<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Onderwerp          : Briefadvies Acrylamide
Uw kenmerk         : DGV/BMO-U-932542
Ons kenmerk        : U-8187/SV/cn/459-N70                        Publicatienr. 2014/20
Bijlagen           :2
Datum              : 29 juli 2014
Geachte minister,
Op verzoek van uw voorganger (zie Bijlage A) leidt de Commissie Gezondheid en beroepsmatige
blootstelling aan stoffen (GBBS) van de Gezondheidsraad (zie Bijlage B) gezondheidskundige
advieswaarden of risicogetallen af voor stoffen waaraan mensen beroepsmatig blootgesteld kunnen
worden. Deze aanbevelingen vormen de basis voor wettelijke grenswaarden, vast te stellen door de
minister, waarmee de gezondheid van werknemers beschermd kan worden.
     In dit briefadvies, getoetst door de Beraadsgroep Gezondheid en omgeving, bericht ik u over
de bevindingen van de commissie met betrekking tot de gezondheidsrisico’s van beroepsmatige
blootstelling aan acrylamide. Voor acrylamide is al eerder, in 2006, door de Gezondheidsraad een
advies uitgebracht.1 Recentelijk heeft ook de Scientific Committee on Occupational Exposure
Limits (SCOEL) van de Europese Unie en de Duitse Ausschuss für Gefahrstoffe (AGS) van de
Bundesanstalt für Arbeitsschutz und Arbeitsmedizin (BAuA), de gezondheidsrisico’s van
beroepsmatige blootstelling aan acrylamide geëvalueerd.2,3 De commissie heeft de literatuur
bekeken die sinds 2006 is verschenen, tezamen met de adviezen van de SCOEL en de AGS.
Genotoxische carcinogenen en risicogetallen
Acrylamide is Europees geclassificeerd voor carcinogeniteit in categorie 1B (de stof moet
beschouwd worden als kankerverwekkend voor de mens). Omdat acrylamide schade kan
toebrengen aan het DNA, wordt acrylamide beschouwd als een genotoxisch carcinogene stof.
Voor carcinogene stoffen die een directe interactie met het DNA aan kunnen gaan – een
zogenoemd stochastisch genotoxisch werkingsmechanisme hebben – is er op basis van de huidige
wetenschappelijke inzichten geen veilig blootstellingsniveau aan te geven waaronder geen
verhoogd risico op kanker bestaat.4 Voor deze stoffen berekent de Commissie GBBS risicogetallen
Bezoekadres                                                            Postadres
Rijnstraat 50                                                          Postbus 16052
2515 XP Den Haag                                                       2500 BB Den Haag
E-mail: sr.vink@gr.nl                                                  www.gr.nl
Telefoon (070) 340 55 08
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Onderwerp           : Briefadvies Acrylamide
Ons kenmerk         : U-8187/SV/cn/459-N70                          Publicatienr. 2014/20
Pagina              :2
Datum               : 29 juli 2014
(HBC-OCRV’sa): de concentraties in de lucht die samenhangen met een extra kans op overlijden
aan kanker van 4 per 1.000 (het verbodsrisiconiveau) en 4 per 100.000 (het streefrisiconiveau) ten
gevolge van beroepsmatige blootstelling aan stoffen.5,6 Deze risicogetallen vormen vervolgens de
wetenschappelijke basis voor de door u vast te stellen grenswaarde.
     De commissie baseert haar berekeningen bij voorkeur op epidemiologische gegevens. Pas als
er geen (betrouwbare) epidemiologische gegevens beschikbaar zijn, worden diergegevens
overwogen als uitgangspunt.
Advies Gezondheidsraad (2006)
In 2006 heeft de Commissie WGD (de voorganger van de Commissie GBBS) zich door de
toenmalige Commissie Evaluatie van de carcinogeniteit van chemische stoffen van de
Gezondheidsraad laten adviseren over het werkingsmechanisme van acrylamide. Deze commissie
concludeerde dat acrylamide een (zwak) genotoxisch carcinogeen is met een stochastisch
werkingsmechanisme. De Commissie WGD heeft destijds deze conclusie overgenomen en heeft
vervolgens voor acrylamide risicogetallen berekend.
