<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>www.gezondheidsraad.nl Innovatie en kennisinfrastructuur Om kennis te kunnen oogsten op het gebied van de gezondheids­ zorg moet er eerst gezaaid worden. Gezonde arbeids­ omstandigheden Hoe kunnen werk­ nemers beschermd worden tegen arbeids­ omstandigheden die hun gezondheid mogelijk schaden? Gezonde leefomgeving Welke invloeden uit het milieu kunnen een positief of negatief effect hebben op de gezondheid? Gezonde voeding Welke voedingsmiddelen bevorderen een goede gezondheid en welke brengen bepaalde gezond­ heidsri sico’s met zich mee? Preventie Met welke vormen van preventie valt er een aanzienlijke gezond­ heidswinst te behalen? Optimale gezondheidszorg Wat is het optimale resultaat van zorg (cure en care) gezien de risico’s en kansen? Aandachtsgebieden Adviezen De taak van de Ge zond heids raad is mi nis ters en parlement te advise ren over vraag stukken op het gebied van de volksgezond­ heid. De meeste ad vie zen die de Gezondheidsraad jaar lijks uit­ brengt worden ge schre ven op verzoek van een van de bewinds­ lieden. Met enige regelmaat brengt de Gezondheidsraad ook ongevraag de adviezen uit, die een signale rende functie hebben. In sommige gevallen leidt een signalerend advies tot het verzoek van een minister om over dit onderwerp verder te adviseren. Gezondheidsraad Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015 Alcoholhoudende dranken Gezondheidsraad</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Alcoholhoudende dranken
Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
aan:
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
de staatssecretaris van Economische Zaken
Nr. A15/06, Den Haag, 4 november 2015
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>De Gezondheidsraad, ingesteld in 1902, is een adviesorgaan met als taak de regering en
het parlement ‘voor te lichten over de stand der wetenschap ten aanzien van vraagstuk-
ken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids-(zorg)onderzoek’ (art. 22
Gezondheidswet).
    De Gezondheidsraad ontvangt de meeste adviesvragen van de bewindslieden van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Infrastructuur en Milieu; Sociale Zaken en Werkge-
legenheid en Economische Zaken. De raad kan ook op eigen initiatief adviezen uitbren-
gen, en ontwikkelingen of trends signaleren die van belang zijn voor het
overheidsbeleid.
    De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en worden als regel opgesteld
door multidisciplinaire commissies van – op persoonlijke titel benoemde – Nederlandse
en soms buitenlandse deskundigen.
                      De Gezondheidsraad is lid van het European Science Advisory Network
                      for Health (EuSANH), een Europees netwerk van wetenschappelijke
                      adviesorganen.
U kunt deze publicatie downloaden van www.gr.nl.
Deze publicatie kan als volgt worden aangehaald:
Gezondheidsraad. Alcoholhoudende dranken - Achtergronddocument bij Richtlijnen
goede voeding 2015. Den Haag: Gezondheidsraad, 2015; publicatienr. A15/06.
auteursrecht voorbehouden
ISBN: 978-94-6281-039-6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Alcoholhoudende dranken
GEZONDHEIDSRAAD         Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
Alcoholhoudende dranken
Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
Pagina 1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Alcoholhoudende dranken
GEZONDHEIDSRAAD                           Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
Werkwijze in het kort
 a
   De commissie neemt effecten op drie causale risicofactoren voor ziekten in beschouwing:
 systolische bloeddruk, LDL-cholesterol en lichaamsgewicht.
 b
   De commissie evalueert de relatie met tien voedinggerelateerde chronische ziekten:
 coronaire hartziekten, beroerte, hartfalen, diabetes mellitus type 2, chronisch obstructieve
 longziekten, borstkanker, darmkanker, longkanker, dementie en cognitieve achteruitgang en
 depressie. Bij alcohol en voedingspatronen is ook het verband met het risico op sterfte
 ongeacht doodsoorzaak beschreven.
 c
   De commissie richt zich primair op gepoolde analyses, meta-analyses en systematische
 reviews.
 d
   RCT’s naar effecten op ziekten zijn schaars. Vanwege het belang van deze onderzoeken
 voor uitspraken over causaliteit, beschrijft de commissie ten aanzien van deze uitkomstmaten
 alle beschikbare RCT’s, ongeacht of meta-analyses en systematische reviews beschikbaar
 zijn.
 e
   De term cohortonderzoek wordt in dit advies gebruikt voor alle vormen van prospectief
 observationeel onderzoek.
Conclusies in de achtergronddocumenten zijn gebaseerd op de hoeveelheid onderzoek,
aanwijzingen voor heterogeniteit, de sterkte van het verband,
deelnemerskarakteristieken en specifieke afwegingen die in de toelichting zijn
beschreven. De conclusie kan luiden dat er grote of geringe bewijskracht is voor een
effect of verband, dat een effect of verband onwaarschijnlijk of niet eenduidig is, of dat er
te weinig onderzoek is om een uitspraak te doen over het effect of verband.
Het achtergronddocument ‘Werkwijze van de Commissie Richtlijnen goede voeding
2015’ geeft een uitgebreide beschrijving en toelichting van de gehanteerde werkwijze.
Pagina 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Alcoholhoudende dranken
GEZONDHEIDSRAAD                                      Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
Inhoud
Werkwijze in het kort .................................................................................................... 2
1       Inleiding ............................................................................................................. 4
1.1     Gebruik van alcoholhoudende dranken in Nederland ........................................ 4
2       Interventieonderzoek ......................................................................................... 5
2.1     LDL-cholesterol ................................................................................................. 5
2.2     Lichaamsgewicht ............................................................................................... 6
2.3     Conclusies..........................................................................................................7
3       Cohortonderzoek ............................................................................................... 7
3.1     Methologische kanttekeningen bij cohortonderzoek .......................................... 7
3.2     Totale sterfte ..................................................................................................... 8
3.3     Coronaire hartziekten .......................................................................................12
3.4     Diabetes Mellitus type 2 ...................................................................................13
3.5     Darmkanker ......................................................................................................17
3.6     Borstkanker ......................................................................................................22
3.7     Longkanker ......................................................................................................25
3.8     Conclusie .........................................................................................................31
4       Conclusies relevant voor de richtlijnen .............................................................33
Literatuur .....................................................................................................................34
A       De commissie ...................................................................................................37
Pagina 3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>           Alcoholhoudende dranken
          GEZONDHEIDSRAAD                              Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
1          Inleiding
           In dit document beschrijft de Commissie Richtlijnen goede voeding 2015 (bijlage A) de
           relatie tussen het gebruik van bier, wijn en sterke drank en het risico op chronische
           ziekten. Eerst komt interventieonderzoek aan de orde en vervolgens wordt het
           cohortonderzoek beschreven. Een ander achtergronddocument beschrijft de
           bevindingen ten aanzien van het totale alcoholgebruik.
1.1        Gebruik van alcoholhoudende dranken in Nederland
 Tabel 1 Gebruikelijke consumptie van alcoholhoudende dranken en de alcoholinname uit die dranken in grammen
         a
 per dag bij personen van 19 tot en met 69 jaar op basis van de gegevens van de Nederlandse
                                        1
 Voedselconsumptiepeiling 2007-2010.
                                    b                                c
 Gebruikelijke inname          Bier                             Wijn                       Sterke dranken
                               P10      P50     P90             P10    P50     P90         P10     P50    P90
 Hoeveelheid drank (g/d)
          Vrouwen             0        0       103             0      13      184         0       1      11
          Mannen              3        139     729             0      16      135         0       0      25
 Alcohol uit drank (g/d)
          Vrouwen             0        0       4,5             0      1,6     18,0        0       0,1    2,6
          Mannen              0,1      6,0     33,0            0      1,5     13,4        0       0,1    6,8
 a
        De consumptiegegevens zijn gewogen voor sociaaldemografische factoren, seizoen en dag van de week.
 b
        Bierconsumptie is inclusief cider.
 c
        Wijnconsumptie is inclusief versterkte wijnen als sherry, vermouth en port.
           Pagina 4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>    Alcoholhoudende dranken
    GEZONDHEIDSRAAD                               Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
2   Interventieonderzoek
    In dit hoofdstuk beschrijft de commissie interventieonderzoek naar de effecten van
    vermindering van het gebruik van bier, wijn en sterke drank op het LDL-cholesterol en
    het lichaamsgewicht. Er is geen meta-analyse of systematische review gevonden naar
    de effecten van bier, wijn en sterke drank op de bloeddruk.
2.1 LDL-cholesterol
    Samenvatting bewijsvoering voor het effect van vermindering van het gebruik van alcoholhoudende dranken
    op het LDL-cholesterol.
    Aspect                               Toelichting
    Beschikbare onderzoeken              Meta-analyses van 5 (bier), 13 (wijn) en 7 (sterke drank) trials.
    Heterogeniteit                       Nee voor bier en wijn. Ja voor sterke drank.
    Schatter effect                      Gemiddeld effect: -0,04 (-0,25; +0,16) voor bier, -0,05 (-0,15;
                                         +0,04) voor wijn en -0,18 (-0,38; +0,03) voor sterke drank.
    Onderzochte populatie                Gezonde mannen en vrouwen
    Conclusie: Er is te weinig onderzoek om een uitspraak te doen over het effect van
    bier, wijn en sterke drank op het LDL cholesterol.
    Toelichting
    De commissie vond een meta-analyse naar het effect van alcoholgebruik op LDL
    cholesterol.2 Deze publicatie van Brien e.a.* omvatte 24 trials onder gezonde mensen;
    12 met een voor-na design (deze zijn niet gerandomiseerd), 10 met een crossover
    design en 2 met een parallel design. Brien e.a. presenteren in een webappendix
    subgroepanalyses naar het effect van specifieke alcoholhoudende dranken op het LDL-
    cholesterol. Noch voor bier (5 trials), noch voor wijn (13 trials), noch voor sterke drank (7
    trials) vonden zij een significant effect op het LDL-cholesterol. Brien e.a. geven niet aan
    welke trials in de drie subgroepanalyses zijn geïncludeerd. Omdat de analyses niet zijn
    uitgesplitst naar design en een deel van de geïncludeerde trials niet gerandomiseerd is,
    is deze meta-analyse niet bruikbaar. De commissie concludeert dat er te weinig
    onderzoek is om een uitspraak te doen over het effect van het gebruik van wijn, bier en
    sterke drank op het LDL cholesterol.
    *      Brien e.a. ontvingen beurzen van organisaties tegen alcoholmisbruik om dit werk uit te voeren en
           voor hun aanstelling; de verstrekkers speelden geen actieve rol in de totstandkoming van het
           manuscript. Brien e.a. geven geen informatie over sponsoring van de oorspronkelijke trials door de
           industrie of organisaties met potentiële belangen.
    Pagina 5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>    Alcoholhoudende dranken
    GEZONDHEIDSRAAD                              Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
2.2 Lichaamsgewicht
    De commissie heeft een meta-analyse gevonden naar het effect van bier op het
    lichaamsgewicht3. Zij vond geen meta-analyse of systematische review naar het effect
    van wijn en sterke drank op het lichaamsgewicht.
    Conclusie: Er is te weinig onderzoek om een uitspraak te doen over het effect van
    bier op het lichaamsgewicht.
    Toelichting
    De meta-analyse van Bendsen e.a. betreft het effect van bierconsumptie op het
    lichaamsgewicht.3* Deze publicatie omvatte 10 trials onder gezonde mensen,
    voornamelijk mannen. Bendsen e.a. maken onderscheid tussen trials zonder placebo en
    trials met placebo.
          Drie van de vier trials zonder placebo waren niet gerandomiseerd en er was dus
    een RCT (Zilkens 2005) zonder placebo. Dat is te weinig om een uitspraak te doen over
    het effect van bier op het lichaamsgewicht.
          De zes trials met placebo waren wel gerandomiseerd. Omdat de placebo in al deze
    RCT’s bestond uit alcoholvrij of alcoholarm bier, betreffen de bevindingen het effect van
    alcohol uit bier (en niet het effect van bier) en zijn deze dus niet bruikbaar voor een
    conclusie over het effect van bier op het lichaamsgewicht.†
2.3 Conclusies
    Er is te weinig onderzoek om een uitspraak te doen over de effecten van wijn, bier en
    sterke drank op het LDL cholesterol en over het effect van bier op het lichaamsgewicht.
    *
      De meta-analyse is (deels) gefinancierd door de bierindustrie.
    †
      Omdat de onderzochte hoeveelheid alcohol uit bier buiten het domein van het advies valt (40 tot 64 gram
    alcohol uit bier per dag) en andere alcoholhoudende dranken niet zijn meegenomen, heeft de commissie
    deze meta-analyse niet opgenomen in het achtergronddocument over alcohol.
    Pagina 6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>    Alcoholhoudende dranken
    GEZONDHEIDSRAAD                        Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
3   Cohortonderzoek
    De paragrafen in dit hoofdstuk beschrijven het verband tussen het gebruik van bier, wijn
    en sterke drank en de risico’s op sterfte, hart- en vaatziekten, diabetes mellitus type 2,
    darmkanker, borstkanker, longkanker. Over het verband met het risico op coronaire
    hartziekten, beroerte, hartfalen, chronisch obstructieve longziekten, depressie, dementie
    en cognitieve achteruitgang is geen meta-analyse of systematische review gevonden.
3.1 Methologische kanttekeningen bij cohortonderzoek
    Bij het schatten van de blootstelling aan alcoholhoudende dranken wordt vrijwel altijd
    uitgegaan van de zelfgerapporteerde alcoholconsumptie. Daarbij is veelal sprake van
    onderrapportage, die het sterkst is bij het hoogste gebruik.4 In geval van
    onderrapportage is het werkelijke niveau van consumptie waarbij een bepaald verband
    bestaat hoger dan het niveau dat gerapporteerd wordt in de cohortonderzoeken.
    Factoren die de schatting kunnen beïnvloeden, zijn het gebruik van interviewtechnieken
    versus vragenlijsten en de duur van de periode waarover het gemiddelde gebruik wordt
    bepaald.5,6 Onnauwkeurigheden kunnen tot zowel onderschatting als overschatting van
    verbanden leiden.
