<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>        COMMiSSiE VAN ADVIES iNZAKE VOLKENRECHTELIJKE VRAAGSTUKKEN
/ ,
                           Ministerie ven Buitenlandse Zaken - Plein 23 - ‘s-Gravenhege
                                                             Aan de Minister van
                                                              Buitenlandse Zaken
                                                              te
                                                                             s—Gravenhage.
    No      1270                                                                Datum    mei  1979
    Betreft:     Totstandkoming van multilaterale verdragen.
                                  Ter voldoening aan het verzoek vervat in Uw brief
                         van 17 april 1978, no. DI0/HJ—55.27, heb ik de eer U
                         hierbij aan te bieden het Rapport van de Commissie van
                         Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken betreffende
                         het in hoofde dezes genoemde onderwerp.
                                   Ik moge onderstrepen dat het onderhavige advies,
                         gegeven het preliminaire stadium waarin het door de
                         Algemene Vergadering der VN gentameerde onderzoek zich
                         bevindt, slechts een voorlopig karakter kan hebben.
                         Een van de voorwaarden voor een meer gedegen oordeel
                         is het beschikbaar komen van een rapport waarin een
                         analyse wordt gegeven van de onderhavige in VN—
                         verband gebruikte procedures, een rapport dat, naar
                         ik begrijp, door het Secretariaat der VN momenteel
                         wordt voorbereid.
                                                                             De Voorzitter,
                                                                                t
                                                                              (Mr.    L. Erades)
    10Ç2 -2 6 1.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>             COMMSSlE VAN ADVES
                   INZAKE
  VOLKENRECHTELLIKE VRAAGSTUKKEN                     ‘S-GRAVENHAGE....l...mei....197.9
                                                     Ministerie vCn Bsit.nl.nds. Zaken Plein 23
 No.    1271
                      Totstandkoming multilaterale verdragen
                 1.   Inleiding
                      Op verzoek van de Minister van Buitenlandse Zaken, gedaan bij
                      brief nr DIO/HJ 55.274 van 17 april 1978 heeft de Adviescommissie
                      zich gedurende enkele vergaderingen bezig gehouden met het door
                      de Algemene Vergadering der Verenigde Naties geëntameerde onderzoek
                      naar het functioneren van de procedures voor het tot stand brengen
                      van multilaterale verdragen onder auspiciën van de VN. Het onderzoek
                      beoogt o.m. het vinden van methodes welke een meer efficiënt
                      gebruik mogelijk maken van de mankracht en energie die regeringen
                      van lidstaten en het Secretariaat ter beschikking staan ten behoeve
                      van het voorbereiden en opstellen van multilaterale verdragen.
                      Over de bij dit onderzoek gekozen beperkingen kunnen enkele op
                      merkingen worden gemaakt.
                      Het onderzoek richt zich in de eerste plaats op de gevolgde proce
                      dures en de verbeteringen die in dat opzicht zouden kunnen worden
                      verwezenlijkt. Het behoeft nauwelijks betoog dat een onderzoek
                      naar de oorzaak van de tekortkomingen die zijn gesignaleerd in
                      het proces van totstandkoming van multilaterale verdragen, zich
                      niet uitsluitend. kan beperken tot de procedurale aspecten van
                      deze problematiek. Indien nodig zullen bij de onderhavige evaluatie
                      ook andere faktoren, veelal liggend in het politieke vlak, in
                      de beschouwingen moeten worden betrokken..
                      In de tweede plaats wekt het toelichtend memorandum (dcc. A/32/143,
                      Annex), m.n. in hoofdstuk A (Purpose of the initiative) de indruk
                      alsof het stadium na afronding van de tekst van een verdrag buiten
                      beschouwing kan blijven. Dit lijkt minder juist, omdat de onvrede
                      over de gang van zaken met betrekking tot het opstellen van multi—
                      laterale verdragen mede betrekking heeft op het tempo waarin
                      eenmaal opgestelde verdragen door de lidstaten worden geratificeerd.
