<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Wet bevolkingsonderzoek:
screening van pasgeborenen op
taaislijmziekte
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad                                          Voorzitter
Health Council of the Netherlands
Aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport
Onderwerp                   : aanbieding advies 'Wet bevolkingsondrezoek: screening van pasgeborenen op
                              taaislijmziekte'
Uw kenmerk                  : GZB/GZ 2.238.582
Ons kenmerk                 : U765/WvV/iv 272-M7.
Bijlagen                    :1
Datum                       : 4 juni 2002
Mevrouw de minister,
Op 6 december 2001 vroeg u de Gezondheidsraad om advies, op grond van de Wet op het
bevolkingsonderzoek (WBO), over een vergunningaanvraag van het VU medisch centrum te
Amsterdam voor neonatale screening op cystische fibrose (taaislijmziekte).
      Hierbij ontvangt u het advies dat opgesteld is door de Commissie WBO van de
Gezondheidsraad.
Volgens de commissie valt het voorgenomen onderzoek niet onder de vergunningplicht van de
WBO. Dit wil echter niet zeggen dat zij doorgang van dit project wenselijk vindt. Ik onderschrijf
de conclusie van de commissie en attendeer u op de uitkomst van een recente Cochrane review.
Die luidt dat er weinig bewijskracht is voor het nut van screening van pasgeborenen op
taaislijmziekte.
      Meer in algemene zin geef ik in overweging om bij de besluitvorming over uitbreiding van
het landelijke bevolkingsonderzoek onder pasgeborenen advies hierover in te winnen bij de
Gezondheidsraad.
Met vriendelijke groet,
 prof. dr JA Knottnerus
Bezoekadres                                                                     Postadres
Parnassusplein 5                                                                Postbus 16052
2511 VX Den Haag                                                                2500 BB Den Haag
Telefoon (070) 340 070-3407448                                                  Telefax (070) 340 75 23
E- m a i l : a n d r e . k n o t t n e r u s @ g r . n l                        www.gr.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Wet bevolkingsonderzoek:
screening van pasgeborenen op
taaislijmziekte
aan:
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nr 2002/01WBO, Den Haag, 4 juni 2002
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>De Gezondheidsraad, ingesteld in 1902, is een adviesorgaan met als taak de regering en
het parlement “voor te lichten over de stand der wetenschap ten aanzien van vraagstuk-
ken op het gebied van de volksgezondheid” (art. 21 Gezondheidswet).
      De Gezondheidsraad ontvangt de meeste adviesvragen van de bewindslieden van
Volksgezondheid, Welzijn & Sport, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening & Milieube-
heer, Sociale Zaken & Werkgelegenheid, en Landbouw, Natuurbeheer & Visserij. De
Raad kan ook eigener beweging adviezen uitbrengen. Het gaat dan als regel om het sig-
naleren van ontwikkelingen of trends die van belang kunnen zijn voor het overheidsbe-
leid.
      De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en worden in bijna alle gevallen
opgesteld door multidisciplinair samengestelde commissies van—op persoonlijke titel be-
noemde—Nederlandse en soms buitenlandse deskundigen.
               De Gezondheidsraad is lid van het International Network of Agencies for Health
               Technology Assessment (INAHTA). INAHTA bevordert de uitwisseling en
               samenwerking tussen de leden van het netwerk.
Dit advies kan als volgt worden aangehaald:
Gezondheidsraad: Commissie WBO. Wet bevolkingsonderzoek: screening van
pasgeborenen op taaislijmziekte. Den Haag: Gezondheidsraad, 2002; publicatie nr
2002/01WBO.
