<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Advies over de toetreding van
Nederland tot het VN-verdrag inzake
de immuniteit van rechtsmacht van
staten en hun eigendommen
      Advies 44, 22 december 2023
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Leden Commissie van advies
inzake volkenrechtelijke vraagstukken
Voorzitter                  Prof. mr. dr. C. (Cedric) Ryngaert
Vicevoorzitter              Mr. dr. R. (Rosanne) van Alebeek
Leden                       Prof. mr. dr. D.A. (Daniëlla) Dam-de Jong
                            Mr. dr. G.R. (Guido) den Dekker
                            Mr. dr. B. (Bibi) van Ginkel
                            Mr. dr. A.J.J. (André) de Hoogh
                            Mr. dr. R.S.J. (Rutsel) Martha
                            Mr. A.E. (Annebeth) Rosenboom
                            Prof. mr. dr. E. (Elies) van Sliedregt
                            Prof. mr. dr. J.M.F. (Jan) Wouters
Secretaris                  K.E. (Kirsten) van Loo LLM
Postbus 20061
2500 EB Den Haag
T: 070 - 348 5011
E: cavv@minbuza.nl
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
Introductie                                                                 4
―1
Voorbehouden en
(interpretatieve) verklaringen bij
toetreding tot het VN-verdrag                                               5
―2
Artikel 11 van het VN-verdrag                                               5
―3
Het begrip ‘commerciële
doeleinden’ in artikelen 18 en 19
van het VN-verdrag                                                          9
―4
Confiscatie van vermogens-
bestanddelen van vreemde
staten                                                                      12
Afsluiting en advies                                                        15
Eindnoten                                                                   17
Lijst van afkortingen                                                       23
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen 3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Introductie
Op 3 februari 2022 heeft de regering een voorstel van rijkswet tot goedkeuring van het VN-verdrag
inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen (New York, 2 december 2004)
toegestuurd aan de Tweede Kamer.1 Naar aanleiding van het plenair debat in de Tweede Kamer over
dit voorstel heeft de Minister van Buitenlandse Zaken op 29 juni 2023 de CAVV verzocht in een advies
aan te geven hoe zij aankijkt tegen toetreding tot het verdrag door het Koninkrijk der Nederlanden, in
het bijzonder in het licht van en met een appreciatie van:
              a) het voorgestelde amendement van D66/PvdA/GL over het maken van een
              voorbehoud bij artikel 11, tweede lid, sub c en d, van het verdrag in relatie tot andere
              internationaalrechtelijke verplichtingen van Nederland, in het bijzonder het Verdrag
              van Wenen inzake diplomatiek verkeer en het Verdrag van Wenen inzake consulaire
              betrekkingen;
              b) de risico’s van interpretatieverschillen, in het bijzonder van het begrip ‘commerciële
              doeleinden’ in de artikelen 18 en 19 van het verdrag, tussen rechters in bij het verdrag
              aangesloten staten en of dergelijke risico’s zouden moeten leiden tot het afleggen van een
              verklaring of een voorbehoud bij deze artikelen; en
              c) de internationale discussie over de confiscatie van Russische vermogensbestanddelen en
              gelet daarop de verhouding tussen de confiscatie daarvan en staatsimmuniteit.
De CAVV memoreert dat zij reeds in 2006, in advies nr. 17, advies heeft uitgebracht over het VN-
verdrag.2 De CAVV begrijpt evenwel dat de nieuwe adviesaanvraag betrekking heeft op mogelijk
nieuwe ontwikkelingen en gewijzigde inzichten sinds het aannemen van het verdrag in 2004,3 met
name met betrekking tot de artikelen 11, 18 en 19 van het verdrag. De CAVV zal zich in dit advies
beperken tot de drie vragen die door de Minister zijn gesteld en niet opnieuw het hele verdrag tegen
het licht houden.
De structuur van dit advies is als volgt. Bij wijze van inleiding gaat de CAVV kort in op de mogelijkheid
om voorbehouden en (interpretatieve) verklaringen bij het VN-verdrag te maken, en de gevolgen
daarvan (par. 1). Vervolgens beantwoordt de CAVV successief de drie door de Minister gestelde vragen
met betrekking tot artikel 11 van het VN-verdrag (par. 2), artikelen 18 en 19 van het VN-verdrag (par.
3) en de confiscatie van vermogensbestanddelen van vreemde staten (par. 4). Ten slotte volgt een
afsluiting en samenvatting van het advies (par. 5).
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen 4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>―1                                                                                    Wel hebben Finland, Italië, Liechtenstein,
Voorbehouden en (interpretatieve) verklaringen                                        Noorwegen, Zweden en Zwitserland
bij toetreding tot het VN-verdrag                                                     (interpretatieve) verklaringen neergelegd.7
                                                                                      Deze verklaringen betreffen onder meer
In de adviesaanvraag wordt gesproken over                                             militaire activiteiten en personeel, humanitair
de mogelijkheden voor Nederland om partij                                             oorlogsrecht, strafrechtelijke procedures en
te worden bij dit verdrag met eventuele                                               bescherming van mensenrechten.
voorbehouden dan wel (interpretatieve)
verklaringen.                                                                         De staten die partij zijn bij het verdrag hebben tot
                                                                                      twaalf maanden na de datum van de notificatie,
Artikel 2, lid 1, onder d van het Verdrag van                                         dan wel na de datum van instemming door
Wenen inzake het verdragenrecht van 1969                                              het verdrag gebonden te zijn, als dit een later
(WVV) definieert een voorbehoud als volgt:                                            moment is, om bezwaar aan te tekenen tegen een
‘een eenzijdige verklaring, ongeacht haar                                             voorbehoud. De artikelen 20 en 21 van het WVV,
bewoording of haar benaming, afgelegd door                                            die gevolgen van voorbehouden regelen, zijn
een Staat wanneer hij een verdrag ondertekent,                                        hierop van toepassing (eventueel als regels van
bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt of daartoe                                        internationaal gewoonterecht).
toetreedt, waarbij hij te kennen geeft het
rechtsgevolg van zekere bepalingen van het                                            Wanneer een staat partij wordt bij een verdrag
verdrag in hun toepassing met betrekking tot                                          met een (interpretatieve) verklaring, zal gekeken
deze Staat uit te sluiten of te wijzigen.’4 Een staat                                 moeten worden naar de tekst van de verklaring
kan bekrachtiging van het verdrag ook laten                                           om te concluderen of deze mogelijk neerkomt
begeleiden door een (interpretatieve) verklaring                                      op een verkapt voorbehoud, omdat zij beoogt
waarin nadere uitleg gegeven wordt hoe de staat                                       wijzigingen aan te brengen in de werking van
een bepaald artikel naar inhoud of strekking                                          het verdrag. Het kan zijn dat een staat bezwaar
begrijpt in het verdrag.5 Een ‘verklaring’ heeft                                      maakt tegen een dergelijke verklaring op grond
echter uitdrukkelijk niet het oogmerk om het                                          van de overweging dat deze in feite neerkomt
rechtsgevolg van een verdrag(sbepaling) te                                            op een voorbehoud, en bovendien indruist tegen
wijzigen.                                                                             voorwerp en doel van het verdrag.
In het VN-verdrag wordt één mogelijk                                                  Vanwege mogelijke bezwaren tegen een
voorbehoud genoemd, namelijk in artikel 27, lid                                       voorbehoud, al dan niet gepresenteerd als
3: staten mogen bij toetreding tot het verdrag                                        ‘verklaring’, door andere staten die partij zijn bij
aangeven dat ze zich niet houden aan de in                                            het verdrag, is het van belang aandacht te
lid 2 neergelegde regel dat een geschil over de                                       besteden aan de inhoudelijke redenen die ertoe
interpretatie of toepassing van het verdrag ter                                       leiden het voorbehoud te maken of de verklaring
beslechting aan het Internationaal Gerechtshof                                        af te leggen.8 Dit kan een indicatie geven voor de
(IGH) wordt voorgelegd.6 Een aantal landen                                            vaststelling dat een interpretatieve verklaring in
dat inmiddels partij is bij dit verdrag heeft dit                                     juridische zin neerkomt op een voorbehoud, of
voorbehoud ook gemaakt.                                                               niet.
Het verdrag vermeldt geen andere mogelijkheden
van voorbehouden. Dat betekent niet dat                                               ―2
voorbehouden bij andere verdragsbepalingen                                            Artikel 11 van het VN-verdrag
niet toegestaan zouden zijn. Het verdrag stelt
immers niet dat een voorbehoud alleen bij artikel                                     Dit deel gaat in op het voorgestelde amendement
27, lid 2 kan worden gemaakt. Voorbehouden bij                                        van D66/PvdA/GL over het maken van een
het verdrag zijn in dat geval mogelijk voor zover                                     voorbehoud bij artikel 11, tweede lid, onder c en d
ze verenigbaar zijn met voorwerp en doel van het                                      van het verdrag in relatie tot andere
verdrag, in overeenstemming met de algemene                                           internationaalrechtelijke verplichtingen van
regel neergelegd in artikel 19, onder c WVV. Tot                                      Nederland, in het bijzonder het Verdrag van
zover zijn er echter geen andere voorbehouden                                         Wenen inzake diplomatiek verkeer en het Verdrag
gemaakt door partijen bij het verdrag.                                                van Wenen inzake consulaire betrekkingen. De
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen              5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>CAVV gaat meer specifiek in op de vraag of het                                        schaden’. Hiermee erkent artikel 11, tweede lid
maken van een voorbehoud bij deze bepalingen                                          dat de beslissing om iemand aan te stellen of om
noodzakelijk dan wel gewenst is teneinde de                                           een arbeidsovereenkomst te verlengen of te
rechtspositie van lokale medewerkers van                                              herstellen (onder c) alsmede veiligheidsbelangen
ambassades, consulaire posten en permanente                                           (onder d) moeten worden beschouwd als
vertegenwoordigingen bij internationale                                               soevereine handelingen waarvoor immuniteit
organisaties te beschermen. Overigens kan                                             geldt.
worden opgemerkt dat geen van de staten die het
verdrag hebben geratificeerd een voorbehoud bij                                       Alvorens in te gaan op deze specifieke bepalingen,
artikel 11 heeft gemaakt.9                                                            zal nu eerst kort de verhouding tussen artikel 11
                                                                                      van het VN-verdrag en de Verdragen van Wenen
Artikel 11 heeft betrekking op immuniteiten ten                                       inzake diplomatiek verkeer en inzake consulaire
aanzien van geschillen uit hoofde van een                                             betrekkingen worden besproken teneinde te
arbeidsovereenkomst tussen de zendstaat en een                                        bepalen in hoeverre die verdragen invloed
natuurlijke persoon voor werkzaamheden                                                hebben op de reikwijdte of toepassing van artikel
verricht in de forumstaat. De bepaling beoogt tot                                     11. Allereerst bepaalt artikel 26 van het VN-
een goede afweging te komen tussen de belangen                                        verdrag in algemene zin dat de bepalingen van
van de zendstaat (bescherming soevereine                                              het verdrag de rechten en verplichtingen van
handelingen) en die van de forumstaat                                                 partijen uit hoofde van bestaande internationale
(uitoefening rechtsmacht). Artikel 11 formuleert                                      overeenkomsten die betrekking hebben op
als hoofdregel dat immuniteiten niet kunnen                                           aangelegenheden die in dit verdrag tussen de
worden ingeroepen met betrekking tot                                                  partijen bij die overeenkomsten worden geregeld,
arbeidsgeschillen, waarmee het erkent dat een                                         onverlet laten. Met andere woorden, rechten en
staat die als werkgever optreedt in beginsel op                                       verplichtingen die staten hebben uit hoofde van
voet van gelijkheid staat met private partijen. Het                                   het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek
tweede lid bevat echter een aantal                                                    verkeer enerzijds en het Verdrag van Wenen
uitzonderingen op die hoofdregel om de                                                inzake consulaire betrekkingen anderzijds blijven
soevereine belangen van vreemde staten te                                             onverminderd van toepassing. Aan het VN-
beschermen. Zo kunnen staten bijvoorbeeld                                             verdrag is verder een bijlage gehecht, die
(onder a) immuniteiten inroepen wanneer het                                           ‘regelingen’ bevat die betrekking hebben op de
een geding betreft met een werknemer die ‘is                                          uitleg van specifieke bepalingen in het verdrag.
