<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                   JANUARI   2005
                ADVIES RDA 2005/01
  DE ROL VAN WILD BIJ DE INSLEEP EN VERSPREIDING VAN
  KLASSIEKE VARKENSPEST EN MOND - EN KLAUWZEER IN
                          NEDERLAND
                                   ADVIES AAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
                                   VOEDSELKWALITEIT OVER DE ROL DIE WILD KAN SPE-
                                   LEN BIJ DE INSLEEP EN VERSPREIDING VAN KLASSIEKE
                                   VARKENSPEST EN MOND- EN KLAUWZEER IN NEDER-
                                   LAND EN DE WIJZE WAAROP DEZE DIERZIEKTEN IN DE
                                   WILDPOPULATIE KUNNEN WORDEN BESTREDEN
1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>2</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>          SAMENSTELLING VAN DE RAAD
• prof. dr. C.J.G. Wensing, voorzitter Raad voor Dierenaangelegenheden
• A. Achterkamp
• mw. drs. I. Arendzen                 bezoekadres:
• mw. ir. A.M. Burger                  Bezuidenhoutseweg 73
• mw. mr. E.C. Greve                   2594 AC Den Haag
• ir. M.J.B. Jansen
• drs. S.B.M. Jongerius                postadres:
• J.Th. de Jongh                       Postbus 90428
• drs. R.J.T. van Lint                 2509 LK Den Haag
• P.J.J.M. Loonen
• dr. ir. H. Paul                      telefoon 070 3785266
• prof. dr. A. Pijpers                 fax 070 3786336
• drs. T. de Ruijter                   e-mail info@rda.nl
• S.J. Schenk
• prof. dr. F.J. van Sluijs            www.raadvoordierenaangelegenheden.nl
• H.W.A. Swinkels
• drs. P.A. Thijsse
• prof. dr. J.H.M. Verheijden
• mr. ing. C.J.J.M. Vermeeren
• drs. P. van der Wal
Secretaris: mw. dr. drs. I.D. de Wolf
3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>4</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>        INHOUDSOPGAVE
Advies                                                                                                                             5
Onderbouwing
1. Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
2. Wild in Nederland. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
3. Kans op de insleep en verspreiding van klassieke varkenspest en mond- en . . . . . 15
    klauwzeer door wild
4. Politiek beleid bij uitbraken onder wild . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
5. Visies van belanghebbenden en experts . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Literatuurlijst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
Bijlagen
1. Geraadpleegde personen . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
2. Overzicht van publicaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33
                                                                                                                                      5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>6</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>        ADVIES
Op verzoek van de Voedsel en Waren Autoriteit      Constateringen van de Raad met betrekking
heeft de Raad voor Dierenaangelegenheden           tot klassieke varkenspest
(hierna: de Raad) in kaart gebracht welke rol      In het recent opgestelde beleidsdraaiboek voor de
wilde populaties evenhoevigen (hierna: het wild)   bestrijding van KVP in wilde zwijnen (zie ook
(kunnen) spelen bij de insleep en verspreiding     www.vwa.nl)      is  vastgelegd  dat   een   groep
van de besmettelijke aangifteplichtige dierziekten deskundigen binnen 90 dagen na vaststelling van
klassieke    varkenspest    (KVP) en     mond-  en een     uitbraak    van   KVP   een     zogenaamd
klauwzeer (MKZ) in Nederland. Bij het in kaart     “programma van uitroeiing” moet vaststellen. Het
brengen heeft de Raad geconstateerd dat een        afsluiten van gebieden, het terugbrengen tot de
aantal punten nadere aandacht verdient. De Raad    voorjaarsstand en het intensief monitoren worden
doet hiertoe een aantal aanbevelingen.             gezien als de belangrijkste maatregelen. De Raad
                                                   is van mening dat de periode van 90 dagen te
Bezorgdheid                                        lang is in geval van een zeer serieuze situatie. De
De Raad spreekt haar bezorgdheid uit over het      Raad is bovendien van mening dat de groep
huidige kennisniveau. De indruk bestaat dat bij    deskundigen ook in vredestijd      bij elkaar moet
een uitbraak van KVP of MKZ onder het wild de      komen om informatie uit te wisselen en te komen
betrokken partijen onvoldoende zijn uitgerust voor tot een groter inzicht in de efficiëntie van
het doeltreffend bestrijden van deze uitbraak. Zo  verschillende maatregelen. De groep deskundi-
is onvoldoende bekend welke bestrijdingsmetho-     gen zou zich daarnaast moeten buigen over de
den effectief zijn, welke consequenties een        problematiek van uitbraken in zogenaamde 0-
bepaalde aanpak heeft voor het wild en de          gebieden. De Raad stelt voor het overleg tussen
commerciële veehouderij en welke rol mogelijke     de deskundigen een frequentie van twee maal per
risicofactoren, zoals de ecologische hoofdstruc-   jaar voor in vredestijd.
tuur (EHS), de 0-gebieden en de grensgebieden,     Over het terugbrengen tot de voorjaarsstand
kunnen spelen. Voorkomen moet worden dat in        wordt verschillend gedacht. Het is van belang ook
een crisissituatie hierover discussie ontstaat.    dit onderwerp te bediscussiëren met de groep
                                                   deskundigen en daarbij ook belangrijke eigenaren
                                                   van leefgebieden van wilde zwijnen als gespreks-
                                                                                                     7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>partner uit te nodigen. De Raad adviseert daar-     is, gezien de grote (maatschappelijke) conse-
naast om op korte termijn in overleg te treden met  quenties in geval van een oncontroleerbare
onze buurlanden om te komen tot een gedeeld in-     uitbraak onder wild en de beperkte mogelijkheden
zicht in de populaties wilde zwijnen die zich in de tot bestrijding.
grensstreek ophouden en de wijze waarop een
uitbraak van KVP in de grensstreek zou moeten       Evenals bij KVP vindt de Raad ook hier de
worden bestreden. Tot slot moet de overheid de      periode van 90 dagen waarbinnen de te volgen
dialoog met natuurbeheerders, de commerciële        aanpak na een vastgestelde uitbraak van MKZ
veehouderijsector en maatschappelijke organisa-     moet worden bepaald door een groep deskun-
ties niet uit de weg gaan.                          digen te lang. Eveneens in de Raad van mening
                                                    dat de groep deskundigen ook in vredestijd
Constateringen van de Raad met betrekking           bijeen moet komen (bijvoorbeeld twee keer per
tot mond- en klauwzeer                              jaar) om ideeën uit te wisselen en te komen tot
De kans op verspreiding van MKZ door wild wordt     een duidelijk beeld van de mogelijkheden tot
laag geacht: MKZ komt niet endemisch voor in        bestrijding. Daarnaast adviseert de Raad de
Europa. De monitoring van MKZ onder wild is         overheid ook hier de dialoog met natuurbeheer-
daarom stopgezet. Bovendien wordt gesteld dat       ders, de commerciële veehouderijsector en maat-
bij een uitbraak van MKZ onder wild de              schappelijke organisaties niet uit de weg gaan.
mogelijkheden tot bestrijding zeer beperkt zijn. In
het geval van een enkele besmetting wordt door      Dierziektebeleid voor grote grazers
het    ministerie   van  Landbouw,     Natuur    en In de discussie over dierziektebestrijding en wild
Voedselkwaliteit (LNV) de beleidslijn gehanteerd    nemen de grote grazers een bijzondere plaats in.
van “wachten en hopen tot het overgaat”. In het     Volgens de geïnterviewde experts vallen deze
geval van een oncontroleerbare uitbraak wordt       dieren met betrekking tot de dierziektebestrijding
het massaal doden van wild (waaronder bijvoor-      tussen wild en gehouden dieren in: de dieren
beeld de grote grazers in de Oostvaardersplas-      leven in afgesloten gebieden, maar zijn onmoge-
sen) niet uitgesloten door het ministerie van LNV.  lijk allemaal op te hokken. Het doden van grote
De Raad is van mening dat het onderwerp ‘MKZ        grazers tijdens een uitbraak wordt door het
onder wild’ hoger op de politieke agenda moet       ministerie van LNV niet uitgesloten, maar stuit op
komen en een grotere alertheid gerechtvaardigd      ernstige bezwaren van terreinbeheerders en
8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>maatschappelijke organisaties. De Raad is van        de EHS voor. De Raad adviseert dit aan te grijpen
mening dat de grote grazers in de Nederlandse        voor een discussie met alle belanghebbenden
natuurgebieden in het licht van dit onderwerp        over dit onderwerp, al dan niet gevolgd door een
zoveel mogelijk moeten worden beschouwd als          frequent overleg zoals bepleit door de terrein-
gehouden dieren. Dit betekent ook dat er een         beheerders. De Raad is van mening dat ook dit
zorgplicht bestaat. Ook betekent het dat het         onderwerp op de Europese agenda moet worden
doden van dieren zoveel mogelijk moet worden         geplaatst, omdat koppeling van grensoverschrij-
voorkomen en dat vaccinatie niet kan worden          dende natuurgebieden vanuit ecologisch perspec-
uitgesloten. De Raad adviseert het onderwerp         tief gewenst is.
