<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Aan de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media                                                Prins Willem Alexanderhof 20
De heer drs. A. Slob                                                                                        2595 BE Den Haag
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag                                                                                            Telefoon: 070 310 00 00
                                                                                                            Fax: 070 356 14 74
                                                                                                            secretariaat@onderwijsraad.nl
                                                                                                            www.onderwijsraad.nl
Ons kenmerk                            Contactpersoon                        Plaats/datum
20180285/1142                                                                Den Haag, 13 december 2018
Uw kenmerk                             Doorkiesnummer                        Onderwerp
                                                                             Advies Curriculumvernieuwing
Mijnheer de Minister,
Na een uitvoerig voortraject buigen leraren, schoolleiders en scholen zich momenteel onder de naam
Curriculum.nu over de vraag wat leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs moeten kennen en kunnen.
In deze zogenoemde ontwikkelfase van de curriculumherziening ontwikkelen zij in teams bouwstenen voor
negen leergebieden. Deze ontwikkelteams hebben de opdracht te bepalen wat tot de kern van het curriculum
behoort: de visie op het leergebied, de grote opdrachten van het leergebied, en de kennis en vaardigheden die
leerlingen nodig hebben om deze te realiseren (de zogenoemde bouwstenen). De ontwikkelfase duurt tot het
voorjaar van 2019. Hierna worden de resultaten gepresenteerd. Na politieke besluitvorming worden de kern-
doelen en eindtermen op basis van de bouwstenen geactualiseerd. 1 Dit vervolgtraject moet nog vormgegeven
worden.
Adviesvraag: hoe kan curriculumvernieuwing bijdragen aan onderwijskwaliteit?
De minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media heeft de Onderwijsraad gevraagd te adviseren over
het proces van curriculumvernieuwing. De raad heeft zich met het advies ten doel gesteld na te gaan hoe
curriculumvernieuwing een rol van betekenis kan spelen bij de kwaliteit van het onderwijs. Hij richt zich daarom
op de volgende vraag: Hoe kan curriculumvernieuwing zo worden georganiseerd dat het een duurzame bijdrage
levert aan onderwijskwaliteit? 2
Onderwijs bereidt leerlingen voor op de toekomst. Hierbij gaat het om hun persoonlijk, maatschappelijk en
beroepsmatig functioneren. Om dat goed te kunnen (blijven) doen, is het van belang dat het onderwijs bij de tijd
blijft en streeft naar kwaliteitsverbetering. Inhouden van vakken en vakgebieden ontwikkelen zich en ook de
samenleving en de arbeidsmarkt veranderen. Het is daarom belangrijk dat het curriculum aansluiting blijft
houden bij maatschappelijke ontwikkelingen. Daarvoor is ook overheidssturing nodig, om zo de samenhang
tussen vakken en vakgebieden binnen een onderwijssector en tussen verschillende onderwijssectoren te waar-
borgen. Op deze manier wordt voorkomen dat curriculumvernieuwing ad hoc of gefragmenteerd tot stand komt.
Overheidssturing vermindert het risico op een onevenwichtig en overladen geheel met onvoldoende samen-
hang en afstemming tussen vakgebieden. 3 Curriculumvernieuwing is dus noodzakelijk, maar moet op de juiste
1
  Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2018), Start ontwikkelfase curriculumherziening primair en voortgezet onderwijs,
kamerbrief 23 februari 2018.
2
  De raad hanteert een brede opvatting van onderwijskwaliteit. Hij is van mening dat onderwijs altijd bijdraagt aan kwalificatie, socialisatie en
persoonsvorming van leerlingen; het gaat om drie niet te scheiden domeinen waar de school een expliciete verantwoordelijkheid voor draagt.
Zie Onderwijsraad (2016), De volle breedte van onderwijskwaliteit.
