<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>  Ons kenmerk                          Contactpersoon                      Plaats/Datum
  20200014-1198                                                            Den Haag, 20 februari 2020
  Uw kenmerk                           Doorkiesnummer                      Onderwerp
                                       070-310 00 00                       Advies inzake de aanvragen van de
                                                                           Stichting voor Islamitisch Voortgezet
                                                                           Onderwijs Randstad
  De minister voor Basis- en Voortgezet onderwijs en Media
  de heer drs. A. Slob
  Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  Postbus 16375
  2500 BJ Den Haag
Mijnheer de Minister,
Op 6 november 2019 verzocht u de Onderwijsraad na te gaan of de grondslag ‘traditioneel
islamitisch’ te beschouwen is als een richting zoals bedoeld in de onderwijswetten. U vroeg
de raad daarbij uit te gaan van de betekenis die (met name) in de uitspraken van de Kroon,
de Raad van State en de Onderwijsraad aan het begrip ‘richting’ wordt toegekend.
Aanleiding voor uw verzoek is dat de Stichting voor Islamitisch Voortgezet Onderwijs
Randstad (SIVORa) aanvragen heeft ingediend voor bekostiging van twee nieuwe
scholengemeenschappen, in Den Haag en in Amsterdam. Beide scholen gaan uit van de
richting ‘traditioneel islamitisch’. In Nederland bestaat nog geen school voor voortgezet
onderwijs met deze grondslag.
De raad adviseert om traditioneel islamitisch niet aan te merken als richting in de zin van
artikel 67, lid 2 van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO). In dit briefadvies belicht de
raad onder punt 1 wat we moeten verstaan onder richting in de zin van de toepasselijke
wettelijke grondslag 1 en welke eisen daarvoor gelden. Vervolgens gaat de raad na of
traditioneel islamitisch aan die eisen voldoet (punt 2). Aan de hand van drie standaarden stelt
hij vast dat dit niet het geval is. De raad baseert zich daarbij op de bij de adviesvraag gevoegde
stukken, de nadere toelichting door het bestuur van SIVORa 2 en de overwegingen van
geraadpleegde deskundigen. 3 De raad staat tot slot kort stil bij het wetsvoorstel om meer
ruimte te scheppen voor nieuwe scholen, dat momenteel in behandeling is bij de Eerste
Kamer. Zolang die nieuwe wet niet van kracht is, vormt de bestaande wet- en regelgeving het
uitgangspunt – ook in dit advies (punt 3).
1
  De wettelijke grondslag voor de aanvragen is gelegen in artikel 64, lid 2 en artikel 67, lid 2, WVO. Artikel
64, lid 2 bepaalt dat een scholengemeenschap voor bekostiging in aanmerking komt als redelijkerwijs kan
worden aangenomen dat de samenstellende scholen voldoende leerlingen zullen trekken. Artikel 67, lid
2 bepaalt dat de aanvraag voor bekostiging van een bijzondere school of scholengemeenschap onder
andere de verlangde richting dient te vermelden.
2
  Oprichtingsakte en statuten van de Stichting voor Islamitisch Voortgezet Onderwijs Randstad, 9
december 2019; Brief van het bestuur aan de Onderwijsraad, 9 december 2019. Tijdens een gesprek met
een delegatie van de Onderwijsraad op 13 december 2019 heeft het stichtingsbestuur een mondelinge
toelichting gegeven.
3
  M. Berger (2019), Overwegingen bij de richting ‘traditioneel islamitisch’. Universiteit Leiden; H.L. Beck
(2019), Overwegingen. Tilburg University.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>  Ons kenmerk
  20200014-1198
  Pagina
  2/11
Advies: Merk traditioneel islamitisch niet aan als richting in de zin van artikel 67, lid 2,
WVO
Hieronder onderbouwt de raad puntsgewijs zijn standpunt dat traditioneel islamitisch geen
eigen richting in de zin van de onderwijswetten is.
1. Criteria om als richting aangemerkt te worden
De raad heeft uw voorgangers eerder geadviseerd over de invulling van het begrip richting.
De raad formuleerde een aantal criteria om een grondslag als richting te kunnen aanmerken.
