<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Onderwerp          : Briefadvies Vergelijking advieswaarde voor zwavelwaterstof
Uw kenmerk         : G&VW/GW/2009/1078
Ons kenmerk        : 22-09/AvdB/fs/459-V63        Publicatie nr. 2010/06OSH
Bijlagen           :2
Datum              : 15 juli 2010
Geachte minister,
Op 22 januari 2009 ontving de Gezondheidsraad een verzoek van het Ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid om voor een vijftal stoffen de door de Gezondheidsraad geadviseerde
gezondheidskundige advieswaarde te heroverwegen op basis van het SCOEL-advies voor de
betreffende stof (zie bijlage A). Ik heb dit verzoek voorgelegd aan de Commissie Gezondheid en
beroepsmatige blootstelling aan stoffen (GBBS) (zie bijlage B). In dit briefadvies bericht ik u over
de bevindingen van de commissie met betrekking tot de gezondheidskundige advieswaarde voor
zwavelwaterstof (H2S).
Advies Gezondheidsraad (2006)
In 2006 heeft de toenmalige Commissie WGD (de voorganger van de Commissie GBBS) de
gevolgen van blootstelling aan zwavelwaterstof beoordeeld en een gezondheidskundige
advieswaarde voor zwavelwaterstof voorgesteld van 2.3 mg/m3 (1.6 ppm). Dit advies van de
Gezondheidsraad is vervolgens de basis geweest voor het advies van de SCOEL dat begin 2007
is verschenen. Hoewel de SCOEL dezelfde kritische studie en hetzelfde gezondheidseffect
(weefselschade in de neus) als uitgangspunt neemt voor het afleiden van de gezondheidskundige
advieswaarde, stelt de SCOEL een gezondheidskundige advieswaarde voor die hoger ligt dan die
van de Commissie WGD. Dit verschil is te verklaren doordat de SCOEL een kleinere
extrapolatiefactor nodig achtte dan de Commissie WGD om te compenseren voor verschillende
onzekerheden (namelijk 2 versus 6).
Bezoekadres                                                             Postadres
Parnassusplein 5                                                        Postbus 16052
2511 VX    Den Haag                                                     2500 BB   Den Haag
Telefoon (070) 340 70 17                                                Telefax (070) 340 75 23
E-mail: a.vander.burght@gr.nl                                           www.gr.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Onderwerp          : Briefadvies Vergelijking advieswaarde voor zwavelwaterstof
Ons kenmerk        : 22-09/AvdB/fs/459-V63          Publicatie nr. 2010/06OSH
Pagina             :2
Datum              : 15 juli 2010
Nieuwe gegevens van Schroeter e.a.
Na het verschijnen van het advies van de Gezondheidsraad en de SCOEL zijn enkele nieuwe
studies verschenen. Twee studies daarvan zijn van belang voor het afleiden van gezondheids-
kundige advieswaarden: Schroeter e.a. 20061, en Schroeter e.a. 20102.
      In de studie van Schroeter e.a. (2006), hebben de auteurs farmacokinetisch modellen gebruikt
om inzicht te krijgen in het verschil in opname van zwavelwaterstof door neusepitheel van
respectievelijk de mens en de rat. De auteurs concluderen dat de opname van zwavelwaterstof via
de neus door de mens de helft is van de opname via de neus door de rat.
      In 2010 hebben Schroeter e.a. een studie gepubliceerd waarin zij een ander model voor de
neus hebben gebruikt. Zij geven aan dat dit model beter en verfijnder is dan het model uit 2006 en
dat daarom de eerdere getalsmatige resultaten uit de studie van 2006 met enige voorzichtigheid
geïnterpreteerd moeten worden. Met het nieuwe model onderzochten de auteurs de verschillen in
opname van zwavelwaterstof tussen mensen; hun conclusie is dat de variatie tussen mensen
beperkt is.
