<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Commentaar inzake "Immuniteit van Staten en hun
eigendom" , de ontwerp-artikelen van de
International Law Commission
Redacteur(en):
Not specified
Not specified
Not specified
14 oktober 1999
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>      Inhoudsopgave                                                           Pagina
1     Algemeen                                                                     2
1.1   Verzoek om CAVV-advies                                                       2
1.2   Absolute en relatieve staatsimmuniteit                                       4
1.3   Het belang van uniforme rechtsregels                                         4
1.4   Europese Overeenkomst inzake immuniteit van Staten                           5
1.5   Kansen op internationale overeenstemming                                     6
2     Artikelgewijze behandeling                                                   7
2.1   Algemene suggestie vooraf van de CAVV                                        7
2.2   Deel I: "Introduction"                                                       7
2.2.1 Artikel 2 lid 1 sub b                                                        8
2.2.2 Artikel 2 lid 1 sub c                                                        8
2.2.3 Artikel 2 lid 2                                                              9
2.2.4 Artikel 4 10
2.3   Deel III: "Proceedings in which state immunity cannot be invoked            10
2.3.1 Artikel 10 lid 1                                                            10
2.3.2 Artikel 10 lid 3                                                            10
2.3.3 Artikel 11 lid 1                                                            12
2.3.4 Artikel 11 lid 2 sub b                                                      12
2.3.5 Artikel 11 lid 2 sub c                                                      13
2.3.6 Artikel 12 13
2.3.7 Artikel 14 14
2.3.8 Artikel 16 14
2.3.9 Artikel 17 15
2.4   Deel IV: "State immunity from measures of constraint in connection with
      proceedings before a court"                                                 15
2.4.1 Artikel 18 (algemeen)                                                       15
2.4.2 Artikel 18 lid 1 sub c                                                      16
2.4.3 Artikel 18 lid 2                                                            17
2.4.4 Artikel 19 17
2.5   Overig 18
2.5.1 WG92: artikel 23 en 24: Proposal on settlement of disputes                  18
2.5.2 WG93: Paragraaf 91: jurisdictional immunity of foreign armed forces         18
2.5.3 ILC-ontwerprapport99: "III. Annex to the report of the working group"       18
1     Algemeen
1.1   Verzoek om CAVV-advies
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>In 1991 heeft de International Law Commission (ILC) de voorliggende ontwerp-
artikelen opgesteld inzake immuniteit van Staten en hun eigendom 1 . Diverse
Staten hebben hierop hun commentaar gegeven. Uit deze commentaren bleek, dat
er tussen Staten een aanzienlijke controverse bestond tussen de absolute
immuniteitsopvattingen en de restrictievere opvattingen.
Naar aanleiding van deze commentaren en met het doel te komen tot een
eenduidige visie was onder auspiciën van de AVVN een speciale werkgroep in het
leven gesteld onder leiding van de Braziliaan Calero-Rodrigues. Dit heeft geleid
tot twee rapporten, te weten:
- rapport AVVN, A/C.6/47/L.10, dd. 3 november 1992 (verder genoemd WG92)
- rapport AVVN, A/C.6/48/L.4, dd. 11 november 1993 (verder genoemd WG93)
De instelling van deze werkgroep heeft evenwel niet tot het beoogde resultaat
geleid.
Dit betekent dat de ontwerptekst van de ILC nog altijd niet voldoende rijp is om te
verwijzen naar een diplomatieke conferentie en dat de ILC het ontwerp naar
aanleiding van de geleverde commentaren eerst nog nader dient te bestuderen en
nadere aanbevelingen dient te geven.
Bij resolutie 53/98 van 8 december 1998 heeft de AVVN besloten om ter 54ste
zitting 2 een werkgroep van de Zesde Commissie in te stellen, die de
ontwerpartikelen van de ILC, alsmede de discussie hieromtrent en nog
openstaande onderwerpen met inachtneming van de ontwikkelingen in de
statenpraktijk en wetgeving, zal bezien. Het resultaat van de werkzaamheden van
de werkgroep zal voor commentaar en aanbevelingen aan de ILC worden
voorgelegd.
Als reactie op voornoemde AVVN-resolutie heeft de ILC op haar 2569ste
bijeenkomst, op 7 mei 1999 besloten tot het instellen van een "Working Group on
Jurisdictional immunities of States adn their property". Deze werkgroep, onder
rapporteur Robert Rosenstock, is op 15 juli 1999 met een rapport verschenen:
"Draft report on the International Law Commission on the work of its fifty-first
session / Chapter VII: Jurisdictional immunities of States and their property" 3
(hierna te noemen ILC-ontwerprapport99).
Staten worden nu uitdrukkelijk opgeroepen aan de SGVN commentaren te doen
toekomen. Om hieraan zo goed mogelijk te (kunnen) voldoen, heeft de Minister
  1
                Te vinden in het Report of the International Law Commission on the work of its forty-third
                session, 29 April - 19 July 1991, AVVN Supplement No. 10 (A/46/10) .
