<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>JUNI 2006
ADVIES RDA 2006/06
NATUURLIJK GEDRAG VAN LEGKIPPEN
EN VLEESKUIKENS
                   ADVIES AAN DE MINISTER VAN LANDBOUW,
                   NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT INZAKE
                   NATUURLIJK GEDRAG VAN LEGKIPPEN EN
                   VLEESKUIKENS
                                                        1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>         SAMENSTELLING VAN DE RAAD
•   prof. dr. C.J.G. Wensing, voorzitter Raad voor Dierenaangelegenheden
•   A. Achterkamp                        bezoekadres:
•   ir. M.J.B. Jansen                    Laan van Nieuw Oost Indië 131-133
•   drs. S.B.M. Jongerius                2593 BM Den Haag
•   J.Th. de Jongh
•   ir. B.J. Odink                       postadres:
•   ir.C.A.J.C. Oomen                    Postbus 90428
                                         2509 LK Den Haag
•   mr. A. Oppers
•   prof. dr. A. Pijpers
                                         telefoon 070 3785266
•   ir. J.C.M. van Rijsingen
                                         fax 070 3786336
•   drs. T. de Ruijter
                                         email info@rda.nl
•   S.J. Schenk
•   prof. dr. F.J. van Sluijs
                                         www.raadvoordierenaangelegenheden.nl
•   H.W.A. Swinkels
•   drs. P.A. Thijsse
•   drs. H. van Veen
•   prof. dr. J.H.M. Verheijden
•   ir. ing. A. Vermuë
•   drs. P. van der Wal
Secretaris: dr. drs. I.D. de Wolf
2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>3</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>        INHOUDSOPGAVE
Advies                                                                    5
Onderbouwing van het advies                                               7
1.      Inleiding                                                         7
2.      Aanpak                                                            7
3.      Het perspectief tot het jaar 2026                                 8
        3.1. Legkippen                                                    9
        3.2. Vleeskuikens                                                 11
Bijlagen.
1.      Het natuurlijke gedrag van pluimvee                              13
        1.    Het natuurlijke gedrag van legkippen en vleeskuikens       13
        2.    Houderijsystemen legkippen                                 26
        3.    Mogelijkheid tot uiten van natuurlijk gedrag legkippen     37
        4.    Verbeteringsmogelijkheden legkippen                        43
        5.     Houderijsystemen vleeskuikens                             50
        6.     Mogelijkheid tot uiten van natuurlijk gedrag vleeskuikens 56
        7.     Verbeteringsmogelijkheden vleeskuikens                    61
2.      Samenstelling werkgroep “natuurlijk gedrag bij pluimvee          67
3.      Overzicht van publicaties                                        68
                                                                             4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>5</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                 ADVIES
Het    Ministerie  van   Landbouw,     Natuur    en  van    de    belangrijkste   gedragingen   die   nu,
Voedselkwaliteit (LNV) heeft als richtinggevend      afhankelijk van huisvestingsysteem, beperkt of
perspectief voor het welzijnsbeleid het navolgende   niet uitgevoerd kunnen worden.
geformuleerd: “Er    wordt naar gestreefd om
gehouden dieren in een omgeving te laten leven       De hieronder voorgestelde aanbevelingen per
waarin zij hun natuurlijk (soorteigen) gedrag        categorie pluimvee kunnen positieve dan wel
kunnen vertonen”.                                    negatieve gevolgen hebben voor andere aspecten
                                                     die voor de pluimveehouderij van belang zijn,
Gelet op de mogelijkheid dat in dat kader            zoals       bijvoorbeeld       de     internationale
huisvestingssystemen aangepast moeten worden         concurrentiepositie, de ruimtelijke ordening, de
is door de Directie Landbouw van het Ministerie      diergezondheid, de arbeidsomstandigheden of het
van LNV de vraag gesteld welke belemmeringen         milieu. De Raad adviseert om bij de verdere
er bestaan voor het pluimvee in de Nederlandse       uitwerking van de voorstellen die in dit advies
pluimveehouderij om natuurlijk gedrag zoveel         worden      gedaan     deze    aspecten    ook    te
mogelijk uit te kunnen voeren en hoe deze            onderzoeken en mee te wegen. Al naar gelang de
belemmeringen opgelost kunnen worden binnen          uitkomsten van die afweging adviseert de Raad
een tijdsbestek van 20 jaar.                         om zonodig, bijvoorbeeld bij een verslechtering
                                                     van de concurrentiepositie van de Nederlandse
De Raad is van mening dat in de hedendaagse          pluimveehouders, de discussie over de toepassing
pluimveehouderij natuurlijk gedrag niet volledig tot van    verschillende   instrumenten   in  Europees
uitdrukking kan komen.                               verband, met derde landen en in de WTO te gaan
                                                     voeren. (Zie in dit verband ook RDA advies
De Raad voor Dierenaangelegenheden geeft in dit      2005/03)
advies aan welke verbeteringen kunnen worden
aangebracht en die gerealiseerd kunnen worden        In het advies is niet ingegaan op de huidige
binnen het gevraagde tijdsbestek.                    batterijsysteem voor legkippen, omdat dit systeem
                                                     over enkele jaren niet meer toegestaan is.
De nadruk in dit advies zal liggen op het streven
om te komen tot verbeteringen van de uitvoering
                                                                                                          6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>         1. LEGKIPPEN                                         2. SLACHTKUIKENS
De   belangrijkste    natuurlijke  gedragingen    die De    belangrijkste   natuurlijke    gedragingen    die
legkippen in de huidige verrijkte kooisystemen nog    slachtkuikens in de huidige huisvestingssystemen
niet   voldoende    uit  kunnen voeren zijn het       onvoldoende      uit   kunnen      voeren    zijn  het
bewegings-, het exploratie-, het foerageer- en het    bewegings-,      rust-    en      slaapgedrag.      De
gedrag           samenhangend           met       de  belemmeringen om hun natuurlijk gedrag uit te
lichaamsverzorging, met name het stofbadgedrag.       kunnen voeren liggen bij vleeskuikens met name
In   niet-kooisystemen     zijn   alle   gedragingen  in de laatste twee weken van de mestperiode.
voldoende mogelijk.                                   Door de selectie op snelle gewichtstoename
De oplossingen voor het bewegingsgedrag in            hebben       vleeskuikens      moeite     om      deze
kooien    zal    moeten   worden     gezocht  in  de  gedragingen in die laatste twee weken van de
vergroting en of het creëren van meer effectieve      mestperiode uit te voeren.
ruimte per hen. Dit kan zowel door het gebruik van    De Raad is van mening dat op basis van de thans
grotere kooien bij een zelfde oppervlakte per kip     beschikbare informatie het echte probleem voor
waardoor dieren ruimte van elkaar kunnen “lenen”,     het   onvoldoende      kunnen     uitvoeren   van   de
dan wel door de oppervlakte per kip in de kooi te     genoemde natuurlijke gedragingen veroorzaakt
vergroten.                                            wordt door de eerder genoemde selectie op snelle
De Raad beveelt aan om mogelijkheden om het           groei. De laatste jaren is de fokkerij echter bezig
foerageergedrag,         en       daarmee        het  op deze ontwikkeling te reageren. De Raad
exploratiegedrag, en het stofbadgedrag uit te         adviseert daarom om het onderzoek en de fokkerij
kunnen voeren te bevorderen. Hierbij kan gebruik      blijvend te richten op de ontwikkeling van een
worden gemaakt van reeds uitgevoerde studies op       vleeskuiken waarin een goede balans is tussen
dit     terrein.    Eventueel       is    aanvullend  groeisnelheid en de mogelijkheid tot het uitvoeren
praktijkonderzoek nodig.                              van         de       genoemde            gedragingen.
Verder beveelt de Raad aan om via onderzoek te
bepalen welke effectieve oppervlakte per dier en
groepsgrootte het beste resultaat geeft om het
bewegingsgedrag optimaal te kunnen uitvoeren.
                                                                                                   7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>        ONDERBOUWING VAN HET ADVIES
1. INLEIDING                                         van het Ministerie van LNV in één rapport uit te
                                                     werken.
In de nota `Houden van dieren` van het Ministerie
van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)       De uitwerking vindt per diersoort plaats en
wordt het richtinggevend perspectief voor het        resulteert in drie rapporten, nl. over 1) legkippen
welzijnsbeleid als volgt geformuleerd: “Er wordt     en vleeskuikens, 2) varkens en 3) melkvee en
naar gestreefd om gehouden dieren in een             vleeskalveren.
omgeving te laten leven waarin zij hun natuurlijk
(soorteigen) gedrag kunnen vertonen”                 2. AANPAK
Gelet op de mogelijkheid dat in dat kader            Tot dusver is relatief weinig onderzoek gedaan
huisvestingssystemen aangepast moeten worden         naar natuurlijk gedrag. De moeilijkheid is dat
is door de Directie Landbouw van het Ministerie      onderzoek van natuurlijk gedrag in feite alleen kan
van LNV de vraag gesteld welke belemmeringen         plaatsvinden onder omstandigheden waarbij er
er bestaan voor drie belangrijkste diersoorten in de geen belemmeringen voor het dier zijn om hun
Nederlandse veehouderij om hun natuurlijk gedrag     natuurlijk gedrag uit te voeren. Dat onderzoek kan
uit te kunnen voeren en hoe deze belemmeringen       niet plaatsvinden in de reguliere pluimveehouderij
zoveel mogelijk opgelost kunnen worden binnen        in Nederland.
een tijdsbestek van 20 jaar.                         Op verzoek van de Raad heeft de Animal Science
                                                     Group (ASG) van de Wageningen Universiteit en
Daarnaast heeft de Dierenbescherming de Raad         Research     (WUR) in      samenwerking     met   de
voor Dierenaangelegenheden (hierna: de Raad)         Universiteit Utrecht in het kader van dit advies een
gevraagd of hij een workshop kan organiseren         inventarisatie gemaakt van het wetenschappelijk
over natuurlijk gedrag.                              onderzoek op dit gebied. Daarbij zijn zoveel
                                                     mogelijk de aspecten die behoren bij het natuurlijk
De Raad heeft, gezien de mate van overlap.           gedrag beschreven. (bijlage 1, hoofdstuk 1).
besloten de vraag van de Dierenbescherming en        Vervolgens is bekeken en beschreven welke
                                                     huisvestingssystemen op dit moment in de beide
                                                                                                          8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>categorieën (legkippen en vleeskuikens) het          Oplossingsrichtingen      voor   deze   gedragingen
meest gebruikt worden. (bijlage 1, hoofdstuk 2).     hebben veelal tegelijkertijd een positief effect op
Op basis van deze informatie is door de              de uitvoering van andere natuurlijke gedragingen.
werkgroep (zie voor samenstelling bijlage 2) in      Het zo veel mogelijk kunnen uitvoeren van
samenwerking met de wetenschappers in de             natuurlijk gedrag is, naast het vrij zijn van
tabellen bij elke categorie pluimvee aangegeven      bijvoorbeeld ziekte, honger, dorst, pijn, angst en
welke aspecten van het natuurlijk gedrag de          ongemak, één van de voorwaarden voor een goed
komende jaren het meest belangrijk worden            welzijn van een dier. Het natuurlijk gedrag is één
geacht om tot een verbetering daarvan te komen.      van de elementen die het welzijn van het dier
In bijlage 1, hoofdstuk 3, is tenslotte aangegeven   bepalen Het begrip “natuurlijk gedrag” is daarmee
welke      oplossingsrichting     voor    legkippen, niet synoniem met het begrip “welzijn”. (zie het
opgesteld     op    basis   van    de   beschikbare  kader op bladzijde 10).
wetenschappelijke informatie, per aspect van het
natuurlijk gedrag waarschijnlijk het meest effectief Ondanks het feit dat ons huidige pluimvee ver
is om de uitvoering van dat gedragsaspect te         afstaat van hun oorspronkelijke voorouders en er
verbeteren.      Hetzelfde     is   gedaan      voor sterk geselecteerd is op productie eigenschappen,
vleeskuikens in bijlage 1, hoofdstuk 6.              blijkt    uit   wetenschappelijk    onderzoek    dat
                                                     natuurlijke behoeften en gedragingen in aanleg
In het advies is niet ingegaan op de huidige         weinig zijn veranderd. Daarom is het mogelijk de
batterijsysteem, omdat dit systeem per 2012 niet     resultaten van studies naar natuurlijk gedrag bij
meer toegestaan is als huisvestingsysteem voor       pluimvee die gehouden zijn onder min of meer
legkippen.                                           natuurlijke omstandigheden te vertalen naar onze
                                                     huidige pluimveehouderij.
3. HET PERSPECTIEF TOT HET JAAR 2026
                                                     Hierna wordt per categorie pluimvee aangegeven
In     dit  hoofdstuk      worden    de    mogelijke welke       verbeteringen    om    het    natuurlijke
oplossingsrichtingen besproken voor die aspecten     gedragingen uit te kunnen voeren de grootste
van het natuurlijk gedrag die op dit moment          prioriteit heeft.
afhankelijk van huisvestingssysteem, het meest
beperkt    of  niet   uitgevoerd   kunnen    worden.
                                                                                                9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>    3.1 Legkippen                                    oppervlakte per kip in de kooi te vergroten,
                                                     eventueel gecombineerd met verandering van de
    3.1.1 Verrijkte kooisystemen                     inrichting en de hoogte van de kooi. De Raad
De belangrijkste natuurlijke gedragingen die bij     beveelt     aan   om   mogelijkheden      om   het
legkippen in verrijkte kooien met kleine aantallen   foerageergedrag,       en         daarmee      het
hennen per groep (10-15 kippen per groep)            exploratiegedrag, en het stofbadgedrag uit te
verbeteringen behoeven zijn het bewegings-, het      kunnen voeren te bevorderen. Hierbij kan gebruik
foerageer-   en   exploratiegedrag    en  bepaalde   worden gemaakt van reeds uitgevoerde studies op
aspecten van het verzorgingsgedrag, met name         dit     terrein.   Eventueel       is   aanvullend
het stofbadgedrag. Bij grotere aantallen kippen per  praktijkonderzoek nodig.
groep (meer dan 15 kippen per kooi) kunnen de        Hierbij moet wel rekening gehouden worden dat
dieren meer ruimte van elkaar “lenen”, waardoor      niet alle kippen tegelijkertijd deze gedragingen
vooral het bewegingsgedrag in het algemeen           vertonen en niet de gehele dag door.
beter uitgevoerd kan worden.
De oorzaak van het beperkt kunnen uitvoeren van      Om het foerageergedrag, en daarmee ook het
het stofbadgedrag is het gebrek aan ruimte dit in    exploratiegedrag, beter mogelijk te maken zal
combinatie met de hoeveelheid strooisel. Om de       onderzocht moeten worden hoe een grotere
hennen in een kooi voldoende mogelijkheid te         variatie in aanbod en een wijze van aanbieden
geven om dit gedrag uit te voeren zal nader          van substraat of voer mogelijk gemaakt kan
onderzocht       moeten       worden        hoeveel  worden. Eén van de mogelijkheden is om de
strooiselruimte om te stofbaden per leghen nodig     strooiselmat groter en meer multifunctioneel te
is.                                                  maken waardoor er een grotere variatie aan
Om het bewegingsgedrag beter uit te kunnen           voeder of substraat mogelijk wordt gemaakt.
voeren zal bij het ontwerpen van verrijkte           Daarmee kan ook een bijdrage geleverd worden
kooisystemen met name aandacht moeten worden         tot   het   beter  kunnen     uitvoeren  van   het
besteed      aan      een     grotere     effectieve stofbadgedrag.
gebruiksoppervlakte per dier. Dit kan zowel door
het gebruik van grotere kooien bij een zelfde
oppervlakte per hen waardoor dieren ruimte van
elkaar   kunnen    “lenen”,  dan    wel   door    de
                                                                                                        10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Het natuurlijke gedrag van een dier is het resultaat van een evolutionair selectieproces waarin dieren
overleven die het best “aangepast” zijn (de meeste vruchtbare nakomelingen produceren). Dieren hebben
zich daarbij zo ontwikkeld dat hun gedrag nauwkeurig is afgestemd op de beperkingen en de mogelijkheden
van hun omgeving. In de benadering is bij gebrek aan wetenschappelijke gronden niet gekozen voor het
prioriteren van afzonderlijke gedragselementen uit het complexe natuurlijk gedragrepertoire van pluimvee. Dit
is eenvoudigweg onmogelijk. De motivatie van dieren om op een zeker moment gedurende een bepaalde tijd
specifiek gedrag uit te voeren hangt immers af van de mate van bevrediging van tal van behoeftes. Een
belangrijk deel van deze behoeftes is bij de geboorte in aanleg aanwezig. Doordat vanaf de geboorte
behoeftes worden bevredigd groeien behoeftes naar hogere bevredigingsniveaus en komen er tijdens de
ontwikkeling ook andere behoeftes voor in de plaats (spelgedrag wordt ingeruild voor seksueel en agonistisch
gedrag). Sommige delen van het “natuurlijke gedragsrepertoire” zijn echter zo belangrijk voor de
"evolutionaire fitness” van een soort, dat ze “intrinsiek belonend” zijn. Dat wil zeggen dat de uitvoering van die
gedragingen belangrijk (“belonend”) voor een dier is ongeacht de directe functionele consequenties van die
gedragingen. Omdat die gedragingen zo “belonend” zijn, zullen de dieren die gedragingen onder allerlei
omstandigheden willen blijven uitvoeren. Dieren ondervinden een slecht welzijn wanneer ze deze
gedragspatronen niet kunnen vertonen. Als substituut ontwikkelen dieren dan afwijkende gedragingen
(gedragspathologieën). Bij de meeste gedragingen is het echter zo, dat niet de uitvoering van het gedrag zelf
positieve of negatieve gevoelens oproept, maar dat vooral de consequenties van dat gedrag positieve of
negatieve gevoelens oproepen.