                      Overigens moge wat dit aspect betreft verwezen worden naar het
                      daarop betrekking hebbende advies van de Adviescommissie, nr 109t3
                      van 14 september 1973. Bovendien bestaat er een verband tussen
                      het stadium van opstelling en dat van ratificatie van een verdrag
                      in die zin dat problemen die in het eerste stadium niet of onvoldoende
                      zijn opgelost onvermijdelijk leiden tot vertraging in de ratificatie
                      van het verdrag, terwijl omgekeerd de bij implementatie te verwachten
                      problemen een belangrijke rol spelen bij de totstandkoming van
                      een verdrag, en m.n. het tempo daarvan bepalen. Een extra complicatie
                      vormt de verscheidenheid van juridische systemen van de lidstaten,
                      als gevolg waarvan de problemen bij de implementatie van verdrags—
                      bepalingen in vrijwel ieder land verschillend zijn.
                      Tenslotte, ook voor deze fase kan, gedeeltelijk, naar verbetering
                      worden gezocht door middel van procedures en methoden die hun neerslag
                      vinden in de verdragstekst (b.v. een bopting_outhl_procedure).
                      De Adviescommissie wijst er in dit verband op dat ook Nederland
                      bepaald geen indrukwekkende ‘record’ heeft opgebouwd indien men de
                      met ratificatie van de verschillende verdragen gemoeide tijd beziet.
                                                                                           —2—
1 Ié3-1 0-88
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                              —2—
     In de derde plaats is het onderzoek beperkt tot multilaterale
     verdragen die in VN—verband tot stand worden gebracht. Deze be—
     perking lijkt juist, enerzijds omdat het onderzoek is geëntameerd
     door de Algemene Vergadering der VN, anderzijds omdat de problemen
     die zich voordoen bij verdragen die in VN—verband zijn of worden
     opgesteld, vooral in verband met hun universele karakter, onver
     gelijkbaar groter zijn dan die met betrekking tot jn kleiner,
     m.n. regionaal verband opgestelde verdragen. Niettemin kunnen
     procedures die binnen andere dan VN— en gespecialiseerde organisaties
     worden gevolgd, wellicht als vergelijkingsmateriaal dienen.
     Gegeven het feit dat in een aantal gevallen de aanvankelijke
     opzet om een verdrag op te stellen slechts zeer moeizaam of zelfs
     geheel niet kan worden gerealiseerd (Arbitrageregels ILC, Handvest
     van Economische Rechten en Plichten van Staten), rijst de vraag
     of er onderwerpen geïdentificeerd kunnen worden waarvan tevoren
     vaststaat dat zij zich niet lenen voor regeling in verdragsvorm.
     Hoewel een dergelijke splitsing voordelen heeft (geen investering
     van mankracht in regeling van “onhaalbare” onderwerpen), kan
     betwijfeld worden of iets dergelijks uitvoerbaar is. Bovendien
     wordt aldus de mogelijkheid gelimineerd door middel van onderhande
     lingen en wederzijdse concessies een regeling te treffen die
     voordien onhaalbaar leek. Het is bovendien verleidelijk om bij
     dergelijke onderwerpen te denken aan gebieden die nog onontgonnen
     zijn. Evenwel, juist op die terreinen is soms een regeling eerder
     haalbaar, omdat daarbij nog geen gevestigde belangen betrokken
     zijn.             -
  2. Voorbereidende besluitvorming
     In VN—verband wordt niet zelden besloten tot het (doen) opstellen
     van een verdrag op voorstel van een of meer lidstaten, terwijl
     onvoldoende duidelijkheid bestaat over de daarin vast te leggen
     hoofdlijnen.
     In een later stadium zal veelal blijken dat dit gebrek aan politieke
     voorbereiding de totstandkoming van een verdragstekst in de weg
     staat of, indien al een verdrag tot stand komt, dit door slechts
     een gering aantal landen wordt bekrachtigd.
