<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Geluid en gezondheid</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Aanbiedingsbrief</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Geluid en gezondheid
Advies van een commissie van de Gezondheidsraad
aan:
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
De Minister en Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
De Minister van Verkeer en Waterstaat
Nr 1994/15, Den Haag, 15 september 1994
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Deze publikatie kan worden aangehaald als: Gezondheidsraad: Commissie Geluid en
gezondheid. Geluid en gezondheid. Den Haag: Gezondheidsraad, 1994; publikatie nr
1994/15.
Deze publikatie is een vertaling van een Engelstalig advies van de Gezondheidsraad
(Health Council of the Netherlands: Committee on Noise and Health. Noise and
Health. The Hague: Health Council, 1994; publication nr 1994/15E). De vertaling is van
de hand van drs AB Leussink van het secretariaat van de Gezondheidsraad.
auteursrechten voorbehouden
ISBN: 90-5549-046-6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>      Inhoud
      Samenvatting, conclusies en aanbevelingen 11
1     Lawaai als een volksgezondheidsprobleem 23
1.1   Inleiding 23
1.2   Achtergrond 23
1.2.1 Het advies van de Gezondheidsraad uit 1971 en de Wet geluidhinder 23
1.2.2 Andere publikaties van de Gezondheidsraad 24
1.2.3 Overige regelgeving in Nederland en in de Europese Unie 25
1.3   Werkwijze van de commissie 26
1.3.1 Achtergrondstudie 26
1.3.2 De Commissie Geluid en gezondheid 26
1.3.3 De adviesaanvraag 27
1.4   Opzet van het advies 27
2     Gezondheid en blootstelling aan geluid 29
2.1   Gezondheid 29
2.2   Karakterisering van blootstelling aan geluid 30
2.3   De beoordeling van gezondheidseffecten van blootstelling aan geluid 33
3     Gezondheidseffecten van geluid 37
3.1   Gehoorverlies door lawaai 37
3.1.1 Blootstelling aan lawaai op de werkplek 37
7     Inhoud
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>3.1.2 Niet-beroepsmatige blootstelling aan geluid 38
3.1.3 Gevoelige groepen 39
3.1.4 Sociale gevolgen van gehoorverlies 39
3.1.5 Classificatie van gezondheidseffecten 40
3.2   Aan stress gerelateerde gezondheidseffecten van lawaai 40
3.2.1 Stress 40
3.2.2 Hart- en vaatziekten door blootstelling aan geluid op de werkplek 42
3.2.3 Hart- en vaatziekten door blootstelling aan geluid in de woonomgeving 42
3.2.4 Biochemische effecten 43
3.2.5 Effecten op het immuunsysteem 44
3.2.6 Effecten op het ongeboren kind 44
3.2.7 Gevoelige groepen 44
3.2.8 Classificatie van gezondheidseffecten 45
3.3   Psychosociale effecten 45
3.3.1 Hinder in de woonomgeving 46
3.3.2 Psychosociaal welbevinden 48
3.3.3 Invloed op opname in psychiatrische ziekenhuizen 48
3.3.4 Hinder in de werkomgeving 49
3.3.5 Arbeidsverzuim 49
3.3.6 Gevoelige groepen 50
3.3.7 Classificatie van gezondheidseffecten 50
3.4   Slaapverstoring 50
3.4.1 Invloed van geluid op de slaap 50
3.4.2 Effecten op de slaapkwaliteit 51
3.4.3 Na-effecten 54
3.4.4 Gevoelige groepen 54
3.4.5 Classificatie van gezondheidseffecten 54
3.5   Invloed op het prestatievermogen 55
3.6   Combinaties van blootstellingen aan geluid 56
3.6.1 Gecumuleerde effecten van verschillende bronnen in dezelfde situatie 56
3.6.2 Gecumuleerde effecten van verschillende bronnen in verschillende situaties 57
3.7   Interactie van geluid met andere agentia 57
3.7.1 Effecten op het gehoor 57
3.7.2 Andere gezondheidseffecten 58
3.8   Samenvatting van effecten van lawaai 59
4     De blootstelling aan geluid in Nederland en de gevolgen ervan 61
4.1   Inleiding 61
4.2   Beroepsmatige blootstelling 62
8     Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>4.2.1 Wettelijke grenswaarden 62
4.2.2 Geschatte beroepsmatige blootstelling aan lawaai 62
4.2.3 Schatting van de effecten van lawaai op de werkplek 63
4.3   Blootstelling aan geluid in de woonomgeving 66
4.3.1 Wettelijke grenswaarden 66
4.3.2 Blootstelling aan lawaai gedurende verkeersdeelname 66
4.3.3 Verkeers- en industrielawaai 66
4.3.4 Andere geluidbronnen in de woonomgeving 67
4.3.5 Schatting van door woonomgevingsgeluid veroorzaakte effecten 67
4.4   Blootstelling aan geluid in de vrije tijd 71
4.4.1 Wettelijke grenswaarden 71
4.4.2 Geschatte blootstelling aan geluid in de vrije tijd 71
4.4.3 Schatting van effecten door geluid in de vrije tijd 73
4.5   Trends in het optreden van gehoorverlies bij jongeren 74
4.6   Samenvatting 75
5     Beantwoording van de adviesaanvraag 77
      Literatuur 83
      Bijlagen 91
A     De adviesaanvraag 93
B     Samenstelling van de commissie 95
C     Begrippen en definities 97
9     Inhoud
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>10 Geluid en gezondheid</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>   Samenvatting, conclusies en
   aanbevelingen
   In dit advies geeft de Commissie ‘Geluid en gezondheid’ van de Gezondheidsraad een
   overzicht van de stand van de wetenschap met betrekking tot de invloed van geluid op
   de gezondheid. Het advies bevat een evaluatie van de aanwijzingen voor het bestaan
   van mogelijke oorzakelijke verbanden tussen blootstelling aan geluid en bepaalde
   gezondheidseffecten. Ook beschrijft de commissie trends in de mate van blootstelling
   aan geluid in Nederland en geeft zij schattingen van de gevolgen die deze blootstelling
   meebrengt voor de bevolking.
   Adviesaanvraag en werkwijze van de commissie
   Mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
   en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de minister van Welzijn,
   Volksgezondheid en Cultuur de Gezondheidsraad gevraagd om een overzicht van de
   beschikbare wetenschappelijke gegevens over blootstelling aan geluid en de gevolgen
   daarvan. De minister heeft de Raad verzocht om bepaalde onderwerpen bijzondere
   aandacht te geven, zoals de invloed van blootstelling aan geluid in de woon- en werkom-
   geving op de gezondheid van de Nederlandse bevolking.
       Ter voorbereiding van het gevraagde advies heeft, in opdracht van de voorzitter van
   de Gezondheidsraad, het Nederlands Instituut voor Preventieve Gezondheidszorg een
   achtergrondstudie verricht die afzonderlijk is gepubliceerd. De commissie, bestaande uit
   deskundigen uit binnen- en buitenland, heeft die achtergrondstudie gebruikt als basis
   voor haar advies. Een eerste ontwerp van het advies is bediscussieerd in een plenaire
11 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>   vergadering van de commissie, gehouden in juni en juli 1993. De voorliggende defini-
   tieve tekst is vervolgens na een schriftelijke beoordelingsronde door de commissie
   vastgesteld.
   Gezondheid
   Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is gezondheid niet alleen de afwezigheid van
   ziekten of gebreken, maar zijn ook andere fysieke, psychische en sociale aspecten in het
   geding. Deze opvatting vormt het vertrekpunt voor het overzicht van de gevolgen van
   blootstelling aan geluid op de gezondheid. In de keten tussen blootstelling en effect zijn
   drie fasen te onderscheiden: de blootstelling aan geluid, de verwerking door het organis-
   me, het effect op de gezondheid. De blootstelling hangt mede af van zaken als dubbel-
   glas (blootstelling binnenshuis) of - in het geval van vliegtuiglawaai - beperking van het
   aantal nachtvluchten. De verwerking door het organisme hangt van tal van factoren af,
   onder meer van de mate waarin het geluid persoonlijke bezigheden stoort en van de
   relatie tussen het individu of zijn omgeving en de geluidbron. De ernst van het effect op
   de gezondheid wordt beïnvloed door endogene factoren.
   Beoordeling van gezondheidseffecten van geluid
   Op basis van de uitkomsten van epidemiologisch onderzoek heeft de commissie, voor
   elk afzonderlijk gezondheidseffect, de bewijskracht voor het bestaan van een oorzakelijk
   verband tussen blootstelling aan geluid en effect ingedeeld in één van vier categorieën:
   voldoende bewijs, beperkt bewijs, gebrekkig bewijs en evidentie die het ontbreken van
   een oorzakelijk verband suggereert. In de eerste categorie valt de nadruk op blootstel-
   ling-effectrelaties en op waarnemingsniveaus. Het waarnemingsniveau is de laagste
   waarde van de blootstelling waarvoor, gemiddeld gesproken, in epidemiologisch onder-
   zoek een effect van blootstelling is waargenomen. Waar dat zinvol en mogelijk was, zijn
   gevoelige groepen aangegeven.
   Karakterisering van blootstelling aan geluid
   Voor het beschrijven van blootstelling aan geluid is een groot aantal (kwantitatieve)
   maten ontwikkeld en toegepast. In de meeste blootstelling-effectrelaties en waarne-
   mingsniveaus wordt tegenwoordig de blootstelling aan geluid gekarakteriseerd met
   behulp van het A-gewogen equivalente geluidniveau gedurende een bepaald deel van
   een etmaal. Het A-gewogen equivalente geluidniveau gedurende een periode van T uur
   wordt aangeduid met het symbool LAeq,T .
12 Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>         Voor blootstelling aan geluid gedurende het werk wordt het symbool LEX,occ
   gebruikt, aangevende het equivalente geluidniveau tijdens een doorsneewerkdag van
   acht uur.
         In veel buitenlandse publikaties en voorschriften wordt de grootheid Ldn (dag-nacht-
   niveau) gebruikt als maat voor blootstelling aan omgevingsgeluid. Ldn wordt berekend uit
   LAeq gedurende de dag (07-22 uur) en dat gedurende de nacht (22-07 uur), na verhoging
   van het laatste met 10 dB(A). In Nederland specificeert men, voor de meeste geluid-
   bronnen, de blootstelling aan omgevingsgeluid met behulp van de ‘etmaalwaarde’ Letm. .
   Deze waarde is de grootste van de volgende drie: LAeq,07-19h, LAeq,19 -23h+5 en
   LAeq,23-7h+10. Blootstelling aan vliegtuiglawaai wordt, voor allerlei doeleinden, uitgedrukt
   in de grootheid B in Kosteneenheden (Ke)*.
          Het geluidbelastingsniveau SEL (‘sound exposure level’) wordt gehanteerd voor
   het karakteriseren van een in meer of mindere mate geïsoleerde geluidgebeurtenis, zoals
   het passeren van een vrachtwagen of het overvliegen van een vliegtuig.
         Begrippen en definities zijn in bijlage C opgenomen.
   Blootstelling aan geluid en de gevolgen daarvan in Nederland
   Dit advies bevat schattingen van de blootstelling aan geluid in Nederland en van de aan
   die blootstelling toe te schrijven gezondheidseffecten. Naar gelang het aantal mensen bij
   wie een effect optreedt, worden zeven opeenvolgende klassen onderscheiden die qua
   omvang telkens één orde van grootte (factor 10) van elkaar verschillen: deze indeling
   berust uitsluitend op het optreden van het effect, niet op de ernst daarvan.
         De klassen zijn als volgt gespecificeerd:
   1 geen effect
   2 1 tot 100 individuele gevallen
   3 100 tot 1 000 individuele gevallen
   4 1 000 tot 10 000 individuele gevallen
   5 10 000 tot 100 000 individuele gevallen
   6 100 000 tot 1 000 000 individuele gevallen
   7 meer dan 1 000 000 individuele gevallen
   De blootstelling wordt onderscheiden naar gelang de situatie waarin deze zich voordoet:
   de woonomgeving, de werkomgeving en blootstelling gedurende de vrije tijd. Met
*  Voor de relaties tussen Nederlandse maten voor blootstelling aan geluid en Ldn gelden als benaderingen:
   Letm. ≈ Ldn +3, voor wegverkeerslawaai.
   B ≈ 2 (Ldn -42), voor vliegtuiglawaai met B-waarden van tenminste 30 Ke; deze benadering geldt slechts in de omgeving
   van grote vliegvelden en mits 80% van de lawaaigebeurtenissen zich overdag voordoet, 15% ‘s avonds en 5% ‘s nachts.
13 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>   betrekking tot de woonomgeving zijn als geluidbronnen te onderscheiden: wegverkeer,
   railverkeer, luchtverkeer, industrie en andere bronnen in de buurt. Voor de blootstelling
   gedurende de vrije tijd zijn de onderscheiden bronnen: popmuziek, lawaaiige vormen van
   sport en spel, kinderspeelgoed.
   Gezondheidseffecten van geluid
   De in dit advies onderscheiden gezondheidseffecten van blootstelling aan geluid zijn:
   P permanent gehoorverlies
   P verschijnselen die met stress samenhangen; hypertensie, hart- en vaatziekten,
        invloed op geboortegewicht
   P psychologische effecten: hinder, invloed op het psychosociale welbevinden
   P slaapverstoring
   P beïnvloeding van het prestatievermogen.
   Combinaties van verschillende vormen van blootstelling zullen ook worden bezien,
   evenals interacties tussen geluid en andere agentia.
        De bevindingen voor de afzonderlijke gezondheidseffecten worden als volgt gepre-
   senteerd. De tabellen S1, S2, S3 en S4 geven een overzicht van de beschikbare eviden-
   tie voor het bestaan van een oorzakelijk verband tussen geluid en effect. Bij voldoende
   bewijs voor dat bestaan wordt, voor zover dat mogelijk is, een waarnemingsniveau
   gegeven en wordt het optreden van het effect in de Nederlandse bevolking geclassifi-
   ceerd naar het aantal aldus beïnvloede personen.
   Gehoorverlies door lawaai
   De internationale standaard ISO 1999 geeft blootstelling-effectrelaties voor de bepaling
   van blijvend gehoorverlies bij mensen die op de werkplek aan lawaai blootstaan. Drukt
   men de blootstelling uit in LEX,occ , dan zijn de blootstelling-effectrelaties dezelfde voor
   alle geluidtypen (constant, intermitterend, impulsgeluid), uitgezonderd het geluid van
   vuurwapens bij equivalente geluidniveaus hoger dan 85 dB(A): laatstgenoemd geluid
   kan, bij eenzelfde equivalent geluidniveau, meer gehoorschade aanrichten dan andere
   soorten van geluid.
        Gezien de blootstelling-effectrelaties van ISO 1999 en de omvang van de blootstel-
   ling aan geluid op de werkplek in Nederland, valt het aantal werkende mensen met een
   door geluid veroorzaakt blijvend gehoorverlies van tenminste 10 dB, gemiddeld over de
   beide frequenties van 2000 en 4000 Hz, in klasse 6.
        Blootstelling van een zwangere vrouw aan geluid kan het gehoor van het ongeboren
   kind beïnvloeden: blootstelling tijdens het werk met LEX,occ- waarden van minstens 85
14 Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre> Tabel S1 Gehoorverlies door geluid.
 Classificatie van de bewijskracht voor het bestaan van een oorzakelijk verband tussen geluid en effect, alsmede
 gegevens over waarnemingsniveaus.
 effect                  bewijskracht             waarnemingsniveau
                                                  populatie               situatie                waarde in dB(A)1
 gehoorverlies           voldoende                volwassenen             woonomgeving            LAeq,24h :70
                                                 volwassenen             vrije tijd              LAeq,24h :70
                                                 beroepsbevolking        werkomgeving            LEX,occ :75
                                                                                         b
                                                  foetus                  werkomgeving            LEX,occ :<85
 Geschat aantal betrokken personen in Nederland in 1993.
 effect                                           populatie               situatie                klasse
 gehoorverlies                                    volwassenen             woonomgeving            1
                         > 10 dB                 beroepsbevolking        werkomgeving            6
                                                 foetus                  werkomgeving2           3
                                                 jeugdigen               vrije tijd
                                                                           popmuziek:            6
                         5 - 10 dB                                          spelen in een groep 6
                         2 - 3 dB                                           bijwonen popcon-     6
                                                                           certen, bezoeken
                                                                         disco’s
                         10-15 dB                                            walkmans             6
 a
      Waarden gemeten op een punt dichtbij het hoofd.
b
      Werkomgeving van zwangere vrouwen.
                dB(A) blijkt schadelijk te zijn. De commissie pleit voor meer onderzoek ter bepaling van
                het waarnemingsniveau (dat lager zal zijn dan 85 dB(A)).
                    Volgens de commissie zijn de blootstelling-effectrelaties van ISO 1999 ook geldig
                voor blootstelling aan geluid in de woonomgeving en gedurende de vrije tijd. Dit houdt
                een waarnemingsniveau in dat neerkomt op een LAeq,24h -waarde van 70 dB(A).
                Gezondheidseffecten die aan stress zijn gerelateerd
                Uit experimenteel en epidemiologisch onderzoek blijkt dat geluid te beschouwen is als
                een niet-specifieke stressor die het centrale zenuwstelsel en de hormonale activiteit
                stimuleert. Langdurige aan stress gerelateerde gezondheidseffecten van geluid zijn
                echter uitsluitend aangetoond voor relatief hoge geluidniveaus in de woon- en de
                werkomgeving: vanaf een LAeq,06-22h-waarde van 70 dB(A) is er sprake van een
15              Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>   verhoogde kans op ischemische hartaandoeningen en hypertensie door blootstelling aan
   wegverkeerslawaai in de woonomgeving. Slechts mensen in zeer speciale blootstellings-
   situaties (bijvoorbeeld wonend dichtbij een vliegveld, onder een vliegroute, of dichtbij
   een erg drukke verkeersweg) lopen dit risico. Deze effecten zijn te voorkomen via
   strakke naleving van de beperkende bepalingen die zijn neergelegd in de Wet
   geluidhinder.
        Een verhoogde kans op hypertensie door geluid is ook aangetoond voor werkne-
   mers in de industrie. Dit effect treedt op bij equivalente geluidniveaus van ten minste 85
   dB(A) gedurende de werkdag. De beschikbare gegevens schieten tekort voor de
   accurate vaststelling van een waarnemingsniveau. Het is zeer goed denkbaar dat dat
   niveau lager is dan een equivalent geluidniveau van 85 dB(A) gedurende de werktijd. Er
   zijn geen gegevens over een verhoogde kans op hypertensie bij mensen die in kantoren
   werken.
        Uit het beperkte aantal verrichte epidemiologische onderzoeken naar biochemische
   effecten komt in het algemeen naar voren dat zich bij mensen die in de woon- of
   werkomgeving blootstaan aan zeer hoge geluidniveaus, veranderingen voordoen in
   hormoon-concentraties in het bloed. Dergelijke veranderingen zijn te verwachten als
   geluid een stressor is. Ook in andere biochemische karakteristieken, zoals de concentra-
   tie van magnesium-ionen in het bloedplasma, treden veranderingen op door zeer hoge
   blootstelling aan geluid. Dit kan duiden op een verhoogde kans op ischemische
   hartziekten.
        Er is slechts één epidemiologisch onderzoek gedaan naar de invloed van wegver-
   keerslawaai op het immuunsysteem. Dit heeft geleid tot de vaststelling van verhoogde
   leukocyten-concentraties in het bloed. Er zijn geen epidemiologische onderzoekgege-
   vens over de invloed van geluid op aandoeningen zoals infectieziekten of kanker, die
   uiteindelijk het gevolg zouden kunnen zijn van effecten op het immuunsysteem.
        Onzeker is of blootstelling van zwangere vrouwen aan vliegtuiglawaai invloed heeft
   op het geboortegewicht van de baby. Bij blootstelling met een Ldn -waarde minder dan
   62 dB(A) treedt dit effect in elk geval niet op. Zou het er wel zijn bij hogere blootstel-
   lingsniveaus, dan zou het aantal aldus negatief beïnvloede baby’s in Nederland gering
   zijn: 25 per jaar is de beste schatting.
        De beschikbare gegevens sluiten in feite uit dat blootstelling van zwangere vrouwen
   aan geluid in de woon- of werkomgeving invloed heeft op de kans op aangeboren afwij-
   kingen bij baby’s. Maar blootstelling van zwangere vrouwen aan hoge geluidniveaus in
   de werkomgeving leidt wel tot een verhoogde kans op hypertensie bij deze vrouwen
   gedurende de zwangerschap.
16 Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre> Tabel S2 Aan stress gerelateerde gezondheidseffecten van geluid.
 Classificatie van de bewijskracht van een oorzakelijk verband tussen geluid en effect, alsmede gegevens over
 waarnemingsniveaus.
 effect                     bewijskracht             waarnemingsniveau
                                                     populatie             situatie                waarde in dB(A)1
 hypertensie                voldoende                volwassenen           werkomgeving            LEX,occ : <85
                                                    volwassenen           woonomgeving:           LAeq,06-22h : 70
                                                                          weg-/luchtverkeer
ischemische                voldoende                volwassenen           woonomgeving:           LAeq,06-22h : 70
hartaandoeningen                                                          weg-/luchtverkeer
hormonale systeem          beperkt                  volwassenen           werkomgeving            -
                                                                          woonomgeving            -
immuunsysteem              beperkt                  volwassenen           werkomgeving            -
                                                                          woonomgeving            -
geboortegewicht            beperkt                  baby’s                werkomgeving            -
                                                                          woonomgeving            -
geboorte-afwijkingen       geen verband             baby’s                werkomgeving            -
                                                                           woonomgeving            -
 Geschat aantal betrokken personen in Nederland in 1993.
 effect                                              populatie             situatie                klasse
 hypertensie                                         beroepsbevolking      werkomgeving            4
                                                    zwangere vrouwen      werkomgeving            2
                                                    volwassenen           woonomgeving            4
 ischemische hartaandoeningen                        volwassenen           woonomgeving            3
 a
      LAeq,06-22h gemeten buitenshuis; LEX.occ gemeten op de werkplek.
                Psychosociale effecten
                Ongewenste psychosociale effecten van geluid in de woon- of de werkomgeving komen
                op grote schaal voor. Mensen raken geërgerd door tal van geluiden in de woonomge-
                ving: weg-, rail- en luchtverkeer en industrie zijn bekende bronnen. Tegenwoordig
                dragen ook luidruchtige activiteiten van buren of van mensen buiten om het huis belang-
                rijk bij aan hinder in de woonomgeving.
                     Onlangs zijn blootstelling-effectrelaties vastgesteld die hinder in verband brengen
                met uiteenlopende soorten verkeerslawaai (vliegtuigen, snelwegverkeer, ander wegver-
                keer, treinen) en industrielawaai in de woonomgeving. Ernstige hinder door verkeersla -
                waai begint op te treden bij Ldn -waarden van 42 dB(A), buitenshuis gemeten. Bij hogere
                blootstellingsniveaus is, bij een gegeven Ldn -waarde, het percentage mensen die hinder
                ondervinden van vliegtuiglawaai hoger dan het percentage gehinderden door lawaai van
17              Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre> Table S3 Psycho-sociale effecten.
 Classificatie van de bewijskracht voor het bestaan van een oorzakelijk verband tussen geluid en effect, alsmede gegevens
 over waarnemingsniveaus.
 effect                            bewijskracht          waarnemingsniveau
                                                         populatie             situatie                waarde in dB(A)1
 ernstige geluidhinder             voldoende             volwassenen           woonomgeving           Ldn : <422
                                                         beroepsbevolking      kantoor                LEX,occ: <55
                                                                               industrie              LEX,occ: <85
 psychiatrische stoornissen        beperkt               volwassenen           woonomgeving:                 -
                                                                               luchtverkeer
 psychosociaal welbevinden         beperkt               volwassenen           woonomgeving:                 -
                                                                               wegverkeer
 arbeidsverzuim                    beperkt               beroepsbevolking      kantoor                       -
                                                                               industrie                     -
 Geschat aantal betrokken personen in Nederland in 1993.
 effect                                                  populatie             situatie               klasse
 ernstige geluidhinder                                   volwassenen           woonomgeving:
                                                                               wegverkeer             7
                                                                               burgerluchtvaart       6
                                                                               militaire luchtvaart   7
                                                                               treinverkeer           6
                                                                               industrie              6
                                                                               andere bronnen in de 7
                                                                               omgeving
 a
       Ldn waarden gemeten buitenshuis, LEX,occ gemeten op de werkplek.
 b
       Waarnemingsniveau voor verkeers- en industrielawaai; het waarnemingsniveau is lager voor impulsgeluid in de
       woonomgeving.
               weg- en railverkeer. Lawaai afkomstig van stilstaande bronnen, zoals fabrieken,
               rangeer- en schietterreinen, kan hinderlijker zijn dan verkeerslawaai, vooral als het
               impuls-componenten bevat.
                    Onzeker is nog of mensen die in een zeer lawaaiige omgeving wonen, te kampen
               hebben met meer sociale desoriëntatie, minder sociale activiteit en meer depressie dan
               mensen in een rustige woonomgeving. Er bestaan eveneens slechts beperkte aanwijzin-
               gen dat een zeer lawaaiige woonomgeving, met Ldn -waarden groter dan 70 dB(A) ten
               gevolge van vliegtuiglawaai, leidt tot relatief meer opnamen in psychiatrische
18             Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>   ziekenhuizen dan een rustige. Zou dit effect zich voordoen, dan zou het in Nederland
   een gering aantal mensen betreffen: naar schatting vijf opnamen per jaar.
        Er zijn geen gegevens beschikbaar over waarnemingsniveaus en er zijn geen
   substantiële blootstelling-effectrelaties voor geluidhinder op de werkplek. Het spreekt
   vanzelf dat een drempel voor geluidhinder op kantoor (veel) lager zal zijn dan die voor
   hinder in een fabriek. Van kantoormensen die blootstonden aan een equivalent geluidni-
   veau van 55 tot 60 dB(A) ondervond 35% tot 40% ernstige hinder. Voor werkers in de
   industrie zijn ongeveer dezelfde percentages gevonden bij equivalente geluidniveaus
   hoger dan 85 dB(A).
        Tot dusver is nog niet voldoende aangetoond dat blootstelling aan geluid een rol
   speelt als oorzaak van arbeidsverzuim. Zowel in fabrieken als op kantoren is zo’n rol
   echter wel aannemelijk.
   Slaapverstoring
   Geluid gedurende de slaap kan in diverse opzichten afbreuk doen aan de slaapkwaliteit.
   Steeds duidelijker blijkt de noodzaak om, bij de beoordeling van de resultaten van slaap-
   onderzoek, onderscheid te maken tussen laboratorium-onderzoek bij proefpersonen en
   epidemiologisch onderzoek bij mensen in hun dagelijkse leefsituatie met de bijbehorende
   gebruikelijke geluiden gedurende de nacht. Uit vergelijking van de onderzoeksresultaten
   voor beide categorieën blijkt dat er sprake is van aanzienlijke gewenning aan nachtelijk
   geluid met betrekking tot ontwaak-reacties. Voor veranderingen van het slaapstadium
   en de hartslag doet gewenning zich echter niet of nauwelijks voor.
        De subjectieve slaapkwaliteit vermindert, zelfs bij mensen die een bepaald geluid
   gewend zijn, bij equivalente niveaus - buitenshuis gemeten - vanaf 40 dB(A) tussen
   23.00 en 07.00 uur. Blootstelling-effectrelaties zijn nog niet bepaald.
        De invloed van nachtelijk geluid op het endocriene systeem en het immuunsysteem
   is tot dusver niet epidemiologisch onderzocht. Blootstelling aan geluid tijdens de slaap,
   zou, evenals blootstelling overdag, beide systemen kunnen beïnvloeden.
        Aangetoond is dat hoge nachtelijke geluidniveaus een negatieve invloed kunnen
   hebben op het humeur en vermoedelijk ook op het functioneren de volgende dag. Uit de
   beschikbare gegevens laten zich echter geen waarnemingsniveaus bepalen.
        Gegevens over slaapverstoring door geluid zijn grotendeels beperkt tot effecten van
   intermitterende bronnen, zoals vliegtuigen en zware voertuigen. Voor sommige onder-
   zochte effecten, bijvoorbeeld de ontwaakreactie, die toe te schrijven zijn aan een enkele
   (intermitterende) lawaai-gebeurtenis, is het mogelijk gebleken een verband te leggen
   met een geluidmaat die uitsluitend op die gebeurtenis betrekking heeft, zoals de
   SEL-waarde. Dit betekent dat waarnemingsniveaus en blootstelling-effectrelaties voor
   deze effecten niet beschikbaar zijn in een vorm die geschikt is voor het schatten van de
19 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre> Tabel S4 Slaapverstoring.
 Classificatie van de bewijskracht van het bestaan van een oorzakelijk verband tussen geluid en effect, alsmede gegevens
 over waarnemingsniveaus.
 effect                            bewijskracht          waarnemingsdrempel
                                                         populatie              situatie               waarde in dB(A)1
 verandering in:
 slaappatroon                      voldoende             volwassenen            slaap
 ontwaken                          voldoende             volwassenen            slaap                  SEL: 60
 slaapstadia                       voldoende             volwassenen            slaap                  SEL: 35
 subjectieve slaapkwaliteit        voldoende             volwassenen            slaap: verkeer         LAeq,nacht: 40
 hartslag                          voldoende             volwassenen            slaap                  SEL: 40
 hormonale systeem                 beperkt               volwassenen            slaap
 immuunsysteem                     gebrekkig             volwassenen            slaap
 humeur volgende dag               voldoende             volwassenen            slaap                  LAeq,nacht: <60
 prestaties volgende dag           beperkt               volwassenen            slaap
 Geschat aantal betrokken personen in Nederland in 1993.
 effect                                                  populatie              situatie               klasse
 verminderde slaapkwaliteit                              volwassenen            slaap                  7?
 a
      SEL-waarden binnenhuis gemeten, LAeq,nacht-waarden buitenshuis.
               omvang van die effecten in de Nederlandse bevolking. Dit geldt, behalve voor
               ontwaakreacties, ook voor veranderingen van slaapstadium en hartslag.
                    Slechts voor vliegtuiglawaai is een verband aangetoond tussen het equivalente
               geluidniveau gedurende de nacht en het aantal ontwaakreacties en veranderingen van
               slaapstadium. Mede op basis van gegevens over nachtelijke equivalente geluidniveaus in
               de omgeving van Schiphol kon, uitsluitend voor die situatie, de omvang worden geschat
               van de populatie die de kans loopt op ontwaakreacties en veranderingen van slaapsta-
               dium door geluid. Omdat het hier gaat om een vermoedelijk zeer beperkt deel van alle
               slaapverstoringen in de gehele Nederlandse bevolking, kunnen slechts zeer globale
               schattingen aangaande slaapverstoring worden gepresenteerd.
               Beïnvloeding van het prestatievermogen
               Kinderen die op school blootstaan aan zeer hoge niveaus van vliegtuig- of wegverkeers-
               lawaai zijn minder goed in staat om cognitieve taken te verrichten. Aangetoond is dat zij
               gemakkelijker worden afgeleid en meer fouten maken als ze op school blootstaan aan
               equivalente geluidniveaus hoger dan 70 dB(A), gemeten buiten het schoolgebouw. De
20             Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>   gegevens zijn ontoereikend voor het vaststellen van een waarnemingsniveau of van
   blootstelling-effectrelaties.
        Geluid kan, als het maar sterk genoeg is, het spreken onverstaanbaar maken, de
   communicatie bemoeilijken, het sociale gedrag negatief beïnvloeden en het concentratie -
   vermogen aantasten. Als een taak auditieve opdrachten omvat, en als geluid die
   auditieve elementen stoort, dan zal dit laatste gevolgen hebben voor de vervulling van
   die taak.
        Er zijn slechts beperkte aanwijzingen voor het bestaan van een oorzakelijk verband
   bij volwassenen tussen blootstelling aan geluid in het dagelijks leven en een verminderd
   vermogen om cognitieve opdrachten uit te voeren die niet gepaard gaan met auditieve
   signalen. Maar in laboratoriumonderzoek met proefpersonen zijn wel significante acute
   effecten op het prestatievermogen aangetoond.
   Combinaties van blootstellingen aan geluid
   Een van de belangrijkste lacunes in het onderzoek naar de effecten van geluid op
   mensen is het ontbreken van een geïntegreerde benadering waarin alle blootstellingen
   gedurende het etmaal en hun gevolgen gezamenlijk worden beschouwd. Slechts voor
   gehoorverlies en hinder zijn gegevens beschikbaar die de vaststelling van het effect van
   een combinatie van blootstellingen mogelijk maken. Voor gehoorverlies door lawaai is
   gebleken dat het mogelijk is het effect van blootstelling aan geluid van verscheidene
   bronnen te schatten op basis van het equivalente geluidniveau over de hele blootstel-
   lingsperiode. Voor de hinder die veroorzaakt wordt door twee of meer gelijktijdig en in
   dezelfde situatie optredende bronnen van omgevingsgeluid bestaat een
   berekeningsmethode.
        Aangetoond is dat blootstelling aan hoge geluidniveaus op de werkplek de kans op
   ischemische hartziekten door blootstelling aan geluid van wegverkeer in de woonomge-
   ving verhoogt. De beschikbare gegevens bieden echter geen mogelijkheden om conclu-
   sies te formuleren over het gecombineerde effect in andere situaties.
   Interactie van geluid met andere agentia
   Er is slechts weinig epidemiologisch onderzoek gedaan naar de effecten van gecombi-
   neerde blootstelling aan geluid en andere fysische of chemische agentia. Het meeste
   onderzoek op dit gebied is verricht in het laboratorium, met proefpersonen of proefdie -
   ren. De beschikbare epidemiologische gegevens hebben voornamelijk betrekking op
   effecten op het gehoor. Dergelijke effecten zijn onderzocht voor gecombineerde bloot-
   stelling aan industrie-lawaai op de werkplek en één van de volgende industriële agentia:
   koolmonoxyde, oplosmiddelen, zware metalen en trillingen in hetzij handen en armen,
21 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>   hetzij het hele lichaam. Het aantal verrichte onderzoeken is, evenals de omvang van de
   onderzochte groepen personen, te gering om conclusies te kunnen trekken over effecten
   van interacties.
   Karakterisering van blootstelling aan geluid met één geluidmaat
   Voor alle gezondheidseffecten van geluid, uitgezonderd sommige aspecten van slaap-
   verstoring, zijn in dit advies de waarnemingsniveaus en de blootstelling-effectrelaties
   uitgedrukt in termen van equivalente geluidniveaus voor een bepaalde representatieve
   periode gedurende een etmaal. De keuze van die periode hangt echter af van het
   betreffende effect. Gezien het ontbreken van een algemeen geldige relatie tussen
   equivalente geluidniveaus voor verschillende periodes, is de commissie niet in staat om
   één enkele geluidmaat aan te geven die representatief is voor 24-uursblootstelling van
   populaties en waaruit zonder nadere specificaties alle gezondheidseffecten van geluid af
   te leiden zijn. De commissie is van oordeel dat kwantificering van het effect slaapver-
   storing moet berusten op een geluidmaat die uitsluitend betrekking heeft op nachtelijke
   blootstelling.
   Slotconclusie
   De commissie concludeert dat thans in Nederland hinder door geluid in de woonomge-
   ving en op de werkplek, gehoorverlies door geluid op de werkplek, en slaapverstoring
   door geluid in de woonomgeving de belangrijkste gevolgen zijn van blootstelling aan
   geluid.
        Gehoorverlies door geluid op de werkplek is te voorkomen via naleving van
