<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Onderwerp          : Briefadvies Wet op het bevolkingsonderzoek: tussentijds advies over een pilot
                     bevolkingsonderzoek naar darmkanker
Uw kenmerk         : PG/OGZ-3151868
Ons kenmerk        : I-1416-13/LvR/bp/894-A41             Publicatienr. 2013/06
Bijlagen           :2
Datum              : 10 april 2013
Geachte minister,
Op 28 februari 2013 vroeg u in het kader van de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO) de
Gezondheidsraad om advies over een vergunningaanvraag voor bevolkingsonderzoek naar
darmkanker. Deze aanvraag vloeit voort uit uw besluit van 25 mei 2011 om dit bevolkings-
onderzoek vanaf september 2013 geleidelijk in te voeren. De aanvraag is onder regie van het
Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CvB) van het RIVM door de vijf screeningsorganisaties
opgesteld na twee jaar intensieve voorbereiding.
      Daarnaast vroeg u om met spoed te adviseren over een pilot bevolkingsonderzoek naar
darmkanker. Deze pilot is gepland voor de regio Zuid-West, telt 2.500 kandidaatdeelnemers, en
zou nog dit voorjaar moeten beginnen. De pilot is bedoeld als procesevaluatie om mogelijke
‘kinderziektes’ te identificeren en deze nog voor september 2013 op te kunnen lossen.
      De Commissie Bevolkingsonderzoek van de Gezondheidsraad toetst vergunningaanvragen
aan de wettelijke criteria van de WBO. Zij onderstreept het belang van een dergelijke pilot voor
een zo complexe interventie als een landelijk bevolkingsonderzoek. Hechtend aan een zorgvuldig
adviesproces heeft de commissie besloten om voorrang te geven aan uw vraag over de pilot en het
eerste deel van uw adviesvraag even te laten rusten. Deze brief kunt u daarom zien als een tussen-
tijds advies, waarin zij zich richt op die onderdelen van de aanvraag waarin de pilot afwijkt van het
advies dat de Gezondheidsraad in 2009 uitbracht over bevolkingsonderzoek naar darmkanker of
waarover nog discussie zou kunnen bestaan.1 Concreet spitst dit tussentijds advies zich toe op de
gekozen ontlastingtest en op de informatievoorziening over het bevolkingsonderzoek aan de
potentiële deelnemers.
B ezoe kadre s                                                           Postadres
Rijnstraat 50                                                            Postbus 16052
2515 XP Den Haag                                                         2500 BB Den Haag
E-mail: L.G.M.v.Ros sum@gr.nl                                            www.gr.nl
Telefoon (070) 340 67 34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Onderwerp           : Briefadvies Wet op het bevolkingsonderzoek: tussentijds advies
                       over een pilot bevolkingsonderzoek naar darmkanker
Ons kenmerk         : I-1416-13/LvR/bp/894-A41            Publicatienr. 2013/06
Pagina              :2
Datum               : 10 april 2013
De ontlastingtest
Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat er een groot verschil bestaat in klinische
validiteit tussen verschillende fecale immunochemische tests (FITs).2 Voor het landelijk
bevolkingsonderzoek heeft de Gezondheidsraad in 2009 geadviseerd een klinisch gevalideerde
immunochemische ontlastingtest te gebruiken.1 Op dat moment voldeed de OC-Sensor aan de
kwaliteitseisen. De raad baseerde zich mede op de gunstige ervaring met deze test in de
Nederlandse proefbevolkingsonderzoeken.
