<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Gezondheid en langer
doorwerken
Aan: de minister en staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Nr. 2018/14, Den Haag 26 juni 2018
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                                                            Gezondheid en langer doorwerken | pagina 2 van 44
inhoud
   Samenvatting                                        3 04 Potentiële randvoorwaarden voor
                                                            langer doorwerken                                            19
01 Inleiding                                          5    4.1  Individuele factoren                                     19
   1.1  Overheidsbeleid voor langer doorwerken        5    4.2  Organisatiefactoren                                      20
   1.2  Adviesvraag minister                          5    4.3  Beleidsmatige factoren                                   21
   1.3  Commissie en werkwijze                        7    4.4  Bevindingen in perspectief                               22
   1.4  Definities                                    8
                                                         05 Effectiviteit van maatregelen                                23
02 Ouder worden, arbeids-                                   5.1  Werkwijze bij evaluatie onderzoek                        23
   deelname en gezondheid                             9    5.2  Maatregelen bij oudere werkenden                         24
   2.1  Ontwikkeling arbeidsdeelname                10     5.3  Maatregelen bij alle werkenden, ongeacht leeftijd        28
   2.2  Ontwikkeling in gezondheid                   11    5.4  Maatregelen bij werkenden die lijden aan een
   2.3  Gezondheidstoestand op hogere leeftijd       13         specifieke ziekte                                        28
                                                            5.5  Bevindingen in perspectief                               29
03 Ouder worden en langer
   kunnen doorwerken                                15  06 Advies                                                       31
   3.1  Relatie gezondheid en inzetbaarheid         15
   3.2  Relatie leeftijd en inzetbaarheid           16     Literatuur                                                    33
   3.3  Verschillen in inzetbaarheid tussen hoog- en
        laagopgeleide werkenden                     17     Commissie                                                    43
   3.4  Invloed van langer doorwerken op gezondheid 17
     Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                                                                                      Gezondheid en langer doorwerken | pagina 3 van 44
samenvatting                                                                                            65-jarigen die uitvallen voor pensioengerechtigde
                                                                                                        leeftijd, speelt gezondheid een belangrijke rol.
                                                                                                        Voor een groot deel gaat dat om mensen die
Omdat mensen steeds ouder worden is over-         Gezondheid en langer kunnen doorwerken                arbeidsongeschikt raken door gezondheids-
heidsbeleid de afgelopen jaren in toenemende                                                            problemen, maar deels ook om mensen die
mate gericht op langer doorwerken. Op verzoek     Gezondheid op hogere leeftijd                         uitvallen door werkloosheid. Naar schatting
van de minister van Sociale Zaken en Werkgele-    De kans op gezondheidsproblemen neemt toe             speelt bij 16 tot 27% van de uitval door werkloos-
genheid geeft de hiertoe ingestelde commissie     met de leeftijd. Dat betreft niet alleen ziekten,     heid bij mensen tussen de 55 en 65 jaar slechte
advies over wat vanuit gezondheidsperspectief     maar ook slecht ervaren gezondheid, en beper-         gezondheid een belangrijke rol. Mensen die op
nodig is voor langer doorwerken. Hoe beïn-        kingen in fysiek functioneren of in cognitief func-   hogere leeftijd werkloos raken, hebben een
vloeden gezondheid en langer doorwerken           tioneren. Ook neemt bij oudere mensen de kans         kleine kans om weer aan het werk te komen,
elkaar en welke rol speelt opleidingsniveau       toe dat ze met meerdere aandoeningen tegelijk         zeker als ze gezondheidsproblemen hebben.
daarbij? Wat zijn de potentiële randvoorwaarden   te maken krijgen. De diversiteit in gezondheid is
en mogelijke maatregelen die de inzetbaarheid     groot bij deze groep mensen.                          Langer doorwerken in relatie tot gezondheid
van oudere werkenden ondersteunen?                Mensen tussen de 45 en de 75 jaar zijn op dit         Gezondheid heeft niet alleen een effect op al
                                                  moment niet veel gezonder dan dezelfde leef-          dan niet langer door kunnen werken, maar ook
Omdat het opschuiven van de pensioengerech-       tijdsgroep twee decennia geleden. Op basis van        omgekeerd kan er een verband zijn. Wat precies
tigde leeftijd pas recent in gang is gezet, is er de voorspelde toekomstige ontwikkelingen in           de effecten zijn van langer doorwerken op de
nog nagenoeg geen onderzoek naar daadwer-         gezondheid verwacht de commissie daar de              gezondheid is echter niet met zekerheid te
kelijk langer doorwerken. Daarom baseert de       komende 10 tot 20 jaar weinig verandering in.         zeggen. Werken lijkt goed voor de mentale
commissie zich op indicatoren van verminderde                                                           gezondheid in de werkzame leeftijd, maar rond
inzetbaarheid zoals een verhoogde herstel-        Gezondheid in relatie tot langer doorwerken           de pensioengerechtigde leeftijd lijkt juist stoppen
behoefte of meer ziekteverzuim.                   Een slechte gezondheid verlaagt de inzetbaar-         met werken gunstiger voor de mentale gezond-
                                                  heid van werkenden. Bij een deel van de 55 tot        heid.
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                                                                                                     Gezondheid en langer doorwerken | pagina 4 van 44
Andere randvoorwaarden voor langer                 zoek niet worden opgemaakt in welke werk-           ondersteunen in langer doorwerken. Tot dusver
kunnen doorwerken                                  situaties maatregelen vooral effectief zijn.        blijken de gunstige effecten van dat soort maat-
Naast gezondheid zijn er ook andere potentiële                                                         regelen weliswaar klein, maar de commissie ziet
randvoorwaarden voor langer doorwerken.            Laagopgeleiden: een groep die speciale              ruimte voor het ontwikkelen van effectievere
Financiële prikkels lijken een centrale rol te     aandacht vraagt                                     maatregelen in combinatie met een goede
spelen in langer doorwerken. Ook van belang        De commissie ziet laagopgeleide oudere              implementatie. Het hebben van regelmogelijk-
zijn individuele factoren, zoals gezonde leefstijl werkenden als een groep die speciale aandacht       heden op het werk is volgens de commissie een
en motivatie om te werken, en organisatiefac-      vraagt als het gaat om langer doorwerken.           kansrijk aanknopingspunt, evenals personeels-
toren, zoals goede arbeidsomstandigheden en        Laagopgeleide ouderen hebben over het alge-         beleid gericht op duurzame inzetbaarheid vanaf
voldoende regelmogelijkheden op het werk.          meen meer gezondheidsproblemen dan hoger            het begin van de loopbaan.
Deze factoren kunnen aanknopingspunten             opgeleide ouderen en ze werken vaker onder
bieden voor ondersteunende maatregelen.            minder gunstige arbeidsomstandigheden en            Anderzijds adviseert de commissie om te onder-
                                                   doen dat vanaf jongere leeftijd. Ze doen bijvoor-   zoeken of flexibele vormen van pensionering
Maatregelen gericht op inzetbaarheid van           beeld vaker fysiek belastend werk en hebben         beter passen bij de grote diversiteit in gezond-
oudere werkenden                                   over het algemeen minder regelmogelijkheden         heid op hogere leeftijd en bij de grote gezond-
De ondersteunende maatregelen die nu al            op het werk. Problemen met inzetbaarheid zijn       heidsverschillen tussen laag- en hoogopge-
worden ingezet op individueel niveau en op         echter niet voorbehouden aan laagopgeleiden.        leiden. Hierbij kan specifiek worden onderzocht
organisatieniveau – zoals sporten op het werk of                                                       of met flexibele vormen van pensionering
een workshop loopbaanontwikkeling – lijken         Advies                                              gezondheidsgerelateerde uitval naar werkloos-
alles overziend kleine gunstige effecten te        Omdat langer doorwerken niet voor iedereen          heid kan worden voorkomen.
hebben op de inzetbaarheid van oudere              vanzelfsprekend is, ziet de commissie een rol
werkenden. Het is echter niet aangetoond welke     weggelegd voor werkenden, werkgevers en de
maatregelen voor wie op welk moment in het         overheid. De commissie adviseert enerzijds om
arbeidsleven effectief zijn. Ook kan uit onder-    in te zetten op maatregelen om werkenden te
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                                                                                                                          Gezondheid en langer doorwerken | pagina 5 van 44
01 inleiding                                                                   De verwachte AOW-leeftijd stijgt met de verwachte stijging
                                                                               van de levensverwachting
1.1 Overheidsbeleid voor langer doorwerken                                                                AOW-leeftijd
                                                                                                          Prognose AOW-leeftijd
Vanwege de stijgende levensverwachting is overheidsbeleid in toene-                                       67% kans dat de AOW-leeftijd in de toekomst in dit gebied ligt
mende mate gericht op langer doorwerken. Zo gaat de komende jaren de                                      95% kans dat de AOW-leeftijd in de toekomst in dit gebied ligt
AOW-leeftijd stapsgewijs omhoog van 65 jaar naar 67 jaar in 2021.
                                                                                                     78
Daarna zal de AOW-leeftijd worden gekoppeld aan de levensverwachting
                                                                                                                               Prognose
op 65-jarige leeftijd. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) schat                            76
de AOW-leeftijd in 2040 op 69 jaar en drie maanden, als de levensver-
                                                                                                     74
wachting volgens de huidige prognose blijft stijgen. Deze AOW-leeftijd is
dan van toepassing op de mensen die geboren zijn in 1973 (zie figuur 1).1                            72
                                                                                                     70
Om langer doorwerken te ondersteunen richten de overheid, werkgevers
                                                                                                     68
                                                                             AOW-leeftijd in jaren
en werknemers zich op duurzame inzetbaarheid. Zo heeft het ministerie
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) het programma                                             66
‘Duurzame Inzetbaarheid’ gelanceerd met als doel mensen te onder-
                                                                                                     64
steunen om goed, gezond en gemotiveerd aan het werk te blijven.
                                                                                                     62
                                                                                                       1945 1950        1955      1960    1965    1970    1975    1980     1985
1.2 Adviesvraag minister                                                                               Geboortejaar
Tegen de achtergrond van de stijgende pensioengerechtigde leeftijd heeft     Figuur 1. De verwachte AOW-leeftijd als de levensverwachting volgens de huidige
                                                                             schatting blijft stijgen.1
de minister van SZW de Gezondheidsraad gevraagd om advies uit te
brengen over wat vanuit gezondheidsperspectief nodig is voor langer          gezondheid en langer doorwerken, op randvoorwaarden voor langer
doorwerken. Hij vraagt daarbij in te gaan op de wederkerige relatie tussen   doorwerken, de rol van opleidingsniveau, en toekomstige ontwikkelingen.
      Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                                                                                                    Gezondheid en langer doorwerken | pagina 6 van 44
De commissie heeft de vragen van de minister als volgt uitgewerkt:          • randvoorwaarden voor veilig werken;
1. Welke ontwikkelingen vinden plaats in de arbeidsdeelname en in           • verschillen tussen specifieke sectoren en beroepen met betrekking tot
   mentale en fysieke gezondheid met de toenemende leeftijd en in de tijd      langer doorwerken;
   en welke verschillen bestaan hierbij tussen hoogopgeleide en laag-       • consequenties van het opschuiven van de pensioengerechtigde leeftijd
   opgeleide mensen? (hoofdstuk 2)                                             voor andere vormen van participatie, zoals het verlenen van
2. Wat is de relatie tussen gezondheid en inzetbaarheid, verandert de          mantelzorg;
   inzetbaarheid met de leeftijd en zijn er verschillen tussen hoog-        • eventuele maatschappelijke kosten en baten die gemoeid gaan met
   opgeleide en laagopgeleide werkenden? (hoofdstuk 3)                         langer doorwerken.
3. Wat betekent langer doorwerken voor de gezondheid? (hoofdstuk 3)
4. Welke factoren hangen – naast gezondheid – samen met langer door-        Voor de effectiviteit van maatregelen voor inzetbaarheid heeft de
   werken, wat zijn dus potentiële randvoorwaarden voor langer gezond       commissie uitgebreid gekeken naar oudere werkenden in het algemeen
   doorwerken? (zie hoofdstuk 4)                                            en oudere werkenden met beginnende, lichte of matige gezondheidspro-
5. Wat is de effectiviteit van verschillende maatregelen gericht op de      blemen. Ziektespecifieke maatregelen heeft zij op hoofdlijnen bekeken.
   inzetbaarheid van oudere werkenden? (zie hoofdstuk 5)                    Wat betreft toekomstige ontwikkelingen op het gebied van langer door-
                                                                            werken en gezondheid richt de commissie zich uitsluitend op gezondheid.
In hoofdstuk 6 formuleert de commissie haar advies over wat vanuit
gezondheidsperspectief nodig is voor langer doorwerken en doet zij          Eerdere adviezen over langer doorwerken
enkele aanbevelingen.                                                       Het ministerie van SZW en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn
                                                                            en Sport (VWS) hebben eerder andere adviesraden gevraagd om vanuit
Onderwerpen die buiten de reikwijdte van het advies vallen                  andere perspectieven over langer doorwerken of daaraan gerelateerde
Dit advies gaat niet in op:                                                 thema’s te adviseren. De meest recente zijn die van de Raad voor
• arbeidsfysiologische en -psychologische factoren in relatie tot belasting Volksgezondheid en Samenleving (RVS) en de Sociaal Economische
   en belastbaarheid;                                                       Raad (SER).
• classificatie van en specifieke maatregelen voor ‘zware beroepen’;
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                                                                                                    Gezondheid en langer doorwerken | pagina 7 van 44
De RVS (toen Raad voor Volksgezondheid en Zorg) publiceerde in 2015        publicaties die niet in een wetenschappelijke tijdschrift zijn verschenen,
het advies Doorwerken en gezondheid.2 Het advies gaat in op het belang     namelijk in rapportvorm, en die geen peer review hebben ondergaan:
van een levensloopbenadering. Dat wil zeggen aandacht voor inzetbaar-      zogenaamde ‘grijze literatuur’. Deze grijze literatuur is in sommige
heid gedurende het hele werkzame leven, daarin rekening houdend met        gevallen gebruikt als startpunt voor de theorievorming of voor het
de levensfase waarin iemand verkeert en iemands (veranderende) werk-       identificeren van wetenschappelijke publicaties. Waar wetenschappelijke
vermogen. Met het advies wil de Raad anticiperen op risico’s voor uitval   publicaties ontbraken is grijze literatuur echter ook gebruikt voor de
om deze te voorkomen of te verminderen.                                    onderbouwing van het advies. Dit wordt aangegeven in de tekst.
                                                                           Bij dit advies horen vijf achtergronddocumenten, waarin dieper wordt
De SER publiceerde in 2016 het advies Werk: van belang voor iedereen.      ingegaan op de evaluatie van de beschikbare onderzoeken en de afzon-
Een advies over werken met een chronische ziekte.3 De hoofdvraag van       derlijke resultaten van de gebruikte onderzoeken:
het advies luidt: Hoe kunnen betrokken partijen (individuele werkgevers,   • Gezondheid op hogere leeftijd
chronisch zieken, zorgverleners en andere relevante actoren) het toene-    • Inzetbaarheid op hogere leeftijd
mend aantal chronisch zieken aan het werk houden en krijgen? Er worden     • Invloed van langer doorwerken op de gezondheid
aanbevelingen gedaan om chronische ziekten zo min mogelijk een belem-      • Potentiële randvoorwaarden
mering te laten zijn voor werk. De SER benadrukt het belang van maat-      • Effectiviteit van maatregelen.
werk bij het omgaan met chronisch zieken op de werkvloer.
