<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                    Doorgeschoten differentiatie
                                    in het onderwijsstelsel
                                       Hoofdlijnen van					
                                       Stand van educatief Nederland 2018
                                       De huidige organisatie van het
                                       onderwijsstelsel in het licht van
                                       maatschappelijke ontwikkelingen
                                       Kan het onderwijs met het huidige stelsel zijn maatschappelijke
                                       opdracht nu en in de toekomst waarmaken? De Onderwijsraad komt tot
                                       de conclusie dat het huidige onderwijsstelsel op onderdelen aanpas-
                                       sing behoeft. In het licht van maatschappelijke ontwikkelingen wordt
                                       de manier waarop we het onderwijs georganiseerd hebben problema-
                                       tisch: (1) jongeren uit verschillende sociale groepen komen elkaar niet
                                       meer vanzelfsprekend tegen in het onderwijs, (2) plaatsing in het voort-
                                       gezet onderwijs wordt steeds bepalender voor het eindniveau van jon-
                                       geren, en (3) permanente educatie heeft geen formele plek in het onder-
                                       wijsstelsel. De raad formuleert vijf vertrekpunten die richting geven
                                       aan de gedachtevorming en discussie over aanpassingen aan het stelsel.
Eén keer in de vijf jaar bekijkt de    Steeds grotere uitdagingen
Onderwijsraad hoe het onderwijs
ervoor staat. Daarbij kijkt de raad
                                       voor het onderwijs
zowel naar ontwikkelingen op de
korte als de lange termijn.            Het onderwijs staat voor grotere uitda-        ordende, is nu horizontale ordening promi-
                                       gingen dan lange tijd het geval is geweest.    nenter. Mensen organiseren zich in vluch-
Het volledige rapport Stand van        Maatschappelijke veranderingen die spelen      tige gemeenschappen die veranderlijk zijn
educatief Nederland 2018 bestaat       op de middellange termijn, vragen veel van     en per definitie tijdelijk. Er is sprake van soci-
uit een advies (deel A), een           het onderwijs en hebben gevolgen voor het      ale segmentering van de samenleving naar
beleidsanalyse (deel B) en een         onderwijsstelsel.                              opleiding, inkomen en sociaal-culturele
cijferdeel (deel C).                                                                  achtergrond. De sociaal-culturele dimen-
                                       Allereerst wordt de samenleving steeds         sie onderscheidt mensen die verschillende
Het volledige rapport verschijnt       heterogener. Met name in de grote steden is    antwoorden geven op de vraag wie ze zijn
januari 2019.                          de bevolking zeer divers: in talig, etnisch en en wat hen verbindt. Daar komt bij dat elke
                                       cultureel opzicht. Ook verandert de manier     doelgroep zijn eigen voorzieningen heeft.
                                       waarop mensen zich met elkaar verbinden        Er zijn kortom minder gelegenheden waar
                                       en gemeenschappen vormen. Waar vroe-           mensen met verschillende sociale en cultu-
                                       ger de verzuiling de samenleving verticaal     rele achtergronden elkaar tegen komen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>De vraag is hoe het onderwijs zich zou
kunnen organiseren om de sociale samen-           De maatschappelijke opdracht van het onderwijs
hang te versterken.
                                                  Als publieke voorziening heeft het onderwijs een maatschappelijke opdracht met
Technologisering heeft een grote impact           drie belangrijke aspecten:
op het onderwijs. Robotisering en andere          1 het onderwijs draagt zorg voor een adequate scholing van de beroepsbevol-
technologische ontwikkelingen kunnen                   king (voor een sterke economie en hoge welvaart zijn goed opgeleide mensen
bepaalde taken van mensen overnemen,                   nodig);
beroepen laten verdwijnen of veranderen           2 het onderwijs levert een bijdrage aan de kwaliteit van de samenleving. Voor
en nieuwe creëren. Deze nieuwe ontwik-                 welzijn, cohesie en maatschappelijke stabiliteit is het belangrijk dat de samenle-
kelingen vragen behalve kennis ook vaar-               ving sterke sociale verbanden kent en dat mensen de waarden kunnen respec-
digheden, zoals vakoverstijgend denken,                teren en voorleven die ten grondslag liggen aan de democratische rechtsstaat;
samenwerken en digitale geletterdheid.            3 het onderwijs biedt gelijke kansen voor individuen om onderwijs te genieten en
De dynamiek op de arbeidsmarkt neemt                   om zich te vormen, te ontwikkelen en te scholen gedurende de levensloop.
