<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>COMMISSIE VAN ADVIES

ZAKE
VOLKENRECHTELIJKE VRAAGSTUKKEN S-GRAVENHAGE li. maart 1981
ak Mintsterle van Sotlaniandse Laken Plela 23

No. 1337

1363.10.88

Rapport inzake “remote sensing”

Bij brief nr. DIO/CG-359109 van 31 december 1980 verzocht
de Minister van Buitenlandse Zaken de Commissie van Advies
inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken een cordeel te formu-
leren over de in deze brief genoemde vragen. Deze vragen
vormen een weergave van de kwesties welke in het verband
van de VN-Ruimte-Commissie als gevolg van uiteenlopende
meningen de totstandkoming van een regeling inzake "remote
sensing" tot dusver in de weg staan. Deze vragen zijn de

volgende:

A. Impliceert de staatssouvereiniteit dat remote sensing van
het grondgebied van een Staat slechts geocrloofd is na het
verkrijgen van toestemming van die Staat?

B. Heeft de permanente souvereiniteit over natuuriijke hulp-
bronnen gevolgen voor de beschikbaarheid van door middel
van remote sensing verkregen gegevens over die hulpbronnen
voor andere dan de "sensed State"? Anders gesteld: is voor
beschikbaarstelling van door middel van remote sensing
verkregen gegevens door de "sensing State" aan derden de-
toestemming van de "sensed State" vereist, of niet?

Met betrekking tot dit vraagstuk is een tussenoplossing
voorgesteld die inhoudt dat deze toestemming wordt gebon-
den aan de zgn. spatiële resolutie van de verkregen ge-
gevens, hetgeen in de praktijk betekent: aan de grootte
van het minimaal waarneembare object. Zijn er objecten
zichtbaar van een omvang kleiner dan bijvoorbeeld 50 meter
dan is toestemming van de "sensed State" vereist, zijn de
gegevens “grover” dan is verspreiding vrij.

C. Moet behalve de direct door middel van remote sensing
verkregen gegevens (de zgn. ruwe data) ook de daaruit ver-
kregen informatie (de zgn. “analyzed information”) door de
"sensing State" beschikbaar gesteld worden aan de "sensed
State"?

De Commissie is bij de beantwoording van de haar voorgelegde
vragen terzijde gestaan door Prof. Ir. S.A. Hempenius (ITC).
Dankzij deze bijdrage heeft de Commissie zich op de gevraagde
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>korte termijn een beeld kunnen vormen van de praktische en
technische context, waarin de aan haar voorgelegde vragen
spelen. De Commissie heeft voorts kunnen profiteren van de
bijdragen aan haar discussie van de kant van Prof. Dr. E.H.Ph.
Diederiks-Verschoor en Prof. Dr. H.A. Wassenbergh.

Alvorens in te gaan op de specifieke onder haar aandacht ge-
brachte vragen, lijkt het de Commissie wenselijk een korte
schets te geven van de met "remote sensing" samenhangende
problemen, alsmede de mogelijkheden en onmogelijkheden van
deze techniek. Het hierna volgende oordeel van de Commissie
terzake van de voorgelegde vragen is immers mede gebaseerd
op dit feitelijk beeld.

"Remote sensing" als waarnemingstechniek is een zeer belangrijk
middel om verschijnselen en gegevens met betrekking tot de
aarde te registreren. Het belang hiervan zal in de toekomst
vermoedelijk sterk toenemen. Niettemin kent dit medium een
aantal beperkingen, waardoor het slechts in combinatie met
andere methoden (m.n. onderzoek ter plaatse) goed kan functio-
neren. Als zelfstandige bron van informatie heeft “remote
sensing" een beperkte betekenis.

"De mogelijkheden van deze techniek komen vooral tot hun recht

bij het waarnemen van veranderindsprocessen. Door het met een
zekere frequentie maken van opnamen (temporele resolutie) kunnen
veranderingen in het natuurlijke milieu worden geregistreerd.
"Remote sensing" is in die zin van beiang voor de bestrijding
van milieuverontreiniging, voor het ontwikkelen van vernieuw-
bare hulpbronnen (m.n. in de Landbouw), en voor de kartering.
Voor het registreren van statische gegevens is “remote sensing”
uiteraard ook geschikt. Niettemin is het belang hiervan beperkt,
omdat. veel van deze gegevens al bekend zijn, of eenvoudig op
andere wijze kunnen worden verkregen. .
Voor de niet-vernieuwbare hulpbronnen, die naar hun aard veelal
aan oppervlaktewaarneming ontrokken zijn, is "remote sensing"
dan ook slechts indirect van belang.