3
  Onderwijsraad (2014), Een eigentijds curriculum.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Ons kenmerk                                Pagina
20180285/1142                              2/8
  wijze plaatsvinden. Vanuit deze opvatting geeft de raad met dit briefadvies vervolg aan zijn advies Een eigentijds
  curriculum. 4
  Er kan vanuit verschillende perspectieven naar curriculumvernieuwing worden gekeken. 5 De opdracht van de
  overheid met betrekking tot de huidige curriculumherziening (het project Curriculum.nu) is geformuleerd vanuit
  het inhoudelijke perspectief (wat wordt geleerd?). Voor de beantwoording van de adviesvraag zal de Onderwijs-
  raad redeneren vanuit een technisch-professioneel perspectief (hoe kan het proces van curriculumvernieuwing
  worden geoptimaliseerd?) en een sociaal-politiek perspectief (hoe verloopt het besluitvormingsproces en wie
  beslist over wat?). Daarmee richt de raad zich bij de beantwoording van de adviesvraag op processen die een rol
  spelen bij curriculumvernieuwing. De raad beziet de huidige curriculumherziening in dat licht. 6
  In paragraaf 1 geeft de raad aan dat de term curriculum op verschillende wijze wordt gehanteerd en gaat hij in
  op de verschillende processen die met curriculumvernieuwing samengaan. In paragraaf 2 doet de raad aan-
  bevelingen om een continu proces van curriculumvernieuwing te realiseren, zodat curriculumvernieuwing, nu
  en in de toekomst, daadwerkelijk bij kan dragen aan onderwijskwaliteit.
  1 Maak een helder onderscheid tussen de verschillende
  processen van curriculumvernieuwing
  De raad constateert dat de term curriculum in de huidige curriculumherziening (ook wel aangeduid als
  curriculumherijking) wordt gebruikt om verschillende elementen op verschillende niveaus van het onderwijs-
  systeem te benoemen. Enerzijds verwijst de term op nationaal niveau naar het actualiseren van kerndoelen en
  eindtermen (“het actualiseren van het curriculum”), maar de term is ook in gebruik voor onderwijs in de klas (“een
  geactualiseerd curriculum in de klas”). Daarnaast wordt er gesproken van “een goed uitvoerbaar kerncurriculum”
  en “het eigen schoolcurriculum”. 7
  In de huidige curriculumherziening vinden verschillende aan elkaar gerelateerde activiteiten plaats, die op
  verschillende wijze verbonden zijn met de bovengenoemde elementen. De ontwikkelteams in het project
  Curriculum.nu hebben de opdracht te bepalen wat tot de kern van het curriculum behoort: de visie op het
  leergebied, de grote opdrachten van het leergebied, en de benodigde kennis en vaardigheden die leerlingen
  nodig hebben om deze te realiseren. De ontwikkelteams formuleren per leergebied een visie (“de algemene
  uitgangspunten en de bijdrage van het leergebied aan de hoofddoelen van het onderwijs”). Vanuit deze visie
  worden vervolgens de grote opdrachten van het leergebied opgesteld (“de fundamentele inzichten van het vak
  of leergebied, de kernconcepten en principes die centraal staan”). De kernconcepten krijgen concreet vorm in
  bouwstenen (“een beschrijving van de gewenste kennis en vaardigheden die voor alle leerlingen van belang zijn
  in de verschillende fases van het primair en voortgezet onderwijs”). De bouwstenen worden op ontwikkelscholen
  verder uitgewerkt in concrete lesvoorbeelden. Na politieke besluitvorming is het de bedoeling dat de kerndoelen
  en eindtermen op basis van de bouwstenen worden geactualiseerd. 8
  4
    Ibid.
  5
    Van den Akker, J., & Thijs, A. (2009), Leerplan in ontwikkeling.
  6
    De Onderwijsraad heeft zich in andere adviezen over inhouden uitgesproken, bijvoorbeeld over burgerschap (2012), cultuureducatie (2012),
  internationalisering (2016), digitalisering (2017) en sport en bewegen (2018).
