<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Advies
Profielen in de bovenbouw
havo-vwo
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Profielen in de bovenbouw havo-vwo</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Colofon
De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege, opgericht in 1919. De raad adviseert,
gevraagd en ongevraagd, over hoofdlijnen van het beleid en de wetgeving op het gebied
van het onderwijs. Hij adviseert de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van
­Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. De Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal
 kunnen de raad ook om advies vragen. Gemeenten kunnen in speciale gevallen van lokaal
onderwijsbeleid een beroep doen op de Onderwijsraad.
De raad gebruikt in zijn advisering verschillende (bijvoorbeeld onderwijskundige, economi-
sche en juridische) disciplinaire aspecten en verbindt deze met ontwikkelingen in de praktijk
van het onderwijs. Ook de inter­nationale dimensie van educatie in Nederland heeft steeds de
aandacht.
De raad adviseert over een breed terrein van het onderwijs, dat wil zeggen van voorschool-
se educatie tot aan postuniversitair onderwijs en bedrijfsopleidingen. De producten van de
raad worden gepubliceerd in de vorm van adviezen, studies en verkenningen. Daarnaast ini-
tieert de raad seminars en websitediscussies over onderwerpen die van belang zijn voor het
onderwijsbeleid.
Advies Profielen in de bovenbouw havo-vwo, uitgebracht aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
 Nr. 20110239/1000, augustus 2011
 Uitgave van de Onderwijsraad, Den Haag, 2011.
 ISBN 978-946121-018-0
 Bestellingen van publicaties:
 Onderwijsraad
 Nassaulaan 6
2514 JS Den Haag
email: secretariaat@onderwijsraad.nl
 telefoon: (070) 310 00 00 of via de website:
 www.onderwijsraad.nl
 Ontwerp en opmaak:
 www.balyon.com
 Drukwerk:
 DeltaHage grafische dienstverlening
© Onderwijsraad, Den Haag.
Alle rechten voorbehouden. All rights reserved.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>ae” Bw

onperwijs [aad

Aan de minister van Nassaulaan &

Omderwlja, Cultuur en Wetenschap 2514 15 Den Haag

Mavrourer JM, van Bijsterwelds-liegenthart

Posthus 16375 Telefgan: 070 310 DO 00

2500 B DEN HAAG Fan: 070 356 14 74
secretarlaatgonderijsraad.nl
wears onderwijsraad.nl

Ora laseme conmepencas Mauitiõaturi

20110239/1018 Den Haag, 29 augustus 2011

Ue reer Pierre! Guerre

Advies Profielen in de bovenbouw havo-vwo

Mevrouw de minister,

Hierbij beedt de Onderwijsraad u zijn advies Prafieien in de bovenbouw havo-vwo aan. Met dit advies
beantwoordt de raad uw adviesaanvraag van 29 juni 2011.

In het regeerakkoord is het voornemen opgenomen het aantal profielen in de boveribouw van have en
veen Le vermanderen. In het Actieplan Beter Presteren voor het voortgezet onderwijs is dit nader witgewerkt
In vre adviesaanvraag schetst u een aantal randvoorwaarden waaraan de vereenvoudiging van de
profselstructuur dient te voldoen, De vereenvoudiging moet plaatsvinden onder verder gelijkblijvende
amstandigheden. De breede van het onderwijsaanbod ap een school moet blijven bestaan; er wordt niet
gedacht aan volstrekt nieuwe profielen of vakken, of aan vakinhoudelijke wijzigingen.

Binnen deze randvcorwaarden is de raad verschillende mogelijkheden nagegaan. Allereerst kunnen de
wier bestaande profelen worden omgevormd tot wee beede profielen [een natuurprofiel en ven
maatschappijprafiel, dan wel drie profielen, Verder is er de mogelijkheid de pratielstructuur volledig af te
schaffen. De raad concludeert dat geen van deze scenario's een inhoudelijke verbetering zou betekenen
ten opzichte van de huidige situatie. Het terugbrengen van het aantal profielen Levert nagenoeg geen
organisatorische winst (en dus niet meer efficiency) op. Een volledige afschaffing van de profielstructuur
ander verder gelijkblijvende omstandigheden acht de raad te risicovol, Door de profielstructuur snel en
beleidsarm te vereenvoudigen, kunnen nieuwe aandluitingaproblemen met het hoger onderwijs
ontstaane

