<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>   onderwijs
   als
investering
 1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>2</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>  onderwijs
  als
investering
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>  Woord vooraf                                                                         5
  In het kort                                                                          6
  1       Aanleiding
  	Opbrengsten onderwijs wegen onvoldoende mee in besluitvorming
          rijksbegroting                                                               9
  1.1 		 Opbrengsten onderwijs blijven veelal buiten beeld in de besluitvorming		     10
  1.2     Adviesvraag: Wat moet meewegen voor een goede besluitvorming over
  		 onderwijs in de rijksbegroting?                                                  12
  2       Advies		
          Weeg opbrengsten en beschavingsargument mee in besluitvorming
          over onderwijs in rijksbegroting                                            15
  2.1     Overweging 1: Onderwijs is een investering in verdienvermogen               16
  2.2     Overweging 2: Onderwijs is een investering met brede opbrengsten            17
  2.3		   Overweging 3: Onderwijs is een kwestie van beschaving                       18
  2.4     De drie overwegingen schuren met huidige wijze van politieke besluitvorming 19
  3       Aanbevelingen
          Heb oog voor onderwijs in brede-welvaartsaanpak en voor consistent
          beleid op lange termijn                                                     23
  3.1		   Geef onderwijs stevige positie in brede-welvaartsaanpak                     24
  3.2     Zorg voor consistente besluitvorming, met oog voor lange termijn            25
  Geraadpleegd                                                                        28
  Literatuur                                                                          29
4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>  Woord vooraf
       Investeren in onderwijs loont. Dat klinkt als een open deur, want het is evident
       dat een goed en breed opgeleide bevolking de motor vormt van economische en
       maatschappelijke bloei. Onderwijs is een langetermijninvestering. In de woorden
       van de Amerikaanse leraar Ivan Welton Fitzwater: “The future of the world is in my
       classroom today.”
       Toch wordt niet overal op die manier naar onderwijs gekeken. Onderwijs als publieke
       voorziening kost veel geld. In Haagse begrotingstermen is onderwijs een kostenpost.
       Dat beeld doet geen recht aan de vele individuele én maatschappelijke opbrengsten
       die onderwijs genereert. Daarom belicht de raad deze opbrengsten in dit advies en
       doet de oproep om deze mee te laten wegen in de besluitvorming over onderwijs in
       de rijksbegroting. Ook de opbrengsten die niet, niet exact, of niet zo goed in kaart te
       brengen of te meten zijn.
       De politiek zal daarvoor een ander perspectief op onderwijs moeten hanteren dan
       nu. Namelijk dat onderwijs op allerlei terreinen, in het leven van mensen en voor de
       samenleving als geheel veel waarde toevoegt. En dat het een kwestie van beschaving
       is het recht op onderwijs, dat ieder mens heeft, te garanderen.
       Edith Hooge       		                Mirjam van Leeuwen
       voorzitter 			secretaris-directeur
5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>  In het kort
         Onderwijs is een investering in het verdienvermogen van individu en samenleving, heeft
         brede opbrengsten en is een kwestie van beschaving. De Onderwijsraad adviseert
         regering en parlement om de besluitvorming over onderwijs binnen de rijksbegroting te
         baseren op deze drie overwegingen. Op dit moment worden uitgaven aan onderwijs vooral
         beschouwd als kosten zonder opbrengsten. Inzicht in kosten én opbrengsten leidt tot goed
         onderbouwde politieke besluiten over uitgaven aan onderwijs.
         Aanleiding: Opbrengsten van onderwijs wegen onvoldoende mee
         Al lange tijd leeft bij politici en beleidsmakers de wens de opbrengsten van onderwijs
         inzichtelijk te maken, zodat deze kunnen meewegen in de besluitvorming over de
         rijksbegroting. Veel onderzoeken tonen een direct en indirect verband aan tussen
         investeringen in onderwijs enerzijds en de welvaart en het welzijn van toekomstige
         generaties anderzijds. Inzicht in de kwalitatieve en kwantitatieve effecten van investeren in
         onderwijs is belangrijk voor toekomstig beleid.
         In de besluitvorming over de rijksbegroting blijven belangrijke opbrengsten van onderwijs
         nu buiten beeld. De langetermijneffecten van onderwijs worden niet doorgerekend door het
         Centraal Planbureau (CPB), omdat de directe causale relatie tussen de investeringen in
         onderwijs en het bruto binnenlands product (bbp) te ongewis wordt geacht.
         De komende kabinetsperiode zullen de begrotingstekorten naar verwachting oplopen.
         Schaarste in middelen en de noodzaak keuzes te maken, vragen des te meer om de juiste
         zaken mee te wegen als het totale onderwijsbudget wordt vastgesteld. In dit advies uit
         eigen beweging buigt de Onderwijsraad zich over de vraag wat moet worden meegewogen
         om te komen tot goed onderbouwde besluitvorming over onderwijs in de rijksbegroting.
         Advies: Weeg opbrengsten en beschavingsargument mee bij de besluitvorming
         over onderwijs in de rijksbegroting
         Onderwijs is geen kostenpost zonder opbrengsten. Het is een investering in het
         verdienvermogen van het individu en de samenleving en genereert brede opbrengsten
         voor beide. Daarnaast is onderwijs een kwestie van beschaving: als samenleving hechten
         we belang aan een publiek bekostigde onderwijsvoorziening voor iedereen. De raad
         adviseert deze drie overwegingen te hanteren bij de besluitvorming over onderwijs in de
         rijksbegroting.
         Onderwijs heeft veel soorten opbrengsten. Op individueel niveau draagt onderwijs bij aan
         welbevinden en welvaart. Zo wijst onderzoek decennialang uit dat elk extra jaar onderwijs
         iemand later een gemiddelde loonstijging oplevert van ongeveer 5-10%. Onderwijs
         heeft daarnaast maatschappelijke opbrengsten in diverse domeinen. Het draagt bij aan
         bijvoorbeeld de ontwikkeling van sociaal en cultureel kapitaal, gezonder gedrag, een
         grotere kans op werk, veiligheid, burgerschap en sociale cohesie. Veel van de opbrengsten
         van onderwijs betalen zich een leven lang uit, terwijl de publieke investeringen vaak
         de eerste dertig jaar van een mensenleven beslaan. Bezuinigen op onderwijs betekent
         weliswaar minder uitgaven, maar ook minder opbrengsten – voor individu én samenleving.
         Op dit moment zijn de Nederlandse planbureaus (Centraal Planbureau, Sociaal en
         Cultureel Planbureau en Planbureau voor de Leefomgeving) bezig met de ontwikkeling
         van indicatoren voor brede welvaart. De raad ziet dit als een goede stap om de waarde
         van onderwijs inzichtelijk te maken. Maar lang niet alles van waarde laat zich vangen
         in indicatoren, doorrekeningen of brede-welvaartsanalyses. Goed onderbouwde
         besluitvorming vergt een nog bredere blik.
         Aanbeveling: Heb oog voor onderwijs in brede-welvaartsaanpak en voor consistent
         beleid op lange termijn
         Om te kunnen komen tot goed onderbouwde besluitvorming over onderwijs in de
         rijksbegroting, beveelt de raad aan om de huidige brede-welvaartsaanpak en bijbehorende
         indicatoren verder te ontwikkelen op basis van inzichten over de opbrengsten van
         onderwijs uit de wetenschap en de praktijk. Daarnaast is aanpassing nodig van de
         uitgangspunten, wetten, regels en procedures die aan de besluitvorming over de
         rijksbegroting ten grondslag liggen. De huidige kaders zijn vooral ingericht op een
         model dat eenzijdig stuurt op het bbp en ze zijn sterk verkokerd en gericht op
         afzonderlijke beleidsdomeinen.
         Goed onderbouwde besluitvorming over de uitgaven aan onderwijs in de rijksbegroting
         vergt daarnaast een langetermijnvisie op onderwijs, consistent beleid en adequate
6        wet- en regelgeving.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Onderwijs als investering
Uitgaven aan onderwijs worden nu vooral beschouwd als kosten zonder
opbrengsten. Inzicht in kosten én opbrengsten leidt tot meer goed
onderbouwde politieke afwegingen over uitgaven aan onderwijs.
