<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>onperwljs {aad

Aan de gemeenteraad van de gemeente Schoonhoven Nassaulaan 6

Postbus 504 2514 JS Den Haag

2870 AH Schoonhoven
Telefoon: 070 310 00 00
Fax: 070 356 14 74
secretariaat@onderwijsraad.nl
www.onderwijsraad.nl

Ons kenmerk Contactpersoon Plaats/datum

20110232/1015 Den Haag, 14 juli 2011

Uw kenmerk Doorkiesnummer Onderwerp

K511/00607 Advies op grond van artikel 76m, zesde lid WVO

Geachte raad,

Bij schrijven van 12 mei 2011, onder kenmerk K511/00607 — ingekomen op 20 mei 2011 — verzoekt het college
van burgemeester en wethouders van Schoonhoven de Onderwijsraad om advies uit te brengen over een geschil
dat is ontstaan tussen het college en de commissie ex artikel 82 van de Gemeentewet, als bevoegd gezag van de
openbare scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs het Schoonhovens College te Schoonhoven (verder
te noemen: het Schoonhovens College). De Onderwijsraad concludeert dat het verzoek van het gemeentebestuur
van Schoonhoven niet ontvankelijk is. Hieronder wordt uiteengezet hoe de Onderwijsraad tot deze conclusie is
gekomen.

Bij brief van 24 november 2009 heeft het Schoonhovens College het gemeentebestuur verzocht om de toe-
kenning van een bedrag van € 1.153.293,08, zijnde het bedrag van de al dan niet fictieve onderhoudsvoorziening
voor het Schoonhovens College gevormd in de jaren 1997 tot en met 2004. Het Schoonhovens College heeft in
deze jaren niet kunnen sparen voor de onderhoudselementen die tot 2005 onder de gemeentelijke
verantwoordelijkheid vielen en die na wijziging van de WVO (Wet op het voortgezet onderwijs} tot de
verantwoordelijkheid van de schoolbesturen behoren. Tevens heeft het Schoonhovens College het gemeente-
bestuur daarbij verzocht om in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs van de gemeente
Schoonhoven een aanvullende bepaling op te nemen waarbij de al dan niet fictieve onderhoudsvoorziening voor
het Schoonhovens College over de jaren 1997 tot en met 2004 wordt vastgelegd.

Het college van burgemeesters en wethouders van Schoonhoven is voornemens beide verzoeken van het
Schoonhovens College af te wijzen. Tegen dit voornemen tot afwijzing is bij brief van 21 maart 2011 namens het
Schoonhovens College ingebracht dat hierdoor het Schoonhovens College ten opzichte van het eveneens in
Schoonhoven gevestigde christelijk voortgezet onderwijs wordt benadeeld en dat daarmee de vrijheid van
richting en met name de vrijheid van inrichting wordt geraakt.

Het college van burgemeester en wethouders van Schoonhoven verzoekt de Onderwijsraad ter zake voormeld

geschil — met toezending van de relevante stukken — advies uit te brengen als bedoeld in artikel 76m, zesde lid,

WVO en legt de raad daarbij drie vragen voor:

a) Dient de in de brief van 24 november 2009 gevraagde huisvestingsvoorziening te worden toegekend?

b) Dient ingestemd te worden met het verzoek van het Schoonhovens College tot wijziging van de
Verordening voorzieningen huisvesting gemeente Schoonhoven om inwilliging van het verzoek van
het Schoonhovens College mogelijk te maken?
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>ONDERWIJS aad

c) Is er bij afwijzing van dit verzoek sprake van ongelijke behandeling van het openbaar ten opzichte van
het christelijke voortgezet onderwijs?

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 76m, zesde lid van de WVO brengt de Onderwijsraad het gevraagde
advies uit aan de gemeenteraad. De Onderwijsraad veronderstelt dat in dit verband de adviesaanvraag (mede)
uitgaat van de gemeenteraad.

1 Wettelijke context

Op grond van de wet van 23 december 2004 “tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs vanwege
overheveling van taak en budget voor aanpassingen in onderwijshuisvesting van gemeente naar school, alsmede
wijziging van die wet, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra met het oog op het jaar-
lijks bedrag voor huisvestingskosten van andere dan gemeentelijke of niet door de gemeente in stand gehouden
scholen” (Stb. 2004, 713 en 714) is de verantwoordelijkheid voor huisvestingsvoorzieningen, in het bijzonder voor
“aanpassingen aan de buitenzijde van het gebouw en het terrein” en “aanpassingen aan de binnenzijde van het
gebouw” met ingang van 1 januari 2005 in haar geheel overgeheveld naar de schoolbesturen in het voortgezet
onderwijs.