De vraag in welke mate aan de behoefte van dieren om natuurlijk gedrag te vertonen moet worden voldaan,
heeft naast een biologisch kader een duidelijk ethisch kader. Dat betekent dat gedragsdeskundigen weliswaar
kunnen aangeven welke behoeftes dieren van nature hebben en in welke vormen van houderij deze in hun
expressie worden belemmerd, maar dat de afweging tot op welk niveau wij dieren toestaan om specifieke
behoeftes te bevredigen een zorgvuldige afweging vraagt van zowel de behoeftes van dieren als onze eigen
belangen.
Bron: Bijdrage onderzoekers WUR en Faculteit Diergeneeskunde Utrecht
                                                                                                         11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>     3.1.2 Niet kooi-systemen                             Door de veelal eenzijdige fokkerij op groeisnelheid
In deze huisvestingssystemen kunnen de meeste             zijn er bij de huidige vleeskuikens belemmeringen
gedragscategorieën redelijk tot goed uitgevoerd           ontstaan     om   ook    het  rust-    en   slaapgedrag
worden.                                                   voldoende uit te voeren. Door zijn constitutie is het
Indien aanwezig heeft uitloop positieve effecten op       voor het huidige vleeskuiken fysiek steeds moeilijker
een groot aantal natuurlijk gedragingen. Wel moet bij     geworden om op stok te gaan en te blijven. Daarom
uitloop extra worden gelet op de bereikbaarheid van       worden er op dit moment in de huidige praktijk veelal
drinkwatervoorzieningen     en    het  bieden   van    en geen zitstokken in de huisvesting van vleeskuikens
beplanting      en     beschutting,      vanwege       de aangebracht. Daarbij komt ook de overweging dat
thermoregulatie en mogelijke predatoren.                  het    bijna  ondoenlijk   is  om     een   substantiële
In    de   praktijk  wordt    in   het   algemeen     via hoeveelheid      zitstoklengte      in    de     huidige
managementmaatregelen nu reeds aandacht besteed           vleeskuikenstal aan te brengen zonder dat dit
aan     mogelijke   vlucht-    en   schuilmogelijkheden   belemmerend werkt op de verzorging van de dieren.
vanwege potentiële predatoren.                            Echter, de laatste jaren wordt dit ook door de sector
                                                          als een steeds groter probleem ervaren en is de
     3.2   Vleeskuikens                                   fokkerij nu bezig op deze ontwikkeling te reageren.
                                                          De Raad adviseert daarom om het onderzoek en de
     3.2.1 Systemen zonder uitloop                        fokkerij blijvend te richten op de ontwikkeling van
In     deze     huisvestingssystemen       hebben      de een vleeskuiken waarin er een goede balans is
vleeskuikens vooral de laatste twee weken van de zes      tussen groeisnelheid en de mogelijkheid tot het
weken van de mestperiode problemen om het                 uitvoeren     van    de     genoemde       gedragingen.
bewegingsgedrag en het rust- en het slaapgedrag.          Tegelijkertijd zal dan onderzocht moeten worden
Voor        bepaalde        aspecten        van      het  hoe op een practische wijze in de stal voldoende
bewegingsgedrag,met name het vleugelslaan en het          zitstoklengte aangebracht kan worden om de
verenschudden, is zoveel ruimte nodig dat tijdens de      vleeskuikens ook op stok te kunnen laten gaan.
laatste twee weken van het mestproces deze
gedragingen beperkt uitgevoerd kunnen worden.                  3.2.2 Uitloopsystemen
Het geven van meer ruimte aan de vleeskuikens is de       In scharrelsystemen met uitloop- en biologische
enige     adequate   oplossing     om   het   natuurlijke houderijen worden in toenemende mate andere
bewegingsgedrag tijdens de laatste twee weken van         vleeskuikenlijnen    gebruikt   dan    in  de   reguliere
de mestperiode mogelijk te maken.                         vleeskuikenhouderij. Voor de problematiek rond het
                                                                                                                    12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>rust- en slaapgedrag geldt hetzelfde als is aangegeven in
paragraaf 3.2.1, met de kanttekening dat de alternatieve
vleeskuikenlijnen niet of in mindere mate te maken
hebben     met   de   genoemde      constitutieproblemen.
                                                          13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>        BIJLAGEN
1.    HET NATUURLIJK GEDRAG VAN PLUIMVEE 1
1.    HET NATUURLIJK GEDRAG VAN LEGKIPPEN EN VLEESKUIKENS
      Domesticatie
De voorouder van onze legkippen en vleeskuikens is het rode boshoen (Gallus gallus). Deze werd ongeveer
6000-8000 jaar geleden gedomesticeerd in Zuidoost Azië (Yamada, 1988). In het begin werden kippen
waarschijnlijk vooral voor decoratieve doeleinden gehouden. Ook werden hanen speciaal gefokt om te
vechten. Pas sinds de laatste 2000 jaar worden kippen gehouden voor de productie van vlees en eieren en
pas gedurende de laatste 40-50 jaar wordt er intensief geselecteerd op deze productiekenmerken.
Het boshoen kunnen we ook nu nog in het wild aantreffen in lage hakhoutbebossing in Zuid-Oost Azië. Onder
natuurlijke omstandigheden wordt het boshoen ongeveer 2-3 jaar oud. Het wilde boshoen is een uiterst schuw
dier dat in lage bossages, in een donkere dichtbegroeide jungle of in bamboebossen leeft en op hoger
gelegen 'roosting sites' beschutting zoekt voor predatoren. Tot de eerste 2 à 3 weken zijn de kuikens voor de
temperatuurregulatie nog afhankelijk van de moederkloek. Na 8 weken zijn de kuikens echter volledig
zelfstandig, na 16-18 weken gaan ze over tot eileg en na 18-20 weken gaan ze broeden.
Omdat het rode boshoen zo schuw is, zijn er weinig studies gedaan naar het gedrag van deze soort onder
natuurlijke omstandigheden. Bovendien is het de vraag of er nog echte wilde kippen zijn, omdat onderzoek
heeft aangetoond dat ‘wilde’ kippen vaak genetisch gezien kruisingen tussen wilde kippen en
gedomesticeerde kippen blijken (Siegel et al., 1992). Er is echter wel onderzoek gedaan naar het gedrag van
1
  De wetenschappelijke bijdrage is samengesteld door mw. dr. ir. I. C. de Jong, ir. T. G. C. M. Fiks-Van Niekerk, ir. R.
A. van Emous (ASG-WUR),. P. Koene (WUR, leerstoelgroep Ethologie & Welzijn)
                                                                                                                         14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>het Bankivahoen onder semi-natuurlijke omstandigheden. De studies van Collias en Collias (1996), die
werden uitgevoerd in de dierentuin van San Diego, zijn daarvan de bekendste. Een ander voorbeeld is de
studie van Dawkins (1989) van het gedrag van gedurende vele generaties verwilderde kippen.
      Sociale organisatie
Wilde kippen leven in paartjes (Beebe, 1936 in Willard and Koene, 2004) of in kleine groepjes van een haan
met 1-3 hennen (Collias and Collias, 1967 in Willard and Koene, 2004). Uit de studies van Collias en Collias
(1996) blijkt dat kippen onder semi-natuurlijke omstandigheden in groepjes van 4 – 30 individuen leven,
waarin zowel hanen als hennen voorkomen die met elkaar een ‘slaapboom’ delen. Binnen een dergelijke
toom is er één dominante haan, die in het algemeen ook de meeste eieren bevrucht. Deze dominante haan
speelt de belangrijkste rol bij het verdedigen van het territorium, dat kan overlappen met het territorium van
andere hanen. De sociale organisatie van deze kippen is een dynamisch systeem waarbinnen hanen en
hennen van groep kunnen wisselen en waarbij slechts de dominante hanen en hennen voor de grootste
aanwas van de populatie zorgen.
Overdag scharrelen hennen en hanen binnen hun territorium hun voedsel bij elkaar en ‘s avonds gaan ze
gezamenlijk 'op stok'. De dominante hanen tolereren over het algemeen de subordinate (lager in rang
staande) hanen; zijn deze hanen eenmaal          jongvolwassene, dan worden ze naar de randen van het
territorium gejaagd. Deze hanen zullen dan overdag vaker buiten het eigen territorium rondscharrelen,
mogelijk om te onderzoeken of ze elders een koppel hennen kunnen 'overnemen'.
De grootte van een gebied waarover een toom zich verspreidt is afhankelijk van 1) beschikbaarheid van
voedsel , 2) geschikte slaapplaatsen en 3) geschikte schuilplaatsen voor predatoren. In de studies van Collias
en Collias (1996), waar ruim voldoende voedsel voorradig was, waren de tomen opmerkelijk 'honkvast' en
verplaatsten zich zelden meer dan 50 meter van hun overnachtingsplaats. Het gemiddelde territorium was 50-
75 meter in diameter. Het gebied van een populatie verwilderde kippen strekte zich uit over maximaal 0.5
hectare (Woodgush et al., 1978). Maar incidentele observaties uit Thailand laten zien dat kippen zich over
veel grotere afstanden (tot 32 km!) kunnen verplaatsen.
                                                                                                   15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Zowel tussen hanen onderling als tussen hennen onderling kunnen we meestal een lineaire
dominantiehiërarchie waarnemen (pikorde) die bij hennen (niet bij hanen!) gedurende opeenvolgende jaren
uiterst stabiel blijkt. Subtiele vormen van dreigen en wijken blijken meestal voldoende om deze
dominantiehiërarchie, met name bij hennen, in stand te houden. In de strijd om de toppositie vertonen hanen
onderling naast dreigen en wijken ook agressieve interacties zoals pikken (meestal van boven naar beneden
op de kop van een tegenstander), aanvallen met de sporen (ook gericht op de kop) en achter elkaar
aanjagen.
Voor het ontstaan en in stand houden van dominantiehiërarchieën moeten dieren elkaar kunnen herkennen.
In ieder geval moeten zij informatie over hun sociale status kunnen communiceren. Bij hanen wordt 'sociale
status' o.a. beïnvloed door de kam (grootte, kleur, vorm) (Zuk et al., 1990), maar ook door leeftijd, ras, grootte,
kleur, gewicht en de gezondheidstoestand. Daarbij kan een haan doordat hij kraait en door de frequentie van
kraaien in een ‘bout’ aangeven hoe sterk, krachtig en gezond hij is (Koene, 1996). Bij hennen daarentegen
speelt de individuele herkenning een relatief grotere rol: Bij hennen is de dominantiehiërarchie over langere
tijd opmerkelijk stabiel (Schjelderupp-Ebbe, 1922), waarbij tijdelijke fluctuaties in conditie van mindere
betekenis zijn. Voor het individueel herkennen van dieren lijken kenmerken van de kop (kleur, grootte en vorm
van de kam) het belangrijkste. Daarnaast is het opmerkelijk dat hennen ook informatie over sociale status
verzamelen door het bekijken van het gedrag van andere hennen. Hennen die zien dat een vreemde hen een
dominante hen uit hun eigen groepje verslaat, zullen zelf de vreemde hen niet aanvallen. Maar als de
vreemde hen door een dominante hen uit de eigen groep verslagen wordt, zal ze de vreemde indringster wel
aanvallen (Hogue et.al., 1996) .
De sociale cohesie binnen een groep wordt niet alleen in stand gehouden door dominantierelaties, maar
waarschijnlijk ook versterkt door 'vriendschapsbanden' , met name tussen hennen (Mench, 1996). Hoewel
dergelijke 'preferred relationships' in de meeste diersoorten van belang zijn als 'social support' en voor het
reduceren van de negatieve gevolgen van 'stress' (zie oa Sachser et. al, 1998), is er vooralsnog bij kippen
minder bekend over het ontstaan en het belang van deze relaties.
Het groepsgedrag van hennen wordt verder gekenmerkt door 'sociale facilitatie' (gedrag van enkele hennen
wordt overgenomen door andere hennen, soms door de hele groep), 'synchronisatie van gedrag' (het gedrag
van de leden van de groep wordt in de tijd gesynchroniseerd) en allelomimetrisch gedrag (dieren doen elkaar,
                                                                                                                    16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>en vooral de dominante haan of hen, na) (Willard en Koene, 2004). Dit komt bij voorbeeld tot uiting in het
gelijktijdig foerageren, stofbaden, of eieren leggen.
Over de dag heen lijken kippen een vast 24-uursritme te hebben: in de ochtend beginnen ze met foerageren
en meestal wordt ‘s ochtends ook een ei gelegd. Rond het middaguur wordt er een stofbad genomen en in de
namiddag wordt het verenkleed verzorgd. Copulatie vindt meestal in de namiddag plaats en na een tweede
uitgebreide periode van foerageren gaan de dieren gezamenlijk 'op stok'. Dit is belangrijk in verband met de
thermoregulatie en reduceert de kans door predatoren opgegeten te worden.
     1.3. Sociaal gedrag
     1.3.1. Kuikens
De eerste communicatie tussen hen en kuiken vindt al plaats wanneer het kuiken nog in het ei zit (Rogers,
1995). Het piepen van het kuiken in het ei bevordert het synchroon uitkomen van de eieren en ook de latere
communicatie tussen hen en kuiken (Vince, 1970).              Broedgedrag (d.w.z. de kuikens schuilen onder de
vleugels van de hen) komt gedurende de hele dag voor en kan zowel door de kuikens uitgelokt, als door de
hen begonnen worden. De gemiddelde duur van een ‘bout’ is ongeveer 15 minuten. Bij regen beginnen de
hennen onmiddellijk te broeden (Woodgush et al., 1978).
De kuikens komen volledig ontwikkeld uit het ei en lopen direct achter de hen aan, op zoek naar voedsel. Pas
uitgekomen kuikens zullen 'inprinten' op het eerste 'object' (meestal hun moeder) dat ze tegen komen. Dit
'inprinten' is sterker naarmate het 'object' dezelfde grootte heeft als een hen en wanneer het 'object' beweegt
en geluiden maakt.
Wanneer de kuikens uitgebroed zijn, leert de hen de kuikens in de daaropvolgende weken een aantal
essentiële gedragingen. Ze leert het kuiken voedsel zoeken en ze leert het kuiken daarbij welke items wel en
welke items niet geschikt zijn ('tidbitting'). Ze leert ze ook ‘s avonds 'op stok' gaan, te stofbaden en ze leert ze
welke plaatsen geschikt zijn om te stofbaden. Tenslotte leert de hen haar kuikens wanneer er wel en wanneer
er geen gevaar dreigt (predatoren), en ze leert ze ook de juiste gedragingen uit te voeren ('freezen' of 'rennen
en dekking zoeken'). Pas uitgekomen kuikens blijven binnen 1 meter afstand van de hen, maar als de kuikens
6-7 weken oud zijn kunnen ze tot 20 meter van de hen verwijderd zijn (Woodgush et al., 1978).