aangesteld voor het vervullen van bepaalde                                            Krachtens artikel 25 van het VN-verdrag maakt de
functies in de uitoefening van bevoegdheden van                                       bijlage een integraal onderdeel van het verdrag
de overheid.’ Voor deze uitzondering geldt                                            uit. De bijlage verwijst in het kader van artikel 11
derhalve dat de aard van de werkzaamheden van                                         naar een viertal bepalingen uit de verdragen van
doorslaggevend belang is. Gezien het karakter                                         Wenen inzake diplomatiek verkeer en inzake
van die werkzaamheden als uitoefening van                                             consulaire betrekkingen. In de eerste plaats zijn
overheidstaken, moet de immuniteit van de staat                                       dat artikel 41 van het Verdrag van Wenen inzake
in stand worden gehouden. Van belang voor dit                                         diplomatiek verkeer en artikel 55 van het Verdrag
advies is verder dat staten (onder c)                                                 van Wenen inzake consulaire betrekkingen. Deze
immuniteiten kunnen inroepen wanneer ‘het                                             bepalingen hebben betrekking op personen die
voorwerp van het geding de aanstelling,                                               voorrechten en immuniteiten genieten en stellen
verlenging van een arbeidsovereenkomst of de                                          dat deze personen gehouden zijn de wetten en
hernieuwde aanstelling van een natuurlijke                                            regelingen van de ontvangende staat te
persoon betreft’, en (onder d) wanneer ‘het                                           eerbiedigen. De bijlage bij het VN-verdrag noemt
voorwerp van het geding het ontslag of de                                             expliciet het arbeidsrecht als vallend onder die
beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een                                        plicht. Deze bepalingen zijn met name relevant
natuurlijke persoon betreft en, vast te stellen                                       voor arbeidsovereenkomsten gesloten tussen
door het staatshoofd, de regeringsleider of                                           diplomaten en lokaal servicepersoneel, voor zover
minister van Buitenlandse Zaken van de staat die                                      deze niet rechtstreeks in dienst zijn bij de
als werkgever optreedt, een dergelijke procedure                                      ambassade. Diplomaten die als werkgever
de veiligheidsbelangen van die staat zou                                              optreden worden derhalve geacht de
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen              6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>arbeidswetgeving van het ontvangende land te                                          persoon betreft’ (eigen cursivering). Deze
respecteren met betrekking tot                                                        uitzondering laat onverlet dat de rechter van de
arbeidsovereenkomsten aangegaan met lokaal                                            forumstaat rechtsmacht kan uitoefenen wanneer
servicepersoneel. Verder wordt verwezen naar                                          het gaat om procedures betreffende de uitvoering
de artikelen 38 van het Verdrag van Wenen                                             van een arbeidsovereenkomst, omdat deze
inzake diplomatiek verkeer en 71 van het                                              weliswaar betrekking hebben op de overeenkomst
Verdrag van Wenen inzake consulaire                                                   maar niet de aanstelling, verlenging of de
betrekkingen, die betrekking hebben op                                                hernieuwde aanstelling tot voorwerp van geschil
personeel dat de nationaliteit van de                                                 maken.13 Uit de discussies die hebben geleid tot de
ontvangende staat heeft of daar duurzaam                                              formulering van artikel 11, lid 2, onder c kan
verblijft. Met name relevant is het tweede lid van                                    worden opgemaakt dat deze strikte formulering
deze bepalingen dat betrekking heeft op                                               een bewuste keuze was en kon rekenen op brede
administratief, technisch en particulier                                              steun onder staten.14 In concreto betekent dit dat
personeel, voor zover deze de nationaliteit van                                       staten alleen immuniteit kunnen inroepen met
de ontvangende staat hebben of daar duurzaam                                          betrekking tot beslissingen die gaan over de
verblijven. Deze bepalingen geven de                                                  aanstelling, verlenging of hernieuwing van een
ontvangende staat zeggenschap met betrekking                                          arbeidsovereenkomst. Zo kan een staat
tot de voorrechten en immuniteiten die deze                                           immuniteit inroepen wanneer een persoon een
personen genieten, maar stellen daar tegenover                                        weigering om een contract te verlengen of om die
dat ‘de ontvangende staat zijn rechtsmacht over                                       persoon opnieuw in dienst te nemen na een
deze werknemers zodanig uitoefent dat de                                              ontslag aanvecht bij de rechter van de
vertegenwoordiging of consulaire post niet                                            forumstaat.15 Daarentegen kan een staat geen
onnodig in haar of zijn functioneren wordt                                            immuniteit inroepen wanneer een werknemer
belemmerd.’10 Wat dit inhoudt is niet nader                                           naar de rechter stapt met klachten over
gedefinieerd, maar relevante voorbeelden die                                          arbeidsomstandigheden, zoals overschrijding van
worden genoemd hebben betrekking op zaken                                             de maximale werkduur, discriminatie op de
als de timing van een hoorzitting.11 Deze                                             werkvloer of seksuele intimidatie.16 Artikel 11 lid 2
bepalingen geven derhalve een algemeen kader                                          onder c sluit bovendien niet uit dat werknemers
voor de toepassing van artikel 11 van het VN-                                         schadevergoeding kunnen eisen voor de
verdrag, maar leggen de forumstaat als zodanig                                        financiële gevolgen van beslissingen inzake de
geen directe beperkingen op.                                                          aanstelling, verlenging van een
                                                                                      arbeidsovereenkomst of hernieuwde aanstelling.
Het voorgestelde amendement van D66/PvdA/GL                                           Deze mogelijkheid wordt expliciet genoemd in het
ziet specifiek op de uitzonderingen genoemd in                                        commentaar dat de ILC bij deze bepaling heeft
het tweede lid van artikel 11, onder c en d,                                          opgenomen, waarin zij stelt dat: ‘The rule of
waarvoor de verdragen van Wenen slechts een                                           immunity applies to proceedings for recruitment,
zeer beperkte rol spelen, zoals hierboven                                             renewal of employment and reinstatement of an
uiteengezet. Deze uitzonderingen zullen                                               individual only. It is without prejudice to the
hieronder worden besproken, waarbij vooraf kan                                        possible recourse which may still be available in
worden opgemerkt dat deze strikt moeten                                               the State of the forum for compensation or
worden geïnterpreteerd. Dit blijkt uit de tekst van                                   damages for "wrongful dismissal" or for breaches
het verdrag en de voorbereidende werken, zoals                                        of obligation to recruit or to renew
die hieronder aan de orde komen. Bovendien                                            employment.’17 Het erkennen van immuniteit ten
wordt een strikte interpretatie ondersteund door                                      aanzien van die beslissingen als zodanig, staat
de jurisprudentie van het Europees Hof voor de                                        derhalve niet in de weg aan het toekennen van
Rechten van de Mens (EHRM).12                                                         schadevergoeding door de rechter wanneer kan
                                                                                      worden aangetoond dat het besluit om,
Artikel 11, tweede lid, onder c bepaalt dat een                                       bijvoorbeeld, een contract niet te verlengen, is
staat immuniteit kan inroepen wanneer ‘het                                            genomen op onrechtmatige gronden.18 Dit blijkt
voorwerp van het geding de aanstelling,                                               ook uit de rechtspraak met betrekking tot deze
verlenging van een arbeidsovereenkomst of de                                          bepaling.19
hernieuwde aanstelling van een natuurlijke
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen               7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>In het licht van deze strikte uitleg van artikel 11,                                  basis van de resultaten van een
lid 2, onder c en de bijbehorende praktijk blijft er                                  veiligheidsonderzoek. Een dergelijke voorwaarde
naar de mening van de CAVV voldoende ruimte                                           kwam aan de orde in het Van der Hulst arrest uit
voor de rechter van de forumstaat om                                                  1989. De Hoge Raad bepaalde in dat arrest dat de
werknemers te beschermen. De CAVV is verder                                           vreemde staat de bevoegdheid heeft om het al dan
van mening dat de immuniteiten die artikel 11,                                        niet aangaan van een arbeidsovereenkomst
lid 2, onder c aan de vreemde staat toekent onder                                     afhankelijk te maken van de resultaten van een
het volkenrecht zijn vereist. Beslissingen die de                                     veiligheidsonderzoek en dat deze bovendien niet
keuze van personeel aangaan hangen af van                                             ter beoordeling van de wederpartij of de rechter
beleidsoverwegingen die binnen de soevereiniteit                                      van het gastland staan.22 Artikel 11, lid 2, onder d
van de vreemde staat vallen. Deze beslissingen                                        is echter breder en heeft ook betrekking op
mogen wel op rechtmatigheid onder nationaal                                           situaties waarin het enkele voeren van een
recht worden getoetst door de rechter van de                                          procedure in een geding inzake het ontslag of de
forumstaat met het oog op het toekennen van                                           beëindiging van de arbeidsovereenkomst de
schadevergoeding, maar een dergelijke toetsing                                        veiligheidsbelangen van de staat raakt. Een staat
kan er niet toe leiden dat de vreemde staat wordt                                     kan derhalve verklaren dat de procedure
verplicht een persoon (opnieuw) te accepteren                                         veiligheidsbelangen raakt zonder dat die
als werknemer. Dit zou inbreuk maken op de                                            belangen de reden van ontslag vormden.