  2
                Deze vindt in het najaar van 1999 plaats.
  3
                A/CN.4/L.584/Add.1.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    van Buitenlandse Zaken het aanbevelenswaardig geacht, indien de CAVV zich
    over de hele materie zou kunnen buigen en advies terzake zou kunnen uitbrengen.
    Van dit advies zal vervolgens gebruik gemaakt kunnen worden ter bepaling van de
    Nederlandse positie in de werkgroep van de Zesde Commissie, die zich in het
    najaar van 1999 in New York zal buigen over de ontwerpartikelen inzake
    staatsimmuniteit. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de CAVV zich gebogen
    over de meest relevante artikelen dienaangaande, waarbij het resultaat is verwoord
    in het onderhavige advies. Voor wat betreft de relevantie van de te bespreken
    artikelen worden de bovengenoemde "Reports of the Working Group" als richtlijn
    gebruikt.
1.2 Absolute en relatieve staatsimmuniteit
    Ten aanzien van het vraagstuk van de immuniteit van Staten van de rechtsmacht
    van de rechter van een andere Staat zijn globaal twee opvattingen te
    onderscheiden.
    De eerste is die van de absolute staatsimmuniteit; de Staat is onder alle
    omstandigheden gevrijwaard van bemoeienis van een vreemde rechter en van het
    die rechter ten dienste staande dwangapparaat, ongeacht of zijn handelen nu een
    typisch overheidshandelen betreft (acta iure imperii) of een transactie die zich niet
    onderscheidt van een zuiver particuliere (acta iure commercii). M.n. een aantal
    ontwikkelingslanden waren c.q. zijn deze opvatting toegedaan. Daartegenover
    wordt tegenwoordig binnen de Westerse wereld de opvatting gehuldigd dat waar
    de Staat op de voet van particulier aan het private rechtsverkeer deelneemt, er geen
    aanleiding bestaat deze Staat immuniteit toe te kennen, ingeval een dergelijk
    handelen aanleiding geeft tot een geschil dat door de wederpartij aan
    oordeelvelling door de rechter van een vreemde Staat wordt voorgelegd. M.a.w. de
    vreemde Staat ontleent aan deze hoedanigheid niet per se aanspraak op immuniteit
    (leer van de relatieve staatsimmuniteit). Ook in die situatie blijft echter de
    immuniteit van executie van een eventueel veroordelend vonnis volledig bestaan
    zij het dat in enkele Westerse landen, waaronder Nederland, door de rechter wordt
    aanvaard, dat beslag op eigendom niet bestemd voor de openbare dienst van de
    vreemde Staat is toegestaan. Deze leer gaat dus verder dan het hierna te noemen
    Europese Overeenkomst inzake de immuniteit van staten toestaat.
1.3 Het belang van uniforme rechtsregels
    In de praktijk blijkt een grote variëteit van regels voor te komen, zelfs tussen
    Staten wier stelsel of rechtspraktijk op dezelfde opvatting is gebaseerd. Daarmee is
    aangegeven dat het belang van het voorliggende ontwerp mede is gelegen in de
    poging tot grotere uniformiteit in rechtsregels ter zake te komen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    Dit laatste is uiteraard welkom, al was het al vanwege het belang dat de
    ontwikkeling van internationale handelsstromen heeft bij overzichtelijke
    regelgeving.
    Intussen is het belang van een zekere uniformering van regels niet het enige. Ook
    de vraag of het door de ILC opgestelde ontwerp in belangrijke mate afwijkt van de
    thans in de Nederlandse rechtspraktijk gehanteerde regels, zal bij de beoordeling
    betrokken moeten worden. Van belang is voorts de Overeenkomst inzake de
    immuniteit van Staten 4 (hierna: Europese Overeenkomst). Deze in het kader van
    de Raad van Europa opgestelde Overeenkomst is thans in werking voor
    Oostenrijk, België, Cyprus, het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, Duitsland,
    Luxemburg en Nederland. In hun onderlinge betrekkingen zijn de genoemde
    landen derhalve gehouden aan de bepalingen van de Overeenkomst. Een korte
    omschrijving op deze plaats van enkele belangrijke elementen van de Europese
    Overeenkomst is van belang.
1.4 Europese Overeenkomst inzake immuniteit van Staten
    De Europese Overeenkomst geeft in de artikelen 1 t/m 14 de situaties aan waarin
    een Staat zich niet kan beroepen op immuniteit voor de vreemde (= buitenlandse)
    rechter. Artikel 15 schrijft dwingend voor dat de Staat in de niet door de artt. 1 t/m
    14 beheerste situaties immuniteit geniet t.a.v. de rechtsmacht van de vreemde
    rechter. De rechter mag in zo'n geval geen kennis nemen van het geschil.
