<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap                                 Nassaulaan 6
Mevrouw dr. M. Bussemaker                                                            2514 JS Den Haag
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag                                                                     Telefoon: 070 310 00 00
                                                                                     Fax: 070 356 14 74
                                                                                     secretariaat@onderwijsraad.nl
                                                                                     www.onderwijsraad.nl
Ons kenmerk                        Contactpersoon              Plaats/datum
20130257/1062                                                  Den Haag, 19 december 2013
Uw kenmerk                         Doorkiesnummer              Onderwerp
                                                               Advies Herijking bekwaamheidseisen
Mevrouw de Minister,
U heeft op 20 september jongstleden de Onderwijsraad verzocht om een advies uit te brengen over de herijking
van de bekwaamheidseisen voor leraren in het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroeps-
onderwijs. Het is uw voornemen het huidige Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel te vervangen door
het voorstel zoals ingediend door de Onderwijscoöperatie op 12 april 2013 en deze wijziging met ingang van het
studiejaar 2015-2016 te doen ingaan. De raad gaat er in dit advies van uit dat het voorgenomen besluit zal komen
te luiden zoals beschreven in het voorstel van de Onderwijscoöperatie. Hij heeft althans geen aanleiding om aan
te nemen dat u voornemens bent deze nog (ingrijpend) te herformuleren.
U heeft de raad in het bijzonder verzocht zijn oordeel uit te spreken over de volgende twee vragen:
1) Draagt het voorstel bij aan de verhoging van de beroepsstandaard zoals de raad die bepleit in zijn advies
      Kiezen voor kwalitatief sterke leraren (januari 2013)?
2) Zijn de voorgestelde bekwaamheidseisen adequaat als uitgangspunt voor het inrichten van het curriculum
      van de lerarenopleiding en het richting geven aan verdergaande professionalisering?
Voorts heeft u de raad verzocht zijn opvatting te geven over de volgende twee punten:
3) Opleiders van leraren vinden dat de bekwaamheidseisen mogelijk te veel zijn gericht op ‘‘het leraar zijn in de
      klas’’ en te weinig op ‘‘Bildung’’.
4) Anders dan de PO-Raad en de VO-Raad, steunt de MBO Raad het voorstel niet. Volgens laatstgenoemde
      biedt deze set onvoldoende garanties dat leraren ook daadwerkelijk goed genoeg worden voorbereid op
      lesgeven in het middelbaar beroepsonderwijs.
De raad komt in dit advies tot de conclusie dat het voorstel op twee punten tekortschiet: de motivering van de
voorgestelde bekwaamheidseisen is ontoereikend (paragraaf 2) en de inhoudelijke invulling van de bekwaam-
heidseisen is onvolledig (paragraaf 3). Verder meent de raad dat het bekwaamheidsonderhoud nadere aandacht
vergt (paragraaf 4). Ten slotte geeft hij nog een overweging aangaande de door hem geadviseerde algehele
verhoging van het niveau van leraren (paragraaf 5). De raad zal deze punten achtereenvolgens bespreken, nadat
hij een korte schets van de huidige bekwaamheidseisen en van de hoofdlijnen van het voorstel gegeven heeft
(paragraaf 1).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Ons kenmerk                         Pagina
20130257/1062                       2/9
1           Schets van de huidige en de voorgestelde bekwaamheidseisen
Doel van de Wet BIO: kwaliteit, professionaliteit en onderhoud daarvan waarborgen
De grondslag voor het vaststellen van de bekwaamheidseisen is gelegen in de artikelen 32a WPO (Wet op het
primair onderwijs), 32a WEC (Wet op de expertisecentra), 36 WVO (Wet op het voortgezet onderwijs) en 4.2.3 WEB
(Wet educatie en beroepsonderwijs), zoals gewijzigd in de Wet BIO (Wet op de beroepen in het onderwijs).1 De
Wet BIO is op 1 augustus 2006 in werking getreden en regelt de vaststelling van de bekwaamheidseisen en de
plicht voor schoolbesturen om hun personeel in de gelegenheid te stellen hun bekwaamheid te onderhouden
gedurende hun loopbaan. Deze twee componenten kunnen worden gezien als de pijlers waarop de Wet BIO
steunt. De Wet BIO beoogt hiermee de randvoorwaarden te creëren waar binnen scholen kwalitatief hoog-
waardig onderwijs kunnen (blijven) verzorgen. Zelfregulering is daarbij een belangrijk uitgangspunt. Dit houdt
concreet in dat het onderwijsveld zelf verantwoordelijk is voor het bekwaamheidsonderhoud en de vastlegging
van bekwaamheid in bekwaamheidsdossiers. De bekwaamheidseisen voor leraren en ander onderwijspersoneel
dat direct bij het primaire proces betrokken is (schoolleiders, onderwijsondersteunend personeel), zijn vast-
gelegd in een AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur); voor de leraren het Besluit bekwaamheidseisen
onderwijspersoneel.