   bestaande wettelijke voorschriften ter zake. Voor blootstelling aan geluid in de vrije tijd
   ontbreken dergelijke voorschriften. Te verwachten is daarom dat die blootstelling in de
   toekomst van meer belang zal zijn voor de kwaliteit van het gehoor van mensen dan
   blootstelling aan geluid tijdens het werk.
        De meeste andere gevolgen van blootstelling aan geluid, zoals ischemische hartaan-
   doeningen, hypertensie en opname in psychiatrische ziekenhuizen, treden pas op bij
   betrekkelijk hoge geluidniveaus. Het lijkt mogelijk ze te voorkomen door het inachtne-
   men van bestaande wettelijke grenswaarden, in zowel de woon- als de werkomgeving.
22 Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 1
          Lawaai als een
          volksgezondheidsprobleem
1.1       Inleiding
          Geluid is in onze geïndustrialiseerde en gemotoriseerde wereld alom aanwezig. Het
          heeft een aantal unieke fysische eigenschappen en zowel onmiddellijke als op den duur
          optredende negatieve gevolgen voor de gezondheid van mensen, onder meer gehoorver-
          lies, hart- en vaatziekten en hinder.
               In Nederland zijn, evenals in andere landen, voorschriften uitgevaardigd en maatre-
          gelen genomen om de blootstelling van de bevolking aan geluid te beperken. De
          Gezondheidsraad heeft beleidsbijdragen geleverd door de Nederlandse regering te
          voorzien van de nodige wetenschappelijke gegevens (GR71). In het voorliggende advies
          geeft de Raad opnieuw een overzicht van de kennis aangaande de gezondheidseffecten
          van geluid, alsmede schattingen van de mate waarin die effecten zich in de Nederlandse
          bevolking voordoen. Het advies bevat antwoorden op vragen die gesteld zijn door de
          ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale
          Zaken en Werkgelegenheid, en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.
1.2       Achtergrond
1.2.1     Het advies van de Gezondheidsraad uit 1971 en de Wet geluidhinder
          In 1971 heeft de Gezondheidsraad de Nederlandse regering geadviseerd over maatre-
          gelen om geluidhinder tegen te gaan en de produktie van geluid te beperken teneinde de
23        Lawaai als een volksgezondheidsprobleem
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>      gezondheid te beschermen, alsmede over wetgeving met betrekking tot ongewenste
      gezondheidseffecten van geluid, zoals geluidhinder (GR71). In 1980 is de Wet geluidhin-
      der in werking getreden. Deze wet heeft zowel betrekking op hinder als op gezond-
      heidsschade en zij biedt een kader voor maatregelen in de sfeer van de volksgezondheid
      die betrekking hebben op blootstelling aan geluid in de woonomgeving. Maar noch de
      Wet geluidhinder noch daarop gebaseerde regelgeving bevat bepalingen ter zake van
      vliegtuiglawaai. Maatregelen ter bescherming van mensen tegen vliegtuiglawaai zijn
      neergelegd in het Besluit geluidbelasting grote luchtvaartterreinen. Dit besluit is
      gebaseerd op de Luchtvaartwet.
           In het in 1971 door de Gezondheidsraad uitgebrachte advies zijn zes gezondheidsef-
      fecten van geluid geïdentificeerd: gehoorverlies, hinder, slaap- en rustverstoring, effec-
      ten op het centrale zenuwstelsel, communicatie-verstoring en beïnvloeding van het
      prestatievermogen. Het advies bevat slechts voor gehoorverlies door geluid op de
      werkplek informatie over blootstelling-effectrelaties: als veilige grens noemt het een
      geluidniveau van 80 dB(A).**
           Voor woonomgevingsgeluid zijn, volgens het advies, de maximaal aanvaardbare
      geluidniveaus***:
      P voor geluidgevoelige objecten: 35 dB(A)
      P voor woonwijken: 40 dB(A)
      P voor industrieterreinen: 55 dB(A)
      P voor gebieden met snelwegverkeer: afhankelijk van de lokale situatie.
      In 1973 heeft de commissie die het advies van 1971 opstelde de criteria voor blootstel-
      ling aan vliegtuiglawaai geëvalueerd. In reactie op de mening van de regeringscommis-
      sie Vliegtuiglawaai, die 40 Kosteneenheden (zie bijlage C) aanvaardbaar achtte als de
      maximale geluidbelasting in de woonomgeving, stelde bedoelde commissie dat ernstige
      hinder al vanaf 15 tot 20 Ke zou optreden. De commissie gaf echter toe dat het niet
      altijd mogelijk of gemakkelijk zou zijn de blootstelling aan lawaai te reduceren tot minder
      dan 20 of zelfs 15 Ke.
1.2.2 Andere publikaties van de Gezondheidsraad
      In de afgelopen jaren heeft de Gezondheidsraad vier documenten gepubliceerd die met
      het onderwerp van het voorliggende advies verband houden:
      P een achtergrondstudie over lawaai en het gehoor van jongeren (Pas89b)
**    De geluidmaat is niet gespecificeerd; vermoedelijk gaat het om het equivalente geluidniveau gedurende de werkdag. Zie,
      voor definities, bijlage C en, voor een omschrijving, paragraaf 2.2.
***   Ook deze geluidmaten zijn niet gespecificeerd.
24    Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>      P     een achtergrondstudie over vliegtuiglawaai, slaap en gezondheid (Hof91)
      P     een advies over slaapverstoring door nachtelijk vliegtuiglawaai (GR91)
      P     een achtergrondstudie over stress en gezondheid (GR92).
      Met de in de genoemde publikaties gepresenteerde gegevens is in het voorliggende
      advies rekening gehouden.
1.2.3 Overige regelgeving in Nederland en in de Europese Unie
      Sinds de verschijning van het in 1971 door de Gezondheidsraad uitgebrachte advies zijn,
      in aanvulling op de Wet geluidhinder en de daarop gebaseerde besluiten, diverse
      voorschriften uitgevaardigd ter bescherming van mensen tegen blootstelling aan lawaai.
      Lawaai op de werkplek kwam aan de orde in de Arbeidsomstandighedenwet en in
      specifieke bepalingen opgenomen in algemene maatregelen van bestuur. Hoewel de
      genoemde Arbo-wet betrekking heeft op alle ongewenste gevolgen van omstandigheden
      op de werkplek, bevatten de op die wet gebaseerde besluiten - voorzover het om geluid
      gaat - uitsluitend voorschriften ter preventie van gehoorverlies. Andere gezondheidsef-
      fecten van blootstelling aan geluid op de werkplek komen daarin niet aan de orde.
            Op Europees niveau geeft Richtlijn 86/188/EEG voorschriften ter bescherming van
      het gehoor tegen lawaai op de werkplek, terwijl Richtlijn 89/392/EEG veiligheidsvoor-
      schriften bevat ter zake van lawaai afkomstig van machines en andere technische
      installaties.
            In december 1992 heeft de Europese Commissie aan de Europese Ministerraad een
      voorstel gedaan voor een richtlijn voor minimum-eisen inzake veiligheid en gezondheid in
      geval van blootstelling van werkers aan fysische agentia (lawaai inbegrepen). Voorzo-
      ver het gaat om lawaai, hebben de voorgestelde bepalingen uitsluitend betrekking op
      gehoorverlies. In de ontwerp-richtlijn luidt het:
      Met betrekking tot het probleem van niet-auditieve effecten van lawaai (variërend van fysiologische
      aandoeningen tot bemoeilijking van de correcte uitvoering van opdrachten die oplettendheid en concentratie
      vergen) meent de Commissie dat er onvoldoende kennis is om een kwantitatieve beperking van de blootstel-
      ling (die niveaus tot ver beneden 75 dB(A) zou inhouden) te rechtvaardigen; bovendien dient men, zonder
      de niet-auditieve effecten te willen bagatelliseren, te erkennen dat zij dikwijls in sociaal opzicht minder
      belangrijk zijn dan het uit gehoorverlies resulterende isolement en dat men al gauw een punt bereikt waarop
      de winstgevendheid van een beroepsactiviteit in aanmerking moet worden genomen.
      Zoals gezegd, zijn voorschriften ter zake van woonomgevingsgeluid neergelegd in de
      Wet geluidhinder en in het op de Luchtvaartwet gebaseerde Besluit geluidbelasting
      grote luchtvaartterreinen. Genoemd besluit is geamendeerd met het oog op
25    Lawaai als een volksgezondheidsprobleem
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>      nachtvluchten naar en vanaf het vliegveld Maastricht. Ten tijde van de verschijning van
      het voorliggend advies zijn wettelijke bepalingen inzake nachtvluchten naar en vanaf alle
      grote vliegvelden door het parlement aanvaard.
           Gelijktijdig met de verscherping van regelgeving zijn belangrijke verbeteringen
      opgetreden in de elektronische apparatuur voor het meten van geluid en van blootstelling
      aan geluid. De Internationale Standaardisatie Organisatie (ISO) heeft internationaal
      aanvaarde standaarden gepubliceerd voor meetmethoden voor geluid afkomstig van
      uiteenlopende machine-types en installaties. Veel van deze documenten zullen overge-
      nomen worden door de Europese Standaardisatie Commissie (CEN) en aansluitend
      Nederlandse Standaarden (NEN) worden.
1.3   Werkwijze van de commissie
1.3.1 Achtergrondstudie
      Het onderwerp ‘Geluid en gezondheid’ is in het werkprogramma van de Gezondheids-
      raad opgenomen na overleg met de Ministeries van WVC, VROM en SZW. Er is met
      deze ministeries van gedachten gewisseld over de hoofdlijnen van een adviesaanvraag
      over geluid en gezondheid. Vervolgens heeft de voorzitter van de Gezondheidsraad, als
      eerste stap, een opdracht voor het verrichten van een achtergrondstudie verleend aan
      mevrouw W Passchier-Vermeer van het Nederlands Instituut voor Preventieve
      Gezondheidszorg TNO****. Een concept-tekst van die achtergrondstudie kwam gereed
      in april 1993; de definitieve tekst in het Nederlands en het Engels volgde in december
      van hetzelfde jaar (Pas93a, Pas93b).
1.3.2 De Commissie Geluid en gezondheid
      De voorzitter van de Gezondheidsraad heeft deskundigen uit binnen- en buitenland
      gevraagd zitting te nemen in de door hem te installeren Commissie Geluid en
      gezondheid. Deze commissie is gevraagd de bevindingen van de achtergrondstudie te
      evalueren en de vragen van de ministers te beantwoorden.
           In eerste instantie zijn de leden van de commissie geïnterviewd door de beide secre-
      tarissen. Een op die interviews gebaseerde concept-tekst voor het advies is besproken
      in een plenaire vergadering van de commissie, gehouden in Leiden op 30 juni en 1 juli
      1993. Vervolgens is via correspondentie met de leden de definitieve adviestekst
      vastgesteld.
           In bijlage B is de samenstelling van de commissie weergegeven.
****  thans: TNO Preventie en Gezondheid
26    Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>1.3.3 De adviesaanvraag
      Op 17 mei 1994 heeft de minister van WVC, mede namens de bewindslieden van
      VROM en SZW de adviesaanvraag schriftelijk aan de Gezondheidsraad voorgelegd.
      De daarin vervatte vragen zijn:
      1 Wat zijn de te verwachten gezondheidsaspecten bij blootstelling aan verschillende
           geluidniveaus?
      2 Wat is de omvang van de verwachten effecten in de Nederlandse bevolking?
      3 Welke gezondheidskundige grenswaarden kunnen op basis van deze gegevens
           geformuleerd worden?
      4 In welke mate bestaat er internationaal overeenstemming over deze aspecten en in
           hoeverre werkt dit door naar de normstelling?
      Bijlage A bevat de volledige tekst van de adviesaanvraag.
1.4   Opzet van het advies
      In hoofdstuk 3 beziet de commissie de beschikbare gegevens over de gezondheidseffec-
      ten van blootstelling aan geluid. Epidemiologisch onderzoek krijgt daarbij bijzondere
      aandacht. Waar mogelijk presenteert de commissie blootstelling-effectrelaties alsmede
      geluidniveaus waarboven een effect begint op te treden in een doorsneepopulatie. Ook
      worden gevoelige groepen geïdentificeerd. De al genoemde achtergrondstudie (Pas93a,
      Pas93b) is als basis voor dit hoofdstuk gekozen. Expliciete verwijzingen naar die achter-
      grondstudie zijn in de tekst echter achterwege gelaten. Publikaties van cruciaal belang,
      zijn wel genoemd. Geïnteresseerden in andere verwante publikaties worden verwezen
      naar de literatuurlijst van de achtergrondstudie.
           Aan hoofdstuk 3 gaat een discussie vooraf over het begrip ‘gezondheid’, alsmede
      een overzicht van geluidmaten die gangbaar zijn voor het leggen van verbanden tussen
      blootstelling aan en gezondheidseffecten van geluid.
           In hoofdstuk 4 bespreekt de commissie trends in de omvang van de blootstelling aan
      geluid in Nederland. Dat hoofdstuk bevat ook schattingen van de mate waarin zich anno
      1993 effecten hebben voorgedaan in de Nederlandse bevolking.
           Hoofdstuk 5, ten slotte, bevat de expliciete antwoorden van de commissie op de
      vragen van de ministers.
           Bijlage A bevat de tekst van de adviesaanvraag, bijlage B de ledenlijst van de
      commissie, bijlage C definities van begrippen en technische termen.
27    Lawaai als een volksgezondheidsprobleem
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>28 Geluid en gezondheid</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 2
          Gezondheid en blootstelling aan geluid
2.1       Gezondheid
          Definitie
          Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is gezondheid een toestand van volledig
          fysiek, mentaal en sociaal welbevinden en niet alleen maar de afwezigheid van ziekte of
          gebrek. Omdat deze definitie in deze vorm niet bruikbaar is om normen te stellen en
          maatregelen te ontwerpen met betrekking tot de individuele en de collectieve gezond-
          heid, heeft de Commissie Luchtkwaliteit van de Gezondheidsraad gezondheid gedefini-
          eerd als een dynamische toestand van het organisme dat zowel fysiek als mentaal goed
          functioneert naar eigen wens en ook naar de mening van artsen, in aanmerking
          genomen de leeftijd en het geslacht van het individu, de algemene toestand van de
          bevolking waartoe het individu behoort, alsmede het actuele niveau van wetenschap en
          technologie en de daarop gebaseerde doelen van de gezondheidszorg en het volksge-
          zondheidsbeleid, evenals de opvattingen en de culturele patronen van de samenleving
          (GR77). Volgens deze definitie is gezondheid geen objectief begrip. Ook individuele en
          maatschappelijke opvattingen bepalen wat onder een goede of slechte gezondheid te
          verstaan is. De definitie houdt ook in dat niet alleen klinische verschijnselen indicaties
          zijn van een slechte staat van gezondheid, maar dat ook hinder van belang is.
29        Gezondheid en blootstelling aan geluid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>    Factoren
    Er zijn verscheidende modellen ontwikkeld voor het beschrijven van de staat van
    gezondheid. Figuur 2.1 geeft een voorbeeld (RIV93c). Volgens de Canadese minister
    Lalonde (Lal74) wordt de gezondheidstoestand van een individu of van een bevolking
    bepaald door exogene factoren, endogene factoren en het volksgezondheidsbeleid. Deze
    factoren zijn niet onafhankelijk van elkaar. De leefstijl bijvoorbeeld, zal invloed hebben
    op de blootstelling aan milieufactoren en afhangen van de sociale omgeving. De gezond-
    heidsgevolgen van blootstelling aan fysische agentia hangen af van iemands gevoelig-
    heid en dus van erfelijke of verworven eigenschappen.
         Dit advies gaat over de invloed van blootstelling aan geluid op de gezondheid. In
    figuur 2.1 is blootstelling aan geluid één van de fysische factoren. Figuur 2.2 (in gewij-
    zigde vorm ontleend aan Bie89a, Bie89b) beschrijft een model waarin gezondheid meer
    specifiek is gerelateerd aan blootstelling aan geluid. De oorzaak-gevolgketen is in drieën
    verdeeld: de blootstelling, de verwerking door het organisme, de gezondheidseffecten.
    De blootstelling van geluid hangt af van zogeheten determinanten. Voorbeelden zijn
    dubbele beglazing voor blootstelling binnenshuis, of het aantal nachtvluchten in geval van
    vliegtuiglawaai. Het organisme ervaart de blootstelling en zal trachten zich te verdedi-
    gen. De wijze van ervaring van de blootstelling wordt door verscheidene factoren
    bepaald, onder meer vertrouwdheid met het geluid, de relatie tussen het individu of zijn
    leefgemeenschap en de geluidbron, en de mate waarin het geluid persoonlijke bezighe-
    den beïnvloedt. Het laatste deel van de keten is de invloed op de gezondheidstoestand.
    Endogene factoren zullen de waarschijnlijkheid en de ernst van het effect bepalen.
         Het model suggereert dat blootstelling aan geluid op zichzelf een gezondheidsdeter-
    minant is. Niettemin is, wanneer de blootstelling sterk gekoppeld is aan andere externe
    factoren, de combinatie van de blootstelling met stressoren die met die andere factoren
    samenhangen, relevant. Hinder van snelverkeer is een voorbeeld. Trillingen en lichtver-
    schijnselen (’s nachts) kunnen naast geluid bijdragen aan die hinder leveren. Het is
    moeilijk om de effecten van deze drie factoren van elkaar te onderscheiden.
2.2 Karakterisering van blootstelling aan geluid
    Zowel in nationale en internationale regelgeving en standaarden als in de wetenschap-
    pelijke literatuur vindt men een grote diversiteit van maten voor blootstelling aan geluid.
    In dit advies zullen de maten worden besproken die voor de gezondheidseffecten van
    geluid het meest relevant zijn, inbegrepen de maten die in de Nederlandse wetgeving
    een rol spelen (Wet geluidhinder en Luchtvaartwet). Definities vindt men in bijlage C.
30  Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                   omgevings-                   erfelijke
                                                                          preventie
                      factoren                 factoren
                                              verworven               gezondheids-
                       leefstijl
                                            eigenschappen               voorlichting
                       sociale                                        gezondheids-
                     omgeving                                                 zorg
                      exogene                  endogene                volksgezond-
                      factoren                  factoren                heidsbeleid
                                gezondheidstoestand
   Figuur 2.1 Model van factoren die de gezondheidstoestand bepalen.
       Geluid kan worden gekarakteriseerd met de frequentie en het niveau. De frequentie
   wordt uitgedrukt in hertz (Hz). Een aan de frequentie gerelateerd subjectief kenmerk
   van geluid is de toonhoogte.
       Het geluiddrukniveau van een geluid drukt men uit in decibel (dB). Gewoonlijk
   wordt hiervoor het symbool L gebruikt. Het subjectieve kenmerk is luidheid.
       Het A-gewogen geluiddrukniveau (uitgedrukt in dB(A)), meestal kortweg geluidni-
   veau genoemd, speelt een rol in een aantal voorschriften. De letter A duidt aan dat de
                modificerende                modificerende                  modificerende
                    factoren                    factoren                        factoren
                                               verwerking
                 blootstelling                                               effect op de
                                                door het
                  aan geluid                                                  gezondheid
                                               organisme
   Figuur 2.2 Model voor het verband tussen blootstelling aan geluid en effecten op de gezondheid.
31 Gezondheid en blootstelling aan geluid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>         gevoeligheid van het menselijke gehoor voor de frequentie in aanmerking is genomen.
         Het A-gewogen geluiddrukniveau is rechtstreeks te meten met een geluidmeter met
         ingeschakeld A-filter.
              Voor de karakterisering van geïsoleerde geluidgebeurtenissen worden maten
         gebruikt zoals het maximale geluidniveau (LA, max), het piekniveau (Lpeak) en het geluid-
         blootstellingsniveau (SEL: sound exposure level, of LAx).
              Voor de meeste doeleinden worden maten gebruikt die maatgevend zijn voor
         langere blootstellingstijden. Zo’n maat is het equivalente geluidniveau gedurende een
         periode T*****, symbool LAeq,T; hierin zijn alle geluidniveaus gedurende die periode
         verdisconteerd.
              Voor blootstelling aan lawaai op de werkplek en in de woonomgeving bepaalt men
         equivalente geluidniveaus gedurende dagdelen of etmalen. De grootheid LEX,occ vindt
         toepassing voor blootstelling op de werkplek. Deze grootheid is afgeleid van het equiva-
         lente geluidniveau gedurende een doorsneewerkdag waarbij de duur van de werkdag op
         acht uur gesteld is.
              Voor blootstelling in de woonomgeving kan men uit LAeq-waarden voor specifieke
         gedeelten van een etmaal een gewogen combinatie construeren met extra gewichten
         voor waarden die ’s avonds en ’s nachts optreden. De Wet geluidhinder specificeert
         blootstelling aan geluid in de woonomgeving met de Letm- waarde******. Letm is de
         grootste van de volgende drie waarden : LAeq, 07-19h, LAeq, 19-23 h +5 en LAeq, 23-07h +10. In
         andere landen gebruikt men Ldn******* als maat voor blootstelling aan lawaai in de
         woonomgeving.
              In Nederland wordt de blootstelling aan luchtverkeerslawaai gewoonlijk uitgedrukt
         in de grootheid B in Kosteneenheden (Ke). B wordt bepaald door de maximale geluidni-
         veaus van overvliegende vliegtuigen, het aantal vluchten en uiteenlopende straffactoren
         voor avondlijke en nachtelijke vluchten. Blootstelling aan geluid van de kleine luchtvaart
         drukt men uit in de grootheid BKL in dB(A)********. Voor nachtelijk luchtverkeersla -
         waai rond grote vliegvelden zijn in Nederland wettelijke voorschriften in voorbereiding.
         In die voorschriften wordt de blootstelling aan dat lawaai gedurende de nacht uitgedrukt
         in het equivalente geluidniveau gedurende zeven uur gelegen in de periode van 23.00 tot
         07.00 uur, binnenshuis gemeten en op jaarbasis bepaald (WNN93).
*****    Het equivalente geluidniveau is per definitie iets anders dan het gemiddelde van de geluidniveaus gedurende de periode T,
         omdat de hogere niveaus meer gewicht krijgen dan de lagere; zie bijlage C.
******   ‘etm’ is de afkorting van ‘etmaal’. Volgens de Wet geluidhinder is de waarnemingsperiode voor de bepaling van de etmaal-
         waarde één jaar.
*******  ‘dn’ is de afkorting van day/night (dag/nacht); respectievelijk 07-22 uur en 22-07 uur.
******** ‘BKL’ staat voor ‘Belasting Kleine Luchtvaart’.
32       Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>          Gewoonlijk is er wel een zeker verband tussen de diverse geluidmaten. Het verband
          hangt echter van de omstandigheden af (Mie92). Bijvoorbeeld: voor wegverkeerslawaai
          is het verschil tussen Ldn en Letm meestal ongeveer 3 dB(A) (Letm ≈ Ldn +3). Het verschil
          tussen het equivalente geluidniveau gedurende een etmaal en Letm is voor wegverkeer-
          slawaai doorgaans circa 5 dB(A) (Letm ≈ LAeq, 24h +5).
               Rond vliegvelden voor de burgerluchtvaart hangt de relatie tussen B en Letm in
          eerste instantie af van de verdeling van de geluidgebeurtenissen overdag, ’s avonds en
          ’s nachts. In geval van een verdeling********* 80% overdag, 15% ‘s avonds en 5%
          ‘s nachts is, voor B-waarden van ten minste ongeveer 30 Ke, Letm (in dB(A)) ongeveer
          gelijk aan 0,5B+45.
2.3       De beoordeling van gezondheidseffecten van blootstelling aan geluid
          Gegevens over de invloed van milieufactoren op de gezondheid worden verkregen via
          epidemiologisch onderzoek en uit experimenteel onderzoek bij mensen of dieren. Voor
          blootstelling aan geluid is het dierexperimenteel onderzoek schaars en de uitkomsten
          ervan zijn lastig te extrapoleren naar de mens. Op één uitzondering na, verband
          houdende met de gevoeligheid van kinderen voor gehoorverlies door lawaai, spelen
          resultaten van onderzoek met proefdieren geen rol in dit advies. De commissie is er zich
          wel van bewust dat dierproeven belangrijke aanwijzingen hebben gegeven met betrek-
          king tot de achterliggende biologische mechanismen.
          Bewijskracht voor het bestaan van oorzakelijke verbanden
          De International Agency for Research on Cancer hanteert vier categorieën voor de
          bewijskracht inzake kankerverwekkende eigenschappen van agentia (IARC87). Bij
          haar beoordeling van de wetenschappelijke gegevens over gezondheidseffecten van
          blootstelling aan geluid volgt de huidige commissie hetzelfde schema. De vier catego-
          rieën zijn:
          P Voldoende bewijs voor het bestaan van een oorzakelijk verband betekent dat
               zo’n verband is aangetoond. Dit houdt in dat een verband tussen blootstelling aan
               geluid en bepaalde gezondheidseffecten is waargenomen in onderzoekingen waarin,
               redelijkerwijs gesproken, de rol van het toeval alsmede systematische fouten en
               verstorende variabelen waren geneutraliseerd.
          P Beperkte bewijskracht voor het bestaan van een oorzakelijk verband wil
               zeggen dat een samenhang tussen blootstelling aan geluid en een gezondheidseffect
               is gevonden waarvoor, naar de mening van de commissie een
********* Deze verdeling gold voor de Luchthaven Schiphol in 1992.
33        Gezondheid en blootstelling aan geluid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>        oorzakelijkheidsinterpretatie plausibel is hoewel de rol van het toeval of systemati-
        sche fouten en verstorende variabelen niet afdoende is uit te sluiten.
   P    Gebrekkige bewijskracht voor het bestaan van een oorzakelijk verband
        betekent dat het verrichte onderzoek kwalitatief tekortschiet, ook met betrekking tot
        de consistentie en het statistisch onderscheidingsvermogen, om er conclusies aan te
        verbinden over de aan- of afwezigheid van een oorzakelijk verband.
   P    Bewijskracht voor het ontbreken van een oorzakelijk verband: er zijn diverse
        adequate onderzoekingen over het hele blootstellingsbereik gedaan die in onderlinge
        overeenstemming geen aanwijzingen hebben opgeleverd voor het bestaan van een
        positief verband tussen blootstelling en effect bij enig niveau van blootstelling.
   In hoofdstuk 3 zal de commissie, afzonderlijk voor elk beschouwd effect, aangeven of
   zij de beschikbare bewijskracht voor het bestaan van een oorzakelijk verband
   beschouwt als voldoende, beperkt of gebrekkig, dan wel als een aanwijzing dat zo’n
   verband niet bestaat.
   Hill (Hil65) en Doll (Dol85) hebben criteria opgesteld voor de beoordeling van de resul-
   taten van epidemiologisch onderzoek en voor het taxeren van de bewijskracht voor
   oorzakelijke verbanden. De belangrijkste van die criteria zijn:
   P Consistentie van de samenhang. De samenhang moet in alle of in de meeste
        onderzoeken zijn gebleken.
   P Kracht van het verband. Hoe krachtiger het effect van een milieufactor zich
        voordoet, des te waarschijnlijker is het bestaan van een oorzakelijk verband.
   P Blootstelling-effectrelatie. Wil er sprake zijn van causaliteit, dan moet een veran-
        dering in blootstelling haar weerspiegeling vinden in een verandering van de
        respons.
   P Ondersteunende biologische gegevens. Het effect moet bevestigd zijn in experi-
        menteel onderzoek.
   P Volgorde van blootstelling en respons. In de tijd gezien moet de blootstelling aan
        de respons voorafgaan of tegelijk ermee plaatsvinden.
   P Plausibiliteit. Er moet een biofysische en biochemische theoretische verklaring zijn
        voor het mechanisme.
   De commissie heeft deze criteria in aanmerking genomen bij het taxeren van de bewijs-
   kracht voor het bestaan van een oorzakelijk verband tussen blootstelling aan geluid en
   gezondheidseffect. Specifieke verwijzingen naar die criteria heeft zij echter in dit advies
   achterwege gelaten.
34 Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>   Blootstelling-effectrelatie
   Zodra blijkt dat een bepaald gezondheidseffect causaal in verband te brengen is met
   blootstelling aan geluid, is de aard van de blootstelling-responsrelatie van belang. Die
   relatie zal van een aantal factoren afhangen, onder meer van het biologisch
   mechanisme, de individuele gevoeligheid en modificerende factoren (zie figuren 2.1 en
   2.2). De commissie zal haar beoordeling van de gegevens over blootstelling-effectrela -
   ties op de volgende wijze naar voren brengen:
   P Blootstelling-effectrelaties. Bij beschikbaarheid van uitgebreide en betrouwbare
        informatie uit epidemiologisch onderzoek is het mogelijk de blootstelling-responsrela -
        tie in kwantitatieve termen weer te geven. In die gevallen zal de commissie de ter
        zake dienende literatuurreferenties vermelden.
   P Waarnemingsniveau. De commissie definieert het waarnemingsniveau als de
        laagste waarde van de blootstelling waarvoor, gemiddeld gesproken, in epidemiolo-
        gisch onderzoek een gezondheidseffect van geluid is aangetoond. Als voor een
        bepaald effect een blootstelling-effectfunctie is afgeleid, bijvoorbeeld voor gehoor-
        verlies door lawaai, dan zal het waarnemingsniveau aan die functie worden
        ontleend. Voor de bepaling van de waarnemingsniveaus voor de diverse gezond-
        heidseffecten van geluid heeft de commissie gebruik gemaakt van de informatie die
        vervat is in de achtergrondstudie (Pas93a, Pas93b).
   P Gevoelige groepen. Bepaalde (groepen van) individuen kunnen gevoeliger zijn
        voor blootstelling aan geluid dan ‘gemiddelde’ personen. De commissie zal aange-
        ven in hoeverre gegevens over verhoogde gevoeligheid bestaan, voor welke perso-
        nen die gegevens geldig zijn en, waar mogelijk, hoe groot die extra gevoeligheid is.
   In dit advies worden waarnemingsniveaus gebruikt bij de beoordeling van gezondheids-
   effecten van geluid. Voor andere milieufactoren hanteert men gewoonlijk andere
   begrippen, zoals gezondheidkundige advieswaarden. In het slothoofdstuk van dit advies
   zal dit aspect nog nader aan de orde komen. Om duidelijk te maken hoe in dit advies
   waarnemingsniveaus zijn afgeleid, kan het volgende voorbeeld dienen. In tabel 4.7 van
   de achtergrondstudie (Pas93a, Pas93b) zijn de uitkomsten van epidemiologisch onder-
   zoek naar de invloed van wegverkeerslawaai op de prevalentie van ischemische
   hartaandoeningen gepresenteerd in termen van het relatieve risico. Voor de diverse
   subpopulaties zijn de gemiddelde relatieve risico’s, ten opzichte van blootstelling aan
   equivalente geluidniveaus lager dan 60 dB(A) (tussen 06.00 - 22.00 uur), respectievelijk
   1,02 en 1,01 bij blootstelling aan respectievelijk 60 tot 65 dB(A) en 65 tot 70 dB(A).
   Blootstelling aan verkeerslawaai met equivalente geluidniveaus van meer dan 70 dB(A)
   tussen 06.00 en 22.00 uur bleek te leiden tot een gemiddeld relatief risico van 1,5. Uit
   deze gegevens heeft de commissie geconcludeerd dat, in het geval van
35 Gezondheid en blootstelling aan geluid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>   wegverkeerslawaai, het waarnemingsniveau voor ischemische hartaandoeningen 70
   dB(A) is.
36 Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 3
          Gezondheidseffecten van geluid
3.1       Gehoorverlies door lawaai
3.1.1     Blootstelling aan lawaai op de werkplek
          Relaties tussen blootstelling aan en gehoorverlies door lawaai
          De tweede editie van ISO 1999 ‘Akoestiek - Bepaling van blootstelling aan geluid op de
          werkplek en schatting van gehoorschade door geluid’ (ISO90) geeft een rekenmethode
          voor de bepaling van gehoordrempels bij populaties die blootstaan aan willekeurig welk
          soort lawaai (constant, intermitterend, impulsgeluid) gedurende de werkdag. De geluid-
          belasting wordt gekarakteriseerd door LEX. In het voorliggende advies wordt in plaats
          van het symbool LEX de notitie LEX.occ gehanteerd, om aan te geven dat het gaat om
          blootstelling op de werkplek. Er worden relaties gegeven tussen LEX.occ en permanente
          gehoorschade door lawaai (NIPTS: noise-induced permanent threshold shift) voor
          frequenties tussen 500 en 6000 Hz en voor blootstellingsperiodes tot 40 jaar. Deze
          relaties zijn uitgedrukt in statistische termen (mediane waarden van NIPTS en ook
          waarden overschreden door 5 en 95% van de populaties). Uit de relaties blijkt dat het
          verschijnsel NIPTS zich vooral voordoet in het hogere-frequentiegebied tussen 3000 en
          6000 Hz; het effect is het grootst bij 4000 Hz. Bij toenemend equivalent geluidniveau en
          langere blootstellingstijd, treedt gehoorverlies ook bij lagere frequenties op, vooral bij
          2000 Hz. Volgens ISO 1999 doet NIPTS zich niet voor bij aanhoudende blootstelling op
          de werkplek als de LEX,occ - waarde niet boven 75 dB(A) uitkomt.
37        Gezondheidseffecten van geluid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>                Laatstgenoemde grenswaarde is in 1980 ook door de Wereldgezondheidsorganisatie
           genoemd (WHO80). Ook de ontwerp-richtlijn over fysische agentia van de Europese
           Unie van eind 1992 noemt een LEX,occ-waarde van 75 dB(A) als zo’n grensniveau.
           Blootstelling aan impulsgeluid
           Er bestaan aanwijzingen dat tijdelijke effecten van impuls- of impactgeluid op het
           gehoor anders zijn dan die van min of meer constant geluid. Met betrekking tot NIPTS
           heeft epidemiologisch onderzoek echter geen systematische verschillen aan het licht
           gebracht (Pas89a). In het geval van schietgeluid lijkt dit uitsluitend te gelden voor
           equivalente geluidniveaus kleiner dan 85 dB(A) over een periode van acht uur; bij
           hogere niveaus kan impulsgeluid meer schade veroorzaken dan op grond van het
           equivalente geluidniveau te verwachten zou zijn (Smo82).
                Bij zeer hoge niveaus kan het gehoororgaan mechanische schade oplopen. Ter
           vermijding hiervan moeten volwassenen niet blootgesteld worden aan piekniveaus hoger
           dan 140 dB. Voor kinderen geldt wellicht een lagere waarde, maar hierover is op dit
           moment niets bekend.
           Het identificeren van gevoelige personen
           ISO 1999 laat zien dat de variatie in de gevoeligheid van mensen voor NIPTS toeneemt
           met LEX,occ; bij zeer hoge equivalente geluidniveaus is die variatie aanzienlijk. Er bestaan
           echter geen methoden om mensen met een verhoogde kans op gehoorverlies op te
           sporen vóórdat de schade aan het gehoor is ontstaan. Volgens ISO 1999 zijn mannen en
           vrouwen even gevoelig voor het ontstaan van gehoorschade door blootstelling aan
           lawaai op de werkplek.
3.1.2      Niet-beroepsmatige blootstelling aan geluid
           De in deze subparagraaf te bespreken blootstelling kent vier categorieën:
           P blootstelling aan omgevingsgeluid in de woonsituatie: verkeerslawaai, industriela -
                waai en lawaai in woonwijken, van buren etc.
           P blootstelling thuis aan lawaai van activiteiten binnens- en buitenshuis
           P blootstelling aan verkeerslawaai op weg naar en van huis, werk of school
           P blootstelling aan lawaai********** gedurende de vrije tijd.
********** inclusief muziek
38         Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>           De commissie meent dat het gerechtvaardigd is het rekenschema van ISO 1999 ook toe
           te passen op (combinaties van) de zojuist gespecificeerde niet-beroepsmatige blootstel-
           lingen aan geluid. Dit houdt in dat, ook als de blootstelling jarenlang voortduurt, geen
           NIPTS zal optreden bij lawaai met LAeq,24h-waarden lager dan 70 dB(A).
                De commissie betreurt het gebrek aan gegevens over blootstellingspatronen met
           betrekking tot niet-beroepsmatig lawaai. Dit gebrek is er de oorzaak van dat over
           gehoorverlies door niet-beroepsmatige blootstelling aan geluid slechts globale schattin-
           gen en algemene conclusies te formuleren zijn.
3.1.3      Gevoelige groepen
           Blootstelling van een zwangere vrouw aan geluid kan de gezondheid van haar ongebo-
           ren kind aantasten. Er zijn twee epidemiologische onderzoeken verricht naar de gehoor-
           scherpte van jonge kinderen waarvan de moeders gedurende de zwangerschap bloot
           hadden gestaan aan lawaai op de werkplek. Uit beide bleek een verhoogd percentage
           van kinderen met gehoorverlies in het hoge-frequentiegebied. Uit deze gegevens
           concludeert de commissie dat equivalent geluidniveaus hoger dan 85 dB(A) gedurende
