<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                          ..         I                                                                   I
                                                                                           ONDERWJS                  raad
Aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap                                       Nassaulaan 6
Mevrouw J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart                                                 2514 JS Den Haag
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag                                                                           Telefoon: 070 310 0000
                                                                                           Fax: 0703561474
                                                                                           secretariaat@onderwijsraad.nl
                                                                                           WWW On derwijs raa d .n I
ens kenmerk                        Coniacipernoon                   Plaits/datum
201 20173/1032                     Drs. A. van der Rest             Den Haag, 29 juni 2012
Uw kenrnerk                        Duo rk a n n u m me,             On de ‘we ‘p
                                                                    Advies Meerdere richtin gee
Mevrouw de Minister,
I-lierbij voldoet de Onderwijsraad aan uw verzoek advies uit te brengen over enkele aanvragen voor de
bekostiging van bijzondere scholen voor voortgezet onderwijs (stichting). De aanvragen gaan niet uit van een
school met één richting, maar van een combinatie van erkende richtingen.
1.          Adviesaanvraag
De voorliggende aanvragen voor de bekostiging van scholen voor voortgezet onderwijs hebben betrekking op
een combinatie van de volgende (erkende) richtingen:
•         algemeen bijzonder + katholiek;
•         algemeen bijzonder + katholiek + protestants-christelijk; en
•         algemeen bijzonder + gereformeerd + vrije school.’
Volgens de adviesaanvraag zijn scholen in deze combinaties niet eerder gesticht, maar komen zi) wel in het
scholenbestand voor, behalve de laatste combinatie. De aanwezige combinaties zijn, aldus de adviesaanvraag,
ontstaan door fusie of door uithreiding van de richting.
De algernene adviesvraag Iuidt als volgi. Hoe is, binnen de vigerende wet- en regelgeving, in het algemeen te
handelen bij dit soort aanvragen? Het verzoek is daarbij in te gaan op de volgende vragen:
•         Ca) Is het mogelijk om een school te stichten met meer dan één richting? Zo ja,
•         (b) Geldt er dan een beperking voor het canto! richtingen dat binnen één nieuw te stichten school
          vertegenwoordigd kan zijn?
•         Cc) Zijn dan alle comb!noties van richtingen mogelijk?
•         Cd) Kunnen dan de belangstellingspercentages die gelden voor elke afzonderlijke richting bi] e!kaar
          worden opgere!d om zo tot de stichtingsnorm te komen?
  De raad gaat ervun nit dat hiermee de antroposofische richting wordt bedoeld.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                                                                                 bNDERWJS                  raad
 Ors ,e,rnen4                        Pagi’a
  201 20173/1 032                    2/6
 2.           Overwegingen van de raad
 2.1.         Voor bekostiging zijn richting en stichtingsnorm voornaamste voorwaarden
 De verlangde rich ring dient erkend te zijn
 Ingevolge artikel 65, eerste lid WVO (Wet op het voortgezet onderwijs) komt een bijzondere school voor
 bekostiging in aanmerking waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze, gelet op de belangstelling
 voor de desbetreffende schoolsoort, de verlangde richting en bet leerlingenverloop, blijkens statistische
 gegevens, onder rneer verstrekt door het (entraal Bureau voor de Statistiek, zal warden bezocht door een per
 schoolsoort vastgelegd aantal leerlingen. Dit aantal, de zogenoemde stichtingsnorm, is in hetzelfde eerste lid van
 artikel 65 WVO wettelijk vastgele
                              d per schoolsoort (praktijkonderwijs, ‘A,o, mayo, havo, vwo).
                              9
 Een verzoek am bekostiging kan slechts gehonoreerd worden als de betrokken school uitgaat van en richting.
 Het begrip richting doelt sinds 1933 exclusief op en godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag die
 zichtbaar is in het maatschappelUk even? Dit moet een zogenoemde erkende richting zijn. Wanneer een school
niet uitgaat van een erkende richting, kan deze niet voor bekostiging in aanmerking komen. Niet erkend is
bijvoorbeeld een school waarbinnen alle stromingen binnen het hindoeIsme zijn vertegenwoordigd      3 of en
school voor interconfessioneel (oecumenisch) onderwijs. 4 Een pedagogisch-didactische stroming zoals jenaplan
of montessori is geen richting, maar behoort tot de inrichting van de school.   5
Ten aanzien van de beoordeling van de richting past de overheid vanouds terughoudendheid. 6 Het is aan het
 bijzonder onderwijs zelf om zijn grondslag nader in te vullen; de overheid heeft daar geen bemoeienis mee.                7 De
statuten zun bepalend voor do richting. 8 Het is niet aan de overheid om in het kader van een bekostigings
aanvraag een eigen oordeel te geven over do godsdienstige of levensbeschouwelijke aard of doelstelling van de
aanvragende rechtspersoon, ook niet als do aanvrager de gestelde richting oneigenlijk zou gebruiken om een
school te stichten. Dit geldt in de opvatting van tie bestuursrechter oak als, zoals in de betrokken casus, de
aanvragende rechtspersoon geen toestemming van de Rooms-Katholieke Kerk had verkregen voor de katholieke
richtingY
‘KB 15 mei 1933, AB 1933, 543; Onderwijsraad (2010), Soeddhisme a/s richting, Den Haag: Onderwijsraad, p.9; Onderwijsraad
(201 2), ArtikeI23 Crondwerin moatschappelijkperspectief, Den Haag: Onderwijsraad, p. 1 1.