Deze criteria zijn ontwikkeld en verfijnd in besluiten van de Kroon, uitspraken van de Raad
van State en adviezen van de Onderwijsraad zelf. De raad sluit in dit advies aan bij de eerder
geformuleerde criteria, in het bijzonder die gebaseerd op de uitspraken van de Raad van
State 4 en de meest recente eigen adviezen: Duurzaamheid als richting, Humanisme als
richting en Boeddhisme als richting. 5
Bij de erkenning van een richting in de zin van de onderwijswetten gaat het om “een
geestelijke stroming die zich in een binnen Nederland waarneembare beweging openbaart en
ook op andere terreinen van het leven doorwerkt”. 6 De raad heeft deze definitie nader
uitgewerkt in drie standaarden (zie tabel). Samen vormen ze het toetsingskader: een
grondslag moet aan alle drie de standaarden voldoen om als richting aangemerkt te kunnen
worden.
4
  Met name ABRvS, 11 februari 1997, AB 1998, 28.
5
  Onderwijsraad (2018), Duurzaamheid als richting. Den Haag; Onderwijsraad (2014), Humanisme als
richting. Den Haag; Onderwijsraad (2010), Boeddhisme als richting. Den Haag.
6
  ABRvS, 11 februari 1997 (Evangelische richting in het basisonderwijs), AB 1998, 28 m.nt. BPV en
ABRvS, 15 januari 1998 (Evangelische richting in het voortgezet onderwijs), AB 1998, 173 m.nt. BPV;
Onderwijsraad, 2010; Onderwijsraad, 2018.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>  Ons kenmerk
  20200014-1198
  Pagina
  3/11
Toetsingskader
                                               Criteria                        Subcriteria
  Standaard 1      De statutaire               (1a) Doel en
                   grondslag is                werkzaamheden van de
                   voldoende                   rechtspersoon zijn niet in
                   eenduidig                   strijd met de openbare orde
                   uitgewerkt en naar          (1b) De voorgestane
                   de onderwijspraktijk        richting blijkt uit de statuten
                   vertaald                    van de rechtspersoon die
                                               de bekostigingsaanvraag
                                               indient
                                               (1c) In de statuten wordt de    (1c1) De grondslag
                                               grondslag duidelijk en          is ondubbelzinnig
                                               voldoende uitgewerkt            (1c2) De grondslag
                                                                               wordt naar de
                                                                               onderwijspraktijk
                                                                               vertaald
  Standaard 2      De grondslag                (2a) Er is sprake van een
                   betreft een                 godsdienst of
                   onderscheiden               levensbeschouwing
                   godsdienst of               (2b) De stroming is
                   levensbeschouwing           voldoende onderscheidend
                   die ook op andere           (2c) De overtuiging betreft
                   terreinen van het           niet alleen het onderwijs,
                   leven doorwerkt             maar werkt ook op andere
                                               terreinen van het leven
                                               door
  Standaard 3      De stroming                 (3a) De stroming
                   manifesteert zich in        manifesteert zich al
                   een in de                   geruime tijd in de
                   Nederlandse                 samenleving
                   samenleving                 (3b) De stroming heeft een
                   waarneembare                zekere omvang
                   beweging                    (3c) In diverse
                                               maatschappelijke
                                               domeinen bestaan
                                               instellingen met deze
                                               specifieke grondslag 7
7
  Voor een nadere invulling van dit kader, zie Onderwijsraad, 2018.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>  Ons kenmerk
  20200014-1198
  Pagina
  4/11
2. Traditioneel islamitisch als grondslag voor onderwijs voldoet niet aan al deze criteria
De raad constateert dat traditioneel islamitisch aan enkele criteria niet voldoet. Hieronder licht
hij dit per standaard toe.
Getoetst aan standaard 1:
Uit de statuten van SIVORa blijkt wat de voorgestane richting is, maar de uitwerking is
minimaal en roept vragen op.
Standaard 1 behelst drie criteria. Het eerste (1a) is dat het doel en de werkzaamheden van
SIVORa niet in strijd zijn met de openbare orde. De raad heeft geen enkele aanwijzing dat
het doel en de werkzaamheden van de rechtspersoon in strijd zijn met de openbare orde.
Het volgende criterium (1b) is dat de voorgestane richting uit de statuten van SIVORa blijkt.
