<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Ingezonden commentaren op het openbare concept van het
achtergronddocument Transvetzuren
De volgende organisaties hebben commentaar ingestuurd:
    •    Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie
    •    MVO - de ketenorganisatie voor oliën en vetten1
    •    Nederlandse Zuivel Organisatie
    •    Unilever
1
  Onderschreven door de Nederlandse tak van de International Margarine Association of the countries of
Europe: Imace-NL
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                                                                           823985
Van: Christine Grit
Verzonden: maandag 24 augustus 2015 15:55
Aan: GR_RGV2O15
Onderwerp: EGV-015 020 A Respons op vijfde serie achtergronddocumenten Gezondheidsraad RGV
2015 definitief
Geachte mevrouw/heer
Bijgaand doe ik u de respons namens de FNLI toekomen in reactie op de vijfde reeks
achtergronddocumenten van de Gezondheidsraad ten behoeve van het opstellen van de
Richtlijnen goede voeding 2015.
Wij hopen dat u de in de respons opgenomen informatie kunt gebruiken.
Met vriendelijke groet,
Christine Grit
Manager Voeding & Gezondheid
FN LI
fnli.nl 1 voedincivooruit.nl 1 duurzamereten.nl 1 Twitter 1 Linkedln
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                        EGV-015 020 A Cousnitatie respons vijfde ronde achtergronddocunienten Gezondheidsraad         -
                        definitief
                        EGV       15  019      A
                        Notitie
                        Consultatierespons op 5 achtergronddocumenten
                        Onderwerp                Achtergronddocumenten (1) Alcoholhoudende dranken, (2) Eiwit,
                                                 (3) Kalium, (4) Transvetzuren en (5) Visvetzuren.
                        Datum             1 24 augustus 2015
                        Inleiding
                        Als eerste willen we ook bij deze vijfde reeks achtergronddocumenten de Commissie
                        bedanken voor het kunnen inzien van de Werkwijze en de achtergronddocumenten voor
                        de Richtlijnen goede voeding (Rgv) 2015. Ook bij deze set documenten willen we graag
                        de Con-unissie complimenteren met het vele werk dat hiertoe moet zijn uitgevoerd.
                        Het blijft voor ons lastig dat naarmate er meer documenten komen, het steeds
                        onduidelijker wordt om overzicht te houden op de dwarsverbanden tussen
                        voedingsstoffen, voedingssupplementen, voedingsmiddelen en voedingspatronen. Vaak
                        duiken onderwerpen die (deels) al in een bepaald achtergronddocument zijn besproken
                        ook op andere plaatsen op, soms wordt verwezen naar documenten en soms worden in
                        het ene achtergronddocument andere getallen gehanteerd dan voor het andere terwijl
                        deze gelijk zouden kunnen en moeten zijn.
                        Een ander punt dat ons zorgen blijft baren, is dat de keuze voor de top 10 van ziekten er
                        toe bij kan dragen dat bepaalde voedingsgerelateerde aandoeningen niet of slechts heel
                        beperkt zullen worden meegewogen bij het opstellen van de Richtlijnen. Terwijl hier
                        sprake is van aandoeningen die weliswaar niet in de top 10 voorkomen maar wel degelijk
                        grote gevolgen kunnen hebben voor de volksgezondheid en ook voor een deel kunnen
                        worden voorkomen.
                        Terugkomend op de voedingsstoffen/levensmiddelen die in achtergronddocumenten
                        überhaupt aan de orde komen (waarop wij dieper ingaan in onze respons op de eerste
                        reeks achtergronddocumenten), is het onzes inziens een gemis dat er geen aandacht is
                        voor plantensterolen en producten met toegevoegde plantensterolen. Zeker bij een
                        exercitie waarin de preventie van hart- en vaatziekten en waarin het niveau van het LDL
                        cholesterol gehalte als een belangrijke intermediair is meegenomen, valt het op dat er
                        geen aandacht voor is.
             F N II                                                             Respons consultatie vijfde ronde achtergronddocumenten 1 1
FEDERATIE NEDERLANDSE
1[VEN5F.IIDOESEN INDIJSTRI[
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                      EGV-015 020 A Consultatie respons vijfde ronde aclitergronddocunienten Gezondheidsraad        -
                      definitief
                      Los van deze algemene aandachtspunten die ons enige zorgen baren, maken we opnieuw
                      graag van de gelegenheid gebruik om te reageren op de verschillende
                      achtergronddocumenten die bij deze vijfde ronde zijn verspreid voor consultatie. Alle 5
                      de achtergronddocumenten zijn in onze achterban doorgenomen waarbij uiteraard de
                      door de Commissie gestelde vragen zoveel mogelijk centraal hebben gestaan. De reacties
                      op de verschillende documenten volgen vanaf pagina 3 van deze consultatierespons. De
                      documenten worden in alfabetische volgorde behandeld, te beginnen hij
                      ‘Alcoholhoudende dranken’ en eindigend bij ‘Visvetzuren (Eicosapentaeenzuur en
                      docosahexaeenzuur)’.
                      Voor de goede orde zij nog opgemerkt dat de aandachtspunten over de werkwijze die wij
                      in de respons op de eerste reeks achtergronddocumenten hebben weergegeven, ook op
                      deze reeks achtergronddocumenten van toepassing blijven.
            F I4 II                                                           Respons consultatie vijfde ronde achtergronddocumenten 1 2
FEDERATIE NEDERLANDSE
LEVENSMIDDELEN INDUSTRIE
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                      EGV-015 020 A Consultatie respons vijfde ronde oclitergronddocuinenten Gezondlzeidsroad        -
                      definitief
                      Transvetzuren
                      Opmerkingen vooraf
                      Hoewel er veel onderzoek is verricht naar transvetzuren in de voeding, heeft het ons
                      enigszins verbaasd dat er een compleet achtergronddocument aan is gewijd. Ten eerste
                      bevindt, zoals ook blijkt uit het achtergronddocument, de inname in Nederland zich op
                      een voor de gezondheid op lange termijn veilig niveau. Ten tweede is in eerdere
                      publicaties van de Gezondheidsraad al zeer veel aandacht besteed aan dit onderwerp.
                      Het meenemen van dit onderwerp in de reeks achtergronddocumenten impliceert dat er
                      sprake is van een groot probleem, terwijl naar onze mening een verdere daling van de
                      inname slechts beperkt additionele gezondheidswinst zal opleveren. De doses die in de
                      onderzoeken voorkomen, zijn veel hoger dan de hoeveelheid die de gemiddelde
                      Nederlandse bevolking inneemt. Aandacht voor de effecten van industriële
                      transvetzuren versus dierljke transvetzuren is bij de huidige geconsumeerde
                      hoeveelheden evenmin een kwestie van groot belang voor de volksgezondheid en dit
                      zouden we graag vermeld zien.
                      Wij vragen ons af hoe de conclusies uit dit achtergrond document af te wegen zijn tegen
                      eerdere conclusies op basis van onderzoeken naar bepaalde (basis) voedingsmiddelen.
                      Als consumptie van een voedingsmiddel bescherming biedt tegen bepaalde
                      aandoeningen maar het voedingsmiddel is tevens een bron van voedingsstoffen die juist
                      het voorkomen van bepaalde aandoeningen bevorderen (zoals transvetzuren), is het
                      moeilijk en lastig af te wegen. Wij zijn heel benieuwd naar de resultaten daarvan en
                      hopen ook inzicht te krijgen in het afwegingsproeces tezijnertijd!
                      Het valt ons op dat niet wordt ingegaan op het feit dat in het verleden industriële
                      transvetten in hogere doses voorkwamen dan van nature aanwezige transvetzuren
                      (voornamelijk aanwezig in dierlijke producten), en dat een onderlinge vergelijking
                      hierdoor wordt vertekend. In de huidige situatie zijn de doses industriële transvetzuren
                      erg laag en is ook het totale gehalte niet zo relevant meer voor de gezondheid. Het is
                      onzes inziens niet wenselijk om in toekomstig onderzoek de doses weer te verhogen om
                      zo resultaten duidelijker naar voren te laten komen of dit nu industriële of van nature
                                                                             —
                      aanwezige transvetzuren betreft.
                      Gedetailleerde opmerkingen per pagina en regel.
                      Pagina 4, regels 44-48
                      We vragen ons af of het verschil tussen gedeeltelijke of volledige hydrogenering wel
                      duidelijk is voor iedereen. Wellicht dat het onderscheid hier kan worden toegelicht.
                      Onder verwijzing naar de opmerkingen vooraf, moet ons toch wel van het hart dat er in
                      dit stuk tekst een beeld wordt geschapen alsof in deze producten nog steeds veel
                      transvetten aanwezig zijn. Juist deze sectoren hebben er hard aan gewerkt om
                      transvetzuren uit de producten te halen. De resultaten daarvan zijn te vinden op
                      vww.vetzL1I.1rsanEensteI1ingnJ. Weliswaar wordt later wel gezegd dat de
           F F4 II                                                            Respons consultatie vijfde ronde achtergronddocumenten 1 11
FEDERATIE NEDERLANDSE
LEVENSMIDDELEN INDUSTRIE
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                       EGV-015 020 A Consultatie respons vijfde ronde aclitergronddocuntenten Gezondlzeidsraad        -
                      definitief
                      productieprocessen in de jaren 90 zijn aangepast, de indruk blijft dat er in margarines,
                      koek, gebak en snacks nog steeds veel transvetzuren aanwezig zijn. Dat is echter niet het
                      geval. Naar onze mening zou deze opsomming ofwel beter kunnen worden weggelaten
                       dan wel dat hier ook wordt gemeld dat dit in Nederland al geruime tijd niet meer het
                      geval is.
                      Pagina 4, regel 52
                      Hier wordt de indruk gewekt dat slechts 2 transvetzuren belangrijk zijn voor de
                      gezondheid op langere termijn. En dat terwijl er bij het gedeeltelijk hydrogeneren van
                      plantaardige oliën een brede reeks van verschillende transvetzuren ontstaat.
                      Referen ties
                           •    Poppel, van G.V., et al., Trans fatty Acids in Foods in europe: Transfair Study.
                                J.F.C.A., 11 (2): pp. 112-136, 1998.
                           •    Aldai N. et al., What are the trans fatty acids issues in foods after discontinuation
                                of industrially produced transfats? Rurninant products, vegetable oils, and
                                synthetic supplernents. Eur. J. Lipid Sci. Technol., 115: pp. 1378-1401, 2013.
                      Pagina 4, regel 58
                      Net als hij de industriële transvetzuren, lijkt het alsof er slechts een beperkt aantal
                      dierlijke transvetzuren bestaat of relevant is. Echter ook dierljke transvetzuren bestaan
                      uit een reeks van verschillende vetzuren. Zie ook de referentie waarnaar wordt verwezen
                      bij het commentaar op regel 52.
                      Pagina 5, regel 84-86
                      De Commissie geeft duidelijk aan welke zoekopdracht wordt toegepast. Het is ons echter
                      niet geheel duidelijk geworden of onderzoeken naar Geconjugeerd Linolzuur (CLA) nu
                      wel of niet zijn meegenomen. We zouden graag willen weten wat de overwegingen zijn
                      om überhaupt aan CLA nauwelijks aandacht te besteden. Er is veel onderzoek naar
                      verricht.
                     Pagina 6, regel 96
                     Hier wordt niet duidelijk wat de aard is van de transvetzuren. Aangezien er in de
                      aangehaalde studies en RCT’s van grotere doses sprake is dan in de Nederlandse voeding
                     voorkomen, zou deze aard relevant kunnen zijn.
                      Pagina 6, regel 95
                     In ons eerdere commentaar op het achtergronddocument naar verzadigde, enkelvoudige
                     en meervoudig (n-6) onverzadigde vetzuren hebben wij al doorgegeven dat naar onze
                     mening ook het onderzoek naar de effecten op het HDL cholesterol en/of de ratio’s
                     HDL/LDL en totaal/HDL cholesterol zou moeten worden meegewogen. Dat geldt voor
                      transvetzuren evenzo.
                     Pagina 6, regels 99-109
           F I1 II                                                             Respons consultatie vijfde ronde achtergronddocurnenten 1
FEOfRATIE NEDE1ANDS
IEVtNSMIDDE[EN INDUSTRIE
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                      EGV-015 020 A Consultatie respons vijfde ronde aclitergronddocunienten Gezondheidsraad           -
                      definitief
                      In de conclusies wordt gesproken over de vervanging van koolhydraten en cis
                      onverzadigde vetzuren door transvetzuren. In de studies wordt echter het omgekeerde
                      onderzocht. Zou de Commissie kunnen verduidelijken waarom ze deze ommezwaai
                      heeft gemaakt in de conclusies?
