<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Wet bevolkingsonderzoek:
landelijke borstkankerscreening (2)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Onderwerp      :  uw adviesaanvraag d.d. 5 februari 2001
Uw kenmerk     :  GZB/GZ 2.147.492
Ons kenmerk    :  U1113 /WvV/iv 272-E7
Bijlagen       :  -
Datum          :  17 mei 2001
Op 5 februari 2001 vroeg u de Gezondheidsraad om advies, op grond van de Wet op het
bevolkingsonderzoek (WBO), over een vergunningaanvraag van het Instituut Urologie
van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Deze aanvraag heeft betrekking op het Neder-
landse aandeel in de 'European randomized study of screening for prostate cancer'
(ERSPC-Rotterdam), waarvoor u op 15 augustus 1997 vergunning hebt verleend voor
een periode van vier jaar. De aanvraag behelst verlenging van die periode met nog eens
vier jaar.
    De Commissie WBO van de Gezondheidsraad adviseert de vergunning voor de
ERSPC-Rotterdam te verlengen voor de duur van vier jaar, met de volgende aanteke-
ning. Als de aanvrager vóór het verstrijken van de termijn van vier jaar — op grond
van de uitkomst van het deelonderzoek waarover de commissie u op 15 december 2000
adviseerde — de screeningsstrategie (screeningstests,- interval) wil aanpassen, ontstaat
een nieuwe situatie en moet vergunningverlening opnieuw worden bezien.
Graag onderschrijf ik het voorstel van de commissie.
w.g.
prof. dr JJ Sixma
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Wet bevolkingsonderzoek:
landelijke borstkankerscreening (2)
aan
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nr 2001/02WBO, Den Haag, 21 mei 2001
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>De Gezondheidsraad, ingesteld in 1902, is een adviesorgaan met als taak de regering en
het parlement “voor te lichten over de stand der wetenschap ten aanzien van vraagstuk-
ken op het gebied van de volksgezondheid” (art. 21 Gezondheidswet).
De Gezondheidsraad ontvangt de meeste adviesvragen van de bewindslieden van
Volksgezondheid, Welzijn & Sport, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening & Milieube-
heer, Sociale Zaken & Werkgelegenheid, en Landbouw, Natuurbeheer & Visserij. De
Raad kan ook eigener beweging adviezen uitbrengen. Het gaat dan als regel om het sig-
naleren van ontwikkelingen of trends die van belang kunnen zijn voor het overheidsbe-
leid.
De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en worden in bijna alle gevallen op-
gesteld door multidisciplinair samengestelde commissies van—op persoonlijke titel be-
noemde—Nederlandse en soms buitenlandse deskundigen.
Dit advies kan als volgt worden aangehaald:
Gezondheidsraad: Commissie WBO. Wet bevolkingsonderzoek: landelijke borstkanker-
screening (2). Den Haag: Gezondheidsraad, 2001; publicatie nr 2001/02WBO.
auteursrecht voorbehouden
ISBN: 90-5549-378-3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>    Inhoud
1   Inleiding 9
2   Wel of niet wetenschappelijk onderzoek 11
2.1 Het advies van 1998 11
2.2 De argumenten van het LETB 12
3   Overwegingen 15
4   Conclusies 17
    Literatuur 19
    Bijlage 21
A   De commissie 23
7   Inhoud
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>8 Wet bevolkingsonderzoek: landelijke borstkankerscreening (2)</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 1
          Inleiding
          Op 1 juli 1996 trad de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO) in werking (Sta96). De
          WBO, bedoeld om mensen te beschermen tegen bevolkingsonderzoeken die een gevaar
          kunnen vormen voor de gezondheid, voorziet in een vergunningstelsel. Vergunningplich-
          tig bevolkingsonderzoek is verboden zonder vergunning van de Minister van Volksge-
          zondheid, Welzijn en Sport (artikel 3, eerste lid, WBO). De wet verplicht de minister de
          Gezondheidsraad te horen alvorens te beslissen over vergunningverlening (artikel 9, der-
          de lid). Daartoe stelde de Voorzitter van de Gezondheidsraad de Commissie WBO in,
          hierna te noemen: de commissie. De samenstelling ervan is vermeld in bijlage A.