    Niettemin opent de Overeenkomst de mogelijkheid dat een Staat een verklaring
    aflegt waarin hij aangeeft dat zijn rechters toch bevoegde zullen zijn van zo'n
    geschil kennis te nemen (art. 24, eerste lid). Blijkens art. 24, tweede lid, jo. de
    Bijlage zijn er aan de rechtsmacht van de rechter ook in dat geval de nodige
    beperkingen gesteld. Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Luxemburg,
    Duitsland en Zwitserland hebben een dergelijke verklaring afgelegd. De
    Overeenkomst creeërt daarmede als het ware een "grijze zone" waarin beoordeling
    van immuniteit van een Staat aan de rechter in de andere Staat wordt overgelaten
    en de rechter kennis zal kunnen blijven nemen van gedingen op dezelfde wijze als
    ten aanzien van staten die niet partij zijn bij de Europese Overeenkomst. Dit laat
    overigens onverlet - aldus art. 24 - de immuniteit die Staten genieten t.a.v. de
    vreemde rechter in geval van "acta iure imperii". Maar welke handelingen wèl en
    welke handelingen niet "iure imperii" zijn verricht, daarover beslist dan niet een
    verdragsinterpretatie, maar de buiten het verdrag gelegen normen die de nationale
    rechter juist acht om te hanteren.
    De artikelen 20 en volgende van de Europese Overeenkomst bevatten regels m.b.t.
    de tenuitvoerlegging van vonnissen. De Staat is in beginsel, d.w.z. behoudens de
      4
                     Bazel, 16 mei 1972, Trb. 1973, 43.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    in art. 20 genoemde gevallen, verplicht en tegen hem gewezen vonnis uit te
    voeren. Met betrekking tot executie en andere dwangmaatregelen (zoals
    conservatoir beslag) bepaalt de Europese Overeenkomst (art. 23) dat deze,
    behoudens uitzondering in de relatie tussen Staten die de verklaring van art. 24
    hebben afgelegd (art. 26), niet mogen worden genomen t.a.v. de vreemde Staat,
    tenzij deze daarin heeft toegestemd.
    Voor wat de regeling der immuniteit van jurisdictie betreft gaat de Europese
    Overeenkomst uit van een immuniteit ratione personae (zie artikel 15), zij het ook,
    dat de Staten die de verklaring van artikel 24 hebben afgelegd aan een afwijkend
    uitgangspunt kunnen vasthouden.
    Waar van een immuniteit ratione personae wordt uitgegaan wordt aan de
    relativering der immuniteit gestalte gegeven in de vorm van een zg. "negatieve
    lijst" van uitzonderingen op de voorgestelde immuniteit. In de Europese
    Overeenkomst zijn zulke uitzonderingen opgenomen in de artikelen 1 t/m 14.
    In een Aanvullend Protocol bij de Europese Overeenkomst wordt tenslotte een
    beroep op een internationaalrechterlijke instantie mogelijk gemaakt in twee
    gevallen: ten eerste kan de particulier die een gunstig vonnis heeft verkregen dat
    de wederpartij (de vreemde staat) weigert uit te voeren zich op die instantie
    beroepen; ten tweede kunnen de Staten die partij zijn bij de overeenkomst hun
    geschillen over de interpretatie van de overeenkomst aan die instantie ter
    beslissing voorleggen. Een dergelijke regeling ontbreekt vooralsnog in het ILC-
    ontwerp.
1.5 Kansen op internationale overeenstemming
    Gezien de internationaal grote verscheidenheid van opvattingen omtrent de
    omvang der (jurisdictionele) staatsimmuniteit, zal, naar is aan te nemen, de door
    de ILC beoogde internationale overeenstemming aanvankelijk slechts op basis van
    een minimum zijn de bereiken. Een regeling waarin de immuniteit ratione
    personae tot uitgangspunt is genomen leent zich daartoe minder dan een regeling
    waarin de omvang van de immuniteit waarop Staten zich ten minste moeten
    kunnen beroepen is vastgelegd in de vorm van excepties op een algemeen
    gelijkheidsbeginsel. Een dergelijke minimum-grondslag geeft, naar het oordeel
    van de Adviescommissie de beste kansen voor een ruime aanvaarding van het
    ontwerp en een verdergaande ontwikkeling van het internationale recht op het
    onderhavig gebied. Zo'n regeling beantwoordt aan de immuniteitsrecht zoals dat in
    de Nederlandse rechtspraktijk, althans voor wat betreft de jurisdictionele
    immuniteit, is ontwikkeld en als geldend mag worden beschouwd. Dit geldt ook
    bij toepasselijkheid van de Europese Overeenkomst nu immers Nederland de
    verklaring van artikel 24 heeft afgelegd. Een zodanige regeling is gebaseerd op de
    principiële gelijkheid van alle rechtssubjecten; daarbij is de juridische relevantie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>    van maatschappelijk ongelijke posities in uitzonderingsbepalingen als die
    aangaande de immuniteitsexceptie verdisconteerd.
    Een zodanig opgezette regeling zou een keuze vergemakkelijken die enerzijds
    rekening houdt met het belang van een grotere uniformiteit van volkenrechtelijke
    regels op dit terrein, en anderzijds met het belang dat particulieren hebben om, ook
    wanneer zij transacties met vreemde Staten aangaan, verzekerd te zijn van een
    adequate rechtsbescherming ingeval van geschillen.
