<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>  Ons kenmerk                              Contactpersoon                       Plaats/Datum
  20200003-1187                            drs. M.P. van Leeuwen                Den Haag, 27 januari 2020
  Uw kenmerk                               Doorkiesnummer                       Onderwerp
                                           070 - 31 00 00 0                     Advies Strategische agenda hoger
                                                                                onderwijs en onderzoek: Houdbaar voor de
                                                                                toekomst
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Mevrouw mr. drs. I.K. van Engelshoven
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag
Mevrouw de Minister,
Op 2 december 2019 publiceerde u Houdbaar voor de toekomst,1 een nieuwe strategische
agenda hoger onderwijs en onderzoek. Naar goed gebruik brengt de Onderwijsraad u hierover
advies uit voorafgaand aan uw overleg met de Tweede Kamer.
De strategische agenda bevat veel handvatten om het hoge niveau van het hoger onderwijs en
onderzoek in Nederland voor de nabije toekomst te handhaven. De raad vindt het goed dat er
meer waardering komt voor onderwijs en dat samenwerking nadruk krijgt. Ook de aandacht
voor denken in termen van studentsucces acht de raad op zijn plaats, net als de aandacht voor
leven lang ontwikkelen.
De raad zet drie kanttekeningen bij de agenda. Ten eerste beveelt hij aan een perspectief uit te
werken op het ‘wat’ en ‘waartoe’ van hoger onderwijs, om tot een volwaardige strategie te
komen. Ten tweede is het nodig een langetermijnstrategie te ontwikkelen op doorstroom en
aansluiting binnen het hele onderwijsstelsel, met het oog op toegankelijkheid en gelijke kansen.
Daarbij zou het uitdrukkelijk moeten gaan om een langetermijnstrategie voor het hele onderwijs.
In dat licht beveelt de raad aan de systematiek van een vierjaarlijks plan voor enkel het hoger
onderwijs uit de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) te
schrappen.
Op hoofdpunten sluit de nieuwe strategische agenda grotendeels aan bij die van uw
ambtsvoorgangster uit 2015. De raad verwijst hier graag naar zijn advies over die agenda –
bijvoorbeeld over grenzen aan flexibilisering, het belang van de verwevenheid van onderwijs en
onderzoek, goede afstemming tussen curricula en toegangseisen en regionale verankering.2
Strategische agenda mist perspectief op de intrinsieke waarde en betekenis van
(hoger) onderwijs
Met u stelt de Onderwijsraad vast dat universiteiten en hogescholen het zowel wat betreft
onderzoek als onderwijs goed doen – zeker in internationaal vergelijk – en dat het belangrijk is
dit zo te houden.3 De strategische agenda bevat veel elementen die daaraan kunnen bijdragen.
De geschetste maatschappelijke trends en ontwikkelingen zijn herkenbaar en hun betekenis
voor het (hoger) onderwijs behoeft inderdaad doordenking. Het is goed dat er meer waardering
1
  Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2019), Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek.
Houdbaar voor de toekomst. Den Haag: OCW.
2
  Onderwijsraad (2015a), Advies Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2015-2025. Den Haag. Voor een
samenvatting en de volledige tekst van dit advies, zie
https://www.onderwijsraad.nl/adviezen/publicaties/adviezen/2015/10/05/strategische-agenda-hoger-onderwijs-en-
onderzoek-2015-2025.
