<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>CORONASCENARIO’S DOORDACHT
Handreiking voor noodzakelijke keuzes
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                          2
‘Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes’ bouwt voort op de
scenariostudie Navigeren en anticiperen in onzekere tijden (WRR en KNAW, 2021). Deze
rapportage is tot stand gekomen onder coördinatie van de Wetenschappelijke Raad voor het
Regeringsbeleid (projectcoördinator: Josta de Hoog), in nauwe samenwerking met de
Gezondheidsraad, Raad van State, de Raad voor het Openbaar Bestuur en Raad voor
Volksgezondheid & Samenleving. Naast deze adviescolleges, werkten ook de Adviesraad
Internationale Vraagstukken, de Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie, het
College voor de Rechten van de Mens, de KNAW (inclusief De Jonge Akademie), de Nederlandse
Sportraad, de Onderwijsraad, de Raad voor Cultuur, de Raad voor Strafrechtstoepassing en
Jeugdbescherming en de Sociaal-Economische Raad (in de vorm van betrokkenheid kroonlid)
mee aan deze studie.
© Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Gezondheidsraad, Raad van State, Raad
voor het Openbaar Bestuur en Raad voor Volksgezondheid & Samenleving, Den Haag 2022
De inhoud van deze publicatie mag (gedeeltelijk) worden gebruikt en overgenomen voor niet-
commerciële doeleinden. De inhoud mag daarbij niet veranderen. Citaten moeten altijd
aangegeven zijn, bij voorkeur als: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid,
Gezondheidsraad, Raad van State, Raad voor het Openbaar Bestuur en Raad voor
Volksgezondheid & Samenleving (2022) Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor
noodzakelijke keuzes, Den Haag: WRR.
ISBN    978-90-83201-2-90
NUR     740
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes    3
INHOUDSOPGAVE
 Voorwoord                                                          4
 Inleiding                                                          6
 Scenario I: Verkoudheid                                           12
 Scenario II: Griep+                                               29
 Scenario III: Externe dreiging                                    46
 Scenario IV: Continue strijd                                      63
 Scenario V: Worst case                                            80
 Overkoepelende lessen                                             97
 Reflectie                                                        113
 Conclusie                                                        126
 Literatuurlijst                                                  130
 Bijlage A: Betrokken instituten                                  143
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                 4
VOORWOORD
Op 2 september 2021 publiceerden de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR)
en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) een gezamenlijk advies:
Navigeren en anticiperen in onzekere tijden. Daarin schetsten ze vijf scenario’s voor het mogelijke
verloop van de COVID-19-pandemie. De hoofdboodschap van deze studie was dat het, juist
vanwege de grote onzekerheid waarmee ontwikkelingen rondom het coronavirus omgeven zijn,
cruciaal is dat de overheid zich voorbereidt op verschillende toekomstscenario’s. Met het
beschrijven en doordenken van deze scenario’s wilden de WRR en de KNAW bijdragen aan een
betere voorbereiding, zodat belangrijke besluiten minder ad hoc hoefden te worden genomen.
Op het moment van schrijven, zomer 2022, lijkt COVID-19 op de achtergrond geraakt. De oorlog
in Oekraïne, protesten tegen maatregelen voor het terugbrengen van de stikstofuitstoot,
energieonzekerheid, een nijpend tekort aan plekken voor asielopvang en de oplopende inflatie
springen nu in het oog. Maar ondanks de aandacht die ook voor deze complexe kwesties nodig is,
dient Nederland zich eveneens te blijven voorbereiden op een toekomst met het coronavirus,
zonder dat we weten hoe die toekomst er precies uit zal zien. Leven met het virus heeft niet
alleen voor de zorg blijvend gevolgen, maar ook voor tal van andere sectoren en daarmee
verbonden beleidsterreinen. Vanuit deze vaststelling heeft de WRR het initiatief genomen voor
een project waarin de verschillende scenario’s nader worden uitgewerkt en de opgaven voor de
verschillende maatschappelijke sectoren verder in kaart worden gebracht. Om hiertoe de
benodigde expertise te kunnen benutten, zijn in juni 2022 diverse strategische adviesraden en
instituten uitgenodigd om gezamenlijk de impact van de verschillende scenario’s te doordenken.
Deze gezamenlijke rapportage is tot stand gekomen onder coördinatie van de WRR, in nauwe
samenwerking met de Gezondheidsraad, de Raad van State, de Raad voor het Openbaar Bestuur
en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving. Daarnaast leverden de volgende organisaties
een bijdrage: Adviesraad Internationale Vraagstukken, Adviesraad voor wetenschap, technologie
en innovatie, College voor de Rechten van de Mens, KNAW (inclusief De Jonge Akademie),
Nederlandse Sportraad, Onderwijsraad, Raad voor Cultuur, Raad voor Strafrechtstoepassing en
Jeugdbescherming en Sociaal-Economische Raad (in de vorm van betrokkenheid kroonlid). 1
Tijdens vijf gezamenlijke bijeenkomsten zijn de coronascenario’s besproken en verder
uitgewerkt. De betrokken organisaties hebben de impact op het eigen domein per scenario
verder doordacht en voor ieder scenario in één pagina op papier gezet. Bij elke bijdrage staat
welke organisatie(s) verantwoordelijk is of zijn voor de inhoud. De inleiding, de reflectie en de
1   In bijlage A is meer informatie over deze organisaties te vinden. Daarnaast werd in het kader van dit project met de volgende
    personen gesproken: Andres Dijkshoorn (MT-Lid Programmadirectie Covid19 Informatie en Coördinatie, Ministerie van VWS),
    Jeroen Dijsselbloem (voorzitter Onderzoeksraad voor Veiligheid), Pearl Dykstra (hoogleraar empirische sociologie, Erasmus
    Universiteit Rotterdam), en Alison Middleton (plv. directeur Programmadirectie Covid19 Informatie en Coördinatie, Ministerie
    van VWS). Jaap van Dissel (directeur Centrum Infectieziektebestrijding RIVM / voorzitter OMT) en Loek Stokx (Strategisch
    adviseur Centrum Infectieziektebestrijding RIVM) hebben aan een van de vijf bijeenkomsten met alle adviescolleges
    deelgenomen. Daniel Erasmus (futurist en scenario thinker) heeft tijdens de eerste bijeenkomst zijn ervaringen met
    scenariodenken gedeeld. Wij zijn hen allen zeer erkentelijk.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                           5
conclusie zijn tot stand gekomen onder de verantwoordelijkheid van de voorzitters van de
Gezondheidsraad, de Raad voor het Openbaar Bestuur, de Raad voor Volksgezondheid &
Samenleving en de WRR en de vice-president van de Raad van State. Dit mede op basis van de
doordenking van de coronascenario’s door de deelnemende organisaties en de
gemeenschappelijke bijeenkomsten. De andere raden, bij monde van hun voorzitters,
ondersteunen deze inleiding, reflectie en conclusie.
Wij hopen dat deze gezamenlijke rapportage een handreiking kan vormen voor de regering, het
parlement, maar ook de samenleving bij de noodzakelijke voorbereiding op de onzekerheden,
nieuwe uitdagingen en pijnlijke dilemma’s waar het coronavirus ons voor kan plaatsen.
Vanzelfsprekend hopen we dat het verdere vervolg van de pandemie zal meevallen, maar het is
wezenlijk om ook met de ernstigere scenario’s rekening te houden.
Corien Prins, Voorzitter Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
Jet Bussemaker, Voorzitter Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
Thom de Graaf, Vice-president Raad van State
Bart-Jan Kullberg, Voorzitter Gezondheidsraad
Han Polman, Voorzitter Raad voor het Openbaar Bestuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                           6
INLEIDING
In de zomer van 2022 lijkt COVID-19 even ver weg. De terrassen zitten vol, de winkelstraten zijn
drukbezocht en we zien onze collega’s weer op de werkplek. Er is weinig dat verraadt dat er nog
altijd een wereldwijde pandemie gaande is. Mondkapjes zijn grotendeels uit het straatbeeld
verdwenen en veel testlocaties zijn gesloten. Het openbare leven heeft zich hervat en dat is voor
veel mensen een grote opluchting. De behoefte om weer te leven zoals voor de pandemie is
groot. Maar deze ogenschijnlijke zorgeloosheid verandert niets aan de realiteit dat het
coronavirus niet weg is. Ook nu zijn mensen ziek door COVID-19, worden er iedere dag nieuwe
patiënten met COVID-19 in de ziekenhuizen opgenomen en kampen mensen met langdurige
klachten na het doormaken van een corona-infectie (post- COVID 2). Ook zijn er mensen die uit
bezorgdheid voor een besmetting hun leefwijze verregaand hebben aangepast. Ook wereldwijd
is de pandemie nog niet voorbij. Zo heeft Australië op het moment van schrijven te maken met
een hoge golf van besmettingen.
Het coronavirus zal voorlopig onder ons blijven, maar hoe het zich zal ontwikkelen is onzeker.
We weten niet hoe toekomstige varianten eruit zullen zien, of ze milder of juist ziekmakender
zullen zijn en in hoeverre de huidige vaccins ons ertegen kunnen beschermen. Wat de
maatschappelijke impact van het virus in de nabije en verder weg gelegen toekomst zal zijn, is
daarmee ook ongewis. Het is goed mogelijk dat de maatschappelijke gevolgen beperkt blijven
omdat we er steeds minder (vaak) ziek van worden. Maar de impact kan ook groot zijn wanneer
nieuwe varianten aan de opgebouwde immuniteit ontsnappen en/of tot een ernstiger
ziektebeeld leiden. Het enige dat zeker is, is dat we het niet weten. En dat maakt de huidige
opgave zo lastig. De behoefte aan voorspelbaarheid en grip op de situatie is groot. Mede daarom
is het verleidelijk om te denken dat het ergste achter de rug is. Dat tonen ook eerdere momenten
waarop men hoopte dat de pandemie voorbij was, maar zich toch weer een nieuwe golf
aandiende.
Om gegeven deze onzekerheid toch strategisch beleid te kunnen voeren, is het denken in
scenario’s zinvol. In deze gezamenlijke publicatie worden – in vervolg op eerdere gezamenlijke
publicaties van de WRR en de KNAW 3 – verschillende mogelijke scenario’s voor de ontwikkeling
van het virus en de gevolgen daarvan doordacht. In deze inleiding bespreken we de onzekerheid
waarmee de ontwikkeling van het virus gepaard gaat en de wijze waarop mensen met zulke
onzekerheid omgaan. Ook gaan we in op wat scenario’s wel en niet zijn en hoe het doordenken
van scenario’s kan botsen met de logica van politiek, bestuur en media. Tot slot bespreken we de
opzet van deze publicatie.
Onzekerheid over de ontwikkeling van het virus en zijn impact
Dat het verloop van de pandemie onzeker is, heeft in de eerste plaats met de aard van het virus
te maken. Dit coronavirus muteert bijzonder snel, mede door de enorme hoeveelheid
2    Hier worden verschillende namen voor gebruikt. Long-COVID, Post-COVID Syndroom (PCS) of post-COVID. Wij spreken in deze
     publicatie van post-COVID.
3    WRR en KNAW 2021a; WRR en KNAW 2021b.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                7
besmettingen. De verschillende varianten die sinds het uitbreken van de pandemie dominant
zijn geweest, zijn illustratief voor de ‘behendigheid’ van het virus. Afgaande op de
ontwikkelingen tot nu toe is het zeer waarschijnlijk dat we ook in de toekomst te maken krijgen
met nieuwe varianten als gevolg van mutatie. 4 Hoe die varianten er precies uit zullen zien, is niet
met zekerheid te zeggen. 5 Het is goed mogelijk dat een toekomstige variant minder besmettelijk
is, of minder ziekmakend, of dat we er door vaccinatie in voldoende mate tegen beschermd zijn.
Maar het is ook mogelijk dat een toekomstige variant juist besmettelijker of ziekmakender is, of
dat de bestaande vaccins er onvoldoende bescherming tegen bieden. In die laatste gevallen
zullen veel mensen opnieuw ziek worden en zal ook de maatschappelijke ontwrichting opnieuw
groot zijn.
Natuurlijk zijn we niet alleen maar een speelbal van de pandemie. Menselijk gedrag, al dan niet
gestuurd door beleid, is er van grote invloed op. Verspreiding van het virus kan worden
voorkomen door mensen die COVID-19 hebben te isoleren en niet in contact te laten komen met
anderen. Daarom is testen belangrijk. De afgelopen jaren zijn daarnaast tal van maatregelen
genomen om de kans op besmetting te verkleinen; denk aan afstand houden en het gebruik van
aanvullende bescherming wanneer nauw contact onvermijdelijk is. En, heel belangrijk, er zijn
vaccins ontwikkeld en breed beschikbaar gesteld die ons beschermen tegen een ernstig
ziektebeloop wanneer we toch geïnfecteerd raken. Kortom, we hebben manieren gevonden om
de kans op besmetting en ernstige ziekte kleiner te maken. Tegelijkertijd zit er een grens aan de
mate waarin menselijk gedrag zich laat sturen. Hierdoor kan gedrag ook bijdragen aan de
onzekerheid waarmee toekomstige ontwikkelingen omgeven zijn. Het draagvlak voor
contactbeperkende maatregelen is afgenomen. Er is een groep Nederlanders die zich niet heeft
(willen) laten vaccineren. Sectoren willen bepaalde maatregelen niet meer terugzien. 6 En nu, in
tijden van pandemische kalmte, worden basisadviezen zoals thuisblijven en testen bij klachten
door veel mensen niet opgevolgd. 7
Menselijke reactie op een onzeker fenomeen
Het is, kortom, moeilijk om met zekerheid te zeggen hoe het over een paar maanden of over een
paar jaren met de COVID-19-pandemie zal staan. Het is juist deze onzekerheid die het menselijke
voorstellingsvermogen op de proef stelt. Drie jaar geleden leek een wereldwijde pandemie als
gevolg van een besmettelijk virus voor de meesten van ons iets onvoorstelbaars. Het was eerder
de spannende verhaallijn van een film dan een reële mogelijkheid voor de echte wereld. Toch
waarschuwden deskundigen ook toen al voor het grote pandemische potentieel van virussen die
luchtweginfecties veroorzaken. 8 Dat een uitbraak van zo’n virus zich ook daadwerkelijk zou
kunnen voordoen en welke ontwrichtende gevolgen dit voor de maatschappij zou hebben, was
iets waar veel mensen niet bij stilstonden en zich ook moeilijk een voorstelling van konden (of
wilden) maken.
4   Nature 2022.
5   Katzourakis 2022.
6   Van den Dool 2022.
7   RIVM 2022a.
8   De afgelopen jaren is vaak op het risico op virusuitbraken gewezen (bv. De Wit et al. 2016; Schoch Spana 2017). In Nederland
    bracht de Gezondheidsraad (i.s.m. de WHO en het RIVM) in 2004 een studie uit die specifiek betrekking had op pandemierisico’s
    als gevolg van zoönosen (Gezondheidsraad 2004).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                               8
In de psychologische literatuur is de menselijke neiging om de ernst van een (potentiële)
dreiging te bagatelliseren een bekend fenomeen. 9 In de literatuur wordt wel gesproken over de
normalcy bias. Dit houdt in dat mensen geneigd zijn ervan uit te gaan dat alles bij het oude zal
blijven, ook wanneer er duidelijke signalen zijn dat dit naar alle waarschijnlijkheid niet het geval
gaat zijn. De inwoners van Pompeï keken urenlang naar de eruptie van de Vesuvius zonder op
het idee te komen om op de vlucht te slaan. 10 Ook zijn er voorbeelden van zeebevingen en
tsunami’s met onnodig veel slachtoffers omdat mensen te lang het naderend onheil bleven
relativeren. 11 Dit is een psychologische afweerreactie op een externe dreiging waarvoor geldt
dat deze te groot is om te bevatten, waardoor men teruggrijpt op de status quo. 12 Zeker wanneer
een dreiging niet meteen zichtbaar is, kost het ons grote moeite om een reële inschatting te
maken van hetgeen er op ons afkomt.
Als we de gebeurtenissen van de afgelopen twee jaar bekijken, dan herkennen we ook in de
reacties in de Nederlandse samenleving de werking van zo’n normalcy bias. Toen het virus in het
vroege voorjaar van 2020 Europa al had bereikt en we geconfronteerd werden met beelden uit
Italiaanse ziekenhuizen, dachten veel mensen nog altijd dat het hier zo’n vaart niet zou lopen.
Die gedachte lijkt achteraf misschien naïef, maar de reactie was in feite heel menselijk. 13 Een
reactie bovendien die zich in alle geledingen van de samenleving voordeed. Eenzelfde reactie
zagen we in de zomer van 2020. Op dat moment ging het beter met de besmettingscijfers en de
bezetting in de ziekenhuizen. Veel mensen, inclusief bestuurders en politici, dachten op dat
moment dat het ergste voorbij was en we weer terug konden naar normaal.
Ook al is ervan uitgaan dat alles bij het oude blijft een begrijpelijke en menselijke reactie, als
uitgangspunt voor beleid en collectief handelen is deze neiging ongeschikt. Sterker nog, die kan
ertoe leiden dat politiek en samenleving zich telkens opnieuw laten verrassen door
ontwikkelingen, dat beleidskeuzes daardoor ad hoc tot stand komen en dat het maatschappelijk
vertrouwen in noodzakelijke maatregelen op de proef wordt gesteld. Het is daarom van belang
ons bewust te zijn van onze psychologische afweerreacties en moeite te doen daar in ons denken
aan voorbij te gaan.
Wat zijn scenario's?
Scenario’s zijn schetsen van verschillende plausibele toekomsten die ons kunnen helpen om beter
voorbereid te zijn op een onzekere toekomst. Het zijn geen toekomstvoorspellingen. In scenario’s
worden aannames gedaan, 14 en de werkelijkheid zal altijd anders zijn dan in de beschreven
scenario's. Binnen ieder scenario zijn immers talloze variaties mogelijk (het maakt bijvoorbeeld
uit wat de precieze werkzaamheid van de vaccins is en hoelang die werkzaamheid duurt). 15 Ook
kunnen elementen uit verschillende scenario’s zich tegelijkertijd of maar ten dele voordoen.
Scenario’s zijn in die zin te zien als een landkaart waarop niet iedere weg of afslag precies is
9   Drabek 1986.
10  Hughes 2013.
11  Nakasu et al. 2018; Murata et al 2015.
12  Eidelman en Crandall 2012.
13  Wat hierbij ook een rol speelt, is de exponentiele groei van het virus, een fenomeen waar maar weinig mensen zich een goede
    voorstelling van kunnen maken.
14  In dit geval bijvoorbeeld ook over de bandbreedte aan maatregelen die binnen een scenario bediscussieerd zal worden.
15  Gezondheidsraad 2022a.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                              9
weergegeven, maar die desondanks een goed beeld van de omgeving geeft waardoor men beter
in staat is te navigeren. 16
Het belang van goede strategische voorbereiding komt extra naar voren in onzekere tijden. Het
doordenken van verschillende scenario’s kan een goede manier zijn om met die onzekerheid om
te gaan, om zich zo ook tijdig aan te kunnen passen aan een veranderende omgeving. 17 Dit
denken in scenario's heeft verschillende functies. Ten eerste hebben ze een
beleidsvoorbereidende functie; door na te denken over vragen als ‘Wat is succes in dit scenario?’,
‘Wat is er in dit scenario nodig?’ en ‘Wat kan er nu al gedaan worden om op dit scenario
voorbereid te zijn?’ krijgen bestuurders en beleidsmakers scherper zicht op wat in verschillende
scenario's nodig is. Ook kunnen zo robuuste beleidsopties geïdentificeerd worden die in en ter
voorbereiding op alle scenario’s van nut zijn. Het tijdig doordenken van deze beleidskeuzes staat
haaks op besluitvorming die onder hoge druk plaatsvindt. 18 Ten tweede hebben scenario's een
communicatieve functie. Ze bieden een ingang om de onzekerheid over de toekomst, in dit geval
over het verloop van de pandemie, inzichtelijk en bespreekbaar te maken. Scenariodenken
rekent af met schijnzekerheid en kan het belang van tijdige voorbereiding, ook in periodes van
relatieve rust, helpen onderbouwen. Ten derde hebben scenario’s een lerende functie. Doordat
deze oefening als het ware de mentale ruimte vergroot, versterkt dit het algehele leervermogen
van individuen en organisaties. 19 Juist bij complexe en onzekere opgaven zoals de huidige
pandemie is het belangrijk om het proces van besturen zodanig in te richten dat nieuwe situaties
met een lerende houding tegemoet worden getreden.
Scenariodenken leidt dus niet tot draaiboeken, checklists en roadmaps. De beschreven
beleidsimplicaties zijn dan ook geen adviezen in de traditionele zin van het woord (‘als…,
dan…’). Het zijn handreikingen aan de regering en andere organisaties om verschillende
plausibele toekomsten te doordenken, zodat men beter voorbereid is op dat wat komen gaat,
maar nu nog onzeker is.
In deze gezamenlijke rapportage bouwen we voort op de scenario’s voor het verloop van de
COVID-19-pandemie die de WRR en de KNAW eerder ontwikkelden. 20 Op basis van vier drijvende
krachten – immuniteit, vaccins, mutatie en menselijk gedrag 21 – zijn vijf mogelijke
toekomstscenario’s uitgewerkt. Hoewel ook in 2021 al duidelijk was dat het eerste scenario, een
‘terug naar normaal’-scenario waarin het virus volledig is uitgeroeid, niet reëel was, was het nog
wel een beeld dat leefde en is het daarom in de publicatie opgenomen. Inmiddels is evident dat
we op een of andere manier moeten leren leven met het virus. Daarom is het eerste scenario
‘terug naar normaal’ in voorliggende publicatie vervangen door het scenario ‘verkoudheid’. Dit
sluit aan bij de aanpassing van de WRR/KNAW-scenario’s door experts van onder andere het
16  Weick 1995 in Van der Steen et al. 2021; Het Planbureau voor de Leefomgeving 2019 spreekt van ‘oefenen met de toekomst’; zie
    ook Planbureau voor de Leefomgeving 2017.
17  Van der Heijden 2005.
18  Zie ook: Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2020a) waarin wordt gesignaleerd dat beslissingen die op korte termijn en
    onder hoge druk worden genomen vaak een eendimensionale waardenafweging kennen.
19  Van der Torre 2010; Van der Heijden 2005.
20  WRR en KNAW 2021b.
21  Uiteraard hangen deze drijvende krachten samen. Immuniteit wordt opgebouwd door vaccins en het doormaken een infectie. Zie
    WRR en KNAW 2021b voor een nadere toelichting op deze drijvende krachten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                               10
Outbreak Management Team (OMT) en het Pandemic & Disaster Preparedness Center (PDPC) 22
en de scenario’s die het kabinet hanteerde in de kamerbrieven over de langetermijnaanpak van
COVID-19. 23
Scenario’s verschillen nadrukkelijk van rekenkundige modellen over het virus zoals die binnen
instituten als het RIVM gangbaar zijn en op basis waarvan prognoses worden gemaakt (met
onzekerheidsmarge) over onder andere het verloop van het aantal besmettingen. Scenario’s
hebben een andere functie en kunnen een aanvulling vormen op deze modellen. Om te weten
hoe het over twee weken met de pandemie staat, zijn modellen nodig. Scenario’s bieden
daarvoor geen houvast. Maar bij verder vooruitkijken is de waarde van modellen weer beperkt,
omdat er te veel onzekerheden zijn. Scenario's kunnen dan handvatten bieden om zo goed
mogelijk voorbereid te zijn op de diverse mogelijke toekomstige ontwikkelingen.
Scenario’s versus de logica van politiek, bestuur en media
Voor veel bestuurders en politici ligt scenariodenken niet voor de hand. Dat heeft te maken met
een politiek-bestuurlijke dynamiek waarin vooral de korte termijn een drijvende factor is. Het
openbaar bestuur lijkt bovendien van crisis naar crisis te hollen: naast de coronacrisis sprak de
rijksoverheid het afgelopen jaar over een stikstofcrisis, een klimaatcrisis 24, een wooncrisis 25 én
een asielcrisis. 26 En niettegenstaande de urgentie van deze kwesties bestaat het risico dat er
weinig aandacht overblijft voor belangrijke zaken die op dat moment niet als crisis worden
aangemerkt. 27 Voor het denken in scenario’s is gerichte aandacht nodig. Het spreekt voor zich
dat hier buiten crisistijd meer ruimte voor is dan tijdens de ergste pieken. Maar in tijden van
pandemische luwte lijkt corona ook minder urgent en kan de aandacht verslappen. Met andere
woorden: het risico bestaat dat politiek en samenleving pas beginnen met de voorbereiding
wanneer het opnieuw crisis is, terwijl het voor de voorbereiding dan feitelijk te laat is. Daar
komt bij dat communicatie in de politiek-bestuurlijke arena bij voorkeur eenduidig en
begrijpelijk is. 28 Scenariodenken sluit hier slecht op aan: het gaat uit van onzekerheid en roept
juist veel nieuwe vragen op. De focus op crisis en de voorkeur voor eenduidigheid worden mede
gevoed door de logica van de media. Veel mediaberichten gaan over actuele kwesties waarin
sprake is van tegengestelde belangen die voor iedereen goed te begrijpen zijn. Complexe
vraagstukken die wel belangrijk, maar niet urgent zijn en waarin onzekerheid een grote rol
speelt, worden vaak minder nieuwswaardig bevonden. 29
Scenariodenken vraagt van politici en bestuurders dus een andere manier van denken en
communiceren. Waarbij het niet gaat over de vraag welk scenario het meest waarschijnlijk is,
maar over de vraag welke beleidskeuzes en stappen nu nodig zijn om goed voorbereid een
onzekere toekomst in te gaan. Zo’n serieuze denkoefening vergt tijd en ruimte en pas als men die
22  Ook wel het Jongerius-beraad genoemd. Zie de publicatie: convergence.nl/app/uploads/Van-Pandemie-naar-Endemie.pdf
23  Kamerstukken II 2021/2022 25295, nr. 1834 en Kamerstukken II 2021/2022 25295, nr. 1883.
24  De Bourbon de Parme 2021.
25  Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2022.
26  De focus van deze publicatie ligt specifiek op de uitdagingen die de coronapandemie met zich meebrengt. Dat neemt niet weg dat
    bovenstaande crises eveneens urgent zijn en dat scenariodenken voor elk van deze vraagstukken een zinnige exercitie zou
    kunnen zijn.
27  ACVZ en ROB 2022.
28  Bussemaker 2022 in Van Ommeren et al. 2022; Veerman 2022 in Van Ommeren et al. 2022.
29  Damstra en De Swert 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                  11
neemt, leidt het tot een optimaal resultaat. Als er te snel gestuurd wordt op een duidelijke
uitkomst of als er alleen gekeken wordt naar de lichtste scenario’s, is de blik te nauw om echt
open te staan voor andere mogelijkheden en levert scenariodenken minder op. De opgave is dan
ook niet gering: men moet voorbij durven gaan aan de eigen weerstand – zeker tegen de
ernstigere scenario’s – en bereid zijn om serieus stil te staan bij uiteenlopende toekomstbeelden.
Opzet van deze studie
Deze gezamenlijke rapportage is het resultaat van de inspanningen van veertien betrokken
organisaties 30 om vanuit het eigen domein de verschillende scenario's te doordenken. 31 Alle
betrokkenen hebben voor ieder scenario doordacht hoe de impact op hun domein eruit zou
kunnen zien, waar knelpunten zouden kunnen ontstaan en wat nu nodig is om deze knelpunten
te voorkomen of te mitigeren. De domeinen zijn zeer divers: het gaat om Zorg; Openbaar
Bestuur; Wetgeving; Mensenrechten; Internationale Relaties; Economie; Onderwijs;
Justitiabelen 32; Topsport, Sport en Bewegen; Cultuur; Samenleving; Wetenschap, Technologie en
Innovatie; en Gedrag en Communicatie. 33
De opzet van deze publicatie is als volgt. De vijf scenario’s hebben ieder een eigen hoofdstuk. Na
een korte beschrijving van het scenario en een bespreking van de hoofdthema’s, worden de
implicaties voor de verschillende domeinen doordacht. Met het oog op de leesbaarheid van het
geheel zijn deze bijdragen relatief kort, ze beslaan niet meer dan een pagina. De afzonderlijke
raden zijn verantwoordelijk voor de inhoud van hun eigen bijdrage. De WRR is verantwoordelijk
voor de algemene inleiding per scenario. Deze inleidingen zijn geschreven op basis van de
gezamenlijke doordenking van de scenario’s. We beginnen met scenario I ‘Verkoudheid’, gevolgd
door scenario II ‘Griep +’, scenario III ‘Externe dreiging’, scenario IV ‘Continue strijd’ en
scenario V ‘Worst case’. Hierna volgt het hoofdstuk ‘Overkoepelende lessen’, waarin op basis van
het geheel aan bijdragen zes hoofdthema’s worden benoemd, gevolgd door de overkoepelende
lessen per domein. Het slot van deze gezamenlijke rapportage bestaat uit een reflectie op wat
een brede maatschappelijke afweging behelst en vereist en een conclusie waarin drie
belangrijke aandachtspunten worden benoemd voor toekomstbestendig coronabeleid.
30 In bijlage A is aanvullende informatie over de deelnemende organisaties te vinden.
31 De scope van deze exercitie is beperkt gebleven tot het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Gezien de wens het
   project in korte tijd af te ronden, bleek het niet haalbaar om ook het Caribisch deel van het Koninkrijk vanuit hun specifieke
   context mee te nemen. Omdat Saba, Sint-Eustatius en Bonaire onderling sterk verschillen, zou per eiland elk scenario opnieuw
   uitgewerkt moeten worden. We hopen dat de voorliggende publicatie alsnog kan bijdragen aan een goede voorbereiding op
   mogelijke toekomstige oplevingen van het coronavirus in dit deel van ons Koninkrijk.
32 In de bijdrage van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming wordt gesproken over ‘justitiabelen’. Hiermee
   bedoelt de RSJ alle personen die zich – na uitspraak door de rechter – gesloten en/of in een gesloten klinische setting bevinden,
   zoals jongeren in een jeugdzorgPLUS-instelling, gedetineerden in een Penitentiaire Inrichting (of een andere gesloten setting),
   personen met een tbs-maatregel die verblijven in een Forensisch Psychiatrisch Centrum of een Forensisch Psychiatrische
   Afdeling of Kliniek (of een andere gesloten setting).
33 Het betrekken van deze veelheid aan domeinen maakt een brede beschouwing van de impact van de pandemie mogelijk. Dat laat
   onverlet dat er ook domeinen zijn die niet expliciet in deze publicatie voorkomen, zoals de politie en de kinderopvang. De
   domeinen van de betrokken organisaties zijn leidend geweest voor de keuze van de domeinen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes 12
                       SCENARIO I: VERKOUDHEID
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                              13
SCENARIO I: VERKOUDHEID
COVID-19 leidt in dit scenario voor de meeste mensen alleen tot lichte klachten. Er bestaat onder
de bevolking een brede immuniteit tegen infectie, en de ernst van de heersende coronavariant is
gering. Voor het grootste deel van de bevolking gaat het leven gewoon door. Maar niet voor
iedereen. Mensen die medisch kwetsbaar zijn voor het coronavirus zijn nog extra voorzichtig en
mensen met post-COVID ervaren nog dagelijks de gevolgen van hun eerdere besmetting. Er is
ruimte om te werken aan herstel, maar de gezondheidsgerelateerde, economische en sociale
gevolgen zijn nog lang merkbaar. Vanuit de overheid gelden er in dit scenario geen maatregelen
tegen verspreiding van het virus. Wel gelden er basisadviezen als handen wassen, hoesten en
niezen in de elleboog, thuisblijven en testen bij klachten, en zorgen voor voldoende frisse lucht.
(Re)vaccinatie tegen COVID-19 hoeft vanuit het oogpunt van publieke gezondheid in dit scenario
niet via een publiek programma te worden aangeboden. Vanuit het oogpunt van gedrag en
communicatie kan het wel belangrijk zijn om de mogelijkheid voor vaccinatie ook in dit scenario
te bieden, om de vrijwillige keuze die mensen op dit gebied hebben te handhaven.
In de doordenking van dit scenario vanuit de verschillende domeinen komt een aantal
hoofdthema’s naar voren.
Positie van medisch kwetsbaren
Personen die medisch kwetsbaar zijn of zich kwetsbaar voelen voor infectie met het coronavirus
kunnen in dit scenario in een lastige positie belanden, omdat het openbare leven doorgaat alsof
het virus er niet meer is en er geen beschermende maatregelen zijn. Deze mensen kunnen zich
hierdoor minder veilig en buitengesloten voelen. Dat zal tot politieke en maatschappelijke
discussies leiden over de vraag of er toch maatregelen zouden moeten gelden om de medisch
kwetsbaren te beschermen. Een mogelijke oplossingsrichting is om in situaties waarin mensen
in een afhankelijke positie verkeren, zoals in een ziekenhuis, zorginstelling of gevangenis, wel
extra maatregelen te treffen om medisch kwetsbaren te beschermen. Dit zou bijvoorbeeld
kunnen in de vorm van het verplicht dragen van een mondkapje of het inrichten van aparte
momenten of ruimtes voor deze groep. 34
Post-COVID
Een deel van de mensen die een corona-infectie heeft doorgemaakt kampt met post-COVID, een
aandoening waarover rond behandeling en de kans op herstel nog veel onduidelijk is. Het soort
klachten en de ernst en de duur van de klachten lopen sterk uiteen, maar voor een deel van de
patiënten betreft het een langdurige aandoening met grote impact op het dagelijks leven. 35
Zolang er sprake is van nieuwe besmettingen zal een deel van de infecties leiden tot post-COVID,
waardoor een groep mensen extra zorg nodig heeft en niet of slechts gedeeltelijk in staat is om
deel te nemen aan de arbeidsmarkt, het onderwijs en het maatschappelijk leven. Dit is op
persoonlijk niveau belemmerend voor de kwaliteit van leven en kan op macro-economisch
34  Op het niveau van individuele instellingen gebeurt dat al, zie bijvoorbeeld: www.maasstadziekenhuis.nl/alert/informatie-over-
    onze-coronamaatregelen
35  Een op de acht volgens de meest recente Nederlandse onderzoeken: Ballering et al. 2022; Nivel 2022.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                           14
niveau ertoe leiden dat de bestaande arbeidsmarktkrapte verder toeneemt. Het is belangrijk om
voldoende aandacht voor deze groep mensen te hebben, te investeren in onderzoek naar
oorzaken en mogelijke behandelingen, en adequate voorzieningen te treffen in de vorm van
bijvoorbeeld re-integratietrajecten, begeleiding en een passende arbeidsongeschiktheids-
voorziening.
Werken aan herstel
In dit scenario is er ruimte voor herstel, maar de mate waarin dit herstel daadwerkelijk
plaatsvindt, verschilt sterk per domein. Mensen vinden snel hun weg terug naar de horeca, maar
voor het openbaar vervoer en de cultuurinstellingen verloopt dit moeizamer. Mensen die tijdens
de lockdowns minder zijn gaan bewegen, hebben moeite om weer actief te worden. De
achterstanden in de hele zorgketen zijn niet zomaar ingelopen. En het onderwijs heeft te maken
met leerachterstanden, maar ook met achterstanden in de sociale en psychische ontwikkeling
van jongeren. Ook bestaande personeelsproblemen, al dan niet vergroot door extra verzuim en
uitval als gevolg van post-COVID, kunnen herstel in de weg staan. Evenals het feit dat veel
ondernemers en instellingen hebben ingeteerd op hun vermogen en schulden hebben
opgebouwd. Mensen zijn hun bestaanszekerheid verloren en hebben soms moeite om het leven
weer op te pakken. Daarnaast heeft de pandemie in bepaalde opzichten geleid tot een blijvende
verandering, bijvoorbeeld op het gebied van thuiswerken. In haar beleid dient de overheid
realistische verwachtingen te hebben van de mogelijkheden tot herstel en waar nodig coulance
te betrachten of extra ondersteuning te bieden.
Ruimte voor preparedness
In een situatie waarin de acute dreiging voor de meeste mensen is geweken, kan ook het gevoel
van urgentie verdwijnen, waardoor er weinig aandacht is voor de voorbereiding op een
eventuele hernieuwde opleving van het virus of een andere pandemie. Terwijl, zo wordt in de
bijdragen benadrukt, juist in dit scenario de ruimte bestaat om te investeren in pandemische
paraatheid. Dan gaat het onder meer om investeringen die de toekomstige wendbaarheid
vergroten, waarbij gedacht kan worden aan het aanleggen van buffers of het ontwikkelen van
een robuuste digitale infrastructuur. Ook dient wetgeving toereikend te zijn voor verschillende
pandemische ontwikkelingen, kan in bredere zin worden ingezet op preventie en is een goede
monitoring van het virus van belang. 36 In dit scenario is ook ruimte om in de samenleving
aandacht te vragen voor mogelijke ernstigere ontwikkelingen van het virus, zodat men zich
daarop kan voorbereiden. Dit is belangrijk voor het vertrouwen en voor het draagvlak voor
eventuele maatregelen, mochten deze ernstigere ontwikkelingen zich daadwerkelijk voordoen.
36 Hier zijn verschillende instrumenten voor beschikbaar, onder andere rioolwatersurveillance, gedragsonderzoek en monitoring
   van data over bijvoorbeeld bezette bedden of besmettingen in verpleeghuizen. Zie ook: Kamerstukken II 2021/2022 25295, nr.
   1883.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes     15
                                    Voor een korte video over
                                    Scenario I: Verkoudheid klik hier
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                               16
ZORG
Gezondheidsraad en Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
In dit scenario lijkt er ruimte voor herstel van eerder geleden gezondheidsschade, zoals post-
COVID en mentale klachten. Vanwege de schaarste aan personeel is extra inzet hiervoor echter
niet zomaar voorhanden. Bovendien is de zorgcapaciteit na coronapieken niet direct terug op
het ‘oude’ niveau. Extra aandacht voor preventie – zowel binnen als buiten de zorg – zal de
samenleving meer weerbaar maken tegen eventuele nieuwe coronapieken.
Post-COVID
Een deel van de COVID-19-patiënten houdt langdurig klachten na het doormaken van een SARS-
CoV-2 infectie. 37 De omvang, de risicofactoren en het beloop van post-COVID zijn deels nog
onbekend. Vandaar dat onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van post-COVID nodig is voor
goede en integrale oplossingen op het gebied van begeleiding, behandeling en re-integratie.
Sociale maatregelen zoals verlenging van de re-integratieperiode worden overwogen om
mensen niet langdurig te verliezen voor de samenleving. 38
Mentale gezondheid en inhalen van uitgestelde zorg
Crisissituaties, zoals de pandemie die is geweest, leiden tot verlies van mentale gezondheid in de
samenleving. Denk aan een toename van eenzaamheid bij ouderen als gevolg van lockdowns,
toename van angst en depressieve gevoelens onder kinderen en adolescenten, en meer stress en
burn-outklachten bij zorgpersoneel. In dit scenario kan de bijbehorende toename van de
zorgvraag voor mentale klachten worden opgevangen. Aangezien mentale klachten
samenhangen met sociaaleconomische (leef)omstandigheden van mensen, zijn alleen medische
oplossingen niet voldoende. 39 Ook worden er sociale maatregelen getroffen die onder andere
bestaanszekerheid vergroten, problematische schulden voorkomen en de werkomgeving
gezonder maken.
Het inhalen van de opgelopen achterstanden in de zorg vraagt, zeker in tijden van personele
krapte, om een scherpe analyse van de beschikbare capaciteit. Overigens hoeft mogelijk niet álle
zorg ingehaald te worden. 40 Bovendien kunnen andere manieren van organiseren en spreiden
van zorg helpen bij het inhalen van uitgestelde zorg, zoals het waar mogelijk (tijdelijk)
verplaatsen van zorg vanuit ziekenhuizen naar zelfstandige behandelcentra (ZBC’s) of naar de
thuissituatie (zorg op afstand). 41 De landelijke overheid ziet erop toe dat zorgorganisaties en
financiers in hun financiële afspraken ruimte creëren voor dergelijke oplossingen. Daarnaast is
het versterken van de posities van zorgprofessionals, vrijwilligers en mantelzorgers essentieel
(zie het hoofdstuk ‘Overkoepelende lessen’).
37 De WHO (2021) schat dat ongeveer 10-20% van de mensen met COVID-19 na drie maanden nog aanhoudende of nieuwe
   symptomen ervaart (ongeacht de aanvankelijke ernst van de ziekte).
38 Raad voor Volksgezondheid & Samenleving 2022a.
39 VNG 2022; Gezondheidsraad 2022b.
40 Bakx et al. 2020.
41 Zie: www.nza.nl/actueel/nieuws/2022/06/15/meer-nodig-om-wachtlijsten-ziekenhuizen-te-verkorten
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                           17
OPENBAAR BESTUUR
Raad voor het Openbaar Bestuur
Inzet op herstel
In dit scenario is de inzet van de overheid gericht op herstel van vorige coronagolven, het zorgen
voor mensen met post-COVID en het treffen van voorbereidingen op zwaardere scenario’s. Het is
belangrijk dat Rijk, provincies en gemeenten in overleg treden over hoe de inzet van Rijk en
decentrale overheden elkaar kunnen aanvullen en versterken, en dat er duidelijke afspraken
gemaakt worden over wat decentrale overheden voor die inzet nodig hebben. 42 In het sociaal
domein betreft deze inzet onder andere het herstel van de mentale gezondheid van met name
jongeren, contact met onderwijsinstellingen over onderwijsachterstanden, en ander jeugdbeleid.
Het gaat ook over een mogelijk groter beroep op de Wet maatschappelijke ondersteuning
(Wmo) door mensen met post-COVID en het begeleiden van mensen in hun zoektocht naar nieuw
werk. Het bevorderen van de fysieke gezondheid van inwoners kan door sport en beweging te
stimuleren, onder andere door sportverenigingen te ondersteunen en voorbereidingen te treffen
voor het herinrichten van de openbare ruimte in zwaardere scenario’s met het oog op afstand
houden en bewegen en sporten in de buitenruimte. Gemeenten en provincies zijn
medeverantwoordelijk voor (het herstel van) de culturele infrastructuur, bijvoorbeeld door
voorzieningen voor cultuureducatie en amateurkunst beschikbaar te stellen en door
cultuurinstellingen en -initiatieven te subsidiëren.
Ten slotte is herstel nodig van de band tussen overheid en burger. Bepaalde groepen voelen zich,
mede door de coronamaatregelen, niet meer betrokken bij politiek en samenleving, en hebben
het gevoel dat hun stem niet wordt gehoord. Het openbaar bestuur doet er goed aan om het
herstel- en vernieuwingsbeleid samen met de samenleving vorm te geven en burgers mee te
nemen in de scenario’s die in deze studie worden geschetst. 43
Reële compensatie van decentrale overheden als houdbaar uitgangspunt
Het coronavirus en de contactbeperkende maatregelen hebben geleid tot afname van inkomsten
van gemeenten (uit onder meer parkeerbelasting, toeristenbelasting en reclame-exploitatie) en
extra uitgaven (onder andere aan handhaving, afvalinzameling en ondersteuning van
sportverenigingen en muziekscholen). 44 Het Rijk heeft met gemeenten afspraken gemaakt over
de compensatie hiervan. 45 In dit scenario blijft de reële compensatie van decentrale overheden
een houdbaar en wenselijk uitgangspunt. De aanpak waarbij misgelopen inkomsten en extra
uitgaven worden vastgesteld op basis van onafhankelijk onderzoek werkt naar behoren, maar
als de financiële impact van corona beter voorspelbaar wordt, is een uitkering op basis van vaste
maatstaven ook voorstelbaar. Ook is het belangrijk om onderzoek te doen naar de structurele
gevolgen van de coronapandemie voor taken van decentrale overheden, zoals de jeugdzorg of de
Wmo. Deze gevolgen zouden aanleiding kunnen geven tot meer structurele aanpassingen van de
financiële interbestuurlijke afspraken daarover.
42 Voor meer toelichting op de specifieke maatregelen, zie de andere bijdragen in dit scenario.
43 Zie ook DG Samenleving en COVID-19 2021: 33.
44 Andersson Elffers Felix 2021.
45 Kamerstukken II, 2019/2020, 35 420, nr. 43; Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                  18
WETGEVING
Raad van State
Oók een wet als maatregelen niet nodig zijn
Om eventuele nieuwe oplevingen van het coronavirus op effectieve wijze het hoofd te kunnen
bieden, is wet- en regelgeving nodig. De Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 en de algemene
maatregelen van bestuur (amvb’s) en ministeriële regelingen die op die wet waren gebaseerd –
en die de grondslag vormden voor de meeste maatregelen – zijn met ingang van 20 mei 2022
komen te vervallen. 46 Het is echter onzeker hoe (de verspreiding van) het virus zich in de
toekomst zal ontwikkelen. Vanwege de grote nadelen die kleven aan spoedwetgeving zal daarom
een nieuwe wet moeten worden opgesteld. 47 Deze wet zou moeten voorzien in grondslagen voor
maatregelen (of clusters van maatregelen) die in elk van de geschetste scenario’s bruikbaar zijn.
Dat impliceert dat per scenario moet worden geïnventariseerd aan welke maatregelen behoefte
bestaat. Die maatregelen kunnen in de wet worden neergelegd, met dien verstande dat ze
daarmee niet meteen toe te passen zijn. Voor de daadwerkelijke toepassing is inwerkingstelling
van de benodigde maatregelen bij afzonderlijk besluit noodzakelijk. Vanuit het oogpunt van
democratische legitimatie moet de betrokkenheid van het parlement vooraf worden doordacht
en vastgelegd. Daarbij moet niet uit het oog worden verloren dat snel moet kunnen worden
gehandeld. De systematiek van het staatsnoodrecht kan behulpzaam zijn bij verdere
doordenking van de vormgeving van de wet. Op deze manier zou een nieuwe wet dus het
karakter van een gereedschapskist hebben: deze bevat zo veel mogelijk instrumenten waaraan
in de verschillende scenario’s behoefte kan bestaan. Zijn maatregelen niet nodig om de verdere
verspreiding van het virus tegen te gaan, dan blijven ze ‘in de kist’ en gelden dus niet. Als ze wél
nodig zijn, wordt besloten ze ‘uit de kist’ te halen. Wanneer de omstandigheden waarvoor ze zijn
geactiveerd zich niet langer voordoen, worden ze weer teruggelegd: het is immers van belang
dat tijdelijke, specifieke coronamaatregelen niet normaliseren en dus niet steeds moeten gelden.
Specifieke maatregelen in het verkoudheidsscenario?
Inwerkingstelling van specifieke maatregelen om verspreiding van het virus tegen te gaan, is in
dit scenario naar alle waarschijnlijkheid niet nodig. Het maatschappelijk leven kan zo veel
mogelijk doorgang vinden als vóór corona het geval was. De ‘gereedschapskist’ kan dus dicht
blijven. Om eventueel verzuim in goede banen te leiden, lijken afspraken binnen de sectoren
voldoende, bijvoorbeeld over de mogelijkheid tot thuiswerken. Adviezen vanuit de overheid om
hygiënemaatregelen (regelmatig handen wassen, hoesten en niezen in de elleboog) in acht te
nemen, kunnen eveneens bijdragen aan het tegengaan van snelle verspreiding van het virus.
Bindende, wettelijke regels zijn in dit scenario vermoedelijk echter niet aan de orde.
46  Niet alle wet- en regelgeving die vanwege de coronapandemie is opgesteld, is komen te vervallen. Zo is bijvoorbeeld de Tijdelijke
    wet COVID-19 Justitie en Veiligheid nog van kracht. Nog geldende wet- en regelgeving zou in het kader van de nieuw op te stellen
    wet moeten worden geïnventariseerd. Deze kan al dan niet bij de totstandkoming van de nieuwe wet worden betrokken en/of
    (daarna) vervallen worden verklaard.
47  Daaraan wordt gewerkt. Een voorstel tot wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met de bestrijding van
    infectieziekten met pandemisch potentieel wordt op korte termijn bij de Tweede Kamer ingediend. Het betreft een eerste
    tranche.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                             19
MENSENRECHTEN
College voor de Rechten van de Mens
Het recht op gezondheid van kwetsbaren kan maatregelen vereisen
In dit scenario lijkt het vanuit medisch-virologisch perspectief niet noodzakelijk voor de
overheid om vrijheidsbeperkende maatregelen te nemen. Toch is het denkbaar dat de overheid
alsnog maatregelen moet nemen op basis van de positieve verplichting die voortvloeit uit het
recht op gezondheid van (kwetsbare) personen en groepen. Behalve de verplichting om zo min
mogelijk mensenrechten van burgers te beperken (een zogenoemde negatieve verplichting),
rusten op de overheid ook positieve verplichtingen. Dat houdt in dat de overheid juist
maatregelen moet nemen om een mensenrecht te verzekeren of te realiseren. Het recht op
gezondheid is neergelegd in artikel 22 van de Grondwet en in verschillende internationale
verdragen. 48 Deze artikelen dwingen boven alles de overheid om op te treden tegen
gezondheidsbedreigingen en om epidemieën te voorkomen. Zo heeft het Europees Comité voor
Sociale Rechten benadrukt dat in tijd van een pandemie de hoogste prioriteit moet worden
gegeven aan de bescherming van de gezondheid in beleid en regelgeving. 49
De afgelopen jaren is er veel discussie geweest over het uitsluitende effect van de getroffen
overheidsmaatregelen voor personen die zich daaraan niet wilden of konden conformeren, maar
het is belangrijk om te beseffen dat het niet-treffen van beschermende maatregelen net zo goed
een maatschappelijke tweedeling veroorzaakt. Daardoor worden immers mensen die vanwege
een zwakkere gezondheid of onderliggende kwalen een groter risico lopen op ernstige gevolgen
van besmetting, min of meer gedwongen om zich, ter bescherming van zichzelf, te onthouden
van deelname aan het maatschappelijk leven (vanwege een gebrek aan binnen het
maatschappelijk leven getroffen beschermende maatregelen). Ook het principe van non-
discriminatie, dat in alle mensenrechtenverdragen verankerd is, vergt nu juist dat bij het maken
van beleid en het ontwerpen van maatregelen ter bescherming van de gezondheid bijzondere
aandacht wordt besteed aan kwetsbare personen en groepen binnen de samenleving. Die
bijzondere aandacht kan met zich meebrengen dat van de rest van de samenleving iets grotere
opofferingen in de zin van vrijheidsbeperkingen worden verlangd.
De kwalificatie van post-COVID
Het College adviseert om post-COVID juridisch te kwalificeren als chronische ziekte. Daardoor
valt het binnen de werkingssfeer van de gelijkebehandelingswetgeving. Die wetgeving verbiedt
discriminatie in horizontale situaties zoals een arbeidsrelatie of bij het aanbieden van goederen
of diensten. Door deze juridische kwalificatie worden mensen met post-COVID bijvoorbeeld
beschermd tegen ontslag op grond van de gevolgen van hun chronische ziekte. Een dilemma
daarbij is dat het verloop van post-COVID erg lastig te voorspellen is. Er zal dus een afbakening
moeten komen wanneer iemand in aanmerking komt voor de diagnose post-COVID. Dit zal
moeten worden beoordeeld op basis van wetenschappelijke en medische inzichten.
48 Zoals artikel 11 van het Europees Sociaal Handvest (ESH) 1996 en artikel 12 Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale
   en Culturele Rechten (IVESCR) 1976.
49 Raad van Europa 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                         20
INTERNATIONALE RELATIES
Adviesraad Internationale Vraagstukken
Internationaal dient de aanpak in het verkoudheidsscenario en het griep+-scenario in feite
hetzelfde te zijn, omdat de impact en de manier van samenwerken voor beide scenario’s flinke
overlap hebben. In deze scenario’s verandert er weinig wezenlijks aan bestaande internationale
verhoudingen, waarin epidemieën min of meer beheersbaar zijn gebleven door internationale
samenwerking van de afgelopen 30 jaar. 50 Wel heeft de pandemie de ongelijkheid tussen en
binnen landen verder vergroot. 51 De aanpak in beide scenario’s valt te onderscheiden in het meer
generieke punt van internationale samenwerking en enkele meer specifieke kwesties. Hier
bespreekt de AIV het eerste punt; het tweede komt aan de orde bij het griep+-scenario.
Nu COVID-19 min of meer onder controle lijkt, is een van de grootste risico’s dat internationaal een
business as usual-benadering gekozen wordt. Vanwege andere pandemische en
gezondheidsrisico’s moeten we oppassen dat er niet een misplaatst gevoel van controle ontstaat
waarbij verdere internationale samenwerking in het kader van One Health en Health in all Policies,
inzet op het brede welvaartsprincipe en aanpak van meer structurele determinanten van
epidemieën (bv. rond intensieve veehouderij, biodiversiteitsverlies en klimaatverandering)
achterwege blijven. De One Health-benadering stelt het inzicht centraal dat gezondheid van
mensen, dieren, ecosystemen en natuur samenhangt. De Health in all Policies-benadering zet aan
tot het opnemen van gezondheidsoverwegingen in beleidsvorming van andere relevante sectoren,
zoals macro-economisch beleid, transport, landbouw, landgebruik, huisvesting, sociale zekerheid,
openbare veiligheid en onderwijs. De Nederlandse diplomatie kan hierbij een proactieve en
ondersteunende positie innemen. Het is gewenst een open, brede blik te hebben voor de noodzaak
van internationale verdeling van publieke goederen (bv. zorgpersoneel, gezondheidsonderzoek,
essentiële medicijnen), aandacht voor ongelijkheid en rechtvaardigheidsvraagstukken en
versterking van zorgsystemen en capaciteit (bv. lokale productie van vaccins) buiten Europa. Het
vertrouwen in solidariteit binnen de EU door derde landen heeft tijdens de afgelopen pandemie
een aardige deuk opgelopen (o.a. door vaccinnationalisme en het debat over patentenrecht) en
dient hersteld te worden. Dit kan door multilaterale samenwerking te vergroten en de groeiende
gezondheidsnoden in lage- en midden-inkomenslanden te erkennen. 52 Nederland kan via
ontwikkelingssamenwerking bijdragen aan het versterken en financieren van de basiscapaciteit
van zorgsystemen wereldwijd om epidemische risico’s het hoofd te bieden. Het regelgevend kader
hiervoor zijn de International Health Regulations (IHR) van de Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO). 53 Daarnaast dienen bestaande internationale afspraken en verdragen zoals de Duurzame
Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) gerespecteerd en ingevuld te worden. De maatregelen die hierna in
het griep+-scenario worden besproken, moeten ook in dit scenario aandacht krijgen.
50 Tot nu toe bleken eerdere pandemische risico’s (zoals HIV/Aids en Ebola) voor Europa, maar ook grotendeels daarbuiten,
   beheersbaar – in die zin dat handel, veiligheid en economische relaties niet langdurig verstoord werden
51 Balfour et al. 2022.
52 Van de Pas et al. 2022.
53 WHO (2005), beschikbaar op: www.who.int/publications/i/item/9789241580410
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                            21
ECONOMIE
Sociaal-Economische Raad
Bedrijfsleven
De verwachting is dat de economische dynamiek na de vorige golven vanzelf weer op gang komt
na het afbouwen van de maatregelen, al zijn er wel verschillen in het tempo waarin dat gebeurt.
Terwijl het openbaar vervoer, theaters en bioscopen bijvoorbeeld nog moeite hebben om hun
publiek terug te krijgen, is de weg naar de horeca en festivals snel weer gevonden. Mogelijk heeft
de pandemie bij bepaalde groepen tot blijvend andere keuzes geleid, waaraan bedrijven en
sectoren zich moeten aanpassen. Dit zal op termijn blijken. Bedrijven moeten schulden gaan
terugbetalen. Er zijn bedrijven die met belastingschulden kampen. Faillissementen liggen nog
steeds op een relatief laag niveau, 54 maar de verwachting is dat dit zal oplopen tot meer
‘normale’ waardes. Er is de gebruikelijke frictiewerkloosheid. 55
Huishoudens
Hybride werken is normaal geworden voor ongeveer de helft van de werkende
beroepsbevolking. 56 Na afschaffing van de maatregelen werkt een werknemer gemiddeld 6,5
uur per week vanuit huis. 57 Dit is een verdubbeling ten opzichte van wat vóór COVID-19
gebruikelijk was. Werkenden die met het ov naar en van werk reizen, hoger opgeleiden en
mensen met een managementfunctie werken bovengemiddeld vaak vanuit huis. Op basis van de
Wet werken waar je wilt kan elke werknemer een verzoek bij de werkgever indienen om thuis te
werken. 58 Het arbeidsaanbod krimpt licht door post-COVID-patiënten die arbeidsongeschikt
raken, als het aantal COVID-19-gevallen beperkt blijft. 59 Daarnaast kan het arbeidsaanbod dalen
door een hoger ziekteverzuim. Mensen melden zich wat eerder en langer ziek dan voor COVID-19
het geval was. Op macroniveau leidt dit naar verwachting niet tot substantiële veranderingen in
het consumptieniveau of tot extra problemen op de arbeidsmarkt.
Overheid
Er komt een arbeidsongeschiktheidsregeling voor post-COVID-patiënten met mogelijke
re-integratietrajecten, gefinancierd door de overheid. Verder is er geen reden voor specifiek
beleid gericht op COVID-19. Wel kan de overheid voorbereidingen treffen om beter voorbereid te
zijn op een zwaarder scenario, zie het hoofdstuk ‘Overkoepelende lessen’.
54  CBS 2022.
55  Frictiewerkloosheid is kortdurende werkloosheid die ontstaat bij het zoeken naar werk of het wisselen van baan.
56  Planbureau voor de Leefomgeving 2021: 43.
57  Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid 2022: 2. Het aantal uren is berekend op basis van alle werkenden.
58  Het wetsvoorstel is op 5 juli 2022 aangenomen door de Tweede Kamer. Als de Eerste Kamer ook akkoord is, treedt de wet in
    werking. Zie ook SER 2022a: 42.
59  Uit een eerste analyse van WIA-beoordelingen van cliënten met coronaklachten als hoofddiagnose sinds het begin van de
    pandemie tot en met mei 2022 blijkt dat de WIA-toekenningen aan mensen met hoofddiagnose corona in 2022 ongeveer 3% van
    de totale WIA-instroom bedragen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                        22
ONDERWIJS
Onderwijsraad
Inrichting en locatie van het onderwijs
Het virus heeft geen invloed meer op hoe, waar en wanneer onderwijs wordt gegeven.
Onderwijsinstellingen zijn fysiek open, inclusief stage en praktijkleren. Publieke waarden bij
onderwijs, zoals kwaliteit, toegankelijkheid en keuzevrijheid, zijn niet meer in het geding door
de pandemie. Dit geldt ook voor fundamentele rechten zoals het recht op onderwijs.
Toch is het onderwijs niet precies hetzelfde als vóór maart 2020. Positief ervaren innovaties en
gedragsveranderingen uit coronatijd werken door en worden geïmplementeerd.
Onderwijsinstellingen hebben bovendien nog te maken met hoger ziekteverzuim onder
leerlingen, studenten en personeel als gevolg van post-COVID.
Kwaliteit en wendbaarheid
Onderwijsinstellingen werken gericht aan herstel van de gevolgen van de coronatijd. De
overheid ondersteunt dit door financiële middelen beschikbaar te stellen en kennis over
bewezen effectieve interventies te delen (Nationaal Programma Onderwijs). Herstel betreft
zowel opgelopen leerachterstanden als de sociale, emotionele en psychische impact van de
pandemie, waaronder de leermotivatie van leerlingen en studenten. 60 Scholen en instellingen
herstellen proactief het contact met leerlingen en studenten die van de radar zijn verdwenen.
Herstel en investeren gaan in dit scenario hand in hand. 61 Overheid en onderwijsinstellingen
moeten met een kwaliteitsagenda structureel investeren in opgaven waarmee het onderwijs al
lange tijd kampt, zoals het lerarentekorten, de kansenongelijkheid en aanpassing aan de
veranderende arbeidsmarkt, evenals maatschappelijke ontwikkelingen zoals de digitale transitie
en duurzaamheid. 62
Daarnaast is het zaak dat onderwijs en overheid werken aan een wendbaarheidsagenda voor de
lange termijn. Denk aan de wijze van afname van centrale examens, overgangen in het stelsel, de
sociale functie, speciaal onderwijs en praktijkleren in het beroepsonderwijs. 63 Hiermee moet het
onderwijs meer schokbestendig worden gemaakt voor een volgende pandemie of andere crisis.
Wendbaarheid vraagt om buffercapaciteit, bijvoorbeeld in gebouwen, devices en specialistische
kennis en vaardigheden. Ook de ventilatie van onderwijsgebouwen vergt aandacht. Voor de
wendbaarheid houdt de overheid een kennis- en ondersteuningsplatform in stand. 64
Onderwijs en arbeidsmarkt
De impact van de pandemie op de arbeidsmarkt is beperkt. Bestaande uitdagingen rond
stagemogelijkheden, Leven Lang Ontwikkelen en de aansluiting tussen onderwijs en
arbeidsmarkt vragen om blijvende aandacht.
60 Platform Perspectief Jongeren 2022; RIVM, Trimbos-instituut en GGD GHOR Nederland 2021; Gezondheidsraad 2022b: 20-21,
   26-27; Inspectie van het Onderwijs 2022: 19-30; OESO 2021: 4.
61 Onderwijsraad 2021.
62 Onderwijsraad 2020; OESO 2022.
63 Onderwijsraad 2020.
64 Onderwijsraad 2020.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                      23
JUSTITIABELEN
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
Gezondheid, welzijn en veiligheid
In dit stadium zijn er relatief weinig ingrijpende gevolgen voor justitiabelen. De dagelijkse
praktijk blijft grotendeels intact: er is sprake van een volledig dagprogramma, er zijn
mogelijkheden om bezoek te ontvangen, behandeltrajecten kunnen worden voortgezet en
justitiabelen die daarvoor in aanmerking komen, kunnen met verlof. Desondanks kan dit
scenario (grote) gevolgen hebben voor fysiek kwetsbare justitiabelen. Voor hen brengt een
besmetting mogelijk wel risico’s met zich mee. Daarom moet de instelling nadenken over
mogelijke maatregelen om fysiek kwetsbaren te beschermen: op welke manier kan een
toegankelijk en veilig aanbod voor fysiek kwetsbaren in geslotenheid worden gecreëerd? Denk
hierbij aan mogelijkheden om fysiek kwetsbaren op een apart moment te laten luchten, op een
apart moment arbeid te laten verrichten of op een alternatieve manier onderwijs te laten volgen.
Ook moeten ruimtes coronaproof kunnen worden ingericht, zodat fysiek kwetsbaren afstand
kunnen houden als zij dit wensen. Wanneer er toch besmettingen plaatsvinden of wanneer
justitiabelen kampen met post-COVID-verschijnselen, moeten er voldoende professionals – zoals
zorgmedewerkers en fysiotherapeuten – beschikbaar zijn om behandeling en herstel mogelijk te
maken, wat met de krapte op de arbeidsmarkt binnen het justitieveld een uitdaging is.
Ziekteverzuim en personeelstekort
Als personeel ziek wordt van het coronavirus of uitvalt of wegblijft vanwege post-COVID-
verschijnselen, heeft dit een direct effect op de werkdruk en kan de uitvoering van het reguliere
programma onder druk komen te staan. Ten aanzien van het personeel en de tekorten die er
zijn, rijst de vraag hoe ziekteverzuim kan worden opgevangen. Het is van belang een flexibel
werkrooster in te richten en een draaiboek gereed te hebben voor deze situatie.
Aandacht voor (basis)adviezen
In dit scenario – en alle daaropvolgende scenario’s –moet worden ingezet op maatregelen om
fysiek kwetsbaren te beschermen, zowel justitiabelen als personeelsleden. Het is daarbij van
belang om aandacht te besteden aan de basisadviezen (bv. regelmatig handen wassen, en
hoesten en niezen in de elleboog), het geven van goede voorlichting over coronavaccinaties en
eventueel de maatregel van voldoende afstand houden. De communicatie hierover moet
dusdanig worden ingericht dat die aansluit bij de beleving van de justitiabele, waardoor de
inhoud voor iedere justitiabele toegankelijk en begrijpelijk is. Zo dient niet alleen schriftelijk
gecommuniceerd te worden over de vaccinatiemogelijkheden en basisadviezen, maar dient men
ook in gesprek te gaan met de gedetineerdencommissie 65 of met de cliëntenraad.
65  De gedetineerdencommissie is een afvaardiging van een aantal justitiabelen die de hele populatie in een instelling
    vertegenwoordigen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                               24
TOPSPORT, SPORT EN BEWEGEN
Nederlandse Sportraad
Sport en bewegen
Een gezonde leefstijl is van belang voor de volksgezondheid. Sport en bewegen zijn onderdeel van
die gezonde leefstijl en helpen om niet alleen de fysieke, maar ook de mentale en sociale gevolgen
van de pandemie te voorkomen en te beperken. 66 Gebleken is dat sporters die tijdens de lockdowns
zijn afgehaakt, moeite hebben om weer actief te worden. Vooral jongeren en mensen met een lagere
sociaaleconomische status of een slechtere gezondheid zijn gestopt, terwijl voldoende bewegen bij
deze groepen al een aandachtspunt was. 67 Er zijn grote achterstanden, ook in motorische
vaardigheden en zwemvaardigheid van kinderen 68, die de sportbranche en het onderwijs in het
verkoudheidsscenario samen moeten wegwerken. Om ook mensen met een chronische aandoening,
onder wie mensen met post-COVID, zo fit mogelijk te krijgen, is herstelzorg inclusief beweegzorg
nodig. 69
Topsport en evenementen
Topsporters bereiden zich voor op evenementen en competities, in Nederland en internationaal. Zij
nemen daarbij – zelf of in teamverband – de benodigde voorzorgmaatregelen. Bezoekers zijn welkom
bij wedstrijden en evenementen met inachtneming van de basisadviezen. De evenementensector
organiseert de uitgestelde evenementen van de afgelopen jaren: zowel topsport- als
breedtesportevenementen, zoals de Nijmeegse Vierdaagse of marathons. Mogelijk leidt het
terugbetalen van NOW-gelden (tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid), de
inning van vouchers door bezoekers (van wedstrijden en evenementen die eerder niet zijn
doorgegaan) en de uitgestelde terugbetaling van belastingen tot financieringsproblemen bij
evenementenorganisatoren, waaronder ook de betaald-voetbalorganisaties. Gelet op de onzekere
toekomst en de lange aanlooptijd die nodig is, zullen minder evenementenorganisatoren bids
uitbrengen op toekomstige EK’s en WK’s. Het bedrijfsrisico is te groot. Evenementen zullen worden
georganiseerd in die landen waar de overheid de branche steunt.
Sportbranche en overheid
Sportbranche en overheden zorgen samen voor de fijnmazige sportinfrastructuur die Nederland
rijk is. Om Nederland weer in beweging te brengen en de fitheid en weerbaarheid van de bevolking
te verbeteren, moeten zij de handen ineenslaan. 70 Sport- en beweegvoorzieningen zullen moeten
openblijven en daarom worden gerekend tot essentiële dienstverlening (Wet publieke gezondheid).
Een groot deel van de sportaanbieders is echter nog aan het herstellen van de afgelopen jaren: de
terugloop in het aantal sporters, de uitgestelde betaling aan de Belastingdienst en de toegenomen
energielasten vormen vooral voor binnensporten en commerciële sportaanbieders een groot
vraagstuk. Dit leidt mogelijk tot faillissementen of een hogere prijs voor sport, waarmee de drempel
om te sporten juist hoger wordt.
66  Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2018.
67  Pulles et al. 2021; RIVM 2022.
68  Vrieswijk et al. 2022; Hollander en Hoekman 2022.
69  Beweegzorg kan worden geleverd door fysiotherapeuten of gespecialiseerde fitnesscentra.
70  Nederlandse Sportraad 2020.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                         25
CULTUUR
Raad voor Cultuur
Van creatie tot publiek
De eerste coronajaren hebben een zware impact gehad waarvan de sector moet herstellen. Daar
is in dit scenario ruimte voor. Dit herstel betreft de kunstinstellingen, maar ook cultuureducatie
in het onderwijs, de amateursector en lokale media die hun advertentie-inkomsten hebben zien
afnemen. Het bezoek aan culturele instellingen blijft nog een tijd achter. Mensen moeten weer
wennen aan het feit dat het weer kan en ouderen blijven nog voorzichtig. Media kunnen hier een
positieve bijdrage aan leveren. Ook internationaal publiek blijft nog weg. Er is een stuwmeer aan
tentoonstellingen, voorstellingen en andersoortige producties die de afgelopen jaren wel zijn
voorbereid, maar niet ten uitvoer zijn gebracht. Er wordt dus veel van het al geproduceerde
aanbod gepresenteerd, wat ten koste kan gaan van de nieuwe aanwas en de ontwikkelruimte
voor nieuw en opkomend talent. Naast herstel is het van belang dat de sector investeert in
preparedness: van goed werkende ventilatie tot de ontwikkeling van een robuuste digitale
infrastructuur waar kunst- en cultuurinstellingen gebruik van kunnen maken. Ook moet worden
nagedacht over manieren waarop kwetsbare groepen toch op een veilige manier kunst- en
cultuuruitingen kunnen blijven bezoeken.
Arbeidsmarkt
Zoals de hele samenleving heeft ook de cultuursector te maken met hardnekkige
personeelstekorten (onder meer technici en horecapersoneel). Tegelijkertijd blijft voor veel
culturele zzp’ers de situatie in de sector onzeker. Velen werken met veel passie tegen slechte
arbeidsvoorwaarden. Voorafgaand aan de pandemie zagen verschillende codes het licht om goed
bestuur, eerlijke arbeidsvoorwaarden en een structurele verankering van diversiteit en inclusie
in de sector te stimuleren. 71 Toepassing van deze codes stelt instellingen soms voor lastige
afwegingen, maar zijn nodig om de sector wendbaarder en weerbaarder te maken. Meer
structurele aandacht voor aanvullend cultuur-educatief aanbod op scholen door hiervoor
opgeleide professionals, zoals de huidige Beroepskunstenaars in de Klas (BIK), zou kunnen
bijdragen aan de doelen om alle kinderen met cultuur in aanraking te laten komen, zzp’ers in de
culturele sector een vaster inkomen te bieden en het grote personeelstekort in het onderwijs
wat te verlichten.
Financiering
Veel culturele instellingen zijn door de coronacrisis hard geraakt en zijn financieel kwetsbaar.
Het ontbreken van reserves in combinatie met oplopende inflatie maakt het voor veel
instellingen ingewikkeld om financieel weer gezond te worden. Het subsidiebeleid zou daarom
nog een tijd coulant moeten zijn voor instellingen die hun beoogde bezoekersaantallen of
aantallen speelbeurten of tentoonstellingen niet halen.
71  Het gaat om de Governance Code Cultuur 2019, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit & Inclusie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                 26
SAMENLEVING
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
Solidariteit
De coronarestricties zijn verdwenen: alles kan en mag. Burgers hebben daarbij individuele
keuzevrijheid: er worden geen offers gevraagd voor het collectief. Toch zijn er wel degelijk
collectieve problemen die samenhangen met de pandemie: er zijn capaciteitsproblemen en er is
een gevoel van druk en overspannenheid. Het is alleen de vraag of een beroep op de solidariteit
van burgers om de druk te verlichten goed wordt ontvangen. Burgers zijn klaar met het virus en
willen het graag vergeten. Een belangrijk deel van de samenleving viert de afwezigheid van het
virus als bevestiging van hun (oorspronkelijke) idee dat corona überhaupt niet ernstig was.
Personeelstekorten stellen de burger niet alleen op de proef als consument, maar zeker ook als
patiënt, woningzoekende of werknemer. Door de politieke dynamiek en de heersende
medialogica voelen veel Nederlanders zich onvoldoende gerepresenteerd of zijn daardoor
gefrustreerd, en sommige mensen haken af. 72 In dit scenario is het cruciaal om manieren te
vinden om burgers te betrekken bij beslissingen die genomen moeten worden rondom
preparedness. 73 De overheid heeft daarbij idealiter een open, lerende houding, organiseert
bijvoorbeeld burgerfora, is continu in gesprek met sectoren en schept duidelijkheid over wie
wat wanneer bepaalt. 74 Een ingewikkeld vraagstuk is de omgang met de grote verschillen van
inzicht binnen de samenleving over de mate van ernst van het virus en de betrouwbaarheid van
de overheid.
Kwetsbaarheid
Voor de meeste mensen gaat het leven gewoon door. Toch zijn er ook groepen in de samenleving
die mede als gevolg van de pandemie een kwetsbare positie innemen. Denk aan mensen met een
chronische ziekte of met een lichte verstandelijke beperking (LVB) (1,1 miljoen). Maar ook
mensen die bang zijn om corona op te lopen, patiënten die wachten op inhaalzorg, daklozen
(32.000) en het toenemende aantal potentieel werkende armen (1,2 miljoen). 75 Deze groepen
kampen met verschillende soorten kwetsbaarheden, die dus een andere aanpak vergen. Daarbij
helpt het om bij het herstel in deze herstelfase onderscheid te maken tussen mensen die
kwetsbaar zijn voor het virus zelf (bv. chronisch zieken en ouderen) en mensen die kwetsbaar
zijn voor de gevolgen van de maatregelen tegen het virus (kinderen, jongeren, mensen met een
beperking). Het is noodzakelijk om medisch kwetsbaren oplossingen aan te reiken om te kunnen
blijven meedoen aan de samenleving 76 en daarbij ook hun fysieke en sociale veiligheid te
garanderen. Denk bijvoorbeeld aan het faciliteren van treincoupés waar mensen wel anderhalve
meter afstand kunnen houden en een mondkapje dragen. Ook voor werkenden die kampen met
post-COVID is het van belang om ruimhartig te zijn en te zorgen voor een compensatieregeling. 77
72  De Voogd en Cuperus 2021.
73  Rovers 2022.
74  Raad voor Volksgezondheid & Samenleving 2020a; Raad voor Volksgezondheid & Samenleving 2020b.
75  CBS.nl; CPB 2020.
76  De Groot et al. 2022.
77  Raad voor Volksgezondheid & Samenleving 2022a.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                27
WETENSCHAP, TECHNOLOGIE EN INNOVATIE
Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie en De Jonge Akademie (KNAW)
Continuïteit van onderzoek en innovatie
Onderzoek en innovatie kunnen zonder grote beperkingen doorgaan. Er is ruimte voor herstel
en inlopen van vertragingen in het onderzoek en voor bezinning op de manier van
wetenschapsbeoefening: welke langetermijndoelen streven we na, hoe kunnen we wetenschap
als teamprestatie organiseren en hoe kunnen we verantwoord gebruikmaken van digitale
technologieën? Universiteiten dienen werk te maken van een slimmer academisch jaar 78 met
meer ruimte voor herstel van effecten van de pandemie en voor vernieuwing.
Wetenschapsfinanciers moeten zoeken naar een manier van financieren die minder strikt
tijdsgebonden is. Ze kunnen een COVID-19-impactverklaring opnemen in subsidieaanvragen,
verlengingsregelingen invoeren en een plan ontwikkelen voor hoe ze de negatieve impact van
corona laten meewegen in de beoordeling van de onderzoeker. Kennisinstellingen kunnen, met
budget vanuit de overheid, zorgen voor verlengingen in aanstellingen en kunnen
prestatieafspraken voor beginnende wetenschappers proportioneel aanpassen zodat zij niet
vastlopen in hun loopbaanontwikkeling.
Focus in onderzoek en innovatie
Er is meer ruimte voor niet coronagerelateerd onderzoek en voor meer fundamenteel
onderzoek, omdat dit onontbeerlijk bleek tijdens de pandemie. De overheid dient te investeren
in onderzoek naar de medische en sociaaleconomische langetermijneffecten van COVID-19. Meer
multidisciplinaire kennis is noodzakelijk, omdat blijkt dat meervoudige afwegingen nodig zijn bij
de aanpak van een pandemie. Inzichten uit gedragswetenschappelijk onderzoek kunnen beter
benut worden in beleid, voor COVID-19 en voor andere maatschappelijke vraagstukken. Tijdens
de pandemie zijn onderzoeks- en innovatieprocessen soms sneller en efficiënter gegaan.
Kennisinstellingen, bedrijven en overheid kunnen zorgen voor consolidatie van de geleerde
lessen en deze inzetten.
Samenwerking en kennisdeling
Herbezinning van de optimale mix van fysiek, online en hybride werken is nodig. Online werken
levert kostenbesparingen en milieuwinst op. Netwerken, creativiteit en diepgaande
kennisuitwisseling profiteren van fysieke ontmoeting. Door hybride werkvormen kan iedereen
meedoen, inclusief onderzoekers die kwetsbaar zijn of uit regio’s en landen komen met minder
reismogelijkheden. Wetenschappelijke vooruitgang versnelt, doordat met open access-
toepassingen en voorlopige publicaties data en kennis sneller worden gedeeld. Wetenschappers,
kennisinstellingen en financiers moeten zich bezinnen op hoe onderzoeksresultaten sneller,
maar met waarborging van kwaliteit gedeeld kunnen worden. Zij dienen werk te maken van de
ontwikkeling van een FAIR 79-gebaseerd data-ecosysteem voor wetenschap en innovatie.
78  Zie De Jonge Akademie (2021) voor toelichting en aanbevelingen.
79  FAIR data zijn data die voldoen aan de principes van vindbaarheid, toegankelijkheid, interoperabiliteit en herbruikbaarheid.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                 28
GEDRAG EN COMMUNICATIE
KNAW
Doelstelling
De nadruk ligt op gezondheidspreventie en voorbereiding op een eventueel ernstiger scenario.
Het doel is om burgers bewust te maken van het belang van geldende adviezen en het belang van
een gezonde leefstijl om de weerstand tegen infecties te vergroten. Aandacht kan worden
gevraagd voor mogelijk ernstigere scenario’s in de toekomst (mentale voorbereiding).
Maatregelen en adviezen
In elk scenario geldt dat de bereidheid om basisadviezen op te volgen en eventuele maatregelen
na te leven kan worden vergroot door in doelgroepspecifieke communicatie aan te geven
waarom dit persoonlijk en algemeen maatschappelijk nodig, effectief en uitvoerbaar is.
Daarnaast kan beroep worden gedaan op maatschappelijke en sociale normen om medisch
kwetsbaren te beschermen. Omdat mensen gedrag vaker uitvoeren naarmate het gemakkelijker
en laagdrempeliger is, is het van belang dat met behulp van gedragsinterventies de maatregelen
zo veel mogelijk worden gefaciliteerd. Bijvoorbeeld, men zal bij klachten vaker een zelftest doen
als deze op veel locaties gratis beschikbaar zijn en als wordt gestimuleerd deze thuis op
voorraad te hebben. Verder is het raadzaam dat burgers in staat worden gesteld hun leefstijl te
verbeteren, omdat dit een voorspellende factor is voor een ernstiger ziekteverloop en
ziekenhuisopname (en mogelijk daarmee ook voor post-COVID). Ontwikkeling en uitvoering van
dit beleid ligt bij alle overheden (landelijk, lokaal, bv. GGD’s en eerste lijn) en sectoren.
Vaccinatiebeleid
De drie pijlers van een goed vaccinatiebeleid zijn: adequaat informeren, ondersteunen bij de
keuze, en faciliteren. Dit houdt in: actuele en begrijpelijke informatie over de mogelijkheid van
vaccineren en over het nut en de bijwerkingen, met bijzondere aandacht voor moeilijk
bereikbare groepen, (digitaal) laaggeletterden en kwetsbare groepen. Voor mensen die zich
willen laten vaccineren is het van belang vaccineren zo veel mogelijk te faciliteren (bv. zowel op
afspraak als met vrije inloop, dichtbij, met ruime openingstijden). Het is belangrijk om ook in dit
scenario de optie van vaccinatie te blijven bieden voor de ervaren keuzevrijheid.
Vertrouwen in beleid en draagvlak
Vertrouwen en draagvlak zijn belangrijk voor effectief beleid en voor het opvolgen van adviezen
en maatregelen. Deze periode kan worden gebruikt om vertrouwen te behouden, dan wel terug
te winnen. Dit is belangrijk voor het draagvlak voor actuele en eventuele toekomstige
maatregelen. Het vertrouwen hangt samen met de mate waarin burgers denken dat de overheid
consistent en transparant beleid voert, voorbereid is op ernstigere scenario’s, en met de mate
waarin zowel sectoren als burgers in besluitvorming worden meegenomen. Als voorbereiding
op ernstigere scenario’s is het van belang een breedgedragen en snel schakelende advies- en
communicatiestructuur te ontwikkelen en onderzoek te doen naar effectieve
gedragsinterventies en communicatiestrategieën (vergroten van expertise), met name gericht op
groepen met grotere bezwaren tegen maatregelen en op moeilijk bereikbare groepen (bv.
laaggeletterden of mensen met een lichte verstandelijke beperking).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes 29
                              SCENARIO II: GRIEP+
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                30
SCENARIO II: GRIEP+
In dit scenario krijgen we te maken met jaarlijkse oplevingen van COVID-19. Er zit een zekere
regelmaat en voorspelbaarheid in deze oplevingen, hoewel de piek het ene jaar hoger kan zijn of
later kan beginnen dan in het andere jaar. De reden is dat de ernst van de variant, het gedrag van
mensen en de werkzaamheid van de bestaande immuniteit per jaar kunnen verschillen. Deze
piek komt boven op of naast de ‘normale’ griepgolf. Bij besmetting hebben de meeste mensen
een mild tot matig ziekteverloop. Door herhaalde blootstelling bouwen zij immuniteit op.
Mensen uit kwetsbare groepen (bv. mensen met andere medische aandoeningen of een hoge
leeftijd) hebben een verhoogd risico op een ernstig ziektebeloop van COVID-19, met
ziekenhuisopname of overlijden tot gevolg. Om de impact van COVID-19-pieken zo veel mogelijk
te dempen, zullen specifieke groepen, zoals medisch kwetsbaren en zorgpersoneel, jaarlijks een
COVID-19-vaccinatie aangeboden krijgen, zoals dat ook nu het geval is voor de griep. 80
In de zomer kan het leven grotendeels doorgaan, terwijl mensen in de winter hun gedrag aan de
aanwezigheid van het virus zullen aanpassen. 81 Het herstel van diverse sectoren is lastiger,
omdat in het coronapiekseizoen steeds opnieuw een golf van besmettingen moet worden
opgevangen – met alle maatschappelijke gevolgen van dien. Tijdens een coronapiek worden
maatregelen overwogen (bv. mondkapjes dragen, afstand houden en voornamelijk
thuiswerken). Maar ook zonder overheidsmaatregelen zal er een sterk seizoenseffect zijn, omdat
mensen hun gedrag aanpassen aan de nieuwe realiteit. De voorspelbaarheid van de golven
betekent ook dat besmettingspieken en de gevolgen ervan in dit scenario worden beschouwd als
een regulier bedrijfsrisico, vergelijkbaar met de omgang met griepachtige virussen.
In de doordenking van dit scenario vanuit de verschillende domeinen komt een aantal
hoofdthema’s naar voren.
Alles onder druk
Tijdens de jaarlijkse coronapiek komen meerdere zaken onder druk te staan. De golf van
besmettingen betekent een zware belasting voor aanbieders in de hele zorgketen vanwege de
toestroom van extra patiënten en het hoge ziekteverzuim onder personeel. Ziekteverzuim leidt
op veel plaatsen in de samenleving tot knelpunten: van gemeenten tot de strafrechtketen, van
het openbaar vervoer tot de installatietechniek. Deze effecten kunnen elkaar versterken,
waardoor er op diverse plekken achterstanden en lange wachtlijsten ontstaan. Sommige
sectoren hebben tijdens coronapieken ook te maken met vraaguitval, zoals horeca en
cultuurinstellingen; deze klap raakt vaak als eerste de zzp’ers en het tijdelijke personeel. De
omgang met een dynamiek van pieken en dalen vraagt om flexibiliteit in de arbeidsmarkt en
80 Voor het bepalen welke doelgroep in aanmerking komt voor (re)vaccinatie worden criteria gebruikt die samenhangen met het
   doel van het verminderen van ernstige ziekte en sterfte (leeftijd), maar mogelijk ook met andere doelen zoals het voorkomen
   van maatschappelijke ontwrichting (vitale beroepen). Zie Gezondheidsraad 2020; Gezondheidsraad 2022a.
81 De jaarlijkse piek hoeft zich natuurlijk niet in de winter voor te doen. Deze kan zich ook op een ander moment voordoen of er
   kunnen tweejaarlijkse pieken zijn (Devlin 2022). Maar in dit scenario hebben we aangenomen dat het gaat om jaarlijkse pieken
   in de winter.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                              31
samenwerking tussen organisaties om de verschillen in activiteiten tussen de zomer en de
winter op te vangen en frictiewerkloosheid zo veel mogelijk te voorkomen. 82
Structurele aanpassingen in de winter
Dit scenario vraagt om structurele aanpassingen in de winter. Vanuit diverse domeinen wordt
erover nagedacht of cruciale activiteiten (zoals participatiemomenten in gemeenteraden of
examens voor opleidingen) eventueel buiten de winter zouden moeten plaatsvinden, en of
bepaalde activiteiten zoals grote evenementen, (wetenschappelijke) congressen of planbare zorg
vooral naar de zomermaanden te verplaatsen zijn. Tegelijkertijd is de zomer al vol en valt deze
voor veel mensen samen met de vakantieperiode, wat betekent dat er grenzen zijn aan de
hoeveelheid activiteiten die in de zomer kunnen plaatsvinden. Ook wordt nagedacht over de
inzet van tijdelijke digitale alternatieven gedurende de winter, bijvoorbeeld voor bezoek in
gevangenissen, het thuis monitoren van COVID-19-patiënten die zuurstof krijgen of culturele
activiteiten. Hierbij dient wel de kanttekening te worden geplaatst dat deze digitale vormen in
de beleving en in financieel opzicht vaak geen volwaardig alternatief vormen voor de fysieke
variant. Zo ontbreekt het ondernemers en instellingen met een relatief geringe marktomvang
vaak nog aan een werkend verdienmodel.
Twijfel over maatregelen bij jaarlijks terugkerende piek
Een belangrijke vraag in dit scenario is of de jaarlijks terugkerende piek dwingende maatregelen
vanuit de overheid rechtvaardigt. We staan in dit scenario op een tweesprong. Bij zware
griepgolven in het verleden is Nederland niet overgegaan tot maatregelen die de persoonlijke
vrijheid beperken, maar de coronagolven komen in dit scenario boven op de griepgolven en de al
bestaande belasting van de zorg. 83 Om bescherming te bieden aan medisch kwetsbaren en om
een te hoge piek in verzuim met grote maatschappelijke gevolgen en een overspoeling van de
zorg te voorkomen, kunnen maatregelen gerechtvaardigd zijn. Omdat bij eerdere griepgolven
niet voor dergelijke maatregelen is gekozen, zou dit aanvullende motivering vergen. Bij het
nemen van maatregelen is het bovendien van belang om niet alleen te kijken naar de impact van
de maatregelen op het terugdringen van het aantal besmettingen, maar ook oog te hebben voor
de impact op de vrijheid en het onderlinge contact van mensen. Zo kan een maatregel om
anderhalve meter afstand te houden (die raakt aan het recht op onderwijs, de
ondernemingsvrijheid en de vrijheid van vergadering, betoging en vereniging) ingrijpender zijn
in het leven van mensen dan de verplichting om een mondkapje te dragen.
82 Frictiewerkloosheid is kortdurende werkloosheid die ontstaat bij het zoeken naar werk of het wisselen van baan.
83 Hierbij past de kanttekening dat er binnen de zorg wel degelijk standaardmaatregelen worden genomen tijdens griepgolven,
   zoals het afschalen van planbare opnames en ingrepen en het schuiven met personeel, alleen zijn deze minder zichtbaar. Ook is
   er in 2008 tijdens de griepgolf een extra vaccinatieronde geweest.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes   32
                                      Voor een korte video over
                                      Scenario II: Griep+ klik hier
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                33
ZORG
Gezondheidsraad en Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
De periodieke oplevingen zullen een terugkomende, deels voorspelbare druk leggen op
aanbieders in de hele zorgketen. De zorg kan op een aantal manieren proberen in te spelen op
deze jaarlijkse golfbeweging, waarbij duidelijk is dat de bestaande personeelskrapte en extra
uitval door ziekte van zorgpersoneel tijdens piekperiodes een groot knelpunt gaan vormen.
Anders organiseren van zorg
Tijdens nieuwe coronapieken zal de vraag naar acute zorg toenemen. Een centrale organisatie
met als doel spreiding van acute zorg tijdens piekperiodes biedt een eerste oplossingsrichting. 84
De daarvoor benodigde landelijke sturing en regie lijken nu nog onvoldoende geborgd. 85 Als
tweede kunnen zorgorganisaties trachten taken te verschuiven in de tijd door zorg meer
seizoensgebonden aan te bieden. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt primair bij
zorgaanbieders, in afstemming met financiers en toezichthouders. Een derde richting is het
anders organiseren van zorg tijdens piekperiodes, zoals monitoring thuis of regionale
coördinatie van (COVID-)zorg tijdens COVID-19-pieken. De verantwoordelijkheid voor deze
oplossingen ligt vooral op lokaal en regionaal niveau (bv. bij het Regionaal Overleg Acute
Zorgketen). Een vierde optie is het tijdens coronapieken inzetten van zorgprofessionals die niet
structureel in de zorg werken, zoals jonge specialisten zonder baan of zorgstudenten.
De landelijke overheid en financiers (zorgverzekeraars, gemeenten, zorgkantoren) zullen deze
andere manieren van organiseren moeten faciliteren met passende financiële afspraken en
vormen van bekostiging en met wet- en regelgeving voor betere data-uitwisseling. Het is bij
iedere oplossingsrichting essentieel om de impact voor de hele zorgketen te beschouwen, zodat
bijvoorbeeld een verlichting van de ziekenhuiszorg niet leidt tot een te grote belasting van de
eerstelijnszorg of de wijkzorg. Mochten de genoemde richtingen onvoldoende blijken tijdens
COVID-19-pieken, bijvoorbeeld vanwege personeelsgebrek, dan zal het ethisch onderbouwd
prioriteren en verdelen van typen zorg en behandelingen (zie het scenario van continue strijd)
ook in dit scenario al nodig zijn. Wachttijden zullen dan tijdens COVID-19-pieken weer kunnen
oplopen.
Flexibele inzet van en meer inspraak voor zorgprofessionals
Anders plannen en organiseren van zorg in de tijd vraagt flexibiliteit van en voor
zorgprofessionals. Flexibiliteit om door het jaar heen afwisseling in de zorgtaken te kunnen
hebben en om door het jaar heen meer of minder te werken. Beroepsgroepen, werkgevers en
overheid passen kwaliteitskaders en zorgprotocollen waar nodig aan, zodat deze niet onnodig
stringent zijn in wie welke taken kan uitvoeren. Bovendien zullen verpleegkundigen,
verzorgenden en andere zorgberoepen een sterkere stem moeten krijgen in de besluitvorming
in zorgorganisaties om het werkplezier te behouden. Zie ook ‘Overkoepelende lessen’.
84  Landelijk Netwerk Acute Zorg 2021; Onderzoeksraad voor Veiligheid 2022.
85  Expertteam COVID 2022.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                  34
OPENBAAR BESTUUR
Raad voor het Openbaar Bestuur
Ziekteverzuim en dienstverlening
In dit scenario loopt het ziekteverzuim sterk op, vooral in de piekseizoenen en met name onder
degenen die niet kunnen thuiswerken. 86 Dit laat zich het meest direct voelen in de
dienstverlening aan de burger. Door op regionaal niveau samen te werken en onderling
werknemers uit te wisselen kunnen gemeenten en provincies de meest problematische tekorten
beperken. Overheden en ambtelijke organisaties kunnen in piekseizoenen van bepaalde
werknemers vragen bij te springen in prioritaire processen. Het is verstandig om hier nu al over
na te denken en afspraken te maken met andere overheden.
Besluitvorming aanpassen op corona
Beraadslaging en besluitvorming door volksvertegenwoordigingen moet in de piekseizoenen –
en in zwaardere scenario’s – altijd doorgang kunnen vinden, desnoods op digitale wijze. Dit
moet zo snel mogelijk wettelijk geregeld worden. 87 Wel doen volksvertegenwoordigingen er
goed aan om het digitaal vergaderen beperkt in te zetten, omdat veelvuldig digitaal vergaderen
afbreuk doet aan de kwaliteit van het democratische debat en de gedachtenuitwisseling. Wat er
met name bij ontbreekt is de interactie: ieder vertelt een eigen verhaal van achter een scherm,
en uiteindelijk stemt ieder zoals gepland. Dit beperkt ook de mate waarin oppositiepartijen hun
kritische rol kunnen vervullen binnen het dualistische stelsel. 88 Om deze redenen dient fysiek
vergaderen de norm te zijn en digitaal vergaderen de uitzondering, zeker wanneer het
vergaderingen betreft waarin oordeelsvorming en debat centraal staan. Daarom moeten
volksvertegenwoordigingen fysiek vergaderen veilig mogelijk maken door de
vergaderfaciliteiten in het gemeentehuis coronaproof te laten maken of door tijdens de
piekseizoenen een alternatieve vergaderlocatie te gebruiken.
Volksvertegenwoordigingen doen er goed om aan van tevoren vast te leggen in welke situaties
zij wel en niet digitaal vergaderen, zodat hierover een zuivere afweging plaatsvindt. 89 Hybride
vergaderen biedt mogelijk ook kansen, maar met name bij besluitvormende vergaderingen is
een gelijk speelveld van een dermate groot belang dat dit geen geschikte optie lijkt. Ten slotte is
het verstandig om nationale en decentrale besluitvormingscycli zo veel mogelijk aan de cyclus
van het virus aan te passen. Overheden doen er ook goed aan om een participatiekalender op te
stellen, waarbij ze inventariseren wanneer welke vormen van participatie mogelijk en wenselijk
zijn. Digitale participatie kan ook buiten de piekseizoenen meerwaarde bieden naast fysieke
vormen, omdat de overheid daarmee een ander publiek dan gewoonlijk bereikt.
86  NU.nl 2020.
87  Het concept-wetsvoorstel Digitaal vergaderen decentrale overheden voorziet in de mogelijkheid om digitaal te vergaderen; deze
    wet treedt waarschijnlijk in 2023 in werking (Bekkers 2022).
88  Dit beeld komt naar voren uit de evaluaties van Tijdelijke wet digitaal vergaderen (Peters et al. 2020; 2021) en zag de Raad voor
    het Openbaar Bestuur bevestigd in de gesprekken die hij voerde ten behoeve van zijn advies Van crisis naar opgave (Raad voor
    het Openbaar Bestuur 2022a, pp. 37-39).
89  Munneke 2022.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                 35
WETGEVING
Raad van State
Afspraken en adviezen zijn misschien niet genoeg
In dit scenario zijn vrijwillige afspraken en hygiëne-adviezen alléén misschien niet meer genoeg
om de verspreiding van het virus in de gewenste mate tegen te gaan. Dat zou kunnen betekenen
dat maatregelen die zijn neergelegd in de op te stellen wet, door middel van een
inwerkingstellingsbesluit ‘uit de kist’ moeten worden gehaald. Dat kan snel, omdat bij de
totstandkoming van de wet al is geïnventariseerd welke (clusters van) maatregelen in welke
scenario’s nodig zijn. Denkbaar is dat het gaat om regels over het houden van een veilige afstand
of het dragen van een mondkapje. Omdat het kabinet heeft aangegeven dat de samenleving – ook
bij oplevingen van het virus – zo veel mogelijk open moet blijven, 90 is ook voorstelbaar dat de
inzet van een coronatoegangsbewijs (1G, 2G of 3G) wordt overwogen op plaatsen waar afstand
houden niet goed mogelijk is.
Inzichtelijke afwegingen over noodzaak en proportionaliteit zijn essentieel
Over de beoordeling van de proportionaliteit van (clusters van) maatregelen moet niet alleen bij
inwerkingstelling, maar ook daarvóór, bij de totstandkoming van de wet, worden nagedacht. Van
belang is dat de wetgever de betrokken belangen niet alleen opsomt, maar ook daadwerkelijk
tegen elkaar afweegt. Dat is niet gemakkelijk. Ten eerste moet rekening worden gehouden met
de proportionaliteit van de maatregelen afzonderlijk, maar ook moet worden bezien of de
toepasselijkheid van die maatregelen tezamen nog proportioneel is. Daarnaast maakt de
problematiek van botsende grondrechten de afweging ingewikkeld. Deze speelde bijvoorbeeld
bij het coronatoegangsbewijs: zowel de gezondheid van burgers als de economie verdienen
bescherming. Daarbij moeten ongelijke behandeling en een tweedeling in de samenleving zo
veel mogelijk worden voorkomen, maar zeer ingrijpende maatregelen zoals een (gedeeltelijke)
lockdown ook. Ten slotte kunnen maatregelen worden ingezet waarvan weliswaar wordt
verwacht dat ze verspreiding van het virus tegengaan, maar waarvan niet op voorhand vaststaat
in hoeverre ze ook werkelijk effectief zullen zijn (zoals destijds het geval was voor het verplicht
dragen van een mondkapje). Om die reden alléén kunnen zulke maatregelen echter niet
disproportioneel worden geacht als in een ernstige situatie snel moet worden gehandeld en de
beschikbare kennis beperkt is. 91 Het is van belang dat de te nemen maatregelen niet verder
reiken dan noodzakelijk is en zo eenduidig mogelijk zijn. Dat betekent niet dat voor maatwerk en
lokale differentiatie geen ruimte kan zijn, maar brengt wel met zich dat een ingewikkelde
systematiek met al te veel uitzonderingen zo veel mogelijk moet worden voorkomen. 92 Dat komt
de begrijpelijkheid van de regels en van de afwegingen die daaraan ten grondslag liggen ten
goede en het draagt bij aan het draagvlak, de consistentie en de handhaafbaarheid. Omdat
sprake is van jaarlijkse pieken, dient voor zover mogelijk ook duidelijkheid te worden gegeven
over de duur van de inwerkingstelling van maatregelen.
90  Kamerstukken II 2021/22, 25295, nrs. 1780, 1834 en 1883.
91  Bruikbare handreikingen voor het uitvoeren van de proportionaliteitstoets zijn te vinden in de bijdrage van het College voor de
    Rechten van de Mens.
92  Dat neemt niet weg dat steeds zal moeten worden voorzien in uitzonderingen voor mensen die zich vanwege een beperking niet
    aan de maatregelen kunnen houden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                36
MENSENRECHTEN
College voor de Rechten van de Mens
De aard van maatregelen
Seizoensgebonden oplevingen leiden tot ziekte, uitval van werknemers en pieken in oversterfte.
Dat bij vrije circulatie van het virus een percentage van de bevolking post-COVID zal oplopen (zie
ook het verkoudheidsscenario) moet ook bij keuzes worden meegewogen. En net als in het
verkoudheidsscenario is er een inspanningsverplichting van de overheid om de gezondheid van
burgers te beschermen.
Als er maatregelen worden genomen, hangt vanuit mensenrechtelijk perspectief veel af van de
aard van de gekozen maatregelen. Zo hebben aangepaste openingstijden veel minder impact op
mensenrechten dan het verplicht stellen van een coronatoegangsbewijs (CTB) voor bepaalde
maatschappelijke sectoren. Bedacht moet worden dat op het oog lichtere maatregelen
grondrechtelijk gezien niet ‘onschuldig’ zijn. Verplichte afstand kan onder omstandigheden het
recht op privéleven raken (artikel 8 EVRM), maar ook de rechtstreekse gevolgen voor de
maximale omvang van bijeenkomsten in verband met (zaal)capaciteit moeten verdisconteerd
worden. Verplichte afstand raakt daarmee het recht op onderwijs (artikel 23 Grondwet), de
vrijheid van vergadering en betoging (artikel 9 Grondwet) en vereniging (artikel 8 Grondwet),
de godsdienstvrijheid (artikel 6 Grondwet) en de cultuur- en evenementensector
(ondernemingsvrijheid, art. 16 Handvest van Grondrechten EU). Of aangepaste openingstijden
mensenrechten raken, hangt af van de aard van die ‘aanpassing’. Voor een mondkapjesplicht
geldt dat deze de persoonlijke levenssfeer raakt en voor personen met een beperking of
chronische ziekte zelfs volwaardige participatie in de samenleving kan verhinderen. De lichte
maatregelen kunnen – indien verplicht gesteld – in dit scenario al tot een grondrechtenconflict
leiden: het recht op gezondheid van eenieder en de rechten van kwetsbare medeburgers 'botsen'
met fundamentele vrijheidsrechten.
Vanuit mensenrechtelijk perspectief staan we in dit scenario op een tweesprong: rechtvaardigen
periodes van oversterfte en een bepaalde toename van post-COVID verplichtende maatregelen en
daarmee inperking van mensenrechten? Het alternatief is genoegen nemen (no regret) met
maatregelen die mensenrechten niet inperken. Dan zullen dus slechts niet-bindende adviezen op
het gebied van social distancing, mondkapjes, (zelf)quarantaine en fysiek contact kunnen
worden gegeven, aangevuld met maatregelen op het gebied van ventilatie, thuiswerken, een
(actief) aanbod van vaccinatie, (zelf)tests en opschaling van zorgcapaciteit.
Maatregelen voor de lange termijn
Een fundamentele doordenking en maatschappelijk debat over inperkende maatregelen is
noodzakelijk. Onder welke omstandigheden rechtvaardigen virusuitbraken inperking van
grondrechten? Bij zware griepgolven in het verleden is Nederland niet zo ver gegaan dat
mensenrechten konden worden beperkt. Als hier voortaan wel voor wordt gekozen, vergt dit
dus aanvullende motivering. Hierbij dienen ook langetermijngevolgen van relatief gematigde
inperkingen op bijvoorbeeld het recht van onderwijs terdege te worden meegewogen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                37
INTERNATIONALE RELATIES
Adviesraad Internationale Vraagstukken
Zoals opgemerkt bij het verkoudheidsscenario, kan de aanpak in dat scenario en dit scenario
dezelfde zijn, omdat de internationale impact gelijk is. In aanvulling op de daar genoemde inzet op
internationale samenwerking dienen ook de productie en distributie van vaccins, de internationale
leveringsketens van medische producten, de intellectuele eigendomsrechten rond medicijnen en de
internationale publiek-private samenwerking aan gezondheid (bv. via Gavi ofwel de
Vaccinalliantie) te worden verbeterd. Nederland moet zich via alle relevante fora en middelen extra
inzetten om de gezondheidsgerelateerde Duurzame Ontwikkelingsdoelen te behalen. 93 Het onder
controle houden van COVID-19 moet echter niet leiden tot een situatie waarin waakzaamheid ten
aanzien van andere risico’s afneemt. De ‘securitisering van gezondheid’, 94 waarbij het
veiligheidsperspectief prioriteit krijgt boven het gezondheidsperspectief, is gedurende de
coronapandemie nog verder toegenomen, vooral ten opzichte van surveillance en early-warning
systems via onder andere tracking-apps, geavanceerde camera’s, integratie van big data en sociale
media. 95 In de eerste twee scenario’s zou digitale surveillance zelfs tijdens een beperkte epidemie
verder kunnen toenemen. Als dat niet op transparante en democratisch gecontroleerde manier
gebeurt, kan dat leiden tot mensenrechtenschendingen, inbreuk op privacy en onnodig gebruik van
data voor andere doeleinden, zoals controle op vluchtelingenstromen of commercieel gewin. Het is
noodzakelijk om oog te houden voor de negatieve effecten van dergelijke surveillance. Nederland
moet, via de EU, actief inzetten op beleid, monitoring en adequate rapportage.
De Europese Commissie (EC) en andere organisaties hebben voorgesteld een ‘Europese
gezondheidsunie’ tot stand te brengen. 96 Dit zou verder uitgewerkt moeten worden. Nederland
moet zich hier actief voor inzetten en in parlement en maatschappij draagvlak creëren, gezien de
invloed hiervan op nationale gezondheidssystemen. Bij het ontwikkelen hiervan moeten nationale
verschillen tussen gezondheidssystemen erkend worden, evenals soevereiniteit om sociaal en
gezondheidsbeleid zelf in te richten. De mandaten van de European Centre for Disease Control
(ECDC) en de European Medicines Agency (EMA) zullen moeten worden versterkt. Er is sinds het
begin van de pandemie ook een European Health Emergency Preparedness and Response Authority
(HERA), bedoeld om op EU-niveau “noodzakelijke medische producten te ontwikkelen, te
produceren, aan te schaffen, in voorraad te hebben en op eerlijke wijze te verdelen”. 97 Ook hier is
het van belang dat Europa (bv. via de WHO, de VN en de G20) blijft bijdragen aan de versterking
van de mondiale architectuur ter voorbereiding en reactie op gezondheidscrises. Dit kan onder
meer via een nieuw internationaal verdrag, diplomatieke capaciteit, coördinatiemechanismen en
een speciaal internationaal fonds, zoals de Financial Intermediary Fund (FIF) for Pandemic
Prevention, Preparedness and Response. 98
93 Het gaat hier om het Duurzame Ontwikkelingsdoel (SDG) 3, maar ook 2, 6, 13, 14 en 15.
94 Rushton 2011.
95 Storeng en De Bengy Puyvallée 2021.
96 Europese Commissie 2021.
97 Europese Commissie 2021.
98 Wereldbank 2020.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                38
ECONOMIE
Sociaal-Economische Raad
Bedrijven
Angst voor besmetting kan leiden tot vraaguitval in korte piekperiodes, bijvoorbeeld in de
horeca, de cultuur en andere vormen van persoonlijke dienstverlening. Tegelijkertijd zal de
vraag naar medische producten en online diensten juist toenemen. Een hoger ziekteverzuim kan
leiden tot vertragingen in dienstverlening en productie, een lagere kwaliteit of een hogere prijs.
Het leidt ook tot een beperktere inzet van personeel in beroepen en sectoren waar veel mensen
in de productie en de dienstverlening werken. Vooral in contactberoepen in de zorg, het
onderwijs, persoonlijke dienstverlening en de vervoerssector kan dit tot knelpunten leiden,
direct en indirect (bv. als ouders thuis moeten blijven). 99 De productie van deze sectoren ligt
hierdoor op korte termijn op een lager niveau, tenzij het mogelijk blijkt om op zeer korte termijn
andere mensen tijdelijk en op een veilige wijze in te schakelen. Als dit in de praktijk niet
gemakkelijk en snel gaat, bijvoorbeeld van werk op festivals en in de horeca terug naar
priklocaties, zal de frictiewerkloosheid oplopen.
Huishoudens
Er wordt vaker thuisgewerkt. Vanwege ziekte is het arbeidsaanbod tijdelijk wat lager tijdens een
piek in het aantal besmettingen. Huishoudens zonder vaste inkomsten kunnen tijdelijk te maken
krijgen met het terugvallen van inkomen. Sommige mensen zullen gebruik moeten maken van de
sociale voorzieningen om op een bestaansminimum te blijven. Als zzp’ers hiermee te maken
krijgen, worden ze relatief hard geraakt. De consumptie kan hierdoor tijdelijk lager zijn, maar op
macroniveau zijn niet of nauwelijks effecten te verwachten.
Overheid
De overheidsconsumptie neemt toe door hogere uitgaven voor sociale voorzieningen en voor
voorzorgsmaatregelen zoals de inkoop van vaccins. De overheid kan een rol spelen in het
creëren van randvoorwaarden om het ziekteverzuim op te vangen door meer te investeren in
hybride dienstverlening, bijvoorbeeld in het onderwijs en de zorg, en door mensen in de private
sector te stimuleren om vaker thuis te werken. Omdat grootschalig ziekteverzuim kan leiden tot
directe effecten (zoals uitval van diensten en minder productie van goederen) en indirecte
effecten (zoals minder export), is het van belang om het ziekteverzuim zo veel mogelijk te
beperken. De overheid kan dit stimuleren door vrijwillige quarantaine bij ziekteverschijnselen
als norm te stellen.
99 Overigens zullen er binnen sectoren ook grote verschillen tussen bedrijven zijn.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                               39
ONDERWIJS
Onderwijsraad
Inrichting en locatie van het onderwijs
Het onderwijs gaat door zoals gepland. Onderwijsinstellingen zijn fysiek open, inclusief stage en
praktijkleren. Bij uitzonderlijk hoge pieken en zeer hoog ziekteverzuim zijn lokaal en zo kort
mogelijk aanpassingen nodig. Leerlingen en studenten met een ondersteuningsbehoefte, in
risicovolle of onveilige thuissituaties of met ouders met een cruciaal beroep kunnen altijd ergens
opgevangen worden. Het Rijk reikt hiervoor heldere definities van de beoogde groepen aan.
Het vaccinatie- en testbeleid houdt rekening met wat nodig is om fysiek onderwijs door te laten
gaan. Onderwijsinstellingen volgen waar nodig de seizoensdynamiek. Ze passen de inrichting
van hun onderwijs aan, bijvoorbeeld bij de jaarindeling. Instellingen concentreren
onderwijsinhoud die goed op afstand behandeld kan worden bijvoorbeeld in een piekseizoen,
terwijl ze onderwijsactiviteiten die niet goed op afstand te verzorgen zijn meer plannen in een
dalseizoen. In het middelbaar beroepsonderwijs worden maatregelen genomen voor studenten
in stages en beroepsbegeleidende leerwegen in sectoren die zwaar door pieken geraakt worden.
Kwaliteit en wendbaarheid
Onderwijsinstellingen en overheid werken aan herstel en investeringen in een structurele
kwaliteitsagenda, zoals beschreven in het verkoudheidsscenario. De mentale dip als gevolg van
een hoge piek in besmettingen doet een extra beroep op de pedagogische verantwoordelijkheid
van onderwijsinstellingen.
Grotere wendbaarheid is hier al op korte termijn nodig. De impact van het virus op
onderwijsinstellingen is afhankelijk van het personeelsbestand, de leerlingen- of
studentenpopulatie en het verzorgingsgebied. Onderwijsinstellingen nemen preventief of
reactief maatregelen. Het gaat daarbij om heldere verwachtingen en maatwerk, in overleg met
personeel, studenten en ouders. De ventilatie in onderwijsgebouwen en de capaciteit en
infrastructuur voor onverhoopt noodzakelijk afstandsonderwijs worden met spoed op orde
gebracht. Daarnaast liggen noodplannen klaar voor het geval zich een piek voordoet op het
moment dat toetsen of examens worden afgenomen, om zo de functie van toetsing en
examinering voor de waarde van diploma’s te kunnen waarborgen. 100
Onderwijs en arbeidsmarkt
De impact van de pandemie op de arbeidsmarkt is beperkt. Wel kunnen bepaalde sectoren hard
geraakt worden door seizoenspieken. In deze sectoren is de macrodoelmatigheid van
opleidingen een punt van aandacht. De bijdrage van het onderwijs aan om- en bijscholing vraagt
mogelijk meer inzet.
100 Onderwijsraad 2020.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                  40
JUSTITIABELEN
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
Gezondheid, welzijn en veiligheid
In dit scenario bestaat de mogelijkheid dat tijdens piekseizoenen opnieuw maatregelen worden
ingevoerd, zoals mondkapjes dragen, afstand houden en bezoek ontvangen achter schermen. Ook
zal er tijdens piekseizoenen sprake zijn van ziekteverzuim onder het personeel. Dit kan effect
hebben op de mate waarin het dagprogramma, de scholing, de behandeling en de
resocialisatieactiviteiten in de instellingen doorgang kunnen vinden. Gevolg van een hoog
ziekteverzuim is dat justitiabelen meer tijd op hun cel of kamer moeten doorbrengen. 101 Ook is er
vanwege een hoog ziekteverzuim en personeelstekort minder ruimte om aandacht te besteden aan
goede bejegening en persoonlijke (zorg)behoeften van justitiabelen. Dit terwijl het voor
justitiabelen, die gesloten zitten en al relatief weinig contact met familie of naasten hebben,
belangrijk is om de fysieke contact- en behandelmomenten die er zijn zo lang mogelijk te behouden.
Beperken van versoberingen
De RSJ acht het van groot belang dat versoberingen in het dagprogramma, de behandeling en de
resocialisatieactiviteiten zo veel mogelijk worden beperkt. Het is belangrijk om de dagelijkse
activiteiten, zoals luchten, recreatie, behandeling, geestelijke verzorging, school en arbeid, zo lang
mogelijk op de normale manier te laten doorgaan. Dit zou kunnen plaatsvinden in kleinere groepen
of per afdeling. Voor bepaalde therapieën, zoals agressietraining, is het van belang dat fysieke
therapie in groepen mogelijk blijft. Daarnaast kan tijdens piekseizoenen gedacht worden aan het
beperken – maar niet afschaffen – van fysiek bezoek door digitaal (video)bellen meer aan te bieden
en te stimuleren. De instelling dient hiervoor de (digitale) infrastructuur op orde te hebben. Digitaal
(video)bellen is echter uitdrukkelijk geen volwaardig alternatief voor de invulling van het recht op
bezoek. Wanneer de situatie het toelaat, moet meteen weer worden overgegaan op fysiek
bezoek. 102
Beklag en beroep ten tijde van beperkingen
De RSJ maakt zich grote zorgen over de oplopende werkvoorraden in beklag en beroep bij
coronapieken. Veel (minder urgente) zaken zullen vertraging oplopen. Daarnaast vreest de RSJ dat
tijdens coronapieken de praktische toegang tot beklag- en beroepsinstanties wordt beperkt. 103 De
RSJ adviseert te waarborgen dat de mogelijkheid om toezicht te houden voor bijvoorbeeld de
maandcommissaris 104 en het AKJ 105 niet beperkt wordt. Zelfs in tijden van coronapieken moet het
voor hen mogelijk zijn om een fysiek bezoek aan de instelling te brengen en hun toezichthoudende
taken uit te oefenen. Dit is van groot belang voor de rechtsbescherming van justitiabelen.
101 Dit kan een geslaagde resocialisatie bemoeilijken en de kans op recidive vergroten door het gebrek aan sociale, lichamelijke en
    geestelijke prikkels; Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming 2021: 18 en 19.
102 Artikels 36, 38 en 39 Penitentiaire beginselenwet. Een digitaal bezoek is een noodmaatregel.
103 De formele toegang tot beklag en beroep zal niet beperkt worden als digitale middelen direct kunnen worden ingezet zodra een
    coronaopleving de fysieke ruimte inperkt; Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming 2020.
104 De maandcommissaris (een lid van de Commissie van Toezicht) bezoekt ten minste eenmaal per maand de inrichting om door
    middel van persoonlijk contact op de hoogte te blijven van de onder de justitiabelen levende wensen en gevoelens.
105 De Stichting Advies- en klachtenbureau Jeugdzorg is de organisatie van de vertrouwenspersonen voor de jeugdhulp.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                            41
TOPSPORT, SPORT EN BEWEGEN
Nederlandse Sportraad
Sport en bewegen
Sport- en beweegvoorzieningen blijven in het griep+-scenario open om de bevolking fysiek,
mentaal en sociaal gezond te houden, ook tijdens oplevingen van het virus. Wel worden hygiëne-
en ventilatiemaatregelen doorgevoerd en is specifieke aandacht nodig voor groepen die geen
gebruik kunnen of durven maken van het gebruikelijke sport- en beweegaanbod. Zo kunnen
sportaanbieders aparte uren inrichten voor ouderen of mensen met een chronische aandoening
in een veilige, hygiënische en geventileerde omgeving. Het belangrijkste is dat sport en bewegen
mogelijk blijft in ieder georganiseerd of ongeorganiseerd verband. Mogelijk wordt de organisatie
van de competitie een uitdaging als sporters zelf ziek worden: teams hebben dan te weinig
spelers om de wedstrijd door te laten gaan of er zijn geen coaches of scheidsrechters
beschikbaar. De sportbranche zal hiermee flexibel moeten omgaan, bijvoorbeeld door
inhaalwedstrijden te organiseren of dispensatiespelers te tolereren. Als virusuitbraken met
grote voorspelbaarheid terugkeren, bijvoorbeeld als winterpiek, dan zou de sportbranche de
competitie hierop preventief kunnen aanpassen (langere winterstop, kortcyclische of
kleinschalige, lokale competities).
Topsport en evenementen
Topsporters kunnen trainen en aan wedstrijden deelnemen, maar zullen zelf de nodige
voorzorgmaatregelen willen treffen. Een coronabesmetting bij topsporters leidt immers
onmiddellijk tot no-show. Mogelijk willen topsporters in deze fase trainen en leven in ‘bubbels’.
Dit heeft uiteraard gevolgen voor hun privéleven en sociale contacten. Topsportwedstrijden en
evenementen kunnen doorgaan met publiek; hygiënemaatregelen, ventilatie en gecontroleerde
in- en uitstroom van publiek zijn in fieldlab-situaties de aangewezen middelen gebleken om
uitbraken te voorkomen. 106 Een grote meerderheid van de bezoekers is bereid om mee te
werken aan preventieve maatregelen voor coronaproof-georganiseerde evenementen. 107
Sportbranche en overheid
Sportaanbieders (zowel commercieel als in verenigingsverband) blijven open en nemen de
adviezen en maatregelen in acht die tijdens een piek gelden. Ventilatiemogelijkheden voor
binnensportaccommodaties vormen een aandachtspunt; hiervoor is een overheidsimpuls nodig
die mogelijk gekoppeld kan worden aan renovatie en verduurzaming van accommodaties.
Sportaanbieders en gemeenten werken samen om sporten en bewegen voor kwetsbare groepen
mogelijk te maken. Sportaanbieders zorgen voor aangepast sport- en beweegaanbod, en
gemeenten ondersteunen de toegankelijkheid voor en participatie van kwetsbare groepen
vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), zodat sportaanbieders (onrendabele)
tijdsloten en kleinere groepen mogelijk kunnen maken. 108
106 Fieldlab evenementen 2021.
107 Hover en Heijnen 2022.
108 De NLsportraad (2021) heeft eerder berekend welke kosten zijn gemoeid met het vergroten van de toegankelijkheid van sport
    vanuit de Wmo.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                               42
CULTUUR
Raad voor Cultuur
Van creatie tot publiek
Buiten piekperiodes kan het culturele leven doorgaan. Tijdens piekperiodes is dit lastiger, ook
door bijvoorbeeld ziekte van acteurs of musici. Er is enige ruimte om te zoeken naar alternatieve
manieren om tijdens een piek publieksactiviteiten toch door te laten gaan. In de eerste plaats is
het wellicht mogelijk om met maatregelen het besmettingsgevaar te verminderen. 109 Daarnaast
kan worden overwogen om in de programmering te schuiven. Grote producties kunnen dan
plaatsvinden tijdens ‘veilige’ periodes (lente, zomer), kleinere producties daarbuiten. Dit is niet
gemakkelijk, omdat programmering soms al jaren van tevoren vastligt. Daarnaast ontstaat er in
deze aanpak een overvloed aan producties en evenementen in de zomer, waarbij het zeer de
vraag is of er genoeg personeel te vinden is en of er voldoende publiek op afkomt. Voor
kwetsbare groepen blijft het belangrijk om kunst en cultuur op een veilige manier te bezoeken
(eigen tijdsloten, digitaal). Een stevige digitale infrastructuur is hiertoe een noodzakelijke
voorwaarde. In de amateursector zijn verenigingen met een groot aantal deelnemers (koren,
fanfares, toneelgezelschappen) in het piekseizoen afhankelijk van de overheidsmaatregelen.
Een-op-eenactiviteiten (zoals muzieklessen) worden minder geraakt. De inzet van vrijwilligers –
onmisbare krachten voor veel culturele instellingen – komt als gevolg van de wisselende vraag
onder druk te staan.
Arbeidsmarkt
De flexibiliteit van vast personeel vangt een deel van de schommelingen op, maar de kans is
reëel dat de echte seizoensklappen bij zzp’ers vallen. Dit kan hun situatie extra precair maken en
het kan ook betekenen dat er in de winter personeel uitstroomt dat in de zomer lastig is terug te
krijgen. Bij langdurige arbeidsonzekerheid zullen zzp’ers waarschijnlijk een ander beroep
kiezen, waardoor personeelstekorten nog groter en structureel worden. De digitale
infrastructuur die nodig is om tijdens piekperiodes te kunnen blijven programmeren, vereist
tijdige investeringen in de benodigde kennis en vaardigheden van werknemers.
Financiering
Verschuiving in programmering en voorzichtigheid bij kwetsbare groepen leiden tot minder
kaartverkoop. Digitalisering kan wel zorgen voor zichtbaarheid en continuering van activiteiten,
maar het biedt nog geen solide verdienmodel. Sterker nog, het vergt flinke investeringen om dit
op een kwalitatief hoog niveau te krijgen. Er zal een ongelijk speelveld ontstaan tussen grotere
instellingen met buffers, slagkracht en marketing enerzijds en de kleinere instellingen die
kwetsbaarder zijn anderzijds. Wanneer steunmaatregelen wegvallen, moeten er snel pijnlijke
keuzes worden gemaakt, zowel binnen instellingen als op overheidsniveau. Minder robuust
gefinancierde (lokale) media zullen door teruglopende advertentie-inkomsten onherroepelijk
financiële gevolgen ondervinden van eventuele, tijdelijke maatregelen.
109 Afhankelijk van het verloop van de jaarlijkse epidemie zou dit kunnen met verschillende types voorzorgsmaatregelen voor
    verschillende hoogtes van besmettingsaantallen. Zie hiervoor ook het sectorplan corona van de Taskforce Culturele en Creatieve
    Sector, Kunsten 92 (2022).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                  43
SAMENLEVING
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
Solidariteit
De samenleving piept en kraakt door personeelstekorten en hoger ziekteverzuim, met name bij
seizoensoplevingen van het virus. Dit kan tot ontregelde situaties leiden, omdat individuele
belangen van burgers, organisaties en sectoren al in dit scenario geraakt worden; we kunnen
niet altijd en overal aanspraak maken op wat we gewend zijn. Dit kan al zodanig wringen dat
individuele burgers hun individuele belangen liever boven het collectief plaatsen of ter discussie
stellen wat het collectieve belang eigenlijk is. Ingewikkeld in dit scenario is dat de seizoenspiek
een reëel gezondheidsrisico vormt voor bepaalde groepen, maar voor andere groepen
(kinderen, jongeren, gezonde volwassenen) nauwelijks, al hebben zij ook te maken met de
gevolgen van hoge besmettingsgolven in veel verschillende domeinen van de samenleving.
Maatregelen om het seizoenseffect te mitigeren leiden tot reële nadelen en schade bij iedereen.
Dat zet de verhouding en solidariteit tussen ‘gezonde’ en ‘veilige’ groepen en ‘risicogroepen’ op
scherp. Het verlies van solidariteit kan ook tot uiting komen tussen regio’s, omdat de verschillen
tussen bijvoorbeeld drukke steden en rustigere gebieden zichtbaarder worden en generieke
maatregelen beginnen te wringen. Overheden moeten daarom actief met sectoren, regionale
bestuurders én burgers in gesprek gaan over het draagvlak in de samenleving voor collectieve
maatregelen, en daarbij steeds in overweging nemen dat proportionaliteit en wendbaarheid
voor burgers, instellingen en sectoren nodig is om de acceptatie van en de rechtvaardiging voor
bepaalde maatregelen te kunnen blijven borgen.
Kwetsbaarheid
In dit scenario zijn mensen met een onderliggende aandoening en ouderen en werkenden in
sectoren waar afstand houden heel moeilijk is, kwetsbaar voor het virus. Het zou goed zijn om
deze groepen explicieter in de vaccinatiestrategie mee te nemen en ervoor te zorgen dat zij in
elk scenario zo goed mogelijk beschermd kunnen zijn via een vaccin en testcapaciteit. Wanneer
er sprake is van oplevingen tijdens de winter, is het bovendien goed om tijdelijke voorzieningen
te treffen voor deze groepen, zodat zij mee kunnen blijven doen in de samenleving. Denk daarbij
aan extra timeslots in horeca en musea en openingstijden in winkels. Door COVID-oplevingen en
oplopende achterstanden van niet-COVID-zorg is er sprake van groter wordende
gezondheidsschade, 110 waarbij een steeds groter wordende groep burgers kwetsbaar wordt in
brede zin. Als de zorg het namelijk niet aankan, heeft dat direct maatschappelijke gevolgen, zoals
afname van de arbeidsparticipatie, van de benodigde mantelzorg en van de beschikbaarheid van
vrijwilligers. Dit heeft zijn weerslag op en eist tol van de mensen in de werkende leeftijd die
werk en zorg combineren.
110 Bleeker-Rovers 2022.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                               44
WETENSCHAP, TECHNOLOGIE EN INNOVATIE
Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie en De Jonge Akademie (KNAW)
Continuïteit van onderzoek en innovatie
Onderzoek en innovatie kunnen gedurende periodes zonder grote beperkingen doorgaan. De
onderbrekingen door jaarlijkse oplevingen beperken de continuïteit van onderzoek, met name in
het mens- en diergebonden onderzoek en onderzoek waarbij wetenschappers veldwerk doen in
binnen- en buitenland. Kennisinstellingen en R&D-afdelingen van bedrijven moeten goed
anticiperen op oplevingen, met enige stabiliteit in de maatregelen die nodig zijn. Hybride en
online werkvormen in onderzoek worden weer gebruikelijker tijdens jaarlijkse oplevingen.
Hierbij is het van belang dat iedereen mee kan blijven doen. Flexibiliteit in
hogeronderwijsvormen is daarbij gewenst. Kennisinstellingen moeten hybride instrumenten en
infrastructuren blijven faciliteren. Uitval en flexibele werkvormen zullen in veel gevallen ten
koste gaan van capaciteit. De werkdruk zal toenemen en er is minder tijd en geld om
vertragingen in te lopen. Wetenschapsfinanciers moeten bewegen naar een manier van
financieren die minder strikt tijdsgebonden is. Ze kunnen een COVID-19-impactverklaring
opnemen in nieuwe subsidieaanvragen, verlengingsregelingen invoeren en een plan
ontwikkelen voor de weging van de negatieve impact van corona in het beoordelen van de
kwaliteit van onderzoek(ers). Kennisinstellingen kunnen voor verlengingen in aanstellingen
zorgen en prestatieafspraken voor beginnende wetenschappers proportioneel aanpassen, zodat
jonge wetenschappers niet vastlopen in hun loopbaanontwikkeling.
Focus in onderzoek en innovatie
Er is meer aandacht voor onderzoek naar vraagstukken in de zorgverlening, omgang met
maatregelen, vaccins en post-COVID en monitoring van de medische en sociaaleconomische
langetermijneffecten van COVID-19. Extra investeringen in COVID-19-gerelateerd onderzoek
blijven nodig. Een meer geïntegreerde benadering van alfa-, bèta-, gamma- en medisch
onderzoek langs de hele keten van fundamenteel naar praktijkgericht onderzoek zorgt voor
effectievere strategieën om met de pandemie om te gaan. Een deel van het bedrijfsleven heeft
last van de gevolgen van beperkende maatregelen en heeft daardoor minder mogelijkheden voor
investeringen in R&D en innovatie. In sommige sectoren kan er juist versnelling in innovatie
optreden, bijvoorbeeld door verdere digitalisering.
Samenwerking en kennisdeling
Congressen en andere bijeenkomsten worden beperkt en seizoensgebonden; dit bemoeilijkt
netwerken, internationaal samenwerken en internationale ervaring opdoen. Door de oplevingen
en ongelijkheid in maatregelen tussen landen wordt hybride de standaard voor internationale
samenwerking en kennisuitwisseling. Kennisinstellingen moeten de hybride instrumenten en
infrastructuren blijven faciliteren.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                45
GEDRAG EN COMMUNICATIE
KNAW
Doelstelling
De nadruk ligt ook in dit scenario op gezondheidspreventie en op het stimuleren van het vermijden
van risicovolle contacten. Het doel is burgers aan te sporen de geldende maatregelen na te leven
(vooral in de piekseizoenen) en rekening te houden met medisch kwetsbaren.
Maatregelen en adviezen
Om mensen te motiveren zich te houden aan adviezen en maatregelen, en weerstanden te
verkleinen, zijn doelgroepspecifieke gedragsinterventies en communicatie essentieel (zie het
verkoudheidsscenario), waarbij wordt ingespeeld op verschillen tussen bevolkingsgroepen in
zowel ervaren dreiging van het virus als perceptie van voor- en nadelen van maatregelen. Hiernaast
is gezondheidspreventie belangrijk om gevolgen van besmetting te verkleinen, waarbij ook beleid
nodig is om de onderliggende oorzaken van een ongezondere levensstijl aan te pakken. Omdat
adviezen en verplichte maatregelen kunnen meebewegen met de dal- en piekperiodes is het van
belang om beleidsaanpassingen voor de nieuwe situatie steeds goed uit te leggen. Om de ervaren
rechtvaardigheid te vergroten kunnen in deze uitleg de verschillende belangen, kwetsbaarheden en
beleidsdoelen expliciet worden benoemd, met uitleg van de gemaakte afwegingen voor de korte en
de lange termijn. Voor burgers met vragen en twijfels moet een duidelijke en korte uitleg in simpele
taal goed vindbaar zijn (bv. via internet, sociale media en een telefoonnummer voor direct contact).
Vaccinatiebeleid
Net als in het verkoudheidsscenario is het in dit scenario van belang om doelgroepgerichte
voorlichting te geven over de noodzaak, de effectiviteit en de veiligheid (bv. bijwerkingen) van
vaccineren. Met name in dit scenario kan het individuele belang van vaccineren voor burgers of
beroepsgroepen sterk verschillen. Het is daarom ook belangrijk om aandacht te besteden aan de
verantwoordelijkheid van verschillende groepen om verspreiding van het virus tegen te gaan en
kwetsbaren te beschermen. Volledig en adequaat communiceren (tijdig, vaak, via diverse kanalen,
voor diverse doelgroepen) kan de impact van mis- en desinformatie verkleinen. Respectvol omgaan
met emoties en waarden van twijfelaars en burgers helpen hun eigen afwegingen te maken, zijn
belangrijke uitgangspunten. Om mensen met minder gezondheidsvaardigheden te ondersteunen
moet met behulp van gedragsinterventies vaccineren zo logisch en gemakkelijk mogelijk worden
gemaakt.
Vertrouwen in het beleid en draagvlak
Vertrouwen in het beleid, draagvlak voor de maatregelen en ervaren rechtvaardigheid kunnen
worden versterkt door een goede wetenschappelijke onderbouwing van beleid en maatregelen en
door te laten zien dat de zorgen en belangen van alle burgers en sectoren in de besluitvorming
worden meegenomen. Dit kan verder door doelgroepspecifiek begrip te tonen voor wat er leeft,
transparant te communiceren over mogelijke toekomstige ontwikkelingen op korte, middellange en
lange termijn, en open te zijn over de daarbij horende onzekerheden. Net als in het
verkoudheidsscenario kan onderzoek worden gedaan gericht op het vergroten van expertise over
effectieve gedragsinterventies en communicatiestrategieën.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes 46
                SCENARIO III: EXTERNE DREIGING
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                47
SCENARIO III: EXTERNE DREIGING
Het coronavirus is in Nederland en de meeste Europese landen redelijk onder controle. Mensen
hebben immuniteit opgebouwd door het doormaken van infectie en/of vaccinatie en er gaan
geen nieuwe, ernstige varianten rond. In een aantal landen buiten de EU is de
verspreidingsgraad van het virus wel hoog en leiden mutaties soms tot nieuwe, besmettelijke en
virulente varianten. 111 Dit heeft ontwrichtende gevolgen voor de samenleving en de economie in
deze landen, die zich ook internationaal doen voelen. Nederland zal proberen een nieuwe
gevaarlijke variant zo lang mogelijk buiten de deur te houden door strenge grensbewaking. 112
Wanneer nodig moet het besluit om grenzen te sluiten binnen enkele uren genomen kunnen
worden. Een snelle grenssluiting heeft grote gevolgen voor persoonlijke en zakelijke reizen en
internationale handel. Mensen kunnen familie in het buitenland niet bezoeken. Instellingen die
voor hun activiteiten afhankelijk zijn van internationaal verkeer moeten hun activiteiten
aanpassen. Bedrijven kunnen problemen krijgen met de toelevering van producten; dit kan een
prijsopdrijvend effect hebben of leiden tot schaarste op diverse terreinen. Ook de export zal
geraakt worden, met grote gevolgen voor de Nederlandse economie, die sterk afhankelijk is van
internationale handel. 113 Digitale alternatieven kunnen slechts een deel van de weggevallen
internationale activiteiten opvangen.
In dit scenario gaan de buitengrenzen van de EU dicht en hebben we te maken met tijdelijke
grenssluitingen binnen de EU, afhankelijk van de effectiviteit van de sluitingen van de
buitengrenzen van de EU. De overheid stelt maatregelen aan de grens in om introductie van een
nieuwe variant te voorkomen of in ieder geval te vertragen; te denken valt aan verplichte
quarantaine na reizen en het testen van potentieel besmette mensen. Andere verplichtende
maatregelen zijn in principe niet nodig, maar als het virus ergens het land binnenkomt, kunnen
er lokaal heel stevige maatregelen genomen worden om verspreiding de kop in te drukken. Om
een strategie van ‘intensief indammen’ te kunnen handhaven, zal effectief bron- en
contactonderzoek nodig zijn, evenals controle op het naleven van de quarantaine- en
isolatieregels. Het succes van deze maatregelen zal bepalend zijn voor de uiteindelijke omvang
van een uitbraak.
In de doordenking van dit scenario vanuit de verschillende domeinen komt een aantal
hoofdthema’s naar voren.
Snelle besluitvorming
Het sluiten van grenzen om een gevaarlijke variant buiten de deur te houden is een beslissing
die in korte tijd genomen wordt. 114 Juist daarom is het extra van belang om hierover van
tevoren na te denken en niet pas wanneer de situatie zich daadwerkelijk voordoet. Dat betekent
111 “Hoe groter het aantal SARS-CoV-2-infecties wereldwijd is, hoe meer kans dat er varianten ontstaan waartegen de huidige vaccins
    een verminderde of helemaal geen bescherming meer geven.” Coutinho 2021; Eguia et al. 2021.
112 Het omgekeerde kan natuurlijk ook gebeuren, dat er juist in Nederland of Europa een gevaarlijke variant ontstaat en dat daarom
    de grenzen worden gesloten.
113 CBS 2021.
114 Dit heeft de ontwikkeling van de COVID-pandemie al een aantal keer laten zien (bv. in Zuid-Afrika).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                               48
dat vooraf nagedacht moet worden over wat een grenssluiting betekent voor reizigers die op dat
moment onderweg zijn, bijvoorbeeld in een vliegtuig of trein. Ook moet van tevoren worden
nagedacht over wat essentieel grensoverschrijdend verkeer is (zoals de levering van voedsel en
medicijnen) en waar zich de grootste risico’s op introductie van het virus bevinden. Er zullen
waarschijnlijk verschillende groepen om een uitzondering vragen, omdat het een verregaande
vrijheidsbeperkende maatregel is die diep in het leven van veel mensen ingrijpt. Het inwilligen
van deze verzoeken brengt tegelijkertijd de effectiviteit van de grenssluiting in gevaar
(waardoor het risico ontstaat dat het een symbolische maatregel wordt). De ingewikkelde
afwegingen in dit verband zouden niet onder hoge druk gemaakt moeten worden. Het is
belangrijk dat hierover van tevoren grondig wordt nagedacht. In het geval dat een meer
ziekmakende virusvariant toch ergens het land binnendringt, moet de samenleving snel kunnen
schakelen. Dit vereist een zekere wendbaarheid. Denk bijvoorbeeld aan onderwijsinstellingen
die in korte tijd moeten kunnen overstappen van fysiek naar digitaal onderwijs.
Grensregio’s
Wanneer alleen de buitengrenzen van de EU dicht gaan, worden vooral Schiphol en de haven van
Rotterdam hard geraakt, met daarbij alle bedrijven en werkenden die van hun voorzieningen en
activiteiten afhankelijk zijn. Maar wanneer ook binnen de EU de grenzen tussen lidstaten
worden gesloten, is er bijzondere aandacht nodig voor de grensregio’s van ons land. Hier
bestaan geïntegreerde samenlevingen, waarbij men aan de ene kant van de grens woont en aan
de andere kant van de grens werkt of waarbij familie aan weerszijden van de grens woont. Dit
kan er in dit scenario toe leiden dat mensen hun werk of opleiding niet meer kunnen bereiken of
dat mantelzorgers niet meer bij de mensen kunnen komen die van hen afhankelijk zijn. Voor
deze problemen dient voldoende aandacht te zijn, en waar mogelijk moet extra ondersteuning
geboden worden.
Strategische autonomie
Dit scenario leidt ook tot vragen over de strategische autonomie van Nederland en Europa.
Hebben we voldoende voorraad van persoonlijke beschermingsmiddelen en belangrijke
medicijnen? Zijn er zaken die cruciaal zijn voor het functioneren van de Nederlandse
samenleving, zoals energie, waarvoor wij afhankelijk zijn van andere landen? Hoe kunnen we
deze afhankelijkheid verkleinen? De strategische autonomie wordt bij voorkeur vormgegeven
op Europees niveau; dan moet duidelijk zijn hoe in geval van nood schaarse middelen op een
rechtvaardige manier binnen de EU worden verdeeld. Deze strategische autonomie bestaat
naast de internationale verantwoordelijkheid en het welbegrepen eigenbelang van goede
internationale relaties met andere landen. Strategische autonomie houdt dus niet in dat we
kennis, technologie, innovatie en productie allemaal in eigen land moeten houden en
afschermen. Andere landen die in dit scenario te maken hebben met gevaarlijke varianten,
moeten een beroep kunnen doen op Nederland en de EU voor financiële ondersteuning en het
ruimhartig delen van kennis.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes      49
                              Voor een korte video over
                              Scenario III: Externe dreiging klik hier
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                 50
ZORG
Gezondheidsraad en Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
Monitoren en voorzorgsmaatregelen
Kennisuitwisseling tussen landen is cruciaal om de eigenschappen van nieuwe varianten te
begrijpen en eventuele voorzorgsmaatregelen – van welke aard dan ook – te kunnen treffen.
Voor tijdig inzicht in het vóórkomen van nieuwe varianten en de impact die ze hebben, zullen
lokale gezondheidsdiensten paraat moeten staan en in korte tijd (lokaal) opgeschaald moeten
kunnen worden. Draaiboeken voor het opschalen van GGD-capaciteit liggen klaar, evenals
materialen voor testen en het inrichten van tijdelijke testlocaties. 115 Voorbereidingen om op
korte termijn voorraden vaccins te kunnen ontwikkelen, produceren en inkopen zijn
noodzakelijk. Hierin dient prioriteit te worden gegeven aan internationale samenwerkingen
voor strategische inkoop en voorraadbeheer van vaccins, tijdige opschaling van
vaccinatiecapaciteit (in middelen en mensen) en het inrichten van snelle besluitvorming over
revaccinatie.
Voorbereiden van de zorg op buitenlandse variant
In de zorg is men zich scherp bewust van de kans dat een nieuwe, ernstige variant zich in
Nederland zal verspreiden. Zorgprofessionals en bestuurders van zorgorganisaties zullen zich
hier grote zorgen over maken. Tegelijkertijd moeten zorginstellingen manieren vinden om
kwetsbaren zo goed mogelijk te beschermen, mocht het virus onverhoopt toch het land
binnenkomen. Te denken valt aan bezoekersregelingen, testbeleid en oplossingen voor het
behoud van sociaal contact (zie het scenario van continue strijd). In dit scenario zijn ook plannen
gereed voor het flexibel inzetten van personeel, inclusief professionals die niet structureel in de
zorg werken (zie voorwaarden om dit te ondersteunen in het griep+-scenario en in
‘Overkoepelende lessen’).
In dit scenario moeten noodplannen beschikbaar zijn om bij snelle toename van het aantal
infecties de toegankelijkheid van de zorg zo veel mogelijk te waarborgen. Dit proces vraagt
centrale regie, onder andere voor het verdelen van de capaciteit van de acute zorg. Denk
bijvoorbeeld aan het in paraatheid zijn van het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten
Spreiding. De noodzakelijke snelheid van opschaling zal ertoe leiden dat dit op dat moment
waarschijnlijk ten koste zal gaan van de planbare zorg. Voorbereiding op de prioritering en
verdeling van zorg zoals ook aangegeven in het scenario van continue strijd is hierin belangrijk.
Er dient voldoende voorraad van materiaal aanwezig te zijn om op korte termijn de COVID-zorg
te kunnen opschalen. Dit geldt bijvoorbeeld voor beschermende kleding, beademingsapparaten
en vaccins. Het sluiten van Nederlandse of Europese grenzen zal echter van invloed zijn op de
leveringsmogelijkheden van materialen en hulpmiddelen die van buiten de lands- of EU-grenzen
komen. Het zelf kunnen produceren ervan is dan een aantrekkelijk en mogelijk noodzakelijk
alternatief.
115 Kamerstukken II 2021/2022 25295, nr. 1883.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                              51
OPENBAAR BESTUUR
Raad voor het Openbaar Bestuur
Grensproblematiek
Grensmaatregelen hebben een grote impact op iedereen die voor werk, studie of privéleven
sterk verbonden is met het buitenland. Dit is met name het geval in grensregio’s, waar sprake is
van geïntegreerde samenlevingen: mensen werken, doen zaken, zorgen en bezoeken vrienden
en familie over grenzen heen. Deze gebieden vormen een groot gedeelte van Nederland; meer
dan de helft van onze provincies grenst aan België of Duitsland. Grenssluitingen hebben zeer
grote en negatieve gevolgen voor economie en samenleving: opleiding, werk (waaronder in de
zorg) en familieleden (onder wie mantelzorgers) zijn plots niet meer bereikbaar. 116 Het
grensoverschrijdend netwerk van nationale en decentrale bestuurders met overheden in België
en Duitsland is zeer belangrijk in dit scenario, zodat zij goede afspraken kunnen maken over
maatregelen aan de grens en zo de negatieve gevolgen hiervan zo veel mogelijk kunnen
beperken of opvangen. Het is goed denkbaar dat Rijk en provincies economische en financiële
steunmaatregelen wensen te nemen voor grensregio’s.
Rijk, provincies, regio’s en gemeenten
Het is belangrijk dat het Rijk zich bewust is van de brede impact van grensmaatregelen. Daarom
is goed overleg met decentrale overheden in dit scenario zeer belangrijk. Voor deze afstemming
over grensmaatregelen is overleg tussen het Rijk en de provincies in de regel het meest
aangewezen, vanwege de brede impact van grensmaatregelen. Slechts wanneer er lokaal of
regionaal een crisissituatie ontstaat door grensmaatregelen, is een crisisaanpak in die regio
passend. Nauw samenspel tussen Rijk en grensregio’s is dan gewenst.
Als het virus toch ons land binnenkomt, dan kunnen kortstondige, maar hevige lokale
maatregelen worden overwogen. Hiertoe moet wel op nationaal niveau worden besloten.
Intensieve samenwerking met de decentrale overheden in dat gebied is dan wenselijk.
Wanneer sprake is van nationale maatregelen, kunnen lokale omstandigheden aanleiding geven
tot decentrale besluiten over interpretatie van, handhaving van en individuele uitzonderingen
op de maatregelen. Besluitvorming over maatregelen en uitvoering daarvan moet zo lang
mogelijk plaatsvinden via reguliere processen, zodat democratische kaderstelling en controle
mogelijk is en er een brede afweging gemaakt kan worden tussen virusbestrijding en andere
aspecten van maatschappelijke waarde. Dit zorgt voor een gevoel van lokaal eigenaarschap.
Afstemming over coronamaatregelen tussen gemeenten is wenselijk, waarbij de provincies en de
commissarissen van de Koning als rijksfunctionarissen een faciliterende rol kunnen spelen. De
veiligheidsregio biedt in dit scenario ambtelijke ondersteuning, die zeker kleine gemeenten
nodig hebben. Alleen wanneer er sprake is van een acute crisis is de veiligheidsregio – een
crisisorganisatie – een geschikt platform voor afstemming van maatregelen. Bij het
Veiligheidsberaad kunnen voorzitters van veiligheidsregio’s dan informatie over openbare orde
en veiligheid uitwisselen en meegeven aan de minister van Justitie en Veiligheid.
116 Raad voor het Openbaar Bestuur 2022a.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                52
WETGEVING
Raad van State
Snelheid is geboden
In het scenario van externe dreiging moeten maatregelen worden genomen die zijn gericht op
het buiten de deur houden van nieuwe varianten van het virus. Dat betekent dat maatregelen die
zijn neergelegd in de op te stellen wet, door middel van een inwerkingstellingsbesluit ‘uit de
gereedschapskist’ moeten worden gehaald. Het kan bijvoorbeeld gaan om reisbeperkingen of
quarantainemaatregelen. Als een gevaarlijke variant eenmaal binnen de landsgrenzen opduikt,
zullen (gedeeltelijke) lockdowns daarna wellicht onvermijdelijk blijken. Als het nodig is, moet in
dit scenario zeer snel worden gehandeld. De noodzaak om vooraf na te denken over de
maatregelen die dan moeten worden genomen, doet zich hier in het bijzonder voelen. Dat geldt
te meer omdat de te nemen maatregelen ingrijpend van aard zijn en inbreuk zullen maken op
individuele vrijheden. In dat verband zal ook moeten worden nagedacht over essentieel
grensoverschrijdend vervoer (levering van voedsel en medicijnen) en eventuele (andere)
uitzonderingen (grensregio’s, noodzakelijk familiebezoek). 117 De daarmee gepaard gaande,
ingewikkelde afwegingen rond de noodzaak en de proportionaliteit van de maatregelen dienen
niet onder grote tijdsdruk pas te worden gemaakt; het is immers heel lastig om principiële
staatsrechtelijke vraagstukken dan goed te doordenken, omdat weinig tijd bestaat voor een
grondige behandeling. Het is, kortom, van belang dat áls het scenario van externe dreiging zich
voordoet, de maatregelen die nodig zijn om die dreiging in te dammen klaarliggen in de
‘gereedschapskist’ en – op de dan al vastgestelde wijze – snel in werking te stellen zijn.
Uitzonderingen op de maatregelen, bijvoorbeeld in het kader van essentiële leveringen of
noodzakelijk familiebezoek, moeten helder en eenduidig zijn en idealiter voor verschillende
(EU-)landen zo veel mogelijk op dezelfde wijze gelden. 118
Lokale differentiatie als een nieuwe variant tóch binnenkomt
Ook als snel maatregelen worden genomen, ligt het in de rede te veronderstellen dat gevaarlijke
varianten uit het buitenland vroeg of laat toch binnen de landsgrenzen zullen opduiken. Dan
moeten snel maatregelen kunnen worden genomen die verdere verspreiding van de variant zo
veel mogelijk indammen. Mede in het kader van afwegingen rond de noodzaak en de
proportionaliteit van de maatregelen zal vooraf moeten zijn nagedacht over de mogelijkheid om
regionaal of lokaal te differentiëren in de toepasselijkheid ervan. Daarbij moet ook rekening
worden gehouden met mogelijke ‘waterbed’-effecten en met de werking van het
gelijkheidsbeginsel. Voorts geldt voor de te nemen maatregelen in dit scenario dat deze
vermoedelijk ingrijpend van aard zijn, terwijl de noodzaak tot het nemen ervan – mede gelet op
het mogelijk lokale karakter van een uitbraak – niet door iedereen in de samenleving even sterk
zal worden gevoeld. Een zorgvuldige en heldere toelichting van de wetgever op de noodzaak en
de proportionaliteit van de maatregelen en – op een later moment – de inwerkingstelling ervan
kan bijdragen aan het draagvlak ervoor.
117 Daarbij is van belang dat de uitzonderingen niet van dien aard zijn dat de effectiviteit van de maatregel onder druk komt te
    staan.
118 De bijdrage van de Adviesraad Internationale Vraagstukken biedt hiervoor aanknopingspunten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                              53
MENSENRECHTEN
College voor de Rechten van de Mens
Gesloten grenzen raken mensenrechten
In dit scenario worden de (Europese) grenzen en de landsgrenzen gesloten om het virus buiten
de deur te houden. Het sluiten van de grenzen – zowel de Nederlandse grens als de Europese
buitengrenzen – kan impact hebben op mensenrechten. Zo kan, zeker in de grensregio’s, het
recht op een familieleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM in het geding komen als
familieleden aan weerszijden van een gesloten grens wonen. Ook moet het voor asielzoekers
mogelijk blijven om een asielaanvraag te doen en moet de mogelijkheid tot gezinshereniging
gewaarborgd blijven.
Bij sluiting van grenzen binnen de EU wordt de uitoefening van grensoverschrijdende vrijheden,
zoals het vrij verkeer van personen en de vrijheid van ondernemerschap, beperkt. Het sluiten
van de grenzen is daarmee een vergaande vrijheidsbeperkende maatregel.
Proportionaliteit van het sluiten van de grenzen
Maatregelen die mensenrechten beperken moeten altijd een legitiem doel dienen en
noodzakelijk en proportioneel zijn. Dat wil zeggen dat een maatregel niet verder mag gaan dan
nodig om het doel te bereiken, en dat het doel van de maatregel in verhouding moet staan tot de
gevolgen van de maatregel.
In een context van landen die zowel geografisch als sociaaleconomisch sterk verbonden zijn met
het buitenland is het buiten de deur houden van het virus tot dusverre nauwelijks mogelijk
gebleken. Het sluiten van de grenzen zorgt er hoogstens voor dat er tijd wordt gekocht voordat
het virus in Nederland aankomt. Het sluiten van de grenzen heeft schijnbaar slechts een relatief
klein effect, namelijk het vertragen van het virus. Het is daarom de zeer de vraag of deze
maatregel niet te ingrijpend is, gelet op wat ermee kan worden bereikt. Anderzijds kan de
tijdelijke, korte duur van een maatregel bijdragen aan de proportionaliteit.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                54
INTERNATIONALE RELATIES
Adviesraad Internationale Vraagstukken
In dit scenario komt het gevaar van buiten. De ervaring toont aan dat er bij
gezondheidsdreigingen uit andere landen vrijwel automatisch wordt gewerkt aan controle op
mobiliteit van mensen en goederen ten behoeve van de eigen (nationale) veiligheid. Een te
exclusieve focus op nationale gezondheidsnoden zal ertoe kunnen leiden dat Nederland en de
EU wel relatief virusvrij blijven, maar dat deze gebieden ook buitenspel te zetten zijn waar het
handel, mobiliteit en diplomatieke betrekkingen met derde landen betreft. Een combinatie van
allerlei nationale maatregelen, zonder afdoende coördinatie, kan leiden tot een onoverzichtelijke
lappendeken van situaties die voor bevolking en ondernemers niet meer te volgen zijn. Een
balans tussen een ‘open samenleving’ en het onder controle krijgen van het virus binnen en
buiten de EU zal daarom nodig zijn. De sterke afhankelijkheid van grondstoffen en medische
producten die van buiten de EU moeten komen, maakt de EU kwetsbaar voor schaarste.
Nederland moet zich in dit scenario sterk maken voor Europese strategische autonomie, omdat
dit bevorderlijk is voor nationale veiligheid en welvaart.
Naar verwachting zullen in dit scenario derde landen een beroep doen op Europese solidariteit
en financiering om gezondheidssystemen te ondersteunen en economische klappen op te
vangen. Dit biedt een mogelijkheid voor Nederland om samenwerking en partnerschappen
binnen en buiten Europa te bestendigen. Geen gehoor geven aan deze vraag door bijvoorbeeld
grenzen te sluiten en patenten niet te delen, kan opgevat worden als een afwijzing van
internationale (historische, postkoloniale) verantwoordelijkheid en daarmee diplomatieke en
economische schade berokkenen.
Daarnaast zijn er humanitaire redenen, en verlicht eigenbelang, om die steun te geven. Er is een
geïnstitutionaliseerde Europese strategie en respons nodig. Volksgezondheid is in EU-wetgeving
een nationaal mandaat; veiligheidsvraagstukken zijn een gedeeld mandaat. De vraag is of het
verdrag van de EU aangepast dient te worden. Dit brengt dilemma’s met zich mee over hoe
soevereiniteit, democratische zeggenschap en controle op middelen en regelgeving te
organiseren. Coördinatie via de EC en met EU-lidstaten is nodig om mobiliteit, mensenrechten,
middelen (bv. beddencapaciteit, vaccins) en een ‘open samenleving’ te garanderen.
Transnationale Europese regio’s moeten de flexibiliteit hebben om beleid over grenzen, binnen
de EU, te coördineren. Gezien bestaande verschillen tussen Europese landen moet Nederland
ijveren om consensus te vinden op EU-niveau. Maar de focus kan niet alleen op Europa gericht
zijn: uit de aard der zaak vloeit voort dat aandacht wordt gegeven aan internationale
samenwerking en financiering. De WHO is de eerstaangewezen instantie om daarin de leiding
nemen. Dergelijke samenwerking moet ingebed zijn in internationale verdragen (bv. via het
WHO-pandemieverdrag). Nederland moet in dit scenario bijdragen aan een internationaal
financieringsmechanisme om landen te ondersteunen die met dergelijke uitbraken te maken
hebben. Dit gaat niet enkel over kwesties rond zorg en volksgezondheid, maar ook over bredere
sociale en economische buffercapaciteit en middelen die snel aan te wenden zijn om schade te
voorkomen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                55
ECONOMIE
Sociaal-Economische Raad
Bedrijven
Productieketens worden verstoord, enerzijds doordat productie elders in de werelds stilvalt (door
lockdowns daar), en anderzijds doordat productie in Nederland soms stilvalt (door het isoleren van
lokale uitbraken). Zolang de grenzen voor goederen en personen – eventueel onder bepaalde
voorwaarden – openblijven, worden vooral de bedrijven geraakt die internationaal opereren en
producten gebruiken uit de landen waar de ernstige coronavariant rondgaat. Bepaalde
grondstoffen en halffabricaten zullen door uitbraken en bijbehorende maatregelen in het land van
oorsprong minder goed beschikbaar zijn en bedrijven moeten op zoek naar vervangende
producten. Dit heeft een prijsopdrijvend effect. De hogere prijzen, de reisbeperkingen en de
teruglopende vraag in de landen waar COVID-19 heerst, zullen de export van Nederland raken,
waardoor export-intensieve sectoren in de problemen kunnen komen, bijvoorbeeld rond machines
en vervoermaterieel, chemische producten en landbouwproducten. 119 Bij lokale uitbraken in
Nederland zullen er korte lockdowns volgen die een nog groter deel van het bedrijfsleven raken.
Net als bij de eerste uitbraak in 2020 zullen we grote verschillen zien tussen sectoren die hard
worden geraakt (bv. de horeca en de cultuursector) en sectoren die zelfs kunnen profiteren (zoals
online platforms). Omdat het nieuwe virus een tijdelijk probleem lijkt, kan tijdige, gerichte en
tijdelijke steun aan specifieke sectoren overwogen worden. De grootste onzekerheid in dit scenario
schuilt in het sluiten van de grenzen: in welke mate voor personen, of ook voor goederen, en op EU-
of nationaal niveau. Als de overheid de grenzen sluit voor personen en goederen, zal het
bedrijfsleven (met name de handels- en vervoerssector) zeer hard geraakt worden, gegeven het
open karakter van de Nederlandse economie. Een recessie gecombineerd met hoge inflatie zal dan
het gevolg zijn. Aangezien de meeste handel en ook de arbeidsmigratie binnen de EU plaatsvindt,
zou de economische schade van het sluiten van de grenzen op nationaal niveau veel groter zijn dan
als dat op EU-niveau gebeurt.
Huishoudens
Ook huishoudens worden geconfronteerd met stijgende prijzen en beperkte beschikbaarheid van
sommige producten. Als mensen in sectoren werken die hard worden geraakt, krijgen ze met
baanverlies te maken. Deeltijd-WW zou hier een oplossing kunnen zijn.
Overheid
Voor de Nederlandse economie is het van groot belang om de grenzen binnen Europa open te
houden. Inzetten op internationale coördinatie van besluiten tot lockdowns is essentieel om
onnodige verstoringen van productie te voorkomen, maatschappelijk draagvlak te behouden en
permanent hogere handelsbarrières te voorkomen. Ter verhindering van onnodige economische
schade zal de overheid inzetten op een snelle bestrijding van het virus: met korte harde lockdowns
in geval van lokale uitbraken en met duidelijke, goed gecommuniceerde en consequente
maatregelen per sector.
119 Welke sectoren dit zijn laat zich niet helemaal voorspellen, omdat het afhangt van hun specifieke afzetmarkten, maar ook van de
    oorsprong van importen die ze voor hun productieproces nodig hebben.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                  56
ONDERWIJS
Onderwijsraad
Inrichting en locatie van het onderwijs
Onderwijs, stages en praktijkleren gaan in Nederland ongehinderd door. Wel is er constant
dreiging van een uitbraak en dus onzekerheid. In het geval van een uitbraak kan gedeeltelijk
afstandsonderwijs lokaal en tijdelijk niet worden uitgesloten, maar alleen bij te hoog verzuim of
bij een specifiek risico voor jongeren en kinderen. Het is in zo’n geval belangrijk dat er vanuit het
Rijk een goed richtsnoer komt aan de hand waarvan instellingen kwetsbare jongeren en
kinderen van ouders met cruciale beroepen kunnen opvangen. Bovenschoolse afspraken binnen
de gemeente en afspraken tussen kinderopvang en scholen zijn daarbij behulpzaam. Het Rijk
maakt duidelijke regels over quarantaine. Instellingen treffen voorzieningen voor leerlingen of
studenten en personeel in quarantaine.
Kwaliteit en wendbaarheid
Onderwijsinstellingen kunnen blijven werken aan herstel van coronaschade en investeren in
kwaliteit en wendbaarheid. Bij een uitbraak wordt wendbaarheid acuut. Instellingen moeten in
staat zijn om snel te schakelen tussen fysiek en afstandsonderwijs indien dat onverhoopt
noodzakelijk wordt. Speciale aandacht is nodig voor examinering en overgangen in alle sectoren.
Adequate examinering waarborgt de waarde van een diploma. Alternatieven moeten klaarliggen
voor het geval dat de geplande wijze van examineren niet mogelijk blijkt.
De kwaliteit van met name het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs staat onder
druk voor studies en opleidingen waarvan internationalisering een belangrijk onderdeel is. Denk
aan instellingen met veel buitenlandse studenten of docent-onderzoekers, maar ook aan
opleidingen in de vorm van joint degrees met buitenlandse universiteiten. Beperkingen aan
internationaal reizen kunnen instellingen in de grensregio’s in het bijzonder raken. Een daling
van inkomsten uit contractactiviteiten of collegegeld van studenten van buiten de Europese
Economische Ruimte is bovendien te voorzien. Rijk, instellingen en opleidingen die het betreft,
moeten afwegen hoe ze de gedaalde inkomsten kunnen opvangen.
Onderwijs en arbeidsmarkt
Door economische verstoringen zal de macrodoelmatigheid dalen van opleidingen die
voorbereiden op werk in sectoren in zwaar weer. Ook groeit de noodzaak van om- en bijscholing
van werkloze werknemers in deze sectoren. Het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger
onderwijs kunnen daarin een cruciale rol spelen. Bij omscholing valt vooral te denken aan
omscholing naar tekortsectoren – waaronder zorg en onderwijs – en naar sectoren waar de
productie wordt opgeschroefd met het oog op strategische autonomie. Belangrijk is dat
onderwijsinstellingen, werkgevers en overheid samen programma’s ontwikkelen voor om- en
bijscholing van werkloze werknemers uit getroffen sectoren. Hierbij ontstaat het risico dat het
onttrekken van personeel aan de getroffen sectoren deze nog harder treft.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                 57
JUSTITIABELEN
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
Gezondheid, welzijn en veiligheid
Het scenario van externe dreiging brengt een aantal beperkingen met zich mee. Zo is de
mogelijkheid tot het ontvangen van fysiek bezoek zeer beperkt wanneer familie of naasten
terugkeren of afkomstig zijn uit het buitenland (of een nationaal risicogebied). Ook kunnen er bij
jongeren problemen ontstaan rond zorg- en omgangsregelingen. Daarnaast is het in dit scenario
noodzakelijk om een justitiabele die vanuit het buitenland of een nationaal risicogebied in een
instelling wordt geplaatst, eerst in quarantaine te plaatsen om de gezondheidstoestand te
monitoren. Ook kunnen de maatregelen in dit scenario sterk verschillen per instelling:
justitiabelen die in instellingen in een risicogebied verblijven, kunnen te maken krijgen met heel
stevige maatregelen.
Digitale middelen
Ten tijde van een externe dreiging is het van belang dat de instelling zorgdraagt voor voldoende
mogelijkheden om digitaal contact met het thuisfront te onderhouden in het geval dat familie
zich in het buitenland of in nationaal risicogebied bevindt. Net als in alle andere
coronascenario’s moeten de digitale middelen om contact met het thuisfront te onderhouden op
orde zijn. Justitiabelen die geen fysiek bezoek kunnen ontvangen, moeten via de telefoon en
digitaal (video)bellen contact kunnen onderhouden met familie en naasten. Met name bij
jongeren is het van groot belang dat, wanneer één of beide ouders of verzorgers niet op bezoek
kunnen komen, er in de instelling wordt gestreefd naar zo veel mogelijk persoonlijk contact.
Testen en vaccineren
Voor justitiabelen die vanuit het buitenland of een nationaal risicogebied in een instelling
worden geplaatst, geldt dat direct en vaker moet worden getest. Daarom is het nodig dat er
voldoende testcapaciteit beschikbaar is. Daarnaast dient er voldoende ruimte in de instellingen
beschikbaar te zijn om justitiabelen – zowel bij binnenkomst als in het geval van klachten – in
quarantaine te plaatsen. Vooral wanneer justitiabelen weigeren om getest te worden, dienen zij
de hele quarantaineperiode alleen op hun cel of kamer in quarantaine te verblijven. In dat geval
is het vanzelfsprekend belangrijk dat het welzijn van de justitiabele gedurende de
quarantaineperiode goed in de gaten wordt gehouden.
In dit scenario is het van belang dat vaccinatieprogramma’s voor de externe variant zo snel
mogelijk op orde zijn, zowel voor de justitiabelen als voor het personeel van de instelling.
Justitiabelen vormen een kwetsbare groep mensen die tegen hun zin vastzitten in een omgeving
waar afstand houden maar beperkt mogelijk is. Vaccinaties moeten daarom tijdig worden
aangeboden. Om de vaccinatiebereidheid onder justitiabelen en personeel te vergroten, moet
vroegtijdig worden ingezet op goede voorlichting die zo veel mogelijk aansluit bij de beleving
van de persoon. 120
120 De vaccinatiebereidheid onder gedetineerden wordt laag geschat; Kamerstukken II 2021/22, 925.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                             58
TOPSPORT, SPORT EN BEWEGEN
Nederlandse Sportraad
Sport en bewegen
In het scenario van externe dreiging blijven sport- en beweegvoorzieningen in Nederland open.
Wel is er constant dreiging van een uitbraak en daarmee onzekerheid. Uitgangspunt blijft dat
sport en bewegen belangrijk zijn voor een fysiek, mentaal en sociaal gezonde bevolking. Een deel
van de bevolking zal de externe dreiging als beangstigend ervaren en zich daardoor ook binnen
het nog veilige Nederland anders gaan gedragen. Door het vermijden van activiteiten
buitenshuis, waaronder sporten en bewegen, voelen mensen zich eenzaam en kan hun
psychische gezondheid verslechteren.
Topsport en evenementen
Oplevingen van het coronavirus in andere landen heeft grote invloed op het beoefenen van
topsport en het organiseren van internationale wedstrijden en evenementen. Een mogelijkheid
is dat topsporters zich organiseren in Europese of mondiale bubbels in landen waar ze
(vooralsnog) veilig kunnen verblijven. Dit vraagt offers van de topsporters, die lang van huis
zullen zijn. Reisbewegingen van topsporters moeten mogelijk blijven. 121 Wellicht spelen
dilemma’s rondom wel of niet vaccineren van topsporters. 122 Internationale sportfederaties
zullen de regie moeten nemen en afstemming moeten zoeken met nationale overheden en
sportkoepels. 123 Voor de organisatie van met name eenmalige evenementen (EK’s en WK’s) is
een lange aanlooptijd nodig; het is de vraag of deze op korte termijn naar veilige landen te
verplaatsen zijn.
Als evenementen en toernooien niet doorgaan, missen topsporters inkomsten uit start- en
prijzengelden, sponsoring en mediarechten. Buitenlands toerisme voor het bezoek van
sportevenementen in Nederland of bezoek van Nederlanders aan evenementen in het buitenland
is niet mogelijk. De inschatting is dat de Nederlandse evenementen door binnenlands toerisme
toch voldoende inkomsten genereren.
Sportbranche en overheid
In dit scenario is vooral belangrijk hoe de sportbranche en overheid samenwerken op het gebied
van topsport en evenementen. Als de situatie in Nederland veilig is, kan overwogen worden om
buitenlandse sporters een uitzonderingspositie te geven en in ons land internationale bubbels
rond topsport te faciliteren en incidenteel evenementen te hosten – wellicht anders of
kleinschaliger georganiseerd dan oorspronkelijk de bedoeling was. Tijdige besluitvorming van
de overheid en overheidssteun zijn daarbij wel onontbeerlijk: financieel, maar ook bijvoorbeeld
voor het toelaten van topsporters uit andere landen. Daarnaast is het, net als in het griep+-
scenario, belangrijk dat sportaanbieders en overheden zich samen inspannen om kwetsbare
groepen en sporters die uit angst wegblijven, zo veel mogelijk te faciliteren.
121 Vergelijk de uitzonderingsregeling die al geldt voor topsporters: Ministerie van Justitie 2022.
122 Zoals de discussie rondom de deelname van Djokovic aan de Australian Open in 2022.
123 Vergelijk de situatie in het schaatsen, waar een aantal internationale wedstrijden achtereen werd gehouden in Heerenveen:
    Oosterwijk 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                59
CULTUUR
Raad voor Cultuur
Van creatie tot publiek
In dit scenario worden onderdelen van de sector geraakt die sterk afhankelijk zijn van
internationale contacten. Dit betreft instellingen die veel internationaal publiek ontvangen
(musea, grotere podiumkunsteninstellingen, (film)festivals, kunst- en antiekbeurzen) of
waarvan de productie sterk internationaal verweven is (grote internationale tentoonstellingen,
concerten, (film)festivals). Ook Nederlandse kunstenaars die in het buitenland werken
(optredens, kunstprojecten, tentoonstellingen, ontwerpopdrachten) kunnen moeilijker
uitreizen. Internationale uitwisseling neemt af en dit leidt tot verschraling van het aanbod en
van talentontwikkeling. Het heeft ook gevolgen voor de kunstvakopleidingen waar doorgaans
docenten lesgeven die tot de internationale top behoren. Instellingen kunnen sterker inzetten op
lokale verbindingen en lokaal talent. Ook kunnen musea meer stukken tonen die meestal in
depot liggen. Wanneer er lokaal beperkende maatregelen gelden, heeft dit ook consequenties
voor nationaal reizende gezelschappen en tentoonstellingen. Digitale technieken zijn in te zetten
om toch een publiek te bereiken, internationaal en nationaal (denk aan eerdere initiatieven door
Internationaal Theater Amsterdam (ITA) en het Nederlands Danstheater). Hierbij is het van
belang dat niet iedere instelling het wiel opnieuw gaat uitvinden − voor veel kleinere
instellingen is dat ook helemaal niet haalbaar − maar dat er een digitale infrastructuur komt
waar ook kleinere instellingen gebruik van kunnen maken. Voor media geldt dat verslaggevers
lastiger naar plekken buiten Nederland gezonden kunnen worden en dat we dus afhankelijker
zijn van buitenlandse nieuwsgaring.
Arbeidsmarkt
Het is reëel dat het arbeidsaanbod in de cultuursector als geheel in dit scenario kleiner wordt.
Ook het kunstvakonderwijs zal hard geraakt worden. Het zal uitdagend zijn om de hoge kwaliteit
van het onderwijs op peil te houden nu veel internationale (gast)docenten niet langer les
kunnen komen geven. Ook de internationale studentenpopulatie zal bij grensbewaking naar alle
verwachting krimpen. Het hoger onderwijs kent veel internationale studenten; het
kunstenonderwijs heeft hier bovengemiddeld veel mee te maken.
Financiering
De inkomsten van muziekpodia en festivals komen vaak van de grote internationale namen.
Deze maken de andere programmering mogelijk. De verwachting is dat lokaal programmeren
deze weggevallen inkomsten niet kan opvangen. In dit scenario ontstaan er lastige vraagstukken
rond culturele instellingen die sterk afhankelijk zijn van internationaal verkeer en subsidies.
Wordt de instelling een tijd met extra steun in de lucht gehouden, lukt het om een ander
businessmodel te vinden of moeten er activiteiten worden afgebouwd? Wanneer lokale
maatregelen de nationale tournees van bijvoorbeeld theatergezelschappen belemmeren, heeft
dit ook consequenties voor het verdienmodel van deze nationale kunstinstellingen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                  60
SAMENLEVING
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
Solidariteit
De bedreiging vanuit andere landen heeft grote gevolgen voor regionale economieën die
afhankelijk zijn van internationale ontwikkelingen. Denk aan het havengebied in Rotterdam,
Schiphol, de regio Noord-Brabant en toeristische trekpleisters als Amsterdam. Deze regio’s zijn
sterk afhankelijk van de internationale economie. 124 Voor de Nederlandse samenleving betekent
het dat burgers duidelijk verschillen gaan zien en voelen tussen sectoren, regio’s en
grensgebieden die sterk worden getroffen. Zo kan het zijn dat bedrijven het in bepaalde regio’s
moeilijker krijgen met eventuele gevolgen voor de werkgelegenheid, terwijl er in andere regio’s
niet veel aan de hand zal zijn. Hierdoor is het mogelijk dat er in de samenleving vertwijfeling
bestaat of we solidair dienen te zijn met de getroffen regio’s, juist als die normaal gezien
economisch sterk zijn. De externe dreiging draagt bij aan angst in de samenleving. Mensen
afkomstig uit landen of regio’s waar nieuwe varianten van het virus rondgaan, zullen dat merken
in de bejegening. Ook ligt de vraag van internationale solidariteit voor: hoe sterk willen wij als
Nederland andere landen helpen bij hun coronabeleid en vaccinatiestrategie? Welke
verantwoordelijkheid willen en kunnen we nemen?
Kwetsbaarheid
Werkgevers van grote bedrijven en kleinere ondernemers in grensgebieden worden economisch
sterk getroffen door de gevolgen van maatregelen die tegen binnenkomst of verspreiding van
het virus worden genomen. Vooral kleine ondernemers zullen hier snel veel last van hebben,
omdat zij doorgaans over minder buffercapaciteit beschikken. Het sluiten van grenzen vereist
stevige Europese coördinatie en een gezamenlijke doelstelling. Extra aandachtspunt hierbij is
dat in sectoren met een economisch belang, zoals logistiek en transport, juist de werknemers
zitten die als eerste aan het virus worden blootgesteld en daardoor ook kwetsbaar zijn voor het
virus zelf. Ze kunnen ziek worden en te maken krijgen met restklachten en post-COVID. De kans
dat deze medewerkers verplicht worden om te blijven werken is groot. Op individueel niveau
voelen medewerkers zich genoodzaakt om daaraan tegemoet te komen, omdat ze bang zijn voor
het verlies van hun baan en voor toenemende financiële onzekerheid. Het zou heel wat waard
zijn om deze situaties te voorkomen door werknemers voldoende bescherming te bieden en
behoorlijk om te gaan met personeel.
124 Thissen en Lankhuizen 2019.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                             61
WETENSCHAP, TECHNOLOGIE EN INNOVATIE
Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie en De Jonge Akademie (KNAW)
Continuïteit van onderzoek en innovatie
Tijdelijke stevige maatregelen zullen leiden tot vertragingen in onderzoek en innovatie vanwege
onderbrekingen, gebrek aan onderzoeksmaterialen en opschorting van internationale
samenwerking. Onzekerheid over wanneer grenzen dichtgaan en of stevige beperkende
maatregelen nodig zijn, maakt het extra lastig om de effecten te ondervangen. Kennisinstellingen
en R&D-afdelingen van bedrijven moeten daarom plannen gereed hebben om onderzoek en
innovatie gaande te houden. Kennisinstellingen moeten zorgen voor digitale infrastructuur,
hybride werkmogelijkheden en voldoende onderzoeksmaterialen en beschermingsmiddelen.
Alternatieve eisen aan PhD- en postdoc-werk, bijvoorbeeld als empirisch onderzoek niet
haalbaar blijkt, beschermen de loopbaanontwikkeling van jonge wetenschappers. Internationale
mobiliteit van kenniswerkers en studenten zal moeilijk zijn. Kennisinstellingen en overheid
dienen uit te werken hoe internationale kenniswerkers toch toegang kunnen krijgen tot
Nederland.
Focus in onderzoek en innovatie
Met alternatieve methodes, digitale onderzoeksinfrastructuur en technologieën kan onderzoek
zo veel mogelijk doorgaan. Kennisinstellingen moeten daaraan werken en moeten op de
overheid kunnen rekenen voor voldoende financiering. Daarnaast is een extra impuls voor
COVID-19-gerelateerd onderzoek nodig. Om minder afhankelijk te zijn van andere landen dient
de overheid te bedenken welke technologieën, producten en materialen essentieel zijn voor
Nederland, en onderzoek en innovatie op die gebieden te stimuleren.
Hogeronderwijsinstellingen zien minder inkomsten uit studenten die van buiten Europa komen,
wat drukt op hun budget voor onderzoek. Zij moeten een plan ontwikkelen om dit op te vangen.
Financiers moeten zorgen voor verlenging van onderzoeksbudgetten, zodat vertragingen niet
leiden tot financiële problemen. Vooral het mkb zal minder kunnen investeren door
economische tegenslag. Deze bedrijven hebben hulp nodig met innoveren om zich staande te
houden en voldoende toekomstperspectief te behouden.
Samenwerking en kennisdeling
Bijeenkomsten en uitwisselingen vinden vooral digitaal plaats. Dit maakt de wetenschap
inclusiever, maar jonge onderzoekers bouwen zo moeilijker internationale ervaring en
netwerken op. Kennisinstellingen en financiers dienen gezamenlijk een infrastructuur te
ontwikkelen om internationale samenwerkingen te kunnen voortzetten. Minder waarde hechten
aan ‘buitenlandervaring’ voor jonge onderzoekers voor een vaste aanstelling en competitieve
beurzen is nodig. Vanwege hun behoefte aan strategische autonomie zullen landen hun kennis,
technologie, innovatie en productie mogelijk in eigen hand willen houden en afschermen. Dit is
onwenselijk. De overheid dient samen met andere landen – in ieder geval in de EU – afspraken te
maken om alle kennis rondom de aanpak van de pandemie publiekelijk beschikbaar te maken
voor het mondiale public health-belang.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                62
GEDRAG EN COMMUNICATIE
KNAW
Doelstelling
Het doel is burgers te stimuleren om zich te houden aan de geldende adviezen en maatregelen
en hen voor te bereiden op de eventuele komst van een nieuwe gevaarlijke virusvariant. Verder
is net als bij eerdere scenario’s het doel om burgers zo adequaat mogelijk te informeren ter
voorbereiding op ernstigere scenario’s en zo veel mogelijk preventief gedrag aan te moedigen.
Maatregelen en adviezen
Doelgroepspecifieke communicatie over beleid is essentieel (o.a. over noodzaak, effectiviteit,
uitvoerbaarheid en rechtvaardigheid), evenals gedragsinterventies op het gebied van
maatregelen en testbeleid (bv. om uitvoerbaarheid zo veel mogelijk te faciliteren en om sociale
normen en steun te mobiliseren). Het is van belang de zorgen over eventuele toekomstige
vrijheidsbeperkende maatregelen serieus te nemen en de belangen en waarden die hieraan ten
grondslag liggen te erkennen, met name bij groepen die hiervan nadelige mentale, sociale en
economische gevolgen zullen ondervinden. Het goed uitleggen van mogelijke maatregelen voor
verschillende situaties en het ondervangen van mogelijk nadelige gevolgen van deze
maatregelen, is een centraal uitgangspunt. Burgers wordt gevraagd zich op een toename in
besmetting en maatregelen voor te bereiden.
Vaccinatiebeleid
Het is belangrijk om vaccinatievoorlichting in een vroeg stadium op te schalen, met speciale
aandacht voor medisch kwetsbaren, moeilijk bereikbare groepen (bv. sommige groepen met een
migratieachtergrond) en twijfelaars. Daarbij moet rekening worden gehouden met lage
(digitale) taalvaardigheden. Bij vaccinatiekeuzes is ondersteuning van de autonomie en de eigen
keuze van belang.
Vertrouwen in het beleid en draagvlak
De overheid moet laten zien goed op de hoogte te zijn van de internationale situatie, duiding
geven aan internationale verschillen, en risico’s en onzekerheden helder benoemen. Net als in
alle andere scenario’s is het belangrijk te communiceren via veel doelgroepspecifieke kanalen
(inclusief interpersoonlijke online en offline communicatie, waarbij intermediairs een
belangrijke rol kunnen spelen, vooral bij moeilijk bereikbare groepen en groepen met weinig
vertrouwen in de overheid). Om twijfels over de beheersbaarheid van het virus en angst voor de
komst van een nieuw virus te verminderen, is het van belang in heldere taal aan te geven hoe de
overheid en de verschillende sectoren zich voorbereiden op de mogelijke komst van een
gevaarlijke variant. Het is belangrijk alert te zijn op mis- en desinformatie (en mensen hiertegen
weerbaar te maken voordat deze informatie hen bereikt) en te werken aan het versterken van
mediawijsheid van burgers. Op potentiële mis- en desinformatie moet snel worden gereageerd
om de kans op ongewenst gedrag te verminderen, zoals onnodig hamsteren uit angst voor
tekorten. Het verdient de voorkeur om feitelijke communicatie te geven (bv. over voorraden) en
niet het aantal mensen te vermelden dat zich ongewenst gedraagt, omdat dit laatste een
averechts effect kan hebben.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes 63
                  SCENARIO IV: CONTINUE STRIJD
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                64
SCENARIO IV: CONTINUE STRIJD
In dit scenario ontstaan er steeds nieuwe virusvarianten die aan de bestaande immuniteit (door
vaccins of doorgemaakte infectie) ontsnappen. Er wordt wereldwijd gevaccineerd en er worden
nieuwe vaccins ontwikkeld, maar het is een kat-en-muisspel. Het virus muteert sneller dan
vaccins ontwikkeld, geproduceerd en toegepast kunnen worden. Hierdoor komt de samenleving
steeds weer voor onvoorspelbare en grote oplevingen van het virus te staan. De zorg dreigt
overspoeld te raken en alle sectoren kampen met een hoog ziekteverzuim. De hele samenleving
wordt steeds opnieuw hard geraakt.
Het volledige repertoire aan maatregelen dat we de eerste twee jaar van de pandemie hebben
gezien, ligt in dit scenario op tafel. Er zullen lastige afwegingen moeten worden gemaakt tussen
terugkerende strenge maatregelen met grote maatschappelijke impact – en mogelijk
maatschappelijk verzet – en het laten rondgaan van het virus met als gevolg een groot aantal
ziekte- en sterfgevallen, verzuim en het vastlopen van de hele zorgketen. Ook in dat geval is de
maatschappelijke impact groot. In de samenleving wordt hier heel verschillend over gedacht,
wat kan leiden tot toenemende maatschappelijke spanningen. Internationaal gezien kan dit
scenario ertoe leiden dat landen nauwer gaan samenwerken en kiezen voor een gecoördineerde
aanpak bij de bestrijding van het virus. Het is ook mogelijk dat de voortdurende strijd ertoe leidt
dat landen naar binnen keren en dat beleid en aandacht vooral gericht zijn op virusbestrijding in
het eigen land.
In de doordenking van dit scenario vanuit de verschillende domeinen komt een aantal
hoofdthema’s naar voren.
Hevige discussies over maatregelen
In dit scenario verwachten we heftige discussies over maatregelen. Er zijn mensen die het
sparen van levens en het in stand houden van de zorg en andere vitale sectoren van de
maatschappij het belangrijkst vinden. De overheid heeft ook op dit gebied een verplichting om
het recht op leven en het recht op gezondheid te beschermen. Andere groepen mensen willen of
kunnen echter niet langer met de vrijheidsbeperkende maatregelen leven en zijn niet bereid om
activiteiten stil te leggen. Dit kan leiden tot hevige protesten en polarisatie binnen families,
vriendengroepen, bedrijven en de hele samenleving. Deze spanningen maken een grondige en
transparante afweging binnen de besluitvorming van groot belang. Beleidsmakers en politici
moeten helder kunnen uitleggen op welke manier belangen zijn gewogen. Daarbij dienen ze ook
te erkennen welke belangen dus niet zijn behartigd en eerlijk te zijn over de onzekerheden. Hier
transparant verantwoording over afleggen draagt bij aan de gepercipieerde rechtvaardigheid
van beleid.
Deze aanpak is geen garantie voor depolarisatie. Er treedt coronamoeheid op en mensen zijn
onzeker en raken gefrustreerd. De steeds weer onverwachte golven, de steeds weer beperkt
blijkende werking van vaccins en de wisselende berichten over opening van de samenleving
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                               65
zullen een vruchtbare voedingsbodem vormen voor desinformatie en complottheorieën. 125 Dit
brengt het risico op een infodemic met zich mee, waarbij verschillende soorten informatie
rondgaan waarvan de betrouwbaarheid voor veel burgers moeilijk is vast te stellen. Dit kan
verder gevoed worden door verschillende transnationale digitale mediakanalen die strategisch
worden uitgebuit door buitenlandse actoren. Dit kan leiden tot heftige reacties in de
samenleving en bedreigingen van politici en wetenschappers.
Alles wordt minder
Op veel vlakken zal in dit scenario (de kwaliteit van) het maatschappelijk aanbod minder
worden. De hoge druk op de zorg betekent dat alternatieve zorgoplossingen met minder hoge
kwaliteitsstandaarden ingezet worden, dat er wachtlijsten ontstaan of dat bepaalde niet-acute
zorg niet meer voor iedereen toegankelijk is (code rood). 126 Achterstanden in het onderwijs
blijven oplopen en ook de kwaliteit en de toegankelijkheid van bijvoorbeeld het culturele
aanbod en het openbaar vervoer gaan achteruit. Belangrijke activiteiten in gevangenissen die
mensen in hechtenis perspectief bieden, kunnen geen doorgang meer vinden. Sommige sectoren
zullen nauwelijks meer levensvatbaar zijn of kunnen alleen op tijdelijke basis open tijdens
coronaluwe periodes. Dit alles wordt versterkt door publieke financiën die krapper worden bij
een economie die constant onder druk staat. De financiële compensatie aan bedrijfsleven en
werkenden vanuit de overheid kan niet meer zo ruimhartig zijn als aan het begin van de
pandemie, en de publieke dienstverlening verschraalt.
Transformatie
Dit scenario vergt van veel instellingen een transformatie. Bedrijven uit sectoren die hard
geraakt worden door een opleving van het virus zullen andere bedrijfsmodellen nodig hebben,
en werkenden zullen minder baanzekerheid hebben. Onderwijs moet op onverwachte
momenten digitaal kunnen plaatsvinden en dat vereist een stevige digitale infrastructuur, maar
het vergt ook andere vormen van didactiek en examinering. Om deze transformatie op tal van
terreinen mogelijk te maken, is het belangrijk om te investeren in mogelijkheden tot om- en
bijscholing. Het anders moeten vormgeven van kernactiviteiten geldt ook voor de sport, waarin
eerder al is geëxperimenteerd met het vastleggen van prestaties zonder fysiek aanwezige
tegenstanders. In de cultuursector is eerder naar creatieve oplossingen gezocht om ondanks de
beperkende maatregelen zo veel mogelijk open te blijven en publiek te ontvangen, bijvoorbeeld
door concerten en voorstellingen als doorstroomactiviteiten te organiseren. Herziening van het
beleid ten aanzien van bescherming en gebruik van intellectuele eigendomsrechten zal in dit
scenario nodig zijn om de snelle uitrol van essentiële toepassingen, zoals vaccins of digitale
faciliteiten, niet te hinderen.
125 Hameleers en Vliegenthart 2021.
126 Code rood is een voorloper van code zwart, waarbij niet-acute zorg niet meer voor iedereen toegankelijk is.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes        66
                                  Voor een korte video over
                                  Scenario IV: Continue strijd klik hier
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                            67
ZORG
Gezondheidsraad en Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
Continue strijd in de zorgketen
Door de onverwachte oplevingen is regelmatig sprake van piekbelasting van de zorg, waarbij
een groot deel van de ziekenhuisbedden wordt bezet door patiënten in een acute
levensbedreigende situatie. Ook de druk op verpleeghuizen en revalidatieplekken zal
onafgebroken hoog zijn. Er dreigt een volledig zorginfarct, waarbij de toegankelijkheid van de
Spoedeisende Hulp, verpleegafdelingen, huisartsen en wijkverpleegkundigen verslechtert.
Bovendien is onder het zorgpersoneel sprake van (langdurige) uitval en overbelasting. Dit leidt
tot frustratie onder zorgprofessionals, omdat zij niet de zorg kunnen bieden die ze gewend zijn
te bieden. Onzekerheid bij patiënten en naasten neemt toe, omdat langer onduidelijk is of en
wanneer iemand geholpen kan worden.
Anders organiseren en rechtvaardig verdelen van zorg
Er is een noodplan beschikbaar voor het omgaan met de grote toename van het aantal patiënten.
In dit plan staan maatregelen voor de inzet van extra bedden in de eerstelijnszorg en
verpleeghuizen, voor landelijke spreiding van patiënten en voor het voorbereiden van
zorgprofessionals op situaties waarbij grote inzet in de acute zorg nodig is. Alternatieve
zorgoplossingen, zoals zorg op afstand, staan gereed. 127 Bovendien is er ruimte voor het inzetten
van (voormalige) zorgprofessionals die niet in de zorg actief zijn en wordt de inzet van besmet
personeel overwogen. De landelijke overheid voert regie over het tot stand komen van deze
(nood)plannen en alternatieve zorgvormen. Zij stuurt eropaan dat kwaliteitskaders ruimte
bieden voor een flexibeler inzet van personeel, dat gegevensuitwisseling tussen zorgorganisaties
mogelijk is en dat er een heldere rolverdeling is tussen landelijke overheid, regionale
organisaties (zoals het Regionaal Overleg Acute Zorgketen), zorgaanbieders en financiers.
Ondanks alle verwoede pogingen en innovaties zal de niet-acute zorg niet voor iedereen
toegankelijk zijn. Beroepsgroepen en gezondheidsethici dienen daarom een breedgedragen en
ethisch onderbouwd raamwerk te ontwikkelen om keuzes te maken over welke vorm van
prioritering en dus verdeling van zorg te rechtvaardigen is. 128 Bij het prioriteren van
werkzaamheden moet gebruikgemaakt worden van wetenschappelijk onderzoek naar de
effectiviteit van verschillende zorgvormen en naar het reduceren van inefficiëntie. 129
Kwaliteit van leven kwetsbaren beschermen
In dit scenario zijn in de langdurige zorg en het sociaal domein alternatieve oplossingen nodig
om isolement onder kwetsbare mensen te voorkomen. Hiertoe zijn in de eerste jaren van de
pandemie al vele initiatieven ontplooid die als voorbeeld kunnen dienen. Denk aan contact op
afstand, beperkt bezoek onder voorwaarden, het wegnemen van onrust onder kwetsbaren en
alternatieve vormen van dagbesteding en activiteiten in de wijk. 130
127 Voor andere oplossingen, zie bijvoorbeeld: Expertteam Covid 2022.
128 Het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG) bereidt een signalement voor over morele keuzes bij langdurige schaarste in de
    zorg.
129 Bakx et al. 2020.
130 Raad voor Volksgezondheid & Samenleving 2020a.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                 68
OPENBAAR BESTUUR
Raad voor het Openbaar Bestuur
Uit de crisismodus blijven
Zonder goede voorbereiding op dit scenario is de kans groot dat het openbaar bestuur het
coronavirus zal aanpakken via crisisstructuren en vanuit een crisismodus. Ook voor dit zware
scenario moeten maatregelen in de wet worden opgenomen die wanneer nodig volgens vooraf
vastgestelde democratische procedures geactiveerd kunnen worden, zodat het openbaar
bestuur zo lang en goed mogelijk blijft functioneren via reguliere processen met democratisch-
rechtstatelijke waarborgen. Deze zijn in zichzelf waardevol en dragen bij aan draagvlak en
daarmee aan de effectiviteit van coronamaatregelen en ander beleid. 131 Bij het respecteren van
de reguliere processen hoort dat terughoudend wordt omgesprongen met het activeren van
extra bevoegdheden in de crisisstructuren van de veiligheidsregio’s. 132
Onvrede en participatie
De maatregelen die in dit scenario op tafel liggen, leiden vrijwel zeker tot heftige reacties in de
samenleving. Het vertrouwen in de overheid neemt waarschijnlijk af, onder meer doordat er
vanwege de hevigheid en onvoorspelbaarheid van het virus, ondanks deze maatregelen, sprake
zal zijn van een aanzienlijk aantal infecties en ziekenhuisopnames. Als dit langer duurt, doet een
gevoel van uitzichtloosheid het vertrouwen verder afnemen. 133
Om vertrouwen, gezag en draagvlak zo veel mogelijk te behouden, is het ten eerste belangrijk
om zo lang mogelijk reguliere besluitvormingsprocessen in hun waarde te laten en niet te snel
bevoegdheden op te schalen naar regionaal of landelijk niveau. De rol van volksvertegen-
woordigingen dient geborgd te blijven; deze zijn in staat in een publiek forum stem te geven aan
zorgen die leven in de samenleving.
Participatie, bijvoorbeeld via burgerfora of een maatschappelijke dialoog, is cruciaal om zorgen,
aandachtspunten en andere input op te halen. Als het openbaar bestuur vervolgens duidelijk
maakt hoe het deze input heeft meegewogen in zijn besluitvorming, komt dit de betrokkenheid
tussen overheid en burger en het gezag van de overheid ten goede. Door onvrede in een vroeg
stadium zijn weg te laten vinden naar een publiek forum, kan voorkomen worden dat dit
uitgroeit tot een diepere afkeer van samenleving en politiek. Het openbaar bestuur kan begrip
voor de moeilijke keuzes die in dit scenario gemaakt moeten worden vergroten door de
samenleving via maatschappelijke dialogen mee te nemen.
Ten slotte kan het informele contact tussen burgers, bedrijven en organisaties enerzijds en
overheden anderzijds bijdragen aan de betrokkenheid tussen burger en overheid. Zowel digitale
als veilige fysieke mogelijkheden hiervoor moeten bestuurders en politici benutten.
131 Zie ook de bijdragen van de Raad van State.
132 Het concept-wetsvoorstel voor de eerste tranche aanpassingen aan de Wet publieke gezondheid (Minister van Volksgezondheid,
    Welzijn en Sport en Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2022) gaat helaas wel uit van een crisisaanpak van
    het coronavirus in bijna alle gevallen. Het voorstel regelt dat infectieziekten aangepakt worden vanuit een crisisorganisatie
    onder leiding van de minister van VWS en maakt het makkelijk voor de minister van VWS om bevoegdheden van burgemeesters
    over te dragen aan voorzitters van veiligheidsregio’s – dat kan al zodra de pandemie en maatregelen bovengemeentelijk effecten
    hebben, waarvan vrijwel altijd sprake zal zijn.
133 Zie ook de bijdragen van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (‘Samenleving’) en de KNAW (‘Gedrag en communicatie’)
    in dit scenario.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                 69
WETGEVING
Raad van State
Op- en afschalen van maatregelen gedurende een lange periode
In het scenario van continue strijd zullen naar alle waarschijnlijkheid maatregelen moeten
worden genomen die vergelijkbaar zijn met de maatregelen waarmee we met name in grote
delen van 2020 en 2021 zijn geconfronteerd. Afhankelijk van de ernst van de situatie kan het
daarbij gaan om adviezen over bijvoorbeeld hygiëne of thuiswerken of om maatregelen zoals het
dragen van mondkapjes en het houden van een veilige afstand. Het kan echter ook gaan om
zwaardere maatregelen, bijvoorbeeld het reguleren van onder meer evenementen en de toegang
tot publieke plaatsen en de verplichting om in bepaalde gevallen in quarantaine te gaan of een
coronatoegangsbewijs (1G, 2G of 3G) te tonen. Als zich veelvuldig en/of langdurig lockdowns
voordoen, zouden eveneens maatregelen kunnen worden genomen in verband met het
functioneren van bijvoorbeeld de rechtspraak en de volksvertegenwoordiging. Dat geldt ook
voor maatregelen die zijn gericht op het veilig laten verlopen van verkiezingen. Zoals
aangegeven bevinden (grondslagen voor) deze maatregelen zich in de wet die zou moeten
worden opgesteld om oplevingen van de verspreiding van het coronavirus in te dammen.
Wanneer het nemen van maatregelen – bijvoorbeeld die zoals hiervoor beschreven – in een
concrete situatie is aangewezen, moeten deze door middel van een inwerkingstellingsbesluit ‘uit
de gereedschapskist’ worden gehaald. Is een opleving van het virus voorbij en zijn maatregelen
niet (allemaal) meer nodig, dan kan worden afgeschaald: de maatregelen worden dan
teruggelegd ‘in de kist’.
Inzichtelijke afwegingen over noodzaak en proportionaliteit zijn essentieel
Van belang is dat in het scenario van continue strijd naar alle waarschijnlijkheid sprake zal zijn
van coronamoeheid in de samenleving: gevoelens van twijfel (onder meer over de ernst van de
situatie), onzekerheid en frustratie zijn bij veel mensen aanwezig. Een deel van de samenleving
zal sceptisch staan tegenover het nemen van maatregelen en is het niet steeds eens over wélke
maatregelen in een bepaalde situatie het beste kunnen worden genomen. De aandachtspunten
die in het kader van het griep+-scenario zijn genoemd, gelden in het bijzonder ook nu: de
maatregelen moeten niet verder reiken dan strikt noodzakelijk is en ze dienen zo eenduidig
mogelijk te zijn. Maatwerk is mogelijk, maar moet niet verworden tot een lappendeken van
uitzonderingen en verbijzonderingen. De proportionaliteit van de (inwerkingstelling van)
maatregelen moet zorgvuldig worden beoordeeld en helder worden verwoord. Voor zover
mogelijk dient een realistisch perspectief te worden geboden als het gaat om de duur van de
inwerkingstelling van maatregelen. Dit alles is nodig om begrip voor en van de maatregelen te
bevorderen en bij te dragen aan een consistente toepassing ervan.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                               70
MENSENRECHTEN
College voor de Rechten van de Mens
Dilemma's in de proportionaliteitstoets
Als grote aantallen burgers in het leven bedreigd worden en ‘code zwart’ in de zorg door
maatregelen voorkomen kan worden, is niets doen mensenrechtelijk gezien geen optie. Het recht
op leven en het recht op gezondheid leggen namelijk positieve verplichtingen op aan de overheid
om maatregelen te nemen. In dit scenario gaan we ervan uit dat pijnloze (no regret-) maatregelen
(d.w.z. niet-bindende gezondheids- en gedragsadviezen) onvoldoende zijn om de maatschappij –
inclusief de zorg – functionerend te houden. Er zullen dus maatregelen genomen moeten worden
die mensenrechten beperken. Beperkende maatregelen moeten een legitiem doel dienen en
noodzakelijk en proportioneel zijn. Dat betekent dat ze niet verder mogen gaan dan nodig om dat
doel te bereiken, en dat het doel en de gevolgen van de maatregel in verhouding moeten zijn. In
die beoordeling spelen verschillende dilemma's. Hoe breed moet het legitieme doel van het
beschermen van de volksgezondheid worden opgevat? Mag de handhaafbaarheid van
maatregelen daarin ook een rol spelen? Hoe verhoudt het nemen van maatregelen zich tot de
onzekerheid in de wetenschap over het gedrag van nieuwe virusvarianten? Op basis van
beschikbare actuele wetenschappelijke inzichten dient aannemelijk te zijn dat geplande
maatregelen effectief zullen zijn. De onvoorspelbaarheid van nieuwe varianten, de effectiviteit van
maatregelen en het gedrag van mensen vormen complicerende factoren in het maken van die
proportionaliteitsafweging. Maatregelen mogen materieel niet verder gaan dan nodig en niet
langer duren dan noodzakelijk. Mensenrechtelijk gezien is dus vereist dat maatregelen onverwijld
weer afgeschaald of opgeheven worden als de virologische situatie dat toelaat of als anderszins de
effectiviteit van een grondrechtbeperking niet langer bestaat.
Nieuwe maatregelen
Als de situatie langer voortduurt, kunnen niet eerder genomen maatregelen nodig zijn die verdere
inperkingen met zich meebrengen. Controversiële maatregelen als een isolatieplicht of
vaccinatieverplichting komen mogelijk weer in beeld, al dan niet gericht op bepaalde
maatschappelijke sectoren. De lat voor de (mensenrechtelijke) toelaatbaarheid van zulke
vergaande maatregelen ligt hoog; noodzakelijkheid en proportionaliteit kunnen slechts in de
concrete situatie beoordeeld worden aan de hand van de ernst van de dreiging en de verwachte
effectiviteit van de maatregel daartegen, afgezet tegen de mate waarin mensenrechten worden
beperkt. Dwang moet slechts worden toegepast als uiterste middel, aangezien bijvoorbeeld
verplichte vaccinatie botst met het recht op onaantastbaarheid van het lichaam: het recht om
autonoom, dus zelf, te bepalen over medische ingrepen wordt beschermd door artikel 8 EVRM en
artikel 11 van de Grondwet. Het weigeren van een vaccinatie kan bovendien ingegeven zijn door
godsdienstige of levensbeschouwelijke opvattingen en dan is ook de godsdienst- en
gewetensvrijheid, beschermd door artikel 9 EVRM en artikel 6 Grondwet, in het geding. Het feit
dat deze mensenrechten in het geding zijn, betekent echter niet dat dwang onder alle
omstandigheden is uitgesloten. Als de noodzaak en de proportionaliteit van een verplichting tot
vaccinatie voldoende kunnen worden aangetoond, is een dergelijke maatregel niet in strijd met de
mensenrechten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                              71
INTERNATIONALE RELATIES
Adviesraad Internationale Vraagstukken
Dit scenario kan zowel negatieve als positieve effecten hebben op internationale betrekkingen.
Enerzijds kan de noodzaak die internationaal gevoeld wordt om dit probleem gezamenlijk aan te
pakken, internationale samenwerking, coördinatie en financiering van response capaciteit en de
rol van de WHO versterken. 134 Dit zou kunnen leiden tot een cosmopolitan epidemic moment
waarin internationale solidariteit hoogtij viert. Anderzijds kan een continue strijd de
samenleving en het beleid naar binnen doen keren. Dan gaan middelen, beleid en aandacht
vooral naar epidemische controle en management in eigen land. Zo’n protectionistische houding
doen economische en sociale stabiliteit en handel op de lange termijn eroderen. Dit is een risico
voor wereldwijde vrede en stabiliteit. Dit langetermijnrisico (a protracted slow-crisis) moet
serieus worden genomen. Ook groeit het risico van een digitale infodemic waarbij wantrouwen
in de overheid groter wordt en ook complotdenken toeneemt. Dat kan verder gevoed worden
door verschillende transnationale digitale mediakanalen, groepen en actoren. 135
Een sterke of zelfs uitsluitende inzet van alle beschikbare middelen voor de bestrijding van het
coronavirus zal op weerstand stuiten, omdat veel mensen zich buitengesloten voelen. Dit geldt
in ieder geval voor patiënten die te maken krijgen met verminderde toegang tot zorg, zelfs met
uitstel van behandeling, maar bijvoorbeeld ook waar het gaat om voedsel, huisvesting of sociale
zekerheid. Er is noodzaak om in plaats van een nauwe focus op gezondheid en veiligheid (health
security) een bredere benadering van menselijke veiligheid (human security) aan te houden.
Deze benadering biedt meer mogelijkheden om grensoverschrijdende verstoringen van
gezondheid en de relatie tussen gezondheid en veiligheid aan te pakken. Er is hier ook een
internationaal gedeelde financiële verantwoordelijkheid die vervuld moet worden. 136
Er moet een gedegen balans tussen nationale en internationale financiering tot stand gebracht
worden door intensieve internationale samenwerking op Europees en mondiaal niveau. Hierbij
is vrije uitwisseling van kennis, gegevens en ervaringen van belang. Gezien het
langetermijnperspectief in dit scenario zijn een actief Europees beleid en Europese regelgeving
en coördinatie noodzakelijk. Instanties als het European Center for Disease Control (ECDC),
European Medicines Agency (EMA) en European Health Emergency preparedness and Response
Authority (HERA) moeten een adequaat mandaat en adequate financiering hebben voor de
realisatie van duurzame ‘menselijke veiligheid’, die verder gaat dan een ‘defensie- en
veiligheidsbeleid’, ter verhoging van maatschappelijke veerkracht (resilience). 137 Noodzaak tot
verregaande internationale coördinatie en samenwerking via de WHO, VN en andere
multilaterale kanalen is evident, alleen al vanwege de (infectieuze) gezondheidsrisico’s die zich
naast corona (zullen) manifesteren.
134 Kickbusch en Reddy 2015.
135 Zarocostas 2020.
136 Political Declaration of the High-level Meeting on Universal Health Coverage (UNGA, 2019), beschikbaar op:
    www.un.org/pga/73/wp-content/uploads/sites/53/2019/07/FINAL-draft-UHC-Political-Declaration.pdf
137 Abimbola en Topp 2018.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                               72
ECONOMIE
Sociaal-Economische Raad
Bedrijven
Het bedrijfsleven moet heel wendbaar zijn: het wordt in dit scenario vaak getroffen door golven
van besmettingen en de daarmee gepaard gaande maatregelen (zoals lockdowns) en door
problemen in toeleveringsketens. Omdat duidelijk is dat het om regelmatig terugkerende
schokken gaat, zijn er structurele aanpassingen nodig. Sommige sectoren zullen niet meer
levensvatbaar zijn of kunnen alleen op tijdelijke basis open tijdens coronaluwe periodes.
Bedrijven in die sectoren zullen andere businessmodellen nodig hebben om te kunnen overleven
(bv. tijdens coronapieken kunnen switchen naar het leveren van andere goederen of diensten, of
naar andere manieren om een product of dienst te kunnen leveren). In andere sectoren moeten
productiemethoden en toeleveringsketens worden aangepast om continuïteit tijdens nieuwe
uitbraken te behouden, bijvoorbeeld door voorraadvorming of door het vervangen van
geïmporteerde producten door lokale varianten. De focus komt meer te liggen op continuïteit
dan op zo laag mogelijke kosten en dit zal tot hogere prijzen leiden. De vraag naar personeel zal
afnemen, met structureel hogere werkloosheid tot gevolg. Om structurele aanpassingen te
stimuleren is algemene financiële steun aan bedrijven niet meer wenselijk. Bedrijven kunnen
wel geholpen worden door het coronabeleid in tijden van nieuwe uitbraken zo voorspelbaar
mogelijk te maken, zodat bedrijven daarop kunnen anticiperen.
Huishoudens
Huishoudens worden geconfronteerd met hogere prijzen en structureel hogere werkloosheid,
wat vooral zal spelen tijdens coronapieken. Hun reële inkomen zal dalen en daarom kunnen zij
minder consumeren. Vanwege de structurele aanpassingen in de economie moeten veel mensen
in andere sectoren gaan werken. Het is daarom belangrijk dat mensen een prikkel krijgen (bv.
financiële prikkels of het faciliteren van cursussen) om hun arbeidsmobiliteit te verhogen, zowel
tussen coronapieken en dalen als structureel naar kansrijkere sectoren en beroepen.
Overheid
De overheid zal worden geconfronteerd met een verslechterde begrotingsbalans. De uitgaven
gaan omhoog door de benodigde extra zorg, hogere testcapaciteit, vaccinontwikkeling en
langdurige werkloosheidsuitkeringen. Tegelijkertijd zullen de inkomsten dalen vanwege de
daling van zowel de productie als de consumptie. Er moet daarom een maatschappelijke
discussie worden gevoerd over hoeveel investeringen in zorgcapaciteit en medicatie nog reëel
zijn gezien de afnemende productiecapaciteit. Maar ook het sociale zorgstelsel heeft wellicht
aanpassingen nodig. Internationaal moet de overheid blijven inzetten op coördinatie in de
aanpak van het virus en het openhouden van de grenzen, zodat import en export van cruciale
goederen en diensten zo veel mogelijk door kunnen gaan.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                         73
ONDERWIJS
Onderwijsraad
Inrichting en locatie van het onderwijs
Het uitgangspunt is nog steeds dat scholen en instellingen zo veel mogelijk fysiek openblijven.
Het is zaak om uitval en ziekteverzuim van docenten zo laag mogelijk te houden. Onderwijs
wordt gezien als cruciaal beroep. Daarmee horen docenten bij de voorrangsgroepen in de
vaccinatiestrategie. Tussenvormen van onderwijs moeten professioneel worden toegepast, zoals
halve klassen die in twee cycli per dag naar school komen, hybride onderwijs en weekend- en
zomerscholen. Herinrichting van de schoolvakanties kan ook aan de orde zijn.
De pandemie heeft grote gevolgen voor het mentale welzijn van jongeren (angst, onzekerheid,
uitzichtloosheid). 138 De relatie met jeugdwerk en -zorg wordt belangrijker. Onderwijs is dé
ontmoetingsplek voor jongeren. Sport en cultuur vinden na schooltijd op de onderwijslocatie
plaats. Kwetsbare leerlingen en studenten en kinderen van ouders met cruciale beroepen
moeten te allen tijde naar school of studie kunnen. Scholen maken zo nodig per gemeente of
regio bovenschoolse afspraken over opvang van elkaars leerlingen. Aanpassing van maatregelen
is nodig voor het speciaal onderwijs, aangezien het bij die sector gaat om leerlingen die
nauwelijks goed afstandsonderwijs kunnen volgen, moeite hebben met veranderingen en veel
ondersteuning en (soms fysieke) zorg nodig hebben.
Kwaliteit en wendbaarheid
Als de pandemie continu is, moet het onderwijs op essentiële onderdelen voor de lange termijn
heringericht worden: onderwijsprogramma’s, methodes, gebouwen, een extra school- of
studiejaar voor leerlingen of studenten die dat nodig hebben, toetsing en examinering,
overgangen tussen sectoren en stages en praktijkleren. Punt van herontwerp is ook dat
afstandsonderwijs via digitale weg andere didactiek en pedagogische benadering vraagt.
Belangrijke aandachtspunten voor de overheid zijn de ondersteuning in de ICT-infrastructuur.
Wendbaarheid vereist een goede balans tussen kaders en ruimte in regelgeving, toezicht en
bekostiging. In dit scenario komt bijvoorbeeld de vraag op hoe de overheid de leerplicht nog
moet interpreteren en handhaven. In ieder geval moet er alles aan gedaan worden om alle
kinderen ‘in beeld’ te houden en te bereiken. Extra aandacht blijft dus nodig voor kwetsbare
leerlingen en studenten. De uitvoering van de kwaliteitsagenda blijft aandacht vragen met het
oog op de lange termijn.
Onderwijs en arbeidsmarkt
Net als in de hele samenleving heerst op de arbeidsmarkt grote onzekerheid. In bepaalde
sectoren is de werkloosheid continu hoog, waardoor bepaalde opleidingen ondoelmatig worden,
voor zover ze zonder praktijkleren en stages al doorgang kunnen vinden. Veel mensen zullen
moeten worden om- en bijgeschoold. De druk hierop is waarschijnlijk des te hoger naarmate het
vangnet van de overheid minder ruimhartig wordt.
138 Vergelijk Platform Perspectief Jongeren 2022; RIVM, Trimbos-instituut en GGD GHOR Nederland 2021; Gezondheidsraad 2022:
    20-21, 26-27.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                        74
JUSTITIABELEN
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
Gezondheid, welzijn en veiligheid
In dit scenario zullen – naast de eerdergenoemde beperkingen bij de doorgang van het
dagprogramma, de behandeling en de resocialisatieactiviteiten – angst voor besmetting en de
mogelijke gevolgen daarvan een grote rol spelen. Waar de rest van de maatschappij een eigen
afweging kan maken over het aangaan van bepaalde gezondheidsrisico’s, zijn justitiabelen
afhankelijk van de mate waarin de overheid kan zorgen voor een veilige omgeving, goede
gezondheidszorg en naleving van maatregelen in een instelling. Daarnaast hebben de
maatregelen voor hen extra veel impact vanwege het gesloten karakter van de instellingen.
Activiteiten die normaal gesproken enigszins afleiding of perspectief bieden, kunnen in dit
scenario niet of slechts beperkt doorgaan. Het is van belang dat zaken zoals luchten, recreatie,
scholing, arbeid en bezoek zo lang mogelijk doorgang blijven vinden. Ook adviseert de RSJ om
het gebruik van meerpersoonscellen in ieder geval in dit scenario op te schorten, aangezien het
bewaren van anderhalve meter afstand in een meerpersoonscel logischerwijs onmogelijk is. 139
Druk op gevangeniswezen verlagen
De RSJ doet suggesties waarmee de druk op het gevangeniswezen kan worden verlaagd:
•    Bepaal in welke gevallen detentie op een alternatieve wijze ten uitvoer kan worden gelegd
     en op welke manier (bv. elektronische detentie). Maak daarbij een inschatting van wat er
     aan middelen en personeel nodig is om alternatieve straffen te kunnen uitvoeren en
     monitoren.
•    Weeg per gedetineerde af wat de mogelijkheden zijn voor strafonderbreking of
     (voorwaardelijke) invrijheidstelling. Hierbij kan gedacht worden aan al bestaande wettelijke
     mogelijkheden of aan mogelijkheden die te creëren zijn voor dit doel.
•    Denk na over de mogelijkheid om bepaalde justitiabelen in te zetten op plekken in de
     maatschappij waar in dit stadium sprake is van personeelstekort.
Bejegening en persoonlijk contact ten tijde van coronapieken
De maatregelen maken het lastig om voldoende persoonlijk contact met justitiabelen te hebben.
De RSJ maakt zich zorgen over de kwaliteit en de effectiviteit van de zorg, bejegening en
behandeling als deze veel op afstand en digitaal plaatsvinden. 140 Ook maakt de RSJ zich zorgen
over de bejegening en de mate van persoonlijk contact met jongeren ten tijde van corona.
Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat de coronamaatregelen – en als gevolg
daarvan het beperkte persoonlijke contact – negatieve effecten hebben op de ontwikkeling en de
mentale gezondheid van jongeren. 141 Juist de impact van de maatregelen vraagt om een grotere
inspanning voor goede bejegening en contact.
139 Dit heeft de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming ook geadviseerd: Raad voor Strafrechtstoepassing en
    Jeugdbescherming 2020.
140 Uit een Engelse studie blijkt dat een lockdown in de gevangenis grote gevolgen heeft voor het psychisch welzijn van
    gedetineerden: User Voice 2022.
141 Nederlands Jeugdinstituut 2022.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                 75
TOPSPORT, SPORT EN BEWEGEN
Nederlandse Sportraad
Sport en bewegen
In dit scenario moet ook de sport periodiek rekening houden met verregaande maatregelen,
waaronder lockdowns. Sport en bewegen zijn en blijven belangrijk voor de weerbaarheid en de
fitheid van de bevolking. Maar de continue strijd en de wisseling van maatregelen maken
sporters en ook de sportbranche murw, met het gevaar dat het percentage van de bevolking dat
voldoende beweegt terugvalt. 142 Maatregelen dienen zich vooral te richten op randzaken
(kleedkamers, kantines, geen publiek langs de lijn) en zo min mogelijk de sportbeoefening zelf te
beperken. 143 Een andere optie is binnensporten naar buiten te verplaatsen. Voor jeugd en
jongeren, die mentaal het meest te lijden hebben onder maatregelen en lockdowns, zouden
sport- en beweegvoorzieningen sowieso open moeten blijven. 144
Topsport en evenementen
Topsporters kunnen alleen nog in bubbels trainen en aan wedstrijden deelnemen. In diverse
landen variëren de uitbraken en de maatregelen, waardoor de organisatie van evenementen, de
internationale samenwerking en de reisbewegingen een grote uitdaging vormen. Wedstrijden en
evenementen zonder publiek zijn technisch mogelijk, maar zijn zonder de inkomsten van
consumenten en sponsoren economisch niet haalbaar. Voor evenementen die alleen via de
media te volgen zijn, bestaat nog geen lucratief verdienmodel. Bij sommige sporten is al
geëxperimenteerd met het vastleggen van prestaties zonder fysiek aanwezige tegenstanders,
zoals in de paardensport en bij crossfit. Maar veel takken van sport zijn hiervoor niet geschikt.
Sportbranche en overheid
Gemeenten nemen de regie om optimale benutting van sportaccommodaties en buitenruimte
mogelijk te maken voor sport en bewegen, met een liefst gelijkmatige spreiding van activiteiten
en sporters over zo veel mogelijk uren van de dag. 145 Sportaanbieders flexibiliseren het sport-
en beweegaanbod en bieden alternatieven waarmee mensen onder begeleiding in beweging
blijven. Scholen, werkgevers en zorginstellingen stellen leerlingen, werknemers en cliënten in de
gelegenheid om voldoende te bewegen. De overheid verklaart een dagelijks uurtje bewegen of
sporten tussen de bedrijven door tot de norm. Eventuele beperkingen leggen een grote druk op
het voortbestaan van topsport en sportaanbieders. De Rijksoverheid zou een
stimuleringssubsidie kunnen instellen waarbij sportaanbieders worden beloond als zij zorgen
voor innovatieve verdienmodellen in de topsport en een flexibel sport- en beweegaanbod in de
breedtesport. Zo blijven mensen langer sporten én blijven consumenten de sporteconomie mede
financieren.
142 Grubben en Hoekman 2021.
143 Volgens de sportsector is bijvoorbeeld het testbeleid bij sportverenigingen niet handhaafbaar gebleken; een tegengesteld effect
    had de avondlockdown (meer mensen op de vierkante meter in de toegestane uren), en grote gevolgen heeft het invoeren van
    anderhalve meter afstand (teamsporten, contactsporten, groepsgrootte).
144 RVS, NLsportraad, SER en RSJ 2022.
145 In negen van de tien gemeenten zijn tijdens lockdowns ad hoc buitenaccommodaties gedeeld, maar naarmate de situatie langer
    duurde, bleken er meer nadelen aan te kleven (aansprakelijkheid, drukte, precario voor ondernemers), zie ook Heijnen en
    Hoekman 2020.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                               76
CULTUUR
Raad voor Cultuur
Van creatie tot publiek
De abrupte en onverwachte schakelmomenten in dit scenario zijn voor grote delen van de
cultuursector heel lastig. Producties kennen lange aanlooptijden, voorbereidingen kosten veel
tijd. Ook bezoek aan bijvoorbeeld concerten of festivals wordt vaak langere tijd vooruit gepland.
Dit vormt een grote belemmering voor de sector om snel in en uit te schakelen. In het sectorplan
corona wordt dan ook gepleit voor maatregelen als 1G, 2G of 3G, zodat de sector ook in zwaarder
weer – zowel in de creërende en producerende fase (repetities, opbouw, filmopnames) als in de
presenterende fase – naar behoren kan blijven functioneren. 146 Maar het is onvermijdelijk dat er
in dit sombere scenario ook nagedacht moet worden over alternatieve manieren waarop kunst
nog bij mensen kan komen en welke transformaties daarvoor nodig zijn. Juist cultuur kan troost,
verstrooiing en zingeving bieden. Manieren van presenteren kunnen worden aangepast (een
concert als doorstroomlocatie) en nieuwe, hybride of digitale vormen kunnen worden
uitgedacht. Een stevige digitale infrastructuur is hiervoor wel een cruciale voorwaarde. Ook kan
de NPO inzetten op het aanbieden van extra kunst- en cultuuruitingen. Creatieve denkkracht,
bijvoorbeeld vanuit de ontwerpsector, kan helpen bij het ontwikkelen van praktische
oplossingen voor het leven met herhaalde oplevingen van het virus.
Arbeidsmarkt
De gevolgen voor de arbeidsmarkt zijn groot, waarbij zzp’ers opnieuw bijzonder kwetsbaar zijn.
Relevante vaardigheden veranderen van aard, toegankelijke om- en bijscholing is van groot
belang. Geluids- en lichttechnici kunnen bijvoorbeeld cursussen cameravoering volgen om
ingezet te kunnen worden bij digitale registraties. Ook kan nagedacht worden over sectorale
uitwisseling van personeel, bijvoorbeeld met de GGD die tijdens zwaardere oplevingen van het
virus veel mensen nodig heeft. De instroom en doorstroom van creatief talent kan stokken door
gebrek aan continuïteit: talent dat van het kunstvakonderwijs komt, heeft weinig mogelijkheden
om door te groeien in de beroepspraktijk. Een loopbaan in de creatieve sector is vanwege de
grote onzekerheid in dit scenario voor veel mensen minder aantrekkelijk geworden.
Financiering
Het fysieke bezoek loopt sterk terug tijdens oplevingen van het virus. Dit betekent een grote
financiële uitdaging voor de cultuursector, omdat er nog bijna geen gezonde verdienmodellen
bestaan voor meer digitale presentatievormen. Om financieel minder risico te lopen, gaan
instellingen minder lang vooruit plannen. De vraag is hoelang de sector financieel ondersteund
kan worden en hoe deze steungelden dan niet alleen bij instellingen, maar ook bij makers en
uitvoerenden terechtkomen. Bestaande kwetsbaarheden worden groter; zo zullen lokale media
grote moeite hebben om overeind te blijven.
146 Zie hiervoor ook het Sectorplan Corona van de Taskforce culturele en creatieve sector, Kunsten 92 uit 2022.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                77
SAMENLEVING
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
Solidariteit
In dit scenario komt er flinke spanning te staan op het solidariteitsprincipe, vooral naarmate de
situatie langer voortduurt. Individuele burgers worden door de te nemen maatregelen beperkt
in hun keuzevrijheid. Veel burgers beginnen dat als beklemmend en beperkend te ervaren. Bij de
invoering van maatregelen heerst onbegrip en het gevoel van (on)rechtvaardigheid, te meer
wanneer bij sommige maatregelen de effecten onduidelijk zijn of de maatregelen als symbolisch
worden ervaren. Wat de precieze keuze van structurele maatregelen ook wordt en wanneer
deze ook worden ingevoerd: ze zullen waarschijnlijk tot heftige reacties in de samenleving
leiden, met verder verlies van solidariteit als gevolg. Er volgen protesten, mensen negeren
regels, er ontstaat frustratie bij mensen die zich wel aan regels houden en ook de roep om juist
striktere regels zal klinken. Het is van groot belang om duidelijkheid te bieden over hoe de
verhouding tussen overheid en samenleving bij besluitvorming is vormgegeven. Dat wil dus niet
zeggen dat de overheid per definitie moet inzetten op een eenduidige blauwdruk van
maatregelen voor iedereen, maar dat zij juist op zoek moet gaan naar zo veel mogelijk evenwicht
tussen het verminderen van het risico op besmetting en het beperken van de schade door de
maatregelen. Bijvoorbeeld: in deze fase is het gezamenlijke uitgangspunt dat we alle jongeren
onderwijs willen laten genieten. Dat betekent dat anderen solidair zijn en zo veel mogelijk thuis
werken en hun sociale activiteiten beperken. Op deze manier zoeken we met elkaar zo veel
mogelijk ruimte, nemen we gezamenlijke verantwoordelijkheid en worden burgers geen
government’s little helpers door de uitvoerders van de maatregelen te worden. Voor alle partijen
is dit evenwichtskunst: Wie pakt welke rol? Vinden we een gezamenlijke aanpak die ons helpt
doelgericht het virus te bestrijden? Weten we onze kwetsbaarste burgers goed te beschermen?
Kwetsbaarheid
Mensen zijn zowel kwetsbaar voor het virus als voor de gevolgen van het virus. Er zijn veel
maatschappelijke doelen die meegewogen moeten worden, die verschillende kanten op wijzen.
Dit is een enorm dilemma, want voor wie ga je het in beleid proberen goed te doen? Ondertussen
komt de toenemende polarisatie dagelijks tot uitdrukking in talkshows, kranten, protesten en
manifestaties. Zwichten voor de sterkste lobby ligt op de loer. Personeel met cruciale beroepen
(zorg, onderwijs, handhaving) wordt het meest blootgesteld aan het virus zelf én ondervindt
daarvan ook hinder in mentale zin. In deze sectoren zijn de uitval en de uitstroom groot. Naast
chronische zieken en ouderen die bij een grote pandemie het vatbaarst zijn voor het virus, is het
in dit scenario van belang om goed in kaart te hebben welke kwetsbare groepen het meeste last
hebben van de maatregelen. Denk aan jongeren in algemene zin, jongeren en gezinnen met
complexe problematiek, mensen met een beperking, mensen in bestaansonzekerheid, daklozen.
Professionals en bestuurders in het sociaal domein hebben hierbij een wezenlijke rol, zowel bij
het signaleren van de ernst van de situatie als bij het aanreiken van mogelijke oplossingen.
Andere groepen in de samenleving – zoals werknemers die goed thuis kunnen werken – zullen
meer concessies kunnen doen om kwetsbare groepen in de samenleving te ondersteunen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                               78
WETENSCHAP, TECHNOLOGIE EN INNOVATIE
Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie en De Jonge Akademie (KNAW)
Continuïteit van onderzoek en innovatie
Kennisinstellingen en bedrijven kampen met beperktere capaciteit en productiviteit door uitval
van medewerkers. Voorraden van onderzoeksmaterialen, technologieën en
beschermingsmiddelen schieten tekort. Kennisinstellingen en bedrijven moeten plannen gereed
hebben om onderzoek en innovatie gaande te houden, met steun van de overheid. Er is extreme
werkdruk en de mentale gezondheid verslechtert. Het risico op veel uitvallende en vertrekkende
medewerkers dreigt. Wetenschappers die pandemiegerelateerd onderzoek doen, worden meer
bedreigd door toenemende onvrede in de maatschappij. Kennisinstellingen en financiers dienen
oog te hebben voor individueel welzijn en verschillen in ontwikkelingsmogelijkheden en moeten
voorkomen dat diversiteit in wetenschap en wetenschappers afneemt. Kennisinstellingen
moeten hun bedreigde wetenschappers beschermen en ruimhartig ondersteunen. Investeringen
in wetenschapscommunicatie zijn nodig voor een actievere dialoog met de samenleving.
Focus in onderzoek en innovatie
De pandemie bepaalt de onderzoeksagenda en maken kennisinstellingen en bedrijven scherpe
keuzes. Er is nauwelijks ruimte voor vrij onderzoek en kennisontwikkeling blijft achter.
Wetenschappers kiezen voor een aanpak die zo goed mogelijk door kan gaan (bv. meta-
analyses). Wetenschappers in kwetsbare posities haken vaker af en kleine internationale
opleidingen zijn niet te continueren door gebrek aan studenten. Dit alles beperkt de rijkheid van
nieuwe kennis en de diversiteit van wetenschap. Innovatie is gericht op bescherming,
digitalisering en technologieën om organisaties gaande te houden en om problemen in
aanvoerketens te ondervangen, onder andere vanwege grote personeelstekorten. Door
economische krimp staan publieke en private financiering voor onderzoek en innovatie onder
druk. Publieke steun voor wetenschapsfinanciering door de overheid wordt moeilijker door
meer wantrouwen in de wetenschap. Vooral het mkb heeft hulp nodig met innovaties die nodig
zijn voor hun toekomstperspectief.
Samenwerking en kennisdeling
Beperkte internationale mobiliteit en kennisuitwisseling remt vooral jonge onderzoekers in hun
ontwikkeling. Kennisinstellingen en financiers dienen gezamenlijke infrastructuur te
ontwikkelen om internationale samenwerkingen voort te zetten. Herziening van de eis
‘buitenlandervaring’ voor jonge onderzoekers voor een vaste aanstelling en competitieve
beurzen is nodig. Digitale infrastructuren en tools voor het delen van data en het doorzoeken en
synthetiseren van kennis zijn essentieel. Kennisinstellingen en de overheid moeten daarin
investeren. De overheid zal vaker zelf investeren in doorontwikkeling van publieke vindingen en
druk uitoefenen om intellectueel-eigendomsrechten vrij te geven, bijvoorbeeld voor de
ontwikkeling en productie van vaccins. Herijking van het beleid voor bescherming en gebruik
van intellectueel eigendom is nodig om snelle implementatie van essentiële toepassingen niet te
hinderen, maar wel te zorgen voor waarborging van eigendomsrechten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                               79
GEDRAG EN COMMUNICATIE
KNAW
Doelstelling
Doel is om burgers te motiveren zich aan alle geldende maatregelen te blijven houden en te leren
leven met mogelijk steeds terugkerende beperkingen. De focus ligt op het collectieve belang en
het zo veel mogelijk openhouden van de samenleving, waarbij rekening wordt gehouden met
een breed maatschappelijk afwegingskader van verschillende bevolkingsgroepen en sectoren en
alle vormen van kwetsbaarheid – naast medisch kwetsbaren ook diegenen die de meeste
negatieve gevolgen ervaren (mentaal, sociaal, economisch) door ingrijpende maatregelen.
Maatregelen en adviezen
Het kerndoel moet hier zijn de implicaties voor de rechtvaardigheid van de genomen maatregelen
duidelijk uit te leggen, aansluitend bij centrale maatschappelijke waarden. Om te voorkomen dat de
bereidheid om zich te houden aan steeds terugkerende (vrijheidsbeperkende) maatregelen
afneemt en om de ervaren rechtvaardigheid te optimaliseren, is het – nog meer dan in de vorige
scenario’s – essentieel dat de overheid voortdurend uitlegt op welke manier kwetsbaarheden en
belangen zijn meegewogen bij de besluitvorming. Het is van belang om door middel van
gedragsinterventies uitvoering van de maatregelen te faciliteren door dit zo logisch en makkelijk
mogelijk te maken en drempels weg te nemen. Ervaren rechtvaardigheid kan worden vergroot
door groepen te ondersteunen die grote nadelige gevolgen ondervinden en tegelijk te erkennen dat
dit beperkt mogelijk is. Analoog aan eerdere scenario’s is speciale aandacht nodig voor moeilijk
bereikbare groepen en groepen met lagere taalvaardigheid en/of gezondheidsvaardigheden.
Vaccinatiebeleid
Het is aan te raden om via alle media met groot bereik en hoge frequentie te communiceren over
vaccinatie op het moment dat er een vaccin beschikbaar is. Inspelen op doelgroepspecifieke
twijfels is nodig, evenals aandacht besteden aan de emoties en zorgen van burgers (bv. via
internet, sociale media, een centraal telefoonnummer, intermediairs). Het gemakkelijk
bereikbaar maken van vaccinaties voor iedereen en het benadrukken van het collectieve belang
om door vaccinatie verspreiding van het virus tegen te gaan, zijn centrale uitgangspunten.
Vertrouwen in het beleid en draagvlak
In dit scenario is continue aandacht nodig voor het tegengaan van dreigende moedeloosheid,
uitzichtloosheid en gevoelens van een niet-maakbare samenleving, bijvoorbeeld door aan te
geven wat gezamenlijk wél kan worden bereikt. Een reflectie op eigen handelen betekent ook
gemaakte fouten erkennen en aangeven wat hiervan is geleerd. Om vertrouwen op peil te
houden of te vergroten, is het essentieel om open en reëel te communiceren over de verwachte
duur van de crisis en de maatregelen, maar ook over de onzekerheden. Een constante open
dialoog draagt bij aan vertrouwen en draagvlak voor maatregelen. Om ongewenste effecten van
mis- en desinformatie tegen te gaan, is het actief uitrollen van op basis van onderzoek
ontwikkelde strategieën cruciaal. Vertrouwen en draagvlak worden vergroot door ruimte te
laten voor eigen initiatieven van sectoren en burgers (binnen goed gecommuniceerde
randvoorwaarden).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes 80
                         SCENARIO V: WORST CASE
</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 81 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                              81
SCENARIO V: WORST CASE
Door mutaties van het virus wordt COVID-19 dodelijker. Het virus circuleert wereldwijd en eist
jaarlijks meer slachtoffers, in alle leeftijdscategorieën. 147 Iedereen is potentieel kwetsbaar.
Mensen die de infectie hebben doorgemaakt of gevaccineerd zijn, zijn slechts voor beperkte tijd
beschermd tegen het doormaken van ernstige COVID-19 en worden weer snel vatbaar voor
herinfectie. Vaccins zijn af en toe beschikbaar, maar het virus muteert sneller dan de vaccins
ontwikkeld, geproduceerd en toegepast kunnen worden. Na een aantal jaren zal het virus
minder hevig gaan rondwaren en zal de pandemie wellicht ‘uitdoven’, maar voordien zal nog
langere tijd sprake kunnen zijn van hevige uitbraken waarbij iedereen risico loopt op een ernstig
of zelfs dodelijk ziekteverloop.
De samenleving en de economie maken een lange periode van ernstige ontwrichting door.
Bepaalde sectoren zijn economisch niet meer levensvatbaar. De landen om ons heen voeren hun
eigen strijd om de maatschappij draaiende te houden. Alle denkbare maatregelen die kunnen
bijdragen aan het beperken van het aantal sterfgevallen en het in stand houden van de zorg en
andere vitale sectoren liggen op tafel, inclusief zeer strenge lockdowns. Tegelijkertijd probeert
de overheid de economie draaiende te houden en de basisbehoeften van de samenleving (zorg,
voedsel, energie) te waarborgen. Omdat de angst voor het virus groot is, zullen mensen ook zelf
verregaande acties ondernemen om zich ertegen te beschermen. Fysieke sociale contacten
blijven in sterke mate beperkt en veel mensen gaan alleen voor noodzakelijke activiteiten de
deur uit. De beschikbaarheid en het kunnen benutten van moderne digitale faciliteiten worden
cruciaal voor het functioneren in de lockdownsamenleving.
In de doordenking van dit scenario vanuit de verschillende domeinen komt een aantal
terugkerende thema’s naar voren.
Code zwart in de zorg
De zorg raakt in dit scenario overspoeld. Alle denkbare behandellocaties worden gebruikt:
verkoeverkamers, leegstaande operatiekamers, grote hallen of andersoortige geïmproviseerde
ruimtes. Mensen die in de zorg werken, vallen uit; het is onmogelijk om voldoende personeel te
vinden. De zorg komt in code zwart terecht. Door de grote aantallen patiënten en het grote
gebrek aan personeel is er geen plek beschikbaar voor mensen die acute zorg nodig hebben. Dit
geldt voor mensen met een ernstig verloop van COVID-19, maar ook voor mensen die
bijvoorbeeld een auto-ongeluk hebben gehad of een hartaanval krijgen. Dit betekent dat er
mensen overlijden die in andere situaties mogelijk gered hadden kunnen worden. Er moeten
ethisch zeer moeilijke keuzes gemaakt worden over wie acute zorg krijgt en wie niet. 148
147 Virussen worden op den duur over het algemeen minder dodelijk, maar niet uit te sluiten is dat het SARS-CoV-2- hier een
    uitzondering op kan zijn; zie bijvoorbeeld The Economist 2021. Ook de Scientific Advisory Group for Emergencies (SAGE) in het
    Verenigd Koninkrijk sluit een gevaarlijkere variant niet uit (Haseltine 2021; SAGE 2021).
148 Hiertoe hebben de Federatie Medisch Specialisten en de Artsenfederatie KNMG een draaiboek ontwikkeld, zie FMS en KNMG
    2020.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 81 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 82 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                              82
Belang van menswaardig sterven
Het is van belang om als samenleving grondig na te denken over wat het betekent als veel
mensen tegelijkertijd kunnen sterven. Is dit een onderwerp waarover in openheid gesproken
kan worden? Wat is belangrijk en haalbaar voor een menswaardig afscheid? Kan er afscheid
worden genomen en op welke manier? Krijgen mensen voor wie het vanuit religieus oogpunt
belangrijk is om snel begraven te worden voorrang bij de lijkschouwing of moet iedereen
wachten? Is er voldoende ruimte om lichamen te bewaren en te begraven of te cremeren? Is de
Wet op de lijkbezorging toereikend?
In stand houden van essentiële diensten
Het overheidsbeleid is gericht op het in stand houden van de essentiële diensten voor de
samenleving en het bewaken van de openbare orde, om zo desintegratie van de maatschappij te
voorkomen. Dit scenario vergt zeer scherpe keuzes, zowel binnen de zorg als voor de
samenleving als geheel. De aandacht gaat naar cruciale diensten zoals zorg, onderwijs, voedsel,
openbare orde, onderdak, energie en een betrouwbare mediavoorziening en kan dus niet naar
alle andere zaken gaan. De overheid moet in dit scenario waarschijnlijk ingrijpen om de
belangrijkste levensbehoeften van al haar burgers te waarborgen, ook als dat betekent dat
dingen op de bon moeten worden verstrekt of dat de overheid bepaalde bedrijfsactiviteiten
moet overnemen of regie moet voeren op de inzet van werknemers en bedrijven. Onder cruciale
diensten vallen ook de rechtspraak, de politie en het openbaar bestuur. Van tevoren moet
worden nagedacht over hoe bijvoorbeeld volksvertegenwoordigingen nog op legitieme wijze
besluiten kunnen nemen als zij hun quorum niet meer halen vanwege een groot aantal ernstig
zieken en doden.
Terugtrekken in kleine kring
De kans is aanzienlijk dat de focus van mensen in dit scenario versmalt naar het individuele
niveau. De aandacht van mensen gaat uit naar de eigen overleving en het veiligstellen van familie
en naasten, met meer kansen voor hen die zich meer kunnen permitteren. Welvarende groepen
betalen veel geld voor nieuwe behandelingen en zonderen zich geografisch af in kleine bubbels
waarin zij zo veel mogelijk zelfvoorzienend zijn. Maatschappelijk kwetsbare groepen kunnen
zich dit niet permitteren en zijn genoodzaakt om het risicovollere werk te doen, waarbij de kans
op besmetting groter is. Een focus op de eigen overleving vergroot ook de kans op
maatschappelijke onrusten. Sommige groepen zullen op zoek gaan naar een zondebok die ze de
schuld kunnen geven van de moeilijke situatie waarin zij zich bevinden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 82 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 83 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes      83
                                      Voor een korte video over
                                      Scenario V: Worst case klik hier
</pre>

