<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Commentaar inzake preadvies "International
Humanitarian Law and the Laws of War" van
Christopher Greenwood
Redacteur(en):
A. van Woudenberg
Den Haag
23 december 1998
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>        Inhoudsopgave                                                        Pagina
1       Ter inleiding                                                             4
2       Algemene opmerkingen ten aanzien van het preadvies                        5
2.1     Suggesties ter verbetering                                                6
3       Structuur van het preadvies                                               7
4       Commentaar van meer algemene aard ten aanzien van de diverse secties      7
4.1     Sectie I                                                                  7
4.2     Sectie II                                                                 7
4.3     Sectie III                                                                7
4.4     Sectie V                                                                  8
4.5     Sectie VI                                                                 8
4.6     Sectie VII                                                                9
ANNEX 1: Technisch commentaar ten aanzien van de diverse secties                 10
ANNEX 2: Samenstelling van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke
        Vraagstukken                                                             14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken
1 Ter inleiding
Door de Regering van het Koninkrijk en de Regering van de Russische Federatie
zijn plannen ontwikkeld om te komen tot een herdenking van het feit dat het in
1999 honderd jaar geleden zal zijn dat de Eerste Haagse Vredesconferentie plaats
vond. Deze plannen houden in dat medio mei en medio juni 1999 in Den Haag en
St. Petersburg seminars zullen plaatsvinden over de drie Haagse thema's te weten:
-     vreedzame beslechting van internationale geschillen;
-     humanitair oorlogsrecht;
-     ontwapeningskwesties.
Met betrekking tot deze thema's zijn inmiddels preadviezen geschreven door
Francisco Orrego Vicuña en Christopher Pinto (de vreedzame beslechting van
internationale geschillen), Christopher Greenwood (het humanitair oorlogsrecht) en
Hans Blix (ontwapeningskwesties). In deze preadviezen zijn de ontwikkelingen op
de betreffende gebieden van het volkenrecht geanalyseerd en eventuele lacunes en
mogelijke stappen geïdentificeerd. Op de seminars in Den Haag en St. Petersburg
zullen aan de hand van deze preadviezen discussies plaatsvinden. Voorafgaand aan
deze seminars worden de preadviezen besproken in regionale discussies. In januari
1999 zullen de discussies worden afgerond en de rapporten worden herzien, waarbij
de uitkomsten van deze regionale discussies door de preadviseurs worden verwerkt
in de rapporten zoals die tijdens de herdenkingsbijeenkomsten in 1999 zullen
worden besproken.
De minister van Buitenlandse Zaken heeft bij brief van 2 november 1998 (kenmerk
DJZ/IR-454/98) aan de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke
Vraagstukken (CAVV, hierna ook wel genoemd: de Commissie) verzocht hem ten
aanzien van deze preadviezen van advies te dienen, ten behoeve van een
Nederlandse inbreng in deze discussies.
Het u voorliggende commentaar van de CAVV betreft het preadvies van
Christopher Greenwood, getiteld "International Humanitarian Law and the Laws of
War". Dit is als volgt opgebouwd:
- in hoofdstuk 2 worden algemene opmerkingen gemaakt ten aanzien van het
preadvies als zodanig;
- hoofdstuk 3 betreft de structuur van het preadvies;
- in hoofdstuk 4 wordt per sectie commentaar gegeven van meer algemene aard;
- een annex bij het rapport betreft de meer technische opmerkingen ten aanzien van
de diverse secties van het preadvies.
De CAVV wenst uitdrukkelijk op te merken, dat daar waar door de CAVV in het
onderhavige commentaar niet wordt ingegaan op bepaalde onderdelen van het
4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken
preadvies, dit niet betekent dat zij de in die onderdelen uitgesproken opvattingen tot
de hare maakt.
2 Algemene opmerkingen ten aanzien van het preadvies
De CAVV hecht eraan op te merken dat in het preadvies een zeer belangrijke
materie aan de orde wordt gesteld en acht het noodzakelijk dat ten aanzien hiervan
in brede kring discussie wordt gevoerd.
