<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Extreem laagfrequente
elektromagnetische velden
en gezondheid

</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Extreem laagfrequente elektromagnetische velden en

gezondheid

</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>sasesacacersceransesovenee GEZONDHEIDSRAAD …unnsensssosssnsoeere
Voorzitter

Aan de minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Postbus 20951

2500 ES DEN HAAG

Onderwerp : aanbieding Advies
Uw kenmerk : DGM/DA/MBS 15891005
Ons kenmerk : 359/91/EvR/RA/359-Y
Bijlagen : 1

Datum : 8 april 1992

Bij brief, kenmerk DGM/DS/MBS nr. 15891005 van 26 au-
gustus 1991, verzocht de minister van Volkshuisvesting, Ruim-
telijke Ordening en Milieubeheer mij om advies uit te brengen
over de gezondheidsrisico’s van blootstelling aan extreem
laag-frequente elektromagnetische velden. In afwachting van
deze aanvraag had ik reeds op 27 maart 1991 een commissie in-
gesteld om over dit onderwerp te adviseren.

De commissie verwoordt haar oordeel in het voorliggen-
de advies. Ik bied u dit advies, gehoord de Beraadsgroep Stra-
linghygiéne, hierbij aan.

De commissie concludeert dat er onvoldoende weten-
schappelijke grond is om aan te nemen dat blootstelling aan
elektromagnetische velden met een frequentie van 50 of 60 Hz
en met veldsterken die in de woon- of werkomgeving voorkomen,
nadelige effecten op de gezondheid veroorzaakt. Gezien de ook
in Nederland heersende ongerustheid over dergelijke blootstel-
lingen acht ik het van belang dat er uitgaande van deze con-
clusie voorlichting aan het publiek wordt gegeven.

Postadres renners MN FBP Bezoekadres

Postbus 90517 Prinses Margrietplantsoen 20
2509 LM 's-Gravenhage ‘s-Gravenhage

Telefoon (070) 47 14 41

</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>wonnen GEZONDHEIDSRAAD …nnsensarnnnene Vervolgvel

Voorzitter
Onderwerp : aanbieding Advies
Ons kenmerk : 359/91/EVR/RA/359-Y
Bladzijde : 2
Datum : 8 april 1992

Ik wil voorts uw aandacht vragen voor enkele verwante
onderwerpen die de commissie in haar advies buiten beschouwing
heeft gelaten.

Binnen of buiten het beroep worden mensen ook aan ELF
EM velden met andere frequenties dan 50 of 60 Hz blootgesteld.
In de eerste plaats zijn dit statische magneetvelden. Een
belangrijke toepassing is die in de medische diagnostiek, in
kernspintomografie en kernspinspectroscopie. In het verleden
heeft de Raad twee adviezen over deze technieken uitgebracht.
Sinds het uitbrengen van bovengenoemde adviezen zijn meer ge-
gevens over de gezondheidsaspecten van blootstelling aan sta-
tische magneetvelden beschikbaar gekomen, en onlangs hebben
zowel het International Non-ionizing Radiation Committee van
de International Radiation Protection Association (INIRC/IRPA)
als de Britse National Radiation Protection Board (NRPB) een
advies uitgebracht over blootstelling van patiënten aan sta-
tische magneetvelden bij de toepassing van kernspintechnieken.
Aanbevelingen van beide instanties over blootstelling van be-
dienend personeel volgen binnenkort. Overigens wijzen de re-
cente gegevens er niet op dat de aanbevelingen van de Gezond-
heidsraad uit 1986 kunnen leiden tot blootstellingen die een
bedreiging vormen voor de gezondheid.

In de tweede plaats wil ik de toepassing van 16 Hz-ge-
moduleerde radiofrequente EM velden noemen. Dergelijke velden
worden opgewekt door apparatuur die gebruikt wordt ter stimu-
lering van botgenezing en wondheling. Nationaal en internatio-

</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>sssssesessueseensvesensee GEZONDHEIDSRAAD unne Vervolgvel

Voorzitter

Onderwerp s aanbieding Advies
Ons kenmerk : 359/91/EvR/RA/359-Y
Bladzijde : 3

Datum : 8 april 1992

naal bestaat er grote belangstelling voor deze techniek. De
juiste omvang van de toepassing in Nederland is niet bekend.
Activiteiten van de Gezondheidsraad in dit verband wil ik bij
de voorbereiding van het werkprogramma 1993 betrekken.

prof dr L Ginjaar

</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>. ee

EXTREEM LAAGFREQUENTE ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN EN
GEZONDHEID

ooo eevee

. ee eee

advies uitgebracht door de Commissie ELF elektromagne-

tische velden van de Gezondheidsraad

aan

de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer

de minister en de staatssecretaris van Welzijn, Volks-
gezondheid en Cultuur

de minister van Economische Zaken

coe eo ew we

No 1992/07, Den Haag, 8 april 1992

</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>ee.

«eee ee

Dit advies kan als volgt worden aangehaald: Gezond-
heidsraad: Extreem laagfrequente elektromagnetische

velden en gezondheid. Den Haag: Gezondheidsraad, 1992;
publikatie nr 92/07

auteursrecht voorbehouden

</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>eee eevee

ee

see

esse

eee ew eee

INHOUDSOPGAVE

TEN GELEIDE

ADVIES IN HOOFDLIJNEN

EXECUTIVE SUMMARY

ADVIESAANVRAAG, TAAKSTELLING EN OPZET VAN HET
ADVIES

Adviesaanvraag

Taakstelling

Opzet van het advies

ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE VELDEN: BRONNEN EN
VELDSTERKTEN

Inleiding

Karakterisering van de velden

Grootte van de elektrische en magnetische velden
Natuurlijke velden

Technische wisselvelden

ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE VELDEN: WISSELWERKING
MET BIOLOGISCHE SYSTEMEN

Elektromagnetische eigenschappen van biologische
weefsels

Wisselwerking tussen uitwendige EM velden en
weefsels

Elektrische velden

Magnetische velden

11

19

25
25
25
26

29
29
30
31
31
31

41

41

41

41
43

</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>ws

ee 0 6 6

DOORIA RR HB B PB SR

an aA A U

BWW WW WN NN NN NH

Pas

Ne ja

WW ND NY N

U Bm WN oja

PB W N ki

ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE VELDEN: EFFECTEN
OP BIOLOGISCHE SYSTEMEN
Inleiding

Effecten op celniveau

Transport van ionen

DNA-structuur, -synthese en -transcriptie
Invloed op hormonen en neurotransmitters
Immuunrespons

Effect op kankercellen

Onderzoek met proefdieren

Gedragsstudies

Hormonen en centraal zenuwstelsel

Bloed en immuunsysteem

Voortplanting, groei en ontwikkeling

De mogelijke rol van ELF EM velden bij het
ontstaan van kanker

ELF EM velden en initiatie

ELF EM velden en gen-expressie, celproliferatie
en differentiatie

ELF EM velden en verstoring van informatie-
overdracht

Conclusies

EPIDEMIOLOGISCH ONDERZOEK

Inleiding

Wat is epidemiologie?

Methoden van epidemiologisch onderzoek
Problemen bij epidemiologisch onderzoek
Blootstelling aan ELF EM velden in de woonom-
geving

Relatie met kanker

Kanttekeningen

Relatie met overige effecten
Beroepsmatige blootstelling

Relatie met kanker

47
47
47
47
48
49
49
50
50
50
50
51
51

51
51

52

52
53

55
55
55
55
57

57
58
60
61
61
61

</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>. eee oe

eee eo eee

. eee

. eevee

. eee

Kanttekeningen
Meta-analyses

Conclusies

CONCLUSIES
Acute effecten
Chronische effecten

SUGGESTIES VOOR VERDER ONDERZOEK
Inleiding

Experimenteel onderzoek
Epidemiologisch onderzoek
Stroomdichtheid in het lichaam

LITERATUUR

LIJST VAN AFKORTINGEN

BIJLAGEN

SAMENSTELLING VAN DE COMMISSIE

DE ADVIESAANVRAAG

INIRC/IRPA INTERIM-RICHTLIJNEN
Inleiding

Beroepsbevolking

Elektrische velden
Magnetische velden

Algemene bevolking

Elektrische velden

Magnetische velden

Samenvatting

HET ONTSTAAN EN DE ONTWIKKELING VAN KANKER ALS

MEERSTAPSPROCES

61
62
63

67
67
67

69
69
69
71
72

73

81

83

83

85

89
89
89
89
89
90
90
90
90

93
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>“n a 6 8 6 8 n 4 6 6 6 4 6 ee 4 6 4 9 9 9 8 6 6 6 8 6 ee 9 8 0 es ee ee 8 9 6 8 6 6 se 8 6 8 4 0 8 8 4 8 8 8 eee.

TEN GELEIDE

OKK KK SK)

Ingegeven door de groeiende publieke ongerustheid over
mogelijk schadelijke effecten van blootstelling aan elektri-
sche en magnetische velden afkomstig van het elektriciteits-
distributiesysteem en van huishoudelijke en industriële appa-
ratuur, stelde de Voorzitter van de Gezondheidsraad op 27
maart 1991 de Commissie ELF elektromagnetische velden in. Een
adviesaanvraag van de minister van VROM over hetzelfde onder-
werp legde hij eveneens ter beantwoording aan de commissie
Voor.

Voor u ligt het advies van de commissie. Met het aan-
bieden van dit advies aan de Voorzitter van de Gezondheidsraad

beschouwt de commissie haar werkzaamheden als beéindigd.
Den Haag, 8 april 1992.
Namens de commissie,

secretaris, voorzitter,

dr E van Rongen prof dr A van Oosterom

</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>10

</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>ADVIES IN HOOFDLIJNEN

1 Inleiding

Bij het transport, de distributie en het gebruik van
elektriciteit voor huishoudelijke en industriéle doeleinden
ontstaan elektromagnetische (EM) velden. Bij de elektrici-
teitsvoorziening wordt gebruik gemaakt van wisselstroom, en de
hiermee samenhangende EM velden zijn dientengevolge wisselvel-
den. Zij hebben een frequentie van 50 Hz (in Noord-Amerika 60
Hz). Deze waarden vallen in het gebied van de extreem lage
frequenties, ELF (0 — 300 Hz). ELF EM velden zijn in onze ge-
industrialiseerde samenleving alomtegenwoordig, zij het dat
hun sterkte van plaats tot plaats varieert. De mogelijke ge-
volgen voor de gezondheid van chronische blootstelling aan
deze velden hebben in het begin van de jaren tachtig in de
Verenigde Staten tot ongerustheid onder de bevolking geleid,
een ongerustheid die is overgeslagen naar andere landen.

Een belangrijke oorzaak voor het ontstaan van die be-
zorgdheid waren de resultaten van een epidemiologisch onder-
zoek uit 1979 (Wer79). De onderzoekers rapporteerden een zwak-
ke relatie tussen de ‘wire code'*, een factor die zij be-
schouwden als een maat voor de blootstelling aan ELF EM vel-
den, en sterfte ten gevolge van leukemie bij kinderen. In een

groot aantal laboratorium- en epidemiologische onderzoeken is

x De ‘wire code' is de indeling in een beperkt aantal
Klassen van het totaal van componenten van het boven-
grondse elektriciteitsdistributiesysteem: het aantal
draden met hoge en met lage spanning, hun onderlinge
positie en de plaats van de transformatoren; dit alles
gerelateerd aan de afstand tot een woning. Deze inde-
ling heeft een zekere relatie met de sterkte van het
EM veld bij de woning.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>ese es 12

vervolgens getracht een antwoord te vinden op de vraag of ELF
EM velden inderdaad gevaar opleveren voor de gezondheid en zo
ja, via welk mechanisme.

Sinds 1988 zijn verscheidene rapporten verschenen
waarin het wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van
blootstelling aan ELF EM velden wordt samengevat en waarin de
mogelijke gevolgen van een dergelijke blootstelling voor de
gezondheid worden beschouwd. Met name de mogelijke betrokken-
heid van blootstelling aan ELF EM velden bij het ontstaan of
de ontwikkeling van bepaalde vormen van kanker heeft daarbij
grote aandacht gekregen. In mei 1989 verscheen een rapport van
het Office of Technology Assessment (OTA), het wetenschappe-
lijk bureau van het Amerikaanse Congres (OTA89). In december
1990 kwam - in conceptvorm - een rapport beschikbaar van de
Environmental Protection Agency (EPA), het milieubureau van de
federale overheid in de Verenigde Staten (EPA90). Tenslotte is
in juli 1991 een literatuurstudie over dit onderwerp versche-
nen van de Rijksuniversiteit Limburg (Sch91), uitgevoerd in
opdracht van het ministerie van VROM.

. eevee

2 Conclusies en aanbevelingen

De Commissie 'ELF elektromagnetische velden' van de
Gezondheidsraad heeft zich op basis van de haar per 1 november
1991 beschikbare wetenschappelijke literatuur een oordeel ge-
vormd over de invloed van blootstelling van biologische syste-
men aan ELF EM velden. Zij verwoordt dat oordeel in het voor-
liggende advies. De commissie richt zich in haar conclusies
uitsluitend op de mens, in het bijzonder op effecten die wor-
den veroorzaakt door blootstelling aan velden die door wissel-
stroom met een frequentie van 50 (of 60) Hz worden opgewekt.
De reden voor deze beperking is, dat de blootstelling van de
bevolking aan ELF EM velden met andere frequenties relatief
zeer gering is en dat de discussie over mogelijk nadelige ef-
fecten betrekking heeft op de alomtegenwoordige 50/60 Hz-vel-

den.

De beschouwingen van de commissie leiden tot de vol-

gende antwoorden op de drie vragen die de minister van VROM in
zijn adviesaanvraag aan de Gezondheidsraad stelde.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>1 Recente epidemiologische gegevens hebben tot nu toe
geen éénduidige relatie kunnen leggen tussen de kans
op sterfte door tumorinductie en de blootstelling aan
ELF elektromagnetische velden. Bovendien ontbreekt een
éénduidige relatie tussen de waargenomen effecten op
cellulair nivo, de waargenomen effecten op mens en
dier en daadwerkelijke gezondheidseffecten. Gaarne
wordt van de Gezondheidsraad vernomen of de huidige
kennis inderdaad onvoldoende is voor het vaststellen
van dergelijke relaties. Indien dit inderdaad het ge-
val is, welk wetenschappelijk onderzoek is dan, bij-
voorbeeld in Nederland, mogelijk, en eventueel noodza-
kelijk, om de onzekerheden en lacunes in de weten-
schappelijke kennis te verminderen?

De commissie is van mening dat de uitkomsten van het
tot nu toe verrichte epidemiologische onderzoek niet leiden
tot de conclusie dat er een relatie bestaat tussen langdurige
blootstelling aan ELF EM velden zoals die in de woon- of werk-
omgeving voorkomen en nadelige effecten op de gezondheid.
Daarnaast geeft de huidige kennis over de invloed van ELF EM
velden op biologische systemen geen duidelijke aanwijzingen
voor het bestaan van een dergelijke relatie. Concreet gezegd,
meent de commissie dat het verrichte onderzoek onvoldoende
consistente aanwijzingen levert om te kunnen stellen dat
blootstelling aan ELF EM velden afkomstig van het elektrici-
teitsdistributiesysteem en van huishoudelijke en industriële
elektrische apparaten het ontstaan of de ontwikkeling van be-
paalde kwaadaardige aandoeningen beïnvloedt of een nadelige
invloed heeft op het verloop van de zwangerschap en de gezond-
heid van de ongeboren vrucht.

De commissie wijst er op dat in enkele epidemiolo-
gische onderzoeken in de Verenigde Staten een relatie is ge-
rapporteerd tussen de configuratie van de bovengrondse draden
van het elektriciteitsdistributiesysteem (de ‘wire code’) en
het voorkomen van leukemie bij kinderen. Deze relatie is vol-
gens de commissie echter onvoldoende aanleiding voor het aan-
nemen van een oorzakelijk verband tussen blootstelling aan ELF

EM velden en het voorkomen van leukemie (of andere vormen van
kanker), omdat een relatie met de gemeten sterkte van de EM

velden niet is gevonden. De commissie is van mening dat nader

</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>wetenschappelijk onderzoek naar de relatie tussen de ‘wire

code' en karakteristieken van het patroon van blootstelling
aan ELF EM velden (veldsterkte, tijdsduur) mogelijk ophelde-
ring kan geven over de gerapporteerde relatie. Dergelijk on-
derzoek vindt momenteel in de VS plaats. Daarbij dient volgens
de commissie ook te worden nagegaan of er wellicht een relatie
bestaat tussen de ‘wire code' en andere factoren, zoals bij-
voorbeeld de verkeersintensiteit.

Gelet op de onzekerheden in de interpretatie van de
resultaten van het wetenschappelijk onderzoek en op het feit
dat (althans in de Verenigde Staten) dit onderzoek op grote
schaal wordt voortgezet, beveelt de commissie aan om de ont-
wikkelingen op dit gebied te blijven volgen en over vijf jaar
een hernieuwde evaluatie van de wetenschappelijke gegevens te
doen plaatsvinden.

In hoofdstuk 7 geeft de commissie een opsomming van
een aantal lacunes in de kennis met betrekking tot de biolo-
gische effecten van blootstelling aan ELF EM velden, waarnaar
wellicht in Nederland nader onderzoek zou kunnen worden ver-
richt.

. ee eee

2 Naast de interim richtlijnen van de International
Non-ionizing Radiation Committee (INIRC) van de Inter-
national Radiation Protection Association (IRPA) be-
treffende de beperking van blootstelling aan elektri-
sche en magnetische velden van 50/60 Hz (Health Phys-
ics, 58, 113-122, 1990) zijn ook in diverse landen
(voorlopige) richtlijnen vastgesteld. Gaarne wordt van
de Gezondheidsraad vernomen of de huidige kennis van
mogelijke effecten van extreem laag-frequente elektro-
magnetische velden op de gezondheid van de mens vol-
doende is voor het ontwikkelen van normen voor (maxi-
male) blootstelling aan extreem laag-frequente elek-
tromagnetische velden. Indien dit inderdaad het geval
is, kan de interim richtlijn van de INIRC/IRPA weten-
schappelijk gezien als uitgangspunt dienen voor over-
heidsbeleid?

Blootstelling aan ELF EM velden met extreem hoge veld-
sterkten kan resulteren in direct waarneembare negatieve ef
fecten op de gezondheid. Dergelijke hoge veldsterkten komen

niet in de woonomgeving voor, maar kunnen in bepaalde indus-

</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>triële arbeidssituaties aanwezig zijn. De commissie vindt dit

een reden om normen voor deze blootstelling te ontwikkelen.
Zij stelt voor om de door de velden in het lichaam geinduceer-
de stroomdichtheden daarbij als uitgangspunt te nemen. Deze
benadering ligt ook ten grondslag aan de interim-richtlijn van
het INIRC/IRPA. Naar de mening van de commissie bieden de in
deze richtlijn voorgestelde grenswaarden in voldoende mate
bescherming tegen mogelijke direct waarneembare effecten op de
gezondheid.

3 Het aantal in Nederland blootgestelde mensen aan ex-
treem laag-frequente elektromagnetische velden van
hoogspanningslijnen en -kabels is onbekend. Eenzelfde
conclusie kan getrokken worden met betrekking tot de
veldsterkten waaraan deze groep mensen wordt blootge-
steld. Ook de veldsterkten waaraan men in Nederland
blootgesteld wordt ten gevolge van het gebruik van
(huishoudelijke) apparaten is onbekend. Gaarne wordt
van de Gezondheidsraad vernomen of de huidige kennis
van mogelijke effecten van extreem laag-frequente
elektromagnetische velden op de gezondheid van de mens
aanleiding geeft tot het in kaart brengen van de veld-
sterkten waaraan de Nederlandse bevolking wordt bloot-
gesteld ten gevolge van de bovengenoemde bronnen.