Met beleefde groet.
— | = i |

Fr. — a
Prafsdr.G.T.M. ten Dam Drs. A, van der Hest
„Naorzitter Šecretaels

</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Inhoud
       Samenvatting                                                                     7
1 Inleiding                                                                             9
1.1 Aanleiding advies profielen havo-vwo                                                9
1.2 Adviesvraag                                                                         9
1.3 Nadere invulling en aanpak                                                        10
1.4	Advies: vermindering aantal profielen onnodig en onwenselijk zonder inhoudelijke
      ­heroverweging van de bovenbouw havo-vwo                                         11
2      Stand van zaken profielen voortgezet onderwijs                                 12
2.1  Invoer profielstructuur in 1998                                                  12
2.2  Huidige profielstructuur                                                         12
2.3  Deelname profielen in feiten en cijfers                                          15
2.4  Betekenis van wiskunde in het havo- en vwo-curriculum                            19
2.5  De profielen en het hoger onderwijs                                              22
2.6  Het voorstel van de profielcommissies                                            30
2.7  Terugloop leerlingen en de gevolgen voor een vo-school                           32
3      Verkenning van de mogelijkheden voor wijziging van de profielstructuur         34
3.1  Scenario’s voor de opbouw van twee brede profielen                               34
3.2  Twee profielen: nauwelijks gevolgen voor de organiseerbaarheid                   38
3.3  Focus op doorstroomrelevante vakken kan al                                       40
3.4  Gevolgen voor aansluiting hoger onderwijs                                        41
3.5  Beantwoording van de uitwerkingsvragen                                           43
3.6  Conclusie: verbeteringen mogelijk, maar niet door reductie aantal profielen      45
4 Profielstructuur nu niet wijzigen                                                   47
4.1 Aanbeveling 1: Behoud de vier profielen                                           47
4.2 Aanbeveling 2: Wijs scholen op de mogelijkheid hun onderwijs in twee profielen te
     organiseren                                                                      48
4.3	Aanbeveling 3: Bezie eventuele herziening op langere termijn in ­samenhang met de
     ­onderwijsinhoud                                                                 48
       Afkortingen                                                                    49
       Figurenlijst                                                                   50
       Literatuur                                                                     51
       Geraadpleegde deskundigen                                                      53
     Bijlagen
     Bijlage 1: Adviesvraag                                                           55
     Bijlage 2: Figuren bij hoofdstuk 2                                               59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Samenvatting
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wil de profielstructuur in havo en
vwo vereenvoudigen door het aantal profielen te verminderen. Zij heeft de Onderwijs-
raad hierover om advies gevraagd. Leidt vermindering van het aantal profielen tot betere
organiseerbaarheid, meer doelmatigheid en focus op de kern? Als randvoorwaarde stelt
de minister dat zij denkt aan een verandering onder verder gelijkblijvende omstandighe-
den. De breedte van het onderwijsaanbod op een school moet overeind blijven; er wordt
niet gedacht aan nieuwe vakken of vakinhoudelijke wijzigingen.
Behoud de vier profielen
Het is volgens de raad niet verstandig in de huidige situatie over te gaan tot een wets-
wijziging om het aantal profielen te reduceren. De raad heeft diverse scenario’s uitge-
werkt om te komen tot minder profielen. De twee natuurprofielen (natuur en techniek, en
natuur en gezondheid) en/of de twee maatschappijprofielen (economie en maatschap-
pij, en cultuur en maatschappij) worden daarbij samengevoegd. De raad concludeert
dat geen van de opties een inhoudelijke verbetering zou betekenen. Evenmin leidt een
reductie van het aantal profielen tot omvangrijke organisatorische winst. Het aanbieden
van het onderwijs in twee brede profielen is nu al mogelijk voor scholen die dat willen. Er
is geen extra doelmatigheidswinst te behalen met een wetswijziging die álle vo-scholen
verplicht dit model te volgen. Door het aantal profielen te verminderen zonder verdere
inhoudelijke veranderingen in het onderwijs kunnen er (nieuwe) aansluitingsproblemen
ontstaan tussen het voortgezet en hoger onderwijs, vooral bij de bètatechnische studie-
richtingen. Tot slot acht de Onderwijsraad het volledig afschaffen van de profielstructuur
onder verder gelijkblijvende omstandigheden te risicovol.
Wijs scholen op de mogelijkheid hun onderwijs in twee profielen te organiseren
Binnen de huidige WVO (Wet op het voortgezet onderwijs) is het al mogelijk voor scholen
om het onderwijs vorm te geven in twee brede profielen. Een school met twee standaard-
profielen biedt leerlingen de keuze uit een natuurprofiel en een maatschappijprofiel. Een
leerling moet wel kunnen kiezen uit verschillende soorten wiskunde. Sommige (kleine)
scholen kunnen hiermee organisatiewinst behalen, als zij tenminste ruimte hebben om
leerlingengroepen samen te voegen. Het is de vraag of alle scholen hiervan op de hoogte
zijn; het ministerie van OCW kan hierin een voorlichtende rol vervullen.
Bezie eventuele herziening op langere termijn in samenhang met onderwijsinhoud
De raad sluit een herziening van de profielstructuur in de bovenbouw van het havo en
vwo op termijn niet uit. In samenspraak met het hoger onderwijs moeten scholen nieuwe
en andere keuzes kunnen maken in de vakken die zij aanbieden en de combinaties van
vakken die nodig zijn. Maar hiervoor is eerst een grondige analyse nodig van de program-
ma’s van havo en vwo. Daarbij zouden inhoudelijke veranderingen (andere vakken, meer
of minder studielasturen enzovoorts) niet bij voorbaat moeten worden uitgesloten. Ook
de discussie over vakken heen (wat moeten vo-leerlingen aan kennis meekrijgen, gezien
de maatschappelijke situatie en vraag) moet dan worden meegenomen.
Profielen in de bovenbouw havo-vwo7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>8 Onderwijsraad, augustus 2011</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>    De Onderwijsraad adviseert de minister over het kabinetsvoornemen om de
    profielstructuur in de bovenbouw havo-vwo te vereenvoudigen. Hij acht een
    vermindering van het aantal profielen niet nodig en niet wenselijk zonder in-
    houdelijke heroverweging van de bovenbouw van het havo en vwo.
1
1.1
    Inleiding
    Aanleiding advies profielen havo-vwo
    Aanleiding
    De minister van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) overweegt om de profielstructuur
    in havo en vwo te vereenvoudigen door het aantal profielen te verminderen. Dit zou bijdra-
    gen aan meer focus op de kern van het onderwijs en een betere organiseerbaarheid mogelijk
    maken. Dit voornemen maakt deel uit van het regeerakkoord.1 In het regeerakkoord wordt
    daarbij uitgegaan van een bezuiniging van 50 miljoen euro op de overheidsfinanciën.2
    De minister heeft de raad begin 2011 gevraagd om als onderdeel van zijn advies over het Actie-
    plan Beter Presteren ook te adviseren over vermindering van het aantal profielen. De Onderwijs-
    raad hechtte echter aan het uitvoeren van een gedegen analyse van de mogelijke effecten op
    de inhoud en organisatie van zowel het voortgezet onderwijs als het vervolgonderwijs. Ook
    wilde hij overleggen met het voortgezet onderwijs en het vervolgonderwijs. Nu dit traject is
    doorlopen, brengt de Onderwijsraad hierbij apart advies uit over de profielstructuur.
1.2 Adviesvraag
    Minder profielen in het voortgezet onderwijs zou volgens de minister kunnen leiden tot doel-
    matigheidswinst en daarmee tot besparingen voor de school, waardoor ook de overheid kan
    besparen op zijn uitgaven.3 Het geeft scholen meer ruimte om zich te concentreren op de kern-
    vakken, de organiseerbaarheid van het onderwijsprogramma te vergroten, meer flexibiliteit te
    bieden en efficiënter te werken. In de adviesvraag is een aantal randvoorwaarden opgenomen.
    Het is expliciet niet de bedoeling dat een school ervoor kan kiezen alleen natuurprofielen aan
    te bieden of alleen maatschappijprofielen. De breedte van het onderwijsaanbod op een school
    moet blijven bestaan. Ook wordt niet gedacht aan twee of drie nieuwe profielen. Tot slot is het
    niet de bedoeling nieuwe vakken te laten ontwikkelen of vakinhoudelijke wijzigingen door te
    voeren. De minister acht een omvangrijke stelselwijziging niet noodzakelijk en ook niet wen-
    1	Vrijheid en verantwoordelijkheid; bijlage, 2010.
    2    De werkgroep die zich in het kader van de brede heroverwegingen in 2010 heeft gebogen over mogelijke productiviteitsverbeteringen
         in het onderwijs kwam evenwel tot de conclusie dat de besparingen als gevolg van deze maatregel 'niet goed te kwantificeren' zijn.
         Zie Werkgroep brede heroverwegingen, 2010.
    3	Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2011.
    Profielen in de bovenbouw havo-vwo9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>    selijk. De Onderwijsraad toetst deze aannames in dit advies. Dat doet hij via de beantwoording
    van de volgende vragen, die zijn afgeleid uit de adviesaanvraag van de minister (bijlage 1).
    Hoofdvraag
    Leidt vermindering van het aantal profielen in de bovenbouw havo-vwo naar verwachting tot
    de gestelde doelen (meer focus op de kern, betere organiseerbaarheid, doelmatigheidswinst)?
    Zo ja: hoeveel (drie of twee of geen) en welke profielen zou de bovenbouw idealiter moeten
    kennen?
    Deelvragen
    • Wordt de bovenbouw van havo en vwo voor scholen makkelijker te organiseren wanneer
         het aantal profielen wordt teruggebracht? Is hiermee efficiencywinst te behalen, waarvan
         zowel scholen als de overheid profijt hebben?
    • Maakt een reductie van het aantal profielen het scholen beter mogelijk de focus te leggen
         op de doorstroomrelevante vakken (kernvakken)?
    • Wat betekent een vermindering van het aantal profielen voor de aansluiting op het ver-
         volgonderwijs? En met name voor de keuze voor bètatechnische opleidingen, in het bijzon-
         der die van meisjes?
    Uitwerkingsvragen
    Onderstaande uitwerkingsvragen komen voort uit de adviesaanvraag en het Actieplan Beter
    Presteren:
    • Wat kan een vermindering van het aantal profielen betekenen voor scholen in de krimp-
         gebieden? Wordt het onderwijs voor deze scholen makkelijker te organiseren?
    • Wat betekent een eventuele herziening van de profielen voor de positie van het vak wis-
         kunde? Zou wiskunde verplicht moeten zijn of op een andere manier een speciale plek
         moeten krijgen?
    • (Hoe) kan het profielwerkstuk behouden worden?
    • Welke eisen moeten er, bij een verminderd aantal profielen, gesteld worden aan loopbaan-
         oriëntatie en -begeleiding?
1.3 Nadere invulling en aanpak
    Terug naar drie, twee of nul profielen?
    De minister geeft in de adviesaanvraag aan, te denken aan vermindering van het aantal pro-
    fielen van vier naar twee. Die twee profielen zouden dan zijn een natuurprofiel (bèta) en een
    maatschappijprofiel (alfa/gamma). Deze tweedeling zou de huidige indeling in twee natuur-
    profielen (nt: natuur en techniek; ng: natuur en gezondheid) en twee maatschappijprofielen
    (cm: cultuur en maatschappij; em: economie en maatschappij) vervangen. De adviesaanvraag
    houdt echter nog twee andere opties open. Ten eerste de mogelijkheid van drie profielen, waar-
    bij het nt- en ng-profiel apart blijven bestaan en er één maatschappijprofiel wordt gevormd (of
    andersom). Ten tweede de mogelijkheid van het volledig afschaffen van de profielen. De aan-
    sluiting met het hoger onderwijs kan dan wellicht voldoende worden gewaarborgd op basis
    van de doorstroomrelevante vakken Nederlands, Engels en rekenen/wiskunde. Bij geen van de
    opties wil de minister de inhoud van de examenvakken als zodanig ter discussie stellen.
    De adviesvragen worden beantwoord aan de hand van een analyse van de huidige profiel-
    structuur en een analyse van de mogelijke opties voor vermindering van het aantal profielen.
    10                                                                     Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>    De raad beschrijft daarbij beschikbare feiten en cijfers over de werking van de profielstructuur
    in de praktijk en geeft een overzicht van voor- en nadelen van de huidige profielstructuur vol-
    gens relevante partijen in het veld. Vervolgens gaat hij na wat de voorgestelde vermindering
    van vier naar drie, twee of nul profielen concreet in zou (kunnen) houden. De raad probeert
    zo te beredeneren wat in deze wijsheid is. Het zou immers om een nieuwe situatie gaan: er
    bestaan geen feiten of cijfers die “vooruitblikken“ op de gevolgen van het terugbrengen van
    het aantal profielen.
       Totstandkoming van dit advies
       De raad heeft panelbijeenkomsten belegd met vertegenwoordigers van zowel de vo- als de ho-
       sector (respectievelijk voortgezet onderwijs en hoger onderwijs), en daarnaast met verschillende
       andere (veld)deskundigen gesproken (zie het overzicht achter in dit advies). Voorafgaande aan de
       panelgesprekken heeft de raad in januari 2011 (voor de totstandkoming van het advies Naar hoge-
       re leerprestaties in het voortgezet onderwijs, op basis van een bestand van de VO-raad) aan driehon-
       derd schoolleiders en bestuurders een mail gestuurd met verschillende vragen over het voortgezet
       onderwijs. De raad ontving een reactie van zeventig schoolleiders en bestuurders. In deze reacties
       gaven zij ook aan wat zij vinden van het plan om het aantal profielen te verminderen. Ten slotte is
       door de SLO, nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling, een korte notitie opgesteld over wis-
       kunde op het havo en het vwo. De notitie staat op de site van de Onderwijsraad.
    Leeswijzer
    Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige profielstructuur. Wat is bekend over deelname aan de pro-
    fielen en de aansluiting met het hoger onderwijs? Wat betekent de leerlingenkrimp voor de
    profielstructuur? Welke adviezen zijn recentelijk gegeven over de profielen? In hoofdstuk 3 gaat
    de raad na wat een vereenvoudiging van de profielstructuur daadwerkelijk zou inhouden. Wor-
    den de profielen zwaarder of juist lichter? Welke vakken zouden verplicht gesteld moeten wor-
    den voor wie en waarom? Op basis hiervan adviseert hij in hoofdstuk 4 de minister middels drie
    aanbevelingen.
1.4 Advies: vermindering aantal profielen onnodig en onwenselijk zonder in-
    houdelijke heroverweging van de bovenbouw havo-vwo
    De Onderwijsraad is het met de minister eens dat er verbeteringen mogelijk zijn in de opzet
    van de profielstructuur. Deze hebben echter niet zozeer te maken met een reductie van het
    aantal wettelijk vastgestelde profielen. Voor een deel van de kleinere vo-scholen is het organi-
    seren van het onderwijs in twee brede profielen, een natuurprofiel en een maatschappijprofiel,
    inderdaad een manier om organisatiewinst te behalen. In de praktijk doen sommige scholen
    dit al, het kan binnen de kaders van de huidige wetgeving. Voor de meeste vo-scholen is hier-
    mee echter geen winst te halen. Een vermindering van het aantal profielen zonder verdere wij-
    zigingen in het inhoudelijk programma van de bovenbouw van havo en vwo, brengt boven-
    dien risico’s met zich mee ten aanzien van de aansluiting met het hoger onderwijs.
    Het advies aan de minister is daarom nu niet over te gaan tot een wetswijziging om het aan-
    tal profielen te reduceren zonder inhoudelijke heroverweging van de bovenbouw havo-vwo.
    Profielen in de bovenbouw havo-vwo11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>    Hoe ziet de profielstructuur er precies uit? Wat is bekend over deelname aan
    de profielen en de aansluiting met het hoger onderwijs? Wat betekent de leer-
    lingenkrimp voor de profielstructuur? Een stand van zaken.
2   Stand van zaken profielen voortgezet
    onderwijs
2.1 Invoer profielstructuur in 1998
    In 1998 zijn vier profielen in de bovenbouw van havo en vwo ingevoerd, met als doel een bete-
    re aansluiting op het hoger onderwijs. Hoewel veel leerlingen indertijd een zorgvuldige afwe-
    ging maakten voordat zij hun vakkenpakket samenstelden, bood de vrije keuze van vakken
    sommige leerlingen te veel vrijheid. Zij meden de zwaardere vakken en kozen voor vakken-
    combinaties die een onvoldoende basis bieden voor het hoger onderwijs. Bovendien waren er
    soms grote verschillen tussen de studiebelasting van verschillende vakkenpakketten.
    De invoering van de tweede fase in 1998 beoogde om in deze situatie verbetering te brengen.
    De leerling diende voortaan een profiel te kiezen en daarmee een cluster van samenhangen-
    de vakken voor het eindexamen. Daarnaast werd scholen geadviseerd te werken volgens het
    onderwijskundig concept van het studiehuis. Dit concept zou eveneens moeten bijdragen aan
    een betere aansluiting op het hoger onderwijs, door meer aandacht voor studievaardigheden
    en zelfstandig werken. Tot slot werd “oriëntatie op opleidingen, beroepen en omgevingen”
    onderdeel van de examenprogramma’s.
    Herziening van de profielen in 2007
    In 2007 is de profielstructuur herzien, mede op basis van de evaluatie van de tweede fase.4 De
    aanpassingen waren bedoeld om knelpunten in de profielstructuur op te lossen, die aan het
    licht waren gekomen in de eerste jaren na invoering. De vernieuwing van de profielstructuur
    hield in dat er meer keuzemogelijkheden kwamen voor scholen en leerlingen en dat het
    onderwijsprogramma minder versnipperd werd en eenvoudiger te organiseren.
2.2 Huidige profielstructuur
    In de huidige WVO (Wet op het voortgezet onderwijs) is bepaald dat voor de eerste twee leer-
    jaren van havo en vwo kerndoelen worden vastgesteld voor Nederlands, Engels, geschiede-
    nis en staatsinrichting, aardrijkskunde, economie, wiskunde, natuur- en scheikunde, biologie,
    verzorging, informatiekunde, techniek, lichamelijke opvoeding, beeldende vorming, muziek,
    drama en dans. Vanaf het vierde leerjaar zijn havo en vwo ingericht naar vier profielen. Een pro-
    fiel is een samenhangend onderwijsprogramma en biedt ‘’algemene maatschappelijke voor-
    bereiding en persoonlijke vorming, een algemene voorbereiding op het hoger onderwijs, en
    een bijzondere voorbereiding op groepen van naar inhoud verwante opleidingen in het hoger
    4	Het Tweede Fase Adviespunt, 2005.
    12                                                                     Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>onderwijs” (artikel 12). Elke school is verplicht alle profielen aan te bieden. Elk profiel bestaat uit
een gemeenschappelijk deel, een profieldeel en een vrij deel.
Gemeenschappelijk deel van de profielen
De vwo-profielen hebben een gemeenschappelijk deel bestaande uit Nederlands, Engels, een
tweede vreemde taal, maatschappijleer, algemene natuurwetenschappen, culturele en kunst-
zinnige vorming, en lichamelijke opvoeding. Voor het havo omvat het gemeenschappelijk
deel dezelfde vakken, met uitzondering van een tweede vreemde taal. Voor het gymnasium
is gespecificeerd dat de tweede vreemde taal Latijn of Grieks moet zijn en culturele en kunst-
zinnige vorming gegeven wordt in de variant van klassieke culturele vorming.
Profieldeel
De profielen zijn: natuur en techniek; natuur en gezondheid; economie en maatschappij; en cul-
tuur en maatschappij. De onderdelen van elk profiel zijn weergegeven in onderstaand schema.
De profielen bevatten verschillende vormen van wiskunde. Deze staan niet in het schema, maar
worden apart behandeld in paragraaf 2.4.
              Nt                               Ng                             Em                          Cm
  Havo        Wiskunde                         Wiskunde                       Wiskunde                    Geschiedenis
              Natuurkunde                     Scheikunde                       Economie                  Tweede vreemde taal
             Scheikunde                        Biologie                       Geschiedenis                Maatschappelijk vak6
              Profielkeuzevak 5                Profielkeuzevak                Profielkeuzevak             Cultureel vak7
  Vwo         Wiskunde                         Wiskunde                       Wiskunde                    Wiskunde
              Natuurkunde                     Scheikunde                       Economie                   Geschiedenis
             Scheikunde                        Biologie                       Geschiedenis                Maatschappelijk vak
              Profielkeuzevak                  Profielkeuzevak                Profielkeuzevak             Cultureel vak
Vrij deel
Het vrije deel van het profiel bestaat uit een keuze voor een vak dat de leerling nog niet heeft
in het gemeenschappelijk deel of het profieldeel. Het bevoegd gezag mag er daarnaast voor
kiezen andere vakken voor alle leerlingen te verplichten.
Twee profielen tegelijk?
Een leerling kan twee profielen tegelijk volgen door in het profieldeel of het vrije deel bepaalde
vakken te kiezen. Door de herziening in 2007 zijn de scheidslijnen tussen de profielen namelijk
minder strikt geworden. De leerling kiest bijvoorbeeld voor natuur en techniek en doet biologie
erbij in de vrije ruimte, waardoor hij/zij feitelijk ook natuur en gezondheid kiest. Of de leerling
volgt het profiel cultuur en maatschappij, met als vierde vak (cultureel vak) economie. Door in
de vrije ruimte wiskunde te kiezen volgt de leerling in feite ook economie en maatschappij. Zo
houdt een leerling meer mogelijkheden open voor aansluiting op vervolgstudies.
5	De profielen nt, ng en em omvatten een vierde vak dat de leerling mag kiezen uit een aanbod van de school (van vakken die bij al-
     gemene maatregel van bestuur zijn vastgesteld voor het desbetreffende profiel - zie Inrichtingsbesluit WVO). Voor nt zijn dat natuur,
     leven en technologie, informatica, biologie en wiskunde D. Voor ng zijn het natuur, leven en technologie, aardrijkskunde en natuur-
     kunde. Voor em gaat het om een keuze uit de vakken management en organisatie; aardrijkskunde, maatschappijwetenschappen en
     een vreemde taal. De cm-leerling heeft twee keuzeprofielvakken (zie schema).
6	Een taal, filosofie of een kunstvak dat in het Inrichtingsbesluit WVO is vastgesteld.
7	Aardrijkskunde, maatschappijwetenschappen of economie, deze vakken zijn vastgesteld voor het profiel in het Inrichtingsbesluit
     WVO.
Profielen in de bovenbouw havo-vwo13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>    Twee profielen tegelijk volgen
    Het komt in de praktijk steeds meer voor dat leerlingen twee profielen tegelijkertijd volgen. Dit
    kunnen zij doen door een profielvak te kiezen van het aanverwante profiel. Op het vwo volgt 17%
    van de leerlingen in het schooljaar 2010-2011 een ongedeeld natuurprofiel en 8% een ongedeeld
    maatschappijprofiel. Voor havo-leerlingen gaat het om respectievelijk 6% en 3% van de leerlingen.9
Studielast profielen en nadere inrichtingsbesluiten
De studielast voor de leerling moet in de bovenbouw 1.600 uren per leerjaar zijn, het onderwijs-
programma ten minste 1.000 uren per leerjaar, het programma in het laatste leerjaar ten min-
ste 700 uren. Bij algemene maatregel van bestuur wordt met betrekking tot de profielen het
relatieve gewicht van elk van de vakken van het eindexamenprogramma vastgesteld, uitge-
drukt in een normatieve (niet verplichte) studielast per vak. Ook zijn in het Inrichtingsbesluit
WVO voorschriften vastgesteld over de mogelijkheid van vrijstelling en de bevoegdheid van
het bevoegd gezag om ontheffing te verlenen van onderdelen van het programma Inrichtings-
besluit WVO, 2011.
Het profielwerkstuk
In het eindexamenbesluit vwo-havo-mavo-vbo is geregeld dat het schoolexamen vwo en
havo mede een profielwerkstuk omvat (artikel 4). Het profielwerkstuk is een werkstuk – en
een presentatie daarover – waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan
de orde komen die van betekenis zijn in het profiel. Het profielwerkstuk heeft betrekking op
één of meer vakken van het eindexamen. Ten minste één van deze vakken heeft een omvang
van 400 studielasturen of meer voor vwo en 320 uur of meer voor havo. Het profielwerkstuk is
te beschouwen als een soort ‘meesterproef’. Het is bedoeld om vakoverschrijdende vaardig-
heden zoals informatieverzameling, verwerking en presentatie te toetsen, alsmede het gebruik
van ict daarbij.
Loopbaanoriëntatie en -begeleiding
De WVO verplicht scholen voor voortgezet onderwijs om loopbaanoriëntatie en -begeleiding
te realiseren. Het budget hiervoor maakt onderdeel uit van de lumpsum. Voor scholen bete-
kent dat in de praktijk “het plaatsen van educatie, informatie en begeleiding in het curriculum
om jongeren in staat te stellen, nu en in de toekomst, hun aspiraties en de kansen in hun leven/
loopbaan te ontdekken, betekenis te geven en te realiseren”.9 Scholen bepalen zelf op welke
wijze ze vormgeven aan loopbaanoriëntatie en -begeleiding. Het is van belang dat dit een inte-
graal onderdeel van het onderwijs is, maar dat is lang niet altijd de praktijk.10 De VO-raad heeft
in 2009 het initiatief genomen voor een Stimuleringsplan LOB, waarin hij pleit voor een inte-
grale aanpak. Loopbaanbegeleiding moet daarbij worden gezien als een leerproces (in plaats
van een keuzeproces) dat ook in het vervolgonderwijs doorgaat.
Uit een nulmeting naar de stand van zaken van loopbaanoriëntatie en -begeleiding in het
voortgezet onderwijs in opdracht van de VO-raad, blijkt dat een grote meerderheid van de
scholen een visie heeft op loopbaanoriëntatie en -begeleiding (rond de 70%), maar die lang
niet altijd heeft vastgelegd.11 Bijna alle scholen geven informatie over vervolgopleidingen en
8	Centraal Bureau voor de Statistiek, 2011.
9	Oomen, 2002.
10	Onderwijsraad, 2007a.
11	VO-raad, 2010.
14                                                                            Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>       bezoeken voorlichtingsdagen (98%). In mindere mate besteden scholen aandacht aan reflec-
       tie op eigen kunnen en motivatie (78%), loopbaangesprekken (78%) en opleidings- en werk-
       exploratie (67% en 48%). Het valt op dat slechts weinig scholen het beleid hebben vertaald naar
       competenties voor het personeel (15%).
2.3    Deelname profielen in feiten en cijfers
       Profielkeuze door de jaren heen
       De figuren 1 en 2 laten zien hoe de verdeling van leerlingen in het voortgezet onderwijs (havo
       en vwo) over de vier profielen is geweest in de afgelopen vier schooljaren (vanaf de herzie-
       ning van de tweede fase).12 De ‘n’ staat voor het combinatieprofiel nt/ng en de ‘m’ voor het
       combinatieprofiel em/cm.13
       Figuur 1: 	Verdeling van leerlingen over de vier profielen; vwo, leerjaar 4-6
                                 In procenten
    30
    25
    20
    15
    10
     5
           I      II      III   IV   V     VI    I    II   III   IV   V   VI        I   II   III  IV   V    VI       I    II   III  IV   V    VI
     0
                     2007-2008                           2008-2009                         2009-2010                         2010-2011
        i nt           ii     ng       iii n    iv  em         v    cm       vi
                                                                                m
       Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, 2011							
       12    Bij het laatste schooljaar, 2010-2011, gaat het nog om voorlopige cijfers.
       13	Het gaat hier om leerlingen die bewust voor een combinatieprofiel kiezen. Leerlingen die door een vakkenkeuze in het vrije deel
            ‘onbewust’ een combinatie van twee profielen volgen, zijn niet in deze cijfers opgenomen (bron: Centraal Bureau voor de Statistiek,
             2011). Er is ook een categorie leerlingen die een ander combinatieprofiel kiest (bijvoorbeeld nt + em, nt + cm, ng + em of ng + cm), of
             waarvan de profielkeuze onbekend is. In alle schooljaren maakt deze categorie 1% van alle leerlingen uit.
       Profielen in de bovenbouw havo-vwo15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>   Figuur 2: 	Verdeling van leerlingen over de vier profielen; havo, leerjaar 4-5
                           In procenten
50
40
30
20
10
        I   II      III   IV   V     VI       I   II   III   IV   V VI      I II   III IV  V VI   I   II   III IV  V   VI
 0
               2007-2008                             2008-2009                   2009-2010               2010-2011
    i  nt        ii     ng       iii n      iv  em         v    cm     vi
                                                                          m
   Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, 2011
   Economie en maatschappij meest populair
   Het em-profiel wordt door leerlingen in beide schooltypen het meeste gekozen, op de havo
   met afstand (gemiddeld 43%) en op het vwo op de voet gevolgd door het ng-profiel (gemid-
   deld respectievelijk 28% en 24%). Op het vwo wordt dit laatste profiel in vier jaar tijd minder
   gekozen (afname van 7%), terwijl het nt-profiel juist stabiel blijft (gemiddeld 16%). Op de havo
   blijven deze twee profielen stabiel. De keuze voor het cm-profiel is in beide onderwijssoorten
   afgenomen. Zowel op de havo als op het vwo neemt de keuze voor een combinatieprofiel toe.
   De oorzaken hiervan zijn vooralsnog onbekend: wellicht willen leerlingen hun opties voor een
   vervolgstudie zo lang mogelijk open houden. Leerlingen zijn zich er overigens lang niet altijd
   van bewust dat ze een combinatie van twee profielen volgen.14
   Keuze in derde klas
   In de derde klas van het voortgezet onderwijs kiezen leerlingen voor een profiel. Van Langen
   en Vierke stellen dat derdeklassers een goed beeld hebben van wat zij kunnen verwachten in
   de vierde klas. Ongeveer 20% van de derdeklassers denkt dat de verschillen tussen leerjaar 3
   en leerjaar 4 groter zijn in een natuurprofiel dan in een maatschappijprofiel, terwijl slechts 5%
   van de leerlingen het omgekeerde denkt. Met andere woorden, 20% verwacht dat het vierde
   jaar met een natuurprofiel ´pittiger´ zal zijn dan het derde jaar en dat dit niet of minder geldt
   voor een maatschappijprofiel. Er kan niet worden vastgesteld of dit de keuze van de leerlingen
   beïnvloedt.
   Meeste meisjes op vwo kiezen ng en em, meeste jongens em en nt
   Uit figuur 3 en 4 is af te lezen hoeveel jongens en meisjes in de afgelopen vier schooljaren (van-
   af de herziening van de tweede fase) voor de verschillende profielen kozen. In alle leerjaren
   en zowel op het havo als op het vwo kiezen de meeste jongens voor het em-profiel, gevolgd
   14	Langen & Vierke, 2010.
   16                                                                                          Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>  door het nt-profiel. Meisjes op het vwo kiezen in alle leerjaren het meeste voor het ng-profiel,
  gevolgd door het em-profiel. Hoewel de keuze voor het ng-profiel in de laatste jaren afneemt,
  kiezen steeds meer meisjes het combinatieprofiel ng/nt. Bij elkaar opgeteld kiest de helft van
  de meisjes in het vwo dus voor een bètaprofiel, en de cijfers laten zien dat dat percentage in
  de afgelopen jaren is toegenomen. Dit in tegenstelling tot eerder onderzoek waaruit bleek
  dat, voorafgaand aan de wijzigingen van 2007, er minder bèta werd gekozen, met name op het
  vwo.15
  Meeste meisjes en jongens op havo kiezen em-profiel
  Meisjes en jongens op het havo kiezen vooral voor het em-profiel. In 2010 volgde 50% van de
  jongens en 38% van de meisjes het em-profiel. Op de tweede plaats bij meisjes staat het cm-
  profiel (het schooljaar 2007-2008 uitgezonderd). Een verklaring hiervoor zou de invoering van
  de vernieuwde tweede fase in 2007-2008 kunnen zijn. Daarbij zijn wiskunde en economie bij
  het cm-profiel niet langer meer verplicht. Waarschijnlijk kiezen vooral meisjes nu eerder voor
  economie en maatschappij omdat deze vakken voor veel hbo-studies vereist zijn.16 Het aantal
  meisjes op de havo dat een ng-profiel kiest of een combinatieprofiel nt/ng, neemt eveneens
  licht toe (in beide gevallen een toename van 2%).
  Figuur 3:           Keuze profielen in vwo, onderverdeeld naar geslacht; in procenten
                         2007-2008                2008-2009         2009-2010            2010-2011
                              J               M     J        M        J          M          J          M
     Nt                    25                  5   26         7      27           8        25           8
     Ng                    23                 33   20        30      16         26         16          26
     N                     10                  7   14        10      17          15        18          15
     Em                    33                 25   31        25      29         24         29          23
     Cm                      6                25    5        21       5          18         4          17
     M                       3                 4    4         6       5           8         6           9
     Totaal               100               100   100       100     100        100       100         100
	N = combinatieprofiel natuur
  M = combinatieprofiel maatschappij
  Een ‘restcategorie’ leerlingen is hier niet opgenomen: de leerlingen die een ander combinatieprofiel
  hebben gekozen (nt/em, nt/cm, ng/em of ng/cm, of waarvan het niet bekend is welk profiel ze hebben
  gekozen. Voor zowel havo als vwo bestaat deze categorie uit ongeveer 1% van de leerlingen. Dit percen-
  tage is in deze tabel gebruikt ter afronding van de overige percentages.
  Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, 2011
  15	Huijts, Velden & Wolbers, 2007.
  16    Centraal Bureau voor de Statistiek, 2010.
  Profielen in de bovenbouw havo-vwo17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre> Figuur 4:           Keuze profielen in havo, onderverdeeld naar geslacht; in procenten
                        2007-2008               2008-2009          2009-2010              2010-2011
                             J               M    J        M         J          M            J          M
   Nt                     19                  2  20         3       20           3         19             3
   Ng                     16                20   14        21       15          21         15           22
   N                        4                 2   7         4        7           4          8             4
   Em                     48                 31  49        36       49         38          50           38
   Cm                      11                41   8        31        7         29            7          27
   M                         1                3   2         4        1           5           1            5
   Totaal                100               100  100       100      100        100         100         100
	
