<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>www.gezondheidsraad.nl Innovatie en kennisinfrastructuur Om kennis te kunnen oogsten op het gebied van de gezondheids­ zorg moet er eerst gezaaid worden. Gezonde arbeids­ omstandigheden Hoe kunnen werk­ nemers beschermd worden tegen arbeids­ omstandigheden die hun gezondheid mogelijk schaden? Gezonde leefomgeving Welke invloeden uit het milieu kunnen een positief of negatief effect hebben op de gezondheid? Gezonde voeding Welke voedingsmiddelen bevorderen een goede gezondheid en welke brengen bepaalde gezond­ heidsri sico’s met zich mee? Preventie Met welke vormen van preventie valt er een aanzienlijke gezond­ heidswinst te behalen? Optimale gezondheidszorg Wat is het optimale resultaat van zorg (cure en care) gezien de risico’s en kansen? Aandachtsgebieden Adviezen De taak van de Ge zond heids raad is mi nis ters en parlement te advise ren over vraag stukken op het gebied van de volksgezond­ heid. De meeste ad vie zen die de Gezondheidsraad jaar lijks uit­ brengt worden ge schre ven op verzoek van een van de bewinds­ lieden. Met enige regelmaat brengt de Gezondheidsraad ook ongevraag de adviezen uit, die een signale rende functie hebben. In sommige gevallen leidt een signalerend advies tot het verzoek van een minister om over dit onderwerp verder te adviseren. Gezondheidsraad Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015 Aardappelen Gezondheidsraad</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Aardappelen
Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
aan:
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
de staatssecretaris van Economische Zaken
Nr. A15/04, Den Haag, 4 november 2015
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>De Gezondheidsraad, ingesteld in 1902, is een adviesorgaan met als taak de regering en
het parlement ‘voor te lichten over de stand der wetenschap ten aanzien van vraagstuk-
ken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids-(zorg)onderzoek’ (art. 22
Gezondheidswet).
    De Gezondheidsraad ontvangt de meeste adviesvragen van de bewindslieden van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Infrastructuur en Milieu; Sociale Zaken en Werkge-
legenheid en Economische Zaken. De raad kan ook op eigen initiatief adviezen uitbren-
gen, en ontwikkelingen of trends signaleren die van belang zijn voor het
overheidsbeleid.
    De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en worden als regel opgesteld
door multidisciplinaire commissies van – op persoonlijke titel benoemde – Nederlandse
en soms buitenlandse deskundigen.
                      De Gezondheidsraad is lid van het European Science Advisory Network
                      for Health (EuSANH), een Europees netwerk van wetenschappelijke
                      adviesorganen.
U kunt deze publicatie downloaden van www.gr.nl.
Deze publicatie kan als volgt worden aangehaald:
Gezondheidsraad. Aardappelen - Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding
2015. Den Haag: Gezondheidsraad, 2015; publicatienr. A15/04.
auteursrecht voorbehouden
ISBN: 978-94-6281-046-4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Aardappelen
GEZONDHEIDSRAAD      Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
Aardappelen
Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Aardappelen
GEZONDHEIDSRAAD                         Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
Werkwijze in het kort
 a
   De commissie neemt effecten op drie causale risicofactoren voor ziekten in beschouwing:
 systolische bloeddruk, LDL-cholesterol en lichaamsgewicht.
 b
   De commissie evalueert de relatie met tien voedinggerelateerde chronische ziekten:
 coronaire hartziekten, beroerte, hartfalen, diabetes mellitus type 2, chronisch obstructieve
 longziekten, borstkanker, darmkanker, longkanker, dementie en cognitieve achteruitgang en
 depressie. Bij alcohol en voedingspatronen is ook het verband met het risico op sterfte
 ongeacht doodsoorzaak beschreven.
 c
   De commissie richt zich primair op gepoolde analyses, meta-analyses en systematische
 reviews.
 d
   RCT’s naar effecten op ziekten zijn schaars. Vanwege het belang van deze onderzoeken
 voor uitspraken over causaliteit, beschrijft de commissie ten aanzien van deze uitkomstmaten
 alle beschikbare RCT’s, ongeacht of meta-analyses en systematische reviews beschikbaar
 zijn.
 e
   De term cohortonderzoek wordt in dit advies gebruikt voor alle vormen van prospectief
 observationeel onderzoek.