      Uit de aanbestedingsprocedure voor de test is de FOBgold gekozen voor het bevolkings-
onderzoek. De commissie vroeg zich af wat de klinische testeigenschappen zijn van deze FIT in
bevolkingsonderzoek. Er is weinig over gepubliceerd: de commissie vond slechts vier peer
reviewed publicaties. In Italiaans onderzoek met 4.133 mensen die ieder twee tests deden, bleef de
(relatieve) sensitiviteit van de FOBgold achter bij de OC-Sensor.3 In Frans onderzoek vergeleek
men de FOBgold in de ene regio met de OC-Sensor in een andere regio. Het percentage positieve
ontlastingtesten was hoger en de positief voorspellende waarde lager met de FOBgold.4,5 Het
Franse onderzoek is geen direct vergelijkend onderzoek en de interpretatie van de uitkomsten
wordt bemoeilijkt door verschillen tussen de populaties van de regio’s. In beide regio’s werd naast
een FIT ook een ander type ontlastingtest uitgevoerd: een (minder sensitieve) zogenoemde guajak
fecaal occult bloed test (gFOBT). De gFOBT was in beide regio’s identiek en met die gegevens
konden de auteurs de uitkomsten van de FITs globaal corrigeren voor de regioverschillen. Zij
relateerden in beide regio’s het percentage positieve ontlastingtesten en de positief voorspellende
waarde die gevonden werden met de FITs aan dezelfde percentages met de gFOBT. Na deze
correctie bleken er met de FOBgold bijna 10% meer positieve testuitslagen te zijn en ook 10 tot
15% meer foutpositieven dan met de OC-Sensor. De verschillen tussen de populaties van de
regio’s kunnen de minder goede testeigenschappen van de FOBgold daarom niet geheel verklaren.
Tot slot is er nog een laboratoriumonderzoek gepubliceerd naar de temperatuurstabiliteit van
hemoglobine in het ontlastingmonster in de testbuizen. Hieruit bleek dat hemoglobine in de
FOBgold beduidend minder stabiel was dan in de OC-sensor.6 Minder stabiel betekent dat
hemoglobine in de ontlasting sneller denatureert, waardoor de structuur van het globinegedeelte
wordt aangetast en de test, die daarop aangrijpt, minder goed werkt. De sensitiviteit gaat snel
achteruit wanneer het testmonster wordt blootgesteld aan hogere temperaturen (kamertemperatuur
en hoger), waardoor belangrijke afwijkingen gemist kunnen worden.7
B ezoe kadre s                                                           Postadres
Rijnstraat 50                                                            Postbus 16052
2515 XP Den Haag                                                         2500 BB Den Haag
E-mail: L.G.M.v.Ros sum@gr.nl                                            www.gr.nl
Telefoon (070) 340 67 34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Onderwerp           : Briefadvies Wet op het bevolkingsonderzoek: tussentijds advies
                       over een pilot bevolkingsonderzoek naar darmkanker
Ons kenmerk         : I-1416-13/LvR/bp/894-A41              Publicatienr. 2013/06
Pagina              :3
Datum               : 10 april 2013
      De commissie concludeert dat de FOBgold klinisch onvoldoende gevalideerd is. De beschik-
bare gepubliceerde gegevens wijzen op een lagere klinische validiteit van de FOBgold dan van de
OC-Sensor. Volgens die gegevens zullen méér deelnemers, en ook vaker ten onrechte, een tijd
ongerust zijn met de FOBgold dan met de OC-Sensor. Er zullen meer coloscopieën moeten
worden gedaan, waardoor meer deelnemers onnodig worden blootgesteld aan het risico daarvan en
er meer druk komt op de krappe coloscopiecapaciteit. De kosten van het bevolkingsonderzoek
kunnen door de extra coloscopieën hoger zijn en daar zullen, als er meer foutpositieven zijn,
minder besparingen tegenover staan. De commissie ziet geen wetenschappelijke gronden om de
FOBgold te verkiezen boven de OC-Sensor en conform de beschermingsdoelstelling van de WBO
adviseert zij een bewezen klinisch gevalideerde test te gebruiken.
Kunnen er redenen zijn om de FOBgold te onderzoeken?
Hoewel de wetenschappelijke bewijskracht nu niet voldoende is om de FOBgold zonder meer in te
voeren in het bevolkingsonderzoek, onderkent de commissie dat er redenen kunnen zijn voor
onderzoek waarin de klinische testeigenschappen van de FOBgold en de OC-Sensor met elkaar
worden vergeleken. Zo heeft de fabrikant van de FOBgold de minder goed werkende buffer-
vloeistof vervangen. Uit gegevens van de fabrikant lijkt de nieuwe buffer hemoglobine beter te
stabiliseren, maar die gegevens zijn niet gepubliceerd en het is alleen nog in het laboratorium
onderzocht. Hoewel het aannemelijk is dat de nieuwe buffervloeistof de (klinische) sensitiviteit
van de test ten goede komt, valt niet te schatten hoeveel beter de test daarmee is geworden.