soevereiniteit van de vreemde staat. Verdere
steun voor deze positie kan worden gevonden in                                        Aangezien de gevolgen van het inroepen van
de benadering van het EHRM met betrekking tot                                         veiligheidsbelangen verstrekkend zijn (voor een
de uitzonderingen vervat in artikel 11.20 Deze                                        ontslagvergoeding moet de werknemer naar de
worden door het Hof niet gezien als een                                               rechter van de vreemde staat), is een belangrijke
onevenredige beperking op het recht op toegang                                        vervolgvraag of de rechter in de forumstaat zou
tot de rechter onder artikel 6 van het EVRM. Het                                      mogen – of zelfs zou moeten – toetsen of een
EHRM neemt daarbij als uitgangspunt dat staten                                        specifiek beroep op veiligheidsbelangen plausibel
niet méér immuniteit mogen toekennen dan het                                          is en/of dat hij een proportionaliteitstoets zou
gewoonterecht vereist. Een voorbehoud of                                              mogen of moeten verrichten. De eerdergenoemde
interpretatieve verklaring ten aanzien van artikel                                    Van der Hulst uitspraak van de Hoge Raad
11, lid 2, onder c ligt dan ook niet direct voor de                                   veronderstelde van niet, al moet worden
hand.                                                                                 aangetekend dat deze uit een periode komt
                                                                                      waarin het aanbrengen van beperkingen ten
Artikel 11, tweede lid, onder d ziet op gedingen                                      aanzien van staatsimmuniteit minder
over het ontslag of de beëindiging van de                                             geaccepteerd was. Het VN-verdrag, dat in artikel
arbeidsovereenkomst, wanneer die de                                                   11 de immuniteiten van staten strikt beoogt te
veiligheidsbelangen raken van de staat die als                                        regelen, laat echter in het midden of een toets is
werkgever optreedt. De bijlage bij het verdrag                                        toegestaan dan wel is vereist. Deze
verduidelijkt dat het begrip veiligheidsbelangen                                      onduidelijkheid was voor de CAVV in 2006 de
primair betrekking heeft op ‘aangelegenheden op                                       voornaamste reden om een voorbehoud te
het gebied van de nationale veiligheid en de                                          adviseren.23 Een plicht voor de rechter om te
veiligheid van diplomatieke                                                           toetsen kan echter wel worden afgeleid uit de
vertegenwoordigingen en consulaire posten.’ Op                                        (meer recente) rechtspraak van het EHRM. Waar
basis van deze bepaling zal de rechter van de                                         eerdere uitspraken, zoals Cudak v. Lithuania uit
forumstaat geen uitspraak mogen doen in een                                           2010 en Sabeh el Leil v. France uit 2011, een
geding dat het ontslag of de beëindiging van een                                      rechterlijke toetsing impliceerden maar daarover
arbeidsovereenkomst tot voorwerp heeft,                                               geen uitsluitsel gaven,24 bepaalde het EHRM in
wanneer het staatshoofd, de regeringsleider of                                        2016 in Radunovic v. Montenegro dat artikel 11,
minister van buitenlandse zaken van de staat die                                      tweede lid, onder d niet van toepassing was,
als werkgever optreedt, vaststelt dat een                                             aangezien ‘neither the domestic courts nor the
dergelijke procedure de veiligheidsbelangen van                                       Government have shown how the applicants’
de betreffende staat raakt.21 Een voorbeeld                                           duties could objectively have been linked to the
hiervan is het ontslag van een werknemer op                                           security interests of the USA.’25 Hieruit blijkt dat
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen              8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>het Hof van de rechter van de forumstaat                                              gesteld dat artikel 18 niet in overeenstemming is
verlangt dat hij toetst of een beroep op                                              met de Nederlandse rechtspraktijk, die in het
veiligheidsbelangen (objectiveerbaar) gegrond is.                                     algemeen als criterium hanteert of een eigendom
Het Franse Hof van Cassatie kwam tot een                                              van een vreemde staat al dan niet bestemd is voor
vergelijkbaar oordeel in 2019, in een zaak                                            commerciële doeleinden, of anders gezegd, of het
aangespannen tegen Ghana. Het Franse Hof                                              bestemd is voor de openbare dienst.28 De CAVV
overwoog dat artikel 11, tweede lid, onder d                                          heeft Nederland daarom indertijd aanbevolen een
gewoonterecht reflecteert, maar dat het bestaan                                       voorbehoud te maken bij artikel 18.29 In 2016 heeft
van een verklaring de rechtbank niet ontsloeg                                         de Hoge Raad vervolgens geoordeeld dat artikel
van de verplichting om vast te stellen of er een                                      18 geen gewoonterechtelijke status heeft en dat de
risico bestond dat de veiligheidsbelangen van de                                      in artikel 19, onder c neergelegde regel die geldt
staat zouden worden geschaad.26 In het                                                voor executiemaatregelen – immuniteit geldt niet
onderhavige geval had Ghana aangevoerd dat de                                         voor goederen met een commerciële bestemming
werkneemster in de praktijk politieke functies                                        - ook geldt voor conservatoire maatregelen.30 Om
had uitgeoefend, maar het kon daarvoor geen                                           te voorkomen dat Nederland zijn rechtspraak zou
bewijs overleggen. Daarentegen was er wel                                             moeten herzien, is Nederland voornemens een
tegenbewijs waaruit kon worden afgeleid dat de                                        voorbehoud te maken bij artikel 18; de
werkneemster als secretaresse belast was met het                                      uitzondering van artikel 19, onder c zou dan ook
beheer van de sociale (niet de politieke) agenda                                      van toepassing zijn op artikel 18.31 De CAVV steunt
van de ambassadeur. Het Franse Hof overwoog                                           dit voornemen en ziet geen aanleiding om haar
vervolgens dat daaruit geen veiligheidsrisico’s                                       advies uit 2006 ter zake van artikel 18 te herzien.
konden worden afgeleid en wees de verklaring                                          De CAVV wijst er wel op dat andere partijen bij
af.27 Op grond van deze praktijk acht de CAVV dat                                     het verdrag bezwaar kunnen maken tegen dit
er voldoende ruimte is voor de rechter van de                                         voorbehoud.
forumstaat om werknemers te beschermen. De
bezwaren die de CAVV in 2006 formuleerde, zijn                                        De Minister vraagt de CAVV in deze
weggenomen door de rechtspraak van het EHRM.                                          adviesaanvraag echter vooral haar licht te laten
Een voorbehoud of interpretatieve verklaring ten                                      schijnen op de draagwijdte van het begrip
aanzien van artikel 11, lid 2, onder d ligt dan ook                                   ‘commerciële doeleinden’ in de context van de
niet voor de hand.                                                                    staatsimmuniteit van executie, zowel met
                                                                                      betrekking tot artikel 18 (in het licht van het te
                                                                                      formuleren voorbehoud) en artikel 19. Het VN-
―3                                                                                    verdrag bepaalt ter zake dat executiemaatregelen
Het begrip ‘commerciële doeleinden’ in artikelen 18                                   niet mogen worden getroffen, tenzij en voor zover
en 19 van het VN-verdrag                                                              is vastgesteld dat de betreffende eigendommen in
                                                                                      het bijzonder worden gebruikt of beoogd zijn voor
De CAVV is verder gevraagd haar advies te geven                                       het gebruik door de staat voor andere dan
over de risico’s van interpretatieverschillen, in                                     publieke niet-commerciële overheidsdoeleinden
het bijzonder van het begrip ‘commerciële                                             en zich bevinden op het territoir van de
doeleinden’ in de artikelen 18 en 19 van het VN-                                      forumstaat, voor zover het eigendommen betreft
verdrag tussen rechters in bij het VN-verdrag                                         die verband houden met de entiteit waartegen het
aangesloten staten, en of dergelijke risico’s                                         geding zich richtte. Het verdrag geeft als zodanig
zouden moeten leiden tot het afleggen van een                                         geen definitie van het begrip ‘commerciële
verklaring of een voorbehoud bij deze artikelen.                                      doeleinden’ en laat de toepassing en interpretatie
                                                                                      in specifieke gevallen over aan de rechtspraktijk.
De CAVV merkt vooreerst op dat artikel 18 van
het VN-verdrag, dat betrekking heeft op                                               In de ‘herfstarresten’ van 2016 heeft de Hoge Raad
immuniteit inzake conservatoire maatregelen, als                                      artikel 19, onder c van het VN-verdrag als een
zodanig niet voorziet in een uitzondering op de                                       regel van internationaal gewoonterecht
immuniteit voor bezittingen van een vreemde                                           beschouwd.32 De Hoge Raad neemt verder als
staat die voor commerciële doeleinden worden                                          uitgangspunt dat eigendommen van vreemde
aangewend. In advies nr. 17 heeft de CAVV                                             staten niet vatbaar zijn voor beslag en executie,
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen             9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>‘tenzij en voor zover is vastgesteld dat deze een                                     De CAVV merkt op dat, hoewel er internationaal
[commerciële] bestemming hebben die daarmee                                           overeenstemming is over de regel dat goederen
niet onverenigbaar is.’33 Vreemde staten zijn                                         met een commerciële bestemming in beginsel
volgens de Hoge Raad niet gehouden ‘om                                                vatbaar zijn voor beslag,41 de rechtspraak met
gegevens aan te dragen waaruit volgt dat hun                                          betrekking tot de concrete toepassing van
eigendommen een bestemming hebben die zich                                            dit criterium niet uniform is. De CAVV vindt
tegen beslag en executie verzet.’34 De stelplicht en                                  dit niet per se problematisch. Het is immers
bewijslast met betrekking tot de vatbaarheid                                          niet vanzelfsprekend om een meer specifieke
voor beslag en executie rusten op de schuldeiser                                      definitie te geven van het verdragsrechtelijke
die beslag legt of wil leggen op goederen van de                                      begrip ‘commerciële bestemming’.42 Of een
vreemde staat, wat betekent dat de schuldeiser                                        staatseigendom al dan niet een commerciële
aannemelijk moet maken dat deze goederen een                                          bestemming heeft is uiteindelijk vooral een
commerciële, niet-publieke bestemming                                                 feitenkwestie, die aan de appreciatie van de
hebben.35 Indien het gaat om gelden en tegoeden                                       rechter kan worden overgelaten, in het licht
die door de vreemde staat voor verschillende                                          van alle omstandigheden en het aanwezige
doeleinden worden gebruikt, zowel publiek als                                         bewijsmateriaal.43 De CAVV acht een voorbehoud
(uitsluitend) commercieel of anderszins, stelt de                                     of verklaring ter zake van artikelen 18 en 19 dan
Hoge Raad dat de schuldeiser die beslag legt of                                       ook niet nodig waar het de invulling betreft van
wil leggen, ‘zal moeten stellen en aannemelijk                                        het begrip ‘commerciële bestemming’.
