<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Advies

Een onderwijsprogramma met
maatschappelijke voorhoedes

ONDERWIJS [dag

</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre> en onderwijsprogramma met
E
maatschappelijke voorhoedes
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Colofon
De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege, opgericht in 1919. De raad adviseert,
gevraagd en ongevraagd, over hoofdlijnen van het beleid en de wetgeving op het gebied van
het onderwijs. Hij adviseert de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Land-
bouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal kunnen
de raad ook om advies vragen. Gemeenten kunnen in speciale gevallen van lokaal onderwijs-
beleid een beroep doen op de Onderwijsraad.
De raad gebruikt in zijn advisering verschillende (bijvoorbeeld onderwijskundige, economi-
sche en juridische) disciplinaire aspecten en verbindt deze met ontwikkelingen in de praktijk
van het onderwijs. Ook de inter­nationale dimensie van educatie in Nederland heeft steeds de
aandacht.
De raad adviseert over een breed terrein van het onderwijs, dat wil zeggen van voorschool-
se educatie tot aan postuniversitair onderwijs en bedrijfsopleidingen. De producten van de
raad worden gepubliceerd in de vorm van adviezen, studies en verkenningen. Daarnaast ini-
tieert de raad seminars en websitediscussies over onderwerpen die van belang zijn voor het
onderwijsbeleid.
De raad bestaat uit twaalf leden die op persoonlijke titel zijn benoemd.
Advies Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes, uitgebracht aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Nr. 20100287/918, december 2010
Uitgave van de Onderwijsraad, Den Haag, 2010.
ISBN 978-946121-009-8
Bestellingen van publicaties:
Onderwijsraad
Nassaulaan 6
2514 JS Den Haag
email: secretariaat@onderwijsraad.nl
telefoon: (070) 310 00 00 of via de website:
www.onderwijsraad.nl
Ontwerp en opmaak:
www.balyon.com
Drukwerk:
DeltaHage grafische dienstverlening
© Onderwijsraad, Den Haag.
Alle rechten voorbehouden. All rights reserved.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>~ Me ND

[RS RE EET)

ONDERW ssfaad

Aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Nassaulaan 6

Mevrouw J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart 2514JS Den Haag
Postbus 16375

2500 BJ Den Haag Telefoon: 070 310 00 00

Fax: 070 356 14 74
secretariaat@onderwijsraad.nl
www.onderwijsraad.nl

Ons kenmerk Contactpersoon Plaats/datum
20100287/918 Den Haag, 15 december 2010
Uw kenmerk Doorkiesnummer Onderwerp

Advies Een onderwijsprogramma met
maatschappelijke voorhoedes

Mevrouw de Minister,

Met genoegen biedt de Onderwijsraad u zijn advies Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes
aan. Het onderwijs kan steun en waardering vanuit de maatschappij goed gebruiken. Wanneer leden van plaat-
selijke en regionale maatschappelijke voorhoedes zich voor onderwijs inzetten, kan dat bijdragen aan een groter
zelfvertrouwen van scholen.

Leden van plaatselijke en regionale maatschappelijke voorhoedes zijn op dit moment zeker bij onderwijs
betrokken, maar het aanbod is versnipperd en niet iedereen weet de weg naar het onderwijs gemakkelijk te vin-
den. Landelijke organisaties van voorhoedes geven aan dat een herkenbaar programma voor hun mogelijke
inbreng stimulerend kan werken, Wat de raad voor ogen staat is dat elke school of opleiding op termijn een
onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes opzet. De vorm en inhoud is aan de scholen en
opleidingen zelf. Door zo'n programma is het ook voor de maatschappelijke voorhoedes duidelijker waar zij bij
scholen en opleidingen kunnen aankloppen en op welke manier zij hun betrokkenheid kunnen vormgeven. Deze
betrokkenheid levert naast extra draagvlak voor scholen ook rolmodellen en een bredere oriëntatie op de samen-
leving op voor leerlingen en studenten.

Om dit te bereiken is het van belang om het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes landelijk en
plaatselijk op de kaart te zetten. De minister zou hierbij bemiddelend kunnen optreden door zowel scholen als
vertegenwoordigers van de maatschappelijke voorhoedes uit te nodigen hieraan mee te werken en door ze met
elkaar in contact te brengen. Daarnaast stelt de raad voor om een aantal plaatselijke initiatieven verder te stimu-
leren.

De raad hoopt met dit advies een bijdrage te leveren aan een versterking van de eigenwaarde van het onderwijs.

