<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Advies
Excellente leraren als
inspirerend voorbeeld
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Excellente leraren als
inspirerend voorbeeld
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Colofon
De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege, opgericht in 1919. De raad adviseert,
gevraagd en ongevraagd, over hoofdlijnen van het beleid en de wetgeving op het gebied
van het onderwijs. Hij adviseert de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van
­Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. De Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal
 kunnen de raad ook om advies vragen. Gemeenten kunnen in speciale gevallen van lokaal
onderwijsbeleid een beroep doen op de Onderwijsraad.
De raad gebruikt in zijn advisering verschillende (bijvoorbeeld onderwijskundige, economi-
sche en juridische) disciplinaire aspecten en verbindt deze met ontwikkelingen in de praktijk
van het onderwijs. Ook de inter­nationale dimensie van educatie in Nederland heeft steeds de
aandacht.
De raad adviseert over een breed terrein van het onderwijs, dat wil zeggen van voorschool-
se educatie tot aan postuniversitair onderwijs en bedrijfsopleidingen. De producten van de
raad worden gepubliceerd in de vorm van adviezen, studies en verkenningen. Daarnaast ini-
tieert de raad seminars en websitediscussies over onderwerpen die van belang zijn voor het
onderwijsbeleid.
Advies Excellente leraren als inspirerend voorbeeld, uitgebracht aan de Minister en aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en
 Wetenschap.
 Nr. 20110055/981, maart 2011
 Uitgave van de Onderwijsraad, Den Haag, 2011.
 ISBN 978-946121-011-1
 Bestellingen van publicaties:
 Onderwijsraad
 Nassaulaan 6
2514 JS Den Haag
email: secretariaat@onderwijsraad.nl
 telefoon: (070) 310 00 00 of via de website:
 www.onderwijsraad.nl
 Ontwerp en opmaak:
 www.balyon.com
 Drukwerk:
 DeltaHage grafische dienstverlening
© Onderwijsraad, Den Haag.
Alle rechten voorbehouden. All rights reserved.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>14% iu a

onperwijs [aad

Aan de Mäniiter en de Staatssecretaris van Masinat 6

Onderwijs, Cultuur en Wetenschan 1514 15 Den Haag

Mevrouw LAU wan Bijzterveldt: Wiegenshart

De heer H. Zijlsra Tetefoon: O70 310 00 00
Postbus 16375 Fac 070 356 14 74

2500 f Den Haag secretariaatPenderwijgraad.nl

wear onder aad rl

Orn beret Cartacperaor Pardes
20110055/281 Ger Haag, 7 maart 2011
a ana Cmr Oerham

Aves Enceiente leraren als ingrerend voorbeeld

Mevrouw de Minister, Mijnheer de Staatssecretaris,

Met genoegen edt de Ondersijsraad u zijn advies Excelente leraren als inspirerend voorbeeld aan,

Het achvies gaat in op de vraag hoe excellentie onder leraren kan worden bevorderd, Excelente leraren kunnen de
cultuur van gelijkheid op scholen doorbreken. Door de beste leraren aan te wijzen, worden toplowalitelten her-
kend en erkend. Dit draagt naar de mening van de raad substantieel bij aan kwaleteitiverhoging van leraren en
daarmee aan de kwaliteit van het onderwijs, De erkenning van excellentie verhoogt tevens de aanrekkelikheld
van het onderwijs abi werkormpeving.

Ge raad stelt voor dat het asnwijzen van excellente lerasen door de schaal mil gebeurt De verannwoordelikheid
daarvoor ligt bij de schoolleiding. De keuze wan de school wont vervolgen eter gevalideerd, waarna een
aarwiging voor wier jaar volgt

In her advies words ervoor qepleit beter peesterende lessen op school te laten fungeren ats änspirerend
voorbeeld, als ralmadel Dit heelt allereerst een motiverende werking op de betrokken leraren zelf, Het
waarderen van excellente bij leraren zal naar verwachung tevens talenteolle studenten stimuleren voor het
leraarschap te kiezen Als excellente letaren de ruimte krijgen om hun ervaring en enpeitlie over te brengen op
andeten binmen de schaal drägen ze, ten slotte, bij san de kwaliteit van hun coBega's en aan omderwijs
ontwikkeling.

Ge raad adviseer om per school één op de nwintig leraren als excellent aan te wijzen en hen tijd en middelen te
geven om te werken aan profemianaliering en innavätie. bijvoorbeeld door het ontwikkelen van leermatertalen
al door het coachen van andere leraren. Hun activiteinen moeten opimaal bijdragen aan de ontwikkeling van
leerlingen. Daarnaast kunnen excellense leraren ook een tijdelijke salativtoeslag ontvangen Het geheel aan
benodigde tijd en middelen is te bekostigen met het budget dat het kabinet heeft gereserveerd voor prestatie-
beloning

</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>a

onperwijs aad

De raad heopt met dt advies een bijdrage te leveren aan een cultuur in het onderwijs waart excellentie gedijt.

Met balselda groet.

