de naburige lidsta-
                           ten;                                                                 Artikel 54 (richtlijn 2003/85/EG)
                        b) de vaccinatie snel wordt uitgevoerd met inachtneming van de
                                                                                                In het vaccinatiegebied geldende maatregelen in de periode tussen het
                            regels inzake hygiëne en bioveiligheid, teneinde verspreiding van
                                                                                                begin van de noodvaccinatie tot ten minste 30 dagen na de voltooiing
                            het mond- en klauwzeervirus te voorkomen;
                                                                                                ervan (fase 1)
                        c) alle in het vaccinatiegebied geldende maatregelen worden uitge-
                                                                                                1. De lidstaten zien erop toe dat de in de leden 2 tot en met 6 vastge-
                           voerd onverminderd de in afdeling 7 vastgestelde maatregelen;
                                                                                                   stelde maatregelen in het vaccinatiegebied worden toegepast vanaf
                        d) wanneer het vaccinatiegebied geheel of gedeeltelijk samenvalt met
                                                                                                   het begin van de noodvaccinatie tot ten minste 30 dagen na de vol-
                            het beschermings- en/of het toezichtsgebied:
                                                                                                   tooiing ervan.
                           - worden de voor het beschermingsgebied of het toezichtsgebied
                                                                                                2. Levende ziektegevoelige dieren mogen binnen het vaccinatiegebied-
                             overeenkomstig deze richtlijn vastgestelde maatregelen in dat
                                                                                                   niet tussen bedrijven worden verplaatst en zij mogen het vaccinatie-
                             deel van het vaccinatiegebied gehandhaafd totdat zij worden
                                                                                                   gebied niet verlaten.
                             ingetrokken overeenkomstig artikel 36 of artikel 44;
                                                                                                   In afwijking van het in de eerste alinea vastgestelde verbod en na kli-
                           - blijven, nadat de in het beschermingsgebied en het toezichtsge-
                                                                                                   nisch onderzoek van de betrokken levende dieren en van de beslagen
                             bied vastgestelde maatregelen zijn ingetrokken, de in de artikelen
                                                                                                   van oorsprong of verzending van die dieren, kunnen de bevoegde
                             54 tot en met 58 voor het vaccinatiegebied vastgestelde maatre-
                                                                                                   autoriteiten toestaan dat de dieren rechtstreeks worden vervoerd naar
                             gelen van toepassing.
                                                                                                   een door de bevoegde autoriteit aangewezen slachthuis binnen het
                                                                                                   vaccinatiegebied of, in uitzonderlijke gevallen, dichtbij dat gebied, om
                     2. De lidstaten die beschermende vaccinatie toepassen, zien erop toe dat
                                                                                                   daar onmiddellijk te worden geslacht.
                        het vaccinatiegebied omgeven wordt door een toezichtszone (een
                                                                                                3. Vers vlees van gevaccineerde dieren die in de in lid 1 bedoelde peri-
                        ‘surveillance zone’ als omschreven door het OIE) die zich uitstrekt van
                                                                                                   ode zijn geslacht,
                        de rand van het vaccinatiegebied tot ten minste 10 km buiten die
                                                                                                   a) draagt het in Richtlijn 2002/99/EG vastgestelde kenmerk;
                        rand, en:
                                                                                                   b) wordt bij opslag en vervoer gescheiden gehouden van vlees zonder
                        a) waar vaccinatie verboden is;
                                                                                                      het onder a) bedoelde keurmerk en wordt vervolgens in verzegelde
                        b) waar intensief toezicht wordt gehouden;
                                                                                                      containers overgebracht naar een door de bevoegde autoriteiten
                        c) waar verplaatsingen van ziektegevoelige dieren worden gecontro-
                                                                                                      aangewezen inrichting om een behandeling te ondergaan over-
                           leerd door de bevoegde autoriteiten;
                                                                                                      eenkomstig bijlage VII, deel A, punt 1.
36 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                     4. Melk en melkproducten van gevaccineerde dieren mogen binnen en                  meer in contact met bedrijven in het vaccinatiegebied waar ziekte-
                        buiten het vaccinatiegebied in de handel worden gebracht, op voor-              gevoelige dieren worden gehouden;
                        waarde dat, naargelang van de bestemming voor menselijke con-               e) de vervoermiddelen worden strikt toegewezen aan een bepaald
                        sumptie of voor niet-menselijke consumptie, ten minste een van de in            geografisch of bestuurlijk gebied en dienovereenkomstig gemerkt;
                        bijlage IX, deel A en deel B, vastgestelde behandelingen is toegepast.          verplaatsing naar een ander gebied is alleen toegestaan nadat het
                        De behandeling wordt uitgevoerd onder de in lid 5 vastgestelde voor-            voertuig onder officieel toezicht is gereinigd en ontsmet.
                        waarden in inrichtingen die gelegen zijn in het vaccinatiegebied of,
                        indien een dergelijke inrichting in het vaccinatiegebied ontbreekt, in   8. Er wordt een verbod ingesteld op het ophalen van monsters van
                        inrichtingen buiten het vaccinatiegebied waar de rauwe melk naartoe         rauwe melk van ziektegevoelige dieren in bedrijven in het vaccinatie-
                        vervoerd wordt onder de in lid 7 vastgestelde voorwaarden.                  gebied en het vervoeren daarvan naar andere laboratoria dan een
                                                                                                    erkend veterinair diagnostisch laboratorium dat een diagnose van
                     5. De in de lid 4 bedoelde inrichtingen moeten aan de volgende voor-           mond- en klauwzeer mag stellen, alsook het verwerken van de melk in
                        waarden voldoen:                                                            die laboratoria.
                        a) de inrichting staat onder permanente en stringente officiële con-     9. Het winnen van sperma met het oog op kunstmatige inseminatie bij
                           trole;                                                                   ziektegevoelige donordieren die worden gehouden in spermacentra
                        b) alle in de inrichting gebruikte melk voldoet aan het bepaalde in lid     binnen het vaccinatiegebied, wordt geschorst.
                            4, of de rauwe melk is verkregen van dieren buiten het vaccinatie-      In afwijking van het in de eerste alinea vastgestelde verbod kunnen de
                            gebied;                                                                 bevoegde autoriteiten toestaan dat in spermacentra binnen het vacci-
                        c) de melk wordt tijdens het gehele productieproces steeds duidelijk        natiegebied sperma wordt gewonnen voor de productie van diepgev-
                           geïdentificeerd en wordt bij vervoer en opslag gescheiden gehou-         roren sperma, op de volgende voorwaarden:
                           den van rauwe melk en rauwe melkproducten die niet bestemd zijn          a) er wordt op toegezien dat het in de in lid 1 bedoelde periode
                           om buiten het vaccinatiegebied te worden gebracht;                           gewonnen sperma gedurende ten minste 30 dagen apart wordt
                        d) het vervoer van rauwe melk van bedrijven buiten het vaccinatiege-            opgeslagen, en
                            bied naar de inrichtingen wordt verricht met voertuigen die vóór        b) vóór verzending van het sperma:
                            het vervoer zijn gereinigd en ontsmet en die daarna niet in contact       (1) is het donordier niet gevaccineerd en is aan de in artikel 28, lid
                            zijn geweest met bedrijven in een ingesloten gebied waar ziekte-              3, onder b) en c), gestelde voorwaarden voldaan, of
                            gevoelige dieren worden gehouden.                                         (2) zijn de donordieren gevaccineerd nadat zij, vóór de vaccinatie,
                                                                                                          negatief hadden gereageerd op een test op de aanwezigheid van
                     6. Wanneer de melk bestemd is voor het intracommunautaire handels-                   antilichamen tegen het mond- en klauwzeervirus; en
                        verkeer, certificeert de bevoegde autoriteit dat aan de in lid 5 vastge-          - is een negatieve reactie geregistreerd bij een test voor de
                        stelde voorwaarden is voldaan. De bevoegde autoriteit houdt toezicht                opsporing van het virus of het virusgenoom of een erkende test
                        op de door de lokale veterinaire autoriteit verrichte controle op die               voor de opsporing van antilichamen tegen niet-structurele
                        naleving en stelt, wanneer het gaat om intracommunautair handels-                   proteïnen, die aan het einde van de quarantaineperiode voor
                        verkeer, de andere lidstaten en de Commissie in het bezit van een lijst             het sperma is uitgevoerd met monsters van alle ziektegevoelige
                        van de inrichtingen die zij heeft erkend met het oog op certificering.              dieren die op dat moment in het spermacentrum aanwezig
                     7. Aan vervoer van rauwe melk van inrichtingen in het vaccinatiegebied                 waren; en
                        naar inrichtingen buiten het vaccinatiegebied en aan het verwerken                - voldoet het sperma aan de bepalingen van hoofdstuk II,
                        van die melk zijn de volgende voorwaarden verbonden:                                artikel 4, lid 3, van Richtlijn 88/407/EEG.
                        a) de bevoegde autoriteiten verlenen toestemming voor het verwer-
                           ken van rauwe melk van in het vaccinatiegebied gehouden ziekte-       10. Het winnen van eicellen en embryo's bij donordieren is verboden.
                           gevoelige dieren in inrichtingen buiten het vaccinatiegebied;         11. Voor het in de handel brengen van andere dan de in de leden 9 en
                        b) in de toestemming wordt de vervoersroute naar de aangewezen                10 bedoelde producten van dierlijke oorsprong, geldt het bepaalde
                            inrichting vermeld en worden terzake instructies gegeven;                 in de artikelen 30, 31, 32 en 41.
                        c) de melk wordt vervoerd in voertuigen die vóór het vervoer gerei-
                           nigd en ontsmet zijn, die zodanig gebouwd zijn en onderhouden
                           worden dat er tijdens het vervoer geen melk weglekt en die de         Artikel 55 (richtlijn 2003/85/EG)
                           nodige uitrusting hebben om aërosolvorming tijdens het laden en
                                                                                                 In het vaccinatiegebied geldende maatregelen in de periode tussen de
                           lossen van de melk te voorkomen;
                                                                                                 noodvaccinatie en het voltooien van het onderzoek en de indeling van
                        d) voordat het voertuig het bedrijf waar melk van ziektegevoelige die-
                                                                                                 de bedrijven (fase 2)
                            ren is opgehaald, verlaat, worden de melkslangen, de banden, de
                                                                                                 1. De lidstaten zien erop toe dat de in de leden 2 tot en met 5 vastge-
                            wielkasten, de onderste delen van het voertuig en eventueel weg-
                                                                                                    stelde maatregelen worden toegepast in de periode die ingaat ten
                            gelekte melk gereinigd en ontsmet; na de laatste ontsmetting en
                                                                                                    minste 30 dagen na voltooiing van de noodvaccinatie en eindigt bij
                            vóór het verlaten van het vaccinatiegebied komt het voertuig niet
                                                                                                    de voltooiing van de in de artikelen 56 en 57 vastgestelde maatregelen.
38 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                   ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                     2. Ziektegevoelige dieren mogen binnen het vaccinatiegebied niet tus-         6. Vers vlees van gevaccineerde varkens die in de in lid 1 bedoelde peri-
                        sen bedrijven worden verplaatst en zij mogen het vaccinatiegebied             ode zijn geslacht, draagt het in Richtlijn 2002/99/EG vastgestelde
                        niet verlaten.                                                                keurmerk, wordt bij opslag en vervoer gescheiden gehouden van vlees
                     3. In afwijking van het in lid 2 vastgestelde verbod mogen de bevoegde           zonder dat keurmerk en wordt vervolgens in verzegelde containers
                        autoriteiten toestaan dat ziektegevoelige dieren van bedrijven als            overgebracht naar een door de bevoegde autoriteiten aangewezen
                        bedoeld in artikel 57, lid 5, rechtstreeks naar een binnen of buiten het      inrichting om daar een behandeling te ondergaan overeenkomstig bij-
                        vaccinatiegebied gelegen slachthuis worden vervoerd om daar                   lage VII, deel A, punt 1.
                        onmiddellijk te worden geslacht, op de volgende voorwaarden:               7. Melk en melkproducten van gevaccineerde dieren mogen binnen en
                        a) tijdens het vervoer en in het slachthuis komen de dieren niet in           buiten het vaccinatiegebied in de handel worden gebracht, op voor-
                           contact met andere ziektegevoelige dieren;                                 waarde dat, naargelang van de bestemming voor menselijke con-
                        b) de dieren gaan vergezeld van een officieel document waarin wordt           sumptie of voor niet-menselijke consumptie, ten minste een van de in
                           verklaard dat bij alle ziektegevoelige dieren op het bedrijf van oor-      van bijlage IX, deel A en deel B, vastgestelde behandelingen is toege-
                           sprong of verzending het in artikel 56, lid 2, vastgestelde onder-         past. Een dergelijke behandeling heeft plaatsgevonden in een inrich-
                           zoek is verricht;                                                          ting die gelegen is binnen of buiten het vaccinatiegebied, overeen-
                        c) de transportvoertuigen worden gereinigd en ontsmet vóór het                komstig het bepaalde in artikel 54, leden 4 tot en met 8.
                           laden en nadat de dieren zijn afgeleverd, en de datum en het tijd-      8. Voor het winnen van sperma, eicellen en embryo's van ziektegevoelige
                           stip van reiniging en ontsmetting worden in het journaal van het           dieren blijven de in artikel 54, lid 9 en lid 10, vastgestelde maatrege-
                           transportmiddel genoteerd;                                                 len van kracht.
                        d) bij alle de dieren is, in de laatste 24 uur vóór het slachten, in het   9. Voor het in de handel brengen van andere dan de in de leden 4, 6, 7
                           slachthuis een antemortemonderzoek verricht, waarbij met name is           en 8 bedoelde producten van dierlijke oorsprong, gelden de artikelen
                           gezocht naar mond- en klauwzeer, en daarbij zijn geen symptomen            30, 31, 32 en 41.
                           van deze ziekte gevonden.
                     4. Vers vlees, met uitzondering van slachtafvallen, dat in de in lid 1        Artikel 56 (richtlijn 2003/85/EG)
                        bedoelde periode is verkregen van gevaccineerde grote en kleine her-
                                                                                                   Klinisch en serologisch onderzoek in het vaccinatiegebied (fase 2-a)
                        kauwers, mag binnen en buiten het vaccinatiegebied in de handel
                                                                                                   1. De lidstaten zien erop toe dat de in de leden 2 tot en met 3 vastge-
                        worden gebracht op de volgende voorwaarden:
                                                                                                      stelde maatregelen worden toegepast in de periode die ingaat ten
                        a) de inrichting staat onder stringente veterinaire controle;
                                                                                                      minste 30 dagen na voltooiing van de noodvaccinatie en eindigt bij
                        b) alleen vers vlees, met uitzondering van slachtafvallen, dat de in bij-
                                                                                                      de voltooiing van het klinisch en serologisch onderzoek.
                           lage VIII, deel A, punten 1, 3 en 4, omschreven behandeling heeft
                                                                                                   2. Er moet een onderzoek worden verricht met het doel die beslagen
                           ondergaan, of vers vlees dat is verkregen van buiten het vaccina-
                                                                                                      met ziektegevoelige dieren te identificeren die met het mond- en
                           tiegebied gehouden en geslachte dieren, wordt in de inrichting
                                                                                                      klauwzeervirus in contact zijn geweest zonder dat er klinische symp-
                           verwerkt;
                                                                                                      tomen van mond- en klauwzeer worden geconstateerd. Dat onder-
                        c) op al het verse vlees wordt het bij Richtlijn 64/433/EEG, bijlage I,
                                                                                                      zoek omvat een klinisch onderzoek van alle ziektegevoelige dieren in
                           hoofdstuk XI, vastgestelde keurmerk aangebracht, of, wanneer het
                                                                                                      alle beslagen in het vaccinatiegebied, alsmede laboratoriumtests over-
                           gaat om vers vlees van andere evenhoevigen, het bij Richtlijn
                                                                                                      eenkomstig lid 3.
                           91/495/EEG, bijlage I, hoofdstuk III, vastgestelde keurmerk, dan
                                                                                                   3. Voor de laboratoriumtests wordt gebruik gemaakt van tests die vol-
                           wel, wanneer het gaat om gehakt vlees en vleesbereidingen, het bij
                                                                                                      doen aan de in bijlage XIII vastgestelde criteria voor diagnostische
                           Richtlijn 94/65/EG, bijlage I, hoofdstuk VI, vastgestelde keurmerk;
                                                                                                      tests en die zijn erkend volgens de in artikel 89, lid 2, bedoelde pro-
                        d) het verse vlees wordt tijdens het gehele productieproces duidelijk
                                                                                                      cedure; de tests voldoen aan een van de volgende voorwaarden:
                           geïdentificeerd en tijdens het vervoer en de opslag gescheiden
                                                                                                      a) elke test op besmetting met het mond- en klauwzeervirus, aan de
                           gehouden van vlees dat afkomstig is van dieren met een andere
                                                                                                         hand van hetzij een test op antilichamen tegen niet-structurele pro-
                           gezondheidsstatus overeenkomstig deze richtlijn.
                                                                                                         teïnen van het mond- en klauwzeervirus, hetzij een andere erkende
                                                                                                         test, moet voldoen aan de in bijlage III, punt 2.2, vastgestelde cri-
                     5. Voor vers vlees dat bestemd is voor het intracommunautaire handels-
                                                                                                         teria voor bemonstering op bedrijven. Indien de bevoegde auto-
                        verkeer, certificeert de bevoegde autoriteit dat aan het bepaalde in lid
                                                                                                         riteiten tevens gebruik maken van verklikkerdieren, moeten de in
                        4 is voldaan. De bevoegde autoriteit houdt toezicht op de door de
                                                                                                         bijlage V vastgestelde voorwaarden voor het weer binnenbrengen
                        lokale veterinaire autoriteit verrichte controle op die naleving en stelt,
                                                                                                         van dieren op besmette bedrijven in acht worden genomen;
                        wanneer het gaat om intracommunautaire handelsverkeer, de andere
                                                                                                      b) tests op antilichamen tegen niet-structurele proteïnen van het
                        lidstaten en de Commissie in het bezit van een lijst van de in-
                                                                                                          mond- en klauwzeervirus worden verricht met monsters van alle
                        richtingen die zij heeft erkend met het oog op certificering.
                                                                                                          gevaccineerde ziektegevoelige dieren en de niet-gevaccineerde
                                                                                                          nakomelingen daarvan in alle beslagen in het vaccinatiegebied.