Hieraan wordt voldaan. De statuten bevatten een aanduiding van de richting in de zin dat
traditioneel islamitisch als grondslag wordt benoemd. In de statuten van de stichting wordt in
artikel 3 de grondslag van het onderwijs beschreven. De bepaling luidt:
             “Doelstelling en grondslag
             Artikel 3
             1. De stichting heeft ten doel de oprichting (en het verrichten van alle
             voorbereidende handelingen die noodzakelijk zijn om tot oprichting te
             komen) en instandhouding van een of meer scholen voor voortgezet
             traditioneel Islamitisch onderwijs in de Randstad, waarbij het verzorgen
             van kwalitatief hoogwaardig onderwijs voor alle leerlingen, ongeacht hun
             niveau en achtergrond als één van de uitgangspunten dient. De van de
             stichting uitgaande scholen kennen een traditioneel Islamitische grondslag
             en laten zich – met betoon van respect voor levens- en
             maatschappijbeschouwingen van andersdenkenden – primair leiden en
             inspireren door de Islam, zoals deze is samengevat in de Koran en de
             Soennah.
             2. In het onderwijs dat door de van de stichting uitgaande scholen voor
             alle leerlingen wordt verzorgd, wordt aandacht besteed aan de brede
             vorming van de leerlingen vanuit Islamitische beginselen, waarbij de
             emancipatie en participatie van moslims in de Nederlandse samenleving
             een belangrijke doelstelling is. De stichting wil door middel van kwalitatief
             goed voortgezet onderwijs kinderen vormen tot wereldburgers met een
             traditioneel      islamitische      identiteit,     die      een       groot
             verantwoordelijkheidsgevoel hebben voor hun omgeving en het milieu, en
             op betrokken wijze in de Nederlandse samenleving staan.
             3. De stichting en de van de stichting uitgaande scholen betonen respect
             voor levens- en maatschappijbeschouwingen van andersdenkenden.
             Mitsdien wordt aan het onderwijs in de van de stichting uitgaande scholen
             vanuit de hierboven genoemde inspiratie en houding gestalte geven.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>  Ons kenmerk
  20200014-1198
  Pagina
  5/11
             4. De van de stichting uitgaande scholen zullen in het door ieder van hen
             op te stellen schoolplan aandacht besteden aan de wijze waarop vorm en
             inhoud wordt gegeven aan haar traditioneel Islamitische identiteit.
             5. De stichting tracht haar doel te bereiken door:
             a. het voorbereiden van de oprichting én de oprichting en instandhouding
             van een of meer scholen voor traditioneel Islamitisch onderwijs;
             b. het onderhouden van relaties met andere rechtspersonen en
             instellingen die een bijdrage kunnen leveren aan realisatie van de
             doelstelling, en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of
             zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de
             ruimste zin van het woord.
             […]
             6. De stichting verwezenlijkt haar doel op een wijze die getuigt van respect
             voor de uiteenlopende godsdienstige, culturele en maatschappelijke
             overtuigingen en stromingen in de Nederlandse
             samenleving, voor zover deze overtuigingen en stromingen niet strijdig zijn
             met de wet. […]”
Het laatste criterium (1c) houdt in dat de grondslag duidelijk en voldoende uitgewerkt is. De
traditionele islam neemt volgens het stichtingsbestuur de Koran, de soenna en de vier
wetsscholen hanafitisch, malikitisch, shafi’itisch en hanbalitisch als drager voor de invulling
van de islamitische identiteit. Deze vier wetsscholen zouden elk een geloofsinvulling hebben
die past bij de democratische rechtsstaat, aldus het stichtingsbestuur. Verder stelt het bestuur
van SIVORa dat het onderwijs aan zijn scholen zich kenmerkt door openheid en zich richt op
samenwerking met externe partners en op emancipatie, participatie, integratie en respect voor
levens- en maatschappijbeschouwingen van andersdenkenden.
De statuten bevatten naast artikel 3 geen andere bepalingen die de grondslag met het
onderwijs verbinden of de verwezenlijking van de grondslag in de onderwijspraktijk
waarborgen. Zo geldt niet de eis dat bestuurders, interne toezichthouders en personeel de
grondslag onderschrijven dan wel respecteren en dat het algemeen bestuur de missie en de
doelstelling van de stichting bewaakt. Op het niveau van bestuur en intern toezicht gaan de
statuten uit van een personele unie met de Stichting Islamitisch Onderwijs Rotterdam e.o.