      De Commissie WGD oordeelde dat er geen geschikte epidemiologische gegevens
voorhanden waren voor het afleiden van risicogetallen. Slechts twee cohorten met beroepsmatige
blootstelling waren beschreven (waarvan één met een update).7-9 Hoewel er in deze studies geen
verhoogde risico’s zijn gevonden ten gevolge van blootstelling aan acrylamide, tekende de
commissie in haar advies aan dat deze studies door een beperkte cohortgrootte, blootstellingstijd
en latentietijd, niet geschikt waren om een relatief kleine toename in kankerrisico aan te kunnen
tonen.
      Voor het berekenen van risicogetallen heeft de commissie zich destijds daarom op dierstudies
gebaseerd. De commissie concentreerde zich hiervoor op twee studies met een vergelijkbaar
protocol, waarin ratten aan acrylamide zijn blootgesteld via het drinkwater (studies naar
blootstelling via de lucht waren niet beschikbaar).10,11 In beide studies zijn meerdere soorten
tumoren toegeschreven aan de blootstelling aan acrylamide. Uiteindelijk baseerde de commissie
haar berekening op een verhoogde incidentie van mesothelioom van de tunica vaginalis (een tumor
uitgaande van één van de weefsels die de testis en epididymis binnen het scrotum beschermt). De
commissie maakte hierbij de kanttekening dat dit type tumor zeldzaam is bij de mens en mogelijk
veroorzaakt wordt door een niet-genotoxisch mechanisme. Tegelijk concludeerde de commissie
dat een direct (stochastisch) genotoxisch mechanisme niet valt uit te sluiten.
a
  Health-based calculated-occupational cancer risk values.
Bezoekadres                                                               Postadres
Rijnstraat 50                                                             Postbus 16052
2515 XP Den Haag                                                          2500 BB Den Haag
E-mail:sr.vink@gr.nl                                                      www.gr.nl
Telefoon (070) 340 55 08
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Onderwerp          : Briefadvies Acrylamide
Ons kenmerk        : U-8187/SV/cn/459-N70                          Publicatienr. 2014/20
Pagina             :3
Datum              : 29 juli 2014
Door middel van het omrekenen van acrylamide blootstelling via het drinkwater naar blootstelling
in de lucht, schatte de commissie de concentratie van acrylamide die samenhangt met een extra
kans op overlijden aan kanker van:
     4 per 100.000 (4x10-5), bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling, gelijk aan 1,6 µg/m3
     4 per 1.000 (4x10-3), bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling, gelijk aan 160 µg/m3.
Adviezen van andere Europese organisaties
SCOEL (2012)
De SCOEL3 komt, na een uitgebreide evaluatie van de genotoxiciteitsgegevens, tot de conclusie
dat acrylamide een genotoxisch carcinogeen is waarvoor het bestaan van een drempelwaarde niet
voldoende kan worden onderbouwd. Hoewel meerdere typen tumoren die in deze studies zijn
gevonden worden geassocieerd met een hormonaal werkingsmechanisme, sluit ook de SCOEL niet
uit dat een genotoxisch mechanisme een rol speelt.
      Voor het schatten van kankerrisico’s van acrylamide voor de mens, heeft de SCOEL zowel
studies naar blootstelling van de algemene populatie via de voeding (beoordeeld door Rice12 en
Wilson e.a.13) als studies naar de twee eerder genoemde, beroepsmatig blootgestelde cohorten
geëvalueerd. Ten tijde van de SCOEL evaluatie waren inmiddels voor beide cohorten updates
gepubliceerd.14,15 De SCOEL tekent in zijn evaluatie bezwaren aan tegen de studies naar
blootstelling aan acrylamide via de voeding, die met name betrekking hebben op de schatting van
de blootstelling. Op basis van zowel de updates van de beroepsmatig blootgestelde cohorten als de
studies naar blootstelling via de voeding, concludeert de SCOEL dat er geen epidemiologisch
bewijs is dat acrylamide kankerverwekkend is.
