<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Advies inzake de ontwerpconclusies
van de International Law Commission
over dwingende regels van algemeen
internationaal recht
      Advies 37, 27 juli 2020
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Leden Commissie van advies inzake
volkenrechtelijke vraagstukken
Voorzitter        Prof. dr. L.J. (Larissa) van den Herik
Vicevoorzitter    Dr. mr. C.M. (Catherine) Brölmann
Leden             Dr. mr. R. (Rosanne) van Alebeek
                  Dr. G.R. (Guido) den Dekker
                  Dr. B. (Bibi) van Ginkel LLM
                  Dr. mr. A.J.J. (André) de Hoogh
                  Prof. dr. J.G. (Johan) Lammers
                  Mr. A.E. (Annebeth) Rosenboom
                  Prof. C. (Cedric) Ryngaert
Secretarissen     Mr. F. (Fatima) Arichi
                  Mr. V.J. (Vincent) de Graaf LLM
Postbus 20061
2500 EB Den Haag
T: 070 - 348 5011
E: djz-ir@minbuza.nl
                                                         2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
 Hoofdstuk 1
 Inleiding                             4
 Hoofdstuk 2
 Progressieve ontwikkeling versus
 codificatie van internationaal recht;
 essentiële karakteristieken van
 regels van ius cogens                 5
 Hoofdstuk 3
 Identificatie van regels
 van dwingend recht                    8
 Hoofdstuk 4
 Juridische gevolgen                   12
 Hoofdstuk 5
 Ontwerpconclusie 23 en de
 lijst van dwingendrechtelijke
 regels                                19
 Eindnoten                             21
                                          3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Hoofdstuk 1
Inleiding
Op 31 mei 2019 heeft de International Law Commission (ILC) in eerste lezing drieëntwintig ontwerp-
conclusies en een ontwerpannex aangenomen inzake dwingende regels van algemeen volkenrecht
(ius cogens),1 en deze daarna in augustus 2019 voorzien van toelichtingen.2 Deze ontwerpconclusies en
toelichtingen vloeien voort uit een vijfjarige studie uitgevoerd door de Speciale Rapporteur Dire Tladi
(Zuid-Afrika) bestaande uit vier rapporten. In zijn brief van 26 november 2019 heeft de minister van
Buitenlandse Zaken de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) verzocht
over de ontwerpconclusies een advies uit te brengen. In het hiernavolgende advies zal ingegaan
worden op de aanpak van de ILC, de identificatie van regels van dwingend recht, juridische gevolgen
van ius cogens, en de lijst van dwingendrechtelijke regels zoals opgenomen door de ILC in de annex
bij de ontwerpconclusies.
De CAVV heeft het advies op 27 juli 2020 vastgesteld, en beveelt de regering aan de hierna volgende
opmerkingen in overweging te nemen bij het vaststellen van haar positie betreffende het ILC project
inzake dwingende regels van algemeen internationaal recht (ius cogens).
                                                                                                        4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    Hoofdstuk 2
Progressieve ontwikkeling versus
codificatie van internationaal recht;
essentiële karakteristieken van
regels van ius cogens
                                                     De CAVV heeft dan ook met instemming
    Conclusion 1 Scope                               kennisgenomen van de focus van de ILC op de
    The present draft conclusions concern the        systematiek van het internationaal recht, de
    identification and legal consequences of         plaats van ius cogens daarbinnen en de formele
    peremptory norms of general international        handvatten die de ILC aanreikt ter identificatie
    law (jus cogens).                                van dwingendrechtelijke regels en hun juridische
                                                     gevolgen. Deze aanpak kent echter zijn beperkin-
                                                     gen die het nut van de ontwerpconclusies niet
In de toelichting op de ontwerpconclusie 1           per se ten goede komen. In het bijzonder lijkt het
(§ 2) geeft de ILC aan dat de ontwerpconclusies      de CAVV problematisch dat de ILC niet kritisch
als doel hebben richting te geven aan hen die        reflecteert op de onderliggende materialen, zoals
geroepen worden het bestaan van een regel van        de opvattingen vertolkt door staten, rechterlijke
dwingend recht, en hun juridische gevolgen,          instanties en auteurs (zie ook opmerkingen inzake
vast te stellen. Daaraan wordt toegevoegd dat        ontwerpconclusie 8).
de identificatie van dergelijke regels en hun juri-
dische gevolgen systematisch dient te geschieden     De ILC geeft in de toelichtingen bij de ontwerp-
en overeenkomstig een algemeen aanvaarde             conclusies veelal niet aan welke daarvan een
me-thodologie. Verder wordt gesteld (§ 3) dat        codificatie van het internationaal recht betreffen
de ontwerpconclusies primair methodologie op         of juist een progressieve ontwikkeling daarvan.
het oog hebben en dat zij niet pogen de inhoud       Overwegend sluit de ILC bij dit onderwerp aan
van individuele regels van dwingend recht te         bij de regelingen in het Weens Verdragenverdrag
adresseren. De toelichtingen, zo stelt de ILC (§ 3), (artikelen 53, 64, 71 juncto 44, 65-66) en de regels
gebruiken verschillende materialen (“materials”)     inzake de aansprakelijkheid van staten en inter-
als voorbeelden uit de praktijk, waaronder de        nationale organisaties (artikelen 26, 40-41, 42, 48,
opvattingen van staten, ter illustratie van de       49-54). Voor wat betreft de relatie tussen normen
identificatie van regels van dwingend recht en       van ius cogens en regels van internationaal ge-
hun juridische gevolgen. Tegelijkertijd, zo stelt    woonterecht en verplichtingen voortvloeiend uit
de ILC, betekent dat niet dat daaruit overeen-       eenzijdige verklaringen en besluiten van inter-
stemming volgt met of ondersteuning van de           nationale organisaties (ontwerpconclusies 14-16)
opvattingen die in dergelijke materialen worden      redeneert de ILC naar analogie met de regeling
ingenomen.                                           inzake verdragen. De CAVV kan zich vinden in
                                                     deze werkwijze.
De CAVV heeft begrip voor de aanpak van de ILC
en haar poging om zich niet te verliezen in de       Voor wat betreft de merites van dit project consta-
wirwar van interpretaties en controverses inzake     teert de CAVV dat een niet te verwaarlozen aantal
het concept van ius cogens, de individuele regels    staten in de Zesde Commissie van de Algemene
van dwingend recht en hun juridische gevolgen.       Vergadering kritische posities heeft ingenomen.3
                                                                                                          5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Het ontbreken van (relevante) statenpraktijk is     van dwingendrechtelijke regels weergeven.
op onderdelen een terugkerend thema. Voor een       Deze essentiële karakteristieken nopen echter wel
aantal van de ontwerpconclusies geldt dat zij       tot enige aanvullende opmerkingen en suggesties.
niet meer doen dan herhalen wat eerder al in        Zo biedt de toelichting op deze conclusie (§ 2-7)
het recht en/of in relevante documenten is          slechts zeer beperkt houvast wat betreft de vraag
neergelegd en de toegevoegde waarde daarvan         welke fundamentele waarden ten grondslag
zal derhalve beperkt zijn. Verder kan worden        zouden liggen aan regels van ius cogens.
opgemerkt dat de toelichtingen op de ontwerp-       Zo liggen aan een aantal regels van dwingend
conclusies zwaar leunen op uitspraken van           recht mensenrechtelijke waarden zoals vrijheid,
rechterlijke instanties en op de doctrine, welke    autonomie en lichamelijke integriteit ten grond-
beide slechts de status hebben van subsidiair       slag (verbod op slavernij, verbod op rassendis-
middel bij de vaststelling, interpretatie en toe-   criminatie en apartheid, verbod op foltering),
passing van het internationaal recht.4 Gekoppeld    waarbij echter niet die waarden in hun algemeen-
aan een gebrek aan kritische reflectie op deze      heid door de regels van dwingend recht worden
onderliggende materialen (zie hieronder in          beschermd. Andere regels van dwingend recht
‘Identificatie van regels van dwingend recht’)      beschermen eerder de staat of een collectiviteit
meent de CAVV dat het succes van dit project        (verbod op agressie, verbod op genocide, recht
niet bij voorbaat verzekerd is.                     op zelfbeschikking), waarbij wederom vrijheid,
                                                    autonomie en integriteit centraal lijken te staan
                                                    zonder dat zij in al hun facetten worden bescher-
    Conclusion 2 Definition of a peremptory         md door de betreffende ius cogens regel. De CAVV
    norm of general international law               zou de ILC dan ook willen oproepen hierop te re-
    (jus cogens)                                    flecteren en enige duidelijkheid te bieden op
    A peremptory norm of general international      dit punt.