Bovendien is het lang niet zeker dat de nieuwe buffer de (klinische) specificiteit verbetert, want
een verbetering van de stabiliteit leidt waarschijnlijk tot meer positieven en het is maar de vraag of
dit terecht- of foutpositieven betreft. Of de klinische validiteit van de FOBgold nu even goed is als
van de OC-Sensor, kan alleen blijken uit een vergelijkend proefbevolkingsonderzoek.
      In 2009 heeft de Gezondheidsraad geadviseerd om het bevolkingsonderzoek zo in te richten
dat wetenschappelijk onderzoek aan het bevolkingsonderzoek zou kunnen worden gekoppeld,
indien dat van belang is voor verdere verbetering van het bevolkingsonderzoek.1 Vergelijkend
onderzoek is goed in te passen in het bevolkingsonderzoek met een zogenoemd paired sample
design (for testing non-inferiority with partial verification), waarin deelnemers aan het onderzoek
twee tests uitvoeren op dezelfde ontlasting.8 Daarvoor zijn de helft minder deelnemers nodig dan
met een gerandomiseerde studie, waarin deelnemers (at random) ofwel de ene ofwel de andere test
uitvoeren.
B ezoe kadre s                                                             Postadres
Rijnstraat 50                                                              Postbus 16052
2515 XP Den Haag                                                           2500 BB Den Haag
E-mail: L.G.M.v.Ros sum@gr.nl                                              www.gr.nl
Telefoon (070) 340 67 34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Onderwerp           : Briefadvies Wet op het bevolkingsonderzoek: tussentijds advies
                       over een pilot bevolkingsonderzoek naar darmkanker
Ons kenmerk         : I-1416-13/LvR/bp/894-A41             Publicatienr. 2013/06
Pagina              :4
Datum               : 10 april 2013
     Overigens moeten alle onderdelen van het bevolkingsonderzoek, inclusief de test, tijdens het
bevolkingsonderzoek voortdurend zorgvuldig worden gemonitord en zo nodig bijgesteld. De
infrastructuur en database die in de pilot worden getest, voorzien in een dergelijke monitoring.
De informatievoorziening
De informatievoorziening bij de voorgestelde pilot is complex en bestaat uit tientallen
voorlichtingsproducten, zoals folders, brieven en websites. De commissie heeft diverse kleinere en
grotere problemen geconstateerd. In elk geval op de cruciale punten moet de informatie-
voorziening verbeterd worden voordat de pilot start. De commissie noemt er zes en geeft kort
aanwijzingen waar aanpassingen nodig zijn:
1 De inhoud is niet consistent. De getallen die op verschillende plaatsen worden genoemd zijn
    niet overal gericht op de individuele deelnemer. Onder het kopje ‘De kans op darmkanker’
    staan onjuiste getallen. Zo zal naar verwachting 6,5% van de testen positief zijn en worden
    daarom niet 50 maar 65 mensen van de 1000 uitgenodigd voor vervolgonderzoek. De term
    ‘iets ontdekt’ is vaag en onjuist, want er zal bij 80-90% ‘iets’ gevonden worden dat bloed in de
    ontlasting kan verklaren, bedoeld wordt waarschijnlijk ‘darmkanker of relevante poliepen’.
    Darmkanker komt vrijwel altijd voort uit poliepen, maar daarmee zijn poliepen niet per
    definitie een voorstadium van darmkanker. In de folder over een ongunstige uitslag is dit beter
    weergegeven. Hoeveel van deze 1000 mensen zullen naar verwachting nu niet aan darmkanker
    overlijden? Als voordelen in getal worden beschreven, moeten ook de nadelen – zoals de
    complicaties van het vervolgonderzoek – in getal worden beschreven.