Tot 1 januari 2005 konden schoolbesturen in het voortgezet onderwijs nog een beroep doen op de gemeenten
voor een vergoeding van kosten voor onderhoud en aanpassing. Na deze datum ontvangen de schoolbesturen
de middelen rechtstreeks van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Daarnaast bevat de wet een aantal overgangsbepalingen, onder andere over nog liggende aanvragen en
vastgestelde programma's huisvestingsvoorzieningen waarvan de bekostiging voor het jaar waarin de wet in
werking treedt (in casu 1 januari 2005) nog niet is aangevangen (artikel V) en over de verrekening van kosten voor
achterstallig onderhoud vanwege de overheveling van taak en budget voor aanpassingen in onderwijs-
huisvesting van gemeente naar school (artikel Va). Overeenkomstig artikel Va stellen burgemeester en
wethouders en het bevoegd gezag van de andere dan gemeentelijke scholen gezamenlijk vast of voorzieningen
in een slechte bouwkundige staat verkeren als gevolg van het verwijtbaar nalaten van noodzakelijk onderhoud.
Indien dat het geval is, betaalt het gemeentebestuur de daarmee gemoeide kosten. Het verzoek als bedoeld in
punt a van de adviesvraag van het college van burgemeester en wethouders heeft op de uitvoering van voor-
meld artikel Va betrekking.

2 Overwegingen

Bevoegdheid

Gegeven zijn bevoegdheid krachtens artikel 76m, zesde lid, WVO kan de Onderwijsraad zich slechts uitspreken
over de voorgenomen afwijzing van het verzoek tot het opnemen van een aanvullende bepaling in de
Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs van de gemeente Schoonhoven. Hij richt zich daarbij in het
bijzonder op de vraag of hiermee het beginsel van gelijke behandeling van het Schoonhovens College ten
opzichte van het christelijke voortgezet onderwijs in Schoonhoven in het geding is gebracht. Op de onder punt a
van de brief van 12 mei 2011 gestelde vraag van het college van burgemeester en wethouders zal de Raad
daarom niet ingaan.

Vraag en toetsingskader

De gemeenteraad draagt ten behoeve van gemeentelijke en andere dan gemeentelijke scholen zorg voor de
voorziening in de huisvesting op het grondgebied van de gemeente overeenkomstig het bepaalde in Afdeling
1A, hoofdstuk | van de wet. Hij behandelt daarbij de gemeentelijke en de andere dan gemeentelijke scholen op
gelijke voet (artikel 76b, eerste lid). Burgemeester en wethouders stellen daartoe — na overleg met de bevoegde
gezagsorganen van de andere dan gemeentelijke scholen op het grondgebied van de gemeente — een
huisvestingsprogramma vast voor voorzieningen die voor bekostiging in aanmerking zullen worden gebracht
voor andere dan gemeentelijke scholen en voorzieningen die nodig zijn voor gemeentelijke scholen (artikel 76f,
eerste lid). Het bevoegd gezag van een andere dan gemeentelijke school kan overeenkomstig het bepaalde in
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>ONDERWUs aad

artikel 76e WVO bij burgemeester en wethouders een aanvraag indienen voor opneming van die voorziening in
het programma.

Ook voor de vaststelling van de gemeentelijke regeling, in casu de huisvestingsverordening, dient de gemeente-
raad voorafgaand op overeenstemming gericht overleg te voeren met de bevoegde gezagsorganen van de
andere dan gemeentelijke scholen op het grondgebied van de gemeente (artikel 76m, vijfde lid).

De positie van de besturen van de andere dan gemeentelijke scholen wordt ondersteund door een wettelijke
regeling van de adviserende rol van Onderwijsraad in het kader van de vaststelling van het huisvestings-
programma en van de gemeentelijke regeling (zie ook Kamerstukken Il 1995-96, 24455, nr. 47 en Handelingen TK
70 p. 4474-4476). Leidt het zo-even bedoelde overleg over het programma respectievelijk de gemeentelijke rege-
ling niet tot overeenstemming, dan kan de gemeenteraad, al dan niet op verzoek van een bevoegd gezag, de
Onderwijsraad om advies vragen over de vaststelling daarvan in relatie tot de vrijheid van richting en inrichting.