    law (jus cogens) is a norm accepted and
    recognized by the international community       De ILC vervolgt in ontwerpconclusie 3 met het
    of States as a whole as a norm from which       benoemen van de hiërarchisch superieure status
    no derogation is permitted and which can        van regels van ius cogens. In de toelichting (§
    be modified only by a subsequent norm of        8) geeft de ILC aan dat dit zowel een essentieel
    general international law having the same       karakteristiek als een gevolg is van dwingen-
    character.                                      drechtelijke regels. Opvallend op dit punt is dat de
                                                    ILC slechts verwijst, naast de uitspraken van rech-
    Conclusion 3 General nature of                  terlijke instanties en doctrine, naar de posities
    peremptory norms of general                     van staten ingenomen tijdens de Vienna Confer-
    international law (jus cogens)                  ence on the Law of Treaties in 1968 (§ 10-11, voet-
    Peremptory norms of general international       noot 726); mogelijk dat de ILC op dit punt in een
    law (jus cogens) reflect and protect funda-     uitgebreidere waaier aan (recente) posities zou
    mental values of the international              kunnen voorzien, bijvoorbeeld aan de hand van
    community, are hierarchically superior to       de opvattingen vertolkt in de Zesde Commissie
    other rules of international law and are        van de Algemene Vergadering. Voor wat betreft
    universally applicable.                         de operationalisering van de hiërarchisch hogere
                                                    status van dwingendrechtelijke regels lijkt een
                                                    voorwaarde te zijn dat sprake is van een norm-
In het inleidende deel 1 van de ontwerpcon-         conflict; hierop wordt beneden nader ingegaan
clusies stelt de ILC in ontwerpconclusie 3 dat re-  onder ‘Juridische gevolgen’.
gels van dwingend recht fundamentele waarden
van de internationale gemeenschap weergeven         Als laatste essentiële karakteristiek geeft de ILC
en beschermen; hiërarchisch superieur zijn aan      aan dat regels van ius cogens universeel toepas-
andere regels van internationaal recht, en uni-     selijk zijn en bindend voor alle subjecten van
verseel toepasselijk zijn. De CAVV meent dat deze   volkenrecht die er door geadresseerd worden
essentiële karakteristieken inderdaad, zoals de     (toelichting ontwerpconclusie 3, § 12). Wat betreft
ILC stelt in de toelichting (§ 1), de algemene aard de universele binding voor subjecten van volken-
                                                                                                         6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>recht zou de ILC in de toelichting uitgebreider
kunnen ingaan op de verschillende subjecten die
geadresseerd worden. Terwijl staten en mogelijk
internationale organisaties door alle regels van
dwingend recht gebonden worden, kan hetzelfde
niet gezegd worden van andere subjecten, zoals
volkeren, bevrijdingsorganisaties, gewapende
oppositie groeperingen, multinationale onder-
nemingen en bedrijven, en individuen. Sterker
nog, voor veel van deze subjecten is de reikwi-
jdte van binding aan het internationaal recht
onduidelijk en vaak is die binding beperkt tot
bepaalde regels of deelgebieden van het interna-
tionaal recht. Hieraan zou in de toelichting meer
aandacht kunnen worden besteed.
Uit de universele toepasselijkheid leidt de ILC
vervolgens af dat het niet mogelijk is voor een
staat om ‘persistent objector’ te zijn bij regels
van dwingend recht en dat dergelijke regels niet
van toepassing zijn op een bilateraal of regionaal
niveau (toelichting ontwerpconclusie 3, § 15). Op
de vraag van ‘persistent objection’ komt de CAVV
terug bij de bespreking van ontwerpconclusie 14.
Het is opvallend dat de afwijzing van de
mogelijkheid van regionaal of bilateraal
dwingend recht is gereduceerd tot een
constatering in een bijzin in de toelichting.
De doctrine is op dit punt verdeeld en de Speciale
Rapporteur wijdde een uitgebreide analyse aan
dit doctrinaire debat in zijn vierde Rapport.5
De Rapporteur beargumenteerde dat de notie
van regionaal ius cogens geen steun vindt in de
statenpraktijk, maar achtte het niet nodig een
ontwerpconclusie aan dit onderwerp te wijden;
“an appropriate explanation could be included
in the commentary”.6 De CAVV constateert dat
de toelichting nu allerminst een ‘uitleg’ van de
stellingname van de ILC geeft. In het licht van het
voortdurende debat op dit punt zou het welkom
zijn als de ILC haar positie verder zou toelichten.
                                                    7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre> Hoofdstuk 3
Identificatie van regels
van dwingend recht
 Conclusion 4 Criteria for the identifi-         only be modified by a subsequent norm of
 cation of a peremptory norm of general          general international law having the same
 international law (jus cogens)                   character.
 To identify a peremptory norm of general
 international law (jus cogens), it is necessary Conclusion 7 International community
 to establish that the norm in question meets    of States as a whole
 the following criteria:                         1. It is the acceptance and recognition by the
                                                  international community of States as a whole
 (a) it is a norm of general international       that is relevant for the identification of
 law; and                                        peremptory norms of general international
 (b) it is accepted and recognized by the        law (jus cogens).
 international community of States
 as a whole as a norm from which no              2. Acceptance and recognition by a very large
 derogation is permitted and which can be        majority of States is required for the identifi-
 modified only by a subsequent norm of           cation of a norm as a peremptory norm of
 general international law having the same       general international law (jus cogens);
 character.                                      acceptance and recognition by all States is
                                                 not required.
 Conclusion 5 Bases for peremptory norms
 of general international law (jus cogens)       3. While the positions of other actors may
 1. Customary international law is the most      be relevant in providing context and for
 common basis for peremptory norms of            assessing acceptance and recognition by the
 general international law (jus cogens).         international community of States as a whole,
                                                 these positions cannot, in and of themselves,
 2. Treaty provisions and general principles     form part of such acceptance and recognition.
 of law may also serve as bases for peremp-
 tory norms of general international law         Conclusion 8 Evidence of acceptance
 (jus cogens).                                   and recognition
                                                 1. Evidence of acceptance and recognition
 Conclusion 6 Acceptance and recognition         that a norm of general international law is
 1. The requirement of “acceptance and           a peremptory norm (jus cogens) may take a
 recognition” as a criterion for identifying a   wide range of forms.
 peremptory norm of general international
 law (jus cogens) is distinct from acceptance    2. Such forms of evidence include, but are
 and recognition as a norm of general            not limited to: public statements made
 international law.                              on behalf of States; official publications;
                                                 government legal opinions; diplomatic
 2. To identify a norm as a peremptory norm      correspondence; legislative and administra-
 of general international law (jus cogens),      tive acts; decisions of national courts; treaty
 there must be evidence that such a norm is      provisions; and resolutions adopted by an
 accepted and recognized as one from which       international organization or at an
 no derogation is permitted and which can        intergovernmental conference.
                                                                                                  8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                                  is het onduidelijk waarom verdragsbepalingen
    Conclusion 9 Subsidiary means for             een basis zouden (kunnen) zijn voor regels van
    the determination of the peremptory           dwingend recht. Verdragsbepalingen zijn tenslotte
    character of norms of general                 slechts bindend voor staten die partij zijn ge-
    international law                             worden bij dat verdrag en een verdrag creëert
    1. Decisions of international courts and      ook geen verplichtingen voor derde staten.9
    tribunals, in particular of the International Zelfs wanneer bijna alle staten partij zijn bij een
    Court of Justice, are a subsidiary means for  bepaald verdrag, kan men derhalve nog steeds
    determining the peremptory character of       niet aannemen dat derde staten daaraan
    norms of general international law.           gebonden worden. Derhalve zal men in zo’n geval
                                                  nog steeds moeten aannemen dat een bepaalde
    2. The works of expert bodies established by  verdragsregel geen gelijke werking heeft voor alle
    States or international organizations and the leden van de internationale gemeenschap, zoals
    teachings of the most highly qualified publi- de ILC zelf ook aangeeft in de toelichting op
    cists of the various nations may also serve   ontwerpconclusie 5 (§ 9).