                      Pagina 8, regels 152-159
                      Het bevreemdt ons dat een hoeveelheid van bepaalde transvetzuren op en% basis die
                      leidt tot een niet significante stijging van het LDL-cholesterol beschouwd kan worden als
                      een relatie met een grote bewijskracht. Daar zou wat ons betreft toch wat meer toelichting
                      bij benodigd zijn.
                      Pagina 12, regels 270-271
                      Als de Commissie haar overzicht van cohortonderzoek over industriële versus dierljke
                      transvetzuren zou willen completeren, volgt hieronder nog een interessante referentie.
                      Referentie:
                           •    Laake 1., et al., A prospective study of the intake of trans-fatty acids from
                                ruminant fat, partial hydrogenated vegetable oils, and marine oils and mortality
                                from CVD. Br. J. of Nutr., 108: pp. 743-754, 2012.
                      Pagina 13, regels 287-289
                      In de toelichting lijkt er eerder sprake te zijn van niet eenduidige resultaten dan van te
                      weinig onderzoek.
                      Pagina 14, regels 311-312
                      Waarom spreekt de Commissie in haar conclusie van te weinig onderzoek terwijl niet
                      wordt gewezen op het niet eenduidig zijn van de resultaten?
                      Pagina 15, regels 337-339
                      Idem de vraag bij regels 311-312.
           F N II                                                               Respons consultatie vijfde ronde achtergronddocumenten 1 13
FEDERATIE NEDERLANDSE
LEVENSMIDDELEN INDUSTRIE
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre> Van: Mccle Vervaet
Verzonden: donderdag 20 augustus 2015 14:28
 Aan: GR_RGV2O15
CC: Frans Claassen
 Onderwerp: Reactie van MVO op concept achtergronddocumenten, vijfde commentaarronde
Geachte leden van de Commissie Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad,
Als bijlage treft u de reactie aan van MVO de ketenorganisatie voor oliën en vetten op de concept
                                             -
achtergronddocumenten Transvetzuren’ en EPA en DHA.
MVO waardeert het zeer dat de Commissie de gelegenheid heeft gegeven om inhoudelijk
commentaar te leveren. Hiervoor willen wij de Commissie hartelijk bedanken.
Als u nog vragen heeft dan kunt u uiteraard contact met ondergetekende opnemen. Mocht u het op
prijs stellen dan zijn wij graag bereid om een en ander mondeling toe te lichten.
Wij wensen de Commissie veel succes bij het afronden van dit werk
Met vriendelijke groet,
Nicole Vervaet
www.mvo_ni
MVO de ketenorganisatle voor oliën en vetten
      -
Louis Braillelaan 80, 2719 EK Zoetermeer
Disc)aimer
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Woord vooraf
MVO de ketenorganisatie voor oliën en vetten wil wederom de Commissie hartelijk bedanken
       —
voor de geboden mogelijkheid om een reactie te geven op de achtergronddocumenten voor de
Richtlijnen goede voeding 2015 en voor inzage in de werkwijze. Wij waarderen het zeer dat de
Commissie voor deze transparante aanpak heeft gekozen en bij dezen maken wij graag gebruik
van de gelegenheid tot het geven van commentaar.
MVO wil daarbij wel aangeven het te betreuren dat de Commissie, voordat ze haar
wetenschapsevaluaties begon, haar werkwijze niet ter informatie openbaar heeft gemaakt en niet
de gelegenheid heeft gegeven om hierop commentaar te leveren. Die werkwijze bepaalt immers
in belangrijke mate de argumenten waarop de Commissie haar conclusies baseert. Daarom willen
we graag (wederom) de aandacht vestigen op onze visie op de werkwijze die we reeds ter
overweging aan de Commissie hebben voorgelegd, door deze als bijlage 1 toe te voegen bij dit
document. We willen daarbij met name aandacht vragen voor de motivatie van onze opvatting dat
bij de evaluatie van de studieresultaten ook het plasma HDL-cholesterol zou moeten worden
meegenomen, bij voorkeur in relatie tot het LDL-cho?esterol.
Onze reactie is opgesteld door MVO in samenwerking met haar leden en de wetenschappelijke
adviescommissie. t MAC E-NL onderschrijft het commentaar.
We wensen de Commissie succes bij het afronden van dit werk.
MVO de ketenorganisatie voor oliën en vetten
       -
Louis Braillelaan 80
2719 EK Zoetermeer
info(mvo.nl
                                                                                               1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>  Commentaar Achtergronddocument ‘Transvetzuren’
  Algemeen 1: Zoals in de aanhef aangegeven willen we onze eerdere opmerkingen
               -
                                                                                        met betrekking
  tot de werkwijze van de Commissie wederom onder de aandacht brengen, zie hiervoor
                                                                                             bijlage 1.
  Een punt van aandacht hierbij: de Commissie vraagt om controle op de volledigheid
                                                                                                  van de
  gebruikte onderzoeken maar deze vereist een opgave van de afzonderlijke studies
                                                                                               die in de
  verschillende meta analyses en systematische reviews gebruikt zijn.
  Algemeen —2: Deze opmerking ligt in het verlengde van de vorige opmerking. De
                                                                                      Commissie geeft
  aan op pag. 5 regel 84-86 welke zoekopdracht toegepast is. Toch wordt hierdoor
                                                                                            niet geheel
  duidelijk of onderzoeken naar bijvoorbeeld CLA daarbij beschouwd zijn of niet beschouwd
                                                                                                zijn. Om
 die reden willen we de Commissie vragen uit te leggen wat de reden is dat aan CLA geen
                                                                                               aandacht
  besteed is in dit achtergronddocument, behalve dan aan rumenzuur als isomee
                                                                                           r van CLA.
  Geconjugeerd linolzuur, CLA, is immers een groep linolzuur-derivaten die ook trans-o
                                                                                           nverzadigde
 verbindingen bevatten en waaraan in de samenleving veelvuldig aandacht besteed wordt
                                                                                                 en waar
 veel onderzoek naar gedaan is (onder andere met supplementen).
 Algemeen 3: De Commissie besteedt weinig tot geen aandacht aan individuele transve
              —
                                                                                              tzuren. In
 dit kader willen we wijzen op het artikel van Wang et al (2013) waaruit blijkt dat verschillende
 transvetzuren verschillende effecten hebben.
 Algemeen      — 4: De Commissie geeft terecht aan dat de inname van transvetzuren door de
 Nederlandse bevolking laag is (op pag. 4 regel 66— 79: 0,4 en% en op pag. 10 regel 213:
                                                                                              ongeveer
 0,5 en%). Wellicht kan de Commissie in het document expliciet vermelden dat transve
                                                                                               tzuren in
 Nederland bij een dergelijk lage inname nauwelijks nog een gezondheidsrisico vormen
              -
                                            -
                                                                                              voor bijna
 de gehele bevolking (voor 98-99% in de jongere leeftijdscategorieën en voor 95-97%
                                                                                          in de oudere
 leeftijdscategorieën, zoals blijkt uit de VCP 2007 2010). En wellicht kan de Commissie
                                                     —
                                                                                                  daarbij
 vermelden dat effecten van industriële transvetzuren versus dierlijke transvetzuren daarme
                                                                                                   e ook
 nagenoeg geen issue meer zijn.
4/50-52: Voor een optimale duidelijkheid stellen wij voor deze zin als volgt te herformulere
                                                                                              n: “Zodra
 aangetoond werd dat industriële transvetzuren ongezond zijn, zijn de voedselprodu
                                                                                        ctieprocessen
in de jaren negentig zodanig aangepast dat de hoeveelheid transvetzu ren in de voeding
                                                                                               verlaagd
werd. Hierdoor bevatten margarines, koek/gebak en snacks nu nagenoeg geen transve
                                                                                                  tzuren
meer.’
6/96: Hier is sprake van totaal transvetzuren’. In de RCT’s waarop de conclusies zijn
                                                                                         gebaseerd is
echter uitsluitend sprake van ‘transvetzuren’. Zo is in het onderzoek van Mensink (2003)
                                                                                             sprak van
‘transvetzuren’ waarmee in dat geval trans-MUFA’s bedoeld worden.
De Commissie stelt op pag. 4 regel 52-60 dat bepaalde transvetzuren vooral binnen de
                                                                                              categorie
van industriële transvetzuren voorkomen en dat andere transvetzuren meer tot
                                                                                           de dierlijke
transvetzuren behoren. Echter in de praktijk is de scheidslijn niet zo helder. Zowel
                                                                                            bij partiële
hydrogenatie als bij dierlijke transvetzuren is er sprake van een brede range aan voorkomend
                                                                                                        e
transvetzuren, echter de verhoudingen waarin de verschillende transvetzuren voorkomen
                                                                                                  zijn bij
beide categorieën verschillend. Dit betekent dat per onderzoek goed gekeken moet worden
                                                                                                     naar
waar de ene categorie ophoudt en waar de andere categorie begint.
Wij verzoeken de Commissie om in haar conclusies de aard van de transvetzuren duidelijk
                                                                                                  aan te
geven, zoals dat ook gedaan is bij de conclusies op pagina 8, regels 152-159.
6/95: Zoals wij eerder uiteenzetten dient naar onze mening ook in overweging te worden
                                                                                             genomen
het onderzoek naar de effecten op het HDL-cholesterol en op de ratio’s totaal cholesterol:H
                                                                                                      DL
cholesterol en/of LDL-cholesterol:HDL-cholesterol. Uiteraard ondersteunen wij de aandac
                                                                                                ht voor
het LDL-cholesterol, temeer daar recente studies uitwijzen dat de causaliteit van
                                                                                             LDL met
betrekking tot coronaire hartziekten niet meer voornamelijk berust op interventiestudies
                                                                                                     met
                                                                                                        2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>statines, maar nu ook wordt ondersteund door interventies met andersoortige LDL-cholesterol
verlagende middelen (PCSK9 remmers, ezetimibe).
6/99-109: In deze conclusies wordt gesproken over het vervangen van koolhydraten en ds
onverzadigde vetzuren door transvetzuren. Wij willen de Commissie vragen of een omgekeerde
vervanging niet meer voor de hand zou liggen? Met andere woorden zou het niet correcter zijn om
de effecten weer te geven van de vervanging van transvetzuren door koolhydraten, resp. Gis
onverzadigde velzuren, zoals in de studies onderzocht is?
7/112-124: De conclusies van pag. 6/1 02-1 09 zijn gebaseerd op uitwisselingmodellen van vetzuren.
De meta-analyse van Mensink uit 2003 wordt -terecht- allerwege gerespecteerd als een klassieke
 landmark study’. De uitkomsten van deze analyse zijn zoals bekend, gebaseerd op een
rekenmodel en enkele aannames die in een eerdere versie (Mensink, 1992) uiteengezet zijn. Het
lijkt daarom verstandig kort uit te leggen op welke wijze in de analyse van 2003 de resultaten
werden ‘genormaliseerd’tot een uitwisselingseffect van 1 en% ten opzichte van koolhydraten. Dit
is te meer belangrijk omdat de gehanteerde methodiek voor het analyseren van de transvetzuur
gegevens verschilt van de methodiek toegepast voor analyse van verzadigde en cis-onverzadigde
vetzuur gegevens.
          -
101213-215: Voor optimale duidelijkheid stellen wij voor deze zin als volgt te herformuleren: “Zodra
aangetoond werd dat industriële transvetzuren ongezond zijn, zijn de voedselproductieprocessen
in de jaren negentig zodanig aangepast dat de hoeveelheid transvetzuren in de voeding verlaagd
werd.”
11/245: Wij wijzen de Commissie er op dat de NHS studie 2 x is meegenomen in de meta-analyse
van Bendsen.
12/260, Tabel 4, Chowdhury: Wij verzoeken de Commissie de blootstellingsgetallen voor T3 en Ti
te vermelden.
12/266-268: Naar onze mening is de conclusie niet valide nu sec naar de meta-analyse van
Bendsen gekeken wordt, omdat het verband tussen industriële transvetzuren en CHO in deze
studie niet significant is. Graag willen we in dit kader een extra publicatie onder de aandacht
brengen, de studie van Laake (2012). In dit cohort onderzoek komen een aantal relevante
uitkomstmaten terug. Conclusie uit deze studie: ‘Inname van transvetzuren verhoogt het risico op
hart- en vaatziekten, ongeacht de bron van de transvetzuurinname.’
12/287 289 en 12/291-292: Ook in dit geval wordt gesteld: “De commissie is bekend met één
         —
meta-analyse naar het verband tussen de inname van industriële transvetzuren en het risico op
coronaire hartziekten.” Ook in dit kader willen we graag de publicatie van Laake (2012) bij de
Commissie onder de aandacht brengen. In dit cohort onderzoek komen een aantal relevante
uitkomstmaten terug. Conclusie uit deze studie: ‘Inname van transvetzuren verhoogt het risico op
hart- en vaatziekten, ongeacht de bron van de transvetzuurinname.’
