<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Lood in drinkwater</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad Vice-voorzitter
Health Council of the Netherlands

Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Postbus 5406
2280 HK RIJSWIJK

Onderwerp : aanbieding advies

Uw kenmerk : DGV/BMO U-95388

Ons kenmerk : 1406/95/HGMB/cf 529-U
Bijlagen :1

Datum : 28 april 1997

In uw brief van 10 maart 1995, nr. DGV/BMO U95388, vroeg u, mede namens de Mi-
nister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, om een oordeel over
de normstelling voor lood in drinkwater. De daartoe door mij ingestelde commissie heeft
zich van haar taak gekweten. Het resultaat van de beraadslagingen in de commissie bied
ik u - gehoord de Beraadsgroepen Toxicologie, Voeding, en Omgevingsfactoren & Ge-
zondheid - hierbij aan.

Ik moge onder uw aandacht brengen dat, alhoewel in de afgelopen jaren de algehele
loodblootstelling voor de bevolking is afgenomen, zuigelingen in specifieke omstandighe-
den nog steeds een risicogroep vormen. Uit de bevindingen van de commissie blijkt dat
zuigelingen die flesvoeding krijgen en wonen in huizen met loden drinkwaterleidingen een
loodblootstelling kunnen ondervinden die gezondheidskundig te hoog wordt geacht. De
aanbevelingen van de commissie om te komen tot verlaging van de blootstelling via
drinkwater wil ik daarom gaarne onderstrepen.

7
Ad oo
Z prof. dr JA Knottnerus
Postbus 1236 Bezoekadres
2280 CE Rijswijk Bogaard Centre
Telefoon 070 3407520 Sir Winston Churchilllaan 366-368

Telefax 070 3407523 2285 SJ Rijswijk

</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Lood in drinkwater
Gezondheidsraad: Commissie Lood in drinkwater
aan
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Nr 1997/07, Rijswijk 28 april 1997
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Dit advies kan als volgt worden aangehaald:
Gezondheidsraad: Commissie Lood in drinkwater. Lood in drinkwater. Rijswijk:
Gezondheidsraad, 1997; publicatie nr 1997/07.
auteursrecht voorbehouden
ISBN: 90-5549-159-4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>      Inhoud
      Samenvatting, conclusies en aanbevelingen 9
1     Inleiding 13
1.1   Historisch perspectief 13
1.2   Lood in leidingwater 14
1.3   De adviesaanvraag van de minister van VROM 15
1.4   Commissie en opzet van dit advies 16
2     Blootstelling aan lood in Nederland 17
2.1   Bronnen van uitwendige blootstelling 17
2.1.1 Lucht 17
2.1.2 Bodemdeeltjes en huisstof 18
2.1.3 Voeding 18
2.1.4 Drinkwater 19
2.1.5 Andere bronnen 20
2.2   Blootstelling van zuigelingen 20
2.3   Blootstelling van kinderen en volwassenen 24
3     Gezondheidseffecten van blootstelling aan lood 29
3.1   Kinetiek, inwendige blootstelling 29
3.2   Gezondheidseffecten bij kinderen 31
3.3   Gezondheidseffecten bij volwassenen 32
7     Inhoud
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>3.4 Conclusie 32
4   Beïnvloeding van de blootstelling aan lood via drinkwater 35
4.1 Effectieve methode 35
4.2 Methoden waarvan de effectiviteit twijfelachtig is 36
4.3 Niet effectieve methode 37
4.4 Voorlichting 37
5   Beantwoording van de adviesaanvraag 39
    Literatuur 43
    Bijlagen 47
A   De adviesaanvraag 49
B   De commissie 53
C   Loodafgifte door drinkwaterleidingsystemen 55
D   Lood in de voeding 57
E   Grootte van de risicogroep 67
    Engelse vertaling 69
8   Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>  Samenvatting, conclusies en
  aanbevelingen
  In het voorliggende advies beantwoordt de Commissie ‘Lood in drinkwater’ van de
  Gezondheidsraad vragen van de Minister van VROM. Aanleiding tot die vragen
  vormden de door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voorgestelde verlaging van
  de norm voor lood in drinkwater en het voornemen van de Europese Unie (EU) deze
  norm binnen de EU verplicht te stellen. Volgens een ontwerp-richtlijn zou binnen vijf
  jaar de loodconcentratie in het drinkwater uit de kraan bij de consument thuis moeten
  voldoen aan de norm van 25 microgram per liter (µg/l) en binnen 15 jaar een waarde
  van 10 µg/l niet mogen overschrijden. De vigerende norm voor lood in drinkwater in
  Nederland is 50 µg/l.
      Bij het afleiden van de genoemde drinkwaternorm van 10 µg lood per liter
  drinkwater is de WHO uitgegaan van een maximaal te aanvaarden blootstelling aan
  lood van 25 microgram per kilogram lichaamsgewicht (µg/kg lg) per week oftewel
  gemiddeld 3,5 µg/kg lg per dag. De WHO noemt deze waarde de ‘provisional tolerable
  weekly intake’ ofwel de PTWI. Deze waarde geldt voor ieder lid van de bevolking, dus
  ook zuigelingen. Uit onderzoek bij zuigelingen is gebleken dat bij een blootstelling
  boven de PTWI de lood-in-bloedwaarden stijgen en dat er een aanmerkelijke
  accumulatie van lood in het lichaam optreedt. Dit beschouwde de WHO als ongewenst
  voor de gezondheid.
      De commissie acht, evenals de WHO, een stijging van lood-in-bloedwaarden en
  accumulatie van lood in het lichaam, ongewenst. Zij onderschrijft daarom de
  zienswijze dat een loodblootstelling niet hoger zou moeten zijn dan de PTWI. De
  commissie vindt het onmogelijk, op grond van de huidige stand van wetenschap, met
9 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>   zekerheid een lood-in-bloedwaarde aan te geven waarbeneden geen nadelige
   gezondheidseffecten zijn te verwachten. Zij vindt het wel bewezen dat schade op het
   neurologisch of cognitief vlak kan ontstaan bij een loodblootstelling die
   lood-in-bloedwaarden van 100 µg/l of hoger tot gevolg heeft.
   Om de bijdrage van de loden drinkwaterleidingen tot de loodblootstelling van de
   Nederlandse bevolking in kaart te brengen heeft de commissie, gebruik makend van
   gegevens over de loodconcentraties in de lucht, de voeding en het drinkwater, de totale
   loodblootstelling geschat.
        Het drinkwater dat in Nederland door de drinkwaterbedrijven vanaf het
   pompstation wordt geleverd heeft door de bank genomen een loodconcentratie van
   ongeveer 1 µg/l. Van grote invloed op de uiteindelijke concentratie lood in het
   drinkwater bij de consument thuis is het materiaal van de tussenliggende
   drinkwatertransportleidingen. Is sprake van aanvoer via loden aansluitleidingen dan
   wel een loden drinkwaterinstallatie, dan acht de commissie een loodconcentratie in het
   leidingwater bij de consument thuis van 35 µg/l, representatief.
        Het blijkt dat de voeding, daarbij inbegrepen het drinkwater, de voornaamste bron
   van loodinname vormt: mogelijk geldt dit niet voor mensen met bepaalde beroepen.
   Als de loodconcentratie in het drinkwater 10 µg/l bedraagt, neemt naar schatting de
   bevolking van één jaar en ouder wekelijks ongeveer 3,5 µg lood per kilogram
   lichaamsgewicht in. Zou de loodconcentratie in drinkwater 35 µg/l bedragen dan is dit
   cijfer 7 µg lood per kilogram lichaamsgewicht. De bijdrage van het drinkwater aan de
   totale blootstelling bedraagt respectievelijk ongeveer 30% en 60%.
        Zuigelingen (kinderen tot de leeftijd van één jaar) ondervinden gemiddeld
   genomen een hogere blootstelling aan lood per kilogram lichaamsgewicht dan andere
   leden van de bevolking. Dit is voornamelijk het gevolg van hun relatief grote
   energiebehoefte per kilogram lichaamsgewicht. Krijgt een zuigeling borstvoeding of
   flesvoeding met een gemiddelde loodconcentratie van 10 µg/l, dan is de wekelijkse
   loodblootstelling ongeveer 7 µg per kilogram lichaamsgewicht. Wordt flesvoeding
   gegeven met een loodconcentratie van 35 µg/l, dan varieert de gemiddelde wekelijkse
   loodblootstelling van de zuigeling in de eerste zes maanden tussen 24,5 en 38,5 µg per
   kilogram lichaamsgewicht en bedraagt ze in de zesde tot en met twaalfde maand
   ongeveer 21 µg per kilogram lichaamsgewicht per week.
   De commissie constateert dat één bevolkingscategorie de door de WHO aanbevolen
   PTWI overschrijdt: de zuigeling die in de eerste zes maanden wordt gevoed met
   flesvoeding aangemaakt met drinkwater uit loden drinkwaterleidingen met een
   geschatte loodconcentratie van 35 µg/l. Naar schatting staan daardoor in ons land
   jaarlijks ongeveer 11 000 zuigelingen voor korte of langere tijd via flesvoeding bloot
10 Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>   aan loodconcentraties die de PTWI overschrijden. De commissie baseert deze schatting
   op het aantal huishoudens met een loden aansluitleiding of drinkwaterinstallatie en het
   percentage zuigelingen dat flesvoeding krijgt.
        Om te voorkomen dat zuigelingen via flesvoeding blootstaan aan loodconcentraties
   die de PTWI overschrijden, adviseert de commissie de normverlaging zoals
   voorgesteld door de WHO, over te nemen. Dit betekent een verlaging van de norm tot
   10 µg/l. Zij is van mening dat bij handhaving van de vigerende norm en daardoor het
   toestaan van de loodconcentratie in het drinkwater uit loden leidingen, de
   lood-in-bloedwaarden kunnen stijgen tot waarden (afhankelijk van de blootstelling van
   het kind tijdens de zwangerschap en de duur en mate van overschrijding van de PTWI)
   waarbij aangetoond is dat schade op neurologisch of cognitief vlak kan ontstaan.
   De commissie acht sanering van de loden drinkwaterleidingen de meest effectieve
   aanpak om de loodconcentraties in drinkwater tot onder het gewenste niveau terug te
   dringen. Volgens de plannen van de drinkwaterbedrijven zullen de resterende loden
   aansluitleidingen voor het jaar 2000 zijn vervangen door leidingen van
   niet-loodafgevende materialen. De sanering van loden drinkwaterinstallaties zal
   waarschijnlijk meer tijd vergen. Tot die tijd vindt de commissie voorlichting aan
   ouders van zuigelingen die hun kind flesvoeding (willen) geven én wonen in een huis
   waar het drinkwater, bestemd voor de aanmaak van de flesvoeding, wordt aangevoerd
   door loden drinkwaterleidingen (aansluitleidingen of drinkwaterinstallaties) gewenst.
   Daar het overheidsbeleid is de bevolking te voorzien van drinkwater dat de gezondheid
   niet schaadt, vindt de commissie het in de lijn van verwachting liggen dat de overheid
   de panden met loden leidingen identificeert en de bewoners benadert, bij voorkeur nog
   voor de geboorte van een kind. Nadat de overheid de consumenten heeft ingelicht over
   de aan- dan wel afwezigheid van loden drinkwaterleidingen kan zij tevens de
   doelgroep specifiek benaderen met informatie over methoden die een lagere
   loodblootstelling voor de zuigeling tot gevolg hebben. Dit kan, bijvoorbeeld, via de
   vroedvrouw, de kraamzorg en het consultatiebureau voor zuigelingen. Verder moet
   bestaand voorlichtingsmateriaal van, bijvoorbeeld, de Inspectie voor de Gezondheid en
   het Voorlichtingsbureau voor de Voeding en de voorschriften op de verpakkingen van
   zuigelingenvoeding, worden aangepast.
   De commissie pleit verder voor onderzoek naar het, overigens verboden gebruik van
   loodhoudend soldeer bij de aanleg van koperen drinkwaterinstallaties. Zij stelt voor om
   dit onderzoek te combineren met onderzoek naar de loodafgifte door andere materialen
   die worden gebruikt bij de aanleg van drinkwaterinstallaties, zoals polyvinylchloride
   (PVC), messing en brons.
11 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>12 Lood in drinkwater</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 1
          Inleiding
1.1       Historisch perspectief
          Beschrijvingen van gezondheidseffecten van blootstelling aan lood bestaan al meer
          dan 2000 jaar. In 200 v. Chr. deed de Griekse dichter en geneesheer Nicander verslag
          van klassieke symptomen van loodvergiftiging als loodkoliek, constipatie,
          gelaatsbleekheid en verlammingsverschijnselen (AlS94). De verschijnselen die
          Nicander beschrijft, doen zich voor bij relatief hoge blootstellingsniveaus. Dergelijke
          niveaus komen in Nederland in het algemeen niet in het milieu en de leefomgeving
          voor. In bijzondere gevallen, bijvoorbeeld in bepaalde arbeidssituaties, zijn ze nog
          mogelijk.
              In 1908 boog een commissie van de Centrale Gezondheidsraad zich over het
          verschijnsel van loodafgifte aan het leidingwater in loden leidingen. Men was zich
          bewust van mogelijke gezondheidsschade door blootstelling aan lood en vroeg zich af
          of de blootstelling via leidingwater deze effecten kon veroorzaken. Die commissie
          beschreef de factoren die van invloed zijn op de afgifte van lood aan het leidingwater
          en op de resulterende loodconcentraties in het water. Ter voorkoming van het drinken
          van water met te hoge loodconcentraties, adviseerde zij bij de aanleg van leidingen
          gebruik te maken van loden buizen voorzien van een inwendige coating. Tevens werd
          geadviseerd vóór consumptie de leiding gedurende een bepaalde tijd door te spoelen
          (GR08).
              Op grond van een geval van loodvergiftiging in Helden-Panningen en resultaten
          van experimenteel onderzoek met een aantal vrijwilligers, stelde een andere commissie
13        Inleiding
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>    van de Gezondheidsraad in 1941 met het oog op gezondheidsbescherming een
    maximaal toelaatbare concentratie lood in drinkwater voor: 300 microgram per liter
    (µg/l) (GR41). In 1958 adviseerde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), in de
    eerste versie van de ‘International Standards for Drinking Water’, een drinkwaternorm
    voor lood van 100 µg/l. Een later advies van de WHO (1984) is de basis geweest voor
    de thans in ons land vigerende norm van 50 µg/l. De WHO stelde dat bij een
    loodconcentratie in het drinkwater van 50 µg/l of minder, de toen voor volwassenen en
    kinderen aangehouden ‘provisional tolerable weekly intake’ (PTWI) van 50
    µg/kilogram lichaamsgewicht per week (µg/kg lg per week) niet wordt overschreden
    (Qui90).
        In 1993 adviseerde de WHO voor lood in drinkwater een maximumconcentratie
    van 10 µg/l. Bij het afleiden van deze norm ging men ervan uit dat de blootstelling van
    zuigelingen aan lood niet hoger mag zijn dan 25 µg/kg lg per week. Deze
    PTWI-waarde is door een gezamenlijke werkgroep van de WHO en de Food and
    Agriculture Organization (FAO), de ‘Joint FAO/WHO Expert Committee on Food
    Additives’ (JECFA) afgeleid op basis van de resultaten van kinetisch onderzoek
    (WHO86a, WHO87). Uit dat onderzoek bleek dat een blootstelling aan lood van ten
    minste 5 µg/kg lg per dag leidt tot een toename van de loodconcentraties in het bloed
    en tot een accumulatie van lood tot hogere concentraties in het lichaam dan in het
    geval van doses tussen 3 en 4 µg/kg lg per dag. Bij een dergelijke blootstelling blijven
    bovendien de lood-in-bloedwaarden constant. Bij het vaststellen van de nieuwe
    drinkwaternorm ging men vervolgens uit van een zuigeling van 5 kg die de helft van de
    dagelijkse portie lood binnenkrijgt via flesvoeding die is aangemaakt met 0,75 liter
    water. Zo’n zuigeling zou via de flesvoeding maximaal aan 25 µg/kg lg per week
    (ofwel 3,5 µg/kg lg per dag) mogen blootstaan, waaruit volgt dat het drinkwater
    ongeveer 10 µg lood per liter mag bevatten. Door de nieuwe norm te richten op een
    groep met een verhoogd risico, i.c. zuigelingen, beoogde de WHO de gehele populatie
    te beschermen tegen nadelige gezondheidseffecten van lood (WHO93). Deze
    benadering mag uniek genoemd worden, daar van geen andere stof bekend is dat bij
    het vaststellen van een maximale blootstelling wordt uitgegaan van
    onderzoeksresultaten met zuigelingen.
1.2 Lood in leidingwater
    Water dat in Nederland thuis aan de kraan wordt afgetapt, draagt het keurmerk
    ‘drinkwater’. Volgens het Waterleidingbesluit moet dit leidingwater van zodanige
    kwaliteit zijn dat het niet nadelig is voor de volksgezondheid. De Nederlandse
    drinkwaterbedrijven leveren jaarlijks ongeveer 1,3 miljard kubieke meter drinkwater
    aan zes miljoen huishoudens (Hov95). Dat gebeurt via een stelsel van transport-,
14  Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>    distributie- en dienstleidingen (aansluitleidingen genoemd) dat door de
    waterleidingbedrijven wordt beheerd en via binnenleidingen (drinkwaterinstallaties
    genoemd) die eigendom zijn van de woningeigenaar. De materialen van het
    leidingenstelsel bepalen, afhankelijk van de kwaliteit van het doorgevoerde water,
    mede de samenstelling van het leidingwater bij de consument thuis.
         De hoofd- en distributieleidingen van de waterleidingbedrijven in Nederland
    bestaan in hoofdzaak uit polyvinylchloride (PVC), asbest-cement en gietijzer. De
    gemiddelde loodconcentratie van drinkwater bij de drinkwaterproductiestations
    bedraagt over het algemeen minder dan 1 µg/l, met maxima van 10 µg/l (Ver92). De
    loodconcentraties in het drinkwater bij de consument kunnen hoger zijn dan die op het
    productiestation. Dit hangt af van het materiaal waarmee het leidingwater in contact
    komt tijdens het transport van het productiestation tot voorbij de kraan van de
    consument thuis. De particuliere drinkwaterinstallaties kunnen bijvoorbeeld van lood
    zijn, de meest voorkomende materialen echter zijn koper en in mindere mate,
    kunststof. Het gebruik van loden leidingen en loodhoudend soldeer bij de aanleg van
    koperen drinkwaterleidingen verhoogt de loodconcentraties in het doorgevoerde water.