toe; mensen zullen vaker van baan of func-
tie veranderen. De werkzaamheden laten
zich steeds lastiger in vaste categorieën     Om adequaat te kunnen reageren op                              of wetsmaatregelen het stelsel veranderen,
indelen. Nu al combineren veel mensen         maatschappelijke ontwikkelingen is een                         maar niet altijd in de gewenste richting en
verschillende werkzaamheden: ze zijn bij-     integrale kijk op het onderwijsstelsel                         zonder dat onderliggende knelpunten vol-
voorbeeld deeltijd-zzp’er en hebben een       nodig. Het huidige onderwijsbeleid is ech-                     doende worden aangepakt. De raad heeft
betaalde baan of een pensioen naast hun       ter nog vooral gericht op afzonderlijke sec-                   zichzelf daarom de vraag gesteld: kan het
zzp-werk. Als gevolg van deze ontwikke-       toren. Maatregelen worden onvoldoende                          onderwijs zijn maatschappelijke opdracht
lingen neemt de behoefte aan scholing en      in het brede perspectief van het onder-                        nu en in de toekomst waarmaken binnen de
vorming toe. Dat heeft ook gevolgen voor      wijsstelsel geplaatst. Het gevaar bestaat                      huidige organisatie van het onderwijsstelsel?
de organisatie van onderwijs.                 dat het opeenstapelen van kleine beleids-
Doorgeschoten differentiatie en het ontbreken van
permanente educatie in het onderwijsstelsel vragen om
aanpassingen
De raad vindt dat er een fundamentele         Het onderwijsstelsel kent een grote ver-                       verschillende manieren door het onder-
bezinning nodig is op de organisatie van      scheidenheid aan onderwijssoorten die                          wijs te bewegen. Ook jongeren waarvan
het onderwijsstelsel met als doel het op      zijn ingedeeld in verschillende onderwijs-                     op een bepaald moment nog niet duide-
onderdelen aan te passen. De raad ziet        sectoren. Deze differentiatie is binnen                        lijk is welke capaciteiten en interesses ze
drie knelpunten ontstaan. Twee van die        grenzen functioneel. Het ordent het onder-                     hebben, krijgen de kans om zich te ontwik-
knelpunten hangen samen met de diffe-         wijsaanbod en het biedt de mogelijkheden                       kelen en te kwalificeren op een passend
rentiatie in het onderwijsstelsel (zie figuur voor leerlingen en studenten om zich op                        niveau of binnen een geschikte opleiding.
en kader). De differentiatie (1) versterkt de
                                              Het gedifferentieerde Nederlandse onderwijsstelsel
tendens van sociale segmentering en ver-
kleint de mogelijkheden van het onderwijs
om bij te dragen aan sociale samenhang           doctoraat
in de maatschappij, en (2) zet de toegan-
kelijkheid van en doorstroom binnen het                                                                                             volwassen­
                                                    wo          hbo
onderwijs onder druk, waardoor sommige             master      master
                                                                                                                                     educatie
groepen leerlingen en studenten minder
                                                                                             mbo 4            mbo 3         mbo 2
kansen krijgen in het onderwijs.
                                                    wo          hbo      associate                                                           entree­
                                                  bachelor    bachelor    degree                                                           opleiding
                                                                                           bol      bbl     bol    bbl    bol    bbl
Het derde knelpunt hangt samen met een
grotere behoefte aan scholing en vorming                                                                       vmbo
                                                                                                                                                      voortgezet
gedurende de gehele levensloop. Deze                    vwo            havo
                                                                                                                                            praktijk­  speciaal
                                                                                                                                           onderwijs
                                                                                                                                                      onderwijs
scholing en vorming is niet alleen een ver-                                              theo­retisch   gemengd     kader     basis
antwoordelijkheid van individuen, maar
ook van bedrijven en de overheid. Echter,                                                                                                   speciaal
                                                                                basisonderwijs                                                basis-   speciaal
(3) permanente educatie is geen onder-                                                                                                     onderwijs  onderwijs
deel van de huidige onderwijsvoorzienin-
gen binnen het stelsel.
                                                                                              voorschoolse educatie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                                                                                              de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)
   Kenmerken inrichting van het Nederlandse onderwijsstelsel                                                  laten zien dat bijna driekwart van alle
                                                                                                              leerlingen in het voortgezet onderwijs
   1 Differentiatie naar onderwijssectoren (bijvoorbeeld basisonderwijs en middel-                            is ingeschreven aan een brede scholen-
       baar beroepsonderwijs en hoger onderwijs), en daarbinnen naar schoolsoorten                            gemeenschap waar alle schoolsoorten
       (bijvoorbeeld havo en vwo), niveaus (bijvoorbeeld mbo 2, 3, 4), leerwegen (bij-                        zijn vertegenwoordigd (zie onderstaand
       voorbeeld vmbo-kb en mbo-bol) en opleidingen (bachelors of masters).                                   figuur). Maar ze laten ook zien dat het
   2 Scherp onderscheid tussen algemeen vormend onderwijs en beroepsonderwijs,                                overgrote deel van die scholengemeen-
       en tussen regulier onderwijs en speciaal onderwijs.                                                    schappen de verschillende schoolsoorten
   3 Vroege selectie: op 12-jarige leeftijd krijgen leerlingen advies over plaatsing in                       aanbiedt op aparte locaties. Slechts 18%
       het voortgezet onderwijs.                                                                              van de leerlingen op brede scholenge-
   4 Hoge mate van autonomie voor onderwijsinstellingen door de vrijheid van                                  meenschappen zit op een locatie met alle
       onderwijs en de daaraan verbonden lumpsumbekostiging.                                                  schoolsoorten bij elkaar.