40 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                   ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>                     Artikel 57 (richtlijn 2003/85/EEG)                                           Artikel 58 (richtlijn 2003/85/EG)
                     Indeling van bedrijven in het vaccinatiegebied (fase 2-B)                    In het vaccinatiegebied geldende maatregelen na voltooiing van het
                     1. De lidstaten zien erop toe dat bedrijven met ziektegevoelige dieren:      onderzoek en indeling van de bedrijven, totdat de status vrij van mond-
                        a) worden ingedeeld op basis van de resultaten van het in artikel 56,     en klauwzeer en van besmetting weer is verworven (fase 3)
                           lid 2, bedoelde onderzoek en van de in bijlage I vastgestelde          1. De lidstaten zien erop toe dat de in de leden 2 tot en met 6 vastge-
                           criteria;                                                                 stelde maatregelen in het vaccinatiegebied worden toegepast nadat
                        b) voldoen aan het bepaalde in de leden 2 tot en met 4.                      de in artikel 57 vastgestelde maatregelen zijn voltooid en totdat de
                                                                                                     status vrij van mond- en klauwzeer en van besmetting weer is verwor-
                     2. Voor bedrijven met ten minste één vermoedelijk besmet dier, waar de          ven overeenkomstig artikel 59.
                        aanwezigheid van het mond- en klauwzeervirus is bevestigd volgens         2. De lidstaten zien erop toe dat het verkeer van ziektegevoelige dieren
                        de in bijlage I vastgestelde criteria, gelden de in de artikelen 10 en 21    tussen bedrijven in het toezichtsgebied aan voorafgaande toestem-
                        voorziene maatregelen.                                                       ming wordt onderworpen.
                     3. Voor bedrijven met ten minste één ziektegevoelig dier waarvoor aan-       3. Ziektegevoelige dieren mogen niet buiten het vaccinatiegebied wor-
                        vankelijk een vermoeden van besmetting als gevolg van vroeger con-           den gebracht. In afwijking van dit verbod kan toestemming worden
                        tact met het mond- en klauwzeervirus bestond, maar waarvoor na het           verleend om ziektegevoelige dieren onder de in artikel 55, lid 3, vast-
                        verder testen van alle op het bedrijf aanwezige ziektegevoelige dieren       gestelde voorwaarden rechtstreeks naar een slachthuis te vervoeren,
                        is bevestigd dat er geen mond- en klauwzeervirus circuleert, gelden          opdat zij daar onmiddellijk worden geslacht.
                        ten minste de onderstaande maatregelen:                                   4. In afwijking van het in lid 2 bedoelde verbod, kunnen de bevoegde
                        a) ziektegevoelige dieren op het bedrijf                                     autoriteiten toestaan dat niet-gevaccineerde ziektegevoelige dieren
                          (1) worden gedood en de karkassen worden verwerkt, of                      onder de volgende voorwaarden worden vervoerd:
                          (2) de dieren worden in groepen verdeeld en                                a) minder dan 24 uur voor het laden hebben de ziektegevoelige die-
                              - de dieren die positief hebben gereageerd op ten minste een van          ren op het bedrijf een klinisch onderzoek ondergaan, waarbij geen
                                de erkende tests, bedoeld in artikel 56, lid 3, worden gedood en        klinische symptomen van mond- en klauwzeer zijn vastgesteld, en
                                de karkassen van die dieren worden verwerkt, en                      b) de dieren zijn gedurende een periode van ten minste 30 dagen
                              - de resterende ziektegevoelige dieren op het bedrijf worden              gehouden op het bedrijf van oorsprong, en tijdens die periode is
                                geslacht onder door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde               geen enkel ziektegevoelig dier op het bedrijf gebracht, en
                                voorwaarden;                                                         c) het bedrijf van oorsprong bevindt zich niet in een beschermingsge-
                        b) de bedrijven worden gereinigd en ontsmet overeenkomstig                      bied of een toezichtsgebied, en
                            artikel 11;                                                              d) de te vervoeren dieren zijn aan het einde van de isolatieperiode
                        c) het herbevolken van het bedrijf vindt plaats overeenkomstig                  ieder afzonderlijk getest op antilichamen tegen het mond- en
                           bijlage 5.                                                                   klauwzeervirus en negatief bevonden, of op het bedrijf van oor-
                                                                                                        sprong is, ongeacht de betrokken soort, een serologisch onderzoek
                     4. De lidstaten zien erop toe dat de volgende maatregelen worden toe-              verricht, overeenkomstig bijlage III, punt 2.2.;
                        gepast ten aanzien van afgeleide producten van ziektegevoelige die-          e) de dieren zijn tijdens het vervoer van het bedrijf van oorsprong
                        ren die tijdens de in artikel 56, lid 1, bedoelde periode zijn verkregen:       naar de plaats van bestemming niet blootgesteld aan enige bron
                        a) voor vers vlees dat van de in lid 3, punt 2, onder ii), bedoelde die-        van besmetting.
                           ren is verkregen, is artikel 55, lid 4 voor vlees van herkauwers, res-
                           pectievelijk lid 6 voor vlees van varkensachtigen, van toepassing;     5. Niet-gevaccineerde nakomelingen van gevaccineerde moederdieren
                        b) melk en melkproducten die van de in lid 3, punt 2, onder ii),             mogen het bedrijf van oorsprong niet verlaten, tenzij ze worden ver-
                            bedoelde dieren zijn verkregen, moeten ten minste een van de in          voerd naar:
                            bijlage IX, deel A en deel B, vastgestelde behandelingen onder-          a) een bedrijf binnen het vaccinatiegebied met dezelfde gezondheids-
                            gaan, naar gelang van de bestemming ervan en in overeenstem-                status als het bedrijf van oorsprong;
                            ming met het bepaalde in artikel 54, leden 4 tot en met 8.               b) een slachthuis om daar onmiddellijk te worden geslacht;
                                                                                                     c) een door de bevoegde autoriteit aangewezen bedrijf vanwaar zij
                     5. Voor bedrijven met ziektegevoelige dieren, waar vroegere of huidige             rechtstreeks naar het slachthuis worden verzonden;
                        besmetting met het mond- en klauwzeervirus officieel is uitgesloten          d) een bedrijf, op voorwaarde dat zij negatief hebben gereageerd op
                        overeenkomstig artikel 56, lid 3, kunnen de in artikel 58 vastgestelde          een serologische test op de opsporing van antilichamen tegen
                        maatregelen gelden.                                                             mond- en klauwzeervirus, uitgevoerd met een bloedmonster dat is
                                                                                                        genomen vóór verzending uit het bedrijf van oorsprong.
42 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>                     6. Vers vlees dat is verkregen van niet-gevaccineerde ziektegevoelige die-    9. In afwijking van lid 7 kan vers vlees van gevaccineerde varkens en de
                        ren kan binnen en buiten het vaccinatiegebied onder de volgende               niet-gevaccineerde seropositieve nakomelingen daarvan, dat is verkre-
                        voorwaarden in de handel worden gebracht:                                     gen gedurende de periode vanaf het begin van het verslag tot de in
                        a) hetzij zijn de in artikel 57, lid 3, bedoelde maatregelen in het vol-      artikel 57 genoemde maatregelen zijn voltooid in het gehele vaccina-
                           ledige vaccinatiegebied voltooid, hetzij zijn de dieren onder de in        tiegebied en tot ten minste drie maanden verstreken zijn na de laatste
                           de leden 3 of 4, onder d), bepaalde voorwaarden naar het slacht-           uitbraak in dat gebied, uitsluitend onder de volgende voorwaarden
                           huis vervoerd;                                                             binnen en buiten het vaccinatiegebied op de nationale markt van de
                        b) de inrichting staat onder stringente veterinaire controle;                 lidstaat van oorsprong worden gebracht:
                        c) in de inrichting wordt alleen vers vlees verwerkt dat is verkregen         a) de inrichting staat onder stringente veterinaire controle;
                           van onder a) bedoelde dieren of van buiten het vaccinatiegebied            b) in de inrichting wordt uitsluitend vers vlees van dieren die afkom-
                           gehouden en/of geslachte dieren of vers vlees als bedoeld in lid 8;            stig zijn van bedrijven welke voldoen aan de in artikel 57, lid 5,
                        d) op al het verse vlees is hetzij het in Richtlijn 64/433/EEG, bijlage I,        bedoelde voorwaarden, of vers vlees van dieren die buiten het vac-
                           hoofdstuk XI, vastgestelde keurmerk, hetzij, voor vlees van andere             cinatiegebied gefokt en geslacht zijn, verwerkt;
                           evenhoevigen, het in Richtlijn 91/495/EEG, bijlage I, hoofdstuk III,       c) dergelijk vers vlees draagt zonder enige uitzondering een keurmerk
                           vastgestelde keurmerk, hetzij, voor gehakt vlees en vleesbereidin-             tot welks toekenning wordt besloten overeenkomstig Richtlijn
                           gen, het in van Richtlijn 94/65/EG, bijlage I, hoofdstuk VI, vastge-           2002/99/EG, artikel 4, lid 3;
                           stelde keurmerk aangebracht;                                               d) het verse vlees wordt tijdens het gehele productieproces duidelijk
                        e) het verse vlees wordt tijdens het gehele productieproces duidelijk             geïdentificeerd en tijdens het vervoer en de opslag gescheiden
                           geïdentificeerd en tijdens het vervoer en de opslag overeenkomstig             gehouden van vlees dat afkomstig is van dieren met een andere
                           deze richtlijn gescheiden gehouden van vlees met een andere dier-              gezondheidsstatus overeenkomstig deze richtlijn.
                           gezondheidsstatus.
                                                                                                   10. Een andere lidstaat dan die welke in lid 9 wordt bedoeld, kan om een
                     7. Op vers vlees dat is verkregen van gevaccineerde ziektegevoelige die-           besluit verzoeken overeenkomstig de in artikel 89, lid 3, beoogde
                        ren of van niet-gevaccineerde seropositieve nakomelingen van gevac-             procedure, teneinde het in de handel brengen van het in lid 9
                        cineerde moederdieren die tijdens de in lid 1 bedoelde periode zijn             bedoelde vlees uit te breiden tot zijn grondgebied of een deel daar-
                        geslacht, wordt het in Richtlijn 2002/99/EG vastgestelde keurmerk               van onder de overeenkomstig dezelfde procedure vast te stellen
                        aangebracht en dit vlees wordt bij opslag en vervoer gescheiden                 voorwaarden.
                        gehouden van vlees zonder keurmerk en vervolgens in verzegelde             11. De regels voor de verzending uit het vaccinatiegebied van vers vlees
                        containers naar een door de bevoegde autoriteiten aangewezen                    van gevaccineerde varkens die na de in lid 9 genoemde periode zijn
                        inrichting vervoerd met het oog op behandeling overeenkomstig bij-              verkregen tot het opnieuw verkrijgen van de status vrij van MKZ en
                        lage VII, deel A, punt 1.                                                       van besmetting overeenkomstig artikel 61, worden vastgesteld over-
                     8. In afwijking van lid 7 kunnen vers vlees en schoongemaakt slachtafval           eenkomstig de in artikel 89, lid 3, bedoelde procedure.
                        dat is verkregen van gevaccineerde grote en kleine herkauwers of de        12. Voor vers vlees dat bestemd is voor het intracommunautaire han-
                        niet-gevaccineerde seropositieve nakomelingen daarvan binnen en                 delsverkeer, certificeert de bevoegde autoriteit dat aan de in leden 6,
                        buiten het vaccinatiegebied onder de volgende voorwaarden in de                 8 en, in voorkomend geval, 10 bedoelde voorwaarden is voldaan. De
                        handel worden gebracht:                                                         bevoegde autoriteit houdt toezicht op de door de plaatselijke veteri-
                        a) de inrichting staat onder stringente veterinaire controle;                   naire autoriteiten verrichte controles op de naleving en stelt, wan-
                        b) in de inrichting wordt uitsluitend vers vlees, met uitzondering van          neer het gaat om intracommunautaire handel, de andere lidstaten en
                           slachtafval, dat een behandeling heeft ondergaan zoals bepaald in            de Commissie in het bezit van een lijst van de inrichtingen die zij
                           bijlage VIII, deel A, punten 1, 3 en 4 of vers vlees als bedoeld in lid      heeft erkend met het oog op certificering.
                           6 of verkregen van dieren die buiten het vaccinatiegebied gehou-        13. In afwijking van lid 8 kan overeenkomstig de in artikel 89, lid 3,
                           den en/of geslacht zijn, verwerkt;                                           bedoelde procedure besloten worden tot toekenning van een bij-
                        c) op al het verse vlees is hetzij het in Richtlijn 64/433/EEG, bijlage I,      zonder keurmerk - dat niet mag worden verward met het in lid 8,
                           hoofdstuk XI, vastgestelde keurmerk, hetzij, voor vlees van andere           onder c), en lid 9, onder c), bedoelde keurmerk - voor vers vlees van
                           evenhoevigen, het in Richtlijn 91/495/EEG, bijlage I, hoofdstuk III,         herkauwers dat geen behandeling overeenkomstig bijlage VIII, deel
                           vastgestelde keurmerk, hetzij, voor gehakt vlees en vleesbe-                 A, heeft ondergaan, en voor gehakt vlees en vleesbereidingen dat
                           reidingen, het in van Richtlijn 94/65/EG, bijlage I, hoofdstuk VI,           van dergelijk vlees verkregen is, voorzover deze producten bestemd
                           vastgestelde keurmerk aangebracht;                                           zijn om in een bepaalde regio van de lidstaat van oorsprong op de
                        d) het verse vlees wordt tijdens het gehele productieproces duidelijk           markt te worden gebracht.
                           geïdentificeerd en tijdens het vervoer en de opslag gescheiden          14. Melk en melkproducten van gevaccineerde dieren mogen binnen en
                           gehouden van vlees dat afkomstig is van dieren met een andere                buiten het vaccinatiegebied in de handel worden gebracht, op voor-
                           gezondheidsstatus overeenkomstig deze richtlijn.                             waarde dat, naargelang van de bestemming voor menselijke con-
                                                                                                        sumptie of voor niet-menselijke consumptie, ten minste een van de
44 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                   ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>                         in deel A en deel B van bijlage IX vastgestelde behandelingen is toe-   pest gemeld uit Kenia en Mauritanië (continent Afrika) en Afghanistan
                         gepast. Een dergelijke behandeling heeft plaatsgevonden in een          (continent Azië).
                         inrichting die gelegen is binnen of buiten het vaccinatiegebied, over-
                         eenkomstig het bepaalde in artikel 54, leden 4 tot en met 7.            Een doeltreffend levend verzwakt vaccin is beschikbaar. Een door de FAO
                     15. Voor het ophalen van monsters rauwe melk van ziektegevoelige die-       gesteunde wereldwijde uitroeiings-campagne op basis van het gebruik
                         ren in bedrijven in het toezichtsgebied en het vervoeren daarvan        van dat vaccin is reeds grotendeels succesrijk uitgevoerd.
                         naar andere laboratoria dan een erkend veterinair diagnostisch labo-
                         ratorium dat een diagnose van mond- en klauwzeer mag stellen, als-      Runderpest wordt in Nederland bestreden op basis van de Europese
                         ook het verwerken van melk in andere dan erkende laboratoria is een     richtlijn 92/119/EEG. Bestrijding van ziekteuitbraken met runderpest
                         officiële vergunning nodig, die vergezeld gaat van maatregelen om       gebeurt volgens deze richtlijn door het doden en vernietigen van alle
                         eventuele verspreiding van het mond- en klauwzeervirus te voorko-       bevattelijke dieren op een geïnfecteerd bedrijf en van nauwe contacten,
                         men.                                                                    instellen van vervoerverboden, instellen van beschermings- en toezichts-
                     16. Voor het in de handel brengen van andere dan de in de leden 6 tot       gebieden, en ontsmetting van geïnfecteerde en verdachte bedrijven.
                         en met 11, en 13 tot en met 15 bedoelde producten van dierlijke
                         oorsprong, gelden de in de artikelen 30, 31, 32 en 42 voorziene         Deze richtlijn staat vaccinatie toe (onder voorwaarden) indien de ernst
                         voorwaarden.                                                            van de situatie dat vereist (artikel 19):
                     2. RUNDERPEST (RP)                                                          Artikel 19 (richtlijn 92/119/EEG)
                     Deze ziekte wordt veroorzaakt door een RNA-virus van de familie Para-       1. Inenting tegen de in bijlage I bedoelde ziekten mag alleen plaatsvin-
                     myxoviridae. Met virulente stammen veroorzaakt de ziekte een hoge,             den ter aanvulling van de bij het uitbreken van de betrokken ziekte
                     met milde stammen een variabele morbiditeit en mortaliteit. De gasthe-         genomen bestrijdingsmaatregelen en overeenkomstig de volgende
                     ren zijn rundvee, zeboes, waterbuffels, en vele soorten wilde dieren: Afri-    bepalingen:
                     kaanse buffel, eland, kudu, gnoe, verschillende antilopen, giraffe et          a) het besluit tot inenting ter aanvulling van de bestrijdingsmaatrege-
                     cetera. Verder zijn schapen, geiten, en varkens vatbaar. Runderpest               len wordt door de Commissie in samenwerking met de betrokken
                     wordt nauwelijks gezien bij kameelachtigen.                                       lidstaat volgens de procedure van artikel 26 genomen;
                                                                                                    b) dit besluit wordt met name genomen op grond van de volgende
                     Overdracht gebeurt door rechtstreeks of nauwe indirecte contacten,                 criteria:
                     waarbij infectie voornamelijk plaats vindt via het longepitheel. Transmis-         - concentratie van de dieren van de betrokken soorten in het
                     sie door aerosolen met virusdeeltjes in uitzonderlijke gevallen (korte               getroffen gebied,
                     afstand en lage windsnelheid). Algemene regel is dat er geen ‘carriers’            - kenmerken en samenstelling van elk gebruikt vaccin,
                     optreden bij runderpest en herstelde dieren scheiden geen virus meer uit           - nadere bepalingen voor de controle op de distributie, de opslag
                     en zijn niet betrokken bij het onderhouden van - en de overdracht van -              en het gebruik van de vaccins,
                     het virus. Uitscheiding van virus begint 1-2 dagen voorafgaande aan                - soorten en de leeftijd van de dieren die ingeënt kunnen of moe-
                     koorts in traanvocht, nasale uitscheiding, speeksel, urine en feces, vagi-           ten worden,
                     nale uitscheiding en sperma en is meestal 12-14 dagen na begin van de              - gebieden waar inenting kan of moet plaatsvinden,
                     koorts niet meer detecteerbaar. De incubatietijd is 3 tot 15 dagen.                - duur van de inentingscampagne.