    Loden leidingen vindt men vooral in leidingenstelsels van vóór 1945. Het gebruik van
    loodhoudend soldeer is door de drinkwaterbedrijfstak sinds 1 maart 1995 verboden.
    Andere materialen die bij de aanleg van drinkwaterinstallaties worden gebruikt, zoals
    PVC (met loodzouten als stabilisator), messing en brons, kunnen eveneens lood aan
    het leidingwater afgeven. De mate van afgifte lijkt echter klein in vergelijking tot de
    afgifte door loden leidingen.
         Op grond van een recente inventarisatie van de samenstelling van het Nederlandse
    drinkwaterleidingennet, heeft men het aantal nog in gebruik zijnde loden
    drinkwaterinstallaties en aansluitleidingen geschat op respectievelijk 450 000 en 393
    000. Dit komt neer op ongeveer 7,5% van het totale aantal drinkwaterinstallaties en
    ongeveer 6,5% van het totale aantal aansluitleidingen. Volgens de plannen van de
    waterleidingbedrijven zijn de meeste loden aansluitleidingen vóór het jaar 2000
    gesaneerd, een enkele uiterlijk vóór 2005 (DGM96, VEW94).
1.3 De adviesaanvraag van de minister van VROM
    Rekening houdend met het advies van de WHO (zie 1.1) heeft de Europese Commissie
    voor lood in drinkwater een concept-richtlijn opgesteld. In verband met de daarin
    voorgestelde nieuwe norm van 10 µg/l die (bij het van kracht worden van de richtlijn)
    in ons land zou moeten worden gehanteerd, heeft de Minister van Volkshuisvesting,
    Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) door tussenkomst van de minister van
    Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op 10 maart 1995 de Gezondheidsraad
    gevraagd haar te informeren over de huidige stand van wetenschap met betrekking tot
15  Inleiding
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>    de risico’s van lood in drinkwater. De volledige tekst van de adviesaanvraag is
    opgenomen in bijlage A.
        De minister vraagt in eerste instantie of de loodblootstelling vanuit
    gezondheidskundig oogpunt te hoog is. Zou de gezondheid beter gewaarborgd zijn
    door het vervangen van de vigerende norm van 50 µg/l door de nu voorgestelde van 10
    µg/l? Ook wil de minister weten of de blootstelling via leidingwater specifieke groepen
    in de samenleving treft. Het tweede element omvat de vraag naar maatregelen die men
    kan nemen ter voorkóming van loodblootstelling. De minister noemt mogelijkheden als
    versnelde sanering van loden leidingen, het instellen van een gebruiksverbod op
    loodhoudend soldeer of het aanbrengen van een ‘loodvrij’ tappunt in huis.
1.4 Commissie en opzet van dit advies
    Ter beantwoording van de vragen van de minister heeft de voorzitter van de
    Gezondheidsraad de commissie ‘Lood in drinkwater’ geïnstalleerd, hierna te noemen
    ‘de commissie’. De samenstelling van de commissie is vermeld in bijlage B. Met het
    uitbrengen van het voorliggende advies kwijt de commissie zich van haar taak.
        In hoofdstuk 2 bespreekt de commissie de blootstelling aan lood en het aandeel
    van drinkwater daarin, van de bevolking als geheel en van risicogroepen. Hoofdstuk 3
    biedt een beschrijving van mogelijke nadelige gezondheidseffecten bij verschillende
    niveaus van blootstelling. In hoofdstuk 4 beschouwt de commissie mogelijkheden ter
    verlaging van de loodblootstelling. Ter afsluiting beantwoordt zij in hoofdstuk 5 de
    vragen van de minister expliciet.
16  Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 2
          Blootstelling aan lood in Nederland
2.1       Bronnen van uitwendige blootstelling
2.1.1     Lucht
          In Nederland is het lood (in de vorm van anorganische loodverbindingen) in de lucht
          voornamelijk afkomstig van de verbranding van loodhoudende benzine in het verkeer.
          Door de geleidelijke beëindiging van het gebruik van loodhoudende benzine zal deze
          vorm van looduitstoot naar verwachting in het jaar 2010 zijn verdwenen (CCRX95).
          Van Wijnen en collega’s vergeleken (mediane) lood-in-bloedwaarden van één- tot
          zesjarige kinderen in eind jaren zeventig met die van kinderen in begin jaren negentig
          en vonden een algemene daling van deze waarden met meer dan 50%. Zij brengen deze
          daling in verband met de invoering van loodarme en loodvrije benzine (Wij96).
          Brunekreef toonde al eerder, aan de hand van metingen in stedelijk gebied, aan dat het
          verkeer een belangrijke invloed heeft op de loodblootstelling (Bru85). Andere bronnen
          van lood in de lucht zijn: de (metaal)industrie, elektriciteitscentrales en
          afvalverbrandingsinstallaties.
               De jaargemiddelde loodconcentratie in de buitenlucht in Nederland* was in 1993
          0,035 µg/m3. In steden met veel verkeer en industriële activiteiten is de gemiddelde
          concentratie hoger. Sinds 1994 blijkt in dergelijke omstandigheden op trottoirhoogte
*         In Nederland mag de jaarlijkse mediane loodconcentratie in de lucht niet hoger zijn dan 0,5 µg/m3 en het 98-percentiel
          per etmaal niet hoger dan 2,0 µg/m3 (Sch94).
17        Blootstelling aan lood in Nederland
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>      het jaargemiddelde echter niet meer boven 0,5 µg/m3 uit te komen. In de binnenlucht
      kunnen verhoogde loodconcentraties worden veroorzaakt door roken (CCRX95).
2.1.2 Bodemdeeltjes en huisstof
      De bodem wordt vooral door depositie van lood-aerosolen diffuus belast met lood (als
      gevolg van verkeers- en industriële emissie) en lokaal door stort (en soms verwaaiing
      van gestort materiaal) van afval, slakken en vliegas van vuilverbrandingsinstallaties en
      steenkoolverbranders. Doordat lood zich hecht aan bodemdeeltjes, spoelt het slechts in
      geringe mate uit en hoopt het zich in de bodem op. De loodconcentraties in bodems
      van Nederlandse natuurgebieden variëren afhankelijk van de textuur en het gehalte
      organische stof (CCRX90). In 1993 werden concentraties gemeten tussen de 8 en 127
      milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). In vijftien landelijke gemeenten is in de
      periode 1986-1990 de loodconcentratie in de bodem van ‘niet-verdachte’ terreinen,
      gemiddeld over alle bodemtypes, bepaald op 27 mg/kg ds (CCRX95). Als gevolg van
      lokale industrie en de verkeersuitstoot kan vooral de bodem en het straatstof in
      stedelijk gebied vervuild zijn met lood. De loodconcentratie in bodemmonsters in
      Arnhem, bijvoorbeeld, varieerden in 1994 tussen 15 en 925 mg/kg ds (Die94). In een
      drietal Rotterdamse straten, verschillend in drukte, werden (in 1994) geometrisch
      gemiddelde loodconcentraties in het straatstof gevonden van respectievelijk 556, 976
      en 2346 µg/g ds. Er bestond geen eenduidigheid over de herkomst van het lood in het
      straatstof (Kla97). Buiten stedelijke gebieden doen zich verhoogde loodconcentraties
      in de bodem voor op plaatsen als wegbermen, schietterreinen, bedrijfsterreinen,
      uiterwaarden en locaties waar havenslib is opgebracht (CCRX95).
           Stof binnenshuis bestaat niet alleen uit bodemdeeltjes of straatstof maar ook uit,
      onder meer, resten van vloerbedekking, haren en afgebladderde verfdeeltjes. Vooral bij
      gebruik van loodhoudende verf kunnen de concentraties sterk oplopen; in de
      Verenigde Staten wordt dit als een ernstig probleem beschouwd (EPA94).
      Verscheidene onderzoekers hebben een verband gevonden tussen de loodconcentraties
      in huisstof en de lood-in-bloedwaarden. Landrigan en collega’s, bijvoorbeeld, vonden
      een dergelijke relatie in een populatie waarin de lood-in-bloedwaarden niet hoger
      waren dan 200 µg/l (Lan96). De commissie verwacht dat verfdeeltjes in het huisstof in
      Nederland slechts een kleine bijdrage leveren aan het totale loodgehalte in het stof,
      omdat het gebruik van loodhoudende verf sinds de jaren zeventig in ons land verboden
      is.
18    Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>2.1.3 Voeding
      De loodblootstelling via de voeding is sterk afhankelijk van het soort voedsel en het
      eetpatroon. Beide zijn op hun beurt weer afhankelijk van de leeftijd van de consument.
      Zuigelingen, bijvoorbeeld, krijgen hoofdzakelijk moedermelk en flesvoeding*. Na
      ongeveer zes maanden wordt de melkvoeding in toenemende mate gecombineerd met
      bijvoeding (Bra93). De samenstelling van het voedsel van peuters vanaf één jaar lijkt
      qua samenstelling in toenemende mate op die van het voedsel van volwassenen.
           Het loodgehalte in voedingsmiddelen is onder meer afhankelijk van de lokale
      omstandigheden waaronder voedingsgewassen worden geteeld en vee wordt gehouden.
      Factoren als bodemgesteldheid, luchtverontreiniging en loodgehalten in het veevoer,
      alsmede de aanwezigheid van lood in verpakkingsmateriaal en kookgerei, bepalen
      mede wat mensen uiteindelijk aan lood ‘op hun bord’ krijgen. In Nederland worden, in
      verschillende kwaliteitbewakingsprogramma’s, de gehalten van bepaalde stoffen in
      agrarische producten gemeten. Daardoor zijn loodconcentraties bekend in bijvoorbeeld
      thee, tarwe, groenten, vis, gevogelte en dierlijke organen (Kla95).
2.1.4 Drinkwater
      Zoals in 1.2 is opgemerkt, heeft het drinkwater dat in de meeste voorzieningsgebieden
      in Nederland wordt aangeleverd gemiddeld over het jaar een loodconcentratie van ten
      hoogste 1 µg/l. De uiteindelijke concentratie lood in het drinkwater bij de consument
      thuis hangt af van de wisselwerking tussen het leidingwater en het materiaal van het
      drinkwaterleidingennet. Lood komt in het water vooral voor in deeltjesvorm en in
      complexvorm met carbonaten en hydroxyl-ionen (Ver92). In een zuur milieu, zoals dat
      in de maag heerst, dissociëren deze verbindingen en komen loodionen vrij.
           De wisselwerking tussen loden leidingen en het doorgevoerde leidingwater kan
      resulteren in loodconcentraties in het water van ettelijke honderden µg/l. De mate van
      verhoging van de loodconcentratie in het leidingwater wordt onder meer bepaald door
      de verblijftijd van het water in de leidingen (na 12 uren stilstand heeft de
      loodconcentratie in het water circa 90% van de verzadigingswaarde bereikt), de
      temperatuur, de zuurgraad en het bicarbonaatgehalte van het water, de lengte en
      diameter van de leidingen en of deze al dan niet aan de binnenzijde een afschermend
      laagje hebben (Hov86a). De commissie acht 35 µg/l een representatieve waarde voor
*     Flesvoeding kan bestaan uit kant-en-klare flesvoeding en uit aangelengde flesvoeding. Onder aangelengde flesvoeding
      verstaat de commissie het product dat ontstaat door zuigelingenvoeding in poedervorm (zowel volledige als
      opvolg-zuigelingenvoeding) op te lossen in drinkwater. Afgekolfde melk die met behulp van de fles wordt gegeven,
      rekent de commissie niet tot flesvoeding.
19    Blootstelling aan lood in Nederland
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>      de over een dag gemiddelde loodconcentratie in het leidingwater dat wordt aangevoerd
      via loden drinkwaterleidingen (aansluitleidingen of drinkwaterinstallaties). Zij baseert
      zich op uitkomsten van de ‘loden-buizenproef’ (zie bijlage C) en bepalingen van de
      gemiddelde loodconcentratie in monsters kraanwater bij de consument.
           Leidingsystemen waarin loodhoudend soldeer is toegepast, kunnen vooral in de
      eerste maanden na aanleg aanzienlijke concentraties lood afgeven aan het leidingwater.
      De loodconcentraties in het water kunnen in die periode overeenkomen met de
      concentraties in drinkwater uit loden leidingsystemen. Afhankelijk van de mate waarin
      en de wijze waarop loodsoldeer is gebruikt, zal de grootste loodafgifte na enkele jaren
      voorbij zijn en zal de gemiddelde loodconcentratie dan niet hoger zijn dan 10 µg/l
      (Fre89, Lee89).
           De loden leidingen die in Nederland nog vóórkomen, vindt men vooral in de oude
      binnensteden van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Groningen (DGM96). Veel
      drinkwaterbedrijven in voorzieningsgebieden met water met een hoog loodoplossend
      vermogen en loden drinkwaterleidingen hebben een
      drinkwaterconditioneringsprogramma gestart. Door een combinatie van verlaging van
      het zuurgehalte en ontharding door verlaging van het bicarbonaatgehalte wisten zij de
      loodconcentraties in het drinkwater tot beneden de 50 µg/l terug te dringen (Hov95,
      Tie95, Ver92). In Schotland hebben drinkwaterbedrijven eenzelfde resultaat bereikt,
      waardoor binnen twee jaar de gemiddelde lood-in-bloedwaarden significant daalden
      (NRC93). Onderzoek in Glasgow, Groningen en Haarlem heeft aangetoond dat de
      aanwezigheid van loden drinkwaterleidingen in verband staat met verhoogde
      lood-in-bloedwaarden (Dui97, Min97, Wat96).
2.1.5 Andere bronnen
      Gebruiksvoorwerpen van kristal of aardewerk afgewerkt met loodglazuur en
      loodgesoldeerde blikken, pannen of ketels kunnen lood afgeven aan voedselproducten
      of dranken. Consumptie van deze voedingsmiddelen of dranken betekent dan een
      verhoogde blootstelling aan lood (WHO96). DeMejia en collega’s toonden aan dat het
      soort van voedsel en de wijze van bereiding van invloed is op het vrijkomen van lood
      uit loodgeglazuurd servies. Bereiding van relatief ‘zuur’ voedsel in genoemd servies
      leidde tot verhoogde lood-in-bloedwaarden (Mej97). Het in de mond nemen van
      voorwerpen waarin loodverbindingen zijn verwerkt, of die beschilderd zijn met
      loodhoudende verf of bedekt met loodhoudend (huis)stof, kan eveneens een verhoogde
      blootstelling aan lood inhouden.
20    Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>2.2 Blootstelling van zuigelingen
    De blootstelling van een zuigeling (leeftijd tot één jaar) vindt voornamelijk plaats via
    de voeding. Omdat zuigelingen en kinderen in het algemeen, per kilogram
    lichaamsgewicht een hogere energiebehoefte hebben dan volwassenen krijgen zij per
    kilogram lichaamsgewicht meer voedsel en inademingslucht binnen. Kinderen kunnen
    daardoor verhoudingsgewijze verhoogd aan lood blootstaan. Oraal ingenomen lood
    wordt bovendien door kinderen in hogere mate in de darmen geabsorbeerd dan door
    volwassenen (zie 2.4).
         De voeding van een zuigeling bestaat voor een belangrijk deel uit melk die ofwel
    via de borst ofwel via de fles wordt gegeven. Uit cijfers (1995) blijkt dat de zuigeling
    in Nederland al snel voornamelijk flesvoeding krijgt: kort na de geboorte krijgt
    ongeveer 69% van de zuigelingen geheel of gedeeltelijk borstvoeding, ten tijde van de
    zesde week, de derde en zesde maand is dit percentage teruggelopen tot respectievelijk
    56, 49 en 27 (CBS96). Na de twaalfde maand wordt vrijwel geen borstvoeding meer
    gegeven. De kans dat een zuigeling borstvoeding krijgt, neemt toe naarmate de moeder
    een hogere opleiding heeft genoten en minder rookt of drinkt (Geu93). De
    melkvoeding wordt na de eerste vijf tot zes maanden aangevuld met bijvoeding.
         Om de loodblootstelling via de voeding van een zuigeling te schatten, maakt de
    commissie gebruik van het voedingsadvies uit het ‘Nederlands Handboek
    Kindergeneeskunde’ (Bra93) en van het GHI-bulletin ‘Zuigelingenvoeding’ (GHI91).
    Zij benadrukt dat in concrete gevallen in de praktijk de zuigelingenvoeding aanzienlijk
    kan afwijken van hetgeen waar zij in dit advies vanuit gaat: in de praktijk (op het
    consultatiebureau voor de zuigeling onder andere) wordt het dieet van de zuigeling
    aangepast aan zijn of haar individuele behoeften. De commissie is ervan uitgegaan dat
    de flesvoeding wordt bereid uit poedervormige loodvrije zuigelingenvoeding en
    leidingwater dat niet warm is afgetapt of verwarmd in een loodgesoldeerde (fluit)ketel.
    Is het laatste wel het geval, dan valt de blootstelling aan lood via de flesvoeding hoger
    uit.
         Tabel 1 geeft een indruk van de loodblootstelling door flesvoeding bij gebruik van
    drinkwater met loodconcentraties van 10, 25, 35 en 50 µg/l. In de tabel is bij elke
    leeftijd tevens het gemiddelde lichaamsgewicht weergegeven. Er is geen onderscheid
    gemaakt naar geslacht (CBS86).