     Er zou dan ook naar gestreefd moeten worden, in alle gevallen
     waarin het te regelen onderwerp niet onomstreden is, voorafgaand
(    aan het besluit tot opstelling van een verdrag een politieke
     discussie te houden over de uitgangspunten. Indien een dergelijke
     discussie zou aantonen dat er onvoldoende “common ground” is
     voor het opstellen van een verdrag, zou daarvan, althans voorlopig,
     moeten worden afgezien. Het is niet onwaarschijnlijk dat uit
     een dergelijke discussie tevens blijkt, dat over bepaalde beginselen
     wel overeenstemming kan worden bereikt in een minder bindende
     vorm dan een verdrag. In deze gevallen ontwikkelt zich dan een
     vorm van “soft law”, op basis waarvan doctrine en rechtspraak
     zich verder kunnen ontwikkelen, terwijl anders een onvruchtbare
     patstelling was ontstaan, waarbij de verschillende groeperingen
     zich zouden hebben verschanst achter juridische formuleringen.
     In feite dient ook deze initile politieke discussie tijdens
     het opstellen van het verdrag zelf te worden voortgezet, waarbij
     ook de vraag aan de orde kan komen of de aan het begin veronderstelde
      ‘common ground” nog steeds aanwezig is. Indien deze vraag ontkennend
     moet worden beantwoord, zou het werk aan het ontwerpverdrag voorlopig
     moeten worden gestaakt of zou naar een minder vergaande vorm
     moeten worden gezocht (aanbeveling). Deze discussie kan ook duidelijk
     maken welke van de hierna te schetsen procedures bij voorkeur
     zou moeten worden gevolgd.
                                                  —3—
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>(                            —3—
  3. Opstelling van een ontwerp—tekst
     Er laten zich verschillende modaliteiten denken voor de opstelling
     van een verdragstekst.    De keuze daartussen zal mede worden
     bepaald door een aantal faktoren, die vooral verband houden met
     de aard van het te regelen onderwerp, zoals de vereiste mate
     van expertise, de omvang van de daarbij betrokken belangen, het
     procedurele dan wel materiële karakter en het vernieuwende dan
     wel het bevestigende karakter.
     Al deze modaliteiten gaan uit van de volgende uitgangspunten:
     1 -  Het redigeren van teksten wordt moeilijker naarmate het aantal
          deelnemende personen groter wordt;
     2 —  Alle ge5nteresseerde staten wensen bij de opstelling van
          ontwerpen te worden betrokken, met dien verstande dat, indien
          grote belangen in het geding zijn, zij ook opstelling van
          het eerste voorontwerp niet aan anderen zullen willen overlaten.
     Opstelling van een tekst in het eerste stadium kan, al naar gelang
     het gewicht van de hierboven genoemde faktoren, geschieden door
     een of meer expert—rapporteurs. Aldus aangewezen experts oriënteren
     zich, hetzij langs schriftelijke weg, hetzij door middel van
     bezoeken aan diverse hoofdsteden, omtrent de opvattingen en wensen
     van regeringen.
     N.B. Bij opstelling van een ontwerp door een expert-rapporteur
     valt uiteraard o.m. te denken aan de procedure gevolgd door de
     ILC, waarbij de tekst van een aan regeringen voor te leggen eerste
     lezing door de ILG wordt vastgesteld.
     In bepaalde gevallen kan het noodzakelijk zijn dat in een groep
     van regeringsvertegenwoordigers afkomstig uit de verschillende
     belangengroeperingen (en/of regio’s) tevoren de verschillende
     standpunten terzake naar voren worden gebracht op basis waarvan
     het secretariaat van de organisatie een eerste voorlopige tekst
     opstelt.
     Na toezending van het eerste ontwerp aan regeringen ten behoeve
     van commentaar wordt een tekst in tweede lezing opgesteld afhankelijk
     wederom van de aard van het onderwerp, door een commissie van
     deskundigen (vgl. ILC—procedure) of door een commissie van regerings—
     vertegenwoordigers (ad hoc of bestaand), waarin alle belangen
     groepen zijn vertegenwoordigd. Deze tweede lezing wordt, al dan
     niet vergezeld van regeringscommentaren, voorgelegd aan een diploma
     tieke conferentie ter vaststelling van de tekst.
