<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>       Identificatie & Registratie van honden en katten
                                    als instrument bij
       Zoönosenbestrijding en Fokbeleid in Nederland
“We kiezen nu wat we later willen kunnen”
Voor de mens is er een centrale verplichte registratie van geboorte, sterfte, doodsoorzaak, plaats
van geboorte en actuele woonplaats. Hierdoor weet men hoe de (mensen)populatie zich over het
land verspreidt, hoe oud men wordt en waaraan men doodgaat. Gegevens over ziekten kunnen
worden gerelateerd aan deze macropopulatie zodat men snel kan zien of zich ergens een
epidemie aan het ontwikkelen is. Deze gegevens zijn onmisbaar voor beleidsmakers op tal van
gebieden, met inbegrip van de gezondheidszorg.
Vergelijkbare gegevens bij gezelschapsdieren ontbreken. We weten niet hoeveel er precies zijn,
hoe ze zich over het land verspreiden, hoe oud ze worden en waaraan ze dood gaan. Als zich in
een subpopulatie een ziekte ontwikkelt kunnen we niet vaststellen of het om een epidemie gaat
want we kennen de gehele vatbare populatie niet. Dit belemmert de ontwikkeling van beleid
m.b.t. gezelschapsdieren, een groep die in de samenleving steeds meer in de belangstelling komt
te staan (zowel in positieve als negatieve zin).
Het gemis van deze gegevens is niet alleen van belang voor de sector gezelschapsdieren, het is
ook relevant voor de gezondheid en veiligheid van de mens. Gezelschapsdieren kunnen ziekten
overbrengen op de mens of op andere wijze bedreigend zijn (bijtwonden). Het ontbreken van
inzicht in de omvang en samenstelling van de populatie die hierbij is betrokken belemmert het
ontwikkelen van gericht beleid, terwijl de samenleving daar in toenemende mate om vraagt.
Algehele registratie van essentiële gegevens van gezelschapsdieren kan bijdragen aan een
gerichte aanpak van een aantal problemen die in de samenleving steeds meer aandacht krijgen.
Het probleem met een dergelijke registratie is dat zij vooral waardevol is als zij alle in aanmerking
komende dieren betreft. Bij een vrijwillige registratie wordt dit doel niet bereikt. Een aanzienlijk
deel van de Nederlandse honden en de meerderheid van de Nederlandse katten is niet
geïdentificeerd en/of geregistreerd. Dit zal pas veranderen als de registratie de eigenaar een
duidelijk voordeel biedt of verplicht wordt gesteld. Het voordeel van registratie boven niet-
registratie blijkt tot op heden niet voldoende om tot een vrijwillige algehele registratie te komen.
De sector ziet dan ook een verplichte registratie als enige mogelijkheid om op dit gebied op korte
termijn voortgang te maken.
Verplichte registratie levert de overheid een aantal voordelen op: niet alleen komen er gegevens
beschikbaar op basis waarop effectief beleid kan worden ontwikkeld, maar ook krijgt de overheid
de mogelijkheid om snel en adequaat in te grijpen bij dreigende epidemieën van zoönosen. De
meest in het oog springende voorbeelden zijn Rabiës en Aviaire Influenza.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Vanwege verschillende factoren, zoals veranderende klimatologische omstandigheden en
toegenomen wereldwijde bewegingen van mensen, dieren en dierlijke producten, en vanwege het
innige contact dat eigenaren met hun huisdieren blijken te hebben (50% van de huisdieren slaapt
bij de eigenaar, 60% van de eigenaren laat zich door hond of kat in het gezicht likken 1 ) zouden op
termijn ook de volgende op de mens overdraagbare ziekten een bedreiging kunnen gaan
vormen 2 :
     •   SARS (kat als vector niet uit te sluiten)
     •   Bartonella henselae (kattenkrabziekte, kat als reservoir en vector)
     •   Capnocythophagia carnimorsus (via bijtwonden van een hond)
     •   Streptobacillus (rattenbeetziekte, via bijtwonden van een hond)
     •   Echinococcose (E. Granulosa en E. Multilocularis) (hond als reservoir en vector)
     •   Rickettsiase en Leishmaniase (overdracht via teken, hond als ‘importeur’ en reservoir)
     •   Toxoplasmose (kat als reservoir en vector)
     •   Salmonellose (hond en kat als reservoir en vector)
     •   Campylobacteriose (hond en kat als reservoir en vector)
     •   Giardiasis (overdracht van hond naar mens, maar ook van mens naar hond mogelijk)
De kans op een uitbraak van genoemde ziekten is onderwerp van wetenschappelijke discussie en
zorg. Echter, de gevolgen van een daadwerkelijke uitbraak van één van deze ziekten zijn zodanig
dat de overheid nú al een bewuste keuze zou moeten maken welke potentiële
bestrijdingsmaatregelen zij bij een uitbraak wenst te kunnen inzetten. Het achterwege laten van
bepaalde onderdelen van I & R, nodig voor die bestrijdingsmaatregelen, betekent dat de overheid
er bewust voor kiest haar bestrijdingsmogelijkheden in te perken.