                                                                                                             Als jongeren met verschillende sociale
                                                                                                              achtergronden elkaar op school niet meer
In het verleden gaven problemen die voort-       in dezelfde wijk wonen en ook in die wijk                    ontmoeten, komen ze minder in aanraking
kwamen uit een te grote verscheidenheid          naar school gaan. Daar komt bij dat scho-                    met leerlingen of studenten die andere
aan onderwijsniveaus, onderwijssoorten           len soms expliciet inspelen op de keuzevrij-                 inzichten en waarden hebben. Terwijl de
en opleidingen meermaals aanleiding tot          heid en wensen van (groepen) ouders. Zo                      school een plek zou moeten zijn waar jon-
fundamentele       onderwijshervormingen.        profileren scholen zich als cultuurschool,                   geren kunnen oefenen in het omgaan met
De overheid heeft verscheidene ingrepen          technasium, bieden Cambridge English of                      conflicten, het voeren van een dialoog,
gedaan om tot meer samenhang tussen              nieuwe vakken, categoraal onderwijs of                       afwijkende meningen en gedragingen
de verschillende delen van het onderwijs-        onderwijs op religieuze of pedagogische                      tolereren, respect opbrengen voor anders-
systeem te komen en het systeem over-            didactische grondslag. Dit gevarieerde                       denkenden en tot consensus komen.
zichtelijker en minder uitgebreid te maken.      aanbod leidt soms tot segmentering met                       Scholen zijn bij uitstek de plaats waar jon-
Zo was de Mammoetwet van 1968 een                ongewenste gevolgen.                                         geren moeten leren omgaan met verschil-
poging om het voortgezet onderwijs in                                                                         len. Wanneer daartoe minder gelegen-
te richten als een samenhangend geheel           Ook de scheiding tussen sectoren, school-                    heid is, kan het onderwijs jongeren maar
met verschillende begaafdheidsniveaus            soorten, leerwegen en opleidingen in het                     beperkt voorbereiden op een pluriforme
en een structuur met horizontale en ver-         onderwijsstelsel heeft tot gevolg dat ver-                   en democratische samenleving en maar
ticale doorstroommogelijkheden. Echter,          schillende groepen leerlingen elkaar niet                    beperkt bijdragen aan sociale samenhang
in de afgelopen tien jaar is de differentia-     meer vanzelfsprekend treffen. Cijfers van                    in de samenleving.
tie opnieuw gaan knellen. Hieronder wor-
den de drie genoemde knelpunten nader           Brede scholengemeenschappen bieden onderwijssoorten vaak op
toegelicht.
                                                afzonderlijke locaties aan
                                                                          2%
Knelpunt 1                                                            4%                                                                1%
Jongeren uit verschillende sociale                                5%
groepen komen elkaar niet meer                                                                                                    15%        18%
vanzelfsprekend tegen in het gedif-                       14%
ferentieerde stelsel
Als gezegd, mensen uit verschillende soci-              4%                                                                   21%
                                                                                                                                                  23%
ale lagen in de samenleving bewegen zich
steeds meer in gescheiden groepen en
                                                                                                                                       23%
treffen elkaar niet meer vanzelfsprekend.
Ook in het onderwijs zien we deze sociale                                71%
segmentering. Dit begint al bij de voor-
schoolse voorzieningen. Deze voorzienin-
                                                          Verdeling van leerlingen in het                                Verdeling van leerlingen op brede
gen zijn gefragmenteerd en georganiseerd             voortgezet onderwijs, naar aanbod van                           scholengemeenschappen, naar aanbod
rond verschillende doelstellingen en ver-                onderwijssoorten op hun school                                 van onderwijssoorten op hun locatie
schillende doelgroepen, waardoor kinde-
ren met een risico op achterstanden vaak                     breed: vbo+mavo+havo+vwo                                       mavo+havo óf havo+vwo
gescheiden blijven van andere kinderen.
                                                             vbo+mavo óf vbo+mavo+havo                                      categoraal
In het basis- en voortgezet onderwijs gaan
kinderen en jongeren uit diverse sociale                     mavo+havo+vwo                                                  praktijk onderwijs
groepen vaak naar verschillende scholen.