                                                    —4—
     ?  In dit verband zij gewezen op de door de ILO gevolgde procedures
        die, althans in het verleden, tot goede resultaten hebben geleid.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                         —4—
In al deze stadia van voorbereiding van een verdragstekst vervult
het Secretariaat een belangrijke rol bij het verzamelen van relevant
materiaal en bij het inwinnen van opvattingenvan regeringen,
alsmede bij het in eerste lezing opstellen van teksten. In dit
stadium zal veelal nog met alternatieve teksten moeten worden
gewerkt. Tenslotte zij in dit verband gewezen op de procedure
die is gevolgd door het Internationale Comité van het Rode Kruis
bij de opstelling van de beide Aanvullende Protocollen bij de
Rode Kruis verdragen van Genève van 1949.
De procedure hield achtereenvolgens in: consultatie van experts,
vervolgens van regeringsexperts, gevolgd door een conferentie
(onder auspiciën van de Zwitserse regering) van regeringsvertegen—
woordigers.
Het hierboven gegeven voorbeeld, toegepast op het opstellen van
verdragsteksten in VN—verband, ondersteunt de stelling dat bij
de voorbereiding van een verdragstekst, hetzij in de vorm van
een rapport, hetzij in de vorm van een ontwerp—tekst, zeer wel
niet—goevern&nentele organisaties kunnen worden ingeschakeld
die een bijzondere kennis van en ervaring met het betrokken onder
werp hebben. Gewezen kan o.m. worden op de tekst van een ontwerp—
verdrag inzake foltering dat, opgesteld door de “International
Association for Penal Law, door toedoen van de “International
Commission of .Jurists” is voorgelegd aan de VN—Commissie voor
de Rechten van de Mens, tezamen met een Zweeds ontwerp terzake.
Voorts kan gewezen worden op de praktijk van intersessionele
consultaties die zich heeft ontwikkeld in het kader van de Derde
VN—Zeerechtconferentie. Hoewel het nut van deze consultaties
 in genoemde conferentie nog niet duidelijk vaststaat, vormen
 zij in beginsel een middel om in beperkte kring knelpunten, waarin
wellicht niet alle delegaties evenzeer zijn geînteresseerd, op
te lossen.
Het verdient aanbeveling êen zodanige mogelijkheid voor alle
 potentiële verdragspartners tot het leveren van commentaar te
 creëren dat een zinvol besluitvormingsproces wordt bevorderd
 en gegarandeerd ten aanzien van het in studie nemen van een verdrags—
 ontwerp, de keuzemogelijkheden (politiek en verdragstechnisch)
 die de regeling van het betreffende onderwerp biedt, alsmede
 ten aanzien van de uiteindelijke vormgeving. Deze consultatie
 kan plaatsvinden door middel van beantwoording van enquêtes,
 commentaar op tekstvoorstellen, bijeenkomsten van regerings—
 deskundigen en worden afgesloten tijdens een diplomatieke con
 ferentie. Bij deze consultatie moet in voorkomend geval ook plaats
 worden ingeruimd voor bij het onderwerp betrokken goever’nementele
 en niet—goevernementele organisaties. Daarbij zou ook kunnen
 worden overwogen om reeds in dit stadium middels vooroverleg
 te komen tot een standpuntbepaling binnen de verschillende betrokken
 groepen (geografisch of anderszins) van staten.
 Het verdient de voorkeur, wanneer eenmaal het besluit tot opstelling
 van een verdrag is genomen op basis van een discussie over de
  erin vast te leggen elementen en hoofdlijnen, zo spoedig mogelijk
 —  zonodig alternatieve —  tekstvoorstellen te formuleren, opdat
 het commentaar zich kan concentreren op de formulering en op
  een keus tussen alternatieven.