Identificatie & Registratie voor het fokbeleid in Nederland dient andere belangen, waarmee nog
niet gezegd is dat dit geen overheidsbelangen zijn.
Leeswijzer:
In dit advies vindt u eerst een toelichting over de mogelijke methoden van Identificatie en
Registratie.
Vervolgens worden de risico’s van een plotselinge verspreiding van een zoönose aan de hand van
de voorbeelden Rabiës en Aviaire Influenza kort beschreven. Daarna wordt een aantal mogelijke
bestrijdingsmaatregelen en de relevantie van verschillende niveaus van Identificatie & Registratie
voor die bestrijdingsmaatregelen opgesomd.
Tot besluit worden de mogelijkheden van Identificatie en Registratie voor ondersteuning van het
fokbeleid in Nederland aangegeven.
Het geheel wordt afgesloten met het advies van de Raad voor Dierenaangelegenheden inzake
Identificatie & Registratie van honden en katten als instrument bij zoönosenbestrijding en
fokbeleid in Nederland.
1
  Onderzoek PVH/RIVM, in publicatie
2
  Zoonoses in Europe: a risk to public health. (RIVM, 2004)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Definities: Mogelijkheden voor I & R
Identificatie
Identificatie van honden en katten is het kenmerken van een dier met een –onlosmakelijk met dat
dier verbonden- unieke code. Gebruikelijke identificatiemethoden voor honden en katten in
Nederland zijn het plaatsen van een tatoeage in het oor en het plaatsen van een microchip onder
de huid.
De tatoeage is gemakkelijk zonder hulpmiddelen af te lezen, waarbij moet worden aangemerkt
dat de afleesbaarheid te wensen over kan laten en dat er, vanwege fysieke beperkingen, een
ondergrens kan zitten aan de leeftijd waarop de tatoeage geplaatst kan worden. Een tatoeage, in
Nederland gewoonlijk geplaatst in het oor van hond of kat, wordt door sommigen als ontsierend
ervaren.
De microchip is gemakkelijk, ook bij zeer jonge dieren, onder de huid te plaatsen. De microchip
bevat een wereldwijd uniek nummer, dat echter wel met speciale apparatuur dient te worden
gelezen. Vanaf 2008 is de elektronische identificatiemethode met behulp van een chip de enige
officiële identificatiemethode [EU verordening COM(2000)529-C5-0477/2000/0221(COD)]
Registratie
Registratie is het vastleggen van de unieke diercode in een databestand. Bij het vastleggen van
deze diercode kan een aantal aanvullende gegevens worden opgeslagen zoals afstamming,
fokker- en eigenaargegevens –al dan niet met historie- en gegevens over een bepaalde
gezondheidsstatus.
De diercodes met eventueel aanvullende gegevens kunnen centraal of decentraal worden
geregistreerd. Momenteel worden deze gegevens in Nederland decentraal, door private partijen,
opgeslagen. Voordelen van een decentraal systeem zijn dat de kosten over het algemeen door de
private partijen worden gedragen en dat private partijen met hun deelnemers kunnen afspreken
méér dan alleen dier- en eigenaargegevens te registreren. Voordeel van een centraal systeem is
dat er op uniforme wijze data worden opgeslagen die, bijvoorbeeld in geval van een zoönose-
uitbraak, snel en uniform beschikbaar kunnen zijn. Bij een centrale registratie zou de overheid ook
kunnen aangeven welke data zij graag vastgelegd zou hebben.