           een werkdag van acht uur een negatieve invloed hebben op het gehoor van het ongebo-
           ren kind. Zij pleit voor meer onderzoek naar de vraag in hoeverre zich bij jonge kinderen
           gehoorverlies voordoet bij equivalente geluidniveaus lager dan 85 dB(A), vooral
           wanneer het gaat om laag-frequent geluid en trillingen.
                Resultaten van onderzoek met proefdieren duiden erop dat jonge kinderen gevoeli-
           ger zijn voor NIPTS dan volwassenen. In epidemiologisch onderzoek bij mensen is dit
           niet bevestigd. Volgens Spreng is voor bepaalde types van blootstelling sprake van een
           verschil van 5 dB(A) (Spr90)***********.
                Mannen met hoge cholesterolconcentraties in het bloedplasma hebben, bij blootstel-
           ling aan lawaai op de werkplek, een grotere kans op gehoorverlies dan mannen met
           normale cholesterolgehalten (Axe85a).
3.1.4      Sociale gevolgen van gehoorverlies
           Het belangrijkste sociale gevolg van gehoorschade is het onvermogen tot spraakver-
           staan onder alledaagse omstandigheden. Spraak is het voornaamste middel voor inter-
           menselijke communicatie. Daarom is aantasting van het vermogen tot spraakverstaan
           een ernstige sociale handicap.
***********Dit heeft betrekking op blootstellingen waarbij het geluidniveau snel toeneemt, zoals het geval is bij laag-vliegende straal-
           gevechtsvliegtuigen. Het is mogelijk dat het middenoor van kinderen hier anders op reageert dan dat van volwassenen.
39         Gezondheidseffecten van geluid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>           Bij een combinatie van leeftijdsafhankelijk gehoorverlies (presbyacusis) en gehoor-
      verlies door lawaai op de werkplek, kan het proces van achteruitgang van het spraak-
      verstaan zich over vele jaren uitstrekken. Het proces begint met
      verstaanbaarheidsproblemen in luidruchtige situaties (cafe’s, feestjes, lawaaiige bijeen-
      komsten). Vervolgens ontstaan moeilijkheden tijdens kerkdiensten, schouwburgvoorstel-
      lingen en publieke bijeenkomsten, zelfs wanneer de mensen met gehoorverlies zich
      vlakbij de spreker opstellen; anderen beginnen zich in dergelijke situaties de achteruit-
      gang van het gehoor te realiseren. In de volgende fase gaan telefoongesprekken proble -
      men geven terwijl in tamelijk rustige omstandigheden converseren moeilijk wordt, vooral
      wanneer onbekenden aan het gesprek deelnemen. Uiteindelijk wordt het bijna onmoge-
      lijk om de spraak van vrienden en familieleden te verstaan. Een vermindering van de
      gehoorkwaliteit is gedeeltelijk te compenseren via liplezen; dit gebeurt vaak zonder dat
      de gehandicapte luisteraar zich daarvan bewust is.
           Zelfs geringe gehoorschade kan het spraakverstaan in het dagelijks leven aantasten.
      In onderzoekingen bij groepen van mensen met gehoorverlies is een verminderd spraak-
      verstaan bij gehoordrempels vanaf 10 dB aangetroffen, gemiddeld over 2000 en 4000
      Hz en over beide oren (Smo86, Pas85). Is de gehoordrempel hoger dan 30 dB,
      eveneens gemiddeld over 2000 en 4000 Hz en beide oren, dan wordt gehoorverlies een
      niet te onderschatten sociale handicap (Smo86, Pas87a, Pas87b).
3.1.5 Classificatie van gezondheidseffecten
      De commissie vindt dat er voldoende bewijs is voor het bestaan van een oorzakelijk
      verband tussen lawaai en gehoorverlies. In ISO 1999 zijn blootstelling-effectrelaties
      aangegeven. Voor beroepsmatige blootstelling is LEX,occ als geluidmaat gekozen, voor
      niet-beroepsmatige blootstelling LAeq,24h. Waarnemingsniveaus komen overeen met een
      LEX,occ-waarde van 75 dB(A) en een LAeq,24h-waarde van 70 dB(A).
           Hoewel er voldoende bewijs is voor het bestaan van een oorzakelijk verband tussen
      blootstelling aan geluid op de werkplek tijdens zwangerschap en gehoorverlies bij
      baby’s, zijn er onvoldoende gegevens om uit te maken of en in hoeverre dit effect zich
      voordoet beneden een LEX,occ-waarde van 85 dB(A).
3.2   Aan stress gerelateerde gezondheidseffecten van lawaai
3.2.1 Stress
      De reacties op een stressor kunnen van psychologische, gedragsmatige en somatische
      aard zijn. Psychologische effecten zijn angstgevoelens, depressie, frustratie, irritatie,
      woede, hulpeloosheid, verdriet en teleurstelling. Voorbeelden van gedragsbeïnvloeding
40    Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>           door een stressor zijn sociaal isolement, agressie en overmatig gebruik van alcohol,
           tabak, drugs of voedsel. Psychologische en gedragsmatige stress kan direct en indirect
           van invloed zijn op fysiologische processen in het lichaam************. In zeer veel
           laboratorium-onderzoek zijn veranderingen in diverse somatische, fysiologische en
           biochemische factoren aangetoond die hun oorzaak vinden in plotselinge blootstelling
           aan lawaai. Dat experimentele onderzoek maakt duidelijk dat lawaai te beschouwen is
           als een niet-specifieke stressor die het centrale zenuwstelsel en de hormonale activiteit
           stimuleert (Isi93, Mar88, Mar90).
                 Onderzoek naar aan stress gerelateerde gezondheidseffecten op lange termijn van
           blootstelling aan lawaai is voornamelijk beperkt gebleven tot hart- en vaatziekten. Er is
           veel minder epidemiologisch onderzoek gedaan met betrekking tot biochemische
           parameters en parameters van het immuunsysteem. Tussen het hormoon- en het
           immuunsysteem bestaat een ingewikkelde interactie. Hormonen afkomstig van de
           hypofyse interfereren met immuunfactoren, terwijl beide systemen het functioneren van
           de hersenen beïnvloeden. Ook de verbanden met delen van het limbische systeem, dat
           het grootste gedeelte van de emotionele activiteit bepaalt, zijn van belang.
                 Onderzoek naar chronische effecten van blootstelling aan lawaai gedurende lange
           tijd kent inherente moeilijkheden:
           P Cardiovasculaire en biochemische veranderingen zijn niet specifiek; tal van andere
                 factoren, waarvan sommige mogelijk nog niet bekend zijn, kunnen dergelijke veran-
                 deringen veroorzaken. Een van de hoofdproblemen van epidemiologisch onderzoek
                 is het in rekening brengen van deze factoren.
           P In epidemiologisch onderzoek is het tijdrovend en lastig om goede kwalitatieve
                 gegevens te krijgen over de blootstelling aan geluid, vooral over die uit het verleden.
                 Het is, bijvoorbeeld, denkbaar dat in onderzoek naar wegverkeerslawaai geluidkaar-
                 ten van steden worden gebruikt die aanleiding geven tot een niet-systematische
                 misclassificatie van de geluidbelasting van sommige inwoners. Zo’n misclassificatie
                 kan een door geluid veroorzaakt effect maskeren.
************In dit opzicht is het, bij het analyseren van de resultaten van epidemiologisch onderzoek, niet altijd duidelijk of gedrags-
           verschillen tussen groepen van personen die wel of niet aan geluid zijn blootgesteld, toe te schrijven zijn aan het geluid of
           aan een ‘verstorende variabele’. Een voorbeeld vindt men in de invloed van wegverkeerslawaai op de prevalentie van
           ischemische hartaandoeningen en roken, op veronderstelling dat roken een risicofactor voor deze aandoeningen is. Men
           kan redeneren dat roken samenhangt met stress en dat stress door dagelijkse blootstelling aan veel wegverkeerlawaai het
           relatieve aantal rokers en ook het aantal gerookte sigaretten doet stijgen. In dat geval is roken niet te beschouwen als een
           verstorende variabele en onderzoeksresultaten dienen dan niet voor die factor te worden gecorrigeerd. Wordt daarentegen
           roken wel als een verstorende variabele gezien, dan behoort men bij het leggen van een verband tussen lawaai en ischemi-
           sche hartaandoeningen, de resultaten van onderzoek wel te corrigeren met betrekking tot roken.
41         Gezondheidseffecten van geluid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>           P    Tot op zekere hoogte brengen mensen zelf veranderingen aan in hun eigen woon-
                en werksituatie, onder meer door te verhuizen naar een rustiger omgeving of door
                een andere baan te nemen. Dit kan tot selectie leiden: ‘lawaai-bestendige’ mensen
                blijven waar ze zijn terwijl de anderen vertrekken.
           P    Er bestaan grote verschillen tussen individuele gevoeligheden.
3.2.2      Hart- en vaatziekten door blootstelling aan geluid op de werkplek
           Epidemiologisch onderzoek naar gezondheidseffecten op lange termijn die aan stress
           zijn gerelateerd, was tot dusver voornamelijk gericht op de bloeddruk van mensen die
           blootstaan aan lawaai op de werkplek (Dij84, Isi80a, Isi93; zie Pas93a en Pas93b voor
           andere bronnen). De Wereldgezondheidsorganisatie heeft hypertensie gedefinieerd als
           een systolische bloeddruk van ten minste 160 mmHg************* en/of een diastoli-
           sche bloeddruk van ten minste 95 mmHg.
                De commissie concludeert dat aanhoudende blootstelling aan lawaai op de werkplek
           kan leiden tot stijging van de bloeddruk en tot hypertensie. Aangetoond is dat dit kan
           optreden bij equivalente geluidniveaus gedurende de werkdag van ten minste 85 dB(A).
           Effecten van chronische blootstelling aan lagere geluidniveaus, zoals die in kantoren, zijn
           nauwelijks onderzocht.
                Andere effecten van geluid op het cardiovasculaire systeem zijn waargenomen bij
           mensen die gedurende de werkdag blootstonden aan extreem hoge equivalente geluidni-
           veaus. Tot deze effecten behoren afwijkingen in het elektrocardiogram, onregelmatige
           hartslag, snellere hartslag, versnelde stijging van de hartslag bij fysieke belasting en
           vertraagd herstel van de vaatvernauwing tijdens een geluidbelastingstest. Afgezien van
           afwijkingen in het elektrocardiogram, worden de overige effecten niet schadelijk voor
           de gezondheid geacht, gelet op de mate waarin de effecten door blootstelling aan lawaai
           optreden.
3.2.3      Hart- en vaatziekten door blootstelling aan geluid in de woonomgeving
           Effecten van blootstelling aan geluid in de woonomgeving zijn, voor wat de lange termijn
           betreft, uitsluitend onderzocht voor weg- en luchtverkeerslawaai waaraan mensen thuis
           blootstaan (Alt87, Alt90, Bab88, Bab90, Bab92, Bab93a, Bab93b, Bie89a, Bie89b,
           Isi80b, Isi93, Jon92b, Kni76; zie Pas93a en Pas93b voor andere bronnen). Dergelijke
           blootstellingen zijn doorgaans veel lager dan die aan lawaai op de werkplek, maar de
           blootgestelde populatie is veel groter. Een complicerende factor in het onderzoek naar
           blootstelling aan geluid thuis is dat er niet alleen wegverkeerslawaai is maar ook geluid
*************1 mmHg komt overeen met ongeveer 0,13 kPa.
42         Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>           van uiteenlopende en vaak sterkere bronnen. Bovendien beïnvloeden bepaalde voorzie -
           ningen (bijvoorbeeld dubbele versus enkele beglazing) en individuele gewoonten (ramen
           sluiten, zich verplaatsen naar de stille kant van het huis, binnen blijven in de zomer) de
           feitelijke blootstelling.
                Verscheidene onderzoeken naar de effecten van wegverkeerslawaai hadden de
           bloeddruk en de kans op ischemische hartaandoeningen tot onderwerp. Uit epidemiolo-
           gisch onderzoek blijkt dat er in het algemeen geen sprake is van een duidelijke invloed
           van blootstelling aan verkeerslawaai op de gemiddelde systolische en diastolische bloed-
           druk, kinderen uitgezonderd. Bij kinderen is een gemiddelde verhoging van ten hoogste
           10 tot 15 mmHg van de systolische en de diastolische bloeddruk gevonden (Coh80,
           Kar68). De commissie meent dat die verhoging van voorbijgaande aard is en niet van
           belang voor blijvende gezondheidsschade.
                Uit de beschikbare resultaten van epidemiologisch onderzoek bij volwassenen
           concludeert de commissie het volgende:
           P er zijn maar weinig aanwijzingen voor een verhoogde kans op hypertensie of ische-
                mische hartaandoeningen bij mensen die wonen in gebieden waar buitenshuis de
                equivalente geluidniveaus (tussen 06.00 en 22.00 uur) lager zijn dan 70
                dB(A)**************
           P het relatief risico van ischemische hartaandoeningen of hypertensie begint toe te
                nemen bij personen die wonen in gebieden waar de equivalente geluidniveaus
                (tussen 06.00 en 22.00 uur) van weg- of luchtverkeer boven de 70 dB(A) uitkomen.
3.2.4      Biochemische effecten
           Uit epidemiologisch onderzoek naar de effecten van hoge tot zeer hoge blootstelling aan
           lawaai op de werkplek of in de woonomgeving op de biochemische***************
           samenstelling van het bloed, blijkt dat zich veranderingen voordoen die te verwachten
           zouden zijn als geluid stress veroorzaakt. In verscheidene onderzoekingen zijn ook
           biochemische veranderingen aangetoond die duiden op een verhoogde kans op ischemi-
           sche hartaandoeningen (Bab88, Bab90, Bab92, Bab93, Isi80b, Isi80c). Niettemin zijn
           slechts beperkte gegevens beschikbaar. De commissie kan daarom niet vaststellen in
           welke mate en onder welke omstandigheden in de woonomgeving of op de werkplek
           veranderingen in de samenstelling van het bloed optreden. Uit laboratoriumonderzoek bij
           proefpersonen is echter gebleken dat ze zich wel degelijk kunnen voordoen.
**************Er zijn enige aanwijzingen dat dit niveau zal moeten worden verlaagd naar 65 dB(A) als de resultaten van additionele
           onderzoeken beschikbaar komen.
***************Dit betreft bepaalde hormonen en metaalionen (Mg2+).
43         Gezondheidseffecten van geluid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>3.2.5 Effecten op het immuunsysteem
      Afgezien van de ‘Caerphilly and Speedwell Collaboration Heart Disease Studies’
      (Bab92, Bab93) is geen epidemiologisch onderzoek gedaan naar de invloed van lawaai
      op het immuunsysteem. Het genoemde onderzoek heeft aan het licht gebracht dat bloot-
      stelling aan een hoog niveau van verkeerslawaai een verhoogde leukocyten-concentra-
      tie in het bloed teweegbrengt.
            Effecten op het immuunsysteem zouden uiteindelijk kunnen leiden tot een hogere
      prevalentie van infectieziekten, zoals griep of ontstekingen, en mogelijk ook van kanker.
      Er zijn geen publikaties over epidemiologisch onderzoek naar dergelijke gevolgen van
      blootstelling aan geluid.
3.2.6 Effecten op het ongeboren kind
      De beschikbare onderzoeksgegevens leiden niet tot de conclusie dat blootstelling van
      zwangere vrouwen aan luchtverkeerslawaai in de woonomgeving invloed heeft op het
      geboortegewicht van de baby. Zou er al sprake zijn van een verminderd geboortege-
      wicht, dan is dat alleen bij blootstelling aan Ldn -waarden hoger dan 62 dB(A) (meer dan
      40 Ke). De gegevens sluiten in feite uit dat vliegtuiglawaai aangeboren afwijkingen
      veroorzaakt.
            Uit onderzoek naar de gezondheid van baby’s waarvan de moeders tijdens de
      zwangerschap blootgesteld waren aan lawaai op de werkplek komt de indruk naar
      voren dat er geen verhoogde kans is op een verlaagd geboortegewicht en op vroegge-
      boorte. Met betrekking tot aangeboren afwijkingen zijn de uitkomsten tegenstrijdig,
      terwijl de bevindingen inzake spontane of dreigende abortus en doodgeboorte onduidelijk
      zijn.
3.2.7 Gevoelige groepen
      Mensen die zich zeer ergeren aan relatief lage niveaus van verkeerslawaai hebben een
      verhoogde kans op hypertensie. Mensen die blootstaan aan veel wegverkeerslawaai in
      de woonomgeving en eveneens aan lawaai op de werkplek, hebben, vergeleken met
      mensen die uitsluitend wegverkeerslawaai ondergaan, een verhoogde kans op ischemi-
      sche hartaandoeningen (Bab90). Voor zwangere vrouwen betekent blootstelling aan
      lawaai op de werkplek een verhoogde kans op hypertensie tijdens de zwangerschap
      vergeleken met zwangere vrouwen die beroepsmatig geen lawaai ervaren. Mensen met
      slaapverstoring door lawaai hebben ten opzichte van mensen in dezelfde leefsituatie
      maar zonder deze slaapverstoring, een verhoogde kans op hypertensie en ischemische
44    Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>      hartaandoeningen (Isi93). Bij ziekenhuispatiënten leidt blootstelling aan betrekkelijk sterk
      lawaai van bronnen buiten het ziekenhuis tot vertraging van herstel en van het helen van
      hun wonden.
3.2.8 Classificatie van gezondheidseffecten
      De commissie acht de volgende classificaties van toepassing:
      P biochemische effecten: beperkt bewijs
      P hypertensie: voldoende bewijs
      P ischemische hartaandoeningen: voldoende bewijs
      P effecten op het immuunsysteem: beperkt bewijs
      P beïnvloeding van het geboortegewicht: beperkt bewijs
      P aangeboren afwijkingen: aanwijzingen voor het ontbreken van een oorzakelijk
           verband.
      Voor hypertensie ten gevolge van industrielawaai op de werkplek ligt het waarneming-
      sniveau waarschijnlijk onder een LEX,occ-waarde van 85 dB(A). Bij blootstelling aan
      LEX.occ-waarden van ten minste 90 dB(A) is het relatieve risico 1,7.
           Voor hypertensie tengevolge van weg- en verkeerslawaai in de woonomgeving is
      de LAeq,06-22h-waarde (buitenshuis gemeten) van het waarnemingsniveau 70 dB(A).
      Dezelfde waarde geldt voor ischemische hartziekten. Bij blootstelling aan hogere
      waarden (70 tot 80 dB(A)) is het relatief risico voor hypertensie en voor ischemische
      hartziekten ongeveer 1,5.
3.3   Psychosociale effecten
      In epidemiologisch onderzoek naar psychosociale effecten van lawaai in de woonomge-
      ving zijn onder meer bestudeerd: geluidhinder, effecten op het psychosociale welbevin-
      den en de vraag in hoeverre gevoelens van ergernis kunnen leiden tot een stijging van
      het aantal opnamen in psychiatrische ziekenhuizen. Voor blootstelling aan lawaai op de
      werkplek is gekeken naar hinder en naar arbeidsverzuim.
           Geluidhinder is een gevoel van afkeer, boosheid, onbehagen, onvoldaanheid of
      gekwetstheid, dat optreedt wanneer het geluid iemands gedachten, gevoelens of activi-
      teiten beïnvloedt. De mate waarin een gegeven geluid hinder kan veroorzaken, hangt af
      van de fysische kenmerken ervan, waaronder het geluidniveau, spectrale samenstelling
      en variaties met de tijd. Deze variaties worden gekarakteriseerd in stijgtijd, duur en
      herhalingsfrequentie. Hinder hangt echter ook af van niet-akoestische, cognitieve facto-
      ren, zoals angst voor de geluidbron, de overtuiging dat anderen de blootstelling zouden
      kunnen verminderen, individuele gevoeligheid voor geluid, de mate waarin men zich in
45    Gezondheidseffecten van geluid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>           staat voelt het geluid te beheersen, of het geluid voortvloeit uit een nieuwe situatie of
           technologie en, in mindere mate, het besef dat de geluidbron ook andere problemen dan
           blootstelling aan lawaai veroorzaakt of dat de geluidbron te maken heeft met een econo-
           misch belangrijke activiteit. Demografische variabelen - leeftijd, geslacht, sociaal-econo-
           mische status - spelen hoegenaamd geen rol voor het ervaren van hinder van een
           gegeven geluidbron.
                Geluidhinder en psychosociaal welbevinden kunnen beide onderzocht worden met
           behulp van vragenlijsten. Psychosociaal welbevinden heeft betrekking op depressiviteit,
           ontspanning, activiteit, passiviteit, agressie, algemeen welzijn en sociale aspecten zoals
           groepsinteractie en hulpvaardigheid.
3.3.1      Hinder in de woonomgeving
           Lawaai van wegverkeer, treinen en vliegtuigen
           Kortgeleden zijn blootstelling-effectrelaties bepaald voor hinder in de woonomgeving
           door blootstelling aan diverse types wegverkeerslawaai (Mie92). Ernstige
           hinder**************** door lawaai van diverse soorten verkeer (vliegtuigen,
           snelwegverkeer, ander wegverkeer, treinen) begint op te treden vanaf Ldn -waarden van
           42 dB(A), hinder vanaf 37 dB(A), enige hinder vanaf 32 dB(A). De hier genoemde
           waarden zijn buitenshuis vóór de woning gemeten. De sterkste toename van de hinder
           bij stijgende Ldn -waarde doet zich voor bij vliegtuiglawaai, daarna komt snelweglawaai,
           dan ander wegverkeerslawaai en ten slotte het lawaai van treinen. Bij de beschouwde
           blootstellingen is sprake van een grote overeenkomst tussen resultaten gebaseerd op
           LAeq,24h, op Letm en op Ldn . Deze overeenkomst vloeit voort uit een hoge correlatie
           tussen de equivalente geluidniveaus overdag en ’s nachts.
           Lawaai van hoge snelheidstreinen
           Door de plannen voor een spoorwegnet voor hoge-snelheidstreinen in Europa, Neder-
           land inbegrepen, is lawaai van die treinen heden ten dage van bijzonder belang. Op basis
           van buitenlandse metingen, de akoestische kenmerken van dit type treingeluid en het
           voorziene toekomstige gebruik van hoge-snelheidstreinen, concludeert De Jong (Jon93)
           dat de hinder van het lawaai van deze treinen niet ernstiger zal zijn dan die van conven-
           tioneel railverkeer met gelijke Letm-waarden.
****************Miedema definieert ernstige hinder als hinder van ten minste 72 (op een schaal lopend van 0, overeenkomend met
           afwezigheid van hinder, tot 100, overeenkomend met extreme hinder) (Mie92).
46         Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>   Lawaai van helikopters en kleine vliegtuigen
   Het lawaai van helikopters verschilt van dat van gewone vliegtuigen, enerzijds door het
   karakteristieke geluid van de rotorbladen (‘blade slap’), anderzijds doordat helikopters
   wegens hun geringere snelheid langer hoorbaar zijn. Daarbij komt nog dat helikopters
   vaak gedurende enige tijd boven een gebied blijven rondcirkelen, zoals trouwens ook
   sommige kleine vliegtuigen doen.
        De hinder van het geluid van helikopters en kleine vliegtuigen blijkt ongeveer
   dezelfde te zijn als die van gewone vliegtuigen als men de duur van het geluid in
   aanmerking neemt. Daarom is het niet raadzaam de blootstelling aan helikoptergeluid uit
   te drukken in Ke. Immers, in die maat komt de duur van geluid niet tot gelding.
   Lawaai van laagvliegende straalgevechtsvliegtuigen
   Het lawaai van laagvliegende straalgevechtsvliegtuigen, met een minimale vlieghoogte
   van 75 meter, onderscheidt zich in diverse opzichten van dat van burgerluchtverkeer:
   P onder de voor laagvliegen bestemde corridors is het maximale geluidniveau tijdens
        een passage betrekkelijk hoog
   P het zeer hoge geluidniveau doet zich niet alleen voor in de omgeving van vliegvelden
        omdat de corridors elders gesitueerd kunnen zijn,
   P de toename van het lawaai bij nadering van een vliegtuig is betrekkelijk snel.
   Naar schatting is het lawaai van laagvliegende straalgevechtsvliegtuigen even hinderlijk
   als dat van een gewoon vliegtuig met een 10 dB(A) hoger equivalent geluidniveau
   (Pas93a, Pas93b). Behalve hinder zijn ook andere effecten te verwachten, waaronder
   psychologische reacties zoals angst en paniek bij volwassenen en vooral bij kinderen.
   Andere bronnen van lawaai in de woonomgeving
   Geluid van stationaire bronnen, zoals fabrieken, rangeerterreinen en schietbanen, is
   hinderlijker dan dat van verkeer, vooral als het geluid impuls- of impactcomponenten
   bevat (Vos85a, Vos85b). De hinder van rangeerterreinen komt overeen met die van
   passerende treinen voor Ldn -waarden tot ongeveer 60 dB(A), maar gaat daar bij hogere
   niveaus bovenuit (Mie92).
        Er bestaat een verband tussen hinder van geluid afkomstig van buurwoningen en de
   geluidisolatie tussen huizen: lage isolatiewaarden resulteren in hoge percentages gehin-
   derden. Door de grote variabiliteit in burengerucht en in geluiden in de omgeving van
   woonhuizen (roepende mensen, dichtslaande autoportieren, claxons, grasmaaimachines)
   en door de diversiteit van niet-akoestische factoren die medebepalend zijn voor hinder,
47 Gezondheidseffecten van geluid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>      is het moeilijk, zo niet onmogelijk, om voor deze soorten van lawaai blootstelling-effec-
      trelaties te bepalen.
      Cumulatie van blootstellingen
      Bij mensen die blootstaan aan meer dan één geluidbron in de woonomgeving, kan de
      hinder zich opstapelen. Een gewogen som van de afzonderlijke hinderscores geeft een
      goede beschrijving van de resulterende hinder (Mie93, Vos92). Soms is de gecombi-
      neerde hinder van twee geluidbronnen beduidend groter dan de te verwachten hinder
      van de meest storende bron alleen (Mie93).
3.3.2 Psychosociaal welbevinden
      De resultaten van het beperkte onderzoek naar de effecten van wegverkeerslawaai op
      het psychosociaal welbevinden staan geen duidelijke conclusie toe. Uit twee onderzoe-
      ken is gebleken dat mensen die wonen in zeer lawaaiige gebieden (equivalente geluidni-
      veaus overdag van meer dan 70 dB(A)) er psychosociaal minder goed aan toe zijn dan
      mensen in een rustiger omgeving. Dit verschil had betrekking op sociale gerichtheid en
      activiteit en op depressiviteit. Volgens een derde onderzoek is het psychosociaal welbe-
      vinden van mensen niet gerelateerd aan het geluidniveau dat buitenshuis heerst, maar
      wel aan individuele gevoeligheid voor geluid en aan de mate waarin het geluid
      doordringt in slaapkamers en de slaap verstoort (Ohr89, Ohr91).
3.3.3 Invloed op opname in psychiatrische ziekenhuizen
      Bij sommige mensen kan psychologische stress leiden tot opname in een psychiatrisch
      ziekenhuis. Daarbij zullen diverse andere factoren dan blootstelling aan lawaai in de
      woonomgeving een rol spelen. De invloed die vliegtuiglawaai in dit opzicht heeft, is in de
      afgelopen twintig jaar onderzocht in de nabijheid van de luchthaven Heathrow. Uit de
      meest recente analyse is gebleken dat er, diverse interveniërende factoren in aanmer-
      king genomen, sprake is van een statistisch significante stijging van het aantal opnamen
      in psychiatrische ziekenhuizen bij toenemende blootstelling aan vliegtuiglawaai. In gebie -
      den met Ldn -waarden groter dan 70 dB(A) (B meer dan 55 Ke) door vliegtuiglawaai
      waren meer opnamen dan in gebieden met Ldn -waarden minder dan 65 dB(A) (minder
      dan 45 Ke); de gevonden prevalentie-verhouding was 1,1 (Kry90). Niettemin is de
      commissie, omdat slechts in één onderzoek en één analyse een oorzakelijk verband is
      aangetoond, van mening dat generalisatie van dit verband naar andere situaties en
      andere populaties om grote behoedzaamheid vraagt.
48    Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>3.3.4      Hinder in de werkomgeving
           Er zijn geen relaties aangetoond tussen geluidhinder tijdens het werk en het niveau van
           het geluid (Mie85). Slechts een zeer klein gedeelte van de variabiliteit in de hinder op de
           werkplek is te verklaren uit variaties in de blootstelling aan geluid. De volgende niet-a-
           koestische variabelen hebben op de hinder tijdens het werk een veel grotere invloed dan
           het geluidniveau:
           P de betekenis en de informatie-inhoud van het geluid (discussies door collega’s in de
                omgeving van de werkplek scoren hoog in dit opzicht)
           P voorspelbaarheid, vermijdbaarheid en beheersbaarheid van het geluid
           P de houding van de werker ten opzichte van het geluid
           P taakeisen
           P individuele gevoeligheid.
           In kantoren is er al aanzienlijke hinder bij equivalente geluidniveaus vanaf 55 dB(A)
           gedurende de werkuren. De weinige beschikbare uitkomsten van epidemiologisch
           onderzoek laten zien dat 35% tot 40% van de kantoormensen die blootstaan aan een
           equivalent geluidniveau van 55 tot 60 dB(A) ernstige geluidhinder ondervindt. In indus-
           triële situaties doen dergelijke percentages zich pas voor bij equivalente geluidniveaus
           hoger dan 85 dB(A). Op grond van deze gegevens is het niet mogelijk om waarneming-
           sniveaus te bepalen voor geluidhinder bij werkers in kantoren of fabrieken.
3.3.5      Arbeidsverzuim
           Resultaten van epidemiologisch onderzoek wekken de indruk dat blootstelling aan
           hogere geluidniveaus tijdens het werk het arbeidsverzuim doet toenemen. Dit is, voor
           uiteenlopende industriële situaties, in één onderzoek aangetoond voor equivalente geluid-
           niveaus hoger dan 75 dB(A) (Mel92; CORDIS-onderzoek: Cardiovascular Occupatio-
           nal Risk Detection Factor in Israel***************** ); blijkens een ander onderzoek,
           dat betrekking had op de kolen- en staalindustrie (Sch91), was de ondergrens 90
           dB(A)******************. Op beperkte schaal is bij kantoormensen die (zeer) vaak
           blootstonden aan duidelijk hoorbare geluiden, een statistisch significant
           hoger******************* arbeidsverzuim gevonden dan wanneer dergelijke
*****************In dit onderzoek is een prevalentie-verhouding van 1,2 gevonden voor equivalente geluidniveaus van 75 tot 85
           dB(A); voor hogere niveaus was die verhouding 1,7.
******************Blijkens dit onderzoek was de prevalentieverhouding 1,1.
*******************Gevonden prevalentie-verhouding 1,3.
49         Gezondheidseffecten van geluid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>      geluidgebeurtenissen zich slechts zelden voordeden (Sch82). In sommige van de hier
      genoemde onderzoeken is echter onvoldoende rekening gehouden met verstorende
      variabelen, terwijl er ook in andere opzichten gebreken waren. Daarom concludeert de
      commissie dat tot dusver het bestaan van een oorzakelijk verband tussen arbeidsver-
      zuim en blootstelling aan lawaai tijdens het werk in fabriek of kantoor niet afdoende is
      aangetoond.
3.3.6 Gevoelige groepen
      Mensen die op de werkplek geluidhinder ondervinden, vertonen na het werk een geïrri-
      teerdheid die hun algemene welbevinden kan schaden. Personen die gevoelig zijn voor
      geluid, mensen die bang zijn voor bepaalde geluidbronnen en degenen die het gevoel
      hebben dat zij een geluidsituatie niet kunnen veranderen (d.w.z. zich aan machtsmis-
      bruik ten prooi voelen) hebben een verhoogde kans op ernstige geluidhinder.
3.3.7 Classificatie van gezondheidseffecten
      De commissie acht de volgende classificaties van bewijskracht toepasselijk:
      P hinder in de woon- en werkomgeving: voldoende bewijs
      P negatieve beïnvloeding van het psychosociaal welbevinden: beperkt bewijs
      P meer opnamen in psychiatrische ziekenhuizen: beperkt bewijs
      P meer arbeidsverzuim: beperkt bewijs.
      Er zijn blootstelling-effectrelaties gespecificeerd voor hinder van blootstelling in de
      woonomgeving aan verkeers- en industrielawaai (Mie93). Het waarnemingsniveau voor
      ernstige hinder is een Ldn -waarde van 42 dB(A).
           Blootstelling-effectfuncties ontbreken voor beroepsmatige blootstelling aan geluid in
      zowel kantoren als in industriële omstandigheden. De waarnemingsniveaus liggen duide-
      lijk beneden LEX.occ-waarden van 55 respectievelijk 85 dB(A). Bij deze waarden onder-
      vindt 35% tot 40% van de werkenden ernstige geluidhinder.
3.4   Slaapverstoring
3.4.1 Invloed van geluid op de slaap
      Nachtelijke geluiden kunnen de slaap verstoren (Gri76, Gri90a, Gri90b, Hof91, Hof92,
      Jur83, Luk75, Mie93, Ohr83, Ohr88, Oll92, Pea89, WNN93). Volgens het advies van de
      Gezondheidsraad over vliegtuiglawaai en slaap (GR91), kunnen externe factoren zoals
      geluid de slaap op diverse manieren beïnvloeden:
50    Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>      P    vermindering van de slaapkwaliteit
      P    verstoring van het functioneren of het prestatievermogen de volgende dag
      P    verstoring van het humeur de volgende dag.
      De bevindingen inzake de invloed van vliegtuiglawaai op de slaap, zoals vervat in
      genoemd advies van de Gezondheidsraad, zijn grotendeels ook geldig voor andere
      soorten van intermitterend verkeerslawaai. Immers, veel van het achterliggende experi-
      mentele en epidemiologische onderzoek had betrekking op een breed bereik van soorten
      van geluidbronnen, en niet alleen op vliegtuiglawaai.
3.4.2 Effecten op de slaapkwaliteit
      De slaapkwaliteit kan in verschillende opzichten worden beïnvloed:
      P veranderingen in het slaappatroon
      P veranderingen van slaapstadium, van diepere naar minder diepe slaap
      P ontwaken
      P veranderingen in de subjectieve beleving van de slaapkwaliteit
      P veranderingen in cardiovasculaire en hormonale karakteristieken
      P veranderingen in het immuunsysteem.
      Slaappatroon
      Nachtelijk geluid van voldoende intensiteit kan het slaappatroon wijzigen in die zin dat de
      tijd toeneemt gedurende welke men tijdens de slaapperiode wakker is, evenals de
      slaaplatentie (de tijd tussen ‘licht uit’ en inslapen). De commissie is van oordeel dat de
      resultaten van experimenteel en epidemiologisch onderzoek geen mogelijkheden bieden
      om een geluidniveau vast te stellen waarboven verslechtering van het slaappatroon gaat
      optreden. Niettemin staat vast dat bij hoge niveaus van verkeersgeluid een significant
      groter gedeelte van de blootgestelde populatie melding maakt van inslaapproblemen dan
      bij lagere niveaus.
      Veranderingen van slaapstadium en ontwaakreacties
      De (fysiologische) structuur van de slaap is te bepalen uit elektro-encefalogrammen
      (EEG), afgenomen terwijl de persoon in kwestie bezig is in slaap te vallen en gedurende
      het slapen en ontwaken. Het EEG is een continue weergave van de elektrische activi-
      teit van de hersenschors. Samen met het elektro-oculogram (EOG) maakt het slaapsta-
      dia zichtbaar: W (wakker zijn), 1, 2, 3, 4, REM (Rapid Eye Movements).
51    Gezondheidseffecten van geluid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>                     Percentage ontwaakreacties
                     100
                       80                                          Lukas, 1977
                       60
                                              Ollerhead, 1992
                       40    laboratorium:
                                                                     Griefahn, 1980
                             Pearsons, 1989
                       20                                          veld:
                                                                   Pearsons, 1989
                         0
                             40     50      60    70      80     90      100 110
                               Geluidbelastingsniveau (SEL) in dB(A)
   Figuur 3.1 Relaties tussen het percentage mensen met ontwaakreacties door een nachtelijke
   geluidgebeurtenis en de SEL-waarde van zo’n gebeurtenis, binnenshuis bepaald.
        Voor blootstelling aan intermitterend geluid, zoals dat voortgebracht wordt door
   vliegtuigen, treinen en wegverkeer, zijn verscheidene blootstelling-effectrelaties tussen
   enerzijds de karakteristieken van het nachtelijk geluid en anderzijds veranderingen van
   slaapstadium afgeleid. Deze zijn weergegeven in de figuren 3.1 en 3.2. De door
   Griefahn (Gri76) en Lukas (Luk75) voorgestelde relaties zijn voornamelijk ontleend aan
   laboratorium-experimenten. Die van Pearsons (Pea89) maken onderscheid tussen
   laboratorium- en epidemiologisch onderzoek. De curve die is ontleend aan het onder-
   zoek van Ollerhead (Oll92), heeft betrekking op epidemiologisch onderzoek.Vergelijking
   van de blootstelling-effectrelaties ontleend aan veldonderzoek met die welke via
                     Percentage veranderingen van slaapstadium
                                                                      Lukas, 1977
                     100                      Griefahn, 1980
                      80
                      60      laboratorium:
                              Pearsons, 1989
                      40
                      20                                           veld:
                                                                   Pearsons, 1989
                        0
                            40      50     60     70     80      90      100 110
                               Geluidbelastingsniveau (SEL) in dB(A)