De commissie geeft in hoofdstuk 2 een beknopt over-
zicht van de veldsterkten die in Nederland optreden in de na-
bijheid van hoogspanningslijnen, hoogspanningskabels en elek-
trische huishoudelijke apparatuur. De resultaten van metingen
en berekeningen geven aan dat in ons land de veldsterkten in
de woonomgeving veroorzaakt door hoogspanningslijnen en door
huishoudelijke apparatuur van dezelfde orde van grootte zijn.
De veldsterkten direct onder, en dus ook die op grotere af-
stand van hoogspanningsleidingen in Nederland voldoen aan de
criteria die zijn genoemd in de interim-richtlijn van het
INIRC/IRPA. Op dit ogenblik acht de commissie het niet zinvol
om de veldsterkten waaraan de Nederlandse bevolking is bloot-
gesteld, in nader detail te bepalen. Het is namelijk volstrekt
onduidelijk welke karakteristieken van het patroon van langdu-
rige blootstelling aan lage veldsterkten (elektrische veld-
sterkte, magnetische fluxdichtheid, frequentie, tijdsduur) in

enigerlei relatie zouden kunnen staan met de gezondheid.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>3 Toelichting
Omgevingsfactoren, waartoe blootstelling aan stoffen,

straling en de hier beschouwde ELF EM velden behoren, kunnen
de gezondheid beïnvloeden in een mate die afhangt van de aard
van de factor en de mate van blootstelling eraan. Ook andere
factoren kunnen daarbij van belang zijn. Van sommige omge-
vingsfactoren is een schadelijke invloed op de volksgezondheid
niet waarneembaar. Het is echter principieel onmogelijk om via
wetenschappelijk onderzoek het bestaan van zo'n invloed vol-
strekt uit te sluiten.

In de huidige maatschappelijke aandacht voor de moge-
lijke invloed op de gezondheid van ELF EM velden kwam de na-
druk vooral te liggen op een mogelijke relatie tussen bloot-
stelling aan deze velden en het in verhoogde mate optreden van
(bepaalde vormen van) kanker. Een dergelijke relatie kan men
wetenschappelijk gezien als waarschijnlijk beschouwen indien
zij — na eventueel in een (hypothese-genererend) epidemiolo-
gisch onderzoek naar voren te zijn gekomen - in hypothese-tes-
tend onderzoek is bevestigd en er voor zo'n relatie een plau-
sibel biologisch mechanisme bestaat dat berust op de uitkom-
sten van laboratoriumonderzoek. Zo kan men voor zo'n relatie
aanwijzingen vinden uit onderzoek naar het optreden van de
betreffende effecten bij proefdieren.

De commissie meent dat met betrekking tot de uitkom-
sten van het verrichte epidemiologische onderzoek naar de ef-
fecten van blootstelling aan ELF EM velden deze voorwaarden
niet vervuld zijn. Wel zijn in laboratoriumonderzoek interac-
ties tussen ELF EM velden en biologische systemen aangetoond.
Dit is niet verwonderlijk, omdat communicatie tussen cellen of
celsystemen vaak gepaard gaat met elektrische verschijnselen.
Wanneer de externe velden van voldoende sterkte zijn, zullen
deze biologische systemen reageren als op een natuurlijke
prikkel. Bij veldsterkten met een grootte die men in de leef-
omgeving aantreft, zijn deze interacties evenwel steeds om-

keerbaar gebleken, dat wil zeggen dat er na uitschakeling van

de bron geen waarneembaar blijvend effect was.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>17

Samenvatting

De conclusies en aanbevelingen van de commissie kunnen

als volgt worden samengevat:

eee

Er is onvoldoende wetenschappelijke grond om aan te
nemen dat chronische blootstelling aan ELF EM velden
met een lage veldsterkte, zoals die voorkomen in de
woon- en werkomgeving, nadelige effecten op de gezond-
heid veroorzaakt. Een dergelijke blootstelling heeft
geen aangetoonde invloed op het ontstaan of de ontwik-
keling van kanker. Ook is niet gebleken dat zij een
vroegtijdige beëindiging van de zwangerschap veroor-
zaakt of negatieve invloed uitoefent op de ongeboren
vrucht.

Blootstelling aan ELF EM velden met veldsterkten die
aanzienlijk hoger zijn dan die in de woonomgeving
heersen, maar die in bepaalde industriële arbeidssitu-
aties kunnen voorkomen, kan direct waarneembare ge-
zondheidsschade veroorzaken. De commissie beveelt
daarom aan om normen te ontwikkelen voor de maximale
blootstelling. Deze normen kunnen worden gebaseerd op
de interim-richtlijnen ter zake van het INIRC/IRPA.

Er is geen aanleiding om in detail de veldsterkten te
bepalen waaraan de Nederlandse bevolking is blootge-
steld.

De wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van
effecten van blootstelling aan ELF EM velden in biolo-
gische systemen dienen gevolgd te worden. De commissie
beveelt aan om over vijf jaar een hernieuwde evaluatie
uit te voeren.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>kuna 18

</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>19

. ee.

ee e ee ee e 8 ee 6 8 ee ee 8 6 es ee ee 6 8 ee se eee see 9 9 6 eee 6 9 8 8 4 9 0 9 8 8 9 8 8 0 9 0% 9 9 0

EXECUTIVE SUMMARY

of a report prepared by a committee of the Health
Council of the Netherlands

«e» e e e e e n 8 8 8 ee eee ee ee 6 9 se 6 8 es eee 9 0 eee ee 4 9 9 eee eee 9 0 9 0 9 9 9 8 9 ee ee

EXTREMELY LOW-FREOUENCY ELECTROMAGNETIC FIELDS AND
HEALTH

Report 1992/07, The Hague, The Netherlands

8 April 1992

ee e 9 n 9 8 0 4 8 8 8 6 9 e 4 0 9 8 8 0 9 ee 0 8 6 9 0 0 0 9 9 0 8 eee 8 8 9 8 4 9 8 0 eee 8 9 9 9 6 9 % eee.

1 Introduction

The transmission, distribution anä use of electricity
for domestic and industrial purposes are inherently associated
with the generation of electromagnetic fields (EMF). These
fields are generated by alternating currents and, hence, al-
ternate at the same frequency, 50 Hz (or 60 Hz in North Ameri-
ca). This freguency falls within the range of the Extremely
Low Freguencies (ELF) of 0 - 300 Hz. The EMF, although their
strength varies locally, are ubiguitous in our contemporary,
industrialized environment. The public concern about possible
adverse health effects of chronic exposure to ELF EMF that
originated in the United States in the early nineteen eight-
ies, has since spread to other countries.

This concern was largely triggered by the 1979 epide-
miological study by Wertheimer and Leeper (Wer79) reporting a
very weak relation between the ‘wire code'*, a factor they

x The ‘wire code' is the grouping into a limited number
of catagories of the entire set of components consti-
tuing the overhead electricity distribution system:
the number of high and low voltage lines, their rela-
tive position, the localization of the step-down
transformers, all in relation to the distance to a
dwelling. This catagorization is related to the EM
field strength near the dwelling.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>vee 20

considered to be an indicator for exposure to ELF EMF, and the
mortality resulting from childhood leukemia. This report
prompted an ever increasing number of experimental and epide-
miological studies aimed at answering the questions of whether
exposure to ELF EMF poses health risks and, if so, about the
nature of the underlying biological mechanism.

Several major reports published in recent years Summa-
rize the ELF EMF research and consider the possible health
effects of exposure. They mainly focus on the possible invol-
vement of exposure to ELF EMF in the development of certain
types of cancer. These publications included the report on ELF
EMF effects published in May 1989 by the Office of Technology
Assessment (OTA) of the US Congress (OTA89). The Environmental
Protection Agency (EPA) issued in December 1990 a draft re-
port (EPA90) which was subsequently strongly criticized. In
The Netherlands a study prepared by the State University of
Limburg for the Dutch Ministry of Housing, Physical Planning
and Environment was released in July 1991 (Sch91).

2 onclusion nd recommen ions

The ELF Electromagnetic Fields Committee of the Health
Council of the Netherlands was installed in order advise the
Dutch Minister of Housing, Physical Planning and Environment
on the possibly adverse health effects of exposure to ELF EMF.
The Committee evaluated scientific literature available as per
November 1, 1991 concerning the effects and influence of ELF
EMF on biological systems, including humans. The conclusions
of the Committee are presented in this report.

The Committee has focused its conclusions on the ef-
fects in humans, and specifically on the effects caused by
exposure to EMF generated by 50/60 Hz alternating currents. As
the exposure of the general population to EMF of other fre-

quencies in the ELF range is negligible, the discussion on

possibly adverse health effects pertains to the ubiquitous
50/60 Hz EMF.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>The Committee gives an answer to three questions asked

by the Dutch Minister of Housing, Physical Planning and Envi-
ronment.

The first question asked whether present scientific
knowledge is indeed insufficient to determine the existence of
a relationship between exposure to ELF EMF and adverse health
effects and, should this be the case, what research might be
needed to fill the gaps in this knowledge.

The Committee thinks that such results of the epide-
miological studies as are now available do not justify the
conclusion that there exists a relation between prolonged
domestic or professional exposure to ELF EMF and adverse
health effects. Present knowledge concerning the biological
effects of ELF EMF furthermore does not clearly indicate the
existence of such a relation. In other words, the Committee
thinks that any evidence from currently available research is
insufficient to support the hypothesis that exposure to ELF
EMF generated by the electricity distribution system and by
electric household appliances and industrial electrical
equipment has any influence on the initiation or growth of
malignancies, or on the course of pregnancy or fetal
development.

The Committee recognizes that several epidemiological
studies in the US have reported a relation between the confi-
guration of overhead distribution lines (the ‘wire code') and
the incidence of childhood leukemia. This relation is in it-
self insufficient reason for the Committee to assume a causal
relationship between exposure to ELF EMF and the incidence of
leukemia (or other types of cancer). A relation with the mea-
sured field strength has not been found. According to the Com-
mittee further research into the relation between the wire
code and the characteristics of the ELF EMF exposure pattern
(e.g. field strength, duration of exposure) might clarify the
observed relation. Research along these lines is now underway
in the US. Furthermore it will have to be investigated whether

a relation exists between wire codes and other factors such as

traffic density.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>In view of the present uncertainties in the interpre-

tation of the results of scientific research in this area, and
as this research is being intensified, at least in the USA,
the Committee recommends that monitoring of the developments
in this field be continued and the data re-evaluated in five
years.

The Committee lists a number of specific points regar-
ding which knowledge on the biological effects of exposure to
ELF EMF is lacking and which might warrant research in the
Netherlands.

The second question the Minister posed was whether
present knowledge concerning the effects of ELF EMF on human
health is sufficient to justify the development of exposure
guidelines and, if so, whether the interim guidelines of the
INIRC/IRPA (IRPA90) could serve as starting-point for policy
making.

The Committee recognizes that exposure to ELF EMF with
extremely high field strengths can result in acute effects.
These may pose a potential health threat. Such high field
strengths are not encountered in the domestic environment, but
can be present in certain industrial work areas. The Committee
considers that this is a reason to develop exposure standards.
The Committee suggests that the approach used by INIRC/IRPA be
followed and the standards based on the internal currents in-
duced in the body by the ELF EMF. According to the Committee,
compliance with the exposure limits proposed by INIRC/IRPA
offers sufficient protection against possible acute adverse
health effects.

In his third question the Minister asks whether it
would be relevant to gather information on the ELF EM field
strengths to which the Dutch population is exposed.

In this report the Committee gives an overview of the

field strengths in close proximity to high-power transmission

lines, transmission cables and to electrical appliances. These
data indicate that in The Netherlands the field strengths gen-
erated by these sources are of comparable magnitude. The field

</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>23

strengths directly underneath and, hence, also at some dis-
tance from transmission lines in The Netherlands comply with
the criteria from the INIRC/IRPA interim guidelines. The Com-
mittee does not at present consider that there is a need for
detailed determination of the ELF EM field strengths to which
the Dutch population is exposed. The main argument for this
position is that it is not known which characteristics of the
pattern of chronic exposure to low field strengths (electric
field strength, magnetic fluxdensity, frequency, duration of
exposure) have a relation, if any, to health.

3 Commentary to the recommendations

Environmental factors, that include exposure to chemi-
cal substances, ionizing radiation and ELF EMF, may influence
human health. Whether there is any influence and, if so, to
what extent, depends on the nature of the factor and on the
extent of the exposure. The presence of other factors may also
be important. Adverse effects of some environmental factors
are not readily detectable and are basically impossible for
scientific research to exclude with certainty.

In the present public awareness of the possible health
effects of exposure to ELF EMF, special emphasis was placed on
the alleged relation between exposure to these fields and an
increase in the incidence of certain types of cancer. From a
scientific point of view a relation of this type can be re-
garded as probable if it was determined in hypothesis-testing
studies - possibly after appearing in an (hypothesis-gener-
ating) epidemiological study - and there exists a plausible
biological mechanism based on the results of laboratory stu-
dies. Indications of such a relation for instance can be found
in studies on the incidence of the effect in experimental
animals.

In the opinion of the Committee the results of the
epidemiological studies on the effects of exposure to ELF EMF
do not fullfil the conditions stated. The Committee recognizes
that interactions between ELF EMF and biological systems have

been demonstrated in several laboratory studies. This is not

</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>surprising, since electrical phenomena are involved in commu-

nication between cells or cellular systems. When external

fields are of sufficient strength these biological systems

will show the same reaction to these as to an endogenous natu-
ral stimulus. However with field strengths that occur in the
environment such interactions have always been reversible,

i.e., did not result in observable permanent effects after the

source of EMF was shut down.

4 Summary
The conclusions and recommendations of the Committee

can be summarized as follows:

1 There is at present insufficient scientific proof that
chronic exposure to ELF EMF with low field strengths
as found in the domestic or professional environment
results in adverse health effects. Such exposure
neither influences the initiation or development of
cancer, nor results in premature termination of preg-
nancy nor adversely influences fetal development.

2 Exposure to ELF EMF with field strengths considerably
higher than those that occur in the domestic environ-
ment but may be present in certain industrial work
areas can result in acute health effects. The Commit-
tee therefore recommends the development of standards
for the maximum exposure to ELF EMF. These standards
could be based upon the interim guidelines of the
INIRC/IRPA.

3 There are no compelling reasons to determine in detail
the ELF EM field strengths to which the Dutch popula-
tion is exposed.

4 Further developments regarding effects of exposure to
ELF EMF should be followed. The Committee recommends a

re-evaluation in five years.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>1 ADVIESAANVRAAG, TAAKSTELLING, OPZET VAN HET ADVIES

1.1 Adviesaanvraag

Naar aanleiding van het verschijnen van de rapporten
van de OTA (OTA89) en van de EPA (EPA90) over de effecten van
ELF EM velden op biologische systemen, in het bijzonder op de
mens, en gelet op de groeiende ongerustheid over mogelijk ne-
gatieve gevolgen van blootstelling aan ELF EM velden voor de
gezondheid, heeft de voorzitter van de Gezondheidsraad op 27
maart 1991 de commissie 'ELF elektromagnetische velden! gein-
stalleerd, hierna te noemen ‘de commissie'. Zij kreeg tot taak
om een oordeel te geven over de mogelijke effecten van bloot-
stelling aan ELF EM velden op de gezondheid. De samenstelling
van de commissie is vermeld in bijlage A. Een op 27 augustus
1991 ontvangen adviesaanvraag van de minister van VROM heeft
de voorzitter van de Raad eveneens ter beantwoording aan de
commissie voorgelegd. De adviesaanvraag is weergegeven in bij-
lage B.
1.2 Taakstelling

De commissie heeft besloten zich te beperken tot de
effecten van blootstelling aan ELF EM velden met frequenties
van 50 of 60 Hz. De reden hiervoor is dat bij de produktie,
het transport en het gebruik van elektriciteit voor industri-
ele en huishoudelijke doeleinden uitsluitend van wisselstroom
met een frequentie van 50 Hz (in Noord-Amerika 60 Hz) gebruik
wordt gemaakt. Blootstelling van de bevolking aan EM velden
met andere frequenties is vrijwel verwaarloosbaar.

Blijkens de literatuur zijn bij de bestudering van de
effecten van wisselvelden niet alleen velden met een sinusvor-

mig verloop in de tijd, maar ook blokvormige, zaagtandvormige

</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>see eee 26

en gepulste velden toegepast. Er blijken verschillen te be-
staan in de reacties van biologische systemen op verschillende
veldvormen. Omdat de commissie zich beperkt tot de effecten
van blootstelling aan de met de elektriciteitsvoorziening sa-
menhangende (sinusvormige) 50/60 Hz-wisselvelden, bespreekt
zij in dit advies alleen experimentele gegevens die verkregen
zijn met sinusvormige velden.

De commissie heeft voorts besloten om zich wat haar
conclusies betreft te beperken tot de mogelijke effecten bij
de mens. Zij sluit daarmee aan bij de genoemde rapporten van
de OTA en de EPA, en bij het rapport van de Rijksuniversiteit
Limburg (Sch91). Weliswaar zijn in deze publikaties vele on-
derzoeken met proefdieren en met gekweekte biologische mate-
rialen beschreven, maar de conclusies zijn gericht op (moge-
lijke) effecten bij de mens.

In de discussie over de mogelijke schadelijke effecten
van EM velden komen soms beeldbuizen naar voren als bronnen
van deze velden. De commissie heeft afgezien van het beoorde-
len van de mogelijke risico's van het gebruik van beeldbuizen,
omdat deze behalve ELF EM velden ook velden met hogere fre-
quenties genereren, waaronder microgolven en ioniserende stra-
ling. Hierdoor is het niet goed mogelijk om een oordeel te
vormen over eventuele schadelijke effecten van ELF EM velden
alleen.

Ook statische elektrische en magnetische velden vallen
in het ELF gebied. De met blootstelling aan deze velden samen-
hangende problematiek komt in dit advies niet aan de orde.

oe ee 0 0

1.3 Opzet van het advies

De commissie baseert haar advies op de gegevens uit de
drie genoemde rapporten en op niet in die rapporten opgenomen
meer recente publikaties (verschenen voor 1 november 1991).
Zij geeft in dit advies vanuit een multidisciplinaire benade-
ring haar eigen interpretatie van de gegevens.

De verdere opbouw van het advies is als volgt. Hoofd-
stuk 2 bevat een overzicht van de bronnen van ELF elektrische

en magnetische velden en van de veldsterkten die gemeten en

</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>sees 27

berekend zijn voor Nederlandse situaties. In hoofdstuk 3 geeft
de commissie een kort overzicht van de interacties tussen ELF
EM velden en biologische systemen. Hoofdstuk 4 is een samen-
vatting van de resultaten van experimenteel onderzoek op het
gebied van de effecten van blootstelling van cellen of proef-
dieren aan ELF EM velden. De commissie geeft aan welke van die
effecten mogelijk een rol spelen bij het ontstaan en de ont-
wikkeling van kanker en hoe aannemelijk dit is op grond van de
nu bekende experimentele gegevens. In hoofdstuk 5 geeft zij
een samenvatting van de resultaten van epidemiologisch onder-
zoek naar een mogelijke relatie tussen blootstelling aan ELF
EM velden en vermindering van de gezondheid bij de mens.
Hoofdstuk 6 bevat de conclusies. In hoofdstuk 7 geeft de com-
missie aan op welke punten nader onderzoek naar de effecten
van blootstelling van biologische systemen aan ELF EM velden
verricht zou kunnen worden. Een literatuurlijst, een lijst met
gebruikte afkortingen en een viertal bijlagen completeren het
advies.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>eee

28

</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>2 ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE VELDEN: BRONNEN EN VELD-
STERKTEN

. ee.