 N = combinatieprofiel natuur
 M = combinatieprofiel maatschappij
 Een ‘restcategorie’ leerlingen is hier niet opgenomen: de leerlingen die een ander combinatieprofiel
 hebben gekozen (nt/em, nt/cm, ng/em of ng/cm, of waarvan het niet bekend is welk profiel ze hebben
 gekozen. Voor zowel havo als vwo bestaat deze categorie uit ongeveer 1% van de leerlingen. Dit percen-
 tage is in deze tabel gebruikt ter afronding van de overige percentages.
 Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, 2011
 Terzijde: meer meisjes dan jongens op vwo
 Uit onderzoek van het ROA (Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt) blijkt dat de
 verhouding tussen jongens en meisjes in het vwo de afgelopen tien jaar steeds ongelijker is
 geworden.17 Het percentage jongens op het havo is tussen 1998 en 2008 gestegen van 45%
 naar ruim 47%. Op het vwo is het percentage jongens gedaald van bijna 49% in 1998 naar 46%
 in 2008. Het percentage jongens op het vwo is kortom gedaald ten gunste van het percentage
 jongens op het havo. Inmiddels zitten er minder jongens op het vwo dan zou zijn te verwach-
 ten op basis van de populatie in Nederland.18
 Het rapport noemt op basis van onderzoek twee oorzaken van het afnemende percentage jon-
 gens op het vwo. Ten eerste stromen sinds de invoering van de tweede fase havo-leerlingen,
 en dus ook jongens, veel minder door naar het vwo. Zij stromen hoofdzakelijk door naar het
 hoger beroepsonderwijs. In de afgelopen jaren stroomde gemiddeld iets meer dan 80% van
 de havo-gediplomeerden door naar het hoger beroepsonderwijs. Een heel klein deel (zo’n 4%
 in 2008) stroomt door naar het middelbaar beroepsonderwijs en een steeds kleiner deel naar
 het vwo. Als tweede oorzaak noemt het rapport dat sinds de tweede fase meer aandacht wordt
 besteed aan vaardigheden als zelfstandig werken, samenwerken en initiatief nemen. Vooral
 meisjes zouden profiteren van deze ontwikkeling en hierdoor beter presteren (en vaker naar
 het vwo gaan) dan jongens. Daarnaast is de aandacht voor analytische en rekenvaardigheden
 in het onderwijs verminderd, vaardigheden waarin jongens juist sterker zijn dan meisjes. De
 tweede fase en met name het studiehuis lijken daarmee effect te hebben gehad op de verde-
 ling van jongens en meisjes over het havo en het vwo.
 17	Allen & Meng, 2010.
 18	Coenen, Meng & Velden, 2011.
 18                                                                             Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>2.4 Betekenis van wiskunde in het havo- en vwo-curriculum
    Wiskunde als selectievak
    Wiskunde speelde en speelt vaak de rol van ‘selectievak’. Het selecteert de gemiddeld cognitief
    sterkere leerlingen uit, de leerlingen die beter zijn in abstract redeneren en analytisch denken.
    Leerlingen met wiskunde in het pakket scoren naar verwachting beter bij alle opleidingen, ook
    niet-technische studies zoals Engels of geschiedenis. Dit laatste heeft naar alle waarschijnlijk-
    heid minder te maken met concrete wiskundevaardigheden, maar meer met het feit dat de
    leerling met zijn beheersing van het vak aantoont een sterkere leerling te zijn.
    Er is in de buitenlandse literatuur tamelijk consistent wetenschappelijk bewijs dat prestaties in
    wiskunde relatief sterke voorspellers zijn van later intellectueel succes. Sommige studies wij-
    zen zelfs uit dat wiskundeprestaties de sterkste enkelvoudige voorspellers zijn. De Onderwijs-
    raad heeft voor dit advies een korte notitie laten opstellen over wiskunde op het havo en het
    vwo (door het SLO). Deze notitie is de belangrijkste bron voor de gegevens in deze paragraaf.19
    Huidige curriculum: vier vormen wiskunde
    Het huidige curriculum kent de wiskundevarianten A, B, C en D.
    Wiskunde A is gericht op toepassing, met name in economische, sociale en medische weten-
    schappen. Dit vak is verplicht binnen de profielen natuur en gezondheid en economie en
    maatschappij op het havo (320 studielasturen) en het vwo (520 studielasturen). Ng-leerlingen
    mogen in principe wiskunde A vervangen door wiskunde B als de school het aanbiedt. In de
    praktijk is dit voor scholen echter lastiger te organiseren en we mogen ervan uitgaan dat het
    weinig gebeurt (al zijn hierover geen cijfers bekend).
    Wiskunde B is meer fundamentele wiskunde, gericht op leerlingen die in het hoger onderwijs
    exacte en technische studies willen volgen. Het maakt dan ook verplicht onderdeel uit van het
    nt-profiel op het havo (440 studielasturen) en het vwo ( 600 studielasturen).
    Wiskunde C bereidt voor op universitaire studies in de sociale, culturele, juridische en taal- en
    maatschappijwetenschappen. Dit vak wordt alleen op het vwo gegeven, als verplicht vak bin-
    nen het cm-profiel. Het havo-cm-profiel kent geen verplichte wiskunde. Havo-leerlingen kun-
    nen binnen het cm-profiel wiskunde A als keuzevak volgen.
    Wiskunde D is een verbreding en verdieping op wiskunde B. Het is een profielkeuzevak voor het
    nt-profiel. In het havo heeft het een technologische, in het vwo een meer wetenschappelijke
    invulling.
    Wiskunde vóór de profielstructuur
    Vanaf 1968 tot 1985 kende het vwo de vakken wiskunde I en wiskunde II. Wiskunde I was ver-
    plicht voor studies in exacte vakken en in toenemende mate voor studies in de sociale weten-
    schappen, 60% van de leerlingen deed hierin examen. Wiskunde II was voor een zeer selecte
    groep exact talent (dat daarnaast wiskunde I volgde). Op het havo was er één type wiskunde
    dat verplicht was voor technische vervolgstudies, 50% van de leerlingen deed hierin examen.
    In 1985 werden wiskunde I en II op het vwo vervangen door wiskunde A en B, op het havo gebeur-
    de dat in 1988. De belangrijkste reden was het grote percentage leerlingen dat geen wiskunde
    19   Stichting Leerplanontwikkeling, 2011.
    Profielen in de bovenbouw havo-vwo19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>koos en de geringe relevantie van het programma voor de sociale en economische studies. Wis-
kunde B was bedoeld voor de technische en exacte vervolgopleidingen. Wiskunde A was bedoeld
als een wiskunde voor alle leerlingen, voor gebruik in het dagelijks leven en als voorbereiding op
de sociale en economische studies.20 De deelnamepercentages aan wiskunde werden hierdoor
aanzienlijk vergroot, nog maar 10% van de leerlingen deed geen examen in wiskunde.
Wiskunde 1999-2007: een variant per profiel, wiskunde verplicht
Vanaf de invoering van de profielen in 1999 kreeg elk van de vier profielen een eigen wiskun-
devariant (dit gold ook voor diverse andere vakken). Wiskunde A1,2 hoorde bij het em- profiel;
wiskunde A1 bij het cm-profiel; wiskunde B1,2 bij het nt-profiel en wiskunde B1 bij het ng-profiel.
De vier varianten hadden onderling een logische opbouw: wiskunde B1 was een onderdeel van
wiskunde B1,2 en wiskunde A1 was een onderdeel van A1,2. Wiskunde was nu verplicht gewor-
den voor alle havo- en vwo-leerlingen.
Herziening 2007: loskoppeling van profiel, minder uren
Bij de herziening van de tweede fase in 2007 werd een andere naamgeving ingevoerd voor de
varianten en werd de ontkoppeling tussen wiskundevarianten en de bijbehorende profielen
de norm. Er werd toegestaan dat het ng-profiel ook afgerond kon worden met de variant wis-
kunde A1,2 in plaats van wiskunde B1. De opbouw van de verschillende wiskundevakken en hun
plaats in de profielstructuur is hierdoor minder duidelijk geworden.
Vanaf de herziening van de profielen in 2007 was wiskunde niet langer als examenvak verplicht
voor havo-leerlingen met een cm-profiel. Bovendien nam het aantal studielasturen voor wiskun-
de af. Leerlingen krijgen vanaf 2007 veel minder lesuren wiskunde in de bovenbouw van havo
en vwo. Dat heeft naar verwachting effect op het kennisniveau van deze leerlingen, al is dat niet
met examencijfers zichtbaar te maken omdat de examens zijn aangepast aan de nieuwe situatie.
Aantal uren in huidige situatie
Scholen hanteren een eigen omrekenfactor van studielast naar lesuren. Het aantal lesuren ver-
schilt sterk per schooltype, zoals figuur 5 laat zien.
20	Dit programma was wereldwijd uniek en een voorloper in de richting van ‘mathematical literacy’ (gecijferdheid). Nu is dit denken
     steeds meer gemeengoed bij de invulling van wiskundecurricula. Temeer omdat een internationaal vergelijkingsonderzoek als PISA
     juist mathematical literacy meet en daarop landen vergelijkt.
20                                                                                              Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Figuur 5:            Minimale en maximale uren wiskunde per schooltype
  Vak                            Studielasturen            Minimum         Maximum        Gemiddeld
                                                              lesuren         lesuren  aantal lesuren
  Havo wiskunde A                                 320               86            200               139
  Havo wiskunde B                                 360              100            200               155
  Havo wiskunde D                                 320               89             175              134
  Vwo wiskunde A                                  520              144            300              222
  Vwo wiskunde B                                  600              167            300              254
  Vwo wiskunde C                                  480              120            293               207
  Vwo wiskunde D                                  440              120            250               179
Bron: Wiskunde-brief 2009 (www.wiskundebrief.nl)
Het aantal lesuren wiskunde in de bovenbouw havo en vwo is in de afgelopen jaren voor som-
mige profielen (havo cm, vwo em en vwo nt) sterk verminderd (figuur 6). Het aantal uren is
internationaal gezien laag.
Figuur 6:            Verplichte studielast wiskunde voor en na 2007
  Profiel                               Wiskunde      Studielasturen   Studielasturen  % verandering
                                                            tot 2007          na 2007
  Havo cm                                          A1             160                0          -100%
  Havo em                                 A1,2 --> A              280             320            +14%
  Havo ng1                                  B1 --> A              320             320               0%
  Havo nt2                                 B1,2 --> B             440             440               0%
  Vwo cm                                    A1 --> C              360             480            +33%
  Vwo em                                  A1,2 --> A              600             520             -13%
  Vwo ng1                                   B1 --> A              600             600               0%
  Vwo nt2                                  B1,2 --> B             760             600             -21%
Bron: Stichting Leerplanontwikkeling, 2011.
Examencijfers
Het percentage onvoldoendes op wiskunde-examens A en C is steevast tussen de 25% en 30%.
Dat is vergelijkbaar met alle andere vakken. Voor wiskunde B is dat anders, daar komen percen-
tages onvoldoendes van (ruim) boven de 30% regelmatig voor. Verklaringen hiervoor zijn de
overladenheid van het programma en/of te weinig studielasturen voor wiskunde B. Het grote
aantal onvoldoendes zou een reden kunnen zijn waarom wiskunde B aan populariteit inboet
en wiskunde A een steeds grotere rol gaat spelen in het profiel natuur en gezondheid.
Profielen in de bovenbouw havo-vwo21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>    Rekenen en wiskunde
    Inmiddels zijn er referentieniveaus voor rekenen ingevoerd voor havo en vwo. Havo- en vwo-
    leerlingen moeten als onderdeel van het examen een rekentoets af leggen. Meer aandacht
    voor rekenen wordt nu afgedwongen door exameneisen, terwijl er geen studielast voor gere-
    serveerd wordt. Dat betekent in de praktijk dat het aantal lesuren voor wiskunde verder onder
    druk kan komen te staan.
    De toekomst: wiskunde A, B, C en D nieuwe stijl (2015- )?
    De Commissie Toekomst Wiskunde Onderwijs heeft nieuwe programma’s ontwikkeld voor wis-
    kunde A, B, C en D. Deze behelzen een belangrijke modernisering van de inhouden, echter wel
    binnen de gegeven kaders van vier profielen en vier wiskundevakken. Wiskunde C is een vari-
    ant die alleen op het vwo gegeven wordt. De invoering van deze programma’s staat gepland
    voor 2015. In de vier wiskundeprogramma’s is ook plaats voor algebraïsche en rekenvaardig-
    heden van leerlingen.
2.5 De profielen en het hoger onderwijs
    Een belangrijke doelstelling van het invoeren van de profielen was het verbeteren van de
    aansluiting met het hoger onderwijs. In de afgelopen periode zijn dan ook diverse evaluaties
    uitgevoerd naar de verschillende aspecten van de aansluiting van de profielen op het hoger
    onderwijs. Zo is gekeken naar de doorstroom van leerlingen, de studiekeuze, de inhoudelijke
    aansluiting met de studierichtingen, het studierendement en het niveau van leerlingen.
    De bovengenoemde aspecten zijn in de evaluatie van de tweede fase en door de profielcom-
    missies onderzocht.21 De evaluatie van de tweede fase richtte zich op de vraag of de veranderin-
    gen ertoe hebben geleid dat havo en vwo beter voorbereiden op respectievelijk hoger beroeps-
    onderwijs en wetenschappelijk onderwijs. Het antwoord op deze vraag bleek positief te zijn. Het
    extern rendement van havo en vwo was toegenomen: meer leerlingen dan voorheen volgden
    de koninklijke weg van directe doorstroom naar het hoger onderwijs. Dat wil zeggen de route
    van havo naar hoger beroepsonderwijs (in plaats van die via het middelbaar beroepsonderwijs)
    en van vwo direct naar het wetenschappelijk onderwijs (in plaats van die via het hoger beroeps-
    onderwijs). Leerlingen bleken verder sterk profielgebonden te kiezen en de keuzepatronen
    waren redelijk stabiel over de jaren heen. Wel gaf de evaluatie aan dat opleiders in het hoger
    onderwijs waarschijnlijk te hooggespannen verwachtingen hebben van de kwaliteit en homoge-
    niteit van de instroom. Een zekere mate van teleurstelling in het hoger onderwijs is volgens het
    Tweede Fase Adviespunt daarvan het gevolg.
    Het eindadvies van de profielcommissies noemt verschillende positieve gevolgen van de pro-
    fielen. De profielen sluiten inhoudelijk beter aan op het hoger onderwijs, de studiebelasting
    voor leerlingen is evenwichtiger en duidelijker geworden, leerlingen worden geprikkeld om
    eerder na te denken over hun vervolgopleiding, en het onderwijs is voor scholen beter organi-
    seerbaar geworden. De commissies zijn echter ook kritisch op een aantal punten.
    Ten eerste zijn leerlingen genoodzaakt behoorlijk vroeg (op veertien-vijftienjarige leeftijd) een
    profiel te kiezen, waarbij zij een eerste afslag richting hoger onderwijs kiezen. Leerlingen zijn
    hier volgens de commissies niet bij gebaat. De commissies pleiten daarom voor een oriënte-
    21	Het Tweede Fase Adviespunt, 2005; Veldhuis, Bruning & Meijs, 2007.
    22                                                                      Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>rende fase in de middenbouw. In die fase kunnen leerlingen zich oriënteren op hun interesses,
capaciteiten en ambities en kennismaken met diverse kennisgebieden als voorbereiding op hun
profielkeuze. Een tweede kritiekpunt is dat de aansluiting van de profielen op het hoger onder-
wijs nog niet optimaal is. Vooral het cm-profiel sluit onvoldoende aan op vervolgopleidingen.
Op de havo maakt het vak wiskunde hiervan geen deel meer uit, waardoor de aansluiting is
verslechterd. Daarnaast bestaan er binnen het hoger onderwijs nog steeds klachten over de
beheersingsniveaus taal en rekenen/wiskunde en de kennis van natuur, maatschappij en cultuur.
Nadere vooropleidingseisen
Het havo- en vwo-diploma bieden toegang tot het hoger beroepsonderwijs en het vwo-
diploma tot het wetenschappelijk onderwijs. Voor bepaalde opleidingen in het hoger onder-
wijs worden daarnaast bij ministeriële regeling ´nadere vooropleidingseisen´ vastgesteld. De
nadere vooropleidingseisen zijn bedoeld om de inhoudelijke aansluiting tussen voortgezet en
hoger onderwijs zo goed mogelijk te regelen. Voor kandidaten uit het voortgezet onderwijs is
dan vereist dat zij een bepaald profiel of bepaalde keuzevakken hebben gevolgd. Het hoger
onderwijs is gehouden aan deze nadere opleidingseisen. Een instelling kan een student die
niet het vereiste profiel en/of de juiste vakken gevolgd heeft, onder bepaalde voorwaarden
toch inschrijven. De instelling moet dan na onderzoek hebben vastgesteld dat de kandidaat
voldoet aan inhoudelijk vergelijkbare eisen (bijvoorbeeld op basis van een buitenlands of inter-
nationaal diploma). Daarnaast moet een student eventuele deficiënties weggewerkt hebben
voor aanvang van de opleiding.22 Bij enkele (bij ministeriële regeling aangewezen) opleidingen
op het gebied van de natuur en de techniek kan de student zijn deficiënties ook in de prope-
deutische fase wegwerken.
De Regeling nadere vooropleidingseisen komt tot stand op basis van landelijke overeenstem-
ming binnen de opleidingen van eenzelfde sector (dezelfde Isat-code). Bij de herziening van
de profielen in 2007 zijn de nadere vooropleidingseisen voor sommige profielen aangepast.
Doorstroom naar het hoger onderwijs
De Onderwijsraad heeft in het kader van het advies Doorstroom en talentontwikkeling een stu-
die laten uitvoeren naar de effecten van de invoering van de profielen.23 Daarin zijn de effecten
van de profielen onderzocht op basis van een vergelijking van gegevens uit de zogenoemde
VOCL-bestanden (Voortgezet Onderwijs Cohort Leerlingen) van 1993 en 1999. Uit dit onderzoek
bleek indertijd dat sinds invoering van de profielen het aantal havisten is afgenomen dat door-
stroomt naar het vwo of naar het middelbaar beroepsonderwijs. Havisten stromen in plaats
daarvan vaker direct door naar het hoger beroepsonderwijs. Voor vwo’ers bleek dat zij minder
vaak doorstroomden naar het hoger beroepsonderwijs en vaker naar het wetenschappelijk
onderwijs. De onderzoeken van het ROA en de profielcommissies bevestigden dit beeld.24, 25
Studiekeuze algemeen
Figuur 7 toont de instroomcijfers van vwo-leerlingen in het hoger onderwijs in 2009-2010 per
profiel. De instroomcijfers van de studiejaren 2007-2008 en 2008-2009 staan in bijlage 2 (figuur
14 en 15). Er wordt vervolgens onderscheid gemaakt naar de studiekeuze van leerlingen: een
bètastudie (richting landbouw, natuur, techniek of gezondheid) en een alfa-gammastudie.26
22	Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, artikel 7.25, lid 4.
23	Onderwijsraad, 2007b.
24	Korpershoek, Kuyper & Werf, 2006.
25	Veldhuis, Bruning & Meijs, 2007.