In de memorie van toelichting bij het voorstel inzake de Wet op de Onderwijsraad (Kamerstukken 1996-97, 25041,
nr. 3, p. 3-4) stelde de regering met betrekking tot dit beoordelingskader: "De Onderwijsraad beziet in het kader
van zijn adviestaak het betreffende concept-besluit in relatie tot de vrijheid van richting en inrichting. Daarbij kan
de Onderwijsraad ook in zijn oordeel betrekken de vraag of met het besluit geen afbreuk zal worden gedaan aan
het beginsel van gelijke behandeling van openbaar en bijzonder onderwijs, indien de veronderstelde ongelijke
behandeling is gerelateerd aan de vrijheid van richting en inrichting. Dit is van regeringszijde ook tot uitdrukking
gebracht in de mondelinge behandeling van het wetsvoorstel decentralisatie huisvestingsvoorzieningen in
primair en voortgezet onderwijs in de Eerste Kamer (Handelingen I, 25 juni 1996, p. 36-1819)”

De raad begrijpt deze opmerkingen aldus, dat hij niet alleen advies dient uit te brengen over de vraag of met het
besluit (in casu de weigering tot wijziging van de verordening) inbreuk wordt gemaakt op de vrijheid van richting
en inrichting, maar ook over de vraag of met het besluit inbreuk wordt gemaakt op het beginsel van gelijke
behandeling van openbaar en bijzonder onderwijs, indien de ongelijke behandeling is gerelateerd aan de vrijheid
van richting en inrichting.

Aan de orde is hier de vraag of het voorgenomen besluit van het college van burgemeester en wethouders van
de gemeente Schoonhoven tot het niet inwilligen van het verzoek van het Schoonhovens College tot aanpassing
van de gemeentelijke verordening voorzieningen huisvesting (artikel 76m, zesde lid, WVO) ten nadele van het
Schoonhovens College ongelijke behandeling oplevert doordat inbreuk wordt gemaakt op diens vrijheid van
richting en/of inrichting.

Bevindingen

De Onderwijsraad stelt vast dat de in artikel 76m, zesde lid, WVO omschreven toetsingsnorm enkel ter bescher-
ming dient voor en van toepassing is op de positie van besturen van de andere dan gemeentelijke scholen, nu dit
lid teruggrijpt op het in het vijfde lid van artikel 76m bedoelde ‘op overeenstemming gericht overleg’, waaraan
deelnemen het gemeentebestuur en de bevoegde gezagsorganen van de andere dan gemeentelijke scholen in
de gemeente. De commissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet, zijnde het bevoegd gezag van het
Schoonhovens College, is niet aan te merken als het bestuur van een andere dan gemeentelijke school en komt
derhalve de bescherming van artikel 76m, zesde lid, WVO niet toe. In de memorie van toelichting bij het
wetsvoorstel Decentralisatie huisvestingsvoorzieningen (Kamerstukken II 1995-95, 24455, nr. 3, p. 26) wordt
hierover het volgende opgemerkt. "Met het begrip ‘een niet door de gemeente in stand gehouden school’ dan
wel ‘een andere dan een gemeentelijke school’ wordt niet bedoeld de scholen waarvoor een commissie ex artikel
82 van de Gemeentewet actief is. De reden hiervoor is dat — hoewel de overgedragen bevoegdheden per
gemeente verschillend kunnen zijn — de financiële verantwoordelijkheid niet wordt overgedragen. Deze scholen

vallen derhalve in principe onder het begrip ‘een door de gemeente in stand gehouden school’ (primair
3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>ONDERWUsfaad

onderwijs) onderscheidenlijk ‘een gemeentelijke school’ (voortgezet onderwijs). De enige uitzondering betreft de
situatie waarin het gaat om huisvestingsvoorzieningen ten behoeve van een nevenvestiging in een andere

gemeente.”

Nu van het laatste geen sprake is, is de raad van oordeel dat het bevoegd gezag van het Schoonhovens College
moet worden beschouwd als het bestuur van een ‘gemeentelijke school’ die geen partij is bij het op overeen-
stemming gericht overleg en niet de bescherming toekomt van de adviesvoorziening als bedoeld in artikel 76m,
zesde lid, WVO. De Onderwijsraad komt derhalve aan beantwoording van de in het verzoekschrift gestelde vraag
niet toe.

3 Conclusie

Het verzoek van het gemeentebestuur van Schoonhoven is niet ontvankelijk.

Coy

————

Namens de Onderwijsraad,

Prof. dr. GT.M. ten Dam Drs. A. van der Rest
Voorzitter Secretaris
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>