(SIVOR). Het college van bestuur van Stichting Islamitisch Onderwijs Randstad (SIVORa)
bestaat uit dezelfde persoon of personen als het college van bestuur van SIVOR (artikel 6.1).
Een lid van het college van bestuur van SIVORa wordt benoemd, geschorst en ontslagen
door de raad van toezicht van SIVOR (artikel 6.2 en artikel 7.1). Het interne toezicht binnen
SIVORa is opgedragen aan de raad van toezicht van SIVOR (artikel 5.2). SIVOR kent
‘islamitisch’ als statutaire grondslag van haar scholen. Daarbij staat in de statuten van SIVOR
dat de bestuurder (artikel 6.1) en de leden van de raad van toezicht (artikel 10.2) doel en
grondslag van de stichting moeten respecteren en moeten verklaren loyaal mee te werken
aan de doelstelling van SIVOR. Daarbij moet minstens één lid van de raad van toezicht een
islamitische achtergrond hebben (artikel 10.1). Bestuurder en interne toezichthouders dienen
zich dus loyaal te verklaren aan de islamitische grondslag van SIVOR, maar niet aan de
traditioneel islamitische grondslag van SIVORa, terwijl ze wel verantwoordelijk zijn voor de
verwezenlijking van die laatste grondslag.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>  Ons kenmerk
  20200014-1198
  Pagina
  6/11
Als bestuur en raad van toezicht van SIVOR zonder nadere waarborgen ook de grondslag
traditioneel islamitisch kunnen verwezenlijken, roept dat de vraag op in hoeverre traditioneel
islamitisch zich daadwerkelijk onderscheidt van de algemene grondslag islamitisch.
Standaard 1 bevat ook het criterium (1c2) dat een vertaling van de grondslag naar de
onderwijspraktijk plaatsvindt. Het bestuur van SIVORa heeft de grondslag traditioneel
islamitisch inderdaad uitgewerkt in een document, dat aansluitend aan de aanvragen is
toegevoegd. 8
Het stichtingsbestuur schrijft in de toelichtingen dat binnen het huidige islamitisch onderwijs
grote verschillen bestaan in visie op de vertaling van identiteit, en maatschappelijke
verantwoordelijkheid en betrokkenheid. 9 Daardoor zou het voor ouders en leerlingen
onduidelijk zijn van welke richting het onderwijs aan een bepaalde school uitgaat en welke
religieuze gebruiken, normen en waarden men hanteert. Zo wordt het salafisme geschaard
onder de richting islamitisch, aldus het bestuur. 10 SIVORa wil zich kunnen onderscheiden
door haar religieuze en onderwijskundige identiteit ‘traditioneel islamitisch’ te noemen.11
SIVORa wil hiermee afstand nemen van ‘islamitisch’ onderwijs dat naar haar mening op het
salafisme is gestoeld.
SIVORa vertaalt traditioneel islamitisch in de schoolorganisatie en in een onderwijsconcept
waarin “verantwoordelijkheid voor de naaste, verantwoordelijkheid voor een vreedzame
wereld en het volstrekt afwijzen van elke vorm van geweld kernelementen zijn van de
onderwijskundige en pedagogische visie die volledig rust op de leer zoals de profeet
Mohammed (vrede zij met hem) die heeft verkondigd”. 12 SIVORa formuleert als belangrijke
doelstelling dat het onderwijs aandacht besteedt aan de brede vorming van leerlingen, waarbij
emancipatie en participatie van moslims in de Nederlandse samenleving belangrijke
onderdelen zijn. 13 Als karakteristieke aspecten noemt het bestuur: 1) kledingrichtlijnen die
volop keuze laten voor een eigen invulling (geen verplichting om een hoofddoek te dragen),
2) onderwijs in gemengde groepen, 3) het vak levensbeschouwing, met ruime aandacht voor
de leer van de islam, maar ook voor andere religies, 4) ruime samenwerking met andere
scholen voor voortgezet onderwijs, 5) volledige participatie bij belangrijke momenten in de
Nederlandse samenleving zoals de herdenking op 4 mei en Prinsjesdag. Daarnaast noemt
het stichtingsbestuur: 1) elke week een Hadith als richtlijn en inspiratie, 2) elke les begint met
een soera, 3) het lesrooster is aangepast aan islamitische gebedstijden, 4) het lesrooster is
waar nodig aangepast tijdens de ramadan, en 5) er is volop aandacht voor islamitische
feesten, die ook gevierd worden.