2.1 Inleiding

De mens heeft altijd al blootgestaan aan natuurlijk
voorkomende elektromagnetische (EM) velden, variërend van sta-
tische velden, zoals het aardmagnetisch veld en elektrische
velden die ontstaan tijdens onweer, tot hoogfrequente kosmi-
sche EM straling. Daarnaast komen in een organisme ook EM vel-
den voor ten gevolge van biologische processen, bijvoorbeeld
bij de signaaloverdracht in het centraal zenuwstelsel. In de
afgelopen 100 jaar zijn echter aan deze natuurlijke velden
steeds meer door menselijk handelen opgewekte velden toege-
voegd.

De natuurlijke EM velden zijn voornamelijk statische
velden, terwijl de 'technische' velden vooral wisselvelden
zijn met een frequentie van 50 Hz (in Noord-Amerika 60 Hz).
Daarnaast worden EM velden gegenereerd met radiofrequenties
(30 kHz — 300 MHz), televisiefrequenties (300 MHz - 3 GHz) en
radarfrequenties (3 GHz - 300 GHz). De veldsterkte van een EM
veld neemt snel af bij toenemende afstand tot de bron.

Transportsystemen zoals trein, tram en trolleybus ge-
bruiken in Nederland gelijkstroom, waardoor statische EM vel-
den ontstaan. In sommige andere landen rijden treinen op wis-
selstroom. Technische statische velden met vaak hoge veld-
sterkte komen ook voor in de industrie bij elektrolytische
processen (bijvoorbeeld in aluminiumsmelterijen) en bij het
gebruik van medische apparatuur (Stu86). Voorbeelden van deze
laatste categorie zijn de kernspintomograaf, de kernspinspec-
troscoop, medische cyclotrons en andere deeltjesversnellers
voor therapeutisch gebruik.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>vee 30

2.2 Karakterisering van de velden

Uit het wetenschappelijk onderzoek naar de effecten
van blootstelling aan elektromagnetische velden (waarvan de
commissie in de hoofdstukken 4 en 5 van dit rapport een samen-
vatting geeft) blijkt dat het niet mogelijk is om in dit ver-
band het begrip 'dosis' te hanteren. Het is daarom eveneens
niet mogelijk om enigerlei grootheid te beschouwen als dosis-
maat. De gebruikelijke wijze van beschrijven van de velden is
om uit te gaan van de sterkte van de twee veldcomponenten, het
elektrische en het magnetische veld. De commissie sluit zich
bij deze handelwijze aan. De onderliggende gedachte hierbij is
dat, welke grootheid ook eventueel van belang blijkt te zijn
bij de effecten van blootstelling aan ELF EM velden, de veld-
sterkte in elk geval een rol zal spelen. De commissie merkt
wel op dat, voor zover er in onderzoek een relatie is gevonden
tussen de veldsterkte en een effect, deze niet altijd het pa-
troon heeft van een continue 'dosis-respons'-relatie, waarbij
een hogere veldsterkte resulteert in een groter effect. In
sommige onderzoeken is een 'venster'-effect gevonden, dat wil
zeggen, dat bij hogere waarden van de veldsterkte een bij een
lagere waarde optredend effect weer verdwijnt.

Het elektrisch veld wordt gekarakteriseerd door de
elektrische veldsterkte, uitgedrukt in de eenheid volt per
meter (V/m). Het magnetisch veld wordt beschreven door de
magnetische inductie - ook wel magnetische fluxdichtheid ge-
noemd — met als eenheid de tesla (T). Een oude eenheid is de
gauss (1 T = 104 G). De sterkte van een magneetveld is recht
evenredig met de sterkte van de stroom waardoor het wordt op-
gewekt.

In het voorliggende advies gebruikt de commissie kort-
heidshalve voor de elektrische veldsterkte de aanduiding
"E-veld' en voor de magnetische fluxdichtheid de aanduiding
'B-veld'.

Beide veldsoorten worden behalve door hun sterkte ge-

karakteriseerd door een richting: het zijn vectorvelden. Op

</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>iedere plaats in de ruimte kan de veldrichting verschillend

zijn. De positie van een individu zal in het dagelijks leven
voortdurend veranderen ten opzichte van de veldrichtingen. Dit
aspect van de EM velden krijgt in de literatuur overigens
vrijwel geen aandacht. De derde en laatste karakteristiek van
de EM wisselvelden is de frequentie. In het voorliggende ad-
vies worden uitsluitend velden met een frequentie van 50 of 60

Hz beschouwd.

2.3 Grootte van elektrische en magnetische velden

. ee ve +

2.3.1 Natuurlijke velden
Het natuurlijke statische E-veld bedraagt bij mooi

weer ongeveer 130 V/m, maar kan tijdens onweer oplopen tot
20 000 V/m (20 kV/m). Het natuurlijke E-veld bevat ook fluc-
tuerende componenten in de spectrale band van 50 tot 60 Hz.
Door toedoen van atmosferische invloeden varieert de sterkte
4 tot 0,5 V/m (Ber88a).

Het natuurlijke statische magnetische veld, het aard-

van 10°

magnetische veld, verloopt van de magnetische polen naar de
magnetische evenaar. Op onze breedte is de sterkte ongeveer 50
uT (= 0,5 G). De sterkte van het natuurlijke B-veld in het
frequentie-gebied van 50 tot 60 Hz is ongeveer 107° ut
(Ber88b).

2.3.2 Technische wisselvelden

Afgezien van de beroepsmatige blootstelling aan tech-
nische velden (bijvoorbeeld van lassers, van werkers in de
hoge-energietechnologie of in elektriciteitsbedrijven) staat
de bevolking bloot aan EM velden die ontstaan ten gevolge van
elektriciteitstransport en elektriciteitsgebruik in de woning
en het kantoor of bedrijf.

Elektrische wisselvelden van hoogspanningslijnen en

„kabels

Het elektriciteitsdistributiesysteem is in Nederland

gedeeltelijk bovengronds en gedeeltelijk ondergronds aange-

legd. In de hierna volgende paragrafen gebruikt de commissie

</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>‘lijnen' voor bovengrondse en 'kabels' voor ondergrondse ver-

bindingen.

Aan een hoogspanningsmast zijn in het algemeen twee
stroomcircuits aangebracht, aan weerszijden van de mast één.
Elk circuit bestaat uit drie fasedraden of fasebundels*.

Het E-veld onder een hoogspanningslijn hangt af van:
- de spanning op de lijn (in Nederland 110, 150, 220 of

380 kV)

- de mastvorm en de hoogte van de draden

- de volgorde van de fasedraden; als de volgorde aan de
ene zijde van de mast het spiegelbeeld is van die aan
de andere zijde, is het elektrisch veld midden onder
de lijn sterker dan bij gelijke volgorde aan beide

zijden (zie figuur 1)

- de afschermende werking van vegetatie of gebouwen; bij
transformatoren schermt het transformatorhuis het

elektrisch veld grotendeels tot volledig af.

Tussen twee masten is het E-veld maximaal op het punt
waar de draden het laagst hangen. Globale waarden van het on-
gestoorde E-veld onder een hoogspanningslijn, gemeten op een
hoogte van één meter boven het maaiveld, zijn vermeld in tabel
1.

Elke hoogspanningslijn heeft een 'zakelijk-recht-
strook’ (ZRS) waarbinnen bepaalde activiteiten (bouwen, rijden
met kranen of hoge voertuigen, groei van bomen) aan voorwaar-
den zijn gebonden (NNI87). De breedte van de ZRS is afhanke-
lijk van de mastvorm. Bij masten met de fasedraden boven el-
kaar is de strook smaller dan bij masten met de fasedraden

* Om technische redenen wordt bij het transport en de
distributie van elektriciteit vaak gebruik gemaakt van
meer dan één lijn of kabel per circuit. In de ver-
schillende lijnen of kabels verlopen de (50 Hz) wisse-
lingen niet exact gelijk (in fase) maar zijn ten op-
zichte van elkaar in de tijd verschoven (uit fase).
Dit verschil wordt bij dergelijke sinusvormige wisse-
lingen uitgedrukt in graden, de grootheid waarmee het
verloop van een sinus in de tijd wordt beschreven. Eén
sinus is 360 graden. Bij het gebruik van drie fase-
draden bedraagt het onderlinge faseverschil 120 gra-
den.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>eee eo ee

xvim| Eo

4,0 kV/m

33

Fasevolgorde
5,5 kV/m
A A
A A
s T T 8

0 T T LI T T T q 0 T + T
40 20 o 20 40 40 20 0 20
afstand tot het midden van de mast (m)
Figuur 1 De grootte van het E-veld (a) en van het B-veld (b)

gemeten midden tussen twee masten onder een 380 kV-lijn met
verschillende faseconfiguraties.
de drie fasen aan.

von oe ee 8 6 ee 6 6 se 8 9 ee 9 6 ee ee B 9 9 8 ee es es ee ee ee 4 4 «ee ee 9 4 4 9 9 8 6 9 se 8 0 e 6 6

Tabel 1 Grootte van het E-veld op 1 m hoogte boven het maai-

veld onder hoogspanningslijnen.

De letters R,
(Vrij naar Kra90).

spanning maximaal E-veld E-veld op 30 m uit het
(kV) (kV/m) hart van de lijn (kV/m)
380 5,5 1

220 5 0,5

150 3,5 0,25

110 2 0,1

S en T duiden
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>naast elkaar. Gemiddeld is de ZRS ongeveer 60 m breed. Aan de

rand van de ZRS bedraagt het E-veld ongeveer 25 procent van
het maximale E-veld onder de lijn.

Bomen en gebouwen schermen het E-veld af. Onder een
boom of in een gebouw in de omgeving van een hoogspanningslijn
bedraagt het E-veld 1 tot 10 procent van het ongestoorde veld
op de betreffende plaats. In de grond wordt het E-veld vrijwel
geheel onderdrukt. Veel ondergrondse elektriciteitskabels zijn
voorzien van een aardscherm, waardoor er buiten de kabel geen
E-veld aanwezig is. Bij kabels waarin een aardscherm afwezig
is, zorgt de grond voor het afschermen van het E-veld.

In woningen waar elektriciteit met een spanning van
220 V wordt gebruikt, is het E-veld gemiddeld 0,001 - 0,01
kV/m (Ah187). Dicht bij elektrische apparatuur is het hoger.
Onder een elektrische deken kan de veldsterkte oplopen tot
circa 0,5 kV/m (Kra90).

Magnetische wisselvelden van hoogspanningslijnen en

-kabels

Het B-veld ten gevolge van elektriciteitstransport of
-gebruik is niet afhankelijk van de spanning, maar van de
stroomsterkte. Hierdoor varieert het B-veld sterk in de tijd,
in evenredigheid met het elektriciteitsverbruik.

In Nederland bestaan de meeste hoogspanningslijnen uit
twee circuits die onder normale omstandigheden beide tot ten
hoogste de helft van het technisch maximum worden belast. Al-
leen als een circuit uitvalt, zal het andere circuit kortdu-
rend nagenoeg volledig worden belast. Als de vraag naar elek-
triciteit kleiner is, dan is de stroomsterkte in beide cir-
cuits evenredig lager. De gemiddelde belasting van de 380
kV-lijnen is 15 tot 25 procent van het maximum per circuit.
Voor 150 kV-lijnen is dit 30 tot 40 procent. Het B-veld onder
een 380 kV-lijn is in het algemeen hoger dan onder bijvoor-
beeld een 150 kV-lijn omdat de transportcapaciteit van een 380
kV-lijn in termen van stroomsterkte groter is. Het B-veld is
verder, evenals het E-veld, afhankelijk van mastvorm, hoogte
van de draden en volgorde van de fasedraden (zie figuur 1),

</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>Tabel 2 Berekende grootte van het B-veld onder hoogspannings-
lijnen.

spanning maximaal B-veld B-veld op 30 m uit het
(kV) (uT) hart van de lijn (uT)
380 6,5 — 20 3 - 10

220 10 - 14 3 - 5

150 3 - 17 0,6 - 3

110 3 - 12 0,3 - 1,5

eo e e 4 6 6 6 8 6 68 9 6 8 8 6 6 8 8 6 6 8 9 6 6 6 9 6 9 8 6 6 6 0 8 9 0 2 4 8 8 8 2 6 4 ee 0 6 4 … 2 6 6 8 ee 4 e 8 6 1 >

maar wordt niet door vegetatie of gebouwen afgeschernd.

De KEMA in Arnhem heeft de B-velden onder lijnen aan
verschillende masttypen en met verschillende transportcapaci-
teiten berekend. Het overzicht in tabel 2 geldt voor de si-
tuatie dat beide circuits van de hoogspanningslijnen voor de
helft van het maximum zijn belast. Bij metingen onder een 150
kv-lijn (waarbij de belasting van de lijn op elk meettijdstip
bekend was) bleken de gemeten waarden lager te zijn dan de
berekende waarden (Pet90). De verklaring hiervoor is, dat bij
de berekeningen wordt uitgegaan van de, in de praktijk zelden
voorkomende, meest ongunstige situatie.

Aan de rand van de ZRS is het B-veld 30 tot 35 procent
van het maximaal gemeten B-veld.

Op 30 cm afstand van een transformatorhuisje kan het
B-veld 10 - 15 wT bedragen (Her87).

Hierboven is vermeld dat het elektrisch veld van on-
dergrondse elektriciteitskabels door een in de kabel aanwezig
aardscherm of door de bodem volledig wordt afgeschermd. Voor
het magnetisch veld geldt dit niet. De grootte van het B-veld
boven het maaiveld in de omgeving van een ondergrondse elek-
triciteitskabel hangt af van de stroomsterkte in de kabel,
alsmede van het type en de liggingscondities van de kabel.

Het magnetisch veld van kabels in distributienetten
waarin de drie fasedraden tot één kabel zijn samengevoegd, is
relatief zwak. Onder normale omstandigheden, dat wil zeggen

</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>see ene 36

wanneer er geen kabels buiten bedrijf zijn en andere kabels
dus geen extra stroom transporteren, is het B-veld boven der-
gelijke kabels op één meter boven het maaiveld ten hoogste 1
KT.

Kabels in transportnetten bestaan om technische rede-
nen per circuit uit drie afzonderlijke fasekabels, vergelijk-
baar met de drie fasedraden of -bundels per circuit van een
bovengrondse verbinding. Berekend is dat boven een dubbelcir-
cuit van 150 kV-transportkabels, waarvan de in totaal zes
fasekabels 1 m diep in de grond liggen met tussenruimten van
0,5 m, bij een belasting van beide circuits met de helft van
het maximum, het B-veld recht boven de kabels op één meter bo-
ven het maaiveld maximaal 33 wT bedraagt. Als drie faseka-
bels in één sleuf zijn gelegd met onderlinge afstanden van
0,15 m is het B-veld bij een belasting van 50 procent ten
hoogste 7,5 uT. Het B-veld neemt snel af met toenemende af-
stand tot de kabel. Incidenteel en kortdurend kunnen trans-
portkabels zwaarder worden belast. De stroomsterkte wordt dan
hoger, wat tot gevolg heeft dat het B-veld toeneemt. Evenals
bij bovengrondse hoogspanningslijnen is de gemiddelde belas-
ting van hoogspanningskabels echter lager dan de helft van het
maximum.

In Nederland is het distributienet met spanningen van
50 kV en lager vrijwel geheel ondergronds uitgevoerd. Trans-
portverbindingen met een spanning van 110 kV en hoger worden
ondergronds gelegd als bovengrondse aanleg bezwaarlijk is. In
Nederland bevindt zich ongeveer acht procent (350 km) van de
totale lengte van het hoogspanningstransportnet ondergronds.
Hiervan ligt ongeveer 20 procent in bewoonde gebieden, maar in
verband met de bereikbaarheid nooit onder woonhuizen.

Magnetische velden in de woonomgeving

Gauger (Gau84) heeft magnetische velden rondom huis-
houdelijke apparatuur gemeten als functie van de afstand. Zijn
resultaten hebben betrekking op de Amerikaanse situatie, dat
wil zeggen een 60 Hz/110 V-elektriciteitsvoorziening. In tabel
3 zijn deze meetresultaten door de commissie omgerekend naar

</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>eee 37

Tabel 3 Magnetische velden van 50 Hz/220 V huishoudelijke ap-
paraten, berekend uit gegevens van Gauger (Gau84).

Blootstellingsduur minder dan circa 15 minuten per dag

apparaat afstand (cm) B-veld (pT)
scheerapparaat < 3 5 - 1000
blikopener 30 2 - 15
mixer 30 0,3 — 3
haardroger 30 0,1 - 5
magnetron 50 1 — 3
boormachine 30 1 - 2
cirkelzaag 30 0,05 — 0,5
broodrooster 30 0,05 - 0,5
koffiezetapparaat 30 0,05
elektrische oven 100 < 0,02

Blootstellingsduur tussen circa 15 minuten en 1 uur per dag

apparaat afstand (cm) B-veld (uT)
strijkijzer 30 0,5 — 1,5
TL-bureaulamp 30 0,2 - 1
stofzuiger 100 0,1 - 1
fornuis 50 0,05 - 0,5
vaatwasmachine 100 0,03 - 0,15
wasmachine 100 0,01 - 0,1
droogmachine 100 0,01 - 0,02
Blootstellingsduur meer dan 1 uur per dag

apparaat afstand (cm) B-veld (uT)
elektrische deken* 10 0,5 - 2,5
kleuren-TV 100 0,01 - 0,1
ventilatorkachel 100 0,01 - 0,1
ventilator 100 0,01 - 0,1
TL-verlichting 200 0,01 - 0,03
koelkast 100 < 0,02

x

(Pre88)

</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>de in Nederland gebruikte 50 Hz/220 V en ingedeeld naar de

lengte van de blootstellingsduur.

Uit de tabel blijkt dat de apparaten die sterke magne-
tische velden kunnen veroorzaken, in het algemeen slechts ge-
durende korte tijd in gebruik zijn. Sommige scheerapparaten
geven een relatief sterk veld, maar slechts een gering deel
van het lichaam wordt aan dit veld blootgesteld. Apparaten die
langdurig in gebruik zijn, veroorzaken in het algemeen zwakke
velden.

In de rapporten van de EPA (EPA90) en van het OTA
(OTA89) is de blootstelling aan EM velden in enkele figuren
samengevat. Door Schreiber en Swaen (Sch91) zijn deze figuren
aangevuld met twee tabellen en een toelichting in de tekst. Al
deze gegevens zijn voornamelijk gebaseerd op de Amerikaanse
situatie en geven geen goed beeld van de Nederlandse situatie.

Het B-veld in een Amerikaanse woning ligt globaal tus-
sen 0,02 en 2 wT (Ah187). Er zijn geen metingen bekend van de
sterkte van magnetische velden in Nederlandse woningen. Aange-
nomen kan worden dat de orde van grootte gelijk is aan die van
het B-veld in Amerikaanse woningen. Wellicht is in Nederlandse
woningen het B-veld gemiddeld kleiner dan dat in Amerikaanse
woningen, daar er zich in de VS in de directe nabijheid van de
meeste woningen bovengrondse distributielijnen en transforma-
toren bevinden, waardoor er een duidelijke bijdrage is van het
distributienet aan het B-veld in deze woningen.

Relatief hoge B-velden kunnen zich plaatselijk voor-
doen in ruimten met tweeweg-schakelaars (bijvoorbeeld boven-
en onderaan de trap) (Sil89). In kamers met elektrische ver-
warming via nachtstroom-warmteopslag (in Duitsland niet onge-
woon) kan het magnetisch veld meer dan 10 uT bedragen (Kra90).

Aangezien bouwmaterialen een magnetisch veld nauwe-
lijks afschermen, kan het magnetisch veld van een hoogspan-
ningslijn het totale B-veld in een woning onder of op korte

afstand van de lijn in belangrijke mate bepalen. De sterkte

</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>vee. 39

van het B-veld aan de rand van de ZRS van een 150 kV-hoogspan-
ningslijn bedraagt maximaal 0,6 - 3 uT (tabel 2). Dit is
vergelijkbaar met de sterkte van het B-veld van elektrische
dekens, maar groter dan dat van huishoudelijke apparatuur die
langdurig in gebruik is (tabel 3).