  7
    Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2018.
  8
    Ibid.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Ons kenmerk                            Pagina
20180285/1142                          3/8
  In onderstaande tekst wil de raad helderheid scheppen met betrekking tot de terminologie en de verschillende
  processen die volgens hem met curriculumvernieuwing samengaan.
  Drie te onderscheiden processen spelen een rol
  Curriculumvernieuwing betreft volgens de raad drie verschillende processen, namelijk 1) het herijken van kern-
  doelen en eindtermen; 2) curriculumontwikkeling; en 3) onderwijsontwikkeling. Figuur 1 geeft deze verschillende
  processen (en het niveau van het onderwijssysteem waarop deze plaats moeten vinden) schematisch weer. De
  pijlen in de figuur geven de voeding aan die nodig is voor herijking en ontwikkeling. De figuur geeft noch fases
  weer (de processen lopen gelijktijdig en in wisselwerking met elkaar) noch hiërarchie (in de zin van mate van
  belangrijkheid). Hieronder worden de verschillende processen nader toegelicht.
     Figuur 1. Schematische weergave van processen binnen curriculumvernieuwing
  Herijking van kerndoelen en eindtermen
  De overheid stelt als verantwoordelijke voor de kwaliteit van het onderwijsstelsel op landelijk niveau inhoudelijke
  kaders op. Inhoudelijke kaders worden geboden in de vorm van kerndoelen en eindtermen, waarin wettelijk is
  vastgelegd wat de doelen en inhouden van het onderwijs zijn. 9 Dit wordt beschreven voor een vak, een vakken-
  cluster of een leergebied. Voor het primair onderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en de onderbouw van
  het voortgezet onderwijs zijn kerndoelen opgesteld. Deze hebben een verplichtend karakter en zijn als globale
  aanbodsdoelen geformuleerd. De kerndoelen dateren uit 2006 en zijn sindsdien alleen op onderdelen aangepast.
  Zo is in 2009 voor het vak geschiedenis de canon van Nederland als uitgangspunt aan de kerndoelen toegevoegd,
  ter illustratie van de behandeling van de tijdvakken. Voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs vormen
  vakspecifieke examenprogramma’s de voorschrijvende inhoudelijke kaders. 10 Deze vakspecifieke examen-
  programma’s bestaan uit eindtermen. In de examenprogramma’s staat per eindexamenvak beschreven wat de
  examenstof is. 11 Kerndoelen en eindtermen worden vastgesteld door de overheid en dienen van tijd tot tijd
  herijkt te worden.
  Curriculumontwikkeling
  Wanneer doelen (inhoudelijke kaders) worden gekoppeld aan vormgeving en toetsing van onderwijs – het
  ‘onderwijsbaar’ en ‘studeerbaar’ maken van de inhoud – wordt gesproken van curriculum. De ontwikkeling van
  9
    Voor primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs zijn daarnaast sinds augustus 2010
  referentieniveaus voor taal en rekenen van kracht. Dit zijn beheersingsdoelen die aangeven wat leerlingen moeten kennen en kunnen als het
  gaat om Nederlandse taal en rekenen/wiskunde. SLO (2018), Over kerndoelen en eindtermen.
  10
     SLO, 2018.