“dierziektebeleid voor grote grazers” hoger op de
(Europese) politieke agenda te zetten. Ook           Communicatie
adviseert de Raad onderzoek te laten uitvoeren       De Raad constateert dat de overheid op een
naar de risico’s en mogelijke bestrijdingsmetho-     goede manier diverse belanghebbenden betrok-
den in geval van een uitbraak van een besmet-        ken heeft bij de ontwikkeling van een nieuw
telijke aangifteplichtige dierziekte onder wild. Dit beleidsdraaiboek voor KVP en MKZ. Toch zijn
kan gekoppeld worden aan de huidige discussie        niet alle partijen goed geïnformeerd over de huidi-
over I&R en welzijn van grote grazers.               ge ontwikkelingen of zijn zij niet bereid overheids-
                                                     ingrijpen bij uitbraken te accepteren. De Raad
Ecologische hoofdstructuur: logisch?                 adviseert de overheid de dialoog aan te gaan met
De koppeling van natuurgebieden is vanuit ecolo-     partijen die (nog) geen zitting hebben in de groep
gisch perspectief gezien weliswaar uiterst belang-   deskundigen. Op deze wijze kan hun ervarings-
rijk, veterinair gezien zijn er de nodige haken en   kennis worden benut en draagvlak voor het dier-
ogen. Uit onderzoek van Alterra en CIDC is geble-    ziektebeleid worden gecreëerd. Ook de interne
ken dat de voorgestelde varkensvrije zones niet      communicatie binnen het ministerie van LNV en
effectief zijn. De Raad is dan ook van mening dat    de communicatie tussen het ministerie van LNV
in de plannen voor de EHS het onderwerp              en de VWA verdient naar de mening van de Raad
“dierziektebeleid voor wild” een prominente plaats   aandacht.
moet innemen. Op dit moment bereidt de over-
heid naar aanleiding van het onderzoek van CIDC
en Alterra een nieuw plan voor de realisatie van
                                                                                                        9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Onderzoek                                                 varingen te delen;
Er zijn nog veel onduidelijkheden over de kans op   • Betere communicatie:
besmetting van wild met KVP of MKZ, de kans op        o   Binnen de overheid en tussen de overheid
overdacht van deze ziekten door wild op land-             en andere belanghebbenden (zoals        na-
bouwhuisdieren (en vice versa) en de effectiviteit        tuurbeheerders, de commerciële veehou-
en consequenties van bestrijdingsmethoden die             derij en maatschappelijke organisaties)
in natuurgebieden kunnen worden ingezet. De               meer dialoog over het dierziektebeleid
Raad pleit dan ook voor meer onderzoek op deze            voor wild. Ook partijen die (nog) geen
terreinen middels een multidisciplinaire aanpak. In       zitting hebben in de groep deskundigen
dit onderzoek moeten de ervaringen uit het                dienen te worden betrokken bij het beleid.
buitenland worden meegenomen. De Raad is van              Een punt dat in het overleg aan de orde
mening dat bij de huidige stand van zaken en het          dient te komen is de relatie tussen het
huidige kennisniveau een eventuele grootschalige          dierziektebeleid en de EHS;
uitbraak onder wild niet goed bestreden kan           o   Regelmatig overleg van de groep deskun-
worden.                                                   digen, ook in vredestijd, over de te volgen
                                                          aanpak in geval van een uitbraak van een
Aanbevelingen                                             besmettelijke aangifteplichtige dierziekte,
Samenvattend     doet    de   Raad   de   volgende        zoals KVP of MKZ. Te bespreken punten
aanbevelingen:                                            in het kader van KVP zijn de problematiek
•   Verhoging van het kennisniveau door:                  van een uitbraak van KVP in 0-gebieden
    o   Te investeren in onderzoek naar de kans           en het terugbrengen van de populatie
        op besmetting van wild met besmettelijke          wilde zwijnen tot de voorjaarsstand;
        aangifteplichtige dierziekten, de kans op     o   Overleg met Duitsland, België en Luxem-
        overdacht van dergelijke dierziekten door         burg over de wijze waarop zal worden
        wild op landbouwhuisdieren (en vice ver-          omgegaan met een uitbraak van KVP in
        sa) en de effectiviteit en consequenties      de grensstreek;
        van bestrijdingsmethoden die in natuur-     • Verkorting van de periode waarbinnen een
        gebieden kunnen worden ingezet;               “programma tot uitroeiing” moet worden vast-
    o   Meer dialoog tussen de overheid en ande-      gesteld in geval van vaststelling van een uit-
        re belanghebbenden om inzichten en er-        braak van KVP of MKZ;
10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>• Grotere alertheid op het vóórkomen en de
  opsporing van MKZ bij wild;
• Meer (Europese) politieke aandacht voor:
  o  Het vóórkomen en bestrijden van MKZ bij
     wild;
  o  Het dierziektebeleid bij grote grazers;
  o  Het dierziektebeleid voor wild in het kader
     van de EHS, met speciale aandacht voor
     de consequenties van koppeling van
     grensoverschrijdende natuurgebieden.
                                                 11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>12</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>          ONDERBOUWING
1. INLEIDING                                           … Door veranderingen in de structuur van het
                                                       platteland, met een toenemend aantal niet op voed-
     1.1. Achtergrond                                  selproductie gerichte agrarische activiteiten (hobby-
                                                       dierhouders, recreatie), leidt een uitbraak tot ont-
De recente uitbraken van KVP, MKZ en AI hebben         wrichting van de plattelandssamenleving en ontstaat
een maatschappelijke en politieke discussie tot        weerstand tegen het bestrijdingsbeleid. Vooral daar
gevolg gehad over hoe om te gaan met deze              waar het hobbymatig gehouden dieren of zeldzame
ziekten.                                               dieren in natuurgebieden en dierentuinen betrof, riep
                                                       de bestrijding veel negatieve gevoelens en weer-
De Raad voor Dieraangelegenheden heeft recen-          stand op”.
telijk in samenwerking met de Raad voor het Lande-     Wild wordt slechts zijdelings in het rapport genoemd.
lijk Gebied een advies uitgebracht over dierziekte-
beleid met draagvlak (RDA 2003/08 en RDA               Tijdens de grote uitbraken van de laatste jaren zijn
2004/01). Het advies focust voornamelijk op de         hobbydieren geruimd, maar wilde dieren als zwijnen,
weerstand tegen het huidige bestrijdingsbeleid als     reeën en herten zijn buiten schot gebleven. De
het gaat om productiedieren en hobbydieren.            overheid heeft ten tijde van de uitbraken het CIDC
                                                       steekproefsgewijs laten zoeken naar sporen van het
In het rapport (RDA 2003/08) staat onder andere        MKZ-virus in de wildpopulatie reeën en herten en het
vermeld:                                               KVP-virus in de wildpopulatie wilde zwijnen. Er zijn
“Met name het doden van alle, soms zeldzame            geen bewijzen aangetroffen dat de dieren geïnfec-
dieren in een zone rond een besmet bedrijf, zonder     teerd waren, wat voor de overheid reden was aan te
onderscheid naar het doel waarvoor dieren worden       nemen dat het massaal doden van wild overbodig
gehouden, stuitte op veel onbegrip bij de verschillen- was.
de belanghebbenden. Om het risico van verdere ver-     Deze conclusie stuitte bij sommige partijen uit met
spreiding van de ziekte in te dammen wordt het         name de agrarische sector op onbegrip. Er werden
begrip “verdachte dieren” (bedoeld wordt dieren die    beschuldigingen geuit over de verspreidingsrisico’s
mogelijk besmet zijn) namelijk zeer ruim gehanteerd    van ziekten door het wild. Ook werden er voorbeel-
                                                                                                          13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>den genoemd van reeën en herten die zich tijdens     waar zijn deze op gebaseerd? Hoe kijken andere
de uitbraak van MKZ eigenaardig (gek) zouden         belanghebbenden aan tegen deze aanpak?
gedragen. Anderen ontkenden met klem de moge-
lijke risico’s van verspreiding van MKZ en KVP door       1.2. Afbakening
het wild in de Nederlandse bossen en parken. Zo
werd door sommigen het begrip “robuustheid” in de    In het stuk ligt de focus op de aangifteplichtige
discussie geïntroduceerd om aan te geven dat in het  dierziekten KVP en MKZ. Het zijn zeer besmettelijke
wild levende dieren van nature een betere weer-      ziekten die bij een uitbraak grote sociaal-economi-
stand hebben tegen ziekten dan landbouwhuisdieren    sche gevolgen kunnen hebben. Wild zou een rol
die in intensieve veehouderijsystemen worden ge-     kunnen spelen bij de insleep en verspreiding van
houden.                                              deze ziekten. Voor een andere besmettelijke aangif-
                                                     teplichtige dierziekte waarvan recent een grote uit-
Discussie over wild met betrekking tot besmettelijke braak heeft plaatsgevonden (AI) geldt dat de moge-
dierziekten lijkt regelmatig te zijn doorspekt met   lijke bestrijdingsmethoden in wilde vogels zodanig
gelegenheidsargumenten en gevoeligheden. Natuur-     minimaal zijn dat er in dit rapport slechts zijdelings
beschermingsorganisaties, boeren, wetenschappers     aandacht aan wordt besteed.