                                                                                                        17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Bij kuikens komt agressief gedrag tijdens de eerste vier weken weinig voor. Tijdens de eerste levensweek
wordt wel ‘sparren’ waargenomen, een element van agressie dat tijdens spel voorkomt, en agressief pikken
komt vanaf 2 weken leeftijd voor (Mench, 1988). Vanaf 4 weken leeftijd komen meer agonistische elementen
vaker voor in het gedrag en vertonen kuikens submissief gedrag. Agonistisch gedrag kan spontaan ontstaan
of door soortgenoten worden uitgelokt. Op deze manier worden sociale vaardigheden aangeleerd. Tussen de
6 tot 10 weken wordt voor het eerst een dominantiehiërarchie gevormd. Agonistische gedragingen bestaan
uit hoppen (ergens naar toe springen), dreigen (gestrekt rechtop staan met de kop boven een ander, vaak met
de nekveren opgezet), springen, trappen en agressief pikken (Kruijt, 1964). De intensiteit van deze
gedragingen neemt toe met de leeftijd en bevat steeds meer elementen van volwassen agressief gedrag,
zoals trappen en pikken. Bovendien ontwikkelen de kuikens een juiste respons op dit gedrag, zoals wijken,
vluchten of tonen van submissief gedrag.
Spelgedrag onder kuikens komt voor, maar het is niet zo uitgebreid en gevarieerd als bij veel zoogdieren en
er is betrekkelijk weinig over bekend. Over het algemeen gaat men ervan uit dat spelgedrag de functie heeft
om volwassen vaardigheden aan te leren. Kuikens springen bij voorbeeld snel op voorwerpen en er weer af
en ze vertonen spelgedrag waar wel eens naar gerefereerd wordt als zogenaamd “popcorngedrag”: daarbij
rennen en springen kuikens en slaan met de vleugels, een gedrag dat dan snel door de hele groep wordt
overgenomen. Daarnaast komen elementen van onvolwassen sociaal agonistisch gedrag voor dat
waarschijnlijk als agressief spelgedrag kan worden geïnterpreteerd (Appleby et. al, 2004, pp 137 en pp 70
e.v.)
Gedurende de eerste 8 weken vertonen haantjes meer agonistisch gedrag dan hennen en haantjes zijn op 8-
10 weken dan ook dominant over hennen. Tussen 6 en 10 weken leeftijd wordt de hiërarchie gevormd op
basis van agonistische interacties, gescheiden voor hanen en hennen, waarbij bij de hanen de rangorde een
week eerder is gevormd dan bij hennen. Voor die leeftijd zou er ook al een rangorde tussen kuikens bestaan,
die wordt gevormd door de uitkomsten van competitie om voer (Rogers, 1995).
      1.3.2. Volwassen kippen
Agressief gedrag is een onderdeel van agonistisch gedrag, d.w.z. alle gedrag behorende bij een conflict. Met
agressief gedrag wordt meestal openlijk agressief gedrag of het initiatiefnemende gedrag bedoeld, dus het
                                                                                                             18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>aanvallen of het uiteindelijke en daadwerkelijke fysieke contact dat volgt na een reeks van geritualiseerde
gedragingen zoals dreigen en naderen, die meestal toeneemt in intensiteit. De communicatie leidend tot
agressie en de volgorde en vorm van gedragshandelingen is sterk geritualiseerd. De aanwezigheid en het
gebruik van ‘wapentuig’ (bijvoorbeeld de sporen van hanen en de grootte van de kam) geven de dieren de
mogelijkheid om te beslissen tot het wel of niet uitvoeren van agressief gedrag. In natuurlijke situaties leidt dit
meestal niet tot veel of extreem gewelddadige conflicten. Wanneer wel besloten wordt tot het uitvoeren van
een conflict heeft dat het doel om belangrijke bronnen zoals voer, water of seksuele partners te verwerven of
te verdedigen.
       1.4. Onderhoudsgedrag
       1.4.1. Voedselzoekgedrag en voedselopname
Kippen zijn omnivoren die zowel zaden en kruiden als kleine invertebraten (wormen en insecten) eten. Vooral
jonge dieren eten in verhouding meer invertebraten (Savory et al., 1978). Daarbij kan je een appetatieve fase
(voedsel zoeken) en een consumptieve fase (voedsel eten) onderscheiden. Tijdens het voedsel zoeken
schrapen kippen op een kenmerkende manier met de poot over de grond en pikken vervolgens naar eetbare
ingrediënten (scharrelen). Onder (semi)natuurlijke omstandigheden wordt gerapporteerd dat kippen 60 tot
90% van hun tijd gedurende de dag aan eten en voedselzoekgedrag besteden (Keeling, 2002;Woodgush et
al., 1978). Voor (extensieve) houderijsystemen wordt rond de 43% van de actieve tijd aan foerageren besteed
(Appleby et. al., 2004; pp 49). Onder natuurlijke omstandigheden kunnen kippen zelf uit het voedselaanbod
een dieet selecteren dat voldoet aan hun behoeftes. Kippen eten ook onverteerbare materialen zoals zand of
steentjes. Een deel hiervan blijft achter in de krop om grotere stukken voedsel te vermalen. Kippen zijn er
bovendien erg kien op om de de meest aantrekkelijke voedseldeeltjes te selecteren. Hun preferenties zijn wat
dit betreft vaak afgestemd op hun fysiologische behoeftes (b.v. een voorkeur voor nutriënten die calcium,
fosfaten, vitamines of zink bevatten o.a. i.v.m de noodzaak om een goede eischaal te produceren).
Kippen eten in ‘bouts’, afgewisseld met andere gedragingen zoals rusten, poetsen of stofbaden. De duur van
een ‘bout’ varieert van 10 minuten tot een uur, afhankelijk van weersomstandigheden en tijdstip van de dag.
Op droge dagen nam de tijd besteed aan voedselzoeken toe naarmate de dag vorderde, om een piek te
bereiken in de vroege avond (Savory et al., 1978).
                                                                                                     19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>In een studie aan verwilderde kippen is gevonden dat kippen tussen de 10-70 keer per minuut pikken naar
voedsel wanneer ze foerageren (Savory et al., 1978). In deze studie werd ook gevonden dat de tijd besteed
aan voedselzoeken en het aantal keer pikken afhankelijk is van het type vegetatie waarin ze fourageren
(Savory et al., 1978).
Hennen die aan het broeden zijn verlaten het nest voor ongeveer 40 minuten per dag aan het eind van de
ochtend of begin van de middag (Duncan et al., 1978), om gedurende 15-30 minuten intensief voer op te
nemen. Jonge kuikens laten meestal hetzelfde voedselzoekgedrag zien als de hen. In het onderzoek naar de
verwilderde kippen bleek dat jonge kuikens ongeveer de helft van de tijd besteden aan voedselzoeken en
voeropname. Jonge kuikens wisselden perioden van intensieve voeropname af met periodes waarin
gescharreld werd met meer sporadische voeropname. De periodes van intensieve voeropname werden
begonnen door de hen, die door ‘tidbitting’ (pikken en schrapen over de grond, met een karakteristiek geluid)
de kuikens aanzetten tot intensief pikken naar voedsel op een bepaalde plaats (Savory et al., 1978).
Net zoals bij vele andere diersoorten, is het zoeken naar voedsel voor kippen ook een manier om de
omgeving te exploreren. Omdat dit essentieel is om te overleven blijft de motivatie om voedsel te zoeken in
stand, zelfs wanneer (bv onder houderijomstandigheden) voldoende vrij beschikbaar voer aanwezig is om de
essentiële behoeften voor de energiehuishouding te vervullen.
      1.4.2. Drinken
Jonge kuikens kunnen in eerste instantie geen water herkennen. Ze pikken echter naar blinkende
oppervlaktes. Doordat ze het water in de bek voelen leren ze te drinken; de karakteristieke drinkbeweging
door de opgeheven kop met slikbeweging is aangeboren. De wateropname is het grootst aan het eind van de
dag vanwege de piek in voeropname aan het eind van de dag. Bij gemiddelde temperatuur drinkt een
volwassen kip ongeveer 150-200 ml. per dag.
      1.4.3. Beweging
Wilde kippen kunnen goed vliegen, wat bij gedomesticeerde kippen minder goed ontwikkeld is (Savory et al.,
1978). Maar, kippen zullen eerder lopen of rennen dan vliegen. Kippen zijn erg actief en kunnen gedurende
een dag vele kilometers afleggen.
                                                                                                              20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>      1.4.4. Lichaamsverzorging
Poetsen, vleugelslaan, veren opzetten en vleugelstrekken worden wel samengevat onder de naam
comfortgedrag, en zorgen ervoor dat het verenkleed in goede conditie blijft. Poetsen is belangrijk om het
verenkleed waterdicht te houden en de isolerende werking van het verenkleed te handhaven. Daarbij wordt
met de snavel met behulp van vet uit de stuitklier het verenkleed verzorgd, waarbij tevens de baarden van de
veren in de juiste richting gestreken worden. Bovendien worden tijdens het poetsen parasieten verwijderd of
opgegeten. Bij het vleugelslaan wordt ongeveer 1876 cm2 grondoppervlak gebruikt.
Ook het stofbaden dient om de conditie van het verenpak op peil te houden. Gedurende het stofbaden (dat
gemiddeld ongeveer iedere 2 dagen plaatsvindt) wordt zand op een kenmerkende manier over het verenkleed
gestrooid en door het schudden van de vleugels tussen de veren verspreid. Daarbij houden kippen een vaste
volgorde van gedragselementen aan. Bij het stofbaden vertonen kippen          een voorkeur voor een droog,
‘los’materiaal (Van Liere, 1991). Met behulp van deze zogenaamde 'dry shampoo' wordt overtollige vet en
ectoparasieten uit het verenkleed verwijderd.
      1.4.5. Mesten
Er is geen beschrijving van natuurlijk gedrag die met name aandacht besteedt aan het uitscheidingsgedrag.
      1.4.6. Rusten en slapen
Het patroon van rusten en slapen wordt voornamelijk bepaald door de licht-donker cyclus. Perioden van rust
komen verspreid over de dag voor en zijn vaak gesynchroniseerd. ’s Nachts gaan de kippen ‘op stok’ om te
slapen, d.w.z. ze zoeken een hoge rustplaats waar ze enige bescherming hebben tegen predatoren. Ook
wanneer ze overdag rusten kunnen kippen ‘op stok’ gaan. Wanneer kippen slapen vertonen ze de
karakteristieke houding met de kop tussen de vleugels.
      1.4.7. Exploratie
Vanaf het moment dat de kip uit het ei komt wordt de omgeving geëxploreerd door te pikken naar kleine
visuele stimuli (die gelijkenis vertonen met graankorrels) of naar kleine bewegende objecten (gelijkenis met
kleine insecten) (Rogers, 1995). Veel van dit pikken gebeurt met gesloten bek en vooral direkt na het
uitkomen is veel pikken puur exploratief. Ook oudere kippen vertonen exploratief gedrag tijdens het
scharrelen.
                                                                                                  21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>       1.4.8. Thermoregulatie
Jonge kuikens zijn voor hun thermoregulatie tot een leeftijd van 2-3 weken volledig afhankelijk van de kloek.
Ook daarna houdt de hen de kuikens op temperatuur door broedgedrag te vertonen, wanneer de
weersomstandigheden zodanig zijn dat de kuikens teveel afkoelen (Woodgush et al., 1978). Het gezamenlijk
op stok gaan waarbij de kippen dicht tegen elkaar aan zitten heeft ook een functie bij de thermoregulatie. Bij
hitte worden kippen inactief, houden ze de vleugels op afstand van het lijf, ademen ze met de bek open en
gaan ze stofbaden om af te koelen. Kippen kunnen zich bij zeer lage temperaturen goed redden, hoewel
soorten met grote kammen problemen kunnen hebben bij vorst (bevroren kammen). Temperaturen tussen 12
en 25 oC worden voor kippen als ideaal beschouwd.. De RV zou idealiter tussen 60 en 80% moeten liggen. Bij
hoge RV neemt bacteriegroei toe en daarmee de kans op ziekten.
      1.5. Voortplantingsgedrag
       1.5.1 Seksueel gedrag
Seksueel gedrag tussen hen en haan wordt voorafgegaan door sterk geritualiseerd baltsgedrag. De haan
probeert eerst de aandacht van de hen te trekken door het zogenaamde 'tidbitting': een gedrag dat normaal
door de hen naar haar jongen toe wordt vertoond. Daarbij biedt de haan aan de hen wat voer aan. Daarna
sluit de haan de hen in, wat gepaard gaat met kraaien, vleugel slaan, stampen, ‘waltzen’ (zijdelings naderen
met een naar beneden gestrekte vleugel) en het uitschudden van de veren. De hen neemt dan een hurkende
positie in waarna de haan de hen van achteren nadert en vervolgens treedt. Hierbij staat de haan als het ware
op de rug van de hen. Dit gaat vaak gepaard met het in de snavel nemen van de veren op de achterkop of in
de nek van de hen. De haan beweegt vervolgens de staart naar beneden en opzij zodat cloacaal contact kan
worden gemaakt. Het gezamenlijk opgroeien van hanen en hennen is noodzakelijk voor het uitvoeren van
correct baltsgedrag (Kruijt, 1964).
Hoewel subordinate hanen ook wel copuleren, zorgen de dominante hanen voor het meeste nageslacht. De
hennen vertonen ook een duidelijke voorkeur voor de dominante hanen: zij groeperen zich om de dominante
haan heen en vermijden copulaties met subordinate hanen. Hennen selecteren de geprefereerde dominante
hanen op basis van gedrag, maar ook de grootte van de kam, de lengte van de sporen en zelfs de kleur van
de ogen kan een rol spelen. Tenslotte heeft ook de rangorde van de hennen invloed op het copulatiegedrag.
Daarbij blijkt, paradoxaal genoeg, dat die hennen die hoog in rang staan minder snel voor de haan hurken
                                                                                                               22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>dan hennen die laag in rang staan. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat hoograngige hennen selectiever
zijn (Pizzari, 2001).
Hennen kunnen het sperma van de hanen bijna 2 weken lang vasthouden. Daardoor is het niet noodzakelijk
om te copuleren voor ieder (bevrucht) ei dat ze legt. Als ze meerdere malen copuleert is het meestal het
sperma van de laatste haan dat haar ei bevrucht. Het is aangetoond dat het sperma van subordinate hanen
wordt afgestoten ten gunste van het sperma van dominante hanen (Pizzari and Birkhead, 2000).
       1.5.2 Nestzoekgedrag, eileggedrag en broeden
Onder natuurlijke omstandigheden zal een hen een aantal van 8-10 eieren leggen voordat ze tot broeden
overgaat. Nestzoekgedrag komt voor als de hen geen vaste plaats heeft om een ei te leggen. De eerste fase
van dit nestzoekgedrag bestaat uit exploratie. Dieren kunnen daarbij een aanzienlijke afstand afleggen. De
motivatie om te exploreren blijft hoog totdat ze een geschikte nestplaats hebben gevonden. Onderzoek heeft
bovendien uitgewezen dat hennen meer gemotiveerd zijn om bij een nest te komen naarmate ze dichter bij
het tijdstip komen dat ze het ei gaan leggen (Cooper and Appleby, 2004). Tijdens de tweede fase waarin de
hen haar nest bouwt, schraapt ze eerst een holte met haar poten en vervolgens maakt ze de ronde vorm van
het nest met behulp van haar borstbeen af. Het nest wordt zo gemaakt dat de eieren niet makkelijk het nest
uitrollen. Soms verzamelt de hen takjes op haar rug, waarschijnlijk om te voorkomen dat potentiële predatoren
haar ontdekken. Tenslotte wordt in vrij korte tijd een ei gelegd waarna ze naar haar toom terugkeert om te
foerageren. Hierbij wordt de hen geëscorteerd door de haan, die wordt geroepen door het gekakel van de hen
wanneer de hen een eind van het nest is verwijderd.