  11
     Zie bijvoorbeeld Examenprogramma Engelse taal vmbo vanaf CE 2017, via https://www.examenblad.nl/onderwerp/examenprogramma-
  s/2019.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Ons kenmerk                             Pagina
20180285/1142                           4/8
  curriculum vindt plaats in het onderwijsveld op schooloverstijgend niveau en wordt ingegeven door doelen die
  deels extern zijn (kerndoelen en eindtermen) en deels afkomstig zijn uit het vak of vakgebied zelf (zoals inhou-
  delijke vernieuwingen en inzichten). Met het onderwijsveld doelt de raad onder meer op leraren in vak-
  verenigingen en in andere ‘georganiseerde’ verbanden, curriculumontwikkelingsorganisaties, toets-
  deskundigen 12, wetenschappers en educatieve uitgevers. Allen werken samen aan curriculumontwikkeling
  vanuit hun eigen expertise en nemen ook ‘schooloverstijgende trends’ in beschouwing, zoals het ontstaan van
  een digitale cultuur in het onderwijs. 13 De term curriculumontwikkeling kan suggereren dat het hier één proces
  betreft. In feite omvat curriculumontwikkeling echter verschillende (deel)processen en betreft het verschillende
  deelcurricula, zoals de ontwikkeling van het curriculum van burgerschapsvaardigheden en het curriculum
  rekenen/wiskunde. Ook binnen vakken en vakgebieden kunnen curriculumontwikkelingen uiteenlopen. Zo
  ontwikkelt bijvoorbeeld het vak Nederlands zich in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs anders dan in
  de onderbouw en weer anders in het primair onderwijs. Niet alle ontwikkelingen in alle vakken en vakgebieden
  lopen dus gelijk.
  Onderwijsontwikkeling
  Herijking van kerndoelen en eindtermen en curriculumontwikkeling maken echter nog geen onderwijs. Daar is
  een derde proces voor nodig, namelijk onderwijsontwikkeling. Leraren ontwerpen hun onderwijs en geven het
  vorm voor hun leerlingen, op hun eigen school. Zij baseren zich daarbij op de kerndoelen en eindtermen en laten
  zich voeden door het curriculum dat is ontwikkeld door het onderwijsveld op schooloverstijgend niveau (de les-
  methode, de inzichten zoals beschreven in handreikingen, en dergelijke). Hierbij neemt de visie van de school op
  onderwijs een belangrijke plaats in. Vanuit een bepaalde levensbeschouwing of bepaalde pedagogische en
  didactische uitgangspunten geven scholen vorm aan hun onderwijs. 14 Ook stemmen zij het onderwijs dat zij
  ontwikkelen naar eigen inzicht af op hun leerlingen en de lokale situatie. Scholen bepalen onder andere hoe
  getoetst wordt (zie bijvoorbeeld ontwikkelingen op het gebied van formatieve toetsing en schoolexamens)15,
  welke vakken of vakgebieden de nadruk krijgen en welke didactiek toegepast wordt. Zo zetten sommige scholen
  burgerschapsvorming, godsdienstige vorming en identiteitsontwikkeling van leerlingen voorop en geven
  andere scholen extra aandacht aan filosofie, ethiek en klassieke literatuur. Andere voorbeelden zijn het werken
  in digitale leeromgevingen, vakoverstijgend werken binnen thema’s als internationalisering en onderzoeken en
  ontwerpen of gebruikmaken van de didactiek directe instructie.
  Waardering voor project Curriculum.nu maar ook zorgen
  De Onderwijsraad vindt het belangrijk dat op schooloverstijgend niveau verschillende groepen betrokkenen
  nadenken over de opdracht van het onderwijs en de rol die de verschillende vakken en vakgebieden daarbij
  hebben. Hij heeft waardering voor de wijze waarop dit in de huidige curriculumherziening (en in het traject daar-
  naartoe) een plaats heeft gekregen. De raad vindt het van belang dat de diversiteit aan meningen en ideeën over
  de inhoud van het curriculum zichtbaar wordt. 16 Dit gezamenlijk nadenken heeft vorm gekregen in de opdracht
  aan het Platform Onderwijs2032 om een maatschappelijke dialoog te voeren over de inhoud van het primair en
  voortgezet onderwijs. 17 Ook binnen het project Curriculum.nu wordt van gedachten gewisseld over de visie, de
  grote opdrachten en de bouwstenen. Dit uit zich zoal in de directe betrokkenheid van leraren en schoolleiders in
  de ontwikkelteams en de bijdrage van ontwikkelscholen die de opbrengsten van de ontwikkelteams in de
  12
     Van belang is dat toetsvraagstukken van meet af aan bij curriculumontwikkeling worden meegenomen. Zie Onderwijsraad (2018), Toets
  wijzer.