      Ook de SCOEL is van mening dat de studies van Friedman e.a.10 en Johnson e.a.11 de enige
dierstudies zijn die bruikbaar zijn voor risicobeoordeling. De SCOEL geeft echter aan dat
diersoort-afhankelijke factoren een rol spelen bij het ontstaan van de in de dierstudies beschreven
tumoren, zonder deze factoren verder toe te lichten. De SCOEL concludeert uiteindelijk dat het
niet mogelijk is om op basis van diergegevens een zinvolle risicoschatting te maken voor de mens.
AGS (2012)
De AGS2 verwijst bij de beoordeling van het werkingsmechanisme van acrylamide naar een eerder
rapport van de Deutsche Forschungsgemeinschaft16 (DFG). De AGS concludeert dat acrylamide in
Bezoekadres                                                               Postadres
Rijnstraat 50                                                             Postbus 16052
2515 XP Den Haag                                                          2500 BB Den Haag
E-mail:sr.vink@gr.nl                                                      www.gr.nl
Telefoon (070) 340 55 08
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Onderwerp           : Briefadvies Acrylamide
Ons kenmerk         : U-8187/SV/cn/459-N70                            Publicatienr. 2014/20
Pagina              :4
Datum               : 29 juli 2014
proefdieren tumoren kan veroorzaken via een genotoxisch werkingsmechanisme, maar sluit niet-
genotoxische carcinogene effecten niet uit. De AGS beschouwt acrylamide daarom als een
genotoxisch carcinogeen, waarvoor hij een risicobenadering heeft toegepast.
      De AGS beschrijft de methodologische beperkingen van de gepubliceerde epidemiologische
studies. Zowel de gegevens met betrekking tot blootstelling via de voeding, als die met betrekking
tot blootstelling op de werkplek is door de AGS ongeschikt bevonden als basis voor een
risicoschatting.
      De AGS is daarom uitgegaan van dierstudies en heeft het risico op kanker berekend op
basis van de verschillende tumoren die zijn beschreven in de studies van Friedman e.a.10 en
Johnson e.a.11 Voor het bepalen van een startpunt voor de risicoberekening heeft de AGS de
benchmark dose (BMD)-analysea toegepast. In de AGS benadering wordt de dosis die leidt tot
een 10% verhoging in tumorincidentie, geëxtrapoleerd naar een blootstelling die samenhangt
met een risico dat beleidsmatig wordt gehanteerd voor de mens. Omdat de risicoschatting op basis
van mesothelioom van de tunica vaginalis bij een gemiddelde blootstelling van 1 µg acrylamide
per kg lichaamsgewicht per dag17 zou leiden tot een onrealistisch aantal gevallen van deze
zeldzame tumor, heeft de AGS een ander uitgangspunt gekozen. Uiteindelijk heeft de AGS zijn
risicoschatting gebaseerd op de gecombineerde aantallen borsttumoren in vrouwtjesratten. De
AGS schat de concentratie van acrylamide in de lucht die samenhangt met een extra kans op
overlijden aan borstkanker vanb:
     4 per 100.000 (4x10-5), bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling, gelijk aan 7 µg/m3
     4 per 10.000 (4x10-4), bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling, gelijk aan 70 µg/m3.
Evaluatie van de commissie
Sinds 2006 zijn er geen gegevens verschenen die wijzen op een verhoogd risico op kanker
ten gevolge van beroepsmatige blootstelling aan acrylamide. Er zijn wel recentelijk enkele
associaties beschreven tussen het risico op kanker en inname van acrylamide via de voeding.18,19 De
epidemiologische studies naar acrylamide in de voeding acht de commissie echter niet geschikt als
a
  Met de BMD-methode wordt met behulp van wiskundige modellen de relatie te beschreven tussen de dosis
  en een respons (in dit geval tumorincidentie).
b
  De AGS heeft een concentratie berekend van 700 µg/m3 bij een extra risico op kanker van 4 per 1.000.
  Omdat er bij deze concentratie naast een verhoogd risico op kanker ook neurotoxische effecten kunnen
  optreden, wordt deze waarde door de AGS beleidsmatig niet toegepast.