               Voor de werkingssfeer van de WBO zijn twee zaken bepalend. De wet kan alleen
          van toepassing zijn op ‘bevolkingsonderzoek’, maar heeft pas gevolgen als het gaat om
          vergunningplichtig bevolkingsonderzoek. Bevolkingsonderzoek is in de wet (artikel 1, on-
          der c) gedefinieerd als:
          geneeskundig onderzoek van personen dat wordt verricht ter uitvoering van een aan de gehele bevolking of
          aan een categorie daarvan gedaan aanbod dat gericht is op het ten behoeve of mede ten behoeve van de te
          onderzoeken personen opsporen van ziekten van een bepaalde aard of van bepaalde risico-indicatoren.
          Vergunningplichtig is onder meer bevolkingsonderzoek naar kanker (artikel 2, eerste lid,
          WBO). Een vergunning wordt verleend (artikel 7, eerste lid, WBO) mits:
               het onderzoek wetenschappelijk deugdelijk is
               het in overeenstemming is met wettelijke regels voor medisch handelen
9         Inleiding
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>        het te verwachten nut van het onderzoek opweegt tegen de risico’s ervan voor de
        gezondheid.
   Voor bevolkingsonderzoek dat tevens wetenschappelijk onderzoek is als bedoeld in arti-
   kel 3, derde lid, WBO, geldt bovendien dat vergunning kan worden geweigerd als “het
   belang van de volksgezondheid een dergelijk onderzoek niet vordert” (artikel 7, tweede
   lid, WBO).
   Op 18 mei 1998 verleende de minister toestemming aan de negen organisaties die het
   landelijk bevolkingsonderzoek (voor vrouwen tussen 50 en 70 jaar) uitvoeren, om dat
   programma uit te breiden voor vrouwen van 70 tot en met 75 jaar als wetenschappelijk
   onderzoek. Aan deze uitbreiding verbond de minister de voorwaarde dat de deelneem-
   sters schriftelijk toestemming verlenen, zowel voor hun deelname aan het bevolkingson-
   derzoek als voor het gebruik van hun gegevens voor de wetenschappelijke evaluatie van
   het effect van deze uitbreiding.
        Op 6 februari 2001 vroeg de minister de Gezondheidsraad om advies over de vraag
   of in laatst bedoeld geval nog sprake is van wetenschappelijk onderzoek in de zin van
   artikel 3, derde lid, WBO. Aanleiding tot dit verzoek waren drie brieven over dit onder-
   werp, d.d. 29 maart 1999, 17 april 2000 en 20 december 2000, van het Landelijk Evalua-
   tie Team voor bevolkingsonderzoek naar Borstkanker (LETB) aan het ministerie van
   VWS.
        In hoofdstuk 2 vat de commissie haar advies uit 1998 (GR98) samen waar de minis-
   ter haar besluit op baseerde. Daarop volgen de argumenten die het LETB aanvoert te-
   gen het besluit. Hoofdstuk 3 bevat de zienswijze van de commissie en hoofdstuk 4 de
   conclusies.
10 Wet bevolkingsonderzoek: landelijke borstkankerscreening (2)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 2
          Wel of niet wetenschappelijk onderzoek
2.1       Het advies van 1998
          In haar advies over vergunningverlening voor bevolkingsonderzoek naar borstkanker on-
          der vrouwen van 70 tot en met 75 jaar ging de commissie onder meer in op de vraag of
          voldaan werd aan de wettelijke eis van ‘wetenschappelijke deugdelijkheid’. Zij stelde
          vast dat het voor vrouwen tussen 50 en 70 jaar overtuigend aangetoond is dat met
          mammografische screening de sterfte aan borstkanker kan worden verminderd. Voor
          oudere vrouwen was dit minder duidelijk en waren de uitkomsten van maar twee onder-
          zoeken beschikbaar. Het ene was een Zweeds gerandomiseerd experiment met als uit-
          komst een klein, maar wankel, gunstig effect op de sterfte aan borstkanker (Nys93).
          Het andere, een niet-experimenteel onderzoek in Nijmegen, deed vermoeden dat voort-
          zetting van screening tot de leeftijd van 75 jaar de sterfte aan borstkanker verlaagt
          (Dijc94, Dijc96). De commissie concludeerde dat de bewijskracht voor een gunstig ef-
          fect op de sterfte aan borstkanker niet groot was.