    as subsidiary means for determining the
    peremptory character of norms of general      Het argument van de ILC dat verdragsbepalingen
    international law.                            als uitzonderlijke grondslag voor regels van
                                                  dwingend recht kunnen gelden, lijkt eerder
                                                  gestoeld op het feit dat verdragen een codificatie
De ILC neemt met betrekking tot de identificatie  van internationaal gewoonterecht kunnen zijn.10
van individuele regels van dwingend recht de      De CAVV is er dan ook met de Nederlandse
systematiek als oorspronkelijk neergelegd in      regering niet van overtuigd dat verdragsbepalin-
artikel 53 Weens Verdragenverdrag als uitgangs-   gen als basis kunnen gelden voor een regel van
punt en werkt deze nader uit.7 Daarbij geldt dat  dwingend recht,11 althans niet als exclusieve en
een norm van algemeen volkenrecht door de in-     eigenstandige grondslag. Ter illustratie van dit
ternationale statengemeenschap in haar geheel     punt kan genoemd worden dat vele van de onder-
moet worden aanvaard en erkend als een norm       liggende verdragen van de regels van ius cogens
waaraan niet gederogeerd mag worden en dat        genoemd in de annex bij de ontwerpconclusies
deze alleen kan worden gewijzigd door een latere  niet universeel geratificeerd zijn.12 Ter vergelij-
norm van algemeen internationaal recht van de-    king: Handvest van de Verenigde Naties (agres-
zelfde aard. De CAVV kan zich vinden in het vol-  sie), 193 leden;13 het verdrag inzake genocide,
gen van deze systematiek, maar merkt op dat bij   152 partijen;14 verdragen inzake internationaal
de uitwerking daarvan bepaalde stellingnames      humanitair recht, 196 partijen, en Protocollen,
worden ingenomen in de ontwerpconclusies en       respectievelijk 174 en 169;15 het verdrag inzake
hun toelichtingen die een aantal vragen opwerpt.  slavernij, 99 partijen;16 het verdrag inzake rassen-
                                                  discriminatie, 182 partijen; het verdrag inzake
Voortbouwend op de eerdere opmerkingen            apartheid, 109;17 verdrag inzake burgerrechten
inzake universele toepasselijkheid hierboven,     en politieke rechten, 173 partijen, verdrag inzake
stelt de ILC in de toelichting van ontwerpconclu- economische, sociale en culturele rechten
sie 4 (§ 2) dat een norm van algemeen internatio- (zelfbeschikking), 170 partijen;18 verdrag inzake
naal recht een norm betreft met, in de woorden    foltering, 169 partijen.19
van het Internationaal Gerechtshof,8 “equal force
for all members of the international community”.  De ILC stelt ten aanzien van algemene rechts-
Hoewel de ILC blijkbaar niet van mening is dat    beginselen, genoemd in artikel 38(1)(c) Statuut
universele toepasselijkheid van regels van        Internationaal Gerechtshof, dat die een algemeen
dwingend recht een criterium voor de identifi-    toepassingsbereik kennen en gelijke werking heb-
catie van dergelijke regels als zodanig oplevert  ben voor alle leden van de internationale gemeen-
(zie ook toelichting ontwerpconclusie 3, § 1 en   schap (toelichting ontwerpconclusie 5, § 8). Ook
16), duidt deze formulering er toch op dat de     ten aanzien van de algemene rechtsbeginselen is
norm van algemeen internationaal recht alle sta-  de CAVV, met de Nederlandse regering,20 echter
ten zou dienen te binden. Vanuit dat perspectief  er verre van overtuigd dat deze als basis kunnen
                                                                                                       9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>dienen voor regels van dwingend recht. Hoewel      In ontwerpconclusie 8 gaat de ILC vervolgens in
de ILC steun kan vinden in de literatuur voor dit  op de vraag welke materialen kunnen dienen ter
standpunt (toelichting ontwerpconclusie 5, § 8,    bewijs van de aanvaarding en erkenning door
voetnoot 764), wordt in de toelichting geen enkel  staten van een regel van algemeen internationaal
voorbeeld gegeven van een regel van dwingend       recht als regel van dwingend recht. De ILC stelt
recht die zijn grondslag zou vinden in een alge-   in de toelichting (§ 6) terecht dat: “it should also
meen rechtsbeginsel. Daarnaast mag worden          be recalled that such materials must speak to
opgemerkt dat het ook onduidelijk is of een alge-  whether the norm has a peremptory character.
meen rechtsbeginsel direct verplichtingen kan      The question is not whether a particular norm
creëren;21 dit zou ook kunnen verklaren waarom     has been reflected in these materials but, rather,
juist wel afgeweken kan worden van algemene        whether the materials establish the acceptance
rechtsbeginselen.                                  and recognition of the international community of
                                                   States as a whole that the norm in question is one
Voor zowel verdragsbepalingen als algemene         from which no derogation is permitted.”
rechtsbeginselen als basis voor regels van dwin-
gend recht geldt, in de visie van de CAVV, dat     In ontwerpconclusie 9 geeft de ILC vervolgens
zij niet op zichzelf genomen als basis kunnen      aan dat uitspraken van rechterlijke instanties, in
dienen voor dergelijke regels. Zij dienen eerder   het bijzonder van het Internationaal Gerechtshof,
in samenhang te worden beschouwd met (zich         een subsidiair middel zijn ter vaststelling van het
ontwikkelende) regels van internationaal ge-       dwingende karakter van regels van algemeen
woonterecht, zoals de ILC zelf ook lijkt aan te    internationaal recht (lid 1), en dat dit ook kan
geven voor wat betreft verdragen.22 Daarbij valt   gelden voor expert groepen ingesteld door staten
verder op te merken dat verdragsbepalingen         of internationale organisaties en voor de opvattin-
daarnaast ook apart genoemd worden in ont-         gen van de meest bevoegde schrijvers (lid 2).24
werpconclusie 8 lid 2 als vorm van bewijs voor
de aanvaarding en erkenning van de ius cogens      De CAVV kan zich op zich vinden in de positie
status van een regel van algemeen internation-     dat de betreffende categorieën van personen
aal recht. Nu verdragen als zodanig geen regels    en instellingen gebruikt kunnen worden als
van algemeen internationaal recht neerleggen,      subsidiair middel ter vaststelling van regels van
lijkt het de CAVV dan ook meer geëigend de rol     dwingend recht. Er lijkt echter minder reden te
van verdragen bij de identificatie van regels van  bestaan om op dit punt meer of minder gewicht
dwingend recht onder ontwerpconclusie 8 te         te geven afhankelijk van de betreffende categorie.
scharen.                                           De factoren die de ILC noemt – de argumentatie
                                                   van de werken of geschriften, of de geuite menin-
In ontwerpconclusie 7 geeft de ILC aan dat de      gen aanvaard worden door staten en de mate
aanvaarding en erkenning van de internationale     waarin dergelijke meningen worden ondersteund
gemeenschap van staten in zijn geheel relevant     door andere vormen van bewijs genoemd in
is voor de identificatie van regels van ius cogens ontwerpconclusie 8 of uitspraken van rechterlijke
en dat posities ingenomen door andere actoren      instanties – behoren algemeen te gelden. Daar-
weliswaar relevant kunnen zijn maar daar geen      bij merkt de CAVV op dat kritische reflectie op
onderdeel van uitmaken. Hiermee volgt de ILC       stellingen en posities ingenomen door relevante
in het voetspoor van haar eerder ingenomen         actoren, inclusief staten, rechterlijke instanties en
positie t.a.v. de identificatie van internationaal auteurs, cruciaal is voor een goed begrip van het
gewoonterecht, welke de CAVV met instemming        onderwerp van de ontwerpconclusies. Zelfs de
heeft begroet.23 Ook wat betreft de in dit project posities en argumentatie van de ILC zelf, die be-
ingenomen positie is de CAVV van mening dat        sproken worden in de toelichting bij ontwerpcon-
opvattingen ingenomen door andere actoren          clusie 9 (§ 8), zijn niet boven twijfel verheven.
relevant kunnen zijn, maar slechts een subsidiair
karakter hebben vergeleken met de posities die     Ter illustratie merkt de CAVV op dat de ILC in de
staten innemen.                                    toelichtingen bij deze ontwerpconclusies soms
                                                   interpretaties van onderliggende materialen
                                                   huldigt die niet noodzakelijkerwijs stroken met
                                                                                                         10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>de gebruikte formuleringen. Als voorbeeld daar-
van mag vermeld worden dat de ILC (toelichting
ontwerpconclusie 5, § 5) de opmerking van het
Internationaal Gerechtshof inzake “intransgress-
ible principles of customary international law” in
het internationaal humanitair recht in het advies
over de legaliteit van het gebruik van kernwap-
ens interpreteert als verwijzing naar ius cogens.
Dit is niettegenstaande het feit dat het Interna-
tionaal Gerechtshof elders in datzelfde advies de
term ius cogens expliciet gebruikt en aangeeft dat
het geen noodzaak ziet zich uit te spreken over
de ingenomen stelling dat de beginselen en regels
van humanitair recht onderdeel van ius cogens
zouden uitmaken.25 Een ander voorbeeld betreft
de aanname van de ILC (toelichting ontwerpcon-
clusie 7, § 3; toelichting ontwerpconclusie 8, § 2;
toelichting ontwerpconclusie 9, § 5, voetnoot 795)
dat de materialen die het Internationaal
Gerechtshof noemt in de Prosecute or Extradite
zaak dienen ter ondersteuning van de positie dat
het verbod op foltering een regel van dwingend
recht is, terwijl die materialen veel duidelijker
de in dezelfde alinea ingenomen positie schragen
dat het verbod op foltering is neergelegd in het
internationaal gewoonterecht.26
                                                    11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>    Hoofdstuk 4
Juridische gevolgen
Hoewel de superieure hiërarchische status van      CAVV dan ook wenselijk, mede gezien de doel-
regels van ius cogens breed wordt gesteund,        stelling om praktische richtlijnen te geven, dat de
bestaat er wijdverbreid verschil van inzicht       ILC specifieke overwegingen zou wijden aan de
inzake de juridische gevolgen die dit met zich     situaties waarin gesproken zou kunnen worden
mee zou brengen. Wat dit betreft merkt de CAVV     van een dergelijk conflict. Daarbij zou de ILC aan
op dat zich een stammenstrijd afspeelt tussen      de hand van de relevante opmerkingen van het
auteurs en rechterlijke instanties die juridische  Internationaal Gerechtshof in Jurisdictional Im-
gevolgen deductief afleiden uit de hiërarchisch    munities of the State en andere rechterlijke in-
hogere status van regels van dwingend recht,27 en  stanties verheldering kunnen geven op dit punt.31
auteurs die menen dat die gevolgen een aparte
grondslag in verdrags- of gewoonterecht dienen
te vinden.28 De eerste groep van auteurs meent         Conclusion 10 Treaties conflicting with a
dat de hiërarchisch hogere status van ius cogens       peremptory norm of general international
normen betekent dat andere, lagere regels moet-        law (jus cogens)
en wijken om de effectiviteit van de betreffende       1. A treaty is void if, at the time of its conclu-
normen te waarborgen. Dit zou bijvoorbeeld het         sion, it conflicts with a peremptory norm of
geval zijn als regels die immuniteit toekennen         general international law (jus cogens).