          Personen die geen alcoholhoudende dranken gebruiken kunnen hun hele leven
    geheelonthouder zijn, maar het kunnen ook ex-drinkers zijn die geen alcohol meer
    gebruiken. Fillmore e.a. merken op dat het stoppen met het gebruik van alcohol vaak
    een reden heeft die invloed kan hebben op ziekterisico’s, zoals eerdere
    alcoholafhankelijkheid, een verslechterde gezondheid of medicijngebruik.7 In een
    aanzienlijk deel van de cohortonderzoeken worden levenslange geheelonthouders, ex-
    gebruikers en/of sporadische gebruikers samengenomen en is de groep van mensen die
    geen alcohol gebruiken dus divers van samenstelling.8 Ex-drinkers en mensen met
    alcoholafhankelijkheid zijn specifieke groepen met (mogelijk) afwijkende
    karakteristieken. Ook de levenslange niet-gebruikers kunnen een selecte groep zijn: zo
    drinken sommige mensen niet om religieuze redenen. In sommige publicaties, zoals van
    de European Prospective Investigation into Cancer (EPIC) bestaat de referentiegroep uit
    de mensen met een zeer laag gebruik. De verschillende referentiegroepen bemoeilijken
    de interpretatie van de bevindingen. De commissie licht toe hoe zij hiermee is
    omgegaan.
          In de analyses betreffende de verbanden met de consumptie van bier, wijn of sterke
    drank met het risico op chronische ziekten wordt doorgaans geadjusteerd voor het
    gebruik van andere typen alcoholhoudende drank. Uit enkele publicaties blijkt dat het
    voedingspatroon van wijndrinkers gezonder is dan van bierdrinkers. Tjonneland e.a.
    rapporteren dat Deense wijndrinkers meer fruit, vis, groenten (rauw en gekookt) en
    olijfolie gebruiken dan Deense bierdrinkers.9 Ook Sluik e.a. concluderen op basis van
    bevindingen van de Nederlandse Voedsel Consumptie Peiling 2007-2010 dat
    bierdrinkers een minder gezond voedingspatroon hebben dan wijndrinkers; na
    adjustering voor confounders waren de verschillen echter beperkt.10 Hoewel onderzoek
    Pagina 7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>      Alcoholhoudende dranken
      GEZONDHEIDSRAAD                            Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
      naar verschillen in voedingspatroon tussen mensen met een voorkeur voor bier, wijn of
      sterke drank beperkt is, geeft de beschikbare informatie vooralsnog aanleiding tot
      terughoudendheid ten aanzien van bevindingen uit cohortonderzoek over verbanden
      tussen het gebruik van bier, wijn of sterke drank en het risico op ziekten.
3.2   Totale sterfte
      De sterfte aan alle doodoorzaken tijdens de follow-up periode van cohortonderzoeken is
      in dit document kort aangeduid als de ‘totale sterfte’ of het sterfterisico.
      De commissie vond een gepoolde analyse van Ferrari e.a. uit 2014 waarin werd
      gerapporteerd over het verband tussen het levenslange gemiddelde gebruik van bier en
      wijn en het sterfterisico.11 Daarnaast publiceerden Costanzo e.a. in 2011 een meta-
      analyse over het verband tussen wijnconsumptie en de totale sterfte.12 Deze
      bevindingen zijn niet opgenomen in de tabellen maar in de tekst beschreven.
            In de gepoolde analyse werd het levenslange gebruik vastgesteld op basis van het
      zelfgerapporteerde gebruik van bier, wijn en sterke drank op de leeftijden van 20, 30, 40
      en 50 jaar. Het betreft de European Prospective Investigation into Cancer (EPIC) die 23
      centra uit 8 Europese landen omvat. De gepoolde analyse van Ferrari e.a. was
      gestratificeerd naar onderzoekscentrum en geadjusteerd voor leeftijd bij aanvang
      onderzoek, BMI, lichaamslengte, voormalig drinkgedrag, tijdsduur na het stoppen van
      alcoholgebruik, rookgedrag, duur van rookgedrag, leeftijd bij aanvang van rookgedrag,
      opleidingsniveau, energie-inname, gebruik van andere soorten alcoholhoudende drank,
      bij vrouwen aangevuld met menopauzale status, ooit gebruik van hormoonvervangers en
      aantal voldragen zwangerschappen.11
            Vrouwen die ten minste 10 gram alcohol per dag gebruikten waren voornamelijk
      wijndrinkers (91%). Mannen die ten minste 10 gram alcohol per dag gebruikten waren
      ongeveer even vaak wijndrinkers (54%) als bierdrinkers (46%). Mannen uit Denemarken,
      Duitsland en Groot-Brittannië gebruikten meer bier dan wijn en sterke drank, terwijl
      mannen uit Italië, Spanje en Griekenland juist meer wijn dan bier en sterke drank
      gebruikten. Vrouwen gebruikten meer wijn dan bier en sterke drank.11
3.2.1 Bier
      Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen een laag biergebruik en de totale sterfte.
      Aspect                      Toelichting
      Beschikbare onderzoeken     1 gepoolde analyse van 23 Europese cohorten
      Heterogeniteit              Niet gerapporteerd
      Sterkte verband             Voor nooit biergebruik versus >0 en <3 g alcohol uit bier/d:
                                  Vrouwen: 1,06 (1,02; 1,12); mannen: 1,07 (0,98; 1,16)
      Onderzochte populaties      Europa
      Conclusie: Geen biergebruik hangt in vergelijking tot alcoholgebruik uit bier van
      meer dan 0 tot 3 gram per dag samen met een hogere totale sterfte.
      Bewijskracht: gering.
      Pagina 8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Alcoholhoudende dranken
GEZONDHEIDSRAAD                            Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen een matig biergebruik en de totale sterfte bij mannen
en vrouwen.
Aspect                      Toelichting
Beschikbare onderzoeken     1 gepoolde analyse van 23 Europese cohorten
Heterogeniteit              Niet gerapporteerd
Sterkte verband             Vrouwen: 1,15 (1,07; 1,24) bij 3-10 versus >0 en <3 g alcohol uit bier/d.
                            Mannen: 1,12 (1,04; 1,20) bij 10-20 versus >0 en <3 g alcohol uit bier/d.
Onderzochte populaties      Europa
Conclusie 1: Bij mannen hangt bierconsumptie van 10 tot 20 gram versus meer
dan 0 tot 3 gram alcohol uit bier per dag samen met een ongeveer 10 procent
hogere totale sterfte.
Bewijskracht: groot.
Conclusie 2: Bij vrouwen hangt bierconsumptie van 3 tot 10 gram versus meer
dan 0 tot 3 gram alcohol uit bier per dag samen met een ongeveer 15 procent
hogere totale sterfte.
Bewijskracht: groot.
Toelichting
Costanzo e.a. vonden twee cohortonderzoeken naar de relatie tussen bierconsumptie en
het sterfterisico en constateren dat dit te weinig is voor een meta-analyse.12
      In de publicatie van Ferrari e.a. bestonden de referentiegroepen uit mannen en
vrouwen die via bierconsumptie gemiddeld meer dan 0, maar minder dan 3 gram alcohol
per dag gebruikten. De analyse van het verband tussen bierconsumptie en het
sterfterisico werd geadjusteerd voor het alcoholgebruik via wijn en sterke drank. De
analyse werd beperkt tot mensen bij wie de alcoholinname via wijn en sterke drank ten
hoogste 3 gram per dag bedroeg.11
      Vrouwen die levenslang geen bier dronken, hadden een 6 procent hogere totale
sterfte dan de referentiegroep. Het verschil in sterfterisico tussen de mannen die nooit
bier hadden gedronken en de referentiegroep met een lage bierconsumptie was bij
mannen niet significant.
      Vrouwen die gemiddeld 3 tot 10 gram alcohol per dag via bier gebruikten, hadden
een 15 procent hoger sterfterisico dan de referentiegroep. Naarmate de bierconsumptie
hoger was, werd een hoger sterfterisico gerapporteerd. Bij 10 tot 20 gram en bij en 20
gram alcohol of meer per dag via bierconsumptie was het sterfterisico respectievelijk 50
en 47 procent hoger dan in de referentiegroep.11
      Mannen die gemiddeld 10 tot 20 gram alcohol per dag via bier gebruikten, hadden
een 12 procent hoger sterfterisico dan de referentiegroep. Naarmate de bierconsumptie
hoger was, werd een hoger sterfterisico gerapporteerd. Bij 20 tot 40 gram en bij 40 gram
alcohol of meer per dag via bierconsumptie was het sterfterisico respectievelijk 41 en 86
procent hoger dan in de referentiegroep.11
Pagina 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>      Alcoholhoudende dranken
      GEZONDHEIDSRAAD                              Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
      De commissie concludeert dat er een J-vormig verband is tussen het alcoholgebruik uit
      bier en het sterfterisico. Mensen die nooit bier drinken hebben een hoger sterfterisico
      dan mensen die meer dan 0 en minder dan 3 gram alcohol uit bier per dag drinken. De
      bewijskracht hiervoor is gering, omdat de risicoschatter klein is en voor mannen net niet
      significant. Onder mensen die gemiddeld meer dan 3 gram alcohol uit bier gebruiken,
      hangt een hogere bierconsumptie samen met een hoger sterfterisico. Gebruik van 3-10
      gram alcohol uit bier bij vrouwen en 10-20 gram alcohol uit bier bij mannen hangt samen
      met respectievelijk een ongeveer 15 en 10 procent hogere totale sterfte. De bewijskracht
      hiervoor is groot.
      Tabel 3 Gepoolde analyse naar de relatie tussen biergebruik en de totale sterfte.
      Publicatie        Cohorten         Geslacht     Gemiddelde levenslange Bier
                                                                                                       a
                                                      alcoholinname uit bier     N cases  HR (95% bti )
      Ferrari e.a.      23 centra in     Vrouwen      0 g/d                      5041     1,06 (1,02; 1,12)
           11
      2014              8 Europese                    0,1-2,9 g/d                5477     1,00 (REFERENTIE)
                        landen.                       3-9,9 g/d                  787      1,15 (1,07; 1,24)
                        Follow-up                     10-19,9 g/d                147      1,50 (1,27; 1,77)
                        12,6 jr.                      >20 g/d                    37       1,47 (1,06; 2,04)
                                         Mannen       0 g/d                      975      1,07 (0,98; 1,16)
                                                      0,1-2,9 g/d                2959     1,00 (REFERENTIE)
                                                      3-9,9 g/d                  2486     1,04 (0,98; 1,10)
                                                      10-19,9 g/d                1248     1,12 (1,04; 1,20)
                                                      20-39,9 g/d                877      1,41 (1,30; 1,54)
                                                      >40 g/d                    419      1,86 (1,66; 2,09)
      a
              Bi = betrouwbaarheidsinterval.
3.2.2 Wijn
      Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen een laag wijngebruik en de totale sterfte.
      Aspect                              Toelichting
      Beschikbare onderzoeken             1 gepoolde analyse van 23 Europese cohorten
      Heterogeniteit                      Niet gerapporteerd
      Sterkte verband                     Nooit wijngebruik versus >0 en <3 g alcohol uit wijn/d:
                                          Vrouwen: 1,15 (1,09; 1,22); mannen: 1,21 (1,12; 1,30).
      Onderzochte populaties              Europa
      Conclusie 1: Bij vrouwen hangt een wijnconsumptie van meer dan 0 tot 10 gram
      versus 0 gram alcohol uit wijn per dag samen met een tot 20 procent lagere totale
      sterfte.
      Bewijskracht: groot.
      Conclusie 2: Bij mannen hangt een wijnconsumptie van meer dan 0 tot 10 gram
      versus 0 gram alcohol uit wijn per dag samen met een tot 30 procent lagere totale
      sterfte.
      Bewijskracht: groot.
      Pagina 10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Alcoholhoudende dranken
GEZONDHEIDSRAAD                            Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen een hoog wijngebruik en de totale sterfte bij vrouwen.
Aspect                      Toelichting
Beschikbare onderzoeken     1 gepoolde analyse van 23 Europese cohorten en een meta-analyse van 5
                            andere cohorten
Heterogeniteit              Niet gerapporteerd
Sterkte verband             Vrouwen: 1,14 (1,02; 1,27) bij >20 versus >0 en <3 g alcohol uit wijn /d.
                            Mannen: 1,21 (1,12; 1,30) bij >40 versus >0 en <3 g alcohol uit wijn/d.
Onderzochte populaties      Europa
Conclusie 3: Bij vrouwen hangt een wijnconsumptie vanaf 20 gram versus meer
dan 0 tot 3 gram alcohol uit wijn per dag samen met een ongeveer 15 procent
hogere totale sterfte.
Bewijskracht: groot.
Conclusie 4: Bij mannen hangt een wijnconsumptie vanaf 40 versus meer dan 0
tot 3 gram alcohol uit wijn per dag samen met een ongeveer 20 procent hogere
totale sterfte.
Bewijskracht: groot.
Toelichting
In de publicatie van Ferrari e.a.11 bestonden de referentiegroepen uit mannen en
vrouwen die via wijnconsumptie gemiddeld meer dan 0, maar minder dan 3 gram alcohol
per dag gebruikten. Ferrari e.a. adjusteerden bij de analyse voor het gebruik van bier en
sterke drank. De analyse werd beperkt tot mensen waarbij de alcoholinname via bier en
sterke drank ten hoogste 3 gram per dag bedroeg.
      Ten opzichte de referentiegroep hadden de vrouwen die nooit wijn hadden
gedronken, en ook de vrouwen die 20 gram alcohol of meer per dag via wijn gebruikten
een ongeveer 15 procent hoger sterfterisico. Het sterfterisico was het laagst bij een
alcoholgebruik uit wijn van 3 tot 10 gram per dag.
      Ten opzichte van de referentiegroep hadden mannen die nooit wijn hadden
gedronken een 20 procent hoger sterfterisico, lag het sterfterisico bij een wijnconsumptie
van 3 tot 10 gram alcohol per dag ongeveer 8 procent lager en bij 40 gram of meer per
dag ongeveer 20 procent hoger.