en maatschappelijke organisaties schuiven het
onderwerp “wild” tijdens discussies over dierziekte- 2. WILD IN NEDERLAND
bestrijding naar elkaar toe en uiteindelijk vaak
terzijde.                                                 2.1. Verspreiding en natuurlijk gedrag
Nu, in “vredestijd” is het van belang feiten en      De draagkracht van een (natuur)gebied voor bij-
gevoeligheden op tafel te krijgen. Is er überhaupt   voorbeeld wilde zwijnen is afhankelijk van het aan-
een kans op ziekteverspreiding door wild? En zo ja,  bod aan dekking, water en voedsel en verschilt hier-
zijn er methoden om te voorkomen dat wild de         door per jaar.
betreffende ziekte verspreidt en landbouwhuisdieren  Onder het begrip draagkracht wordt verstaan: Het
besmet? Hoe groot is het risico dat wild wordt be-   maximale aantal dieren dat blijvend gebruik kan
smet door besmette landbouwhuisdieren? Hoe wordt     maken van een gebied zonder dat de vegetatie
er in Nederland en de Europese Unie aangekeken       negatief wordt beïnvloed (Stoddart, 1975).
tegen dit vraagstuk? Welke ontwikkelingen zijn er en
14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Er leven duizenden wilde zwijnen, edelherten,           varkenspoortjes toegang tot de vrije wildbaan. De
damherten en reeën in de Nederlandse bossen en          Limburgse zwijnenstand is onderdeel van een grote-
parken. Er is een aantal plekken aangewezen als         re concentratie wilde zwijnen over de Duitse grens.
leefgebied; voor wilde zwijnen zijn dit bijvoorbeeld de De populatie wilde zwijnen in de Eiffel (D) wordt van
Veluwe en het Meinweggebied.                            de populatie in Limburg (NL) gescheiden door een
De wilde dieren in Nederland worden intensief           dichtbevolkt Duits industriegebied. Vermenging van
beheerd. Over de jacht als beheersmethode wordt         deze twee populaties is niet geheel uitgesloten,
verschillend gedacht. Deze discussie valt buiten de     maar het lijkt niet erg waarschijnlijk dat dit regelmatig
context van dit stuk. Wel is het voor de beeldvorming   voorkomt. Ook vermenging met populaties wilde
over mogelijke risico’s op de verspreiding van dier-    zwijnen uit België of Luxemburg is in principe moge-
ziekten van belang op te merken dat het evenhoevig      lijk.
wild in Nederland niet totaal “wild” is, maar altijd op
de een of andere manier te maken heeft met beheer       In Nederland heeft het zwartwild geen natuurlijke
en controle door mensen. In andere Europese             vijanden meer. In de rest van Eurazië zijn dat
landen is de situatie vaak anders. Nederland is         wolven, lynxen, beren en tijgers. Om voedsel-
echter een dichtbevolkt land. Dat betekent dat het      schaarste tegen te gaan wordt in de twee aangewe-
wild samen met mensen gebieden moet delen, met          zen leefgebieden het aantal wilde zwijnen door
de daarbij horende tegengestelde belangen en            middel van jacht elk jaar teruggebracht tot de
knelpunten.                                             volgens natuurbeheerders optimale voorjaarsstand.
                                                        Op de Veluwe wordt gestreefd naar een voorjaars-
    2.1.1. Verspreiding en natuurlijk gedrag van        stand van zo’n 700 zwijnen. De laatste jaren bete-
            het wild zwijn                              kende dit een jaarlijkse afschot van tussen de 2000
Zoals hiervoor reeds werd aangegeven, komen wilde       en 3000 zwijnen (in 2003 werd een afschot-
zwijnen (Sus Scofa, verzamelnaam ‘zwartwild’) in        vergunning voor 3500 dieren afgegeven. De zomer-
Nederland in twee gebieden voor: op de Veluwe en        stand op de hele Veluwe bedroeg dat jaar 4300
in het Meinweggebied in Limburg. Het type in Lim-       dieren). Buiten de twee aangewezen leefgebieden
burg wijkt enigszins af van dat van het Veluwse         wordt gestreefd naar een 0-stand en worden wilde
wilde zwijn. De wilde zwijnen op de Veluwe bevinden     zwijnen onbeperkt bejaagd.
zich op de Kroondomeinen, de Zuid-Veluwe en de
Hoge Veluwe. De dieren hebben via een aantal
                                                                                                              15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>De     natuurlijke  sterfte   onder   jonge    dieren lingen van 40 tot 400 kilometer op zoek naar een
(frischlingen) kan tot 20% bedragen. Als er geen      eigen leefgebied om inteelt te voorkomen.
problemen zijn met ziekten, voedselschaarste of
extreme weersomstandigheden kan het bestand                2.1.2. Verspreiding en natuurlijk gedrag van
wilde zwijnen per jaar enorm groeien.                              de ree
Ook de leeftijdsstructuur van de populatie kan        Reeën (Capreolus capreolus L) zijn voedselspecia-
bepalend zijn voor de aantallen wilde zwijnen die     listen. Ze geven de voorkeur aan lichtverteerbare
ergens kunnen leven. De leidende zeugen houden        plantendelen met een hoog nutriëntengehalte en
familiegroepen wilde zwijnen bij elkaar. Deze groe-   stellen hoge eisen aan hun leefgebied.
pen zijn goed geordend en zijn erg trouw aan hun      Reeën zijn geen kuddedieren, maar leven grote de-
territorium. Wilde zwijnen kunnen wel vele kilometers len van het jaar solitair of in wintersprongen van 3 tot
afleggen wanneer zij op zoek zijn naar eetbare        8 reeën. Gedurende een deel van het jaar verdedigt
gewassen. In goede eikeljaren zullen zij minder ver   het volwassen reewild een territorium, dat als een
weg zwerven dan in matige jaren omdat er dan          voedselreservoir kan worden beschouwd.
overal voedsel te vinden is.                          De sociale organisatie van het reewild regelt de ver-
De leidende zeug bepaalt het gebied waarin de         deling van de voedselgebieden. Dominante bokken
familiegroep wilde zwijnen rondtrekt en weet uit      vestigen zich in die terreingedeelten waar de beste
ervaring welke plekken moeten worden vermeden.        overlevingsmogelijkheden zijn. De lager geplaatsten
Plekken waar wilde zwijnen zijn geschoten (bijvoor-   moeten zich tevreden stellen met minder goede
beeld een akker) gaat ze uit de weg. Als de leidende  plekken. Dit systeem geldt ook voor de vrouwelijke
zeug wordt geschoten tijdens de jacht, dan gaat het   dieren (geiten). De dieren die lager in de rangorde
territorium van de familiegroep ook verloren. De die- staan gaan op zoek naar een eigen gebied Het is
ren verspreiden zich dan over een groot gebied,       gebleken dat het reewild door deze migratie bijna
waardoor er meer kans is op wildschade aan gewas-     heel Nederland is gaan bewonen.
sen en ook eventuele dierziekten over een groot
oppervlak worden verspreid.                           Het is niet bekend hoeveel reeën er in Nederland
                                                      zijn. Globaal geschat zijn het er zo’n 50.000. De
Mannelijke jonge dieren (overloperkeilers) worden uit jaarlijkse telling van reewild geeft geen inzicht in het
de familiegroep gestoten als ze zo’n anderhalf jaar   werkelijke aantal dieren dat in een gebied leeft. Bo-
oud zijn. Deze dieren ondernemen enorme wande-        vendien geeft het aantal getelde reeën geen inzicht
16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>in de relatie tussen het voedselaanbod en het ree-     In bergachtige gebieden, zoals in Schotland, trekken
wild.                                                  de dieren rond tussen hoog (zomer) en laag (winter)
Vanwege ruimtetekort voor de grote aantallen reeën     gebied. Ze kunnen zich aanpassen aan diverse
wordt er gejaagd. De jacht richt zich op de dieren die voedselomstandigheden. In tegenstelling tot reeën
in de minder geschikte voedselgebieden leven. Do-      zijn edelherten en damherten grazers die grote hoe-
minant volwassen reewild dat in goede voedsel-         veelheden moeilijk verteerbaar voedsel kunnen ver-
gebieden leeft wordt niet bejaagd.                     werken.
                                                       Ze worden bejaagd uit oogpunt van beheer, afhan-
    2.1.3. Verspreiding en natuurlijk gedrag van       kelijk van het aantal geboren dieren per jaar en het
            het hert                                   aantal herten dat in het verkeer is omgekomen.