         De loodblootstelling via de moedermelk is niet opgenomen. De loodconcentratie in
    de moedermelk is doorgaans ongeveer vijf tot tien procent van het loodgehalte in het
    bloed van de moeder (WHO95). Dit betekent dat een gemiddelde loodconcentratie in
    het bloed van de moeder van 45 µg/l (deze waarde is afgeleid van
    lood-in-bloedwaarden in navelstrengbloed; Dui95) resulteert in loodconcentraties in de
21  Blootstelling aan lood in Nederland
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>    Tabel 1 Blootstelling van zuigelingen aan lood (in microgrammen lood per kilogram lichaamsgewicht
    per dag) via flesvoeding (zowel volledige zuigelingenvoeding als opvolg-zuigelingenvoeding)
    aangemaakt met drinkwater met loodconcentraties van 10, 25, 35 en 50 µg/la.
    leeftijd in        totale            totale blootstelling aan lood (µg/kg lg per dag) via aangelengde
    maanden            hoeveelheid       flesvoeding met water met de loodconcentraties:
    (gewicht in        melkvoeding per
                                         10 µg/l             25 µg/l           35 µg/l           50 µg/l
    kilogrammen)       dag in ml
     0 - ½ (3,5)       500 - 600         1,3 - 1,6           3,3 - 3,9         4,6 - 5,5         6,5 - 7,8
     ½ - 1 (3,8)       550 - 650         1,3 - 1,6           3,3 - 3,9         4,6 - 5,5         6,5 - 7,8
     1 - 2 (4,6)       600 - 700         1,2 - 1,4           3,0 - 3,5         4,3 - 4,8         5,9 - 6,9
     2 - 3 (5,3)       700 - 800         1,2 - 1,4           3,0 - 3,5         4,2 - 4,8         6,0 - 6,8
     3 - 4 (6,0)       800 - 900         1,2 - 1,4           3,0 - 3,5         4,3 - 4,8         6,1 - 6,8
     4 - 5 (6,6)       850 - 950         1,2 - 1,3           2,9 - 3,3         4,1 - 4,6         5,8 - 6,5
     5 - 6 (7,2)       850 - 1000        1,1 - 1,3           2,7 - 3,2         3,7 - 5,0         5,4 - 6,3
     6 - 7 (7,7)       700 - 800         0,8 - 0,9           2,1 - 2,4         2,9 - 3,3         4,1 - 4,7
     7 - 8 (8,2)       600 - 700         0,6 - 0,8           1,6 - 1,9         2,4 - 2,7         3,4 - 3,9
     8 - 9 (8,5)       500 - 600         0,5 - 0,6           1,4 - 1,6         1,9 - 2,3         2,6 - 3,2
     9 - 12 (9,4)      500 - 600         0,4 - 0,5           1,2 - 1,5         1,7 - 2,0         2,5 - 2,9
    a
          Voor de concentraties 10 en 50 µg/l is gekozen omdat deze respectievelijk de nieuw voorgestelde
          en de vigerende norm voor lood in drinkwater zijn. In de nieuwe EU-richtlijn voor lood in
          drinkwater wordt als ‘interimnorm’ 25 µg/l genoemd. Volgens die richtlijn dient binnen vijf jaar na
          het van kracht worden van de richtlijn aan deze norm te zijn voldaan. Tien jaar dáárna dient aan de
          norm van 10 µg/l te zijn voldaan. Zoals opgemerkt in 2.1.4, acht de commissie de waarde 35 µg/l
          representatief voor de gemiddelde loodconcentratie in het leidingwater aangevoerd via een loden
          leidingennet of mogelijk via een nieuw koperen leidingennet waarvoor bij installatie gebruik is
          gemaakt van loodhoudend soldeer.
   moedermelk tussen 2,3 en 4,5 µg/l. Voor een zuigeling die per dag gemiddeld ongeveer
   150 ml per kilogram lichaamsgewicht drinkt, komt dit neer op een dagelijkse
   loodblootstelling via borstvoeding tussen 0,3 en 0,7 µg/kg lg.
         Uit tabel 1 blijkt dat de hoeveelheid melkvoeding tot de vijfde of zesde maand
   toeneemt en vervolgens afneemt. De loodblootstelling per kilogram lichaamsgewicht
   neemt daarentegen in de gehele periode af omdat het lichaamsgewicht
   verhoudingsgewijs meer toeneemt.
         Vanaf de vijfde, zesde maand (soms eerder) krijgt de zuigeling ook bijvoeding. Die
   bestaat bijvoorbeeld uit enkele eetlepels groente, aardappel, peulvruchten, pap,
   yoghurt, ei, fruit, brood en broodbeleg. De zuigeling drinkt daarbij thee (eventueel met
   melk), water of aangelengd vruchtenconcentraat of -sap. Daarnaast wordt vaak ook
   kant-en-klare ‘potjesvoeding’ gebruikt. De commissie beschikt niet over informatie
22 Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>   over loodgehaltes in deze kant-en-klare voeding en laat derhalve de schatting van de
   loodblootstelling via deze voeding buiten beschouwing.
        Om de loodblootstelling via zelfbereide bijvoeding te schatten, is gebruik gemaakt
   van het eerder genoemde voedingsadvies voor zuigelingen en van gegevens over
   gemiddelde loodconcentraties in voedingsmiddelen (Dok94). Uit de schatting blijkt dat
   de dagelijkse loodblootstelling via de bijvoeding in de vijfde tot achtste maand
   gemiddeld een waarde heeft tussen 0,1 en 0,5 µg/kg lg, afhankelijk van de
   loodconcentratie in het drinkwater (van 10 tot en met 50 µg/l). In de maanden daarna
   (maand acht tot en met twaalf) neemt de blootstelling aan lood door de bijvoeding
   maandelijks toe. Afhankelijk van de loodconcentratie in het drinkwater ligt deze dan
   gemiddeld tussen 0,7 en 1,5 µg/kg lg per dag. In de berekening bleek vooral de
   consumptie van thee van invloed te zijn op de blootstelling (zie bijlage D).
        Uitgaande van een loodblootstelling als gevolg van de inname (aangenomen
   hoeveelheid tussen 12,5 en 21 mg per dag; zie 2.3) van bodemdeeltjes en huisstof
   (aangenomen gemiddelde loodconcentratie 150 µg/g ds; zie 2.1.2) door zuigelingen
   van zes maanden en ouder, moet bij de hierboven beschreven totale dagelijkse
   blootstelling ongeveer 0,3 µg/kg lg worden opgeteld.
        Behalve langs orale weg wordt de zuigeling nog via de lucht blootgesteld aan lood.
   Bij inademing van vier tot zes kubieke meter (m3) lucht per dag met een gemiddelde
   loodconcentratie van 0,035 µg/m3 (zie 2.1.1), zal een zuigeling dagelijks 0,02 tot 0,04
   µg lood/kg lg binnenkrijgen. In stedelijk gebied zijn deze getallen een factor 5 tot 10
   hoger (CCRX95). Naarmate de ouders of verzorgers meer roken, kan de
   loodblootstelling via de binnenlucht toenemen.
   Beschouwt men de beschreven loodblootstellingen van een zuigeling tezamen, dan
   blijkt dat de totale loodblootstelling per kilogram lichaamsgewicht het hoogst is in de
   eerste vijf tot zes maanden na de geboorte. De belangrijkste bijdrage levert in deze
   periode de melkvoeding. Als die bestaat uit flesvoeding die is aangemaakt met
   drinkwater met een gemiddelde loodconcentratie van 35 µg/l, dan ligt de gemiddelde
   wekelijkse loodblootstelling tussen 24,5 en 38,5 µg/kg lg. Is de loodconcentratie in het
   drinkwater 50 µg/l, dan stijgen deze waarden tot respectievelijk 35 en 56 µg/kg lg per
   week. Vanaf de zesde maand neemt de bijdrage van de bijvoeding toe. De totale
   blootstelling aan lood per kilogram lichaamsgewicht blijft echter dalen. Is de zuigeling
   rond de twaalf maanden oud dan is de totale dagelijkse loodblootstelling, uitgaande
   van een loodconcentratie in het drinkwater van 10, 35 en 50 µg/l, respectievelijk
   ongeveer 1,3, ruim 3 en ruim 4 µg/kg lg. Hiervan komt 60 tot 70 procent voor rekening
   van de flesvoeding als deze is aangemaakt met water met gemiddeld 35 of 50 µg lood
   per liter.
23 Blootstelling aan lood in Nederland
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>         Gezien het aantal geboorten van ongeveer 196 000 en het percentage huishoudens
    van ongeveer 7,5% dat drinkwater betrekt via loden drinkwaterleidingen (zie 1.2),
    lopen jaarlijks ongeveer 15 000 zuigelingen de kans flesvoeding te krijgen die is
    aangemaakt met leidingwater met een gemiddelde concentratie van 35 µg/l. Rekening
    houdend met het percentage zuigelingen dat borstvoeding krijgt, nemen ongeveer
    11 000 zuigelingen als gevolg van flesvoeding in de eerste zes levensmaanden meer
    dan de PTWI van 25 µg lood per kg lichaamsgewicht per week in (zie bijlage E).
         Op grond van deze constatering ziet de commissie de groep van zuigelingen als
    risicogroep ten aanzien van lood; zij hebben een relatief hoge blootstelling per
    kilogram lichaamsgewicht (GR85).
2.3 Blootstelling van kinderen en volwassenen
    Om een indruk te krijgen van de totale loodblootstelling van kinderen ouder dan één
    jaar en volwassenen in Nederland is de commissie uitgegaan van blootstelling via de
    voeding en de inademingslucht. De gemiddelde loodinname via de voeding is op
    verzoek van de commissie berekend door het RIKILT-DLO, in samenwerking met
    TNO-Voeding, door koppeling van voedselconsumptiegegevens uit 1992 (uit de
    Voedselconsumptiepeiling 1992; VCP’92) aan de meest recent gemeten loodgehalten
    in primaire agrarische producten (periode 1990-1995) en gegevens over loodgehalten
    in voedingsmiddelen (1988/1989). Zie bijlage D voor een beschrijving van de methode
    en de resultaten. Door in de berekeningen drie verschillende loodconcentraties (0, 10
    en 35 µg/l) aan het drinkwater toe te kennen, werd een beeld verkregen van de
    mogelijke bijdrage van drinkwater aan de totale loodblootstelling via de voeding. De
    eventuele extra loodblootstelling door consumptie van voedsel dat gekookt is in
    loodhoudend water is moeilijk kwantificeerbaar en niet in de berekening opgenomen;
    de commissie meent echter dat deze niet hoog is.
         Tabel 2 is een gecomprimeerde weergave van de uitkomsten. In de tabel zijn de
    geschatte gemiddelde loodblootstellingen in Nederland door de voeding weergegeven
    voor 1- tot 4-jarigen, 4- tot 19-jarigen, volwassenen, (19- tot 65-jarigen), ouderen
    (65+) en zwangeren. De commissie beschouwt de uitkomsten, gezien de beschikbare
    informatie, als de meest betrouwbare schattingen van de totale loodblootstelling via de
    voeding.
         Uit tabel 2 blijkt dat de één- tot vierjarigen per kilogram lichaamsgewicht de
    hoogste blootstelling aan lood via de voeding ondervinden. Dit kan verklaard worden
    door hun hogere energiebehoefte per kilogram lichaamsgewicht. Afgeleid uit gegevens
    van de totale VCP-populatie, komt voor één individu, 0,9 liter (standaarddeviatie 0,5
    liter) van de dagelijkse hoeveelheid van ongeveer twee liter vloeibaar voedsel
    (bijvoorbeeld soep, melk, limonades, koffie), voor rekening van drinkwater. Wanneer
24  Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>    Tabel 2 De geschatte gemiddelde loodblootstelling (in µg/kg lg per dag) via de voeding van kinderen
    (vanaf 1 jaar) en volwassenen naar cijfers van de VCP’92, berekend voor loodconcentraties 0, 10 en 35
    µg per liter in het drinkwater.
    populatie (gemiddelde               aantal perso-   gemiddelde blootstelling aan lood (µg/kg lg per
    lichaamsgewicht in kilo-            nen in de       dag) bij een loodconcentratie in drinkwater van:
    grammen)                            steekproef      0 µg/l            10 µg/l           35 µg/l
    totale VCP-populatie (58,3)         6218             0,36               0,5              0,87
    1- tot 4-jarigen (13,5)              351             0,63             0,83               1,33
    4- tot 19-jarigen (40,7)            1343             0,42             0,51               0,75
    19- tot 65-jarigen (70,8)           4025             0,31             0,47               0,86
    65-plussers (71,8)                   499             0,36             0,51                0,9
    zwangeren (68,8)                       58            0,34             0,47                0,8
   deze hoeveelheid een gemiddelde loodconcentratie heeft van 10 respectievelijk 35 µg/l
   dan draagt zij voor ongeveer 30 en 60 procent bij aan de totale loodblootstelling via de
   voeding. De hoeveelheid 0,9 liter is in de berekeningen tot stand gekomen door de
   hoeveelheden drinkwater voor directe consumptie, thee, koffie en soep samen te
   nemen.
         Om het beeld van de totale loodblootstelling te completeren, moet men rekening
   houden met de inneming van bodemdeeltjes of huisstof. De mate van inneming is
   leeftijdsafhankelijk. Kinderen in de leeftijd van één tot vier jaar nemen relatief meer
   bodemdeeltjes in dan oudere kinderen en volwassenen, door hun ‘hand-mondgedrag’
   (Cla89). In Nederland vonden Clausing en collega’s onder meer dat één- tot tweejarige
   stadskinderen bij mooi weer gemiddeld ongeveer 100 milligram (mg) bodemdeeltjes,
   droge stof (ds) per dag innemen. Ook van Wijnen vond een relatie tussen het weer en
   de mate van inname van bodemdeeltjes. Één- tot vijfjarigen verblijvend op crèches of
   campingterreinen namen een dagelijkse hoeveelheid bodemdeeltjes in tussen 0 en 90
   mg ds, respectievelijk tussen 30 en 400 mg ds (Wij90). Stanek en collega’s berekenden
   mediane innamen van gronddeeltjes van 13 en 138 mg per dag voor 50%,
   respectievelijk 95% van de bestudeerde (één- tot en met vierjarige) kinderen en
   gemiddelde hoeveelheden voor deze groepen van kinderen van respectievelijk 45 en
   208 mg per dag (Sta95). De WHO gaat in een recente evaluatie ervan uit dat jonge
   kinderen dagelijks een hoeveelheid bodemdeeltjes innemen van 12,5 tot 21 mg
   (WHO95). Calabrese en collega’s gaan voor volwassenen uit van een gemiddelde
   inname van ongeveer 50 mg per dag (Cal90).
         Door de verscheidenheid in informatie omtrent ingenomen hoeveelheden
   bodemdeeltjes en huisstof en de loodconcentratie daarin, heeft de commissie een
   schatting gemaakt. Één- tot vierjarigen verdienen in dit verband bijzondere aandacht,
25 Blootstelling aan lood in Nederland
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>   omdat zij via ‘hand-mondgedrag’ relatief veel bodemdeeltjes en huisstof
   binnenkrijgen. Vooral in gebieden met lood vervuilde bodems (oude binnensteden)
   lopen zij de kans om aan hogere concentraties lood bloot te staan. Als een kind
   dagelijks ongeveer 100 milligram bodemstof inneemt (een niet onrealistische
   hoeveelheid, zie boven) met een gemiddelde loodconcentratie van 150 mg/kg ds (zie
   2.1.2), betekent dit een dagelijkse extra loodblootstelling van ongeveer 1 µg per
   kilogram lichaamsgewicht.
        Kinderen blijken in de binnensteden een hogere loodblootstelling te ondervinden.
   Lood-in-bloedwaarden van kinderen in de binnensteden van Amsterdam en Rotterdam
   werden vergeleken met die van kinderen daarbuiten. De kinderen hadden
   respectievelijk een gemiddelde lood-in-bloedwaarde van 64 en 45 µg/l. Het percentage
   met een lood-in-bloedwaarde van 100 tot 150 µg/l respectievelijk hoger dan 150 µg/l,
   was in de binnenstad respectievelijk 6,7 en 2,7, daarbuiten 2 respectievelijk 0 (Wij96).
        Bij de bepaling van de loodblootstelling via de lucht is de commissie uitgegaan
   van een jaargemiddelde loodconcentratie in de lucht van 0,035 µg/m3 (zie 2.1.1) en een
   dagelijks door mensen ouder dan één jaar ingeademd luchtvolume tussen 6 en 18 m3
   (WHO86b). Dit betekent een extra dagelijkse loodblootstelling via de lucht tussen 0,2
   en 0,8 µg. Per kilogram lichaamsgewicht betekent dit voor alle leeftijden ongeveer
   0,01 µg/kg lg per dag. In stedelijk gebied kan deze loodblootstelling enige malen hoger
   zijn.
                                          drinkwater            (bij)voeding            lucht
      µg/kg lg per dag
      6
      5
      4
                                                                                                            PTDI
      3
      2
      1
      0
            0-½       1-2      3-4         5-6      7-8     9-12        1-4      7-10       13-16       19-22       50-65     pw.*
                 ½-1      2-3         4-5      6-7      8-9                  4-7      10-13       16-19       22-50       65+
      * zw. = zwangeren
                          leeftijd in maanden                                               leeftijd in jaren
   Figuur 1 Bijdragen tot de totale dagelijkse loodblootstelling (in microgram per kilogram lichaamsgewicht)
   door inname van drinkwater, inademen en consumeren van voedsel als functie van de leeftijd bij een
   loodconcentratie in het drinkwater van 35 µg/l.
26 Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>       In tegenstelling tot de zuigelingen die flesvoeding krijgen, vormen de kinderen van
   één jaar en ouder en volwassenen, op grond van de schatting van de gemiddelde
   loodblootstelling, géén risicogroep ten aanzien van lood (dit zou anders kunnen liggen
   voor bepaalde beroepen in bijvoorbeeld de metaalindustrie of (auto)recycle-industrie).
   De geschatte loodconcentratie in het drinkwater uit loden leidingen leidt in géén van
   de leeftijdscategorieën tot een totale wekelijkse loodblootstelling die hoger is dan 25
   µg/kg lg.
   Figuur 1 geeft de geschatte totale loodblootstelling zoals beschreven in het
   voorgaande, als functie van de leeftijd. Als loodbronnen zijn de lucht en de voeding
   beschouwd, waarbij voor de loodconcentratie in het leidingwater 35 µg/l is gekozen.
   De in de figuur met PTDI aangeduide lijn, representeert de door de WHO aanbevolen
   ‘provisional tolerable weekly intake’ (PTWI) gedeeld door zeven (zie 1.1). Voor de
   zuigelingen is de consumptie van thee inbegrepen in de (bij)voeding; voor de kinderen
   van één jaar en ouder en voor volwassenen is de consumptie van thee samen met koffie
   en soepen inbegrepen in die van drinkwater.