2   Artikelgewijze behandeling
    Onderstaand volgt bespreking van de belangrijkste ontwerp-artikelen van de ILC 5 .
    De CAVV neemt daarbij als richtsnoer de rapporten WG92 en WG93 en het ILC-
    ontwerprapport99 ter hand, welke rapporten hierboven sub 1.1 staan vermeld.
2.1 Algemene suggestie vooraf van de CAVV
    Onderaan op pagina 13 van het ILC-ontwerp91 staat als ILC-commentaar
    vermeld:
    "Although the draft articles do not define the term "proceeding", it should be
    understood that they do not cover criminal proceedings."
    De CAVV vraagt zich in dit verband af wat de relevantie is van de ILC-artikelen
    ten aanzien van civielrechtelijke claims die verband houden met strafrechtelijke
    procedures voor de nationale rechter. De CAVV suggereert de ILC hier nader op
    in te gaan. In dat kader betreurt de CAVV het, dat de ILC in haar
    ontwerprapport99 geen gelegenheid heeft gezien tegemoet te komen aan de
    uitnodiging van de AVVN in resolutie 53/98 om de meest recente statenpraktijk
    op het onderwerp van de staatsimmuniteit in ogenschouw te nemen.
2.2  Deel I: "Introduction"
      5
                    Zie voetnoot 1.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>2.2.1 Artikel 2 lid 1 sub b
      Het gaat hierbij om de vraag wat onder "Staat" dient te worden verstaan.
      In paragraaf 30 van het ILC-ontwerprapport99 wordt de volgende omschrijving
      van het begrip Staat voorgesteld:
      "State" means:
            (i) the State and its various organs of government;
            (ii) constituent units of a federal State and political subdivisions of the
                  State, which are entitled to perform acts in the exercise of
                  governmental authority [provided that it was established that such
                  entities were acting in that capacity};
            (iii) agencies or instrumentalities of the State and other entities, to the
                  extent that they are entitled to perform acts in the exercise of the
                  governmental authority of the State;
            (iv) representatives of the State acting in that capacity.
      De CAVV kan in grote lijnen met bovengenoemde suggestie instemmen, doch
      heeft daarbij het volgende commentaar:
      - gedeelte sub (ii) tussen vierkante haken dient niet overgenomen te worden, doch
      dient te worden vervangen door de tekst "whenever performing such acts"
      (overgenomen uit het in paragraaf 32 WG93 gedane voorstel). Deze toevoeging
      dient ook bij sub (iii) te worden vermeld;
      - er dient niet gesproken te worden van "governmental authority", doch van
      "sovereign authority";
      - dat de "constituent units" niet meer in een aparte paragraaf staan vermeld, doch
      zijn gevoegd bij de "political subdivisions" wordt door de CAVV toegejuicht.
2.2.2 Artikel 2 lid 1 sub c
      In feite dient de tekst van dit artikeldeel bezien te worden in samenhang met
      artikel 10 van het ILC-ontwerp. Immers, indien de tekst van artikel 2 lid 1 sub c
      wordt aangepast, heeft dit gevolgen voor de tekst of betekenis van artikel 10.
      Ten aanzien van dit artikeldeel heeft Vz. WG93 een voorstel verwoord in
      paragraaf 35, welk voorstel luidt:
      "(c) 'commercial transaction' means:
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>            (i)    any contract or transaction of a commercial, industrial or professional
                  nature into which a State enters or in which it engages, including a
                  contract or transaction for the sale of goods or supply of services, but
                  not including a contract of employment of persons;
            (ii)   any contract for a loan or other transaction of a financial nature,
                  including any obligation of guarantee or of indemnity in respect of any
                  such loan or transaction."
      De CAVV is van mening dat dit voorstel logischer dan het ontwerp-ILC-artikel is,
      en in tegenstelling tot het ILC-ontwerp geen cirkelredenering bevat. De CAVV
      gaat derhalve mee in het voorstel van de Vz WG93.
2.2.3 Artikel 2 lid 2
      Dit artikellid leidt binnen de CAVV tot een uitvoerige gedachtenwisseling. Het is
      duidelijk dat het hier een compromisvoorstel betreft tussen het noemen van alleen
      "the nature of the contract or transaction" en het noemen van zowel "the nature"
      alsook "the purpose", om op die wijze met name ontwikkelingslanden voldoende
      bescherming te bieden ten behoeve van hun nationale economische ontwikkeling.
      Het laatste deel van het artikellid ("..., in the practice of the State ... contract or
      transaction") maakt het geheel nogal arbitrair. Immers, de rechter zou dan slechts
      het doel van het contract in ogenschouw dienen te nemen, als dit ook voor de
      partij-Staat praktijk is (bv. bij ontwikkelingslanden), terwijl anders de rechter
      slechts "the nature" zou bezien (als bv. de VS partij-Staat is). Zo wordt er derhalve
      in feite met twee maten gemeten, hetgeen in beginsel voorkomen dient te worden.