                                                                                Opbrengsten van
                                                                                onderwijs worden
                                                                                onvoldoende
                                                                                meegenomen
                                                                                         Veel van de opbrengsten van
                                                                                         onderwijs betalen zich een leven
                                                                                         lang uit, terwijl de publieke
                                                                                         investeringen vaak de eerste dertig
                                                                                         jaar van een mensenleven beslaan.
       Advies: weeg opbrengsten en beschavingsargument mee
       bij besluitvorming over onderwijs in de rijksbegroting
       Onderwijs is                        Onderwijs heeft brede opbrengsten;            Uitgaven aan onderwijs zijn
       een investering in                  draagt bij aan o.a. sociaal en cultureel      een kwestie van beschaving.
       verdienvermogen.                    kapitaal, veiligheid, burgerschap en
                                           sociale cohesie.
       Aanbevelingen:
                            Geef onderwijs een                                          Zorg voor consistente
                            stevige positie in de                                       besluitvorming, met oog
                            brede-welvaartsaanpak.                                      voor de lange termijn.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                                  1
  aan
              leiding
   Opbrengsten onderwijs wegen onvoldoende
   mee in besluitvorming rijksbegroting
   De opbrengsten van onderwijs wegen
   onvoldoende mee in de besluitvorming over
   onderwijs in de rijksbegroting. Dit verhindert
   goed onderbouwde keuzes.
9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>         Bij de besluitvorming over onderwijs in de rijksbegroting1 zijn de opbrengsten van
         onderwijs onvoldoende in beeld. Zo neemt het Centraal Planbureau (CPB) de
         langetermijnopbrengsten van onderwijs niet mee in de doorrekeningen.2 Al geruime tijd
         leeft bij politici en beleidsmakers de wens de opbrengsten van onderwijs meer inzichtelijk
         te maken, zodat deze kunnen meewegen in de besluitvorming over de rijksbegroting.
         De Onderwijsraad brengt uit eigen beweging een advies uit over de vraag: Wat moet
         meewegen voor een goede besluitvorming over onderwijs in de rijksbegroting?
   1.1 	Opbrengsten onderwijs blijven veelal buiten beeld in de
         besluitvorming
         Bij politici en beleidsmakers leeft de wens de brede en langetermijnopbrengsten van
         onderwijs meer in beeld te brengen als onderbouwing voor de besluitvorming over
         onderwijsbeleid en -financiering. De Tweede Kamer vindt dat inzicht in de kwalitatieve
         en kwantitatieve effecten van kennisinvesteringen belangrijk is voor de ontwikkeling van
         toekomstig beleid.3 Veel onderzoeken duiden immers op een direct en ook indirect verband
         tussen investeringen in kennis enerzijds en de welvaart en het welzijn van toekomstige
         generaties anderzijds. Onderwijs is een belangrijke determinant van de verdiencapaciteit
         van individuen en essentieel voor brede welvaart.4
         Tweede Kamer vraagt om inzicht in opbrengsten
         De Tweede Kamer heeft in oktober 2020 een motie aangenomen waarin zij de minister
         van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) verzoekt het CPB te vragen de brede
         effecten van ‘kennisinvesteringen’ beter in kaart te brengen.5 De Kamer is daarbij van
         mening dat inzicht in die effecten belangrijk is voor de ontwikkeling van toekomstig
         beleid. Eerder hebben Kamerleden er bij de begrotingsbehandeling van OCW al op
         aangedrongen te inventariseren welke maatregelen ten aanzien van onderwijs, onderzoek
         en innovatie bijdragen aan structurele groei.6 Deze moties hebben tot doel de uitgaven
         aan onderwijs te duiden als investering, een uitgave met opbrengsten, in plaats van
         alleen als een kostenpost. De modellen die het CPB gebruikt bij het doorrekenen van
         verkiezingsprogramma’s houden namelijk geen rekening met de effecten die investeren in
         onderwijs en onderzoek heeft op de welvaart en het welzijn van toekomstige generaties.7
         In reactie hierop heeft het CPB in juli 2021 in een memo beschreven hoe het bureau
         de effecten van investeringen in onderwijs en onderzoek nu in beeld brengt en hoe het
         de kennis op dit gebied wil gaan verbreden en verdiepen.8 Het CPB geeft hierbij aan
         dat de belangrijkste bron van kennisinvesteringen door de Nederlandse overheid het
         onderwijs betreft. Onderwijs is van grote invloed op onze economie en maatschappij,
         aldus het CPB. Zo draagt het bij aan een grotere kans op werk, een hoger inkomen,
         meer economische groei, gezonder gedrag, een kleinere kans om ziek te worden, minder
         tienerzwangerschappen en minder criminaliteit.9 Het CPB onderschrijft het economische
         en maatschappelijke belang van kennis en ook het belang om meer inzicht te krijgen in
         de wijze waarop (overheids)beleid invloed heeft op de productie van kennis. Er bestaat
         brede consensus dat onderwijs, onderzoek en innovatie een positief effect hebben op
         welzijn en welvaart.10 Dit memo uit 2021 is startpunt geweest voor vervolgoverleg tussen
         het ministerie van OCW en het CPB over verdere invulling van de mogelijkheden voor
         onderzoek naar langetermijneffecten van kennisinvesteringen.11
         1	Het betreft hier het deel van de totale begroting van het departement Onderwijs, Cultuur en
             Wetenschap dat aan onderwijs wordt toegekend. De publieke middelen bestemd voor cultuur
             en wetenschap vallen hier niet onder.
         2	Het gaat hier onder andere over de doorrekening van verkiezingsprogramma’s,
             het regeerakkoord, de Macro Economische Verkenning (MEV) en het Centraal Economisch
             Plan (CEP).
         3   Kamerstukken II, 2021/22, 35925-VIII, nr. 171; Kamerstukken II 2020/21, 35570-VIII, nr. 89.
         4	Centraal Planbureau, Planbureau voor de Leefomgeving & Sociaal en Cultureel
             Planbureau, 2022.
         5	Kamerstukken II, 2020/21, 35570-VIII, nr. 89. Onder ‘kennisinvesteringen’ vallen zowel
             de investeringen in onderzoek als die in onderwijs.
         6   Van Heest, 2020.
         7   Kamerstukken II, 2020/21, 35570-VIII, nr. 89.
         8   Centraal Planbureau, 2021.
         9   Centraal Planbureau, 2016, 2021.
         10 Centraal Planbureau, 2021.
10       11 Kamerstukken II, 2021/22, 35925-VIII, nr.171.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>           Begroten is kiezen
           In de totale begroting van het Rijk hebben de uitgaven voor zorg een bijzondere positie ten
           opzichte van andere domeinen, waaronder onderwijs. Ook de Studiegroep Begrotingsruimte
           (zie het tekstkader hieronder) wijst daarop. Waar extra geld voor onderwijs een politiek
           besluit vergt, krijgt de zorg ‘automatisch’ extra geld voor kwaliteits­verbetering, zoals nieuwe
           behandelingen en nieuwe medicijnen. In de wetgeving is namelijk vastgelegd dat zorg naar
           de stand van de wetenschap en praktijk deel uitmaakt van het basispakket.12 Een extra euro
           voor de zorg krijgt daarmee voorrang op een extra euro voor bijvoorbeeld onderwijs. Dit leidt
           tot een sterke groei van de zorguitgaven, waardoor andere uitgavenposten in het gedrang
           komen. Voor defensie wordt inmiddels nagedacht over een minimale bestedingsnorm. Er
           ligt nu een wetsvoorstel om de defensie-uitgaven minimaal 2% van het bruto binnenlands
           product (bbp) te laten zijn, conform de afspraken in de NAVO.13 Dergelijke regelingen zijn er
           niet voor onderwijs.
           In het rapport van de 17e Studiegroep Begrotingsruimte uit 2023 staat dat de overheids­
           financiën verslechteren, met oplopende begrotingstekorten in de komende kabinetsperiode.