====================================================================== Einde pagina 83 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 84 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                           84
ZORG
Gezondheidsraad en Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
Zoektocht naar personeel en locaties
Het ziekteverzuim en de angst onder het zorgpersoneel – door een grote kans om zelf besmet te
raken en te overlijden – zijn groot. Bovendien zullen huisartsenpraktijken en wijkzorg
overstromen doordat ziekenhuizen en uitstroomfaciliteiten (verpleeghuis, revalidatieplekken)
niet meer voor alle zorg toegankelijk zijn. Patiënten wenden zich daardoor tot andere
zorglocaties of zorgverleners. In dit scenario zal een beroep worden gedaan op al het
(voormalig) zorgpersoneel buiten het ziekenhuis om de toegankelijkheid van de acute zorg zo
goed mogelijk te waarborgen. Alle beschikbare locaties waar patiënten behandeld kunnen
worden, moeten worden gebruikt. Te denken valt aan verkoeverkamers, leegstaande
operatiekamers of grote hallen op een verpleegafdeling in een ziekenhuis of verpleeghuis.
Spreiding en overplaatsing van patiënten binnen Nederland en binnen Europa is niet meer
mogelijk door gebrek aan opnamecapaciteit in de omringende landen en gebrek aan
dienstverlening zoals ambulancezorg.
Code zwart in de zorg
Ondanks alle inspanningen is de vraag naar zorgcapaciteit vele malen groter dan waaraan de
zorgsector kan voldoen. Hierdoor gaan de kwaliteit en de toegankelijkheid van de zorg achteruit
en overlijden mensen omdat er geen faciliteiten zijn om hen te behandelen. Door het hoge
ziekteverzuim in alle sectoren, de angst onder de bevolking en het gebrek aan materialen blijven
steeds meer (ernstig) zieke mensen thuis, wat tot een grote mentale belasting leidt voor
mantelzorgers en vrijwillige hulp. Doordat patiënten niet meer terechtkunnen in het ziekenhuis
is de oversterfte groot. Dit treft alle lagen van de bevolking. Er moet een keuze gemaakt worden
welke patiënten toegelaten kunnen worden tot het ziekenhuis. De Federatie Medisch
Specialisten heeft een handleiding opgesteld voor het omgaan met deze triage. 149
Waardig sterven
De hogere sterftekans brengt ethische dilemma’s met zich mee waarop de sector zo goed
mogelijk voorbereid moet zijn. Het op een waardige manier omgaan met sterven, zowel in de
zorg als daarbuiten, vraagt in dit scenario iets van burgers, naasten, zorgprofessionals en
zorgbestuurders. De overheid kan zorgprofessionals en zorgorganisaties stimuleren om plannen
gereed te hebben voor hoe ze hiermee moeten omgaan. Dit kan leiden tot ideeën om te
voorkomen dat mensen in totale isolatie sterven. Zo zette een groep artsen en verpleegkundigen
zich tijdens de coronacrisis in voor speciale palliatieve units in een ziekenhuis waar mensen
ondanks corona in het bijzijn van geliefden waardig konden sterven. 150
149 FMS en KNMG 2020.
150 Raad voor Volksgezondheid & Samenleving 2020a; Raad voor Volksgezondheid & Samenleving 2020b; Raad voor
    Volksgezondheid & Samenleving 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 84 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 85 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                   85
OPENBAAR BESTUUR
Raad voor het Openbaar Bestuur
Besluitvorming in crisistijd
In dit scenario moet het openbaar bestuur veel zaken snel en doortastend oplossen om een
leefbare samenleving te garanderen. Tegelijkertijd moet het een democratische en
rechtsstatelijke bodem garanderen, als waarde op zichzelf en omdat deze bijdraagt aan
draagvlak en daarmee aan de effectiviteit van coronamaatregelen en ander beleid. 151 Hoewel
crisisstructuren voor bepaalde zaken in dit scenario wenselijk zijn, zoals de coördinatie van de
zorg, dienen overheidsbesluiten zo veel mogelijk volgens reguliere processen genomen te
worden en democratisch en rechtsstatelijk legitiem te zijn. 152
Wat betreft coronamaatregelen moet in dit scenario nationale besluitvorming leidend zijn, die
op Europees niveau wordt afgestemd. Idealiter passen voorzitters van veiligheidsregio’s de
maatregelen regionaal toe, maar dit kan alleen op democratisch verantwoorde wijze gebeuren
als gemeenteraden voorzitters van veiligheidsregio’s niet alleen ná een crisissituatie ter
verantwoording kunnen roepen, zoals nu het geval is, 153 maar ook tijdens een crisissituatie. 154
Veiligheidsregio’s dienen vooraf afspraken te maken over hoe hun voorzitters collega-
burgemeesters en gemeenteraden betrekken bij de besluitvorming. 155
In stand houden van vitale systemen
Samenleving en economie gaan in dit scenario terug naar de basis: zorg, onderwijs, werk,
voedsel, openbare orde, onderdak en energie. Ook hierin is nationale besluitvorming leidend.
Gemeenten zullen verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van veel van de regelingen die deze
basisvoorzieningen moeten waarborgen, zoals voedseldistributie. Hoewel de bevoegdheden van
decentrale overheden beperkt zullen zijn, blijven ze van grote betekenis. Burgemeesters
vervullen de rol van lokale verbinder en gezagsdrager, en gemeenteraden geven in een publiek
forum stem aan zorgen en ideeën die in de samenleving leven. De commissarissen van de Koning
stimuleren als rijksfunctionarissen de samenwerking tussen de rijksdiensten en de overheden in
hun provincie, en geven in overleg met het Rijk zo nodig aanwijzingen.
Het openbaar bestuur kan in dit worstcasescenario te maken krijgen met uitval van vitale
systemen, zoals het dagelijks bestuur van een overheid, of het behalen van het quorum van een
volksvertegenwoordiging. De verschillende overheidslagen doen er goed aan om hiervoor nu al
maatregelen voor te bereiden, zoals het bundelen van krachten tussen gemeenten en provincies
en het maken van afspraken over vervanging en opschaling. Overheden moeten ook in deze
situaties nog op legitieme wijze besluiten kunnen nemen.
151 Raad voor het Openbaar Bestuur 2022b.
152 Zie ook de bijdrage onder de kop ‘Wetgeving’ in dit scenario.
153 Normaliter moet het bestuur van veiligheidsregio’s verantwoording afleggen aan de gemeenteraden die hen deels financieren.
    Tijdens crises hoeft de voorzitter van de veiligheidsregio echter alleen na afloop van de crisis verantwoording af te leggen (Wet
    veiligheidsregio’s, artikel 40 lid 1).
154 Het concept-wetsvoorstel voor de eerste tranche aanpassingen aan de Wet publieke gezondheid voorziet niet in zo’n wijziging,
    hoewel deze wel uitgaat van een grote rol voor de veiligheidsregio’s. De minister van Justitie en Veiligheid werkt aan een nieuw
    stelsel voor crisisbeheersing en brandweerzorg waarin wordt gekeken naar de democratische verantwoording van (voorzitters
    van) veiligheidsregio’s, maar dit bevindt zich nog in de beginfase (Kamerstukken II, 2021/2022, 29 517, nr. 223).
155 Gemeenteraadsleden voelen vaak een grote afstand van de veiligheidsregio (Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid
    2021).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 85 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 86 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                               86
WETGEVING
Raad van State
Anticipatie is lastig
Zware maatregelen zijn noodzakelijk en zullen dus, door middel van een inwerkingstellingsbesluit
‘uit de gereedschapskist’ moeten worden gehaald. De maatregelen zijn primair gericht op het
redden van zo veel mogelijk levens en tegelijk op het zo veel mogelijk in stand houden van de
samenleving en de structuren waarbinnen zij opereert. Ze zullen diep ingrijpen in de individuele
vrijheden. Naast de al genoemde maatregelen in het scenario van continue strijd kan worden
gedacht aan thuisquarantaine en maatregelen gericht op vaccinatie. Het is lastig op om zo’n zwaar
scenario te anticiperen. Het ligt voor de hand dat aan het functioneren van de instituties (o.a.
parlement en rechtspraak) groot belang wordt gehecht. Over andere elementen (bv. openstelling
van levensmiddelenwinkels en openbaar vervoer) moet steeds een afweging worden gemaakt,
waarbij het hiervoor genoemde uitgangspunt – het zo veel mogelijk binnen de bestaande
samenlevingsstructuren redden van zo veel mogelijk levens – leidend is.
Inventarisatie van het staatsnoodrecht
In het worstcasescenario is sprake van een zodanige ontwrichting van de samenleving dat de
vraag zal rijzen of de normale, wettelijke bevoegdheden afdoende zijn. Daarom moet worden
bezien in hoeverre toepassing van het staatsnoodrecht eventueel oplossingen kan bieden, naast
de al genoemde maatregelen. Daartoe is van belang dat men helder voor ogen heeft welke
bevoegdheden separaat toe te passen zijn, of na het afkondigen van de beperkte of algemene
noodtoestand. Ook is van belang dat wordt nagegaan in hoeverre het staatsnoodrecht is
toegesneden op een scenario als dit. Deze vraagstukken kunnen worden betrokken bij de
aangekondigde modernisering van het staatsnoodrecht. 156
Vangnetbepaling in de wet is essentieel
Ondanks een goede doordenking vooraf van de benodigde maatregelen per scenario, kunnen zich
toch onvoorziene omstandigheden voordoen waarin maatregelen nodig zijn waarvoor op dat
moment de grondslag (nog) ontbreekt. Een wettelijke vangnetvoorziening kan uitkomst bieden. In
de wet wordt dan bepaald dat bijvoorbeeld de minister snel de nodige besluiten kan nemen,
waarna direct een voorstel voor een goedkeuringswet bij de Tweede Kamer wordt ingediend. De
voorziening is dus bedoeld om in specifiek omschreven situaties de tijd te overbruggen tot het
moment dat in een specifieke wettelijke grondslag is voorzien. Een dergelijke vangnetvoorziening
kan voorkomen dat moet worden teruggevallen op het ongeschreven staatsnoodrecht. 157 Hoewel
ongeschreven staatsnoodrecht geen carte blanche voor het bestuur impliceert – de toepassing
ervan is onderworpen aan het proportionaliteitsbeginsel – moet er zeer terughoudend mee
worden omgesprongen: het is een ‘ultimum remedium’.
156 O.a. Kamerstukken II 2017/18, 29668, nr. 48; nr. 67. De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geadviseerd om met deze
    modernisering zo snel mogelijk aan te vangen: spontaan advies Van noodwet tot crisisrecht van de Afdeling advisering van de
    Raad van State van 15 december 2021 (W04.21.0291/I), bijlage bij Kamerstukken II 2021/22, 29668, nr. 65.
157 Op basis van het ongeschreven staatsnoodrecht kunnen in buitengewone omstandigheden besluiten worden genomen en
    regelingen worden uitgevaardigd die geen grondslag hebben in de bestaande wet.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 86 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 87 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                87
MENSENRECHTEN
College voor de Rechten van de Mens
Mensenrechten in crisistijd
Net als bij het scenario van continue strijd eisen het recht op leven en het recht op gezondheid
dat er (vergaande) maatregelen genomen worden ter bescherming van levens van burgers; niets
doen is geen optie.
Uiteraard zijn ook in dit scenario mensenrechtelijke normen van toepassing. Vooraf past wel de
kanttekening dat het worstcasescenario leidt tot frequente en complexe botsingen van
mensenrechten. Daarbij moet worden onderkend dat we in dit scenario in onvoorziene situaties
terecht kunnen komen waarin het fundamentele recht van de een tegenover dat van de ander
komt te staan. Uitgekristalliseerde, goed doordachte en afgewogen mensenrechtelijke
precedenten zullen dan soms ontbreken. Mensenrechten zijn van betekenis, maar de praktijk
van een worstcasescenario kan maken dat de mate van houvast die ze bieden beperkter is dan
we zouden wensen.
Ter illustratie van dat laatste: bij code zwart wordt de zorg overspoeld en moet in ziekenhuizen
triage worden toegepast. Dat bij triage de levensvatbaarheid leidend wordt, betekent niet dat
zonder meer onderscheid gemaakt mag worden op basis van handicap of chronische ziekte. Een
handicap of chronische ziekte kan, maar hoeft geen consequenties te hebben voor iemands
levensvatbaarheid. Het discriminatieverbod kan hier nadrukkelijk in het geding komen als aan
die wetenschap voorbij wordt gegaan of als (al dan niet onbewust) minder waarde aan een leven
wordt toegekend op grond van een beperking. Evengoed roept triage zeer complexe vragen op
ten aanzien van de discriminatiegrond ‘leeftijd’. Bij triage mag niet zonder meer op leeftijd
geselecteerd worden. Het raakt aan de menselijke waardigheid.
Mensenrechten ook in noodsituaties
Hoewel het virus snel muteert en ontsnapt aan vaccins, is een (vorm van) vaccinatieplicht
mogelijk te rechtvaardigen. Dat hangt dan in ieder geval af van het effect dat het vaccin heeft,
zowel op het ziektebeloop als op het terugdringen van de besmettelijkheid; een lage effectiviteit
doet ook in worstcasesituaties af aan de proportionaliteit van de maatregel. In noodsituaties kan
ook een beroep op de wettelijke noodtoestand in beeld komen (zie ook onder het scenario van
continue strijd). Dat gaat gepaard met een – simpel gezegd – vereenvoudigde procedure voor
inperking van grondrechten. Echter, ook onder de noodtoestand (en) bij (anderszins) extreem
bedreigende virologische situaties moeten alle maatregelen gemotiveerd worden en dienen de
proportionaliteit en de noodzakelijkheid van de maatregelen te worden aangetoond.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 87 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 88 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                               88
INTERNATIONALE RELATIES
Adviesraad Internationale Vraagstukken
In dit scenario, en mogelijk in combinatie met andere complexe crises zoals biodiversiteitverlies,
klimaatverandering en andere infectieziekten, zal er een ontwrichting zijn waarbij economische
activiteiten en internationale handel afnemen en landen moeite hebben om sociale stabiliteit te
garanderen. (Interne) conflicten en toenemende vluchtelingenstromen kunnen niet uitgesloten
worden. Gezien de ernst van de crisis is het mogelijk dat landen gezamenlijk ingrijpen om de
verdeling van voedsel en medicijnen te reguleren, de bewegingsvrijheid gecoordineerd in te
perken en de meer structurele oorzaken van de pandemie aan te pakken. Het is van belang dat
dit gebeurt via een zo breed mogelijke internationale coördinatie, al was het maar ter
voorkoming van elkaar tegenwerkende maatregelen die het internationaal verkeer van
personen, maar ook van diensten en goederen volstrekt onmogelijk maken. Mogelijke dilemma’s
(bv. over schaarste van vaccins, medicijnen, kennis en menskracht) dienen in een open sfeer te
worden besproken. Om nationale, protectionistische (re)acties in dit scenario te voorkomen,
moeten internationale afspraken in kalme tijden proactief worden doordacht en uitgewerkt op
EU- en mondiaal niveau. Nederland zou hierin, liefst in EU-verband, een voortrekkersrol kunnen
spelen en hiervoor mensen en middelen beschikbaar kunnen stellen.
Het is in dit scenario van belang om een georganiseerd tegenwicht te bieden tegen de neiging om
zich af te sluiten, zoals met het voor zichzelf reserveren van schaarse medische en andere
middelen. Deze neiging kan leiden tot regionale of zelfs mondiale conflicten. Ter vermijding
en/of regulering hiervan is tijdige en adequate betrokkenheid van internationale organisaties
geboden. Het verdient aanbeveling een dergelijk scenario en de respons erop te doordenken en
in internationaal verband uit te werken. Daarbij moet geen schroom zijn om mandaten en
actieradiussen van bestaande internationale organisaties opnieuw tegen het licht te houden.
Digitale ontwrichting en cyberconflicten zijn in dit scenario eveneens mogelijk. Dreiging met en
angst voor een (reële) bio-terroristische aanval kan in dit scenario gevoed worden. 158 Maar met
de focus op biomedische en veiligheidsresponse kunnen basale noden weleens snel vergeten
worden. Overheden moeten via samenwerking voorzien in humanitaire basisnoden, zoals
voedselzekerheid, scholing, behuizing en medische basisvoorzieningen. Niet alleen in eigen land
of in de eigen regio. Mondiale calamiteiten vergen nu eenmaal een mondiale aanpak. Eventueel
kan dit ook via een uitbreiding van het mandaat van VN- en EU-organisaties.
In dit scenario kan niet worden gewacht tot het echt misgaat. Nederland moet proactief tot actie
overgaan. Daarbij komen ingewikkelde vraagstukken aan de orde, waarbij nationale
soevereiniteit en veiligheid soms op gespannen voet zullen (lijken te) staan met internationale
solidariteit en veiligheid. De Nederlandse overheid zal moeten leren aantonen, verklaren en
waarmaken dat deze internationale samenwerking en solidariteit ook voor de Nederlandse
burger lonen. Dat vraagt om actieve, heldere en systematische communicatie met de bevolking.
158 WHO 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 88 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 89 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                89
ECONOMIE
Sociaal-Economische Raad
Bedrijven
De economie valt grotendeels stil in dit scenario. Bedrijven zullen steeds meer te maken te
krijgen met tekorten aan grondstoffen en halffabricaten, en zijn daarom in veel gevallen niet
meer in staat hun productie voort te zetten. Dit leidt tot een grote golf van ontslagen. Er zal
vooral vraag zijn naar primaire levensbehoeften. Als het bedrijfsleven hier niet zelf in kan
voorzien, is het waarschijnlijk dat de overheid zal ingrijpen en bedrijven zal overnemen, of in elk
geval bedrijven zal opdragen om hun productie aan te passen. Dit betekent een grondige
economische herstructurering met zeer hoge kosten.
Het voorzien in primaire levensbehoeften is belangrijk, omdat er door de tekorten een grote
kans bestaat op een run op sommige producten en diensten, zoals eten en drinken. Naast
primaire levensbehoeften is er speciale aandacht nodig voor de financiële sector, omdat mensen
en bedrijven massaal hun spaartegoeden kunnen gaan opeisen, wat tot een grote financiële
crisis kan leiden.
Huishoudens
Huishoudens kunnen veel minder besteden, enerzijds door de sterk oplopende werkloosheid,
anderzijds door de afnemende beschikbaarheid van goederen en diensten. Net zoals bedrijven
hun productie moeten omschakelen, kunnen gezonde mensen op andere plekken worden
ingezet om de maatschappij zo veel mogelijk door te laten draaien. Omdat marktwerking en
loonvorming bijna onmogelijk worden, is er inkomenssteun voor vrijwel iedereen nodig. Dit zal
deels kunnen in de vorm van bonnen, vooral voor primaire levensbehoeften (bv. voedselbonnen
en medicijnbonnen) om hamsteren en een ongelijke verdeling te voorkomen.
Overheid
Er wordt een sterke regierol van de overheid verwacht. De overheid moet ervoor zorgen dat aan
de eerste levensbehoeften kan worden voldaan. Hieronder vallen in elk geval voedsel, water en
energie, maar ook zorg en communicatiemogelijkheden (digitale infrastructuur). Daarnaast zal
er extra aandacht moeten zijn voor veiligheid, omdat in tijden van schaarste grote onrust zal
ontstaan.
De overheid heeft nauwelijks nog belastinginkomsten, terwijl er wel hoge kosten zullen zijn om
in de eerste levensbehoeften van de burgers te kunnen voorzien. Daarom is regie over de inzet
van werknemers en bedrijven onvermijdelijk. Als hierbij (enige mate van) dwang nodig is, moet
bestaande wet- en regelgeving worden aangepast.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 89 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 90 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                              90
ONDERWIJS
Onderwijsraad
Inrichting en locatie van het onderwijs
Net als in het scenario van continue strijd moet de overheid in dit worstcasescenario samen met
de onderwijsinstellingen al het mogelijke doen om fysiek onderwijs in school- of
universiteitsgebouwen te organiseren. De omstandigheden zijn echter nog moeilijker, en voor de
meeste leerlingen en studenten zal de functie ‘onderwijs’ waarschijnlijk op andere manieren
vorm moeten krijgen. Het verzuim van zowel docenten als leerlingen en studenten is door de
pandemie hoog. Verder is denkbaar dat docenten niet meer fysiek les of college willen geven en
dat ouders hun kinderen thuishouden.
De sociale functie van onderwijs vereist samenkomsten, maar dan in kleinere groepen. Denkbaar
is onderwijs in de buitenlucht, of deconcentratie van plekken van samenkomst voor onderwijs:
niet meer grote groepen tegelijk in een gebouw, maar kleine groepjes verspreid over meerdere
locaties per buurt – sociale en geografische bubbels – waarin bewoners zelf
onderwijsactiviteiten organiseren met (online) begeleiding door onderwijsprofessionals.
Stoppen met onderwijs is geen optie, juist omdat in een samenleving waarin elk perspectief lijkt
te ontbreken, het onderwijs de hoop en het vertrouwen in de toekomst symboliseert.
Kwaliteit en wendbaarheid
In dit scenario heersen nog meer angst en onzekerheid in de hele samenleving. Dit heeft
vanzelfsprekend veel impact op het psychisch welbevinden van kinderen en jongeren. De
pedagogische opdracht van het onderwijs wordt dus belangrijker, maar tegelijkertijd ook
moeilijker. Onderwijsinstellingen moeten ook meer aandacht besteden aan het welzijn van het
personeel. Onderwijs moet op essentiële onderdelen opnieuw ontworpen worden, bijvoorbeeld
met betrekking tot onderwijsvormen, -doelen, -methodes en -programma’s, maar ook rond de
pedagogisch-didactische relatie, en rond toetsing, diplomering en overgangen. Strikte
handhaving van de leerplicht wordt in dit scenario nagenoeg onmogelijk. Wel is het van belang
om leerlingen en studenten ‘in beeld te houden’ en te bereiken.
Zoals in alle scenario’s behoeven kwetsbare leerlingen en studenten extra aandacht. Specifieke
maatregelen zijn nodig voor het speciaal onderwijs, aangezien het bij die sector gaat om
leerlingen die nauwelijks goed afstandsonderwijs kunnen volgen, moeite hebben met
veranderingen en veel ondersteuning en (soms fysieke) zorg nodig hebben.
Onderwijs en arbeidsmarkt
In het worstcasescenario wordt het hele maatschappelijke verkeer ernstig ontwricht en dus ook
de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt. In tijden van strenge lockdowns zijn stagemogelijkheden
zeer beperkt. In plaats van stages en onderwijs helpen jongeren de samenleving draaiende te
houden. In bepaalde sectoren is de werkloosheid continu hoog, waardoor bepaalde opleidingen
ondoelmatig worden, voor zover ze al doorgang kunnen vinden. Veel mensen zullen moeten
worden om- en bijgeschoold. Voor zover om- en bijscholingsmogelijkheden nog beschikbaar zijn,
vragen ook deze om herontwerp.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 90 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 91 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                    91
JUSTITIABELEN
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
Gezondheid, welzijn en veiligheid
In dit scenario is het eigenlijk niet meer de vraag hoe besmettingen in instellingen te voorkomen zijn,
maar hoe men dient te handelen wanneer het virus de instelling binnendringt. Instellingen dienen in
dit scenario hun inrichtingen meer gecompartimenteerd in te richten, waardoor het mogelijk wordt
om groepen justitiabelen, personeelsleden en geïnfecteerden en niet-geïnfecteerden strikt van elkaar
te scheiden, zodat het risico op besmetting zo veel mogelijk ingeperkt wordt. 159 Dit scenario heeft
verregaande gevolgen voor justitiabelen. Instellingen kunnen geheel of gedeeltelijk worden
(af)gesloten, waardoor justitiabelen helemaal geïsoleerd raken. Wanneer het virus eenmaal is
binnengedrongen in de instelling, ontstaat er een groot gevaar voor een uitbraak, aangezien
justitiabelen in de instelling dicht op elkaar zitten. Daarnaast kan goede zorg voor (zieke)
justitiabelen niet meer worden geborgd als ook medewerkers massaal ziek zijn en er een groot
personeelstekort ontstaat. Deze situatie leidt tot veel spanning, eenzaamheid en angst onder
justitiabelen en het personeel, want overlijden aan de gevolgen van COVID-19 vormt in dit scenario
een reële dreiging.
Veiligheid individu versus veiligheid samenleving
In dit scenario rijst de vraag of het nog verantwoord is om mensen op te sluiten of binnen te houden,
met name wanneer het gaat om mensen die lichte vergrijpen hebben gepleegd of om jeugdigen. Er
moet nu al worden nagedacht over de voorwaarden waaronder iemand in dit stadium nog wel, of
juist niet, gesloten wordt gehouden of opgesloten wordt. De risico’s die het gesloten zitten zonder
behandeling, zonder bezoek en met een reële kans op het krijgen COVID-19 met zich meebrengt,
moeten per individu worden afgewogen tegen de veiligheidsrisico’s voor de maatschappij wanneer
besloten moet worden een individu op dat moment wel of niet te detineren of (voorwaardelijk) in
vrijheid te stellen. Alleen wanneer het risico op gevaar voor de samenleving zwaarder weegt dan het
risico voor het individu om ziek te worden, kan worden besloten iemand nog te detineren. Het
bestaan van ‘gevaar voor de maatschappij’ zou de belangrijkste factor moeten zijn om te besluiten
iemand nog te detineren. Bij jeugdigen dient de plaatsing in een gesloten instelling te worden
afgewogen tegen de belangen van en het gevaar voor het kind (bij thuisplaatsing).
Resocialiseren in een gesloten samenleving
Met name in het worstcasescenario speelt de vraag of het mogelijk is om justitiabelen goed voor te
bereiden op hun terugkeer in de samenleving. Wanneer re-integratieactiviteiten en behandeling niet
of slechts heel beperkt kunnen worden aangeboden, ontstaan er mogelijk situaties waarin
justitiabelen na afloop van de vrijheidsbeneming (geheel) onvoorbereid terugkeren in de
samenleving. Dit is onwenselijk en in sommige gevallen ook gevaarlijk. Zeker in de forensische zorg,
waarin mensen door middel van verlof moeten oefenen met vrijheden, is dit problematisch. 160
159 De RSJ adviseert dit concreet uit te werken in draaiboeken, zie het hoofdstuk ‘Overkoepelende lessen’.
160 In het geval dat het virus gevaarlijker wordt en verloven (tijdelijk) worden opgeschort, ontstaat er vertraging in de behandeling
    en duurt de tbs voort. Ook in dit scenario is het van belang dat behandeling en resocialisatie-activiteiten zo lang mogelijk kunnen
    doorgaan.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 91 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 92 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                92
TOPSPORT, SPORT EN BEWEGEN
Nederlandse Sportraad
Sport en bewegen
In een worstcasescenario geldt nog steeds dat bewegen essentieel is voor de volksgezondheid. In
dit scenario zijn sportaccommodaties echter gesloten en zijn er geen groepsactiviteiten of
evenementen. Sporters kunnen alleen individueel of in klein (gezins)verband sporten en
bewegen, thuis of in de openbare ruimte. Daarnaast moet een-op-een (para-)medische
begeleiding van patiënten door fysiotherapeuten en gecertificeerde sportaanbieders mogelijk
blijven. Ook zijn er online loop- en fietsevenementen waaraan sporters individueel kunnen
deelnemen. De overheid voert publiekscampagnes. Toch haken grote groepen Nederlanders in
dit scenario af en komen zij op de bank te zitten, zoals ook is gebeurd bij voorgaande lockdowns
– bij lager opgeleiden meer dan bij hoger opgeleiden. 161 Lang niet alle Nederlanders zoeken
compensatie voor hun afnemende sport- en beweeggedrag. De verregaande vermindering van
de mogelijkheden en het ontbreken van sociale verbanden hebben verslechtering van de fysieke,
mentale en sociale gezondheid tot gevolg.
Topsport en evenementen
In een worstcasescenario kan ook de beoefening van topsport stil komen te vallen. In dat geval
zijn ook voor topsporters de sportvoorzieningen dicht en kunnen zij niet in groepsverband
trainen of aan wedstrijden deelnemen. Topsporters groeien over hun top heen of haken af en
nieuwe talenten kunnen zich niet ontwikkelen. In het slechtst denkbare geval zijn er in nationaal
en internationaal verband geen competities, toernooien en evenementen meer en verliest de
bevolking deze lichtpuntjes in het dagelijks leven. Inkomsten uit media, sponsoring en publiek
drogen op, waardoor faillissementen volgen in alle niet-gesubsidieerde topsport (evenementen,
betaald voetbal, commerciële ploegen, individuele topsporters).
Sportbranche en overheid
De Rijksoverheid en de sportbranche voeren aanhoudend publiekscampagnes, waarbij de
bevolking rechtstreeks wordt aangesproken op het belang van een gezonde leefstijl en voldoende
bewegen, en waarin de nadruk steeds ligt op wat er wél kan. Ook zorgverzekeraars belonen
beweeggedrag van de bevolking, bijvoorbeeld via een stappenteller.
Gemeenten creëren beweegmogelijkheden in de buitenruimte en stellen buitensportaccommodaties
open voor individuele sporters. Sportaanbieders ontwikkelen digitale mogelijkheden en bieden
online training en coaching aan. Het verdienmodel hierachter laat echter weinig ruimte vanwege de
concurrentie van vele gratis verkrijgbare filmpjes op internet. Als de situatie lang aanhoudt, zullen
zonder overheidssteun dan ook vele faillissementen volgen.
161 Grubben en Hoekman 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 92 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 93 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                    93
CULTUUR
Raad voor Cultuur
Van creatie tot publiek
In dit scenario zijn belangrijke delen van de culturele sector dicht. Culturele instellingen kunnen
geen publiek ontvangen. Schrijven, individuele podcasts en monologen op video zijn
voorbeelden van kunstvormen die wel doorgang kunnen vinden. 162 Nationale nieuwsmedia zijn
in dit scenario van wezenlijk belang als communicatiekanalen; regiozenders vervullen daarnaast
hun taak als rampenzender. Er is een sterke behoefte aan betrouwbare en onafhankelijke
nieuwsvoorziening, en ook aan amusement dat afleiding biedt van de dagelijkse realiteit. De
sombere situatie werkt maatschappelijke spanningen in de hand, waarbij ook wantrouwen
richting de publieke omroep kan ontstaan. Cultuur kan in dit scenario een belangrijke bijdrage
leveren aan de mentale veerkracht in de samenleving. Mensen moeten opnieuw betekenis aan
de wereld en hun eigen leven geven, en kunst kan hierin van bepalende waarde zijn.
Er zal een grote verschuiving naar digitaal plaatsvinden. Misschien ontwikkelen zich nieuwe
digitale vormen waarmee mensen toch samen muziek kunnen spelen of theater kunnen maken
zonder dat zij in dezelfde ruimte zijn. In plaats van een fysieke infrastructuur van theaters,
concertzalen en muziekscholen die de overheid mede in stand houdt, valt te denken aan een
digitale infrastructuur waarop andere dingen te zien en horen zijn dan op de reguliere digitale
platforms. Hier kan een taak liggen voor Beeld en Geluid en andere archieven om een groter deel
van hun collectie digitaal toegankelijk te maken. Tijdens schoolsluitingen kan ook
cultuureducatie digitaal doorgaan. Tegelijkertijd zal het wellicht lastig zijn om hier op scholen
aandacht voor te vragen, omdat alle inzet er waarschijnlijk op gericht is om taal en rekenen op
peil te houden. Het risico bestaat dat jonge generaties opgroeien zonder bekendheid met theater
of museumbezoek.
Arbeidsmarkt
Grote delen van de culturele en creatieve industrie zullen economisch niet meer levensvatbaar
zijn. Dit heeft grote gevolgen voor de werkgelegenheid. Vele werkenden in de sector zullen hun
baan verliezen en naar een andere sector overstappen waar juist veel arbeidskrachten nodig
zijn. Toch is het van belang dat er een culturele infrastructuur behouden blijft.
Financiering
Dit scenario zal voor de overheid betekenen dat zij lastige keuzes moet maken, waarin ook de
cultuursector niet gespaard blijft. Cultuursubsidies zullen afnemen of geheel verdwijnen, omdat
de financiële steun van de overheid zich noodgedwongen eerder richt op onderwijs, zorg,
energie, voedsel en huisvesting.
162 Vergelijk ook de culturele praktijken in de brief Scenario’s voor een weerbare en wendbare culturele en creatieve sector, Raad voor
    Cultuur 2020.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 93 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 94 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                94
SAMENLEVING
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
Solidariteit
In het worstcasescenario staat solidariteit ernstig onder druk of is het zelfs geheel afwezig.
Wellicht ontstaat er zo nu en dan collectieve verbroedering en saamhorigheid (iedereen zit in
hetzelfde schuitje). Dat zal afhangen van de mate waarin mensen de situatie zien als ‘nieuwe
ramp’ of als voortslepende crisis. De kans is echter groot dat het óverleven wordt in plaats van
samenleven. Dat betekent dat er mensen zijn die goed voor zichzelf en hun bubbel kunnen
zorgen, maar ook dat er nog meer mensen zijn die dat niet meer kunnen. Op deze manier
ontstaan er parallelle bubbels. Er zullen naar verwachting ook groepen burgers zijn die off grid
gaan en een zelfvoorzienende bubbel creëren, zodat ze niet afhankelijk zijn van anderen en zich
zo kunnen beschermen. Niet iedereen zal openstaan voor centraal aangestuurde informatie. Dit
terwijl overheden wel een manier zullen moeten vinden om samen met burgers de samenleving
publiek te blijven aansturen en te zoeken naar gedeeld belang. De overheid zal noodgedwongen
directiever worden – ook in de communicatie – maar binnen de rechtstatelijke en democratische
checks-and-balances. Daarbij heeft de overheid een rol te spelen in het bieden van een
perspectief door te schetsen wat ons collectieve doel is. Lukt dit niet, dan ontstaat – vanwege
schaarste – de kans op chaos, rellen, plundering, beroving en onteigening. Met als gevolg ook het
verlies van regie en in potentie het ontstaan van anarchie: dat niemand meer bepaalt wie wat
wanneer doet.
Kwetsbaarheid
Iedereen zal fysiek gezien kwetsbaar voor het virus zijn en ook de sociale en mentale impact is
enorm. Maar het virus waart zo hard rond dat er alleen ruimte is voor de korte termijn
(overleven) en we zetten dan voornamelijk in op het bestrijden van het virus zelf. Op individueel
niveau reageert niet iedereen hetzelfde op stress, crisis en conflict. Mensen met veel bezittingen,
financiële middelen en een goed netwerk hebben meer mogelijkheden om zich te beschermen en
zich van schaarse middelen te voorzien. Er bestaat vanuit de overheid een grote urgentie om te
zoeken naar wat wel helpt. Maar daartoe is de inzet van burgers noodzakelijk, bijvoorbeeld in
het beschermen en helpen van anderen of het faciliteren van een waardig uiteinde. Maar de
vraag is wel wie hier nog toe bereid is wanneer iedereen zo kwetsbaar is. Wie wil zijn of haar
eigen leven riskeren voor anderen? Zeker wanneer we als samenleving deze mensen niet de
bescherming kunnen bieden die ze nodig hebben. Het leger kan een belangrijke rol spelen bij het
verdelen van essentiële middelen zoals voedsel, bijvoorbeeld door dit op de bon te verstrekken,
onder een duidelijke verdeelsleutel, publiek georganiseerd, met zo veel mogelijk burgerkracht.
Vrijwilligers en gezonde burgers kunnen daarbij helpen door zich te bekwamen in
overlevingsskills zoals EHBO en door het leren toepassen van simpele medische handelingen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 94 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 95 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                              95
WETENSCHAP, TECHNOLOGIE EN INNOVATIE
Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie en De Jonge Akademie (KNAW)
Continuïteit van onderzoek en innovatie
De continuïteit van alle vormen van onderzoek en innovatie bij kennisinstellingen en bedrijven
komt in gevaar. Door verregaande beperkingen, overlijdens, rouw en mantelzorg vallen de
capaciteit voor en de vraag naar onderzoek scherp terug. Onderzoek doen kan alleen nog
digitaal, thuis of in beschermende pakken, met hoge fysieke en mentale belasting tot gevolg. De
wetenschappelijke voortgang stokt en een nieuwe generatie wetenschappers krijgt niet de
gelegenheid de benodigde onderzoeksvaardigheden te ontwikkelen. Er ontstaan scherpe
verschillen tussen wetenschappers die wel of geen zorgtaken hebben, wel of niet afhankelijk zijn
van fysieke onderzoeksmaterialen en -infrastructuren, en wel of niet een vaste aanstelling
hebben. Met een ‘open’ taskforce kunnen onderzoekers uit alle disciplines werken aan
gezamenlijke oplossingen voor de uitdagingen waarmee ze kampen. Onderdeel daarvan is
bezinning en herprioritering van verwachtingen en doelstellingen van onderzoek en innovatie
en een plan om een nieuwe generatie wetenschappers voldoende onderzoekservaring te laten
opdoen.
Focus in onderzoek en innovatie
Scherpe keuzes zijn nodig om de beschikbare capaciteit en middelen zo effectief mogelijk in te
zetten. De overheid moet daarin het voortouw nemen en coördineren op samenhang in
onderzoek en gebruik van infrastructuur en materialen, ook in internationaal verband. De focus
ligt op het zo goed mogelijk overeind houden van de kennisinfrastructuur om essentieel
onderzoek te kunnen continueren, bijvoorbeeld omdat het COVID-19-gerelateerd is, maar ook om
veiligheidsrisico’s te voorkomen bij onderzoek met gevaarlijke stoffen, dieren en andere levende
organismen. Andere vraagstukken krijgen geen aandacht. Door de grote economische
tegenspoed zijn er drastische bezuinigingen op onderzoek en innovatie.
Samenwerking en kennisdeling
Intensieve samenwerking is nodig om met beperkte capaciteit en middelen toch onderzoek en
innovatie gaande te houden. Ook ongebruikelijke partners, zoals betrokken burgers en
professionals, zullen elkaar vinden in nieuwe coalities die tot onverwachte inzichten en
oplossingen kunnen komen. De overheid moet samen met kennisinstellingen en financiers
richtlijnen opstellen en infrastructuur ontwikkelen om samenwerking met ongebruikelijke
partners te faciliteren. Er zal grote druk en dwang op bedrijven uitgeoefend worden om
intellectueel eigendom van essentiële toepassingen af te staan of om ze tegen zeer lage kosten of
gratis ter beschikking te stellen. Herziening van het beleid voor bescherming en gebruik van
intellectueel eigendom is nodig.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 95 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 96 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                  96
GEDRAG EN COMMUNICATIE
KNAW
Doelstelling
Burgers worden gestimuleerd zich te houden aan maatregelen die virusverspreiding tegengaan,
met als doel de samenleving zo veel mogelijk gaande te houden. Het doel is verder voorkomen
van desintegratie van de maatschappij en acceptatie van mogelijke ingrijpende maatschappelijke
veranderingen.
Maatregelen en adviezen
In dit scenario is het extra van belang dat alle maatregelen helder en begrijpelijk voor alle
doelgroepen worden gecommuniceerd. Bij deze communicatie staat centraal hoe besluiten tot
stand zijn gekomen waarbij rekening is gehouden met alle belangen, in het bijzonder het
collectieve belang en de bescherming van alle vormen van kwetsbaarheid. Andere
aandachtspunten zijn de verdeling van offers en hoe maatregelen bijdragen om de samenleving
zo veel mogelijk leefbaar te houden voor iedereen.
Vaccinatiebeleid
Op het moment dat er een vaccin beschikbaar is in dit scenario, is intensieve communicatie over
nut, effectiviteit en voor- en nadelen van vaccineren is nog belangrijker. Dat betekent het
benadrukken dat het gaat om een ernstigere variant van het virus, de gevolgen van infectie
ingrijpender zijn en vaccinatie ter bescherming nog belangrijker is. Het is essentieel om iedere
burger te bereiken en zo mogelijk weerstanden tegen vaccinatie weg te nemen. Begrip tonen
voor twijfels, zorgen en bezwaren van verschillende bevolkingsgroepen zou hierbij centraal
moeten staan, evenals uitleggen dat ook bij gedeeltelijke of tijdelijke bescherming vaccinatie
essentieel is om de impact van het virus te minimaliseren. Net als in het vorige scenario’s blijft
het belangrijk dat vaccinaties zo gemakkelijk mogelijk bereikbaar zijn.
Vertrouwen in het beleid en draagvlak
Om een zeer laag vertrouwen in het beleid door uitzichtloosheid van de situatie tegen te gaan, is
continue, heldere en transparante communicatie (ook over onzekerheden) van groot belang.
Consistent beleid is essentieel om duidelijk te maken wat van burgers wordt verwacht en wat
burgers van de overheid kunnen verwachten. De ernstige verschraling van de samenleving als
geheel, en sommige sectoren in het bijzonder, zal voor velen een ingrijpende aanpassing van hun
leven betekenen. Er is een risico van afnemende solidariteit met de kwetsbaarsten en polarisatie
tussen groepen met verschillende belangen. Om dit tegen te gaan, is – nog meer dan in de andere
scenario’s – belangrijk om veel aandacht te besteden aan ervaren rechtvaardigheid van het
beleid en om alle belanghebbenden te betrekken in het beleid. Maak burgers en andere
belanghebbenden mede-eigenaar van zowel het probleem als de oplossingen. Geef aan hoe
iedereen kan helpen erger te voorkomen, maar ook wat nog wél mogelijk is in de extreem
moeilijke omstandigheden. De communicatie zal elke burger moeten bereiken door middel van
doelgroep specifieke en inclusieve communicatie. Betrekken van alle partijen over de plaats van
corona in de samenleving is zeer belangrijk voor het toekomstperspectief van burgers.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 96 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 97 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes 97
                         OVERKOEPELENDE LESSEN
</pre>

