<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>MEI 2008
ADVIES RDA 2008/05

MENS-DIER EN DIER-DIER OVERDRAAGBARE ZIEKTEN DOOR
NAUWER CONTACT TUSSEN STAD EN PLATTELAND

ADVIES AAN DE MINISTER VAN LANDBOUW,
NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT INZAKE HET IN TE
NEMEN STANDPUNT TEN AANZIEN VAN MENS-DIER
EN DIER-DIER OVERDRAAGBARE ZIEKTEN DOOR
NAUWER CONTACT TUSSEN STAD EN PLATTELAND
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>SAMENSTELLING VAN DE RAAD

a prof. dr. H. Vaarkamp, voorzitter
e A. Achterkamp

» prof. dr. L. J. Hellebrekers
> prof. dr. ir. R.B.M. Huirne
e ir MJB. Jansen

a drs. SBM. Jongerius

e J.Th. de Jongh

e ir. BJ. Odink

» prof. dr. A. Pijpers

e ir. J.C.M, van Rijsingen

e SJ. Schenk

» prof. dr. F.J. van Sluijs

e HWA Swinkels

e drs. P.A. Thijsse

e drs. H. van Veen

adviseurs

e ir. G.A.C.J. Gomen

2 mr A, Õppers

e Jr W. J.A. van der Sande

e ir. A. Vermub

Secretaris: drs. L. Hoedemaker

Raad voor Dierenaangelegenheden

bezoekadres:
Willem Witsenplein 5
2596 BK Den Haag

postadres:
Postbus 20401
2500 EK Den Haag

telefoon 070 3785266
fax 070 3786336

email: info@rda.nl

</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>INHOUDSOPGAVE

ADVIES nnen ersenraersnnensenren eneen rte sennensenendevenanernten unread vn 7
1 Inleiding …nnnonranenrennenennenreen wervennsenrenvennentaanenneenveneenrse vaert nenaeanar 7
2 Risico's en preventie... oasen entente rde 7
3 VOOrlichting a... eee crccsestesseseceessoeeeseaseeesescescoesscuatusssaveanessussvsauaseusnsaueuetavasitasasesesssssussversegiteavettivitetsieecccsececee. 7
4 SAMENWEIKING nennen nevens 8
5. Ontwikkelingen... nnee ennen eneen erneer eene. 8
8 regelgeving BSS 8
Onderbouwing van het advies... senden 9
1 Inleiding SRS 9
2. Risicorichtingen mmm mmm sense eenander tenera g
3 _ MAATREGELEN mumm eenen eeens 17
informatiebronnen… nnee vermeer redeneren 18
LE sma 20
Overzicht van publicaties van de raad voor Dierenaangelegenheden. ...,..........mm 24

</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>ADVIES

1. INLEIDING
Er worden op boerderijen en in het landelijk gebied
steeds meer activiteiten ontwikkeld waardoor
stads- en dorpsbevolking bewust meer in contact
komt met de agrarische sector. Voorbeelden zijn
kamperen bij de boer, en wandelen op het
boerenland.
Bi} die activiteiten kunnen door de bezoekers
dieren, vooral honden en katten, worden
meegenomen naar het agrarisch gebied. Onbewust
kunnen de bezoekers en hun dieren smetstoffen
(bijv. bacteriën, virussen, perasieten) van dier op
dier en dier op mens overdraagbare ziekten
meenemen naar de boerderij of zij kunnen
smetsioffen van de boerderij verder verspreiden.
In dit advies worden twee risicoroutes beschreven
Het doel van dit advies is om aan te geven voor
welke besmettingen van overdraagbare ziekten
een vergroot risico kan ontstaan doordat:
1. mensen en dieren smetstoffen meenemen
naar de boerderij,
2. mensen en dieren smetstoffen meenemen van
de boerderij
Vervolgens wordt aangegeven welke (preventieve)
maatregelen kunnen worden genomen en hoe

communicatie daarbij een rol speelt.

2 RISICO'S EN PREVENTIE

Er is weinig bekend over mogelijke
besmettingsrisico’s die het toenemende contact
tussen stad en platteland met zich mee kan
brengen. De laatste jaren is wel gekeken naar
besmettingen op en via kinderboerderiien en
zorgboerderijen. Systematisch onderzoek naar
iransmissieroutes op en via de reguliere
veehouderij en hobbydierhouderijen ontbreekt.
Alleen de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD)
monitoort op een aantal ziekten, en kan een indruk
van incidentie en ontwikkelingen daarin geven op

basis van binnengebracht sectiemateriaal.

De Raad kan op basis van de huidige informatie
niet concluderen dat veranderingen in het
voorkomen van besmettelijke ziekten direct worden
veroorzaakt door de toename van de contacten
tussen stad en platteland.

Wel kan worden aangegeven waar de toenemende
contacten in potentie een grotere kans geeft op
besmetiing door het meenemen van ziektekiemen
naar de boerderij dan wel het verspreiden van

ziektekiemen van de boerderij.

De Raad adviseert veehouders om op hun bedrijf
in ieder geval te zorgen voor preventieve
maatregelen, zoals het beschikbaar stellen van een
goede gelegenheid voor bezoekers om hun
handen te wassen en het plaatsen van
afvalbakken, inclusief zakjes om bijv. hondenpoep

en voedselresten in te doen.

Veehouders moeten van hun bezoekers kunnen
eisen dat, afhankelijk van gevoeligheid van de
diersoort op het bedrijf, de bezoekers bepaalde
maatregelen hebben genomen, zoals het laten
verklaren door de bezoeker dat hij de
meegenomen honden en katten recent heeft
ontwormd,

De veehouder zelf moet ook het goede voorbeeld
gevan en geloofwaardig zijn voor zijn bezoekers.
Wat hij verlangt van zijn bezoekers zai hij zelf cok
moeten doen, het hygiënisch werken en het
regelmatig ontwormen van zijn eigen honden en

katten.

3. VOORLICHTING
De Raad adviseert instanties die het contact tussen
stad en platteland stimuleren en veehouders die
bezoekers op hun bedrijf toestaan aandacht te
schenken aan voorlichting over mogelijke gevaren
voor insleep en verspreiding van bepaalde
infecties, wie speciaal risico's topen en wat van de
bezoekers verwacht mag worden ten aanzien van

hygiëne en omgang met dieren.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>4 SAMENWERKING
In de regel gaat net over besmettingen en infecties
die mogelijk kunnen leiden tot ziekten, die zowel
van uit de veterinaire als de humane
gezondheidszorg van belang zijn. De Raad
adviseert de veterinaire en de humane
gezondheidssector om te streven naar een regulier
en gestructureerd samenwerkingsverband op
zowel lokaal, regionaal als landelijk niveau. Het
doel hiervan is om zoveel mogelijk preventief te
kunnen werken en bij probiemen op lokaal,
regionaat of landelijk niveau snel en doelmatig
maatregelen te kunnen treffen voor zowel de

gezondheid van mens als dier,

5. ONTWIKKELINGEN
Naarmate de ontwikkeling van toenadering tussen
“stad” en “platteland” verder gaat zal de behoefte
aan meer inzicht in risico's en preventie
belangrijker worden, De Raad adviseert om bij de
verdere ontwikkeling van het plattelandsbeleid
meer aandacht te besteden aan het geven van
informatie over risico's van bepaalde infecties en

die infecties ook te monitoren.