                     In de differentiaal diagnose komen de volgende dierziekten en vergifti-     2. In het in lid 1 bedoelde geval
                     gingen voor (bij rundvee): mond-en-klauwzeer, bovine virus diarree             a) wordt inenting of herinenting van dieren van voor de ziekte vatbare
                     (BVD), infectieuze bovine rhinotracheïtis (IBR), boosaardige catarraal            soorten op de in artikel 4 bedoelde bedrijven verboden;
                     koorts, vesiculaire stomatitis, salmonellose, necrobacillose, paratubercu-     b) wordt injectie met hyperimmuunserum verboden.
                     lose, vergiftiging met arsenicum; (bij kleine herkauwers): peste des petits
                     ruminants.                                                                  3. Wanneer inenting plaatsvindt, gelden de volgende voorschriften:
                                                                                                    a) Alle ingeënte dieren moeten met behulp van een volgens de proce-
                     Runderpest kwam regelmatig voor in het Midden-Oosten, Zuidwest- en                dure van artikel 25 erkende methode met een duidelijk en goed
                     Centraal Azië en Afrika, maar is nu vrijwel uitgeroeid in de wereld. Het          leesbaar merkteken worden geïdentificeerd.
                     virus is nooit voorgekomen in Noord-, Zuid- en Centraal-Amerika en in          b) Alle ingeënte dieren moeten binnen het inentingsgebied blijven,
                     Australië en Nieuw-Zeeland. De laatste keer dat runderpest in Europa de            tenzij zij naar een door de bevoegde autoriteit aangewezen slacht-
                     kop opstak was in 1996 in Turkije. In 2002 waren er geen meldingen van             huis worden gebracht om daar onmiddellijk te worden geslacht; in
                     runderpest aan de OIE (zie tabel). In 2003 zijn er uitbraken van runder-           dat geval mag verplaatsing van de dieren slechts worden toege-
46 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                  ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                           staan nadat een officiële dierenarts alle dieren van voor de ziekte   PPR komt met name voor in Afrika, het Arabisch Schiereiland, het
                           vatbare soorten op het bedrijf heeft onderzocht en heeft bevestigd    Midden-Oosten en Azië. In 2002 werd PPR aan de OIE gemeld (zie tabel)
                           dat van geen enkel dier wordt vermoed dat het besmet is.              in verschillende landen in Afrika en Azië, en in Turkije in Europa. In 2003
                                                                                                 werd PPR alleen gemeld aan de OIE vanuit Israël.
                     4. Na voltooiing van de inentingswerkzaamheden kan, volgens de pro-
                        cedure van artikel 26 en binnen termijnen die volgens dezelfde pro-      PPR wordt in Nederland bestreden op basis van de Europese richtlijn
                        cedure worden vastgesteld, worden toegestaan dat dieren van voor         92/119/EG. Bestrijding van ziekteuitbraken met PPR gebeurt volgens
                        de ziekte vatbare soorten het inentingsgebied verlaten.                  deze richtlijn door het doden en vernietigen van alle bevattelijke dieren
                     5. De lidstaten stellen de Commissie geregeld in het kader van het Per-     op een geïnfecteerd bedrijf en van nauwe contacten, instellen van ver-
                        manent Veterinair Comité op de hoogte van het verloop van de inen-       voerverboden, instellen van beschermings- en toezichtsgebieden, en
                        tingsmaatregelen.                                                        ontsmetting van geïnfecteerde en verdachte bedrijven. Deze richtlijn
                     6. In afwijking van lid 1 mag het besluit om tot noodinenting over te       staat vaccinatie toe (onder voorwaarden) indien de ernst van de situatie
                        gaan evenwel worden genomen door de betrokken lidstaat na kennis-        dat vereist (artikel 19), zie bijdrage bij runderpest.
                        geving aan de Commissie, mits de wezenlijke belangen van de
                        Gemeenschap niet in gevaar worden gebracht. Dit besluit, waarbij
                        met name rekening zal worden gehouden met de dichtheid van de            4. KLASSIEKE VARKENSPEST (KVP)
                        veebezetting in bepaalde gebieden, de noodzaak speciale rassen te
                        beschermen en het geografische gebied waarin inenting plaatsvindt,       Deze ziekte wordt veroorzaakt door een RNA-virus van de familie Flavivi-
                        wordt onmiddellijk volgens de procedure van artikel 26 geëvalueerd in    ridae. Virulente stammen van KVP-virus (KVPV) veroorzaken een acuut of
                        het kader van het Permanent Veterinair Comité. Het Comité kan            subacuut verlopend ziektebeeld. Na een incubatie van 2 tot 14 dagen
                        besluiten tot handhaving, wijziging, uitbreiding of beëindiging van de   (afhankelijk van virus dosis en route van besmetting), beginnen de symp-
                        maatregelen.                                                             tomen met koorts gevolgd door verminderde eetlust. Volwassen varkens
                                                                                                 zijn sloom, liggen veel en komen met tegenzin overeind, terwijl biggen
                                                                                                 als gevolg van de koorts op een hoop kruipen. Leucopenie kan al voor
                     3. PEST VAN DE KLEINE HERKAUWER OF                                          het begin van de koortsperiode worden waargenomen en blijft aanwezig
                         PESTE DES PETITS RUMINANTS (PPR)                                        tot de dood of het herstel. Daarnaast kan conjunctivitis, gevolgd door
                                                                                                 oog- en soms neusuitvloeiing optreden in een vroeg stadium van de
                     PPR wordt veroorzaakt door een RNA-virus van de familie Paramyxoviri-       ziekte. De mortaliteit bij een acute (sterfte 10-20 dagen na infectie) en
                     dae, en is nauw verwant met runderpest virus. De ziekte veroorzaakt een     subacute KVP (sterfte 20-30 dagen na infectie) is hoog. Als varkens lan-
                     morbiditeit van 90% in een vatbare populatie en een mortaliteit van 50      ger dan 30 dagen na besmetting nog aan de ziekte lijden, spreekt men
                     tot 80% in een vatbare populatie. De primaire gastheren zijn schapen en     van chronische varkenspest. De dieren blijven achter in groei en kwijnen
                     vooral geiten. Rundvee en varkens ontwikkelen subklinische infecties.       weg over een tijdsbestek van 1 tot 3 maanden. Milde en zwak virulente
                                                                                                 KVPV stammen zijn verantwoordelijk voor chronische vormen van KVP.
                     De acute en peracute vorm (met name bij geiten) van PPR gaat gepaard
                     met sterk opkomende koorts, met algehele depressie, niet eten, een          Varkens en wilde zwijnen zijn het enige natuurlijke reservoir van het
                     sereuze nasale uitscheiding die mucopurulent wordt en die in sommige        KVPV. Overdracht gebeurt door rechtstreeks contact met geïnfecteerde
                     gevallen resulteert in korsten rond de neusgaten. Verder necrose van        varkens, via inseminatie met sperma van geïnfecteerde beren, via
                     neusepitheel, conjunctivitis, necrotische stomatitis, hevige niet-haemor-   opname van se- en excreta van geïnfecteerde varkens, via opname van
                     rhagische diarree, bronchopeumomie, abortus en dehydratie, dyspneu,         geïnfecteerd varkensvlees (swill), via veetransportwagens, en versprei-
                     sterke vermagering en uitmondend in de dood binnen 5 tot 10 dagen.          ding door de mens via o.a. gecontamineerde instrumenten en injec-
                     In de subacute of chronische vorm vinden er ziekte ontwikkeling plaats      tievloeistoffen, maar ook door vuile kleding en schoeisel. Aerogene trans-
                     binnen 10-15 dagen met inconsistente klinische symptomen, veelal ver-       missie kan sporadisch optreden over korte afstand (o.a. onhygiënisch
                     gezeld door respiratie problemen. Overdracht gebeurt door rechtstreeks      ruimen), aerogene transmissie over lange afstand wordt als transmissie-
                     contact tussen dieren. Er is geen sprake van een carrierstatus na infectie. factor op nihil ingeschat.
                     De incubatietijd is 3 tot 10 dagen.
                                                                                                 In de differentiaal diagnose komen de volgende dierziekten voor: Afri-
                     In de differentiaal diagnose komen de volgende dierziekten en vergifti-     kaanse varkenspest, salmonellose, leptospirose, streptococcose, erysipe-
                     ging voor: runderpest, contagieuze caprine pleuropneumonie, blueton-        las, haemophilus suis, acute pasteurellose, porcine reproductive and res-
                     gue, pasteurellose, contagieuze ecthyma, mond- en klauwzeer, heartwa-       piratory syndrome (PRRS), post-weaning multisystemic wasting
                     ter, coccidiose, en mineraal vergiftiging.                                  syndrome (PMWS), porcine dermatitis and nephropathy syndrome
                                                                                                 (PDNS), ziekte van Aujeszky, miltvuur, rabies, listeriose, trombocytopenia
                                                                                                 purpura, mulberry heart disease en warfarin vergiftiging.
48 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>                     De ziekte komt voor in grote delen van Azië, Centraal- en Zuid-Amerika          ten overeenkomstig de in de leden 2 tot en met 9 van dit artikel vast-
                     en delen van Europa en Afrika. In 2002 (zie tabel) waren er uitbraken in        gestelde procedures en voorschriften.
                     Madagaskar en Mauritius (continent Afrika), Colombia, Cuba, Ecuador,         2. Onverminderd artikel 5, lid 2, worden de voornaamste criteria en risi-
                     Dominicaanse Republiek, Guatemala, Honduras, Mexico, Nicaragua,                 cofactoren om al dan niet tot noodvaccinatie te besluiten, vastgesteld
                     Peru en Venezuela (continent Zuid- en Centraal Amerika), Cambodja,              in bijlage VI. Deze criteria en risicofactoren kunnen later volgens de in
                     China, Hongkong, Taiwan, India, Indonesië, Zuid-Korea, Maleisië, Nepal,         artikel 26, lid 2, bedoelde procedure op grond van de wetenschappe-
                     Filippijnen, Thailand en Vietnam (continent Azië), en Albanië, Bosnië-          lijke ontwikkeling en de opgedane ervaring worden gewijzigd of aan-
                     Herzegovina, Bulgarije, Kroatië, Macedonië, Roemenië, Rusland,                  gevuld.
                     Slovenië, Slowakije, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en Spanje (conti-       3. Wanneer een lidstaat voornemens is te vaccineren, dient hij bij de
                     nent Europa). In 2003 (zie tabel) zijn er geen uitbraken gemeld van het         Commissie een noodvaccinatieprogramma in, dat ten minste de vol-
                     continent Afrika, maar wel uit Brazilië en Colombia (Zuid-Amerika), en in       gende gegevens bevat:
                     Azië alleen in Zuid-Korea. In Europa zijn in 2003 uitbraken gemeld in           a) de ziektesituatie op grond waarvan de noodvaccinatie wordt aan-
                     Bulgarije, Slowakije, Duitsland, en Luxemburg (in Oostenrijk in wilde               gevraagd;
                     zwijnen). In de EU wordt de bestrijding bemoeilijkt door de aanwezig-           b) de omvang van het geografische gebied waar de noodvaccinatie
                     heid van een virusreservoir in de wilde zwijnen populatie, waaruit zo nu            moet worden uitgevoerd en het aantal varkensbedrijven in dat
                     en dan transmissie naar gedomesticeerde varkens optreedt (met name in               gebied;
                     Duitsland, Luxemburg en Frankrijk).                                             c) de categorieën en, bij benadering, het aantal te vaccineren varkens;
                                                                                                     d) het te gebruiken vaccin;
                     KVP wordt in Nederland bestreden op basis van de Europese richtlijn             e) de duur van de vaccinatiecampagne;
                     2001/89/EG. Bestrijding van ziekteuitbraken met KVP gebeurt volgens             f) de identificatie en registratie van de gevaccineerde dieren;
                     deze richtlijn door het doden en vernietigen van alle bevattelijke dieren       g) de maatregelen met betrekking tot verplaatsingen van varkens en
                     op een geïnfecteerd bedrijf en van nauwe contacten, instellen van ver-              varkensproducten;
                     voerverboden, instellen van beschermings- en toezichtsgebieden, en              h) de criteria op grond waarvan wordt besloten op contactbedrijven
                     ontsmetting van geïnfecteerde en verdachte bedrijven. Routine-vaccina-              te vaccineren of de in artikel 7, lid 2, bedoelde maatregelen toe te
                     tie tegen KVP in vredestijd is verboden in de EU (artikel 18).                      passen;
                                                                                                     i) andere met de noodsituatie verband houdende aspecten, met name
                                                                                                        de klinische onderzoeken en laboratoriumtests die moeten worden
                     Artikel 18 (richtlijn 2001/89/EG)                                                  verricht op monsters die zijn genomen op de bedrijven waar wel en
                                                                                                        bedrijven waar niet is gevaccineerd in het vaccinatiegebied, vooral
                     Gebruik, aanmaak en verkoop van vaccins tegen klassieke varkenspest                wanneer een merkervaccin wordt gebruikt.
                     1. De lidstaten zien erop toe dat:                                                 De Commissie onderzoekt het programma onmiddellijk in samen-
                         a) het gebruik van vaccins tegen klassieke varkenspest wordt                   werking met de betrokken lidstaat. Volgens de in artikel 27, lid 2,
                            verboden;                                                                   bedoelde procedure kan het noodvaccinatieprogramma worden
                         b) de hantering, aanmaak, opslag, levering, distributie en verkoop van         goedgekeurd of kunnen wijzigingen en aanvullingen worden
                            vaccins tegen klassieke varkenspest op het grondgebied van de               gevraagd vóórdat de goedkeuring wordt gegeven.
                            Gemeenschap onder officiële controle plaatsvinden.                          Het programma kan later nog volgens de in artikel 27, lid 2,
                                                                                                        bedoelde procedure worden gewijzigd of aangevuld in verband met
                     2. Indien nodig worden voorschriften inzake de aanmaak, de verpakking,             de verdere ontwikkeling van de situatie.
                         distributie en opslag van vaccins tegen klassieke varkenspest in de
                         Gemeenschap volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure vast-    4. Onverminderd de artikelen 10 en 11, ziet de betrokken lidstaat, wan-
                         gesteld.                                                                    neer er noodvaccinatie wordt toegepast, erop toe dat tijdens de vac-
                                                                                                     cinatieperiode:
                     Echter deze richtlijn staat noodvaccinatie toe (onder voorwaarden) tij-         a) geen levende varkens uit het vaccinatiegebied worden afgevoerd,
                     dens KVP-uitbraken indien de ernst van de situatie dat vereist (artikel 19):        tenzij om onmiddellijk te worden geslacht in een door de bevoegde
                                                                                                         autoriteit aangewezen slachthuis in het vaccinatiegebied of in de
                                                                                                         onmiddellijke nabijheid daarvan, of om te worden vervoerd naar
                     Artikel 19 (richtlijn 2001/89/EG)                                                   een destructiebedrijf of een geschikte plaats waar de dieren
                                                                                                         onmiddellijk worden gedood en de karkassen onder officieel toe-
                     Noodvaccinaties op varkensbedrijven
                                                                                                         zicht worden verwerkt;
                     1. In afwijking van artikel 18, lid 1, onder a), mag, wanneer besmetting
                                                                                                     b) al het verse vlees van varkens die in het kader van het noodvacci-
                         met klassieke varkenspest op een varkensbedrijf is bevestigd en wan-
                                                                                                         natieprogramma zijn gevaccineerd, overeenkomstig het bepaalde
                         neer uit de epizoötiologische gegevens blijkt dat de ziekte zich dreigt
                                                                                                         in artikel 10, lid 3, onder f), vierde streepje, wordt verwerkt of
                         te verspreiden, tot noodvaccinatie op varkensbedrijven worden beslo-
                                                                                                         wordt gemerkt en behandeld;
50 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                   ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>                        c) sperma, eicellen en embryo's, die in de laatste 30 dagen vóór de       Wanneer de in lid 4 bedoelde maatregelen worden ingetrokken zien de
                           vaccinatie zijn verkregen van de te vaccineren varkens, worden         lidstaten er ook op toe dat:
                           opgespoord en onder officieel toezicht worden vernietigd.                 a) op bovengenoemde bedrijven geen nieuwe varkens worden
                                                                                                        binnengebracht tot ten minste 10 dagen na voltooiing van de rei-
                     5. Lid 4 blijft van toepassing gedurende ten minste zes maanden na vol-            niging en ontsmetting en nadat alle varkens op de bedrijven waar
                        tooiing van de vaccinatie in het betrokken gebied.                              is gevaccineerd, zijn geslacht of gedood;
                     6. Volgens de in artikel 27, lid 2, bedoelde procedure en vóór het einde        b) nadat weer varkens zijn binnengebracht, alle varkens op de bedrij-
                        van de in lid 5 bedoelde periode van zes maanden, worden maatre-                ven in het vaccinatiegebied klinisch worden onderzocht en labora-
                        gelen genomen teneinde te verbieden:                                            toriumtests ondergaan als bepaald in het diagnosehandboek, met
                        a) dat seropositieve varkens worden afgevoerd van het bedrijf waar zij          het oog op de opsporing van eventueel aanwezig virus van klas-
                           worden gehouden, tenzij om onmiddellijk te worden geslacht;                  sieke varkenspest. Indien weer varkens worden binnengebracht in
                        b) dat sperma, embryo's of eicellen worden gewonnen van seroposi-               bedrijven waar is gevaccineerd, mogen deze onderzoeken en tests
                           tieve varkens;                                                               ten vroegste 40 dagen nadat de varkens zijn binnengebracht, wor-
                        c) dat biggen van seropositieve zeugen van het bedrijf van oorsprong            den verricht en in die periode mogen geen varkens van het bedrijf
                           worden afgevoerd, tenzij om te worden vervoerd:                              worden afgevoerd.
                           - naar een slachthuis om daar onmiddellijk te worden geslacht;
                           - naar een door de bevoegde autoriteit aangewezen bedrijf, van-        9. Wanneer in het kader van de vaccinatiecampagne van een merkervac-
                             waar zij rechtstreeks naar een slachthuis zullen worden gebracht;       cin gebruik is gemaakt, kunnen volgens de in artikel 27, lid 2,
                           - naar een bedrijf, nadat zij negatief hebben gereageerd op een           bedoelde procedure afwijkingen van de leden 4, 5 en 6 worden toe-
                             serologische test op de aanwezigheid van antilichamen tegen het         gestaan, vooral inzake het merken van vlees van gevaccineerde var-
                             virus van klassieke varkenspest.                                        kens en het latere gebruik, en inzake de bestemming van de behan-
                                                                                                     delde producten. Deze afwijkingen worden slechts toegestaan, op
                     7. In afwijking van lid 3 kan een lidstaat zelf besluiten noodvaccinatie toe    voorwaarde dat:
                        te passen, op voorwaarde dat de belangen van de Gemeenschap niet             a) het vaccinatieprogramma was goedgekeurd voordat met de vacci-
                        geschaad worden, en aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:                  natie is begonnen overeenkomstig lid 3;
                        a) het kader van het noodvaccinatieprogramma moet overeenkomstig             b) door de betrokken lidstaat een specifiek verzoek bij de Commissie
                           artikel 22 worden vastgesteld. Het concrete plan en het besluit tot          is ingediend, vergezeld van een uitgebreid verslag over de uitvoe-
                           noodvaccinatie moeten bij de Commissie worden gemeld vóórdat                 ring van de vaccinatiecampagne, de resultaten ervan en de alge-
                           met de eigenlijke vaccinatie wordt begonnen;                                 mene epizoötiologische situatie, en
                        b) behalve de in lid 3 bedoelde informatie moet het programma de             c) de toepassing van de vaccinatiecampagne ter plaatse is gecontro-
                           bepaling bevatten dat alle varkens op de bedrijven waar wordt                leerd volgens de in artikel 21 bedoelde procedures.