De Commissie heeft waardering voor het door de preadviseurs verrichte werk en
wenst voorop te stellen dat het preadvies een over het algemeen goed geschreven en
leesbaar stuk is, ofschoon af en toe wat technisch.
Het stemt de Commissie tevreden dat de nadruk van het preadvies ligt op de
verbetering van de naleving van het recht, en niet op het creëren van nieuw recht.
Nadeel is dat het recht niet is beschreven vanuit het perspectief van de bescherming
van burgers (dat, terwijl er sinds 1899 zeer grote aantallen burgerslachtoffers zijn
gevallen), ofschoon andere thema's natuurlijk wel van invloed zijn op de
beschermingsvraag.
In het definitieve rapport wordt de uitkomst van de onderhandelingen te Rome
betreffende het Internationale Strafhof nog mee genomen. Dat wordt door de
Commissie zeer wenselijk geacht, mede omdat in het huidige rapport bestraffing
van oorlogsmisdaden nogal onderbelicht is.
Het wordt toegejuicht door de CAVV dat een aantal ontwikkelingen die van invloed
kunnen zijn op een betere naleving van het oorlogsrecht (zoals de Advisory Service
van ICRC en het Sirusrapport) zijn meegenomen.
Tevens wordt toegejuicht, dat in het rapport diep wordt ingegaan op het
noodzakelijkheids- en proportionaliteitsvereiste bij zelfverdediging.
Het verdient aanbeveling meer expliciet in te gaan op de kwesties van agressie en
gewapende aanval, die bepalend zijn voor rechtmatige zelfverdediging, mede in het
licht van de te formuleren delictsomschrijving van "the crime of agression" in
artikel 5 van het Statuut van het Internationaal Strafhof.
Er worden in het rapport goede koppelingen gemaakt tussen het "ius ad bellum" en
het "ius in bello". Tevens worden er verbanden gelegd tussen het humanitaire
5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken
oorlogsrecht 1 en mensenrechten. Dit wordt door de Commissie positief
gewaardeerd, ofschoon hierbij nog iets meer in detail zou kunnen worden gegaan.
Tenslotte wordt in het preadvies aandacht besteed aan de verschillen in aard en
toepassing van rechtsregels naar gelang sprake is van een "international armed
conflict" of een "internal armed conflict". Het is positief te zien dat volgens de
auteur die verschillen veelal niet gerechtvaardigd zijn.
2.1 Suggesties ter verbetering
1- Naar het oordeel van de Commissie vindt er onvoldoende analyse plaats van de
praktijk; zo gaat de preadviseur te weinig in op ervaringen die bijvoorbeeld zijn
opgedaan in de Vietnamoorlog en conflicten zoals Iran/Irak en Irak/Koeweit.
2- Een analyse over de vraag waarom het humanitair oorlogsrecht tot op heden
onvoldoende heeft gewerkt zou in een rapport hierover op z'n plaats zijn.
3- Het rapport gaat niet erg diep in op het vraagstuk van de "compliance". Wellicht
dat dit te maken heeft met het feit dat er een informele afspraak zou zijn, dat de drie
door de CAVV bekeken preadviezen voornamelijk in Den Haag zullen worden
bediscussieerd, terwijl andere onderwerpen (zoals compliance) meer in St.
Petersburg aan bod zouden komen. Toch zou hieraan naar de mening van de
Commissie in het rapport meer aandacht aan moeten worden gegeven, nu
implementatie door staten een relatief groot probleem is.
4- Op de verhouding tussen het humanitaire oorlogsrecht en de mensenrechten zou
in het preadvies vaak meer in detail kunnen worden ingegaan.
5- Wellicht dat nog enige aandacht kan worden gegeven aan de rol van
kindsoldaten.
6- Het verdient aanbeveling om in een annex bij het preadvies een overzicht bij te
voegen waarin staat vermeld welke relevante verdragen door welke staten zijn
geratificeerd.