maken dat en in hoeverre die gelden en tegoeden
vatbaar zijn voor beslag en executie.’36                                              De CAVV plaatst wel een kanttekening bij het in
                                                                                      artikel 19, onder c van het VN-verdrag gestelde
In de Nederlandse rechtspraktijk ontspon                                              vereiste dat slechts dwangmaatregelen kunnen
zich vervolgens een discussie of het volstond                                         worden genomen tegen eigendommen ‘die
dat de schuldeiser aannemelijk maakte                                                 verband houden met de entiteit waartegen
dat de onmiddellijke bestemming van een                                               het geding zich richtte’. Deze clausule brengt
staatseigendom commercieel (niet-soeverein)                                           met zich mee dat Nederlandse rechtbanken de
was, ook al was de uiteindelijke bestemming                                           verdeling van staatseigendommen onder de
soeverein (bijvoorbeeld omdat de opbrengsten                                          afzonderlijke rechtspersonen van de vreemde
van een staatseigendom uiteindelijk ten goede                                         staat zouden moeten erkennen: zo zou beslag
kwamen aan de bevolking van de staat). In                                             alleen kunnen worden gelegd op eigendom van
de periode 2017-2019 pasten sommige lagere                                            een agentschap van een vreemde staat als het
Nederlandse rechters het criterium van                                                geding zich ook richtte tegen dat agentschap.44
onmiddellijke bestemming toe.37 In de zaak                                            De bijlage bij het VN-verdrag geeft weliswaar
Samruk/Kazakstan uit 2020 heeft de Hoge Raad                                          aan dat ‘eigendom’ ruim moet worden uitgelegd
het VN-verdrag echter zo geïnterpreteerd dat                                          en dat artikel 19 onverlet laat ‘de kwestie
‘immuniteit van executie niet is beperkt tot                                          van «piercing the corporate veil» (doorbraak
goederen waarvan de onmiddellijke bestemming                                          van aansprakelijkheid), vragen betreffende
een publieke is.’38                                                                   een situatie waarbij een entiteit van een
                                                                                      staat opzettelijk onjuiste inlichtingen heeft
Buitenlandse rechtspraak, onder meer in                                               verstrekt over haar financiële situatie of haar
Canada, het Verenigd Koninkrijk, Zweden                                               vermogensbestanddelen heeft verminderd
en Frankrijk, legt soms meer de nadruk op                                             teneinde te voorkomen dat vorderingen worden
(gekend) tegenwoordig gebruik (use) van                                               voldaan, of andere kwesties op dit gebied’, zoals
staatseigendommen, en minder op (soms nog niet                                        de memorie van toelichting ook aanhaalt.45
gekend) beoogd of toekomstig gebruik (intended
use).39 Zo wordt soms geen immuniteit van                                             De vraag kan rijzen of het in artikel 19, onder c
executie toegekend aan schuldvorderingen die                                          gestelde vereiste in overeenstemming is met het
tot stand komen in het kader van commerciële                                          internationaal gewoonterecht. Hierbij valt aan
constructies, en waarvan de tegoeden meteen                                           te stippen dat het Internationaal Gerechtshof
worden aangewend voor investeringen of                                                (IGH), in de zaak Jurisdictional Immunities of
betalingen binnen dergelijke constructies.40                                          the State uit 2012, aangaf de vraag naar de
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen           10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>gewoonterechtelijke status van artikel 19, onder                                       De CAVV merkt ten slotte op dat er sprake is van
c niet te beantwoorden - hoewel het IGH wel                                            een kennelijk conflict tussen de regel neergelegd
besliste dat ‘at least one condition that has to                                       in artikel 19, onder c van het VN-verdrag en de
be satisfied before any measure of constraint                                          regel neergelegd in artikel 11 van de Europese
may be taken against property belonging to a                                           Overeenkomst inzake de immuniteit van Staten,
foreign State: that the property must be in use                                        overeengekomen binnen de Raad van Europa
for an activity not pursuing government non-                                           (1972) en waar Nederland partij bij is.48 Met name
commercial purposes, or that the State which                                           biedt het VN-verdrag ruimere mogelijkheden
owns the property has expressly consented to                                           tot executie: waar de Europese Overeenkomst
the taking of a measure of constraint, or that                                         executie slechts toestaat in geval van instemming
that State has allocated the property in question                                      door de vreemde staat,49 laat artikel 19, onder
for the satisfaction of a judicial claim.’46 Het IGH                                   c van het VN-verdrag executie ook toe met
ging niet als zodanig in op het vereiste dat het                                       betrekking tot bezittingen van een vreemde
nemen van dwangmaatregelen beperkt zou zijn                                            staat die voor commerciële doeleinden worden
tot eigendommen ‘die verband houden met de                                             aangewend, zelfs als de vreemde staat daartoe
entiteit waartegen het geding zich richtte’. De                                        geen instemming geeft. Dit doet de vraag rijzen
Hoge Raad stelde in 2016 dat in het midden kon                                         naar de verhouding tussen het VN-verdrag en de
blijven of het samenhangvereiste als vastlegging                                       Europese Overeenkomst. Het belang van deze
van internationaal gewoonterecht kan worden                                            vraag mag niet overdreven worden aangezien
aangemerkt.47                                                                          slechts acht staten partij zijn bij die laatste
                                                                                       overeenkomst. De regel neergelegd in artikel 11
Ook voor de CAVV kan in het midden blijven                                             van de Europese Overeenkomst kan dus hooguit
of het samenhangvereiste gewoonterechtelijk                                            van toepassing zijn in de relaties tussen deze
van aard is. Vanuit rechtspolitiek perspectief                                         staten onderling.
steunt de CAVV dit vereiste evenwel omdat
het voorkomt dat schuldeisers beslag leggen                                            Artikel 26 van het VN-verdrag stelt dat het verdrag
op eigendommen van staatsentiteiten die                                                geen impact heeft op de rechten en verplichtingen
hoegenaamd geen partij waren bij het                                                   van staten onder bestaande (oudere) verdragen
onderliggend geschil, en dat er aldus een vorm                                         die betrekking hebben op zaken die geadresseerd
van forum-shopping ontstaat in de staten waar                                          worden in het VN-verdrag. De memorie van
vreemde staatseigendommen zich bevinden.                                               toelichting geeft over de verhouding tussen het
De CAVV adviseert daarom geen voorbehoud                                               VN-verdrag en de Europese Overeenkomst, op
te maken bij het samenhangvereiste. De CAVV                                            verzoek van de Afdeling advisering van de Raad
waarschuwt wel voor een al te strikte toepassing                                       van State, aan: ‘Naar het oordeel van de regering
van het samenhangvereiste. De CAVV is van                                              zijn de bepalingen van [dit verdrag] verenigbaar
oordeel dat beslag ook mogelijk moet zijn                                              met de bepalingen in het VN-verdrag inzake de
op goederen van een vreemde staatsentiteit                                             immuniteit van rechtsmacht van staten en hun
zelfs indien die laatste formeel-juridisch geen                                        eigendommen.’50 De CAVV ziet evenwel op zijn
‘eigenaar’ daarvan is, maar deze goederen wel                                          minst een mogelijke onverenigbaarheid met
bezit, controleert, of er een juridisch belang                                         betrekking tot de immuniteit van executie.
bij heeft. Ook zou de Nederlandse rechter
in uitzonderlijke gevallen van misbruik,                                               In 2006 vermeldde het advies van de CAVV als
bijvoorbeeld bewuste onderkapitalisatie van                                            volgt over de verhouding tussen beide verdragen,
een staatsentiteit, toch verlof tot beslag moeten                                      in het licht van mogelijke onverenigbaarheid:
kunnen geven met betrekking tot goederen
van een andere staatsentiteit. Hiervoor hoeft                                         ‘De ambtelijk adviseur van de CAVV heeft
Nederland echter geen voorbehoud te maken                                              medegedeeld dat tussen de partijen bij de
of een verklaring af te leggen, omdat de bijlage                                       Europese Overeenkomst overleg plaatsvindt
bij het verdrag een ruime interpretatie van het                                        over de relatie tussen [het VN-verdrag] en de
samenhangvereiste lijkt voor te staan.                                                 Overeenkomst. De CAVV acht het betreffende
                                                                                       overleg zinvol. Gelet op deze besprekingen
                                                                                       wenst de CAVV zich nu niet uit te spreken
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen              11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>over de eventuele opzegging van de Europese                                           De CAVV definieert confiscatie als een maatregel,
Overeenkomst. Zij vraagt de aandacht voor het                                         doorgaans rechterlijk maar eventueel ook
mondiale karakter van de Conventie vanwege de                                         bestuurlijk van aard, die resulteert in het verlies
wenselijkheid om eenvormigheid op dit gebied te                                       van eigendom ten bate van de staat. In het
bereiken.’51                                                                          Nederlands recht is confiscatie in beginsel een
                                                                                      strafrechtelijke vermogenssanctie. Een dergelijke
Tussen het advies van de CAVV in 2006 en het                                          confiscatie kan bestaan uit verbeurdverklaring
besluit van Nederland toe te treden tot het VN-                                       van voorwerpen,54 de ontneming van
verdrag, als uiteengezet in de Memorie van                                            wederrechtelijk verkregen voordeel55 of
Toelichting, heeft overleg plaats gevonden binnen                                     onttrekking aan het verkeer van
de CAHDI, het Comité van Juridische Adviseurs                                         gemeengevaarlijke voorwerpen.56 Een voorstel tot
van de ministeries van Buitenlandse Zaken van                                         Wet confiscatie criminele goederen zal het in de
de lidstaten van de Raad van Europa. Er is                                            toekomst ook mogelijk maken goederen met een
overeengekomen dat bij inwerkingtreding van                                           criminele herkomst te confisqueren in een
het VN-verdrag de Europese Overeenkomst                                               civielrechtelijke procedure zonder dat hieraan
mogelijk zal worden opgezegd door de (acht)                                           een veroordeling voor een strafbaar feit vooraf
staten die ook partij zijn bij de Europese                                            gaat.57 Naar Nederlands recht is confiscatie een
Overeenkomst om mogelijke onverenigbaarheid                                           maatregel die door een rechter wordt opgelegd.