       De figuur laat zien dat zuigelingen per kilogram lichaamsgewicht de hoogste
   blootstelling aan lood ondervinden. De blootstelling overschrijdt de eerste zes
   maanden het PTWI-niveau. Eén- tot vierjarigen krijgen, omgerekend, wekelijks
   ongeveer 10,5 µg/kg lg binnen. De gemiddelde totale blootstelling voor vijfjarigen en
   ouderen is hooguit 7 µg/kg lg per week. De blootstelling van zwangeren is in dezelfde
   orde van grootte. Houdt men bij één- tot vierjarigen bovendien rekening met
   loodblootstelling door inname van bodemdeeltjes en huisstof zoals geschat, dan wordt
   de totale blootstelling met ongeveer een factor 1,7 groter, te weten ongeveer 17,5
   µg/kg lg per week.
27 Blootstelling aan lood in Nederland
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>28 Lood in drinkwater</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 3
          Gezondheidseffecten
          van blootstelling aan lood
3.1       Kinetiek, inwendige blootstelling
          In het voorgaande is een beschrijving gegeven van bronnen van lood en de mate van
          blootstelling daaraan door individuen van verschillende leeftijden. Blootstelling aan
          een stof definieerde een andere commissie van de Gezondheidsraad eerder als: “... het
          in aanraking komen van een organisme met een stof zó dat deze vervolgens op het
          mechanisme kan inwerken.” (GR96). Deze (uitwendige) blootstelling wordt vaak
          uitgedrukt in hoeveelheden per kilogram lichaamsgewicht en aangeduid als dosis.
          Afhankelijk van de blootstellingsroute en de vorm waarin de stof aan het organisme
          wordt ‘aangeboden’, komt een deel van de dosis in het lichaam. De hoeveelheid in het
          lichaam wordt lichaamsbelasting genoemd (of inwendige blootstelling); ze is een
          resultante van de mate van blootstelling, het proces van opname en uitscheiding door
          en tussen de verschillende weefsels en organen en de uitscheiding door het lichaam.
              In het lichaam opgenomen lood blijkt zich in hoofdzaak over drie
          lichaamscompartimenten te verdelen: het bloed, de zachte weefsels (lever, nier,
          zenuwweefsel) en het bot. Bij volwassenen komt ongeveer 1, 9 en 90% in de
          respectievelijke compartimenten terecht (WHO95). Bij kinderen is deze verdeling
          ongeveer 1, 29 en 70% (CCRX95). Het lood wordt uitgescheiden via de nieren (ca.
          76%), het maagdarmkanaal (ca. 16%) en via zweet, gal, haren en nagels (ca. 8%).
          Lood kan eveneens het lichaam verlaten via de moedermelk. De loodconcentratie in de
          moedermelk bedraagt 5 tot 10 procent van de loodconcentratie in het bloed van de
          moeder. De loodconcentra-
29        Gezondheidseffecten van blootstelling aan lood
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>   ties in de verschillende compartimenten vormen, afhankelijk van hun halveringstijd* in
   het lichaam, een afspiegeling van de loodblootstelling in de voorafgegane periode.
   Halveringstijden van lood in bloed, zachte weefsels en bot zijn achtereenvolgens
   ongeveer 36 en 40 dagen en 30 jaar (WHO95). In onderzoek wordt voor de inschatting
   van de blootstelling het meest frequent van de lood-in-bloedwaarde gebruik gemaakt.
        De mate van loodabsorptie door de longen wordt beïnvloed door factoren als de
   deeltjesgrootte en de ademfrequentie. Bij volwassenen wordt uitgegaan van een
   absorptie die kan liggen tussen 30% en 50% van de hoeveelheid die wordt ingeademd.
   De absorptie bij kinderen is vergelijkbaar of mogelijk hoger (WHO95).
        De absorptie van oraal ingenomen lood (en van de fractie die via ademhaling in de
   bovenste luchtwegen is afgevangen en vervolgens in de maag terecht komt) is onder
   meer afhankelijk van de leeftijd van de blootgestelde. Bij volwassenen bedraagt ze
   ongeveer 10%, bij kinderen tot de leeftijd van zes jaar ongeveer 40% á 50%. De
   absorptie in het maagdarmkanaal neemt toe wanneer lood wordt aangeboden tijdens
   periodes van vasten en periodes gelegen tussen de maaltijden. Bij volwassenen kan de
   absorptie dan oplopen tot 35% (Sar94). Andere factoren die de mate van absorptie
   beïnvloeden, zijn de chemische en fysische vorm waarin het lood de blootgestelde
   bereikt, de voeding en voedingstoestand van de blootgestelde en factoren die te maken
   hebben met de voedselvertering. De calciuminname, bijvoorbeeld, is, evenals de
   ijzerinname (alsmede de ijzerstatus), negatief gecorreleerd met de lood-in-bloedwaarde
   (WHO96). Bij vrouwen in de reproductieve leeftijd is dit gegeven van betekenis omdat
   zij vaak een lagere ijzerstatus hebben (Sta95).
        De WHO stelt dat een verhoging van de blootstelling via het voedsel met 1 µg per
   dag voor volwassenen respectievelijk kinderen (in beide gevallen niet gecorrigeerd
   voor het lichaamsgewicht), na instelling van het nieuwe evenwicht in het lichaam, leidt
   tot een verhoging van de lood-in-bloedwaarde van respectievelijk ongeveer 0,5 µg/l en
   1,6 µg/l. Deze relatie geldt voor het gebied waarin de blootstelling relatief laag is
   (WHO86b, WHO95).
        In onderzoek naar de relatie tussen loodblootstelling via voeding bij jonge
   kinderen (ongeveer 4 jaar) en de lood-in-bloedwaarde bleek de (fecale en urinale)
   excretie van lood door het lichaam meestal groter te zijn dan de inname wanneer deze
   laatste lager was dan 5 µg/kg lg per dag. Bij een blootstelling van ongeveer 5 µg/kg lg
   per dag was de retentie van lood in het lichaam ongeveer 0,43 µg/kg lg per dag wat
   voor een vierjarige betekent dat de lood-in-bloedwaarde na ongeveer zes maanden
   blootstelling, 10 - 20 µg/l zal zijn gestegen (Zie 78).
*  Halveringstijd: de tijdsduur waarin de hoeveelheid van een stof in het lichaam door uitscheiding wordt gehalveerd
   (afkorting: T½).
30 Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>         Bij zuigelingen bleven in de eerste zes maanden bij een dagelijkse blootstelling
    van 3 tot 4 µg/kg lg de lood-in-bloedwaarden ongeveer constant; ze verdubbelden bij
    een dagelijkse blootstelling die lag tussen 8 en 9 µg/kg lg (Ryu83, Ryu85).
3.2 Gezondheidseffecten bij kinderen
    Al vóór de geboorte staat een kind bloot aan lood. Dit kan tot een blijvend,
    waarneembaar effect op de mentale ontwikkeling leiden. Dit verschijnsel kan zich
    voordoen bij lood-in-bloedwaarden van de zwangere groter dan 100 µg/l. Ook worden
    een verlaagd geboortegewicht en een verkorte zwangerschapsduur in verband gebracht
    met blootstellingen die leiden tot lood-in-bloedwaarden tussen 100 en 150 µg/l. De
    zwangerschap wordt algemeen als een risicovolle periode ten aanzien van
    neurotoxische stoffen zoals lood gezien omdat het kind dan een zich ontwikkelend,
    onvolledig beschermd neurologisch systeem heeft (NRC93). Met betrekking tot lood
    komt daarbij dat een vrouw tijdens de zwangerschap in verhoogde mate lood uit het
    bot vrijmaakt (Sil90) en door een in het algemeen lagere ijzerstatus relatief veel lood
    uit het voedsel absorbeert (zie 3.1). Daardoor staat de vrucht aan verhoogde
    loodconcentraties bloot.
         Een van de eerste reacties van het lichaam door blootstelling aan lood is een
    verlaagde activiteit van het  -aminolaevulinezuur-dehydratase (ALAD) enzym. Dit
    verschijnsel kan zich bij kinderen voordoen bij lood-in-bloedwaarden vanaf 30 µg/l en
    gaat gepaard met een verhoogde activiteit van ALA-synthase wat remmend werkt op
    de haemsynthese (WHO95). Het is niet bekend of een dergelijke verandering in de
    enzymactiviteit op de lange termijn schadelijk is voor de gezondheid. De commissie
    acht dit echter niet uitgesloten.
         Loodblootstelling leidend tot lood-in-bloedwaarden vanaf 100 µg/l en hoger
    worden met effecten op het neurologische en cognitieve vlak, zoals een achterstand in
    de gedragsontwikkeling en een verlaagd IQ, in verband gebracht (Bel94, Goy93,
    McM95, NRC93, Poc94, Ton96). Een verdubbeling van de lood-in-bloedwaarde van
    100 naar 200 µg/l bij vier- tot tienjarigen zou een IQ-daling tussen 0 en 5 punten tot
    gevolg hebben (SAHC93). In een aantal onderzoeken wordt beschreven dat er geen
    eenduidige lood-in-bloedwaarde (‘threshold value’) lijkt te bestaan vanaf welke,
    effecten op neurologisch of cognitief vlak kunnen ontstaan. Beschreven relaties tussen
    lood-in-bloedwaarden en neurologisch en neuromotorisch functioneren doen
    veronderstellen dat effecten al optreden bij lood-in-bloedwaarden lager dan 100 µg/l
    (NRC93, Win94).
         In het gebied tussen 150 en 200 µg/l reageert het lichaam met verhoogde
    erytrocyt-protoporfyrinegehaltes (die te maken hebben met de aanmaak van rode
    bloedcellen) en raakt het vitamine D-metabolisme verstoord. Bij lood-in-bloedwaarden
31  Gezondheidseffecten van blootstelling aan lood
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>    van 250 µg/l of hoger zijn effecten als een verlaagd hemoglobinegehalte en een
    vertraagde reactietijd mogelijk, bij waarden van 300 µg/l of meer is de zenuwgeleiding
    vertraagd. Leidt een blootstelling tot lood-in-bloedwaarden hoger dan 700 µg/l, dan
    worden bij kinderen effecten als bloedarmoede en perifere neuropathie
    (zenuwaandoening, mogelijk gekenmerkt door lastig gedrag, onrust; Coë74) gevonden.
    Bij waarden van 1000 µg/l of hoger kan ernstige hersenbeschadiging optreden
    (NRC93). Loodkoliek, één van de ‘klassieke’ symptomen (zie 1.1) kan zich dan
    eveneens voordoen.
3.3 Gezondheidseffecten bij volwassenen
    Evenals bij kinderen, wordt bij volwassenen een verhoogde ALAD-enzymactiviteit
    geconstateerd bij lood-in-bloedwaarden rond 50 µg/l en hoger (NRC93). Silbergeld en
    collega’s veronderstellen dat er geen drempelwaarde voor de effecten (op neurologisch
    vlak) van blootstelling aan lood bestaat voor welke leeftijd dan ook en de effecten vaak
    irreversibel zijn (Sil90).
         Gesteld wordt dat een blootstelling die leidt tot een lood-in-bloedwaarde tussen
    100 en 150 µg/l, een verhoogde bloeddruk tot gevolg kan hebben (NRC93). Een
    lood-in-bloedwaarde die tot op het moment van meting bij de volwassene 200 µg/l of
    meer is geweest, wordt in verband gebracht met een verhoging van de diastolische en
    systolische bloeddruk met respectievelijk 0,5 en 1 mm kwik (1 mm kwik (Hg) = 0,135
    kPa). Deze verhoging wordt niet van grote betekenis voor de volksgezondheid geacht
    (Sta95). Bij vrouwen kan een toename van het erytrocyt-protoporfyrinegehalte
    optreden vanaf een lood-in-bloedwaarde van 150 µg/l, terwijl bij mannen dit effect kan
    optreden bij waarden vanaf 250 µg/l. Een vertraagde zenuwgeleiding alsmede
    verstoring van de aanmaak van rode bloedcellen (zichtbaar door verhoogde
    concentraties ALA en coproporfyrine in urine) komen voor bij lood-in-bloedwaarden
    boven 400 µg/l. Lood-in-bloedwaarden hoger dan 500 µg/l zijn in verband gebracht
    met een verlaagd hemoglobinegehalte, herkenbare sub-encefalopathische
    neurologische symptomen (mogelijk krampen of psychische depressie: Coë74) en een
    veranderde testiculaire functie. Bij lood-in-bloedwaarden boven de 600 µg/l treden bij
    vrouwen effecten ten aanzien van de reproductie op en bij lood-in-bloedwaarden hoger
    dan 800 µg/l kan bloedarmoede optreden. Evenals bij kinderen, kan bij volwassenen
    bij blootstellingen die leiden tot lood-in-bloedwaarden van 1000 µg/l of hoger,
    hersenbeschadiging optreden. Bij deze waarden kan eveneens nierdisfunctie ontstaan
    (chronische nefropathie) (NRC93).
32  Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>3.4 Conclusie
    In het vorige hoofdstuk is gebleken dat bij zuigelingen die flesvoeding krijgen, de
    PTWI kan worden overschreden. Als gevolg van deze blootstelling zal de
    lood-in-bloedwaarde stijgen, mogelijk tot hoger dan 100 µg/l en zal lood in het lichaam
    accumuleren. De commissie vindt het bewezen dat in een blootstellingssituatie waarbij
    lood-in-bloedwaarden ontstaan van 100 µg/l of hoger, effecten op het neurologisch of
    cognitief vlak kunnen ontstaan. Of bij genoemde zuigelingen dit ook daadwerkelijk
    gebeurt, kan de commissie niet met zekerheid zeggen. De commissie sluit evenmin uit
    dat blootstellingen die tot lood-in-bloedwaarden lager dan 100 µg/l leiden,
    gezondheidsschadelijk zijn. Zij refereert daarbij aan onderzoek waarin
    lood-in-bloedwaarden in de range van 50 tot 150 µg/l negatief gecorreleerd bleken met
    de mate van ontwikkeling van kinderen die zowel pre- als postnataal aan lood waren
    blootgesteld (NRC93).
        De commissie is van mening dat vooralsnog geen gezondheidsschade is
    aangetoond bij lood-in-bloedwaarden tot ongeveer 50 µg/l. Wel treden bij deze niveaus
    biochemische veranderingen op, zoals veranderde ALAD-niveaus, waarvan de
    betekenis voor de gezondheid onduidelijk is. De meeste kinderen in Nederland lijken
    lood-in-bloedwaarden te hebben die rond de 50 µg/l liggen. Een bepaald gedeelte heeft
    echter nog lood-in-bloedwaarden die hoger zijn dan 100 of 150 µg/l. Uit recente
    metingen van lood-in-bloedwaarden bij pasgeborenen in Groningen en jonge kinderen
    in Rotterdam en Amsterdam, blijken gemiddelde concentraties tussen 45 en 65 µg/l.
    Van de kinderen in de binnenstad van Amsterdam en Rotterdam had in 1992, 6,7% en
    2,7% een lood-in-bloedwaarde die hoger was dan 100, respectievelijk 150 µg/l (Dui95,
    Wij96). De commissie benadrukt dat kinderen al van voor de geboorte tot en met het
    tweede levensjaar gevoeliger zijn voor lood dan ouderen wat hen tot risicogroep ten
    aanzien van loodblootstelling maakt. De waargenomen effecten op het neurologische
    en cognitieve vlak zijn bovendien vaak irreversibel. Verder wonen kinderen die
    drinkwater betrekken via loden leidingen, vaak in een omgeving waar de blootstelling
    via andere routes, zoals inademing en inname van bodemdeeltjes en huisstof, eveneens
    hoger is dan elders.
    Uitgaande van gemiddelde lood-in-bloedwaarden voor volwassenen zoals in 1994
    gemeten bij volwassenen in Groningen liggend rond 48 µg/l (Dui97), verwacht de
    commissie bij de huidige blootstelling voor volwassenen geen nadelige effecten op de
    gezondheid.
33  Gezondheidseffecten van blootstelling aan lood
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>34 Lood in drinkwater</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 4
          Beïnvloeding van de blootstelling
          aan lood via drinkwater
          In dit hoofdstuk beschrijft de commissie een aantal methoden om de loodconcentratie
          in het drinkwater te verminderen. De commissie beoordeelt een methode als effectief
          wanneer toepassing daarvan leidt tot een loodconcentratie in het drinkwater die gelijk
          aan of lager is dan 10 µg/l. Deze concentratie garandeert dat zuigelingen via
          flesvoeding een totale wekelijkse loodblootstelling ondervinden die lager is dan 25
          µg/kg lg (zie 2.2).
               Een methode beoordeelt zij als twijfelachtig wanneer het gedrag van consumenten
          bepalend is voor de effectiviteit en wanneer de methode alleen onder
          proefomstandigheden effectief is gebleken. Een niet effectieve methode levert in geen
          geval een loodconcentratie op die gelijk aan of lager is dan 10 µg/l.
4.1       Effectieve methode
          Sanering van de loden aansluitleidingen en drinkwaterinstallaties
          Sanering houdt in: vervanging van het lood door materialen die geen lood afgeven. De
          commissie beschouwt sanering als de meest effectieve ingreep. Voor een succesvolle
          aanpak zullen zowel loden aansluitleidingen als loden drinkwaterinstallaties moeten
          worden gesaneerd.
               Constructiewijzen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van loodhoudend soldeer
          of loodafgevend materiaal zijn bijvoorbeeld: solderen met tin-zilver- of
          tin-kopersoldeer of toepassing van knelfittingen. Om loodhoudende materialen (zoals
35        Beïnvloeding van de blootstelling aan lood via drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>    messing) volledig te vermijden, kunnen koperen leidingen met koperen (knel)fittingen
    worden aangelegd of kunststof leidingsystemen met dito hulpstukken (Sla95).
4.2 Methoden waarvan de effectiviteit twijfelachtig is
    Installatie van een loodvrij tappunt
    Bij een loodvrij tappunt wordt gedacht aan een extra leiding van niet loodafgevend
    materiaal die wordt aangesloten op het loodvrije aansluitleidingennet. Bij voorkeur
    wordt dit tappunt aangelegd in de ruimte waar het meest frequent leidingwater wordt
    getapt voor consumptie- of kookdoeleinden.
        Het gedrag van de consument bepaalt in sterke mate de effectiviteit van het
    loodvrije tappunt.