6. REGELGEVING

In de huidige regelgeving die is gericht op
(langdurig) bezoek van mensen aan een boerderij,
o.a. de kampeerwet en hygiénewetgeving, wordt
weinig rekening gehouden met de mogelijkheid dat
bezoekende dieren of mensen besmettingen mee
kunnen nemen naar de boerderij of daar
besmettingen Kunnen oplopen en daarna
verspreiden. De Raad adviseert om de huidige
regelgeving op dit punt tegen het licht te houden en
zonodig aan te passen. Regelgeving moet daarbij
niet een doel op zich worden maar worden gebruikt
als ondersteuning van een preventie. en

bestrijdingsbeleid op dit gebied.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>ONDERBOUWING VAN HET ADVIES

1. INLEIDING
Er worden op boerderijen en in het landelijk gebied
steeds meer actviteiten ontwikkeld waardoor
stads- en dorpsbevoiking meer in contact komt met
de agrarische sector. Twee voorbeelden hiervan
zijn “het kamperen bij de boer” en “het openstellen
van wandelpaden door agrarisch gebied”. Deze
ontwikkeling zal zich waarschijnlijk de komende

jaren voortzetten.

Bij de bezoeken aan boerderijen kunnen vaak
dieren meegenomen worden door de bezoekers,
Meestal betreff het dan honden, soms katten.
Door deze bezosken wordt de kans op het
meebrengen van smetstoffen naar de boerderij en
het meenemen van smetstoffen door het bezoeken
van deze boerderijen vergroot. Het kan gaan om
zowel mens-dier als dier-dier overdraagbare
besmettingen.
LTO heeft uit de monitoringsgegevens van de
Gezondheidsdienst voor Dieren geconcludeerd dat
een toename is te constateren van een aanta!
besmettingen op de boerderij, zoais neospora en
toxoplasma. Eén van de corzaken kan de toename
zijn van het aantal bezoekers aan een boerderij.
Als er een infectie optreedt, is echter onduidelijk
hoe de verantwoordelijkheden liggen en wat er
gedaan kan en moet worden, terwijl de schade
voor het dier cq de mens groot kan zijn. LTO vraagt
de Raad om deze problematiek te inventariseren,
aan te geven welke preventieve maatregelen
genomen kunnen worden en wat het belang van
communicatie in deze kan zijn.
Het doef van dit advies is om aan te geven voor
welke besmettingen van overdraagbare ziekten
een vergroot risico kan ontstaan doordat:
2. mensen en dieren smefstoffen meenemen
naar de boerderij,
2. mensen en dieren smetstoffen meenemen van

de boerderij

Vervolgens wordt aangegeven welke (preventieve)
maatregelen Kunnen worden genomen om de
besmettingen te voorkomen en hoe communicatie

daarbij een rol moet spelen.

In bijlage 2 is een aanta! zoönosen genoemd die
door de hond en de kat verspreid kunnen worden.
Niet aile van de in bijlage 2 genoemde zoönosen
zijn in dit advies van even groot belang. Van de
meeste zodnesen zijn geen monitoringgegevens
bekend, zodat een uitspraak over het voorkomen
en daarmee een toe- of afname van incidentie cok
niet gegeven kan worden.

Het advies zai zich daarom beperken tot een aantal
zoönosen dat op dit moment zeker in Nederland
voorkomt en infecties die nu in Nederland veel
aandacht krijgen.

De risico's die de ontwikkeling van het nauwer
contact tussen stad en platteland met zich
meebrengt zijn sterk afhankelijk van de soort
ziektekiem en de mate van blootsteling aan die
ziektekiemen. Om infecties te voorkomen zal
daarom gekeken worden naar de wijze van
besmetting, hoe groot de kans is op (verspreiding
van) ziektekiemen en welke maatregelen genomen
kunnen worden om de blootstelling aan

ziektekiemen te beheersen.
2. RISICORICHTINGEN

2.1 Besmettingsrisico’s veroorzaakt door
bezoekers aan bedrijven voor net
bedrijf en de directe omgeving

Er worden op een toenemend aantal boerderijen

activiteiten ontplooid waardoor bezoekers, al dan

niet met hun dieren, op de boerderij en de directe

omgeving komen.

Te denken valt aan activiteiten zoals:

1. koridurende contacten. Bijvoorbeeld:
- deeinamen aan open dagen,

managementcursussen, boerengoff;
+ aanloop door verkoop van producten op het

bedrijf;
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>2. het kamperen bij de boer,
3. wandelen door agrarisch gebied.

in bovenstaande gevallen brengen bezoekers
bewust een bezoek aan een bedrijf vanwege die
activiteit,

Daarnaast is het mogelijk dat personeel, boeren
zelf of gezinsleden die elders werken ziektekiemen
mee kunnen nemen (bijv. MRSA uit ziekenhuis) of

drager zijn.

Over de besmettingsrisico's voor het boerenbedrijf
voor zowel mens als dier door het toelaten van
bezoekers is weinig bekend,

De door de sector gesignaleerde toename van de
incidentie van neospora en toxoplasma kan worden
veroorzaakt door het nauwere contact tussen
“stad” en “platteland”, maar kan zeker niet als
enige oorzaak worden gezien. Zo is aangetoond
dat toxoplasmose relatief vaker op bedrijven te
vinden zal zijn waar de dieren naar buiten kunnen

gaan.

Ook is van vele smetstoffen nog niet of niet volledig
bekend hoe de besmettingsroutes kunnen topen.

2,1.1 Neospora

De belangrijkste besmetiingroute van deze infectie
van koeien is de overdracht van moeder op kalf.
Meer dan tachtig procent van de kalveren geboren
uit besmette koeien is eveneens besmet. Op deze
manier kan een neospora-besmetting zich vele
generates lang in het koppel handhaven.
Waarschijnlijk blijft een eenmaal! geïnfecteerd rund
levenslang geïnfecteerd. De meeste tijdens de
dracht geïnfecteerde kalveren worden op het oog
gezond geboren.

Een andere besmettingsroute loopt via de hond.
Een rund kan op elke leeftijd worden besmet via
een eindgastheer. Uit onderzoek (Bron 2) is naar
voren gekomen dat de hond ais eindgastheer
fungeert. De hond neemt besmet materiaal van het
rund op, bijvoorbeeld een verworpen vrucht,
nageboorte of vruchtwater, Een tijdje later scheidt
de hond met de ontlasting besmettelijke oöcysten
van de parasiet weer uit. Het rund kan deze

oöcysten vervolgens via het voer of het drinkwater
opnemen. De besmetting wordt door het rund niet
met de mest uitgescheiden.

De schade op veehouderijbedrijven door deze
ziekte kan in duizenden euro's belopen als niet
tijdig wordt ingegrepen. Dit is een gevolg van
kosten door voortijdige afvoer, melkproductiedaling
en langere tussenkalftijd. Door een snelle
opsporing van de infectie en het tijdig nemen van
maatregelen kan de schade beperkt blijven.

Bloed- en ontastingonderzoek van henden op
neospora levert geen zinvolle informatie op over

een besmettingsroute op het bedrijf.

in veel gevallen zal de eigen boerderijkond een
belangrijke besmettingsroute zijn. Echter, er kan
niet worden uitgestoten dat ook honden van
bezoekers een bron van besmetting kunnen
vormen. Dit risico zal groter worden wanneer
honden van bezoekers regelmatig op of in de
nabijheid van boerderijen verblijven waar besmet
materiaal aanwezig is.

De veehouder zal preventieve maatregelen meeten

nemen om de kans op besmetting te beperken.

Schade als gevolg van neospora is te beperken,

deor:

» geen geïnfecteerde dieren aan te kopen:

e te voorkomen dat het voer en het drinkwater
van de runderen kan worden verontreinigd
door hondenontlasting;

e te voorkomen dat honden besmet materiaal
kunnen eten (verworpen vruchten,
nageboorte, vruchtwater, rauw vlees);

® honden niet in de afkalfsta! of de ligboxenstal

toe te laten.

Geconcludeerd kan worden dat:

14. De nauwere contacten tussen stad en
platteland op zich geen groot risico vormen
voor het verspreiden van neospora ais
bezoekende dieren niet in de gelegenheid
worden gesteld besmet materiaal op te nemen;

2. Managemenimaatregelen op het bedrijf de
risico's op besmetting en verspreiding van

neospora sterk kan beïnvloeden;

</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>3. Maar veehouders en bezoekers

gecommuniceerd moet worden over

preventiemaatregelen.