  13
     Onderwijsraad (2017), Doordacht digitaal.
  14
     Onderwijsraad (2016), De volle breedte van onderwijskwaliteit.
  15
     Onderwijsraad, 2018.
  16
     Onderwijsraad (2014), Een eigentijds curriculum.
  17
     Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2014), Toekomstgericht funderend onderwijs, kamerbrief 17 november 2014.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Ons kenmerk                             Pagina
20180285/1142                           5/8
  onderwijspraktijk beproeven en hierop reflecteren. 18 Het gezamenlijk nadenken over en werken aan grote
  opdrachten voor vakken/vakgebieden en bouwstenen is zinvol in het proces van curriculumontwikkeling.
  De raad heeft echter ook zorgen. Wanneer het bovengenoemde onderscheid in processen in relatie tot het
  project Curriculum.nu wordt bekeken, constateert hij dat de processen van herijking van kerndoelen en eind-
  termen, van curriculumontwikkeling en van onderwijsontwikkeling momenteel door elkaar lopen. Curriculum.nu
  is zowel bezig met het toewerken naar kerndoelen en eindtermen (in de vorm van het aanleveren van bouw-
  stenen die de basis vormen voor de actualisatie van kerndoelen en eindtermen) als met curriculumontwikkeling
  (door het gezamenlijk nadenken over doelen en inhouden) en met onderwijsontwikkeling (in de vorm van het
  uitwerken van de bouwstenen die op ontwikkelscholen verder worden uitgewerkt in concrete lesvoorbeelden).
  Dit kan volgens de raad deels verklaard worden door de manier waarop de curriculumherziening is ingestoken
  en opgepakt. De voormalige staatssecretaris gaf het startsein voor een koersbepaling voor het curriculum in het
  funderend onderwijs met als een van de doelen een herijking van kerndoelen en eindtermen. Als aanzet voor
  deze herijking heeft het Platform Onderwijs2032 onder andere voorgesteld het curriculum te organiseren op
  basis van leergebieden. Vervolgens is het project Curriculum.nu aan de slag gegaan met inhoudelijke vragen.
  Wat moeten leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs kennen en kunnen? Wat is de grote opdracht van
  een vak/leergebied? Uit welke bouwstenen bestaat het vak/leergebied? Doordat processen door elkaar lopen,
  heeft de curriculumherziening die nu plaatsvindt volgens de raad te weinig scherpte en richting om tot een her-
  ijking van de kerndoelen en eindtermen te komen, om curriculumontwikkeling te bewerkstelligen en om
  onderwijsontwikkeling binnen scholen te stimuleren. Voor een goed verloop van curriculumvernieuwing is de
  raad dan ook van mening dat het noodzakelijk is om deze drie processen in voldoende mate van elkaar te onder-
  scheiden (zie figuur 1).
  Van daaruit beredeneerd is het naar oordeel van de raad niet waarschijnlijk dat puur op basis van de bouwstenen
  de kerndoelen en eindtermen kunnen worden geactualiseerd. De bouwstenen geven aan wat leerlingen moeten
  kennen en kunnen; in de formulering van kerndoelen en eindtermen moet ook rekening gehouden worden met
  het spanningsveld tussen sturing van de overheid en het behoud van autonomie van scholen. Dat vraagt om een
  formulering die de overheid in staat stelt haar eindverantwoordelijkheid voor de onderwijskwaliteit waar te
  maken en die tegelijkertijd scholen en het brede onderwijsveld een stimulerende professionele ruimte biedt voor
  onderwijs- en curriculumontwikkeling. Om tot een herijking van kerndoelen en eindtermen te komen, is een
  andersoortig, niet-lineair proces nodig. Daartoe beveelt de raad aan een permanente commissie in te stellen die
  betrokken is bij de herijking van kerndoelen en eindtermen en bij curriculumontwikkeling. Paragraaf 2 werkt de
  rol en opdracht van deze commissie verder uit.