====================================================================== Einde pagina 97 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 98 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                               98
OVERKOEPELENDE LESSEN
In dit hoofdstuk worden per domein overkoepelende lessen getrokken uit het doordenken van
de verschillende scenario’s. Hierbij komen een aantal hoofdthema’s naar voren.
Van tevoren doordenken van maatregelen en besluitvorming
In de bijdragen wordt het belang benadrukt van het van tevoren nadenken over maatregelen en
besluitvorming. Het is van groot belang om hier aandacht aan te besteden wanneer de situatie nog
niet urgent is, zodat in relatieve rust nagedacht kan worden over proportionaliteit, de praktische
invulling, de mogelijkheid van uitzonderingen en de manier waarop verantwoording wordt
afgelegd. Midden in een crisis moet besluitvorming onder hoge druk plaatsvinden, waarbij
sommige goed georganiseerde groepen zullen pleiten voor uitzonderingsposities, terwijl anderen
minder mogelijkheden hebben om hun stem te laten horen. Het is dus essentieel om bepaalde
afwegingen van tevoren te hebben doordacht. Dan gaat het zowel om reeds bekende maatregelen
van de afgelopen twee jaar die in de toekomst misschien opnieuw ingezet worden, als om
mogelijke alternatieven.
Proactieve communicatie en denken vanuit de burger
Een ander terugkerend aandachtspunt in de scenario’s is het belang van proactieve communicatie.
Dit betekent bijvoorbeeld de basisadviezen blijvend onder de aandacht brengen, waarbij de
communicatie aangepast wordt aan de doelgroepen. Daarnaast kan continu aandacht worden
gevraagd voor de baten van een gezonde levensstijl. Het is hierbij van belang dat beleidsmakers
zich daadwerkelijk verplaatsen in de positie en de leefwereld van de burgers die ze willen
bereiken. Daarnaast dient er een maatschappelijke dialoog te worden gevoerd over de mogelijke
ontwikkelingen van het virus en de lastige afwegingen die deze met zich meebrengen. Die
afwegingen zijn zo ingewikkeld, omdat er geen oplossing is die aan ieders belangen
tegemoetkomt. Ook kennis over gedrag en onderzoek naar de waarden die mensen belangrijk
vinden, dienen een stevige plek krijgen in het beleid. Geldende maatregelen kunnen gefaciliteerd
worden met specifieke interventies die opvolging van de maatregelen makkelijker maken. Zo
zullen mensen vaker een zelftest doen bij klachten als deze testen op veel locaties gratis
beschikbaar zijn of als mensen worden gestimuleerd om ze thuis op voorraad te hebben.
Alertheid en wendbaarheid
Het belang van alertheid en wendbaarheid is het derde thema dat als een rode draad door de
bijdragen loopt. Het gaat hierbij om alertheid voor nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld door
nationaal zicht te houden op het virus of door mee te werken aan een internationaal
surveillanceprogramma. Ook wendbaarheid is op veel plekken in de samenleving van belang: van
het snel kunnen opschalen van de testcapaciteit van de GGD’s en het uitrollen van
vaccinatiecampagnes tot het creëren van een zekere overcapaciteit van mensen en middelen om
bijvoorbeeld onderwijs ook tijdens coronapieken door te kunnen laten gaan. Ook in de
arbeidsmarkt is een zekere wendbaarheid nodig om met onverwachte ontwikkelingen om te gaan,
bijvoorbeeld door afspraken te maken tussen verschillende sectoren over de uitwisseling van
personeel tijdens coronapieken en -dalen of door het bieden van goede en toegankelijke
omscholingsprogramma’s om arbeidsmobiliteit te stimuleren.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 98 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 99 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                 99
Een robuuste digitale infrastructuur
Een ander terugkerend thema is het belang van een robuuste digitale infrastructuur en digitale
vaardigheden. Een dergelijke infrastructuur is noodzakelijk voor het kunnen laten doorgaan van
tal van activiteiten. Denk aan culturele content, lesprogramma’s, medische consulten,
bezoekmomenten in justitiële instellingen of diplomatieke bijeenkomsten. Het biedt een
alternatief voor fysieke samenkomsten, zodat op verschillende terreinen van het leven interactie
en uitwisseling toch door kunnen gaan. Daarbij is het soms noodzakelijk om ook de activiteit zelf
anders in te richten door het gebruik van andere methodes of een andere didactiek. Een adequate
digitale infrastructuur is ook belangrijk voor (internationale) data- en kennisuitwisseling. Bij dit
alles is het van belang om scherp oog te hebben voor bijkomende uitdagingen op het terrein van
inclusiviteit, privacy, afhankelijkheid van Big Tech, standaardisatie en cybersecurity.
Oog voor kwetsbaarheid
In ieder scenario zijn er specifieke groepen in Nederland, maar ook daarbuiten, die kwetsbaar
zijn. Ten eerste gaat het dan om mensen die medisch kwetsbaar zijn, met een groter risico op een
ernstiger ziektebeloop van COVID-19. Kwetsbaarheid kan ook samenhangen met de economische
of sociaal-maatschappelijke positie die mensen extra kwetsbaar maakt voor de brede gevolgen
van de pandemie. Uit wie de groep kwetsbaren precies bestaat en hoe groot deze groep is,
verschilt per scenario. In ieder scenario is het belangrijk om oog voor deze groepen te hebben en
hun positie mee te wegen in de besluitvorming, en dient zorgvuldig te worden nagedacht over de
wijze waarop aan hen voldoende bescherming en begeleiding kan worden geboden.
Internationale samenwerking
Ten slotte is het belang van internationale samenwerking een terugkerend aandachtspunt. De
pandemie heeft aangetoond hoe afhankelijk nationale samenlevingen – ook de Nederlandse – zijn
van mondiaal geïntegreerde economieën. Om als nationale overheid met een mondiaal
gezondheidsrisico te kunnen omgaan, is internationale samenwerking een noodzakelijke
voorwaarde. 163 Preventie, voorbereiding en respons op een pandemie vormen een mondiaal
publiek goed dat vraagt om adequaat en gezamenlijk rentmeesterschap. Investeringen in
internationale instituties die dergelijke programma’s coördineren zijn dan ook nodig. Men kan
hierbij denken aan het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding en Europese
mechanismen rond de verdeling van goederen en diensten tijdens gezondheidscrises. Daarnaast is
samenwerking met en via de Verenigde Naties (VN), en meer specifiek de
Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), vereist om ook de capaciteit van armere landen te
ondersteunen om epidemieën het hoofd te bieden. De opbouw van deze capaciteit is immers een
mondiaal gezamenlijk belang. Ten slotte is het belangrijk om internationaal bindende afspraken te
maken over vaccinverdeling.
163 Adviesraad Internationale Vraagstukken 2022.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 99 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 100 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                         100
ZORG
Gezondheidsraad en Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
Versterken van de positie van zorgprofessionals, vrijwilligers en mantelzorgers
Personeelskrapte is een al decennialang sluimerend probleem in de zorg. 164 Zonder structurele
veranderingen die de positie en het werkplezier van professionals verbeteren komt de
toegankelijkheid van de zorg onnodig (snel) verder onder druk. Zo verlaat maar liefst 43% van
de nieuwe zorgverleners zijn of haar baan al binnen twee jaar na de start ervan. 165 Er zijn
meerdere te bewandelen routes om hier verandering in te brengen: bestuurders en managers in
zorgorganisaties gaan meer aandacht besteden aan de ontwikkelmogelijkheden en -behoeften
van zorgprofessionals; de administratieve lasten voor zorgverleners als gevolg van toezicht en
verantwoording worden teruggebracht; bestuurders en managers geven hun zorgprofessionals
meer zeggenschap over zorgprocessen en werkverdeling (bv. over flexibele inzet tijdens
coronapieken); in landelijke afspraken (cao’s) en op organisatieniveau komt ruimte voor betere
waardering en arbeidsvoorwaarden. 166 Ook de positie van vrijwilligers en mantelzorgers
verdient versterking, onder andere door hen meer te betrekken bij besluitvorming, planning en
de uitvoering van zorg. Een meer gelijkwaardige samenwerking tussen professionals,
vrijwilligers en mantelzorgers helpt in het structureel beter opvangen van de krapte op de
arbeidsmarkt. 167
Anders denken over zorg en gezondheid
Ondanks initiatieven die gericht zijn op het behouden van zorgprofessionals, op het toepassen
van innovatieve zorgvormen en op het ontwikkelen van een gezondere leefstijl, is de kans groot
dat we in de nabije toekomst niet aan de groeiende zorgvraag kunnen voldoen. De impact van de
vergrijzing en van autonome technologische ontwikkelingen (we ‘kunnen’ steeds meer) op de
financiële en personele houdbaarheid van de zorg is daarvoor te groot. Niet alleen tijdens code
rood of zwart, maar ook in andere situaties gaan we dit merken. Dit betekent dat over de
scenario’s heen een breed maatschappelijk debat nodig is over hoe we naar zorg kijken, over wat
we nog kunnen verwachten van zorgprofessionals en over de kwaliteit van zorg en mogelijke
grenzen aan genezen en verbeteren. Dit zijn moeilijke onderwerpen, omdat we van nature – als
burgers en professionals – meer willen, en niet minder. We zullen ons meer moeten richten op
preventie van ziekten. De oplossingen daarvoor liggen voor een belangrijk deel buiten de zorg;
het vergroten van bestaanszekerheid (in termen van wonen, werken, inkomen) en het
verminderen van kansenongelijkheid in de samenleving zijn daarvoor belangrijke
aangrijpingspunten.
164 Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid 2021.
165 Raad voor Volksgezondheid & Samenleving 2020c.
166 Dit is ook het doel van het programma ‘[Ont]Regel de Zorg’, zie www.ordz.nl;
    www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/04/12/taskforce-ondersteuning-optimale-inzet-zorgverleners; Raad voor
    Volksgezondheid & Samenleving 2020c. Zie voor administratieve lasten ook het programma ‘[Ont]Regel de Zorg’: www.ordz.nl
167 Raad voor Volksgezondheid & Samenleving 2022b.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 100 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 101 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                101
OPENBAAR BESTUUR
Raad voor het Openbaar Bestuur
Benut reguliere processen
Corona is geen crisis meer, maar een langdurige opgave. 168 Een crisisaanpak is dan alleen gepast
voor crises binnen het nieuwe normaal. Het openbaar bestuur dient reguliere structuren en
processen, met de daarbij horende democratische en rechtsstatelijke waarborgen, zo lang en zo
goed mogelijk te benutten. 169 Zo blijft een brede waardenafweging tussen sectoren mogelijk die
in crisisorganisaties, gericht op één primair doel, minder mogelijk is. Ook leidt het beleggen van
een opgave bij een crisisorganisatie ertoe dat de rest van de samenleving en de overheid er ‘niet
over gaat’ en afwacht, terwijl juist een breed gedeeld gevoel van eigenaarschap nodig is. Om
crisisstructuren zo lang mogelijk te vermijden is het nodig om van het begin af aan te werken
met een ‘gereedschapskist’ met maatregelen die van tevoren is vastgesteld en waaruit
gereedschappen gehaald kunnen worden volgens vooraf vastgestelde democratische
procedures. 170 Om reguliere processen zo veel mogelijk doorgang te laten vinden, is het
belangrijk om nu al voorbereidingen te treffen voor digitale vergaderingen van
volksvertegenwoordigingen, digitale participatie en interbestuurlijke samenwerking.
Rolverdeling tussen Rijk, provincies, regio’s en gemeenten
Bij het benutten van reguliere processen en structuren hoort ook dat zo lang mogelijk de
gebruikelijke rolverdeling tussen overheidslagen behouden wordt. Vanuit epidemiologisch
oogpunt zijn maatregelen voor heel Nederland in vrijwel elke situatie wenselijker dan
maatregelen die slechts lokaal gelden, maar ook in het laatste geval is het wenselijk om op
nationaal niveau te besluiten welke maatregelen waar gelden. 171 Bevoegdheden om de
coronamaatregelen uit te voeren, te interpreteren en te handhaven kunnen wel op decentraal
niveau liggen, bij de reguliere bestuursorganen. Provincies kunnen in alle scenario’s gemeenten
verbinden en samenwerking faciliteren. Dit zorgt ervoor dat ook als meer afstemming en
samenwerking gewenst is wanneer het coronavirus zich ernstiger ontwikkelt, niet automatisch
bevoegdheden op regionaal niveau belegd hoeven te worden.
Organiseer betrokkenheid
Om in alle situaties gezagwaardig te blijven opereren, is het van groot belang dat het openbaar
bestuur zorgen en suggesties blijft ophalen bij burgers, maatschappelijke organisaties en het
bedrijfsleven, en dat het zich daarvan rekenschap geeft in zijn afweging rond de maatregelen.
Het is belangrijk om in een zo vroeg mogelijk stadium samen met de samenleving na te denken
over mogelijke scenario’s, omdat men in minder ‘spannende’ situaties gemakkelijker open kan
nadenken over de coronascenario’s en over welke keuzes die vragen, en omdat er in ‘lichte’
scenario’s meer ruimte is om fysiek bij elkaar te komen.
168 Raad voor het Openbaar Bestuur 2022a.
169 In dat opzicht is het zorgelijk dat het kabinet het coronavirus, zolang dit tot ‘groep A’ behoort, wil bestrijden vanuit een
    crisisorganisatie onder leiding van de minister van VWS. (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Minister van
    Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2022.)
170 Zie ook de bijdrage van de Raad van State.
171 Een uitzondering hierop is een situatie waarin de buitengrenzen van Nederland streng gesloten zijn (zie het scenario van
    externe dreiging).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 101 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 102 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                102
WETGEVING
Raad van State
Om nieuwe oplevingen van het coronavirus effectief het hoofd te kunnen bieden – en ook met
het oog op eventuele nieuwe epidemieën – moet een structurele wet worden opgesteld. Deze
zou moeten voorzien in grondslagen voor maatregelen (of clusters van maatregelen) die in alle
scenario’s bruikbaar zijn. Op die manier kan zo veel mogelijk worden voorkomen dat
spoedwetgeving tot stand moet komen en dat het doordenken en afwegen van de verschillende
betrokken belangen als gevolg daarvan onder hoge tijdsdruk moet plaatsvinden. Omdat bij een
plotseling oplaaiend virus soms snel ingrijpende maatregelen moeten worden genomen, is het
van groot belang dat de wetgever de balans tussen slagkracht en democratisch-rechtsstatelijke
beginselen vooraf goed en zo integraal mogelijk doordenkt.
Essentieel is dat de maatregelen waarvoor zo’n wet een grondslag biedt niet steeds gelden. Voor
de daadwerkelijke toepassing is inwerkingstelling van de benodigde maatregelen bij
afzonderlijk besluit noodzakelijk. Op die manier zou een nieuwe wet het karakter van een
gereedschapskist hebben: deze bevat de instrumenten waaraan in de verschillende scenario’s
behoefte kan bestaan. Zijn maatregelen niet nodig, dan blijven ze ‘in de kist’. Als ze wél nodig
zijn, wordt besloten ze ‘uit de kist’ te halen en worden ze daarna weer ‘teruggelegd’: het is
immers van belang dat maatregelen die tijdelijk en voor specifieke omstandigheden van kracht
moeten zijn, niet ‘normaliseren’. Bij de vormgeving van een dergelijke wet staat het vinden van
een balans tussen slagkracht en democratisch-rechtsstatelijke beginselen centraal. In dat kader
zou de wetgever als eerste stap moeten inventariseren welke (clusters van) maatregelen in
welke scenario’s nodig zijn. Vervolgens moet worden bezien in hoeverre die maatregelen
beperkingen van grondrechten inhouden, en als dat het geval is, of ze proportioneel zijn. Een
zorgvuldig uitgevoerde en heldere beoordeling van de proportionaliteit door de wetgever is
essentieel voor de aanvaardbaarheid van de maatregelen, zowel in juridische zin als voor het
draagvlak in de samenleving. Het vooraf doordenken van de balans tussen slagkracht en
democratisch-rechtsstatelijke beginselen draagt hieraan bij.
Omdat de verschillende maatregelen waarvoor de wet een grondslag biedt niet in alle scenario’s
hoeven te gelden, is van belang dat in de wet een helder en eenduidig systeem voor het
inwerkingstellen, op- en afschalen en beëindigen van de gelding van maatregelen wordt
opgenomen. Vanuit het oogpunt van democratische legitimatie moet de betrokkenheid van het
parlement hierbij vooraf worden doordacht en vastgelegd. Daarbij moet niet uit het oog worden
verloren dat snel moet kunnen worden gehandeld. De systematiek van het bestaande
staatsnoodrecht kan behulpzaam zijn bij verdere doordenking van de vormgeving van de wet.
Ten slotte kunnen zich toch omstandigheden voordoen waarin maatregelen nodig zijn die niet
van tevoren waren bedacht en waarvoor op dat moment de grondslag (nog) ontbreekt. Lacunes
kunnen blijken als de situatie onverwacht in korte tijd zeer ernstig wordt en de wetgever daarop
niet geheel of niet voldoende heeft geanticipeerd. In zo’n geval kan een wettelijke
vangnetvoorziening uitkomst bieden. Deze kan kortdurend toepassing vinden om de tijd te
overbruggen tot het moment dat in een specifieke wettelijke grondslag is voorzien.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 102 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 103 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                              103
MENSENRECHTEN
College voor de Rechten van de Mens
De maatregelen die de afgelopen jaren in de bestrijding van het coronavirus zijn genomen,
leidden vaak tot een verregaande beperking van bepaalde mensenrechten om andere
mensenrechten, zoals het recht op gezondheid en het recht op leven, te beschermen. Ook bij
extreem bedreigende virologische situaties vormen mensenrechten een ondergrens van de
maatregelen die kunnen worden genomen en bieden ze een kader waarbinnen overheden
moeten en kunnen handelen. Een beperking van mensenrechten is niet automatisch een
schending van mensenrechten. Mensenrechten zijn in de meeste gevallen niet absoluut; ze
kunnen beperkt worden. Een beperking moet altijd worden gemotiveerd en moet voldoen aan
een reeks eisen. Ten eerste moet een beperking altijd een wettelijke grondslag hebben. Ten
tweede moet een beperking voorzienbaar zijn. Dat betekent dat het voor mensen duidelijk moet
zijn wanneer hun recht beperkt wordt. Daarbij is het van belang dat de overheid helder
communiceert wat de geldende maatregelen zijn. Ten derde moet een beperking een legitiem
doel dienen. Het beschermen van de volksgezondheid is in de meeste gevallen een legitiem doel.
Ten vierde moet een beperking van mensenrechten geschikt, noodzakelijk en proportioneel zijn
in verhouding tot dat doel. Dit betekent dat een maatregel aantoonbaar moet bijdragen aan het
gestelde doel en tegelijkertijd niet verder mag gaan dan noodzakelijk is om dat doel te bereiken,
en dat het doel in redelijke verhouding moet staan tot de gevolgen van de maatregel. Al deze
voorwaarden zijn cumulatief. Dit wil zeggen dat als niet aan elk van deze voorwaarden wordt
voldaan, de maatregel een schending van een mensenrecht oplevert.
Mensenrechten kunnen ook botsen. Zo had de overheid vanuit het recht op gezondheid de
verplichting om maatregelen te nemen tegen het virus, maar leidden de daarop genomen
maatregelen ertoe dat bijvoorbeeld de scholen werden gesloten, wat een beperking vormt van
het recht op onderwijs. Welk recht in dat geval voorrang krijgt, hangt af van de specifieke
situatie en vereist een concrete belangenafweging. Bij mensenrechtentoetsing gaat het altijd om
een beoordeling van een concrete situatie. Daarom is niet op voorhand per scenario te
beoordelen of en in hoeverre maatregelen zouden leiden tot een mensenrechtenschending.
Daarvoor is zicht nodig op de context van de concrete maatregel of samenhang aan maatregelen.
Voor die beoordeling is in ieder geval van belang dat de effectiviteit van maatregelen
aannemelijk moet zijn op basis van actuele wetenschappelijke inzichten. Daarnaast mogen
maatregelen niet verder gaan dan nodig en niet langer duren dan noodzakelijk. Maatregelen
moeten dus onverwijld weer afgeschaald of opgeheven worden als de virologische situatie dat
toelaat of als anderszins de effectiviteit van een mensenrechtenbeperking niet langer bestaat.
Tot slot, bij het nemen van vrijheidsbeperkende maatregelen is het van belang dat te allen tijde
rekening gehouden wordt met de groep mensen die zich niet aan die maatregelen kan houden
vanwege hun beperking. Bij het opstellen van beleid is participatie van mensen met een
beperking van essentieel belang; zij dienen actief te worden betrokken in de totstandkoming. Dit
is een verdragsrechtelijke verplichting, waaraan niet voldaan wordt door slechts uitzonderingen
te maken in het beleid.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 103 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 104 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                              104
INTERNATIONALE RELATIES
Adviesraad Internationale Vraagstukken
De bijdrage van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) is gebaseerd op het recente
AIV-advies over een Nederlandse mondiale gezondheidsstrategie. 172 Daarin worden vijf
drijfveren genoemd die de noodzaak van een mondiale gezondheidsstrategie onderstrepen:
1.     Via belangrijke internationale afspraken en verdragen, zoals het Internationale Verdrag
       inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten en de Duurzame Ontwikkelingsdoelen
       (SDG’s), hebben bijna alle landen – zo ook Nederland – zich gecommitteerd aan het
       wereldwijd invulling geven aan het recht op gezondheid.
2.     Mondiale gezondheid is een mondiaal publiek goed dat vraagt om adequaat en
       gezamenlijk rentmeesterschap. De huidige wijze van produceren en consumeren, de
       inrichting van de voedselketen en het gebruik van grondstoffen brengen
       gezondheidsrisico’s met zich mee, waaronder een vergroot risico op pandemieën.
3.     De relatie tussen veiligheid en gezondheid werd snel zichtbaar door COVID-19, maar
       manifesteert zich op veel terreinen. Pandemieën, noodsituaties op gezondheidsgebied,
       zwakke gezondheidsstelsels en zoektochten naar veiliger oorden kosten niet alleen levens,
       maar vormen ook enkele van de grootste bedreigingen voor de veiligheid. Een aanpak van
       deze bedreigingen die slechts reikt tot de nationale grenzen volstaat niet.
4.     Gezondheid is cruciaal voor het bereiken van duurzame groei, sociaaleconomische en
       culturele ontwikkeling, rechtvaardigheid en stabiliteit.
5.     Tijdens deze pandemie is pijnlijk zichtbaar geworden dat tussen (en ook binnen) landen
       grote ongelijkheid bestaat in toegang tot gezondheidszorg. De gezondheidskloof loopt in
       veel gevallen parallel aan sociaaleconomische verschillen. Gebrek aan water en voedsel,
       het bestaan van geweld en conflicten en de migratie die met deze factoren samenhangt,
       bedreigen lichamelijke en geestelijke gezondheid.
De scenario’s illustreren de impact van corona op internationale betrekkingen, in het bijzonder
op veiligheid, samenleving, economie en de noodzaak tot samenwerken op Europees en
multilateraal niveau. Het is van belang om niet alleen de Europese weerbaarheid te bevorderen,
maar datzelfde recht en dezelfde mogelijkheden toe te kennen aan landen buiten Europa, zodat
die bijvoorbeeld zelf vaccins kunnen produceren, degelijke early-warning systems op kunnen
zetten en een adequaat gezondheidssysteem kunnen financieren. Daarvoor is het nodig om
handelsverdragen (waaronder die over patenten) te heroverwegen en financieel-economische
kaders te bezien, bijvoorbeeld de fiscale ruimterestricties op publieke investeringen die onder
andere het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in het verleden heeft bepleit. Ook internationale
schuldverplichting mag lage inkomenslanden niet beperken in hun autonomie om een degelijke
gezondheidsinfrastructuur te ontwikkelen. Bovendien moeten in alle scenario’s internationaal
bindende afspraken gemaakt worden over vaccinverdeling. Nederland moet zich daadwerkelijk
voor deze principes inzetten. Tot slot: om verder reikende internationale samenwerking
mogelijk te maken, is het essentieel om binnen Nederland draagvlak te creëren.
172 Adviesraad Internationale Vraagstukken 2022.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 104 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 105 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                             105
ECONOMIE
Sociaal-Economische Raad
Basisadviezen opvolgen
Basisadviezen (handen wassen etc.) moeten blijvend onder de aandacht worden gebracht om
alle economische activiteiten zo lang mogelijk gaande te kunnen houden.
Economische gevolgen en financiële effecten monitoren als basis
De economische gevolgen van de pandemie en de financiële effecten zijn nog niet goed in kaart
gebracht. 173 Dit geldt ook voor Nederland. Kennis hierover kan helpen bij de voorbereiding op
elk scenario. Deze voorbereiding kan bestaan uit oplossingen als voldoende zorg- en
testcapaciteit, vaccinontwikkeling en vaccinatieprogramma’s, maar ook uit oplossingen die de
leveringszekerheid van essentiële goederen en diensten tijdens lockdowns garanderen. Hiervoor
moet eerst bepaald worden wat essentiële producten en diensten zijn; dit kan per scenario
verschillen. In het ernstigste scenario ligt de focus vooral op primaire levensbehoeften, maar in
minder zware scenario’s zouden belangrijke delen van de economie ook door moeten kunnen
gaan. De overheid moet bedenken wat ze wil behouden en welke rol ze daarin kan spelen, in
samenspraak met het bedrijfsleven.
Snelle en gerichte ondersteuning bieden
Omdat er grote veranderingen te verwachten zijn, is het belangrijk dat de overheid snel en
gericht ondersteuning kan bieden aan groepen die dat nodig hebben. De compensatie van
energieprijzen laat zien dat het niet eenvoudig is om de juiste groepen in beeld te krijgen en snel
te kunnen compenseren. Hier zou nu al over nagedacht moeten worden. Voorbeelden zijn
verregaande maatregelen als inkomenssteun voor burgers in plaats van balanssteun aan
bedrijven, in de vorm van meer belasting op kapitaal en minder op arbeid.
Arbeidsmobiliteit bevorderen
Een vanzelfsprekende arbeidsmobiliteit kan een belangrijke bijdrage leveren aan de vereiste
wendbaarheid van arbeidsorganisaties. Leven Lang Ontwikkelen 174 is hier een middel voor, en
financiële instrumenten als het STAP-budget kunnen helpen. 175 De Buitenboordmotor is een van
de organisaties die experimenteert met intersectorale overstappen. 176
Digitalisering bevorderen
Digitalisering moet worden bevorderd om zo veel mogelijk activiteiten te kunnen laten
doorgaan tijdens lockdowns. Het kan ook helpen bij arbeidsmarktkrapte, die verergert als veel
mensen thuis zitten door (post-)COVID. Inclusie is hierbij het uitgangspunt: extra aandacht voor
digitaal laaggeletterden is geboden.
173 OESO 2022.
174 SER 2022b.
175 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2022.
176 Beschikbaar op: debuitenboordmotor.nl/. Onderdeel is een financieel vangnet om een val in salaris tijdelijk op te vangen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 105 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 106 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                 106
ONDERWIJS
Onderwijsraad
Inrichting en locatie van het onderwijs
Uitgangspunt bij de coronascenario’s is dat het onderwijs volwaardig doorgaat en zo lang
mogelijk fysiek openblijft. Pas bij hoog ziekteverzuim van onderwijspersoneel of een specifiek
risico voor jongeren of kinderen valt te denken aan (gedeeltelijk) afstandsonderwijs of zelfs
tijdelijke lokale sluiting. Fysiek onderwijs is cruciaal in de pedagogisch-didactische relatie tussen
leerling en leraar, student en docent. Elkaar kunnen ontmoeten op school of opleiding is van
vitaal belang voor het sociale en psychische welzijn van kinderen, jongeren en jongvolwassenen.
Voor sommige jongeren is de school de veilige plek die ze thuis niet hebben. Van het grootste
belang is het waarborgen van adequate vormen van examinering en diplomering om de waarde
van het diploma (civiel effect) overeind te houden. Instellingen en Rijksoverheid moeten
maatregelen treffen om fysiek onderwijs veilig te kunnen laten doorgaan. Een keuze over de
positie van onderwijspersoneel in de vaccinatiestrategie hoort daar ook bij.
Kwaliteit en wendbaarheid
Onderwijsinstellingen en de Rijksoverheid moeten werken aan twee agenda’s tegelijkertijd: de
kwaliteitsagenda en de wendbaarheidsagenda. De kwaliteitsagenda is gericht op herstel van de
coronaschade, maar ook op investering in de grote structurele opgaves waarmee het onderwijs
kampt: lerarentekort, schoolleiderstekort, kansengelijkheid, enzovoort. De
wendbaarheidsagenda is gericht op het vergroten van het aanpassingsvermogen van het
onderwijs met het oog op opleving van het virus of andere maatschappelijke ontwrichtingen.
Naarmate de impact van het virus op de samenleving en het onderwijs groter wordt, wordt de
uitvoering van de kwaliteitsagenda moeilijker en de uitvoering van de wendbaarheidsagenda
urgenter. Het overheidsbeleid moet daarbij een voorspelbare en stabiele factor zijn.
Onderwijs en arbeidsmarkt
De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt neemt in de verschillende scenario’s een
andere vorm aan, mede als gevolg van veranderingen in de economie. Het aanbod van stages en
leerwerkplekken in bedrijven, publieke dienstverleners en de overheid is een sleutelonderdeel
in het curriculum van het mbo en het hoger onderwijs. Organisaties en bedrijven profiteren daar
ook van. Daarnaast verdient de macrodoelmatigheid van opleidingen in het mbo en het hoger
onderwijs aandacht. Als de levensvatbaarheid van bepaalde economische sectoren daalt,
veranderen ook de arbeidsmarktperspectieven van studenten die voor deze sectoren worden
opgeleid. Dit leidt tot inperking en concentratie van het onderwijsaanbod in de ene sector en
uitbreiding van het onderwijsaanbod in andere sectoren. Een derde, daarmee samenhangend
element is de noodzaak van om- en bijscholing van werklozen naar tekortsectoren. Hoe groter
de gevolgen op de arbeidsmarkt, des te belangrijker deze taak voor het vervolgonderwijs. Er is
wel een risico dat een krimp van het opleidingsaanbod in een sector de problemen in die sector
verergert en dat er een vicieuze cirkel ontstaat. Het is raadzaam dat het Rijk inventariseert hoe
het kan sturen op studie-instroom en omscholing.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 106 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 107 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                 107
JUSTITIABELEN
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
Afhankelijke positie van justitiabelen
Justitiabelen 177 vormen een aparte categorie. Zij kunnen zich, in tegenstelling tot de rest van de
samenleving, niet vrij bewegen. Zij bevinden zich in een afhankelijke positie en zijn overgeleverd
aan de zorg van de overheid. De overheid moet justitiabelen bescherming bieden tegen te ver
gaande inbreuken op hun (grond)rechten of een willekeurige toepassing daarvan. 178 Mensen in
instellingen verblijven dicht op elkaar en afstand houden is maar beperkt mogelijk. Het virus zal
zich bij een uitbraak in de instelling snel kunnen verspreiden. Daarnaast kunnen (extra)
vrijheidsbeperkingen leiden tot spanningen tussen justitiabelen onderling en tussen
justitiabelen en het personeel. Ook kunnen verschillen van mening over vaccineren leiden tot
spanningen.
Aanpassingen in de instelling
Gezien de onvoorspelbaarheid van COVID-19 dient de instelling voorbereid te zijn op alle
mogelijke scenario’s. De instelling moet in ieder geval aandacht besteden aan de volgende
aspecten:
•    In zijn algemeenheid is het van belang dat de basisgezondheid van justitiabelen op peil is.
     Goede voeding en voldoende beweging vormen hierbij belangrijke factoren.
•    Justitiabelen en personeel moeten goed geïnformeerd worden over de hygiëne-adviezen, de
     maatregelen en het vaccinatieprogramma. Dit laatste om de vaccinatiebereidheid te
     vergroten.
•    Als er in de instellingen coronabesmettingen optreden, is het van belang dat instellingen
     voldoende kwalitatieve zorg kunnen leveren aan besmette justitiabelen. 179
•    De overheid moet – met de instellingen – de verschillende scenario's doordenken en
     draaiboeken ontwikkelen waarin concreet wordt beschreven hoe te handelen in specifieke
     situaties. 180 Het dagprogramma, de scholing, de behandeling en de resocialisatieactiviteiten
     moeten zo lang mogelijk door kunnen gaan.
•    De overheid moet nu al een plan opstellen waarin wordt uitgewerkt welke straffen in welk
     scenario nog wel of juist niet (op een alternatieve manier) ten uitvoer moeten worden
     gelegd. Dit om druk op het gevangeniswezen bij coronapieken te verlagen.
•    Het is noodzakelijk om te investeren in audiovisuele apparatuur. De mogelijkheden om
     digitale bezoekmomenten in te richten, om digitale behandelingen en re-integratie
     activiteiten te faciliteren (bv. digitaal ondertekenen van een huurcontract, solliciteren via
     videobellen) en om digitaal zittingen te kunnen doen, moeten op orde zijn.
177 In de bijdrage van de RSJ wordt gesproken over ‘justitiabelen’. Hiermee bedoelt de RSJ alle personen die zich – na uitspraak door
    de rechter – gesloten en/of in een gesloten klinische setting bevinden, zoals jongeren in een jeugdzorgPLUS-instelling,
    gedetineerden in een Penitentiaire Inrichting (of een andere gesloten setting), personen met een tbs-maatregel die verblijven in
    een Forensisch Psychiatrisch Centrum of een Forensisch Psychiatrische Afdeling of Kliniek (of een andere gesloten setting).
178 De RSJ ziet hierop toe. Uitgangspunten hierbij zijn o.a. de Penitentiaire beginselenwet, de Jeugdwet en fundamentele
    mensenrechten.
179 Zo dienen er voldoende verplegend personeel en beschermende middelen beschikbaar te zijn. Het recht op medische zorg zoals
    beschreven in artikel 42 Penitentiaire beginselenwet moet in ieder scenario worden gewaarborgd.
180 Denk daarbij onder meer aan de te nemen stappen bij een corona-uitbraak, het waarborgen van een goede bejegening en het
    tijdelijk sluiten of laten liggen van bepaalde diensten of (administratieve) werkzaamheden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 107 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 108 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                              108
TOPSPORT, SPORT EN BEWEGEN
Nederlandse Sportraad
Sport en bewegen zijn een basisbehoefte
Sport en bewegen behoren tot de basisbehoeften van de bevolking. Sport en bewegen hebben
een positieve invloed op de fysieke, sociale en mentale weerbaarheid en vitaliteit van de
bevolking. Ook is er een rechtstreeks verband tussen enerzijds sport en bewegen en anderzijds
de immuunfitheid van de bevolking, en mogelijk zelfs de effectiviteit van vaccinaties. 181
Eerste uitgangspunt is sport en bewegen in alle scenario’s mogelijk te houden en zoveel mogelijk
Nederlanders aan de beweegnorm te laten voldoen, zoals neergelegd in het preventieakkoord
(van 50% naar 75%). Dit vraagt om een ferme aanpak, met onder andere publiekscampagnes
om mensen meer in beweging te krijgen, want de sluiting van sportvoorzieningen tijdens
lockdowns heeft een (voorlopig blijvend) negatieve invloed gehad op het sport- en
beweeggedrag van Nederlanders. Een tweede uitgangspunt betreft de topsport: die kan onder
vrijwel alle omstandigheden mogelijk blijven. Topsporters kunnen in bubbels trainen en
deelnemen aan wedstrijden. Fieldlabs hebben aangetoond dat bij het invoeren van testbeleid en
aanvullende maatregelen sportevenementen voor publiek veilig open kunnen blijven. Sport en
bewegen in groepsverband en onder begeleiding heeft voordelen voor onder andere de
motivatie en veiligheid van sporters en ook voor de sociale contacten. Derde uitgangspunt is
daarom dat sport- en beweegvoorzieningen zo lang mogelijk open moeten blijven. De
sporteconomie blijft op die manier draaiend zonder – extra – overheidssteun.
Maatregelen voor nu en voor de toekomst
Als de overheid sport- en beweegvoorzieningen zo lang mogelijk open wil houden, is het zaak
sport en bewegen te verklaren tot essentiële dienstverlening (Wet publieke gezondheid). Dit is
nodig totdat het sportstelsel wordt vormgegeven als een publieke voorziening en geborgd wordt
in een sportwet. 182 Ook andere no regret-maatregelen kunnen overheid en sector nu al samen
nemen, zoals het maken van een plan voor de bestrijding van de bewegingsarmoede, voor
financieel herstel van de sector ten gevolge van de achterstanden van de afgelopen jaren, voor
het aansluiten van sport op het garantiefonds voor de evenementenbranche, en voor het
stimuleren van ventilatiesystemen bij de verduurzaming en renovatie van sportaccommodaties.
Daarnaast kunnen sector en overheid anticiperen op coronamaatregelen die nodig zijn in de
zwaardere scenario’s, zoals het prepareren van de buitenruimte en buitensportaccommodaties
voor flexibel gebruik door gemeenten, het stimuleren van innovatie van het sport- en
beweegaanbod (van binnen naar buiten, kleinere groepen, online), het maken van afspraken
tussen overheid en branche over topsport in bubbels en over het al niet binnenhalen en
organiseren van wedstrijden en evenementen, en last but not least het zoveel mogelijk ontzien
van de jeugd van 0 tot 27 jaar in alle scenario’s en het gelijktrekken van maatregelen voor de
jeugd in zowel onderwijs en buitenschoolse opvang als sport en cultuur.
181 Furtado et al. 2021; Kiani et al. 2022.
182 Nederlandse Sportraad 2020.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 108 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 109 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                      109
CULTUUR
Raad voor Cultuur
Maatschappelijk belang van cultuur en media
Cultuur is van levensbelang. Juist in moeilijke tijden kan cultuur troost, verstrooiing en zingeving
bieden. Bij grote veranderingen moeten mensen opnieuw betekenis aan de wereld en aan hun
eigen leven geven. Kunst en cultuur kunnen hierin van bepalende waarde zijn. Culturele
instellingen, makers en uitvoerenden kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de mentale
veerkracht van de samenleving. Een onafhankelijke en objectieve nieuwsvoorziening is van
levensbelang als pijler van de democratische rechtstaat. Juist in verwarrende tijden is er
behoefte aan een sterke mediasector die met goede journalistiek een weerwoord kan bieden aan
de groeiende hoeveelheid nepnieuws. Blijvende aandacht voor deze waarden is nodig.
Herstel en voorbereiding op mindere tijden
De focus moet na twee zware coronajaren gericht blijven op herstel van de cultuursector. Zeker
als een aantal van de minder gunstige scenario’s elkaar opvolgen en er lange tijd sprake blijft
van restschade. Daarnaast is het van belang dat de sector investeert in preparedness: van goed
werkende ventilatie tot nieuwe vormen van aanbod. Ook moet worden nagedacht over manieren
waarop kwetsbare groepen toch op een veilige manier kunst- en cultuuruitingen kunnen blijven
bezoeken.
Versterking van de arbeidsmarkt
De culturele sector onderscheidt zich van andere sectoren door een zeer hoog percentage
zzp’ers en relatief weinig (vaste) dienstverbanden. Mede daardoor is de arbeidsmarktpositie van
veel werkenden in de cultuur- en mediasector zwak. Niet zelden gaat achter de artistieke
rijkdom de armoede van de kunstenaar schuil. Het blijft daarom belangrijk om te blijven
investeren in het versterken van de arbeidsmarktpositie. Voorafgaand aan de pandemie zagen
verschillende codes het licht om goed bestuur, eerlijke arbeidsvoorwaarden en een structurele
verankering van diversiteit en inclusie in de sector te stimuleren. 183 Toepassing van deze codes
stelt instellingen soms voor lastige afwegingen, maar is nodig om de sector wendbaarder en
weerbaarder te maken. Blijvende investeringen vanuit de sector op deze terreinen, mede
ondersteund door de overheid, zijn daarom nodig.
Belang van een sterke digitale infrastructuur
Digitaal cultureel aanbod vormt een waardevolle aanvulling op fysiek aanbod. Een stevige
digitale infrastructuur is hiervoor noodzakelijk. Hierbij is het van belang dat niet iedere
instelling het wiel opnieuw gaat uitvinden (voor veel kleinere instellingen is dat ook helemaal
niet haalbaar), maar dat er een infrastructuur komt waarvan ook kleinere instellingen gebruik
kunnen maken. Een stevige digitale infrastructuur maakt het ook mogelijk dat kwetsbare
groepen te allen tijde kunst en cultuur op een veilige manier (online) kunnen bezoeken.
183 Dit zijn respectievelijk de Governance Code Cultuur 2019, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit & Inclusie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 109 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 110 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                              110
SAMENLEVING
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
Solidariteit als onzekere factor
In alle scenario’s die we voor de toekomst uitdenken, zal er een blijvend beroep gedaan worden
op ieders solidariteit. Solidariteit met het zorgpersoneel, met chronisch zieken, met mensen in
kwetsbare situaties waarin we zelf misschien (nog) niet verkeren. Een belangrijke vraag hierbij
is in welke mate burgers deze solidariteit willen en kunnen opbrengen. Dit is een onzekere
factor, die niet per definitie causaal verband heeft met de ernst van het virus.
De corona-opgave is namelijk sterk verweven met andere maatschappelijke opgaven zoals
schuldenproblematiek, inflatie en klimaatverandering. Ook in deze opgaven speelt het
solidariteitsprincipe in onze samenleving: is men bereid minder te vliegen voor de reductie van
CO2? Is men bereid meer belasting te betalen zodat anderen een vangnet geboden kan worden?
Er is in dit verband wel gesproken van een laag-vertrouwensamenleving184 waarin het – door de
gestapelde problematieken – voor individuele burgers niet altijd mogelijk is om de benodigde
solidariteit op te brengen. In onze omgang met corona moet dan ook scherp oog worden
gehouden voor de aanwezigheid en de invloed van andere crises.
We zien dat de hoeveelheid gezondheidsproblemen het grootst is bij burgers in kwetsbare
situaties. Zo leven er momenteel ten minste 614.000 mensen in bestaansonzekerheid en is de
prognose dat met de inflatie en stijgende energieprijzen dit aantal zal toenemen. 185 Zij kampen
met problematische schulden en stress, en hebben weinig ruimte om zich met andere kwesties
bezig te houden. 186 Recent onderzoek toont aan dat een op de vier Nederlanders beperkte
gezondheidsvaardigheden heeft. 187
De gevolgen van het coronavirus slaan ongelijk neer bij deze groepen in de samenleving. 188 Niet
iedereen zal dit gedeeld belang van solidariteit of welbegrepen eigenbelang inzien of ernaar
kunnen handelen. Een laag-vertrouwensamenleving zal daarvoor weinig ontvankelijk zijn. Op
het moment dat de situatie rond het virus verergert en de solidariteit vermindert, valt er weinig
te verwachten van coöperatieve strategieën of het oppakken van eigenaarschap bij individuele
burgers. De kleinste maatregelen kunnen dan al leiden tot enorme frictie.
Voor de aanpak van corona bevestigt dit volgens de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
de noodzaak om de leefwereld van mensen centraal te stellen. Bouwen aan solidariteit en een
veerkrachtige samenleving kan alleen als we alle problemen die burgers zelf zien serieus nemen.
En wanneer we als samenleving steeds helder voor ogen hebben wat we samen willen bereiken
met de corona-aanpak. Doen we dat niet, dan is het democratische draagvlak voor onze
samenleving tanende en worden wederzijdse frustratie en onbegrip de meest krachtige drijvers.
184 Engbersen et al. 2021.
185 CPB 2022.
186 Raad voor Volksgezondheid & Samenleving 2022b.
187 Beschikbaar op: www.gezondheidsvaardigheden.nl; Knottnerus et al. 2021.
188 SCP 2022.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 110 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 111 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                 111
WETENSCHAP, TECHNOLOGIE EN INNOVATIE
Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie en De Jonge Akademie (KNAW)
Wetenschappelijk geïnformeerd beleid en samenleving
Wetenschappelijk geïnformeerd beleid en wetenschappelijke duiding voor het brede publiek is in
elk scenario van belang, net als een stevige kennisbasis voor pandemiepreventie en -bestrijding.
Het is nodig dat de overheid samen met de wetenschap opnieuw nadenkt over de (inrichting van)
wetenschappelijke adviseringsstructuur, zodat er meer ruimte is voor multidisciplinaire kennis
en advisering tijdens een pandemie. Wetenschap en politiek opereren daarin rolvast op basis van
hun eigen verantwoordelijkheden.
Volgen van effecten en ruimte voor maatwerk
De gevolgen van de pandemie en de beperkende maatregelen die gelden voor wetenschap en
wetenschappers in de verschillende scenario’s verschillen tussen vakgebieden en disciplines en
hangen af van allerlei factoren. Monitoring van de invloed van de coronagolven op
wetenschapsbeoefening is nodig, zodat tijdig kan worden ingegrepen bij negatieve effecten van
verschuivingen. Kennisinstellingen moeten de ruimte hebben om zelf prioriteiten te stellen en
maatregelen te treffen die passend zijn voor hun situatie, om te voorkomen dat beperkende
maatregelen heviger ingrijpen dan noodzakelijk is en om ongelijkheid tussen onderzoekers zo
veel mogelijk tegen te gaan. In ernstigere scenario’s zal de overheid meer regie moeten nemen.
Verantwoorde digitalisering
Digitalisering zorgt voor continuïteit, inclusiviteit en versnelling van onderzoek en innovatie. Er
zijn wel grote uitdagingen op het gebied van privacy, afhankelijkheid van Big Tech,
standaardisatie en cybersecurity. Kennisinstellingen moeten zorgen voor ondersteuning en
faciliteiten om verantwoord gebruik te kunnen maken van digitale technologieën, waarbij deze
voldoen aan eisen en standaarden voor open science, FAIR data, privacy en veiligheid van
onderzoekers. Investeringen in state of the art digitale infrastructuur zijn daarbij essentieel. De
overheid moet ondernemers ondersteunen bij verdere digitalisering van hun bedrijfsvoering,
zodat zij ook in de toekomst winstgevend kunnen zijn.
Veerkrachtige samenleving
Een veerkrachtiger samenleving is beter in staat om grip te krijgen op complexe
maatschappelijke vraagstukken en terugkerende crises zoals een pandemie. De overheid moet
daarom publieke middelen voor onderzoek en innovatie op peil houden, ook bij economische
tegenslag. Hierbij is een goede balans tussen onderzoeksgebieden van belang voor
wetenschappelijke vooruitgang en een rijke kennisbasis. De samenleving gaat ook zelf aan de
slag en er ontstaat ruimte voor nieuwe initiatieven voor cocreatie tussen overheid, wetenschap
en samenleving. Deze samenwerking helpt ander potentieel aan te boren waardoor de
kennisbasis wordt verrijkt en creatieve en werkbare oplossingen in beeld komen, al kan de
kwaliteitswaarborging ingewikkeld worden. Kennisinstellingen en de overheid kunnen deze
cocreatie-initiatieven vanuit de samenleving beter faciliteren en benutten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 111 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 112 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                               112
GEDRAG EN COMMUNICATIE
KNAW
Doelgroepgerichte gedragsinterventies en proactieve communicatie op maat
Actief betrekken van burgers en sectoren, zoals met een uitgebreide, continue maatschappelijke
dialoog, draagt bij aan vertrouwen en draagvlak en aan verlaging van weerstand tegen
maatregelen en vaccinatiebeleid. In deze dialoog kunnen adviezen en maatregelen worden
gewogen aan de hand van verschillende maatschappelijke waarden en collectieve en individuele
belangen, voor de korte en de lange termijn. Om mensen te motiveren zich aan adviezen en
maatregelen te houden en om weerstand te verkleinen, is het van belang per doelgroep aandacht
te geven aan de individuele en de collectieve noodzaak, effectiviteit en uitvoerbaarheid van elke
maatregel, en naleving te faciliteren. Versterk positieve sociale normen, ervaren autonomie en
het gevoel van eigenaarschap van probleem en oplossingen. Omdat adviezen en verplichte
maatregelen meebewegen met de epidemiologische situatie, moeten in elke nieuwe situatie de
gemaakte afwegingen en de implicaties voor de rechtvaardigheid van maatregelen worden
uitgelegd. In een veelheid aan communicatieuitingen (pers, sociale media, interpersoonlijke
communicatie, etc.) zijn – vooral bij ernstigere scenario’s – proactieve communicatie en
publiekscampagnes met hoog herhaald bereik belangrijk om burgers goed voor te bereiden.
Onderzoek naar gedragsinterventies én communicatie is essentieel
In elk scenario geldt dat mensen zich niet automatisch aan adviezen en maatregelen houden. Een
sterk ingrijpende maatregel met lage naleving kan minder effectief zijn dan een minder
ingrijpende maatregel met meer naleving. Daarom is in elk scenario onderzoek naar relevante
motieven, waarden, emoties, gedragsdeterminanten en consequenties van potentiële
maatregelen essentieel. Dit vormt belangrijke informatie, voor een inschatting van de
effectiviteit en de maatschappelijke gevolgen van maatregelen, en om naleving te kunnen
bevorderen en nadelige gevolgen tegen te kunnen gaan. Onderzoek naar gedragsinterventies,
communicatie en naleving van maatregelen zijn daarmee onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Vertrouwen in het beleid wordt ook versterkt door in een vroeg stadium de expertise over
gedrag en (risico)communicatie bij het beleid te betrekken en te borgen bij organisaties met
specifieke expertise, zoals de RIVM Corona Gedragsunit.
Centrale regie met interdisciplinaire input
Naast de individuele inspanningen van burgers, instellingen en sectoren zijn collectieve inzet en
regie vanuit de overheid vereist om beleid voor te bereiden en succesvol te laten landen. Dit
geldt vooral voor de ernstigere scenario’s, maar ook voor de preventie voor een gezondere
samenleving. 189 Voor consistent beleid is het belangrijk dat de landelijke overheid in overleg
met lagere overheden, brancheorganisaties, zorginstellingen, en andere partijen de regie voert
en deze zo veel mogelijk ondersteunt. Maatregelen en ondersteunende gedragsinterventies en
communicatie worden bij voorkeur onderbouwd met ondersteuning van een onafhankelijke
adviesraad met een brede vertegenwoordiging van verschillende disciplines.
189 Zie bijvoorbeeld: Raad voor Volksgezondheid & Samenleving 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 112 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 113 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                               113
REFLECTIE
Het verdere verloop van de COVID-19-pandemie is fundamenteel onzeker. Daarom hebben we in
deze gezamenlijke rapportage vanuit verschillende domeinen vijf toekomstscenario’s doordacht.
We weten dat het virus bij ons zal blijven en dat we daarmee moeten leren leven. Het virus
illustreert onze onderlinge afhankelijkheid als mensen en onze economische en politieke
verwevenheden en stelt ons voor fundamentele vragen over hoe we met elkaar omgaan en in
welke samenleving we met elkaar willen en kunnen leven.
De opgave waar we voor staan is meervoudig. Leven met het virus gaat niet alleen over
maatregelen die wel of niet genomen worden en de maatschappelijke gevolgen van deze
maatregelen, 190 maar ook over het omgaan met de sociale, economische en
gezondheidsgevolgen van corona – op de korte en op de lange termijn – en over het werken aan
herstel. Leren leven met het virus gaat ook over de voorbereidingen die we willen treffen en de
investeringen die we daarvoor, ook op internationaal niveau, willen doen. En het gaat over het
maken van scherpe keuzes in schaarste als de situatie daar aanleiding toe geeft.
Tegen deze achtergrond is het niet vreemd dat de roep om een brede maatschappelijke afweging
steeds nadrukkelijker klinkt. 191 Het basisidee is dat bij het bepalen van de maatregelen om
COVID-19 te bestrijden niet alleen de directe impact op besmettingen en ziekenhuisopnames
wordt meegenomen, maar dat ook de brede maatschappelijke gevolgen meewegen. In dit
hoofdstuk geven we een aantal lessen mee over het maken van zo’n brede maatschappelijke
afweging. Deze zijn: A) Een brede maatschappelijke afweging is niet eenvoudig. B) Een brede
maatschappelijke afweging vergt het doordenken van lastige dilemma’s. C) Een brede
maatschappelijke afweging vereist een zorgvuldig proces. En D) Een brede maatschappelijke
afweging vraagt om duidelijkheid over verantwoordelijkheidsverdeling.
A. Een brede maatschappelijke afweging is niet eenvoudig
De pandemie heeft onze samenleving hard geraakt. Zij heeft geleid tot meer dan 8 miljoen
besmettingen, bijna 1,2 miljoen opnames in het ziekenhuis en ongeveer 18.670 opnames op de
intensive care (ic). 192 Het totale aantal mensen dat aan COVID-19 is gestorven, valt lastig exact te
bepalen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekende dat er van het begin van de
pandemie tot januari 2022 ongeveer 40.000 mensen gestorven zijn aan COVID-19. 193 46% (2021)
tot 58% (2020) van de mensen die overleden aan COVID-19 was Wlz-zorggebruiker, zoals
bewoner van een verpleeghuis of gehandicaptenzorginstelling. 194 Daarnaast is de schatting dat
190 De discussie spitst zich snel toe op maatregelen. Maatregelen vormen een belangrijk onderdeel van de beleidsvragen die een
    nieuw virus met zich meebrengt. Wij hebben in deze publicatie geen uitspraken willen doen over de effectiviteit van specifieke
    maatregelen. Wel hebben we juist ook aandacht willen besteden aan de bredere beleidsopgave die COVID-19 met zich meebrengt.
191 Zie bijvoorbeeld: Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2020b); Onderzoeksraad voor Veiligheid 2022 ; SCP en Raad voor
    Volksgezondheid & Samenleving (2022). Zie ook de motie Segers c.s. (Kamerstukken II 2019/2020 25295 nr. 289) en de motie
    Bikkers c.s. (Kamerstukken II 2021/2022 25 295 nr. 1866). Het op te richten Maatschappelijk Impact Team zal hier een bijdrage
    aan te leveren.
192 Stichting NICE 2022.
193 CBS 2022.
194 CBS 2022.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 113 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 114 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                 114
ongeveer een op de acht Nederlanders langdurig klachten houdt na corona. 195 Maar de pijn zit
niet alleen in deze directe gevolgen van besmettingen. Ook op veel andere manieren heeft de
pandemie haar sporen nagelaten. Het RIVM berekende dat de uitgestelde zorg voor andere
aandoeningen heeft geleid tot een groot aantal verloren gezonde levensjaren. 196 Daarnaast zijn
mensen minder gaan bewegen en zijn er indicaties dat klachten als depressie, angst en
eenzaamheid zijn toegenomen. 197 Leerlingen hebben leerachterstanden opgelopen en het zicht
op kinderen, jongeren en vrouwen in onveilige thuissituaties is afgenomen. Sommige bedrijven
hebben extra goed gedraaid tijdens de crisis, maar er zijn ook veel ondernemers die in de
schulden zijn geraakt, zijn gestopt of hun bedrijf hebben zien omvallen. Mensen zijn hun baan of
werk verloren, waarbij de positie van zzp’ers, bijvoorbeeld in de culturele sector, bijzonder
kwetsbaar bleek. Het niet of veel minder kunnen zien van familie viel iedereen zwaar, maar
leverde op sommige plekken wel heel schrijnende situaties op, zoals in verpleeghuizen en de
gehandicaptenzorg. Deze opsomming is geenszins uitputtend; er zijn talloze andere voorbeelden
te geven. En de gevolgen van het virus, zo benadrukt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP),
zijn vaak ongelijk neergeslagen in de samenleving. 198
De pandemie heeft kortom een breed gevoelde impact op onze samenleving gehad. De wens van
een brede maatschappelijke afweging is dus begrijpelijk, maar het maken van zo’n brede
afweging is niet eenvoudig. Het terugdringen van het virus is een relatief eenduidig doel, maar
het maken van een brede maatschappelijke afweging is dat niet, omdat er een schier oneindige
hoeveelheid doelen en belangen is waar rekening mee kan worden gehouden: het belang van
goed onderwijs voor kinderen, het belang van hun mentale welzijn, het belang van kinderen met
een ernstig zieke ouder voor wie een besmetting met COVID-19 zeer risicovol is en die daardoor
thuis moeten blijven, het belang van leraren, het belang van werkende ouders, het belang van
ondernemers in verschillende sectoren, het belang van financiële zekerheid, het recht op
gezondheid, het recht op privacy en het belang van internationale solidariteit bij de verdeling
van vaccins. Bovendien worden de keuzes lastiger en de dilemma’s groter als we in een ernstiger
scenario terechtkomen. Dat betekent niet dat die brede maatschappelijke afweging niet gemaakt
kan worden, maar wel dat die allesbehalve eenvoudig is. Het is niet mogelijk om de optimale
oplossing vast te stellen of te berekenen. Het is ook niet mogelijk om een keuze te maken waar
iedereen tevreden mee zal zijn.
195 Ballering et al. 2022. Zie ook: https://www.umcg.nl/s/onderzoek-langdurig-klachten-corona
196 Het gaat om 320.000 verloren gezonde levensjaren op basis van het aantal uitgestelde planbare operaties (denk bijvoorbeeld
    aan staar-, heup- of knieoperaties). Tot 2021 zijn er van dit type operaties als gevolg van corona 305.000 niet doorgegaan. Het
    getal 320.000 is in dat opzicht dus een conservatieve schatting, omdat andere factoren (uitgestelde diagnoses, uitgestelde zorg
    op poliklinieken of kankerbehandelingen) niet zijn meegenomen. Zie: RIVM 2022b.
197 Schoemaker & De Boer 2021; Gezondheidsraad 2022b.
198 SCP 2020.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 114 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 115 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                  115
Geconfronteerd met zo’n complex vraagstuk is het wellicht aantrekkelijk om te denken dat er
eenvoudige oplossingen zijn. Dat er een simpele stap is die zorgt dat we kunnen ontsnappen aan
pijnlijke dilemma’s. Soms wordt het verhogen van ic-capaciteit als zodanig genoemd (zie box I).
Ook het scheiden van leeftijdsgroepen in de maatschappij (we isoleren de ouderen of we laten
de jongeren vrij in hun handelen) wordt door sommigen als oplossing gepresenteerd. Dat klinkt
simpel, maar is in de praktijk niet realiseerbaar. Generaties hebben altijd (fysiek) contact met
elkaar, al is het maar vanwege de verzorging van ouderen door jongere werknemers of doordat
jongeren hun (groot)ouders bezoeken of daar nog wonen. Hierdoor zijn besmettingen tussen
generaties niet te voorkomen. En hoewel preventie en een gezonde leefstijl belangrijk zijn – een
 Box I: Ic-capaciteit als oplossing?
 Een veel genoemde oplossing is het ophogen van de ic-capaciteit. Lockdowns zouden dan niet
 meer nodig zijn, omdat er bij meer ic-capaciteit geen patiënten meer geweigerd hoeven te
 worden. Los van de vraag of hier personeel voor gevonden kan worden, is het verhogen van de
 ic-capaciteit niet de ultieme oplossing die te allen tijde voorkomt dat we voor pijnlijke keuzes
 komen te staan. In een situatie van exponentiële groei van het virus biedt het verhogen van het
 aantal ic-bedden slechts iets meer tijd voordat exact hetzelfde dilemma zich wederom aandient
 (zie figuur 1 voor een gestileerde illustratie hiervan). Hoeveel tijd dat precies is, hangt af van de
 besmettelijkheid en het ziekmakend vermogen van het virus en van de genomen maatregelen
 en het opvolgen daarvan. Dat wil niet zeggen dat die extra tijd niet heel belangrijk kan zijn. Het
 kan speelruimte geven, extra tijd voor het nadenken over en implementeren van maatregelen.
 En in een situatie van beheersbare seizoensgolven (vgl. het griep+-scenario) kan meer ic-
 capaciteit helpen om redelijk door de pieken heen te komen. Maar in het geval van een nieuwe
 variant die aan de bestaande immuniteit ontsnapt en die exponentieel groeit, zal het uitbreiden
 van de ic-capaciteit nooit genoeg zijn om te ontsnappen aan het maken van pijnlijke keuzes.
 Figuur 1: Effect van verhoging van de ic-capaciteit in een situatie van exponentiële groei
   [Gestileerd, de exacte tijd hangt af van de virulentie en besmettelijkheid van het virus]
</pre>