De registratie van diercodes en aanhangende gegevens kan op vrijwillige basis of verplicht
geschieden. Momenteel is de registratie van identificatie van honden en katten in Nederland
vrijwillig.
Bij vrijwillige registratie gaat men uit van een positieve inzet van de diereigenaar. Op deze manier
wordt alleen een geselecteerde groep dieren, eigendom van goedwillende houders en fokkers, in
beeld gebracht. Bij de identificatie en eerste registratie worden de gegevens veelal correct
aangeleverd, maar het onderhoud van gewijzigde gegevens - ook op basis van vrijwilligheid - kan
te wensen over laten, waardoor het risico bestaat op bestanden met verouderde, inmiddels
onjuiste data. Momenteel bepalen de eigenaren van de databestanden en de diereigenaren welke
data zij willen (laten) registreren.
Bij verplichte registratie is er meer dwang voor de diereigenaar om zijn dier te laten identificeren
en registreren, en diereigenaren die zich aan de registratie willen onttrekken kunnen strafbaar
worden gesteld. Door een combinatie van verplichte deelname met een centrale
uitleesmogelijkheid van de registraties kan een goed beeld van de populatie in Nederland
gehouden honden en katten worden verkregen. Bij een verplichte registratie kan de overheid
vaststellen welke data minimaal vastgelegd moeten worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Identificatie & Registratie & zoönosenbestrijding
Rabiës
Algemeen:
Rabiës (hondsdolheid) is een virusinfectie van zoogdieren. De ziekte heeft voor de mens vaak een
dodelijk verloop en vereist op zijn minst een ingrijpende geneeskundige behandeling.
Verspreiding van het virus kan plaats vinden via onder andere vossen, honden, katten en enkele
typen vleermuizen. Overdracht van het virus vindt plaats via besmet speeksel. Rabiës wordt
gekenmerkt door gedragsveranderingen, waardoor de kans op bijtincidenten groter is.
Huidige situatie:
In Nederland komt een Rabiësvariant bij enkele vleermuissoorten voor. In omringende landen
komt Rabiës voor, onder andere bij vossen en wasbeerhonden. België is officieel Rabiësvrij.
Europese regelgeving schrijft voor dat bij grensoverschrijdend verkeer van honden en katten in
het dierenpaspoort wordt vermeld dat de verplichte Rabiësvaccinatie heeft plaatsgevonden 3 .
Binnen Nederland is Rabiësvaccinatie niet verplicht, in Duitsland evenmin en in België slechts
regionaal. 4 Er is in Nederland geen centrale registratie van de vaccinatiestatus van honden en
katten. De vaccinaties worden wel geregistreerd op het bij het dier horende dierenpaspoort.
Mogelijke risico’s:
De mogelijke insleep van Rabiës via vleermuis, vos, verwilderde kat en hond valt buiten het
gezichtsveld van de overheid en is met de huidige beheersmaatregelen niet uit te sluiten.
Bij een uitbraak in Nederland kan een snelle verspreiding via de (plaatselijk dichte populatie) wilde
vossen, verwilderde katten en zwerfhonden plaatsvinden. De gehouden hond en kat kunnen
vervolgens als overbrenger van het virus naar de mens fungeren.
Aviaire Influenza
Algemeen:
Aviaire influenza (AI) is een virusinfectie van in de eerste plaats vogels. Van het hoogpathogene
H5N1-influenzavirus dat momenteel in de belangstelling staat is aangetoond dat het van vogels op
andere diersoorten zoals hond, kat en mens kan overgaan. Een besmetting met hoogpathogeen
H5N1 kan voor de mens dodelijk aflopen.