"Remote sensing" voor niet-militaire doeleinden biedt momenteel
de mogelijkheid om objecten met een oppervlakte van + 50 m
waar te nemen. In de nabije toekomst zal deze zgy. spatiële
resolutie kunnen worden teruggebracht tot + 10 mõ, waardoor het
o.m. mogelijk zal worden alle - menselijke activiteiten, anders
dan binnenshuis, waar te nemen. Het is te verwachten dat als
gevolg daarvan meer specifieke opdrachten tot het maken van
opnamen zuilen worden gedaan, waarvoor enerzijds (buiten de op-
drachtgevers) slechts in beperkte kring belangstelling zal
bestaan, terwijl anderzijds de opdrachtgevers een uitsluitend
recht op deze opnamen zullen willen hebben. Deze en andere
technische ontwikkelingen zullen er de oorzaak van zijn dat

in toenemende mate "remote sensing" voor commerciële toepaasing
in aanmerking zal komen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>In dit verband is het van belang erop te wijzen dat het
technisch mogelijk is om van “remote sensing"-apparatuur
een zodanig gebruik te maken dat Staten alleen van het eigen
territoir exclusieve opnamen kunnen laten maken.

Naar aanleiding van de eerste aan de orde gestelde vraag heeft
de Commissie overwogen dat het doen van waarnemingen met
betrekking tot het territoir van een Staat door middel van
“remote sensing" zich niet principieel onderscheidt van waar-
nemingen met behulp van andere methoden. Vastgesteld kan

worden dat de zeggenschap van de betrokken Staat ten aanzien

van deze waarnemingen niet verder reikt dan diens territoriaal
bepaalde rechtsmacht. Voor waarneming anders dan direct op het
eigen grondgebied vindt men o.m. regels in het bestaande en

zich ontwikkelend zeerecht, dat ten aanzien van wetenschapper
lijk zee-onderzoek verricht binnen de grenzen van de economische
zone dan wel op het continentaal plat, de eis stelt van toestem-
ming door de kuststaat. Ook ten aanzien van het Lluchtruim boven
het eigen territoir heeft de Staat door het vereiste van toe
stemming voor overvlucht in dit opzicht toereikende bevoegdheden.
Deze zeggenschap is derhalve gekoppeld aan het gebied waarin
deze waarneming plaatevindt. De kosmische ruimte is echter niet

„onderworpen aan enigerlei nationale zeggenschap. Met betrekking

tot "remote sensing" vanuit de kosmische ruimte kan dan ock
geconcludeerd worden dat de "sensed State" geen zeggenschap kan
uitoefenen. Dit vloeit ook voort uit het Ruimteverdrag van 1967
artikel I, dat stelt dat de kosmische ruimte "shall be free for
exploration and use by all States".

Deze vrijheid zal echter niet als een volstrekte mogen worden
opgevat. Het Verdrag schrijft cok voor dat deze activiteiten
moeten worden verricht in het belang van alle landen. Zij
moeten voorts de handhaving van de internationale vrede en
veiligheid dienen alsmede de bevordering van internationale
samenwerking en begrip. Deze voorwaarden zijn uiteraard van
belang voor de grenzen die aan “remote sensing” en het gebruik
van de daarmee verkregen gegevens kunnen worden gesteld.

1}

Te stellen dat voor beschikbaarstelling van "remote sensing"
gegevens over natuurlijke hulpbronnen aan derden de toestemming
vereist is van de “sensed State", zulks op grond van diens
permanente souvereiniteit over de eigen natuurlijke hulpbronnen,
betekent dat deze gegevens op dezelfde voet behandeld zouden
worden als de natuuriijke hulpbronnen zelf.

Naar het oordeel van de Commissie is voor een dergelijke be-
nadering onvoldoende grond, Het resultaat van deze benadering
is overigens praktisch gelijk aan dat van de benadering, ge-
noemd in de eerste vraag, die “remote sensing" als zodanig
slechts toelaatbaar acht, indien de "sensed State” daarin
toestemt.

1)

Treaty on Principles Governing the Activities of States
in the Exploration and Ube of Outer Space, Including the
Moon and Other Celestial Bodies.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Deze beide benaderingen richten zich echter ten onrechte op

de activiteit (of het directe resultaat daarvan: de gegevens)
zelf.

Naar de mening van de Commissie moet bij de beoordeling van-
uit een juridische optiek duidelijk onderscheid gemaakt worden
tussen a) het bezit van de ruwe gegevens, b) het gebruik dat
daarvan wordt gemaakt en c) de schade / hinder die door dat
gebruik wordt toegebracht.

Juridisch ingrijpen, hetzij m.b.t. de activiteit zelf, hetzij
het directe resultaat daarvan, wordt niet gedekt door uit de
(staats)souvereiniteit over de natuurlijke hulpbronnen voort-
vloeiende bevoegdheden. De basis voor een dergelijk ingrijpen
zal dan ook in beginsel gezocht moeten worden in het gebruik
(d.w.z. misbruik} dat van deze gegevens wordt gemaakt, hetgeen
overigens niet uitsluit dat onder bepaalde omstandigheden het
misbruik reeds besloten kan zijn in het maken van opnamen zelf.
Hierboven is er al op gewezen dat het voor ruinte-activiteiten
geldende rechtsregime aan deze activiteiten bepaalde eisen
stelt. Deze eisen hebben in wezen betrekking op de gevolgen van
ruimte-activiteiten. Cok daarom zal t.a.v. "remote sensing" de
nadruk dus moeten liggen op het gebruik dat van deze gegevens

wordt gemaakt.

