<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>  Dierenwelzijn te koop!
De rol van de overheid bij marktwerking rond dierenwelzijn
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Aanbiedingsbrief
                                                                   Den Haag, 9 mei 2017
Ons kenmerk: RDA.2017.044
Excellentie,
Met genoegen bied ik u namens de Raad voor Dierenaangelegenheden de zienswijze
‘Dierenwelzijn te koop!’ aan. In deze ongevraagde zienswijze leest u hoe de Raad de rol
van de overheid ziet bij marktwerking rond dierenwelzijn.
De maatschappelijke wens van verhoging van het dierenwelzijn in de Nederlandse
veehouderij boven het wettelijk minimumniveau, staat al decennia prominent op de
agenda. Met het oog hierop pleitte de RDA in 2012 voor marktwerking in plaats van het
verhogen van de wettelijke minimumnormen voor alle veehouders in Nederland.
De afgelopen jaren is het aanbod en de verkoop van voedsel met een hoger
dierenwelzijnsniveau in Nederland in absolute zin toegenomen. Er lijkt nog echter steeds
sprake van een aanzienlijk onbenut marktpotentieel.
Dit onbenutte marktpotentieel en de nadelige gevolgen hiervan voor de dieren in de
Nederlandse veehouderij en de Nederlandse economie, waren voor de RDA aanleiding om
de barrières bij marktwerking rond dierenwelzijn onder de loep te nemen, alsook de
vraag wat de rol van de overheid zou moeten zijn als antwoord hierop.
Desgewenst is de RDA natuurlijk beschikbaar voor een mondelinge toelichting en bereid
om uw ministerie en andere betrokkenen nader te adviseren over de implementatie van
de aanbevelingen uit deze zienswijze.
Hoogachtend,
prof.dr.ir. H.J.C.M. van Trijp (voorzitter)
ir. M.H.W. Schakenraad (secretaris)
RDA.2017.044                   Zienswijze Dierenwelzijn te koop                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
Procedure ........................................................................................................... 4
Leeswijzer .......................................................................................................... 4
Samenvatting ..................................................................................................... 5
     Uitgangspunt ................................................................................................ 5
     Rol van de overheid ....................................................................................... 6
1.   Aanleiding, doel en centrale vragen zienswijze .......................................... 7
2.   Visie RDA op (de rol van de overheid bij) marktwerking ............................ 8
3.   Barrières bij marktwerking rond dierenwelzijn .......................................... 9
     3.1   Barrières aan de vraagkant ..................................................................... 9
     3.2   Barrières aan de aanbodkant ................................................................... 9
     3.3. Barrières bij de overheid ........................................................................10
4.   Wat moet er gebeuren? ............................................................................ 11
5.   De rol van de overheid .............................................................................. 13
Colofon ........................................................................................................... 177
RDA.2017.044                        Zienswijze Dierenwelzijn te koop                                                    3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Procedure
Deze zienswijze van de Raad voor Dierenaangelegenheden is voorbereid door een forum
bestaande uit de raadsleden dr.ir. G.B.C. Backus, dr. H.M.G. van Beers-Schreurs,
W.T.A.A.G.M. van den Bergh, A.L. ten Have-Mellema, dr. S.A. Hertzberger ir. M.H.A.
Steverink, dr.ir. J.W.G.M. Swinkels, drs. R.A. Tombrock en prof.dr.ir. H.J.C.M. van Trijp
(voorzitter). Er is bovendien gesproken met externe experts drs. K.J. Poppe en prof. dr.
C.J.M. Termeer. Het forum is bij zijn werkzaamheden ondersteund door secretaris ir. M.
H.W. Schakenraad en adjunct-secretaris drs. E.E.C. van Wijk-Jansen.
Leeswijzer
Deze zienswijze begint met een samenvatting. In het eerste hoofdstuk vindt u een
beschrijving van aanleiding, doel en centrale vragen van de zienswijze. Vervolgens leest
u in hoofdstuk twee de visie van de RDA op marktwerking rond dierenwelzijn en de
principiële rol van de overheid hierbij. Hoofdstuk drie beschrijft de barrières bij
marktwerking rond dierenwelzijn. Volgens de RDA zijn die er aan de vraagzijde van de
markt (3.1.), de aanbodzijde van de markt (3.2.) en bij de overheid zelf (3.3.).
Hoofdstuk vier beschrijft wat er volgens de RDA moet gebeuren in relatie tot de
geconstateerde barrières en hoofdstuk vijf wat de rol van de overheid hierbij zou moeten
zijn.
RDA.2017.044                 Zienswijze Dierenwelzijn te koop                             4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Samenvatting
Uitgangspunt
In de maatschappij leeft sterk de wens om dierenwelzijn in de Nederlandse veehouderij
te verhogen. Het is ook nog steeds een beleidsambitie om dit te bereiken, en wel via de
markt. In 2012 pleitte de RDA al voor marktwerking in plaats van hogere wettelijke
minimumnormen voor alle veehouders in Nederland.