</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>sees 41

m ee ee eee ses eee. ee 9 9 9 8 8 9 6 ee ee. se 9 9 9 9 0 4 8 9 9 9 8 8 0 8 4 se ee ee ee «

3 ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE VELDEN: WISSELWERKING MET
BIOLOGISCHE SYSTEMEN

3.1 Elektromagnetische eigenschappen van biologische weef-

sels
De stroomdichtheden binnen het lichaam die samenhangen

met externe elektrische velden, zijn afhankelijk van de speci-
fieke elektrische weerstand van de biologische weefsels. De
stroomdichtheid is een vectorgrootheid, met als eenheid ampère
per vierkante meter (A/m) . Voor het lichaam als geheel be-
draagt de specifieke weerstand ongeveer 5 Q.m (ohm.meter),
maar tussen weefsels onderling bestaan er verschillen tot een
factor 10 (bijvoorbeeld bloed in hartholtes heeft een lagere,
en bot- en vetweefsels hebben een hogere specifieke weerstand).

De magnetische eigenschappen van biologische weefsels
zijn vrijwel gelijk aan die van lucht. De aanwezigheid van een
biologisch object in een magneetveld beïnvloedt de lokale
sterkte van het B-veld daarom praktisch niet.

eee ee oo

3.2 Wisselwerking tussen uitwendige EM velden en weefsels

3.2.1 Elektrische velden

De wisselwerking van een elektrisch veld met een orga-
nisme kan zowel direct als indirect zijn.

Bij plaatsing van een mens in een statisch elektrisch
veld ontstaat aan het lichaamsoppervlak een elektrische la-
dingsverdeling. Deze lading veroorzaakt op zich weer een elek-
trisch veld met een zodanige grootte en verdeling dat het
elektrisch veld binnenin het lichaam hierdoor wordt geneutra-
liseerd. De inwendige veldsterkte is dus nul. Bij een wissel-

veld doet zich aan het lichaamsoppervlak, de huid, een voort-

TAA

</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>vene ee. 42

durende wisseling van de ladingsdichtheid voor. Hierdoor lopen
er stromen door het lichaam. Ten gevolge van de elektrische
weerstand van de weefsels kunnen deze stromen niet lopen zon-
der de aanwezigheid van elektrische velden in het lichaam
(Ber88a).

In de literatuur over dit onderwerp zijn vrijwel alle
beschouwingen gebaseerd op metingen aan een in een homogeen
elektrisch veld rechtop staande proefpersoon in elektrisch
contact met de grond. De stroomdichtheid in het lichaam wordt
berekend door de waargenomen stroomsterkte in de verbinding
tussen proefpersoon en aarde te delen door het oppervlak van
de doorsnede van het lichaam. Een 60 Hz-elektrisch veld van 10
kV/m resulteert bijvoorbeeld ter hoogte van de hals in een
stroomdichtheid van ongeveer 5 mA/mŽ (Kau80).

De elektrische veldsterkten die resulteren in stroom-
dichtheden in het lichaam die aanleiding geven tot fysiologi-
sche effecten (tabel 4) liggen ver boven de hoogste veldsterk-
ten die in de gebruikelijke woon- of werkomgeving aanwezig
kunnen zijn, namelijk de maximale veldsterkten die direct on-
der een hoogspanningslijn gemeten worden (tabel 1). Deze ex-
terne elektrische velden zijn derhalve, voor wat de directe
effecten betreft, geen bedreiging voor de gezondheid.

. eee see ee 0 8 e 6 8 ee 0 9 BD 6 9 6 2 6 8 4 8 9 6 8 8 9 0 9 se « 9 0 8 8 8 6 e e 0 9 8 4 9 9 4 6 6  e «

Tabel 4 Effecten veroorzaakt in het menselijk lichaam door
verschillende stroomdichtheden (Ber88b).

stroomdichtheid effect
(mA/m2)
< 1 geen effecten aangetoond
1 - 10 geringe fysiologische effecten
10 - 100 duidelijke fysiologische effecten
100 — 1000 effecten met mogelijk nadelige gevol-

gen voor de gezondheid
> 1000 acuut gevaar voor de gezondheid door
hartfibrillatie

</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>vee. 43

De indirecte wisselwerking van elektrische velden kan
op verschillende manieren plaats vinden. Door toedoen van
sterke elektrische wisselvelden kunnen grote, niet-geaarde
voorwerpen (bijvoorbeeld een metalen hek, een vrachtauto) als
een condensator opgeladen worden. Wanneer een mens (of dier)
zo'n voorwerp aanraakt, kan er een kortsluitstroom gaan lopen.
Ook is het mogelijk dat er, bij voldoende oplading, vonkontla-
dingen ontstaan.

Een derde voorbeeld van indirecte wisselwerking is
beïnvloeding van de werking van electronische implantaten,
zoals pacemakers. Volgens een rapport van de Wereldgezond-
heidsorganisatie (WHO84) leveren 50 Hz-elektrische velden met
veldsterkten kleiner dan 2,5 kV/m geen gevaar op voor de wer-
king van pacemakers.

In dit advies komen de effecten van dergelijke indi-

recte wisselwerkingen niet aan de orde.

se ee eee

3.2.2 Magnetische velden

Naast de door de ELF wisselspanning veroorzaakte elek-
trische velden, worden door de wisselstroom magnetische velden
gegenereerd. De commissie heeft in de literatuur geen aanwij-
zingen gevonden voor een directe wisselwerking tussen externe
magneetvelden en biologische weefsels. Een indirecte interac-
tie is echter eenvoudig aantoonbaar. Deze berust op de binnen
het lichaam door de wisselingen van het magneetveld geindu-
ceerde elektrische stromen.

Door de complexiteit van de elektrische eigenschappen
van de weefsels is het niet eenvoudig om aan te geven wat het
mathematisch verband is tussen een extern magneetveld en de
grootte en richting van de hierdoor in het lichaam opgewekte
stroomdichtheden. Ter bepaling van een orde van grootte wordt
in de literatuur wel uitgegaan van een - sterk vereenvoudigde
— beschrijving van het lichaam als een homogeen geleidende
bol. Bij plaatsing hiervan in een homogeen magnetisch veld met
frequentie f ontstaan kringstromen rond een as van de bol pa-
rallel aan de richting van het veld. De stroomdichtheid ver-

loopt sinusvormig in de tijd. De amplitude (maximale grootte)

</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>voe 44

van de kringstromen (J) neemt recht evenredig toe met de
afstand tot de as en is gelijk aan

J = n.£.1.B, 7 Pe

waarin B, de amplitude van het B-veld is, r de afstand tot
de as, en p de elektrische weerstand van de bol.

Bij een frequentie £ van 50 Hz, en voor de in 3.1 ge-
noemde waarde van 5 Q.m voor de specifieke weerstand op,
volgt hieruit dat de amplitude van de kringstroom aan het op-
pervlak van een bol met een straal van 0,1 m (ongeveer de
straal van het hoofd) wordt gegeven door:

Deze relatie maakt het mogelijk de grootte te berekenen van de
stroomdichtheid die het gevolg is van een B-veld van (bijvoor-
beeld) 100 wT, een waarde die aanzienlijk groter is dan die
van veldgroottes zoals in de woon- of werkomgeving voorkomen
(zie tabellen 2 en 3). De stroomdichtheid Jn is in dit geval
314 HA/m°. De vraag rijst nu waarmee deze waarde vergele-
ken zou kunnen worden. Hiervoor zijn drie verschillende bena-
deringen mogelijk.

De eerste benadering is vergelijking met de stroom-
dichtheden die voorkomen bij natuurlijke processen. Als voor-
beeld hiervan kan de stroomdichtheid dienen die samengaat met
het depolarisatieproces binnen de hartspierwand. Deze bedraagt
ongeveer 55 A/m? (00589). Een tweede vergelijkingsmogelijk-
heid biedt de sterkte van een kunstmatige prikkel (door middel
van een elektrode) die nodig is om weefsels aan te zetten tot
een actie die vergelijkbaar is met een die van nature voor-
komt, bijvoorbeeld samentrekken van een spier. Bij gebruik van
een elektrode met een straal van 0,1 mm is de prikkeldrempel
ongeveer 10 wA en de resulterende stroomdichtheid in de orde
van grootte van 30 A/m?. Een derde benadering is vergelij-
king met de door het INIRC/IRPA voorgestelde richtlijn voor
een maximale stroomdichtheid in het lichaam van 10 mA/m*

</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>vene 45

(IRPA90) (zie bijlage C en tabel 4). In deze richtlijn wordt
bijvoorbeeld voor een kortdurende blootstelling van het gehele
lichaam een maximum waarde van 5000 uT voor de sterkte van
het B-veld voorgesteld. Deze waarde correspondeert met een in
het hoofd geïnduceerde stroomdichtheid van ongeveer 10 mA/m°.

De hierboven berekende maximale waarde van de door een
B-veld van 100 uT opgewekte stroomdichtheid ligt dus in alle
drie de gevallen ver beneden de fysiologisch effectieve, dan
wel maximaal aanvaardbare waarde.

Evenals bij elektrische velden het geval is, kan de
werking van pacemakers worden beïnvloed door magnetische vel-
den. De drempelwaarde voor een dergelijke beïnvloeding is
sterk afhankelijk van het type pacemaker en van de manier
waarop hij is geïmplanteerd. Sommige gevoelige pacemakers kun-
nen worden beïnvloed door een 50 Hz-magnetisch veld met een
sterkte van 50 UT. Bijna alle pacemakers worden beïnvloed
door velden van 500 pT (Ber88b).

Uit de bovenstaande beschouwingen kan worden geconclu-
deerd dat er geen essentieel verschil bestaat tussen de effec-
ten van uitwendige elektrische en magnetische velden op biolo-
gische systemen. Beide typen velden veroorzaken, zij het vol-
gens verschillende patronen lopende, elektrische stromen in
het lichaam.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>eee 47

. ee eee 4 9 9 8 9 ee 9 6 9 8 8 9 0 e ee 9 6 6 6 0 6 «ee ee se. ee. ee ee 9 9 9 8 8 ee ee 9 8 4 9 % 9 4

4 ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE VELDEN: EFFECTEN OP
BIOLOGISCHE SYSTEMEN

4.1 Inleiding

Het rapport van Schreiber en Swaen (Sch91) bevat,
evenals het concept-rapport van de EPA (EPA90) en het rapport
van het OTA (OTA89), een overzicht van de effecten van bloot-
stelling aan ELF EM wisselvelden met relatief lage veldsterk-
ten - en derhalve lage geïnduceerde stroomdichtheden - op bio-
logische systemen. Het laboratoriumonderzoek op dit gebied
kenmerkt zich door een grote verscheidenheid in de experimen-
tele opzet met betrekking tot de frequentie, de veldsterkte en
het verloop van het veld in de tijd. Behalve sinusvormige vel-
den, zijn blokvormige en zaagtandvormige velden toegepast. In
sommige onderzoeken zijn verschillen gevonden tussen de effec-
ten van gepulste en van sinusvormige velden (Goo91). In hoofd-
stuk 2.2 heeft de commissie aangegeven dat zij zich in dit
advies beperkt tot de effecten van blootstelling aan sinusvor-
mige velden met frequenties van 50 of 60 Hz, zoals die ont-
staan bij de produktie en het transport van elektriciteit. In
het hiernavolgende overzicht van de resultaten van laborato-
riumonderzoek bespreekt zij daarom alleen die onderzoeken
waarbij sinusvormige velden werden toegepast.

Bij elk besproken effect geeft de commissie één of
meer karakteristieke voorbeelden. Het valt buiten het kader
van dit advies om een volledig overzicht van alle onderzoeken
te geven.

es ese

4.2 Effecten op celniveau

eee

4.2.1 Transport van ionen

Calciumionen hebben in de cel een groot aantal uiteen

</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>ves es 48

lopende functies. Zij spelen een rol bij de overdracht van
extracellulaire signalen, de afgifte van secretieprodukten en
de regulering van intracellulair transport. Daarom is het voor
het functioneren van de cel van groot belang dat de concentra-
tie van calciumionen in de cel, die gewoonlijk ongeveer
100 000 maal lager is dan erbuiten, op het juiste niveau ge-
handhaafd blijft. Hiervoor zorgen onder meer zogenaamde ionen-
pompen, complexe eiwitmoleculen die zorgen voor een actief
transport van calciumionen door de celmembraan. Een te sterke
stijging van de calciumconcentratie in de cel leidt tot cel-
dood, een lichte stijging leidt tot verhoging van cellulaire
activiteit, in het bijzonder van de secretie (bijvoorbeeld in
zenuwcellen de afgifte van neurotransmitters), en een daling
leidt tot inactivatie van de cel (Sie89).

Bij geïsoleerd hersenweefsel (cerebrale cortex) van
kippe-embryo's leidde blootstelling aan ELF EM velden tot een
significante uitstroom van calciumionen uit de cellen. Het
effect vertoonde een complexe afhankelijkheid van de frequen-
tie (Bla88).

4.2.2 DNA-structuur, -synthese en -transcriptie

Het DNA is het molecuul in de chromosomen dat de in-
formatie bevat van de erfelijke eigenschappen, nodig voor het

functioneren van de cel. Beschadiging van DNA-moleculen kan

leiden tot afwijkingen in het functioneren van de cel en - in
het uiterste geval - tot verandering in een tumorcel of tot
celdood.

Blootstelling aan ELF EM velden blijkt bij menselijke
witte bloedcellen in vitro (dat wil zeggen, in weefselkweek)
niet te leiden tot chromosoomafwijkingen in de vorm van breu-
ken en uitwisseling van chromosoomdelen (Coh86a, Ros89). Wel
is in enkele gevallen een significante verhoging van de aan-
maak van DNA (de synthese) en de transcriptie-activiteit (het
aflezen van de code van het DNA) aangetoond, die leidde tot
een verhoogde aanmaak van bepaalde eiwitten en tot de vorming
van veranderde eiwitten (Lib84, Goo87). Tevens is een versnel-
ling van de celdelingscyclus gevonden (Ros89).

</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>sees 49

Deze verschijnselen hoeven niet op een directe in-
vloed van ELF EM velden te wijzen. Mogelijk zijn zij deels het
gevolg van lokale temperatuurverhoging. Voorts leiden de ge-
vonden effecten niet noodzakelijkerwijs tot de inactivatie of
het afsterven van cellen, of tot de vorming van tumorcellen.
4.2.3 Invl hormonen en neurotransmi E

Hormonen en andere chemische boodschappers (neuro-
transmitters, groeifactoren, etcetera) grijpen op hun doelwit-
ten (de cellen) aan via specifieke receptoren. Dit zijn gespe-
cialiseerde eiwitten die zich op de celmembraan bevinden. Deze
receptoren zetten het signaal om in een cellulaire respons,
via complexe 'vertaalsystemen' in de cel.

Naar de effecten van blootstelling aan ELF EM velden
op de werking van receptoren en de daarmee verbonden processen
in de cel is weinig onderzoek verricht. De gevoeligheid van in
vitro gekweekte bijniercellen voor het adrenocorticotroop hor-

moon (ACTH) uit de hypofyse bleek toe te nemen door blootstel-
ling aan ELF EM velden. De bijniercellen vertoonden een ver-
hoogde aanmaak en afgifte van corticosteron, een verschijnsel
dat, wanneer het in het lichaam optreedt, wijst op een ver-
hoogde stress-respons van het gehele organisme. Bij deze be-
vindingen was sprake van een 'venster': alleen bij bepaalde
veldsterkten en blootstellingstijden kon een effect worden
aangetoond (Lym83, Lym87).

4.2.4 Immuunrespons

Het immuunsysteem draagt zorg voor de afweer van het
lichaam tegen ziektekiemen en berust op de werking van witte
bloedcellen. Het staat in nauw contact met de hersenen, de
hypofyse en de bijnier, waarbij wederzijdse beïnvloeding
plaats vindt.

Tot nu toe is geen effect van blootstelling aan ELF EM
velden op de werkzaamheid van witte bloedcellen bij de afweer
aangetoond. Wel bleek in vitro blootstelling aan een elek-
trisch veld de celdodende activiteit van T-lymfocyten, een

bepaald type witte bloedcellen, te verminderen. De grootte van

</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>het effect vertoonde hierbij een relatie met de sterkte van
het veld (Ly188).

. ee e

4.2.5 Effect op kankercellen
Er zijn geen effecten van blootstelling aan ELF EM

velden op de delingsaktiviteit van in vitro gekweekte tumor-
cellen aangetoond. Wel bleek dat bij blootstelling aan 60
Hz-velden met een sterkte van 1 V/m de concentratie van orni-
thine-decarboxylase (ODC) verdubbelde (Byu87, Cai86). ODC
speelt een rol bij de regulering van groeiprocessen. Een ster-
ke verhoging van de ODC-concentratie van enige honderden malen
treedt op wanneer rustende cellen tot deling worden gebracht
door een chemische tumorpromotor (Mic91).

4.3 Onderzoek m roefdieren

4.3.1 edra ie

Gedrag is in beginsel erfelijk bepaald. Soms kunnen in
deze 'gedrags-programma's' onder invloed van uitwendige facto-
ren veranderingen optreden die leiden tot aanpassingen van het
gedrag.

Volgens enkele onderzoeken heeft continue blootstel-
ling aan ELF EM velden een negatief effect op het leervermogen
van ratten. Dit effect is echter slechts van korte duur (onge-
veer een uur) en treedt alleen op wanneer het wisselveld wordt
gecombineerd met een statisch veld (Tho86a, Tho86b).

4.3.2 Hormonen en ntraal zenuw lsel

Het functioneren van lichaamscellen, organen en het
gehele organisme vertoont verschillende ritmen. Het circa-
diaanse ritme, veranderingen met een periode van 24 uur, is
hiervan een belangrijk voorbeeld. Ontregeling van dit ritme
heeft een sterke invloed op fysiologische en emotionele func-
ties (bijvoorbeeld de voortplanting of emotionele depressie).

Het hormoon melatonine uit de epifyse (pijnappelklier;

dorsaal hersenaanhangsel) reguleert hersenfuncties en de af-

gifte van hormonen uit andere klieren. 's Nachts geeft de epi-

</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>fyse meer melatonine af dan overdag en is de melatonine-spie-

gel in het bloed hoger. Bij ratten is gevonden dat de afgifte
kan worden verstoord door blootstelling aan ELF EM velden
(Wil81). Het is derhalve mogelijk (maar niet bewezen) dat
blootstelling aan deze velden via verstoring van de reguleren-
de werking van melatonine kan leiden tot depressie en miskra-
men (Wil89). Omdat de epifyse ook een stof produceert die de
groei van tumorcellen kan remmen (Das67), is bovendien veron-
dersteld dat verstoring van de melatonine-afgifte kan leiden
tot kanker (Ste87). Ook dit is niet bewezen.

. «eee.

4.3.3 Bloed en immuunsysteem

Er is geen effect geconstateerd van een blootstelling
van enige maanden aan ELF EM velden op de werking van het im-
muunsysteem bij proefdieren (Rag83).

4.3.4 Voortplanting, groei en ontwikkeling

In een aantal onderzoeken zijn veranderingen gevonden
in de groei en de orgaanontwikkeling van de proefdieren bij
langdurige blootstelling aan ELF EM velden (Rom87, Sik87).
Deze effecten traden echter niet consequent in alle volgende
generaties op en bleken bovendien grotendeels niet te reprodu-
ceren in andere onderzoeken. Effecten op de voortplanting zijn
niet gevonden.