buiten werking dienen te worden gesteld wan-           The provisions of such a treaty have no legal
neer ius cogens normen aan de orde zijn. Verder        force.
stellen auteurs in de tweede groep veelal dat de
juridische gevolgen enkel en alleen intreden in-       2. If a new peremptory norm of general
geval van conflict, strikt geïnterpreteerd, tussen     international law (jus cogens) emerges, any
regels van dwingend recht en andere regels van         existing treaty which is in conflict with that
internationaal recht. Zij volgen in die interpre-      norm becomes void and terminates.
tatie het Internationaal Gerechtshof in diens          The parties to such a treaty are released from
uitspraak tussen Duitsland en Italië, waarbij van-     any obligation further to perform the treaty.
wege de verschillende aard van de betreffende
regels – procedureel (immuniteit) versus materi-       Conclusion 11 Separability of treaty
eel (verbod op oorlogsmisdrijven, verbod op            provisions conflicting with a peremptory
misdrijven tegen de mensheid) – geconcludeerd          norm of general international law
werd dat geen conflict bestond.29                      (jus cogens)
                                                       1. A treaty which, at the time of its
Voortbouwend op dit laatste punt merkt de CAVV         conclusion, conflicts with a peremptory
op dat de hiërarchisch superieure status van           norm of general international law
regels van ius cogens primair tot uiting komt          (jus cogens) is void in whole, and no s
in geval van normconflict en dit leidt tot de          eparation of the provisions of the treaty is
nietigheid van een verdrag of het niet tot stand       permitted.
komen van een verplichting op grond van een
eenzijdige verklaring of besluit van een inter-        2. A treaty which becomes void because of
nationale organisatie. Dit blijkt uit ontwerpcon-      the emergence of a new peremptory norm
clusies 10-16 en de bijbehorende toelichtingen,        of general international law (jus cogens)
die spreken over een conflict tussen regels van        terminates in whole, unless:
dwingend recht en andere regels of verplichtin-
gen in het internationaal recht, zonder echter         (a) the provisions that are in conflict with a
in die toelichtingen duidelijk te maken wanneer        peremptory norm of general international
sprake is van een normconflict.30 Het lijkt de         law (jus cogens) are separable from the
                                                                                                          12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>remainder of the treaty with regard to their         international law (jus cogens) does not affect
application;                                         the binding nature of that norm, which shall
                                                     continue to apply as such.
(b) it appears from the treaty or is otherwise
established that acceptance of the said provi-       2. A reservation cannot exclude or modify
sions was not an essential basis of the              the legal effect of a treaty in a manner
consent of any party to be bound by the              contrary to a peremptory norm of general
treaty as a whole; and                               international law (jus cogens).
(c) continued performance of the remainder
of the treaty would not be unjust.               Ontwerpconclusies 10 tot en met 12 volgen over-
                                                 wegend de regulering van de juridische gevolgen
Conclusion 12 Consequences of the                van regels van dwingend recht neergelegd in het
invalidity and termination of treaties           Weens Verdragenverdrag en geven geen aanlei-
conflicting with a peremptory norm of            ding tot nadere opmerkingen. Ontwerpconclusie
eneral international law (jus cogens)            13, betreffende de verhouding tussen dergelijke
1. Parties to a treaty which is void as a result regels en voorbehouden bij verdragen, lijkt geen
of being in conflict with a peremptory norm      directe basis te hebben in het Weens Verdragen-
of general international law (jus cogens) at     verdrag, nu dit zwijgt over de mogelijkheid of on-
the time of the treaty’s conclusion have a       mogelijkheid van het maken van voorbehouden
legal obligation to:                             die tegen regels van ius cogens zouden ingaan. In
                                                 plaats daarvan is deze consequentie gebaseerd op
(a) eliminate as far as possible the conse-      richtlijn 4.4.3 van de eerder door de ILC in 2011
quences of any act performed in reliance on      aangenomen Guide to Practice on Reservations
any provision of the treaty which conflicts      to Treaties. Mede in aanmerking genomen dat
with a peremptory norm of general                de CAVV twijfelt over verdragsbepalingen als ei-
international law (jus cogens); and              genstandige grondslag voor regels van dwingend
                                                 recht, zou deze consequentie eerder gebaseerd
(b) bring their mutual relations into            kunnen worden op strijd met een op grond van
conformity with the peremptory norm of           internationaal gewoonterecht tot stand gekomen
general international law (jus cogens).          regel van dwingend recht.
2. The termination of a treaty on account of
the emergence of a new peremptory norm               Conclusion 14 Rules of customary
of general international law (jus cogens)            international law conflicting with a
does not affect any right, obligation or legal       peremptory norm of general international
situation created through the execution of           law (jus cogens)
the treaty prior to the termination of the           1. A rule of customary international law does
treaty, provided that those rights, obligations      not come into existence if it conflicts with a
or situations may thereafter be maintained           peremptory norm of general international
only to the extent that their maintenance            law (jus cogens). This is without prejudice to
is not in itself in conflict with the new            the possible modification of a peremptory
peremptory norm of general international             norm of general international law
law (jus cogens).                                    (jus cogens) by a subsequent norm of general
                                                     international law having the same character.
Conclusion 13 Absence of effect of
reservations to treaties on peremptory               2. A rule of customary international law not
norms of general international law                   of a peremptory character ceases to exist if
(jus cogens)                                         and to the extent that it conflicts with a new
1. A reservation to a treaty provision that          peremptory norm of general international
reflects a peremptory norm of general                law (jus cogens).
                                                                                                    13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>                                                   legd in lid 3, die de mogelijkheid van ‘persistent
    3. The persistent objector rule does not       objection’ uitsluit. De mogelijkheid van protest
    apply to peremptory norms of general           in de zin van ‘persistent objection’ staat een staat
    international law (jus cogens).                alleen maar open bij een zich ontwikkelende regel
                                                   van internationaal gewoonterecht. Dat betekent
                                                   dus dat zich mogelijk nog geen regel van alge-
In ontwerpconclusie 14 behandelt de ILC de rela-   meen internationaal recht heeft ontwikkeld, op
tie tussen regels van dwingend recht en interna-   grond waarvan een regel van ius cogens tot stand
tionaal gewoonterecht. In beginsel kan de CAVV     zou kunnen komen. De zogenaamde ‘two step
zich vinden in de positie ingenomen door de ILC.   approach’ die de ILC aanhangt en geformuleerd
In ontwerpconclusie 14 lid 1 en in de toelichting  is in ontwerpconclusie 4 met toelichting (§ 6)
(§ 6) gaat de ILC kort in op de vraag naar wijzig- impliceert duidelijk een a-synchronische ontwik-
ing van een regel van ius cogens, maar herhaalt    keling, waarmee de ‘persistent objection’ slechts
op dit punt niet veel meer dan het onderdeel van   zeer beperkt aan de orde kan zijn. Het proces van
de definitie in artikel 53 Weens Verdragenverdrag  ontwikkeling van een regel van ius cogens dient
dat een dergelijke regel “... can be modified only niet simpelweg gebruikt te worden om een regel
by a norm having the same character” (zie ook      op te leggen aan een staat of enkele staten die
toelichting ontwerpconclusie 4, § 4-6). Daarbij    zich daartegen heeft/hebben verzet in de eerdere
stelt de ILC dat een regel van dwingend recht het  ontwikkelingsfase van de gewoonterechtelijke
meest waarschijnlijk gewijzigd wordt door een      regel (toelichting, § 10-11).
regel van internationaal gewoonterecht met dat
karakter. De CAVV vraagt zich af hoe een regel
van dwingend recht gewijzigd kan worden door           Conclusion 15 Obligations created by
middel van een zich ontwikkelende regel van            unilateral acts of States conflicting with a
gewoonterechtelijk ius cogens, wanneer daarmee         peremptory norm of general international
als onderdeel van het constituerende element           law (jus cogens)
van de praktijk staten zich in strijd zou-den di-      1. A unilateral act of a State manifesting the
enen te gedragen met een bestaande regel van ius       intention to be bound by an obligation under
cogens. Dit zou slechts onproblematisch zijn als       international law that would be in conflict
de wijziging een uitbreiding van het dwingende         with a peremptory norm of general interna-
karakter van een bestaande regel van ius cogens        tional law (jus cogens) does not create such
zou betreffen. In alle andere gevallen lijkt           an obligation.