====================================================================== Einde pagina 115 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 116 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                 116
andere veelgehoorde uitweg – bieden ook die geen volledige bescherming tegen pandemieën. Er
bestaat nu eenmaal geen simpele oplossing voor een complex probleem.
Daarnaast is het maken van een brede maatschappelijke afweging complex, omdat de kennis die
hiervoor nodig is soms niet volledig of pas op een later moment beschikbaar is. De gevolgen van
de coronapandemie raken aan de meest uiteenlopende dimensies van het menselijk welzijn. Deze
dimensies zijn niet altijd even goed zichtbaar of meetbaar. Kennis over de ontwikkeling van het
virus kan nauwgezet worden bijgehouden – denk bijvoorbeeld aan aantallen besmettingen,
ziekenhuisopnames of overlijdens 199 – terwijl de mogelijke impact op schoolprestaties of op het
mentale welzijn zich over korte en lange termijn uitspreiden en gegevens daarover lang niet altijd
direct beschikbaar zijn. Daar komt bij dat de maatschappelijke gevolgen van het virus soms
minder eenduidig zijn dan de medische gevolgen. Eenzaamheid bijvoorbeeld is een complex
fenomeen dat met veel verschillende factoren samenhangt. De maatschappelijke gevolgen zijn niet
alleen de directe gevolgen van het virus en de maatregelen, maar ook daar weer de gevolgen van,
de zogeheten secundaire effecten. Denk bijvoorbeeld aan een moeder die tijdens de lockdowns
noodgedwongen meer zorgtaken op zich nam en daardoor op haar werk een promotie misliep of
om die reden heeft afgezien van een sollicitatie. Ten slotte leveren verschillende kennisgebieden
andersoortige kennis aan die soms moeilijk te vergelijken is. 200
    Kortom, een brede maatschappelijke afweging is belangrijk, maar het is van belang om
    hier reële verwachtingen van te hebben. Een brede maatschappelijke afweging is niet
    eenvoudig. Ten eerste omdat een ‘brede maatschappelijke afweging’ een veel minder
    eenduidig doel is dan het ‘terugdringen van besmettingen’. Het omvat veel verschillende
    en uiteenlopende doelen. Er zal geen brede maatschappelijke afweging bestaan waar
    iedereen tevreden mee is. Ten tweede omdat de data over de maatschappelijke gevolgen
    soms minder en later beschikbaar zijn dan de medische data.
B. Een bredere maatschappelijke afweging vergt het doordenken van pijnlijke
    dilemma’s
Een brede maatschappelijke afweging betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt tussen
maatschappelijke doelen en waarden die allemaal belangrijk zijn. Deze doelen en waarden zijn
zeer divers en hebben betrekking op zaken dichtbij huis maar ook op kwesties die over onze
landsgrenzen heen spelen. Wanneer we in zwaardere omstandigheden terechtkomen, wordt het
afwegen van deze doelen en waarden steeds pijnlijker. Welke keuze ook gemaakt wordt, die zal
nooit ieders instemming krijgen, omdat conflicterende belangen en rechten tegen elkaar
afgewogen moeten worden. Daarom gaat het hier niet enkel om lastige vragen, maar om
199 Hoewel het bijhouden van het aantal mensen dat overlijdt aan corona ingewikkelder is dan op het eerste gezicht lijkt. De cijfers
    hierover verschillen ook per land.
200 WRR, Gezondheidsraad en ROB 2021. Zie ook meerdere essays in Ommeren et al. 2022.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 116 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 117 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                         117
dilemma’s: situaties waarbij je niet de ene waarde kunt beschermen zonder een andere waarde
geweld aan te doen. 201
Deze dilemma’s betreffen niet een afweging tussen zorg en samenleving. Het is niet zo dat, mocht
Nederland weer geconfronteerd worden met een hoge golf van besmettingen, we voor een keuze
staan tussen zorg en samenleving, dat beperkende maatregelen een keuze voor de zorg zou zijn
en geen maatregelen een keuze voor de samenleving. De tegenstelling tussen zorg en
samenleving is een te simpele voorstelling van zaken en daarmee een schijntegenstelling. 202 Ten
eerste zijn zorg en samenleving hier beide te divers voor. Dit wordt geïllustreerd door de
ervaringen aan het begin van de pandemie. Terwijl het Nederlandse beleid gericht was op het
beheersbaar houden van de belasting van de ziekenhuiszorg, 203 ervoeren verpleeghuizen en
andere langdurige zorginstellingen dat er voor hun situatie niet voldoende aandacht was. 204 En
ook de maatschappij is te divers voor een zorg-versus-samenleving-tegenstelling. Er zijn vele
maatschappelijke doelen die van waarde zijn, maar die onderling op gespannen voet kunnen
staan (denk aan het belang van leerlingen om fysiek onderwijs open te houden en het belang van
leerkrachten met een kwetsbare gezondheid). Ten tweede zijn zorg en samenleving in de
praktijk sterk verweven en wordt bij een hoge golf van besmettingen iedereen geraakt. Dit leidt
niet alleen tot problemen in de zorg, maar ook in het onderwijs, het openbaar vervoer en vele
andere plekken in de samenleving. Wanneer tijdens een pandemie de zorg wordt overspoeld, zal
dit maatschappijbreed een grote impact hebben. In het geval van ‘code zwart’ op de ic zullen niet
alleen COVID-19-patiënten geweigerd worden, maar is er ook geen bed beschikbaar voor iemand
met een hartaanval, een zwangere met een gecompliceerde bevalling of een jong persoon die een
ernstig ongeval heeft gehad. 205 Dit kan leiden tot overlijdens die in een beheersbare situatie
wellicht vermijdbaar waren geweest. We hoeven maar naar Italië, Londen, New York of India te
kijken om te zien hoe ontwrichtend het is wanneer ziekenhuizen – en in het bijzonder ic’s – geen
bedden meer hebben. Tegelijkertijd heeft het ingrijpen door middel van verplichtende
maatregelen óók grote maatschappelijke gevolgen – zoals economische onzekerheid voor
ondernemers, een vermindering van mentaal welzijn, leerachterstanden en onveilige
thuissituaties of geen toegang meer tot cultuur en bibliotheken. De moeilijke en in dit geval ook
ongemakkelijke vraag is dan ook die naar de uiterste consequentie, namelijk of een bredere
maatschappelijke afweging er ook toe kan leiden dat we er expliciet voor kiezen om bepaalde
maatregelen niet te nemen vanwege de grote maatschappelijke effecten die dit heeft. Op dat
moment wetende dat de consequentie van die keuze is dat de ic overloopt.
Dilemma 1: Levens in nood versus levens(kwaliteit) op lange termijn
Dat illustreert een eerste pijnlijk dilemma: de keuze tussen het beschermen van levens van
mensen die acuut in nood zijn (ten gevolge van COVID-19 of andere aandoeningen) en het
beschermen van levens(kwaliteit) op de lange termijn. Vinden we dat iemand in acuut
201 Voorzitter Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2020a). Daarbij is transparantie en eerlijkheid over die pijn wel
    belangrijk; hier komen we in onderdeel C van de reflectie op terug.
202 Zie Escandón et al. 2022 voor een overzicht van zes andere onjuiste dichotomieën die in het debat worden gebruikt.
203 Onderzoeksraad voor Veiligheid 2022: 229.
204 Onderzoeksraad voor Veiligheid 2022; Voorzitter Raad voor Volksgezondheid & Samenleving 2020b.
205 Centrum voor Ethiek en Gezondheid 2012.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 117 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 118 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                               118
levensgevaar meer recht heeft op een beschikbare plek in het ziekenhuis om diens leven op dat
specifieke moment te redden dan iemand die een geplande ingreep heeft die de kwaliteit van
diens leven verbetert op de lange termijn of die een behandeling voor bijvoorbeeld kanker moet
ondergaan? In de praktijk blijken we te kiezen voor het redden van de persoon in acute nood.
Deze keuze is in de literatuur uitgebreid beschreven en staat bekend als de rule of rescue. Of het
normatief ook de beste keuze is, daar bestaat geen overeenstemming over. Het redden van een
leven dat acuut in gevaar is, vormt een belangrijk onderdeel van de beroepsethiek van
zorgverleners. Ethici denken er verschillend over. Er is een stroming die dat eigenlijk niet goed
verdedigbaar vindt en betoogt dat het redden van acute en concrete levens even zwaar zou
moeten wegen als het redden van levens in de toekomst. 206 Eyal bijvoorbeeld betoogt dat het
leven van iemand die een hoog risico op sterven loopt, niet zwaarder zou moeten wegen dan de
levens van een groep mensen die gezamenlijk een even hoog risico lopen. 207 Andere ethici vinden
het juist correct dat we dit verschil maken in de praktijk en betogen dat we dit verschil ook
zouden moeten maken. 208 Slote beargumenteert bijvoorbeeld dat empathie de basis is voor al
onze moraliteit, en dat wanneer we deze empathie niet aan iemand in levensnood geven (omdat
we daarmee een statistisch leven winnen), het hele morele raamwerk onder druk komt te
staan. 209 In dit dilemma moet ook de vraag betrokken worden wat het in de praktijk zou
betekenen als we ervoor zouden kiezen om mensen in nood niet altijd te redden omdat we
hiermee op de lange termijn levens zouden kunnen winnen. Kunnen we van zorgverleners vragen
om mensen die in acute nood zijn niet te helpen om later levens te winnen van (op dat moment
onzichtbare) mensen met een niet-acute zorgbehoefte? Wat gebeurt er met de naasten van
mensen in acute nood die we laten overlijden omdat dit op maatschappelijk niveau leidt tot het
redden van meer levens(kwaliteit) op de lange termijn? In de praktijk zijn er natuurlijk wegen
daartussen om eerst te bewandelen, zoals het bieden van een minder hoge kwaliteit zorg op de ic,
waardoor er meer plekken beschikbaar zijn, maar uiteindelijk blijft het dilemma bestaan.
Dilemma 2: Timing ingrijpen en afschalen
Een tweede lastig dilemma betreft het moment van ingrijpen en afschalen. Bezien vanuit het
verloop van de pandemie is het zinvol om op een vroeg moment in de golf over te gaan tot
maatregelen, al is er op zo’n moment ook nog veel onbekend, bijvoorbeeld over de
eigenschappen van die specifieke variant. Bij vroeg ingrijpen zijn er minder harde maatregelen
nodig om de golf onder controle te krijgen. Maar vanuit communicatief oogpunt kan dit lastig
zijn, wat ook kan betekenen dat er minder (politiek) draagvlak is voor de maatregelen. Het
gevaar is immers nog niet zichtbaar en dit maakt mensen minder geneigd om iets van hun
persoonlijke vrijheden op te geven. En als de interventie slaagt, dan is de schade die daarmee is
afgewend ook niet direct zichtbaar voor mensen. Ook kan het lastig zijn om voor de maatregelen
die een wettelijke basis hebben, de beoordeling van de proportionaliteit helder en concreet
206 Zie bijv. Brok 2015; Adler 2015 en Otsuka 2015.
207 Eyal 2015.
208 Zie bv. Daniels 2015; Hare 2015; Verweij 2015 en Slote 2015.
209 Slote 2015.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 118 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 119 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                                  119
uiteen te zetten. 210 Ook de timing van afschalen is een lastig vraagstuk. Vanuit mensenrechtelijk
perspectief is de tijdelijkheid van de maatregelen heel belangrijk: zodra ze niet meer
noodzakelijk zijn, moeten ze worden afgeschaald. Dat neemt niet weg dat een zekere
duurzaamheid van de maatregelen voor het draagvlak juist belangrijk is; een jojobeleid is niet
bevorderlijk voor draagvlak en naleving.
Dilemma 3: Prioriteren tussen en binnen sectoren
Een derde lastig dilemma gaat over de keuzes die gemaakt moeten worden tussen sectoren en
binnen sectoren wanneer het virus opnieuw oplaait. De overheid heeft tijdens de pandemie een
aantal ‘cruciale’ beroepen aangewezen, zoals van mensen die werken in de zorg, het onderwijs, de
voedselketen, de media en het vervoer van afval en vuilnis. Ook zijn er vitale processen aangewezen
waarvoor gold dat er voor mensen die onmisbaar zijn voor deze processen ook uitzonderingen op
de maatregelen konden worden gemaakt. Het gaat dan om processen als elektriciteit, internet,
telecom, veiligheid, drinkwatervoorziening en openbaar vervoer. Er zijn natuurlijk ook veel
sectoren die hier niet onder vallen: winkels, horeca, cultuurinstellingen, kappers. Wat dit extra
ingewikkeld maakt, is dat deze keuzes niet alleen werden ervaren als een prioritering, maar ook als
een waardering van het werk dat mensen doen – ‘Mijn beroep is kennelijk niet belangrijk’ – en van
het nut en de noodzaak van de eigen onderneming (zoals de supermarkt die wel openbleef, maar de
speciaalzaak die moest sluiten). Elk van de sectoren is van maatschappelijke waarde en toch zullen
er in de ernstigste scenario’s opnieuw keuzes moeten worden gemaakt. Sommige zijn relatief
makkelijk – het onderbreken van de drinkwatervoorziening heeft grotere maatschappelijke
gevolgen dan het sluiten van sectoren die minder noodzakelijk zijn voor de primaire behoeften
voor leven en welzijn. Maar er zijn veel keuzes die tot meer discussie zullen leiden. Is het
openhouden van winkelboulevards belangrijker dan het openhouden van culturele instellingen?
Ook binnen sectoren – zelfs de meer cruciale – kan men voor lastige dilemma's komen te staan:
welke activiteiten worden overeind gehouden en welke kunnen eventueel worden stilgelegd? Deze
keuzes worden alleen maar scherper naarmate het scenario ernstiger wordt.
Dilemma 4: Persoonlijke vrijheid versus het beschermen van anderen
Een vierde dilemma is de keuze tussen enerzijds het belang van individuele vrijheid en autonomie,
en anderzijds het beschermen van en het beperken van schade voor medeburgers. Dit dilemma
speelt bijvoorbeeld bij de vrijheidsbeperkende maatregelen, zoals een verplichte lockdown of
avondklok, maar is ook heel pregnant wanneer het gaat om vaccinatie. Vaccinaties zijn ontzettend
belangrijk geweest in de strijd tegen het virus. Mensen mogen zelf kiezen of zij zich laten
vaccineren. De zelfbeschikking over het eigen lichaam is een belangrijk recht dat verankerd is in de
Grondwet en in internationale verdragen. Tegelijkertijd is de realiteit dat het uitoefenen van een
vrijheidsrecht door de een (namelijk niet willen vaccineren), de ander direct (door besmetting) of
indirect (doordat langer maatregelen nodig zijn) kan schaden. 211 In de ernstiger scenario’s zal zich
de maatschappelijke discussie aandienen of toch bepaalde zachtere of hardere vormen van dwang
210 Jan-Peter Loof analyseerde de proportionaliteit van de genomen maatregelen bij eerdere coronagolven en concludeerde dat die
    toen, gegeven de contex, in orde was, Loof 2022 ‘Coronacrisis en bestuursrecht: rechtsstatelijke en mensenrechtelijke dimensies’
    in Bestuursrecht in crisistijd.
211 Of dit feitelijk het geval is, hangt van veel af, waaronder de exacte werking van het vaccin. Een vaccin dat ook beschermt tegen
    verspreiding creëert een heel andere situatie dan een vaccin dat dit niet doet.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 119 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 120 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                120
tot vaccineren wenselijk zijn. De discussie over het coronatoegangsbewijs kan hierbij ook een rol
spelen, omdat dit door mensen werd ervaren als een indirecte dwang voor vaccinatie. Het is
verstandig erop te anticiperen dat in ernstiger scenario’s ook in ons land deze thema’s (opnieuw)
zullen spelen.
    Kortom, het maken van een goede brede maatschappelijke afweging vereist het doordenken
    van pijnlijke dilemma's. Daarbij gaat het niet om de keuze tussen zorg en samenleving, dit is
    een schijntegenstelling. Terugkerende dilemma’s betreffen onder andere het beschermen van
    levens die acuut in nood zijn versus het beschermen van levens(kwaliteit) in de toekomst en
    de afwegingen die gemaakt moeten worden als niet alles meer kan: het kiezen welke
    vrijheden, rechten en activiteiten we prioriteit geven boven andere.
C. Een brede maatschappelijke afweging vereist een zorgvuldig proces
Juist omdat het gaat om zeer lastige dilemma’s, vereist het maken van een brede
maatschappelijke afweging een zorgvuldig proces. Voor draagvlak en vertrouwen is naast de
inhoudelijke rechtvaardigheid van het op deze afweging gebaseerde besluit, ook de procedurele
rechtvaardigheid belangrijk. 212 Dat vergt allereerst dat verschillende perspectieven gehoord
worden in de voorbereiding van het beleid. Op deze manier kunnen ook de verschillende
effecten die beleidskeuzes (mogelijk) hebben in de maatschappij goed worden meegewogen.
Bovendien draagt dat bij aan het verkrijgen van een beter beeld van de potentiële impact op
verschillende groepen in de samenleving en kunnen de maatregelen hierop al bij aanvang
worden toegesneden.
Een brede maatschappelijke afweging vergt ook helderheid en transparantie over de afweging
die gemaakt wordt. Op het moment dat deze afweging aan (conflicterende) fundamentele
rechten en vrijheden raakt – wat bij talloze coronamaatregelen het geval is – dient die
transparantie er in ieder geval te zijn over de bij de afweging gehanteerde argumenten, over
welke daarvan al dan niet doorslaggevend waren, en over de manier waarop de
proportionaliteitstoets werd geconcretiseerd. Helderheid hierover vormt een wezenlijk
onderdeel van de vereiste constitutionele toetsing en verantwoording. 213
Het is belangrijk om eerlijk te zijn over de uiteindelijke keuzes en daarin weg te blijven van een
‘noodzakelijkheidsvertoog’, alsof er geen andere keuze mogelijk zou zijn geweest. 214 Het dient
daarom ook helder te zijn waarom bepaalde voorkeuren niet zijn gehonoreerd, met een
eenduidige uitleg waarom tot een andere afweging is gekomen. 215 Juist dit is tijdens de
coronapandemie extra ingewikkeld, omdat het soms gaat om keuzes waarop een taboe rust. In de
literatuur worden dit wel taboo tradeoffs genoemd. 216 Gezondheid en leven zijn ‘heilige’ waarden
212 RIVM 2021.
213 Dommering 2021.
214 WRR, Gezondheidsraad en ROB 2021.
215 RIVM 2021.
216 Tetlock 2003.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 120 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 121 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                     121
en die worden als zo wezenlijk beschouwd dat het politiek en maatschappelijk heel lastig is om
een besluit te nemen dat direct negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid of zelfs het leven van
concreet identificeerbare mensen. Zelfs als men een keuze moet maken (zie Box II).
    Box II: Keuzes over leven en dood
    Dat keuzes over leven en dood politiek en maatschappelijk zo ingewikkeld zijn, illustreert
    de discussie rondom het draaiboek voor code zwart op de ic’s. Tijdens de pandemie is dit
    draaiboek door de Federatie Medisch Specialisten en de Artsenfederatie KNMG
    geactualiseerd. 217 Dit leidde tot een maatschappelijke en politieke discussie. Vooral de vraag
    of leeftijd een criterium mocht zijn lag heel gevoelig. De Tweede Kamer nam eerst een motie
    aan dat leeftijd geen selectiecriterium mocht zijn op ic’s. 218 Ook het kabinet heeft zich toen
    op het standpunt gesteld dat selectie uitsluitend op basis van leeftijd niet mag plaatsvinden
    en heeft daartoe regelgeving voorbereid. Deze regelgeving verbood selecteren op leeftijd en
    stelde loten als alternatief voor. Op 5 januari 2021 heeft het parlement vervolgens aan de
    regering gevraagd om toch niet dat standpunt te hanteren en deze regelgeving weer in te
    trekken. 219 Deze gebeurtenissen laten zien hoe lastig het is om een politiek besluit te nemen
    over zulke gevoelige onderwerpen. 220
Wanneer moeilijke keuzes gemaakt worden, is het van groot belang om voldoende aandacht te
hebben voor de pijn die dit met zich meebrengt voor bepaalde groepen burgers en voor de
mensen voor wie zo’n keuze onrechtvaardig kan voelen. 221 De communicatie over beleid dient
ook op maat ingestoken te zijn op verschillende groepen en er dient extra moeite te worden
gedaan om in gesprek te gaan met moeilijk bereikbare groepen burgers, bijvoorbeeld omdat zij
laaggeletterd zijn of wantrouwen koesteren jegens de overheid of de klassieke media.
Keuzes kunnen op verschillende plaatsen gemaakt worden − hier komen we in de volgende
paragraaf op terug − maar het is in ieder geval belangrijk dat er een vorm van verantwoording
plaatsvindt. Wanneer het gaat om besluiten die door de overheid worden genomen, is dit
natuurlijk een verantwoording aan de gekozen volksvertegenwoordiging. Maar verantwoording
kunnen en moeten afleggen geldt ook wanneer er keuzes op andere plaatsen worden gemaakt.
Het bestuur van een verpleeghuis kan er − in samenspraak met het personeel en cliënten −
bijvoorbeeld voor kiezen om bij een hoog niveau van besmettingen in Nederland, sociale
activiteiten met ouderen toch door te laten gaan, met een hogere kans op besmettingen en
overlijden. Omdat in dit geval het bestuur de kwaliteit van leven zwaarder laat wegen dan het
extra risico op overlijden. Uiteraard kunnen dergelijke overwegingen tot stevige discussies op
217 FMS en KNMG 2020.
218 Kamerstukken II 2019/2020 25295 nr. 142.
219 Kamerstukken II 2020/2021 25295 nr. 860.
220 Tegelijkertijd is het draaiboek een mooi voorbeeld van lastige keuzes die op tijd worden doordacht en waarbij ook
    maatschappelijke organisaties worden betrokken. Zie bijvoorbeeld deze toelichting over hoe over dit draaiboek met
    ouderenbonden is gesproken: https://www.knmg.nl/web/file?uuid=fc2a4659-0c18-4c48-ab4a-
    7cded0a2f3fb&owner=5c945405-d6ca-4deb-aa16-7af2088aa173&contentid=83842
221 Raad voor Volksgezondheid & Samenleving 2020a; RIVM Corona Gedragsunit 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 121 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 122 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                122
lokaal niveau leiden. Verantwoording afleggen aan of meebeslissen door bijvoorbeeld de
cliëntenraad en de ondernemingsraad, ligt dan voor de hand. Het vormgeven van
verantwoording impliceert ook in gesprek of debat gaan over de keuzes die voorliggen en de
achterliggende afwegingen. Een democratische rechtstaat vereist ook de garantie dat
verantwoording over politieke besluiten blijvend kan plaatsvinden. Dat verlangt een voldoende
zorgvuldig archiveren van de besluitvorming, zodat keuzes achteraf helder te reconstrueren
zijn. 222
Onze democratie kent talloze procedures en garanties waarin deze elementen van zorgvuldige
en achteraf te reconstrueren besluitvorming (het horen van verschillende perspectieven,
verantwoording) reeds zijn verankerd. Juist hierom is het ook zo belangrijk dat de overheid
besluiten zo lang mogelijk binnen de reguliere democratische structuren neemt. Het maken van
zulke ingewikkelde afwegingen tijdens een pandemie illustreert dat het zich enkel richten op
een doortastende en effectieve overheid niet voldoende is; ook het democratische en
rechtstatelijke karakter van diezelfde overheid is van wezenlijk belang. Juist op het concrete
niveau van het horen van verschillende perspectieven en van een transparante afweging tussen
diverse belangen worden de waarden van de rechtsstaat vervuld. 223
    Kortom, juist omdat het bij een brede maatschappelijke afweging gaat om pijnlijke dilemma’s,
    is een zorgvuldig proces cruciaal. Het gaat hierbij om: het horen van verschillende
    perspectieven; het transparant, eerlijk en eenduidig zijn over de keuzes die gemaakt worden
    en de onzekerheid die hierbij hoort; het erkennen van de pijn die hiermee gepaard gaat; en
    het inrichten en garanderen van verantwoording. Daarom is het ook belangrijk dat de
    overheid besluiten zo lang mogelijk binnen de reguliere democratische structuren neemt.
D. Een brede maatschappelijke afweging vraagt om duidelijkheid over
    verantwoordelijkheidsverdeling
Een brede maatschappelijke afweging betekent dus dat we voor dilemma’s zullen staan.
Uiteindelijk zal er ‘iemand’ moeten zijn die de noodzakelijke afwegingen en keuzes maakt. Dat
brengt ons bij de vraag: wie is die iemand? In zekere zin is het antwoord heel simpel. Juist bij een
brede maatschappelijke afweging zal het in de kern om politieke besluiten gaan. Natuurlijk
zullen deze besluiten mede gebaseerd zijn op wetenschappelijke kennis en advisering. Omdat
corona een opgave is die alles en iedereen raakt, heeft ook de samenleving een
verantwoordelijkheid te nemen. Dat betekent onder meer dat de opgave zo vormgegeven moet
worden dat burgers, lokale overheden, maatschappelijke instellingen en het bedrijfsleven hun
verantwoordelijkheid voelen en kunnen waarmaken. Bovendien is ruimte voor inbreng en
daarmee een zekere verantwoordelijkheid van onderop wezenlijk voor draagvlak en
maatschappelijke acceptatie. Toch is en blijft het antwoord helder: het is de overheid, en dus de
politiek, die de uiteindelijke verantwoordelijkheid draagt voor de afwegingen en daarmee de
222 Prins 2022.
223 Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid 2002.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 122 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 123 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                 123
aanpak van de pandemie. Deze taak kan noch door de wetenschap noch door de samenleving
worden vervuld. 224
De lastige vraag is dus niet of er een verantwoordelijkheid voor de overheid is – die is er te allen
tijde – maar hoe de overheid deze verantwoordelijkheid concreet invulling geeft en daarbij
ruimte laat en verantwoordelijkheid geeft aan de samenleving. De ingewikkeldheid van dit
vraagstuk hangt samen met twee elementen. Ten eerste het feit dat er achter wie – ‘overheid’ of
‘samenleving’ – talloze gezichten schuilgaan. Ten tweede het gegeven dat er veel verschillende
factoren zijn die de keuze voor de verantwoordelijkheidsverdeling kunnen bepalen. We zullen
bij de impact van beide elementen stilstaan.
Ten eerste: wie? De overheid kent vele gezichten: gemeenten, provincies, veiligheidsregio’s, de
rijksoverheid en de Europese Unie. Binnen deze verschillende overheden zijn er ook weer tal
van actoren. Hetzelfde geldt voor de samenleving; die bestaat onder meer uit burgers, bedrijven
en hun sectoren en het hele maatschappelijk middenveld. Aan de vraag hoe overheid en
samenleving concreet invulling kunnen geven aan hun verantwoordelijkheid gaat dus een
andere vraag vooraf: wie heeft het voor het zeggen? Wie is aan zet? Bij de keuze tussen actoren
zijn de mate waarin zij gezag genieten en de mate waarin dat gezag te rechtvaardigen is van
wezenlijk belang. Het gaat daarbij om de vraag wie effectief gedrag kan beïnvloeden (zo nodig
via bindende richtlijnen en regels), maar ook om de vraag of een actor voldoende kennis en
kunde heeft (geloofwaardigheid), of een actor handelt in lijn met de wet en de principes van
goed bestuur (betrouwbaarheid) en of een actor in formele en informele zin de samenleving
vertegenwoordigt (legitimiteit). Dit geldt niet alleen voor het gezag van de Rijksoverheid, maar
ook voor dat van decentrale overheden en maatschappelijke organisaties en hun bestuurders.
De verdeling van verantwoordelijkheden tussen rijksoverheid en decentrale overheden begint
bij het uitgangspunt dat de rijksoverheid uiteindelijk altijd een eindverantwoordelijkheid
toekomt, een zekere regieverantwoordelijkheid. Die geldt zeker wanneer effecten, belangen en
risico’s het lokale en regionale niveau overstijgen. En die geldt in het bijzonder bij algemeen
verplichtende maatregelen om besmettingen tegen te gaan, vanwege het intensieve verkeer
tussen gebieden binnen Nederland. Deze verantwoordelijkheid vraagt om het gezag om brede
maatschappelijke afwegingen te maken. Dat gezag wordt niet slechts verbeeld door een enkele
minister (van Volksgezondheid, Welzijn en Sport of van Justitie & Veiligheid), maar betreft een
collectieve verantwoordelijkheid van het kabinet. In de zwaarste scenario’s is het daarom
vanzelfsprekend dat de minister-president dan deze verantwoordelijkheid vertolkt.
Vervolgens is er een uitvoerende taak voor instellingen en organisaties op alle niveaus. Het is
van groot belang dat de rolverdeling vooraf wordt overeengekomen, bepaald en democratisch
geborgd. Juist wanneer deze rolverdeling expliciet is, biedt dat mogelijkheden voor decentrale
overheden om in overleg met de relevante maatschappelijke organisaties en bedrijven in hun
provincie en gemeente nadere afspraken te maken over samenwerking, krachtenbundeling,
224 WRR, Gezondheidsraad en ROB 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 123 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 124 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                              124
organisatie van betrokkenheid en uitvoering van besluiten. Het is belangrijk om daarbij in het
achterhoofd te houden dat de rolverdeling niet uitsluitend ziet op het bestrijden van de
pandemie, maar zeker ook op het ondersteunen van de samenleving die door de maatregelen
wordt getroffen.
De gewenste taakverdeling tussen de verschillende actoren in de overheid is natuurlijk niet in
steen gebeiteld. De ernst van de situatie kan nopen tot opschalen naar een overheidsniveau met
een bredere verantwoordelijkheid en een groter bereik. Wat dat grotere bereik betreft kan
opschalen naar het internationale niveau ook aan de orde zijn, bijvoorbeeld waar het gaat om
reisadviezen, gegevensuitwisseling, gezamenlijke vaccin-ontwikkeling of afspraken in EU- of
WHO-verband. Het is steeds wenselijk om de taak- en verantwoordelijkheidsverdeling zo lang
mogelijk via reguliere processen te laten verlopen. Dat bevordert in het algemeen de
(democratische) betrokkenheid en het draagvlak onder de bevolking en daarmee in zekere zin
ook de naleving van afgesproken maatregelen. 225 Ingrijpen op nationaal niveau kan vanwege de
ontwikkeling van het virus en het verloop van de pandemie geboden zijn. Dat hoeft niet altijd via
de bekende crisisstructuur (ministerieel crisisteam, landelijke crisisorganisatie en
Veiligheidsberaad) te gebeuren. Soms kan dat ook op de reguliere manier, waarbij op lokaal
niveau de uitvoering ter hand wordt genomen en de reguliere verantwoordingsmechanismen
gelden. Het is echter wel verstandig dat de wetgeving die voorziet in de mogelijkheden om
pandemieën effectief te beheersen en te bestrijden, past in een toekomstig breed stelsel van
crisis- en noodrecht dat ook voor andere crises (rampen, grootschalige ordeverstoringen,
natuur- en klimaatcrises, digitale ontwrichting) in adequate maatregelen voorziet en herkenbare
criteria voor het toedelen van taken en bevoegdheden bevat. 226 Voor het op- en afschalen tussen
overheden onderling en tussen overheid en samenleving kan het helpen te denken in fases, zoals
die bijvoorbeeld gelden voor de organisatie van de hulpdiensten en het bestuurlijk optreden in
de lokale, regionale en bovenregionale ongevallen- en incidentenbestrijding, de zogeheten GRIP-
structuur. 227 Fasering kan ook behulpzaam zijn in het stelsel van interbestuurlijke afspraken
voor specifieke onderdelen van de aanpak van de pandemie.
Behalve dat verschillende gezichten een uitdaging vormen voor de lastige vraag naar hoe de
overheid de regieverantwoordelijkheid concreet invult, zijn er ook veel verschillende factoren
die de keuze voor de verantwoordelijkheidsverdeling beïnvloeden. Die verschillende factoren
zijn bijvoorbeeld: het scenario (de ernst van de pandemie); de kwestie (gaat het bijvoorbeeld om
het draaiende houden van onze economie of raakt de kwestie aan fundamentele rechten van
burgers?); het oogmerk van de maatregelen (bijvoorbeeld: richt het beleid zich op het tegengaan
van verspreiding van het virus onder de groepen met de meeste contacten (lees: jongeren), of op
de bescherming van de kwetsbaarste personen?); de aard van de sector (tasten sectoren hun
eigen verdienmodel aan op het moment dat zij maatregelen zouden treffen?); en de noodzaak en
225 Prins 2021.
226 Raad van State 2021.
227 De GRIP-structuur bepaalt de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van diverse overheidsniveaus, van zeggenschap van
    operationele en bestuursniveaus, van GRIP 1 (bronbestrijding op locatie, gemeentelijk) tot GRIP 4 (bovengemeentelijke incident,
    regionale zeggenschap) en GRIP 5 (bovenregionale, nationale zeggenschap).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 124 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 125 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                125
mogelijkheden van communicatie (kunnen de voorschriften in de ene sector of plaats anders zijn
dan in een andere sector of plaats, zonder dat dit tot verwarring bij de burger leidt?).
Zo is (internationaal) overheidshandelen bijvoorbeeld niet weg te denken op het moment dat we
ons in het worstcasescenario bevinden en de openbare orde in het geding is. Maar er zijn ook
onderwerpen bij de omgang met COVID-19 die zonder overheidsinterventie kunnen. Sterker nog,
in een scenario als griep+ zijn er legitieme redenen waarom de overheid bij bepaalde kwesties
niet zou moeten interveniëren. Bijvoorbeeld omdat overheidsinterventie via financiële
ondersteuning van bedrijven op de langere termijn het risico in zich draagt van ongezonde
concurrentie en daarmee verstoring van de markt. Belangrijk hier is het besef dat de expliciete
keuze om als overheid (in eerste instantie) niet te interveniëren uiteindelijk ook is gestoeld op
de (regie)verantwoordelijkheid die de overheid voor de aanpak van de pandemie draagt.
Kijkend naar de verdeling van verantwoordelijkheid zijn enkele vertrouwde uitgangspunten
behulpzaam. Zo komt alleen de overheid het rechtsstatelijke monopolie toe in het beperken van
vrijheden in het openbare domein. En duidelijk is ook dat zelfs wanneer de overheid de
verantwoordelijkheid in eerste instantie bij de samenleving legt en sectoren vraagt om met
plannen te komen, de overheid nog steeds een verantwoordelijkheid behoudt. Immers, het kan
aan de sectoren zijn om de afwegingen en lastige keuzes binnen de sectoren te maken, maar de
overheid heeft te allen tijde een regieverantwoordelijkheid als het op afwegingen tussen
sectoren aankomt. In onze democratische samenleving is er uiteindelijk maar één instantie of
collectieve organisatie die pijn en schaarste kan verdelen en belangen kan behartigen vanuit het
te formuleren publieke algemene belang en dat is de overheid.
    Kortom, een brede maatschappelijke afweging veronderstelt duidelijkheid wie
    verantwoordelijk is voor welke afweging. Wezenlijk is daarbij het besef dat de overheid zich
    in geen enkele situatie afzijdig kan houden. Uiteindelijk gaat het bij een brede
    maatschappelijke afweging immers om politieke keuzes en kan niet simpelweg naar de
    wetenschap of de samenleving worden verwezen. In zwaardere scenario’s zal er een sterkere
    rol van de rijksoverheid noodzakelijk zijn, maar ook dan is ruimte voor een inbreng en
    daarmee eigen verantwoordelijkheid van onderop wezenlijk voor het draagvlak en de
    maatschappelijke acceptatie..
</pre>