Onderzoek naar de invloed van dierlijke transvetzuren wordt ernstig bemoeilijkt door het voorkomen
van deze transvetzuren in lage doses. Hierdoor ontstaat soms een scheef beeld tussen de effecten
van industriële transvetzuren die in hogere doses voorkwamen, ten opzichte van de effecten van
dierlijke transvetzuren. Het noemen van dit aspect in dit achtergronddocument zou passend zijn.
Te meer daar in de toekomst onderzoek met hoge doses (dierlijke) transvetzuren niet ethisch
verantwoord en wenselijk is, waardoor het scheve beeld lastig rechtgetrokken kan worden.
Tegelijkertijd wil MVO benadrukken dat het in de praktijk juist gunstig is dat transvetzuren
tegenwoordig in zeer lage doses voorkomen. En dat dit betekent (zie algemeen 4) dat de inname
                                                                                   -
van transvetzuren momenteel nauwelijks nog een gezondheidsrisico vormt.
                                                                                                   3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre> 14/306, Tabel 6: Wij verzoeken de Commissie de blootstellingen in getallen te geven.
 14/311-312 en 15/337-339: Wij vragen ons af waarom de Commissie in haar conclusie slechts
spreekt over te weinig onderzoek en niet wijst op het feit dat de resultaten van dat onderzoek niet
eenduidig’ zijn.
 15/341, Tabel 7: Wij waarderen de onderverdeling in hersenbloedingen en herseninfarcten.
 16/352: Graag toevoegen    ... resultaten van dezelfde drie
Referenties
Laake 1 et al. A prospective study of intake of trans-fatty acids from ruminant fat, partially
hydrogenated vegetable oils, and marine oils and mortality from CVD. Br J Nutr, 108:743-54,
2012.
Wang Y1, Proctor SD. Current issues surrounding the definition of trans-fatty acids: implications
for health, industry and food labels. Br J Nutr. 1 10(8):1369-83, 2013
                                                                                                  4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre> Bijlage 1: MVO Visie Werkwijze
Onderstaande opmerkingen slaan terug op het rapport van de Gezondheidsraad waarin de
werkwijze beschreven wordt.
Pagina 6, hoofdstuk 1.1. (6/1.1.)
 De Richtlijnen goede voeding zijn gericht op de algemene bevolking. Die algemene bevolking’ is
de laatste decennia zeer divers geworden. Etnische verschillen tussen bevolkingsgroepen
resulteren in belangrijke verschillen in voedingspatronen en in de inname van voedingsstoffen en
voedingsmiddelen. Het is onduidelijk of en zo ja hoe de Commissie hiermee in de bepaling van de
blootstelling rekening heeft gehouden.
 11/2.3.
In de achtergronddocumenten worden de resultaten van cohort- en interventieonderzoek
afzonderlijk geëvalueerd. RCT’s leveren conclusies op met betrekking tot effecten, cohortstudies
resulteren in conclusies over verbanden. Hoe de Commissie de bewijskrachtniveaus daarvan
vaststelt is echter niet duidelijk en zou nader toegelicht kunnen worden. Dit is te meer belangrijk
omdat deze procedure afwijkt van die van drie vergelijkbare commissies.
 17/4.2. Ziekte en sterfte
Hier wordt gesproken van ‘specifieke voedingsfactoren’. Het is niet duidelijk wat daaronder wordt
verstaan. Voedingsstoffen en voedingsmiddelen samen?
Bij specifieke voedingsfactoren wordt ‘sterfte’ ongeacht de doodsoorzaak (= total mortality?) niet
meegenomen, ‘omdat die niets zegt over de etiologie van individuele ziekten’. Wij betreuren deze
beslissing van de Commissie omdat in de internationale discussie m.b.t. bijvoorbeeld verzadigd vet
deze uitkomstmaat een belangrijke plaats inneemt.
18-20/4.3. lritermediaire uitkomstmaten
lntermediaire uitkomstmaten moeten aan zeer strenge voorwaarden/eisen voldoen om als zodanig
door de Commissie te worden geaccepteerd. In navolging van het Institute of Medicine (loM) heeft
de Commissie besloten dat alleen LDL-C, bloeddruk en lichaamsgewicht aan deze voorwaarden
voldoen. Toepassing van de loM eisen voor LDL-C gelden nadrukkelijk voor de selling van
geneesmiddelenonderzoek. De Commissie past ze echter ook toe in haar evaluatie van het
voedingsonderzoek en gaat daarmee voorbij aan de beperking die door de loM aan het gebruik van
deze intermediair is gesteld. Wij willen de Commissie vragen hierop een verkla rende toelichting te
geven.
LDL-cholesterol (LDL-C)
De acceptatie van LDL-C als intermediair voor het cardiovasculair risico vereist onder meer het
bewijs dat veranderingen in de LDL-C concentratie parallel lopen met veranderingen in het
cardiovasculair risico. Aan deze eis wordt volgens het loM voldaan door de bewezen parallelliteit
van statine-effecten op LDL-C en cardiovasculair risico. Statines hebben echter een groot aantal
zogenaamde ‘pleiotrope’ effecten en sommige daarvan hebben bewezen LDL-onafhankeljk
effecten op het cardiovasculair risico, waaronder een HDL-verhogende invloed (P. J. Barter,
Brandrup-Wognsen, Palmer, & Nicholls, 2010). Daarom is het op z’n minst twijfelachtig of met de
verwijzing naar de statine effecten op LDL-C en cardiovasculair risico wel ten volle wordt voldaan
aan het vereiste bewijs voor de LDL-C afhankelijkheid van het cardiovasculair risico. Een nadere
toelichting lijkt hier op z’n plaats.
Terecht wijst het loM op het feit dat verlaging van het LDL-C niet onder alle omstandigheden en
niet altijd proportioneel gerelateerd is aan een vermindering van het cardiovasculair risico, maar
omdat de etiologie van coronaire hartziekten zeer complex is, is het loM van mening dat ‘one
biomarker is unlikely to ever be a perfect surrogate endpoint for use in CVD clinical trials’ (referentie
29, p 164) en dat ‘a single biomarker (e.g. LDL-C or HDL-C) may be insufficientto accurately predict
CVD risk for all patients’ (referentie 29, p 166). In feite suggereert het loM hiermee dat voor
cardiovasculaire ziekten meerdere intermediairen in onderlinge samenhang van nut kunnen zijn.
                                                                                                        5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>  Deze visie wordt op heldere wijze onderbouwd door Knopp en medewerkers (Knopp, Paramsothy,
 Atkinson, & Dowdy, 2008).
 Het plasma HDL-C gehalte lijkt de ideale kandidaat voor zo’n additioneel intermediair vanwege
 de consistente negatieve relatie met het cardiovasculair risico (Gordon et al., 1989), zelfs bij zeer
 lage plasma LDL-C concentraties (P. Barter et al., 2007). Desondanks heeft de Commissie helaas
 besloten deze variabele niet als intermediair mee te nemen. Dit wordt echter niet vermeld en dus
 ook niet gemotiveerd, maar is vermoedelijk gebaseerd op de visie van het loM dat ‘there is no
 evidence that HDL-raising interventions can improve [cardiovascular] outcomes’ (referentie 29, p.
 160).
 Deze visie wordt door het loM overigens niet toegelicht, maar lijkt wel door enkele meta-analyses
 te worden bevestigd (Briel et al., 2009; Kaur et al., 2014). Wij wijzen er echter op dat voor een effect
 op het cardiovasculaire risico de HDL functionaliteit minstens zo belangrijk lijkt als de HDL
 concentratie. Zo blijkt met name voor het ‘reverse cholesterol transport’ sterk negatief geassocieerd
 te zijn met zowel prevalentie (Khera et al., 2011) als incidentie (Rohatgi et al., 2014) van
 cardiovasculaire problemen. Daarnaast zijn HDL deeltjes ook in gunstige zin van invloed op,
 respectievelijk betrokken bij, andere processen en condities die mede bepalend zijn voor het
 cardiovasculaire risico, zoals ontsteking, oxidatieve stress en hemostase en trombose (Mahdy All,
 Wonnerth, Huber, & Wojta, 2012; Perez-Mendez, Pacheco, Martinez-Sanchez, & Franco, 2014).
 Gezien ook de breed gedragen opvatting dat verhoging van het ‘goede cholesterol’ (o.a. door
 sporten) bijdraagt aan vermindering van het hart-vaat risico en de belangrijke rol die dit tot nu toe
 heeft ingenomen bij de voorlichting van de bevolking, verzoeken wij de Commissie haar beslissing
 om HDL niet mee te nemen als intermediair te herzien.
 Mede met het oog op het belang van onderling samenhangende intermediairen (zie boven) pleiten
wij er voor dat HDL-C in samenhang met het LDL-C in de evaluatie wordt meegenomen in de vorm
van de LDL-C/HDL-C ratio.
Ten aanzien van het cardiovasculair risico voldoet deze ratio aan alle eisen die aan een intermediair
gesteld worden. Niet alleen is ze in cohortstudies significant en positief gerelateerd aan het
 cardiovasculair risico en is de voorspellende potentie hoger dan van LDL-cholesterol alléén
(Kinosian, Glick, Preiss, & Puder, 1995), maar interventies die het LDL-C verlagen en tegelijkertijd
 het HDL-C ongemoeid laten, verhogen, of in geringe mate verlagen hebben per definitie ook een
verlagend effect op deze ratio. Dit is o.a. het geval bij interventie met statines (zie boven) en als de
statine-effecten -ondanks de daargenoemde nuanceringen- voldoen om LDL-C als intermediair toe
te laten, dan zou dat ook voor de LDL-C/HDL-C ratio moeten gelden..
Wij menen dan ook dat deze ratio als intermediair kan worden toegelaten in de evaluatie van de
Commissie en dat het huidige achtergronddocument (en de nog volgende documenten waarin dat
relevant kan zijn) daarop zou kunnen worden aangepast.
21-22/4.4. en 23/5.1. Uitkomstmaten en literatuuronderzoek
Verwijzing naar paragraaf 3.4.4. is wellicht een vergissing, omdat deze paragraaf niet bestaat.
Achtergronddocumenten zijn zo veel mogelijk gebaseerd op resultaten van gepoolde analyses (zie
23/5.1), meta-analyses en systematische reviews. Dit geldt met name voor RCT’s met
intermediairen als uitkomstmaat. De motivatie hiervoor blijkt uit 2315.1: deze aanpak ‘helpt de
commissie om de hoeveelheid werk hanteerbaar te houden’.
De Commissie gaat hier onzes inziens echter voorbij aan de beperkingen die deze aanpak met zich
meebrengt (Bartolucci & Hillegass, 2010; Pogue & Yusuf, 1998); zie voor meer specifiek
commentaar 24/5.3).
24/5.3 Onderzoekstypen
‘Wanneer er geen (goede) meta-analyses beschikbaar zijn beschrijft de Commissie de originele
RCTs.’ Dit betreft uitsluitend ‘RCT’s die incidentie van ziekte of sterfte door ziekte als uitkomstmaat
hebben’. Andere RCT’s over ‘onderwerpen waarover geen meta-analyse of systematische review
is gepubliceerd blijven buiten beschouwing’.
                                                                                                       6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>De inhoudelijke consequentie hiervan is dat aan nieuwe onderzoeksgebieden geen aandacht kan
worden geschonken en, nog belangrijker, dat belangrijke studies niet aan de orde komen omdat er
op het betreffende onderzoeksgebied (nog) geen of geen acceptabele samenvattende analyses
zijn verschenen. Dit laatste blijkt bijvoorbeeld het geval te zijn bij de evaluatie van het onderzoek
naar de effecten van palmolie, de meest gebruikte plantaardige voedingsolie ter wereld. In het
commentaar op het achtergronddocument Oliën en vetten’ zijn we hier al nader op ingegaan.
Wij wijzen de Commissie er op dat het onderscheid tussen ‘goede’ en niet goede’ analyses/reviews
de beschrijving vereist van kwaliteitseisen waaraan het betreffende onderzoek dient te voldoen.
Omdat een dergelijke beschrijving niet wordt gegeven, willen we de Commissie vragen deze alsnog
toe te voegen.
26/6.1. Samenvattende standaardtabellen
Bij matige en aanzienlijke heterogeniteit wordt eenzelfde p-waarde vermeld (p<0.1O).