2 In de folder staat onder het kopje ‘Voor wie?’ nu: ‘Het bevolkingsonderzoek is voor mannen
    en vrouwen van 55 tot en met 75 jaar’. Men zou door deze formulering kunnen denken ‘veilig’
    te zijn tot de leeftijd van 55 en dat het na de 75 geen zin meer heeft om nog wat aan
    darmkanker te laten doen. In de uitnodigingsbrief staat het beter: ‘De meeste mensen met
    darmkanker zijn 55 jaar of ouder’.
3 Volgens het stappenplan kunnen er onleesbare tests zijn, maar op pagina 2 van de folder
    worden maar twee mogelijkheden genoemd: geen of wel bloed. De derde optie, onleesbaar,
    kan eenvoudig worden toegevoegd. Mogelijk moet dit ook in andere voorlichtingsmaterialen
    gebeuren.
B ezoe kadre s                                                            Postadres
Rijnstraat 50                                                             Postbus 16052
2515 XP Den Haag                                                          2500 BB Den Haag
E-mail: L.G.M.v.Ros sum@gr.nl                                             www.gr.nl
Telefoon (070) 340 67 34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Onderwerp           : Briefadvies Wet op het bevolkingsonderzoek: tussentijds advies
                       over een pilot bevolkingsonderzoek naar darmkanker
Ons kenmerk         : I-1416-13/LvR/bp/894-A41              Publicatienr. 2013/06
Pagina              :5
Datum               : 10 april 2013
4   De risico’s van de coloscopie moeten in de eerste informatie kort maar compleet vermeld
     worden, voor details kan naar andere bronnen worden verwezen. De coloscopie is op zich al
     een risico omdat het vervelend en belastend is. De coloscopie als ingreep heeft risico’s in de
     vorm van complicaties. De coloscopie als diagnostische test heeft risico’s omdat er
     afwijkingen kunnen worden gevonden, waardoor verdere diagnostiek en ingrepen (zoals
     chirurgie) nodig zijn.
5   Hoewel het wenselijk is dat een deelnemer die geen coloscopie wil ondergaan ook niet
     meedoet, kunnen er altijd zogenoemde spijtoptanten zijn. In de informatie en bij een
     ongunstige uitslag moet duidelijk worden gemaakt, dat men niet verplicht is het
     vervolgonderzoek te ondergaan.
6   In de informatie staat: ‘Als er bloed in uw ontlasting wordt gevonden, informeert de
     screeningsorganisatie uw huisarts hierover, tenzij u daartegen bezwaar heeft’. Deze optie komt
     in het antwoordformulier niet terug. Ook in de brief met een ongunstige uitslag ontbreekt een
     opmerking dat de huisarts niet wordt geïnformeerd als men dat niet wil. Integendeel, er staat
     dat de huisarts al op de hoogte is gesteld van de uitslag en dat van de patiënt wordt verwacht
     dat hij de gegevens over zijn voorgeschiedenis aan zijn huisarts vraagt. Er moet in alle
     voorlichtingsproducten consistent worden verwerkt dat de huisarts niet wordt geïnformeerd als
     de deelnemer daar bezwaar tegen heeft.
Advies
De commissie is van oordeel dat de FOBgold nog onvoldoende klinisch is gevalideerd voor
gebruik in bevolkingsonderzoek naar darmkanker. De commissie onderkent dat er redenen kunnen
zijn om de FOBgold te onderzoeken en in dat geval adviseert zij om opdracht te geven voor een
klinisch valideringsonderzoek waarin de FOBgold wordt vergeleken met de OC-Sensor.
De commissie adviseert een vergunning voor de pilot te verlenen onder de volgende voorschriften
en beperkingen:
     in de pilot wordt een bewezen klinisch valide test gebruikt
     de informatiematerialen worden verbeterd voordat de pilot start
     de resultaten van de pilot die relevant zijn voor de vergunningaanvraag voor
      bevolkingsonderzoek naar darmkanker worden tijdig aan de commissie aangeboden en de
      noodzakelijke aanpassingen worden verwerkt in een aangepaste vergunningaanvraag.