Het vaststellen van bekwaamheidseisen heeft volgens de memorie van toelichting bij de Wet BIO twee functies.
Ten eerste zijn ze richtinggevend voor het curriculum van de lerarenopleidingen, omdat deze op grond van
artikel 7.6, eerste lid, van de WHW (Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek) ervoor moeten
zorgen dat leraren voldoen aan de geldende bekwaamheidseisen. Deze opleidingen moeten de studenten in
staat stellen zich de bekwaamheidseisen eigen te maken en ze moeten deze ook toetsen, teneinde de start-
bekwaamheid van de leraar te waarborgen.
Ten tweede wordt met de bekwaamheidseisen beoogd een samenhangende kwalificatiestructuur voor het
beroep van leraar te bieden. De memorie van toelichting meldt hieromtrent het volgende: ‘‘Met het geheel van
bekwaamheidseisen die, uitgaand van brede kerncompetenties waar mogelijk, en verbijzonderingen waar
gewenst, in termen van competenties worden geformuleerd voor de verschillende werkzaamheden in de PO-,
VO- en BVE-sector, komt een samenhangende kwalificatiestructuur tot stand.’’2 De intentie is hiermee een
belangrijke impuls aan (de borging van) de beroepskwaliteit van beginnende leraren te geven.
Adviezen over de huidige bekwaamheidseisen onderwijspersoneel
In 2005 hebben de Onderwijsraad en de Raad van State beide een advies uitgebracht over het Ontwerpbesluit
van de huidige bekwaamheidseisen onderwijspersoneel. Volgens de Raad van State was het de vraag of de
bekwaamheidseisen konden “fungeren als regels die naleefbaar, controleerbaar en handhaafbaar zijn”.3 Voorts
adviseerde de Raad van State om de bekwaamheidseisen, die feitelijk minimumeisen zijn, concreet en nauw-
keurig te formuleren en te beperken tot vaardigheden die nodig zijn om het beroep van leraar adequaat te
kunnen uitoefenen.
1
  Stb. 2004, nr. 344.
2
  Memorie van toelichting bij wetswijzigingen in verband met Wet op de beroepen in het onderwijs (2001). Kamerstukken II, 2001/02,
28 088, 3; p.7.
3
  Raad van State (2005). Advies n.a.v. Ontwerpbesluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel. Bijvoegsel Staatscourant 11 oktober
2005, nr. 197.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Ons kenmerk                         Pagina
20130257/1062                       3/9
De Onderwijsraad heeft in zijn toenmalige advies gepleit voor voldoende concrete bekwaamheidseisen die
richting geven aan de lerarenopleiding, en deed tevens de aanbeveling een niveau-aanduiding vast te leggen in
de bekwaamheidseisen.4 Daarnaast was een van de belangrijke aandachtspunten uit het advies van de
Onderwijsraad het belang van de herkenbaarheid van de bekwaamheidseisen voor de verschillende sectoren,
meer specifiek het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) en het middelbaar beroepsonderwijs.
Het ging hier om een balans tussen, aan de ene kant, een eenduidige visie op de eisen, zodat doorstroming
binnen de beroepsgroep leraren in de onderscheiden onderwijssectoren mogelijk is; en, aan de andere kant,
voldoende (h)erkenning voor de eigenheid van de verschillende onderwijssectoren en de specifieke kennis en
vaardigheden die leraren daarvoor nodig hebben.
