<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Adviezen Aandachtsgebieden De taak van de Ge zond heids raad is mi nis ters en parlement te advise ren over vraag stukken op het gebied van de volksgezond­ heid. De meeste ad vie zen die de Gezondheidsraad jaar lijks uit­ brengt worden ge schre ven op verzoek van een van de bewinds­ lieden. Met enige regelmaat brengt de Gezondheidsraad ook ongevraag de adviezen uit, die een signale rende functie hebben. In sommige gevallen leidt een signalerend advies tot het verzoek van een minister om over dit onderwerp verder te adviseren. Gezondheidsraad Optimale gezondheidszorg Wat is het optimale resultaat van zorg (cure en care) gezien de risico’s en kansen? Gezonde leefomgeving Welke invloeden uit het milieu kunnen een positief of negatief effect hebben op de gezondheid? Preventie Met welke vormen van preventie valt er een aanzienlijke gezond­ heidswinst te behalen? Gezonde arbeids­ omstandigheden Hoe kunnen werk­ nemers beschermd worden tegen arbeids­ omstandigheden die hun gezondheid mogelijk schaden? Gezonde voeding Welke voedingsmiddelen bevorderen een goede gezondheid en welke brengen bepaalde gezond­ heidsri sico’s met zich mee? Innovatie en kennisinfrastructuur Om kennis te kunnen oogsten op het gebied van de gezondheids zorg moet er eerst gezaaid worden. www.gezondheidsraad.nl Gezondheidsraad Repeterende handelingen tijdens werk Risico’s voor de gezondheid 2013/05 Repeterende handelingen tijdens werk 2013/05</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Repeterende handelingen
tijdens werk
     Risico’s voor de gezondheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Onderwerp             : Aanbieding advies Repeterende handelingen tijdens werk
Uw kenmerk            : ARBO/A&V/2007/22676
Ons kenmerk           : U 7669/AvdB/fs/832-F4
Bijlagen              :1
Datum                 : 19 april 2013
Geachte minister,
Per brief vroeg uw ambtsvoorganger mij om advies over verschillende arbeidsomstandig-
hedenrisico’s. Graag bied ik u hierbij het advies aan over repeterende handelingen tijdens
werk. Het advies is opgesteld door de Commissie Signalering arbeidsomstandigheden-
risico’s.
Veel werknemers in Nederland geven aan regelmatig repeterende handelingen uit te voeren.
Dit advies beantwoordt de vraag of er mogelijkheden zijn voor een gezondheidskundige of
veiligheidskundige grens. Op basis van de beschikbare wetenschappelijke gegevens signa-
leert de commissie dat er aanwijzingen zijn dat repeterende handelingen een gezondheids-
risico vormen voor specifieke aandoeningen en voor aspecifieke klachten aan de bovenste
extremiteiten (gewrichten van schouders, ellebogen, polsen en handen). Echter, de commis-
sie ziet geen mogelijkheden om een gezondheidskundige advieswaarde vast te stellen.
De commissie heeft gebruikgemaakt van commentaren die zijn ontvangen op een openbaar
concept van dit advies en van de oordelen die zijn ingewonnen bij de Beraadsgroep
Gezondheid en omgeving.
Ik heb het advies vandaag ook ter kennisname toegezonden aan de minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Met vriendelijke groet,
prof. dr. W.A. van Gool,
voorzitter
Bezoekadres                                                           Postadres
Rijnstraat 50                                                         Postbus 16052
2515 XP Den             Haag                                          2500 BB Den     Haag
E - m a il : a . vd . b u r g h t@ g r. n l                           w w w. g r. n l
Te l e f o o n ( 0 7 0 ) 3 4 0 7 0 1 7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Repeterende handelingen
tijdens werk
Risico’s voor de gezondheid
Commissie Signalering arbeidsomstandighedenrisico's
Een commissie van de Gezondheidsraad
aan:
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Nr. 2013/05, Den Haag, 19 april 2013
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>De Gezondheidsraad, ingesteld in 1902, is een adviesorgaan met als taak de rege-
ring en het parlement ‘voor te lichten over de stand der wetenschap ten aanzien
van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids-
(zorg)onderzoek’ (art. 22 Gezondheidswet).
     De Gezondheidsraad ontvangt de meeste adviesvragen van de bewindslieden
van Volksgezondheid, Welzijn & Sport; Infrastructuur & Milieu; Sociale Zaken
& Werkgelegenheid; Economische Zaken en Onderwijs, Cultuur & Wetenschap.
De raad kan ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen, en ontwikkelingen of
trends signaleren die van belang zijn voor het overheidsbeleid.
     De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en worden als regel
opgesteld door multidisciplinaire commissies van – op persoonlijke titel
benoemde – Nederlandse en soms buitenlandse deskundigen.
                 De Gezondheidsraad is lid van het European Science Advisory Network
                 for Health (EuSANH), een Europees netwerk van wetenschappelijke
                 adviesorganen.
                 De Gezondheidsraad is lid van het International Network of Agencies for Health
                 Technology Assessment (INAHTA), een internationaal samenwerkingsverband
                 van organisaties die zich bezig houden met health technology assessment.
  I NA HTA
U kunt het advies downloaden van www.gr.nl.
Deze publicatie kan als volgt worden aangehaald:
Gezondheidsraad. Repeterende handelingen tijdens werk. Risico’s voor de
gezondheid. Den Haag: Gezondheidsraad, 2013; publicatienr. 2013/05.
Preferred citation:
Health Council of the Netherlands. Repetitive movements at work. Risk to
health. The Hague: Health Council of the Netherlands, 2013; publication no.
2013/05.
auteursrecht voorbehouden
all rights reserved
ISBN: 978-90-5549-948-9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>   Inhoud
   Samenvatting 9
   Executive summary 13
   Inleiding 17
.1 Repeterende handelingen: begripsomschrijving 17
.2 Omvang van repeterende handelingen tijdens werk 18
.3 Rapport over RSI 18
.4 De adviesaanvraag 19
.5 Aanpak van de commissie 19
.6 Leeswijzer 20
   Wetten en richtlijnen 21
.1 Het Arbeidsomstandighedenwet, -besluit en -regeling 21
.2 Internationaal geldende richtlijn 21
.3 Overige richtlijnen 22
   Gezondheidsrisico’s door repeterende handelingen tijdens werk 25
.1 Brede literatuurverkenning 25
.2 Systematisch literatuuronderzoek 26
.3 Gezondheidsschade door repeterende handelingen tijdens werk 26
   Inhoud                                                           7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre> .4 Beschouwing van de bevindingen 30
 .5 Conclusie 31
    Betekenis van aandoeningen en klachten aan het bewegingsapparaat 33
 .1 Prevalentie 33
 .2 Prognose 35
 .3 Ziekteverzuim en ziektelast 36
 .4 Conclusie 37
    Mogelijkheden voor grenswaarden en conclusie 39
 .1 Gezondheidsrisico’s van repeterende handelingen 39
 .2 Gezondheidskundige advieswaarden 41
 .3 Antwoord op de adviesvraag 41
    Literatuurlijst 43
    Bijlagen 49
A   Adviesaanvraag 51
B   Commissie Signalering arbeidsomstandighedenrisico’s 55
C   Brede literatuurverkenning 59
D   Systematisch literatuuronderzoek 63
E   OCRA methode 67
F   Extractietabel specifieke aandoeningen aan de bovenste extremiteiten 73
G   Beschrijving van de studies over specifieke aandoeningen aan de bovenste extremiteiten 77
H   Extractietabel aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten 79
    Beschrijving van de studies over aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten 83
    Extractietabel overige klachten 85
K   Beschrijving van de studies over overige klachten 87
L   Commentaar op concept van het advies 89
    Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Samenvatting
De adviesvraag
Op verzoek van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is de
Gezondheidsraad nagegaan of er nu of op termijn mogelijkheden zijn voor aflei-
ding van een gezondheidskundige of veiligheidskundige grenswaarde voor repe-
terende handelingen tijdens werk. Dit advies past in een reeks waarin de
Commissie Signalering arbeidsomstandighedenrisico’s verschillende arbeidsri-
sico’s uit de Arbeidsomstandighedenwet en bijbehorende regelgeving onder de
loep neemt. De commissie heeft de wetenschappelijke gegevens bestudeerd over
nadelige gezondheidseffecten van repeterende handelingen.
Definitie en omvang problematiek
Volgens de commissie is er sprake van repeterende handelingen wanneer de
bovenste extremiteiten (gewrichten van schouders, ellebogen, polsen en handen)
herhaalde (kort-cyclische) bewegingen maken. Repeterende handelingen zoals
bij beeldschermwerk worden niet in dit advies opgenomen omdat daarvoor een
separaat advies van de commissie is verschenen.
    In het kader van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2011 gaf
ruim één op de drie Nederlandse werknemers aan regelmatig repeterende hande-
lingen uit te voeren tijdens werk. Sectoren waarin repeterende handelingen het
meest voorkomen zijn de vleesverwerkende industrie, de machine-industrie en
Samenvatting                                                                   9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>  apparatenbouw, de detailhandel, en de bouw. In deze sectoren geeft bijna de helft
  van de werknemers aan regelmatig herhalende bewegingen te maken. Belang-
  rijke beroepen in dit opzicht zijn vleesverwerkers, assemblagewerkers, caissiè-
  res, kapsters, schilders en musici.
       Onderzoek laat zien dat werknemers die regelmatig repeterende handelingen
  uitvoeren gezondheidsklachten kunnen ondervinden. Dit betreft specifieke aan-
  doeningen en aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten. Nadelige
  gezondheidseffecten hebben niet alleen weerslag op het welzijn in het dagelijks
  leven, maar kunnen ook leiden tot een verlies aan productiviteit in het werk en
  tot ziekteverzuim.
  Huidige wetten en richtlijnen
  Er zijn geen wettelijke Nederlandse bronnen die concrete uitspraken doen over
  gezondheids- en/of veiligheidskundige grenswaarden voor blootstelling aan
  repeterende handelingen. In de internationale richtlijnen wordt verwezen naar de
  Occupational Repetitive Action (OCRA) methode om in te schatten wat het
  risico op overbelasting aan de bovenste ledematen is tengevolge van het repeti-
  tief hanteren van lichte lasten. Deze methode is echter vooral op basis van con-
  sensus ontwikkeld en de validering van deze methode is zeer beperkt. Het is niet
  mogelijk te zeggen hoeveel gezondheidsschade wordt voorkomen door het toe-
  passen van de methode.
       De registratierichtlijnen van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten
  (NCvB) gelden als richtlijn voor het melden van beroepsziekten. De registratie-
  richtlijn die relevant is voor repeterende handelingen heeft ook betrekking op
  beeldschermwerk (dat in dit advies buiten beschouwing blijft) en is daarom voor
  dit advies niet relevant.
       De Inspectie SZW gebruikt bij haar handhaving de Hand Arm Risicobeoor-
  delings Methode (HARM) om het risico op arm-, nek- of schouderklachten te
  bepalen. Deze methode is echter maar gedeeltelijk gevalideerd en maakt niet dui-
  delijk hoeveel gezondheidsschade erdoor wordt voorkomen.
  Risico’s voor de gezondheid door repeterende handelingen
  De commissie kon over verschillende prospectieve cohort- en patiënt-controle-
  studies beschikken waarin het optreden van specifieke aandoeningen en aspeci-
  fieke klachten aan de bovenste extremiteiten als gevolg van repeterende
  handelingen is onderzocht.
0 Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>     De commissie signaleert dat de beschikbare epidemiologische studies aan-
wijzingen opleveren dat repeterende handelingen tijdens werk een gezondheids-
risico vormen voor specifieke aandoeningen aan de bovenste extremiteiten, zoals
carpaal tunnel syndroom en epicondylitis lateralis (‘tennisarm’). Ook zijn er aan-
wijzingen dat repeterende handelingen een gezondheidsrisico vormen voor aspe-
cifieke klachten aan de bovenste extremiteiten.
     Deze epidemiologische literatuur vertoont een aantal gebreken. Zo ontbreekt
een heldere definitie van repeterende handelingen. Ook hanteren de studies een
grote diversiteit aan blootstellingmaten en is de informatie over de blootstelling
aan repeterende handelingen veelal onvolledig.
     Op basis van de beschikbare gegevens is dan ook niet mogelijk om aan te
geven in welke mate repeterende handelingen kunnen worden uitgevoerd zonder
dat er gezondheidsklachten ontstaan.
Conclusie
Op basis van de beschikbare wetenschappelijke gegevens zijn er aanwijzingen
dat repeterende handelingen een gezondheidsrisico vormen voor specifieke aan-
doeningen aan de bovenste extremiteiten, zoals carpaal tunnel syndroom en epi-
condylitis lateralis en voor aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten.
     Gezien de heterogeniteit van de gehanteerde blootstellingsmaten kon de
commissie de aanwijzingen uit de beschikbare epidemiologische literatuur niet
goed vertalen naar zinvolle maten van blootstelling. Het is dan ook niet mogelijk
gezondheidskundige advieswaarden te formuleren die het ontstaan van speci-
fieke aandoeningen en aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten kun-
nen voorkomen.
Samenvatting                                                                       11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>2 Repeterende handelingen tijdens werk</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Executive summary
Health Council of the Netherlands. Repetitive movements at work. Risk to
health. The Hague: Health Council of the Netherlands, 2013; publication
no. 2013/05.
The request for advice
On request of the Minister of Social Affairs and Employment (SZW), the Health
Council of the Netherlands examined the question of whether there are current or
longer term options for deriving concrete occupational health-related or safety-
related exposure limits for repetitive movements at work. This advisory report is
one of a series in which the Committee on the Identification of Workplace Risks
examines various occupational risks covered by the Dutch Working Conditions
Act and its associated regulations. The Committee has studied the scientific
evidence on the negative health effects of repetitive movements.
Definition and scope of the problem
In the view of the Committee, repetitive movements occurs when the upper
extremities (the shoulder, elbow, wrist and/or hand joints) make repeated
movements within a short cycle. In their replies to the Nationale Enquête
Arbeidsomstandigheden 2011 (the 2011 national working conditions survey),
more than one in three employees in the Netherlands reported carrying out
repetitive movements on a regular basis in their work. The sectors where
repetitive movements occur most are the meat-processing industry, the
mechanical engineering industry, the retail trade, and the construction industry.
Almost half of all employees in these sectors claim to carry out regular repetitive
Executive summary                                                                   13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>  movements. This primarily involves meat-processing employees, assembly
  workers, people who operate cash tills, hairdressers, painters and musicians.
      Research has shown that employees who regularly perform repetitive
  movements can experience health-related complaints. This concerns specific and
  non-specific health conditions that affect the upper extremities. Negative health
  effects have an impact not just on people’s well-being in daily life, but can also
  lead to a loss of productivity at work and sick leave.
  Current laws and guidelines
  There are no references in Dutch law to concrete measures regarding health-
  related and/or safety-related limits to exposure to repetitive movements at work.
  International guidelines refer to the Occupational Repetitive Action (OCRA)
  method as a means of evaluating what the risk of straining the upper limbs is as a
  result of repetitive movements involving light loads. However, this method relies
  primarily on an expert’s consensus and its validity remains limited. In addition, it
  is not possible to say how much damage to health is prevented through the
  application of the method.
      The registration guidelines of the Netherlands Center for Occupational
  Diseases (NCvB) are used as the criteria for reporting occupational diseases. The
  registration guideline that is relevant to repetitive movements also relates to
  work with computer use (which is outside the remit of this advisory report) and is
  therefore not relevant to this advisory report.
      The Inspectorate SZW uses the Hand Arm Risk assessment Method (HARM)
  when determining the risk of arm, neck, or shoulder complaints. However, this
  method has only been partly validated and it is not clear how much damage to
  health it prevents.
  Health risks due to repetitive movements at work
  The Committee had various prospective cohort and patient-control studies at its
  disposal in which the occurrence of health-related problems resulting from
  repetitive movements had been investigated.
      The Committee notes that the available epidemiological studies indicate that
  repetitive movements at work forms a health risk as far as specific disorders of
  the upper extremities, such as carpal tunnel syndrome and lateral epicondylitis
  (‘tennis elbow’), are concerned. There are also indications that repetitive
  movements form a health risk for forms of non-specific complaints to the upper
  extremities.
4 Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>     The epidemiological literature has a number of shortcomings. There is no
clear-cut definition of repetitive movements, for example. In addition, the studies
use a wide range of exposure criteria and the information about exposure to
repetitive movements is largely incomplete.
     On the basis of the data available, it is therefore impossible to state the
degree to which repetitive movements can be carried out without the occurrence
of health-related problems.
Conclusion
Based on the available scientific data, there are indications that repetitive
movements at work form a health risk in relation to specific disorders to the