26	Met een alfa-gammastudie wordt bedoeld een studie in de richting van economie, recht, gedrag & maatschappij of taal & cultuur.
Profielen in de bovenbouw havo-vwo23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>    De University Colleges vormen een laatste categorie. In figuur 8 wordt de studiekeuze ver-
    der onderscheiden naar HOOP-gebied27: landbouw; natuur; techniek; gezondheid; economie;
    recht; gedrag en maatschappij; taal en cultuur; en sectoroverstijgend.
    Figuur 7: 	Instroompercentages vwo’ers naar profiel in bètastudie, alfa-gammastudie
                               en University College in 2009
100
 80
 60
 40
 20
            I        II      III       V      IV          VI         I        II    III       V     IV         VI           I        II   III        V     IV         VI
  0
                                Bèta                                             Alfa-gamma                                         University College
     i   nt            ii ng            iii n          iv    em        v   cm           vi
                                                                                            overig
    Bron: 1cijferHO2010 (Cohortbestanden) VSNU/CBS
    Figuur 8: Studiekeuze per HOOP-gebied van vwo’ers in 2009 naar profiel
 70
 60
 50
 40
 30
 20
 10
       I II III IV V VI    I II III IV V VI  I   II III IV V VI I II III IV V VI  I II III IV V VI I   II III IV V VI  I II III IV V VI I  II III IV V VI I   II III IV V VI
  0
     Landbouw                Natuur          Techniek            Gezond-          Economie             Recht           Gedrag en Taal en                    Sector-
                                                                    heid                                              maatschappij cultuur overstijgend
     i   nt            ii ng            iii n          iv    em        v   cm           vi
                                                                                            overig
    Bron: 1cijferHO2010 (Cohortbestanden) VSNU/CBS
    Sterke relatie profiel en studiekeuze
    Uit figuur 7 en 8 en die in bijlage 2 (figuur 14 en 15) kan een aantal trends worden opgemaakt.
    Leerlingen met een natuurprofiel kiezen vaak voor een bètastudie en in mindere mate voor
    27	Verwijzing naar HOOP, Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan.
    24                                                                                                                             Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>een studie in het alfa-gammadomein. Over de genoemde studiejaren gaat het om een verhou-
ding van gemiddeld 65-35% (2009 is daar een uitzondering op, toen lagen deze percentages
dichter bij elkaar). Leerlingen met een maatschappijprofiel kiezen nog vaker voor een studie
die aansluit op hun profiel en zeer weinig voor een bètastudie.
Uitgesplitst naar HOOP-gebied ontstaat hetzelfde beeld: technische studies worden het vaakst
gekozen door leerlingen met een nt-profiel, studies in het gezondheidsdomein door leerlingen
met een ng-profiel, economische studies door leerlingen met een em-profiel, en gedrag- en
maatschappijstudies en taal- en cultuurstudies door leerlingen met een cm-profiel.
Er is in het studiejaar 2008-2009 een startmonitor uitgevoerd naar de studiekeuze, het studie-
succes en de studie-uitval van studenten in het hoger bèta- en technisch onderwijs (hoger
beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs).28 Op basis van drie enquêtes onder eerste-
jaarsstudenten (aan het begin, halverwege en aan het einde van het studiejaar) blijkt dat stu-
denten vaker achteraf tevreden zijn over hun profielkeuze als zij vervolgens in het hoger onder-
wijs een studie kiezen die aansluit op hun profiel. Dit geldt zowel voor havisten/hbo’ers als voor
vwo’ers/wo’ers. Havisten en vwo’ers met een dubbelprofiel ng+nt hebben het minst van spijt
van hun profielkeuze.
De onderzoekers vonden dat studenten met een natuurprofiel in het voortgezet onderwijs die
níet kozen voor een studie in de sector natuur of techniek, dat deden omdat zij hun huidige
opleiding interessanter vinden (80% van deze groep respondenten) en/of omdat zij menen dat
er met een natuur- of techniekstudie geen aantrekkelijk beroep kan worden uitgeoefend (33%).
Deze studenten kiezen daarom veelal voor een studie in de sector gedrag en maatschappij
of de sector recht. Een kwart van de respondenten die geen natuur- of techniekstudie heeft
gekozen, denkt dat deze studies onvoldoende maatschappelijk gericht, te theoretisch en te
eenzijdig zijn.
Meisjes met bètaprofiel kiezen bètastudie
Figuur 9 laat zien dat meisjes op het vwo met een natuurprofiel vaak instromen in een univer-
sitaire bètastudie (sector landbouw, natuur, techniek of gezondheid). Voor meisjes met een
combinatieprofiel of een nt-profiel is dat percentage zeer hoog: respectievelijk ongeveer 80 tot
90%. Van de meisjes met een ng-profiel stroomt gemiddeld 65% door naar een bètastudie. De
genoemde percentages zijn stabiel gebleven over drie studiejaren.
28	Het gaat hier om studenten met een opleiding in de sectoren natuur, techniek, of een opleiding in een andere sector die voor
     minimaal 50% uit bèta- en/of technische vakken bestaat. Zie Warps, Wartenbergh, Hogeling, Pass, Kurver, e.a., 2010.
Profielen in de bovenbouw havo-vwo25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>    Figuur 9: 	Instroompercentages vwo-meisjes met een natuurprofiel in wetenschappe-
                         lijke bètastudies
100
 80
 60
 40
 20
               I            II          III             I       II   III        I         II         III
  0
                         2007                                 2008                      2009
     i  nt        ii ng        iii   n
    Bron: 1cijferHO2010 (Cohortbestanden) VSNU/CBS
    De aansluiting van de vwo-natuurprofielen op de bètastudies in het wetenschappelijk onder-
    wijs lijkt voor meisjes goed te zijn. Dit beeld wordt bevestigd wanneer gekeken wordt naar
    de rendementspercentages na het eerste studiejaar (figuur 10). Veruit de meeste vrouwelijke
    studenten die in een natuurprofiel eindexamen hebben gedaan, schrijven zich na het eerste
    jaar opnieuw in voor hun huidige studie (gemiddeld 85%). Rond de 12% van deze studenten
    verandert van opleiding en/of van universiteit. Een klein percentage vrouwen met een natuur-
    profiel stapt over naar het hoger beroepsonderwijs of stopt (tijdelijk) met studeren. Dit beeld
    blijft over drie studiejaren constant (alleen het laatste jaar wordt getoond, de voorgaande jaren
    staan in bijlage 2, figuur 16 en 17).
    Figuur 10:           Rendementspercentages vrouwen in bètastudies na 1 jaar; cohort 2009
100
 80
 60
 40
 20
            I         II         III         I       II   III      I     II III       I         II       III
  0
                  Huidig                           Anders               Hbo                  Uit ho
     i  nt        ii ng        iii   n
    Bron: 1cijferHO2010 (Cohortbestanden) VSNU/CBS
    26                                                                           Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Of dit beeld ook wordt bevestigd door gegevens over het percentage afstudeerders, is op het
moment van publicatie van dit advies nog niet bekend: het cohort van 2007 studeert immers
pas op zijn vroegst af in het studiejaar 2011-2012.
Ten slotte doen vrouwen in bètastudies het iets beter ten opzichte van het gemiddelde van alle
studenten in het wetenschappelijk onderwijs. Zij schrijven zich vaker opnieuw in voor dezelfde
studie na één jaar, veranderen minder vaak van opleiding en/of van universiteit, stappen min-
der over naar het hbo en stoppen minder met studeren.29
Inhoudelijke aansluiting van de profielen op studies in het hoger onderwijs
De profielcommissies concluderen dat de aansluiting van de profielen op het hoger onderwijs
is verbeterd, maar nog niet optimaal is. Een reviewstudie geeft daar ook een aantal aanwijzin-
gen voor.30 Zo geven studenten achteraf aan dat het bestaan van twee natuurprofielen de her-
kenbaarheid voor de aansluiting op het hoger onderwijs bemoeilijkt. Bij de havo-profielen in
het algemeen wordt opgemerkt dat zij onderwijsinhoudelijk gezien onvoldoende een eigen
identiteit hebben en dat zij vooral een lichtere variant zijn van de vwo-profielen, waardoor zij
minder goed voorbereiden op hogere beroepsopleidingen. Ex-havisten in het hoger beroeps-
onderwijs vinden, vaker dan ex-vwo’ers, dat hun vooropleiding onvoldoende aansluit op het
hoger beroepsonderwijs.
Maatschappijprofielen vooral vormend?
De twee maatschappijprofielen blijken in het hoger onderwijs anders gepercipieerd te worden
dan de twee natuurprofielen. De maatschappijprofielen bieden, zo is het beeld, vooral alge-
mene vorming, terwijl de twee natuurprofielen vooral een kennisbasis bieden. Uit de hiervoor
genoemde startmonitor blijkt dat wo-bètastudenten positiever zijn over de aansluiting met
hun vervolgopleiding dan niet-bètastudenten. Het gaat dan om de aansluiting op de gebie-
den van taalvaardigheid, zelfstandig werken, informatie zoeken, werken aan grote opdrach-
ten, studievaardigheden, vakinhouden, en de manier waarop het onderwijs wordt gegeven.
Een uitzondering hierop vormt het vak wiskunde: zowel in het hoger beroepsonderwijs als in
het wetenschappelijk onderwijs blijkt een kwart van de bètastudenten de aansluiting met vo-
wiskunde slecht te vinden.
Wat het cm-profiel betreft zijn er in het algemeen twijfels over de herkenbaarheid en de aan-
sluiting met het hoger onderwijs.31 Achteraf is bijvoorbeeld een kwart van de vwo’ers met een
cm-profiel die in het hoger beroepsonderwijs een niet-bètastudie kiest, ontevreden over de
profielkeuze.32
Het studierendement
De figuren 11 en 12 tonen het gemiddelde studierendement van vwo’ers op de universiteit na
één jaar studeren. Er wordt onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. Van de mannen
schrijft gemiddeld 71% zich na een jaar opnieuw in voor dezelfde studie. Bij vrouwen is dat
gemiddeld 78%.
29	1cijferHO2010 (Cohortbestanden) VSNU/CBS.
30	Langen, Kurver & Vierke, 2007.
31	Langen, Kurver & Vierke, 2007.
32	Warps, Wartenbergh, Hogeling, Pass, Kurver, e.a., 2010.
Profielen in de bovenbouw havo-vwo27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>    Figuur 11: 	Rendement vwo-gediplomeerden na 1 jaar studie hoger onderwijs: mannen
100
 80
 60
 40
 20
          I       II     III   V      IV      VI      I     II III      V    IV VI I II  III    V     IV   VI
  0
                           2007                                  2008                      2009
     i  nt          ii ng       iii n      iv    em     v cm       vi
                                                                      overig
    Bron: 1cijferHO2010 (Cohortbestanden) VSNU/CBS
    Figuur 12: 	Rendement vwo-gediplomeerden na 1 jaar studie hoger onderwijs: vrouwen
100
 80
 60
 40
 20
          I       II     III   V      IV      VI      I     II III      V    IV VI I II  III    V     IV   VI
  0
                           2007                                  2008                      2009
     i  nt          ii ng       iii n      iv    em     v cm       vi
                                                                      overig
    Bron: 1cijferHO2010 (Cohortbestanden) VSNU/CBS
    28                                                                              Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>In figuur 13 staan de gemiddelde percentages mannen en vrouwen die wisselen van studie,
naar het hoger beroepsonderwijs gaan of tijdelijk stoppen. Uit alle cijfers blijkt dat vrouwen in
verhouding vaker bij hun studiekeuze blijven dan mannen.
Figuur 13:	Gemiddelden wisselaars en (tijdelijke) uitvallers: vwo'ers op universiteit na
                     1 jaar studeren over 2007, 2008 en 2009 (in procenten)
                              Wisselt               Wisselt   Wisselt van  Gaat naar         Stopt
                              ­binnen               ­binnen   universiteit      hbo     (tijdelijk)
                        ­universiteit         ­universiteit,
                           en HOOP-­               naar an-
                               gebied           der HOOP-­
                                                     gebied
  Mannen                               4                    5           8          7              4
  Vrouwen                              3                    4            6         6              3
Bron: 1cijferHO2010 (Cohortbestanden) VSNU/CBS.
Studie-uitval
De startmonitor laat zien dat in het wetenschappelijk onderwijs bètastudenten met een ng-pro-
fiel het meeste uitvallen.33 De verschillen met studenten met een nt-profiel of een combinatie-
profiel nt/ng zijn echter niet significant. De belangrijkste redenen die studenten opgeven om
te stoppen met hun bètastudie zijn een verkeerde studiekeuze, onvoldoende motivatie en
moeite met de onderwijsmethode of -aanpak.
Uit onderzoek van het ROA blijkt dat binnen het voortgezet onderwijs havisten relatief het
vaakst voortijdig stoppen met hun opleiding (22%), gevolgd door vwo’ers (20%). Voor de ande-
re onderwijsniveaus liggen deze percentages aanzienlijk lager (bijvoorbeeld vmbo: 11%). Het
relatief grote aantal uitvallers op havo en vwo blijkt wel voor een groot deel te bestaan uit wis-
selaars; de netto-uitval uit deze groep bedraagt uiteindelijk 3%.
Het niveau van leerlingen
Zowel het eindrapport van de profielcommissies als andere onderzoeken maken melding van
klachten over het kennisniveau van beginnende studenten in het hoger onderwijs. Vooral de
niveaus van kennis en vaardigheden in Nederlands, Engels en wiskunde schieten vaak tekort.
Hbo-opleidingen en universiteiten bieden tal van reparatieprogramma’s aan om startende stu-
denten alsnog naar het benodigde niveau te brengen. Vooral leerlingen die een cm-profiel
hebben gedaan, blijken reparatieprogramma’s nodig te hebben. Studenten en hun opleiders
geven dit zelf aan: ´hier en daar´ bestaat onvrede over het eindniveau dat leerlingen bereiken
met dit profiel.34 Dit eindniveau (vakinhoudelijke kennis en vaardigheden) sluit volgens hen
onvoldoende aan op het hoger onderwijs.
33	Warps, Wartenbergh, Hogeling, Pass, Kurver, e.a., 2010.
34	Langen, Kurver & Vierke, 2007.
Profielen in de bovenbouw havo-vwo29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>2.6 Het voorstel van de profielcommissies
    Eind 2004 en begin 2005 werden door de minister van OCW commissies geïnstalleerd om te
    adviseren over de profielen in de bovenbouw, toen nog tweede fase, van havo/vwo. Het eind-
    advies verscheen in 2007. De minister vroeg om een advies over ontwikkelingen op de korte
    termijn en een advies over ontwikkelingen op de lange termijn. Het eerstgenoemde advies
    hield verband met de aanpassing van de tweede fase, die op 1 augustus 2007 zijn beslag kreeg
    (zie paragraaf 2.1). Het langetermijnadvies moest zich uitspreken over “de verdere inhoudelij-
    ke ontwikkeling en vernieuwing van de profielen op de lange termijn”.35 Deze opdracht was
    mede gebaseerd op de resultaten van de evaluatie die het Tweede Fase Adviespunt in 2005
    had uitgevoerd.36
    Het voorstel van de profielencommissies was om langzaam toe te groeien naar twee brede
    profielen, een natuurprofiel en een maatschappijprofiel. Het maatschappijprofiel zou echter
    wel weer worden onderverdeeld in drie richtingen: maatschappij en economie; maatschap-
    pij en gedrag; en maatschappij, taal en cultuur. Het verschil tussen richting en profiel is niet
    geheel duidelijk, waardoor er in de praktijk sprake zou zijn van vier profielen: één natuur- en
    drie maatschappijprofielen. Bovendien stelde de commissie feitelijk voor te komen tot een
    nieuwe opbouw van bepaalde vakken waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen kern, ver-
    breding en verdieping.
    35	Veldhuis, Bruning & Meijs, 2007, p.14.
    36	Het Tweede Fase Adviespunt, 2005.
    30                                                                     Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Het voorstel van de profielencommissies in schema
                       Maatschappijprofiel                   Natuurprofiel
  Verplicht voor       •    Een vorm van wiskunde           •   Wiskunde B of A
  alle leerlingen      •    Geschiedenis in ‘verbrede vorm’ •   Kern van de vakken (modules):
                             (een vak ‘maatschappijkennis’        • natuurkunde
                             waarin het huidige maatschap-        • scheikunde
                             pijleer opgaat en geschiedenis       • biologie
                             wordt verbreed en verdiept)
  Verplicht voor       Maatschappij & Economie               Verdieping of verbreding van de kern
  een richting         • Economie en Wiskunde A of B        middels
                                                             • modules natuurkunde,
                       Maatschappij & Gedrag                      scheikunde, biologie;
                       • Maatschappijwetenschappen          • natuur, leven en technologie,
                       • Wiskunde A, B of C                      of fysische aardrijkskunde of
                                                                  informatica of wiskunde D.
                       Maatschappij, Taal & Cultuur
                       (alleen vwo)
                       • Tweede moderne vreemde taal
                       • Wiskunde C, A of B
  Keuze                Maatschappij & Economie               Zie hierboven, keuze uit modulen of
                       • Management & organisatie           verdiepingsvakken.
                       • Aardrijkskunde
                       • Tweede moderne vreemde taal en/
                             of maatschappijwetenschappen
                        Maatschappij & Gedrag
                       • Filosofie
                       • Kunst
                       • Economie
                       • Tweede moderne vreemde
                             taal en/of aardrijkskunde
                       Maatschappij, Taal & Cultuur
                       (alleen vwo!)
                       • Maatschappijwetenschappen
                       • Derde moderne vreemde taal
                       • Filosofie
                       • Kunst en/of aardrijkskunde
Verlengde oriëntatie
Daarnaast stelden de profielcommissies voor mogelijkheden te creëren voor een verlengde
oriëntatie voor leerlingen in de vierde klas van het vwo en de vierde en vijfde klas van het havo,
ook in de bestaande tweefasenstructuur. Leerlingen die moeite hebben met kiezen, zouden
in het vierde jaar een keuze kunnen maken voor een combinatieprofiel (natuur-/maatschappij-
profiel) waarin ze kennismaken met vakken uit beide profielen. De vwo-leerlingen kiezen na dit