In Nederland leven zo’n 3000 edelherten (Cervus
elaphus) en daarnaast zo’n 1200 damherten (Dama        3. KANS OP DE INSLEEP EN VERSPREI -
dama). De dieren leven in redelijk door wildrasters         DING VAN KLASSIEKE VARKENS -
afgesloten gebieden, zoals de Veluwe en de Oost-            PEST EN MOND - EN KLAUWZEER
vaardersplassen. Edelherten kwamen vroeger in               DOOR WILD
heel Nederland voor. Het is de bedoeling dat door
verbindingen tussen natuurgebieden edelherten zich          3.1. Klassieke varkenspest en mond- en
verder verspreiden over Nederland. Het natte Noord-               klauwzeer bij wild; gevoeligheid
oever-Nederrijngebied, de Utrechtse Heuvelrug en
de Brabantse-Limburgse grensstreek worden in dit            3.1.1. Klassieke varkenspest
kader genoemd door bijvoorbeeld Utrechts Land-         Het KVP-virus hoort net als Bovine Virus Diarree
schap en Wereld Natuur Fonds. Ze kunnen door hun       (BVD) en Border Disease (BD) bij de familie van de
voedselgedrag een rol spelen bij een natuurlijke vor-  pestivirussen. Deze virussen zijn moeilijk van elkaar
ming van het landschap.                                te onderscheiden; dit maakt detectie lastig.
                                                       KVP komt alleen voor bij varkens en wilde zwijnen.
De dieren leven in roedels. Buiten de bronsttijd leven De ziekte wordt verspreid door direct contact tussen
de mannetjes apart van de hinden. Binnen de wijf-      dieren of indirect via bijvoorbeeld mest of voer.
jesgroepen vormen de hinden met hun kalf en het        Bij wilde zwijnen komen alleen mildvirulente stam-
kalf van vorig jaar familiegroepen. Damherten leven    men van het virus voor. De volwassen dieren wor-
in groepen van soms meer dan 100 dieren.               den er nauwelijks ziek van. Bij frischlingen kan een
                                                                                                          17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>besmetting wel dodelijk zijn. Frischlingen kunnen         3.1.3. Gevoeligheid
resistentie ontwikkelen via de zeug. De jonge dieren  Regelmatig treedt verwarring op over het gebruik
worden op deze manier immunotolerante dragers en      van het begrip “robuustheid” in deze context. Wilde
kunnen hierdoor lange tijd het KVP-virus uitscheiden  dieren zijn niet méér resistent (door sommigen “ro-
zonder dat een besmetting te detecteren is.           buuster” genoemd) tegen besmettelijke ziekten dan
                                                      productiedieren. De risico’s zijn kleiner onder wilde
    3.1.2. Mond- en klauwzeer                         dieren vanwege de totaal andere dierdichtheid en
Het MKZ-virus is een Aphtovirus uit de familie van    contactstructuur. Wilde dieren die geïnfecteerd zijn
de Picornaviridae. Er zijn zeven verschillende sero-  hebben de neiging zich alleen terug te trekken in
typen bekend (A, O, C, Asia-1 en SAT 1, 2 en 3), die  rustige gebieden. Daarnaast is de dierdichtheid in
moeilijk van elkaar zijn te onderscheiden. Een door-  natuurgebieden over het algemeen veel kleiner dan
gemaakte infectie met het ene serotype geeft geen     in de landbouwsector.
bescherming tegen een infectie met één van de         Grote grazers als Schotse Hooglanders en Heck-
andere serotypen.                                     runderen vormen een groter risico vanwege de
MKZ komt voor bij runderen, varkens, geiten, scha-    sociale structuur waarin zij leven en de hoge dier-
pen, wilde zwijnen, herten en reeën. De ziekte wordt  dichtheid in bepaalde gebieden.
verspreid door direct contact tussen dieren of door   Overigens treedt regelmatig gebiedsresistentie voor
indirect contact met bijvoorbeeld mest.               een bepaalde virusstam op na besmetting. Een voor-
De ziekte is zelden dodelijk, behalve voor jonge die- beeld hiervan is te vinden in Zuid-Afrika: in Zuid-
ren. Varkens zijn minder gevoelig voor het virus dan  Afrika is de buffelpopulatie in het Krugerpark besmet
runderen. Wel kunnen varkens grote hoeveelheden       met MKZ. Na sequensen is gebleken dat de aanwe-
virus uitscheiden en zo de ziekte verspreiden.        zige virusstammen afkomstig zijn uit verschillende
                                                      gebieden en onderscheiden populaties. Uitbraken
In Engeland zijn in de jaren ’70 experimenten uitge-  zijn na bepaling terug te voeren op verplaatsingen
voerd om de gevoeligheid van diverse hertensoorten    van dieren uit een bepaald gebied.
voor het virus te bepalen. Edelherten en damherten
bleken nauwelijks last te hebben van de infectie,
reeën echter vertoonden een vrij ernstig ziektebeeld.
18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>     3.2. Endemisch voorkomen en onderzoek             vonden wilde zwijnen.
           naar verspreiding                           Sinds 1994 worden in Nederland alle geschoten
                                                       zwijnen buiten de daarvoor aangewezen leefgebie-
     3.2.1. Klassieke varkenspest                      den onderworpen aan een serologisch onderzoek.
De ziekte is in diverse landen in Azië, Afrika,        Van de geschoten wilde zwijnen op de Veluwe en de
Centraal- en Zuid-Amerika en het Midden-Oosten         Meinweg wordt een steekproef genomen. Daarnaast
endemisch onder wilde zwijnen. In Europa komt de       worden alle wilde zwijnen die dood worden gevon-
ziekte onder wild voor in Duitsland, Luxemburg,        den getest.
België, Frankrijk en Oost-Europa.                      Sinds de zomer van 2003 wordt ook virologisch
In Frankrijk zijn in 2002 21 wilde zwijnen met KVP     onderzoek uitgevoerd. Alle wilde zwijnen buiten de
gevonden. Van deze dieren bevonden zich er twintig     Veluwe die ziek lijken bij afschot of afwijkingen van
in de grensstreek met België en Luxemburg. In 2002     het karkas vertonen bij slacht worden virologisch ge-
werd KVP in België aangetroffen onder het wild.        test op KVP.
In Nederland was de laatste uitbraak van KVP onder
de populatie wilde zwijnen in de jaren ’80 op de           3.2.2. Mond- en klauwzeer
Hoge Veluwe.                                           MKZ is een endemisch voorkomende ziekte in delen
De      hierboven    genoemde     landen,    inclusief van Azië, Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Ameri-
Nederland, Slowakije en andere Oost-Europese           ka, echter niet in Europa.
risicolanden, hebben sinds de Belgische uitbraak in    Begin 1900 is sporadisch een geval van een
2002 maandelijks overleg in een permanente             natuurlijke infectie gerapporteerd (Sardinië, 1907;
veterinaire   commissie    onder   leiding  van    de  Kaukasus, aantal keer tussen 1902-1925). De kans
Europese Commissie. Men ontwikkelt een database        dat het MKZ-virus bijvoorbeeld via Afrika in Europa
met informatie afkomstig van de monito-ring in elk     terechtkomt, is volgens experts uiterst gering.
betrokken land. Zo ontstaat een informa-tiebron over
het voorkomen en de verspreiding van KVP onder         Een uitbraak van de ziekte onder wilde zwijnen of
wilde zwijnen in Europa.                               herten zou de oorzaak kunnen zijn van een uitbraak
                                                       in de landbouwsector. Er zijn echter geen aanwij-
De monitoring in Nederland en de overige risico-       zingen dat dit risico duidelijk aanwezig is. In de
landen vindt plaats door serologisch en eventueel      laatste tientallen jaren is in West-Europa geen MKZ-
virologisch onderzoek van geschoten of dood ge-        uitbraak onder landbouwhuisdieren vanuit het wild
                                                                                                          19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>voorgekomen. Een besmetting van het wild vanuit de    MKZ wordt op dit moment niet meer standaard
landbouw is in de laatste tachtig jaar eveneens niet  gemonitord onder wild in Europa.
gerapporteerd in West-Europa. In Israël is in 1992
een epidemiologische link gevonden tussen een             3.3. Ecologische hoofdstructuur
infectie in een aantal wilde zwijnen en een uitbraak
in een kudde vleeskoeien..                            Zoals eerder vermeld zijn in Nederland twee gebie-
                                                      den aangewezen als leefgebied voor wilde zwijnen.
Tijdens de recente MKZ-uitbraak in Nederland in       Op de Hoge Veluwe leeft een gesloten populatie wil-
2001 is het wild geïsoleerd en gemonitord. Er zijn    de zwijnen. Het gebied is afgeschermd en kan bij
140 reeën en 208 wilde zwijnen uit gebieden dicht bij noodzaak eenvoudig worden onderverdeeld in klei-
de ziektehaarden onderzocht op het virus. Alle        nere compartimenten. De kans op een eventuele
monsters waren negatief. Volgens de uitvoerende       verspreiding van een ziekte als KVP lijkt hier uiterst
instantie (CIDC) is een te klein aantal monsters      gering.
onderzocht om wetenschappelijk onderbouwd uit te      De andere populatie bevindt zich in het gebied de
kunnen sluiten dat de ziekte aanwezig was onder het   Meinweg nabij Roermond. Dit gebied staat in recht-
wild. De kans op aanwezigheid van de ziekte binnen    streekse verbinding met Duitsland. Ook de Belgische
het wild wordt echter zeer gering geacht.             en Luxemburgse populatie wilde zwijnen is relatief
In Engeland zijn gedurende de uitbraak van MKZ in     dichtbij. In België en Luxemburg werd in 2001 een
2001 484 wilde en gehouden herten getest op het       aantal wilde zwijnen positief getest op KVP. In
virus. Alle monsters waren negatief.                  Duitsland komt KVP endemisch voor onder het wild,
                                                      echter niet in het gebied dat aan Nederland grenst.