                                            —5—
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                             —5—
   Ter voorbereiding van de uiteindelijke besluitvorming in een
   conferentie van regeringsvertegenwoordigers zouden de instanties
   belast met de opstelling van een ontwerp—tekst tevens een
   toelichtend rapport moeten opstellen, waarin zijn vervat een
   analytisch x overzicht van ontvangen regeringscommentaren alsmede
   een toelichting van de overwegingen die aan de keuze van een
   bepaalde formulering ten grondslag hebben gelegen. In sommige
   gevallen zou het overweging verdienen in dat rapport tevens een
   overzicht op te nemen van de gevolgen welke de voorgestelde regeling
   heeft voor de interne wetgeving van de potentiële verdragspartners.
   Of een dergelijk overzicht van belang is (N.B. de gevolgen voor
   de interne wetgeving zijn in de onderhandelingsfase in beginsel
   vooral van belang voor de betrokken staat) zal van geval tot
   geval moeten worden beoordeeld.
4. Vaststelling van de verdragstekst
   Er bestaat geen vaste maatstaf ter beantwoording van de vraag
   of een bepaald tekstvoorstel rijp is voor behandeling door een
   conferentie van regeringsvertegenwoordigers. Wel dient bedacht
   dat verschillen van opvatting juist tijdens een conferentie zullen
   moeten worden overbrugd door middel van onderhandelingen waarbij
   wederzijds concessies worden gedaan. Ter bevordering van een
   efficiënt verloop van een dergelijke conferentie zou o.m. gedacht
   kunnen worden aan het volgende.
   Aangezien in de voorafgaande stadia ruimschoots gelegenheid is
   geweest voor discussie over hoofdlijnen en meer of minder gedetailleerd
    (schriftelijk) commentaar, zou afgezien moeten worden van een
   algemeen debat. Desnoods zou gedacht kunnen worden aan een algemeen
   debat waarin slechts plaats is voor woordvoerders namens bepaalde
   groeperingen.
   Vervolgens zou overwogen kunnen worden om ook bij de discussie
   en onderhandelingen over concrete teksten alleen vertegenwoordigers
   namens een bepaalde groepering toe te laten (uiteraard zou de
   opportuniteit daarvan van tevoren moeten worden nagegaan). Hierbij
   dienen dan wel garanties te worden geschapen voor een bevredigend
   functioneren van een dergelijke formule. De moeilijkheden op
   dit punt tijdens de Noord—Zuid—dialoog hebben de noodzaak hiervan
   genoegzaam aangetoond.
   In de praktijk blijken groepsvertegenwoordigers in onderhandelingen
   te weinig speelruimte te hebben, zodat het onderhandelingsproces
    stagneert. Daarbij zou m.n. gedacht kunnen worden aan het creëren
   van kanalen waarlangs de betrokken onderhandelaars hun respectieve
      constituencies’ over het verloop van de onderhandelingen kunnen
    informeren en op hun beurt kunnen worden “genstrueerd’. De daarvoor
   vereiste infrastructuur (o.m. PV’s) dwingt er wel haast toe dergelijke
    onderhandelingen te laten plaatsvinden in VN—hoofdkwartieren.
                                                    —0—
      Dit. analytisch overzicht zou meer moeten doen dan de ontvangen
       commentaren systematisch rangschikken. Een dergelijke aanpak
       zou kunnen worden bevorderd indien de Algemene Vergadering
      het Secretariaat tot een meer actieve taakopvatting zou aan
      moedigen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                            —6—
    Bij de uiteindelijke vaststelling van verdragsteksten wordt in
    toenemende mate een (gedeeltelijke) consensus—procedure gevolgd.
   Deze procedure is voor de Derde VN—Zeerechtconferentie zelfs
    formeel in het huishoudelijk reglement vastgelegd. De procedure
   heeft het voordeel dat voor sommige deelnemers onaanvaardbare
    onderdelen er niet zonder meer door een meerderheid bij stemming
   kunnen worden doorgedrukt, daarmee de aanvaardbaarheid van het
   verdrag als geheel voor alle deelnemers in gevaar brengend. Ander
    zijds bergt deze procedure het risico in zich van langdurige
   onderhandelingen en een poly—interpretabele verdragstekst, waarbij
   de duidelijkheid wordt opgeofferd aan de wens naar eenstemmigheid.