Een evaluatie van de huidige bekwaamheidseisen is uitgevoerd door het LPBO (Landelijk Platform Beroepen in
het Onderwijs).5 Het LPBO komt tot de conclusie dat de huidige bekwaamheidseisen vooral een kaderstellende
functie hebben en dat ze onvoldoende richtinggevend zijn voor het curriculum en de toetsing door de
lerarenopleidingen. Deze uitspraak is bevestigd in de evaluatie van de Wet BIO door Ecorys.6 De huidige
bekwaamheidseisen geven op hoofdlijnen aan wat een leraar moet kennen en kunnen. Om richtinggevend te zijn
voor een lerarenopleiding is een zekere mate van concreetheid nodig. In de huidige set van bekwaamheidseisen
blijkt deze concreetheid onvoldoende; voordat men kan werken of toetsen met de bestaande eisen, moet een
aantal vertaalslagen worden gemaakt.7 Het LPBO besteedt in zijn evaluatie ook aandacht aan de niveau-
aanduiding en stelt dat generieke niveau-aanduiding ‘‘de richtinggevendheid van de bekwaamheidseisen
begrenst’’8 en dat de beschrijving nauwelijks ingaat op de vereiste vakinhoudelijke bekwaamheid. Het LPBO
adviseert dan ook om de bekwaamheidseisen naar niveau te onderscheiden en wat dit betreft meer samenhang
te creëren met de Dublindescriptoren en de kennisbases (zoals ontwikkeld door de lerarenopleidingen).9
Schets van de thans voorgestelde bekwaamheidseisen
In de voorgestelde set bekwaamheidseisen zijn de huidige zeven competenties teruggebracht tot drie be-
kwaamheidseisen. Bij de voorgestelde herijking zijn de eisen die rechtstreeks te maken hebben met het leren van
leerlingen centraal komen te staan: de vakinhoudelijke, de vakdidactische en de pedagogische bekwaamheid. In
deze drie bekwaamheidseisen worden enkele aspecten van samenwerking, reflectie en ontwikkeling genoemd.
Het professionele karakter van het werk en het belang van de meer algemene aspecten van professionele be-
kwaamheid zoals: samenwerking met andere professionals in en buiten de school; het onderdeel zijn van de
professionele gemeenschap; communicatie met ouders; en een onderzoekende, resultaat- en ontwikkelings-
gerichte houding, komen alleen in de toelichting aan de orde. Deze algemene basis wordt volgens de coöperatie
mede gewaarborgd door de algemene kwaliteitseisen die aan hbo- en wo-opleidingen (hoger beroepsonderwijs
en wetenschappelijk onderwijs) worden gesteld. Die dienen tevens als referentiekader voor het normeren van
bekwaamheid op twee niveaus, namelijk de leraar op bachelor- en op masterniveau, aldus de Onderwijs-
coöperatie in de Verantwoording herijking.10
4
  Onderwijsraad (2005). Briefadvies bekwaamheidseisen onderwijspersoneel. Geraadpleegd op 17 december 2013 via
http://www.onderwijsraad.nl/upload/publicaties/366/documenten/briefadvies_amvb_onderwijspersoneel.pdf.
5
  Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs (2010). Bekwaamheidseisen in de lerarenopleiding. Referentiekader voor curriculum
en toetsing. Utrecht, LPBO.
6
  Ecorys (2011). Evaluatie Wet op de Beroepen in de het Onderwijs. Rotterdam: Ecorys.
7
  De Onderwijsraad (2005) en de Raad van State (2005) brachten dit naar voren, ook het LPBO (2010) en Ecorys (2011) maken
hierover kritische kanttekeningen.
8
  Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs, 2010; p.35.
9
  Ibidem, p.36.
10
   Onderwijscoöperatie (z.j.). Verantwoording herijking. Geraadpleegd op 17 december 2013 via
http://www.bekwaamheidsdossier.nl/cms/bijlagen/Verantwoording_herijking_120423.pdf.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Ons kenmerk                         Pagina
20130257/1062                       4/9
Volgens diezelfde verantwoording is het voornemen bij de herijking van de bekwaamheidseisen geweest om de
eisen waar nodig meer concreet en specifiek onder woorden te brengen, waardoor de bekwaamheidseisen beter
toetsbaar zullen zijn. Wel wijst de Onderwijscoöperatie erop dat de wijze waarop getoetst kan worden of iemand
voldoet aan de bekwaamheidseisen, context-specifiek moet worden uitgewerkt. Dat ziet de coöperatie als de
verantwoordelijkheid van de opleiding of van de school.
De Onderwijsraad heeft het onderhavige voorstel beoordeeld tegen de achtergrond van de doelstelling van de
Wet BIO en het daarop gebaseerde Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel, de eertijds geuite kritiek op
de huidige bekwaamheidseisen, en de evaluaties van het huidige Besluit bekwaamheidseisen onderwijs-
personeel en van de Wet BIO. Voorts heeft de raad overwogen dat in het algemeen eenvoud, duidelijkheid en be-
stendigheid van regelgeving nagestreefd dienen te worden.11 Op grond daarvan komt hij tot de volgende con-
clusies.