jaar één profiel, de havo-leerlingen doen in het combinatieprofiel examen. De profielcommis-
sies adviseerden deze verlengde oriëntatie via een experiment te beproeven.
Nadruk op kern
De profielcommissies waren tot slot van mening dat de nadruk in het voortgezet onderwijs
moet worden gelegd op (voortgezette) basiskennis en basisvaardigheden: geletterdheid (taal:
Profielen in de bovenbouw havo-vwo31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>    lezen, spreken en schrijven), gecijferdheid (rekenen en wiskunde) en op algemene ontwikke-
    ling en vorming op het gebied van de wereld om ons heen (natuur en maatschappij, cultuur).
    Belangrijke vakken zijn daarom Nederlands, Engels, wiskunde en kennis van de natuur, maat-
    schappij, cultuur en kunst.
    Reactie staatssecretaris van Onderwijs
    De staatssecretaris was van mening dat de profielcommissies zich niet aan de opdracht heb-
    ben gehouden: het adviseren over de doorontwikkeling van de vier vernieuwde profielen die
    in de zomer van 2007 na een veldraadpleging zijn ingevoerd. In plaats daarvan hebben de com-
    missies geadviseerd te komen tot een nieuwe profielstructuur. Het advies van de profielcom-
    missies werd niet overgenomen. De structuur met twee brede profielen (waarvan één met drie
    richtingen) zou in de praktijk niet uitvoerbaar zijn en zou leiden tot een grote overladenheid en
    daardoor tot verlies van kwaliteit. Een goede voortgang van de invoering van de nieuwe pro-
    fielen op scholen zou hierdoor verstoord worden. De twee profielen die de commissie-Veldhuis
    voorstelde zouden niet in het belang zijn van een goede ontwikkeling van het bèta-onderwijs
    en zouden overbodig zijn omdat aan de wensen van de profielcommissies ook kon worden
    vormgegeven in de vierprofielenstructuur. Ten slotte zag de staatssecretaris geen aanleiding
    voor een nieuwe discussie over de profielstructuur, maar zette in op een verbetering van de
    kwaliteit van het onderwijs binnen de vakken.37
2.7 Terugloop leerlingen en de gevolgen voor een vo-school
    Krimpregio’s en terugloop leerlingen
    Nederland kent inmiddels verschillende krimpregio’s: regio’s die te maken hebben met bevol-
    kingsdaling. De belangrijkste krimpregio’s zijn momenteel Noordoost-Groningen, Zuid-Lim-
    burg en Zeeuws-Vlaanderen.38 Volgens prognoses van het CBS (Centraal Bureau voor de Statis-
    tiek) zullen de komende tien jaar echter vele Nederlandse gemeenten te maken krijgen met
    dalende bevolkingsaantallen.39 Deze krimp heeft gevolgen voor het basisonderwijs en het
    voortgezet onderwijs.
    Daling leerlingaantallen
    In het schooljaar 2009-2010 telde het voortgezet onderwijs ruim 935.000 leerlingen. Dit zijn
    er vrijwel evenveel als in het jaar ervoor. Het ministerie van OCW verwacht dat dit aantal na
    een lichte daling in 2010-2011 zal stijgen tot bijna 977.000 leerlingen in 2015-2016. Voor de jaren
    daarna gaat men ervan uit dat het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs als gevolg van
    demografische ontwikkelingen zeer sterk zal dalen.40
    Probleem: onderwijsbekostiging veronderstelt omvang
    Een school ontvangt bekostiging op grond van het aantal leerlingen. Om een brede scholen-
    gemeenschap (van praktijkonderwijs tot gymnasium) in stand te houden, moet een school een
    bepaalde minimale omvang hebben om alle kosten (voor personeel, leermiddelen, onderhoud
    en dergelijke) te kunnen betalen uit de ontvangen middelen (door de vaste kosten).41 De hoog-
    te van de te maken kosten wordt onder meer bepaald door de programma-eisen waaraan vo-
    37	Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2007.
    38	Nationaal Netwerk Bevolkingsdaling Themagroep Krimp en Onderwijs, 2010.
    39	Centraal Bureau voor de Statistiek, 2008.
    40	Centraal Bureau voor de Statistiek, 2010.
    41	Nationaal Netwerk Bevolkingsdaling Themagroep Krimp en Onderwijs, 2010.
    32                                                                         Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre> scholen moeten voldoen. Zo zijn vo-scholen verplicht om in de bovenbouw havo-vwo alle pro-
 fielen aan te bieden.
 Dit maakt het moeilijker om de boventalligheid van leraren, die door krimp wordt veroor-
 zaakt, slim op te vangen. Al is de verwachting dat deze boventalligheid op termijn teniet wordt
 gedaan door vergrijzing, toch kunnen vo-leraren op krimpende scholen vaak niet aanblijven.
 Immers, leraren hebben in het voortgezet onderwijs zeer verschillende vakdeskundigheid, een
 leraar geschiedenis kan doorgaans geen natuurkunde geven en andersom. En het is onbekend
 voor welke vakken het tekort het grootst zal zijn en dus welke leraren nu behouden moeten
 blijven. Hoe meer verschillende profielen en vakken, des te ingewikkelder dit is.42
 Veel scholen die te maken hebben met een structureel dalend aantal leerlingen (scholen in de
‘krimpregio’s’) komen hierdoor in financiële en personele problemen. Een aanhoudende daling
 van leerlingen kan ertoe leiden dat een schoolbestuur zich genoodzaakt ziet om één of meer
 (relatief dure) opleidingen te sluiten. Het gevolg is dat er voor leerlingen en ouders in die regio
 minder te kiezen is of dat zij verder moeten reizen. Schoolbesturen kunnen in zo’n geval ook
 fuseren, maar dit verkleint eveneens de diversiteit in het onderwijsaanbod. Een gedeeltelijke
 fusie (alleen voor de noodlijdende afdeling) is niet mogelijk en lichtere samenwerkingsvormen
 kunnen omslachtig zijn.
 Samenwerking tussen kleiner wordende scholen
 Scholen in krimpregio’s zoeken vaak samenwerkingsmogelijkheden om zo de gevolgen van
 de terugloop van het aantal leerlingen op te vangen. De samenwerkende scholen kunnen het
 volledige opleidingenaanbod over hun scholen ‘verdelen’ en zo een breed aanbod in de regio
 in stand houden. Bij deze samenwerking blijken veel schoolbesturen echter tegen belemme-
 ringen aan te lopen in de huidige wet- en regelgeving.43 Voor het voortgezet onderwijs is van
 belang dat zij grotendeels bekostigd worden op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober
 van het schooljaar. Het nieuwe bedrag gaat dan per 1 januari van datzelfde schooljaar in. Dat
 betekent dat krimpende scholen slechts een beperkt aantal maanden de tijd hebben om hun
 uitgaven in overeenstemming te brengen met de nieuwe inkomsten. Dat is vrijwel onmoge-
 lijk, aangezien een deel van de kosten op deze korte termijn vast is (zogenoemde frictiekosten
 of remanentiekosten). Vanwege de problematiek in de krimpregio’s is nagedacht over andere
 vormen van bekostiging. Alternatieven blijken echter tot nu toe tot te grote herverdeeleffec-
 ten te leiden.
 Een ander knelpunt is dat havo- en vwo-scholen verplicht zijn om alle vier de profielen aan
 te bieden. Scholen in krimpregio’s hebben zoals gezegd onvoldoende leerlingen om dit kos-
 tendekkend te kunnen doen. Via ‘sleutelexperimenten’ zal de minister succesvolle regionale
 samenwerkingsinitiatieven steunen. De minister wil scholen in krimpregio’s stimuleren tot het
 overeind houden van een goed en divers onderwijsaanbod.
 Naar minder profielen?
 In dit hoofdstuk is de stand van zaken weergegeven met betrekking tot de profielstructuur, de
 deelnemers (leerlingen), de relatie tussen profielstructuur en hoger onderwijs, en de context
 van krimp in relatie tot de profielstructuur. In het volgende hoofdstuk beantwoordt de raad de
 adviesvragen en adviseert de minister. Hij gaat hiertoe eerst na wat een vereenvoudiging van
 de profielstructuur daadwerkelijk zou inhouden. Welke vakken zouden verplicht gesteld moe-
 ten worden voor wie en waarom?
 42	Nationaal Netwerk Bevolkingsdaling Themagroep Krimp en Onderwijs, 2010.
 43	Ede, 2010.
 Profielen in de bovenbouw havo-vwo33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>    Vermindering van het aantal profielen leidt niet tot veel meer inhoudelijke
    ruimte voor scholen. En voor de meeste scholen ook niet tot organisatiewinst
    of efficiënter werken. Een eventuele verandering van de profielstructuur zon-
    der een inhoudelijke heroverweging van de bovenbouw van het havo en het
    vwo is niet raadzaam. Dit zijn de conclusies van de raad op basis van een ana-
    lyse van de mogelijke invullingen van profielenreductie en de effecten ervan.
3   Verkenning van de mogelijkheden voor
    wijziging van de profielstructuur
3.1 Scenario’s voor de opbouw van twee brede profielen
    Naar drie, twee of nul profielen?
    Vermindering van het aantal profielen zonder het huidige stelsel omvangrijk te wijzigen kan
    in theorie op drie manieren. De eerste mogelijkheid is om enerzijds de natuurprofielen en
    anderzijds de maatschappijprofielen in de WVO te clusteren, waardoor er twee brede pro-
    fielen ontstaan. De tweede mogelijkheid is om ofwel de twee natuurprofielen ofwel de twee
    maatschappijprofielen samen te voegen in de WVO. Er ontstaan dan drie profielen: één natuur-
    profiel en twee maatschappijprofielen of andersom. De derde mogelijkheid ten slotte is dat de
    profielstructuur wordt afgeschaft.
    De verschillen tussen de profielen zitten in het profieldeel, omdat de structuur van het gemeen-
    schappelijke deel en het vrijekeuzedeel gelijk is. Wanneer er wordt overgegaan naar clustering
    van de profielen, betekent dat dus met name iets voor het profieldeel. Hierbij zijn verschil-
    lende scenario’s denkbaar. De raad werkt de mogelijkheden hieronder uit en gaat na of een of
    meer scenario's een inhoudelijke verbetering zou(den) betekenen ten opzichte van de huidige
    situatie.
    Eén natuurprofiel: twee scenario’s met verschillende consequenties
    Momenteel vereist het nt-profiel drie specifieke vakken: wiskunde B, scheikunde en natuur-
    kunde. Het ng-profiel kent eveneens drie verplichte vakken: wiskunde A (eventueel te vervan-
    gen door wiskunde B), scheikunde en biologie. Daarnaast kiezen leerlingen een vierde pro-
    fielvak. Het verschil tussen de twee natuurprofielen is dus, naast de vorm van en het aantal
    studielasturen voor wiskunde,44 dat natuur en techniek verplicht natuurkunde heeft en natuur
    en gezondheid verplicht biologie. Hoe zou dat zijn wanneer er één breed natuurprofiel wordt
    44	Op het vwo en gymnasium zijn in het nt-profiel 600 studielasturen wiskunde B verplicht, in het ng-profiel 520 uur wiskunde A
         (maar een leerling mag ook wiskunde B kiezen als school dat aanbiedt). Voor natuurkunde en biologie is voor beide profielen het
         aantal studielasturen gelijk (480) en voor scheikunde ook (440). Voor havo-leerlingen geldt iets soortgelijks, daar zijn in nt 360 uren
         wiskunde B voorgeschreven en in ng 320 studielasturen wiskunde A. Beide profielen kennen op de havo verder 400 studielasturen
         voor natuurkunde of biologie en 320 uur voor scheikunde.
    34                                                                                                     Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>ingevoerd zonder aan de inhoud van de vakken iets te veranderen?45 Twee mogelijkheden zijn
denkbaar.
1.	Het verplicht stellen van de vier profielvakken (wiskunde B, natuurkunde, scheikunde en
     biologie) die nu in de afzonderlijke profielen verplicht zijn voor alle leerlingen die het
     natuurprofiel volgen.
2. Leerlingen van het natuurprofiel laten kiezen uit een aantal profielvakken.
Eerste mogelijkheid: natuurprofiel met vier profielvakken
Wanneer vier profielvakken verplicht worden voor elke leerling, zou dat voor minder exact aan-
gelegde leerlingen een behoorlijke verzwaring betekenen. De minimumlat van het profiel gaat
als het ware omhoog omdat er geen keuze meer gemaakt kan worden uit natuurkunde of bio-
logie (zoals momenteel het geval is), maar alle vier de vakken in het pakket moeten zitten. Een
andere mogelijkheid is dat leerlingen in het natuurprofiel standaard wiskunde B, natuurkunde
en scheikunde volgen46 en een vierde vak zelf kiezen. Biologie is dan één van de mogelijke keu-
zes. Ook dan wordt het natuurprofiel naar verwachting alleen toegankelijk voor leerlingen met
een bètatalent en/of sterke motivatie. Minder bèta-getalenteerde leerlingen, minder gemoti-
veerde leerlingen en sterk getalenteerde leerlingen die nog weinig geloof in hun eigen kunnen
hebben, zullen naar alle waarschijnlijkheid worden afgeschrikt. Bij meisjes is deze kans sterker
aanwezig, omdat zij meer dan jongens geneigd zijn om minder exact te kiezen (zie figuur 3 in
hoofdstuk 2). Dit alles is een onwenselijke situatie omdat het onderwijsveld en de overheid juist
streven naar een toename van ´bètakiezers´.
Tweede mogelijkheid: natuurprofiel met meer keuzevrijheid
Overgaan tot één natuurprofiel kan ook betekenen dat er juist meer keuzevrijheid komt voor
de specifieke profielvakken. Leerlingen kiezen dan bijvoorbeeld, naast wiskunde A of B, twee
vakken uit de drie kernvakken voor het natuurprofiel (natuurkunde, scheikunde, biologie) en
daarnaast nog een vierde natuurvak naar keuze uit de huidige mogelijkheden (nlt, informatica,
wiskunde D of aardrijkskunde).
Wiskunde A of B: kiezen leerlingen zelf?
Bij de bovenstaande mogelijkheden zou er ook iets moeten veranderen in de keuze van een
vorm van wiskunde. Nt-leerlingen volgen nu wiskunde B en ng-leerlingen wiskunde A (of wis-
kunde B als de school dat aanbiedt voor deze leerlingen). In een ongedeeld profiel kan ervoor
gekozen worden de leerling zelf te laten kiezen uit wiskunde A of B. Of de wet kan, gegeven de
doorstroom naar het hoger onderwijs, een keuze voor natuurkunde koppelen aan een keuze
voor wiskunde B.
45	De commissie-Veldhuis adviseerde enkele vakinhoudelijke veranderingen: in het verplichte deel van het natuurprofiel de kern van
     de drie natuurwetenschappelijke vakken opnemen (natuurkunde, scheikunde en biologie) en wiskunde A of B. Het profielkeuzedeel
     kan dan worden gebruikt voor verdieping of verbreding van deze kern, bijvoorbeeld door toevoeging van modules uit de
     natuurwetenschappelijke vakken, of uit de vakken natuur, leven en technologie, fysische aardrijkskunde, informatica en wiskunde D.
     Zie Veldhuis, Bruning & Meijs, 2007.
46	Dit zijn de meest gevraagde vakken bij doorstroom naar het wetenschappelijk onderwijs; zie VSNU, 2009.
Profielen in de bovenbouw havo-vwo35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>Vierde profielvak behouden
Wanneer het de bedoeling is het natuurprofiel verder te ‘verlichten’, kan dat ook door het vier-
de profielvak te laten vervallen ten gunste van een extra vak in de vrije ruimte. In dat geval blijft
er echter nog maar weinig over van de oorspronkelijke ‘clustergedachte’: een keuze voor een
natuurprofiel betekent dan enkel nog een keuze van minimaal drie profielvakken (inclusief wis-
kunde A of B). De Onderwijsraad is van mening dat er dan te weinig waarborgen zijn voor een
goede samenhang van de gekozen vakken op het gebied van natuur.
Eén maatschappijprofiel: geschiedenis en economie verplicht?
Het samenvoegen van de huidige twee maatschappijprofielen tot één breed profiel kan,
net als bij het brede natuurprofiel, door de eisen van beide profielen te combineren. Eén
maatschappijprofiel zou dan kunnen leiden tot een verzwaring van de verplichtingen in dit
profiel (zie kader). Het profiel zou dan de twee vakken omvatten die nu in de maatschappij-
profielen verplicht zijn: geschiedenis en economie, en daarnaast wiskunde A.
    Verzwaring maatschappijprofielen wenselijk?
    Uit het eindadvies van de profielcommissies en het onderzoek van Van Langen en anderen (2007)
    blijkt dat met name het cm-profiel nog te weinig aansluit op studies in het hoger onderwijs. Hier
    speelt volgens Van Langen ook mee dat in het havo-cm-profiel wiskunde niet verplicht is. Daarnaast
    geven studenten die een maatschappijprofiel hebben gevolgd, en hun opleiders aan, dat zij soms
    ontevreden zijn over het eindniveau (vakinhoudelijke kennis en vaardigheden) van dit profiel.47
Dit profiel zou dan gelijk zijn aan het huidige em-profiel en een grote verandering betekenen
voor de huidige cm-leerlingen. Economie is in het cm-profiel niet verplicht en voor de havo-
leerlingen ook wiskunde niet (vwo’ers doen wiskunde C). De keuzeruimte van deze leerlingen
wordt ingeperkt: zij moeten dan ook een vorm van wiskunde en economie kiezen. De raad
is voorstander van het op termijn verplicht stellen van (een vorm van) wiskunde voor iede-
re havo- en vwo-eindexamenleerling, als onderdeel van het gekozen profiel. Het is echter de
vraag wat de toegevoegde waarde zou zijn van de verplichting om geschiedenis en economie
in combinatie als eindexamenvak te kiezen. Het zijn immers geen vakken die onderling een
sterke inhoudelijke samenhang vertonen. Ook worden ze voor zover de raad kan nagaan niet
in samenhang met elkaar geëist bij de instroom in bepaalde sectoren van het hoger onderwijs.
Leerlingen met een meer cultureel-maatschappelijke interesse zouden daardoor een vak moe-
ten volgen dat zij in principe niet nodig hebben.
Of keuze uit maatschappelijke en culturele vakken?
Om bovengenoemde redenen zou het logischer zijn leerlingen in het maatschappijprofiel te
laten kiezen uit de beide vakken die nu verplicht zijn: economie en geschiedenis. Of deze ver-
plichting los te laten en leerlingen vrij te laten kiezen uit de reeks maatschappelijke en culturele
vakken die momenteel in het inrichtingsbesluit voor beide profielen zijn vastgelegd, zoals nu al
gebeurt bij de keuze voor het vierde (en soms derde) profielvak. Het gaat dan om een keuze uit
geschiedenis, economie, maatschappijwetenschappen, aardrijkskunde, management en orga-
nisatie, een vreemde taal, filosofie en een kunstvak. Deze opsomming is dusdanig breed dat
het er bijna op neer komt dat in het maatschappijprofiel de profielvakken vervangen worden
door vrije keuzes.
47	Langen, Kurver & Vierke, 2007; Veldhuis, Bruning & Meijs, 2007.
36                                                                            Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>Breed maatschappijprofiel als ‘restprofiel’?
In een brede opzet houdt het maatschappijprofiel niet veel meer in dan een verplichting tot
een vorm van wiskunde en een vrije keuze uit een schoolaanbod van niet-bètavakken. Het
maatschappijprofiel neemt op deze manier de vorm aan van een ‘restprofiel’, bestaande uit alle
leerlingen die niet voor een natuurprofiel kiezen. Wat is in een dergelijke opzet nog de waarde
van de profielstructuur, die een inhoudelijk samenhangend vakkenpakket voorstaat met goe-
de aansluitingsmogelijkheden op het hoger onderwijs?
Een herziening van de beide maatschappijprofielen vraagt naar het oordeel van de raad veel-
eer om een doordenking van de gewenste combinatie(s) van vakken en van de inhoud van de
vakken.
Conclusie 1: vermindering aantal profielen naar twee of drie is geen inhoudelijke verbetering