                           gevaccineerd, zo snel mogelijk na voltooiing van de vaccinatie
                           overeenkomstig lid 4, onder a), zullen worden geslacht of gedood       De vaststelling van de afwijkingen van de in de leden 4, 5 en 6 bedoelde
                           en dat het verse vlees van die varkens overeenkomstig artikel 10, lid  bepalingen gebeurt op grond van het risico dat het virus van klassieke
                           3, onder f), vierde streepje, zal worden verwerkt of worden            varkenspest wordt verspreid ten gevolge van de verplaatsingen van of de
                           gemerkt en behandeld.                                                  handel in gevaccineerde varkens, nakomelingen daarvan of producten
                                                                                                  daarvan.
                     Wanneer deze situatie zich voordoet, wordt het vaccinatieprogramma
                     onmiddellijk besproken in het Permanent Veterinair Comité. Volgens de
                     in artikel 27, lid 2, bedoelde procedure kan het programma worden            5. AFRIKAANSE VARKENSPEST (AVP)
                     goedgekeurd of kunnen wijzigingen en aanvullingen worden gevraagd
                     vóórdat de goedkeuring wordt gegeven.                                        Deze ziekte wordt veroorzaakt door een DNA-virus van het geslacht Iri-
                                                                                                  dovirus (deze groep bevat voornamelijk virussen van insecten, reptielen
                     8. In afwijking van de leden 5 en 6, kunnen de in lid 4 bedoelde maat-       en amfibieën). De gastheren zijn alleen varkens. In Afrika vormen wilde
                        regelen worden ingetrokken:                                               varkens een reservoir voor het virus. In Afrika en Zuid-Europa fungeren
                        a) nadat alle varkens op de bedrijven waar is gevaccineerd overeen-       Ornithodoros teken als tussengastheer voor het virus. In varkens die her-
                           komstig artikel 4, lid a), zijn geslacht of gedood en het verse vlees  stellen van de ziekte komen antilichamen voor, maar deze zijn niet in
                           van die varkens overeenkomstig artikel 10, lid 3, onder f), vierde     staat om het virus te neutraliseren. De meeste herstelde varkens zijn car-
                           streepje, is verwerkt of is gemerkt en behandeld;                      riers gedurende lange periodes, misschien wel levenslang. In de acute
                        b) nadat alle bedrijven waar gevaccineerde varkens zijn gehouden,         vorm gaat AVP gepaard met hoge koorts, een snelle leucopenie, rode
                           overeenkomstig artikel 12 zijn gereinigd en ontsmet.                   verkleuring van de huid: oorpunten, staart, hammen, borst en buik; bra-
                                                                                                  ken, bloederige diarree en ooguitvloeiing; verlies van eetlust, cyanosis en
52 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>                     zwalkende gang binnen 24-48 uur voorafgaande aan sterfte (100%); bij        Directe overdracht gebeurt door contact tussen zieke en gezonde dieren,
                     zeugen kan abortus optreden. In de subacute vorm zijn de symptomen          en contact met excreta van geïnfecteerde varkens. Het virus treedt mak-
                     minder uitgesproken, met minder sterfte (30-70%), en duren de ziekte-       kelijk het lichaam binnen via wondjes in de huid en mucosa. Fecale con-
                     verschijnselen 5-30 dagen. Er is op dit moment geen vaccin beschikbaar.     taminatie is de voornaamste bron van virusverspreiding, mogelijk door
                                                                                                 middel van gecontamineerde transportmiddelen. In het Verenigd
                     Directe overdracht gebeurt via teken (biologische vectoren) en bloedzui-    Koninkrijk was het voeren van afval dat geïnfecteerd vlees bevatte (swill),
                     gende insecten zoals muggen die kunnen zorgen voor snelle versprei-         één van de belangrijkste transmissieroutes. De incubatietijd is 2 tot 7
                     ding binnen het bedrijf en voor verspreiding naar andere bedrijven op       dagen.
                     korte afstand, door contact tussen zieke en gezonde dieren, indirecte
                     overdracht door voeren met afval dat geïnfecteerd vlees bevat (swill), en   De ziekte is voor het eerst beschreven in 1966 in Italië, waarna het in
                     gecontamineerde materialen zoals voertuigen, werktuigen, kleding,           1970 opdook in Hongkong en in 1972 in Engeland, waar het zich in
                     et cetera. De incubatietijd is 5 tot 15 dagen.                              1973 verspreidde naar Wales en Schotland. In Nederland zijn SVD-uit-
                                                                                                 braken gerapporteerd in 1975, 1992, en 1994. In 2002 en 2003 werd
                     In de differentiaal diagnose komen de volgende dierziekten voor: klas-      SVD binnen Europa alleen uit Italië gemeld (zie tabel). In Portugal is in
                     sieke varkenspest, erysipelas, salmonellose, pasteurellose en alle septica- december 2003 een uitbraak geconstateerd.
                     emische condities.
                                                                                                 SVD wordt in Nederland bestreden op basis van de Europese richtlijn
                     AVP is in de meeste landen van Sub-Sahara Afrika endemisch, zoals uit       92/119/EEG. Bestrijding van ziekteuitbraken met SVD gebeurt volgens
                     het overzicht blijkt van 2002 en 2003 (zie tabel). In 2002 werd AVP ook     deze richtlijn door het doden en vernietigen van alle bevattelijke dieren
                     in Europa gemeld, namelijk in Italië.                                       op een geïnfecteerd bedrijf en van nauwe contacten, instellen van ver-
                                                                                                 voerverboden, instellen van beschermings- en toezichtsgebieden, en
                     AVP wordt in Nederland bestreden op basis van de Europese richtlijn         ontsmetting van geïnfecteerde en verdachte bedrijven.
                     2002/60/EG. Bestrijding van ziekteuitbraken met AVP gebeurt volgens
                     deze richtlijn door het doden en vernietigen van alle bevattelijke dieren   Deze richtlijn staat vaccinatie toe (onder voorwaarden) indien de ernst
                     op een geïnfecteerd bedrijf en van nauwe contacten, instellen van ver-      van de situatie dat vereist (artikel 19), zie bijdrage bij runderpest. Er is
                     voerverboden, instellen van beschermings- en toezichtsgebieden, en          echter op dit moment geen vaccin beschikbaar tegen SVD.
                     ontsmetting van geïnfecteerde en verdachte bedrijven.
                                                                                                 7. VOGELPEST OF AVIAIRE INFLUENZA (AI)
                     6. BLAASJESZIEKTE OF SWINE VESICULAR DISEASE (SVD)
                                                                                                 Deze ziekte wordt veroorzaakt door een RNA-virus van de familie Ortho-
                     Deze ziekte wordt veroorzaakt door een RNA-virus van de familie Picor-      myxoviridae. Bij aviaire influenza (AI) is er onderscheid tussen hoog
                     naviridae. SVD (blaasjesziekte) is een besmettelijke varkensziekte die in   pathogeen (A-lijst) en laag pathogeen (B-lijst). Verdere is er een onder-
                     het veld niet te onderscheiden is van mond- en klauwzeer (MKZ) en vesi-     verdeling/typering op basis van twee verschillende oppervlakte-eiwitten
                     culaire stomatitis (VS) (differentiaal diagnose). Varkens zijn de voor-     in 15 verschillende Haemagglutinin (H) en 9 verschillende Neuramini-
                     naamste natuurlijke gastheer, experimenteel zijn ook besmette schapen       dase (N) subtypen die in combinatie een type virus identificeren. De
                     beschreven. In een aantal publicaties worden aanwijzingen voor infectie     hoogpathogene varianten behoren alle tot het subtype H5 en H7 in com-
                     bij de mens (zoönose) beschreven, echter mogelijk zijn dit vals positieve   binatie met een willekeurige N, maar niet alle H5 en H7 typen zijn hoog
                     bevindingen ten gevolge van infectie met Coxackie B5 virus. De klinische    pathogeen.
                     verschijnselen van SVD kunnen gemakkelijk worden verward met die van
                     MKZ. SVD wordt meestal het eerst ontdekt doordat blaren op de neus en       Er kan worden verondersteld dat alle vogelsoorten voor infectie vatbaar
                     klauwen opvallen, plotseling optreden van kreupelheid bij verschillende     zijn, evenals de mens hoewel infectie bij de mens zeer zelden voorkomt
                     dieren kan optreden. Lichaamstemperatuur kan 2 tot 4 graden hoger zijn      ondanks een gelijktijdige hoge incidentie bij vogels tijdens uitbraken.
                     dan normaal. Blaren worden zichtbaar op de snuit, de kroonrand en de        Ziekteverschijnselen bij de mens beperken zich voornamelijk tot con-
                     tussenklauwspleet van de poten. Blaren op het epitheel van de bek en de     junctivitis en griepachtige verschijnselen, in uitzonderlijke gevallen kan
                     tong vallen vaak minder op, bij lacterende dieren kunnen blaren op het      sterfte optreden. In 1997 zijn er tijdens een grote epidemie van type
                     uier worden waargenomen. Het hoefgedeelte kan loslaten en met name          H5N1 in Hongkong 18 humane infecties vastgesteld, waarbij 6 mensen
                     jonge dieren kunnen de hoef verliezen. Herstel van de ziekte treedt         zijn overleden. In 1999 zijn bij een epidemie van het type H9N2 in Hong-
                     meestal op binnen een week, met een maximum van drie weken. Som-            kong twee humane infecties vastgesteld zonder dodelijke afloop. Bij de
                     mige virusstammen veroorzaken slechts milde klinische verschijnselen, of    epidemie van het type H7N1 in Italië in 1999-2000 zijn geen humane
                     zijn zelfs volledig subklinisch.                                            infecties gerapporteerd. In 2003 is bij een H5N1 uitbraak in Hongkong
                                                                                                 bij twee mensen een infectie vastgesteld, waarbij één persoon is overle-
54 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                               ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                     den. Bij de grote H7N7 epidemie in Nederland in 2003 zijn tientallen       Recent heeft een wetenschappelijke commissie van de EU aanbevolen
                     humane infecties vastgesteld, waarvan één met dodelijke afloop. Eind       dat vaccinatie alleen zou moeten worden gebruikt ter aanvulling van
                     2003, begin 2004 zijn humane infecties in Zuid-Korea en Vietnam            stamping out. Om gevaccineerde en geïnfecteerde dieren te kunnen
                     geconstateerd bij uitbraken van AI.                                        onderscheiden, beveelt deze commissie het gebruik van marker vaccins
                                                                                                aan, bijvoorbeeld. door gebruik van een vaccin met een neuraminidase
                     Bij AI zijn tal van ziekte verschijnselen bekend bij pluimvee, niet altijd subtype dat afwijkt van het veldvirus (Sanco/B3/AH/R17/2000).
                     worden alle verschijnselen aangetroffen mede doordat bij hoogpatho-
                     gene varianten de sterfte zeer snel optreedt: oedeem aan hoofd, aange-
                     zicht en nek; onderhuidse bloedingen in poten, lellen en de kam; ont-      Artikel 16 (richtlijn 92/40/EEG)
                     steking bijholte van de neusholte; overvloedige traan-vorming;
                                                                                                Tegen aviaire influenza mag met behulp van een door de bevoegde auto-
                     luchtwegproblemen; eiproductiedaling; massale sterfte; ruw verenkleed;
                                                                                                riteit goedgekeurd vaccin alleen worden ingeent ter aanvulling van de
                     weefselsterfte; sloom; diarree. Onder bepaalde condities blijft het virus
                                                                                                bestrijdingsmaatregelen die bij het uitbreken van de ziekte zijn getroffen,
                     lang levensvatbaar in uitwerpselen en water. Het is zeer besmettelijk en
                                                                                                en overeenkomstig de volgende bepalingen:
                     kan een zeer hoge mortaliteit (tot 100%) veroorzaken.
                                                                                                   a) Het besluit om in te enten ter aanvulling van de bestaande bestrij-
                                                                                                       dingsmaatregelen wordt genomen door de Commissie in samen-
                     Ziekteverschijnselen bij de mens beperken zich voornamelijk tot con-
                                                                                                       werking met de betrokken lidstaat, volgens de procedure van
                     junctivitis en griepachtige verschijnselen, in uitzonderlijke gevallen kan
                                                                                                       artikel 21. Bij dat besluit dient met name rekening te worden
                     sterfte optreden. Isolaten van hoogpathogene aviaire influenza (HPAI)
                                                                                                       gehouden met:
                     worden hoofdzakelijk uit kippen en kalkoenen verkregen. Overdracht
                                                                                                                            - de pluimveedichtheid in het betrokken
                     gebeurt door rechtstreeks contact met secreta van geïnfecteerde vogels,
                                                                                                gebied;
                     in het bijzonder uitwerpselen, besmet voer, water, uitrusting en kleding.
                                                                                                                            - de kenmerken en de samenstelling van het te
                     Klinische normale water- en zeevogels kunnen het virus in gedomesti-
                                                                                                gebruiken vaccin;
                     ceerde vogels introduceren. Beschadigde, besmette eieren kunnen kui-
                                                                                                                            - de procedures die worden gevolgd bij het
                     kens in de incubator besmetten. De incubatieperiode is 3 tot 5 dagen.
                                                                                                                              toezicht op de distributie, de opslag en het
                     Apathogene en mild pathogene influenza A-virussen komen wereldwijd
                                                                                                                              gebruik van het vaccin;
                     voor. HPAI-virussen van de subtypes H5 en H7 worden zelden bij wilde
                                                                                                                            - de soorten en categorieën pluimvee die wor-
                     vogels geïsoleerd. In de jaren 1983-1984 werden in Pennsylvania, in de
                                                                                                den ingeënt;
                     VS, aan HPAI te wijten uitbraken vastgesteld. Er zijn aanwijzingen dat
                                                                                                                            - de gebieden waar wordt ingeënt.
                     laag pathogene H5- en H7-virussen kunnen muteren en hoog pathogeen
                     kunnen worden. HPAI-besmettingen komen zeer zelden voor en moeten
                                                                                                In afwijking van de eerste alinea mag het besluit om rondom de haard
                     niet worden verward met laag pathogene virussen, die ook van de sub-
                                                                                                tot noodvaccinatie over te gaan door de betrokken lidstaat worden
                     types H5 of H7 kunnen zijn.
                                                                                                genomen na kennisgeving aan de Commissie, mits de fundamentele
                                                                                                belangen van de Gemeenschap niet in het gedrang komen. Dit besluit
                     In de differentiaal diagnose komen de volgende vogelziekten voor: vogel
                                                                                                wordt onverwijld, volgens de procedure van artikel 21, aan een nieuw
                     cholera, Newcastle disease, infectieuze larynchotracheïtis, infectieuze
                                                                                                onderzoek onderworpen in het kader van het Permanent Veterinair
                     coryza, E. coli cellulitis van de kop, mycoplasmose, infectieuze bronchi-
                                                                                                Comité.
                     tis en specifiek voor kalkoenen Turkey rhinotracheitis; daarnaast alle
                                                                                                   b) Wanneer een lidstaat, overeenkomstig punt a), toestemming krijgt
                     management fouten zoals vergiftiging en, deprivatie van water, voer,
                                                                                                       om in een beperkt deel van zijn grondgebied noodvaccinatie toe te
                     onvoldoende ventilatie.
                                                                                                       passen, heeft dat geen effect op de status van de rest van het
                                                                                                       grondgebied, op voorwaarde dat de ingeënte dieren niet worden
                     In 2002 (zie tabel) werden HPAI-uitbraken gemeld aan de OIE uit Chili
                                                                                                       verplaatst gedurende een periode die volgens de procedure van
                     (Zuid-Amerika), Afghanistan en Hongkong (Azië), en Italië (Europa). In
                                                                                                       artikel 21 wordt vastgesteld.
                     2003 (zie tabel) zijn er HPAI uitbraken gemeld uit Hongkong (Azië), en
                     Nederland, België en Duitsland (Europa).
                                                                                                8. PSEUDOVOGELPEST OF NEWCASTLE DISEASE (NCD)
                     HPAI wordt in Nederland bestreden op basis van de Europese richtlijn
                     92/40/EEG. Bestrijding van ziekteuitbraken met HPAI gebeurt volgens        Deze ziekte wordt veroorzaakt door een RNA-virus van de familie Para-
                     deze richtlijn door het doden en vernietigen van alle bevattelijke dieren  myxoviridae. De gastheren zijn vele tamme en wilde vogelsoorten. Ook
                     op een geïnfecteerd bedrijf en van nauwe contacten, instellen van ver-     de mens kan geïnfecteerd worden (zoönose), maar dit komt zelden voor.
                     voerverboden, instellen van beschermings- en toezichtsgebieden, en         Indien humane infectie optreedt is dat hoofdzakelijk bij slachterijperso-
                     ontsmetting van geïnfecteerde en verdachte bedrijven. Deze richtlijn       neel, laboratorium personeel en bijvoorbeeld dierenartsen die de
                     staat noodvaccinatie toe (onder voorwaarden) tijdens HPAI-uitbraken        vaccinatie met levend vaccin bij vogels uitvoeren. Indien klinische
                     indien de ernst van de situatie dat vereist (artikel 16).
56 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                               ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>                     verschijnselen optreden bij de mens - in meeste gevallen zal de infectie  deze richtlijn door het doden en vernietigen van alle bevattelijke dieren
                     subklinisch verlopen - beperken die zich hoofdzakelijk tot een con-       op een geïnfecteerd bedrijf en van nauwe contacten, instellen van ver-
                     junctivitis en griepachtige verschijnselen.                               voerverboden, instellen van beschermings- en toezichtsgebieden, en
                                                                                               ontsmetting van geïnfecteerde en verdachte bedrijven.