                                                                           Dit advies is op 26 juni 2018 aangeboden aan de minister en
1.3 Commissie en werkwijze                                                 staatssecretaris van SZW. De adviesaanvraag en de aanbiedingsbrief
De Gezondheidsraad heeft voor het opstellen van dit advies in september    staan op www.gezondheidsraad.nl.
2016 de commissie ‘Gezondheid en langer doorwerken’ ingesteld (hierna
aangeduid als ‘de commissie’).
Bij het opstellen van dit advies maakt de commissie gebruik van onder-
zoek dat sinds 2000 is gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften die
een peer review hebben ondergaan. Er zijn rond dit thema echter ook veel
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>                                                                                                  Gezondheid en langer doorwerken | pagina 8 van 44
1.4 Definities                                                            • meer uitval uit werk via werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of (vroeg)
                                                                             pensioen (respectievelijk gedefinieerd als werkloos zijn, maar wel
Langer doorwerken: alleen indirect bewijs via inzetbaarheid                  beschikbaar voor werk; het ontvangen van een arbeidsongeschikt-
Een belangrijke kanttekening bij de beantwoording van de adviesvraag         heidsuitkering; stoppen met werken voor de pensioengerechtigde
van de minster is dat er nog nagenoeg geen onderzoek is naar daad-           leeftijd).
werkelijk langer doorwerken. Onder langer doorwerken verstaat de
commissie: werken in een betaalde baan na het 65e jaar tot aan de         Het is ogenschijnlijk logisch om bij het vraagstuk ‘langer doorwerken’ ook
pensioengerechtigde leeftijd. Het opschuiven van de pensioengerechtigde   onderzoeken te betrekken die doorwerken na pensionering als uitkomst-
leeftijd is in Nederland en internationaal pas recent in gang gezet en    maat gebruiken. De commissie doet dit echter niet, omdat zij de groep die
‘langer doorwerken’ is om die reden (nog) geen meetbaar eindpunt. De      nu doorwerkt na de pensioengerechtigde leeftijd niet representatief acht
commissie heeft daarom voor dit advies een aantal indicatoren van         voor de algemene bevolking die te maken krijgt met een opschuivende
verminderde inzetbaarheid benoemd, met het idee dat wanneer de inzet-     pensioengerechtigde leeftijd. De groep die nu na de pensioengerechtigde
baarheid verminderd is, langer doorwerken moeilijker zal zijn. Deze werk- leeftijd doorwerkt is namelijk klein (ruim 10% van de 65 tot 75-jarigen
wijze levert dus indirect bewijs.                                         heeft een betaalde baan4) en kenmerkt zich door extremen. Het zijn
                                                                          bijvoorbeeld zelfstandigen die te weinig pensioen hebben opgebouwd,
Vier indicatoren van inzetbaarheid                                        maar ook hoogopgeleiden die nog heel gemotiveerd zijn om te werken.5,6
De indicatoren van verminderde inzetbaarheid zijn:                        Daarnaast heeft de huidige groep de vrijheid om keuzes te maken die de
• verhoogde herstelbehoefte (gedefinieerd als de behoefte om te           grote groep, voor wie langer doorwerken de norm wordt, niet heeft.7
   herstellen van de vermoeidheid die de werkdag heeft veroorzaakt);
• verminderd werkvermogen (gedefinieerd als de mogelijkheid om aan        Doorwerken: kunnen doorwerken in gezondheidskundige zin
   de fysieke en mentale eisen van het werk te kunnen voldoen of te func- De commissie neemt in dit advies de algemene gezondheidstoestand van
   tioneren op het werk);                                                 (werkende) ouderen als uitgangspunt en niet de bootstelling aan bepaald
• meer ziekteverzuim (gedefinieerd als afwezigheid van werk door          type werk (bijvoorbeeld fysiek belastende arbeidsomstandigheden). Wel
   ziekte);
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                                                                                     Gezondheid en langer doorwerken | pagina 9 van 44
gaat zij in hoofdstuk 4 in op arbeidsomstandigheden die bevorderend of       Hoewel deze concepten niet altijd hetzelfde gedefinieerd zijn in onder-
belemmerend zijn voor mensen met en zonder gezondheidsproblemen.             zoeken, kiest de commissie ervoor om ze niet verder af te bakenen.
Naast de vraag of iemand kan doorwerken, speelt ook de vraag of iemand       Sociaal functioneren is in het ICF-model een gezondheidsdimensie, maar
wil en mag doorwerken.8,9 Willen doorwerken heeft betrekking op iemands      is niet opgenomen als gezondheidsconcept in dit advies omdat het te
motivatie. Mogen geeft weer in hoeverre iemand de gelegenheid krijgt om      dicht tegen de uitkomstmaat inzetbaarheid aan ligt. Wanneer de
door te werken. Oudere werklozen komen bijvoorbeeld moeilijker weer          commissie ingaat op de mate van gezondheid doet zij dat zoveel als
aan het werk dan jongeren.10 De commissie spitst zich in dit advies toe op   mogelijk voor de leeftijdsgroep van 50 tot aan 75 jaar. De gezondheidstoe-
kunnen doorwerken in gezondheidskundige zin, om aan te sluiten bij de        stand van deze groep is relevant omdat zij deel (gaan) uitmaken van de
vraag van de minister.                                                       potentiële beroepsbevolking.
Daarnaast spelen andere zaken zoals werkgerelateerde factoren, de
balans tussen werk en privé, iemands financiële mogelijkheden en het         Werkenden
(overheids)beleid een rol in langer doorwerken. Deze aspecten komen          De commissie spreekt in het advies bewust over werkenden omdat zij zich
aan bod in hoofdstuk 4, over randvoorwaarden, en hoofdstuk 5, over           niet op voorhand wil beperken tot werknemers. Onder werkenden verstaat
maatregelen.                                                                 zij alle mensen die werken, zowel in loondienst (werknemers) als zelf-
                                                                             standig.
Gezondheid: vijf gezondheidsmaten
Om het begrip gezondheid te operationaliseren maakt de commissie
gebruik van het ‘International Classification of Functioning, Disability and 02 ouder worden, arbeids-
Health’-model (ICF model)11 en komt zij tot vijf gezondheidsconcepten:
• ervaren gezondheid;                                                                  deelname en gezondheid
• chronische ziekten;
• fysiek functioneren;                                                       In de afgelopen jaren is de arbeidsdeelname in de leeftijdsgroep 55 tot
• cognitief functioneren;                                                    65 jaar sterk toegenomen. Een deel van de 55 tot 65-jarigen dat werkt
• mentale gezondheid.                                                        heeft gezondheidsproblemen in de vorm van chronische ziekten. Bij de
                                                                             huidige
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>                                                                                                  Gezondheid en langer doorwerken | pagina 10 van 44
50 tot 75-jarigen is te zien dat de kans op gezondheidsproblemen toeneemt  65-jarigen aan het werk en in 2016 was dat 64%.4 Dit is nog steeds wel
met een stijgende leeftijd en dat er veel diversiteit is in gezondheid. De lager dan in de jongere leeftijdsgroep van 25 tot 35 jaar, daarvan is
levensverwachting op 65-jarige leeftijd is in Nederland de afgelopen       namelijk 84% aan het werk.
decennia sterk gestegen. Dat geldt over het algemeen ook voor de verschil-
lende maten van gezonde levensverwachting, maar de winst in (gezonde)      2.1.2 Verschillen tussen hoog- en laagopgeleiden
levensjaren is vooral toe te schrijven aan de leeftijdsgroepen boven de 75 In 2016 waren ruim twee miljoen mensen in de leeftijd van 45 tot 75 jaar
jaar. Voor de gezondheid van de bevolking in de (toekomstige) werkzame     laag opgeleid (hier gedefinieerd als basisonderwijs, vmbo, eerste drie
leeftijd zijn de ontwikkelingen veel minder spectaculair: mensen tussen de leerjaren van het havo/vwo en de entreeopleiding, en de voormalig assis-
grofweg 45 en 75 jaar zijn op dit moment niet veel gezonder dan dezelfde   tentenopleiding (mbo 1)). Dit komt overeen met een derde van het totale
leeftijdsgroep twee decennia geleden. Op basis van de voorspelde toekom-   aantal 45 tot 75-jarigen.12 Er bestaat nog steeds een duidelijk verschil in
stige ontwikkelingen in gezondheid verwacht de commissie dat er aan dit    arbeidsdeelname tussen laag- en hoogopgeleiden. De arbeidsdeelname
totaalbeeld de komende 10 tot 20 jaar weinig zal veranderen.               van laagopgeleide mensen tussen de 55 en 65 jaar steeg van 34% in
Laagopgeleide ouderen vormen een kwetsbare groep. Zij krijgen vaker te     2006 naar 50% in 2016. Bij hoogopgeleiden steeg de arbeidsdeelname
maken met gezondheidsproblemen dan hoogopgeleide ouderen. Zij              van 58% naar 78% (figuur 2).13 Wel blijkt uit een recente analyse dat
ondervinden daar ook vaker beperkingen van.                                laagopgeleiden die niet voortijdig uitvallen tegenwoordig langer
                                                                           doorwerken dan hoogopgeleiden.14 Ook starten laagopgeleiden over het
2.1 Ontwikkeling arbeidsdeelname                                           algemeen eerder met werken dan hoogopgeleiden.15
Bij de cijfers over ontwikkeling van arbeidsdeelname is uitgegaan van
minimaal 12 uur betaald werk per week, omdat Nederlandse cijfers uit het   2.1.3 Arbeidsdeelname bij ziekte of beperkingen
verleden op die definitie zijn gebaseerd.                                  Van de mensen tussen de 20 en 65 jaar met een chronische ziekte werkt
                                                                           67% minimaal 12 uur per week. Ter vergelijking: van de mensen in
2.1.1 Arbeidsdeelname 55 tot 65-jarigen                                    dezelfde leeftijdsgroep zonder chronische ziekten werkt 80%. Mensen met
Volgens het CBS is de arbeidsdeelname in de leeftijdsgroep 55 tot 65 jaar  een chronische ziekte die een goede gezondheid ervaren of geen beper-
de afgelopen jaren sterk toegenomen. In 2006 was 45% van de 55 tot         kingen hebben, participeren vrijwel even vaak in betaald werk als mensen
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                            Gezondheid en langer doorwerken | pagina 11 van 44
      Arbeidsdeelname ouderen (55-65 jaar) neemt toe
                                                                                                       2.2 Ontwikkeling in gezondheid
      Opleidingsniveau                                      Hoog
                                                            Middelbaar
                                                            Laag                                       2.2.1 Levensverwachting
                                        100                                                            De levensverwachting op 65-jarige leeftijd is de afgelopen decennia sterk
                                         90
                                                                                                       gestegen (tabel 1). De totale levensverwachting op 65-jarige leeftijd is
                                                                                                       sinds 1993 bij vrouwen met 2 jaar gestegen en bij mannen met bijna 4
                                         80
                                                                                                       jaar.18,19 De stijging in totale levensverwachting op 65 jaar is vooral toe te
                                         70
   Netto arbeidsdeelname in procenten
                                                                                                       schrijven aan de gewonnen levensjaren tussen de leeftijd van 75 en 84
                                         60
                                                                                                       jaar voor mannen en na de leeftijd van 85 jaar voor vrouwen. Het aantal
                                         50
                                                                                                       jaren dat 65-jarigen nog te leven hebben tussen de 65 en 74 jaar (de
                                         40
                                                                                                       partiële levensverwachting) is licht gestegen (tabel 1). Met andere
                                         30
                                                                                                       woorden: iets meer 65-jarigen halen de 74.18 De stijging in levensverwach-
                                         20
                                                                                                       ting zit dus vooral op hoge leeftijd (na 74 jaar), en slechts voor een klein
                                         10
                                                                                                       deel in de leeftijdsgroep die te maken krijgt met een stijgende pensioenge-
                                          0
                                                                                                       rechtigde leeftijd.
                                              2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016
Figuur 2. Netto arbeidsdeelname van 55 tot 65-jarigen in procenten, uitgesplitst naar
                                                                                                       Tabel 1. Verwacht aantal resterende levensjaren op 65-jarige leeftijd in 1993 en
opleidingsniveau, 2006 tot 201613
                                                                                                       201618,19
                                                                                                                                                        1993                2016                Trend
                                                                                                           Verwachte resterende levensjaren             Mannen 15,0 jaar    Mannen 18,8 jaar    Gunstiga
zonder chronische ziekten (77%). Chronisch zieken met een minder
                                                                                                                                                        Vrouwen 19,5 jaar   Vrouwen 21,4 jaar
goede ervaren gezondheid of beperkingen nemen echter duidelijk minder                                      Verwachte resterende levensjaren tussen      Mannen 8,7 jaar     Mannen 9,2 jaar     Licht gunstiga
                                                                                                           65 en 74 jaar (partiële levensverwachting)   Vrouwen 9,3 jaar    Vrouwen 9,5 jaar
vaak deel aan betaald werk (40% tot 49%).16                                                            a
                                                                                                           trend niet getest op significantie
Omgekeerd blijkt uit gegevens van de Longitudinal Aging Study
Amsterdam (LASA) dat bijna 60% van de werkenden tussen de 55 en 65
jaar minimaal één chronische ziekte heeft.17
                                         Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>                                                                                                     Gezondheid en langer doorwerken | pagina 12 van 44
2.2.2 Trends in gezondheid                                                    De trends in gezondheid op hogere leeftijd per gezondheidsmaat worden
De commissie heeft zowel gekeken naar de ontwikkeling in de gezonde           besproken in het achtergronddocument: Gezondheid op hogere leeftijd.
levensverwachting als naar de ontwikkeling in het vóórkomen van gezond-
heidsproblemen. Het gaat om gezondheidsproblemen en gezonde levens-           2.2.3 Toekomstige ontwikkelingen
verwachting in de brede zin: het kunnen problemen zijn in ervaren             Als de ontwikkelingen in gezondheid en sterfte van de afgelopen 35 jaar
gezondheid, chronische ziekten, fysiek functioneren, cognitief functio-       doorzetten, zal de levensverwachting op 60-jarige leeftijd, maar ook de
neren en mentale gezondheid.                                                  gezonde levensverwachting blijven stijgen.25 Volgens de prognose van het
Over het algemeen is er een gunstige trend in gezonde levensverwachting       CBS ligt de resterende levensverwachting van 60-jarige mannen in 2040
op 65-jarige leeftijd. Het verwachte aantal resterende levensjaren dat        op 26 jaar, vrouwen kunnen dan nog 29 jaar aan levensjaren verwachten.