MKZ wordt met betrekking tot wild door (Europese)     Het dichtstbijzijnde gebied waar KVP voorkomt (de
beleidsmakers en wetenschappers hierdoor ook niet     Eiffel) wordt door een dichtbevolkt gebied geschei-
gezien als een probleem. Ook in de nieuwe EU-         den van het gebied dat in verbinding staat met
landen zijn er geen problemen met insleep van MKZ     Nederland. De kans lijkt klein dat de verschillende
vanuit het wild naar landbouwhuisdieren. Dit on-      populaties kunnen vermengen, maar het mag niet
danks de vele kleinschalige landbouwbedrijfjes al-    worden uitgesloten dat een keiler zo’n afstand kan
daar, die vaak midden in het bos gelegen zijn en      overbruggen.
waar contact tussen wild en gehouden dieren regel-
matig voorkomt.
20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Over de risico’s van het verbinden van verschillende  In Zuid-Afrika is een discussie gaande over de
natuurgebieden (EHS) wordt verschillend gedacht.      gewenste koppeling van het Krugerpark met natuur-
Volgens diverse experts staan de plannen voor de      gebieden in Mozambique. Door veterinairen wordt
EHS recht tegenover de wens tot risicobeheersing      gewaarschuwd voor een oncontroleerbare versprei-
van dierziekten. Het ministerie van LNV beraadt zich  ding van dierziekten door het hele “Great Limpopo
op de mogelijkheid beide beleidslijnen met elkaar te  Transfrontier Park”, zoals het nieuwe gebied gaat
verenigen. In de tot nu toe geldende aanpak voor de   heten. De politieke druk om de gebieden aan elkaar
opzet van de EHS wordt gesproken over varkens-        te koppelen is echter groot. Na sequensen is geble-
vrije zone’s rondom natuurgebieden. In een recent     ken dat de MKZ-virusstammen in het park afkomstig
advies van Alterra en het CIDC (beiden Wageningen     zijn uit verschillende gebieden en onderscheiden po-
UR) wordt gesteld dat de effectiviteit van deze       pulaties. Uitbraken zijn na bepaling terug te voeren
zone’s te laag is. Het doel heiligt niet de middelen. op verplaatsingen van dieren uit een bepaald ge-
Dit advies wordt overgenomen door het ministerie;     bied. Het koppelen van natuurgebieden kan menging
het plan voor de EHS wordt op dit moment her-         van verschillende virusstammen tot gevolg hebben.
schreven.    De   geraadpleegde     expert    van  de Wellicht is dit geen probleem omdat MKZ toch al in
Europese commissie ziet de verbindingszones tus-      alle aan elkaar gekoppelde gebieden voorkomt.
sen natuurgebieden niet als probleem. Hij stelt dat
een ree, hert of wild zwijn zich überhaupt niet laat       3.4. Grote grazers
tegenhouden door de huidige grenzen van natuur-
gebieden. Het Nationaal Park de Hoge Veluwe werkt     De kans op verspreiding vanuit wilde zwijnen, reeën
voorzichtig    mee     aan    het    koppelen     van en herten naar gehouden dieren lijkt klein door de
natuurgebieden, met name omdat de uitwisseling        weinige dier-dier contacten, maar verspreiding op
van populaties (kleine) dieren belangrijk is.         deze wijze kan niet geheel uitgesloten worden. In
                                                      geval van voedselschaarste wordt de kans op con-
De mogelijkheid tot compartimentering en het          tact aanzienlijk verhoogd door foeragerende dieren.
afsluiten van ecoducten wordt door alle geraad-       Grote     grazers   daarentegen   kunnen    door   de
pleegde experts uiterst belangrijk gevonden om ver-   intensievere contactstructuur een risicofactor vormen
spreiding van dierziekten te voorkomen.               bij de verspreiding van het MKZ-virus. De status van
                                                      deze dieren is in veel gevallen ergens tussen ge-
                                                                                                         21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>houden dieren en wild in. Bij de bestrijding van       De meeste jachtgebieden staan onder het beheer
dierziekten is dit ook het geval.                      van een Wildbeheereenheid (WBE). Uitzondering is
Er zijn geen gevallen bekend van besmette grote        bijvoorbeeld de Hoge Veluwe. Zij verpacht haar
grazers tijdens de recente uitbraken, maar de angst    jachtgebied niet, maar heeft zelf jachtopzieners en
bestond dat de dieren besmet zouden raken. Dit         jagers in dienst om de controle te behouden.
heeft tot maatschappelijke onrust geleid.
                                                       Reizigers kunnen ook ziekten meebrengen uit lan-
     3.5. Overige risicofactoren                       den waar bijvoorbeeld MKZ endemisch voorkomt.
                                                       Een door experts genoemd risico is de import van
Volgens experts is de mens de belangrijkste vector     illegaal vlees uit landen waar MKZ voorkomt. Het
bij het overbrengen van KVP of MKZ. Een noncha-        schijnt voor te komen dat bedorven vlees (na een
lante bedrijfsvoering leidt tot een hogere kans op in- lange reis) wordt achtergelaten in natuurgebieden.
sleep en verspreiding van dierziekten.                 Het zou kunnen worden opgegeten door wild. Door
                                                       middel van het geven van voorlichting aan reizigers
Jagers worden door experts apart genoemd als           moeten dit soort onnodige risico’s voorkomen wor-
risicofactor; ze kunnen smetstof van dode dieren       den.
verspreiden. Vaak nemen jagers geschoten dieren in
de auto mee naar huis. Niet zelden zijn jagers in het  Overigens komt in Turkije MKZ endemisch voor.
dagelijks leven boer, waardoor de kans op eventuele    (Turkse) Vakantiegangers die daar hun vaak agra-
besmetting van het eigen bedrijf wordt verhoogd.       rische familie opzoeken hebben tot op heden niet
Een andere risicogroep zijn jagers die gaan jagen in   voor insleep van de ziekte in de Nederlandse land-
gebieden in het buitenland waar KVP endemisch          bouw gezorgd, aangezien er in Nederland geen
voorkomt. De Koninklijke Nederlandse Jagers Vere-      Turkse veehouders zijn. De sociale structuur is ge-
niging is zich bewust van de risico’s en geeft uitge-  scheiden, de risico’s zijn zeer beperkt.
breide voorlichting aan de 28.000 jagers in Neder-
land. Jagers moeten om hun jachtakte te behalen
een uitgebreide theoretische en praktische opleiding
volgen bij de Stichting Jachtopleidingen Nederland.
Er wordt uitgebreid aandacht geschonken aan dier-
ziekten.
22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>4. POLITIEK BELEID BIJ UITBRAKEN                     staten, niet in gevaar komt en dat de nodige maat-
     ONDER WILD                                      regelen getroffen zijn om elk risico op verspreiding
                                                     van MKZ-virus te voorkomen”.
     4.1. Europese Unie
                                                     In één van de bijlagen van de richtlijn staat een
De Europese Richtlijn 2003/85/EG beschrijft de       aantal maatregelen genoemd die moeten worden
communautaire maatregelen voor de bestrijding van    genomen bij een uitbraak onder wild. Zo moet een
MKZ.                                                 team van deskundigen worden opgesteld, met daar-
De richtlijn geeft de lidstaten de ruimte om bij een in dierenartsen, jagers, wildbiologen en epizoötio-
uitbraak van MKZ onder wild zelf binnen 90 dagen     logen. Het getroffen gebied moet worden afgeba-
een programma voor uitroeiing bij de Europese        kend, bedrijven in het gebied worden onder officieel
Commissie in te dienen. In artikel 15 lid 1 staat:   toezicht gesteld. Binnen 90 dagen moet een pro-
“Wanneer een uitbraak van MKZ dreigt te resulteren   gramma voor uitroeiing van het virus worden inge-
in een besmetting van ziektegevoelige dieren in een  diend in Brussel. Daarbij kan men denken aan moni-
laboratorium, een dierentuin, een wildpark of een    toring, het voorkomen van verspreiding en de ver-
omheind gebied, … ziet de betrokken lidstaat er op   mindering van het aantal ziektegevoelige dieren.