2.1.2 Toxoplasma

Toxoplasmose is ‘een infectie “met de parasiet
Toxoplasma gondii. Vrijwel elk warmbleedig dier,
dus: cok honden ‘en katten, “kan worden
geïnfecteerd. Behoudens een enkele uitzondering
(abortus bij schapen/gelten, en ‘soms „bijzondere
diersoorten) wordt geen dier ziek van ‘deze infectie,

Wel: ‘houden de meeste dieren: de rest van: hún

efselcysten van Toxopiasma. Deze cysten

1 Via consumpäe van vlees (en/of: organen)

door. vleesetenden weer een foxoplasmainfectie

veroorzaken.

Oöcystan komen voor in de leefomgeving van
mens en dier. Die worden uitgescheiden door
overwegend jonge katjes (1° levensjaar) gedurende
een hele korie periode (maximaal 2 weken) maar
wel in verschrikkelijk grote aantallen. Oöcysten
worden pas na 48 uur buiten net lichaam te hebben

vertoefd infectieus.

Besmetting ontstaat door direct contact met de
cdcysten. Dit kan via kattenfeces.in kattenbak of
tuin, GFT, zy
aangebracht wordt in de tuin, >

compost en ‚zwarte aarde die

De meeste mensen merken weinig tot niefs ais ze

geïnfecteerd worden. Bil een normaat
functionerend immuunsysteem wordt de endogene
reïnfectie snel en efficiënt de kop ingedrukt. Er is
zo een voortdurend evenwicht tussen de parasiet
en het immuunsysteem van de gastheer.

Echter, jaarlijks worden een paar honderd mensen
in ziekenhuizen opgenomen met meer of minder

emstige klachten veroorzaakt door toxopiasmose.

Zwangere vrouwen lopen wel een gevaar als ze
besmet raken met de oöcysten of met
weefselcysten door het eten van besmet vlees,
Infectie kan ieiden tot spontaan afbreken van de
zwangerschap of tot ernstige afwijkingen bij het
kind. Het is daarom belangrijk dat zwangere

vrouwen op een boerderij voorkomen dat ze in

direct contact komen met mogelijke

besmettingsbronnen.

Het niet toelaten van katten, cok van bezoekers
voorkomt in ieder geval één besmettingsroute. Een
dergelijke maatregel zat echter weinig invloed
hebben, omdat in het landelijk gebied veelal
loslopende katten rondzwerven en ook via vaak op
de boerderij aanwezige katten besmettingsbronnen

volop aanwezig zijn.

Geconcludeerd kan worden dat:

1. Het nauwere contact tussen stad en piatteland
geen of nauwelijks extra risico vormt voor een
toename van een besmetting door
Toxoplasma:

2. Vooral moeten zwangere vrouwen voorgelicht
worden over mogelijke besmeitingsbronnen op
een boerderij;

3. Voorlichtingsmateriaal moet zowel op de

bij de huisaris-/

verloskundigenpraktijk beschikbaar zijn.

boerderij ais

2.1.3, MRSA

De Methicilline Resistente Staphylococcus Aureus,
kortweg MRSA, is een stafyiokok. Stafyickokken
zijn bacteriën die veel voorkomen bij gezonde
mensen en dieren, zonder dat zij daar last van
hebben. Al in de jaren zeventig van de vorige eeuw
is aangetoond dat stafylokokken in grote aantallen
in de lucht van varkensstallen voorkwamen. Er zijn
vele verschillende soorten stafylokokken, die mens
of dier gerelateerd zijn.

De MRSA is een bijzondere stafylokok want hij is
ongevoelig voor (resistent tegen) een veelgebruikte
groep van antibiotica (B-lactam antibiotica). In
Nederland komt de ziekenhuis-variant van de
MRSA in vergelijking met andere landen extreem

weinig voor.

Mensen kunnen MRSA bij zich dragen zonder ziek
te zijn. De bacteriën zitten vooral op de huid en in
de neus van deze ‘dragers’. Bij varkens is
aangetoond dat de bacterie ook voorkomt in de
keel, darmen en urine, Er zijn aanwijzingen dat de

bacterie ook bij mensen in de darmen kan
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>voorkomen. Het MRSA-dragerschap is meestal van
tijdelijke aard; men raakt de bacterie vaak ook weer
vanzelf kwijt,

Besmetting met MRSA vindt vooral plaats door
direct huidcontact, voornamelijk via de handen.
Soms kan MRSA via huidschilfers of niezen in de

lucht komen en zo ingeademd worden.

MRSA gedijt goed in een omgeving waar
aniidiotica worden gebruikt, zoals in een ziekenhuis
of verpleeghuis. Omdat MRSA ongevoelig is voor
meerdere antibiotica, kan MRSA zich juist daar

gemakkelijk handhaven en verspreiden.

Een potentiële besmettingsbron voor dieren is
daarom de mens die (onbewust) drager is van
MRSA. Niet ondenkbeeldig is dat gezinsleden van
boeren die werkzaam zijn in verpieeginrichtingen of
ziekenhuizen, via hun werkplek besmet kunnen
raken en daarmee een bron van verspreiding
kunnen worden voor de dieren. Omgekeerd
kunnen zij ook diergerelateerd-MRSA van het
bedrijf meenemen naar het ziekenhuis of
verpleeghuis,

Echter, er is nog veel onbekend over
besmettingsroutes van verschillende typen MRSA.
Over de verschilende aspecten van MRSA bij
dieren is tot nu toe weinig bekend, maar dit wordt
momenteel in een uitgebreide studie door het
Natuur en

Ministerie van Landbouw,

Voedselkwaliteit onderzocht.

Voor verpleeghuizen en ziekenhuizen in Nederland

zijn uitgebreide protocolen opgesteld om
besmetting van personeel door patiënten te

voorkomen,

Als gevoig van de eerste resultaten van het
onderzoek naar de diergerelateerde-MRSA heeft
de Werkgroep Infectiepreventie (WIP) een nieuwe
richtlijn opgesteld gericht aan ziekenhuizen,
verpleeghuizen en huisartsen. Hierin staat het
advies om alle personen die direct contact hebben
met levende varkens of met levende vieeskalveren
te testen op MRSA-dragerschap en bij opname in
isolatie te verplegen, totdat dragerschap is

10

uitgesloten. De implementatie van deze richtlijn
blijkt in de praktijk soms fot grote verschillen te
leiden. Een gelijke strategie en behandeling in alle
Nederlandse ziekenhuizen is dringend gewenst.

In ziekenhuizen worden ruimtes waar MRSA-
patiënten verblijven regelmatig grondig gereinigd
en ontsmet. Onduidelijk is of in het algemeen de
ruimtes waar alleen personeel toegang heeft
grondig wordt gereinigd en hoe de controle daarop

is.

Geconcludeerd kan worden dat:

1. De kans dat door het nauwere contact tussen
stad en plattelend infecties met MRSA on
veehouderijbedrijven toenemen niet kan
worden uitgesloten deze kans vooralsnog
klein lijkt te zijns.

2. Op dit moment, vanwege de nog vele
bestaande onduidelijkheden over de

verspreidingroutes en de mate van

gevoeligheid voor MRSA voor zowel mens
als dier, er geen concrete aanbevelingen te

geven zijn.

21.4 Wormen
Worminfecties zijn in de  honden- en
kattenpopulatie in Nederland endernisch. Hoewel
de individuele honden en katten minimaal, volgens
de huidige adviezen, twee keer per jaar tegen
spoelwormen ontwormd zouden moeten worden,
worden ze door de onderlinge contacten, het eten
van uitwerpselen en ongedierte, etc. telkens weer
besmet. Om het aantal dragers van wormen, zowel
spoelwormen als lintwormen, te verminderen zou
het aantal keren ontwormen per jaar sterk omhoog
moeten.