upper extremities, such as carpal tunnel syndrome and lateral epicondylitis, and
non-specific complaints of the upper extremities.
     In the light of the heterogeneity of the exposure criteria used, the Committee
has been unable to translate the evidence from the available epidemiological
literature into meaningful exposure criteria. It is therefore not possible to
formulate advisory health-based occupational exposure limits that might prevent
the occurrence of specific disorders and non-specific complaints to the upper
extremities.
Executive summary                                                                   15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>6 Repeterende handelingen tijdens werk</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre> oofdstuk 1
          Inleiding
          Een op de drie Nederlandse werknemers verricht regelmatig repeterende hande-
          lingen tijdens het werk. Dit kan leiden tot gezondheidsklachten aan schouders,
          ellebogen, polsen en handen. De Commissie Signalering arbeidsomstandighe-
          denrisico’s van de Gezondheidsraad heeft daarom gekeken of er gezondheids-
          kundige of veiligheidskundige grenswaarden vast te stellen zijn op basis van de
          stand van wetenschap. Daarover gaat dit advies.
1.1       Repeterende handelingen: begripsomschrijving
          In de literatuur worden veel definities gehanteerd van repeterende handelingen.
          Deze definities zijn gericht op het beschrijven van specifieke handelingen, maar
          zijn niet goed geschikt om de complexiteit van de dagelijkse blootstelling aan
          repeterende handelingen in diverse beroepen in epidemiologische onderzoeken
          te operationaliseren.
          Volgens de commissie is er sprake van repeterende handelingen wanneer de
          bovenste extremiteiten (gewrichten van schouders, ellebogen, polsen en handen)
          herhaalde (kort-cyclische) bewegingen maken.1,2 Bewegingen waarbij ook een
          last wordt getild of gedragen, worden alleen repeterend genoemd als deze last
          minder dan drie kilo weegt.1,2 Wanneer de last drie kilo of meer weegt, is er
          sprake van tillen of dragen.1,2
          Inleiding                                                                        17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>    De commissie richt zich in dit advies uitsluitend op handelingen waarbij de
    bovenste extremiteiten betrokken zijn. Bij handelingen met de nek, romp of
    onderste extremiteiten ligt de nadruk vaak op houdingen en staat het repeterende
    karakter minder op de voorgrond. Ook beeldschermwerk, en dan vooral data-
    invoer, is een vorm van repeterend werk. Deze laatste vorm van repeterende han-
    delingen is door de commissie niet in dit advies opgenomen, omdat daarvoor een
    separaat advies van de commissie is verschenen.3
1.2 Omvang van repeterende handelingen tijdens werk
    In het kader van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2011 gaf ruim
    een op de drie Nederlandse werknemers aan regelmatig repeterende handelingen
    uit te voeren.4 Repeterende handelingen komen vaak voor in beroepen waarbij
    lopende band, kassa’s en/of joysticks zijn betrokken.4,5 Werknemers die vaak
    repeterende handelingen uitvoeren zijn bijvoorbeeld vleesverwerkers, assembla-
    gewerkers, caissières, kapsters, schilders en musici.4-6 De sectoren waarin repete-
    rende handelingen het meest voorkomen zijn de vleesverwerkende industrie, de
    machine-industrie en apparatenbouw, de detailhandel, en de bouw. In deze secto-
    ren geeft bijna de helft van de werknemers aan regelmatig herhalende bewegin-
    gen te moeten maken.4,5 Ook in subsectoren van de bouw en de industrie, en in
    de post en telecommunicatie, komen herhalende bewegingen veel voor.4,5 In de
    agrarische sector is er sprake van repeterende handelingen bij oogsten, sorteren
    en gewaswerkzaamheden.
1.3 Rapport over RSI
    In 2000 heeft de Gezondheidsraad advies uitgebracht over RSI (Repetitive Strain
    Injury). RSI is in dit advies gedefinieerd als een tot beperkingen of participatie-
    problemen leidend klachtensyndroom aan nek, bovenrug, schouder, boven- of
    onderarm, elleboog, pols of hand of een combinatie hiervan.7 Het syndroom ken-
    merkt zich door een verstoring van de balans tussen belasting en belastbaarheid
    dat door verschillende factoren veroorzaakt kan worden.7 Naast te weinig her-
    steltijd, psychische belasting en geringe sociale ondersteuning worden repete-
    rende handelingen genoemd als mogelijke oorzaak voor RSI.7 De
    Gezondheidsraad concludeerde dat om tot voorstellen te komen voor preventieve
    maatregelen, meer inzicht in de pathofysiologie van RSI-klachten en in de bij-
    drage van de verschillende risicofactoren nodig was.7 De stand van wetenschap
    op het gebied van RSI-risicofactoren was nog ontoereikend voor normstelling.
 8  Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>    Bewijskracht voor de effectiviteit van preventieve maatregelen ontbrak vrijwel
    volledig.
1.4 De adviesaanvraag
    Dit advies maakt onderdeel uit van een reeks adviezen over mogelijke grens-
    waarden voor verschillende arbeidsrisico’s. De minister van Sociale Zaken en
    Werkgelegenheid heeft de Gezondheidsraad op 10 juli 2007 namelijk gevraagd:
    • periodiek te signaleren of er op dit moment nieuwe (internationale) weten-
        schappelijke inzichten zijn met betrekking tot concrete gezondheidskundige
        en/of veiligheidskundige grenswaarden
    • periodiek te signaleren of er op termijn nieuwe (internationale) wetenschap-
        pelijke inzichten zullen zijn met betrekking tot concrete gezondheidskundige
        en/of veiligheidskundige grenswaarden
    • daarnaast heeft de minister gevraagd ook de bestaande wetenschappelijke
        inzichten in beschouwing te nemen. De volledige adviesaanvraag is opgeno-
        men in bijlage A.
    Op 14 maart 2008 werd voor deze taak de Commissie Signalering arbeidsom-
    standighedenrisico’s geïnstalleerd. De commissie is samengesteld uit deskundi-
    gen op het terrein van arbeidsomstandigheden, gezondheid, veiligheid en
    beroepsziekten. De voorzitter en leden van de commissie en haar werkgroep zijn
    vermeld in bijlage B. Op verzoek van het ministerie van SZW gaat dit advies
    over repeterende handelingen.
1.5 Aanpak van de commissie
    De commissie onderzoekt eerst of er gezondheidskundige of veiligheidskundige
    grenswaarden beschikbaar zijn, in Nederland of in het buitenland. Zijn er grens-
    waarden en/of wettelijke bepalingen, dan gaat zij na of die een gezondheidskun-
    dige of veiligheidskundige basis hebben.
    Daarna verkent de commissie de wetenschappelijke literatuur aan de hand van
    overzichtspublicaties. Op deze manier krijgt de commissie inzicht in de gezond-
    heidkundige en veiligheidkundige problematiek als gevolg van repeterende han-
    delingen (bijlage C). Deze eerste fase fungeert als uitgangspunt voor de tweede
    fase waarin de commissie een systematisch literatuuronderzoek verricht (bijlage
    D) en primaire wetenschappelijke publicaties verzamelt over mogelijke nadelige
    effecten van repeterende handelingen op de gezondheid en/of de veiligheid.
    Inleiding                                                                        19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>    De commissie beziet vervolgens of de inzichten uit de literatuur aanleiding
    geven om grenswaarden voor repeterende handelingen te formuleren of bij te
    stellen.
    Heeft de commissie consensus bereikt over de inhoud dan wordt een concept
    openbaar gemaakt voor commentaar door derden. Het ontvangen commentaar
    wordt betrokken bij de afronding van het advies (bijlage L).
1.6 Leeswijzer
    In het tweede hoofdstuk geeft de commissie een overzicht van de beschikbare
    wetten en richtlijnen, zowel nationale als internationale. In het derde hoofdstuk
    beschrijft de commissie de resultaten van het systematisch literatuuronderzoek
    naar de gezondheidseffecten als gevolg van repeterende handelingen. Hoofdstuk
    vier gaat in op de betekenis van specifieke aandoeningen en aspecifieke klachten
    aan de bovenste extremiteiten: hoe ernstig zijn die? Tot slot bevat hoofdstuk vijf
    de conclusies en een antwoord op de adviesvraag.
 0  Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre> oofdstuk 2
          Wetten en richtlijnen
          Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de wetten en regelgeving met betrekking
          tot het arbeidsrisico repeterende handelingen. De Arbeidsomstandighedenwet,
          verder uitgewerkt in Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling, bevat regels
          voor werkgevers en werknemers om de gezondheid, de veiligheid en het welzijn
          van werknemers en zelfstandig ondernemers te beschermen en bevorderen. Ook
          zijn er internationale richtlijnen over repeterende handelingen.
2.1       Het Arbeidsomstandighedenwet, -besluit en -regeling
          In de Arbeidsomstandighedenwet staan algemene bepalingen voor werkgevers
          en werknemers om gezondheid, veiligheid en welzijn van werknemers en zelf-
          standig ondernemers te bevorderen.8 In het Arbeidsomstandighedenbesluit en de
          -regeling, hebben de artikelen 5.1 tot en met 5.6 betrekking op fysieke belasting.
          Noch in deze artikelen noch in andere wet- en regelgeving zijn wettelijke grens-
          waarden voor repeterende handelingen opgenomen.8
2.2       Internationaal geldende richtlijn
          De NEN-ISO 11228-3:2007 ‘Ergonomics – Manual handling – Part 3: Handling
          of low loads at high frequency’ geeft ergonomische aanbevelingen voor repeti-
          tieve werkzaamheden, waaronder het met hoge frequentie handmatig verplaatsen
          van lasten lichter dan 3 kg.9 In deze internationale norm worden methoden ver-
          Wetten en richtlijnen                                                              21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>    meld om aan risicobeheersing te doen, waarbij de voorkeur aan de Occupational
    Repetitive Action (OCRA) methode wordt gegeven.
    De OCRA is een methode voor inschatting van het risico op overbelasting aan de
    bovenste ledematen tengevolge van het repetitief hanteren van lichte lasten (bij-
    lage E).9 De methode is ontwikkeld in 1996 door Occhipinti en Colombini. Con-
    ceptueel is de OCRA-methode gebaseerd op de procedure aanbevolen door de
    National Institute for Occupational Safety and Health (NIOSH-USA) voor de
    berekening van de Lifting Index, maar inhoudelijk stoelt de methode vooral op
    een consensusdocument van de technische commissie van de Internationale
    Ergonomics Association (IEA) over aandoeningen van het bewegingsappa-
    raat.10-14 In een validiteitstudie heeft Grieco (1998) blootstelling aan repeterende
    handelingen vergeleken met de prevalentie van aandoeningen van de bovenste
    extremiteiten. Omdat zowel blootstelling als prevalentie zijn gemeten op
    beroepsniveau is het niet mogelijk associaties af te leiden op individueel
    niveau.15 De commissie constateert dat een epidemiologische onderbouwing van
    de OCRA-methode lijkt te ontbreken, en dat de methode geen informatie ver-
    schaft over hoeveel gezondheidschade ermee te voorkomen is.
2.3 Overige richtlijnen
    Werkgevers zijn verplicht om de risico’s van repeterende handelingen op te
    nemen in hun risico-inventarisatie en -evaluatie. Bij haar handhaving heeft de
    Inspectie SZW de Hand Arm Risicobeoordelings Methode (HARM) tot haar
    beschikking om het risico op arm-, nek- of schouderklachten te bepalen bij werk-
    nemers die regelmatig hand-armtaken verrichten.16,17 De methode is gebaseerd
    op kennis over risicofactoren uit de literatuur, aangevuld met deskundige oorde-
    len. HARM kan toegepast worden bij alle hand-armtaken (behalve beeldscherm-
    werk) die in totaal langer dan een uur per dag duren en waarbij de
    krachtuitoefening met een hand minder dan 6 kg/60 N bedraagt.17 HARM levert
    een risicobeoordeling op, uitgedrukt in een kleurencode volgens een stoplicht-
    model. Een score rood betekent dat de hand-armtaken een sterk verhoogd risico
    op arm-, nek- of schouderklachten meebrengen; de werkgever moet deze hand-
    armtaken wegnemen. Een score oranje betekent dat de hand-armtaken een ver-
    hoogd risico op arm-, nek- of schouderklachten opleveren voor een deel van de
    werknemers. In dat geval moet de werkgever deze hand-armtaken opnemen in de
    risico- inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en maatregelen treffen om het risico te
    verminderen. De Inspectie SZW hanteert deze grove risicobeoordeling, omdat de
    HARM slechts gedeeltelijk gevalideerd is. Ook voor deze methode geldt dat de
 2  Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>relatie met het optreden van arm-, nek- of schouderklachten niet bekend is en dat
dus niet duidelijk is hoeveel gezondheidsschade ermee te voorkomen is.16,17
Het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) hanteert registratiericht-
lijnen die aangeven wat het causale verband is tussen aandoeningen en blootstel-
ling (in het werk) aan arbeidgebonden factoren.18 De registratierichtlijn
Werkgerelateerde aandoeningen aan het bewegingsapparaat aan de bovenste
extremiteit (RSI)19, gebaseerd op onder andere het Saltsa rapport (2000)20, is
relevant voor repeterende handelingen. Deze richtlijn is echter niet exclusief
opgesteld voor repeterende handelingen zoals door de commissie gedefinieerd,
maar heeft ook betrekking op beeldschermwerk.
Wetten en richtlijnen                                                             23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>4 Repeterende handelingen tijdens werk</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre> oofdstuk 3
          Gezondheidsrisico’s door repeterende
          handelingen tijdens werk
          De commissie heeft een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd (bijlage D)
          waarbij de volgende twee vragen centraal stonden: Wat is de gezondheids- en
          veiligheidsproblematiek die ontstaat als gevolg van het arbeidsrisico repeterende
          handelingen tijdens werk? In welke mate is blootstelling (in termen van duur,
          frequentie en/of intensiteit) aan dit arbeidsrisico gerelateerd aan deze problema-
          tiek?
3.1       Brede literatuurverkenning
          Er is een aantal wetenschappelijke literatuurstudies gepubliceerd over het ont-
          staan van gezondheidskundige problematiek door repeterende handelingen.7,21-29
          Over de vraag in hoeverre dit arbeidsrisico ook leidt tot veiligheidskundige pro-
          blematiek heeft de commissie geen overzichtspublicaties gevonden. Ook trof de
          commissie geen originele studies aan waarin veiligheidsproblematiek als gevolg
          van repeterende handelingen werd onderzocht. Potentiële veiligheidskundige
          problematiek als gevolg van repeterende handelingen komt dan ook verder niet
          aan bod in dit advies.
          Aan de hand van gepubliceerde reviews en rapporten constateert de commissie
          dat repeterende handelingen in verband kunnen worden gebracht met een ver-
          hoogd risico op specifieke aandoeningen aan de bovenste extremiteiten, waaron-
          der subacromiaal impingement syndroom (slijmbeursaandoening en/of
          Gezondheidsrisico’s door repeterende handelingen tijdens werk                      25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>    peesaandoening rond het schoudergewricht), epicondylitis medialis (ontsteking
    of irritatie van de aanhechtingsplaats van pezen aan de binnenzijde van het elle-
    booggewricht), epicondylitis lateralis (ontsteking of irritatie van de aanhech-
    tingsplaats van pezen aan de buitenste elleboogknobbel) en carpaal tunnel
    syndroom (beknelling van de middelste zenuw in de pols). De commissie consta-
    teert ook dat repeterende handelingen in verband kunnen worden gebracht met
    een verhoogd risico op aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten. Bij-
    lage C geeft een overzicht van de gevonden overzichtspublicaties.
3.2 Systematisch literatuuronderzoek
    Na de brede verkenning heeft de commissie een systematisch literatuuronder-
    zoek uitgevoerd in verschillende zoekbestanden. Tevens heeft de commissie
    gezocht naar recente studies uitgevoerd bij beroepen (caissières, kapsters, vlees
    verpakkers, assemblage werkers, schilders en musici) waar repeterende hande-
    lingen vaak voorkomen. In bijlage D is beschreven wat de zoekstrategie was en
    hoe de onderzoeken zijn geselecteerd. Voor specifieke aandoeningen aan de
    bovenste extremiteiten heeft de commissie naar prospectieve cohort- en patiënt-
    controleonderzoeken gezocht. Voor aspecifieke klachten aan de bovenste extre-
    miteiten heeft de commissie uitsluitend naar prospectieve cohortstudies gezocht.
    Deze benadering heeft de commissie ook gevolgd bij de andere adviezen over de
    gevolgen van fysieke belasting. Bij prospectieve cohortstudies wordt namelijk de
    blootstelling aan het risico voorafgaand aan het gezondheidseffect bepaald,
    waardoor de kans op vertekening van de associatie het kleinst is. Bij patiënt-con-
    troleonderzoek is weinig vertekening te verwachten wanneer de bepaling van
    blootstelling blind van de patiëntstatus heeft plaatsgevonden.
3.3 Gezondheidsschade door repeterende handelingen tijdens werk
    Specifieke aandoeningen aan bovenste extremiteiten
    Vijf prospectieve cohort- en zes patiënt-controlestudies onderzochten het optre-
    den van verschillende specifieke aandoeningen aan de bovenste extremiteiten als
    gevolg van repeterende handelingen. Het gaat om de volgende aandoeningen,
    carpaal tunnel syndroom (beknelling van de middelste zenuw in de pols), epicon-
    dylitis lateralis (ontsteking of irritatie van de aanhechtingsplaats van pezen aan
    de buitenste elleboogknobbel) en pols tendinose (degeneratie van pees in de
    pols).30-40 Deze studies werden uitgevoerd bij verschillende typen werknemers
