<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                COMMISSIE VAN ADVIES
                                           INZAKE
                      VOLKENRECHTELIJKE VR&AGSTUKKEN
                                               *
                                            No. 1557
‘s-Gravenhage, 21 juli 1992
TWEEDE RAPPORT VAN DE CAVV MET BETREKKING TOT HET VN DECENNHJM VAN
HET INTERNATIONALE RECHT
Inleiding
In de adviesaanvrage van 2 mei 1991 van de Minister van Buitenlandse Zaken is de Commissie
van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) gevraagd, jaarlijks voorafgaand aan
de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, op basis van beschikbare informatie, als
klankbora te functioneren terzake van ontwikkelingen die zich voltrekken in het kader van het
VN Decennium van het Internationale Recht. Daarnaast zou de Commissie moeten nagaan wel
ke initiatieven of voorstellen door Nederland ingediend dan wel gesteund zouden kunnen
worden.
In Nederland is in verband met het VN Decennium in 1991 een Nationale Coördinatiegroep in
gesteld. Hierin zijn opgenomen vertegenwoordigers van de CAVV, de Adviescommissie Mensen
rechten en Buitenlands Beleid (ACM), de juridische faculteiten en het TMC Asser Instituut, de
redacties van het Netherlands Yearbook of International Law (NYIL) en het Netherlands Inter
national Law Review (NILR), de Nederlandse Vereniging voor Internationaal Recht (NV1R) en
de Nederlandse Vereniging voor de Verenigde Naties (NVVN). De Coördinatiegroep, waarvan
het Secretariaat wordt vervuld door dat van de CAVV, heeft ook in 1992 voorbereidende werk
zaamheden verricht ten behoeve van de behandeling van dit onderwerp in de CAVV.
Het Eerste Rapport van de Commissie werd op 2 oktober 1991 aangeboden. Het thans voorliggen
de Tweede Rapport beoogt enerzijds een evaluatie en voortgangsrapportage te zijn van de in het
Eerste Rapport neergelegde aanbevelingen en initiatieven, anderzijds wordt gewezen op een aan
tal nieuwe ontwikkelingen en suggesties die van belang kunnen zijn bij een zorgvuldige invul
ling vanwege Nederland van de aktiviteiten van dit Decennium.
Evenals bij de opstelling van het Eerste Rapport onderscheidt de CAVV een viertal invaishoeken
van waaruit, wat Nederland betreft, aandacht wordt geschonken aan het Decennium van het In
ternationale Recht, te weten: de wetenschappelijke wereld, periodieke publikaties op het terrein
van internationaal recht, verenigingen die op dit gebied aktief zijn, alsmede de overheid.
 Daarnaast heeft de Commissie gemeend eerst een aantal meer algemeen beschouwende opmer
 kingen te moeten maken omtrent voortgang, inhoud en afronding van het Decennium.
 Algemeen
 De Commissie constateert dat het VN Decennium van het Internationale Recht zich nog steeds in
 een stadium van planning en informatie-uitwisseling bevindt, zonder dat een concreet plan ter
 afronding voorligt. Hoewel operationalisering van de doelstellingen reeds in 1990 had moeten
 plaatsvinden zijn er naar het oordeel van de Commissie thans nog onvoldoende aanwijzingen dat
 een goede en succesvolle afronding kan worden gegarandeerd. Ook zijdens de Niet Gebonden
 Landen, de initiatiefnemers van het Decennium, worden weinig aktiviteiten waargenomen.
 De Conunissie is van mening dat Nederland in de Zesde Commissie van de Algemene Vergade
 ring van de VN duidelijk naar voren dient te brengen dat beiioefte bestaat aan een meer concrete
 invulling van het programma voor de tweede fase van het Decennium. De CAVV wijst in dit ver
 band op een tweetal recent door haar uitgebrachte adviezen inzake het gebruik van geweld voor
                                                 -1-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>  humanitaire doeleinden en een mogelijke versterking van de rol van het Internationale Ge
  rechtshof (IGH). Deze adviezen bevatten voorstellen die kunnen bijdragen aan een dergelijke
  invulling.
  Wel is het verheugend dat het initiatief van Prof. R. Macdonald voor het World Network for In
  ternational Law is besproken in de Zesde Commissie en daar een positief onthaal heeft gekregen.