    Doorspoelen
    Het doorspoelen van een leiding alvorens water af te tappen voor consumptie, verlaagt
    de loodconcentratie in het drinkwater aanzienlijk. Doorspoelen biedt echter geen
    garantie voor loodconcentraties lager dan 10 µg/l. Zo blijkt uit onderzoek dat na twee
    minuten doorstromen nog steeds loodgehalten tot 25 µg/l kunnen voorkomen. Met
    name in gebieden met water met een loodoplossend vermogen (bepaald aan de hand
    van de loden-buizenproef) boven de 200 µg/l en in panden met loden leidingen langer
    dan 25 meter, is doorspoelen van de leiding alvorens water af te tappen geen afdoende
    middel om 10 µg/l te halen (Sla95). Een te krachtig doorspoelen kan looddeeltjes
    losmaken en daarmee een hogere loodblootstelling via drinkwater in de hand werken.
        De commissie schaart deze methode niet onder de effectieve methoden, niet alleen
    omdat het gedrag van de consument de effectiviteit bepaalt maar ook omdat de lokale
    praktijksituatie daarop van invloed is. Verder strookt een advies tot doorspoelen van
    drinkwater niet met het beleid van een aantal drinkwaterbedrijven dat gericht is op het
    zuinig omgaan met drinkwater.
    ‘PET-lining’
    ‘PET-lining’ behelst het aanbrengen van een laagje polyetheentereftalaat op de
    binnenkant van de loden leiding. De techniek is succesvol toegepast en effectief
    gebleken bij aansluitleidingen. Doordat de karakteristiek van het buizenstelsel van een
    loden drinkwaterinstallatie verschilt (middels een kleinere doorsnee en ‘knikpunten’ in
    de leidingen) van een aansluitleiding, is deze techniek vooralsnog niet toepasbaar
36  Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>    gebleken bij drinkwaterinstallaties. PET-lining van de aansluitleiding is daarom alleen
    effectief wanneer deze is aangesloten op een niet-loden drinkwaterinstallatie.
    Toevoeging van inhibitoren aan het leidingwater
    De metaalafgifte door leidingmateriaal kan worden verminderd door toevoeging van
    bepaalde stoffen, zogeheten inhibitoren aan het drinkwater. De inhibitor vormt met
    ionen uit het water of uit de leidingwand slecht oplosbare zouten. Voorbeelden van
    inhibitoren zijn ortho- en polyfosfaten (zink-orthofosfaat) en silicaten (Lee89). Uit
    onderzoek is niet duidelijk gebleken welke inhibitor de loodafgifte het meest effectief
    tegengaat. Blijkens berekeningen kan de toevoeging van fosfaten de loodconcentratie
    in het drinkwater uit loden leidingen tot minder dan 10 µg/l terugbrengen. In de
    praktijk heeft men concentraties tussen 10 en 30 µg/l bereikt. Een nadeel van het
    gebruik van inhibitoren ligt in de mogelijke aangroei van bacteriën en plankton in de
    leidingen en de verhoogde concentraties fosfaat in afvalwater (Hov86b, Sch89,
    Wag92).
4.3 Niet effectieve methode
    Conditionering
    Conditionering houdt een vermindering van het zure gehalte van het water in en
    ontharding door verlaging van het bicarbonaatgehalte. Dit leidt tot verlaging van
    ondermeer de loodconcentratie in het leidingwater (Tie95). Met de methoden die
    hiervoor thans worden toegepast, is het niet mogelijk de gemiddelde loodconcentratie
    in het leidingwater tot minder dan 10 µg/l terug te brengen (Ver92).
4.4 Voorlichting
    In lijn met haar conclusies over de effecten van loodblootstelling op de gezondheid en
    vooruitlopend op het treffen van afdoende maatregelen, acht de commissie het van
    belang actie te ondernemen. Op korte termijn is voorlichting, in het bijzonder gericht
    op beperking van de blootstelling van zuigelingen wonend in huizen met loden
    aansluitleidingen of drinkwaterinstallaties, daarom wenselijk. De doelgroep van deze
    voorlichting wordt gevormd door ouders die geen borstvoeding geven en voor de
    aanmaak van zuigelingenvoeding zijn aangewezen op drinkwater dat afkomstig is uit
    loden drinkwaterleidingen. Het is overheidsbeleid de bevolking te voorzien van
    drinkwater dat de gezondheid niet schaadt. De commissie vindt het in de lijn van
37  Beïnvloeding van de blootstelling aan lood via drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>   verwachting liggen dat de overheid de panden met loden drinkwaterleidingen
   identificeert en de bewoners ervan benadert.
        Nadat consumenten zijn ingelicht over de aan- danwel afwezigheid van loden
   drinkwaterleidingen, moeten zij als doelgroep specifiek worden benaderd via
   bijvoorbeeld de behandelend arts, gynaecoloog of vroedvrouw, de kraamzorg, de
   kinderarts, het ziekenhuis, het consultatiebureau voor zuigelingen, de gemeente of de
   GGD’s. De ouders uit de doelgroep moeten tevens op eigen initiatief informatie
   kunnen verkrijgen bij genoemde personen of instanties en uit handboeken en
   tijdschriften die voor hen geschreven zijn. Verder moet bestaand
   voorlichtingsmateriaal van, bijvoorbeeld, de Inspectie voor de Gezondheid en het
   Voorlichtingsbureau voor de Voeding en de voorschriften op de verpakkingen van
   zuigelingenvoeding, worden aangepast.
        De commissie meent dat bij de voorlichting gericht op de doelgroep, aandacht
   moet worden besteed aan:
        sanering van de eigen loden drinkwaterinstallatie;
        het vermijden van het gebruik van drinkwater uit loden leidingen voor de aanmaak
        van flesvoeding door:
         het geven van kant-en-klare flesvoeding of;
         het aanmaken van flesvoeding met bronwater.
   Opgemerkt zij dat bronwater uiteraard ook niet meer dan 10 µg lood per liter mag
   bevatten. Uit de cijfers van de halfjaarlijkse kwaliteitscontroles van bronwater
   (afgelopen tien jaar), blijkt dat de loodconcentraties in geen geval hoger dan 5 µg/l en
   in de meeste gevallen niet detecteerbaar zijn (detectielimiet: 1 µg/l; Buu97).
38 Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 5
          Beantwoording van de adviesaanvraag
          Effect van verlaging van de norm
          Vraag 1 Wat is het oordeel van de Gezondheidsraad over de aanscherping van de loodnorm in drinkwater
          (waarbij ik u verzoek in uw antwoord mede te willen betrekken de eventuele loodbelasting vanuit andere
          bronnen en dit toe te spitsen op de Nederlandse situatie)?
          Bij het afleiden van een advieswaarde voor de concentratie van lood in drinkwater is
          de WHO uitgegaan van een maximaal te aanvaarden blootstelling aan lood van 25
          microgram per kilogram lichaamsgewicht (µg/kg lg) per week, overeenkomend met
          gemiddeld 3,5 µg/kg lg per dag. De WHO noemde deze waarde de ‘provisional
          tolerable weekly intake’ (PTWI). De PTWI is gebaseerd op resultaten van onderzoek
          bij zuigelingen waaruit bleek dat een dagelijkse blootstelling aan lood tussen 3 en 4
          µg/kg lg niet leidt tot een stijging van lood-in-bloedwaarden of accumulatie van lood
          tot aanmerkelijke concentraties in het lichaam, terwijl dit wel het geval bleek te zijn bij
          hogere dagelijkse blootstellingen. Deze verschijnselen beschouwde de WHO als
          ongewenst en daarom vond zij dat de loodblootstelling in ieder geval tot onder de
          PTWI dient te worden teruggedrongen. Uitgaande van zuigelingen die flesvoeding
          krijgen die is aangemaakt met drinkwater, heeft de WHO een norm voor lood in
          drinkwater afgeleid waarbij overschrijding van de PTWI niet optreedt: 10 microgram
          per liter.
               De commissie acht, evenals de WHO, een stijging van lood-in-bloedwaarden en
          accumulatie van lood in het lichaam, ongewenst. Zij onderschrijft daarom de
39        Beantwoording van de adviesaanvraag
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>   zienswijze dat een loodblootstelling niet hoger zou moeten zijn dan de PTWI. De
   commissie kiest voor deze benadering omdat het haar onmogelijk lijkt, op grond van
   de huidige stand van wetenschap, een lood-in-bloedwaarde aan te geven waarbeneden
   geen nadelige gezondheidseffecten zijn te verwachten.
        De commissie heeft afgeleid dat de blootstelling van zuigelingen die flesvoeding
   krijgen die is aangemaakt met drinkwater afkomstig uit loden leidingen of drinkwater
   met een concentratie die gelijk is aan de vigerende drinkwaternorm voor lood (50
   µg/l), de PTWI in het algemeen zal overschrijden. Afhankelijk van de blootstelling van
   het kind tijdens de zwangerschap en de duur en mate van de overschrijding van de
   PTWI tijdens de zuigelingenfase, kan de lood-in-bloedwaarde stijgen tot boven 100
   µg/l, dat wil zeggen waarden waarbij de commissie het bewezen acht dat schade op het
   neurologisch of cognitief vlak kan optreden. De commissie merkt op dat zij de kans
   groot acht dat genoemde zuigelingen in een omgeving wonen waarin de
   loodblootstelling via andere bronnen (als bodem en lucht) eveneens hoger is dan
   gemiddeld.
        Het hanteren van een norm voor lood in drinkwater van 10 µg/l creëert een
   bepaalde veiligheidsmarge. De commissie acht deze in ieder geval verantwoord omdat
   de omvang van en de variatie in de extra loodblootstelling van een zuigeling door,
   bijvoorbeeld de inneming van loodhoudende bodemdeeltjes en huisstof, niet goed
   bekend zijn.
   Vraag 5 Welke gezondheidseffecten (voor wat betreft lood) resteren bij het verlagen en effectueren van
   een loodnorm van 10 µg/l in het drinkwater?
   De commissie constateert dat de blootstelling van de Nederlandse bevolking aan lood
   sinds de jaren zeventig daalt. Lood-in-bloedwaarden zijn dientengevolge gedaald. Het
   effectueren van een loodnorm van 10 µg/l zal een verdere verlaging van de
   loodblootstelling tot gevolg hebben voor een deel van de bevolking. Zoals de
   commissie aangaf, streeft zij naar een loodblootstelling die in ieder geval niet hoger is
   dan de PTWI, zodat de lood-in-bloedwaarde vanaf geboorte niet verder toeneemt.
   Omdat de commissie het onmogelijk vindt een lood-in-bloedwaarde aan te geven
   waarbeneden geen gezondheidsschade optreedt, kan zij evenmin aangeven welke
   gezondheidseffecten zullen resteren bij het verlagen en effectueren van een loodnorm
   van 10 µg/l. Zij verwacht echter, gezien de huidige stand van wetenschap, dat bij een
   dergelijk niveau geen gezondheidsschade zal optreden.
   Vraag 6 Zijn er richting kwetsbare groepen specifieke maatregelen noodzakelijk/gewenst en zo ja, kunt u
   dan aangeven welke maatregelen van belang zijn voor welke leeftijdsgroepen?
40 Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>   De commissie beschouwt de groep van zuigelingen als een risicogroep op grond van
   een verhoogde gevoeligheid ten aanzien van nadelige gezondheidseffecten door lood
   en op grond van een hoge blootstelling aan lood door toedoen van loden
   drinkwaterleidingen. Onder normale omstandigheden kan bij aanwezigheid van loden
   aansluitleidingen of drinkwaterinstallaties bij zuigelingen die flesvoeding krijgen
   sprake zijn van een loodblootstelling die hoger is dan de PTWI.
        Ter bescherming van de zuigeling beschouwt de commissie sanering van de loden
   drinkwaterleidingen (zowel aansluitleidingen als drinkwaterinstallaties) als de meest
   effectieve en veilige maatregel. Tot de tijd van sanering, vindt zij het
   aanbevelenswaard dat ouders die drinkwater betrekken uit een loden
   drinkwaterleidingennet voor het aanmaken van flesvoeding voor zuigelingen, gericht
   en in een vroeg stadium (liefst voor geboorte van hun kind) worden ingelicht over hun
   bezit van loden drinkwaterleidingen en mogelijkheden tot beperking van de
   blootstelling van de zuigeling.
   Maatregelen
   Vraag 2 Is er, mede gelet op het onder 1 gegeven antwoord in verband met de gezondheidsrisico’s in de
   Nederlandse situatie reden om de benodigde tijd voor de sanering van de loden leidingen te bekorten?
   De commissie vindt het gewenst dat de loden drinkwaterleidingen (zowel
   aansluitleidingen als drinkwaterinstallaties) worden vervangen door niet
   loodafgevende leidingenstelsels om de loodblootstelling terug te brengen tot, ook voor
   zuigelingen, veilig te achten waarden. Aangezien het niet is uit te sluiten dat
   flesvoeding die wordt aangemaakt met drinkwater betrokken uit loden leidingen, leidt
   tot gezondheidsschade, ondersteunt zij het streven van de drinkwaterbedrijven de
   loden leidingen voor 2000 te hebben gesaneerd. Volgens de huidige planning zal dit
   door alle bedrijven worden behaald, mogelijk met uitzondering van een enkeling.
   Naast sanering van loden aansluitleidingen vindt de commissie sanering van loden
   drinkwaterinstallaties gewenst. Zij kan echter niet aangeven welke de praktische en
   financiële consequenties zijn van sanering van alle drinkwaterinstallaties binnen de
   gestelde termijn van 15 jaar na het in werking treden van de EU-drinkwaterrichtlijn.
   Vraag 3 Kunt u mij vanuit gezondheidsoptiek redenen aangeven die mij kunnen helpen bij het maken van
   een beleidskeuze in de overweging ook het thans in gebruik zijnde loodhoudende soldeer te verbieden
   voor gebruik in drinkwaterinstallaties.
   Vanuit gezondheidskundig oogpunt vindt de commissie de toepassing van
   loodhoudend soldeer bij de aanleg van drinkwaterinstallaties onjuist. Bij deze
41 Beantwoording van de adviesaanvraag
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>   constructiewijze kunnen namelijk gedurende (in ieder geval) de eerste maanden na
   aanleg, hoeveelheden lood vanuit de installatie in het doorgevoerde leidingwater
   terechtkomen die vergelijkbaar zijn met de hoeveelheden die daarin terechtkomen uit
   een loden drinkwaterinstallatie.
         Ondanks het sinds 1 maart 1995 geldende verbod op het gebruik van loodhoudend
   soldeer bij de aanleg van drinkwaterinstallaties (uitgevaardigd door de
   drinkwaterbedrijfstak), bestaat het vermoeden in de commissie op grond van
   praktijkervaringen, dat ‘doe-het-zelvers’ en erkende installateurs nog steeds gebruik
   maken van dit soldeer. De omvang van dit gebruik is de commissie onbekend. Zij acht
   onderzoek hiernaar raadzaam. Tevens adviseert de commissie de loodafgifte door
   andere materialen die worden gebruikt bij drinkwaterinstallaties, zoals
   polyvinylchloride (PVC), messing en brons, te onderzoeken.
   Vraag 4 Kunt u mij vanuit gezondheidsoptiek redenen aangeven die mij kunnen helpen bij het maken van
   een beleidskeuze in de overweging om de vervanging van loden drinkwaterinstallaties af te dwingen
   (bijvoorbeeld door het afkeuren van de binneninstallaties bij verhuizing) dan wel de aanleg van tenminste
   één 'loodvrij' tappunt te verplichten?
   Zoals eerder gesteld, acht de commissie de vervanging van loden aansluitleidingen en
   drinkwaterinstallaties de meest effectieve ingreep om de loodblootstelling via
   drinkwater te verlagen. Over de aanleg van een ‘loodvrij tappunt’ als tijdelijke
   oplossing, oordeelt zij negatief daar zij deze methode als niet-effectief bestempelt: bij
   deze methode is het gedrag van de consument namelijk bepalend.
   Rijswijk, 28 april 1997,
   voor de commissie
42 Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>   ir HGM Bouman,                      prof. dr JCS Kleinjans,
   secretaris                          voorzitter
43 Beantwoording van de adviesaanvraag
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>       Literatuur
AlS94  Al-Saleh IA. The Biochemical and Clinical Consequences of Lead Poisoning. Med Res Rev 1994;
       14(4):415-86.
Bel94  Bellinger D, Leviton A, Allred E, e.a. Pre- and postnatal lead exposure and behavior problems in
       school-aged children. Environ Res 1994; 66: 12-30.
Ber91  van den Berg R. Blootstelling van de mens aan bodemverontreiniging; Een kwalitatieve en kwantitatieve
       analyse, leidend tot voorstellen voor humaan toxicologische C-toetsingswaarden. Bilthoven: RIVM, 1991;
       (rapportnr: 725201006).
Bra93  van den Brande JL, Monnens LAH. Nederlands Handboek Kindergeneeskunde. Utrecht: Bunge, 1993.
Bri95  Brink H, Senhorst HAJ, Slaats PGG. Prognoses van de koperemissie uit het waterleidingnet. Nieuwegein:
       Kiwa, 1995; (rapport SWE 95.011).
Bru85  Brunekreef B. The relationship between environmental lead and blood lead in children; a study in
       environmental epidemiology. (Proefschrift). Wageningen: Department of Environmental and Tropical
       Health, Agricultural University, 1985.
Buu97  van Buuren H. Hoofdinspectie Gezondheidsbescherming; Keuringsdienst van Waren. Brief: aanwezigheid
       van lood in mineraalwater; kenmerk HB/LR/I-97/41968; 27 januari 1997.
Cal90  Calabrese EJ, Stanek EJ, Gilbert CE, e.a. Preliminary Adult Soil Ingestion Estimates: Results of a Pilot
       Study. Regul Toxicol Pharmacol 1990; 10: 245-9.
CBS86  Centraal Bureau voor de Statistiek. Compendium gezondheidsstatistiek Nederland 1986. Voorburg: CBS,
       1986.
CBS96  Centraal Bureau voor de Statistiek. Statistisch Jaarboek 1996: in druk.
CCRX90 Krasowski M, Doelman P. Lood in Milieu en Voeding in Nederland. Rapport van de
       Coördinatie-Commissie voor metingen in het Milieu CCRX. Leidschendam: CCRX, 1990.
44     Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>CCRX95 Willems T, Verberk MM. Risico’s van lood voor kinderen in Nederland. Rapport van de
       Coördinatie-Commissie voor metingen in het Milieu CCRX. Bilthoven: CCRX, 1995.
Cla89  Clausing P, Brunekreef B, van Wijnen J. Een schatting van de ingestie van bodem- en stofdeeltjes door
       jonge kinderen. Wageningen: Landbouwuniversiteit Wageningen, Vakgroep Gezondheidsleer, 1989.