Er lijkt echter nog steeds sprake van een aanzienlijk onbenut marktpotentieel in
Nederland. Dit heeft nadelige gevolgen voor zowel de dieren in de Nederlandse
veehouderij als de Nederlandse economie. Bovendien meent de RDA dat verhoging van
het dierenwelzijn in de Nederlandse veehouderij een manier zou kunnen zijn om de
sector in Europa en de wereld onderscheidend en winstgevend te positioneren.
Voorgaande was aanleiding voor de Raad om de barrières bij marktwerking rond
dierenwelzijn onder de loep te nemen, alsook de rol van de overheid als antwoord op
deze barrières.
De RDA hanteert bij marktwerking een ‘nee, tenzij’-visie op de rol van de overheid; er is
geen rol voor de overheid tenzij de markt niet optimaal functioneert als gevolg van
marktimperfecties. Volgens de Raad is er een bescheiden rol voor de overheid vanwege
de marktimperfecties informatie-asymmetrie (niet iedereen beschikt over de juiste
informatie) en externaliteiten (externe effecten die niet in de prijs worden meegenomen,
zoals het effect op dierenwelzijn van voedselproductie). Wat de RDA betreft richt de rol
van de overheid zich verder slechts op het op gang brengen van marktwerking rond
dierenwelzijn, niet op het onderhoud ervan.
De aanbevelingen ten aanzien van de rol van de overheid worden bovendien ingegeven
door de barrières die marktwerking rond dierenwelzijn op dit moment in de weg staan.
De RDA ziet barrières aan de vraag- en aanbodzijde van de markt en bij de overheid zelf.
Aan de vraagkant is er gemiddeld gesproken, nog een onvoldoende koopkrachtige vraag.
Producten moeten liefst ook op andere fronten onderscheidend zijn zoals smaak, gemak
of gezondheid. Informatie over het welzijn van de dieren is bovendien voor de kopers
van vlees of eieren nog niet transparant genoeg doordat er relatief veel keurmerken zijn
die bovendien niet allemaal begrepen of vertrouwd worden door consumenten.
RDA.2017.044                 Zienswijze Dierenwelzijn te koop                             5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Aan    de    aanbodkant    wordt   een    barrière    gevormd    door   het   gebrek    aan
marktsegmentering.     Er  zijn  wel   degelijk   consumenten   die  belang   hechten   aan
dierenwelzijn en daar ook voor willen betalen. Deze consumenten worden echter
onvoldoende bediend doordat de sector een mainstream-aanpak hanteert, met ‘de
consument’ als eenduidige entiteit. Ook staan dominante businesslogica’s – beproefde
recepten    in  de  dagelijkse   gang    van    zaken   –   de  ontwikkeling   van   nieuwe
businessmodellen in de weg en hebben nog niet bewezen businessconcepten soms
moeite met de (meer risicovolle) financiering. Ten slotte hebben ketens nog onvoldoende
samenhang om nieuwe concepten in de markt te zetten en vierkantsverwaarding te
realiseren zodat de hogere kosten van meer dierenwelzijn ten laste komen van slechts
enkele producten.
Ook de overheid zorgt voor barrières, bijvoorbeeld in het vergunningensysteem. In
gebieden met veel intensieve veehouderij worden lokaal hoge eisen gesteld aan
bedrijven met betrekking tot geur, ammoniak en fijnstof. Hierdoor zijn bijvoorbeeld
systemen met buitenuitloop alleen mogelijk op zeer kleine schaal. Daarnaast is er
onduidelijkheid over de ruimte voor samenwerking rond verduurzaming in bijvoorbeeld
producentenorganisaties.    De   overheid   lijkt   bovendien  strenger  toe   te  zien  op
mededinging dan nodig is op basis van de Europese regels.
Rol van de overheid
De raad ziet de volgende rol van de overheid als antwoord op genoemde barrières:
1.    Consumenten beschermen tegen misleiding over het dierenwelzijnsniveau van
      producten;
2.    Ketenprestaties rond dierenwelzijn stimuleren;
3.    Consumenten wijzen op het feit dat er keuzes zijn en zo bewuster maken van
      afwegingen en keuzemogelijkheden;
4.    (1) Onderzoek laten doen naar (oplossingen voor) tegenstellingen tussen milieu,
      humane gezondheid en dierenwelzijn, (2) de regie op zich nemen om binnen het
      eigen ministerie en met het ministerie van Infrastructuur en Milieu, provincies en
      gemeenten zaken af te stemmen, (3) waar nodig en gewenst barrières wegnemen
      in vergunningsverlening en milieuregelgeving en innovatieve systemen stimuleren;
5.    Duidelijkheid scheppen over de mogelijkheden voor bedrijven om binnen de
      Europese mededingingsregels samen te werken aan verduurzaming;
6.    Nederland internationaal profileren als voorloper op het gebied van dierenwelzijn
      zodat gewerkt wordt aan de condities voor een Europese markt voor Nederlandse
      producten met meer dierenwelzijn.