26-27/6.2. Keuze uit vier opties
De commissie kiest er voor strenge eisen te stellen aan de studies waarop haar adviezen straks
worden gebaseerd. Wij begrijpen deze keuze als het gaat om aanbevelingen gebaseerd op optie
1. Echter door geen of nauwelijks aandacht te schenken aan onderzoek dat niet aan alle
voorwaarden voldoet, kunnen belangrijke ontwikkelingen in een vroeg stadium worden gemist,
waardoor preventie-tijd wordt verloren als deze ontwikkelingen later van wezenlijk belang blijken te
zijn. Daarom pleiten wij voor een vijfde conclusie-optie in de achtergronddocumenten, gebaseerd
op ‘additioneel onderzoek’ dat dan mogelijk niet aan alle methodologisch eisen voldoet, maar dat
wel duidelijke aanwijzingen oplevert voor een toekomstig belang van de studieresultaten, Eventueel
zou deze optie, gecombineerd met opties 2, 3 en/of 4 toch aanleiding kunnen zijn voor een
‘voorlopige aanbevelingen’ die jaarlijks zouden kunnen worden ge-update.
Literatuur
Barter, P., Gotto, A. M., LaRosa, J. C., Maroni, J., Szarek, M., Grundy, S. M.,     . .  . Treating to New
        Targets, T. (2007). HDL cholesterol, very low levels of LDL cholesterol, and cardiovascular
        events. N Eng! J Med, 357(1 3), 1301-1310. doi: 10.1056/NEJMoaO64278
Barter, P. J., Brandrup-Wognsen, G., Palmer, M. K., & NicholIs, S. J. (2010). Effect of statins on
        HDL-C: a complex process unrelated to changes in LDL-C: analysis of the VOYAGER
        Database. J Lipid Res, 51(6), 1546-1553. cfoi: 10.11 941j1r.P002816
Bartolucci, A. A., & Hillegass, W. B. (2010). Overview, Strengths, and Limitations of Systematic
        Reviews and Meta-Analyses. In F. Chiapelli, X. M. Caldeira Brant, N. Neagos, 0. 0.
        Oluwadara, & M. H. Ramchandani (Eds.), Evidence-Based Practice: Toward Optimizing
        Clinical Outcomes (pp. 251). Heidelberg: Springer-Verlag Berlin Heidelberg 2010.
Briel, M., Ferreira-Gonzalez, 1., You, J. J., Karanicolas, P. J., Aki, E. A., Wu, P.,   ..  . Guyatt, G. H.
        (2009). Association between change in high density lipoprotein cholesterol and
        cardiovascular disease morbidity and mortality: systematic review and meta-regression
        analysis. Bmj, 338, b92.
Gordon, D. J., Probstfield, J. L., Garrison, R. J., Neaton, J. D., Castelli, W. P., Knoke, J. D
        Tyroler, H. A. (1989). High-density lipoprotein cholesterol and cardiovascular disease.
        Four prospective American studies. Circulation, 79(1), 8-15.
Kaur, N., Pandey, A., Negi, H., Shafiq, N., Reddy, S., Kaur, H          Malhotra, S. (2014). Effect of
        HDL-raising drugs on cardiovascular outcomes: a systematic review and meta-regression.
        PLoS One, 9(4), e94585. doi: 10.1371 /journal.pone.0094585 PONE-D-1 3-47473 [pii]
Khera, A. V., Cuchel, M., de la Llera-Moya, M., Rodrigues, A., Burke, M. F., Jafri, K.,        . . . Rader,
        D. J. (2011). Cholesterol efflux capacity, high-density lipoprotein function, and
        atherosclerosis. N EngI J Med, 364(2), 127-135. doi: 10.1 056/NEJMoa1 001689
Kinosian, B., Glick, H., Preiss, L., & Puder, K. L. (1995). Cholesterol and coronary heart disease:
        predicting risks in men by changes in levels and ratios. J Investig Med, 43(5), 443-450.
                                                                                                            7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Knopp, R. H., Paramsothy, P., Atkinson, 8., & Dowdy, A. (2008). Comprehensive lipid
        management versus aggressive low-density lipoprotein Iowering to reduce cardiovascular
        risk. Am J Cardiol, 1O1(8A), 48B-57B. dol: 10.1016/j.amjcard.2008.02.038
Libby, P. (2015). Triglycerides on the rise: should we swap seats on the seesaw? EurHeartJ,
       36(13), 774-776. doi: 10.1 093/eurheartj/ehu500
Mahdy All, K., Wonnerth, A., Huber, K., & Wojta, J. (2012). Cardiovascular disease risk reduction
        by raising HDL cholesterol--current therapies and future opportunities. BrJ Pharmacol,
        167(6), 1177-1194. dol: 10.llllIj.1476-5381.2012.02081.x
Perez-Mendez, 0., Pacheco, H. G., Martinez-Sanchez, C., & Franco, M. (2014). HDL-cholesterol
       in coronary artery disease risk: function or structure? Clin Chim Acta, 429, 111-1 22. dol:
       S0009-8981(1 3)00485-3 [pil] 10.101 6/j.cca.201 3.12.001
Pogue, J., & Yusuf, S. (1998). Overcoming the limitations of current meta-analysis of randomised
       controlled trials. Lancet, 351(9095), 47-52. dol: 10.101 6/SOl 40-6736(97)08461-4
Rohatgi, A., Khera, A., Berry, J. D., Givens, E. G., Ayers, C. R., Wedin, K. E     Shaul, P. W.
       (2014). HDL Cholesterol Effiux Capacity and Incident Cardiovascular Events. N Eng! J
       Med, 371(25) 2383-2393. dol: 10.1 O56INEJMoa1 409065
                                                                                                   8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                                                                         823850
Van: Peters, J.A.C. (Stephan)
Verzonden: vrijdag 21 augustus 2015 15:51
Aan: GRRGV2O15
CC: Hiddink, G.J. (Gert Jan). Peters, ].A.C. (Stephan)
Onderwerp: Gezondheidsraad reactie NZO Achtergronddocumenten Eiwit en
Transvetzuren
Geachte heer Van Gooi,
Graag bieden wij u onze reactie aan op de achtergronddocumenten eiwit en
trasvetzuren t.b.v. de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding 2015.
Wij danken u voor het bieden van de gelegenheid om te mogen reageren.
Mede namens mijn collega prof.dr. Gert Jan Hiddink,
Teken ik met vriendelijke groet,
Dr. Stephan Peters
Stephan Peters
Manager Voeding en Levensmiddelenwetgeving
Postbus 93044, 2509 AA Den Haag
Benoordenhoutseweg 46, 2596 BC Den Haag
www. nzo. ni
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Aan de Gezondheidsraad, Den Haag, 21 augustus 2015 t.a.v. de voorzitter Prof.dr. W.A. van Gooi Postbus 16052 2500 BB Den Haag Geachte heer Van Gooi, De Nederlandse Zuivel Organisatie maakt graag gebruik van de door u geboden mogelijkheid te reageren op de door de Gezondheidsraad op haar website gepubliceerde stukken van 14 juli 2015. Wederom willen we onze waardering uitspreken voor het vele werk dat er is uitgevoerd om tot deze achtergronddocumenten te komen. We reageren in deze brief op respectievelijk de achtergronddocumenten ‘eiwit’ en ‘transvetzuren’. Achtergronddocument eiwit De NZO kijkt vreemd op van de twee conclusies in het achtergronddocument eiwit met “bewijskracht groot”, namelijk in regel 180 tot en met 183 en in regel 211 tot en met 213. A. De Commissie concludeert in regel 180 tot en met 183: ‘De vervanging van niet sojaeiwit door 30 gram sojaeiwit (in combinatie met isofiavonen) per dag verlaagt het LDL-cholesteroi met ongeveer 0,20 mmol/l, met name bij personen met een hoog LDL cholesterol-gehalte’ en geeft aan dat de bewijskracht groot is. In deze conclusie (en de bijbehorende toelichting) behoeven in verband met de bevreemdende conclusie van de Commissie zes zinsneden extra aandacht: 1). De term ‘niet-sojaeiwit’: De controlevoedingen tussen de verschillende onderzoeken verschillen. In regel 170 en verder schrijft de Commissie: ‘De controlebehandeling is slechts in een deel van meta-analyses (refs 13, 15-21) beschreven en varieerde van niet-sojaeiwit, meikeiwit, vleeseiwit tot koolhydraten’. Onzes inziens kan men zonder deugdelijke gegevens over de aard van de controle-voeding en het eiwit daarin, niet verwachten dat deze meta-analyses duidelijke en zinvolle conclusies opleveren. 2). De term ‘in combinatie met isofiavonen’: Mogelijke effecten afzonderlijk van isoflavonen of van eiwit of van een interactie tussen soja-eiwit en isoflavonen worden ten onrechte niet besproken en meegewogen in het eindoordeel. 3). De term ‘met name bij personen met een hoog LDL-cholesterol-gehalte’: De commissie stelt vanaf regel 186: “Van de acht bovengenoemde meta-analyses is de meta analyse van Anderson en collega’s de meest uitgebreide en recente (tabel 4)”. Anderson en collega’s inciudeerden 31 parailele RCTs (waarvan 25 met patiënten met hypercholesterolemie en 4 met individuen met een normaal cholesterolgehaite) en 28 cross-over RCT5 (waarvan 15 met patiënten met hypercholesterolemie, 5 met individuen met een normaal cholesteroigehaite, twee met metabool syndroom, 3 met type 2 diabetes, en 3 met postmenopauzaie vrouwen). Het merendeel van de RCT’s is dus uitgevoerd met patiënten, hetgeen wel door de auteurs van de gerefereerde publicaties wordt opgemerkt, maar niet door de Commissie wordt vermeld. 4). Geen bewijs voor een causale relatie: Ondanks het feit dat Anderson & Bush (ref 15) een LDL-cholesteroiverlaging van 0,23 (-0,28 tot - 0,18) mmol per liter bij inname van 20 tot 30 gram sojaeiwit per dag wordt gevonden ten opzichte van niet-sojaeiwit, vonden zij geen aanwijzingen voor een dosis-responsrelatie tussen de hoeveelheid sojaeiwit en verandering in LDL-cholesteroi. Dit word ook door de Commissie vermeld (regel 192, 193). Dit is dus geen bewijs voor een causale relatie. Dit is bevestigd door EFSA, die zich recent nog heeft uitgesproken tegen de relatie van de effecten van soja-eiwit en LDL cholesterol: “In weighing the evidence, the Panel took into account that the results from the four human intervention studies identified by the applicant as being controlied for the macronutrient</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>Inname transvetzuren in Nederland
Voor we ingaan op de inhoud van de meegenomen studies over de gezondheidseffecten van
transvetzuren op de gezondheid, willen we eerst het beeld dat u schetst over de inname van
transvetzuren bevestigen. De inname is dankzij inspanningen van de industrie en de inspanningen
van de taskforce gezonde vetzuursamenstelling tot beneden de door de Gezondheidsraad
aanvaardbaar geachte 1 energie% afgenomen (VCP 2007-2010). Dit bevestigt het beeld dat bij de
huidige de zuivelinname en zuivelaanbevelingen transvet van dierlijke oorsprong niet beperkend
hoeft te zijn en niet beperkend is.
Mozaffarian (ref 5) concludeert dat ondanks dat wat is gevonden over de relatie tussen
transvetzuurinname en coronaire hartziekten: ‘the public health implications of ruminant TFA
consumption appears to be much more limited’ ‘The limited data suggest that the experimental
                                                ...
effects of ruminant TFA, and observational studies do not support adverse CHD effects of ruminant
TFA in amounts actually consumed’. Dit lijkt hem vooral te liggen in de relatief lage inname van
transvetten via zuivel.
Uit een recente meta-analyse op basis van (randomised) clinical trials, die na juli 2015 is
uitgekomen, van Gayet-Boyer et al (BJN 2014 112:1914-1922) is gebleken dat bij huidige inname
niveaus ruminant-TFA geen effect laten zien op veranderingen in de ratio’s tussen triglyceriden en
HDL-cholesterol en de ratio tussen LDL- en HDL-cholesterol.
Regel 152   — 159
Vragen kunnen worden gesteld bij de conclusies van de Gezondheidsraad dat er een effect is van
de vervanging van cis-onverzadigde vetzuren door resp. industrieel en ruminant transvetzuren het
LDL-cholesterol doet stijgen met 0.048-0.045 mmol/l (Brouwer et al 2010). Hoewel de commissie
constateert dat de vervanging door dierlijk transvet niet significant is (regel 173), wordt er wel een
bewijskracht ‘groot’ aan de vervanging toegekend. Op basis van niet-significante relaties kan er
dus ook geen lineair verband worden geconstateerd.
262 e.v.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Conclusie: een hogere inname van industriële transvetzuren hangt samen met een hoger risico op
hart- en vaatziekten. Bewijskracht gering
Conclusie: Er is te weinig onderzoek gedaan om een uitspraak te doen naar het verband tussen
dierlijke transvetzuren en het risico op coronaire hartziekten.