  Het project kent een tweetal hoofdbestanddelen:
  a) uitwisseling van informatie aangaande aktiviteiten in het kader van het Decennium;
  b) publikatie en verspreiding van juridische studies.
  De eerste resultaten zullen in augustus 1992 in een nieuwe periodiek (International Law Gazet
  te) worden gepubliceerd; ook Nederlandse aktiviteiten zullen worden opgenomen.
  Anderzijds hebben de discussies in de Zesde Commissie aangetoond dat thans binnen het kader
  van het Decennium meer nadruk zal moeten worden gelegd op een daadwerkelijke implementa
  tie van volkenrechtelijke normen in de nationale wetgeving. Met name ontwikkelingslanden
  dienen hierbij technische bijstand te ontvangen.
  In de opvatting van de Commissie zal het in algemene zin benadrukken van de noodzaak van
  implementatie bijdragen aan een grotere acceptatie van en respekt voor volkenrechtelijke begin
  selen en normen. De Nederlandse Regering zou dit in de ogen van de Commissie dan ook moeten
c blijven benadrukken.
  De Commissie is verder van mening dat de Nederlandse Regering er naar zou moeten toewerken
  in de loop van 1993 aan te geven welke concrete doelstellingen voor 1999 (de afsluiting van het
  Decennium) men wenst na te streven. De Commissie is voornemens, in het kader van de voorbe
  reidingen van het Derde Rapport en in het licht van het eerder gestelde, een aantal concrete
  voorstellen te doen. Zij wijst erop dat m.n. de wetenschappelijke wereld hiervoor ideeën kan aan
  dragen die als zodanig als katalysator zouden kunnen dienen.
  Tenslotte zij voor de goede orde opgemerkt dat, hoewel de aktiviteiten in het kader van het De
  cennium vooral betrekking hebben op het internationaal publiekrecht (volkenrecht), de Commis
   sie er de voorkeur aan geeft te blijven spreken van het “Decennium van het Internationale
  Recht”, opdat geen onnodige beperkingen worden geïmpliceerd.
   1 Wetenschappelijke wereld
   Vanuit de Nederlandse universitaire wereld zijn nog slechts enkele concrete plannen bekend met
   betrekking tot het Decen.nium. Vermeldenswaard is het initiatief van de Commissie Volkenrecht
   van het TMC Asser Instituut. Deze Commissie heeft besloten tot de samenstelling van een hand-
   boek volkenrecht dat gericht zal zijn op de Nederlandse rechtspraktijk. Dit handboek beoogt het
   eerste veelomvattende nederlandstalig handboek te zijn sedert de publikatie van de handboeken
   van Francois (laatste druk verscheen in 1949) en Tammes (1973). Het ligt in de bedoeling dat het
   boek een gemeenschappelijk produkt zal zijn van een groep Nederlandse volkenrechtsdeskundi
   gen onder begeleiding van een kernredactie.
   Projecten gericht op de totstandkoming van regionale volkenrechtelijke handboeken (m.n. in de
   Derde Wereld) verdienen ondersteuning. Indirect dragen dit soort initiatieven immers bij tot het
   verzamelen van gegevens omtrent de statenpraktijk en verschaffen zij inzicht in de mate van
    doorwerking van volkenrechtelijke normen in nationale wetgeving.
    De Commissie wijst er verder op dat het British Institute of International and Comparative Law
    tezamen met de Universiteit van Parijs (XIII) en het I.U.H.E.I. (Genève) een netwerk heeft opge
    zet voor onderzoek naar de doorwerking van het internationale recht in het nationale recht. Een
    eerste organisatorische vergadering heeft inmiddels plaatsgevonden. De Universiteit van Am
    sterdam en het TMC Asser Instituut zijn bij dit onderzoek betrokken.
    Een aantal Nederlandse universitaire instellingen heeft inmiddels aangekondigd in de jaren
    1994-1996 een serie conferenties te organiseren over belangrijke deelterreinen van het volken
    recht, met bijzondere aandacht voor de geschillenbeslechting op die terreinen. Hierbij zullen te
    venz de relevante werkgroepen van de Nederlandse Vereniging voor Internationaal Recht
                                                    -2-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>(NVIR) worden ingeschakeld. Als mogelijke onderwerpen zijn genoemd: lucht- en ruimterecht,
zeerecht, internationaal economisch recht, internationaal milieurecht, mensenrechten en huma
nitair oorlogsrecht.