auteursrecht voorbehouden
ISBN: 90-5549-435-6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>  Inhoud
1 Inleiding 9
2 Vergunningplichtig bevolkingsonderzoek 11
3 Behandelbaarheid 13
4 Conclusie 17
  Literatuur 19
  Bijlagen 21
A De adviesaanvraag 23
B De commissie 25
7 Inhoud
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>8 Wet bevolkingsonderzoek: screening van pasgeborenen op taaislijmziekte</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 1
          Inleiding
          Op 1 juli 1996 trad de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO) in werking (Sta96). De
          WBO, bedoeld om mensen te beschermen tegen bevolkingsonderzoeken die een gevaar
          kunnen vormen voor de gezondheid, voorziet in een vergunningstelsel. Vergunningplich-
          tig bevolkingsonderzoek is verboden zonder vergunning van de Minister van Volksge-
          zondheid, Welzijn en Sport (artikel 3, eerste lid, WBO). De wet verplicht de minister de
          Gezondheidsraad te horen alvorens te beslissen over vergunningverlening (artikel 9, der-
          de lid). Daartoe stelde de Voorzitter van de Gezondheidsraad de Commissie WBO in,
          hierna te noemen: de commissie. De samenstelling ervan is vermeld in bijlage B.
               De WBO is alleen van toepassing op ‘bevolkingsonderzoek’. Dit is in de wet (arti-
          kel 1, onder c) gedefinieerd als:
          geneeskundig onderzoek van personen dat wordt verricht ter uitvoering van een aan de gehele bevolking of
          aan een categorie daarvan gedaan aanbod dat gericht is op het ten behoeve of mede ten behoeve van de te
          onderzoeken personen opsporen van ziekten van een bepaalde aard of van bepaalde risico-indicatoren
          De WBO heeft echter pas gevolgen als het gaat om vergunningplichtig bevolkingson-
          derzoek. Vergunningplichtig zijn: bevolkingsonderzoek waaraan ioniserende straling te
          pas komt, bevolkingsonderzoek naar kanker en bevolkingsonderzoek naar ernstige ziek-
          ten waarvoor geen behandeling of preventie mogelijk is (artikel 2, eerste lid, WBO).
          Een vergunning wordt verleend (artikel 7, eerste lid, WBO) mits:
               het onderzoek wetenschappelijk deugdelijk is
               het in overeenstemming is met wettelijke regels voor medisch handelen
9         Inleiding
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>        het te verwachten nut van het onderzoek opweegt tegen de risico’s ervan voor de
        gezondheid.
   Op 6 december 2001 vroeg de minister advies over een vergunningaanvraag van het
   VU medisch centrum, subafdeling Kinderlongziekten, Amsterdam (bijlage A). De aan-
   vraag heeft betrekking op een voorstel om screening op cystische fibrose (CF, taaislijm-
   ziekte) toe te voegen aan het landelijke bevolkingsonderzoek onder pasgeborenen. Bij
   dit onderzoek wordt tussen de vierde en zevende levensdag bloed afgenomen met een
   hielprik. Op dit moment is de screening alleen gericht op fenylketonurie (PKU), conge-
   nitale hypothyreoïdie (CHT) en het adrenogenitaalsyndroom (AGS, CAH).
10 Wet bevolkingsonderzoek: screening van pasgeborenen op taaislijmziekte
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 2
          Vergunningplichtig bevolkingsonderzoek
          Het in de vergunningaanvraag beschreven project behelst een implementatieonderzoek
          in vier provincies. In Noord-Holland, Flevoland, Utrecht en Gelderland wordt het bloed
          dat bij pasgeborenen wordt afgenomen met de ‘hielprik’ tevens op CF gescreend. De
          CF-screening houdt een biochemische bepaling in van de concentratie van het enzym
          immunoreactief trypsine (IRT) in het bloed. Bij een IRT-concentratie boven het 99,5e
          percentiel van de dagwaarden (een half procent van de bloedmonsters) wordt tevens
          een genetische analyse op CF-mutaties uitgevoerd. De screeningstest is positief als
          twee CF-mutaties worden gevonden. In dat geval stelt de coördinator van het screen-
          ingsprogramma de betrokken huisarts en het dichtstbijzijnde CF-centrum op de hoogte
          van de uitkomst. Na verwijzing van het kind naar het CF-centrum wordt met de zweet-
          test uitgemaakt of er inderdaad sprake is van CF en kan de (symptomatische) behande-
          ling beginnen.