Huidige situatie:
Na een uitbraak van AI in 2003 is Nederland momenteel vrij. In Duitsland en Engeland is in 2006
en 2007 wel hoogpathogene AI vastgesteld. In Duitsland is AI-besmetting bij de kat vastgesteld. In
Hong Kong en Azië is AI-besmetting, met dodelijke afloop, bij mensen vastgesteld.
In Nederland wordt gemonitord op het voorkomen van AI bij pluimvee.
Er is in Nederland geen vaccin tegen AI voor gebruik bij honden en katten geregistreerd.
Mogelijke risico’s:
Het virus kan in Nederland worden geïntroduceerd via trekvogels en via transport van gehouden
vogels of gevogelteproducten. Introductie via wilde of verwilderde dieren zoals zwerfkatten is niet
uit te sluiten: recent onderzoek heeft laten zien dat zowel honden als katten het virus ook kunnen
verspreiden, onder meer onder soortgenoten 5 , 6 , 7 , 8 , 9 .
Ook huishonden en -katten zouden zich kunnen besmetten via vogelkadavers. Het is niet
uitgesloten dat vervolgens mensen zich kunnen besmetten via geïnfecteerde honden of katten.
Als het virus van mens tot mens gaat verspreiden is er een reëel risico op een pandemie
(wereldwijde besmetting), waarbij experts miljoenen humane sterfgevallen verwachten.
3
  Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 inzake veterinairrechtelijke
voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren, geldend vanaf 3 juli 2004 voor het vervoer van
honden, katten en fretten binnen de Europese Unie.
4
  EFSA zoönoses report 2004: Rabies
5
  Thijs Kuiken, Guus Rimmelzwaan, Debby van Riel, Geert van Ameringen, Marianne Baars, Ron Fouchier, Albert Osterhaus.
Avian H5N1 Influenza in Cats, Science 306: 241; 2004.
Avian H5N1 Influenza in Cats, Science 306: 241; 2004.6 E. Thiry, A. Zicola, D. Addie et al, Highly pathogenic avian influenza
H5N1 virus in cats and other carnivores, Veterinary Microbiology 122: 25-31; 2007.
7
  Declan Butler. Thai dogs carry bird-flu virus, but will they spread it? Nature 439: 773; 2006a.
8
  Declan Butler. Can cats spread avian flu? Nature 440: 135; 2006b.
9
  Riks Maas, Mirriam Tacken, Lisette Ruuls et al. Avian Influenza (H5N1) Susceptibility and Receptors in Dogs. EID13: 1219-
21; 2007.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Bestrijdingsmaatregelen:
Een aantal elementen van zoönosenbestrijding en de daarbij benodigde Identificatie en Registratie
van honden en katten is:
•   Inschatten spreidingsrisico: centrale I & R of decentrale I & R met centrale uitleesmogelijkheid.
    Door de huishonden en –katten beter in beeld te brengen hoeft men over dat gedeelte van de
    dierpopulatie geen aannames te doen. Betrouwbaarheid van de data (zoals adresgegevens van
    de eigenaar) is wel belangrijk.
•   In beeld brengen van de populatie potentiële overbrengers naar de mens (huishond en –kat):
    centrale I & R of decentrale I & R met centrale uitleesmogelijkheid.
    De huishonden en –katten zijn een specifieke risicofactor in de dierpopulatie, omdat zij door
    het vaak nauwe contact met de mens een belangrijke factor in het overbrengen van zoönosen
    kunnen zijn.
•   Signaleren en in kaart brengen van een opkomende zoönose: I & R met centraal
    geregistreerde of uitleesbare gezondheidsstatus.
    Als de registratie van bepaalde (potentieel) zoönotische aandoeningen centraal uitgelezen kan
    worden, is een bewakingssysteem voor de volksgezondheid ten aanzien van deze
    aandoeningen mogelijk.
•   Risico-inschatting van spreiding en overdracht verfijnen: I & R met centraal geregistreerde of
    uitleesbare vaccinatiestatus.
    Door de vaccinatiestatus van een dier te registreren kan het gevaccineerde deel van de
    dierpopulatie worden uitgesloten van de groep potentiële spreiders en overbrengers.
•   Gericht diereigenaren benaderen, waardoor maatregelen ‘op maat’ genomen kunnen worden:
    centrale I & R of decentrale I & R met centrale uitleesmogelijkheid.