Deze conclusies wijzen erop dat er een onderscheid gemaakt dient te worden tussen ruminant en
artificieel transvet. De verschillende gezondheidseffecten in relatie tot de bron van transvetzuren
komen ook naar voren in de constateringen van de Gezondheidsraad in het achtergronddocument
zuivel. We zetten hier puntsgewijs de verschillende conclusies in de achtergronddocumenten
tussen de effecten van transvetten enerzijds en zuivel anderzijds op een rijtje.
     •    Het vervangen van respectievelijk koolhydraten, cis-(meervoudig, enkelvoudig)
          onverzadigde vetzuren door transvetzuren verhogen het LDL-cholesterol. Er zijn op het
          gebied van zuivel geen verbanden gevonden tussen zuivelproducten en LDL-cholesterol.
          Sterker nog: uit het achtergronddocument zuivel is gebleken dat het onwaarschijnlijk is
          dat er een verband bestaat tussen het gebruik van ‘totaal zuivel op systolische bloeddruk
          en LDL-cholesterol’.
     •    De inname van transvetzuren ten opzichte van koolhydraten hangt per 2 energieprocent
          samen met een ongeveer 20°k hoger risico op coronaire hartziekten. Binnen het
          achtergronddocument zuivel is geconcludeerd dat (i) het gebruik van kaas samenhangt
          met een lager risico op coronaire hartziekten, (ii) het gebruik van totale zuivel, haifvolle en
          magere zuivel totale melk en kaas samenhangen met een lager risico op beroerte en (iii)
          dat het onwaarschijnlijk is dat er relaties bestaan tussen het gebruik van totale zuivel en
          volle zuivel op het risico van coronaire hartziekten.
Als laatste willen we u wijzen op een zeer recent uitgekomen meta-analyse van Da Souza et al.
(2015). Uitgevoerd in opdracht de WHO.
Zij concluderen dat: ‘Industrial, but not ruminant, trans fats were associated with CHD mortality
(1.18 (1.04 to 1.33) v 1.01 (0.71 to 1.43)) and CHD (1.42 (1.05 to 1.92) v 0.93 (0.73 to 1.18)).
Ruminant trans-palmitoleic acid was inversely associated with type 2 diabetes (0.58, 0.46 to
0.74). The certainty of associations between saturated fat and all outcomes was “very low.” The
certainty of associations of trans fat with CHD outcomes was “moderate” and “very low” to “low”
for other associations.’
Wij danken u voor de geboden gelegenheid deze punten onder uw aandacht te brengen.
Met vriendelijke groeten,
Prof dr Gerrit J Hiddink
Manager Research Nutrition & Health
P.O. Box 93044, 2509 AA The Hague, The Netherlands
Benoordenhoutseweg 46, 2596 BC The Hague, The Netherlands
Dr. Stephan Peters
Manager Nutrition and Food law
P0. Box 93044, 2509 AA The Hague, The Netherlands
Benoordenhoutseweg 46, 2596 BC The Hague, The Netherlands
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Van: Elk, Kathelijn-van
Verzonden: donderdag 20 augustus 2015 19:34
Aan: GR_Webmaster; Javanrnardi, M. (Mitra)
Onderwerp: Unilever commentaar vijfde batch achtergronddocumeriten Richtlijnen goede voeding
2015
Beste commissie van de Gezondheidsraad, beste Mitra,
Bij dezen maken wij graag gebruik van de gelegenheid tot het geven van commentaar op de
verschillende achtergronddocumenten van de vijfde batch. In de bijlage vindt u het Unilever
commentaar op de achtergronddocumenten ‘Kalium’, ‘EPA en DHA’ en ‘transvetzuren’.
Daarnaast is het in onze ogen een gemis dat plantensterolen en producten met toegevoegde
plantensterolen niet inhoudelijk in de achtergronddocumenten zijn besproken.
De producten waaraan plantensterolen zijn toegevoegd, passen allen in een gezond voedingspatroon
en het vergt van een persoon met een verhoogd cholesterol slechts een kleine aanpassing in het
dieet, waardoor het een erg gemakkelijke manier is om het LDL-cholesterol te verlaging (wat toch
door de commissie als één van de drie intermediaire uitkomstmaten voor ziekten is aangemerkt). Het
gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van 1,5-3g plantensterolen. De inname van
1,5-2,4 g plantensterolen per dag kan het cholesterol met 7-10% verlagen, de inname van 2,5-3 g
plantensterolen per dag kan het cholesterol met 10-12,5% verlagen, beide na 2-3 weken als
onderdeel van een gezonde voeding met voldoende groente en fruit en een gezonde leefstijl.
Er is een duidelijke consensus omtrent het wetenschappelijke bewijs dat plantensterolen een LDL
cholesterolverlagend effect hebben, bewijs wat onder andere bestaat uit meta-analyses en
systematische reviews. Zo is er in 2013 een EAS (European Atherosclerosis Society) consensus review
artikel (Gylling et al, 2013) verschenen met daarin een uitgebreide analyse van de huidige kennis
omtrent het cholesterolverlagende effect van plantensterolen (en plantenstanolen) en de implicaties
daarvan voor de preventie van hart- en vaatziekten. Mocht u meer studies willen ontvangen, dan
hoor ik het graag.
Wij hopen dat de commissie producten met toegevoegde plantensterolen in haar richtlijnen
meeneemt, wensen de commissie veel succes met deze laatste afrondende fase en we kijken uit naar
de finale richtlijnen.
Met vriendelijke groet,
Kathelijn van Elk
  u
 UQLv
Kathelijn van Elk Nutrition and Health Manager
Unilever Benelux
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                Augustus 20, 2015f [COMMENTAAR ACHTERGRONDDOCUMENT TRANSVETZUREN)
INTRODUCTIE:
Wij danken de commissie voor de inzage in de werkwijze en achtergronddocumenten voor de Richtlijnen
Goede Voeding 2015. Bij dezen maken wij graag gebruik van de gelegenheid tot het geven van commentaar op
het achtergronddocument Transvetzuren.
We complimenteren de commissie met de systematische en uitgebreide werkwijze voor de nieuwe richtlijnen.
Wij zouden graag zien dat conclusies en de definitie van transvetzuren internationaal worden afgestemd,
omdat het in onze ogen erg belangrijk is dat voedingsadviezen breed worden gedragen. Internationale
eenduidigheid in adviezen voor de bevolking, verschaft ook de voedingsmiddelenindustrie duidelijke richtingen
voor het verbeteren van producten.
De grondige evaluatie en weging van verschenen literatuur tot juli 2014 waarderen wij. Dit in acht nemend,
hebben we opgemerkt dat er in het literatuuronderzoek wellicht toch een aantal studies aan de aandacht zijn
ontgaan. Omdat de commissie aan volledigheid hecht, brengen wij deze graag onder uw aandacht.
Wij wensen de commissie veel succes met de laatste fase van dit belangrijke werk, en kijken met belangstelling
uit naar de nieuwe richtlijnen.
GEDETAII.EERD COMMENTAAR:
     •   Pagina 4, regel 46
         “Industriële transvetten ontstaan door partiële hydrogenatie.”
         Onder consumenten is er nogal veel verwarring wat slechter voor de gezondheid is: PHVO of FHVO
         (gedeeltelijke of volledige hydrogenatie). Wellicht is het daarom van toegevoegde waarde om hier nog
         in het kort uit te leggen wat het verschil is tussen deze processen.
     •   Pagina4,regel48
         “Hierbij wordt vloeibare oliën omgezet in een minder vloeibare vorm.., voor verdere bewerking in
         bijvoorbeeld margarines
        We willen de commissie erop attenderen dat de huidige rnargarines (en overige margarineproducten)
         in de supermarkt geen transvetzuren meer bevatten welke afkomstig zijn van partiele hydrogenatie.
     •   Pagina 4, regel 52
         “Elaïdinezuur (C18:1 trans9) is het meest voorkomende industriële transvetzuur, gevolgd door C18:1
         trans-lO.”
         Bovenstaande suggereert dat er slechts 2 transvetzuren belangrijk zijn. Beter zou zijn om aan te geven
         dat bij het gedeeltelijk harden van plantaardige oliën een brede range van verschillende transvetzuren
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>       Augustus 20, 2015    [COMMENTAAR ACHTERGRONDDOCUMENT TRANSVETZUREN]
ontstaan, waarbij C18:1 trans-9 (elaidinezuur), C18:1 trans-lO (geen naam) en C18:1 trans-il
(vacceenzuur) de meest voorkomende zijn. Zie hiervoor bijvoorbeeld figuur 3 in de publicatie van Aldai
(2013) en de TRANSFAIR studie (Poppel, 1998).
Pagina 1, regel 58
“Vacceenzuur (C18:1 trans-Il) is het meest voorkomende dierlljke transvetzuur.... de laatste is een
isomeer van geconjugeerd linolzuur (CLA)”
Ook hier zou enige nuance kunnen worden toegevoegd omdat het nu lijkt alsof er slechts enkele
verschillende dierlijke transvetzuren zijn. De samenstelling van dierlijke transvetzuren bestaat ook uit
een range van verschillende transvetzuren, echter de verdeling hoe vaak deze voorkomen, is anders
dan bij industriële transvetzuren. Het meest voorkomende dierlijke transvetzuren is C18:1 trans-li
(vacceenzuur), gevolgd door C18:2 cis-9,trans-11 (rumenzuur) en het isomeer van geconjugeerd
linolzuur (CLA) komt in kleine hoeveelheden voor in voedingsmiddelen. Zie hiervoor bijvoorbeeld ook
figuur 3 in de publicatie van Aldai (2013) en de TRANSFAIR studie (Poppel, 1998).
 Daarnaast concluderen wij uit bovenstaande geciteerde zin dat de commissie CLA ziet als een dierlijk
transvet, wat het in onze optiek ook is, en dat hierdoor de commissie studies met CLA als supplement
 niet in overweging heeft genomen. Wellicht zou de commissie dit nog kunnen verduidelijken.
 Referenties:
      o Aldai N et al. What are the trans fatty acids issues in foods after discontinuation of industrially
          produced trans fats? Ruminant products, vegetable oils, and synthetic supplements. EurJ Lipid
          Sci Technol, 115:1378-1401, 2013.
      o Poppel GV Van et al. Trans Fatty Acids in Foods in Europe: TRANSFAIR Study. JFCA, 11(2):112-
          136, 1998.
 Pagina 9, regel 161
 ‘De commissie is bekend met één meta-analyse die naar de afzonderlijke effecten heeft gekeken van
 industriële trarisvetzuren en dierlijke transvetzuren op het LDL-cholesteroh”
 Voor de volledigheid, recentelijk is er een nieuwe meta-analyse naar dierlijke transvetzuren
 gepubliceerd (Gayet-Boyer, 2014). Echter, in onze ogen heeft deze meta-analyse ernstige
 methodologische tekortkomingen en daarom zouden de conclusies met gepaste terughoudendheid
 moeten worden gebruikt. Het belangrijkste probleem is dat in een meta-analyse van RCT’s gebruik zou
 moeten worden gemaakt van ‘difference between intervention and control diet’ gegevens, en niet van
  ‘difference from baseline’, zoals bij deze meta-analyse het geval is.
  Referentie:
       o Gayet-Boyer C et al. Is there a linear relationship between the dose of ruminant trans-fatty
           acids and cardiovascular risk markers in healthy subjects: results from a systematic review and
           meta-regression of randomised clinical trials. Bri Nutr, 112:1914-22, 2014.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>        Augustus 20, 2015     [COMMENTAAR ACHTERGRONDDOCUMENT TRANSVETZUREN]
• Pagina 12, regel 270-271
  “De commissie is bekend met én me to-analyse naar het verband tussen de inname van industriële
  transvetzuren en het risico op coronoire hartziekten.”
  Om het overzicht van cohort onderzoek over industrieel versus dierlijke transvetzuren compleet te
  maken kan de volgende publicatie van Laake (2012) worden toegevoegd, In dit cohort onderzoek
  komen een aantal relevante uitkomstmaten terug.
  Referentie:
      o Laake 1 et al. A prospective study of intake of trans-fatty acids from ruminant fat, partially
          hydrogenated vegetable oils, and marine oils and mortality from CVD. Bri Nutr, 108:743-54,
          2012.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Transvetzuren
GEZONDHEIDSRAAD                                                      Reactie op commentaren
Reactie van de commissie Richtlijnen goede voeding 2015
op het achtergronddocument over transvetzuren
De commissie heeft op het achtergronddocument over transvetzuren reacties
ontvangen van het MVO – de ketenorganisatie voor oliën en vetten, Unilever, de
Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI), en de Nederlandse
Zuivelorganisatie (NZO).