Met beleefde groet,

Aate Aid yn OL kK

Prof. dr. A.M.L. van Wieringen Drs. A. van der Rest
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Inhoud
       Samenvatting                                                                    7
1 Aanleiding: onderwijs moet er niet alleen voor staan                               10
1.1	Betrokkenheid organiseren in een onderwijsprogramma met maatschappelijke
      voorhoedes                                                                      10
1.2 Hoe zou een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes eruit kunnen zien? 12
1.3 Aanpak: debatten en veldconsultatie                                               13
2      Voorhoedes: divers georganiseerd maar bereidwillig                             15
2.1  Waarom maatschappelijke voorhoedes?                                              15
2.2  Organisaties waarin maatschappelijke voorhoedes participeren                     16
2.3  Voorhoedes nemen zelf diverse initiatieven                                       17
2.4  Maatschappelijke voorhoedes: onderwijs kan meer mogelijk maken                   19
2.5  Conclusie: voorhoedes kunnen en willen meer doen                                20
3      Onderwijs: Voorkeur voor eigen invulling                                       21
3.1  Regie bij de onderwijsprofessional                                               21
3.2  Voorhoedes vaak in gastlessen, maar geen structureel beleid                     22
3.3  Belemmeringen in de uitvoering                                                   23
3.4  Conclusie: niet verplichten, maar investeren in ‘beleefd voordeel’              24
4      De kunst om vraag en aanbod bij elkaar te brengen                             25
4.1  Gezamenlijk forum ontbreekt                                                      25
4.2  Diverse initiatieven die contacten proberen te bevorderen                        25
4.3  Conclusie: het gaat niet vanzelf                                                 27
5      Varianten van het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes          29
5.1  Mogelijke inhoudelijke typeringen                                               29
5.2  Voorbeelden van organisatiemechanismen                                           31
5.3  Vier typische varianten                                                          32
5.4  Behoefte is afhankelijk van de onderwijssoort in kwestie                         33
5.5  Conclusie: scholen en opleidingen moeten zelf kiezen                             35
6 Aanbevelingen: onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes positioneren 36
6.1 Het aanwezige kapitaal verzilveren                                               36
6.2	Aanbeveling 1: treed in contact met vertegenwoordigers van de maatschappelijke
      ­voorhoedes                                                                     37
6.3	Aanbeveling 2: breng maatschappelijke voorhoedes en onderwijsveld met elkaar in
     ­contact                                                                        38
6.4 Aanbeveling 3: gebruik bestaande plaatselijke initiatieven voor coördinatie      38
6.5 Aanbeveling 4: stimuleer lokale samenwerking                                     39
       Afkortingen                                                                   40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Geraadpleegde deskundigen                                            41
Bijlagen
Bijlage 1: De debatten over onderwijs en maatschappelijke voorhoedes 45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Leden van plaatselijke, regionale en landelijke maatschappelijke voorhoedes
kunnen meer dan nu hun betrokkenheid tonen bij het onderwijs. Het onderwijs
kan deze steun goed gebruiken.
Samenvatting
Leden van plaatselijke, regionale en landelijke voorhoedes kunnen zich meer dan nu vrijwillig en
persoonlijk inzetten in het onderwijs. In dit advies gaat het de Onderwijsraad daarbij met name
om een inhoudelijke inzet. Zij kunnen leerlingen binnen het curriculum of extracurriculair ver-
rijking bieden door hun persoonlijke kennis. De raad spreekt in deze context van het onderwijs-
programma met maatschappelijke voorhoedes van de school. Dit laat uiteraard onverlet dat
leden van de voorhoedes ook andere taken zouden kunnen vervullen, bijvoorbeeld in besturen
en raden van toezicht.
Voorhoedes kunnen rolmodel zijn
Voorhoedes komen in verschillende soorten voor. Het kan daarbij gaan om breed erkende voor-
hoedes in sectoren als kunst, industrie, dienstverlening, bestuur, sport, recht en zorg, maar het
kan ook gaan om voorhoedes in een beperkte kring die evenzeer voor het functioneren van de
maatschappij belangrijk zijn. Van belang is dat de persoon in kwestie als rolmodel kan dienen
voor leerlingen en studenten en dus enige aansluiting heeft met hun belevingswereld.
Deze inhoudelijke inzet van voorhoedes voor het onderwijs is een onderdeel van een breder
concept van de raad: het zogenoemde uitgebreid onderwijs. De raad ziet onderwijs niet beperkt
tot het reguliere programma binnen de bekostigde uren: er is meer te leren en bovendien heb-
ben bepaalde leerlingen en studenten meer tijd nodig om de wettelijke standaarden te halen.
Uitgebreid onderwijs heeft betrekking op extra aanbod of extra gebruik op scholen in primair
en voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs, met als doel om leerprestaties te ver-
beteren, een verrijkend programma te bieden of een oriëntatie te geven op arbeid en samenle-
ving. Daar waar de raad voor het uitgebreid onderwijs een beroep zou willen doen op de inzet
van externen voor de verrijking van het onderwijsprogramma of als oriëntatie, komt ook het
onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes in beeld.
Scholen kunnen steun gebruiken
De raad ziet twee aanleidingen om maatschappelijke voorhoedes meer bij het onderwijs te
betrekken: De eerste is dat het onderwijs steun vanuit de maatschappij goed kan gebruiken.
Wanneer leden van maatschappelijke voorhoedes zich voor onderwijs inzetten, kan dat scholen
een steviger gevoel van eigenwaarde geven. Een andere aanleiding is dat betrokkenheid van
maatschappelijke voorhoedes nu minder vanzelfsprekend is dan vroeger. Zo is de inzet in de
bestuurlijke lijn verminderd. Veel kleine besturen zijn opgegaan in grotere besturen waardoor
minder mensen een bestuurlijke verantwoordelijkheid dragen en het maatschappelijk draagvlak
van scholen langs die weg minder goed tot stand komt. De voorhoedes spelen hierin dus een
kleinere rol dan voorheen. Het onderwijs en de maatschappij zijn door dit soort veranderingen
in zekere zin uit elkaar gegroeid. De raad adviseert een hernieuwd gevoel van eigenaarschap van
Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                       7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre> het onderwijs te bevorderen. Deze betrokkenheid zou echter wel op een moderne manier kun-
 nen worden vormgegeven.
 Het door de raad voorgestelde onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes zal
 niet de oplossing zijn voor de ontbrekende samenhang tussen maatschappij en onderwijs,
 maar het kan wel een stap in de goede richting zijn. Daarnaast bevredigt het ook de behoefte
 die in het onderwijs bestaat aan aansprekende rolmodellen.
 Maatschappelijke voorhoedes blijken welwillend, maar weten de weg naar het onderwijs niet
 altijd te vinden. Er is wel een versnipperd aanbod van allerlei initiatieven van organisaties van
 maatschappelijke voorhoedes, zoals de serviceclubs en de Nederlandse Maatschappij voor Nij-
 verheid en Handel. Landelijke organisaties van voorhoedes geven wel aan dat het lastig is dat
‘onderwijs’ geen herkenbaar eenduidig aanspreekpunt heeft.
 Geen gedwongen formats
 Scholen en opleidingen zien zeker de meerwaarde van de inzet van maatschappelijke voor-
 hoedes in het onderwijs. Ze geven vaak ook aan dat ze gebruikmaken van bijvoorbeeld gast-
 sprekers. Dit lijkt alleen niet structureel te gebeuren, maar met name op initiatief van indivi-
 duele docenten. Scholen geven wel aan dat de regie bij scholen moet liggen en dat er geen
 gedwongen formats aan ten grondslag moeten liggen. Scholen willen de inzet van externen
 aan hun behoefte kunnen aanpassen.
 Wel een programmatische opzet
 Wat de raad voor ogen staat is dat elke school of opleiding keuzes maakt hoe zij de inzet van
 maatschappelijke voorhoedes wil vormgeven. Daardoor is het ook voor de maatschappelijke
 voorhoedes duidelijk waarvoor zij bij scholen en opleidingen kunnen aankloppen en op welke
 manier zij hun betrokkenheid kunnen vormgeven. De raad geeft daarbij de voorkeur aan een
 programmatische opzet: een programma met inzet van maatschappelijke voorhoedes voor
 leerlingen en studenten en evenzeer voor leraren en docenten. Scholen en opleidingen kun-
 nen bijvoorbeeld elk jaar voor een ander thema kiezen en daarbinnen gebruikmaken van voor-
 hoedes. Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn het organiseren van een vrijwillig extracur-
 riculair aanbod op zaterdagen of doordeweekse middagen.
 Aanbevelingen: onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes
 De raad adviseert een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes in het onder-
 wijs in te zetten om leerlingen en studenten een bredere oriëntatie op de maatschappij mee te
 geven. Ook voor leraren en docenten kan een speciaal op hen gericht programma inspirerend
 werken. Daarenboven zullen scholen en opleidingen zich door de betrokkenheid van maat-
 schappelijke voorhoedes meer gesteund weten door hun omgeving. Maatschappelijke voor-
 hoedes kunnen door mee te doen aan dit programma hun bevlogenheid doorgeven aan een
 volgende generatie, hun sector bij leerlingen op de kaart zetten en een bijdrage leveren aan de
 betere scholing van leerlingen en studenten.
 Om dit te bereiken is het wel van belang om het onderwijsprogramma met maatschappelijke
 voorhoedes op de kaart te zetten. De raad formuleert hiervoor een aantal aanbevelingen. Ten
 eerste stelt hij de minister voor om in contact te treden met vertegenwoordigers van de maat-
 schappelijke voorhoedes en hen zo voor het onderwijsprogramma met maatschappelijke voor-
 hoedes te interesseren en de wederzijdse belangen te onderkennen. Vervolgens is het zaak
 om vertegenwoordigers van maatschappelijke voorhoedes en het onderwijsveld met elkaar
 8                                                                       Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>in contact te brengen. Om dit goed te laten verlopen, stelt de raad voor om gebruik te maken
van al bestaande plaatselijke en landelijke initiatieven en organisaties. Deze hebben inmiddels
al ervaring opgebouwd en kunnen bovendien dienen als zogenoemde ‘neutrale tafel’ zonder
eigen belang. Als laatste stelt de raad voor om als proef een aantal lokale samenwerkingsver-
banden te stimuleren om hierdoor meer kennis op te doen, die het hele onderwijsveld ten
goede kan komen.
Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                       9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>    Wat doet ú eigenlijk voor het onderwijs? Deze vraag zou volgens de Onderwijs-
    raad in de toekomst door iedereen positief en enthousiast beantwoord moe-
    ten worden. Wanneer de plaatselijke voorhoedes van kunst, industrie, dienst-
    verlening, bestuur, sport, recht en zorg een inhoudelijke bijdrage leveren aan
    het onderwijs, zullen zij er zich meer dan nu verantwoordelijk voor voelen.
    Onze scholen en hogescholen kunnen deze steun goed gebruiken.
1   Aanleiding: onderwijs moet
    er niet alleen voor staan
1.1 Betrokkenheid organiseren in een onderwijsprogramma met maatschap-
    pelijke voorhoedes
    We verwachten veel van ons onderwijs. Van onmisbare basale zaken als taal en rekenen tot
    aan vakmanschap en geleerdheid. Bovendien komt er bijna wekelijks wel een nieuwe ver-
    wachting bij, variërend van overgewichtbestrijding tot respectbevordering. Het is dan ook
    niet raar dat onderwijs flink in de publieke belangstelling staat. Iedereen praat erover en ieder-
    een heeft een mening. In zijn advies Stand van educatief Nederland 2009 gaf de raad aan dat
    het een goede zaak is dat er over onderwijs wordt gesproken. Het is belangrijk dat burgers de
    discussie voeren over hoe de samenleving met de vorming van (jonge) mensen wil omgaan
    en wat er geleerd moet worden. De raad zou echter nog een stap verder willen gaan en deze
    belangstelling voor het onderwijs omzetten in actieve betrokkenheid van maatschappelijke
    voorhoedes bij het onderwijs.
    Bij al haar opdrachten kan het onderwijs enige waardering en hulp vanuit de samenleving
    goed gebruiken. De raad wil hiervoor steun mobiliseren vanuit de lokale en regionale top van
    het bedrijfsleven, de politiek, het bestuur, de zorg, de sport en de cultuur. Deze mensen zou-
    den structureel en vooral persoonlijk betrokken moeten zijn bij het onderwijs. Dit kan scholen
    sterken in hun zelfvertrouwen. Ook kunnen deze mensen een voorbeeldfunctie vervullen voor
    leerlingen en studenten: iets om na te streven en voor te werken en voor leraren en docenten
    een inspiratiebron zijn.
    De raad is ervan overtuigd dat de bereidheid om zich in te zetten in het onderwijs aanwe-
    zig is bij de plaatselijke toplaag. Deze bereidheid bereikt alleen niet automatisch de scholen
    en opleidingen. Daarvoor moet het onderwijs zelf ook de deuren openzetten. De organisatie
    daarvan moet voor scholen en opleidingen uitvoerbaar zijn en tegelijk goed zichtbaar zijn voor
    degenen die zelf iets willen betekenen voor een bepaalde school of onderwijsinstelling, zodat
    zij de weg naar het onderwijs weten te vinden.
    In Stand van educatief Nederland 2009 stelde de raad daarom voor dat onderwijsinstellingen
    hoog aangeschreven deskundigen en vaklieden en opinieleiders van lokale en regionale maat-
    10                                                                      Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>schappelijke voorhoedes de mogelijkheid geven iets inhoudelijks voor de school, het roc (regi-
onaal opleidingencentrum), de hogeschool of de universiteit te betekenen. Hiermee kan op de
verschillende instellingen een zogenoemd onderwijsprogramma met maatschappelijke voor-
hoedes tot stand komen.
Dit programma maakt deel uit van wat de raad in het genoemde advies gedefinieerd heeft
als uitgebreid onderwijs. Het concept uitgebreid onderwijs heeft de raad verder uitgewerkt
in het gelijktijdig met dit advies verschenen Uitgebreid onderwijs. Dat geeft aan dat voor de
raad onderwijs niet beperkt is tot het reguliere programma binnen de bekostigde uren: er is
meer te leren en bovendien hebben bepaalde leerlingen en studenten meer tijd nodig om de
wettelijke standaarden te halen. Uitgebreid onderwijs heeft betrekking op een extra aanbod
van scholen en instellingen in primair en voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonder-
wijs, met als doel om leerprestaties te verbeteren, een verrijkend programma te bieden of te
oriënteren op arbeid en samenleving. Daar waar de raad voor het uitgebreid onderwijs een
beroep zou willen doen op de inzet van externen, komt ook het maatschappelijke voorhoede-
programma in beeld.
De betrokkenheid van maatschappelijke voorhoedes bij het onderwijs is van alle tijden
Nog niet zo lang geleden waren veel mensen enige tijd betrokken bij een schoolbestuur en
speelden ze op die manier een rol in het onderwijs. Nu zijn veel kleine besturen opgegaan
in grotere besturen waardoor er minder mensen een bestuurlijke verantwoordelijkheid dra-
gen en het maatschappelijk draagvlak van scholen langs die weg minder goed tot stand komt.
De voorhoedes spelen hierin dus een kleinere rol dan voorheen. Ook de adviescommissies in
het middelbaar en hoger beroepsonderwijs bestaan voor een groot deel uit leden die eerder
beroepshalve dan uit persoonlijke betrokkenheid deelnemen.
Mensen buiten het onderwijs hebben anders dan via hun kinderen weinig weet van hoe het
er exact op een onderwijsinstelling aan toe gaat, en docenten zijn niet altijd even goed op
de hoogte van ontwikkelingen buiten het onderwijs.1 Dat geldt zelfs in het beroepsonderwijs,
hoewel dat door zijn curriculum uiteraard vervlochten is met het arbeidsleven.
De raad meent dat er behoefte is aan een hernieuwd gevoel van eigenaarschap van het onder-
wijs. Er worden nu door verschillende partijen veel eisen aan onderwijs gesteld, maar niemand
voelt zich eigenaar. Scholen en opleidingen kunnen meer ervaren dat zij onderdeel zijn van een
groter geheel. Het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes kan een manier
zijn om dat eigenaarschap op moderne wijze vorm te geven. Niet via de traditionele vaste ver-
houdingen, maar door versterking van relaties met personen en organisaties die het onderwijs
belangrijk vinden en daardoor iets te bieden hebben. Het eigenaarschap komt daarin tot stand
door transacties tussen leden van de voorhoede en scholen. De voorhoedes krijgen op hun
beurt veel terug voor hun participatie in het onderwijsprogramma met maatschappelijke voor-
hoedes. Zij dragen hierdoor namelijk bij aan beter onderwijs voor toekomstige generaties en
daarmee aan het behoud van onze kenniseconomie, en ook aan een breder gedragen gevoel
van eigenaarschap van het onderwijs. Daarnaast kunnen zij door hun inzet leerlingen en stu-
denten inspireren en leraren of docenten een steun bieden. Veelal zullen zij door de ontmoe-
tingen met leerlingen ook zelf (opnieuw) geïnspireerd raken.
1	In het onderzoek naar de maatschappelijke positie van onderwijzers dat de Onderwijsraad in 2007 liet uitvoeren onder docenten in
     het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs, bleken deze bijvoorbeeld weinig actief te zijn in verenigin-
     gen en politiek.
Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                                                                11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>        Kom uit je koker
       ‘’Niet alleen de Onderwijsraad heeft een visie op een zogenoemd maatschappelijk voorhoede-
        programma, maar ook de school of scholen zelf hebben een concrete visie. Er is niet één visie die
        onder de noemer kan worden gebracht; dit is afhankelijk van de situatie of context waarbinnen de
        school functioneert.
        School is vaak vindplaats van maatschappelijke vraagstukken en daartoe vaak ook als oplossings-
        plaats gebombardeerd: burgerschapsvorming, overgewicht, alcoholmisbruik, sociale integratie zijn
        onderwerpen die de laatste jaren in het curriculum voorkomen. Een school kan deze thematieken