3
  OCW, 2019, p. 15; Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (2019), Benchmarking Higher
Education System Performance: The Netherlands. Parijs: OESO.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>   Ons kenmerk
   20200003-1187
   Pagina
   2/8
voor onderwijs komt. De raad benadrukt met u het belang van verwevenheid van onderwijs en
onderzoek,4 van samenwerking tussen opleidingen en instellingen in plaats van concurrentie
en van versterking van het praktijkonderzoek in het hoger beroepsonderwijs. Ook de aandacht
voor het welzijn van studenten en denken in termen van studentsucces in plaats van
studiesucces is zeer op zijn plaats.5 Verder onderschrijft de raad de aandacht voor leven lang
ontwikkelen. Hij heeft eerder opgeroepen permanente educatie een structurele plek in het
onderwijsstelsel te geven.6
De raad mist in de agenda evenwel een perspectief op de intrinsieke waarde en betekenis van
hoger onderwijs, op de aard en het waartoe ervan.7 De strategische agenda bouwt voort op
allerlei vragen die van buiten aan het hoger onderwijs gesteld worden en op maatschappelijke
trends en ontwikkelingen die op het (hoger) onderwijs afkomen. Universiteiten en hogescholen
zouden daaraan meer moeten beantwoorden, aldus de agenda. Daarmee sluit u aan bij de
benadering in tal van recente rapporten over het hoger onderwijs die eveneens overwegend
van buiten naar binnen kijken.8
Die benadering is naar het oordeel van de raad te beperkt. Een benadering die eenzijdig vanuit
externe perspectieven naar het hoger onderwijs kijkt, maakt het hoger onderwijs kwetsbaar. Het
kan al snel leiden tot een ‘wij-vragen-u-draait’-houding vanuit de samenleving. Dat is extra
problematisch wanneer de externe vraag wispelturig is. Recentelijk bleek dit toen de roep van
de arbeidsmarkt om technici leidde tot pleidooien voor een verschuiving van middelen naar
bèta-opleidingen ten koste van andere wetenschapsgebieden. Op onderdelen lijkt ook de
strategische agenda in deze valkuil te lopen. Bijvoorbeeld met de stelling dat ‘het hoger
onderwijs moet inspelen op deze veranderende vraag van de arbeidsmarkt’,9 dat ‘het van
belang [is] dat de opleiding de student toerust met kennis, vaardigheden en inzichten die
aansluiten bij wat onze samenleving van hoger opgeleiden verwacht’10 en dat het hoger
onderwijs moet inspelen op de wens van studenten om flexibeler te studeren. 11 In alle drie de
gevallen ligt de verwachting van totale aanpassing op de loer als externe vragen en
ontwikkelingen – op de arbeidsmarkt, in de samenleving, vanuit studenten – niet geconfronteerd
worden met het waartoe en waarom van een universiteit of hogeschool en met een visie op wat
onderwijs eigenlijk is.
De strategische agenda stelt weliswaar: ‘Hoger onderwijs heeft niet alleen een rol in het
accommoderen van bestaande maatschappelijke en arbeidsmarktgerelateerde verwachtingen,
maar hoort die verwachtingen ook, in het licht van haar academische vrijheid, kritisch te
bevragen en soms te veranderen. Een responsieve, wendbare universiteit of hogeschool weet
daar een goede balans in te vinden.’ Maar dat kan volgens de raad alleen als duidelijk is waar
de hogeschool of universiteit voor staat. Hier past het besef dat zij een eigen opdracht hebben.
Het zijn instituties voor inwijding – met de daarbij passende socialisatie, symbolen en rituelen –
4
  Onderwijsraad, 2015a.
5
  Zie ook Interstedelijk Studenten Overleg (2019), De student van Nederland. De kracht van jongeren voor een sterke
maatschappij. Utrecht: ISO.
6
  Onderwijsraad (2019), Doorgeschoten differentiatie in het onderwijsstelsel. Den Haag.
7
  Voor zo’n perspectief, zie bijvoorbeeld: Collini, S. (2012). What Are Universities For? Londen: Penguin UK.
8
  Bijvoorbeeld Adviescommissie Bekostiging Hoger Onderwijs en Onderzoek (2019), Wissels om. Naar een transparante
en evenwichtige bekostiging, en meer samenwerking in hoger onderwijs en onderzoek. Den Haag: Xerox/OBT;
Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (2019), Het stelsel op scherp gezet. Naar toekomstbestendig
hoger onderwijs en onderzoek. Den Haag: AWTI.