====================================================================== Einde pagina 125 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 126 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                 126
CONCLUSIE
We zullen moeten leren leven met het coronavirus en de onzekerheid die dit met zich
meebrengt. We weten immers niet hoe het verloop van het virus zal zijn. Hoe gaan toekomstige
mutaties eruitzien, en zullen de huidige vaccins ons voldoende blijven beschermen? Wat wel
zeker is, is dat corona voorlopig niet weg is. De aanwezigheid van het virus in combinatie met de
ongewisse toekomst plaatst de samenleving voor een complexe en langdurige opgave. Een
opgave die breder is dan alleen maatregelen en die aan veel beleidsterreinen raakt. Voor de
aanpak van deze opgave draagt de (rijks)overheid regieverantwoordelijkheid, niet alleen in
tijden van crisis, maar ook wanneer het op het oog goed gaat. Bij deze verantwoordelijkheid
gelden drie belangrijke aandachtspunten: 1) Benut de goede tijden om de slechte tijden te
doordenken. 2) Zorg voor een brede maatschappelijke afweging. 3) Ontwijk de ingewikkelde
keuzes niet.
Benut de goede tijden om de slechte tijden te doordenken
Goed bestuur veronderstelt mede: goed voorbereid zijn op toekomstige ontwikkelingen. Dat
geldt zeker bij de omgang met COVID-19. Juist op momenten dat er sprake is van relatieve rust,
moet in deze voorbereiding geïnvesteerd worden. Periodes waarin besmettingscijfers relatief
laag zijn en de crisissituatie ver weg is, moeten door politiek en samenleving worden benut om
verder de toekomst in te kijken. Het lastige hierbij is echter dat die toekomst onzeker is.
Gegeven deze onzekerheid kunnen scenario’s houvast bieden. Belangrijk is dat we ons daarbij
realiseren dat scenario’s geen toekomstvoorspellingen zijn. Het zijn schetsen van verschillende
plausibele toekomsten die ons kunnen helpen om beter voorbereid te zijn op een onzekere
toekomst. De werkelijkheid zal altijd anders zijn, maar het doordenken van scenario's stelt ons
beter in staat om met de onverwachte ontwikkelingen in de toekomst om te gaan. Het denken in
scenario’s vraagt wel om een bepaalde mentale inzet: een zekere initiële weerstand tegen met
name de meer ernstige scenario’s is niet vreemd. Maar de oogst van het tijdig doordenken van
verschillende toekomsten is groot. Aldus kan meer grip worden verkregen op dat wat in eerste
instantie ongrijpbaar lijkt. Per scenario krijgen we zicht op de implicaties voor bredere
beleidsopgaven. En er vallen robuuste beleidsopties te identificeren die in alle scenario’s van nut
kunnen zijn.
Met deze gezamenlijke rapportage hebben de betrokken organisaties een handreiking willen
bieden om het beloop van de COVID-19-pandemie in den brede en voor de langere termijn te
doordenken. Het is ook een uitnodiging aan beleidsmakers, bestuurders, maatschappelijke
instellingen en het bedrijfsleven om hier zelf mee aan de slag te gaan, voor zover zij dat niet al
gedaan hebben. Dat is geen gemakkelijke opgave, maar het is een waardevolle manier om dat
wat al nu in gang kan worden gezet, tijdig in beeld te krijgen. Het zorgt er bovendien voor dat
we beter voorbereid de gevolgen in de ernstigere situaties te lijf kunnen gaan.
Om een hier een aanzet voor te geven en inspiratie voor te bieden, hebben de betrokken
organisaties in deze rapportage de vijf scenario’s voor dertien domeinen doordacht. Hier komen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 126 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 127 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                                        127
een aantal zaken uit naar voren die in ieder scenario van belang zijn en die nu al gedaan kunnen
worden om beter op de toekomst voorbereid te zijn. Het is van belang om te investeren in
wendbaarheid. Uitgaande van de mogelijkheid dat de pandemie ook in de toekomst de
samenleving (in meer of minder ernstige mate) blijft beïnvloeden, is het noodzakelijk dat men in
verschillende domeinen snel en soepel kan schakelen. Dit schakelen kan betrekking hebben op
de wijze waarop interacties zijn georganiseerd (fysiek, hybride of online), maar kan ook gaan
over de inzet van mensen of de benodigde kennis. Om te zorgen voor wendbaarheid in de
toekomst zijn investeringen in het heden noodzakelijk, bijvoorbeeld in een robuuste digitale
infrastructuur en in opleidingseisen die voldoende flexibiliteit bieden. Het vermogen om
wendbaar te zijn heeft ook betrekking op de noodzakelijke juridische en bestuurlijke kaders en
instrumenten. Dat vraagt om een gereedschapskist met mogelijke, wettelijk verankerde
maatregelen en bestuurlijke structuren die voor de verschillende scenario’s toereikend zijn. 228
Tegelijkertijd is het van belang dat op deze gereedschapskist een stevig slot zit, dat er alleen
afgehaald kan worden volgens van tevoren vastgestelde procedures met democratisch-
rechtsstatelijke waarborgen. Wanneer een maatregel op enig moment uit de kist wordt gehaald,
moet op dat moment beoordeeld worden of de inzet proportioneel is. 229 Door proactief zo’n
stevig en wendbaar juridisch en bestuurlijk kader te ontwikkelen, kan belangrijke
besluitvorming – ook tijdens momenten waarop COVID-19 zich weer zou ontwikkelen tot een
crisis – plaatsvinden binnen bestaande democratische en rechtsstatelijke structuren.
Zorg voor een brede maatschappelijke afweging van maatregelen
Gegeven de grote gevolgen voor de samenleving van zowel het virus als van maatregelen die
worden genomen om besmettingen tegen te gaan, is het belangrijk dat er een brede
maatschappelijke afweging van maatregelen plaatsvindt. Deze constatering is niet nieuw en het
op te richten Maatschappelijk Impact Team heeft tot doel hier een bijdrage aan te leveren. Het is
belangrijk om realistische verwachtingen van een dergelijke afweging te hebben. Zorgdragen
voor een brede maatschappelijke afweging zal niet alle onvrede in de samenleving wegnemen.
De realiteit is dat een brede maatschappelijke afweging moeilijke keuzes oplevert die pijn doen.
Er bestaan heel veel maatschappelijke belangen, die vaak niet dezelfde kant op wijzen. Kiezen
voor het ene belang betekent bijna altijd dat een ander belang niet behartigd of zelfs geschaad
wordt. Toch kunnen we op basis van deze rapportage een aantal handvatten aanreiken die
kunnen helpen bij het maken van een bredere maatschappelijke afweging van maatregelen.
Heb specifiek oog voor kwetsbare groepen: Het is belangrijk om scherp in beeld te hebben
wat het effect van mogelijke maatregelen zal of kan zijn voor kwetsbare groepen. Deze
verantwoordelijkheid geldt in het bijzonder voor de groepen die niet goed georganiseerd zijn en
daardoor minder goed de weg weten te vinden naar de politiek of de media. Kwetsbaarheid is
zeer divers, mensen kunnen zich op tal van manieren in een precaire positie bevinden. Zij
kunnen in medische zin kwetsbaar zijn voor het virus, maar ook een sociaal-maatschappelijke
positie hebben die hen kwetsbaarder maakt voor het virus, de maatregelen en de gevolgen van
228 Zie hiervoor ook Raad van State 2022.
229 Overigens zullen diverse andere kwesties op dat moment eveneens om een beoordeling vragen, waaronder de bijbehorende
    nadere voorwaarden, die al dan niet via ministeriële regeling kunnen worden vastgesteld.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 127 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 128 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                              128
die maatregelen. In het bijzonder is aandacht nodig voor die plaatsen waar mensen zich in een
afhankelijke positie bevinden of die mensen voor hun dagelijks functioneren niet kunnen
vermijden, zoals zorginstellingen, gevangenissen, het openbaar vervoer, onderwijsinstellingen
en gemeentehuizen. Dit kan betekenen dat op die plaatsen eerder voorzorgsmaatregelen
worden getroffen om degenen die medisch kwetsbaar zijn te beschermen.
Heb oog voor het gedrag van mensen: Het is belangrijk om bij het overwegen van maatregelen
ook het gedrag van mensen in ogenschouw te nemen. Een maatregel die vanuit epidemiologisch
oogpunt zeer effectief is, maar die in beperkte mate wordt nageleefd, sorteert minder effect dan
een vanuit epidemiologisch oogpunt minder sterke maatregel met meer naleving. Om over het
gedrag van mensen en – daarmee samenhangend – de effectiviteit van maatregelen een
geïnformeerde inschatting te kunnen maken, is het nodig te investeren in onderzoek naar
factoren die het gedrag van mensen beïnvloeden en de motivaties van mensen.
Heb oog voor de brede effecten en de langetermijneffecten van maatregelen. Het is belangrijk dat
beleid op meer gericht is dan op het beheersbaar houden van de belasting van de
ziekenhuiszorg. In de eerste jaren van de pandemie werd de weging van de (potentiële) effecten
van de maatregelen soms bemoeilijkt door een gebrek aan informatie over zowel de
maatschappelijke effecten als de effecten breder binnen de zorg. Inmiddels hebben we beter
zicht op consequenties van maatregelen die soms pas na verloop van tijd duidelijk worden, zoals
achterblijvende leerprestaties, verminderd sociaal-emotioneel welzijn, uitgestelde
behandelingen en mentale-gezondheidsproblemen. Het is daarom belangrijk om naar meer
parameters te kijken dan alleen de bezetting van de ic. De moeilijke en in dit geval ook
ongemakkelijke vraag is die naar de uiterste consequentie, namelijk of een bredere
maatschappelijke afweging er ook toe kan leiden dat we er expliciet voor kiezen om bepaalde
maatregelen niet te nemen vanwege de grote maatschappelijke effecten die ze hebben. Op dat
moment wetende dat de consequentie van die keuze is dat de ic overloopt en dat daardoor acute
patiënten niet op de ic kunnen worden opgenomen, met vervolgens ook brede gevolgen voor
zorg en samenleving.
Ontwijk de ingewikkelde keuzes niet
De scenario’s, zoals doordacht in deze rapportage, laten zien dat er zeer ingewikkelde keuzes op
tafel kunnen komen te liggen. Een brede maatschappelijke afweging impliceert pijnlijke
dilemma’s. Te denken valt aan de keuze tussen het beschermen van levens die acuut worden
bedreigd en het beschermen van levens(kwaliteit) op de langere termijn. Of aan de keuze tussen
(sub)sectoren wanneer zou worden besloten dat de samenleving opnieuw (ten dele) dicht moet.
Het is belangrijk om deze ingewikkelde keuzes niet te ontwijken, maar hierover een eerlijk
gesprek met de samenleving te voeren. En ook de pijn te erkennen die bij iedere keuze hoort.
Hier eerlijk en transparant over te zijn, kan zowel bijdragen aan de inhoudelijke als aan de
ervaren procesmatige rechtvaardigheid.
Het is daarbij van belang om de moeilijkste keuzes die in de toekomst mogelijk op tafel komen te
liggen, juist nu al grondig te doordenken. Dit betekent overigens niet dat er direct knopen
moeten of kunnen worden doorgehakt. De realiteit is dat voor het maken van de uiteindelijke
keuzes die maatschappelijk gezien pijn doen, een breed gevoelde urgentie noodzakelijk is. En die
</pre>