B ezoe kadre s                                                             Postadres
Rijnstraat 50                                                              Postbus 16052
2515 XP Den Haag                                                           2500 BB Den Haag
E-mail: L.G.M.v.Ros sum@gr.nl                                              www.gr.nl
Telefoon (070) 340 67 34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Onderwerp          : Briefadvies Wet op het bevolkingsonderzoek: tussentijds advies
                      over een pilot bevolkingsonderzoek naar darmkanker
Ons kenmerk        : I-1416-13/LvR/bp/894-A41               Publicatienr. 2013/06
Pagina             :6
Datum              : 10 april 2013
In het kader van een zorgvuldige procedure wil de commissie de aanpassingen in de opzet van de
pilot verifiëren voordat deze van start gaat. Zij is bereid om mee te denken over een versnelde
procedure hiervoor. Ook bij de aan te passen vergunningaanvraag voor het landelijke bevolkings-
onderzoek wil de commissie – binnen de grenzen van zorgvuldigheid – meewerken aan een
procedure om de planning van het bevolkingsonderzoek zo voorspoedig mogelijk te laten
verlopen.
Ik onderschrijf de bevindingen in dit tussentijdse advies van de Commissie Bevolkingsonderzoek.
Met vriendelijke groet,
prof. dr. W.A. van Gool,
voorzitter
B ezoe kadre s                                                             Postadres
Rijnstraat 50                                                              Postbus 16052
2515 XP Den Haag                                                           2500 BB Den Haag
E-mail: L.G.M.v.Ros sum@gr.nl                                              www.gr.nl
Telefoon (070) 340 67 34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Onderwerp           : Briefadvies Wet op het bevolkingsonderzoek: tussentijds advies
                       over een pilot bevolkingsonderzoek naar darmkanker
Ons kenmerk         : I-1416-13/LvR/bp/894-A41                  Publicatienr. 2013/06
Pagina              :7
Datum               : 10 april 2013
Literatuur
1         Gezondheidsraad. Bevolkingsonderzoek naar darmkanker. Den Haag: Gezondheidsraad; 2009:
          2009/13.
2         Hundt S, Haug U, Brenner H. Comparative evaluation of immunochemical fecal occult blood tests
          for colorectal adenoma detection. Ann Intern Med 2009; 150(3): 162-169.
3         Rubeca T, Rapi S, Confortini M, Brogioni M, Grazzini G, Zappa M e.a. Evaluation of diagnostic
          accuracy of screening by fecal occult blood testing (FOBT). Comparison of FOB Gold and OC
          Sensor assays in a consecutive prospective screening series. Int J Biol Markers 2006; 21(3): 157-
          161.
4         Faivre J, Dancourt V, Denis B, Dorval E, Piette C, Perrin P e.a. Comparison between a guaiac and
          three immunochemical faecal occult blood tests in screening for colorectal cancer. Eur J Cancer
          2012; 48(16): 2969-2976.
5         Faivre J, Dancourt V, Manfredi S, Denis B, Durand G, Gendre I e.a. Positivity rates and
          performances of immunochemical faecal occult blood tests at different cut-off levels within a
          colorectal cancer screening programme. Dig Liver Dis 2012; 44(8): 700-704.
6         Guittet L, Guillaume E, Levillain R, Beley P, Tichet J, Lantieri O e.a. Analytical comparison of three
          quantitative immunochemical fecal occult blood tests for colorectal cancer screening. Cancer
          Epidemiol Biomarkers Prev 2011; 20(7): 1492-1501.
7         van Rossum LG, van Rijn AF, van Oijen MG, Fockens P, Laheij RJ, Verbeek AL e.a. False
          negative fecal occult blood tests due to delayed sample return in colorectal cancer screening. Int J
          Cancer 2009; 125(4): 746-750.
8         Lui KJ. Notes on testing non-inferiority under the partial verification design with a confirmatory
          procedure limited to screen positives. Contemp Clin Trials 2012; 33(3): 563-571.