sprake te zijn van derogatie – beperking van
het dwingende karakter, een nieuwe uitzonde-           2. An obligation under international law
ring of een nieuwe rechtvaardiging – en blijft het     created by a unilateral act of a State ceases
onduidelijk hoe wijziging tot stand zou (kunnen)       to exist if and to the extent that it conflicts
komen, gezien de posities ingenomen door de ILC        with a new peremptory norm of general
in ontwerpconclusies 10, 14, 15 en 16. Verduide-       international law (jus cogens).
lijking van het proces van wijziging door de ILC
is dan ook zeer gewenst.                               Conclusion 16 Obligations created by
                                                       resolutions, decisions or other acts of
Wat betreft een mogelijk conflict tussen een           international organizations conflicting
bestaande regel van internationaal gewoonte-           with a peremptory norm of general
recht en een zich later ontwikkelde regel van ius      international law (jus cogens)
cogens, zoals neergelegd in ontwerpconclusie           A resolution, decision or other act of an
14, lid 2 (zie ook toelichting, § 7), ziet de CAVV     international organization that would
niet goed in hoe dit logisch geconstrueerd kan         otherwise have binding effect does not
worden zonder dat de regel van internationaal          reate obligations under international law
gewoonterecht zelf een proces van wijziging zou        if and to the extent that they conflict with a
doormaken. Daarnaast ziet de CAVV ook, in de           peremptory norm of general international
woorden van het Internationaal Gerechtshof,32          law (jus cogens).
een ‘logical problem’ met de conclusie neerge-
                                                                                                        14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Ontwerpconclusie 15, over eenzijdige gedragin-
gen, geeft geen aanleiding tot opmerkingen.        obligations owed to the international
Daarentegen geldt dat ontwerpconclusie 16, die     community as a whole (obligations erga
aangeeft dat bindende resoluties, besluiten of     omnes), in which all States have a legal
andere handelingen van een internationale          interest.
organisatie geen verplichtingen creëren voor
zover die strijdig zouden zijn met een regel van   2. Any State is entitled to invoke the
dwingend recht, verstrekkende gevolgen kan         responsibility of another State for a
hebben. De opmerkingen van staten genoemd          breach of a peremptory norm of general
in de toelichting bij ontwerpconclusie 16 (§ 4,    international law (jus cogens), in accordance
voetnoot 858) laten zien dat in het bijzonder      with the rules on the responsibility of States
het Handvest van de Verenigde Naties aandacht      for internationally wrongful acts.
verdient vanwege de bepaling van artikel 103,
die neerlegt dat verplichtingen onder het Hand-    Conclusion 18 Peremptory norms of
vest voorgaan boven verplichtingen uit andere      general international law (jus cogens) and
internationale overeenkomsten. De betreffende       circumstances precluding wrongfulness
opmerkingen tonen aan dat er een bepaalde zorg     No circumstance precluding wrongfulness
bestaat dat deze ontwerpconclusie het primaat      under the rules on the responsibility of States
van de Veiligheidsraad voor de handhaving van      for internationally wrongful acts may be
de internationale vrede en veiligheid zou kunnen   invoked with regard to any act of a State that
ondermijnen en zou kunnen leiden tot het neg-      is not in conformity with an obligation arising
eren van verplichtingen opgelegd bij besluit van   under a peremptory norm of general
de Veiligheidsraad.33                              international law (jus cogens).
De CAVV kan zich vinden in de principiële stel-    Conclusion 19 Particular consequences of
lingname van de ILC dat bindende besluiten van     serious breaches of peremptory norms of
internationale organisaties in zijn algemeen, en   general international law (jus cogens)
besluiten van de Veiligheidsraad in het bijzonder, 1. States shall cooperate to bring to an end
geen verplichtingen kunnen creëren die strijdig    through lawful means any serious breach by
zijn met een regel van dwingend recht. De CAVV     a State of an obligation arising under a
meent echter dat de ILC in alinea 5 van de toe-    peremptory norm of general international
lichting uitgebreider zou dienen stil te staan bij law (jus cogens).
de (zeer) ruime discretie die de Veiligheidsraad
toekomt bij besluiten overeenkomstig Hoofdstuk     2. No State shall recognize as lawful a
VII van het Handvest,34 en dat derhalve ontwerp-   situation created by a serious breach by a
conclusie 20 – welke voorziet in interpretatie     State of an obligation arising under a
conform regels van ius cogens – bijzonder ge-      peremptory norm of general international
wicht toekomt voor wat betreft dergelijke beslui-  law (jus cogens), nor render aid or assistance
ten. In dit verband hecht de CAVV eraan om         in maintaining that situation.
nogmaals aandacht te vragen voor de suggestie
dat de ILC meer overwegingen wijdt aan de om-      3. A breach of an obligation arising under a
standigheden waaronder een normconflict kan        peremptory norm of general international
worden geacht te bestaan.                          law (jus cogens) is serious if it involves a
                                                   gross or systematic failure by the responsible
                                                   State to fulfil that obligation.
    Conclusion 17 Peremptory norms of
    general international law (jus cogens) as      4. This draft conclusion is without prejudice
    obligations owed to the international          to the other consequences that a serious
    ommunity as a whole (obligations erga          breach by a State of an obligation arising
    omnes)                                         under a peremptory norm of general
    1. Peremptory norms of general                 international law (jus cogens) may entail
    international law (jus cogens) give rise to    under international law.
                                                                                                   15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Ontwerpconclusies 17, 18 en 19 betreffen het         Tenslotte merkt de CAVV op dat de ILC met ont-
effect van regels van ius cogens wat betreft de      werpconclusie 19.1 en de toelichting daarop, de
aansprakelijkheid van staten, en de ILC sluit        doctrinaire discussie over de mogelijkheid van
hierbij aan bij artikelen 26, 40-41, 48 en 54 van de tegenmaatregelen door niet-gelaedeerde staten
artikelen inzake de aansprakelijkheid van staten     ontwijkt. De ILC stelt slechts (toelichting § 3) dat
voor internationale onrechtmatige daden.35           ernstige schendingen van dwingendrechtelijke
                                                     regels geen rechtvaardiging kunnen vormen voor
De CAVV ziet geen reden tot nadere opmerkingen       de schending van andere regels van internatio-
wat betreft ontwerpconclusie 17. In ontwerp-         naal recht. In 2001 vond de ILC de statenpraktijk
conclusie 18 stelt de ILC, overeenkomstig artikel    op het punt van tegenmaatregelen in het collec-
26 van de artikelen inzake de staatsaansprake-       tieve belang onvoldoende ontwikkeld, en par-
lijkheid, dat omstandigheden die de onrecht-         keerde het onderwerp door middel van de ‘saving
matigheid uitsluiten niet kunnen worden              clause’ in artikel 54 van de artikelen inzake de
ingeroepen met betrekking tot daden van              staatsaansprakelijkheid.37
staten die niet conform verplichtingen onder
dwingendrechtelijke regels zijn. De CAVV kan         In de toelichting schreef de ILC destijds:
zich algemeen vinden in deze bepaling.
                                                         “..., the current state of international law on
Ontwerpconclusie 19 en met name ook de toe-              countermeasures taken in the general or
lichting daarop, geeft aanleiding tot enkele             collective interest is uncertain. State practice
overwegingen. De ILC stelt (toelichting § 2) dat         is sparse and involves a limited number of
de plicht tot samenwerking bij het beëindigen            States. At present, there appears to be no
van een ernstige schending van een dwingen-              clearly recognized entitlement of States
drechtelijke regel middels rechtmatige middelen          referred to in article 48 to take counter-
in de huidige tijd erkend wordt onder interna-           measures in the collective interest.
tionaal gewoonterecht, waar de ILC in 2001 op            Consequently, it is not appropriate to include
dat punt nog twijfels uitsprak op dit punt.36 Ter        in the present articles a provision concerning
ondersteuning van deze positie verwijst de ILC           the question whether other States, identified
vrijwel uitsluitend naar bepaalde stellingnames          in article 48, are permitted to take counter-
door rechterlijke instanties en niet, zoals              measures in order to induce a responsible
verwacht zou mogen worden, naar de praktijk              State to comply with its obligations. Instead,
en rechtsovertuiging van Staten. De CAVV is van          chapter II includes a saving clause which
mening dat het goed zou zijn de toelichting op           reserves the position and leaves the resolution
dit punt uit te breiden.                                 of the matter to the further development of
                                                         international law.”38
De ILC geeft vervolgens aan (toelichting § 3-4) dat
samenwerking dient plaats te vinden middels col-     De CAVV is van mening dat de juridische gevolgen
lectieve maatregelen en dan bij voorkeur in het      van schendingen van ius cogens in de onder-
kader van internationale organisaties. De CAVV       havige ontwerpconclusies niet besproken kun-
kan zich op dit punt verenigen met de positie van    nen worden zonder dit heikele punt openlijk te
de ILC. Daarbij mag wel worden aangetekend           adresseren, en voegt daaraan toe dat inhoudelijk
dat internationale organisaties in het algemeen      de ontwikkelingen sinds 2001 heroverweging van
veelal niet de competentie en bevoegdheden heb-      de positie van destijds lijken te rechtvaardigen.
ben om tegen schendingen van verplichtingen
extern aan het oprichtingsverdrag op te treden,      Wat betreft verplichtingen van staten tot niet
terwijl de Verenigde Naties en in het bijzonder de   erkenning en het onthouden van steun of assisten-
Veiligheidsraad vanwege politieke redenen vaak       tie steunt de CAVV de positie die de ILC inneemt.39
niet in staat zijn op te treden. Vanuit dat perspec- Wederom schraagt de ILC deze verplichtingen
tief verwelkomt de CAVV de overwegingen van de       onder verwijzing naar uitspraken van rechterlijke
ILC (toelichting, § 4) dat staten ook buiten insti-  instanties, in dit geval aangevuld met voorbeelden
tuties om geacht kunnen worden maatregelen te        uit de praktijk van de Algemene Vergadering
nemen om een einde te maken aan schendingen          en de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.
van dwingendrechtelijke regels.