====================================================================== Einde pagina 128 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 129 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                            129
ontstaat vaak pas wanneer de crisis realiteit is. Maar dit laat onverlet dat de ingewikkelde
dilemma’s die op enig moment wel degelijk realiteit kunnen worden, nu al met de daarvoor
benodigde zorgvuldigheid kunnen worden doordacht, zodat wanneer het moment toch daar
blijkt te zijn, de maatregel niet als een volledige verrassing komt en op een meer afgewogen
wijze de daadwerkelijke keuze kan worden gemaakt.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 129 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 130 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                     130
LITERATUURLIJST
Overkoepelende teksten
(Inleiding, reflectie en conclusie en inleidende teksten bij de vijf scenario’s en bij de overkoepelende
lessen)
ACVZ en ROB (2022) De asielopvang uit de crisis, Den Haag: Adviescommissie voor
       Vreemdelingenzaken en Raad voor het Openbaar Bestuur, beschikbaar op: De asielopvang
       uit de crisis | Publicatie | Raad voor het Openbaar Bestuur (raadopenbaarbestuur.nl).
Adler, M.D. (2015) ‘Welfarism, Equity, and the Choice between Statistical and Identified Victims’,
       in I.G. Cohen, N. Daniels en N.M. Eyal (red.) (2015), Identified versus statistical lives: an
       interdisciplinary perspective, Oxford: Oxford University Press.
Adviesraad Internationale Vraagstukken (2022) Fundament voor een Nederlandse mondiale
       gezondheidsstrategie, Den Haag: AIV, beschikbaar op:
       www.adviesraadinternationalevraagstukken.nl/documenten/publicaties/2022/04/20/fu
       ndament-voor-nederlandse-mondiale-gezondheidsstrategie
Ballering, A.V., S.K.R van Zon, T.C. Olde Hartman en J.G. Rosmalen (2022) ‘Persistence of somatic
       symptoms after COVID-19 in the Netherlands: an observational cohort study’, The Lancet,
       400(10350), 452-461.
Brock, D.W. (2015) ‘Identified versus Statistical Lives: Some Introductory Issues and
       Arguments’, in I.G. Cohen, N. Daniels en N.M. Eyal (red.) (2015) Identified versus statistical
       lives: an interdisciplinary perspective, Oxford: Oxford University Press.
Bussemaker, J. (2022) ‘Wetenschap voor beleid’, in F.J. van Ommeren, D. Roovers, P. de Jong en
       B. Coster (red.), Wetenschap en overheidsbeleid: Een spanningsvolle relatie, 101-112, Den
       Haag: Boom Bestuurskunde.
CBS (2021) Nederlandse verdiensten aan internationale handel, Den Haag: CBS, beschikbaar op:
       longreads.cbs.nl/nederland-handelsland-2021/nederlandse-verdiensten-aan-
       internationale-handel/
CBS (2022) In 2021 ruim 19 duizend mensen aan COVID-19 overleden, Amsterdam: CBS,
       beschikbaar op: www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2022/13/in-2021-ruim-19-duizend-mensen-
       aan-covid-19-overleden
Centrum voor Ethiek en Gezondheid (2012) Rechtvaardige selectie bij een pandemie, Den Haag: CEG,
       beschikbaar op: www.ceg.nl/documenten/signalementen/2012/12/13/rechtvaardige-
       selectie-bij-een-pandemie
Coutinho, R. (2021) ‘Covid-19, wat gaat de toekomst ons brengen?’, p. 16-18 in WRR/KNAW,
       Covid-19: Expertvisies op de gevolgen voor samenleving en beleid, beschikbaar op:
       www.wrr.nl/publicaties/publicaties/2021/07/15/covid-19-expertvisies-op-de-gevolgen-
       voor-samenleving-en-beleid
Damstra, A. en K. de Swert (2021). ‘The making of economic news: Dutch economic journalists
       contextualizing their work’, Journalism, 22(12): 3083-3100.
       doi.org/10.1177/1464884919897161.
Daniels, N. (2015) ‘Can There be Moral Force to Favoring an Identified over a Statistical Life?’ in
       I.G. Cohen, N. Daniels en N.M. Eyal (red.) (2015) Identified versus statistical lives: an
       interdisciplinary perspective, Oxford: Oxford University Press.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 130 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 131 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                  131
Bourbon de Parme, J. de (2021) ‘Ik werd geraakt in Groenland’, Ministerie van Buitenlandse
      Zaken, 5 augustus 2021, beschikbaar op: www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-
      van-buitenlandse-zaken/het-werk-van-bz-in-de-praktijk/weblogs/2021/nieuwe-
      klimaatgezant-jaime-de-bourbon-de-parme
Devlin, H. (2022) ‘The way it’s playing out is unexpected: UK faces up to changing waves of
      Covid’, The Guardian, 17 juli, beschikbaar op: www.theguardian.com/world/
      2022/jul/17/unexpected-changing-waves-covid-seasonal
Dommering, E. (2021) ‘Het coronabeleid is onconstitutioneel’, Nederlands Juristenblad
      2021/3020, afl. 41.
Dool, P. van den (2022) ‘Bedrijfsleven denkt mee over coronamaatregelen en wil vooral heel veel
      níét’, NRC 19 juli 2022, beschikbaar op: www.nrc.nl/nieuws/2022/07/19/bedrijfsleven-
      denkt-mee-over-coronamaatregelen-en-wil-vooral-heel-veel-niet-a4136891
Drabek, T.E. (2012) Human system responses to disaster: An inventory of sociological findings,
      New York: Springer Science & Business Media.
Eguia, R.T., K.H.D. Crawford, T. Stevens-Ayers, L. Kelnhofer-Millevolte, A.L. Greninger, J.A.
      Englund, M.J. Boeckh en J.D. Bloom (2021) ‘A human coronavirus evolves antigenically to
      escape antibody immunity’, bewerkt door Adam S. Lauring, plos Pathogens 17, 4:
      e1009453. Doi.org/10.1371/journal.ppat.1009453.
Eidelman, S. en C.S. Crandall (2012) ‘Bias in favor of the status quo’, Social and Personality
      Psychology Compass, 6(3): 270-281. Doi.org/10.1111/j.1751-9004.2012.00427.x
Eyal, N. (2015) ‘Concentrated Risk, the Coventry Blitz, Chamberlain’s Cancer’, in I.G. Cohen, N.
      Daniels en N.M. Eyal (red.) (2015) Identified versus statistical lives: an interdisciplinary
      perspective, Oxford: Oxford University Press.
Escandón, K., A.L. Rasmussen, I.I. Bogoch, E.J. Murray, K. Escandón, S.V. Popescu en J. Kindrachuk,
      (2021) ‘COVID-19 false dichotomies and a comprehensive review of the evidence
      regarding public health, COVID-19 symptomatology, SARS-CoV-2 transmission, mask
      wearing, and reinfection’, BMC Infectious Diseases 21 (710). doi.org/10.1186/s12879-021-
      06357-4.
FMS en KNMG (2020) Draaiboek triage op basis van niet-medische overwegingen voor IC-opname
      ten tijde van fase 3 in de COVID-19 pandemie, Utrecht: Federatie Medische
      Specialisten/KNMG, beschikbaar op: www.demedischspecialist.nl/sites/default/files/
      Draaiboek%20Triage%20op%20basis%20van%20niet-medische%20overwegingen%
      20voor%20IC-opname%20ten%20tijde%20van%20fase%203_COVID-19%20versie2.pdf
Gezondheidsraad (2004) Advies Emerging zoonoses/ Opduikende zoönosen, Den Haag:
      Gezondheidsraad, beschikbaar op: www.gezondheidsraad.nl/documenten/
      adviezen/2004/09/16/emerging-zoonoses-opduikende-zoonosen
Gezondheidsraad (2020) Beoordelingskader voor vaccinaties, Den Haag: Gezondheidsraad,
      beschikbaar op: www.gezondheidsraad.nl/documenten/overige/
      2020/12/21/beoordelingskader-voor-vaccinaties
Gezondheidsraad (2022a) Toepassingskader revaccinatie tegen COVID-19, Den Haag:
      Gezondheidsraad, beschikbaar op: www.gezondheidsraad.nl/documenten/
      adviezen/2022/03/25/toepassingskader-revaccinaties-tegen-covid-19
Gezondheidsraad (2022b) Kernadvies Mentale gevolgen van de coronapandemie: een eerste
      inventarisatie, Den Haag: Gezondheidsraad, beschikbaar op: www.gezondheidsraad.nl/
</pre>