Het valt de raad op dat de toelichting het onderwijs beschrijft zoals dat nu te vinden is op het
islamitische Avicenna College van SIVOR in Rotterdam. Dit lijkt erop te wijzen dat het
8
  Document ‘Toetsingskader OR’ zoals ontvangen van de aanvrager, 9 december 2019.
9
  Ibid.
10
   De raad wijst erop dat salafisme in Nederland geen erkende richting in de zin van de onderwijswetten
is. Daarnaast wijzen de geraadpleegde deskundigen erop dat het salafisme geen aparte wetsschool is.
11
   Ibid.
12
   Ibid.
13
   Ibid.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>  Ons kenmerk
  20200014-1198
  Pagina
  7/11
onderwijs aan de op te richten scholen van SIVORa niet anders zal zijn dan het onderwijs aan
het Avicenna College. Ook dat roept bij de raad de vraag op in welke mate traditioneel
islamitisch zich onderscheidt van de algemene grondslag islamitisch.
Getoetst aan standaard 2:
Traditioneel islamitisch is geen voldoende van bestaande richtingen onderscheiden
levensovertuiging.
Om als richting aangemerkt te kunnen worden, dient traditioneel islamitisch een
onderscheiden geestelijke stroming (godsdienst of levensbeschouwing) te zijn. Volgens de
raad is dat niet het geval.
In 1999 concludeerde de raad op basis van deskundigenadviezen dat de grondslag van een
nieuwe school in Den Haag specifieke religieuze uitgangspunten omvatte. 14 Dit leidde in 2000
tot de erkenning van een onderscheid tussen een orthodoxe en een liberale islamitische
richting. Kort daarvoor had de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
besloten om voor het hindoeïstisch onderwijs onderscheid te maken tussen een liberale
(karmavadische) en een orthodoxe (janmavadische) richting. 15 In het kader van het
gelijkheidsbeginsel sloot de raad daarbij aan.
In dit advies gaat het om de vraag of de traditionele islam een geestelijke stroming is die zich
voldoende onderscheidt van de reeds bestaande richtingen islamitisch, orthodox islamitisch
en liberaal islamitisch. Voor de beantwoording heeft de raad twee externe deskundigen
geraadpleegd, prof. dr. mr. Berger (Universiteit Leiden) en prof. dr. Beck (Tilburg University). 16
Op basis van hun eensluidende oordeel staat het voor de raad vast dat er binnen de
(soennitische) islam – ook in Nederland – onderscheiden opvattingen zijn in de uitingen van
de islamitische overtuiging en de opstelling in de samenleving. De deskundigen wijzen daarbij
op een verschil in wetsscholen en nationale tradities. Zij geven aan dat binnen de soennitische
islam niet zozeer sprake is van verschil in religieuze leerstellingen, maar in de manier waarop
gelovigen daaraan invulling en uitvoering geven (religieuze praxis).
De raad meent dat traditioneel islamitisch zich niet voldoende onderscheidt van de bestaande
richtingen islamitisch, orthodox islamitisch en liberaal islamitisch. Het begrip traditioneel
islamitisch is hiervoor te particulier bepaald.
De raad stelt vast dat ‘traditioneel islamitisch’ als term in Nederland niet voorkomt of gebruikt
wordt om een onderscheiden stroming binnen de islam aan te duiden. Professor Beck geeft
aan dat: “in Nederland geen geestelijke stroming onder de soennitische moslims
14
   Briefadviezen Onderwijsraad van 31 maart 1995 en 17 mei 1999. De raad kwam tot de conclusie dat
de islamitische IQRA-basisschool in Den Haag behoort tot een andere richting dan die van de islamitische
basisschool Yunus Emre in dezelfde stad.