                                                                                                          16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Aangaande die praktijk mag worden opgemerkt
dat veelal onduidelijk is of de aanbevelingen of          3. If any State concerned raises an objection,
besluiten van de relevante organen inderdaad              then the States concerned are to seek a
een weergave boden van bestaande verplichtin-             solution through the means indicated in
gen van staten of juist constitutief waren voor het       Article 33 of the Charter of the United
ontstaan van die verplichtingen. De reikwijdte            Nations.
van de verplichtingen tot niet-erkenning en het
onthouden van steun is echter niet zondermeer             4. If no solution is reached within a period
duidelijk. Zo heeft een expertgroep ingesteld door        of twelve months, and the objecting State or
de Nederlandse regering onlangs geoordeeld                States concerned offer to submit the matter
dat het geven van politieke steun aan illegaal            to the International Court of Justice, the
geweldsgebruik niet in strijd komt met deze ver-          invoking State may not carry out the
plichtingen, nu dergelijke steun niet ziet op de          measure which it has proposed until the
erkenning van de rechtmatigheid van de ontstane           dispute is resolved.
situatie of het geven van steun ter handhaving
daarvan.40 De Nederlandse regering heeft deze in-         5. This draft conclusion is without prejudice
terpretatie ondersteund, maar merkt op dat niet           to the procedural requirements set forth in
kan worden uitgesloten dat een internationale             the Vienna Convention on the Law of
rechter tot een andere conclusie komt.41 De CAVV          Treaties, the relevant rules concerning the
zou de ILC vandaar willen oproepen uitgebreider           jurisdiction of the International Court of
stil te staan bij de reikwijdte en inhoud van de          Justice, or other applicable dispute settlement
verplichtingen vermeld in ontwerpconclusie 19,            provisions agreed by the States concerned.
lid 2.
                                                      Ontwerpconclusie 20 geeft aan dat in geval van
     Conclusion 20 Interpretation and                 een potentieel conflict tussen een regel van in-
     application consistent with peremptory           ternationaal recht en een regel van ius cogens de
     norms of general international law               eerstgenoemde regel voor zover mogelijk geïnter-
     (jus cogens)                                     preteerd en toegepast dient te worden overeen-
     Where it appears that there may be a conflict    komstig de laatstgenoemde regel. De CAVV onder-
     between a peremptory norm of general             schrijft de opmerking van de ILC dat er een limiet
     international law (jus cogens) and another       is aan interpretatie,42 en ziet geen aanleiding op
     rule of international law, the latter is, as far dit punt nadere opmerkingen te plaatsen. Inzake
     as possible, to be interpreted and applied       ontwerpconclusie 21, die bepaalde procedurele
     so as to be consistent with the former.          verplichtingen suggereert, heeft de CAVV twijfels
                                                      over de meerwaarde, althans de praktische toe-
     Conclusion 21 Procedural requirements            pasbaarheid, van de daarin vervatte ‘regels’.43
     1. A State which invokes a peremptory norm       Ook bij de positie die de ILC inneemt aangaande
     of general international law (jus cogens) as     het juridische gevolg dat een aanbod om de zaak
     a ground for the invalidity or termination of    aan het Internationaal Gerechtshof voor te leg-
     a rule of international law is to notify other   gen met zich zou brengen, rijzen twijfels. In dat
     States concerned of its claim. The notification  geval, zo stelt ontwerpconclusie 21 lid 4, mag een
     is to be in writing and is to indicate the       staat die een dwingendrechtelijke regel inroept
     measure proposed to be taken with respect        om de ongeldigheid of beëindiging van een regel
     to the rule of international law in question.    van internationaal recht in te roepen de beoogde
                                                      maatregel m.b.t. zo’n regel niet uitvoeren totdat
     2. If none of the other States concerned         het geschil beslecht is. Nog afgezien van de vraag
     raises an objection within a period which,       van de status van deze positie onder internatio-
     except in cases of special urgency, shall not    naal recht, lijkt deze positie ook niet wenselijk
     be less than three months, the invoking State    gezien de mogelijkheid die het Internationaal
     may carry out the measure which it has           Gerechtshof bezit om voorlopige maatregelen af
     proposed.                                        te kondigen en daarmee al in een vroeg stadium
                                                                                                          17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>nut en noodzaak van de beoogde maatregel te
beoordelen.
    Conclusion 22 Without prejudice to
    consequences that specific peremptory
    norms of general international law
    (jus cogens) may otherwise entail
    The present draft conclusions are without
    prejudice to consequences that specific
    peremptory norms of general international
    law (jus cogens) may otherwise entail under
    international law.
De poging van de ILC om zelf geen interpretaties
te geven van onderliggende materialen en om
zich buiten doctrinaire conflicten en controverses
te houden, hoewel begrijpelijk, is soms problema-
tisch te noemen. Zo stelt de ILC in de toelichting
op ontwerpconclusie 1 (§ 5) dat de ontwerpcon-
clusies zich richten op juridische gevolgen die
algemeen gelden voor regels van dwingend
recht en niet trachten te bepalen welke gevolgen
specifiek (zouden kunnen) gelden voor individu-
ele regels van dwingend recht. Daarmee vermijdt
de ILC te treden in een discussie t.a.v. een veel-
voud aan juridische gevolgen die in de literatuur
wel worden (voor)gesteld, zonder echter enige
(duidelijke) motivering te geven waarom derge-
lijke (specifieke) gevolgen slechts zouden gelden
voor individuele en niet voor alle regels van
dwingend recht. In de toelichting bij ontwerpcon-
clusie 22 (§ 4) stelt de ILC dat juridische gevolgen
van dwingendrechtelijke normen die bepaalde
misdrijven verbieden (genocide, misdrijven
tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven), zoals
gevolgen t.a.v. immuniteiten of de jurisdictie van
nationale rechterlijke instanties, slechts verband
houden met specifieke dwingendrechtelijke
normen. De ILC geeft echter geen nadere uitleg
waarom dat het geval zou zijn.44
                                                     18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>    Hoofdstuk 5
Ontwerpconclusie 23 en de lijst
van dwingendrechtelijke regels
                                                    bij eerdere gelegenheden als zodanig heeft aange-
    Conclusion 23 Non-exhaustive list               merkt, zonder zich er rekenschap van te geven
    Without prejudice to the existence or           dat daaraan destijds ook geen grondige studies
    subsequent emergence of other peremptory        volgens de methodologie van de huidige ontwerp-
    norms of general international law (jus         conclusies ten grondslag lagen.46 Daarmee
    cogens), a non-exhaustive list of norms that    bestaat de basis waarop de lijst rust uit drijf-
    the International Law Commission has            zand. Dat de ILC geen poging doet (toelichting, §
    previously referred to as having that status    3) het toepassingsbereik, de inhoud of toepassing
    is to be found in the annex to the present      van de geïdentificeerde regels vast te stellen, valt
    draft conclusions.                              te billijken maar geeft tegelijkertijd ook compli-
                                                    caties voor wat betreft de identificatie van de
    Annex                                           betreffende regels. Indien de ILC haar voornemen
    (a) The prohibition of aggression;              uitvoert om deze niet uitputtende lijst op te ne-
    (b) The prohibition of genocide;                men als annex bij de ontwerpconclusies zijn de
    (c) The prohibition of crimes against           volgende opmerkingen van belang om mogelijke
    humanity;                                       verduidelijkingen door te voeren.
    (d) The basic rules of international
    humanitarian law;                               In de annex noemt de ILC onder (a) het agressie-
    (e) The prohibition of racial discrimination    verbod en in de toelichting op ontwerpconclusie
    and apartheid;                                  23 (§ 5) worden eerdere verwijzingen daarnaar
    (f) The prohibition of slavery;                 vermeld en dat het ‘Rapport inzake de fragmen-
    (g) The prohibition of torture;                 tatie van het internationaal recht’ sprak over
    (h) The right of self-determination.            “the aggressive use of force”. Echter, het blijft
                                                    onduidelijk wat het onderscheid is tussen het
                                                    agressieverbod en het geweldsverbod.