9
  OCW, 2019, p. 26.
10
   OCW, 2019, p. 71.
11
   OCW, 2019, p. 57.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>   Ons kenmerk
   20200003-1187
   Pagina
   3/8
in de wetenschap of hoogwaardige beroepsuitoefening waar jonge mensen zich kunnen
ontwikkelen tot zelfstandig denkende, verantwoordelijke, reflectieve volwassenen. De
hogeschool          en      universiteit        werken        vanuit      waarden       als   onafhankelijkheid,
onbevooroordeeldheid, waarheidsvinding, academische vrijheid en integriteit. Juist de
continuïteit als eigenstandige instituties – als tegenhanger van responsiviteit en wendbaarheid
– ontbreekt nu in de agenda.
Pas bij zo’n perspectief is te zien hoe internationalisering kan bijdragen aan de kwaliteit van het
hoger onderwijs en hoe dit weloverwogen kan gebeuren.12 Pas dan is te zien dat
wetenschappelijk onderwijs vraagt om verwevenheid van onderzoek en onderwijs, waarbij
onderzoekers zichtbaar zijn in het onderwijs en docenten ook tijd voor onderzoek hebben. Pas
dan wordt duidelijk waar digitale leermiddelen en online modules zoals MOOCs het onderwijs
echt ondersteunen. Digitalisering13 is zonder meer een belangrijke ontwikkeling – voor
leerdoelen, leermiddelen en de organisatie van het onderwijs – maar dient doordacht te
gebeuren.14 Bij tijd- en plaatsonafhankelijk aanbod15 is het bijvoorbeeld de vraag tot waar nog
sprake is van ‘echt’ onderwijs.
Een volwaardige strategie voor het hoger onderwijs kan verder alleen voortkomen uit
confrontatie van de externe vragen, trends en ontwikkelingen met een visie op de aard en het
doel van hoger onderwijs. Een strategie voor het hoger onderwijs vereist evenwicht tussen de
missie, externe ontwikkelingen en de capaciteit van het systeem en organisaties daarbinnen.
De missie omvat de opgaven die hogescholen en universiteiten willen realiseren en de publieke
waarde die ze willen creëren. Externe ontwikkelingen betreffen trends, kansen, noden en
uitdagingen in de omgeving. De capaciteit van het systeem en organisaties daarbinnen gaat
over de middelen in termen van menskracht, geld, infrastructuur, kennis enzovoort om de
opgaven te realiseren.16
Hogescholen en universiteiten mogen doof noch blind zijn voor ontwikkelingen in de
samenleving, maar hun reactie daarop en de vertaling in het hogeronderwijsbeleid moeten wel
ingebed zijn in een visie op het hoger onderwijs als zodanig. Op zijn minst dienen externe
ontwikkelingen en vragen gespiegeld te worden aan de wettelijke definities van
wetenschappelijk en hoger beroepsonderwijs (artikel 1.1, onder c en d, WHW) en de wettelijke
taakstelling van universiteiten en hogescholen (artikel 1.3 WHW). Een meer diepgaande visie
op goed hoger onderwijs, bij voorkeur geformuleerd op opleidingsniveau, helpt daar ook bij.17
Verder mist de raad (een uitwerking op) de volgende, meer concrete onderwerpen:18
 -      Diversiteit aan disciplines en verdeling in vakgebieden: de raad mist een visie op het
        belang van de sociale en geesteswetenschappen als zodanig en voor de samenleving;
        evenals een visie op het belang van werkelijk fundamenteel onderzoek en de relatie met
        onderwijs, de betekenis van kennis op zich en van brede kennis voor de samenleving. Met
        de Sociaal-Economische Raad meent de Onderwijsraad dat het ‘niet verstandig is de
12
   Onderwijsraad (2018), Internationalisering in het hoger onderwijs. Den Haag.