De commissie heeft de inhoudelijke reacties betrokken bij het opstellen van het
definitieve achtergronddocument en over het algemeen de tekstuele suggesties
overgenomen.
De commentaren hebben geresulteerd in wijzigingen van drie conclusies.
De bewijskracht voor het verband tussen industriële transvetzuren en het risico op
coronaire hartziekten is bijgesteld van gering naar groot. De conclusie luidt nu:
Een 2 energieprocent hogere inname van industriële transvetzuren hangt samen met
een 20% hoger risico op coronaire hartziekten.
De bewijskracht voor het verband tussen dierlijke transvetzuren en het risico op
coronaire hartziekten is bijgesteld van ‘te weinig onderzoek’ naar ‘niet eenduidig’.
De bewijskracht voor het verband tussen transvetzuren (totaal) en het risico op
diabetes mellitus type 2 is bijgesteld van ‘te weinig onderzoek’ naar ‘niet eenduidig’.
Op de volgende pagina’s beschrijft de commissie in een tabel alle inhoudelijke
commentaren en wat zij daarmee heeft gedaan.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>  Transvetzuren
  GEZONDHEIDSRAAD                                                                                                                        Reactie op commentaren
1
2 Tabel Overzicht ontvangen inhoudelijke commentaren op achtergronddocument over transvetzuren en reactie van de commissie.
   Commentatoren       Commentaar                                                  Reactie commissie
   MVO                 Zoals in de aanhef aangegeven willen we onze eerdere        Niet verwerkt.
                       opmerkingen met betrekking tot de werkwijze van de          Dit past niet in de werkwijze van de commissie. De commissie refereert aan
                       Commissie wederom onder de aandacht brengen, zie            systematische reviews en meta-analyses. Individuele studies zijn in de
                       hiervoor bijlage 1. Een punt van aandacht hierbij: de       betreffende publicaties terug te vinden.
                       Commissie vraagt om controle op de volledigheid van de
                       gebruikte onderzoeken maar deze vereist een opgave
                       van de afzonderlijke studies die in de verschillende meta
                       analyses en systematische reviews gebruikt zijn.
   MVO                 De Commissie geeft aan op pag. 5 regel 84-86 welke          Niet verwerkt.
                       zoekopdracht toegepast is. Toch wordt hierdoor niet         Het gaat bij CLA inderdaad voornamelijk om supplementstudies waarbij de
                       geheel duidelijk of onderzoeken naar bijvoorbeeld CLA       dosering veel hoger ligt dan in de normale voeding. Rumenzuur is enkel in de
                       daarbij beschouwd zijn of niet beschouwd zijn. Om die       inleiding vermeld als voorbeeld.
                       reden willen we de Commissie vragen uit te leggen wat
                       de reden is dat aan CLA geen aandacht besteed is in dit
                       achtergronddocument, behalve dan aan rumenzuur als
                       isomeer van CLA. Geconjugeerd linolzuur, CLA, is
                       immers een groep linolzuur-derivaten die ook trans-
                       onverzadigde verbindingen bevatten en waaraan in de
                       samenleving veelvuldig aandacht besteed wordt en waar
                       veel onderzoek naar gedaan is (onder andere met
                       supplementen).
   MVO                 De Commissie besteedt weinig tot geen aandacht aan          Niet verwerkt.
                                                                                                              1
                       individuele transvetzuren. In dit kader willen we wijzen op Het review van Wang e.a. is geen systematisch review.
                       het artikel van Wang et al (2013) waaruit blijkt dat
                       verschillende transvetzuren verschillende effecten
                       hebben.
   MVO / FNLI          Wellicht kan de Commissie in het document expliciet         Niet verwerkt.
                       vermelden dat transvetzuren in Nederland nauwelijks         Dit achtergronddocument beschrijft de wetenschappelijke literatuur naar de
                       nog een gezondheidsrisico vormen voor bijna de gehele       inname van transvetzuren en het risico op ziekte en beschrijft inname in
                       bevolking. En wellicht kan de Commissie daarbij             Nederland. Uitspraken over of er wel of geen gezondheidsrisico’s zijn voor de
                       vermelden dat effecten van industriële transvetzuren        Nederlandse bevolking zijn in dit achtergronddocument niet aan de orde.
                       versus dierlijke transvetzuren daarmee ook nagenoeg
                       geen issue meer zijn.
  Pagina 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>Zuivel
GEZONDHEIDSRAAD                                                                                                                       Reactie op commentaren
 Commentatoren Commentaar                                                    Reactie commissie
 MVO           4/50-52: Voor een optimale duidelijkheid stellen wij voor     Deels verwerkt.
               deze zin als volgt te herformuleren: “Zodra aangetoond        In rapport van de NVWA (2010) op basis van testen in 2009 wordt gesteld dat
               werd dat industriële transvetzuren ongezond zijn, zijn de     er een grote spreiding is aan gehalten tussen producten (o.a. stroopwafels en
               voedselproductieprocessen in de jaren negentig zodanig        saucijzenbroodjes) en dat er een nog aanzienlijke verlaging van transvetzuren
                                                                                                                    2
               aangepast dat de hoeveelheid transvetzuren in de              (en verzadigde vetzuren) mogelijk is.
               voeding verlaagd werd. Hierdoor bevatten margarines,
               koek/gebak en snacks nu nagenoeg geen transvetzuren           De zin: “Omdat duidelijk werd dat transvetzuren ongezond zijn, zijn
               meer.”                                                        productieprocessen in de jaren negentig aangepast waardoor de hoeveelheid
                                                                             industriële transvetzuren in de voeding verlaagd is.” Is vervangen door:
                                                                             “Omdat duidelijk werd dat transvetzuren ongezond zijn, zijn
                                                                             voedselproductieprocessen in de jaren negentig zodanig aangepast dat de
                                                                             hoeveelheid industriële transvetzuren in de voeding is verlaagd.”
 MVO           6/96: Hier is sprake van totaal transvetzuren’. In de         Verwerkt.
               RCT’s waarop de conclusies zijn gebaseerd is echter           De commissie vindt deze opmerking niet duidelijk, maar vermoedt dat er wordt
               uitsluitend sprake van transvetzuren’. Zo is in het           gewezen op het feit dat in de betreffende meta-analyses met name over trans-
               onderzoek van Mensink (2003) sprake van                       enkelvoudig onverzadigde vetzuren wordt gesproken i.t.t. het totaal van trans
               transvetzuren’ waarmee in dat geval trans-MUFA’s              enkel- en meervoudig onverzadigde vetzuren.
               bedoeld worden.                                               In het onderzoek van Mensink e.a. staat inderdaad vermeld dat het om trans
                                                                             enkelvoudig onverzadigde vetzuren gaat. In het onderzoek van Mozaffarian is
                                                                             vermeld dat het vooral om trans enkelvoudig onverzadigde vetzuren gaat. En
                                                                             dit is in overeenstemming met het feit dat het grootste deel transvetzuren in de
                                                                             voeding enkelvoudig onverzadigde transvetzuren zijn. De specificatie m.b.t.
                                                                             trans enkelvoudig onverzadigde vetzuren was deels al in de tekst aangegeven,
                                                                             maar is nu systematisch overal doorgevoerd.
                                                                             Het woord ‘totaal’ verwijst naar de combinatie van dierlijke en industriële
                                                                             transvetzuren. Dit is nu op één plaats in het achtergronddocument (titel
                                                                             paragraaf 2.1.1) ter info vermeld.
 MVO / FNLI    De Commissie stelt op pag. 4 regel 52-60 dat bepaalde         Deels verwerkt.
               transvetzuren vooral binnen de categorie van industriële      De paragraaf luidt nu als volgt: “Dierlijke transvetzuren zitten in vlees en
               transvetzuren voorkomen en dat andere transvetzuren           melk(producten) afkomstig van herkauwers (koeien en schapen) als gevolg
               meer tot de dierlijke transvetzuren behoren. Echter in de     van biohydrogenatie in de pens. De samenstelling van dierlijke transvetzuren
               praktijk is de scheidslijn niet zo helder. Zowel bij partiële bestaat ook uit een range van verschillende transvetzuren, echter de
               hydrogenatie als bij dierlijke transvetzuren is er sprake van verhoudingen waarin de verschillende transvetzuren voorkomen, is anders dan
               een brede range aan voorkomende transvetzuren, echter bij industriële transvetzuren. Vacceenzuur (C18:1 trans-11) is het meest
               de verhoudingen waarin de verschillende transvetzuren         voorkomende dierlijke transvetzuur. Op de tweede plaats komt rumenzuur
               voorkomen zijn bij beide categorieën verschillend. Dit        (C18:2 cis-9 trans-11). De laatste is een isomeer van geconjugeerd linolzuur
               betekent dat per onderzoek goed gekeken moet worden           (CLA).”
               naar waar de ene categorie ophoudt en waar de andere          De commissie beschrijft het beschikbare onderzoek; dit betreft meestal
               categorie begint. Wij verzoeken de Commissie om in haar transvetzuren als geheel, zonder een verdere specificatie van subtypen. Een
               conclusies de aard van de transvetzuren duidelijk aan te      uitzondering hierop was het onderzoek naar het effect op LDL-cholesterol.
               geven, zoals dat ook gedaan is bij de conclusies op
               pagina 8, regels 152-159.
Pagina 3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Zuivel
GEZONDHEIDSRAAD                                                                                                                   Reactie op commentaren
 Commentatoren Commentaar                                                Reactie commissie
 MVO / FNLI    Ook onderzoek naar HDL, ratio totaal/HDL cholesterol,     Niet verwerkt.
               LDL/HDL cholesterol zouden ook meegenomen moeten          Dit past niet in de werkwijze van de commissie.
               worden.
 MVO / FNLI    6/99-109: In deze conclusies wordt gesproken over het     Niet verwerkt.
               vervangen van koolhydraten en cis onverzadigde            Ten behoeve van de leesbaarheid heeft de commissie de conclusies van beide
                                                                                                       3,4
               vetzuren door transvetzuren. Wij willen de Commissie      beschikbare meta-analyses op dezelfde manier geformuleerd, nl het
               vragen of een omgekeerde vervanging niet meer voor de     vervangen van een bepaald nutriënt door transvetzuren. De huidige manier
               hand zou liggen? Met andere woorden zou het niet          van presenteren komt overeen met de constatering dat transvetzuren het LDL-
               correcter zijn om de effecten weer te geven van de        cholesterol verhogen, waarover consensus is.
               vervanging van transvetzuren door koolhydraten, resp.
               vs onverzadigde vetzuren, zoals in de studies
               onderzocht is?
 MVO           7/112-124: De conclusies van pag. 6/1 02-1 09 zijn        Niet verwerkt.
               gebaseerd op uitwisselingmodellen van vetzuren. De        De commissie heeft aangenomen dat verwezen wordt naar de volgende
                                                                                                                            3
               meta-analyse van Mensink uit 2003 wordt -terecht-         passage in de methodiek van Mensink e.a. 2003 :
               allerwege gerespecteerd als een klassieke ‘landmark       “The effects of trans MUFAs were examined in a different way because the
               study’. De uitkomsten van deze analyse zijn zoals         number of studies was too small for multiple regression analysis. For each
               bekend, gebaseerd op een rekenmodel en enkele             single study, the difference in outcome variables between the trans diet and
               aannames die in een eerdere versie (Mensink, 1992)        the control diet was adjusted for differences in the intakes of other fatty acids
               uiteengezet zijn. Het lijkt daarom verstandig kort uit te with the use of the results from the regression analysis described above. The
               leggen op welke wijze in de analyse van 2003 de           effects of trans MUFAs relative to those of carbohydrates were calculated per
               resultaten werden ‘genormaliseerd ‘tot een                1% of energy, and the results from the various studies were then averaged.”
               uitwisselingseffect van 1 en% ten opzichte van            Hier staat inderdaad dat de methodiek m.b.t. transvetzuren anders is dan de
               koolhydraten. Dit is te meer belangrijk omdat de          methodiek zoals gebruikt voor de berekeningen m.b.t. verzadigde en cis-
               gehanteerde methodiek voor het analyseren van de          onverzadigde vetzuren, omdat het aantal studies naar transvetzuren veel lager
               transvetzuur gegevens verschilt van de methodiek          was dan voor de andere vetzuren. De commissie is van mening dat deze
               toegepast voor analyse van verzadigde en cis-             andere methodiek geen afbeuk doet aan de resultaten van de meta-analyse
               onverzadigde vetzuur - gegevens.                          naar transvetzuren. De commissie verwijst voor de verdere details naar de
                                                                                                                  5                        3
                                                                         publicaties van Mensink en Katan 1992 en Mensink e.a. 2003.