    Als op regionaal niveau de diereigenaren selectief kunnen worden benaderd, kan in een vroeg
    stadium van een uitbraak met maatregelen op kleinere schaal worden volstaan. Gerichte,
    persoonlijke benadering van de eigenaar door de overheid kan de kans op implementatie van
    de maatregelen door de eigenaar groter maken.
•   Handhaven van uitgevaardigde maatregelen zoals aanlijn- en ophokplicht: verplichte I & R.
    Bij constatering van overtreding van een ingestelde maatregel zou door middel van de I & R de
    diereigenaar gemakkelijker op te sporen zijn.
•   Handhaven van uitgevaardigde maatregelen zoals vaccinatieplicht: verplichte I & R met
    (centrale) registratie van de vaccinatiestatus.
    Door ook de vaccinatiestatus van een dier vast te leggen zou aansturing en controle in geval
    van een vaccinatieverplichting bij een (dreigende) zoönose-uitbraak gemakkelijker en
    completer plaats kunnen vinden dan zonder verplichte I & R.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Identificatie & Registratie & Fokbeleid
Doelstellingen fokbeleid:
De genetische aanleg van een dier is mede bepalend voor zijn toekomstige mogelijkheden en
beperkingen. De basis voor gezondheid, welzijn en maatschappelijk aanvaardbaar gedrag wordt
derhalve in de fokkerij gelegd.
De identificatie en registratie van honden en katten in de fokkerij gebeurt momenteel op
vrijwillige basis, voornamelijk door de goedbedoelende dierhouders. Fokkers en importeurs die
zich willen onttrekken aan het maatschappelijke gezichtsveld laten hun dieren niet (meer)
identificeren en/of registreren en zijn daarmee slechter bereikbaar voor (overheids-) controle en
sociale dwang.
Doordat de dierhouders, importeurs en fokkers met ‘andere prioriteiten’ zich aan de
maatschappelijke en wettelijke normstelling kunnen onttrekken, kan er naast het welwillende
circuit een populatie dieren met ongewenste eigenschappen blijven bestaan.
Honden:
De totale hondenpopulatie in Nederland bedraagt circa 1,8 miljoen dieren 10 . Voor de herkomst
van deze honden kunnen we vijf hoofdgroepen 11 onderscheiden: georganiseerde kynologie (ca
500.000 dieren), de georganiseerde beroepsmatige fokkers/ handelaren (ca 150.000 honden per
jaar afgeleverd), de ongeorganiseerde beroepmatige fokkers, de gelegenheidsfokkers en de
handelaren/wederverkopers. Over deze laatste groepen zijn geen goede gegevens beschikbaar.
De georganiseerde kynologie en de georganiseerde beroepsmatige fokkers/handelaren kennen
verschillende vormen van fokkerijbeleid en stellen kwaliteitseisen aan hun deelnemers.
Katten:
De totale kattenpopulatie in Nederland bedraagt naar schatting 3.3.miljoen dieren9. Voor de
herkomst van deze katten kunnen we twee hoofdgroepen onderscheiden: de raskattenfokkers (ca.
5% van de populatie katten) en de gelegenheidsfokkers. Niet alle raskattenverenigingen
verplichten hun deelnemers tot Identificatie en Registratie van hun dieren. Het fokbeleid bij
raskatten staat nog in de kinderschoenen, maar er is inmiddels wel een ‘Plan van aanpak
schadelijke erfelijke kenmerken bij raskatten’ geschreven door de stichting Overleg Platform van
de Nederlandse Cat Fancy (OP).
Agressieve dieren
De Regeling Agressieve Dieren lijkt weinig effect gehad te hebben: niet alleen zijn er veertien jaar
na datum nog steeds pitbulls op straat, ook lijkt de interesse van de harde kern van
‘probleemeigenaren’ inmiddels te hebben verplaatst naar potentieel agressieve honden die
vanwege hun uiterlijk buiten de regeling vallen. Het invoeren van een MAG-test 12 als voorwaarde
om met een dier te mogen fokken, zou kunnen bijdragen aan de bestrijding van
agressieproblemen bij honden: het koppelen van het met goed gevolg afleggen van deze test aan
de identificatiegegevens maakt controle op geschiktheid voor de fok een stuk gemakkelijker.