tussen de twee uit te sluiten.52 De CAHDI zal zich                                    Het valt evenwel niet uit te sluiten dat Nederland
daarover te zijner tijd opnieuw beraden.53 De                                         op een gegeven moment, in uitzonderlijke
CAVV steunt een beslissing op regionaal niveau                                        gevallen, bestuurlijke confiscatie – zij het onder
omdat de eenvormigheid in het immuniteitsrecht                                        rechterlijke controle – mogelijk maakt, met name
wordt gediend bij een gezamenlijke beslissing                                         van eigendommen van vreemde staten die zich
door de lidstaten van de Raad van Europa die                                          aan ernstige schendingen van dwingende regels
partij zijn bij de Europese Overeenkomst.                                             van het internationaal recht (ius cogens) schuldig
                                                                                      hebben gemaakt. Op dit scenario lijkt de vraag
                                                                                      van de Minister te zien. Het is in ieder geval dit
―4                                                                                    scenario waarop internationale voorstellen tot
Confiscatie van vermogensbestanddelen van                                             confiscatie van Russische staatseigendommen zijn
vreemde staten                                                                        gebaseerd.58
De Minister vraagt hoe de CAVV aankijkt tegen de                                      Hierbij zij opgemerkt dat confiscatie verder gaat
toetreding van Nederland tot het VN-verdrag in                                        dan bevriezing van deze eigendommen: waar
het licht van de internationale discussie over de                                     bevriezing in beginsel tijdelijk is en de
confiscatie van Russische                                                             eigendomsrechten bij de oorspronkelijke eigenaar
vermogensbestanddelen, alsook op de                                                   berusten, komt confiscatie neer op een definitieve
verhouding tussen confiscatie en                                                      eigendomsoverdracht. Hoewel verschillende
staatsimmuniteit. De CAVV begrijpt deze vraag in                                      staten en de EU (het gebruiksrecht van) Russische
meer algemene zin als een vraag naar de                                               staatseigendommen hebben bevroren, hebben zij
rechtmatigheid, in het licht van het recht van de                                     tot nu toe nog geen confiscatiewetgeving
staatsimmuniteit, van confiscatie van in                                              aangenomen, dit met uitzondering van Canada.59
Nederland aanwezige eigendommen van                                                   De Europese Commissie verkent op het moment
vreemde staten die een ernstige schending van                                         van advisering mogelijkheden voor quasi-
het internationaal recht hebben begaan                                                confiscatie, door bijvoorbeeld een windfall profit
(bijvoorbeeld agressie). De vraag ziet niet op de                                     tax in te stellen, te betalen door financiële
mogelijke confiscatie van eigendommen van                                             dienstverleners die Russische staatseigendommen
private personen wiens goederen bevroren zijn                                         (financiële activa) beheren.60 België heeft intussen
op basis van sanctiewetgeving (bijvoorbeeld                                           al belasting geheven op de rentes die bevroren
Russische oligarchen). Het recht van de                                               Russische tegoeden in België opleveren; de
staatsimmuniteit is niet relevant voor confiscatie                                    opbrengsten daarvan (2,3 miljard euro) zouden
van deze goederen. De CAVV adresseert                                                 aan Oekraïne ten goede komen.61 Technisch gezien
dergelijke confiscatie dan ook niet in dit advies.                                    is zo’n maatregel geen confiscatie van
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen              12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>staatseigendommen, maar louter belastingheffing                                       het VN-verdrag mogelijk wel van toepassing: de
op de opbrengsten van de eigendommen.62                                               staatsimmuniteit van executie verzet zich in dat
                                                                                      geval tegen confiscatie, al is er een uitzondering
Geconfisqueerde Russische staatseigendommen                                           voor eigendommen met een commerciële
zouden kunnen worden aangewend om de                                                  bestemming.69 Tegoeden van centrale banken – de
wederopbouw van Oekraïne te financieren, of                                           staatseigendommen die normaal het meest
althans de door Rusland veroorzaakte schade te                                        waardevol zijn, zeker in het geval van Rusland –
vergoeden. Op basis van het internationaal recht                                      hebben doorgaans echter geen commerciële
draagt Rusland immers de gevolgen van door                                            bestemming en zijn dus niet voor beslag vatbaar.70
haar begane internationaal onrechtmatige daden,                                       In sommige landen, met name de VS en Canada,
met inbegrip van het vergoeden van alle hierdoor                                      bestaat ook de mogelijkheid om beslag te leggen
veroorzaakte schade. De Algemene Vergadering                                          op vreemde staatseigendommen indien de
van de Verenigde Naties heeft op grond van deze                                       vreemde staat betrokken is bij internationaal
overweging op 7 november 2022 de                                                      terrorisme.71 Deze uitzondering op de
internationale gemeenschap aanbevolen om, in                                          staatsimmuniteit is internationaal echter
samenwerking met Oekraïne, een internationaal                                         controversieel; momenteel is een zaak hierover
mechanisme voor schadeherstel op te richten.63                                        aanhangig bij het Internationaal Gerechtshof.72
Op 17 mei 2023 richtte de Raad van Europa een
dergelijk mechanisme (‘Register for Damage’)                                          De CAVV wijst er wel op dat staten op basis van
op.64 Aangezien de kans klein wordt geacht dat                                        specifieke internationale rechtsregimes toch
Rusland vrijwillig tot vergoeding van de door                                         gerechtigd kunnen zijn om over te gaan tot
haar veroorzaakte schade zal overgaan, zou de                                         confiscatie. Zo kunnen staten die partij zijn bij een
schade, althans ten dele, via confiscatie verhaald                                    gewapend conflict op basis van het oorlogsrecht
kunnen worden op Russische                                                            overgaan tot confiscatie van (elkaars)
staatseigendommen.                                                                    eigendommen die zich op hun grondgebied
                                                                                      bevinden.73 Ook is confiscatie (of althans een vorm
De CAVV is van oordeel dat confiscatie van                                            van beslag) mogelijk op grond van een (bindende)
eigendommen van vreemde staten in zijn                                                resolutie van de VN-Veiligheidsraad op basis van
algemeenheid juridisch problematisch is, zelfs                                        Hoofdstuk VII van het VN-Handvest.74 Verder
indien deze staten zich schuldig hebben gemaakt                                       zouden staten die geen partij zijn bij een
aan schendingen van het ius cogens en niet aan                                        gewapend conflict met een andere staat eventueel
hun internationale verplichting tot vergoeding                                        confiscatie van de eigendommen van de andere
van de veroorzaakte schade voldoen. Confiscatie                                       staat kunnen rechtvaardigen als tegenmaatregel
staat immers op gespannen voet met de                                                 in het algemeen belang. Tegenmaatregelen zijn
immuniteit van executie die vreemde staten                                            maatregelen die in beginsel het internationaal
genieten op basis van het internationaal                                              recht schenden, maar waarvan de
gewoonterecht. Op basis van het internationaal                                        onrechtmatigheid wordt weggenomen op grond
gewoonterecht genieten eigendommen van                                                van het feit dat zij worden genomen als antwoord
vreemde staten in beginsel immers immuniteit                                          op een voorafgaande schending van het
van executie. Dit betekent dat de forumstaat geen                                     internationaal recht door een andere staat (zoals
dwangmaatregelen kan nemen tegen deze                                                 de daad van agressie begaan door Rusland tegen
eigendommen.                                                                          Oekraïne).75 Tegenmaatregelen worden normaal
                                                                                      opgelegd door staten die direct geraakt zijn door
De CAVV wijst erop dat louter bestuurlijke                                            een internationaal onrechtmatige daad. In advies
confiscatie als zodanig niet door het VN-verdrag                                      nr. 41 uit 2022 heeft de CAVV evenwel geadviseerd
wordt gereguleerd.65 Het verdragsrechtelijke                                          dat tegenmaatregelen in het algemeen belang,
regime inzake immuniteit van executie vereist                                         opgelegd door niet rechtstreeks geraakte derde
immers een voorafgaand vonnis.66 Wel kan                                              staten, onder omstandigheden rechtmatig zijn of
dergelijke confiscatie verboden zijn op basis van                                     kunnen zijn onder het internationaal recht.76
– naast het verdrag bestaande – internationaal
gewoonterecht.67 Voor zover bestuurlijke                                              De CAVV neemt in dit advies geen standpunt in
confiscatie onder rechterlijke controle staat,68 is                                   over de rechtmatigheid van confiscatie van
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen               13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>vreemde staatseigendommen in het licht van
deze andere internationale rechtsregimes, noch
in het algemeen noch van Russische
eigendommen in het bijzonder. De
adviesaanvraag betreft immers de toetreding van
Nederland tot het VN-verdrag inzake
staatsimmuniteit, niet de mogelijkheden die
andere regimes bieden om, in weerwil van de
door het VN-verdrag bepaalde immuniteit van
executie, in bijzondere gevallen toch over te gaan
tot executie of confiscatie.
De CAVV wijst er wel op dat het internationaal
(gewoonte)recht ter zake van de immuniteit van
executie uiteraard steeds kan evolueren; een
gewoonterechtelijke regel kan zich
uitkristalliseren die confiscatie mogelijk maakt
van eigendommen van vreemde staten die
ernstige schendingen van dwingende regels van
het internationaal recht hebben begaan.
Nederland dient zich echter te vergewissen van
de gevolgen van een dergelijke regel. Vreemde
staten zouden de regel kunnen aanwenden
(manipuleren) om Nederlandse
staatseigendommen in het buitenland te
confisqueren.77 Ook is het mogelijk dat vreemde
staten Nederland (en de EU) voortaan zullen
vermijden als plaats om hun staatseigendommen,
zoals centrale banktegoeden, te stallen, wat
onder meer consequenties kan hebben voor de
stabiliteit van de euro.78
De CAVV concludeert dat de discussie over
confiscatie van Russische
vermogensbestanddelen geen invloed hoeft te
hebben op de toetreding van Nederland tot het
VN-verdrag. Het VN-verdrag is immers niet van
toepassing op bestuurlijke confiscatie. Bovendien
wordt de rechtmatigheid van confiscatie van
eigendommen van vreemde staten die zich aan
ernstige schendingen van dwingende regels van
het internationaal recht (ius cogens) schuldig
hebben gemaakt, vooral beheerst door andere
rechtsregimes zoals het regime met betrekking
tot tegenmaatregelen. De CAVV is desgewenst
bereid in een apart advies haar licht te laten
schijnen op de rechtmatigheid van confiscatie
van vreemde staatseigendommen in het licht van
deze andere regimes.
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen 14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Afsluiting en advies
In dit advies is de CAVV ingegaan op de noodzaak                                          verlangd dat hij toetst of een beroep op
of wenselijkheid van een voorbehoud of                                                    veiligheidsbelangen (objectiveerbaar) gegrond
verklaring bij artikel 11, tweede lid, onder c                                            is. Op grond van deze praktijk acht de CAVV
en d, en bij de artikelen 18 en 19 waar het de                                            dat er voldoende ruimte is voor de rechter van
invulling betreft van het begrip ‘commerciële                                             de forumstaat om werknemers te beschermen.
bestemming’ van het VN-verdrag inzake de                                                  Een voorbehoud of interpretatieve verklaring
immuniteit van rechtsmacht van staten en                                                  ten aanzien van artikel 11, lid 2, onder d ligt
hun eigendommen. De CAVV is ook ingegaan                                                  dan ook niet voor de hand.
op de mogelijke invloed van de internationale
discussie over de confiscatie van Russische                                           3. Artikel 19 van het VN-verdrag bepaalt dat
vermogensbestanddelen op de toetreding van                                                executiemaatregelen tegen een vreemde
Nederland tot het VN-verdrag.                                                             staat niet kunnen worden getroffen tenzij en
                                                                                          voor zover is vastgesteld dat de betreffende
Het advies van de CAVV kan als volgt worden                                               eigendommen in het bijzonder worden
samengevat:                                                                               gebruikt of beoogd zijn voor het gebruik
                                                                                          door de staat voor andere dan publieke niet-
1. Artikel 11, tweede lid, onder c van het VN-                                            commerciële overheidsdoeleinden en zich
     verdrag bepaalt dat immuniteiten kunnen                                              bevinden op het territoir van de forumstaat.
     worden ingeroepen wanneer ‘het voorwerp                                              De Hoge Raad heeft deze regel ook van
     van het geding de aanstelling, verlenging van                                        toepassing verklaard op conservatoir bedrag,
     een arbeidsovereenkomst of de hernieuwde                                             zoals geadresseerd door artikel 18 van het
     aanstelling van een natuurlijke persoon                                              VN-verdrag, in welk verband de CAVV al
     betreft’. De CAVV wijst erop dat deze                                                in 2006 een voorbehoud in overweging
     bepaling strikt wordt uitgelegd, zoals ook                                           heeft gegeven. De CAVV merkt op dat de
     blijkt uit de praktijk. Zo kunnen individuen                                         internationale (buitenlandse) rechtspraak
     schadevergoeding eisen wanneer kan worden                                            met betrekking tot de concrete toepassing
     aangetoond dat het besluit om, bijvoorbeeld,                                         van het criterium ‘commerciële bestemming’
     een contract niet te verlengen, is genomen                                           niet uniform is, maar vindt dit niet per
     op onrechtmatige gronden. Naar de mening                                             se problematisch. De CAVV acht het niet
     van de CAVV biedt de bepaling voldoende                                              vanzelfsprekend om een meer specifieke
     ruimte voor de rechter van de forumstaat om                                          definitie te geven van dit criterium. Of een
     werknemers te beschermen. Bovendien is de                                            staatseigendom al dan niet een commerciële
     CAVV van mening dat de immuniteiten die                                              bestemming heeft is uiteindelijk vooral een
     artikel 11, lid 2, onder c aan de vreemde staat                                      feitenkwestie, die aan de appreciatie van
     toekent onder het volkenrecht zijn vereist.                                          de rechter kan worden overgelaten, in het
     Een voorbehoud of interpretatieve verklaring                                         licht van alle omstandigheden van het geval
     lijkt dan ook niet aangewezen.                                                       en het aanwezige bewijsmateriaal. De CAVV
                                                                                          acht een voorbehoud of verklaring ter zake
2. Overeenkomstig artikel 11, tweede lid, onder                                           van artikelen 18 en 19 dan ook niet nodig
     d van het VN-verdrag mag de rechter van                                              waar het de invulling betreft van het begrip
     de forumstaat geen uitspraak doen in een                                             ‘commerciële bestemming’.79
     geding dat het ontslag of de beëindiging van
     een arbeidsovereenkomst tot voorwerp heeft,                                      4. Wat betreft de invloed van de internationale
     wanneer het staatshoofd, de regeringsleider of                                       discussie over confiscatie van Russische
     minister van Buitenlandse Zaken van de staat                                         vermogensbestanddelen op de Nederlandse
     die als werkgever optreedt, vaststelt dat een                                        toetreding tot het VN-verdrag, merkt de
     dergelijke procedure de veiligheidsbelangen                                          CAVV op dat confiscatie van eigendommen
     van de betreffende staat raakt. Uit recente                                          van vreemde staten in zijn algemeenheid
     rechtspraak blijkt dat van de rechter wordt                                          juridisch problematisch is. Confiscatie
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen             15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>     staat immers op gespannen voet met de
     immuniteit van executie die vreemde staten
     genieten op basis van het internationaal
     gewoonterecht. De CAVV wijst erop
     dat louter bestuurlijke confiscatie als
     zodanig niet door het VN-verdrag wordt
     gereguleerd. De CAVV concludeert dat de
     discussie over confiscatie van Russische
     vermogensbestanddelen op zich uiteindelijk
     geen invloed hoeft te hebben op de toetreding
     van Nederland tot het VN-verdrag. Waar
     het VN-verdrag algemene regels bevat ten
     aanzien van immuniteiten in relatie tot
     conservatoire en executiemaatregelen,
     wordt de rechtmatigheid van confiscatie van
     eigendommen van vreemde staten die zich
     aan ernstige schendingen van dwingende
     regels van het internationaal recht (ius
     cogens) schuldig hebben gemaakt, vooral
     beheerst door andere rechtsregimes, zoals het
     regime met betrekking tot tegenmaatregelen.