Dit komt deels doordat kinderen en jon-         Eigen berekeningen op basis van de BBO-rom bestanden met peildatum 1 oktober 2017. Het betreft de leerlingaantallen
geren met eenzelfde sociale achtergrond         in leerjaar vier van VO scholen (met een eigen brinnummer) en locaties (brinnummer + vestigingsnummer).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Knelpunt 2                                     Steeds minder brede brugklassen in het voortgezet onderwijs
Overgangsbeslissingen vroeg in
de schoolloopbaan worden steeds               70%
belangrijker
In een sterk gedifferentieerd stelsel zijn er
                                              60%
relatief veel selectiemomenten en over-
gangen van de ene sector, leerweg of                                dakpan of b ­ rede brugklas
opleiding naar de andere. Matching en         50%
                                                                    categorale klas
selectie moeten ervoor zorgen dat leer-
lingen en studenten op de juiste plek in      40%
het stelsel terechtkomen.
                                              30%
In het Nederlandse onderwijsstelsel wor-            '07         '08         '09          '10       '11       '12        '13         '14        '15        '16        '17
den leerlingen relatief vroeg geselec-
teerd op de overgang van basisonderwijs               Verdeling van leerlingen in leerjaar 1 van het voortgezet onderwijs, naar brugklastype
naar voortgezet onderwijs. Meestal is dat
                                               CBS geeft gedetailleerd het aantal leerlingen per onderwijssoort aan. Onder categorale klassen vallen: vmbo-b, vmbo-k,
rond de leeftijd van 11-12 jaar. Sommige       vmbo-g/t, havo, atheneum, lyceum/vwo, gymnasium. Onder brede brugklassen vallen: vmbo-b/k, vmbo ongedeeld,
leerlingen hebben daar baat bij, maar          vmbo-havo(-vwo), vmbo-g/t-havo, vmbo-g/t-havo-vwo, havo-vwo.
voor leerlingen uit een lager sociaaleco-
nomisch milieu en voor laatbloeiers pakt       vormend onderwijs. Er was de laatste jaren                    Knelpunt 3
vroege selectie vaak minder goed uit. Er is    veel aandacht voor verbetering van de                         Permanente educatie is geen onder-
een grotere kans dat zij niet terechtkomen     doorstroom in de beroepskolom (vooral                         deel van het stelsel
in het type onderwijs dat bij hun capacitei-   vmbo-mbo) en veel minder voor de ver-                          De dynamische samenleving en arbeids-
ten en talenten past.                          binding tussen het beroepsonderwijs en                        markt stellen andere eisen aan burgers
                                               het algemeen vormend onderwijs.                               en werknemers. Leren gaat niet meer
De vroege selectie is minder een probleem                                                                    vooraf aan betaald werken, maar er is een
wanneer er op een later moment nog kan-        De afnemende mobiliteit in het stelsel                        combinatie van werken en leren nodig
sen zijn om door te stromen, al naar gelang    heeft tot gevolg dat de plaatsing van leer-                   gedurende de leer- en arbeidsloopbaan.
de capaciteiten van een leerling. Juist deze   lingen in het voortgezet onderwijs steeds                     Activiteiten op het gebied van bij- en
mogelijkheden voor mobiliteit nemen            meer het verdere verloop van de school-                       nascholing zijn van belang voor participa-
echter af. De verschillende schoolsoorten      loopbaan gaat bepalen. Er ontstaat een                        tie op de arbeidsmarkt en in de samenle-
worden aangeboden op gescheiden loca-          grotere ‘padafhankelijkheid’: leerlingen                      ving, en voor de persoonlijke vorming en
ties en er zijn minder brede brugklassen.      kunnen moeilijker afwijken van de school-                     ontwikkeling van individuen. Deze doe-
Volgens cijfers van het CBS is het aandeel     soort waarin ze geplaatst zijn. Er zijn min-                   len zijn daarmee verbonden aan de maat-
leerlingen dat in het eerste jaar van het      der mogelijkheden om een verkeerde                            schappelijke opdracht van het onderwijs.
voortgezet onderwijs direct in één van         plaatsing in het voortgezet onderwijs te                       Het huidige stelsel – dat primair is ontwor-
de verschillende schoolsoorten geplaatst       corrigeren, waardoor sommige groepen                          pen voor kinderen en jongeren, en in veel
wordt de afgelopen jaren sterk gestegen.       leerlingen minder of te laat kansen krijgen                   mindere mate voor (werkende) volwasse-
Steeds minder leerlingen zitten in het eer-    in het onderwijs. Bovendien komt er een                       nen – is onvoldoende ingericht om scho-
ste jaar in een dakpanklas of in een brede     grotere druk te liggen op de overgang van                      ling permanent te maken gedurende de
brugklas (zie figuur hiernaast).               het primair naar het voortgezet onderwijs.                     levensloop.