Conclusies in de achtergronddocumenten zijn gebaseerd op de hoeveelheid
onderzoek, aanwijzingen voor heterogeniteit, de sterkte van het verband,
deelnemerskarakteristieken en specifieke afwegingen die in de toelichting zijn
beschreven. De conclusie kan luiden dat er grote of geringe bewijskracht is voor een
effect of verband, dat een effect of verband onwaarschijnlijk of niet eenduidig is, of dat
er te weinig onderzoek is om een uitspraak te doen over het effect of verband.
Het achtergronddocument ‘Werkwijze van de Commissie Richtlijnen goede voeding
2015’ geeft een uitgebreide beschrijving en toelichting van de gehanteerde werkwijze.
Pagina 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Aardappelen
GEZONDHEIDSRAAD                                     Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
Inhoud
Werkwijze in het kort ....................................................................................................... 2
Aardappelen .................................................................................................................... 4
Literatuur ......................................................................................................................... 6
A       De commissie ...................................................................................................... 7
Pagina 3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Aardappelen
GEZONDHEIDSRAAD                                Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
Aardappelen
In dit document behandelt de Commissie Richtlijnen goede voeding 2015 (bijlage A)
het verband tussen het gebruik van aardappelen en het risico op chronische ziekten*.
In sommige cohortonderzoeken worden aardappelen als groente beschouwd en in
andere niet. Als redenen om ze niet als groente te beschouwen wordt aangevoerd dat
aardappelen van andere groente verschillen met betrekking tot nutriëntendichtheid,
glycemische index en belasting en de kans dat ze verwerkt zijn in fast food.1,2
       Gekookte aardappelen hebben een hoge nutriëntendichtheid zonder al te veel
energie te leveren (zie kader). In de praktijk komt de energie bij het gebruik van
aardappelen vooral van de olie of het vet waarin de aardappelen bereid zijn of van de
jus over de aardappelen.3-5
Het gebruik van aardappelen draagt bij aan de inname van verschillende nutriënten. Ze bevatten
bijvoorbeeld koolhydraten, vooral in de vorm van zetmeel, en een geringe hoeveelheid eiwit van hoge
kwaliteit. Ook leveren aardappelen voedingsvezel, waarvan het meeste zich in de schil bevindt.
Aardappelen bevatten vitamine C en pyridoxine en, in mindere mate, ook andere B-vitamines als
thiamine, riboflavine, niacine en foliumzuur. Daarnaast zit er in aardappelen kalium en in mindere mate
ook calcium en fosfor. Tenslotte vormen bioactieve stoffen als polyfenolen, glycoalkaloïden, lectines en
                                                   3-6
resistant starch bestanddelen van de aardappel.
De commissie is niet op de hoogte van systematische reviews of meta-analyses naar
het verband tussen het gebruik van aardappelen en het risico op chronische ziekten†.
Er zijn verschillende niet-systematische reviews3,4‡,5,7§ die concluderen dat er te weinig
onderzoek is om een uitspraak is te doen over het verband tussen het gebruik van
aardappelen en het risico op hart- en vaatziekten, diabetes en kanker.
       Wel is de commissie op de hoogte van enkele cohortonderzoeken naar het
gebruik van aardappelen en frites in relatie tot het risico op veranderingen in gewicht,
diabetes mellitus type 2 en coronaire hartziekten. In de Nurses’ Health Study hing het
gebruik van chips, van frites en van gekookte, gepureerde en gebakken aardappelen
samen met een hoger risico op toename in lichaamsgewicht.8 Ook is in dit onderzoek
een verband gevonden tussen zowel het gebruik van frites (RR=1,21; 1,09-1,33) als
*
  Zie voor een beschrijving van de gehanteerde methodologie het achtergronddocument ‘Werkwijze van de
Commissie Richtlijnen goede voeding 2015’.
†
  PubMed zoekopdrachten: (Solanum tuberosum[Mesh] OR potato* OR french fry) met als zoekfilters:
(systematic) reviews en meta-analysis; en (Solanum tuberosum"[Mesh] OR potato* OR French fry) AND
cohort, zonder verdere zoekfilters; tot 1 juli 2014.