De Onderwijsraad is in het bovenstaande nagegaan welke mogelijkheden er zijn om invul-
ling te geven aan het voornemen het aantal profielen terug te brengen, binnen de door de
minister gestelde randvoorwaarden (geen grote stelselwijziging, geen vakinhoudelijke wijzi-
gingen). Zijn conclusie is dat de beschikbare opties (natuurprofiel met drie of vier verplichte
vakken, natuurprofiel met meer keuzevakken, maatschappijprofiel met drie verplichte vakken,
maatschappijprofiel met alleen wiskunde verplicht) risico’s met zich meebrengen ten aanzien
van de doorstroom van leerlingen, studiekeuzen en de inhoudelijke aansluiting op de studie-
richtingen binnen het hoger onderwijs. Geen van de opties zou bovendien garant staan voor
de bestaande inhoudelijke samenhang van de profielen.
De raad heeft bovendien geen argumenten of gegevens gevonden die erop wijzen dat er een
reden is om wél over te gaan tot vermindering van het aantal profielen, maar daarbij ofwel de
twee maatschappijprofielen ofwel de twee natuurprofielen te behouden, zodat er in totaal drie
profielen ontstaan. Scholen kunnen er bovendien, wanneer zij daar aanleiding toe zien, binnen
de huidige wetgeving al voor kiezen om de twee maatschappijprofielen en/of de twee natuur-
profielen te combineren (zie hoofdstuk 2).
Conclusie 2: afschaffen van de profielen (nul profielen) voorbarig
Afschaffen van de profielstructuur betekent dat de regie over het vakkenpakket bij het bevoegd
gezag van scholen zelf komt te liggen. Dat wil zeggen: de doorstroomrelevante vakken Neder-
lands, Engels en mogelijk een vorm van wiskunde worden landelijk vastgelegd als verplichte
vakken voor elke leerling. Verder is de vakkenpakketkeuze vrij of worden de scholen en leer-
lingen aan nieuwe regels gehouden wat de pakketkeuze betreft.
Wanneer er verder geen nieuwe regelgeving in de plaats komt van de profielstructuur, kan een
school er zelf voor kiezen de leerlingen te beperken in hun keuzevrijheid voor vakken (dat is
overigens momenteel ook mogelijk als het om de vrije-keuzevakken gaat). Een school kan er
om organisatorische of inhoudelijke redenen voor kiezen leerlingen te verplichten bepaalde
vakken in combinatie met elkaar te volgen. Bijvoorbeeld: natuurkunde altijd in combinatie met
wiskunde B en scheikunde, omdat deze drie vakken samen een goede basis vormen als voor-
opleidingseis voor bepaalde studies.48 Ook zou de school wellicht tot nieuwe profielen kunnen
komen waaraan bij leerlingen behoefte is of waar het hoger onderwijs om vraagt. Een voor-
beeld is de combinatie van economie en een stevige wiskundige basis (wiskunde B en D) voor
wiskundetalent dat niet per se een bètatechnische studie wil gaan doen.
48	VSNU, 2009.
Profielen in de bovenbouw havo-vwo37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>    Het afschaffen van de profielstructuur geeft scholen de mogelijkheid daadwerkelijk nieuwe
    en andere keuzes maken als het gaat om de vakken die zij aanbieden en de combinaties van
    vakken die nodig zijn. De Onderwijsraad gaat ervan uit dat het bevoegd gezag van de meeste
    scholen hierin verstandige keuzes zal maken, in overleg en afstemming met de medezeggen-
    schapsraad, ouders en leerlingen. Het is echter denkbaar dat een enkele school geneigd zal zijn
    de keuzes van een leerling veel sterker te beperken dan gewenst, om het onderwijs ´betaal-
    baar´ te houden. In dat geval zou een leerling bijvoorbeeld slechts één keuzevak mogen kiezen,
    of zelfs een standaardpakket krijgen aangeboden. Of leerlingen moeten kiezen tussen natuur-
    kunde en biologie, zodat beide vakken tegelijkertijd in het rooster gepland kunnen worden. Of
    een school biedt geen maatschappij- of natuurprofielen meer aan, maar wil zich specialiseren
    in een bepaalde richting. Natuurlijk kan de leerling in dat geval een andere school kiezen, maar
    wanneer een school een streekfunctie vervult is dat al lastiger en komt de toegankelijkheid
    van het onderwijs onder druk te staan. Ten slotte is het onwenselijk dat er vakkenpakketten
    ontstaan die onvoldoende inhoudelijke samenhang hebben en niet goed aansluiten op het
    hoger onderwijs.
    De raad acht het afschaffen van de profielstructuur onder verder gelijkblijvende omstandig-
    heden (geen grote stelselwijziging, geen vakinhoudelijke wijzigingen) te risicovol en daar-
    mee onwenselijk. Hij verklaart zich hiermee geen tegenstander van het nadenken over andere
    manieren om het havo- en vwo-programma in te richten. Er zou echter eerst een diepgravende
    analyse moeten worden uitgevoerd van de kansen en risico’s die horen bij deze omvangrijke
    inhoudelijke vrijheid. Met name zou dan de belangrijkste vraag beantwoord dienen te worden:
    welke problemen moet deze ingreep oplossen, waartoe dient de verandering? Vervolgens zou
    moeten worden nagegaan welke randvoorwaarden de wet in dat geval moet formuleren om
    de gevonden risico’s te minimaliseren. De raad acht het denkbaar om hiervoor de experimen-
    teerwet te benutten.
3.2 Twee profielen: nauwelijks gevolgen voor de organiseerbaarheid
    Wordt de bovenbouw van het havo en vwo voor scholen makkelijker te organiseren wanneer
    het aantal profielen wordt teruggebracht? Is hiermee efficiencywinst te behalen, waar zowel
    scholen als de overheid profijt van kunnen hebben? Dit is de eerste deelvraag van dit advies.
    Na analyse van de beschikbare feiten en cijfers en verschillende veldraadplegingen conclu-
    deert de Onderwijsraad dat deze effecten nauwelijks te verwachten zijn. Hieronder worden de
    argumenten die tot deze conclusie leiden weergegeven.
    Argument 1: scholen hebben voldoende ruimte voor keuzes
    Scholen hebben op dit moment al mogelijkheden om op verschillende punten keuzes te
    maken ten aanzien van hun onderwijsaanbod. Zo kunnen scholen leerlingen verplichten te
    kiezen uit een beperkt aantal combinaties van vakken. Bijvoorbeeld: leerlingen die natuurkun-
    de kiezen, kunnen geen economie kiezen (omdat deze twee vakken op hetzelfde moment wor-
    den gegeven). Ook hebben scholen de vrijheid om bepaalde vakken niet aan te bieden. Zo kan
    een school ervoor kiezen slechts één vak aan te bieden voor het vierde profielvak binnen het
    nt- en ng-profiel. Ook het aantal vakken dat in de vrije ruime wordt aangeboden, kan worden
    beperkt.
    Met dergelijke maatregelen wordt de keuzevrijheid van de leerling natuurlijk ingeperkt, maar
    het is scholen wel toegestaan. Vooral streekscholen lijken moeite te hebben om op deze manier
    38                                                                      Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>de keuzevrijheid van leerlingen in te perken. Leerlingen op een vo-school met een streekfunc-
tie kunnen immers, wanneer een bepaald vak (al dan niet om roostertechnische redenen) niet
wordt aangeboden, veel moeilijker uitwijken naar een andere school vanwege de reistijd. Dat
geldt echter evengoed voor een situatie waarin er twee brede profielen zouden zijn. Het beper-
ken van de keuzevrijheid van sommige leerlingen is een onoverkomelijk effect van het doel-
matiger willen organiseren van het onderwijs.
Argument 2: scholen kunnen (in theorie) al twee brede profielen aanbieden
Het belangrijkste argument om niet over te gaan tot de wettelijke vermindering van het aantal
profielen vanwege veronderstelde organisatiewinst is echter het volgende: binnen de huidige
WVO is het (na de wijzigingen van 2007) al mogelijk voor scholen die dat willen en kunnen, om
het onderwijs vorm te geven in twee brede ´standaardprofielen’. Een toenemend aantal leer-
lingen kiest uit zichzelf voor de combinatie van twee profielen (zie hoofdstuk 2).
Een school met twee standaardprofielen biedt leerlingen de keuze uit een natuurprofiel met
vakken x, y en z, en een maatschappijprofiel met de vakken a, b, en c. Wel moet de school leer-
lingen formeel steeds de keuze bieden tussen wiskunde A of B in het n-profiel en tussen wis-
kunde A en C in het m-profiel op de havo. Een leerling die daarnaast nog andere vakken wil
kiezen dan de school aanbiedt, zal op zoek moeten naar een andere school. Er is geen nood-
zaak om twee brede profielen in de WVO vast te leggen en daarmee te verplichten voor alle
vo-scholen.
Onderstaand voorbeeld geeft aan hoe een school dit in de praktijk kan brengen.
   Twee profielen op het IJburg College
   Sommige kleine scholen organiseren hun onderwijsaanbod in twee brede profielen of stromen, en
   tekenen achteraf aan in welk profiel de leerling examen doet. Hoeveel scholen dit zo organiseren is
   niet bekend. De leerling die in dit profiel een andere vorm van wiskunde wil volgen, moet hiertoe wel
   de mogelijkheid hebben. Een leerling die dit alles niet wil, kiest voor een andere school.
   Het IJburg College in Amsterdam (355 leerlingen, verwacht binnen enkele jaren te groeien naar
   1.30048) biedt twee brede profielen aan. Het maatschappijwetenschappelijk profiel is op de maat-
   schappijvakken georiënteerd en bestaat uit het cultuur- en maatschappijprofiel en het economie- en
   maatschappijprofiel. Het natuurwetenschappelijk profiel is een op de natuurvakken georiënteerd
   profiel en bestaat uit het natuur- en gezondheidsprofiel en het natuur- en techniekprofiel.
   • Alle leerlingen doen eindexamen in de vakken die horen bij het algemene deel van het vakken-
         pakket. Het gaat om de vakken Nederlands, Engels, maatschappijleer, sport en bewegen, en cul-
         turele en kunstzinnige vorming.
   • Havo-leerlingen met het natuurwetenschappelijk profiel doen daarnaast eindexamen in wiskun-
         de B, natuurkunde, scheikunde, biologie en aardrijkskunde.
   • Havo-leerlingen met het maatschappijwetenschappelijk profiel doen daarnaast eindexamen in
         een tweede moderne vreemde taal, wiskunde A, economie, geschiedenis en kunst.
   • Vwo-leerlingen met het natuurwetenschappelijk profiel doen daarnaast eindexamen in algeme-
         ne natuurwetenschappen, een moderne vreemde taal, wiskunde B, natuurkunde, scheikunde,
         biologie en aardrijkskunde.
   • Vwo-leerlingen met het maatschappijwetenschappelijk profiel doen daarnaast eindexamen in
         natuurwetenschappen, een tweede moderne vreemde taal, wiskunde A, economie, geschiede-
         nis, kunst en maatschappijwetenschappen.
   Bron: http://www.ijburgcollege.nl/over-de-school/leren-in-de-bovenbouw#HAVO
49	Informatie van deelnemer panelgesprek schoolleiders en bestuurders, 14 juni 2011 (zie lijst met geraadpleegde deskundigen).
Profielen in de bovenbouw havo-vwo39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>    Deze werkwijze kan het maken van een rooster vergemakkelijken en de organisatie van het
    onderwijs efficiënter maken. Let wel: dit is in de praktijk alleen mogelijk voor kleinere vo-
    scholen (en dus een minderheid van de scholen). Zij kunnen heterogene leerlingengroepen
    samenstellen door bijvoorbeeld alle nt- en ng-leerlingen samen scheikunde te laten volgen.
    Daarnaast kunnen zij (binnen het huidige systeem) organisatiewinst behalen door groepen
    van verschillende leerjaren en/of verschillende schoolsoorten bij elkaar te zetten. Bijvoorbeeld
    vijftien havo-leerlingen en dertien vwo-leerlingen die gezamenlijk natuurkunde volgen, waar-
    bij een leraar tussen beide niveaus weet te differentiëren. Dit levert organisatorische winst, al is
    het maar op beperkte schaal. Immers, het vo-programma bestaat uit een minimaal aantal uren
    per jaar en ook het eindexamen kent een verplicht aantal vakken waarvoor de eindtermen zijn
    vastgelegd. Hier verandert vermindering van het aantal profielen niets aan. Voor grotere scho-
    len is dit een ander verhaal. Zij hebben vaak enkel grote groepen leerlingen, die ze niet kunnen
    samenvoegen zonder kwaliteitsverlies. Een grotere school kan een bepaald vak met een klein
    deelnemersaantal wellicht makkelijker ‘schrappen’ bij minder profielen, omdat het niet langer
    verplicht is voor bepaalde leerlingen. Daar moet echter wel hetzelfde aantal uren, in een ander
    vak of vakken, voor terugkomen in het rooster van de leerling.
    Conclusie: nauwelijks toename organiseerbaarheid en efficiëntie te verwachten
    Het lijkt een logische gedachte dat het terugbrengen van het aantal profielen van vier naar
    twee organisatorische winst (en daarmee een grotere efficiency) zou betekenen. Het idee is
    dan dat scholen in staat zouden zijn kleinere groepen leerlingen – die voorheen verschillende
    profielen volgden en apart les kregen – nu samen bij elkaar in een les te plaatsen. Dat betekent
    een besparing in het aantal uren dat een leraar moet maken en mogelijk ook een minder com-
    plex rooster. Wanneer deze gedachte verder wordt geconcretiseerd, wordt deze winst echter
    niet zichtbaar. De meeste vo-scholen kennen nauwelijks kleine groepen leerlingen. Een school
    waar de lessen steeds zijn gevuld met 25 leerlingen of meer, kan geen groepen samenvoegen
    onder één leraar.
    Bovenstaande conclusie wordt gedeeld door vo-schoolleiders en de VO-raad. Ook zij konden
    niet aangeven hoe organisatiewinst te behalen zou zijn door reductie van het aantal wettelijke
    profielen. Van de zeventig schoolleiders uit de enquête van januari 2011 (zie de bijgevoegde
    lijst) gaven er maar twee aan dat zij wellicht efficiënter te werk konden gaan door het onder-
    wijs in twee brede profielen in te richten. De raad is dan ook van oordeel dat een betere orga-
    niseerbaarheid en meer efficiëntie, te vertalen in een financiële winst (vijftig miljoen euro las-
    tenverlichting voor de overheid en voor scholen), niet te bereiken is met een reductie van het
    aantal profielen.
3.3 Focus op doorstroomrelevante vakken kan al
    Maakt een reductie van het aantal profielen het scholen beter mogelijk de focus te leggen op
    de doorstroomrelevante vakken (kernvakken)? Dit is de tweede deelvraag van het advies.
    Vermindering heeft geen gevolgen voor focus
    Het terugbrengen van het aantal profielen van vier naar twee heeft, voor zover de raad kan
    nagaan, geen effect op de mate waarin een school de focus kan leggen op bepaalde kernvak-
    ken. Scholen hebben immers al een keuze in het aantal uren dat zij per vak besteden. Dat bete-
    kent tevens dat vo-scholen kunnen kiezen meer uren te besteden aan doorstroomrelevante
    vakken (Nederlands, Engels, wiskunde) en minder uren aan andere vakken.
    40                                                                       Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>    Studielasturen niet ´bindend´ voor de school
    In het Inrichtingsbesluit WVO zijn studielasturen per vak vastgelegd. Deze geven aan hoeveel
    uur de leerling aan het vak dient te besteden en zijn hiermee normerend voor de minister
    wanneer deze de zwaarte van de eindexameneisen bepaalt. Het aantal studielasturen geeft
    echter niet aan hoeveel uur de leerling les krijgt in het desbetreffende vak. Scholen hanteren
    een eigen rekensleutel om te bepalen hoeveel uur zij in elk vak lesgeven, en dat aantal is per
    school verschillend (zie paragraaf 2.4, figuur 5). Daaraan verandert het verminderen van het
    aantal profielen niets. Natuurlijk is de school verplicht de leerling in staat te stellen het gewens-
    te aantal studielasturen aan het vak te besteden en de eindtermen te behalen. Dat zal in de
    praktijk inhouden dat een bepaald minimum aan lesuren noodzakelijk is. Als een school echter
    een manier vindt om de eindtermen te behalen met minder lesuren in een bepaald vak, is dat
    toegestaan. Een belangrijke randvoorwaarde is dat de school gehouden is aan een bepaalde
    onderwijstijd per jaar. In het vwo is dat 1.000 lesuur per jaar en 700 lesuur in het examenjaar.
    Conclusie: reductie profielen zal niet leiden tot meer focus op de kern
    Scholen hebben nu al de vrijheid om een bepaalde focus aan te brengen in de inhoud van het
    onderwijs. Hieraan zal reductie van het aantal profielen naar verwachting niets veranderen.
    Wel is het volgens velddeskundigen die de raad gesproken heeft, wel de vraag of scholen zich
    altijd voldoende bewust zijn van de ruimte die zij hebben om keuzes te maken in het aantal
    uren dat zij per vak besteden.
3.4 Gevolgen voor aansluiting hoger onderwijs
    Wat betekent een vermindering van het aantal profielen voor de aansluiting van havo en vwo
    op het vervolgonderwijs? En dan met name de keuze voor bètatechnische opleidingen, in het
    bijzonder bij meisjes? Dit is de derde deelvraag van dit advies. De raad komt na overleg met
    vertegenwoordigers van het hoger onderwijs (zie de bijgevoegde lijst) tot de conclusie dat het
    terugbrengen van het aantal profielen in het meest gunstige geval geen gevolgen zal hebben
    voor de doorstroom, en voor succes in het hoger onderwijs en mogelijk zelfs een verslechte-
    ring ten opzichte van de huidige situatie kan betekenen. Eén en ander is afhankelijk van de
    manier waarop de vier profielen tot twee geclusterd worden.
    Kritiek op het voortgezet onderwijs vanuit hoger onderwijs
    Studiebegeleiders en opleidingsdirecteuren van universiteiten hebben op verschillende pun-
    ten kritiek op het vwo-programma en de wijze waarop het onderwijs aan vo-scholen gegeven
    wordt. Zij spreken allen van de gebrekkige beheersing van de kernvakken taal en rekenen, het
    onvoldoende abstract kunnen denken, en de verschillende niveaus van beheersing van ver-
    schillende vakken. Leerlingen die bijvoorbeeld wiskunde B hebben gedaan, behoren diverse
    onderdelen te beheersen, maar of dat echt zo is, is volgens de vertegenwoordigers van het
    hoger onderwijs per school en per leerling verschillend. Verschillende studiebegeleiders en
    opleidingsdirecteuren geven aan dat zij graag een minimumcijfer (bijvoorbeeld een 7) voor
    een bepaald vak (afhankelijk van de studierichting) als toelatingsvoorwaarde voor de studie
    zouden willen stellen.
    Profielen in de bovenbouw havo-vwo41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>Profielenreductie kan aansluiting verslechteren
Vertegenwoordigers van het hoger onderwijs ervaren duidelijk problemen met betrekking tot
de aansluiting van het voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs. Het is echter niet waar-
schijnlijk dat deze problemen zijn op te lossen door de invoering van twee brede profielen.
Sterker nog, het terugbrengen van het aantal profielen kan een verslechtering van de aan-
sluiting tot gevolg hebben.
Wanneer het natuurprofiel ´verzwaard´ wordt, in de zin dat er vier profielvakken verplicht zijn,
kan het gevolg zijn dat minder leerlingen voor het natuurprofiel kiezen (zie paragraaf 3.1). Dat
betekent tevens dat er op den duur minder toestroom is naar bètatechnische studierichtingen