        niet alleen oplossen. Niet-vrijblijvend samenwerken en afspraken maken over resultaten is daarbij
        essentieel. Dat betekent dat de school zelf niet alleen maatschappelijke onderneming is maar dat de
        school een onderdeel is van een maatschappelijk veld dat m.i. een wijkverankering dient te krijgen.
        Met name voor de scholen binnen primair onderwijs. Scholen, opvang, bedrijfsleven, wetenschap
        zullen op wijk- dan wel ‘klein regioniveau’ de handen ineen moeten slaan en aan de slag moeten. Het
        belang van het kind en zijn of haar maatschappelijke context zijn daartoe bepalend.
        Dus: kom uit je koker, werk aan een gedeelde visie en creëer succes. Ouders en kinderen willen ten-
        slotte bij een ‘club’ horen die succesvol is en inspireert naar betrokkenheid en herkenbaarheid!’’
        QliQ Primair Onderwijs te Helmond
    Wanneer scholen en opleidingen deze personen hiertoe actief uitnodigen, versterkt dat de
    betrokkenheid van maatschappelijke voorhoedes bij het onderwijs en kunnen zij op hun
    beurt het zelfvertrouwen van scholen vergroten en een inspiratiebron zijn voor leerlingen. Erik
    Kamps, voorzitter van de Brabants-Zeeuwse werkgeversvereniging: “De jeugd kijkt naar het
    vlammetje. Naar de leraar die een vurig betoog houdt, of naar de werkgever die de passie voor
    zijn bedrijf weet over te brengen. Dáár leer je graag voor.”2
    Inzet organiseren
    Het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes dat de raad voorstaat, hoeft niet
    noodzakelijkerwijs door de instelling zelf te worden gemaakt, maar kan ook ontstaan op initi-
    atief van ouders, bedrijven of instellingen. Het zou jaarlijks een andere (bijvoorbeeld themati-
    sche) invulling kunnen krijgen. Via zo’n ‘interface’ – die na verloop van tijd ook meer algemeen
    bekend wordt – is het voor lokale elites gemakkelijker om te zeggen: “Ik wil wel iets doen in
    jullie onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes, zet mij er maar voor vier och-
    tenden in.”
1.2 Hoe zou een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes eruit
    kunnen zien?
    Het idee van een grotere betrokkenheid van de maatschappelijke voorhoede spreekt – zo is
    duidelijk – velen aan. Maar de praktische vormgeving behoeft zorgvuldige aandacht. De orga-
    nisatie ligt (deels) bij de instelling. Het opzetten van een dergelijk programma zou daarom
    gezien kunnen worden als weer een extra taak die op scholen afkomt. Maar een onderwijs-
    programma met maatschappelijke voorhoedes kan scholen en opleidingen ook juist helpen bij
    alle taken die de samenleving van hen vraagt. Er wordt immers veel van het onderwijs verwacht,
    en zo’n programma kan een manier zijn om de samenleving in te schakelen bij het voldoen aan
    die verwachting. Ook voorziet een dergelijke op te zetten ontvangststructuur of ‘interface’ in
    2	Debat Tilburg.
    12                                                                               Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>    een behoefte. Deze maakt het gemakkelijker voor individuele leden van de maatschappelijke
    voorhoede om een bijdrage te leveren: er ligt dan immers een vorm klaar die daarbij helpt en
    men weet die te vinden.
    Het opzetten van een structuur in de vorm van een onderwijsprogramma met maatschappe-
    lijke voorhoedes vraagt een kosten-batenafweging van de onderwijsinstelling. Er is een zekere
    inspanning van de betrokken onderwijsinstellingen nodig en daar moeten herkenbare en com-
    municeerbare baten tegenover staan. In dit advies zoekt de raad naar mogelijkheden om het
    onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes op scholen en opleidingen vorm te
    geven. De vragen die in dit advies aan de orde komen zijn:
    Welke functies heeft een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes en hoe zou een
    onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes in de verschillende onderwijssectoren
    eruit kunnen zien? Hoe kan de organisatie op een eenvoudige wijze plaats vinden? Welke instanties
    hebben een functie bij de realisatie?
    Afbakening: inhoudelijke extra inzet voor het onderwijs
    Er zijn uiteraard ook andere manieren waarop maatschappelijke voorhoedes zich voor het
    onderwijs in kunnen zetten. In Stand van educatief Nederland 2009 is bijvoorbeeld genoemd
    dat de voorhoedes zich in de publieke opinie nadrukkelijk constructiever over het onderwijs
    zouden kunnen uitlaten. Daarnaast spelen maatschappelijke voorhoedes zoals gezegd een
    rol in raden van toezicht en vormen van horizontale verantwoording. Deze manieren van
    inzet zullen in dit advies verder niet aan de orde komen. Dit advies heeft een specifieke invals-
    hoek, namelijk hoe persoonlijke inzet van voorhoedes een inhoudelijke bijdrage kan leve-
    ren aan onderwijs en kan leiden tot een steviger binding van onderwijs met de plaatselijke
    samenleving.
    Dit advies gaat ook over activiteiten die voor zover ze gericht zijn op leerlingen en studen-
    ten aanvullend zijn aan het reguliere bekostigde curriculum. Uiteraard is er geen school
    meer denkbaar die geen interactie heeft met haar maatschappelijke omgeving. Zo vormen
    beroepsoriëntaties, stages en afstudeerprojecten in het middelbaar beroepsonderwijs en het
    hoger onderwijs een natuurlijke schakel tussen bedrijven en instellingen enerzijds en opleidin-
    gen anderzijds. Ook in het voortgezet onderwijs is er door middel van bijvoorbeeld de maat-
    schappelijke stage interactie met de omgeving. Ook deze activiteiten zijn geen onderwerp van
    dit advies.
1.3 Aanpak: debatten en veldconsultatie
    Dit advies is een verdere uitwerking van een van de aanbevelingen uit Stand van educatief
    Nederland 2009. Bij deze uitwerking heeft de raad op verschillende manieren het onderwijs en
    leden van maatschappelijke voorhoedes betrokken. Allereerst zijn er twee regionale debatten
    georganiseerd over dit thema in Tilburg en in Utrecht waarbij plaatselijke voorhoedes samen
    met vertegenwoordigers van onderwijsinstellingen over het voorstel van de raad konden
    brainstormen. Daarnaast is er een oproep gedaan aan het onderwijsveld, maar ook aan organi-
    saties waarin leden van de maatschappelijke voorhoede betrokken zijn (serviceclubs, bedrijfs-
    takorganisaties, sportbonden, enzovoort) om op het idee van het onderwijsprogramma met
    maatschappelijke voorhoedes te reageren.
    Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                         13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Leeswijzer
De komende hoofdstukken behandelen achtereenvolgens huidige initiatieven en ideeën van
maatschappelijke voorhoedes (hoofdstuk twee) en activiteiten van het onderwijs in deze rich-
ting (hoofdstuk drie). Daarnaast is in hoofdstuk drie ook aandacht voor een aantal praktische
problemen. Hoofdstuk vier staat stil bij mogelijkheden om vraag (scholen) en aanbod (maat-
schappelijke voorhoedes) aan elkaar te koppelen en in hoofdstuk vijf komen mogelijke invullin-
gen van het programma aan de orde. In hoofdstuk zes ten slotte volgen een viertal aanbevelin-
gen om het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes op de kaart te zetten.
14                                                                   Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>    Willen maatschappelijke voorhoedes eigenlijk bijdragen aan het onderwijs?
    Desgevraagd is het antwoord vaak ja. Toch maakt het onderwijs geen optimaal
    gebruik van dit aanbod. Daarom is het nuttig ook te kijken hoe maatschappe-
    lijke voorhoedes aan te spreken zijn. Een mogelijkheid hiervoor zijn verschil-
    lende organisaties waar zij lid van zijn.
2   Voorhoedes: divers georganiseerd
    maar bereidwillig
2.1 Waarom maatschappelijke voorhoedes?
    Uitgangspunt van dit advies is dat (lokale) maatschappelijke voorhoedes door hun persoon-
    lijke inzet een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan onderwijs. Daarbij gaat het enerzijds
    om de institutionele inbreng, maar belangrijker is de persoonlijke inhoudelijke inbreng (ster-
    ren, experts, domeinvertegenwoordigers) op alle terreinen met een verheffende intentie. De
    raad adviseert dat leden van voorhoedes vaak door hun ervaring en kennis een toegevoegde
    waarde kunnen leveren voor leerlingen en studenten en in voorkomende gevallen voor leraren
    en docenten. Daarnaast hebben zij door de maatschappelijke positie die zij hebben verworven
    ook een zekere verantwoordelijkheid voor de maatschappij en daarmee voor het onderwijs.
    Term voorhoede breed opvatten
    De term ‘toplaag’ of ‘voorhoede’ vat de raad hierbij breed op. Het gaat om breed en algemeen
    erkende (plaatselijke) voorhoedes in de verschillende plaatselijke gemeenschappen. Het gaat
    echter ook om voorhoedes die veel meer in beperkte kring erkenning vinden, maar niettemin
    voor het functioneren van de plaatselijke samenleving van belang zijn. Voorbeelden daarvan
    zijn de voorzitter van de Turkse winkeliersvereniging, een loodgieter die zijn eigen installatie-
    technisch bedrijf heeft opgebouwd of een lokale kunstenaar. Het is dus geen afgebakende
    groep en het gaat niet per se om de sociaaleconomische voorhoede. Welke personen in de
    omgeving van een onderwijsinstelling of school tot de plaatselijke voorhoede behoren zou
    onderdeel uit kunnen maken van het collectief beraad over dit onderwerp op de school.
    Binnen deze groep ziet de raad wel een bijzondere rol weggelegd voor degenen die een in
    het oog springende positie in een gemeenschap bekleden. Deze mensen zouden zich in ieder
    geval als persoon meer voor het onderwijs kunnen inzetten.
    Wat kunnen maatschappelijke voorhoedes doen?
    Maatschappelijke voorhoedes kunnen zich op veel verschillende manieren voor het onderwijs
    inzetten. Een belangrijke rol die zij vaak vervullen bij met name roc’s en hogescholen is de
    deelname aan raden van toezicht. Daarnaast kunnen zij zich ook inzetten als belanghebbende
    van onderwijsinstellingen. Een andere rol die zij kunnen vervullen is meer inhoudelijk van aard.
    Deze rol is op dit moment vaak nog wat onderbelicht. Door hun ervaring die zij hebben opge-
    Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                        15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>    daan in zowel het beroepsleven als andere activiteiten, kunnen zij inhoudelijk iets toevoegen
    aan het onderwijs. Daarom besteedt dit advies met name hieraan aandacht.
    Doel van de inzet: inhoudelijke bijdrage en voorbeeldfunctie
    Waarom zouden maatschappelijke voorhoedes zich voor het onderwijs inzetten? Wat krijgen
    zij ervoor terug? In de maatschappij leeft een grote zorg voor het onderwijs. Een inhoude-
    lijke inzet voor het onderwijs kan een goede manier zijn om die zorg vorm te geven. Daar-
    naast kan een inzet in het onderwijs ertoe leiden dat leerlingen een beter beeld krijgen van
    de mogelijkheden die zij na hun schooltijd hebben. Een gastles zou ervoor kunnen zorgen
    dat een bepaalde bedrijfstak beter in beeld komt. Daarmee kunnen keuzes van leerlingen en
    studenten worden beïnvloed. Een ander effect kan zijn dat leerlingen geënthousiasmeerd
    raken om zelf een hoger doel na te streven. Een op leraren en docenten gericht programma
    met maatschappelijke voorhoedes kan hen aanmoedigen en versterken in hun overtuiging
    dat onderwijs de moeite waard is. Deze effecten bij elkaar kunnen ervoor zorgen dat het
    onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes een bijdrage levert aan het stimu-
    leren van de economie.
2.2 Organisaties waarin maatschappelijke voorhoedes participeren
    Een manier om deze verschillende voorhoedes te bereiken zou kunnen zijn via de diverse
    organisaties waarin zij zijn georganiseerd. Velen van hen zijn professionals en daarom via hun
    beroepsgroep georganiseerd. Voorbeelden daarvan zijn de KNMG (Koninklijke Nederlandsche
    Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst) voor artsen, het KIVI (Koninklijk Instituut voor
    Ingenieurs), sportkoepels, kamers van koophandel en de diverse bedrijfsschappen.
        Product- en bedrijfsschappen
        Product- en bedrijfsschappen zijn publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van ondernemers
        en werknemers, die activiteiten ontplooien ten behoeve van een gehele sector. Het hele stelsel van
        product- en bedrijfschappen wordt ook wel genoemd: de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie.
        Vrijwel elke branche in Nederland is op een of andere manier georganiseerd, meestal met het doel
        bepaalde zaken voor de branche als geheel beter te regelen. Een bijzondere vorm om die zaken te
        regelen, is het schap. Schappen zijn er in uiteenlopende branches zoals de tuinbouw, de akkerbouw,
        de detailhandel, het stukadoorsbedrijf en de horeca. Een sector bepaalt zelf of zij een schap wil laten
        instellen. Daarom hebben sommige sectoren van het bedrijfsleven wel een schap en andere niet.
        Kenmerkend voor een schap is het bindende karakter voor de branchegenoten: alle betrokken be-
        drijven vallen eronder en moeten zich aan de regels van het schap houden.
    Daarnaast zijn veel leden van de maatschappelijke voorhoedes ook in maatschappelijke zin
    actief. Organisaties die deze maatschappelijke activiteiten kanaliseren zijn bijvoorbeeld de
    serviceclubs (Rotary, Lions, en dergelijke), verenigd in de SIN (Serviceclubs in Nederland). Een
    andere organisatie waarin veel maatschappelijke voorhoedes deelnemen is de Maatschappij
    voor Nijverheid en Handel. Hierin zijn mensen uit bedrijfsleven, onderwijs, wetenschap en ove-
    rige sectoren verenigd. De Maatschappij heeft in haar doelstellingen onder meer de bevorde-
    ring van onderwijs staan.
    16                                                                             Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>       Serviceclubs georganiseerd in SIN
       Serviceclubs zijn netwerken van mensen (m/v) uit verschillende beroepsgroepen en van verschil-
       lende maatschappelijke oriëntatie, met een sterke onderlinge band. Vriendschap, onderling vertrou-
       wen en onderlinge samenwerking vormen het draagvlak. Serviceclubleden zetten hun kennis, erva-
       ring, netwerk en een belangrijk deel van hun vrije tijd in om te discussiëren over wat er in hun beroep
       en de samenleving gaande is, hun eigen mening en inzichten aan te scherpen, bij te dragen, vanuit
       hun eigen idealen, aan positieve ontwikkelingen in hun beroep en de samenleving, en op te ko-
       men voor groeperingen in probleemsituaties en hen te helpen. Bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk
       te doen, kennis en ervaring te bundelen en zonodig fondsen te werven.
       De serviceclubs hebben zich verenigd in SIN, opgericht in 1974. SIN is een overlegorgaan en platform
       voor serviceorganisaties in Nederland. De doelen van SIN zijn: contacten en informatie-uitwisseling
      stimuleren tussen de serviceclubs, informatie verstrekken door middel van notities over voor service-
       clubs belangrijke onderwerpen en samenwerkingsovereenkomsten sluiten met ngo’s (niet-gouver-
       nementele organisaties).
       Bij SIN zijn de volgende organisaties aangesloten: Fifty-One, Inner Wheel, JCI Nederland, Kiwanis,
       Ladies’ Circle, Leo’s, Lions, Nederlandsche Tafelronde, Rotaract, Rotary, Soroptimist International,
      Zonta.
       De Maatschappij voor Nijverheid en Handel
       De Maatschappij voor Nijverheid en Handel is een grote vereniging met circa 4.500 leden en een
       klein professioneel bureau in Den Haag. Veel van de activiteiten van de Maatschappij vinden plaats
       in de departementen, die het kloppend hart zijn van de vereniging. In totaal zijn er 36 departemen-
       ten met elk een eigen bestuur en secretariaat.
       De departementen van de Maatschappij voor Nijverheid en Handel organiseren in totaal circa 250
       bijeenkomsten per jaar en zijn vrij toegankelijk voor leden en introducés. De Maatschappij heeft in
       al die jaren van haar bestaan een reputatie opgebouwd en dat is dan ook de reden dat zij op net-
       werkbijeenkomsten de top van ‘ondernemend Nederland’ met grote regelmaat mag ontvangen als
      spreker.
2.3 Voorhoedes nemen zelf diverse initiatieven
    Maatschappelijke voorhoedes voelen zelf vaak de verantwoordelijkheid om iets aan de maat-
    schappij terug te geven. Veel activiteiten in basis- en middelbare scholen komen voort uit
    initiatieven die genomen worden door organisaties van maatschappelijke voorhoedes zelf.
    Veel daarvan worden georganiseerd door beroepsgroepen. Zij zetten projecten op om hun
    beroepsgroep op de kaart te zetten en tegelijkertijd scholieren een kijkje te gunnen in een voor
    hen onbekende wereld.
    Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                                    17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>    Voorbeelden van initiatieven van voorhoedes voor scholen
    Een bus van de Jonge Academie bezocht in het project DJA on Wheels in het najaar van 2008 vijf scho-
    len voor middelbaar onderwijs. Rondom het thema eten daagden zij leerlingen in de eerste twee
    klassen van vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs), havo en vwo uit om na te denken,
    vragen te stellen, te twijfelen, nee te zeggen, te onderzoeken, samen te werken, te experimenteren
    en uit te leggen. Teams van leerlingen namen het tegen elkaar op in workshops, een estafette, expe-
    rimenten en kregen een spetterende kijk in de wereld van de wetenschap.
    http://www.knaw.nl/cfdata/dja/activiteiten_detail.cfm?activiteit__id=52
    Het project Dokter in de klas is als geschenk aan de samenleving ontwikkeld in 1999 ter gelegenheid
    van het 150-jarig bestaan van de KNMG. Kern van het project is de gastlessen die artsen op basis-
    scholen geven. Scholen en artsen kunnen gratis gebruikmaken van dit aanbod.
    http://knmg.artsennet.nl/actueel/Nieuwsbericht-1/Dokter-in-de-klas-1.htm
    Met ‘Ingenieur@School’ helpen ingenieurs, bèta’s en andere technici, middelbare scholieren op
    een aansprekende manier zich een duidelijk en eerlijk beeld over een loopbaan in de techniek te
    vormen. Binnen Ingenieur@School verzorgen ingenieurs samen met een school een activiteit voor
    havo/vwo-leerlingen. Dit kan een gastles zijn, een bedrijfsbezoek, maar ook de begeleiding bij een