Verder zijn er minder mogelijkheden            Ook doorstroommogelijkheden na het                             Permanente educatie maakt nog geen
voor mobiliteit door de scheiding tussen       voortgezet onderwijs lijken af te nemen                       vanzelfsprekend deel uit van het onder-
beroepsgericht onderwijs en algemeen           doordat er steeds meer matching en selec-                     wijsstelsel. Belemmeringen op het gebied
                                               tieprocessen zijn in het mbo en in het                        van regelgeving, financiering en schotten
                                               hoger onderwijs. In het mbo ligt de nadruk                    tussen samenwerkingspartners binnen en
   Gelijke kansen                              meer op matching en minder op selectie.                        buiten het onderwijs zorgen voor een ver-
                                               In het hoger onderwijs heeft de afgelopen                     snipperd, weinig vraaggericht scholings-
   De raad benadrukt dat het bij kansen-       jaren decentrale selectie vorm gekregen in                    aanbod en voor een beperkte toegankelijk-
   gelijkheid niet gaat om gelijke uitkom-     de vorm van motivatiebrieven, interviews,                      heid. Dit maakt vooral de positie van lager
   sten, maar dat het gaat om het creë-        deficiëntieonderzoeken,                    aanvullende        en middelbaar opgeleiden kwetsbaar.
   ren van gelijke kansen voor iedereen        (reken)toetsen, bindende studieadviezen                       Mensen zijn immers sterker dan voorheen
   op het best mogelijke onderwijs. Dat        en aangescherpte overgangsnormen. Ook                         verantwoordelijk voor de vormgeving van
   betekent ook het creëren van gelijke        stellen steeds meer masteropleidingen                          hun eigen leer- en arbeidsloopbaan. De
   kansen om de mogelijkheden die het          aan universiteiten en hoge scholen aanvul-                    scholingsdeelname blijft onder deze groe-
   onderwijs biedt zo goed mogelijk te         lende eisen, dat wil zeggen naast het reeds                   pen dan ook achter. En ook de mogelijk-
   kunnen benutten.                            behaalde diploma dat al rechtstreeks toe-                      heden voor ontwikkeling en vorming bui-
                                               gang geeft.                                                   ten de arbeidsmarkt zijn zeer beperkt.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Op weg naar oplossingen: vijf vertrekpunten voor
aanpassingen aan het onderwijsstelsel
De hierboven beschreven knelpunten vra-        ontstaat een brede en toegankelijke voor-   door de leerwegen logisch te clusteren.
gen om een aantal aanpassingen aan het         ziening voor jonge kinderen, bijvoorbeeld   Daarbij adviseerde hij dat de geclusterde
onderwijsstelsel. Een goede inrichting van     onder regie van de basisschool. De basis-   opleidingen zich profileren met een eigen
het stelsel is complex. Maatregelen om het     scholen bieden daarmee een aanbod voor      identiteit die past bij de functie in het stel-
op bepaalde punten te verbeteren kunnen        kinderen van 0-12 met een vloeiende over-   sel. Voor de clustering en profilering van de
het op andere punten kwetsbaar maken.          gang tussen baby-, peuter-, kleuter- en     gemengde en theoretische leerweg in het
Om richting te geven aan de gedachtevor-       basisschoolperiode.                         vmbo worden al belangrijke stappen gezet.
ming en discussie over noodzakelijke her-                                                  De clustering van de basisberoepsgerichte
zieningen, heeft de raad vijf ‘vertrekpunten’  In de voorschoolse periode kunnen kin-      en kaderberoepsgerichte leerweg is niet
geformuleerd. Deze vertrekpunten bren-         deren spelend leren onder begeleiding       van de grond gekomen. Vanuit de prak-
gen een aantal adviezen en aanbevelingen       van goed opgeleid personeel uit de voor-    tijk kwamen geluiden dat de studenten
van de raad bij elkaar.                        schoolse sector en primair onderwijs. Dit   uit deze leerwegen te veel van elkaar ver-
                                               aanbod zou op vrijwillige basis beschikbaar schillen. De raad adviseert om opnieuw te
Vertrekpunt 1                                  moeten zijn voor alle kinderen tussen de    kijken naar een mogelijke clustering, waar-
Verminder differentiatie waar nuttig           tweeënhalf en vier jaar, vijf dagdelen per  bij het er niet alleen om gaat opleidingen
en mogelijk                                    week. Dus niet alleen voor kinderen met     samen te voegen, maar juist ook om maat-
Om de scheidingen tussen onderwijssoor-        achterstanden (sociaal-emotioneel, cogni-   werk binnen de geclusterde opleiding te
ten minder hard te maken, adviseert de         tief of op het gebied van taal). Zo worden  creëren.