   vz. Afdeling geschillen van bestuur van de Raad van State l4juni 1993,194/1.
   Afdeling Bestuursrechrspraak Raad van State (ABRvS) 15 april1999, JO 1999/4; ABRyS 26 juni 2005, UN: AT7964; ABRvS, 22juni
2005, zaaknr. 200402760/1 Zie oak: Noorlander en Zoontjens (2011), Bekostiging van scholen binnen hot regulier primair en
voortgezet onderwijs, School en Wet, apr11 2017, p.7 en 10.
   Boeddhismeolsrichring, p.16. Zie ock uitgebreid over het richtingbegrip: M.T.A.B. Laerners (19991, Schaalkeuzevrijheid,
dissertatie, Ubbergen.
6
   Zie oak Artilcel23 Grondwetin maotschappel,jkperspectief p.5. P.W.A, Huisman, M.A.T,B. Laemers, D. Mentink& PJ.J. Zoontjens
                                                              4
(2011), Vnjheid van sricht,ng, Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, p.39-40; Hoge Raad van 15 februari
1957 inzake Gereformeerde Kerk Hasselt, NJ 1 957, nr. 201.
   Vgl. Onderwijsraad (1996), Rlchtingvrijen richringbepaiend, Den Haag: Onderwijsraad, p.42.
   P.W.A. Huisman (2002). De Samenwerkingsschool. Dissertatie. Den Haag, p.65. A contrario: ABRvS van 3 januari 2007 (UN:
A75487) waar de Afdeling Bestuursrechtspraak onderwijs van een richting die niet in de statuten stand vermeld, niet wilde
bekostigen.
   Zie ABRvS, 1 december 2010, zaaknr. 201 005268/H2.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                          1K
                                                                                            ONDERWJS                 raad
Ons kenmerk                        Pag,na
201 20173/1 032                    3/6
Om re voidoen eon de stichtingsnorm dient de oonvroger voldoende leerlingenpotentleel eon te tonen
Dc aanvrager van de bekostiging moet aantonen dat de te stichten school naar verwachting door voldoende
leerlingen zal worden bezocht en dat die school aldus aan de stichtingsnorm voldoet. Dit kan door indirecte of
directe meting)°
Als in het voedingsgebied van de aangevraagde school en basisschool van dezelfde richting als tie aange
vraagde school aanwezig is, wont de aanvrager de belangstelling voor de gevraagde richting (het leerlingen
potentieel) aan op basis van en inclirecte meting. Bij deze meting dient het bclangstellingspercentage veer tie
verlangde richting in het algemeen te worden onderbouwd door de belangstelling voor die richting in het
basisonderwijs) Leerlingen in hot beoogde voedingsgebied die vallen in het voedingsgebied van en bestaande
school van de verlangde richting, worden voor hot Ieerlingenpotentieel buiten beschouwing gelaten.
De dirette meting is aan de orde als er in het voedingsgebied van de aangevraagde school geen basisschool van
dezelfde richting aanwezig is. In dat geval vindt een onderzoek plaats naar de voorkeur van ãlle ouders in het
voedingsgebied van de aangevraagde school.
2.2.        Dc praktijk kent schoolbesturen en scholen met meerdere richtingen
De praktijk kent schoolbesturen met scholen die ieder een aparte richting hebben, Wet- en regelgeving bieden
de mogelijkheid via institutionele fusie en omzetting te komen tot scholen met meer dan één (erkende) richting.
Zowel in het basis- als in het voortgezet onderwijs bestaan sinds langere tijd scholen met een combinatie van
richtingen en scholen die zich interconfessioneel noemen. Er zijn scholen met eon combinatie van confessionele
en niet-confessionele richtingen, zoals algemeen bijzonder met katholiek en/of protestants-christelijk:
                                                                                         2 Ook is er
een school voor voortgezet onderwijs met de richtingen protestants-christelijk en reformatorisch en een school
voor protestants-christelijk en evangelisch onderwijs.