Coë74  Coëlho MB, Kloosterhuis G. Praktisch verklarend Zakwoordenboek der Geneeskunde. Den Haag: Van
       Goor en zonen, 1974.
DGM96  Rapportage “Inventarisatie problematiek loden drinkwaterleidingen” Den Haag: Ministerie van
       VROM/DGM/DWL afd. Drink- en industriewatervoorziening, 1996.
DGVH96 Een korte inventarisatiestudie naar de woonverdeling in Nederland door Directoraat Generaal
       Volkshuisvesting ministerie van VROM, mondeling meegedeeld door dhr de Vries. Den Haag: Ministerie
       van VROM, Directie Drinkwater, 1996.
Die94  van Diek MJW. Lood, bodem en gezondheid. Stageverslag. Arnhem: Dienst Welzijn en Volksgezondheid
       GGD regio Arnhem, 1994.
Dok94  Dokkum W van, van Aken AMMAM. De TNO-Voeding Total Diet Studie III (Analyse resultaten 226
       voedingsmiddelen). Zeist: TNO-Voeding, 1994; (Vertrouwelijk rapport nr: V94.660).
Doo96  van Dooren-Flipsen, van Klaveren JD, Boeijen I, e.a. Berekening inname residuen en contaminanten.
       Voeding 1996; 5: 6-9.
Dui95  Duijm F, van der Meij P, van Strien AEM, e.a. Lood in navelstrengbloed, een exploratief onderzoek.
       Tijdschr Soc Gezondheidsz 1995; 73: 123-7.
Dui97  Duijm F, Meijer G, Drewes R, e.a. Lead water pipes and blood lead level. GGD Groningen Stad en
       Ommelanden; in druk 1997.
EPA94  Environmental Protection Agency. Toxic Substances Control Act; 49 CFR 745. Washington: EPA, 1994.
Fre89  Frey MM. The AWWA Lead Information Survey: A Final Report. Jl AWWA 1989; (dec): 64-8.
Geu93  Geurts JJM. Gezondheidsenquêtes: Borstvoeding in Nederland. Maandber Gezondheidsstat (CBS) 1993;
       9: 4-24.
GHI91  Geneeskundige Hoofdinspectie van de Volksgezondheid. Rijswijk: GHI bulletin Zuigelingenvoeding
       1991.
Goy93  Goyer RA. Lead toxicity: Current concerns. Environ Health Perspect 1993; 100: 177-87.
GR08   Centrale Gezondheidsraad. Praeadvies van een Commissie inzake het vraagstuk van voorkomen van lood
       in leidingwater en de middelen daartegen. Voorstellen en Verslagen 1908: no 47.
GR41   Centrale Gezondheidsraad. Toelaatbare hoeveelheid lood in drinkwater. 1941.
GR85   Gezondheidsraad: Advies inzake Uitgangspunten voor Normstelling. Den Haag: Gezondheidsraad, 1985;
       publicatie nr 1985/31.
GR96   Gezondheidsraad; Toxicologische advieswaarden voor blootstelling aan stoffen. Den Haag:
       Gezondheidsraad, 1996; publicatie nr 1996/12.
Hov86a van den Hoven ThJJ. Het loodgehalte van drinkwater. Kiwa-mededeling 1986; 96.
Hov86b van den Hoven ThJJ. Effect van fosfaten op de inwendige corrosie van metalen waterleidingen.
       Nieuwegein: Kiwa, 1986; (Kiwa-rapport SWE 90.033).
45     Literatuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>Hov95  van den Hoven ThJJ, Brink H, Mesman G. Possibilities to remedy the lead problem experience in the
       Netherlands. Proceedings EUREAU-seminar Lissabon, 27-28 april 1995.
Kla95  Klaveren JD. Kwaliteitsprogramma Agrarische Producten, Verslag 1995. Wageningen: RIKILT-DLO,
       1995.
Kla97  Klaver C, van Doorn R, Ragas AMJ. Lood in straatstof van binnenstedelijke gebieden en de mogelijke
       bijdrage hiervan aan het loodgehalte van het bloed van jonge kinderen. Verstuurd voor publicatie, 1997.
Lan96  Lanphear BP, Weitzman M, Winter L, e.a. Lead-Contaminated House Dust and Urban Children’s Blood
       Lead Levels. Am J Public Health 1996; 86(10): 1416-21.
Lee89  Lee RG, Becker WC, Collins DW. Lead at the Tap: Sources and Control. J AWWA 1989; (Jul): 52-62.
McM95  McMichael AJ. Environmental Lead and Intellectual Development: Strenght and Limitations of
       Epidemiological Research. Neurotoxicology and Teratology 1995; 17(3): 237-240.
Mej97  Mejia de EG, Craigmill AL. The Transfer of lead from lead-glazed ceramics to food. Arch Environ
       Contamin Toxicol 1996; 31(4): 581-584.
Min97  Minder B, Orlebeke JF, Das-Smaal EA. Lead and cadmium burden in Dutch children and the role of lead
       water pipes. Amsterdam: Vrije Universiteit; in druk.
NRC93  National Research Council. Measuring Lead Exposure in Infants, Children, and Other Sensitive
       Populations. Washington: National Academy Press, 1993.
Poc94  Pocock SJ, Smith M, Baghurst P. Environmental lead and children’s intelligence: a systematic review of
       the epidemiological evidence. And 6 comments. Br Med J 1994; 309: 1189-97.
Qui90  Quinn MJ, Sherlock JC.The correspondence between U.K. ‘action levels’ for lead in blood and in water.
       Food Additives Contamin 1990; 7(3): 387-424.
Ryu83  Ryu JE, Ziegler EE, Nelson SE, e.a. Dietary Intake of Lead and Blood Lead Concentration in Early
       Infancy. Am J Dis Child 1983; 137: 886-91.
Ryu85  Ryu JE, Ziegler EE, Nelson SE, e.a. Dietary Intake of Lead and Blood Lead Concentration in Early
       Infancy. In: Mahaffey, red. Dietary and environmental lead: human health effects. Amsterdam: Elsevier
       Science Publishers, 1985: 187-209.
SAHC93 Proceedings of the International Meeting on Non-Occupational Exposure to Lead. Melbourne Australia.
       Oct. 5-9 1993. Melbourne: South Australian Health Commission, 1993.
Sar94  Sargent JD. The role of nutrition in the prevention of lead poisoning in children. Pediatr Ann 1994; 23:
       636-42.
Sch89  Schock MR. Understanding corrosion control strategies for lead. J Am Water Works Assoc 1989; 81(7):
       88-100.
Sil90  Silbergeld EK. Toward the Twenty-First Century: Lessons from Lead and Lessons Yet To Learn. Environ
       Health Perspect 1990; 86: 191-6.
Sla95  Slaats PGG. Alternatieven voor loodhoudende materialen, een inventarisatie. Nieuwegein: KIWA, 1995;
       (rapport 95.175).
Sta95  Staessen JA, Roels H, Lauwerys RR, e.a. Low-level lead exposure and blood pressure. J Hum Hypertens
       1995; 9: 303-28.
46     Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>Tie95  Tielemans MWM, Spiering JWF, Brink H. Ontharding Scheveningen (DZH): succesvolle vermindering
       lood en koperafgifte aan drinkwater. H2O 1995; 28(21): 646-9.
Ton96  Tong S, Baghurst P, McMichael A, e.a. Lifetime exposure to environmental lead and children's
       intelligence at 11-13 years: the Port Pirie cohort study. BMJ 1996; 312: 1569-1575.
Ver92  Verweij W. Lood in drinkwater. De consequenties van een lagere norm. Bilthoven: RIVM, 1992;
       (rapportnr: 714301008).
VEW94  VEWIN voorlichtingsfolder. Lood in drinkwater; de betekenis van een strengere norm. Rijswijk: VEWIN,
       1994.
VOVO93 Voorlichtingsbureau voor de Voeding. Zo eet Nederland, 1992. Resultaten van de
       Voedselconsumptiepeiling 1992. Den Haag: VoVo, 1993.
Wag92  Wagner I. Internal corrosion in domestic drinking-water installations. Aqua 1992; 41(4):219-223.
Wat96  Watt GCM, Britton A, Gilmour WH, e.a. Is lead in tap water still a public health problem? An
       observational study in Glasgow. BMJ 1996; 313: 979-981.
WHO86a World Health Organisation. Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives. Toxicological
       evaluation of certain food additives and contaminants. Cambridge: WHO, 1986; (WHO FAS 21).
WHO86b World Health Organisation. Principles for Evaluating Health Risks from Chemicals during Infancy and
       Early Childhood: The Need for a Special Approach. Geneva: WHO, 1986; (WHO EHC 59).
WHO87  World Health Oranisation. Evaluation of certain food additives and contaminants. 13th Report of the Joint
       FAO/WHO Expert Committee on Food Additives. Geneva: WHO, 1987; (WHO TRS 751).
WHO93  World Health Organisation. Guidelines for drinking-water quality. Geneva: WHO, 1993.
WHO95  World Health Organisation. Inorganic Lead. Geneva: WHO, 1995; (WHO EHC 165).
WHO96  World Health Organisation. Trace elements in human nutrition and health. Geneva: WHO, 1996.
Wij90  van Wijnen JH. Health risk assessment of soil contamination. (Proefschrift). Amsterdam: Universiteit van
       Amsterdam, 1990.
Wij96  van Wijnen JH, Slob R, Jongmans-Liedekerken G, e.a. Concentraties lood in het bloed van jonge kinderen
       in Nederland. Ned Tijdschr Geneeskd 1996; 140: 1508-12.
Win94  Winneke G, Altmann L, Kraemer U, e.a. Neurobehavioral and neurophysiological observations in six year
       old children with low lead levels in East and West Germany. Neurotoxicology 1994; 15: 705-14.
Zie78: Ziegler EE, Edwards BB, Jensen RL, e.a. Absorption and Retention of Lead by Infants. Pediat Res 1978;
       12: 29-34.
47     Literatuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>A  De adviesaanvraag
B  De commissie
C  De loodafgifte door drinkwaterleidingsystemen
D  Lood in de voeding
E  Grootte van de risicogroep
48 Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>   Bijlagen
49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>Bijlage A
        De adviesaanvraag
        De voorzitter van de Gezondheidsraad ontving een afschrift van de volgende brief,
        gedateerd 17 februari 1995, nr DWL/02295005, door tussenkomst van de Minister van
        Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
        Ordening en Milieubeheer.
        Door uw tussenkomst verzoek ik de Gezondheidsraad mij te adviseren over de normstelling voor lood in
        drinkwater en enkele hiermee samenhangende vragen.
        Uitgangspunt bij deze adviesaanvrage zijn:
             Gelet op de risico’s voor de gezondheid, is het overheidsbeleid er op gericht om de blootstelling van
        de mens aan lood zoveel mogelijk te beperken. Lood kan onder andere in het lichaam terecht komen via
        drinkwater, en wel in het bijzonder als dat drinkwater wordt gedistribueerd via loden waterleidingbuizen.
        De loodbronnen kunnen daarbij zijn de loden dienstleidingen. loden binnenleidingen en wellicht ook het
        gebruikte loodhoudende soldeer, dan wel loodhoudende hulpstukken en toestellen (zoals vermeld in het
        KIWA-rapport SWE 93.015 - Consequenties aanscherpen loodnorm voor de waterleidingbedrijven).
             Geschat wordt dat er op dit moment ca. 3 à 400.000 loden dienstleidingen zijn en circa 800.000 loden
        binnen-installaties, terwijl over het gebruik van loodhoudend soldeer en het gebruik van loodhoudende
        hulpstukken en toestellen geen gegevens voorhanden zijn.
             De loodnorm, die in het huidige Waterleidingbesluit is opgenomen is gebaseerd op de uit 1984
        stammende WHO-guidelines for drinking water quality. De EG-drinkwaterrichtlijn heeft voor wat betreft
        de parameter lood ook de maximaal toelaatbare concentratie (die momenteel 50 g/l bedraagt) hierop
        gebaseerd. Deze waarde vormt de basis van het thans in uitvoering zijnde plan van aanpak om de via het
        drinkwater optredende belasting van de mens met lood te verminderen.
50      Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>         Dit plan behelst drie zaken, nl.
         Centrale conditionering van het drinkwater
         Voor het jaar 2000 vervangen van alle loden dienstleidingen
         Het stimuleren van de vervanging van de loden leidingen in drinkwaterinstallaties, waarbij er vanuit
         gegaan wordt dat deze vervanging geleidelijk zal plaatsvinden, deels in het kader van
         stadsvernieuwings- en renovatieprogramma’s.
   Door deze drie maatregelen lijkt het mogelijk om op afzienbare termijn overal te voldoen aan de in het
   huidig waterleidingbesluit vastgestelde norm (50 g/l).
         In de recent herziene WHO-guidelines for drinking water quality is de richtwaarde voor lood verder
   aangescherpt tot 10 g/l, dit met name op grond van recent onderzoek naar de effecten van lood op het
   zenuwgestel van jonge kinderen (kwetsbare groep), waarbij lood in bloed als blootstellingsparameter
   wordt gebruikt. Dit normaanscherpingsvoorstel is door de Europese Commissie overgenomen in haar
   voorstel voor de herziening van de Europese drinkwaterrichtlijn, dat in januari is gepubliceerd.
         Deze aanscherping past overigens in het Nederlandse beleid dat gericht is op het zoveel mogelijk
   terugdringen van de blootstelling van de mens aan lood.
         Een norm voor lood in drinkwater op het niveau van de thans door de WHO voorgestelde lagere
   waarde zal niet kunnen worden gehaald als het drinkwater via loden leidingen wordt gedistribueerd, ook
   niet bij maximale conditionering. De enige mogelijkheid om aan de nieuwe norm te kunnen voldoen is dus
   de volledige vervanging van alle loden leidingen (dienst- èn binnenleidingen).
         Inmiddels is door de VEWIN het initiatief genomen om bij de betreffende waterleidingbedrijven de
   versnelde vervanging van de loden dienstleidingen en de doorvoering van conditionering te stimuleren,
   door middel van de uitgifte van het loodadvies (zie bijlage). Op grond hiervan mag worden verwacht dat
   voor het jaar 2000 de loden dienstleidingen zullen zijn vervangen en dat de situatie ontstaat dat elk
   huishouden in Nederland bij de hoofdkraan water krijgt aangeboden met een loodgehalte beneden de 10
   g/l en met een minimaal loodoplossend vermogen. In dit loodadvies heeft de VEWIN in de richting van
   de waterleidingbedrijven tevens aanbevelingen gedaan ten aanzien van binneninstallaties,
   doorstroomadviezen en voorlichting.
         Wat resteert is het probleem van de loden binnenleidingen, die er de oorzaak van zullen zijn dat na
   stilstand (bijvoorbeeld 8 uur gedurende de nacht) aan de tapkraan de norm van 10 g/l niet kan worden
   gehaald.
         Vervanging van de loden binnenleidingen is geen sinecure en brengt hoge kosten en veel ongemak
   met zich mee, temeer daar veel van deze loden waterleidingbuizen zijn ingehakt in muren c.q. weggewerkt
   achter tegels.
         Vervanging van de loden binnenleidingen wordt, zoals uit de praktijk blijkt, momenteel bij
   grootschaliger stadsvernieuwings-/renovatieprojecten zoveel mogelijk meegenomen (zonder dat hier
   overigens een wettelijke verplichting toe bestaat). De Staatssecretaris van VROM is voornemens de
   vervanging van loden leidingen onderdeel te laten zijn van het “Plan van Aanpak Duurzaam Bouwen,
   DuBo-deelproject ‘Aanpak bestaande voorraad’ ”.
51 De adviesaanvraag
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>        Uit het vorenstaande moge echter blijken dat het volledig saneren van de loden drinkwaterleidingen
   door drinkwater nog veel tijd zal vergen (10-20 jaar?).
        Gelet op het vorenstaande en met inachtneming van de in geding zijnde gezondheidsrisico’s, de in het
   geding zijnde aanpassing van de loodnorm in EU-kader, de steeds terugkerende publieke aandacht voor dit
   probleem en het recht van de bevolking op een helder standpunt in deze van de overheid verzoek ik u mij
   te willen adviseren over de navolgende vragen:
   1    Wat is het oordeel van de Gezondheidsraad over de aanscherping van de loodnorm in drinkwater
        (waarbij ik u verzoek in uw antwoord mede te willen betrekken de eventuele loodbelasting vanuit
        andere bronnen en dit toe te spitsen op de Nederlandse situatie).
   2    Is er, mede gelet op het onder 1 gegeven antwoord in verband met de gezondheidsrisico’s in de
        Nederlandse situatie reden om de benodigde tijd voor de sanering van de loden leidingen te bekorten.
   3    Kunt u mij vanuit gezondheidsoptiek redenen aangeven die mij kunnen helpen bij het maken van een
        beleidskeuze in de overweging ook het thans in gebruik zijnde loodhoudende soldeer te verbieden
        voor gebruik in drinkwaterinstallaties.
   4    Kunt u mij vanuit gezondheidsoptiek redenen aangeven die mij kunnen helpen bij het maken van een
        beleidskeuze in de overweging om de vervanging van loden drinkwaterinstallaties af te dwingen
        (bijvoorbeeld door het afkeuren van de binneninstallatie bij verhuizing) dan wel de aanleg van
        tenminste één “loodvrij” tappunt te verplichten.
   5    Welke gezondheidseffecten (voor wat betreft lood) resteren bij het verlagen en effectueren van een
        loodnorm van 10 µg/l in het drinkwater.
   6    Zijn er richting kwetsbare groepen specifieke maatregelen noodzakelijk/gewenst en zo ja, kunt u dan
        aangeven welke maatregelen van belang zijn voor welke leeftijdsgroepen.
   Ik verzoek u er bij de Gezondheidsraad op aan te dringen deze adviesaanvraag zo spoedig mogelijk ter
   hand te willen nemen.
        Van deze brief zend ik ter informatie heden reeds een afschrift aan de Voorzitter van de
   Gezondheidsraad.