  2 Permanente commissie nodig voor monitoring curriculum-
  ontwikkeling en advisering herijking
  Om leerlingen goed voor te bereiden op de toekomst is een samenhangend curriculum nodig, dat aansluiting
  blijft houden bij maatschappelijke ontwikkelingen. Curriculumontwikkeling is daarom nooit ‘af’, maar hoort een
  continu en dynamisch proces te zijn, waarbij sprake is van een wisselwerking met het proces van herijking van
  kerndoelen en eindtermen. Aangezien veel partijen zich bezighouden met curriculumontwikkeling 19 en
  18
     Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2017a), Vervolg curriculumherziening in het primair en voortgezet onderwijs, kamerbrief
  10 februari 2017; Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2017b), Vervolgfase van de herziening van het curriculum voor het primair
  en voortgezet onderwijs, kamerbrief 7 juli 2017; Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2018.
  19
     Zoals vakverenigingen, het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling (SLO), en het College voor Toetsen en Examens.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Ons kenmerk                     Pagina
20180285/1142                   6/8
  ontwikkelingen in vakken en vakgebieden verschillen in tempo, is bovendien een navolgbare systematiek en
  transparantie van curriculumherziening op landelijk niveau van belang. De huidige curriculumherziening voor-
  ziet nog niet in deze voorwaarden. Het vervolg van het traject is onduidelijk en de herziening lijkt primair gericht
  op een eenmalige actualisatie van kerndoelen en eindtermen – zonder inbedding in een structuur van periodieke
  herijking en zonder koppeling met een continu proces van curriculumontwikkeling. Overeenkomstig het eerdere
  raadsadvies Een eigentijds curriculum pleit de raad daarom voor het instellen van een onafhankelijke
  permanente commissie die het gehele curriculum voortdurend kan overzien. 20
  Monitoring en advisering door permanente commissie
  De Onderwijsraad ziet voor de permanente commissie twee taken weggelegd: 1) adviseren over het periodiek
  herijken van kerndoelen en eindtermen; en 2) monitoren van curriculumontwikkelingen en hun samenhang. In
  figuur 2 is dit afgebeeld. De commissie heeft nadrukkelijk niet tot taak de inhoud en vormgeving van het onder-
  wijs op scholen te bepalen, vast te stellen, te beoordelen of te toetsen. De onafhankelijkheid van de permanente
  commissie dient tot uiting gebracht te worden door zijn taakstelling wettelijk te verankeren en door een zekere,
  maar principiële afstand tot het ministerie van OCW en de politiek in te nemen. Dat brengt de commissie ook in
  een positie om tussentijdse, specifieke (ad-hoc)wensen omtrent nieuwe inhouden van het curriculum te wegen
  in de context van het totale curriculum. Op die manier kan de commissie de samenhang tussen inhouden bewa-
  ken en voorkomen dat het curriculum wordt overladen met doelen.
     Figuur 2. Schematische weergave van de permanente commissie binnen curriculumvernieuwing
  De samenstelling van de permanente commissie moet recht doen aan het brede maatschappelijke belang dat
  met onderwijs gemoeid is en de leden moeten beschikken over een hoge mate van expertise. In aanmerking voor
  de commissie komen gezaghebbende deskundigen op het gebied van curriculumontwikkeling, vertegen-
  woordigers van de verschillende onderwijssectoren, en betrokkenen vanuit de wetenschap en de maatschappij.