2           Het voorstel is ontoereikend gemotiveerd
In de Wet BIO is, zoals gezegd, de grondslag gelegd voor het vaststellen van de bekwaamheidseisen voor leraren,
namelijk door in de sectorale wetten daartoe strekkende bepalingen op te nemen, respectievelijk de artikelen 32a
WPO, 32a WEC, 36 WVO en 4.2.3 WEB. Hierna zal de raad steeds de bepalingen uit de WPO aanhalen als
voorbeeld, maar daarmee zijn tevens de overeenkomstige bepalingen uit de WEC, WVO en WEB bedoeld. De
bekwaamheidseisen dienen, volgens artikel 32a WPO, gericht te zijn op het ‘‘handelen in het onderwijsleerproces,
het algemeen professioneel handelen en het werken binnen een onderwijsorganisatie. Zij omvatten in elke geval
eisen ten aanzien van; a. pedagogisch-didactische kennis, inzicht en vaardigheden, en b. vakbekwaamheid.’’
Noodzaak tot volledige herziening niet aangetoond
De bekwaamheidseisen zijn niet statisch, maar dienen aan te sluiten bij ontwikkelingen in het onderwijs en in de
samenleving. Daarom is in artikel 32a, lid 6, WPO voorzien in een reguliere ‘check’ van eens in de zes jaar of de
eisen nog up-to-date zijn. Bij invoering van de Wet BIO was, volgens de memorie van toelichting, de verwachting
dat niet elke zes jaren een geheel nieuwe set van eisen nodig zou zijn, maar dat wellicht met een aanpassing op
onderdelen zou kunnen worden volstaan.12 Hierbij dient ook te worden bedacht dat doorwerking van regel-
geving in de praktijk tijd vergt. Met het oog hierop is het belangrijk regelgeving niet te snel te wijzigen.
Gezien deze achtergrond en het uitgangspunt van bestendigheid van regelgeving, is de raad van mening dat in
de toelichting bij het voorstel ten onrechte niet wordt ingegaan op de redenen die tot de voorgestelde her-
ziening van de bekwaamheidseisen hebben geleid. In de Verantwoording herijking, die op de website van de
Onderwijscoöperatie te vinden is, maar die geen deel uitmaakt van het voorstel, is wel een aanzet daartoe
gegeven. Gezien het ingrijpende karakter van de voorgestelde wijzigingen voor alle betrokkenen acht de raad
het noodzakelijk dat voor de herziening een dragende motivering wordt gegeven.
Daarbij dient volgens de raad met name aandacht te worden besteed aan de volgende aspecten, die overigens
niet uitputtend bedoeld zijn.
     Is overtuigend gebleken dat de huidige bekwaamheidseisen niet voldoen en zo ja, op welke wijze en in
      welke mate schieten deze eisen dan --- kennelijk --- tekort?
11
   Aanwijzingen voor de Regelgeving. Aanwijzing 10. Geraadpleegd op 17 december 2013 via
http://wetten.overheid.nl/BWBR0005730/Hoofdstuk2/21/Aanwijzing10/geldigheidsdatum_17-12-2013.
12
   Memorie van toelichting bij wetswijzigingen in verband met Wet op de beroepen in het onderwijs (2001).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Ons kenmerk                      Pagina
20130257/1062                    5/9
     Maakt dit --- kennelijk --- tekortschieten een totale vervanging van de huidige bekwaamheidseisen
      noodzakelijk (noodzakelijkheid)?
     Zou kunnen worden volstaan met een minder ingrijpende wijziging (proportionaliteit en subsidiariteit)?
     Worden met de voorgestelde bekwaamheidseisen de --- kennelijk --- bestaande bezwaren aan de huidige
      bekwaamheidseisen afdoende afgewend (effectiviteit)?
Betere resultaten van voorgestelde bekwaamheidseisen niet aannemelijk gemaakt
De Verantwoording herijking vermeldt dat als vertrekpunt voor de voorgestelde herijking de kritische kant-
tekeningen van de Raad van State en de Onderwijsraad bij de huidige bekwaamheidseisen en de evaluaties van
de doorwerking van de huidige bekwaamheidseisen en de Wet BIO zijn gehanteerd. Daarbij wordt echter niet
expliciet aangegeven welke kritiekpunten en uitkomsten van de evaluaties in het bijzonder zijn betrokken bij de
vormgeving van de voorgestelde bekwaamheidseisen, hoe aan de kritiekpunten tegemoet is gekomen en op
grond waarvan en in hoeverre is aan te nemen dat de voorgestelde bekwaamheidseisen tot betere resultaten in
de praktijk zullen leiden.