De tussenoplossing om het toestemmingsvereiste slechts te
stellen voor opnamen beneden een zekere spatiële resolutie
beoogt een onderscheid aan te brengen tussen informatie waarvan
elk gebruik inbreuk wordt verondersteld te maken op de rechten
en bevoegdheden van de "sensed State" en informatie waarbij

dat niet het geval zou zijn. Ook voor deze oplossing geldt

m.m. hetzelfde wat in paragraaf 7 wordt opgemerkt. Tegen

deze opzet is voorts aan te voeren dat ten onrechte verband
wordt gelegd tussen een (vaste) spatiële resolutiewaarde en
een dergelijke inbreuk. In de praktijk blijkt nl. dat eenzelfde
spatiële resolutiewaarde niet in alle gevallen eenzelfde mate
van informatie verschaft, terwijl bovendien in belangrijke mate
de temporele resolutie (d.w.z. de freguentie waarmee opnamen
worden gemaakt) bepalend is voer de informatieve waarde van de
gemaakte opnamen.

In verband met de wens van veel Staten om door middel van een
toestemmingsvereiste greep te krijgen op de verspreiding van
gegevens met betrekking tot hun grondgebied, is de Commissie
gewezen op de mogelijkheid om voor het lanceren en opereren
van “remote sensing"-satellieten een internationaal agentschap
in het leven te roepen. Kostenoverwegingen zouden pleiten voor
een dergelijke gezamenlijke inspanning. Staten zouden tegen
betaling van de diensten van een dergelijke organisatie gebruik
kunnen maken om exclusief opnamen te verwerven van:hun eigen
grondgebied. Technisch zou een en ander zeer wel uitvoerbaar
zijn.

Naar het oordeel van de Commissie zal een dergelijke opzet
alleen tot het beoogde doel kunnen leiden, indien deze orga-
nisatie een monopolie-positie zou krijgen en a.h.w. voor elke
“remote sensing"-operatie vergunning zou moeten verlenen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>10 .

Ii.

Aangenomen moet worden dat, tenzij dergelijke vergunningen
automatisch en zonder verdere voorwaarden zouden worden ver-
leend, hetgeen de gehele opzet zou ontkrachten, de politieke
wil ontbreekt bij die landen wier medewerking voor deze opzet
essentieel is.

Met betrekking tot de derde vraag wijst de Commissie erop

dat hantering van het begrip "analyzed information" tot
misverstand kan leiden. Afhankelijk van hetgeen men zoekt

of wil weten, kunnen dezelfde gegevens via verschillende

analyses tot een veelvoud aan informatie leiden. Voordat de
diverse analyseprocessen zijn beëindigd, is het bovendien niet
bekend, of deze iets hebben opgeleverd, en zo ja, wat. De in

de vraag aangeduide gedachtengang is voor velen ongetwijfeld
gebaseerd op de premisse dat het recht van de “sensed State"

op de ruwe data &n dus ook op het produkt van de- diverse analyses
waartoe die data aanleiding hebben gegeven, voortvloeit uit de
permanente souvereiniteit van die Staat over de eigen natuurlijke
hulpbronnen. Uit het bovenweergegevene blijkt dat deze premisse
door de Commissie niet wordt gedeeld. Anderzijds mag op grond
van de regel van artikel I van het Ruimteverdrag van 1967 ("The
exploration and use of outer space....... shall be carried out

‘for the benefit and in the interests of all cowntries...... my

worden aangenomen dat de door “remote sensing" verkregen gegevens
niet aan de “sensed State" onthouden kunnen worden.

Voor wat betreft het beschikbaar stellen van het totaal van
geanalyseerde informatie waartoe deze data aanleiding hebben
gegeven, spelen echter andere factoren een rol. Zo zal niet steeds
bekend zijn — althans niet bij de entiteit op welke de verplich-
ting tot beschikbaarstelling rust - tot welke informatie de be-
trokken gegevens hebben geleid. Mogelijk ook is deze informatie,
als gevolg van de "toegevoegde waarde" niet meer vrijelijk be-
schikbaar, al is denkbaar dat de "sensing State" zich de rechten
voorbehoudt op de uitkomsten van door derden uitgevoerde analyses.
Voorshands zou deze vraag niettemin ontkennend moeten worden
beantwoord.

Het bovenstaande kan, gelet op de beschikbare tijd, niet meer
zijn dan een voorlopig oordeel. De Commissie meent dat bij een
verdere analyse van deze problematiek o.m. de commerciële ont-
wikkelingen rond “remote sensing" in de discussie waren te
betrekken. Zij wil er in dit verband op wijzen dat de thans in
het kader van de VN-Ruimte-Commissie opgestelde ontwerp-
beginselen en de discussie waartoe deze aanleiding hebben ge-
geven, vooral de huidige stand van zaken met betrekking tot
“remote sensing" reflecteren.

Het is bepaald niet uitgesloten dat deze discussie m.n. ten
aanzien van de vrije beschikbaarheid van gegevens voor derden
achterhaald zal worden door door commerciële overwegingen
bepaalde ontwikkelingen.

# ds
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>