  1
    Verwezen zij naar voetnoot 1 van het preadvies. Greenwood geeft hier aan dat de termen "laws of
    war" en "international humanitarian law" als synoniemen worden gebruikt. Tevens wordt de term
    "law of armed conflict" gebruikt als synoniem voor "laws of war", dit ondanks dat de titel van het
    preadvies anders suggereert.
    De Commissie heeft ervoor gekozen om in haar commentaar de term humanitair oorlogsrecht te
    gebruiken, daar waar Greenwood de diverse termen als synoniem van elkaar gebruikt.
6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken
3 Structuur van het preadvies
De structuur zit logisch in elkaar. Wel verdient het aanbeveling om sectie VI.1
("prosecution of war crimes") en sectie VI.2 ("peacetime measures") te verwisselen.
Gesuggereerd wordt in het rapport duidelijker aan te geven welke onderwerpen op
het gebied van het humanitaire oorlogsrecht doelbewust buiten beschouwing zijn
gelaten. Zo wordt namelijk een vollediger beeld geschapen.
4 Commentaar van meer algemene aard ten aanzien van de diverse
secties
4.1 Sectie I
Paragraaf 2:
In deze paragraaf dient verwezen te worden naar het probleem van de gebrekkige
naleving van het humanitaire oorlogsrecht. De vraag die hierbij gesteld dient te
worden is of zich hier bijzondere redenen (karakteristieken van humanitair
oorlogsrecht) voordoen om aan te nemen dat de problematiek van de naleving meer
of op een andere manier speelt dan normaliter bij de naleving van internationale
rechtsnormen.
4.2 Sectie II
Dat in deze sectie de "Martens Clause" is opgenomen wordt door de Commissie als
positief beoordeeld.
4.3 Sectie III
Paragraaf 22:
De vraag dringt zich op hoe de specifieke onderdelen van het internationale recht
zich verhouden tot het internationale recht als geheel. De tekst zou hier opgevat
kunnen worden, als is het internationaalrechtelijke systeem slechts werkzaam
omwille van de connectie van de diverse onderdelen. Dat is evenwel niet juist. Het
internationaalrechtelijk systeem is meer dan een optelsom der delen.
7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken
Met betrekking tot sectie III.1 diene, dat gestipuleerd dient te worden dat de
toepasselijkheid van het humanitaire oorlogsrecht niet afhankelijk hoeft te zijn van
de reden en rechtmatigheid van het gebruik van geweld.
Paragraaf 43 en 44:
De vraag dringt zich op wanneer de toepasselijkheid van het humanitaire
oorlogsrecht ophoudt. Deze vraag zou door de auteur van het preadvies meer
bestudering behoeven. Eveneens wordt een studie naar de "full implications of the
relationship between the contemporary ius ad bellum and ius in bello" (par. 44)
noodzakelijk geacht. Dit laatste wordt ook door de preadviseur reeds aangegeven.
Paragraaf 65 e.v.:
De Commissie is tevreden over de aandacht die wordt gegeven aan de
toepasselijkheid van het humanitaire oorlogsrecht bij VN-operaties en de
problemen die zijn opgeworpen door de Safety Convention van 1994. Wel zou wat
meer gezegd kunnen worden over het humanitaire oorlogsrecht in het kader van
peacekeeping missions met een breder mandaat, dus in verband met de bescherming
van veilige gebieden en het mogelijk maken van humanitaire hulp.
Een vraag die ook aan de orde dient te komen is of de aard van het conflict
verandert door het gebruik van geweld door de peace keeping forces.
4.4 Sectie V
Met betrekking tot sectie V.2 wenst de Commissie in zijn algemeenheid op te
merken dat helaas geen melding wordt gemaakt van de ICRC-studie over het
gewoonterecht.
4.5 Sectie VI
Paragraaf 167:
Met betrekking tot het door de preadviseur genoemde "system of periodic
reporting" diene, dat de politieke wil hiertoe thans bij veel staten ontbreekt.