In dit kader vraagt de raad in het bijzonder aandacht voor de eisen van eenduidigheid, concreetheid en toets-
baarheid, waaraan in de huidige eisen volgens de kritiek niet is voldaan. Het is de raad niet op voorhand duidelijk
dat de voorgestelde bekwaamheidseisen wat betreft deze drie eisen te verkiezen zijn boven de huidige. De raad
mist in het voorstel een onderbouwing hieromtrent.
Niet voorzien in bekwaamheidseisen voor werkzaamheden van leidinggevende en ondersteunende aard
Volgens artikel 32a, tweede en derde lid, van de WPO worden er ook bekwaamheidseisen vastgesteld voor
werkzaamheden van leidinggevende aard die nauw verband houden met het pedagogisch-didactisch klimaat op
de school of die onderwijskundige leiding omvatten (lid 2), en voor onderwijsondersteunende werkzaamheden
die rechtstreeks verband houden met het onderwijsleerproces (lid 3). De raad merkt op dat in het voorstel hier-
omtrent geen bekwaamheidseisen zijn opgenomen. Hij adviseert dit alsnog te doen, omdat de kwaliteit van deze
werkzaamheden medebepalend is voor de eindkwaliteit die uiteindelijk in het onderwijs verwezenlijkt kan
worden.
3           Het voorstel is inhoudelijk niet compleet
In deze paragraaf gaat de raad in op de inhoud van de nieuwe bekwaamheidseisen, tegen de achtergrond van de
functies daarvan. De raad vindt de bekwaamheidseisen onvoldoende richtinggevend voor de lerarenopleiding
(vraag 2 van de minister), omdat zij op drie punten onvolledig zijn. Ten eerste zijn er geen niveau-aanduidingen
opgenomen in de bekwaamheidseisen. Ten tweede zijn de algemene aspecten van de professionele bekwaam-
heid alleen in de toelichting opgenomen. En ten derde maken de bekwaamheidseisen onvoldoende onderscheid
tussen verschillende sectoren. Gelet op deze kritiek komt de raad tot drie aanbevelingen.
Neem niveau-aanduiding op in de bekwaamheidseisen
Het voorstel definieert de vakinhoudelijke bekwaamheid zo dat de leraar ‘‘de inhoud van zijn onderwijs beheerst’’
en dat hij ‘‘boven de leerstof’’ kan staan. Daarmee wordt volgens de raad onvoldoende richting gegeven voor de
breedte en diepte van het curriculum, terwijl bekwaamheidseisen inzicht dienen te geven in het (minimum)-
niveau van de te beheersen kennis, vaardigheden en competenties. Voor de eerstegraads lerarenopleiding is niet
het (huidige) schoolvak, maar de wetenschappelijke vakdiscipline de toetssteen voor de vakinhoudelijke bagage
van de leraar. Deze moet in staat zijn om vanuit (de ontwikkelingen in) zijn vakgebied bij te dragen aan het
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Ons kenmerk                         Pagina
20130257/1062                       6/9
curriculum en de curriculumvernieuwing, en zo leerlingen voor te bereiden op het hoger onderwijs. Ook voor de
leraar basisonderwijs, de leraar voortgezet onderwijs en de leraar (voorbereidend) beroepsonderwijs geldt dat hij
een zodanige vakbekwaamheid bezit, dat hij in staat geacht kan worden om zowel de inhoud van het
(bestaande) onderwijs te beheersen als bij te dragen aan de inhoudelijke vernieuwing ervan. De door de hbo-
lerarenopleidingen ontwikkelde kennisbases trachten hierin te voorzien. De raad vindt het echter van belang
voor de borging van de kwaliteit van de lerarenopleiding en de kwaliteit van het onderwijs dat de
bekwaamheidseisen zelf ook concreet een niveau-aanduiding geven. Door deze eisen vast te leggen, kan beter
worden bepaald of lerarenopleidingen leraren opleiden volgens deze normen en of schoolbesturen leraren
aanstellen die voldoen aan die normen.
In de Verantwoording herijking is hieromtrent opgemerkt dat de Dublin-descriptoren in het voorstel zijn ver-
disconteerd door daar in het voorwoord en de toelichting expliciet naar te verwijzen, maar dat verder kan worden
volstaan met referentiekaders in algemene termen. De raad deelt deze mening niet.