               Toch zag zij hierin geen belemmering voor een advies ten gunste van vergunning-
          verlening. Er waren geen biologische of medische argumenten tégen de verwachting
          dat screening boven de 70 jaar even doeltreffend is als onder die leeftijd. Bovendien had
          de minister het plan van de Ziekenfondsraad (nu: College voor zorgverzekeringen)
          goedgekeurd om tien jaar lang de gevolgen van de beoogde uitbreiding te evalueren op
          sterftereductie en (kosten van) gewonnen levensjaren voor de leeftijdsgroep 70 tot en
          met 75 jaar (TK97, ZfR97). De commissie concludeerde dat voldaan werd aan de wet-
11        Wel of niet wetenschappelijk onderzoek
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>    telijke eis van ‘wetenschappelijke deugdelijkheid’, mits de beoogde effectevaluatie
    daadwerkelijk zou plaatshebben.
         Een tweede wettelijke eis is dat het onderzoek in overeenstemming is met regels
    voor medisch handelen. Bevolkingsonderzoek dat tevens wetenschappelijk onderzoek is,
    moet met extra rechtswaarborgen omgeven zijn. Die zijn te vinden in het Besluit bevol-
    kingsonderzoek (Sta96). Artikel 2 van dit besluit bepaalt dat het onderzoek niet mag
    worden verricht zonder schriftelijke toestemming van de deelnemer. Degene die het on-
    derzoek verricht moet duidelijk aangeven dat de toestemming betrekking heeft op het
    wetenschappelijke doel van het onderzoek.
         De enige voorlichting voor vrouwen van 70 tot en met 75 jaar was destijds de aan-
    vulling van de voorlichtingsbrochure in sommige regio’s met de passage: “Het staat vast
    dat het eens per twee jaar maken van borstfoto’s bij vrouwen boven de 50 de kans om
    aan borstkanker te overlijden verkleint. Het onderzoek heeft echter ook een aantal na-
    delen. Met het stijgen van de leeftijd worden die nadelen geleidelijk groter. Maar voor
    vrouwen tot 75 jaar wegen de voordelen ruimschoots tegen de nadelen op”. De com-
    missie vond deze passage te mager en te stellig. De bedoeling van de effectevaluatie
    vereist duidelijke uitleg. De commissie noemde de passage te stellig omdat de verhou-
    ding tussen voor- en nadelen nog moest worden geëvalueerd.
    De minister onderschreef het advies en verleende op 18 mei 1998 toestemming voor het
    bevolkingsonderzoek onder vrouwen van 70 tot en met 75 jaar onder de voorgestelde
    voorwaarden.
2.2 De argumenten van het LETB
    Het LETB vindt, net als de commissie, dat het nut van screening voor vrouwen boven
    de 70 jaar niet sluitend is gebleken uit resultaten van gerandomiseerd onderzoek
    (LETB00). Er is echter geen reden, vindt ook het LETB, om aan te nemen dat screen-
    ing boven de 70 minder doeltreffend is dan onder die leeftijd. Toch moet er voor de
    leeftijd van de doelgroep een bovengrens gesteld worden, want het ongunstige effect
    van bevolkingsonderzoek neemt onevenredig snel toe met de leeftijd. De kans om aan
    borstkanker te overlijden stijgt wel met de leeftijd. Maar de kans om aan iets anders te
    overlijden neemt nog sneller toe. Vroege opsporing van borstkanker betekent voor ou-
    dere vrouwen steeds vaker het ondergaan van behandeling zonder dat dit de levensver-
    wachting verbetert. Op welke leeftijd het ongunstige effect groter wordt dan het gunsti-
    ge effect (vermindering van de sterfte aan borstkanker) is niet te bepalen met de uit-
    komst van gerandomiseerd onderzoek. Daar zijn, aldus het LETB, simulatiemodelbere-
    keningen voor nodig.