toe dat de nodige maatregelen op het gebied van
bioveiligheid worden genomen om de dieren te         Voor KVP geldt hetzelfde. In de Europese Richtlijn
beschermen tegen besmetting. Deze maatregelen        2001/89/EG van de Raad van 23 oktober 2001 be-
kunnen met name inhouden dat de toegang tot          treffende maatregelen van de Gemeenschap ter be-
openbare instellingen wordt beperkt of dat bijzon-   strijding van KVP wordt ruimte aan de lidstaten ge-
dere toegangsvoorwaarden worden vastgesteld”.        boden om een eigen bestrijdingsmethode te ont-
                                                     wikkelen. Eerst moet door de getroffen lidstaat wor-
In lid 2 staat vervolgens:                           den erkend dat er een uitbraak is, vervolgens moet
“Wanneer een uitbraak van MKZ wordt bevestigd in     het getroffen gebied worden ingedamd en vervol-
één van de in lid 1 bedoelde voorzieningen, kan de   gens moet het gebied worden gecontroleerd. De
betrokken lidstaat besluiten af te wijken van het    lidstaat kan trachten de ziekte uit te roeien (vacci-
bepaalde in artikel 10 ..., op voorwaarde dat de     natie, jacht) of kan kiezen voor het laten uitwoeden
fundamentele belangen van de Gemeenschap en          van het virus (immuniteit opbouwen) in het getroffen
met name de diergezondheid van de andere lid-        gebied. De aanpak is afhankelijk van de populatie
                                                                                                       23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>(bijvoorbeeld dichtheid en gesloten of open popula-        4.2. Invulling door lidstaten
tie) en het gebied (bijvoorbeeld mogelijkheid tot af-
sluiten).                                                  4.2.1. Frankrijk
                                                       Frankrijk heeft onderzoek laten doen naar de beste
Zoals eerder opgemerkt wordt MKZ met betrekking        methode en is tot de conclusie gekomen dat de
tot wild in Europa niet gezien als een probleem.       beste aanpak in geval van KVP afwachten is. De
Voor KVP ligt dat geheel anders. In de Permanente      Raad heeft de (onderbouwing van de) resultaten van
Veterinaire Commissie van de EU wordt de KVP-          dit onderzoek niet kunnen achterhalen. Er wordt ge-
problematiek door specialisten besproken. De risico-   steld dat het laten uitwoeden van het virus onder het
landen Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, België,        wild resulteert in immuniteit en daardoor in minimali-
Nederland en Slowakije zijn hierin vertegenwoor-       satie van het risico. In de praktijk blijkt het jaren te
digd.                                                  duren voordat een gebied “vrij” kan worden ver-
                                                       klaard, waardoor boeren in het gebied hun dieren
In de richtlijnen voor KVP en MKZ wordt de moge-       jarenlang alleen lokaal kunnen afzetten. “Vrij” bete-
lijkheid tot regionalisering geboden. Dit betekent     kent dat het virus niet meer wordt aangetroffen,
voor de lidstaten dat het mogelijk is een uitbraak tot serologisch positieve dieren kunnen wel worden
een bepaald gebied trachten te beperken door           aangetroffen.
middel van bijvoorbeeld vaccinatie zonder ernstige     Andere lidstaten zijn sceptisch over de “Franse
consequenties voor de rest van de lidstaat. Bij een    methode” en hebben om opheldering gevraagd in
gecontroleerde uitbraak onder wild in een afgesloten   Brussel. In 2001 werden ruim twintig besmette die-
gebied kan dit dus betekenen dat er geen langdurige    ren gevonden. Wilde zwijnen uit Frankrijk kunnen in
handelsbelemmeringen uit volgen. Wel verplicht de      contact komen met dieren in België en Luxemburg
OIE een lidstaat tot een surveillance zone van 10 km   en zo de ziekte over een groot gebied verspreiden.
om een besmet gebied. Bedrijven in deze zone kun-      De indruk bestaat dat er weinig overleg plaatsvindt
nen hierdoor geen producten buiten het eigen ge-       over de Franse bestrijdingsmethode en dat een we-
bied afzetten of dieren vervoeren zolang de ziekte     tenschappelijk fundament ontbreekt.
nog in het afgesloten gebied voorkomt.                 Frankrijk is inmiddels door de overige lidstaten ge-
                                                       dwongen haar aanpak te herzien.
24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>    4.2.2. Duitsland                                    de oudere dieren weggehouden bij voer, in dit geval
In Duitsland worden regelmatig op grote schaal uit-     met het vaccin. De onderzoekers stellen dan ook,
braken van KVP onder wilde zwijnen gesignaleerd.        dat het noodzakelijk is de jonge dieren intensief te
Deze dieren leven verspreid over een enorm gebied.      bejagen, zeker omdat deze dieren vaak virusdrager
Bij uitbraken wordt intensief gejaagd en daarnaast      zijn (congenitale persistentie) zonder antilichaam-
gevaccineerd door het neerleggen van aas.               respons. Met name de jonge beertjes (overloop-
Wilde zwijnen kunnen worden gevaccineerd met le-        keilers) leggen lange afstanden af en kunnen zo het
vend (afgezwakt, dus minder virulent) vaccin. Dit kan   virus verspreiden.
door orale toediening van baits met een capsule
vaccin. Het vaccin repliceert in de tonsillen. Er wordt     4.2.3. Nederland
oxytetracycline toegevoegd waardoor kleuring van        Klassieke varkenspest
botweefsel (tanden) optreedt; dit is eenvoudig te       De directie Voedselkwaliteit en Diergezondheid (VD)
detecteren.                                             van het ministerie van LNV heeft in overleg met de
Tussen 1993 en 1995 is een veldstudie (7) uitge-        VWA, jachtopzieners, directie Natuur van het mini-
voerd naar de effectiviteit van orale vaccinatie. De    sterie van LNV, regiodirecteuren en de Gezond-
conclusie was dat het goed mogelijk is varkenspest      heidsdienst voor Dieren een nieuwe beleidslijn uitge-
door middel van vaccinatie te bestrijden in een afge-   zet betreffende KVP en wild gebaseerd op de
sloten gebied met een gemiddelde dichtheid aan          Europese Richtlijn.
wilde zwijnen. Het neerleggen van aas is een            Bij een uitbraak van KVP onder wilde zwijnen wordt
arbeidsintensieve klus. De op deze manier gevacci-      de precieze aanpak vastgesteld door een team van
neerde dieren kunnen worden geconsumeerd door           deskundigen. De aanpak is afhankelijk van de ernst
de lokale bevolking. Het is onduidelijk welke conse-    van de uitbraak en het getroffen gebied en kan niet
quenties de vaccinatiestrategie heeft voor de omrin-    van tevoren worden vastgesteld.
gende landbouwbedrijven.                                Een aanzet tot overleg tussen deze experts in
                                                        vredestijd is gegeven, maar niet verder doorgezet.
De baits werden goed opgenomen en in tot 60% van
de wilde zwijnen werden antilichamen teruggevon-        In het algemeen zal bij een uitbraak van KVP het
den. Ruim de helft van de jonge dieren nam geen         getroffen gebied (Veluwe of Meinweg) worden afge-
baits op en werd niet geïmmuniseerd. Jonge dieren       sloten. Vervolgens zal de populatie wilde zwijnen
bevinden zich laag in de rangorde en worden door        worden teruggebracht tot de voorjaarsstand. Vol-
                                                                                                           25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>gens epidemiologen is de kans op verspreiding dan        Het is een rigoureuze bestrijdingsmethode die toe-
gereduceerd tot een acceptabel niveau.                   pasbaar is indien, zoals in Duitsland, de populatie
Hierbij wordt gekozen voor gewone jacht en wordt         wilde zwijnen wijd verspreid is en indien KVP ende-
drijfjacht uitgesloten om onrust zoveel mogelijk te      misch voorkomt onder de dieren. Vaccinatie zal
voorkomen. Het bejagen van dieren buiten het jacht-      alleen op advies van het team van deskundigen wor-
seizoen strookt niet met de Flora- en Faunawet. In       den toegepast als laatste redmiddel. Vaccineren be-
geval van een crisis kunnen uitzonderingen worden        tekent meer en langdurige restricties voor de com-
gemaakt. Bij een uitbraak moet de lagere overheid        merciële veehouderij rondom het gebied. Het even-
betrokken worden bij de uitvoering van maatregelen.      tuele grootschalig doden van wild zal veel maat-
Een goede informatievoorziening is onontbeerlijk,        schappelijke weerstand opwekken, maar wordt niet
het besluitvormingstraject moet helder en snel zijn.     uitgesloten.