   Figuur 3.2 Relaties tussen het percentage mensen met slaapstadiumveranderingen door een nachtelijke
   geluidgebeurtenis en de SEL-waarde van zo’n gebeurtenis, binnenshuis bepaald.
52 Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>   laboratoriumonderzoek zijn verkregen, geeft steun aan de hypothese dat gewenning leidt
   tot minder ontwaakreacties. Voor veranderingen van slaapstadium lijkt dit echter minder
   goed op te gaan, zoals ook naar voren komt in de uitkomsten van een gezamenlijk
   Europees onderzoek naar slaapverstoring (Jur83). Blijkens twee veldonderzoeken
   (Pea89, Oll92) beginnen ontwaakreacties op te treden bij een SEL-waarde van
   ongeveer 60 dB(A), binnenshuis gemeten. Het optreden van door geluid teweegge-
   brachte slaapstadiumveranderingen begint bij een binnenshuis bepaalde SEL-waarde
   van ongeveer 35 dB(A). Op basis van een aan deze beide veldonderzoeken ontleende
   voorlopige blootstelling-effectrelatie is een voorlopige relatie geschat tussen het totale
   aantal ontwaakreacties en slaapstadiumveranderingen in een jaar enerzijds en het
   nachtelijke binnenshuis gemeten equivalente geluidniveau ten gevolge van vliegtuigla -
   waai, bepaald op jaarbasis, anderzijds (Pas94). Dit equivalente geluidniveau is gekozen
   als geluidbelastingsmaat in wettelijke regelingen die ter zake van nachtvluchten rond
   grote Nederlandse vliegvelden vastgesteld zijn (WNN 93).
   Subjectieve slaapkwaliteit
   De subjectief beleefde slaapkwaliteit is verminderd bij mensen die blootstaan aan hoge
   niveaus van nachtelijk geluid, zelfs als ze al vele jaren in een lawaaiige omgeving wonen
   (Jur83, Ohr89, Ohr90, Ohr91, Sch90, Mie93). In een onderzoek (Mie93) zijn gegevens
   van de subjectief beleefde slaapkwaliteit verzameld in het kader van vragenlijsten over
   geluidhinder. Analyses van die gegevens leverden aanwijzingen op dat die kwaliteit
   begint te verminderen vanaf equivalente geluidniveaus gedurende de nacht (23.00-07.00
   uur), buitenhuis gemeten, van 40 dB(A). De commissie acht de op dit moment beschik-
   bare gegevens nog onvoldoende voor de precieze bepaling van de blootstelling-effectre-
   latie tussen de subjectieve slaapkwaliteit en nachtelijk geluid, vooral bij lagere blootstel-
   lingswaarden, maar acht het wel juist om een equivalent geluidniveau van 40 dB(A)
   gedurende de nacht als waarnemingsniveau aan te wijzen.
   Cardiovasculaire en hormonale parameters gedurende de slaap
   Nachtelijk geluid kan de hartslag ’s nachts doen toenemen (Hof91); van gewenning lijkt
   hier geen sprake te zijn.Het waarnemingsniveau ligt op een SEL-waarde van 40 dB
   (A), binnenshuis gemeten.
        De invloed van nachtelijk geluid op het endocrien systeem is tot dusver niet epide-
   miologisch onderzocht; wel is één laboratorium-onderzoek gedaan (Gru92, Mas92). Dat
   onderzoek had betrekking op veranderingen in de uitscheiding van epinefrine en
53 Gezondheidseffecten van geluid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>           norepinefrine******************** in de urine, in afhankelijkheid van blootstelling aan
           vliegtuiglawaai. Bij equivalente geluidniveaus binnenshuis van 35 dB(A) (64 overvluch-
           ten) zijn statistisch significante effecten waargenomen. Volgens Ising (Isi93) blijkt uit dit
           onderzoek een hoge correlatie tussen de epinefrine-niveaus en slaapstadiumveranderin-
           gen. Volgens de commissie is meer onderzoek nodig voor het trekken van conclusies
           inzake hormonale effecten.
           Het immuunsysteem gedurende de slaap
           Slechts in één Japans onderzoek (Osa68, Osa69, Osa72, Osa74), verricht door Osada in
           de periode 1968-1974, zijn veranderingen gemeten in de percentages leukocyten en
           granulocyten in het bloed. De commissie ziet in de resultaten van Osada geen bewijs
           voor een invloed van blootstelling aan geluid tijdens de slaap op het functioneren van het
           immuunsysteem. Alhoewel die invloed niet uit te sluiten is, zomin als een invloed van
           blootstelling overdag, ontbreekt vooralsnog de experimentele bevestiging daarvan.
3.4.3      Na-effecten
           Het functioneren overdag, in relatie tot blootstelling aan geluid in de voorafgaande
           nacht, wordt gewoonlijk bepaald via het testen van de reactiesnelheid. Uit epidemiolo-
           gisch onderzoek is gebleken dat de reactiesnelheid van mensen die jarenlang aan
           nachtelijk geluid waren blootgesteld, lager is naarmate ze in de nacht voorafgaande aan
           de meting aan meer geluid blootstonden (Jur83). Niettemin is de commissie van mening
           dat er onvoldoende gegevens zijn om niveaus te specificeren waarbij het effect van
           geluid op het functioneren begint op te treden. De meeste onderzoeken naar de invloed
           van nachtelijk geluid op het humeur de volgende dag hebben tot de bevinding geleid dat
           door blootstelling aan hoge niveaus van nachtelijk geluid het humeur verslechtert. Het
           waarnemingsniveau is een equivalent geluidniveau van 60 dB(A) gedurende de nacht,
           buitenshuis gemeten.
3.4.4      Gevoelige groepen
           Zieken, ouderen en mensen met slaapproblemen hebben meer last van slaapverstoring
           door geluid dan andere volwassenen, vooral met betrekking tot het weer inslapen na te
           zijn ontwaakt. Ouderen hebben een verhoogde kans om door nachtelijk geluid wakker te
           worden (WNN93).
********************Epinefrine en norepinefrine worden ook aangeduid als adrenaline en noradrenaline. Het zijn stresshormonen.
54         Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>3.4.5      Classificatie van gezondheidseffecten
           Volgens de commissie zijn de volgende classificaties van toepassing:
           P veranderingen in het slaappatroon: voldoende bewijs
           P slaapstadiumveranderingen en ontwaakreacties: voldoende bewijs
           P subjectieve slaapkwaliteit: voldoende bewijs
           P hartslag: voldoende bewijs
           P hormonale effecten: beperkt bewijs
           P immuunsysteem: gebrekkig bewijs
           P humeur de volgende dag: voldoende bewijs
           P prestatievermogen de volgende dag: beperkt bewijs.
           Hoewel er volgens de commissie voldoende bewijs is voor het bestaan van een oorza-
           kelijk verband tussen nachtelijke blootstelling van geluid en diverse effecten op de slaap,
           ontbreken voor sommige van deze effecten blootstelling-effectrelaties. Dergelijke
           relaties zijn gespecificeerd voor ontwaakreacties en voor slaapstadiumveranderingen,
           waarbij de blootstelling is uitgedrukt in SEL-waarden (Pea89). Waarnemingsniveaus
           zijn:
           P ontwaken: een SEL-waarde (binnenshuis gemeten) van 60 dB(A)
           P slaapstadiumveranderingen: een SEL-waarde (binnenshuis gemeten) van 35 dB(A)
           P veranderingen in de hartslag: een SEL-waarde (binnenshuis gemeten) van 40
                 dB(A).
           Er is een relatie gelegd tussen het aantal ontwaakreacties en het aantal slaapstadium-
           veranderingen enerzijds en het equivalente geluidniveau van nachtelijk vliegtuiglawaai
           (in de omgeving van grote luchthavens), waarbij de blootstelling aan geluid op jaarbasis
           is genomen anderzijds (Pas94).*********************
                 Voor de subjectief beleefde vermindering van de slaapkwaliteit is als waarneming-
           sniveau bepaald een LAeq,nacht-waarde van 40 dB(A), buitenshuis gemeten. Na-effecten,
           de dag na nachtelijke blootstelling, op het humeur en, vermoedelijk ook, het prestatiever-
           mogen hebben een waarnemingsniveaus bij een equivalente geluidniveau van ten
           hoogste 60 dB(A), buitenshuis gemeten.
*********************Voor deze specifieke situatie is het waarnemingsniveau een equivalent geluidniveau van 16 dB(A), bepaald
           over een periode van 7 uren gedurende de nacht en binnenshuis gemeten.
55         Gezondheidseffecten van geluid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>3.5 Invloed op het prestatievermogen
    Uit laboratoriumonderzoek bij proefpersonen is gebleken dat blootstelling aan geluid een
    significant effect kan hebben op het prestatievermogen. Geluid kan bij proefpersonen,
    terwijl ze een opdracht uitvoeren, de waakzaamheid verlagen, de keuze van de strategie
    nadelig beïnvloeden en de aandacht voor de opdracht verminderen. Ook kan geluid het
    sociale gedrag beïnvloeden, het spreken hinderen evenals de communicatie, en de
    aandacht voor sociaal relevante gebeurtenissen doen verslappen. Als een opdracht
    auditieve signalen bevat die door lawaai worden gemaskeerd, zal dit effect hebben op
    de uitvoering van de opdracht.
         Zelfs betrekkelijk lage geluidniveaus kunnen onmiddellijke ongewenste effecten
    hebben. In laboratoriumonderzoek is duidelijk gebleken dat gewenning zich in verre-
    gaande mate kan voordoen. De uitvoering van een opdracht die motorische en eento-
    nige activiteiten met zich meebrengt, ondervindt niet altijd hinder van geluid; geluid
    (muziek) kan in dergelijke gevallen de prestatie zelfs gunstig beïnvloeden.
         Wegens de ingewikkelde aard van de invloed van geluid op prestaties, en de vele
    niet-akoestische factoren die een rol spelen, zijn geen blootstelling-effectrelaties
    opgesteld.
         Mensen bij wie de strategieën om opdrachten te vervullen al om andere redenen
    beperkt zijn en mensen die voor meervoudige taken staan, hetgeen eisen stelt aan het
    korte-termijn-geheugen, kunnen extra kwetsbaar zijn voor de afleidende effecten van
    geluid.
         Uit epidemiologisch onderzoek naar de invloed op het prestatievermogen van
    schoolkinderen is gebleken dat deze kinderen slechter presteren op cognitieve taken als
    zij blootstaan aan zeer hoge niveaus van lucht- of wegverkeerslawaai (equivalent
    geluidniveau gedurende schooltijd hoger dan 70 dB(A), gemeten buiten het schoolge-
    bouw). Ze raken gemakkelijker afgeleid en maken meer fouten als ze op school
    dagelijks blootstaan aan hoge geluidniveaus (Coh80, Kar68).
         De commissie meent dat er beperkt bewijs is voor het bestaan van een oorzakelijk
    verband tussen blootstelling aan geluid in normale leefomstandigheden en vermindering
    van het prestatievermogen van volwassenen. Voor schoolkinderen is er in dit opzicht
    voldoende bewijs.
3.6 Combinaties van blootstellingen aan geluid
    Mensen kunnen, in een gegeven situatie, blootstaan aan geluid van verscheidene
    bronnen tegelijk, bijvoorbeeld aan een combinatie van weg- en luchtverkeerslawaai in
    de woonomgeving. Ook kunnen ze blootstaan aan verschillende bronnen die hun invloed
56  Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>      in verschillende omstandigheden en op verschillende tijdstippen doen gelden, zoals
      combinaties van beroepsmatig lawaai tijdens het werk en wegverkeerslawaai thuis.
3.6.1 Gecumuleerde effecten van verschillende bronnen in dezelfde situatie
      Miedema en Vos hebben geluidhinder ten gevolge van twee of meer bronnen in de
      woonomgeving bestudeerd; hun werk heeft geresulteerd in modellen voor het gecumu-
      leerde effect (Vos92, Mie93). Nader onderzoek moet leren in hoeverre deze modellen
      ook geschikt zijn voor gezondheidseffecten van geluid die aan stress zijn gerelateerd en
      voor slaapverstoring. Het gecombineerde effect van verschillende geluidbronnen op het
      gehoor hangt af van het equivalente geluidniveau van de gecombineerde blootstelling.
3.6.2 Gecumuleerde effecten van verschillende bronnen in verschillende situaties
      De commissie acht het verantwoord om met betrekking tot gehoorverlies door lawaai,
      het gecumuleerde effect van gecombineerde blootstelling te schatten op basis van het
      equivalente geluidniveau over de desbetreffende totale blootstellingsperiode.
            Het epidemiologisch onderzoek (Bab90) naar de effecten die aan stress zijn gerela -
      teerd, van een combinatie van blootstelling aan lawaai in de woon- en de
      werkomgeving, heeft aan het licht gebracht dat dergelijke effecten van wegverkeersla -
      waai in de woonomgeving bij mannen die werken in een hoge geluidbelasting (equiva-
      lente geluidniveaus meer dan 90 dB(A) over de werkdag) geprononceerder zijn dan bij
      mannen zonder beroepsmatige blootstelling aan lawaai. In dit opzicht is beroepsmatige
      blootstelling aan lawaai te beschouwen als een risicofactor voor ischemische hartaan-
      doeningen bij mensen die in de woonomgeving aan veel lawaai blootstaan.
            Inzake hinder kan uit het schaarse epidemiologisch onderzoek worden geconclu-
      deerd dat slechts degenen die in hun werk geluidhinder ondervinden, ongeacht de mate
      van blootstelling aan lawaai op de werkplek, in verhoogde mate te kampen hebben met
      irritatie door geluidbronnen thuis (Mel92).
            Slechts via laboratoriumonderzoek is nagegaan in hoeverre blootstelling aan lawaai
      overdag afbreuk doet aan de slaapkwaliteit in de volgende nacht (Fru88a, Fru88b,
      Fru90). De resultaten waren tegenstrijdig. Volgens het ene onderzoek stimuleert bloot-
      stelling aan lawaai overdag herstelprocessen van neurale en endocriene functies tijdens
      de slaap. Een ander onderzoek gaf een dergelijk effect echter niet te zien.
57    Gezondheidseffecten van geluid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>3.7   Interactie van geluid met andere agentia
3.7.1 Effecten op het gehoor
      Interacties tussen enerzijds geluid en anderzijds geneesmiddelen of industriële chemica-
      liën kunnen additieve of zelfs synergetische effecten op het gehoor veroorzaken. De
      ototoxische eigenschappen van bepaalde geneesmiddelen, zoals aminoglycoside-antibio-
      tica (mycines), worden door blootstelling aan lawaai versterkt. Alhoewel hoge doses
      van salicylaten (aspirine) in combinatie met blootstelling aan lawaai tijdelijk gehoorver-
      lies kunnen veroorzaken, zijn er geen aanwijzingen dat door deze combinatie ook in
      verhoogde mate permanent gehoorverlies optreedt.
           Er zijn diverse meldingen gepubliceerd over acute en chronische effecten van
      koolmonoxyde op het gehoor. Het blijkt dat het door blootstelling aan koolmonoxide
      veroorzaakte gehoorverlies meestal tijdelijk is en samenhangt met toxische effecten op
      het centrale zenuwstelsel. In één epidemiologisch onderzoek bleek gehoorschade door
      blootstelling aan lawaai bij lassers en andere werkers in assemblage-bedrijven groter te
      zijn bij een gecombineerde blootstelling aan koolmonoxyde.
           Epidemiologisch onderzoek heeft aanwijzingen opgeleverd dat zwavelkoolstof,
      tetrachloorkoolstof, trichloorethyleen en n-butanol een bepaald gehoorverlies kunnen
      veroorzaken. Het aantal onderzoeken en de omvang van de onderzochte groepen lijken
      echter te klein te zijn om conclusies te rechtvaardigen over een mogelijke interactie
      tussen lawaai en oplosmiddelen, waar het gaat om effecten op het gehoor.
           Ook zware metalen zijn genoemd als mogelijke industriële agentia met ototoxische
      eigenschappen, maar naar de juistheid van dit vermoeden is slechts zeer weinig onder-
      zoek gedaan.
           Geluid en trillingen kunnen een gecombineerd effect hebben op het gehoor. Uit
      diverse epidemiologische onderzoeken is gebleken dat door geluid veroorzaakt gehoor-
      verlies vaker voorkwam en groter was bij arbeiders die blootstonden aan lawaai en
      hand-arm-trillingen, dan bij werkers die uitsluitend hetzij aan lawaai blootstonden of
      uitsluitend met genoemde trillingen te maken hadden. Het effect was geprononceerder
      bij werknemers die leden aan het witte-vingersyndroom. Alle epidemiologische onder-
      zoeken hadden betrekking op zeer hoge geluidniveaus en zeer intense hand-arm-trillin-
      gen. Bij werkers die blootstonden aan een combinatie van lawaai en trillingen van het
      hele lichaam, was het effect op het gehoor kleiner dan bij uitsluitend aan lawaai
      blootgestelden.
58    Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>3.7.2 Andere gezondheidseffecten
      Epidemiologisch onderzoek naar het effect, anders dan op het gehoor, van gecombi-
      neerde blootstelling aan geluid en andere omgevingsfactoren is schaars. Het meeste
      onderzoek is gedaan in het laboratorium, met proefpersonen of met dieren. Werkers in
      de bosbouw die trillend en lawaaiig gereedschap gebruikten, met ettelijke jaren van
      dagelijkse blootstelling aan lawaai, trillingen en kou, toonden bradycardie. In laboratori-
      um-onderzoek is gebleken dat andere stressoren, zoals hitte en trillingen van het hele
      lichaam, in combinatie met lawaai een sterker effect hebben op de hartslag, de bloed-
      druk en catecholamines dan lawaai alleen. In weerwil van dergelijke laboratoriumgege-
      vens is de commissie van oordeel dat het niet mogelijk is om praktisch bruikbare kwanti-
      tatieve conclusies te trekken.
3.8   Samenvatting van effecten van lawaai
      In tabel 1 zijn de thans beschikbare gegevens samengevat over de gezondheidseffecten
      van blootstelling aan geluid. De waarnemingsniveaus zijn uitgedrukt in de maten die in
      de betreffende literatuur gebruikt werden. Dit wil niet noodzakelijkerwijs zeggen dat de
      commissie het gebruik van die maten ook aanbeveelt voor de praktijk of bij regelgeving.
           Met betrekking tot het gebruik van blootstellingsmaten voor de schatting van
      gezondheidseffecten van geluid zijn, zoals tabel 1 laat zien, voor alle effecten, uitgezon-
      derd bepaalde aspecten van slaapverstoring, de waarnemingsniveaus uitgedrukt in het
      equivalente geluidniveau bepaald over een gekozen representatief deel van een etmaal.
      Meestal karakteriseert de beschikbare blootstelling-effectrelatie eveneens de blootstel-
      ling met een equivalent geluidniveau over een representatieve periode. Maar deze
      representatieve periodes verschillen van elkaar. De commissie concludeert daarom dat
      op dit moment niet één enkele geluidmaat, zoals LAeq,24h, beschikbaar is aan de hand
      waarvan alle gezondheidseffecten van geluid te schatten zijn zonder specificatie van het
      type geluidbron, de situatie en het gedeelte van de dag waarop de blootstelling plaats-
      vindt. Dit lijkt wel zeer bijzonder te gelden voor slaapverstoring in reële leefomstandig-
      heden, omdat er geen betrouwbare relatie bestaat tussen maten voor nachtelijke
      blootstelling en maten die betrekking hebben op een heel etmaal.
59    Gezondheidseffecten van geluid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre> Tabel 1 Mogelijke effecten op lange termijn van blootstelling aan lawaai, classificatie van de bewijskracht voor het bestaan van een
 oorzakelijk verband, en gegevens inzake het waarnemingsniveau.
 effect                                 classificatie1      situatie2          waarnemingsniveau
                                                                               maat               waarde in dB(A) binnen/ buiten3
 gehoorverlies                          voldoende           werk               LEX, occ            75                 binnen
                                                            woon               LAeq,24h            70                 binnen
                                                            recr               LAeq,24h            70                 binnen
                                                            werk ong           LEX, occ           <85                 binnen
 hypertensie                            voldoende           werk ind           LEX,occ            <85                 buiten
                                                            woon weg           LAeq,06-22h         70                 buiten
                                                            woon lucht         LAeq,06-22h         70                 buiten
 ischemische hartziekten                voldoende           woon weg           LAeq,06-22h         70                 buiten
                                                            woon lucht         LAeq,06-22h         70                 buiten
 hormonale systeem                      beperkt             werk
                                                            woon
 immuunsysteem                          beperkt             werk
                                                            woon
 geboortegewicht                        beperkt             werk
                                                            woon lucht
 aangeboren afwijkingen                 geen effect         werk
                                                            woon
 psychiatrische stoornissen             beperkt             woon lucht
 hinder                                 voldoende           werk kant          LEX,occ            <55                 binnen
                                                            werk ind           LEX,occ            <85                 binnen
                                                            woon4              Ldn                42                  buiten
 arbeidsverzuim                         beperkt             werk ind
                                                            werk kant
 psychosociaal welbevinden              beperkt             woon
 slaapverstoring, veranderingen in:
   slaappatroon                         voldoende           slaap
   ontwaakreacties                      voldoende           slaap              SEL                60                  binnen
   slaapstadia                          voldoende           slaap              SEL                35                  binnen
   subjectieve slaapkwaliteit           voldoende           slaap              LAeq,nacht         40                  buiten
   hartslag                             voldoende           slaap              SEL                40                  binnen
   hormoonsysteem                       beperkt             slaap
   immuun systeem                       gebrekkig           slaap
   humeur volgende dag                  voldoende           slaap              LAeq,nacht         <60                 buiten
   prestaties volgende dag              beperkt             slaap
 prestatie                              beperkt             woon werk
                                        voldoende           school             LAeq,school        70                  buiten
 a
       Classificatie van de bewijskracht voor het bestaan van een oorzakelijk verband.
 b
       Werk = arbeidssituatie (ind = industrie, kant = kantoor), woon = woonomgeving (weg = wegverkeer, lucht = luchtverkeer, slaap =
       periode van slapen), ong = ongeboren kind: blootstelling van zwangere moeder, recr = recreatieomgeving, school = blootstelling
       van kinderen op school.
 c
       De waarden hebben betrekking op metingen binnenshuis of buitenshuis. In Nederland is, voor huizen zonder dubbele beglazing,
       het verschil tussen het niveau buitenshuis en het niveau binnenshuis 15 tot 25 dB(A).
 d
       Waarnemingsniveaus voor verkeers- en industrielawaai; voor impulslawaai in de omgeving is het waarnemingsniveau lager.
60             Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 4
          De blootstelling aan geluid in Nederland
          en de gevolgen ervan
4.1       Inleiding
          Dit hoofdstuk bevat schattingen van de huidige blootstelling aan geluid in Nederland en
          van de aan die blootstelling toe te schrijven invloed op de gezondheid. De uitkomsten
          zijn samengevat in tabel 3 aan het einde van het hoofdstuk. De commissie benadrukt dat
          uit de beschikbare gegevens slechts globale schattingen zijn af te leiden. Diverse facto-
          ren zijn bepalend voor de betrouwbaarheid van de schattingen, te weten:
          P onnauwkeurigheden in de gegevens over de onderscheiden blootstellingen: vaak
               moest de blootstelling aan geluid geschat worden uit cijfers die uitgedrukt waren in
               andere dan de beoogde blootstellingsmaten
          P onbetrouwbaarheid van blootstelling-effectrelaties
          P verschillen tussen de blootstellingsverdeling in Nederland en die van de populaties
               waaruit blootstelling-effectrelaties zijn afgeleid; de hierdoor ontstane fout zal
               voornamelijk betrekking hebben op het traject van hoogste blootstelling, vooral
               wanneer er geen sprake is van een bovengrens van de blootstelling
          P interveniërende variabelen; in maar weinig berekeningen kon met variabelen zoals
               leeftijd, geslacht en andere stressoren dan geluid rekening worden gehouden
          P combinaties van blootstellingen
          P de mate waarin een effect ook zonder blootstelling aan geluid optreedt
          P gevolgen van maatregelen gericht op vermindering van lawaai, zoals individuele
               gehoorbescherming op de werkplek en geluidisolatie in de woonomgeving.
61        De blootstelling aan geluid in Nederland en de gevolgen ervan
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>           Als gevolg van deze onzekerheden is het onmogelijk om onbetrouwbaarheidsmarges af
           te leiden voor de in dit hoofdstuk gepresenteerde schattingsuitkomsten. Schattingen van
           de toename in Nederland van de aantallen mensen die tengevolge van blootstelling aan
           geluid een bepaald gezondheidseffect opgelopen hebben, zijn daarom weergegeven aan
           de hand van een indeling in zeven klassen, alhoewel de berekeningen zo accuraat
           mogelijk zijn uitgevoerd.
4.2        Beroepsmatige blootstelling
4.2.1      Wettelijke grenswaarden
           In augustus 1986 zijn in Nederland voorschriften in werking getreden ter beperking van
           blootstelling aan lawaai op de werkplek en van gehoorverlies door lawaai. Er gelden
           voor de werkplek drie basale grenswaarden:
           P LEX,occ = 80 dB(A). Boven deze waarde moeten aan de werknemers gehoorbe-
                 schermers ter beschikking worden gesteld
           P LAeq,werkzaamheid = 85 dB(A). In situaties met een equivalent geluidniveau tijdens een
                 werkzaamheid van minstens 85 dB(A) moeten, indien maar enigszins mogelijk,
                 technische maatregelen worden genomen
           P LEX,occ = 90 dB(A). Boven deze waarde moeten werknemers gehoorbeschermers
                 gebruiken.
           De in 1991 aangebrachte aanpassing van de Nederlandse wetgeving aan de Richtlijn
           86/188/EEG van de Europese Unie heeft geen wijzigingen in deze drie basiswaarden
           meegebracht. In het kader van die aanpassing zijn eisen toegevoegd met betrekking tot
           het informeren van werknemers die blootstaan aan LEX,occ-waarden vanaf 80 dB(A),
           alsmede inzake periodiek audiometrisch onderzoek bij die werknemers. Ook zijn
           voorschriften van kracht geworden voor het meten van geluid.
4.2.2      Geschatte beroepsmatige blootstelling aan lawaai
           Er zijn schattingen beschikbaar van de mate van beroepsmatige blootstelling aan geluid
           voor de Nederlandse industrie ********************** in 1975 en 1985 (Pas91a).
           Deze zijn weergegeven in figuur 4.1. Het lijkt erop dat, al vóórdat wettelijke eisen van
           kracht werden, het percentage werknemers die aan (zeer) hoge equivalente geluidni-
           veaus blootstaan, sterk is gedaald; in 1975 stond 23 procent van de werknemers in de
**********************‘Industrie’ omvat de internationale SIC-klassen 20 tot 39 (waaronder de metaal-, voedings- en textielindus-
           trie); bouw- en constructiebedrijven zijn niet inbegrepen.
62         Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>                          Percentage werknemers
                          100                                                        1975
                                                                                    1985/86
                            50
                             0
                                    80        85        90        95        100
                               Lawaai-expositieniveau L                   in dB(A)
                                                                 EX,occ
      Figuur 4.1 Percentage werknemers in de Nederlandse industrie die beroepsmatig zijn blootgesteld aan
      lawaai dat een bepaalde LEX.occ-waarde overschrijdt. De geschatte percentages hebben betrekking op 1975 en
      1985/86.
      industrie bloot aan een equivalent geluidniveau van ten minste 90 dB(A), in 1985 was
      dat nog 10 procent. Anderzijds is in dezelfde tienjaarsperiode geen verandering opgetre-
      den in de fractie industriële werknemers die blootstaan aan equivalente geluidniveaus
      van 80 dB(A) of meer. Veel werknemers, in andere werksituaties, hebben ook geluid-
      belastingen met equivalente geluidniveaus van ten minste 80 dB(A) gedurende de
      werkdag, zoals in bouw- en constructiebedrijven, landbouw en mijnbouw. Nog niet
      bekend is in hoeverre regelgeving uit 1986 heeft geresulteerd in veranderingen in de
      blootstellingsniveaus voor deze werknemers.
          In de dienstensector, de handel, leidinggevende en academische beroepen zijn
      equivalente geluidniveaus tijdens het werk doorgaans lager dan 70 dB(A).
4.2.3 Schatting van de effecten van lawaai op de werkplek
      Voldoende bewijs voor het bestaan van een oorzakelijk verband tussen lawaai op de
      werkplek en gezondheidseffecten is er voor:
      P gehoorverlies
      P hypertensie
      P gehoorverlies foetus
      P hypertensie bij zwangere vrouwen
      P hinder.
      In hetgeen volgt zal de omvang van deze mogelijke gezondheidseffecten door beroeps-
      matige blootstelling aan lawaai worden geschat.
63    De blootstelling aan geluid in Nederland en de gevolgen ervan
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>           Gehoorverlies door lawaai
           Gezien de blootstelling-effectrelaties in ISO 1999 en de omvang van blootstelling aan
           industrie-lawaai in Nederland, is in principe bij 50 procent van de werknemers in de
           industrie gehoorverlies door lawaai te verwachten. De ‘werkelijke’ blootstelling is
           echter niet te schatten, omdat niet bekend is in welke mate men persoonlijk gehoorbe-
           scherming toepast. Bovendien is er onzekerheid over het correcte gebruik van deze
           gehoorbeschermers alsmede over hun beschermende werking in concrete arbeidssitua-
           ties. De mate van gehoorverlies is wel geschat voor werknemers in bouw- en construc-
           tiebedrijven. Op basis van uitgebreid audiometrisch onderzoek (Pas88) is geschat dat
           ongeveer één op de vier werknemers in Nederlandse bouwbedrijven een door lawaai
           veroorzaakt gehoorverlies van ten minste 10 dB heeft, gemiddeld over de frequenties
           2000 en 4000 Hz. Aannemende dat gehoorverlies door lawaai in de
           industrie*********************** evenveel voorkomt als in bouwbedrijven, komt men
           op een totaal van 360 000 werknemers (25% van 1,47 miljoen) met het genoemde
           gehoorverlies dat door lawaai is veroorzaakt. Deze uitkomst is in tabel 3 gebruikt.
           Hypertensie
           Gezien de prevalentie van hypertensie door lawaai, hebben naar schatting 6000 van de
           0,88 miljoen werknemers in de Nederlandse industrie hypertensie die met lawaai
           verband houdt************************. Schattingen voor andere werkomstandighe-
           den zijn niet te maken.
           Gehoorverlies bij ongeboren baby’s
           Naar schatting is slechts 5 procent van de werknemers in de industrie van het vrouwe-
           lijke geslacht en staat slechts een kleine fractie van hen bloot aan equivalente geluidni-
           veaus van ten minste 85 dB(A) (Pas89a). Een zeer grove schatting levert ongeveer
***********************SIC-klassen 20-39
************************Naar schatting staan 88 000 (10% van 0,88 miljoen) werknemers in de industrie bloot aan equivalente
           geluidniveaus van meer dan 90 dB(A). Bij een percentage hypertensieven van 10 en een relatief risico van 1,7, komt de
           toename van het aantal mensen met hypertensie neer op 6000.
64         Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>           1000************************* zwangere vrouwen in de Nederlandse industrie die
           aan equivalente geluidniveaus hoger dan 85 dB(A) blootstaan. Derhalve zijn er naar
           schatting jaarlijks 250 pasgeborenen met een gehoorverlies van meer dan 10 dB bij 4000
           Hz door blootstelling aan lawaai op het werk van hun moeder tijdens de zwangerschap.
           Hypertensie bij zwangere vrouwen
           Gegeven de schatting van 1000 zwangere vrouwen die tijdens het werk blootstaan aan
           hoge niveaus van industrielawaai, een percentage van 10 voor hypertensie onder
           zwangere vrouwen die niet blootstaan aan lawaai op de werkplek, en een relatief risico
           van 1,5, zijn er 50 vrouwen bij wie hypertensie tijdens de zwangerschap mede veroor-
           zaakt wordt door beroepsmatige blootstelling van lawaai.
           Hinder
           Uit algemene overzichten blijkt dat geluidhinder op de arbeidsplaats een algemene
           klacht is in Nederland (CBS78a, CBS78b, Dij81). Volgens de uitkomsten van een
           onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) klaagt 52 procent van de
           mannelijke en vrouwelijke werknemers in de industrie, bouwbedrijven, het transport en
           de handel over lawaai op het werk; blijkens een ander CBS-onderzoek is dat 45
           procent. Dijkstra vond dat 51 procent van de werknemers in de industrie en 15 procent
           van de kantoormensen te kampen heeft met ernstige geluidhinder. Van Dijk (Dij84)
           analyseerde de gegevens uit CBS78a voor de totale beroepsbevolking. Hij concludeerde
           dat 31 procent van de Nederlandse beroepsbevolking klachten had over lawaai op de
           werkplek. Als deze percentages ook voor de huidige situatie geldig zijn, gaat het om 2,1
           miljoen gehinderde personen waarvan 0,74 miljoen werkend in de industrie of elders
           handarbeid verrichtend, 0,41 miljoen werkend op kantoor en 0,95 miljoen werknemers
           met andere beroepen**************************.
*************************Het aantal mannelijke en vrouwelijke werknemers in de industrie bedraagt 1 465 000 (CBS93); 50
           procent staat bloot aan equivalente geluidniveaus van ten minste 80 dB(A). Dit impliceert 36 000 vrouwen. Ongeveer een
           op de twee onder hen staat bloot aan equivalente geluidniveaus hoger dan 85 dB(A): 18 000 vrouwen. Het aantal geboor-
           ten per jaar per 1000 vrouwen in de leeftijd van 15-44 jaar is 53,2. Dit houdt in dat in de industrie ongeveer 960 zwangere
           vrouwen blootstaan aan equivalente geluidniveaus hoger dan 85 dB(A).
**************************De totale beroepsbevolking van Nederland telt 6,85 miljoen personen, inbegrepen 1,47 miljoen in de
           industrie en degenen die elders handarbeid verrichten en 2,74 miljoen mensen met kantoorwerk (CBS93).
65         De blootstelling aan geluid in Nederland en de gevolgen ervan
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>4.3   Blootstelling aan geluid in de woonomgeving
4.3.1 Wettelijke grenswaarden
      De Wet geluidhinder kent grenswaarden voor verkeers- en industriegeluid. Bij nieuwe
      huizen mogen, gemeten vóór de voorgevel, de Letm-waarden van wegverkeerslawaai en
      industrielawaai niet hoger zijn dan 50 dB(A) en niet hoger dan 55 dB(A) voor het geluid
      van treinen. Voor al bestaande huizen zou de Letm-waarde van wegverkeerslawaai lager
      moeten zijn dan 55 dB(A). Bij waarden hoger dan 60 dB(A) zouden beperkende
      maatregelen behoren te worden genomen, maar in de praktijk gebeurt dit om financiële
      redenen pas vanaf 65 dB(A) (RIV88).
           De Luchtvaartwet specificeert voor vliegtuiglawaai 35 Ke als de grenswaarde voor
      nieuwe huizen. Slechts in speciale gevallen is het toegestaan nieuwe huizen te bouwen
      in gebieden met niveaus tussen 35 en 45 Ke. Geluidisolatie-maatregelen zijn vereist,
      voor bestaande huizen, als het niveau hoger is dan 40 Ke, terwijl mensen die wonen in
      huizen met meer dan 65 Ke in beginsel zouden moeten verhuizen. Wettelijke eisen
      inzake nachtelijk luchtverkeer zijn in voorbereiding: het equivalente geluidniveau,
      bepaald over een periode van 7 uur tussen 23.00 en 07.00 uur mag, op jaarbasis, niet
      hoger zijn dan 27 dB(A), binnenshuis gemeten.
4.3.2 Blootstelling aan lawaai gedurende verkeersdeelname
      Lawaai van verkeer gedurende het reizen draagt tegenwoordig aanzienlijk bij aan de
      dagelijkse blootstelling aan geluid. In grote en middelgrote steden staan verkeersdeelne-
      mers bloot aan geluidniveaus van 70 tot 75 dB(A), bijna ongeacht het soort transport
      waarvan ze gebruik maken. In dorpen en op het platteland is die blootstelling
      waarschijnlijk minder, behalve voor agrariërs die machines en gemechaniseerde