           De studiegroep adviseert een volgend kabinet een begrotingsopgave14 van structureel
           circa 17 miljard euro vanaf 2028.15 Schaarste in middelen en de noodzaak keuzes te
           maken vragen erom de juiste zaken mee te wegen bij de besluitvorming over onderwijs
           in de rijksbegroting.
   Studiegroep Begrotingsruimte
   Sinds 1971 kent Nederland een ambtelijke Studiegroep Begrotingsruimte (SBR). Deze
   studiegroep heeft een spilfunctie bij het vaststellen van de begroting voor een nieuwe
   kabinetsperiode en brengt voorafgaand aan verkiezingen advies uit over de begroting van de
   rijksoverheid. Het gaat daarbij onder meer over de vraag of er in de nieuwe regeringsperiode
   aanvullende budgettaire ruimte is voor extra overheidsuitgaven.
   Het formele traject begint met het opstellen van de adviesaanvraag van het kabinet (via de
   minister van Financiën). Na instemming door de ministerraad gaat het rapport van de SBR
   naar de Tweede Kamer. Dit gebeurt zonder verdere standpuntbepaling van het kabinet.
   De volgende ministeries zijn met een of meer leden in de SBR vertegenwoordigd:
   Algemene Zaken, Financiën, Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
   Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
   Daarnaast zijn het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank vertegenwoordigd.
   Voorzitter van de SBR is de secretaris-generaal van het ministerie van Financiën.16
           12 Kersten, Van Dijk, Hogervorst, Muselaers & Nissen, 2021.
           13 Kamerstukken II, 2020/21, 36353 (R2185), nr. 2.
           14	Het invullen van de begrotingsopgave kan volgens de 17e Studiegroep Begrotingsruimte via
                zowel hogere belastingen als lagere uitgaven.
           15 17e Studiegroep Begrotingsruimte, 2023.
11         16 Tweede Kamer der Staten Generaal, z.j.; Centraal Planbureau, z.j..
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>   1.2 	Adviesvraag: Wat moet meewegen voor een goede
             besluitvorming over onderwijs in de rijksbegroting?
             In dit advies uit eigen beweging belicht de Onderwijsraad de overwegingen waarop de
             besluitvorming over onderwijs in de rijksbegroting gebaseerd moet zijn. Het gaat om de
             toedeling van publieke middelen aan onderwijs in het regeerakkoord en de toedeling in de
             opeenvolgende rijksbegrotingen in die regeerperiode. Het tekstkader hieronder schetst hoe
             het besluitvormingsproces over de toedeling op hoofdlijnen werkt.
     Regeerakkoord en rijksbegroting
     Het regeerakkoord bevat de belangrijkste doelstellingen voor het beleid van de regering
     in de komende periode. De doorgerekende maatregelen uit de verkiezingsprogramma’s
     zijn belangrijke input voor de uiteindelijke inhoud van het regeerakkoord. Daarin staan
     afspraken over uitgaven en inkomsten gedurende de nieuwe regeringsperiode. Vanuit het
     principe van trendmatig begrotingsbeleid stelt de nieuwe regering meerjarige plafonds vast
     voor de uitgaven.17
     De afspraken in het regeerakkoord komen, afhankelijk van het moment waarop het nieuwe
     kabinet start, terug in de Miljoenennota of een Startnota. De Miljoenennota wordt jaarlijks
     op de derde dinsdag van september aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze nota
     biedt een beeld van de hele rijksbegroting, schetst de grote lijnen van het regeringsbeleid
     en laat zien welke keuzes er zijn gemaakt in de toedeling van middelen aan grote
     onderwerpen, die vaak samenvallen met ministeries. De Miljoenennota laat bijvoorbeeld
     zien hoeveel wordt uitgegeven aan zorg, veiligheid, infrastructuur, onderwijs en klimaat. De
     uitwerking staat in afzonderlijke begrotingen (voor de onderscheiden beleidsdomeinen):
     de begrotingshoofdstukken en memories van toelichting. Daarin is bijvoorbeeld te lezen
     hoe middelen worden ingezet om het lerarentekort terug te dringen en om gestelde
     klimaatdoelen te halen.
             Positionering, afbakening en totstandkoming advies
             Het advies van de Onderwijsraad raakt aan de actuele discussie over het inzichtelijk
             maken van brede welvaart in het overheidsbeleid, en de indicatoren die de planbureaus
             daartoe nu ontwikkelen. Met dit advies wil de raad deze discussie inhoudelijk verdiepen
             met aandacht voor de rol van onderwijs.
             Het advies adresseert de regering en het parlement en andere besluitvormers en instituties
             die de besluiten over onderwijs in de rijksbegroting voorbereiden en nemen. Het advies is
             er niet op gericht onderwijsopbrengsten zo compleet mogelijk in kaart te brengen. Het gaat
             ook niet over de bekostiging van de onderwijsinstellingen.
             Voor dit advies heeft de Onderwijsraad een literatuurstudie verricht en gesprekken gevoerd
             met deskundigen. Een overzicht van geraadpleegde literatuur en betrokkenen staat achter
             in dit advies. De raad heeft ook gesproken met de JongerenOnderwijsraad.
12           17  Tweede Kamer der Staten Generaal z.j..
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>13</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                                               2
   advies
   Weeg opbrengsten en beschavingsargument
   mee in besluitvorming over onderwijs in
   rijksbegroting
   Onderwijs is een investering in verdienvermogen,
   genereert brede opbrengsten en is ook een
   kwestie van beschaving. Besluitvorming over
   onderwijs in de rijksbegroting moet op deze
   overwegingen gebaseerd zijn.
15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>            De Onderwijsraad adviseert regering en parlement de besluitvorming over onderwijs in
            de rijksbegroting te baseren op drie overwegingen. In de eerste plaats: onderwijs is geen
            kostenpost zonder opbrengsten, maar een investering in het verdienvermogen van individu
            en samenleving. Ten tweede: onderwijs heeft brede opbrengsten. In de derde plaats is
            onderwijs als publieke voorziening een kwestie van beschaving. Nu zijn de uitgaven aan
            onderwijs in de besluitvorming vooral in beeld als kosten zonder opbrengsten.
   2.1 	Overweging 1:
            Onderwijs is een investering in verdienvermogen
            Onderwijs is een investering in menselijk kapitaal, met opbrengsten voor het individu en
            de samenleving (het verdienvermogen). Het tekstkader hierna licht het begrip menselijk
            kapitaal nader toe.
     Menselijk kapitaal
     De economen Mincer, Schulz en Becker zijn de grondleggers van de theorie van
     menselijk kapitaal. Onderwijs en training worden daarin gezien als investeringen die het
     menselijk kapitaal van individuen vergroten.18 Hoogleraar Arbeidseconomie en Sociaal
     Beleid Lex Borghans beschrijft in zijn oratie dat de economische theorie over onderwijs
     precies daarover gaat.19 In zijn beschrijving van de theorie van menselijk kapitaal gebruikt
     Borghans de analogie van ‘een baby als een ondernemer’. Zijn beschrijving gaat puur
     over het verdiendeel en niet over andere individuele opbrengsten van de investering in
     menselijk kapitaal door onderwijs. De analogie is als volgt: Bij geboorte heeft een baby
     een heel leven voor zich en kan vanaf dat moment alle beschikbare tijd op verschillende
     manieren besteden. Ieder uur dat iemand ter beschikking heeft, kan die persoon werken,
     leren of genieten van vrije tijd. Als iemand werkt, wordt er geld verdiend. Als iemand leert,
     wordt die persoon slimmer en kan meer geld verdienen. De inkomsten zullen in de periode
     dat iemand onderwijs volgt juist lager zijn, omdat die persoon geen betaald werk verricht.