     De CAVV is desgewenst bereid in een apart
     advies haar licht te laten schijnen op de
     rechtmatigheid van confiscatie van vreemde
     staatseigendommen in het licht van deze
     andere regimes.
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen 16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Eindnoten
                                                                                      10
                                                                                          Verdrag van de Verenigde Naties inzake de
                                                                                          immuniteit van rechtsmacht van staten en hun
                                                                                          eigendommen, New York, 02-12-2004, bijlage bij het
1
     Verdrag van de Verenigde Naties inzake de                                            verdrag, Nederlandse vertaling, Trb. 2010, 272.
     immuniteit van rechtsmacht van staten en hun
                                                                                      11
     eigendommen, New York, 02-12-2004, Trb. 2010,                                        E. Denza, Diplomatic Law: Commentary on the
     272 (hierna: ‘het VN-verdrag’). Op dit moment                                        Vienna Convention on Diplomatic Relations (4e
     is het VN-verdrag geratificeerd door 23 staten,                                      editie), Oxford: Oxford University Press, 2016, p. 340-
     waaronder 11 EU-lidstaten. Voor inwerkingtreding                                     341; C. Oelfke e.a.,Vienna Convention on Diplomatic
     van het verdrag zijn 30 staten vereist. Zie voor                                     Relations of 18 April 1961: commentaries on practical
     de status van het verdrag: https://treaties.un.org/                                  application, Berlijn: Berliner Wissenschafts-Verlag,
     Pages/ViewDetails.aspx?src=IND&mtdsg_no=III-                                         2018, p. 301-303.
     13&chapter=3&clang=_en.
                                                                                      12
                                                                                          EHRM, 29 juni 2011,
2
      CAVV, Advies inzake de United Nations Convention                                    ECLI:CE:ECHR:2011:0629JUD003486905, (Sabeh El
      on Jurisdictional Immunities of States and their                                    Leil v. France), Application no. 34869/05, par. 66.
      Property, Advies 17, 19 mei 2006.
                                                                                      13
                                                                                          Zie ILC, Summary records of the meetings of the
3
      https://www.adviescommissievolkenrecht.nl/                                          2191st meeting, in: Yearbook of the International
      publicaties/adviesaanvragen/2023/07/04/vn-verdrag-                                  Law Commission, 1990, vol.1, VN Doc A/CN.4/
      staatsimmuniteit, p. 2.                                                             SR.2191, p.314, par. 72; en J. Foakes en R. O’Keefe,
                                                                                          ‘Proceedings in which State Immunity cannot
4
      Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht                                         be Invoked, Article 11’, in R. O'Keefe and C.J.
      (WVV), 23 mei 1969, Trb. 1972, 51.                                                  Tams (red.), The United Nations Convention on
                                                                                          Jurisdictional Immunities of States and Their
5
      Zie hier een voorbeeld van een interpretatieve                                      Property: A Commentary, Oxford University Press,
      verklaring: https://treaties.un.org/doc/Publication/                                2013, p. 193.
      CN/2014/CN.222.2014-Eng.pdf. Zie ook: ‘Guide to
                                                                                      14
      Practice on Reservations to Treaties 2011’, par. 1.2                                Zie J. Foakes en R. O’Keefe, ‘Proceedings in which
      in Yearbook of the International Law Commission,                                    State Immunity cannot be Invoked, Article 11’, in
      2011, vol. II, Part Two, VN Doc A/CN.4/SER.A/2011/                                  R. O'Keefe and C.J. Tams (red.), The United Nations
      Add.1 (Part 2), p.26.                                                               Convention on Jurisdictional Immunities of States and
                                                                                          Their Property: A Commentary, Oxford University
6
      Zie ook C.J. Tams, ‘Part VI Final Clauses, Article 27’                              Press, 2013, p. 192-193 en U. Köhler, ‘State Immunity
      in: R. O'Keefe, C.J. Tams (Eds), The United Nations                                 Regarding Employment Contracts’, in G. Hafner, M.
      Convention on Jurisdictional Immunities of States                                   Kohen and S. Breau (red.), State Practice Regarding
      and Their Property: A Commentary, 2013, p. 379 e.v.                                 State Immunities, Martinus Nijhoff, 2006, p. 74.
7                                                                                     15
     VN Doc A/RES/59/38 (2004) en https://treaties.un.org/                                Daarentegen kan de werknemer deze besluiten
      Pages/ViewDetails.aspx?src=TREATY&mtdsg_no=III-                                     aanvechten bij de rechter van de staat die als
      13&chapter=3&clang=_en                                                              werkgever optreedt.
8                                                                                     16
     United Nations, Treaty Handbook, 2013, p.18, zie                                     J. Foakes en R. O’Keefe, ‘Proceedings in which
     https://treaties.un.org/doc/source/publications/THB/                                State Immunity cannot be Invoked, Article 11’, in
      English.pdf . Zie ook art. 31, 32 van het Verdrag                                   R. O'Keefe and C.J. Tams (red.), The United Nations
      van Wenen inzake het verdragenrecht (WVV), 23                                       Convention on Jurisdictional Immunities of States and
      mei 1969, Trb. 1972, 51,voor de interpretatie van                                   Their Property: A Commentary, Oxford University
      verdragen.                                                                          Press, 2013, p. 197.
9                                                                                     17
      https://treaties.un.org/pages/ViewDetails.                                          Zie ILC, Draft articles on Jurisdictional Immunities
      aspx?src=IND&mtdsg_no=III-13&chapter=3&clang=_                                      of States and Their Property, with commentaries,
      en.                                                                                 Yearbook of the International Law Commission, 1991,
                                                                                          vol. II, Part Two, p. 43, par.10. Deze zienswijze werd
                                                                                          overgenomen door de werkgroep die het verdrag
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen                     17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>     verder uitwerkte. Zie UNGA Sixth Committee,                                          status van de hoofdregel in artikel 11, eerste lid,
     Convention on Jurisdictional Immunities of States                                    en van de uitzonderingen opgenomen in artikel
     and Their Property, Report of the Working Group,                                     11, tweede lid, onder a en e bevestigd, maar er
     11 November 1993, VN Doc A/C.6/48/L.4, p. 13, par.                                   is geen relevante jurisprudentie met betrekking
     64. Zie verder: H. Fox en P. Webb, The Law of State                                  tot onderdeel c. Zie Hoge Raad, 5 februari 2010,
     Immunity, 3 edition, Oxford University Press, 2015,
                       rd
                                                                                          ECLI:NL:HR:2010:BK6673 (Koninkrijk Marokko v.
     p. 451, 452.                                                                         Verweerster (“Aissaoui”), par. 3.3.2 en Hoge Raad, 15
                                                                                          juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1084 (Werkneemster v.
18
     Zie ook J. Foakes en R. O’Keefe, ‘Proceedings in                                     Verenigde Staten van Amerika), par. 3.2.4.
     which State Immunity cannot be Invoked, Article
                                                                                      21
     11’, in R. O'Keefe and C.J. Tams (red.), The United                                  J. Foakes en R. O’Keefe, ‘Proceedings in which
     Nations Convention on Jurisdictional Immunities of                                   State Immunity cannot be Invoked, Article 11’, in
     States and Their Property: A Commentary, Oxford                                      R. O'Keefe and C.J. Tams (red.), The United Nations
     University Press, 2013, p. 197.                                                      Convention on Jurisdictional Immunities of States and
                                                                                          Their Property: A Commentary, Oxford University
19
     EHRM, 8 November 2016,                                                               Press, 2013, p. 204.
     ECLI:CE:ECHR:2016:1108JUD002612607 (Naku v
                                                                                      22
     Lithuania and Sweden), par. 92 (waarbij het Hof                                      Hoge Raad 22 december 1989, (Van der
     onderscheid maakte tussen herplaatsing, waarvoor                                     Hulst v. Verenigde Staten van Amerika),
     immuniteiten gelden, en schadevergoeding,                                            ECLI:NL:PHR:1989:AD0998, par. 3.5.
     waarvoor immuniteiten niet kunnen worden
                                                                                      23
     ingeroepen); EHRM, 25 oktober 2016,                                                  CAVV, Advies inzake de United Nations Convention on
     ECLI:CE:ECHR:2016:1025JUD004519713 (Radunovic                                        Jurisdictional Immunities of States and their Property,
     and Others v Montenegro), par. 76. Zie ook                                           Advies 17, 19 mei 2006, p. 22, 23.
     Italiaanse rechtspraak, waaronder Supreme Court
                                                                                      24
     of Cassation, 17 juni 2014 (Académie de France à                                     EHRM, 23 maart 2010,
     Rome v. Galamini di Recanati), Preliminary order                                     ECLI:CE:ECHR:2010:0323JUD001586902 (Cudak
     on jurisdiction, No 19674/2014, ILDC 2437 (IT 2014).                                 v. Lithuania), par. 72; EHRM 29 juni 2011,
     Italië heeft het verdrag in 2013 geratificeerd. Zie                                  ECLI:CE:ECHR:2011:0629JUD003486905 (Sabeh El Leil
     voor een bespreking van deze praktijk, P. Rossi,                                     v. France), par. 61.
     International Law Immunities and Employment
                                                                                      25
     Claims: A Critical Appraisal, Bloomsbury Publishing,                                 EHRM, 25 oktober 2016,
     2021, p. 128,129.                                                                    ECLI:CE:ECHR:2016:1025JUD004519713 (Radunovic
                                                                                          and Others v Montenegro), par. 77.