12  Wet bevolkingsonderzoek: landelijke borstkankerscreening (2)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>        Een modelberekening van het LETB had als uitkomst dat tot een leeftijd van 75 jaar
   het gunstige effect van bevolkingsonderzoek zwaarder weegt dan de ongunstige. Dit
   was zelfs bij pessimistische veronderstellingen het geval (Boe00). Die veronderstellin-
   gen hadden betrekking op:
        de duur van het (met screening detecteerbare) preklinische stadium van borstkan-
        ker
        de invloed van screening op de kwaliteit van leven
        de sterfte aan andere doodsoorzaken dan borstkanker onder deelnemers in vergelij-
        king met niet-deelneemsters
        het effect van screening op de sterfte aan borstkanker voor vrouwen boven de 70
        in vergelijking met onder de 70 jaar.
   De uitkomst van modelberekeningen blijkt vooral af te hangen van de veronderstelde
   duur van het preklinische stadium van borstkanker. Voor vrouwen boven de 70 zijn
   daarover weinig gegevens. Die worden verkregen via de evaluatie van de uitbreiding
   van het bevolkingsonderzoek.
        Het doel van de evaluatie is volgens het LETB niet om het nut van bevolkingson-
   derzoek voor deelneemsters zèlf te bepalen (dat zou het best kunnen met een gerando-
   miseerd experiment). De wetenschappelijke doelstelling is het verkrijgen van meer in-
   zicht in het ongunstige effect om daaruit af te kunnen leiden of bevolkingsonderzoek
   nuttig is voor vrouwen ouder dan 75 jaar.
   Het wel of niet toenemen van de duur van het preklinische stadium van borstkanker bij
   vrouwen boven de 70 jaar leidt het LETB af uit gegevens van het bevolkingsonderzoek.
   Deze zijn van dezelfde aard (detectiecijfers naar leeftijd en screeningsronde) als de ge-
   gevens die verzameld worden voor de standaard evaluatie van het bevolkingsonderzoek.
   Voor dat doel ontvangt het LETB jaarlijks tabellarische overzichten van de negen regio-
   nale uitvoeringsorganisaties. Deze standaard monitoring van de kwaliteit en uitkomst
   van het bevolkingsonderzoek voorziet inmiddels ook in een systematische sterfte-evalu-
   atie (LETB00).
13 Wel of niet wetenschappelijk onderzoek
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>14 Wet bevolkingsonderzoek: landelijke borstkankerscreening (2)</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 3
          Overwegingen
          De commissie meent dat de doelstelling van de evaluatie verschoven is. Uit de haar in
          1998 bekende gegevens — het standpunt van de minister over uitbreiding van het bevol-
          kingsonderzoek (TK97) en het evaluatieplan van het LETB d.d. 27 maart 1998 —
          maakte de commissie op dat de evaluatie tot doel had de uitkomst van de modelbereke-
          ning te bevestigen met empirische gegevens. Uit de brieven van het LETB aan het mi-
          nisterie blijkt dat de evaluatiedoelstelling nu een stap verder gaat: de vraag of verdere
          uitbreiding, naar vrouwen boven de 75, wel of niet aanvaardbaar is. Het LETB heeft
          voldoende vertrouwen in de gunstige uitkomst van de modelberekening voor vrouwen
          tot een leeftijd van 75 jaar.
               Daarmee is de commissie terug bij de vraag of regulier bevolkingsonderzoek naar
          borstkanker voor vrouwen van 70 tot en met 75 jaar voldoet aan de wettelijke eis van
          ‘wetenschappelijke deugdelijkheid’. Voegt de uitkomst van de modelberekening door
          het LETB (Boe00) voldoende toe aan de bestaande, niet afdoende bewijskracht?
               De commissie meent dat hier sprake is van een grensgeval. Hoewel er geen nieu-
          we empirische gegevens zijn, kan de bewijskracht als voldoende worden bestempeld.