65-plussers in goede gezondheid kunnen doorbrengen is nu hoger dan            Dit is ongeveer drie jaar langer dan in de periode 2013 tot 2016. Daar-
tien tot twintig jaar geleden. Alleen de verwachte levensjaren zonder chro-   naast verwacht het CBS dat zowel mannen als vrouwen minder jaren met
nische ziekten vormen daar een uitzondering op.18,19 Vergeleken met tien      matige of ernstige beperkingen zullen leven in 2040 dan huidige ouderen.
tot twintig jaar geleden hebben 65-plussers tijdens een relatief kleiner deel Met andere woorden, de levensverwachting zonder matige of ernstige
van de resterende levensverwachting geen chronische ziekten.                  beperkingen zal naar verwachting harder stijgen dan de levensverwach-
In het vóórkomen van gezondheidsproblemen bij mensen in de (toekom-           ting. Het CBS benadrukt wel dat deze cijfers slechts gemiddelden zijn,
stige) werkzame leeftijd constateert de commissie relatief stabiele           20% van de vrouwen en 14% van de mannen ervaart al op 60-jarige leef-
trends.20-24 Mensen tussen de 65 en 74 jaar hebben niet beduidend meer        tijd beperkingen. Voor levensjaren in als goed ervaren gezondheid geldt
of minder te maken met gezondheidsproblemen dan mensen van die                dat deze naar verwachting minder hard zal stijgen dan de totale levens-
leeftijd ongeveer tien tot twintig jaar geleden. Dat maakt dat de commissie   verwachting.25
concludeert dat de winst in gezonde levensverwachting vooral toe te           Trendscenario’s uit de Volksgezondheid Toekomst Verkenning van het
schrijven is aan verbeteringen in gezondheid bij leeftijdsgroepen boven de    RIVM laten zien dat bij ongewijzigd beleid het percentage mensen tussen
75 jaar, ook omdat de stijgende levensverwachting vooral is toe te            de 55 en 64 jaar en tussen de 65 en 74 jaar dat hun gezondheid als (zeer)
schrijven aan die groepen.                                                    goed ervaart in 2040 naar verwachting licht gestegen is van respectieve-
                                                                              lijk 69% in 2015 naar 72% in 2040 en van 64% naar 66%. Daarnaast
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                                                                                                  Gezondheid en langer doorwerken | pagina 13 van 44
neemt naar verwachting in deze leeftijdsgroepen ook het percentage licht  2.3.1 Kans op gezondheidsproblemen
toe van mensen die geen beperkingen ervaren in horen, zien en mobili-     Over het algemeen stijgt de kans op gezondheidsproblemen met de leef-
teit.26 Ondanks dit relatief gunstige beeld, concludeert de commissie dat tijd, bij de huidige 50 tot 75-jarigen.27-30 Ook krijgen mensen vaker te
de bevolking in de (toekomstige) werkzame leeftijd de komende 10 tot 20   maken met meerdere gezondheidsproblemen tegelijk naarmate ze ouder
jaar niet veel gezondheidswinst zal boeken. Ze verwacht dat de komende    worden.31 Wanneer ouderen een chronische ziekte krijgen, hebben ze
jaren het beeld gehandhaafd blijft dat de gezondheidswinst vooral toe te  vergeleken met ouderen zonder chronische ziekte, bijna twee keer zoveel
schrijven is aan verbeteringen op hogere leeftijden (boven de 75 jaar).   kans op lichamelijke beperkingen, blijkt uit analyses van LASA gegevens
                                                                          onder 58 tot 88-jarigen. Dat beeld verslechtert verder wanneer mensen
2.2.4 Verschillen tussen hoog- en laagopgeleiden                          meerdere chronische ziekten tegelijk krijgen; de kans op lichamelijke
Voor laagopgeleide 60-plussers verlopen gezondheidstrends veel            beperkingen is dan bijna vijf keer zo groot.28
ongunstiger dan voor hoogopgeleide ouderen. De afgelopen periode was
de toename van het aantal chronische ziekten onder laagopgeleiden         2.3.2 Verscheidenheid in gezondheid op hogere leeftijd
groter dan onder hoogopgeleiden. Daarnaast is bij laagopgeleiden een      Het is niet alleen zo dat de kans op gezondheidsproblemen toeneemt met
significante stijging te zien in het percentage mensen dat een slechte    de leeftijd. Ook de verscheidenheid in gezondheid neemt toe: er zijn
gezondheid ervaart, terwijl dat aantal voor hoogopgeleiden over de tijd   mensen die tot op hoge leeftijd vrij van klachten blijven, maar ook een met
stabiel is.21                                                             de leeftijd toenemend percentage mensen met één of meerdere ziektes of
                                                                          aandoeningen tegelijk. Bij 55 tot 70-jarigen neemt het aandeel mensen
2.3 Gezondheidstoestand op hogere leeftijd                                met twee of meer functionele beperkingen en chronische ziekten toe op
Nadat in de vorige paragraaf de ontwikkeling in gezondheid over de tijd   hogere leeftijd. Ook het aantal chronische ziekten per persoon neemt toe
zijn beschreven, gaan we in deze paragraaf in op de ontwikkeling van de   met de leeftijd (figuur 3).31-33
gezondheid met de leeftijd.
                                                                          2.3.3 Verschillen tussen hoog- en laagopgeleiden
De gezondheidstoestand op hogere leeftijd per gezondheidsmaat wordt       Laagopgeleiden hebben een lagere levensverwachting en een lagere
besproken in het achtergronddocument: Gezondheid op hogere leeftijd.      levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen op 65-jarige leeftijd in
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                 Gezondheid en langer doorwerken | pagina 14 van 44
    Vooral het aandeel mensen met meer dan één chronische                                                Bij laagopgeleiden zijn de levensverwachting en levens-
    ziekte neemt toe met de leeftijd                                                                     verwachting zonder lichamelijke beperkingen op 65 jarige
                                                                                                         leeftijd beduidend lager dan bij hoogopgeleiden
    Aantal chronische ziekten:                                          1     2     3   4 of meer
                                                                                                             Levensverwachting op 65 jarige leeftijd
                                              100                                                            Levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen op 65 jarige leeftijd
                                               90                                                        Opleidingsniveau
Mensen met chronische ziekten, in procenten
                                               80
                                               70                                                        Hoog
                                               60
                                               50
                                                                                                         Middelbaar
                                               40
                                               30
                                                                                                         Laag
                                               20
                                               10
                                                                                                                      0             5             10           15           20         25
                                                0                                                                     Resterende levensverwachting in jaren
                                                 55                     60                65        70
                                                  Leeftijd in jaren                                      Figuur 4. Levensverwachting en levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen
                                                                                                         op 65 jarige leeftijd uitgesplitst naar opleidingsniveau in 2013/201634
Figuur 3. Het aandeel mensen tussen de 55 en 70 jaar met een chronische ziekte;
uitgesplitst naar aantal ziektes31
                                                                                                         Overigens hebben niet alleen laagopgeleide ouderen vaker gezondheids-
vergelijking met middelbaar- en hoogopgeleiden (zie figuur 4).34 Laag-                                   problemen. Ook op jongere leeftijd hebben laagopgeleiden vaker gezond-
opgeleide 50 tot 75-jarigen krijgen vaker te maken met gezondheidspro-                                   heidsproblemen dan hoogopgeleiden.27,35
blemen dan hoogopgeleide ouderen.35 Daarnaast, wanneer zij gezond-
heidsproblemen hebben, ervaren zij daar vaker beperkingen van dan
hoogopgeleiden.35
                                                    Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                                                                                                                Gezondheid en langer doorwerken | pagina 15 van 44
03 ouder worden en langer                                                  commissie als voorlopers van een verminderde kans om langer door te
                                                                           kunnen werken. Beperkingen in het fysiek functioneren hangen bijvoor-
          kunnen doorwerken                                                beeld samen met een verminderd werkvermogen, wat zou kunnen leiden
                                                                           tot een verhoogde kans op ziekteverzuim, wat vervolgens weer kan leiden
Naarmate mensen ouder worden, krijgen ze vaker gezondheidspro-             tot een verhoogde kans op uitval. De ene voorloper leidt zo tot de
blemen. Dat kan gaan om chronische ziekten, slecht ervaren gezondheid,     volgende voorloper.45-51 Maar de indicatoren kunnen ook rechtstreeks
of beperkingen in fysiek functioneren of in cognitief functioneren. Langer leiden tot een verlaagde kans om langer door te kunnen doorwerken,
doorwerken kan dan lastig zijn. Gezondheidsproblemen hangen namelijk       zie figuur 5.
samen met een verminderde inzetbaarheid op het werk, waaronder een         Bij een deel van de 55 tot 65-jarigen die uitvallen voor pensioengerech-
hogere herstelbehoefte na het werk, verminderd werkvermogen, hoger         tigde leeftijd, speelt gezondheid een belangrijke rol. Voor een groot deel
ziekteverzuim en uitval uit werk. Gezondheidsproblemen kunnen dus van      gaat dat om mensen die arbeidsongeschikt raken door gezondheidspro-
invloed zijn op iemands vermogen om langer door te werken. Omgekeerd       blemen, maar deels ook om mensen die uitvallen door vroegpensioen en
kan langer doorwerken ook invloed hebben op iemands gezondheid. Wat        werkloosheid. Een onderzoek op basis van Europese gegevens schat dat
precies het effect is van langer doorwerken op de gezondheid is echter     een slechte ervaren gezondheid een belangrijke bijdrage had in 9% van de
(nog) niet met zekerheid te zeggen.                                        uitval via vroegpensioen en in 27% van de uitval door werkloosheid.52 De
                                                                           commissie schat op basis van Nederlandse gegevens dat het hebben van
3.1 Relatie gezondheid en inzetbaarheid                                    een chronische ziekte in vergelijkbare mate bijdraagt, namelijk in 6% van
De indicatoren van inzetbaarheid die de commissie in dit advies hanteert,  de uitval via vroegpensioen en in 16% van de uitval door werkloosheid
vormen de schakel tussen de gezondheidsmaten enerzijds en het              (berekenda op basis van gegevens uit Leijten, 2015 en Boot, 2014).17,53
vermogen om langer door te kunnen werken anderzijds. Uit onderzoek         Uitval uit werk lijkt samen te vallen met niet langer door kunnen werken, in
blijkt dat verminderde gezondheid bij werkenden samenhangt met een         plaats van dat het er een voorloper van is, maar dat hoeft niet altijd zo te
verhoogde herstelbehoefte na het werk, verminderd werkvermogen, meer       zijn. Uitval uit werk is immers niet op voorhand definitief. Na werkloosheid
ziekteverzuim en uitval uit werk.36-44 Die indicatoren beschouwt de
                                                                           a
                                                                             Populatie attributieve fractie: prevalentie*(risicoschatter-1)/1+(prevalentie*(risicoschatter-1)). Prevalentie chronische
                                                                             ziekte: 0,60.17 Hazard ratio (HR) vroegpensioen 1,11; HR werkloosheid 1,32; HR arbeidsongeschiktheid: 3,48.53
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>                                                                                                              Gezondheid en langer doorwerken | pagina 16 van 44
 Indicatoren van inzetbaarheid vormen - al dan niet in een reeks - de schakel tussen gezondheid en langer doorwerken
           Verminderde                                                                                                                     Verlaagde kans
            gezondheid                         Verhoogde                                                                                   om langer door
                                               herstelbehoefte                                                                            te kunnen werken
     • Ervaren gezondheid
                                                                      Verminderd
     • Chronische ziekten                                             werkvermogen
     • Fysiek functioneren
                                                                                              Meer
     • Cognitief functioneren
                                                                                              ziekteverzuim
     • Mentale gezondheid
                                                                                                                  Meer uitval
                                                                                                                  uit werk
Figuur 5. Indicatoren van inzetbaarheid als schakel tussen gezondheid en langer doorwerken
kan iemand weer aan het werk gaan. Bij oudere mensen is de kans                        mensen met een verhoogde herstelbehoefte na het werk, neemt het werk-
daarop echter klein, in het bijzonder als iemand gezondheidsproblemen                  vermogen over het algemeen af en neemt de kans op uitval uit werk toe.
heeft.10                                                                               Oudere werkenden hebben geen hogere kans op ziekteverzuim, maar als
                                                                                       er ziekteverzuim optreedt is de duur meestal wel langer dan bij jongere
3.2 Relatie leeftijd en inzetbaarheid                                                  werkenden.
Net als bij gezondheidsproblemen, stijgt de kans op een verminderde                    Een beschrijving van de inzetbaarheid op hogere leeftijd per indicator is
inzetbaarheid met de leeftijd.10,54-59 Dat is terug te zien bij vrijwel alle indi-     terug te vinden in het achtergronddocument Inzetbaarheid op hogere
catoren van inzetbaarheid. Op hogere leeftijd stijgt het percentage                    leeftijd.
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                                                                                                    Gezondheid en langer doorwerken | pagina 17 van 44
Healthy worker-effect                                                        heid, arbeidsongeschiktheid en vroegpensioen blijkt daarnaast hoger
In sommige gevallen lijkt er een opleving in inzetbaarheid op hogere leef-   naarmate het opleidingsniveau lager is. Die verhoogde kansen lopen
tijd, de verklaring hiervoor ligt in het zogenoemde healthy worker-effect.   uiteen van 1,3 keer zo hoog, tot bijna 2 keer zo hoog in vergelijking met
De werkende populatie is een gezondere selectie van de algemene bevol-       hoogopgeleiden.10,59,61 Een recente gepoolde analyse laat zien dat met
king. Mensen met gezondheidsproblemen treden namelijk minder snel toe        name het verschil in gezondheidsgerelateerde uitval groot is.62
tot de arbeidsmarkt en vallen eerder uit dan mensen zonder gezondheids-      Wanneer iemand zowel een lage opleiding als een slechte fysieke of
problemen. Daar komt bij dat mensen met gezondheidsproblemen die zijn        mentale gezondheid heeft, is de samenhang met werkloosheid nog
uitgevallen minder snel terugkeren dan mensen zonder gezondheidspro-         sterker. Bij werkenden tussen de 50 en 64 jaar hadden werkenden met
blemen. Vooral op hogere leeftijd zorgt dit voor een groot verschil in       een lage opleiding en fysieke gezondheidsproblemen een 3,5 keer hogere
gezondheid tussen werkenden en niet-werkenden. Dit wordt het healthy         kans om werkloos te raken dan oudere werkenden met een hoog oplei-
worker-effect genoemd. Omdat de indicatoren van inzetbaarheid gemeten        dingsniveau en een goede gezondheid. Een slechte mentale gezondheid
zijn in een werkende populatie heeft dit tot gevolg dat de resultaten een    in combinatie met een lage opleiding zorgt voor ongeveer een 3 keer
relatief rooskleurig beeld kunnen geven van de inzetbaarheid van             hogere kans.61
ouderen.