4,4 De mogelijke rol van ELF EM velden bij het ontstaan

van kanker
In deze paragraaf beschouwt de commissie de hierboven

beschreven gegevens over de effecten van ELF EM velden op bio-
logische systemen in het licht van de kennis over de ontwikke-
ling van kanker zoals beschreven in bijlage D.
4.4.1 ELF EM velden en initiatie

ELF EM velden hebben niet genoeg energie om covalente

chemische bindingen te verbreken of op een andere manier de

structuur van DNA te ontwrichten. Daarom is het onwaarschijn-

lijk dat deze velden mutaties (permanente en overerfbare ver-

</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>anderingen in het DNA) kunnen veroorzaken en daarmee een pro-

ces in gang kunnen zetten (initiëren) dat tot kanker leidt. In
4.2.2 is aangegeven dat een mutageen effect van blootstelling
aan ELF EM velden niet gevonden is, evenmin als verstoring van
processen die betrokken zijn bij het herstel van beschadigd
DNA.

. . ee see

4.4.2 ELF EM velden en gen-expressie, celproliferatie en

ifferentiati

De werking van stoffen die de ontwikkeling van kanker

bevorderen, kent in het algemeen een drempeldosis. Als ELF EM
velden de groei van gemuteerde cellen op een overeenkomstige
wijze beïnvloeden, zal een dergelijk effect mogelijk beperkt
zijn tot hoge veldsterkten. Onderzoeken naar het effect van
ELF magnetische velden op de delingsactiviteit van normale en
gemuteerde cellen leverden een verscheidenheid aan resultaten
op (zie 4.2.2 en 4.2.5). Afhankelijk van de intensiteit van de
velden en het celsysteem was het effect remmend, stimu-
lerend, of afwezig. De benodigde veldsterkten waren echter
aanzienlijk groter dan de in de woonomgeving gebruikelijke.
Dit maakt een bijdrage van ELF EM velden aan het uitgroeien
van celpopulaties in het proces dat tot kanker leidt, onder
normale omstandigheden onwaarschijnlijk.

eee

4.4.3 ELF EM velden en verstoring van informatie-overdracht

Verscheidene auteurs menen dat de werking van ELF EM
velden op biologische systemen niet geïnterpreteerd dient te
worden volgens het zogeheten toxicologisch model (Fre90,
Gol91). Dit model behelst de veronderstelling dat er een do-
sis-responsrelatie is, waarbij een hogere dosis een groter
effect veroorzaakt. De commissie heeft eerder in dit advies al
opgemerkt dat een dergelijke relatie niet bekend is. Genoemde
auteurs suggereren dat de werking van ELF EM velden op biolo-
gische systemen berust op het verstoren van de overdracht van
informatie door het aanbrengen van een specifiek storend sig-
naal. Dit zou het bestaan van de 'vensters' bij de waargenomen

effecten kunnen verklaren. Het zwakke punt in deze hypothese

</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>tee eee 53

is dat het, zoals de commissie al eerder heeft gesteld, niet
is aangetoond dat een (kort of lang durende) verandering in
een aantal cellulaire processen leidt tot een permanente ver-
andering van een cel van goedaardig naar kwaadaardig. Ook deze
gedachtengang leidt dus niet tot een aannemelijk model voor
een directe of indirecte betrokkenheid van blootstelling aan

ELF EM velden bij het ontstaan van kanker.

. ee 0

4.5 Conclusies
1 De huidige wetenschappelijke kennis en inzichten lei-

den niet tot een aannemelijk model voor het optreden
van schade aan de gezondheid ten gevolge van bloot-
stelling aan ELF EM velden met een sterkte die gebrui-
kelijk is in de woon- of werkomgeving.

2 Er zijn verscheidene effecten van blootstelling aan
ELF EM velden op biologische processen waargenomen,
zowel in in vitro gekweekte cellen als in gehele orga-
nismen. De interpretatie van veel gegevens is echter
moeilijk omdat er soms sprake is van 'vensters' en
omdat resultaten met gekweekte cellen niet zonder meer
of soms zelfs geheel niet van toepassing hoeven te
zijn op gehele organismen.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>54

</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>vene. 55

ve» e 6  . 8 8 8 8 9 49 6 ee «ee ee 0 6 8 0 8 BD e 9 6 9 8 8 6 8 9 0 . 9 ee 9 8 8 es 4 8 ee ee 9 ee ee 8 9 ee

5 EPIDEMIOLOGISCH ONDERZOEK
5.1 Inleiding

De commissie geeft in dit hoofdstuk een beschrijving
van het epidemiologisch onderzoek naar de effecten van bloot-
stelling aan ELF EM velden, voorafgegaan door een beschrijving
van enkele methoden en technieken en mogelijkheden en beper-
kingen van epidemiologisch onderzoek. De reden voor de uitge-
breide aandacht voor dit onderwerp is, dat de maatschappelijke
onrust over ELF EM velden gevoed is door de uitkomsten van
enkele epidemiologische onderzoeken, zonder dat in de openbare
discussie deze resultaten kritisch werden beschouwd in het
licht van de beperkingen van dergelijk onderzoek.

5.1.1 Wat i idemiologie?

Epidemiologie is een wetenschap waarin het voorkomen
van ziekten bestudeerd wordt in samenhang met het voorkomen
van factoren waarvan vermoed wordt dat zij een bepaalde rela-
tie hebben met die ziekten. Het doel is aanwijzingen te ver-
krijgen over de mogelijke oorzaken van de ziekten. Epidemiolo-
gie is een observationele en geen experimentele wetenschap.
Het is niet mogelijk om op grond van gegevens uit epidemio-
logisch onderzoek stellige uitspraken te doen over een oorza-

kelijk verband.

5.1.2 Methoden van epidemiologisch onderzoek

Er bestaan verscheidene benaderingen voor het opzetten
en uitvoeren van epidemiologisch onderzoek. Het merendeel van
de studies die de commissie in dit advies bespreekt, zijn pa-
tiënt-controle-onderzoeken. Bij dit type onderzoek is de ziek-

te het uitgangspunt. Bij een volgens bepaalde criteria gese-

</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>lecteerde groep patiënten wordt een groep controlepersonen

gezocht die op een aantal relevante kenmerken zo goed mogelijk
overeenstemt met de groep van de patiënten. Vervolgens wordt
nagegaan aan welke factoren patiënten en controlepersonen in
het verleden blootgesteld zijn geweest. Als een bepaalde
blootstelling vaker voorkomt bij de patiënten dan bij de con-
trolepersonen, kan dit een aanwijzing zijn voor een mogelijk
oorzakelijke factor.

Een tweede epidemiologisch instrument, toegepast bij
een aantal andere in dit advies beschreven onderzoeken, is het
cohortonderzoek. Hierbij gaat men uit van de blootstelling.
Men stelt, bij een bepaalde gekozen blootstellingsfactor, een
groep van blootgestelde personen en een gelijkwaardige contro-
legroep van niet-blootgestelden samen. In beide groepen wordt
gedurende enige tijd het optreden van ziekten geobserveerd.
Het vaker voorkomen van een bepaalde ziekte in de groep bloot-
gestelden kan een aanwijzing zijn voor een oorzakelijk verband
met de gekozen blootstellingsfactor.

De epidemiologie steunt sterk op de statistische ana-
lyse van gegevens. De resultaten kunnen worden uitgedrukt in
grootheden die een schatting geven van het relatieve risico.
Het relatieve risico (RR) is de verhouding tussen de kans op
het optreden van een bepaalde ziekte in de groep blootgestel-
den en die kans in de groep niet-blootgestelden. Indien er
geen invloed is van de blootstelling, is het RR gelijk aan 1.
Schattingen van het RR hebben altijd een bepaalde onzekerheid,
die tot uitdrukking komt in de bij zo'n schatting te bepalen
betrouwbaarheidsgrenzen voor een zekere, vrij te kiezen, onbe-
trouwbaarheidsdrempel (meestal: 5 procent). Ligt het getal 1
niet binnen de beide betrouwbaarheidsgrenzen dan spreekt men
van een significante uitkomst. De betekenis daarvan is dat de
uitspraak ‘het werkelijke relatieve risico verschilt van 1’
ten hoogste met een kans van 5 procent (algemener: een kans
die hoogstens gelijk is aan de gekozen onbetrouwbaarheidsdrem-
pel) onjuist is. De relatie heet dan statistisch aangetoond

met een betrouwbaarheid van 95 procent,

De commissie gebruikt in dit advies de term 'associa-

</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>eee 57

tie' indien de verkregen schatting van het RR groter of klei-
ner is dan l. Deze term op zich duidt niet op een (aangetoond)
oorzakelijk verband. Significantie van een associatie kan

hiervoor een aanwijzing zijn (maar niet meer dan dat).

5.1.3 Problemen bij epidemiologisch onderzoek

Er zijn talloze problemen bij het epidemiologisch on-
derzoek die de validiteit of waarde (niet te verwarren met de
statistische betrouwbaarheid) van de uitkomsten kunnen aantas-
ten. Deels kan met deze problemen rekening worden gehouden,
deels is dit niet mogelijk.

Een belangrijk punt is, dat er naast de onderzochte
factor doorgaans nog vele andere factoren zijn die mogelijker-
wijs een invloed uitoefenen op het ontstaan van de ziekte. Het
is dus altijd een vereiste om deze factoren te identificeren
en te trachten hun invloed te bepalen of uit te sluiten.

Het onderzoek aan ELF EM velden biedt een goed voor-
beeld van de mogelijke invloed van andere factoren. Savitz en
medewerkers vonden een zwakke associatie tussen het voorkomen
van leukemie bij kinderen en het wonen in de nabijheid van
elektriciteitslijnen (Sav88). In dezelfde onderzoeksgroep werd
echter een sterkere associatie gevonden tussen de verkeers-
dichtheid en leukemie (Sav89a) en tussen het roken van één van
beide ouders en leukemie (Joh91).

Een ander probleem bij het trekken van conclusies uit
de resultaten van epidemiologisch onderzoek is, dat er ook
vertekening plaats kan vinden doordat alleen resultaten worden
gepubliceerd die in een bepaalde richting wijzen ('publika-
tie-bias').

5.2 Blootstelling aan ELF EM velden in de woonomgeving

In tabel 5 geeft de commissie een overzicht van het
gepubliceerde epidemiologische onderzoek met betrekking tot de
blootstelling aan ELF EM velden in de woonomgeving. Voor elk

van de onderzoeken is aangegeven of er volgens de auteurs een

(al of niet significante) positieve associatie is gevonden met
het voorkomen van bepaalde vormen van kanker, dat wil zeggen,

</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>vossen 58

een relatief risico groter dan 1. In de desbetreffende kolom
duidt ‘+' op een door de auteurs gevonden significante posi-
tieve associatie, '=' op een niet-significante positieve asso-
ciatie en '-' op het ontbreken van een positieve associatie.

. ee wee

5.2.1 Relatie met kanker

De eerste epidemiologische onderzoeken naar de moge-
lijke niet direct-waarneembare gezondheidseffecten van langdu-
rige blootstelling aan ELF EM velden stammen uit het eind van
de jaren zeventig. Wertheimer en Leeper publiceerden in 1979
de resultaten van een patiént-controle-onderzoek gericht op
het opsporen van factoren die een rol spelen in het ontstaan
van leukemie bij kinderen (Wer79). Kinderen die waren overle-
den aan leukemie, bleken in meer gevallen in de directe nabij-
heid van distributielijnen van het elektriciteitsnet gewoond
te hebben dan kinderen uit de controlegroep. Als maat voor de
blootstelling aan ELF EM velden werd de 'wire code' gebruikt.
Deze codering behelst het indelen in een beperkt aantal klas-
sen van het totaal van componenten van het (in de VS boven-
gronds lopende) elektriciteitsdistributiesysteem: het aantal
draden met hoge en met lage spanning, hun onderlinge positie
en de plaats van de transformatoren, dit alles gerelateerd aan
de afstand tot de woning (Wer82, Sav88, Lee9l). Deze klassein-
deling is zodanig, dat er een zekere relatie bestaat met de
sterkte van het EM veld bij de woning. Op grond van metingen
werd vastgesteld dat een 'high-current configuration' gemid-
deld met een hoger B-veld gepaard gaat dan een 'low-current
configuration’ (Wer82, Sav88). De ‘wire code' is in een aantal
epidemiologische onderzoeken gebruikt als surrogaat voor de
sterkte van het magnetisch veld in de woning.

De resultaten van het onderzoek van Wertheimer en
Leeper baarden groot opzien in de Verenigde Staten en hebben
ertoe geleid dat ook andere onderzoekers zich met deze materie
zijn gaan bezighouden. Zo deed Fulton een vergelijkbaar onder-
zoek in de buurt van New York (Ful80). In dit patiënt-contro-
le-onderzoek werd geen associatie gevonden tussen het wonen in

de nabijheid van distributielijnen van het elektriciteitsnet
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>san 59

en het voorkomen van leukemie bij kinderen. Enkele jaren later
vond Tomenius in Zweden wèl een associatie tussen veronder-
stelde blootstelling aan ELF EM velden en kanker bij kinderen
(Tom82, Tom86). Ook Savitz vond in een patiént-controle-onder-
zoek bij kinderen een verband tussen de ‘wire code’ en het
voorkomen van leukemie (Sav88). Dit verband bleek statistisch
niet significant te zijn. Een associatie tussen de gemeten
veldsterkten en kanker kwam uit dit onderzoek niet naar voren.
Overeenkomstige resultaten zijn onlangs gerapporteerd uit een
patiënt-controle-onderzoek in Californië (Lon91). Het wonen in
de nabijheid van elektriciteitsdraden met een hoge stroom-
sterkte was geassocieerd met een geringe, niet-significante
verhoging van het voorkomen van leukemie bij kinderen. De on-
derzoekers vonden geen positieve associatie met de sterkte van
het magnetisch veld gemiddeld over 24 uur of gemeten op be-
paalde tijdstippen.

Voor een relatie tussen blootstelling aan ELF EM vel-
den en het optreden van kanker bij volwassenen bieden de re-
sultaten van epidemiologisch onderzoek nog minder steun.
Slechts in één onderzoek is een significant positieve associa-
tie gevonden tussen het wonen in de nabijheid van elektrici-
teitsleidingen en het voorkomen van kanker (Wer82). McDowall
rapporteerde ook een dergelijke associatie, maar deze was niet
significant (McD86), en Coleman publiceerde eenzelfde bevin-
ding met betrekking tot leukemie (Col85, Col89). Ook deze as-
sociatie was niet significant. Severson vond geen associatie
tussen leukemie en blootstelling aan ELF EM velden (Sev88). In
Nederland is door Schreiber (Sch90a) geen associatie gevonden
tussen het wonen in de nabijheid van een hoogspanningsleiding
en het voorkomen van kanker in het algemeen, van leukemie, of
van hersentumoren. In Engeland vond Youngson eveneens geen
associatie tussen een dergelijke blootstelling aan ELF EM vel-
den en leukemie (You9l).

Elektrische dekens kunnen een belangrijke bron van
langdurige blootstelling aan ELF EM velden binnenshuis zijn

(zie tabel 3). Er is echter geen associatie aangetoond tussen

het gebruik van dergelijke dekens en de incidentie van leuke-

</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>mie (Pre88, Lon91), kanker aan de testis (Ver90) of borstkan-
ker (Ven91).

5.2.2 Kanttekeningen

Bieden de onderzoeksresultaten aanwijzingen voor het
bestaan van een relatie tussen blootstelling aan ELF EM velden
en de incidentie van kanker, in het bijzonder leukemie bij
kinderen? De commissie meent van niet. Het merendeel van de
onderzoeken heeft een aantal methodologische onvolkomenheden
(Sav89b) waardoor de gerapporteerde conclusies minder valide
zijn. In het concept-rapport van de EPA (EPA90) zijn deze on-
volkomenheden voor elk van de in dat rapport genoemde onder-
zoeken aangegeven. In het algemeen is er, vooral in de eerste
onderzoeken, te weinig rekening gehouden met andere factoren
dan blootstelling aan ELF EM velden. Voorts is van belang dat
een verondersteld verband tussen blootstelling aan deze velden
en het voorkomen van kanker wel bleek wanneer de ‘wire code',
maar niet wanneer de gemeten sterkte van de velden gebruikt
werd als maat voor de blootstelling. Verder zijn de bevindin-
gen in hun totaliteit inconsistent, omdat er associaties wor-
den geclaimd met steeds weer andere vormen van kanker*.

In tabel 5 is voor de verschillende onderzoeken, naast
een samenvatting van de onderzoeksgegevens en de resultaten,
door middel van een korte beschrijving van de foutenbronnen
een indicatie gegeven van de validiteit van de resultaten op
grond van mogelijke methodologische onvolkomenheden. De resul-
taten van een aantal epidemiologische onderzoeken, vooral die
waarin een (al of niet significante) positieve associatie werd
gevonden, zijn zwaar benadrukt in de bewijsvoering voor een
vermeende invloed van blootstelling aan ELF EM velden op het
optreden van kanker. De commissie is van mening dat dit, ge-

zien de methodologische onvolkomenheden, niet terecht is.

“ee 6 eee 6 eee.

* De Science Advisory Board (SAB) van de EPA komt in een
recent verschenen rapport tot dezelfde conclusies
(SAB92). Deze adviesraad geeft een kritisch en op on-
derdelen negatief oordeel over het concept ELF-rapport
van de EPA (EPA90). Met name acht zij de conclusie uit
dit rapport dat ELF EM velden mogelijk een carcinogene
werking hebben, onjuist.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>5.2.3 Relatie met overige effecten

Naast een relatie tussen blootstelling aan ELF EM vel-
den en het voorkomen van bepaalde vormen van kanker, zijn ook
relaties met andere effecten gerapporteerd.

Voor vroegtijdige beëindiging van de zwangerschap is
een niet-significante positieve associatie gevonden met het
gebruik van elektrische dekens (Wer86) en met de aanwezigheid
van elektrische plafondverwarming (Wer89a).

Een verband tussen blootstelling aan ELF EM velden en
de algemene gezondheidstoestand kon niet worden aangetoond
(Str70), terwijl een door Perry gerapporteerde niet-signifi-
cante associatie met zelfmoord (Per81) in een later onderzoek
niet werd bevestigd (McD86). Blootstelling aan ELF EM velden
afkomstig van een hoofdkabel voor elektriciteit in een flatge-
bouw zou positief geassocieerd zijn met het voorkomen van di-
verse ziekten (Per88), en een zwakke associatie is gevonden
tussen ELF EM velden en wiegedood (Eck76).

Voor deze eveneens in tabel 5 opgenomen onderzoeken
geldt, nog meer dan voor die waarin de relatie met kanker is
onderzocht, dat de validiteit doorgaans gering is wegens on-
volkomenheden in de opzet of de uitvoering.

5.3 ro mati 1 llin
5.3.1 Relatie met kanker

Naast de effecten van blootstelling aan ELF EM velden
in de woonomgeving zijn de mogelijke gevolgen van beroepsmati-
ge blootstelling onderzocht. In sommige van deze onderzoeken
is een verhoogde sterfte aan leukemie, hersentumoren of borst-
kanker gevonden, in andere weer niet. Een uitgebreid overzicht
van deze onderzoeken is opgenomen in het rapport van de EPA
(EPA90) .

5.3.2 Kanttekeningen
Behalve de methodologische onvolkomenheden die zijn

aangegeven in 5.2, vertoont het onderzoek naar de beroepsmati-

</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>vennana 62

ge blootstelling nog enkele specifieke tekortkomingen. Aller-
eerst is de blootstelling geklassificeerd op grond van de be-
roepsomschrijving. Dit betekent dat alle beroepen die ook maar
enigszins met elektriciteit te maken hebben, als één groep
zijn beschouwd. Metingen of zelfs maar schattingen van de wer-
kelijke veldsterkten en blootstellingsduur zijn in de meeste
gevallen niet gedaan. Daardoor wordt er bijvoorbeeld aan voor-
bijgegaan dat elektriciëns meestentijds werken met elektrisch
‘dood' materiaal, dat wil zeggen dat er geen elektrische of
magnetische velden aanwezig zijn (Sch9l). Verder is weinig of
geen aandacht besteed aan blootstelling van de werknemers aan
andere agentia, bijvoorbeeld organische oplosmiddelen. Zo zou,
althans in de VS, bij werkers aan telefoonlijnen of distribu-
tielijnen van het elektriciteitsnet blootstelling aan uitlaat-
gassen van grote invloed kunnen zijn omdat die lijnen daar
bovengronds en in de directe nabijheid van wegen lopen.