          Tot deze voorzichtige conclusie is de commissie gekomen op grond van de volgende
          overwegingen. De modelberekening van het LETB berust op een goed gevalideerd si-
          mulatiemodel. De uitkomst ervan houdt stand bij pessimistische aannames (over crucia-
          le zaken als de duur van het preklinische stadium van borstkanker). Zoals al eerder (in
          2.1 en 2.2) is vastgesteld, zijn er anderzijds geen argumenten tégen de verwachting dat
          screening boven de 70 jaar even doeltreffend is als tussen 50 en 70 jaar. Dat de argu-
          menten vóór niet sterk zijn, is vooral toe te schrijven aan schaarste aan empirisch onder-
15        Overwegingen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>   zoek onder vrouwen boven de 70 jaar. Het is niet te verwachten dat er nog uitkomsten
   van nieuwe gerandomiseerde experimenten beschikbaar komen. De commissie vindt
   verder dat voor het landelijk bevolkingsonderzoek, dus ook voor de nieuwe doelgroep
   van 70 tot en met 75 jaar, al is voorzien in een intensieve kwaliteits- en uitkomstbewa-
   king, met inbegrip van een systematische sterfte-evalutie. Dit waarborgt een zorgvuldi-
   ge evaluatie, zodat er geen behoefte bestaat aan extra zorgvuldigheidseisen voor de
   nieuwe doelgroep.
   Zoals gezegd wil het LETB nader onderzoeken of ook voor vrouwen bóven de 75 jaar
   het voordeel van deelnemen aan het bevolkingsonderzoek groter is dan het nadeel. Het
   LETB doet dit met modelberekeningen op basis van gegevens uit het bevolkingsonder-
   zoek onder vrouwen tot en met 75 jaar. Is hier sprake van het gebruik van (bestaande)
   screeningsgegevens voor wetenschappelijk onderzoek, waarop de WGBO (artikel 7:
   457 en 7: 458 van het Burgerlijk Wetboek) van toepassing is (toestemming nodig, tenzij
   niet mogelijk of niet haalbaar)? De commissie meent dat dit niet het geval is. Zij vindt
   dat de zojuist genoemde LETB-doelstelling valt onder de bestaande doelstelling van ef-
   fectevaluatie. De bestaande doelstelling is in het ‘Modelreglement ter bescherming van
   persoonsgegevens in verband met registratie bevolkingsonderzoek borstkanker’ om-
   schreven als: “bewaking van de kwaliteit en evaluatie van het effect van het bevolkings-
   onderzoek naar borstkanker”. Voor effectevaluatie mag de toestemming worden veron-
   dersteld, mits dit doel expliciet vermeld is in de voorlichtingsbrochure die de vrouwen
   ontvangen bij de uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek. Op dit punt (vermelding van
   registratiedoeleinden) heeft de minister al in een beschikking d.d. 18 mei 1998 de ver-
   gunning voor het bevolkingsonderzoek naar borstkanker aan voorschriften gebonden.
   De commissie concludeert dat er geen reden meer is om hier te spreken van weten-
   schappelijk onderzoek in de zin van artikel 3, derde lid, WBO. Daarmee vervalt de
   grond voor bijzondere voorwaarden voor bevolkingsonderzoek onder vrouwen van 70
   tot en met 75 jaar. Dit houdt in dat het voorschrift van schriftelijke toestemming vervalt.
   De commissie gaat ervan uit dat de leeftijdsgroep 70 tot en met 75 jaar aparte aandacht
   blijft houden bij de standaard evaluatie van het bevolkingsonderzoek zolang er over deze
   groep nog weinig gegevens beschikbaar zijn.
16 Wet bevolkingsonderzoek: landelijke borstkankerscreening (2)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 4
          Conclusies
          Dit advies heeft betrekking op het landelijk bevolkingsonderzoek naar borstkanker.
          Naast vrouwen van 50 tot 70 jaar kunnen vanaf 1998 ook vrouwen van 70 tot en met 75
          jaar hieraan deelnemen. De minister legde de Gezondheidsraad de vraag voor of bij de-
          ze uitbreiding nog sprake is van wetenschappelijk onderzoek in de zin van artikel 3, der-
          de lid, WBO. De commissie concludeert dat daar geen reden meer voor is. Daarmee
          vervalt de grond voor bijzondere voorwaarden voor bevolkingsonderzoek onder vrou-
          wen van 70 tot en met 75 jaar. Dit houdt in dat ten aanzien van de voorlichtings- en toe-
          stemmingsprocedure voor deze vrouwen geen andere eisen gelden dan voor vrouwen
          tussen 50 en 70 jaar.