      landbouwvoertuigen gebruiken. Er is echter geen schatting beschikbaar van deze bloot-
      stellingen aan geluid voor de Nederlandse bevolking.
4.3.3 Verkeers- en industrielawaai
      De nationale milieutoekomstverkenning ‘Zorgen voor morgen’ (RIV88) bevat een
      schatting van de geluidsituatie in Nederland aan het eind van de jaren tachtig. Volgens
      dit document bevinden zich 205 000 huizen in gebieden met Letm-waarden groter dan 65
      dB(A) door wegverkeerslawaai en 30 000 huizen met dergelijke waarden door railver-
      keer. Industrielawaai betekent voor 150 000 huizen Letm-waarden hoger dan 50 dB(A)
66    Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>      en voor 72 000 huizen Letm-waarden hoger dan 55 dB(A). Door de civiele en de militaire
      luchtvaart hebben 34 000 huizen (22 000 plus 12 000) Ke-waarden groter dan 35.
           Volgens gegevens uit 1991 (RIV93b) hebben rond Schiphol 35 000 mensen een
      blootstelling aan geluid van de burgerluchtvaart van minstens 35 Ke terwijl voor 15 000
      die blootstelling minstens 40 Ke is. De bedoelde 35 000 mensen wonen in ruwweg
      14 000 huizen, zijnde 40 procent van het totaal aantal huizen in Nederland met een
      blootstelling aan civiel en militair vliegtuiglawaai hoger dan 35 Ke.
4.3.4 Andere geluidbronnen in de woonomgeving
      Er zijn talloze andere bronnen van geluid: van buurwoningen en van activiteiten van
      anderen buitenshuis. Een opsomming omvat buurman’s toilet en andere watervoorzie -
      ningen, stofzuiger, wasmachine, vaatwasser, radio, TV, gereedschap, slaan met de
      deuren, voetstappen inclusief die op de trap, huisdieren. Voeg er luid gelach bij, roepen
      en slaan met autoportieren in de buurt van cafés, cafetaria’s en ontspanningsgelegenhe-
      den zoals disco’s, popconcerten, sporthallen en allerlei manifestaties. Andere geluiden
      zijn die welke ontsnappen aan walkmans op straat of in het openbaar vervoer en aan
      zeer luid spelende audio-installaties in auto’s.
           De commissie heeft echter geen schattingen kunnen vinden van de mate van bloot-
      stelling aan deze omgevingsgeluidbronnen.
4.3.5 Schatting van door woonomgevingsgeluid veroorzaakte effecten
      Voor de volgende gezondheidseffecten is er voldoende bewijs voor het bestaan van een
      oorzakelijk verband met blootstelling aan omgevingsgeluid:
      P gehoorverlies
      P hinder
      P hypertensie
      P ischemische hartaandoeningen
      P slaapverstoring.
      De relevante Nederlandse demografische gegevens zijn (CBS93):
      P ongeveer 15 miljoen inwoners
      P van dezen is 25,8 procent jonger dan en 74,2 procent ouder dan 20 jaar
      P 5,8 miljoen huizen
      P gemiddeld 2,5 bewoners per huis.
67    De blootstelling aan geluid in Nederland en de gevolgen ervan
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>           Deze cijfers heeft de commissie gebruikt als basis voor de schatting van gezondheidsef-
           fecten van blootstelling aan woonomgevingslawaai, waarvoor het bestaan van een
           oorzakelijk verband voldoende is bewezen.***************************
           Gehoorverlies door lawaai
           In Pas93c en Pas93d is uiteengezet dat gehoorverlies door lawaai naar alle waarschijn-
           lijkheid niet veroorzaakt wordt door blootstelling aan woonomgevingsgeluid.
           Hinder
           Tabel 2 geeft het percentage mensen die ernstige hinder ondervinden van uiteenlopen-
           de geluidbronnen. Voor sommige bronnen bevat de tabel ook ramingen voor de situatie
           in 2010.
                 Volgens deze tabel is de hinder de laatste decennia sterk toegenomen. Ook in
           andere landen heeft dit zich voorgedaan. In Duitsland steeg het percentage gehinderden
           van 30 procent tot 40 procent in 1960/1962 tot 60 procent in 1988. De belangrijkste
           oorzaak van hinder in Duitsland bleek wegverkeerslawaai te zijn: tot 1980 was wegver-
           keer de overheersende bron van lawaai voor 60 procent van de Duitse bevolking. Dit
           percentage daalde in de jaren tachtig terwijl het percentage mensen met hinder van
           luchtverkeerslawaai toenam. In 1988 waren de hinder van vliegtuiglawaai en die van
           wegverkeerslawaai ongeveer gelijk. De hinder van andere geluidbronnen (railverkeer,
           industrie, buren, lawaaiige recreatie) steeg in de jaren tachtig met een factor 2, van 8
           procent naar 15 procent (UBA93).
                 Klaarblijkelijk is, ondanks het van kracht worden van de Wet geluidhinder in 1975,
           de situatie in Nederland er sedert dat jaar op achteruitgegaan. Men dient zich echter te
           realiseren dat de in die wet neergelegde grenswaarden van blootstelling aan
           omgevingslawaai, voor zowel nieuwe als bestaande situaties, duidelijk boven het
           minimum-niveau voor ernstige hinder liggen (Letm-waarde: 45 dB(A)). Zo kan het dus
           gebeuren dat vroegere situaties zonder aanzienlijke blootstelling aan geluid en zonder
***************************Met betrekking tot opname in psychiatrische ziekenhuizen is de bewijskracht slechts beperkt.
           Neemt men niettemin de blootstelling-effectrelatie uit een onderzoek naar blootstelling aan vliegtuiglawaai (Kry90) over,
           dan laat zich schatten (Pas93c) dat ten gevolge van vliegtuiglawaai rond Schiphol jaarlijks 2 patiënten in een psychiatrisch
           ziekenhuis worden opgenomen. Voor alle Nederlandse luchthavens samen is dat naar schatting 5 per jaar. Ook aangaande
           laag geboortegewicht door vliegtuiglawaai is er slechts beperkt bewijs voor het bestaan van een oorzakelijk verband. Als
           dit effect zich voordoet dan zijn er, volgens een schatting in Pas93c, per jaar 9 baby’s met een te laag geboortegewicht
           door blootstelling aan vliegtuiglawaai rond Schiphol. In totaal voor heel Nederland blijft het effect beperkt tot 25 baby’s
           per jaar.
68         Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre> Tabel 2 Percentage volwassenen die gehinderd en zeer gehinderd worden in Nederland ten gevolge van geluid in de woonomgeving
 in de periode van 1960 tot 2010 (RIV88, RIV93a, Jon90a, Jon90b, Ber93).
 geluidbron                               percentage gehinderden                             percentage ernstig gehinderden
                                          1960    1975    1990   20101 20102                 1960     1975    1990     2010a 2010b
 wegverkeer                                 22      42      61     44     30                     9      13      20       19    16
burgerluchtvaart                              2       5     13     14      1                     1        2       3       3     0,5
militair en ander vliegverkeer                -       -     28      -       -                     -       -     12        -     -
railverkeer                                   2       3      5      3      3                     1        1       1       1     1
industrie                                     -       9     15     21     13                      -       1       4       4     4
                 3
andere bronnen                                -     41      66      -       -                     -     16      26        -     -
 verkeer gecombineerd4                        -       -     16      -       -                     -       -       8       -     -
 a
      Bij maatregelen die in 1990 zijn gepland (RIV88).
b
     Bij extra, nog niet in 1990 geplande maatregelen(RIV88).
c
     Onder meer samenhangend met recreatie en bezigheden van anderen in de omgeving.
d
     Hoofdzakelijk een combinatie van weg- en luchtverkeer; de percentages zijn ook vervat in die van de afzonderlijke
     broncategorieën.
              hinder zich ontwikkelen tot situaties met (ernstige) hinder, terwijl ze toch voldoen aan de
              eisen van de Wet geluidhinder.
                    Soms ondervinden mensen hinder van meer dan één geluidbron. De belangrijkste
              combinatie is die van lucht- en wegverkeerslawaai. Naar schatting (Ber93) ondervindt
              16 procent respectievelijk 8 procent van de Nederlandse bevolking hinder respectievelijk
              ernstige hinder van deze combinatie.
                    Uit tabel 2 blijkt, voorts, dat lawaai dat in buurwoningen, naast verkeers- en indus-
              trielawaai, verder in de woonomgeving wordt veroorzaakt tegenwoordig de belangrijkste
              oorzaak van geluidhinder is. Het blijkt dat de talloze bronnen van lawaai van de buren
              en in de omgeving samen bij 66 procent van de bevolking hinder veroorzaken, terwijl 26
              procent ernstige hinder ondervindt.
                    Hoewel het aantal lawaaiige huishoudelijke voorzieningen in de laatste decennia is
              toegenomen, lijkt dit toch niet de enige oorzaak te zijn van de toename van de hinder
              door dit soort lawaai. De aan ontspanning binnens- en buitenshuis bestede tijd neemt
              toe, hetgeen betekent dat steeds meer mensen thuis lawaaiige bezigheden verrichten en
              dat steeds meer mensen dat merken. Ook is het mogelijk dat in de afgelopen decennia
              verwachtingen en eisen van de mensen met betrekking tot hun woonomgeving zijn
              veranderd.
69            De blootstelling aan geluid in Nederland en de gevolgen ervan
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>           Hypertensie
           Voor wegverkeerslawaai begint de kans op hypertensie toe te nemen vanaf een
           LAeq,06-22h-waarde van 70 dB(A). Deze waarde komt overeen met een Letm-waarde van
           ongeveer 73 dB(A). Er zijn 205 000 huizen met een Letm-waarde door wegverkeersla -
           waai van meer dan 65 dB(A); treinverkeer levert nog eens 30 000 en industrielawaai
           15 000 huizen, totaal 250 000 huizen. Onbekend is welk percentage van deze huizen
           Letm-waarden hoger dan 73 dB(A) heeft. Stelt men dit op 10 procent, dus 25 000 huizen,
           dan komt men op naar schatting een toename ten gevolge van blootstelling aan lawaai in
           de woonomgeving van 2300 mensen**************************** die hypertensie
           hebben.
                Geschat is (Pas93c) dat vliegtuiglawaai rond Schiphol leidt tot een toename van het
           aantal hypertensieven met 1000. Het aantal huizen met hoge blootstelling aan vlieg-
           tuiglawaai van Schiphol maakt ongeveer 40 procent uit van het totale aantal huizen in
           Nederland met soortgelijke blootstelling door civiele en militaire vliegtuigen. Op grond
           hiervan is naar schatting de toename door blootstelling aan vliegtuiglawaai van het
           aantal mensen in Nederland met hypertensie 2500.
                Aldus is naar schatting de toename door weg-, vliegtuig- of industrielawaai van het
           aantal mensen in Nederland met hypertensie ongeveer 5000. Het is niet mogelijk een
           schatting te maken van de toename door blootstelling aan andere dan de genoemde
           bronnen van woonomgevingsgeluid van het aantal mensen met hypertensie.
           Ischemische hartziekten
           Er zijn geen gegevens over de prevalentie van ischemische hartziekten in Nederland.
           Volgens het RIVM zijn de cijfers in een rapport van dat insituut (Kro92) niet bruikbaar,
           omdat ze op vragenlijsten zijn gebaseerd in plaats van op medische diagnoses. Lande-
           lijke cijfers over ziekenhuisopnamen wegens ischemische hartziekten (sterfte inbegre-
           pen) komen uit op 5,18 mensen per duizend per jaar (SIG88). De hieraan geleverde
           bijdrage door blootstelling aan wegverkeers-, trein- en industrielawaai is naar schatting
           160 opnamen per jaar.*****************************
****************************In 25 000 huizen wonen gemiddeld 62 500 personen, waarvan 46 375 volwassenen. De prevalentie
           van hypertensie in de volwassen Nederlandse bevolking is 10 procent. Bij een relatief risico van 1,5 komt men zo op
           2300 personen.
*****************************Het aantal te beschouwen huizen is 25 000, met gemiddeld 62 500 bewoners. Zonder blootstelling
           aan lawaai worden ongeveer 320 op elke 62 500 mensen in een ziekenhuis opgenomen wegens ischemische hartziekten.
           Bij een relatief risico van 1,5 leidt dit tot 160 extra opnamen.
70         Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>           In Pas93c is gespecificeerd dat ten gevolge van vliegtuiglawaai rond Schiphol
      jaarlijks ongeveer 67 mensen in het ziekenhuis belanden wegens ischemische hartziek-
      ten. Neemt men, zoals eerder, aan dat het hier gaat om 40 procent van het totaal, dan
      komt men uit op een landelijk aantal van 170 ziekenhuisopnamen.
           Aldus laat zich schatten dan blootstelling aan woonomgevingslawaai in Nederland
      jaarlijks leidt tot 330 ziekenhuisopnamen wegens ischemische hartziekten.
      Slaapverstoring
      Er is geen schatting te maken van de omvang van de effecten inzake de meeste facet-
      ten van slaapverstoring in Nederland, omdat de nachtelijke blootstellingsniveaus groten-
      deels onbekend zijn. Bovendien zijn de meeste waarnemingsniveaus en blootstelling-ef-
      fectrelaties niet in zodanige vorm afgeleid dat ze bruikbaar zijn voor bedoelde schattin-
      gen. Slechts het beschikbare waarnemingsniveau biedt voor de subjectieve slaapkwali-
      teit enige mogelijkheden. De subjectieve slaapkwaliteit begint te verminderen vanaf 40
      dB(A) gedurende de nacht, dat wil zeggen vanaf een Letm-waarde van ongeveer 50
      dB(A). Het aantal mensen die risico lopen, is naar schatting ten minste één miljoen,
      zijnde 150 000 ten gevolge van industrielawaai, ten minste 600 000 ten gevolge van
      wegverkeerslawaai, ten minste 30 000 ten gevolge van treinlawaai en een onbekend
      aantal ten gevolge van vliegtuiglawaai.
4.4   Blootstelling aan geluid in de vrije tijd
4.4.1 Wettelijke grenswaarden
      In het algemeen zijn de in 4.2.1 voor woonomgevingslawaai genoemde wettelijke grens-
      waarden ook van toepassing voor de vrije tijd, omdat veel ontspanningsactiviteiten in en
      om de woning plaatsvinden. Er bestaan in Nederland geen voorschriften voor geluidni-
      veaus in natuurgebieden en in als zodanig aangewezen landelijke gebieden.
           In het Vuurwerkbesluit worden de maximale geluiddrukniveaus genoemd voor
      ontploffend vuurwerk dat in Nederland mag worden verkocht.
           Voor andere geluidbronnen die met de vrije tijd te maken hebben, bestaan geen
      wettelijke voorschriften, afgezien van plaatselijke bepalingen op grond van de Wet
      milieubeheer, vroeger de Hinderwet. Deze wet geeft onder meer toegestane geluidni-
      veaus buitenshuis voor discotheken.
71    De blootstelling aan geluid in Nederland en de gevolgen ervan
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>4.4.2 Geschatte blootstelling aan geluid in de vrije tijd
      De talloze bronnen van omgevingsgeluid in en rond woningen beïnvloeden mensen ook
      in hun vrije tijd. Een schatting van die blootstelling ontbreekt echter. Evenmin is bekend
      in welke mate mensen blootstaan aan geluid in natuurgebieden en stille landelijke gebie -
      den en in welke mate die blootstelling hinder kan veroorzaken. Afgezien van deze
      ongewenste blootstellingen, die zelfs bij lage niveaus effect kunnen veroorzaken, zijn
      drie situaties met hoge blootstellingen te onderscheiden:
      P popmuziek
      P luidruchtige sport- en spelbeoefening
      P kinderspeelgoed.
      In elk van deze drie gevallen stellen de mensen zich in meer of mindere mate vrijwillig
      aan geluid bloot.
      Popmuziek
      Sinds de jaren zestig is het popgebeuren aanzienlijk in belang toegenomen. Tegenwoor-
      dig blijken er vijf situaties te zijn waarin vooral jeugdigen met popmuziek te maken
      hebben:
      P bij popconcerten
      P in disco’s
      P thuis
      P luisteren via hoofdtelefoons, gewoonlijk met draagbare apparatuur
      P spelen in een popgroep.
      Het ziet er thans naar uit dat in de eerste drie situaties het geluidblootstellingsniveau aan
      het verminderen is, terwijl het luisteren via hoofdtelefoons in Nederland een zich nog
      uitbreidend fenomeen is. Naar schatting gebruikt tegenwoordig 50 procent van de
      jongeren hoofdtelefoons, tegen ongeveer 20 procent in 1980 (Pas92). Sommige karakte-
      ristieken van de blootstelling van jonge Nederlanders zijn bekend, te weten de tijd die
      men zowel op korte als op lange termijn aan het luisteren besteedt. De niveaus van
      blootstelling zijn echter niet bekend en slechts te schatten op basis van buitenlandse
      gegevens (Ric87a, Ric87b).
           De twee situaties die de hoogste geluidbelasting vertegenwoordigen zijn tegenwoor-
      dig het spelen in een popgroep en het luisteren via hoofdtelefoons. Voor amateur-musici
      die in een popgroep spelen, is het equivalente geluidniveau over 24 uur, gemiddeld op
      jaarbasis, naar schatting 80 tot 90 dB(A), in aanmerking genomen zowel de uitvoeringen
72    Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>      als het oefenen. Het beluisteren van popmuziek via hoofdtelefoons geeft gemiddeld
      equivalente geluidniveaus van 65 tot 70 dB(A) over 24 uur, maar aangenomen wordt
      dat 10 procent van de luisteraars blootstaat aan niveaus hoger dan 80 tot 85 dB(A)
      (Pas89b).
           In weerwil van de kennelijk hoge geluidniveaus veronderstelt men, de gewoonten
      van jongeren in Nederland in aanmerking nemende, dat het bijwonen van popconcerten
      en het bezoeken van disco’s op lange termijn gepaard gaat met lagere geluidblootstel-
      lingsniveaus dan het spelen in een popgroep of het luisteren via hoofdtelefoons.
      Lawaai bij sport en spel
      Lawaaiige vormen van sport en spel zijn bijvoorbeeld de jacht, schietsport en motorsport
      zoals auto- en motorraces. Lawaaiige spelen zijn modelvliegen, spelen in gokhallen en
      het afsteken van vuurwerk. Ook het verblijven in (voetbal)stadions brengt veel lawaai
      met zich mee. Voor veel van deze luidruchtige activiteiten zijn akoestische gegevens
      beschikbaar (Axe91a). Maar omdat de blootstellingspatronen grotendeels onbekend zijn,
      is het onmogelijk de geluidbelasting door deze bronnen van lawaai te schatten.
      Blootstelling van kinderen
      Ook heel jonge kinderen staan soms bloot aan zeer hoge geluidniveaus (Axe85b,
      Axe91a, Axe91b, Axe93, Pas91b). Hun ‘piepende’ speelgoed blijkt op een afstand van
      tien centimeter equivalente geluidniveaus van 78 tot 108 dB(A) te kunnen produceren.
      Dit geldt voor ook voor ander stilstaand of bewegend speeltuig. Voor speelgoedwapens
      zijn op een afstand van 50 centimeter maximale geluiddrukniveaus tot 150 dB gemeten.
      Vuurwerk kan op 2 meter van de bron 160 dB teweegbrengen. Maar ook hier zijn de
      blootstellingspatronen niet bekend.
           Volgens een schatting van de EPA (EPA74) kan de blootstelling van schoolkinde-
      ren aan lawaai oplopen tot 77 dB(A) gedurende een etmaal. Iets recenter zijn voor
      kinderen in kinderdagverblijven equivalente geluidniveaus van 77 dB(A) gedurende de
      dag gerapporteerd (Tru88).
4.4.3 Schatting van effecten door geluid in de vrije tijd
      Gehoorverlies door lawaai is het enige voldoende gedocumenteerde ongunstige effect
      op de gezondheid van blootstelling aan geluid in de vrije tijd. Toepassing van het reken-
      schema van ISO 1999 op de blootstellingsgegevens voor jongeren, en vergelijking van
      de uitkomsten met epidemiologische gegevens (Isi88, Pas76, Pas81), leidt tot de schat-
      ting dat de meeste mensen die in een popgroep spelen, op de lange duur een door
73    De blootstelling aan geluid in Nederland en de gevolgen ervan
</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>    lawaai veroorzaakt gehoorverlies van 5 tot 10 dB zullen oplopen en dat dit bij de meeste
    bezoekers van popconcerten en disco’s 2 tot 3 dB zal zijn. Voor 10 procent van de
    jongeren die hoofdtelefoons gebruiken, is het geschatte gehoorverlies door lawaai 10 tot
    15 dB, terwijl het voor 1 procent meer is dan 15 dB. Neemt men de uiteenlopende
    percentages van jongeren die bij popmuziek betrokken zijn in aanmerking (Pas93d), dan
    impliceren deze geschatte gehoorverliezen dat 5 procent van de 2,5 miljoen mensen
    tussen 15 en 25 jaar door het spelen in een popgroep een gehoorverlies van 5 tot 10 dB
    zal oplopen, 15 procent een gehoorverlies tot 2 of 3 dB door popconcerten en disco’s te
    bezoeken, 5 procent een gehoorverlies van 10 tot 15 dB en 0,5 procent een verlies van
    meer dan 15 dB door het gebruik van hoofdtelefoons. Er is geen informatie over de
    mate waarin combinaties van deze activiteiten optreden.
        In tegenstelling tot de VS, Canada en Scandinavië beoefenen in Nederland maar
    weinig mensen de jacht of schietsporten. Naar schatting gebruikt minder dan 1 procent
    van de Nederlandse bevolking vuurwapens voor ontspanningsdoeleinden. Ook is het in
    Nederland gebruikelijk om bij het beoefenen van schietsporten persoonlijke gehoorbe-
    schermers te dragen. Het is daarom waarschijnlijk dat er in Nederland een slechts
    beperkte blootstelling is aan het geluid van vuurwapens tijdens recreatie. Omdat er geen
    gegevens zijn over de patronen van blootstelling aan geluid tijdens spel en sport, is de
    mate van door die blootstelling veroorzaakte gezondheidseffecten onbekend.
        Uit al het onderzoek naar de invloed van lawaai van knallend vuurwerk op het
    gehoor komt een stijging van 1 tot 2 procent naar voren in het percentage kinderen met
    een hoogfrequent gehoorverlies ten gevolge van het gebruik van dat vuurwerk (Gja74,
    Isi88, Gup89, Bro92). Het aantal jonge mensen dat in Nederland met een dergelijk
    gehoorverlies kampt, is niet bekend omdat er geen gegevens zijn over blootstellingspa-
    tronen. Hetzelfde geldt voor kinderen die met lawaaiig speelgoed omgaan.
4.5 Trends in het optreden van gehoorverlies bij jongeren
    Gehoorverlies kan tal van oorzaken hebben, bijvoorbeeld infectieziekten, ototoxische
    geneesmiddelen, erfelijke factoren, middenoorontsteking en blootstelling aan lawaai.
    Ook wordt het gehoor slechter bij het vorderen van de leeftijd. De resultaten van twee
    omvangrijke onderzoeken (Bor88, Bor93, Kör92) in Oostenrijk en Noorwegen duiden op
    een ernstige verslechtering van het gehoor van jonge mannen en vrouwen in de jaren
    tachtig. Deze bevinding vindt echter geen steun in de resultaten van een recent Zweeds
    en een Duits onderzoek (Ess92, Ros93). Wegens gebrek aan onderzoeksgegevens kan
    de commissie geen duidelijke mening geven over de mate van gehoorverlies in de
    Nederlandse bevolking. Nederlandse onderzoeksresultaten duiden niet op achteruitgang
    van het gehoor van jonge Nederlanders (18-jarigen) in de periode tot 1983 (Pas89b,
    Pas90). Maar aan deze gegevens zijn geen conclusies te ontlenen over trends in de
74  Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>    gehoorkwaliteit van de 10 procent van de jeugdigen met de hoogste waarden, en al
    evenmin over de ontwikkelingen sedert 1983. De commissie pleit voor onderzoek naar
    de huidige kwaliteit van het gehoor van Nederlandse jongeren.
4.6 Samenvatting
    In tabel 3 zijn de resultaten samengevat die in de voorgaande paragrafen zijn beschre-
    ven. De schattingen van de aantallen betrokken mensen in Nederland zijn weergegeven
    in termen van zeven klassen die achtereenvolgens in grootte-orde een factor 10 van
    elkaar verschillen. Deze classificatie heeft uitsluitend betrekking op de omvang van het
    optreden van effecten die aan blootstelling aan geluid zijn toe te schrijven, niet op de
    ernst van die effecten.
75  De blootstelling aan geluid in Nederland en de gevolgen ervan
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre> Tabel 3 Geschatte aantallen mensen in de Nederlandse bevolking in 1993 die gezondheidseffecten van blootstelling aan
 geluid ondervinden, aangegeven in grootte-klassen.
 blootstellingssituatie en bron1                          effect                                            klasse2
 werkomgeving
                                                          gehoorverlies                                     6
                                                          hinder                                            7
                                                          hypertensie                                       4
                                                          gehoorverlies baby                                3
                                                          hypertensie bij zwangerschap                      2
 woonomgeving
                                                          hypertensie                                       4
                                                          ischemische hartziekten3                          3
                                                          gehoorverlies                                     -
                                                          verminderde slaapkwaliteit 4                      7?
      wegverkeer                                          ernstige hinder                                   7
      burgerluchtvaart                                    ernstige hinder                                   6
      militaire luchtvaart                                ernstige hinder                                   7
      railverkeer                                         ernstige hinder                                   6
      industrie                                           ernstige hinder                                   6
      verkeerscombinaties                                 ernstige hinder                                   6
      andere bronnen in de omgeving                       ernstige hinder                                   7
 recreatie-omgeving
      popmuziek:                                          gehoorverlies                                     6
      v spelen in popgroep                                        ”          5 - 10 dB                      6
      v bezoek popconcerten en disco’s                            ”          2 - 3 dB                       6
      v hoofdtelefoons                                            ”         10 - 15 dB                      6
                                                                  ”            > 15 dB                      5
      lawaai bij sport en spel                                                                              ?
      kinderspeelgoed                                             ”                                         ?
 a
       Werkomgeving betreft werkenden in Nederland. Woonomgeving betreft volwassenen in Nederland (uitgezonderd bij
       laag geboortegewicht). Recreatie-omgeving betreft jong-volwassenen en kinderen.
 b
       Klasse-specificatie:
 c
       1 geen                                   5 10 000 - 100 000 personen
 d
       2 < 100 personen                          6 100 000 - 1 000 000 personen
 e
       3 100 - 1000 personen                     7 > 1 000 000 personen.
 f
       4 1000 - 10 000 personen
 g
       Aantal per jaar.
 h
       Aantal personen die risico lopen; het aantal personen bij wie zich het effect voordoet kon niet geschat worden.
76             Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 5
          Beantwoording van de adviesaanvraag
          De commissie heeft een overzicht gegeven van de resultaten van wetenschappelijk
          onderzoek naar de invloed van lawaai op de gezondheid. In hoofdstuk 3 beoordeelde zij
          de bewijskracht voor het bestaan van oorzakelijke verbanden tussen blootstelling aan
          geluid en bepaalde gezondheidseffecten. In hoofdstuk 4 is die beoordeling gebruikt voor
          het vaststellen van de gevolgen van blootstelling aan geluid in de woonomgeving en op
          de werkplek voor de gezondheid van de Nederlandse bevolking. Beide hoofdstukken
          samen geven in combinatie met een separaat door de Gezondheidsraad gepubliceerd
          literatuur-onderzoek antwoorden op de vragen die de minister in zijn adviesaanvraag
          stelt. In dit slothoofdstuk zijn die antwoorden volledigheidshalve gerangschikt aan de
          hand van de tekst in de adviesaanvraag.
          Gezondheidseffecten
          Wat zijn de te verwachten gezondheidsaspecten bij verschillende geluidniveaus?
          In hoofdstuk 3 van dit advies zijn gezondheidseffecten gespecificeerd naar gelang het
          soort geluidbron. Ook is onderscheid gemaakt tussen woon-, werk- en recreatie-omge-
          ving. Tabel 1 geeft een overzicht van mogelijke effecten op lange termijn, alsmede een
          classificatie van de bewijskracht voor het bestaan van oorzakelijke verbanden. Is die
          bewijskracht voldoende, dan zijn in de tabel ook waarnemingsniveaus gespecificeerd
          voor zover die beschikbaar zijn. Het waarnemingsniveau is de laagste waarde van de
          blootstelling waarvoor, gemiddeld gesproken, in epidemiologisch onderzoek een effect
77        Beantwoording van de vragen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>   van blootstelling is waargenomen. Dat niveau geldt voor een gemiddelde populatie van
   volwassenen, van volwassen werknemers of van een anderszins omschreven gemid-
   delde populatie zoals baby’s of zwangere vrouwen.
       In de gevallen van voldoende bewijs voor het bestaan van een oorzakelijk verband
   tussen blootstelling aan geluid en een schadelijk effect voor de gezondheid, is nagegaan
   in hoeverre een betrouwbare specificatie van dat verband beschikbaar is. Soms zijn
   dergelijke relaties uitgedrukt in termen van het relatief risico boven het waarnemingsni-
   veau. Dit geldt voor ischemische hartaandoeningen en hypertensie. Voor gehoorverlies
   door geluid zijn blootstelling-effectrelaties gegeven in ISO 1999. Als geluidmaat voor
   blootstelling op de werkplek is LEX.occ gekozen, terwijl LAeq.24h de gebruikte maat is voor
   blootstelling in de woonomgeving en in de vrije tijd.
       Blootstelling-effectrelaties bestaan ook voor ernstige hinder in de woonomgeving
   door lawaai van verkeer en industrie (Mie92). Dergelijke relaties ontbreken voor hinder
   in kantoren of fabrieken.
       Hoewel er voldoende bewijs is voor het bestaan van een oorzakelijk verband tussen
   nachtelijke blootstelling aan geluid en diverse effecten op de slaap, zijn uit veldonder-
   zoek slechts voor enkele van die effecten blootstelling-effectrelaties afgeleid, te weten
   voor ontwaakreacties en veranderingen van het slaapstadium door intermitterend
   lawaai. In die relaties is de blootstelling uitgedrukt in de SEL-waarde. Op basis ervan is,
   voor nachtelijk vliegtuiglawaai in de buurt van grote vliegvelden, het aantal ontwaakre-
   acties en veranderingen van slaapstadium geschat, met het equivalentie geluidniveau
   gedurende de nacht als blootstellingsmaat (Pas94).
       Slechts voor gehoorverlies en hinder zijn gegevens beschikbaar voor het afleiden
   van de gevolgen van gecombineerde blootstelling aan geluid van verschillende bronnen.
   In het geval van gehoorverlies kan dat gecombineerde effect berekend worden aan de
   hand van het equivalente geluidniveau voor de hele blootstellingsperiode. Voor hinder
   van geluid door verschillende gelijktijdig voorkomende bronnen in de woonomgeving
   bestaat ook een rekenschema (Mie93).
       Gezondheidseffecten van gecombineerde blootstelling aan geluid en aan andere
   fysische of chemische agentia zijn slechts bij hoge uitzondering onderwerp geweest van
   epidemiologisch onderzoek. Omdat bovendien de in dat onderzoek betrokken groepen
   klein waren, kan men aan de beschikbare gegevens onvoldoende bewijskracht ontlenen
   voor het optreden van interacties.
       Blijkens de resultaten van epidemiologisch onderzoek zijn er diverse bevolkingsgroe-
   pen met een verhoogde kans op het oplopen van nadelige gezondheidseffecten door
   geluid, te weten:
   P het gehoor van kinderen is vermoedelijk kwetsbaarder dan dat van volwassenen
78 Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>   P   mannen met een hoog cholesterol-gehalte in het bloed hebben een grotere kans op
       gehoorverlies door geluid op de werkplek dan mannen met normale cholesterol-ge-
       haltes
   P   bij ziekenhuispatiënten leidt blootstelling aan betrekkelijk veel lawaai in of om het
       ziekenhuis tot vertraging van herstel en van de genezing van wonden
   P   vergeleken met zwangere vrouwen die niet blootstaan aan geluid op de werkplek,
       hebben zwangere vrouwen die blootstaan aan sterk industrieel lawaai een
       verhoogde kans op hypertensie tijdens de zwangerschap
   P   een verhoogde kans op hypertensie is er ook bij mensen die ernstige hinder onder-
       vinden van relatief geringe niveaus van wegverkeerslawaai
   P   mannen die blootstaan aan zowel wegverkeerslawaai in de woonomgeving als
       lawaai op de werkplek hebben, vergeleken met mannen die uitsluitend aan wegver-
       keerslawaai blootstaan, een verhoogde kans op ischemische hartaandoeningen
   P   mensen die hinder ondervinden van geluid op de werkplek zijn in hun vrije tijd extra
       geïrriteerd, hetgeen hun welbevinden thuis niet ten goede komt
   P   bij zieken, ouderen en mensen met slaapproblemen doen zich relatief veel slaapver-
       storingen door geluid voor, vooral met betrekking tot het opnieuw in slaap vallen na
       te zijn gewekt; oudere mensen hebben een verhoogde kans op ontwaakreacties
       door nachtelijk geluid
   P   mensen bij wie geluid slaapverstoringen veroorzaakt, hebben een verhoogde kans
       op hypertensie, ischemische hartaandoeningen en negatieve invloeden op het
       psychosociaal welbevinden, vergeleken met mensen in dezelfde leefsituatie maar
       zonder slaapverstoringen
   P   mensen die extra gevoelig zijn voor geluid, personen die bang zijn voor bepaalde
       geluidbronnen en zij die zich onmachtig voelen om een bepaalde geluidsituatie te
       beïnvloeden (en daardoor machtsmisbruik ervaren) hebben een verhoogde kans om
       ernstige hinder te ervaren.
   Effecten in de Nederlandse bevolking
   Wat is de omvang van de te verwachten effecten in de Nederlandse bevolking?
   Over deze vraag gaat hoofdstuk 4. De beschikbare gegevens zijn in tabel 3
   samengevat. De aantallen mensen die een effect ondervinden, zijn aan de hand van een
   indeling in klassen tot uitdrukking gebracht, omdat uit de beschikbare informatie geen
   nauwkeuriger schattingen vallen af te leiden.
79 Beantwoording van de vragen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre>   Gezondheidskundige advieswaarden
   Welke gezondheidskundige grenswaarden kunnen op basis van deze gegevens geformuleerd worden?
   Gewoonlijk zijn blootstellingslimieten niet alleen gebaseerd op gezondheidkundige
   overwegingen, maar vormen zij de uitkomst van een politiek beslissingsproces waarin
   ook sociale en economische factoren meespelen. Gezondheidkundige
   advieswaarden* hangen af van criteria aangaande
   het beschouwde effect als eindpunt, de te beschermen populatie, de mate van bescher-
   ming en de in aanmerking te nemen veiligheidsmarges. Gaat het om het voorkómen van
   enig effect in de doorsneebevolking, dan zijn de aangegeven waarnemingsniveaus de
   geschikte gezondheidkundige grenswaarden voor zover men geen veiligheidsmarges
   aanhoudt. Wenst men zo’n marge wel en wenst men bovendien rekening te houden met
   extra gevoelige groepen, dan moeten de gezondheidkundige grenswaarden lager
   gekozen worden dan de waarnemingsniveaus, teneinde de beoogde mate van preventie
   te realiseren.
   Internationale normen
   In welke mate bestaat er internationale overeenstemming over deze aspecten en in hoeverre werkt dit door
   naar normstelling?
   Specificaties van internationale instanties zijn uitsluitend beschikbaar met betrekking tot
   gehoorverlies door lawaai. In hoofdstuk 3 heeft de commissie verwezen naar de inter-
   nationale standaard ISO 1999 waarin blootstelling-effectrelaties zijn gegeven. In 1981
   heeft de Wereldgezondheidsorganisatie een equivalent geluidniveau van 75 dB(A)
   gedurende werktijd aangegeven als het geen-nadelig-effect-niveau. Hetzelfde niveau is
   door de Europese Unie genoemd in haar ontwerp richtlijn over fysische agentia, gepubli-
   ceerd in december 1992.
   Vergelijking met het advies uit 1971 van de Gezondheidsraad
   De commissie merkt op dat, zoals blijkt uit vergelijking van het voorliggende advies met
   een in 1971 door de Gezondheidsraad uitgebracht advies, dat gezondheidseffecten die
*  Bij de vertaling van het advies is aangesloten bij de in adviezen van de Gezondheidsraad gebruike-
   lijke terminologie. Commissies van de Raad leiden gezondheidskundige advieswaarden af, die de overheid kan gebruiken
   bij het vaststellen van wettelijke grenswaarden.
80 Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 81 ======================================================================