      De CAVV hecht eraan op te merken dat de praktijk genuanceerder en
      ingewikkelder is, dan het artikellid weergeeft. Zo kan bijvoorbeeld een contract als
      zodanig wel commercieel van aard zijn, doch kan de aanleiding van het geschil
      gelegen zijn in een souverein besluit. Enige ondersteunende voorbeelden zijn
      hierbij te noemen:
      - Congresso del Partido;
      - Kuwait Airways Corporation vs. Iraki Airways.
      De Nederlandse rechter neemt in de hedendaagse praktijk het doel van de
      transactie nauwelijks nog in ogenschouw en richt zich vooral op de aard ervan. Dit
      betekent dat voor Nederland een ILC-bepaling, waarbij het doel een belangrijker
      plaats gaat innemen dan nu voor de Nederlandse rechter het geval is, vanuit het
      perspectief van de particuliere contractspartij een relatieve achteruitgang zou
      betekenen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>      In paragraaf 60 van het ILC-ontwerprapport99 wordt het voorstel gedaan om
      artikel 2 lid 2 te schrappen. Dit kan de CAVV volgen. Dat voorstel geeft aan de
      Nederlandse Hoge Raad de mogelijkheid de lijn te blijven volgen zich bij de
      beoordeling op de "nature" te richten, en de "purpose" links te laten liggen.
      Als alternatief, indien criteria dienen te worden opgesteld, komt de CAVV tot het
      voorstel het artikellid in die zin aan te passen, dat er bij de partij-Staat een
      zwaardere bewijslast wordt gelegd om de rechter te laten komen tot het mede in
      aanmerking nemen van het doel van de transactie. Dit betekent dat het einde van
      het artikellid zou luiden:
      " ... but its purpose should also be taken into account if the State which is a party
      to it is able to prove that in the practice of this State the purpose is decisive to
      determining the non-commercial character of the contract or transaction."
2.2.4 Artikel 4
      Ten aanzien van dit artikel neemt de CAVV het voorstel over, zoals dit door de
      Russische Federatie is verwoord (pagina 24 WG93) en waarmee de werking van
      artikel 4 wordt uitgebreid. Naar het Russische voorstel zou artikel 4 met de
      volgende tekst dienen te worden aangevuld:
      "and also to any event on which giving effect to the jurisdictional immunities of
      States and their property depends, which takes place prior to the entry into force
      of the present articles for the States concerned."
2.3   Deel III: "Proceedings in which state immunity cannot be invoked
2.3.1 Artikel 10 lid 1
      De verwijzing in dit artikellid naar "by virtue of the applicable rules of private
      international law" wordt door de CAVV enigszins overbodig geacht. Om die reden
      heeft de CAVV een lichte voorkeur om deze woorden te schrappen.
2.3.2 Artikel 10 lid 3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>De tekst van dit artikellid luidt:
"The immunity from jurisdiction enjoyed by a State shall not be affected with
regard to a proceeding which relates to a commercial transaction engaged in by a
State enterprise or other entity established by the State which has an independent
legal personality and is capable of:
(a) suing or being sued; and
(b) acquiring, owning or possessing and disposing of property, including
        property which the State has authorized it to operate or manage."
Klaarblijkelijk is de gedachte van artikel 10 lid 3 als volgt:
Artikel 10 lid 1 geeft aan wanneer een Staat geen immuniteit kan inroepen. Lid 2
maakt hierop vervolgens een tweetal uitzonderingen. Het gaat dan bijvoorbeeld
om commerciële transacties tussen Staten, waarbij een Staat zich derhalve wel kan
beroepen op immuniteit. Lid 3 dient er vervolgens voor om te voorkomen, dat
staatsondernemingen met een eigen rechtspersoonlijkheid zich achter de
immuniteit van de Staat kunnen verschuilen (indien aan lid 3 sub a en b is
voldaan), aanzien -zoals blijkt op pagina 73 van de ILC-toelichting- niet de Staat,
maar de staatsonderneming partij bij de transactie is. Het feit dat zo'n staatsorgaan
kan worden aangeklaagd, laat derhalve de Staatsimmuniteit onverlet.
Uit paragraaf 78 e.v. van het ILC-ontwerprapport99 blijkt dat de ILC het artikellid
in beginsel wenst te behouden, doch zou willen verduidelijken. De CAVV heeft
de voorkeur het artikellid te schrappen. Mede vanwege de onduidelijkheid van de
redactie werpt de CAVV namelijk de vraag op, of dit artikellid wel zo
noodzakelijk is, nu het er slechts toe dient om te voorkomen dat Staten en
staatsorganen zich achter elkaar kunnen verschuilen. Indien het artikellid evenwel
gehandhaaft dient te blijven, dan behoeft het inderdaad verduidelijking, waarbij de
redenatie in paragraaf 80 van het ILC-ontwerprapport99 kan worden gevolgd. Ook
kan de CAVV voorstellen, dat ter verduidelijking de laatste zin van paragraaf 9
van het ILC-commentaar uit 1991 op pagina 73 prominenter naar voren komt.