               Het landelijk evaluatieteam (LETB) wil — met (bestaande) gegevens uit het bevol-
          kingsonderzoek —- nader onderzoeken of ook voor vrouwen bóven de 75 jaar het voor-
          deel van deelnemen aan het bevolkingsonderzoek groter is dan het nadeel. De commis-
          sie concludeert dat hier geen aparte toestemming voor nodig is, mits de doelstellingen
          van de registratie (waaronder standaard een effectevaluatie) duidelijk vermeld staan in
          de voorlichtingsbrochure. Aan deze eis moest volgens de beschikking van de minister
          d.d. 18 mei 1998 al vóór 1 oktober 1998 zijn voldaan.
17        Conclusies
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>   Den Haag, 21 mei 2001,
   voor de commissie
   WA van Veen, arts,                     prof. dr H Rigter,
   secretaris                             voorzitter
18 Wet bevolkingsonderzoek: landelijke borstkankerscreening (2)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>       Literatuur
Boe00  Boer R. In search of the best upper age limit for breast cancer screening. In: Boer R. From evidence to
       decision support in cancer screening. Application of Miscan models (proefschrift). Rotterdam: Erasmus
       Universiteit, 2000; pp 49-55.
Dijc94 van Dijck JAAM, Holland R, Verbeek ALM, e.a. Efficacy of mammographic screening in the elderly: a
       case-referent study in the Nijmegen program in the Netherlands. J Natl Cancer Inst 1994; 86: 934-8.
Dijc96 van Dijck JAAM. The efficacy of mammographic screening for breast cancer in elderly women.
       (proefschrift). Nijmegen: KUN, 1996.
GR98   Gezondheidsraad. Wet bevolkingsonderzoek: landelijke borstkankerscreening. Rijswijk: Gezondheidsraad,
       1998; publicatie nr 1998/03WBO.
LETB00 Landelijk Evaluatie Team voor bevolkingsonderzoek naar Borstkanker. Landelijke evaluatie van
       bevolkingsonderzoek naar borstkanker in Nederland (VIII). Rotterdam: Instituut Maatschappelijke
       Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit, 2000.
Nys93  Nyström L, Rutqvist LE, Wall S, e.a. Breast cancer screening with mammography: overview of Swedish
       randomised trials. Lancet 1993; 341: 973-8.
Sta96  Besluit van 5 juni 1996 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het
       bevolkingsonderzoek alsmede van het Besluit bevolkingsonderzoek. Staatsblad 1996; nr 335. Den Haag:
       SDC Uitgeverij, 1996
TK97   Standpunt uitbreiding bevolkingsonderzoek naar borstkanker bij vrouwen boven de 70 jaar. Brief van de
       Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der
       Staten-Generaal. Preventiebeleid voor de volksgezondheid. Tweede Kamer, vergaderjaar 1996-1997, 22894,
       nr 15: 5-6.
19     Literatuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>ZfR97 Evaluatie borstkankerscreening in de leeftijdsgroep 70 tot en met 75 jaar. Brieven van de Ziekenfondsraad
      aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 27 februari en 6 november 1997 (kenmerk
      CURE/9217/97 resp. CURE/97-45990).
20    Wet bevolkingsonderzoek: landelijke borstkankerscreening (2)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>A  De commissie
   Bijlage
21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>22 Wet bevolkingsonderzoek: landelijke borstkankerscreening (2)</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Bijlage A
        De commissie
            dr H Rigter, voorzitter
            hoogleraar sociale aspecten van medische technologie; Erasmus Universiteit
            Rotterdam
            dr EMA Bleiker
            psycholoog; Nederlands Kankerinstituut, Amsterdam
            dr HR Büller
            hoogleraar vasculaire geneeskunde; Academisch Medisch Centrum, Amsterdam
            dr JJM van Delden
            ethicus; Universiteit Utrecht
            dr mr JCJ Dute
            gezondheidsjurist, Universiteit Maastricht
            dr LP ten Kate
            hoogleraar klinische genetica; Vrije Universiteit, Amsterdam
            dr FW van der Waals
            huisarts; Amsterdam
            JK van Wijngaarden, arts, adviseur
            Inspectie voor de Gezondheidszorg, Den Haag
            dr PMM Beemsterboer, adjunct-secretaris
            Gezondheidsraad, Den Haag
            WA van Veen, arts, secretaris
            Gezondheidsraad, Den Haag
23      De commissie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>