                     De mortaliteit en morbiditeit varieert tussen vogelsoorten, en met de     Deze richtlijn staat vaccinatie (profylactisch en nood) toe (artikel 16, 17
                     virusstam. Kippen lijken het meest gevoelig, eenden en ganzen zijn        en 18):
                     binnen het pluimvee de vogels die de ziekte klinisch weinig merkbaar
                     ondergaan. Overdracht gebeurt door rechtstreeks contact met secreta en
                     excreta - in het bijzonder feces - van geïnfecteerde vogels en door       Artikel 16 (richtlijn 92/66/EEG)
                     gecontamineerd voer, water, werktuigen, erven, kleding, et cetera. Wilde
                     vogels vormen een natuurlijk reservoir van NCD-virus, en introductie van  1. De lidstaten zien erop toe dat:
                     de infectie bij gedomesticeerd pluimvee kunnen dan ook door                  a) de inenting tegen de ziekte van Newcastle met door de bevoegde
                     (trek)vogels worden veroorzaakt. De incubatietijd is 4 tot 6 dagen.             autoriteit goedgekeurde vaccins kan worden uitgevoerd in het
                                                                                                     kader van preventieve maatregelen of ter aanvulling van bestrij-
                     De volgende verschijnselen zijn zichtbaar na infectie:                          dingsmaatregelen die bij het uitbreken van de ziekte zijn getroffen;
                        1) respiratieproblemen en problemen met het zenuwstelsel: hoesten,        b) alleen vaccins worden toegelaten waarvoor door de bevoegde
                           rochelen, naar adem snakken, hangende vleugels, slepen met de              autoriteit van de lidstaat waar het vaccin wordt gebruikt een ver-
                           poten, schudden met kop en nek, in rondjes lopen, depressie, niet          gunning voor het in de handel brengen is afgegeven.
                           eten, verlammingsverschijnselen, draainekken;
                        2) gedeeltelijk of volledig stoppen van de eiproductie;                2. Verdere criteria inzake het gebruik van vaccins tegen de ziekte van
                        3) afwijkende eischaalkwaliteit (te dun, ruw);                            Newcastle kunnen worden vastgesteld volgens de procedure van arti-
                        4) groen-waterige diarree;                                                kel 25.
                        5) zwelling van weefsel rond de ogen en de nek.
                     In de differentiaal diagnose komen de volgende vogelziekten voor: vogel   Artikel 17 (richtlijn 92/66/EEG)
                     cholera, aviaire influenza, infectieuze larynchotracheïtis, vogelpokken,
                                                                                               1. Een lidstaat waar pluimvee al dan niet op vrijwillige basis preventief
                     psittacose (bij psittacine vogelsoorten), mycoplasmose, infectieuze bron-
                                                                                                  tegen de ziekte van Newcastle wordt ingeënt, stelt de Commissie en
                     chitis, Pacheco’s parrot disease (bij psittacine vogelsoorten); daarnaast
                                                                                                  de andere lidstaten daarvan in kennis.
                     alle management fouten zoals deprivatie van water, voer, onvoldoende
                                                                                               2. Bij de kennisgeving overeenkomstig lid 1 moet melding worden
                     ventilatie.
                                                                                                  gemaakt van:
                                                                                                  - de kenmerken en de samenstelling van het gebruikte vaccin,
                     NCD komt over de hele wereld voor, in 2002 werden ND-uitbraken
                                                                                                  - de procedures die worden gevolgd bij de controle, de distributie, de
                     gemeld uit grote delen van Afrika, Azië, het Amerikaanse continent,
                                                                                                    opslag en het gebruik van de vaccins,
                     Australië, Nieuw Zeeland en Frans Polynesië in Oceanië, en in Europa in
                                                                                                  - de soorten en categorieën pluimvee die mogen of moeten worden
                     Albanië, Denemarken, Macedonië, Servië en Montenegro, en Rusland
                                                                                                    ingeënt,
                     (zie tabel). In 2003 zijn het aantal meldingen sterk verminderd, maar
                                                                                                  - de gebieden waar mag of moet worden ingeënt,
                     werden wel enkele landen in Afrika, Azië, Amerika getroffen (zie tabel).
                                                                                                  - de redenen voor de inenting.
                     In Europa kwamen er in 2003 meldingen van NCD uit Oostenrijk, Bela-
                     rus, Italië, Noorwegen, Zweden, en Rusland. In Nederland is de laatste
                                                                                               3. De lidstaten kunnen bepalen dat er een inentingsprogramma voor
                     uitbraak gemeld in commercieel pluimvee in 1994. In 1999 is er nog een
                                                                                                  postduiven wordt opgezet. In dat geval stellen zij de Commissie daar-
                     uitbraak geweest in een vogelhospitium, en eind 2003 onder geïmpor-
                                                                                                  van in kennis. Onverminderd dit programma zien de lidstaten erop
                     teerde volièrevogels.
                                                                                                  toe dat de organisatoren van wedstrijden en tentoonstellingen de
                                                                                                  nodige schikkingen treffen om ervoor te zorgen dat alleen postduiven
                     Een grote meerderheid van landen die commercieel pluimvee houden,
                                                                                                  die door een officiële dierenarts tegen de ziekte van Newcastle zijn
                     voeren vaccinatie uit om NCD onder controle te houden. In Noorwegen,
                                                                                                  ingeënt tot de wedstrijden of tentoonstellingen worden toegelaten.
                     Zweden en Finland is vaccinatie echter verboden en gebeurt de bestrij-
                                                                                               4. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, met name ten aanzien van
                     ding door uitroeiing. In het Verenigd Koninkrijk is profylactische vacci-
                                                                                                  de te hanteren criteria en de eventuele ontheffingen die kunnen wor-
                     natie vrijwillig, in Nederland en bepaalde andere EU-landen daarentegen
                                                                                                  den verleend op grond van de gezondheidssituatie van de lidstaten,
                     verplicht.
                                                                                                  worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 25.
                     NCD wordt in Nederland bestreden op basis van de Europese richtlijn
                     92/66/EEG. Bestrijding van ziekteuitbraken met NCD gebeurt volgens
                                                                                               Artikel 18 (richtlijn 92/66/EEG)
58 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                              ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>                                                                                                       gehandhaafd; deze periode kan met telkens drie maanden worden
                     1. De lidstaten zien erop toe dat, wanneer de aanwezigheid van de ziekte          verlengd.
                        van Newcastle wordt bevestigd, de bevoegde autoriteit, ter aanvulling       5. In afwijking van het bepaalde in lid 3, onder a) en b), kan de
                        van de andere in deze richtlijn vastgestelde bestrijdingsmaatregelen,          bevoegde autoriteit bepalen dat pluimveekoppels van zeer grote
                        kan bepalen in welk gebied en in welke periode specifieke soorten              wetenschappelijke waarde niet systematisch hoeven te worden inge-
                        pluimvee zo spoedig mogelijk en systematisch onder officiële controle          ënt, op voorwaarde dat door de bevoegde autoriteit de nodige maat-
                        worden ingeënt (noodvaccinatie). Een lidstaat die noodvaccinatie toe-          regelen worden getroffen om de gezondheid van het pluimvee te
                        past brengt de Commissie en de andere Lid-Staten in het bij Besluit            garanderen en de koppels geregeld serologisch worden onderzocht.
                        68/361/EEG(10) ingestelde Permanent Veterinair Comité op de                 6. De Commissie volgt de ontwikkeling van de ziektesituatie en kan,
                        hoogte van de situatie met betrekking tot de ziekte van Newcastle en           indien nodig, volgens de procedure van artikel 25 een besluit nemen
                        het noodvaccinatieprogramma.                                                   inzake de controle op verplaatsingen en vaccinatie.
                     2. In het in lid 1 bedoelde geval is vaccinatie of revaccinatie van pluim-     BRONNEN
                        vee verboden op bedrijven waarvoor de in artikel 4 bedoelde beper-
                        kingen gelden.                                                              Acha, P.N., Szyfres, B. Zoonoses and communicable diseases common to
                     3. In het in lid 1 bedoelde geval                                              man and animals. Pan American Health Organization, Scientific publica-
                        a) worden de specifieke soorten pluimvee zo spoedig mogelijk inge-          tion no. 503, 1989, 963 pp.
                           ënt;
                        b) moet alle pluimvee van de specifieke soorten, dat op een bedrijf in      Diseases of Swine, Iowa State University Press, Ames, Iowa, USA.
                            het vaccinatiegebied wordt geboren of binnengebracht, worden of
                            zijn ingeënt;                                                           Europese wetgeving: Eurolex (www.europa.eu.int/eur-lex/)
                        c) mag pluimvee van de specifieke soorten de bedrijven in het vacci-
                           natiegebied niet verlaten zolang de in lid 1 bedoelde vaccinatie niet    Plowright, W., Thomson, G.R., and Neser, J.A. African Swine Fever. In:
                           is voltooid, tenzij het gaat om:                                         Infectious Diseases of Livestock with special reference to southern Africa.
                                                  - eendagskuikens die naar een bedrijf in het      Eds. J.A.W. Coetzer, G.R.Thomson, R.C. Tustin. Oxford University Press,
                                                    vaccinatiegebied worden gebracht en daar        1994, 568-599 pp.
                                                    worden ingeënt,
                                                  - pluimvee dat rechtstreeks naar een slachthuis   Rossiter, P.B. Rinderpest. In: Infectious Diseases of Livestock with special
                                                    in het vaccinatiegebied wordt gebracht om er    reference to southern Africa. Eds. J.A.W. Coetzer, G.R.Thomson, R.C.
                                                    onmiddellijk te worden geslacht. Als het        Tustin. Oxford University Press, 1994, 735-757 pp.
                                                    slachthuis buiten het vaccinatiegebied is
                                                    gelegen, mogen verplaatsingen van het           Rossiter, P.B., and Taylor, W.P. Peste des petits ruminants. In: Infectious
                                                    pluimvee alleen worden toegestaan nadat de      Diseases of Livestock with special reference to southern Africa. Eds.
                                                    officiële dierenarts op het bedrijf een gezond- J.A.W. Coetzer, G.R.Thomson, R.C. Tustin. Oxford University Press, 1994,
                                                    heidsinspectie heeft verricht;                  758-765 pp.
                                d) kan worden toegestaan dat pluimvee en eieren het vaccina-        Swayne DE, and Suarez, DL. Highly pathogenic avian influenza. Rev. sci.
                                   tiegebied verlaten nadat de onder a) bedoelde vaccinatie is      tech. Off. int. Epiz. 2000, 19: 463-482.
                                   voltooid, wanneer het gaat om voor de vleesproductie
                                   bestemde eendagskuikens die naar een bedrijf worden              Technical Disease Cards, OIE, Paris (www.oie.int)
                                   gebracht en daar worden ingeënt; het betrokken bedrijf moet
                                   dan onder toezicht blijven totdat de daarheen gebrachte kui-     Terpstra, C. Vesiculaire varkensziekte in Nederland. Tijdschr. Dierge-
                                   kens zijn geslacht;                                              neeskd. 1992, 117: 623-626.
                                                  - pluimvee dat sedert meer dan 21 dagen is
                                                    ingeënt en dat bestemd is om onmiddellijk te    Terpstra, C. Varkenspest: symptomen, epizoötiologie en diagnose.
                                                    worden geslacht;                                Tijdschr. Diergeneeskd. 1997, 122: 198-200.
                                                  - broedeieren, die zijn gelegd door pluimvee
                                                    dat ten minste drie weken geleden is ingeënt,   Terpstra, C., Dekker, A., Reek, F.H., en Chenard, G. Vesiculaire varkens-
                                                    met dien verstande dat de eieren en de eind-    ziekte: bedreiging of uitdaging voor de Nederlandse Varkenshouderij.
                                                    verpakkingen vóór het vervoer moeten zijn       Tijdschr. Diergeneeskd. 1995, 120: 267-270.
                                                    ontsmet.
                     4. De in lid 3, onder b) en d), bedoelde maatregelen worden, nadat de
                        in lid 1 bedoelde vaccinatie is voltooid, nog gedurende drie maanden
60 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                    ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Tabel
Overzicht van enkele specifieke aangifteplichtige dierziekten (A-lijst) zoals die aan de OIE in Parijs zijn gemeld en in
een aantal gevallen gemeld zijn via promed-mail (newsletter van de Society for Infectious Diseases).
                                    Diseases 2002 (Source: OIE, Paris)                                                                                Diseases 2002 (Source: OIE, Paris)
  Country                        Continent NCD HPAI KVP AVP SVD PPR                                      RP      MKZ     Country                    Continent NCD HPAI KVP AVP SVD PPR                                 RP      MKZ
   Algeria                           Africa         +        -        -         -       -       -          -     1999     Tanzania                    Africa         +        -       -       +        -      -       1997       +
   Angola                            Africa         +        -        -        +        -       -       1972     2001     Togo                        Africa         +        -       -   +(fauna+)    -      +       1986       +
   Belize                            Africa         -        -      1988        -       -       -          -        -     Uganda                      Africa         +        -       -       +        -              1994       +
   Benin                             Africa         +                          +                +                  +      Zambia                      Africa         +        -       -       +        -      -       1896        +
   Botswana                          Africa         +        -        -      1999       -       -       1899       +      Zimbabwe                    Africa         +        -       -    1992        -      -       1898        +
   Burkina Faso                      Africa         +        -        -         -       -       -       1988       +      Sao Tome and Principe       Africa         +        -       -       -        -      -         -         -
   Cameroon                          Africa         +        -        -        +        -       +       1986       +
   Cape Verde                        Africa         +                                   -       -          -        -     Antigua and Barbuda        Americas        -        -       -       -        -      -         -         -
   Central African Republic          Africa         +        -        -         -       -       +       1983       +      Argentina                  Americas     1999        -     1999      -        -      -         -         +
   Chad                              Africa         +        -        -         -       -       +       1984       +      Bahamas                    Americas        -        -       -       -        -      -         -         -
   Congo (Dem. Rep. of the)          Africa         +        -        -        +        -       +          -       +      Barbados                   Americas     1972        -     1971      -        -      -         -         -
   Congo (Rep. of the)               Africa       2001       -        -                 -       -          -        -     Bolivia                    Americas        +        -       -       -        -      -         -         +
   Cote d’Ivoire                     Africa                  -        -      1996             2001      1986     2001     Brazil                     Americas     2001        -     2001   1981        -      -       1921      2001
   Djibouti                          Africa         +                 -         -       -       -          -        -     British Virgin Islands     Americas        -        -       -       -        -      -         -         -
   Egypt                             Africa       1996    1965        -         -       -     1989      1987     2000     Canada                     Americas     1973        -     1963      -        -      -         -       1952
   Eritrea                           Africa         +        -        -         -               +       1995        +     Cayman Islands             Americas        -        -       -       -        -      -         -         -
   Ethiopia                          Africa         +                 -      1993       -       +       1995        +     Chile                      Americas     1975        +     1996      -        -      -         -       1987
   Gabon                             Africa         -        -        -         -               +          -        -     Colombia                   Americas        +        -       +       -        -      -         -         +
   Ghana                             Africa         +        -        -        +                +       1988        +     Costa Rica                 Americas     1990        -     1997      -        -      -         -         -
   Guinea                            Africa         +        -        -         -               +       1967     2001     Cuba                       Americas     1982        -       +    1980        -      -         -         -
   Guinea-Bissau                     Africa         -        -                  -               -       1967        -     Curaçao
   Kenya                             Africa         +        -        -      2001       -       -       2001        +     (Netherlands Antilles)     Americas        +        -       -       -        -      -         -         -
   Lesotho                           Africa         +        -        -         -       -       -       1896        -     Dominica                   Americas        -        -     1977      -        -      -         -         -
   Libya                             Africa       1976       -        -         -       -       -       1966     1994     Dominican Rep.             Americas     2000        -       +    1981        -      -         -         -
   Madagascar                        Africa         +        -        +        +        -       -          -        -     Ecuador                    Americas     2000        -       +       -        -      -         -         +
   Malawi                            Africa         +        -        -        +        -       -          -        +     El Salvador                Americas        -        -     2001      -        -      -         -         -
   Mali                              Africa       2000       -        -         -               +       1986        +     Falkland Islands/Malvinas  Americas        -        -       -       -        -      -         -         -
   Mauritania                        Africa                  -        -         -               +          -        +     French Guiana              Americas        -        -       -       -        -      -         -       1958
   Mauritius                         Africa         -        -        +         -       -       -          -        -     Guadeloupe (France)        Americas     1968        -     1985      -        -      -         -       1964
   Morocco                           Africa       1986    1983        -         -       -       -          -     1999     Guatemala                  Americas        +        -       +       -        -      -         -         -
   Mozambique                        Africa         +        -        -        +        -       -       1896        +     Honduras                   Americas     2000        -       +       -        -      -         -         -
   Namibia                           Africa         +        -      1917     2001       -       -       1907     2000     Jamaica                    Americas     1969        -       -       -        -      -         -         -
   Niger                             Africa         +     1995        -         -               +       1985        +     Martinique (France)        Americas        -        -       -       -        -      -         -         -
   Nigeria                           Africa         +        -        -        +        -       +       1987        +     Mexico                     Americas        +     1995       +       -        -      -         -       1954
   Reunion (France)                  Africa         -        -        -         -       -       -       1902        -     Nicaragua                  Americas        +        -       +       -        -      -         -         -
   Rwanda                            Africa         +                          +                                    +     Panama                     Americas     1977        -     1961      -        -      -         -         -
   Senegal                           Africa         +     1993        -        +        -       +       1978        +     Paraguay                   Americas     1997        -     1995      -        -      -         -         +
   Seychelles                        Africa         -        -        -         -       -       -          -        -     Peru                       Americas     1995        -       +       -        -      -         -       2000
   Somalia                           Africa         -        -        -         -               -                   -     Saint Kitts and Nevis      Americas        +        -       -       -        -      -         -         -
   South Africa                      Africa         +        -      1918       +        -       -       1904       +      Saint Vincent &
                                                                                                                          the Grenadines             Americas        -        -       -       -        -      -
   Sudan                             Africa         +        -        -         -       -               1991     1990
   Swaziland                         Africa       2001    1988        -         -       -       -       1898     2001     Suriname                   Americas                 -       -       -        -      -         -         -
  62   ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                                                 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA  63
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>                                 Diseases 2002 (Source: OIE, Paris)                                                       Diseases 2002 (Source: OIE, Paris)
Country                       Continent NCD HPAI KVP AVP SVD PPR                       RP  MKZ  Country                 Continent NCD HPAI KVP AVP SVD PPR                                 RP      MKZ
 Trinidad and Tobago            Americas       1997       -    1974       -   -    -    -    -   Thailand                  Asia        1996       -        +       -               -      1959        +
 United States of America       Americas         +     1984    1976       -   -    -    -  1929  Tunisia                   Asia                   -         -      -       -       -        -      1999
 Uruguay                        Americas       1984       -    1991       -   -    -    -  2001  Turkmenistan              Asia        1994              1991      -       -       -        -      1999
 Venezuela                      Americas         +        -       +       -   -    -    -    +   United Arab Emirates      Asia          +        -         -      -              +         -      2001
                                                                                                 Uzbekistan                Asia        1994       -      1979      -       -       -        -      1991
 Afghanistan                       Asia          +       +                -        +    -    +   Vietnam                   Asia          +        -   +(fauna+)    -       -       -      1977        +
 Bahrain                           Asia          +        -       -       -   -    -  1985   +   Yemen                     Asia                             -      -              +       1995        +
 Bangladesh                        Asia          +        -       -       -   -    +    -    +
 Bhutan                            Asia          +                                 -  1969   +   Albania                  Europe         +      1973       +       -       -       -      1934     1996
 Brunei Darussalam                 Asia          +        -       -       -        -    -    -   Andorra                  Europe         -        -      1975    1975      -       -        -      1969
 Cambodia                          Asia          +                +           -              +   Armenia                  Europe       1998     1985     1990      -               -        -      2000
 China (People's Rep. of)          Asia          +        -       +       -        -  1955 1999  Austria                  Europe       2001     1946     2001      -     1979      -      1881     1981
 Hongkong (P.R. China)             Asia          +       +        +       - 1989   -  1950   +   Azerbaijan               Europe       2001       -         -      -       -       -        -      2001
 India                             Asia          +        -       +       -   -    +  1995   +   Belarus                  Europe       1980       -      1995      -       -       -        -      1982
 Indonesia                         Asia          +        -       +       -   -    -  1907 1983  Belgium                  Europe       1998       -    -(fauna+) 1985    1993      -      1920     1976
 Iran                              Asia          +        -       -       -   -    +  1994   +   Bosnia and Herzegovina   Europe       1998       -   +(fauna+)    -       -       -      1883     1968
 Iraq                              Asia                                       -              +   Bulgaria                 Europe       1993       -        +       -       -       -      1913     1996
 Israel                            Asia          +     1988    1948       -   -  2001 1983 1999  Croatia                  Europe       1991       -        +       -       -       -      1883     1978
 Japan                             Asia          +     1925    1992       - 1975   -  1924 2000  Cyprus                   Europe       1992       -      1967      -       -       -        -      1964
 Jordan                            Asia        1999       -       -       -   -  2000 1972 1999  Czech Republic           Europe       1998       -      1999      -       -       -      1881     1975
 Kazakhstan                        Asia          -        -       -       -        -    -  2001  Denmark                  Europe         +        -      1933      -       -       -      1782     1983
 Korea (Rep. of)                   Asia          +        -       +       -   -    -  1931   +   Estonia                  Europe       1962       -      1994      -       -       -        -      1982
 Kuwait                            Asia          +        -       -       -   -  1991 1985   +   Finland                  Europe       1996       -      1917      -       -       -      1877     1959
 Kyrgyzstan                        Asia        1986       -    1991       -   -    -    -  2001  Former Yug. Rep. of
 Laos                              Asia                1999       +       -        -    -    +   Macedonia                Europe         +        -        +       -       -       -        -      1996
 Lebanon                           Asia        2001       -       -       -      1997 1982   +   France                   Europe       1999     1948  +(fauna+)  1974    1983      -      1870     2001
 Malaysia (Peninsular)             Asia          +        -    1999       -   -    -    -    +   Georgia                  Europe       2001       -      1984      -               -      1989        +
 Malaysia (Sabah)                  Asia          +        -    1992       -   -    -    -    -   Germany                  Europe       1996     1979  +(fauna+)    -     1985      -      1870     1988
 Malaysia (Sarawak)                Asia          +        -       +       -   -    -    -    -   Greece                   Europe       1986       -      1985      -     1979      -      1926     2000