15
   ABRvS, 5 augustus 1997 (Stichting islamitische basisschool II), AB 1998, 64 m.nt. BPV en ABRvS, 26
januari (Stichting islamitische basisschool III), AB 1999, 235 m.nt. BPV; Besluit toekenning bekostiging
door Staatssecretaris OCW van 19 juli 2000.
16
   Beck, 2019; Berger, 2019.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>  Ons kenmerk
  20200014-1198
  Pagina
  8/11
waarneembaar is die voor zichzelf het exclusieve label ‘traditioneel islamitisch’ opeist, waarbij
‘traditioneel islamitisch’ staat voor een erkende stroming binnen de ‘grote traditie’ van een
uniforme en monolithische islam. […] Initiatieven die ondernomen zijn om die diversiteit te
overstijgen om tot een grotere uniformiteit onder de soennitische moslims in Nederland te
komen, hebben tot nog toe gefaald. Geen van die initiatieven heeft zichzelf ooit gepresenteerd
onder het label traditioneel islamitisch”. Ook in het basisonderwijs is de term niet gangbaar.
Er is geen canon aan geschriften of iets dergelijks waaraan getoetst kan worden of het gaat
om een onderscheiden stroming. De raad moet daarom geheel uitgaan van de beschrijving
van de grondslag zoals SIVORa deze heeft voorgelegd.
De beschrijving van SIVORa bevat geen kenmerkende en gevestigde opvattingen over een
levensvisie of overkoepelend mens- en wereldbeeld waarmee traditioneel islamitisch zich als
onderscheiden godsdienst of levensbeschouwing kwalificeert. De genoemde
inspiratiebronnen – Koran, soenna en wetsscholen – zijn niet onderscheidend en gelden op
de meeste islamitische scholen. Deze inspiratiebronnen duiden juist op een vrij algemene
benadering van de islam, waarmee SIVORa vooral de hoofdstroom binnen de islam in
Nederland lijkt te willen vangen. Er is dus onvoldoende onderscheid met de algemene richting
islamitisch.
Daarnaast motiveert het stichtingsbestuur onvoldoende hoe de traditionele islam zich
verhoudt tot de bestaande richtingen liberaal islamitisch en orthodox islamitisch. SIVORa stelt
in het begeleidend schrijven bij de aanvragen dat traditioneel islamitisch “wezenlijk anders” is
dan liberaal islamitisch en orthodox islamitisch, maar maakt niet duidelijk waarin dat ‘wezenlijk
anders’-zijn gelegen is.
De aanvragen lijken vooral voort te komen uit de wens van SIVORa zich in denominatie te
onderscheiden en afstand te nemen van islamitische scholen waar het onderwijs – in de
opvatting van het stichtingsbestuur – op het salafisme zou zijn gestoeld. Het stichtingsbestuur
geeft wel aan wat de traditionele islam volgens hem níet is, maar geeft nauwelijks een eigen,
inhoudelijke onderbouwing van wat de traditionele islam wel zou zijn en welke kenmerkende
opvattingen bij deze stroming horen. De invulling die het stichtingsbestuur aan traditioneel
islamitisch geeft, is erg beknopt. De door de raad geraadpleegde deskundigen spreken van
“nietszeggend”, “vaag en ambigu” en “een problematisch concept”. De raad concludeert dan
ook dat de grondslag traditioneel islamitisch onvoldoende substantie heeft om deze een
onderscheiden richting te kunnen noemen.
Wat rest in de argumentatie van SIVORa is de typerende houding van de scholen, vooral in
de manier waarop zij omgaan met de islam en hoe zij zich tot de Nederlandse samenleving
verhouden. Daarbij zet het stichtingsbestuur zich nadrukkelijk af tegen het Amsterdamse
Cornelius Haga Lyceum. Het stichtingsbestuur zoekt het onderscheidende karakter van
traditioneel islamitisch in verschillen met de door de stichting waargenomen houding van die
school.
Volgens SIVORa kenmerkt een school op traditioneel islamitische grondslag zich door een
houding van openheid, gerichtheid op samenwerking met externe partners en gerichtheid op
emancipatie, participatie, integratie en respect voor levens- en maatschappijbeschouwingen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>  Ons kenmerk
  20200014-1198
  Pagina
  9/11
van andersdenkenden, en naar de opvatting van het SIVORa zou deze houding in
tegenstelling staan tot de houding van het Cornelius Haga Lyceum.