B ezoe kadre s                                                                    Postadres
Rijnstraat 50                                                                     Postbus 16052
2515 XP Den Haag                                                                  2500 BB Den Haag
E-mail: L.G.M.v.Ros sum@gr.nl                                                     www.gr.nl
Telefoon (070) 340 67 34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Bijlage A
        De adviesaanvraag
        Op 28 februari 2013 stuurde de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onder-
        staande brief (kenmerk PG/OGZ-3158142) aan de voorzitter van de Gezondheidsraad.
        Zijn tussentijdse advies aan de minister gaat alleen over haar tweede vraag in deze brief,
        namelijk die over de pilot bevolkingsonderzoek naar darmkanker (gekenmerkt met PG/
        OGZ-3151868).
        Op 17 januari 2013 ontving ik, namens de vijf screeningsorganisaties, een aanvraag voor een vergunning
        voor het bevolkingsonderzoek naar darmkanker in het kader van de Wet op het bevolkingsonderzoek. Deze
        aanvraag is het sluitstuk van (bijna) twee jaar voorbereiding sinds de beslissing van 25 mei 2011 om het
        bevolkingsonderzoek in te voeren. Deze beslissing was zoals, u weet, gebaseerd op zowel het advies van uw
        Raad van 17 november 2009 (2009/13) over de wetenschappelijke onderbouwing van darmkankerscreening
        als de uitvoeringstoets van het RIVM over de praktische implementatie (225101003/2011). In die voorbe-
        reidingsperiode hebben de betrokken partijen, van patiëntenorganisaties tot MDL-artsen, van screeningsor-
        ganisaties tot pathologen, constructief samengewerkt om de randvoorwaarden die in uw advies zijn
        geschetst, verder uit te werken. Dat heeft, naast het opzetten van een (digitale) infrastructuur voor de uitvoe-
        ring en monitoring, onder andere geresulteerd in kwaliteitseisen, protocollen, opleidingseisen en voorlich-
        tingsmaterialen.
        Ik ben van oordeel dat er sprake is van een vergunningplichtig bevolkingsonderzoek en acht de aanvraag
        voldoende gedocumenteerd. Ik leg u de aanvraag hierbij daarom voor ter toetsing aan de wettelijke criteria.
        De adviesaanvraag                                                                                                1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>  De complete set is digitaal aangeboden aan de secretaris van de commissie WBO (kenmerk PG/OGZ-3 15
  187 1)
  Daarnaast ontving ik op 17 januari 2013 een aanvraag voor een pilot in de regio Zuid-West voorafgaand aan
  de invoering van het bevolkingsonderzoek (kenmerk PG/OGZ-3151868). Op 20 februari 2013 is deze aan-
  vraag nader aangevuld. Het betreft een onderzoek onder 2500 mannen en vrouwen die tot de eerste doel-
  groep van het bevolkingsonderzoek (65 en 75-jarigen) behoren. Zij krijgen als pilot het
  bevolkingsonderzoek naar darmkanker aangeboden om na te gaan of er in de praktijk knelpunten zijn in de
  hierboven geschetste infrastructuur. Daarbij gaat het niet alleen om de ICT, maar juist ook om de manier
  waarop potentiële deelnemers reageren op de test en de aansluiting tussen screening en zorg. Factoren die in
  de proefbevolkingsonderzoeken zijn onderzocht, maar in het zorgvuldig voorbereide bevolkingsonderzoek
  een onzekere factor zijn.
  Ik besef dat de termijn bijzonder krap is, maar hecht grote waarde aan deze pilot en de mogelijkheid om
  eventuele knelpunten nog in de zomer te kunnen verhelpen. De toezegging van de voorzitter van de com-
  missie bevolkingsonderzoek om de aanvragers – binnen de grenzen van zorgvuldigheid – ter wille te zijn en
  de goede afstemming met de secretaris, stel ik zeer op prijs. Daarom vraag ik u of het mogelijk is om voor
  de pilot een tussenadvies af te geven, zoals is gebeurd met de opzet van de prenatale screening.Dit zou de
  mogelijkheid geven om de (voorlopige) resultaten van de pilot mee te nemen in de advisering over (voor-
  waardelijke) vergunningverlening van het bevolkingsonderzoek. Ik verzoek dan ook vriendelijk om mij
  spoedig een (voorlopig) advies te geven.