Bezoekadres                                                                  Postadres
Rijnstraat 50                                                                Postbus 16052
2515 XP Den Haag                                                             2500 BB Den Haag
E-mail:sr.vink@gr.nl                                                         www.gr.nl
Telefoon (070) 340 55 08
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Onderwerp           : Briefadvies Acrylamide
Ons kenmerk         : U-8187/SV/cn/459-N70                         Publicatienr. 2014/20
Pagina              :5
Datum               : 29 juli 2014
basis voor conclusies over mogelijke kankerverwekkende eigenschappen van acrylamide in de
mens. De bevindingen zijn inconsistent, de genoemde effecten zijn niet eerder gerapporteerd en
behoeven derhalve replicatie. De commissie wijst bovendien op grote onzekerheden met betrekking
tot de blootstellingsschatting en vele verstorende variabelen die samenhangen met de inname van
acrylamide via de voeding. De commissie acht deze studies daarom ook niet geschikt als basis voor
een kwantitatieve risicoschatting voor beroepsmatige blootstelling aan acrylamide. Verder zijn er
geen nieuwe dierstudies beschikbaar of studies die een nieuw inzicht verschaffen in het
carcinogene werkingsmechanisme van acrylamide.
      Bovenstaande conclusies komen overeen met de recente evaluaties van de SCOEL en de
AGS. Wel zijn deze organisaties uiteindelijk voor de risicobeoordeling tot andere keuzes
gekomen. Zo heeft de SCOEL geen risicoschatting gedaan, omdat zij een risicoschatting op basis
van diergegevens, gezien de grote onzekerheden, niet zinvol acht. De commissie is zich bewust
van de onzekerheden die geassocieerd zijn met een risicoschatting op basis van diergegevens. De
commissie benadrukt echter dat de tumoren die zijn gevonden in proefdieren, hoewel de relevantie
voor de mens niet duidelijk is, specifiek zijn toe te schrijven aan blootstelling aan acrylamide.
Voor de commissie is dit voldoende reden om op basis van deze gegevens een risicoberekening te
maken.
      In tegenstelling tot de SCOEL heeft de AGS wel een risicoschatting gedaan op basis van
diergegevens. De AGS is uitgegaan van dezelfde studies als de commissie in 2006 en heeft voor
de berekening een leidraad gevolgd welke grotendeels overeenkomt met die van de commissie.
Wel verschilt de AGS voor zijn risicoschatting in de keuze van het type tumor. De AGS acht een
berekening op basis van het mesothelioom van de tunica vaginalis, gezien de lage achtergrond
incidentie bij de mens, niet realistisch. Daarom baseert de AGS zijn schatting op de toename in het
aantal – zowel goedaardige als kwaadaardige – borsttumoren. De commissie wijst erop dat typen
tumoren die door carcinogene stoffen zijn veroorzaakt in mens en dier, in de praktijk vaak niet
overeenkomen. Voor carcinogene stoffen met een genotoxisch werkingsmechanisme gaat de
commissie ervan uit dat deze bij de mens mogelijk op andere plekken in het lichaam kanker
kunnen veroorzaken dan bij het proefdier. Veiligheidshalve baseert de commissie zich voor haar
berekening op het type tumor dat bij de laagste concentratie statistisch significant verhoogd is, in
dit geval het mesothelioom van de tunica vaginalis. Tot slot plaatst de commissie vraagtekens bij
de keuze van de AGS om aantallen goedaardige en kwaadaardige tumoren te combineren voor de
risicoschatting.
Bezoekadres                                                               Postadres
Rijnstraat 50                                                             Postbus 16052
2515 XP Den Haag                                                          2500 BB Den Haag
E-mail:sr.vink@gr.nl                                                      www.gr.nl
Telefoon (070) 340 55 08
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Onderwerp         : Briefadvies Acrylamide
Ons kenmerk       : U-8187/SV/cn/459-N70                      Publicatienr. 2014/20
Pagina            :6
Datum             : 29 juli 2014
Conclusie
De commissie stelt vast dat er geen nieuwe bruikbare gegevens voor een risicoschatting
beschikbaar zijn gekomen. Op grond van bovenstaande overwegingen ziet de commissie geen
reden om het eerdere advies uit 2006 te herzien.