De AMvB kent geen voorwoord en verder wordt in de toelichting slechts in een noot verwezen naar de Dublin-
descriptoren en naar het Europees kwalificatiekader (niveaus 6 en 7).13 Het LPBO heeft in zijn evaluatie al
aanbevolen de Dublin-descriptoren en de bekwaamheidseisen (en de kennisbases) meer met elkaar in
samenhang te brengen.14 Genoemde descriptoren vormen het referentiepunt voor de drie eindniveaus van de
bachelor-, master- en doctorcyclus. Voor de lerarenopleiding gaat het om de eindniveaus van de bachelor-
opleiding (pabo en tweedegraads lerarenopleiding) en masteropleiding (eerstegraads lerarenopleiding). In het
Europees kwalificatiekader zijn dit respectievelijk de niveaus 6 en 7. Op basis hiervan beoordeelt de NVAO
(Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie) de kwaliteit van de opleiding. Zowel de descriptoren als het
Europees kwalificatiekader zijn echter geen formeel onderdeel van de eisen waaraan leraren en leraren-
opleidingen moeten voldoen. Daarom acht de raad het raadzaam om het niveau zelf expliciet in de bekwaam-
heidseisen op te nemen.
Neem eisen omtrent algemeen professioneel handelen op in de bekwaamheidseisen
De eisen met betrekking tot de meer algemene aspecten van professioneel handelen zijn niet in de bekwaam-
heidseisen, maar enkel in de toelichting opgenomen. De raad is van mening dat ook deze algemene aspecten van
professioneel handelen een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van het leraar-zijn in het primair en voortgezet
onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Temeer daar het algemeen professioneel handelen in artikel 32a,
vierde lid, WPO ook uitdrukkelijk is genoemd als onderdeel van handelen waarop de bekwaamheidseisen gericht
zijn, adviseert de raad het algemeen professioneel handelen in de bekwaamheidseisen zelf op te nemen. Door
deze algemene aspecten van professioneel handelen op te nemen in de AMvB komt er tevens minder eenzijdige
nadruk te liggen op ‘het leraar zijn in de klas’ zoals genoemd door de opleiders van leraren. Daarnaast acht de
raad het raadzaam om in de bekwaamheidseisen expliciet te verwijzen naar functies van het leraarschap zoals
cultuuroverdracht, socialisatie en burgerschap, om zo de nadruk op vakinhoud meer in evenwicht te brengen
met ‘Bildung’ (vraag 3 van minister).
Doe meer recht aan de verschillen tussen het algemeen voortgezet en het beroepsgericht onderwijs
Er is een gemeenschappelijke basis van bekwaamheden waarover elke leraar dient te beschikken. Toch zijn er ook
verschillen tussen sectoren. Dit punt is door de verschillende partijen ten aanzien van de huidige
13
   Onderwijscoöperatie, z.j.; noot 4.
14
   Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs, 2010; p.33 en 35.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Ons kenmerk                       Pagina
20130257/1062                     7/9
bekwaamheidseisen reeds te berde gebracht. Door niveau-aanduidingen in de bekwaamheidseisen op te nemen,
wordt een deel van de verschillen zichtbaar, maar daarmee is het onderscheid naar het oordeel van de raad niet
afdoende weergegeven. De uitwerking van of indicatoren bij de verschillende bekwaamheidseisen kunnen
gebruikt worden om recht te doen aan de verschillen in context.15
In de voorgestelde uitwerking van de bekwaamheidseisen wordt onderscheid gemaakt tussen de eisen voor:
     de leraar primair onderwijs;
     de leraar voortgezet onderwijs en de docent bve (beroepsonderwijs en volwasseneneducatie); en
     de leraar voorbereidend hoger onderwijs.
Op sommige plaatsen is speciale aandacht besteed aan de betekenis van de bekwaamheidseisen in de context
van het beroepsgerichte onderwijs. Deze uitwerkingen zijn echter niet duidelijk herkenbaar (vraag 4 van de
minister), terwijl dit volgens de raad wel belangrijk is. Het lesgeven in het havo en vwo is wezenlijk anders dan het
lesgeven in het (voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs. Bovendien komen niet alle verschillen even
duidelijk naar voren in de voorgestelde set van bekwaamheidseisen. Van de leraar (voorbereidend) middelbaar
beroepsonderwijs wordt bijvoorbeeld niet alleen gevraagd dat hij de lesstof beheerst, maar ook dat hij de
ontwikkelingen op het vakgebied en/of in het bedrijfsleven volgt en deze op aansprekende wijze kan verwerken
in het onderwijs. Een ander punt dat meer aandacht verdient in de voorgestelde bekwaamheidseisen is het
ontwikkelen van een beroepsidentiteit. Een leraar in het (voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs moet een
rolmodel kunnen zijn en leerlingen kunnen aanspreken op de gebruikelijke cultuur en het gebruikelijke arbeids-
ethos in het bedrijfsleven. Ook het kunnen begeleiden van de beroepspraktijkvorming moet in de bekwaam-
heidseisen aan de orde komen. Een laatste voorbeeld van een aspect dat niet mag ontbreken, is de vak-
didactische bekwaamheid om de inhoud van kwalificatiedossiers te kunnen vertalen naar lessen en opdrachten
voor leerlingen.