     Om investeringen in menselijk kapitaal optimaal te laten renderen, clustert de verstandige
     ‘ondernemer’ de tijd die wordt besteed aan leren aan het begin van het leven. Daarna kan
     die persoon via werk zo veel mogelijk profiteren van al het geleerde.20
            Onderwijs is het fundament van het verdienvermogen
            Dat investeren in het begin van het leven veel oplevert, wordt onderstreept door recente
            overzichtsstudies naar menselijk kapitaal.21 Een belangrijk kenmerk van investeringen
            is dat de kosten voor de baten uitgaan. Na de periode waarin geld geïnvesteerd wordt
            in onderwijs (voornamelijk de eerste dertig jaar van een mensenleven), volgt een veel
            langere periode waarin zowel het individu als de samenleving baat heeft van deze
            investering. Volgens schattingen is menselijk kapitaal een zeer belangrijke bron van
            toekomstige welvaart en economische groei.22 Onderwijs draagt bij aan de opbouw van
            dat menselijk kapitaal en legt daarmee ook het fundament voor het kunnen omgaan
            met grote maatschappelijke vraagstukken zoals de energietransitie of de omgang met
            artificiële intelligentie (AI). Onderwijs is nodig om wetenschappelijk onderzoek te kunnen
            verrichten, en de vergaarde wetenschappelijke kennis vloeit weer terug naar het onderwijs.
            Wetenschap, innovatie en de opbouw van menselijk kapitaal zijn aanjagers van de brede
            maatschappelijke welvaart (zie paragraaf 2.2).23
            Een extra jaar onderwijs levert gemiddeld 5-10% meer inkomen op
            Uit recente analyses blijkt dat onderwijsinvesteringen in zowel (jonge) kinderen,
            adolescenten als jongvolwassenen gemiddeld hoge opbrengsten hebben. Investeringen
            in jonge kinderen hebben langer de tijd om te renderen, want de kosten worden vroeg
            gemaakt en de baten komen pas later.
            De baten betreffen een hoger arbeidsinkomen in de loop van iemands leven en daarmee
            ook een hogere belastingopbrengst voor de overheid.24 Schattingen van financiële
            rendementen op onderwijs staan sinds de opkomst van de theorie van het menselijk
            kapitaal centraal in de empirische arbeidsmarktliteratuur. De conclusie is dat een extra
            18 Jacobs, 2014.
            19 Borghans, 2006.
            20 Ibid.
            21 Centraal Planbureau, 2023a.
            22	Centraal Planbureau, e.a., 2022.
            23 https://www.cpb.nl/kennis-en-innovatie#
16          24 Centraal Planbureau, 2023a.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>              jaar onderwijs zich vertaalt in een gemiddelde stijging van het latere loon van ongeveer
              5-10%.25
   2.2        Overweging 2:
              Onderwijs is een investering met brede opbrengsten
              Onderwijs heeft ook brede opbrengsten, zoals behoud van maatschappelijk en cultureel
              erfgoed en bevordering van maatschappelijke en politieke participatie.26 Onderwijs
              vergroot de kansen in het leven van mensen en kan deels compenseren voor een
              minder gunstig thuismilieu.
              De kwaliteit van de samenleving is mede afhankelijk van de kwaliteit van het onderwijs
              en het gerealiseerde opleidingsniveau, de bredere vakbekwaamheid en het leer- en
              ontwikkelvermogen van de bevolking. Anders gezegd: goed onderwijs en een goed
              functionerend onderwijsstelsel dragen bij aan én zijn een kenmerk van brede welvaart.27
              Onderwijs is essentieel voor brede welvaart
              Het besef dat opbrengsten van onderwijs belangrijk zijn voor de samenleving en onze
              welvaart, komt ook terug in de aandacht van de planbureaus voor brede welvaart. De baten
              van onderwijs op dit vlak omvatten bijvoorbeeld meer innovatiekracht voor de economie,
              een veiligere samenleving en intergenerationele overdracht van kennis.
              Momenteel buigen de Nederlandse planbureaus (Centraal Planbureau, Sociaal en
              Cultureel Planbureau en Planbureau voor de Leefomgeving) zich over de ontwikkeling
              van indicatoren voor brede welvaart.28 Het CPB werkt aan een indicator voor de
              hoeveelheid menselijk kapitaal. Dit om de effecten van beleidsmaatregelen gericht op
              vergroting van menselijk kapitaal beter in beeld te brengen.29 De Onderwijsraad ziet de
              brede-welvaartsbenadering als een stap vooruit. Het is een zinvolle poging de return on
              investment van onderwijs boven tafel te krijgen en daarmee de uitgaven aan onderwijs niet
              alleen als kostenpost te beschouwen.
     Brede welvaart
     De brede-welvaartsaanpak is volgens Kim Putters, hoogleraar Brede Welvaart en
     voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, vooral een ‘denk- en doe-methode’. Het doel
     is te kijken naar economische, ecologische en sociaal-maatschappelijke factoren die van
     belang zijn in het leven van mensen en in de economie. Er moet zicht zijn op de uitruilen
     daartussen. Wat levert beleid op de korte maar ook op de langere termijn op en wat doet
     het in de balans tussen economische, ecologische en sociaal-maatschappelijke belangen?
     Volgens Putters bevinden we ons aan het eind van een periode waarin materiële groei
     centraal heeft gestaan en het bbp als sturende factor heel dominant is geweest. Niet alleen
     qua denken maar vooral in de besluitvormingsprocessen en in alle instituties. Welvaart
     gaat niet enkel over consumeren, winst maken of het bbp per hoofd. Deze zaken worden
     vooral gebruikt als indicator, omdat ze makkelijk uit te drukken zijn in geld en doorgerekend
     kunnen worden.30
              Onderwijs genereert brede opbrengsten
              De opbrengsten van onderwijs zijn veelsoortig, zo wijst onderzoek uit. Kennis vergaren,
              verrijking, ontdekking en ontwikkeling dragen bij aan subjectief welzijn. Op individueel
              niveau draagt onderwijs bij aan welbevinden, welvaart en een aan het vak of beroep
              verbonden identiteit.31
              Onderwijs biedt leerlingen de kennis en vaardigheden die ze nodig hebben voor hun
              arbeidsloopbaan.32 Welke vaardigheden dat zijn, verandert in de loop der tijd, mede door
              technologische ontwikkelingen. Zo laat onderzoek een groei zien van het aantal beroepen
              25  Jacobs & Webbink, 2006.
              26  Jacobs, 2014.
              27  Centraal Planbureau, e.a., 2022.
              28  Ibid.
              29  Kamerstukken II, 2021/22, 35925-VIII, nr.171.
              30  Economische Statistische Berichten, 2023.
              31  Centraal Planbureau, e.a., 2022.
17            32  Schils, 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>             waarin probleemoplossend vermogen en digitale vaardigheden van belang zijn.33 Ander
             onderzoek wijst uit hoe belangrijk het aanleren van sociaal-emotionele vaardigheden is
             voor later werk. Zo blijkt verantwoordelijk gedrag een belangrijke voorspeller voor succes
             op de arbeidsmarkt, naast factoren als goed kunnen lezen en schrijven, intelligentie,
             sociaaleconomische achtergrond en persoonlijkheid.34
             Onderwijs besteedt ook aandacht aan vaardigheden die buiten de arbeidsmarkt van
             belang zijn en bijvoorbeeld bijdragen aan burgerschap en sociale cohesie.35 Daarnaast
             doen leerlingen sociaal-emotionele vaardigheden op en attitudes die raken aan hun
             (mentale) gezondheid. Denk aan het leren opbouwen van sociale relaties met anderen,
             wat op individueel niveau bijdraagt aan mentaal welzijn en daarmee succes op school en
             in werk, en wat op maatschappelijk niveau de sociale cohesie versterkt.36 Andere studies
             tonen aan dat mensen die emotioneel stabiel zijn, beter kunnen omgaan met onverwachte
             uitdagingen zoals de coronapandemie.37
             Niet alle opbrengsten hoeven meetbaar te zijn
             Niet alle opbrengsten van onderwijs worden systematisch gemeten of zijn goed meetbaar,
             maar zouden wel erkend en meegenomen moeten worden. Hierbij moet aangetekend
             worden dat niet alles meetbaar te maken is en dat dit ook niet nodig of wenselijk is.