    zoals administratief medewerkers, verpleegkundigen, schoonmakers, caissières,
 6  Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>              verpakkers, assemblagewerkers, slachters, militairen, chauffeurs en tandartsen.
              Alle studies over de gevolgen van repeterende handelingen op specifieke aan-
              doeningen aan de bovenste extremiteiten zijn samengevat in een tabel in bijlage
              F en kort beschreven in bijlage G.
                  In vier studies wordt de mate van blootstelling aan repeterende handelingen
              gekwantificeerd. Deze studies zijn samengevat in tabel 1. Uit dit overzicht van
              blootstelling-respons relaties voor specifieke aandoeningen aan de bovenste
              extremiteiten (tabel 1) wordt duidelijk dat de gehanteerde blootstellingmaten in
              deze studies niet vergelijkbaar zijn. Repeterende handelingen zijn geassocieerd
              met een verhoogd risico op specifieke aandoeningen aan de bovenste extremitei-
              ten waaronder carpaal tunnel syndroom en epicondylitis lateralis. Er werd in drie
              studies een statistisch significant verhoogd risico op carpaal tunnel syndroom en
              epicondylitis lateralis gevonden.33,39,40
abel 1 Overzicht van blootstelling-responsrelaties voor specifieke aandoeningen aan de bovenste extremiteiten tengevolge van
epeterende handelingen, gevonden in prospectieve cohort- en patiënt-controlestudies.
 lootstelling                                    Aandoening          Risicomaat (95%CI)               Design           Referentie
,5 – 19,2 herhalingen per min (> 1kgf)           Pols tendinose      HR 1,4 (0,5-3,6)                 Prospectieve 34
                                                                                                      cohort
  19.2 herhalingen per min (> 1 kgf)             Pols tendinose      HR 1,3 (0,5-3,5)                 Prospectieve 34
                                                                                                      cohort
8,8 – 47,2 herhalingen per min                   Pols tendinose      HR 1,4 (0,6-3,4)                 Prospectieve 34
                                                                                                      cohort
  47.2 herhalingen per min                       Pols tendinose      HR 0,9 (0,4-2,4)                 Prospectieve 34
                                                                                                      cohort
5 – 50% werkdag herhaalde hand-arm               Epicondylitis       mannen: OR 1,7 (0,9-3,3)         Patiënt-         33
ewegingen                                        lateralis           vrouwen: OR 1,3 (0,7-2,5)        controle
 75% werkdag herhaalde hand-arm                  Epicondylitis       mannen: OR 2,2 (0,9-5,3)         Patiënt-         33
ewegingen                                        lateralis           vrouwen: OR 1,9 (0,7-4,0)        controle
5 – 50% werkdag herhaalde armbewegingen          Epicondylitis       mannen: OR 1,8 (0,9-3,6)         Patiënt-         33
                                                 lateralis           vrouwen: OR 1,5 (0,7-3,1)        controle
 75% werkdag herhaalde armbewegingen             Epicondylitis       mannen: OR 1,9 (0,8-4,6)         Patiënt-         33
                                                 lateralis           vrouwen: OR 3,7 (1,7-8,3)*       controle
6 – 115 herhalingen van hand per 10 min          Carpaal tunnel      OR 4,2 (1,8-10,1)*               Patiënt-con- 40
                                                 syndroom                                             trole
6 – 115 herhalingen van dominante                Carpaal tunnel      OR 3,3 (1,1-9,7)*                Patiënt-         40
and per 10 min                                   syndroom                                             controle
6 – 115 herhalingen van niet-dominante           Carpaal tunnel      OR 5,3 (1,6-17,6)*               Patiënt-con- 40
and per 10 min                                   syndroom                                             trole
 – 20 jaar herhaalde bewegingen                  Carpaal tunnel      OR 1,5 (0,5-4,4)                 Patiënt-         39
                                                 syndroom                                             controle
  20 jaar herhaalde bewegingen                   Carpaal tunnel      OR 4,6 (1,8-11,9)*               Patiënt-         39
                                                 syndroom                                             controle
 I, betrouwbaarheidsinterval; min, minuut; kgf, kilogram-force; HR, hazard ratio; OR, odds ratio; * statistisch significant
 < 0.05
              Gezondheidsrisico’s door repeterende handelingen tijdens werk                                                  27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>                  Uit een van deze studies blijkt dat werknemers die drie kwart of meer van
              hun werkdag herhaalde armbewegingen verrichten bijna vier keer meer kans
              hebben op epicondylitis lateralis dan werknemers die niet of minder dan een
              kwart van hun werkdag herhaalde armbewegingen verrichten.33 Uit een tweede
              studie blijkt dat werknemers die tussen 56 en 115 herhaalde handbewegingen per
              10 minuten verrichten, drie tot vijf keer meer kans hebben op carpaal tunnel syn-
              droom dan werknemers die niet of minder herhaalde handbewegingen verrich-
              ten.40 Uit een derde studie blijkt dat werknemers die meer dan twintig jaar
              herhaalde bewegingen verrichten bijna vijf keer meer kans hebben op carpaal
              tunnel syndroom dan werknemers die niet of minder dan een jaar herhaalde
              bewegingen verrichten.39
              Aspecifieke klachten aan bovenste extremiteiten
              In zeven prospectieve cohortstudies werd het optreden van aspecifieke klach-
              ten aan de bovenste extremiteiten als gevolg van repeterende handelingen onder-
              zocht.41-47 Deze studies hebben betrekking op verschillende typen werknemers
              zoals administratief medewerkers, verpleegkundigen, schoonmakers, caissières,
              verpakkers, vleesverwerkers, assemblage- en lopendebandwerkers, militairen en
              tandartsen. Alle studies over de gevolgen van repeterende handelingen op aspeci-
              fieke klachten aan de bovenste extremiteiten zijn samengevat in een tabel in bij-
              lage H en kort beschreven in bijlage I.
abel 2 Overzicht van blootstelling-responsrelaties voor aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten tengevolge van
epeterende handelingen in prospectieve cohortstudies.
 lootstelling                                             Klachten                       Risicomaat (95%CI)      Referentie
-15 herhaalde schouderbewegingen per min                  Nek/schouder                   OR 1,1 (0,9-2,3)        41
6-40 herhaalde schouderbewegingen per min                 Nek/schouder                   OR 1,5 (1,2-1,9)*       41
0-44 min per uur herhaalde bewegingen                     Nek/schouder                   HR 1,0 (0,7-1,5)        42
                                                          Elleboog/onderarm/hand         HR 1,2 (0,7-2,1)
5-60 min per uurherhaalde bewegingen                      Nek/schouder                   HR 1,5 (1,0-2,1)        42
                                                          Elleboog/onderarm/hand         HR 1,9 (1,2-3,1)*
  2 uur herhaalde hand-arm bewegingen per dag             Schouder                       OR 1,0 (0,6-1,6)        43
 2 uur herhaalde hand-arm bewegingen per dag              Schouder                       OR 1,0 (0,6-1,6)        43
 2 uur herhaalde armbewegingen per dag                    Onderarm                       OR 2,9 (1,5-5,3)*       47
 2 uur herhaalde handbewegingen per dag                   Onderarm                       OR 2,9 (1,6-5,2)*       47
-50% werkdag herhaalde armbewegingen                      Onderarm                       RR 1,4 (0,4-4,2)        45
 50% werkdag handbewegingen                               Onderarm                       RR 3,4 (1,3-8,7)*       45
-50% werkdag herhaalde armbewegingen                      Onderarm                       RR 1,2 (0,4-3,7)        45
 50% werkdag herhaalde armbewegingen                      Onderarm                       RR 2,9 (1,2-7,3)*       45
 I, betrouwbaarheidsinterval; bew, bewegingen; min, minuut; HR, hazard ratio; OR, odds ratio %, percentage; * statistisch sig-
ificant p < 0.05
 8            Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>     In tabel 2 wordt een overzicht gegeven van de studies waarin de blootstelling
aan repeterende handelingen wordt gekwantificeerd. Uit dit overzicht van bloot-
stelling-respons relaties voor aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten
wordt duidelijk dat de gehanteerde blootstellingmaten in deze studies niet verge-
lijkbaar zijn. Tabel 2 laat zien dat repeterende handelingen een gezondheidsrisico
vormen voor aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten, waarbij in vier
studies een statistisch significant verhoogd risico op aspecifieke klachten aan de
bovenste extremiteiten werd gevonden.41,42,45,47
Uit een van deze studie blijkt dat werknemers die tussen 16 en 40 herhaalde
schouderbewegingen per minuut verrichten anderhalf keer meer kans hebben op
nek/schouderklachten dan werknemers die geen herhaalde schouderbewegingen
verrichten.41 Uit een tweede studie blijkt dat werknemers die tussen 45 en 60
minuten per uur herhaalde bewegingen per minuut verrichten bijna twee keer
meer kans hebben op elleboog/onderarm/handklachten dan werknemers die min-
der dan 9 minuten per uur herhaalde bewegingen verrichten.42 Uit een derde stu-
die blijkt dat werknemers die twee uur of meer van hun werkdag herhaalde arm-
of handbewegingen verrichten bijna drie keer meer kans hebben op onderarm-
klachten dan werknemers die minder dan twee uur van hun werkdag herhaalde
arm- of handbewegingen verrichten.47 Uit een vierde studie blijkt dat werkne-
mers die half of meer van hun werkdag herhaalde arm- of handbewegingen ver-
richten circa drie keer meer kans hebben op onderarmklachten dan werknemers
die geen herhaalde arm- of handbewegingen verrichten.45
Overige klachten
In drie prospectieve cohortstudies werd gekeken naar het optreden van ander-
soortige klachten als gevolg van repeterende handelingen (bijlage J en bijlage
K).42,48,49 Uit twee van deze drie studies komt naar voren dat repeterende hande-
lingen geassocieerd zijn met een verhoogd risico op heup, knie en voet en alge-
mene pijn.42,49 Omdat deze bevindingen slechts eenmaal gerapporteerd zijn, is de
commissie is van mening dat er hiermee te weinig wetenschappelijk bewijs is om
een verband te kunnen vaststellen. Uit een derde prospectieve cohortstudie komt
naar voren dat repeterende handelingen geassocieerd zijn met een verhoogd
risico op stressklachten.48 Ondanks een verdere verkenning van de epidemiologi-
sche literatuur over dit verband constateert de commissie dat deze bevinding
slechts eenmaal gerapporteerd zijn.
Gezondheidsrisico’s door repeterende handelingen tijdens werk                      29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>3.4 Beschouwing van de bevindingen
    Bij het bestuderen van de eerder beschreven epidemiologische literatuur consta-
    teerde de commissie een aantal kernproblemen. Als gevolg van het ontbreken
    van een duidelijke definitie van repeterende handelingen, onvolledige blootstel-
    linginformatie en de diversiteit in gehanteerde blootstellingsmaten en gezond-
    heidsmaten kon de commissie de verschillende studies niet vergelijken.
    Definitie van en blootstelling aan repeterende handelingen
    In de beschreven epidemiologische literatuur ontbreekt een heldere definitie van
    repeterende handelingen. Bovendien vertonen de beschreven studies een grote
    heterogeniteit in de blootstelling aan repeterende handelingen, waarbij boven-
    dien de blootstelling vaak beperkt blijft tot de gemiddelde duur van repeterende
    handelingen per werkdag. Informatie over andere relevante componenten zoals
    frequentie en bewegingssnelheid/precisie ontbreekt. De blootstelling aan repete-
    rende handelingen is in de beschreven epidemiologische literatuur zeer matig
    beschreven, zowel in de studie- als in de referentiegroep.
    Variatie in gehanteerde gezondheidsmaten en risicomaten
    De variatie in gehanteerde definitie van gezondheidsmaten is een bijkomend pro-
    bleem. Hierdoor kan het ontstaan van gezondheidsklachten niet goed worden
    onderscheiden van reeds aanwezige gezondheidsklachten. Ook constateerde de
    commissie dat vele studies onvoldoende onderscheidend vermogen hebben om
    statistisch significante associaties aan te tonen tussen repeterende handelingen en
    optreden van klachten aan de bovenste extremiteiten. Daarnaast valt het de com-
    missie op dat in de prospectieve cohortstudies odds ratios worden berekend. De
    commissie weet dat odds ratios berekend op basis van prospectieve cohortstudies
    het risico enigszins overschatten, wat vaak in de studies onvoldoende wordt
    besproken.
    Zelfgerapporteerde blootstelling en gezondheidsklachten
    In bijna alle epidemiologische studies werd de blootstelling door de onderzochte
    personen zelf gerapporteerd in vragenlijsten of interviews. Blootstelling vastge-
    legd door zelfrapportage is minder valide dan een gemeten blootstelling en zelf-
    rapportage levert soms inaccurate informatie over frequentie en duur van taken
 0  Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>    en activiteiten.50,51 Zelfrapportage van blootstelling aan repeterende handelingen
    houdt daarom een risico in voor over- of onderschatting van de blootstelling. De
    commissie beschouwt zelfrapportage van repeterende handelingen echter als een
    acceptabele methode, omdat er geen alternatieve methodiek voorhanden is die
    makkelijk in grootschalig epidemiologisch onderzoek kan worden toegepast.
        Ook bij de gezondheidseffecten was voornamelijk sprake van zelfrapportage,
    met name als het lokale (pijn)klachten aan de bovenste extremiteiten betrof.
    Lokale aspecifieke (pijn)klachten kunnen volgens de commissie ook alleen via
    zelfrapportage in kaart gebracht worden. In de patient-controlestudies werd de
    diagnose van carpaal tunnel syndroom op basis van medisch dossier en/of kli-
    nisch onderzoek gesteld.
    Mogelijke verstorende factoren
    De commissie constateert dat de onderzoeken naar repeterende handelingen de
    blootstelling onvoldoende gedifferentieerd weergeven. Verder kan de commissie
    niet uitsluiten dat klachten aan de bovenste extremiteiten bij repeterende hande-
    lingen (deels) veroorzaakt worden door een ongunstige houding. De geselec-
    teerde epidemiologische studies vermelden daar niets over. Op de werkvloer is
    vaak sprake van blootstelling aan verschillende risicofactoren met eenzelfde
    fysiek aangrijpingspunt. Zo kunnen klachten aan de bovenste extremiteiten niet
    alleen veroorzaakt worden door repeterende handelingen, maar ook door andere
    fysieke risicofactoren als duwen of trekken. Vaak wordt dit onvoldoende in de
    studies besproken.
3.5 Conclusie
    Op basis van systematisch literatuuronderzoek kon de commissie beschikken
    over veertien prospectieve cohort- en zes patiënt-controlestudies waarin het
    optreden van gezondheidsklachten aan de bovenste extremiteiten als gevolg van
    repeterende handelingen tijdens werk werd onderzocht. Deze studies werden uit-
    gevoerd bij verschillende typen werknemers zoals administratief medewerkers,
    verpleegkundigen, schoonmakers, caissières, verpakkers, vleesverwerkers,
    assemblage- en lopendebandwerkers, militairen en tandartsen. Hoewel repete-
    rende handelingen bij andere beroepsgroepen zoals kapsters en musici vaak
    voorkomen, heeft de commissie geen goede recente prospectieve cohort stu-
    dies bij deze beroepen gevonden. Doordat een definitie van repeterende hande-
    lingen ontbreekt en de blootstellingsinformatie gebrekkig is, kan de commissie
    deze studies echter niet met elkaar vergelijken. Wel is duidelijk dat de beschik-
    Gezondheidsrisico’s door repeterende handelingen tijdens werk                      31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>  bare epidemiologische studies aanwijzingen leveren dat repeterende handelingen
  een gezondheidsrisico vormen voor specifieke aandoeningen aan de bovenste
  extremiteiten zoals carpaal tunnel syndroom en epicondylitis lateralis. Ook zijn
  er aanwijzingen dat repeterende handelingen het risico op aspecifieke klachten
  aan de bovenste extremiteiten vergroten.
2 Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre> oofdstuk 4
          Betekenis van aandoeningen en
          klachten aan het bewegingsapparaat
          Specifieke aandoeningen en ook aspecifieke klachten aan de bovenste extremi-
          teiten komen regelmatig voor. Wanneer zijn deze aandoeningen en klachten ern-
          stig en wanneer is sprake van een nadelig gezondheidseffect? Ofwel: welke
          waardering hoort bij de specifieke aandoeningen of aspecifieke klachten aan de
          bovenste extremiteiten die zijn gemeten in de prospectieve cohort- en patiënt-
          controlestudies uit het systematische literatuuronderzoek? Om die vraag te kun-
          nen beantwoorden is de commissie nagegaan wat er bekend is over de prevalen-
          tie, incidentie en prognose van specifieke aandoeningen en aspecifieke klachten
          aan de bovenste extremiteiten, de ziektelast en het ziekteverzuim.
4.1       Prevalentie
          Om de relevantie van de specifieke aandoeningen en aspecifieke klachten aan de
          bovenste extremiteiten ontstaan door repeterende handelingen te kunnen duiden,
          vergelijkt de commissie de resultaten uit de epidemiologische onderzoeken met
          de prevalentie van dergelijke specifieke aandoeningen en aspecifieke klachten in