In het primair onderwijs zijn in de afgelopen periode ten minste zes interconfessionele scholen door stichting tot
stand gekomen. ‘Interconfessioneel’ is geen zelfstandige, erkende richting. Een interconfessionele school wordt
beschouwd als een school bestaande ult de erkende richtingen katholiek en protestants-christelijk. Do Afdeling
Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit meerdere malen uitgesproken. Dc Afdeling Bestuurs
rechtspraak heeft daarbij aangegeven dat, als consequentie daarvan, voor de berekenirig van het leerlingen
potentieel en dus voor de stichtingsnorm tie belangstellingspercentages voor do betrokken richtingen bij elkaar
kunnen worden opgeteld.
                     14
10
   Regeling voorzieningenplanning voortgezet onderwijs met bijlagen, OCW-regeling 11 juli 2008, VO/BenB-2008/26204.
   Do aanname is dat do leerlingen op de bestaande basisscholen van de verlangde richting de overstap naar het voortgezet
onderwijs een school van diezelfde richting zullen kiezen.
‘
   Al in 1985 is de oecumenische jenaplanschool De Molenwijk voor basisonderwijs te Boxtel tot stand gekomen (algemeen
bijzonder/protestants-christelijklkatholiek). Bron: OCW/DUO, ook veer do gegevens in het vervolg van deze paragraaf.
   ABRvS 15apr11 1999: JO 1999/4; ABRvS, 22 juni 2005, zaaknr. 200402760/1.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                                                                                      ONDERWIJS               raad
 On, kenmerk                      Pagina
 20120173/1032                    4/6
 3.          Oordeel van de raad: geen belemmeringen voor een school met meerdere
             richtingen
 In de opvatting van de raad staan wet- en regelgeving honorering van een aanvraag voor de hekostiging van een
 school met meerdere richtingen niet in de weg, voor zover het gaat em erkende richtingen. De bekostigings
 aanvraag dient in ieder geval te voldoen aan de getalsmatige stichtingsnorm van artikel 65, eerste lid, WVO.
 In de rechtspraak is de stichting van een basisschool met meerdere richtingen expliciet toegestaan voor zover het
 de combinatie van katholiek en protestants-christelijk betreft. Dit betekent naar het oordeel van de raad niet dat
een combinatie van andere richtingen niet mogelijk zou zijn. Bij de betrokken uitspraken is geen beperking
gesteld aan soort, combinatie of aantal richtingen. Dit sluit aan op de situatie in de praktijk van het basis- en het
voortgezet onderwijs, die sinds langere tijd bekostigde scholen met een combinatie van verschillende richtingen
 kent. Dit is in de opvatting van de raad bovendien in overeenstemming met de terughoudendheid die de
overheid bij de stichting van scholen op dit punt in beginsel past. De statuten van de aanvrager zijn uitgangspunt
voor de bepaling van de richting; het is niet aan de overheid de statuten op dit onderdeel te toetsen, ook niet in
 her geval de statutaire richting in de praktijk oneigenlijk zou worden opgevoerd “teneinde een school te kunnen
5
stichten’)
De raad acht hier ook de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van 3 januari 2007 van belang.’
                                                                                                     6 In dit
geval bevestigde deze uitspraak bet besluit van de minister de bekostiging te verlagen van een school voor
voortgezet onderwijs op algemeen bijzondere en katholieke grondslag. Een groep leerlingen ontving in de
opvatting van de Afdeling Bestuursrechtspraak onderwijs op een zodanige, zich in het maatschappelijk verkeer
onderscheidende manier dat dit aangemerkt diende te worden als islamitisch onderwijs. De statuten van de
rechtspersoon bevatten evenwel geen basis voor deze vorm van onderwijs, zodat de school hiervoor volgens de
hoogste bestuursrechter geeri bekostiging kon ontvangen. De raad ziet in deze uitspraak een ondersteuning voor
zijn oordeel dat een school met meerdere richtingen mogelijk is en dat de keuze van de richtingen in beginsel ter
beoordeling is van het bevoegd gezag. Blijkbaar zou de Afdeling Restuursrechtspraak geen bezwaar hebben
gehad tegen een school voor voortgezet onderwijs met de richtingen algemeen bijzonder, katholiek en
islamitisch, indien de statuten van de rechtspersoon die Iaatste vorm zouden hebben vermeld. De Afdeling
Bestuursrechtspraak gal geen oordeel over de vraag of de islamitische richting verenigbaar was met de reeds
bestaande, wel in de statuten vermelde richtingen van de school (algemeen bijzonder en katholiek).
De wijze waarop de school recht doet aan de verschillende richtingen, behoort tot de inrichting van de school.