<pre>   thans met lawaai blijken te zijn geassocieerd, dezelfde zijn als hetgeen gold in de jaren
   zestig. De tegenwoordig beschikbare gegevens, beschreven in hoofdstuk 3, zijn echter
   gedetailleerder en vooral kwantitatiever dan die van drie decennia geleden. Dit houdt in
   dat onzekerheden zijn gereduceerd en dat de conclusies over de invloed van lawaai op
   de gezondheid nu op een aanzienlijk hechtere basis rusten.
        Combineert men de gegevens over de gezondheidseffecten van geluid met die over
   blootstelling aan geluid in Nederland, dan blijkt dat de twee belangrijkste gezondheidsef-
   fecten zijn:
   P hinder van geluid op de werkplek en in de woonomgeving
   P gehoorverlies door lawaai op de werkplek.
   Ook slaapverstoring door lawaai is een belangrijk effect voor de volksgezondheid, maar
   er zijn geen gegevens over het aantal mensen die hiermee te kampen hebben.
   Waarom zijn de genoemde effecten nog steeds zo belangrijk, terwijl ze al vele jaren
   bekend zijn en preventieve maatregelen wel degelijk zijn genomen? Er zijn hiervoor
   twee redenen te noemen. De eerste is dat effecten zich ook voordoen bij geluidniveaus
   die lager zijn dan in voorschriften gespecificeerde grenswaarden. De tweede reden is
   dat de blootstellingen, voornamelijk veroorzaakt door uiteenlopende vormen van verkeer,
   door buren en door industrieel lawaai of geluid op de werkplek, op grote schaal plaats-
   vinden. Terugdringing van het lawaai zal daarom aanzienlijke financiële offers vragen.
        De meeste andere gezondheidseffecten van geluid, waaronder ischemische
   hartaandoeningen en hypertensie, treden op bij betrekkelijke hoge geluidniveaus. Slechts
   bij mensen met zeer lawaaiige beroepsbezigheden of die zeer specifieke blootstellingen
   vanuit hun woonomgeving ondergaan, zullen die effecten zich voordoen. Dit is in hoofd-
   stuk 3 uiteengezet. Veel van deze effecten zijn te voorkomen door strikte inachtneming
   van voorgeschreven grenswaarden.
   Samenvattend concludeert de commissie dat blootstelling aan geluid belangrijke gevol-
   gen heeft voor de volksgezondheid in geïndustrialiseerde landen zoals Nederland. Veel
   duidelijker dan uit mortaliteitscijfers blijken die gevolgen uit analyses van de kwaliteit
   van het leven.
   Den Haag, 15 september 1994,
   De Commissie Geluid en Gezondheid,
   w.g.
   mw drs W Passchier-Vermeer,                       dr GF Smoorenburg,
   secretaris                                        voorzitter
81 Beantwoording van de vragen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 81 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 82 ======================================================================