  20
     Onderwijsraad, 2014.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Ons kenmerk                              Pagina
20180285/1142                            7/8
  Op basis van ervaringen die in verschillende landen is opgedaan met curriculumherzieningen, blijkt dat het
  organiseren van een brede betrokkenheid van belanghebbenden – zeker nadat eerste opbrengsten beschikbaar
  zijn – en het creëren van consistentie tussen de opbrengsten van curriculumwerkgroepen cruciaal zijn voor het
  welslagen daarvan. 21 De raad adviseert daarom de permanente commissie in te stellen alvorens vervolgstappen
  te ondernemen in de huidige curriculumherziening. Als eerste opdracht kan de commissie zich buigen over het
  vervolgproces voor de herijking van de kerndoelen en eindtermen en daarover advies uitbrengen aan de
  regering. Daarbij kan de commissie de opbrengsten van het project Curriculum.nu die in het voorjaar van 2019
  worden opgeleverd meenemen, maar hij moet ook breder kijken. Voor een veelzijdig beeld dient ook input
  vanuit onder meer de vakverenigingen, leerplanontwikkelaars, deskundigen op gebied van toetsing en exami-
  nering, en betrokkenen vanuit de wetenschap meegewogen te worden.
  Leg het proces van periodieke herijking wettelijk vast
  De regering draagt de eindverantwoordelijkheid voor de kerndoelen en de eindtermen en stelt deze vast. Daar-
  mee worden de kaders geboden die nodig zijn om een coherent onderwijsaanbod te realiseren. Voor een
  betekenisvolle samenhang tussen deze kaders en het continue proces van curriculumontwikkeling is het volgens
  de raad van belang wettelijk vast te leggen dat kerndoelen en eindtermen periodiek herijkt worden. Daarbij kan
  de wetgever bepalen dat de regering zich eens in de zoveel jaar door de permanente commissie laat adviseren
  over de noodzaak tot herijking en dat de regering de permanente commissie in de gelegenheid stelt advies uit
  te brengen, alvorens de kerndoelen of eindtermen te herzien. Een dergelijk herijkingsproces vertoont overeen-
  komsten met de procedure rondom de herijking van bekwaamheidseisen van leraren. De bekwaamheidseisen
  zijn brede minimumeisen, die worden gebruikt als ijkpunten voor opleiding en bekwaamheidsonderhoud van
  leraren. De sectorwetten schrijven voor dat de minister eens in de zes jaar beziet of de bekwaamheidseisen
  gehandhaafd kunnen worden of wijziging behoeven. 22 Ook schrijven de sectorwetten een procedure voor, waar-
  bij een beroepsorganisatie van leraren een voorstel voor bekwaamheidseisen opstelt en dit ter vaststelling voor-
  legt aan de minister. 23
  Breng met scans curriculumontwikkelingen in beeld
  Voor een goede afstemming tussen vakgebieden en onderwijssectoren en om degelijk te kunnen adviseren over
  periodieke herijking, is het van belang dat de permanente commissie zicht krijgt op wat er gaande is in het
  onderwijsveld op het gebied van curriculumontwikkelingen. Inventarisaties door onder andere de Inspectie van
  het Onderwijs, vakverenigingen en het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling brengen nu in kaart wat
  er in het onderwijs plaatsvindt, maar dat betreft voornamelijk de onderwijspraktijk en onderwijsontwikkeling op
  scholen. Ook is er geen onafhankelijk orgaan waar alle informatie samenkomt. De raad adviseert daarom dat de
  permanente commissie binnen zijn monitorende taak regelmatig scans uitvoert, bijvoorbeeld eens in de vijf
  jaar. 24 Zo kan worden voorkomen dat relevante ontwikkelingen niet of te laat worden opgemerkt. Bovendien
  wordt het risico verkleind dat ontwikkelingen niet in samenhang worden bezien, wat tot onevenwichtigheden
  tussen vakken of vakgebieden kan leiden.
  De informatie die uit de scans naar voren komt, kan in twee richtingen benut worden. Enerzijds kan de informatie
  gebruikt worden richting de overheid om binnen een proces van periodieke herijking landelijke kaders bij te
  21
     Van den Akker, J. (2018), Developing curriculum frameworks: A comparative analysis.