‡
  Een van de twee auteurs werkt voor de voedingsmiddelenindustrie.
§
  Deze twee artikelen zijn gebaseerd op een werkconferentie over aardappelen die deels is gefinancierd
door de voedingsmiddelenindustrie.
Pagina 4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Aardappelen
GEZONDHEIDSRAAD                      Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
het gebruik van aardappelen (gepureerd of gebakken) (RR=1,14; 1,02-1,26) met een
hoger risico op diabetes mellitus type 2.9 De Women’s Health Study levert daarentegen
geen aanwijzingen voor een hoog gebruik van aardappelen en het risico op diabetes
mellitus type 2 (RR= 1,02; 0,86-1,22). Het is echter niet duidelijk hoe aardappelen in dit
onderzoek zijn gedefinieerd.10 De Spaanse tak van het EPIC-onderzoek leverde geen
aanwijzingen voor een verband tussen het gebruik van gebakken en gefrituurde
aardappelen en het risico op coronaire hartziekten.11
     De auteurs geven als mogelijke verklaringen voor het verschil in verband tussen
het Noord-Amerikaanse en Spaanse onderzoek dat in Spanje het gebruik van
gebakken en gefrituurde aardappelen geen maat is voor het gebruik van fast food, dat
gebakken en gefrituurde snacks met veel zout er weinig worden gebruikt en dat er
vooral in olijfolie en zonnebloemolie wordt gebakken en gefrituurd en niet zozeer in
(hard) vet.11
     De commissie concludeert dat er te weinig onderzoek is om een uitspraak te doen
over het verband tussen het gebruik van aardappelen en het risico op coronaire
hartziekten en diabetes mellitus type 2.
Pagina 5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Aardappelen
GEZONDHEIDSRAAD                           Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
Literatuur
1      Bazzano LA, Li TY, Joshipura KJ, Hu FB. Intake of fruit, vegetables, and fruit juices and risk of
       diabetes in women. Diabetes Care 2008; 31(7): 1311-1317.
2      Cooper AJ, Forouhi NG, Ye Z, Buijsse B, Arriola L, Balkau B e.a. Fruit and vegetable intake and
       type 2 diabetes: EPIC-InterAct prospective study and meta-analysis. Eur J Clin Nutr 2012; 66(10):
       1082-1092.
3      Camire ME, Kubow S, Donnelly DJ. Potatoes and human health. Crit Rev Food Sci Nutr 2009;
       49(10): 823-840.
4      Slavin JL, Lloyd B. Health benefits of fruits and vegetables. Adv Nutr 2012; 3(4): 506-516.
5      King JC, Slavin JL. White potatoes, human health, and dietary guidance. Adv Nutr 2013; 4(3):
       393S-401S.
6      NEVO-online versie 2013/4.0. Bilthoven: RIVM. http://nevo-online.rivm.nl/Default.aspx
       geraadpleegd: 12-8-2015.
7      Slavin JL. Carbohydrates, dietary fiber, and resistant starch in white vegetables: links to health
       outcomes. Adv Nutr 2013; 4(3): 351S-355S.
8      Mozaffarian D, Hao T, Rimm EB, Willett WC, Hu FB. Changes in diet and lifestyle and long-term
       weight gain in women and men. N Engl J Med 2011; 364(25): 2392-2404.
9      Halton TL, Willett WC, Liu S, Manson JE, Stampfer MJ, Hu FB. Potato and french fry
       consumption and risk of type 2 diabetes in women. Am J Clin Nutr 2006; 83(2): 284-290.
10     Liu S, Serdula M, Janket SJ, Cook NR, Sesso HD, Willett WC e.a. A prospective study of fruit and
       vegetable intake and the risk of type 2 diabetes in women. Diabetes Care 2004; 27(12): 2993-
       2996.
11     Guallar-Castillon P, Rodriguez-Artalejo F, Lopez-Garcia E, Leon-Munoz LM, Amiano P,
       Ardanaz E e.a. Consumption of fried foods and risk of coronary heart disease: Spanish cohort of the
       European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition study. BMJ 2012; 344: e363.