          de algemene bevolking. Onder prevalentie wordt verstaan het vóórkomen (aan-
          tal) van een bepaalde aandoening in een populatie werknemers of de algemene
          bevolking. Het voorkomen van de aandoening kan worden uitgedrukt voor één
          moment (puntprevalentie) of voor een periode van bijvoorbeeld een jaar (jaarpre-
          valentie).
          Betekenis van aandoeningen en klachten aan het bewegingsapparaat                 33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>  Specifieke aandoeningen aan bovenste extremiteiten
  Carpaal tunnel syndroom komt vaker bij vrouwen voor dan bij mannen, en
  vooral in de leeftijdscategorie van veertig tot zestig jaar.52 Een studie verricht
  tussen 1983 en 1985 onder een steekproef van de algemene bevolking in Maas-
  tricht en omgeving onderzocht de prevalentie van carpaal tunnel syndroom,
  waarbij de diagnose berustte op een combinatie van klachten van de patiënt en
  een afwijkend zenuwgeleidingsonderzoek.53 Uit dit onderzoek komt naar voren
  dat ruim 9,2% van de vrouwen van 25 tot en met 74 jaar carpaal tunnel syndroom
  had.53 De prevalentie onder de mannen van 25 tot en met 74 jaar bleek veel lager,
  namelijk 0,6%.53 In deze studie werd carpaal tunnel syndroom vooral gediagnos-
  ticeerd onder mannen en vrouwen van 55 jaar en ouder, waardoor deze prevalen-
  tieschatting van weinig betekenis is voor de beroepsbevolking.53
      In de ‘Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisarts-
  praktijk’ uitgevoerd onder 104 huisartspraktijken was de prevalentie van epicon-
  dylitis lateralis (zelfrapportage door vragenlijst en interview) 0,72%.54 Bij
  mensen onder de 20 jaar wordt deze aandoening in de huisartsenpraktijk zelden
  vastgesteld; daarna neemt de prevalentie toe in de leeftijdscategorie van 40 tot 50
  jaar.54 De genoemde prevalentie is voor mannen en vrouwen vrijwel hetzelfde.54
  Voor epicondylitis medialis is de prevalentie naar schatting een factor tien
  lager.54
  Aspecifieke klachten aan bovenste extremiteiten
  In 2007 meldde 26% van de Nederlandse bevolking van 25 jaar en ouder aspeci-
  fieke klachten aan arm-nek-schouders in het voorgaande jaar.55 In een steekproef
  van circa 3.500 Nederlanders van 25 jaar en ouder vonden Picavet e.a. (2003) de
  volgende prevalenties voor aspecifieke pijnklachten aan de bovenste extremitei-
  ten:56
  • over een periode van twaalf maanden: nek 31%, schouder 30%, elleboog
      11%, pols-hand 18%
  • op een willekeurig tijdstip (punt-prevalentie): nek 21%, schouder 21%, elle-
      boog 7,5%, pols-hand 13%
  • voor chronische pijn in de afgelopen 12 maanden: nek 14%, schouder 15%,
      elleboog 5,3%, pols-hand 9,3%.
4 Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>4.2          Prognose
             De prognose van de specifieke aandoeningen en aspecifieke klachten aan de
             bovenste extremiteiten is te beoordelen aan de hand van wetenschappelijke gege-
             vens over het verloop van dergelijke klachten.
             Specifieke aandoeningen aan bovenste extremiteiten
             Van de patiënten met carpaal tunnel syndroom ervaart ongeveer een kwart een
             significante verbetering in de pijn na 10 tot 15 maanden.52 Deze gegevens bete-
             kenen echter ook dat drie kwart van de patiënten na deze periode geen signifi-
             cante verbetering ervaart.
                  Het natuurlijk beloop van een epicondylitis lateralis lijkt gunstig. Na een half
             jaar is ten minste 80% van de patiënten (vrijwel) hersteld en na een jaar is dit per-
             centage gestegen naar ruim 90%.57 De prognose lijkt minder gunstig bij al lang-
             durig bestaande klachten of ernstige pijn bij het eerste consult van de huisarts, bij
             lokalisatie in de dominante arm en bij mensen bij wie de klachten terugkomen.57
             Aspecifieke klachten aan bovenste extremiteiten
             Uit onderzoek van Picavet e.a. (2003) onder een steekproef van de Nederlandse
             bevolking (waaronder ook werknemers) bleek dat van de personen met klachten
             van de nek, schouders of bovenrug slechts 6,3% een eenmalige pijnepisode door-
             maakte. Bij klachten van de elleboog of pols lag dit percentage op 7,5.56
 abel 3 Resultaten van de studie van Picavet e.a. (2003) over pijnverloop.56
Klachten                          Van de mensen met pijnklachten
                                  Percentage aanhou-      Percentage aanhou- Percentage herhaalde  Percentage herhaalde
                                  dende ernstige pijn (%) dende milde pijn (%) ernstige pijn (%)   milde pijn (%)
Nek / schoudera                   3,1                     25,9                  8,3                46,7
 lleboog / pols/handb             4,0                     29,2                 11,0                43,3
     6,3% niet-herhaalde pijn, 9,7% combinatie van aanhoudende en herhaalde ernstige of milde pijn
     7,5% niet-herhaalde pijn, 5,0% combinatie van aanhoudende en herhaalde ernstige of milde pijn
                  47% van de personen met nek- , schouder- of bovenrugklachten meldde
             terugkerende geringe pijn; bij elleboog- of polsklachten bedroeg dit 43%. 26%
             van de ondervraagde personen had continu geringe pijn aan de nek, schouders of
             bovenrug en 29% aan de elleboog of pols. Ernstige pijnklachten kwamen minder
             voor: 8,3% noemde terugkerende ernstige pijn aan de nek, schouder of bovenrug
             Betekenis van aandoeningen en klachten aan het bewegingsapparaat                                        35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>    en 11% aan de elleboog of pols. Continu ernstige pijn aan de nek, schouders of
    bovenrug werd door 3,1% ervaren; voor elleboog of pols lag dit op 4,0%.
4.3 Ziekteverzuim en ziektelast
    Een derde maat om de betekenis en ernst van specifieke aandoeningen en aspeci-
    fieke klachten ontstaan door repeterende handelingen te beoordelen, zijn gege-
    vens over ziekteverzuim en ziektelast.
    Specifieke aandoeningen aan bovenste extremiteiten
    Uit de verzuimcijfers over de eerste helft van 2003 van arbodienst Maetis Arbo
    bleek dat de diagnose carpaal tunnel syndroom leidde tot 0,2% van de verzuim-
    dagen (in een periode van zes maanden) bij alle aangesloten werkgevers.52 In de
    jaren 2000 t/m 2006 zijn bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten 398
    gevallen van werkgebonden carpaal tunnel syndroom gemeld (50 tot 80 beroeps-
    ziektemeldingen per jaar).58 In 2000 betrof carpaal tunnel syndroom 0,8% van de
    meldingen van beroepsziekten, in 2001 was dit 1,2% en in 2003 was dit 1,3%.58
    In 1999 zijn er met de diagnose carpaal tunnel syndroom 260 mensen de WAO
    ingestroomd (0,28%), en in 2002 waren dat 366 mensen (0,4%).59
        Epicondylitis lateralis is de op één na vaakst gemelde aandoening van de
    schouder, armen of hand bij het NCvB met ongeveer 270 meldingen per jaar.60
    Jaarlijks zijn er ongeveer twintig meldingen van door het werk veroorzaakte epi-
    condylitis medialis.60
    Aspecifieke klachten aan bovenste extremiteiten
    Picavet e.a. (2003) onderzochten ook de consequenties van aspecifieke klachten
    aan het bewegingsapparaat onder de Nederlandse bevolking.56 Van de personen
    met nek-, schouder- of bovenrugklachten had 41% in het voorgaande jaar de
    huisarts bezocht, 30% een medisch specialist en 33% een fysiotherapeut. 27%
    van hen gebruikte medicijnen.56 Voor personen met elleboog- of polsklachten
    waren die percentages respectievelijk 34, 27, 22 en 18%. 72% van de personen
    met nek-, schouder- of bovenrugklachten en 78% van de personen met elleboog-
    of polsklachten meldde in het voorgaande jaar niet verzuimd te hebben van het
    werk.56 Was er wel sprake van ziekteverzuim dan bedroeg dat voor 7,7% van de
    personen met nek-, schouder- of bovenrugklachten minder dan een week, voor
    eenzelfde percentage was dat een tot vier weken en voor 5,9% meer dan vier
    weken.56 Voor personen met elleboog- of polsklachten zagen de verzuimpercen-
 6  Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>    tages er als volgt uit: 4,8% minder dan een week; 5,9% een tot vier weken en
    5,3% meer dan vier weken.56 Gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid werd gemeld
    door 6,1% van de personen met nek-, schouder- of bovenrugklachten en door
    4,0% van de personen met elleboog- of polsklachten.56
4.4 Conclusie
    De commissie beschouwt repeterende handelingen als een relevant arbeidsrisico
    voor specifieke aandoeningen en aspecifieke klachten aan de bovenste extremi-
    teiten. Deze aandoeningen komen regelmatig voor en leiden tot ziekteverzuim,
    beperkingen in het werk en in andere dagelijkse bezigheden.
    Betekenis van aandoeningen en klachten aan het bewegingsapparaat              37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>8 Repeterende handelingen tijdens werk</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre> oofdstuk 5
          Mogelijkheden voor grenswaarden en
          conclusie
          De commissie heeft bestudeerd wat er in de wetenschappelijke literatuur aan
          gegevens beschikbaar is over nadelige gezondheidseffecten van repeterende han-
          delingen. In dit hoofdstuk trekt de commissie hieruit een conclusie: kunnen op
          basis hiervan gezondheidskundige advieswaarden geformuleerd worden, met als
          uitgangspunt dat geen nadelig gezondheidseffect mag ontstaan als gevolg van
          repeterende handelingen?
5.1       Gezondheidsrisico’s van repeterende handelingen
          Specifieke aandoeningen aan bovenste extremiteiten
          De gevolgen van repeterende handelingen op het optreden van specifieke aan-
          doeningen aan de bovenste extremiteiten zijn in vijf prospectieve cohort- en zes
          patiënt-controlestudies bestudeerd onder administratief medewerkers, verpleeg-
          kundigen, schoonmakers, caissières, verpakkers, assemblagewerkers, militairen,
          chauffeurs en tandartsen. In deze studies is de blootstelling aan repeterende han-
          delingen vooral door middel van zelfrapportage in kaart gebracht, en zijn speci-
          fieke aandoeningen aan de bovenste extremiteiten op basis van medisch dossier
          en/of klinisch onderzoek vastgesteld. De studies bevatten echter een grote hete-
          rogeniteit aan blootstellingmaten, die slechts in vier studies werden gekwantifi-
          ceerd.
          Mogelijkheden voor grenswaarden en conclusie                                       39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>      De commissie concludeert dat er in deze elf epidemiologische studies aan-
  wijzingen zijn dat repeterende handelingen geassocieerd zijn met een verhoogd
  risico op specifieke aandoeningen aan de bovenste extremiteiten zoals carpaal
  tunnel syndroom en epicondylitis lateralis. Statistisch significante associaties
  werden in drie studies gevonden. Gezien de heterogeniteit van de gehanteerde
  blootstellingmaten kon de commissie de aanwijzingen uit de beschikbare weten-
  schappelijke epidemiologische studies niet goed vertalen naar zinvolle maten
  van blootstelling om een advieswaarde op te baseren.
  Aspecifieke klachten aan bovenste extremiteiten
  De gevolgen van repeterende handelingen op het optreden van aspecifieke klach-
  ten aan de bovenste extremiteiten zijn in zeven prospectieve cohortstudies bestu-
  deerd. Deze studies werden uitgevoerd onder verpleegkundigen, schoonmakers,
  assemblage- en lopendebandwerkers, caissières, verpakkers, militairen en tand-
  artsen. Zowel de blootstelling aan repeterende handelingen als aspecifieke klach-
  ten aan de bovenste extremiteiten zijn vooral door middel van zelfrapportage in
  kaart gebracht. Ook kennen deze studies veel beperkingen. Zo bevatten ze een
  grote heterogeniteit aan blootstellingmaten.
      De commissie concludeert dat er in deze zeven epidemiologische studies
  aanwijzingen zijn dat repeterende handelingen geassocieerd zijn met een ver-
  hoogd risico op aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten. Statistisch
  significante associaties werden in vijf studies gevonden. Door de grote verschil-
  len in de manier van operationaliseren van de blootstelling is het volgens de
  commissie niet mogelijk om aan te geven hoe veel en hoe lang repeterende han-
  delingen kunnen worden verricht zonder dat er aspecifieke klachten aan de
  bovenste extremiteiten ontstaan.
  Overige klachten
  De gevolgen van repeterende handelingen op klachten in de heup, knie en voet
  zijn in twee prospectieve cohortstudies onderzocht. Ook was er één prospectieve
  cohortstudie naar het ontwikkelen van stressklachten als gevolg van repeterende
  handelingen. Omdat deze bevindingen slechts eenmaal gerapporteerd zijn, is de
  commissie is van mening dat er hiermee te weinig wetenschappelijk bewijs is om
  een verband te kunnen vaststellen.
0 Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>5.2 Gezondheidskundige advieswaarden
    Voor gezondheidskundige advieswaarden is het gebruikelijk na te gaan in hoe-
    verre de beschikbare epidemiologische literatuur aanwijzingen geeft voor een
    veilige drempel, dat wil zeggen een blootstelling- of belastingsniveau waarbij
    voor de gezondheid schadelijke effecten naar redelijke verwachting voorkomen
    worden. De commissie concludeert dat de epidemiologische gegevens die
    momenteel beschikbaar zijn, het niet toelaten om op basis van wetenschappelijk
    bewijs de hoogte van een veilige gezondheidskundige advieswaarde voor repete-
    rende handelingen vast te stellen. De gegevens over de schadelijke gezondheids-
    effecten als gevolg van lage blootstellingniveaus zijn te beperkt om betrouwbare
    uitspraken te kunnen doen.
    Bij andere arbeidsrisico’s waar geen advieswaarde vast te stellen was (Staand,
    geknield en gehurkt werken, Tillen tijdens werk, Beeldschermwerk), heeft de
    commissie een alternatieve benadering gevolgd, gestoeld op het combineren van
    de resultaten van afzonderlijk kwalitatief sterke prospectieve cohortstudies in
    meta-analyses en het gebruik van een risicoberekening.3,61,62 Voor repeterende
    handelingen biedt deze benadering echter geen uitkomst. Het is namelijk niet
    mogelijk de afzonderlijke studies te combineren in meta-analyses, omdat de stu-
    dies niet vergelijkbaar genoeg zijn wat betreft de definitie van de blootstelling
    aan repeterende handelingen.
5.3 Antwoord op de adviesvraag
    Op basis van de beschikbare wetenschappelijke gegevens concludeert de com-
    missie dat er aanwijzingen zijn dat repeterende handelingen tijdens werk een
    gezondheidsrisico vormen voor het optreden van specifieke aandoeningen aan de
    bovenste extremiteiten zoals carpaal tunnel syndroom en epicondylitis lateralis.
    De commissie ziet ook aanwijzingen dat repeterende handelingen tijdens werk
    een gezondheidsrisico voor aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten
    vormen. Op basis van de beschikbare gegevens is het echter niet mogelijk
    gezondheidskundige advieswaarden af te leiden die het ontstaan van specifieke
    aandoeningen en aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten kunnen
    voorkomen.
    Mogelijkheden voor grenswaarden en conclusie                                      41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>2 Repeterende handelingen tijdens werk</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>  Literatuurlijst
  Peereboom K, de Langen N. Handboek Fysieke belasting. Den Haag: Sdu Uitgevers; 2008.
  Voskamp P, Peereboom K, van Scheijndel P. Handboek Ergonomie. Alphen aan den Rijn: Kluwer;
  2008.
  Gezondheidsraad. Beeldschermwerken. Den Haag: Gezondheidsraad, 2012; publicatienr. 2012/38.
  TNO Arbeid. Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2011. Hoofddorp: TNO Kwaliteit van
  Leven; 2012.
  Arbobalans 2011. Kwaliteit van de arbeid, effecten en maatregelen in Nederland. 2012. Hoofddorp
  TNO Kwaliteit van Leven.
  Bongers PM, de Vet HC, Blatter BM. [Repetitive strain injury (RSI): occurrence, etiology, therapy
  and prevention]. Ned Tijdschr Geneeskd 2002; 146(42): 1971-1976.
  Gezondheidsraad. RSI. Rapport nr 2000/22. Den Haag: Gezondheidsraad; 2000: 1996/12. Internet:
  www.gr.nl.
  Arbeidsomstandighedenbesluit. 2011. Internet: www.arbo.nl/wet-regelgeving.
  International Standard NEN-EN-ISO 11228-3. Ergonomics - Manual handling - Part 3: Handling of
  low loads at high frequency. 2007.
0 National Institute for Occupational Safety and Health. Work practices guide for manual lifting. 1981.
  Cincinnati, OH: U.S Department of Health and Human Services, Public Health Service, Centers for
  Disease Control, National Institute for Occupational Safety and Health, DHHS.
1 National Institute for Occupational Safety and Health. Application manual for the revised NIOSH
  lifting equation. 1994. Cincinnati, OH: U.S Department of Health and Human Services,Public Health
  Service, Centers for Disease Control and Prevention,National Institute for Occupational Safety and
  Health,DBBS (NIOSH).
  Literatuurlijst                                                                                       43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>2 Occhipinti E, Colombini D. [Proposal of a concise index for the evaluation of the exposure to
  repetitive movements of the upper extremity (OCRA index)]. Med Lav 1996; 87(6): 526-548.
3 Occhipinti E. OCRA: a concise index for the assessment of exposure to repetitive movements of the
  upper limbs. Ergonomics 1998; 41(9): 1290-1311.
4 Occhipinti E, Colombini D, Occhipinti M. [Ocra Method: development of a new procedure for
  analysis of multiple tasks subject to infrequent rotation]. Med Lav 2008; 99(3): 234-241.
5 Grieco A. Application of the concise exposure index (OCRA) to tasks involving repetitive
  movements of the upper limbs in a variety of manufacturing industries: Preliminary validations.
  Ergonomics 1998; 41(9): 1347-1356.
6 Inspectie SZW. 2012. Internet: http://www.inspectieszw.nl/Images/Hand-
  arm%20taken%20_HARM_tcm335-327585.pdf.
