<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Aan de minister van Infrastructuur en Milieu
Datum: 21 augustus 2017        Uw kenmerk: IENM/BSK-2016/48892                       E-mail:    s.kunst@gr.nl
Bijlagen:   1                  Ons kenmerk: 1196614/SK/msj/006-X                     Telefoon: 070 340 71 70
Onderwerp: Briefadvies Rijgeschiktheid bij curatief behandelde hersentumoren         Publicatienr. 2017/12
Geachte minister,
Op 14 maart 2016 verzocht u mij een advies uit te brengen over rijgeschiktheid bij een curatief behandelde
hersentumor. Daarnaast verzocht u om een aanvullend advies over rijgeschiktheid bij een hypofysetumor.
Aanleiding voor uw adviesverzoeken zijn problemen die zich in de praktijk blijken voor te doen bij de
toepassing van twee bepalingen uit de Regeling eisen geschiktheid (REG2000). De tekst van de
REG2000 is gebaseerd op een eerder advies van de Gezondheidsraad over rijgeschiktheid en
hersentumoren, uit 2010. In paragraaf 7.5.1 van de regeling staat dat voor personen met een curatief
behandelde hersentumor een geschiktheidstermijn geldt van drie jaar (paragraaf 7.5.1). Deze bepaling
blijkt in de praktijk soms onnodig beperkend. Daarnaast is gebleken dat bepaling paragraaf 7.5.2 van de
REG2000 ten aanzien van personen met een hypofysetumor tot uitvoeringsproblemen leidt.
In het voor u liggende briefadvies heeft de vaste Commissie Rijgeschiktheid van de Gezondheidsraad een
oplossing gezocht voor beide kwesties. De aanbevelingen van de commissie zijn uitgewerkt in de vorm
van een voorstel tot aanpassing van de REG2000 (bijlage A).
Hersentumoren en rijgeschiktheid
Een doorslaggevende factor bij de beoordeling van iemands rijgeschiktheid is de vraag of de persoon in
kwestie functiestoornissen heeft die met de rijgeschiktheid interfereren. Op basis van de huidige regeling
moet iemand die curatief is behandeld voor een hersentumor, genezen is verklaard en niet meer onder
controle staat van de behandelend specialist, elke drie jaar worden gekeurd om in aanmerking te komen
voor een rijbewijs uit ‘groep 1’ (besturing van personenauto’s en motorrijwielen).
Desgevraagd vindt de commissie dat dit voorschrift nuancering behoeft. Wanneer bij patiënten met een
curatief behandelde hersentumor geen sprake is van met de rijgeschiktheid interfererende
functiestoornissen, kan wat de commissie betreft de geschiktheidstermijn voor groep 1-rijbewijzen worden
aangepast van drie jaar naar onbeperkt.
Hypofysetumoren en rijgeschiktheid
Op basis van de paragraaf 7.5.2 van de REG2000 worden personen met een hypofysetumor in sommige
gevallen rijongeschikt verklaard. Wanneer de therapie uit medicatie bestaat of als er een afwachtend
beleid wordt gehanteerd, komt de persoon in kwestie op dit moment niet in aanmerking voor een rijbewijs
in groep 2 (besturing van vrachtwagens en autobussen).
Ook hier vindt de commissie desgevraagd dat de wettelijke bepaling nuancering behoeft. In paragraaf
7.5.2b van het voorstel tot aanpassing van de REG2000 (bijlage A) stelt de commissie dat de persoon in
kwestie bij een minimaal drie maanden stabiel klinisch beeld en bij afwezigheid van met de rijgeschiktheid
interfererende functiestoornissen rijgeschikt kan worden bevonden voor groep-2 rijbewijzen.
                              Briefadvies Rijgeschiktheid bij curatief behandelde hersentumoren | Publicatienr. 2017/12 | Pagina 1 van 5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Verder dient de keuring volgens de huidige regeling (inleiding paragraaf 7.5) te worden verricht door een
neuroloog. Personen met een hypofysetumor worden echter vaak behandeld door een internist en soms
(bij een gezichtsveldbeperking) ook door een oogarts. De keuring zou bij deze personen dus beter kunnen
gebeuren door een internist. De commissie beveelt aan dit aan de regeling toe te voegen.
Ik onderschrijf de bevindingen en het advies van de commissie Rijgeschiktheid.
Met vriendelijke groet,
prof. dr. W.A. van Gool,
voorzitter
                         Briefadvies Rijgeschiktheid bij curatief behandelde hersentumoren | Publicatienr. 2017/12 | Pagina 2 van 5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>  Bijlage
A Tekstvoorstel wijziging in de REG2000
  7.5 Intracraniële tumoren
  Met ‘intracraniële tumoren’ worden alle tumoren bedoeld die binnen de schedel kunnen ontstaan. Het
  betreft zowel binnen de hersenen gelegen tumoren (hersentumoren in strikte zin) als buiten de hersenen
  gelegen tumoren (tumoren uitgaande van de hersenvliezen of de hersenzenuwen). Voor beide
  categorieën geldt dat er zowel goedaardige als kwaadaardige tumoren zijn. Ook metastasen in hersenen
  of hersenvliezen van primaire maligne tumoren die buiten de hersenen zijn gelegen moeten tot de
  intracraniële tumoren worden gerekend.