RDA.2017.044                  Zienswijze Dierenwelzijn te koop                              6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>1. Aanleiding, doel en centrale vragen zienswijze
Sinds het rapport ‘Toekomst voor de veehouderij’ van de commissie Wijffels (2001),
staat de maatschappelijke wens van verhoging van het dierenwelzijn in de Nederlandse
veehouderij boven het wettelijk minimumniveau 1, prominent op de agenda. Met het oog
hierop pleitte de RDA in 20122 voor marktwerking, in plaats van het verhogen van de
wettelijke minimumnormen voor alle veehouders in Nederland.
De afgelopen jaren is zowel het aanbod als de verkoop van voedsel (vlees, zuivel, eieren)
met een hoger dierenwelzijnsniveau in absolute zin toegenomen 3. Het marktaandeel van
bijvoorbeeld diervriendelijker geproduceerd vlees en vleeswaren 4 steekt echter nog altijd
flink af tegen het aantal mensen dat zich zorgen maakt over het dierenwelzijn in de
veehouderij5. Er lijkt nog steeds sprake van een aanzienlijk onbenut marktpotentieel.
Dit onbenutte marktpotentieel in Nederland en de nadelige gevolgen hiervan voor de
dieren in de Nederlandse veehouderij en de Nederlandse economie, waren voor de RDA
aanleiding om de barrières bij marktwerking rond dierenwelzijn onder de loep te nemen.
Bovendien meent de RDA dat verhoging van het dierenwelzijn in de Nederlandse
veehouderij een manier zou kunnen zijn om de sector in Europa en de wereld
onderscheidend en winstgevend te positioneren. Zo kan een focus op meer dierenwelzijn
een drijfveer zijn in de transitie van de Nederlandse veehouderij. Dit is belangrijk omdat,
door een complex van factoren, de Nederlandse veehouderij qua kostprijs een relatief
ongunstige uitgangssituatie heeft. Ook in de door verschillende ministeries en het
bedrijfsleven ondertekende slotverklaring van de Voedseltop 2017 6, wordt gesproken
over de ambitie dat Nederland internationaal bekend staat vanwege het hoge niveau van
dierenwelzijn.
Voor deze zienswijze reflecteerde de RDA op de volgende drie vragen:
1.      Wat belemmert marktwerking rond dierenwelzijn?
2.      Wat moet er gebeuren om deze barrières te slechten?
3.      Wat moet de rol van de overheid hierbij zijn?
1
  In de Nederlandse wetgeving zijn de EU-richtlijnen voor dierenwelzijn al enigszins aangescherpt. Een
voorbeeld is de oppervlaktenorm voor vleesvarkens (EU: 0,65 m2, Nederland: 0,8 m2)
2
  RDA-zienswijze ‘Winstgevend Welzijn. Over het creëren van kansen’ (2012)
3
   Zie www.agrimatie.nl van Wageningen Economic Research (Alles over maatschappij, Duurzaam voedsel)
4
  Monitor Duurzaam Voedsel 2015. Consumentenbestedingen. Wageningen University & Research (2015)
5
   Verhue D., D. Verzijden, Burgeroordelen over de veehouderij: uitkomsten publieksonderzoek. Amsterdam:
Bureau Veldkamp. Beschikbaar op: http://www.rathenau.nl/uploads/tx_tferathenau/ Burgeroordelen-
veehouderij-publieksonderzoek.pdf. (2003)
6
  http://www.voedselagenda.nl/voedseltop/, geraadpleegd op 15-02-2017
RDA.2017.044                       Zienswijze Dierenwelzijn te koop                                      7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>De    RDA     beziet    de   rol    van     de    overheid     bij  verhoging  van  dierenwelzijn  via
                                                             7
marktwerking en legt hierbij de focus op vers                   vlees, in de context van Nederlandse
dieren bedoeld voor Nederlandse consumptie. De redenering van deze zienswijze geldt
echter ook voor de eier- en zuivelsector.
De RDA geeft zich rekenschap van het volgende:
      De overheid is gelaagd, er is niet sprake van één overheid;
      Het merendeel van de nationale productie is op export gericht8 en heeft daardoor te
       maken met internationale concurrentieverhoudingen en met de Europese en/of
       globale normen voor dierenwelzijn.