 MVO           10/213-215: Voor optimale duidelijkheid stellen wij voor  Niet verwerkt.
               deze zin als volgt te herformuleren: ‘Zodra aangetoond    Transvetzuren werden vaak als totale groep geanalyseerd in relatie tot LDL
               werd dat industriële transvetzuren ongezond zijn, zijn de en/of ziekte. Industriële transvetzuren zijn verlaagd door veranderde
               voedselproductieprocessen in de jaren negentig zodanig    productieprocessen. Dezelfde zin staat bij de algemene inleiding van dit
               aangepast dat de hoeveelheid [industriële] transvetzuren  achtergronddocument.
               in de voeding verlaagd werd.”
 MVO           11/245: Wij wijzen de Commissie er op dat de NHS          Niet verwerkt.
               studie 2 x is meegenomen in de meta-analyse van           De Nurses’ Health Study is in twee delen gesplitst, namelijk vrouwen jonger
                                                                                                             6
               Bendsen.                                                  dan 65 en vrouwen ouder dan 65.
 MVO           12/260, Tabel 4, Chowdhury: Wij verzoeken de              Niet verwerkt.
               Commissie de blootstellingsgetallen voor T3 en T1 te      Deze getallen zijn niet verstrekt door de auteur.
               vermelden.
Pagina 4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Zuivel
GEZONDHEIDSRAAD                                                                                                                      Reactie op commentaren
 Commentatoren Commentaar                                                  Reactie commissie
 MVO           Onderzoek naar de invloed van dierlijke transvetzuren       Verwerkt.
               wordt ernstig bemoeilijkt door het voorkomen van deze       In de passages mbt LDL stond een dergelijke opmerking al vermeld. Deze
               transvetzuren in lage doses. Hierdoor ontstaat soms een     komt nu ook terug bij de methodologische aandachtspunten bij
               scheef beeld tussen de effecten van industriële             cohortonderzoek naar transvetzuren: “Ten opzichte van industriële
               transvetzuren die in hogere doses voorkwamen, ten           transvetzuren, kwamen dierlijke transvetzuren in lagere doses voor. Voor
               opzichte van de effecten van dierlijke transvetzuren. Het   dierlijke transvetzuren is het dus lastiger om een associatie aan te tonen”.
               noemen van dit aspect in dit achtergronddocument zou
               passend zijn. Te meer daar in de toekomst onderzoek
               met hoge doses (dierlijke) transvetzuren niet ethisch
               verantwoord en wenselijk is, waardoor het scheve beeld
               lastig rechtgetrokken kan worden.
 MVO           14/306, Tabel 6: Wij verzoeken de Commissie de              Verwerkt.
               blootstellingen in getallen te geven.                       De blootstellingen stonden vermeld in de tekst, en deze zijn nu ook vermeld in
                                                                           de tabel.
 NZO           Uit een recente meta-analyse op basis van (randomised)      Niet verwerkt:
               clinical trials, die na juli 2015 is uitgekomen, van Gayet- Deze ratio’s vallen buiten de werkwijze van de commissie.
               Boyer et al (BJN 2014 112:1914-1922) is gebleken dat
               bij huidige innameniveaus ruminant-TFA geen effect
               laten zien op veranderingen in de ratio’s tussen
               triglyceriden en HDL-cholesterol en de ratio tussen LDL-
               en HDL-cholesterol.
 NZO / FNLI    Vragen kunnen worden gesteld bij de conclusies van de       Deels verwerkt.
               Gezondheidsraad dat er een effect is van de vervanging      M.b.t. deze passage is de commissie van mening dat de puntschatter
               van cis-onverzadigde vetzuren door resp. industrieel en     belangrijker is dan alleen de statistische significantie. De tekst is nu als volgt:
               ruminant transvetzuren het LDL-cholesterol doet stijgen     “De commissie concludeert daarom dat industriële en dierlijke transvetzuren
               met 0.048-0.045 mmol/l (Brouwer et al 2010). Hoewel de      het LDL-cholesterol in gelijke mate verhogen ten opzichte van cis-enkelvoudig
               commissie constateert dat de vervanging door dierlijk       onverzadigde vetzuren. Het vervangen van cis-enkelvoudig onverzadigde
               transvet niet significant is (regel 173), wordt er wel een  vetzuren door industriële transvetzuren verhoogt het LDL-cholesterol met
               bewijskracht ‘groot’ aan de vervanging toegekend. Op        0,048 mmol/l per energieprocent. Een vervanging van cis-enkelvoudig
               basis van niet-significante relaties kan er dus ook geen    onverzadigde vetzuren door dierlijke transvetzuren verhoogt het LDL-
               lineair verband worden geconstateerd.                       cholesterol met 0,045 mmol/l per energieprocent. Voor beide conclusies geldt
                                                                           vanwege het vergelijkbare effect een grote bewijskracht.”
Pagina 5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Zuivel
GEZONDHEIDSRAAD                                                                                                                Reactie op commentaren
 Commentatoren Commentaar                                                Reactie commissie
 NZO           Industriële transvetzuren i.r.t. het risico op coronaire  Niet verwerkt:
               hartziekten. Conclusie: een hogere inname van             In de afzonderlijke achtergronddocumenten wordt per onderwerp de
               industriële transvetzuren hangt samen met een hoger       beschikbare literatuur beschreven. In het eindadvies worden alle conclusies
               risico op hart- en vaatziekten. Bewijskracht gering.      per deelonderwerp vervolgens geïntegreerd.
               Conclusie: Er is te weinig onderzoek gedaan om een
               uitspraak te doen naar het verband tussen dierlijke
               transvetzuren en het risico op coronaire hartziekten.
               Deze conclusies wijzen erop dat er een onderscheid
               gemaakt dient te worden tussen ruminant en artificieel
               transvet. De verschillende gezondheidseffecten in relatie
               tot de bron van transvetzuren komen ook naar voren in
               de constateringen van de Gezondheidsraad in het
               achtergronddocument zuivel. We zetten hier puntsgewijs
               de verschillende conclusies in de
               achtergronddocumenten tussen de effecten van
               transvetten enerzijds en zuivel anderzijds op een rijtje.
               Het vervangen van respectievelijk koolhydraten, cis-
               (meervoudig, enkelvoudig) onverzadigde vetzuren door
               transvetzuren verhogen het LDL-cholesterol. Er zijn op
               het gebied van zuivel geen verbanden gevonden tussen
               zuivelproducten en LDL-cholesterol.
               Sterker nog: uit het achtergronddocument zuivel is
               gebleken dat het onwaarschijnlijk is dat er een verband
               bestaat tussen het gebruik van ‘totaal zuivel op
               systolische bloeddruk en LDL-cholesterol’.
               De inname van transvetzuren ten opzichte van
               koolhydraten hangt per 2 energieprocent samen met een
               ongeveer 20% hoger risico op coronaire hartziekten.
               Binnen het achtergronddocument zuivel is
               geconcludeerd dat (i) het gebruik van kaas samenhangt
               met een lager risico op coronaire hartziekten, (ii) het
               gebruik van totale zuivel, halfvolle en magere zuivel
               totale melk en kaas samenhangen met een lager risico
               op beroerte en (iii) dat het onwaarschijnlijk is dat er
               relaties bestaan tussen het gebruik van totale zuivel en
               volle zuivel op het risico van coronaire hartziekten.
Pagina 6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>Zuivel
GEZONDHEIDSRAAD                                                                                                                        Reactie op commentaren
 Commentatoren     Commentaar                                                 Reactie commissie
 NZO               Als laatste willen we u wijzen op een zeer recent          Deels verwerkt:
                   uitgekomen meta-analyse van Da Souza et al. (2015). Zij    Het literatuuronderzoek voor de achtergronddocumenten beslaat publicaties
                   concluderen dat: ‘Industrial, but not ruminant, trans fats die tot juli 2014 zijn verschenen. De commissie laat de wetenschappelijke
                   were associated with CHD mortality (1.18 (1.04 to 1.33) v  literatuur van later datum buiten beschouwing, tenzij zij op de hoogte is van
                   1.01 (0.71 to 1.43)) and CHD (1.42 (1.05 to 1.92) v 0.93   recentere gepoolde analyses of meta-analyses met afwijkende conclusies. In
                                                                                                                  7
                   (0.73 to 1.18)). Ruminant trans-palmitoleic acid was       de publicatie van De Souza 2015 is geen sprake van afwijkende conclusies
                   inversely associated with type 2 diabetes (0.58, 0.46 to   m.b.t. coronaire hartziekten Bovendien bevat de meta-analyses van De Souza
                   0.74).                                                     naar industriële en dierlijke transvetzuren minder cohorten dan er in het
                                                                              achtergronddocument zijn opgenomen.
                                                                              Het verband tussen specifieke transvetzuren als trans-palmitoleic acid met
                                                                              ziekterisico is geen onderdeel van de werkwijze. Bovendien is de meta-analyse
                                                                              naar trans-palmitoleic acid voornamelijk gebaseerd op studies naar
                                                                              vetzuurstatus (concentraties in het bloed), wat ook buiten de werkwijze valt. De
                                                                              commissie beperkt zich tot studies op basis van inname.
                                                                              In aanvulling op bovenstaande: De Souza e.a. hebben ook naar het verband
                                                                              tussen transvetzuren (als totaal) en het risico op diabetes mellitus type 2
                                                                              gekeken. Dit past wel binnen de werkwijze van de commissie. Omdat de meta-
                                                                              analyse drie extra studies opleverde ten opzichte van de drie in ons
                                                                              achtergronddocument, zijn de resultaten van de meta-analyse opgenomen
                                                                              door de commissie. De conclusie ‘te weinig onderzoek’ is vanwege de
                                                                              aanzienlijke heterogeniteit in de meta-analyse van De Souza aangepast naar
                                                                              ‘niet eenduidig’.
 Unilever / FNLI / Pagina 12, regel 270-271                                   Verwerkt.
                                                                                            8
 MVO               “De commissie is bekend met één meta-analyse naar het      Deze studie is nu opgenomen bij de paragrafen over industriële en dierlijke
                   verband tussen de inname van industriële transvetzuren     transvetzuren in relatie tot coronaire hartziekten. De bewijskracht voor het
                   en het risico op coronaire hartziekten.” Om het overzicht  verband tussen industriële transvetzuren in relatie tot coronaire hartziekten is
                   van cohort onderzoek over industrieel versus dierlijke     bijgesteld van gering naar groot. De bewijskracht voor dierlijke transvetzuren is
                   transvetzuren compleet te maken kan de volgende            bijgesteld van ‘te weinig onderzoek’ naar ‘niet eenduidig’.
                                                8
                   publicatie van Laake (2012) worden toegevoegd. In dit
                   cohort onderzoek komen een aantal relevante
                   uitkomstmaten terug.
 FNLI / MVO        Waarom is er een achtergronddocument geschreven            Niet verwerkt.
                   over transvetzuren terwijl de inname in Nl dusdanig laag   Dit achtergronddocument beschrijft de wetenschappelijke literatuur naar de
                   is, dat er geen sprake meer is van een                     inname van transvetzuren en het risico op ziekte. Daarbij worden ook cijfers
                   gezondheidsrisico?                                         m.b.t. de inname in Nederland verstrekt. Uitspraken over of er wel of geen
                                                                              gezondheidsrisico’s zijn voor de Nederlandse bevolking zijn in dit
                                                                              achtergronddocument niet aan de orde.
Pagina 7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Zuivel
GEZONDHEIDSRAAD                                                                                                                    Reactie op commentaren
 Commentatoren Commentaar                                                  Reactie commissie
 FNLI          Aandacht voor de effecten van industriële transvetzuren     Niet verwerkt.
               versus dierlijke transvetzuren is bij de huidige            Dit achtergronddocument beschrijft de wetenschappelijke literatuur naar de
               geconsumeerde hoeveelheden evenmin een kwestie van          inname van transvetzuren en het risico op ziekte. Daarbij worden ook cijfers
               groot belang voor de volksgezondheid en dit zouden we       m.b.t. de inname in Nederland verstrekt. Uitspraken over of er wel of geen
               graag vermeld zien.                                         gezondheidsrisico’s zijn voor de Nederlandse bevolking zijn in dit
                                                                           achtergronddocument niet aan de orde.
 FNLI          Pagina 6, regel 96 (RCT’s totaal transvetzuren en LDL)      Verwerkt.
               Hier wordt niet duidelijk wat de aard is van de             Het woord ‘totaal’ verwijst naar de combinatie van dierlijke en industriële
               transvetzuren. Aangezien er in de aangehaalde studies       transvetzuren. Dit is nu op één plek ter info vermeld. Verder is in deze
               en RCT’s van grotere doses sprake is dan in de              paragraaf specifieker aangegeven dat het in de meta-analyse van Mensink om
               Nederlandse voeding voorkomen, zou deze aard                trans-enkelvoudig onverzadigde vetzuren gaat.
               relevant kunnen zijn.