raad te bekijken waar in het stelsel de dif-   alle kinderen bereikt en worden kinde-
ferentiatie verminderd kan worden. De          ren met een risico op achterstanden niet    Integreer beroepsgerichte leerwegen vmbo
raad ziet mogelijkheden als het gaat om de     gescheiden van andere kinderen. Met het     en mbo
voorzieningen voor het jonge kind, in het      oog op gelijke kansen vindt de raad het van Verder kan het aantal overgangen vermin-
voortgezet onderwijs en het mbo.               belang dat er zo vroeg mogelijk – en blij-  derd worden door de beroepsgerichte
                                               vend – wordt geïnvesteerd in het voorko-    leerwegen van vmbo en mbo te integre-
Integreer voorzieningen voor jonge kinderen    men en verkleinen van achterstanden.        ren, waardoor leerlingen zonder overgang
Opvang en onderwijs voor kinderen van                                                      kunnen toewerken naar een startkwalifi-
0 tot 4 jaar te combineren door voor- en       Cluster de leerwegen in het vmbo            catie. Vooral voor kwetsbare leerlingen is
vroegschoolse educatie, kinderopvang en        De raad pleitte al eerder voor een vereen-  deze overgang een struikelblok met een
peuterspeelzaalwerk samen te voegen. Zo        voudiging van de structuur van het vmbo     groot risico op uitval. Daarom is vanaf 2008
                                                                                           geëxperimenteerd met alternatieve routes
                                                                                           naar het mbo waarbij vmbo en mbo geïnte-
   Eerdere adviezen van de Onderwijsraad die raakpunten hebben
                                                                                           greerd werden tot vm2-trajecten. De vm2-
   met de inrichting van het onderwijsstelsel
                                                                                           trajecten leiden tot overwegend positieve
    • Meer kansen voor kwetsbare jongeren (2013)                                           resultaten. Wel is het belangrijk om deze
    • Overgangen in het onderwijs (2014)                                                   trajecten te verbeteren op basis van de
    • Een onderwijsstelsel met veerkracht (2014)                                           resultaten van de uitgevoerde monitors.
    • Maatwerk binnen wettelijke kaders: eindtoetsing als ijkpunt in het funderend
      onderwijs (2015)                                                                     Zorg voor meer flexibiliteit in de onderbouw
    • Een goede start voor het jonge kind (2015)                                           in het voortgezet onderwijs
    • Herkenbaar vmbo met sterk vakmanschap (2015)                                         Ook is het belangrijk om te zoeken naar
    • Vakmanschap voortdurend in beweging (2016)                                           manieren om de scheiding tussen school-
    • Internationaliseren met ambitie (2016)                                               soorten in de eerste jaren van het voort-
    • De leerling centraal? (2017)                                                         gezet onderwijs te verminderen. De raad
    • Gelijke kans op doorstroom vmbo-havo (2018)                                          pleit ervoor meer gebruik te maken van
    • Inzicht in en verantwoording van onderwijsgelden (2018)                              brugklassen en het 10-14 onderwijs. Bij
    • Ruim baan voor leraren (2018)                                                        het concept van 10-14 onderwijs wordt de
    • Toets wijzer (2018)                                                                  definitieve selectie uitgesteld en is er meer
    • Curriculumvernieuwing (2018)                                                         ruimte voor differentiatie in niveau­groepen.
                                                                                           Dit maakt het onderwijs in de onderbouw
    Voor overzichten van raadsadviezen gerelateerd aan deze thema’s, zie ook:              van het voortgezet onderwijs flexibeler,
    • Het bevorderen van gelijke kansen en sociale samenhang (2017)                        waardoor leerlingen gemakkelijker kunnen
    • Het regeerakkoord Vertrouwen in de toekomst en adviezen van de                       overstappen naar een andere schoolsoort
      Onderwijsraad (2017)                                                                 als dat wenselijk en mogelijk is. Dit kan hel-
                                                                                           pen om padafhankelijkheid te doorbreken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Bekijk of vereenvoudiging van het mbo          Schakelklassen als structureel onderdeel van zich breed ontwikkelen en zich beroeps-
mogelijk is                                    het mbo en het hoger onderwijs               matig oriënteren en bekwamen, waardoor
Tot slot is het belangrijk om te verkennen     Waar de aansluiting niet gemakkelijk bin-    de doorstroom naar het beroepsonder-
wat mogelijk is om de niveaudifferentiatie     nen programma’s op te lossen is, kun-        wijs soepeler gaat (ook bijvoorbeeld van-
in het middelbaar beroepsonderwijs te          nen schakelklassen de mogelijkheid voor      uit havo 3 naar het mbo) of de keuze voor
verminderen. De toenemende dynamiek            leerlingen vergroten om over te stappen      het wetenschappelijk onderwijs beter
op de arbeidsmarkt en de snel verande-         of door te stromen. De raad adviseerde       gemotiveerd is. Bovendien versterkt dit de
rende vraag maken een kritische blik op        eerder om een domeinbrede schakelklas        waardering van het beroepsonderwijs en
het huidige aanbod van mbo-opleidingen         te starten in mbo 2. Jongeren die vmbo       vakmanschap. De raad benadrukt tegelij-
wenselijk. De raad vraagt zich af of het       basis of kader verlaten, moeten al op rela-  kertijd dat de route via havo en vwo naar
onderscheid tussen niveau 3 en 4 op ter-       tief jonge leeftijd een goed beeld hebben    het academisch onderwijs geborgd moet
mijn nog wel functioneel is. Een vereen-       van wat de verschillende mbo 2-opleidin-     blijven.