De bevindingen van Costanzo e.a.12 zijn niet opgenomen in de tabel, omdat de analyse
op een andere wijze is aangepakt. In vier van de vijf cohorten was geadjusteerd voor
een tot zes potentiële confounders, in het vijfde cohort was sprake van een brede
adjustering voor confounders. Costanzo e.a. vonden op basis van de
dosisresponsrelaties in de vijf cohorten (56.969 deelnemers en 11.905 cases, meer
mannen dan vrouwen), dat het sterfterisico het laagst was bij mensen die dagelijks
ongeveer 10 gram alcohol in de vorm van wijn gebruikten. Bij mensen met deze mate
van wijnconsumptie was het sterfterisico ongeveer 25 procent lager dan bij mensen die
geen wijn dronken. Bij een alcoholgebruik uit wijn vanaf ongeveer 40 gram per dag was
het risico niet meer verlaagd ten opzichte van de mensen die geen wijn gebruikten.
Pagina 11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>    Alcoholhoudende dranken
    GEZONDHEIDSRAAD                             Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
    De commissie constateert dat de bevindingen van Costanzo e.a. in grote lijnen
    consistent zijn met die van Ferrari e.a. Zij hecht de meeste waarde aan de gepoolde
    analyse van Ferrari en concludeert dat het verband tussen gebruik van wijn en het
    sterfterisico U-vormig is. Er is sprake van dosisresponsrelaties, zowel voor het inverse
    verband tussen meer dan 0 en 10 gram alcohol uit wijn, als voor het verband vanaf 10
    gram alcohol uit wijn. In vergelijking tot consumptie van gemiddeld 3 tot 10 gram alcohol
    uit wijn per dag, hangen zowel geen wijnconsumptie als een hoge wijnconsumptie
    (dagelijks ten minste 20 g alcohol uit wijn bij vrouwen en ten minste 40 g bij mannen)
    samen met een hogere totale sterfte (ongeveer 20% hoger bij vrouwen en ongeveer
    30% hoger bij mannen). De bewijskracht is groot vanwege de consistentie van de
    bevindingen.
    Tabel 4 Gepoolde analyse naar de relatie tussen wijngebruik en de totale sterfte.
    Publicatie         Cohorten         Geslacht     Gemiddelde levenslange Wijn
                                                                                                      a
                                                     alcoholinname uit wijn      N cases HR (95% bti )
    Ferrari e.a.       23 centra in     Vrouwen      0 g/d                       2156    1,15 (1,09; 1,22)
         11
    2014               10 Europese                   0,1-2,9 g/d                 5109    1,00 (REFERENTIE)
                       landen.                       3-9,9 g/d                   2813    0,96 (0,92; 1,01)
                       Follow-up                     10-19,9 g/d                 1057    1,00 (0,93; 1,07)
                       12,6 jr.                      >20 g/d                     354     1,14 (1,02; 1,27)
                                        Mannen       0 g/d                       1064    1,21 (1,12; 1,30)
                                                     0,1-2,9 g/d                 3266    1,00 (REFERENTIE)
                                                     3-9,9 g/d                   2139    0,92 (0,87; 0,97)
                                                     10-19,9 g/d                 1040    0,96 (0,89; 1,03)
                                                     20-39,9 g/d                 814     1,03 (0,95; 1,13)
                                                     >40 g/d                     641     1,22 (1,10; 1,35)
    a
            Bi = betrouwbaarheidsinterval.
3.3 Coronaire hartziekten
    De commissie vond geen meta-analyses naar het verband tussen consumptie van bier
    en wijn en het risico op coronaire hartziekten, beroerte en hartfalen, maar wel twee
    meta-analyses naar het verband met het risico op hart- en vaatziekten. De ene meta-
    analyse12 (uit 2011) betrof een update van de andere (uit 2002)13. Daarom baseert de
    commissie zich op de meest recente meta-analyse van Costanzo e.a. uit 2011.12 De
    commissie heeft geen recentere publicaties gevonden over cohortonderzoek naar het
    verband tussen consumptie van bier, wijn en sterke drank en het risico op hart- en
    vaatziekten.
          Costanzo e.a. includeerden in hun meta-analyse zowel cohortonderzoeken als
    patiëntcontrole onderzoeken. Ook de figuren die de vorm van het verband weergeven
    zijn op deze combinatie van cohortonderzoeken met patiëntcontrole-onderzoeken
    gebaseerd. Costanzo e.a. rapporteren een subgroepanalyse specifiek over de
    bevindingen van de cohortonderzoeken, maar daarin zijn bevindingen ten aanzien van
    verschillende uitkomstmaten samengevoegd (coronaire hartziekten, hart- en vaatziekten
    en totale sterfte). De bevindingen uit het onderzoek ten aanzien van totale sterfte14
    betreffen veruit het grootste aantal cases (7.208 sterfgevallen), daarom is deze
    Pagina 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>      Alcoholhoudende dranken
      GEZONDHEIDSRAAD                            Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
      subgroepanalyse niet bruikbaar voor de beschrijving van het verband met coronaire
      hartziekten (4.389 cases) of hart- en vaatziekten (1.145 cases). Een cohortonderzoek
      betreft volgens Costanzo e.a. myocard infarct, terwijl de publicatie over beroerte gaat. 15
      Bovendien geven Costanzo e.a. aan dat zij de hoeveelheid drank presenteren, terwijl de
      gepresenteerde blootstellingen voor een deel van de publicaties betrekking heeft op de
      hoeveelheid alcohol in de drank. Vanwege genoemde kanttekeningen laat de commissie
      deze meta-analyse verder buiten beschouwing.
3.4   Diabetes Mellitus type 2
      De commissie vond een gepoolde analyse16 en een aanvullend cohortonderzoek17 naar
      het verband tussen het gebruik van wijn, bier en sterke drank en het risico op diabetes
      mellitus type 2.
            De gepoolde analyse betreft de publicatie van Beulens e.a.16 over het EPIC Interact
      case-cohort onderzoek (26 centra uit acht Europese cohorten) die in 2012 verscheen.
      De blootstelling aan alcoholhoudende dranken had betrekking op de consumptie
      gedurende het laatste jaar. Van de mensen zonder alcoholgebruik was niet bekend of zij
      levenslang geheelonthouder waren dan wel ex-drinker. Mede daarom kozen Beulens
      e.a. als referentiegroep de mensen met een zeer laag alcoholgebruik (0,1-6 g/d).
      Beulens e.a. adjusteerden in de hun analyses voor onderzoekscentrum, leeftijd, BMI,
      opleidingsniveau, rookgedrag, lichamelijke activiteit, energie inname, gebruik van fruit,
      groenten, rood vlees, bewerkt vlees en koffie. Bovendien adjusteerden zij voor de
      inname van de andere soorten alcoholhoudende drank. Beulens e.a. geven geen
      informatie over potentiële heterogeniteit.
            Bij het aanvullende cohortonderzoek van Cullmann e.a.17 is het cohort met een
      normale glucosetolerantie bij aanvang van het onderzoek in dit verband relevant. Het
      aantal cases die tijdens de follow-up diabetes ontwikkelden is beperkt ten opzichte van
      de gepoolde analyse (105 mannen en 57 vrouwen).
3.4.1 Bier
      Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen bierconsumptie en het risico op diabetes mellitus type
      2 bij mannen.
      Aspect                            Toelichting
      Beschikbare onderzoeken           1 gepoolde analyse van 26 centra uit 8 Europese landen
      Heterogeniteit                    Niet onderzocht.
      Sterkte verband                   RR=0,84 (0,74; 0,95) voor 0 versus 0,1 tot 6 g alcohol/d uit bier.
                                        De RR’s voor verschillende niveaus van bierconsumptie ten opzichte
                                        van 0,1 tot 6 g alcohol/d uit bier varieerden tussen:
                                        RR=0,96 (0,63; 1,46) voor >60 g alcohol/d uit bier en
                                        RR=1,03 (0,89; 1,19) voor 6,1-12 g alcohol/d uit bier.
      Onderzochte populaties            Europa
      Conclusie: Mannen die bier drinken hebben een ongeveer 15% hoger risico op
      diabetes mellitus type 2 dan mannen die geen bier drinken.
      Bewijskracht: groot.
      Pagina 13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Alcoholhoudende dranken
GEZONDHEIDSRAAD                            Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen bierconsumptie en het risico op diabetes mellitus type
2 bij vrouwen.
Aspect                      Toelichting
Beschikbare onderzoeken     1 gepoolde analyse van 26 centra uit 8 Europese landen
Heterogeniteit              Niet onderzocht.
Sterkte verband             De RR’s ten opzichte van de referentiegroep die 0,1 tot 6 g alcohol/d uit bier
                            dronken, varieerden tussen:
                            RR=0,80 (0,56; 1,14) voor 12,1-24 g alcohol/d uit bier en
                            RR=1,04 (0,94; 1,14) voor 0 g alcohol/d uit bier.
Onderzochte populaties      Europa
Conclusie: Bij vrouwen is een verband tussen bierconsumptie en het risico op
diabetes mellitus type 2 onwaarschijnlijk.
Toelichting
In de gepoolde analyse van Beulens e.a.16 hadden mannen die bier dronken een
ongeveer 15 procent hoger risico op diabetes mellitus dan mannen die geen bier
dronken. Het verband was significant voor de vergelijking van mannen die geen bier
dronken met mannen die 0,1 tot 6 gram alcohol uit bier per dag gebruikten. Onder de
mannen die bier dronken vonden Beulens e.a. geen verband tussen de mate van
bierconsumptie en het risico op diabetes mellitus type 2. Voor vrouwen vonden Beulens
e.a. geen aanwijzingen voor een verband tussen bierconsumptie en het risico op
diabetes mellitus type 2.
       In het aanvullende cohortonderzoek van Cullmann e.a. was het risico op diabetes
onder de mensen die geen bier gebruikten hoger dan onder de biergebruikers, maar
deze bevinding was gebaseerd op slechts 6 cases onder niet-gebruikers. Voor hogere
bierconsumptie (1-5 en >5 gram alcohol uit bier per dag) werden geen verbanden
gerapporteerd met het risico op diabetes. Vanwege het zeer beperkte aantal cases
hebben deze bevindingen weinig zeggingskracht en blijven ze verder buiten
beschouwing.
Op basis van de gepoolde analyse van Beulens e.a. concludeert de commissie dat bij
mannen het risico op diabetes lager is bij niet-bierdrinkers dan bij bierdrinkers. De
bewijskracht voor dat verband is groot. Bij vrouwen is een verband tussen
bierconsumptie en het risico op diabetes onwaarschijnlijk.
Pagina 14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>           Alcoholhoudende dranken
          GEZONDHEIDSRAAD                              Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
   Tabel 5 Gepoolde analyse naar de relatie tussen biergebruik en het risico op diabetes mellitus type 2.
                     Cohorten Follow- N          Alcoholinname      Mannen                        Vrouwen
                                                                                          a                              a
                              up (jr)            uit bier           Ncases   RR (95% bi)          Ncases    RR (95% bi)
    Gepoolde analyse
    Beulens e.a.     26 EPIC  10 jr    15.258    0 g/d              1364     0,84 (0,74; 0,95)    3189      1,04 (0,94; 1,14)
         16
    2012             Interact                    0,1-6 g/d          2275     1,00 (REFERENTIE)    2353      1,00 (REFERENTIE)
                     cohorten                    6,1-12 g/d         774      1,03 (0,89; 1,19)    165       0,97 (0,76; 1,24)
                                                 12,1-24 g/d        499      0,98 (0,83; 1,15)    65        0,80 (0,56; 1,14)
                                                 24,1-60 g/d        475      1,00 (0,84; 1,19)    26        0,93 (0,48; 1,81)
                                                 >60 g/d            74       0,96 (0,63; 1,46)
    Aanvullend cohortonderzoek
    Cullmann         1        8-10 jr  5.432     0 g/d              6        3,09 (1,01; 9,53)
              17
    e.a.2012                                     >0 tot 1 g/d       11       1,00 (REFERENTIE)
                                                 1-5 g/d            38       1,28 (0,63; 2,62)
                                                 >5 g/d             50       1,20 (0,59; 2,45)
   a
           Bi = betrouwbaarheidsinterval.
3.4.2      Wijn
           Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen wijngebruik en het risico op diabetes mellitus type 2 bij
           mannen.
           Aspect                             Toelichting
           Beschikbare onderzoeken            1 gepoolde analyse van 26 centra uit 8 Europese landen
           Heterogeniteit                     Niet onderzocht
           Sterkte verband                    RR ten opzichte van referentiegroep 0,1 tot 6 g alcohol/d uit wijn:
                                              Mannen: 0,84 (0,70; 1,00) voor gebruik van 12-24 g alcohol/d uit wijn
                                              en 1,01 (0,88; 1,16) voor gebruik van 0 g alcohol/d uit wijn;
                                              Vrouwen: 0,92 (0,77; 1,10) voor gebruik van 12-24 g alcohol/d uit wijn
                                              en 1,09 (0,98; 1,21) voor gebruik van 0 g alcohol/d uit wijn.
           Onderzochte populaties             Europa
           Conclusie: Gebruik van 6 tot 60 gram versus >0 tot 6 gram alcohol uit wijn per dag
           hangt samen met een lager risico op diabetes mellitus type 2.
           Bewijskracht: gering.
           Toelichting
           Voor mannen met een wijnconsumptie van 6-12, 12-24 of 24-60 gram alcohol per dag
           gebruikten, rapporteerden Beulens e.a.16 een ongeveer 10 tot 15 procent lager risico op
           diabetes mellitus type 2 dan voor de mannen die 0,1 tot 6 gram alcohol via wijn
           gebruikten. Voor vrouwen vonden Beulens e.a. geen significant verband tussen
           wijnconsumptie en het risico op diabetes mellitus type 2.
                 De bevindingen in het aanvullende cohortonderzoek17 hebben onvoldoende
           zeggingskracht vanwege het beperkte aantal cases.