  Veel intracraniële tumoren kunnen aanleiding geven tot epileptische aanvallen. Ook kunnen intracraniële
  tumoren aanleiding geven tot lichamelijke en geestelijke uitvalsverschijnselen, die zich als functiestoornissen
  uiten. Zowel epileptische aanvallen als lichamelijke en geestelijke uitvalsverschijnselen kunnen interfereren
  met de geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen. Voor de normen zie hoofdstuk 3, paragrafen 7.2,
  7.7 en 8.6.
  De meest voorkomende primaire hersentumoren in strikte zin zijn de gliomen, waarvan diverse typen en
  gradaties bestaan. Deze verschillende soorten gliomen hebben met elkaar gemeen dat ze vrijwel altijd
  ongeneeslijk zijn. Dat gliomen ongeneeslijk zijn wil niet zeggen dat ze onbehandelbaar zijn: vrijwel alle
  patiënten bij wie een glioom is vastgesteld zullen enige vorm van behandeling (operatie, bestraling,
  chemotherapie, al dan niet in combinatie met corticosteroïden of anti-epileptica) of een combinatie van
  behandelingen ondergaan. Maar vroeg of laat zal recidief tumorgroei optreden en zullen als gevolg
  daarvan bestaande verschijnselen toenemen of nieuwe verschijnselen ontstaan. Dat betekent dat een
  ‘stabiele situatie’ altijd tijdelijk is. Soms duurt deze situatie niet langer dan weken of maanden, maar soms
  kan zij (in geval van laaggradige gliomen) tot meer dan tien jaar voortduren. Voor hersenmetastasen geldt
  in grote lijnen hetzelfde wat voor gliomen geldt: behandeling kan tot tijdelijke stabilisatie leiden, maar
  vroeger of later treedt progressie van de ziekte op en kunnen nieuwe verschijnselen optreden.
  Sommige, meer zeldzame, intracerebrale tumoren (zoals pilocytaire astrocytomen, craniopharyngiomen
  en pinealomen) kunnen wel curatief worden behandeld en bij deze patiënten zal dus na behandeling in
  een groot aantal gevallen van een blijvend stabiele situatie kunnen worden gesproken.
  Voor de meeste (maar zeker niet alle) extracerebraal gelegen tumoren geldt dat ze curatief kunnen
  worden behandeld. Zo kunnen meningeomen, die uitgaan van de hersenvliezen, hypofysetumoren,
  acousticusneurinomen (die in de zogenaamde brughoek zijn gelokaliseerd) vaak zodanig worden
  behandeld (met operatie en/of radiotherapie en/of medicamenten), dat de patiënt na behandeling in een
  blijvend stabiele situatie komt.
  Een intracraniële tumor kan ook bij toeval worden ontdekt, bij voorbeeld als een CT-scan wordt
  vervaardigd na een schedel-/hersentrauma. Bij een klein meningeoom, dat nooit tot symptomen aanleiding
  heeft gegeven, kan – afhankelijk van grootte en lokalisatie – in sommige gevallen worden besloten tot een
  afwachtend (‘wait and see’-) beleid.
                                Briefadvies Rijgeschiktheid bij curatief behandelde hersentumoren | Publicatienr. 2017/12 | Pagina 3 van 5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Voor de beoordeling van de geschiktheid van personen met een (status na) intracraniële tumor is altijd een
specialistisch rapport vereist dat is opgesteld door een neuroloog. Alleen in geval van een hypofysetumor
moet het rapport worden opgesteld door een internist/endocrinoloog.
Aan beroepsmatig gebruik van een groep 1-rijbewijs (besturing van personenauto’s en motorrijwielen)
door personen met een intracraniële tumor moeten strenge eisen worden gesteld. Personen met een
intracraniële tumor die voldoen aan de hieronder gestelde eisen voor het groep 1-rijbewijs, maar niet
voldoen aan de hieronder geformuleerde eisen voor het groep 2-rijbewijs (besturing van vrachtwagens en
autobussen), kunnen in beginsel alleen geschikt worden verklaard als de rijbevoegdheid wordt beperkt tot
het besturen van motorrijtuigen voor privégebruik.
Op speciaal verzoek kan – in individuele gevallen – een uitzondering worden gemaakt op de beperking tot
privégebruik. Voor een termijn van vijf jaar kunnen deze personen geschikt worden verklaard voor beperkt
beroepsmatig vervoer, niet zijnde vervoer van personen, of het onder toezicht doen besturen van derden,
voor maximaal vier uur per dag. Voorwaarden zijn een keuring door een neuroloog en een verklaring van
de werkgever volgens een door het CBR vastgesteld model.
Voor alle onderstaande gevallen geldt dat een tussentijdse verandering in de klinische situatie als gevolg
van tumorprogressie aanleiding moet zijn om de rijgeschiktheid opnieuw te beoordelen.