Indien er een uitbraak plaatsvindt onder wilde
zwijnen in de 0-gebieden, buiten de Veluwe of Mein-      In de Europese Richtlijn wordt vermeld dat bij een
weg, zal de bestrijding lastiger te realiseren zijn. Ook uitbraak van KVP in een grensstreek moet worden
zonder uitbraak wordt getracht alle wilde zwijnen in     samengewerkt tussen lidstaten.
de 0-gebieden te doden, maar het is ondoenlijk om        Er is met Duitsland overleg over de Meinweg, gren-
alle dieren te bejagen. De geraadpleegde experts         zend aan Duitsland. Dit gebied is moeilijk af te slui-
hebben geen idee hoe een uitbraak in deze 0-             ten tijdens een uitbraak. Er wordt met Duitsland ge-
gebieden te bestrijden.                                  keken of omheining van het gebied tot de mogelijk-
Na afschot tot de voorjaarsstand in een afgesloten       heden behoort.
getroffen     gebied  worden    de    dieren   intensief
gemonitord.     Er   zullen  steekproeven     genomen    Binnen het ministerie van LNV is veel discussie ge-
worden om vast te kunnen stellen of het virus zich       weest over de nieuwe beleidsplannen. Men probeert
verder verspreidt. Rondom het toezichtgebied zal         een balans te vinden tussen risicobeheersing en
een corridor van 10 kilometer worden ingesteld. De       maatschappelijke acceptatie.
commerciële veehouderij die zich in dit gebied be-       Er is op diverse onderdelen overeenstemming be-
vindt krijgt een vervoersverbod opgelegd.                reikt over de te volgen aanpak en ook beheerders
                                                         van grote natuurgebieden zijn het volgens de directie
Het vaccineren van wilde zwijnen wordt niet gezien       VD van het ministerie van LNV eens met de voor-
als een goede aanpak om de ziekte te bestrijden.         gestelde beleidslijn.
26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>Enkele belanghebbenden menen echter niet goed te       De te volgen aanpak zal worden vastgesteld door
zijn geïnformeerd of hebben zelf een draaiboek vast-   een team van deskundigen en is afhankelijk van de
gesteld. De indruk bestaat dat er op diverse plekken   situatie. Men denkt aan het afsluiten van gebieden
veel   weerstand   zal  bestaan    tegen   overheids-  en “wachten tot het overgaat”. Het in uiterst geval
draaiboeken.                                           ruimen van bijvoorbeeld runderen in de Oostvaar-
                                                       dersplassen wordt ondanks de verwachte grote
Mond- en klauwzeer                                     maatschappelijke weerstand niet uitgesloten. De
De Europese lidstaten hebben ook voor MKZ de           overheid stelt de belangen van de commerciële
ruimte om een eigen beleidsstrategie te ontwikkelen.   veehouderij voorop.
MKZ met betrekking tot wild wordt zoals gezegd in
West-Europa niet gezien als een groot probleem. In          4.3. Landen buiten de EU
Nederland wordt de kans op verspreiding door wild
na de recente uitbraak laag geschat. Het beleids-           4.3.1. Zuid-Afrika
draaiboek voor MKZ wijdt, in tegenstelling tot het     Zuid-Afrika is, met uitzondering van het Krugerpark,
draaiboek voor varkenspest, geen hoofdstuk aan de      vrij van MKZ. De wilde buffels in het Krugerpark zijn
bestrijding van MKZ onder wild.                        op grote schaal besmet met het virus. Door middel
                                                       van wildvrije corridors rondom het park wordt voor-
Indien de ziekte uitbreekt onder wild zijn de bestrij- komen dat de ziekte buiten het park komt. Ook wordt
dingsmogelijkheden beperkt. De jacht is minder         uitgebreide voorlichting gegeven aan jagers. Om het
goed toepasbaar, aangezien herten en reeën zich        park heen bevinden zich weinig landbouwbedrijven
over grote gebieden verspreiden als ze worden op-      en diegenen die er zijn, zijn kleinschalig. Vaccineren
gejaagd. De enige optie is om de bewegingsvrijheid     van de wilde buffels is praktisch niet haalbaar en
van de dieren te beperken. Ook dit is moeilijk uit-    vindt men ook niet noodzakelijk aangezien de dieren
voerbaar, aangezien deze dieren, in tegenstelling tot  bij besmetting niet erg ziek worden. De OIE geeft
wilde zwijnen, verspreid over heel Nederland voor      ruimte aan landen om een MKZ-vrije status te
(mogen) komen.                                         verkrijgen terwijl in bepaalde afgesloten gebieden
                                                       MKZ voorkomt.
Indien de mogelijkheid tot effectieve orale vaccinatie De meeste landen willen dit niet, omdat afzet van het
zou bestaan zou dit te prefereren zijn; een goede      vlees moeilijk wordt. De meeste handelspartners wil-
methode is op dit moment echter niet beschikbaar.      len geen vlees afnemen van dit soort landen, hoewel
                                                                                                           27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>het eigenlijk niet toegestaan is om deze producten te  Nationaal Park de Hoge Veluwe is evenals de
weigeren.                                              Dierenbescherming zeer duidelijk tegenstander van
Indien een uitbraak buiten het afgesloten gebied       grootschalige jachten als bestrijdingsmethode tijdens
plaatsvindt, kan een land tot drie maanden na de       uitbraken van KVP. Tijdens een uitbraak wil men de
laatst vastgestelde uitbraak geen dierlijke producten  hekken en ecoducten sluiten en de ziekte laten
afkomstig van het getroffen gebied internationaal      uitwoeden onder de populatie.
afzetten. Voor Zuid-Afrika zijn de economische be-
langen hierin niet zo groot. Voor West-Europese lan-   De VWA is van mening dat drijfjacht bij een KVP-
den als Nederland ligt dit vanzelfsprekend geheel      uitbraak in principe een goede, effectieve methode
anders.                                                is, maar dat ethische bezwaren deze aanpak
                                                       uitsluiten.
5. VISIES VAN BELANGHEBBENDEN EN
     EXPERTS                                           Het team van deskundigen dat samen met het
                                                       ministerie van LNV verantwoordelijk is voor het op-
     5.1. Verschillende bestrijdingsmethoden           stellen van het draaiboek voor KVP stelt dat wilde
                                                       zwijnen niet de neiging hebben zich over grote
     5.1.1. Jagen                                      gebieden te verspreiden als ze worden opgejaagd
In de jaren ’80 brak KVP uit op de Veluwe. Er is toen  door de jacht. Het aanleggen van voederplekken ten
besloten de ziekte te bestrijden door middel van een   behoeve van de jacht is echter ongewenst.
liniejacht. Zo veel mogelijk dieren werden gedood
om de ziekte uit te roeien. Dit is echter op deze      Het uitdunnen van de populatie tot de voorjaarsstand
manier niet goed mogelijk. Ook de linie- of drijfjacht wordt door diverse experts genoemd als goede
doodt niet alle aanwezige dieren in een gebied.        maatregel bij een uitbraak. De Dierenbescherming
De methode veroorzaakte volgens de natuur-             en Nationaal Park de Hoge Veluwe pleiten echter
beheerder zeer veel onrust bij de dieren, waardoor     voor een totaal jachtverbod tijdens uitbraken van
de overgebleven dieren zich over een groot gebied      KVP om onrust onder het wild en hierdoor verdere
verspreidden en zo de ziekte meenamen. Daarnaast       verspreiding van KVP te voorkomen.
veroorzaakte het ook zeer veel maatschappelijke
onrust.                                                Wat betreft MKZ zijn de geraadpleegde experts het
                                                       er allen over eens dat jacht geen goede bestrijdings-
28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>methode is. Herten en reeën worden te veel opge-         uitbraak een zo klein mogelijk gebied moet kunnen
jaagd. Herten en reeën bevinden zich niet zoals          worden afgebakend zonder consequenties voor de
wilde zwijnen voornamelijk in twee leefgebieden,         rest van een land. Dit geldt ook voor een uitbraak in
maar komen in heel Nederland voor. Bij bejaging          een dierentuin of natuurgebied.
verspreiden ze zich over grote gebieden.                 De Hoge Veluwe kan op deze manier worden
                                                         onderverdeeld in kleine afgebakende gebieden.
    5.1.2. Isoleren en niets doen                        Andere gebieden zoals de Meinweg zijn niet een-
Wilde zwijnen worden over het algemeen niet erg          voudig af te sluiten. Ook is hier het aantal land-
ziek van een besmetting met KVP. De dieren bou-          bouwbedrijven met ziektegevoelige dieren rondom
wen immuniteit op en de ziekte verdwijnt uit de po-      het gebied groter, waardoor ook de kans op een
pulatie. Het uit laten woeden van de ziekte om zo        eventuele verspreiding groter wordt. Verwacht wordt
wijd verspreid immuniteit onder het wild te realiseren   dat de commerciële veehouderij het “niets doen” bij
is dan ook volgens velen een goede optie.                een uitbraak onder wild in een afgesloten gebied
In Frankrijk kiest men zoals vermeld voor deze           zullen afwijzen.
aanpak. Belangrijkste voorwaarde voor het slagen
van deze aanpak is echter dat het populaties wilde       Grote grazers zouden in theorie eventueel kunnen
zwijnen betreft die in een afgesloten gebied leven en    worden opgehokt, maar het is onmogelijk om alle
niet ongecontroleerd rondzwerven over enorme ge-         dieren bij elkaar te krijgen.
bieden. Dit laatste is in Frankrijk het geval; het virus
is daar niet onder controle en Frankrijk moet kiezen     De varkensvrije zones rondom de natuurgebieden in
voor een betere aanpak.                                  het kader van de Ecologische Hoofdstructuur zijn
Zuid-Afrika kiest voor dezelfde aanpak als het gaat      van de baan. Over de doelmatigheid van deze zones
om MKZ. Hier gaat het, net als in Nederland, om          wordt ernstig getwijfeld.
een controleerbaar afgesloten gebied.