Tijdens het broeden komt de hen éénmaal per dag van het nest om te fourageren, te drinken, te poetsen en te
stofbaden, meestal aan het eind van de ochtend of begin van de middag. Na ongeveer 15 minuten keert de
hen weer terug naar het nest. De route terug naar het nest is niet direkt en een mengeling van ‘runs’ en
‘pauzes’. In deze pauzes wordt er gegeten, gepoetst etc. en mengt de hen zich vaak met de andere hennen.
In totaal is de hen ongeveer 40 minuten weg van het nest. Bij onraad in de buurt van het nest laat de hen een
‘alarm-call’ horen en rent weg in een andere richting (Duncan et al., 1978).
       1.6. Perceptie en communicatie
Kippen hebben, net zoals veel andere sociale diersoorten, een goed ontwikkeld communicatiesysteem.
Daarbij maken ze vooral gebruik van visuele en acoustische signalen, maar kippen blijken ook
                                                                                                   23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>over een uitstekend reukvermogen te beschikken. Ze hebben een binoculair gezichtsveld van ongeveer 26o
en een monoculair gezichtsveld van ongeveer 180o (belangrijk om predatoren te kunnen detecteren). Kippen
kunnen goed kleuren zien, maar ze hebben wel helder licht nodig om hier ook gebruik van te maken. Ze
kunnen, in tegenstelling tot de mens, ook UV straling waarnemen. In relatie tot het gebruik van
kunstverlichting bestaat onder onderzoekers enig meningsverschil over de frequenties van het licht, die
kippen nog kunnen waarnemen. Nuboer et al. (1992) vonden bewijzen dat kippen frequenties van minder dan
100Hz als flikkerend licht waarnemen, terwijl Widowski & Duncan (1996) hier geen bewijzen voor vonden.
Kippen gebruiken, afhankelijk van de omstandigheden, vele soorten vocalisaties (alarm ‘call’, voedsel ‘call’,
contact ‘call’ etc.), waarbij een aantal van 20 verschillende vocalisaties wordt genoemd. Een voorbeeld van
een specifieke vocalisatie is de gakel ‘call’ van hennen. De gakel dient er waarschijnlijk voor om de aandacht
van de haan te trekken, die daarop de hennen van en naar het nest escorteert.
Bij hanen is het kraaien (het aantal keer kraaien in een ‘bout’), meestal in de ochtend, een signaal waarmee
sociale status en gezondheidstoestand wordt gecommuniceerd (Koene, 1996). Het kraaien van de haan wordt
geactiveerd en gefaciliteerd door de overgang tussen donker en licht en een ultradiaan ‘mechanisme’, en
door testosteron (mannelijk geslachtshormoon). Bij ondergeschikte hanen is deze testosteron productie
(tijdelijk) onderdrukt. Wanneer deze subordinate hanen beginnen te kraaien worden ze door de dominante
haan aangevallen. De vorm van het kraaien verschilt per individu.
Referenties
Behalve waar expliciet gerefereerd wordt naar een specifieke publicatie, is het bovenstaande ontleend aan de
volgende review artikelen:
                ¾     De Jonge, F.H. and Goewie, E.A. (2000). In het belang van het dier. Over het welzijn van
                      dieren in de veehouderij. Van Gorcum BV Assen, the Netherlands.
                ¾     Keeling (L.) Behaviour of fowl and other domesticated birds. In: Jensen, P. (Ed) (2002).
                      The ethology of Domestic Animals. An Introductory Text. CABI International, Wallingford,
                      UK, pp 101-119.
                                                                                                               24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>                ¾    Mench, J. and Keeling, L.J. The social behaviour of domestic birds. In: Keeling, L.J. and
                     Gonyou, H.W. (Eds) (2001). Social Behaviour in Farm Animals. CABI International,
                     Wallingford, UK
                ¾    Appleby, M.C., J.A. Mench and B.O. Hughes, 2004. Poultry behaviour and welfare CABI
                     Publishing, Wallingford, UK.
Overige Referenties:
Collias and Collias (1996) Social organization of red jungle fowl, Gallus, gallus,
population related to evolution theory. Animal Behaviour 51, 1337-1354.
Cooper, J., and M. C. Appleby. 2003. The value of environmental resources to domestic hens: a comparison
           of the work-rate for food and for nests as a function of time. Animal Welfare 12: 39-52.
Dawkins, M.S. (1989) Time budgets in red junglefowl as a baseline for the assessment of welfare in domestic
           fowl. App. Anim. Behav. Sci. 24, 77-80.
Duncan, I.J.H., Savory, C.J. and Woodgush, D.G. (1978) Observations on the reproductive behaviour of
           domestic fowl in the wild. Appl. Anim. Ethol. 4, 29-42.
Hogue ,M.-E., Beaugrand, J.P. and lague, P.C. (1996) Coherent use of information by hens observing their
           former dominant defeating or being defeated by a stranger. Behavioural Processes 38, 241-252.
Koene, P. (1996) Temporal structure of red jungle fowl crow sequences: Single-case analysis. Behavioural
           Processes 38, 193-202.
Kruijt, J.P. (1964) Ontogeny of social behaviour in the Burmese Red junglefowl (Gallus gallus spadecius
           bonaterre). Behaviour Suppl. XII, 1-201.
Mench, J.A. (1996) Social preferences in laying hens.In: Proceedings of the International Congress of the
           International Society for Applied Ethology. Centre for the study of Animal Welfare, Guelph, Ontario, p
           38.
Mench, J.A. (1988) The development of aggressive behaviour in male broiler chicks: a comparison with
           laying-type males and the effects of feed restriction. Appl. Anim. Behav. Sci. 21, 233-242.
Nuboer, J.F.W., Coemans, M.A.J.M & Vos, J.J. (1992).Artificial lighting in poultry houses: do hens perceive the
           modulation of fluorescent lamps as flicker? British Poultry Sci., 33: 123-133.
Pizzari, T. and Birkhead, T.R. (2000) Female feral fowl eject sperm of subdominant males. Nature 405, 787-
           789.
                                                                                                       25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>Pizzari, T. (2001) Indirect partner choice through manipulation of male behaviour by female fowl, Gallus gallus
           domesticus. Proceedings of the Royal Society of London Series B-Biological Sciences 268, 181-
           186.
Rogers, L.J. (1995) The development of brain and behaviour in the chicken. CAB International, Oxford.
Sachser N, Durschlag M, Hirzel D.(1998)                Social relationships and the management of stress.
           Psychoneuroendocrinology 23:891– 904.
Savory, C.J., Wood-Gush, D.G.M. and Duncan, I.J.H. (1978) Feeding behaviour in a population of domestic
           fowls in the wild. Appl. Anim. Ethology 4, 13-27.
Schjelderupp-Ebbe, T. (1922) Beitrage aur Socialpsychologie des Hauschuhns. Zeitrift für Tierpsychologie 88,
           225-252.
Siegel, P.B., Haberfeld, A., Mukherjee, T.K., Stallard, L.C., Marks, H.L., Anthony, N.B. and Dunnington, E.A.
           (1992) Jungle Fowl Domestic-Fowl Relationships - a Use of DNA Fingerprinting. Worlds Poultry
           Science Journal 48, 147-155.
Van Liere, D.W. (1991). Function and organization of dustbathing in laying hens. Wageningen, Thesis
           Landbouwuniversiteit Wageningen.
Vince, M.A. (1970) Some aspects of hatching behaviour. In: Freeman, B.M. and Gordon, R.F. (eds) Aspects of
           poultry Behaviour. British Poultry Science Ltd, Edinburg, UK, pp 33-62.
Widowski, T.M., Duncan, I.J.H. (1996). Laying hens do not have a preference for high-frequency versus low-
           frequency compact fluorescent light scources.Can. Journal of Animal Sci., 76: 177-181.
Willard, C. and Koene, P., 2004. Populatiebeheer van verwilderde kippen. Wageningen, Wetenschapswinkel,
           Rapport no 203.
Woodgush, D.G., Duncan, I.J.H. and Savory, C.J. (1978) Observations on the social behaviour of domestic
           fowl in the wild. Biology of Behaviour 3, 193-205.
Yamada, Y. (1988) The contribution of poultry science to society. World's Poultry Science Journal 44, 172 -
           178.
Zuk, M., Johnson, K., Thornhill, R. and Ligon, J.D. (1990) Parasites and Male Ornaments in Free-Ranging
           and Captive Red Jungle Fowl. Behaviour 114, 232-248.
                                                                                                                26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>        2.: HOUDERIJSYSTEMEN LEGKIPPEN 2
De houderij van legkippen wordt geregeld via Richtlijn 1999/74/EG van de Raad van 19 juli 1999 tot
vaststelling van minimumnormen voor de bescherming van legkippen en via de Handelsnormen voor eieren
(Verordening (EG) 2295/2003 van de Commissie houdende bepalingen voor de toepasing van Verordening
(EEG) nr. 1907/90 van de Raad betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren)en (EG) 1651/2001, voor
wat betreft de uitloop. In deze richtlijn worden drie systemen beschreven: niet-aangepaste kooien,
aangepaste kooien en alternatieven (met of zonder uitloop). Daarnaast is er de Verordening (EG) nr.
1804/1999 van de Raad van 19 juli 1999 waarbij Verordening (EEG) nr. 2092/91 inzake de biologische
productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen wordt
aangevuld met betrekking tot de dierlijke productie. In deze verordening wordt de biologische houderij van
leghennen geregeld. De in de bovengenoemde regelgeving geïdentificeerde houderijsystemen moeten
eigenlijk gezien worden als klassen van houderijsystemen, waarbinnen duidelijk onderscheidenlijke
categorieën zijn In een recent gepubliceerd rapport van EFSA (European Food Safety Authority) aangaande
het welzijn van legkippen worden de volgende categorieën van houderijsystemen onderscheiden:
1.   Kooisystemen
     1.1. Conventionele batterijkooien                                  (= niet aangepaste kooien)
     1.2. Verrijkte kooien                                              (= aangepaste kooien)
           1.2.1. Grote / middelgrote / kleine groepskooien
2.   Enkel-laagse niet-kooisystemen                                     (= alternatieve systemen)
3.   Meer-laagse niet-kooisystemen                                      (= alternatieve systemen)
     3.1. Volières met niet-geïntegreerde nesten
     3.2. Volières met geïntegreerde nesten
     3.3. Portaal systemen
4.   Niet-kooi systemen met uitloop                                     (= alternatieve systemen)
     4.1. Wintergarten / overdekte uitloop
2
  De wetenschappelijke bijdrage is samengesteld door mw. dr. ir. I. C. de Jong, ir. T. G. C.M. Fiks-Van Niekerk, ir. R.
A. van Emous (ASG-WUR), dr. P. Koene (WUR, leerstoelgroep Ethologie & Welzijn)
                                                                                                        27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>      4.2. Uitloop
Totaal waren er in 2004 in Nederland ongeveer 27 miljoen legkippen. (PVE, 2004). In 2002 was circa 72,5%
van de kippen gehuisvest in conventionele kooien. De niet-kooi kippen waren gehuisvest in scharrel- en
volièresystemen, waarvan ongeveer de helft met uitloop. In 2004 was nog slechts 59% van de kippen in
batterijen gehuisvest. Van de 41% alternatiegehouden kippen was 41% met uitloop en 59% scharrel (zonder
uitloop). Er worden nog geen kippen gehouden in verrijkte kooien. Informatie over een nadere verdeling van
het aantal kippen in scharrel- en voliere, met en zonder uitloop, is niet bekend.
       2. 1. Kooisystemen
Kooisystemen zijn huisvestingsvormen waarbij de verzorging van de kippen vanaf buiten het systeem wordt
geregeld. De verzorger komt dus niet in de dierruimte.
       2.1.1. Conventionele batterijkooien
       Systeem
Conventionele batterijkooien huisvesten over het algemeen kleine
groepen kippen (in Nederland meestal 4 à 5). De bodem van de kooi
bestaat uit licht hellend draadgaas. De voorzieningen voor de kippen
bestaan uit voergoten (10 cm voergoot per hen), drinknippels of
drinkgoten, een eierband onder de voergoot en een nagelgarnituur op
de eierbeschermplaat. Meestal valt de mest door de draadbodem op
een mestband, waarmee de mest een of meermalen per week wordt
afgevoerd. De stallen zijn doorgaans mechanisch geventileerd en de
verlichting bestaat uit TL- of gloeilampen. Er is 550 cm2 ruimte per
kip.
       Gedrag
Legkippen in een batterijkooi hebben zeer beperkte bewegingsmogelijkheden, waardoor gedragingen zoals
strekken en vleugelslaan nagenoeg onmogelijk zijn. Synchronisatie van gedrag is door de beperkte
beschikbare ruimte niet altijd mogelijk. Bij het eileggen kan het dier zich niet afzonderen en is er een vrij grote
                                                                                                                    28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>kans dat andere kippen over het neerhurkende dier heen lopen. Er is geen substraat aanwezig voor
stofbaden of scharrelen. De klimaatsregeling in batterijstallen is goed geregeld, maar het dier kan zelf weinig
doen om bijvoorbeeld een koelere plek op te zoeken. De kleine groepen stellen de kippen in staat om een
vaste pikorde in te stellen, maar daarentegen is er geen vluchtmogelijkheid in geval van conflicten.
Pikkerijproblemen kunnen voorkómen worden door het instellen van een laag lichtniveau. Dit vermindert
echter de exploratie- en communicatiemogelijkheden voor het dier. De omstandigheden in batterijen zijn zeer
hygiënisch, waardoor ziekten bijna niet voorkomen. In geval van ziekten kan het dier zich niet afzonderen.
     Verrijkte kooien
Schematische doorsnede van twee ruggelings grenzende verrijkte kooien voor middelgrote groepen
           Drinknippels op
                                                                                              Nesten
           scheidingswand
   Scharrelmat
                                                                                              Voergoot met
                                                                                              eronder eiergoot
                                                                                Zitstokken
                                                                                                  29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>       Systeem
Verrijkte kooien hebben als basis dezelfde inrichting als conventionele kooien. Daarnaast zijn elementen
aangebracht die bedoeld zijn om de gedragsmogelijkheden voor het dier te verruimen. Dit zijn zitstokken (15
de oppervlakte strooisel per kip. Omdat nog niet wetenschappelijk aangetoond is dat de extra elementen
inderdaad door de hen als een verrijking van de leefomgeving ervaren worden, kan in plaats van de term
verrijkte kooi eigenlijk beter gebruik worden gemaakt van een neutralere term: ingerichte kooien. Er is 750
cm2 ruimte per hen, dit is inclusief nest en scharrelruimte. De stallen zijn doorgaans mechanisch geventileerd
en de verlichting bestaat uit TL- of gloeilampen.Verrijkte kooien zijn verkrijgbaar in vele vormen. Een
onderverdeling in groepsgrootte lijkt zinvol. Tot 10 -12 kippen kan gesproken worden over kleine
groepskooien. Grote groepskooien kunnen tot 60 kippen en meer huisvesten. Groepsgroottes van 15 tot 30
kippen kunnen gezien worden als middelgrote groepskooien.
De lay-out van verrijkte kooien is erg variabel. Positionering en lay-out van inrichtingselementen is belangrijk
om een juist gebruik te verwezenlijken en daarmee daadwerkelijk bij te dragen aan het welzijn van leghennen,
de hygiëne in de kooi en de eikwaliteit. Nesten kunnen achterin, aan de zijkant of voorin de kooien geplaatst
worden. Dit kan de controle op de dieren en de hygiëne van de eieren en hennen beïnvloeden. Strooisel kan
verstrekt worden in bakken of op matten op de kooibodem. Strooiselbakken kunnen bovenop het nest
geplaatst worden of lager in de kooi op de kooibodem aan de zijkant of achterin de kooi. Zitstokken kunnen op
diverse manieren en hoogtes gepositioneerd worden. Afhankelijk van de positionering kan het gebruik beter of
slechter zijn. De kooidimensies zijn sterk gerelateerd aan de groepsgrootte en hebben grote invloed op
inspectiemogelijkheden en de mogelijkheden om de kippen uit de kooien te halen.