20
     Het EHRM beschouwt artikel 11 in het geheel een
                                                                                      26
     reflectie van het gewoonterecht. EHRM, 23 maart                                      Cour de Cassation, 27 november 2019, nr. 18-13.790,
     2010, ECLI:CE:ECHR:2010:0323JUD001586902 (Cudak                                      ECLI:FR:CCASS:2019:SO01629 (B. v. Republiek Ghana),
     v. Lithuania), par. 66, 67; EHRM 29 juni 2011,                                       par. 5. Zie ook P. Rossi, International Law Immunities
	ECLI:CE:ECHR:2011:0629JUD003486905                                                      and Employment Claims: A Critical Appraisal,
     (Sabeh El Leil v. France), par. 54; EHRM, 17 juli                                    Bloomsbury Publishing, 2021, p. 132.
     2012, ECLI:CE:ECHR:2012:0717JUD000015604
                                                                                      27
     (Wallishauser v. Austria), par. 30-32. Zie ook                                       Cour de Cassation, 27 november 2019, nr. 18-13.790,
     het Britse Supreme Court, 18 oktober 2017,                                           ECLI:FR:CCASS:2019:SO01629 (B. v. Republiek Ghana),
     Benkharbouche (Respondent) v Secretary of                                            par. 5.
     State for Foreign and Commonwealth Affairs
                                                                                      28
     (Appellant) and Secretary of State for Foreign and                                   CAVV, Advies inzake de United Nations Convention on
     Commonwealth Affairs and Libya (Appellants)                                          Jurisdictional Immunities of States and their Property,
     v Janah (Respondent), [2017] UKSC 62, par. 70,                                       Advies 17, 19 mei 2006, p. 27.
     waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen
                                                                                      29
     beslissingen tot de aanstelling, verlenging van een                                  Ibid., p. 28 (‘De CAVV acht het aan te bevelen in
     arbeidsovereenkomst of de hernieuwde aanstelling                                     ieder geval terzake van artikel 18 te overwegen een
     van een natuurlijke persoon enerzijds en het                                         voorbehoud te maken.’).
     toekennen van schadevergoeding anderzijds.
     De Hoge Raad heeft de gewoonterechtelijke
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen                     18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>30                                                                                    39
     Hoge Raad, 30 september 2016,                                                        In de literatuur wordt opgeworpen dat ‘beoogd
     ECLI:NL:HR:2016:2236 (Gabon v. Nederland).                                           gebruik’ een moeilijk te hanteren concept is omdat
                                                                                          dit gebruik constant aan verandering onderhevig
31
     Zie bespreking van artikel 2 in het Voorstel van                                     is. Zie Ji L., A Study on Commercial Transaction
     Rijkswet en de Memorie van Toelichting inzake                                        Proceedings in Which State Immunity Cannot Be
     ‘Goedkeuring van het op 2 december 2004 te New                                       Invoked, Tohoku University, 2017, p. 189.
     York tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde
                                                                                      40
     Naties inzake de immuniteit van rechtsmacht                                          Bijvoorbeeld Supreme Court of Canada 2010,
     van staten en hun eigendommen (Trb. 2010, 272)’,                                     Kuwait Airways Corp. v. Iraq, 2010 SCC 40, par. 35;
     Kamerstukken II 2021-2022, 36 027 (R2160), nr. 2 en                                  UK Supreme Court, 17 August 2012 (SerVaas Inc v.
     nr. 3.                                                                               Rafidain Bank) [2012] UKSC 40; Högsta Domstolen
                                                                                          (Sweden Supreme Court), 1 juli 2011, Ö 170-10,
32
     Hoge Raad, 30 september 2016,                                                        par. 20 en 23: Cour de Cassation, Chambre civile
     ECLI:NL:HR:2016:2236, (Gabon v. Nederland), par.                                     1, 25 januari 2005, nr. 03-18.176. Tegelijk is er
     3.5.2.                                                                               in die landen ook rechtspraak voorhanden die
                                                                                          een andere benadering genegen is. Zie in het VK
33
     Ibid.                                                                                bijvoorbeeld England and Wales Court of Appeal
                                                                                          (Civil Division), 2 november 2011 (SerVaas v
34
     Ibid.                                                                                Rafidian Bank. and others), [2011] EWCA Civ 1256
                                                                                          (die immuniteit toekende aan tegoeden van Irak
35
     Ibid., par. 3.5.3.                                                                   omdat het toekomstige gebruik daarvan bestemd
                                                                                          voor het ‘soevereine’ UN Development Fund
36
     Ibid., par. 3.5.4.                                                                   of Iraq). Zie voor literatuur ter zake: K. Reece
                                                                                          Thomas, ‘Enforcing against state assets: the case
37
     Rechtbank Den Haag, 18 oktober 2017,                                                 for restricting private creditor enforcement and
     ECLI:NL:RBDHA:2017:11906, United State Court of                                      how judges in England have used “context” when
     Appeals, Third circuit, 3 januari 2018, (Crystallex                                  applying the “commercial purposes” test’, Journal of
     International Corp. v. Petróleos de Venezuela                                        International and Comparative Law 2015, 2(1), p.1-31;
     S.A.), par. 5.36; Gerecht in Eerste Aanleg van                                       C.M.J. Ryngaert, ‘Staatsimmuniteit van executie:
     Curaçao, 18 mei 2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:92,                                         beslagmogelijkheden voor crediteuren na de
     par. 4.12; Gerechtshof Amsterdam, 31 juli 2018,                                      herfstarresten van de Hoge Raad (2016)’, Tijdschrift
     ECLI:NL:GHAMS:2018:2736 (Instrubel v. Irak),                                         voor Civiele Rechtspleging 2017, p. 111-118; F.
     par. 3.9; Gemeenschappelijk Hof van Justitie                                         Boschma, ‘Shifting Goalposts in the Enforcement
     van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van                                              against Sovereigns’ (november 2023), https://ssrn.
     Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 19 maart 2019,                                      com/abstract=4648650.
     ECLI:NL:OGHACMB:2019:86, par. 2.12; Gerechtshof
                                                                                      41
     Amsterdam, 7 mei 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1566                                       Sommige rechtspraak lijkt evenwel als criterium te
     (Samruk/Kazachstan), par. 3.7.                                                       hanteren de aard van de onderliggende transactie
                                                                                          die aanleiding gaf tot het geschil. Zie bijvoorbeeld
38
     Hoge Raad 19 december 2020,                                                          High Court of Delhi, 18 juni 2021 (KLA Const
     ECLI:NL:HR:2020:2103 (Republiek Kazachstan                                           Technologies Pvt. Ltd v Embassy of the Islamic
     / Samruk-Kazyna JSC) (), par. 3.2.4 (‘De door                                        Republic of Afghanistan), OMP (ENF) (COMM)
     het hof gehanteerde eis dat bepalend is of de                                        82/2019 & I.A. No. 7023/2019. Deze rechtspraak
     onmiddellijke bestemming van de beslagen                                             lijkt in tegenspraak te zijn met artikel 19 van
     goederen een andere dan een publieke bestemming                                      het VN-verdrag, dat bestemming en niet aard
     is, stemt niet overeen met de hiervoor in 3.2.3                                      doorslaggevend acht.
     weergegeven regels en geeft derhalve blijk van een
                                                                                      42
     onjuiste rechtsopvatting … Uit deze regels volgt                                     Zie ook M. Brenninkmeijer en F. Gélinas, ‘The
     dat immuniteit van executie niet is beperkt tot                                      Problem of Execution Immunities and the ICSID
     goederen waarvan de onmiddellijke bestemming                                         Convention’, in: The Journal of World Investment &
     een publieke is’). Advocaat-Generaal (AG) Vlas                                       Trade, 22(3), 2021, p. 429-458, p. 440 (‘The problem
     achtte dit echter een ‘bruikbaar criterium’ in zijn                                  with execution based on this restrictive approach is
     conclusie in deze zaak. Zie Conclusie A-G Vlas 26                                    that it relies on a distinction that seems impossible
     juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:649, par. 3.2.3.                                         of definition and – given the varying approaches
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen                   19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>     of domestic courts and the inconsistencies in                                        rechters passen het vereiste wel eens toe, maar
     their decisions – of application.’). Overigens                                       uiten, in navolging van de Hoge Raad, twijfels
     worden immuniteiten in common law landen in                                          over de gewoonterechtelijke status ervan. Zie
     de eerste plaats beheerst door het nationale recht.                                  bijvoorbeeld Gerechtshof Den Haag, 28 juni 2022,
     Definities die door rechters in die landen worden                                    ECLI:NL:GHDHA:2022:1159, par. 5.34 (‘Voor
     ontwikkeld zijn dan ook niet per se relevant voor                                    zover bij het vereiste van art. 19 VN-verdrag dat
     het internationaal recht.                                                            het executoriaal beslag moet zijn gericht tegen
                                                                                          goederen “die verband houden met de entiteit
43
     Zie in die zin ook Cour de Cassation, 3 november                                     waartegen het geding zich richtte” sprake is van
     2021, nr. 19-25.404, ECLI:FR:CCASS:2021:C100656.                                     internationaal gewoonterecht ….’) (eigen
     Het zal daarbij voor de rechter niet steeds                                          cursivering).
     vanzelfsprekend zijn om een commerciële van een
                                                                                      48
     niet-commerciële doelstelling te onderscheiden.                                      Europese Overeenkomst inzake de immuniteit van
     Zie Y. Dautaj, ‘Enforcing Arbitral Awards Against                                    Staten en Aanvullend Protocol, Bazel, 16 mei 1972,
     States and the Defense of Sovereign Immunity                                         Tractatenblad 1973, 43.
     from Execution: A U.S. Perspective’, 11 Penn State
                                                                                      49
     Journal of Law and International Affairs 97, 2023,                                   Ibid., art. 23: ‘No measures of execution or
     p. 122. Vergelijk in Nederland bijvoorbeeld de                                       preventive measures against the property of a
     beschikking van de rechtbank Noord-Holland, 24                                       Contracting State may be taken in the territory of
     december 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:10644 met de                                       another Contracting State except where and to the
     uitspraak van de Hoge Raad in dezelfde zaak, 6 juli                                  extent that the State has expressly consented thereto
     2021, ECLI:NL:HR:2021:1042. Deze zaak betrof een                                     in writing in any particular case.’
     strafvorderlijk beslag op geldzendingen verzorgd
                                                                                      50
     door de Centrale Bank van Suriname. Waar de                                          Kamerstukken II 2021-2022, 36 027 (R2160), nr. 3.
     rechtbank overwoog dat de Centrale Bank van
                                                                                      51
     Suriname de geldzendingen in de uitoefening van                                      CAVV, Advies inzake de United Nations Convention on
     haar wettelijke taken als centrale bank verzorgde                                    Jurisdictional Immunities of States and their Property,
     (en op grond daarvan immuniteit genoot) was de                                       Advies 17, 19 mei 2006, p.8.
     HR van oordeel dat de Centrale Bank van Suriname
                                                                                      52
     ter zake slechts een faciliterende rol had bij de                                    CAHDI, Interim Report of the Second Informal
     omzetting van de in beslag genomen geldbedragen,                                     Meeting of the Parties to the European Convention
     waarvan handelsbanken rechthebbende bleven (op                                       on State Immunity Athens, 13 September 2006,
     grond waarvan geen immuniteit van toepassing                                         https://www.coe.int/t/dlapil/cahdi/Source/News/
     was).                                                                                Outcome_EN.pdf. Zie ook: J. d’Aspremont ‘Part
                                                                                          VI Final Clauses, Article 26’ In: R. O'Keefe, C.J.