           Pagina 15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>           Alcoholhoudende dranken
          GEZONDHEIDSRAAD                                 Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
           De commissie concludeert dat het gebruik van 6 tot 60 gram alcohol uit wijn per dag
           samenhangt met een lager risico op diabetes. Zij maakt geen onderscheid tussen
           vrouwen en mannen omdat de risicoschatters ten opzichte van 0 g/d (dat is niet de
           referentiegroep) voor beide een ongeveer 15% lager risico bij gebruik van 6-60 g/d laten
           zien. De bewijskracht voor dat verband is echter gering, omdat slechts een van de 8
           risicoschatters significantie bereikt.
   Tabel 6 Gepoolde analyse naar de relatie tussen wijnconsumptie en het risico op diabetes mellitus type 2.
                     Cohorten Follow- N             Alcoholinname     Mannen                          Vrouwen
                                                                                             a                              a
                                 up (jr)            uit wijn          Ncases    RR (95% bi)           Ncases   RR (95% bi)
    Gepoolde analyse
    Beulens e.a.     26 EPIC     10 jr   15.258     0 g/d             1298      1,01 (0,88; 1,16)     2304     1,09 (0,98; 1,21)
         16
    2012             Interact                       0,1-6 g/d         2328      1,00 (REFERENTIE)     2431     1,00 (REFERENTIE)
                     cohorten                       6,1-12 g/d        774       0,88 (0,77; 1,01)     567      0,93 (0,81; 1,06)
                                                    12,1-24 g/d       451       0,84 (0,70; 1,00)     266      0,92 (0,77; 1,10)
                                                    24,1-60 g/d       719       0,82 (0,71; 0,95)     230      0,89 (0,72; 1,11)
                                                    >60 g/d           191       0,91 (0,70; 1,19)
    Aanvullend cohortonderzoek
    Cullmann         1           8-10 jr 5.432      0 g/d             6         2,46 (0,87; 6,70)     5        1,30 (0,42; 4,08)
              17
    e.a.2012                                        >0 tot 1 g/d      34        1,00 (REFERENTIE)     17       1,00 (REFERENTIE)
                                                    1-5 g/d           28        0,72 (0,42; 1,24)     9        0,49 (0,21; 1,15)
                                                    >5 g/d            37        0,83 (0,49; 1,40)     26       0,93 (0,47; 1,83)
   a
           Bi = betrouwbaarheidsinterval.
3.4.3      Sterke drank
           Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen gebruik van sterke drank en het risico op diabetes
           mellitus type 2 bij mannen.
           Aspect                          Toelichting
           Beschikbare onderzoeken         1 gepoolde analyse van 26 centra uit 8 Europese landen
           Heterogeniteit                  Niet onderzocht
           Sterkte verband                 0,98 (0,87; 1,10) voor 0 versus 0,1 tot 6 g alcohol/d uit sterke drank.
           Onderzochte populaties          Europa
           Conclusie: Bij mannen is een verband tussen consumptie van sterke drank en het
           risico op diabetes mellitus type 2 onwaarschijnlijk.
           Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen gebruik van sterke drank en het risico op diabetes
           mellitus type 2 bij vrouwen.
           Aspect                          Toelichting
           Beschikbare onderzoeken         1 gepoolde analyse van 26 centra uit 8 Europese landen
           Heterogeniteit                  Niet onderzocht
           Sterkte verband                 0,88 (0,79; 0,98) voor 0 versus 0,1-6 g alcohol/d uit sterke drank
                                           0,95 (0,67; 1,33) voor 6,1-12 versus 0,1-6 g alcohol/d uit sterke drank
           Onderzochte populaties          Europa
           Pagina 16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>            Alcoholhoudende dranken
           GEZONDHEIDSRAAD                             Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
            Conclusie: Bij vrouwen hangt gebruik van 0,1 tot 12 gram alcohol uit sterke drank
            per dag ten opzichte van mensen die geen sterke drank drinken, samen met een
            ongeveer 10% hoger risico op diabetes mellitus type 2.
            Bewijskracht: groot.
            Toelichting
            In de gepoolde analyse van Beulens e.a.16 hadden vrouwen die 0,1 tot 12 gram alcohol
            per dag uit sterke drank dronken een ongeveer 10 procent hoger risico op diabetes
            mellitus dan vrouwen die geen sterke drank dronken. Voor mannen vonden Beulens e.a.
            geen verband tussen consumptie van sterke drank en het risico op diabetes mellitus
            type 2.
                  De bevindingen in het aanvullende cohortonderzoek17 hebben onvoldoende
            zeggingskracht vanwege het beperkte aantal cases.
            De commissie concludeert dat bij vrouwen het gebruik van 0,1 tot 12 gram alcohol uit
            sterke drank samenhangt met een ongeveer 10% hoger risico op diabetes. De
            bewijskracht is groot. Bij de hogere consumptieniveaus is het aantal vrouwelijke cases te
            klein om een conclusie te trekken. Bij mannen is een verband onwaarschijnlijk.
   Tabel 7 Gepoolde analyse naar de relatie tussen gebruik van sterke drank en het risico op diabetes mellitus type 2.
                      Cohorten Follow- N         Alcoholinname    Mannen                         Vrouwen
                                                                                         a                             a
                               up (jr)           uit wijn         Ncases   RR (95% bi)           Ncases  RR (95% bi)
    Gepoolde analyse
    Beulens e.a.      26 EPIC  10 jr    15.258   0 g/d            1885     0,98 (0,87; 1,10)     3520    0,88 (0,79; 0,98)
          16
    2012              Interact                   0,1-6 g/d        3020     1,00 (REFERENTIE)     2133    1,00 (REFERENTIE)
                      cohorten                   6,1-12 g/d       457      0,98 (0,83; 1,16)     90      0,95 (0,67; 1,33)
                                                 12,1-24 g/d      247      1,09 (0,87; 1,37)     29      1,12 (0,63; 1,99)
                                                 24,1-60 g/d      152      1,06 (0,80; 1,42)     26      1,42 (0,75; 2,68)
    Aanvullend cohortonderzoek
    Cullmann          1        8-10 jr  2.227    0 g/d            6        2,55 (0,93; 7,01)     5       1,46 (0,49; 4,33)
               17
    e.a. 2012                           mannen   >0 tot 1 g/d     25       1,00 (REFERENTIE)     40      1,00 (REFERENTIE)
                                        3.205    1-5 g/d          37       1,27 (0,74; 2,19)     7       0,39 (0,17; 0,91)
                                        vrouwen >5 g/d            37       2,07 (1,14; 3,78)     5       0,66 (0,24; 1,82)
   a
            Bi = betrouwbaarheidsinterval.
3.5         Darmkanker
            De commissie vond twee gepoolde analyses18,19 en een aanvullend cohortonderzoek20
            naar het verband tussen alcoholgebruik en darmkanker.
                  De gepoolde analyse van Ferrari e.a.18 uit 2007 betreft de European Prospective
            Investigation into Cancer (EPIC), die 23 centra uit 10 Europese landen omvat en waarin
            het alcoholgebruik gebaseerd werd op de gerapporteerde gemiddelde inname van
            alcoholhoudende dranken gedurende de laatste 12 maanden. De analyses van Ferrari
            e.a. waren gestratificeerd voor onderzoekscentrum, leeftijd en geslacht, en geadjusteerd
            Pagina 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>      Alcoholhoudende dranken
      GEZONDHEIDSRAAD                            Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
      voor fysieke activiteit, rookgedrag, opleidingsniveau, gewicht, lengte, energie van niet
      alcoholische bronnen, energie van andere alcoholhoudende dranken.
            De gepoolde analyse van Cho e.a.19 uit 2004 betreft het Pooling Project of
      Prospective Studies of Diet and Cancer waarin 6 Noord-Amerikaanse
      cohortonderzoeken en 2 Europese cohortonderzoeken (geen EPIC-cohorten) zijn
      samengevoegd en waarin mensen zonder alcoholgebruik de referentiegroep vormden. 19
      De analyses van Cho e.a. waren geadjusteerd voor rookgedrag, BMI, opleidingsniveau,
      lichaamslengte, lichamelijke activiteit, familiaire geschiedenis van darmkanker, gebruik
      van NSDAID, gebruik van multivitamine, energieinname, consumptie van rood vlees,
      melkconsumptie, voedingsfolaatinname, alcoholinname uit andere alcoholhoudende
      dranken. Bij vrouwen werd tevens geadjusteerd voor gebruik van orale anticonceptiva en
      postmenopauzale hormoontherapie.
            Het aanvullende cohortonderzoek betreft de publicatie van Pedersen e.a. van de
      Copenhagen Centre for Prospective Studies.20 De analyses zijn uitgeplitst naar
      colonkanker (411 cases) en rectumkanker (202 cases) en geadjusteerd voor leeftijd,
      geslacht, rookgedrag, BMI, oorspronkelijk onderzoek en alcoholgebruik uit andere
      alcoholhoudende dranken.
3.5.1 Bier
      Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen biergebruik en het risico op darmkanker.
      Aspect                            Toelichting
      Beschikbare onderzoeken           2 gepoolde analyses (respectievelijk 23 Europese cohorten en 6
                                        Noord-Amerikaanse plus 2 Europese cohorten)
      Heterogeniteit                    Niet onderzocht
      Sterkte verband                   RR 1,38 (1,08; 1,77) voor 20-40 versus >0-6 g alcohol/d uit bier
                                        RR 1,37 (1,00; 1,87) voor >30 versus 0 g alcohol/d uit bier
      Onderzochte populaties            Europa, Noord-Amerika
      Conclusie: Gebruik van 20-40 gram versus >0 tot 3 gram alcohol uit bier per dag
      hangt samen met een 35 procent hoger risico op darmkanker.
      Bewijskracht: groot.
      Toelichting
      In de gepoolde analyse van Ferrari e.a.18 was een gebruik van 20 tot 40 gram alcohol uit
      bier per dag geassocieerd met een 38 procent hoger risico op colorectaalkanker in
      vergelijking tot gebruik van meer dan 0 en minder dan 3 g/d. Er was een significante
      trend over de innamecategorieën (p<0,01).
            In de gepoolde analyse van Cho e.a.19 was een alcoholgebruik uit bier vanaf 30
      gram per dag geassocieerd met een 37 procent hoger risico op colorectaalkanker in
      vergelijking tot geen bierconsumptie.
            In het aanvullende cohortonderzoek van Pedersen e.a.20 werd een 80 procent hoger
      risico op rectumkanker gerapporteerd voor mensen die 10-22 versus 0 gram alcohol uit
      bier per dag gebruikten, maar geen significante verbanden voor andere
      Pagina 18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>      Alcoholhoudende dranken
      GEZONDHEIDSRAAD                                Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
      consumptieniveaus. Pedersen e.a. rapporteerden geen significant verband tussen
      bierconsumptie en het risico op colonkanker.
      De commissie baseert de conclusie op de gepoolde analyses, omdat het aanvullende
      cohortonderzoek een relatief beperkt aantal cases omvat. De commissie concludeert dat
      gebruik van 20-40 gram versus 0-3 alcohol uit bier per dag samenhangt met een 35
      procent hoger risico op darmkanker. Met het oog op de consistentie, classificeert de
      commissie de bewijskracht als groot.
      Tabel 8 Onderzoek naar de relatie tussen biergebruik en het risico op colorectaalkanker.
                                                                                    a                            a
      Publicatie           Persoonsjaren Alcoholgebruik       Ncases   HR (95% bti )      Ncases    HR (95% bti )
                                            uit bier
      Gepoolde analyses                                       Colorectaalkanker
                        18
      Ferrari e.a. 2007    1.164.492        0 g/d             657      1,00 (0,88; 1,14)
                           1.146.915        0,1-2,9 g/d       636      1,00 (REFERENTIE)
                           417.114          3-9,9 g/d         303      1,06 (0,91; 1,23)
                           125.210          10-19,9 g/d       91       0,95 (0,75; 1,20)
                           80.050           20-39,9 g/d       86       1,38 (1,08; 1,77)
                           44.052           >40 g/d           60       1,62 (1,21; 2,17)
                     19
      Cho e.a. 2004        1.890.206        0 g/d             2.612    1,00 (REFERENTIE)
                           1.003.371        >0 tot <30 g/d    1.219    1,01 (0,89; 1,13)
                           47.083           >30 g/d           67       1,37 (1,00; 1,87)
      Aanvullend cohortonderzoek                              Colonkanker                 Rectumkanker
      Pedersen e.a.        426.934          0 g/d             62       1,00 (REFERENTIE)  21        1,00 (REFERENTIE)
           20
      2003                                  >0 en < 2g/d      126      1,1 (0,8; 1,5)     46        0,9 (0,6; 1,4)
                                            2-10 g/d          118      1,0 (0,8; 1,3)     57        1,2 (0,8; 1,8)
                                            10-22 g/d         41       0,7 (0,4; 1,2)     46        1,8 (1,1; 2,9)
                                            >22 g/d           64       1,2 (0,8; 1,7)     32        1,4 (0,8; 2,4)
      a
              Bi = Betrouwbaarheidsinterval.
3.5.2 Wijn
      Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen wijngebruik en het risico op darmkanker.
      Aspect                              Toelichting
      Beschikbare onderzoeken             2 gepoolde analyses (respectievelijk 23 Europese cohorten en 6
                                          Noord-Amerikaanse plus 2 Europese cohorten)
      Heterogeniteit                      Niet gerapporteerd
      Sterkte verband                     RR 1,21 (1,02; 1,44) voor 20-40 versus >0-3 g alcohol/d uit wijn
                                          RR 1,82 (1,28; 2,59) voor >30 versus 0 g alcohol/d uit wijn
      Onderzochte populaties              Europa, Noord-Amerika
      Conclusie: Gebruik van 20-40 gram versus >0 tot 3 gram alcohol uit wijn per dag
      hangt samen met een ongeveer 20 procent hoger risico op darmkanker.
      Bewijskracht: groot.
      Pagina 19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Alcoholhoudende dranken
GEZONDHEIDSRAAD                                Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
Toelichting
In de gepoolde analyse van Ferrari e.a.18 was een alcoholgebruik uit wijn vanaf 20 gram
per dag geassocieerd met een ongeveer 20 procent hoger risico op colorectaalkanker in
vergelijking tot gebruik van meer dan 0 en minder dan 3 g/d.