5.4 Meta-analyses
Meta-analyse is een methode om de resultaten van af-

zonderlijke epidemiologische onderzoeken te combineren om tot
algemener geldende uitspraken te komen. Een dergelijke analyse
voegt op zichzelf geen nieuwe gegevens toe, maar kan wel een
ordening van de resultaten totstandbrengen. Soms bestaat de
meta-analyse louter uit een opsomming van de resultaten van
afzonderlijke onderzoeken, waarbij men het rekenkundig gemid-
delde beschouwt als de beste schatter van het relatieve risi-
co. In andere gevallen past men op grond van bepaalde kwali-
teitscriteria een weging toe, of besluit men zelfs om onder-
zoeken die niet voldoen aan bepaalde criteria buiten beschou-
wing te laten. Er bestaan verschillen van inzicht over het nut
van meta-analyses en over de te volgen procedures.

Een meta-analyse op het gebied van ELF EM velden en
kanker is gepubliceerd door Schreiber (Sch90b). Volgens die
analyse is in de woonomgeving het relatief risico voor leuke-
mie 1,9, terwijl het voor beroepsgroepen met mogelijke bloot-
stelling aan ELF EM velden 1,2 bedraagt. In beide gevallen is

de positieve associatie significant. De waarde van het rela-

</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>ese. 63

tief risico voor beroepsgroepen stemt overeen met de uitkomst
van een meta-analyse uitgevoerd door Theriault (The90).

Wegens de in 5.2 bedoelde methodologische onvolkomen-
heden in de opzet en uitvoering van de verschillende epidemio-
logische onderzoeken, is de commissie van oordeel dat de re-
sultaten van meta-analyses met de gegevens uit deze onderzoe-
ken met de nodige terughoudendheid moeten worden bezien. De
positieve resultaten van onderzoeken met methodologische on-
volkomenheden (bijvoorbeeld het ontbreken van metingen van het
B-veld) of die waarin uitsluitend een associatie met de 'wire
code' is gevonden, spelen volgens haar een te zware rol.

5.5 Conclusies

De resultaten van het epidemiologisch onderzoek recht-
vaardigen niet de aanname van een verband tussen blootstelling
aan ELF EM velden en een verhoging van het risico op het
krijgen van kanker. Het merendeel van de onderzoeken heeft
methodologische onvolkomenheden. De resultaten laten geen con-
sistent beeld zien en zijn in het algemeen niet reproduceer-
baar gebleken in herhaald onderzoek.

De commissie concludeert daarom dat het verrichte epi-
demiologisch onderzoek onvoldoende consistente aanwijzingen
geeft voor het bestaan van gezondheidsrisico's als gevolg van
langdurige blootstelling aan ELF EM velden met veldsterkten
zoals die normaal in de hedendaagse samenleving voorkomen.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>eee

64

Tabel 5 Epidemiologisch onderzoek - blootstelling in woonhuizen.

Auteur K/ Opzet onderzoek Eindpunt/associatie** Opmerkingen
V*
Relatie met kanker
Wer79 K patišnt-controle; < 19 jr, kanker algemeen : + blootstelling bepaald aan de hand
overleden aan kanker 1950- leukemie t+ van *Wire code’ en deze niet be-
1979 in Colorado, VS, lymfomen t+ paald zonder voorkennis patiént/-
woonadres in Denver, CO CNS*** tumoren : + controle
of omgeving
Ful80 K patiënt-controle; < 21 jr, leukemie to meerdere adressen van patiénten
diagnose leukemie 1964- vs 1 adres voor controles; daar-
1978, Rhode Island Hospi- door verkeerde classificatie van
tal, VS blootstelling; blootstelling bepaald
aan de hand van ’wire code’
Mye85 K patišnt-controle; diagnose kanker algemeen : + slechte keuze van controles; alleen
kanker 1970-1979, geboren leukemie en geboorte-adres; te weinig patiënten
in Yorkshire, Engeland lymfomen t+ per classificatie; naar schatting
solide tumoren + 15% patiénten niet opgespoord;
blootstelling berekend aan de hand
van belasting van lijnen
Tom82 K patiënt-controle; < 19 jr, B-veld > 0,3 pT: te laag algemeen risico voor leu-
Tom86 diagnose kanker 1950-1973, kanker algemeen : + kemie: waarschijnlijk onderschat-
Stockholm en omgeving; id. 1 adres : + ting aantal patiënten; B-veld geme-
Zweedse kankerregistratie lymfomen t+ ten voor ingang woning
CNS tumoren : +
Sav88 K patiënt-controle; diagnose kanker algemeen : + alleen relatie met ’wire code’, niet
kanker 1976-1983, wonend leukemie : + met in woning gemeten B-veld;
in Denver, Colorado, VS, lymfomen : + weinig meetgegevens; t.g.v. selec-
of omgeving; centrale kan- hersentumoren : + tiecriteria controles minder mo-
kerregistratie biel; sterkere relatie tussen ver-
keersintensiteit en kanker (Sav89)
en roken ouders en kanker (Joh91)
Sav90 K idem enkele combinaties van pré- en postnatale blootstelling
kanker algemeen of speci- door huishoudelijke apparatuur
fieke kanker met bepaalde (onder meer elektrische dekens);
apparaten + geen metingen B-veld; weinig
meeste combinat. : -- gebruik: lage aantallen per sub-
groep
Lon91 K patiënt-controle; diagnose leukemie met: alleen relatie met *wire code”, niet
leukemie 0-10 jr, 1980- ’wire code’ : + met in woning gemeten B-veld (24
1987, wonend in district gemeten B-veld : -- uurs of puntmetingen); ook relatie
Los Angeles, Californië, huish. app. en tussen leukemie en het gebruik
VS; centrale kankerregis- van wierook, haardroger en verf-
tratie spuiten door de vader (mogelijk
recall bias)
Wer82 V patiënt-controle; overlij- kankeralgemeen : +/+/-- blootstelling aan de hand van
densverklaringen 1967- afhankelijk van leeftijd, "wire code’, slechts 28% van
1975, 4 gebieden in Colo- urbanisatie hoogste classificatie (Very High

rado, VS; adres minimaal 4
jr voor diagnose bewoond

Current Config.) had een B-veld
van >0,3 wT; ongewone pati-
entselectie en analyse

* - Kind/volwassene

** Karakterisering van de resultaten door de auteur:
+ : significant positieve associatie
+ : niet-significant positieve associatie
-- 3 geen positieve associatie

*** Zie afkortingenlijst

</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>Tabel 5 Vervolg.
Auteur K/ Opzet onderzoek Eindpunt/associatie** Opmerkingen
V*

McD86 V cohort 1971-1983; woning kanker algemeen : + geen blootstelling gemeten, alleen
< 50 m van elektrische in- sommige specifieke kankers nabijheid; lage aantallen patiënten
stallaties of < 30 m van o.a. leukemie : +
bovengrondse leiding; East afhankelijk van groep/sexe
Anglia, Engeland

Col85 V _patiënt-controle; incidentie leukemie : + lage aantallen patišnten (lijnen vnl.

Col89 leukemie 1965-1980, 4 ondergronds); mogelijk andere
wijken van Zuid Londen; bronnen van blootstelling; selectie
nabijheid bovengrondse van controles uit patiënten met
lijnen solide tumoren

K idem, subgroep leukemie ft lage aantallen patiénten

Sev88 V __patiënt-controle; diagnose ANLL** 1 type leukemie; ca. 35% steek-
ANLL**, 20-79 jr, 1981- wire code’ te proef populatie geen respons; lage
1984, 3 districten in staat gemeten B-veld : -- aantallen patiënten; recall bias mo-
Washington, VS; centrale gelijk: overleden patiënten vs
kankerregistratie levende controles

Wer89b V idem ANLL nieuwe analyse gegevens Sev88:

‘wire code’ + combinatie twee laagste en twee
| hoogste ’wire codes’

Pre88 V _patiënt-controle; diagnose AML of CML** : -- blootstelling door elektrische de-
AML of CML** 20-79 jr, kens; onderzoek niet specifiek ge-
1979-1985, district Los richt op ELF EM velden; klimaat
Angeles, CA, VS; centrale te warm, daardoor weinig gebruik
kankerregistratie elektrische dekens

Sch90a V cohort 1956-1981; minimaal kanker algemeen : -- blootstelling beperkt gemeten, al-
5 jr in de buurt van hoog- leukemie : -- leen nabijheid; lage aantallen pa-
spanningslijn gewoond, hersentumoren : -- tiënten
vergeleken voor < 100 m
en > 100 m; Maastricht

Ver90 OV _patiënt-controle; diagnose gebruik 25-120 mnd blootstelling door elektrische de-
testiskanker 1981-1984, testiskanker : + kens; geen metingen; mogelijk
staat Washington, VS; cen- seminoma De andere bronnen van EM velden
trale kankerregistratie non-seminoma : +

You91 V patiént-controle; diagnose afstand tot hoogspannings- B-veld berekend aan de hand van
leukemie of lymfoma > 15 lijn < 50 m + gemiddelde belasting van de lijn
jr, 1983-1985, Yorkshire, B-veld > 0,3 pT: + gedurende 5 jr voor diagnose;
Engeland; registratie leuke- mogelijk blootstelling aan andere
mién en lymfomen EM velden

Ven91 V patiént-controle; diagnose frequent gebruik : + blootstelling door elektrische de-
post-menopauze _borstkan- overige to kens; geen metingen; laag percen-

ker, 41-85 jr, 1987-1989, 2
districten in de staat New
York, VS

tage responders; mogelijk recall
bias

* Kind/volwassene

** Karakterisering van de resultaten door de auteur:
+ : significant positieve associatie
+ : niet-significant positieve associatie
-- 3 geen positieve associatie

*** Zie afkortingenlijst

</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>Tabel 5 Vervolg.

66

Auteur K/ Opzet onderzoek Eindpunt/associatie** Opmerkingen
ve

Relatie met spontane abortus

Wer86 V patiént-controle; populatie: sterke relatie met sei- blootstelling door elektrische de-
alle geboortemeldingen in zoensafhankelijk gebruik kens of verwarmd waterbed;
1982 uit 2 ziekenhuizen in mogelijk directe invloed van
Denver, CO, VS; registratie warmte
voorafgaande zwanger-
schappen 1975-1981

Wer89a V patiént-controle; populatie: ratio spontane abortus vóór blootstelling door elektrische pla-

alle geboorten uit geboorte-
register Eugene/Springfield,
Oregon, VS, in 1983 en
1985

Relatie met overige effecten
Str70 V wonen in directe omgeving
hoogspanningslijn

Per81 V patišnt-controle; wonen in
de nabijheid van hoogspan-
ningslijn of -kabel

McD86 V cohort 1971-1983; woning
< 50 m van elektrische in-
stallaties of < 30 m van
bovengrondse leiding; East
Anglia, Engeland

Per88 V _patiënt-controle; bewoners
hoogbouw flats Wolver-
hampton, Engeland, opge-
nomen in ziekenhuis

Eck76 K incidentie wiegedood in
Hamburg, Duitsland, 1961-
1967

20 wk in populatie met vs
populatie zonder verwar-
ming sterk gecorreleerd
met seizoensafhankelijke
temperatuurveranderingen

geen verschil in wonen
< 25 m of 25-125 m

zelfmoord te

zelfmoord te

voor diverse ziekten ver-
schil tussen wonen in flats
‘dichtbij’ of ’ver weg’

hogere incidentie nabij
spoorwegen en lagere ver-
diepingen van hoogbouw-
flats

fondverwarming (B-veld ca. 0,1
KT); populaties met en zonder ver-
schillend; mogelijk seizoensafhan-
kelijke verschillen in confounders

algemene gezondheid

metingen B-veld tot 10 jr later
uitgevoerd; biologische hypothese
ontbreekt

geen blootstelling gemeten, alleen
nabijheid; lage aantallen patiënten

positie flat t.o.v. hoofdkabel elek-
triciteit; totaal aantal personen in
flats niet bekend; geen metingen

onvolledige gegevens

* __Kind/volwassene

** Karakterisering van de resultaten door de auteur:

+ significant positieve associatie
+ : niet-significant positieve associatie
-- ! geen positieve associatie

*** Zie afkortingenlijst

</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>6 CONCLUSIES

. eee

6.1 Acute effecten

In hoofdstuk 3 heeft de commissie betoogd dat er met
betrekking tot de biologische effecten van blootstelling geen
essentieel verschil bestaat tussen elektrische en magnetische
velden. Het gaat in beide gevallen om de door de velden opge-
wekte stroom in het lichaam, al lopen de stromen veroorzaakt
door elektrische en magnetische velden in verschillende patro-
nen. Tevens is in hoofdstuk 3 aangegeven dat velden met een
voldoende hoge sterkte, die in bepaalde industriële arbeidssi-
tuaties kunnen voorkomen, stroomdichtheden teweeg kunnen bren-
gen die een fysiologische invloed kunnen hebben.

Op grond van deze overwegingen komt de commissie tot
de conclusie dat richtlijnen gewenst zijn voor maximale bloot-
stelling aan 50/60 Hz-EM velden ter voorkoming van acute nade-
lige effecten op de gezondheid. De commissie onderschrijft het
door het INIRC/IRPA voorgestelde uitgangspunt van een maxima-
le stroomdichtheid in het lichaam van 10 mA/m? . De commissie
meent dat de door het INIRC/ IRPA voorgestelde normen (zie
bijlage C) voldoende veiligheid garanderen en zij beveelt aan
deze normen te laten dienen als basis voor overheidsbeleid op
dit terrein.

6.2 Chronische effecten

In de hoofdstukken 4 en 5 van dit advies heeft de com-
missie aangegeven welke biologische effecten zijn gevonden bij
langdurige blootstelling aan ELF EM velden met een lage veld-
sterkte. Zij signaleert dat in epidemiologisch onderzoek in de
Verenigde Staten in een aantal gevallen een positieve associa-

tie is gerapporteerd tussen de ‘wire code', een indeling in

</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>klassen van het totaal van onderdelen van het bovengrondse

elektriciteitsdistributienet, en het voorkomen van bepaalde
vormen van kanker, in die zin dat deze ziekte relatief vaker
voorkwam bij personen die woonden in de nabijheid van configu-
raties die mogelijk resulteerden in een meer dan gemiddelde
magnetische veldsterkte. De commissie wijst er echter op dat
een positieve associatie tussen de gemeten magnetische veld-
sterkte en het voorkomen van kanker niet is aangetoond. Het
experimentele onderzoek geeft tot op heden ook geen aanwijzin-
gen voor een mogelijke invloed van 50/60 Hz-EM velden op het
ontstaan van kanker.

Uit de resultaten van experimenteel onderzoek conclu-
deert de commissie dat er momenteel ook geen aanwijzingen zijn
dat blootstelling aan ELF EM velden met een lage veldsterkte
andere nadelige effecten op de gezondheid kan hebben of de
ontwikkeling van de ongeboren vrucht nadelig zou beinvloeden.
In hoofdstuk 4 heeft zij aangegeven dat enkele effecten van
een dergelijke blootstelling tot fysiologisch meetbare veran-
deringen zouden kunnen leiden. Het is echter volstrekt ondui-
delijk welke de gevolgen hiervan voor de gezondheid van een
organisme zouden zijn.

De commissie concludeert op grond van de huidige we-
tenschappelijke kennis en inzichten, dat niet aangetoond kan
worden dat een korte of langdurige blootstelling aan ELF EM
velden met de (relatief lage) veldsterkten die gebruikelijk

zijn in de woon- of werkomgeving en nadelige invloed op de

gezondheid heeft.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>eee 69

eee 00 0 9 9 8 8 8 . 0 9 4 ee 6 8 8 9 9 8 ee 9 6 8 8 ee eee ee s 0 8 B 8 8 se 9 9 0 9 9 9 9 $ eee. eee.

7 SUGGESTIES VOOR VERDER ONDERZOEK
7.1 Inleiding

In zijn adviesaanvraag stelt de minister de vraag of
de huidige kennis onvoldoende is voor het vaststellen van een
relatie tussen blootstelling aan ELF EM velden en nadelige
effecten op de gezondheid. De commissie heeft in de voorgaande
hoofdstukken van dit advies betoogd dat zo'n relatie niet
vastgesteld is. Anderzijds heeft zij benadrukt in de toelich-
ting in het Advies in Hoofdlijnen (pg 16) dat het onder alle
omstandigheden afwezig zijn van een interactie niet via weten-
schappelijk onderzoek vastgesteld kan worden. Wel heeft de
commissie aangegeven dat op een groot aantal gebieden nog ken-
nis ontbreekt danwel incompleet is. Zij acht meer onderzoek
daarom wenselijk. In de VS zal in de komende jaren het weten-
schappelijk onderzoek op het gebied van ELF EM velden sterk
uitgebreid worden, terwijl er ook in Europa een toename van de
inspanningen op dit terrein zal zijn. De commisie beveelt aan
om deze ontwikkelingen nauwgezet te blijven volgen.

De minister vraagt verder welk wetenschappelijk onder-
zoek, bijvoorbeeld in Nederland, mogelijk, en eventueel nood-
zakelijk is, om de onzekerheden en lacunes in de wetenschappe-
lijke kennis te verminderen. De commissie geeft in dit hoofd-
stuk een opsomming van onderwerpen en vragen waarover weten-
schappelijk onderzoek verricht zou kunnen worden en waarvan
zij verwacht dat inpassing in lopend onderzoek in Nederland
zonder onnodig veel extra inspanning kan plaats vinden.

7.2 Experimenteel onderzoek

Bij alle experimenten is het van belang om na te gaan

of er een effect is van de golfvorm (sinusoïde, gepulst, blok-

vormig etcetera) en of een eventueel effect afhankelijk is van

</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>70

de frequentie, veldsterkte of de blootstellingsduur, met ande-
re woorden, of er 'vensters' zijn met grotere effecten. Pas
nadat hierover inzicht is verkregen, zal het misschien moge-
lijk zijn om het effect te beoordelen van specifieke bloot-
stellingcondities aan 50 (of 60) Hz-wisselvelden samenhangend
met het transport en de distributie van elektriciteit.

Eveneens is het van belang dat alle in vitro waargeno-
men effecten ook in het intacte organisme worden bestudeerd.

ee

Transport van ionen

Aangezien een veranderde concentratie van calciumionen
in de cel grote gevolgen kan hebben voor het functioneren van
de cel, is de uitstroom van calciumionen potentieel een be-
langrijk mechanisme voor beïnvloeding van een biologisch sys-
teem door ELF EM velden. Veel vragen zijn nog onbeantwoord,
bijvoorbeeld:

— Is calciumefflux specifiek voor bepaalde delen van de
hersenen? Kan dit verschijnsel ook in andere celtypen
dan zenuwcellen en bij andere proefdieren dan kippe-
embryo's worden aangetoond?

- Wat is het mechanisme van het effect van ELF EM velden
op de calciumefflux? Kan een mechanisme van interfe-
rentie met biologische frequenties (Ler9l) plausibel
worden gemaakt?

— Is het effect reversibel, d.w.z. herstelt de intracel-
lulaire calciumconcentratie zich weer na beëindiging
van de blootstelling aan ELF EM velden?

- Wat zijn de effecten van blootstelling aan ELF EM vel-

den op andere ionen in de cel?

Genexpressie

Wat is de invloed van blootstelling aan ELF EM velden
op de expressie van specifieke genen, bijvoorbeeld al of niet
geactiveerde oncogenen?