          De commissie concludeert dat bij het beschreven project sprake is van bevolkingsonder-
          zoek. Het gaat namelijk om “geneeskundig onderzoek …. mede ten behoeve van de te
          onderzoeken personen”. Er is ook onmiskenbaar sprake van “aanbod”, een ander cru-
          ciaal element van de wettelijke definitie van bevolkingsonderzoek. Dit aanbod wordt ge-
          daan aan alle pasgeborenen, ongeacht een eventuele hulpvraag van de betrokken ou-
          ders.
               In haar adviesaanvraag (zie bijlage A) karakteriseert de minister het project niet al-
          leen als bevolkingsonderzoek, maar ook als vergunningplichtig. De projectleider betwij-
11        Vergunningplichtig bevolkingsonderzoek
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>   felt echter of neonatale screening op CF vergunningplichtig is. Zij vindt dat CF niet valt
   onder de categorie ziekten “waarvoor geen behandeling … mogelijk is”.
   De commissie constateerde bij een eerdere gelegenheid dat het begrip ‘behandelbaar’
   niet in de WBO is toegelicht. In een ‘reikwijdte-advies’ gaf zij een analyse van dit be-
   grip in de context van de WBO (GR97). De commissie beschouwt aandoeningen als
   niet-behandelbaar “zolang de literatuur geen betrouwbare conclusie toelaat over een
   gunstig effect van relevante omvang op klinische uitkomstmaten, dat wil zeggen op
   sterfte, ziekte of kwaliteit van leven”. De cruciale vraag in dit advies wordt dus: moet
   CF als een niet-behandelbare aandoening worden beschouwd in de zojuist bedoelde zin?
12 Wet bevolkingsonderzoek: screening van pasgeborenen op taaislijmziekte
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 3
          Behandelbaarheid
          Taaislijmziekte of CF is een autosomaal recessief erfelijke ziekte die onder meer leidt
          tot aantasting van de luchtwegen en spijsverteringsfuncties. De belangrijkste sympto-
          men bij CF zijn steeds terugkerende infecties van de luchtwegen, stoornissen in de
          voedselvertering en -passage (bijvoorbeeld meconiumileus), ondervoeding, onvrucht-
          baarheid bij mannen en verminderde vruchtbaarheid bij vrouwen. Als complicaties van
          de ziekte kunnen suikerziekte, levercirrose en kanker van het maagdarmkanaal optreden
          (Neg95).
               De ziekte kan zich kort na de geboorte uiten, maar soms gebeurt dit pas op volwas-
          sen leeftijd. Bij de helft van de patiënten wordt de diagnose ‘CF’ in het eerste levens-
          jaar gesteld (Col96). Ook het verdere beloop kan sterk variëren. In 1989 is de belang-
          rijkste genmutatie geïdentificeerd die betrokken is bij CF. Sindsdien zijn nog ruim dui-
          zend andere genmutaties ontdekt (http://www.genet.sickkids.on.ca/cftr/). Mutaties van
          het gen kunnen met hoge betrouwbaarheid via DNA-onderzoek worden aangetoond.
          De ernst van de ziekte is daarmee beter te voorspellen, maar er blijft onzekerheid over
          de mate waarin de luchtwegen zullen worden aangetast (de factor die het uiteindelijke
          beloop van de ziekte sterk bepaalt).