Honden en katten van bezoekers aan het
boerenbedrijf en de honden en katten van het
bedrijf zelf kunnen daarom bron van besmetting
zijn voor andere honden, katten, boerderijdieren en

de mens op het bedrijf.

Om de kans dat via dieren van bezoekers
wormbesmettingen naar de boerderij worden
overgebracht, zou door de veehouder verlangd

moeten worden dat de dieren van bezoekers

</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>recent ontwormd zijn. Dit geidt vooral als de dieren
van bezoekers gedurende tangere tijd op het bedrijf
verblijven, zoals bij het kamperen bij de boer.
Hierbij kan gedacht worden aan een ondertekende
verklaring doer de bezoeker dat meegebrachte
dier(en} recentelijk zijn ontwormd. De veehouder
zal wel duidelijk moeten maken waarom hij deze
verklaring wii hebben. Verder zal er een
epruimplicht van hondenpoep op het bedrijf moeten
gelden en daarvoor de voorzieningen moeten
warden getroffen die het opruimen
vergemakkelijken. Daartegenover moet staan dat
de veehouder zelf ook aan moet tonen dat zijn
hond(enjen katten zeer regelmatig, bijvoorbeeld
iedere maand ontwormd word(tW(en).

Door deze maatregelen is het mogelijk de
besmettingsdruk van wormen op het bedrijf te
verminderen.

Om te controleren of de genomen maatregelen de
infectiedruk verminderen is het aan te bevelen
regelmatig mestmonsters voor onderzoek op te
sturen. Vooral! als er een kindercrèche aan een
bedrijf verbonden is is extra controle op

aanwezigheid van wormen aan te bevelen.

Advies:

1. Ter preventie wordt aanbevolen om in ieder
geval bezoekers met honden schriftelijk te
laten verklaren dat de honden onlangs zijn
ontwormd.

2. Veehouders die honden op hun bedrijf
toelaten moeten ook zelf hun honden en
katten maandelijks ontwormen.

3. Ter preventie maeten afvalbakken aanwezig
zijn met hondentoiletzakjes en het opruimen
van hondenpoep op het bedrijf most verplicht
worden gesteld.

4. Bezoekers moeten worden gewezen op hun
plicht tot opruimen van hondenpoep en de
veehouder moet zelf het geede voorbeeld
geven.

5. Het aan te bevelen is om regelmatig
mestmonsters op de aanwezigheid van
wormen te (laten) onderzoeken.

2.1.5 Overige

Naast het meegebrachte dier kan cok de bezoeker
zelf onbewust bron van besmetting zijn.
Besmettingen die ook voor de dieren op het bedrijf
een risico zijn. Voorbeelden hiervan zijn TBC en
lintwormen.

Om te voorkomen dat besmette mensen op het
bedrijf in contact komen met dieren die gevoelig
zijn voor die infecties, zou door de veehouder
verlangd moeten worden dat bezoekers naar beste
waten schriftelijk verklaren dat ze geen besmetting
onder de leden hebben. Dit is vooral van belang
voor bezoekers die langer dan kortstondig op een
bedrijf blijven en als de veehouder toestaat dat
bezoekers en zijn dieren met elkaar in contact
kunnen komen, hoewel sommige ziektekiemen al
verspreid kunnen worden door gewoon rond te

lopen.

Advies:

i. Bezoekers die (langere tijd) op een boerderij
verblijven zouden een schriftelijke verklaring
moeten afgeven dat ze, voor zover bekend,
geen ziekten onder de leden hebben die een
extra risico opleveren voor de gezondheid van
de mens en dier op de boerderij.

2. Preventief zou moeten worden voorkomen dat
bezoekers bij de dieren kunnen komen als
daar geen directe noodzaak voor is. Dus
afhankelijk van bedrijfsfunctie.

2.2 Risico voor het oplopen en
verspreiden van smetstoffen van de

boerderij

Het bezoek aan een boerderij kan in bepaalde

gevallen gezondheidsrisico’s met zich mee

brengen. Dit gebeurt veelal ongewild en velen

zuilen zich daar cok niet van bewust zijn.

Gezondheidsrisico's die bezoekers aan boerderijen

kunnen opfopen zijn onder anderen:

1. Besmettingen door contacten met dieren

2. Het eten en drinken van niet gepasteuriseerde
producten,

3. Omgevingsfactoren, zoals grond, lucht, mest

en water.

14

</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>22.1 Contacten met dieren, direct en
indirect

Direct contact wordt omschreven als net direct
contact tussen de bezoeker en de dieren die
aanwezig zijn op boerderijen of bij
hobbydierhouders. Te denken vait aan activiteiten
zoals koeien-aaien in het kader van spirituele of
managementcursussen, aan het verzorgen van
dieren in het kader van detentie of zorg, aan
kinderboerderijbezoek, etc. Het betreft zowel
landbouwhuisdieren als gezelschapsdieren, zoals
honden en katten, op het bedrijf. In het algemeen
kan gesteld worden dat de risico's op het oplopen
van ziekten door middel van direct contact vooral
van infectieuze aard zin (zoönosen) Deze
zoönosen en de risico's verbonden aan direct
contact tussen mens en dier Zijn voldoende
omschreven in vele rapporten (Bronnen 4 en 5).
Belangrijke zoönosen hierbij zin: VTEC’s,
Salmonella, Campylobacter, MRSA, Q-koorts en
schimmels. In hoeverre het dier, of het agrarisch
bedrijf een belangrijke rol in de epidemiologie
speeit is onderwerp van studie.

Hoe langduriger en hoe wigebreider deze
contacten zijn, hoe groter wordt het risico dat er
transmissie van ziektekiemen plaats vindt.
Beheersing in de zin van persoonlijke hygiëne,
risicobewust

bedrijfshygiêne en algemeen

handelen zijn evident.

Indirect contact betreft het aanwezig zijn in en hef
interacteren met de omgeving van boerderijen. Te
denken valt aan kamperen bij de boer, aan
boerengolf en fierljeppen, aan open dagen,
verkoop van producten op het erf, etc. De
omgeving van boerderijen, het erf, de weilanden,
de voedselopsiagen, de stal etc, zijn vrijwel altijd
vervuild met mest van dieren.

Op boerenbedrijven vinden vaak alteriel
fransmissieroutes plaats waar de omgeving een
belangrijk deel van uitmaakt. Het betreft hier dan
de al eerder genoemde zoönosen, maar ook
toxoplasmose en ziekten zoals neosporose.

Het is belangrijk te realiseren dat recreanten zich
als “mechanische vector” kunnen gedragen, dus

ziektekiemen van het ene bedrijf naar het andere

12

kunnen meesiepen. Preventie van dit type gevaar
is helaas niet eenduidig. Persoonlijke hygiëne en
algemeen risicobewust handelen zijn in ieder geval
belangrijke elementen om de verspreiding van
ziektekiemen te beheersen. Voor sommige
ziektekiemen za! onderzocht maeten worden of er
op sectoraal of bedrijfsniveau een beheersing moet
worden ontwikkeld. Bij deze moet worden gedacht
aan Listeria, Leptospira, Toxoplasma, Q-koorts,
Salmonella, VTEC.

Om ook het bewustzijn van de bezoeker te
vergroten zai in net algemeen meer voorlichting
moeten worden gegeven aan bezoekers over

mogelijke gezondheidsrisico's.

Advies:

1. Bezoekers aan bedrijven voor te lichten over de
mogelijke risico's die verbonden zijn aan het In
contact komen met dieren. Hierbij kan dezelfde
vorm van voorlichting worden gebruikt die voor
kinderboerderijen wordt gebruikt;

2. Op agrarische bedrijven moeten voorzieningen

worden

voor bezoekers getroffen om

hygiënisch te kunnen werken en te verblijven.

