<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
                                                                                 Bezoekadres:
De Voorzitter van de Tweede Kamer                                                Parnassusplein 5
der Staten-Generaal                                                              2511 VX Den Haag
Postbus 20018                                                                    T 070 340 79 11
                                                                                 F 070 340 78 34
2500 EA Den Haag                                                                 www.rijksoverheid.nl
                                                                                 Ons kenmerk
                                                                                 1041294-157744-MEVA
                                                                                 Bijlage(n)
                                                                                 4
Datum 17 mei 2018                                                                Uw kenmerk
                                                                                 2016Z19706
Betreft Commissiebrief Tweede Kamer inzake Aanbieding advies 'Onderzoek
waarvan je beter wordt' van GR
                                                                                 Correspondentie uitsluitend
                                                                                 richten aan het retouradres
                                                                                 met vermelding van de datum
                                                                                 en het kenmerk van deze
                                                                                 brief.
Geachte voorzitter,
Mijn ambtsvoorganger vroeg in september 2014 om advies van de
Gezondheidsraad (GR) hoe het onderzoek van de universitaire medische centra
(umc’s) meer dan nu kan bijdragen aan de kwaliteit en betaalbaarheid van
preventie en gezondheidszorg. Daarop publiceerde de GR 12 oktober 2016 het
advies ‘Onderzoek waarvan je beter wordt’ (zie bijlage). Mijn ambtsvoorganger
heeft ten tijde van het demissionaire kabinet de reactie op het rapport aan het
huidige kabinet over gelaten. Door drukte zijn we niet eerder toegekomen aan een
reactie. Met deze brief informeer ik u over dit advies en reageer ik mede namens
de minister van OCW en de minister en staatssecretaris van VWS op de
aanbevelingen.
Dit advies valt onder een breder vraagstuk over de maatschappelijke impact van
wetenschappelijk onderzoek, en sluit aan bij de beweging die al gaande is in het
kader van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). De sector heeft op dit gebied
niet stil gezeten, want 22 maart jongstleden overhandigde de voorzitter van de
Nederlandse Federatie van umc’s (NFU) de kennisagenda’s Preventie, Personalised
Medicine en Regeneratieve Geneeskunde aan de minister van OCW en de
staatssecretaris van VWS. Ik bied deze mede namens hen aan uw Kamer aan.
Deze kennisagenda’s bouwen voort op drie routes uit de NWA: ‘personalised
medicine’, ‘regeneratieve geneeskunde’ en ‘gezondheidszorgonderzoek, preventie
en behandeling’. VWS stimuleert haar kennispartners, waaronder ZonMw, om
actief de verbinding met de NWA te zoeken.
Ik dank de NFU, ZonMw en de maatschappelijke en wetenschappelijke partners
met wie deze kennisagenda’s zijn opgesteld voor hun inbreng. De agenda’s richten
zich op verschillende wetenschappelijke en maatschappelijke vraagstukken door
fundamenteel onderzoek te verbinden met toepassingsgericht en praktijkgericht
onderzoek. Dat is precies wat de NWA beoogt. De minister van OCW heeft de
afgelopen maanden overlegd met de Kenniscoalitie en andere departementen over
de opdracht aan NWO (Kamerstuk 29 339, nr. 158). Binnen dit nieuwe NWA-
programma, dat op 24 mei 2018 start bij NWO, wordt voortgebouwd op de
                                                                                 Pagina 1 van 3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>ervaringen met een bestaand instrument: de NWA-startimpuls. Er liggen natuurlijk
kansen om de kennisagenda’s binnen dit programma verder uit te werken.
De sector heeft zelf een belangrijke rol bij de uitvoering van deze kennisagenda’s.
Umc’s spelen daarbij een belangrijke rol. In het GR advies wordt geconcludeerd
dat de Nederlandse umc’s op wetenschappelijk gebied tot de wereldtop behoren,
maar dat de bijdrage daarvan aan de kwaliteit en betaalbaarheid van preventie en
gezondheidszorg voor verbetering vatbaar is. De GR stelt dat het umc zich moet
blijven richten op de hele keten van fundamenteel tot en met toegepast medisch-
specialistisch onderzoek, maar zich daarnaast veel sterker ontwikkelt tot regionale
academische motor voor zorg en preventie in de volle breedte.