Desalniettemin verdient het naar de mening van de CAVV aanbeveling, dat staten
zouden kunnen komen tot een rapportage op relatief minder gevoelige terreinen,
zoals:
- regelgeving betreffende de bestraffing van oorlogsmisdaden;
- implementatie van de Geneefse Conventies;
- onderwijs in de krijgsmacht.
8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken
Daarnaast zou, ondanks dat een rapportagesysteem tot op heden nog niet van de
grond is gekomen, wellicht nog aan een niet onbelangrijk alternatief mechanisme
gedacht kunnen worden. Immers, in het kader van de vervolging van
oorlogsmisdadigers zouden bv. journalisten, medisch personeel en mensenrechten-
waarnemers als getuigen kunnen worden opgeroepen voor het Internationaal
Strafhof (of de ad hoc-tribunalen). Op deze wijze vindt dan toch een vorm van
"rapportage" plaats.
4.6 Sectie VII
De Commissie is van oordeel dat de conclusies goed aansluiten bij het preadvies als
zodanig.
Gelieerd aan paragraaf 189 zou wellicht nog apart iets over implementatie kunnen
worden gemeld, bijvoorbeeld in de vorm van een overzicht van
implementatiemaatregelen van de afzonderlijke staten.
9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken
 ANNEX 1: Technisch commentaar ten aanzien van de diverse
secties
Sectie I
Paragraaf 4:
De zinsnede "... it seems obvious that that law .... achievement" dient gestaafd te
worden in een voetnoot, of er moet meer analyse van de praktijk aan worden
gewijd.
Sectie III
Paragraaf 34:
In deze paragraaf wordt resolutie 687 genoemd, waarbij werd gesteld dat Irak was
"liable under international law for any direct loss, damage ... or injury to foreign
Governments, nationals or corporations as a result of its unlawful invasion and
occupation of Kuwait". Echter, in de resolutie staat niets vermeld over de procedure
die hiertoe vervolgens in acht genomen dient te worden.
Over de benadering ("approach") genoemd in paragraaf 34 kan nog worden
opgemerkt dat deze zeker niet oncontroversieel was.
Tenslotte is de laatste zinsnede van paragraaf 34 ("... and the criminal responsibility
of the State itself.") onjuist, nu er in het volkenrecht geen "criminal responsibility"
voorkomt. De tekstsuggestie luidt derhalve:
"... and the responsibility of the State itself for an international crime."
Paragraaf 35:
Sub a dient te worden aangevuld, waardoor de hele regel als volgt luidt:
the resort to force is compatible with the United Nations Charter and/or customary
international law.
Paragraaf 41:
Het woord "mandate" in de zesde regel dient vervangen te worden door
"authorization".
Vanaf de woorden "In so far ... " zou een nieuwe paragraaf moeten beginnen.
Paragraaf 42:
10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken
Het woord "mandate" zou aangevuld dienen te worden met de woorden "or an
action authorized by the Security Council."
Paragraaf 51:
Vierde regel: "Thus, the laws of war do not .... nationals of neutral States". Deze
zinsnede kan slechts slaan op die staten die het Eerste Protocol niet hebben
ondertekend en geratificeerd, nu het element van de burgerbevolking juist een van
de elementen is waaraan in Protocol I aandacht wordt geschonken.
Paragraaf 52:
De preadviseur lijkt hier te suggereren dat Principle 24 van de Rio Declaratie
bindend internationaal recht betreft, hetgeen op z'n minst controversieel is. Om die
reden verdient het aanbeveling, dat ten aanzien van de Rio Declaratie een zinsnede
wordt opgenomen als "the legal value has also been subject of much comment and
controversy".
Paragraaf 53:
Ten aanzien van deze paragraaf diene, dat de Commissie van mening is dat van de
preadviseur verwacht mag worden dat hij hier ook zijn eigen mening uitdraagt.
Paragraaf 54:
Het in deze paragraaf gebezigde citaat van het Hof zou beter vóór paragraaf 52
kunnen staan.