       Gedrag
Legkippen in verrijkte kooien hebben matige tot redelijke bewegingsmogelijkheden, afhankelijk van het
systeem. De kleine groepskooien bieden de kippen weliswaar evenveel ruimte als de grote groepskooien,
maar in de laatstgenoemde kunnen de kippen meer ruimte van elkaar "lenen" waardoor ze effectief meer
ruimte hebben. Gedragingen zoals strekken en vleugelslaan zijn daardoor goed mogelijk in grote
groepskooien en beperkt mogelijk in kleine groepskooien. Synchronisatie van gedrag is mogelijk voor wat
betreft eten en drinken. Voor stofbaden ligt het aan de lay-out van het systeem. Globaal kan gesteld worden
dat de kleine groepskooien geen mogelijkheid bieden tot synchronisatie van stofbad- en eileggedrag, terwijl
de grote groepskooien uitgerust zijn met groepsnesten die synchroon leggedrag mogelijk maken. Bij de
                                                                                                                 30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>grotere kooien met een scharrelmat is ook synchronisatie van stofbadgedrag mogelijk. Er zijn goede
mogelijkheden tot nestzoek- en eileggedrag. Er is beperkt substraat aanwezig voor stofbaden of scharrelen.
Vooral in grotere groepskooien kunnen kippen hun eigen microklimaat redelijk beïnvloeden. De beperkte
groepsgroottes stellen de kippen in staat om een vaste pikorde in te stellen. Er zijn beperkte vlucht- en
schuilmogelijkheid in geval van conflicten of ziekte. Pikkerijproblemen kunnen voorkómen worden door het
instellen van een laag lichtniveau. Dit vermindert echter de exploratie- en communicatiemogelijkheden voor
het dier.
     Alternatieve (niet-kooi) systemen
Deze systemen bevatten alle systemen die in de EU-richtlijn 1999/74 "alternatieve systemen" genoemd
worden. Kenmerk van deze systemen is dat de verzorging van de dieren vanuit de dierruimte gebeurt. De
pluimveehouder loopt dus in het systeem. Alle huidige alternatieve systemen zijn uitgerust met nesten,
strooisel- en roostervloeren en zitstokken. Er mogen maximaal 9 kippen per m2 voor de kippen bruikbaar
oppervlak worden gehouden, hetgeen neerkomt op 1111 cm2/kip, dit is inclusief 250 cm2 strooiselruimte per
kip. De term alternatief wordt eigenlijk alleen gebruikt voor niet-kooisystemen. Alternatieve kooien vallen er
dus niet onder. Beter is daarom eigenlijk om te spreken over niet-kooisystemen, maar omdat de term
alternatieve huisvesting zo is ingeburgerd zal deze verder gebruikt worden.
        2.2.1      Enkel-laagse alternatieve systemen
        Systeem
Enkel-laagse alternatieve systemen bestaan uit één leeflaag voor de kippen. Minimaal 1/3 van het
vloeroppervlak is bedekt met strooisel. Het andere deel bestaat meestal uit een beun met roosters en een
mestput eronder. Bij een enkel-laags systeem doorsnijdt een denkbeeldige verticale lijn op elk punt in de stal
slechts één leeflaag voor de dieren. Bij de aanwezigheid van een beun is wel sprake van een trapsgewijze
opstelling van de leefvloeren, maar er is geen overlap. Het traditionele scharrelsysteem is een goed
voorbeeld.
De stallen zijn natuurlijk of mechanisch geventileerd en de verlichting bestaat uit TL- of gloeilampen,
eventueel aangevuld met daglicht via ramen en/of uitloop-openingen.
                                                                                                31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Schematische doorsnede van enkel-laags alternatief systeem
        Gedrag
In niet-kooi systemen hebben de kippen alle ruimte en mogelijkheden om de diverse gedragingen te kunnen
vertonen. Schuilmogelijkheden zijn vrij beperkt. Kippen kunnen in de nesten schuilen of naar een ander deel
van de stal gaan. In dit laatste geval ontlopen ze wel de confrontatie met bepaalde kippen, maar daarvoor in
de plaats krijgen ze nieuwe confrontaties met elders aanwezige hennen. In enkellaagse systemen kan nog
wel eens najaag-gedrag worden waargenomen, waarbij een hen over grote afstand door een andere kip
achterna gezeten wordt. In een dergelijk geval lukt het de nagejaagde kip niet om uit het zicht van de jager te
komen.
Een belangrijk punt bij niet-kooi systemen is de massaliteit. De grote groepen resulteren erin dat de kippen
elkaar niet meer individueel herkennen en geen vaste pikorde kunnen instellen.
        2.2.2      Meer-laagse alternatieve systemen
        Systeem
Meer-laagse systemen, ofwel volières, bestaan uit het vloeroppervlak van de stal plus daarboven nog een of
meer leefvloeren. Deze bestaan meestal uit een rooster met daaronder een mestband.
                                                                                                                32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>De stallen zijn doorgaans mechanisch geventileerd en de verlichting bestaat uit TL- of gloeilampen.,
desgewenst aangevuld met daglicht via ramen en/of uitloop-openingen.
Er zijn vele verschillende varianten op de markt. Gebaseerd op hun ontwerp kunnen deze in drie
hoofdcategorieën verdeeld worden.
-   Volières met niet-geïntegreerde nesten: volières met verschillende lagen roostervloeren en apart daarvan
    stellingen met nesten. Voer en water worden op de roosterstellingen verstrekt, Een extra waterlijn kan
    voor de nesten gemonteerd zijn.
-   Volières met geïntegreerde nesten: volières, waarbij de nesten in dezelfde stellingen geïntegreerd zijn als
    de roostervloeren.
-   Portaalsystemen: twee volièrestellingen met geïntegreerde legnesten worden aan de bovenkant
    verbonden door een enkel-laags systeem. Een kenmerk is dat de pluimveehouder onder de bovenste
    vloer kan doorlopen en dat het vloeroppervlak meestal uit volledig strooisel bestaat.
Schematische doorsnede van volière met geïntegreerde nesten
                                                                                                33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Schematische doorsnede van portaalsysteem
       Gedrag
In meerlaagse niet-kooi systemen zijn alle elementen aanwezig om het dier in staat te stellen alle gedragin
gen te uiten. Een verschil met enkellaagse systemen is, dat de kip[pen een extra dimensie ter beschikking
hebben. Deze kunnen ze benutten om te vluchten in geval van conflicten. Het najaag-gedrag dat in
                                                                                                            34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>enkellaagse systemen kan worden waargenomen, komt veel minder tot niet voor in meerlaagse systemen. Dit
komt doordat de kippen de verticale ruimte gebruiken om te vluchten en daardoor uit het zicht van de najager
verdwijnen.
Net als bij de enkellaagse systemen zorgt de massaliteit ervoor dat individuele dierherkenning niet mogelijk is.
Over het algemeen neemt men aan dat er geen sprake is van groepsbinding, hoewel sommige onderzoekers
aangeven dat subgroepen ontstaan.
Een punt van aandacht bij portaalsystemen zijn de duidelijk te onderscheiden twee niveaus: 1. het
bovengedeelte, 2. de vloer en de verspringende vloeren aan de zijkant. In de praktijk blijken dieren niet altijd
van het bovenste niveau af te komen. Doordat ze daar blijven, komen ze nooit bij het strooisel en missen dit
element in hun omgeving. Dit effect wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het management van het systeem,
waarbij de kippen tot 20-23 weken leeftijd in het systeem worden opgesloten. Pas na die leeftijd kunnen de
bovenste hennen naar beneden, maar ze hebben dan reeds een redelijk vast gedrag en zullen dus moeilijker
leren om naar omlaag naar het strooisel te gaan.
         2.2.3. Niet-kooi systemen met uitloop
         Systeem
In combinatie met de alternatieve systemen kan extra ruimte aan de kippen geboden worden. Dit kan via een
of beide van de volgende mogelijkheden:
-    Overdekte uitloop: dit is een overdekte ruimte, die aan de stal vast zit en beschikbaar is gedurende de
     lichtperiode. De vloer is verhard en meestal bedekt met strooisel. Het klimaat is gelijk aan het
     buitenklimaat, behalve dat door middel van windbreekgaas regen en harde wind tegengehouden wordt.
     In een aantal landen wordt deze ruimte ook wel Wintergarten genoemd. Indien deze ruimte permanent
     beschikbaar is voor de dieren, wordt hij ook wel tot de stalruimte gerekend en wordt de strooiselruimte
     binnen meestal wat beperkt.
-    Uitloop: Dit is een stuk niet-overdekt land (4 m2 per hen), overwegend bedekt met vegetatie. Kippen
     krijgen gedurende een aantal uren per dag toegang tot deze ruimte door middel van uitloopopeningen in
     de muur van de stal (of overdekte uitloop indien aanwezig).
         Gedrag
De overdekte uitloop en uitloop zijn vooral bedoeld voor exploratiegedrag en foerageergedrag. Een goed
                                                                                                 35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>ingerichte uitloop biedt de hennen tevens voldoende schuilmogelijkheden. Dat dit niet altijd afdoende is blijkt
uit praktijkcijfers, waarbij 2-5% uitval gerapporteerd wordt als gevolg van predatie door vooral roofvogels,
maar ook vossen.
          2.3. Diversen
Er zijn een aantal systemen die niet in de bovengenoemde categorieën passen:
-     Enkel-laagse alternatieve systemen met volledig rooster of volledig strooisel: als alternatief systeem
      voldoen deze niet aan de Nederlandse en Europese wettelijke normen en zijn daarom verboden (er moet
      minimaal 30% strooisel zijn en zitstokken mogen niet boven het strooisel opgesteld worden). Systemen
      met volledig roostervloeren kunnen eventueel onder de kooinormen vallen, mits ze aan die eisen
      voldoen.
-     Tenten: worden in Nederland nog niet gebruikt, maar ze kunnen in enkele situaties van nut zijn.
-     Mobiele stallen: deze kunnen vele verschillende lay-outs hebben. De grotere varianten zullen een
      inrichting hebben die past binnen de bovengenoemde categorieën.
Deze systemen komen niet of sporadisch voor en worden daarom verder niet behandeld.
          2.4. Biologische houderij
          Systeem
In de biologische houderij worden overwegend enkellaagse niet-kooi-systemen gebruikt. De laatste jaren zijn
ook enkele stallen ingericht met meerlaagse niet-kooi-systemen. Daarbij beperkt men zich wel tot de
extensievere systemen. Per hen is een oppervlakte voorgeschreven van 1666 cm2 per kip en een
zitstoklengte van 18 cm per kip. De maximale groepsgrootte is 3000 dieren.
Hoewel overwegend eenzelfde inrichting gebruikt wordt als in scharrelsystemen, blijkt meer en meer dat een
betere afstemming van de inrichting op het diergedrag minder snel pikkerijproblemen geeft. Ten opzichte van
de reguliere houderij wordt steeds vaker gekozen voor een andere opstelling van de verschillende
inrichtingselementen in de stal. Bij de biologische houderij zal men meer streven naar zogenaamde
geschieden functiegebieden. Daarbij onderscheidt men in de stal:
-     een foerageer- en scharrel-zone: dit is het gedeelte met strooisel. In tegenstelling tot de reguliere
      houderij heeft een deel van de biologische pluimveehouders de voer- en watervoorziening ook in deze
      zone. Het merendeel van de pluimveehouders heeft deze voorzieningen echter op het rooster.
                                                                                                                36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>-    een eileg-zone: in de meeste enkellaagse stallen zijn de nesten op het rooster gepositioneerd. Er zijn
     echter enkele stallen die de nesten wat gescheiden (verhoogd) van het strooisel-rooster-gedeelte
     hebben, om zo geen verstoring van het eileg-gedrag te krijgen.
-    een rust-zone: bij de enkellaagse systemen zijn dit de verhoogde zitstokken op het roostergedeelte.
     Overdag kunnen hier eventueel afgepikte kippen rust vinden.
In de biologische houderij is altijd een uitloop beschikbaar (4 m2 per kip) en vaak ook een overdekte uitloop.
      Gedrag
Door de lagere bezettingsdichtheid en de meestal vrij aantrekkelijk ingerichte uitloop hebben dekippen ruime
mogelijkheden tot het uiten van natuurlijk gedrag. In de biologisch-dynamische houderij zijn ook hanen
aanwezig. dit is echter maar een beperkt aantal (3 per 100 kippen). Praktijkervaringen geven aan dat deze
hanen wel een functie kunnen vervullen bij het beschermen van de kippen tegen predatie door roofvogels.
Ook in de biologische houderij zijn de groepsgroottes te groot om het dier in staat te stellen elk dier
individueelt e herkennen en daarmee en stabiele pikorde in te stellen.
In tegenstelling tot de behandelde snavels van regulier gehouden kippen hebben de hele, niet behandelde
snavels van biologische kippen nog een onbeschadigde tastzin, waardoor ze niet beperkt worden in hun
fourageergedrag en lichaamsverzorging. Daarentegen kunnen deze hele snavels meer beschadigingen aan
huid en veren van andere kippen teweegbrengen.
                                                                                                  37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>       3.       MOGELIJKHEID TOT UITEN VAN NATUURLIJK GEDRAG LEGKIPPEN
Tabel 1: Punten in het natuurlijk gedrag van legkippen per gangbaar houderijsysteem onder gebruikelijk management
            waarvoor verbetering van de situatie het meest belangrijk is (•).
           Voor deze categorie systemen zijn sommige natuurlijke gedragingen niet van toepassing (nvt). De niet
            ingevulde vlakjes geven aan dat deze gedragingen voldoende kunnen worden uitgevoerd of beperkt
            uitvoerbaar zijn, maar geen prioriteit hebben om te verbeteren.
                                        Gedragselement(en) op
                                        basis waarvan de mate
                                                                           Verrijkte kooien   Verrijkte kooien
                                        waarop natuurlijk gedrag
Context/             Gedrags-                                              (kleine groepen    (grote groepen     Enkel-laagse
                                        kan worden vertoond
functie              categorie
                                        is/zijn gescoord.                  tot ca. 10-15      vanaf 10-15        alternatieve
                                                                           hennen)            hennen)            systemen
Onderhouds-          Eten               1. Omnivoor, selectie
gedrag                                  voerbestanddelen
                                        2. Foerageergedrag,
                                                                                 ●                 ●
                                        exploratief gedrag
                                        3. Dag-nachtritme, "bouts"
                     Drinken            Naar behoefte kunnen
                                        drinken
                     Bewegen            1. Gescheiden functie-                   ●                 ●
                                        gebieden, vluchtgedrag
                                        2. Vleugelslaan,
                                        verenschudden
                                                                                 ●                 ●
                                        3. Op stok gaan
                                                                                                                  38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>                               Gedragselement(en) op
                                                              Verrijkte kooien   Verrijkte kooien
                               basis waarvan de mate
                                                              (kleine groepen    (grote groepen     Enkel-laagse
Context/      Gedrags-         waarop natuurlijk gedrag
functie       categorie        kan worden vertoond            tot ca. 10-15      vanaf 10-15        alternatieve
                               is/zijn gescoord.
                                                              hennen)            hennen)            systemen
              Lichaams-        Stofbaden, verzorgen                 ●                  ●
              verzorging       veren, rekken/strekken
              Mesten en        Mesten
              urineren
              Rusten &         1. Gezamenlijk slapen,
                               gezamenlijk op stok
              slapen
                               2. Beschutte slaapplaats
              Thermo-          Gedrag kunnen aanpassen
              regulatie        aan
                               omgevingstemperatuur
                               (vleugels spreiden)
Sociaal       Agressie /       Duidelijke dominatie-
gedrag        competitie       hierarchie, sociale relaties
              Versterking      1. Kleine groepen
              groepsbinding    (herkenbaarheid), stabiele
                               dominantiehiërarchie
                               2. Synchronisatie gedrag
              Vluchten /       Vluchtmogelijkheden
              schuilen (voor   (hoge, beschutte plekken)
              soortgenoten
              èn voor
              predatoren)
              Communicatie     Zicht, auditieve signalen,
                               lichaamstaal soortgenoten
              Synchronisatie   Synchronisatie van gedrag
Voortplan-    Seksueel         Natuurlijk, geritualiseerd          nvt                nvt              nvt
tingsgedrag   gedrag           paargedrag
                                                                                                               39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>                               Gedragselement(en) op
                               basis waarvan de mate        Verrijkte kooien   Verrijkte kooien
Context/        Gedrags-       waarop natuurlijk gedrag
                                                            (kleine groepen    (grote groepen     Enkel-laagse
functie         categorie      kan worden vertoond
                                                            tot ca. 10-15      vanaf 10-15        alternatieve
                               is/zijn gescoord.