Afleiden gezondheidskundige advieswaarde
De Commissie GBBS blijft bij haar oordeel dat de studies van Dorman e.a. (2004),
Brenneman e.a. (2000) en Moulin e.a. (2002) de belangrijkste studies zijn voor het afleiden
van de gezondheidskundige advieswaarde voor zwavelwaterstof. Bij een concentratie van
14 mg/m3 worden geen effecten meer waargenomen in neuzen van ratten. De commissie
beschouwt deze concentratie daarom als een geen-waargenomen-nadelig-effect-niveau (NOAEL).
De NOAEL dient vervolgens vertaald te worden naar een gezondheidskundige advieswaarde.
Hierbij houdt de commissie rekening met verschillende onzekerheden; interspecies variatie,
interindividuele variatie (intraspecies variatie), verschil in blootstellingduur, kwaliteit van de
dataset enzovoort.
      In geval van zwavelwaterstof is er sprake van een lokaal effect. In het algemeen acht de
Commissie GBBS een factor die compenseert voor verschillen tussen proefdier en mens dan niet
nodig. Een farmacokinetisch model laat echter zien dat de hoeveelheid zwavelwaterstof die via de
neus kan worden opgenomen bij de mens geringer is dan bij de rat, hetgeen zou kunnen leiden tot
toepassing van een factor kleiner dan 1. De Commissie GBBS is echter van mening dat de
Bezoekadres                                                                 Postadres
Parnassusplein 5                                                            Postbus 16052
2511 VX     Den Haag                                                        2500 BB   Den Haag
Telefoon (070) 340 70 17                                                    Telefax (070) 340 75 23
E-mail: a.vander.burght@gr.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Onderwerp           : Briefadvies Vergelijking advieswaarde voor zwavelwaterstof
Ons kenmerk         : 22-09/AvdB/fs/459-V63       Publicatie nr. 2010/06OSH
Pagina              :3
Datum               : 15 juli 2010
resultaten van de studie van Schroeter e.a. (2006) - hoewel deze zeker waardevol zijn - met enige
voorzichtigheid geïnterpreteerd moeten worden, zoals Schroeter e.a. (2010) ook opmerken.
       De commissie past een factor 2 toe om te compenseren voor (1) de verschillen in
blootstellingduur (van subchronisch (6 uur per dag) in het dierexperiment naar chronische
beroepsmatige blootstelling, 8 uur per dag) en (2) de beperkte gegevens over de pathologie. Dit is
in lijn met het gezondheidsraadadvies uit 2006.
      Daarnaast werd in het Gezondheidsraadadvies uit 2006 een onzekerheidsfactor van 3 gebruikt
om te compenseren voor de interindividuele verschillen (intraspecies variatie) in kinetiek en
dynamiek. Op basis van de studie van Schroeter e.a. (2010), concludeert de commissie echter dat
de interindividuele verschillen in kinetiek tussen mensen (de opname van zwavelwaterstof) slechts
minimaal zijn. Een verlaging van de onzekerheidsfactor zou daarom te verdedigen zijn; De vraag
is echter hoe groot de factor die compenseert voor het interindividuele verschil in dynamiek tussen
mensen dan wel moet zijn. De commissie is van mening dat het lastig blijft om de onzekerheid in
de dynamiek getalsmatig onderbouwd uit te drukken en besluit daarom, veiligheidshalve, een
factor 3 voor de compensatie van interindividuele verschillen te handhaven.
Conclusie en advies
De Commissie GBBS handhaaft op basis van bovenstaande overwegingen een gezondheids-
kundige advieswaarde voor zwavelwaterstof van 2.3 mg/m3 (tijdgewogen gemiddelde over 8 uur
per dag); dit is de gezondheidskundige advieswaarde die de commissie heeft voorgesteld in 2006.
Het advies van de SCOEL en de nieuw verschenen studies sinds 2007 zijn voor de commissie geen
aanleiding de gezondheidskundige advieswaarde voor zwavelwaterstof aan te passen.