  Gehoord uw beoordeling besluit ik over vergunningverlening.
  Hoogachtend,
  de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
  namens deze,
  de directeur Publieke Gezondheid,
  (w.g.) mw. dr. M.C.H. Donker
2 Briefadvies Wet op het bevolkingsonderzoek: tussentijds advies over een pilot bevolkingsonderzoek
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Bijlage B
        De commissie
        •  prof. dr. J.J.M. van Delden, voorzitter
           hoogleraar medische ethiek, Universitair Medisch Centrum Utrecht
        •  prof. dr. J. Gussekloo, vice-voorzitter
           hoogleraar huisartsgeneeskunde, Leids Universitair Medisch Centrum
        •  dr. E.A.M. Adang
           hoofddocent gezondheidseconomie, Universitair Medisch Centrum St Radboud,
           Nijmegen
        •  dr. M. Boere-Boonekamp
           hoofddocent Health Technology Services Research, Universiteit Twente, Enschede
        •  prof. dr. M.C. Cornel,
           hoogleraar community genetics en public health genomics, VU Medisch Centrum,
           Amsterdam
        •  dr. W.J. Dondorp
           ethicus, Maastricht Universitair Medisch Centrum
        •  prof. mr. J.C.J. Dute
           hoogleraar gezondheidsrecht, Radboud Universiteit Nijmegen
        •  dr. C.H. van Gils
           epidemioloog, Universitair Medisch Centrum Utrecht
        •  prof. dr. L.P. ten Kate
           emeritus hoogleraar klinische genetica, VU medisch centrum, Amsterdam
        •  prof. dr. I.M. van Langen
           hoogleraar klinische genetica, Universitair Medisch Centrum Groningen
        De commissie                                                                      3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>  •    prof. dr. B.J.C. Middelkoop
       hoogleraar public health, Leids Universitair Medisch Centrum
  •    mr. dr. M.C. Ploem
       gezondheidsjurist, Academische Medisch Centrum, Amsterdam
  •    W.A. van Veen
       arts, Delft
  •    prof. dr. A.L.M. Verbeek
       hoogleraar klinische epidemiologie, Universitair Medisch Centrum St Radboud,
       Nijmegen
  •    prof. dr. G.J. van der Wilt
       hoogleraar Health Technology Assessment, Universitair Medisch Centrum
       St Radboud, Nijmegen
  •    mr. A. Rendering, waarnemer
       ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  •    drs. E.A.M.J. van Eijk, waarnemer
       Inspectie voor de Gezondheidszorg, Amsterdam
  •    dr. L.G.M. van Rossum, secretaris
       Gezondheidsraad, Den Haag
  De Gezondheidsraad en belangen
  Leden van Gezondheidsraadcommissies worden benoemd op persoonlijke titel, wegens
  hun bijzondere expertise inzake de te behandelen adviesvraag. Zij kunnen echter, dik-
  wijls juist vanwege die expertise, ook belangen hebben. Dat behoeft op zich geen
  bezwaar te zijn voor het lidmaatschap van een Gezondheidsraadcommissie. Openheid
  over mogelijke belangenconflicten is echter belangrijk, zowel naar de voorzitter en de
  overige leden van de commissie, als naar de voorzitter van de Gezondheidsraad. Bij de
  uitnodiging om tot de commissie toe te treden wordt daarom aan commissieleden
  gevraagd door middel van het invullen van een formulier inzicht te geven in de functies
  die zij bekleden, en andere materiële en niet-materiële belangen die relevant kunnen zijn
  voor het werk van de commissie. Het is aan de voorzitter van de raad te oordelen of
  gemelde belangen reden zijn iemand niet te benoemen. Soms zal een adviseurschap het
  dan mogelijk maken van de expertise van de betrokken deskundige gebruik te maken.
  Tijdens de installatievergadering vindt een bespreking plaats van de verklaringen die
  zijn verstrekt, opdat alle commissieleden van elkaars eventuele belangen op de hoogte
  zijn.
4 Briefadvies Wet op het bevolkingsonderzoek: tussentijds advies over een pilot bevolkingsonderzoek
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>