2.22 Eten on drinken

Verhoogde attentie voor het “goede” boerenleven
en "(streek-)producten van de boerderij, al dan niet
biologisch of voigens traditionele recepten bereid
staan in toenemende belangsteiling. Potentieel
risico js te verwachten van de volgende
risicofactoren rondom voedseibereiding en
voedselverkoop in het klein aan particulieren:

1. onbekendheid met transmissies van
ziektekiemen via voedsel, zowel bij de
producent als bij de klanten. Hetzelfde geldt
voor de milieu. en biocontaminanten,
residuen van diergeneesmiddelen en stoffen
gebruikt bij be- en verwerking, inclusief
verpakkingsmaterialen;

2. Bewaaradviezen en bewaarveronderstel-

lingen dat bijvoorbeeld kakelverse producten

langer goed te houden Zijn;

3. Rauwe producten;
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>4. Onhygiénische be- en verwerkingsomstan-
digheden, bij precuctie in de hobby-achtige
sfeer, zoals het maken van lis en kaas met
kleine groepen.

Het gaat in veel gevalien om kiemen die in het

algemeen bekend zijn, zoals besmettingen met E-

coli, Salmonelia’s, Campylobacter etc.

Om de kans op overdracht van ziektekiemen te
verkleinen is het noodzakelijk meer bekendheid te
geven aan de noodzaak van hygiënisch werken,
informatie over kringiopen van bepaalde
ziekte{kieme)n en “good practices". De meest
voorkomende transmissieroutes moeten bekend
zijn en er zou een actieplan moeten zijn om risico's
op het oplopen van besmetting te beperken. Dit
geidt vooral voor alle nevenactiviteiten op
boerderijen waarvoor geen speciale eisen aan zijn
gesteld wat betreft voedselveiligheid.

Bedrijven die vergunning hebben om voedsel en
andere producten te verkopen moeten ai voldoen
aan een aantal wettelijke eisen ten aanzien van
voedselvelligheid. Deze eisen gelden in het
algemeen echter alieen voor de gedeelten van een
bedrijf waar deze producten worden verwerkt en
verhandeld.

Voorkomen moet worden dat bezoekers zomaar
overal op het bedrijf kunnen komen alvorens ze
naar de plaatsen gean waar producten worden

gemaakt of verkocht.

Advies:
Op alle bedrijven waar voedsel wordt verkocht
of waar samen met bezoekers voedsel wordt
bereid is voorlichting over risico’s van
besmetting nodig en moeten eisen worden
gesteid aan alle delen van het bedrijf.
Bezoekers moeten niet de vuile delen van het
bedrijf mogen bezoeken, zodat bezoekers geen
besmettingen kunnen oplepen en vervolgens
de ruimtes betreden waar producten worden

gemaakt of verkocht,

223 Omgevingsfactoren
Grond, mest en water vormen een reservoir van

potentiële ziektekiemen. Sommige ziektekiemen en

schadelijke micro-organismen overleven
gemakkelijk in deze materie.

De sloot als drinkwaterbron voor het vee en
tegelijkertijd als een open riool voor afvoer van
door de mens geproduceerde afvalstoffen (zoals
soms nu nog riooloverstorten) maakt het eenvoudig
om besmetting met bepaalde ziektekiemen in de
populatie dieren in stand te houden.

Andere eenvoudige vormen van continue
besmetting kan het lozen van het toilet van de
mens op de mestkelder van het vee. Eventuele
besmetting van humane ontlasting met wormeieren
kan zo via de mestput verspreid worden over het
land en daarmee een regelmatige besmettingsbron

vormen voor de aanwezige dieren,

2.3 Bijzondere gevolgen van
dierziekteuitbraken
Bij een dierziekteuitbraak die van overheidswege
bestreden moet worden (o.a. Mond- en Klauwzeer,
Klassieke Varkenspest of Aviaire Influenza
(Vogelgriep) loopt de bezoeker niet direct gevaar
op besmeiting, maar kan hij we! te maken krijgen
met de gevolgen van die uitbraak. Een uitbraak
heeft een groot effect op de sector en het landelijke
gebied. In eerste instantie zal een totaal verbod
van vervoer van dieren gedurende drie dagen
worden afgekondigd. Er zijn beperkingen aan het
bezoeken van veehouderij bedrijven. Rond
besmette bedrijven worden toezicht- en
beschermingsgebieden ingericht, De verwachting
is dat in deze gebieden wordt overgegaan tot
vaccineren van bedrijven en het ruimen van

besmette bedrijven.

in een dergelijke situatie worden maatregelen
getroffen die voor de bezoeker van het agrarische
bedrijf of de omgeving daarvan tot zeer
onaangename verrassingen kunnen leiden, zoals:

2 het bezoek van het bedrijf is onmogelijk of er

dienen strikte persoonlijke hygiëne
maatregelen te worden getroffen
{desinfecteren van handen, schoeisel,

beschermende kleding e.d.);
e _ paarden mogen niet meegenomen of vervoerd

worden;

13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>e wegen en paden kunnen zijn afgesloten;

e _ bedrijven nemen eigen preventieve
maatregelen;

e de (mini-) camping is niet meer toegankelijk;

e de toezicht en beschermingsgebieden
worden beleefd als een no-go area;

e bedrijven van hobbydierhouders vallen onder
hetzelfde regime als dat van de professionele

houder.

Een snefle actie is in het geval van een
dierziekteuitbraak van het grootste belang om de
ziekte te bestrijden en de schade voor de sector te
beperken. Daarom moet zoveel mogelijk voordat
een uitbraak plaats vindt duidelijk zijn hoe om te
gaan met de belangenafweging tussen de
professionele dierhouderi; enerzijds en
burgeractiväeiten op het platteland anderzijds.
Wanneer op belangrijke punten tidens de crisis de
lijnen nog moeten worden uitgezet leidt dit tot een
ondergraving van het draagvlak van snelle
bestrijdingsmaatregelen en daarmee mogelijk tot
een vertraging in de dierziektebestrijding.

Het is daarom bij het nadenken over de gevolgen
van de interactie tussen burgers en de veehouders
en dieren op het platteland, en in voorbereiding op
een eventuele dierziekteuitbraak, van belang dat
agrarische ondernemers, overheden (zowel rijk,
provincie als gemeente) en belanghebbende
organisaties, zoals beheerders van wandelpaden,
vaststellen volgens welke lijnen maatregelen
worden geïmplementeerd.

Tijdens de MKZ uitbraak in het Verenigd Koninkrijk
was het afsluiten van wandelpaden bijvoorbeeld
een belangrijk probieem.

In Nederland geeft de regelgeving beperkte
mogelijkheden om wandelpaden af te stuiten. Op
grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor
dieren (Gwwd) kan de minister preventief voor
geheel Nederland, of delen ervan, regels stellen
ten aanzien van het betreden van bedrijven of

directe omgeving waar dieren worden gehouden.
In het geval een uitbraak is geconstateerd dient de

minister bestrijdingsmaatregelen te nemen, Op
grond van artikel 22 van de Gwwd betreft dit onder

14

meer het besmet verklaren of van besmetting
verdacht verklaren van gebouwen en terreinen. Op
grond van artikel 25 Gwwd is de toegang tot deze
gebouwen en terreinen verboden. Als de
wandelpaden zijn getegen op dergelijke terreinen,

zijn deze op grond van de wet afgestoten.

Voor het overige biedt het veterinaire complex van
de Gwwd geen aanknopingspunten voor het

afsluiten van wandelpaden.