    profielwerkstuk.
    http://www.techwijs.nl/publicaties/675
    De RUG Discovery is en blijft een rondreizend laboratorium en collegezaal en is één en al fascinatie
    voor de bezoekende scholier. De scholier kan zelf experimenteren en, in overleg met de betrokken
    docent, wordt een gastles gegeven. ‘On tour’ laat de RUG Discovery je kennismaken met de Faculteit
    der Wiskunde en Natuurwetenschappen, word je geïnformeerd over de actuele stand van zaken in
    de wetenschap of verkrijg je informatie over studeren in Groningen.
    http://www.rug.nl/fwn/nieuws/pr/rugdiscovery/index
    Het Wetenschapsknooppunt Radboud Universiteit Nijmegen brengt excellente onderzoekers,
    jonge onderzoekers (aio’s), pabo-studenten en leraren en leerlingen van basisscholen samen. Het
    knooppunt wil kinderen van zes tot twaalf jaar aanzetten tot experimenterend en onderzoekend
    leren om zo al jong hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Dat gebeurt door het vertalen
    van wetenschappelijke doorbraken gedaan aan de Radboud Universiteit naar lesprogramma’s en
  -materiaal voor de basisschool, uitgevoerd door aio’s en postdocs van de Radboud Universiteit en
    pabostudenten.
    www.orionprogramma.nl
Ook zijn er individuele initiatieven. Afgelopen voorjaar meldde bijvoorbeeld Tweede Kamer-
voorzitter Gerdi Verbeet dat zij Kamerleden wil stimuleren om leerlingen en studenten op regi-
onale opleidingencentra vertrouwd te maken met de politiek in een driedelige lessenserie Pol-
deren voor beginners.3Zij zelf heeft daartoe de opmaat gegeven door als eerste de lessenserie te
verzorgen. En zelfs minister-president Rutte vindt tijd in zijn drukke agenda om iedere donder-
dagochtend lessen maatschappijleer te geven op een vmbo-school.
Er zijn dus veel goede initiatieven. Wel is de inzet ervan vaak afhankelijk van de persoonlij-
ke voorkeur van de docent. Daarnaast is er helaas ook een groot aantal organisaties die door
3	Nederlands Dagblad, 25 januari 2010.
18                                                                            Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>    adviesbureaus lessenpakketten laten ontwerpen om hun doel onder de aandacht te brengen.4
    Deze zijn lang niet altijd van goede kwaliteit. Docenten die hiermee in aanraking komen kun-
    nen mogelijk worden afgeschrikt om nog met externen in zee te gaan.
       Het kaf van het koren scheiden
       Er bestaan veel ‘ogenschijnlijke maatschappelijke projecten’ die na bestudering niet meer blijken
      dan een wassen neus waaronder een keihard commercieel belang ligt (een korte analyse van met
      name de ‘markt’ rondom en onder het Ministerie van Onderwijs doet het ergste vermoeden in ter-
      men van belangenverstrengeling en besteding van middelen). Het is van groot belang om, willen we
       tot een juist beleving van een ‘maatschappelijk voorhoede programma’ komen, menig kaf van het
       juiste koren te scheiden.
      Jos Eussen, OPEDUCA
2.4 Maatschappelijke voorhoedes: onderwijs kan meer mogelijk maken
    Vertegenwoordigers van de maatschappelijke voorhoedes zijn zoals gezegd best bereid te
    investeren in het onderwijs, maar zij verwachten ook initiatief van het onderwijs. Erik Kamps
    van de Brabants-Zeeuwse werkgeversvereniging: “Wij willen als ondernemers onze rol wel
    spelen, maar scholen en opleidingen moeten het initiëren. Als het onderwijs maar met voor-
    stellen komt.” Jan Melis van Melis Gieterijen voegt eraan toe dat het voor werkgevers in het
    midden- en kleinbedrijf moeilijker is om actief te zijn dan voor hun collega´s in grote onderne-
    mingen. “Al bieden we natuurlijk wel stageplaatsen en afstudeerplekken aan. Dat hoort bij het
    ondernemerschap.”
    Ook andere organisaties geven aan niet altijd gemakkelijk in contact te komen met het onder-
    wijsveld. In Stand van educatief Nederland 2009 gaf bijvoorbeeld Kamerlid John Leerdam aan
    dat hij het vreemd vond dat hij nauwelijks door zijn Nederlandse alma mater werd benaderd,
    terwijl er wel geregeld verzoeken kwamen uit Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. Ook de
    diversiteit van het scholenveld speelt het onderwijs wat dat betreft parten. Wat is het aan-
    spreekpunt als je iets wilt doen voor het onderwijs, vroeg bijvoorbeeld de Maatschappij voor
    Nijverheid en Handel.
    Trude Maas-de Brouwer, oud-senator en nu verbonden aan de Utrecht Development Board,
    zag tijdens de debatten juist een grotere rol voor de voorhoedes zelf: “Mensen zeggen snel dat
    het de taak van de overheid is.” Dat komt misschien ook doordat plannen implementatiekracht
    missen, zo erkent Maas-de Brouwer. De voorhoede moet niet alleen plannen maken, maar ook
    zorgen dat ze worden uitgevoerd en blijven draaien. “Als een project is afgelopen, loopt het
    vaak weg”, beaamde gedeputeerde van de provincie Utrecht Marjan Haak-Griffioen. “Ik zou
    persoonlijk best van alles willen doen, maar dat kan blijkbaar alleen in projectvorm. Waar is nou
    de marktplaats waar ik mijn diensten kan aanbieden?”
    4	Zie bijvoorbeeld de Onderwijsraadsadviezen De school en maatschappelijke verwachtingen (2008) en Ontwikkeling en ondersteuning
         van onderwijs (2009).
    Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                                                        19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>2.5 Conclusie: voorhoedes kunnen en willen meer doen
    Op dit moment is er zeker sprake van een inhoudelijke inzet van maatschappelijke voorhoedes.
    Deze inzet vindt veelal plaats via onderwerpgerelateerde stichtingen die gastlessen aan scho-
    len en opleidingen aanbieden. Daarnaast zijn er uiteraard ook docenten die min of meer op
    particulier initiatief in hun kennissenkring op zoek gaan naar personen die gastlessen kunnen
    verzorgen.
    Om de inzet van een groter deel van de maatschappelijke voorhoede mogelijk te maken, zou
    het daarom inderdaad interessant kunnen zijn om scholen en instellingen op grotere schaal
    open te stellen. Daardoor is de inzet van maatschappelijke voorhoedes minder afhankelijk van
    lidmaatschap van een bepaalde organisatie, en wordt aanmelding op persoonlijke titel gemak-
    kelijker. Uiteraard is het niet zo dat iedereen per se iets voor het onderwijs zou moeten doen.
    Maar voor diegene die wel belangstelling heeft om iets voor het onderwijs te doen en het
    onderwijs ook iets te bieden heeft is het goed om de mogelijkheden te vergroten.
    Daarbij is het van belang om de inzet voor maatschappelijke voorhoedes zo gemakkelijk
    mogelijk maken. Zij moeten zich welkom voelen in de school en zo de boodschap verspreiden
    dat deelname aan het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes zowel nuttig
    als inspirerend is. Ook is het belangrijk dat de opbrengsten van de inzet zichtbaar gemaakt
    worden.
    20                                                                     Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>    Hoe zien scholen en instellingen de inzet van maatschappelijke voorhoedes
    in het onderwijs? Op zich staan zij hier positief tegenover, maar er zijn weinig
    scholen en opleidingen die er op dit moment structureel gebruik van maken.
    Tegelijkertijd waarschuwen ze voor belemmeringen op het gebied van regel-
    geving en beschikbare tijd. Het meest bevreesd zijn ze voor te veel verplichtin-
    gen: het programma moet wel passen bij de visie van de school of instelling.
3
3.1
    Onderwijs: Voorkeur voor eigen invulling
    Regie bij de onderwijsprofessional
    Uit vrijwel alle reacties uit het onderwijsveld blijkt dat de onderwijsinstellingen graag zelf
    de regie van het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes willen voeren. Ze
    geven aan dat het belangrijk is dat doelstelling, invulling en vormgeving van dit programma
    geheel aan de instellingen zijn. Daardoor kan elke instelling het programma zo inrichten dat
    het past bij haar missie en kan worden voorkomen dat het voelt als ‘weer iets dat moet’. Wan-
    neer docenten en scholen onvoldoende betrokken zijn bij het programma, dan dreigt het
    gevaar dat scholen en opleidingen alleen maar meedoen omdat het moet en dat dat niet tot
    de gewenste resultaten zal leiden.
       Regierol voor de onderwijsprofessional
       Het Directieoverleg Reformatorische VO-scholen besprak de oproep van de Onderwijsraad. Daaruit
       kwamen de volgende punten naar voren:
       • De regierol is weggelegd voor de onderwijsprofessional. Een docent maakt deel uit van de (net-
             werk)samenleving en kan overzien wie over welk relevant thema kan worden uitgenodigd.
       • Er is een cultuurverandering nodig bij zowel de school als de samenleving. Het is van belang de
             wederzijdse afhankelijkheid en het wederzijds belang te benadrukken.
       • Het is wel van belang dat een en ander een plek kan krijgen in het gewone curriculum en niet als
            ‘extra boven het gewone programma’ ervaren wordt. Dat stelt eisen aan de mate van regie bij de
             scholen, zoals hierboven verwoord.
       Directieoverleg Reformatorische VO-scholen
    Wel wordt een aantal keren gesproken over het afleggen van verantwoording via het jaarver-
    slag. Daarbij zijn twee geluiden te beluisteren. Enerzijds zegt men dat verantwoording afleg-
    gen in jaarverslag goed zou werken, zolang de keuze in invulling wel aan de scholen is. Ander-
    zijds wordt ook de vrees uitgesproken dat een dergelijke verplichting leidt tot ‘afkopen’, zoals
    dit ook wel eens gebeurt in het bedrijfsleven bij het maatschappelijk ondernemen. Vanuit die
    optiek wordt eerder gepleit voor belonen waar het goed gaat.
    Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                                21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>    Inhoudelijk wordt herhaaldelijk de voorkeur gegeven aan een invulling die nauw aansluit bij
    het programma van de school (curriculumgerelateerd, of aansluitend bij thema’s) of bij de actu-
    ele interesse van leraren en docenten. Een dergelijke invulling zorgt ervoor dat datgene wat de
    gasten brengen bij de leerlingen of studenten beter beklijft. Bovendien zijn zij dan goed voor-
    bereid , waardoor zij met gerichte vragen komen en veel meer van het onderwerp opsteken.
    Aandacht voor beroepsoriëntatie in het primair onderwijs kan langs deze weg gestalte krijgen.
    Dit kan bijvoorbeeld een rol spelen bij een positievere keuze voor het vmbo, omdat kinderen
    zien dat je ook met een beroepsgerichte opleiding veel doorgroeimogelijkheden hebt en ver
    kan komen. Gastsprekers van de universiteit zouden voor de basisscholieren ook al perspectie-
    ven op wetenschapsgebieden kunnen geven.
        Beroepsoriëntatie in het primair onderwijs
        Er zijn prachtige beroepen waar techniek een belangrijke rol speelt, maar die bij de keuze van het
        vervolgonderwijs door met name de ouders als minderwaardig beschouwd worden. Vaak is dit on-
        wetendheid en kijkt men alleen maar naar havo- en/of vwo-opleidingen, terwijl de doorgroeimoge-
        lijkheden in de technische beroepen legio zijn.
        Juist het zien hoe een auto gerepareerd wordt kan ook doen besluiten om te kijken naar een oplei-
        ding die hierin voorziet. Ik weet dat dit voor bedrijven een inspanning betekent, maar ik denk dat het
        ook veel kan opleveren, omdat juist op deze leeftijd nog heel veel invloed uitgeoefend kan worden.
        Het moet duidelijk worden dat er heel veel doorgroeimogelijkheden zijn waar men minstens een
        gelijkwaardig niveau of hoger kan bereiken en vaak gemotiveerder dan met tegenzin een havo af te
        maken, waar men dan ook nog vaak strandt.
        Mgr. Zwijsenschool/Kampen
3.2 Voorhoedes vaak in gastlessen, maar geen structureel beleid
    Scholen en onderwijsinstellingen voeren zelden structureel beleid op het vrijwillige aanbod.
    Wel wordt zoals eerder gezegd in alle sectoren gebruikgemaakt van gastlessen gerelateerd
    aan het curriculum. Hiervoor ligt meestal het initiatief bij een docent die een dergelijke orga-
    nisatie benadert en een gastles regelt. Daarbij worden vooral in het basisonderwijs vaak ook
    ouders betrokken.
    22                                                                              Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>       Gastsprekers bij kick-offs, bijeenkomsten en masterclasses
       We hebben regelmatig gastsprekers in huis die zowel op het niveau van opleidingen als op instituuts-
       niveau als in samenspraak met andere lerarenopleidingen in Nederland worden uitgenodigd. Zo
       • nodigt de opleiding economie bij de kick-off van elke module plaatselijke ondernemers uit;
       • organiseerde onze lector taal en diversiteit samen met de studentenraad rondom het thema
             diversiteit in Brabantse taal en cultuur enkele optredens met bekende regionale artiesten waarbij
             alle studenten welkom waren;
       • namen onze bètastudenten dit voorjaar het voortouw voor een bijeenkomst waarbij KNAW-
             voorzitter (Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen) Robbert Dijkgraaf gast-
             spreker was en waarbij ze ook studenten van andere lerarenopleidingen in Nederland uitnodig-
             den; en
       • gaf onze lector leerstrategieën dit studiejaar vier masterclasses voor studenten en medewerkers
             over ‘leren’ waarbij ze onder andere iemand van het plaatselijke ziekenhuis uitnodigde die ons
             voorhield hoe men in de gezondheidszorg van fouten leert.
       Fontys lerarenopleidingen
    Daarnaast worden op veel scholen en opleidingen wel extracurriculaire activiteiten georgani-
    seerd maar hiervoor wordt meestal geen gebruikgemaakt van vrijwillige inzet van maatschap-
    pelijke voorhoedes. Een voorbeeld waarbij dat wel het geval is, is het zogenoemde studium
    generale bij het Dominicuscollege in Nijmegen.
       Dominicuscollege Nijmegen: studium generale
       Het studium generale is ontwikkeld omdat het Dominicus College graag wil dat leerlingen zich op
       de hoogte houden van allerlei ontwikkelingen die er in de samenleving plaatsvinden. Dit houdt in
       dat leerlingen in de bovenbouw van het vwo verplicht zijn vier maal per jaar een lezing of presenta-
       tie bij te wonen die een gastdocent op school komt geven. Bij het behalen van het diploma krijgt de
       leerling dan een certificaat mee waarop alle gevolgde lezingen staan vermeld. Dit schooljaar staan
       op het programma colleges over genetisch manipuleren, oorlogsfotografie en de Amerikaanse
       verkiezingen.
       Bron: http://www.dominicuscollege.nl
    Bij de meeste activiteiten speelt de school en vaak de individuele docent een belangrijke coör-
    dinerende en organisatorische rol. Daarnaast is veel afhankelijk van particulier initiatief. Wan-
    neer die ene docent met de goede contacten of ideeën vertrekt, kan het zijn dat er van het
    extra aanbod weinig meer overblijft.
3.3 Belemmeringen in de uitvoering
    Scholen geven ook aan soms meer te willen dan wat er mogelijk is. Zo schrijft een basisschool
    die veel met vertegenwoordigers van de maatschappij probeert te organiseren dat het soms
    moeilijk is om bedrijven te bezoeken. Dit heeft te maken met de arbo-eisen en de hygiëne bin-
    nen de bedrijven.
    Ook de contacten tussen scholen en leden van de voorhoede lopen niet altijd vanzelf. Een
    andere school schrijft: “Wij zijn bezig met het invoeren van het vak techniek en ook daarvoor is
    het wel eens moeilijk om mensen bereid te vinden hierbij te assisteren of iets te vertellen over
    Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                                    23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>    hun (technische) beroep”. Waar leden van de voorhoede dus aangeven dat zij best bereid zijn
    desgevraagd iets te doen, vinden scholen toch geen mensen.
    Een ander punt van zorg dat wordt geuit is het tijdsbeslag dat een onderwijsprogramma met
    maatschappelijke voorhoedes volgens scholen legt op de schaarse tijd van zowel leerlingen en
    studenten als docenten, en op de bekostiging.
        Tijd te kort
        Inzet van plaatselijke voorhoedes zoals u het noemt is zinvol en zeer effectief echter de uitvoering
        (om nog niet te spreken van de voorbereiding) kost tijd en het lesrooster biedt hier nauwelijks ruimte
        voor. Ons lesrooster zit zo vol, wanneer zouden wij dit dan moeten doen? Gezien de vele vakken en
        de grote waardering voor opbrengsten is er nauwelijks ruime voor gasten in de groep, of uitstapjes.
        Het onderwijsprogramma is te vol, er moet eerst wat uit, voordat er wat bij kan.
        Een andere oplossing kan ook zijn dat de kinderen langer naar school moeten (uitbreiding van de les-
        tijd), pas dan ontstaat er weer ruimte en lucht om dit soort zaken met plezier te omarmen.
        CBS Anna van Buren, Roombeek
3.4 Conclusie: niet verplichten, maar investeren in ‘beleefd voordeel’
    Interesse in betrokkenheid van maatschappelijke voorhoedes is er in het onderwijs zeker. Op
    dit moment is de invulling ervan echter nog ongericht en weinig structureel, en dat is jammer.
    Verplichten is zeker geen goede weg, want het leidt niet tot hoge opbrengsten. Wel kan meer
    nagegaan worden waarom bepaalde activiteiten wel en andere niet worden uitgevoerd op
    bepaalde scholen en opleidingen.
    Voor de rest lijkt overtuigen hier meer aan de orde te zijn. Laat scholen en onderwijsinstel-
    lingen zien wat de voordelen zijn om mensen uit de maatschappelijke voorhoedes binnen te
    halen. Geef voorbeelden waar dit goed heeft gewerkt en beloon mooie initiatieven. Daardoor
    wordt een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes niet een verplicht num-
    mer, maar een activiteit waarvan scholen, maatschappelijke voorhoedes en niet in de laatste
    plaats leerlingen en studenten en leraren en docenten van kunnen profiteren.
    24                                                                              Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>    Zowel voor maatschappelijke voorhoedes als voor scholen en opleidingen
    blijkt uit het voorgaande dat het waarschijnlijk het meest profijtelijk is wanneer
    het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes aansluit bij wat
    de school in kwestie nodig heeft/wil. Ook dan blijkt het vaak (op dit moment:
    nog?) nodig om scholen te helpen bij het formuleren van de vraag.