De raad laat de kwalificaties over het Cornelius Haga Lyceum hier voor rekening van het
bestuur van SIVORa. Als argument voor het positioneren van een nieuwe richting vindt de
raad het spiegelen aan de houding van een andere school in ieder geval niet ter zake doend.
Bij een richting moet het gaan om een onderscheiden godsdienst of levensbeschouwing. Een
onderscheiden wijze waarop met dezelfde godsdienst of levensbeschouwing wordt
omgegaan of een bepaalde houding waarmee aanhangers van die godsdienst zich opstellen
ten opzichte van de rest van de samenleving, volstaat daarvoor niet.
Verder is het de raad niet duidelijk of de houding van de twee nieuwe scholen die SIVORa
schetst, een intrinsiek kenmerk van de richting is of een houding naar de samenleving die de
school probeert te verzoenen met de islamitische identiteit. In de toelichting gaat het de ene
keer om een bepaalde invulling van de islam (“een religie van vrede, liefde en geweldloosheid,
die een positieve bijdrage levert aan de maatschappij”) en de andere keer om een streven dat
naast de identiteit van de school staat (“de identiteit enerzijds en […] streven naar integratie
en voorbereiden op de Nederlandse samenleving anderzijds”).
Ook vindt de raad de geschetste houding van openheid, verdraagzaamheid en gerichtheid op
de Nederlandse samenleving geen typerend en intrinsiek kenmerk van een specifieke
stroming binnen de islam. Deze houding kunnen aanhangers van allerlei stromingen binnen
de islam immers aan de dag leggen.
Getoetst aan standaard 3:
Traditioneel islamitisch openbaart zich binnen de Nederlandse samenleving niet in één
beweging.
Uit de toetsing aan de eerste twee standaarden volgt al dat traditioneel islamitisch geen
richting is. Dit betekent in wezen al dat evenmin aan de derde standaard voldaan wordt. Bij
traditioneel islamitisch gaat het dan ook niet om één breed in de samenleving verankerde
beweging, aldus de raad.
De geraadpleegde deskundigen geven aan dat de term traditioneel islamitisch als zodanig
niet wordt gebruikt door een geestelijke stroming binnen de Nederlandse samenleving. De
meerderheid van de moslims in de Nederlandse samenleving rekent zich tot de soennitische
stroming, die zich baseert op de Koran, soenna en (een van) de vier wetsscholen. Binnen de
islam is volgens de deskundigen sprake van stromingen die zich vooral onderscheiden in de
manier waarop ze geloofsstellingen invullen of uitwerken. Zij manifesteren zich doorgaans
niet als afzonderlijke stroming in de zin van de jurisprudentie. Voor zover dat wel gebeurt,
gaat het niet om een stroming die zich expliciet traditioneel islamitisch noemt.
Van landelijke, overkoepelende organisaties of een vaste organisatievorm van een
traditioneel islamitische stroming is geen sprake. Ook kan de raad in diverse maatschappelijke
domeinen geen instellingen vinden die zichzelf expliciet afficheren als traditioneel islamitisch.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>   Ons kenmerk
   20200014-1198
   Pagina
   10/11
De deskundigen benadrukken dat het binnen islamitische kringen in Nederland ongebruikelijk
is stromingen met aparte adjectieven aan te duiden. Dat zouden etiketten zijn die van buiten
worden opgeplakt, terwijl moslims zelf uitgaan van één islam die zich op verschillende wijzen
kan manifesteren.
Toetsing aan de derde standaard werpt zo wel de vraag op of het huidige richtingbegrip
geschikt is om de verscheidenheid binnen de islamitische gemeenschap in het onderwijs te
weerspiegelen. Als de diverse stromingen zich niet als zodanig naar buiten manifesteren, kan
bij voorbaat niet aan de derde standaard voldaan worden. De raad merkt daarbij op dat het
ooit gemaakte onderscheid tussen de richtingen orthodox en liberaal islamitisch niet terug te
zien is in de noemers die scholen gebruiken. Islamitische scholen profileren zich met de
algemene noemer ‘islamitisch’. Juridisch vormen de drie erkende islamitische richtingen een
spectrum voor bekostiging van een divers palet aan islamitische scholen. Maar in de
onderwijspraktijk heeft het gemaakte onderscheid zich niet gematerialiseerd. Het is dan ook
de vraag in hoeverre scholen met de bestaande drie noemers uit de voeten kunnen en in
hoeverre de drie erkende richtingen de verscheidenheid binnen de islamitische gemeenschap
in Nederland reflecteren.