Hormoon- en neurotransmittergevoeligheid

De mogelijke effecten van blootstelling aan ELF EM

</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>71

. eee

velden op receptoren voor neuropeptiden (de zeer belangrijke
regulatoren van uiteenlopende hersenfuncties, zoals gedrag,

geheugen en emoties) zijn grotendeels onbekend.

Immuunrespons
Zijn de verkregen resultaten van experimenten met be-

trekking tot de invloed van blootstelling aan ELF EM velden op
de remming van de celdodende aktiviteit van T-lymfocyten re-
produceerbaar? Treedt een dergelijke remming ook op in het
intacte organisme? Wat is de mogelijke invloed van blootstel-
ling aan ELF EM velden op de relatie tussen enerzijds het im-
muunsysteem, en anderzijds de hersen, de hypofyse en de bij-

nier?

Effect op kankercellen

Uitbreiding van de beperkte kennis over mogelijke ef-
fecten van blootstelling aan ELF EM velden op alle parameters
voor tumorcelgroei (onderscheid tussen verschillende celtypen,

relatie met organisme, werking van immuunsysteem) is gewenst.

Hormonen

Blootstelling aan ELF EM velden zou, via een effect op
de afgifte van melatonine door de epifyse, belangrijke organen
en levensfuncties kunnen beïnvloeden. Een mechanisme van wer-
king van ELF EM velden op de epifyse is niet bekend. Onderzoek
zou uitgevoerd kunnen worden aan een goed gedefinieerd model
(bijvoorbeeld bij amfibiën de epifyse-hersen-hypofyse-as).

Voortplanting, groei, ontwikkeling

Op dit terrein is er behoefte aan studies aan perina-
tale modellen: effecten op de ontwikkeling van het centraal
zenuwstelsel kunnen latent zijn en pas op latere leeftijd,
onder bijzondere omstandigheden, aan het licht treden.

. ee oe

7.3 Epidemiologisch onderzoek

Het is in Nederland goed mogelijk om een patient-con-
trole-onderzoek te doen naar de relatie tussen blootstelling

</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>eene 72

aan ELF EM-velden en leukemie bij kinderen. Veel van de hier-
voor benodigde gegevens kunnen verkregen worden uit de in ons
land bestaande centrale registratie van jonge leukemiepatiën-
ten.

Daarnaast verdient het verrichten van een retrospec-
tief cohort-onderzoek overweging. Een cohort mensen die vroe-
ger op een kleine afstand van een hoogspanningslijn gewoond
hebben kan in de tijd gevolgd worden om vast te stellen of het
sterftepatroon in die groep afwijkt van dat van de rest van de
Nederlandse bevolking.

7.4 Stroomdichtheid in het lichaam
Zoals de commissie in hoofdstuk 3 heeft beschreven,

ontbreekt nog een gedetailleerde beschrijving van de stroom-
dichtheden die door externe magneetvelden in het lichaam wor-
den opgewekt. De complexiteit van het lichaam als elektrische
volumegeleider (inhomogeniteit, complexe vorm) heeft zo'n be-
schrijving tot nu toe in de weg gestaan. Moderne numerieke
methoden voor de oplossing van dit mathematisch-fysische pro-
bleem zijn evenwel inmiddels (ook in Nederland) beschikbaar.
Inzet van deze technieken zal bijdragen aan inzicht in de lo-
kale effecten binnen het lichaam.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre>eee e

Ber88a

Ber88b

Bla88

Byu87

Cai86

Col85

73

. «ee 8 08 8 ee 6 8 8 8 ee ss ee 8 6 8 9 6 9 0 8 9 6 ee ee ss 6 0 ee 9 0 4 6 0 9 0 sees. 4 9 eee.

LITERATUUR

Ahlbom A, Albert EN, Fraser-Smith AC, e.a. Biological
effects of powerline fields. New York State Power Li-
nes Project, final report. New York: New York State
Power Lines. Sci Adv Panel, 1987.

Bernhardt JH. Extremely low frequency (ELF) electric
fields. In: Repacholi MH, red. Non-ionizing radia-
tions. Physical characteristics, biological effects
and health hazard assessment. London: International
Radiation Protection Association, 1988: 235-53.

Bernhardt JH. Extremely low frequency (ELF) magnetic
fields. In: Repacholi MH, red. Non-ionizing radia-
tions. Physical characteristics, biological effects
and health hazard assessment. London: International
Radiation Protection Association, 1988: 273-89.

Blackman CF, Benane SG, Elliott DJ, e.a. Influence of
electromagnetic fields on the efflux of calcium ions
from brain tissue in vitro: a three-model analysis
consistent wih the frequency response up to 510 Hz.
Bioelectromagnetics 1988; 9: 215-27.

Byus CV, Pieper SE, Adey WR. The effects of low-energy
60 Hz environmental electromagnetic fields upon the
growth-related enzyme ornithine decarboxylase. Carci-
nogenesis 1987; 8: 1385-9.

Cain CD, Malto MC, Jones RA, e.a. Effects of 60 Hz
fields on ornithine decarboxylase activity in bone
cells and fibroblasts. Contractor's review meeting.
Denver: U.S. Department of Energy Storage and Distri-
bution and the Electric Power Research Institute
Health Studies Program, New York State Department of
Health, 1986.

Coleman M, Bell CMJ, Taylor HL, e.a. Leukemia and
electromagnetic fields: a case-control study. In:
Electric and Magnetic Fields in Medicine and Biology.
London: IEE, 1985: 122-3. (Conference publication no.
257).

</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>Co189

Coh86a

Coh86b

Das67

Eck76

EPA90

Far84

Fea90

Fou69

Fou75

Fre90

Ful80

Gau84

Gol91

74

Coleman MP, Bell CMJ, Taylor HL, e.a. Leukemia and
residence near electricity transmission equipment: a
case-control study. Br J Cancer 1989; 60: 793-8.

Cohen MM, Kunska A, Astemborski JA, e.a. Effect of
low-level, 60 Hz electromagnetic fields on human lym-
phoid cells: I. Mitotic rate and chromosome breakage
in human peripheral lymphocytes and lymphoblastoid
cell lines. Bioelectromagnetics 1986; 7: 415-23.

Cohen MM, Kunska A, Astemborski JA, e.a. Effect of
low-level, 60 Hz electromagnetic fields on human lym-
phoid cells: II. Sister-chromatid exchanges in peri-
pheral lymphocytes and lymphoblastoid cell lines.
Mutat Res 1986; 172: 177-84.

Das-Gupta TK, Terz J. Influence of pineal gland on the
growth and spread of melanoma in the hamster. Cancer
Res 1967; 27: 1306.

Eckert EE. Plötzlicher und unerwarteter Tod im Klein-
kindesalter und elektromagnetische Felder. Med Klin
1976; 71: 1500-5.

Environmental Protection Agency. Evaluation of the
potential carcinogenicity of electromagnetic fields.
Washington: US Environmental Protection Agency, 1990;
publikatie nr EPA/600/6-90/005B, external review draft.

Farber E. The multistep nature of cancer development.
Cancer Res 1984; 44: 4217-23.

Fearon ER, Vogelstein B. A genetic model of colorectal
tumorigenesis. Cell 1990; 61: 759-67.

Foulds L. Neoplastic development, volume I. London:
Academic Press, 1969.

Foulds L. Neoplastic development, volume II. London:
Academic Press, 1975.

Frey AH. Is a toxicological model appropriate as a
guide for biological research with electromagnetic
fields? J Bioelectr 1990; 9: 233-4.

Fulton JP, Cobb 5, Preble L, e.a. Electrical wiring
configuration and childhood cancer in Rhode Island. Am
J Epidemiol 1980; 111: 292-6.

Gauger JR. Household appliance magnetic field survey.
Arlington: ITT Research Institute, Naval Electronic
Systems Command, 1984; publikatie nr EO 6549-3.

Goldberg RB, Creasey WA. A review of cancer induction
by extremely low-frequency electromagnetic fields - Is
there a plausible mechanism. Med Hypotheses 1991; 35:
265-74.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>GR84

GR86

Goo87

Goo91

Her87

IRPA90

Joh91

Kra90

Kau80

Ler91

Lee91

Lib84

Lon91

75

Gezondheidsraad: Commissie NMR. Interim advies inzake
nuclear magnetic resonance. Den Haag: Gezondheidsraad,
1984; publikatie nr 1984/5.

Gezondheidsraad: Commissie NMR. Magnetische resonantie
spectroscopie. Den Haag: Gezondheidsraad, 1986; publi-
katie nr 1986/1.

Goodman R, Abbott J, Henderson AS. Transcriptional
patterns in the Sciara coprophila. Bioelectromagnetics
1987; 8: 1-8.

Goodman R, Henderson AS. Transcription and translation
in cells exposed to extremely low-frequency electro-
magnetic fields. Bioelectrochem Bioenerg 1991; 25:
335-55.

Héroux P. 60 Hz Electric and magnetic fields generated
by a distribution network. Bioelectromagnetics 1987;
8: 135-48.

International Non-ionizing Radiation Committee of the
International Radiation Protection Association. Inter-
im guidelines on limits of exposure to 50/60 Hz elec-
tric and magnetic fields. Health Phys 1990; 58: 113-22.

John EM, Savitz DA, Sandler DP. Prenatal exposure to
parents' smoking and childhood cancer. Am J Epidemiol
1991; 113: 133-43.

Krause N. Umgebungsfeldstarke in Freizeit und Beruf.
In: Haubrich HJ, red. Sicherheit im elektromagne-
tischen Umfeld. Berlijn: VDE Verlag, 1990: 23-46.

Kaune WT, Phillips RD. Comparison of the coupling of
grounded humans, swine and rats to vertical, 60 Hz
electric fields. Bioelectromagnetics 1980; 1: 117-29.

Lerchl A, Reiter RJ, Howes KA, e.a. Evidence that ex-
tremely low-frequency Ca2+ cyclotron resonance depres-
ses pineal melatonin synthesis in vitro. Neurosci Lett
1991; 124: 213-5.

Leeper E, Wertheimer N, Savitz D, e.a. Modification of
the 1979 Denver wire code for different wire or plumb-
ing types. Bioelectromagnetics 1991; 12: 315-8.

Liboff AR, Williams T, Strong DM, e.a. Time-varying
magnetic fields: effect on DNA synthesis. Science
1984; 223: 818-20.

London SJ, Thomas DC, Bowman JD, e.a. Exposure to re-
sidential electric and magnetic fields and risk of
childhood leukemia. Am J Epidemiol 1991; 134: 923-37.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>Ly188

Lym83

Lym87

McD86

Mic91

Mye85

NNI87

00589

OTA89

Per81

Per88

Pet90

Pre88

76

Lyle DB, Ayotte RD, Sheppard AR, e.a. Suppression of
T-lymphocyte cytotoxicity following exposure to 60-Hz
sinusoidal electric fields. Bioelectromagnetics 1988;
9: 303-13.

Lymangrover JR, Keku E, Seto YJ. 60-Hz Electric field
alters the steroidogenic response of rat adrenal tis-
sue in vitro. Life Sci 1983; 32: 691-6.

Lymangrover JR, Keku E, Hsieh ST, e.a. Direct power
frequency electric field effects on mammalian endo-
crine tissue. Environ Res 1987; 43: 157-67.

McDowall ME. Mortality of persons resident in the vi-
cinity of electricity transmission facilities. Br J
Cancer 1986; 53: 271-9.

Michaelson SM. Household magnetic fields and childhood
leukemia: a critical analysis. Pediatrics 1991; 88:
630-5.

Myers A, Cartwright RA, Bonnell JA, e.a. Overhead
power lines and childhood cancer. In: Electric and
Magnetic Fields in Medicine and Biology. London: IEE,
1985: 125-30. (Conference Publication no 257).

Nederlands Normalisatie Instituut. NEN 1060. Boven-
grondse hoogspanningslijnen. Rijswijk: Nederlands Nor-
malisatie Instituut, 1987.

van Oosterom A. Cell models - macroscopic source de-
scriptions. In: MacFarlane PW, Lawrie TTV, red. Com-
prehensive electrocardiology; vol 1. Oxford: Pergamon
Press, 1989: 155-79.

Office of Technology Assessment. Biological effects of
power frequency electric and magnetic fields - Back-
ground paper. Washington: USGPO, 1989; publikatie nr
OTA-BP-E-53.

Perry FS, Reichmanis M, Marino AA, e.a. Relation be-
tween suicide and the electromagnetic field of over-
head power lines. Health Phys 1981; 41: 267--77.

Perry FS, Pearl L. Power freguency magnetic field and
illness in multi-story blocks. Public Health 1988;
102: 11-8.

Pettinga JJ. Metingen van het 50 Hz elektromagnetische
veld van de 150 kV bovengrondse lijn Arnhem - Apel-
doorn, Arnhem: KEMA 1990; publikatie nr 00331-DzZ0
90-1084.

Preston-Martin S, Peters JM, Yu MC, e.a. Myelogenous
leukemia and electric blanket use. Bioelectromagnetics
1988; 9: 207-13.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre>Rag83

Rom87

Ros89

SAB92

Sav88

Sav89a

Sav89b

Sav90

Sch79

Sch89

Sch90a

77

Ragan HA, Buschbom RL, Pipes MJ, e.a. Haematologic and
serum chemistry studies in rats exposed to 60 Hz. Bio-
electromagnetics 1983; 4: 79-90.

Rommereim DN, Kaune WT, Buschbom RL, e.a. Reproduction
and development in rats chronically exposed to 60 Hz
electric fields. Bioelectromagnetics 1987; 8: 243-58.

Rosenthal M, Obe G. Effects of 50-Hz electromagnetic
fields on the proliferation and on chromosomal alter-
ations in human peripheral lymphocytes untreated or
pretreated with chemical mutagens. Mutat Res 1989;
210: 329-35.

Environmental Protection Agency. Science Advisory
Board. An SAB report: Potential carcinogenicity of
electric and magnetic fields. Review of the ORD's Po-
tential carcinogenicity of electromagnetic fields by
the Radiation Advisory Committee's Nonionizing Elec-
tric and Magnetic Fields Subcommittee. Washington: US
Environmental Protection Agency, 1992; publikatie nr
EPA-SAB-RAC-92-013.

Savitz DA, Wachtel H, Barnes FA, e.a. Case-control
study of childhood cancer and exposure to 60-Hz magne-
tic fields. Am J Epidemiol 1988; 128: 21-38.

Savitz DA, Feingold L. Association of childhood cancer
with residential traffic density. Scand J Work Environ
Health 1989; 15: 360-3.

Savitz DA, Pearce NE, Poole C. Methodological issues
in the epidemiology of electromagnetic fields and can-
cer. Epidemiol Rev 1989; 11: 59-78.

Savitz DA, John EM, Kleckner RC. Magnetic field expo-
sure from electric appliances and childhood cancer.
Am J Epidemiol 1990; 131: 763-73.

Scherer E, Emmelot P. Multihit kinetics of tumor cell
formation and risk assessment of low doses of carcino-
gen. In: Griffin AC, Shaw CR, red. Carcinogens: Iden-
tification and mechanisms of action. New York: Raven
Press, 1979: 337-64.

Scherer E, Bax J, Woutersen RA. Pathogenic interrela-
tionship of focal lesions, nodules, adenomas and car-
cinomas in the multistage evolution of azaserine-in-
duced rat pancreas carcinogenesis. In: Travis CC, red.
Biologically based methods for cancer risk assessment.
New York: Plenum Publishing Corporation, 1989: 41-54.

Schreiber GH, Meijers JMM, Swaen GMH. A retrospective
cohort study of electromagnetic fields (ELF) exposure

and cancer mortality. Niet-gepubliceerde gegevens,
1990.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 81 ======================================================================

<pre>Sch90b

Sch91

Sev88

Sie89

Sik87

$i189

Ste87

Sti90

Str70

Stu86

The90

Tho86a

Tho86b

78

Schreiber GH, Meijers JMM, van Vliet K, e.a. Biolo-
gische effecten van laagfrequente electromagnetische
golfvelden. T Soc Gezondheidsz 1990; 68; 215-24.

Schreiber GH, Swaen GMH. Gezondheidsrisico's van
blootstelling aan extreem laag-frekwente elektromagne-
tische velden. Den Haag: Ministerie van Volksgezond-
heid, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, 1991.
(Stralenbescherming nr 51).

Severson RK, Stevens RG, Kaune WT, e.a. Acute nonlym-
phocytic leukemia and residential exposure to power
frequency magnetic fields. Am J Epidemiol 1988; 128:
10-20.

Siegel GJ, Agranoff BW, Albers RW, e.a. Basic neuro-
chemistry. New York: Raven Press, 1989.

Sikov MR, Rommereim JL, Beamer RL, e.a. Developmental
studies of Hanford miniature swine exposed to 60 Hz
electric fields. Bioelectromagnetics 1987; 8: 229-42.

Silva M, Hummon N, Rutter D, e.a. Power-frequency mag-
netic fields in the home. IEEE Trans Power Deliv 1989;
4: 465-78.

Stevens RG. Electric power use and breast cancer: a
hypothesis. Am J Epidemiol 1987; 125: 556-61.

Stimmer H. Niederfrequente elektromagnetische Felder.
In: Unterlagen zum Seminar Elektromagnetische Felder
Oberosterreichischen Kraftwerke AG, 1990: 19-34.

Strumza MV. Influence sur la santé humaine de la
proximité des conducteurs de l'electricité a haute
tension. Arch Mal Prof 1970; 31: 269-76.

Stuchly MA. Human exposure to static and time-varying
magnetic fields. Health Phys 1986; 51: 215-25.

Theriault G. Cancer risks due to exposure to electro-
magnetic fields. In: Band P, red. Occupational cancer
epidemiology. Berlijn: Springer Verlag, 1990: 166-80.
(Recent results in cancer research).

Thomas RL, Schrot J. Investigation of potential beha-
vioural effects of exposure to 60 Hz electromagnetic
fields. Albany: Wadsworth laboratories, 1986.

Thomas RL, Schrot J, Liboff AR. Low intensity magnetic
fields alter operant behaviour in rats. Bioelectromag-
netics 1986; 7: 349-57.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 81 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 82 ======================================================================

<pre>Tom82

Tom86

Ven91

Ver90

Wer79

Wer82

Wer86

Wer89a

Wer89b

Wil81

Wi189

WHO84

You91

79

Tomenius L, Hellstrom L, Enander B. Electrical con-
structions and 50-Hz magnetic field at the dwellings
of tumour cases (0-18 years of age) in the county of
Stockholm. In: Proceedings of the International Sympo-
sium on Occupational Health and Safety in Mining and
Tunneling. Praag, 1982: 101.

Tomenius L. 50-Hz electromagnetic environment and the
incidence of childhood tumors in Stockholm County.
Bioelectromagnetics 1986; 7: 191-207,

Vena JE, Graham S, Hellmann R, e.a. Use of electric
blankets and risk of postmenopausal breast-cancer. Am
J Epidemiol 1991; 134: 180-5.

Verreault R, Weiss NS, Hollenbach KA, e.a. Use of
electric blankets and risk of testicular cancer. Am J
Epidemiol 1990; 131: 759-62.

Wertheimer N, Leeper E. Electrical wiring configura-
tion and childhood cancer. Am J Epidemiol 1979; 109:
273-84.

Wertheimer N, Leeper E. Adult cancer related to elec-
trical wires near the home. Int J Epidemiol 1982; ll:
345-55.

Wertheimer N, Leeper E. Possible effects of electric
blankets and heated waterbeds on fetal development.
Bioelectromagnetics 1986; 7: 13-22.

Wertheimer N, Leeper E. Fetal loss associated with two
seasonal sources of electromagnetic field exposure. Am
J Epidemiol 1989; 129: 220-4.

Wertheimer N, Leeper E. RE: Acute nonlymphycytic leu-
kemia and residential exposure to power frequency mag-
netic fields. Am J Epidemiol 1989; 130: 423-5.