2. Visie             RDA          op        (de       rol       van      de     overheid         bij)
       marktwerking
Volgens de RDA kent marktwerking twee elementen:
1.     Het is een gezamenlijke activiteit van marktpartijen (retail, voortbrengingsketens
       en consumenten)
2.     Het wordt gedreven door/is gericht op de koopkrachtige vraag in de markt
De RDA hanteert bij marktwerking een ‘nee, tenzij’-visie op de rol van de overheid; bij
marktwerking is er volgens de RDA geen rol voor de overheid tenzij de markt niet
optimaal functioneert als gevolg van marktimperfecties. De RDA ziet een bescheiden rol
weggelegd voor de overheid met betrekking tot vooral de marktimperfecties informatie-
asymmetrie (niet iedereen beschikt over de juiste informatie) en externaliteiten (externe
effecten die niet in de prijs worden meegenomen, zoals het effect op dierenwelzijn bij
voedselproductie). Wat de RDA betreft richt de rol van de overheid zich verder slechts op
het op gang brengen van marktwerking rond dierenwelzijn, niet op het onderhoud ervan.
De aanbevelingen ten aanzien van de rol van de overheid worden bovendien ingegeven
door de barrières die marktwerking rond dierenwelzijn op dit moment in de weg staan.
Welke dit volgens de RDA zijn leest u in de volgende paragraaf.
7
  In deze zienswijze wordt onder ‘vers’, ‘kort houdbaar’ bedoeld
8
  Zie www.agrimatie.nl van Wageningen Economic Research (Sector, Handel & afzet)
RDA.2017.044                        Zienswijze Dierenwelzijn te koop                                   8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>3. Barrières bij marktwerking rond dierenwelzijn
Volgens de RDA wordt de beleidsambitie van verhoging van dierenwelzijn via marktwerking
belemmerd door barrières aan de vraag- en aanbodzijde van de markt, en bij de overheid.
3.1 Barrières aan de vraagkant
Aan de vraagzijde ziet de RDA de volgende barrières:
1.      Er is, gemiddeld gesproken, nog onvoldoende koopkrachtige vraag naar producten
        met alleen een hoger dierenwelzijnsniveau. Hoewel bij veel consumenten morele
        overwegingen sterk op het netvlies staan, wil op dit moment een grote groep er in
        gedrag slechts in beperkte mate iets voor doen of laten. Als een product niet ook
        onderscheidend is qua smaak, gemak of gezondheidskenmerken, kiest een grote
        groep consumenten voor de goedkoopste optie. Verder is er een groep
        consumenten die het financieel moeilijk heeft en welhaast voor de goedkoopste
        optie moet kiezen om rond te komen. Een deel van de consumenten wil wel al
        meer betalen voor meer dierenwelzijn. Uit onderzoek naar overwegingen van
        consumenten blijkt verder dat consumenten willen of ervan uitgaan dat overheid en
        supermarkten ervoor zorgen dat producten in de winkel op verantwoorde wijze
        geproduceerd zijn. In situaties waarbij de supermarkten de keuze bepalen, doordat
        ze bijvoorbeeld het basissegment hebben vervangen door varkensvlees met het
        Beter Leven keurmerk met 1 ster, volgen consumenten dit.
2.      Informatie over het dierenwelzijnsniveau van vlees is voor de consument nog
        onvoldoende transparant. De huidige informatie over het dierenwelzijnsniveau van
        vlees is minder effectief doordat er relatief veel keurmerken, fabriekslogo’s en
        claims zijn die bovendien niet allemaal begrepen of vertrouwd worden door
        consumenten. Dit werd recent geïllustreerd door onderzoek van Milieu Centraal
        samen met o.a. de Alliantie Verduurzaming Voedsel (AVV) 9. Consumenten en de
        markt voor diervriendelijkere productie zijn hier niet bij gebaat.
3.2 Barrières aan de aanbodkant
Aan de aanbodzijde ziet de RDA de volgende barrières:
1.      In de sector heeft het denken zich nog niet doorontwikkeld voorbij het
        commoditydenken waarbij de prijs centraal staat. Zoals eerder gezegd is er volgens
9
  Milieu Centraal, ‘Topkeurmerken voor duurzame voeding. Resultaten ordening keurmerken en logo’s 2016’, 10
oktober 2016
RDA.2017.044                       Zienswijze Dierenwelzijn te koop                                         9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>     de RDA bij een deel van de consumenten wel degelijk een potentieel koopkrachtige
     vraag naar producten met een hoger dierenwelzijn als deze ook onderscheidend
     zijn qua smaak, gemak of gezondheidskenmerken Deze consumenten hechten om
     verschillende redenen belang aan dierenwelzijn; vanuit moraliteit, milieu- of
     gepercipieerde smaakoverwegingen. Van deze differentiatie in de markt wordt
     echter onvoldoende gebruik gemaakt in de commodity-aanpak die de sector
     kenmerkt; velen in de sector denken aan de consument als een eenduidige entiteit
     waardoor perspectiefvolle oplossingsrichtingen niet worden (h)erkend.