Deze zin luidt:
"..... In such a case, the immunity of the parent State itself is nog affected, since it
is not a party to the transaction."
Tevens is het de CAVV niet geheel duidelijk wat de consequenties zijn van het
niet voldoen aan de voorwaarden sub (a) en (b) van lid 3. Ook wordt in het ILC-
ontwerp niet verder aangegeven wat exact met staatsondernemingen wordt
bedoeld.
Ten aanzien van dit artikel heeft Duitland als commentaar gesteld (AVVN-doc.
A/53/274/Add.1, dd. 14 september 1998) dat het niet zo kan zijn, dat Staten zich
(ten onrechte) kunnen verschuilen achter hun eigen immuniteit nu een staatsbedrijf
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>      met eigen rechtspersoonlijkheid is opgericht. Dit commentaar wordt door de
      CAVV gedeeld.
2.3.3 Artikel 11 lid 1
      De CAVV acht het verstandig artikel 11 te handhaven. Over het artikel als zodanig
      heeft de CAVV evenwel de nodige opmerkingen.
      Met betrekking tot de in lid 1 gebezigde bewoordingen "unless otherwise agreed
      between the States concerned" is de CAVV van oordeel dat dit het beste kan
      worden opgenomen achter de huidige tekst van artikel 1, om op die wijze deze
      bewoordingen dusdanig te veralgemeniseren, dat ze niet slechts op artikel 11 (of
      waar ze elders nog staan vermeld) slaan. Dit betekent dan, dat artikel 1 zal luiden:
      "The present articles apply to the immunity of a State and its property from the
      jurisdiction of the courts of another State, unless otherwise agreed between the
      States concerned."
      De CAVV is het eens met het in paragraaf 104 verwoorde ILC-voorstel om
      "closely related to" te verwijderen. Dit zou inderdaad het artikel aan duidelijkheid
      doen winnen.
      Tegen de door de ILC in paragraaf 105 voorgestelde verduidelijking heeft de
      CAVV geen bezwaar. Dit voorstel behelste dat:
      "...paragraph 1 of article 11 would not apply if the employee has been recruited to
      perform functions in the exercise of governmental authority, in particular:
      -     Diplomatic staff and consular officers, as defined in the 1961 Vienna
            Convention on diplomatic relations and the 1963 Vienna Convention on
            consular relations, respectively.
      -     Diplomatic staff of permanent missions to international organisations and of
            special missions.
      -     Other persons enjoying diplomatic immunity, such as persons recruited to
            represent a State in international conferences.
      Wel is de CAVV van mening dat:
      - "in particular" dient te worden vervangen door "for example"
      - "governmental authority" dient te worden vervangen door "sovereign authority".
2.3.4 Artikel 11 lid 2 sub b
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>      De CAVV kan zich vinden in het voorstel van Vz.WG93, zoals verwoord in
      paragraaf 65:
      (Paragraph 1 does not apply if:)
      (b) "the purpose of the claim is to obtain the recruitment, renewal of employment
            or reinstatement of an individual".
2.3.5 Artikel 11 lid 2 sub c
      De CAVV hecht eraan op te merken dat aan dit artikellid een tweedeling in de
      sfeer van arbeidscontracten inherent lijkt te zijn. Immers, door een onderscheid te
      maken tussen enerzijds werknemers die "a national or a habitual resident" van de
      forumstaat zijn en anderzijds werknemers die dat niet zijn, wordt het
      aantrekkelijker werknemers van de laatste categorie in dienst te nemen. Dit
      onderscheid wordt door de CAVV onwenselijk geacht; bij een arbeidsgeschil dient
      een ieder een gelijke gang naar de rechter te kunnen maken. Ook benadrukt de
      CAVV dat hantering van dit artikellid er niet toe mag leiden dat de toepassing van
      elementaire Conventies gefrustreerd wordt.
      De CAVV kan de suggestie van de ILC in paragraaf 106 om artikel 11 lid 2 sub c
      te schrappen, aangezien dit artikel-onderdeel een tweedeling in de sfeer van
      arbeidscontracten lijkt te maken, volgen. Ook is de CAVV het eens met de Duitse
      stellingname (AVVN-doc. A/53/274/Add.1, dd. 14 september 1998), dat de
      werknemer een zo groot mogelijke bescherming dient te genieten.
2.3.6 Artikel 12
      Dit artikel betreft dezelfde materie als waarop artikel 11 van de Baselconventie
      van 1972 ziet, welke tekst luidt:
      "A Contracting State cannot claim immunity from the jurisdiction of a court of
      another Contracting State in proceedings which relate to redress for injury to the
      person of damage to tangible property, if the facts which occasioned the injury or
      damage occurred in the territory of the State of the forum, and if teh author of the
      injury or damage was present in that territory at the time when those facts
      occurred."
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>      Na discussie over de voor- en nadelen van dit artikel voelt de CAVV voor
      handhaving van het artikel 12 van de concept-ILC-tekst. Wel dienen er enige
      kanttekeningen gemaakt te worden.