44
     C. Brown en R. O’Keefe, ‘State Immunity from                                         Tams (eds.), The United Nations Convention on
     Measures of Constraint in Connection with                                            Jurisdictional Immunities of States and Their
     Proceedings Before a Court, Article 19’, in R.                                       Property: A Commentary, Oxford University
     O'Keefe, C.J. Tams (eds.), The United Nations                                        Press, 2013, p. 372 e.v. Artikel 40 van de Europese
     Convention on Jurisdictional Immunities of States                                    Overeenkomst inzake de immuniteit van Staten geeft
     and Their Property: A Commentary, Oxford                                             de mogelijkheid van opzeggen.
     University Press, 2013, p. 324.
                                                                                      53
                                                                                          De CAHDI tijdens de 50e zitting in Straatsburg,
45
     Kamerstukken II 2021-2022, 36 027 (R2160), nr. 3, p.                                 24-25 september 2015. CAHDI (2015) 23, in het
     16.                                                                                  bijzonder p. 19, 20, par. 80-85 (https://rm.coe.
                                                                                          int/09000016805a6c86).
46
     IGH 3 februari 2012, Jurisdictional Immunities of
                                                                                      54
     the State (Germany v. Italy; Greece intervening),                                    Artikel 33a, lid 1, Wetboek van Strafrecht.
     Judgment, I.C.J. Reports 2012, p. 99, par. 117,118.
                                                                                      55
                                                                                          Artikel 36e, lid 2 en lid 3, Wetboek van Strafrecht.
47
     Hoge Raad 30 september 2016,
                                                                                      56
     ECLI:NL:HR:2016:2236, par. 3.4.6. Nederlandse                                        Artikel 36b e.v. Wetboek van Strafrecht. Zie voor
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen                     20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>     een uitgebreide rechtsvergelijkende analyse:                                         CM/Res(2023)3 establishing the Enlarged Partial
     S.S. Buisman e.a., Inbeslagneming en confiscatie                                     Agreement on the Register of Damage Caused by
     van crimineel vermogen: een rechtsvergelijkend                                       the Aggression of the Russian Federation Against
     onderzoek naar de samenwerking inzake beslag en                                      Ukraine, adopted 12 May 2023.
     confiscatie in Duitsland, Engeland, Ierland en Italië,
                                                                                      65
     WODC, Boom 2018.                                                                     Zie ook T. Ruys, ‘Immunity, inviolability and
                                                                                          countermeasures—a closer look at non-UN targeted
57
     Wetsvoorstel Wet houdende regels omtrent de                                          sanctions’, in: T. Ruys, N. Angelet, L. Ferro(eds), The
     confiscatie van goederen met een criminele                                           Cambridge handbook on immunities and international
     herkomst (Wet confiscatie criminele goederen),                                       law, Cambridge University Press, 2019, p. 670–710.
     ontwerptoelichting, 15 december 2022.                                                M.T. Kamminga, ‘Confiscating Russia’s Frozen
                                                                                          Central Bank Assets: A Permissible Third-Party
58
     Zie bijvoorbeeld A. Moseienko, International                                         Countermeasure?’, in: Neth Int Law Rev 70, 2023, 1,
     Lawyers Project en Spotlight on Corruption, ‘Frozen                                  5-6.
     Russian Assets and the Reconstruction of Ukraine:
                                                                                      66
     Legal Options’, The World Refugee & Migration                                        Zie Artikel 19 VN-verdrag (‘No post-judgment
     Council, 2022, p. 25. (verwijzend naar ‘non-judicial                                 measures of constraint, such as attachment, arrest or
     (executive) confiscation of Russian state-owned                                      execution, against property of a State may be taken.’)
     assets’).                                                                            (eigen cursivering).
59                                                                                    67
     Op basis van nieuwe Canadese wetgeving (2022) is                                     Het bestaan van international gewoonterecht
     het mogelijk eigendom van een vreemde staat te                                       wordt bevestigd door de preambule van het VN-
     confisqueren indien ‘a grave breach of international                                 verdrag (‘Affirming that the rules of customary
     peace and security has occurred that has resulted or                                 international law continue to govern matters
     is likely to result in an international crisis’ of ‘gross                            not regulated by the provisions of the present
     and systematic human rights violations have been                                     Convention’ – eigen cursivering). Zie ook D.
     committed in a foreign state’. Zie Sections 4(1)(b)                                  Franchini, ‘Seizure of Russian State Assets: State
     Special Economic Measures Act, S.C. 1992, c. 17, as                                  Immunity and Countermeasures’, Articles of War,
     amended on 23 June 2022.                                                             Lieber Institute West Point, 8 maart 2023. Er kan
                                                                                          worden beargumenteerd dat, op basis van het
60
     P. Tamma, ‘Ballsy EU Commission moves to make                                        gewoonterecht, immuniteit van executie geldt voor
     Russia pay for Ukraine’, Politico, 21 juni 2023; ‘EU                                 alle dwangmaatregelen, of ze nu worden bevolen
     working on proposal for frozen Russian assets - von                                  door de rechterlijke, wetgevende of uitvoerende
     der Leyen’, Reuters 27 oktober 2023.                                                 macht. Zie J. Thouvenin en V. Grandaubert, ‘The
                                                                                          Material Scope of State Immunity from Execution,
61
     ‘België geeft belasting op Russische tegoeden aan                                    in: T. Ruys, N. Angelet, L. Ferro (ed.), The Cambridge
     Oekraïne’, Financieel Dagblad 11 oktober 2023.                                       Handbook of Immunities and International
                                                                                          Law, Cambridge: Cambridge University Press,
62
     Hierbij kan de vraag rijzen in hoeverre een                                          2019, pp. 245-265. Hierbij valt op te merken dat
     dergelijke maatregel zich verdraagt met                                              dwangmaatregelen ten aanzien van diplomatieke
     internationale dubbelbelastingsverdragen. De CAVV                                    eigendommen sowieso verboden zijn, zie artikel
     gaat hierop niet verder in.                                                          22, lid 3 Verdrag van Wenen inzake Diplomatiek
                                                                                          Verkeer, Wenen, 18 april 1961, Trb. 1962, 101 en 159.
63
     In het Engels: ‘international mechanism for
                                                                                      68
     reparation for damage, loss or injury’. Resolutie                                    Zie bijvoorbeeld de hoger genoemde Canadese
     ES-11/S van de Algemene Vergadering, 15 november                                     wetgeving, waarbij confiscatie wordt bevolen door
     2022, VN Doc A/RES/ES-11/5, par. 3 (‘recognizes                                      een rechter, op verzoek van de Canadese Minister
     the need for the establishment of an international                                   van Buitenlandse Zaken. Special Economic Measures
     mechanism’); par. 4 (‘recommends the creation of                                     Act, S.C. 1992, c. 17, as amended on 23 June 2022,
     an international register for damage’).                                              Section 5.4.
64                                                                                    69
     Raad van Europa, Comité van Ministers, Resolution                                    Artikel 19 van het VN-verdrag, waarvan de
                                                                                          essentie door het Internationaal Gerechtshof als
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen                     21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>     gewoonterechtelijk van aard werd aangemerkt.                                         Article 49-54.
     IGH 3 februari 2012, Jurisdictional Immunities of
                                                                                      76
     the State (Germany v. Italy; Greece intervening),                                    CAVV, Rechtsgevolgen van een ernstige schending
     Judgment, I.C.J. Reports 2012, p. 99, par. 118.                                      van een regel van dwingend recht: de internationale
                                                                                          rechten en plichten van staten bij schending van het
70
     Artikel 21.1.c van het VN-verdrag. De Hoge Raad                                      agressieverbod, Advies 41, 17 november 2022, p. 20.
     heeft geoordeeld dat niet kan worden aangenomen
                                                                                      77
     dat artikel 21.1.c. van het VN-verdrag als vastlegging                               Zie bijvoorbeeld ‘Moscow will confiscate EU assets
     van het internationaal gewoonterecht kan worden                                      if Brussels 'steals' frozen Russian funds, Putin ally
     aangemerkt, aangezien – althans volgens de Hoge                                      says’, Reuters, 29 oktober 2023.
     Raad – in wetgeving en rechtspraak van veel andere
                                                                                      78
     staten wordt uitgegaan van minder vergaande                                          Dit is het argument van de Europese Centrale Bank
     immuniteit van centrale banken. Hoge Raad, 6                                         tegen de plannen van de Europese Commissie met
     juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1042, par. 6.2.3. Wel                                     betrekking tot Russische staatseigendommen. Zie W.
     kan volgens de Hoge Raad worden aangenomen                                           Shaw, S. Bodoni en A. Nardelli, ‘EU Sees Hurdles to
     ‘dat als algemeen geldende, ongeschreven regel                                       Seizing €200 Billion in Russian Assets’, Bloomberg, 21
     van internationaal gewoonterecht kan worden                                          juni 2023.
     aangemerkt de regel dat centrale bank aanspraak
                                                                                      79
     kan maken op immuniteit van inbeslagneming en                                        Volledigheidshalve wijst de CAVV erop dat, conform
     executie voor zover het “property” van de centrale                                   de memorie van toelichting, Nederland wel een
     bank betreft dat bestemd is of wordt aangewend                                       voorbehoud maakt bij artikel 18 wat betreft
     voor taakuitoefening van centrale bank i.v.m.                                        conservatoire maatregelen.
     monetaire politiek en valutabeleid’ (Ibid., par. 6.2.4).
71
     28 United States Code 1605A; Section 12(1)(d)
     Canadian State Immunity Act.
72
     IGH 27 juni 2023, Application instituting proceedings
     in the case concerning the violations of Iran’s
     Immunities (Islamic Republic of Iran v. Canada).
73
     Zie onder meer A. Moseienko, International
     Lawyers Project en Spotlight on Corruption, ‘Frozen
     Russian Assets and the Reconstruction of Ukraine:
     Legal Options’, The World Refugee & Migration
     Council, 2022, p. 25.
74
     Zie bijvoorbeeld de United Nations Compensation
     Commission (UNCC), die in 1991 was opgericht als
     hulporgaan van de VN-Veiligheidsraad op basis
     van Resolutie 687 (1991) en die bevoegd was om
     compensatie te betalen voor schade veroorzaakt
     door de onrechtmatige invasie en bezetting van
     Koeweit door Irak in 1990-1991. De financiële
     middelen van de UNCC werden gegenereerd op
     basis van een heffing op de export van Iraakse
     olie en olieproducten, onder toezicht van de VN-
     Veiligheidsraad. Zie www.uncc.ch.
75
     ILC, ‘Draft articles on Responsibility of States for
     Internationally Wrongful Acts, with commentaries
     (2001)’, Yearbook of the International Law
     Commission, 2001, vol. II, Part Two, p. 129-139,
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen                    22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Lijst van Afkortingen
CAHDI
Comité van Juridische Adviseurs inzake Internationaal Publiekrecht van de Raad van Europa
EHRM
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
EVRM
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
HR
Hoge Raad
IGH
Internationaal Gerechtshof
ILC
International Law Commission
VN
Verenigde Naties
VN-Verdrag
Verdrag van de Verenigde Naties inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun
eigendommen
WVV
Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht
Advies over de toetreding van Nederland tot het VN-verdrag inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen 23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>