             Eenzijdig inzetten op meetbare opbrengsten (ook als meten steeds beter kan) betekent
             onherroepelijk dat er belangrijke opbrengsten die niet of minder goed meetbaar zijn, buiten
             beeld blijven. Daar komt bij dat het niet altijd mogelijk is een directe relatie tussen onderwijs
             en latere uitkomsten vast te stellen. Al komt uit de onderzoeksliteratuur wel de indicatie
             naar voren dat onderwijs de kans op positieve uitkomsten vergroot.
   2.3       Overweging 3: Onderwijs is een kwestie van beschaving
             De vraag waarom we als land publiek geld besteden aan onderwijs hoeft niet alleen
             beantwoord worden in termen van de opbrengsten die onderwijs genereert. Het heeft ook
             te maken met of en hoeverre we als land vinden dat onderwijs een publieke voorziening
             hoort te zijn, en met wat we in Nederland met onderwijs beogen. Hoe we onderwijs
             beschouwen, hangt dan samen met wat we als beschaving nastreven.38
             Een beschavingsperspectief op besteding van publieke middelen aan onderwijs geeft als
             rechtvaardiging mee dat elk beschaafd land hoort te zorgen voor goed en voor iedereen
             toegankelijk onderwijs. Ieder mens heeft recht op onderwijs, en deze voorziening is dus
             niet alleen voorbehouden aan bijvoorbeeld de elites of aan getalenteerde kinderen en
             jongeren. Dit is een kwestie van beschaving.
     Waarom onderwijs publiek bekostigen?
     Dat in Nederland wordt gehecht aan het maatschappelijk belang van onderwijs, blijkt uit de
     Grondwet. Die stelt dat het de verantwoordelijkheid is van de overheid om voortdurend zorg
     te dragen voor het onderwijs, onder andere via publieke bekostiging daarvan. Ook uit het
     internationale recht volgt dat Nederland moet voorzien in primair onderwijs dat verplicht en
     kosteloos is voor alle kinderen. En dat Nederland in het secundair en hoger onderwijs moet
     toewerken naar kosteloos onderwijs dat algemeen beschikbaar is.39
     In het advies Publiek karakter voorop stelt de Onderwijsraad dat (publiek bekostigd)
     onderwijs nadrukkelijk ook maatschappelijke doelen nastreeft, zoals economische groei,
     welvaart, versterking van collectieve, democratische waarden, gelijke(re) onderwijskansen
     voor iedereen en het bieden van een gemeenschappelijke ervaring die bijdraagt aan de
     sociale cohesie in de samenleving.40 Al deze beoogde opbrengsten maken het onderwijs
     tot een onmisbare maatschappelijke voorziening. Die opbrengsten rechtvaardigen ook
     publieke financiering van het onderwijs. Via belastingen dragen burgers bij aan de
     maatschappelijke waarde van onderwijs.
             33  Allen, Belfi & Borghans, 2020; Borghans, Ter Weel & Weinberg, 2014; Fouarge, 2017.
             34  Spengler, Damian & Roberts, 2018.
             35  United Nations Economic Commission for Europe, 2016.
             36  Umberson, Crosnoe & Reczek, 2010.
             37  Bijvoorbeeld Aschwanden, e.a., 2021; Iterbeke & De Witte, 2022.
             38  Biesta, 2022.
             39  Artikel 13, lid 2, Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele recht (IVESC).
18           40  Onderwijsraad, 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>   2.4 	De drie overwegingen schuren met huidige wijze van
              politieke besluitvorming
              De Onderwijsraad adviseert om de opbrengsten van onderwijs en het beschavings­-
              argument mee te wegen in de besluitvorming over de rijksbegroting. Maar dit schuurt met
              de huidige institutionele kaders (zie tekstkader hieronder). Opbrengsten van onderwijs
              zijn onvoldoende in beeld, en de wetten en regels en formele procedures rondom de
              begroting zijn verkokerd en te smal gericht op de ontwikkeling van het bbp. Daarnaast
              ontbreekt het voor goed onderbouwde besluitvorming aan een langetermijnvisie op en
              consistentie in onderwijsbeleid.
     Institutionele kaders rijksbegroting
     Als de Onderwijsraad hier verwijst naar de institutionele kaders, gaat het specifiek over de
     uitgangspunten, instituties, wetten, regels en procedures die aan de besluitvorming over
     de rijksbegroting ten grondslag liggen. Hieronder worden de belangrijkste toegelicht.
     Grondwet
     In de Grondwet is het budgetrecht van het parlement verankerd en is bepaald dat de
     begroting bij wet wordt vastgesteld. Verder stelt deze wet dat jaarlijks op Prinsjesdag een
     ‘uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid’ wordt gegeven aan een verenigde
     vergadering van Eerste en Tweede Kamer. Ook bepaalt de Grondwet dat het parlement
     voldoende inzicht moet hebben in de financiële positie van het Rijk.
     Comptabiliteitswet
     De Comptabiliteitswet bevat de belangrijkste spelregels voor het beheer van publieke
     middelen, waaronder die over de presentatie van financiële cijfers. Zo dient per ministerie
     in principe één departementale begroting te worden vastgesteld waarop alle inkomsten en
     uitgaven worden geboekt.
     Stabiliteits- en Groeipact
     Ook Europese begrotingsregels vormen onderdeel van de institutionele kaders. Zo is in het
     Stabiliteits- en Groeipact41 vastgelegd dat het feitelijke begrotingstekort van een lidstaat in
     beginsel niet groter mag zijn dan 3% van het bbp en de overheidsschuld niet hoger dan 60%
     van het bbp van de lidstaat.
     Wet houdbare overheidsfinanciën
     Dit is de vertaling van het Stabiliteits- en Groeipact naar nationale regelgeving. De Wet
     houdbare overheidsfinanciën bevat verder het wettelijke instrumentarium voor het bereiken
     en in stand houden van houdbare overheidsfinanciën. Deze wet legt vast dat de minister van
     Financiën trendmatig begrotingsbeleid voert.
     Trendmatig begrotingsbeleid
     Sinds 1994 wordt gewerkt met de principes van trendmatig begrotingsbeleid. Daaruit volgt
     onder meer dat de regering in de begroting moet werken met:
     - een vooraf vastgesteld inkomstenkader en uitgavenplafond;
     - scheiding van inkomsten en uitgaven; en
     - een vast besluitvormingsmoment en onafhankelijke uitgangspunten voor de economische
       ramingen.
     CPB
     Het CPB levert voor de onderbouwing van het begrotingsbeleid de meerjarencijfers en de
     macro-economische ramingen. Op basis hiervan stelt elk kabinet aan het begin van zijn
     termijn de voor die periode geldende begrotingsregels vast. Die regels vormen een bijlage
     bij het regeerakkoord. De begrotingsregels zijn een politiek akkoord en worden voor de duur
     van de regeerperiode vastgesteld bij het regeerakkoord.
              Huidige institutionele kaders staan goed onderbouwde besluitvorming in de weg
              De raad ziet de huidige institutionele kaders op verschillende manieren knellen. Ze
              sturen sterk op het bbp als onderbouwing voor besluitvorming over de rijksbegroting
              en niet op brede welvaart. De opbrengsten van onderwijs (kwantitatief) zijn daarbij
              onvoldoende in beeld.
19            41  Ingevoerd met het Verdrag van Maastricht (VWEU).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>   De huidige institutionele kaders zijn ook sterk verkokerd, dat wil zeggen voornamelijk gericht
   op beleidsdomeinen afzonderlijk, en niet zozeer op de dwarsverbanden ertussen. Terwijl die
   dwarsverbanden er wel degelijk zijn en ertoe doen. Zo genereert onderwijs ook opbrengsten
   in andere domeinen: wie langer onderwijs geniet, beschikt gemiddeld genomen over een
   hoger inkomen. Dat draagt via belastingen bij aan de overheidsinkomsten. En onderwijs
   draagt bijvoorbeeld bij aan gezond gedrag en een gezonde levensstijl en kan daardoor
   leiden tot minder uitgaven op de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn
   en Sport. Daarnaast heeft onderwijs een aantoonbaar negatief effect op criminaliteit,42 wat
   tot minder uitgaven kan leiden op de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
   Investeringen in onderwijs kunnen dus gevolgen hebben in de toekomst voor opbrengsten of
   uitgaven van andere domeinen en vice versa. Dit is momenteel onvoldoende in beeld.