De raad adviseert de uitwerking voor de leraar beroepsonderwijs compleet te maken en te onderscheiden van de
leraar voortgezet onderwijs. Op die manier zijn de eisen aan de leraar duidelijker herkenbaar. De tweedegraads
lerarenopleiding kent twee afstudeerrichtingen (algemeen vormend onderwijs en beroepsgericht onderwijs). Dit
zou weerspiegeld moeten worden in de uitwerking van de bekwaamheidseisen. Voor beide afstudeerrichtingen
dienen de bekwaamheidseisen immers richtinggevend te zijn.
4           Onderhoud bekwaamheid en verhoging beroepsstandaard nog onvoldoende gewaarborgd
De invoering van de Wet BIO was niet alleen bedoeld voor de kwaliteitswaarborging van beginnende leraren,
maar ook om de blijvende bekwaamheid van zittende leraren te garanderen. Daarom voorziet de Wet BIO niet
alleen in de invoering van de bekwaamheidseisen, maar ook in een verplichting ten aanzien van het
bekwaamheidsonderhoud. Deze onderhoudsplicht is essentieel voor het waarborgen van de kwaliteit van zittend
personeel.
Meer recent is bij overheid en sectororganisaties aandacht gekomen voor het verhogen van de beroeps-
standaard. De Onderwijsraad zelf hecht daar ook aan, zoals te lezen is in zijn advies Kiezen voor kwalitatief sterke
leraren.16 Hieronder gaat de raad in op de vraag of het onderhavige voorstel kan bijdragen aan de bevordering
van het bekwaamheidsonderhoud en de kwaliteitsverbetering.
15
   Onderwijsraad (2011). Goed opgeleide leraren voor het (voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs. Den Haag: Onderwijsraad.
16
   Onderwijsraad (2013). Kiezen voor kwalitatief sterke leraren. Den Haag: Onderwijsraad.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Ons kenmerk                          Pagina
20130257/1062                        8/9
Sluit voor bekwaamheidsontwikkeling aan bij het lerarenregister
Vooralsnog hebben de Wet BIO en het huidige Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel maar in beperkte
mate bijgedragen aan het tot stand brengen van systematisch en gestructureerd bekwaamheidsonderhoud van
leraren, zo blijkt uit de evaluatie van Ecorys.17 Enerzijds kan weliswaar geconstateerd worden dat de bekwaam-
heidseisen op veel scholen een impuls hebben gegeven aan het personeelsbeleid, vooral door de gesprekken-
cyclus beter te structureren op basis van de bekwaamheidseisen, maar anderzijds bestaat veelal geen
inhoudelijke relatie tussen de functioneringsgesprekken, het persoonlijk ontwikkelingsplan en de verdere
bekwaamheidsontwikkeling. De meeste scholen gebruiken de bekwaamheidseisen nog niet als referentiekader
voor de bekwaamheid van hun leraren en onderhouden geen bekwaamheidsdossier, zoals voorgeschreven in
artikel 32b WPO. In die zin gaan zij (te) vrijblijvend om met de bekwaamheidseisen. Deze fungeren daarmee strikt
genomen in de praktijk nauwelijks als formele beroepsvereisten, zo blijkt uit de evaluatie van het LPBO.18 De raad
concludeert hieruit dat de huidige bekwaamheidseisen nog slechts een beperkte rol spelen in het borgen van de
kwaliteit van zittende leraren.
De Onderwijscoöperatie is thans bezig een lerarenregister te ontwikkelen om daarmee een impuls te geven aan
de verdere professionalisering van leraren. Als het gaat om bekwaamheidsonderhoud kan bij deze ontwikkeling
van het lerarenregister worden aangesloten, in die zin dat in het lerarenregister kan worden vastgelegd waaruit
het onderhoud van de bekwaamheid, in de vorm van bij- en nascholing, heeft bestaan. Behalve dat een integraal
personeelsbeleid gericht op het versterken van de bekwaamheid van de leraren essentieel is voor de
onderwijskwaliteit, kan dit ook bijdragen aan de aantrekkelijkheid en de status van het beroep.