Wilson BW, Anderson LE, Hilton DI, e.a. Chronic expo-
sure to 60 Hz electric fields: effects on pineal func-
tion in the rat. Bioelectromagnetics 1981; 7: 239-42.

Wilson BW, Stevens RG, Anderson LE. Neuroendocrine
mediated effects of electromagnetic field exposure:
possible role of the pineal gland. Life Sci 1989; 45:
1319-32.

World Health Organization. Extremely low frequency
(ELF) fields. Geneva: World Health Organization, 1984.
(Environmental Health Criteria 35).

Youngson JHAM, Clayden AD, Myers A, e.a. A case con-
trol study of adult hematological malignancies in re-
lation to overhead powerlines. Br J Cancer 1991; 63:
977-85.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 82 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 83 ======================================================================

<pre>80

</pre>

====================================================================== Einde pagina 83 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 84 ======================================================================

<pre>. eee

. «ee ee

ceo ee ee

81

vo e 6 6 € 8 9 9 ee ee 0 6 8 8 6 8 es 4 6 6 8 4 ese 6 8 4 0 9 s 8 9 6 8 9 0 8 9 0 9 es e 4 $ 4 $ 8 $ e

LIJST VAN AFKORTINGEN

SI eenheden:

ampere, eenheid van elektrische stroom
meter, eenheid van lengte

seconde, eenheid van tijd

Afgeleide eenheden en grootheden:

volt, eenheid van elektrische spanning

volt per meter, grootte-eenheid van de elektrische
veldsterkte

elektrische veldsterkte (in V/m)

ampere per vierkante meter, grootte-eenheid van elek-
trische stroomdichtheid

elektrische stroomdichtheid (in Asm“)

tesla, eenheid van magnetische fluxdichtheid (in
V.s/m*); maat voor de magnetische veldsterkte

gauss, vroegere eenheid van magnetische fluxdichtheid
(1 G = 10° T)

magnetische fluxdichtheid (in T)

ohm, eenheid van elektrische weerstand

rho, elektrische specifieke weerstand (in Q.m)

hertz, aantal trillingen per seconde, eenheid van
frequentie

frequentie (in Hz)

amplitude van een sinusvormig in de tijd fluctuerende
stroomdichtheid

amplitude van het sinusvormig magnetisch veld

straal van een cirkel of bol (in m)

</pre>

====================================================================== Einde pagina 84 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 85 ======================================================================

<pre>EPA

. ee ee.

Overige afkortingen:
elektrische veldsterkte

magnetische veldsterkte
elektromagnetisch
extreem laagfrequent: EM trillingen met frequenties
tussen 0 en 300 Hz

Office of Technology Assessment, het wetenschappelijk
bureau van het Amerikaanse Congres
Environmental Protection Agency, het milieubureau van
de Amerikaanse federale overheid

International Non-ionizing Radiation Committee

International Radiation Protection Association

ornithine decarboxylase, een regulerende factor bij
groeiprocessen
desoxy-ribonucleïnezuur, drager van de code voor de

erfelijke eigenschappen

acute non-lymfocytaire leukemie
acute myeloïde leukemie
chronische myeloïde leukemie

central nervous system, centraal zenuwstelsel

Gebruikte voorvoegsels:
micro, 10
10

10

10°

Vv

-6
milli, 107°
centi, 2
kilo,

mega,

10°

giga, 10°

</pre>

====================================================================== Einde pagina 85 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 86 ======================================================================

<pre>vee 83

eo 0 8 8 0 e 9 8 2 ee 0 8 0 0 6 0 9 se 6 0 s 8 9 8 9 0 0 8 ee e 4 9 4 $ 8 8 ee ee ee se se eee 8 9 0 8 9 eee

A SAMENSTELLING VAN DE COMMISSIE

voorzitter

— prof dr A van Oosterom, hoogleraar medische fysica
Laboratorium voor Medische Fysica en Biofysica, Katho-
lieke Universiteit Nijmegen

overige leden

- drs FBJ Koops, bioloog
Afdeling Milieuonderzoek, KEMA, Arnhem

- prof dr ir PCT van der Laan, hoogleraar hoogspannings-
techniek
Vakgroep Hoogspanningstechniek en Electromagnetic Com-
patibility, Technische Universiteit Eindhoven

- dr H Pauw, stralingsdeskundige
Afdeling Stralingshygiëne, Nederlandse Philips Bedrij-
ven BV, Eindhoven

- prof dr EW Roubos, hoogleraar experimentele dierkunde
Vakgroep Experimentele Dierkunde II, Katholieke Uni-
versiteit Nijmegen

- dr E Scherer, bioloog (vanaf 27 mei 1991)
Sectie Chemische Carcinogenese, Het Nederlands Kanker
Instituut, Amsterdam

- dr GMH Swaen, epidemioloog
Capaciteitsgroep Arbeidsgeneeskunde, Rijksuniversiteit
Limburg, Maastricht

adviseurs

- dr DWG Jung, fysicus
Directie Stoffen, Veiligheid en Straling, Directo-
raat-Generaal Milieubeheer, Ministerie van VROM, Leid-
schendam

</pre>

====================================================================== Einde pagina 86 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 87 ======================================================================

<pre>eee 84

- dr WF Passchier, fysisch-chemicus (vanaf 1 mei 1991)
Gezondheidsraad, Den Haag

secretaris
- dr WF Passchier, fysisch-chemicus (tot 1 mei 1991)

Gezondheidsraad, Den Haag
- dr E van Rongen, radiobioloog (vanaf 1 mei 1991)

Gezondheidsraad, Den Haag

De administratieve ondersteuning werd verzorgd door mw
R Aksel-Gauri. Belangrijke redactionele bijdragen werden gele-
verd door drs AB Leussink, stafmedewerker van de Gezondheids-

raad.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 87 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 88 ======================================================================

<pre>vene 85

e e e 6 8 0 9 8 8 8 08 ee 0 8 6 4 8 0 es ee ee 8 8 8 8 8 9 9 ee ee € 9 8 B 8 8 9 8 ee ee 9 ee ee 9 6 se $ 6 4 se

B DE ADVIESAANVRAAG

In een brief van 26 augustus 1991, kenmerk DGM/DS/MBS
nr. 15891005, verzocht de minister van Volkshuisvesting, Ruim-
telijke Ordening en Milieubeheer de voorzitter van de Gezond-
heidsraad advies uit te brengen over de gezondheidsrisico's
van extreem laag-frequente elektromagnetische velden.

De adviesaanvraag luidde als volgt:

vo n 68 6 ee es es 0 0 ee ee ee ee 9 8 ee e 9 0 9 6 ee 9 8 9 ee ee ee 8 9 0 8 8 0 8 8 9 8 8 8 9 8 6 6 6 8 ee

Naar aanleiding van kamervragen (Nijhuis en Braams,
05-02-1988, nr. 2878803610; Verspaget en Vriens-Auerbacht,
25-02-1988, 2878804080; Braams en Nijhuis, 16-03-1988,
2878804720) en vragen van de vaste Commissie voor Milieubeheer
(brief 21-12-1988 kenmerk 88-20 MB; brief 19-04-1989 kenmerk
89-11-MB) inzake elektromagnetische staling rond zenderparken
heeft de toenmalige Minister van VROM een onderzoek naar de
economische schade en hinder van elektromagnetische straling
toegezegd. Daarnaast hebben recente publicaties, met name in
de U.S.A. (onder andere het rapport van het Office of Techno-
logy Assessment (OTA) van het Amerikaans Congres (1989) en het
conceptrapport van de U.S. Environmental Protection Agency
(EPA, 1990)), gezorgd voor een toenemende onrust onder de Ne-
derlandse bevolking met betrekking tot gezondheidsrisico's van
extreem laag-frequente (ELF) elektromagnetische (EM) velden.
Met name de velden rond hoogspanningslijnen en -kabels waren
aanleiding voor vragen naar de mogelijke gezondheidsrisico's
van extreem laag-frequente elektromagnetische velden.

De Directie Stralenbescherming heeft, naar aanleiding van bo-
vengenoemde vragen, een aantal onderzoeken naar de effecten
van niet-ioniserende straling uit laten voeren. De resultaten
van deze onderzoeken zullen worden gebruikt als onderbouwing
voor eventuele normstelling voor niet-ioniserende straling.

Eén van deze onderzoeken had betrekking op de gezondheidsrisi-
co's voor mensen bij blootstelling aan extreem laag-frequente
(ELF) elektromagnetische (EM) velden en betrof het, op basis
van recente wetenschappelijke gegevens, inventariseren van de
mogelijke relatie(s) tussen blootstelling aan dergelijke vel-
den en de effecten daarvan, met name de effecten op de gezond-
heid van de mens. Bovendien had dit onderzoek tot doel om het
ontstaan van, de verspreiding van en de blootstelling aan ex-

</pre>

====================================================================== Einde pagina 88 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 89 ======================================================================

<pre>veen. 86

treem laag-frequente elektromagnetische velden in Nederland in
kaart te brengen.

Naar aanleiding van de resultaten van het bovengenoemde, door
de Vakgroep Arbeidsgeneeskunde, Milieugezondheidkunde en Toxi-
cologie van de Rijksuniversiteit Limburg uitgevoerde onderzoek
stel ik het op prijs om het advies van de Gezondheidsraad te
verkrijgen over een drietal, hieronder te noemen, onderwerpen.
De Raad wordt daarbij verzocht om naast de conclusies en aan-
bevelingen van genoemd onderzoek ook de conclusies en aanbeve-
lingen van het OTA rapport en het EPA conceptrapport te be-
trekken in haar advies.

1. Recente epidemiologische gegevens hebben tot nu toe
geen éénduidige relatie kunnen leggen tussen de kans
op sterfte door tumorinductie en de blootstelling aan
ELF elektromagnetische velden. Bovendien ontbreekt een
éénduidige relatie tussen de waargenomen effecten op
cellulair nivo, de waargenomen effecten op mens en
dier en daadwerkelijke gezondheidseffecten. Gaarne
wordt van de Gezondheidsraad vernomen of de huidige
kennis inderdaad onvoldoende is voor het vaststellen
van dergelijke relaties. Indien dit inderdaad het ge-
val is, welk wetenschappelijk onderzoek is dan, bij-
voorbeeld in Nederland, mogelijk, en eventueel noodza-
kelijk, om de onzekerheden en lacunes in de weten-
schappelijke kennis te verminderen?

2. Naast de interim richtlijnen van de International
Non-ionizing Radiation Committee (INIRC) van de Inter-
national Radiation Protection Association (IRPA) be-
treffende de beperking van blootstelling aan elektri-
sche en magnetische velden van 50/60 Hz (Health Phy-
Sics, 58, 113-122, 1990) zijn ook in diverse landen
(voorlopige) richtlijnen vastgesteld. Gaarne wordt van
de Gezondheidsraad vernomen of de huidige kennis van
mogelijke effecten van extreem laag-frequente elek-
tromagnetische velden op de gezondheid van de mens
voldoende is voor het ontwikkelen van normen voor
(maximale) blootstelling aan extreem laag-frequente
elektromagnetische velden. Indien dit inderdaad het
geval is, kan de interim richtlijn van de INIRC/IRPA
wetenschappelijk gezien als uitgangspunt dienen voor
overheidsbeleid?

3. Het aantal in Nederland blootgestelde mensen aan ex-
treem laag-frequente elektromagnetische velden van
hoogspanningslijnen en -kabels is onbekend. Eenzelfde
conclusie kan getrokken worden met betrekking tot de
veldsterkten waaraan deze groep mensen wordt blootge-
steld. Ook de veldsterkten waaraan men in Nederland
blootgesteld wordt ten gevolge van het gebruik van
(huishoudelijke) apparaten is onbekend. Gaarne wordt
van de Gezondheidsraad vernomen of de huidige kennis
van mogelijke effecten van extreem laag-frequente

</pre>

====================================================================== Einde pagina 89 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 90 ======================================================================

<pre>elektromagnetische velden op de gezondheid van de mens
aanleiding geeft tot het in kaart brengen van de veld-
sterkten waaraan de Nederlandse bevolking wordt bloot-
gesteld ten gevolge van de bovengenoemde bronnen.

Ik stel het op prijs het advies van de Gezondheidsraad voor
eind 1991 te mogen ontvangen.

wg

De Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J.G.M. Alders

ae ee ee ee ee ee ee ee ee ee ee ee eee eee ee ee eee ee ee eee ee er enen ee er ttr ee %

</pre>

====================================================================== Einde pagina 90 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 91 ======================================================================

<pre>88

</pre>

====================================================================== Einde pagina 91 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 92 ======================================================================

<pre>EEE 89

n ss 8 9 8 ee ee 08 8 4 9 0 9 8 8 eee ses 8 8 8 6 eee 9 9 8 eee sees eee 0 8 8 0 9 6 ee 9 $ 6 eee.

C INIRC/IRPA INTERIM-RICHTLIJNEN
C.l Inleiding

Het International Non-ionizing Radiation Committee
(INIRC) van de International Radiation Protection Association
(IRPA) baseert zijn richtlijnen op een maximale stroomdicht-
heid in het lichaam van 10 mA/m? .
gende waarden voor de maximale elektrische veldsterkte en mag-
netische fluxdichtheid (IRPA90).

Dit resulteert in de vol-

. ee

C.2 Beroepsbevolking

C.2.1 Elektrische velden

- Continue blootstelling gedurende de werkdag (8 uur)
aan maximaal 10 kV/m.

— Kortdurende blootstelling aan maximaal 30 kV/m, waar-
bij het produkt van de blootstellingstijd in uren en
de veldsterkte in kV/m gedurende een werkdag niet meer
mag zijn dan 80 (bijvoorbeeld blootstelling aan een
veld van 20 kV/m is toegestaan gedurende maximaal 4
uur).

C.2.2 Magnetische velden

— Continue blootstelling gedurende de werkdag aan maxi-
maal 500 UT.

- Kortdurende blootstelling van het gehele lichaam aan
5000 wT gedurende maximaal 2 uur per dag.

- Blootstelling van alleen ledematen is toegestaan tot
25000 uT.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 92 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 93 ======================================================================

<pre>ee.

eee

90

Algemen volkin

Elektrische velden

Geen continue blootstelling aan meer dan 5 kV/m. Deze
grenswaarde geldt voor openbare ruimten waarin naar
redelijke verwachting een belangrijk deel van de dag
publiek aanwezig kan zijn.

Blootstelling aan 5 - 10 kV/m moet worden beperkt tot
enkele uren per dag.

Indien noodzakelijk kunnen velden boven 10 kV/m worden
toegestaan gedurende enkele minuten per dag, mits de
geïnduceerde stroomdichtheid in het lichaam niet gro-
ter is dan 2 mA/m® en voorzorgen zijn genomen om
indirecte gevaarlijke effecten te voorkomen.

Magnetische velden

Geen continue blootstelling aan meer dan 100 uT. Deze
grenswaarde geldt voor gebieden waar publiek een be-
langrijk deel van de dag kan doorbrengen.

Blootstelling aan 100 - 1000 uT moet beperkt blijven
tot enkele uren per dag.

Indien noodzakelijk kunnen blootstellingen aan velden
boven 1000 wT gedurende enkele minuten per dag worden
toegestaan.

Samenvatting

De richtlijnen zijn samengevat in tabel C.1.

</pre>

====================================================================== Einde pagina 93 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 94 ======================================================================

<pre>vene. 91

Tabel C.1 Overzicht voorlopige richtlijnen van het INIRC/IRPA
voor blootstelling aan elektrische en magnetische velden. De
vermelde getallen gelden als toelaatbaar maximum.

elektrisch veld magnetisch veld
(kV /m) (UT)
Beroepsbevolking
- gehele dag 10 500
- korte duur 30 (t x kV/m < 80) 5000 (2 uur/dag)
- ledematen -- 25000
Algemene bevolking
- gehele dag 5 100
- enkele uren/dag 10 1000

— enkele min/dag > 10 > 1000

</pre>

====================================================================== Einde pagina 94 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 95 ======================================================================

<pre>eee eee 92

</pre>

====================================================================== Einde pagina 95 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 96 ======================================================================

<pre>D HET ONTSTAAN EN DE ONTWIKKELING VAN KANKER ALS MEER-
STAPSPROCES

. ee.

De meeste vormen van kanker ontwikkelen zich gedurende
een lange periode uit celpopulaties die gekenmerkt worden door
een toenemende mate van verandering van het DNA, de drager van
de ‘code’ voor de erfelijke eigenschappen (Fou69, Far84). In
elke cel is een aantal DNA-moleculen aanwezig als belangrijk
ste onderdeel van de chromosomen. Het DNA in een chromosoom
kan beschouwd worden als een aaneenschakeling van een groot
aantal eenheden, genen genaamd. Een gen is een gedeelte van
het DNA dat de volledige code voor de opbouw van een eiwitmo-
lecuul bevat, te zamen met een Start- en een stopcode voor het
aflezen van de informatie. Een verandering in de code, in de
vorm van een puntmutatie (een kleine, permanente verandering),
een verwisseling van twee stukjes DNA (recombinatie) of het
verlies van een stukje DNA (deletie) kan er voor zorgen dat
het desbetreffende eiwit zijn normale functie niet meer kan
uitoefenen. Is het eiwit een enzym en dus verantwoordelijk
voor de sturing van een bepaalde biochemische reactie, dan kan
een heel proces in de cel, bijvoorbeeld de celdeling, ontre-
geld worden.

Kanker is een verzamelnaam voor een aantal ziekten die
alle gekenmerkt worden door een ontregeling van de celdeling.
Het ontstaan en de ontwikkeling van kanker, de carcinogenese,
is een proces dat uit verscheidene stappen bestaat. Mutaties
in specifieke genen spelen hierbij een belangrijke rol. Voor
enkele typen tumoren die bij de mens voorkomen is een reeks
betrokken genen geïdentificeerd (Fea90). Met name zijn twee
soorten genen met een tegengestelde werking van belang: de

oncogenen en de tumor-suppressorgenen. Onder normale omstan-

</pre>

====================================================================== Einde pagina 96 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 97 ======================================================================

<pre>eeens 94

digheden zijn oncogenen betrokken bij de regeling van de cel-
deling. Zij kunnen bij verhoogde expressie of in geactiveerde
toestand bijdragen aan de carcinogenese door gedeeltelijke
ontregeling van de celdeling. Activatie houdt in dat het door
een oncogen gecodeerde eiwit door een (punt)mutatie in de be-
treffende DNA code zich in een niet meer regelbare, geacti-
veerde toestand bevind. De tumor-suppressorgenen hebben een
blokkerende werking op de carcinogenese. Bij deze genen is het
juist de inactivering die bevorderend werkt op de carcinogene-
se. Deze inactivering kan tot stand komen door puntmutaties of
deleties.

Veranderingen in de normale werking van oncogenen en
tumor-suppressorgenen kunnen in verschillende fasen van de
carcinogenese een rol spelen. De oorspronkelijk in de experi-
mentele huidcarcinogenese geintroduceerde eenvoudige onderver-
deling in een éénmalige initiatie en éénmalige promotie lijkt
daarom op mechanistische gronden niet meer toepasbaar.

De kritieke gebeurtenissen in de carcinogenese worden
door diverse bekende en onbekende factoren geïnduceerd. Voor-
beelden van milieufactoren die de carcinogenese bevorderen,
zijn kankerverwekkende stoffen en ioniserende straling. De
kans op accumulatie van een aantal onafhankelijk van elkaar
optredende mutaties in één cel is echter uitermate laag. Door-
dat gemuteerde cellen delen, neemt het aantal cellen met een
mutatie toe. Daarmee neemt ook de kans op een volgende veran-
dering in een cel met een mutatie toe. Celdeling en remming
van terminale differentiatie (de ontwikkeling van een cel tot
een toestand waarin zij niet meer deelt maar slechts een be-
paalde functie uitoefent) zijn daarom, naast modificaties en
mutaties in het DNA, uiterst belangrijke factoren in het ont-
staan van kanker.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 97 =================================================================

<br><br>