Ik onderschrijf de conclusies en aanbevelingen van de commissie en vertrouw erop u hiermee
voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet,
Prof. dr. W.A. Van Gool
voorzitter Gezondheidsraad
Bezoekadres                                                          Postadres
Rijnstraat 50                                                        Postbus 16052
2515 XP Den Haag                                                     2500 BB Den Haag
E-mail:sr.vink@gr.nl                                                 www.gr.nl
Telefoon (070) 340 55 08
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Onderwerp            : Briefadvies Acrylamide
Ons kenmerk          : U-8187/SV/cn/459-N70                                 Publicatienr. 2014/20
Pagina               :7
Datum                : 29 juli 2014
Literatuur
1     Gezondheidsraad. Acrylamide; Health-based calculated occupational cancer risk values. Gezondheidsraad, Den
      Haag; 2006: publicatie no. 2006/05OSH.
2     Bundesanstalt für Arbeitsschutz und Arbeitsmedizin (BAuA). Ausschuss für Gefahrstoffe. Expositions-Risiko-
      Beziehung zu Acrylamid (CAS 79-06-1). 2012.
3     Scientific Committee on Occupational Exposure Limits (SCOEL). Recommendation from the Scientific
      Committee on Occupational Exposure Limits for Acrylamide. 2012: SCOEL/SUM/139.
4     Gezondheidsraad. Leidraad classificatie carcinogene stoffen, leidend voor het classificeren van stoffen wat
      betreft de carcinogene eigenschappen en het beoordelen van de genotoxiciteit. Den Haag: Gezondheidsraad,
      2010; publicatienr. A10/07.
5     Gezondheidsraad: Commissie WGD: Berekening van het risico op kanker. Den Haag: Gezondheidsraad, 1995;
      publikatie nr 1995/06WGD.
6     Gezondheidsraad. Leidraad berekening risicogetallen voor carcinogene stoffen. Den Haag: Gezondheidsraad,
      2012; publicatienr. 2012/16.
7     Collins JJ, Swaen GM, Marsh GM, Utidjian HM, Caporossi JC, Lucas LJ. Mortality patterns among workers
      exposed to acrylamide. J Occup Med 1989; 31(7): 614-617.
8     Marsh GM, Lucas LJ, Youk AO, Schall LC. Mortality patterns among workers exposed to acrylamide: 1994
      follow up. Occup Environ Med 1999; 56(3): 181-190.
9     Sobel W, Bond GG, Parsons TW, Brenner FE. Acrylamide cohort mortality study. Br J Ind Med 1986; 43(11):
      785-788.
10    Friedman MA, Dulak LH, Stedham MA. A lifetime oncogenicity study in rats with acrylamide. Fundam Appl
      Toxicol 1995; 27(1): 95-105.
11    Johnson KA, Gorzinski SJ, Bodner KM, Campbell RA, Wolf CH, Friedman MA et al. Chronic toxicity and
      oncogenicity study on acrylamide incorporated in the drinking water of Fischer 344 rats. Toxicol Appl
      Pharmacol 1986; 85(2): 154-168.
12    Rice JM. The carcinogenicity of acrylamide. Mutat Res 2005; 580(1-2): 3-20.
13    Wilson KM, Rimm EB, Thompson KM, Mucci LA. Dietary Acrylamide and Cancer Risk in Humans: A Review.
      Journal für Verbraucherschutz und Lebensmittelsicherheit 2006; 1(1): 19-27.
14    Marsh GM, Youk AO, Buchanich JM, Kant IJ, Swaen G. Mortality patterns among workers exposed to
      acrylamide: updated follow up. J Occup Environ Med 2007; 49(1): 82-95.
Bezoekadres                                                                         Postadres
Rijnstraat 50                                                                       Postbus 16052
2515 XP Den Haag                                                                    2500 BB Den Haag
E-mail:sr.vink@gr.nl                                                                www.gr.nl
Telefoon (070) 340 55 08
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Health Council of the Netherlands
Onderwerp           : Briefadvies Acrylamide
Ons kenmerk         : U-8187/SV/cn/459-N70                                  Publicatienr. 2014/20
Pagina              :8
Datum               : 29 juli 2014
15    Swaen GM, Haidar S, Burns CJ, Bodner K, Parsons T, Collins JJ et al. Mortality study update of acrylamide
      workers. Occup Environ Med 2007; 64(6): 396-401.