   Daarnaast werkt de regering sinds 1994 met principes van trendmatig begrotingsbeleid. Dit
   houdt in dat bij de onderhandelingen over het regeerakkoord onder andere afspraken worden
   gemaakt over de hoogte van de uitgavenplafonds en de inkomsten over de kabinetsperiode.
   Een uitgangspunt van dat beleid is dat een tegenvaller in principe wordt opgelost binnen
   de eigen begroting (van bijvoorbeeld onderwijs). Pas daarna wordt eventueel gekeken naar
   oplossingen buiten de eigen begroting. Dat kan schuren met dit advies van de Onderwijsraad
   om het perspectief op onderwijs als een investering met brede opbrengsten mee te wegen
   bij de besluitvorming. Want de uitgaven aan onderwijs vertalen zich deels in opbrengsten in
   andere domeinen.
   Dat de institutionele kaders knellen met de aanpak van brede opgaven blijkt ook op andere
   terreinen. Volwaardig meedoen in de samenleving, de zorg voor mensen in kwetsbare
   posities, samenleven in verscheidenheid en versterken van representatie en vertrouwen
   gaan per definitie over domeingrenzen heen en vergen een integrale aanpak.43
   Politici missen zicht op opbrengsten in de besluitvorming
   Dat het niet mogelijk is de langetermijnopbrengsten van onderwijs door te rekenen in termen
   van het bbp, ervaren politici als hindernis in de besluitvorming over de begroting. Het
   afwegingskader voorziet op dat punt niet in de informatie waar behoefte aan is om tot goed
   onderbouwde besluitvorming te komen. Dat schuurt omdat er wel overduidelijk opbrengsten
   zijn van onderwijs. Om deze te kunnen meenemen, moet onderwijs stevig verankerd worden
   in de brede-welvaartsaanpak (zie paragraaf 3.1).
   Als investeren in onderwijs voor een individu gemiddeld genomen leidt tot een hoger
   inkomen, zal voor alle individuen opgeteld ook gelden dat meer investeren in onderwijs
   positief uitpakt voor het totaalinkomen in een land. Maar op macro-economisch niveau is
   het niet mogelijk een empirisch langetermijnverband aan te tonen tussen investeringen
   in onderwijs nu en de ontwikkeling van het bbp in de toekomst. De directe causale
   relatie wordt te ongewis geacht om de toekomstige macro-economische opbrengsten te
   kunnen toeschrijven aan (specifieke) onderwijsinvesteringen. Dat heeft te maken met de
   verwevenheid van opbrengsten van onderwijs met andere factoren over een lange looptijd.
   Het is dus niet mogelijk de directe relatie tussen de hoeveelheid geld besteed aan onderwijs
   en de ontwikkeling van het bbp mee te nemen in de doorrekeningen van het CPB.44 Uit de
   literatuur komt echter overduidelijk naar voren dat investeringen in onderwijs de kans op
   positieve uitkomsten vergroten.45
   In de politieke besluit- en beleidsvorming over onderwijs ontbreekt een consistente
   lijn met oog voor de lange termijn
   De Onderwijsraad constateerde eerder al dat de beleids- en besluitvorming over onderwijs
   vaak kort-cyclisch zijn. De beleidsvorming en politieke besluitvorming over onderwijs kunnen
   winnen aan strategisch gehalte, meer onderbouwd worden met kennis uit onderzoek, meer
   focus krijgen en meer gericht worden op de lange termijn. Een langetermijnvisie op het
   onderwijs zou moeten aangrijpen op de functies en doelen van het onderwijssysteem als
   geheel, inclusief de aanpalende domeinen.46
   De wetenschap en de planbureaus spelen hier een belangrijke rol. Zij kunnen de politiek
   informeren over de dilemma’s, keuzes en mogelijke uitruilen. Ook de inzichten van
   onderwijsprofessionals uit de praktijk zijn hier onmisbaar om het beeld compleet te maken.
   Goede informatie behelst niet alleen de gevolgen van de financiële keuzes voor morgen
   42   Centraal Planbureau, 2023b.
   43   Putters, 2022.
   44   Masterclass Jeroen Hinloopen (CPB), juli 2023.
   45   Centraal Planbureau, 2016, 2021.
20 46   Onderwijsraad, 2023.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>   maar ook de gevolgen voor de lange termijn. De politieke besluitvorming baseren op de
   verdiencapaciteit en brede opbrengsten van onderwijs en op het beschavingsargument
   maakt die keuzes beter inzichtelijk, maar de besluitvorming wordt daarmee tegelijkertijd
   ook complexer, omdat er meer moet worden meegewogen.
21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>22</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                                                 3
   Heb oog voor onderwijs in brede-
   welvaartsaanpak en voor consistent beleid
   op lange termijn
   Onderwijs moet een stevige positie krijgen in
   de brede-welvaartsaanpak. De besluitvorming
   over onderwijs in de rijksbegroting vraagt om
   een langetermijnvisie op onderwijs en consistente
   besluitvorming.
23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>       Het vraagt politieke wil om de drie perspectieven die de Onderwijsraad in dit advies
       schetst – van onderwijs als investering in verdienvermogen van individu en samenleving,
       als investering in brede opbrengsten en als een kwestie van beschaving – in overweging
       te nemen bij besluitvorming over uitgaven aan onderwijs in de rijksbegroting. En het
       vereist duidelijke politieke invulling van wat wordt beoogd. Hiervoor is adequate informatie
       nodig over opbrengsten van onderwijs in de context van brede welvaart, evenals een
       langetermijnvisie op onderwijs en consistentie in onderwijsbeleid.
   3.1 Geef onderwijs stevige positie in brede-welvaartsaanpak
       Er is momenteel in de beleidsvoorbereiding groeiende aandacht voor brede welvaart,
       namelijk: “het idee dat verder moet worden gekeken dan het financieel-economische
       plaatje voor een ‘rijk’ en duurzaam leven”.47 Goed onderbouwde besluitvorming voor
       onderwijs in de rijksbegroting vergt daarmee een bredere blik dan een focus op
       economische (materiële) groei alleen.
       De Onderwijsraad beveelt aan om de brede-welvaartsaanpak en bijbehorende indicatoren
       verder te ontwikkelen op basis van inzichten over de opbrengsten van onderwijs uit de
       wetenschap en de praktijk. Dit is nodig om zicht te krijgen op wat onderwijs als investering
       in verdienvermogen en brede opbrengsten en vanuit het beschavingsargument vraagt van
       de rijksbegroting. Dit vraagt ook om passende institutionele kaders, zodat besluitvorming
       op basis van brede welvaart ook echt vorm kan krijgen (zie paragraaf 2.4).
       Breng de opbrengsten van onderwijs structureel in beeld voor brede welvaart
       Dat het CPB een indicator voor menselijk kapitaal ontwikkelt om brede welvaart te duiden,
       is een belangrijke stap om de opbrengsten van onderwijs meer inzichtelijk en meetbaar te
       maken. De raad adviseert om ook andere opbrengsten van onderwijs te erkennen en deze
       een duidelijke, vaste plek te geven in het afwegingskader voor brede welvaart.
       Toekomstige (brede) welvaart hangt af van uiteenlopende zaken zoals duurzaamheid
       (klimaat, voedsel, water, energie), sociale stabiliteit (sociale cohesie, inclusieve
       samenleving, burgerschap) en ook economische verdiencapaciteit en innovatievermogen.
       Onderwijs vormt voor veel van deze zaken een belangrijk fundament. Voor goed
       onderbouwde besluitvorming die hier recht aan doet, is het dan niet voldoende alleen de
       zaken mee te wegen die kwantitatief nauwkeurig genoeg zijn om te kunnen doorrekenen.
       Brede welvaart moet niet alleen breder kijken dan het bbp. Er moet ook ruimte zijn
       om opbrengsten die niet direct meetbaar zijn, maar wel zeer waarschijnlijk worden
       gegenereerd, structureel in beeld te brengen en mee te wegen. De raad ziet in de brede-
       welvaartsaanpak een manier om dat te doen.