<pre>82 Geluid en gezondheid</pre>

====================================================================== Einde pagina 82 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 83 ======================================================================

<pre>       Literatuur
Alt87  Altena K. Invloed van lawaai op de gezondheid; Beschrijving onderzoeksopzet. Leidschendam: VROM,
       1987; (Rapport nr GA-HR-03-01).
Alt89  Altena K. Medische gevolgen van Lawaai. Leidschendam: VROM, 1989; (Rapport nr GA-DR-03-01).
Axe85a Axelsson A, Lindgren F. Is there a relationship between hypercholesterolaemia and noise-induced hearing
       loss? Acta Otolaryngol 1985; 100: 379-86.
Axe85b Axelsson A, Jersson T. Noisy toys: a possible source of sensorineural hearing loss. Pediatrics 1985; 76:
       574.
Axe91a Axelsson A. Leisure noise exposure in adolescents and young adults. J Sound Vibr 1991; 151(3): 447-53.
Axe91b Axelsson A, Hellstrom PA, Altschuler R, et al. Inner ear damage from toy cap pistols and fire-crackers. Int
       J Ped Otorhinolaryngol 1991; 21: 143-8.
Axe93  Axelsson A, Dengerink H, Hellstrom PA, et al. The sound world of the child. Scand Audiol 1993; 22:
       117-24.
Bab88  Babisch W, Gallacher JE, Elwood PC, et al. Traffic noise and cardiovascular risk. The Caerphilly study,
       first phase. Outdoor noise levels and risk factors. Arch Environ Health 1988; 43(6): 407-14.
Bab90  Babisch W, Ising H, Gallacher JEJ, et al. Traffic noise, work noise and cardiovascular risk factors: The
       Caerphilly and Speedwell Collaborative Heart Disease Studies. Environ Int 1990; 16: 425-35.
Bab92  Babisch W, Ising H. Epidemiologische Studien zum Zusammenhang zwischen Verkerslarm und
       Herzinfarkt. Bundesgesundheitsblatt 1992; 35(1):3-11.
Bab93a Babisch W, Elwood PC, Ising H, et al. Verkehrslärm als Risikofaktor für Herzinfarkt. In: Ising-H,
       Kruppa-B, eds. Schriftenreihe 88 des Vereins fur Wasser-, Boden- und Lufthygiene. Stuttgard: Gustav
       Fischer Verlag, 1993: 135-66.
83     Literatuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 83 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 84 ======================================================================

<pre>Bab93b Babisch W, Ising H, Elwood P et all. Traffic Noise and Cardiovascular Risk: The Caerphilly and Speedwell
       Studies, Second Phase. Risk Estimation, Prevalence and Incidence of Ischemic Heart disease. Arch Env
       Health 1993, 48: 406-13.
Ber93  van den Berg M. Cumulatie van geluid in de gewijzigde Wet geluidhinder. Geluid 1993; 1: 20-3.
Bie89a Biesiot W, Pulles MPJ, Stewart RE. Environmental noise and health Leidschendam: VROM, 1989;
       (Rapport nr GA-DR-03-03).
Bie89b Biesiot W, Pulles MPJ, Stewart RE. Invloed van lawaai op de gezondheid. Leidschendam: VROM, 1989;
       (Rapport nr GA-HR-03-02).
Bor88  Borchgrevink HM. One third of 18 year old male conscripts show noise induced hearing loss > 20 dB
       before start of military service - the incidence being doubled since 1981. Reflecting increased leisure noise?
       In: Berglund-B, Lindvall-T, eds. Proceedings 5th International Congress on Noise as a Public Health
       Problem. Stockholm: Swedish Council for Building Research, 1988: 27-32.
Bor93  Borchgrevink HM. Music-induced hearing loss >20 dB affects 30% of Norwegian 18 year old males before
       military service - the incidence doubled in the 80’s, declining in the 90’s. In: Vallet-M, ed. Proceedings 6th
       International Congress on Noise as a Public Health Problem. Vol.2. Nice: INRETS, 1993: 25-8.
Bro92  Brookhouser PE, Worthington DW, Kelly WJ. Noise-induced hearing loss in children. Laryngoscope 1992;
       102(6): 645-55.
CBS78a CBS. De leefsituatie van de Nederlandse bevolking, 1977; deel I: kerncijfers. Den Haag: Staatsuitgeverij,
       1978.
CBS78b CBS. Arbeidskrachtentelling 1975. Den Haag: Staatsuitgeverij, 1978.
CBS93  Statistisch Jaarboek 1993. Rijswijk: Centraal Bureau voor de Statistiek, 1993.
Coh80  Cohen S, Evans GW, Krantz DS, et al. Physiological, motivational, and cognitive effects of aircraft noise on
       children. Am Psychol 1980; 35: 231-43.
Dol85  Doll R, Peto R. Asbestos; Effects on Health of Exposure to Asbestos. London: Her Majesties Office,
       1985.
Dij81  Dijkstra A, van der Grinten MP, Schlatmann-Th. Functioneren in de arbeidssituatie. Leiden: NIPG-TNO,
       1981.
Dij84  van Dijk FJH. Effecten van lawaai op gezondheid en welzijn in de industrie. (Thesis). Amsterdam: Univer-
       siteit van Amsterdam, 1984.
EPA 74 Environmental Protection Agency. Information on levels of environmental noise requisite to protect public
       health and welfare with an adequate margin of safety. Washington. EPA, 1974 (EPA Rep No
       559/9-74-004).
Ess92  Esser L. Einfluss unterschiedlicher Freizeitaktivitäten auf das Horvermogen jugendlicher und junger
       Erwachsenen. In: Proceedings 6th Fase-Congress 1992. Zurich: Swiss Acoust Soc, 1992: 209-12.
Fru88a Fruhstorfer B, Pritsch MG, Fruhstrofer H. Effects of daytime noise load on the sleep-wake cycle and
       endocrine patterns in man: I 24 hours neurophysiological dat. Int J Neurosci 1988; 39(3-4): 197-209.
Fru88b Fruhstorfer B, Pritsch MG, Fruhstrofer H. Effects of daytime noise load on the sleep-wake cycle and
       endocrine patterns in man: II 24 hours secretion of ant. and post. pituitry hormones. Int J Neurosci 1988;
       39: 211-21.
84     Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 84 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 85 ======================================================================

<pre>Fru90  Fruhstorfer B. Daytime noise load: a 24 hours problem? In: Berglund-B, Lindvall T, Red. Proceedings 5th
       International Congress on Noise as a Public Health Problem. Stockholm: Swedish Council for Building
       Research, 1990: 123-4.
Gja74  Gjaevenes K, Moseng J, Nordahl T. Hearing loss in children caused by the impulsive noise of Chinese
       crackers. Sci Audiol 1974; 3: 153-56.
GR71   Gezondheidsraad: Geluidhinder. Rapport Gezondheidsraad Commissie Geluidhinder en Lawaaibestrijding.
       Den Haag: Gezondheidsraad, 1971.
GR77   Gezondheidsraad: Advieswaarden voor de kwaliteit van de buitenlucht. Algemene beschouwingen. Den
       Haag: Gezondheidsraad, 1977 (Rapport 1977/07).
GR91   Gezondheidsraad: Commisie Vliegtuiglawaai en slaap. Vliegtuiglawaai en slaap. Den Haag: Gezondheids-
       raad, 1991; publikatie nr 1991/05.
GR92   Gezondheidsraad: Commisie Stress en gezondheid. Stress en gezondheid. Den Haag: Gezondheidsraad,
       1992 ; publikatie nr A92/02.
Gri76  Griefahn B, Jansen G, Klosterkötter W. Zur Problematik lärmbedingter Schlafstörungen: eine Auswertung
       von Schlaf-Literatur. Umweltbundesamt 1976; 4: 1-251.
Gri90a Griefahn B. Präventivmedizinische Vorschläge für den nächtlichen Schallschutz. Z Lärmkämpfung 1990;
       37: 7-14.
Gri90b Griefahn B. Research on noise and sleep: present state. In: Berglund-B, Lindvall-T, eds. Proceedings of the
       5th International Congress on Noise as a Public Health Problem. Vol 5. Stockholm: Swedish Council for
       Building Research, 1990: 17-20.
Gup89  Gupta D,Vishwakaarma SK. Toy weapons and fire-crackers: a source of hearing loss. Laryngoscope 1989;
       99: 330-4.
Gru92  Gruber J. Sleep disturbance by aircraft noise: changes of sleep stages and increased catecholamine secretion.
       KNMG- Nachtvluchten en slaapverstoring; symposium 1992: 21-31. Rotterdam: KNMG, 1992.
Hil65  Hill AB. The environment and disease: association or causation? Proc R Soc Med 1965; 58: 295-300.
Hof91  Hofman W. Vliegtuiglawaai, slaap en gezondheid. Een literatuurstudie. Den Haag: Gezondheidsraad, 1991;
       Publikatie nr A91/01.
Hof92  Hofman WF, de Jong RG. De rol van de aantallen passages bij gezondheidseffecten van nachtvluchten.
       Leiden: NIPG-TNO, 1992; (Rapport nr C-014).
IARC87 World Health Organization. International Agency for Research on Cancer. Monographs on the evaluation
       of carcinogenic risks to humans. Lyon: IARC, 1987.
Isi80b Ising H, Dienel D, Günther T, et al. Health effects of traffic noise. Int Arch Occup Environ Health 1980;
       47(2): 179-90.
Isi80c Ising H, Günther T, Melchert HU. Nachweis und Wirkungsmechanismen der blutdrucksteigernden Wirkung
       von Arbeitslärm. Zentralbl Arbeitsmed Bd 1980; 30: 194-203.
Isi88  Ising H, Babisch W, Gandert J, et al. Horschaden bei jugendlichen Berufsanfangern aufgrund von Freizeit-
       larm und Musik. Z Larmbekamfung 1988; 35: 35-41.
Isi80a Ising H, Markert B, Günther T, e.a. Zur Gesundheitsgefährdung durch Verkehrslärm. Z Lärmbekämpfung
       1980; 27; 1-8.
85     Literatuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 85 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 86 ======================================================================