4   De kunst om vraag en aanbod
    bij elkaar te brengen
4.1 Gezamenlijk forum ontbreekt
    Willen voorhoedes en opleidingen elkaar ontmoeten dan is een gemeenschappelijk forum,
    een gezamenlijk interface nodig. Het is waarschijnlijk in eerste instantie nodig om beide kan-
    ten de ogen te openen voor de voordelen die samenwerking kan bieden en vooral om scholen
    en opleidingen te helpen om hier het beste uit te halen door deze contacten ook daadwerkelijk
    tot stand te brengen. Daarmee kunnen ook scholen en opleidingen die nu niet of minder actief
    zijn op dit vlak, over de drempel geholpen worden om meer gebruik te maken van de inzet van
    maatschappelijke voorhoedes.
       Zonder kennis van mogelijkheden ook geen vraag
       Als binnen de school (of delen daarvan) niet bekend is wat er mogelijk is, zal er ook geen vraag ont-
       staan. Zelfs wanneer dat wel bekend is zullen veel docenten, secties en directies kiezen voor de weg
       van het minste gedoe. Verbindingen leggen met ‘buiten’ vraagt focus en kost tijd. Op een of andere
       manier zal er een stevige motivatie moeten zijn voordat stappen in deze richting gezet worden.
       Bron: Reactie op de website
4.2 Diverse initiatieven die contacten proberen te bevorderen
    Er zijn de afgelopen tijd diverse initiatieven opgezet om de vrijwillige inzet van maatschappe-
    lijke voorhoedes in het onderwijs te bevorderen. Voorbeelden daarvan zijn Dagjelesgeven dat
    projectmatig gastdocenten aan een school koppelt, Gast in de klas dat een verzamelplaats voor
    verschillende manieren van levensecht onderwijs wil zijn, OPEDUCA dat onderwijs, overheid,
    bedrijven en andere instellingen in de regio wil laten samenwerken en de matchbank Onder-
    nemer voor de klas, die op initiatief van Gelderland Onderneemt is opgezet bij de Hogeschool
    Arnhem Nijmegen.
    Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                                  25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>In gesprekken geven deze organisaties uit hun eigen ervaring een aantal knelpunten aan:
• het is vaak lastig voor docenten om een keuze te maken uit wat er allemaal beschikbaar is;
• leraren hebben training nodig om de blik naar buiten te kunnen richten; en
• tenzij er in de school al ervaring is, hebben ze iets/iemand nodig om ze te helpen.
    Dagjelesgeven bemiddelt professionals als gastdocent in het onderwijs.
    Dagjelesgeven:
    • werft en selecteert geschikte gastdocenten en geeft hen een goede instructie;
    • ondersteunt scholen en vakdocenten die behoefte hebben aan gastdocenten;
    • koppelt gastdocenten aan scholen (vakdocenten); en
    • evalueert de ervaringen en resultaten en communiceert die via website en diverse media.
    Dagjelesgeven is een aanvulling op reeds bestaande initiatieven en brengt rechtstreeks de vraag van
    scholen en het aanbod van professionals bij elkaar. Dagjelesgeven is gratis. Dit wordt mogelijk omdat
    gastdocenten vrijwillig hun tijd ter beschikking stellen.
    De kracht van Dagjelesgeven:
    • kansen om maatschappij en onderwijs dichter bij elkaar te brengen;
    • een externe professional voor de klas is inspirerend en motiverend voor leerlingen (en
          docenten);
    • geïnspireerde leerlingen presteren beter en maken gemotiveerde keuzes voor een profiel en
          vervolgopleiding;
    • een laagdrempelige service voor scholen en docenten om mensen van buiten bij het onderwijs
          te trekken; en
    • een professionele begeleiding voor mensen buiten het onderwijs die zijn bereid om iets van hun
          werk en levenservaring met leerlingen te delen.
    Bron: www.dagjelesgeven.nl
    Gast in de klas verzamelt levensecht onderwijs
    De stichting Gast in de klas is opgericht om voor het primair en voortgezet onderwijs en het middel-
    baar beroepsonderwijs de vraag naar en het aanbod van levensecht onderwijs bij elkaar te brengen.
    Daarbij gaat het om onder andere gastlessen en excursies/bedrijfsbezoeken, verzorgd door diverse
    partijen zoals bedrijven en ideële organisaties.
    In de visie van Gast in de klas staat de docent centraal. Hij/zij is de regisseur van het onderwijs en
    speelt een cruciale rol. Doel is om de docent te faciliteren, te inspireren en te motiveren om meer,
    structureel en gericht gebruik te maken van het aanbod van derden. Dit doet Gast in de Klas door
    een betrouwbaar aanbod inzichtelijk én toegankelijk te maken in een gebruiksvriendelijke online-
    databank. Hieruit kan de docent een eigen keuze maken. Als stichting willen wij ook nieuw aanbod
    initiëren en aanbieders faciliteren met het ontwikkelen van lesplannen, het trainen van gastdocen-
    ten of het maken van aanvullend beeldmateriaal.
    Bron: www.gastindeklas.nl
26                                                                                Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>      OPEDUCA: Onderwijs, overheid, bedrijven en andere instellingen verbinden in de regio
       Door middel van het OPEDUCA-project wordt samenwerking gevonden tussen jeugd, ouders, scho-
       len, bedrijven, gemeenten, maatschappelijke instellingen en andere organisaties. De samenwerking
      wordt op regionale schaal gebouwd, dicht bij huis, waar de activiteiten realistisch en de resultaten
      zichtbaar zijn. De regio’s worden in Nederland met elkaar verbonden, maar ook internationaal. Het
       RCE Rhine-Meuse en haar partnernetwerken hebben een directe vertegenwoordiging in meer dan
       honderd landen.
      OPEDUCA is geen nieuwe structuur. Visie en concrete actie zijn met elkaar verbonden door middel
      van een reeks instrumenten. Deze worden gekenmerkt door een continue verbinding van mensen
      en organisaties uit alle relevante sectoren van onze maatschappij.
       Met partners uit onderwijs, bedrijfsleven en wetenschap worden ‘guiding principles’ en instrumen-
      ten ontwikkeld, projecten geïnitieerd en begeleid, ontluikende innovatieve praktijken aangemoe-
      digd. De focus ligt op de ontwikkeling van leerprocessen in de regio waarbij scholen en andere edu-
      catieve organisaties het draai- en ankerpunt zijn.’
       Bron: www.opeduca.nl
       Matchbank Ondernemer voor de klas bij de Hogeschool Arnhem
      Op initiatief van Gelderland Onderneemt is een matchbank opgezet. In de matchbank registreert
      go! ondernemers die een gastcollege willen verzorgen voor scholieren en studenten uit het primair,
      middelbaar en hoger (beroeps)onderwijs. Onderwijsinstellingen en ondernemers kunnen zo op een
      eenvoudige manier met elkaar in contact komen.
      Coördinatie
       De matchbank wordt gecoördineerd vanuit het Centrum voor Ondernemerschap van de Hoge-
      school Arnhem voor het project go!. De coördinator onderhoudt nauw contact met ondernemers en
      zorgt dat ondernemers in de regio die gastlessen willen verzorgen zich kunnen registreren. Vervol-
      gens bemiddelt ze tussen de ondernemers en de opleidingen die een ondernemer als gastdocent
       willen inzetten.
      35.000 studenten inspireren
       Op dit moment staan er zo’n 60 ondernemers geregistreerd in de matchbank. Het doel van go! is dat
      er over vier jaar 250 ondernemers in de matchbank staan en dat er dan 1.400 matches zijn gereali-
      seerd tussen ondernemers en onderwijsinstellingen. In totaal wil go! op deze manier 35.000 studen-
       ten en leerlingen inspireren tot ondernemerschap en ondernemendheid.
       Bron: http://www.gelderland-onderneemt.nl/sites/go/nieuws/ondernemer-voor-de-klas/index.xml
4.3 Conclusie: het gaat niet vanzelf
    Scholen en opleidingen zijn in eerste instantie bezig met het uitvoeren van het reguliere les-
    programma. Tijd vrijmaken voor een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes
    spreekt daarom niet vanzelf. Zeker omdat het in eerste instantie nodig zal zijn om hier ook als
    school of opleiding behoorlijk in te investeren.
    Dit komt mede door het grote en soms onoverzichtelijke aanbod. Scholen en opleidingen zien
    vaak door de bomen het bos niet meer. Omgekeerd vinden ook maatschappelijke voorhoedes
    niet altijd de weg naar scholen en opleidingen. Vanzelf zal deze betrokkenheid bij elkaar niet
    Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                                27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>ontstaan. Er zijn hulpmiddelen nodig om vraag en aanbod op een goede manier bij elkaar te
brengen. Het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes is hiervoor een goede
kapstok. Organisaties die op dit moment al bezig zijn om vraag en aanbod voor scholen en
opleidingen bij elkaar te brengen kunnen hun activiteiten aan het onderwijsprogramma met
maatschappelijke voorhoedes koppelen. Op termijn kunnen zij zich daarmee wellicht overbo-
dig maken omdat er voldoende contacten tussen onderwijsveld en maatschappelijke voor-
hoedes zijn ontstaan.
28                                                                 Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>    Het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes zal er op elke
    school anders uitzien. Elke school heeft andere behoeftes, een andere leer-
    lingenpopulatie en andere personen in de omgeving. Desondanks is het goed
    mogelijk om een aantal varianten te onderscheiden. Deze zijn niet bedoeld als
    stramien, maar om ideeën op te doen.
5   Varianten van het onderwijsprogramma
    met maatschappelijke voorhoedes
5.1 Mogelijke inhoudelijke typeringen
    Er zijn verschillende inhoudelijke varianten van een onderwijsprogramma met maatschappe-
    lijke voorhoedes mogelijk. Zo kan het ingezet worden voor beroepsoriëntatie, om rolmodellen
    te bieden, voor inhoudelijke verdieping binnen het curriculum, thematisch of voor de algeme-
    ne ontwikkeling van leerlingen of studenten. Daarnaast zijn er varianten die zich niet richten op
    leerlingen of studenten maar op leraren of docenten.
       Inhoudelijke typeringen van het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes
        • beroeps/beroepenoriëntatie;
        • rolmodellen;
        • ‘local heroes’;
        • inhoudelijke verdieping (direct aansluitend op curriculum);
        • thematisch (crisis, omgaan met geld, water);
        • regionale of lokale sociaaleconomische ontwikkeling; en
        • algemene ontwikkeling.
    Onderwijsprogramma’s met maatschappelijke voorhoedes die zich richten op leerlingen of
    studenten kunnen zowel facultatief als verplicht zijn, afhankelijk van de relatie met het curri-
    culum. Hoe dichter de activiteiten liggen bij het curriculum, hoe groter de kans dat zij een ver-
    plichtend karakter hebben.
    Naast de activiteiten in het kader van het verplichte lesprogramma zijn er de zogenoemde cur-
    riculumnabije activiteiten. Er zijn wel raakvlakken met het curriculum, maar de activiteiten zijn
    niet noodzakelijk voor het behalen van de eindtermen. Vooral basisscholen en scholen voor
    voortgezet onderwijs kennen veel curriculumnabije activiteiten in de vorm van projectweken
    en excursies.
    Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                         29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>    Meeloopmiddagen
    Om het onderwijs niet extra te belasten zou je ook, bijvoorbeeld in het kader van de brede school,
    een buitenschools vrijwillig programma kunnen opzetten, met meeloopmiddagen. In een soort van
    carrouselidee kunnen leerlingen gedurende een periode van drie maanden één middag in de week
    meelopen met iemand uit de maatschappelijke voorhoede. Elke week weer met iemand anders.
    Cultuurnetwerk Nederland
Behalve activiteiten die gerelateerd kunnen worden aan het curriculum, organiseren scholen
en opleidingen extracurriculaire activiteiten. Sommige scholen zetten deze gericht in om leer-
lingen en studenten meer te bieden dan het standaardcurriculum. Vaak komen daarin andere
talenten van kinderen en jongeren aan de orde, zoals sport, muziek en koken. Daarnaast wordt
op sommige scholen en opleidingen ook aandacht besteed aan algemene ontwikkeling van
leerlingen in studium generale-achtige lezingenreeksen. Deze activiteiten zijn soms verplicht,
soms ook vrijwillig.
Een bekend voorbeeld van de inzet van maatschappelijke voorhoedes is de IMC Weekend-
school.5 Deze geeft aanvullend onderwijs op zondag aan kinderen van tien tot vijftien jaar uit
sociaaleconomisch achtergestelde wijken. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van gastdocenten.
Doelstelling is om het zelfvertrouwen en de toekomstperspectieven van de weekendschool-
leerlingen te vergroten. Om de gastdocenten te werven, werken de weekendscholen met
zogenoemde jaarcoördinatoren. Deze vragen de sprekers voor hun programma. Gastdocenten
staan min of meer in de rij om hieraan een bijdrage te mogen leveren. ‘Nee’ hebben ze dan ook
nog niet vaak gehoord. De IMC Weekendschool werkt overigens helemaal zonder overheids-
bijdrage; zij laat zich volledig sponsoren (financieel en in natura) door bedrijven en instellingen.
De inzet van gastdocenten geschiedt op vrijwillige basis.6
    Hoe krijgen we leerlingen op hun plek
  “Wij zijn niet interessant voor bedrijven, maar we hebben natuurlijk wel te maken met de ontwikke-
    ling van de leerlingen. Hoe krijgen we die op hun plek en voldoen we aan de vraag vanuit de maat-
    schappij ze niet te eenzijdig op te leiden? We hebben het platform techniek opgericht, maar we
    zullen meer moeten doen. Zie maar eens leerlingen naar het vmbo te krijgen zonder dat het een
    negatieve keuze is. In het basisonderwijs zullen we moeten investeren in ontmoeting, ontmoetin-
    gen uitbuiten.”
    Debat Tilburg, H. van Daelen van Xpect Primair (stichting met zo’n twintig basisscholen)
    A-selectie Willem II bezoekt scholen
    Voetbalclub Willem II heeft in de contracten met de A-spelers een bepaling opgenomen dat zij regel-
    matig scholen in Tilburg bezoeken. De voorzitter van de raad van bestuur van de club, Hans Verbunt,
    licht toe: “Said Boutahar is een icoon voor de kinderen. Als die uitlegt dat topvoetbal hard werken is,
    dat je ernaast goed moet studeren en er veel voor over moet hebben om iets te bereiken, dan komt
    dat aan.” Naast de bezoeken van de A-selectie aan scholen heeft de voetbalclub nog een indrukwek-
    kende lijst met maatschappelijke activiteiten. “Willem II is de ziel van Tilburg”, zegt Verbunt trots.
    Debat Tilburg
5	www.imcweekendschool.nl.
6	De school is overigens wel naar eigen zeggen gebaat bij een zekere overheidssubsidie.
30                                                                                          Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>5.2 Voorbeelden van organisatiemechanismen
    Er zijn verschillende mogelijkheden om het onderwijsprogramma met maatschappelijke voor-
    hoedes vorm te geven. Deze zijn te ordenen op basis van de mate waarin activiteiten worden
    georganiseerd. Initiatieven kunnen worden overgelaten aan het persoonlijk initiatief en de per-
    soonlijke netwerken van docenten, coördinatoren en schoolleiders/onderwijsmanagers, er kan
    worden gekozen voor het enigszins helpen om keuzes te maken, of er kan sprake zijn van een
    meer geïnstitutionaliseerde instellings- of schoolbrede aanpak. Een aantal mogelijkheden:
    • overlaten aan persoonlijk initiatief docenten;
    • vraag-en-aanbodsite waarop individuele docenten kunnen intekenen;
    • coördinator werkplekleren of maatschappelijke stage inzetten (die heeft vaak de contacten
          al);
    • ontwikkel (standaard)varianten met daarnaast maatwerk;
    • niet-commerciële setting (bijvoorbeeld stichting)/neutrale tafel; en
    • koppelen aan brede schoolontwikkeling.
       Vraag-en-aanbodsite
      Als het mogelijk zou zijn per regio of gemeente een vraag-en-aanbodsite te realiseren, waar organi-
      saties of mensen vanuit hun maatschappelijke betrokkenheid diensten aanbieden, en scholen hier-
      op in kunnen tekenen (of misschien zelfs hun vraag voor een komend cursusjaar neer kunnen leg-
      gen), zou je ons inziens snel en effectief aan de slag kunnen.
       De website van De Zoete Inval biedt een prima grondmodel. Hier melden kunstenaars zich aan voor
      een aantal dagen per maand; scholen die lid zijn kunnen intekenen op het aanbod. Er zou dan alleen
      een jaaroverzicht toegevoegd kunnen worden, waarin te zien is wie er in een bepaalde periode van
       het jaar beschikbaar is voor een dergelijk onderwijsprogramma met maatschappelijk voorhoedes.
       Van de onderwijsinstelling kan gevraagd worden de vraag helder neer te zetten, analoog aan de les-
      sen en projecten van een cursusjaar.
      Jenaplanbasisschool De Nieuwe Kring, Diemen
       Speakers pool bij de VO-raad
       Kan bijvoorbeeld de VO-Raad de opdracht krijgen een ‘speakers pool’ met gastdocenten samen te
      stellen, die tegen kostprijs bereid zijn aan het onderwijs diensten te verlenen?
      Coördinator maatschappelijke stage
       De coördinator maatschappelijke stage is binnen en rond de school nu al voortdurend bezig met het
       in verbinding brengen van school en omgeving. Dit is voor de coördinator geen bijzaak maar een
      essentiële taak. De matching voor het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes zou
       voor een deel ook langs deze lijntjes kunnen lopen. De coördinatoren kunnen relatief eenvoudig
       benaderd worden. Momenteel is er sprake van een intensief scholingscircuit voor de maatschappe-
       lijke stage. Het maatschappelijke programma zou als onderdeel van conferenties aandacht kunnen
       krijgen.
       Coördinator maatschappelijke stage Erfgooiers College in Huizen
    Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                               31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>5.3 Vier typische varianten
    Onderwijsprogramma’s met maatschappelijke voorhoedes die gericht zijn op leerlingen of stu-
    denten kunnen verschillende vormen aannemen. De verschillende inhoudelijke typeringen en
    mogelijke organisatiemechanismen geven gecombineerd een viertal typische varianten. Daar-
    bij gaat het enerzijds om de relatie die de activiteiten hebben met het curriculum en ander-
    zijds de mate waarin gebruik wordt gemaakt van persoonlijke netwerken of intermediaire
    organisaties.
    Figuur 1:	Vier typische varianten van het onderwijsprogramma met maatschappelijke
                     voorhoedes
                                            Gerelateerd aan het                Extracurriculair
                                            curriculum
