<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>COMMISSIE VAN ADVIES INZAKE VOLKENRECHTELIJKE VRAAGSTUKKEN

No. 1354

10840673

Ministerie van Buitenlandse Zaken - Plein 23 - ‘s-Gravenhage

Aan de Minister van
Buitenlandse Zaken

te
‘s-GRAVENHAGE

m

Datum

=. Betreft: Rapport inzake ontwerpartikelen (ILC)

betrekking hebbend op het onderwerp

Staatsaansprakelijkheid

[4 februari

Ter voldoening aan het verzoek vervat in
Uw brief van 30 oktober 1981, no. DIO/HI-297232

heb ik de eer U hierbij aan te bieden het Rapport

van de Commissie van Advies inzake Volkenrechte-

lijke Vraagstukken betreffende het in hoofde

dezes genoemde onderwerp.

De ‘Voorzitter,

i

pk

1
hr es

IK trades

=
En

(M

)

ja wa

merd

i

1982

</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>COMMISSIE VAN ADVIES
INZAKE
VOLKENRECHTELIJKE VRAAGSTUKKEN ‘S-GRAVENHAGE, ....12..februari..1982

Dd Ministarls van Buitenlandse Zaken Plein 24

No. 1353

RAPPORT
inzake ontwerpartikelen (ILC) betrekking hebbend op het onderwerp
Staatsaansprakelijkheid

Bij brief van 30 oktober 1981, nr. DIO/HJ-297232 verzocht de Minis-
ter van Buitenlandse Zaken de Commissie van Advies inzake Volken- .
rechtelijke Vraagstukken advies inzake de door de ILC voorbereide
ontwerpbepalingen nopens Staatsaansprakelijkheid welke zijn opge-
nomen onder de Hoofdstukken IV en V van Deel I van het ILC-ontwerp.

Alvorens in te gaan op de diverse aan haar voorgelegde ontwerpartikelen

==. acht de Commissie het noodzakelijk naar aanleiding van de Hoofdstukken

“i. IV en V in hun geheel te onderstrepen dat voor enigerlei codificatie
van het onderhavige onderwerp bepalingen inzake de regeling van ge-
schillen een conditio sine qua non zijn, De Commissie wees reeds op
de noodzaak van een dergelijke regeling in haar commentaar (brief

nr. 1289) naar aanleiding van de Hoofdstukken I, II en III van het on-
derhavige ontwerp. De Commissie verwijst daarbij naar het gebruik van
niet nader omschreven - en wellicht in abstracto ook niet nader te
omschrijven - termen als:

— "aid and assistance"/"rendered for" (art. 27)

- "coercion" (art. 28)

- "irresistible force"/"unforeseen external event" (art. 31)

- "essential interest"/"grave and imminent peril" (art. 33).

Voorts wordt in enkele bepalingen aan een “peremptory norm of inter-
national law" een drempelfunctie toegekend bij de toepassing van excep-
ties. Het zal duidelijk zijn dat de uitleg en toepassing van deze be-
grippen niet aan het uitsluitend oordeel van de betrokken Staat of
zelfs, voor wat betreft het ius cogens, aan het oordeel van de direct

“ -betrokken Staten kan worden overgelaten.

In dit verband zij erop gewezen dat, juist in verband met de mogelijke
effekten van ius cogens, artikel 66, onder a) van de Vienna Convention
on the Law of Treaties voorziet in verplichting om een geschil inzake
de toepassing of interpretatie van de op ius cogens betrekking hebbende
bepalingen van die Conventie voor te leggen aan het Internationaal Gerechts-
hof. Een overeenkomstige bepaling zou in dit ontwerp zeker moeten worden op-
genomen.

De Commissie acht deze kwestie daarom van groot gewicht, omdat de door
de ILC voorgelegde regeling van dit onderwerp niet het beoogde effect

kan sorteren, indien niet bij de uitleg en de toepassing ervan het on-
partijdig, bij voorkeur bindend oordeel van een derde wordt betrokken.