De overheid heeft in het verleden gevolgschade
voor de professioneie bedrijven en schade voor
derden niet gezien als een
overheldsverantwoordelijkheid. De Raad acht het
wel van belang dat naar de burgers toe
duidelijkheid komt of hier sprake is van verhaaibare
schade of dat de gevolgen moeten worden gezien
als een eigen risico voor de burger.

Hierbij zal in ieder geval de vraag beantwoord
moeten worden of agrarische ondernemers de
mogelijke beperkingen in hun
leveringsvoorwaarden opnemen”?

Tevens moeten burgers die op een boerderij
kamperen weten wat er kan gebeuren als er
uitbraak van een bestrijdingsplichtige ziekte op het
bedrijf plaats vindt of als het bedrijf in één van de

beschermde zone 's ligt.

Advies:

1. bezoekers van boerderijen, vooral als het gaat
om kamperen bij de boer, voor te lichten over
de gevolgen, rechten en plichten, waarmee ze
te maken hebben ais er een uitbraak is van een
verplicht te bestrijden dierziekte;

2. (n de bestrijdingsdraalboeken aan fe geven
langs welke lijn er wordt omgegaan met de
belangen van de professionele houder en de
burgeractiviteten op het platteland. Ondermeer
betekent dit dat duidelijkheid gegeven moet
worden over bijvoorbeeld de status van
wandelpaden en recreatiegebieden.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>3 MAATREGELEN

3.1 Informatie verstrekking
Om problemen te voorkomen zal vooral aandacht
moeten warden geschonken aan bewustwording,
zowel bij de bezoeker van de boerderij als de

veehouder en hobbydierhouder.

3.1.1. De bezoeker aan een boerderij
Bij de aanschaf van dieren zal in het algemeen
geen informatie worden verstrekt over de mogelijke
gezondheidsrisico’s die dieren voor de eigenaar of
omgeving kunnen hebben. Ook tidens het
recreatief meenemen van huisdieren naar
(kindarjboerderijen zal niet direct gedacht worden
aan mogelijke gezondheidsrisico’s voor mens en
dier op die bedrijven. De Raad acht het raadzaam
dat de bezoeker van een boerderij goed en

begrijpelijk geïnformeerd wordt.

3.1.2 De dierhouder (veehouder, hobby-

dierhouder, kinderboerderij etc.)
Dierhouders die recreatieve voorzieningen treffen
op hun bedrijf zulen zich er van bewust moeten
worden dat aanwezige dieren een risico kunnen
vormen voor de gezondheid van hun recreanten.
En omgekeerd daf dieren van recreanten in
bepaalde gevallen een gezondheidsrisico kunnen
vormen voor de gezondheid van de dieren op het
bedrijf, de veehouder en zijn gezin.
Kinderboerderijen geven in het algemeen al veel
voorlichting aan bezoekers over de risico's om
bepaaide besmettingen op te lopen. De door
kinderboerderijen ontwikkelde informatie aan hun
bezoekers kan in vee! gevallen als belangrijke bron
van informatie worden gebruikt op boerderijen.

3.2 Informatieverstrekkers
Verschillende organisaties geven informatie over
magelijke risico's die dieren als besmettingsbron
voor de mens kunnen hebben. Voorbeelden
daarvan zijn het RIVM, de KNMvD, organisaties op
kynologisch gebied, LTO, gezondheidscentra.
Echter, de gemiddelde recreant zat alvorens cp
pad te gean niet bewust eerst opzoeken wat voor
gezondheidsrisico's hij of zij loopt.

De Raad is van mening dat informatieverstrekking
het meest effectief is op de plaats waar
belanghebbenden bij elkaar komen.

Dit betekent dat per transmissieroute bekeken

moet worden waar informatieverstrekking gewenst

is en welke informatie daarvoor het meest geschikt
is. Belangrijk is dat de informatie te begrijpen is
voor iedere leek.

Een aantal voorbeeiden waar informatie over

potentiële risico's gegeven zou moeten worden

zijn:

1. boerderijen waar kampeergelegenheid is en
waar dieren verblijven die bron van besmetting
Kunnen zijn voor de mens. Op de bedrijven zelf
zouden bijvoorbeeld gedragscodes moeten
worden verplicht gesteld, zoals cok op
kinderboerderijen al gebeurt. Voorbeeld (i)
handen wassen nadat dieren zijn geaaid etc,
voor consumptie (ii) bijzondere voorzorgen voor

bezoekers als zwangeren,

categorieën
gehandicapten enz;

2, bij wandelpaden door landelijk gebied waar ook

honden meegenomen mogen worden,
toeristische informatiecentra, VVV's:
3. Overkoepelende organisaties (regionaat,

provinciaal) die contacter; tussen stad en
platteland aanprijzen in de breedste zin van het

woord.

3.3. Hygiëne voorzieningen
Voorzieningen om hygiënisch te kunnen werken en
verblijven op een boerderij zijn van groot belang
om risico’s op besmettingen te voorkomen. Hoewel
dit ten algemene geldt voor iedar huishouden is het
van belang dat op bedrijven die het (langdurig)
bezoek van bezoekers en hun dieren mogelijk
maken hiervan zich bewust zijn en ook de
mogelijkheden geven em hygiënisch te werken.
Dat betekent in concrete zin dat voorzieningen om
handen te wassen met zeep standaard aanwezig

en toegankelijk moet zijn op een bedrijf.

3.4 Afvalbakken voor hondenpoep
Daarnaast zai ter ondersteuning van het

verminderen van risico's op besmetting van mens

15

</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>en dier het instellen van een opruimplicht van
hondenpcep in het landelijk gebied nodig zijn,
vooral langs wandelpaden en bij de boerderijen
zelf. Hondenpoep is vaak een ergernis, niet alieen
voor de wandelaar als ook wel van de veehouder.
Volgens veehouders is dit niet alleen vanwege
besmettinggevaren met bepaalde ziektekiemen
(bijvoorbeeld neospora en wormen), maar ook
omdat het gras op die plekken niet gegeten wordt
en indien het wordt verwerkt in het hooi of kuilgras
hiervan slecht gegeten wordt.

Om de opruimplicht uitvoerbaar te maken adviseert
afvalbakken

hondentoiletzakjes) te (laten) plaatsen en te legen,

de Raad om (inclusief
door de beheerders van wandelpaden fangs
wandelpaden en bij de boerderij door de
veehouder zelf. Hoewel naleving atijd een
probleem zal blijven, zal dcor het geven van juiste
voorlichting over het waarom en het zorgen voor
voorzieningen het gewenste opruimgedrag in ieder
geval een positieve stimulans krijgen.

35 Samenwerking medische sectoren
Zowel artsen als dierenertsen zijn niet altijd bekend
met de verschijnselen die gepaard kunnen gaan
met infecties veroorzaakt door zoönosen. Zeker is
dit het geval als infecties niet zo vaak voorkomen.
In bepaaide gevallen kan nauwere samenwerking
en informatie-uitwisseling tussen de arts en de
dierenarts van een veehouder belangrijk zijn.
Bijvoorbeeld bij het voorkomen van TBC bij dieren
en blaaswermen op een bedrijf. Die samenwerking
is in veel gevallen op dit moment niet optimaal. Die
samenwerking kan cok van belang zijn op andere
niveaus.

De Raad adviseert de veterinaire en de humane
gezondheidssector om te streven naar een regulier
en gestructureerd samenwerkingsverband op
zowel lokaal, regionaai als landelijk niveau. Het
doel hiervan is om zoveel mogelijk preventief te
kunnen werken en bij problemen op lokaal,
regionaal of landelijk niveau snel en doelmatig
maatregelen te kunnen treffen voor zowel de

gezondheid van mens en dier,

16

3.8 Onderzoek, monitoring en
risicomanagement

Door de GD worden verschillende dierziekten
gevolgd. Dit gebeurt voorat door middel van de
inzending van kadavers naar de GD. Het
systematisch onderzoeken van de veestapel op het
voorkomen wordt nu voor een aantal ziektekiemen
uitgevoerd.
in het algemeen kan worden verwacht dat als aan
het zoeken near bepaalde ziektekiemen meer
aandacht wordt besteed er een stijging van de
incidentie van een aantal infecties te verwachten is.
mogelijke

Over de toegenomen

gezoncheidsrisico's ten gevolge van de
toenadering tussen stad en piatteland is weinig
bekend, Dit zou in ieder geval een punt van
regelmatig overleg moeten ziin tussen de
veterinaire en de humane gezondheidssector.