      Voor de Nederlandse burger in het buitenland betekent handhaving van het artikel
      een verhoogde mate van (rechts)bescherming. Aan de andere kant betekent het
      artikel in een aantal situaties (als voldaan wordt aan het laatste gedeelte van het
      artikel) een verzwakking van de positie van de Nederlandse Staat ten opzichte van
      personen in het buitenland. Het is van belang voor de (Nederlandse) Staat dat de
      immuniteit niet licht kan worden opgeheven.
      Het artikel lijkt geen uitzondering te maken voor door de Staat in het buitenland
      verrichte gewelds- of oorlogshandelingen.
      Weliswaar staat op pagina 106 van het ILC-commentaar vermeld "... nor does it
      apply to situations involving armed conflicts", doch het verdient aanbeveling een
      dergelijke clausule ook in het artikel zelf op te nemen.
      In het artikel wordt geen onderscheid gemaakt tussen "acta iure imperii" en "acta
      iure gestionis". De vraag komt op of een dergelijk onderscheid wellicht gemaakt
      zou moeten worden, ofschoon de CAVV realiseert de bedoelde
      overheidshandelingen in beginsel "acta iure imperii" zullen zijn. Overigens wordt
      evenmin een onderscheid gemaakt tussen rechtmatig overheidshandelen en
      onrechtmatig overheidshandelen.
      Tenslotte vraagt de CAVV zich af of niet ook rekening gehouden dient te worden
      met grensoverschrijdende verontreiniging, waarop het artikel in de huidige vorm
      klaarblijkelijk niet ziet.
2.3.7 Artikel 14
      De CAVV vindt de bewoording gebezigd in artikel 14 sub (a) "property, which
      enjoys a measure of legal protection" niet helder en vraagt zich af wat de ILC
      hiermee bedoelt.
      WG92 bevat op pagina 18 identiek commentaar.
2.3.8 Artikel 16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>      In het kader van dit artikel is door de CAVV bezien of artikel 96 van de United
      Nations Convention on the Law of the Sea van 1982 relevant is. Dit "waiver"-
      artikel luidt:
      " Ships owned or operated by a State and used only on government non-
      commercial service shall, on high seas, have complete immunity form the
      jurdisdiction of any State other than the flag State."
      Vergelijking tussen voornoemd artikel en artikel 16 van de ILC-ontwerp-artikelen
      leert, dat het hier een andere materie betreft en artikel 96 UNCLOS derhalve niet
      relevant is. Herformulering langs de lijn van artikel 96 UNCLOS, zoals
      gesuggeerd op pagina 18 WG92, snijdt derhalve geen hout.
      De CAVV is voorstander van handhaving van artikel 16, doch is voorstander van
      opname van een corresponderende bepaling met betrekking tot "aircrafts".
2.3.9 Artikel 17
      Het verdient de voorkeur van de CAVV om het artikel niet te beperken, doch van
      toepassing te laten zijn op alle arbitrage-overeenkomsten tussen een Staat en een
      particulier en niet te beperken tot een "commercial transaction".
2.4   Deel IV: "State immunity from measures of constraint in connection with
      proceedings before a court"
2.4.1 Artikel 18 (algemeen)
      Dit artikel maakt deel uit van deel IV van het ILC-ontwerp en biedt een
      tegenwicht aan deel III, zodat het geheel van het ontwerp een compromis wordt
      tussen de voorstanders van absolute staatsimmuniteit en voorstanders van een
      restrictievere staatsimmuniteit.
      De CAVV is van mening dat de winst die in het ILC-ontwerp wordt behaald door
      een restrictievere benadering van Staten ten aanzien van de immuniteit van
      jurisdictie teniet wordt gedaan door de mate van restrictie van artikel 18 met
      betrekking tot het mogen nemen van dwangmaatregelen. De CAVV is derhalve
      voorstander van een minder restrictief artikel, doch is zich ervan bewust dat dit ten
      koste zou gaan van het nu voorliggende compromis.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>      Met betrekking tot beslaglegging/executie is het artikel 18 duidelijk beperkter dan
      de rechtspraak van de Nederlandse Hoge Raad. Artikel 23 van de Conventie van
      Basel van 1972 gaat evenwel nog minder ver dan het in artikel 18 ILC gestelde ten
      aanzien van het toelaten van dwangmaatregelen. Artikel 23 Basel luidt:
      "No measures of execution or preventive measures against the property of a
      Contracting State may be taken in the territory of another Contracting State
      except where and to the extent that the State has expressly consented thereto in
      writing in any particular case."
      Artikel 26 van de Conventie van Basel kent overigens nog wel beperkte
      uitzonderingen op voornoemd artikel 23, waardoor de mogelijkheden tot executie
      weer enigszins verruimd worden.
      Bij de CAVV komt de vraag op wat de verhouding is tussen artikel 18 ILC-
      ontwerp en het artikel betreffende de settlement of disputes (artikel 23 voorstel
      VzWG92, m.n. lid 6).