      In de gepoolde analyse van Cho e.a.19 was een alcoholgebruik uit wijn vanaf 30
gram per dag geassocieerd met een ongeveer 80 procent hoger risico op
colorectaalkanker in vergelijking tot geen wijnconsumptie.
      In het aanvullende cohortonderzoek van Pedersen e.a.20 werd geen verband
gevonden tussen wijnconsumptie en het risico op colonkanker en rectumkanker.
De commissie baseert de conclusie op de gepoolde analyses, omdat het aanvullende
cohortonderzoek een relatief beperkt aantal cases omvat. De gepoolde analyses wijzen
op een hoger risico op darmkanker bij gebruik van 20-40 en >30 gram alcohol uit wijn
per dag ten opzichte van geen wijnconsumptie of een zeer lage gemiddelde
wijnconsumptie. De risicoschatters verschillen aanzienlijk. De commissie gaat uit van de
risicoschatter van Ferrari e.a., omdat deze op aanzienlijk meer cases is gebaseerd dan
die van Cho e.a. Zij concludeert dat gebruik van 20-40 gram alcohol uit wijn per dag
samenhangt met een ongeveer 20 procent hoger risico op darmkanker dan gebruik van
>0 tot 3 g/d. Met het oog op de consistentie van de bevindingen, classificeert de
commissie de bewijskracht als groot.
Tabel 9 Onderzoek naar de relatie tussen wijngebruik en het risico op colorectaalkanker.
                                                                             a                          a
Publicatie           Persoonsjaren Alcoholgebruik       Ncases  HR (95% bti )       Ncases HR (95% bti )
                                      uit wijn
Gepoolde analyses                                       Colorectaalkanker
                  18
Ferrari e.a. 2007    667.234          0 g/d             400     0,95 (0,83; 1,09)
                     988.116          0,1-2,9 g/d       588     1,00 (REFERENTIE)
                     729.765          3-9,9 g/d         433     0,91 (0,80; 1,04)
                     272.304          10-19,9 g/d       151     0,96 (0,80; 1,16)
                     234.934          20-39,9 g/d       191     1,21 (1,02; 1,44)
                     85.479           >40 g/d           70      1,19 (0,90; 1,57)
               19
Cho e.a. 2004        1.515.247        0 g/d             2.078   1,00 (REFERENTIE)
                     1.416.395        >0 tot <30 g/d    1.768   0,97 (0,89; 1,05)
                     9.019            >30 g/d           52      1,82 (1,28; 2,59)
Aanvullend cohortonderzoek                              Colonkanker                 Rectumkanker
Pedersen e.a.        426.934          0 g/d             85      1,00 (REFERENTIE)   46     1,00 (REFERENTIE)
     20
2003                                  >0 en < 2g/d      112     1,0 (0,8; 1,3)      44     0,9 (0,6; 1,3)
                                      2-10 g/d          185     0,9 (0,7; 1,1)      93     1,0 (0,7; 1,3)
                                      10-22 g/d         21      0,9 (0,5; 1,5)      12     0,9 (0,5; 1,8)
                                      >22 g/d           8       0,5 (0,2; 1,0)      7      0,9 (0,4; 2,1)
a
        Bi = Betrouwbaarheidsinterval.
Pagina 20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>      Alcoholhoudende dranken
      GEZONDHEIDSRAAD                            Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
3.5.3 Sterke drank
      Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen sterke drankgebruik en het risico op darmkanker.
      Aspect                      Toelichting
      Beschikbare onderzoeken     2 gepoolde analyses (respectievelijk 23 Europese cohorten en 6 Noord-
                                  Amerikaanse plus 2 Europese cohorten)
      Heterogeniteit              Niet onderzocht
      Sterkte verband             RR 1,07 (0,89; 1,29) voor >5 versus >0-2 g alcohol/d uit sterke drank
                                  RR 1,21 (0,99; 1,47) voor >30 versus 0 g alcohol/d uit sterke drank
      Onderzochte populaties      Europa, Noord-Amerika
      Conclusie: Er is te weinig onderzoek om een uitspraak te doen over het verband
      tussen alcoholgebruik uit sterke drank en het risico op darmkanker.
      Toelichting
      Voor het alcoholgebruik uit sterke drank gebruikten Ferrari e.a.18 minder categorieën met
      smallere innameranges dan bij wijn en bier. De twee middelste niveaus van inname
      betreffen beide zeer smalle ranges van zeer beperkte niveaus van alcoholinname (0,1-
      1,9 g/d en 2-4,9 g/d). De hoogste innamerange start vanaf een half glas sterke drank per
      dag. Ferrari e.a. rapporteren geen verband tussen het alcoholgebruik via sterke drank en
      het risico op darmkanker. Er was een net niet significante trend over de
      innamecategorieën (p=0,06).
            In de gepoolde analyse van Cho e.a.19 was het gebruik van ten minste 30 gram
      alcohol uit sterke drank niet significant geassocieerd met een ongeveer 20 procent hoger
      risico op colorectaalkanker in vergelijking tot geen consumptie van sterke drank.
            In het aanvullende cohortonderzoek van Pedersen e.a.20 werd een 30 procent hoger
      risico op colonkanker gerapporteerd voor mensen die 2-10 versus 0 gram alcohol uit
      sterke drank per dag gebruikten, maar werd geen significant verband gevonden voor
      andere consumptieniveaus. Ook rapporteerden Pedersen e.a. geen verband tussen de
      consumptie van sterke drank en het risico op rectumkanker.
      De spreiding van de inname van sterke drank is beperkt. De commissie concludeert dat
      er te weinig onderzoek is om een uitspraak te doen over het verband tussen het
      alcoholgebruik uit sterke drank en het risico op darmkanker.21
      Pagina 21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>    Alcoholhoudende dranken
    GEZONDHEIDSRAAD                               Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
    Tabel 10 Onderzoek naar de relatie tussen de consumptie van sterke drank en het risico op
    colorectaalkanker.
                                                                                a                              a
    Publicatie           Persoonsjaren Alcoholgebruik      Ncases  HR (95% bti )        Ncases    HR (95% bti )
                                          uit sterke drank
    Gepoolde analyses                                      Colorectaalkanker
                      18
    Ferrari e.a. 2007    667.234          0 g/d            761     1,02 (0,90; 1,16)
                         988.116          0,1-1,9 g/d      726     1,00 (REFERENTIE)
                         729.765          2-4,9 g/d        188     1,05 (0,89; 1,23)
                         272.304          >5 g/d           158     1,07 (0,89; 1,29)
                   19
    Cho e.a. 2004        234.934          0 g/d            2.392   1,00 (REFERENTIE)
                         85.479           >0 tot <30 g/d   1.347   0,98 (0,88; 1,09)
                         1.515.247        >30 g/d          159     1,21 (0,99; 1,47)
    Aanvullend cohortonderzoek                             Colonkanker                  Rectumkanker
    Pedersen e.a.        426.934          0 g/d            76      1,00 (REFERENTIE)    46        1,00 (REFERENTIE)
         20
    2003                                  >0 en < 2g/d     131     0,9 (0,7; 1,2)       50        0,9 (0,7; 1,3)
                                          2-10 g/d         173     1,3 (1,1; 1,7)       80        1,0 (0,7; 1,5)
                                          10-22 g/d        19      0,8 (0,5; 1,4)       18        1,4 (0,8; 2,4)
                                          >22 g/d          12      1,0 (0,5; 1,9)       8         1,3 (0,6; 3,0)
    a
            Bi = Betrouwbaarheidsinterval.
3.6 Borstkanker
    Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen bierconsumptie en het risico op borstkanker.
    Aspect                       Toelichting
    Beschikbare onderzoeken      2 gepoolde analyses van 7 en 23 cohorten en 4 aanvullende cohortonderzoeken
    Heterogeniteit               Niet onderzocht
    Sterkte verband              RR 1,05 (0,98; 1,12) en 1,11 (1,04; 1,19) per 10 g alcohol uit bier /d in de
                                 gepoolde analyses
    Onderzochte populaties       Europa, Noord-Amerika
    Conclusie: Het verband tussen bierconsumptie en het risico op borstkanker bij
    vrouwen is niet eenduidig.
    Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen sterke drankgebruik en het risico op darmkanker.
    Aspect                       Toelichting
    Beschikbare onderzoeken      2 gepoolde analyses van 7 en 23 cohorten en 4 aanvullende cohortonderzoeken
    Heterogeniteit               Niet onderzocht
    Sterkte verband              RR 1,02 (0,99; 1,05) en 1,05 (0,98; 1,12) per 10 g alcohol uit wijn /d in de
                                 gepoolde analyses
    Onderzochte populaties       Europa, Noord-Amerika
    Conclusie: Het verband tussen wijnconsumptie en het hoger risico op borstkanker
    bij vrouwen is niet eenduidig.
    Pagina 22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>Alcoholhoudende dranken
GEZONDHEIDSRAAD                            Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen sterke drankgebruik en het risico op darmkanker.
Aspect                      Toelichting
Beschikbare onderzoeken     2 gepoolde analyses van 7 en 23 cohorten en 4 aanvullende
                            cohortonderzoeken
Heterogeniteit              Niet onderzocht
Sterkte verband             RR 1,09 (0,99; 1,21) en 1,05 (1,01; 1,10) per 10 g alcohol uit sterke drank /d
                            in de gepoolde analyses
Onderzochte populaties      Europa, Noord-Amerika
Conclusie: Het verband tussen de consumptie van sterke drank en het risico op
borstkanker bij vrouwen is niet eenduidig.
Toelichting
De commissie vond twee gepoolde analyses22,23 en vijf aanvullende
cohortonderzoeken24-28 naar de relatie tussen het gebruik van alcoholhoudende dranken
en het risico op borstkanker; een daarvan blijft buiten beschouwing omdat daarin alleen
op basis van de blootstellingsfrequentie werd gerapporteerd en niet op basis van de
hoeveelheid alcoholhoudende drank.28
De gepoolde analyse van Tjonneland e.a. uit 2007 betreft de 6 jaar follow-up van de
European Prospective Investigation into Cancer (EPIC).23 Deze publicatie heeft
voornamelijk betrekking op de totale alcoholinname, maar in de tekst zijn risicoschatters
gepresenteerd voor bier, wijn en sterke drank. Ten aanzien van deze bevindingen is het
consumptiecontrast niet gespecificeerd; de commissie gaat ervan uit dat het
risicoschatters zijn per 10 gram alcohol uit de betreffende drank, net als in de analyse
over totaal alcohol. Tjonneland e.a. geven geen informatie over de adjustering voor
confounders in deze analyses. De samenhang tussen het gebruik van bier, wijn en
sterke drank en het risico op borstkanker was niet significant.
      De publicatie van Smith-Warner e.a. uit 1998 betreft een pooling project over 5
cohorten van vrouwen uit Noord-Amerika en 2 cohorten uit Europa (geen EPIC-
cohorten).22 Het gebruik van bier, wijn en sterke drank per 10 gram alcohol per dag hing
samen met een respectievelijk 14%, 8% en 8% hoger risico op borstkanker. De
risicoschatters lagen iets hoger na uitsluiting van personen met een totaal alcoholgebruik
van ten minste 60 gram per dag. De verschillen in risicoschatters tussen de drie soorten
alcoholhoudende drank waren statistisch niet significant.
      De omvang van de vier aanvullende cohortonderzoeken24-27 is beperkt en de
meeste risicoschatters hebben een breed betrouwbaarheidsinterval. Een van de vier
aanvullende cohortonderzoeken25 rapporteert een hoger risico bij consumptie van
wijn; een eerdere follow-up van dit cohortonderzoek was ook opgenomen in het
Pooling Project waarover Smith-Warner e.a. publiceerden. Drie van de vier
cohortonderzoeken24-26 rapporteren een lager risico op borstkanker bij consumptie
van sterke drank.
Pagina 23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                          Alcoholhoudende dranken
                          GEZONDHEIDSRAAD                              Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
                          De commissie constateert dat er vrij veel onderzoek is naar het verband tussen het
                          gebruik van bier, wijn en sterke drank. De methodologische informatie over de gepoolde
                          analyse van Tjonneland e.a. is zeer beperkt. In de overige onderzoeken is op
                          uiteenlopende wijzen geadjusteerd voor confounders. De oudste gepoolde analyse laat
                          significante verbanden zien voor bier en sterke drank, terwijl dat niet het geval is in de
                          recentere gepoolde analyse en in de aanvullende cohortonderzoeken. De commissie
                          constateert dat deze verbanden niet eenduidig zijn. Voor wijnconsumptie rapporteren
                          beide gepoolde analyses geen significant verband met het risico op borstkanker, maar
                          wordt slechts in een van de aanvullende cohortonderzoeken een verband met een hoger
                          risico op borstkanker gerapporteerd. Daarom concludeert de commissie ook voor
                          wijnconsumptie dat het verband met borstkanker niet eenduidig is.
 Tabel 11 Onderzoek naar de relatie tussen het gebruik van bier, wijn en sterke drank en het risico op borstkanker.