====================================================================== Einde pagina 131 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 132 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                      132
       onderwerpen/zorg/documenten/adviezen/2022/02/14/kernadvies-mentale-gevolgen-
       van-de-coronapandemie-een-eerste-inventarisatie
Hameleers, M. en R. Vliegenthart (2021) ‘De verspreiding en effecten van desinformatie tijdens
       de covid- 19-pandemie’, blz. 60-67 in WRR/KNAW, Covid-19: Expertvisies op de gevolgen
       voor samenleving en beleid, beschikbaar op: www.wrr.nl/publicaties/publicaties/
       2021/07/15/covid-19-expertvisies-op-de-gevolgen-voor-samenleving-en-beleid
Hare, C. (2015) ‘Statistical People and Counterfactual Indeterminacy’, in I.G. Cohen, N. Daniels en
       N.M. Eyal (red.) (2015) Identified versus statistical lives: an interdisciplinary perspective,
       Oxford: Oxford University Press.
Haseltine, W. (2021) ‘A Warning About The Future Of Covid-19 From The Scientific Advisory
       Group For Emergencies Of The United Kingdom’, Forbes, 4 augustus 2021, beschikbaar op:
       https://www.forbes.com/sites/williamhaseltine/2021/08/04/a-warning-about-the-
       future-of-covid-19-from-the-scientific-advisory-group-for-emergencies-of-the-united-
       kingdom/
Heijden, K. van der (2005) Scenarios; The Art of Strategic Conversation, 2nd edition, Chichester:
       John Wiley & Sons.
Hughes, J.D. (2013) ‘Responses to natural disasters in the Greek and roman world’, in K. Pfeifer
       en N. Pfeifer (Red.), Forces of nature and cultural responses, 111-137, Dordrecht: Springer.
Kamerstukken II 2019/2020 25295 nr. 142 (2020) Motie van de leden Krol en Hijink, 12 maart
       2020, beschikbaar op: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25295-142.html
Kamerstukken II 2019/2020 25295 nr. 289 (2020) Motie van het lid Segers c.s., 22 april 2020,
       beschikbaar op: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25295-289.html
Kamerstukken II 2020/2021 25295 nr. 860 (2021) Motie van het lid Jetten c.s., 5 januari 2021,
       beschikbaar op: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25295-860.html
Kamerstukken II 2021/2022 25295, nr. 1834 (2022) Lange termijn aanpak COVID-1, Brief
       regerering, 1 april 2022, beschikbaar op: www.tweedekamer.nl/kamerstukken/
       moties/detail?id=2022Z06406&did=2022D13055
Kamerstukken II 2021/2022 25 295 nr. 1866 (2022) Motie van het lid Bikkers c.s., 24 mei 2022,
       beschikbaar op: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25295-1866.html
Kamerstukken II 2021/2022 25295, nr. 1883 (2022) Nadere uitwerking lange termijn aanpak
       COVID-19, Brief regering, 13 juni 2022, beschikbaar op: www.tweedekamer.nl/
       kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022Z11889&did=2022D24469
Katzourakis, A. (2022) ‘Covid-19: endemic doesn’t mean harmless’, Nature 601, 485.
       Doi.org/10.1038/d41586-022-00155-x.
Loof, J. (2022) ‘Coronacrisis en bestuursrecht: rechtsstatelijke en mensenrechtelijke dimensies’,
       in M. van der Steen, J.E. van den Brink, J.P. Loof en J. Korzelius, Bestuursrecht in crisistijd,
       Den Haag: Boom uitgevers.
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2022) Nationale Woon- en
       Bouwagenda, Den Haag: Ministerie van BZK, beschikbaar op: www.rijksoverheid.nl/
       documenten/rapporten/2022/03/11/nationale-woon-en-bouwagenda
Murata, A., T. Nakamura en W. Karwowski (2015) ‘Influence of cognitive biases in distorting
       decision making and leading to critical unfavorable incidents’, Safety, 1(1): 44-58.
       doi.org/10.3390/safety1010044.
Nakasu, T., Y. Ono en W. Pothisiri (2018) ‘Why did Rikuzentakata have a high death toll in the
       2011 Great East Japan Earthquake and Tsunami disaster? Finding the devastating
</pre>