 Mongolia                          Asia          -        -    1994       -   -    -  1992   +   Greenland                Europe         -        -         -      -       -       -        -         -
 Myanmar                           Asia          +     1996    2001       -   -    -  1957   +   Hungary                  Europe       1992       -      1993      -       -       -      1881     1973
 Nepal                             Asia          +     1996       +       -        +  1990   +   Iceland                  Europe         -        -      1953      -       -       -        -         -
 Oman                              Asia          -        -       -       -   -    +  1995   +   Ireland                  Europe       1997     1983     1958      -       -       -      1866     2001
 Pakistan                          Asia          +     2000       -       -        +  2000   +   Italy                    Europe       2000       +      2001      +       +       -      1949     1993
 Philippines                       Asia          +        -       +       -   -    -  1955   +   Latvia                   Europe         -        -      1996      -       -       -      1921     1987
 Qatar                             Asia          -        -       -       -   -    -  1987 2001  Liechtenstein            Europe         -        -         -      -               -        -         -
 Saudi Arabia                      Asia          +     2001       -       -   -    +    -    +   Lithuania                Europe       1989       -      1992      -       -       -        -      1982
 Singapore                         Asia          +        -    1989       -   -    -  1930 1935  Luxembourg               Europe       1999     1956  +(fauna+)    -       -       -        -      1964
 Sri Lanka                         Asia          +        -    1999       -   -    -  1994   +   Malta                    Europe       1993       -      1962    1978    1978      -        -      1978
 Syria                             Asia        1999       -       -       -   -    -    -    +   Moldavia                 Europe       1993       -        +       -       -       -        -      1980
 Taipei China                      Asia          +        -       +       - 1999   -  1950 2001  Netherlands              Europe       1999       -      1998    1986    1994      -      1869     2001
 Tajikistan                        Asia        1993       -    1991       -        -    -  2000  Norway                   Europe       1986       -      1963      -       -       -        -      1952
64  ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                       ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA  65
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>                                 Diseases 2002 (Source: OIE, Paris)                                                       Diseases 2003 (Source: OIE, Paris)
Country                       Continent NCD HPAI KVP AVP SVD PPR                     RP  MKZ  Country                   Continent NCD HPAI KVP AVP SVD PPR                                 RP       MKZ
 Poland                          Europe        1971       -     1994      -  1972 - 1921 1971  Algeria                    Africa                                                                    1999
 Portugal                        Europe        1997       -     1985    1999 1995 -   -  1984  Angola                     Africa                                2002                      1972      2001
 Romania                         Europe        1985    1942   +(fauna+)   -  1985 - 1886 1973  Belize                     Africa                        1988
 Russia                          Europe          +        -   +(fauna+)   -    -  - 1998 2000  Benin                      Africa                                2002             2002               2002
 Serbia and Montenegro           Europe          +        -       +       -    -  - 1883 1996  Botswana                   Africa                                1999                      1899        +
 Slovakia                        Europe        1980       -   -(fauna+)   -    -  - 1881 1973  Burkina Faso               Africa          +                        +                      1988      2002
 Slovenia                        Europe        1991       -   -(fauna+)   -    -  - 1883 1968  Cameroon                   Africa                                2002             2002     1986      2002
 Spain                           Europe        1993       -       +     1994 1993 -   -  1986  Cape Verde                 Africa
 Sweden                          Europe        2001       -     1944      -    -  - 1700 1966  Central African Republic   Africa                                                 2002     1983      2002
 Switzerland                     Europe        1998    1930     1999      -  1975 - 1871 1980  Chad                       Africa                                                 2002     1984      2002
 Turkey                          Europe        2001       -        -      -    -  + 1996   +   Congo (Dem. Rep. of the)   Africa          +                        +             2002               2002
 U.K./Great Britain              Europe        1997    1992     2000      -  1982 - 1877 2001  Congo (Rep. of the)        Africa       2001
 U.K./Guernsey                   Europe          -        -        -      -    -  -   -  1957  Cote d’Ivoire              Africa                                1996             2001     1986      2001
 U.K./Isle of Man                Europe          -        -        -      -    -  -   -    -   Djibouti                   Africa
 U.K./Northern Ireland           Europe        1997       -     1958      -    -  - 1900 2001  Egypt                      Africa       1996     1965                             1989     1987      2000
 Ukraine                         Europe        1992       -     2001      -  1977 -   -  1988  Eritrea                    Africa                                                 2002     1995      2002
                                                                                               Ethiopia                   Africa                                1993             2002     1995      2002
 Australia                       Oceania         +     1997     1962      -    -  - 1923 1871  Gabon                      Africa                                                 2002
 Fiji                            Oceania         -        -        -              -   -    -   Ghana                      Africa                                2002             2002     1988      2002
 French Polynesia                Oceania         +        -     1972      -    -  -   -    -   Guinea                     Africa                                                 2002     1967      2001
 Guam                            Oceania         -        -        -      -    -  -   -    -   Guinea-Bissau              Africa                                                          1967
 Kiribati                        Oceania         -        -        -      -    -  -   -    -   Kenya                      Africa                                2001                        +       2002
 New Caledonia                   Oceania         -        -        -      -    -  -   -    -   Lesotho                    Africa                                                          1896
 New Zealand                     Oceania         +        -     1953      -    -  -   -    -   Libya                      Africa       1976                                               1966        +
 Northern Mariana Islands        Oceania         -        -     1968      -    -  -   -    -   Madagascar                 Africa                        2002    2002
 Palau                           Oceania         -        -        -      -    -  -   -    -   Malawi                     Africa                                2002                                  +
 Papua New Guinea                Oceania         -        -        -      -       -   -    -   Mali                       Africa       2000                                      2002     1986      2002
 Tonga                           Oceania         -        -        -      -    -  -   -    -   Mauritania                 Africa                                                 2002       +       2002
 Tuvalu                          Oceania         -        -        -      -       -   -    -   Mauritius                  Africa                        2002
 Vanuatu                         Oceania         -        -        -      -    -  -   -    -   Morocco                    Africa       1986     1983                                                1999
 Wallis and Futuna Islands       Oceania         -        -        -      -    -  -   -    -   Mozambique                 Africa                                2002                      1896      2002
                                                                                               Namibia                    Africa                        1917    2001                      1907      2000
                                                                                               Niger                      Africa                1995                             2002     1985      2002
                                                                                               Nigeria                    Africa                                   +             2002     1987      2002
                                                                                               Reunion (France)           Africa                                                          1902
                                                                                               Rwanda                     Africa                                2002                                2002
                                                                                               Senegal                    Africa                1993               +             2002     1978      2002
                                                                                               Seychelles                 Africa
                                                                                               Somalia                    Africa
                                                                                               South Africa               Africa                        1918    2002                      1904        +
                                                                                               Sudan                      Africa          +                                               1991      1990
                                                                                               Swaziland                  Africa       2001     1988                                      1898      2001
66  ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                        ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 67
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>                                 Diseases 2003 (Source: OIE, Paris)                                                     Diseases 2003 (Source: OIE, Paris)
Country                       Continent NCD HPAI KVP AVP SVD PPR                   RP  MKZ  Country                   Continent NCD HPAI KVP AVP SVD PPR                                 RP      MKZ
 Tanzania                         Africa                                  +       1997 2002  Suriname                  Americas
 Togo                             Africa                                2002 2002 1986 2002  Trinidad and Tobago       Americas      1997             1974
 Uganda                           Africa                                  +       1994   +   United States of America  Americas        +      1984    1976                                        1929
 Zambia                           Africa                                2002      1896 2002  Uruguay                   Americas      1984             1991                                        2001
 Zimbabwe                         Africa                                1992      1898   +   Venezuela                 Americas                       2002                                          +
 Sao Tome and Principe            Africa
                                                                                             Afghanistan                 Asia                 2002                            2002        +       2002
 Antigua and Barbuda            Americas                                                     Bahrain                     Asia                                                           1985      2002
 Argentina                      Americas       1999            1999                      +   Bangladesh                  Asia                                                 2002                2002
 Bahamas                        Americas                                                     Bhutan                      Asia                                                           1969      2002
 Barbados                       Americas       1972            1971                          Brunei Darussalam           Asia
 Bolivia                        Americas                                                 +   Cambodia                    Asia                         2002                                        2002
 Brazil                         Americas       2001               +     1981      1921 2001  China (People's Rep. of)    Asia                         2002                              1955      1999
 British Virgin Islands         Americas                                                     Hong Kong (P.R. China)      Asia                   +     2002                              1950        +
 Canada                         Americas       1973            1963                    1952  India                       Asia                         2002                    2002      1995        +
 Cayman Islands                 Americas                                                     Indonesia                   Asia                         2002                              1907      1983
 Chile                          Americas       1975    2002    1996                    1987  Iran                        Asia                                                 2002      1994      2002
 Colombia                       Americas                          +                    2002  Iraq                        Asia                                                                     2002
 Costa Rica                     Americas       1990            1997                          Israel                      Asia                 1988    1948                       +      1983      1999
 Cuba                           Americas       1982            2002     1980                 Japan                       Asia                 1925    1992             1975             1924      2000
 Curaçao                                                                                     Jordan                      Asia        1999                                     2000      1972      1999
 (Netherlands Antilles)         Americas                                                     Kazakhstan                  Asia                                                                     2001
 Dominica                       Americas                       1977                          Korea (Rep. of)             Asia                           +                        -      1931      2002
 Dominican Rep.                 Americas       2000            2002     1981                 Kuwait                      Asia                                                 1991      1985      2002
 Ecuador                        Americas       2000            2002                    2002  Kyrgyzstan                  Asia        1986             1991                                          +
 El Salvador                    Americas                       2001                          Laos                        Asia                 1999    2002                                        2002
 Falkland Islands/Malvinas      Americas                                                     Lebanon                     Asia        2001                                     1997      1982      2002
 French Guiana                  Americas                                               1958  Malaysia (Peninsular)       Asia                         1999                                          +
 Guadeloupe (France)            Americas       1968            1985                    1964  Malaysia (Sabah)            Asia                         1992
 Guatemala                      Americas                       2002                          Malaysia (Sarawak)          Asia                         2002
 Honduras                       Americas       2000            2002                          Mongolia                    Asia                         1994                              1992      2002
 Jamaica                        Americas       1969                                          Myanmar                     Asia                 1996    2001                              1957      2002
 Martinique (France)            Americas                                                     Nepal                       Asia                 1996    2002                    2002      1990      2002
 Mexico                         Americas         +     1995    2002                    1954  Oman                        Asia                                                 2002      1995      2002
 Nicaragua                      Americas                       2002                          Pakistan                    Asia                 2000                            2002      2000      2002
 Panama                         Americas       1977            1961                          Philippines                 Asia                         2002                              1955        +
 Paraguay                       Americas       1997            1995                      +   Qatar                       Asia                                                           1987      2001
 Peru                           Americas       1995            2002                    2000  Saudi Arabia                Asia                 2001                            2002                2002
 Saint Kitts and Nevis          Americas                                                     Singapore                   Asia                         1989                              1930      1935
 Saint Vincent &                                                                             Sri Lanka                   Asia                         1999                              1994      2002
 the Grenadines                 Americas                                                     Syria                       Asia        1999                                                         2002
                                                                                             Taipei China                Asia          +              2002             1999             1950      2001
68  ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                     ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 69
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>                                 Diseases 2003 (Source: OIE, Paris)                                                                         Diseases 2003 (Source: OIE, Paris)
Country                       Continent NCD HPAI KVP AVP SVD PPR                        RP  MKZ     Country                            Continent NCD HPAI KVP AVP SVD PPR                                             RP        MKZ
 Tajikistan                        Asia        1993             1991                     -  2000     Norway                                 Europe           +              1963                                                1952
 Thailand                          Asia        1996             2002                   1959   +      Poland                                 Europe        1971              1994                 1972                1921       1971
 Tunisia                           Asia                                                     1999     Portugal                               Europe        1997              1985       1999      1995                           1984
 Turkmenistan                      Asia        1994             1991                        1999     Romania                                Europe        1985     1942     2002                 1985                1886       1973
 United Arab Emirates              Asia                                           2002        +      Russia                                 Europe           +              2002                                     1998       2000
 Uzbekistan                        Asia        1994             1979                        1991     Serbia and Montenegro                  Europe                          2002                                     1883       1996
 Vietnam                           Asia                         2002                   1977 2002     Slovakia                               Europe        1980                +                                      1881       1973
 Yemen                             Asia                                           2002 1995 2002     Slovenia                               Europe        1991                                                       1883       1968
                                                                                                     Spain                                  Europe        1993              2002       1994      1993                           1986
 Albania                         Europe                1973     2002                   1934 1996     Sweden                                 Europe           +              1944                                     1700       1966
 Andorra                         Europe                         1975                        1969     Switzerland                            Europe        1998     1930     1999                 1975                1871       1980
 Armenia                         Europe        1998    1985     1990                        2000      Turkey                                Europe        2001                                            2002       1996       2002
 Austria                         Europe          +     1946   -(fauna+)      1979      1881 1981      U.K./Great Britain                    Europe        1997     1992     2000                 1982                1877       2001
 Azerbaijan                      Europe        2001                -                        2001      U.K./Guernsey                         Europe                                                                              1957
 Belarus                         Europe          +              1995                        1982      U.K./Isle of Man                      Europe
 Belgium                         Europe        1998      +              1985 1993      1920 1976      U.K./Northern Ireland                 Europe        1997              1958                                     1900       2001
 Bosnia and Herzegovina          Europe        1998                                    1883 1968      Ukraine                               Europe        1992              2001                 1977                           1988
 Bulgaria                        Europe        1993               +                    1913 1996
 Croatia                         Europe        1991             2002                   1883 1978      Australia                            Oceania                 1979     1962                                     1923       1871
 Cyprus                          Europe        1992             1967                        1964      Fiji                                 Oceania
 Czech Republic                  Europe        1998             1999                   1881 1975      French Polynesia                     Oceania                          1972
 Denmark                         Europe           -             1933                   1782 1983      Guam                                 Oceania
 Estonia                         Europe        1962             1994                        1982      Kiribati                             Oceania
 Finland                         Europe        1996             1917                   1877 1959      New Caledonia                        Oceania
 Former Yug. Rep. of                                                                                  New Zealand                          Oceania                          1953
 Macedonia                       Europe                         2002                        1996      Northern Mariana Islands             Oceania                          1968
 France                          Europe        1999    1948     2002    1974 1983      1870 2001      Palau                                Oceania
 Georgia                         Europe        2001             1984                   1989 2002      Papua New Guinea                     Oceania
 Germany                         Europe        1996      +    +(fauna+)      1985      1870 1988      Tonga                                Oceania
 Greece                          Europe        1986             1985         1979      1926 2000      Tuvalu                               Oceania
 Greenland                       Europe                                                               Vanuatu                              Oceania
 Hungary                         Europe        1992             1993                   1881 1973      Wallis and Futuna Islands            Oceania
 Iceland                         Europe                         1953
 Ireland                         Europe        1997    1983     1958                   1866 2001 Legenda van tekens die worden gebruikt                                Gebruikte afkortingen
                                                                                                 bij aangeven of een dierziekte
 Italy                           Europe          +     2002     2001    2002   +       1949 1993                                                                       NCD      : Pseudovogelpest (Newcastle Disease)
                                                                                                 wel of niet gemeld is
                                                                                                                                                                       HPAI     : Vogelpest (Hoog pathogene aviaire influenza)
 Latvia                          Europe                         1996                   1921 1987 jaartal : jaar waarin laatste uitbraak plaats vond
                                                                                                                                                                       KVP      : Klassieke varkenspest (classical swine fever)
 Liechtenstein                   Europe                                                          +       : uitbraak in 2002 of 2003
                                                                                                                                                                       AVP      : Afrikaanse varkenspest (African swine fever)
                                                                                                 -       : melding van geen uitbraken in
 Lithuania                       Europe        1989             1992                        1982           2002 (nog niet bekend over 2003)                            SVD      : Blaasjesziekte (swine versicular disease)
 Luxembourg                      Europe        1999    1956   +(fauna+)                     1964         : geen melding over aan- of afwezigheid                       PPR      : Pest van de kleine herkauwers (peste des petits rumi-
                                                                                                           van dierziekte aan OIE in 2002                                         nants)
 Malta                           Europe        1993             1962    1978 1978           1978           (nog niet bekend over 2003)                                 RP       : Runderpest (Rinderpest)
 Moldavia                        Europe        1993             2002                        1980 fauna+ : infectie geconstateerd in de wilde fauna                     MKZ      : Mond- en klauwzeer (foot-and-mouth disease)
 Netherlands                     Europe        1999      +      1998    1986 1994      1869 2001
70  ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                                           ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA         71
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>   Bijlage 2                                                                                                                                                                                         3 Bijlage
                                                                                                                            Adviesaanvraag
                                                                                                                                                                       GRR.2002/1630       6-2-2003
                                                                                                                                  Adviesaanvraag dierziektebeleid      3785019
                                                                                                                                  (TRC 2003/17)
                                                                                                                                Geachte Raad,
                                                                                                                                In uw werkprogramma voor 2003 is een advies opgenomen over de wijze waarop LNV in
                                                                                                                                de toekomst rekening kan houden met gevoelens in de samenleving bij het dierziekte-
                                                                                                                                bestrijdingsbeleid. Aanleiding is de MKZ-crisis van 2001. Op basis van de evaluatie van de
                                                                                                                                crisis en crisisbestrijding heeft de B&A-Groep een rapport uitgebracht. Volgens die evalu-
                                                                                                                                atie van de MKZ-crisis was er in het beleid onvoldoende balans tussen de aandacht voor
                                                                                                                                veterinaire en economische gevolgen aan de ene kant, en de sociaal-maatschappelijke
                                                                                                                                effecten (zoals ethische, ecologische en psychologische) aan de andere kant. De maat-
                                                                                                                                schappelijke weerstand nam tijdens de crisis geleidelijk toe.