13
   OCW, 2019, p. 57-58 en 66-69.
14
   Onderwijsraad (2017a), Doordacht digitaal. Den Haag.
15
   OCW, 2019, p. 26.
16
   Zie bijvoorbeeld Moore, M.H. (1995), Creating Public Value. Strategic Management in Government. Cambridge Mass.:
Harvard University Press.
17
   Onderwijsraad (2015b), Kwaliteit in het hoger onderwijs. Den Haag.
18
   Deze vraagstukken hebben de instellingen deels zelf opgepakt: VSNU (2019), Meerjarenplan VSNU 2019-2020. Den
Haag; Vereniging Hogescholen (2019), Professionals voor morgen. Strategische agenda. Den Haag; VSNU,
NFU,KNAW, NWO & ZonMw (2019), Ruimte voor ieders talent; naar een nieuwe balans in het erkennen en waarderen
van wetenschappers. Den Haag.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>   Ons kenmerk
   20200003-1187
   Pagina
   4/8
         directe arbeidsmarktrelevantie als enige maatstaf te hanteren voor het bepalen van de
         waarde van het hoger onderwijs’.19 Er is een breder perspectief nodig op de betekenis van
         onderwijs en kennis uit allerlei disciplines in onze veranderende samenleving.
 -       Bestuurlijke verhoudingen tussen overheid en instellingen voor hoger onderwijs:20 er is
         sprake van ongemak met de sturingsfilosofie en -instrumenten van de afgelopen decennia,
         maar een alternatief wordt niet geschetst. U geeft aan deze strategische agenda te zien
         als basis voor de strategische dialoog tussen instellingen en het ministerie van Onderwijs,
         Cultuur en Wetenschap.21 Wat is de status van die dialoog, waarover gaat die, hoe wordt
         hij gevoerd en is de verhouding tussen instellingen en OCW daarin gelijkwaardig?
 -       Verantwoordelijkheid voor macrodoelmatigheid: over het algemeen sluit het hoger
         onderwijs behoorlijk aan op de arbeidsmarkt, maar er zijn opleidingen die minder
         perspectief op een baan bieden.22 De strategische agenda laat in het midden hoe vrij
         instellingen zijn in het bepalen van hun opleidingsaanbod.23
 -       Opleiden: vooral in het licht van de gewenste flexibilisering, modulariteit en een leven lang
         ontwikkelen komt de vraag op wat een opleiding is en welke plaats die inneemt binnen de
         voortdurende ontwikkeling van een (oud-)student.
 -       Complementariteit binnen het binaire stelsel:24 hoger beroepsonderwijs en
         wetenschappelijk onderwijs hebben elk een eigen karakter. Hoe verhouden ze zich tot
         elkaar? Kunnen daartussen vloeibare overgangen en een zogenoemde wisselstroom25
         bestaan zonder af te doen aan hun eigen aard? In hoeverre leiden hogescholen
         professionals voor de praktijk op en universiteiten wetenschappers? Wat betekent de
         doorontwikkeling van het binaire stelsel, bijvoorbeeld de verdere uitbouw van
         praktijkgericht onderzoek, masters en een derde cyclus met professionele doctoraten in
         het hoger beroepsonderwijs?26
Strategie vooral nodig voor doorstroom en aansluiting
In de strategische agenda komen toegankelijkheid en gelijke kansen meermaals aan de orde.
Zo is de eerste ambitie gewijd aan toegankelijk hoger onderwijs met aandacht voor soepele
overgangen tussen voortgezet of middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs en voor de
wisselstroom tussen hbo en wo.27 U pleit voor een ketenaanpak28 en noemt de betrokkenheid
van het hoger onderwijs bij de herziening van kerndoelen en examenstof in het voortgezet
onderwijs als voorbeeld van een waarborg voor goede aansluiting.29
19
   Sociaal-Economische Raad (2019), Briefadvies Strategische agenda hoger onderwijs. Den Haag: SER.