Het belang van een publiekrechtelijk lerarenregister
Wat betreft de kwaliteitsslag die u met de staatssecretaris beoogt te maken in het onderwijs19, merkt de raad op
dat hij met u van mening is dat de kwaliteit van de leraar hierin cruciaal is. Ook hiervoor zijn het onderhoud van
de bekwaamheid en de verdere professionalisering van leraren belangrijke instrumenten. De functie van de
bekwaamheidseisen voor het verhogen van de beroepsstandaard is erin gelegen dat niet alleen nieuwe leraren,
maar ook zittende leraren een eigentijds referentiekader hebben voor het onderhouden van de bekwaamheid.
De hiervoor gemaakte opmerkingen van de raad inzake het (onvoldoende) richtinggevende karakter van de
nieuwe bekwaamheidseisen is ook op deze functie van toepassing (vraag 1 van de minister). Voor de profes-
sionalisering die verder reikt dan het minimumniveau zijn de bekwaamheidseisen echter van beperkt belang,
omdat deze aangeven wat leraren ten minste moeten kennen en kunnen. Ze kunnen dus per definitie on-
voldoende richting geven aan verdere professionalisering.
Dit laat onverlet dat de recentelijk gemaakte afspraken20 ten aanzien van professionalisering tijdens de loopbaan
en het lerarenregister een belangrijke eerste stap zijn. De raad herhaalt in deze context echter zijn advies om te
kiezen voor een publiekrechtelijk lerarenregister:21 op die manier kan de grondwettelijke zorg van de overheid
voor de bekwaamheid van de leraar beter worden bewaakt. Wanneer een leraar niet of onvoldoende voldoet aan
de eisen voor bij- en nascholing, verliest hij zijn bekwaamheid en dus zijn bevoegdheid tot lesgeven.
17
   Ecorys, 2011.
18
   Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs, 2010.
19
   Actieplan primair onderwijs: Basis voor presteren (2011); Actieplan voortgezet onderwijs: Beter presteren, opbrengstgericht en
ambitieus (2011); Actieplan beroepsonderwijs: Focus op vakmanschap (2011).
20
   De lerarenagenda 2013-2020: de leraar maakt het verschil en de afspraken in het Nationaal Onderwijsakkoord (2013).
21
   Onderwijsraad, 2013.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Ons kenmerk                     Pagina
20130257/1062                   9/9
5           Niveauverhoging wenselijk
Vanwege de grondwettelijke taak van de overheid voor de bekwaamheid van de leraar en de kwaliteit van het
onderwijs in het algemeen, ziet de Onderwijsraad de kwaliteitsslag die u en de staatssecretaris in het onderwijs
en in de bekwaamheid van de leraar willen maken als een belangrijk gegeven. Niet alleen voor de vakinhoud,
maar ook voor de vakdidactische en pedagogische kennis en vaardigheid is een niveau-aanduiding van belang.
Deze zoekt de raad vooral in het werk- en denkniveau van de leraar en zijn leervaardigheden. De herijking van de
bekwaamheidseisen voor leraren in het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs
kan worden aangegrepen om het huidige niveau van de scholing vast te leggen.
Daarnaast wil de raad aandacht vragen voor de discussie die nu in de politiek en het veld gaande is over de
gewenste verhoging van de eisen aan het niveau van leraren voor het onderwijs in de toekomst. In Kiezen voor
kwalitatief sterke leraren (2013) heeft de raad geadviseerd de master als standaard te hanteren voor alle nieuwe
havo- en vwo-leraren en de leraren in de algemene vakken in het vmbo en mbo, in samenhang met een ver-
plichte na- en bijscholing en een lerarenregister. Hieruit volgt dat ook de set bekwaamheidseisen voor de leraar
voortgezet onderwijs op masterniveau gedefinieerd zou moeten worden. Als u en de staatssecretaris deze stap in
de nabije toekomst inderdaad willen gaan maken, hetgeen de raad u ten sterkste aanbeveelt, dan verdient het de
voorkeur deze twee processen (herijking van de bekwaamheidseisen en verhoging van de eisen aan het niveau
van leraren) te combineren.
Met beleefde groet,
Prof. dr. G.T.M. ten Dam                         Drs. A. van der Rest
Voorzitter                                       Secretaris
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>