Naarmate de ontwikkeling van toenadering tussen
“stad” en “platteland” verder gaat zal de behoefte
aan meer inzicht in risico's voor de gezondheid
voor mens en dier en preventie belangrijker
worden. De Raad adviseert om bij de verdere

ontwikkeling meer aandacht te besteden.

3.7 Regelgeving
Bedrijven die (langdurig) bezoek toestaan op hun
bedrijf moeten veelal voldoen aan een aantal
wettelijke eisen, oa. de kampeerwet en

worden daarop

hygiënewetgeving. Ze
gecontroleerd. In deze regelgeving wordt echter
weinig rekening gehouden met de problematiek
van mogelijke besmetting via meegebrachte dieren
en dat bezoekers zelf mogelijk een
besmettingsbron zijn en dat ze de kans lopen
besmet fe raken vanwege het bezoek aan een
boerderij. De Raad adviseert om de huidige
regeigeving op dit punt tegen het licht te houden en
zonodig aan te passen. Regelgeving moet daarbij
niet een doel op zich worden maar worden gebruikt
als ondersteuning van een preventie- en
bestrijdingsbeleid op dit gebied.

De Raad acht het vanzelfsprekend dat controle op
naleving van de regelgeving op een adequaat

niveau wordt uitgevoerd.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>a

INFORMATIEBRONNEN

Het volksgezondheidsrisico van directe dier-mens overdracht van pathogene bacteriën: epidemiotogie en
blootstelling, E.G. Evers, M.L. Homeman, Y.D. Doorduynapport., RIVM rapport 330080002/2005.

Mc Allister, M.M., Dubey, J.P, Lindsay, D.S., Joiley, W.R., Mc Guire, A.M, 1998. Dogs are definitive
hosts of Neospora caninum, Int. J. Parasitol. 28, 1473-1478.

Miyachi, H., Furuya, H., Umezawa, K, Itoh, Y., Ohshima, T., Miyamoto, M., Asai, S., 2007, Controlling
methicillin-resistant Staphylococcus aureus by stepwise implementation cf preventive strategies in a
university hospital: impact of a link-nurse system on the basis of muitidisciplinary approaches, Am. J.
Infect. Control: 35 (2): 115-121, World Health Organisation, 2004.

Report of the WHO / FAO / OIE joint consultation on emerging zoonotic diseases.(in collaboration with
the Health Council of The Netherlands).

Zoonoses in Europe: a risk to public health. A report by the National Institute of Public Health and the
Environment, The Netherlands.

diverse artikelen op www.wio.ni (mrsa) en www.rivm nlfinfegtieziekten (mrsa)

17

</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>BIJLAGEN

Bijlage 1: Samenstelling werkgroep

Dr. V. Riisman (Wageningen Universiteit en Research)

Prof. dr. F. van Knapen (iras-uu)

Drs. P, Moider (Denkavit)

ir, M. van Spijk (Land en Tuinbouw Organisatie)

ir, G.A, Olsthoorn (Raad Landelijk Gebied)

Drs. rar. E. Virginia (Dierenbescherming)

Dr. L. Heres (Vion-group)

Ir. SJ. Beukema (Raad voor Dierenaangelegenheden) - voorzitter

PN OO EEN

18

</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Bijlage 2: In Nederland voorkomende of in de toekomst mogelijk voor-komende zoönosen.

In principe komen alle genoemde ziekteverwekkers in Nederland voor. Indien de ziekteverwekkers op dit
moment niet in Nederland voorkomen staat dat vermeld, De ziektefrequentie is in veel gevalien laag. De
honden- en kattenziekten zijn op grond van de ziekteverwekker ingedeeld. In het kort zijn, voor zover bekend

en in dit geval van belang, de besmettingsroutes aangegeven
A. Ziekteverwekkers waarbij de hond als dierlijke gastheer fungeert:

Virussen:

1. rabiësvirus, verwekker van hondsdolheid bij de hond, de kat en de mens. Komt op dit moment niet hij
honden in Nederland voors

2. Rotavirus

3. Richettsia conori

Bacteriën:

4. Lepiospia icterohaemorrhagiae, verwekker van ziekte van Weil bij de hond en de mens:
5. Campylobacter species, verwekkers van darminfectie bij de hond en de mens;

6. Salmonella species, verwekkers van maagdarminfecties bij de hond en de mens.
7

Leishmania sp.

Protozoa:
8. Giardia duodenalis, verwekker van darminfectie bij de hond en de mens.

Schimmels;
9 Microsporum canis, verwekker van huidinfectie bij de hond en de mens;

10. Trichophyton verrucosum, verwekker van huidinfectie bij de hond en de mens.

Mijten:
11.Sarcoptes scabei var. canis, verwekker van schurft bij de honden en huidinfectie bij de mens:

12 Cheyletiella yasguri, verwekker van schilferige huidprobiemen bij de hond en huidktachten bu de mens;

Wormen:
13. Echinococcus granulosis, lintworminfectie bij de hond, blaasworminfectie bij de mens, komt in landen rond

het Middellandse Zeegebied voor.
14 Echinococcus multilocularis, kleine vossenlintworm, veroorzaker van worminfectie bi de hond en

alveotaire echinococcose bij de mens;
15 Toxocara canis, hondenspoelworm, veroorzaker van worminfectie bij de hond en tarva migrans infectie en

oculaire larva migrans bij de mens:

16 Dipylidium caninum

B. Ziekteverwekkers waarbij de kat als dierlijke gastheer fungeert:

19

</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Virussen:

1. rabiësvirus, verwekker van hondsdolheid bij de hond, de kat en de mens. Komt op dit moment niet bij
katten in Nederland voor;

2. vacciniavirus, verwekker van koepokken bij de kat en bij de mens;
Sars-coronavirus, verwekker van darminfectie bij de kat an Severe Acute Respiratory Syndrome (Sars) bij
de mens, komt op dit momenti niet in Nederland voor,

4, Hoogpathogeen H5N1 aviair influenzavirus, verwekker van vogelgriep bij de kat en bij de mens, komt op

dit moment niet in Nederland voor;

Bacteriën:
5. Bartonella henselae, kat meestal symptoomioas drager en verwekker van kattenkrabziekte bij de mens;
6. Campylobacter species, verwekkers van darminfectie bij de kat en de mens;

7. Salmonella species, verwekkers van maagdarminfecties bij de kat en de mens;

Protozoa:
8. Giardia duodenalis, verwekker van darminfectie bij de kat en de mens;

9. Toxoplasma gondii, darminfectie van de kat en afwijkingen aan de ongeboren vrucht bij de mens;

Schimmels:
10. Microsporum cati, verwekker van huidinfectie bij de kat en de mens;

11. Trichophyton verrucosum, verwekker van huidinfectie bij de kat en de mens;

Mijten:
12. Sarcoptes scabei var. cati, verwekker van schurft bij de kat en huidinfectie bij de mens;

13. Cheyletiella blakei, verwekker van schilferige huidproblemen bij de kat en huidklachten bij de mens;

Wormen:
14, Echinococcus muitifocularis, kleine vossenlintworm, veroorzaker van worminfectie bij de kat en aiveolaire

echinecoccose bij de mens;