Daarnaast heeft de Commissie met instemming kennis genomen van de brief van de Minister
van Buitenlandse Zaken aan zijn ambtgenoot van Onderwijs en Wetenschappen, waarin hij onder
verwijzing naar het Eerste Rapport van de Commissie de aandacht vestigt op het belang van het
onderwijs in het internationale recht als verplicht onderdeel van de juridische studie, alsmede
het belang van het onderzoek in het internationale recht. De Minister van Onderwijs en Weten
schappen heeft dit op zijn beurt onder de aandacht van de Vereniging van Samenwerkende Ne
derlandse Universiteiten (VSNU) gebracht. Uit de recente reactie van de VSNU hierop, stellende
dat een internationaalrechtelijk vak reeds thans op grond van het Academisch Statuut (Artikel
83, d) onderdeel dient uit te maken van het doctoraal-examen Nederlands recht, blijkt dat het de
VSNU niet duidelijk was dat het hier gaat om het internationaal publiekrecht (volkenrecht).
II Periodieke publikaties
De redacties van het NYIL en de NIER hebben in positieve zin gesproken over de mogelijkheden
clie het Decennium biedt. Bij gelegenheid zal aan het Decennium aandacht worden besteed.
Dankzij een inmiddels toegezegde overheidssubsidie van het Ministerie van Ontwikkelingssa
menwerking heeft men uitvoering kunnen geven aan het vorig jaar opgevatte plan te komen tot
een schenking, gedurende een vijftal jaren, van een abonnement op de NIER en het NYIL aan
een aantal uitgezochte instellingen in de derde wereld. Hiervoor zijn 30 universitaire instellin
gen en bibliotheken geselecteerd. Ook het Leiden Journal of International Law (LJTL) zal van
deze mogelijkheid gebruik kunnen maken.
Ook kan melding worden gemaakt van het project van het LJIL om een nieuwe speciale uitgave
                                                                                                         in
te wijden aan het Decenniujn. Pogingen om deze editie ruime verspreiding te bezorgen -bijv.
de Zesde Commissie van     de  VN-  moeten    worden    ondersteund.   De  Commissie    is van  oordeel dat
een dergelijk project bij zal dragen aan een van de centrale doelstellingen van het Decennium, te
weten de wijdere verspreiding van de kennis van het internationale recht, met name in Oost
                                                                                                          in
 Europa en de derde wereld. In dit verband wijst de Commissie eveneens op de mogelijkheid om
 Nederlandse juridische   vaktijdschrif ten als  het  Nederlands   Juristenbiad   (NJB)   en de  NIER,  rui
 mere aandacht te geven aan de jurisprudentie van het IGH.
 De Commissie wil tevens wijzen op de inspanningen die vanuit Nederland geleverd worden om te
                                                                                                          in
 komen tot de uitgave van een Asian Yearbook of International Law onder auspiciën van de
 1989 opgerichte, en op  dit moment   nog   in  ‘s-Gravenhag   e zetelende,  Foundation    for the Develop
 ment of International Law in Asia. De verwachting is dat het eerste deel in de zomer van 1992
 beschikbaar komt; het tweede deel zal in het voorjaar van 1993 verschijnen en het derde deel in
 het najaar van 1993. Mede dankzij financiële ondersteuning van de Minister van Ontwikkelings
 samenwerking is het project goed van de grond gekomen.
 Eveneens kan worden gewezen op de pogingen die vanuit Londen worden ondernomen om de
 publikatie van een African Yearbook of International Law te verzorgen.
 ifi Verenigingen
                                                                                                          tot
 De NVIR zal nauw betrokken worden bij de coördinatie van de hierboven vermelde plannen
 het organiseren van een serie    volkenrechte   lijke conferenties   in de jaren  1994-1996.   De  Conunis
 sie beschouwt deze initiatieven als waardevolle bijdragen aan de invulling vanwege Nederland
 van de aktiviteiten in het kader van het Decennium. Financiële ondersteuning van overheidswe
 ge wordt door de Commissie bijzonder wenselijk geacht.