                                                            hennen)            hennen)            systemen
Voortplan-      Gedrag         1. Isolatie, nestzoek en -        nvt                nvt              nvt
tingsgedrag     rondom         bouw
                geboorte       2. Communicatie hen-              nvt                nvt              nvt
                               kuiken
                Moederzorg     Interactie hen-kuiken,            nvt                nvt              nvt
                gedrag         interactie soortgenoten
Exploratie en   Verkennen      Exploratiegedrag
leren           van nieuwe
                prikkels
                Spelen         Op obstakels springen
Ziekte-         Afzonderen
gerelateerd
gedrag
                Microklimaat   Schuilplaats,
                aanpassen      warmere/koudere plaats
                                                                                                   40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>                           Gedragselement(en) op
                           basis waarvan de mate      Voliere- en
Context/      Gedrags-     waarop natuurlijk                           Biologische
                                                      Portaalsysteme                 Overdekte
                                                                                                 Uitloop
functie       categorie    gedrag kan worden                           houderij
                                                      n                              uitloop
                           vertoond is/zijn
                                                                       (in stal)
                           gescoord.
Onderhouds-   Eten         1. Omnivoor, selectie
gedrag                     voerbestanddelen
                           2. Foerageergedrag,
                           exploratief gedrag
                           3. Dag-nachtritme,
                           "bouts"
              Drinken      Naar behoefte kunnen
                           drinken
              Bewegen      1. Gescheiden functie-
                           gebieden, vluchtgedrag
                           2. Vleugelslaan,
                           verenschudden
                           3. Op stok gaan
              Lichaams-    Stofbaden, verzorgen
              verzorging   veren, rekken/strekken
              Mesten en    Mesten
              urineren
              Rusten &     1. Gezamenlijk slapen,                                     nvt        nvt
              slapen       gezamenlijk op stok
                           2. Beschutte slaapplaats                                   nvt        nvt
              Thermo-      Gedrag kunnen
              regulatie    aanpassen aan
                           omgevingstemperatuur
                           (vleugels spreiden)
Sociaal       Agressie /   Duidelijke dominatie-
gedrag        competitie   hierarchie, sociale
                           relaties
                                                                                                           41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>                               Gedragselement(en) op
                               basis waarvan de mate        Voliere- en
Context/      Gedrags-         waarop natuurlijk                             Biologische
                                                            Portaalsysteme                 Overdekte
                                                                                                        Uitloop
functie       categorie        gedrag kan worden                             houderij
                                                                                           uitloop
                               vertoond is/zijn
                                                            n                (in stal)
                               gescoord.
Sociaal       Versterking      1. Kleine groepen
gedrag        groepsbin-       (herkenbaarheid),
              ding             stabiele
                               dominantiehiërarchie
                               2. Synchronisatie gedrag
              Vluchten /       Vluchtmogelijkheden
              schuilen (voor   (hoge, beschutte
              soortgenoten     plekken)
              èn voor
              predatoren)
              Communicatie     Zicht, auditieve signalen,
                               lichaamstaal
                               soortgenoten
              Synchronisatie   Synchronisatie van
                               gedrag
Voortplan-    Seksueel         Natuurlijk,                     nvt              nvt         nvt        nvt
tingsgedrag   gedrag           geritualiseerd
                               paargedrag
              Gedrag           1. Isolatie, nestzoek en -      nvt              nvt         nvt        nvt
              rondom           bouw
              geboorte         2. Communicatie hen-            nvt              nvt         nvt        nvt
                               kuiken
              Moederzorg       Interactie hen-kuiken,          nvt              nvt         nvt        nvt
              gedrag           interactie soortgenoten
                                                                                                       42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>                               Gedragselement(en) op
                               basis waarvan de mate         Voliere- en    Biologische
Context/        Gedrags-                                                                  Overdekte
                                                             Portaalsyste
                                                                                                           Uitloop
                               waarop natuurlijk gedrag                     houderij
functie         categorie
                                                                                          uitloop
                               kan worden vertoond is/zijn
                                                             men            (in stal)
                               gescoord.
Exploratie en   Verkennen      Exploratiegedrag
leren           van nieuwe
                prikkels
                Spelen         Op obstakels springen
Ziekte-         Afzonderen
gerelateerd
gedrag
                Microklimaat   Schuilplaats,
                aanpassen      warmere/koudere plaats
                                                                                                      43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>4. VERBETERINGSMOGELIJKHEDEN LEGKIPPEN 3
                                              Gedragselementen op basis   waarvan de mate waarop   natuurlijk gedrag kan worden   vertoond is/zijn gescoord                                                                                                      Substraat (totale ruimte)
                        Gedragscategorie                                                                                                                      Meer foerageerruimte   Nieuw (vers) voedsel       Meer ruimte buiten   Substraat (specifiek)                                   Zitstokken (takken)   Klimaatsvariatie                     Compartimentering
    Context/functie                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    Groep kleiner                        Beplanting
Onderhouds-            Eten                           1. Omnivoor, selectie
gedrag                                                                             voerbestanddelen;
                                                      2. Foerageergedrag,                                                                                     -                      1                      1                                                1                                                                        -1                                    1
                                                                                   exploratief gedrag;
                                                      3. Dag-nachtritme, "bouts"
                       Drinken               Naar behoefte kunnen drinken                                                                                                            -                      1                                                                                                                         1                                     1
                       Bewegen                        1. Gescheiden functie-
                                                                                   gebieden, vluchtgedrag;
                                                      2. Vleugelslaan,                                                                                        1                                             -                                                                                1                                                         -1                   1
                                                                                   verenschudden;
                                                      3. Op stok gaan
                       Lichaamsverzorging Stofbaden, verzorgen veren,
                                                                                                                                                                                                            1                        -                       1                               1                     1                                   -1                   1
                                             rekken/strekken
                       Mesten en urineren Mesten                                                                                                                                                                                     1                       -
3
        De wetenschappelijke bijdrage is samengesteld door mw. dr.ir. I.C. de Jong, ir. T.G.C.M. Fiks-Van Niekerk, ir. R.A. van Emous
(Wageningen Universiteit & Research Centre, Animal, Sciences Group Lelystad), dr. P. Koene (Wageningen Universiteit &
Research Centre, leerstoelgroep Ethologie & Welzijn)
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>                                   Gedragselementen op basis   waarvan de mate waarop   natuurlijk gedrag kan worden   vertoond is/zijn gescoord                                                                                                  Substraat (totale ruimte)
                gedragscategorie                                                                                                                   Meer foerageerruimte   Nieuw (vers) voedsel   Meer ruimte buiten   Substraat (specifiek)                                   Zitstokken (takken)   Klimaatsvariatie                     Compartimentering
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        Groep kleiner                        Beplanting
               Rusten & slapen            1. Gezamenlijk slapen,
                                                                        gezamenlijk op stok;                                                                                                                                                  1                               -                     1                  1                                     1
                                           2. Beschutte slaapplaats
               Thermoregulatie     Gedrag kunnen aanpassen aan
                                   omgevingstemperatuur                                                                                                                                          1                    1                       1                               1                     -                  1                -1                   1
                                   (vleugels spreiden)
Sociaal gedrag Agressie /          Duidelijke dominatie-hierarchie,
                                                                                                                                                   1                                             1                                                                                                                     -                1                    1
               competitie          sociale relaties
               Versterking                 1. Kleine groepen
               groepsbinding                                            (herkenbaarheid),
                                                                        stabiele                                                                                                                                                                                              1                                        1                -                    1
                                                                        dominantiehiërarchie;
                                           2. Synchronisatie gedrag
               Vluchten / schuilen Vluchtmogelijkheden (hoge,
                                                                                                                                                                                                 1                                                                            1                                        -1               -1                   -
                                   beschutte plekken)
               Communicatie        Zicht, auditieve signalen,
                                                                                                                                                                                                 1                                                                                                                     1                1                    1
                                   lichaamstaal soortgenoten
               Synchronisatie      Synchronisatie van gedrag                                                                                       1                      1                      1                                                                            1                                        1                1                    1
Voortplantings- Seksueel gedrag    Natuurlijk, geritualiseerd
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             1
gedrag                             paargedrag
               Gedrag rond                 1.                                    Isolatie, nestzoek en -
               geboorte                                                          bouw;                                                                                                           1                                                                                                  1                                   -1
                                           2. Communicatie hen-kuiken
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>                   Gedragselementen op basis   waarvan de mate waarop   natuurlijk gedrag kan worden   vertoond is/zijn gescoord                                                                                                                                  Substraat (totale ruimte)
Gedragscategorie                                                                                                                                                   Meer foerageerruimte   Nieuw (vers) voedsel   Meer ruimte buiten   Substraat (specifiek)                                   Zitstokken (takken)   Klimaatsvariatie                     Compartimentering
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        Groep kleiner                        Beplanting
                   Moederzorg gedrag Interactie hen-kuiken, interactie
                                                                                                                                                                   1                                             1                                                                                                  1                  1                1
                                                                                                                                   soortgenoten
Exploratie en      Verkennen                                                                                                       Exploratiegedrag
                                                                                                                                                                   1                      1                      1                                            1                                                                                         -1                   1
leren              nieuwheid
                   Spelen                                                                                                          Op obstakels springen                                  1                      1                                            1                                                                                         1                    1
Ziektegerela-      Afzonderen                                                                                                                                                                                    1                                                                            1                                        -1               -1                   1
teerd gedrag       Microklimaat                                                                                                    Schuilplaats, warmere/koudere
                                                                                                                                                                                                                 1                    1                       1                               1                     1                                                        1
                   aanpassen                                                                                                       plaats
                   Totaal per
                   verandering                                                                                                                                               5                      4            14                              3                             7                       8                    5                 6                  5           14
                   Rangorde van verbeteringen                                                                                                                                                                    B                                                                            D                                                                              B
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>                                     Gedragselementen op   basis waarvan de mate   waarop natuurlijk gedrag   kan worden vertoond                      Meer natuurlijk gedrag                        Meer ruimte per faciliteit                                        Regelmatig veranderen                                       Mobiliteit tussen klimaten
Context/functie   Gedragscategorie                                                                                                  is/zijn gescoord                            /achtergrondgeluid                                            Meer legnesten                                   Rust,veiligheid   Hoogte benutten
                                                                                                                                                                                                                                  Hanen                        Kloek
Onderhouds- Eten                           1. Omnivoor, selectie
gedrag                                                              voerbestanddelen;
                                           2. Foerageergedrag,                                                                                                                                       1                                                         1
                                                              exploratief gedrag;
                                           3. Dag-nachtritme, "bouts"
                  Drinken            Naar behoefte kunnen
                                                                                                                                                                                                     1                                                         1
                                     drinken
                  Bewegen            1. Gescheiden functie-
                                     gebieden, vluchtgedrag; 2.
                                     Vleugelslaan,                                                                                                                                                   1                            1                            1       1                                                1                                 1
                                     verenschudden; 3. Op stok
                                     gaan
                  Lichaamsverzor-    Stofbaden, verzorgen veren,
                  ging               rekken/strekken                                                                                                                                                                                                           1                               1                        1                                 1
                  Mesten en          Mesten
                  urineren
                  Rusten & slapen    1. Gezamenlijk slapen,
                                     gezamenlijk op stok; 2.                                                                                                                                         1                            1                            1                                      1                 1
                                     Beschutte slaapplaats
                  Thermoregulatie    Gedrag kunnen aanpassen
                                     aan omgevingstemperatuur                                                                                                                                        1                                    1                    1                                                        1                                 1
                                     (vleugels spreiden)
Sociaal           Agressie /         Duidelijke dominantie-
gedrag            competitie         hierarchie, sociale relaties                                                                                                               1                    1                            1       1                                                                             1
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>                                      Gedragselementen op   basis waarvan de mate                       gedrag kan worden                                 Meer natuurlijk gedrag   /achtergrondgeluid        Meer ruimte per faciliteit                                                    Regelmatig veranderen
Context/functie   Gedragscategorie                                                  waarop natuurlijk                       vertoond is/zijn                                                                                                                  Meer legnesten                                       Rust,veiligheid       Hoogte benutten       Mobiliteit tussen
                                                                                                                                               gescoord                                                                                       Hanen                                Kloek                                                                                           klimaten
                  Versterking             1. Kleine groepen
                  groepsbinding                                   (herkenbaarheid),
                                                                  stabiele                                                                                                                                                                    1                                    1
                                                                  dominantiehiërarchie;
                                          2. Synchronisatie gedrag
                  Vluchten / schuilen Vluchtmogelijkheden (hoge,
                                     beschutte plekken)                                                                                                          1                                      1                                 1           1                        1                                          1                     1
                  Communicatie       Zicht, auditieve signalen,
                                     lichaamstaal soortgenoten                                                                                                                     -                        1                                 1                                    1       1                                                  -1
                  Synchronisatie     Synchronisatie van gedrag                                                                                                                     1                        -                                 1           1                        1       1
Voortplan-        Seksueel gedrag    Natuurlijk, geritualiseerd
                                                                                                                                                                                   1                        1                                 -           1
tingsgedrag                          paargedrag
                  Gedrag rond             1. Isolatie, nestzoek en -
                  geboorte                                        bouw;
                                                                                                                                                                                                            1                                 1           -                        1
                                          2. Communicatie hen-
                                                                  kuiken
                  Moederzorg         Interactie hen-kuiken,
                  gedrag             interactie soortgenoten                                                                                                                                                                                                                       -       1                              1
Exploratie en Verkennen              Exploratiegedrag
                                                                                                                                                                                                            1                                 1           1                        1       -
leren             nieuwheid
                  Spelen             Op obstakels springen                                                                                                                                                  1                                 1                                    1       1                               -
Ziektegerela- Afzonderen                                                                                                                                                                                    1                                             1                                                                                       -                           1
teerd gedrag Microklimaat            Schuilplaats,
                  aanpassen          warmere/koudere plaats                                                                                                                                                 1                                             1                        1                                                            1                              -
                  Totaal per verandering                                                                                                                        5                                       16                                    10                     8             14                5                               4                     7                            4
                  Rangorde van verbeteringen                                                                                                                                                                A                                 C           D                        B
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                    48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>Toelichting op verbeteringstabel legkippen
In de tabel zijn alle natuurlijke gedragingen van legkippen weergegeven zoals die eerder in dit rapport zijn beschreven.
Bij de beoordeling van de houderijsystemen zijn verbeteringen voorgesteld. Hieronder volgt een toelichting op deze tabel,
waarin staat aangegeven hoe deze tabel gelezen en geïnterpreteerd dient te worden.
Links staan alle gedragscategorieën, gerubriceerd op dezelfde wijze zoals dat eerder in dit rapport is gedaan. Bovenaan
staan voor elk van deze categorieën verbeteringen in de houderij aangegeven welke er toe bijdragen dat het natuurlijk
gedrag meer en beter kan worden uitgevoerd. Een voorbeeld: om meer te kunnen bewegen (derde element uit de lijst
van gedragscategorieën) is o.a. meer ruimte gewenst. In de kolommen zijn diverse verbeteringen met betrekking tot
ruimte gedefinieerd, o.a. meer ruimte buiten. Vervolgens is in de kolom onder deze verbetering meer ruimte buiten
aangegeven welke andere gedragscategorieën eveneens verbeteren. Zo zal meer ruimte buiten bijdragen aan meer
mogelijkheden tot selectie van voerbestanddelen, meer mogelijkheden tot stofbaden, verzorging veren, rekken/strekken,
gedrag kunnen aanpassen aan omgevingstemperatuur etc.
De liggende streepjes in de tabel geven aan welke verbetering expliciet bij een bepaalde gedragscategorie hoort, dus de
"logische" verbetering. Met een 1 is aangegeven welke andere gedragingen beter kunnen worden uitgevoerd door de
verbetering. Indien de correlatie negatief is, is dit aangegeven met een -1.