                                                         De vraag is of de door de OIE voorgestelde
Het      afsluiten    of    compartimenteren        van  bufferzones van 10 km om een besmet gebied dan
natuurgebieden gebruik makende van al dan niet           wel afdoende zijn.
natuurlijke barrières wordt door de geïnterviewde
experts gezien als belangrijkste aanpak bij een
uitbraak van MKZ of KVP. De opzet is dat bij een
                                                                                                           29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>     5.1.3. Vaccineren                                    hobbypluimvee, dierentuindieren of wilde vogels
In Duitsland leven wilde zwijnen verspreid over het       mogelijk wordt gemaakt. De consequenties van be-
hele land. KVP komt endemisch onder het wild voor.        perkte of grootschalige vaccinatie zijn niet duidelijk.
Aangezien het om grote aantallen dieren gaat, heeft       Zolang deze consequenties niet duidelijk zijn, wordt
Duitsland er voor gekozen om vaccinatie en het            (preventieve)   vaccinatie niet   gezien     als  een
bejagen van dieren in te zetten om de ziekte onder        oplossing.
controle te krijgen. Daar zijn goede resultaten mee
geboekt. Nederland heeft te maken met een geheel
andere situatie. De wilde zwijnen leven in twee
aangewezen gebieden en worden daarbuiten be-
jaagd. KVP komt niet endemisch voor onder de
Nederlandse wilde zwijnen. Vaccinatie wordt daarom
beschouwd als laatste redmiddel aangezien de con-
sequenties voor de handel groot zijn.
De Dierenbescherming zet vraagtekens bij de
effectiviteit van vaccinatie, maar sluit de methode
niet uit. De impact van een ongecontroleerde
uitbraak van MKZ of KVP is zo groot, dat eventuele
vaccinatie van wild te rechtvaardigen is.
     5.1.4. Bestrijding van aviaire influenza
AI    komt    in  de  milde    vorm  (laag-pathogeen)
algemeen voor onder wilde vogels. De dieren
worden er niet erg ziek van.
De bestrijding van een uitbraak van hoogpathogeen
AI-virus bij wilde vogels is zeer moeilijk. Vaccinatie is
in theorie mogelijk. Op dit moment is er geen wet- en
regelgeving waarin (preventieve) vaccinatie van
30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>         LITERATUURLIJST
1. Raad van de Europese Unie (2003). Richtlijn 2003/85/EG van de Raad van 29 september 2003 tot
    vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van Mond- en klauwzeer
2. Raad van de Europese Unie (2001). Richtlijn 2001/89/EG van de Raad van 23 oktober 2001 betreffende
    maatregelen van de Gemeenschap ter bestrijding van klassieke varkenspest
3. Voedsel en Waren Autoriteit (2003). Draaiboek KVP. KVP bij wilde varkens
4. Nationaal Park de Hoge Veluwe (2001). Draaiboek Mond- en Klauwzeer
5. Dierenbescherming (2001). Mond- en Klauwzeer (MKZ) en de risico’s van verspreiding door in het wild
    levende dieren
6. Simpson, V.R. (2002). Review: Wild animals as reservoirs of infectious diseases in the UK (Vet. Journal
    163, p128-146)
7. Kaden, V. et al. (2000). Oral immunisation of wild boar against classical swine fever: evaluation of the first
    field study in Germany (Vet. Microbiology 73, p239-252)
8. Elbers, A.R.W. et al. (2003). Serosurveillance of wild deer and wild boar after the epidemic of foot-and-
    mouth disease in the Netherlands in 2001 (Vet. Record 29)
9. Dutch Wildlife Health Centre (2003). DWHC Newsletter (No 2, October 2003)
10. Dutch Wildlife Health Centre (2004). DWHC Newsletter (No 3, January 2004)
                                                                                                              31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>11. Donaldson, A. et al (2001). What is the risk that Feral Deer on infected premises will cause outbreaks of
    FMD on other premises ? (Veterinary Risk Assesment No.5)
12. Donaldson, A. et al (2001). What is the risk of feral wild boar becoming effected with FMD and
    subsequently causing new incidents of FMD in domestic livestock ? (Veterinary Risk Assesment No.7)
13. Donaldson, A. et al (2001). What is the risk of new outbreaks of FMD if deer parks are open to the public ?
    (Veterinary Risk Assesment No 9)
14. Lamont, M.H. (2001). What is the risk of migratory geese spreading foot and mouth disease virus?
    (Veterninary Risk Assesment)
15. Garland, A.J.M. (1999). Vital elements for the successful control of foot- and mouth disease by
    vaccination (Vaccine 17, p1760-1766)
16. Gibbs, P. (…). Foot- and Mouth Disease in British Deer. (Presentation College of Veterinary Medicine,
    University of Florida)
32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>       BIJLAGEN
1. OVERZICHT VAN PUBLICATIES
Onderstaand overzicht betreft de publicaties van de Raad vanaf 2002. Een overzicht van eerdere door de
Raad uitgebrachte adviezen kan worden opgevraagd bij het secretariaat van de Raad of is te vinden op
www.raadvoordierenaangelegenheden.nl.
PUBLICATIES IN 2005:
RDA 2005/01       De rol van wild bij de insleep en verspreiding van klassieke varkenspest en mond- en
                  klauwzeer in Nederland
PUBLICATIES IN 2004:
RDA 2004/01       Dierziektebeleid met draagvlak – Advies over de bestrijding van zeer besmettelijke
                  dierziekten; deel 2 – Onderbouwing van het advies
RDA 2004/02       Notitie Diergeneesmiddelen
RDA 2004/03       Negatief- en positieflijst voor vissen, reptielen en amfibieën ter invulling van artikel 33 van
                  de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
RDA 2004/04       Bestialiteit
RDA 2004/05       Strategieën om te komen tot een efficiëntere opsporing van besmettelijke, aangifteplichtige
                  dierziekten
RDA 2004/06       Verkenning van de toekomstperspectieven voor agroproductieparken in Nederland
Jaarverslag 2003
PUBLICATIES IN 2003:
RDA 2003/01       Advies omtrent dierziekten en zoönosen, waarvoor hobbymatig gehouden dieren vatbaar
                  zijn en als drager kunnen fungeren, die een bedreiging kunnen vormen voor de gezond-
                                                                                                               33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>                  heid van mensen en bedrijfsmatig gehouden dieren en die in het kader van grote bestrij-
                  dingscampagnes relevant zijn
RDA 2003/02       Wet- en regelgeving omtrent hobbydieren
RDA 2003/03       Mogelijke dierenwelzijnproblemen in de paardenhouderij
RDA 2003/04       Zorgen voor je paard
RDA 2003/05       Criteria voor dodingsmethoden voor paling en meerval
RDA 2003/06       Het doden van drachtige grote landbouwhuisdieren
RDA 2003/07       Negatief- en positieflijst voor zoogdieren en vogels ter invulling van artikel 33 van de
                  Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
RDA 2003/08       Dierziektebeleid met draagvlak – Advies over de bestrijding van zeer besmettelijke
                  dierziekten; deel 1 – Advies
Jaarverslag 2002
PUBLICATIES IN 2002:
RDA 2002/01       Minimum welzijnseisen tijdens bestrijdingscampagnes
RDA 2002/02       Fokken met recreatiedieren (1)
RDA 2002/03       Fokken met recreatiedieren (2)
RDA 2002/04       Advies aan de Directeur Landbouw van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en
                  Visserij inzake een plan van aanpak voor de bestrijding van aangeboren afwijkingen bij
                  katten
RDA 2002/05       Een toetsingskader en toelatingsprocedure voor aanwijzing van nieuwe voor productie te
                  houden vissoorten
34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>2. GERAADPLEEGDE PERSONEN
Voor het tot stand komen van het advies “dierziektebestrijding en wild” zijn geraadpleegd:
•   Europese Commissie: dr. A.-E. Füssel
•   Europa: dr. S. van der Meys
•   Dierenbescherming: mw. drs. A.A.H. Hazenkamp
•   Nationaal Park de Hoge Veluwe: B. Boers
•   Animal Sciences Group, Wageningen UR: dr. R. Moormann
•   CIDC, Wageningen UR: dr. A. Dekker
•   CIDC, Wageningen UR: dr. E. van Rooijen
•   Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit: drs. A.M. Akkerman
•   Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit: mw. dr. A.L.J. Nielen
•   Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit: drs. E. van der Sommen
•   Kruger Park: mevr. B. Dungu-Kimbenga (via dr. P. Belt, Wageningen UR)
•   Voedsel en Waren Autoriteit: drs. L. Scholma
•   Voedsel en Waren Autoriteit: drs. K. Steijn
Het advies werd voorbereid door mevr. ir. M. van Dijk, tijdelijk medewerker van de Raad voor
Dierenaangelegenheden.
                                                                                             35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>