                                                                             3.4 Invloed van langer doorwerken op gezondheid
3.3 Verschillen in inzetbaarheid tussen hoog- en laagopgeleide               Gezondheid kan niet alleen invloed hebben op iemands vermogen om
       werkenden                                                             langer door te werken. Langer doorwerken kan mogelijk ook de gezond-
Er zijn geen duidelijke verschillen tussen laag- en hoogopgeleide            heid in gunstige of ongunstige zin beïnvloeden. Omdat de pensioen-
werkenden wat betreft de herstelbehoefte.54 Wat betreft werkvermogen         gerechtigde leeftijd in Nederland, maar ook internationaal, pas recent is
lijkt het erop dat laagopgeleiden een hogere kans hebben op een vermin-      opgeschoven is er nagenoeg geen onderzoek uitgevoerd naar het effect
derd werkvermogen dan hoogopgeleiden, al is de hoeveelheid onderzoek         van daadwerkelijk langer doorwerken op de gezondheid. De commissie
hiernaar beperkt.60 Bij ziekteverzuim en uitval uit werk zijn wel duidelijke baseert zich daarom op indirect bewijs uit onderzoek naar het effect van
verschillen te zien. Laagopgeleiden verzuimen over het algemeen vaker        – veelal vroege – pensionering op de gezondheid en het effect van terug-
en langer.58 Het risico op het verlaten van de arbeidsmarkt via werkloos-    keer naar werk vanuit werkloosheid op de gezondheid bij jongere leeftijds-
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                                                                                                      Gezondheid en langer doorwerken | pagina 18 van 44
groepen. De analyse laat gunstige effecten van werken in de werkzame         bijvoorbeeld sterker bij hoger opgeleide werklozen met mentale gezond-
leeftijd zien tegenover zowel gunstige als mogelijk ook ongunstige           heidsklachten dan bij lager opgeleide werklozen met mentale gezond-
effecten van pensionering rond de pensioengerechtigde leeftijd. Het effect   heidsklachten.68 Er is echter nog te weinig onderzoek uitgevoerd om
van werken verschilt dus mogelijk met de leeftijd. Wat precies het effect is sterke conclusies te trekken over deze factoren.
van langer doorwerken op de gezondheid is echter niet met zekerheid te
zeggen.                                                                      3.4.2 Werk en gezondheid rondom pensioengerechtigde leeftijd
                                                                             Rondom de pensioengerechtigde leeftijd hangt stoppen met werken ten
In het achtergronddocument Invloed van langer doorwerken op gezond-          opzichte van doorwerken samen met een betere mentale gezondheid. Dit
heid gaat de commissie dieper in op de resultaten van het geanalyseerde      verband lijkt sterker bij mensen met een lage opleiding dan bij mensen
onderzoek.                                                                   met een hoge opleiding. Dit wijzen systematische reviews van cohorton-
                                                                             derzoek uit.69,70 Het verband tussen pensionering en ervaren gezondheid,
3.4.1 Werk en gezondheid in werkzame leeftijd                                fysieke gezondheid, cognitief functioneren en risico op vroegtijdig over-
In de werkzame leeftijd hangt het hebben van een baan samen met een          lijden is niet duidelijk.69,71,72 Opleidingsniveau lijkt het verband tussen
betere mentale gezondheid vergeleken met werkloos zijn. Uit een syste-       pensionering en ervaren gezondheid en fysieke gezondheid niet te beïn-
matische review van cohortonderzoek blijkt dat terugkeer naar werk           vloeden.70 Factoren als werkomstandigheden, leeftijd bij pensionering,
samenhangt met een grotere kans op een goede mentale gezondheid.             type pensionering (vrijwillig of onvrijwillig) en het aantal maanden of jaren
Onderzoeken naar het verband tussen al dan niet werken en fysieke            na pensionering waarop de gezondheid is gemeten lijken wel van invloed
gezondheid geven geen helder beeld en er zijn te weinig onderzoeken          op de relatie tussen pensionering en gezondheid.64,73-75 Zo lijkt het verband
naar het verband tussen al dan niet werken en vroegtijdige sterfte om een    tussen pensionering en een goede mentale gezondheid sterker bij
conclusie te trekken.63                                                      mensen die ongunstige werkomstandigheden hadden en bij lager opge-
Een aantal factoren lijkt de invloed van terugkeer naar werk op de           leiden met een slechte gezondheid.64,73 Er is echter nog te weinig onder-
gezondheid te beïnvloeden, waaronder opleiding, werkomstandigheden           zoek uitgevoerd, om over deze factoren een harde uitspraak te doen.
en het aantal maanden of jaren na de terugkeer naar werk.64-68 Het
gunstige verband tussen terugkeer naar werk en mentale gezondheid was
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                                                                                                     Gezondheid en langer doorwerken | pagina 19 van 44
De commissie heeft naast cohortonderzoek ook de uitkomsten van                 Zie voor meer informatie over de resultaten van het geanalyseerde onder-
natuurlijke experimenten bekeken. Deze leveren meer inzicht in de moge-        zoek het achtergronddocument Potentiële randvoorwaarden.
lijke oorzakelijkheid van verbanden omdat effecten van veranderingen in
het pensioensysteem worden onderzocht die door een willekeurige grens          4.1 Individuele factoren
(bijvoorbeeld geboortedag) voor sommige groepen wel gelden en voor
andere niet. In de meeste natuurlijke experimenten hangt pensionering          4.1.1 Oudere werkenden in het algemeen en oudere werkenden met
samen met een verminderd cognitief functioneren. Het verband is echter                 gezondheidsproblemen
nog niet geheel duidelijk, omdat factoren als het type pensionering, oplei-    In een overzichtsrapport over randvoorwaarden voor langer doorwerken
dingsniveau en werkomstandigheden het lijken te beïnvloeden.76-80              bij ouderen worden factoren als hoog opleidingsniveau, hoog kennis- en
                                                                               ervaringsniveau, beschikken over competenties, hebben van arbeids-
                                                                               motivatie, hoog inkomen/goede financiële situatie, het hebben van een
04 potentiële randvoorwaarden                                                  werkende partner, een gezonde leefstijl en tijdbesteding buiten het werk
                                                                               (hobby’s, familieleven) in verband gebracht met langer doorwerken. Het
         voor langer doorwerken                                                rapport is gebaseerd op wetenschappelijke artikelen en op grijze literatuur
                                                                               en de scheidslijn tussen jongere en oudere werkenden loopt in de
Naast gezondheid hangen veel andere factoren samen met de inzetbaar-           bevindingen uiteen van 45 tot 55 jaar.81
heid van oudere werkenden. Zo lijken financiële prikkels een centrale rol      In een systematische review lijkt ook gebrek aan lichaamsbeweging een
te spelen bij langer doorwerken. Daarnaast spelen ook factoren op indivi-      rol te spelen: het hangt samen met een grotere kans op arbeids-
dueel niveau (vrijetijdsbesteding, leefstijl) en op organisatieniveau (werkin- ongeschiktheid en werkloosheid.82
houd, loopbaanbeleid) een rol. Deze factoren kunnen aanknopingspunten          Uit een Nederlands cohortonderzoek blijkt het optreden van ingrijpende
bieden voor mogelijke maatregelen om langer doorwerken te onder-               gebeurtenissen (life events) samen te hangen met een hogere herstel-
steunen.                                                                       behoefte bij 55 tot 65-jarigen.83 Verder laten resultaten uit een ander
                                                                               Nederlands cohortonderzoek zien dat werkgerelateerde individuele
                                                                               factoren in de vorm van gebrek aan bevlogenheid en een geringe focus
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>                                                                                                  Gezondheid en langer doorwerken | pagina 20 van 44
op ontwikkeling van vaardigheden en kennis samenhangen met een            4.2 Organisatiefactoren
grotere kans op vroegpensioen.84,85
                                                                          4.2.1 Ouder werkenden in het algemeen en werkenden met
Uit de Bibliotheek arbeidsparticipatie en chronische ziekten van het              gezondheidsproblemen
Arbeidsdeskundig Kennis Centrum (AKC) komt het beeld naar voren dat       In het overzichtsrapport worden de volgende organisatiefactoren in
individuele randvoorwaarden voor inzetbaarheid voor werkenden (onge-      verband gebracht met langer doorwerken: acceptabele fysieke en mentale
acht de leeftijd) met en zonder gezondheidsproblemen vergelijkbaar        belasting, voldoende regelmogelijkheden op het werk, ondersteunend
lijken.86 In een publicatie over oudere werkenden uit STREAM wordt een    personeelsbeleid en scholingsbeleid. Bij personeelsbeleid worden zowel
uitzondering gevonden voor een werkgerelateerde individuele factor: een   de individuele aanpak (maatwerk) als levensfasebewuste aanpak
goede beheersing van het vak hangt bij mensen met een chronische          beschreven.81 Uit een systematische review komt daarnaast ook sociale
ziekte wel samen met doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd en    steun op het werk als bevorderende factor naar voren.89
bij mensen zonder chronische ziekten niet.87
                                                                          Uit Nederlandse cohortonderzoeken blijkt dat fysiek belastend werk,
4.1.2 Werkenden met een laag opleidingsniveau                             emotioneel belastend werk, weinig regelmogelijkheden op het werk,
Door beperkte beschikbaarheid van onderzoek naar oudere werkenden         conflicten met collega’s of leidinggevende, werken in ploegendiensten en
met een laag opleidingsniveau heeft de commissie zich gebaseerd op        het ontberen van bepaalde vaardigheden samenhangen met een grotere
onderzoeken bij werkenden ongeacht leeftijd. Uit het Permanent Onder-     herstelbehoefte.83,90-92 Ook blijkt een aanhoudende fysieke belasting en
zoek naar de Leefsituatie (POLS), onder werkenden tussen de 18 en 65      het ontberen van bepaalde vaardigheden verband te houden met een
jaar, blijkt dat werkenden met een laag opleidingsniveau een grotere kans grotere kans op werkloosheid.90,92 Lage waardering op het werk lijkt
hebben op een arbeidsongeschiktheiduitkering, werkloosheid en economi-    samen te hangen met een grotere kans op vroegpensioen.84 In een Euro-
sche inactiviteit, dan hoogopgeleiden zelfs na correctie voor een slechte pees onderzoek is gebrek aan regelmogelijkheden op het werk in verband
gezondheid.10 Dat verschil wordt deels statistisch verklaard door roken,  gebracht met een grotere kans op een arbeidsongeschiktheidsuitkering,
weinig lichamelijke activiteit en een hoge body mass index.88             werkloosheid en vroegpensioen.93
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                                                                                                 Gezondheid en langer doorwerken | pagina 21 van 44
Een Nederlands onderzoek bij werkenden met chronische ziekten              gradiënt zichtbaar als het gaat om fysiek belastend werk: hoe lager het
bevestigt het belang van werkgerelateerde factoren in relatie tot langer   opleidingsniveau van mensen, hoe vaker ze fysiek belastend werk doen.
doorwerken. Hoge werkbelasting en een weinig regelmogelijkheden            Zo zet ruim de helft van de laagopgeleiden regelmatig kracht tijdens het
bijvoorbeeld, vergroten bij deze mensen de kans op ziekteverzuim94 en de   werk, tegenover 37% van de middelbaar opgeleiden en 19% van de
kans op een arbeidsongeschikheidsuitkering.53 Uit hetzelfde onderzoek      hoogopgeleiden.96
blijkt verder dat veel werkfactoren van vergelijkbaar belang zijn voor
mensen met en zonder chronische ziekten. De onderzoekers vonden één        Naast fysiek belastend, kan werk ook mentaal belastend zijn. Uit de NEA
uitzondering: het hebben van veel regelmogelijkheden in het werk hangt     blijkt dat 45% van de werkenden weinig regelmogelijkheden in het werk
bij mensen met chronische ziekten samen met doorwerken tot de              heeft, bijna 40% aan hoge taakeisen moet voldoen, 15% weinig sociale
pensioengerechtigde leeftijd in plaats van uitstromen via vroegpensioen.   steun van de leidinggevende ervaart en 3% weinig steun van collega’s
Bij mensen zonder chronische ziekten is dat niet het geval.87              ervaart.97 Laagopgeleiden hebben over het algemeen minder regelmoge-
                                                                           lijkheden in hun werk dan hoogopgeleiden: zo mag bijna 47% van de
4.2.2 Werkenden met een laag opleidingsniveau                              laagopgeleiden zelf beslissen hoe ze hun werk uitvoeren, tegenover 57%
In een onderzoek naar werkenden tussen de 18 en 65 jaar blijkt dat de      van de middelbaar opgeleiden en 73% van de hoogopgeleiden. Hoog-
grotere kans op uitval bij werkenden met een laag opleidingsniveau voor    opgeleiden hebben juist vaker hogere taakeisen. Ruim 52% van de
ruim 10% wordt verklaard door verschillen in werkgerelateerde factoren     hoogopgeleiden zegt heel veel te moeten werken, tegenover 43% van de
als regelmogelijkheden op het werk, beloning en fysieke werkbelasting.88   middelbaar opgeleiden en 37% van de laagopgeleiden. Ook hebben
                                                                           hoger opgeleiden vaker emotioneel veeleisend werk.96
Vóórkomen van ongunstige arbeidsomstandigheden
Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA), onder                4.3 Beleidsmatige factoren
werkenden ongeacht leeftijd, blijkt dat ruim 40% van de werkenden fysiek   Uit internationaal onderzoek blijkt dat de arbeidsparticipatie van ouderen
belastend werk heeft. Daaronder valt regelmatig herhaalde bewegingen       sterk wordt beïnvloed door financiële prikkels. In landen met gunstige
maken in het werk, regelmatig veel kracht zetten in het werk, en regel-    (financiële) mogelijkheden voor vervroegde uittreding via sociale zeker-
matig in een ongunstige houding werken.95 Er is een duidelijke opleidings-
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                                                                                                     Gezondheid en langer doorwerken | pagina 22 van 44
heidsprogramma’s zijn er bijvoorbeeld beduidend minder ouderen aan het        uitvoerbaar. Daarom heeft de commissie zich voor het bepalen van
werk dan in landen met minder gunstige mogelijkheden.98                       effecten van beleidsmatige factoren in dit hoofdstuk gebaseerd op
                                                                              alternatieven onderzoeksmethoden, zoals de analyse van natuurlijke
Het belang van financiële prikkels bij arbeidsparticipatie is eveneens terug  experimenten.101,102
te zien in de huidige situatie in Nederland. In 2006 is beleid ingevoerd dat
het financieel onaantrekkelijk maakt om vervroegd met pensioen te gaan.       Naast financiële prikkels spelen individuele factoren en organisatiefac-
Dit is later gevolgd door beleid om de AOW-leeftijd te verhogen. Sinds        toren een rol bij inzetbaarheid. Op individueel niveau zijn factoren als
2006 is de leeftijd waarop mensen met pensioen gaan gestegen tot aan          opleidingsniveau, gezonde leefstijl, het hebben van een werkende partner,
2015. In de meest recente meting, uit 2016 was de leeftijd even hoog als      een goede werk-privé balans, motivatie om te werken en up-to-
in 2015.99                                                                    datecompetenties van invloed op een goede inzetbaarheid.
                                                                              Op organisatieniveau hangen gunstige werkkenmerken zoals geen zware
Ook een natuurlijk experiment bevestigt de invloed van financiële prikkels.   fysieke of mentale belasting, voldoende regelmogelijkheden op het werk,
Bratberg e.a. onderzochten in Noorwegen wat het effect is van een finan-      sociale steun, een goed HRM/personeelsbeleid en scholingsbeleid samen
ciële vroegpensioenregeling onder werkenden van 64 jaar. In de groep die      met een goede inzetbaarheid. Dat geldt zowel voor oudere werkenden
toegang had tot de regeling was op de leeftijd van 66,5 jaar nog 35% aan      met als zonder gezondheidsproblemen.
het werk, in de groep die daar geen toegang toe had was dat percentage        Een kanttekening bij deze bevindingen is dat beleidsmatige context veelal
63%. Een statistisch significant en relevant verschil.100 De commissie        buiten beschouwing zijn gebleven in onderzoek naar individuele of organi-
concludeert hieruit dat financiële regelingen een centrale rol spelen bij het satie factoren. Het is hierdoor onzeker of de verbanden ook blijven bestaan
moment waarop oudere werkenden de arbeidsmarkt verlaten.                      wanneer de beleidsmatige context verandert. Daarnaast zijn in de meeste
                                                                              onderzoeken langetermijneffecten van randvoorwaarden en verschillen in
4.4 Bevindingen in perspectief                                                randvoorwaarden tussen leeftijdscategorieën niet onderzocht.
