<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                       MEI 2005
            ADVIES RDA 2005/05
 IMPLICATIES VAN DE DOOR EFSA GEFORMULEERDE
  OPINIE OVER HET BEDW ELMEN EN DODEN VAN DE
BELANGRIJKSTE PRODUC TIEDIEREN VOOR RICHTLIJN
 93/119/ EG EN HET NEDERLANDSE STANDPUNT TEN
           AANZIEN VAN DEZE RICHTLIJN
                                ADVIES AAN DE MINIST ER VAN
                                LANDBOUW , NATUUR EN
                                VOEDSELKWALITEIT INZ AKE HET IN TE
                                NEMEN STANDPUNT TEN AANZIEN VAN
                                RICHTLIJN 93/119/ EG NAAR AANLEIDING
                                VAN DE OPINIE VAN EFSA OVER HET
                                BEDWELMEN EN DODEN VAN DE
                                BELANGRIJKSTE PRODUCTIEDIEREN
                                                                     1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>          SAMENSTELLING VAN DE RAAD
• prof. dr. C.J.G. Wensing, voorzitter Raad voor Dierenaangelegenheden
• A. Achterkamp
• ir. A.M. Burger                      bezoekadres:
• mr. E.C. Greve                       Laan van Nieuw Oost Indië 131-133
• ir. M.J.B. Jansen                    2593 BM Den Haag
• drs. S.B.M. Jongerius
                                       postadres:
• J.Th. de Jongh
                                       Postbus 90428
• P.J.J.M. Loonen
                                       2509 LK Den Haag
• ir. B.J. Odink
• dr. ir. H. Paul
                                       telefoon 070 3785266
• ir. G. de Peuter
                                       fax 070 3786336
• prof. dr. A. Pijpers
                                       e- mail info@rda.nl
• drs. T. de Ruijter
• S.J. Schenk
                                       www.raadvoordierenaangelegenheden.nl
• prof. dr. F.J. van Sluijs
• H.W.A. Swinkels
• drs. P.A. Thijsse
• prof. dr. J.H.M. Verheijden
• drs. P. van der Wal
Secretaris: dr. drs. I.D. de Wolf
2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>3</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>        INHOUDSOPGAVE
Advies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
1. Algemene opmerkingen ten aanzien van de door EFSA geformuleerde opinie . . . . 5
    en de achterliggende wetenschappelijke rapportage
2. Specifieke punten ten aanzien van de door EFSA geformuleerde opinie en de . . . . 6
    achterliggende wetenschappelijke rapportage
3. Consequenties van de door EFSA geformuleerde opinie en de achterliggende . . . 8
    wetenschappelijke rapportage voor Richtlijn 93/119/EG
4. Consequenties van de door EFSA geformuleerde opinie en de achterliggende . . . 11
    wetenschappelijke rapportage voor de invulling van het Besluit doden van dieren
5. Consequenties van de door EFSA geformuleerde opinie en de achterliggende . . . 12
    wetenschappelijke rapportage voor het Nederlandse standpunt ten aanzien van
    Richtlijn 93/119/EG
6. Overige opmerkingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Literatuurlijst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Bijlagen
1. Samenvatting van de opinie van EFSA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
2. Samenstelling van de werkgroep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
3. Overzicht van publicaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>5</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>        ADVIES
Op verzoek van de Dierenbescherming heeft de         geformuleerde opinie, een gedegen onderbouwing
Raad voor Dierenaangelegenheden (hi erna: Raad)      voor de aanbevelingen van EFSA biedt. Wel be-
de opinie van EFSA (= European Food Safety           treurt de Raad het dat het de door EFSA opgestelde
Authority), inclusief het achterliggende wetenschap- opinie aan praktische aanbevelingen ontbeert en dat
pelijke rapport, over het bedwelmen en doden van     er vrijwel geen conc lusies worden verbonden aan de
de belangrijkste productiedieren van 15 juni 2004    wetenschappelijke bevindingen zoals verwoord in de
bestudeerd. Tevens is nagegaan wat de implicaties    wetenschappelijke rapportage. De Raad constateert
van deze opinie voor Richtlijn 93/119/EG zijn en wat dat er veel behoefte bestaat aan een soort ‘guide-
één en ander betekent voor het standpunt dat         line’, waarin wordt aangegeven onder welke om-
Nederland ten aanzien van Richtlijn 93/119/EG zou    standigheden welke methode(n) de meest geschikte
moeten innemen. Bovendien zijn de implicaties van    is (zijn). De Raad realiseert zich echter dat het op-
deze opinie voor de implementatie van de Richtlijn   stellen van een dergelijke ‘guideline’ bijzonder lastig
in het Besluit doden van dieren nagegaan.            is, omdat het samenspel van omstandigheden be-
                                                     paalt welke methode in die situatie het meest ge-
1. ALGEMENE OPMERKING E N T E N A A N-               schikt is en er een zeer groot aantal samenspelen
    ZIEN VAN DE DOOR EFSA G E F O R M U-             mogelijk is.
    LEERDE       OPINIE     EN    DE ACHTERLIG-      EFSA constateert dat er geen ideale methode voor
    GENDE        WETENSCHAPPELIJKE             RAP-  bedwelming en doding is die voor alle productie-
    PORTAGE                                          dieren onder alle in het wetenschappelijke rapport
                                                     beschreven     omstandigheden      voldoet.   Evenals
De Raad spreekt zijn waardering uit voor de gede-    EFSA is de Raad van mening dat het uitgangspunt
gen wijze waarop EFSA tot zijn opinie is gekomen.    voor het bedwelmen en doden van productiedieren
De Raad onderschrijft in het algemeen de bevin-      dan ook zou moeten zijn dat voor elke diersoort die
dingen en aanbevelingen van EFSA met betrekking      condities en methoden geselecteerd worden die met
tot het bedwelmen en doden van productiedieren       betrekking tot het welzijn van de diersoort en de
(zie ook bijlage 1). De Raad is van mening dat met   gegeven omstandigheden het meest geschikt zijn.