       Brede welvaart vereist een afwegingskader dat verder gaat dan het bbp
       In de brede-welvaartsaanpak wordt expliciet verder gekeken dan het bbp en dat is een
       goede ontwikkeling. Dit betekent dat het afwegingskader en de beschikbare informatie ook
       verder moeten gaan. Goede brede-welvaartsindicatoren voor onderwijs, maar ook voor
       zorg en duurzaamheid, maken het mogelijk meer mee te wegen in de besluitvorming over
       de middelen op de rijksbegroting.
       In de huidige doorrekeningen van het CPB is het niet mogelijk een verband te leggen
       tussen investeringen in onderwijs en de ontwikkeling van het bbp in de toekomst. Dit terwijl
       ook het CPB in allerlei onderzoeken laat zien dat investeringen in onderwijs de kans op
       positieve opbrengsten vergroten.
       Brede welvaart mag geen technocratische exercitie worden
       De middelen blijven schaars, dus er zullen altijd keuzes gemaakt moeten worden. Meer
       indicatoren en een breder afwegingskader maken die keuzes niet per definitie eenvoudiger.
       Er zullen lastige afruilen zichtbaar worden tussen de verschillende doelen over de volle
       breedte van de rijksbegroting – ook voor onderwijs.
       Goed onderbouwde besluitvorming vraagt in deze context om meer dan alleen ‘plussen en
       minnen’ in de vorm van doorrekeningen, rendementsschattingen, houdbaarheidssommen
       en indicatoren voor de voorraad menselijk kapitaal of de diversiteit in de natuur. Een
       brede-welvaartsaanpak met goede indicatoren mag niet verworden tot een technocratische
       exercitie. Niet alles is te vatten in indicatoren en dat is ook niet wenselijk. Een teveel aan
       indicatoren zou de besluitvorming te complex kunnen maken. Ook bestaat het risico dat
24     47 Centraal Planbureau, e.a. 2022.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>         beleid zich voornamelijk richt op de indicatoren, waardoor andere zaken die niet eenvoudig
         aan een indicator toe te rekenen zijn, buiten beeld blijven. Dat kan de besluitvorming
         alsnog versmallen.
   3.2 	Zorg voor consistente besluitvorming, met oog voor
         lange termijn
         Goed onderbouwde besluitvorming over de uitgaven aan onderwijs in de rijksbegroting
         vraagt om een langetermijnvisie op onderwijs, consistent beleid en adequate wet- en
         regelgeving en de benodigde publieke middelen.
         Besluitvorming over uitgaven vereist een langetermijnvisie
         De Onderwijsraad adviseert om de opbrengsten van onderwijs en het
         beschavingsargument als grondlegger te hanteren voor de beslissingen over de middelen
         voor onderwijs op de rijksbegroting. Dit vereist een langetermijnvisie op onderwijs en
         de benodigde middelen daarvoor. Instandhouding van een goed toegankelijk, publiek
         bekostigd onderwijsstelsel vraagt om consistent beleid, adequate wet- en regelgeving
         en een structureel toereikende begroting.
         Goed onderwijs als publieke voorziening voor iedereen gedijt bij structureel toereikende
         middelen. Deze maken goed, samenhangend onderwijsbeleid mogelijk, beleid dat
         niet beperkt wordt door ontoereikende of tijdelijke middelen. Investeren in onderwijs is
         investeren in de lange termijn met oog voor doelmatigheid. De Onderwijsraad benadrukt
         dat opeenvolgende kabinetten bij hun plannen en ambities voor het onderwijs moeten
         kijken naar de lange termijn – dus kabinetsperioden overstijgend.48
         Besluitvorming over de uitgaven vraagt om consistentie
         Besluitvorming over mogelijke extra investeringen of juist bezuinigingen moet
         consistent zijn en steeds worden bezien vanuit de opbrengsten van onderwijs en het
         beschavingsargument.
         Tijdelijk extra geld kan het structureel verbeteren van onderwijs bemoeilijken, omdat
         de middelen daartoe te kort beschikbaar zijn. Dit levert in de praktijk van het onderwijs
         grote problemen op. Want onder invloed van tijdelijk extra geld nemen de verwachtingen
         van de maatschappij over het onderwijs vaak blijvend toe, maar de middelen om die
         verwachtingen blijvend waar te maken, ontbreken.
         Ook bij een bezuinigingsopdracht is het zaak steeds de opbrengsten van onderwijs en het
         beschavingsaspect in acht te nemen. De pijn spreiden door bijvoorbeeld de kaasschaaf
         over het hele onderwijsbudget te halen, is misschien een prima strategie om lastige
         keuzes te omzeilen, maar heeft als risico dat de hele publieke onderwijsvoorziening
         onaanvaardbaar verschraalt en de opbrengsten van onderwijs in de toekomst verdampen.
         Zorg dat opbrengsten onderwijs doorklinken in Studiegroep Begrotingsruimte
         De Onderwijsraad beveelt aan om het ministerie van OCW te laten vertegenwoordigen in
         de Studiegroep Begrotingsruimte. Dit om de opbrengsten van onderwijs, die niet worden
         doorgerekend door het CPB, te laten doorklinken in de studiegroep. Onderwijs is immers
         van essentieel belang voor onze welvaart.
         De Studiegroep Begrotingsruimte wordt traditiegetrouw voorgezeten door de secretaris-
         generaal van het ministerie van Financiën. Verder bestaat de groep uit hoge ambtenaren
         en directeuren van het ministerie van Algemene Zaken, Binnenlandse Zaken en
         Koninkrijksrelaties, Economische Zaken en Klimaat, Financiën, Sociale Zaken en
         Werkgelegenheid, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het CPB en De Nederlandsche
         Bank. Het PBL en het SCP hebben een adviserende rol.49 Het ministerie van OCW
         ontbreekt momenteel in de SGB, terwijl de begroting van dit ministerie wel een grote
         uitgavenpost betreft op de totale rijksbegroting.
         Weggegooid geld?
         Bij uitgaven aan onderwijs moet ook de vraag gesteld worden of het geen weggegooid geld
         is. Genereren de (extra) uitgaven aan onderwijs daadwerkelijk opbrengsten en/of dragen
         ze bij aan wat we als samenleving anderszins van waarde achten? Als er sprake zou zijn
         van ineffectief beleid of maatregelen die de kwaliteit van het onderwijs teniet doen, of die
         48 Onderwijsraad, 2023.
25       49 https://www.rijksfinancien.nl/sbr
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>   het onderwijs minder toegankelijk maken, kunnen investeringen in onderwijs beschouwd
   worden als weggegooid geld.
   Dit kan aan de orde zijn als een bekostigingsstructuur of -mechanisme wordt gehanteerd
   waardoor het geld niet op scholen en opleidingen ingezet kan worden om onderwijs
   te realiseren, bijvoorbeeld tijdelijke of ontoereikende financiering, financiering voor
   onuitvoerbare of onhaalbare doelen of financiering die gepaard gaat met grote
   administratieve lastendruk. Of wanneer het ontbreekt aan bestuurlijk vermogen,
   menskracht of fysieke infrastructuur om het geld goed in te zetten.
   In besluitvorming over onderwijs moeten altijd mechanismen zijn ingebouwd om verspilling
   van middelen te voorkomen. Bijvoorbeeld door bij nieuw beleid een ex ante evaluatie en
   een capaciteitsanalyse uit te voeren of door beleidsimplementatie te monitoren en zo nodig
   bij te sturen of op te heffen.
26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>27</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>   Geraadpleegd
        Naam				Organisatie
        Jeroen Boelhouwer		  Sociaal en Cultureel Planbureau
        Rik Dillingh			      Centraal Planbureau
        Jesper van Elk			    Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
        Lex Herweijer			     Sociaal en Cultureel Planbureau
        Jeroen Hinloopen		   Centraal Planbureau
        Jos de Groen			      Sociaal-Economische Raad
        Bas Jacobs			        Vrije Universiteit
        Ralf Maslowski			    Sociaal en Cultureel Planbureau
        Maartje Plattel			   Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
        Kim Putters			       Sociaal-Economische Raad
        Marc van der Steeg		 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
        Monique Turkenburg		 Sociaal en Cultureel Planbureau
        Sabine Verbunt			    Centraal Planbureau
        Paul Verstraten 			  Centraal Planbureau
        Ib Waterreus			      Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>   Literatuur
          17e Studiegroep Begrotingsruimte         Centraal Planbureau, Planbureau
          (2023). Bijsturen met het oog op de      voor de Leefomgeving & Sociaal
          toekomst. Den Haag: Studiegroep          en Cultureel Planbureau (2022).