Voorts stelt de Commissie naar aanleiding van Hoofdstuk V (Circumstances
precluding wrongfulness) vast dat het door de ILC gehanteerde onderscheid
„tussen "primary" en "secundary rules” is losgelaten. De in dit Hoofdstuk
vervatte bepalingen vormen immers, met een mogelijke uitzondering voor
wat betreft artikel 35, alle "primary rules". De Commissie kan er zich

in meerderheid in vinden dit Hoofdstuk te behouden. Wel dient in dit ver-
band onderstreept te worden dat de onderhavige bepalingen niet bedoeld

1863-16-08 - ?-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>zijn een uitputtende lijst van omstandigheden die onrechtmatigheid
uitsluiten, te geven, Een a contrario-redenering is dus zonder meer
ontoelaatbaar.

Artikel 27

De Commissie behoudt zich voor, in het licht van de verdere uitwerking
van het ontwerp als geheel, nader op dit artikel terug te komen. Zij
acht het nl., anders dan de ILC, niet vanzelfsprekend dat in alle ge-
vallen van inbreuk door de ene Staat op zijn verplichtingen tegenover:
een andere Staat in de dan ontstane rechtsverhouding ook de gedragingen
van een derde Staat te betrekken. Het lijkt in beginsel juister, ook
uit praktisch oogpunt, de onderhavige regel te beperken tot ernstige
gevallen, bijvoorbeeld dé misdrijven van artikel 19. |

Artikel 28 i

De Commissie stelt vast dat in de in dit artikel bedoelde situaties
de onrechtmatigheid van de handelende Staat moet worden vastgesteld
aan de hand van de overige bepalingen van het ontwerp, d.w.z. met
inbegrip van de in Boofdstuk V behandelde excepties.

Artikel 29

De Commissie onderschrijft de opvatting van de ILC (commentaar para

11 e.v.) dat de vraag of de instemming van de gelaedeerde Staat be-
voegd is gegeven, beoordeeld moet worden naar de regels van internatio
naal recht. Minder juist lijkt de opvatting, weergegeven in para 12

van het ILC-commentaar dat in dit opzicht dezelfde beginselen gelden
als voor de vaststelling van de geldigheid van verdragen.

Er is immers bepaald verschil tussen (de kenbaarheid voor derden var)
nationale competentieregels inzake het aangaan van verdragsverplich-
tingen en die (if any) voor wat betreft het geven van de in dit

artikel bedoelde instemming.

Artikel 30

De Commissie meent dat de formule "if the act constitutes a measure
legitimate under international law" onvoldoende onderscheid maakt tus-
sen het, naar internationaal recht, toelaatbaar zijn van tegenmaat-
regelen in een concrete situatie enerzijds en de grenzen die het in-
ternationaal recht stelt aan de modaliteiten van een in beginsel toe-
laatbare tegenmaatregel anderzijds.

Artikel 31

Hoewel kan worden toegegeven dat de beide hier behandelde excepties
overeenkomsten vertonen (zij het vooral in vergelijking tot de andere
excepties) zou het de duidelijkheid ten goede komen, indien zij in af-
zonderlijke artikelen zouden worden ondergebracht. M.b.t. het element
"fortuitous event” merkt de Commissie op dat de toepassing van lid 2
vrijwel onmogelijk wordt door de opeenstapeling van eisen waaraan de
"event" van het eerste lid moet voldoen. Schrappen van "unforeseen”
zou aan dit bezwaar tegemoet komen.

Artikel 32

De Commissie is van mening dat er onvoldoende gronden bestaan om dit

artikel te handhaven, Voorbeelden uit de praktijk ontbreken. Voorzover …:

het gaat om handelen van een Staatsorgaan lijken de excepties van
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>artikel 31 voldoende ruimte te bieden. Voorzover het niet om het han-
delen van een Staatsorgaan gaat terwijl dat handelen wel inbreuk maakt
op de rechten van een andere Staat, acht de Commissie het te ver gaan,
aan de in het artikel bedoelde situatie de consequentie te verbinden
dat aan de gelaedeerde Staat slechts de weg van artikel 35 openstaat.

Artikel 33

De Commissie wijst op de leemte die het artikel schept, doordat (in
lid 2 c) slechts wordt gesproken over de bijdragen aan het intreden
van de "state of necessity" door de onrechtmatig handelende Staat.
Het verdient aanbeveling dat in deze bepaling rekening wordt gehouden
met de mogelijkheid dat de gelaedeerde Staat zelf heeft bijgedragen
aan het ontstaan van de situatie waarvan in dit artikel sprake is.,

4

</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>