Pagina 6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>  Aardappelen
  GEZONDHEIDSRAAD                       Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
A De commissie
     prof. dr. ir. D. Kromhout, vicevoorzitter Gezondheidsraad (tot 1 januari 2015), Den
      Haag, voorzitter
     prof. dr. ir. J. Brug, hoogleraar epidemiologie, VU medisch centrum, Amsterdam
     prof. dr. A.W. Hoes, hoogleraar klinische epidemiologie en huisartsgeneeskunde,
      Universitair Medisch Centrum Utrecht
     dr. J.A. Iestra, voedingskundige, Universitair Medisch Centrum Utrecht
     prof. dr. H. Pijl, hoogleraar diabetologie, Leids Universitair Medisch Centrum, lid
      (tot 1 april 2015), adviseur (vanaf 1 april 2015)
     prof. dr. J.A. Romijn, hoogleraar inwendige geneeskunde, Academisch Medisch
      Centrum, Amsterdam
     prof. dr. ir. J.C. Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid, Vrije Universiteit,
      Amsterdam
     prof. dr. ir. P. van 't Veer, hoogleraar voeding, volksgezondheid en duurzaamheid,
      Wageningen Universiteit en Research Centrum, lid (tot 1 juni 2015), adviseur
      (vanaf 1 juni 2015)
     prof. dr. ir. M. Visser, hoogleraar gezond ouder worden, Vrije Universiteit en VU
      medisch centrum, Amsterdam
     prof. dr. J.M. Geleijnse, hoogleraar voeding en cardiovasculaire ziekten,
      Wageningen Universiteit en Research Centrum, adviseur
     prof. dr. J.B van Goudoever, hoogleraar kindergeneeskunde, VU medisch centrum
      en Academisch Medisch Centrum, Amsterdam, adviseur
     prof. dr. M.T.E. Hopman, hoogleraar integratieve fysiologie, Radboud universitair
      medisch centrum, Nijmegen, adviseur
     prof. dr. ir. R.P. Mensink, hoogleraar moleculaire voedingskunde, Universiteit
      Maastricht, adviseur
     prof. dr. ir. A.M.W.J. Schols, hoogleraar voeding en metabolisme bij chronische
      ziekten, Universiteit Maastricht, adviseur
     prof. dr. ir. M.H. Zwietering, hoogleraar levensmiddelenmicrobiologie, Wageningen
      Universiteit en Research Centrum, adviseur
     ir. C.A. Boot, ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Den Haag,
      waarnemer
     dr. ir. J. de Goede, Gezondheidsraad, Den Haag, secretaris
     dr. ir. C.J.K. Spaaij, Gezondheidsraad, Den Haag, secretaris
     dr. ir. R.M. Weggemans, Gezondheidsraad, Den Haag, secretaris
  Pagina 7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Adviezen
De taak van de Ge­z ond­h eids­r aad lieden. Met enige regelmaat
is mi­n is­t ers en parlement te     brengt de Gezondheidsraad ook
advise­r en over vraag­s tukken op   ongevraag­d e adviezen uit, die
het gebied van de volksgezond­       een signale­r ende functie hebben.
heid. De meeste ad­v ie­z en die de  In sommige gevallen leidt een
Gezondheidsraad jaar­lijks uit­      signalerend advies tot het verzoek
brengt worden ge­s chre­v en op      van een minister om over dit
verzoek van een van de bewinds­      onderwerp verder te adviseren.
Aandachtsgebieden
Optimale                             Preventie                          Gezonde voeding
gezondheidszorg                      Met welke vormen van               Welke voedingsmiddelen
Wat is het optimale                  preventie valt er een              bevorderen een goede
resultaat van zorg                   aanzienlijke gezond-               gezondheid en welke
(cure en care) gezien                heidswinst te behalen?             brengen bepaalde gezond­
de risico’s en kansen?                                                  heidsri­s ico’s met zich mee?
Gezonde                              Gezonde arbeids­                   Innovatie en
leefomgeving                         omstandigheden                     kennisinfrastructuur
Welke invloeden uit                  Hoe kunnen werk-­                  Om kennis te kunnen
het milieu kunnen een                nemers beschermd                   oogsten op het gebied
positief of negatief                 worden tegen arbeids­              van de gezondheids­
effect hebben op de                  omstandigheden                     zorg moet er eerst
gezondheid?                          die hun gezondheid                 gezaaid worden.
                                     mogelijk schaden?
www.gezondheidsraad.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>