                                                                                                         een
 De Commissie zou de NVIR de suggestie willen doen te onderzoeken of, en in welke vorm,
 prijs zou kunnen worden ingesteld voor      een   scriptie of proefschrift op het  terrein  van  één van  de
                                               Ook   zou  onderzocht   moeten   worden    op welke  wijze  de
 hoofddoelstellingen van het Decennium.
 ontwikkeling van verenigingen voor internationaal recht in de Derde Wereld, vanuit Nederland
  gestimuleerd kan worden.
                                                     -3-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>In het kader van de International Law Association (1LA) -waarbij de NVIR is aangesloten-, is
inmiddels het plan opgevat om o.I.v. Crawford en Jennings een werkgroep van ca. 20 veelbelo
vende, voornamelijk uit derde wereldianden afkomstige, jonge wetenschappers samen te stellen
met het doel middels een gezamenlijke studie bij te dragen aan de verwerkeljking van een aan
tal Decennium-doelstellingen. De Commissie is van mening dat de Nederlandse Regering dit pro
ject dient te ondersteunen.
Ook zal de [LA streven naar een versterking en uitbreiding van de zogenaamde “regional bran
ches”. De Commissie is van mening dat deze ontwikkeling gestimuleerd moet worden. Een nieuw
project van de [LA betreft het oprichten van zogenaamde “handboek bibliotheken” voor de juridi
sche adviseurs uit ontwikkelingslanden. In samenwerking met een aantal uitgevers van volken
rechtelijke literatuur zal, voor het eerst in 1993, een pakket bestaande uit een aantal geselec
teerde handboeken door de [LA ter beschikking worden gesteld.
De Commissie wijst er verder op dat de in Nederland aanwezige volkenrechtelijke studenten
disputen bij de implementatie van het Decennium nauwer betrokken zouden moeten worden.
Eventuele initiatieven in dit verband verdienen ondersteuning. Daarnaast dient de Nederlandse
Regering naar het oordeel van de Commissie in relevante internationale fora als UNESCO en
VN aandacht te vragen voor het belang van het onderwijs in het internationale recht. Ook zou
onderzocht moeten worden op welke wijze de ontwikkeling van verenigingen voor internationaal
recht in de derde wereld, vanuit Nederland gestimuleerd kan worden.
W Overheid.
In het periodiek overleg van de juridisch adviseurs in het kader van de Raad van Europa is beslo
ten tot de instelling van een uit acht leden bestaande werkgroep o.l.v. de Nederlandse JURA om
te komen tot een uitgave van de statenpraktijk op een aantal deelterreinen van het internatio
 naal recht (statenopvolging en erkenning) van de lidstaten. Ook het TMC Asser Instituut is bij
het project betrokken. In eerste instantie zal een beperkt aantal in het verzamelen en bewerken
 van gegevens deskundige instituten en personen tezamen gebracht worden om aan te geven op
 welke wijze een dergelijk project moet worden opgezet. Naar de mening van de Commissie dient
 de Minister van Buitenlandse Zaken een dergelijk project te bevorderen. Toegang tot gegevens
 omtrent statenpraktijk wordt als zeer belangrijk beschouwd.
 Op verzoek van Guatemala werd in 1990 op de agenda van de VN opgevoerd het onderwerp
 “Conciliation Rules of the United Nations”. Dit onderwerp werd vervolgens ter behandeling naar
 de Zesde Commissie verwezen.
 Guatemala heeft met indiening van dit voorstel de bestaande regels inzake conciliatie zoals deze
 zijn vervat in bilaterale, regionale en multilaterale verdragen, willen aanpassen en ontwikke
 len, daarbij met name gebruik makend van het werk dat in het kader van het Institut de Droit
 International inzake conciliatie heeft plaatsgevonden. Ook is getracht aansluiting te verkrijgen
 bij de UNCITRAL regels. De conciliatie regels zouden kunnen worden gebruikt voor elk geschil.