Ik onderschrijf de conclusies en aanbevelingen van de commissie en hoop u hiermee voldoende te
hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet,
Prof. dr. ir. D. Kromhout
waarnemend voorzitter
Bezoekadres                                                             Postadres
Parnassusplein 5                                                        Postbus 16052
2511 VX     Den Haag                                                    2500 BB    Den Haag
Telefoon (070) 340 70 17                                                Telefax (070) 340 75 23
E-mail: a.vander.burght@gr.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Onderwerp          : Briefadvies Vergelijking advieswaarde voor zwavelwaterstof
Ons kenmerk        : 22-09/AvdB/fs/459-V63       Publicatie nr. 2010/06OSH
Pagina             :4
Datum              : 15 juli 2010
Literatuur
1       Schroeter J.D., Kimbell J.S., Andersen M.E., Dorman D.C., Use of a pharmacokinetic-
        driven computational fluid dynamics model to predict nasal extraction of hydrogen sulfide
        in rats and humans. Toxicol. Sciences 2006; 94(2): 359-367.
2       Schroeter J.D., Garcia G.J.M. Kimbell J.S., A computational fluid dynamics approach to
        assess interhuman variability in hydrogen sulfide nasal dosimetry. Inhal. Toxicol. 2010;
        22(4): 277-286.
Bezoekadres                                                            Postadres
Parnassusplein 5                                                       Postbus 16052
2511 VX    Den Haag                                                    2500 BB    Den Haag
Telefoon (070) 340 70 17                                               Telefax (070) 340 75 23
E-mail: a.vander.burght@gr.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Bijlage A
        De adviesaanvraag
        Op 22 januari 2009 ontving de Gezondheidsraad een verzoek van het Ministerie van
        Sociale Zaken en Werkgelegenheid om voor een vijftal stoffen de door de Gezondheids-
        raad geadviseerde gezondheidskundige advieswaarde te heroverwegen op basis van het
        SCOEL-advies voor de betreffende stof:
        Geachte mevrouw Wijbenga,
        Bij brief van 27 november 2008 (kenmerk ARBO/P&G/2008/33902) heeft het wnd hoofd van de afdeling
        Gezond Werken van mijn directie u verzocht om, ter voorbereiding van een quick scan voor de gezond-
        heidskundige advieswaarden voor zeven met name genoemde stoffen, een inventarisatie uit te voeren. De
        context van dit verzoek is in bedoelde brief toegelicht. In concreto werd u in deze brief verzocht om eerst
        een inventarisatie uit te voeren, waarna ik u een nauwkeurig omschreven verzoek voor de verdere werk-
        zaamheden zou doen toekomen. Ik verzoek u dit verzoek door te geleiden naar de voorzitter van de Gezond-
        heidsraad.
        Bedoelde inventarisatie heb ik inmiddels ontvangen, en is onlangs besproken tussen medewerkers van de
        Gezondheidsraad en mijn directie, waarvoor mijn dank. Mijn concrete verzoek luidt nu als volgt.
        Ik verzoek u om heroverweging van de eerder door de Gezondheidsraad geadviseerde gezondheidskundige
        advieswaarden, op basis van het SCOEL-advies voor de stof. Voor zover nodig verzoek ik u bij deze her-
        overweging de nieuwe onderzoeken te betrekken waar de SCOEL zich op baseert bij zijn advies, en die ten
        tijde van het advies van de Gezondheidsraad nog niet beschikbaar waren. Ik heb er nota van genomen dat
        De adviesaanvraag                                                                                           1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>het volgens uw medewerkers noodzakelijk kan zijn eerst een wetenschappelijk verantwoorde samenvatting
van deze onderzoeken te (laten) maken.
Voor wat betreft de lijst van stoffen kunt u formaldehyde op grond van de inventarisatie tot eventueel nader
verzoek buiten beschouwing laten
Voor wat betreft de planning verzoek ik u om het advies uiterlijk 1 juli 2010.