      De CAVV kan instemmen met het voorstel van VzWG93, zoals dat wordt gedaan
      in paragraaf 78. Dit voorstel houdt in dat aan artikel 18 een nieuw lid wordt
      toegevoegd, welke luidt:
      "No measures of constraint shall be taken against the property of a State before
      that State is given adequate opportunity to comply with the judgement."
      De CAVV ziet niet wat het in paragraaf 125 e.v. van het ILC-ontwerprapport99
      gemaakte onderscheid tussen "prejudgement measures" en "postjudgement
      measures" aan voordelen kan bieden voor het ILC-ontwerpartikel. Daarbij komt,
      dat forumstaten verschillend kunnen oordelen over wat pre- en wat postjudgement
      is.
2.4.2 Artikel 18 lid 1 sub c
      De restrictie die dit onderdeel van het artikellid inbouwt gaat verder dan een aantal
      nationale rechtssystemen, waaronder het Nederlandse. Overigens laat dit onverlet
      dat Staten met betrekking tot de executie van een vonnis afspraken kunnen maken
      in afwijking van het gestelde in dit artikellid.
      De CAVV stelt voor, dat sub (c) luidt:
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>      "the property is specifically in use or intended for use by the State for other than
      government non-commercial purposes and is in the territory of the State of the
      forum"
      waarna de rest van het onderdeel zal vervallen, nu "connection with the claim, the
      agency or instumentality" ook niet voorkomt in bv. artikel 4 van de tekst van het
      Institut de Droit International (Annuaire de l'institu de droit international, 1992,
      64, II, p.267) en artikel 8 van de "revised draft articles for a convention on state
      immunity" van de International Law Association (66th. report, 1994, pp. 22 e.v.).
      De CAVV heeft sympathie voor de Duitse reactie terzake, welke luidt:
      " Germany is of the view that the provision in artikel 18, paragraph 1 (c),
      according to which enforcement measures would be restricted to property with
      some connection to the claim, constitutes an overly far-reaching limitation of the
      liability of the foreign State engaging in commercial activities. Germany believes
      that the interest of a State is already sufficiently protected by the remaining
      limitations contained in articles 18 and 19."
2.4.3 Artikel 18 lid 2
      Het heeft de voorkeur van de CAVV om lid 2 vóór artikel 18 lid 1 te plaatsen (en
      derhalve de leden 1 en 2 om te wisselen).
      De tekst van het huidige lid 2 zou ook geplaatst kunnen worden in artikel 7,
      daarmee het derde lid vormend. Dit artikel 7 lid 3 zou dan luiden:
      "Consent to the exercise of jurisdiction under this article shall not imply consent
      to the taking of measures of constraint under article 18, for which separate
      consent shall be necessary."
2.4.4 Artikel 19
      De CAVV is van mening dat de voordelen van schrappen van het artikel niet
      opwegen tegen de voordelen van handhaving ervan.
      Met betrekking tot artikel 19 lid 1 sub c ("property of the central bank or other
      monetary authority of the State") wordt door de CAVV gepleit hieraan toe te
      voegen een zinsnede als "held by it for central banking purposes", zoals is
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>      geschied in artikel VIII sub C3 van de ILA-tekst en artikel 4 lid 2 sub c van de
      tekst van het Institut de Droit International 1992.
2.5   Overig
2.5.1 WG92: artikel 23 en 24: Proposal on settlement of disputes
      De CAVV is overtuigd van de wenselijkheid van deze artikelen, staat er met
      sympathie tegenover, en stelt voor dat zij worden opgenomen in het ILC-ontwerp.
      Dit komt ook overeen met de algehele Nederlandse lijn, die inhoudt dat te allen
      tijde een bepaling inzake vreedzame geschillenbeslechting wordt opgenomen,
      waarbij hetzij via arbitrage, hetzij zonodig uiteindelijk via de weg van het
      Internationaal Gerechtshof tot een bindende uitspraak gekomen wordt.
2.5.2 WG93: Paragraaf 91: jurisdictional immunity of foreign armed forces
      Op dit onderwerp ziet artikel 31 van de Conventie van Basel. De CAVV
      suggereert de tekst van Basel over te nemen, of hierbij aan te haken. Deze tekst
      luidt:
      "Nothing in this Convention shall affect any immunities or privileges enjoyed by a
      Contracting State in respect of anything done or omitted to be done by, or in
      relation to, its armed forces when on the territory of another Contracting State."
2.5.3 ILC-ontwerprapport99: "III. Annex to the report of the working group"
      In paragraaf 3 wordt gesproken over het feit dat "immunity should be denied" bij
      schending van "jus cogens"-normen. In paragraaf 8 wordt evenwel ondersteuning
      uitgesproken van de stelling dat "a State may not plead immunity in respect of
      gross human rights violations". Dit is derhalve aanmerkelijk ruimer gesteld en
      betekent eveneens een feitelijke uitbreiding van artikel 12 van het ILC-
      ontwerpartikel.
      ============
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>