Als laatste ontwerpconclusie verwijst de ILC naar   De precieze relatie tussen beide is van belang
een niet uitputtende lijst, te vinden in de annex   voor de problematiek van uitzonderingen op
bij de ontwerpconclusies, van dwingendrechte-       dwingendrechtelijke verboden en daarmee ook
lijke regels die de ILC zelf eerder als zodanig     voor het proces van wijziging van regels van ius
heeft betiteld. De Nederlandse regering heeft       cogens.
de vrees uitgesproken dat opname van een
dergelijke lijst een hoge drempel opwerpt voor      Onder (c) van de annex noemt de ILC het verbod
de aanvaarding van toekomstige normen als ius       op misdaden tegen de menselijkheid en traceert
cogens.45 De CAVV heeft, in navolging van de Ne-    haar eerdere werk op dit punt. Daarbij blijft
derlandse regering, ernstige twijfels bij het opne- echter onduidelijk aan welke gedragingen nu
men van een dergelijke lijst. Deze twijfels worden  precies niet gederogeerd mag worden. De CAVV
mede ingegeven door de positie van de ILC zelf      merkt op dat de opname van deze norm ook
(toelichting, § 1) dat een grondige studie van      slechts gesteund lijkt te worden door één
bestaande of potentiële dwingendrechtelijke re-     rechterlijke uitspraak. Hetzelfde lijkt te gelden
gels buiten het bestek van de ontwerpconclusies     voor wat betreft de opname onder (d) van de
valt. De ILC probeert te ontsnappen aan de          fundamentele regels van internationaal
beperkingen die zij zichzelf heeft opgelegd door    humanitair recht, waarbij mag worden opgemerkt
simpelweg te verwijzen naar normen die zij zelf     dat de ILC op geen enkel moment heeft gespecifi-
                                                                                                         19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>ceerd welke regels van internationaal humanitair
recht dan wel als fundamenteel dienen te worden
beschouwd.
Aangaande het recht op zelfbeschikking,
genoemd onder (h) van de annex, is eveneens
onduidelijk waaraan niet gederogeerd mag
worden. Indien het toepassingsbereik van deze
dwingendrechtelijke regel beperkt zou worden
tot de verboden op koloniale overheersing,
vreemde bezetting of onderdrukking door
racistische regimes zou een werkbare constructie
kunnen bestaan. Indien dat bereik uitgebreid
zou worden naar alle interne politieke en
vertegenwoordigende structuren van een staat
zou duidelijk dienen te worden gemaakt wat
specifiek vereist is om onder het bereik van de
ius cogens regel te vallen.
                                                 20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Eindnoten
1                                                        14
   In het advies wordt hierna gesproken over regels van     Convention on the Prevention and Punishment of
   dwingend recht, dwingendrechtelijke regels, of           the Crime of Genocide, UNTS vol. 78, 277, <https://
   regels / normen van ius cogens, zonder dat daarmee       treaties.un.org/Pages/ViewDetails.aspx?src=IND&mt-
   beoogd wordt enig onderscheid aan te brengen.            dsg_no=IV-1&chapter=4&clang=_en>.
2                                                        15
   Report of the International Law Commission on the        Website Rode Kruis, <https://ihl-databases.icrc.org/
   Work of Its Seventy-first Session, UN General            applic/ihl/ihl.nsf/vwTreaties1949.xsp>
   Assembly, 74th Session, Suppl. 10, Ch. V, UN Doc.
                                                         16
   A/74/10 (2019) [hierna aangeduid als ILC Report          Slavery Convention, UNTS vol. 212, 17, <https://trea-
   2019].                                                   ties.un.org/pages/ViewDetails.aspx?src=TREATY&mt-
                                                            dsg_no=XVIII-2&chapter=18&clang=_en>;
3
   Zie voor de posities van Staten algemeen de volgende
                                                         17
   voorlopige verslagen: A/C.6/71/SR.26, 5 December         International Convention on the Elimination of all
   2016; A/C.6/72/SR.26, 5 December 2017; A/C.6/73/         Forms of Racial Discrimination, UNTS vol. 660, 195,
   SR.26, 23 November 2018; A/C.6/74/SR.24,                 <https://treaties.un.org/Pages/ViewDetails.aspx?sr-
   11 November 2019.                                        c=IND&mtdsg_no=IV-2&chapter=4>; International
                                                            Convention on the Suppression and Punishment of
4
   Artikel 38 lid 1(d) Statuut van het Internationaal       the Crime of Apartheid, UNTS 1015, 243, <https://trea-
   Gerechtshof. Voor kritische opmerking in deze zin        ties.un.org/Pages/ViewDetails.aspx?src=TREATY&mt-
   zie UNGA, Sixth Committee, A/C.6/71/SR.26,               dsg_no=IV-7&chapter=4&clang=_en>.
   5 December 2016, § 43 (Netherlands).
                                                         18
                                                            International Covenant on Economic, Social and
5
   Fourth Report on peremptory norms of general             Cultural Rights, UNTS vol. 993, 3, <https://treaties.
   international law (jus cogens) by Dire Tladi, Special    un.org/Pages/ViewDetails.aspx?src=TREATY&mt-
   Rapporteur, 31 January 2019, A/CN.4/727, § 21-47.        dsg_no=IV-3&chapter=4>; International Covenant on
                                                            Civil and Political Rights, UNTS vol. 999, 171, <https://
6
   Ibid. § 47.                                              treaties.un.org/Pages/ViewDetails.aspx?chapter=4&-
                                                            clang=_en&mtdsg_no=IV-4&src=IND>.
7
   Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht, Trb.
                                                         19
   1985, Nr. 79, p. 1 (Weens Verdragenverdrag).             Convention against Torture and Other Cruel, Inhu-
                                                            man or Degrading Treatment or Punishment, UNTS
8
   ICJ, North Sea Continental Shelf, Judgment,              vol. 1465, 85, <https://treaties.un.org/Pages/ViewDe-
   ICJ Reports 1969, p. 3, § 63.                            tails.aspx?src=TREATY&mtdsg_no=IV-9&chapter=4&-
                                                            clang=_en>.
9
   Artikelen 26 en 34 Weens Verdragenverdrag.
                                                         20
                                                            UNGA, Sixth Committee, A/C.6/72/SR.26, 5 December
10
   In deze zin, UNGA, Sixth Committee, A/C.6/72/SR.26,      2017, § 31 (Netherlands).
   5 December 2017, § 31 (Netherlands).
                                                         21
                                                            Zo stelde het Internationaal Gerechtshof dat het
11
   Ibid.                                                    beginsel van de goede trouw weliswaar de totstand-
                                                            koming en de nakoming van verplichtingen regu-
12
   Ibid.                                                    leert, maar “it is not in itself a source of obligation
                                                            where none would otherwise exist.” ICJ, Border and
13
   Charter of the United Nations and Statute of the         Transborder Armed Actions (Nicaragua v. Honduras),
   International Court of Justice, <https://treaties.       Jurisdiction and Admissibility, Judgment, ICJ Reports
   un.org/Pages/ViewDetails.aspx?src=TREATY&mtdsg_          1988, p. 69, § 94.
   no=I-1&chapter=1&clang=_en>.
                                                                                                                      21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>22
   In de toelichting op ontwerpconclusie 5, § 9 (voetno-      foltering veelvuldig veroordeeld wordt in nationale
   ten weggelaten) stelt de ILC: “The role of treaties as     en internationale fora.
   an exceptional basis for peremptory norms of gene-
                                                           27
   ral international law (jus cogens) may be understood       Zie bijv. International Criminal Tribunal for the for-
   as a consequence of the relationship between treaty        mer Yugoslavia, Trial Chamber, Prosecutor v. Anton
   rules and customary international law as described         Furundžija, Judgment of 10 Dec 1998, § 153-157 en
   by the International Court of Justice in North Sea         144, <http://www.icty.org/x/ cases/furundzija/tjug/
   Continental Shelf cases. In that case, the Court obser-    en/fur-tj981210e.pdf>; en Antonio Cassese, ‘For an
   ved that a treaty rule can codify (or be declaratory       Enhanced Role of Jus Cogens’ in Antonio Cassese (ed),
   of) an existing general rule of international law, or      Realizing Utopia: The Future of International Law
   the conclusion of a treaty rule can help crystallize an    (Oxford: Oxford University Press, 2012), 158-171.
   emerging general rule of international law, or that
                                                           28
   a treaty rule can, after adoption, come to reflect a       Zie Carlo Focarelli, Promotional Jus Cogens: A Critical
   general rule on the basis of subsequent practice.”         Appraisal of Jus Cogens’ Legal Effects, (2008) 77 Nor-
                                                              dic Journal of International Law, 429, 444-455; zie ook
23
   Zie CAVV, De identificatie van internationaal ge-          Kolb, Observation sur l’évolution du concept de jus
   woonterecht, Advies nr. 29, november 2017, p. 6-7,         cogens (2009) 113 RGDIP 837, 840-841.
   beschikbaar op <https://www.adviescommissievol-
                                                           29
   kenrecht.nl/publicaties/adviezen/2017/11/01/de-iden-       ICJ, Jurisdictional Immunities of the State (Germany
   tificatie-van-internationaal-gewoonterecht>.               v. Italy: Greece Intervening), Judgment, ICJ Reports
                                                              2012, p. 99, § 92-97. Zie Alexander Orakhelashvili, Pe-
24
   In de toelichting stelt de ILC (§ 5, en ook 9) met         remptory Norms in International Law, 320, en Carlos
   betrekking tot de categorieën genoemd in lid 2: “The       Espósito, ‘Jus Cogens and Jurisdictional Immunities of
   use of the phrase ‘may also’ in paragraph 2, in con-       States at the International Court of Justice: “A Conflict
   tradistinction to the word “are” which is used to qua-     Does Exist”’ (2012) XXI Italian Yearbook of Internati-
   lify decisions of international courts and tribunals       onal Law 2011 161, die pleiten voor het opzij zetten
   in paragraph 1, indicates that less weight may attach      van immuniteiten vanwege strijd met jus cogens.
   to works of expert bodies and scholarly writings in        Anderzins Andrea Gattini, ‘The Dispute on Jurisdic-
   comparison to judicial decisions. The relevance of         tional Immunities of the State before the ICJ: Is the
   these other materials as subsidiary means depends          Time Ripe for a Change of the Law?’ (2011) 24 Leiden
   on other factors, including on the reasoning of the        Journal of International Law 173, and Stefan Talmon,
   works or writings, the extent to which the views           ‘Jus Cogens after Germany v. Italy: Substantive and
   expressed are accepted by States and the extent to         Procedural Rules Distinguished’ (2012) 25 Leiden
   which such views are corroborated either by other          Journal of International Law 979–1002, die deze posi-
   forms of evidence listed in draft conclusion 8 or          tie verwerpen.
   decisions of international courts and tribunals.”