====================================================================== Einde pagina 132 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 133 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                              133
       disaster’s root causes’, International Journal of Disaster Risk Reduction, 27: 21-36.
       doi.org/10.1016/j.ijdrr.2017.08.001.
Nature (2022) ‘COVID is here to stay: countries must decide how to adapt’, editorial Nature 601,
       165. doi.org/10.1038/d41586-022-00057-y.
Nivel (2022) Beter zicht op het aantal personen met het post-COVID-syndroom, Utrecht: Nivel,
       beschikbaar op: www.nivel.nl/nl/nieuws/beter-zicht-op-het-aantal-personen-met-het-
       post-covid-syndroom
Ommeren, F.J. van, D. Roovers, P. de Jong en B. Coster (red.), Wetenschap en overheidsbeleid: Een
       spanningsvolle relatie, p. 53-66, Den Haag: Boom Bestuurskunde.
Onderzoeksraad voor Veiligheid (2022) Aanpak coronacrisis; Deel I: tot september 2020, Den
       Haag: OVV, beschikbaar op: www.onderzoeksraad.nl/nl/page/16666/aanpak-
       coronacrisis-–-deel-1-tot-september-2020
Otsuka, M. (2015) ‘Risking Life and Limb: How to Discount Harms by Their Improbability’, in I.G.
       Cohen, N. Daniels en N.M. Eyal (red.) (2015). Identified versus statistical lives: an
       interdisciplinary perspective, Oxford: Oxford University Press.
Planbureau voor de Leefomgeving (2017) Scenario’s voor milieu, natuur en ruimte gebruiken: een
       handreiking, Den Haag: PBL, beschikbaar op: www.pbl.nl/scenarios-voor-milieu-natuur-
       en-ruimte-gebruiken-een-handreiking
Planbureau voor de Leefomgeving (2019) Oefenen met de toekomst, Ruimtelijke Verkenning 2019,
       Den Haag: PBL, beschikbaar op: www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2019-
       ruimtelijke-verkenning-2019-oefenen-met-de-toekomst-2631.pdf
Prins, J.E.J. (2021) ‘Corona & langetermijnstrategie: afscheid van juridische lapmiddelen’,
       Nederlands Juristenblad, 96 (44) 3609.
Prins, J.E.J. (2022) Lezing voorzitter WRR in de Tweede Kamer ter gelegenheid
       verantwoordingsdag, Den Haag, beschikbaar op:
       www.wrr.nl/publicaties/toespraken/2022/05/18/corien-prins-spreekt-de-kamer-toe-
       tijdens-verantwoordingsdag
Raad van State (2021) Ongevraagd advies 'van noodwet tot crisisrecht', Den Haag: Raad van State.
Raad van State (2022) Advies wetsvoorstel voor nieuwe noodwet voor bestrijding infectieziekten,
       Den Haag: Raad van State, beschikbaar op:
       https://www.raadvanstate.nl/adviezen/@132209/w13-22-0138-iii/
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2020a) Coronamoe(d), Den Haag: RVS, beschikbaar
       op: https://adviezen.raadrvs.nl/coronamoed/
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2020b) (Samen)leven is meer dan overleven, Den
      Haag: RVS, beschikbaar op: www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2020/05/03/goed-
       samen-leven-in-tijden-van-corona
RIVM (2021) Draagvlak en vertrouwen, het belang van ervaren rechtvaardigheid, Bilthoven:
       Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, beschikbaar op:
       www.rivm.nl/documenten/draagvlak-en-vertrouwen-belang-van-ervaren-
       rechtvaardigheid
RIVM (2022a) Naleving van en draagvlak voor basisgedragsregels, Bilthoven: Rijksinstituut voor
       Volksgezondheid en Milieu, beschikbaar op: www.rivm.nl/gedragsonderzoek/naleving-
       van-en-draagvlak-voor-basis-gedragsregels/analyses-eerdere-metingen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 133 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 134 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                   134
RIVM (2022b) De gezondheidsgevolgen van uitgestelde operaties tijdens de corona-pandemie.
       Schattingen voor 2020 en 2021, Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,
       beschikbaar op: www.rivm.nl/publicaties/gezondheidsgevolgen-uitgestelde-operaties-
       tijdens-coronapandemie
SCP (2020) Presentaties maatschappelijke effecten corona, Den Haag: SCP, beschikbaar op:
       www.scp.nl/onderwerpen/corona/documenten/rapporten/2020/12/18/presentaties-
       maatschappelijk-beeld-corona
SCP en Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2022) Briefadvies corona, Den Haag: SCP en
       RVS, beschikbaar op: www.scp.nl/publicaties/publicaties/2022/01/27/briefadvies-
       corona-sociaal-en-cultureel-planbureau-en-raad-voor-volksgezondheid--samenleving
Schoch-Spana, M., E.K. Brunson, M. Shearer, S. Ravi, T.K. Sell, H. Chandler en G. Gronvall (2017)
       The Spars Pandemic, 2025-2028: A futuristic Scenario for Public Health Risk Communicators,
       Baltimore: Johns Hopkins Center for Health Security.
Schoemaker, J. en W. de Boer (2021) Impact van veranderingen in sport en bewegen door het
       coronavirus in 2020, HAN University of Applied Sciences, beschikbaar op:
       www.kenniscentrumsportenbewegen.nl/kennisbank/publicaties/?impact-van-
       veranderingen-in-sport-en-bewegen-door-het-coronavirus-in-2020&kb_id=25938&kb_q=
Scientific Advisory Group for Emergencies (2021) Can we predict the limits of sars-CoV-2 variants
       and their phenotypic consequences?, beschikbaar op: https://assets.publishing.
       service.gov.uk/government/uploads/system/uploads/attachment_data/file/1007566/S1
       335_Long_term_evolution_of_SARS-CoV-2.pdf
Slote, M. (2015) ‘Why not Empathy?’ in I.G. Cohen, N. Daniels en N.M. Eyal (red.)
       (2015) Identified versus statistical lives: an interdisciplinary perspective, Oxford: Oxford
       University Press.
Stichting NICE (2022) COVID-19 infecties op de IC’s, Amsterdam: Nationale Intensive Care
       Evaluatie, beschikbaar op: www.stichting-nice.nl/covid-19-op-de-ic.jsp
Tetlock, P.E. (2003) ‘Thinking the unthinkable: sacred values and taboo cognitions’, Trends in
       Cognitive Science 7, 7:320-324.
Torre, van der W. (2010) ‘Scenario’s voor besluitvorming: lessen uit de pioniersjaren bij Shell’, in
       M.B.A. Asselt, A. Faas, F. van der Molen en S.A. Veenman (red.) (2010) Uit zicht:
       toekomstverkennen met beleid, Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het
       Regeringsbeleid, beschikbaar op: www.wrr.nl/adviesprojecten/praktijken-van-
       toekomstverkenning/documenten/verkenningen/2010/09/27/uit-zicht-
       toekomstverkennen-met-beleid---24
Veerman, G. (2022) ‘Wetenschappelijk onderbouwde wetgeving, dat spreekt’, in F.J. Van
       Ommeren, D. Roovers, P. de Jong en B. Coster (red.), Wetenschap en overheidsbeleid: Een
       spanningsvolle relatie, p. 53-66, Den Haag: Boom Bestuurskunde.
Verweij, M. (2015) ‘How (not) to Argue for the Rule of Rescue: Claims of Individuals versus
       Group Solidarity’, in I.G. Cohen, N. Daniels en N.M. Eyal. (red.) (2015) Identified versus
       statistical lives: an interdisciplinary perspective, Oxford: Oxford University Press.
Weick, K.E. (1995) ‘Sensemaking in organizations’ (Vol. 3), Sage Publications Inc., in M. van der
       Steen, M. Otto, P. Ophoff, R.S. Thomas, J. van Popering-Verkerk, K. van Ramshorst en B.
       Koopmans (2021) Samenhang vraagt sturing, Den Haag: Nederlandse School voor
</pre>

====================================================================== Einde pagina 134 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 135 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                135
      Openbaar Bestuur, beschikbaar op: www.nsob.nl/sites/www.nsob.nl/files/2021-
      01/NSOB%20(2021).%20Samenhang%20vraagt%20sturing.pdf%20
Wit, E. de, N. van Doremalen, D. Falzarano en V.J. Munster (2016) ‘SARS and MERS: recent
      insights into emerging coronaviruses’, Nature Reviews Microbiology 14, 8: 523-534.
      doi.org/10.1038/ nrmicro.2016.81.
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2002) De toekomst van de nationale
      rechtsstaat, Den Haag: Sdu Uitgevers, beschikbaar op: www.wrr.nl/publicaties/
      rapporten/2002/10/29/de-toekomst-van-de-nationale-rechtsstaat
WRR en KNAW (2021a) Covid-19 expertvisies op de gevolgen voor samenleving en beleid, Den
      Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, beschikbaar op: www.wrr.nl/
      publicaties/publicaties/2021/07/15/covid-19-expertvisies-op-de-gevolgen-voor-
      samenleving-en-beleid
WRR en KNAW (2021b) Navigeren en anticiperen in onzekere tijden, Den Haag:
      Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, beschikbaar op: www.wrr.nl/
      publicaties/publicaties/2021/09/02/navigeren-en-anticiperen-in-onzekere-tijden
WRR, Gezondheidsraad en ROB (2021) Verwerven, waarderen en wegen. De inzet van kennis bij
      beleidsadvisering in crisistijd, Den Haag: Wetenschappelijke raad voor het
      Regeringsbeleid/Gezondheidsraad/Raad voor het Openbaar Bestuur, beschikbaar op:
      www.wrr.nl/publicaties/publicaties/2021/06/10/verwerven-waarderen-en-wegen.-de-
      inzet-van-kennis-bij-beleidsadvisering-in-crisistijd
Zorg
Bakx, P., P. van Baal, J. van Exel en B. Wouterse (2020) ‘Lessen trekken uit de zorguitval tijdens
      de coronacrisis’, Economische Statistische Berichten, 17 juni.
Expertteam Covid (2022) Optimalisatie ziekenhuiszorg in tijden van COVID. Een praktijkgerichte
      modulaire aanpak, beschikbaar op:
      www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/06/01/kernrapport-expertteam-
      covid-zorg
FMS en KNMG (2020) Draaiboek triage op basis van niet-medische overwegingen voor IC-opname
      ten tijde van fase 3 in de COVID-19 pandemie, Utrecht: Federatie Medische
      Specialisten/KNMG, beschikbaar op: open.overheid.nl/repository/ronl-9d9f1dd1-a35e-
      466e-9358-23ed72768994/1/pdf/draaiboek-triage-op-basis-van-niet-medische-
      overwegingen-voor-ic-opname-ten-tijde-van-fase-3-in-de-covid-19-pandemie.pdf
Gezondheidsraad (2022) Kernadvies Mentale gevolgen van de coronapandemie: een eerste
      inventarisatie, Den Haag: Gezondheidsraad.
LNAZ (2021) Opschalingsplan COVID-19. Versie 1.1 oktober 2021, Utrecht: Bureau Landelijk
      Netwerk Acute Zorg.
Kamerstukken II 2021/2022 25295, nr. 1883 (2022) Nadere uitwerking lange termijn aanpak
      COVID-19, Brief regering, 13 juni 2022, beschikbaar op: www.tweedekamer.nl/
      kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022Z11889&did=2022D24469
Onderzoeksraad voor Veiligheid (2022) Opvolging aanbevelingen Aanpak coronacrisis – Deel 1,
      Den Haag: OVV.
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2020a). Coronamoe(d), Den Haag: RVS.
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2020b) (Samen)leven is meer dan overleven. Breder
      kijken en kiezen in tijden van corona, Den Haag: RVS.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 135 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 136 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                            136
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2020c) Applaus is niet genoeg. Anders waarderen en
      erkennen van zorgverleners, Den Haag: RVS.
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2021). Stervelingen. Beter samenleven met de dood,
      Den Haag: RVS.
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2022a) (Maat)werk bij langdurige klachten na covid.
      Arbeidsmarktparticipatie en sociale zekerheid bij langdurige klachten na covid en een
      pandemische context, Den Haag: RVS.
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2022b) Anders leven en zorgen. Naar een
      gelijkwaardig samenspel tussen naasten, vrijwilligers en beroepskrachten, Den Haag: RVS.
WHO (2021) Expanding our understanding of post COVID-19 condition web series: Rehabilitation
      care, beschikbaar op: www.who.int/news-room/events/detail/2021/10/06/default-
      calendar/expanding-our-understanding-of-post-covid-19-condition-web-series-
      rehabilitation-care.
Vereniging Nederlandse Gemeenten (2022). Dashboard Maatschappelijke en economische
      veerkracht, beschikbaar op: www.waarstaatjegemeente.nl.
Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (2021) Kiezen voor houdbare zorg. Mensen,
      middelen en maatschappelijk draagvlak. Den Haag: WRR.
Openbaar bestuur
Andersson Elffers Felix (2021) Nieuw inzicht in de financiële bijwerkingen van corona,
      beschikbaar op vng.nl/sites/default/files/2021-05/aef-nieuw-inzicht-in-de-financiele-
      bijwerkingen-van-corona.pdf.
Bekkers, H. (2022) Raadsvergadering mag officieel pas in 2023 weer digitaal, beschikbaar op
      www.binnenlandsbestuur.nl/bestuur-en-organisatie/digitaal-vergaderen-noodgeval-
      spoedwet.
Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (2021) Raadsleden en Veiligheid,
      Benchmarkonderzoek 2021, Utrecht: CVV, beschikbaar op www.raadsleden.nl/sites/
      www.raadsleden.nl/files/documenten/rapport_raadsleden_en_veiligheid_2021_0.pdf.
DG Samenleving en COVID-19 (2021) Nederland na de crisis: Perspectief voor en door de
      samenleving, beschikbaar op open.overheid.nl/repository/ronl-ce74b4d1-056e-4a2e-
      8f8b-80b1dea4fdf2/1/pdf/perspectief-op-nederland-na-de-crisis.pdf
Kamerstukken II, 2019/2020, 35 420, nr. 43 (2020) Brief van de minister van Binnenlandse
      Zaken en Koninkrijksrelaties, 28 mei 2020, beschikbaar op:
      https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35420-43.html
Kamerstukken II, 2021/2022, 29 517, nr. 223 (2022) Verzamelbrief brandweer en
      crisisbeheersing, 8 juli 2022, beschikbaar op: https://www.tweedekamer.nl/
      kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022D30610&did=2022D30610
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2021) Brief aan colleges van
      burgemeester en wethouders, betreft: Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden
      maart 2021: verdeling over gemeenten, beschikbaar op open.overheid.nl/repository/ronl-
      8eda8e51-4e29-4aaa-b7b5-a330f2f15435/1/pdf/Brief%20compensatiepakket%
      20coronacrisis%20medeoverheden%20maart%202021%20verdeling%20over%20geme
      enten%2026%20maart.pdf
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Minister van Binnenlandse Zaken en
      Koninkrijksrelaties (2022) Concept Memorie van Toelichting, betreffende concept
      wetsvoorstel: Eerste tranche aanpassing Wpg, beschikbaar op
      www.internetconsultatie.nl/eerstetrancheaanpassingwpg/document/9149
</pre>

====================================================================== Einde pagina 136 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 137 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                              137
Munneke, S.A.J. (2022) Beslisregels voor digitaal of fysiek vergaderen, beschikbaar op
      kennisopenbaarbestuur.nl/media/258381/beslisregels-voor-digitaal-of-fysiek-
      vergaderen.pdf
NU.nl (2020) Minder ziekmeldingen door thuiswerken, psychisch verzuim neemt wel toe, 17 juni,
      beschikbaar op www.nu.nl/economie/6058554/minder-ziekmeldingen-door-
      thuiswerken-psychisch-verzuim-neemt-wel-toe.html
Peters, K., G. Boogaard, B. van der Berg en L. van Kalken (2020) Derde rapportage, eindrapport
      Evaluatiecommissie Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming, beschikbaar op
      kennisopenbaarbestuur.nl/media/257415/derde-rapportage-eindrapport-
      evaluatiecommissie-tijdelijke-wet-digitale-beraadslaging-en-besluitvorming.pdf
Peters, K., G. Boogaard, B. van der Berg, en L. van Kalken (2021) ‘Lokale democratie achter de
      schermen: Lessen leren uit digitaal vergaderen door gemeenteraden in coronatijd’,
      Bestuurskunde, 2021-3 (30), p. 54-61.
Raad voor het Openbaar Bestuur (2022a) Van crisis naar opgave: Over de blijvende gevolgen van
      de coronapandemie voor gemeenten en openbare lichamen in Caribisch Nederland. Den
      Haag: ROB, beschikbaar op www.raadopenbaarbestuur.nl/binaries/raad-openbaar-
      bestuur/documenten/publicaties/2022/03/10/van-crisis-naar-opgave/ROB-
      advies+%27Van+crisis+naar+opgave%27.pdf.
Raad voor het Openbaar Bestuur (2022b) Wegingskader goed openbaar bestuur. Den Haag: ROB,
      beschikbaar op www.raadopenbaarbestuur.nl/binaries/raad-openbaar-
      bestuur/documenten/publicaties/2022/02/24/wegingskader-goed-openbaar-
      bestuur/Wegingskader+goed+bestuur+-+ontwikkeltraject+-+ROB.pdf.
Wetgeving
Kamerstukken II 2021/2022 25295, nr. 1780 (2022) Brief van de minister van Volksgezondheid,
      Welzijn en Sport, 8 februari 2022, beschikbaar op:
      https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25295-1780.html
Kamerstukken II 2021/2022 25295, nr. 1834 (2022) Lange termijn aanpak COVID-19, brief
      regering , 1 april 2022, beschikbaar op: www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/
      detail?id=2022Z06406&did=2022D13055
Kamerstukken II 2021/2022 25295, nr. 1883 (2022) Nadere uitwerking lange termijn aanpak
      COVID-19, Brief regering, 13 juni 2022, beschikbaar op: www.tweedekamer.nl/
      kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022Z11889&did=2022D24469
Kamerstukken II 2017/18, 29668, nr. 48 (2018) Brief van de minister van Justitie en Veiligheid, 3
      juli 2018, beschikbaar op: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29668-48.html
Kamerstukken II 2017/18, 29668, nr. 67 (2022) Brief van de minister van Justitie en Veiligheid,
      20 mei 2022, beschikbaar op: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29668-
      67.html
Spontaan advies ‘van noodwet tot crisisrecht’ van de Afdeling advisering van de Raad van State
      van 15 december 2021 (W04.21.0291/I), bijlage bij Kamerstukken II 2021/22, 29668, nr.
      65, beschikbaar op: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-1013770
Mensenrechten
Europese Commissie (2021) Europese Gezondheidsunie, beschikbaar op: ec.europa.eu/info/
      strategy/priorities-2019-2024/promoting-our-european-way-life/european-health-
      union_nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 137 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 138 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                138
Raad van Europa (2021) COVID-19 and Social Rights: Statement by the European Committee of
      Social Rights, beschikbaar op: www.coe.int/en/web/european-social-charter/-/covid-19-
      and-social-rights-statement-by-the-european-committee-of-social-rights
Rushton, S. (2011). ‘Global health security: security for whom? Security from what?’. Political
      Studies 59, 4:779-796.
Storeng, K. T. en A. de Bengy Puyvallée (2021). ‘The Smartphone Pandemic: How Big Tech and
      public health authorities partner in the digital response to Covid-19’, Global Public Health
      16, 8-9: 1482-1498.
Wereldbank (2020) Fact Sheet: Financial Intermediary Fund for Pandemic Prevention,
      Preparedness and Response, beschikbaar op: www.worldbank.org/en/topic/
      pandemics/brief/factsheet-financial-intermediary-fund-for-pandemic-prevention-
      preparedness-and-response
Internationale relaties
Abimbola, S. en S.M. Topp (2018) ‘Adaptation with robustness: the case for clarity on the use of
      ‘resilience’in health systems and global health’, BMJ Global Health 3, 1.
Adviesraad Internationale Vraagstukken (2022) AIV-advies 121. Den Haag: AIV, beschikbaar op:
      www.adviesraadinternationalevraagstukken.nl/documenten/publicaties/2022/04/20/fu
      ndament-voor-nederlandse-mondiale-gezondheidsstrategie
Balfour, R., L. Bomassi en M. Martinelli (2022) Coronavirus and the Widening Global North-South
      Gap, beschikbaar op: carnegieeurope.eu/2022/04/25/coronavirus-and-widening-global-
      north-south-gap-pub-86891
Kickbusch, I. en K.S. Reddy (2015). ‘Global health governance–the next political revolution’,
      Public health 129, 7: 838-842.
Pas, R. van de, M.A. Widdowson, R. Ravinetto, P. N Srinivas, T.J. Ochoa, T.O. Fofana en W. van
      Damme (2022). ‘COVID-19 vaccine equity: a health systems and policy perspective’, Expert
      Review of Vaccines 21, 1: 25-36.
WHO (2021). Emerging technologies and dual-use concerns: a horizon scan for global public
      health, beschikbaar op: apps.who.int/iris/bitstream/handle/10665/
      346862/9789240036161-eng.pdf
Zarocostas, J. (2020) ‘How to fight an infodemic’, The Lancet 395, 10225: 676.
Economie
CBS (2022) Minder faillissementen in juli. Den Haag: CBS, beschikbaar op www.cbs.nl/nl-
      nl/nieuws/2022/32/minder-faillissementen-in-juli
Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (2022) Heeft COVID geleid tot structureel ander
      reisgedrag?, Den Haag: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2022) STAP-budget voor scholing en
      ontwikkeling, Den Haag: Ministerie van SZW, beschikbaar op www.rijksoverheid.nl/
      onderwerpen/leven-lang-ontwikkelen/leven-lang-ontwikkelen-financiele-
      regelingen/stap-budget
OESO (2022), Policy Responses to Coronavirus (COVID-19) First lessons from government
      evaluations of COVID-19 responses: A synthesis. Parijs: OESO.
Planbureau voor de Leefomgeving (2021) Thuiswerken en de gevolgen voor wonen en mobiliteit,
      Den Haag: PBL.
SER (2022a) Advies Hybride Werken, Den Haag: Sociaal-Economische Raad.
SER (2022b) Voorbeelden van leven lang ontwikkelen, Den Haag: Sociaal-Economische Raad,
      beschikbaar op www.ser.nl/nl/thema/leven-lang-ontwikkelen/voorbeelden
</pre>

====================================================================== Einde pagina 138 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 139 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                    139
Onderwijs
Gezondheidsraad (2022) Mentale gevolgen van de coronapandemie: een eerste inventarisatie, Den
       Haag: Gezondheidsraad.
Inspectie van het Onderwijs (2022) De Staat van het onderwijs, Den Haag: Inspectie van het
       Onderwijs.
OESO (2021) The State of Global Education. 18 Months into the Pandemic, Parijs: OESO.
OESO (2022) Trends Shaping Education, Parijs: OESO.
Onderwijsraad (2020) Vooruitzien voor jonge generaties, Den Haag: Onderwijsraad.
Onderwijsraad (2021) Advies inzake Nationaal Programma Onderwijs, Den Haag: Onderwijsraad.
Platform Perspectief Jongeren (2022) Tweede advies Platform Perspectief Jongeren. Bijlage bij
       Kamerstukken II 2021/22, 35923-VIII, 178.
RIVM, Trimbos-instituut en GGD GHOR Nederland (2021) Monitor mentale gezondheid en
       middelengebruik studenten hoger onderwijs: Deelrapport I.
Justitiabelen
Kamerstukken II 2021/22, Aanhangsel van de handelingen, 925 (Vragen gesteld door de leden
       der Kamer (2021Z20221), met daarop door de regering gegeven antwoorden).
Nederlands Jeugdinstituut (2022) Mentaal gezond blijven in coronatijd, Utrecht: NJI, beschikbaar
       op: www.nji.nl/nieuws/mentaal-gezond-blijven-in-coronatijd
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (2020) Advies coronamaatregelen DJI,
       Den Haag: RSJ.
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (2021) Korte detenties nader bekeken,
       Den Haag: RSJ.
User Voice (2022) Coping with COVID in prison: The impact of prisoner lockdown, beschikbaar op:
       www.uservoice.org/consultations/coping-with-covid
Topsport, sport en bewegen
Fieldlab evenementen (2021) Advies inzage openingsplan – stappenplan, beschikbaar op:
       www.fieldlabevenementen.nl/wp-content/uploads/2021/09/Matrix-tbv-openingsplan-
       v6.pdf
Furtado, G.E., R.V. Letieri, A. Caldo-Silva, V.A. Sardão, A.M. Teixeira, M.P. de Barros, R.P. Vieira en
       A.L.L. Bachi (2021) ‘Sustaining efficient immune functions with regular physical exercise
       in the COVID-19 era and beyond’, Eur J Clin Invest. 51, 5: e13485.
Grubben, M. en R. Hoekman (2021) ‘Van binnen sporten naar buiten sporten. Of thuis!
       Veranderingen sportaccommodatiegebruik tijdens de coronapandemie’, Sportaccom, 4: 38-
       45, beschikbaar op: www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=
       10628&m=1642779582&action=file.download.
Hollander, E. en R. Hoekman (2022) Zwemvaardigheid 2020, Utrecht: Mulier Instituut,
       beschikbaar op: www.mulierinstituut.nl/publicaties/26568/zwemvaardigheid-2020/.
Hover, P. en E. Heijnen (2022) Gevolgen van de coronacrisis voor de sportevenementensector:
       overleven en ondernemen in tijden van onzekerheid, Utrecht: Mulier Instituut, beschikbaar
       op: www.mulierinstituut.nl/publicaties/26517/gevolgen-van-de-coronacrisis-voor-de-
       sportevenementensector/
Kiani, P., J. Balikji, A.D. Kraneveld, J. Garssen en J.C. Verster (2022) ‘Pandemic Preparedness: The
       Importance of Adequate Immune Fitness’, Journal of Clinical Medicine, 11, 14: 3933,
       beschikbaar op: https://www.mdpi.com/2077-0383/11/9/2442
</pre>

====================================================================== Einde pagina 139 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 140 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                 140
Ministerie van Justitie (2022). Uitzondering inreisverbod voor topsporters en begeleidende staf,
      beschikbaar op: www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/nederland-
      inreizen/eu-inreisverbod/uitzondering-topsport
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2018). Nationaal Preventieakkoord,
      beschikbaar op www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/gezondheid-en-preventie/nationaal-
      preventieakkoord
Nederlandse Sportraad (2020) De opstelling op het speelveld, Den Haag: Nederlandse Sportraad,
      beschikbaar op: www.nederlandse-
      sportraad.nl/adviezen/documenten/publicaties/2020/11/19/de-opstelling-op-het-
      speelveld
Nederlandse Sportraad (2021) Wettelijk en financieel addendum bij De opstelling op het speelveld,
      Den Haag: Nederlandse Sportraad, beschikbaar op: www.nederlandse-sportraad.nl/
      documenten/publicaties/2021/04/06/wettelijk-en-financieel-addendum-bij-de-
      opstelling-op-het-speelveld
Oosterwijk, F. (2021) Hoe de schaatsbubbel in Thialf tot stand kwam, beschikbaar op:
      www.sportnext.nl/events/hoe-de-schaatsbubbel-in-thialf-tot-stand-kwam/
Pulles, I., P. van Eldert en H. van der Poel (2021) Monitor Sport en corona IV: de gevolgen van
      coronamaatregelen voor de sportsector, Utrecht: Mulier Instituut, beschikbaar op:
      www.mulierinstituut.nl/publicaties/26410/monitor-sport-en-corona-iv/
RIVM (2022) Het aandeel van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder dat voldoet aan de
      beweegrichtlijnen, beschikbaar op: www.sportenbewegenincijfers.nl/
      kernindicatoren/beweegrichtlijnen
RVS, NLsportraad, SER en RSJ (red.) (2022) Jongeren en het zorgen voor hun morgen. Den Haag,
      beschikbaar op: www.nederlandse-sportraad.nl/documenten/publicaties/
      2022/05/23/jongeren-en-het-zorgen-voor-hun-morgen.
Vrieswijk, S., L. Balk en A. Singh (2022) ‘Corona en de motoriek van kinderen. Wat zijn de
      gevolgen van de corona lockdown voor de motoriek van kinderen?’ LO magazine110, 4,
      beschikbaar op: www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=10809&m =1653900355
      &action=file.download
Cultuur
Code Diversiteit & Inclusie, Code Diversiteit & Inclusie in de culturele sector, beschikbaar op:
      codedi.nl/
Fair Practice Code, beschikbaar op: quickscan.fairpracticecode.nl/nl/fair-practice-code
Cultuur+Ondernemen (2019) Governance Code Cultuur 2019, beschikbaar op: www.cultuur-
      ondernemen.nl/storage/media/Governance-Code-Cultuur-2019_NL_download-versie.pdf
Kunsten 92 (2022) Maatregelenladder culturele en creatieve sector. Taskforce culturele en
      creatieve sector, beschikbaar op: www.kunsten92.nl/taskforce-corona-maatregelenladder
Raad voor Cultuur (2020). Scenario’s voor een weerbare en wendbare culturele en creatieve
      sector, Den Haag: Raad voor Cultuur.
Samenleving
Bleeker-Rovers, C. (2022). Verwacht het onverwachte, oratie, Nijmegen: Radboud Universiteit.
CPB (2022). Raming Augustus 2022 (concept Macro Economische Verkenning 2023),
      beschikbaar op: https://www.cpb.nl/augustusraming-2022
Engbersen, G., M. van Bochove, J. de Boom, B. el Farisi, A. Krouwel, J. van Lindert, K. Rusinovic, E.
      Snel, L. van Heck, H. van der Veen en P. van Wensveen (2021) De laag-
      vertrouwensamenleving: de maatschappelijke impact van COVID-19 in Amsterdam, Den
</pre>

====================================================================== Einde pagina 140 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 141 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                     141
       Haag, Rotterdam & Nederland. Vijfde meting, Rotterdam: Kenniswerkplaats Leefbare
       Wijken, beschikbaar op: www.eur.nl/essb/media/99176
Groot, R. de, N. Ipenburg, V. Matthies-Boon, G. Mooy, B. Mulder, M. Over en M. van Zelst (2022)
       Uit Isolatie. Samenleven ondanks corona, beschikbaar op: https://www.ginnymooy.com/
       wp-content/uploads/2022/06/Uit-isolatie-_-Samenleven-ondanks-corona-Verdieping.pdf
Knottnerus, B., M. Heijmans en J. Rademakers (2021) Inclusieve coronapreventie: uitdagingen van
       mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden bij informatie en maatregelen in het kader
       van COVID-19, Utrecht: Nivel.
Rovers, E. (2022) ‘Nu is het aan ons’, De Correspondent.
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2020a). (Samen)leven is meer dan overleven. Breder
       kijken en kiezen in tijden van corona, Den Haag: Raad voor Volksgezondheid & Samenleving.
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2020b). Coronamoe(d). Den Haag: Raad voor
       Volksgezondheid & Samenleving.
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2022a). (Maat)werk bij langdurige klachten na
       covid. Den Haag: Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2022b). Van schulden naar schone lei. Den Haag:
       Raad voor Volksgezondheid & Samenleving
SCP (2022) Maatschappelijk beeld van Nederland in coronatijd (13 januari 2022). Den Haag: SCP,
       beschikbaar op: www.scp.nl/onderwerpen/corona/documenten/rapporten/
       2020/12/18/presentaties-maatschappelijk-beeld-corona
Thissen, M. en M. Lankhuizen (2019) De internationale concurrentiepositie in regionaal
       economisch beleid. Handvat voor operationalisering in MKBA’s: regio, sector en bedrijven,
       Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
Voogd, J. de en R. Cuperus (2021) Atlas van Afgehaakt Nederland, Den Haag: Ministerie van
       Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Wetenschap, technologie en innovatie
Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (2022) Grenzeloos onderzoeken. Stimuleer
       interdisciplinariteit met twee onderscheidende Overheidsrollen, Den Haag: Adviesraad voor
       wetenschap, technologie en innovatie.
Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (2022) Grip op wicked problems: alleen
       samen zijn we veerkrachtig genoeg, te verschijnen, Den Haag: Adviesraad voor wetenschap,
       technologie en innovatie.
Bol, T., B. Derks en L. Poorthuis (2021) The impact of the COVID-19 pandemic first lockdown
       period on the work and well-being of academics in the Netherlands, Amsterdam/Utrecht: De
       Jonge Akademie/LNVH.
De Jonge Akademie (2021) Een slimmer academisch jaar, Amsterdam: De Jonge Akademie.
KNAW (2022) The pandemic academic. How COVID-19 has impacted the research community,
       Amsterdam: Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.
OESO (2021) Science, Technology and Innovation in the Time of COVID-19, OESO Science,
       Technology and Industry Policy Papers, February 2021, No. 99, Parijs: OESO.
OESO (2021) What Future for Science, Technology and Innovation after COVID-19? OESO Science,
       Technology and Industry Policy Papers, April 2021, No.107, Parijs: OESO.
Gedrag en communicatie
Bruin, M. de, J.E. Suk, M. Baggio, S. Earnshaw Blomquist, M. Falcon, M. João Forjaz, K. Godoy-
       Ramirez, M. Leurs, C. Rodriguez-Blazquez, M. Romay-Barja, E. Uiters en J. Kinsman (2022)
       ‘Behavioural Insights and the Evolving COVID-19 Pandemic’, Euro Surveillance 27, 18.
Bavel, J.J. van, K. Baicker, P.S. Boggio, V. Capraro, A. Cichocka, M. Cikara, M.J. Crockett, A.J. Crum,
       K.M. Douglas, J.M. Druckman, J. Drury, O. Dube, N. Ellemers, E.J. Finkel, J.H. Fowler, M.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 141 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 142 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                                      142
       Gelfand, S. Han, S.A. Haslam, J. Jetten, S. Kitayama, D. Mobbs, L.E. Napper, D.J. Packer, G.
       Pennycook, E. Peters, R.E. Petty, D.G. Rand, S.D. Reicher, S. Schnall, A. Shariff, L.J. Skitka, S.S.
       Smith, C.R. Sunstein, N. Tabri, J.A. Tucker, S. van der Linden, P. van Lange, K.A. Weeden,
       M.J.A. Wohl, J. Zaki, S.R. Zion en R. Willer. (2020) ‘Using Social and Behavioural Science to
       Support COVID-19 Pandemic Response’, Nature Human Behaviour 4, 5: 460-471.
Finset, A., H. Bosworth, P. Butow, P. Gulbrandsen, R.L. Hulsman, A.H. Pieterse, R. Street, R.
       Tschoetschel en J. van Weert (2020) ‘Effective Health Communication – a Key Factor in
      Fighting the COVID-19 Pandemic’, Patient Education and Counseling 103, 5: 873-876.
French, J., S. Deshpande, W. Evans en R. Obregon (2020) ‘Key Guidelines in Developing a Pre-
      Emptive COVID-19 Vaccination Uptake Promotion Strategy’, International Journal of
      Environmental Research and Public Health 17, 16: 5893.
Ghio, D., S. Lawes-Wickwar, M.Y. Tang, T. Epton, N. Howlett, E. Jenkinson, S. Stanescu, J.
      Westbrook, A. P. Kassianos, D. Watson, L. Sutherland, N. Stanulewicz, E. Guest, D. Scanlan,
      N. Carr, A. Chater, S. Hotham, R. Thorneloe, C.J. Armitage, M. Arden, J. Hart, L. Byrne-Davis,
      en C. Keyworth (2021) ‘What Influences People’s Responses to Public Health Messages For
      Managing Risks And Preventing Infectious Diseases? A Rapid Systematic Review of The
      Evidence and Recommendations’, BMJ Open 11, 11.
Haug, N., L. Geyrhofer, A. Londei, E. Dervic, A. Desvars-Larrive, V. Loreto, B. Pinior, S. Thurner en
      P. Klimek (2020) ‘Ranking the effectiveness of worldwide COVID19 government
      interventions’, Nature Human Behaviour 4: 1303-1312.
Ma, Z., X. Nan, J.C.M. van Weert, M. Ou en S.S. Ho (te verschijnen) ‘COVID-19’, in E.Y. Ho, C.L.
      Bylund, J.C.M. van Weert, I. Basnyat, N. Bol en M. Dean (red.), The International
      Encyclopedia of Health Communication, New York: John Wiley & Sons, Inc.
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2021) Een eerlijke kans op gezond leven, Den Haag:
      RVS, beschikbaar op: https://www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2021
       /04/07/een-eerlijke-kans-op-gezond-leven
Razai, M.S., A.R.C. Umar, K. Doerholt, L. Bault en A. Majeed (2021) ‘Covid-19 Vaccination
       Hesitancy’, British Medical Journal 323: n1138.
RIVM Corona Gedragsunit (2020) Basisdocument Preventiegedrag en Welzijn, beschikbaar op:
      www.rivm.nl/documenten/basisdocument-preventiegedrag-welzijn
RIVM Corona Gedragsunit (2022) De Langetermijnaanpak van het Coronabeleid: Voorkeur van
       Burgers en het Maatschappelijk Middenveld, beschikbaar op:
       www.rivm.nl/documenten/langetermijnaanpak-van-coronabeleid-voorkeur-van-burgers-
       en-maatschappelijk-middenveld
RIVM Corona Gedragsunit (2021) Draagvlak en Vertrouwen, het Belang van Ervaren
       Rechtvaardigheid, beschikbaar op: www.rivm.nl/documenten/draagvlak-en-vertrouwen-
       belang-van-ervaren-rechtvaardigheid
SCP en Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2022) SCP en RVS: Zet burger centraal in
      duidelijke langetermijnvisie op corona, beschikbaar op: www.scp.nl/actueel/nieuws/
       2022/01/27/scp-en-rvs-zet-burger-centraal-in-duidelijke-langetermijnvisie-op-corona
West, R., S. Michie, G.J. Rubin en R. Amlôt (2020) ‘Applying Principles of Behaviour Change to
      Reduce SARS-Cov-2 Transmission’, Nature Human Behavior, 4: 451-459.
WHO (2017). ‘Communicating Risk in Public Health Emergencies. A WHO Guideline for
       Emergency Risk Communication (ERC) Policy and Practice’, beschikbaar op:
       apps.who.int/iris/handle/10665/259807
WHO (2020). ‘COVID 19. Global Risk Communication and Community Engagement Strategy’,
       beschikbaar op: www.who.int/publications/i/item/covid-19-global-risk-communication-
       and-community-engagement-strategy
</pre>

====================================================================== Einde pagina 142 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 143 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                              143
BIJLAGE A: BETROKKEN INSTITUTEN
Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV)
De AIV is het adviescollege voor regering en parlement op het gebied van buitenlands beleid. De
AIV adviseert gevraagd en ongevraagd over internationale vraagstukken. Het betreft in het
bijzonder Europese samenwerking, mensenrechten, ontwikkelingssamenwerking en
veiligheidsbeleid. De AIV schreef de bijdrage over Internationale Relaties. Deze bijdrage werd
voorbereid en geschreven door Marenne Mei Jansen, Remco van de Pas en Koos Richelle.
Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI)
De AWTI adviseert regering en parlement op het terrein van wetenschap, technologie en
innovatie. De AWTI schreef samen met De Jonge Akademie van de KNAW de bijdrage over
Wetenschap, Technologie en Innovatie. Deze bijdrage werd voorbereid en geschreven door
Eppo Bruins, Patrick Essers, Annelieke van der Giessen en Jeffrey de Hoogen.
College voor de Rechten van de Mens
Het college belicht, beschermt en bevordert de mensenrechten in Nederland door onderzoek,
advies en voorlichting. Het college beoordeelt ook in individuele gevallen of er sprake is van
discriminatie. Het College voor de Rechten van de Mens schreef de bijdrage over Mensenrechten.
Deze bijdrage werd voorbereid en geschreven door Phoebe Cox, Jacobine Geel, Jan-Peter Loof,
John Morijn en Guido Terpstra.
Gezondheidsraad
De Gezondheidsraad adviseert regering en parlement over de stand van de wetenschap op het
brede terrein van de volksgezondheid en gezondheidszorg. De Gezondheidsraad was een van de
coördinerende raden, schreef mee aan de inleiding en de reflectie en schreef samen met de RVS
de bijdrage over Zorg. Deze bijdragen werden voorbereid en geschreven door Bart-Jan Kullberg
(voorzitter) en Karin Veerman.
Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) (inclusief De Jonge
Akademie)
De KNAW is een genootschap van wetenschappers uit alle disciplines en is regeringsadviseur
over wetenschapsbeoefening. De Jonge Akademie is een onderdeel van de KNAW. Deze telt
vijftig leden die op het moment van benoeming minder dan tien jaar geleden zijn gepromoveerd.
Zij vertegenwoordigen samen een breed spectrum van wetenschappelijke disciplines. De KNAW
schreef de bijdrage over Gedrag en Communicatie. Deze bijdrage is voorbereid en geschreven
door Andrea Evers, Bas van den Putte, Julia van Weert en Daniëlle Timmermans. De Jonge
Akademie schreef samen met de AWTI de bijdrage over Wetenschap, Technologie en Innovatie.
Deze bijdrage is vanuit de Jonge Akademie voorbereid en geschreven door Marie-José van Tol,
Thijs Bol, Eddie Brummelman, Lizza Hendriks, Pooyan Tamimi Arab, Linnet Taylor, Fleur
Zeldenrust en Maartje Aukes.
Nederlandse Sportraad (NLsportraad)
De NLsportraad is een onafhankelijk adviescollege dat zich richt op het versterken van de
betekenis van topsport, breedtesport en bewegen voor de samenleving. De NLsportraad geeft
adviezen over zowel sportspecifieke thema’s als de relatie tussen sport en andere
</pre>

====================================================================== Einde pagina 143 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 144 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                              144
beleidsterreinen. De NLsportraad schreef de bijdrage over Topsport, Sport en Bewegen. Deze
bijdrage werd voorbereid en geschreven door Mariette van der Voet (secretaris-directeur) en
Annet Tiessen-Raaphorst (adviseur), in afstemming met de raadsleden.
Onderwijsraad
De Onderwijsraad geeft al meer dan honderd jaar advies over onderwijsbeleid en -wetgeving
aan de regering en de Eerste en Tweede Kamer, gevraagd én uit eigen beweging. Dit mondt uit in
gefundeerde verkenningen en adviezen die focussen op oplossingen voor de langere termijn. Ze
gaan over alle vormen van onderwijs: van voorschoolse voorzieningen tot aan postuniversitair
onderwijs en een leven lang ontwikkelen. De Onderwijsraad schreef de bijdrage over Onderwijs.
Raad van State
De Raad van State is een van de Hoge Colleges van Staat. De Raad van State is onafhankelijk
adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en is de hoogste algemene
bestuursrechter van Nederland. De Afdeling advisering van de Raad van State schreef mee aan
de inleiding en de reflectie en schreef de bijdrage over Wetgeving.
Raad voor Cultuur
De Raad voor Cultuur is het wettelijk adviesorgaan van regering en parlement op het terrein van
kunst, cultuur en media. De Raad is onafhankelijk en adviseert zowel gevraagd als ongevraagd.
De Raad voor Cultuur schreef de bijdrage over Cultuur. Deze bijdrage werd voorbereid en
geschreven door Pieter Bots (adviseur), Camiel Vingerhoets (adviseur) en Kristel Baele
(voorzitter).
Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB)
De ROB adviseert over de inrichting en het functioneren van het openbaar bestuur, en de
beleidsmatige aspecten van financiële verhoudingen tussen Rijk, gemeenten en provincies. Extra
aandacht gaat uit naar de beginselen van democratie en rechtsstaat. De ROB was een van de
coördinerende raden, schreef mee aan de inleiding en de reflectie en schreef de bijdrage over het
Openbaar Bestuur. Deze bijdragen werden voorbereid door Han Polman (voorzitter), Peter
Verheij (raadslid), Rien Fraanje (secretaris-directeur) en Bart Coster, waarbij de laatste de
penvoerder was.
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ)
De RSJ adviseert over wet- en regelgeving en beleid met betrekking tot jeugdigen en de
uitvoering van straffen en maatregelen. Dit betreft de domeinen jeugd, gevangeniswezen,
forensische zorg en reclassering. Ook is de RSJ de beroepsinstantie voor justitiabelen die klagen
over hun bejegening door de overheid. De RSJ schreef de bijdrage over Justitiabelen.
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS)
De RVS is een onafhankelijk strategisch adviesorgaan voor regering en parlement op het snijvlak
van volksgezondheid en samenleving. De RVS inspireert en adviseert over hoe we morgen
kunnen leven & zorgen. De RVS was een van de coördinerende raden, schreef mee aan de
inleiding en de reflectie en schreef de bijdragen over Zorg (met de Gezondheidsraad) en over
Samenleving. Deze bijdragen werden voorbereid en geschreven door Jet Bussemaker
(voorzitter), Stannie Driessen (directeur), Richard Heijnk en Marlies Hanifer (projectleider).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 144 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 145 ======================================================================

<pre>Coronascenario’s doordacht: Handreiking voor noodzakelijke keuzes                              145
Sociaal-Economische Raad (SER) (in de vorm van deelname kroonlid)
De SER adviseert regering en parlement over het sociaaleconomisch beleid. De raad bestaat uit
ondernemersleden, werknemersleden en onafhankelijke deskundigen (kroonleden) en hun
plaatsvervangers. Bas ter Weel (kroonlid SER) heeft de bijdrage over economie geschreven. Hij
werd hierbij ondersteund door Carine van Oosteren en Nora Plaisier.
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR)
De WRR informeert en adviseert de regering en het parlement over grote maatschappelijke en
strategische vraagstukken. De WRR coördineerde het project van deze gezamenlijke rapportage,
schreef de beschrijvingen en de introducties bij de scenario’s en schreef mee aan de inleiding en
de reflectie. Deze bijdragen werden voorbereid en geschreven door Frans Brom (directeur), Alyt
Damstra, Josta de Hoog (projectcoördinator), Ruth Mampuys en Corien Prins (voorzitter).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 145 =================================================================

<br><br>