De GR stelt ook dat de huidige inrichting van geldstromen het onderzoek naar de
kwaliteit en doelmatigheid van zorg onvoldoende stimuleert. ZonMw speelt een
belangrijke rol in het verdelen van VWS middelen voor zulk onderzoek, maar de
GR stelt dat het budget van ZonMw tussen 2010 en 2016 is gehalveerd. Deze
bewering moet echter genuanceerd worden. Uit de gerealiseerde jaarcijfers en
goedgekeurde programma’s blijkt namelijk een stijgend budget vanaf 2014, met
in 2018 een vergelijkbaar uitgavenniveau als in 2010.
Een plan van aanpak voor meer regionale kennissamenwerking
Ik ondersteun het advies van de GR dat meer duurzame, regionale
samenwerkingsverbanden nodig zijn van umc’s met zorg- en hulpverleners binnen
de cure, care en preventie, zodat de bijdrage van umc onderzoek aan de kwaliteit
en betaalbaarheid van preventie en gezondheidszorg verbetert. De betrokkenheid
van de umc’s bij de NWA en de daaruit voortkomende kennisagenda’s laat zien
dat de umc’s hier al mee aan de slag zijn gegaan. Om deze trend door te zetten
en onderzoek steeds beter aan te sluiten op vraagstukken uit de praktijk, is het
van belang een aanpak te kiezen waar umc’s en andere relevante partijen zelf
achter staan. Daarom verzoek ik de NFU om in het eerste kwartaal van 2019
samen met relevante andere partijen een plan op te leveren hoe umc’s hun rol als
regionale academische motor nog beter kunnen invullen, zodat meer en sterkere
verbindingen worden gelegd in de hele kennisketen. Dit is ook een voorwaarde
voor een goede uitvoering van de drie kennisagenda’s.
Daarbij vind ik het belangrijk dat een breed palet aan partijen betrokken wordt,
waaronder patiënten, verzekeraars, gemeenten, huisartsen en kennisinstellingen
zoals ZonMw. Dit geldt evenzeer voor bestaande samenwerkingsverbanden, zoals
de Academische Werkplaatsen Publieke Gezondheid, en de Academische
Werkplaatsen Ouderenzorg. Zijn dit soort samenwerkingsverbanden ook mogelijk
op andere terreinen? Ook onderzoek naar de kwaliteit en doelmatigheid van zorg
moet worden meegenomen, omdat de GR constateert dat daar relatief weinig
fondsen voor beschikbaar zijn, buiten het Fonds Alledaagse Ziekten. Dit plan van
aanpak dient tevens de synergie te bevorderen tussen onderzoek door umc’s en
onderzoek naar topklinische zorg door topklinische ziekenhuizen.
In het plan verwacht ik dat de volgende oplossingsrichtingen die door de GR zijn
aangedragen terugkomen:
- Hoe kan de aanstelling van hoogleraren en promovendi ‘die met één been in de
  praktijk staan’ gestimuleerd worden?
- Hoe kan de spreiding van promovendi bevorderd worden over curatieve
  gezondheidszorg en minder goed bedeelde gebieden, zoals langdurige zorg,
                                                                                    Pagina 2 van 3
  preventie en eerstelijnszorg, en hoe kan worden bevorderd dat promovendi een
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>  gedegen en brede opleiding krijgen?
- Hoe denken partijen over:
  o Methodologische helpdesks op umc’s om onderzoekers in een vroegtijdig
    stadium bij te staan.
  o Stimuleren van innovatieve onderzoeksdesigns die beter aansluiten bij de
    complexe realiteit.
  o Toegevoegde waarde van disciplines als economie, gedragswetenschappen en
    andere sociale wetenschappen in umc-onderzoek.
- Hoe kan vrije toegang tot onderzoeksgegevens, onderzoeksprotocollen, en
  publicaties die tot stand zijn gekomen met publieke financiering (conform
  adviezen in Kamerstuk 32793, nr. 276) worden bevorderd?
Daarnaast vind ik het belangrijk dat de praktijkimpact van onderzoek beter
inzichtelijk wordt gemaakt, en dat het plan aangeeft hoe bepaald kan worden of
uitvoering ervan de verwachte resultaten levert. Op welke wijze kan dit de
komende jaren onafhankelijk worden gemonitord en hoe worden de ervaringen
van andere partijen dan de umc’s daarbij betrokken?
Tot slot
Er zijn veel mogelijkheden om de maatschappelijke impact van umc-onderzoek
verder te vergroten. Ik kijk daarom uit naar het plan dat de NFU in het eerste
kwartaal van 2019 samen met relevante andere partijen zal opleveren en
waarvoor het GR-advies concrete aangrijpingspunten biedt.
Hoogachtend,
de minister voor Medische Zorg
en Sport,
Bruno Bruins
                                                                               Pagina 3 van 3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>