Financiële prikkels lijken een centrale rol te spelen in langer doorwerken.   De beschreven factoren kunnen een aanknopingspunt vormen voor
Voor maatregelen die ingrijpen op beleidsmatige factoren, zoals verande-      mogelijke maatregelen om langer doorwerken te ondersteunen. Het zijn
ringen in pensioenregelingen, zijn interventieonderzoeken nagenoeg niet       potentiële randvoorwaarden om langer door te kunnen werken. Ze kunnen
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                                                                                                     Gezondheid en langer doorwerken | pagina 23 van 44
van invloed zijn, maar of dat ook echt zo is, is onzeker. Dat komt enerzijds • de hele groep oudere werkenden (universele maatregelen);
door het observationele karakter van de onderzoeken en anderzijds            • oudere werkenden met beginnende, lichte of matige gezondheids-
doordat niet het daadwerkelijk langer doorwerken maar de indicatoren van        problemen, zoals depressieve klachten of rugklachten, of met een
inzetbaarheid zijn onderzocht. Om meer zicht te krijgen op wat nodig is         verhoogd risico op een verminderde gezondheid (selectieve maat-
om langer doorwerken te ondersteunen, baseert de commissie zich op              regelen).
interventieonderzoek.
                                                                             Voor het identificeren van effectieve maatregelen op individueel en
                                                                             organisatieniveau heeft de commissie gerandomiseerde gecontroleerde
05 effectiviteit van maatregelen                                             interventieonderzoeken (RCT’s) geëvalueerd die de effecten beschrijven
                                                                             van de maatregelen op één of meer indicatoren van inzetbaarheid
Van maatregelen voor oudere werkenden op individueel niveau en op            (herstelbehoefte, werkvermogen, ziekteverzuim en uitval uit werk). De
organisatieniveau die de inzetbaarheid beogen te ondersteunen zijn inter-    commissie heeft de maatregelen gecategoriseerd naar het gebied waar ze
ventieonderzoeken beschikbaar. Daaruit blijkt, alles overziend, dat maat-    op ingrijpen en onderscheidt twee typen:
regelen op individueel en organisatieniveau overwegend kleine gunstige       • werk/werksituatie;
effecten hebben op de inzetbaarheid van oudere werkenden. Dat beeld          • leefstijl.
wordt bevestigd in interventieonderzoek onder de werkende bevolking
ongeacht de leeftijd. Het is echter niet goed aangetoond welke maatre-       Selectie interventieonderzoek bij oudere werkenden
gelen voor wie op welk moment in het arbeidsleven effectief zijn. Ook blijkt De commissie heeft 55 RCT’s geselecteerd, waarvan er 8 gericht zijn op
uit de onderzoeken niet in welke werksituaties maatregelen vooral            werkenden van 40 jaar en ouder (‘oudere’ werkenden). Deze 8 artikelen
effectief zijn.                                                              beschrijven 7 maatregelen. De commissie heeft de bewijskracht voor en de
                                                                             effectiviteit van deze 7 maatregelen beoordeeld. Dit gebeurt aan de hand
5.1 Werkwijze bij evaluatie onderzoek                                        van het aantal beschikbare onderzoeken, de richting van het effect en
De commissie richt zich op maatregelen voor het ondersteunen van de          eventuele heterogeniteit in het effect, en de onderzochte populatie, conform
inzetbaarheid van twee doelgroepen oudere werkenden:                         de werkwijze die is gehanteerd bij het advies Beweegrichtlijnen 2017.103
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>                                                                                                 Gezondheid en langer doorwerken | pagina 24 van 44
De sterkte van de bewijskracht geeft weer hoe zeker de commissie is dat   Rapporten over maatregelen voor werkenden die lijden aan
het effect daadwerkelijk bestaat. De mate van effectiviteit is beoordeeld een specifieke ziekte
aan de hand van de grootte van het effect.                                Naast universele en selectieve maatregelen bestaan er ook geïndiceerde
                                                                          maatregelen, voor mensen die lijden aan een specifieke ziekte, ongeacht
Selectie interventieonderzoek bij werkenden ongeacht de leeftijd          de leeftijd. Deze maatregelen bevindingen zich vooral in het medische
Er is een beduidend groter aantal RCT’s uitgevoerd bij werkenden onge-    domein en zijn te specifiek om te vertalen naar een advies over maat-
acht de leeftijd. Om na te gaan of de bevindingen voor oudere werkenden   regelen ter bevordering van de inzetbaarheid van de algemene oudere
overeenkomen met die voor werkenden ongeacht de leeftijd en of deze       werkende bevolking. Daarom heeft de commissie deze niet uitgebreid
RCT’s nog andere inzichten opleveren, heeft de commissie op een globale   geëvalueerd. De effectiviteit van deze maatregelen is echter wel relevant
manier ook de overgebleven 47 artikelen geanalyseerd die gaan over        in het licht van de bevinding dat mensen vaker te maken krijgen met
werkenden ongeacht leeftijd. Deze artikelen beschrijven 56 maatregelen.   gezondheidsproblemen naarmate ze ouder worden. De commissie is
                                                                          daarom wel globaal nagegaan wat erover bekend is in de grijze literatuur.
Meer informatie over de werkwijze, het beoordelingskader en de resul-
taten van de afzonderlijke onderzoeken staat in het achtergronddocument   5.2 Maatregelen bij oudere werkenden
Effectiviteit van maatregelen.                                            De 7 universele en selectieve maatregelen die in 8 artikelen worden
                                                                          beschreven staan samengevat in tabel 2 en 3.
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                 Gezondheid en langer doorwerken | pagina 25 van 44
Tabel 2. Universele maatregelen bij oudere werkenden (niet geselecteerd op gezondheidsproblemen of -risico’s)
 Schrijver (jaartal), land              Maatregel             Deelnemers                     Duur          Interventie en controle
 Toppinen-Tanner (2016),    104
                                Finland Towards successful    Werknemers uit de publieke     1 à 2 weken   4 groepsworkshops van 4 uur gericht op loopbaanontwikkeling (o.a. vaardigheden en
                                        seniority             en private sector                            competenties benoemen, levenlang leren en omgaan met verandering, stress management),
                                                              (gemiddelde leeftijd 50 jaar).               gegeven door getrainde medewerker uit de eigen organisatie.
                                        Werkinterventie                                                    Controlegroep kreeg literatuur over loopbaanontwikkeling en gezondheid.
 Strijk (2012), 105
                                        Vital@Work            Werknemers uit twee            6 maanden     Wekelijkse yoga en fitness sessies (3x per week), gratis fruit tijdens contactmomenten en
 Strijk (2013),106 Nederland                                  academische ziekenhuizen                     3 individuele coachgesprekken over vitaliteit.
                                        Leefstijlinterventie  (≥ 45 jaar).                                 Zowel interventiegroep als controlegroep kregen een folder over gezonde leefstijl.
 De Boer (2004),    107
                        Nederland       Bezoeken aan          Werknemers uit een             6 maanden     Interventiegroep:
                                        bedrijfsarts          organisatie die elektronische                minimaal 3 bezoeken aan bedrijfsarts waarbij actieplan werd gemaakt met bijvoorbeeld
                                                              apparatuur maakt en                          noodzakelijke aanpassingen op het werk;
                                        Werkinterventie       ontwikkelt (> 50 jaar).                      consultatie van de leidinggevende van de deelnemer;
                                                                                                           verwijzing naar andere zorgprofessional als nodig.
                                                                                                           Controlegroep: werknemers werden niet actief benaderd, maar mochten wel op eigen initiatief
                                                                                                           naar bedrijfsarts.
Tabel 3. Selectieve maatregelen bij oudere werkenden (deelnemers geselecteerd op gezondheidsproblemen of -risico’s)
 Schrijver (jaartal), land              Maatregel             Deelnemers                     Duur          Interventie en controle
 Kouwenhoven-Pasmooij (2017),108        Coaching door         Werknemers van defensie,       Niet          Deelnemers ontvingen:
 Nederland                              bedrijfsarts          politie en een universitair    gerapporteerd web-based health risk assessment met gepersonaliseerde terugkoppeling op basis van
                                                              ziekenhuis (≥ 40 jaar) met                   risicoprofiel en motivatie;
                                        Leefstijlinterventie  een verhoogd cardiovascu-                    nieuwsbrief met motiverende teksten en informatie over een gezonde leefstijl;
                                                              lair risico.                                 7 individuele coachingssessies met bedrijfsarts die ‘motivational interviewing’ toepaste.
                                                                                                           Controlegroep ontving:
                                                                                                           web-based health risk assessment met terugkoppeling alleen gebaseerd op het risicoprofiel;
                                                                                                           nieuwsbrief, maar zonder motiverende teksten.
 Adler (2015),109 VS                    Telefonische coaching Werkenden uit de publieke      4 maanden     8 telefonische sessies + huiswerkopdrachten door therapeut die met ‘motivational
                                        door therapeut        en private sector (≥ 45 jaar)                interviewing’ deelnemers coachte op ervaren veranderbare barrières in het werk.
                                                              met dysthemie klachten en                    Zowel interventiegroep als controlegroep kregen toegang tot website met informatie over
                                        Werkinterventie       beperkingen in het werk.                     depressie en hulpmogelijkheden.
 Rutanen (2014),110 Finland             Regelmatig sporten    Werkende vrouwen met           6 maanden     Deelnemers sportten 4 keer per week met oplopende intensiteit (o.a. nordic walking).
                                                              menopausale symptomen                        Zowel interventiegroep als controlegroep kregen 3 colleges over fysieke activiteit en
                                        Leefstijlinterventie  (40 tot 62 jaar).                            gezondheid.
 Palumbo (2012),111 VS                  Tai Chi               Verpleegkundigen uit een       15 weken      Wekelijkse Tai Chi les op het werk aangevuld met 4 keer per week 10 minuten thuis oefenen.
                                                              academisch ziekenhuis                        Controlegroep kreeg geen interventie.
                                        Leefstijlinterventie  (≥ 40 jaar) met risico op
                                                              bewegingsapparaat
                                                              klachten.
           Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>                                                                                                     Gezondheid en langer doorwerken | pagina 26 van 44
Effectiviteit in het algemeen                                                Effectiviteit naar type maatregel
In de 8 artikelen over de 7 maatregelen zijn in totaal 19 effecten           De commissie heeft ook beoordeeld of het type maatregel van invloed is
beschreven. Daarvan zijn er 14 gunstig. Er is dus een beperkte hetero-       op de effectiviteit. Voor de effecten van maatregelen op het gebied van
geniteit in de richting van het effect. Met het oog daarop en op het aantal  werk/werksituatie concludeert de commissie dat er zwakke bewijskracht is
studies, concludeert de commissie dat er sterke bewijskracht is dat maat-    voor overwegend kleine gunstige effecten van dergelijke maatregelen. Het
regelen de inzetbaarheid bij oudere werkenden ondersteunen. De mate          zelfde geldt voor maatregelen op het gebied van leefstijl. De bevinding
van effectiviteit is beperkt. De effectgrootte van de beschreven effecten is van kleine gunstige effecten komen overeen met de conclusies van een
namelijk overwegend klein. Dit komt overeen met bevindingen uit              meta-analyse van RCT’s naar leefstijlinterventies op de werkplek bij
observationeel onderzoek naar potentiële randvoorwaarden.81                  werkenden ongeacht leeftijd op aanpalende uitkomstmaten112 en een
                                                                             meta-analyse van werkplekinterventies die gericht zijn op het verbeteren
Effectiviteit naar doelgroep                                                 van werkvermogen.113
De commissie heeft ook de bewijskracht beoordeeld voor maatregelen
uitgesplitst naar doelgroep (universeel of selectief). Voor de effecten van  Samenvatting effectiviteit maatregelen op individueel en organisatieniveau
universele maatregelen, bij oudere werkenden in het algemeen, beoor-         De geëvalueerde maatregelen richten zich overwegend op het individu.
deelt de commissie de bewijskracht voor gunstige effecten door het           Figuur 6 vat de conclusies over de maatregelen samen. Als uiteenlopende
beperkte aantal studies als zwak. Ze komt tot de zelfde conclusie over       maatregelen en doelgroepen worden samengenomen zijn er voldoende
effecten van selectieve maatregelen, specifiek bij oudere werkenden die      onderzoeken beschikbaar om te concluderen dat er sterke bewijskracht is
al enige gezondheidsproblemen hebben. De homogeniteit in de effecten         dat maatregelen bij werkenden van 40 jaar en ouder overwegend kleine
bij selectieve maatregelen is groter dan bij de universele maatregelen. Of   gunstige effecten hebben op inzetbaarheid. Onderverdeeld naar doel-
selectieve maatregelen ook daadwerkelijk effectiever zijn, valt door het     groep (universeel of selectief) en type maatregel (werksituatie, leefstijl)
kleine aantal onderzoeken echter niet te zeggen.                             wordt de bewijskracht zwak vanwege het geringe aantal onderzoeken dat
                                                                             zich daar specifiek op focust. Uit de onderzoeken blijkt niet of de doel-
                                                                             groep of het type maatregelen van invloed is op de effectiviteit.