Onderaan de tabel is het totaal aan verbeteringspunten opgeteld, en is op basis hiervan een rangorde opgesteld. Let wel:
er is geen wegingsfactor per categorie aangegeven, alle categorieën zijn op dezelfde wijze meegenomen in de
totaalscore. Uiteraard zijn negatieve verbeterpunten afgetrokken.
De volgende toelichting op de prioritaire verbeterpunten is van belang
A) Meer ruimte per faciliteit. Het is niet verwonderlijk dat het aanbieden van meer ruimte per faciliteit de hennen in staat
stellen hier meer en beter gebruik van te kunnen maken. Dit geldt voor het desgewenst vaker gebruik kunnen maken van
de faciliteiten (er is altijd ruimte beschikbaar), voor het optimaler gebruik kunnen maken van de faciliteiten (de ruimte
werkt niet beperkend op de uitvoering van het gedrag) en voor het gebruik kunnen maken op de door de hen gewenste
tijdstippen.
B) Het geven van meer ruimte buiten en beplanting zijn verbeterpunten die speciaal horen bij huisvestingssystemen met
uitloop. In de regel zijn deze aspecten redelijk goed waardoor de dieren de natuurlijke bewegingen in die systemen goed
kunnen uitvoeren.
                                                                                                                      49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>B en C: De aanwezigheid van een kloek en een haan is specifiek voor bepaalde houderijsystemen.
D) Meer legnesten en zitstokken. Met meer legnesten kan een betere synchronisatie van leggedrag optreden. Verder
geven ze extra schuilmogelijkheden voor hennen. In de praktijk blijkt een wat ruimer aanbod van nestruimte positief te
werken op aantal nesteieren en dus het gebruik van de nesten. Daarnaast is de verdeling van kippen over de nesten niet
altijd optimaal. Vooral voor en achterin de stal kan een overbezetting van de nesten optreden. Dit heeft waarschijnlijk te
maken met herkenbaarheid van de nesten en de natuurlijk neiging van legkippenn om haar nest te kunnen herkennen en
daardoor terug te kunnen vinden. Een betere herkenbaarheid van nesten kan resulteren in een optimaler gebruik.
Met het bijplaatsen van extra zitstokken moet voor ogen gehouden worden dat dit vaak ten koste gaat van vrije
loopruimte voor het dier. Meer zitstokken betekent dan vaak minder vrije ruimte, als er verder niet meer ruimte wordt
geboden. In de praktijk blijken in alternatieve systemen voldoende zitstokken te zitten om dieren de mogelijkheid te
geven deze te gebruiken als ze willen, alleen de positionering is niet altijd optimaal.
                                                                                                           50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>      5. HOUDERIJSYSTEMEN VLEESKUIKENS
         Huisvesting
In totaal zijn er in Nederland circa 45 miljoen vleeskuikenplaatsen die voornamelijk gehuisvest zijn in grondstallen. Naast
de traditionele grondstal onderscheiden we voor de vleeskuikenhouderij een aantal systemen:
      1.   Traditionele grondstal
      2.   Traditionele grondstal met strooiseldroging
      3.   Warmte/koelte-systeem
      4.   Vencomatic Broiler System
      5.   Scharrel met of zonder uitloop / Biologisch
Voor de verdeling van de vleeskuikens over de verschillende systemen zie tabel.
         Tabel: Indicatie van de aantallen bedrijven, stallen en dieren met de systemen (2005)
Systeem                 Aantal bedrijven            Aantal stallen          Aantal dieren (*1000)          Dieren (%)
1                             718                       1432                       43.270                     94,1
2                              11                        26                          780                       1,9
3                              10                        20                          700                       1,6
4                               1                          2                         100                       0,2
5                              10                        20                          150                       0,3
Totaal                        750                       1500                       45.000                    100,0
Bron: telefonische navraag bij leveranciers van de betreffende systemen; deze cijfers zijn vervolgens afgetrokken van de
CBS-cijfers om tot de cijfers voor de traditionele grondstal te komen zijn.
Regels voor alternatieve huisvesting van vleeskuikens zijn geregeld in de Handelsnormen voor vleespluimvee ((EEG)
1906/90) en de Verordening voor de biologische productie ((EG) 1804/1999).
         5.1. Traditionele grondstal
Het grootste gedeelte van de vleeskuikens in Nederland wordt gehouden in traditioneel ingerichte stallen met ongeveer
25 - 35.000 dieren per stal. In deze stallen hebben alle kuikens de beschikking over de volledige ruimte waarin ze zich
vrij kunnen bewegen. Een doorsnee vleeskuikenstal heeft een laagje strooisel op een betonvloer, voerpannen en
drinknippels. Verder wordt in de meeste vleeskuikenstallen gebruik gemaakt van mechanische ventilatie en TL
                                                                                                                       51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>verlichting. De stallen worden verwarmd met heteluchtkanonnen of gaskappen. De inlaat van verse lucht vind in de regel
plaats via kleppen of ventielen aan de zijkant van de stal. De afgewerkte vuile lucht wordt bij de meeste in lengterichting
afgezogen door grote ventilatoren in de gevel aan de achterkant van de stal.
Figuur 1: Traditionele grondstal voor vleeskuikens
                                                            ventilatoren
                                                               gevel
                                                                                                                  inlaat
                                                                                                                ventielen
                                                                                          waterlijn   voerlijn
                                                                                                               52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>         5.2. Traditionele grondstal met geperforeerde vloer met strooiseldroging
Ook dit systeem is ontwikkeld in het kader van de milieu problematiek en werkt ook met een tussenvloer. In tegenstelling
tot het vorige systeem wordt bij dit systeem de lucht door een geperforeerde vloer gestuwd. Hierdoor wordt het strooisel
en de mest die op de vloer ligt gedroogd. Dit systeem heeft in 1994, door zijn lage uitstoot van ammoniak, een
zogenaamd Groen Label erkenning gekregen.
                                                                                                                    53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>Figuur 2: Geperforeerde vloer met strooiseldroging voor vleeskuikens
       5.3. Warmte/koelte-systeem
                                                                     54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>Een gedeelte van de traditioneel ingerichte vleeskuikenstallen heeft een zogenaamde warmte/koelte-systeem (R&R
systems) in de vloer gebouwd. In de vloer zijn op een isolatielaag warmtewisselaars aangebracht voor de verwarming of
koeling van de vloer en het strooisel. Een bijkomend voordeel is dat de vloer waarop de dieren 24 uur per dag verblijven,
afhankelijk van hun leeftijd, gekoeld of verwarmd kan worden. Naast het ammoniakemissie reducerend vermogen heeft
dit systeem bijkomende voordelen op het gebied van klimaatregeling en energiebesparing.
        Figuur 3: Warmte/koelte-systeem voor vleeskuikens
        5.4. Vencomatic Broiler System (VBS)
Figuur 4: Vencomatic Broiler System (VBS)
                                                                                                                     55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>Een relatief nieuwe ontwikkeling in het houden van vleeskuikens is het zogenaamde Vencomatic Broiler System (VBS).
Dit is een meeretage systeem waarin de vleeskuikens zijn gehuisvest. De kuikens zitten op een transportband, die
bedekt is met papier en strooisel. Verse lucht komt direct bij de dieren. Uit de eerste resultaten met dit systeem blijkt dat
de gezondheid van de vleeskuikens op dit systeem beter is in vergelijking met het traditionele systeem. Volgens de
fabrikant resulteert dit in betere technische resultaten als groei, voerconversie en een lagere uitval.
         5.5. Scharrel met of zonder uitloop / Biologisch
Naast de gangbare methode van huisvesting voor vleeskuikens wordt de laatste jaren een klein gedeelte van de
vleeskuikens gehouden volgens scharrel met uitloop (0,2%) en biologische (0,2%) normen. Deze systemen kenmerken
zich door:
      -    kleinere groepen dieren (boerenscharrel: max. ca. 5.000)
      -    het gebruik van langzamer groeiende rassen
      -    het strooien van graan (biologisch)
      -    daglicht
      -    een lagere bezetting
      -    aaneengesloten donkerperiode
      -    langere groeiperiode (ca. 9 weken)
      -    scharrel- en uitloop mogelijkheden buiten
                                                                                                                56
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>     6.    MOGELIJKHEID TOT UITEN VAN NATUURLIJK GEDRAG VLEESKUIKENS
Tabel 2: Punten in het natuurlijk gedrag van vleeskuikens per gangbaar houderijsysteem onder gebruikelijkmanagement
           waarvoor verbetering van de situatie het meest belangrijk is (•).
           Voor deze categorie systemen zijn sommige natuurlijke gedragingen niet van toepassing (nvt). De niet
           ingevulde vlakjes geven aan dat deze gedragingen voldoende kunnen worden uitgevoerd of geen prioriteit
           hebben om te verbeteren.
                                                                                              grondhuisvesting   Traditioneel met   strooiseldroging   Warmte/koelte                  Vencomatic broiler
Context/            Gedrags-            Gedragselement(en) op basis
                                                                               Traditionele
functie             categorie           waarvan de mate waarop
                                                                                                                                                                       systeem                             systeem
                                        natuurlijk gedrag kan worden
                                        vertoond is/zijn gescoord.
Onderhouds-         Eten              1. Omnivoor, selectie
gedrag                                  voerbestanddelen
                                      2. Fourageergedrag, exploratief
                                        gedrag
                                      3. Dag-nachtritme, "bouts"
                    Drinken           Naar behoefte kunnen drinken
                    Bewegen           1. Gescheiden functie-
                                        gebieden, vluchtgedrag
                                      2. Vleugelslaan, verenschudden
                                                                           laatste 2
                                      3. Op stok gaan                          weken                             idem                                  idem                           idem
                                                                           knelpunt                                          ●                                  ●                                  ●
                                                                                       ●
                    Lichaams-         Stofbaden, verzorgen veren,
                    verzorging        rekken/strekken
                    Mesten en         Mesten
                    urineren
                                                                                                                                                                                 57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>                                                                      Traditionele   grondhuisvesting   Traditioneel met   strooiseldroging   Warmte/koelte             Vencomatic   broiler systeem
Context/         Gedrags-           Gedragselement(en) op basis
                                                                                                                                                              systeem
functie          categorie          waarvan de mate waarop
                                    natuurlijk gedrag kan worden
                                    vertoond is/zijn gescoord.
                 Rusten &         1. Gezamenlijk slapen,                       ●                                    ●                                  ●                       ●
                 slapen             gezamenlijk op stok
                                  2. Beschutte slaapplaats
                 Thermo-          Gedrag kunnen aanpassen aan
                 regulatie        omgevingstemperatuur (vleugels
                                  spreiden)
Sociaal gedrag   Agressie /       Duidelijke dominantie-hierarchie,            ●                                    ●                                  ●                       ●
                 competitie       sociale relaties
                 Versterking      1. Kleine groepen
                 groeps-          (herkenbaarheid), stabiele
                 binding          dominantiehiërarchie
                                  2. Synchronisatie gedrag
                 Vluchten /       Vluchtmogelijkheden (hoge,
                 schuilen (voor   beschutte plekken)
                 soortgenoten
                 èn voor
                 predatoren)
                 Communi-         Zicht, auditieve signalen,
                 catie            lichaamstaal soortgenoten
                 Synchroni-       Synchronisatie van gedrag
                 satie
                                                                                                                                                                                     58
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>                                 Gedragselement(en) op basis
                                                                                    grondhuisvesting                                                                        Vencomatic broiler
                                 waarvan de mate waarop
                                                                                                       Traditioneel met   strooiseldroging   Warmte/koelte
Context/          Gedrags-       natuurlijk gedrag kan worden
                                                                     Traditionele
functie           categorie      vertoond is/zijn gescoord.