       Persoonlijke netwerken van           Curriculumgerelateerd via          Extracurriculair via persoon-
       docenten/directeur/advies­           ­persoonlijke netwerken            lijke netwerken
       commissie beroepenveld
      ­stagecoördinator/cvb/rvt
       Met hulp/inzet van inter-            Curriculumgerelateerd via          Extracurriculair via inter-
       mediaire organisaties (ouder-         intermediaire organisatie         mediaire organisatie
       verband, serviceclub, stichting)
    Deze vier varianten sluiten elkaar niet uit. Het is heel goed mogelijk dat een school of opleiding
    een aantal activiteiten via persoonlijke netwerken gerelateerd aan het curriculum organiseert
    (een gastles, een bedrijfsbezoek), terwijl zij tegelijkertijd andere activiteiten extracurriculair
    via een intermediaire organisatie laat uitvoeren (bijvoorbeeld beroepenvoorlichting georga-
    niseerd door een serviceclub). Toch geven deze varianten een aardig beeld van de mogelijk-
    heden van het onderwijsprogramma met maatschappelijk voorhoedes. Deze paragraaf zal de
    varianten dan ook verder kort typeren.
    Curriculumgerelateerd via persoonlijke netwerken
    In deze variant is er sprake van een op het curriculum gebaseerde inhoud. Deelnemers uit de
    maatschappelijke voorhoedes worden vooral geworven via persoonlijke netwerken van docen-
    ten, schoolleiders of coördinatoren. Deelname voor leerlingen kan verplicht worden gesteld.
        Voorbeeld: gastlessen voor projectweek
        De instelling is bezig met een project over een bepaald onderwerp. Docenten nemen via hun per-
        soonlijke netwerken contact op met mogelijke experts binnen de plaatselijke voorhoedes en vragen
        hen om expertise in relatie tot de lesinhouden onder lestijd of daarbuiten (namiddagen, zaterdagen)
        in te brengen in het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes.
    Extracurriculair via persoonlijke netwerken
    Deze variant gaat ook uit van het gebruik van persoonlijke netwerken van docenten, schoollei-
    ders of coördinatoren. Het verschil met de vorige variant is dat het curriculum hier niet de invals-
    hoek vormt voor de inhoud van het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes.
    32                                                                               Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>       Voorbeeld: schoolorkest onder leiding van bevriend dirigent
       Een van de docenten heeft een kennis die als dirigent werkt. In een gesprek laat deze vallen best iets
       voor het onderwijs of voor leerlingen te willen doen. Op verzoek van de docent neemt de dirigent
       de leiding op zich van het schoolorkest.
    Curriculumgerelateerd via intermediaire organisatie
    In deze variant wordt het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes inhoudelijk
    gekoppeld aan het curriculum, maar laat de instelling minder over aan persoonlijke netwerken.
    Om mensen bij het programma te betrekken wordt gebruikgemaakt van intermediaire organi-
    satievormen zoals het ouderverband, de adviescommissie of een organisatie buiten school.
       Voorbeeld: georganiseerd project
       De instelling vat het idee op om een project te organiseren. Hiervoor neemt zij contact op met een
       intermediaire organisatie. Deze organisatie zorgt ervoor dat maatschappelijke voorhoedes worden
       geworven om aan het project een bijdrage te leveren.
    Extracurriculair via intermediaire organisatie
    Ook in deze variant ten slotte laat de school of opleiding een groot deel van de organisatie over
    aan intermediaire organisaties. Zij zorgt er met name voor dat het programma wordt gefacili-
    teerd. Daarnaast wordt de inhoud ook niet gerelateerd aan het curriculum. Een school of instel-
    ling zou de organisatie ook volledig kunnen uitbesteden.
       Voorbeeld: beroepenvoorlichting via serviceclub
       Een instelling wil haar studenten meer inzicht geven in beroepsmogelijkheden. Hiervoor neemt zij
       contact op met de plaatselijke serviceclub. Deze organiseert op een aantal middagen ‘speeddating’
       bijeenkomsten met haar leden.
       Voorbeeld: watervoorziening in Mali
       Een serviceclub heeft een waterproject in Mali. De leden van de serviceclub gebruiken hun opgeda-
       ne expertise om een extracurriculair programma op een opleiding van een hogeschool te vullen.
    Ook een onderwijsprogramma gericht op leraren of docenten kan veel vormen aannemen en
    inhoudelijk gevarieerd zijn. Het kan gaan over onderwerpen die dicht bij de lesinhoud staan,
    maar ook over bijvoorbeeld lokale sociaalgeografische ontwikkelingen. Dit lesprogramma
    voor docenten zou ook gebruikt kunnen worden om in de regio eerste contacten te leggen
    tussen docenten en maatschappelijke voorhoedes. Deze kunnen dan in een later stadium ook
    in het leerlingprogramma deelnemen.
5.4 Behoefte is afhankelijk van de onderwijssoort in kwestie
    Voorhoedes kunnen zich zowel op landelijk als op regionaal of lokaal niveau inhoudelijk inzet-
    ten voor het onderwijs. Voor instellingen in het basisonderwijs zijn de lokale wijk-, buurt- en
    dorpsvoorhoedes het meest interessant – mensen uit de directe omgeving van de school. Voor
    instellingen in het voortgezet onderwijs of middelbaar onderwijs gaat het waarschijnlijk eerder
    om lokale en regionale voorhoedes, en in het hoger onderwijs kunnen regionale, landelijke en
    internationale voorhoedes een rol spelen.
    Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                                   33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>                                                                  Mede hierdoor zal het in veel gevallen zo zijn dat het in het basisonderwijs met name zal
                                                                  gaan om betrokkenheid van lokale maatschappelijke voorhoedes bij een school. Naarmate
                                                                  de onderwijssoort hoger wordt, zullen de voorhoedes in veel gevallen minder op de lokale
                                                                  gemeenschap en dus minder op één school, opleiding of instelling georiënteerd zijn. Zij zul-
                                                                  len eerder geneigd zijn om vanuit betrokkenheid bij het onderwijs voor meerdere instellingen
                                                                  iets te doen, of om iets te doen voor een instelling die helemaal niet in hun buurt is, maar wel
                                                                  inhoudelijk het dichtst bij hun belangstelling staat. De betrokkenheid zal dus verschuiven van
                                                                  betrokkenheid bij een lokale school naar betrokkenheid bij onderwijs op zich. Uiteraard kan
                                                                  het ook voorkomen dat juist in het hoger onderwijs personen uit de maatschappelijke voor-
                                                                  hoede zich juist voor de lokale hogeschoolopleidingen engageren of dat in het primair onder-
                                                                  wijs mensen meer vanuit betrokkenheid bij onderwijs op zich handelen.
                                                                  Figuur 2:            Aard van de betrokkenheid per onderwijssector
betrokkenheid bij de ‘school’   betrokkenheid bij het onderwijs
                                                                                  Po                                   Vo                                 Mbo                              Ho
                                                                  Voor basisscholen gaat het met name om betrokkenheid bij de school zelf. Naarmate de onderwijssoort hoger wordt, is er meer behoefte aan
                                                                  ­betrokkenheid bij onderwijs in het algemeen (dus bijvoorbeeld bij meerdere scholen, opleidingen of instellingen)
                                                                  Ook inhoudelijk kan de behoefte aan meer verbindingen met maatschappelijke voorhoedes
                                                                  variëren per sector. Het primair en het voortgezet onderwijs zijn gebaat bij meer contacten
                                                                  met het beroepsleven. Die zijn nu onvoldoende, omdat het onderwijs niet direct aansluit op
                                                                  de arbeidsmarkt en daar ook niet direct op voorbereidt. Leerlingen zouden echter wel gebaat
                                                                  zijn bij meer zicht op mogelijke toekomstbeelden. Daarnaast kan juist kennis uit de praktijk een
                                                                  goede aanvulling op de meer theoretische lesstof zijn.
                                                                        Suggesties primair onderwijs
                                                                        • Zet ouders met aansprekende beroepen (brandweerchef, arts, advocaat, directeur) in.
                                                                        • Maak gebruik van de netwerken van ouders. Laat hen suggesties aanleveren en eerste contacten
                                                                           leggen.
                                                                        • Koppel het programma aan projectweken en dergelijke.
                                                                        • Verbind het programma met concrete activiteiten (bijvoorbeeld sponsorloop, optreden, inzame-
                                                                           ling).
                                                                        Suggesties havo/vwo
                                                                        • Houd contact met alumni en zet hen in voor het programma.
                                                                        • Zoek contact met brancheverenigingen.
                                                                        • Zoek contact met hogeronderwijsinstellingen/grote bedrijven voor rolmodellen.
                                                                  34                                                                                                         Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>    Voor het hoger en middelbaar beroepsonderwijs komen de verbindingen met het beroepen-
    veld min of meer vanzelfsprekend tot stand. Daar ontbreken juist contacten die algemene
    maatschappelijke aspecten aan de orde stellen of rolmodellen van maatschappelijke partici-
    patie. Een programma als dat van Kamervoorzitter Gerdi Verbeet (Polderen voor beginners, zie
    paragraaf 2.3) kan deelnemers aanzetten tot meer reflectie op de maatschappij.
       Suggesties hbo/mbo
       • Schakel de netwerken van raden van advies in.
       • Houd contact met alumni en zet hen in voor het programma.
       • Zoek vooral naar rolmodellen van maatschappelijke participatie of manieren om naast de be-
           roepsinhoud iets extra’s mee te geven aan leerlingen.
    Het vmbo zit daar tussenin. Leerlingen worden voorbereid in de richting van een beroeps-
    opleiding. Omdat er na het vmbo vaak nog een verdere beroepsopleiding volgt of leerlingen
    via de havo in het algemeen vormend onderwijs verder gaan, is het vmbo voor bedrijven min-
    der interessant. Die contacten zouden dus versterkt kunnen worden. Tegelijkertijd is er ook
    behoefte aan algemene maatschappelijke contacten en rolmodellen van maatschappelijke
    participatie.
       Suggesties vmbo
       • Zoek met name naar rolmodellen van maatschappelijke participatie: een goed voorbeeld kun-
           nen (top)sporters zijn die laten zien wat je met doorzettingsvermogen kunt bereiken.
       • Zoek contact met algemene maatschappelijke organisaties als kerken, serviceclubs.
5.5 Conclusie: scholen en opleidingen moeten zelf kiezen
    Er zijn veel verschillende mogelijkheden waarop een onderwijsprogramma met maatschap-
    pelijke voorhoedes kan worden vormgegeven. De verschillende mogelijkheden zullen afhan-
    kelijk van de situatie meer of minder aansluiten bij de doelen die een instelling of school met
    het programma beoogt. Scholen en instellingen zullen daarom zelf het heft in handen moe-
    ten nemen en moeten bedenken op welke manier zij de maatschappelijke voorhoedes bij het
    onderwijs willen betrekken. Daarbij staat uiteraard voorop dat de basiskwaliteit van het onder-
    wijs altijd op orde moet zijn voordat instellingen verder kijken.
    Bij het opzetten van een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes moeten
    scholen en opleidingen zowel nadenken over de inhoudelijke doelen (om het curriculum te
    ondersteunen of eerder extracurriculair) als ook over de organisatorische vorm die zij kiezen
    (via persoonlijke netwerken of geholpen door intermediaire organisaties). Uiteraard zijn er ook
    mengvormen mogelijk.
    Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                          35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>    Er lijkt zeker behoefte te zijn aan en animo te zijn voor een grotere inhoude-
    lijke betrokkenheid van maatschappelijke voorhoedes bij het onderwijs. Voor-
    dat deze betrokkenheid echter vanzelfsprekend tot stand komt is er nog werk
    te verzetten. Cruciaal hierbij is dat de minister zowel maatschappelijke voor-
    hoedes als het onderwijsveld op hun verantwoordelijkheid aanspreekt.
6   Aanbevelingen: onderwijsprogramma met
    maatschappelijke voorhoedes positioneren
6.1 Het aanwezige kapitaal verzilveren
    In de voorgaande hoofdstukken is de raad nagegaan of er potentiële belangstelling is bij zowel
    maatschappelijke voorhoedes zelf als het onderwijsveld voor een meer actieve inhoudelijke
    bijdrage van maatschappelijke voorhoedes. Maatschappelijke voorhoedes geven aan dat zij
    meer voor het onderwijs kunnen en willen doen. Om dit kapitaal te verzilveren is het nodig om
    een duidelijke interface te organiseren. Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voor-
    hoedes geeft de maatschappelijke voorhoedes een eenduidige manier om zich bij scholen en
    opleidingen aan te melden, en geeft tegelijkertijd scholen een kader om hun extra activiteiten
    in te plaatsen.
    Dit programma maakt deel uit van wat de raad in Stand van educatief Nederland 2009 benoemd
    heeft als uitgebreid onderwijs. Wie aan het programma een bijdrage wil leveren, biedt zich aan
    (“zet mij maar in jullie onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes voor vier och-
    tenden in het jaar in”). Daarbij maakt elke school of opleiding zelf een afweging hoe intensief
    dit programma in haar situatie zou moeten zijn en hoe zij het programma wil inrichten. Dat kan
    bijvoorbeeld door een jaarlijks thema te kiezen, door een vrijwillig extracurriculair aanbod op
    te zetten voor zaterdagen of doordeweekse middagen met een vakantieprogramma, of door
    een kleine reeks samenhangende presentaties en excursies op een bepaald gebied. Een boei-
    end onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes voor leraren of docenten kan de
    spirit op een school of opleiding bevorderen.
    Het uiteindelijke doel van een beleid gericht op de bevordering van een onderwijsprogramma
    met maatschappelijke voorhoedes op iedere school is dat school of onderwijsinstelling en de
    maatschappelijke voorhoedes in de omgeving elkaar vanzelfsprekend vinden. De maatschap-
    pelijke voorhoedes maken onderdeel uit van het programma van de school en zetten desge-
    vraagd hun netwerk in om ook anderen een inhoudelijke bijdrage aan het onderwijs te laten
    leveren. Scholen en onderwijsinstellingen hebben een plek midden in de maatschappij.
    Structurele samenwerking ontbreekt nog
    Op dit moment ontbreken echter in alle sectoren structurele programma’s om buiten het
    curriculum samen te werken. Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes –
    36                                                                     Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>    een maatschappelijk aanbod per school aansluitend bij de missie en gerelateerd aan de leer-
    lingen-/studentenpopulatie en de interesse en motivatie van leraren of docenten – lijkt een
    aantrekkelijke vorm om het contact tussen voorhoedes en de school vorm te geven. Het is
    vooral een aantrekkelijke vorm omdat het een eenduidig te communiceren manier biedt om
    de maatschappij bij de school te betrekken. Een dergelijk programma zou niet alleen door lera-
    ren moeten worden opgezet. Veel belangrijker zijn de persoonlijke, individuele bijdragen van
    externe smaakmakers – een wijkvoorzitter, een milieucoördinator, een bedrijfsdirecteur, een
    hoofdredacteur, de burgemeester of een gezaghebbend kunstenaar.
    Om dit mogelijk te maken is inzet van scholen en instellingen in het onderwijs nodig. Lokale ini-
    tiatieven zouden daarom moeten worden ondersteund. Daarnaast moeten bedrijven, andere
    instellingen en organisaties worden uitgedaagd aan te sluiten en een bijdrage te leveren aan
    het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes. Daarbij zou het op termijn wel-
    haast vanzelfsprekend moeten zijn dat personen op eigen titel vanuit een organisatie hieraan
    deelnemen. Het leveren van een bijdrage zou onderdeel uit moeten maken van de zogenoem-
    de ‘social footprint’ van een organisatie.
       Social footprint: een manier om maatschappelijke impact te meten
       De social footprint is een manier om de sociale duurzaamheid van het functioneren van een organi-
       satie uit te drukken. Daarbij wordt de bijdrage gemeten van een organisatie aan diverse vormen van
       kapitaal: menselijk kapitaal, sociaal kapitaal en geconstrueerd kapitaal. Dit gebeurt naar analogie met
       de ecologische footprint die inmiddels brede bekendheid geniet. Waar de ecologische voetafdruk
       voor een duurzame organisatie kleiner dan 1 zou moeten zijn, zou de social footprint juist groter dan 1
       moeten zijn om aan te geven dat de organisatie sociale waarde aan de maatschappij toevoegt.
       Bron: M.W. Elroy (2008). Social Footprints: Measuring the social sustainability performance of organizations.