<pre>Isi93  Ising H, Rebentisch E. Comparison of acute reactions and long-term extra-aural effects of occupational and
       environmental noise exposure (abstract). In: Vallet M, ed. Proceedings 6th International Congress on Noise
       as a Public Health Problem. Vol 3. Nice: INRETS, 1993: 280-287.
ISO90  International Organization for Standardization. ISO-1999. Acoustics: Determination of occupational noise
       exposure and estimation of noise-induced impairment. Geneve: ISO, 1990.
Jon90a de Jong RG. Burenlawaai. Nederlandse Stichting Geluidhinder; Verslag NSG-studiedag, 1990: 11-5.
Jon90b de Jong RG. Geluidniveaus in Nederland. Leiden: NIPG-TNO, 1990; (Rapport nr. 90.065).
Jon92b de Jong RG, Jurriëns AA, Groot B, et al. Geluidhinder in relatie tot gezondheid. Rotterdam: Projectbureau
       Noordrand Rotterdam, 1992; (Rapport nr 02/92).
Jon93  de Jong RG. Geluideffecten hogesnelheidstreinen. Leiden: NIPG-TNO, 1993 (Rapport nr 93.001).
Jur83  Jurriëns AA, Griefahn B, Kumar A, et al. An essay on European research collaboration: Common results
       from the project on traffic noise and sleep in the home. In: Rossi G, ed. Proceedings IVth International
       Congress on Noise as a Public Health Problem: Vol 2. Milan: Centro Ricercha E Studi Amplifon, 1983:
       929-37.
Kar68  Karsdorf G, Klappach H. Einflüsse des Verkehrslärms auf Gesundheit und Leistung bei Oberschülern einer
       Grossstadt. Z Gesamte Hyg 1968; 14(1): 52-4.
Kni76  Knipschild PG. Medische gevolgen van vliegtuiglawaai. (Thesis). Amsterdam: Universiteit van Amsterdam,
       1976.
Kör92  Körpert A. Hearing thresholds of young workers measured in the period from 1976 to 1991. In: Procee-
       dings 6th Fase-Congress. Zurich: Swiss Acoust Soc, 1992: 181-4.
Kro92  Kromhout D, Obermann-de Boer GL, Blokstra A, et al. Peilstationsproject Hart- en Vaatziekten.
       Bilthoven: RIVM, 1992; (Rapport 52891007).
Kry90  Kryter KD. Aircraft noise and social factors in psychiatric hospital admission rates: a re-examination of
       some data [published erratum appears in Psychol Med 1990 Nov;20(4):1022]. Psychol Med 1990; 20(2):
       395-411.
Lal74  Lalonde M. A new perspective on the health of the Canadians. Ottawa: Ministry of Health and Wellfare,
       1974.
Luk75  Lukas JS. Noise and sleep: a literature review and a proposed criterion for assessing effect. J Acoust Soc
       Am 1975; 58(6): 1232-42.
Mar88  Marth E, Gallasch E, Füger GF, et al. Fluglärm: Veränderung biochemischer Parameter. Zentralbl Bakteriol
       Mikrobiol Hyg (B) 1988; 185(4-5): 498 -508.
Mar90  Marth E. Larm: Ablauf verschiedener endocriner und biochemischer Reaktionen. Forum Stadte Hygiene
       1990; 41: 34-9.
Mas92  Maschke C. Der Einfluß von Nachtfluglärm auf den Schlafverlang und die Katecholaminausscheidung
       (Thesis). Berlin: Technischen Universität, 1992.
Mel92  Melamed S, Luz J, Green MS. Noise exposure, noise annoyance and their relation to psychological
       distress, accident and sickness absence among blue-collar workers: The cordis study. Isr J Med Sci 1992;
       28(8-9): 629-35.
86     Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 86 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 87 ======================================================================

<pre>Mie85  Miedema HME. Hinder door geluid op de arbeidsplaats; literatuurstudie. Den Haag: ICG, 1985; (Rapport
       LA-DR-08-01).
Mie87  Miedema HME. Beoordelingsmethode voor hinder in de woonomgeving door cumulatie van omgevingsge-
       luid. Leidschendam: VROM, 1987; (Rapport nr GA-HR-08-03).
Mie92  Miedema HME. Response functions for environmental noise in residential areas. Leiden: NIPG-TNO,
       1992; (Rapport 92.021).
Mie93  Miedema HME. Geluidmaten voor vliegverkeer. Leiden: NIPG-TNO, 1993; (Rapport 93.085).
Ohr83  Öhrström E. Sleep disturbances-after effects of different traffic noises. In: Proceedings of the fourth Inter-
       national Congress onNnoise as a Public Health Problem. Milan: Centro Ricercho E Studi Amplifon, 1983:
       917-28.
Ohr88  Öhrström E, Björkman M. Effects of noise-disturbed sleep: A laboratory study on habituation and subjec-
       tive noise sensitivity. J Sound Vibr 1988; 122 (3): 277-90.
Ohr89  Öhrström E. Sleep disturbance, psycho-social and medical symptoms - a survey among persons exposed to
       high levels of road traffic noise. J Sound Vibr 1989; 133(1): 117-28.
Ohr90  Öhrström E, Björkman M, Rylander R. Primary and after effects of noise during sleep with reference to
       noise sensitivity and habituation: studies in labororatory and field. In: Berglund B, Lindvall T, eds. Procee-
       dings 5th International Congress on Noise as a Public Health Problem. Vol 5. Stockholm: Swedish Council
       for Building Research, 1990: 55-63.
Ohr91  Öhrström E. Psycho-social effects of traffic noise exposure. J Sound Vibr 1991; 151(3): 513-7.
Oll92  Ollerhead JB, Jones CJ, Cadoux RE, et al. Report of a field study of aircraft noise and sleep disturbance.
       London: Civil Aviation Authority, 1992.
Osa68  Osada Y, Tsunahima S, Yoshida K, et al. Experimental study on the influence of noise on sleep. Bull Inst
       Public Health (Tokyo) 1968; 17(3): 208-17.
Osa69  Osada Y, Tsunashina S, Yoshida K, et al. Sleep impairment cansed by short time exposure to continuous
       and intermittent noise. Bull Inst Public Health (Tokyo) 1969; 18: 1-9.
Osa72  Osada Y, Tsunahima S, Yoshida K, et al.. Effects of train and jet aircraft noise on sleep. Bull Inst Public
       Health (Tokyo) 1972; 21(3): 133-8.
Osa74  Osada Y, Ogawa S, Ohkubo C, et al. Experimental study on the sleep interference by train noise. Bull Inst
       Public Health (Tokyo) 1974; 23(3): 171-7.
Pas76  Passchier-Vermeer W. De invloed van popmuziek op de gehoorscherpte van jonge luisteraars. Delft:
       IMG-TNO, 1976; (Rapport B 350).
Pas81  Passchier-Vermeer W. Popmuziek. Blijvende gehoorschade door expositie aan popmuziek? Een afdoend
       antwoord. Delft: IMG-TNO, 1981; (Rapport B 471).
Pas85  Passchier-Vermeer W, Rövekamp AJM. Verband tussen gehoorschade en de sociale handicap door een
       verminderd hoorvermogen bij groepen personen die tijdens hun werk aan lawaai zijn geëxponeerd. In:
       Passchier-Vermeer W, et al. Preventie gehoorschade door lawaai. Voordrachten ter gelegenheid van het
       10-jarig jubileum van de NVBA. Leiden: NIPG-TNO, 1985: 185-202.
Pas87a Passchier-Vermeer W, Leijten JL. Beroepsslechthorendheid en de melding van beroepsziekten in Nederland.
       Leiden: NIPG-TNO, 1987; (Rapport 87004).
87     Literatuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 87 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 88 ======================================================================

<pre>Pas87b Passchier-Vermeer W, Rövekamp AJM. De beoordeling van het gehoor met betrekking tot het verstaan van
       spraak en de gehoorverliezen in het toondrempelaudiogram. Leiden: NIPG-TNO, 1987; (Rapport 87003).
Pas88  Passchier-Vermeer W. Hearing threshold levels and noise-induced hearing loss in the building industry, in
       relation to hearing threshold levels of reference groups. Leiden: NIPG-TNO, 1988; (Report 88044).
Pas89a Passchier-Vermeer W. Het equivalente geluidniveau en gehoorschade door lawaai op de arbeidsplaats bij
       groepen werknemers. Leiden: NIPG-TNO, 1989; (Rapport nr 88072).
Pas89b Passchier-Vermeer W. Het gehoor van jongeren en blootstelling aan geluid. Leiden: NIPG-TNO, 1989;
       (Rapport nr 89007).
Pas90  Passchier-Vermeer W.Demografic results and field results on age-related and noise-induced hearing loss. In:
       Berglund B, Lindvall T, eds. Proceedings 5th International Congress on Noise as a Public Health Problem.
       Vol 4. Stockholm: Swedish Council for Building Research, 1990: 45-58.
Pas91a Passchier-Vermeer W. Effecten van geluid op de mens. Leiden: NIPG-TNO, 1991; (Rapport nr 91.061).
Pas91b Passchier-Vermeer W. Noise from toys and the hearing of children. Leiden: NIPG-TNO, 1991; (Rapport nr
       91.032).
Pas91c Passchier-Vermeer W. Occupational noise exposure and effects on hearing. Leiden: NIPG-TNO, 1991;
       (Rapport nr 91.054).
Pas92  Passchier-Vermeer W. Het gekrakeel rond de walkman. Geluid 1992; 3: 100-6.
Pas93a Passchier-Vermeer W. Geluid en gezondheid. Den Haag: Gezondheidsraad, 1993; publikatie nr A93/02.
Pas93b Passchier-Vermeer W. Noise and Health. Den Haag: Gezondheidsraad, 1993. publikatie nr A93/02E.
Pas93c Passchier-Vermeer W, de Jong RG, Miedema HME. Geluid en gezondheid. Schattingen gezondheidseffec-
       ten door vliegtuiglawaai rond Schiphol; tweede versie. Leiden: NIPG-TNO, 1993; (Rapport nr 93.086).
Pas93d Passchier-Vermeer W. Noise-induced hearing lost from daily occupational noise exposure; extrapolations to
       other exposure patterns and other populations. In Vallet M, ed. Proceedings6th International Congress on
       Noise as a Public Health. Volume 3. Nice: INRETS, 1993, 99-105.
Pas94  Passchier-Vermeer W. Nachtelijk vliegtuiglawaai. Schattingen van ontwaakreacties en slaapstadiumver-
       schuivingen. Leiden: TNO-PG, 1994 (Rapport nr 94.021).
Pea89  Pearsons KS, Barber DS, Tabacknick BG. Analyses of the predictability of noise-induced sleep disturban-
       ce. Canoga Park: BBN Systems and Technologies Corporation, 1989; (Report AD-A220 156).
Ric87a Rice CG, Breslin M, Rope RG. Sound levels from personal cassette players. Br J Audiol 1987; 21: 273-8.
Ric87b Rice CG, Rossi G, Olina M. Damage riske from personal cassette players. Br J Audiol 1987; 21: 279-88.
RIV88  Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene. Zorgen voor morgen; Nationale milieuverkenning
       1985-2010. Bilthoven: RIVM, 1988.
RIV93a Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne. Milieuverkenning 3, 1993-2015. Bilthoven: RIVM,
       1993.
RIV93b Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne. Gezondheidskundige Evaluatie Schiphol.
       Bilthoven: RIVM, 1993.
RIV93c Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne. Volksgezondheid Toekomst Verkenning. De
       gezondheidstoestand van de Nederlandse bevolking in de periode 1950-2010. Den Haag: SDU Uitgeverij,
       1993.
88     Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 88 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 89 ======================================================================

<pre>Ros93  Rosenhall U, Axelsson A, Svedberg A. Hearing in 18 year old men - Is high frequency hearing loss more
       common today than 17 years ago? In: Vallet M, ed. Proceedings 6th International Congress on Noise as a
       Public Health Problem. Vol.2. Nice: INRETS, 1993: 119-22.
Sch90  Schulze B, Woelke G, Moerstedt R, e.a. Strassenverkehrslaerm und Belaestigungserlebnis. (Street traffic
       noise and stress experience) Z Gesamte Hyg 1990; 36(4): 201-3.
Sch91  Schwarze S. Langjärige Lärmbelastung und Gesundheit. Dortmund: Bundesanstalt für Arbeitsschutz, 1991;
       (Rapport nr FB 636).
SIG88  SIG. Jaarboek Ziekenhuizen 1988. Utrecht: Sig, 1989.
Smo82  Smoorenburg GF. Damage risk criteria for impulse noise. In: Hamernik R, Salvi R, eds. New perspectives
       on noise-induced hearing loss. New York: Raven Press, 1982: 471-90.
Smo86  Smoorenburg GF, van Van-Goldstein-Brouwers WG. Spraak-verstaan in relatie tot het toonaudiogram bij
       slechthorendheid ten gevolge van lawaai. Soesterberg: IZF-TNO, 1986; (Rapport 1986 C-17).
Spr90  Spreng M. Effects of noise from military low-level flights on humans: part I. In: Berglund B, Lindvall T,
       eds. Proceedings 5th International Congres on Noise as a Public Health Problem. Stockholm: Swedish
       Council for Building rerearch, 1990: 293-303.
Tru88  Truchon-Gagnon C, Hétu R. Noise in day-care centres for children. Noise Control Engin J 1988; 30: 57-64.
Vos85a Vos J. A review of field studies on annoyance due to impulse and road-traffic sounds. In: Inter-Noise 1985.
       D-Bremerhaven: Wirtschaftsverlag NW; 1029-32.
Vos85b Vos J, Smoorenburg GF. Penalty for impulse noise, derived from annoyance ratings for impulse and road-
       traffic sounds. J Acoust Soc Am 1985; 77: 193-201.
Vos92  Vos J. Annoyance caused by simultaneous impulse, road-traffic, and aircraft sounds: A quantitative model.
       J Acoust Soc Am 1992; 91: 3330-45.
WHO80  World Health Organization. Noise. Geneva: WHO, 1980; (Environmental health criteria: 12).
WNN93  Geluidsnormering nachtelijk vliegverkeer. Rapportage van de Werkgroep Nachtnormering. Den Haag:
       VROM, 1993.
89     Literatuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 89 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 90 ======================================================================

<pre>90 Geluid en gezondheid</pre>

====================================================================== Einde pagina 90 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 91 ======================================================================

<pre>A    De adviesaanvraag
B    Samenstelling van de commissie
C    Begrippen en definities
Bijlagen
91
</pre>

====================================================================== Einde pagina 91 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 92 ======================================================================

<pre>92 Geluid en gezondheid</pre>

====================================================================== Einde pagina 92 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 93 ======================================================================

<pre>Bijlage A
        De adviesaanvraag
        De voorzitter van de Gezondheidsraad ontving de volgende brief, gedateerd 17 mei
        1994, nr PAO/GZ 945796, van de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.
        Naar ik heb vernomen is de Gezondheidsraad voornemens een advies uit te brengen over de stand van de
        wetenschap wat betreft de invloed van geluid op de gezondheid. In verband daarmee vraag ik, mede namens
        mijn ambtgenoten van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en
        Werkgelegenheid uw aandacht voor het volgende. De adviezen van de Gezondheidsraad hebben een belang-
        rijke rol gespeeld bij de totstandkoming van de wet Geluidhinder en bij het Besluit Geluidbelasting Grote
        Luchtvaartterreinen.
              Wat betreft normstelling inzake geluid op de werkplek is laatstelijk per 1 december 1991 de regelge-
        ving ter bescherming van werknemers tegen schadelijke effecten van geluid op het gehoor aangepast. Over
        hinder in de werkomgeving onder de 75 dB(A) wordt nog veel geklaagd. Een evaluatie van het wetenschap-
        pelijk onderzoek over hinder door lawaai is relevant. Lawaai lijkt in combinatie met andere factoren ook als
        stressor van invloed. Ook voor andere mogelijke gezondheidseffecten van blootstelling aan geluid (zoals
        bloeddrukverhoging en hart- en vaatziekten) is het opmaken van de stand van de wetenschap gewenst om te
        kunnen beoordelen of en zo ja op welke wijze dit dient door te werken in de normstelling.
              Gelet op het voorgaande verzoek ik u bij de advisering bijzondere aandacht te besteden aan de
        volgende onderwerpen:
        1     Wat zijn de te verwachten gezondheidsaspecten bij blootstelling aan verschillende geluidniveaus?
        2     Wat is de omvang van de te verwachten effecten in de Nederlandse bevolking?
        3     Welke gezondheidskundige grenswaarden kunnen op basis van deze gegevens geformuleerd worden?
93      De adviesaanvraag
</pre>

====================================================================== Einde pagina 93 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 94 ======================================================================

<pre>   4    In welke mate bestaat er internationaal overeenstemming over deze aspecten en in hoeverre werkt dit
        door naar de normstelling?
   In het advies zie ik voorts graag aandacht besteed aan:
   a    onderscheid naar geluidbron;
   b    onderscheid naar woon-, werk-, en recreatieomgeving;
   c    de mate van betrouwbaarheid van de gevonden effect-relaties;
   d    overeenkomsten en verschillen met advieswaarden op andere terreinen (toxische stoffen, luchtveront-
        reiniging etc);
   e    cumulatie van geluidbronnen en cumulatie van geluid met andere belastingen voorzover relevant;
   f    risicogroepen en/of gevoelige groepen.
   de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
   w.g.
   drs H d'Ancona
94 Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 94 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 95 ======================================================================

<pre>Bijlage B
        Samenstelling van de commissie
        P  dr GF Smoorenburg, voorzitter
           TNO Technische Menskunde, Soesterberg, hoogleraar experimentele audiologie,
           Universiteit Utrecht
        P  dr A Axelsson
           Sahlgren's Hospital, Göteborg, hoogleraar audiologie, Universiteit Göteborg
        P  dr W Babisch
           Institut für Wasser-, Boden- und Lufthygiene, BGA, Berlin
        P  dr IG Diamond
           University of Southampton, hoogleraar statistiek, Universiteit Southampton
        P  dr H Ising
           Institut für Wasser-, Boden- und Lufthygiene, BGA, Berlin
        P  dr E Marth
           Hygiene-Institut der Universität Graz, hoogleraar gezondheidsleer, Universiteit Graz
        P  drs HME Miedema
           TNO Preventie en Gezondheid, Leiden
        P  dr E Öhrström
           Universiteit van Göteborg, Göteborg
        P  dr Chr Rice
           Institute Sound and Vibration Research Southampton, hoogleraar subjectieve akoes-
           tiek, Universiteit Southampton
95      Samenstelling van de commissie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 95 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 96 ======================================================================

<pre>   P   dr EW Roscam Abbing
       hoogleraar sociale geneeskunde, Katholieke Universiteit Nijmegen
   P   dr JAG van de Wiel, secretaris
       Gezondheidsraad, Den Haag
   P   drs W Passchier-Vermeer, secretaris
       TNO Preventie en Gezondheid, Leiden, en Gezondheidsraad, Den Haag
96 Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 96 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 97 ======================================================================

<pre>Bijlage C
        Begrippen en definities
1       Geluid
        Geluid is een verschijnsel van afwisselend verdichtingen en verdunningen in de lucht, die
        van een geluidbron in alle richtingen uitgaan. Op een gegeven plaats representeren deze
        verdichtingen en verdunningen drukvariaties rond de atmosferische druk. Deze drukva-
        riaties zijn wiskundig te beschrijven als de som van een of meer sinusfuncties. De
        geluiddrukvariaties van een zuivere toon zijn met behulp van één sinusfunctie als functie
        van de tijd te beschrijven.
2       Frequentie
        Het aantal drukvariaties per seconde is de frequentie van een geluid. De frequentie,
        uitgedrukt in hertz (Hz), bepaalt de toonhoogte: een hoge toon (bijvoorbeeld 4000 Hz)
        klinkt piepend, een lage (bijvoorbeeld 200 Hz) brommend.
3       Geluiddrukniveau
        Een geluid heeft behalve een frequentie ook een niveau (L: 'level'). Het niveau is
        gerelateerd aan de geluiddruk (p). In de praktijk loopt de geluiddruk van minder dan 20
        µPa tot meer dan 200 Pa, een verhouding van 1 tot 10 miljoen. Daarom wordt door
        akoestici gewoonlijk de logaritme van de geluiddruk, uitgedrukt als veelvoud van een
97      Begrippen en definities
</pre>

====================================================================== Einde pagina 97 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 98 ======================================================================

<pre>                     Weegfactor in dB
                        0
                     -20
                     -40
                     -60
                         10        30    100   300   1000 3000 10000
                                           Frequentie in Hz
   Figuur C.1 Frequentieweging van geluid.
   referentiewaarde, gebruikt als basis voor de geluidmaat. Als referentiewaarde is 20 µPa
   gekozen. Deze waarde heeft men zo gekozen dat een toon van deze sterkte met
   frequentie 1000 Hz gemiddeld net hoorbaar is voor iemand met een normaal gehoor.
   Het geluiddrukniveau wordt uitgedrukt in decibel (dB) en is te berekenen uit:
               p2
   L = 10log   p 20
                    dB (p 0 = 20 lPa)
4  Geluidniveau
   Het menselijk gehoor is niet gelijkelijk gevoelig voor geluiden bij verschillende frequen-
   ties. Om met deze frequentie-afhankelijkheid rekening te houden, gebruikt men bij het
   meten van geluid een filter met ongeveer dezelfde frequentie-afhankelijkheid als het
   menselijk gehoororgaan. Dit is een geluidfilter met de zogenoemde A-karakteristiek. In
   figuur C.1 is deze karaktersitiek uitgezet als functie van de frequentie. Als de geluid-
   drukniveaus zijn gemeten met gebruikmaking van het A-filter, noemt men de uitkomst
   het geluidniveau in dB(A).
5  Equivalent geluidniveau
   Als het geluidniveau fluctueert in de tijd, wordt voor een aantal akoestische toepassin-
   gen het equivalente geluidniveau over een zekere periode bepaald. Dit equivalente
   geluidniveau wordt in formule als volgt weergegeven:
                         ° T0 pp(t) dt dB(A)
                               2
   L Aeq,T = 10log    1        A
                      T          2
                                 0
   waarin:
98 Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 98 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 99 ======================================================================

<pre>   P    pA (t): de A-gewogen geluiddruk op tijdstip t
   P    T : de duur van de beschouwde periode
6  Lawaai-expositieniveau (LEX = LEX,occ)
   Het lawaai-expositieniveau is het equivalente geluidniveau waaraan een werknemer of
   een groep van werknemers blootstaan tijdens een representatieve werkdag. De duur
   van de werkdag is genormeerd op acht uur.
7  Equivalent geluidniveau over een etmaal (LAeq,24h = LAeq,24 uur )
   Het equivalente geluidniveau over een etmaal is het equivalente geluidniveau ten
   gevolge van blootstelling gedurende 24 aaneengesloten uren.
8  Dag-nachtniveau (Ldn )
   L dn = 10log [ 15
                   24 10
                         L Aeq,d /10 + 9 10 (10+L Aeq,n )/10 ] dB(A)
                                       24
   waarin:
   P d (dag): de periode van 07.00 tot 19.00 uur
   P n (nacht): de periode van 22.00 tot 07.00 uur
   Het dag-nachtniveau is het equivalente geluidniveau over een etmaal, onder verhoging
   van de nachtelijke geluidniveaus met 10 dB(A).
9  Etmaalwaarde (Letm)
   L etm = maximum van L Aeq,d , L Aeq,ev + 5 en L Aeq,n + 10 dB(A)
   waarin:
   P d (dag): de periode van 07.00 tot 19.00 uur
   P ev (avond; ‘evening’): de periode van 19.00 tot 23.00 uur
   P n (nacht) : de periode van 23.00 tot 07.00 uur
   De etmaalwaarde is de hoogste van de drie equivalente geluidniveaus gedurende zekere
   delen van het etmaal, waarbij de nachtelijke niveaus verhoogd worden met 10 dB(A) en
   de avondlijke met 5 dB(A).
99 Begrippen en definities
</pre>

====================================================================== Einde pagina 99 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 100 ======================================================================

<pre>10  Geluidmaat B voor vliegtuiglawaai
                  N
    B = 20log    S
                 i=1
                     (n ti % 10 L /15 ) − 157 Ke (Kosteneenheden)
                                 i
    waarin:
    P N: het aantal overvluchten per jaar waarvoor LA,max ten minste 65 dB(A) is
    P Li : het maximale geluidniveau gedurende passage i
    P nti : een gewichtsfactor, afhankelijk van het beschouwde gedeelte van het etmaal
         (10 ’s nachts, 1 overdag)
11  Geluidblootstellingsniveau van een geluidgebeurtenis (SEL)
    SEL h L Ax = L Aeq,t + 10 logt dB(A)
    waarin:
    P t: de blootstellingstijd in seconden
12  Effectieve duur van een geluidgebeurtenis
    De effectieve duur τ wordt gegeven door de volgende vergelijking
    SEL = L A,max + 10 logt dB(A)
    waarin:
    P τ : de effectieve duur in seconden.
13  Relaties tussen maten
    L Aeq,T = SEL + 10 log nT − 35, 6 dB(A)
    waarin:
    P nT : het gemiddeld aantal geluidgebeurtenissen per uur met alle dezelfde SEL-waar-
         de, in een periode van T uren.
    Voor wegverkeerslawaai gelden de volgende empirische formules:
    L dn l L Aeq,24h + 2 dB(A)
    L etm l L dn + 3 dB(A)
    L etm l L Aeq,24h + 5 dB(A)
100 Geluid en gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 100 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 101 ======================================================================

<pre>    Voor vliegtuiglawaai hangt de relatie tussen B en Letm primair af van de verdeling van
    de geluidgebeurtenissen over de dag, avond en nacht. Als 80% van de geluidgebeurte-
    nissen overdag plaatsvindt, 15% 's avonds en 55% 's nachts, is die relatie
    L etm l 12 B + 45 dB(A)
    Deze benadering geldt voor B-waarden van ten minste 30 Ke.
101 Begrippen en definities
</pre>

====================================================================== Einde pagina 101 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 102 ======================================================================

<pre>102 Geluid en gezondheid</pre>

====================================================================== Einde pagina 102 =================================================================

<br><br>