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                                                                                     Gezondheid en langer doorwerken | pagina 27 van 44
 Alle maatregelen bij elkaar genomen is de bewijskracht voor kleine gunstige effecten sterk
 Maatregel                                              Doelgroep                   Maatregel gericht op
            Telefonische coaching                        selectief                   werksituatie
            door therapeut
            Regelmatig                                   selectief                   leefstijl
            sporten
                                           Al deze                   Zwak bewijs
            Tai chi                        maatregelen   selectief                   leefstijl
                                           samen:
                                                                                                          Zwak bewijs
            Coaching door                                selectief                   leefstijl
            bedrijfsarts
                                           Sterk bewijs
            Vital@Work                                   universeel                  leefstijl
                                                                     Zwak bewijs
            Towards successful                           universeel                  werksituatie
            seniority
                                                                                                                          Zwak bewijs
            Bezoeken aan                                 universeel                  werksituatie
            bedrijfsarts
Figuur 6. Samenvatting bewijskracht maatregelen
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>                                                                                                   Gezondheid en langer doorwerken | pagina 28 van 44
5.3 Maatregelen bij alle werkenden, ongeacht leeftijd                      er geen eenduidige effecten gevonden zijn van maatregelen op de inzet-
Omdat er relatief weinig interventieonderzoeken zijn gedaan bij oudere     baarheid van werkenden met een laag opleidingsniveau.
werkenden, heeft de commissie ook interventieonderzoek bij werkenden
ongeacht de leeftijd meegenomen. De 47 artikelen die samen 56 maat-        5.4 Maatregelen bij werkenden die lijden aan een
regelen evalueerden laten een gevarieerd beeld zien. Uit de onderzoeken           specifieke ziekte
blijkt niet precies welke maatregelen effectief zijn. Wel is het zo dat de Om een beeld te krijgen van de effectiviteit van geïndiceerde maatregelen
effecten overwegend een gunstige richting hebben, net als de maat-         heeft de commissie twee recente rapporten uit de grijze literatuur bekeken
regelen bij oudere werkenden. De 47 artikelen bevestigen dus groten-       over maatregelen bij werkenden met een specifieke chronische ziekte:
deels de sterke bewijskracht voor kleine gunstige effecten van maat-       • de kennissynthese van ZonMw, Werken is Gezond;102
regelen bij oudere werkenden.                                              • het SER advies Werk: van belang voor iedereen.3
Maatregelen bij werkenden met een lage opleiding                           De beschreven maatregelen richten zich op alle werkenden met een
In de kennissynthese van ZonMw van oktober 2016 schrijven de onder-        specifieke ziekte, niet alleen op ouderen; en de meeste van deze interven-
zoekers dat grotendeels onbekend is welke maatregelen voor deze speci-     tieonderzoeken gebruiken gezondheid als uitkomstmaat in plaats werkge-
fieke doelgroep kunnen worden ingezet.102 Geen van de 8 artikelen bij      relateerde maten. Dat maakt dat er minder bekend is over de effecten van
oudere werkenden focuste zich op werkenden met een laag opleidings-        de maatregelen op indicatoren van inzetbaarheid.
niveau. Van de 47 artikelen over maatregelen bij werkenden ongeacht de     Het beeld is dat de bevindingen over maatregelen bij werkenden die lijden
leeftijd, waren er slecht 4 gericht op werkenden met een laag opleidings-  aan een specifieke ziekte in lijn zijn met de bevindingen over maatregelen
niveau. Die 4 artikelen beschrijven de effectiviteit van 3 maatregelen bij ter ondersteuning van de inzetbaarheid van werkenden (de 7 maatregelen
een groep die voor minimaal 60% bestond uit mensen met een laag            bij oudere werkenden en de 56 maatregelen bij werkenden ongeacht de
opleidingsniveau of bij een groep die volledig bestond uit handarbeiders,  leeftijd).
zogenaamde blue collar workers.114-117
Vanwege het geringe aantal onderzoeken in combinatie met de grote          Uit de kennissynthese van ZonMw blijkt bijvoorbeeld dat maatregelen die
heterogeniteit in de richting van het effect concludeert de commissie dat  lichamelijke activiteit stimuleerden bij werkenden met aandoeningen aan
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>                                                                                                Gezondheid en langer doorwerken | pagina 29 van 44
het bewegingsapparaat kleine gunstige effecten hadden op ziekteverzuim.  manier waarop de indicatoren van inzetbaarheid geoperationaliseerd
Ook bij maatregelen die psychosociale factoren aanpakken, zoals          werden, de doelgroep en de manier van analyseren. De commissie heeft
cognitieve gedragstherapie of stimuleren van zelfmanagement, waren er    niet kunnen bekijken of publicatiebias van gunstige effecten hier mogelijk
aanwijzingen voor gunstige effecten op ziekteverzuim. Bij maatregelen op een rol speelt. Bij publicatiebias is er sprake van dat gunstige resultaten
werkplekaanpassingen wordt er matig bewijs gevonden voor effecten op     wel worden gepubliceerd en onduidelijke of ongunstige resultaten niet. De
werkgerelateerde uitkomsten. Met name als die maatregelen zich richten   commissie merkt op dat de geanalyseerde onderzoeken hun beperkingen
op het vergroten van regelmogelijkheden. Ook de leidinggevende en        kennen. Ze konden bijvoorbeeld meestal niet geblindeerd uitgevoerd
steun van collega’s lijkt een belangrijke rol te spelen.                 worden. Ook is onbekend wat de langetermijneffecten zijn, omdat de
In de synthese zijn ook multidisciplinaire maatregelen geëvalueerd, die  effecten maximaal slechts twee jaar zijn gevolgd.
ingrijpen op twee of drie gebieden tegelijk (lichamelijk, psychosociaal, Rongen en collega’s (2013) hebben onderzoek gedaan naar studie- en
werkplek). De auteurs denken dat deze multidisciplinaire maatregelen     interventiekenmerken die van invloed zijn op de effectiviteit van gezond-
veelbelovender zijn dan enkelvoudige maatregelen, zowel voor de          heidsbevorderende maatregelen op de werkplek. Zij kwamen tot de
gezondheid als voor de inzetbaarheid.                                    conclusie dat de maatregelen effectiever waren in jongere populaties, met
                                                                         wekelijkse contactmomenten en als de controlegroep geen gezondheids-
Het SER-advies noemt als voorbeeld drie maatregelen gericht op werkge-   bevordering kreeg aangeboden. Onderzoeken met een slechte methodo-
relateerde uitkomsten, zoals het terugdringen van ziekteverzuim. Omdat   logische kwaliteit rapporteerden vaker een hogere effectiviteit. Wanneer er
het rapport niet ingaat op de onderbouwing van de effectiviteit, laat de gecorrigeerd werd voor verstorende factoren (confounders) was de effecti-
commissie het rapport hier verder buiten beschouwing.3                   viteit juist lager.112
                                                                         De commissie is bij het onderbouwen van de effectiviteit van maatregelen
5.5 Bevindingen in perspectief                                           uitgegaan van RCT’s omdat dit type onderzoek de gouden standaard voor
                                                                         interventieonderzoek. Omdat maatregelen op het terrein van inzetbaar-
Kanttekeningen                                                           heid regelmatig op afdelingsniveau of organisatieniveau worden ingezet
Uit de analyse blijkt dat uiteenlopende maatregelen overwegend kleine    heeft zij naast individuele RCT’s ook cluster RCT’s stepped wedge RCT’s
gunstige effecten hebben op de inzetbaarheid, ondanks de variatie in de  meegenomen.101 Maatregelen die geëvalueerd zijn in ander type onder-
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>                                                                                                Gezondheid en langer doorwerken | pagina 30 van 44
zoek blijven buiten beschouwing. De commissie kan niet uitsluiten dat ze  Implementatie
hierdoor potentieel effectieve maatregelen heeft gemist. Er worden steeds Uit overzichtsartikelen op zowel het terrein van arbeid en gezondheid als
meer technieken ontwikkeld die het mogelijk maken om ook met observa-     het meer algemene terrein van preventie en bevorderen van gezondheid,
tioneel onderzoek de effectiviteit van maatregelen te bepalen.101 Echter, blijkt dat de implementatie van maatregelen de effectiviteit kan beïn-
op basis van conclusies uit aanpalende systematische reviews bij oudere   vloeden. Als maatregelen goed waren geïmplementeerd waren de resul-
werkenden die naast RCTs ook niet-gerandomiseerde en observationele       taten over het algemeen beter dan wanneer maatregelen minder goed
onderzoeken hebben meegenomen verwacht de commissie dat ze tot            waren geïmplementeerd.120,121 De commissie vindt het dan ook belangrijk
vergelijkbare conclusies ten aanzien van de effectiviteit van maatregelen dat er aandacht is voor een goede implementatie van (toekomstige)
gericht op inzetbaarheid zou zijn gekomen als ze ruimere inclusiecriteria maatregelen.
had gehanteerd.81,113,118,119
                                                                          Ethische overwegingen bij leefstijlmaatregelen
Een andere kanttekening is dat de maatregelen bij oudere werkenden die    Maatregelen op het gebied van leefstijl kunnen op gespannen voet
voor evaluatie beschikbaar waren, niet de maatregelen zijn waarvan de     kunnen staan met ethische waarden.122 Niet alle werkenden vinden het
commissie verwacht dat ze het meest zullen bijdragen aan langer door-     goed als de werkgever zich met hun leefstijl ‘bemoeit’. Oudere werkenden
werken. De commissie verwacht bijvoorbeeld meer van het bevorderen        bleken daar meer moeite mee te hebben dan jongere werkenden, liet een
van regelmogelijkheden op het werk en personeelsbeleid gericht op duur-   onderzoek zien.123 Een focusgroep onderzoek laat zien dat werkenden en
zame inzetbaarheid. Geen van de geëvalueerde maatregelen bij ouderen      werkgevers beiden vinden dat een gezonde leefstijl de verantwoordelijk-
had die factoren als primair aanknopingspunt.                             heid van de werkende is.124 Beide partijen verstaan echter iets anders
                                                                          onder ‘verantwoordelijkheid’. Werkenden zien het als ‘autonomie’, terwijl
Tot slot merkt de commissie op dat de verwachte effecten op langer door-  werkgevers het als ‘plicht’ zien. Deze verschillende opvattingen kunnen
werken nu in kaart zijn gebracht aan de hand van indicatoren van inzet-   botsen bij het implementeren van leefstijlmaatregelen op de werkplek. Het
baarheid. Hoe deze effecten zich zullen doorvertalen in daadwerkelijk     is dan ook van belang hier rekening mee te houden. Het Centrum voor
langer doorwerken is nog onbekend.                                        Ethiek en Gezondheid (CEG) geeft in zijn signalement van oktober 2016
                                                                          handreikingen voor de discussie tussen werkenden en werkgevers om
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                                                                                                 Gezondheid en langer doorwerken | pagina 31 van 44
gezamenlijk ethische grenzen te bepalen voor leefstijlbevordering op de    gezondheidsgerelateerde uitval naar werkloosheid kan worden
werkplek.122                                                               voorkomen.
                                                                           Effectievere ondersteunende maatregelen ontwikkelen
06 advies                                                                  Voor het behouden of verbeteren van inzetbaarheid is in het regeer-
                                                                           akkoord de verantwoordelijkheid gelegd op het niveau van de werkende
Mensen krijgen meer gezondheidsproblemen naarmate ze ouder worden.         en werkgever. De gunstige effecten van maatregelen op individueel en
Dat kan de inzetbaarheid verlagen. Naar schatting speelt bij 16 tot 27%    organisatieniveau zijn tot dusver overwegend klein. Omdat slechts van
van de uitval door werkloosheid bij mensen tussen de 55 en 65 jaar         een beperkt aantal maatregelen de effectiviteit is onderzocht en maatre-
slechte gezondheid een belangrijke rol.                                    gelen vaak op een enkel aspect zijn gericht (bijvoorbeeld een maatregen
De commissie ziet laagopgeleide ouderen als een groep die speciale         gericht op het verbeteren van leefstijl), ziet de commissie mogelijkheden
aandacht vraagt als het gaat om langer doorwerken. Omdat langer door-      voor de ontwikkeling van effectievere maatregelen in combinatie met een
werken niet voor iedereen vanzelfsprekend is, ziet de commissie een rol    goede implementatie.
weggelegd voor werkenden, werkgevers en de overheid.                       Omdat uit observationeel onderzoek blijkt dat regelmogelijkheden op het
                                                                           werk een belangrijke potentiële randvoorwaarde is voor de inzetbaarheid,
Ze adviseert enerzijds om in te zetten op maatregelen om oudere            ziet de commissie dit als kansrijk aanknopingspunt voor maatregelen.
werkenden te ondersteunen in langer doorwerken. Daarvoor is ook meer       Daarnaast ziet zij personeelsbeleid gericht op duurzame inzetbaarheid
onderzoek nodig, want het is nu nog niet aangetoond welke maatregelen,     vanaf het begin van de loopbaan als aanknopingspunt voor maatregelen.
voor wie, op welk moment in het arbeidsleven effectief zijn en in welke    Dit advies gaat weliswaar vooral in op oudere werkenden, maar volgens
werksituaties maatregelen vooral effectief zijn. Anderzijds adviseert de   de commissie is het van belang al eerder in de loopbaan aandacht
commissie om te onderzoeken of flexibele vormen van pensionering beter     besteden aan inzetbaarheid, bijvoorbeeld door loopbaanbeleid of arbeids-
passen bij de grote diversiteit in gezondheid op hogere leeftijd en bij de omstandighedenbeleid. Op die manier kan in een vroeg stadium rekening
grote gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleiden. Hierbij kan   gehouden worden met de eventuele achteruitgang in gezondheid en
specifiek worden onderzocht of met flexibele vormen van pensionering       inzetbaarheid op hogere leeftijd.
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>                                                                                                 Gezondheid en langer doorwerken | pagina 32 van 44
Mogelijkheden van meer maatwerk                                           Oudere werkenden
De gezondheidstoestand op hogere leeftijd is heel divers en er zijn grote Het is niet bekend of de gunstige effecten van maatregelen op de
gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleiden. De commissie       indicatoren voor inzetbaarheid zich laten vertalen naar daadwerkelijk
beveelt aan om te onderzoeken of flexibele vormen van pensionering daar   langer doorwerken. Daarvoor is meer interventieonderzoek nodig onder
beter bij passen en specifiek of met deze vormen van pensionering         werkenden uit oudere leeftijdsgroepen, met als uitkomstmaat uitval uit
gezondheidsgerelateerde uitval naar werkloosheid kan worden               werk of langer doorwerken. Hierbij moet rekening gehouden worden met
voorkomen.                                                                het healthy worker-effect: oudere werkenden zijn vaak een gezondere
                                                                          selectie van de algemene bevolking op die leeftijd.
Meer onderzoek en monitoring
De geëvalueerde maatregelen laten over het algemeen kleine gunstige       Oudere werkenden met een laag opleidingsniveau
effecten zien op de indicatoren van inzetbaarheid, maar lopen uiteen in   De commissie ziet (oudere) werkenden met een laag opleidingsniveau als
aanpak, doelgroep en effectiviteit. Het is niet aangetoond welke maat-    een kwetsbare groep als het gaat om langer doorwerken. Laagopgeleide
regelen, voor wie, op welk moment in het arbeidsleven effectief zijn. Ook werkenden kunnen te maken krijgen met clustering van gezondheidspro-
is niet aangetoond of er voor specifieke doelgroepen aparte maatregelen   blemen en belastend werk. Daarnaast zal het banenaanbod in de
nodig zijn. Er is namelijk nog te weinig onderzoek bij oudere werkenden   toekomst veranderen: banen worden naar verwachting ingewikkelder
en werkenden met een lage opleiding uitgevoerd en is er nagenoeg geen     waardoor er meer gevraagd zal worden van laagopgeleiden.125 Het is nog
onderzoek bij zzp’ers uitgevoerd. Daarnaast vormen de gevonden            niet bekend hoe deze kwetsbare groep het best ondersteund kan worden
effecten van de maatregelen op de indicatoren van inzetbaarheid slechts   in langer doorwerken. De commissie adviseert daarom daar onderzoek
indirect bewijs voor effecten op daadwerkelijk langer doorwerken. De      naar te doen. In interventieonderzoeken zou meer aandacht moeten
commissie concludeert daarom dat meer onderzoek nodig is naar indivi-     worden besteed aan de vraag welke maatregelen passend zouden zijn
duele maatregelen, organisatiemaatregelen en beleidsmaatregelen en        voor laagopgeleide oudere werkenden. De commissie benadrukt
doet daarbij de aanbeveling specifiek aandacht te besteden aan oudere     overigens dat problemen met inzetbaarheid niet voorbehouden zijn aan
werkenden (met gezondheidsproblemen), mensen met een laag                 laagopgeleiden.
opleidingsniveau en zzp’ers.
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>                                                                                               Gezondheid en langer doorwerken | pagina 33 van 44
Zelfstandigen                                                            doorwerken op gezondheid is, is bijvoorbeeld nog grotendeels onbekend.