(zie paragraaf 2.5). Aan de andere kant zijn alle leerlingen die het natuurprofiel gevolgd hebben
goed voorbereid op een bètatechnische studie in het hoger onderwijs. Wanneer het natuur-
profiel daarentegen meer keuzevrijheid bevat, zal er op termijn een toename kunnen zijn van
het aantal leerlingen met deficiënties in het vakkenpakket (omdat zij zelf mogen kiezen uit de
bètavakken). Met name het ontbreken van natuurkunde in het pakket leidt volgens studie-
begeleiders en opleidingsdirecteuren van bètatechnische studierichtingen tot een nauwelijks
weg te werken achterstand. Daarnaast bestaat het gevaar dat vo-scholen door de toegenomen
keuzevrijheid ook meer gelegenheid krijgen om bepaalde vakken niet meer aan te bieden. Bij-
voorbeeld: wanneer biologie geen verplicht vak meer zou zijn in het brede natuurprofiel, zou-
den vo-scholen er (als er geen nadere regelgeving is) voor kunnen kiezen het niet langer aan
te bieden, ook gezien het aantal vervolgstudies dat erom vraagt.50 In dat geval krijgen bètastu-
dies wellicht te maken met getalenteerde aankomende studenten die niet in staat zijn geweest
te voldoen aan de gestelde vooropleidingseisen.
Wat een breed maatschappijprofiel betreft vragen vertegenwoordigers van het hoger onder-
wijs zich af welke vakken dan verplicht zullen worden en waarom.
Andere mogelijkheden doordenken
Indien er iets wordt gewijzigd in het bètaprofiel, zien veel studiebegeleiders en opleidingsdi-
recteuren meer in een inhoudelijke verandering van het programma in de bovenbouw van het
havo en vwo, waarbij er een gemeenschappelijke kennisbasis voor elke leerling omschreven
wordt (natuurkunde, scheikunde, wiskunde B en statistiek, en biologie) en daarnaast verdie-
pingsmogelijkheden voor getalenteerde en gemotiveerde leerlingen (zoals wiskunde D). Op
deze manier kan ook voor meer inhoudelijke samenhang tussen de vakken worden gezorgd
dan er nu is. Dit impliceert echter een verandering in de aard en opbouw van de huidige vakken.
Conclusie: profielstructuur niet het probleem
Niet de profielstructuur is momenteel het grootste probleem als het om de aansluiting van
voortgezet onderwijs op hoger onderwijs gaat, maar het niveau van (en de grote verschillen
in niveau tussen) de leerlingen die met een havo- of vwo-diploma beginnen met een studie in
het hoger onderwijs. Dat is niet op te lossen door het aantal profielen te verminderen. Sterker
nog, door het aantal profielen snel (en beleidsarm) te verminderen, kunnen er juist nieuwe aan-
sluitingsproblemen ontstaan.
50   In 2009-2010 hebben tien studies in het wetenschappelijk onderwijs biologie als andere vooropleidingseis tegenover 43 studies die
     natuurkunde vragen. Zie VSNU, 2009.
42                                                                                                 Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>3.5 Beantwoording van de uitwerkingsvragen
    De raad heeft verschillende uitwerkingsvragen beschreven (zie hoofdstuk 1) waarop in deze
    paragraaf antwoord wordt gegeven.
    1)	Wat kan vermindering van het aantal profielen betekenen voor scholen in de krimpgebieden?
         Wordt het onderwijs voor deze scholen makkelijker te organiseren?
    Voor scholen in krimpgebieden, waar de omvang van de school cruciaal is om opleidingen in
    stand te kunnen houden, kan het organiseren van het onderwijsaanbod in twee brede profie-
    len een bijdrage aan de oplossing zijn. Het gaat immers om scholen met steeds kleinere leer-
    lingaantallen, die dan in staat zijn bepaalde leerlingenclusters te maken. Binnen de huidige
    WVO is dat echter al mogelijk: scholen kunnen ervoor kiezen hun aanbod zo veel mogelijk te
    standaardiseren, zoals beschreven in paragraaf 3.2.
    Soms is het echter niet mogelijk om de problemen gerelateerd aan de daling van het leer-
    lingenaantal binnen één school op te lossen. Dan moet samenwerking worden gezocht met
    andere vo-scholen of zelfs sectoroverstijgende samenwerking. Omdat de wettelijke ruimte
    daarvoor momenteel te beperkt is, laat de minister sleutelexperimenten opstarten (vanaf 2012
    worden deze uitgevoerd) waaraan scholen in de krimpgebieden kunnen deelnemen. Deze
    scholen krijgen meer vrijheid om te experimenteren met samenwerkingsvormen die zich op
    het snijvlak bevinden van verschillende onderwijssectoren. Een onderdeel hiervan kan zijn dat
    de scholen de aan te bieden profielen onderling verdelen. Een kleine school krijgt dan wette-
    lijke ontheffing van de plicht om alle profielen aan te bieden, mits de school kan aantonen dat
    de vier profielen wel in samenwerking met een andere school in de regio worden aangeboden.
    Een dergelijke ontheffingsclausule zou ook in de WVO opgenomen kunnen worden. Het is ech-
    ter niet nodig de wet zó te veranderen dat alle scholen (ook die in niet-krimpgebieden) ver-
    plicht worden hun onderwijsaanbod in twee profielen te organiseren.
    2)	Wat betekent een eventuele herziening van de profielen voor de positie van het vak wiskunde?
         Zou wiskunde verplicht moeten zijn of op een andere manier een speciale plek moeten krijgen?
    De Onderwijsraad is voorstander van het op termijn verplicht stellen van een vorm van wiskun-
    de in het examen van iedere havo- en vwo-leerling. In de beginperiode van de profielstructuur
    was dit ook de praktijk: elk profiel omvatte een eigen vorm van wiskunde. Een bepaalde wis-
    kundebasis, ´wiskundige geletterdheid´, is voor iedere leerling op dit niveau en op weg naar
    het hoger onderwijs noodzakelijk. Wiskunde heeft, net als Nederlands en Engels, ‘doorstroom-
    relevantie’ voor iedere havo- en vwo-leerling, zoals de raad al eerder heeft aangeven.51
    Rekenvaardigheden onderdeel van wiskunde
    Leerlingen in havo en vwo moeten als onderdeel van het examen vanaf 2014 een rekentoets
    afleggen. Hiermee wordt meer aandacht afgedwongen voor rekenen, maar er is geen extra stu-
    dielast voor rekenen gereserveerd. De Onderwijsraad zou het een goed idee vinden wanneer
    het onderhouden van rekenvaardigheden standaard deel uit zou maken van de verschillende
    wiskundeprogramma’s. In de praktijk blijkt bijvoorbeeld bij 70% van de vo-scholen de wiskun-
    desectie het rekenbeleid vorm te geven.52 Als daar op termijn een verplichting van wiskun-
    de voor iedere leerling bijkomt en er in het examen wiskunde aandacht is voor rekenvaardig-
    heden, wordt een aparte rekentoets overbodig.
    51	Onderwijsraad, 2007c.
    52	NVvW, 2011.
    Profielen in de bovenbouw havo-vwo43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>Daarnaast verdient het aanbeveling te onderzoeken in hoeverre extra studielasturen voor reke-
nen (als onderdeel van wiskunde) gereserveerd moeten worden, om de huidige wiskundepro-
gramma’s niet verder te belasten. Het aantal studielasturen voor wiskunde is in het afgelopen
decennium geleidelijk afgenomen en internationaal is gebleken dat in de best presterende lan-
den meer tijd wordt besteed aan wiskundeonderwijs dan in minder goed presterende landen.53
Hoewel iedere school een eigen omrekenfactor hanteert voor het vertalen van studielasturen
naar contacturen, zal het verhogen van het minimum aantal studielasturen naar verwachting
ook leiden tot een verhoging van het minimale aantal contacturen.
Commissie Toekomst Wiskunde Onderwijs
De Commissie Toekomst Wiskunde Onderwijs (CTWO) heeft nieuwe programma’s ontwikkeld
voor wiskunde A, B, C en D in overleg en samenwerking met alle relevante partijen in het veld.
De nieuwe programma’s zullen in 2015 worden ingevoerd. ingevoerd. De opdracht vanuit het
ministerie van OCW aan de commissie was om de vernieuwingen van de programma’s te bepa-
len binnen de bestaande structuur. De commissie zegt daarom in zijn publicaties niets over het
feit dat het havo-cm-profiel geen wiskunde hoeft te bevatten. Hij houdt vast aan de bestaande
situatie van zeven wiskundeprogramma’s (drie voor de havo en vier voor het vwo). De Onder-
wijsraad is het met deze beslissing niet eens, ook gegeven de eigen visie van de commissie op
het vak wiskunde, waarin wiskunde als ‘kernvak’ in het voortgezet onderwijs wordt beschre-
ven “vanwege haar historische, culturele, wetenschappelijke en maatschappelijke relevantie”.
En waarin staat: “een goede aansluiting in wiskunde is essentieel voor een soepele overgang
naar de vervolgopleiding”.
   Wiskunde nauw verweven met cultuur, visie van de CTWO
   Leerlingen van havo en vwo waarderen wiskunde als een interessant vak dat zij met plezier beoefenen,
   waarin zij tot hun intellectueel plafond worden uitgedaagd en waarin recht wordt gedaan aan de ver-
   scheidenheid van hun talenten. Zij ontdekken dat wiskunde onmisbaar is in techniek en wetenschap,
   maar ook nauw verweven is met cultuur (kunst, filosofie, architectuur) en dagelijks leven (hypotheken,
   verzekeringen, statistiek).54
De Onderwijsraad is van mening dat de commissie zich ook moet kunnen buigen over een wis-
kundevariant voor het havo-cm-profiel. Bij de invoering van de nieuwe wiskundeprogramma’s
in 2015 zou dan ook de verplichting van wiskunde voor havo-cm-leerlingen kunnen ingaan.
3) Hoe kan het profielwerkstuk behouden worden?
Het profielwerkstuk is te beschouwen als een belangrijk winstpunt van de tweede fase. Het pro-
fielwerkstuk is voor leerlingen dé kans om vakoverstijgend te werken en meer zicht te krijgen
op de samenhang tussen de vakken. Een eventuele vereenvoudiging van de profielstructuur
zou er dan ook niet toe mogen leiden dat het profielwerkstuk verdwijnt. Over de plek van het
profielwerkstuk in de profielstructuur merken schoolleiders op dat het een goed idee is als
scholen zelf kennisclusters mogen benoemen als mogelijke thema’s van een profielwerkstuk.
Ook de studiebegeleiders en opleidingsdirecteuren vanuit de universiteiten waarmee voor dit
advies gesproken is, hechten grote waarde aan het profielwerkstuk. Wel zijn zij van mening
dat een beoordelingsprotocol of -format de uniformiteit in de beoordeling van de profielwerk-
stukken zou kunnen bevorderen. Zij zijn verder van mening dat de waarde van het profielwerk-
stuk verder zou toenemen als het thema gericht zou zijn op een toekomstige studie(richting).
53   Kuiper, e.a., 2010.
54	Commissie Toekomst Wiskunde Onderwijs, 2007.
44                                                                             Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>    Sommige studiebegeleiders zouden voorts graag zien dat het profielwerkstuk mede vanuit de
    universiteit zou worden begeleid en zo een gezamenlijk eindproject wordt van school en uni-
    versiteiten samen. Dit vraagt echter om voldoende tijd en personeel. In de praktijk komt het
    al weleens voor dat een universiteit wordt ingeschakeld bij een profielwerkstuk, maar van een
    structurele samenwerking is nog geen sprake.
    De raad ziet geen reden om op dit moment iets te veranderen aan de plaats van het profiel-
    werkstuk in de profielstructuur. De door betrokkenen genoemde verbeterpunten kunnen in
    onderlinge samenwerking worden uitgevoerd binnen de bestaande regelgeving.
    4)	Welke eisen moeten er bij een verminderd aantal profielen gesteld worden aan loopbaanoriën-
         tatie en -begeleiding?
    Scholen in het voortgezet onderwijs kunnen leerlingen beter voorbereiden op de keuze van
    hun vervolgopleiding en loopbaan. De raad heeft hierover eerder geadviseerd.55 Scholen zou-
    den leerlingen eerder in aanraking moeten brengen met vervolgopleidingen en loopbaanmo-
    gelijkheden. Dat kan bijvoorbeeld door het onderwerp van het profielwerkstuk te koppelen
    aan de studiekeuze en de vorming van een beroepsbeeld. Maar ook door samenwerking met
    vervolgopleidingen die leerlingen de mogelijkheid bieden om alvast een kijkje in de keuken te
    nemen in het hoger onderwijs. Inmiddels hebben universiteiten en hogescholen hiertoe initi-
    atieven ontplooid.
    De eerste verantwoordelijkheid voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding ligt bij decanen en
    mentoren. Daarnaast spelen leraren hierin een belangrijke rol. Zij kunnen leerlingen steeds
    voor ogen houden wat zij met bepaalde vakkennis in vervolgopleidingen en verdere loop-
    baan kunnen doen. Om doorstroom en talentontwikkeling te verbeteren zou in het onderwijs-
    programma meer ruimte moeten komen voor de oriëntatie op loopbaan en beroep.
    Elke school zou volgens de raad structureel beleid op het gebied van loopbaanoriëntatie
    en -begeleiding moeten ontwikkelen en implementeren, en periodiek moeten nagaan of
    loopbaanoriëntatie en -begeleiding in de praktijk voldoende aan bod komt in het onderwijs-
    programma. Indien het aantal profielen wordt verminderd, op een dusdanige manier dat leer-
    lingen meer keuzevrijheid krijgen, zal de noodzaak van goede loopbaanoriëntatie en -bege-
    leiding toenemen.
3.6 Conclusie: verbeteringen mogelijk, maar niet door reductie aantal
    profielen
    De ervaringen met de profielstructuur in afgelopen jaren zijn grotendeels positief. Nadelen
    die in de beginfase nog aanwezig waren, zijn inmiddels voor een groot deel opgevangen met
    de aanpassingen die in 2007 zijn doorgevoerd. De door de raad bevraagde schoolleiders en
    andere vo-deskundigen zeggen goed uit de voeten te kunnen met de huidige profielstructuur
    en zien geen duidelijke reden om hier op dit moment nieuwe (niet-inhoudelijke) wijzigingen
    in aan te brengen.
    De Onderwijsraad heeft getracht de bedoelde verandering in kaart te brengen via het schetsen
    van scenario’s die binnen de gestelde randvoorwaarden van de minister vallen (geen stelselwij-
    55	Onderwijsraad, 2007a.
    Profielen in de bovenbouw havo-vwo45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre> ziging, geen vakinhoudelijke wijzigingen). Daaruit blijkt dat het terugbrengen van het aantal
 profielen leidt tot meer onduidelijkheid over het voorbereidend karakter ervan voor het hoger
 onderwijs. Een zwaarder natuurprofiel kan leiden tot minder leerlingen die het profiel kiezen,
 en de zwaarste maatschappijvariant behelst een onnodige verplichting van een vakkencom-
 binatie (geschiedenis en economie) voor cultureel-maatschappelijk georiënteerde leerlingen.
 Aan de andere kant leiden de twee brede profielen met elk veel keuzemogelijkheden tot een
‘verschraling’ van het profiel. Het maatschappijprofiel dreigt op deze wijze niet veel meer dan
 een restcategorie te worden: alle leerlingen die geen natuurprofiel volgen.
 Het is niet aannemelijk dat met het terugbrengen van de profielen van vier naar twee organi-
 satorische winst (en daarmee efficiencywinst) te behalen is. Het programma voor havo en vwo
 bestaat uit een minimaal aantal te verzorgen uren per jaar. Hieraan verandert de voorgestelde
 vermindering van het aantal profielen niets. Een school kan dan weliswaar een bepaald vak
 makkelijker ‘schrappen’ omdat het niet langer verplicht is voor bepaalde leerlingen. Maar daar
 moet wel hetzelfde aantal uren, in een ander vak of vakken, voor terugkomen in het rooster
 van de leerling. Vanuit het hoger onderwijs geredeneerd ontbreekt eveneens de noodzaak
 van verandering. Het terugbrengen van het aantal profielen heeft naar verwachting geen posi-
 tieve gevolgen voor de aansluiting op het hoger onderwijs en brengt eerder risico’s met zich
 mee. Een verbetering van de aansluiting van het voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs
 vraagt volgens vertegenwoordigers van het hoger onderwijs veeleer om vakinhoudelijke ver-
 anderingen (en valt buiten het bestek van dit advies).
 Nul profielen nu geen optie
 Het afschaffen van de profielstructuur onder verder gelijkblijvende omstandigheden (dezelfde
 vakken, inhouden en examens) is naar de mening van de raad geen optie. Om scholen daad-
 werkelijk nieuwe en andere keuzes te laten maken als het gaat om de vakken die zij aanbieden
 en de combinaties van vakken die nodig zijn, is een grondiger analyse nodig. De vakinhoudelij-
 ke discussie (samenstelling en opbouw van vakken en dergelijke) maakt daar onderdeel van uit.
 46                                                                     Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>    De raad adviseert om nu niet tot een reductie van het aantal profielen in het
    voortgezet onderwijs over te gaan. Wel kunnen kleinere scholen gewezen wor-
    den op de bestaande mogelijkheid hun onderwijs in twee brede profielen te
    organiseren. Een wijziging van de profielstructuur op de langere termijn zou
    inhoudsrijk moeten gebeuren.
4
4.1
    Profielstructuur nu niet wijzigen
    Aanbeveling 1: Behoud de vier profielen
    De raad concludeert in dit advies dat het niet verstandig is om in de gegeven situatie over te
    gaan tot een wetswijziging om het aantal profielen te reduceren. Vermindering van het aantal
    profielen brengt geen inhoudelijke verbetering van de bovenbouw van het havo en vwo met
    zich mee, leidt in de meeste scholen niet tot een betere organiseerbaarheid van het onderwijs
    of meer doelmatigheid, en heeft naar alle waarschijnlijkheid ongewenste effecten op de stu-
    diekeuzen van leerlingen en de aansluiting met het hoger onderwijs.
    De beschikbare opties om invulling te geven aan het beleidsvoornemen binnen de door de
    minister gestelde randvoorwaarden (geen grote stelselwijziging, geen vakinhoudelijke wijzi-
    gingen) zijn: een natuurprofiel met drie of vier verplichte vakken, een natuurprofiel met veel
    keuzevakken, een maatschappijprofiel met drie verplichte vakken, en een maatschappijprofiel
    met alleen wiskunde verplicht. Geen van de opties behelst een inhoudelijke verbetering van het
    onderwijsprogramma in de bovenbouw van het havo en vwo. Het kennisniveau van leerlingen
    verbetert niet. Bovendien komt de bestaande inhoudelijke samenhang binnen de profielen
    onder druk te staan.
    De veronderstelling dat het terugbrengen van de vier huidige profielen naar drie of twee pro-
    fielen organisatorische winst (en daarmee efficiencywinst) oplevert, is naar het oordeel van de
    raad ongegrond. De gedachte achter het beleidsvoornemen is dat vermindering van het aan-
    tal profielen scholen in staat stelt groepen leerlingen – die voorheen verschillende profielen
    volgden en apart les kregen – nu samen te voegen. Dat brengt een besparing met zich mee in
    het aantal uren dat een leraar les moet geven, en mogelijk ook een minder complex rooster. De
    raad concludeert echter dat de meeste vo-scholen nauwelijks zulke kleine groepen leerlingen
    hebben. Samenvoeging is dan geen reële optie.
    Het terugbrengen van het aantal profielen heeft naar verwachting geen positieve gevolgen
    voor de aansluiting op het hoger onderwijs en zal eerder nadelige effecten hebben indien er
    geen verdere inhoudelijke veranderingen in het onderwijs plaatsvinden. Een ‘verzwaard’
    natuurprofiel (met vier verplichte profielvakken) kan ertoe leiden dat minder leerlingen voor
    het natuurprofiel kiezen. Dit vermindert de toestroom naar bètatechnische studierichtingen.
    Aan de andere kant: wanneer het natuurprofiel meer keuzevrijheid biedt, bestaat de kans dat er
    Profielen in de bovenbouw havo-vwo47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>    op termijn meer leerlingen deficiënties in het vakkenpakket hebben (omdat zij zelf mogen kie-
    zen uit de bètavakken). Daarnaast bestaat het gevaar dat sommige vo-scholen bepaalde vak-
     ken (voorheen verplicht in ten minste één profiel) niet meer zullen aanbieden. Dit impliceert
    dat sommige aankomende studenten niet in staat zijn te voldoen aan de vooropleidingseisen
    van bepaalde studies.
     Het zonder meer afschaffen van de profielstructuur brengt naar het oordeel van de raad de
     breedte van het onderwijsaanbod en de inhoudelijke samenhang in het programma van de
     bovenbouw van het havo en vwo in gevaar.
     De Onderwijsraad ziet geen reden alle scholen te verplichten over te gaan naar twee of drie
    profielen, omdat de gestelde doelen hiermee naar verwachting niet worden behaald. De daar-
    voor benodigde wetswijziging staat niet in verhouding tot de te verwachten lage opbrengst.
4.2 Aanbeveling 2: Wijs scholen op de mogelijkheid hun onderwijs in twee pro-
    fielen te organiseren
     Binnen de huidige WVO (Wet op het voortgezet onderwijs) is het (na de wijzigingen van 2007)
    reeds mogelijk voor scholen die dat willen en kunnen, om het onderwijs vorm te geven in twee
     brede 'standaardprofielen'. Wel moet de school leerlingen daarbij formeel steeds de keuze bie-
    den tussen verschillende vormen van wiskunde. Een school met twee standaardprofielen biedt
     leerlingen de keuze uit een natuurprofiel met de vakken x, y en z, en een maatschappijprofiel
    met de vakken a, b en c.
     De raad adviseert de minister dan ook om scholen die hun onderwijsaanbod in twee profie-
     len willen organiseren teneinde zo een goed aanbod voor leerlingen te creëren (bijvoorbeeld
    scholen in krimpregio’s), nogmaals te wijzen op de mogelijkheden die de huidige wet- en
    regelgeving daarvoor biedt. Het ministerie van OCW zou hierin een voorlichtende rol kunnen
    vervullen.
4.3 Aanbeveling 3: Bezie eventuele herziening op langere termijn in
    ­samenhang met de onderwijsinhoud
     Het afschaffen van de profielstructuur onder verder gelijkblijvende omstandigheden (dezelfde
    vakken en examens) is naar het oordeel van de raad geen optie. Meer vrijheid in het bepalen
    van het onderwijsaanbod op de langere termijn stelt scholen in staat daadwerkelijk nieuwe en
    andere keuzen te maken als het gaat om de vakken die zij aanbieden, en de combinaties van
    vakken die nodig zijn. Hiervoor is echter eerst een grondige analyse nodig vanuit een inhou-
    delijke visie op het onderwijsprogramma van de bovenbouw havo en vwo. Daarbij past een
    vakoverstijgende discussie over de vraag welke kennis en vaardigheden leerlingen nodig heb-
     ben om succesvol te kunnen deelnemen aan het hoger onderwijs en te kunnen participeren in
    de samenleving. Voor scholen die tot een inhoudsrijke herziening van de bovenbouw van het
     havo en vwo willen komen, kan de experimenteerwet mogelijkheden bieden.
    48                                                                     Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>Afkortingen
CBS           Centraal Bureau voor de Statistiek
cm		          cultuur en maatschappij
em		          economie en maatschappij
ho		          hoger onderwijs
HOOP          Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan
ng		          natuur en gezondheid
nlt		         natuur, leven en technologie
nt		          natuur en techniek
OCW           Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
ROA           Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt
vo		          voortgezet onderwijs
VOCL          Voortgezet Onderwijs Cohort Leerlingen
WVO           Wet op het voortgezet onderwijs
Profielen in de bovenbouw havo-vwo49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>Figurenlijst
Figuur 1: 	Verdeling van leerlingen over de vier profielen; vwo, leerjaar 4-6                    15
Figuur 2: 	Verdeling van leerlingen over de vier profielen; havo, leerjaar 4-5                   16
Figuur 3: Keuze profielen in vwo, onderverdeeld naar geslacht                                      17
Figuur 4: Keuze profielen in havo, onderverdeeld naar geslacht                                    18
Figuur 5: Minimale en maximale uren wiskunde per schooltype                                       21
Figuur 6: Verplichte studielast wiskunde voor en na 2007                                          21
Figuur 7: 	Instroompercentages vwo’ers naar profiel in bètastudie,
             alfa-gammastudie en University College in 2009                                       24
Figuur 8: Studiekeuze per HOOP-gebied van vwo'ers in 2009 naar profiel	                           24
Figuur 9: 	Instroompercentages vwo-meisjes met een natuurprofiel in wetenschappelijke
             bètastudies26
Figuur 10: Rendementspercentages vrouwen in bètastudies na 1 jaar; cohort 2009                    26
Figuur 11: 	Rendement vwo-gediplomeerden na 1 jaar studie hoger onderwijs: mannen                28
Figuur 12: 	Rendement vwo-gediplomeerden na 1 jaar studie hoger onderwijs: vrouwen               28
Figuur 13:	Gemiddelden wisselaars en (tijdelijke) uitvallers: vwo'ers op universiteit na
             1 jaar studeren over 2007, 2008 en 2009                                              29
Figuur 14: 	Instroompercentages vwo’ers naar profiel bij universitaire bètastudies,
             alfa-gammastudies en University College in 2007                                      60
Figuur 15: 	Instroompercentages vwo’ers naar profiel bij universitaire bètastudies,
             alfa-gammastudies en University College in 2008                                      60
Figuur 16: Rendementspercentages vrouwen in bètastudies na 1 jaar; cohort 2007.                   61
Figuur 17: Rendementspercentages vrouwen in bètastudies na 1 jaar; cohort 2008.                   61
50                                                                       Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>Literatuur
Allen, J. & Meng, C. (2010). Voortijdige schoolverlaters: Aanleiding en gevolgen. Maastricht: ROA.
Centraal Bureau voor de Statistiek (2008). Provincie op maat. Den Haag: CBS.
Centraal Bureau voor de Statistiek (2010). Jaarboek Onderwijs in cijfers. Den Haag: CBS.
Centraal Bureau voor de Statistiek (2011). Voortgezet onderwijs; deelname leerlingen naar onder-
     wijssoort. Geraadpleegd op 3 augustus 2011 via de website van Statline, http://statline.
     cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=80040ned&D1=53-82&D2=0&D3=1-
     2&D4=0&D5=0&D6=0&D7=a&HD=110530-1758&HDR=G1,G3,G4,G5,G6,G2&STB=T&CHART
     TYPE=1&P=T
Coenen, J., Meng, C. & Velden, R. van der (2011). Schoolsucces van jongens en meisjes in het HAVO
     en VWO: waarom meisjes het beter doen. Maastricht: ROA.
Commissie Toekomst Wiskunde Onderwijs (2007). Rijk aan betekenis. Utrecht: Commissie Toe-
     komst Wiskunde Onderwijs.
Ede, S. van (2010). Knelpunten wet- en regelgeving onderwijs en krimp. Den Haag: Ape.
Het Tweede Fase Adviespunt (2005). Zeven jaar tweede fase, een balans. Evaluatie tweede fase.
     Den Haag: Tweede Fase Adviespunt.
Huijts, T., Velden, R. van der & Wolbers, M. (2007). Heeft de invoering van studieprofielen in
     havo-vwo geleid tot een daling van de instroom in de techniek opleidingen? In W. Smits, A.
     de Grip (ed.), Technotopics II± Essays over onderwijs en arbeidsmarkt voor beta technici. Den
     Haag: Platform Beta techniek.
Inrichtingsbesluit WVO (2011). Geraadpleegd op 6 juni 2011 via http://www.st-ab.nl/wetten-
     nr06/0728-015_Inrichtingsbesluit_WVO.htm.
Kuiper, W., Hoeven, M. van der, Folmer, E., Graft, M. van & Akker, J. van den (2010). Leerplankun-
     dige analyse van PISA-trends. Enschede: SLO.
Korpershoek, H., Kuyper, H. & Werf, M.P.C. (2006). Havo-5 en vwo-5 en de tweede fase: de boven-
     bouwstudie van VOCL’99. Groningen: GION.
Langen, A. van, Kurver, B. & Vierke, H. (2007). Effecten van de invoering van vier profielen. In
     Onderwijsraad (ed.), Doorstroom in het onderwijs. Den Haag: Onderwijsraad.
Langen, A. van & Vierke, H. (2010). Van leerjaar 3 naar leerjaar 4 in een natuurprofiel. Onderzoek
     onder leerlingen in havo en vwo en hun bètadocenten. Den Haag: Platform Bèta Techniek.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2007). Eindadvies profielencommissies. Brief
     van staatssecretaris van OCW aan voorzitter Tweede Kamer, 26 september 2007. Kamerstuk-
     ken II, 30187, 45.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2011). Actieplan Beter Presteren: opbrengst-
     gericht en ambitieus. Geraadpleegd op 2 augustus 2011 via de website van Rijksoverheid,
     http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/05/23/actie-
     plan-vo-beter-presteren.html.
Nationaal Netwerk Bevolkingsdaling Themagroep Krimp en Onderwijs (2010). Positionpaper
    ‘Krimp en onderwijs’. Nationaal Netwerk Bevolkingsdaling.
Onderwijsraad (2007a). Doorstroom en talentontwikkeling. Den Haag: Onderwijsraad.
Onderwijsraad (2007b). Doorstroom in het onderwijs. Den Haag: Onderwijsraad.
Onderwijsraad (2007c). Versteviging van kennis II. Den Haag: Onderwijsraad.
Oomen, A. (2002). Standaarden voor decanen in het voortgezet onderwijs. Utrecht: APS.
Stichting Leerplanontwikkeling (2011). Korte notitie over de in juni 2011 vigerende wiskunde­
     programma's. Te raadplegen via www.onderwijsraad.nl.
Profielen in de bovenbouw havo-vwo51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>Veldhuis, J.G.F., Bruning, L. & Meijs, L. (2007). Kernadvies. Samenvatting van het Eindadvies “Kennis,
     kwaliteit en keuze in de tweede fase”. Harderwijk: Flevodruk.
VO-raad (2010). Factsheet nulmeting LOB. Geraadpleegd via http://www.lob-vo.nl/sites/default/
     files/Factsheet_nulmeting_LOB.pdf.
Vrijheid en verantwoordelijkheid; bijlage (2010). Regeerakkoord VVD-CDA. Geraadpleegd op
     2 augustus 2011 via http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rappor-
     ten/2010/09/30/bijlage-bij-regeerakkoord-vvd-cda.html.
VSNU (2009). Bacheloroverzicht 2009-2010. Den Haag.
Warps, J., Wartenbergh, F., Hogeling, L., Pass, J., Kurver, B. & Muskens, M. (2010). Een goede start
     in bètatechniek. Studiekeuze, studiesucces en studieuitval in hoger bètatechnisch onderwijs. Nij-
     megen: ResearchNed.
Werkgroep brede heroverwegingen (2010). Productiviteit onderwijs. Geraadpleegd op 3 augus-
     tus 2011 via de website van Rijksoverheid, http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/
     beleidsonderzoeken/documenten-en-publicaties/rapporten/2010/04/01/6-productiviteit-
     onderwijs.html.
52                                                                          Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>Geraadpleegde deskundigen
Schoolleiders en bestuurders voortgezet onderwijs
E-mailronde zestig schoolleiders en tien bestuurders
In januari 2011 heeft de Onderwijsraad (voor de totstandkoming van het advies Naar hogere
leerprestaties in het voortgezet onderwijs) op basis van een bestand van de VO-raad aan driehon-
derd schoolleiders en bestuurders een mail gestuurd met verschillende vragen over het voort-
gezet onderwijs. De raad ontving een reactie van zestig schoolleiders en tien bestuurders in
het voortgezet onderwijs. Zij gaven hierin ook aan wat zij vinden van het plan om het aantal
profielen te verminderen. De resultaten zijn in dit advies meegenomen.
Panelgesprek 14 juni 2011 i.s.m. de VO-raad
De heer L. Brouwers                         Algemeen directeur IJburg College, Amsterdam
De heer D.J. Dijkslag	                     Sectordirecteur havo/vwo Herbert Vissers College,
                                            Nieuw Vennep
De heer L.R. van Drongelen                  Rector Pax Christi College, Druten
De heer L. van Duijn	Voorzitter college van bestuur Stichting Willem van
                                            Oranje, Waalwijk
Mevrouw J. Hommel-Rozendaal                 Bestuurslid platform VVVO, Donkerbroek
De heer drs. H.J.C. Koolen                  Rector Maaswaal College , Wijchen
De heer K. Maas 	Sectordirecteur havo bovenbouw sg Tongerlo Nor-
                                            bertuscollege, Roosendaal
Mevrouw H. Taat                             Rector Utrechts Stedelijk Gymnasium, Utrecht
De heer drs. H.L. den Uil 	Adjunct directeur tweede fase CSG Jan Arentsz,
                                            Alkmaar
De heer drs. N. G. Vlaanderen	Afdelingsdirecteur bovenbouw havo Griftland
                                            College, Soest en bestuurslid KNAG (aardrijkskunde)
Studiebegeleiders en opleidingsdirecteuren wetenschappelijk onderwijs
Panelgesprek 22 juni 2011 i.s.m. de VSNU
De heer ir. C. de Beurs                     Universiteit van Amsterdam
De heer mr. H.C.R. van Bogget               Vrije Universiteit Amsterdam
De heer dr. ir. I. Bouwmans                 Technische Universiteit Delft
De heer dr. W.T.M. Caspers                  Technische Universiteit Delft
Mevrouw prof. dr. G. Croiset                VUMC
De heer H. Daale                            Leido project- en adviesorganisatie
De heer prof. dr. H.M.C. Eijkelhof          Universiteit Utrecht, FIsme
De heer T. de Haan                          Vrije Universiteit Amsterdam
De heer drs. G. Hogendoorn                  Erasmus Universiteit Rotterdam
De heer prof. dr. J.A. Jansen               Radboud Universiteit Nijmegen
Mevrouw dr. S.M.M. Loyens                   Erasmus Universiteit Rotterdam
Mevrouw dr. C.I. Lutz                       University College Utrecht
De heer J.H.L. Meijer	Vereniging van Schooldeca-
                                            nen en Loopbaanbegeleiders
Mevrouw dr. H.B.G. Mulder	SLO, nationaal expertisecentrum
                                            leerplanontwikkeling
Profielen in de bovenbouw havo-vwo53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>Mevrouw ir. P.M. Naber-van den Heuvel Wageningen Universiteit
Mevrouw drs. I.M.M.J. van Ophem       Vrije Universiteit Amsterdam
De heer dr. R.E. van der Plaats       Radboud Universiteit Nijmegen
Mevrouw P.C.G.A.M. van der Steen      ORS Lek en Linge
De heer drs. J. Volbers               Universiteit Twente
Overige
De heer drs. H. de Jonge              Beleidsadviseur onderwijs, VSNU
De heer dr. P. Lucas                  Beleidsmedewerker VO-raad, Utrecht
De heer dr. S.J. Noorda               Voorzitter VSNU
De heer drs. R. Smits                 Adviseur onderwijsbeleid, HBO-raad , Den Haag
Mevrouw drs. A. Staarman              Beleidsmedewerker VO-raad, Utrecht
De heer dr. J.G.F. Veldhuis	Voorzitter Profielcommissies, oud-voorzitter college
                                      van bestuur Universiteit Utrecht
54                                                                 Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>Bijlage 1
Adviesvraag
Profielen in de bovenbouw havo-vwo55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>56 Onderwijsraad, augustus 2011</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>Profielen in de bovenbouw havo-vwo57</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>58 Onderwijsraad, augustus 2011</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>Bijlage 2
Figuren bij hoofdstuk 2
Profielen in de bovenbouw havo-vwo59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>    Figuur 14: 	Instroompercentages vwo’ers naar profiel bij universitaire bètastudies, alfa-
                           gammastudies en University College in 2007
100
 80
 60
 40
 20
           I       II     III     V      IV    VI       I      II     III     V     IV VI  I  II   III   V     IV  VI
  0
                             Bèta                                 Alfa-gamma                 University College
     i  nt          ii ng         iii n     iv    em      v cm           vi
                                                                            overig
    Bron: 1cijferHO2010 (Cohortbestanden) VSNU/CBS
    Figuur 15: 	Instroompercentages vwo’ers naar profiel bij universitaire bètastudies, alfa-
                           gammastudies en University College in 2008
100
 80
 60
 40
 20
          I       II     III     V      IV     VI      I      II     III     V     IV  VI I  II   III    V    IV   VI
  0
                            Bèta                                  Alfa-gamma                 University College
     i  nt          ii ng         iii n     iv    em      v cm           vi
                                                                            overig
    Bron: 1cijferHO2010 (Cohortbestanden) VSNU/CBS
    60                                                                                      Onderwijsraad, augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>    Figuur 16:            Rendementspercentages vrouwen in bètastudies na 1 jaar; cohort 2007.
100
                                                                                                    N
 80                                                                                                 Ng
                                                                                                    Nt
 60
 40
 20
           I          II        III          I       II   III  I   II  III        I      II    III
  0
                  Huidig                          Anders          Hbo                 Uit ho
     i nt         ii ng        iii   n
    Bron: 1cijferHO2010 (Cohortbestanden) VSNU/CBS
    Figuur 17:            Rendementspercentages vrouwen in bètastudies na 1 jaar; cohort 2008.
100
 80
 60
 40
 20
            I          II        III          I       II   III  I   II  III        I      II    III
  0
                   Huidig                          Anders         Hbo                 Uit ho
     i nt         ii ng        iii   n
    Bron: 1cijferHO2010 (Cohortbestanden) VSNU/CBS
    Profielen in de bovenbouw havo-vwo61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>62 Onderwijsraad, augustus 2011</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>Nassaulaan 6 - 2514 js Den Haag
www.onderwijsraad.nl
Leidt vermindering van het aantal profielen in de boven-
bouw havo-vwo tot doelmatiger onderwijs en meer ­focus
op de kern? De Onderwijsraad komt in dit advies tot de
conclusie dat snelle en beleidsarme doorvoering van een
nieuwe opzet geen verbetering zal brengen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>Advies Profielen in de bovenbouw havo-vwo</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>