 FNLI          Wij vragen ons af hoe de conclusies uit dit                 Niet verwerkt.
               achtergronddocument af te wegen zijn tegen eerdere          In de afzonderlijke achtergronddocumenten wordt per onderwerp de
               conclusies op basis van onderzoeken naar bepaalde           beschikbare literatuur beschreven. In het eindadvies worden alle conclusies
               (basis) voedingsmiddelen. Als consumptie van een            per deelonderwerp vervolgens geïntegreerd.
               voedingsmiddel bescherming biedt tegen bepaalde
               aandoeningen maar het voedingsmiddel is tevens een
               bron van voedingsstoffen die juist het voorkomen van
               bepaalde aandoeningen bevorderen (zoals
               transvetzuren), is het moeilijk en lastig af te wegen. Wij
               zijn heel benieuwd naar de resultaten daarvan en hopen
               ook inzicht te krijgen in het afwegingsproces tezijnertijd!
 FNLI          Het valt ons op dat niet wordt ingegaan op het feit dat in  Niet verwerkt.
               het verleden industriële transvetten in hogere doses        De commissie voert geen onderlinge vergelijking uit, maar beschrijft het
               voorkwamen dan van nature aanwezige transvetzuren           beschikbare onderzoek, en vermeld daarbij zoveel mogelijk de contrasten
               (voornamelijk aanwezig in dierlijke producten), en dat      en/of niveau’s van inname.
               een onderlinge vergelijking hierdoor wordt vertekend. In
               de huidige situatie zijn de doses industriële transvetzuren
               erg laag en is ook het totale gehalte niet zo relevant
               meer voor de gezondheid. Het is onzes inziens niet
               wenselijk om in toekomstig onderzoek de doses weer te
               verhogen om zo resultaten duidelijker naar voren te laten
               komen – of dit nu industriële of van nature
               aanwezige transvetzuren betreft.
Pagina 8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Zuivel
GEZONDHEIDSRAAD                                                                                                                        Reactie op commentaren
 Commentatoren   Commentaar                                                  Reactie commissie
 FNLI            Pagina 13, regels 287-289 (Dierlijke transvetzuren i.r.t.   Deels verwerkt.
                 coronaire hartziekten)                                      Inderdaad liggen de relatieve risico’s zowel onder als boven de 1; echter
                 In de toelichting lijkt er eerder sprake te zijn van niet   vanwege de grote betrouwbaarheidsintervallen rond de schatters, is er geen
                 eenduidige resultaten dan van te weinig onderzoek.          sprake van significante statistische heterogeniteit. Om die reden had de
                                                                             commissie gekozen voor ‘te weinig onderzoek’. Echter, inmiddels zijn ook de
                                                                                                         8
                                                                             resultaten van Laake e.a. toegevoegd. Met deze studie erbij die verschillende
                                                                             resultaten laat zien voor mannen en vrouwen heeft de commissie
                                                                             geconcludeerd dat de resultaten niet eenduidig zijn.
 FNLI / MVO      Pagina 14, regels 311-312 (Transvetzuren i.r.t. beroerte)   Niet verwerkt.
                 Waarom spreekt de Commissie in haar conclusie van te        Er was sprake van uiteenlopende uitkomstmaten. Per uitkomstmaat heeft de
                 weinig onderzoek terwijl niet wordt gewezen op het niet     commissie geconcludeerd dat er sprake was van te weinig onderzoek.
                 eenduidig zijn van de resultaten?
 Unilever        Oproep om plantensterolen mee te nemen                      Niet verwerkt.
                                                                             Dit past niet in de werkwijze van de commissie.
 Unilever / FNLI Onder consumenten is er nogal veel verwarring wat           Verwerkt.
                 slechter voor de gezondheid is: PHVO of FHVO                Aan de tekst is de volgende voetnoot toegevoegd: “In tegenstelling tot
                 (gedeeltelijke of volledige hydrogenatie). Wellicht is het  volledige hydrogenatie, waarbij geen transvetzuren ontstaan.:
                 daarom van toegevoegde waarde om hier nog in het kort
                 uit te leggen wat het verschil is tussen deze processen.
 Unilever / FNLI Pagina 4, regel 48                                          Verwerkt.
                 “Hierbij wordt vloeibare oliën omgezet in een minder        De genoemde voorbeelden zijn vervangen door ‘voedingsmiddelen’.
                 vloeibare vorm.., voor verdere bewerking in bijvoorbeeld
                 margarines....” We willen de commissie erop attenderen
                 dat de huidige margarines (en overige
                 margarineproducten) in de supermarkt geen
                 transvetzuren meer bevatten welke afkomstig zijn van
                 partiele hydrogenatie.
 Unilever / FNLI Pagina 4, regel 52                                          Verwerkt.
                 “Elaïdinezuur (C18:1 trans-9) is het meest voorkomende      De zin luidt nu als volgt. Bij het gedeeltelijk harden van plantaardige oliën
                 industriële transvetzuur, gevolgd door C18:1 trans-10.”     ontstaat een brede range van verschillende transvetzuren, waarvan
                 Bovenstaande suggereert dat er slechts 2 transvetzuren      elaïdinezuur (C18:1 trans-9) het meest voorkomende (industriële) transvetzuur
                 belangrijk zijn. Beter zou zijn om aan te geven dat bij het is, gevolgd door C18:1 trans-10 en C18:1 trans-11 (vacceenzuur).
                 gedeeltelijk harden van plantaardige oliën een brede
                 range van verschillende transvetzuren ontstaan, waarbij
                 C18:1 trans-9 (elaidinezuur), C18:1 trans-10 (geen
                 naam) en C18:1 trans-11 (vacceenzuur) de meest
                 voorkomende zijn. Zie hiervoor bijvoorbeeld figuur 3 in
                 de publicatie van Aldai (2013) en de TRANSFAIR studie
                 (Poppel, 1998).
Pagina 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Zuivel
GEZONDHEIDSRAAD                                                                                                                        Reactie op commentaren
 Commentatoren   Commentaar                                                    Reactie commissie
 Unilever / FNLI Pagina 1, regel 58                                            Verwerkt.
                 “Vacceenzuur (C18:1 trans-11) is het meest voorkomende        De paragraaf luidt nu als volgt:
                 dierlijke transvetzuur.... de laatste is een isomeer van      “Dierlijke transvetzuren zitten in vlees en melk(producten) afkomstig van
                 geconjugeerd linolzuur (CLA)” Ook hier zou enige nuance       herkauwers (koeien en schapen) als gevolg van biohydrogenatie in de pens.
                 kunnen worden toegevoegd omdat het nu lijkt alsof er          De samenstelling van dierlijke transvetzuren bestaat ook uit een range van
                 slechts enkele verschillende dierlijke transvetzuren zijn.    verschillende transvetzuren, echter de verdeling hoe vaak deze voorkomen, is
                 De samenstelling van dierlijke transvetzuren bestaat ook      anders dan bij industriële transvetzuren. Vacceenzuur (C18:1 trans-11) is het
                 uit een range van verschillende transvetzuren, echter de      meest voorkomende dierlijke transvetzuur. Op de tweede plaats komt
                 verdeling hoe vaak deze voorkomen, is anders dan bij          rumenzuur (C18:2 cis-9 trans-11). De laatste is een isomeer van geconjugeerd
                 industriële transvetzuren. Het meest voorkomende              linolzuur (CLA).”
                 dierlijke transvetzuren is C18:1 trans-11 (vacceenzuur),
                 gevolgd door C18:2 cis-9,trans-11 (rumenzuur) en het
                 isomeer van geconjugeerd linolzuur (CLA) komt in kleine
                 hoeveelheden voor in voedingsmiddelen. Zie hiervoor
                 bijvoorbeeld ook figuur 3 in de publicatie van Aldai (2013)
                 en de TRANSFAIR studie (Poppel, 1998).
                 Referenties:
                 Aldai N et al. What are the trans fatty acids issues in foods
                 after discontinuation of industrially produced trans fats?
                 Ruminant products, vegetable oils, and synthetic
                 supplements. EurJ Lipid Sci Technol, 115:1378-1401,
                 2013.
                 Poppel GV Van et al. Trans Fatty Acids in Foods in
                 Europe: TRANSFAIR Study. JFCA, 11(2):112-136, 1998,
 Unilever        Daarnaast concluderen wij uit bovenstaande geciteerde         Verwerkt.
                 zin dat de commissie CLA ziet als een dierlijk transvet, wat  De paragraaf luidt nu als volgt: “In dit achtergronddocument komt als eerste
                 het in onze optiek ook is, en dat hierdoor de commissie       interventieonderzoek (RCT’s) naar het effect van transvetzuren op het LDL-
                 studies met CLA als supplement niet in overweging heeft       cholesterol aan de orde. Vervolgens wordt cohortonderzoek beschreven naar
                 genomen. Wellicht zou de commissie dit nog kunnen             de relatie tussen transvetzuren en het risico op chronische ziekten. De
                 verduidelijken.                                               commissie laat CLA-studies buiten beschouwing omdat dit veelal
                                                                               supplementstudies waarbij de dosering veel hoger ligt dan in de normale
                                                                               voeding.”
 Unilever        Er is een nieuwe meta-analyse naar dierlijke transvetzuren Niet verwerkt.
                                 9
                 gepubliceerd. Echter, in onze ogen heeft deze meta-           De commissie is op de hoogte van deze meta-analyse. Deze meta-analyse
                 analyse ernstige methodologische tekortkomingen en            heeft als eindpunten de verandering van de ratio van TC:HDL-C en LDL-
                 daarom zouden de conclusies met gepaste                       C:HDL-C en niet LDL afzonderlijk. Deze meta-analyse valt dus buiten de
                 terughoudendheid moeten worden gebruikt. Het                  werkwijze van de commissie.
                 belangrijkste probleem is dat in een meta-analyse van
                 RCT’s gebruik zou moeten worden gemaakt van
                 ‘difference between intervention and control diet’
                 gegevens, en niet van ‘difference from baseline’, zoals bij
                 deze meta-analyse het geval is.
Pagina 10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>Transvetzuren
GEZONDHEIDSRAAD                                                                      Reactie op commentaren
Literatuur
1    Wang Y, Proctor SD. Current issues surrounding the definition of trans-fatty acids: implications for
     health, industry and food labels. Br J Nutr 2013; 110(8): 1369-1383.
2    Nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit. Vetzuursamenstelling in diverse categorieën bakkerswaren uit
     de ambachtelijke en industriële sector. 2010.
3    Mensink RP, Zock PL, Kester AD, Katan MB. Effects of dietary fatty acids and carbohydrates on the
     ratio of serum total to HDL cholesterol and on serum lipids and apolipoproteins: a meta-analysis of 60
     controlled trials. Am J Clin Nutr 2003; 77(5): 1146-1155.
4    Mozaffarian D, Clarke R. Quantitative effects on cardiovascular risk factors and coronary heart
     disease risk of replacing partially hydrogenated vegetable oils with other fats and oils. Eur J Clin Nutr
     2009; 63 Suppl 2: S22-S33.
5    Mensink RP, Katan MB. Effect of dietary fatty acids on serum lipids and lipoproteins. A meta-analysis
     of 27 trials. Arterioscler Thromb 1992; 12(8): 911-919.
6    Bendsen NT, Christensen R, Bartels EM, Astrup A. Consumption of industrial and ruminant trans
     fatty acids and risk of coronary heart disease: a systematic review and meta-analysis of cohort
     studies. Eur J Clin Nutr 2011; 65(7): 773-783.
7    de Souza RJ, Mente A, Maroleanu A, Cozma AI, Ha V, Kishibe T e.a. Intake of saturated and trans
     unsaturated fatty acids and risk of all cause mortality, cardiovascular disease, and type 2 diabetes:
     systematic review and meta-analysis of observational studies. BMJ 2015; 351: h3978.
8    Laake I, Pedersen JI, Selmer R, Kirkhus B, Lindman AS, Tverdal A e.a. A prospective study of intake
     of trans-fatty acids from ruminant fat, partially hydrogenated vegetable oils, and marine oils and
     mortality from CVD. Br J Nutr 2012; 108(4): 743-754.
9    Gayet-Boyer C, Tenenhaus-Aziza F, Prunet C, Marmonier C, Malpuech-Brugere C, Lamarche B e.a.
     Is there a linear relationship between the dose of ruminant trans-fatty acids and cardiovascular risk
     markers in healthy subjects: results from a systematic review and meta-regression of randomised
     clinical trials. Br J Nutr 2014; 112(12): 1914-1922.
Pagina 11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>