Erfelijke gebreken
In de honden- en kattenhouderij zijn er initiatieven genomen om zelfstandige registraties te
kunnen koppelen. Er zijn meldpunten van afzonderlijke organisaties en er ligt een plan om tot een
landelijk Veterinair Meldpunt voor erfelijke gebreken te komen. Koppeling van het voorkomen van
erfelijke gebreken aan de identiteitsgegevens van de betreffende dieren kan bijdragen aan het
terugdringen van de erfelijke gebreken. Bovendien kunnen gegevens over het voorkomen van
erfelijke gebreken binnen een ras via bijvoorbeeld het LICG naar fokkers en (toekomstige)
diereigenaars gemeld worden.
10
   Gedeelde zorg, Feiten & cijfers, Forum Welzijn Gezelschapsdieren maart 2006, advies RDA 2006/2.
11
   Rapportage Handel en fokkerij – honden en katten, werkgroep 1, Forum Welzijn Gezelschapsdieren, maart 2006.
12
   Maatschappelijk Aanvaardbaar Gedragtest, W.J.Netto, D.J.U. Planta, Behavioural testing for aggression in the domestic dog.
Applied Animal Behaviour Science 52 (3-4) 1997, pp. 243-263.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Fokmaatregelen:
Een aantal elementen van het fokbeleid en de daarbij benodigde Identificatie en Registratie van
honden en katten is:
•     Het opstellen en implementeren van fokbeleid vraagt om inzicht in gezondheids- en
      gedragsproblemen. Voor de bijsturing van fokbeleid dient men bovendien voldoende zicht te
      hebben op de populatie waarvoor dit beleid bedoeld is. Hiervoor zijn populatiegegevens
      nodig (omvang, verwantschap) en gezondheidsgegevens. Betrouwbaarheid van de gegevens
      zal toenemen naarmate er meer honden en katten zijn geïdentificeerd en geregistreerd en
      hun gezondheidsgegevens aan het chipnummer gekoppeld zijn.
•     Door terugkoppeling van de gesignaleerde problemen naar de producent (de fokker of de
      importeur) kunnen deze in de gelegenheid worden gesteld adequate correctieve en
      preventieve maatregelen te nemen. Een koppeling tussen de melding (het dier met de
      ongewenste eigenschap) en de producent is daarvoor nodig.
•     Registratie van de fokkersgegevens, afstammingsgegevens en gedragskwalificaties kan
      gebruikt worden om sturend op te treden in het fokbeleid ter vermindering van agressie bij
      honden: is een hond identificeerbaar dan is eenvoudiger na te gaan of de ouderdieren met
      goed gevolg een MAG-test hebben afgelegd.
•     Door het formeel vastleggen van de relatie tussen eigenaar en huisdier is er een basis voor het
      aanspreken van de eigenaar of fokker volgens artikel 425, lid 2 van het Wetboek van
      strafrecht 13 .
Het advies van de Raad voor Dierenaangelegenheden:
De Raad is van mening dat voor een goede monitoring, risico-inschatting, epidemiebestrijding en
handhaving bij zoönosen een verplichte identificatie van honden en katten met centrale
registratie van dier-, eigenaar-, en diergezondheidsgegevens een belangrijk hulpmiddel kan zijn.
De Raad is van mening dat voor het opstellen, implementeren en handhaven van fokbeleid bij
honden en katten identificatie met een centrale registratie van dier-, eigenaar-, en
diergezondheidsgegevens een belangrijke voorwaarde is.
De Raad adviseert de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te streven naar een
verplichte Identificatie en Registratie van honden en katten in Nederland, met daarbij een centraal
uitleesbare registratie van, onder andere, diergezondheidsgegevens. De Raad wil daarbij
aantekenen dat I&R als voorwaardenscheppend gezien moet worden.
13
   Artikel 425 luidt: Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft: 2. Hij die
geen voldoende zorgt draagt voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>