                                                                                                                                De MKZ-bestijding van 2001 heeft veel weerstand en emoties opgewekt ten aanzien van
                                                                                                                                de toegepaste maatregelen. Zowel maatschappelijk als politiek wordt als probleem gezien
                                                                                                                                dat er ten tijde van de MKZ-crisis een disbalans is ontstaan tussen de wijze waarop de
                                                                                                                                dierziekte bestreden werd - die weliswaar uit veterinair-technisch oogpunt te verant-
                                                                                                                                woorden was - en datgene wat de maatschappij nog aanvaardbaar achtte.
                                                                                                                                LNV wil zich in de toekomst meer rekenschap geven van het feit dat een dierziektecrisis
                                                                                                                                meer is dan alleen een veterinair probleem, waarbij nadrukkelijk gestreefd dient te
                                                                                                                                worden naar het herwinnen van maatschappelijk draagvlak.
                                                                                                                                Om daar op adequate wijze op in te kunnen spelen zal vanaf 2003 de ontwikkeling van het
                                                                                                                                bestrijdingsbeleid dat uitmondt in het opstellen van beleidsdraaiboeken plaatsvinden
                                                                                                                                volgens een proces waarin de omgevingsanalyse een centrale plaats inneemt. Dit houdt in
                                                                                                                                dat LNV bij het formuleren van dat beleid en de bijbehorende beleidsdraaiboeken inves-
                                                                                                                                teert in een brede communicatie: het breed en intensief betrekken van de omgeving vanaf
                                                                                                                                het eerste begin tot de vaststelling van het definitieve beleidsdraaiboek. Daartoe dient
                                                                                                                                inzicht te bestaan in de belangen en zullen belangen op inzichtelijke wijze tegen elkaar
                             Compartimentbegrenzing                                                                             afgewogen dienen te worden.
                                                                       Uitgegeven door:         voedsel en waren autoriteit
                            Compartimentnummer
                                                                       Kaartvervaardiging door:
                                                                                                  dienst landelijk gebied
                                                                                                  voor ontwikkeling
                                                                                                  en beheer
72 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                                       ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA       73
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                                                                        4 Bijlage
                                                                                                                      De Voorzitter van de Tweede
                                                                                                                      Kamer der Staten-Generaal
                                                                                                                      Postbus 20018
                                                                                                                      2500 EA Den Haag
                           Na afloop van de crisis zijn, zowel nationaal als in EU-verband, al vele initiatieven
                           ontwikkeld die zich met dat vraagstuk hebben beziggehouden. Voor een uitgebreid
                           overzicht beveel ik u het rapport aan: MKZ, nieuwe waarden, andere wegen - van dialoog
                           naar onderzoeksagenda (Wageningen UR, MKZ atelier, september 2002). Deze onder-
                           zoeken hebben aangetoond dat er veel en zeer gevarieerde belangen in het spel zijn. Het
                           Landbouw-Economisch Instituut (LEI) heeft inmiddels een aanzet gegeven tot het opstellen
                           van een afwegingskader.
                           Adviesaanvraag                                                                                                                   VVA. 2002/3646 10-12-2002
                           Rekening houdend met de initiatieven die inmiddels op dit terrein ontplooid zijn en tegen
                                                                                                                       Nieuwe werkwijze voorbereiding
                           de achtergrond van het gegeven dat de ontwikkeling van bestrijdingsstrategieën te allen     beleidsdraaiboeken bestrijding
                           tijde een politiek-maatschappelijke afweging zal blijven, verzoek ik de Raad:               zeer besmettelijke dierziekten
                           - in beeld te brengen welke normatief - ethische aspecten en maatschappelijke               TRC 2002/10480
                             gevoelens in het geding zijn bij de bestrijding van dierziekten zoals Klassieke         Geachte Voorzitter,
                             Varkenspest (KVP) en MKZ, dat wil zeggen dierziekten, waarvoor de bestrijdings-
                             maatregelen vaak verstrekkende economische, sociale en psychische gevolgen kunnen       In mijn brief van 7 augustus 2002 aan uw Kamer (Kamerstukken II, 2001-2002, 27.622 en
                             hebben;                                                                                 25.229, nr. 111) over de stand van zaken van de draaiboeken mond- en klauwzeer (MKZ)
                           - ter ondersteuning van het politiek maatschappelijke afwegingsproces te adviseren over   en klassieke varkenspest (KVP), gaf ik aan dat de totstandkoming van de beleidsdraaiboe-
                             de wijze waarop genoemde aspecten moeten worden gewogen.                                ken voor dierziektebestrijding voortaan zou plaatsvinden op basis van een proces waarin
                                                                                                                     een omgevingsanalyse een centrale plaats inneemt. Over de invulling daarvan wil ik u in
                           Ik verwacht dat ik op basis van het door uw Raad geleverde advies in de toekomst de       deze brief informeren.
                           beleidsalternatieven beter op hun waarde zal kunnen schatten en daardoor een betere
                           balans zal kunnen vinden tussen de veterinaire en economische gevolgen aan de ene kant,   In de brief van 7 augustus jl. heb ik eveneens aangegeven prioriteit toe te kennen aan de
                           en de sociaal-maatschappelijke effecten aan de andere kant.                               opstelling van de beleidsdraaiboeken voor de bestrijding van MKZ en KVP. Teneinde hier-
                                                                                                                     aan te kunnen voldoen, is het nog niet mogelijk geweest de omgevingsanalyse een plaats
                           Ik hoop dat u kans ziet om het advies in het derde/vierde kwartaal af te ronden.          te geven in de totstandkoming van deze beleidsdraaiboeken. In 2003 zal echter worden
                                                                                                                     gestart met de herijking van beide beleidsdraaiboeken aan de hand van een omgevings-
                           DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER                                                    analyse.
                           EN VISSERIJ,
                                                                                                                     Kader, definitie en te bereiken resultaat
                                                                                                                     De MKZ-bestrijding van 2001 heeft geleid tot een ontwrichting van het maatschappelijk
                                                                                                                     functioneren en daarnaast veel weerstand en emoties opgewekt ten aanzien van de toege-
                                                                                                                     paste maatregelen. De MKZ-bestrijding bracht duidelijk aan het licht dat er rond de bestrij-
                                                                                                                     ding van een dergelijke besmettelijke dierziekte een veelheid aan belangen in het geding is.
                                                                                                                     Om recht te doen aan al deze belangen zal vanaf 2003 de totstandkoming van de beleids-
                                                                                                                     draaiboeken voor dierziektebestrijding plaats vinden volgens een proces waarin de analyse
                                                                                                                     van en de interactie met de omgeving een centrale plaats inneemt. Bij het totstandbrengen
                                                                                                                     van de aangegeven beleidsdraaiboeken zal LNV investeren in een brede communicatie,
                                                                                                                     waarbij in het traject voor de opstelling van het beleidsdraaiboek de relevante maatschap-
                                                                                                                     pelijke actoren intensief betrokken zullen worden.
74 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                           ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA          75
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>                               datum                              kenmerk                          bijlage                   datum                             kenmerk                        bijlage
                               10-12-2002                         VVA. 2002/3646                                             10-12-2002                        VVA. 2002/3646
                               De totstandkoming van de beleidsdraaiboeken via het hierna beschreven proces van              Ten aanzien van de weging van de belangen en keuze van bestrijdingsstrategieën, merk ik
                               omgevingsanalyse heeft betrekking op de dierziekten die bij de bestrijding het maatschap-     op dat dit eerst en vooral een politiek-maatschappelijke afweging is.
                               pelijke functioneren ernstig kunnen ontwrichten.
                                                                                                                             Voor de weging van de belangen zijn daarnaast technieken beschikbaar die dit proces
                               Concreet betreft het de zeer besmettelijke dierziekten mond- en klauwzeer (MKZ), klassieke    ondersteunen. Het LEI heeft aanzetten gegeven voor een weging van de diverse belangen
                               varkenspest (KVP), Afrikaanse varkenspest (AVP), vogelpest (AI) en pseudo-vogelpest           met behulp van de zogenaamde Multi Criteria Analyse. Het toekennen van de gewichten
                               (NCD).                                                                                        aan de wegingsfactoren is hierbij cruciaal en wordt nog nader ingevuld. Voor de onder-
                                                                                                                             steuning van de identificatie en weging van de verschillende belangen zal aan de Raad
                               Het eerste doel van dit breed en intensief betrekken van de omgeving is het goed inzicht      voor het Landelijk Gebied (RLG) worden gevraagd een advies uit te brengen.
                               krijgen in de belangen en emoties bij een bestrijding om die te kunnen betrekken bij de
                               keuze van de in het beleidsdraaiboek op te nemen maatregelen. Het tweede doel is het          Bij het in beeld brengen van de maatschappelijke belangen wordt gekozen voor een aan-
                               verkrijgen van begrip voor de inhoud van het bestrijdingsbeleid en voor de wijze van de       pak vanuit drie te onderscheiden categorieën:
                               totstandkoming daarvan. Zonder herkenning en erkenning van belangen en emoties kan
                               immers nimmer begrip of acceptatie ontstaan.                                                  a. De direct belanghebbenden (vertegenwoordigers van allerlei organisaties, niet alleen uit
                                                                                                                                de landbouw);
                               Het proces van de omgevingsanalyse heeft betrekking op:                                       b. De indirect belanghebbenden ('het brede publiek');
                                                                                                                             c. De partijen die aan de bestrijding meebetalen (het Productschap Vee en Vlees (PVV), het
                               * De inhoud van het beleid(sdraaiboek);                                                          Productschap voor Pluimvee en Eieren (PPE) en het Productschap Zuivel (PZ)).
                               * De identificatie van de bij dat beleid betrokken belangen;
                               * Het omgaan met c.q. de weging van die belangen.                                             a) Direct belanghebbenden
                               De inhoud van het beleid(sdraaiboek) bestrijding                                              Tot de direct belanghebbenden worden organisaties gerekend die gedurende de bestrij-
                                                                                                                             ding van een besmettelijke dierziekte rechtstreeks in hun belangen worden geraakt. De
                               De inhoud van het beleid(sdraaiboek) wordt mede bepaald door input vanuit de omge-            inmiddels uitgevoerde onderzoeken van de MKZ-bestrijding geven een goed inzicht over
                               ving. De input en het overleg daarover zijn gebonden aan randvoorwaarden. Deze zijn:          de identiteit van de direct betrokkenen. LNV zal deze direct betrokkenen actief en recht-
                                                                                                                             streeks benaderen en een startdocument toezenden. Om te voorkomen dat eventueel toch
                               * De (voorgenomen) aanpak is in veterinair opzicht effectief;                                 andere direct belanghebbenden worden gemist, zal aan het begin van het proces hieraan
                               * De afweging van belangen is niet uitsluitend een vraagstuk van kosten en baten, maar        bekendheid worden gegeven door middel van een persbericht. Op die manier wordt
                                 een confrontatie van verschillende belangen;                                                iedere direct belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich aan te melden.
                               * De besluitvorming omtrent de aanpak in concreto (vaststelling beleidsdraaiboek) ligt te
                                 allen tijde bij de minister van LNV, gelet op diens verantwoordelijkheid voor de bestrij-   Gelet op de verantwoordelijkheid voor de realisatie draagt LNV zorg voor de opstelling van
                                 ding;                                                                                       het startdocument, voor het uitnodigen en voor het betrekken van de direct belangheb-
                               * De bestrijdingsaanpak is in overeenstemming met geldende Europese regelgeving, maar         benden bij het proces. Het startdocument zal de probleemstelling bevatten van de te
                                 houdt daarnaast ook rekening met voorgenomen regelgeving.                                   bestrijden dierziekte, de randvoorwaarden en het te bereiken doel.
                               Identificatie van de belangen en hoe daarmee om te gaan                                       Gedurende het proces zullen alle belanghebbenden geïnformeerd worden over het proces
                                                                                                                             door middel van bijeenkomsten. Voor het voorzitterschap van deze bijeenkomsten gaat
                               Er hebben verschillende onderzoeken naar de MKZ-bestrijding en de gevolgen daarvan            mijn voorkeur uit naar een onafhankelijke voorzitter.
                               (zoals het B&A-rapport, LEI-rapport, onderzoek Europees Parlement). In lijn met hetgeen ik
                               reeds stelde, blijkt ook uit die rapporten dat bij de bestrijding van dierziekten als MKZ een
                               veelheid van belangen aan de orde is. Het Landbouw Economisch Instituut (LEI) heeft de
                               diverse betrokken belangen in algemene zin al in beeld gebracht.
76 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                                   ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA         77
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                                                                         5 Bijlage
                                                                                                                          Totstandkoming
                              datum                            kenmerk                         bijlage
                                                                                                                                                      van het advies
                              10-12-2002                       VVA. 2002/3646
                                                                                                                          Voor de voorbereiding van het advies zijn drie werkgroepen ingesteld
                              b) Indirect belanghebbenden
                                                                                                                          bestaande uit leden van beide raden en externe deskundigen. De werk-
                                                                                                                          groepen hielden zich respectievelijk bezig met dierziekten, beleid en
                              Tot de indirect belanghebbenden reken ik het brede publiek. Voor het betrekken en infor-    regelgeving en maatschappelijke aspecten. Zij hebben afzonderlijk en
                              meren van deze doelgroep bij de ontwikkeling van een beleidsdraaiboek is een andere aan-
                              pak nodig dan bij de direct belanghebbenden. Van belang is eerst de geïnteresseerden te     gezamenlijk een aantal malen vergaderd. Leden van de werkgroepen
                              identificeren. Vervolgens wordt de aldus afgebakende doelgroep gericht informatie ver-      hebben daarnaast schriftelijk bijdragen geleverd over onderdelen van het
                              strekt. De respons die naar aanleiding hiervan verkregen wordt, wordt in het verdere
                              beleidsproces betrokken. De reacties uit het brede publiek zullen in geaggregeerde vorm in
                                                                                                                          onderwerp.
                              de hierboven genoemde bijeenkomsten worden ingebracht en via internet worden gepu-
                              bliceerd.
                                                                                                                          DE SAMENSTELLING VAN DE WERKGROEPEN WAS ALS VOLGT:
                              Ook zal met het oog op de communicatie met het brede publiek een publieksversie van de      • Mw. dr. H.M. de Boois
                              (concept) beleidsdraaiboeken worden geschreven en openbaar worden gemaakt.
                                                                                                                          • Prof. mr. D.W. Bruil
                              Door middel van deze acties wil ik het brede publiek informeren om daarmee te voorko-       • Dr. ir. A.R.W. Elbers
                              men dat een verkeerd beeld ontstaat als gevolg van onjuiste of onvolledige informatie.
                                                                                                                          • Prof. dr. ir. R.B.M. Huirne
                              c) Financiers                                                                               • Prof. dr. ir. M.C.M. de Jong
                                                                                                                          • Ir. J.T.G.M. Koolen
                              Een belangrijk deel van de kosten van de bestrijding betalen de productschappen als
                              gevolg van het 'Convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten LNV - PVV -    • Mw. ing. M.D.A.M. van der Laan – Veraart
                              PPE - PZ'. Alhoewel de productschappen tot de direct belanghebbenden behoren en daar-       • Drs. C.C.J.M. van der Meijs
                              toe in het kader van deze categorie bij de beleidsontwikkeling worden betrokken, vergt het
                              feit dat deze organisaties de kosten meefinancieren een specifieke aanpak.