16    Deutsche Forschungsgemeinschaft. Acrylamid. Arbeitsmedizinisch-toxikologische Begründungen von MAK-
      Werten. Wiley-VCH, Weinheim; 2007.
17    FAO/WHO. Joint FAO/WHO Committee on Food Additives. Sixty-fourth meeting, Rome, 8-17 February 2005.
      Summary and conclusions. WHO Technical Report Series, JECFA/64/SC; 2005.
18    Bongers ML, Hogervorst JG, Schouten LJ, Goldbohm RA, Schouten HC, van den Brandt PA. Dietary
      acrylamide intake and the risk of lymphatic malignancies: the Netherlands Cohort Study on diet and cancer.
      PLoS One 2012; 7(6): e38016.
19    Hogervorst JG, Baars BJ, Schouten LJ, Konings EJ, Goldbohm RA, van den Brandt PA. The carcinogenicity of
      dietary acrylamide intake: a comparative discussion of epidemiological and experimental animal research. Crit
      Rev Toxicol 2010; 40(6): 485-512.
Bezoekadres                                                                        Postadres
Rijnstraat 50                                                                      Postbus 16052
2515 XP Den Haag                                                                   2500 BB Den Haag
E-mail:sr.vink@gr.nl                                                               www.gr.nl
Telefoon (070) 340 55 08
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Bijlage A
        De adviesaanvraag
        In een brief gedateerd 11 oktober 1993, kenmerk DGA/G/TOS/93/07732A, schreef
        de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Staatsecretaris van Volksge-
        zondheid, Welzijn en Sport:
        Enige tijd geleden is in het kader van de vereenvoudiging van de adviesstructuur van de rijksoverheid het
        voornemen ontwikkeld om een betere integratie tot stand te brengen ten aanzien van de advisering bij de
        gezondheidskundige onderbouwing van de normering voor de werkplek met die voor het algemene gezond-
        heidsbeleid. Een gevolg van dit voornemen is het initiatief om de activiteiten van de Werkgroep van Des-
        kundigen (WGD) te brengen onder de vleugelen van de Gezondheidsraad. De WGD is een bij ministeriële
        beschikking van 2 juni 1976 ingestelde adviescommissie. De WGD heeft als belangrijkste taak om gezond-
        heidskundige adviezen op te stellen als eerste stap in het proces van vaststelling van Maximaal Aanvaarde
        Concentraties (MAC-waarden) voor stoffen op de werkplek.
        In een bijlage licht de minister zijn verzoek aan de Gezondheidsraad als volgt toe:
        De Gezondheidsraad zal de minister van SZW adviseren ten aanzien van gezondheidskundige aspecten van
        het arbeidsbeschermingsbeleid inzake chemische stoffen op de werkplek. Met name gaat het hierbij om het
        opstellen van gezondheidskundige adviezen ter onderbouwing van (wettelijke) grenswaarden voor de kwa-
        liteit van de lucht op de werkplek. In concreto betreft het:
        •      Een wetenschappelijke evaluatie van de van belang zijnde beschikbare gegevens over de gezondheids-
               kundige aspecten van de stoffen aan de hand van het bij de adviesaanvraag toegeleverde criteria-docu-
               ment.
        De adviesaanvraag                                                                                            9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>   •    Zo mogelijk wordt een advies afgesloten met een gezondheidskundige advieswaarde, dan wel, voor
        genotoxische carcinogenen, met een “blootstelling versus tumorincidentie range”, waarbij inbegrepen
        een berekende luchtconcentratie corresponderend met een tumorreferentie-incidentie van 10-4 en 10-6
        per jaar.
   •    Het evalueren van korte toetsingsdocumenten i.c. van onderbouwingen van recentelijk vastgestelde
        buitenlandse werkplek grenswaarden.