                                                                                                       a
Publicatie              Cohorten     Follow- Deelne-   Aantal Blootstellings-             HR (95% bti )
                                                                         b
                                     up duur mers      cases contrast                     Bier              Wijn                Sterke drank
Gepoolde analyses
Tjonneland e.a.         23           6 jr     274.688 4.285    Per 10 g/d?                1,05 (0,98; 1,12) 1,02 (0,99; 1,05)   1,09 (0,99; 1,21)
2007 (EPIC)
                 c
Smith-Warner            7            3-7 jr   322.647 4.335    Per 10 g/d                 1,11 (1,04; 1,19) 1,05 (0,98; 1,12)   1,05 (1,01; 1,10)
            22
e.a. 1998      (Poo-                                                                      Na exclusie van mensen met alcoholgebruik >60 g/d:
ling project)                                                                             1,14 (1,04; 1,24) 1,08 (1,00; 1,16)   1,08 (1,02; 1,14)
Andere cohortonderzoeken
                      24                                                   d
Zhang e.a. 1999          (Framing-   40       2.764    221     >6 vs 0 g/d                1,0 (0,5; 2,2)    1,0 (0,7; 1,3)      0,7 (0,5; 1,0)
ham & Fr.-offspring cohorten)        en 24 jr en 2.284 en 66
                 25
Jain e.a. 2000        (Canadian Na- 10 jr     89.835   223     >10 vs 0 g/d               1,03 (0,97; 1,09) 1,15 (1,11; 1,18)   0,95 (0,92; 0,98)
                                   e
tional Breast Screening Study)                                 Per 10 g/d                 1,02 (0,99; 1,04) 1,04 (1,03; 1,05)   0,98 (0,97; 1,00)
                          26                                                         f
Mattisson e.a. 2004          (Malmö 5-10 jr   11.670   342     2-14 vs >0 tot <2 g/d      1,11 (0,88; 1,40)
                                                                                     f
Diet and Cancer cohort)                                        3-21 vs >0 tot <3 g/d                        0,88 (0,69; 1,13)
                                                                                 f
                                                               >0 tot 7 vs 0 g/d                                                0,73 (0,55; 0,98)
                   27                                                                 d,g
Petri e.a. 2004                      Niet ge- 13.074   473     >1,7 tot 5 vs <1,7g/d
(Copenhagen Center for               geven    premenopauzaal:                             0,70 (0,38; 1,28) 0,83 (0,46; 1,50)   0,90 (0,50; 1,64)
Prospective Population Studies)               postmenopauzaal tot 70 jr:                  0,92 (0,66; 1,28) 0,97 (0,70; 1,35)   0,99 (0,70; 1,40)
                                              postmenopauzaal 70 jr en ouder:             0,98 (0,62; 1,54) 1,22 (0,80; 1,90) 1,16 (0,69; 1,94)
 a
           Bi = Betrouwbaarheidsinterval.
 b
           Betreft het aantal grammen alcohol uit de alcoholhoudende drank.
 c
           De analyses van Smith-Warner zijn geadjusteerd voor leeftijd bij menarche, pariteit, leeftijd bij geboorte van het eerste
           kind, menopauzale status bij diagnose borstkanker, postmenopauzaal hormoongebruik, gebruik van anticonceptiepil,
           geschiedenis van goedaardige borstgezwel, borstkanker bij moeder, borstkanker bij zuster, rookgedrag,
           opleidingsniveau, BMI, lengte, inname van totaal vet, voedingsvezel, energie en bovendien voor het alcoholgebruik via
           de beide andere soorten alcoholhoudende drank.
 d
           Omgerekend van eenheden naar grammen alcohol per dag op basis van standaardglas van 14 gram alcohol in USA.
           De analyses van Zhang e.a. zijn geadjusteerd voor opleidingniveau, lengte, BMI, fysieke activiteit, leeftijd bij eerste
           zwangerschap, pariteit, leeftijd bij menarche, leeftijd bij menopauze, rookgedrag, postmenopauzaal hormoongebruik,
           consumptie van andere alcoholhoudende dranken.
 e                                                          25
           De Canadian National Breast Screening Study was ook onderdeel van het Pooling Project of Prospective Studies of
                                22
           Diet and Cancer . De analyses van Jain e.a. zijn geadjusteerd voor leeftijd bij aanvang onderzoek, leeftijd bij
           menarche, aantal levendgeboren kinderen, menopauzale status, eerstegraads familielid met borstkanker,
           borstzelfonderzoek, rookgedrag, gebruik van orale anticonceptiva, opleidingsniveau, mammografie, centrum, BMI en
           energieinname.
                          Pagina 24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>               Alcoholhoudende dranken
               GEZONDHEIDSRAAD                                 Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
f
  Omgerekend van centiliter drank naar grammen alcohol per dag op basis van alcoholgehaltes (grammen alcohol per
  liter) van 40, 96 en 280 voor respectievelijk bier, wijn en sterke drank. De analyses van Mattisson e.a. zijn geadjusteerd
  voor voedingsinterviewer, versie van de methode, seizoen van voedingsinterview, leeftijd bij aanvang, energieinname,
  verandering van voedingsgewoontes, lengte, middelomtrek, hormoongebruik, leeftijd bij geboorte van eerste kind,
  leeftijd bij menarche, fysieke activiteit buiten werktijd, rookgedrag, opleidingsniveau.
g
  Omgerekend van eenheden naar grammen alcohol per dag op basis van standaardglas van 12 gram alcohol in
  Denemarken. De analyses van Petri e.a. zijn geadjusteerd voor leeftijd, cohort, pariteit en hormoongebruik.
  3.7          Longkanker
               De commissie vond twee publicaties naar het verband tussen gebruik van wijn, bier en
               sterke drank en het risico op longkanker. Het betreft een gepoolde analyse uit 200529 en
               een meta-analyse uit 2007 waarin deze gepoolde analyse is gecombineerd met drie
               recentere cohortonderzoeken.30 De commissie vond een aanvullend cohortonderzoek.31
                     De gepoolde analyse van Freudenheim e.a.29 betreft het Pooling Project of
               Prospective Studies of Diet and Cancer waarin 5 cohortonderzoeken uit Noord-Amerika
               en twee cohortonderzoeken uit Europa (geen EPIC-cohorten) zijn gecombineerd.
               Freudenheim e.a. presenteren hun bevindingen afzonderlijk voor vrouwen en mannen.
               De analyses zijn geadjusteerd voor rookgedrag, opleidingsniveau, BMI, energieinname
               en de alcoholinname via de andere soorten alcoholhoudende drank. Freudenheim e.a.
               adjusteerden voor drie gegevens over rookgedrag: de rokerstatus (nooit, vroeger,
               huidig), de duur van vroeger en huidig rookgedrag (continue variabele) en het aantal
               sigaretten dat per dag werden gerookt (continue variabele).
                     In de meta-analyse van Chao e.a.30 is de gepoolde analyse van Freudenheim e.a.
               geïncludeerd alsmede drie aanvullende cohortonderzoeken uit Noord-Amerika, Azië en
               Europa*, die samen 53.984 deelnemers en 982 longkanker cases omvatten. Deze drie
               cohorten zijn alle geadjusteerd voor leeftijd, rookgedrag en andere variabelen, waarbij
               de adjustering voor rookgedrag verschilde tussen de cohorten. In een cohort werd
               uitsluitend geadjusteerd voor leeftijd, huidige rokersstatus, en het gebruik van andere
               soorten alcoholhoudende drank (indien significant). In een ander cohort werd
               geadjusteerd voor leeftijd, rokerstatus, voormalig sigarettengebruik per dag, huidig
               sigarettengebruik per dag en beroep. In het derde cohort werd geadjusteerd voor leeftijd,
               het huidig aantal pakjes per jaar, de duur van rookgedrag, opleiding, totale
               alcoholinname en het gebruik van andere soorten alcoholhoudende drank. Chao e.a.
               gaan ervan uit dat een standaardglas alcoholhoudende drank 13 gram alcohol bevat. Zij
               maken geen onderscheid naar geslacht in hun analyses.
               *                                                                           30
                 De drie aanvullende cohortonderzoeken in de meta-analyse van Chao e.a.       zijn de Japan-Hawaii Cancer
               Study, een cohort van mensen verzekerd bij de Lutheran Brotherhood Insurance Society, en de
               Copenhagen City Heart Study.
               Pagina 25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>      Alcoholhoudende dranken
      GEZONDHEIDSRAAD                            Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
3.7.1 Bier
      Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen een lage bierconsumptie en een lager risico op
      longkanker.
      Aspect                      Toelichting
      Beschikbare onderzoeken     1 gepoolde analyse (7 cohorten) en 1 meta-analyse (gepoolde analyse plus
                                  3 aanvullende cohorten)
      Heterogeniteit              Ja, bevindingen voor mannen zijn anders dan voor vrouwen
      Sterkte verband             Vrouwen: 0,75 (0,62; 0,92) bij >0 tot <5 versus 0 g alcohol uit bier/d
                                  Mannen: 0,82 (0,67; 0,99) bij 5 tot 15 versus 0 g alcohol uit bier/d
      Onderzochte populaties      Europa, Noord-Amerika, Azië
      Conclusie: Een lage bierconsumptie (>0 tot 5 versus 0 gram alcohol uit bier per
      dag bij vrouwen en 5 tot 15 versus 0 gram alcohol uit bier per dag bij mannen)
      hangt samen met een ongeveer 20 procent lager risico op longkanker.
      Bewijskracht: groot.
      Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen een hoge bierconsumptie en een hoger risico op
      longkanker.
      Aspect                      Toelichting
      Beschikbare onderzoeken     1 gepoolde analyse (7 cohorten) en 1 meta-analyse (gepoolde analyse plus
                                  3 aanvullende cohorten)
      Heterogeniteit              Ja, de bevindingen voor mannen zijn anders dan voor vrouwen
      Sterkte verband             Vrouwen: 1,88 (1,45; 2,42) bij gebruik van >15 versus 0 g alcohol uit bier/d
                                  Mannen: 1,10 (0,85; 1,42) bij gebruik van >15 versus 0 g alcohol uit bier/d
      Onderzochte populaties      Europa, Noord-Amerika, Azië
      Conclusie 1: Bij vrouwen hangt gebruik van >15 versus 0 gram alcohol uit bier per
      dag samen met een ongeveer 90 procent hoger risico op longkanker.
      Bewijskracht: Groot.
      Conclusie 2: Bij mannen is een verband tussen gebruik van >15 versus 0 gram
      alcohol uit bier per dag en het risico op longkanker onwaarschijnlijk.
      Toelichting
      In de gepoolde analyse van Freudenheim e.a.29 was een (zeer) lage bierconsumptie
      geassocieerd met een lager risico op longkanker ten opzichte van niet-gebruikers: bij
      vrouwen was gebruik van >0 en <5 gram alcohol per dag uit bier geassocieerd met een
      25% lager risico op longkanker en bij mannen was gebruik van 5 tot 15 gram alcohol uit
      bier per dag geassocieerd met een 18% lager risico.
            In de gepoolde analyse van Freudenheim e.a. was een hoge bierconsumptie (>15 g
      alcohol/d uit bier) bij vrouwen geassocieerd met een 88% hoger risico op longkanker ten
      opzichte van niet-gebruikers. Voor mannen vonden zij geen significant verband tussen
      een hoge bierconsumptie en een hoger risico.
      Pagina 26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>              Alcoholhoudende dranken
              GEZONDHEIDSRAAD                           Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
                    De bevindingen in de meta-analyse van Chao e.a.30 geven een consistent beeld, als
              in beschouwing wordt genomen dat deze niet zijn uitgesplitst naar geslacht.
                    In een aanvullend cohortonderzoek van Chao e.a.31 werd geen significant verband
              gevonden tussen de bierconsumptie en het risico op longkanker.
              De bierconsumptie lijkt een J-vormige samenhang met het longkankerrisico te vertonen,
              die sterker is voor vrouwen dan voor mannen. De commissie hecht de meeste waarde
              aan de gepoolde analyse van Freudenheim e.a., vanwege de bredere adjustering voor
              confounders en de helderdere specificatie van de blootstelling (grammen per dag). Uit
              de meta-analyse van Chao e.a. blijkt dat de drie aanvullende cohortonderzoeken het
              beeld niet wezenlijk veranderen.
              De commissie concludeert op basis van de risicoschatters van Freudenheim e.a. dat een
              lage bierconsumptie (>0 tot 5 gram alcohol uit bier per dag bij vrouwen en 5 tot 15 gram
              alcohol uit bier per dag bij mannen) samenhangt met een ongeveer 20 procent lager
              risico op longkanker. De bewijskracht voor dit verband is groot.
                    Consumptie van >15 versus 0 gram alcohol uit bier per dag hangt samen met een
              ongeveer 90 procent hoger risico op longkanker bij vrouwen. De bewijskracht is groot.
              Voor mannen wordt bij dit consumptieniveau van bier geen verband gevonden met het
              risico op longkanker.
Tabel 12 Onderzoek naar de relatie tussen het gebruik van bier en het risico op longkanker.
                                                                                                   a
Publicatie      Aantal    Deelnemers Follow- Geslacht Blootstelling aan        Ncases RR (95% bti )
                cohorten              up                 alcohol via bier
Gepoolde analyse
Freudenheim 7             399.767     6-13 jr  Vrouwen 0 g/d                   947    1,00 (REFERENTIE) ptrend
          29
e.a. 2005                                                >0 tot <5 g/d         122    0,75 (0,62; 0,92) <0,001
                                                         5 tot 15 g/d          102    1,18 (0,95; 1,46)
                                                         >15 g/d               74     1,88 (1,45; 2,42)
                                               Mannen    0 g/d                 613    1,00 (REFERENTIE) ptrend
                                                         >0 tot <5 g/d         412    0,90 (0,77; 1,05) 0,47
                                                         5 tot 15 g/d          227    0,82 (0,67; 0,99)
                                                         >15 g/d               118    1,10 (0,85; 1,42)
Meta-analyse
Chao e.a.       10        453.751     Niet     Beide     0 g/d                 4119 1,00 (REFERENTIE)   pheterogeniteit
      30
2007            8                     gerap-             >0 tot <12 g/d               0,84 (0,64; 1,10) 0,24
                9                     porteerd           >12 g/d                      1,39 (1,21; 1,61) 0,66
                10                                       Hoogste categorie            1,37 (1,19; 1,58) 0,69
Aanvullend cohortonderzoek
Chao e.a.       1         66.186      5-7 jr   Beide     0 g/d                 356    1,00 (REFERENTIE)
      31
2011                                                     <14 g/d               174    1,08 (0,85; 1,37)
                                                         >14 g/d               50     1,04 (0,76; 1,44)
a
         Betrouwbaarheidsinterval.
              Pagina 27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>      Alcoholhoudende dranken
      GEZONDHEIDSRAAD                            Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
3.7.2 Wijn
      Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen wijngebruik en het risico op longkanker.
      Aspect                      Toelichting
      Beschikbare onderzoeken     1 gepoolde analyse (7 cohorten) en 1 meta-analyse (gepoolde analyse plus
                                  3 aanvullende cohorten).
      Heterogeniteit              Ja, de bevindingen voor mannen zijn anders dan voor vrouwen
      Sterkte verband             RR = 0,86 (0,77; 0,95) voor >0 tot 12 versus 0 g alcohol uit wijn/d
      Onderzochte populaties      Europa, Noord-Amerika
      Conclusie: Gebruik van >0 tot 12 versus 0 gram alcohol uit wijn per dag hangt
      samen met een ongeveer 25% lager risico op longkanker.
      Bewijskracht: groot.
      Toelichting
      In de gepoolde analyse van Freudenheim e.a.29 was gebruik van 5 tot 15 g alcohol uit
      wijn door mannen geassocieerd met een ongeveer 35% lager risico op longkanker ten
      opzichte van niet-gebruikers. Bij vrouwen lag het risico 25% lager, maar was deze
      risicoschatter niet significant. Freudenheim e.a. vonden geen verband tussen een hoge
      wijnconsumptie (>15 g/d) en het risico op longkanker ten opzichte van niet-gebruikers.
            In de meta-analyse van Chao e.a. hing een wijnconsumptie van >0 tot 12 gram
      versus 0 gram alcohol uit wijn/d samen met een 14% lager risico op longkanker.30 Chao
      e.a. vonden geen verband tussen een hoge wijnconsumptie (>13 g/d) en het risico op
      longkanker ten opzichte van niet-gebruikers. De mate adjustering voor confounders
      verschilde tussen de onderzoeken.
            In een aanvullend cohortonderzoek van Chao e.a.31 is geen significant verband
      gevonden tussen de wijnconsumptie en het risico op longkanker.
      De publicaties zijn in grote lijnen consistent. De commissie hecht de meeste waarde aan
      de gepoolde analyse van Freudenheim e.a., vanwege de bredere adjustering voor
      confounders en de helderdere specificatie van de blootstelling (grammen per dag). De
      risicoschatters voor mannen en vrouwen verschillen weinig en komen overeen met de
      risicoschatter in de meta-analyse. De commissie concludeert dat gebruik van >0 tot 12
      gram alcohol uit wijn per dag samenhangt met een ongeveer 25% lager risico op
      longkanker. De bewijskracht is groot.
      Pagina 28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>              Alcoholhoudende dranken
              GEZONDHEIDSRAAD                            Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
Tabel 13 Onderzoek naar de relatie tussen het gebruik van wijn en het risico op longkanker.
                                                                                                     a
Publicatie      Cohorten Deelnemers Follow- Geslacht Blootstelling aan        Ncases    RR (95% bti )
                                      up                  alcohol via wijn
Gepoolde analyse
Freudenheim 7             399.767     6-13 jr   Vrouwen 0 g/d                 699       1,00 (REFERENTIE)
e.a. 2005                                                 >0 tot <5 g/d       379       0,87 (0,72; 1,05)
                                                          5 tot 15 g/d        100       0,75 (0,52; 1,07)
                                                          >15 g/d             67        1,09 (0,78; 1,51)
                                                Mannen    0 g/d               861       1,00 (REFERENTIE)
                                                          >0 tot <5 g/d       348       0,94 (0,80; 1,11)
                                                          5 tot 15 g/d        103       0,66 (0,51; 0,87)
                                                          >15 g/d             58        0,87 (0,55; 1,39)
Meta-analyse
Chao e.a.       10        453.751     Niet ge- Beide      0 g/d               4119      1,00 (REFERENTIE)      pheterogeniteit
      30
2007            8                     rappor-             >0 tot 12 g/d                 0,86 (0,77; 0,95)      0,45
                8                     teerd               >12 g/d                       0,66 (0,27; 1,65)      0,01
                9                                         Hoogste categorie             0,95 (0,44; 2,04)      <0,01
Aanvullend cohortonderzoek
Chao e.a.       1         66.186      5-7 jr    Beide     0 g/d               319       1,00 (REFERENTIE)
      31
2011                                                      <14 g/d             214       0,97 (0,79; 1,18)
                                                          >14 g/d             47        0,76 (0,54; 1,07)
a
         Betrouwbaarheidsinterval.
  3.7.3       Sterke drank
              Samenvatting bewijsvoering voor het verband tussen het gebruik van sterke drank en het risico op
              longkanker.
              Aspect                      Toelichting
              Beschikbare onderzoeken     1 gepoolde analyse (7 cohorten) en 1 meta-analyse (gepoolde analyse plus
                                          3 aanvullende cohorten)
              Heterogeniteit              Ja, de bevindingen voor mannen zijn anders dan voor vrouwen
              Sterkte verband             Vrouwen: 0,99 (0,80; 1,22) bij >15 vs 0 g alcohol uit sterke drank /d
                                          Mannen: 1,34 (1,09; 1,66) bij >15 vs 0 g alcohol uit sterke drank/d
              Onderzochte populaties      Europa, Noord-Amerika, Azië
              Conclusie 1: Bij mannen hangt een consumptie van >15 versus 0 g alcohol uit
              sterke drank per dag samen met een ongeveer 35% hoger risico op longkanker.
              Bewijskracht: groot.
              Conclusie: Bij vrouwen is een verband tussen een hoge consumptie van sterke
              drank en het risico op longkanker onwaarschijnlijk.
              Pagina 29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>              Alcoholhoudende dranken
              GEZONDHEIDSRAAD                           Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
              Toelichting
              In de gepoolde analyse van Freudenheim e.a.29 was een hoge consumptie van sterke
              drank (>15 g alcohol/d uit sterke drank) bij mannen geassocieerd met een 34% hoger
              risico op longkanker ten opzichte van niet-gebruikers. Voor vrouwen waren er geen
              aanwijzingen voor dit verband.
                    In de meta-analyse van Chao e.a.30 hadden de mensen in de hoge
              consumptiecategorie van sterke drank (hoeveelheid varieerde tussen de
              cohortonderzoeken) een 18% hoger risico op longkanker ten opzichte van niet-
              gebruikers. Chao e.a. presenteren geen subgroepanalyses naar geslacht.
                    In een aanvullend cohortonderzoek van Chao e.a.31 is geen significant verband
              gevonden tussen de consumptie van sterke drank en het risico op longkanker.
              Op basis van de gepoolde analyse van Freudenheim concludeert de commissie dat bij
              mannen een hoge consumptie van sterke drank (>15 versus 0 gram alcohol per dag uit
              sterke drank) geassocieerd is met een ongeveer 35% hoger risico op longkanker. De
              bewijskracht is groot. Een verband tussen een hoge consumptie van sterke drank en het
              risico op longkanker is bij vrouwen onwaarschijnlijk.
Tabel 14 Onderzoek naar de relatie tussen het gebruik van sterke drank en het risico op longkanker.
                                                                                                      a
Publicatie      Cohorten Deelnemers Follow- Geslacht Alcoholblootstelling Ncases         RR (95% bti )
                                      up                 via sterke drank
Gepoolde analyse
Freudenheim 7             399.767     6-13 jr  Vrouwen 0 g/d                 768         1,00 (REFERENTIE) 0,52
e.a. 2005                                                >0 tot <5 g/d       224         0,86 (0,73; 1,00)
                                                         5 tot 15 g/d        138         0,77 (0,56; 1,06)
                                                         >15 g/d             115         0,99 (0,80; 1,22)
                                               Mannen    0 g/d               435         1,00 (REFERENTIE) 0,04
                                                         >0 tot <5 g/d       304         1,17 (0,98; 1,40)
                                                         5 tot 15 g/d        271         1,00 (0,83; 1,21)
                                                         >15 g/d             360         1,34 (1,09; 1,66)
Meta-analyse
Chao e.a.       10        453.751     Niet ge- Beide     0 g/d               4119        1,00 (REFERENTIE) pheterogeniteit
      30
2007            8                     rappor-            >0 tot <12 g/d                  0,97 (0,88; 1,07) 0,71
                9                     teerd              >12 g/d                         1,41 (0,99; 1,99) 0,06
                10                                       Hoogste categorie               1,18 (1,03; 1,34) 0,66
Aanvullend cohortonderzoek
Chao e.a.       1         66.186      5-7 jr   Beide     0 g/d               362         1,00 (REFERENTIE)
      31
2011                                                     <14 g/d             149         0,89 (0,71; 1,12)
                                                         >14 g/d             69          1,03 (0,77; 1,36)
a
         Betrouwbaarheidsinterval.
              Pagina 30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>      Alcoholhoudende dranken
      GEZONDHEIDSRAAD                      Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
3.8   Conclusie
      Alle conclusies in dit achtergronddocument zijn gebaseerd op onderzoek bij volwassen
      mannen en bij volwassen vrouwen die niet zwanger zijn en geen borstvoeding geven.
      De conclusies zijn niet van toepassing op kinderen, noch op vrouwen die zwanger zijn of
      borstvoeding geven.
3.8.1 Conclusies ten aanzien van de consumptie van bier
      Er is grote bewijskracht voor de volgende verbanden met hogere risico’s:
          Bij mannen hangt consumptie van 10 tot 20 versus >0 tot 3 gram alcohol uit bier per
           dag samen met een ongeveer 10 procent hogere totale sterfte.
          Bij vrouwen hangt consumptie van 3 tot 10 versus >0 tot 3 gram alcohol uit bier per
           dag samen met een ongeveer 15 procent hogere totale sterfte.
          Mannen die bier drinken hebben een ongeveer 15% hoger risico op diabetes
           mellitus type 2 dan mannen die geen bier drinken.
          Consumptie van 20-40 versus >0 tot 3 gram alcohol uit bier per dag hangt samen
           met een 35 procent hoger risico op darmkanker.
          Bij vrouwen hangt consumptie van >15 versus 0 gram alcohol uit bier per dag
           samen met een ongeveer 90 procent hoger risico op longkanker.
      Er is grote bewijskracht voor de volgende verbanden met lagere risico’s:
          Een lage bierconsumptie (>0 tot 5 versus 0 gram alcohol uit bier per dag bij
           vrouwen en 5 tot 15 versus 0 gram alcohol uit bier per dag bij mannen) hangt
           samen met een ongeveer 20 procent lager risico op longkanker.
      Er is geringe bewijskracht voor het volgende verband:
          Consumptie van 0 versus >0 tot 3 gram alcohol uit bier hangt samen met een
           hogere totale sterfte.
      De volgende verbanden zijn onwaarschijnlijk:
          Het verband tussen bierconsumptie en het risico op diabetes mellitus type 2 bij
           vrouwen.
          Het verband tussen gebruik van >15 versus 0 gram alcohol uit bier per dag en het
           risico op longkanker bij mannen.
      Het volgende verband is niet eenduidig:
          Het verband tussen bierconsumptie en het risico op borstkanker bij vrouwen.
3.8.2 Conclusies ten aanzien van wijn
      Er is grote bewijskracht voor de volgende verbanden met hogere risico’s:
          Bij vrouwen hangt consumptie van >20 versus >0 tot 3 gram alcohol uit wijn per dag
           samen met een ongeveer 15 procent hogere totale sterfte.
      Pagina 31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>      Alcoholhoudende dranken
      GEZONDHEIDSRAAD                        Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
          Bij mannen hangt consumptie van >40 versus >0 tot 3 gram alcohol uit wijn per dag
           samen met een ongeveer 20 procent hogere totale sterfte.
          Consumptie van 20-40 versus >0 tot 3 gram alcohol uit wijn per dag hangt samen
           met een ongeveer 20 procent hoger risico op darmkanker.
      Er is grote bewijskracht voor de volgende verbanden met lagere risico’s:
          Bij vrouwen hangt consumptie van >0 tot 10 versus 0 gram alcohol uit wijn per dag
           samen met een tot 20 procent lagere totale sterfte.
          Bij mannen hangt consumptie van >0 tot 10 versus 0 gram alcohol uit wijn per dag
           samen met een tot 30 procent lagere totale sterfte.
          Consumptie van >0 tot 12 versus 0 gram alcohol uit wijn per dag hangt samen met
           een ongeveer 25% lager risico op longkanker.
      Er is geringe bewijskracht voor het volgende verband:
          Gebruik van 6 tot 60 versus >0 tot 6 gram alcohol uit wijn per dag samen met een
           lager risico op diabetes mellitus type 2.
      De volgende verbanden zijn niet eenduidig:
          Het verband tussen wijnconsumptie en het hoger risico op borstkanker bij vrouwen.
3.8.3 Conclusies ten aanzien van sterke drank
      Er is grote bewijskracht voor de volgende verbanden met hogere risico’s:
          Bij vrouwen hangt consumptie van 0,1 tot 12 versus 0 gram alcohol uit sterke drank
           per dag samen met een ongeveer 10% hoger risico op diabetes mellitus type 2.
          Bij mannen hangt consumptie van >15 versus 0 g alcohol uit sterke drank per dag
           samen met een ongeveer 35% hoger risico op longkanker.
      De volgende verbanden zijn onwaarschijnlijk:
          Het verband tussen consumptie van sterke drank en het risico op diabetes mellitus
           type 2 bij mannen.
          Het verband tussen een hoge consumptie van sterke drank en het risico op
           longkanker bij vrouwen.
      Het volgende verband is niet eenduidig:
          Het verband tussen de consumptie van sterke drank en het risico op borstkanker bij
           vrouwen.
      Er is te weinig onderzoek om een uitspraak te doen over het verband tussen
      alcoholgebruik uit sterke drank en het risico op darmkanker.
      Pagina 32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>               Alcoholhoudende dranken
               GEZONDHEIDSRAAD                                                                                   Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
     4         Conclusies relevant voor de richtlijnen
                                                                                                                                   a,b
Verbanden tussen het gebruik van alcoholhoudende dranken en een hoger risico op chronische ziekten (cohortonderzoek)
Uitkomstmaat                Alcoholgebruik uit bier                                 Alcoholgebruik uit wijn                                  Alcoholgebruik uit sterke drank
Lichaamsgewicht             ♂: 1-2 L bier (40-80 g alcohol)/d → +0,7 kg.
Totale sterfte              ♀: 3-10 vs >0 tot 3 g alcohol/d ↔ risico +15%           ♀: >20 vs >0 tot 3 g alcohol/d ↔ risico +15%
                            ♂: 10-20 vs >0 tot 3 g alcohol/d ↔ risico +10%          ♂: >40 vs >0 tot 3 g alcohol/d ↔ risico +20%
Diabetes mellitus type 2     ♀: verband is onwaarschijnlijk                                                                                  ♀: 0,1 tot 12 vs 0 g alcohol/d ↔ risico +10%
                            ♂: Bier vs geen bier ↔ risico +15%                                                                               ♂: verband is onwaarschijnlijk
Darmkanker                  20-40 vs >0 tot 3 g alcohol/d ↔ risico +35%             20-40 vs >0 tot 3 g alcohol/d ↔ risico +20%
Longkanker                  ♀: >15 vs 0 g alcohol/d ↔ risico +90%                                                                            ♀: verband is onwaarschijnlijk
                            ♂: verband >15 vs 0 g/d met risico is onwaarschijnlijk                                                           ♂: >15 vs 0 g alcohol/d ↔ risico +35%
                                                                                                                                  a,b
Verbanden tussen het gebruik van alcoholhoudende dranken en een lager risico op chronische ziekten (cohortonderzoek)
Uitkomstmaat                Alcoholgebruik uit bier                                 Alcoholgebruik uit wijn                                  Alcoholgebruik uit sterke drank
Totale sterfte                                                                      ♀: >0 tot 10 versus 0 g alcohol/d ↔ risico -20%
                                                                                    ♂: >0 tot 10 versus 0 g alcohol/d ↔ risico -30%
Longkanker                  ♀: >0 tot 5 versus 0 g alcohol/d ↔ risico -20%          >0 tot 12 versus 0 g alcohol/d ↔ risico -25%
                            ♂: 5 tot 15 versus 0 g alcohol/d ↔ risico -20%
  a
         Conclusies in voorgaande tabel zijn niet van toepassing op kinderen, noch op vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven.
               Pagina 33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Alcoholhoudende dranken
GEZONDHEIDSRAAD                              Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
Literatuur
1     Geurts M, Buurma-Rethans E, van der A D, van Rossum C. MEMO: Aanvullende gegevens ter
      ondersteuning van de Richtlijnen Goede Voeding 2015 - resultaten van VCP 2007-2010 en
      voedingsstatusonderzoek. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2015.
2     Brien SE, Ronksley PE, Turner BJ, Mukamal KJ, Ghali WA. Effect of alcohol consumption on
      biological markers associated with risk of coronary heart disease: systematic review and meta-
      analysis of interventional studies. BMJ 2011; 342: d636.
3     Bendsen NT, Christensen R, Bartels EM, Kok FJ, Sierksma A, Raben A e.a. Is beer consumption
      related to measures of abdominal and general obesity? A systematic review and meta-analysis.
      Nutr Rev 2013; 71(2): 67-87.
4     Vries JHMd, Lemmens PHHM, Pietinen P, Kok FJ. Assessment of alcohol consumption. In:
      Mcdonald I, editor. Health issues related to alcohol consumption. Brussels: International Life
      Sciences Institute; 2015: 27-61.
5     Feunekes GI, van 't Veer P, van Staveren WA, Kok FJ. Alcohol intake assessment: the sober facts.
      Am J Epidemiol 1999; 150(1): 105-112.
6     Goldbohm RA, van 't Veer P, van den Brandt PA, van 't Hof MA, Brants HA, Sturmans F e.a.
      Reproducibility of a food frequency questionnaire and stability of dietary habits determined from five
      annually repeated measurements. Eur J Clin Nutr 1995; 49(6): 420-429.
7     Fillmore KM, Stockwell T, Chikritzhs T, Bostrom A, Kerr W. Moderate alcohol use and reduced
      mortality risk: systematic error in prospective studies and new hypotheses. Ann Epidemiol 2007;
      17(5 Suppl):
      S16-S23.
8     Stockwell T, Chikritzhs T, Bostrom A, Fillmore K, Kerr W, Rehm J e.a. Alcohol-caused mortality in
      australia and Canada: scenario analyses using different assumptions about cardiac benefit. J Stud
      Alcohol Drugs 2007; 68(3): 345-352.
9     Tjonneland A, Gronbaek M, Stripp C, Overvad K. Wine intake and diet in a random sample of
      48763 Danish men and women. Am J Clin Nutr 1999; 69(1): 49-54.
10    Sluik D, van LL, Geelen A, Feskens EJ. Alcoholic beverage preference and diet in a representative
      Dutch population: the Dutch national food consumption survey 2007-2010. Eur J Clin Nutr 2014;
      68(3): 287-294.
11    Ferrari P, Licaj I, Muller DC, Kragh AP, Johansson M, Boeing H e.a. Lifetime alcohol use and
      overall and cause-specific mortality in the European Prospective Investigation into Cancer and
      nutrition (EPIC) study. BMJ Open 2014; 4(7): e005245.
Pagina 34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>Alcoholhoudende dranken
GEZONDHEIDSRAAD                              Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
12    Costanzo S, Di CA, Donati MB, Iacoviello L, de GG. Wine, beer or spirit drinking in relation to fatal
      and non-fatal cardiovascular events: a meta-analysis. Eur J Epidemiol 2011; 26(11): 833-850.
13    Di CA, Rotondo S, Iacoviello L, Donati MB, de GG. Meta-analysis of wine and beer consumption in
      relation to vascular risk. Circulation 2002; 105(24): 2836-2844.
14    Nielsen NR, Schnohr P, Jensen G, Gronbaek M. Is the relationship between type of alcohol and
      mortality influenced by socio-economic status? J Intern Med 2004; 255(2): 280-288.
15    Lu M, Ye W, Adami HO, Weiderpass E. Stroke incidence in women under 60 years of age related
      to alcohol intake and smoking habit. Cerebrovasc Dis 2008; 25(6): 517-525.
16    Beulens JW, van der Schouw YT, Bergmann MM, Rohrmann S, Schulze MB, Buijsse B e.a. Alcohol
      consumption and risk of type 2 diabetes in European men and women: influence of beverage type
      and body size The EPIC-InterAct study. J Intern Med 2012; 272(4): 358-370.
17    Cullmann M, Hilding A, Ostenson CG. Alcohol consumption and risk of pre-diabetes and type 2
      diabetes development in a Swedish population. Diabet Med 2012; 29(4): 441-452.
18    Ferrari P, Jenab M, Norat T, Moskal A, Slimani N, Olsen A e.a. Lifetime and baseline alcohol intake
      and risk of colon and rectal cancers in the European prospective investigation into cancer and
      nutrition (EPIC). Int J Cancer 2007; 121(9): 2065-2072.
19    Cho E, Smith-Warner SA, Ritz J, van den Brandt PA, Colditz GA, Folsom AR e.a. Alcohol intake
      and colorectal cancer: a pooled analysis of 8 cohort studies. Ann Intern Med 2004; 140(8): 603-613.
20    Pedersen A, Johansen C, Gronbaek M. Relations between amount and type of alcohol and colon
      and rectal cancer in a Danish population based cohort study. Gut 2003; 52(6): 861-867.
21    Cho E, Smith-Warner SA, Ritz J, van den Brandt PA, Colditz GA, Folsom AR e.a. Alcohol intake
      and colorectal cancer: a pooled analysis of 8 cohort studies. Ann Intern Med 2004; 140(8): 603-613.
22    Smith-Warner SA, Spiegelman D, Yaun SS, van den Brandt PA, Folsom AR, Goldbohm RA e.a.
      Alcohol and breast cancer in women: a pooled analysis of cohort studies. JAMA 1998; 279(7): 535-
      540.
23    Tjonneland A, Christensen J, Olsen A, Stripp C, Thomsen BL, Overvad K e.a. Alcohol intake and
      breast cancer risk: the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition (EPIC).
      Cancer Causes Control 2007; 18(4): 361-373.
24    Zhang Y, Kreger BE, Dorgan JF, Splansky GL, Cupples LA, Ellison RC. Alcohol consumption and
      risk of breast cancer: the Framingham Study revisited. Am J Epidemiol 1999; 149(2): 93-101.
25    Jain MG, Ferrenc RG, Rehm JT, Bondy SJ, Rohan TE, Ashley MJ e.a. Alcohol and breast cancer
      mortality in a cohort study. Breast Cancer Res Treat 2000; 64(2): 201-209.
Pagina 35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>Alcoholhoudende dranken
GEZONDHEIDSRAAD                            Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
26    Mattisson I, Wirfalt E, Wallstrom P, Gullberg B, Olsson H, Berglund G. High fat and alcohol intakes
      are risk factors of postmenopausal breast cancer: a prospective study from the Malmo diet and
      cancer cohort.
      Int J Cancer 2004; 110(4): 589-597.
27    Petri AL, Tjonneland A, Gamborg M, Johansen D, Hoidrup S, Sorensen TI e.a. Alcohol intake, type
      of beverage, and risk of breast cancer in pre- and postmenopausal women. Alcohol Clin Exp Res
      2004; 28(7): 1084-1090.
28    Li Y, Baer D, Friedman GD, Udaltsova N, Shim V, Klatsky AL. Wine, liquor, beer and risk of breast
      cancer in a large population. Eur J Cancer 2009; 45(5): 843-850.
29    Freudenheim JL, Ritz J, Smith-Warner SA, Albanes D, Bandera EV, van den Brandt PA e.a.
      Alcohol consumption and risk of lung cancer: a pooled analysis of cohort studies. Am J Clin Nutr
      2005; 82(3):
      657-667.
30    Chao C. Associations between beer, wine, and liquor consumption and lung cancer risk: a meta-
      analysis. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 2007; 16(11): 2436-2447.
31    Chao C, Li Q, Zhang F, White E. Alcohol consumption and risk of lung cancer in the VITamins And
      Lifestyle Study. Nutr Cancer 2011; 63(6): 880-888.
Pagina 36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>  Alcoholhoudende dranken
  GEZONDHEIDSRAAD                       Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015
A De commissie
     prof. dr. ir. D. Kromhout, vicevoorzitter Gezondheidsraad (tot 1 januari 2015),
      Den Haag, voorzitter
     prof. dr. ir. J. Brug, hoogleraar epidemiologie, VU medisch centrum, Amsterdam
     prof. dr. A.W. Hoes, hoogleraar klinische epidemiologie en huisartsgeneeskunde,
      Universitair Medisch Centrum Utrecht
     dr. J.A. Iestra, voedingskundige, Universitair Medisch Centrum Utrecht
     prof. dr. H. Pijl, hoogleraar diabetologie, Leids Universitair Medisch Centrum, lid
      (tot 1 april 2015), adviseur (vanaf 1 april 2015)
     prof. dr. J.A. Romijn, hoogleraar inwendige geneeskunde, Academisch Medisch
      Centrum, Amsterdam
     prof. dr. ir. J.C. Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid, Vrije Universiteit,
      Amsterdam
     prof. dr. ir. P. van 't Veer, hoogleraar voeding, volksgezondheid en duurzaamheid,
      Wageningen Universiteit en Research Centrum, lid (tot 1 juni 2015), adviseur
      (vanaf 1 juni 2015)
     prof. dr. ir. M. Visser, hoogleraar gezond ouder worden, Vrije Universiteit en VU
      medisch centrum, Amsterdam
     prof. dr. J.M. Geleijnse, hoogleraar voeding en cardiovasculaire ziekten,
      Wageningen Universiteit en Research Centrum, adviseur
     prof. dr. J.B van Goudoever, hoogleraar kindergeneeskunde, VU medisch centrum
      en Academisch Medisch Centrum, Amsterdam, adviseur
     prof. dr. M.T.E. Hopman, hoogleraar integratieve fysiologie, Radboud universitair
      medisch centrum, Nijmegen, adviseur
     prof. dr. ir. R.P. Mensink, hoogleraar moleculaire voedingskunde, Universiteit
      Maastricht, adviseur
     prof. dr. ir. A.M.W.J. Schols, hoogleraar voeding en metabolisme bij chronische
      ziekten, Universiteit Maastricht, adviseur
     prof. dr. ir. M.H. Zwietering, hoogleraar levensmiddelenmicrobiologie, Wageningen
      Universiteit en Research Centrum, adviseur
     ir. C.A. Boot, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Den Haag,
      waarnemer
     dr. ir. J. de Goede, Gezondheidsraad, Den Haag, secretaris
     dr. ir. C.J.K. Spaaij, Gezondheidsraad, Den Haag, secretaris
     dr. ir. R.M. Weggemans, Gezondheidsraad, Den Haag, secretaris
  Pagina 37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>Gezondheidsraad
Adviezen
De taak van de Ge­z ond­h eids­r aad lieden. Met enige regelmaat
is mi­n is­t ers en parlement te     brengt de Gezondheidsraad ook
advise­r en over vraag­s tukken op   ongevraag­d e adviezen uit, die
het gebied van de volksgezond­       een signale­r ende functie hebben.
heid. De meeste ad­v ie­z en die de  In sommige gevallen leidt een
Gezondheidsraad jaar­lijks uit­      signalerend advies tot het verzoek
brengt worden ge­s chre­v en op      van een minister om over dit
verzoek van een van de bewinds­      onderwerp verder te adviseren.
Aandachtsgebieden
Optimale                             Preventie                          Gezonde voeding
gezondheidszorg                      Met welke vormen van               Welke voedingsmiddelen
Wat is het optimale                  preventie valt er een              bevorderen een goede
resultaat van zorg                   aanzienlijke gezond-               gezondheid en welke
(cure en care) gezien                heidswinst te behalen?             brengen bepaalde gezond­
de risico’s en kansen?                                                  heidsri­s ico’s met zich mee?
Gezonde                              Gezonde arbeids­                   Innovatie en
leefomgeving                         omstandigheden                     kennisinfrastructuur
Welke invloeden uit                  Hoe kunnen werk-­                  Om kennis te kunnen
het milieu kunnen een                nemers beschermd                   oogsten op het gebied
positief of negatief                 worden tegen arbeids­              van de gezondheids­
effect hebben op de                  omstandigheden                     zorg moet er eerst
gezondheid?                          die hun gezondheid                 gezaaid worden.
                                     mogelijk schaden?
www.gezondheidsraad.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>