7 TNO. 2012. Internet: https://www.fysiekebelastingbeoordelen.tno.nl/nl/page/harm#wat.
8 Registratierichtlijnen Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. 2011. Internet: http://
  www.beroepsziekten.nl/content/registratierichtlijnen.
9 Registratierichtlijn Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. 2012. Internet: http://
  www.beroepsziekten.nl/datafiles/D001.pdf.
0 Sluiter JK, Rest KM, Frings-Dresen MHW. Het Saltsa rapport: richtlijnen voor de vaststelling van de
  arbeidsrelatie van aandoeningen aan het bewegingsapparaat in de bovenste extremiteit (ABBE's).
  Rapport nr. 00-05. Amsterdam: Coronel Instituut voor Arbeid,Milieu en Gezondheid,Academisch
  Medisch Centrum; 2001: 2001/24.
1 Aptel MA-C. Work-related musculoskeletal disorders of the upper limb. Joint Bone Spine 2002;
  69(6): 546-555.
2 Kilbom A. Repetitive work of upper extremity: Part II - The scientific basis (knowledge base) for the
  guide. Int J Ind Ergon 1994; 14: 59-86.
3 Palmer KTS. Work relatedness of chronic neck pain with physical findings - A systematic review.
  Scandinavian Journal of Work, Environment and Health 2007; 33(3): 165-191.
4 Windt DAWM van der. Occupational risk factors for shoulder pain: A systematic review.
  Occupational and Environmental Medicine 2000; 57(7): 433-442.
5 Rijn RM van, Huisstede BM, Koes BW, Burdorf A. Associations between work-related factors and
  the carpal tunnel syndrome--a systematic review. Scand J Work Environ Health 2009; 35(1): 19-36.
6 Rijn RMH van. Associations between work-related factors and specific disorders at the elbow: A
  systematic literature review. Rheumatology 2009; 48(5): 528-536.
7 Rijn RMH van. Associations between work-related factors and specific disorders of the shoulder - A
  systematic review of the literature. Scandinavian Journal of Work, Environment and Health 2010;
  36(3): 189-201.
8 Barcenilla A, March LM, Chen JS, Sambrook PN. Carpal tunnel syndrome and its relationship to
  occupation: a meta-analysis. Rheumatology (Oxford ) 2012; 51(2): 250-261.
4 Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>9 Mayer J, Kraus T, Ochsmann E. Longitudinal evidence for the association between work-related
  physical exposures and neck and/or shoulder complaints: a systematic review. Int Arch Occup
  Environ Health 2012; 85(6): 587-603.
0 Cannon LJB. Personal and occupational factors associated with carpal tunnel syndrome. Journal of
  Occupational Medicine 1981; 23(4): 255-258.
1 Fung BKC. Study of wrist posture, loading and repetitive motion as risk factors for developing carpal
  tunnel syndrome. Hand surgery : an international journal devoted to hand and upper limb surgery and
  related research : journal of the Asia-Pacific Federation of Societies for Surgery of the Hand 2007;
  12(1): 13-18.
2 Garg A, Kapellusch J, Hegmann K, Wertsch J, Merryweather A, ckow-Schaefer G, e.a. The Strain
  Index (SI) and Threshold Limit Value (TLV) for Hand Activity Level (HAL): risk of carpal
  tunnelsyndrome (CTS) in a prospective cohort. Ergonomics 2012; 55(4): 396-414.
3 Haahr JP, Andersen JH. Physical and psychosocial risk factors for lateral epicondylitis: a population
  based case-referent study. Occup Environ Med 2003; 60(5): 322-329.
4 Harris C, Eisen EA, Goldberg R, Krause N, Rempel D. 1st place, PREMUS best paper competition:
  workplace and individual factors in wrist tendinosis among blue-collar workers--the San Francisco
  study. Scand J Work Environ Health 2011; 37(2): 85-98.
5 Leclerc AL. Upper-limb disorders in repetitive work. Scandinavian Journal of Work, Environment
  and Health 2001; 27(4): 268-278.
6 Nathan PA, Meadows KD, Istvan JA. Predictors of carpal tunnel syndrome: an 11-year study of
  industrial workers. J Hand Surg Am 2002; 27(4): 644-651.
7 Nathan PA, I. A longitudinal study of predictors of research-defined carpal tunnel syndrome in
  industrial workers: Findings at 17 years. Journal of Hand Surgery 2005; 30(6): 593-598.
8 Roquelaure Y, Mechali S, Dano C, Fanello S, Benetti F, Bureau D, e.a. Occupational and personal
  risk factors for carpal tunnel syndrome in industrial workers. Scand J Work Environ Health 1997;
  23(5): 364-369.
9 Wieslander G, Norback D, Gothe CJ, Juhlin L. Carpal tunnel syndrome (CTS) and exposure to
  vibration, repetitive wrist movements, and heavy manual work: a case-referent study. Br J Ind Med
  1989; 46(1): 43-47.
0 Frost P, Andersen JH, Nielsen VK. Occurrence of carpal tunnel syndrome among slaughterhouse
  workers. Scand J Work Environ Health 1998; 24(4): 285-292.
1 Andersen JH, Kaergaard A, Mikkelsen S, Jensen UF, Frost P, Bonde JP, e.a. Risk factors in the onset
  of neck/shoulder pain in a prospective study of workers in industrial and service companies. Occup
  Environ Med 2003; 60(9): 649-654.
2 Andersen JH, Haahr JP, Frost P. Risk factors for more severe regional musculoskeletal symptoms: a
  two-year prospective study of a general working population. Arthritis Rheum 2007; 56(4): 1355-
  1364.
  Literatuurlijst                                                                                       45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>3 Harkness EF, Macfarlane GJ, Nahit ES, Silman AJ, McBeth J. Mechanical and psychosocial factors
  predict new onset shoulder pain: a prospective cohort study of newly employed workers. Occup
  Environ Med 2003; 60(11): 850-857.
4 Leclerc AC. Incidence of shoulder pain in repetitive work. Occupational and Environmental
  Medicine 2004; 61(1): 39-44.
5 Macfarlane GJ, Hunt IM, Silman AJ. Role of mechanical and psychosocial factors in the onset of
  forearm pain: prospective population based study. BMJ 2000; 321(7262): 676-679.
6 Miranda HP. Physical work and chronic shoulder disorder. Results of a prospective population-based
  study. Annals of the Rheumatic Diseases 2008; 67(2): 218-223.
7 Nahit EST. Predicting the onset of forearm pain: A prospective study across 12 occupational groups.
  Arthritis Care and Research 2003; 49(4): 519-525.
8 Bonde JPM. Understanding work related musculoskeletal pain: Does repetitive work cause stress
  symptoms? Occupational and Environmental Medicine 2005; 62(1): 41-48.
9 McBeth J, Harkness EF, Silman AJ, Macfarlane GJ. The role of workplace low-level mechanical
  trauma, posture and environment in the onset of chronic widespread pain. Rheumatology (Oxford )
  2003; 42(12): 1486-1494.
0 Beek AJ van der, Frings-Dresen MH. Assessment of mechanical exposure in ergonomic
  epidemiology. Occup Environ Med 1998; 55(5): 291-299.
1 Winkel J, Mathiassen SE. Assessment of physical work load in epidemiologic studies: concepts,
  issues and operational considerations. Ergonomics 1994; 37(6): 979-988.
2 CBO richtlijn. Diagnostiek en behandeling van het carpale-tunnelsyndroom. 2005. Utrecht
  Nederlandse Vereniging voor Neurologie.
3 Krom MCde , Knipschild PG, Kester AD, Thijs CT, Boekkooi PF, Spaans F. Carpal tunnel syndrome:
  prevalence in the general population. J Clin Epidemiol 1992; 45(4): 373-376.
4 NIVEL. Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk. Utrecht: Nivel;
  2004.
5 RIVM. Ziektelast van ongunstige arbeidsomstandigheden in Nederland. Bilthoven: RIVM; 2007:
  Rapport 270012001.
6 Picavet HS, Schouten JS. Musculoskeletal pain in the Netherlands: prevalences, consequences and
  risk groups, the DMC(3)-study. Pain 2003; 102(1-2): 167-178.
7 Nederlands Huisartsen Genootschap. NHG-Standaard Epicondylitis. NHG, editor. Utrecht: 2009.
8 Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. 2012. Internet: http://www.beroepsziekten.nl/content/
  carpaal-tunnel-syndroom.
9 Landelijk instituut sociale verzekeringen (LISV). Ziektediagnosen bij uitkeringen voor
  arbeidsongeschiktheid. Statistische informatie over medische classificaties in WAO, WAZ en wajong
  1999. 2001. Amsterdam LISV.
0 Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. 2012. Internet: http://www.beroepsziekten.nl/content/
  epicondylitis-medialis-golfelleboog.
6 Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>1 Gezondheidsraad. Staand, geknield en gehurkt werken. Den Haag: Gezondheidsraad, 2011;
  publicatienr. 2011/41.
2 Gezondheidsraad. Tillen tijdens werk. Den Haag: Gezondheidsraad, 2012; publicatienr. 2012/36.
  Literatuurlijst                                                                               47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>8 Repeterende handelingen tijdens werk</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>A De adviesaanvraag
B De commissie
C Brede literatuurverkenning
D Systematisch literatuuronderzoek
E OCRA methode
F Extractietabel specifieke aandoeningen aan de bovenste extremiteiten
G Beschrijving van de studies over specifieke aandoeningen aan de boven-
  ste extremiteiten
H Extractietabel aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten
  Beschrijving van de studies over aspecifieke klachten aan de bovenste
  extremiteiten
  Extractietabel overige klachten
K Beschrijving van de studies over overige klachten
L Commentaar op concept van het advies
  Bijlagen
                                                                         49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>0 Repeterende handelingen tijdens werk</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>ijlage A
       Adviesaanvraag
       In een brief gedateerd 10 juli 2007, kenmerk ARBO/A&V/2007/22676, schreef
       de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de voorzitter van de
       Gezondheidsraad:
       Op 26 september 2006 is tijdens de behandeling in de Tweede Kamer van het wetsvoorstel tot wijzi-
       ging van de Arbeidsomstandighedenwet de motie van de leden Koopmans en Stuurman aanvaard. In
       deze motie wordt de regering verzocht om met spoed een werkprogramma op te stellen om te komen
       tot gezondheids- en veiligheidskundige grenswaarden (concrete doelvoorschriften), waarover advies
       zal worden gevraagd aan de sociale partners.
       In het debat in de Tweede Kamer heeft de voormalige Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkge-
       legenheid naar aanleiding van deze motie aangegeven dat het niet de bedoeling is een ongebreidelde
       hoeveelheid wetenschappelijke grenswaarden rondom allerlei arbeidsrisico's op te nemen in de
       Arbeidsomstandighedenwet. Daarmee wordt namelijk de essentie uit deze wet gehaald. Dit is niet
       conform het ingezette beleid om maatwerk in ondernemingen en sectoren te stimuleren, regeldruk te
       reduceren en de nationale kop te verkleinen. Tijdens het debat hebben de indieners van de motie
       bevestigd dat het niet de bedoeling is dat de motie leidt tot een ongebreidelde hoeveelheid nieuwe
       concrete doelvoorschriften in wet- en regelgeving, maar dat de motie betrekking heeft op het begelei-
       den, faciliteren en inperken aan de hand van hetgeen de regering in een werkprogramma vastlegt.
       Bij brief van 18 januari 2007 aan de Tweede Kamer2 over de stand van zaken Arbeidsomstandighe-
       denwet is een voorstel gedaan voor nadere uitwerking van de motie. De Tweede Kamer heeft tijdens
       Adviesaanvraag                                                                                        51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>  het Algemeen Overleg van 7 februari 2007 geen opmerkingen gemaakt bij deze uitwerking. Wel gaf
  de Kamer aan geïnformeerd te willen worden over de verschillende fasen die in de uitwerking zijn
  geschetst:
  •    bij een onafhankelijk wetenschappelijk instituut zal een commissie worden ingesteld die het
       wetenschappelijke arbeidsomstandighedenterrein kan overzien
  •    deze commissie signaleert periodiek of er nieuwe (internationale) wetenschappelijke inzichten
       zijn met betrekking tot concrete gezondheidskundige en/of veiligheidskundige grenswaarden
  •    op basis van de uitkomsten van dit signaleringsrapport kan het Ministerie van SZW, als daar aan-
       leiding toe is, nader wetenschappelijk onderzoek naar gezondheidskundige en/of veiligheidskun-
       dige grenswaarden entameren
  •    het Ministerie van SZW weegt vervolgens of het noodzakelijk en gewenst is om een grens-
       waarde (concreet doelvoorschrift) op te nemen in de Arbowet- en regelgeving. Hierbij zal het
       departement gebruik maken het gestelde in de Memorie van Toelichting bij de Arbowet. In de
       Memorie is opgenomen dat wetenschappelijke grenswaarden worden opgenomen in de wet- en
       regelgeving als ze algemeen erkend zijn, een breed draagvlak hebben in de maatschappij en
       algemeen toepasbaar zijn
  •    het Ministerie van SZW legt haar weging om een grenswaarde al dan niet op te nemen in de
       Arbowet- en regelgeving vervolgens voor aan de Sociaal-Economische Raad (SER) voor advies
  •    op basis van het advies van de SER wordt een beslissing genomen om de grenswaarde daadwer-
       kelijk op te nemen in de Arbowet- en regelgeving.
  Overeenkomstig het gestelde in de motie heeft met sociale partners overleg plaatsgevonden. Van
  belang is dat de evaluatie van de herziening van de Arbeidsomstandighedenwet binnen vijf jaar na de
  inwerkingtreding van de wetswijziging, dat is vóór 1 januari 2012, naar de Tweede Kamer wordt
  gezonden. Deze evaluatie zal een verslag bevatten over de doeltreffendheid en de effecten van de
  Arbeidsomstandighedenwet in de praktijk.
  Op 21 februari 2007 heeft er met u overleg plaatsgevonden over onder meer de mogelijkheid van een
  door de Gezondheidsraad in te stellen commissie, waarin deskundigen op het gebied van arbeidsom-
  standigheden, gezondheid, veiligheid en beroepsziekten zitting zullen nemen. De Gezondheidsraad
  heeft aangegeven positief te staan tegenover de instelling van een dergelijke commissie. Ik verzoek u
  dan ook een commissie in te stellen die het wetenschappelijke arbeidsomstandighedenterrein kan
  overzien en zich zal richten op de volgende onderwerpen:
  1    Het periodiek signaleren of er op dit moment nieuwe (internationale) wetenschappelijke inzich-
       ten zijn met betrekking tot concrete gezondheidskundige en/of veiligheidskundige grenswaar-
       den.
  2    Het periodiek signaleren of er op termijn nieuwe (internationale) wetenschappelijke inzichten
       zullen zijn met betrekking tot concrete gezondheidskundige en/of veiligheidskundige grenswaar-
       den.
2 Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>Hierbij zal het zwaartepunt liggen op onderdeel 1; de periodieke signalering van huidige nieuwe
(intemationale) wetenschappelijke inzichten op het gebied van concrete gezondheidskundige en/of
veiligheidskundige grenswaarden. In eerste instantie betreft het een signalering op basis van de
arbeidsomstandighedenrisico's die in de Arbowet en regelgeving zijn opgenomen. Mogelijk kunnen
hier in een later stadium nieuwe risico's aan worden toegevoegd.
Ik verzoek u te beginnen met het instellen van de commissie en het maken van een Plan van aanpak
dat betrekking heeft op de periode 2007 tot 2012. Hierin zullen de bovenstaande onderwerpen en een
begroting opgenomen dienen te worden. Graag zie ik het Plan van aanpak voor 1 september aan-
staande tegemoet. Het door de Gezondheidsraad opgestelde Plan van aanpak behoeft goedkeuring
van het Ministerie van SZW.
Ten aanzien van deze periodieke signalering acht ik het van belang dat er jaarlijks wordt gerappor-
teerd. Ik zou het dan ook op prijs stellen het eerste jaarlijkse signaleringsrapport voor het eind van
2007 van u te ontvangen.
Hoogachtend,
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
(J.P.H. Donner)
Adviesaanvraag                                                                                         53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>4 Repeterende handelingen tijdens werk</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>ijlage B
       Commissie Signalering
       arbeidsomstandighedenrisico’s
       • prof. dr. ir. T. Smid, voorzitter
         bijzonder hoogleraar arbeidsomstandigheden, VU medisch centrum,
         Amsterdam; adviseur arbeidsomstandigheden, KLM, Schiphol-Oost
       • prof. dr. A.J. van der Beek
         hoogleraar epidemiologie van arbeid en gezondheid, EMGO instituut, VU
         medisch centrum, Amsterdam
       • prof. dr. ir. A. Burdorf
         hoogleraar determinanten van volksgezondheid, Erasmus Medisch Centrum,
         Rotterdam
       • prof. dr. M.H.W. Frings-Dresen
         hoogleraar beroepsziekten, Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid,
         Academisch Medisch Centrum, Amsterdam
       • prof. dr. ir. D.J.J. Heederik
         hoogleraar gezondheidsrisicoanalyse, Institute for Risk Assessment
         Sciences, Utrecht
       • prof. dr. J.J.L. van der Klink
         hoogleraar sociale geneeskunde arbeid en gezondheid, Universitair Medisch
         Centrum, Groningen
       • dr. T. Spee
         beleidsadviseur arbeidshygiëne, Stichting Arbouw, Amsterdam
       Commissie Signalering arbeidsomstandighedenrisico’s                         55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>  •   J. van der Wal
      hoofd veiligheid, Shell Europa Exploratie en Productie, Nederlandse
      Aardolie Maatschappij, Assen
  •   H.J. van der Brugge, waarnemer
      ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Den Haag
  •   dr. P.C. Noordam, waarnemer
      senior adviseur, Arbeidsinspectie, Den Haag
  •   dr. A.S.A.M. van der Burght, secretaris
      Gezondheidsraad, Den Haag
  •   dr. V. Gouttebarge, secretaris
      Gezondheidsraad, Den Haag
  De Gezondheidsraad en belangen
  Leden van Gezondheidsraadcommissies worden benoemd op persoonlijke titel,
  wegens hun bijzondere expertise inzake de te behandelen adviesvraag. Zij kun-
  nen echter, dikwijls juist vanwege die expertise, ook belangen hebben. Dat
  behoeft op zich geen bezwaar te zijn voor het lidmaatschap van een Gezond-
  heidsraadcommissie. Openheid over mogelijke belangenconflicten is echter
  belangrijk, zowel naar de voorzitter en de overige leden van de commissie, als
  naar de voorzitter van de Gezondheidsraad. Bij de uitnodiging om tot de com-
  missie toe te treden wordt daarom aan commissieleden gevraagd door middel
  van het invullen van een formulier inzicht te geven in de functies die zij bekle-