   •    Het adviseren over, dan wel opstellen van onderbouwde klassificatievoorstellen t.b.v, het plaatsen van
        stoffen op lijsten zoals die in het kader van het arbeidsbeschermingsbeleid gehanteerd worden. Dit
        betreft in elk geval de lijst van kankerverwekkende stoffen, waarbij als klassificatiecriteria de criteria
        gelden zoals die in EG-verband in het kader van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeen-
        schappen van 27 juni 1967 (67/548/EEG) zijn opgesteld.
   •    Het opstellen van adviezen m.b.t. andere (nader to specificeren) onderwerpen.
   In zijn brief van 14 december 1993, kenmerk U 6102/WP/MK/459, aan de minister van
   Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat de voorzitter van de Gezondheidsraad akkoord
   met het onderbrengen van de WGD als commissie van de Gezondheidsraad. De samen-
   stelling van de commissie is in bijlage B weergegeven.
10 Briefadvies Acrylamide
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Bijlage B
        De commissie
        Commissie Gezondheid en beroepsmatige blootstelling aan stoffen (GBBS)
        •  prof. dr. R.A. Woutersen, voorzitter
           hoogleraar translationele toxicologie, Wageningen Universiteit en Research centrum
           en TNO Innovation for life, Zeist
        •  dr. P.J. Boogaard
           toxicoloog, Shell International BV, Den Haag
        •  prof. dr. ir. D.J.J. Heederik
           hoogleraar gezondheids-risicoanalyse, Institute for Risk Assessment Sciences,
           Utrecht
        •  dr. ir. R. Houba
           arbeidshygiënist, Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Longaandoeningen, Utrecht
        •  prof. dr. H. van Loveren
           hoogleraar immunotoxicologie, Universiteit Maastricht en Rijksinstituut voor
           Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven
        •  dr. T.M. Pal
           bedrijfsarts, Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, Amsterdam
        •  prof. dr. A.H. Piersma
           hoogleraar reproductietoxicologie, Universiteit Utrecht en Rijksinstituut voor
           Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven
        De commissie                                                                          11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>   •    prof. dr. H.P.J. te Riele
        hoogleraar moleculaire biologie, Vrije Universiteit Amsterdam en Nederlands
        Kanker Instituut, Amsterdam
   •    prof. dr. ir. I.M.C.M. Rietjens
        hoogleraar toxicologie, Wageningen Universiteit en Researchcentrum
   •    dr. G.M.H. Swaen
        epidemioloog, Maastricht
   •    dr. ir. R.C.H. Vermeulen
        epidemioloog, Institute for Risk Assessment Sciences, Utrecht
   •    drs. P.B. Wulp
        bedrijfsarts, Arbeidsinspectie, Groningen
   •    mr. B.P.F.D. Hendrikx, adviseur
        Sociaal-Economische Raad, Den Haag
   •    dr. S.R. Vink, secretaris
        Gezondheidsraad, Den Haag
   De Gezondheidsraad en belangen
   Leden van Gezondheidsraadcommissies worden benoemd op persoonlijke titel, wegens
   hun bijzondere expertise inzake de te behandelen adviesvraag. Zij kunnen echter, dik-
   wijls juist vanwege die expertise, ook belangen hebben. Dat behoeft op zich geen
   bezwaar te zijn voor het lidmaatschap van een Gezondheidsraadcommissie. Openheid
   over mogelijke belangenconflicten is echter belangrijk, zowel naar de voorzitter en de
   overige leden van de commissie, als naar de voorzitter van de Gezondheidsraad. Bij de
   uitnodiging om tot de commissie toe te treden wordt daarom aan commissieleden
   gevraagd door middel van het invullen van een formulier inzicht te geven in de functies
   die zij bekleden, en andere materiële en niet-materiële belangen die relevant kunnen zijn
   voor het werk van de commissie. Het is aan de voorzitter van de raad te oordelen of
   gemelde belangen reden zijn iemand niet te benoemen. Soms zal een adviseurschap het
   dan mogelijk maken van de expertise van de betrokken deskundige gebruik te maken.
   Tijdens de installatievergadering vindt een bespreking plaats van de verklaringen die
   zijn verstrekt, opdat alle commissieleden van elkaars eventuele belangen op de hoogte
   zijn.
12 Briefadvies Acrylamide
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>