7.5.1 Intracraniële tumoren waarvoor (ondanks behandeling) medische controle noodzakelijk blijft
Met ‘intracraniële tumoren waarvoor medische controle noodzakelijk blijft’ worden zowel in als buiten de
hersenen gelegen intracraniële tumoren bedoeld, waarbij geregelde specialistische controle noodzakelijk
blijft omdat de tumor op grond van de aard van de weefseldiagnose (bij voorbeeld een glioom) of op grond
van het feit dat de tumor bij operatie niet geheel kon worden verwijderd (bij voorbeeld een basaal
gelokaliseerd meningeoom).
a       Als een minimaal drie maanden durend stabiel klinisch beeld is ontstaan en bij afwezigheid van met
        de geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen interfererende lichamelijke of geestelijke
        functiestoornissen, kunnen personen geschikt worden geacht voor groep 1-rijbewijzen voor een
        termijn van maximaal drie jaar. Bij het vermoeden van een lichamelijke of geestelijke functiestoornis,
        die mogelijk interfereert met de rijgeschiktheid is voor de beoordeling van de geschiktheid een rijtest
        vereist met een deskundige op het gebied van de praktische geschiktheid van het CBR. Het CBR
        heeft voor de rijtest een uitvoerig protocol.
b       Personen met een niet curatief behandelde intracraniële tumor zijn ongeschikt voor groep 2-
        rijbewijzen.
7.5.2 Intracraniële tumoren die curatief zijn behandeld, dan wel waarvoor een afwachtend (wait and
        see-) beleid is afgesproken
Met ‘intracraniële tumoren die curatief zijn behandeld dan wel waarvoor een afwachtend beleid is
afgesproken’ worden zowel in als buiten de hersenen gelegen intracraniële tumoren bedoeld, waarbij een
geslaagde curatieve behandeling heeft plaatsgevonden en waarbij vanaf enig moment geregelde
specialistische controle niet meer noodzakelijk is.
a       Als een minimaal drie maanden durend stabiel klinisch beeld is ontstaan, controleafspraken nog
        noodzakelijk worden geacht en bij afwezigheid van met de geschiktheid tot het besturen van
                            Briefadvies Rijgeschiktheid bij curatief behandelde hersentumoren | Publicatienr. 2017/12 | Pagina 4 van 5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>      motorrijtuigen interfererende lichamelijke of geestelijke functiestoornissen, kunnen personen geschikt
      worden bevonden voor groep 1-rijbewijzen voor een termijn van maximaal vijf jaar. Hierbij volstaat
      een aantekening van de medisch specialist. Vanaf het moment dat van een zodanig stabiele situatie
      sprake is dat specialistische controle niet meer noodzakelijk wordt geacht, geldt onbeperkte
      rijgeschiktheid. Bij het vermoeden van een lichamelijke of geestelijke functiestoornis die mogelijk
      interfereert met de rijgeschiktheid is voor de beoordeling van de geschiktheid een rijtest vereist met
      een deskundige op het gebied van de praktische geschiktheid van het CBR. Het CBR heeft voor de
      rijtest een uitvoerig protocol.
b     Als een minimaal drie maanden durend stabiel klinisch beeld is ontstaan, controleafspraken nog
      noodzakelijk worden geacht en bij afwezigheid van met de geschiktheid tot het besturen van
      motorrijtuigen interfererende lichamelijke of geestelijke functiestoornissen, kunnen personen geschikt
      worden bevonden voor groep 2-rijbewijzen voor een termijn van maximaal drie jaar. Vanaf het
      moment dat van een zodanig stabiele situatie sprake is dat specialistische controle niet meer
      noodzakelijk wordt geacht, geldt onbeperkte rijgeschiktheid.
7.5.3 Intracraniële tumoren die bij toeval zijn vastgesteld en waarvoor geen behandeling
      noodzakelijk wordt geacht
Met ‘intracraniële tumoren die bij toeval zijn vastgesteld en waarvoor geen behandeling noodzakelijk wordt
geacht’ worden intracraniële tumoren bedoeld die bij beeldvormend onderzoek als toevalsbevinding
worden vastgesteld en die geen aanleiding hebben gegeven tot neurologische verschijnselen in de zin van
epileptische aanvallen of functiestoornissen.
a     Als controleafspraken nog noodzakelijk worden geacht kunnen personen geschikt worden bevonden
      voor groep 1-rijbewijzen voor een termijn van maximaal vijf jaar. Hierbij volstaat een aantekening van
      een medisch specialist. Vanaf het moment dat van een zodanig stabiele situatie sprake is dat
      specialistische controle niet meer noodzakelijk wordt geacht, geldt onbeperkte rijgeschiktheid.
b     Als controleafspraken nog noodzakelijk worden geacht kunnen personen geschikt worden bevonden
      voor groep 2-rijbewijzen voor een termijn van maximaal drie jaar. Vanaf het moment dat van een
      zodanig stabiele situatie sprake is dat specialistische controle niet meer noodzakelijk wordt geacht,
      geldt onbeperkte rijgeschiktheid.
                           Briefadvies Rijgeschiktheid bij curatief behandelde hersentumoren | Publicatienr. 2017/12 | Pagina 5 van 5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>