  den, en andere materiële en niet-materiële belangen die relevant kunnen zijn voor
  het werk van de commissie. Het is aan de voorzitter van de raad te oordelen of
  gemelde belangen reden zijn iemand niet te benoemen. Soms zal een adviseur-
  schap het dan mogelijk maken van de expertise van de betrokken deskundige
  gebruik te maken. Tijdens de installatievergadering vindt een bespreking plaats
  van de verklaringen die zijn verstrekt, opdat alle commissieleden van elkaars
  eventuele belangen op de hoogte zijn.
  Het advies werd voorbereid door de werkgroep Fysieke arbeidrisico’s, ingesteld
  door de commissie. De werkgroep was als volgt samengesteld:
  • prof. dr. ir. A. Burdorf, voorzitter
  • prof. dr. A.J. van der Beek
  • prof. dr. M.H.W. Frings-Dresen
  • prof. dr. J.H. van Dieën
      hoogleraar Biomechanica, Faculteit Bewegingswetenschappen, VU,
      Amsterdam
6 Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>• dr. A.S.A.M. van der Burght, secretaris
• dr. V. Gouttebarge, secretaris
Commissie Signalering arbeidsomstandighedenrisico’s 57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>8 Repeterende handelingen tijdens werk</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>ijlage C
       Brede literatuurverkenning
       Het doel van deze literatuurverkenning is het verkrijgen van een overzicht van en
       inzicht in de recente ontwikkelingen over het ontstaan van gezondheidskundige
       en veiligheidskundige problematiek door repeterende handelingen tijdens werk.
       Voor dat doel zijn uitsluitend recente overzichtsartikelen geraadpleegd die bij
       voorkeur in peer-reviewed tijdschriften zijn gepubliceerd. Waar mogelijk heeft
       de commissie ook gebruik gemaakt van rapporten van gerenommeerde nationale
       en internationale instituten of organisaties.
       Bevindingen repeterende handelingen
       In 1994 onderzocht Kilbom door middel van een literatuuronderzoek de relatie
       tussen repeterende arbeid van de bovenste extremiteiten (repeterende handelin-
       gen) en het optreden van gezondheidsproblematiek.22 Op basis van een zoekstra-
       tegie in drie zoekbestanden werd literatuur gezocht over de associatie tussen
       repeterende handelingen en werkgerelateerde klachten. Uiteindelijk werden 17
       epidemiologische studies verwerkt, waaruit bleek dat repeterende handelingen
       m.b.t. de gewrichten van de schouders (vanaf 2,5 bewegingen per minuut) polsen
       (vanaf 10 bewegingen per minuut) en handen geassocieerd is met peesaandoe-
       ningen c.q. tendinopathie aan de bovenste extremiteiten (o.a. carpaal tunnel syn-
       droom [CTS], tendinitis, tenosynovitis). Tussen deze studies varieerden de
       verschillende associatiematen tussen 1,5 en 6,0.
       Brede literatuurverkenning                                                        59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>      In een systematisch literatuuronderzoek zocht van der Windt e.a. (2000) naar
  relevante originele studies over de associatie tussen enkele arbeidsrisico’s en het
  optreden van schouderklachten.24 Door middel van een zoekstrategie toegepast
  in vier zoekbestanden (Medline, Embase, Psychlit en Cinahl), en na de toepas-
  sing van selectie- en kwaliteitscriteria, werden uiteindelijk acht originele studies
  (zes dwarsdoorsnede en twee case-controle) geïdentificeerd die repeterende han-
  delingen als arbeidsrisico hadden onderzocht. Met uitzondering van één van de
  dwarsdoorsnede studies waarin werknemers blootgesteld aan repeterende hande-
  lingen een verhoogde kans op schouderklachten hadden (1,5 [95%BI 1,1-1,9]), is
  er uit alle studies geen eenduidige bewijs gevonden voor de associatie tussen
  repeterende handelingen en schouderklachten (risicomaten variërend tussen 0,4
  en 4,6). In dat zelfde jaar bracht de Gezondheidsraad op verzoek van de toenma-
  lige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een advies uit over RSI
  (Repetitive Strain Injury).7 In dit advies stelde de commissie dat repeterende han-
  delingen een risicofactor voor RSI c.q. klachten aan arm-nek-schouder (KANS)
  zijn. Deze bevindingen over het verband tussen repeterende handelingen en
  KANS werden ook in 2002 door een overzichtartikel van Aptel e.a. bevestigd.21
      In hun systematische review zochten Palmer and Smedley (2007) naar rele-
  vante studies over de associatie tussen fysieke arbeidsrisico’s en werkgerela-
  teerde nek-shouder klachten.23 Op basis van een systematische zoekstrategie in
  vier zoekbestanden, en na de toepassing van inclusie- en kwaliteitscriteria, wer-
  den uiteindelijk 21 originele studies geïncludeerd (vier prospectieve cohort),
  waarvan 14 op repeterende handelingen waren gericht. In 11 van deze 14 studies
  werden risicomaten van 1,7 of meer gerapporteerd voor het verband tussen repe-
  terende handelingen en nek-schouder klachten. Uit deze literatuurstudie blijkt dat
  repeterende handelingen van de schouder en schouder-nek gewrichten in hogere
  mate met nek-schouder klachten zijn geassocieerd dan repeterende handelingen
  van de pols-handen gewrichten.
      Recentelijk zijn een drietal systematische literatuuronderzoeken van dezelfde
  auteurs verschenen over de associatie tussen werkgerelateerde factoren (o.a.
  repeterende handelingen) en het optreden van specifieke aandoeningen of aspeci-
  fieke klachten aan de bovenste extremiteiten.25-27 In 2009 zocht van Rijn e.a. op
  basis van een zoekstrategie in drie zoekbestanden (Medline, Embase en
  Cochrane Central Register of Controlled Trials) relevante studies over de associ-
  atie tussen een aantal werkgerelateerde factoren (o.a. repeterende handelingen)
  en CTS.25 Na het toepassen van een aantal inclusiecriteria door twee reviewers
  werden 44 studies op hun methodologische kwaliteit beoordeeld en uiteindelijk
  verwerkt. Acht studies werden gevonden die de associatie tussen repeterende
  handelingen en CTS onderzochten, waaruit bleek dat werknemers blootgesteld
0 Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>aan repeterende handelingen een verhoogde kans op CTS hadden, met risicoma-
ten van 4,6 (95%BI 1,8-11,9) tot 9,4 (95%BI 2,3-37,1). Ook in 2009 zocht van
Rijn e.a. op basis van een zoekstrategie in drie zoekbestanden (Medline, Embase
en Cochrane Central Register of Controlled Trials) relevante studies over de
associatie tussen een aantal werkgerelateerde factoren (o.a. repeterende hande-
lingen) en specifieke aandoeningen aan de ellebogen (o.a. laterale en mediale
epicondylitis) .26 Na het toepassen van een aantal inclusiecriteria door twee
reviewers werden 13 studies op hun methodologische kwaliteit beoordeeld en
uiteindelijk geïncludeerd. Vier studies werden gevonden die de associatie tussen
repeterende handelingen en deze specifieke aandoeningen aan de ellebogen
onderzochten. Uit één prospectieve cohort studie bleek dat werknemers blootge-
steld aan repeterende handelingen een verhoogde kans op epicondylitis lateralis
hadden (risicomaat van 4,7 [95%BI 2,2-9,7]). In 2010 zocht van Rijn e.a. naar
relevante originele studies over de associatie tussen enkele arbeidsrisico’s (o.a.
repeterende handelingen) en specifieke aandoeningen aan de schouder (o.a. sub-
acromiaal impingement syndroom).27 Door middel van een zoekstrategie toege-
past in drie zoekbestanden (Medline, Embase en Cochrane Central Register of
Controlled Trials), en na de toepassing van selectie- en kwaliteitscriteria, werden
uiteindelijk twee originele studies van goede methodologische kwaliteit geïdenti-
ficeerd die repeterende handelingen als arbeidsrisico hadden onderzocht. Op
basis van deze twee studies bleek dat werknemers blootgesteld aan repeterende
handelingen een verhoogd risico hadden op subacromiaal impingement syn-
droom (risicomaat van 2,4 [95%BI 1,3-4,3] tot 3,3 [95%BI 1,3-8,1]).
     Zeer recentelijk zijn twee systematische literatuuronderzoeken verschenen.
Eén daarvan is een meta-analyse over de associatie tussen repeterende handelin-
gen en CTS uitgevoerd door Barcenilla e.a. (2012).28 Na het toepassen van inclu-
siecriteria werden 11 studies uiteindelijk geïncludeerd waarmee een gepoolde
risico (OR) werd berekend. Daaruit bleek dat werknemers blootgesteld aan repe-
terende handelingen een verhoogde kans op CTS hadden (risicomaat van 2,3
[95%BI 1,7-2,9]) ten opzichte van werknemers niet blootgesteld. Het tweede
literatuuronderzoek van Mayer e.a. (2012) heeft uitsluitend prospectieve cohort
studies geïncludeerd om de associatie tussen repeterende handelingen en nek/
schouder klachten te evalueren.29 Op basis van 10 geïncludeerde studies hebben
de auteurs geconcludeerd dat er in de wetenschappelijke literatuur matig tot sterk
bewijs was voor de associatie tussen repeterende handelingen en nek/schouder
klachten.
Brede literatuurverkenning                                                          61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>  Conclusie brede literatuurverkenning
  Op basis van de brede verkenning van de literatuur kan worden geconcludeerd
  dat blootstelling aan repeterende handelingen tijdens werk lijkt in verband te
  kunnen worden gebracht met een verhoogd risico op aspecifieke klachten aan de
  bovenste extremiteiten. Ook lijkt blootstelling aan repeterende handelingen tij-
  dens werk lijkt in verbandte kunnen worden gebracht met een verhoogd risico op
  specifieke klachten aan de bovenste extremiteiten, vooral subacromiaal impinge-
  ment syndroom (slijmbeursaandoening en/of peesaandoening rond het schouder-
  gewricht), epicondylitis medialis (ontsteking of irritatie van de
  aanhechtingsplaats van pezen aan de binnenzijde van het ellebooggewricht), epi-
  condylitis lateralis (ontsteking of irritatie van de aanhechtingsplaats van pezen
  aan de buitenste elleboogknobbel), en carpaal tunnel syndroom (beknelling van
  de middelste zenuw in de pols).
2 Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>ijlage D
       Systematisch literatuuronderzoek
       Het doel van dit literatuuronderzoek is systematisch wetenschappelijke gegevens
       uit epidemiologische studies te verzamelen over de relatie tussen repeterende
       handelingen tijdens werk en het ontstaan (zowel op korte- als op lange termijn)
       van gezondheidskundige problematiek.
       1            Vraagstelling
       Voor dit systematische literatuuronderzoek zijn de volgende vraagstellingen
       geformuleerd:
       a wat is de gezondheidsproblematiek die ontstaat als gevolg van repeterende
            handelingen tijdens werk?
       b in welke mate is blootstelling (in termen van duur, frequentie en/of intensi-
            teit) aan repeterende handelingen tijdens werk gerelateerd aan deze proble-
            matiek?
       2            Zoekbestanden
       Gezien het geringe aantal systematische literatuurstudies gevonden uit de brede
       literatuurverkenning wordt in dit systematische literatuuronderzoek (zonder
       tijdslimiet) in de internationale zoekbestanden Medline (via Pubmed) en Embase
       (via Ovid) naar Engels- en Nederlandstalige literatuur gezocht.
       Systematisch literatuuronderzoek                                                 63
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>  3          Zoektermen
  In de internationale zoekbestanden worden termen gezocht die bij de concepten
  repetitive movement, work-related en health effects aansluiten.
  4          Zoekstrategie
  4.1        Zoekstrategie Medline
  #1= repetitive movement*[tiab] OR cumulative movement*[tiab] OR repetitive
  motion*[tiab] OR cumulative motion*[tiab] OR repetitive task*[tiab] OR cumu-
  lative task*[tiab] OR repetitive work*[tiab] OR cumulative work*[tiab]
       #2= work-related[tw] OR occupations[MeSH] OR occupational expo-
  sure[MeSH] OR occupation*[tw] OR work[MeSH] OR workplace[MeSH] OR
  work*[tw] OR vocation*[tw] OR job[tw] OR employment[MeSH] OR
  industr*[tw] OR business[tw] OR profession*[tw] OR trade*[tw] OR enter-
  prise*[tw]
       #3= “health effects”[tw] OR occupational health[MeSH] OR occupational
  diseases[MeSH] OR musculoskeletal diseases[MeSH] OR “occupational risk
  factor”[tw] OR safety[MeSH] OR safet*[tw] OR safety management[MeSH] OR
  risk management[MeSH] OR sprains and strains[MeSH] OR wounds and inju-
  ries[MeSH] OR health[tw] OR disorder[tw] OR disorders[tw] OR syndrome[tw]
  OR disease[tw] OR diseases[tw] OR wounds[tw] OR injuries[tw] OR injury[tw]
  OR sprains[tw] OR strains[tw] OR pain[tw] OR discomfort[tw] OR risk[MeSH]
       4= #1 AND #2 AND 3#
  4.2        Zoekstrategie Embase
  #1= “repetitive movement$”.ti,ab OR “cumulative movement$”.ti,ab OR “repe-
  titive motion$”.ti,ab OR “cumulative motion$”.ti,ab OR “repetitive task$”.ti,ab
  OR “cumulative task$”.ti,ab OR “repetitive work$”.ti,ab OR “cumulative
  work$”.ti,ab
  #2= work-related OR occupation$ OR work$ OR vocation$ OR job OR industr$
  OR business OR profession$ OR trade$ OR enterprise$
  #3= “health effects” OR “occupational risk factor” OR safet$ OR health OR dis-
  order OR disorders OR syndrome OR disease OR diseases OR wounds OR inju-
  ries OR injury OR sprains OR strains OR pain OR discomfort
  #4= #1 AND #2 AND 3#
4 Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>5           In- en exclusie criteria
Om studies vanuit de resultaten uit de zoekstrategie te includeren worden de vol-
gende inclusiecriteria toegepast:
1 de studie is een prospectieve of retrospectieve studie (geen interventiestudie)
    in geval van aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten als uitkomst-
    maat, of een case-control studie in geval van Subacromiaal Impingement
    Syndroom, epicondylitis lateralis, mediale epicondylitis en carpaal tunnel
    syndroom als uitkomstmaat
2 de studie beschrijft de mate van blootstelling aan repeterende handelingen op
    kwantitatieve wijze (duur, frequentie en/of intensiteit)
3 de studie beschrijft korte- en/of langetermijneffecten op gezondheid als
    gevolg van repeterende handelingen tijdens werk
4 en de studie beschrijft een mate van associatie tussen repeterende handelin-
    gen en het ontstaan van gezondheidsklachten in termen van relatief risico,
    attributief risico, prevalentie ratio of odds ratio.
6           Selectie procedures
Nadat de zoekstrategie in de verschillende zoekbestanden is uitgevoerd worden
de inclusiecriteria op de titels en samenvattingen van de verschillende studies
door twee beoordelaars (afzonderlijk van elkaar) toegepast. Bij twijfel over het
includeren of excluderen van een studie op basis van titel en samenvatting wordt
deze geïncludeerd. De hele tekst van de geïncludeerde titels en samenvattingen
wordt opgevraagd en de inclusiecriteria worden op de hele tekst opnieuw door
twee beoordelaars (afzonderlijk van elkaar) toegepast. Bij twijfel over het inclu-
deren of excluderen van een studie wordt een derde beoordelaar geraadpleegd.
Daarnaast worden de referentielijsten van alle geïncludeerde artikelen en eventu-
ele reviews gescreend. De geïncludeerde studies in de vier recente literatuurover-
zichten (Van Rijn e.a.; Barcenilla e.a.) werden in de exercitie van de commissie
meegenomen mits deze aan de inclusiecriteria voldeden, waarbij nog recenter
studies over de specifieke aandoeningen subacromiaal impingement syndroom,
epicondylitis medialis en lateralis, en carpaal tunnel syndroom werden
gezocht.25-28 Ook wordt gezocht naar recente studies (afgelopen vijf jaren) uitge-
voerd bij beroepen waar repeterende handelingen vaak voorkomen, namelijk
caissières, kapsters, vlees verpakkers, assemblage werkers, schilders en musici.
De uiteindelijke referentielijst van geïncludeerde artikelen wordt aan vier experts
voorgelegd met de vraag of aanvullende studies dienden te worden toegevoegd.
Systematisch literatuuronderzoek                                                    65
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>  7           Data extractie
  De data extractie van de geïncludeerde studies wordt gerangschikt per type effec-
  ten in een gestandaardiseerde tabel, waarin de volgende informatie wordt weer-
  gegeven:
  • 1ste kolom: eerste auteur en jaartal publicatie
  • 2de kolom: studie populatie (aantal, leeftijd, geslacht, beroep, land)
  • 3de kolom: studie design en eventuele verstorende factoren
  • 4de kolom: effect op gezondheid van het arbeidsrisico (prevalentie of inciden-
      tie gegevens)
  • 5de kolom: blootstellingparameters (definitie van de gebruikte blootstelling-
      en referentiegroep)
  • 6de kolom: mate van associatie tussen het arbeidsrisico en effect op gezond-
      heid.
  8           Resultaten zoekstrategie
  De eerdere gedefinieerde zoekstrategie is in maart 2012 in Pubmed en Embase
  uitgevoerd. In totaal zijn uiteindelijk 166 full-teksten op basis van de inclusiecri-
  teria beoordeeld. Na deze laatste selectiestap op de originele studies, en na de
  referentie check uitgevoerd bij de geïncludeerd literatuuroverzichten (onder
  andere Van Rijn e.a.; Barcenilla e.a.), bij de vier experts, en bij de beroepen van
  caissières, kapsters, vlees verpakkers, assemblage werkers, en schilders, zijn 14
  originele prospectieve cohort studies32,34-37,41-49 (specifieke aandoeningen en
  aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten, en overige klachten) en zes
  case-control studies30,31,33,38-40 (specifieke aandoeningen aan de bovenste extre-
  miteiten) geïncludeerd. Deze studies zijn in verschillende extractietabellen ver-
  werkt (bijlage F over specifieke aandoeningen aan de bovenste extremiteiten;
  bijlage G over aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten; bijlage H over
  overige klachten).
6 Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>ijlage E
       OCRA methode
       Zie volgende pagina’s.9,12-15
       OCRA methode                  67
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>8 Repeterende handelingen tijdens werk</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>OCRA methode 69</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>0 Repeterende handelingen tijdens werk</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>OCRA methode 71</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 73 ======================================================================