voudigd opleidingsaanbod kan herken-           gen te bieden hebben, en ook goed weten
baarder zijn voor werkgevers en kan ook        wat hun interesses en toekomstverwach-       Vertrekpunt 4
eenvoudiger worden aangepast aan een           tingen zijn. Daar hebben ze lang niet altijd Verminder en verbeter de selectie
veranderende vraag.                            een goed beeld van. Mede daardoor is de      De raad adviseert uit te gaan van minder
                                               uitval in mbo 2 opleidingen relatief hoog.   extra selectie op sommige overgangen
Vertrekpunt 2                                  Wanneer jongeren daar uitvallen, bestaat     in het stelsel en daar waar geselecteerd
Verbind ook op andere manieren                 er eigenlijk geen andere mogelijkheid dan    wordt, de selectie kwalitatief te verbete-
schoolsoorten en opleidingen                   het op een andere opleiding opnieuw          ren. Op basis van selectie worden beslissin-
                                               proberen.                                    gen genomen over de toewijzing aan een
Verschillende schoolsoorten op één locatie of                                               niveau en toelating tot een opleiding. De
ga samenwerking aan                            Ook de aansluiting tussen hbo-bachelo-       raad pleit ervoor uit te gaan van eindtoet-
Om de scheidingen in het Nederlandse           ropleidingen en universitaire master-        sing en centrale examens als ijkpunten en
voortgezet onderwijs te verminderen,           programma’s is soms problematisch.           zo min mogelijk gebruik te maken van aan-
moet de verbinding tussen verschillende        Verschillende universiteiten bieden scha-    vullende eisen en extra toetsing. Het beha-
schoolsoorten versterkt worden. Dat kan        kelprogramma’s aan om deze overgang          len van een bepaald diploma geeft een
door meerdere schoolsoorten te organi-         beter mogelijk te maken. Studenten met       doorstroomrecht naar specifieke vormen
seren op één locatie of door te stimuleren     een verwante vooropleiding hebben met        van vervolgonderwijs. Hierdoor kunnen
dat scholen samenwerking zoeken met            het schakelprogramma de mogelijkheid         leerlingen en studenten op verschillende
andere scholen. Dit maakt de overstap van      om op een efficiënte manier voldoende        manieren door het stelsel bewegen zon-
de ene naar de andere schoolsoort mak-         kennis en vaardigheden op te doen om         der onnodige struikelblokken. Een goede
kelijker en het biedt mogelijkheden om         in te kunnen stromen in het masterpro-       inhoudelijke aansluiting tussen opleidin-
de school beter te benutten als sociale        gramma. De raad adviseert te bekijken        gen (zie vertrekpunt 2) is daarvoor een
oefenplaats.                                   welke mogelijkheden er zijn om deze scha-    voorwaarde.
                                               kelprogramma’s een structurele plaats te
Zorg voor betere aansluiting tussen            geven in het hoger onderwijs.                De kwaliteit van selectie is belangrijk en
onderwijssoorten                                                                            moet aandacht krijgen. Selectie moet
Verder komt een sterke verbinding tot          Vertrekpunt 3                                voorspelbaar en objectief zijn en worden
stand door regelmatig stelselbreed te          Stimuleer beroeps­gericht onderwijs          uitgevoerd met deugdelijke instrumen-
bekijken of de verschillende onderwijs-        op het havo en vwo                           ten. Dat is niet alleen belangrijk voor het
soorten voldoende op elkaar aansluiten.        Een andere manier om meer verbindingen       scheppen van gelijke kansen in het onder-
Dit is namelijk een voorwaarde voor mobi-      te creëren, is het aanbieden van beroeps-    wijs, maar ook om de juiste leerling of stu-
liteit in het gehele stelsel. Het gaat daarbij gericht onderwijs in alle schoolsoorten van  dent op de juiste plek te krijgen. De raad
om de inhoudelijke aansluiting, de aan-        het voortgezet onderwijs. De wet maakt       vraagt aandacht voor de kwaliteit van de
sluiting in termen van het niveau van het      gecombineerde leerwegen tussen alge-         decentrale selectie in het hoger onder-
leerprogramma en om de afstemming              meen vormend en middelbaar beroeps-          wijs. Veelvoorkomende onderdelen van
in de pedagogisch-didactische aanpak           onderwijs weliswaar mogelijk, maar initi-    decentrale selectieprocedures zijn cog-
tussen onderwijssoorten. De raad pleit         atieven daartoe bestaan nog nauwelijks       nitieve vaardigheids- en kennistoetsen,
vooral voor een verbetering van de aan-        in Nederland. De raad adviseert om het       motivatie- en persoonlijkheidsvragenlijs-
sluiting tussen vmbo en havo. Deze over-       combineren van onderwijs uit beide           ten en interviews. Deze instrumenten kun-
gang vormt een cruciale schakel binnen         kolommen te stimuleren. Zeker wanneer        nen een risico vormen voor de toeganke-
het Nederlandse onderwijsstelsel. Vmbo-        het onderwijs in de eerste jaren van het     lijkheid van het hoger onderwijs of niet
leerlingen kunnen via de havo het hoger        voorgezet onderwijs meer flexibel wordt      geschikt zijn voor het doel waarvoor het
beroepsonderwijs bereiken. Juist deze          ingericht (zie vertrekpunt 1), komen er ook  ingezet wordt. Ook de doelmatigheid van
stapel-mogelijkheid blijkt een belangrijke     meer mogelijkheden om beroepsgerichte        de gebruikte instrumenten kan worden
emancipatieroute.                              vakken relatief laagdrempelig een plek te    betwijfeld.