                                                           30
                                                              Een uitzondering hierop betreft de opmerking van de
25
   ICJ, Legality of the Threat or Use of Nuclear Weapons,     ILC in de toelichting op ontwerpconclusie 20 (§ 2) dat:
   Advisory Opinion, ICJ Reports 1996, p. 226, respectie-     “Whether or not a rule of international law conflicts
   velijk § 79 en § 83                                        with a peremptory norm of general international
                                                              law (jus cogens) is a matter to de determined through
26
   ICJ, Questions relating to the Obligation to Prosecu-      interpretation.”
   te or Extradite Belgium v. Senegal), Judgment, ICJ
                                                           31
   Reports 2012, p. 422, § 99, waarbij het IGH opmerkte       ICJ, Jurisdictional Immunities of the State (Germany
   dat het verbod gegrond was in de internationale            v. Italy: Greece Intervening), Judgment, ICJ Reports
   praktijk en de opinio juris van Staten. Ter ondersteu-     2012, p. 99, § 92-97. Zie verder in verband met norm
   ning daarvan verwees het IGH naar de Universele            conflicten: François Boudreault, ‘Identifying Con-
   Verklaring van de Rechten van de Mens, het Inter-          flicts of Norms: The ICJ Approach in the Case of the
   nationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke        Jurisdictional Immunities of the State (Germany v.
   Rechten, een resolutie van de Algemene Vergadering,        Italy: Greece Intervening)’ (2012) 25 Leiden Journal
   het feit dat het verbod op foltering in het nationale      of International Law 1003, 1010; Joost Pauwelyn,
   recht van vrijwel alle Staten is opgenomen, en dat         Conflict of Norms in Public International Law: How
                                                                                                                        22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>   WTO Law Relates to Other Rules of International          39
                                                               Zie in dit verband algemeen Stefan Talmon, The Duty
   Law (Cambridge: Cambridge University Press, 2003),          Not to ‘Recognize as Lawful’ a Situation Created by
   164–188; Jörg Kammerhofer, Uncertainty in Interna-          the Illegal Use of Force or Other Serious Breaches of
   tional Law: A Kelsenian Perspective (London/New             a Jus Cogens Obligation: An Obligation without Real
   York: Routledge 2011), 141-146; en Robert Kolb, ‘Con-       Substance?, in Christian Tomuschat and Jean-Marc
   flits entre normes de jus cogens’ in Droit du pouvoir,      Thouvenin (eds.), The Fundamental Rules of the Inter-
   pouvoir du droit: mélanges offerts à Jean Salmon            national Legal Order, Jus Cogens and Obligations Erga
   (Brussels: Bruylant, 2007), 481, 483.                       Omnes (Brill 2006), p. 99.
32
   ICJ, Jurisdictional Immunities of the State (Germany     40
                                                               Humanitarian Intervention and Political Support for
   v. Italy: Greece Intervening), Judgment, ICJ Reports        Interstate Use of Force, Report of the Expert Group
   2012, p. 99, § 82.                                          Established by the Minister of Foreign Affairs of the
                                                               Netherlands, 19 December 2019, § 43, <https://www.
33
   Zie in dit verband ook de poging van Bosnië en Her-         rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/12/19/
   zegovina om voor het Internationaal Gerechtshof het         humanitarian-intervention-and-political-sup-
   wapenembargo ingesteld tegen het voormalig Joego-           port-for-interstate-use-of-force>.
   slavië buiten werking te laten stellen: ICJ, Application
   of the Convention on the Prevention and Punishment       41
                                                               Kamerbrief met reactie kabinet op Eindrapport
   of the Crime of Genocide, Provisional Measures, Or-         expertgroep inzake politieke steun aan interstatelijk
   der of 13 September 1993, I. C.J. Reports 1993, p. 325,     geweldsgebruik en inzake humanitaire interventie,
   § 2 (k)-(p) (claims Bosnië en Herzegovina) en § 40-41,      17 april 2020, derde pagina, <https://www.rijks-
   en zie Separate Opinion Lauterpacht, ibid, p. 407, §        overheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/04/17/
   98-106 and 123 B.                                           kamerbrief-met-reactie-kabinet-op-eindrapport-ex-
                                                               pertgroep-inzake-politieke-steun-aan-interstatelijk-ge-
34
   ICTY, Appeals Chamber, Decision on the Defence              weldsgebruik-en-in-inzake-humanitaire-interventie>.
   Motion for Interlocutory Appeal on Jurisdiction,
   2 October 1995, §28-32 en 39, <https://www.icty.org/x/   42
                                                               Vgl. toelichting bij Ontwerpconclusie 20, § 6.
   cases/tadic/acdec/en/51002.hm>; STL, Decision on the
   Defence Appeals against the Trial Chamber’s              43
                                                               Zo kan men zich afvragen of de positie van de ILC in
   “Decision on the Defence Challenges to the                  lid 2 van Ontwerpconclusie 21 met zich meebrengt
   Jurisdiction and Legality of the Tribunal”, 24 October      dat Staten die gezwegen hebben gedurende drie
   2012, § 37 en 52, <https://www.stl-tsl.org/crs/assets/      maanden (of langer) geacht worden de visie van de
   Uploads/20121024_F0020_PUBLIC_AC_Decision_                  inroepende Staat te delen dat inderdaad sprake is
   on_DC_Appeals_against_TC_Dec_Juris__Legality_               van een dwingendrechtelijke regel en dat sprake is
   WEB_EN.pdf>.                                                van een conflict. Daarnaast geeft de ILC zelf al aan
                                                               (toelichting § 4) dat “[n]ot every aspect of the detailed
35
   Responsibility of States for Internationally Wrongful       procedure set forth in draft conclusion 21 constitutes
   Acts, in Report of the International Law Commission         customary international law.” Mede gezien de tekst
   on the work of its fifty-third session, YBILC 2001, vol.    van lid 5 van Ontwerpconclusie 21 is de meerwaarde
   II(2), p. 26-30.                                            van deze Ontwerpconclusie daarmee niet gegeven.
36
   In de hoofdtekst van toelichting (§ 2) verwijst de ILC   44
                                                               Zo riep de Nederlandse regering de ILC juist op om
   naar de “articles on the law of treaties”, maar gezien      de gevolgen van ius cogens normen voor jurisdictie
   de verwijzing in de voetnoot (878) zal bedoeld zijn de      en immuniteit specifiek te behandelen: UNGA, Sixth
   “articles on State responsibility”.                         Committee, A/C.6/72/SR.26, 5 December 2017, § 34
                                                               (Netherlands).
37
   Toelichting artikel 54, Responsibility of States for
   Internationally Wrongful Acts, voetnoot 35, p. 139, §    45
                                                               Zie UNGA, Sixth Committee, A/C.6/71/SR.26, 5 De-
   6-7.                                                        cember 2016, § 44 (Netherlands). Zie verder UNGA,
                                                               Sixth Committee, A/C.6/72/SR.26, 5 December 2017, §
38
   Ibid. § 6.                                                  33 (Netherlands); UNGA, Sixth Committee, A/C.6/73/
                                                               SR.26, 23 November 2018, § 58 (Netherlands); UNGA,
                                                                                                                         23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>   Sixth Committee, A/C.6/74/SR.24, 11 November 2019,
   § 5 (Netherlands).
46
   In een recente publicatie wijst Murphy, lid van de
   ILC, er ook op dat niet alle dwingendrechtelijke re-
   gels waarnaar de ILC voorheen heeft verwezen door
   de ILC werden benoemd als zodanig, maar dat de ILC
   opmerkte dat er wijdverbreide steun leek te zijn voor
   bepaalde normen als dwingendrechtelijke regels. Zie
   Sean Murphy, Peremptory Norms of General Interna-
   tional Law (Jus Cogens) and Other Topics: The Seven-
   ty-First Session of the International Law Commission,
   (2020) 114 American Journal of International Law 68,
   71-72.
                                                         24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>