20
   Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (2019), Beleidsdoorlichting artikel 6 en artikel 7. Den Haag: NRO; OCW,
2019, p. 95.
21
   OCW, 2019, p. 42 en 97.
22
   OCW, 2019, p. 20.
23
   OCW, 2019, p. 74-80.
24
   OCW, 2019, p. 19.
25
   OCW, 2019, p. 50.
26
   Vereniging Hogescholen & VSNU (2019), Position paper VSNU-VH doorontwikkeling binair stelsel. Den Haag; OCW,
2019, p. 88-89.
27
   Zie hoofdstuk 4 uit OCW, 2019.
28
   OCW, 2019, p. 46.
29
   Ibid.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>   Ons kenmerk
   20200003-1187
   Pagina
   5/8
De raad waardeert en onderstreept de aandacht voor deze thema’s.30 Toegankelijkheid van het
hoger onderwijs voor iedereen die ertoe in staat is, is van groot belang. In onze meritocratische
samenleving bepalen diploma’s en competenties voor een aanzienlijk deel iemands
maatschappelijke positie. Daarom is het goed belemmeringen in het onderwijssysteem voor
aansluiting en doorstroom weg te nemen.
De raad mist echter een grondige doordenking van de betekenis van ontwikkelingen in andere
onderwijssectoren voor het hoger onderwijs en vice versa. Zo hebben de inzet van een numerus
fixus en decentrale selectiemethoden (eindexamencijfers, toelatingstoets, intakegesprek) bij
toelating tot opleidingen in het hoger onderwijs effect op de motivatie van en de prestatiedruk
voor leerlingen in het voortgezet onderwijs en studenten in het mbo. De decentrale selectie-
instrumenten kunnen ook de toegankelijkheid verminderen. Studenten met een niet-westerse
migratieachtergrond, degenen met een lager gemiddeld cijfer in het voortgezet onderwijs en
mannen lijken ondervertegenwoordigd te zijn in selecterende universitaire opleidingen. Dit geldt
ook voor studenten met laagopgeleide ouders dan wel afkomstig uit de lagere
inkomensgroepen. Ook in het hbo is dit effect te zien. Studenten met een vwo-diploma worden
vaker toegelaten, studenten met een migratieachtergrond of een functiebeperking minder vaak.
Ook zelfselectie speelt een rol.31 Juist voor jongeren uit deze groepen is het hoger onderwijs
een belangrijke weg om op te klimmen in de samenleving.
Tegelijkertijd moet er aandacht zijn voor het vraagstuk van de opwaartse druk in ons
onderwijssysteem. Jongeren staan onder maatschappelijke druk een zo hoog mogelijk
onderwijsniveau te behalen, ook als andersoortige opleidingen dan een wetenschappelijke
beter bij hen passen wat betreft capaciteiten, interesses, motivatie en toekomstperspectief.32 In
de strategische agenda besteedt u aandacht aan deze ontwikkeling en moedigt u
mogelijkheden voor wisselstroom tussen hbo- en wo-opleidingen aan. De raad staat hier positief
tegenover, maar mist een analyse van onderliggende oorzaken van de opwaartse druk en
bepleit een systemische visie waarbij ook het mbo en voortgezet onderwijs worden betrokken.
Ten slotte staat de raad graag stil bij de impact van flexibilisering op toegankelijkheid.
