<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
De Voorzitter van de Tweede Kamer                                                  Bezoekadres:
der Staten-Generaal                                                                Parnassusplein 5
Postbus 20018                                                                      2511 VX Den Haag
                                                                                   www.rijksoverheid.nl
2500 EA DEN HAAG
                                                                                   Kenmerk
                                                                                   874310-144513-CZ
                                                                                   Bijlage(n)
                                                                                   Correspondentie uitsluitend
                                                                                   richten aan het retouradres
                                                                                   met vermelding van de
Datum           8 maart 2016                                                       datum en het kenmerk van
Betreft         Reactie Gezondheidsraadrapport Hemofilie, hiv en de Wbmv           deze brief.
Geachte voorzitter,
Hierbij stuur ik u mijn reactie op het rapport van de Gezondheidsraad ‘Hemofilie,
hiv en de Wbmv’, dat de Gezondheidsraad op 21 april 2015 heeft uitgebracht.
Aanleiding en vraagstelling
Met mijn brieven van 11 maart 2013 en 17 januari 2014 heb ik de
Gezondheidsraad gevraagd om de kwaliteitssystemen voor hemofiliezorg en hiv-
zorg te beoordelen en hierover advies aan mij uit te brengen met oog op
eventuele uitstroom van de hemofiliezorg uit artikel 8 van de Wet Bijzondere
Medische Verrichtingen (WBMV). Doordat zowel de hemofiliebehandeling als de
hiv-behandeling sinds 2012 zijn ondergebracht in het vrij onderhandelbare
segment is de beperking van financiering tot via artikel 8 aangewezen instellingen
immers niet meer van toepassing.
Met mijn adviesaanvraag gaf ik gehoor aan de zorgen van enkele Kamerleden die
naar voren werden gebracht tijdens de behandeling van de begroting van VWS
voor het jaar 2012. Er werden zorgen geuit over mogelijk kwaliteitsverlies van de
hemofilie en hiv-zorg als gevolg van uitstroom uit de WBMV. Ik heb de
Gezondheidsraad gevraagd te beoordelen of het kwaliteitssysteem sluitend is en of
de onderliggende kwaliteitsrichtlijnen, waarvan ik de ontwikkeling financieel
ondersteund heb, adequaat zijn om verantwoorde zorg te kunnen borgen.
Advies Gezondheidsraad
De Gezondheidsraad komt tot de conclusie dat de kwaliteitssystemen
complete, internationaal gedragen en adequate normen neerleggen waaraan
behandelcentra dienen te voldoen om kwalitatief goede zorg te garanderen. De
Gezondheidsraad stelt daarbij dat de kwaliteitsystemen op zichzelf niet voldoende
zijn om de kwaliteit van zorg te waarborgen, indien verzekeraars er niet aan
gehouden zijn om de zorginkoop te beperken tot gecertificeerde centra. Als de hiv-
en hemofiliezorg namelijk niet langer in geselecteerde gespecialiseerde centra
plaatsvindt, kan dat volgens de Gezondheidsraad ten koste gaan van een goed
georganiseerde multidisciplinaire behandeling en het in stand houden van de
expertise. Ook stelt de Gezondheidsraad dat de beheersing van de kosten van de
hemofiliebehandeling onder druk komt te staan, aangezien behandeling met de
dure stollingsproducten intensieve begeleiding vergt. Bij hiv ontstaan bovendien
risico’s voor de volksgezondheid vanwege de overdraagbaarheid van de ziekte. De
Gezondheidsraad doet daarom de aanbeveling om het certificeringsysteem te
ondersteunen met aanvullende regelgeving.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Beleidsreactie
Ik ben van mening dat voor zowel hiv- en hemofiliezorg concentratie nog altijd
van groot belang is, vanwege de complexiteit, kostbaarheid en in het geval van
hiv, de overdraagbaarheid. In de afgelopen periode heb ik met het veld gesproken
over de vraag in hoeverre overheidsbemoeienis in de vorm van de WBMV nog
noodzakelijk is om kwalitatief goede hiv- en hemofiliezorg te kunnen garanderen.
Hierbij is van belang dat de “artikel 8-status” van hiv- en hemofiliezorg in het
huidige systeem in theorie geen waarborg meer kan bieden voor kwaliteit en
concentratie. Immers, als gevolg van de invoering van de prestatiebekostiging is
de specifieke vergoeding voor hiv- en hemofiliezorg via het functiegericht budget
verdwenen. De vergoeding voor hiv- en hemofilie zorg geschiedt nu via tarieven in
het vrije segment1. Dat betekent dat iedere zorgaanbieder deze zorg kan
declareren bij de verzekeraars2. In de praktijk blijkt echter dat verzekeraars op dit
moment alleen bij instellingen inkopen die aangewezen zijn op grond van artikel 8
van de WBMV.
De kwaliteit van hemofilie en hiv-zorg wordt gelijk aan andere vormen van
medisch specialistische zorg gewaarborgd door de instrumenten die het reguliere
zorgsysteem daarvoor kent: in de eerste plaats door het kwaliteits- en
certificeringssysteem dat de beroepsgroepen de afgelopen jaren met subsidie van
VWS hebben ontwikkeld en waarvan de Gezondheidsraad heeft gezegd dat het
complete, internationaal gedragen en adequate normen zijn. Zorgverzekeraars
kunnen hierdoor selectief inkopen door alleen de zorg in te kopen bij
zorginstellingen die gecertificeerd zijn. Daarnaast is er risicogestuurd toezicht door
de IGZ op grond van de Kwaliteitswet zorginstellingen.
Uit de gesprekken met het veld is mij gebleken dat het als onwenselijk wordt
gezien om de WBMV-status op dit moment te beëindigen. Vooral het oordeel van
de IGZ laat ik daarin zwaar mee wegen. Daarnaast geven verzekeraars aan in te
zullen kopen bij artikel 8 aanbieders, maar door artikel 13 Zvw gehouden zijn ook
geleverde zorg door andere aanbieders te vergoeden. Ik zal de WBMV-status nu
dan ook niet beëindigen. Op grond van de Zorgverzekeringswet moeten
zorgverzekeraars zich ervan vergewissen dat de zorg die zij inkopen van goede
kwaliteit is3. Ik verwacht dan ook van zorgverzekeraars dat zij de certificering op
basis van de kwaliteitssystemen een rol gaan laten spelen in de inkoop. Als ik de
komende jaren signalen krijg dat er voldoende selectief ingekocht wordt zal ik
opnieuw bezien of de WBMV-status beëindigd kan worden.
Hoogachtend,
de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
mw. drs. E.I. Schippers
1
  Kamerstuk 32620, nr. 43, vergaderjaar 2011-2012
2
  Voor de vergoeding van stollingsfactoren voor hemofiliezorg is het echter nog wel nodig om
een WBMV-aanwijzing te hebben. NZA-beleidsregel BR/CU-2136, Prestaties en tarieven
medisch specialistische zorg, artikel 13.4
3
  Kamerstuk 29763, nr.3, vergaderjaar 2003-2004, Memorie van toelichting
zorgverzekeringswet, pagina 43.
                                                                                             Pagina 2 van 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>