Hoogachtend,
Directeur Gezond en Veilig Werken,
w.g.
drs. M.P. Flier
De adviesaanvraag                                                                                            2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Bijlage B
        De commissie
        •  prof. dr. G.J. Mulder, voorzitter
           emeritus hoogleraar toxicologie, Universiteit Leiden
        •  dr. R.B. Beems
           toxicologisch patholoog, voorheen werkzaam bij het Rijksinstituut voor Volksge-
           zondheid en Milieu, Bilthoven
        •  dr. P.J. Boogaard
           toxicoloog, Shell International BV, Den Haag
        •  mr. J.J.A.M. Brokamp, adviseur
           Sociaal-Economische Raad, Den Haag
        •  prof. dr. ir. D.J.J. Heederik
           hoogleraar gezondheids-risicoanalyse, Institute for Risk Assessment Sciences,
           Utrecht
        •  dr. ir. R. Houba
           arbeidshygiënist, Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Longaandoeningen, Utrecht
        •  prof. dr. H. van Loveren
           hoogleraar immunotoxicologie, Universiteit van Maastricht; Rijksinstituut voor
           Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven
        •  dr. T.M. Pal
           bedrijfsarts, Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, Amsterdam
        •  prof. dr. A.H. Piersma
           reproductietoxicoloog, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven
        De commissie                                                                       3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>•    prof. dr. H.P.J te Riele
     moleculair bioloog, Nederlands Kanker Instituut - Antonie van Leeuwenhoek,
     Amsterdam
•    prof. dr. ir. I.M.C.M. Rietjens
     hoogleraar toxicologie, Wageningen Universiteit en Researchcentrum, Wageningen
•    dr. H. Roelfzema, adviseur
     ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Den Haag
•    dr. G.M.H. Swaen
     epidemioloog, Dow Benelux NV, Terneuzen
•    dr. ir. R.C.H. Vermeulen
     epidemioloog, Institute for Risk Assessment Sciences, Utrecht
•    prof. dr. R.A. Woutersen
     toxicologisch patholoog, TNO Kwaliteit van Leven, Zeist; hoogleraar translationele
     toxicologie, Wageningen Uiversiteit en Researchcentrum, Wageningen
•    drs. P.B. Wulp
     bedrijfsarts, Arbeidsinspectie, Groningen
•    dr. A.S.A.M van der Burght
     Gezondheidsraad, Den Haag, secretaris
De Gezondheidsraad en belangen
Leden van Gezondheidsraadcommissies – waaronder sinds 1 februari 2008 ook de leden
van de RGO – worden benoemd op persoonlijke titel, wegens hun bijzondere expertise
inzake de te behandelen adviesvraag. Zij kunnen echter, dikwijls juist vanwege die
expertise, ook belangen hebben. Dat behoeft op zich geen bezwaar te zijn voor het lid-
maatschap van een Gezondheidsraadcommissie. Openheid over mogelijke belangencon-
flicten is echter belangrijk, zowel naar de voorzitter en de overige leden van de
commissie, als naar de voorzitter van de Gezondheidsraad. Bij de uitnodiging om tot de
commissie toe te treden wordt daarom aan commissieleden gevraagd door middel van
het invullen van een formulier inzicht te geven in de functies die zij bekleden, en andere
materiële en niet-materiële belangen die relevant kunnen zijn voor het werk van de com-
missie. Het is aan de voorzitter van de raad te oordelen of gemelde belangen reden zijn
iemand niet te benoemen. Soms zal een adviseurschap het dan mogelijk maken van de
expertise van de betrokken deskundige gebruik te maken. Tijdens de installatievergade-
ring vindt een bespreking plaats van de verklaringen die zijn verstrekt, opdat alle com-
missieleden van elkaars eventuele belangen op de hoogte zijn.
De commissie                                                                               4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>