De commissie signaleert dat de groep zelfstandigen op de arbeidsmarkt    Dat geldt ook voor het effect van langer doorwerken bij oudere werkenden
groeit, ook onder ouderen.126 Over de groep oudere zelfstandigen is      met gezondheidsproblemen.
echter nog weinig bekend. De commissie beveelt aan om meer onderzoek     De commissie adviseert ook om aan de rol van de sociaal economische
te doen naar zelfstandigen in het licht van langer doorwerken en gezond- gezondheidsverschillen te monitoren. Deze zouden namelijk vergroot
heid en te onderzoeken met welke maatregelen zij het best ondersteund    kunnen worden als mensen met eigen financiële middelen wel eerder
kunnen worden. Onderzocht zou kunnen worden of de overstap naar          kunnen stoppen met werken als de gezondheid achteruit gaat en mensen
werken als zelfstandige voor mensen met een chronische aandoening een    zonder eigen financiële middelen niet. Op basis van observationele gege-
oplossing of juist een noodgreep is om aan de arbeidsmarkt te kunnen     vens zijn met methoden als het analyseren van effecten van natuurlijke
blijven deelnemen.                                                       experimenten oorzakelijke verbanden vast te stellen. De minister zou
                                                                         kunnen overwegen dergelijke methoden toe te passen bij het evalueren
Maatschappelijke kosten-batenanalyse                                     van de wederzijdse relatie tussen langer doorwerken en gezondheid.
De commissie verwacht dat langer doorwerken consequenties heeft voor
verschillende maatschappelijke terreinen (bijvoorbeeld op andere vormen
van participatie dan betaald werk). Een maatschappelijke kosten-baten-            literatuur
analyse kan inzicht geven in hoe de maatschappelijke kosten en baten
liggen van toekomstig te nemen maatregelen, bijvoorbeeld de maat-        1
                                                                           Stoeldraijer L, van Duin C, Huisman C. Centraal Bureau voor de Statis-
regelen die de commissie aanbeveelt. Daarnaast kan het zicht geven op      tiek. Bevolkingsprognose 2017-2060: 18,4 miljoen inwoners in 2060.
hoe belangrijk bepaalde maatregelen wel of niet zijn.                      2017.
                                                                         2
                                                                           Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Doorwerken en gezondheid.
Ontwikkelingen in gezondheid                                               Den Haag, 2015; 15/02.
De commissie adviseert de ontwikkeling van de gezondheid van mensen      3
                                                                           Sociaal-Economische Raad. Werk: van belang voor iedereen. Een
in relatie tot langer doorwerken te blijven monitoren zodat maatregelen    advies over werken met een chronische ziekte. Den Haag, 2016; 16/02.
daar zo nodig op afgestemd kunnen worden. Wat het effect van langer      4
                                                                           Centraal Bureau voor de Statistiek. Arbiedsdeelname; kerncijfers.
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>                                                                                                    Gezondheid en langer doorwerken | pagina 34 van 44
   https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82309NED/                  Geraadpleegd: mei 2017.
   table?ts=1511515302021. Geraadpleegd: november 2017.                      12
                                                                                Centraal Bureau voor de Statistiek. Bevolking; hoogstbehaald onder-
5
   Henkens K, van Solinge H, van Dalen H. Nederlands Interdisciplinair          wijsniveau en onderwijsrichting. https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/
   Demografisch Instituut. Doorwerken over de drempel van het pensioen.         nl/dataset/82816NED/table?ts=1517306998422. Geraadpleegd:
   Amsterdam, 2013; Boek 87.                                                    december 2017.
6
   Dingemans E, Henkens K, van Solinge H. Working retirees in Europe:        13
                                                                                Centraal Bureau voor de Statistiek. Arbeidsdeelname; kerncijfers.
   individual and societal determinants. Work Employ Soc 2017; 31(6):           https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82309NED/
   972-91.                                                                      table?ts=1517306859600. Geraadpleegd: 20 december 2017.
7
   Dingemans E. Keuzevrijheid in doorwerken na pensioen. http://www.         14
                                                                                Centraal Planbureau. Macro Economische Verkenning 2018. Den
   versvak.nl/arbeidsmarkt-educatie/keuzevrijheid-in-doorwerken-na-             Haag, 2017.
   pensioen/. Geraadpleegd: december 2017.                                   15
                                                                                Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt
8
   Solinge H van, Henkens K. Involuntary retirement: the role of restrictive    naar opleiding en beroep tot 2020. Maastricht, 2015; ROA-R-2015/6.
   circumstances, timing, and social embeddedness. J Gerontol B Psychol         http://hbomonitor.nl/application/files/5914/7549/1224/ROA_R_2015_6.
   Sci Soc Sci 2007; 62(5): S295-S303.                                          pdf. Geraadpleegd: juni 2018.
9
   Oude Mulders J, van Dalen HP, Henkens K, Schippers J. How likely are      16
                                                                                Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Een gezonder Neder-
   employers to rehire older workers after mandatory retirement? A              land; Kernboodschappen van de Volksgezondheid Toekomst Verken-
   vignette study among managers. Economist (Leiden) 2014; 162(4):              ning 2014. Bilthoven, 2014.
   415-31.                                                                   17
                                                                                Boot CRL, Deeg DJH, Abma T, Rijs KJ, van der Pas S, van Tilburg TG,
10
   Schuring M, Robroek SJ, Otten FW, Arts CH, Burdorf A. The effect of ill      e.a. Predictors of having paid work in older workers with and without
   health and socioeconomic status on labor force exit and re-employ-           chronic disease: a 3-year prospective cohort study. J Occup Rehabil
   ment: a prospective study with ten years follow-up in the Netherlands.       2014; 24(3): 563-72.
   Scand J Work Environ Health 2013; 39(2): 134-43.                          18
                                                                                Deeg DJ, van der Noordt M, Hoogendijk E, Comijs HC, Huisman M.
11
   World Health Organization. International Classification of Functioning,      Employability after age 65? Trends over 23 years in life expectency in
   Disability and Health (ICF). http://www.who.int/classifications/icf/en/.     good and in poor physical and cognitive health of 65-74-year-olds in the
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>                                                                                                        Gezondheid en langer doorwerken | pagina 35 van 44
   Netherlands. 2018; Netspar Design Paper 96.                                   25
                                                                                    Centraal Bureau voor de Statistiek. Steeds langer leven zonder beper-
19
   Centraal Bureau voor de Statistiek. Gezonde levensverwachting; vanaf             kingen https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/12/steeds-langer-leven-
   1981. https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/71950ned/                zonder-beperkingen. Geraadpleegd: mei 2018.
   table?ts=1517307172937. Geraadpleegd: januari 2018.                           26
                                                                                    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Mileu. Volksgezondheid
20
   Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Trends in ervaren                 Toekomst Verkenning 2018. https://www.vtv2018.nl/gezondheid.
   gezondheid naar leeftijd. https://www.volksgezondheidenzorg.info/                Geraadpleegd: mei 2018.
   onderwerp/ervaren-gezondheid/cijfers-context/trends#node-trend-               27
                                                                                    Centraal Bureau voor de Statistiek. Gezondheid en zorggebruik. https://
   ervaren-gezondheid-naar-leeftijd. Geraadpleegd: maart 2018.                      opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83005NED/
21
   Galenkamp H, Braam AW, Huisman M, Deeg DJ. Seventeen-year time                   table?ts=1517307092589. Geraadpleegd: april 2018.
   trend in poor self-rated health in older adults: changing contributions of    28
                                                                                    Broese van Groenou M, Deeg DJ, de Boer A. Veranderingen in de
   chronic diseases and disability. Eur J Public Health 2013; 23(3): 511-7.         levensloop. Editor: de Boer A. Rapportage ouderen 2006: 167-93. Den
22
   Oostrom SH van, Gijsen R, Stirbu I, Korevaar JC, Schellevis FG,                  Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau; 2006.
   Picavet HS, e.a. Time trends in prevalence of chronic diseases and            29
                                                                                    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Dementie: huidige situ-
   multimorbidity not only due to aging: data from general practices and            atie. https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/dementie/
   health surveys. PLoS One 2016; 11(8): e0160264.                                  cijfers-context/huidige-situatie#node-prevalentie-naar-leeftijd-0.
23
   Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Trends in beperkingen in          Geraadpleegd: mei 2017.
   activiteiten in horen, zien of mobiliteit naar leeftijd. https://www.volksge- 30
                                                                                    Alzheimer Nederland. Dementie op jonge leeftijd. https://www.
   zondheidenzorg.info/onderwerp/functioneringsproblemen/cijfers-                   alzheimer-nederland.nl/dementie/jongdementie. Geraadpleegd: april
   context/trends#node-trend-beperkingen-activiteiten-horen-zien-mobili-            2018.
   teit-naar-leeftijd. Geraadpleegd: april 2018.                                 31
                                                                                    Vriend S, Heyma A, van der Noordt M, Deeg DJ. SEO. Langer door-
24
   Jeuring HW, Comijs HC, Deeg DJH, Stek ML, Huisman M, Beekman                     werken met arbeidsbeperking - prognose van de arbeidsparticipatie
   ATF. Secular trends in the prevalence of major and subthreshold                  van ouderen tot 2030 in relatie tot gezondheidsontwikkelingen.
   depression among 55-64-year olds over 20 years. Psychol Med 2017:                Amsterdam, 2016.
   1-11.                                                                         32
                                                                                    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Functioneringspro-
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>                                                                                                   Gezondheid en langer doorwerken | pagina 36 van 44
   blemen; beperkingen naar leeftijd. https://www.volksgezondheidenzorg.    39
                                                                               Sundstrup E, Jakobsen MD, Thorsen SV, Andersen LL. Regular use of
   info/onderwerp/functioneringsproblemen/cijfers-context/huidige-             medication for musculoskeletal pain and risk of long-term sickness
   situatie#node-beperkingen-mobiliteit. Geraadpleegd: december 2017.          absence: A prospective cohort study among the general working
33
   Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Chronische ziekten en        population. Eur J Pain 2017; 21(2): 366-73.
   multimorbiditeit: prevalentie. https://www.volksgezondheidenzorg.info/   40
                                                                               Morken T, Riise T, Moen B, Hauge SH, Holien S, Langedrag A, e.a. Low
   onderwerp/chronische-ziekten-en-multimorbiditeit/cijfers-context/preva-     back pain and widespread pain predict sickness absence among
   lentie. Geraadpleegd: mei 2017.                                             industrial workers. BMC Musculoskelet Disord 2003; 4(1): 21.
34
   Centraal Bureau voor de Statistiek. Gezonde levensverwachting;           41
                                                                               Stansfeld SA, Fuhrer R, Head J. Impact of common mental disorders
   onderwijsniveau. http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&       on sickness absence in an occupational cohort study. Occup Environ
   PA=83780ned&D1=0,3&D2=0&D3=14&D4=a&D5=0&D6=l&HDR=T&S                        Med 2011; 68(6): 408-13.
   TB=G1,G2,G3,G4,G5&VW=T. Geraadpleegd: februari 2018.                     42
                                                                               Magee CA, Caputi P, Lee JK. Distinct longitudinal patterns of
35
   Klijs B, Nusselder WJ, Looman CW, Mackenbach JP. Educational                absenteeism and their antecedents in full-time Australian employees.
   disparities in the burden of disability: contributions of disease preva-    J Occup Health Psychol 2016; 21(1): 24-36.
   lence and disabling impact. Am J Public Health 2014; 104(8): e141-8.     43
                                                                               Dray-Spira R, Herquelot E, Bonenfant S, Gueguen A, Melchior M.
36
   Pohjonen T. Age-related physical fitness and the predictive values of       Impact of diabetes mellitus onset on sickness absence from work -
   fitness tests for work ability in home care work. J Occup Environ Med       a 15-year follow-up of the GAZEL Occupational Cohort Study. Diabet
   2001; 43(8): 723-30.                                                        Med 2013; 30(5): 549-56.
37
   Leijten FR, van den Heuvel SG, Ybema JF, van der Beek AJ, Robroek        44
                                                                               Rijn RM van, Robroek SJ, Brouwer S, Burdorf A. Influence of poor
   SJ, Burdorf A. The influence of chronic health problems on work ability     health on exit from paid employment: a systematic review. Occup
   and productivity at work: a longitudinal study among older employees.       Environ Med 2014; 71(4): 295-301.
   Scand J Work Environ Health 2014; 40(5): 473-82.                         45
                                                                               Amelsvoort LGPM van, Kant IJ, Beurkens AJHM, Schröer CAP, Swaen
38
   Stynen D, Jansen NW, Kant IJ. The impact of depression and diabetes         GMH. Fatigue as a predictor of work disability. Occup Environ Med
   mellitus on older workers’ functioning. J Psychosom Res 2015; 79(6):        2002; 59: 712-3.
   604-13.                                                                  46
                                                                               Biering-Sørensen F, Lund J, Høydalsmo OJ, Darre EM, Deis A, Kryger
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>                                                                                                  Gezondheid en langer doorwerken | pagina 37 van 44
   P, e.a. Risk indicators of disability pension. A 15-year follow-up. Dan 53
                                                                              Leijten FRM, de Wind A, van den Heuvel SG, Ybema JF, van der Beek
   Med Bull 1999; 46(3): 258-62.                                              AJ, Robroek SJW, e.a. The influence of chronic health problems and
47
   Lundin A, Kjellberg K, Leijon O, Punnett L, Hemmingsson T. The             work-related factors on loss of paid employment among older workers.
   association between self-assessed future work ability and long-term        J Epidemiol Community Health 2015; 69(11): 1058-65.
   sickness absence, disability pension and unemployment in a general      54
                                                                              Mohren DCL, Jansen NWH, Kant I. Need for recovery from work in
   working population: a 7-year follow-up study. J Occup Rehabil 2016;        relation to age: a prospective cohort study. Int Arch Occup Environ
   26(2): 195-203.                                                            Health 2010; 83(5): 553-61.
48
   Holland BJ van, Soer R, de Boer MR, Reneman MF, Brouwer S.              55
                                                                              Laurier J, Schilder L, Hupkens L. Blik op Werk. Het Nederlands werk-
   Workers’ health surveillance in the meat processing industry: work and     vermogen 2013: de stand van zaken rondom het werkvermogen 2013
   health indicators associated with work ability. J Occup Rehabil 2015;      van de Nederlandse werkende beroepsbevolking. Utrecht, 2014;
   25(3): 618-26.                                                             12032014. https://www.blikopwerk.nl/doc/media/HetNederlandseWerk-
49
   Croon EM de, Sluiter JK, Frings-Dresen MHW. Need for recovery after        vermogen2013.pdf. Geraadpleegd: mei 2017.
   work predicts sickness absence: a 2-year prospective cohort study in    56
                                                                              Alavinia SM, van Duivenbooden C, Burdorf A. Influence of work-related
   truck drivers. J Psychosom Res 2003; 55(4): 331-9.                         factors and individual characteristics on work ability among Dutch
50
   Alexopoulos EC, Konstantinou EC, Bakoyannis G, Tanagra D, Burdorf          construction workers. Scand J Work Environ Health 2007; (5): 351-7.
   A. Risk factors for sickness absence due to low back pain and           57
                                                                              Centraal Bureau voor de Statistiek. Ziekteverzuim volgens
   prognostic factors for return to work in a cohort of shipyard workers.     werknemers; geslacht en leeftijd. https://opendata.cbs.nl/statline/#/
   Eur Spine J 2008; 17(9): 1185-92.                                          CBS/nl/dataset/83056NED/table?ts=1517307258715. Geraadpleegd:
51
   Emberland JS, Nielsen MB, Knardahl S. Psychological, social, and           december 2017.
   mechanical work exposures and disability retirement: a prospective      58
                                                                              Beemsterboer W, Stewart R, Groothoff J, Nijhuis F. A literature review
   registry study. BMC Public Health 2017; 17: 56.                            on sick leave determinants (1984-2004). Int J Occup Med Environ
52
   Berg T van den, Schuring M, Avendano M, Mackenbach J, Burdorf A.           Health 2009; 22(2): 169-79.