Flexibilisering speelt terecht een grote rol in de strategische agenda. U spreekt de ambitie uit
dat over vier jaar meer instellingen flexibel onderwijs verzorgen, waarmee goed en snel wordt
ingespeeld op de vraag van verschillende groepen studenten, onder wie (werkende)
volwassenen.33 De raad erkent het belang van flexibiliteit voor leven lang ontwikkelen. Om
werken en leren beter te kunnen combineren, moeten scholingsvoorzieningen een permanent
onderdeel zijn van het onderwijsstelsel. Een betere infrastructuur van het post-initieel onderwijs
maakt het scholings- en vormingsaanbod toegankelijker, gaat verdere versnippering van het
aanbod tegen en zorgt voor een betere aansluiting tussen onderwijssectoren.34
Flexibilisering kent ook keerzijden. Verschillende routes en ongelijke eindtermen van
vooropleidingen leiden tot uiteenlopende kennis- en vaardigheidsniveaus van de instroom. Een
deel van de studenten mist bijvoorbeeld gevorderde beheersing van grammatica of wiskundige
kennis die nodig is voor statistiekvakken. Dit vraagt om reflectie op welke routes wenselijk zijn
30
   Zie bijvoorbeeld Onderwijsraad, 2015a; Onderwijsraad (2017b), Het bevorderen van gelijke onderwijskansen en
sociale samenhang. Den Haag; Onderwijsraad (2017c), De leerling centraal? Den Haag; Onderwijsraad, 2019.
31
   Onderwijsraad, 2019. Zie ook
https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/themaonderzoeken/themaonderzoeken-hoger-onderwijs/selectie-
toegankelijkheid-en-studiesucces.
32
   Onderwijsraad, 2019.
33
   Onderwijsraad, 2019, p. 8.
34
   Onderwijsraad, 2019.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>   Ons kenmerk
   20200003-1187
   Pagina
   6/8
en hoe opleidingen ondersteund kunnen worden bij het wegwerken van deficiënties bij hun
studenten.
Verder kunnen flexibilisering en keuzevrijheid voor studenten aan de ene kant en
gemeenschapsvorming, samenhang binnen opleidingen en het hele onderwijsstelsel aan de
andere elkaar bijten. De raad is al ingegaan op deze spanningen in zijn reactie op de
strategische agenda van 2015.35 In de nieuwe agenda stelt u dat structuur en samenhang in de
opleiding niet losgelaten worden, noch de binding met de instelling of de nadruk op brede
persoonsvorming. Tegelijk moet de student meer ruimte krijgen voor regie op zijn leerroute.36
Hoe groot is die ruimte dan en waaruit bestaat die? Het een kan niet tegelijk met het ander –
hier zijn scherpere keuzes geboden.
Strategische visie voor langere termijn en op hele onderwijsstelsel nodig
De strategische agenda hoger onderwijs en onderzoek betreft het Hoger Onderwijs en
Onderzoek Plan (HOOP) in de zin van artikel 2.3 WHW. De wet verplicht u zo’n plan op te
stellen voor een tijdvak van minstens vier jaar. De raad beveelt aan deze verplichting uit de wet
te halen en voortaan te werken met een strategische langetermijnagenda voor het hele
onderwijs. Naar het oordeel van de raad staat de verplichting in de WHW om specifiek voor het
hoger onderwijs een plan te maken weloverwogen onderwijs- en onderzoeksbeleid in de weg.
Hij noemt daarvoor drie redenen.
De nu gevolgde systematiek is geen goede weg om tot een langetermijnstrategie te komen. Het
door de wet ingegeven ritme van vier jaar kan aanzetten tot het opstellen van een strategische
visie op een moment dat het hoger onderwijs daar niet aan toe is. Dat lijkt nu het geval te zijn.