Paragraaf 64:
In deze paragraaf dient een referentie gemaakt te worden naar de jurisprudentie van
het Hof, zoals bv. de Nicaragua-case (die overigens niet overeen komt met de
Tadic-case bij het ICTY). Tevens verdient het aanbeveling dat de preadviseur
ingaat op de vraag wanneer er voor de toepassing van het humanitaire oorlogsrecht
sprake is van een gewapend conflict.
Paragraaf 64 ontbeert een analyse van de praktijk.
Sectie IV
Paragraaf 76:
De zin "A particularly important development ... individuals depended" zou meer
uitgewerkt kunnen worden.
Paragraaf 90:
De zin aan het einde van deze paragraaf, waarin staat vermeld dat de Ottawa
Conventie Protocol II (bij het Conventionele Wapenverdrag) opzij zet is niet geheel
juist, zeker waar het antitankmijnen betreft. Toevoeging van het woord "partially"
zou in dit opzicht gesuggereerd kunnen worden.
11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken
Paragraaf 93:
In deze paragraaf wordt de stelling geponeerd dat ontwapening de weg is waarlangs
van onmenselijke wapens moet worden afgekomen. Dit verdient meer
onderbouwing.
Paragraaf 114:
De eerste zin van deze paragraaf wordt met twee praktijkvoorbeelden onderbouwd.
Dit wordt door de Commissie nogal mager geacht.
Sectie IV.5:
Het wordt door de Commissie gewaardeerd dat hier aandacht wordt gegeven aan
"the law of naval warfare" in het algemeen en de San Remo Manual in het
bijzonder. Wel dient ten aanzien van dit gedeelte van het preadvies dat "internal
conflicts" en "internal armed conflicts" vaak door elkaar worden gebruikt.
Sectie V:
Paragraaf 139:
In deze paragraaf worden belangrijke opmerkingen gemaakt over artikel 3 en
Protocol II, maar de vraag is hoe overheden tot naleving/toepassing te brengen en
ze geen ontsnappingsmogelijkheid te geven.
Paragraaf 144:
De zin "additional Protocol II has no equivalent of the provisions of the Second
Convention" is niet geheel juist. Dit geldt men name voor het onderwerp
"schipbreukelingen", dat in artikel 7 en 8 van het Tweede Protocol aan de orde
komt.
Paragraaf 148:
In de derde regel dient "Protocol I" te zijn: "Protocol II". Overigens wordt de tekst
van deze paragraaf door de Commissie als onduidelijk beoordeeld. Het
"unnecessary suffering principle" is in beginsel dusdanig gelieerd aan
wapengebruik, dat het onlogisch is dit in deze paragraaf te verbinden aan "the order
not to give quarter". Om die reden verdient het aanbeveling om deze paragraaf te
splitsen in twee delen en een tweede paragraaf te laten beginnen bij "The logic lies
behind ...".
Sectie VI
Paragraaf 172 t/m 174:
De Commissie is van mening dat de preadviseur dient aan te geven dat de Fact-
Finding Commission zelf een uitbreiding van het mandaat voorstaat (dus ook
interne gewapende conflicten); de FFC heeft hier in het verleden een verklaring
over uitgegeven.
12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken
Paragraaf 176:
De verwijzing naar artikel 1 is zeer summier. Er is in het verleden veel discussie
geweest over wat onder artikel 1 kan vallen; hierop zou in dit preadvies moeten
worden ingegaan.
13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken
ANNEX 2: Samenstelling van de Commissie van Advies inzake
Volkenrechtelijke Vraagstukken
Voorzitter:
Prof dr K.C. Wellens
Leden:
Dr N.M. Blokker
Prof mr Th. C. van Boven
Prof dr T. Heukels
Mw dr E. Hey
Mw prof dr B. Kwiatkowska
Prof dr P. Malanczuk
Mr dr E.P.J. Myjer
Mw mr J.W.H.M. van Sambeek
Prof dr N.J. Schrijver
Prof dr A.H.A. Soons
Secretaris:
Mr A. van Woudenberg
====================
Den Haag, 23 december 1998
14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>