ll A,
Pipl de. ten Dam
„Nl ogeritter

de
Drs. A vari cher Ress
Seonetaris

</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Inhoud
Samenvatting7
1     Laat excellente leraren als rolmodel fungeren                                 8
1.1  Probleem: kwaliteiten van leraren blijven onderbenut in ‘gelijkheidscultuur’   8
1.2  Adviesvraag: hoe is excellentie onder leraren te bevorderen?                 10
1.3  Advies: laat excellente leraren als rolmodel fungeren                         11
1.4  Drie aanbevelingen voor excellente leraren als inspirerend voorbeeld          13
2     Aanbeveling 1: wijs op iedere school de 5% beste leraren aan                16
2.1  Uitblinken is relatief, aanstelling tijdelijk                                16
2.2  Interne nominatie, externe validatie                                          17
2.3  Intersubjectieve beoordeling op bekwaamheid                                  18
3 Aanbeveling 2: geef excellente leraren tijd en middelen                         21
3.1 Budget voor extra tijd, projecten en salaristoeslag                           21
3.2 Financiering uit budget voor prestatiebeloning                                23
4 Aanbeveling 3: zet excellente leraren in voor professionalisering en innovatie  24
4.1 Dag in de week vrij geroosterd voor drie rollen                               24
4.2 Schoolleiding moet excellentie laten gedijen                                  27
Afkortingen28
Geraadpleegde deskundigen                                                         29
Literatuur                                                                        32
Bijlagen
Bijlage 1: Adviesvraag van het ministerie van OCW                                 33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre> Samenvatting
 Excellente leraren als inspirerend voorbeeld
 Hoe is excellentie onder leraren te bevorderen? De Onderwijsraad pleit er in dit advies voor
 excellente leraren op school te laten fungeren als inspirerend voorbeeld, als rolmodel. Dit is om
 twee redenen van belang voor het onderwijs. In de eerste plaats om het talent van leerlingen
 optimaal te benutten. Als excellente leraren hun eigen kwaliteiten verder kunnen ontwikkelen
 en die van collega’s weten te bevorderen, komt dit ten goede aan de kwaliteit van het onder-
 wijs en daarmee aan de prestaties van leerlingen. In de tweede plaats maakt het het onderwijs
 als werkomgeving aantrekkelijker. Als excellentie bij leraren wordt herkend en erkend, blijven
 topleerkrachten beter behouden voor het onderwijs en zullen ook anderen eerder tot het vak
 worden aangetrokken.
 Aanbeveling 1: wijs op iedere school de 5% beste leraren aan
 De Onderwijsraad adviseert per school één op de twintig leraren als excellent aan te wijzen.
 Excellentie wordt dus opgevat als relatieve kwaliteit, en niet als een absolute norm. Het gaat
 er immers om dat de besten de andere docenten ‘aansteken’. De school draagt excellente lera-
 ren voor op basis van een intersubjectieve beoordeling. De keuze voor deze excellente leraren
 wordt vervolgens extern gevalideerd, bijvoorbeeld met een assessment. De aanstelling geldt
 voor een periode van vier jaar.
 Aanbeveling 2: geef excellente leraren tijd en middelen
 De Onderwijsraad stelt voor per excellente leraar jaarlijks 25.000 euro toe te kennen. Met dit
 bedrag kan de excellente leraar een dag in de week worden vrijgesteld voor verdere professi-
 onalisering en schoolontwikkeling. Daarnaast is er een projectbudget van 10.000 euro per jaar
 voor bijvoorbeeld innovaties, een salaristoelage voor de excellente leraar van 2.500 euro en
 een bedrag voor assessment. Dit is te bekostigen met het budget dat het kabinet heeft uitge-
 trokken voor de prestatiebeloning.
 Aanbeveling 3: zet excellente leraren in voor professionalisering en innovatie
 De beschikbare tijd en middelen moeten ten goede komen aan de kwaliteit van het onder-
 wijs, het primaire proces. Denk aan ontwikkeling van (speciale groepen) leerlingen, aan coa-
 ching van (beginnende) leraren en aan onderwijsinnovatie (zoals ontwikkeling van leermateri-
 alen). De precieze inzet mag de school zelf bepalen. De schoolleiding heeft een belangrijke rol
 om excellentie te laten gedijen. Waar de huidige cultuur in het onderwijs zich kenmerkt door
‘gelijkheid’, zal dat moeten veranderen in een klimaat waarin kwaliteitsverschillen bespreek-
 baar zijn.
 Excellente leraren als inspirerend voorbeeld7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>     De Onderwijsraad adviseert om per school de 5% beste leraren te selecteren
     als rolmodel. Per excellente leraar wordt voor een periode van vier jaar jaarlijks
     25.000 euro beschikbaar gesteld. Dit bedrag biedt excellente leraren de ruimte
     om binnen de school een voortrekkersrol te kunnen spelen.
1    Laat excellente leraren als rolmodel fungeren
     Al sinds 1999 schrijft de onderwijssector ieder jaar een verkiezing uit voor de beste leraar. De
     leraar van het jaar wordt landelijk per schooltype gekozen. Het uitgangspunt van erkenning
     van excellentie kan worden benut bij de verdere ontwikkeling van het onderwijs. Als excellente
     leraren binnen elke school als voorbeeld worden ingezet, komen hun talenten beter tot hun
     recht en worden die ook bij collega-docenten meer aangewakkerd. Dit komt ten goede aan de
     kwaliteit van het onderwijs. Met het budget van het kabinet voor de prestatiebeloning is dit te
     bekostigen. Waarom pleit de raad voor rolmodellen, en hoe kan het plan worden uitgevoerd?
1.1  Probleem: kwaliteiten van leraren blijven onderbenut in
    ‘gelijkheidscultuur’
     Sterke gelijkheidscultuur heerst, zeker in basisonderwijs
     Van oudsher wordt het onderwijs in Nederland gekenmerkt door een sterke gelijkheidscul-
     tuur. Het is op Nederlandse scholen weinig gebruikelijk om bijzondere kwaliteiten van leraren
     te erkennen en te waarderen. Er wordt wel onderscheid gemaakt tussen bevoegden en onbe-
     voegden, maar eenmaal bevoegd zijn alle leraren in principe gelijkwaardig. Individuele excel-
     lentie wordt weinig geïdentificeerd omdat het al snel wordt gezien als een ontkenning van de
     groepsprestatie en als een inbreuk op de collegialiteit. Te veel is de aandacht gericht op de
     prestaties van het peloton, terwijl de invloed van de koplopers op de pelotonprestaties nauwe-
     lijks wordt herkend. Hetzelfde geldt overigens voor het onderwijs in veel andere landen.1 Hoe-
     wel er al jaren mogelijkheden zijn voor zogeheten niveaudifferentiatie tussen leraren, wordt
     daar nog steeds spaarzaam gebruik van gemaakt. Ook dit komt overeen met de ervaringen in
     andere landen.2
     In het basisonderwijs lijkt deze gelijkheidscultuur het sterkst aanwezig, afgaande op gesprek-
     ken met leraren en schoolleiders uit verschillende sectoren. Dit is te verklaren vanuit de relatief
     kleine schaal van de teams van leerkrachten en de relatieve uniformiteit van de werkzaam-
     heden. Bij grotere scholen is er meer differentiatie mogelijk en aanwezig. Toch is ook in het
     voortgezet onderwijs de gelijkheidscultuur stevig verankerd. 3 Juist in Nederland wordt kwa-
     liteit in verhouding onvoldoende gewaardeerd, blijkt uit OESO-onderzoek (Organisatie voor
     1	Zie bijvoorbeeld Lortie, 1975 en Donaldson, Johnson, Kirkpatrick, Marinell, Steel, e.a., 2008.
     2	Een studie naar excellentie in het onderwijs in andere landen vindt u in Onderwijsraad, 2011.
     3	Zie bijvoorbeeld Buurman, 2011.
     8                                                                                                Onderwijsraad, maart 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Economische Samenwerking en Ontwikkeling) onder leraren in de onderbouw van het voort-
gezet onderwijs. Slechts 8% van de ondervraagde leraren vindt dat de beste leraar ook de
meeste waardering krijgt (of dat nu financieel is of anderszins). In andere landen is dit percen-
tage hoger, namelijk 26% van de leraren.4
Incentive om te presteren ontbreekt, waardoor talenten onderbenut blijven
Deze gelijkheidscultuur is niet bevorderlijk voor de kwaliteitsverhoging. Er gaat geen prikkel
van uit om extra te presteren. Iedereen krijgt hetzelfde salaris voor dezelfde functie, er wordt
niet gekeken naar hoe iemand functioneert. Daardoor blijven talenten van leraren onbenut.
Het ontbreekt bovendien aan ‘incentives’ (financieel of anderszins) voor leraren om meer uit-
dagende taken op zich te nemen, zoals bijvoorbeeld lesgeven aan klassen met een sterk hete-
rogene samenstelling. Bij gebrek aan beloningsdifferentiatie werkt het eerder andersom: eer-
stegraadsleraren blijken bijvoorbeeld minder vaak op het vmbo (voorbereidend middelbaar
beroepsonderwijs) en in de onderbouw van havo/vwo te werken wanneer het gaat om scholen
met veel achterstandsleerlingen.5
Het is een slechte zaak dat talenten niet benut worden. Niet alleen blijven er kansen liggen
om leerlingen te laten groeien, ook komt het onderwijs als stimulerende werkomgeving
onvoldoende uit de verf. Excellente leraren raken eerder gedemotiveerd om in het onderwijs te
blijven werken, en op studenten heeft het onderwijs hierdoor minder aantrekkingskracht. Om
de kwaliteit van het onderwijs niet achteruit te laten gaan, wordt tot nu toe vooral gewerkt aan
de basiskwaliteit: aankomende docenten moeten bijvoorbeeld beter leren rekenen en spel-
len. De bodem moet opgeschroefd worden. Het is tijd om aan de andere kant ook de top uit
te dagen. Zo worden niet alleen de ‘slechtsten’ geweerd, maar ook de ‘besten’ aangetrokken.
De gelijkheidscultuur wordt mogelijk mede in de hand gewerkt door ons inspectiesysteem.
Onderwijsinstellingen worden vooral gestimuleerd om te voldoen aan bepaalde minimumnor-
men. Prestaties die daar bovenuit komen worden nauwelijks gewaardeerd. Ook de onderwijs-
bonden dragen daaraan bij door zich in de discussie over kwaliteit van leraren vooral te richten
op het opleidingsniveau en de bevoegdheid van docenten en niet of nauwelijks op kwaliteits-
verschillen tussen bevoegde docenten onderling.6
250 miljoen uitgetrokken voor prestatiebeloning
Het kabinet wil die prikkel wel en heeft daarom in het regeerakkoord vastgelegd jaarlijks 250
miljoen euro uit te trekken voor prestatiebeloning. Idealiter werkt deze beloning voor alle
docenten: beter presteren betekent een bonus. Dit is in de praktijk echter zeer lastig uitvoer-
baar: hoe is een hogere prestatie van docenten op een betrouwbare en valide manier meet-
baar te maken en te verantwoorden zonder hoge administratieve lasten? De Onderwijsraad
pleit er daarom in dit advies voor het budget te besteden aan de excellente leraren en ervoor
te zorgen dat dat budget ten goede komt aan de kwaliteit van de andere docenten.
4	Organisation for Economic Cooperation and Development, 2009. Enige voorzichtigheid bij de interpretatie van het Nederlandse ge-
     gevens is geboden omdat Nederland niet voldeed aan de steekproefvereisten van de OESO. In totaal hebben ruim 600 Nederlandse
     leraren aan het onderzoek deelgenomen.
5	Buurman, 2011.
6	Algemene Onderwijsbond, 2009.
Excellente leraren als inspirerend voorbeeld9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>1.2 Adviesvraag: hoe is excellentie onder leraren te bevorderen?
    De vraag die de raad in dit advies beantwoordt, luidt: hoe kan excellentie onder leraren worden
    bevorderd? De precieze vraag en deelvragen vanuit het Ministerie van OCW (Onderwijs, Cul-
    tuur en Wetenschap) staan in bijlage 1. De aanbevelingen die eruit voortvloeien, richt de raad
    aan de minister en aan de schoolleiding.
    Advies richt zich op alle sectoren en beperkt zich tot primair proces
    Het advies bestrijkt in beginsel alle onderwijssectoren, maar besteedt in het bijzonder aan-
    dacht aan het basis- en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs, aangezien
    vooral daar de gelijkheidscultuur doorbroken moet worden. In het wetenschappelijk onderwijs
    is de gelijkheidscultuur minder sterk aanwezig. Daar bestaat al een rangenstelsel met hoog-
    leraren, universitair hoofddocenten, universitair docenten op twee niveaus, tenure trackers,
    postdocs en aio’s (assistent in opleiding). Kwaliteitsverschillen worden er als vanzelfsprekend
    en positief ervaren. Wel worden vaak onderzoeksprestaties als enig criterium voor excellen-
    tie gehanteerd. In een eerder advies heeft de Onderwijsraad ervoor gepleit om in het hoger
    onderwijs de onderwijskwaliteit zwaarder te laten meewegen.7
    Excellentie wordt in dit advies opgevat als uitblinken in het primaire proces (dus niet in coördi-
    natie en management van de school). Een excellente leraar is vakinhoudelijk en didactisch sterk.
    Het gaat niet alleen om leraren die hoogwaardige intellectuele kennis aan leerlingen overdra-
    gen, maar bijvoorbeeld ook om leraren met expertise in onderwijsontwikkeling, remediëren-
    de vaardigheden en enthousiasmerend vermogen (‘van een dubbeltje een kwartje maken’).
    Excellentie is kwaliteit die bereikt kan worden door leraren die daartoe de aanleg en de ambi-
    tie hebben. Bepaalde basisvaardigheden zijn te leren, maar excellentie is niet voor iedereen
    weggelegd. Uit onderzoek blijkt dat excellentie niet primair bepaald wordt door ervaring. De
    gemiddelde effectiviteit van docenten neemt gedurende de eerste jaren van de loopbaan toe,
    maar vlakt daarna af.8 Afstemming van het onderwijs op leerlingen, een belangrijk aspect van
    excellentie, blijkt voor ongeveer de helft van de leraren een probleem.9 Leraren met jarenlange
    ervaring doen het daarbij niet beter dan jongere collega’s, constateert de Inspectie.
    Andere definities en kenmerken van excellente leraren staan in een achtergrondstudie op de
    website van de Onderwijsraad.10
    Excellentie als invalshoek voor kwaliteitsverbetering
    Dit advies gaat in op mogelijkheden om kwaliteit van leraren te bevorderen door excellentie
    te stimuleren. Uiteraard zijn er ook andere manieren om de kwaliteit te verbeteren. Daarop is
    in verschillende adviezen en rapporten in het verleden al aangedrongen. Denk aan het advies
    Waardering voor het leraarschap waarin de Onderwijsraad pleit voor een beter carrièreperspec-
    tief in de klas, en aan de adviezen over het kwantitatieve en kwalitatieve lerarentekort van de
    Commissie Leraren onder leiding van Rinnooy Kan.11 Het kabinet nam de aanbevelingen van
    de commissie in grote lijnen over. In de reacties en het daaropvolgende Actieplan Leerkracht
    ligt het accent echter vooral op het bestrijden van de kwantitatieve tekorten in het funderend
    7	Onderwijsraad, 2007.
    8	Grift, 2010; Staiger & Rockoff, 2010.
    9	Inspectie van het Onderwijs, 2010.
    10	Onderwijsraad, 2011.
    11	Ook in andere adviezen besteedde de raad aandacht aan het onderwerp leraren. Zie voor een overzicht daarvan het dossier Leraren
         op de website van de Onderwijsraad.
    10                                                                                                  Onderwijsraad, maart 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>    onderwijs en minder op het bevorderen van de kwaliteit van docenten en het waarderen van
    de beste docenten. Daarom staan in dit advies excellente leraren centraal.
    Voorzichtig steeds meer aandacht voor uitblinkers
    Langzaamaan ontstaat wel meer aandacht voor excellentie. Voor excellente leerlingen is dat al
    een tijdje gaande, maar er zijn nog te weinig scholen die ook excellentie bij leraren zichtbaar
    durven te maken en durven te waarderen. Wel is de aandacht ervoor de afgelopen tijd iets
    toegenomen, zoals blijkt uit de verkiezing van de leraar van het jaar en de invoering van belo-
    ningsdifferentiatie in het kader van de functiemix. Hierbij kunnen scholen bepaalde docenten
    beter waarderen door ze in een hogere salarisschaal in te delen. In de praktijk doen ze dit veel-
    al niet op basis van extra kwaliteit van een docent, maar op basis van speciale taken die een
    docent op zich neemt (zoals een onderbouwcoördinator), zeker in het basisonderwijs. Verder
    biedt dit systeem geen blijvende prikkel: eenmaal bevorderd naar een hogere schaal kan een
    docent niet terugvallen.
    Recent zijn al meer initiatieven genomen om excellentie bij leraren te stimuleren. Deze staan
    beschreven in een achtergrondstudie. Denk aan de academische pabo, het project Eerst de
    klas, specifieke opleidingen gericht op excellente leraren, en de lerarenbeurs. Voortzetting en
    mogelijke uitbreiding van deze programma’s ligt voor de hand.
    Bij veel van deze ontwikkelingen lijkt het vooral te gaan om relatief kleine projecten. Er bestaat
    behoefte aan een aanvullend instrument om excellentie bij leraren te (h)erkennen.
       Totstandkoming van dit advies
       Voor dit advies heeft de Onderwijsraad ervaringen geïnventariseerd met bevordering van excellen-
       tie in het onderwijs, zowel in Nederland als in andere landen. Ook is gekeken naar de ervaringen in
       enkele andere beroepssectoren waar professionals in hoge mate autonoom hun beroep uitoefenen.
       Daartoe is een literatuurstudie verricht en gebruikgemaakt van externe onderzoeken die zijn uitge-
       voerd door de onderzoekbureaus ITS en Oberon.12
       Daarnaast is in individuele gesprekken en panels gesproken met leraren uit verschillende sectoren,
       lerarenopleiders, schoolbestuurders, experts en andere betrokkenen bij het onderwijs. Daaronder
       bevond zich onder meer een groep voormalige leraren van het jaar, die zich verenigd hebben in de
       LerarenKamer, en een groep studenten die hun lerarenopleiding volgen in het kader van het project
       Eerst de klas. Ook is gesproken met de Commissie Onderwijs en Arbeidsmarktvraagstukken van de
       SER (Sociaal-Economische Raad). Een complete lijst van literatuur en geraadpleegde deskundigen is
       te vinden achter in dit advies.
1.3 Advies: laat excellente leraren als rolmodel fungeren
    De raad adviseert excellente leraren te identificeren en te waarderen als rolmodellen. In de aan-
    bevelingen in paragraaf 1.4 geeft de raad aan hoe de minister dit kan bevorderen en wordt een
    voorzet gegeven hoe scholen het idee van rolmodellen kunnen uitwerken. In deze paragraaf
    wordt het advies beargumenteerd: waarom acht de raad het een goed idee om excellente lera-
    ren een voorbeeldfunctie te geven?
    12	Onderwijsraad, 2011.
    Excellente leraren als inspirerend voorbeeld11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Cultuur van gelijkheid doorbreken
Excellente leraren kunnen de cultuur van gelijkheid op scholen doorbreken. Door leraren aan
te wijzen die met kop en schouders boven anderen uitsteken, worden topkwaliteiten herkend
en erkend. Dit draagt naar de mening van de raad substantieel bij aan kwaliteitsverhoging van
leraren en daarmee aan de kwaliteit van het onderwijs. Het onderwijsniveau wordt immers in
hoge mate bepaald door de kwaliteit van de docent. Internationaal onderzoek laat zien dat de
kwaliteit van de leraar grote invloed heeft op de onderwijsprestaties van leerlingen, van fun-
derend tot hoger onderwijs.13 Bovendien blijken grote kwaliteitsverschillen te bestaan tussen
leraren, ook als zij bevoegd zijn.14 De ene leraar is de andere niet. Het maakt wel degelijk ver-
schil wie voor de klas staat.
De gedachte achter het stimuleren van excellentie is dat excellente leraren niet alleen recht-
streeks kunnen bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs, maar dat zij ook indirect een posi-
tieve uitwerking hebben op de leerlingen, op hun collega’s en op de school als ‘lerende organi-
satie’. Door excellentie te identificeren en waarderen wordt jongere docenten de mogelijkheid
gegeven zich aan anderen op te trekken, maar wordt ook disfunctioneren beter zichtbaar en
bespreekbaar gemaakt.
Vier voordelen
Het heeft kortom vier voordelen om van excellente leraren rolmodellen te maken.
• Het heeft een motiverende werking op de betrokken leraren zelf: ze blijven daardoor lan-
    ger behouden voor het onderwijs en worden uitgedaagd om te blijven excelleren. Dit is –
    meer dan een vaste, hogere salarisschaal – een prikkel om goed te blijven presteren.
• Het trekt (goede) starters aan in het onderwijs: wanneer beter presterende leraren gewaar-
    deerd worden, zal dat ook eerder nieuwe (talentvolle) studenten aantrekken. Dit kan
    bovendien het lerarentekort helpen oplossen.
• Het stimuleert onderwijsontwikkeling: leraren die de ruimte krijgen om hun ervaring en
    expertise over te dragen aan anderen binnen de school dragen bij aan innovatie.
• Erkende excellente leraren kunnen de rest van de schoolorganisatie op sleeptouw nemen
    en zo ook anderen versterken. Uit gesprekken met beginnende docenten (uit het project
    Eerst de klas) blijkt dat zij zich afvragen waar ze goede voorbeelden (rolmodellen) kunnen
    vinden om zich aan op te trekken. Ook vergelijkingen met andere beroepssectoren sug-
    gereren dat excellente werknemers een belangrijk rolmodel kunnen vormen voor nieuwe
    werknemers.
Weerstand niveaudifferentiatie neemt af
Zijn er ook nadelen aan verbonden? Negatieve gevolgen zijn mogelijk als excellentie gepaard
gaat met een andere beloningsstructuur.15 Mensen kiezen voor een bepaalde beroepsgroep
mede op basis van hun bereidheid om risico’s te nemen en competitie aan te gaan. Volgens
Dohmen zullen onder de huidige incentive-structuur binnen het onderwijs mensen die er niet
van houden risico’s te nemen, eerder voor het docentschap kiezen dan meer op competitie
gerichte karakters.16 Ook de persoonlijkheidsstructuur van docenten speelt een rol bij hun keu-
13	Zie bijvoorbeeld Hattie, 2009; Hoffmann & Oreopoulos, 2009.
14	Staiger & Rockoff, 2010.
15	Het LPBO (Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs) heeft bijvoorbeeld gepleit voor niveaudifferentiatie bij leraren door invoe-
    ring van een apart niveau voor de excellente leraar. Daarbij gaat het om het onderscheiden van leraren die in het primaire proces ex-
    celleren en over bekwaamheden beschikken die hun leerlingen helpen om optimale leeropbrengsten te behalen. Het bijbehorende
    competentieprofiel is nog niet uitgewerkt.
16	Dohmen, 2010.
12                                                                                                      Onderwijsraad, maart 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>    ze voor het onderwijs. Docenten zijn zorgvuldiger, meer altruïstisch en staan meer open voor
    nieuwe ervaringen dan anderen. Veranderingen in de incentive-structuur die leiden tot span-
    ningen en onbehagen bij goed functionerende docenten, spannen het paard achter de wagen.
    Daarnaast zou de introductie van een variabel beloningssysteem ertoe kunnen leiden dat hier-
    door kandidaten worden aangetrokken met persoonlijkheidskenmerken die niet passen bij het
    onderwijs. Welke gevolgen dat voor het onderwijs heeft (positief of negatief) is onduidelijk.
    Bovendien constateerde het LPBO (Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs) enkele jaren
    geleden dat het draagvlak binnen scholen voor de invoering van niveaudifferentiatie op basis
    van kwaliteit nog niet erg groot was. Werkgevers staan in principe positief tegenover het idee
    van niveaudifferentiatie, maar tegelijkertijd zijn ze huiverig voor de invoering ervan, niet alleen
    omdat dit consequenties heeft voor de beloningsstructuur en arbeidscultuur, maar ook omdat
    er weinig expertise is binnen de school in het beoordelen van het functioneren van leraren.
    Leraren zelf zijn op zich positief over niveaudifferentiatie, maar plaatsen kanttekeningen bij de
    uitvoerbaarheid hiervan.17 De weerstand neemt echter langzamerhand af, de koudwatervrees
    verdwijnt.18 Er ontstaat dus meer ruimte voor erkenning van kwaliteitsverschillen tussen docen-
    ten, en dus ook voor excellente leraren.
    Al met al pleit de Onderwijsraad voor excellente leraren als rolmodellen. Wil Nederland op het
    terrein van onderwijsprestaties internationaal tot de top (blijven) behoren, dan zijn goede lera-
    ren een eerste vereiste. En om meer goede docenten te krijgen kunnen excellente leraren als
    rolmodel niet worden gemist.
1.4 Drie aanbevelingen voor excellente leraren als inspirerend voorbeeld
    Als excellente leraren als voorbeeld gaan fungeren, dringt zich gelijk een aantal vragen op. Ten
    eerste: wie komen daarvoor in aanmerking (excellentie identificeren)? Ten tweede: wat houdt
    die status van rolmodel in (excellentie belonen)? En ten derde: wat moeten de leraren doen als
    rolmodel (excellentie inzetten)? Hieronder geeft de raad daar drie aanbevelingen voor. Tot slot
    vindt de raad het van belang dat ook de lerarenopleidingen aan excellentie gaan bijdragen.
    Aanbeveling 1: wijs op iedere school de 5% beste leraren aan
    De Onderwijsraad adviseert per school de 5% beste leraren te selecteren als rolmodel. Excel-
    lentie is daarmee geen absolute kwaliteit, maar een relatieve. Van iedere twintig leraren op een
    school wordt er één aangewezen die boven de anderen uitsteekt. Voor identificatie van excel-
    lente leraren stelt de raad voor de zeven competenties uit de Wet BIO (Wet beroepen in het
    onderwijs) te hanteren, die de schoolleiding ook al gebruikt voor de functiemix. Van de zeven
    moet de vakinhoudelijke en vakdidactische competentie van de leraar het zwaarst wegen. De
    selectieprocedure wordt overgelaten aan de school.
    De raad pleit voor een combinatie van interne nominatie en externe validatie. De school nomi-
    neert de excellente leraren en draagt ze voor. Externe professionals valideren vervolgens deze
    selectie, bijvoorbeeld met een assessment, analoog aan de Engelse Advanced Skills Teachers
    en de Amerikaanse NBPTS (National Board for Professional Teaching Standards). De status van
    excellente leraar geldt voor vier jaar. Hoofdstuk 2 gaat daar verder op in.
    17	Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs, 2008.
    18	Zie ook Onderwijsraad, 2011 voor ervaringen met de functiemix.
    Excellente leraren als inspirerend voorbeeld13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Aanbeveling 2: geef excellente leraren tijd en middelen
Om excellente leraren hun rol te laten vervullen, is het van belang dat zij daarvoor de ruimte
krijgen in de vorm van tijd en geld. Daarbij gaat het bij voorkeur om een combinatie van een
tijdelijke salaristoelage, projectbudgetten en scholingsmogelijkheden. Op die manier kun-
nen leraren blijvend worden gemotiveerd. Het is aan de schoolleiding om hiervoor een pakket
samen te stellen, passend bij de school en de wensen van individuele leraren. Het geld moet in
ieder geval ten goede komen aan de kwaliteit van het onderwijs op school. Om te garanderen
dat de middelen worden ingezet voor excellente leraren is een mogelijkheid om de middelen
voor excellente leraren eerst in de vorm van een aparte subsidie toe te kennen. Als bij evaluatie
na enkele jaren blijkt dat dit inderdaad tot de gewenste resultaten leidt, kunnen de middelen
aan de lumpsum worden toegevoegd.
De raad adviseert per excellente leraar jaarlijks 25.000 euro uit te trekken. De kosten hiervan
raamt de raad op circa 225 miljoen euro per jaar: 112,5 miljoen voor primair onderwijs, 82,5 voor
voortgezet onderwijs en 30 miljoen voor middelbaar beroepsonderwijs. In totaal is dit 90% van
het bedrag dat het kabinet in het regeerakkoord voor prestatiebeloning heeft gereserveerd.
Per excellente leraar bestaan de kosten op jaarbasis uit de volgende onderdelen:
• 12.000 euro voor vervanging van excellente leraren indien zij een dag per week van lessen
    worden vrijgesteld om bijvoorbeeld een opleiding te volgen of anderen te coachen;
• 10.000 euro projectengeld om te besteden aan bijvoorbeeld schoolontwikkeling;
• 2500 euro voor een individuele salaristoeslag; en
• 500 euro voor een extern assessment.
Behalve tijd en geld krijgen excellente leraren ook op een andere manier erkenning. Alleen al
het expliciet benoemen van iemand als excellent is een vorm van erkenning. Op die manier
wordt bovendien het gesprek over excellent leraarschap op school gestimuleerd. De raad
pleit verder voor een aantekening in het lerarenregister, zodat excellentie daarin bijgehouden
wordt en de benoeming op die manier ook zichtbaar wordt voor andere scholen. Hoofdstuk 3
gaat daar verder op in.
Aanbeveling 3: zet excellente leraren in voor professionalisering en innovatie
Excellente leraren worden bij voorkeur ingezet voor datgene waaraan ze hun excellente status
ontlenen. Ze krijgen de tijd en de ruimte om zich op dat gebied verder te professionaliseren,
bijvoorbeeld door zich op specifieke groepen leerlingen te richten. Ook kunnen ze (beginnen-
de) leerkrachten coachen binnen de eigen school. Verder kunnen de excellente leraren bijdra-
gen aan school- en vakontwikkeling, innovatie van lessen of toetsen. Het moet gaan om rollen
waar andere leraren ook direct baat bij hebben, en via hen de leerlingen. Dit betekent dat de
leraren die als rolmodel worden geselecteerd niet alleen goed moeten zijn voor de klas, maar
ook in overdracht van vaardigheden aan collega’s, het delen van kennis en het initiëren van
projecten. De precieze invulling van de rollen is aan de school. Scholen hebben daarbij een
grote mate van vrijheid, maar zouden achteraf wel moeten kunnen verantwoorden op welke
manier excellentie is bevorderd en benut. Hoofdstuk 4 gaat daar verder op in.
Ter ondersteuning: laat lerarenopleiding excellentie stimuleren
Ook lerarenopleidingen kunnen excellentie (toekomstige rolmodellen) al herkennen en bevor-
deren. De Onderwijsraad adviseert speciale plusprogramma’s in te richten binnen de reguliere
lerarenopleidingen én aparte opleidingen voor excellente studenten.
14                                                                         Onderwijsraad, maart 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Excellentie zou al tijdens de lerarenopleiding gestimuleerd moeten worden. In de praktijk
wordt excellentie op de lerarenopleiding echter eerder ontmoedigd. Bovengemiddeld pres-
terende vo-leerlingen (voortgezet onderwijs) worden niet gestimuleerd om voor de leraren-
opleiding te kiezen. Bovendien kennen lerarenopleidingen een weinig selectief karakter (er
wordt nog gewerkt aan de invoering van een landelijke slagingsnorm). Niettemin zijn er ook
initiatieven zoals de academische pabo die deze cultuur proberen te doorbreken. Deze staan
beschreven in een achtergrondstudie op de website van de Onderwijsraad.19
Het is belangrijk dat de studenten op de lerarenopleiding worden geprikkeld zich te ontwikke-
len tot excellente toekomstige leraren en daarom met goede rolmodellen worden geconfron-
teerd. Al tijdens de opleiding moeten talenten kunnen ontluiken en moet differentiatie kunnen
plaatsvinden. Dit zal de talentvolle studenten beter motiveren en bijdragen aan het doorbre-
ken van de gelijkheidscultuur in het onderwijs. De verschillende variaties binnen de leraren-
opleidingen die al zijn ontwikkeld, zoals topprogramma’s en de academische pabo, stellen zich
uitdrukkelijk ten doel onder meer juist hierin het onderscheid te maken.
19	Onderwijsraad, 2011.
Excellente leraren als inspirerend voorbeeld15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>    De Onderwijsraad adviseert op iedere school de 5% beste leraren aan te wijzen
    als excellente leraar. De school nomineert de leraren. Na externe validatie wor-
    den ze aangesteld voor vier jaar.
2   Aanbeveling 1: wijs op iedere school de 5%
    beste leraren aan
2.1 Uitblinken is relatief, aanstelling tijdelijk
    Uitblinken wordt relatief opgevat, niet absoluut
    De raad kiest voor een pragmatische benadering: identificeer binnen elke school of scholen-
    gemeenschap de 5% beste leraren en plaats hen in een voorhoedepositie. Het gaat dus om
    de top van één op twintig docenten die ‘erboven uitsteekt’. Excellentie vat de raad op als een
    relatieve kwaliteit (in verhouding tot rest van docentenkorps) en niet als een absolute kwali-
    teit (bijvoorbeeld een landelijke norm). Op iedere school zijn er ‘beste docenten’ die eigen en
    andermans talenten beter in stelling kunnen brengen. Wie dat zijn hangt ook af van het type
    leerling op de school en de visie van de school. Voordeel van een beoordeling op het niveau
    van de school is dat scholen de ruimte houden om zich verschillend te profileren zonder dat dat
    vergroting van kwaliteitsverschillen tussen scholen in de hand werkt.
    Het vaststellen van absolute normen voor excellentie is een hachelijke zaak. Het feit dat excel-
    lentie eerder als een relatief begrip moet worden aangemerkt maakt het definiëren ervan in
    zekere zin eenvoudig: de prestaties van de beste 5% van alle docenten worden als excellent
    gekwalificeerd.
    Beperkte groep van 5%
    Excellentie is voorbehouden aan een beperkte groep: niet iedereen kan en behoeft immers
    excellent zijn. Als één op de twintig docenten wordt aangemerkt als rolmodel, dan is het pre-
    dicaat excellentie voldoende exclusief. Als meer docenten excellent worden genoemd, is dat
    minder bijzonder. Bovendien wordt het beloningssysteem dan te duur. Als het er minder zijn
    (bijvoorbeeld één op de veertig), dan wordt het systeem te kwetsbaar en neemt het aantal
    scholen toe die buiten de boot vallen (waar niet voldoende leerkrachten werken om er één
    als excellent te bestempelen). In het basisonderwijs zijn er relatief veel kleine scholen. School-
    besturen zouden er ook voor kunnen kiezen om een excellente leraar op bestuursniveau aan
    te stellen en deze op verschillende scholen actief te laten zijn, naar het model van de Advanced
    Skills Teachers in Engeland. Berekend is dat in het basisonderwijs gemiddeld één excellente
    leraar per vestiging kan worden aangewezen. Per schoolbestuur in het basisonderwijs komt
    dat neer op vijf excellente leraren.
    16                                                                          Onderwijsraad, maart 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>    Tijdelijke benoeming voor vier jaar
    Anders dan bij de Engelse Advanced Skills Teachers gaat het in Nederland niet om een perma-
    nente aanstelling, maar om een in beginsel tijdelijke benoeming. Vanuit effectiviteitsoverwe-
    gingen is benoeming voor een termijn van meerdere jaren gewenst. Een excellente leraar heeft
    een paar jaar nodig om een kwaliteitsimpuls aan het onderwijs te geven. Benoeming voor het
    leven leidt echter tot verstopping van het systeem en haalt de dynamiek eruit. De raad advi-
    seert daarom een benoemingsperiode van vier jaar aan te houden.
    Dat betekent dus dat het begrip excellentie niet strikt tot deze voorhoede van 5% beperkt blijft.
    Leraren die als rolmodel geïdentificeerd worden en deze rol een aantal jaren hebben vervuld,
    houden daarna uiteraard niet automatisch op excellent te zijn, maar kunnen plaats maken voor
    anderen in de kopgroep. Ook is heraanwijzing mogelijk, afhankelijk van de omstandigheden in
    een school naar het oordeel van de schoolleiding. Met de tijdelijke aanwijzing van excellente
    leraren wordt het systeem behoed voor een ongewenste krampachtigheid. Docenten die in
    deze rol hebben gefunctioneerd, zullen de revenuen daarvan via een vermelding op hun cv
    blijvend met zich meedragen. Bovendien verdient het aanbeveling (zie hoofdstuk 3) ook in het
    lerarenregister te vermelden dat iemand de rol van excellente leraar heeft vervuld. Het gaat de
    raad om het constant in stelling brengen van een voorhoede van excellente leraren van wis-
    selende samenstelling. Op deze wijze wordt binnen de school waardering en ruimte gecreëerd
    voor meer dan gemiddelde onderwijsprestaties.
2.2 Interne nominatie, externe validatie
    De school selecteert excellente leraren en draagt ze voor
    Net als bij de functiemix kan de identificatie van excellente leraren het best worden overgela-
    ten aan de individuele school. Hoewel het systeem als zodanig voldoende objectiviteit moet
    uitstralen, kan het uiteindelijk alleen op acceptatie rekenen als de schoolleiding er voluit ver-
    antwoordelijkheid voor neemt, inclusief de conclusies die in concrete gevallen worden getrok-
    ken. Het zijn ook de schoolleiders die bij uitstek in staat geacht moeten worden te beoordelen
    of een leraar beantwoordt aan het profiel waaraan een uitstekend docent dient te voldoen.
    Het is aan de schoolleiding om de procedure voor de interne nominatie vast te stellen. Bijvoor-
    beeld via peer reviews, 360 graden feedback, bevindingen uit functioneringsgesprekken en/of
    stemmen van leerlingen. Uit evaluaties van de functiemix blijkt wel het belang van een eerlijke
    procedure en selectie op basis van zo objectief mogelijke criteria.20
    Een voordeel van deze interne beoordelingsprocedure is dat elke school zo de ruimte krijgt om
    zelf invulling te geven aan de beoordeling van excellentie, al naar gelang de eigen schoolcon-
    text. Dit geeft bovendien leraren op alle scholen een incentive om te werken aan excellentie.
    Een ander voordeel is dat de beoordeling van excellentie gekoppeld kan worden aan de regu-
    liere cyclus van functionerings- en beoordelingsgesprekken.
    Leraren die voor deze rol worden geselecteerd, moeten niet alleen goed zijn voor de klas, maar
    moeten bijvoorbeeld ook collega’s kunnen coachen, kennis kunnen delen en projecten kun-
    nen initiëren. Het gaat er immers om dat de algehele kwaliteit van het onderwijs ermee verbe-
    tert. Ze moeten dus ook bereid zijn deze rol te vervullen.
    20	Onderwijsraad, 2011.
    Excellente leraren als inspirerend voorbeeld17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>    Externe professionals valideren de voordracht
    Aan te bevelen is de keuze voor genomineerde excellente leraren extern te laten valideren, bij-
    voorbeeld door een onafhankelijke toetsingscommissie. Externe validatie moet waarborgen
    dat excellente leraren ook echt uitblinkers zijn en vergroot tegelijk de kans op draagvlak. Een
    vereiste om als rolmodel te kunnen fungeren is namelijk dat de genomineerde leraren ook als
    zodanig door hun collega’s worden (h)erkend. De toetsing dwingt schoolleiders om hun nomi-
    natie goed te motiveren en biedt een waarborg voor een zekere uniformiteit in de eisen die
    aan excellente leraren worden gesteld, zoals bijvoorbeeld blijkt uit ervaringen in andere lan-
    den. In het geval van de Engelse Advanced Skills Teacher worden docenten bijvoorbeeld voor-
    gedragen door hun school, maar vervolgens beoordeeld door een externe instantie. Op die
    manier kan worden gegarandeerd dat alle excellente docenten aan dezelfde hoge minimum-
    eisen voldoen.21
    Aan de toets kan een assessment gekoppeld worden. Daarvoor wordt in dit advies een bedrag
    per excellente leerkracht gereserveerd. Een voorbeeld hiervan is de assessmentprocedure van
    Amerikaanse NBPTS. In deze gevallen gaat het overigens om een permanente benoeming.
    Zeker bij een tijdelijke benoeming kan een lichtere externe procedure volstaan. De NBPTS zijn
    een in verhouding zwaar en kostbaar middel. Bovendien geldt daar een absolute grens voor
    excellentie (een landelijk norm), terwijl de raad met het Nederlandse systeem van het rolmodel
    een relatieve grens voorstaat. De validatie moet nog worden uitgewerkt. Het systeem moet in
    ieder geval betrouwbaar zijn en tegelijk voorkomen dat de procedure verzandt in (ontmoedi-
    gende) bureaucratie.
2.3 Intersubjectieve beoordeling op bekwaamheid
    Prestatiemeting is lastig, maar intersubjectieve beoordeling biedt alternatief
    Idealiter bestaat de beoordelingssystematiek van leraren uit een combinatie van (gestandaar-
    diseerde) intersubjectieve beoordelingen en objectieve prestatiemetingen.22 In het regeer-
    akkoord wordt als maat voor prestatiebeloning de toegevoegde waarde (leerwinst) genomen
    van een docent op de leerprestatie van een leerling. Uit onderzoek van de raad blijkt dat het
    meten van de toegevoegde waarde van een docent op de leerprestatie van een leerling nog
    niet mogelijk is.23 Het meten van de toegevoegde waarde is vooralsnog onbetrouwbaar en
    ontoereikend als instrument om excellentie van een individuele docent te bepalen. Bovendien
    geven de getoetste leerprestaties in de vakken een beperkt beeld van de toegevoegde waarde
    van een individuele leraar aan de ontwikkeling van leerlingen. Ook de (niet-gemeten) bijdrage
    van leraren aan een brede vorming van leerlingen en aan het algehele functioneren van de
    onderwijsorganisatie ten behoeve van het primaire proces (zoals collegialiteit, bereidheid tot
    samenwerking) maakt deel uit van het functioneren van een leraar.
    Ook in andere landen blijkt het lastig om de prestaties van leraren objectief vast te stellen,
    terwijl vanuit bijvoorbeeld vakbonden grote weerstand bestaat tegen meer intersubjectieve
    beoordelingsmechanismen.24 Systemen van prestatiebeloning dreigen daardoor vaak te ver-
    21	Een uitgebreide beschrijving van het Engelse systeem van Advanced Skills Teachers is te vinden in Onderwijsraad, 2011.
    22	Rockoff & Speroni, 2010.
    23	Onderwijsraad, 2011.
    24	Een uitgebreid overzicht van buitenlandse ervaringen met lerarenregisters, prestatiebeloning en andere instrumenten om excellen-
        tie bij leraren te bevorderen is te vinden in Onderwijsraad, 2011.
    18                                                                                                      Onderwijsraad, maart 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>zanden in een bureaucratische procedure waarbij het de vraag is of die de aantrekkingskracht
van het onderwijs op goede leraren vergroot. De ervaringen met het Amerikaanse NBPTS-­
lerarenregister laten zien dat het met een assessmentprocedure mogelijk is effectieve van min-
der effectieve leraren te onderscheiden. De kosten van een dergelijke assessmentprocedure
zijn echter hoog en het is nog onduidelijk of deze procedure ook geschikt is voor beginnende
leraren.
Beoordeling van leraren vanuit verschillende perspectieven doet het meest recht aan de veel-
zijdigheid en complexiteit van het leraarsberoep en is daarom het meest kansrijk. Het blijkt dat
kwaliteitsverschillen tussen leraren door middel van intersubjectieve beoordelingen behoor-
lijk goed in beeld kunnen worden gebracht. Uit ervaringen bij de rijksoverheid blijkt dat het in
de publieke sector mogelijk is om te komen tot een cultuur van beloning van bijzondere pres-
taties op grond van intersubjectieve beoordeling door de direct leidinggevende.25 Aandachts-
punt is wel dat dit kan leiden tot een ongelijke verdeling van deze bijzondere beloningstoesla-
gen over verschillende functiecategorieën. Dit kan voor een deel worden verklaard door het
feit dat ook schaarste op de arbeidsmarkt een rol speelt bij de toekenning van toeslagen. Ook
in het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs zou dit een rol kunnen spelen.26
Al met al lijken kwaliteitsverschillen tussen docenten het best via intersubjectieve beoorde-
lingen in beeld te kunnen worden gebracht.27 De houding die uit de door de raad gevoerde
gesprekken spreekt, is: iedereen weet wel wie op school de goede docent is. Vandaar dat de
raad een pragmatische en schoolgebonden aanpak voorstelt.
Beoordelingen aan de hand van bekwaamheidseisen uit de Wet BIO
Bij de intersubjectieve beoordeling kunnen de docentcompetenties die in de Wet BIO zijn vast-
gelegd als uitgangspunt dienen. De raad stelt voor dat leidinggevenden die zeven competen-
ties hanteren. Hierbij gaat het immers om competenties waarover docenten geacht worden te
beschikken.
De zeven docentcompetenties uit de Wet BIO zijn:
• interpersoonlijke competentie;
• pedagogische competentie;
• vakinhoudelijke didactische competentie;
• organisatorische competentie;
• competent in samenwerken in een team;
• competent in samenwerken met de omgeving;
• competent in reflectie en ontwikkeling.
Deze bekwaamheidseisen worden ook vaak gehanteerd voor de beoordeling van docenten in
het kader van de functiemix. Per school wordt in de medezeggenschapsraad vastgesteld aan
welke eisen docenten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor bevordering naar een
andere schaal. Voor de bepaling van excellentie kan in principe hetzelfde beoordelingsmodel
worden gehanteerd. Vervolgens is echter de vraag of docenten excellent moeten zijn op al
25	Een uitgebreide beschrijving van deze sectoren is te vinden in Onderwijsraad, 2011.
26	Tijdens een panelbijeenkomst met betrokken uit het onderwijsveld kwam bijvoorbeeld naar voren dat de schaarste van een speci-
     fieke vakdocent in het voortgezet onderwijs een rol speelt bij de hoogte van de beloning.
27	Een relatieve beoordeling van leraren zegt daarbij vaak meer dan een absolute beoordeling: de ene schoolleider geeft de beste leraar
     een 10, terwijl de ander de beste leraar een 8 geeft. Dit hoeft echter niet zeggen dat de ene docent ook beter is dan de ander, wel dat
     het in beide gevallen waarschijnlijk gaat om een docent die boven de andere docenten uitsteekt.
Excellente leraren als inspirerend voorbeeld19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>deze onderdelen (‘schaap met vijf poten’) of op een of meerdere onderdelen. Als uitgangspunt
kan daarbij bijvoorbeeld gelden dat een docent op bepaalde dimensies moet excelleren en op
de andere competenties minimaal goed moet scoren.
De raad heeft in eerdere adviezen aangegeven dat aandacht nodig is voor de onderlinge ver-
houding tussen de bekwaamheidseisen.28 De verschillende competenties zijn immers niet alle-
maal even belangrijk voor het leerproces van leerlingen. Het aanbrengen van een zekere hië-
rarchie binnen het geheel van de bekwaamheidseisen is daarom één van de opgaven bij de
verdere ontwikkeling van deze eisen. De raad stelde bijvoorbeeld dat minimaal de helft van de
tijd op de lerarenopleiding besteed zou moeten worden aan de vakinhoudelijke component.
Dit komt overeen met de aandacht voor de vakinhoud op lerarenopleidingen in een aantal
omringende landen.29 Daarnaast vroeg de raad aandacht voor het niveauvraagstuk. De formu-
lering van competenties schenkt geen aandacht aan het niveau waarop deze competenties per
onderwijssector beheerst moeten worden.30
Een aannemelijk uitgangspunt lijkt te zijn dat iedere excellente docent over bijzonder goede
pedagogische en didactische vaardigheden beschikt.
28	Onderwijsraad, 2005; Onderwijsraad, 2009.
29	Onderwijsraad, 2005.
30	Onderwijsraad, 2009.
20                                                                      Onderwijsraad, maart 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>    De Onderwijsraad adviseert per excellente leraar 25.000 euro ter beschikking
    te stellen (jaarlijks voor de genoemde periode van vier jaar). De besteding hier-
    van moet ten goede komen aan de kwaliteit van het onderwijs: projecten en
    tijd om andere leerkrachten te coachen of speciale leerlingen te begeleiden.
3   Aanbeveling 2: geef excellente leraren tijd
    en middelen
3.1 Budget voor extra tijd, projecten en salaristoeslag
    25.000 euro per jaar per excellente leraar
    De status van excellente leraar brengt een budget van jaarlijks 25.000 euro met zich mee en
    ook de verantwoordelijkheid om dit geld als rolmodel te besteden. De verantwoordingsplicht
    moet nog worden uitgewerkt. Ook hier moet de procedure niet te veel administratieve lasten
    veroorzaken. Naar het oordeel van de raad zouden excellente leraren voor hun rol gefaciliteerd
    moeten worden door hen één dag in de week vrij te roosteren om op speciale fronten te wor-
    den ingezet. De 25.000 euro per jaar per excellente leraar is als volgt opgebouwd:
    1.	12.000 euro voor vervanging door een andere docent als de excellente leraar een dag in de
         week wordt ingezet voor bijvoorbeeld coaching of innovatie;
    2.	10.000 euro voor projectgeld, bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van onderwijsondersteu-
         nende materialen of voor een workshop;
    3.	2.500 euro voor salaristoeslag, als directe beloning voor de excellente leraar; en
    4.	500 euro voor assessment; de assessment is eenmalig, maar omdat de raad uitgaat van
         2.000 euro eens per vier jaar, komt het neer op 500 euro per jaar.
    Ad 1: tijd voor professionalisering
    De voorhoede van excellente leraren kan worden beloond in de vorm van tijd voor persoon-
    lijke ontwikkeling of scholing. In de eerste plaats door bijvoorbeeld meer tijd in te ruimen voor
    die taken waarin de excellente leraren uitblinken. Daarnaast zouden scholen excellente leraren
    de mogelijkheid kunnen bieden om een extra opleiding te volgen, een congres te bezoeken
    of een onderwijssabbatical op te nemen. Dit biedt leraren de gelegenheid om zich verder te
    specialiseren in hun vakgebied en/of ervaringen uit te wisselen met andere (excellente) leraren.
    Om niet te veel lestijd van excellente leraren verloren te laten gaan, is het wenselijk de omvang
    van deze taken te beperken tot maximaal één dag in de week. Conform het Engelse systeem
    staat een excellente leraar dan minimaal 80% van de werktijd voor de klas. Voor zover het excel-
    lente leraren betreft die in deeltijd werken, is het aantrekkelijk ze de mogelijkheid te geven hun
    werktijd uit te breiden zodat ze geen lesuren inleveren.
    Een dergelijke beloningsvorm past goed bij leraren die sterk intrinsiek gemotiveerd zijn en
    kan hun motivatie vergroten. Sommige leraren zullen deze ontwikkelingsmogelijkheden mis-
    schien benutten om door te groeien naar andere banen buiten het onderwijs. Daar staat echter
    Excellente leraren als inspirerend voorbeeld21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>tegenover dat een dergelijke verruiming van het loopbaanperspectief het onderwijs interes-
sant kan maken voor nieuwe groepen leraren (zie bijvoorbeeld de ervaringen met Teach First
en Eerst de klas in de achtergrondstudie op de website van de Onderwijsraad31). Ook kan het
onderwijs op die manier aantrekkelijker worden voor academici.
Ad 2: projectbudget voor excellente leraren
Naast extra tijd kan ook worden gekozen voor een projectbudget. Analoog aan de onderzoeks-
budgetten die zijn verbonden aan prijzen voor excellente onderzoekers, zouden excellente
leraren ook van een budget kunnen worden voorzien. Dit budget kunnen zij bijvoorbeeld
gebruiken om een bepaald onderwijsprogramma op te zetten of om onderwijsondersteunen-
de materialen aan te schaffen. In de onderzoekswereld zijn dergelijke beurzen en projectmid-
delen een beproefd instrument.
Een voordeel van de inzet van een dergelijk projectbudget is dat het intrinsiek gemotiveerde
leraren de ruimte biedt om hun wensen en ideeën verder uit te werken. Door te verlangen dat
de projectbudgetten in overleg met de schoolleiding moeten worden ingezet in de school-
organisatie, profiteren ook de leerlingen en collega-leraren daarvan. Dit kan ook helpen om het
draagvlak voor het belonen van excellentie te vergroten.
Ad 3: salaristoelage voor excellente leraren
Excellente leraren zouden ten slotte beloond kunnen worden met een toelage op hun salaris.
De duur van deze toelage zou gekoppeld moeten zijn aan de eerder besproken benoemings-
procedure, bijvoorbeeld voor een periode van vier jaar.
Ad 4: assessment
De kosten van een interne nominatie- of beoordelingsprocedure kunnen beperkt blijven
omdat kan worden aangesloten bij de bestaande functionerings- en beoordelingsgesprekken
in scholen. De uitvoeringskosten van een externe valideringsprocedure hangen af van de
zwaarte van de gekozen procedure en de duur van de gekozen termijn en worden geschat op
circa 2 miljoen euro per jaar.32
Ook niet-materiële beloningen
Als beloning voor de excellente leerkracht denkt de raad verder aan een aantekening in het
lerarenregister dat momenteel wordt opgezet. Ervaringen in de zorg suggereren dat niet
alleen extrinsieke (geldelijke) motivatie een rol speelt, maar mogelijk ook intrinsieke motivatie,
respect en dankbaarheid (patiënttevredenheid). Intrinsieke motivatie speelt ook een belang-
rijke rol in de kunstsector. De beloning van excellente kunstenaars sluit daarop aan door bij-
voorbeeld het bieden van ruimte voor ontwikkeling en het volgen van masterclasses. In het
onderwijs zou ook meer gebruikgemaakt kunnen worden van dergelijke vormen van beloning.
31	Onderwijsraad, 2011.
32	De hoogte van dit bedrag hangt echter af van het gekozen beoordelingsmodel. In het geval dat gekozen wordt voor een assessment
     naar het voorbeeld van NBPTS à 2.000 euro en een termijn van vier jaar bedragen jaarlijkse beoordelingskosten per leraar 500 euro
     (2,25 miljoen euro voor het basisonderwijs en eenzelfde bedrag voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs samen).
     Stel dat een beoordelingscommissie van drie personen een uur kwijt is per leraar (120 euro bij een bruto uurloon van 40 euro, uitgaan-
     de van gemiddelde kosten van 60 euro per fte), dan bedragen de jaarlijkse beoordelingskosten per leraar 30 euro (0,14 miljoen euro
     voor primair onderwijs; 0,10 miljoen euro voor voortgezet onderwijs en 0,04 miljoen voor middelbaar onderwijs).
22                                                                                                         Onderwijsraad, maart 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>3.2 Financiering uit budget voor prestatiebeloning
    De hierboven gespecificeerde uitgaven zijn te financieren met het budget voor de prestatie-
    beloning in basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Het kabi-
    net heeft daar jaarlijks 250 miljoen euro voor uitgetrokken. Met de extra middelen ter bevor-
    dering van excellentie is volgens globale berekeningen van de Onderwijsraad een bedrag van
    jaarlijks 225 miljoen euro gemoeid. Dit komt neer op 90% van het budget voor prestatiebeloning.
    Hoe komt de raad tot dit bedrag? Uitgegaan is van een voorhoede van excellente leraren van 5%.
    Dit percentage is losgelaten op de totale omvang in fte’s in basisonderwijs, voortgezet onder-
    wijs en middelbaar beroepsonderwijs.33 Dan gaat het om maximaal 4.500 excellente leraren (in
    fte) in het basisonderwijs, 3.300 excellente leraren in het voortgezet onderwijs en 1.200 excel-
    lente leraren in het middelbaar beroepsonderwijs. Per leraar wordt een persoonlijke toelage
    van 2.500 euro uitgekeerd, en zoals hiervoor gesteld een projectbudget van 10.000 euro. De
    kosten van het vrij roosteren van de leraren worden geraamd op 12.000 euro per excellente
    leraar.34 In het basisonderwijs is dan een bedrag van circa 112,5 miljoen euro op jaarbasis nodig,
    in het voortgezet onderwijs 82,5 miljoen en in het middelbaar beroepsonderwijs 30 miljoen.
    Bij de verantwoording van de besteding van de middelen voor excellente leraren moet de las-
    tendruk voor scholen beperkt blijven. Vermelding van de excellente leraren in het jaarverslag
    zou bijvoorbeeld kunnen volstaan. Op termijn kunnen de middelen aan de lumpsum worden
    toegevoegd. In eerste instantie is toekenning in de vorm van een aparte subsidie een mogelijk-
    heid om te kunnen evalueren of de maatregelen tot het gewenste resultaat leiden.
    33	In het basisonderwijs werken ongeveer 88.300 fte, in het voortgezet onderwijs 64.000 en in het middelbaar beroepsonderwijs 22.200.
    34	Uitgaande van vervangingskosten voor één dag in de week en gemiddelde salariskosten van 60.000 euro per fte.
    Excellente leraren als inspirerend voorbeeld23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>    De Onderwijsraad adviseert de excellente leraren in te zetten voor professio-
    nalisering en innovatie. De precieze invulling is aan de school.
4   Aanbeveling 3: zet excellente leraren in
    voor professionalisering en innovatie
4.1 Dag in de week vrij geroosterd voor drie rollen
    Het creëren van aparte functies voor excellente leraren heeft als risico dat dit leidt tot het toe-
    kennen van taken buiten het klaslokaal, waardoor deze leraren juist minder toekomen aan dat-
    gene waarin ze excelleren: lesgeven. Het is van groot belang dat excellente leraren zo worden
    ingezet dat leerlingen daar direct baat bij hebben. Een indirecte maar wel efficiënte manier is
    door een excellente docent ‘teacher leader’ te laten zijn die andere collega’s inspireert en moti-
    veert. Een voorbeeld hiervan zijn de Advanced Skills Teachers in Engeland.35
    De voorhoede van ‘teacher leaders’ kan helpen de kwaliteitscultuur te bevorderen. Dit kan
    gestalte krijgen door excellente docenten verschillende rollen te laten vervullen zoals die van
    mentor of coach voor andere leraren, ambassadeur, of specialist in les- of toetsontwikkeling. Ze
    kunnen daar naar Engels voorbeeld een dag in de week voor vrijgemaakt worden. Het moet
    gaan om rollen waar andere leraren ook direct baat bij hebben, en via hen de leerlingen. Nu
    gebeurt het vaak dat goede leraren promotie maken naar het management. Er moet voor wor-
    den gewaakt dat de beste docenten daar automatisch naar doorstromen. Excellente docenten
    horen in eerste instantie voor de klas. Daar moeten dus ook loopbaanperspectieven liggen.
    De mogelijkheden die de raad in dit hoofdstuk geeft, moeten zeker niet als een uitputtende
    opsomming worden opgevat. De inzet die een school uiteindelijk kiest, hangt af van de kwa-
    liteiten van de betrokken docent en de behoefte binnen de school. De raad onderscheidt glo-
    baal drie rollen: ontwikkeling (1), coaching (2) en innovatie (3).
    Ad 1: ontwikkeling van leerlingen en van zichzelf
    Eerst kijkt de raad naar mogelijkheden om de primaire rol van excellente leraren te verster-
    ken: bijdragen aan de ontwikkeling van leerlingen. Ze zouden moeten worden ingezet bij die
    groepen leerlingen waar ze de grootste meerwaarde kunnen bieden. Het niveau of het type
    leerling kan daarbij van leraar tot leraar verschillen. De schoolleiding heeft hierbij een stimu-
    lerende rol, bijvoorbeeld door excellente leraren uit te dagen ook complexere, bijvoorbeeld
    meer heterogene, groepen leerlingen les te geven. In de onderwijspraktijk ontbreekt het vaak
    nog aan een incentive om dergelijke uitdagingen aan te gaan. De beloning is in beginsel gelijk,
    ongeacht aan welke leerlingen (binnen een sector) wordt lesgegeven. De functiemix zou hier
    enige verandering in kunnen brengen, zij het dat die een permanent karakter heeft. Scholen
    in de Randstad ontvangen extra middelen in het kader van de functiemix, maar dit geldt voor
    alle scholen, ongeacht het type leerling dat de school bezoekt. Dit betekent dat het vooral af
    35	Een uitgebreid overzicht van buitenlandse ervaringen met lerarenregisters, prestatiebeloning en andere instrumenten om excellen-
         tie bij leraren te bevorderen is te vinden in Onderwijsraad, 2011.
    24                                                                                                    Onderwijsraad, maart 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>zal hangen van de schoolleiding of die excellente docenten stimuleert om meer uit specifieke
groepen leerlingen te halen, variërend van hoogbegaafden tot taalzwakke leerlingen en leer-
lingen met grote gedragsproblemen. Vanuit het oogpunt van het maximaliseren van de toege-
voegde waarde gaat het erom dat docenten voor die groep worden ingezet waar zij de groot-
ste meerwaarde kunnen bieden: voor de ene docent zal dit een groep achterstandsleerlingen
kunnen zijn, voor een andere een groep bijzonder begaafde leerlingen.
Tijdens een panelbijeenkomst met leraren van het jaar bleek ook het belang van die uitda-
ging. Eén van de leraren gaf aan vaak de lastige vmbo-klassen op zich te nemen, die andere
docenten liever niet wilden hebben. Tegelijkertijd gaf een andere leraar van het jaar aan zich te
ergeren aan het feit dat niet-functionerende leraren juist uit de wind worden gehouden en de
eindverantwoordelijkheid voor bepaalde klassen wordt ontnomen onder het motto ‘dat kun-
nen we de leerlingen niet aandoen’. Ter wille van de kwaliteitscultuur moet de schoolleiding
ook eerder de impopulaire maatregel durven nemen om afscheid te nemen van de docent die
bij voortduring niet goed blijkt te functioneren.
Excellente leraren moeten de gelegenheid krijgen zich verder te ontplooien, bijvoorbeeld door
opleiding of promotieonderzoek. Het werken aan een dissertatie is een manier van verdere
professionalisering van excellente docenten waardoor bovendien wetenschappelijke kennis
de school binnen komt. Denk bijvoorbeeld aan de rol van informeel ondersteuner van het
schoolmanagement. De excellente docenten kunnen een initiërende rol spelen bij het reali-
seren van doorlopende leerlijnen. Ook zouden ze betrokken kunnen worden bij de werving
en selectie van nieuwe docenten. Vanuit de gedachte dat ‘beteren hun gelijken kiezen’ zullen
excellente docenten mogelijk hogere normen hanteren bij de beoordeling van sollicitanten en
eerder de echte bevlogenheid voor het onderwijs kunnen identificeren.
Overigens geven sommige scholen aan dat zij excellente docenten al bij de schoolontwikke-
ling betrekken. Niettemin lijkt hier nog ruimte voor verbetering. Op die manier kan ook een
constructieve spanning ontstaan tussen de inhoudelijke onderwijskundige inbreng van excel-
lente leraren en de organisatorische strategieën van het management. Dit kan voorkomen dat
in een school de nadruk te sterk komt te liggen op bedrijfseconomische motieven.
Ad 2: coaching voor (beginnende) leraren
Een andere functie die excellente leraren kunnen vervullen is die van mentor of coach van
leraren in opleiding en zittende collega’s. Wanneer ervaringen in de sport en de accountancy
doorgetrokken worden naar het onderwijs, dan komt voor excellente docenten vooral de rol
van begeleider van jonge en minder ervaren docenten in beeld. Onderzoek naar een nationaal
erkend mentorprogramma voor nieuwe leraren in New York City laat zien dat dit een bijzonder
effectief instrument voor kwaliteitsverbetering kan zijn.36 De intensiteit van de begeleiding is
daarbij cruciaal, maar ook de kwaliteit van de mentor is van groot belang.
Op dit moment kennen de meeste scholen al vormen van begeleiding van leraren in opleiding
en beginnende leraren, waar excellente leraren een grotere rol bij zouden kunnen spelen. Hier
zou het meester-gezelprincipe als inspiratie kunnen dienen. Het lijkt bijvoorbeeld nog op wei-
nig scholen gebruikelijk te zijn om nieuwe leraren te laten meekijken bij de lessen van excel-
lente leraren (zeker als die een ander vak geven), terwijl daar veel van valt te leren. Excellente
leraren zouden daarom kunnen beginnen met het open zetten van de deur van hun klas voor
andere leraren en feedback kunnen geven op de lessen van anderen.
36	Rockoff, 2008.
Excellente leraren als inspirerend voorbeeld25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>De coaching kan hun impact als rolmodel versterken. In dat geval is sprake van onderwijs-
kundig leiderschap of ‘teacher leaders’. In Engeland wordt deze rol vervuld door Advanced
Skills Teachers, die ook buiten hun eigen school als ambassadeur optreden.
Daarnaast kan een excellente leraar vanuit de school als gast- of vakdocent worden ingezet op
de lerarenopleiding. Deze vorm van kennisverspreiding sluit aan bij de functie om als rolmodel
collega’s, in dit geval de toekomstige collega’s, te inspireren en te begeleiden. Voor de stage-
begeleiding van de leraar of docent in opleiding kan de excellente leraar ook een belangrijke
rol op de stageschool vervullen. Een andere mogelijkheid is de koppeling van deze excellente
leraren aan opleidingsscholen.
Ad 3: onderwijsinnovatie in de school
Ten derde kunnen excellente leraren samen met collega’s in een team werken aan bijvoorbeeld
het ontwikkelen en evalueren van leermaterialen en toetsen of het versterken van opbrengst-
gericht werken. De excellente leraar kan hierbij ‘aanjager’ zijn en ook een link leggen met ande-
re organisaties op het terrein van onderwijsonderzoek en -ontwikkeling zoals universiteiten en
onderwijsbegeleidingsdiensten.
De excellente leraren krijgen hier in het voorstel van de raad ook tijd en projectmiddelen voor.
Voorwaarde is dat deze tijd inderdaad als een beloning en niet als een belasting wordt ervaren.
De besteding zou ten goede moeten komen aan de school en de leerlingen, bijvoorbeeld door
te eisen dat dit soort onderzoek leidt tot concrete onderwijsverbeteringen. De ontvanger van
deze bonus dient echter een grote mate van vrijheid te worden geboden bij de besteding van
de middelen. Deze vrijheid kan op zich al een incentive vormen voor intrinsiek gemotiveerde
leraren.
Door ontwikkeling van onderzoeksvaardigheden zou een deel van de excellente leraren een
rol kunnen spelen bij het vertalen van onderzoek naar de praktijk. Bijvoorbeeld door zelf prak-
tijkgericht onderzoek uit te voeren en de resultaten ervan te gebruiken om eigen onderwijs
en dat van collega’s te verbeteren. Praktijkonderzoek dat leraren zelf uitvoeren kan helpen
om hun eigen onderwijsomgeving beter te begrijpen en opbrengstgericht werken binnen de
school te versterken. Praktijkonderzoek gaat uit van vragen uit eigen leservaring en kan over
uiteenlopende onderwerpen gaan. Bijvoorbeeld over het eigen handelen van de leraar, over
de visie op onderwijs of over het gehanteerde onderwijsconcept.
Kijkend naar de bekwaamheidseisen zoals geformuleerd in de Wet BIO gaat het dan om de
competentie tot reflectie en ontwikkeling, al dan niet in relatie tot de pedagogische competen-
tie of de vakinhoudelijke didactische competentie. Hoewel het hierbij in principe gaat om com-
petenties waar iedere docent over hoort te beschikken, kan de mate van reflectie en ontwikke-
ling een goede docent onderscheiden van een excellente docent. In het voortgezet onderwijs
en middelbaar beroepsonderwijs zal het vaak om vakdidactische vernieuwingen gaan binnen
een vaksectie (vo en mbo) of cluster van opleidingen (mbo).
26                                                                          Onderwijsraad, maart 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>4.2 Schoolleiding moet excellentie laten gedijen
    Uiteindelijk gaat het erom dat excellente docenten zo worden ingezet dat zij optimaal bijdra-
    gen aan de ontwikkeling van leerlingen. Schoolleiders kunnen daar een belangrijke rol bij spe-
    len. Excellente leraren hebben dan ook baat bij goede schoolleiders die op excellentie gefocust
    zijn. In die zin kan verbetering van het management van scholen een belangrijke impuls geven
    aan excellentie van leraren.37
    Om excellente leraren optimaal tot hun recht te laten komen, moet de schoolleiding zorgen
    voor een schoolcultuur waar excellentie niet alleen bespreekbaar is, maar ook zichtbaar mag
    worden gemaakt en wordt gestimuleerd. Dit vraagt van schoolleiders dat zij onderscheid
    weten te maken tussen goede en betere docenten, ingrijpen bij disfunctioneren om te onder-
    strepen dat kwaliteit serieus wordt genomen, excellente docenten zodanig inzetten dat de
    school er optimaal van profiteert, hen ook het gevoel geven dat ze voor de school een bij-
    zondere toegevoegde waarde bieden, kortom een atmosfeer creëren waarin excellentie gedijt.
    Zoals eerder opgemerkt zal het systeem van voorhoedes binnen het lerarencorps voor veel
    scholen gepaard gaan met een wijziging van de cultuur binnen de school. Dit zal zeker in het
    begin een zekere weerstand ontmoeten. Het introduceren ervan vergt daarom allereerst dat
    de schoolleiding ten volle overtuigd is van het nut ervan. Alleen dan zal een schoolleiding er
    immers in kunnen slagen de weerstanden te overwinnen. Zelfs binnen scholen waar al duide-
    lijk sprake is van een op kwaliteit gerichte cultuur zal het aanwijzen van een voorhoede van de
    beste docenten niet zonder slag of stoot gaan. Veel zal daarom afhangen van de overtuiging
    en het enthousiasme van de schoolleiding voor deze benadering. De raad acht het overigens
    niet zinvol dit systeem dwingend aan alle scholen op te leggen, maar wel iedere school zowel
    financieel als organisatorisch in de gelegenheid te stellen excellente leraren te identificeren en
    te faciliteren.
    37	Verbetering van het management werd in de Onderwijsagenda van de Volkskrant genoemd als de makkelijkste en goedkoopste op-
          lossing voor verbetering van het onderwijs. In de Onderwijsagenda wordt echter geen uitspraak gedaan over de wijze waarop het ma-
         nagement zou moeten worden verbeterd. (Onderwijs dat doe je zo, zeven oplossingen voor beter onderwijs, De Volkskrant, 28 september
         2010).
    Excellente leraren als inspirerend voorbeeld27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Afkortingen
aio		     assistent in opleiding
LPBO		    Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs
mbo		     middelbaar beroepsonderwijs
NBPTS		   National Board for Professional Teaching Standards
OCW		     Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
OESO		    Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
SER		     Sociaal-Economische Raad
vmbo		    voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
vo		      voortgezet onderwijs
Wet BIO		 Wet op de beroepen in het onderwijs
28                                                             Onderwijsraad, maart 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>Geraadpleegde deskundigen
Individuele gesprekken
Mevrouw M. Buurman, Erasmus Universiteit Rotterdam
De heer M. Canoy, Universiteit van Tilburg/ECORYS
De heer H. Coonen, LPBO
De heer D. van Dongen, Inspectie van het Onderwijs
De heer R. Dur, Erasmus Universiteit Rotterdam
De heer M. van der Harst, De Rode Loper Den Haag/Meesterschap Amsterdam
Mevrouw P. Kalee, Gemeente Den Haag
De heer R. van Kralingen, Lerarenopleiding Hogeschool Rotterdam
Mevrouw R. van Schoonhoven, Actis
De heer R. Sikkes, Algemene Onderwijsbond
De heer M. van der Steeg, CPB
De heer D. Webbink, CPB
Panelbijeenkomst Kwaliteitsraad NIME, 23 juni 2010
Mevrouw P. Bulthuis, RSG Slingerbos Levant Harderwijk
Mevrouw M. Heringa, Stichting Kwadraad Gouda
De heer J. Kentson, Oosterlicht College Nieuwegein
De heer M. Mittelmeijer, NIME/Gelderse Onderwijsgroep Quadraam Duiven
Mevrouw E. Mulder, Interconfessionele scholengroep Westland Naaldwijk
Mevrouw T. Nabring, ROC A12 Ede
Mevrouw V. Overmeer, NIME
De heer R. Steusel, Calandlyceum Amsterdam
De heer J. Thijssen, Universiteit Utrecht
De heer M. Vermeulen, Universiteit van Tilburg/IVA
Panelbijeenkomst Lerarenkamer, 3 september 2010
De heer A. van Dijk, leraar van het jaar 2000 (vo), Sint-Maartenscollege Maastricht
De heer R. Hoffman, leraar van het jaar 2006 (vo), Scholengemeenschap Lelystad
De heer L.J. Kentson, leraar van het jaar 1999 (vo), Oosterlichtcollege Nieuwegein
Mevrouw M. van der Klooster, leraar van het jaar 2006 (po), Alphascholengroep Zuid Beveland
De heer A. Niemeijer, leraar van het jaar 2009 (vo), OSG West Friesland Hoorn
De heer M. van Mansfeld, leraar van het jaar 2007, (mbo) ROC Midden Nederland Utrecht
Mevrouw W. Scheele, leraar van het jaar 2005 (po), De Regenboog Naaldwijk
Mevrouw C. van der Steen, leraar van het jaar 2009 (po), Het Baken, Werkendam
Panelbijeenkomst NIME, 23 september 2010
Mevrouw P. Bulthuis, RSG Slingerbos Levant Harderwijk
De heer L. Deurloo, NIME/IRIS CVO Heemstede
Mevrouw M. Heringa, Stichting Kwadraad Gouda
De heer B. van Hilst, Universiteit van Amsterdam/Hogeschool van Amsterdam/CNA
Mevrouw A. Jonker, Universiteit Utrecht/IVLOS
De heer M. Mittelmeijer, NIME/Gelderse Onderwijsgroep Quadraam Duiven
Mevrouw E. Mulder, Interconfessionele scholengroep Westland Naaldwijk
Mevrouw T. Nabring, ROC A12 Ede
Excellente leraren als inspirerend voorbeeld29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>De heer A. van Steenis, Universiteit van Amsterdam/Hogeschool van Amsterdam/CNA
De heer R. Steusel, Calandlyceum Amsterdam
Mevrouw V. Overmeer, NIME
De heer M. Vermeulen, Universiteit van Tilburg/IVA
Panelbijeenkomst, 8 oktober 2010
Mevrouw F. Al, ROC van Amsterdam Groot West
De heer B. Banning, d’Oultremont College Drunen
Mevrouw E. van den Berg, Universiteit Twente/Hogeschool Edith Stein
Mevrouw B. Boots, Platform Bèta Techniek/Eerst de Klas
Mevrouw R. Dolsma, JADE Zorggroep
De heer R. de Groot, Zaan Primair
De heer F. Haan, JP Thijsse college Castricum
Mevrouw A. Kil-Albersen, SBL
Mevrouw D. Majoor, Canisius College Nijmegen
De heer R. Toes, Guido de Brès Rotterdam/Wartburg College
Mevrouw M. Vermeulen, Open Universiteit/Ruud de Moor Centrum
Panelbijeenkomst SER, 15 oktober 2010
De heer T. Bovens, Open Universiteit / SER
Mevrouw B. Claassen, SER
Mevrouw I. Coenen, FNV
De heer A. Devreese, SER
Mevrouw H. de Geus, MHP
Mevrouw M. Lieskamp, CNV Onderwijs
Mevrouw C. Rietbergen, FNV
De heer A. Rinnooy Kan, SER
De heer W. van der Schaaf, AOb
Mevrouw G. Visser, VNO-NCW/MKB
Panelbijeenkomst Eerst de Klas, 19 november 2010
De heer C. den Besten, Goois Lyceum
De heer M. Bilkes, KSH Hoofddorp
De heer P. Blankers, Heerbeeck College
Mevrouw L. de Boer, ECL Haarlem
Mevrouw I. Butôt, Herbert Vissers College
De heer B. Dictus, Plein College Eckart
De heer J. van Haren, Arentheem College
Mevrouw M. Heijdra, Joke Smit VAVO
Mevrouw E.J. van Muijden, Geert Groote College
Mevrouw L. Kwantes, Eerst de Klas
De heer L. Nederlof, Joke Smit VAVO
Mevrouw T. van Nes, Veenlanden Lyceum
De heer P. Reimer, Eerst de Klas
Mevrouw M. Takens, Teylingen College
De heer K. van der Velden, ORS Lek en Linge
De heer W. de Vries, Het Baken Park Lyceum
De heer R. Willem, Herbert Vissers College
Mevrouw D. Zeldenrijk, Herbert Vissers College
30                                                                  Onderwijsraad, maart 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Panelbijeenkomst PO-scholen, 8 februari 2011
De heer M. van der Ploeg, Lucas Onderwijs
De heer J. van der Vegt, Almeerse Scholengroep
Mevrouw P. van Horssen, Mosalira
De heer D. Huntjens, Mosalira
De heer B. Dekker, De Basis
De heer J. Timmers, Signum Onderwijs
De heer J. van de Logt, Conexus
De heer P. Bemelen, KPC Groep
Excellente leraren als inspirerend voorbeeld31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Literatuur
Algemene Onderwijsbond (2009). Toponderwijs.nu. Utrecht: AOb.
Buurman, M. (2011). Beyond the Call of Duty? Essays on motivation and self-selection of bureaucrats.
    Proefschrift. Erasmus Universiteit Rotterdam, Rotterdam.
Dohmen, T.J. (2010). Waarom sommigen liever leraar worden en anderen beter geen bankier
    kunnen worden. TPEdigitaal, 4(2), 106-129.
Donaldson, M.L., Johnson, S.M., Kirkpatrick, C.L., Marinell, W.H., Steel, J.L. & Szczesiul, S.A. (2008).
    Angling for Access, Bartering for Change: How Second-Stage Teachers Experience Differen-
    tiated Roles in Schools. Teachers College Record, 110(5), 1088-1114.
Grift, W.J.C.M. van de (2010). Ontwikkeling in de beroepsvaardigheden van leraren (oratie). Geraad-
    pleegd op 24 februari 2011 via de website van Rijksuniversiteit Groningen, http://www.rug.
    nl/uocg/lerarenopleiding/OratieVanDeGrift.pdf.
Hattie, J.A.C. (2009). Visible learning. A synthesis of over 800 meta-analyses relating to achievement.
    London/New York: Routledge.
Hoffmann, F. & Oreopoulos, P. (2009). Professor Qualities and Student Achievement. Review of
    Economics and Statistics, 91(1), 83-92.
Inspectie van het Onderwijs (2010). De staat van het onderwijs. Onderwijsverslag 2008/2009.
    Utrecht: Inspectie van het Onderwijs.
Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs (2008). Erkenning van excellentie: naar niveau-
    differentiatie voor leraren. Utrecht: LPBO.
Lortie, D.C. (1975). Schoolteacher: a sociological study. Chicago: The University of Chicago Press.
Onderwijsraad (2005). Kwaliteit en inrichting van de lerarenopleidingen. Den Haag: Onderwijsraad.
Onderwijsraad (2007). Kwaliteit belonen in het hoger onderwijs? Den Haag: Onderwijsraad.
Onderwijsraad (2009). Kwaliteitsborging van het eindniveau van aanstaande leraren. Den Haag:
    Onderwijsraad.
Onderwijsraad (2011). Excellente leraren: achtergronden. Geraadpleegd via de website van
    Onderwijsraad, www.onderwijsraad.nl.
Organisation for Economic Cooperation and Development (2009). Creating effective teaching
    and learning environments. Paris: OECD.
Rockoff, J.E. (2008). Does Mentoring Reduce Turnover and Improve Skills of New Employees? Evi-
    dence from Teachers in New York City. Geraadpleegd op 24 februari 2011 via de website van
    National Bureau of Economic Research, http://www.nber.org/papers/w13868.
Rockoff, J.E. & Speroni, C. (2010). Subjective and objective evaluations of teacher effectiveness.
    American Economic Review: Papers and Proceedings, 100(2), 261-266.
Staiger, D.O. & Rockoff, J.E. (2010). Searching for effective teachers with imperfect information.
    Journal of Economic Perspectives, 24(3), 97-118.
32                                                                              Onderwijsraad, maart 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>Bijlage 1
Adviesvraag van het ministerie van OCW
Excellente leraren als inspirerend voorbeeld33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>34 Onderwijsraad, maart 2011</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Excellente leraren als inspirerend voorbeeld35</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>36 Onderwijsraad, maart 2011</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>