 Aangezien het vraagstuk van de vreedzame geschillenbeslechting centraal staat in het Decen
 nium voor Internationaal Recht verdient het aanbeveling zorgvuldig na te gaan hoe verder met
 dit voorstel van Guatemala moet worden gehandeld. Nederland zou bij gelegenheid het belang
 van de verplichte voorlegging aan conciliatie moeten benadrukken; ook is het wenselijk dat door
 Nederland een duidelijk verband wordt gelegd met de regelingen en instellingen die reeds voor
 handen zijn in het kader van de Haagse Verdragen van 1899 en 1907. De initiatieven van de
 huidige Secretaris Generaal van het Permanente Hof van Arbitrage tot reactivering en aktuali
 sering van Hof en Internationaal Bureau verdienen daarbij vermelding en steun. In dit verband
 wijst de Commissie op de recente voorstellen van een door de Secretaris Generaal ingestelde
 Expert Groep met als doel te komen tot een verbetering en aanpassing van de onderhavige
  arbitrage- en procedure regelingen. Nederland zou zich m.n. op de inhoud van de beschikbare
 geschillenbeslechtingsprocedures moeten richten en daarbij nagaan of er een concrete bijdrage
                                                                                            Derde
  aan verdere rechtsvorming kan worden gegeven. De Cornnüssie is voornemens in haar
  Rapport in het bijzonder hieraan aandacht te besteden.
                                                 -4-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>In het kader van een verdere rechtsvorniing op basis van de Haagse Verdragen van 1899 en 1907
beveelt de Commissie aan voort te gaan met de reeds door Nederland ondernomen initiatieven
terzake van de bescherming van het milieu ten tijde van gewapende conflicten in de Zesde Com
missie en de voorbereidende vergaderingen van de ENMOD Review Conferentie. Ook het door
Nederland in het kader van de UNESCO geïntroduceerde voorstel te komen tot een verdere
rechtsontwikkeling terzake van de bescherming van culturele erfgoederen in tijden van gewapen
de conflicten (Haags Verdrag van 1954) wordt door de Commissie als een waardevolle bijdrage
verwelkomd.
De Commissie vestigt de aandacht op de voorstellen die door Nederland in de afgelopen jaren -tot
nu toe tevergeefs- zijn gedaan in de Zesde Commissie ter verbetering van de procedure van de
internationale wetgeving, bijvoorbeeld met betrekking tot de implementatie en amendering van
verdragen. Wellicht kan bezien worden, eventueel in samenhang met het Advies van de Cominis
sie uit 1979 inzake de totstandkoming van multilaterale verdragen, in hoeverre deze voorstellen
nog steeds voldoende actueel zijn om weer ter tafel te worden gebracht. Ook de subsidie verle
ning vanwege het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking aan derde wereldlanden ter ver
betering van de nakoming en uitvoering van multilaterale verdragen mag niet onvermeld
blijven.
De Commissie wil verder nog wijzen op het belang van de suggestie welke eveneens tijdens het
eerder genoemd overleg in het kader van de Raad van Europa werd gedaan, namelijk om lidsta
ten van de VN aan te schrijven met het verzoek om hun standpunt over de aanvaarding van de
verplichte rechtsmacht van het IGH kenbaar te maken, en met name voor zover Staten deze
rechtsmacht nog niet hebben aanvaard, of met reserves hebben aanvaard, na te gaan of deze posi
tie kan worden heroverwogen. In dit verband kan eveneens worden verwezen naar het gestelde
in het recente advies van de CAVV inzake de rol van het IGH. Ook zou in de ogen van de Com
missie aandacht moeten worden gevraagd voor de omstandigheden waaronder het IGH thans
opereert en functioneert.
Ter voorkoming van een te grote proliferatie van fondsen en budgetten ten behoeve van de diver
se, in het kader van het Decennium, door Nederland ondernomen aktiviteiten, beveelt de Com
missie aan te komen tot het instellen van één budget zijdens de overheid. Op deze wijze kunnen
 de doelstellingen van het Decennium op een efficiënte en zorgvuldige wijze zijdens Nederland
 worden uitgedragen.
Tenslotte beveelt de Commissie de Minister van Buitenlandse Zaken aan dat Nederland tijdens
 de jaarlijkse behandeling van dit onderwerp in de AVVN voortgaat als medesponsor op te tre
 den van eventuele resoluties teneinde de Nederlandse positieve opstelling terzake te blijven
 benadrukken.
                                                -5-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>