          In 1936 werd CF voor het eerst als ziekte herkend en in 1938 voor het eerst beschre-
          ven. In die tijd overleden de meeste kinderen met CF als zuigeling. Tot ongeveer 1950
          gold dit nog voor 70 tot 80 procent (Lew99, Mah98). Van de kinderen die rond 1950
          werden geboren met CF, bereikte drie procent de leeftijd van dertig jaar (Lew99). Van
          de nu geboren kinderen met taaislijmziekte kan de helft verwachten die leeftijd te berei-
13        Behandelbaarheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>   ken (Dod97). Rond 1960 was de helft van degenen die in Engeland en Wales overleden
   aan CF zes maanden of jonger en had de helft van de toen geboren kinderen met CF
   een levensverwachting van hoogstens vijf jaar (Bri89). Daarna is een duidelijke, aan-
   houdende verbetering opgetreden. Die verbetering is ook geregistreerd in andere landen
   in Noord-West Europa, Canada, de Verenigde Staten, Japan en Australië (BPA88,
   Col96, Cor96, Elb91, Fog00, HTA99, Kol90, Lew99, Ros97, Sin97). Onderzoek van de
   doodsoorzakenstatistieken in tien van die landen had als uitkomst dat de mediane leeftijd
   bij overlijden (de leeftijd die de helft van de kinderen heeft bereikt) tussen 1974 en 1994
   is gestegen van gemiddeld 8 jaar naar 21 jaar (Fog00). In Nederland bedroeg de gemid-
   delde leeftijd bij overlijden 6 jaar in 1970 en bijna 20 jaar in 1988 (NLD91). Uit een peri-
   odieke inventarisatie van CF-patiënten in Nederland blijkt dat het aantal patiënten van
   20 jaar of ouder is toegenomen van 21 tot 30 procent tussen 1985 en 1994 (Col96). Eind
   1997 stonden in Duitsland ongeveer 4200 in leven zijnde patiënten met FH geregi-
   streerd. Zij waren gemiddeld bijna 16 jaar oud en ruim een derde was boven de 18 jaar
   (Wie01). De verandering in leeftijdsopbouw is een afspiegeling van de toenemende le-
   vensverwachting.
        Kengetallen als de mediane leeftijd bij overlijden zijn eenvoudig te berekenen op
   grond van registratiegegevens. Zij hebben echter als nadeel dat zij de levensverwach-
   ting onderschatten bij ziekten met een stijgende levensverwachting zoals CF. De media-
   ne levensverwachting (de leeftijd die de helft van de pasgeborenen theoretisch kan be-
   reiken, uitgaande van de leeftijdspecifieke sterftecijfers in een bepaalde periode) steeg
   van 24 jaar in 1983-1987 tot ongeveer 34 jaar in 1990-1994 (Cob89, Col96). De meest
   recente buitenlandse berekeningen wijzen op een overeenkomstige mediane levensver-
   wachting, van 30 tot 40 jaar (Cor96, Dod97, Elb91, NIH97). De levensverwachting lijkt
   nog steeds te verbeteren (Dod97). Vooral voor kinderen zijn de vooruitzichten verbe-
   terd. De zuigelingensterfte is gedaald van 70 à 80 procent (Lew99, Mal98) naar minder
   dan 2 procent (Dod97).
        Voor een deel kan de sterke stijging in levensverwachting worden toegeschreven
   aan het vaker stellen van de diagnose ‘CF’ bij mildere ziektebeelden, nu er goede dia-
   gnostiek beschikbaar is. Grotendeels gaat het echter om een reële verbetering dankzij
   vorderingen in de behandeling. Verschillende factoren spelen hier een rol, zoals betere
   chirurgische behandeling van zuigelingen met meconiumileus, ontwikkeling van krachti-
   ge antibiotica, betere calorievoorziening met een vetrijk, hoog-energetisch dieet, substi-
   tutie van de ontbrekende verteringsenzymen, fysiotherapie en behandeling in speciale
   CF-centra (Bri89, Cor88, Cor96, Elb91, Mah98, Mér02, Ros98). Niet duidelijk is of
   screening van pasgeborenen op CF de levensverwachting of het ziektebeloop gunstig
   kan beïnvloeden (HTA99, Mér01, Ros98). Nader onderzoek naar langetermijneffecten
   van neonatale screening is gaande (Mér02). Van gentherapie is op korte termijn geen
   doorbraak in de behandeling te verwachten.
14 Wet bevolkingsonderzoek: screening van pasgeborenen op taaislijmziekte
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>   CF is niet te genezen en de huidige symptomatische therapie vraagt veel van mensen
   met CF en hun verwanten. De vorderingen in de behandeling van de laatste decennia
   hebben de levensverwachting echter dusdanig verbeterd, dat de commissie concludeert
   dat CF niet te rekenen is tot de vergunningplichtige categorie van ziekten waar “geen
   behandeling” voor is.