<pre>2 Repeterende handelingen tijdens werk</pre>

====================================================================== Einde pagina 73 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 74 ======================================================================

<pre> ijlage    F
           Extractietabel specifieke aandoe-
           ningen aan de bovenste extremiteiten
Author  Study population         Study design       Health effect                    Exposure parameters      Degree of
                                                                                                              association
Garg     N = 429                  Prospective cohort Carpal tunnel syndrome (CTS)     Threshold Limit Value
 012     G = 36.6% male;          study                                               for Hand Activity
         63.4% female             (38 months)                                         Level:                   HR = 3.8
2        A = 41.2(sd=11.7)                           CTS: symptoms (numbness,         - per unit score ≤ 1.25 (CI 1.0-14.9)
         O = poultry process      Conf = age, body tingling) in at least two median   N = 160 (153 no CTS; 7
         assembly worker, man-    mass               nerve served digits, symptoms    CTS)
         ufacturing and assem-                       occurring on ≥25% of days                                 HR = 0.1
         bly of animal                               during the preceding month,      - per unit score > 1.25 (CI 0.0-3.4)
         laboratory equipment                        symptoms occurring for at least  N = 171 (155 no CTS;
         worker, engine manu-                        two or more consecutive fol-     16 CTS)
         facturing and assembly                      low-iup periods and an abnor-
         worker, electronic                          mal nerve conduction study
         motor manufacturing
         and assembly worker
         C = USA
Nathan   N = 256                  Prospective cohort Carpal tunnel syndrome (CTS) Repetition hand use:
 002     G = 145 male; 111        study                                               - Not at all             OR = 1.0
         female                   (11 year)
6        A = 34.9 (sd=10.0)                          CTS: abnormal median nerve - Consistently                 OR = 1.14
         O = steel mill, meat/    Conf = gender,     conduction established during                             (CI 0.59-
         food                     age, occupational electrophysiologic testing and 2                           2.20)
         packaging, electronics   factors            or more hand/wrist symptoms
         and plastics industrial                     specific to CTS.
         worker
         C = USA
           Extractietabel specifieke aandoe- ningen aan de bovenste extremiteiten                                         73
</pre>

====================================================================== Einde pagina 74 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 75 ======================================================================

<pre>Nathan N = 148                  Prospective cohort Carpal tunnel syndrome (CTS)       Repetition hand use:
 005   G = 60% male; 40%        study                                                 - Very light duration OR = 1.0
       female                   (17 year)
7      A = 35.1 (sd=9.7)                           CTS: numbness, tingling and        - Very heavy use      OR = 0.56
       O = steel mill, meat/    Conf = ?           noctural awakening at least
       food                                        twice a month (at least two
       packaging, electronics                      symptoms) or at least once a
       and plastics industrial                     month (one symptom) in com-
       worker                                      bination with pain, tightness
       C = USA                                     and clumsiness at least twice a
                                                   month AND maximum latency
                                                   difference of .40 ms or more.
 annon N = 30 patients          Case control study Carpal Tunnel Syndrome             Repetitive work:
 981   G = 3 male; 27 female                                                          - No
       A = 43.2 (sd=11)                                                               N = 78 no CTS; 25 CTS
0                                                  Carpal Tunnel Syndrome: iden-                            OR = 1.3
       O = various within       Control = 90 con- tified through medical records      - Yes
       plant factory            trols (age=44.8)                                      N = 12 no CTS; 5 CTS
       C = VS                   matched for sex
 rost  N = 743 cases            Nested case con- Carpal tunnel syndrome (CTS)         Repetition hand use:
 998   G = 83.2% male;          trol study                                            - No slaughterhouse   OR = 1.0
       16.8% female                                                                   worker
0      A = 37.7% <35; 39.8%     Control = 398      CTS: combination of                N = 392 no CTS; 6 CTS
       35-49; 22.5≥50           repair or chemical symptoms, occurring at least 1
                                workers            night a week, indicating entrap-   - Slaughterhouse      OR (either
       O = slaughterhouse                          ment of the median nerve, and      worker (56-115 wrist  hand) = 4.24
       worker                   Conf = non occu- current symptoms involving at        exertion per 10 min)  (CI 1.77-
       C = Denmark              pational risk fac- least 1 of the 3 radial fingers in N = 699 no CTS; 44    10.13)
                                tors               a physical examination and         CTS                   OR (domi-
                                                   positive neurophysiological cri-                         nant hand) =
                                                   teria of CTS                                             3.26 (CI 1.09-
                                                                                                            9.71)
                                                                                                            OR (nondo-
                                                                                                            minant hand)
                                                                                                            = 5.31 (CI
                                                                                                            1.60-17.61)
 ung   N = 166                  Case control study Carpal tunnel syndrome (CTS) Repetitive motion of the
 007   G = 12 male; 154                                                               wrist:
       female A = 48 (sd=7)     Control = 111 con- CTS: presence of paraesthesia - Never                    OR = 1.0
1      O = service industry     trols (age=43.8;   over the radial side of the palm,
       (waiter, drivers, health sd=11; 31 male,    with positive Tinel sign and/of - Seldom                 OR = 1.1
       care) worker             80 female)         Phalen’s test, sometimes with                            (CI 0.4-3.2)
                                                   tenar atrophy.                     - Sometimes           OR = 0.7
       C = China                Conf = sex, age,                                                            (CI 0.2-1.9)
                                body mass index,                                      - Frequent            OR = 0.9
                                stress, smokingy                                                            (CI 0.4-2.4)
 4       Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 75 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 76 ======================================================================

<pre> oquelau N = 65                 Case control study Carpal tunnel syndrome (CTS) Repetitive movements
e        G = 10 male; 55 female                                                      without job rotation:
 997     A = 41.1 (sd=7.5)                                                           - No                      OR = 1.0
         O = blue collar worker Control = 65 con-  CTS: at least 3 of the following
8        C = France             trols (age=41.2;   conditions: (i) tingling, pain or - Yes                     OR = 6.3
                                sd=7.2; 10 male,   numbness in the median nerve                                (CI 2.1-19.3)
                                55 female)         distribution of the hand with     Repetitive movements
                                                   noctural exabertion with more with changes in activity/
                                Conf = sex, age    than 20 occurences or lasting     breaks < 15% daily
                                                   more than 3 weeks in the previ- worktime:
                                                   ous year; (ii) positive Tinel’s   - No                      OR = 1.0
                                                   sign and positive Phalen’s test
                                                   or hypoesthesia in the territory - Yes                      OR = 6.0 (CI
                                                   of the median the wrist level;                              1.8-20.2)
                                                   (iv) surgical release of the
                                                   transverse carpal ligament.
Wieslan- N = 34                 Case control study Carpal tunnel syndrome (CTS) Repetitive movement of
 er      G=?                                                                         the wrists:               OR = 1.0
 989     A = 20-66                                                                   - < 1 year
         O=?                    Control = 143      CTS: diagnosed by hand sur-       N = 113 no CTS; 20        OR = 1.5
9        C = Sweden             controls           geon confirmed electroneuro- CTS                            (CI 0.5-4.4)
                                                   graphically by measurement of                               OR = 4.6
                                Conf = sex, age    the conduction velocities in the - 1-20 years               (CI 1.8-11.9)
                                                   median nerve at wrist level.      N = 19 no CTS; 5 CTS
                                                                                     - >20 years
                                                                                     N = 11 no CTS; 9 CTS
Harris   N = 413                Prospective cohort Wrist tendinosis (WT)             Repetition heavy or
 011     G = 262 male; 151      study                                                power pinch:
         female                 (28 months)                                          - ≤4.52 per min           HR = 1.0
4        A = 38.6 (sd=11.2)                        WT: included wrist                N = 134 (9 no WT;
         O = dairy, chair,      Conf = gender,     flexor and wrist extensor tendi- 125 CTS)
         mushroom and stone     age                nosis, diagnosis based on pain
         manufacturing worker                      scale, muscle test and core sign. - 4.52-19.2 per min       HR = 1.4 (CI
         C = USA                                                                     N = 96 (9 no WT; 87       0.5-3.6)
                                                                                     CTS)
                                                                                     - >19.2 per min N = 159 HR = 1.3 (CI
                                                                                     (8 no WT; 151 CTS)        0.5-3.5)
                                                                                     Repetition all wrist pos-
                                                                                     tures:
                                                                                     - ≤38.88 per min          HR = 1.0
                                                                                     N = 117 (9 no WT; 108
                                                                                     CTS)
                                                                                     - 38.88-47.24 per min     HR = 1.4 (CI
                                                                                     N = 97 (9 no WT; 88       0.6-3.4)
                                                                                     CTS)
                                                                                     - >47.24 per min          HR = 0.9 (CI
                                                                                     N = 175 (8 no WT; 167 0.4-2.4)
                                                                                     CTS)
           Extractietabel specifieke aandoe- ningen aan de bovenste extremiteiten                                         75
</pre>

====================================================================== Einde pagina 76 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 77 ======================================================================

<pre>  eclerc     N = 598                 Prospective cohort 1. Lateral epicondylitis         Turn and screw:
 001         G=?                     study               (3 years incidence = 12.2%)     - No                      OR = 1.0
             A=?                     (1 year)
5                                                        2. Wrist tendinosis             - Yes                     1. OR = 2.1
             O = assembly worker,    Conf = occupatio- (3 years incidence = 5.7%)                                  (CI 1.2-3.7)
             clothing worker, food   nal group                                           Repetitive hitting:
             worker, packaging wor-                                                      - No                      OR = 1.0
             ker, cashier
             C = France                                                                  - Yes                     2. OR = 2.7
                                                                                                                   (CI 0.8-5.6)
Haarh        N = 209                 Case control study Lateral epicondylitis            Same repetitive move-
 003         G = 100 male; 109                                                           ments of fingers or
             female                                                                      hands:
3            A = 18-66                                   Lateral epicondylitis: pain and - Never or almost never OR = 1.0
             O = various             Control = 388       tenderness at the lateral hume- N (men) = 85
             C = Denmark             controls (age=18- ral epicondyle, with or without N (women) = 93
                                     66) matched for     concomitant pain in the adja-
                                     age and sex         cent extensor muscles of the    - 25-50% of the time      OR (men) =
                                                         forearm                         N (men) = 77              1.7 (CI 0.9-
                                                                                                                   3.3)
                                                                                         N (women) = 95            OR (women)
                                                                                                                   = 1.3 (CI 0.7-
                                                                                                                   2.5)
                                                                                         - ≥75% of the time        OR (men) =
                                                                                         N (men) = 35              2.2 (CI 0.9-
                                                                                                                   5.3)
                                                                                         N (women) = 56            OR (women)
                                                                                                                   = 1.9 (CI 0.9-
                                                                                                                   4.0)
                                                                                         Same repetitive move-
                                                                                         ments of arms:
                                                                                         - Never or almost never OR = 1.0
                                                                                         N (men) = 106
                                                                                         N (women) = 153
                                                                                         - 25-50% of the time      OR (men) =
                                                                                         N (men) = 54              1.8 (CI 0.9-
                                                                                         N (women) = 47            3.6)
                                                                                                                   OR (women)
                                                                                                                   = 1.5 (CI 0.7-
                                                                                                                   3.1)
                                                                                         - ≥75% of the time        OR (men) =
                                                                                         N (men) = 37              1.9 (CI 0.8-
                                                                                         N (women) = 44            4.6)
                                                                                                                   OR (women)
                                                                                                                   = 3.7 (CI 1.7-
                                                                                                                   8.3)
N, number; G, gender; A, age; O, occupation (sector); C, country; Conf = confounder taken into account; D, duration; I, inten-
 ity; F, frequency; h, hour; min, minute; s, second; OR, odds ratio; HR, hazard ratio; OR, odd ratio; PR, prevalence rate ratio;
  I, confidence interval; *,p<.05; **, p<.01; ***, p<.001
  6            Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 77 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 78 ======================================================================

<pre>ijlage G
       Beschrijving van de studies over
       specifieke aandoeningen aan de
       bovenste extremiteiten
       In drie prospectieve cohort- en vijf patiënt-controlestudies werd het optreden van
       carpaal tunnel syndroom als gevolg van repeterende handelingen onderzocht.30-
       32,36-40 Uit deze studies blijkt dat repeterende handelingen geassocieerd zijn met
       een verhoogd risico op carpaal tunnel syndroom. Slechts twee patiënt-controle-
       studies presenteren een kwantificering van de blootstelling aan repeterende han-
       delingen (tabel 1).39,40 De andere zes studies gebruiken een blootstellingmaat die
       geen informatie geeft over duur, frequentie en/of bewegingssnelheid/precisie. Zo
       operationaliseert de studie van Garg (2012) repeterende handelingen met de
       Amerikaanse methode Threshold Limit Value for Hand Activity Level.32 Deze
       TLV-HAL is een composietmaat voor de totale belasting gerelateerd aan repete-
       rende handelingen en biedt geen mogelijkheid de onderliggende risicofactoren
       op hun aparte invloed te onderscheiden. In vier van de acht studies (alle vier pati-
       ent-controlestudies) werd een statistisch significant verhoogd risico op carpaal
       tunnel syndroom gevonden.30,38,39
            Uit een eerste studie blijkt dat een blootstelling van meer dan twintig jaar aan
       repeterende bewegingen van de pols een statistisch verhoogd risico (4,6; 95%CI
       1,8-11,9) met zich meebrengt op het ontwikkelen van deze aandoening.39 Uit
       een tweede studie blijkt dat het verrichten van 56 tot 115 polsbewegingen per
       tien minuten (onder slachters) het risico statistisch verhoogt tot 3,3 (95%CI
       1,1-9,7) tot 5,3 (95%CI 1,6-17,6).40 De twee andere patiënt-controlestudies
       laten zien dat repeterende handelingen (bij administratief medewerkers) een sta-
       Beschrijving van de studies over specifieke aandoeningen aan de bovenste extremiteiten 77
</pre>

====================================================================== Einde pagina 78 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 79 ======================================================================

<pre>  tistisch verhoogd risico van 1,3 tot 6,3 oplevert op het ontwikkelen van carpaal
  tunnel syndroom.30,38
       Eén prospectieve cohort- en in één patiënt-controlestudie onderzochten het
  optreden van epicondylitis lateralis als gevolg van repeterende handelingen (ver-
  pakkers, assemblagewerkers, slachters, caissières).33,35 Uit deze studies blijkt dat
  repeterende handelingen geassocieerd zijn met een statistisch verhoogd risico op
  epicondylitis lateralis. Uit de prospectieve cohortstudie blijkt dat repeterende
  handelingen (zonder dat de blootstelling is gekwantificeerd) een statistisch ver-
  hoogd risico van 2,1 (95%CI 1,2-3,7) met zich meebrengt op het ontwikkelen
  van deze aandoening.35 De patiënt-controlestudie laat zien dat vrouwen die drie
  kwart of meer van hun werkdag repeterende bewegingen verrichten een statis-
  tisch verhoogd risico (3,7; 95%CI 1,7-8,3) hebben op het ontwikkelen van epi-
  condylitis lateralis.33
       Twee prospectieve cohortstudies onderzochten het optreden van pols tendi-
  nosis als gevolg van repeterende handelingen (bij verpakkers, assemblagewer-
  kers, slachters en caissières).34,35 Slechts een van deze studies presenteert een
  verdere kwantificering van de blootstelling aan repeterende handelingen.34 De
  studies laten zien dat repeterende handelingen geassocieerd zijn met een ver-
  hoogd risico op pols tendinosis. In geen van beide studies werd echter een statis-
  tisch significante associatie gevonden.
8 Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 79 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 80 ======================================================================