    Om dit voor elkaar te krijgen is het van belang de dialoog op gang te brengen tussen onder-
    wijs en andere partijen in de maatschappij. Wellicht is op de korte termijn de inzet van inter-
    mediaire organisaties nodig om deze contacten te initiëren. Daarnaast is het van belang dat
    scholen en instellingen zelf keuzes maken voor welk(e) doel(en) ze het programma willen inzet-
    ten. De raad heeft hiervoor diverse suggesties aangedragen in de voorgaande hoofdstukken.
6.2 Aanbeveling 1: treed in contact met vertegenwoordigers van de maat-
    schappelijke voorhoedes
    Maatschappelijke voorhoedes zijn op verschillende manieren georganiseerd. Het is aantrek-
    kelijk als de minister in contact treedt met organisaties als de SIN, de Kamer van Koophandel
    Nederland, de Nederlandse Museumvereniging en de Nederlandsche Maatschappij voor Nij-
    verheid en Handel om hun belangstelling om in het onderwijs een rol te vervullen verder aan
    te moedigen. Een belangrijke rol van de minister ziet de raad in het enthousiasmeren van de
    persoonlijke inzet voor het onderwijs van leidinggevenden en andere voorhoedes uit de ver-
    schillende maatschappelijke sectoren.
    Doel van het contact zoeken met ‘aanbieders’ is met name het opwekken van belangstelling.
    Veel aanbieders hebben op dit moment onderwijs niet op hun netvlies staan. Het belang van
    onderwijs wordt door iedereen onderschreven, maar de praktische implicaties daarvan wor-
    den niet door iedereen gevoeld. De minister kan in hoge mate bijdragen aan bewustwording
    Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                                          37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>    van de in beginsel belangrijke rol die voorhoedes voor het onderwijs kunnen vervullen door
    gesprekken met onder meer overkoepelende organisaties van potentiele aanbieders.
6.3 Aanbeveling 2: breng maatschappelijke voorhoedes en onderwijsveld met
    elkaar in contact
    Ook in het denken van het onderwijsveld zelf is een verdergaande ontvankelijkheid nodig voor
    een bijdrage van buitenaf. Het ligt daarom in de rede dat de minister hierover het gesprek
    opent met om te beginnen de sectororganisaties in alle onderwijssectoren. Hier ligt eveneens
    een mogelijke rol voor de Stichting van het Onderwijs.
    Om het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes goed vorm te geven zou het
    onderwijs meer dan nu naar buiten gericht moeten zijn. Alleen wanneer onderwijsinstellingen
    ook kenbaar maken dat zij belangstelling hebben voor een inbreng vanuit de maatschappe-
    lijke voorhoedes, heeft het nut om bij maatschappelijke voorhoedes de potentiële belang-
    stelling te activeren om een rol te spelen in het onderwijs.
    In het gesprek met het onderwijsveld kunnen ook zaken aan de orde komen als de opname van
    het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes in de opleidingsgids of school-
    gids of het jaarverslag, onnodig beperkende regels en de erkenning van het deelnemen aan
    het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes door leerlingen en studenten in
    de bijlagen bij hun getuigschriften. Op deze manier kan ook aan de maatschappelijke voor-
    hoedes die hebben deelgenomen duidelijk worden gemaakt wat hun inzet heeft opgeleverd.
    Op dezelfde manier kan een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes voor
    leraren of docenten een sterke indicatie zijn voor een actief en bruisend lerarenkorps.
        Fontys: goede leraar moet netwerken
        In ons strategische koersdocument merken we op dat onderwijs weer een verantwoording is van de
        hele samenleving en de lerarenopleidingen daarbij als een spin in het web fungeren. Dat wordt zicht-
        baar in pilots en experimenten die we samen met instellingen en bedrijven in de regio vormgeven.
        In ons koersdocument is tevens expliciet geformuleerd dat de maatschappelijke betrokkenheid van
        de leraar zichtbaar moet zijn in zijn opleiding. De koers van ons instituut is gebaseerd op onze on-
        derwijsvisie. Daarin staat onder meer dat een goede leraar zijn leerlingen vooral samen laat leren. En
        samen betekent zowel met partners van binnen als van buiten lerarenopleidingen/de school. In de
        landelijk vastgestelde (SBL-)competenties is samenwerken met de omgeving een aparte competen-
        tie. Binnen FLOT zijn we het erover eens dat elke goede leraar ook goed moet kunnen netwerken.
        Uit: Reactie Fontys Lerarenopleidingen
6.4 Aanbeveling 3: gebruik bestaande plaatselijke initiatieven voor
    coördinatie
    De samenwerking tussen maatschappelijke voorhoedes en onderwijs zal in veel gevallen niet
    zomaar vanzelf ontstaan. Het zou daarom goed zijn om bestaande initiatieven om maatschappe-
    lijke voorhoedes en onderwijs dichter bij elkaar te brengen te ondersteunen. Intermediaire orga-
    nisaties (zoals Dagjelesgeven, Gast in de Klas, Opeduca) kunnen een aantal taken op zich nemen:
    • bij elkaar brengen van vraag en aanbod; en
    • scholen en opleidingen helpen te investeren in relaties met voorhoedes in de omgeving.
    38                                                                              Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>    Ook deze intermediaire organisaties spelen een belangrijke rol in het op gang brengen van het
    gesprek tussen onderwijs en maatschappelijke voorhoedes. Zij helpen beide kanten bij het for-
    muleren van vragen en doelen, en maken zo nodig de vertaalslag voor de andere partij.
    De raad acht het verder van belang dat maatschappelijke voorhoedes goed ontvangen wor-
    den. Wanneer het deelnemen aan het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes
    ertoe moet leiden dat maatschappelijke voorhoedes zich positiever uitlaten over het onderwijs,
    dan moeten die voorhoedes ook een positieve ervaring hebben gehad. Het is daarom wense-
    lijk dat scholen en opleidingen nadenken over en misschien zelfs gedragsregels opstellen voor
    de omgang met deelnemers aan het programma. De intermediaire organisaties kunnen hierin
    een rol spelen.
6.5 Aanbeveling 4: stimuleer lokale samenwerking
    Naast enthousiasmeren kan de minister ook een bescheiden financiële stimulans geven aan
    het onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes door bijvoorbeeld opstartsubsi-
    dies toe te kennen aan lokale samenwerkingsprojecten. De raad denkt daarbij aan tien à vijf-
    tien projecten per onderwijssector.
    Deze projecten kunnen als voorbeeld en als stimulans dienen voor anderen. Het is daarom
    van belang dat deze verschillend van aard zijn, bijvoorbeeld door de keuze voor steeds andere
    samenwerkingspartners (gemeente, kamer van koophandel, serviceclub, intermediaire organi-
    satie). Naast programma’s voor leerlingen of studenten vormen ook programma’s voor leraren
    of docenten onderdeel van deze projecten. Ook is het van belang dat de ervaringen uit deze
    projecten toegankelijk gemaakt worden voor anderen, bijvoorbeeld door een databank aan te
    leggen. Het zou goed zijn om daarbij aan te sluiten bij al bestaande initiatieven, zoals de data-
    bank van Gast in de klas, waar allerlei programma’s voor het onderwijs door gebruikers worden
    geëvalueerd.
    Daarnaast kunnen deze initiatieven uit hun ervaringen met verschillende onderwijsinstel-
    lingen een bijdrage leveren aan het verder ontwikkelen van het onderwijsprogramma met
    maatschappelijk voorhoedes. Zij kunnen na verloop van tijd aangeven wat wel en wat niet
    werkt in welke situatie. Hiervan kunnen andere instellingen gebruikmaken. Dit gebruik van
    wederzijdse ervaringen zou geholpen kunnen worden door deze op landelijk niveau te verza-
    melen, bijvoorbeeld bij een gezamenlijk intersectoraal informatiepunt bij een of meer van de
    sectororganisaties.
    Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                        39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>Afkortingen
ho   hoger onderwijs
KIVI Koninklijk Instituut voor Ingenieurs
KNAW Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen
KNMG Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst
mbo  middelbaar beroepsonderwijs
po   primair onderwijs
roc  regionaal opleidingencentrum
SIN  Serviceclubs in Nederland
vmbo voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
vo   voortgezet onderwijs
40                                                          Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>Geraadpleegde deskundigen
Ter voorbereiding van dit briefadvies is een tweetal debatten georganiseerd in Tilburg en in
Utrecht. Ook is een veldconsultatie uitgevoerd door middel van een oproep per post en via
diverse andere media. In een rondetafelgesprek is met een klein aantal mensen nog verder
doorgesproken over het advies.
Deelnemers debat Tilburg
De heer drs. E.G.H. Bernard MPM, Voorzitter raad van bestuur Ons Middelbaar Onderwijs
De heer dr. A.J.W. Boelhouwer, Tweede Kamerlid
De heer V.T.M. Braam, Voorzitter college van bestuur ROC Tilburg
De heer H. van Daelen, Voorzitter college van bestuur Xpect Primair
De heer ing. G.G.M. van den Ende MBA, Rabobank
De heer G. van Hove, Directeur Popcentrum 013
De heer P.J.F. van Ierland, Bestuurslid Brabants-Zeeuws werkgeversvereniging
De heer drs. F.J.M. van Kalmthout, Lid raad van bestuur Avans Hogeschool Tilburg
De heer mr. E.P.G. Kamps, Voorzitter Brabants-Zeeuwse werkgeversvereniging
Mevrouw Y. Kleijnen, Zorgverzekeraar CZ
De heer M.A.M. Leers, Zorgverzekeraar CZ
De heer J.A.H. Melis, Melis Gieterijen
Mevrouw A. Mengde, Hoofd Beleidsontwikkeling gemeente Tilburg
Mevrouw drs. M. Moorman, Wethouder gemeente Tilburg
De heer ir. G.P.Th. Naaykens, ROBO/FME
De heer L. Pot, Directeur Stichting Theaters Tilburg
De heer drs. P.H.C. Siebers, Kennismakelaar gemeente Tilburg
De heer P. Struik, Fujifilm Manufacturing Europe bv
De heer H. Verbunt, Voorzitter raad van bestuur Willem II
De heer mr. M.J.G. Wintels, Voorzitter raad van bestuur Fontys Hogescholen
Deelnemers debat Utrecht Stadhuis
De heer drs. C.J. Bakker, Directeur Nederlands Jeugd Instituut
Mevrouw drs. R. den Besten, Wethouder Jeugd, Onderwijs, Gezondheidszaken gemeente
     Utrecht
Mevrouw drs. M.T.C. Blom, Lid college van bestuur Stichting Willibrord Utrecht
De heer drs. J.J. Blüm, Manager business development Ballast-Nedam
De heer J. Bour, , Portes Utrecht
De heer prof. dr. J.C.J. Boutelier, Algemeen directeur Verwey-Jonker Instituut
De heer prof. dr. T.W.A. Camps, Directeur Berenschot bv
Mevrouw drs. H. van Dijk, Senior-beleidsmedewerker lokaal onderwijsbeleid gemeente Utrecht
Mevrouw H. Draaijer, Artistiek leider theatergroep Dox
Mevrouw W. van de Giessen, Algemeen directeur/bestuurder Cumulus Welzijn Utrecht
De heer P.C.M. Grooten, Directeur/bestuurder UCK Utrecht
Mevrouw M. Haak-Griffioen, Gedeputeerde Jeugd provincie Utrecht
Mevrouw A. van Hoof, Directeur/bestuurdeer Ludens, Utrecht
Mevrouw M. Jacobse, Directeur, Sophies Kunstprojecten
Mevrouw H. Kloosterman, Phaos/Utrechtse Onderwijsagenda
Mevrouw H. Kuipers , Hoofd lokaal onderwijsbeleid, gemeente Utrecht
Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                    41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>Mevrouw D. Lommen, Gebiedsmanager Portaal Utrecht, woningbouwvereniging Portaal,
    Veenendaal
Mevrouw drs. T.A. Maas-de Brouwer, Voorzitter Utrecht Development Board, Westbroek
Mevrouw E. van der Molen MA, Voorzitter Hogeschool voor de Kunsten Utrecht
De heer R. Nagel, , Rabobank
De heer H.Y. van der Roest, Manager FC4YOU, FC Utrecht
Mevrouw R. van Tergouw, Kinderopvangorganisatie SKON
De heer drs. G.J. Veerbeek, Voorzitter college van bestuur Marnix Academie Utrecht
Mevrouw drs. K. Verkerk, Lid college van bestuur Amarantis Onderwijsgroep Amsterdam
De heer drs. J.J. Vermeulen, Directeur Ondernemersvereniging Leidsche Rijn
Mevrouw A. van de Wind, Voorzitter groepsdirectie Utrecht, ROC ASA Utrecht
Mevrouw drs. S.H.M. de Wit MPA, Voorzitter college van bestuur, Hogeschool Domstad
De heer D.L. de Wolff, Algemeen directeur Hogeschool Utrecht
Deelnemers rondetafelgesprek
De heer drs. E.G.H. Bernard MPM, Voorzitter raad van bestuur Ons Middelbaar Onderwijs
De heer prof. dr. J.C.J. Boutelier, Algemeen directeur Verwey-Jonker Instituut
De heer prof. dr. T.W.A. Camps, Directeur Berenschot bv
Mevrouw Y. Moerman-van Heel, Lid college van bestuur Koning Willem I College, ’s-Hertogen­
    bosch
De heer dr. J. Winkels, Directeur ITS, Radboud Universiteit Nijmegen
Mevrouw drs. S.H.M. de Wit MPA, Voorzitter college van bestuur Hogeschool Domstad
Overig
Naar aanleiding van de door de raad gedane oproep om mee te denken over een Onderwijs-
programma met maatschappelijke voorhoedes, is er contact geweest (per mail, per brief of in
een persoonlijk gesprek) met de volgende deskundigen.
De heer R. Admiraal, Directeur Saxion Hogescholen Enschede
De heer drs. J. Arjaans, Directeur Inspecteur Boelensschool Schiermonnikoog & Dockinga Col-
    lege Ferwerd
Mevrouw C. Bergé, Voorzitter Stichting PEP International
De heer J. Borsboom, Initiatiefnemer Dagjelesgeven, ThiemeMeulenhoff
De heer W. Büdgen, Voorzitter college van bestuur Wartburgcollege locatie Marnix, Rotterdam
Mevrouw drs. J.W.M. Buys, Directeur lerarenopleidingen bachelor/master, Fontys Hogescholen
    Tilburg
Mevrouw M. van Dam, Projectcoördinator OPEDUCA
De heer drs. J.F.G. Eussen, Directeur OPEDUCA
Mevrouw F. Fransman, Hoofd Arbeidsmarkt en Scholing, Hoofdbedrijfschap Ambachten
Mevrouw C. Geluk, Communicatiemedewerker De Maatschappij
Mevrouw S. van Gurp, Beleidsmedewerker Nederlandse Raad voor Training en Opleiding
De heer A. Haarhuis, Hoofd Educatie Science Center NEMO
De heer P. Hagenaars, Directeur Cultuurnetwerk Nederland
De heer J.A.M. van der Heijden, Voorzitter college van bestuur Qliq Primair Onderwijs, Helmond
Mevrouw A. Hulshof, Directeur ZML De Bodde, Tilburg
De heer ir. G.J.P. Jansen, Secretaris Het Bosschap, Driebergen
De heer M. Kempen, Interim-directeur OBS De Sjtadssjool, Sittard
De heer P. Krijgsman, Directeur Mgr. Zwijsenschool, Kampen
De heer R.V. van der Kuijp, Voorzitter Stichting JCI Water Toolkit
42                                                                     Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>De heer dr. W. Kuiper, Voorzitter college van bestuur Besturenraad
De heer W. Lengkeek, Beleidsadviseur LVGS
De heer G. van der Linde, www.verspanersforum.nl, Vollenhove
De heer dr. J.W. Meinsma, Lid college van bestuur Christelijke Hogeschool Windesheim, Zwolle
De heer D.M. Moerman, Afdelingsmanager GGZ Nederland
De heer R. Mudde, Coördinator Erfgooiers College Huizen
De heer J. van Nieuwamerongen, Penningmeester Serviceclubs in Nederland
Mevrouw A. Noks, Hoofd beleidsbureau Design Academy Eindhoven
De heer G.J.M. Opstelten, Directeur Koning Willem I College, ’s-Hertogenbosch
De heer drs. H.J. Pijlman, Voorzitter college van bestuur Pedagogische Academie, Hanzehoge-
     school Groningen
Mevrouw R. Postma, Directeur Landelijke Oudervereniging Bijzonder Onderwijs
Mevrouw N. Röfekamp, Directeur jenaplanbasisschool De Nieuwe Kring, Diemen
Mevrouw I. Rugers, Beleidsmedewerker onderwijs Ons Middelbaar Onderwijs, Tilburg
De heer M. Schiltmans, Oprichter Gast in de Klas, Mensen voor mensen, Amsterdam
Mevrouw A. Schipper, Beleidsadviseur WEC-Raad, Utrecht
De heer mr. L.L.G.H. Scholl, Voorzitter college van bestuur, ROC Gilde Opleidingen, Roermond
Mevrouw R. Schutte, Voorzitter Serviceclubs in Nederland, Amsterdam
Mevrouw V. Stege, Directeur OBS Het Ruimteschip, Hoogezand
De heer G. van der Tang, Directeur De Maatschappij, Den Haag
Mevrouw L. Tukkers, Directeur CBS Anna van Buren, Roombeek
De heer J.G. Uijterwijk, Voorzitter college van bestuur, NHTV Internationale Hogeschool Breda
Mevrouw H. Uittenbogaard, Docent zorg en welzijn, Sophianum, Wittem
De heer drs. J.J. Vermeulen, Bestuurslid/eigenaar ondernemersvereniging Leidsche Rijn, De
      Meern
De heer A. Wilkens, Directeur OBS Harm Smeenge, Beilen
De heer mr. M.J.G. Wintels, Voorzitter raad van bestuur Fontys Hogescholen, Eindhoven
De heer drs. H.A. van Zetten, Lid college van bestuur Jacobus Fruytier Scholengemeenschap,
      Diemen
Mevrouw A. van Zoelen, Directeur OBS Dick Bruna, Waddinxveen
Mevrouw F. Zwaal, Iniatiefnemer Gast in de klas, Nieuwe Maan Adviseurs Maatschappelijke
     ­Vernieuwing, Amsterdam
Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                     43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>44 Onderwijsraad, december 2010</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>Bijlage 1
De debatten over onderwijs en maatschappelijke voorhoedes
Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes   45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>Verslag debat Utrecht
Nog niet zo lang geleden kregen plattelandskinderen die goed konden leren een duwtje in de
rug van de pastoor of dominee. De geestelijke kwam bij vader en moeder thuis om erop te wij-
zen dat doorleren goed was voor hun kroost. Dat deed hij vanuit een verantwoordelijkheidsge-
voel voor de jongere in kwestie, maar ook voor de samenleving als geheel. Tegenwoordig lijkt
het bon ton om alleen maar kritiek te leveren op het onderwijs. Wie er niet beroepsmatig bij is
betrokken, voelt zich niet meer verantwoordelijk voor het opleiden van jongeren. De Onder-
wijsraad wil dit tij keren. Maatschappelijke voorhoedes moeten het onderwijs koesteren.
We verwachten veel van het onderwijs, niet alleen op het gebied van kennis, maar ook van
burgerschap. Scholen en opleidingen kunnen veel, maar niet alles. Ze kunnen hulp gebruiken
bij het toenemend aantal taken dat de samenleving hun oplegt. Hoe is die hulp van buitenaf te
organiseren? Deze vraag stond centraal in een door de Onderwijsraad georganiseerd debat op
15 oktober in Utrecht. Net als het debat een maand eerder in Tilburg stond het in het teken van
het negentigjarig bestaan van de raad. De bijeenkomst in Utrecht werd op prikkelende wijze
geleid door hoogleraar Theo Camps, bestuursvoorzitter van de Berenschot Groep en zelf - naar
eigen zeggen - door de pastoor “onder de koe vandaan getrokken”.
In zijn openingswoord legt raadsvoorzitter Fons van Wieringen uit dat de gedachte is dat als
de verschillende maatschappelijke voorhoedes zich inzetten voor het onderwijs, anderen hen
zullen volgen. “Mensen uit de bovenlagen in de sport, dienstverlening, cultuur, gezondheid
en media moeten zich afvragen wat zij persoonlijk kunnen doen. Daar moet een eenduidige
en eenvoudige vorm voor komen. Welke ‘interface‘ past het best erbij? Is dat een ‘maatschap-