15. Toxocara cati, kattenspoelworm, veroorzaker van worminfectie bij de kat en larva migrans infectie bij de
mens

18. Dipylidium caninum

20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Bijlage 3 Definities

1. Besmetting:

2. infectie:

3. Ziekte:

4. Pathogeen:

5. Gevaar:

6. Risico:

co ~

‚ Spreider:

9. Zadnose:

10, Infectieus:

. Dragerschap:

letterlijk het overbrengen van smetstof. Met smetstoffen kunnen micro-
organismen, chemische contaminanten en zelfs straling bedoeld worden.
Doorgaans bedoelt men: "overdracht van ziekteverwekkende micro-organismen”.
micro-organismen die na besmetting aanslaan in de (nieuwe) gastheer, zich
innestelen en/of vermenigvuldigen. Mogelijk kunnen de micro-organismen of
afgeleiden daarvan ook weer vitgescheiden worden (lichaamsvochien, ontlasting
etc.) waardoor de omgeving weer besmet kan worden.

lichamelijke ongesteldheid. Dit kan veroorzaakt worden door het nuttigen van
besmette voedingsmiddelen of water of door een besmette omgeving. Dit kan
veroorzaakt worden door direct contact met geïnfecteerde mensen/dieren. Die
hoeven daarvan niet zeff ziek te zijn.

ziekteverwekkend. Een pathogeen micro-organisme kan ziekte veroorzaken bil
zijn gastheer Dit hangt van veel factoren af waaronder eigenschappen van het
betrokken micro-organisme en/of de aantallen ervan bij de besmetting, maar
evenzeer van de gastheer zelf. (leeftijd, weerstand, zwangerschap etc.)

een biologisch egens, chemische stof of fysische situatie met potentieal
ongewensie consequenties voor de gezondheid van de mens (of milieu).

de kans dat gevaar daadwerkelijk tot ongewenste consequenties leidt. Dit is
gerelateerd aan blootstelling en de ernst van de gezondheidsconsequenties.
mens of dier met een chronische infectie die niet of nauwelijks tot ziekte leidt.
mens of dier met een infectie en/of daarmee gepaard gaande ziekte dia smetstof
uitscheidt met lichaamsvochten / ontlasting / huidschilfers / adem waardoor het
agens overdrager kan worden op andere mensen of dieren of naar de omgeving.
ziekte of infectie die op een natuurlijke manier overgedragen kan worden van
gewervelde dieren naar de mens (of omgekeerd).

stadium van een micro-organisme dat bij aanraking, inademing of consumptie

daadwerkelijk tot een infectie kan leiden bij mens of dier.

21

</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>OVERZICHT VAN PUBLICATIES VAN DE RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN

Onderstaand overzicht betreft de publicaties van de Raad vanaf 2002. Een overzicht van eerdere door de

Raad uitgebrachte adviezen kan worden opgevraagd bij het secretariaat van de Raad of is te vinden op

www. raadvoordierenaangelegenheden.nl.

PUBLICATIES IN 2008:

RDA 2008/01
RDA 2008/02
RDA 2008/03

Europees welzijnsbeleid voor gezelschapsdieren
Identificatie en registratie voor honden en katten

Diergezondheid en dierenwelzijn op Megabedrijven

PUBLICATIES IN 2007:

RDA 2007/02
RDA 2007/03

Jaarverslag 2006

Reactie Raad op richtliinen van de Vereniging van Circus Ondernemingen

Wrak vee

PUBLICATIES IN 2006:

RDA 2006/01
RDA 2005/02
RDA 2096/03
RDA 2006/04
RDA 2006/05
RDA 2006/06
RDA 2008/07
RDA 2006/08
RDA 2006/09
RDA 2006/10

Jaarverslag 2005

Gedeelde zorg — Actieplan (pubiicatie Forum Welzijn Gezelschapsdieren)

Gedeelde zorg — Feiten en cijfers (publicatie Forum Welzijn Gezeischapsdieren)
Mogelijkheden tot versoepeling van het verbod op het hergebruik van dierlijke eiwitten
Natuurlijk gedrag van melkvee en vleeskalveren

Natuurlijk gedrag van varkens

Natuurlijk gedrag van legkippen en vleeskuikens

Hoogproductief melkvee: grenzen aan de groei?

Dromedaris als productiedier

Evaluatie en toekomst van het Europese diergezondheidsbeleid

Positieflijsten

PUBLICATIES IN 2005:

RDA 2005/01

RDA 2005/02

RDA 2005/03

RDA 2005/04

RDA 2005/05

RDA 2005/06
RDA 2005/07
RDA 2005/08

22

Da rol van wild bij de insleep en verspreiding van klassieke varkenspest en mond- en
klauwzeer in Nederland

immunosteriisatie als een alternatief voor de huidige wijze van castratie in de
varkenshouderij

Maintaining or improving farm animal welfare in the light of increasing trade liberalisation
and giobalisation: a coniradiction in terms?

Het houden van potentieel gevaarlijke diersoorten als gezelschapsdier

Implicaties van de door EFSA geformuleerde opinie over het bedweimen en daden van de
belangrijkste productiedieren voor richtlijn 93/+19/EG en het Nederlandse standpunt ten
aanzien van deze richtlijn.

I&R hobbydieren/definiis gezelschapsdieren

De erkende dierenarts

Advies over de wintersterfte 2004-2005 van grote grazers in de Oostvaardersplassen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>RDA 2005/09

Jaarverslag 2004

Inventarisatie van de stand van zaken met betrekking tot ingrepen bij pluimvee

PUBLICATIES IN 2004:

RDA 2004/01

RDA 2004/02

RDA, 2004/03

RDA 2004/04
RDA 2004/05

RDA 2004/06

Jaarverslag 2003

Dierziektebeleid met draagvlak — Advies over de bestrijding van zeer besmettelijke
dierziekten; deel 2 — Onderbouwing van het advies

Herinrichting van het distributie- en kanalisatiesysteem van diergeneesmiddelen in
Nederland

Negatief- en positieflijst voor vissen, reptielen en amfibieën ter invulling van artikel 33 van
de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

Bestialiteit

Strategieën om te komen tot een eFicientere opsporing van besmettelijke, aangifteplichtige
dierziekten

Verkenning van de toekomstperspectieven voor agroproductieparken in Nederland

PUBLICATIES IN 2003:

RDA 2003/01

RDA 2003/02
RDA 2003/03
RDA 2003/04
RDA 2003/05
RDA 2003/06
RDA 2003/07

Advies omtrent dierziekten en zoönosen, waarvoor hobbymatig gehouden dieren vatbaar
zijn en als drager kunnen fungeren, die een bedreiging kunnen vormen voor de
gezondheid van mensen en bedrijfsmatig gehouden dieren en die in het kader van grote
besirijdingscampagnes relevant zijn

Wet en regelgeving omtrent hobbydieren

Mogelijke dierenwelzijnprobiemen in de paardenhouderij

Zorgen voor je paard

Criteria voor dodingsmethoden voor paling en meerva!

Het doden van drachtige grote landbouwhuisdieren

Negatief. en positiefiiist voor zoogdieren en vogels ter invulling van artikel 33 van de

Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>RDA 2003/08 Dierziektebeleid met draagvlak — Advies over de bestrijding van zeer besmettelijke
dierziekten; deel 1 — Advies

Jaarverslag 2002

PUBLICATIES IN 2002:

RDA 2002/01 Minimum weiziinseisen tijdens bestrijdingscampagnes

RDA 2002/02 Fokken met recreatiedieren (1)

RDA 2002/03 Fokken met recreatiedieren (2)

RDA 2002/04 Advies aan de Directeur Landbouw van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij inzake een plan van aanpak voor de bestrijding van aangeboren afwijkingen bij
katten

RDA 2002/05 Een toetsingskader en toelatingsprocedure voor aanwijzing van nieuwe voor productie te

houden vissoorten

24

</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>