15 Behandelbaarheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>16 Wet bevolkingsonderzoek: screening van pasgeborenen op taaislijmziekte</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 4
          Conclusie
          Dit advies heeft betrekking op een vergunningaanvraag voor een implementatieonder-
          zoek naar de toevoeging van screening op CF aan de bestaande screening van pasgebo-
          renen op enkele aangeboren ziekten. De cruciale vraag was of er sprake is van vergun-
          ningplichtig bevolkingsonderzoek in de zin van de WBO.
               De commissie constateert dat het in de vergunningaanvraag beschreven project wel
          bevolkingsonderzoek is, maar zij vindt dit onderzoek niet vergunningplichtig. De WBO
          kan dus geen belemmering zijn voor het voorgenomen project.
               Omdat het project niet vergunningplichtig is, heeft de commissie het project niet op
          inhoudelijke gronden beoordeeld. Zij vindt het echter haar taak erop te wijzen dat een
          implementatieonderzoek pas gerechtvaardigd kan zijn wanneer de stand van weten-
          schap duidelijk uitwijst dat screening van pasgeborenen op taaislijmziekte het ziektebe-
          loop gunstig beïnvloedt. Op dit moment ontbreekt die duidelijkheid volgens de commis-
          sie.
17        Conclusie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>18 Wet bevolkingsonderzoek: screening van pasgeborenen op taaislijmziekte</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>      Literatuur
BPA88 British Paediatric Association Working Party on Cystic Fibrosis. Cystic fibrosis in the United Kingdom
      1977-85: an improving picture. BMJ 1988; 297: 1599-1602.
Bri89 Britton JR. Effects of social class, sex, and region of residence on age at death from cystic fibrosis. BMJ
      1989; 298: 483-7.
Col96 Colleé JM, ten Kate LP. Periodieke inventarisatie CF Nederland. Verslag van de zesde ronde ‘1994’.
      Amsterdam: VU medisch centrum, 1996.
Cor88 Corey M, McLaughlin FJ, Williams M, Levison H. A comparison of survival, growth, and pulmonary
      function in patients with cystic fibrosis in Boston and Toronto. J Clin Epidemiol 1988; 41: 583-91.
Cor96 Corey M, Farewell V. Determinants of mortality from cystic fibrosis in Canada, 1970-1989. Am J
      Epidemiol 1996; 143: 1007-17.
Dod97 Dodge JA, Morison S, Lewis PA, e.a. Incidence, population, and survival of cystic fibrosis in the UK,
      1968-95. Arch Dis Child 1997; 77: 493-6.
Elb91 Elborn JS, Shale DJ, Britton JR. Cystic fibrosis: current survival and population estimates to the year
      2000. Thorax 1991; 46: 881-5.
Fog00 Fogarty A, Hubbard R, Britton J. International comparison of median age at death from cystic fibrosis.
      Chest 2000; 117: 1656-60.
GR97  Gezondheidsraad. Wet bevolkingsonderzoek: de reikwijdte (4). Rijswijk: Gezondheidsraad, 1997;
      publicatie nr. 1997/21.
HTA99 Murray J, Cuckle H, Taylor G, e.a. Screening for cystic fibrosis. Health Technol Assessment 1999; 3 (8):
      1-106.
Kol90 Kollberg H. Increasing survival of Swedish patients with CF. Acta Univ Carol Med 1990; 36: 213-4.
19    Literatuur
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Lew99 Lewis PA, Morison S, Dodge JA, e.a. Survival estimates for adults with cystic fibrosis born in the United
      Kingdom between 1947 and 1967. Thorax 1999; 54: 420-2.
Mah98 Mahadeva R, Webb K, Westerbeek RC, e.a. Clinical outcome in relation to care in centers specialising in
      cystic fibrosis: cross sectional study. BMJ 1998; 316: 1771-5.
Mér01 Mérelle ME, Lees CM, Napelkerke AF, Dezateux C. Newborn screening for cystic fibrosis. The Cochrane
      Library 2001; Issue 3. Oxford: Update Software (www.cochranelibrary.net).