                                                                                                                                                             systeem                             systeem
Voortplantings-   Seksueel       Natuurlijk, geritualiseerd
gedrag            gedrag         paargedrag
                  Gedrag         1. Isolatie, nestzoek en -bouw
                  rondom
                  geboorte       2. Communicatie hen-kuiken
                  Moederzorg     Interactie hen-kuiken, interactie
                  gedrag         soortgenoten
Exploratie en     Verkennen      Exploratiegedrag
leren             van nieuwe
                  prikkels
                  Spelen         op obstakels springen
Ziekte-           Afzonderen
gerelateerd
gedrag
                  Microklimaat   schuilplaats, warmere/koudere
                  aanpassen      plaats
                                                                                                                                                                       59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>                                                                                               Scharrel met
Context/         Gedragscategorie
                                                                                                                         Biologisch
                                       Gedragselement(en) op basis waarvan
                                                                                    Scharrel
functie                                de mate waarop natuurlijk gedrag kan
                                       worden vertoond is/zijn gescoord.                                      uitloop
Onderhouds-      Eten                  1. Omnivoor, selectie voerbestanddelen
gedrag                                 2. Fourageergedrag, exploratief gedrag
                                       3. Dag-nachtritme, "bouts"
                 Drinken               Naar behoefte kunnen drinken
                 Bewegen               1. Gescheiden functie-gebieden,
                                       vluchtgedrag
                                       2. Vleugelslaan, verenschudden
                                       3. Op stok gaan                             idem        idem                     idem
                                                                                    ●                  ●                 ●
                 Lichaams-             Stofbaden, verzorgen veren,
                 verzorging            rekken/strekken
                 Mesten en urineren    Mesten
                 Rusten & slapen       1. Gezamenlijk slapen, gezamenlijk op        ●                  ●                 ●
                                       stok
                                       2. Beschutte slaapplaats
Sociaal gedrag   Agressie /            Duidelijke dominantie-hierarchie, sociale
                 competitie            relaties
                 Versterking           1. Kleine groepen (herkenbaarheid),
                 groepsbinding         stabiele dominantiehiërarchie
                                       2. Synchronisatie gedrag
                 Vluchten / schuilen   Vluchtmogelijkheden (hoge, beschutte
                 (voor soortgenoten    plekken)
                 èn voor
                 predatoren)
                 Communicatie          Zicht, auditieve signalen, lichaamstaal
                                       soortgenoten
                 Synchronisatie        Synchronisatie van gedrag
                                                                                                                                      60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>                                                                                         Scharrel met
Context/          Gedragscategorie
                                                                                                                       Biologisch
                                      Gedragselement(en) op basis waarvan
                                                                              Scharrel
functie                               de mate waarop natuurlijk gedrag kan
                                      worden vertoond is/zijn gescoord.                                 uitloop
Voortplantings-   Seksueel gedrag     Natuurlijk, geritualiseerd paargedrag
gedrag
                  Gedrag rondom       1. Isolatie, nestzoek en -bouw
                  geboorte
                                      2. Communicatie hen-kuiken
                  Moederzorg gedrag   Interactie hen-kuiken, interactie
                                      soortgenoten
Exploratie en     Verkennen van       Exploratiegedrag
leren             nieuwe prikkels
                  Spelen              Ostakels springen
Ziekte-           Afzonderen          Schuilplaats, warmere/oudere plaats
gerelateerd
gedrag
                                                                                                                  61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>                  7. VERBETERINGSMOGELIJKHEDEN VLEESKUIKENS 4
                                                       Gedragselementen op   basis waarvan de mate   waarop natuurlijk gedrag   kan worden vertoond is/zijn              Meer foerageerruimte                                                             Substraat (totale ruimte)
                              gedragscategorie                                                                                                                                                  Nieuw (vers) voedsel
                                                                                                                                                                                                                  merbuiten       Substraat (specifiek)                               Zitstokken (takken)   Klimaatsvariatie                         Compartimentering
Context/functie                                                                                                                                               gescoord                                                                                                                                                          Groep kleiner
Onderhouds-                  Eten                                               1.                                    Omnivoor, selectie
gedrag                                                                                                                voerbestanddelen;
                                                                                2.                                          Fourageergedrag,                             -                      1                         1                               1                                                                    -1
                                                                                                                      exploratief gedrag;
                                                                                3.                                         Dag-nachtritme, "bouts"
                             Drinken                  Naar behoefte kunnen drinken                                                                                                              -                         1                                                                                                    1
                             Bewegen                  1. Gescheiden functie-gebieden,
                                                      vluchtgedrag; 2. Vleugelslaan,
                                                                                                                                                                         1                                                    -                                                       1                                                          -1
                                                      verenschudden; 3. Op stok gaan
                             Lichaamsverzorging       Stofbaden, verzorgen veren,
                                                                                                                                                                                                                          1       -                       1                           1                     1                                    -1
                                                      rekken/strekken
                             Mesten en urineren       Mesten                                                                                                                                                                      1                       -
                             Rusten & slapen          1. Gezamenlijk slapen, gezamenlijk
                                                      op stok; 2. Beschutte slaapplaats                                                                                                                                                                   1                           -                     1                  1
                             Thermoregulatie          Gedrag kunnen aanpassen aan
                                                      omgevingstemperatuur (vleugels                                                                                                                                      1       1                       1                           1                     -                                    -1
                                                      spreiden)
                  4
                      De wetenschappelijke bijdrage is samengesteld door mw. dr.ir. I.C. de Jong, ir. T.G.C.M. Fiks-Van Niekerk, ir. R.A. van Emous
                  (Wageningen Universiteit & Research Centre, Animal, Sciences Group Lelystad), dr. P. Koene (Wageningen Universiteit &
                  Research Centre, leerstoelgroep Ethologie & Welzijn)
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                62
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>                    Gedragscategorie        Gedragselementen op   basis waarvan de                 natuurlijk gedrag kan   worden vertoond                      Meer foerageerruimte   Nieuw (vers) voedsel            Substraat (specifiek)   Substraat (totale             Zitstokken (takken)                                        Compartimentering
Context/functie                                                                      mate waarop                                             is/zijn gescoord                                            buiten                                                                                    Klimaatsvariatie    Groep kleiner
                                                                                                                                                                                                                                                                   ruimte)
   Sociaal gedrag Agressie / competitie Duidelijke dominatie-hierarchie,                                                                                        1                      1                      1                                                                                                       -                1
                                            sociale relaties
                   Versterking                                      1.                      Kleine groepen
                   groepsbinding                                                            (herkenbaarheid), stabiele
                                                                                                                                                                                                                                                                               1                                      1                -
                                                                                            dominantiehiërarchie;
                                                             2.                             2. Synchronisatie gedrag
                   Vluchten / schuilen      Vluchtmogelijkheden (hoge,
                                                                                                                                                                                                              1                                                                1                                      -1               -1
                                            beschutte plekken)
                   Communicatie             Zicht, auditieve signalen,
                                                                                                                                                                                                              1                                                                                                       1                1
                                            lichaamstaal soortgenoten
                   Synchronisatie           Synchronisatie van gedrag                                                                                           1                      1                      1                                                                1                                      1                1
Voortplantings-    Seksueel gedrag          n.v.t. voor vleeskuikens
gedrag             Gedrag rond geboorte n.v.t. voor vleeskuikens
                   Moederzorg gedrag        Interactie hen-kuiken, interactie
                                                                                                                                                                1                                             1                                                                                    1                  1                1
                                            soortgenoten
Exploratie en      Verkennen nieuwheid Exploratiegedrag                                                                                                         1                      1                      1                                              1                                                                         -1
leren              Spelen                   Op obstakels springen                                                                                                                      1                      1                                              1                                                                         1
Ziektegerel-teerd Afzonderen                                                                                                                                                                                  1                                                               1                                       -1               -1
gedrag             Microklimaat             Schuilplaats, warmere/koudere
                                                                                                                                                                                                              1        1                                     1                 1                   1
                   aanpassen                plaats
                   Totaal per verandering                                                                                                                                 5                      5                13             3                                    7               8                    4                 6                  5
                    Rangorde van verbeteringen                                                                                                                                                                    B                                                               C
                                                                                                                                                                                                                                                                        63
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>                                             Gedragselementen op   basis waarvan de mate   waarop natuurlijk gedrag   kan worden vertoond is/zijn                                                 gesdrag/achtergrondgeluid       Meer ruimte per faciliteit                   Regelmatige veranderingen                                                 Mobiliteit tussen klimaten
    Context/functie   Gedragscategorie                                                                                                                                          Meer natuurlijk                                                                                                                Veiligheid, rust       Hoogtre benutten
                                                                                                                                                    gescoord       Beplanting                                                                                      kloek
Onderhouds-           Eten                           1. Omnivoor, selectie
gedrag                                                                         voerbestanddelen;
                                                     2. Fourageergedrag,                                                                                       1                                                              1                                1
                                                                               exploratief gedrag;
                                                     3. Dag-nachtritme, "bouts"
                      Drinken               Naar behoefte kunnen drinken                                                                                       1                                                              1                                1
                      Bewegen                        1. Gescheiden functie-
                                                                               gebieden, vluchtgedrag;
                                                     2. Vleugelslaan,                                                                                          1                                                              1                                1           1                                                      1                                            1
                                                                               verenschudden;
                                                     3. Op stok gaan
                      Lichaamsverzorging Stofbaden, verzorgen veren,
                                            rekken/strekken                                                                                                    1                                                              1                                1                                           1                      1                                            1
                      Mesten en urineren    Mesten
                      Rusten & slapen                1. Gezamenlijk slapen,
                                                                               gezamenlijk op stok;                                                            1                                                              1                                1                                           1                      1
                                                     2. Beschutte slaapplaats
                      Thermoregulatie       Gedrag kunnen aanpassen aan
                                            omgevingstemperatuur                                                                                               1                                                              1                                1                                                                  1                                            1
                                            (vleugels spreiden)
                      Agressie / competitie Duidelijke dominatie-hierarchie,
5
                                            sociale relaties                                                                                                   1                            1                                 1                                                                                                   1
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                64
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>                                         Gedragselementen op basis   waarvan de mate waarop                           worden vertoond is/zijn                                          gesdrag/achtergrond-geluid   Meer ruimte per faciliteit                   Regelmatige veranderingen                                                     Mobiliteit tussen klimaten
                                                                                              natuurlijk gedrag kan
                                                                                                                                                                Beplanting
Context/functie   gedragscategorie                                                                                                                                                                                                                                                               Veiligheid, rust       Hoogtre benutten
                                                                                                                                                gescoord        Meer natuurlijk meer                                                                 kloek
                  Versterking              1.                                 Kleine groepen
                  groepsbinding                                               (herkenbaarheid),
                                                                              stabiele                                                                                                                                                           1
                                                                              dominantiehiërarchie;
                                           2. Synchronisatie gedrag
                  Vluchten / schuilen   Vluchtmogelijkheden (hoge,
                                        beschutte plekken)                                                                                                 -                      1                                 1                            1                                           1                      1
                  Communicatie          Zicht, auditieve signalen,
                                        lichaamstaal soortgenoten                                                                                          1                       -                                1                            1           1                                                      -1
                  Synchronisatie        Synchronisatie van gedrag                                                                                          1                      1                                 -                            1           1
Voortplantings-   Seksueel gedrag       n.v.t. voor vleeskuikens
gedrag            Gedrag rond           n.v.t. voor vleeskuikens
                  geboorte
                  Moederzorg gedrag     Interactie hen-kuiken,
                                        interactie soortgenoten                                                                                                                   1                                 1                            -           1                               1
Exploratie en     Verkennen nieuwheid Exploratiegedrag                                                                                                     1                                                        1                            1           -                               1
leren             Spelen                Op obstakels springen                                                                                              1                                                        1                            1           1                               -                      1
Ziektegerela-     Afzonderen                                                                                                                               1                                                        1                                                                                               -                      1
teerd gedrag      Microklimaat          Schuilplaats,
                                                                                                                                                           1                                                        1                            1                                                                  1                      -
                  aanpassen             warmere/koudere plaats
                  Totaal per
                  verandering                                                                                                                              13                     4                                 14                           13          5                               4                      7                      4
                    Rangorde van verbeteringen                                                                                                             B                                                        A                            B
                                                                                                                                                                                                                                                                                             65
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>         Toelichting op verbeteringstabel vleeskuikens
In de tabel zijn alle natuurlijke gedragingen van vleeskuikens weergegeven zoals die eerder in dit rapport zijn
beschreven. Bij de beoordeling van de houderijsystemen zijn verbeteringen voorgesteld. Hieronder volgt een
toelichting op deze tabel, waarin staat aangegeven hoe deze tabel gelezen en geïnterpreteerd dient te
worden.
Links staan alle gedragscategorieën, gerubriceerd op dezelfde wijze zoals dat eerder in dit rapport is gedaan.
Bovenaan staan voor elk van deze categorieën verbeteringen in de houderij aangegeven welke er toe
bijdragen dat het natuurlijk gedrag meer en beter kan worden uitgevoerd. Een voorbeeld: om meer te kunnen
bewegen (derde element uit de lijst van gedragscategorieën) is o.a. meer ruimte gewenst. In de kolommen
zijn diverse verbeteringen met betrekking tot ruimte gedefinieerd, o.a. meer ruimte buiten. Vervolgens is in de
kolom onder deze verbetering meer ruimte buiten aangegeven welke andere gedragscategorieën eveneens
verbeteren. Zo zal meer ruimte buiten bijdragen aan meer mogelijkheden tot selectie van voerbestanddelen,
meer mogelijkheden tot stofbaden, verzorging veren, rekken/strekken, gedrag kunnen aanpassen aan
omgevingstemperatuur etc.
De liggende streepjes in de tabel geven aan welke verbetering expliciet bij een bepaalde gedragscategorie
hoort, dus de "logische" verbetering. Met een 1 is aangegeven welke andere gedragingen beter kunnen
worden uitgevoerd door de verbetering. Indien de correlatie negatief is, is dit aangegeven met een -1.
Onderaan de tabel is het totaal aan verbeteringspunten opgeteld, en is op basis hiervan een rangorde
opgesteld. Let wel: er is geen wegingsfactor per categorie aangegeven, alle categorieën zijn op dezelfde
wijze meegenomen in de totaalscore. Uiteraard zijn negatieve verbeterpunten afgetrokken.
De       volgende       toelichting     op     de     prioritaire   verbeterpunten      is     van      belang.
A) Meer ruimte per faciliteit. Het is niet verwonderlijk dat het aanbieden van meer ruimte per faciliteit de
kuikens in staat stelt hier meer en beter gebruik van te kunnen maken. Dit geldt voor het desgewenst vaker
gebruik kunnen maken van de faciliteiten, voor het optimaler gebruik kunnen maken van de faciliteiten (de
ruimte werkt niet beperkend op de uitvoering van het gedrag) en voor het gebruik kunnen maken op de door
het kuiken gewenste tijdstip.
                                                                                                                66
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>B) Zitstokken. Zitstokken bieden de kuikens een rust- of schuilplaats. Uit verschillende proeven is gebleken
dat de stokken wel gebruikt worden, maar niet zoveel als bij leghennen. Een zuivere vergelijking tussen beide
diersoorten op dezelfde leeftijd is echter nooit gemaakt. Verder neemt het zitstokgebruik dramatisch af in de
laatste weken van de mestperiode. De constitutie van het moderne vleeskuiken bemoeilijkt dan het gebruik
van de stokken.
Algemeen: De prioritaire verbeterpunten bij vleeskuikens verschillen niet veel van die bij leghennen. Dit is
logisch als men bedenkt dat beide dieren in oorsprong gelijk zijn. Verschillen treden dus op door verschillen in
levensfase waarin de dieren zich bevinden (vleeskuikens worden geslacht voordat ze volwassen worden) en
het type houderij. De beperkingen in de houderij zijn echter meestal terug te voeren tot aspecten als
schaalvergroting en gebrek aan ruimte, hetgeen bij beide sectoren voortkomt uit vergelijkbare motieven
(economisch).
                                                                                                 67
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>2: SAMENSTELLING VAN DE WERKGROEP “NATUURLIJK GEDRAG VAN PLUIMVEE”
De werkgroep bestond uit:
    •   dr. T Fiks-van Niekerk (WUR-ASG)
    •   ir. M. de Jong(Dierenbescherming)
    •   drs. P. L.F. Bours (LNV)
    •   ir. A. Spieker(LTO-pluimvee)
    •   A.Kon (NVP)
    •   Ir. E.G.M. Bokkers (PVE)
    •   ir. S.J. Beukema (voorzitter, Bureau van de Raad voor Dierenaangelegenheden)
                                                                                     68
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>3: OVERZICHT VAN PUBLICATIES
Onderstaand overzicht betreft de publicaties van de Raad vanaf 2002. Een overzicht van eerdere door de
Raad uitgebrachte adviezen kan worden opgevraagd bij het secretariaat van de Raad of is te vinden op
www.raadvoordierenaangelegenheden.nl.
PUBLICATIES IN 2006:
RDA 2006/01       Gedeelde zorg, actieplan. Forum welzijn gezelschapsdieren
RDA 2006/02       Gedeelde zorg, feiten en cijfers. Forum welzijn gezelschapsdieren
RDA 2006/03       Hergebruik dierlijke eiwitten
RDA.2006/04       Natuurlijk gedrag van melkvee en vleeskalveren
Rda 2006/05       Natuurlijk gedrag van varkens
Jaarverslag 2005
PUBLICATIES IN 2005:
RDA 2005/01       De rol van wild bij de insleep en verspreiding van klassieke varkenspest en mond- en
                  klauwzeer in Nederland
RDA 2005/02       Immunosterilisatie als een alternatief voor de huidige wijze van castratie in de varkens-
                  houderij
RDA 2005/03       Maintaining or improving farm animal welfare in the light of increasing trade liberalisation
                  and globalisation: a contradiction in terms?
RDA 2005/04       Het houden van potentieel gevaarlijke diersoorten als gezelschapsdier
RDA 2005/05       Implicaties van de opinie van EFSA over het bedwelmen en doden van de belangrijkste
                  productiedieren voor Richtlijn 93/119/EG en het Nederlandse standpunt ten aanzien van
                  deze Richtlijn.
RDA 2005/06       I&R hobbydieren/definitie gezelschapsdier
RDA 2005/07       De erkende dierenarts
RDA 2005/08       Oostvaardersplassen
Jaarverslag 2004
                                                                                               69
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>PUBLICATIES IN 2004:
RDA 2004/01       Dierziektebeleid met draagvlak – Advies over de bestrijding van zeer besmettelijke
                  dierziekten; deel 2 – Onderbouwing van het advies
RDA 2004/02       Herinrichting van het distributie- en kanalisatiesysteem van diergeneesmiddelen in
                  Nederland
RDA 2004/03       Negatief- en positieflijst voor vissen, reptielen en amfibieën ter invulling van artikel 33 van
                  de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
RDA 2004/04       Bestialiteit
RDA 2004/05       Strategieën om te komen tot een efficiëntere opsporing van besmettelijke, aangifteplichtige
                  dierziekten
RDA 2004/06       Verkenning van de toekomstperspectieven voor agroproductieparken in Nederland
Jaarverslag 2003
PUBLICATIES IN 2003:
RDA 2003/01       Advies omtrent dierziekten en zoönosen, waarvoor hobbymatig gehouden dieren vatbaar
                  zijn en als drager kunnen fungeren, die een bedreiging kunnen vormen voor de
                  gezondheid van mensen en bedrijfsmatig gehouden dieren en die in het kader van grote
                  bestrijdingscampagnes relevant zijn
RDA 2003/02       Wet- en regelgeving omtrent hobbydieren
RDA 2003/03       Mogelijke dierenwelzijnproblemen in de paardenhouderij
RDA 2003/04       Zorgen voor je paard
RDA 2003/05       Criteria voor dodingsmethoden voor paling en meerval
RDA 2003/06       Het doden van drachtige grote landbouwhuisdieren
RDA 2003/07       Negatief- en positieflijst voor zoogdieren en vogels ter invulling van artikel 33 van de
                  Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
RDA 2003/08       Dierziektebeleid met draagvlak – Advies over de bestrijding van zeer besmettelijke
                  dierziekten; deel 1 – Advies
Jaarverslag 2002
PUBLICATIES IN 2002:
                                                                                                                  70
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>RDA 2002/01 Minimum welzijnseisen tijdens bestrijdingscampagnes
RDA 2002/02 Fokken met recreatiedieren (1)
RDA 2002/03 Fokken met recreatiedieren (2)
RDA 2002/04 Advies aan de Directeur Landbouw van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en
            Visserij inzake een plan van aanpak voor de bestrijding van aangeboren afwijkingen bij
            katten
RDA 2002/05 Een toetsingskader en toelatingsprocedure voor aanwijzing van nieuwe voor productie te
            houden vissoorten
                                                                                    71
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>