Deze vraag valt bovendien buiten het beoordelingskader van een bekostigingsaanvraag. De raad ziet ook geen
belemmering in artikel 22, tweede lid en onder b WVO. Ingevolge dit artikel dient de school ondubbelzinnig de
richting van het onderwijs in het maatschappelijk verkeer tot uitdrukking te brengen. Deze bepaling heeft ten
doel de publieke duidelijkheid van de oriëntatie van de school te bevorderen, niet om de soort of bet aantal
richtingen van de school te beperken.
De raad komt op grond hiervan tot het oordeel dat de aanvraag voor de bekostiging van een school voor
voortgezet onderwijs met meerdere richtingen in beginsel gehonoreerd zou kunnen worden, vooropgesteld dat
de aanvraag aan de vereiste stichtingsnorm voldoet (vraag a). Indien de statuten van de rechtspersoon die de
aanvraag tot bekostiging heeft gedaan, de (combinatie van) erkende richtingen vermelden, is er ingevolge vaste
is ABRvS 1 december 2010, zaaknr. 201005268/1-12.
16
   ABRvS 3 januari 2007, LJN:AZ5487.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>  .a          •a
    l1
                                                                                    ONDERWIJS                radd
Os kenme’k                      Pagira
201 201 13/1032                 5/6
rechtspraak geen basis voor nadere toetsing van die richtingen. Dit betekent dat er geen grond kan worden
aangenomen voor limitering van de soort en het aantal erkende richtingen dat kan worden gecombineerd (vraag
b en c). Die is er evenmin als er aanleiding zou bestaan voor de gedachte dat de combinatie van erkende
richtingen enkel of hoofdzakelijk dient om een belangstellingspercentage te realiseren dat aan de stichtingsnorm
voldoet en/of als een cornbinatie van richtingen algerneen gesproken niet voor de hand ligt.” 1-lieruit vloeit voort
dat de belangstellingspercentages voor elke afzonderlijke richting bij elkaar kunnen worden opgeteld om tot de
stichtingsnorm te komen (vraag d). Het is aan de aanvrager die belangstelling aan te tonen, Of de indirecte of
directe meting moet worden toegepast, is voor het oordeel of een school meerdere richtingen kan hebben niet
van belang. Als gevolg van de verlangde richtingen kunnen verschillende metingen van toepassing zijn.
4.         Naar een open richtingbegrip en een systeem van richtingvrije planning
De raad wijst ten slotte op zijn advies Artike!23 Grondwetin maatschcippelijkperspectief (2012). In dit advies heeft
de raad een open interpretatie van het richtingbegrip bepleit. Daaruit voortvloeiend heeft de raad een systeem
van richtingvrije planning aanbevolen. In dit systeem is de richting, conform het oorspronkelijke systeem van
scholenstichting, geen factor voor de vraag of een nieuwe school voor bekostiging in aanmerking komt. De
aanvragende partij dient een zodanig draagvlak voor een maatschappelijk gearticuleerde opvatting aan te tonen,
in de vorm van een voldoende aantal ouderverkiaringen, dat aan de stichtingsnorm wordt voldaan, Wie zijn
school wil baseren op een bepaalde overtuiging of een combinatie van overtuigingen, is daartoe vrij. Alleen de
stichtingsnormen gelden en eventueel het wettelijk voorschrift dat de aanvrager voorafgaand aan bekostiging
duidelijk moet maken dat de school zal voldoen aan basale voorwaarden van maatschappelijke integriteit en
onderwijskwaliteit.
De raad heeft in zijn advies over artikel 23 aangegeven dat bij richtingvrije planning, anders dan in het huidige
systeem van indirecte meting, het leerlingenaantal als criterium voor de belangstelling voor een te stichten
school niet enkel een boekhoudkundig gegeven is. Een richtingvrije planning in samenhang met een systeem
van ouderverklaringen zorgt in de opvatting van de raad voor een maatschappelijk realistischer verbinding
tussen de richting van de school (vanuit levensbeschouwelijke of pedagogische visie) en de belangstelling van de
ouders, dan het huidige systeem van indirecte meting dat op reeds bestaande verhoudingen en machtsposities is
gestoeld.
“ABRvS 1 december 2010, zaaknr, 201005268/H2.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                         K!a,
                                                                                      ONDERWJS         raad
Ons kenmerk                      Pagina
20120173/1032                    6/6
Bij wettelijke invoering van een systeem van richtingvrije planning zal geen sprake hoeven te zijn van een
bekostigingsaanvraag voor een school met een combinatie van richtingen zoals in dit onderhavige advies, omdat
dan het begrip erkende richting en daarmee de eventuele combinatie van richtingen geen rol meer spelen. Wat
betreft leerlingenaantal telt alleen het maatschappelijk cJraagvlak voor de school in kwestie.
Met beleefde groet,
                                             /          .‘f       /   —.
                                                               \
Prof. dr. G.T.M. ten Dam                         Drs. A. van der Rest
Voorzitter                                       Sec reta ris
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>