Voor de raad is deze overweging des te meer reden andermaal te concluderen dat de
richtinggebonden planningssystematiek niet meer passend is (zie ook punt 3).
Tot slot het laatste criterium (3b) van de derde standaard. Doordat de vermeende traditioneel
islamitische stroming zich niet expliciet manifesteert in de Nederlandse samenleving en sterk
lijkt samen te vallen met de hoofdstroom binnen de islam in Nederland, is de omvang van de
achterban niet vast te stellen.
3. Wetsvoorstel aanpassing planningssystematiek
Op dit moment ligt bij de Eerste Kamer een wetsvoorstel om meer ruimte te scheppen voor
nieuwe scholen. 17 De raad heeft zich al eerder uitgesproken over aanpassing van de
planningssystematiek. 18 Zolang de nieuwe wet niet van kracht is, vormt de bestaande wet- en
regelgeving het uitgangspunt. De wettelijke eis luidt dat bekostiging van een school voor
voortgezet onderwijs gerelateerd is aan ‘de verlangde richting’. Wat dit inhoudt, wordt bepaald
aan de hand van het toetsingskader dat de raad op basis van de rechtspraak ontwikkelde en
dat hij in dit briefadvies heeft toegelicht (punt 1). Aanvragen zoals de onderhavige van
SIVORa worden daaraan getoetst zolang de wetgever het richtingbegrip niet loslaat, of de
wetgever of de rechtspraak het niet verbreedt. De raad adviseert hier immers op grond van
zijn adviesbevoegdheid van artikel 2, lid 1, onder b, van de Wet op de Onderwijsraad over de
toepassing van bestaande wetgeving.
Bovendien vindt de raad gelijke behandeling en een ‘gelijk speelveld’ van belang bij
behandeling van verzoeken om toetreding tot het publiek bekostigde onderwijsbestel.
17
    Kamerstukken I, 2019-2020, 35 050.
18
    Onder andere Onderwijsraad (2016). Meer ruimte voor nieuwe scholen. Den Haag.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>  Ons kenmerk
  20200014-1198
  Pagina
  11/11
4. Conclusie
De minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media heeft de raad gevraagd of de
grondslag ‘traditioneel islamitisch’ aan te merken is als een richting in de zin van de
planningssystematiek van de Wet op het voortgezet onderwijs. Op basis van het huidige
toetsingskader adviseert de raad om traditioneel islamitisch niet aan te merken als richting in
de zin van de onderwijswetten.
De raad herkent in traditioneel islamitisch geen onderscheiden richting. Hij ziet onvoldoende
onderscheid met de erkende richtingen islamitisch, orthodox islamitisch en liberaal islamitisch.
De raad heeft geen kenmerkende opvattingen gevonden die duiden op een onderscheiden
godsdienst. Het bestuur van SIVORa geeft een eigen, particuliere invulling aan de grondslag.
De raad vindt deze – met de twee experts die de raad heeft geraadpleegd – onvoldoende
bepaald. Het stichtingsbestuur zet zich in zijn aanvragen af tegen de houding die het Cornelius
Haga Lyceum - in de ogen van het stichtingsbestuur - aan zou nemen, maar dit laat de raad
uitdrukkelijk voor rekening van het bestuur van SIVORa en hij acht het om als richting
aangemerkt te kunnen worden niet ter zake doend.
Tot slot vindt de raad dat onvoldoende sprake is van institutionele verankering in diverse
maatschappelijke domeinen om bij traditioneel islamitisch te kunnen spreken van één in de
Nederlandse samenleving waarneembare beweging. Van organisaties die zich expliciet als
traditioneel islamitisch manifesteren, is geen sprake.
Met beleefde groet,
Prof. dr. E. Hooge                                     Drs. M. van Leeuwen
voorzitter                                             secretaris-directeur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>