   De Minister van Volkshuisvesting,
   Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
   w.g. Margaretha de Boer
52 Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>53 De adviesaanvraag</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>Bijlage B
        De commissie
           dr JCS Kleinjans, voorzitter
           hoogleraar milieugezondheidskunde; Rijksuniversiteit Limburg
           dr W van Dokkum
           voedingsfysioloog; TNO Voeding, Zeist
           drs M Drijver
           medisch milieukundige; GGD-en Noord-Holland NW, Haarlem
           dr J Fernandes
           emeritus hoogleraar kindergeneeskunde; Rijksuniversiteit Groningen
           drs P van den Hazel
           medisch milieukundige; GGD-en Gelderland
           dr ThJJ van den Hoven
           fysisch chemicus; Kiwa Onderzoek en advies, Nieuwegein
           ir JD van Klaveren
           voedingskundige; DLO-Rijks-Kwaliteitsinstituut voor land- en
           tuinbouwproducten, Wageningen
           drs B Minder
           psychonoom; Vrije Universiteit van Amsterdam
           dr TJF Savelkoul
           hoogleraar medische toxicologie; Universiteit Utrecht
           dr JA Staessen
           epidemioloog; Katholieke Universiteit, Leuven (België)
54      Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>      dr W Verwey, adviseur
      RIVM, Bilthoven
      ing PCJ de Vries, adviseur
      Ministerie van VROM, Den Haag
      dr AAE Wibowo
      medisch-toxicoloog; Coronel Instituut/AMC, Amsterdam
      dr JAG van de Wiel, adviseur
      Gezondheidsraad, Rijswijk
      ir HGM Bouman, secretaris
      Gezondheidsraad, Rijswijk
   Redactionele bijdragen: drs AB Leussink
   Administratieve ondersteuning: mw mr CA Fortman
55 De commissie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>                                                      400                                                                                                 120
                                                                                                                                                                afgeleide loodconc. leidingwater consument thuis (µg/l)
                                                                                                             plateauwaarde loden-buizenproef;             100
                                                                                                             linker y-as
            plateauwaarde lode n-buizenproef (µg/l)
                                                      300
                                                                    afgeleide loodconcentraties;                                                          80
                                                                    rechter y-as
                                                      200                                                                                                 60
                                                                                                                                                          40
                                                      100
                                                                                                                                                          20
                                                       0                                                                                                  0
                                                            1   3     5      7       9     11       13 15 17 19            21     23     25     27   29
                                                                                                   productie-locatie
          Figuur C1 Via loden-buizenproeven afgeleide loodconcentratie in het leidingwater (drinkwater) bij de
          consument thuis.
Bijlage   C
          Loodafgifte door
          drinkwaterleidingsystemen
56        Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>   Loden drinkwaterleidingensystemen
   Om een indruk te krijgen van de mogelijke loodconcentraties in het drinkwater bij de
   consument in de verschillende drinkwatervoorzieningsgebieden waar loden leidingen
   in gebruik zijn, zonder daarbij drinkwatermonsters bij de consument thuis te hoeven
   nemen, is de zogenoemde loden-buizenproef ontwikkeld. Met behulp van een
   proefopstelling bepalen de drinkwaterbedrijven geregeld hoeveel lood er maximaal
   oplost (plateauwaarde) in het drinkwater. Uit nader onderzoek is gebleken dat een
   plateauwaarde van 200 µg/l in de proefopstelling, betekent dat de loodconcentratie in
   het drinkwater bij de consument thuis bij benadering 50 µg/l bedraagt. De
   daadwerkelijke loodconcentraties in het door de consument gebruikte leidingwater
   kunnen variëren door factoren als lengte en diameter van de loden leidingen en het
   waterverbruikgedrag van de consument (Hov86a).
       Tabel C1 geeft een indruk van de uit de uitkomsten van de loden-buizenproef
   afgeleide loodconcentraties in het drinkwater bij de consument thuis in 29
   verschillende voorzieningsgebieden. Het percentage panden met een gemiddelde
   loodconcentratie van, respectievelijk, minder dan 10 µg/l; tussen 10,1 en 25 µg/l;
   tussen 25,1 en 50 µg/l of meer dan 50 µg/l was 6, 10, 73 en 11 (Hov86a).
       Mede op grond van het aantal loden aansluitleidingen of drinkwaterinstallaties in
   de voorzieningsgebieden, wordt het gemiddelde loodgehalte in panden met loden
   drinkwaterleidingen geschat op 35 µg/l (Hov95).
   Loodsoldeer
   In een koperen drinkwaterleidingennet komt loodafgifte voor als (onder andere)
   loodhoudend soldeer is gebruikt. Het samengaan van koper en loodsoldeer kan
   verhoogde loodafgifte tot gevolg hebben (galvanische corrosie). Er zijn enkele
   resultaten bekend van metingen van loodconcentraties in het leidingwater afkomstig uit
   koperen leidingsystemen met loodsoldeer. In een onderzoek aan een koperen
   drinkwaterinstallatie bij mensen thuis was de procentuele verdeling van de
   geanalyseerde monsters in vier loodconcentratiecategorieën (<10 µg/l; 10,1-25 µg/l;
   25,1-50 µg/l en >50 µg/l): voor doorstroommonsters*; 93, 2, 2 en 3, voor
   stagnatiemonsters**; 74, 13, 5 en 8 (Hov95). Uit deze resultaten is bij benadering een
   gemiddelde loodconcentratie lager dan 10 µg/l af te leiden. Voor nieuw aangelegde
   koperen drinkwaterinstallaties met loodhoudend soldeer kan in de beginperiode sprake
*  Doorstroommonster: watermonster genomen nadat de kraan een bepaalde tijd open heeft gestaan.
** Stagnatiemonster: watermonster genomen nadat de kraan gedurende acht uren gesloten is gebleven.
57 Loodafgifte door drinkwaterleidingsystemen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>   Tabel D1 Loodblootstelling via bijvoeding bij vijf loodconcentraties in het drinkwater (0, 10, 25, 35 en
   50 µg/l).
   leeftijd in     loodblootstelling door de bijvoeding (in µg/kg lg per dag) bij een loodconcentratie in
   maanden         het drinkwater van:
   (lichaamsge-    0 µg/l             10 µg/l            25 µg/l          35 µg/l           50 µg/l
   wicht in kg)
   5 tot 6 (7,2)   0,06               0,06               0,06             0,06              0,06
   6 tot 7 (7,7)   0,1                0,1                0,1              0,1               0,1
   7 tot 8 (8,2)   0,11               0,17               0,27             0,33              0,41
   8 tot 9 (8,5)   0,56               0,72               0,93             1,08              1,31
   9 tot 12 (9,4)  0,71               0,85               1,04             1,18              1,38
   zijn van hoge loodconcentraties in het doorgevoerde drinkwater (Fre89, Lee89). Over
   de duur en de mate van de verhoogde afgifte zijn nauwelijks gegevens beschikbaar.
58 Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>Bijlage D
        Lood in de voeding
1       Melkvoeding zuigeling
        De in tabel 1 (zie 2.2) vermelde hoeveelheden melkvoeding zijn zowel gebaseerd op
        gegevens uit het voedingsschema uit het ‘Nederlands Handboek Kindergeneeskunde’
        uit 1993 (Bra93) en op gegevens uit het zuigelingen-voedingsadvies van de
        Geneeskundige Hoofdinspectie (GHI91).
2       Bijvoeding zuigeling
        De gegevens over de bijvoeding van een zuigeling zijn, evenals de gegevens over de
        melkvoeding, gebaseerd op de eerder genoemde informatiebronnen.
             De voedingsgegevens zijn gekoppeld aan loodconcentraties in voedingsmiddelen
        zoals deze zijn bepaald in de Voedselconsumptiepeiling 1992.
        Bij de berekening van de loodblootstelling van zuigelingen via de bijvoeding, is van de
        volgende gemiddelde loodconcentraties in de verschillende producten uitgegaan:
             groente: 2 µg/100 g (of 100 ml) product
             fruit(hapje): 0,7 µg/100 g
             aardappel: 1,1 µg/100 g
             peulvruchtenpuree: 1 µg/100 g
             vlees, vis, kip: 1 µg/100 g
             bruinbrood: 2,7 µg/100 g
59      Lood in de voeding
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>        broodbeleg: 1 µg/100 g
        biscuit: 1,7 µg/100 g
        thee: 3,1 µg/100 g
   In tabel D1 is de geschatte totale loodblootstelling als functie van de leeftijd
   weergegeven. Bij de berekening is uitgegaan van vijf loodconcentraties in het
   drinkwater: 0, 10, 25, 35 en 50 µg/l. Bij de schatting van de loodblootstelling via de
   bijvoeding is geen rekening gehouden met de mogelijk extra loodblootstelling door
   aanlengen van yoghurt of vruchtendrankjes met drinkwater.
3  Voedselconsumptiepeiling 1992
   Inleiding
   De in deze paragraaf vermelde gegevens over de voeding van Nederlanders vanaf de
   leeftijd van één jaar zijn afkomstig uit de Voedselconsumptiepeiling 1992. De
   berekeningen zijn uitgevoerd door het RIKILT-DLO, Wageningen in samenwerking
   met TNO-Voeding, Zeist. Voor de berekening van de blootstelling van de Nederlandse
   bevolking aan lood via de voeding zijn, naast de ‘Voedselconsumptiepeiling 1992’,
   onder andere de volgende informatiebronnen gebruikt: het ‘kwaliteitsprogramma
   agrarische producten’-bestand (KAP-bestand) en gegevens van het ‘market
   basket’-onderzoek 1988/1989.
   Consumptiegegevens uit de Voedselconsumptiepeiling
   In 1992 werd in Nederland voor de tweede keer een landelijke
   Voedselconsumptiepeiling (VCP’92) uitgevoerd. De resultaten zijn gepubliceerd in
   ‘Zo eet Nederland, 1992’ (VOVO93). De VCP geeft inzicht in de consumptie van
   voedingsmiddelen door de leden van de Nederlandse bevolking van één jaar en ouder.
   Deze peiling omvat voedselconsumptiegegevens van 6218 personen die zijn verzameld
   met een tweedaagse opschrijfmethode. In het VCP-bestand zijn ook specifieke
   gewoonten en persoonsgegevens van de respondenten vastgelegd (onder meer leeftijd,
   geslacht, zwangerschap en urbanisatiegraad). Volgens de methodiek van de VCP wordt
   een representatief beeld gegeven van de gemiddelde voedingsgewoonten.
   Residugegevens
   In de door het RIKILT-DLO aangelegde gegevensbestanden (onder andere het
   KAP-gegevensbestand) worden de resultaten verzameld van monitoringsprogramma’s
60 Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>   en surveys naar de gehaltes van residuen en contaminanten in, vooral, primair
   agrarische producten zoals vis, vlees en plantaardige producten. Via het zogenaamde
   ‘conversiemodel’ (ontwikkeld door het RIKILT-DLO) kan men voor
   voedingsmiddelen waarvan de samenstelling in termen van primair agrarische
   producten bekend is, een berekening maken van een gemiddelde concentratie residu of
   contaminant in het product.
   Residugegevens ‘Market basket’-onderzoek
   In de berekening van de loodblootstelling op grond van de VCP’92 is van aanvullende
   informatie (met betrekking tot loodconcentraties in bepaalde voedingsmiddelen)
   gebruik gemaakt uit ‘market basket’-onderzoek uit 1988/1989. In een ‘market
   basket’-onderzoek wordt een dagvoeding van een bepaalde bevolkingscategorie
   ingekocht, zoals die is vastgesteld met behulp van voedselconsumptieonderzoek.
   Voedingsmiddelen die bereiding vereisen, worden op een gestandaardiseerde manier
   schoongemaakt, gekookt, gebraden etc. Vervolgens worden de voedingsmiddelen tot
   een aantal groepen (23) samengevoegd. Per voedselgroep wordt gemengd,
   gehomogeniseerd en vervolgens chemisch-analytisch onderzocht op gehalte residu of
   contaminant (Doo96).
   Lood in de voeding
   Om op basis van de Voedselconsumptiegegevens een schatting te maken van de
   loodblootstelling via de voeding, zijn de gegevens over loodgehaltes in
   voedingsmiddelen en voedingsbestanddelen gekoppeld aan de uitkomsten van de VCP.
   Omdat de interesse uitgaat naar een beschrijving van de huidige loodblootstelling via
   de voeding, is gekozen voor recente informatie. Deze keuze heeft te maken met het
   verschijnsel dat de loodgehaltes in primaire agrarische producten en voedingsmiddelen
   ten opzichte van de jaren tachtig een dalende trend laten zien. Men schrijft dit voor een
   belangrijk deel toe aan het ontloden van de benzine. In eerste instantie is daarom een
   selectie gemaakt van informatie uit het KAP-bestand uit de periode 1990-1995.
       De loodgehaltes in vis zijn afkomstig van het Landelijk Platform Kritische Stoffen
   van het Ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Visserij en het Rijksinstituut voor
   Visserijonderzoek (RIVO-DLO), die in vlees van de Rijksdienst voor de Keuring van
   Vee en Vlees en die voor thee en plantaardige producten van het RIKILT-DLO.
       Indien gegevens voor de periode 1990-1995 ontbraken en er verder geen
   loodconcentraties in voedingsmiddelen voorhanden waren, is zoals beschreven,
   aanvullende informatie betrokken van het in 1988/1989 uitgevoerde ‘market
   basket’-onderzoek.
61 Lood in de voeding
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>   Bijdrage drinkwater aan de loodblootstelling
   De consumptie van leidingwater als drinkwater is het gebruik van water voor directe
   consumptie, thee, koffie of soep. Water in frisdranken, vruchtenlimonades en sappen
   wordt in de berekening niet als leidingwater beschouwd en is zodoende niet in de
   drinkwaterconsumptie opgenomen. Hetzelfde geldt voor water in melk.
        Om inzicht te krijgen in de consequenties van het variëren van loodgehaltes in
   leidingwater zijn berekeningen uitgevoerd met drie loodgehaltes in leidingwater,
   namelijk 0 g/l, 10 g/l en 35 g/l. Door de concentratie in het drinkwater op nul te
   stellen wordt een beeld verkregen van de loodblootstelling door voeding alleen. Bij de
   aanname van 10 µg/l wordt een beeld gecreëerd van de blootstelling via de voeding
   plus het drinkwater wanneer het drinkwater zou voldoen aan de nieuwe norm voor
   drinkwater. De derde berekening (loodconcentratie in drinkwater 35 µg/l) levert
   informatie over de bijdrage tot de loodblootstelling van drinkwater dat afkomstig is uit
   loden drinkwaterleidingen.
   Innameberekening
   Naast de gemiddelde totale dagelijkse loodblootstelling voor de verschillende
   categorieën (op basis van leeftijd, zwangerschap en urbanisatiegraad*) zijn de
   volgende statistische kengetallen berekend en weergegeven:
        standaarddeviatie loodinname
        mediane loodinname
        95-percentiel loodinname
        overschrijders van de provisional tolerable weekly intake van 25 g lood per kg
        lichaamsgewicht per week (= 3,6 g/kg lichaamsgewicht per dag).
   Betrouwbaarheid
   In elk kwantitatief model voor de inname van residuen en contaminanten wordt de
   betrouwbaarheid van de uitkomsten bepaalt door de betrouwbaarheid van de
   invoergegevens. De invoergegevens hebben betrekking op de consumptie,
   residu-analyses en het gedrag van residuen tijdens bereiding van voedsel. De VCP is
   een methode in Nederland die de meest representatieve gegevens over de gemiddelde
   voedselconsumptie voor verschillende leeftijden (vanaf één jaar) oplevert. In een
*  De Voedselconsumptiepeiling 1992 hanteert voor de urbanisatiegraad een viertal categorieën die een indeling in stad en
   platteland representeren:
   1) Amsterdam, Den Haag, Rotterdam; 2) forenzensteden; 3) regionale steden; 4) platteland
62 Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>Tabel D2 Statistische kengetallen loodinname door de Nederlandse bevolking. Scenario 1: loodgehalte leidingwater = 0 µg/l.
populatie                          N         g/dag                        g/kg lg                         N          %
                                                                           per dag                          >          >
                                             gem       std       mediaan gem          std        mediaan PTWIa         PTWI
totale VCP-populatie               6218      20,3       21,9      15,9      0,36       0,38       0,27        14         0,2
jongens, mannen                    2881      20,5       20,8      16,1      0,35       0,39       0,26         8         0,3
meisjes, vrouwen                   3337      20,2       22,8      15,8      0,37       0,38       0,29         6         0,2
jongens 1-4 jaar                    149        9        10,1       6,9      0,66       0,8        0,52         2         1,3
meisjes 1-4 jaar                    202        8,1       5,5       6,9      0,6        0,41       0,51         0         0
jongens 4-7 jaar                    164      11,8       11,1       9,9      0,57       0,53       0,46         3         1,8
meisjes 4-7 jaar                    165      10,6        8,7       8,6      0,53       0,45       0,42         1         0,6
jongens 7-10 jaar                   127      14,4        9,1      12,2      0,51       0,34       0,42         0         0
meisjes 7-10 jaar                   127      12,2        6,4      10,9      0,44       0,24       0,37         0         0
jongens 10-13 jaar                  136      15,6       10        13,4      0,4        0,24       0,34         0         0
meisjes 10-13 jaar                  119      14,5        9,3      12,4      0,37       0,24       0,32         0         0
jongens 13-16 jaar                  119      19,3       13,1      16        0,37       0,27       0,31         0         0
meisjes 13-16 jaar                  133      15,2        9,8      13,4      0,28       0,17       0,25         0         0
mannen 16-19 jaar                   128      23,2       29,2      16        0,35       0,46       0,24         1         0,8
vrouwen 16-19 jaar                  125      18,3       11,5      15,9      0,31       0,22       0,27         0         0
mannen 19-22 jaar                   111      23,2       32,2      16,3      0,33       0,5        0,22         1         0,9
vrouwen 19-22 jaar                  107      18,7       12,1      16,3      0,3        0,2        0,26         0         0
mannen 22-50 jaar                  1306      22,2       22,5      16,9      0,28       0,32       0,22         1         0,1
vrouwen 22-50 jaar                 1493      21,9       22,1      17,2      0,33       0,34       0,26         2         0,1
mannen 50-65 jaar                   405      22,7       17,4      19,7      0,29       0,25       0,24         0         0
vrouwen 50-65 jaar                  545      24,5       33,1      18,8      0,36       0,48       0,27         2         0,4
mannen 65+                          236      25,1       22,5      20,4      0,33       0,26       0,26         0         0
vrouwen 65+                         263      26,3       29,2      19,1      0,39       0,48       0,27         1         0,4
zwangeren                             58     23,4       20,8      18,8      0,34       0,36       0,25         0         0
a
     respondenten met een inname hoger dan 3,6 µg/kg lichaamsgewicht per dag (afgeleid van de Provisional Tolerable Weekly
     Intake van 25 µg/kg lichaamsgewicht per week)
              voedselconsumptieonderzoek kunnen vertekeningen optreden doordat bijvoorbeeld
63            Lood in de voeding
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>   respondenten zich niet alles kunnen herinneren of omdat zij hun consumptiegedrag
   aanpassen vanwege het onderzoek. Daarnaast bestaat er altijd een klein percentage
   niet-correcte rapportages.