In het voorwoord bij de strategische agenda schrijft u dat het niet de tijd is voor ‘nieuwe Haagse
ideeën’, maar voor ‘doen wat nodig is om meer rust en stabiliteit te brengen’.37
De raad acht het verstandig op korte termijn aan een aantal knelpunten te werken – zoals de
werkdruk van docenten en onderzoekers, het studentenwelzijn en de onevenwichtigheid in de
waardering van onderzoek en onderwijs.38 Die knelpunten staan het gesprek over een
toekomstvisie in de weg. De raad is met u van mening dat structurele extra investeringen in het
hoger onderwijs en onderzoek nodig zijn om aan die knelpunten te werken.39
Een strategische agenda zou echter over de lange termijn moeten gaan; en eerder over een
periode van tien tot vijftien jaar. Het tijdvak voor het HOOP is ooit al verlengd van twee naar
vier jaar.40 Dat blijkt nog altijd te kort. De termijn van vier jaar is passend voor een plan met
concrete acties, maar niet voor een strategische agenda. Tegelijk suggereert een tijdvak van
vier jaar een kabinetsperiode, maar valt daarmee in de praktijk niet samen. Uw
ambtsvoorgangster heeft de termijn voor de strategische agenda van 2015 niet zonder reden
op tien jaar gesteld.41
35
   Onderwijsraad, 2015a.
36
   OCW, 2019, p. 58.
37
   OCW, 2019, p. 5.
38
   Ibid.
39
   Veldhuis, P. (2019). Onderwijsminister Van Engelshoven: miljard extra nodig voor universiteiten en hogescholen. In
NRC Handelsblad, 2 december 2019.
40
   Kamerstukken II 1999-2000, 26 905, nr. 3 (memorie van toelichting bij voorstel tot wijziging van de Wet op het hoger
onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met onder meer de wijziging van de termijn van vaststelling van het
hoger onderwijs- en onderzoeksplan).
41
   OCW (2015), De waarde(n) van weten. Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2015-2025. Den Haag:
OCW.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>   Ons kenmerk
   20200003-1187
   Pagina
   7/8
Het instrument van het HOOP is daarnaast diffuus geworden. Het was oorspronkelijk bedoeld
als planvorming voor de sector, waarbij de overheid op stelselniveau meer nadrukkelijk
hogeronderwijs- en wetenschapsbeleid ging voeren ten behoeve van de kwaliteit van het hoger
onderwijs en haar bijdrage aan economische en sociale ontwikkelingen. Gaandeweg is dit
veranderd in een ‘strategische agenda’.42 Het is zeer de vraag of de verplichting van artikel 2.3
WHW dan nog past. Bovendien zijn er inmiddels sectorakkoorden, kwaliteitsafspraken en
sectorplannen bijgekomen.43 Hoe verhoudt de strategische agenda zich daartoe?44 In
combinatie met het ontbreken van een langetermijnstrategie draagt de inzet van op de korte of
middellange termijn gerichte instrumenten een risico op overladenheid in zich.
Ten derde geldt de verplichting een strategische agenda te maken alleen voor het hoger
onderwijs. De raad meent dat het beter is een langetermijnstrategie voor het hele onderwijs te
ontwikkelen. Zeker vanuit het perspectief van toegankelijkheid en het waarborgen van gelijke
kansen is zo’n systemische blik onontbeerlijk: een blik op het onderwijsstelsel als geheel en op
de samenhang tussen de delen van dat stelsel, met oog voor aansluiting en afstemming op
vorm en inhoud, en met oog voor de invloed van ontwikkelingen in de ene sector op andere
sectoren.
Terwijl uw strategische agenda wel bouwt op diverse maatschappelijke ontwikkelingen, mist nu
een (adequate) doordenking van gevolgen voor het hoger onderwijs van ontwikkelingen in het
funderend onderwijs. Zo bepaalt de aanstaande herziening van kerndoelen en examenstof in
het primair en voortgezet onderwijs voor een belangrijk deel met welke kennis, vaardigheden
en studiehouding studenten in het hoger onderwijs instromen.45 Ook de toenemende profilering
en de opkomst van nieuwe onderwijsconcepten en didactische aanpakken in het voortgezet
onderwijs vragen om reflectie vanuit het hoger onderwijs. Denk aan technasia en tweetalig
onderwijs. Nieuwe studenten zijn gewend aan andere manieren van studeren, stromen met
andere kennis en vaardigheden in én gaan daarin onderling meer van elkaar verschillen.46
Verder is aandacht voor brede vaardigheden in het hoger onderwijs 47 niet los te zien van een
grotere nadruk op brede kwaliteit in het funderend onderwijs. Hetzelfde geldt voor digitalisering
en internationalisering. Zo pleitte de raad eerder voor sectoroverstijgende leerlijnen voor Engels
en wereldoriëntatie.48 Steeds speelt de tweeledige vraag: wat moet het funderend onderwijs
toekomstige studenten meegeven om succesvol aan het hoger onderwijs te kunnen deelnemen;
en hoe moeten hogescholen en universiteiten omgaan met veranderingen en diversiteit in wat
nieuwe studenten in eerder gevolgd onderwijs hebben meegekregen?