                                                                                                                          • Mw. G.W. van Montfrans - Hartman
                                                                                                                          • Mw. prof. dr. E.N. Noordhuizen-Stassen
                              Deze aanpak houdt in dat de verschillende beleidsdraaiboeken voor dierziektebestrijding     • Prof. dr. J.D. van der Ploeg
                              voor finale reactie worden voorgelegd aan de betrokken productschappen. Eerst na ont-
                              vangst van de reactie daarop zal ik - alles overwegende - een definitieve versie van het    • Drs. F.H. Pluimers
                              beleidsdraaiboek vaststellen.                                                               • Drs. E.M.A. van Rooij
                                                                                                                          • Mw. drs. A.M. Sparnaaij
                              Samenvatting
                                                                                                                          • Prof. dr. J.A. Stegeman
                              De MKZ-bestrijding van 2001 heeft meer dan ooit laten zien wat de gevolgen kunnen zijn      • Drs. P. van der Wal
                              van de bestrijdingsmaatregelen bij een dergelijke besmettelijke dierziekte. Om die reden
                                                                                                                          • Prof. dr. C.J.G. Wensing
                              wil ik de 'maatschappelijke omgeving' intensiever en uitgebreider betrekken bij de tot-
                              standkoming van de te treffen bestrijdingsmaatregelen. In deze brief heb ik het kader daar- • Mw. prof. dr. ir. A.J. van der Zijpp
                              voor aangegeven.
                                                                                                                          VANUIT DE SECRETARIATEN VAN DE BEIDE RADEN WERDEN DE
                                                                                                                          WERKGROEPEN ONDERSTEUND DOOR:
                                                                                                                          • Mw. A.S. Bruinsma
                              De minister van Landbouw, Natuurbeheer
                              en Visserij,                                                                                • Ir. J.A. van Driel
                                                                                                                          • Mr. W.J. Kooy
                              dr. C.P. Veerman                                                                            • Dr. J.E.R. Thole
                                                                                                                          • L. Vokurka
                                                                                                                          • Mw. dr. drs. I.D. de Wolf
78 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                                                          ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 79
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                                             6 Bijlage
                     Om een beeld te krijgen van de maatschappelijke aspecten van dierziek-
                     tecrises en het dierziektebeleid heeft eind augustus 2003 een consultatie
                                                                                               Geraadpleegde
                     plaats gevonden met vertegenwoordigers van een aantal organisaties en
                     ondernemingen en een aantal privé personen die betrokken waren                                                       literatuur
                     geweest bij de uitbraak van MKZ. De deelnemers aan deze drie groeps-
                     bijeenkomsten waren:
                                                                                               Acha, P.N., Szyfres, B., 1989
                     NAAM EN ORGANISATIE:                                                      Zoonoses and communicable diseases common to man and animals.
                     • Dhr. E.J. Aalpoel, Actiegroep MKZ                                       Pan American Health Organization, Scientific publication no. 503,
                     • Mw. M. Berendsen, Ministerie van LNV, directie VVA                      963 pp.
                     • Dhr. B. van den Berg, Dierenbescherming
                     • Dhr. T. Bosgoed, PMOV boer                                              B&A groep, 2002
                     • Mw. A. Bouma, Faculteit Diergeneeskunde                                 MKZ, 2001, De evaluatie van een crisis
                     • Mw. R. Bouwhuis, Thuiszorg Salland                                      Eindrapport, B&A Groep Beleidsonderzoek & -advies b.v.
                     • Dhr. J. Braamskamp, Gezondheidsdienst voor Dieren
                     • Mw. D. Bredenoord, Ent Europa                                           Berentsen, P.B.M., A.A. Dijkhuizen and A.J. Oskam, 1990
                     • Dhr. T. Cuijpers, LTO Nederland                                         Foot-and-mouth disease and export. Wageningen Agricultural University.
                     • Mw. J. van Eijk, Ned. Belangenvereniging van Hobbydierhouders
                     • Dhr. L. Eland, Burgemeester gemeente Epe                                Berentsen, P.B.M., A.A. Dijkhuizen and A.J. Oskam, 1992
                     • Dhr. L. Elving, Stichting Zeldzame Huisdierrassen                       A critique of published cost-benefit analyses of food-and-mouth disease.
                     • Dhr. A.J.G. den Hertog, KNMvD – afdeling GPGH                           Preventive Veterinary Medicine, 12 (1992) 217-227.
                     • Mw. R. Huijsman-Rubingh, Ministerie van VWS
                     • Dhr. H.A. Kamphuis, AID, Afdeling Inspectie Noord en Oost Nederland     Bruil, D.W., 2002
                     • Dhr. P. Kersten, Alterra                                                Agrarisch Noodrecht. Rede bij aanvaarding van het ambt van bijzonder
                     • Dhr. J. Klaver, Productschappen PVE                                     hoogleraar agrarisch recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
                     • Dhr. F. de Klerk, RVV (bestuurlijk)
                     • Mw. H. Kooistra, Coöperatie Rijnvallei                                  Burrel, A. en M.-J. Mangen, 2001
                     • Dhr. L. Kool, LNV-Directie Oost                                         Epidemieën van dierziekten: noodvaccinatie overwegen,
                     • Dhr. W. Kuipers, Min. EZ, Directie Regionaal Economisch Beleid          Economisch-Statistische Berichten, 6 april.
                     • Dhr. A.J. Maat, Europees Parlement, fractie EVP/CDA
                     • Dhr. J. Oosterbaan, Stichting Kinderboerderijen Nederland               Diseases of Swine, Iowa State University Press, Ames, Iowa, USA.
                     • Mw. J. Pijl, Stichting Gelders Landschap
                     • Dhr. A. Siemons, Leghennenhouder                                        Europese wetgeving: Eurolex (www.europa.eu.int/eur-lex/)
                     • Dhr. K. Steijn, RVV (uitvoerend)
                     • Dhr. D.J. Verstand, RECRON                                              Haaften, E.H. van en P.H. Kersten, 2002
                     • Mw. J. Visser-Veldhuisen, NMV                                           Veerkracht, Alterra rapport 539, Alterra, Wageningen
                     • Dhr. H.E. Waalkens, lid van de PvdA fractie van de
                       Tweede Kamer der Staten-Generaal                                        Hartog, L. den e.a., 2003
                     • Dhr. J. de Win, Ministerie van LNV, directie Voorlichting               Pluimveehouderij en besmettelijke dierziekten. Inventarisatie van kennis
                                                                                               en dilemma’s. Wageningen UR.
                                                                                               Huirne, R.B.M. e.a., 2002
                                                                                               MKZ - Verleden, Heden en Toekomst, Over de preventie en bestrijding
                                                                                               van MKZ, Landbouw-Economisch Instituut.
                                                                                               Van Klink, E. van en M. Snijdelaar, 2003
                                                                                               Risicofactoren voor dierziekten, rapport 2003/210, Expertisecentrum
                                                                                               LNV.
80 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                              ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 81
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>                     Loeffen, W.L.A. e.a., 2003                                                 Stegeman, J.A., 2003
                     Advies “21 dagen regeling” ten behoeve van LNV, december 2003.             Dieren ruimen of blik verruimen?
                     CIDC-Lelystad.                                                             Rede bij aanvaarding van het ambt van hoogleraar op het vakgebied Epi-
                                                                                                demiologie van Infectieziekten in de faculteit der diergeneeskunde van
                     Meuwissen, M., M. van Asseldonk en R. Huirne, 2003                         de Universiteit Utrecht, 17 juni.
                     De rekening van besmettelijke dierziekten: samenleving én bedrijven.
                     TSL, Jaargang 18, Nr. 4 pagina 222-3.                                      Stijf, A., 2002
                                                                                                Meer dan een Hulpbron, onbegrijpelijk – betrouwbaar. Een pastoraal-
                     Minister van LNV, 2002                                                     psychologisch onderzoek naar het verband tussen geloof en MKZ-crisis.
                     Brief aan de Tweede Kamer, VVA 2002/3646 van 10 december 2002              Afstudeerscriptie Theologie, Universiteit Utrecht
                     Over nieuwe werkwijze voorbereiding beleidsdraaiboeken bestrijding
                     zeer besmettelijke dierziekten.                                            Stolwijk, H.J.J., 2001
                                                                                                De bestrijding van Mond- en klauwzeer: tijd voor een ander beleid, Eco-
                     Minister van LNV, 2003                                                     nomisch-Statistische Berichten, 28 september
                     Brief aan de Raad voor het Landelijk Gebied, GRR 2002/1630 van 6
                     februari 2003 met de Adviesaanvraag dierziektebeleid.                      Technical Disease Cards, OIE, Paris (www.oie.int)
                     Plowright, W., Thomson, G.R., and Neser, J.A. African Swine Fever, 1994    Terpstra, C., 1992
                     In: Infectious Diseases of Livestock with special reference to southern    Vesiculaire varkensziekte in Nederland. Tijdschr. Diergeneeskd.,
                     Africa (568-599 pp.). Eds. J.A.W. Coetzer, G.R.Thomson, R.C. Tustin.       117: 623-626.
                     Oxford University Press.
                                                                                                Terpstra, C., 1997
                     Raad voor Dierenaangelegenheden, 2003                                      Varkenspest: symptomen, epizoötiologie en diagnose.
                     Wet- en regelgeving omtrent hobbydieren. Inventarisatie en analyse van     Tijdschr. Diergeneeskd., 122: 198-200.
                     de vigerende Europese, en in het bijzonder de Nederlandse wet- en
                     regelgeving die op hobbydieren en hun houders van toepassing is ten        Terpstra, C., 1995
                     behoeve van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. RDA        Dekker, A., Reek, F.H., en Chenard, G. Vesiculaire varkensziekte:
                     2003/02, 2 delen.                                                          bedreiging of uitdaging voor de Nederlandse Varkenshouderij?
                                                                                                Tijdschr. Diergeneeskd., 120: 267-270.
                     Raad voor het Landelijk Gebied, 2001
                     Vóór het kalf verdronken is… Advies over de toekomst van de dierhou-       Zijpp, A.J. van der, e.a., 2002
                     derij in Nederland. RLG 01/6.                                              MKZ: Nieuwe waarden, andere wegen - van dialoog naar
                                                                                                onderzoeksagenda.
                     Rossiter, P.B. Rinderpest, 1994                                            Eindrapportage MKZ-Atelier, Wageningen Universiteit.
                     In: Infectious Diseases of Livestock with special reference to southern
                     Africa (735-757 pp.). Eds. J.A.W. Coetzer, G.R.Thomson, R.C. Tustin.
                     Oxford University Press.
                     Rossiter, P.B., and Taylor, W.P., 1994
                     Peste des petits ruminants. In: Infectious Diseases of Livestock with spe-
                     cial reference to southern Africa (758-765 pp.). Eds. J.A.W. Coetzer,
                     G.R.Thomson, R.C. Tustin. Oxford, University Press.
                     Rutgers, L.J.E., J. Swabe en E.N. Noordhuizen-Stassen, 2003
                     Het doden van gehouden dieren: ja mits, … of nee, tenzij? , NWO Ethiek
                     & Beleid, ISBN: 90-393-3593-1.
                     Swayne DE, and Suarez, DL., 2000
                     Highly pathogenic avian influenza. Rev. sci. tech. Off. int. Epiz.,
                     19: 463-482.
82 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                               ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 83
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>   Bijlage 7                                                                                                                                          8 Bijlage
                     Samenstelling                                                              Overzicht publicaties
                                                     van de raden                               RAAD VOOR HET LANDELIJK GEBIED 2002-2003
                                                                                                2003
                     RAAD VOOR                               RAAD VOOR                          RLG 03/1   Jaarverslag 2002 en werkprogramma 2003
                     DIERENAANGELEGENHEDEN                   HET LANDELIJK GEBIED               RLG 03/2   Voor een dubbeltje op de eerste rang
                                                                                                           Advies over het natuurbeleid (februari 2003)
                     • prof. dr. C.J.G. Wensing, voorzitter  • prof. H.J.L. Vonhoff, voorzitter RLG 03/3   Platteland in de steigers
                     • A. Achterkamp                         • prof. dr. Th.A.M. Beckers                   Advies over de reconstructie van de zandgebieden in
                     • mw. drs. I. Arendzen                  • mw. drs. H.L. Blok                          Zuid- en Oost-Nederland (februari 2003)
                     • mw. ir. A.M. Burger                   • mw. dr. H.M. de Boois            RLG xxxx   Scherven brengen geluk, ruimte voor duurzame glastuinbouw
                     • mr. W. van de Giessen                 • prof. dr. G.J. Borger                       Lezing raadslid J.T.G.M. Koolen, Nationaal Glastuinbouwcon-
                     • ir. M.J.B. Jansen                     • mw. mr. F.G. van Diepen-Oost                gres 14 april 2003
                     • drs. S.B.M. Jongerius                 • ir. J.T.G.M. Koolen              RLG 03/4   Briefadvies over de gevolgen van hervormingsvoorstellen van
                     • J.Th. de Jongh                        • dhr. B.J. Krouwel                           het GLB (mei 2003)
                     • dr. Tj. Jorna                         • mw. M.D.A.M. van der             RLG 03/5   Ruimte voor natuur
                     • drs. R.J.T. van Lint                    Laan-Veraart                                Advies over realisatie en beheer van de Ecologische Hoofdstruc-
                     • P.J.H.M. Loonen                       • mw. G.W. van Montfrans-                     tuur en de ruimte die dat vraagt voor mensen, organisaties en
                     • dr. ir. H. Paul                         Hartman                                     de natuur zelf (juli 2003)
                     • prof. dr. A. Pijpers                  • dhr. P. Nijhoff                  RLG 03/6   De boer in de keten: boeienkoning of teamspeler? Advies over
                     • S.J. Schenk                           • prof. dr. J.D. van der Ploeg                de positie van primaire producenten in agroketens
                     • prof. dr. F.J. van Sluijs             • ir. F.C. Prillevitz                         (september 2003)
                     • H.W.A. Swinkels                       • mw. A. van Vliet-Kuiper          RLG xxxx   Vitaal Platteland vraagt een bos energie
                     • drs. P.A. Thijsse                                                                   Lezing voorzitter prof. H.J.L. Vonhoff,
                     • prof. dr. J.H.M. Verheijden           Algemeen secretaris:                          Symposium ‘Bos en Energie’, 10 september 2003
                     • mr. ing. C.J.J.M. Vermeeren           mr. W.J. Kooy                      RLG 03/7   Het ontwerpen van een experiment
                                                                                                           Publicatie naar aanleiding van de werkconferentie over een vol-
                     Secretaris: mw. dr. drs. I.D. de Wolf                                                 gende generatie publieksgericht beleid, 8 mei 2003
                                                                                                           (december 2003)
                                                                                                RLG 03/8   Dierziektebeleid met draagvlak
                                                                                                           Advies over de bestrijding van zeer besmettelijke dierziekten
                                                                                                           Deel 1 – advies (december 2003)
                                                                                                           Deel 2 – onderbouwing van het advies (december 2003)
                                                                                                2002
                                                                                                RLG 02/1   Briefadvies over de positie van het groene onderwijs
                                                                                                           (januari 2002)
                                                                                                RLG 02/2   Briefadvies reactie op de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening,
                                                                                                           deel 3 (februari 2002)
                                                                                                RLG 02/3   Jaarverslag 2001 en werkprogramma 2002
                                                                                                RLG 02/4   Terug op de grond en weer tussen de mensen
                                                                                                           Advies over ‘Food Delta’ (april 2002)
                                                                                                RLG 02/5   Voorkomen is beter…
                                                                                                           Advies over soortenbescherming en economische ontwikkeling
                                                                                                           (april 2002)
84 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                        ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 85
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>                     RLG 02/6          Meer regio, minder regels, meer resultaat
                                       Advies over het Tweede Structuurschema Groene Ruimte,
                                       deel 1 (juni 2002)
                     RLG 02/7          Groene diensten: van ondersteunen naar ondernemen
                                       Advies over groene diensten in het landelijk gebied (juni 2002)
                     RLG 02/8          Voor boeren, burgers en buitenlui
                                       Advies over de betekenis van sociaal-culturele ontwikkelingen
                                       voor het landelijk gebied (juni 2002)
                     Alle publicaties staan op de website van de Raad voor het Landelijk Gebied
                     (www.rlg.nl) en zijn desgewenst te ‘downloaden’. De publicaties zijn kosteloos
                     via het secretariaat te bestellen.
                     RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN 2002-2004
                     2003/2004
                                       Jaarverslag 2002
                     RDA 2003/01       Advies omtrent dierziekten en zoönosen, waarvoor hobbymatig
                                       gehouden dieren vatbaar zijn en als drager kunnen fungeren,
                                       die een bedreiging kunnen vormen voor de gezondheid van
                                       mensen en bedrijfsmatig gehouden dieren en die in het kader
                                       van grote bestrijdingscampagnes relevant zijn
                     RDA  2003/02      Wet- en regelgeving omtrent hobbydieren
                     RDA  2003/03      Mogelijke dierenwelzijnproblemen in de paardenhouderij
                     RDA  2003/04      Zorgen voor je paard
                     RDA  2003/05      Criteria voor dodingsmethoden voor paling en meerval
                     RDA  2003/06      Het doden van drachtige grote landbouwhuisdieren
                     RDA  2003/07      Negatief- en positieflijst voor zoogdieren en vogels ter invulling
                                       van artikel 33 van de gezondheids- en welzijnswet voor dieren
                     RDA 2003/08       Dierziektebeleid met draagvlak
                                       Advies over de bestrijding van zeer besmettelijke dierziekten
                                       Deel 1 – advies
                     RDA 2004/01       Dierziektebeleid met draagvlak
                                       Advies over de bestrijding van zeer besmettelijke dierziekten-
                                       Deel 2 – onderbouwing van het advies
                     2002
                     RDA  2002/01      Minimum welzijnseisen tijdens bestrijdingscampagnes
                     RDA  2002/02      Fokken met recreatiedieren (1)
                     RDA  2002/03      Fokken met recreatiedieren (2)
                     RDA  2002/04      Advies aan de Directeur Landbouw van het Ministerie van Land-
                                       bouw, Natuurbeheer en Visserij inzake een plan van aanpak
                                       voor de bestrijding van aangeboren afwijkingen bij katten
                     RDA 2002/05       Een toetsingskader en toelatingsprocedure voor aanwijzing van
                                       nieuwe voor productie te houden vissoorten
                     Een overzicht van eerdere door de Raad uitgebrachte adviezen kan worden
                     opgevraagd bij het secretariaat van de Raad voor Dierenaangelegenheden of is
                     te vinden op www.raadvoordierenaangelegenheden.nl.
86 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA                                  ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA 87
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>88 ‘DIERZIEKTEBELEID MET DRAAGVLAK’, DEEL 2 GEZAMENLIJKE UITGAVE RLG/RDA</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>