  22
     Artikelen 32a van de WPO, 32a van de WEC, 36 van de WVO en 4.2.3 van de WEB.
  23
     Nota van toelichting bij Besluit van 16 maart 2017 tot wijziging van het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel en het Besluit
  bekwaamheidseisen onderwijspersoneel BES in verband met de herijking van de bekwaamheidseisen voor leraren en docenten, Staatsblad van
  het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2017, nummer 148.
  24
     De term scan is een acroniem voor stand van curriculair Nederland.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Ons kenmerk                     Pagina
20180285/1142                   8/8
  stellen. Anderzijds kan de informatie door het onderwijsveld benut worden voor het verder ontwikkelen van
  curricula.
  Politiek houdt vinger aan de pols maar past terughoudendheid
  Curriculumherziening kent ook altijd een politiek element. De politiek past hier terughoudendheid, omdat
  onderwijsaanbieders de vrijheid hebben om onderwijs te verzorgen op een door hen gewenste wijze. Evaluaties
  van eerdere grote onderwijsvernieuwingen, internationale ervaringen en theoretische inzichten over curriculum-
  ontwikkeling leren bovendien dat de politieke invloed op het curriculum en het beleid daaromheen beperkt
  dient te blijven. Wanneer curriculumherziening een te politiek karakter krijgt, kan curriculumontwikkeling be-
  invloed raken door belangenbehartiging, uitvoeringsmodaliteiten, concessies en inconsistente wijzigingen.
  Politiek gedreven ad-hocmaatregelen zijn vaak ineffectief, gaan in tegen het idee van continue wisselwerking
  tussen ontwerp en gebruik, en beperken het eigenaarschap over curriculumontwikkeling en onderwijs-
  ontwikkeling. Bovendien belemmert politieke ambiguïteit over de richting waarin het curriculum zich moet
  ontwikkelen de effectiviteit van curriculumontwikkeling. 25
  Volgens de Onderwijsraad zou de Tweede Kamer zijn rol in het proces van curriculumherziening vooral in moeten
  vullen vanuit zijn controlerende functie. Daarbij ziet hij toe op de uitvoering van het overeengekomen beleid en
  op de effecten ervan in de praktijk. Vanzelfsprekend hoort de Tweede Kamer zich daarbij vanuit zijn representa-
  tieve functie mede te laten leiden door wat er in de onderwijspraktijk en de samenleving leeft. De raad ziet binnen
  deze rol ook een mogelijkheid weggelegd voor de Tweede Kamer om de permanente commissie om advies te
  vragen over beleid rondom curriculumontwikkeling of het herijken van de kerndoelen en eindtermen.
  Tot slot
  De Onderwijsraad heeft zich in dit advies gebogen over de verschillende processen die samengaan met
  curriculumvernieuwing. Hij maakt een onderscheid tussen het proces van herijking van kerndoelen en eind-
  termen, het proces van curriculumontwikkeling en het proces van onderwijsontwikkeling. De raad stelt – in lijn
  met zijn curriculumadvies uit 2014 – voor om een permanente commissie in te richten, die enerzijds de taak heeft
  te adviseren over de periodieke herijking van kerndoelen en eindtermen en die anderzijds, door middel van
  periodieke monitoring, zicht houdt op curriculumontwikkelingen in het onderwijsveld.
  De raad meent dat de aandachtspunten uit dit advies behulpzaam zijn bij de vormgeving van bovengenoemde
  processen, zodat curriculumvernieuwing, nu en in de toekomst, daadwerkelijk bij kan dragen aan onderwijs-
  kwaliteit.
  Met beleefde groet,
  Prof. dr. H. Maassen van den Brink                        Drs. C. van ’t Veen
  Voorzitter                                                Secretaris ad interim
  25
     Van den Akker, 2018.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>