<pre> ijlage  H
         Extractietabel aspecifieke klachten
         aan de bovenste extremiteiten
Author   Study population        Study design    Health effect         Exposure parameters       Degree of
                                                                                                 association
Andersen N = 3123                Prospective     Nek/shoulder pain     Repetitive shoulder move-
 003     G=?                     cohort study    (NSP)                 ments:
         A=?                     (4 years)       (4 years prevalence = - Never                   OR = 1.0
1                                                6.3%)                 N = 1357 no NSP; 179 NSP
         O = food processing     Conf = sex,     (4 years incidence =
         workers, textile wor-   age, body mass 14.1%)                 - F = 1-15 movements per  OR = 1.1
         kers, service workers   index, physical                       min                       (CI 0.9-2.3)
         C = Denmark             time activity,                        N = 1564 no NSP; 239 NSP
                                 psychosocial    Pain: pain in a body
                                 factros         region in the past 12 - F = 16-40 movements per OR = 1.5
                                                 months                min                       (CI 1.2-1.9)
                                                                       N = 928 no NSP; 204 NSP
Andersen N = 1456                Prospective     1. Nek, shoulder pain Repetitive work:
 007     G=?                     cohort study    (2 years prevalence = - D = 0-9 min per hour    HR = 1.0
                                 (2 years)       11.5%)                N = 893
2        A = 44 (sd=10)
         O = nurses, administra- Conf = sex,     2. Elbow, forearm,    - D = 10-44 min per hour  1. HR = 1.0
         tive worker, nurse      age, occupatio- hand pain             N = 256                   (CI 0.7-1.5)
         assistant, cleaning and nal category    (2 years prevalence =                           2. HR = 1.2
         kitchen worker, techni-                 6.4%)                                           (CI 0.7-2.1)
         cal staff                                                     - D = 45-60 min per hour  1. HR = 1.5
         C = Denmark                             Pain: pain in a body  N = 260                   (CI 1.0-2.1)
                                                 region in the past 12                           2. HR = 1.9
                                                 months                                          (CI 1.2-3.1)
         Extractietabel aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten                                    79
</pre>

====================================================================== Einde pagina 80 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 81 ======================================================================

<pre>Harkness   N = 803                  Prospective     Shoulder pain (SP)       Repetitive arm/wrist move-
 003       G = 65% men; 35%         cohort study    (1 year incidence =      ments:
           women                    (2 years)       15%)                     - never                       OR = 1.0
3          A = median 23                                                     N = 107 no SP; 23 SP)
           O = various sectors      Conf = age,     Pain: any pain or ache
           such as service organi-  sex, occupation in the shoulder lasting - D < 2 hours                  OR = 1.0
           zation, police, army                     for one day or longer in N = 136 no SP; 22 SP)         (CI 0.6-1.6)
           officers, supermarket,                   the past month
           postal distribution cen-                                          - D ≥ 2 hours                 OR = 1.0
           tre                                                               N = 152 no SP; 27 SP)         (CI 0.6-1.6)
           C = England
 eclerc    N = 498                  Prospective     Shoulder pain (SP)       Repetitive use of tool (man):
 004       G = 178 male; 420        cohort study    (3 years incidence =     - No                          OR = 1.0
           female                   (1 year)        21-29%)                  N = 53 (44 no SP; 9 SP)
4          A=?
           O = meat cutting wor-    Conf = occupa-                           - Yes                         OR = 4.3
           ker, clothing and shoe   tional group    Pain: at least one day N = 59 (36 no SP; 23 SP)        (CI 1.6-11.9)
           industry worker, assem-                  of pain in the shoulder
           bly line worker, super-                  during the past six
           market cashier,                          months                   Hit (woman):
           C = France                                                        - Never or not repetitively   OR = 1.0
                                                                             N = 183 (149 no SP; 34 SP)
                                                                             - Repetitively                OR = 1.5
                                                                             N = 31 (21 no SP; 10 SP)      (CI 0.6-3.7)
Macfarlane N = 1260                 Prospective     Forearm pain (FP)        Repetitive movement of the
 000       G=?                      cohort study    (2 years prevalence =    wrists:
           A = 18-65                (2 years)       8.3%)                    - Never                       RR = 1.0
5                                                                            N = 203 (198 no FP; 5 FP)
           O = various              Conf = sex, age
           C = UK                                   Pain: pain experienced - Occasionally                  RR = 1.4 (CI
                                                    during the previous      N = 230 (222 no FP; 8 FP)     0.4-4.2)
                                                    month and lasting at
                                                    least one day.           - Half / most of the time     RR = 3.4 (CI
                                                                             N = 348 (319 no FP;29 FP)     1.3-8.7)
                                                                             Repetitive movement of the
                                                                             arms:
                                                                             - Never                       RR = 1.0
                                                                             N = 266 (260 no FP; 6 FP)
                                                                             - Occasionally                RR = 1.2 (CI
                                                                             N = 221 (212 no FP; 9 FP)     0.4-3.7)
                                                                             - Half / most of the time     RR = 2.9 (CI
                                                                             N = 292 (265 no FP;27 FP)     1.2-7.3)
 0         Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 81 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 82 ======================================================================

<pre>Miranda       N = 7217 (baseline);      Prospective      Chronic Shoulder dis-     Repetitive movements:
 008          883 (follow-up)           cohort study     order (CSD)               - No                         OR = 1.0
              G = 42% male; 58%         (20 years)       (prevalence at follow-    N = 691 (650 no CSD; 41
6             female)A = 64.2                            up = 7%)                  CSD)
              (sd=9.5)                  Conf = sex,                                N (men) = 312 (292 no CSD;
              O = various               age, and occu- Pain: minimum of 3          20 CSD)
              C = Finland               pational factors months of symptoms        N (women) = 64 (51 no CSD;
                                                         preceding the clinical    13 CSD)
                                                         examination
                                                                                   - Yes                        OR = 2.3 (CI
                                                                                   N = 176 (154 no CSD;22       1.3-4.0)
                                                                                   CSD)                         OR (men) = 4.1
                                                                                   N (men) = 379 (358 no CSD;   (CI 1.9-9.0)
                                                                                   21 CSD)                      OR (women) =
                                                                                   N (women) = 112 (103 no      1.4 (CI 0.6-3.3)
                                                                                   CSD; 9 CSD)
Nahit         N = 782                   Prospective      Forearm pain (FP)         Repetitive movement of the
 003          G = 66% male; 34%         cohort study     (1 year incidence =       wrists:
              female                    (1 year)         8.3%)                     - D = < 2 hour               OR = 1.0
7             A = 24 (median)                                                      N = 448 (424 no FP; 24 FP)
              O = firefighters, ship-   Conf = sex,
              builder, dentist, nurse,  age, occupatio- Pain: pain in the sha- - D = ≥ 2 hour                   OR = 2.9 (CI
              retail worker, postal     nal group        ded area lasting at least N = 209 (178 no FP; 31 FP)   1.5-5.3)
              worker, podiatrists,                       24 hours during the past
              police, forestry worker,                   month
              army                                                                 Repetitive movement of the
              C = UK                                                               arms:
                                                                                   - D = < 2 hour               OR = 1.0
                                                                                   N = 508 (477 no FP; 31 FP)
                                                                                   - D = ≥ 2 hour               OR = 2.9 (CI
                                                                                   N = 145 (123 no FP; 22 FP) 1.6-5.2)
N, number; G, gender; A, age; O, occupation (sector); C, country; Conf = confounder taken into account; D, duration; I, inten-
 ity; F, frequency; h, hour; min, minute; s, second; OR, odds ratio; HR, hazard ratio; OR, odds ratio; PR, prevalence rate ratio;
  I, confidence interval; *,p<.05; **, p<.01; ***, p<.001
               Extractietabel aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten                                               81
</pre>

====================================================================== Einde pagina 82 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 83 ======================================================================

<pre>2 Repeterende handelingen tijdens werk</pre>

====================================================================== Einde pagina 83 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 84 ======================================================================

<pre>ijlage I
       Beschrijving van de studies over
       aspecifieke klachten aan de bovenste
       extremiteiten
       In zeven prospectieve cohortstudies werd het optreden van aspecifieke klachten
       aan de bovenste extremiteiten als gevolg van repeterende handelingen onder-
       zocht.41-47 Deze studies hebben betrekking op verschillende typen werknemers
       zoals administratief medewerkers, verpleegkundigen, schoonmakers, caissières,
       verpakkers, vleesverwerkers, assemblage- en lopendebandwerkers, militairen en
       tandartsen. De studies tonen aan dat repeterende handelingen geassocieerd zijn
       met een verhoogd risico op aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten.
       Vijf van deze zeven studies kwantificeren de blootstelling aan repeterende han-
       delingen in termen van duur.41-43,45,47 In deze studies wordt de blootstelling aan
       repeterende handelingen in zowel de studie- als de referentiegroep niet goed
       omschreven, waardoor onbekend is hoeveel repeterende handelingen deze groe-
       pen verrichten. Zo kan een blootstelling van minder dan twee uur per dag (in de
       referentiegroep) wijzen op helemaal geen repeterende handelingen of op een
       blootstelling van gemiddeld een uur.
            In vijf van de zeven studies werd een statistisch significant verhoogd risico
       op klachten aan de bovenste extremiteiten gevonden.41,42,44,45,47 Uit een eerste
       studie blijkt dat werknemers (administratief medewerkers, vleesverwerkers) die
       tussen 16 en 40 schouderbewegingen per minuut verrichten een statistisch ver-
       hoogd risico (1,5; 95%CI 1,2-1,9) hebben op het ontwikkelen van klachten aan
       nek/schouder, vergeleken met werknemers die nooit schouderbewegingen ver-
       richten in hun werk.41 Een tweede studie laat zien dat werknemers (administra-
       tief medewerkers, verpleegkundigen, schoonmakers) die tussen 45 en 60
       Beschrijving van de studies over aspecifieke klachten aan de bovenste extremiteiten 83
</pre>

====================================================================== Einde pagina 84 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 85 ======================================================================

<pre>  minuten per uur repeterende handelingen verrichten een statistisch verhoogd
  risico (1,9; 95%CI 1,2-3,1) hebben op het ontwikkelen van klachten aan elle-
  boog/onderarm/hand, vergeleken met werknemers die bijna nooit repeterende
  handelingen uitvoeren.42 Een derde studie laat zien dat mannelijke werknemers
  (caissières, vleesverwerkers, assemblage- en lopendebandwerkers) die repete-
  rende handelingen uitvoeren een statistisch verhoogd risico (4,3; 95%CI 1,6-
  11,9) hebben op het ontwikkelen van schouderklachten, afgezet tegen mannelijke
  werknemers die geen repeterende handelingen verrichten.44 Een vierde studie
  laat zien dat werknemers (verpleegkundigen, militairen, tandartsen) die twee uur
  of meer per dag repeterende pols- en handbewegingen maken een statistisch ver-
  hoogd risico (2,9; 95%CI 1,5-5,3) op het ontwikkelen van klachten aan onderarm
  hebben ten opzichte van werknemers die minder dan twee uur per dag dergelijke
  bewegingen maken.47 Uit een vijfde studie blijkt dat werknemers (diverse secto-
  ren) die tot 50% van een werkdag of meer dan 50% van een werkdag repeterende
  handbewegingen maken een statistisch verhoogd risico (3,4; 95%CI 1,3-8,7/2,9;
  95%CI 1,2-7,3) hebben op het ontwikkelen van klachten aan onderarm, vergele-
  ken met werknemers die deze bewegingen niet maken.45
4 Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 85 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 86 ======================================================================

<pre> ijlage    J
           Extractietabel overige klachten
Author   Study population  Study design    Health effect           Exposure parameters      Degree of
                                                                                            association
Andersen N = 1456          Prospective     1. low back pain        Repetitive work:
 007     G=?               cohort study    (2 years prevalence =   - D = 0-9 min per hour   HR = 1.0
         A = 44 (sd=10)    (2 years)       10.6%)                  N = 893
 2
         O = nurses, admi- Conf = sex,     2. Hip, knee, foot pain - D = 10-44 min per hour 1. HR = 1.3 (CI 0.8-1.9)
         nistrative wor-   age, occupatio- (2 years prevalence =   N = 256                  2. HR = 1.4 (CI 0.9-2.1)
         kers, nurse       nal category    9.3%)                                            3. HR = 1.1 (CI 0.8-1.4)
         assistants, cle-                  3. Any region           - D = 45-60 min per hour 1. HR = 1.7 (CI 1.2-2.6)
         aning and kitchen                 (2 years prevalence =   N = 260                  2. HR = 1.1 (CI 0.7-1.8)
         workers, techni-                  23.6%)                                           3. HR = 1.4 (CI 1.1-1.8)
         cal staff
         C = Denmark                       Pain: pain in a body
                                           region in the past 12
                                           months
           Extractietabel overige klachten                                                                        85
</pre>

====================================================================== Einde pagina 86 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 87 ======================================================================

<pre> onde   N = 2846           Prospective      Stress symptoms (SS)       Repetitive work:
 005    G=?                cohort study     (3 years incidence =       - No                       OR = 1.0
        A = 38-39          (3 years)        1.5%)                      N = 813 (779 no SS; 24 SS)
 8
        O = textile plants Conf = sex,      Symptom: somatic,          - Yes                      OR = 1.3 (0.6-2.2)
        worker, electronic age, body mass   emotional and cogni-       N = 2033 (1957 no SS; 76
        plant worker,      index, physi-    tive symptoms in the       SS)
        cardboard indus-   cal leisure time past four weeks
        trial worker, ser- activity                                    - F = 1-15 per min         OR = 1.3 (0.5-1.9)
        vice (postal                                                   N = 1288 (1235 no SS; 53
        sorting, supermar-                                             SS)
        ket) worker
        C = Denmark                                                    - F = 16-60 per min        OR = 1.2 (0.8-3.7)
                                                                       N = 745 (722 no SS; 23 SS)
Mc Beth N = 1403           Prospective      Chronic widespread         Repetitive movement of the
 003    G=?                cohort study     pain (CWP)                 wrists:                    RR = 1.0
        A = 18-65          (3 years)        (3 years prevalence =      - Never / occasionally
 9                                          9%)                        N = 344 (319 no CWP; 25 RR = 1.8 (CI 1.2-2.7)
        O = various        Conf = sex,                                 CWP)
        C = UK             age
                                            Pain: any pain during      - Half / most of the time
                                            the previous month that    N = 333 (203 no CWP;30     RR = 1.0
                                            had persisted for at least CWP)
                                            24h and if so, whether                                RR = 1.4 (CI 0.9-2.0)
                                            the pain lasted for more   Repetitive movement of the
                                            than 3 months              arms:
                                                                       - Never / occasionally
                                                                       N = 382 (350 no CWP; 32
                                                                       CWP)
                                                                       - Half / most of the time
                                                                       N = 194 (171 no CWP;23
                                                                       CWP)
 6         Repeterende handelingen tijdens werk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 87 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 88 ======================================================================

<pre>ijlage K
       Beschrijving van de studies over
       overige klachten
       In drie prospectieve cohortstudies werd gekeken naar het optreden van ander-
       soortige klachten als gevolg van repeterende handelingen (bijlage H).42,48,49 Deze
       studies werden uitgevoerd bij verschillende groepen werknemers zoals adminis-
       tratief mede werkers, verpleegkundigen, schoonmakers, caissières en assembla-
       gewerkers. Een van deze studies laat zien dat blootstelling aan repeterende
       handelingen geassocieerd is met een verhoogd risico (OR = 1,4 95%CI 0,9-2,1)
       op pijn in de heup, knie en voet en algemene pijn.42 In een tweede studie komt
       een statistisch verhoogd risico (OR = 1,8 95%CI 1,2-2,7) op algemene pijn naar
       voren.49 Uit een derde studie blijkt dat werknemers die tussen 16 en 60 handelin-
       gen per minuut verrichten een verhoogd risico (OR = 1,2 95%CI 0,8-3,7) hebben
       op het ontwikkelen van stressklachten, afgezet tegen werknemers die geen repe-
       terende handelingen verrichten.48
       Beschrijving van de studies over overige klachten                                  87
</pre>

====================================================================== Einde pagina 88 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 89 ======================================================================

<pre>8 Repeterende handelingen tijdens werk</pre>

====================================================================== Einde pagina 89 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 90 ======================================================================

<pre>ijlage L
       Commentaar op concept van het
       advies
       In november 2012 heeft de voorzitter van de Gezondheidsraad een concept van
       dit advies uitgebracht voor een openbare commentaarronde. De volgende per-
       soon heeft op het conceptadvies gereageerd:
       • Mevrouw M. Linders.
       De commissie heeft het commentaar betrokken in de afronding van haar advies.
       Commentaar op concept van het advies                                         89
</pre>

====================================================================== Einde pagina 90 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 91 ======================================================================

<pre>0 Repeterende handelingen tijdens werk</pre>

====================================================================== Einde pagina 91 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 92 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Adviezen
De taak van de Ge­z ond­h eids­r aad lieden. Met enige regelmaat
is mi­n is­t ers en parlement te     brengt de Gezondheidsraad ook
advise­r en over vraag­s tukken op   ongevraag­d e adviezen uit, die
het gebied van de volksgezond­       een signale­r ende functie hebben.
heid. De meeste ad­v ie­z en die de  In sommige gevallen leidt een
Gezondheidsraad jaar­l ijks uit­     signalerend advies tot het verzoek
brengt worden ge­s chre­v en op      van een minister om over dit
verzoek van een van de bewinds­      onderwerp verder te adviseren.
Aandachtsgebieden
Optimale                             Preventie                          Gezonde voeding
gezondheidszorg                      Met welke vormen van               Welke voedingsmiddelen
Wat is het optimale                  preventie valt er een              bevorderen een goede
resultaat van zorg                   aanzienlijke gezond-               gezondheid en welke
(cure en care) gezien                heidswinst te behalen?             brengen bepaalde gezond­
de risico’s en kansen?                                                  heidsri­s ico’s met zich mee?
Gezonde                              Gezonde arbeids­                   Innovatie en
leefomgeving                         omstandigheden                     kennisinfrastructuur
Welke invloeden uit                  Hoe kunnen werk-­                  Om kennis te kunnen
het milieu kunnen een                nemers beschermd                   oogsten op het gebied
positief of negatief                 worden tegen arbeids­              van de gezondheids­z org
effect hebben op de                  omstandigheden                     moet er eerst gezaaid
gezondheid?                          die hun gezondheid                 worden.
                                     mogelijk schaden?
www.gezondheidsraad.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 92 =================================================================

<br><br>