Mér02 Mérelle ME. Early diagnosis and intervention in cystic fibrosis (proefschrift). Amsterdam: Vrije
      Universiteit, 2002.
Neg95 Neglia JP, FitzSimmons SC, Maisonneuve P, e.a. The risk of cancer among patients with cystic fibrosis. N
      Engl J Med 1995; 332: 494-9.
NIH97 National Institutes of Health consensus development statement 1997 April 14-16; 15 (4). (http:
      //odp.od.nih.gov/consensus/statements/cdc/106/106_stmt.html)
NLD91 Nederlandse Lever Darm Stichting. Spijsverteringsziekten: ernst en omvang. Breukelen: NLD, 1991.
Ros97 Rosenfeld M, Davis R, FitzSimmons S, e.a. Gender gap in cystic fibrosis mortality. Am J Epidemiol 1997;
      145: 794-803.
Ros98 Rosenstein BJ, Zeitlin PL. Cystic fibrosis. Lancet 1998; 351: 277-82.
Sin97 Singer RB. Cystic fibrosis mortality: registry data of cystic fibrosis. J Insur Med 1997; 29: 233-9.
Sta96 Besluit van 5 juni 1996 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het
      bevolkingsonderzoek alsmede van het Besluit bevolkingsonderzoek. Staatsblad 1996; nr 335. Den Haag:
      SDU, 1996.
Wie01 Wiedemann B, Steinkamp G, Sens B, Stern M. The German cystic fibrosis quality assurance project:
      clinical features in children and adults. Eur Respir J 2001; 17: 1187-94.
20    Wet bevolkingsonderzoek: screening van pasgeborenen op taaislijmziekte
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>A  De adviesaanvraag
B  De commissie
   Bijlagen
21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>22 Wet bevolkingsonderzoek: screening van pasgeborenen op taaislijmziekte</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Bijlage A
        De adviesaanvraag
        Op 6 december 2001 schreef de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de
        Voorzitter van de Gezondheidsraad (brief kenmerk GZB/GZ 2.238.582):
        Het bestuur van het Academisch Ziekenhuis Vrije Universiteit, Afdeling Kindergeneeskunde, subafdeling
        Kinderlongziekten, heeft op 9 november 2001 in het kader van de Wet op het bevolkingsonderzoek een ver-
        gunning aangevraagd voor opsporing van cystische fibrose bij pasgeborenen.
        Ik ben van oordeel dat sprake is van een vergunningplichtig bevolkingsonderzoek en acht de aanvraag vol-
        doende gedocumenteerd.
        Ik leg u de aanvraag hierbij daarom voor ter toetsing aan de wettelijke criteria. Gehoord uw beoordeling be-
        sluit ik over vergunningverlening.
        De Minister van Volksgezondheid,
        Welzijn en Sport,
        w.g. dr E Borst-Eilers.
23      De adviesaanvraag
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>24 Wet bevolkingsonderzoek: screening van pasgeborenen op taaislijmziekte</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Bijlage B
        De commissie
            dr H Rigter, voorzitter
            hoogleraar sociale aspecten van medische technologie; Erasmus Universiteit
            Rotterdam
            dr EMA Bleiker,
            psycholoog; Nederlands Kankerinstituut, Amsterdam
            dr HR Büller
            hoogleraar vasculaire geneeskunde; Academisch Medisch Centrum, Amsterdam
            dr JJM van Delden,
            ethicus; Universiteit Utrecht
            dr mr JCJ Dute,
            gezondheidsjurist, Universiteit Maastricht
            dr LP ten Kate,
            hoogleraar klinische genetica; Vrije Universiteit, Amsterdam
            dr FW van der Waals,
            huisarts, Amsterdam
            JK van Wijngaarden, arts, adviseur
            Inspectie voor de Gezondheidszorg, Den Haag
            dr PMM Beemsterboer, secretaris
            Gezondheidsraad, Den Haag
            WA van Veen, arts, secretaris
            Gezondheidsraad, Den Haag
25      De commissie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>