2.   Dominante business logica’s hinderen de realisatie van nieuwe business- en
     distributiemodellen. Om de dagelijkse gang van zaken efficiënt uit te voeren
     baseren bedrijven en beleidsmakers zich op beproefde recepten. Dat is handig,
     maar heeft ook een keerzijde. Er is hierdoor een zekere mate van vastgeroestheid
     ontstaan in traditionele business- en distributiemodellen. Dit maakt het lastig om
     nieuwe concepten en businessmodellen te ontwikkelen en in de praktijk te brengen
     in vaste ketenrelaties. Ook de kosten en benodigde ketenorganisatie om de
     onzichtbare kenmerken van de productieomstandigheden (zoals dierenwelzijn) tot
     aan de consument te brengen, zijn een belangrijke barrière bij het vergroten van
     de consumentenvraag naar producten met een hoger dierenwelzijnsniveau.
3.   Ketens zijn nog niet samenhangend genoeg om nieuwe concepten in de markt te
     zetten en vierkantsverwaarding te realiseren. Ketens zijn nog steeds onvoldoende
     doordrongen van het belang en de betekenis van afstemming en coördinatie, en
     werken niet goed genoeg samen om nieuwe concepten in de markt te zetten en
     vierkantsverwaarding te realiseren. Vierkantsverwaarding is het gebruik van het
     gehele dier voor overwegend consumptiedoeleinden in plaats van alleen de meer
     gangbare delen, zoals filet bij kip en biefstuk bij runderen. Zonder
     vierkantsverwaarding worden de hogere kosten van meer dierenwelzijn ten laste
     gelegd aan slechts een beperkt gedeelte van het dierlijke product.
4.   Er zijn financieringsproblemen bij nog niet bewezen business concepten. Actoren die
     nieuwe business concepten willen ontwikkelen ervaren problemen bij de financiering,
     met name als de business concepten zich nog niet bewezen hebben en de financiering
     derhalve risicovol is. Dit belemmert innovatie.
3.3 Barrières bij de overheid
Tenslotte ziet de RDA de volgende barrières bij de overheid:
RDA.2017.044                   Zienswijze Dierenwelzijn te koop                          10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>1.     Er zijn vergunning barrières voor veehouders die hun stalsystemen willen
       veranderen met het oog op meer dierenwelzijn. De meeste intensieve
       veehouderijen (varken, kip) zijn geconcentreerd in het zuiden en oosten van
       Nederland. In grote delen van deze gebieden worden lokaal hoge eisen gesteld aan
       het beperken van de omgevingsbelasting in termen van geur, ammoniak en fijnstof.
       Hierdoor zijn bijvoorbeeld systemen met buitenuitloop alleen mogelijk op zeer
       kleine schaal.
2.     Er is onduidelijkheid over de ruimte voor samenwerking rond verduurzaming.
       Boeren hebben de mogelijkheid om producentenorganisaties op te richten maar het
       is onduidelijk wat die organisaties precies wel en niet mogen doen. De RDA sluit
       zich aan bij het pleidooi van de Agricultural Markets Task Force 10 voor heldere en
       werkbare regels over mededinging rond verduurzaming. De overheid lijkt verder
       strenger toe te zien op mededinging dan nodig is op basis van de Europese regels.
4. Wat moet er gebeuren?
Volgens de RDA moet het volgende gebeuren om genoemde barrières te slechten:
1.     Toename van bewustzijn en kennis bij consumenten over (de verschillende niveaus
       van) dierenwelzijn bij de productie van voedsel. Campagnes van NGO’s en de
       introductie van het Beter Leven keurmerk dragen hieraan bij. Ook om andere
       redenen is het van groot belang dat NGO’s hun rol blijven spelen; men kan
       namelijk argumenteren dat dierenwelzijn dusdanig belangrijk is voor
       ondernemingen vanuit hun corporate social responsibility (CSR), dat ze om die
       reden bovenwettelijke niveaus willen aanhouden. Hierbij is dus de marktvraag niet
       leidend, maar CSR.
2.     Ontwikkeling van nieuwe businessmodellen om een bredere groep van
       consumenten te bereiken met dierlijke producten met een hoger
       dierenwelzijnsniveau tegen een lagere prijs. Denk aan het toevoegen van waarden
       als smaak, gezond en/of gemak aan deze producten. Denk verder aan
       maaltijdboxen, out of home, on-line en andere vernieuwende businessmodellen die
       meer mogelijkheden bieden tot vierkantsverwaarding.