       De betrouwbaarheid van een residu-getal is van een aantal factoren afhankelijk.
   Seizoensvariatie kan een rol spelen bij de residuconcentratie alsmede de plaats van
   monstername. Zelfs als deze factoren constant zijn, is de spreiding groot. Bij de
   selectie van de loodgehaltes heeft men zo recent mogelijke data gebruikt. In het
   rekenmodel wordt er vanuit gegaan dat de bereiding van voedingsmiddelen uit primair
   agrarische producten niet van invloed is op het gehalte residu of contaminant in het
   voedingsmiddel. Als voor een product geen loodgehaltes gevonden konden worden uit
   de periode 1990-1995, is zoals beschreven, gebruik gemaakt van resultaten uit ‘market
   basket’-onderzoek uit 1988/1989.
       De uiteindelijke berekening geeft een beeld van de loodconcentraties in hetgeen
   wordt gegeten en daarmee van de (uitwendige) orale blootstelling via de voeding. Het
   rekenmodel houdt geen rekening met individuele of groepsverschillen in de mate van
   opname van het lood in het voedsel door het lichaam (loodabsorptie) uitgedrukt in
   bijvoorbeeld lood-in-bloedwaarden.
   Resultaten
   Statistische kengetallen voor de loodinname door de Nederlandse bevolking
   opgesplitst naar geslacht, leeftijdscategorieën en zwangerschap, zijn gegeven in de
   tabellen D2, D3 en D4. Tabel D2 geeft de gemiddelde blootstelling van de
   Nederlandse bevolking weer. Bij de berekening is het loodgehalte in leidingwater
   gelijk gesteld aan nul (scenario 1). Tabel D3 en D4 geven dezelfde kengetallen maar
   nu voor leidingwater met een loodconcentratie van respectievelijk 10 g/l en 35 g/l.
   De over de VCP-populatie gemiddelde drinkwaterconsumptie bedraagt 0,9 liter per
   dag. De kengetallen zijn zowel uitgedrukt in absolute hoeveelheden per persoon (in µg
   per dag)
64 Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>Tabel D3 Statistische kengetallen loodinname door de Nederlandse bevolking. Scenario 2: loodgehalte leidingwater = 10 µg/l.
populatie                          N         g/dag                        g/kg lg                         N         %
                                                                           per dag                          >         >
                                             gem       std       mediaan gem          std        mediaan PTWIa        PTWI
totale VCP-populatie               6218       29,4      23,9     25,5       0,5        0,41      0,42         16        0,3
jongens, mannen                    2881       29,1      22,5     25,5       0,48       0,41      0,39          8        0,3
meisjes, vrouwen                   3337       29,5      25       25,4       0,53       0,41      0,44          8        0,2
jongens 1-4 jaar                    149       11,8      10,4       9,4      0,87       0,82      0,69          2        1,3
meisjes 1-4 jaar                    202       10,7       5,8       9,7      0,8        0,44      0,69          0        0
jongens 4-7 jaar                    164       14,4      11,3     12,4       0,69       0,54      0,57          3        1,8
meisjes 4-7 jaar                    165       12,8       9,3     10,5       0,64       0,49      0,53          1        0,6
jongens 7-10 jaar                   127       17,4       9,8     15,2       0,62       0,38      0,52          0        0
meisjes 7-10 jaar                   127       15         7,5     13,1       0,54       0,28      0,45          0        0
jongens 10-13 jaar                  136       18,7      10,8     16,2       0,48       0,26      0,43          0        0
meisjes 10-13 jaar                  119       17,8      10,1     16,1       0,45       0,26      0,38          0        0
jongens 13-16 jaar                  119       23,2      14,2     19,9       0,44       0,29      0,37          0        0
meisjes 13-16 jaar                  133       18,8      10,8     17         0,35       0,19      0,32          0        0
mannen 16-19 jaar                   128       28        29,2     20,9       0,42       0,46      0,3           1        0,8
vrouwen 16-19 jaar                  125       23,8      12,8     20,9       0,41       0,24      0,36          0        0
mannen 19-22 jaar                   111       30,2      32,3     23         0,42       0,51      0,32          1        0,9
vrouwen 19-22 jaar                  107       26,4      14,6     24,1       0,42       0,24      0,39          0        0
mannen 22-50 jaar                  1306       33,2      23,5     28,2       0,42       0,34      0,35          1        0,1
vrouwen 22-50 jaar                 1493       33,5      23,6     28,5       0,51       0,36      0,44          3        0,2
mannen 50-65 jaar                   405       33,9      18,2     31,3       0,43       0,26      0,38          0        0
vrouwen 50-65 jaar                  545       36,7      33,5     31,1       0,54       0,49      0,45          2        0,4
mannen 65+                          236       36        23,6     30,9       0,47       0,32      0,39          0        0
vrouwen 65+                         263       38        31,2     30,7       0,56       0,52      0,44          2        0
a
     respondenten met een inname hoger dan 3,6 µg/kg lichaamsgewicht per dag (afgeleid van de Provisional Tolerable Weekly
     Intake van 25 µg/kg lichaamsgewicht per week)
65            Lood in de voeding
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>Tabel D4 Statistische kengetallen loodinname door de Nederlandse bevolking . Scenario 3: loodgehalte leidingwater = 35 µg/l.
populatie                          N        g/dag                         g/kg lg                         N         %
                                                                           per dag                          >         >
                                            gem        std       mediaan gem          std       mediaan     PTWIa     PTWI
totale VCP-populatie               6218      51,9       33,2     48,4       0,87       0,53      0,76         27        0,4
jongens, mannen                    2881      50,9       31,1     48,1       0,81       0,51      0,71         11        0,4
meisjes, vrouwen                   3337      52,9       34,9     48,9       0,92       0,55      0,83         16        0,5
jongens 1-4 jaar                    149      18,7       12,9     16,2       1,39       1         1,14          4        2,7
meisjes 1-4 jaar                    202      17,1        8,5     15,8       1,28       0,67      1,2           1        0,5
jongens 4-7 jaar                    164      20,8       13       19,3       1          0,64      0,87          3        1,8
meisjes 4-7 jaar                    165      18,4       11,8     16         0,92       0,62      0,78          2        1,2
jongens 7-10 jaar                   127      24,8       12,9     22,2       0,89       0,51      0,77          1        0,8
meisjes 7-10 jaar                   127      22         11,6     19,7       0,8        0,44      0,66          0        0
jongens 10-13 jaar                  136      26,5       14,3     24,1       0,68       0,37      0,59          0        0
meisjes 10-13 jaar                  119      26         13,4     23,9       0,66       0,35      0,62          0        0
jongens 13-16 jaar                  119      32,9       19,4     29,2       0,62       0,38      0,55          0        0
meisjes 13-16 jaar                  133      27,6       15,5     26,7       0,52       0,28      0,48          0        0
mannen 16-19 jaar                   128      40,2       31,2     33,3       0,6        0,49      0,51          1        0,8
vrouwen 16-19 jaar                  125      37,5       18,2     35,6       0,64       0,34      0,59          0        0
mannen 19-22 jaar                   111      47,9       37,7     40,8       0,67       0,6       0,58          1        0,9
vrouwen 19-22 jaar                  107      45,5       23,8     41,4       0,72       0,37      0,66          0        0
mannen 22-50 jaar                  1306      60,7       30,1     55,6       0,77       0,43      0,7           1        0,1
vrouwen 22-50 jaar                 1493      62,4       31,9     56,7       0,95       0,5       0,86          6        0,4
mannen 50-65 jaar                   405      62         24,8     58,7       0,78       0,34      0,72          0        0
vrouwen 50-65 jaar                  545      67,3       38,2     60,8       0,98       0,57      0,88          2        0,4
mannen 65+                          236      63,1       29,1     57,9       0,82       0,4       0,74          0        0
vrouwen 65+                         263      67,3       39,8     58,9       0,98       0,71      0,84          4        1,5
a
     respondenten met een inname hoger dan 3,6 µg/kg lichaamsgewicht per dag (afgeleid van de Provisional Tolerable Weekly
     Intake van 25 µg/kg lichaamsgewicht per week)
66            Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>Tabel D5 Statistische kengetallen loodinname door de Nederlandse bevolking, opgesplitst naar urbanisatiegraada.
populatie                            N        g/dag                           g/kg/lg                         N     %
                                                                               per dag                          >     >
                                              gem       std        mediaan     gem        std        mediaan    PTWIb PTWIb
indien loodgehalte leidingwater = 0 µg/l:
urbanisatiegraad 1                    949     22,6       26,3       16,3       0,39        0,5        0,26         4    0,4
urbanisatiegraad 2                   2027     19,1       18,8       16         0,33        0,28       0,27         1    0,1
urbanisatiegraad 3                   1945     21         23,3       15,6       0,37        0,38       0,28         3    0,2
urbanisatiegraad 4                   1297     19,6       20,7       16         0,36        0,43       0,28         6    0,5
indien loodgehalte leidingwater = 10 µg/l:
urbanisatiegraad 1                    949     32,1       28,3       26,3       0,53        0,53       0,41         5    0,5
urbanisatiegraad 2                   2027     28,2       20,8       25,7       0,48        0,31       0,42         1    0,1
urbanisatiegraad 3                   1945     29,8       25         25         0,51        0,4        0,42         4    0,2
urbanisatiegraad 4                   1297     28,4       22,8       25,4       0,51        0,45       0,42         6    0,5
indien loodgehalte leidingwater = 35 µg/l:
urbanisatiegraad 1                    949     55,9       38,5       50         0,9         0,67       0,75         8    0,8
urbanisatiegraad 2                   2027     51         30,3       49,1       0,84        0,44       0,77         2    0,1
urbanisatiegraad 3                   1945     51,9       33,9       47,5       0,87        0,52       0,76         7    0,4
urbanisatiegraad 4                   1297     50,5       32,3       47,7       0,87        0,58       0,78        10    0,8
a
     Definitie urbanisatiegraad VCP-1992
     1: Agglomeratie Amsterdam, Den Haag, Rotterdam
     2: CBS-categorieën: (rest) C5, C4, B3
     3: CBS-categorieën: C3, C2, C1, B2
     4: CBS-categorieën: B1, A4, A3, A2, A1
     Daarbij zijn: C = steden, B = forenzengemeenten, A = plattelands- en kleine geïndustrialiseerde gemeenten.
b
     respondenten met een inname hoger dan 3,6 µg/kg lichaamsgewicht per dag (afgeleid van de Provisional Tolerable Weekly
     Intake van 25 µg/kg lichaamsgewicht per week)
67            Lood in de voeding
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>   als in µg per kg lichaamsgewicht*. Bij de interpretatie van de gegevens uit de
   kolommen die betrekking hebben op de extremen, zoals de 95-percentielwaarden en
   het aantal overschrijdingen van de PTWI, is voorzichtigheid geboden. De
   Voedselconsumptiepeiling is ontworpen om een beeld te geven van de gemiddelde
   voedselconsumptie door de Nederlandse bevolking in de leeftijd van één jaar en ouder.
   Een 95-percentielwaarde zegt derhalve niets meer dan waartoe ‘extreme’ (vaak
   foutieve) rapportages in de peiling aanleiding kunnen geven. Aan uitkomsten zoals in
   de laatste kolommen van de tabellen D2, D3 en D4 (met
   PTWI-overschrijdingspercentages beneden de 5), kunnen derhalve niet de conclusies
   worden verbonden dat de invloed van een veranderde loodconcentratie in het
   drinkwater (0, 10 of 35 µg/l) een verandering van de overschrijding van de PTWI door
   de gemiddelde voedselconsumptie tot gevolg heeft. Bij doorrekening van verschillende
   leidingwatergehaltes blijkt de consumptie van leidingwater de voornaamste bijdrage
   aan de loodinname te leveren. De gemiddelde bijdrage van leidingwater aan de totale
   loodinname bedraagt 31% (= 9,0 g/dag) bij scenario 2 en 61% (= 31,6 g/dag) bij
   scenario 3. Uit geen van de scenario’s (tabellen D2 t/m 4) kan worden afgeleid dat de
   gemiddelde voedselconsumptie voor de verschillende categorieën blootgestelden tot
   overschrijding van de PTWI leidt. Uitgaande van de praktijksituatie waarin het
   drinkwater in de meeste gevallen een gemiddelde loodconcentratie heeft van 10 µg/l of
   minder, vormt volgens de commissie scenario 2 de meest met de praktijk
   overeenkomende beschrijving van de loodblootstelling via de voeding.
        Tabel D5 presenteert de innamecijfers van lood waarbij de VCP-populatie is
   opgesplitst naar urbanisatiegraad. De gemiddelde inname van lood uit voeding lijkt bij
   respondenten woonachtig in steden (urbanisatiegraad 1) iets hoger te zijn. De mediane
   loodinname per kg lichaamsgewicht is daarentegen bijna gelijk voor de verschillende
   urbanisatiecategorieën. Opgemerkt moet worden dat binnen de vier
   urbanisatiecategorieën geen correctie voor de leeftijdsopbouw heeft plaatsgevonden.
        Bij beoordeling van de gemiddelde bijdrage van primaire agrarische produkten en
   voedingsmiddelengroepen aan de totale loodinname, zijn dranken en brood/tarwe als
   belangrijkste innamebron aan te merken. Van de dranken levert onder de gegeven
   omstandigheden thee de grootste bijdrage (18%) aan de loodinname.
*  De omrekening in µg/kg lg is tot stand gekomen door per persoon de loodinname te delen door zijn of haar
   lichaamsgewicht. Het is statistisch gezien niet correct om de groepsgemiddelden uit beide kolommen op elkaar te delen
   en daaruit het gemiddelde lichaamsgewicht of loodinname te berekenen. De waarden die vermeld staan in tabel 2 (zie
   2.3) zijn dan ook verkregen door een herberekening binnen het basisbestand met een andere klasse-indeling.
68 Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>69 Lood in de voeding</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>70 Lood in drinkwater</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>70 Lood in drinkwater</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>71 Lood in de voeding</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>72 Lood in drinkwater</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre>Bijlage E
        Grootte van de risicogroep
        De grootte van de risicogroep zuigelingen is afhankelijk van het aantal huishoudens
        die zijn aangeloten op een loden aansluitleiding of die een loden drinkwaterinstallatie
        hebben, alsmede van het percentage zuigelingen met flesvoeding die is aangemaakt
        met drinkwater uit genoemde leidingen.
             Het aantal geboorten in Nederland bedraagt ongeveer 196 000 (Nederland telde op
        1 januari 1995, 195 910 zuigelingen; CBS96). Verder is de commissie uitgegaan van
        7,5% huishoudens dat is aangesloten op een loden drinkwaterleidingensysteem (loden
        aansluitleidingen en/of drinkwaterinstallaties; DGM96). De zuigelingen worden
        uniform verdeeld verondersteld over de panden mét en zonder loden
        drinkwaterleidingen (‘Woningenbehoefte onderzoek 1994’*: DGVH96). Het
        percentage zuigelingen dat voor het eerst flesvoeding krijgt op leeftijd nul, zes weken,
        drie, zes en twaalf maanden is respectievelijk 31, 44, 51, 73 en circa 100% (CBS96).
             Het bovenstaande houdt in dat bijna 15 000 zuigelingen (7,5% van 196 000)
        wonen in een woning waarin drinkwater wordt aangevoerd door loden
        drinkwaterleidingen. Van hen krijgt 31% (ca. 4600) bijna de gehele zuigelingenperiode
        flesvoeding die met leidingwater is aangemaakt, hetgeen daardoor in ieder geval
        gedurende de eerste zes maanden een overschrijding van de PTWI betekent. 44 procent
        (ca. 6600), 51% (ca. 7650) en 73% (ca. 11 000) loopt vanaf respectievelijk de zesde
        week de derde en de zesde maand de kans om respectievelijk 4½, 3 en 1 maand lang de
*       In het ‘Woningenbehoefte onderzoek 1994’ is gekeken naar de woonverdeling van vrouwen jonger dan 35 jaar wonend
        in vóór- of náoorlogse woningen: 21% van de vrouwen woonde in vóóroorlogse woningen; van de totale
        woningvoorraad is 24% vóór de oorlog gebouwd.
73      Grootte van de risicogroep
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>   PTWI te overschrijden. Wanneer de zuigelingen in de laatste maanden (vanaf de
   zevende tot en met de twaalfde) worden gevoed met flesvoeding en bijvoeding
   conform de schatting van de commissie, staan zij niet langer bloot aan concentraties
   die de PTWI overschrijden. Daarbij is geen rekening gehouden met een eventuele extra
   loodinname via poedervormige voeding of via bodemdeeltjes en huisstof.
   Zoals eerder opgemerkt in 2.1.4 kan de loodafgifte aan het leidingwater door
   loodhoudend soldeer dat is toegepast bij de aanleg van een drinkwaterinstallatie, in de
   eerste maanden van dezelfde ordegrootte zijn als de afgifte door systemen met loden
   leidingen. Gebruik van loodhoudend soldeer betekent een vergroting van de
   risicogroep zuigelingen die in eerste instantie op grond van het bestaan van loden
   drinkwaterleidingen wordt verwacht. Gebruik makend van gegevens van het Centraal
   Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek (Bri95) heeft de commissie
   geschat hoeveel zuigelingen mogelijk water betrekken via een nieuw aangelegd
   drinkwatersysteem. Dit aantal komt neer op ongeveer 2300 zuigelingen, gegeven het
   verwachte jaarlijkse aantal nieuwbouwwoningen tot 2015 van gemiddeld 70 000 (op
   een totaal woningenbestand van ongeveer 6 miljoen) en een jaarlijks aantal zuigelingen
   van ongeveer 196 000 (op een totale Nederlandse bevolking van ongeveer 15 miljoen).
   Omdat niet bekend is in welke mate loodhoudend soldeer wordt gebruikt, is vooralsnog
   niet te schatten bij welk gedeelte van de 2300 zuigelingen daadwerkelijk het risico van
   PTWI-overschrijding door flesvoeding bestaat.
74 Lood in drinkwater
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>