                                               geven binnen het havo en vwo. Hierdoor
                                               kunnen leerlingen op het havo of vwo
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Vertrekpunt 5
Geef permanente educatie een struc-
turele plek in het onderwijsstelsel
Permanente scholing, vorming en ontwik-
keling is niet alleen een verantwoordelijk-
heid van individuen, maar ook van bedrij-
ven en de overheid. Zeker voor groepen
in een kwetsbare positie kent de overheid
een bijzondere verantwoordelijkheid als
het gaat om een toegankelijk aanbod. Om
gedurende de levensloop werken en leren
beter te combineren, moeten voorzienin-
gen geen tijdelijk, maar een permanent
onderdeel zijn van de inrichting van het
onderwijsstelsel. Een betere infrastructuur
van het postinitieel onderwijs draagt bij
aan een toegankelijker en betaalbaar scho-
lings- en vormingsaanbod. Ook helpt het
om versnippering in opzet en inhoud van
het aanbod tegen te gaan en een betere
aansluiting tussen onderwijssectoren te
realiseren.
Daartoe is het nodig om de mogelijkheden
van een flexibel aanbod in het stelsel
nader te verkennen. Dat gebeurt momen-
teel bijvoorbeeld al in het mbo met de
pilot mbo-certificaten. Ook in het hoger
onderwijs wordt geëxperimenteerd met
een flexibel aanbod in de vorm van duale
en deeltijdopleidingen en de Associate
Degree. Hierdoor ontstaat meer ruimte
voor maatwerk en voor beter en tijdig
inspelen op de behoeften en kansen voor
iedereen die zich verder wil scholen of ont-
wikkelen. De inhoudelijke en infrastructu-
rele samenwerking tussen het publieke en
private onderwijs is daarbij waardevol en
moet vastgehouden te worden. Het delen
van elkaars kennis en expertise, locaties en
leermiddelen kan daarbij helpen.
Tot slot
De verantwoordelijkheid voor het stel-
sel ligt bij de overheid. Een van de kern-
taken is het bewaken van samenhang in
het onderwijsstelsel bij de beleidsvoering.
Daar hoort bij dat ze geregeld stil staat bij
vragen zoals Welke maatschappelijke ont-
wikkelingen doen een appel op het onder-
wijs? en Wat hebben jongeren en burgers
in het algemeen aan bagage nodig voor
de toekomst? Met de hierboven beschre-
ven vertrekpunten en de formulering van
de maatschappelijke opdracht van het
onderwijs levert de raad een bijdrage aan
een stelseldiscussie die de afgelopen jaren,
naar zijn oordeel, te weinig is gevoerd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>                                                    TRNDR online tool
                                                    De Onderwijsraad nodigt iedereen uit die zich betrokken voelt
                                                    bij het Nederlandse onderwijs om mee te denken over de toe-
                                                    komst van ons onderwijs. Welke trends hebben volgens u de
                                                    meeste impact? Geef uw mening door trends te swipen in de
                                                    online tool TRNDR.
                                                    In de loop van 2019 zal de Onderwijsraad de resultaten van
                                                    TRNDR presenteren.
                                                                    Swipe nu mee via:
                                                                    app.trndr.co/join/tribe/Onderwijsraad
De Onderwijsraad
De Onderwijsraad is het adviesorgaan van
regering en parlement op het terrein van het
onderwijs. De raad is onafhankelijk en adviseert,
gevraagd en ongevraagd, over hoofdlijnen van
beleid en toepassing van wetgeving. Hij adviseert
over het brede terrein van het onderwijs, van
voorschoolse educatie tot postinitieel onderwijs
en permanente educatie. Gemeenten kunnen in
bijzondere gevallen van lokaal onderwijsbeleid
een beroep doen op de Onderwijsraad.
De raad is samengesteld uit personen die zijn
benoemd op grond van hun gezaghebbende
positie in relevante wetenschappelijke disciplines,
in sectoren van het onderwijs, openbaar
bestuur of maatschappelijke organisaties. De
raad gebruikt in zijn advisering verschillende
disciplinaire aspecten (zoals onderwijskundige,
economische en juridische) en verbindt deze met
ontwikkelingen in de praktijk van het onderwijs.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>