          Begrotingsruimte.                        Verankering van brede welvaart
                                                   in de begrotingssystematiek –
          Allen, J., Belfi, M.,& Borghans,         Voortgangsrapportage van de drie
          K. (2020). Is there a rise in the        gezamenlijke planbureaus. Den Haag:
          importance of socioemotional skills      CPB, PBL & SCP.
          in the labor market? Evidence from a
          trend study among college graduates.     Economische Statistische Berichten
          Frontiers in Psychology, 11(1710), 1-13. (2023). Welvaart, de brede podcast,
                                                   29 september 2023.
          Aschwanden, D., Strickhouser, J.E.,
          Sesker, A.A., Lee, J.H., Luchetti,       Fouarge, D. (2017). Veranderingen
          M., Stephan, Y., ... Terracciano, A.     in werk en vaardigheden. Maastricht:
          (2021). Psychological and behavioural    Maastricht University.
          responses to coronavirus disease
          2019: The role of personality.           Van Heest, F. (2020). CPB
          European Journal of Personality, 35(1),  kan de opbrengsten van
          51-66.                                   onderwijsinvesteringen niet
                                                   doorrekenen. ScienceGuide,
          Biesta, G. (2022). Wereldgericht         21 oktober 2020.
          onderwijs. Een visie voor vandaag.
          Culemborg: Phronese.                     Iterbeke, K., & De Witte, K. (2022).
                                                   Helpful or harmful? The role
          Borghans, A.H. (2006). “Zonde van        of personality traits in student
          de tijd�: leren in Nederland vanuit      experiences of the COVID-19 crisis
          economisch perspectief. Maastricht:      and school closure. Personality and
          Maastricht University.                   Social Psychology Bulletin, 48(11),
                                                   1614-1632.
          Borghans, L., Ter Weel, B., &
          Weinberg, B. (2014). People skills       Jacobs, B., & Webbink, H.D. (2006).
          and the labor market outcomes of         Het rendement op onderwijs blijft
          underrepresented groups. Industrial      stijgen. Economisch Statistische
          and Labor Relations Review, 67(2),       Berichten, 91(4492), 405-407.
          287-334.
                                                   Jacobs, B. (2014). Consequenties
          Centraal Planbureau (2016). Kansrijk     van Rendementsberekeningen voor
          onderwijsbeleid. Den Haag: CPB.          het Onderwijsbeleid. In R. Klarus, L.
                                                   Borghans & I. Waterreus (Eds.), Wat is
          Centraal Planbureau (2021). Reactie      Goed Onderwijs (deel 5)? Bijdragen uit
          CPB op verzoek van Ministerie van        de Onderwijseconomie (pp. 79-112).
          OCW n.a.v. de motie Paternotte en        Amsterdam: Boom Lemma.
          Bruins. Den Haag: CPB.
                                                   Jansen de Jonge, E.J. (2021).
          Centraal Planbureau (2023a). Publieke    Commentaar op artikel 105 van de
          onderwijsuitgaven over de levensloop.    Grondwet. In E.M.H. Hirsch Ballin &
          Den Haag: CPB.                           G. Leenknegt (Red.), Artikelsgewijs
                                                   commentaar op de Grondwet. Den
          Centraal Planbureau (2023b). Brede-      Haag: Boom juridisch.
          welvaartseffecten van onderwijs.
          Den Haag: CPB.                           Kersten, K., Van Dijk, T., Hogervorst,
                                                   W., Muselaers, N., & Nissen, R.
          Centraal Planbureau (z.j). De            (2021). Niet kiezen in de begroting,
          Nederlandse begrotingssystematiek:       is kiezen voor meer zorg en minder
          historische achtergrond, huidige         onderwijs. Economisch Statistische
          praktijk en de rol van het CPB.          Berichten, 106(4794), 110-111.
          Den Haag: CPB.
                                                   Onderwijsraad (2021). Publiek karakter
                                                   voorop. Den Haag: Onderwijsraad.
                                                   Onderwijsraad (2023). Brief aan
                                                   een nieuw kabinet. Onderwijs in een
                                                   nieuw Regeerakkoord. Den Haag:
                                                   Onderwijsraad.
29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>   Putters, K. (2022). De menselijke
   staat. Burgerperspectief als
   voorwaarde voor een toekomst-
   bestendig sociaal contract.
   Den Haag: SCP.
   Schils, T. (2021). Samen werken
   aan goed onderwijs: Benut die
   complementariteit! Maastricht:
   Maastricht University.
   Spengler, M., Damian, R., & Roberts,
   B. (2018). How you behave in school
   predicts life success above and
   beyond family background, broad
   traits, and cognitive ability. Journal of
   Personality and Social Psychology,
   114(4), 620-636.
   Tweede Kamer der Staten Generaal
   (z.j.). Het grote begrotingsboek voor
   Kamerleden. Den Haag: Tweede
   Kamer der Staten Generaal.
   Umberson, D., Crosnoe, R., &
   Reczek, C. (2010). Social relationships
   and health behavior across the life
   course. Annual review of sociology,
   36, 139-157.
   United Nations Economic Commission
   for Europe (2016). Guide on
   Measuring Human Capital. New York
   & Genève: UNECE.
30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>   Colofon
         Goed onderwijs voor iedereen: daar draagt de Onderwijsraad aan bij. De raad geeft al
         meer dan honderd jaar advies over onderwijsbeleid en -wetgeving aan de regering en de
         Eerste en Tweede Kamer. Gevraagd én uit eigen beweging. Dit mondt uit in gefundeerde
         verkenningen en adviezen die focussen op oplossingen voor de langere termijn. Ze gaan
         over alle vormen van onderwijs: van voorschoolse voorzieningen tot aan postuniversitair
         onderwijs en een leven lang ontwikkelen.
         De raad is onafhankelijk en staat tegelijkertijd midden in de samenleving en het
         onderwijs. De adviezen zijn gebaseerd op wetenschappelijke kennis en inzichten. En
         ze worden gevoed door kennis en ervaring uit de onderwijspraktijk en de praktijk van
         onderwijswetgeving en -beleid. De JongerenOnderwijsraad, met leerlingen en studenten
         van diverse leeftijden en schooltypen, voedt de raad met ervaringen en ideeën over het
         Nederlandse onderwijs en denkt mee over onderwerpen.
         Samenstelling raad
         prof. dr. E.H. (Edith) Hooge (voorzitter)
         dr. O. (Orhan) Agirdag
         prof. dr. G.J.J. (Gert) Biesta
         prof. dr. P.W.A. (Pieter) Huisman
         dr. D.J.M. (Dominique) Majoor
         D. (Daisy) Mertens MEd
         dr. C.J. (Cor) van Montfort
         prof. dr. S.F. (Susan) te Pas
         prof. dr. T. (Trudie) Schils
         drs. L.Y.P. (Luc) Sluijsmans
         drs. M.P. (Mirjam) van Leeuwen (secretaris)
         Bestellingen van publicaties
         Onderwijsraad
         Prins Willem Alexanderhof 20
         2595 BE Den Haag
         secretariaat@onderwijsraad.nl
         (070) 310 00 00
         ISBN 978-94-6121-087-6
         Intern documentnr. AD.2400002
         Ontwerp
         thonik
         Fotografie
         Edwin Walvisch
         Visualisatie
         Things To Make And Do
         © Onderwijsraad, Den Haag
         Uitgave van de Onderwijsraad, Den Haag, januari 2024
31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Prins Willem Alexanderhof 20
2595 BE Den Haag
www.onderwijsraad.nl
secretariaat@onderwijsraad.nl
tel: +31 70 310 00 00
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>