   Deze nadelen vormen een overweging om deze procedure alleen toe
   te passen ten aanzien van verdragen waarbij grote belangen zijn
   gemoeid en/of in gevallen waarin het van groot belang is dat
   er een tekst (desnoods een minder duidelijke) tot stand komt.
   Bij de totstandkoming van verdragen komt overigens aan het consensus—
   element minder betekenis toe dan bij de opstelling van aanbevelingen.
   In eerstgenoemde gevallen wordt consensus nl. steeds gevolgd
   door een uitdrukkelijke wilsverklaring b.v. in de vorm van onder
   tekening en bekrachtiging. Staten die overwegen partij te worden
   bij een bepaald verdrag kunnen zich bovendien in beperkte mate
   van de inhoud ervan distanciren door middel van toelaatbare
   reserves.
   In regionaal verband (b.v. Raad van Europa) bestaat de gewoonte
   een tot stand gebracht verdrag te voorzien van een (onverbindende)
   toelichting, Of een dergelijke formule ook gewenst is voor universele
   verdragen zal van geval tot geval moeten worden bezien. Een ver—
   gezellend commentaar/toelichting kaneen nuttige functie vervullen
   in geval van geschillen over uitleg en toepassing van het verdrag
   in kwestie. Anderzijds kan een dergelijke toelichting de totstand
   koming van een verdrag belemmeren doordat deze de mogelijk gewenste
   speelruimte in de uitleg beperkt. Deze toelichting zou in ieder
   geval duidelijk kunnen maken in hoeverre de opvattingen van de
   lidstaten, zoals blijkend uit het onder 3 genoemde toelichtend
   rapport, naar elkaar toe zijn gegroeid.
5. Inwerkingtreding
   Zoals in de Inleiding reeds opgemerkt, dient men zich reeds in
   het stadium van de opstelling van een verdrag rekenschap te geven
   van de problemen die zich bij de implementatie kunnen voordoen.
   De tenuitvoerlegging van verdragen is in belangrijke mate nog
   steeds een taak van nationale overheden met alle risico’s van
   dien voor uiteenlopende interpretatie en toepassing. Deze risico’s
   nemen uiteraard af naarmate de eenheid van interpretatie en toepassing
   zou worden verzekerd door inschakeling van één rechterlijke of
   arbitrale instantie. Terecht streeft de Nederlandse regering
   er dan ook naar om tenminste in verdragen, die onder auspiciën
   van de VN of de gespecialiseerde organisaties tot stand komen
   een clausule op te nemen inzake voorlegging van geschillen over
   uitleg of toepassing aan het Internationale Gerechtshof.
   (vgl. VN Doc. A/AC 119/L21 van 15—9—1964)Bij verdragen, waarin
   zo’n clausule is of wordt opgenomen en meer nog bij verdragen,
   waar dit niet geschiedt, kan bovengenoemd risico voorts worden
   verminderd door het opnemen van zoveel mogelijk uitgewerkte regelingen,
   om nationale instanties bij de implementatie zo min mogelijk
   ongewenste speelruimte te bieden.
                                                     —7—
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>       f
     /                            — 7 —
         Indien een verdrag voor het realiseren van zijn doelstellingen
         bepaalde middelen voorschrijft (b.v. het strafbaar stellen van
   /     bepaald handelen of nalaten) dan dient het die verplichting duidelijk
-i
         te omschrijven.
         In het verband van de inwerkingtreding van verdragen zij tenslotte
         nog gewezen op de voorstellen die de Adviescommissie heeft gefor
         muleerd in haar in de Inleiding reeds genoemde rapport inzake
         de verbetering van procedures voor internationale wetgeving.
         Deze voorstellen lijken ook in het kader van het onderhavige
         onderwerp relevant, omdat een ‘review of the multilateral treaty—
         making process” niet voorbij kan gaan aan het hoofddoel van dit
         proces. Dat doel is uiteraard niet het zo efficient mogelijk
         tot stand brengen van multilaterale verdragen, maar het creëren
         van een zo breed mogelijk internationaal rechtsregime.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>