pelijk voorhoedeprogramma’ dat iedere school kan hebben voor mensen die er tijd in willen
steken?”
Welbegrepen eigenbelang
Rien Nagel, directeur van de Rabobank Utrecht, geeft een voorzet voor de discussie. “Wij zijn
een maatschappelijk betrokken organisatie. We hadden een tijd lang last van brommerjeugd
die rondhing voor ons pand op Kanaleneiland. Het ging zo ver dat onze medewerkers onder
begeleiding naar hun auto moesten. Toen hebben wij onze maatschappelijke betrokkenheid
vanuit een welbegrepen eigenbelang getoond. We hebben een bureau opgezet om stages te
werven voor die brommerhelden. Dat ging uitstekend vanuit een netwerk van ondernemers.
We hebben een bureau opgezet om stages te werven voor de brommerjeugd. Het leverde
honderden stages op in zestig bedrijven. En toen liep het spaak op de uitvoering in de scholen.
Vooral de roc’s slaagden er niet in voldoende stagiaires te leveren.”
Daarmee heeft Nagel een belangrijk punt te pakken dat vaker zal terugkeren in het debat: de
maatschappelijke voorhoede is best bereid zich in te zetten voor scholen, maar ervaart een
mismatch op operationeel niveau. Jelle Kaldewaij, bestuursvoorzitter van NUOVO (een koe-
pel voor negen scholen voor voortgezet onderwijs in Utrecht) erkent dat inspirerende contac-
ten met de buitenwereld kunnen stuklopen op praktische bezwaren. Te meer daar Kaldewaij
denkt dat een goede relatie tussen scholen en de buitenwereld het onderwijs aanzienlijk kan
verrijken. Kinderen kunnen op talloze manieren anders leren dan alleen in traditionele school-
banken. “Bedrijven verwachten op een bepaald moment een bepaalde hoeveelheid leerlingen,
docenten brengen allerlei redenen in waarom dat niet kan. We zouden daarvoor toch elegan-
ter oplossingen moeten kunnen bedenken.”
46                                                                    Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre> Morele plicht
 Simone de Wit van de Hogeschool Domstad zegt: “Op de vraag of we een morele plicht heb-
 ben om het onderwijs verder te helpen zeg ik geen nee. Voor mij is het: ja, maar dan? Ik zou
 op zaterdag best iets willen doen. Als bewoner van Amsterdam heb ik een tijdje een afvalbak
 geadopteerd. Ik wees mensen erop om die te gebruiken. Zoiets zou ik ook in het onderwijs wel
 willen doen.” Hans Boutellier van het Verwey-Jonker Instituut denkt dat er weinig burgers zijn
 die niet iets voor het onderwijs willen doen. Maar op welke wijze wordt dat interessant voor
 scholen – gezien het feit dat er al zo veel van ze wordt gevraagd? “Die pastoor opereerde vanuit
 de verticale structuur van de verzuilde samenleving. Hoe kun je een horizontaal georganiseer-
 de omgeving van de school effectief inzetten? Matchingsprojecten zijn bijvoorbeeld de moeite
 waard: werk maken van één-op-éénkoppelingen.”
 Bert van der Roest van FC Utrecht is heel duidelijk over wat hij met zijn voetbalclub wil. “Wij zijn
 een commercieel bedrijf met als corebusiness een goede wedstrijd spelen. We zijn ervan over-
 tuigd dat als we midden in de samenleving staan, er een vorm van wederkerigheid optreedt.
 We krijgen er meer bezoekers door, en met meer bezoekers gaan wij beter spelen.” FC Utrecht
 wilde daarbij het hooliganprobleem aanpakken. “We dachten: laten we zorgen dat we het
 publiek binnenkrijgen dat wij willen hebben”, zegt Van der Roest. “En dan moet je beginnen bij
 het onderwijs.” FC Utrecht ontvangt niet alleen regelmatig scholen voor een rondleiding met
 een kort programma, maar heeft ook – dicht bij het trainingsveld – een voorziening opgezet
 voor kinderen met een leerachterstand.
 Stem verheffen
 Er zijn ook andere rollen die de voorhoede kan vervullen. Trude Maas-De Brouwer, verbon-
 den aan de Utrecht Development Board: “Wie verheft zijn stem eens tegen het voortdurende
 gekanker op onderwijs? Dat kan iets zijn voor de voorhoede.” Ze is minder optimistisch dan
 andere aanwezigen over de bereidheid van individuen om zich in te zetten. “Mensen zeggen
 toch snel dat het de taak van de overheid is. Het gemak waarmee alles omhoog geparachu-
 teerd wordt zie ik niet afnemen.” Dat komt misschien ook doordat plannen implementatie-
 kracht missen, zo erkent ook Maas-De Brouwer. De voorhoede moet niet alleen plannen maken,
 maar het ook op zich nemen dat ze worden uitgevoerd en dat ze na een jaar nog draaien.
“Als een project is afgelopen, loopt het vaak weg”, beaamt gedeputeerde van de provincie
 Utrecht Marjan Haak-Griffioen. “Ik zou persoonlijk best van alles willen doen, maar dat kan blijk-
 baar alleen in projectvorm. Waar is nou de marktplaats waar ik mijn diensten kan aanbieden?”
 Bij de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht hebben ze daarvoor een projectbureau ingericht
 bij een van de faculteiten. Eva van der Molen van de Hogeschool: “Dat is bij ons de interface die
 het contact met de buitenwereld tot stand brengt. Het bureau selecteert de aanbiedingen en
 duwt en trekt net zo lang totdat het past. Het is een absoluut noodzakelijke voorwaarde voor
 vruchtbare contacten met de buitenwereld.” Oude structuren moeten daarbij soms worden
 losgelaten. Marion Jacobse van de stichting Sophies Kunstprojecten merkt op dat projecten
 van haar stichting in Utrecht vooral gedraaid hebben in de vakantieperiode. Het aanhaken bij
 de scholen bleek te moeilijk.
 Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                            47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre> Adopteer een school
“Til het maatjesproject op een hoger niveau en adopteer een school, zou ik zeggen”, zegt Jan
 Jaap Blüm van Ballast-Nedam. Hij vindt dat je de inspirators van buiten kunt halen, maar dat de
 school ervoor moet zorgen dat de inspiratie beklijft. In Amsterdam-West is daadwerkelijk een
 school geadopteerd door mensen uit de maatschappelijke voorhoede. Onder andere PvdA-
 coryfee Felix Rottenberg en journaliste Margalith Kleijwegt ontfermden zich over een vmbo-
 school waarmee het bijzonder slecht ging. Karin Verkerk van de Amarantis Onderwijsgroep en
 bestuurder van de school in kwestie vertelt dat er in vier jaar tijd een samenwerkingsverband
 van de grond kwam met een heleboel partijen rondom de school. Inmiddels is het Calvijn met
 Junior College een succesverhaal.
 Voor een goed partnership moeten de partijen zich overgeven. Ans van Hoof van de kinder-
 opvangorganisatie Ludens is het daarmee eens. Een mooi voorbeeld vindt zij de vreedzame
 school: een programma voor de basisschool dat streeft naar een beter sociaal klimaat. In de
 wijk Overvecht in Utrecht wordt het succesvolle programma uitgebreid naar wijk- en buurtin-
 stellingen. Van Hoof: “Allerlei participanten formuleren eerst hun visie op opvoeding en op kin-
 deren in de maatschappij. Als je met elkaar afspreekt waar je heen wilt dan krijgen je plannen
 een langere adem in de implementatie.”
 Tegengeluid
 Marja Blom van het Bureau Christelijk Onderwijs Utrecht (een koepel van basisscholen) wil
 toch graag een tegengeluid laten horen. “Soms zie je een verband tussen het aantal projecten
 dat scholen binnenhalen en het achterblijven van de prestaties. Het kan een vlucht zijn, verle-
 genheid met je primaire opdracht.” De kracht van het programma vreedzame school zit hem
 volgens haar in de verbondenheid met het kerncurriculum: rekenen, taal en burgerschap. De
 school houdt andere dingen buiten de deur. Ze merkt dat scholen lang niet alle subsidies voor
 maatschappelijke activiteiten kunnen wegzetten: “Kijk naar wat scholen aankunnen met het
 grote aanbod dat kennelijk om ze heen hangt”.
 In zijn slotwoord stelt Fons van Wieringen dat hij verschillende interessante dingen heeft
 gehoord waarmee de Onderwijsraad verder kan. Hij licht een aantal punten uit de discussie.
 De aanwezige voorhoedes zijn allen bereid persoonlijk iets te doen voor scholen. Dat is een
 belangrijke constatering. Hun bijdragen aan de school kunnen direct onderdeel zijn van het
 leerplan of onderdeel uitmaken van het extracurriculaire aanbod van een school. Voorbeelden
 van beide vormen zijn in de discussie besproken. Als het gaat om de eenduidige en eenvou-
 dige interface tussen voorhoedes en de school, lijkt een onderwijsprogramma met maatschap-
 pelijk voorhoedes, een maatschappelijk aanbod per school, een aantrekkelijke vorm. Het is
 zaak dat programma een algemeen herkenbare figuur te laten zijn. Het moet niet zozeer door
 leraren worden opgezet, het gaat juist om de bijdragen van externe smaakmakers die willen
 laten zien dat de school de moeite waard is, ook voor hen. Ze melden zich aan: wat kan ik doen
 in jullie onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes in het komend jaar? De raad
 gaat zich verder verdiepen in uitwerkingsmogelijkheden, om een helder en compleet beeld
 voor te stellen aan de minister en het onderwijsveld.
 48                                                                      Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre> Verslag debat Tilburg
 Er is veel kritiek op het onderwijs in Nederland. Dat is deels terecht: er is te veel les- en school-
 uitval en de reken- en taalniveaus moeten omhoog. Maar er is ook een sfeer ontstaan waarin
 elke klacht over onderwijs gerechtvaardigd lijkt. Deze negatieve aandacht – te verklaren uit de
 steeds hogere verwachtingen die de samenleving heeft van scholen – heeft een aanzuigende
 werking. Om het tij te keren is meer steun van buitenaf nodig. De Onderwijsraad vindt dat
 maatschappelijke voorhoedes het onderwijs moeten koesteren.
 Deze stelling stond centraal in een door de Onderwijsraad georganiseerd debat op 10 septem-
 ber in het paleis-stadhuis van Tilburg. De bijeenkomst vond plaats in het kader van het negen-
 tigjarig bestaan van de raad en werd levendig en alert geleid door Tilburger Jan Boelhouwer,
 Tweede Kamerlid voor de PvdA. Een tweede debat over hetzelfde onderwerp vindt plaats in
 oktober, in Utrecht. Niet voor niets gaat de raad met zijn roep om steun van buitenaf de regio’s
 in. “Laten we maar eens beginnen in de bovenlagen van de maatschappij, de regionale voor-
 hoedes voorop”, zegt raadsvoorzitter Fons van Wieringen. “Als zij meer betrokkenheid tonen
 bij het onderwijs kunnen anderen hen volgen.”
 Marieke Moorman, onderwijswethouder van de gemeente Tilburg, vindt het leuk dat de raad de
 gebruikelijke vraag `wat kan het onderwijs voor de maatschappij betekenen’ nu eens omdraait.
 Ze stelt in haar welkomstwoord tevreden vast dat de kwestie ook anderen aanspreekt: de Til-
 burgse voorhoedes zijn goed vertegenwoordigd. Ongeveer twintig mensen uit het bedrijfs-
 leven, de sport, de cultuur en het onderwijs zelf nemen deel aan het debat.
 Imago
“Van origine is het beroepsonderwijs altijd sterk verbonden met het beroepenveld. Waar de
 verbinding goed is, wordt het onderwijs mooier, rijker en beter”, opent Marcel Wintels van Fon-
 tys Hogescholen de discussie. “Als Said Boutahar uitlegt dat topvoetbal hard werken is, dat je
 ernaast goed moet studeren en er veel voor over moet hebben om iets te bereiken, dan komt
 dat aan.” Hij kan talloze succesvolle voorbeelden noemen binnen zijn instelling, maar vraagt
 zich af of dat de oplossing is voor het imagoprobleem dat de raad aansnijdt. Die oplossing
 zoekt hij veel meer in een betere organisatie van het onderwijs. “Dat we niet altijd leveren wat
 we moeten leveren op het geplande moment, dát is beeldbepalend. Als we in het onderwijs
 gekoesterd willen worden, dan moeten we dat afdwingen door een geoliede organisatie neer
 te zetten. De trots die er is moet komen van onze intrinsieke kwaliteit.”
 Trotse scholen of niet, bedrijven zijn wel degelijk bereid hun maatschappelijke verantwoor-
 delijkheid te nemen. Voor Mike Leers van zorgverzekeraar CZ snijdt het mes aan twee kanten.
“Een organisatie als de onze wordt voortdurend geprikkeld door de vraag: hoe haal je het beste
 uit de maatschappij? Hoe kun je de eigen medewerkers de mogelijkheid bieden zich breed te
 ontwikkelen? Daarvoor heeft ons land tal van regelingen, waarvoor je als werkgever amper de
 portemonnee hoeft te trekken. Dan vind ik ook dat je mensen de kans moet bieden zich te ont-
 wikkelen, niet alleen binnen CZ, maar ook erbuiten.”
 Icoon
 Voetbalclub Willem II heeft in de contracten met de A-spelers zelfs de bepaling opgenomen
 dat zij regelmatig scholen in Tilburg bezoeken. De voorzitter van de raad van bestuur van de
 club, Hans Verbunt, licht toe: “We sturen gericht zowel allochtone als autochtone spelers op
 pad. Iemand als Said Boutahar is een icoon voor de kinderen. Wij willen als ondernemers onze
 Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                           49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>rol wel spelen, maar scholen moeten het initiëren. Als het onderwijs maar met voorstellen
komt.” Als die uitlegt dat topvoetbal hard werken is, dat je ernaast goed moet studeren en er
veel voor over moet hebben om iets te bereiken, dan komt dat aan.” Naast de bezoeken van de
A-selectie aan scholen heeft Willem II nog een indrukwekkende lijst met maatschappelijke acti-
viteiten, waaronder deelname aan topsportopleidingen, de beschikbaarheid van stageplaat-
sen bij de club, samenwerkingsverbanden met de reclassering. “Willem II is de ziel van Tilburg”,
zegt Verbunt trots.
Dat organisaties bereid zijn te investeren in het onderwijs bevestigen alle aanwezigen: van
de vertegenwoordigers van de culturele sector tot die van het bankwezen en de technische
bedrijven. Erik Kamps van de Brabants-Zeeuwse werkgeversvereniging zegt: “Wij willen als
ondernemers onze rol wel spelen, maar scholen moeten het initiëren. Als het onderwijs maar
met voorstellen komt.” Jan Melis van Melis Gieterijen voegt eraan toe dat het voor werkgevers
in het midden- en kleinbedrijf wel moeilijker is om maatschappelijk actief te zijn dan voor hun
collega´s in de grote ondernemingen. “Al bieden we natuurlijk wel stageplaatsen en afstudeer-
plekken aan. Dat hoort bij het ondernemerschap, dat is niets bijzonders.”
Natuurlijke schakel
Beroepenoriëntaties, stages en afstudeerprojecten vormen een natuurlijke schakel tussen
bedrijven en instellingen enerzijds en opleidingen anderzijds. Wel hebben technische onder-
nemingen meer moeite om jongeren aan te trekken dan andere. Alleen al om die reden zou
een bedrijf als Fujifilm meer contact willen met het onderwijs, om kinderen al op jonge leeftijd
in aanraking te kunnen brengen met techniek. Geert Naaykens van FME (de ondernemersor-
ganisatie voor de technologisch-industriële sector) gaat daarin nog een stap verder: de aan-
sluiting tussen het vmbo en het mbo moet beter, en als voorzitter van het Robo (het regionaal
overleg bedrijven en onderwijs) denkt hij daar graag over mee.
Er gebeurt dus al veel, vooral in het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs. Ver-
beterpunten zijn er wel (activiteiten kunnen beter gestructureerd worden en scholen en uni-
versiteiten kunnen meer initiatieven nemen), maar de samenwerking is er. Dat ligt anders in het
basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Deze sectoren zijn voor bedrijven en instellingen
minder interessant. Voor hen hangt het dus nog meer af van de inzet van individuele schoollei-
ders en docenten in hoeverre structurele verbindingen met ‘buiten’ worden gelegd.
Geweldige steun
In de discussie wordt ook duidelijk dat het vmbo een tussenpositie inneemt. De aanwezigen
vinden het belangrijk dat mensen van buiten zich voor deze schoolsoort inzetten, maar dat
gaat niet vanzelf. Vincent Braam van het ROC Tilburg: “Voor onze vmbo-afdeling zoeken we
naar toppers in het bedrijfsleven die zich aan ons willen verbinden. Bijvoorbeeld allochtone
jonge mensen die op het vmbo hebben gezeten en uiteindelijk zijn gaan studeren aan de uni-
versiteit. Want ik kan praten als Brugman, maar als mensen langskomen die het gemaakt heb-
ben, die werken bij ING of de Rabobank, dan is dat een geweldige steun. Het gaat om structu-
rele én persoonlijke inzet voor scholen, die voor de buitenwereld zichtbaar is. Het gaat niet om
de bedrijven of de organisaties, maar om de mensen zélf.” Ook Guus van Hove van Popcentrum
013 heeft die ervaring: “Wij organiseren debatten op vmbo-scholen en halen er artiesten bij
die de jongeren aanspreken. Dat kost heel veel tijd, energie en geld, maar we gaan er wel mee
door.”
50                                                                    Onderwijsraad, december 2010
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>‘Helden’ zijn dus nodig, niet alleen voor het vmbo, maar ook voor de andere onderwijssectoren.
 Rolmodellen, zoals de voetballers van Willem II die leerlingen motiveren om hun best te doen.
 Maar het gaat niet alleen om beroemdheden of bijzondere beroepsgroepen. Erik Kamps: “De
 jeugd kijkt naar het vlammetje. Naar de leraar die een vurig betoog houdt, of naar de werkge-
 ver die de passie voor zijn bedrijf weet over te brengen. Daar leer je graag voor.” En dus gaat
 het óók, zoals Mike Leers zegt, om de leidinggevende in zijn organisatie die jonge talenten
 kansen geeft, zijn medewerkers overtuigt van de noodzaak daarvan, en over de sector heen
 durft te kijken.
 Zichtbaar
 Samenvattend concludeert Fons van Wieringen: “We zoeken voor het primair en het voort-
 gezet onderwijs naar meer contacten met het beroepsleven. Voor het middelbaar beroeps-
 onderwijs en het hoger onderwijs komen die verbindingen vanzelf tot stand. Daar zoeken we
 juist naar contacten die algemene maatschappelijke aspecten aan de orde stellen. En het vmbo
 zit daartussenin. Over welke vorm de diverse verbindingen moeten aannemen, daar moeten
 we nog maar eens over nadenken. Het moet in elk geval een vorm zijn die goed te commu-
 niceren is. We zoeken naar wat in de ict-wereld een interface heet, iets dat de school en de
 plaatselijke bovenlagen met elkaar verbindt. We denken aan een maatschappelijk voorhoede-
 programma aan elke school. Het zou mooi zijn als een bedrijfsdirecteur of een gezaghebbend
 kunstenaar zich bij een onderwijsinstelling kan melden en zeggen: zet mij maar in voor drie
 zaterdagochtenden in jullie maatschappelijk voorhoedeprogramma. Daarbij gaat het vooral
 om de persoonlijke inzet van mensen uit de verschillende plaatselijke voorhoedes. Het moet
 voor de buitenwereld zichtbaar zijn dat de directeur, de hoofdredacteur, het hoofd van de
 Rabobank, de burgemeester zich persoonlijk inzet voor een school en daarmee docenten en
 leerlingen motiveert. Een dergelijke manifestatie van voorhoedes in het onderwijs versterkt
 het zelfvertrouwen van scholen.”
 Een onderwijsprogramma met maatschappelijke voorhoedes                                      51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>52 Onderwijsraad, december 2010</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>