10
   ‘Improving market outcomes. Enhancing the position of farmers in the supply chain’. Report of the
Agricultural Markets taskforce, Brussels, november 2016
RDA.2017.044                        Zienswijze Dierenwelzijn te koop                                 11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>3.   Scherpere eisen stellen aan keurmerken, claims en fabriekslogo’s over
     dierenwelzijn. De vraag naar producten met meer dierenwelzijn kan gestimuleerd
     worden door een beperkter aantal keurmerken, claims en fabriekslogo’s, waarop de
     consument bovendien kan vertrouwen doordat ze gecontroleerd worden en
     wetenschappelijk gefundeerd, transparant, helder en met inbreng van
     maatschappelijke organisaties zijn. Verder moet er een mogelijkheid zijn voor de
     consument om een keurmerk te valideren.
4.   Inzet van marketingexpertise. Er moet sterker worden ingezet op differentiatie in
     kanalen en doelgroepen en op proposities die aansluiten bij consumentenwaarden.
     Hiervoor is meer inzet van marketingkwaliteit in de sector nodig. Er is verder
     behoefte aan experimenteerruimte voor “dwarsdenkers” die nieuwe modellen
     ontwikkelen die later eventueel mainstream worden. Vanuit de mainstream gaat dit
     niet lukken.
5.   Meer financiële ondersteuning. De RDA adviseert een meer richtinggevend beleid
     van financiële ondersteuning door de belangrijkste banken. Vanuit de ketenpartijen
     is risicofinanciering nodig en vanuit de overheid garantiestelling en/of
     investeringspremieregelingen.
6.   Vorming van sterke, vraaggerichte ketens. Er moeten ketens gevormd worden
     waarbij elke schakel doordrongen is van het feit dat afstemming en coördinatie tot
     synergie en hogere marges leidt. Door te werken met een diervriendelijker concept
     in vaste ketens kan ook meer betrokkenheid ontstaan bij de schakels in de keten
     en een gevoel van trots op het product. Dit kan leiden tot meer kwaliteitsbesef.
     Elke schakel moet zich daarbij realiseren dat samenwerken iets anders is dan
     samen dingen doen; als je wilt samenwerken, zul je ook bereid moeten zijn een
     stuk van je eigen beslissingsbevoegdheid af te staan. Het principe ”de markt
     vraagt, de boer draait” houdt verder in dat dierhouders zich moeten committeren
     aan de vraag van de markt. Het mechanisme achter het convenant biologische
     varkens blijkt bijvoorbeeld goed bruikbaar voor een doorbraak in volume en om een
     flinke stap te zetten in de zin van dierenwelzijn en vernieuwing in stalsystemen.
     Ketenarrangementen van boer tot consument dienen bovendien zodanig te worden
     ingericht dat afspraken kunnen worden gemaakt over het vierkant verwaarden van
     dierlijke producten en het afstemmen van vraag en aanbod. Voor
     vierkantsverwaardig zijn bovendien sterkere netwerken van stakeholders nodig
     waardoor meer delen in processed foods verwerkt kunnen worden. De versvlees
RDA.2017.044                  Zienswijze Dierenwelzijn te koop                          12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>        deelsector kan zich bijvoorbeeld niet door ontwikkelen zonder daarin de
        verwerkende industrie mee te nemen.
7.      Communicatie over best practices. Communicatie over successen geeft energie en
        stimuleert partijen om zaken uit te proberen.
8.      Kritisch kijken of en waar bestaande wet- en regelgeving doorontwikkeling van een
        diervriendelijkere veehouderij in de weg staat. Denk aan maatregelen nodig voor
        meer dierenwelzijn, die een negatieve impact hebben op milieu. Gekeken moet
        worden of en hoe deze wetgeving “verlicht” kan worden zonder andere
        maatschappelijke belangen te frustreren.
5. De rol van de overheid
Bij de beleidsambitie van verhoging van het dierenwelzijn via marktwerking vindt de RDA
het, gezien de geconstateerde barrières, de rol van de overheid om:
1.      De consument te beschermen tegen misleiding over het dierenwelzijnsniveau van
        producten. Hiervoor is een versterking nodig van de wettelijke basis voor
        transparantie van dierenwelzijnskeurmerken, claims en fabriekslogo’s. Op deze
        wijze kan er duidelijkheid komen over wat keurmerken, claims en fabriekslogo’s op
        het gebied van dierenwelzijn voorstellen. Volgens de RDA is bij de opzet en
        uitvoering van keurmerken betrokkenheid van alleen het bedrijfsleven niet
        voldoende, maar dient ook de maatschappij, in de vorm van NGO’s, hierin een rol
        te spelen. Verder moeten keurmerken te valideren zijn door consumenten. Volgens
        de RDA zou bovendien onderzocht moeten worden of de consumentenbescherming
        met betrekking tot gezondheidsclaims ook kan gelden voor claims op het terrein
        van dierenwelzijn. De Wet oneerlijke handelspraktijken11 kan bij dit onderzoek
        worden betrokken. Volgens de RDA is de rol van de overheid hierbij die van
        verbinder van partijen en regisseur.
2.      Ketenprestaties rond dierenwelzijn te stimuleren. Zowel met het oog op de
        ontwikkeling van vraaggerichte businessmodellen, verhoging van marges als
        vierkantsverwaarding, zijn nieuwe combinaties van en synergiën tussen actoren
        van groot belang. De RDA adviseert dat de overheid bedrijven uitdaagt tot
11
   https://www.acm.nl/nl/onderwerpen/consumentenrecht/oneerlijke-handelspraktijken/wat-zijn-oneerlijke-
handelspraktijken/
RDA.2017.044                     Zienswijze Dierenwelzijn te koop                                       13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>     (financieel) leiderschap, platforms voor samenwerking biedt en een regierol op zich
     neemt om “het zand uit de machine te halen”. Dat kan door:
           De lock-in in de sector te onderzoeken. Als de sector echt in een lock-in zit
            dan zou de overheid, vanuit economisch belang, onderzoek moeten doen naar
            de aard hiervan en de vraag hoe deze verminderd kan worden;
           Onderzoek te doen naar de mate waarin binnen het groene, het grijze en het
            foodonderwijs (SVO vakopleiding food, bakkersopleiding, etc.) voldoende
            aandacht is voor een duurzamere herkomst van voedsel. En : is het denken
            over markt, maatschappij en segmentering hier op een voldoende hoog
            niveau?
           Netwerkfora te organiseren zodat innovatieve partijen laagdrempelig contact
            kunnen leggen met relevante partners in ketens en afzetmarkten. Partijen
            bijeenbrengen en dergelijke processen faciliteren is iets wat bij uitstek
            onafhankelijke overheden kunnen doen;
           Stakeholders te werven en bundelen die ‘dierenwelzijn vermarkten’ als
            uitdaging zien en hen faciliteren door, in de vorm van achtergestelde
            leningen, meerjarig budget beschikbaar te stellen voor innovatie, onderzoek,
            fact finding en campagnes;
           Best practices te communiceren. Het zou zinvol kunnen zijn om potentiele
            ketenpartners via best practices kennis te laten maken met succesvolle
            ketens in sectoren buiten de dierhouderij;
           Het verstrekken van innovatiesubsidies die pre-competitieve kennis opleveren
            die voor de gehele sector relevant is;
           Initiatiefnemers moeten vaak grote investeringen doen voor verbetering van
            het dierenwelzijn in de veehouderij. Een revolving fund zou bedrijven over
            ‘dode punten’ heen kunnen helpen (zie ook de provinciale POP3-regelingen).
3.   De marktvraag naar diervriendelijker geproduceerde producten te stimuleren door
     consumenten bewuster te maken van afwegingen en keuzemogelijkheden. Als
     dierenwelzijn politiek gezien wordt als een maatschappelijk belang, dan is het
     legitiem dat de overheid consumenten wijst op het feit “dat er keuze is”. Dus niet
     wat consumenten “moeten doen”, maar wat ze “kunnen doen”. Dat kan de overheid
     doen:
           in de vorm van campagnes in samenwerking en afstemming met het
            bedrijfsleven;
           door te stimuleren dat er in het onderwijs (zo vroeg mogelijk!) aandacht
            uitgaat naar (de herkomst van) voedsel, de relatie met diervriendelijkheid en
RDA.2017.044                  Zienswijze Dierenwelzijn te koop                            14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>           waaraan meer en minder diervriendelijke producten te herkennen zijn
           (keurmerken);
          door zelf het goede voorbeeld te geven en op alle plaatsen waar de overheid
           acteert uit te dragen dat zij het welzijn van de dieren belangrijk vindt.
4.   Onderzoek te doen naar (oplossingen voor) tegenstellingen tussen milieu, humane
     gezondheid en dierenwelzijn, de regie op zich te nemen om binnen het eigen
     ministerie en met het ministerie van Infrastructuur en Milieu, provincies en
     gemeenten zaken af te stemmen en, waar nodig en gewenst, barrières weg te
     nemen in vergunningsverlening en milieuregelgeving, en innovatieve systemen te
     stimuleren. De overheid zou volgens de RDA een goede balans moeten vinden
     tussen de eisen die aan het bedrijfsleven worden gesteld vanuit milieu, humane
     gezondheid en dierenwelzijn. Een goede balans maakt dat het innovatiepotentieel
     binnen de sector beter wordt benut.
 5.  Duidelijkheid verschaft over de mogelijkheden tot samenwerking tussen bedrijven
     in het licht van de Europese mededingingsregels ten aanzien van verduurzaming.
     Zonder onnodig streng te zijn.