   The impact of ill health on exit from paid employment in Europe among   59
                                                                              Alavinia SM, Burdorf A. Unemployment and retirement and ill-health: a
   older workers. Occup Environ Med 2010; 67(12): 845-52.                     cross-sectional analysis across European countries. Int Arch Occup
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>                                                                                                       Gezondheid en langer doorwerken | pagina 38 van 44
   Environ Health 2008; 82(1): 39-45.                                             e.a. Can work make you mentally ill? A systematic meta-review of
60
   Berg TI van den, Elders LA, de Zwart BC, Burdorf A. The effects of             work-related risk factors for common mental health problems. Occup
   work-related and individual factors on the Work Ability Index:                 Environ Med 2017; 74(4): 301-10.
   a systematic review. Occup Environ Med 2009; 66(4): 211-20.                 68
                                                                                  Schuring M, Robroek SJ, Burdorf A. The benefits of paid employment
61
   van Zon SKR, Reijneveld SA, Mendes de Leon CF, Bültmann U. The                 among persons with common mental health problems: evidence for the
   impact of low education and poor health on unemployment varies by              selection and causation mechanism. Scand J Work Environ Health
   work life stage. Int J Public Health 2017: 1-10.                               2017; 43(6): 540-9.
62
   Carr E, Fleischmann M, Goldberg M, Kuh D, Murray ET, Stafford M,            69
                                                                                  Heide I van der, van Rijn RM, Robroek SJ, Burdorf A, Proper KI. Is
   e.a. Occupational and educational inequalities in exit from employment         retirement good for your health? A systematic review of longitudinal
   at older ages: evidence from seven prospective cohorts. Occup Environ          studies. BMC Public Health 2013; 13: 1180.
   Med 2018:                                                                   70
                                                                                  Schaap R, de Wind A, Coenen P, Proper K, Boot C. The effects of exit
63
   Noordt M van der, IJzelenberg H, Droomers M, Proper KI. Health                 from work on health across different socioeconomic groups:
   effects of employment: a systematic review of prospective studies.             A systematic literature review. Soc Sci Med 2017; 198: 36-45.
   Occup Environ Med 2014; 71(10): 730-6.                                      71
                                                                                  Meng A, Nexo MA, Borg V. The impact of retirement on age related
64
   Schuring M, Robroek SJ, Lingsma HF, Burdorf A. Educational                     cognitive decline - a systematic review. BMC Geriatr 2017; 17(1): 160.
   differences in trajectories of self-rated health before, during, and after  72
                                                                                  Shim MJ, Gimeno D, Pruitt SL, McLeod CB, Foster MJ, Amick BC, III.
   entering or leaving paid employment in the European workforce. Scand           A systematic review of retirement as a risk factor for mortality. Editor:
   J Work Environ Health 2015; 41(5): 441-50.                                     McGehee MA and Bradshaw BS. Applied Demography and Public
65
   Barnay T. Health, work and working conditions: a review of the                 Health: Dordrecht: Springer: 2009.
   European economic literature. Eur J Health Econ 2016; 17(6): 693-709.       73
                                                                                  Westerlund H, Kivimaki M, Singh-Manoux A, Melchior M, Ferrie JE,
66
   Staudinger UM, Finkelstein R, Calvo E, Sivaramakrishnan K. A global            Pentti J, e.a. Self-rated health before and after retirement in France
   view on the effects of work on health in later life. Gerontologist 2016; 56    (GAZEL): a cohort study. Lancet 2009; 374(9705): 1889-96.
   Suppl 2: S281-92.                                                           74
                                                                                  Jokela M, Ferrie JE, Gimeno D, Chandola T, Shipley MJ, Head J, e.a.
67
   Harvey SB, Modini M, Joyce S, Milligan-Saville JS, Tan L, Mykletun A,          From midlife to early old age: health trajectories associated with
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>                                                                                                     Gezondheid en langer doorwerken | pagina 39 van 44
   retirement. Epidemiology 2010; 21(3): 284-90.                                to exit from paid employment: a meta-analysis. Scand J Work Environ
75
   Solinge H van. Health change in retirement. A longitudinal study among       Health 2013; 39(3): 233-40.
   older workers in the Netherlands. Research on Aging 2007; 29(3):          83
                                                                                Gommans FG, Jansen NW, Stynen D, de Grip A, Kant I. Need for
   225-56.                                                                      recovery across work careers: the impact of work, health and personal
76
   Celidoni M, Dal Bianco C, Weber G. Retirement and cognitive decline.         characteristics. Int Arch Occup Environ Health 2015; 88(3): 281-95.
   A longitudinal analysis using SHARE data. J Health Econ 2017; 56:         84
                                                                                Wind A de, Geuskens GA, Ybema JF, Blatter BM, Burdorf A, Bongers
   113-25.                                                                      PM, e.a. Health, job characteristics, skills, and social and financial
77
   Bonsang E, Adam S, Perelman S. Does retirement affect cognitive              factors in relation to early retirement - results from a longitudinal study
   functioning? , 2010; Discussion paper 11/2010-069. http://arno.uvt.nl/       in the Netherlands. Scand J Work Environ Health 2014; 40(2): 186-94.
   show.cgi?fid=113197. Geraadpleegd: januari 2018.                          85
                                                                                Wind A de, Leijten FR, Hoekstra T, Geuskens GA, Burdorf A, van der
78
   Coe NB, Von Gaudecker H, Lindeboom M, Maurer J. The effect of                Beek AJ. “Mental retirement?” Trajectories of work engagement
   retirement on cognitive functioning. Health Econ 2012; 21: 913-27.           preceding retirement among older workers. Scand J Work Environ
79
   Clouston SA, Denier N. Mental retirement and health selection:               Health 2017; 43(1): 34-41.
   analyses from the U.S. Health and Retirement Study. Soc Sci Med           86
                                                                                Arbeidsdeskundig Kennis Centrum. Bibliotheek arbeidsparticipatie en
   2017; 178: 78-86.                                                            chronische ziekte. http://www.bibliotheek-arbeidenchronischeziekte.
80
   Mazzonna F, Peracchia A. Ageing, cognitive abilities and retirement.         nl/#. Geraadpleegd: mei 2017.
   Eur Econ Rev 2012; 56: 691-710.                                           87
                                                                                Sewdas R, van der Beek AJ, de Wind A, van der Zwaan LGL, Boot
81
   Brouwer S, de Lange A, van der Mei S, Wessels M, Koolhaas W,                 CRL. Determinants of working until retirement compared to a transition
   Bültmann U, e.a. Duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers:               to early retirement among older workers with and without chronic
   stand van zaken: overzicht van determinanten, interventies en meetin-        diseases: results from a Dutch prospective cohort study. Scand J
   strumenten vanuit verschillende perspectieven. Groningen: UMCG,              Public Health 2017: epub doi: doi: 10.1177/1403494817735223.
   2012.                                                                     88
                                                                                Robroek SJ, Rongen A, Arts CH, Otten FW, Burdorf A, Schuring M.
82
   Robroek SJ, Reeuwijk KG, Hillier FC, Bambra CL, van Rijn RM, Burdorf         Educational inequalities in exit from paid employment among dutch
   A. The contribution of overweight, obesity, and lack of physical activity    workers: the influence of health, lifestyle and work. PLoS One 2015;
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>                                                                                                  Gezondheid en langer doorwerken | pagina 40 van 44
   10(8): e0134867.                                                             and sickness absence among older employees? Scand J Work Environ
89
   Pak K, Kooij D, de Lange A, van Veldhoven M. Human Resource                  Health 2013; 39(5): 477-85.
   Management and the ability, motivation and opportunity to continue       95
                                                                                TNO. Factsheet fysieke arbeidsbelasting 2016. http://www.monitorar-
   working: A review of quantitative studies. submitted:                        beid.tno.nl/dynamics/modules/SFIL0100/view.php?fil_Id=174.
90
   Gommans FG, Jansen NWH, Mackey MG, Stynen D, de Grip A, Kant I.              Geraadpleegd: maart 2018.
   The impact of physical work demands on need for recovery,                96
                                                                                TNO. NEA Benchmarktool. http://www.monitorarbeid.tno.nl/cijfers/nea-
   employment status, retirement intentions, and ability to extend working      benchmarktool. Geraadpleegd: maart 2018.
   careers: a longitudinal study among older workers. J Occup Environ       97
                                                                                TNO. Factsheet Nationale Enquête Arbeidsomstandigeheden 2016.
   Med 2016; 58(4): e140-e51.                                                   http://www.monitorarbeid.tno.nl/dynamics/modules/SFIL0100/view.
91
   Gommans F, Jansen N, Stynen D, de Grip A, Kant I. The ageing shift           php?fil_Id=191. Geraadpleegd: maart 2018.
   worker: a prospective cohort study on need for recovery, disability, and 98
                                                                                Gruber J, Wise D. Social security and retirement: an international
   retirement intentions. Scand J Work Environ Health 2015; 41(4):              comparison. Am Econ Rev 1998; 88(2): 158-63.
   356-67.                                                                  99
                                                                                Centraal Bureau voor de Statistiek. Van arbeid naar pensioen;
92
   Gommans F, Jansen NWH, Stynen D, Kant I, De Grip A. The effects of           personen 55 jaar of ouder. https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/
   under-skilling on need for recovery, losing employment and retirement        dataset/80396ned/table?ts=1511513817398. Geraadpleegd:
   intentions among older office workers: a prospective cohort study.           november 2017.
   Int Labour Rev 2017; 156(3-4): 525-48.                                   100
                                                                                Bratberg E, Holmås TH, Thøgersen Ø. Assessing the effects of an early
93
   Robroek SJ, Schuring M, Croezen S, Stattin M, Burdorf A. Poor health,        retirement program. J Popul Econ 2004; 17(3): 387-408.
   unhealthy behaviors, and unfavorable work characteristics influence      101
                                                                                Schelvis RM, Oude Hengel KM, Burdorf A, Blatter BM, Strijk JE, van
   pathways of exit from paid employment among older workers in                 der Beek AJ. Evaluation of occupational health interventions using a
   Europe: a four year follow-up study. Scand J Work Environ Health             randomized controlled trial: challenges and alternative research
   2013; 39(2): 125-33.                                                         designs. Scand J Work Environ Health 2015; 41(5): 491-503.
94
   Leijten FR, van den Heuvel SG, Ybema JF, Robroek SJ, Burdorf A. Do       102
                                                                                Burdorf A, Robroek S, Schuring M, Brouwer S, van Holland BJ,
   work factors modify the association between chronic health problems          Koolhaas W, e.a. Kennissynthese werk(en) is gezond. 2016.
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>                                                                                                           Gezondheid en langer doorwerken | pagina 41 van 44
103
    Gezondheidsraad. Werkwijze bij de evaluatie van de literatuur.                     januari 2018.
    Achtergronddocument bij Beweegrichtlijnen 2017. Den Haag:                      109
                                                                                       Adler DA, Lerner D, Visco ZL, Greenhill A, Chang H, Cymerman E, e.a.
    Gezondheidsraad, 2017; publicatienr. 2017/08A.                                     Improving work outcomes of dysthymia (persistent depressive disorder)
104
    Toppinen-Tanner S, Bockerman P, Mutanen P, Martimo KP, Vuori J.                    in an employed population. Gen Hosp Psychiatry 2015; 37(4): 352-9.
    Preventing sickness absence with career management intervention: a             110
                                                                                       Rutanen R, Nygard CH, Moilanen J, Mikkola T, Raitanen J, Tomas E,
    randomized controlled field trial. J Occup Environ Med 2016; 58(12):               e.a. Effect of physical exercise on work ability and daily strain in
    1202-6.                                                                            symptomatic menopausal women: a randomized controlled trial. Work
105
    Strijk JE, Proper KI, van der Beek AJ, van Mechelen W. A worksite                  2014; 47(2): 281-6.
    vitality intervention to improve older workers’ lifestyle and vitality-related 111
                                                                                       Palumbo MV, Wu G, Shaner-McRae H, Rambur B, McIntosh B. Tai Chi
    outcomes: results of a randomised controlled trial. J Epidemiol                    for older nurses: a workplace wellness pilot study. Appl Nurs Res 2012;
    Community Health 2012; 66(11): 1071-8.                                             25(1): 54-9.
106
    Strijk JE, Proper KI, van Mechelen W, van der Beek AJ. Effectiveness           112
                                                                                       Rongen A, Robroek SJ, van Lenthe FJ, Burdorf A. Workplace health
    of a worksite lifestyle intervention on vitality, work engagement,                 promotion: a meta-analysis of effectiveness. Am J Prev Med 2013;
    productivity, and sick leave: results of a randomized controlled trial.            44(4): 406-15.
    Scand J Work Environ Health 2013; 39(1): 66-75.                                113
                                                                                       Oakman J, Neupane S, Proper KI, Kinsman N, Nygard CH. Workplace
107
    Boer AG de, van Beek JC, Durinck J, Verbeek JH, van Dijk FJ. An                    interventions to improve work ability: a systematic review and
    occupational health intervention programme for workers at risk for early           meta-analysis of their effectiveness. Scand J Work Environ Health
    retirement; a randomised controlled trial. Occup Environ Med 2004;                 2018; 44(2): 134-46.
    61(11): 924-9.                                                                 114
                                                                                       Oude Hengel KM, Blatter BM, Joling CI, van der Beek AJ, Bongers PM.
108
    Kouwenhoven-Pasmooij TA. Effectiveness of the blended-care lifestyle               Effectiveness of an intervention at construction worksites on work
    intervention ‘PerfectFit’: a cluster randomised trial in employees at risk         engagement, social support, physical workload, and need for recovery:
    for cardiovascular diseases. Perfectfit@work: effectiveness of blended             results from a cluster randomized controlled trial. BMC Public Health
    web-based workplace health promotion programs: 61 - 79. Rotterdam:                 2012; 12: 1008.
    november 2017. https://repub.eur.nl/pub/102921. Geraadpleegd:                  115
                                                                                       Oude Hengel KM, Blatter BM, van der Molen HF, Bongers PM, van der
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>                                                                                                    Gezondheid en langer doorwerken | pagina 42 van 44
    Beek AJ. The effectiveness of a construction worksite prevention             the influence of implementation on program outcomes and the factors
    program on work ability, health, and sick leave: results from a cluster      affecting implementation. Am J Community Psychol 2008; 41(3-4):
    randomized controlled trial. Scand J Work Environ Health 2013; 39(5):        327-50.
    456-67.                                                                  122
                                                                                 Centrum voor ethiek en gezondheid. Leefstijlbeïnvloeding op de
116
    Holland BJ van, Reneman MF, Soer R, Brouwer S, de Boer MR. Effecti-          werkvloer. Den Haag, 2016; 2016/3.
    veness and cost-benefit evaluation of a comprehensive workers’ health    123
                                                                                 Robroek SJW, van de Vathorst S, Hilhorst MT, Burdorf A. Moral issues
    surveillance program for sustainable employability of meat processing        in workplace health promotion. Int Arch Occup Environ Health 2012;
    workers. J Occup Rehabil 2017: epub doi:10.1007/s10926-017-9699-9.           85(3): 327-31.
117
    Viester L, Verhagen EA, Bongers PM, van der Beek AJ. The effect of a     124
                                                                                 Berkel J van, Meershoek A, