<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Advies
Weloverwogen gebruik van
Engels in het hoger onderwijs
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Weloverwogen gebruik van
Engels in het hoger onderwijs
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Colofon
De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege, opgericht in 1919. De raad adviseert,
gevraagd en ongevraagd, over hoofdlijnen van het beleid en de wetgeving op het gebied
van het onderwijs. Hij adviseert de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van
Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. De Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal
kunnen de raad ook om advies vragen. Gemeenten kunnen in speciale gevallen van lokaal
onderwijsbeleid een beroep doen op de Onderwijsraad.
De raad gebruikt in zijn advisering verschillende (bijvoorbeeld onderwijskundige, economi-
sche en juridische) disciplinaire aspecten en verbindt deze met ontwikkelingen in de praktijk
van het onderwijs. Ook de internationale dimensie van educatie in Nederland heeft steeds de
aandacht.
De raad adviseert over een breed terrein van het onderwijs, dat wil zeggen van voorschool-
se educatie tot aan postuniversitair onderwijs en bedrijfsopleidingen. De producten van de
raad worden gepubliceerd in de vorm van adviezen, studies en verkenningen. Daarnaast ini-
tieert de raad seminars en websitediscussies over onderwerpen die van belang zijn voor het
onderwijsbeleid.
Advies Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs, uitgebracht aan de Voorzitter van de Eerste Kamer.
Nr. 20110275/992, oktober 2011
Uitgave van de Onderwijsraad, Den Haag, 2011.
ISBN 978-946121-021-0
Bestellingen van publicaties:
Onderwijsraad
Nassaulaan 6
2514 JS Den Haag
email: secretariaat@onderwijsraad.nl
telefoon: (070) 310 00 00 of via de website:
www.onderwijsraad.nl
Ontwerp en opmaak:
www.balyon.com
Drukwerk:
DeltaHage grafische dienstverlening
© Onderwijsraad, Den Haag.
Alle rechten voorbehouden. All rights reserved.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>onperwijs [aad

Ce keras agra
wi
Aan de Voorzitter van de Massman 6
Eerste Kamer der Snaten-Generaal 2514 15 Den Haag
Mr. GJ. de Graat
Postbus 20017 Telefoon: 070 310 00 00
2500 EA Den Haag Far: 070 356 14 Tä
zecrelaskaatgonderwijsaad nl
weer onderwijzraad.nl
Cors benee Örtariperanas TE
20 10275599.2 Den Haag, 11 oktober 2011
ihe seren ere Cederen
Aire Welowerwogen gebruik van Engels in het hoger
onderwijs
Mijnheer de Voorzitter,

Met genoegen biedt de raad u het advies Welovenvogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs aan. In dit athvies
is de raad nagegaan hoe de overheid, de onderwijnstellingen en andere actoren een evenwichtig taalbeleid
kunnen voeten, waardoce enerzijds de ontwikkeling van Engelstalige opleidingen in goede banen wordt geleid
en anderzijds de positie van het Nederlands gewaarborgd blijft

De raad constateert dat er in het hager onderwijs op dit terrein nog weinig sprake is van een belektmalige
aanpak Aangezien dit in brede kring als een ongewenste situatie wordt beschouwd, is de centrale aanbeveling
van de raad dat jeder instellingsbestuur een duidelijke en gemotiveerde visie op internationalisering en het
daaruit voortvidelend gebruik van talen binnen zijn instelling onteikkett, Hieumee is naar zijn oordeel een
Instellingsoverstijgend, nationaal belang gemoeid. Daarom stelt de raad woor in Nederland, in navolging van
Viaanderen en Denemaben, op een gestructureerde manier een nationaal debat over dit vraagstuk te voeren.

Het is daarnaast van belang dat een aantal maatregelen wordt genomen om te bevorderen dat studenten en

decenten het Engels op academisch niveau beheersen. Tevens verdient het aanbeveling dat buitenlandse
studenten en docenten in de gelegenheid worden gesteld zich de Nederlandse taal en cultuur eigen te maken.

De raad hoopt dat met de door hem voorgestelde maatregelen een weloverwogen visie op intemationalisering
en het gebeulk van talen in het hoger onderwija wordt bevorderd.

Met beleeide groet,

p — x

il
Prot, de. GTM ten Dam Drs A van der Fest
A Veaezirter Secretaris

</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Inhoud
    Samenvatting                                                                      
 Inleiding                                                                          
1.1 Aanleiding: zorg over de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs        8
1.2 Adviesvraag: mogelijkheden voor evenwichtig taalbeleid                           11
 Afwegingen in het licht van de (inter-)nationale discussie                        
2.1 Nationale en internationale discussie                                           13
2.2 Afwegingen                                                                      16
   Advies: ontwikkel per instelling een taalbeleid en neem een aantal kwaliteits-
    bevorderende maatregelen                                                        
   Aanbeveling : iedere instelling van hoger onderwijs formuleert een duidelijke
    en gemotiveerde visie op internationalisering en het gebruik van talen en
    communiceert deze visie op een heldere wijze                                    
   Aanbeveling : bevorder, handhaaf en bewaak de kwaliteit van het Engelstalige
    onderwijs                                                                       
   Aanbeveling : zorg voor een beheersing van het Engels door studenten die recht
    doet aan academische eisen                                                      
   Aanbeveling : zorg voor een substantiële kennismaking van buitenlandse
    studenten en docenten met de Nederlandse taal en cultuur                        
    Afkortingen                                                                     
    Geraadpleegde deskundigen                                                       
    Literatuur                                                                      
    Bijlage
    Bijlage 1: Adviesvraag                                                          39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Samenvatting
In dit advies staat de vraag centraal hoe de overheid, de onderwijsinstellingen en andere acto-
ren in het onderwijs een evenwichtig taalbeleid kunnen voeren, waardoor enerzijds de ont-
wikkeling van kwalitatief hoogwaardige Engelstalige opleidingen wordt bevorderd en ander-
zijds de positie van het Nederlands als taal van cultuur en wetenschap gewaarborgd blijft. Het
advies is geschreven op verzoek van de Eerste Kamer.
De Onderwijsraad is van mening dat het hoger onderwijs hoeder is van de Nederlandse taal en
cultuur, maar ook een essentiële functie vervult in de internationale kenniseconomie. Vanuit dit
standpunt doet de raad de volgende aanbevelingen.
Formuleer op instellingsniveau een duidelijke en gemotiveerde visie
De raad adviseert de overheid om van iedere instelling voor hoger onderwijs een duidelijke
en gemotiveerde visie op internationalisering en het gebruik van talen binnen de opleidingen
te vragen. Een nationaal debat kan behulpzaam zijn bij de ontwikkeling van een visie hierover.
Het instellingsbestuur zou in het jaarverslag verantwoording moeten afleggen over de reden
waarom in een opleiding een bepaalde taal of bepaalde talen worden gebruikt. Het verdient
aanbeveling de visie op het gebruik van talen helder te communiceren naar aankomende stu-
denten, medewerkers en de samenleving.
Bevorder, handhaaf en bewaak de kwaliteit van het Engelstalige onderwijs
Kwaliteitsaspecten die verband houden met het Engels als één van de talen of de taal van de
opleiding, dienen een belangrijk onderdeel te zijn van de beoordeling door de NVAO (Neder-
lands-Vlaamse Accreditatieorganisatie). Voldoende taalbeheersing door docenten is van groot
belang. Het verdient aanbeveling dit niveau van taalbeheersing bij de universiteiten op te
nemen in de basis kwalificatie onderwijs.
Zorg voor een beheersing van het Engels door studenten die recht doet aan academische
eisen
Internationalisering van het hoger onderwijs stelt eisen aan de taalvaardigheden van studen-
ten. Dit geldt niet alleen voor buitenlandse, maar ook voor Nederlandse studenten. De raad is
van mening dat de eindtermen van mbo 4, havo en vwo vergelijkbaar moeten zijn met de eisen
met betrekking tot taalbeheersing die aan buitenlandse studenten worden gesteld.
Zorg voor een substantiële kennismaking van buitenlandse studenten en docenten met
de Nederlandse taal en cultuur
Instellingen van hoger onderwijs dienen buitenlandse studenten en docenten die langer dan
een jaar in Nederland onderwijs volgen of geven, in de gelegenheid te stellen zich de Neder-
landse taal en cultuur op een zodanig niveau eigen te maken dat zij desgewenst op een ver-
antwoorde manier in Nederland in het onderwijs en de samenleving kunnen participeren. De
kwaliteit van de aangeboden voorzieningen dient beoordeeld te worden door de NVAO.
Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs                                         7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>    Moet het gebruik van het Engels als internationale voertaal in het hoger onder-
    wijs worden bevorderd? Of is het juist van belang de positie van het Neder-
    lands te verdedigen? Onderwijsinstellingen en de wetgever staan de komende
    tijd voor de vraag hoe groot de rol van (met name) het Engels als lingua franca
    in het Nederlandse hoger onderwijs zou moeten zijn. De Onderwijsraad for-
    muleert in dit advies aanbevelingen voor een evenwichtig taalbeleid.
1
.
    Inleiding
    Aanleiding: zorg over de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs
    Er bestaat zorg over de positie van de Nederlandse taal in het hoger onderwijs. Steeds meer
    opleidingen worden gegeven in het Engels, onder andere om internationale mobiliteit van stu-
    denten en onderzoekers te bevorderen. In de Tweede Kamer is tijdens een algemeen overleg
    op 12 maart 2009 over het gebruik van vreemde talen in het onderwijs aandacht gevraagd voor
    de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs.1 De meningen daarover waren verdeeld.
    Sommige Kamerleden spraken over de teloorgang van het Nederlands in het hoger onderwijs
    doordat steeds meer opleidingen in het Engels worden gegeven. Andere betoogden dat om
    internationaal te kunnen concurreren op de arbeidsmarkt en de beste studenten naar Neder-
    land te halen, het wenselijk is dat er meer colleges in het Engels worden aangeboden. Er waren
    ook tussenposities, tot uitdrukking gebracht in de stelling dat Engels op een technische univer-
    siteit of een landbouwuniversiteit vanzelfsprekender is dan het aanbieden van Engelse masters
    voor opleidingen die nadrukkelijk op de Nederlandse context zijn georiënteerd.
    De bezorgdheid enerzijds over de positie van het Nederlands en de tendens anderzijds om
    steeds meer opleidingen in het Engels te geven, roepen vragen op waarvoor in dit advies-
    traject op verzoek van de Eerste Kamer naar antwoorden zal worden gezocht. De desbetref-
    fende brief van de Eerste Kamer is als bijlage bij dit advies gevoegd.
    Toenemende verengelsing van het hoger onderwijs
    Het Engelstaling onderwijsaanbod in het Nederlands hoger onderwijs dateert al uit de jaren
    vijftig, maar de laatste jaren heeft het aantal Engelstalige opleidingen een enorme vlucht geno-
    men.2 Er zijn veel opleidingen bijgekomen waar de voertaal geheel of gedeeltelijk Engels is; op
    bachelor-, maar vooral op masterniveau. Niet alleen specialistische (research)masters, maar ook
    1    Hierbij moet worden opgemerkt dat het desbetreffende raadsadvies (Vreemde talen in het onderwijs) werd uitgebracht op verzoek
         van de Tweede Kamer en met name betrekking had op het eerder beginnen met Engels (en Duits of Frans in de grensstreken). Daarbij
         stond de vraag centraal hoe de taalbeheersing van de Nederlanders op een hoger niveau kan worden gebracht. Het had niet speciaal
         betrekking op het hoger onderwijs.
    2    Coleman, 2006.
    8                                                                                                   Onderwijsraad, oktober 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>doorstroommasters en bacheloropleidingen hebben steeds vaker Engels als instructietaal.3
Buiten het Verenigd Koninkrijk neemt Nederland op dit gebied in Europa een koppositie in.4
Deze ontwikkeling wordt door velen toegejuicht vanuit het oogpunt van internationalisering.
Maar er is ook kritiek dat de Nederlandse taal als onderdeel van het Nederlandse cultuurgoed
in de verdrukking komt.
In de WHW (Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek) zijn enkele artikelen
aan de Nederlandse taal gewijd. Er is in Nederland tot nu toe echter weinig publieke discus-
sie geweest over de mogelijkheid en wenselijkheid van het gebruik van vreemde talen in het
hoger onderwijs. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Denemarken of Vlaanderen.
In Denemarken is de discussie over het gebruik van Engels in het hoger onderwijs het afge-
lopen decennium politiek en maatschappelijk stevig gevoerd. Dit heeft ertoe geleid dat alle
universiteiten in Denemarken sinds 2002 in ruime mate aandacht schenken aan hun taalbeleid,
als onderdeel van hun internationaliseringstrategie. In 2009 voerden alle acht Deense univer-
siteiten een expliciet taalbeleid, met hierin aandacht voor de keuze van de onderwijs-, publi-
catie- en communicatietaal, maar ook voor de kwaliteit van het Engelstalig onderwijs en de
taalvaardigheden van studenten en wetenschappelijk personeel. Dit heeft er onder meer toe
geleid dat de meeste Deense universiteiten ervoor kiezen hun bacheloropleidingen in belang-
rijke mate in het Deens te blijven aanbieden, maar voor hun masters in ruime mate van het
Engels gebruik te maken. Ook in Denemarken is de zorg voor de Deense taal hierbij een punt
van overweging geweest.
In Vlaanderen is het debat over het gebruik van talen in het hoger onderwijs nog niet afgeslo-
ten. Engelstalig hoger onderwijs ligt politiek extra gevoelig omdat de Nederlandse taal daar
wordt gevoeld als een belangrijke identiteitsbepalende factor. Volgens het Decreet betreffen-
de de herstructurering van het hoger onderwijs is op dit moment Nederlands de onderwijstaal.5
Opleidingsonderdelen en volledige opleidingen kunnen in een andere taal georganiseerd
worden, zij het in beperkte mate en onder strikte voorwaarden. In 2008 heeft de Raad Hoger
Onderwijs van de Vlaamse Onderwijsraad zich voorstander getoond van een versoepeling van
de taalregeling in het hoger onderwijs.6 Hij achtte het wel noodzakelijk hierbij een juist even-
wicht na te streven tussen enerzijds de waardering en bescherming van het Nederlands en de
toegankelijkheid van het hoger onderwijs en anderzijds de openheid tegenover internationale
uitwisseling en de mondiale professionele omgeving waarop studenten moeten worden voor-
bereid. Mede naar aanleiding hiervan besloot de Vlaamse regering in 2010 om voorstellen te
gaan ontwikkelen om aan de hogescholen en universiteiten meer ruimte te laten voor het
gebruik van een andere onderwijstaal dan het Nederlands.7
3    Nuffic, 2010a.
4    Wächter & Maiworm, 2008.
5    Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen van 4 april 2003.
6    Raad Hoger Onderwijs van de Vlaamse Onderwijsraad, 2008.
7    De toepassing van de nieuwe taalregeling moet in de kwaliteitsbewaking van het onderwijs aan bod komen. De in een opleiding ge-
     bruikte instructietaal is een element van betere afstemming tussen opleiding en werkveld in het bijzonder en de samenleving in het
     algemeen.
Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs                                                                                9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>De Nederlandse context
De WHW bepaalt in artikel 1.3 lid 5 onder andere dat de instellingen voor hoger onderwijs zich
mede richten op de bevordering van de uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands. Voorts
bepaalt de WHW in artikel 7.2 dat het onderwijs wordt gegeven in het Nederlands en dat ook
de examens in het Nederlands worden afgenomen. Hiervan kan worden afgeweken indien de
specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs dan wel de herkomst van de
studenten daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door het instellingsbestuur vastgestelde
gedragscode.
De praktijk laat zien dat van de afwijkingsmogelijkheid, zeker in het wetenschappelijk onder-
wijs, uitgebreid gebruik wordt gemaakt.8 Momenteel is ongeveer de helft van de universitaire
masters in het Engels. Overweging hierbij is dat zich zowel onder stafleden als promovendi
vele niet-Nederlanders bevinden. Universiteiten en zeker bepaalde opleidingen proberen in
de internationale universitaire onderwijsmarkt een vooraanstaande plaats te verwerven en
gebruiken daarom Engels als instructietaal. Steeds meer wordt beheersing van het Engels en
niet zozeer van het Nederlands als voorwaarde voor toelating aan bepaalde opleidingen voor
hoger onderwijs gesteld.9
Wat de bacheloropleidingen betreft verschillen de hogescholen weinig van de universiteiten.
Bij beide wordt 5% in het Engels verzorgd; bij de hogescholen eveneens 5% in een combinatie
van Nederlands en Engels, bij de universiteiten is dat 3%.
Het beeld verschuift echter als naar de masteropleidingen wordt gekeken. Zoals gezegd is bijna
de helft van de universitaire masters Engelstalig, en wordt bij nog eens 6% een combinatie van
Nederlands en Engels gebruikt. Met name bij landbouw en natuur (94%), techniek (91%) en eco-
nomie (82%) voert Engels de boventoon. Bij de hogescholen bedraagt het aantal Engelstalige
masters daarentegen 4%, en wordt 7% gegeven in een combinatie van Nederlands en Engels.
Het zwaartepunt ligt hier bij landbouw & natuurlijke omgeving en taal & cultuur (met name
kunstopleidingen). Andere moderne vreemde talen dan Engels komen in het hoger onderwijs
nauwelijks voor.
De conclusie luidt dat Engels als voertaal in het hoger beroepsonderwijs en in de bachelorfase
van het wetenschappelijk onderwijs nog een uitzondering is. Pas in wo-masteropleidingen
gaat Engels als voertaal een rol van betekenis spelen en dan vooral in de agrarische, technische
en economische opleidingen.
Hoewel over de onderzochte landen Denemarken, Spanje en Polen geen percentages beschik-
baar zijn, lijkt het erop dat de aantallen Engelstalige opleidingen daar geringer zijn.10
Argumentatie
De motieven achter het geven van Engelstalig onderwijs kunnen zeer divers zijn. Tien meer of
minder vaak gebruikte argumenten zijn:
t internationale werving van onderzoekers;
t noodzakelijke koppeling tussen onderwijs en onderzoek;
t toekomstige arbeidsmarkt voor studenten;
8   Tenzij anders vermeld, is informatie in dit advies ontleend aan het in opdracht van de Onderwijsraad door het IOWO opgestelde rap-
     port Talen in het hoger onderwijs (Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap, 2008b); Leest & Wierda-Boer, 2011.
9   Nationaal Bureau Moderne Vreemde Talen, 2004.
10  Uitgebreidere informatie is beschikbaar in het genoemde IOWO-rapport.
10                                                                                                       Onderwijsraad, oktober 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>    t verhoging van de kwaliteit van het onderwijs door het aantrekken van meer topstudenten;
    t vraag van Nederlandse arbeidsmarkt naar meer hogeropgeleide buitenlandse werknemers;
    t opleiden van ambassadeurs voor het Nederlandse bedrijfsleven (zij die terugkeren naar
         hun land van herkomst);
    t de wenselijkheid Nederlandse studenten op te leiden in een multiculturele setting (verder-
         gaand dan alleen samen met allochtonen);
    t inkomsten van buitenlandse studenten;
    t uitwisselingsprogramma’s; en
    t joint degree programma’s.
    Critici zijn bevreesd dat de opkomst van het Engels in het hoger onderwijs zal leiden tot ver-
    dringing van de nationale taal. Ook zou het de levendigheid en de diepgang van het hoger
    onderwijs kunnen bedreigen.11 Verder worden vraagtekens geplaatst bij de toenemende ver-
    engelsing in het licht van de wettelijke plicht van universiteiten en hogescholen om zich te
    richten op de bevordering van de uitdrukkingsvaardigheid van studenten in het Nederlands.
. Adviesvraag: mogelijkheden voor evenwichtig taalbeleid
    Adviesvraag
    Als gekeken wordt naar de waarnemingen over het gebruik van talen in het hoger onderwijs
    lijkt er sprake van enige spanning. Zo is het van belang dat Nederland internationaal mee kan,
    wat met zich meebrengt dat de taalvaardigheid van afgestudeerden van het hoger onderwijs
    op het gebied van ten minste het Engels en een tweede moderne vreemde taal goed moet zijn.
    Tegelijkertijd is er, zowel in Nederland als op Europees niveau, zorg over de mogelijk negatieve
    invloed die hiervan kan uitgaan op de positie van de nationale taal, in ons geval het Nederlands.
    Daarnaast moet worden geconstateerd dat deze ontwikkelingen elkaar ook positief kunnen
    beïnvloeden. Beide hebben immers te maken met het vraagstuk van taligheid en van niveau
    van culturele vorming. Dit vraagt om een integrale visie op en aanpak van het gebruik van
    talen in het hoger onderwijs. Ook is het van belang het basale taalonderwijs in het primair
    onderwijs, het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs hierbij te betrekken.
    Het is duidelijk dat de hier genoemde ontwikkelingen zich het sterkst voordoen in het hoger
    onderwijs. In het advies zal niet alleen onderscheid worden gemaakt tussen het hoger beroeps-
    onderwijs en het wetenschappelijk onderwijs, maar tevens een differentiatie worden aange-
    bracht naar bachelor- en masterniveau. Verder zal gekeken worden naar de mogelijke beteke-
    nis van de basale bijdrage van de toeleverende onderwijssectoren op het gebied van taligheid
    en culturele vorming.
    In aansluiting op het bovenstaande luidt de adviesvraag als volgt.
    Hoe kunnen de overheid, de onderwijsinstellingen en andere actoren een evenwichtig taalbeleid voe-
    ren waardoor enerzijds de ontwikkeling van Engelstalige opleidingen in goede banen wordt geleid
    en anderzijds de positie van het Nederlands als taal van cultuur en wetenschap gewaarborgd wordt?
    11   Coleman, 2006.
    Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs                                          11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>   Gevolgde werkwijze
   In het kader van de voorbereiding van dit advies heeft de raad in de eerste plaats het IOWO (het advies-
   bureau voor onderwijs, beleid en organisatie van de Radboud Universiteit Nijmegen) opdracht gege-
   ven een onderzoek te verrichten naar het gebruik van moderne vreemde talen in het hoger onderwijs
   in internationaal perspectief. Aangezien hoger onderwijs in een vreemde taal in Europa vrijwel altijd
   Engelstalig onderwijs betreft, zeker in de onderzochte landen, luidde de onderzoeksvraag als volgt.
   Hoe is het met de verengelsing van het hoger onderwijs gesteld in Nederland, Denemarken, Spanje en
   Polen en wat betekent dit voor de positie van de nationale (en regionale) taal?
   De keuze voor de drie referentielanden is gebaseerd op de volgende overwegingen. Wat Denemarken
   betreft is, net als in de andere Scandinavische landen, de situatie in het hoger onderwijs grotendeels
   vergelijkbaar met de Nederlandse. Voor Zuid-Europa, onder andere Spanje, is dat niet het geval. Voor
   Spanje komt hier nog bij dat voor de autonome regio’s de invoering van een vreemde taal in het ho-
   ger onderwijs een extra uitdaging is, gezien het feit dat nog maar relatief kort geleden de regionale
   talen een officiële positie in het onderwijs hebben verworven. Ten slotte vormt Polen een interessan-
   te casus omdat voor het hoger onderwijs in Centraal- en Oost-Europa de Europese integratie en het
   EU-lidmaatschap (Europese Unie) een belangrijke rol spelen in de verengelsing van het onderwijs.
   Het rapport van het IOWO Talen in het Hoger Onderwijs (2011) wordt gepubliceerd op de website van
   de Onderwijsraad.
   Daarnaast heeft de raad in de voorbereiding enkele panels georganiseerd op disciplineniveau
   met vertegenwoordigers van de sectorale adviescolleges van de HBO-raad (vereniging van hoge-
   scholen) en discipline-overlegorganen van de VSNU (Vereniging van Samenwerkende Nederlandse
   Universiteiten).
   Ten slotte zijn gesprekken gevoerd met een aantal betrokken organisaties en personen die zijn ver-
   meld in het bij dit advies gevoegde overzicht van geraadpleegde deskundigen.
12                                                                                  Onderwijsraad, oktober 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>     Internationalisering van het hoger onderwijs is een belangrijke ontwikkeling.
     Tegelijkertijd is er een redelijke mate van eensgezindheid dat het hoger onder-
     wijs een rol te vervullen heeft als hoeder van Nederlandse taal en cultuur. Ver-
     schil van inzicht bestaat er wel over hoe die rol ingevuld moet worden. In dit
     hoofdstuk geeft de raad de overwegingen weer waar vanuit hij het gebruik
     van talen in het hoger onderwijs beoordeelt.
2    Afwegingen in het licht van de (inter-)
     nationale discussie
.  Nationale en internationale discussie
     Argumenten voor en tegen verengelsing
     In het hoger onderwijs vindt in toenemende mate internationalisering plaats. Dat gebeurt niet
     alleen door een opleiding deels of geheel in het Engels te verzorgen, maar ook door samen te
     werken met buitenlandse instellingen en door de inhoud van de opleiding af te stemmen op de
     internationale arbeidsmarkt, internationaal georiënteerde bedrijven of een multiculturele wer-
     komgeving. Verder geldt dat wetenschappelijk onderzoek per definitie grensoverschrijdend is.
     Een andere mogelijkheid om deel te nemen aan internationalisering is het inrichten van een
    ‘international classroom’, die bestaat uit Nederlandse en buitenlandse studenten en waar alle
     studenten leren zich in een internationale omgeving te bewegen. Ten slotte zijn er instellingen
     die ontwikkelingswerk als een invulling van hun internationaliseringsbeleid zien. Zo gaan bij-
     voorbeeld studenten verpleegkunde naar Ghana om daar ontwikkelingshulp te geven.
     Een veel gehoord economisch argument is dat de internationale open economie vereist dat
     Nederlanders in ieder geval een redelijke beheersing van het Engels moeten hebben om een
     belangrijke speler te kunnen blijven op de internationale markt. Een tweede reden om Engels-
     talige opleidingen aan te bieden hangt samen met het positioneren van Nederland in het bui-
     tenland. Om interessant te blijven, willen Nederlandse onderwijsinstellingen buitenlandse stu-
     denten aantrekken. De Nuffic (Nederlandse organisatie voor economische samenwerking in
     het hoger onderwijs) ziet dit als een belangrijke missie van het hoger onderwijs.12 De Onder-
     wijsraad heeft reeds op deze commerciële kant gewezen in zijn advies Internationaliserings-
     agenda - uit 2005.13 De raad ging er daarbij van uit dat opleidingen die in het Engels
     worden gegeven, goede buitenlandse studenten kunnen aantrekken.
     Een sociaal-cultureel motief om Engelstalige opleidingen aan te bieden, is dat dit de kans ver-
     groot dat Nederlandse studenten met buitenlandse studenten in contact komen en zich daar-
     mee bepaalde vaardigheden eigen kunnen maken, die zij nodig hebben in een maatschappij
     12  Nuffic, 2010b.
     13  Onderwijsraad, 2005; Onderwijsraad, 2008.
     Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs                                        13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>die zich kenmerkt door grote culturele diversiteit. Zij werken immers steeds vaker in een orga-
nisatie die internationaal opereert. Dit geldt voor zowel universitaire als hbo-studenten. Som-
mige universiteiten achten het vanuit dat perspectief van wezenlijk belang dat hun studenten
al tijdens de studie hiermee nadrukkelijk geconfronteerd worden. Een half jaar studeren in het
buitenland is daartoe ontoereikend, vooral ook omdat de student daarmee veelal in aanraking
komt met slechts één andere cultuur. ‘Internationalisation at home’ wordt daarom gezien als
de meest effectieve manier om dit opleidingsdoel te realiseren.
In andere landen zijn er ook historische of geografische redenen om opleidingen in het Engels
of een andere taal aan te bieden. Dit geldt voor de vroegere koloniën, voor landen waar anders-
talige minderheden geconcentreerd wonen of voor meertalige landen.
Een laatste argument om Engelstalige opleidingen aan te bieden is dat internationalisering
nu eenmaal een ‘fact of life’ is geworden dat, al dan niet met tegenzin, zal moeten worden
geaccepteerd.
Afgezien van de hiervoor gesignaleerde opvatting dat de verengelsing beschouwd moet wor-
den als een ‘fact of life’ zien veel instellingen, blijkens hun internationaliseringsbeleid, ver-
engelsing als een kans. De algemene overwegingen daarvoor kwamen hierboven al aan de
orde. Van meer toegespitste opvattingen volgen hier enkele voorbeelden.
Een van die opvattingen luidt dat een universiteit die zich richt op de internationale gemeen-
schap, niet om het Engels heen kan.14 Engels is de lingua franca van de wetenschap. Alle mas-
terprogramma’s zouden in het Engels moeten worden gegeven. Ook van de talen, inclusief
Nederlands. Engels is een prachtig voertuig om Nederlandse cultuur in het buitenland aan de
man te brengen. Dat betekent wel dat iedereen voldoende vloeiend Engels moet spreken om
de kwaliteit van het onderwijs te garanderen. Het gaat er daarbij niet zozeer om of met een
accent wordt gesproken, maar om wat de docent inhoudelijk te zeggen heeft.
Sommige critici wijzen op kwaliteitsverlies door verengelsing van het onderwijs. Daartegen-
over wordt gesteld dat tweetaligheid leidt tot een hoger taalbewustzijn en daarmee tot een
hogere vaardigheid in de moedertaal.15 Als in een taalgemeenschap een domein wordt opge-
geven voor een andere taal, is daar blijkbaar een reden voor. Het verlies van taalkundige vari-
atie zal sprekers van die talen niet interesseren. Zij hebben hun eigen economische en culturele
redenen om die andere taal te gaan gebruiken. Talen zijn altijd in beweging, zowel qua vorm
als qua functie. Het idee dat we nu op een dramatisch moment in de historie zitten, wordt
verworpen. Voor Nederlandse studenten is het goed om een andere taal via de vakinhoud
beter te leren. Voor de universiteit is het goed om buitenlandse studenten te hebben omdat
het onderwijs er beter van wordt. Vroege meertaligheid is ook van groot belang: betere leer-
strategieën, meer bewustzijn over hoe je een taal gebruikt en een effectievere stijl van denken.
Dat werkt door in de talige en niet-talige schoolvakken. Bovendien leidt meertalig onderwijs
tot een beter intercultureel bewustzijn. Het is het middel tot internationalisering (uitwisselin-
gen, internationale projecten). Zonder een gemeenschappelijke taal is dat niet mogelijk.
Critici als Coleman zijn bang dat de opkomst van het Engels in het hoger onderwijs zal leiden
tot ‘diglossie’: een vorm van maatschappelijke tweetaligheid waarbij twee afzonderlijke talen
14   Zwarts, 2006.
15   Bot, 2008.
14                                                                         Onderwijsraad, oktober 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre> elk in duidelijk afgebakende leefsituaties worden gebruikt.16 Hierbij heeft de ene taal een hoge-
 re status dan de andere taal. Engels wordt in dat perspectief door sommigen beschouwd als
‘killer language’. Ook de Europese Unie en de Europese Commissie spreken zich nadrukkelijk uit
 tegen een lingua franca in het (hoger) onderwijs: zij bepleiten meertaligheid (beheersing van
 de moedertaal en twee vreemde talen) en zien de overheersing van het Engels als een bedrei-
 ging van de levendigheid van de nationale taal.17
 Een studie van Ammon laat zien dat ruim tien jaar geleden wereldwijd al ruim 90% van de
 publicaties op het gebied van de natuurwetenschappen in het Engels verscheen.18 Engelstalige
 dissertaties zijn in de academische gemeenschap inmiddels gemeengoed. Ljosland stelt bij-
 voorbeeld dat het domeinverlies van de moedertaal in Noorwegen in dit academische sub-
 domein evident is. Het Engels heeft daarbinnen een hogere status, geniet meer aanzien dan
 het Noors.19 Coleman is van mening dat de toenemende verengelsing een bedreiging kan vor-
 men voor de culturele identiteit en de moedertaal als wetenschapstaal. Voorts stelt hij dat “in
 diglossic societies, the formal and prestigious functions are the first to be lost: hence the impor-
 tance of higher education” (p.2).
 Ook de Onderwijsraad waarschuwde in De stand van educatief Nederland  voor domein-
 verlies.20 Hij wees op het gevaar voor een tweedeling in het onderwijs, waarbij Engelstalige
 opleidingen mogelijk een hogere status wordt toegekend. Daarnaast vroeg hij zich af hoe de
 wettelijke plicht van universiteiten en hogescholen om zich te richten op de bevordering van
 uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands, zich verhoudt tot de toenemende verengelsing
 van het onderwijsaanbod.
 Positie van de Nederlandse taal en cultuur
 In deze discussie speelt ook mee dat universiteiten in toenemende mate constateren dat vol-
 doende beheersing van de Nederlandse taal niet meer vanzelfsprekend is bij het verlaten
 van het voortgezet onderwijs. Zo verplichten sommige juridische faculteiten hun eerstejaars-
 studenten een Nederlandse taaltoets af te leggen. Bij een onvoldoende score wordt de student
 verplicht dan wel ten strengste aangeraden een extra cursus Nederlandse taal te volgen buiten
 het curriculum om.
 Diverse critici van de verengelsing van het hoger onderwijs wijzen op de risico’s voor het
 Nederlands als taal in het dagelijks gebruik en als cultuurtaal. Zo stoort men zich aan de van-
 zelfsprekendheid waarmee Engels zijn opmars maakt als voertaal aan Nederlandse universitei-
 ten.21 Het toenemende gebruik van het Engels blokkeert de toegang tot de eigen taal. Bij alle
 pogingen die worden gedaan om een kosmopolitische instelling te bevorderen, moet ervoor
 gewaakt worden dat niet ongemerkt de wereld verdwijnt waarin men kosmopoliet kan zijn.22
 Er wordt gepleit voor een doordacht taalbeleid.23 Domeinverlies van een taal is een margina-
 liseringsproces dat ervoor zorgt dat er steeds minder in een taal kan worden uitgedrukt. Een
 cultuurtaal als het Nederlands kan dan degraderen tot een ‘huis-, tuin- en keukentaal’ en uit-
 16   Coleman, 2006.
 17   EU Languages and Language policy, z.j..
 18   Ammon, 1998.
 19   Ljosland, 2007.
 20   Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2008a.
 21   Draaisma, 2009.
 22   Draaisma, 2010.
 23   Marle, 2010.
 Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs                                            15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>     eindelijk zelfs geheel verdwijnen. Betreurd wordt dat de Nederlandse standaardtaal zo weinig
     als waardevol wordt gezien. De standaardtaal is om diverse redenen van groot belang: zij ver-
     schaft toegang tot het onderwijs, neemt belemmeringen weg in het algemeen maatschap-
     pelijk verkeer en versterkt bovendien het gevoel voor eigenwaarde en culturele identiteit, of
     draagt daar op zijn minst toe bij.
     Ten slotte wordt gesteld dat Nederland door de verengelsing van het hoger onderwijs een
     bepaalde politieke kant op wordt gedreven.24 Nederland wordt in die opvatting door een een-
     zijdige oriëntatie steeds meer onderhorig aan een Amerikaans-Angelsaksische monocultuur. Er
     blijft dan steeds minder ruimte over voor de eigen, Nederlandse cultuur.
     Engels als linguïstisch kapitaal
     In reactie op de verengelsing van het hoger onderwijs is er een groeiende aandacht voor taal-
     beleid binnen het hoger onderwijs. Zo introduceerde bijvoorbeeld Noorwegen in 2005 een
     taalbeleid met specifieke aandacht voor bescherming van het Noors. Toch wordt door betrok-
     kenen in een recente studie van Ljosland de Engelse taal gezien als instrument om te kunnen
     opereren in een internationaal (werk)veld, terwijl de moedertaal veelal wordt opgevat als een
     onderdeel van de eigen identiteit.25 Ook House suggereert dat Engels als lingua franca zich
     manifesteert in het brein van een persoon als “a language for communication rather than a lan-
     guage for identification”.26
     Ljosland vond dat, ook al was de officiële voertaal Engels, er tussen de Noorse studenten onder-
     ling en met docenten in meer informele settings en meer ‘off-topic’ toch Noors werd gespro-
     ken. Ook buitenlandse studenten grepen terug op hun moedertaal als ze onder landgenoten
     waren. Ljosland duidt dit fenomeen aan als ‘language clustering’. Verschillende talen bena-
     drukken verschillende sociale identiteiten en rollen (‘code switching’). Ljosland verwijst in dit
     kader naar Bourdieu. Om toegang te krijgen tot de academische wereld is het nodig de juiste
    ‘linguïstische code’ te beheersen, in dit geval het Engels. Beheersing van het Engels vormt lin-
     guïstisch kapitaal, een subcategorie van cultureel kapitaal. Engelse taalvaardigheid helpt om
     geloofwaardig bevonden te worden, gehoord te worden, onderdeel van een expertgroep te
     zijn en je te onderscheiden van individuen buiten de groep. Linguïstisch kapitaal kan overgaan
     in economisch kapitaal als publiceren in een Engelstalig tijdschrift meer oplevert dan publi-
     ceren in de moedertaal. Daarnaast kan het gebruik van Engelstalig jargon buiten de officiële
     studiesituatie ervoor zorgen dat de grenzen tussen sociale rollen vervagen. Het gebruik van
     dit jargon kan studenten echter ook helpen zich neer te zetten als studenten van een speci-
     fieke internationale master en op die manier hun identiteit te versterken. Het principe van code
     switching en de theorie van Bourdieu laten zien dat de beantwoording van de vraag hoe en in
     welke mate de moedertaal door verengelsing bedreigd wordt, complex is.
.  Afwegingen
     Hoger onderwijs als hoeder van Nederlandse taal en cultuur
     Nederland heeft een rijke historie en cultuur. De Nederlandse taal maakt hier onlosmakelijk
     deel van uit en geeft de cultuur voor een belangrijk deel vorm. Universiteiten en hogescholen
     24   Dunk, 2010.
     25   Ljosland, 2011.
     26   House, 2003.
     16                                                                        Onderwijsraad, oktober 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>hebben een belangrijke rol bij het overdragen van dit cultureel erfgoed en bij de instand-
houding en vormgeving ervan voor volgende generaties.
Zowel uit het internationaal vergelijkende onderzoek van het IOWO als uit de gevoerde
gesprekken met inhoudelijk deskundigen en belanghebbenden komt naar voren dat er veel
onduidelijkheid bestaat over het beleid van instellingsbesturen ten aanzien van het gebruik
van talen. Veelal wordt in het kader van het internationaliseringsbeleid aandacht besteed aan
de positie van het Engels in het onderwijs, maar een duidelijke motivering ontbreekt vaak. Dit
is een belangrijk gemis omdat (aankomende) studenten en docenten recht hebben op duide-
lijkheid hierover. Om te beginnen zou het derhalve goed zijn als instellingsbesturen daaraan
tegemoet komen.
Verder kan worden geconstateerd dat er een redelijke mate van eensgezindheid bestaat over
de wenselijkheid van een bepaalde rol van het hoger onderwijs als hoeder van Nederlandse
taal en cultuur. Verschil van inzicht bestaat er wel over hoe die rol ingevuld moet worden. Aan
de ene kant wordt gesteld dat volstaan kan worden met het aanbieden van cursussen voor
degenen die daaraan behoefte hebben. Aan de andere kant bestaat er de opvatting dat hierop
een actief beleid moet worden gevoerd. In alle gevallen is een aandachtspunt in welke mate
het voortgezet onderwijs (of zelfs het basisonderwijs) zijn verantwoordelijkheid neemt of moet
nemen. Ook uit deze discussie kan worden afgeleid dat de instellingsbesturen duidelijkheid
moeten verschaffen over de rol van hun instelling.
De noodzaak van Nederlands voor bepaalde vakken
Er zijn vakken waarvoor goede kennis van de Nederlandse taal onontbeerlijk is. Een jurist die
zich bezighoudt met Nederlands recht, zal wetsteksten en jurisprudentie moeten kunnen
begrijpen en hanteren. Een docent in het primair of in het voortgezet onderwijs moet vol-
doende taalvaardig zijn om leerlingen te trainen in correct Nederlands taalgebruik. Dit bete-
kent overigens niet per definitie dat Nederlands instructietaal dient te zijn in de desbetreffende
opleidingen.
In een duidelijke en gemotiveerde explicitering van instellingsbeleid kan tot uitdrukking wor-
den gebracht dat er (delen van) opleidingen zijn waarin het gewenst is in het Nederlands te
doceren. Zo is het denkbaar dat wordt bepaald dat in generale zin in het wetenschappelijk
onderwijs de bachelor-opleidingen in het Nederlands worden gegeven. Ook zou ervoor kun-
nen worden gekozen het gebruik van het Nederlands vooral te richten op (delen van) oplei-
dingen die specifiek voor de Nederlandse context relevant zijn. Echter, een ‘puur Nederlandse
context’ impliceert nog niet dat beheersing van het Nederlands door studenten en beroeps-
beoefenaren in die context toereikend is. In allerlei beroepen wordt men immers geconfron-
teerd met mensen die anderstalig zijn. En bovendien is ook niet op voorhand te voorzien of
afgestudeerden in een puur Nederlandse context zullen werken of dat die context aan veran-
dering onderhevig is.
Voor beroepsgerichte opleidingen geldt uiteraard dat de wens van het desbetreffende beroe-
penveld van grote betekenis is. In de praktijk van het hoger beroepsonderwijs is nu al een
duidelijk onderscheid waar te nemen. Uit de door de raad gevoerde gesprekken met betrok-
kenen blijkt bijvoorbeeld dat in het sociaal-agogisch werkveld nauwelijks of geen vraag is naar
Engelstalige opleidingen. In het hoger economisch onderwijs is dat juist wel het geval.
Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs                                           17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Internationalisering in het kader van de kenniseconomie
In het huidige tijdsgewricht is het in een klein taalgebied als Nederland/Vlaanderen niet langer
realistisch onderwijs uitsluitend in het Nederlands te geven.
De eerder genoemde gewenste duidelijkheid over het te voeren instellingsbeleid loopt, wat
het gebruik van het Engels betreft, aan tegen diverse realiteiten. Het is evident dat in een
steeds meer globaliserende economie een internationale voertaal van cruciaal belang is. Veel
studenten zullen hun latere beroepspraktijk vinden in een internationale context waarin
Engels de voertaal is. Als zij daarin niet voldoende zijn ingevoerd, ontberen zij feitelijk basis-
kennis om hun vak goed uit te oefenen. Wellicht nog belangrijker is dat ook het omgaan met
culturele diversiteit een steeds belangrijker vaardigheid vormt in het maatschappelijke en
economische leven. Dit gaat verder dan het kunnen omgaan met culturele minderheden in
eigen land. Ook een half jaar verblijf in het buitenland is onvoldoende om studenten hierin
goed te trainen. Daarom is ‘internationalisation at home’ een vereiste. En dit is alleen te reali-
seren door het Nederlandse onderwijs voldoende aantrekkelijk te maken voor goede buiten-
landse studenten.
Ten slotte kan het Nederlandse onderwijs alleen dan tot de wereldtop gaan behoren als er
zowel studenten als docenten uit het buitenland in het onderwijs kunnen participeren. Deze
studenten en docenten zullen veelal, zeker aanvankelijk, het Nederlands niet machtig zijn en
terughoudend zijn als de beheersing van het Nederlands als een voorwaarde vooraf wordt
gesteld. Onderwijs in het Engels is voor deze groepen dus noodzakelijk.
Voertaal in wetenschap en wetenschappelijke publicaties
Het belangrijkste meetinstrument voor wetenschappelijke kwaliteit zijn publicaties in ‘peer
reviewed’, internationaal hoog aangeschreven, wetenschappelijke tijdschriften. Deze tijd-
schriften zijn vrijwel altijd Engelstalig.
Waar het gaat om de voertaal in wetenschap en wetenschappelijke publicaties leidt een
gebrekkige schrijfvaardigheid in het Engels tot minder kans op publicatie en daarmee tot
minder meetbare wetenschappelijke kwaliteit. Engels is zo een elementair onderdeel van een
gedegen wetenschappelijke opleiding. Publiceren in het Engels en doceren in het Nederlands
kan leiden tot een zekere onderlinge vervreemding tussen deze twee basale verantwoordelijk-
heden van Nederlandse universiteiten. In dit verband moet overigens ook overwogen worden
dat een radicale keuze voor het Engels het risico met zich meebrengt dat vrijwel automatisch
wordt gekozen voor Engelse of Amerikaanse literatuur. Dit kan een belemmering vormen voor
de ontwikkeling van een Europees perspectief in de desbetreffende discipline. Hier kan tegen-
in worden gebracht dat verwacht mag worden dat Europese wetenschappelijke literatuur in
toenemende mate in het Engels zal worden geschreven. In het algemeen kan worden gesteld
dat bijvoorbeeld juridische analyses van Nederlands recht of analyses van Nederlandse litera-
tuur alleen tot hun recht komen in het Nederlands. Duitse filosofen kunnen het best begrepen
worden in het Duits, Angelsaksische economen in het Engels.
Kwaliteit van het onderwijs in relatie tot een vreemde voertaal
De perceptie is dat niet alle docenten op universiteiten en hogescholen even vaardig zijn in
(bijvoorbeeld) het Engels. Als dat zo is en zij hun vak toch in die taal moeten overbrengen,
bestaat het risico dat bepaalde finesses in de kennisoverdracht verloren gaan. Ook studenten
lijken niet altijd het Engels goed machtig. Als zij dan colleges moeten volgen in die taal, ont-
staat risico op verminderd studierendement.
18                                                                        Onderwijsraad, oktober 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Op de tekortschietende Engelse taalvaardigheid van Nederlandstalige (en vaak ook andere)
docenten en studenten kan op verschillende manieren worden gereageerd. Voor sommigen is
dit een reden om verengelsing van het onderwijs tegen te gaan. Gelet op het voorgaande lijkt
dit geen vruchtbare weg. Het lijkt beter voort te gaan op de al ingeslagen weg van het stellen
van concrete niveau-eisen en een adequaat studieaanbod.
Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs                                       19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>  De Onderwijsraad vindt dat Nederlands noch Engels vanzelfsprekend zou
  moeten prevaleren in het hoger onderwijs. Hij adviseert dat instellingen de
  afwegingen om een taal te gebruiken expliciteren en dat er tegelijkertijd kwa-
  liteitseisen aan het gebruik van talen gesteld worden. Dit stelt ook studenten
  (zowel Nederlandse als buitenlandse) in staat om bewust te kiezen tussen op-
  leidingen. De raad formuleert vier aanbevelingen om deze ontwikkeling te
  bevorderen.
3 Advies: ontwikkel per instelling een taalbeleid
  en neem een aantal kwaliteitsbevorderende
  maatregelen
  Afwegingen rond talen in het hoger onderwijs worden gemaakt in het spanningsveld tus-
  sen toenemende internationalisering en behoud van Nederlandse taal en cultuur. Het hoger
  onderwijs speelt in beide een belangrijke rol. Het vanzelfsprekend laten prevaleren van het
  Nederlands dan wel van het Engels, is daarom geen wenselijke situatie. De huidige Wet op het
  hoger onderwijs en onderzoek heeft als uitgangspunt: ‘Nederlands, tenzij…’. In plaats daarvan
  verdient het aanbeveling dat instellingen een bewuste keuze maken voor de taal waarin oplei-
  dingen, of delen daarvan, worden verzorgd. Deze keuze dient naar alle betrokken partijen hel-
  der te worden uitgedragen. De belangrijkste overweging is daarbij in hoeverre de onderwezen
  vakinhoud gediend is met Nederlandstalig dan wel Engelstalig onderwijs. Daarnaast kunnen
  overwegingen van meer pragmatische aard – zoals de aanwezigheid van buitenlandse studen-
  ten – een rol spelen. De spreek- en schrijfvaardigheid in zowel het Nederlands als het Engels
  van studenten dient mee te wegen bij de beoordeling of studenten het vereiste academische
  niveau hebben bereikt. Wanneer door een instelling gekozen wordt voor het Engels in plaats
  van het Nederlands, dienen docenten deze taal aantoonbaar goed te beheersen.
  Voorgaande overwegingen monden uit in de volgende aanbevelingen.
  Aanbeveling : iedere instelling van hoger onderwijs formuleert een duidelijke en gemoti-
  veerde visie op internationalisering en het daaruit voortvloeiend gebruik van talen in het
  hoger onderwijs en communiceert deze visie op een heldere wijze
  Onderdeel van zo’n visie is een beargumenteerd beleid ten aanzien van het gebruik van het
  Nederlands en/of het Engels. Voor iedere opleiding dient te worden toegelicht om welke
  reden(en) welke taal of talen worden gebruikt. Het instellingsbestuur legt hierover verantwoor-
  ding af in het jaarverslag. Een goed geleid nationaal debat kan behulpzaam zijn bij de ontwik-
  keling van bedoelde visie. Het helder communiceren van die visie naar aankomende studenten,
  medewerkers en de samenleving geeft duidelijkheid.
  20                                                                       Onderwijsraad, oktober 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Aanbeveling : bevorder, handhaaf en bewaak de kwaliteit van het Engelstalige onderwijs
Indien internationalisering een belangrijke doelstelling van de instelling is en het Engels één
van de talen of de taal van de opleiding is, dienen de hiermee verband houdende kwaliteits-
aspecten een belangrijk onderdeel te zijn van de beoordeling door de NVAO (Nederlands-
Vlaamse Accreditatieorganisatie) in het kader van de proceduretoets nieuwe opleiding of de
accreditatieprocedure. Iedere Engelstalige opleiding waarin ten minste 5% van de studen-
ten uit het buitenland afkomstig is, dient bij de eerstvolgende accreditatie over het bijzon-
der NVAO-certificaat internationalisering te beschikken. Alle docenten binnen deze opleiding
moeten het Engels aantoonbaar op voldoende niveau beheersen. Dit niveau van taalbeheer-
sing dient in het wetenschappelijk onderwijs voor deze docenten een standaard element uit te
maken van de bko (basiskwalificatie onderwijs). Het verdient aanbeveling dat ook hogescholen
een dergelijke regeling invoeren.
Aanbeveling : zorg voor een beheersing van het Engels door studenten die recht doet
aan academische eisen
Het verdient aanbeveling dat de eindtermen van mbo 4, havo en vwo vergelijkbaar zijn met de
eisen voor taalbeheersing die aan buitenlandse studenten worden gesteld. De voorbereiden-
de opleidingen dienen van voldoende hoog niveau te zijn (referentieniveaus). Een belangrijke
bijdrage hieraan kan worden geleverd door een krachtig beleid gericht op het realiseren van
Engels als deelvoertaal in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs.
Aanbeveling : zorg voor een substantiële kennismaking van buitenlandse studenten en
docenten met de Nederlandse taal en cultuur
Buitenlandse studenten en docenten die langer dan een jaar in Nederland onderwijs volgen
of geven, dienen door universiteiten en hogescholen ruimschoots in de gelegenheid gesteld
te worden zich de Nederlandse taal en cultuur op een voldoende niveau eigen te maken. Dit
niveau moet zo zijn dat zij desgewenst op een verantwoorde manier aan onderwijs, examens,
beroepsuitoefening en het Nederlandse maatschappelijk leven kunnen deelnemen. Het aan-
bod en de kwaliteit van de door de instellingen aangeboden voorzieningen dienen onderdeel
te zijn van het beoordelingskader voor instellingsaccreditatie.
Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs                                        21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>  De raad adviseert de overheid om aan iedere instelling voor hoger onder-
  wijs een duidelijke en gemotiveerde visie op het door haar te voeren
  internationaliseringsbeleid te vragen. Daarvoor kunnen de uitkomsten van
  een nationaal debat ondersteunend zijn. Onderdeel van deze visie is een be-
  argumenteerd beleid voor iedere opleiding ten aanzien van het gebruik van
  het Nederlands en/of het Engels. Het instellingsbestuur communiceert deze
  visie naar aankomende studenten, medewerkers en de samenleving.
4 Aanbeveling : iedere instelling van hoger
  onderwijs formuleert een duidelijke en
  gemotiveerde visie op internationalisering
  en het gebruik van talen en communiceert
  deze visie op een heldere wijze
  Instellingsbeleid ten aanzien van Engelstalig onderwijs
  De keuze voor Engelstalig onderwijs maakt in het algemeen deel uit van het internationaliserings-
  beleid van de instellingen. De belangrijkste overwegingen die daarbij een rol kunnen spelen
  zijn hiervoor al genoemd.
  In hoeverre wordt nu in het instellingsbeleid een expliciete, beargumenteerde keuze voor
  Engelstalig onderwijs in bachelor- en/of masteronderwijs gemaakt en wat zijn de overwegin-
  gen ten aanzien van de positie van het Nederlands als taal van cultuur en wetenschap?
  Op grond van artikel 7.2 van de WHW moet het onderwijs worden gegeven in het Nederlands.
  Ook voor het afnemen van examens geldt dat dit in het Nederlands moet gebeuren. Daarvan
  kan onder andere worden afgeweken indien “de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit
  van het onderwijs dan wel de herkomst van de studenten daartoe noodzaakt, overeenkomstig
  een door het instellingsbestuur vastgestelde gedragscode”.
  De meeste universiteiten beschikken over een gedragscode waarin spelregels zijn vastgelegd
  met betrekking tot de voertaal van het onderwijs. Sommige universiteiten hebben hierin ook
  de beleidskeuze voor een bepaalde voertaal vastgelegd. De gedragscodes gaan veelal over de
  kwaliteit van het Engels en de eisen die worden gesteld aan de Engelse taalbeheersing van stu-
  denten en docenten. Een zoekactie op internet naar gedragscodes met betrekking tot de voer-
  taal op hogescholen heeft evenwel niet geleid tot resultaten. Kennelijk speelt het thema niet
  bij hogescholen en/of maken zij dergelijke informatie niet extern toegankelijk via hun websites.
  22                                                                       Onderwijsraad, oktober 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Naast de gedragscodes per universiteit is er ook een Gedragscode internationale student in het
Nederlandse hoger onderwijs.27 Deze gedragscode is door vrijwel alle universiteiten en hoge-
scholen onderschreven.
Het bestaan van deze brede gedragscode maakt zichtbaar dat er wat betreft het gebruik van
talen in het hoger onderwijs twee invalshoeken te onderscheiden zijn. De ene invalshoek,
internationalisering, heeft betrekking op de organisatie van het onderwijs. Door het aantrek-
ken van (excellente) studenten en medewerkers uit het buitenland streven universiteiten naar
kwaliteitsverbetering. Daarnaast kan de komst van studenten van buiten de EU ook financi-
ele voordelen met zich meebrengen voor een onderwijsinstelling. De andere invalshoek heeft
betrekking op de inhoud van het onderwijs. In bepaalde gevallen kan de keuze voor Engels,
dan wel Nederlands, dan wel een andere taal, de studenten beter toerusten op de beroeps-
perspectieven na de studie. Ook kunnen overwegingen rond het belang van de Nederlandse
taal voor het overbrengen en het behoud van onze cultuur een rol spelen. Uit de informatie die
de Nederlandse hogeronderwijsinstellingen verschaffen, blijkt niet dat inhoudelijke argumen-
ten een belangrijke rol spelen bij de keuze voor de taal waarin het onderwijs wordt gegeven.
Naast inhoudelijke en instellingspolitieke aspecten spelen in dit verband ook de mogelij-
ke financiële problemen een rol, die met het aantrekken van (veel) buitenlandse studenten
gepaard kunnen gaan. Nu het in EU-verband niet is toegestaan onderscheid te maken tussen
studenten uit eigen land en studenten uit andere EU-lidstaten, mag worden aangenomen dat
studenten uit die landen zich bij hun keuze voor een land mede zullen laten leiden door kos-
tenoverwegingen. Landen met de laagste studie- en verblijfslasten zullen het gemakkelijkst
studenten trekken.
Geconcludeerd kan worden dat het aantal hogeronderwijsinstellingen dat een expliciet
beargumenteerd taalbeleid voert, beperkt lijkt. Er zijn universiteiten die een taalbeleid heb-
ben geformuleerd, maar voorbeelden hiervan op internet beperken zich hoofdzakelijk tot het
niveau van taalbeheersing, toetsing en scholing. Motieven voor Engelstalig onderwijs worden
in formele uitingen zoals strategische plannen vaak niet expliciet gemaakt. De beleidskeuze
voor Engelstalig onderwijs maakt veelal deel uit van het internationaliseringsbeleid.
Instellingsbeleid ten aanzien van Nederlandstalig onderwijs
Wordt er op instellingsniveau beleid gevoerd ten aanzien van de positie van de Nederlandse
taal? In een enkel geval is sprake van een taalbeleid dat niet zozeer is gericht op de keuze voor
Engels of Nederlands, maar op een goede beheersing van de taal waarin het onderwijs wordt
gegeven. Soms is sprake van een taaltoets aan het begin van de bacheloropleiding (bijvoor-
beeld pabo of juridische opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs) en zijn er faciliteiten
om het niveau van de taalbeheersing te verbeteren.
De Nederlandse Taalunie heeft er in een advies over het taalbeleid bij de betrokken overheden
op aangedrongen dat het Nederlands in principe de voertaal is bij alle bacheloropleidingen
aan de instellingen van hoger onderwijs binnen het Nederlandstalige gebied. Uitzonderingen
dienen slechts beperkt mogelijk te zijn en in protocollen te worden vastgelegd. De Taalunie
dringt erop aan dat masteropleidingen die inhoudelijk de lage landen raken en/of die voorbe-
reiden op beroepen die een sterke mate van contact met Nederlandstalige burgers inhouden,
27  Gedragscode internationale student hoger onderwijs, 2006.
Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs                                         23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>in elk geval volledig in het Nederlands gegeven worden. Deze aanbeveling is gebaseerd op
een rapport van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren van de Nederlandse Taalunie.28
Nationaal en internationaal overheidsbeleid
In dit verband is ook het internationaliseringsbeleid van de overheid relevant. Volgens de inter-
nationaliseringsagenda Het Grenzeloze Goed moet internationalisering bijdragen aan de kwa-
liteit van het Nederlandse hoger onderwijs.29 De overheid wil onder andere de internationale
positionering en oriëntering van het Nederlandse hoger onderwijs stimuleren. Een middel
daartoe is het aantrekken van meer (excellente) buitenlandse studenten. Naast een bijdrage
aan de kwaliteit leveren zij meteen een directe economische bijdrage. De keuze voor Engels-
talig onderwijs wordt hierin niet benoemd en maakt in de praktijk onderdeel uit van de inter-
nationaliseringstrategieën van onderwijsinstellingen. Overigens heeft de raad geen bewijs
gevonden dat buitenlandse studenten in het hoger onderwijs structureel beter presteren dan
hun Nederlandse medestudenten. Wel lijkt de motivatie veelal hoger te liggen.
Naar aanleiding van een eind 2010 door de Tweede Kamer aangenomen motie heeft de rege-
ring toegezegd om, gezien de bijdrage die buitenlandse studenten kunnen leveren aan de
financiële middelen van hogeronderwijsinstellingen en het onderwijskundig klimaat van
opleidingen, de opbrengsten van deze studenten in kaart te gaan brengen. Zo nodig zal de
regering ook komen met voorstellen om het aantrekken van buitenlandse studenten verder
te bevorderen.
Los van onderwijsbeleid is er wel sprake van een duidelijk taalbeleid op Europees niveau.30
Binnen Europa is het taalbeleid erop gericht om taaldiversiteit te beschermen en talenkennis
te stimuleren; vanwege culturele identiteit en sociale integratie, maar ook omdat meertalige
burgers beter hun voordeel kunnen doen met de educatieve, professionele en economische
mogelijkheden die door Europa worden gecreëerd. Het doel is een Europa waarin iedereen
minstens twee andere talen spreekt naast zijn of haar moedertaal.
De Europese Commissie voert een actief beleid op het gebied van het leren van talen in het
hoger onderwijs.31 De commissie merkt op dat het hoger onderwijs een sleutelrol speelt bij
het bevorderen van sociale en individuele meertaligheid. In het algemeen heeft de Europese
Commissie zich ertoe verbonden dit belangrijke goed in stand te houden en te bevorderen.
Meertaligheid wordt op allerlei beleidsterreinen in de EU bevorderd, zoals cultuur, onderwijs,
communicatie en werkgelegenheid.
Taalbeleid in andere landen
De verengelsing van het hoger onderwijs heeft in Denemarken geleid tot veel politieke en
publieke aandacht. Wellicht als gevolg hiervan zijn de Deense universiteiten de enige in het
IOWO-onderzoek die een expliciet taalbeleid voeren, dat zowel over de nationale taal als het
Engels gaat.32 Ook in Spanje en Polen ligt de keuze voor Engelstalig onderwijs vooral bij de
universiteiten en is deze niet verankerd in een nationaal beleid. In Spanje is vaak sprake van
individuele initiatieven, waardoor het aanbod vaak alleen op het niveau van cursussen bestaat.
28   Smeets, 2001.
29   Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2008b.
30   EU Languages and Language policy, z.j. .
31   Europese Commissie, 2003.
32   Deense hogescholen hebben in het verleden internationalisering niet in dezelfde mate op de agenda gehad als universiteiten. Niet-
     temin vinden daar op dat vlak wel bescheiden ontwikkelingen plaats .
24                                                                                                  Onderwijsraad, oktober 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>In Spanje en Polen is, evenals in Nederland, een door de overheid gestimuleerd tweetalig voort-
gezet onderwijs in opkomst, terwijl dit in Denemarken geen rol van betekenis lijkt te spelen. In
Spanje is de verwachting dat de toenemende populariteit van tweetalig voortgezet onderwijs
tot een grotere vraag naar Engelstalig onderwijs van de eigen Spaanse studenten zal leiden.
Conclusie
De Onderwijsraad hecht belang aan een beargumenteerde visie op het gebruik van talen in het
hoger onderwijs. Zolang de instellingen niet expliciteren wat voor hen de doorslaggevende
beweegredenen zijn voor Engelstalig dan wel Nederlandstalig onderwijs, zullen maatschappij
en politiek die beweegredenen zelf formuleren. De vraag kan immers worden gesteld waarom
opleidingen in een vreemde taal, in meerdere of mindere mate bevolkt door buitenlandse stu-
denten die mogelijk na hun opleiding weer vertrekken, uit publieke middelen zouden moeten
worden bekostigd. Daarom lijken de instellingen er goed aan te doen expliciet aan te geven
welk beargumenteerd beleid ze individueel voeren ten aanzien van het gebruik van talen bin-
nen hun opleidingen. Per opleiding zou moeten worden toegelicht om welke reden(en) welke
taal of talen van belang zijn. Dit kan vervolgens worden vastgelegd in de gedragscode volgens
artikel 7.2 van de WHW. In de studiebrochures dient dan duidelijk aangegeven te worden welke
onderdelen van de opleiding in welke taal worden verzorgd, zodat aankomende studenten
hiervan ruim van te voren op de hoogte zijn. Hierbij kan dan ook expliciet worden aangegeven
hoe instellingen omgaan met de verantwoordelijkheid die zij volgens de raad hebben als hoe-
ders en producenten van de Nederlandse taal en cultuur.
Naar aanleiding van de vraag naar de (on)wenselijkheid dat studentenstromen binnen de EU
vooral zouden worden gestuurd door het kostenaspect van het volgen van een opleiding in
een ander land, geeft de raad de overheid in overweging met de daarvoor het meest in aan-
merking komende West-Europese landen de mogelijkheid van een gezamenlijk financierings-
stelsel te onderzoeken.
Een goed geleid nationaal debat
In tegenstelling tot Nederland is er in Denemarken een stevig debat gevoerd over het gebruik
van talen in het hoger onderwijs. Voorstanders bekijken de kwestie vooral vanuit het oogpunt
van internationalisering, terwijl anderen zich zorgen maken over de verspreiding van onder-
zoeksresultaten naar ‘de gewone Deen’, het verdwijnen van het Deens als academische taal
en de mogelijke gevolgen voor leeruitkomsten. Vaak is het niet zwart-wit pro of contra, maar
heeft men een aantal kanttekeningen. De verwachting is dat de houding in Denemarken ten
opzichte van Engelstalig onderwijs – mede dankzij de openbare dialoog daarover – in elk geval
op universiteiten de komende jaren positiever wordt. In Spanje staat Engelstalig hoger onder-
wijs gezien de beperkte omvang (15 bachelor- en 96 masteropleidingen33) nauwelijks ter discus-
sie; meer aandacht is er voor de kwaliteit van het onderwijs in de eigen (regionale) taal. Ook in
Polen, waar Engelstalig hoger onderwijs nog een betrekkelijk marginaal verschijnsel is, is niet
echt sprake van een maatschappelijke discussie.
De raad is van mening dat universiteiten en hogescholen zich duidelijk zouden moeten uit-
spreken over het te voeren taalbeleid. Hiermee is naar zijn oordeel een instellingoverstijgend,
nationaal belang gemoeid, gegeven de hier en daar, ook in de politiek, opkomende discussie
over de verengelsing van het hoger onderwijs en de mede daarmee samenhangende positie
van het Nederlands. Daarom stelt de raad voor in Nederland op een gestructureerde manier
33   Volgens een woordvoerder van universidad.es, de organisatie voor de promotie van Spaanse universiteiten in het buitenland.
Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs                                                                          25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>een nationaal debat over die beide aspecten te voeren. Gelet op haar onafhankelijke positie
ten opzichte van de instellingen van hoger onderwijs en de overheid, zou de KNAW (Konink-
lijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) naar de mening van de raad een geschikte
organisatie zijn om leiding te geven aan een dergelijk debat.
26                                                                   Onderwijsraad, oktober 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>  De Onderwijsraad is van mening dat het gebruik van het Engels in een oplei-
  ding eisen stelt aan de kwaliteit van de opleiding en aan de docenten. De raad
  beveelt aan de kwaliteit van het Engelstalige onderwijs te waarborgen door
  deze expliciet onderdeel te laten uitmaken van het accreditatiekader van de
  NVAO. Speciale aandacht is vereist voor de taalbeheersing en de didactische
  kwaliteiten van docenten.
5 Aanbeveling : bevorder, handhaaf en
  bewaak de kwaliteit van het Engelstalige
  onderwijs
  Instellingen kunnen kiezen voor internationalisering als belangrijke doelstelling en voor Engels
  als de taal of één van de talen van de opleiding. De raad adviseert de overheid om voor de
  instellingen die deze keuze maken, de hiermee verband houdende kwaliteitsaspecten een
  belangrijke plaats te geven in de beoordeling door de NVAO. Die beoordeling vindt plaats in het
  kader van de proceduretoets nieuwe opleiding of van de accreditatieprocedure. De betrokken
  docenten, zowel degenen voor wie het Nederlands de moedertaal is als buitenlandse docen-
  ten, moeten het Engels op een nader te bepalen niveau aantoonbaar voldoende beheersen,
  in woord en geschrift. Dit niveau van taalbeheersing dient in het wetenschappelijk onderwijs
  voor deze docenten een standaardelement uit te maken van de bko, dan wel eraan te worden
  gekoppeld. Het verdient aanbeveling dat ook hogescholen een dergelijke regeling invoeren.
  Door zowel critici als voorstanders van Engelstalig onderwijs wordt aandacht gevraagd voor de
  achteruitgang van de kwaliteit van colleges als deze worden verzorgd door docenten voor wie
  het Engels niet de moedertaal is. De helderheid en de nuance worden meetbaar minder. Stu-
  denten begrijpen een Engelstalig college minder goed. In enkele studies is onderzocht of en in
  welke opzichten het gebruik van een internationale instructietaal zoals het Engels, de kwaliteit
  van het Nederlandse hoger (technisch) onderwijs beïnvloedt. Klaassen (2001) concludeerde dat
  er een negatieve invloed is van de overschakeling naar het Engels op zowel de manier waarop
  docenten hun doceergedrag ervaren als op hun daadwerkelijke doceergedrag. Ervaring helpt,
  maar het effect blijft. De colleges zijn minder helder, docenten hebben een beperkte woorden-
  schat, er is sprake van redundantie en beperkte zorgvuldigheid. Het spreektempo in het Engels
  is aanzienlijk lager.34 Deze conclusies bevestigden de uitkomsten van eerder onderzoek door
  Vinke en Jochems.35
  Vinke en Jochems signaleerden begin jaren negentig verder dat docenten voor wie het Engels
  niet de moedertaal is, minder mogelijkheid hebben tot improviseren en meer rigide vasthou-
  34  Klaassen, 2001.
  35  Vinke & Jochems, 1992.
  Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs                                        27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>den aan het voorbereide college. Al met al leidt dit tot een langere voorbereidingstijd en een
zwaardere mentale werkbelasting. Ten slotte vinden docenten zelf de kwaliteit van hun colle-
ges minder en voelen zij de noodzaak tot didactische bijscholing.
Wat betreft de studenten kwam uit het onderzoek van Vinke naar voren dat de leeropbreng-
sten significant afnemen doordat het doceergedrag van de docenten minder is en de taal-
omschakeling zelf een matig negatief effect op de leeropbrengst heeft. Dit kan leiden tot min-
dere studieresultaten of tot een toename van te investeren studietijd. Het recentere onderzoek
van Klaassen leidt evenwel tot andere conclusies. Weliswaar hadden studenten in het eerste
half jaar moeite met de overschakeling. Daarna echter verdween het effect en hadden studen-
ten die onderwijs in het Engels volgden even goede resultaten als studenten in Nederlandsta-
lige programma’s.
Een laatste kwaliteitsaspect van Engelstalig onderwijs betreft de culturele diversiteit van de
studentengroep. Het onderwijzen van cultureel divers samengestelde groepen vereist speci-
ale vaardigheden. Het bekend zijn en kunnen omgaan met culturele verschillen binnen studen-
tenpopulaties behoort niet vanzelfsprekend tot de bagage van docenten. Ook dit aspect zou in
bko-programma’s aandacht moeten krijgen.
De NVAO hanteert sinds enige tijd een speciaal keurmerk internationalisering, dat opleidin-
gen in aanvulling op de reguliere accreditatie kunnen aanvragen. De criteria die aan dit keur-
merk ten grondslag liggen, hebben onder meer betrekking op de visie van de instelling op
internationalisering, op internationale en interculturele ervaring van de staf en hun beheersing
van de Engelse taal, op het niveau van de diensten en op de motivatie en taalvaardigheid van
studenten.
Conclusie
De raad beveelt aan de kwaliteit van het Engelstalige onderwijs te waarborgen door deze expli-
ciet onderdeel te laten uitmaken van het accreditatiekader. Bij de kwaliteit van opleidingen
die (geheel of gedeeltelijk) Engelstalig zijn, gaat het om meer dan alleen taalvaardigheid. Het
doceren in het Engels aan doorgaans heterogene groepen studenten doet een groot beroep
op de didactische vaardigheden van docenten en op hun vermogen zich in een interculturele
context te redden. De docenten die in Engelstalig onderwijs (willen) worden ingezet, dienen
te voldoen aan in de bko op te nemen eisen. Van de instellingen mag in het verlengde hier-
van worden verwacht dat zij zorgen voor adequate trainingen op het brede terrein van cruci-
ale doceervaardigheden voor intercultureel samengestelde groepen studenten. Het verdient
aanbeveling het speciale keurmerk internationalisering van de NVAO in het standaard evalua-
tieprotocol te laten indalen, door te bepalen dat iedere opleiding waar ten minste 5% van de
studenten van niet-Nederlandse origine is, bij de eerstvolgende accreditatie aan dit keurmerk
dient te voldoen.
28                                                                         Onderwijsraad, oktober 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>  De Onderwijsraad vindt dat gelijke eisen moeten worden gesteld aan Neder-
  landse en buitenlandse studenten op het gebied van beheersing van het En-
  gels. Het is daarom gerechtvaardigd dat ook Nederlandstalige studenten bij
  (deels) Engelstalige opleidingen een taaltoets afleggen. Het stimuleren van En-
  gels als deelvoertaal in het funderend onderwijs kan een kwaliteitsimpuls zijn.
6 Aanbeveling : zorg voor een beheersing van
  het Engels door studenten die recht doet aan
  academische eisen
  De raad is van mening dat de eindtermen van mbo 4 (middelbaar beroepsonderwijs), havo en
  vwo vergelijkbaar moeten zijn met de eisen met betrekking tot taalbeheersing die aan bui-
  tenlandse studenten worden gesteld. De voorbereidende opleidingen dienen van voldoende
  hoog niveau te zijn (referentieniveaus voor Engels). Een belangrijke bijdrage hieraan kan wor-
  den geleverd door een krachtig beleid te voeren op het realiseren van Engels als deelvoertaal
  in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs.
  In de vrijwillige Gedragscode voor internationale studenten (die door alle bekostigde instel-
  lingen in het hoger onderwijs is ondertekend) zijn expliciete eisen opgenomen met betrek-
  king tot de beheersing van het Engels van buitenlandse studenten, alvorens zij tot het Neder-
  landse hoger onderwijs worden toegelaten.36 De onderwijsinstelling stelt voor het onderwijs
  dat zij aan buitenlandse studenten aanbiedt de minimale taaleisen vast waaraan deze student
  moet voldoen, en ziet erop toe dat hij daar ook daadwerkelijk aan voldoet. Indien het gaat om
  Engelstalig onderwijs dient voor zowel het bachelor- als het masterniveau de student minimaal
  te slagen voor een ‘academic’ IELTS-test (International English Language Testing System) met
  een ‘overall band score’ van 6.0. Gezien de speciale aard van deze opleidingen stelt de examen-
  commissie vast wat het gewenste taalniveau is en legt dit vast in de onderwijs- en examen-
  regeling. Ten slotte ziet de instelling erop toe dat de docenten de taal waarin het onderwijs
  wordt gegeven, voldoende beheersen.
  Er is een landelijke commissie, waarin onder meer de VSNU en de HBO-raad zitting hebben, die
  de gedragscode inhoudelijk bewaakt. Een registerbeheerder controleert of aangesloten instel-
  lingen aan afspraken voldoen en kan op grond hiervan instellingen toelaten of verwijderen uit
  het register. Er is sprake van een duidelijke klachtenprocedure.
  De raad gaat ervan uit dat het niveau van taalbeheersing van abituriënten van havo en vwo,
  zeker na invoering van referentieniveaus die geënt zijn op het Europees referentiekader
  moderne vreemde talen, voldoende is om een (deels) Engelstalige studie aan te vangen.37 Voor
  36   Gedragscode internationale student hoger onderwijs, 2006.
  37   Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2011a; ook Onderwijsraad, 2011.
  Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs                                       29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>mbo 4-abituriënten wordt daar, gezien het ontwikkelde beleid op dit vlak, voor de (nabije) toe-
komst naar gestreefd.38 Aan buitenlandse studenten dienen dezelfde niveau-eisen te worden
gesteld. De genoemde referentieniveaus zijn hierbij behulpzaam. Het is, mede uit een oogpunt
van gelijke behandeling, op dit moment gerechtvaardigd dat Nederlandstalige studenten bij
(deels) Engelstalige opleidingen aan een taaltoets worden onderworpen, net als buitenlandse
studenten.
Dat betekent dat de instellingen dienen zorg te dragen voor een adequaat aanbod voor stu-
denten om hun taalvaardigheid op het niveau van de taaltoets te brengen of te houden.
Talen in andere onderwijssectoren
De hierboven beschreven maatregelen zullen bijdragen tot verbetering van de taalvaardig-
heid Engels van Nederlandstaligen. Verder verwacht de raad een positief effect van het reeds in
gang gezette beleid met betrekking tot de referentieniveaus voor Engels in het voorbereidend
onderwijs. Daarnaast ziet de raad nog meer mogelijkheden. Hij bepleit een (nog) sterkere inzet
van de overheid in het kader van de operationalisering van haar beleid in vervolg op de aan-
bevelingen uit het advies Vreemde talen in het onderwijs (2008).
In de eerste plaats zou gestreefd moeten worden naar uitvoering van de Europese afspraak
dat iedere burger vanaf jonge leeftijd onderwijs moet krijgen in ten minste twee talen naast
de moedertaal. Vooral in het middelbaar beroepsonderwijs is nog een flinke slag te maken
door om te beginnen één vreemde taal voor alle studenten verplicht te stellen. Op termijn zou-
den volgens de raad twee vreemde talen voor het lang-mbo (niveau 4) verplicht moeten zijn,
zeker omdat ruim de helft van het aantal mbo-gediplomeerden doorstroomt naar het hoger
beroepsonderwijs.39
In de tweede plaats is de raad er voorstander van het Engels (of in de grensstreken Duits of
Frans) in zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs tot een mogelijke deelvoertaal
te maken.
Dit alles is alleen mogelijk als voorzien wordt in toegespitste opscholingsprogramma’s voor
leraren in het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs.
Minister Plasterk stelde in zijn beleidsreactie op het genoemde advies dat goed vreemdetalen-
onderwijs vraagt om een solide basis, om voldoende en goed onderwijspersoneel en om vol-
doende (‘evidence based’) materiaal. Die basis wilde hij verder versterken. De beleidsprioriteit
lag echter bij de kwaliteitsverbetering van Nederlandse taal en rekenen. Hiervan uitgaande ver-
klaarde hij zich voorstander van verhoging van het aantal scholen voor primair onderwijs dat
vroeg vreemdetalenonderwijs aanbiedt en van een experiment bij een beperkt aantal scholen
voor primair onderwijs met Engels als deelvoertaal voor maximaal 15% van de onderwijstijd,
met monitoring van de effecten. In het voortgezet onderwijs zette hij in op voortzetting van
hetgeen reeds in gang was gezet op basis van het Nederlandse Activiteitenprogramma Moder-
ne Vreemde Talen. Mbo-opleidingen op niveau 4 zou de verplichting worden opgelegd Engels
in het programma op te nemen. Dit laatste beleidsvoornemen is bevestigd in het op 16 februari
2011 door minister Van Bijsterveldt uitgebrachte actieplan voor het middelbaar beroepsonder-
wijs Focus op Vakmanschap -.40
38  Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2011b.
39  HBO-raad & MBO Raad, 2009.
40  Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2008a; Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap, 2011b.
30                                                                                                   Onderwijsraad, oktober 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Conclusie
De eisen die bij (deels) Engelstalige opleidingen worden gesteld aan de beheersing van het
Engels, dienen voor buitenlandse en Nederlandstalige studenten gelijk te zijn. Mede daarom is
invoering van op het Europees referentiekader geënte referentieniveaus voor Engels gewenst.
Het zou voor het moment goed zijn als voorlopig zowel buitenlandse als in aanmerking
komende Nederlandstalige studenten een toets moeten afleggen. Ten slotte is het van belang
het gebruik van Engels als deelvoertaal in het primair en voortgezet onderwijs te stimuleren.
Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs                                        31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>  De Onderwijsraad adviseert instellingen een programma aan te bieden waar-
  in buitenlandse studenten en docenten kennis kunnen maken met de Neder-
  landse taal en cultuur. Bij voorkeur gebeurt dit in een geïntegreerde context
  van onderwijs en de Nederlandse cultuur.
7 Aanbeveling : zorg voor een substantiële
  kennismaking van buitenlandse studenten
  en docenten met de Nederlandse taal en
  cultuur
  Buitenlandse studenten en docenten die langer dan een jaar in Nederland onderwijs volgen
  of geven, dienen door universiteiten en hogescholen ruimschoots in de gelegenheid gesteld
  te worden zich de Nederlandse taal en cultuur op een voldoende niveau eigen te maken. Dit
  niveau moet zo zijn dat zij desgewenst op een verantwoorde manier aan onderwijs, examens,
  beroepsuitoefening en het Nederlandse maatschappelijk leven kunnen deelnemen. Het aan-
  bod en de kwaliteit van de door de instellingen aangeboden voorzieningen dienen onderdeel
  te zijn van het beoordelingskader voor instellingsaccreditatie.
  Binnen de Nederlandse samenleving wordt steeds vaker de vraag opgeworpen in hoeverre
  de Nederlandse overheid verantwoordelijkheid zou moeten dragen – ook in financiële zin –
  voor de opleiding van studenten die na hun studie de Nederlandse taal zelfs niet in basale
  vorm beheersen en nauwelijks iets hebben meegekregen van de Nederlandse cultuur. Het
  argument dat we hiermee in de Nederlandse kenniseconomie investeren, verliest zo aan
  geloofwaardigheid.
  De toegevoegde waarde voor het opleiden in Nederland van buitenlandse studenten, zowel
  voor Nederland als voor de buitenlandse studenten, kan alleen gerealiseerd worden indien
  er de mogelijkheid bestaat voor laatstgenoemden in Nederland een interessante baan te krij-
  gen. Daarom is het van belang om een band met Nederland te creëren. Dit vraagt volgens de
  raad binnen de opleiding om een integratie met de maatschappelijke omgeving. De taal van
  het gastland verdient daarbij gerichte aandacht. Daarnaast kan er enige intellectuele verdie-
  ping tot stand worden gebracht vanuit het besef dat taal en cultuur in een bepaalde relatie
  tot elkaar staan. Het in bepaalde mate kennisnemen van de Nederlandse cultuur is hiertoe een
  voorwaarde.41
  Naast de maatschappelijke kan er ook een wetenschappelijke meerwaarde zijn, met name op
  terreinen waarop Nederland internationaal een vooraanstaande positie inneemt. Het leren van
  41  Suggesties ontleend aan de presentatie van N. Streekstra (directeur facultair studieprogramma Dutch Studies, RU Groningen) tijdens
       het jaarcongres van Nuffic op 15 maart 2011.
  32                                                                                                    Onderwijsraad, oktober 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>de Nederlandse taal verschaft de buitenlandse student in dat geval een sleutel tot Nederlands-
talig materiaal in de context van de eigen studie.
De mate waarin integratie met de maatschappelijke omgeving van belang is, zal per opleiding
verschillen. Bij opleidingen die nauw met Nederland en de Nederlandse taal en cultuur ver-
bonden zijn, zal de mate van kennismaking groter (moeten) zijn dan bij opleidingen die vol-
ledig internationaal georiënteerd zijn. Maar ook in het laatste geval is een inzet op dit aspect
gewenst, gelet op de hiervoor genoemde doelstelling van het aantrekken van buitenlandse
studenten ten behoeve van de Nederlandse kenniseconomie. Dit is te meer van belang bij een
langdurige hbo- of wo-bacheloropleiding. Bij het volgen van een éénjarige masteropleiding
ligt dit anders.
Primair ligt hier een inspanningsverplichting voor de instellingen. Het gaat dan enerzijds om
het bevorderen van een geïntegreerde context van onderwijs en maatschappelijke omgeving
en anderzijds om passende voorzieningen op het gebied van het leren van de Nederlandse
taal en van het kennismaken met de Nederlandse cultuur en zijn culturele codes. Deze voorzie-
ningen moeten naar de mening van de raad in ieder geval beschikbaar zijn voor buitenlandse
studenten en docenten die hier langer dan een jaar verblijven. De kwaliteitsaspecten hiervan
dienen onderdeel te zijn van het beoordelingskader voor instellingsaccreditatie. Het gebruik
van de voorzieningen gericht op het stimuleren van de integratie in de Nederlandse samen-
leving door buitenlandse studenten en docenten kan geschieden op vrijwillige basis.
Ook buitenlandse studenten zelf kunnen bij het tot stand brengen van een kennismaking
met de Nederlandse taal en cultuur een belangrijke rol vervullen. Zo spant bij voorbeeld The
Association of Chinese Students and Scholars in the Netherlands zich in om Chinese studenten
zo goed mogelijk in Nederland te laten functioneren. Kennis van de Nederlandse taal vindt
men essentieel voor het vinden van een baan in Nederland en om zich gemakkelijker te kun-
nen aanpassen.
Wellicht ten overvloede merkt de raad op het belangrijk te vinden dat Nederlandstalige stu-
denten voor permanent onderhoud van hun Nederlandse taalvaardigheid zorgen. Van aan-
staande academici mag worden verwacht dat zij zich in correct Nederlands uitdrukken. Voor
de instellingen is wat dit betreft het hiervoor in paragraaf 1.3 aangehaalde vijfde lid van artikel
1.3 van de WHW van belang. Dit bepaalt dat instellingen zich in het kader van hun werkzaam-
heden op het gebied van het onderwijs wat betreft Nederlandstalige studenten mede rich-
ten op de bevordering van de uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands. Voor de inrichting
en instandhouding van eventuele voorzieningen hiervoor zou samenwerking met Vlaanderen
kunnen worden gezocht.
Conclusie
De raad beveelt instellingen aan te bevorderen dat buitenlandse studenten en docenten in staat
zijn te participeren in de Nederlandse samenleving. Het is van belang voor Nederland én voor
buitenlandse studenten en docenten die hier voor langere tijd verblijven om zich in het hoger
onderwijs en in de Nederlandse samenleving redelijk thuis te voelen en zich daar ontspannen
in te kunnen bewegen. De instellingen dienen hiervoor de condities te scheppen. De kwali-
teit van de aangeboden voorzieningen moet beoordeeld worden in de accreditatieprocedure.
Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs                                           33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Afkortingen
bko    basiskwalificatie onderwijs
EU     Europese Unie
hbo    hoger beroepsonderwijs
IELTS  International English Language Testing System
IOWO   adviesbureau voor onderwijs, beleid en organisatie van de Radboud
       Universiteit Nijmegen
KNAW   Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen
mbo    middelbaar beroepsonderwijs
Nuffic Nederlandse organisatie voor economische samenwerking in het hoger onderwijs
NVAO   Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie
VSNU   Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten
WHW    Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
wo     wetenschappelijk onderwijs
34                                                                 Onderwijsraad, oktober 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Geraadpleegde deskundigen
De heer M. van Aken                        Hoogleraar ontwikkelingspsychologie, Universiteit
                                           Utrecht
Mevrouw L. van den Bosch                   Algemeen secretaris Nederlandse Taalunie
De heer T. van den Brink                   Beleidsmedewerker LSVb (Landelijke Studenten
                                           Vakbond)
Mevrouw F. van Campenhausen                Student European Law, Maastricht University
De heer M. Caspers                         Student bouwkunde, Technische Universiteit Delft
De heer R. Derdelinckx                     Directeur NVAO (Nederlands-Vlaamse
                                           Accreditatieorganisatie)
De heer C. van Ees                         Onderwijsdirecteur Faculteit Bouwkunde, Technische
                                           Universiteit Delft
De heer S. van den Eijnden                 Algemeen directeur Nuffic (Nederlandse organisatie voor
                                           internationale samenwerking in het hoger onderwijs)
Mevrouw M. Eliantonio                      Universitair docent, Faculteit der Rechtsgeleerdheid,
                                           Maastricht University
Mevrouw E. Gaaff                           Student bouwkunde, Technische Universiteit Delft
De heer H. de Graaff                       Senior-onderzoeker/adviseur hoger onderwijs, Centrum
                                           voor Onderwijs en Leren, Universiteit Utrecht
De heer C. Grafe                           Universitair hoofddocent Faculteit Bouwkunde, Techni-
                                           sche Universiteit Delft; tevens directeur Vlaams Architec-
                                           tuur Instituut, Antwerpen
De heer B. Hale                            Universitair docent psychologie, Universiteit Utrecht
Mevrouw M. Haster                          Student psychologie, Universiteit Utrecht
De heer A. W. Heringa                      Decaan European Law School, Maastricht University
De heer J. Hinrichsen                      Student European Law, Maastricht University
De heer G.J. Koopman                       Coördinator U-TEAch, Centrum voor Onderwijs en Leren,
                                           Universiteit Utrecht
De heer W. Koops                           Decaan Faculteit Sociale Wetenschappen, Universiteit
                                           Utrecht
Mevrouw N. Kornet                          Universitair docent, Faculteit der Rechtsgeleerdheid,
                                           Maastricht University
Mevrouw A. Meijer                          Trainer/adviseur hoger onderwijs, Centrum voor Onder-
                                           wijs en Leren, Universiteit Utrecht
Mevrouw M. de Morree                       Coördinator international office, Faculteit Bouwkunde,
                                           Technische Universiteit Delft
Mevrouw S. te Pas                          Universitair docent psychologie, Universiteit Utrecht
De heer H. Ponds                           Coördinator kwaliteitszorg NVAO
Mevrouw L. de Rooij                        Student-assistent International Office, Faculteit Bouwkun-
                                           de, Technische Universiteit Delft
De heer R. Rooij                           Universitair docent Faculteit Bouwkunde, Technische Uni-
                                           versiteit Delft
Mevrouw H. Teekens                         Directeur communicatie NufficNetherlands
Mevrouw B. van Vucht Tijssen               Voorzitter Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
De heer G. Westhoff                        Zelfstandig adviseur, voorheen hoogleraar didactiek van
                                           de moderne vreemde talen, Universiteit Utrecht
Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs                                              35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>De heer L. Wetzel                 Student Nederlands Recht, Maastricht University
De heer T. Wubbels                Vice-decaan Faculteit Sociale Wetenschappen; tevens
                                  bestuursvoorzitter Centrum voor Onderwijs en Leren,
                                  Universiteit Utrecht
Mevrouw W. Zwart                  Secretaris ISO (Interstedelijk Studenten Overleg)
Verder is gesproken met:
Rectoren College
Landelijke Commissie Gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs
Panel sectorale adviescolleges HBO-raad
Mevrouw E. Marks                  Algemeen directeur Hogeschool Van Hall Larenstein;
                                  voorzitter Sectoraal Adviescollege Hoger Agrarisch
                                  Onderwijs
Mevrouw W. van der Linden         Directeur HES (Hogeschool van Amsterdam); voorzitter
                                  Sectoraal Adviescollege Hoger Economisch Onderwijs
Mevrouw K. Kleine                 voormalig directeur School of Social Work, Hogeschool
                                  INHOLLAND Rotterdam; lid Sectoraal Adviescollege
                                  Hoger Sociaal-agogisch Onderwijs
Mevrouw G. van der Wal            Afdelingsmanager opleidingen techniek en informatica,
                                  Christelijke Hogeschool Windesheim; voorzitter Sectoraal
                                  Adviescollege Hoger Technisch en Natuurwetenschappe-
                                  lijk Onderwijs
De heer V. Assink                 Hoofd centrale dienst financiële zaken tevens zakelijk
                                  directeur Dansacademie, Codarts Hogeschool voor de
                                  Kunsten, Rotterdam; voorzitter Sectoraal Adviescollege
                                  Kunstonderwijs
Mevrouw J. Kivits                 Beleidsadviseur HBO-raad; secretaris Secto-
                                  raal Adviescollege Hoger Pedagogisch Onderwijs,
                                  mede namens het Sectoraal Adviescollege Hoger
                                  Gezondheidszorgonderwijs
Panel discipline overlegorganen VSNU
De heer E. de Haan                Decaan Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschap-
                                  pen, Universiteit van Amsterdam; voorzitter Discipline
                                  Overlegorgaan Sociale Wetenschappen
De heer P. Brascamp               Directeur en vice-decaan Onderwijsinstituut, Wagenin-
                                  gen University and Research Centre; voorzitter Discipline
                                  Overlegorgaan Landbouwwetenschappen
De heer M. Sarot                  Hoofd departement Religiewetenschap en Theologie,
                                  Universiteit Utrecht voorzitter Discipline Overlegorgaan
                                  Godgeleerdheid
De heer K. van Paridon            Voorzitter capaciteitsgroep Bestuurskunde, Erasmus Uni-
                                  versiteit Rotterdam Voorzitter Discipline Overlegorgaan
                                  Bestuurskunde
36                                                                     Onderwijsraad, oktober 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>Literatuur
Ammon, U. (1998). Ist Deutsch noch internationale Wissenschaftssprache? - English auch für die Leh-
    re und den deutschsprachigen Hochschulen. Berlijn, New York: Walter de Gruyter.
Bot, K. de (2008). Voor Engelstalige masters. Geraadpleegd op 29 september 2011 via http://
    www.rug.nl/kennisdebat/onderwerpen/Meertaligheid/verengelsing/Prof.dr.%20Kees%20
    de%20Bot%20over%20de%20verengelsing%20van%20de%20universiteit.
Coleman, J.A. (2006). English-medium teaching in European Higher Education. Language tea-
    ching,  (1), 1-14.
Draaisma, D. (2009, 7 maart). How do you underbuild that? NRC Handelsblad.
Draaisma, D. (2010). Het verdriet van de kosmopoliet. In A. Oosterhof, J. Roukens & E. Ruijsen-
    daal (eds.), Nederlands in hoger onderwijs en wetenschap? (93-106). Gent: Academia Press.
Dunk, T. von der (2010). De Nederlandse universiteit en haar taal. In A. Oosterhof, J. Roukens &
    E. Ruijsendaal (eds.), Nederlands in hoger onderwijs en wetenschap? (55-60). Gent: Academia
    Press.
EU Languages and Language policy (z.j.). Geraadpleegd op 8 september 2011 via http://ec.europa.
    eu/education/languages/languages-of-europe/index_en.htm.
Europese Commissie (2003). Het leren van talen en de taalverscheidenheid bevorderen: actie-
    plan -. Geraadpleegd op 8 september 2011 via de website van EUR-Lex, http://
    eur-lex.europa.eu/smartapi/cgi/sga_doc?smartapi!celexplus!prod!DocNumber&lg=nl&ty
    pe_doc=COMfinal&an_doc=2003&nu_doc=449.
Gedragscode internationale student hoger onderwijs (2006). http://www.nuffic.nl/nederlandse-
    organisaties/docs/internationaliseringsbeleid/Gedragscode%20internationale%20stu-
    dent%20in%20het%20Nederlandse%20hoger%20onderwijs.pdf.
HBO-raad & MBO Raad (2009). Doorstroom mbo-hbo. Woerden/Den Haag: MBO Raad/HBO-raad.
House, J. (2003). English as a lingua franca: A threat to multilingualism? Journal of Sociolinguis-
    tics,  (4), 556-578.
Klaassen, R.G. (2001). The International University Curriculum. Challenges in English-medium Engi-
    neering Education. Delft: TU Delft.
Leest, B. & Wierda-Boer, H. (2011). Talen in het Hoger Onderwijs. Studie van het IOWO in opdracht
    van de Onderwijsraad. Te raadplegen via www.onderwijsraad.nl
Ljosland, R. (2007). English in Norwegian academia: a step towards diglossia? World Englishes, 
    (4), 395-410.
Ljosland, R. (2011). English as an Academic Lingua Franca: Language policies and multilingual
    practices in a Norwegian university. Journal of Pragmatics,  (4), 991-1004.
Marle, J. van (2010). Dreigt de marginalisering van het Nederlands? . In A. Oosterhof, J. Roukens
    & E. Ruijsendaal (eds.), Nederlands in hoger onderwijs en wetenschap? (37-46). Gent: Acade-
    mia Press.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2008a). Beleidsreactie Onderwijsraadadvies
   “Vreemde talen in het onderwijs”. Brief van Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
    aan Voorzitter van de Tweede Kamer, 19 november 2008. Geraadpleegd op 8 september
    2011 via http://www.onderwijsraad.nl/upload/publicaties/279/documenten/beleidsreactie_
    advies_vreemde_talen.pdf.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2008b). Internationaliseringsagenda - ‘Het
    Grenzeloze Goed’. Geraadpleegd op 8 september 2011 via de website van Rijksoverheid,
    http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2008/11/11/bijla-
    ge-a-internationaliseringsagenda.html.
Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs                                           37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2011a). Actieplan Beter Presteren: opbrengstge-
   richt en ambitieus. Den Haag: Ministerie van OCW.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2011b). Actieplan mbo Focus op vakmanschap
   -. Den Haag: Ministerie van OCW.
Nationaal Bureau Moderne Vreemde Talen (2004). Vreemdetalenonderwijs in Nederland. Ensche-
   de: Na-MVT.
Nuffic (2010a). Internationalisation in the higher education in the Netherlands: key figures. Den
   Haag: Nuffic.
Nuffic (2010b). Mobiliteit in beeld . Den Haag: Nuffic.
Onderwijsraad (2005). Internationaliseringsagenda voor het onderwijs, -. Den Haag:
   Onderwijsraad.
Onderwijsraad (2008). Vreemde talen in het onderwijs. Den Haag: Onderwijsraad.
Onderwijsraad (2011). Naar hogere leerprestaties in het voortgezet onderwijs. Den Haag:
   Onderwijsraad.
Raad Hoger Onderwijs van de Vlaamse Onderwijsraad (2008). Advies over de taalregeling hoger
   onderwijs. Brussel: VLOR.
Smeets, R. (2001). Naar een samenhangend taalbeleid voor het Nederlands vanuit Europees per-
   spectief. Geraadpleegd op 28 september 2011 via http://taalunieversum.org/taalunie/
   advies_inzake_taalbeleid_in_europees_perspectief/01rntleuropa_rapport.pdf.
Vinke, A. & Jochems, W. (1992). Switching from Dutch to English as the medium of instruction. Delft:
   TU Delft.
Wächter, B. & Maiworm, F. (2008). English-taught programmes in European Higher Education. The
   Picture in . Bonn: Lemmens Verlags- und Mediengesellschaft.
Zwarts, F. (2006). Broken English. Geraadpleegd op 8 september 2011 via http://www.rug.nl/
   kennisdebat/onderwerpen/Meertaligheid/verengelsing/Frans_Zwarts.
38                                                                         Onderwijsraad, oktober 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>Bijlage 
Adviesvraag
Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs 39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>40 Onderwijsraad, oktober 2011</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>Weloverwogen gebruik van Engels in het hoger onderwijs 41</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>42 Onderwijsraad, oktober 2011</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>Nassaulaan 6 - 2514 JS Den Haag
www.onderwijsraad.nl
In dit advies staat de vraag centraal hoe overheid, onder-
wijsinstellingen en andere actoren in het onderwijs een
evenwichtig taalbeleid kunnen voeren. Dit beleid dient
de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige Engels-
talige opleidingen te bevorderen. Daarbij is het wel van
belang de positie van het Nederlands als taal van cultuur
en wetenschap te waarborgen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>