Voor aansluiting op de veranderlijke arbeidsmarkt49 ligt het voor de hand evenzeer naar het
mbo te kijken. De in de strategische agenda geformuleerde ambitie tot meer samenwerking te
komen, betreft vooral hogeronderwijsinstellingen. Samenwerking in de beroepskolom wordt
weliswaar benoemd, maar niet uitgewerkt.50 En ook bij de regionale verankering van instellingen
42
   Kamerstukken II 1999-2000, 26 905, nr. 3.
43
   OCW & Vereniging Hogescholen (2018), Sectorakkoord hbo 2019-2022; OCW & VSNU (2018). Sectorakkoord wo;
OCW, Vereniging Hogescholen, VSNU, ISO & LSVb (2018), Investeren in Onderwijskwaliteit – Kwaliteitsafspraken 2019-
2024.
44
   OCW, 2019, p. 12 en 37.
45
   De strategische agenda benoemt de herziening slechts als ‘grote kans om de overgang naar het hoger onderwijs te
verbeteren’. OCW, 2019, p. 46.
46
   Inspectie van het onderwijs (2019), Staat van het Onderwijs 2019. Utrecht: Inspectie van het Onderwijs.
47
   OCW, 2019, p. 72.
48
   Onderwijsraad (2016), Internationaliseren met ambitie. Den Haag.
49
   OCW, 2019, p. 75.
50
   OCW, 2019, p. 34.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>   Ons kenmerk
   20200003-1187
   Pagina
   8/8
voor hoger onderwijs wordt het mbo weliswaar genoemd, maar is de plaats van regionale
opleidingencentra niet uitgewerkt.51
De raad heeft eerder al gewezen op de noodzaak om het onderwijsstelsel als geheel te
doordenken.52 De raad wijst verder op ontwikkelingen in de wereld zoals digitalisering,53
robotisering,54 internationalisering,55 toenemende segregatie in de samenleving en
flexibilisering van de arbeidsmarkt.56 Alle hebben effect op het nut en de noodzaak van ons
onderwijs en de inrichting ervan. Ze vergen kortom een visie op onderwijs en de kernwaarden
daarvan in een veranderende wereld.
Tot slot
De Onderwijsraad erkent en herkent de noodzaak om op korte termijn een aantal knelpunten
op te heffen. Dat neemt niet weg dat ook een strategische visie voor de lange termijn op (hoger)
onderwijs nodig is en dat een aantal fundamentele onderwerpen in de nabije toekomst
doordenking behoeft. De Onderwijsraad is zeer bereid u daarbij van advies te voorzien.
Met beleefde groet,
prof. dr. E.H. Hooge                                    drs. M.P. van Leeuwen
voorzitter                                              secretaris-directeur
51
   OCW, 2019, p. 83.
52
   Onderwijsraad, 2019.
53
   Onderwijsraad, 2017a.
54
   Went, R., Kremer, M. & Knottnerus, A. (red.) (2015), De robot de baas. De toekomst van werk in het tweede
machinetijdperk. WRR-verkenning nr. 31.
55
   Onderwijsraad, 2016; Onderwijsraad, 2018.
56
   Onderwijsraad, 2019.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>