name de zeer uitgebreide wetenschappelijke rappor-   Aansluitend bij Richtlijn 93/119/EG betekent dit dat
tage, die ten grondslag ligt aan de door EFSA        de dieren elke vermijdbare opwinding of pijn of elk
6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>vermijdbaar lijden, voor zover mogelijk, wordt be-    perking tot deze diersoorten, maar zou graag zien
spaard. De Raad tekent daarbij aan dat, met inacht-   dat ook voor andere (veel gehouden) productie-
neming van dit kader, zoals ook verwoord in artikel 3 dieren aanbevelingen voor het bedwelmen en doden
van de Richtlijn, de condities en methoden voor het   van deze dieren onder productieomstandigheden
bedwelmen en doden van productiedieren bedrijfs-      dan wel in geval van een dierziekteuitbraak worden
economisch haalbaar en toepasbaar binnen de be-       opgesteld. Op deze wijze wordt meer recht gedaan
drijfsprocessen moeten zijn.                          aan het grote aantal diersoorten dat als productie-
In het bijzonder deelt de Raad de mening van EFSA     dier gehouden wordt. Daarnaast wordt daardoor ook
dat ook vissen een vorm van pijn-, angst- en stress-  beter aangesloten bij Richtlijn 93/119/EG. Deze
beleving kennen, dat er in bepaalde situaties sprake  Richtlijn is namelijk ook op voor productiedoeleinden
kan zijn van aantasting van het welzijn van vissen    gehouden diersoorten zoals konijnen, kwartels en
en dat het voorgaande impliceert dat de criteria voor geiten van toepassing.
het bedwelmen en doden van productiedieren ook
op voor productiedoeleinden gehouden vissen van       De door EFSA verwoorde opinie is gebaseerd op
toepassing moeten worden verklaard (zie ook RDA       een solide onderbouwde wetenschappelijke inschat-
2003/05).                                             ting van het welzijn van dieren tijdens het bedwel-
                                                      men en doden van deze dieren onder de condities
2. SPECIFIEKE         PUNTEN      TEN    AANZIEN      zoals deze zich voordoen bij commerciële slacht-
     VAN DE DOOR EFSA GEF ORMULEERDE                  huizen en op boerderijen. Ethische, (socio-)econo-
     OPINIE EN DE ACHTERL I G G E N D E W E-          mische, culturele, religieuze of voedselveiligheids -
     TENSCHAPPELIJKE RAPP O R T A G E                 aspecten zijn niet in beschouwing genomen. De
                                                      keuze van EFSA om de condities zoals deze zich
De door EFSA geformuleerde opinie en de achter-       voordoen bij commerciële slachthuizen en op boer-
liggende wetenschappelijke rapportage beperken        derijen in haar inschatting te betrekken, vindt de
zich, op verzoek van de Commissie, tot de belang-     Raad verstandig. De Raad vindt het echter wel
rijkste productiedieren, te weten rundvee, schapen,   teleurstellend dat EFSA zich in zijn rapportage en
varkens, pluimvee, paarden en gekweekte vissen.       opinie beperkt tot dierenwelzijn en geen uitspraken
Andere voor productiedoeleinden gehouden dieren,      doet over de overige aspecten, terwijl zij wel het
zoals konijnen, pelsdieren, herten, kwartels en gei-  belang erkent van de buiten beschouwing gelaten
ten, worden door EFSA buiten beschouwing gela-        aspecten. Met name ritueel slachten kan een zeer
ten. De Raad deelt de keuze van EFSA voor de be-      grote invloed hebben op het welzijn van productie-
                                                                                                          7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>dieren. In de Richtlijn wordt bedwelming vooraf -  de in de Richtlijn verwoorde eisen: in Richtlijn
gaand aan het doden en slachten dwingend voor-     93/119/EG worden naast eisen aan het bedwelmen,
geschreven, maar wordt een uitzondering gemaakt    doden en slachten van dieren ook eisen gesteld aan
voor onbedwelmd slachten op rituele gronden. Ech-  bijvoorbeeld het verplaatsen en onderbrengen van
ter, het nalaten van bedwelming betekent in het    productiedieren en aan de slachthuizen zelf.
algemeen een aanzienlijke welzijnsaantasting voor
het dier. De Raad is van mening dat religieuze     Hoewel EFSA wel zijdelings stilstaat bij het belang
aspecten, evenals ethische, (socio-)economische,   van een goede opleiding dan wel training van dege-
culturele, voedselveiligheids - en andere aspecten ne(n) die de bedwelming dan wel het doden uitvoert
meegewogen moeten kunnen worden, maar dat bij      (uitvoeren), de arbeidsomstandigheden waaronder
het bedwelmen en doden van productiedieren het     de procedures moeten worden uitgevoerd en het
welzijn van het dier altijd prevaleert.            onderhoud en controle van de apparatuur, zou de
                                                   Raad hier toch graag meer aandacht voor zien. Der-
EFSA heeft zich, op verzoek van de Commissie, in   gelijke aspecten hebben een zeer grote invloed op
haar opinie en het daaraan ten grondslag liggende  de mate van eventuele welzijnsaantasting rond het
wetenschappelijke rapport beperkt tot het moment   bedwelmen en doden van productiedieren.
van bedwelmen en doden. Procedures die aan dit
proces voorafgaan of hierop volgen zijn door EFSA  EFSA constateert dat op tal van punten de weten-
grotendeels buiten beschouwing gelaten. Op het     schappelijke kennis onvoldoende         is. De     Raad
fixeren van dieren voorafgaand aan het bedwelmen   onderschrijft dit en zou graag zien dat prioriteit wordt
en/of doden wordt in de wetenschappelijke rappor-  toegekend aan onderzoek naar bedwelmings - en/of
tage in het algemeen beperkt ingegaan. EFSA merkt  dodingsmethoden bij vissen en naar de bedwel-
op dat (een aantal van) de buiten beschouwing      mings- en/of dodingsmethoden die gebruik maken
gelaten procedures invloed kunnen (kan) hebben op  van gas of elektrocutie. Dit laatste onderzoek is
het welzijn van de dieren. De Raad onderschrijft   noodzakelijk voor alle gehouden productiedieren; de
deze kanttekening en is van mening dat het gehele  Raad kent daarbinnen een prioriteit toe aan onder-
proces (van verplaatsen tot en met doden) mee-     zoek bij varkens. Daarnaast is onderzoek gewenst
genomen moet worden om tot een totale welzijns -   naar de reversibiliteit van het uitschakelen van ver-
beoordeling van het systeem te kunnen komen. Te-   schillende   lichaamsfuncties   bij  diverse   bedwel-
vens constateert de Raad dat door deze beperking   mingsmethoden om te bezien in hoeverre aan reli-
uitwerking wordt gegeven aan slechts een deel van  gieuze wensen tegemoet kan worden gekomen. Dit
8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>onderzoek zou zich met name op herkauwers en          Bijlage B van Richtlijn 93/119/EG formuleert de
pluimvee moeten richten. Voorts zou de invloed van    eisen voor het fixeren van dieren vóór het bedwel-
alle stappen voorafgaand aan de bedwelming en         men, slachten of doden. De Raad is van mening dat
doding op het welzijn van het dier een belangrijk     het wenselijk is in de Richtlijn of zijn bijlagen per
aandachtspunt binnen het onderzoek moeten zijn.       diersoort bindend te benoemen welke fixatiemetho-
                                                      de(n) vanuit dierenwelzijnsperspectief het meest ge-
3. CONSEQUENTIES VAN DE DOOR EFSA                     schikt is (zijn). Daarbij dient tevens te worden be-
    GEFORMULEERDE OPINIE EN DE ACH-                   schreven op welke wijze deze methode(n) uitge-
    TERLIGGENDE           WETENSCHAPPELIJKE           voerd dient (dienen) te worden. Het benoemen en
    RAPPORTAGE              VOOR        RICHT L I J N nader beschrijven van fixatiemethoden per diersoort
    93/119/EG                                         dient mede gebaseerd te worden op de weten-
                                                      schappelijke rapportage van EFSA, hoewel deze op
Richtlijn 93/119/EG is het kader waarbinnen de        dat punt nog enige aanvulling behoeft. Bij het be-
wetenschappelijke rapportage en het formuleren van    noemen van fixatiemethoden per diersoort dient het
een opinie dienden plaats te vinden. Deze Richtlijn   welzijn van het dier leidend te zijn (artikel 3). Op
stelt eisen aan de wijze waarop voor productie-       grond van andere aspecten, zoals ethische, (socio-)
doeleinden gehouden dieren worden bedwelmd en         economische, culturele, religieuze of voedselveilig-
gedood. Bedwelming voor het slachten is verplicht     heidsaspecten, kan vervolgens binnen de toeges ta-
binnen de Europese Unie, hoewel in sommige lid-       ne methoden een keuze gemaakt worden.
staten een uitzondering wordt gemaakt voor onbe-
dwelmd slachten op rituele gronden. Uitgangspunt      Bijlage C benoemt de in de EU toegestane metho-
van deze Richtlijn is dat dieren tijdens het ver-     den voor het bedwelmen en doden van andere dan
plaatsen, onderbrengen, fixeren, bedwelmen, slach-    pelsdieren. In deze bijlage wordt niet aangegeven
ten en doden elke vermijdbare opwinding of pijn of    welke methode(n) voor welke diersoort het meest
elk vermijdbaar lijden moet worden bespaard (artikel  geschikt is (zijn). De Raad is van mening dat het
3). Dit uitgangspunt krijgt nadere uitwerking in de   wenselijk is in de Richtlijn of zijn bijlagen per dier-
overige artikelen van de Richtlijn en in de bijlagen  soort bindend te benoemen welke bedwelmings - en
behorende bij de Richtlijn. Door de afbakening waar-  dodingsmethode(n) vanuit dierenwelzijnsperspectief
voor door EFSA is gekozen (de gekozen diersoorten     het meest geschikt is (zijn). Daarbij dient tevens te
en stappen binnen het slachtproces), zijn met name    worden beschreven op welke wijze deze methoden
de bijlagen B, C, D en E relevant.                    uitgevoerd dienen te worden. Het benoemen en
                                                                                                            9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>nader beschrijven van bedwelmings - en dodings-         dat bepaalde bedwelmings- en/of dodingsmethoden
methoden per diersoort kan gebaseerd worden op          die momenteel zijn toegestaan in de toekomst afge-
de wetenschappelijke rapportage van EFSA. Bij het       wezen moeten worden. Het dient mogelijk te zijn om
benoemen van bedwelmings- en dodingsmethoden            de bijlage hierop aan te passen.
per diersoort dient het welzijn van het dier leidend te Gelet op de constatering van EFSA en de Raad
zijn (artikel 3). Op grond van andere aspecten, zoals   voor Dierenaangelegenheden (RDA 2003/05) dat
ethische, (socio-)economische, culturele, religieuze    ook vissen een vorm van pijn, angst en stress-
of voedselveiligheidsaspecten, kan vervolgens bin-      beleving kennen en dat er in bepaalde situaties
nen de toegestane methoden een verantwoorde             sprake kan zijn van aantasting van het welzijn van
keuze gemaakt worden.                                   vissen dient bijlage C uitgebreid te worden met
De Raad constateert voorts dat een aantal bedwel-       criteria voor het bedwelmen en doden van voor
mings- en dodingsmethoden die in de wetenschap-         productiedoeleinden gehouden vissoorten. Per ge-
pelijke rapportage van EFSA worden beschreven           houden vissoort dient dat op de hiervoor beschreven
momenteel niet in bijlage C is opgenomen. Toepas-       wijze te gebeuren.
sing van deze methoden is derhalve uitgesloten.
Echter, een aantal van deze methoden (waaronder         Bijlage D stelt dat bij alle bedwelmde dieren de ver-
gasbedwelming door een combinatie van gassen of         bloeding dient plaats te vinden door tenminste één
door niet- aversieve gassen) verdient vanuit een wel-   van de halsslagaderen of de bloedvaten waaruit die
zijnsperspectief de voorkeur boven sommige van de       voortkomen in te snijden. Uit de wetenschappelijke
momenteel toegestane bedwelmings - en dodings-          rapportage van EFSA blijkt dat deze wijze van ver-
methoden (waaronder gasbedwelming met een               bloeding niet voor alle diersoorten de meest ade-
hoge concentratie koolstofdioxide). De Raad is dan      quate wijze is. Dit is onder andere het geval voor
ook van mening dat bijlage C hiermee dient te wor-      varkens en runderen, waarvoor een steekmethode
den aangevuld.                                          dichter bij het hart adequater is. De ontwikkeling van
Tevens is de Raad van mening dat een procedure          betere steekmethoden is voor deze diersoorten
ontwikkeld dient te worden waarmee bijlage C op         noodzakelijk. Voor andere diersoorten, zoals pluim-
een verantwoorde wijze kan worden aangepast.            vee, volstaat het insnijden van één halsslagader
Wetenschappelijke ontwikkelingen kunnen resulte-        niet; beter is het om beide halsslagaders in te snij-
ren in wetenschappelijk beproefde, welzijnsvriende-     den. Sommige diersoorten worden überhaupt niet
lijkere bedwelmings - en/of dodingsmethoden; voort-     verbloed. De Raad is van mening dat bijlage D per
schrijdend wetenschappelijk inzicht kan er toe leiden   diersoort hierop dient te worden aangepast.
10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Bijlage E is gericht op het doden van dieren in het     in onvoldoende mate in. De Raad is van mening dat
kader van de bestrijding van dierziekten. In de bijla-  het EFSA-rapport voor het gedeelte over het be-
ge wordt bepaald dat elke methode voor het doden        dwelmen en/of doden de basis kan vormen. Ee n
van dieren, die is toegestaan overeenkomstig bijlage    dergelijke praktische handleiding dient tevens voor-
C en die een stellige dood waarborgt in het kader       zien te zijn van ‘best practices’.
van dierziektebestrijding, mag worden toegepast.
Voorts wordt in de bijlage bepaald dat de bevoegde      In de Richtlijn en zijn bijlagen wordt niet ingegaan op
autoriteit, met inachtneming van artikel 3 van de       welke wijze drachtige dieren dienen te worden be-
Richtlijn, het gebruik van andere methoden kan toe-     dwelmd en gedood indien daartoe een indicatie is of
staan voor het doden van voor de betreffende ziekte     in geval van een dierziekteuitbraak. In de weten-
vatbare dieren. De Raad is van mening dat in bijlage    schappelijke rapportage van EFSA wordt op deze
C per diersoort gespecificeerd moet worden welke        problematiek wel ingegaan. EFSA concludeert daar-
bedwelmings- en dodingsmethoden zijn toegestaan.        bij dat het doden van drachtige grote dieren het
De wetenschappelijke rapportage van EFSA kan            beste kan gebeuren middels een intraveneuze letale
hiertoe de basis vormen. De Raad is van mening dat      injectie met barbituraten, omdat barbituraten de pla-
ook in het geval van dierziektebestrijding uitsluitend  centa passeren en daarmee ook de foetus zullen
de in bijlage C beschreven methoden mogen wor-          doden. De Raad is van mening dat het verstandig
den toegepast, omdat daarvan op wetenschappe-           zou zijn als ook in de Richtlijn en/of zijn bijlagen
lijke gronden is aangetoond dat deze methoden vol-      aandacht wordt besteed aan deze problematiek en
doen aan het uitgangspunt van de Richtlijn, namelijk    de wijze hoe hiermee om te gaan. De Raad is van
dat het dier elke vermijdbare opwinding of pijn of elk  mening dat aanvullende maatregelen bij drachtige
vermijdbaar lijden moet worden bespaard. Het alter-     dieren om het welzijn van de foetus te borgen niet
natief is dat dieren bedwelmd en gedood worden          nodig zijn: in het advies over het doden van drach-
door of onder toezicht van de dierenarts op grond       tige grote landbouwhuisdieren (RDA 2003/06) werd
van de nationale Wet Uitoefening Diergeneeskunde.       geconcludeerd dat een welzijnsaantasting van de
                                                        foetus zeer onwaarschijnlijk is. Echter, vanuit esthe-
In algemene zin constateert de Raad dat er              tisch opzicht kan het treffen van aanvullende maat-
behoefte bestaat aan een praktische handleiding op      regelen wel wenselijk zijn. De Raad onderschrijft in
welke wijze concreet moet worden vormg egeven           die situatie de keuze van EFSA voor een intrave-
aan het gehele proces dat in de Richtlijn beschreven    neuze letale injectie met barbituraten.
wordt. De Richtlijn zelf en zijn bijlagen voorzien hier
                                                                                                             11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Richtlijn 93/119/EG en zijn bijlagen stellen geen       vogels”). Vissen zijn in Nederland uitgezonderd om-
eisen aan het slachten van vissen. EFSA consta-         dat de minister bij de implementatie van de Richtlijn
teert echter dat er geen reden is om met vissen be-     van mening was dat er onder deskundigen nog
leidsmatig op een andere wijze om te gaan dan met       uiteenlopende opvattingen bestonden omtrent de
andere voor productiedoeleinden gehouden dieren.        perceptie van pijn en dergelijke gevoelens bij vissen.
De Raad onderschrijft deze bevinding (zie RDA           In afwachting van een door het RIVO uitgevoerde
2003/05). De Raad is dan ook van mening dat de          inventariserende studie naar de huidige praktijk van
Richtlijn en zijn bijlagen hierop dienen te worden      het doden van diverse vissoorten en de problemen
aangepast en dat deze ook van toepassing moeten         die daarmee gepaard gaan en op basis van de aan-
worden verklaard op gekweekte vissen.                   bevelingen van de Raad (RDA 1997/07) zou de
                                                        minister een plan van aanpak opstellen. Voor zover
4. CONSEQUENTIES VAN DE DOOR EFSA                       daartoe vervolgens aanleiding zou bestaan, zou het
     GEFORMULEERDE              OPINIE      EN      DE  besluit worden aangepast (zie Besluit doden van
     ACHTERLIGGENDE             W E T EN S C H A P P E- dieren, Toelichting § 5).
     LIJKE RAPPORTAGE VOO R DE INVUL -                  In zijn brief van 31 oktober 2003 geeft de minister
     LING VAN HET BESLUIT DODEN VAN                     zijn reactie op het advies van de Raad voor Dieren-
     DIEREN                                             aangelegenheden over criteria voor het doden van
                                                        paling en meerval (RDA 2003/05). De Minister sluit
Richtlijn 93/119/EG is van toepassing op het ver-       hierin aan bij het oordeel van de Raad dat gewer-
plaatsen, onderbrengen, fixeren, bedwelmen, slach-      velde vissen een vorm van pijn-, angst- en stress-
ten en doden van dieren die worden gefokt en ge-        beleving kennen en dat er in bepaalde gevallen
houden voor het verkrijgen van vlees, huiden, pel-      sprake kan zijn van aantasting van het welzijn van
zen of andere producten en op de procedures voor        vissen. De minister geeft ook aan dat herbezinning
het doden in geval van bestrijding van besmettelijke    op de reikwijdte van het Besluit doden van dieren op
ziekten. Het doden van vissen valt onder de Richt-      zijn plaats is ten aanzien van gewervelde vissen. De
lijn. Het Besluit doden van dieren, de Nederlandse      Raad is van mening dat de tijd nu rijp is om vissen
implementatie van Richtlijn 93/119/EG, is echter niet   op te nemen in het Besluit doden van dieren, con-
van toepassing op het doden van vissen (zie art. 2,     form de Europese Richtlijn, en om concrete regel-
lid 1: “Als soorten en categorieën van dieren als       geving te implementeren voor het doden van paling
bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet worden    en meerval, conform het advies van de Raad.
aangewezen zoogdieren, reptielen, amfibieën en
12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>5. CONSEQUENTIES VAN DE DOOR                    EFSA   ten worden. Het dient mogelijk te zijn om (de
    GEFORM ULEERDE               OPINIE     EN     DE  bijlage van) de Europese Richtlijn hierop aan te
    ACHTERLIGGENDE                WETENS C H A P P E-  passen. Tevens is het wenselijk dat wordt vast-
    LIJKE RAPPORTAGE VOOR HET NE-                      gelegd op welke wijze de toegestane methoden
    DERLANDSE          STANDPUNT         TEN    A A N- dienen te worden uitgevoerd. In geval van
    ZIEN VAN RICHTLIJN 93/119/EG                       slachthuizen zou het werken volgens benoemde
                                                       fixatie-, bedwelmings- en dodingsmethoden deel
Op basis van bovenstaande komt de Raad tot de          uit kunnen maken van een erkenning of kunnen
volgende aanbevelingen met betrekking tot het          worden ingebouwd in kwaliteitssystemen. Ook
Nederlandse standpunt ten aanzien van Richtlijn        dit dient bindend op Europees niveau geregeld
93/119/EG:                                             te worden om verschillen in invulling tussen lan-
•   Inzetten op het benoemen van toegestane fixa-      den te voorkomen. De controle op de fixatie, het
    tie-, bedwelmings- en dodingsmethoden per          bedwelmen en het doden van dieren conform de
    diersoort. Het welzijn van het dier dient bij het  voor deze dieren benoemde fixatie-, bedwel-
    benoemen van deze methoden leidend te zijn         mings- en dodingsmethoden dient te gebeuren
    (artikel 3 van de Richtlijn). Op grond van andere  door de Food and Veterinary Office (FVO) van
    aspecten, zoals ethische, (socio-)economische,     de EU. De Raad is voorts van mening dat ook
    culturele, religieuze of voedselveiligheidsaspec - een goede opleiding dan wel training van dege-
    ten, kan vervolgens binnen de toegestane me-       ne(n) die de fixatie, bedwelming dan wel het
    thoden een keuze gemaakt worden. De Raad is        doden uitvoert (uitvoeren), de arbeidsomstandig-
    van mening dat het wenselijk is dat de toege-      heden waaronder de procedures moeten worden
    stane fixatie-, bedwel mings- en dodingsmetho-     uitgevoerd en het onderhoud en controle van de
    den worden vastgelegd in (een bijlage van) de      apparatuur, deel uit zouden moeten maken van
    Europese Richtlijn. Daarnaast moet er een pro-     een erkenning of moeten worden ingebouwd in
    cedure worden ontwikkeld om niet-benoemde,         een kwaliteitssysteem. Deze aspecten hebben
    welzijnsvriendelijkere    fixatie-, bedwelmings -  immers ook een zeer grote invloed op de mate
    en/of dodingsmethoden na wetenschappelijke         van eventuele welzijnsaantasting rond het be-
    toetsing alsnog te kunnen benoemen: voort-         dwelmen en doden van productiedieren. Ten-
    schrijdend wetenschappelijk inzicht kan er toe     slotte is de Raad van mening dat de primaire
    leiden dat bepaalde methoden die momenteel         verantwoordelijkheid bij de minister van LNV ligt,
    zijn toegestaan in de toekomst afgewezen moe-      maar dat de Europese koepelorganisaties van
                                                                                                      13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>   de verschillende belangenorganisaties (al dan       De Raad is van mening dat de primaire verant-
   niet daartoe aangezet door hun Nederlandse          woordelijkheid bij de minister van LNV ligt, maar
   equivalent) zich ook dienen in te zetten voor het   dat de Europese koepelorganisaties van de ver-
   benoemen van toegestane bedwelmings - en            schillende belangenorganisaties (al dan niet
   dodingsmethoden per diersoort;                      daartoe aangezet door hun Nederlandse equiva-
•  Aansluitend op de voorgaande aanbeveling            lent) zich ook dienen in te zetten voor een aan-
   dient Nederland in te zetten op het toestaan van    passing van bijlage D;
   bedwelmings- en dodingsmethoden die momen-        • De Raad acht het wenselijk om in te zetten op
   teel niet door bijlage C worden toegestaan, maar    een bepaling in de Richtlijn hoe omgegaan dient
   waarvan     wetenschappelijk   onderzoek    reeds   te worden met drachtige dieren. De Raad is van
   heeft aangetoond dat ze welzijnsvriendelijker       mening dat de primaire verantwoordelijkheid bij
   zijn dan bepaalde methoden die momenteel wel        de minister van LNV ligt, maar dat ook de Euro-
   zijn toegestaan. Dit is met name het geval voor     pese koepelorganisaties van de verschillende
   gasbedwelmings-       en  dodingsmethoden.     De   belangenorganisaties (al dan niet daartoe aan-
   Raad is van mening dat de primaire verant-          gezet door hun Nederlandse equivalent) zich
   woordelijkheid bij de minister van LNV ligt, maar   hiervoor dienen in te zetten;
   dat de Europese koepelorganisaties van de ver-    • Inzetten op het van toepassing verklaren van de
   schillende belangenorganisaties (al dan niet        Richtlijn op gekweekte vissoorten; het Besluit
   daartoe aangezet door hun Nederlandse equiva-       doden van dieren dient ook op vissen van
   lent) zich ook dienen in te zetten voor het be-     toepassing te worden verklaard (zie ook RDA
   noemen van niet-toegestane bedwelmings - en         2003/05). Zowel EFSA als de Raad hebben
   dodingsmethoden die welzijnsvriendelijker zijn      geconcludeerd dat ook vissen een vorm van
   dan sommige van de reeds benoemde bedwel-           pijn-, angst- en stressbeleving kennen, dat er in
   mings- en dodingsmethoden;                          bepaalde situaties sprake kan zijn van aantas -
•  Inzetten op aanpassing van bijlage D met be-        ting van het welzijn van vissen en dat het voor-
   trekking tot het verbloeden van bedwelmde           gaande impliceert dat de criteria voor het be-
   dieren. Gebleken is dat de wijze waarop verbloe-    dwelmen en doden van productiedieren ook op
   ding in bijlage D wordt voorgeschreven niet voor    voor productiedoeleinden gehouden vissen van
   alle diersoorten de meest adequate wijze is. Per    toepassing moeten worden verklaard. De Raad
   diersoort dient te worden benoemd op welke wij-     is van mening dat de primaire verantwoordelijk-
   ze eventuele verbloeding dient plaats te vinden.    heid bij de minister van LNV ligt, maar dat ook
14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>  de Europese koepelorganisaties van de verschil-       tering van het welzijn van dieren voor en tijdens
  lende belangenorganisaties (al dan niet daartoe       het slachtproces betekenen;
  aangezet door hun Nederlandse equivalent) zich      • Het bedwelmen en doden van productiedieren
  dienen in te zetten voor het van toepassing ver-      tijdens dierziekteuitbraken conform vooraf ge-
  klaren van de Richtlijn op gekweekte vissoorten;      specificeerde bedwelmings- en dodingsmetho-
• Inzetten op het opheffen van de uitzondering          den. De mogelijkheid voor de bevoegde autori-
  voor bedwelming in geval van ritueel slachten         teit om methoden aan te wijzen vervalt daarmee.
  zoals momenteel is vastgelegd in de Richtlijn.        Reeds in vredestijd dient te worden gezocht
  De Raad is van mening dat ook in geval van ritu-      naar methoden die in geval van een dierziekte-
  eel slachten het welzijn van het dier dient te pre-   uitbraak kunnen worden ingezet (voor zover niet
  valeren. Daarvan uitgaande dienen dieren die          reeds beschikbaar). Deze methoden dienen we-
  ritueel geslacht zullen worden net als de overige     tenschappelijk te worden getoetst en kunnen
  productiedieren eerst bedwelmd en vervolgens          vervolgens in de Richtlijn of zijn bijlagen be-
  gedood te worden. Binnen de toegestane be-            noemd worden als voor een bepaalde diersoort
  dwelmings- en dodingsmethoden dient vervol-           toegestane bedwelmings- en/of dodingsmetho-
  gens te worden gezocht naar de methode die            de. Door dit principe los te laten in geval van een
  het beste aansluit bij de religieuze overtuiging.     dierziekteuitbraak bestaat het risico dat het wel-
  De Raad is van mening dat zowel de minister           zijn van de te bedwelmen en doden dieren on-
  van LNV als de Europese koepelorganisaties            voldoende gewaarborgd kan worden. De Raad
  van de verschillende belangenorganisaties (al         is van mening dat zowel de minister van LNV als
  dan niet daartoe aangezet door hun Neder-and-         de Europese koepelorganisaties van de verschil-
  se equivalent) zich voor het opheffen van de          lende belangenorganisaties (al dan niet daartoe
  uitzondering voor onbedwel md slachten op ritue-      aangezet door hun Nederlandse equivalent) zich
  le gronden dienen in te zetten. De Raad waar-         hiervoor zouden moeten inzetten;
  schuwt er voor dat het opheffen van de uitzon-      • Omdat op tal van punten de kennis met betrek-
  dering voor onbedwelmd slachten op rituele            king tot het bedwelmen en doden van productie-
  gronden er niet toe mag leiden dat dieren bij de      dieren onvoldoende is, deelt de Raad de mening
  eindgebruiker thuis onder, vanuit het oogpunt         van EFSA dat fundamenteel en praktijkgericht
  van dierenwelzijn,     mindere   omstandigheden       onderzoek hiernaar dringend gewenst is. De
  worden geslacht. Dit zou een verschuiving van         Raad is echter van mening dat het verstandig
  de problematiek en een substantiële verslech-         zou zijn om ook de andere stappen in het slacht-
                                                                                                         15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>   proces in het onderzoek te betrekken, omdat          •    Verspreiding van kennis over dodings- en be-
   ook deze stappen grote invloed hebben op het              dwelmingsmethoden; de EU heeft speciale voor-
   welzijn van productiedieren. Belangrijke aan-             lichtingsprogramma’s, waarvan gebruik gemaakt
   dachtspunten binnen het onderzoek zouden                  zou kunnen worden. In het bijzonder is voorlich-
   moeten zijn:                                              ting gewenst ter verspreiding van de weten-
   o    Bedwelmings- en dodingsmethoden voor vis -           schappelijke inzichten over pijn en stress bij vis-
        sen;                                                 sen en de consequenties daarvan voor het hou-
   o    Bedwelmings- en dodingsmethoden die ge-              den, bedwelmen en doden van vissen. De Raad
        bruik maken van gas of elektrocutie voor alle        is van mening dat de primaire verantwoordelijk-
        gehouden       productiedieren   en   met   als      heid bij de minister van LNV ligt, maar dat ook
        prioriteit het varken;                               de Europese koepelorganisaties van de verschil-
   o    Reversibiliteit   van   diverse  bedwelmings-        lende belangenorganisaties (al dan niet daartoe
        methoden;                                            aangezet door hun Nederlandse equivalent)
   o    Invloed van alle stappen voorafgaand aan de          hiervoor aandacht dienen te vragen.
        bedwelming en doding op het welzijn van het
        dier.                                           6. OVERIGE OPMERKING EN
   Doel van het onderzoek zou niet alleen moeten
   zijn na te gaan welke bedwelmings- en dodings-       De Raad is van mening dat voor reeds gehouden
   methoden voldoen aan de criteria zoals gefor-        productiedieren afgesproken zou moeten worden op
   muleerd in de Richtlijn, maar ook na te gaan         welke termijn er voor deze diersoorten wetenschap-
   waar een acceptabele ondergrens ligt, zodat de       pelijk getoetste bedwelmings- en dodingsmethoden
   randvoorwaarden exact gesteld kunnen worden.         beschikbaar zullen zijn (voor zover nog niet het ge-
   Financiering van dit onderzoek zou via Europese      val). Productiedieren dienen, met in achtneming van
   middelen moeten plaatsvinden. Ook Europese           een reële overgangstermijn, vervolgens volgens
   brancheorganisaties        zouden    een  financiële deze methoden te worden bedwelmd en gedood.
   bijdrage moeten leveren aan dergelijk onder-         Voor momenteel niet als productiedier gehouden
   zoek. De Nederlandse overheid en het Neder-          diersoorten dienen eerst een wetenschappelijk ge-
   landse bedrijfsleven zouden onderzoek dat pri-       toetste bedwelmings- en dodings methode beschik-
   mair voor de Nederlandse situatie van belang is      baar te zijn, alvorens het dier als productiedier kan
   moeten stimuleren en faciliteren;                    worden toegelaten (artikel 34 van de Gezondheids -
16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>en welzijnswet voor dieren regelt welke dieren als
productiedier gehouden mogen worden).
Voorts zou de Raad graag aandacht zien voor de
wijze waarop in het kader van dierziektebestrijding
met het bedwelmen, doden en slachten van niet-
gehouden dieren en dieren in natuurgebieden dient
te worden omgegaan.
De Dierenbescherming vraagt tenslotte expliciet
aandacht voor de exportrestitutie voor het transport
van runderen naar Egypte en Libanon. De Dieren-
bescherming is van mening dat, gelet op de opvat-
tingen over ritueel slachten, aan deze exportrestitu-
tie een einde dient te komen, omdat de geëxpor-
teerde   runderen in deze landen onverdoofd ge-
slacht worden. De Productschappen Vee, Vlees en
Eieren wijzen er echter op dat in een aantal islami-
tische landen wel bedwelmd geslacht wordt. Voorts
wijzen anderen er op dat, in geval van beëindiging
van de exportrestitutie, landen zoals Australië het
gat dat dan ontstaat zullen invullen, waardoor le-
vend vee aanzienlijk langer onderweg is. Volgens
hen kan een oplossing alleen worden gevonden in
het maken van wereldwijde afspraken over het
transport van levend vee.
                                                      17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>          LITERATUURLIJST
Besluit van 16 mei 1997, houdende regelen ter zake van het doden van dieren (Besluit doden van dieren).
Brief van de minister van LNV aan de Tweede Kamer d.d. 31 oktober 2003 inzake het doden van vis.
EFSA (2004). Opinion of the Scientific Panel on Animal Health and Welfare on a request from the Commis-
sion related to welfare aspects of the main systems of stunning and killing the main commercial species of
animals. The EFSA Journal, 45, 1-29.
EFSA (2004). Scientific report on welfare as pects of the main systems of stunning and killing the main com-
mercial species of animals. www.efsa.eu.int.
Richtlijn 93/119/EG van de Raad van 22 december 1993 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of
doden. Publicatieblad nr. L 340 van 31/12/1993, 0021-0034.
Raad voor Dierenaangelegenheden (1997). Het rapport “Doden van vissen – literatuurstudies en praktijkob -
servaties” van het RIVO-DLO (RDA 1997/07).
Raad voor Dierenaangelegenheden (2003). Criteria voor dodingsmethoden voor paling en meerval (RDA
2003/05).
Raad voor Dierenaangelegenheden (2003). Het doden van drachtige grote landbouwhuisdieren (RDA
2003/06).
18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>19</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>        BIJLAGEN
1.   SAMENVATTING VAN DE OPINIE VAN EFSA
Summary of the Opinion of the Scientific Panel on Animal Health and Welfare on a request from the
Commission related to welfare aspects of the main systems of stunning and killing the main
commercial species of animals
The EFSA Scientific Panel on Animal Health and Welfare was asked by the Commission services to report on
the welfare aspects of the main systems of stunning and killing in the main commercial species of animals
with consideration of Directive 93/119/EC. Species referred to in the present opinion are: cattle, sheep, pigs,
poultry, horses and farmed fish. Welfare aspects of the systems for stunning other species, such as rabbits,
deer, ratites or goats, have not been included in the present opinion.
Stunning before slaughter is a statutory requirement in the EU (with exceptions in some Member States for
religious slaughter) to induce unconsciousness and insensibility (inability to perceive stimuli) in animals, so
that slaughter can be performed without avoidable fear, anxiety, pain, suffering and distress.
This Scientific opinion is a scientific assessment of the welfare during stunning and killing adopted by the
EFSA AHAW Panel based on the data of the Scientific Report. In drafting this Scientific Opinion, the panel did
not consider ethical, socio-economic, cultural or religious aspects of this topic. Considering the mandate, the
present opinion concentrates on the welfare of the animals concerned at the point of application of the
stunning and stun / killing techniques and does not consider in detail other preceding or subsequent
procedures, although it is recognised that, for instance, transport to the slaughterhouse, lairage conditions,
pre-slaughter handling and restraint prior to stunning may cause serious welfare problems. Scientific data on
other issues such as food safety , BSE (Bovine Spongiform Encephalopathy), human operator safety,
economic impact are not reviewed in this opinion.
20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>This opinion considers the main stunning and stun / killing methods under commercial slaughterhouse and
under farm conditions in Europe. Killing of animals without stunning and stun / killing methods for disease
control are also considered.
Stunning methods induce temporary loss of consciousness and rely solely on prompt and accurate sticking
procedures to facilitate bleeding and to cause death. Sticking involves the severing of major blood vessels
e.g. neck cutting or chest sticking. If unbled, even the adequately stunned animal has a potential to regain
brain and body functions. Stun / killing methods induce unconsciousness and death either simultaneously or
sequentially.
Procedures appropriate to cattle, sheep, pigs, chickens, turkeys, farmed fish and horses and their related
minimum requirements such that unconsciousness and insensibility are induced and poor welfare is
minimised, are recommended.
An understanding of the states of unconsciousness and insensibility and the measures to assess these permit
evaluation of the effectiveness of the different methods applied. Efficient stunning methods disrupt the
neurons or neurotransmitter regulatory mechanisms in the brain, causing a long- lasting depolarised neuronal
state that renders animals unconscious and insensible. Indeed, most of the known or established stunning
methods also induce high degrees of electrical synchronisation in the brain leading to a quiescent or
isoelectric electroencephalogram. During and immediately after stunning, depending on the method and
species involved, animals show typical behaviour patterns and physical reflexes, which can help to monitor
the effectiveness of stunning under commercial conditions. In general, vocalisation in animals during the
induction of unconsciousness with any stunning method is indicative of pain or suffering (however, absence of
vocalisation does not guarantee absence of pain or suffering). Under practical conditions, eye reflexes and
reactions to painful stimuli should always be investigated and evaluated, in combination with the resumption
of normal rhythmic breathing and righting reflexes, to assess stunning effectiveness.
The duration of unconsciousness and insensibility varies between methods, species and animals. The stun-
stick interval should be sufficiently short to induce death through blood loss before the animal recovers from
the stun. Sticking procedures vary between species; however, the supply of oxygenated blood to the brain
should be stopped as rapidly as possible.
                                                                                                             21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Stun / killing methods, which induce unconsciousness and death either simultaneously or sequentially, do not
rely on bleeding to cause death and therefore should be preferred when available and proven to be effective.
In all the stunning and stun / killing methods (excluding gas mixtures), animals should be restrained
appropriately and heads properly presented to the operator for effective application of the procedure(s).
Due to the serious animal welfare concerns associated with slaughter without stunning, pre-cut stunning
should always be performed.
As a general rule, each method should be applied only once, i.e. animals should be rendered unconscious
and insensible by a stunning or stun / killing method or device applied for the first time. In the event of a failure
(unsuccessful stun), the animal should be killed immediately by an appropriate backup killing method.
It is important that all operators involved with stunning and slaughter are competent, properly trained and
have a positive attitude towards the welfare of the animals.
All the equipment used for stunning or stun / killing should be maintained in good working conditions and
recorded evidence of parameters applied, maintenance and rectified defects should be kept.
There are no ideal methods for the stunning and killing of farm animals for commercial slaughter or disease
control purposes and it is therefore necessary to select those procedures whose proper application have most
advantages in terms of animal welfare. Bad practice increases the disadvantages of any method.
The penetrating captive bolt, if applied properly, can render sheep and cattle insensible with minimal effects
on welfare. Captive bolt usage is appropriate for some pigs, but there can be problems if it is used for boars
and old sows. Captive bolt has the disadvantage that there is no automated method for practical use available
today and depends essentially on the education and skil l of the person who performs the stunning.
Gas stunning has a high potential for humane stunning or stun / killing if non-aversive gases or gas mixtures
are used. It requires sophisticated technical equipment. The animals are exposed to a moderate handling
22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>stress only.
Electrical stunning can immediately cause unconsciousness and makes the animal insensible. It requires high
standards of technical equipment and skilled people to perform and monitor the stun and a system to record
the stunning details such as voltage, current and frequency of the current for each individual stun. For
automated applications the animal has to be restrained. There is still a lack of knowledge about mechanisms
of brain function during application of electrical currents to the head.
There is an urgent need for further detailed investigations of the mechanisms and effects of the different
stunning methods, their technical and organisational performance in practice and improved and continuing
education of the staff to ensure good animal welfare.
                                                                                                         23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>2. SAMENSTELLING VAN DE WERKGROEP
De werkgroep die dit advies heeft voorbereid was als volgt samengesteld:
•  ir. H. Bekman: Productschappen Vee, Vlees en Eieren
•  G.P. van den Berg / ir. M. de Jong- Timmerman: Dierenbescherming
•  drs. J. Borgmeier: Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde
•  W.H.B.J. van Eijk: Productschap Vis
•  ir. M.M. van Huik: LTO
•  dr. E. Lambooij: Animal Sciences Group
•  prof.dr. H.A.P. Urlings: Dumeco
•  dr.drs. I.D. de Wolf: voorzitter, bureau van de Raad voor Dierenaangelegenheden
24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>3. OVERZICHT VAN PUBLICATIES
Onderstaand overzicht betreft de publicaties van de Raad vanaf 2002. Een overzicht van eerdere door de
Raad uitgebrachte adviezen kan worden opgevraagd bij het secretariaat van de Raad of is te vinden op
www.raadvoordierenaangelegenheden.nl.
PUBLICATIES IN 2005:
RDA 2005/01       De rol van wild bij de insleep en verspreiding van klassieke varkenspest en mond- en
                  klauwzeer in Nederland
RDA 2005/02       Immunosterilisatie als een alternatief voor de huidige wijze van castratie in de varkens-
                  houderij
RDA 2005/03       Maintaining or improving farm animal welfare in the light of increasing trade liberalisation
                  and globalisation: a contradiction in terms?
RDA 2005/04       Het houden van potentieel gevaarlijke diersoorten als gezelschapsdier
Jaarverslag 2004
PUBLICATIES IN 2004:
RDA 2004/01       Dierziektebeleid met draagvlak – Advies over de bestrijding van zeer besmettelijke dier-
                  ziekten; deel 2 – Onderbouwing van het advies
RDA 2004/02       Herinrichting van het distributie- en kanalisatiesysteem van diergeneesmiddelen in Neder-
                  land
RDA 2004/03       Negatief- en positieflijst voor vissen, reptielen en amfibieën ter invulling van artikel 33 van
                  de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
RDA 2004/04       Bestialiteit
RDA 2004/05       Strategieën om te komen tot een efficiëntere opsporing van besmettelijke, aangifteplichtige
                  dierziekten
RDA 2004/06       Verkenning van de toekomstperspectieven voor agroproductieparken in Nederland
Jaarverslag 2003
                                                                                                               25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>PUBLICATIES IN 2003:
RDA 2003/01       Advies omtrent dierziekten en zoönosen, waarvoor hobbymatig gehouden dieren vatbaar
                  zijn en als drager kunnen fungeren, die een bedreiging kunnen vormen voor de gezond-
                  heid van mensen en bedrijfsmatig gehouden dieren en die in het kader van grote bestrij-
                  dingscampagnes relevant zijn
RDA 2003/02       Wet- en regelgeving omtrent hobbydieren
RDA 2003/03       Mogelijke dierenwelzijnproblemen in de paardenhouderij
RDA 2003/04       Zorgen voor je paard
RDA 2003/05       Criteria voor dodingsmethoden voor paling en meerval
RDA 2003/06       Het doden van drachtige grote landbouwhuisdieren
RDA 2003/07       Negatief- en positieflijst voor zoogdieren en vogels ter invulling van artikel 33 van de
                  Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
RDA 2003/08       Dierziektebeleid met draagvlak – Advies over de bestrijding van zeer besmettelijke dier-
                  ziekten; deel 1 – Advies
Jaarverslag 2002
PUBLICATIES IN 2002:
RDA 2002/01       Minimum welzijnseisen tijdens bestrijdingscampagnes
RDA 2002/02       Fokken met recreatiedieren (1)
RDA 2002/03       Fokken met recreatiedieren (2)
RDA 2002/04       Advies aan de Directeur Landbouw van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en
                  Visserij inzake een plan van aanpak voor de bestrijding van aangeboren afwijkingen bij
                  katten
RDA 2002/05       Een toetsingskader en toelatingsprocedure voor aanwijzing van nieuwe voor productie te
                  houden vissoorten
26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>