 6.  Nederland internationaal profileert als voorloper op het gebied van dierenwelzijn,
     zodat gewerkt wordt aan de condities voor een Europese markt voor Nederlandse
     producten met meer dierenwelzijn. Dat kan door:
          Ernaar te streven dat standaarden (net zoals bij SKAL en het Global Food
           Safety Initiative) in de internationale markt geaccepteerd worden;
          Het blijven agenderen van verhoging van de minimumeisen aan dierenwelzijn
           op Europese schaal, om verbetering van dierenwelzijn via een level playing
           field te stimuleren;
          Erop toe te zien dat de minimumeisen een plek krijgen in internationale
           handelsverdragen, mede ter invulling van het diervriendelijkheidsprofiel van
           Nederland;
          Stimuleren dat in EU verband dierenwelzijn wordt toegevoegd aan de
           regelgeving rondom consumentenbescherming.
Samenvattend is het volgens de RDA, bij marktwerking rond dierenwelzijn, de rol van de
overheid om:
1.   Peper aan de vraagkant toe te voegen. Peper aan de vraagkant toevoegen betekent
     bijvoorbeeld dat de overheid zorgt voor meer transparantie zodat de consument er
RDA.2017.044                  Zienswijze Dierenwelzijn te koop                          15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>     vaker en beter op wordt geattendeerd dat er in de markt keuze is. Bovendien pleit
     de RDA voor peper in het onderwijs, zowel in het basisonderwijs (over de herkomst
     van voedsel en verschil in dierenwelzijn) als het vakonderwijs (kennis over
     concepten, marketing en dierenwelzijn);
2.   Het zand uit de machine van het aanbod te halen. Het zand uit de machine van het
     aanbod halen houdt in dat de overheid experimenten met diervriendelijkere
     productie of dierenwelzijnsproducten faciliteert. De overheid kan ook bevorderen
     dat de financiering van ontwikkelingen in die richting gemakkelijker wordt;
3.   Olie te gieten in de afstemming van vraag en aanbod. Er zijn namelijk nog veel
     hindernissen in wetten en regels die een meer diervriendelijke productie in de weg
     staan. Niet zelden gaat het om tegenstrijdige regels, bijvoorbeeld milieueisen die
     zich niet laten rijmen met het streven om dieren een beter leven te geven.
RDA.2017.044                  Zienswijze Dierenwelzijn te koop                          16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Colofon
De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) is een onafhankelijke raad van deskundigen
die de staatssecretaris van Economische Zaken gevraagd en ongevraagd adviseert over
multidisciplinaire vraagstukken op het gebied van dierenwelzijn en diergezondheid. De
RDA bestaat uit wetenschappelijke experts en praktijkdeskundigen die op persoonlijke
titel, zonder last of ruggespraak, zitting hebben in de Raad.
De concept zienswijze is ter beoordeling voorgelegd aan de gehele Raad. Deze zienswijze
is daarmee een product van de hele Raad.
De Raad voor Dierenaangelegenheden bestond op 1 maart 2017 uit de volgende
deskundigen:
De heer prof.dr. J.J.M. van Alphen                 De heer drs. J. Kaandorp
De heer dr. ir. G.B.C. Backus                      De heer prof.dr. F. van Knapen
Mevrouw dr. H.M.G. Beers-Schreurs                  De heer prof.dr.ir.B. Kemp
De heer W.T.A.A.G.M. van den Bergh                 De heer prof.dr. P.A. Koolmees
De heer mr. A.G. Dijkhuis                          Mevrouw prof.dr. M.P.G. Koopmans
Mevrouw prof.mr. A.A. Freriks                      De heer dr. F.L.B. Meijboom
De heer prof.dr. S. Haring                         De heer ir. F.C. v.d. Schans
De heer prof.dr. ir. L.A. den Hartog               De heer dr. M.C.Th. Scholten
Mevrouw A.L. ten Have-Mellema                      De heer prof.dr. Y.H. Schukken MBA
De heer prof.dr.ir. J.A.P. Heesterbeek             Mevrouw prof. dr. M.M. Sloet v.
De heer prof.dr. L.J. Hellebrekers                 Oldruitenborgh-Oosterbaan
Mevrouw dr. S.A. Hertzberger                       De heer ir. M.H.A. Steverink
Mevrouw J.E. Hesterman                             De heer H.W.A. Swinkels
De heer A.J.M. van Hoof                            De heer dr.ir. J.W.G.M. Swinkels
De heer dr.ing. H. Hopster                         Mevrouw prof.dr.ir. C.J.A.M. Termeer
De heer prof.dr.ir. A. van Huis                    De heer prof.dr.ir. J.C.M. van Trijp
De heer prof.dr.ir. M.C.M. de Jong                 De heer drs. R.A. Tombrock
Mevrouw ir. M. de Jong-Timmerman                   Mevrouw drs. H.M. van Veen
De heer J.Th. de Jongh
Meer informatie over de Raad voor Dierenaangelegenheden vindt u op onze website:
www.RDA.nl. Daar kunt u ook alle eerder uitgebrachte adviezen downloaden.
RDA.2017.044                  Zienswijze Dierenwelzijn te koop                          17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>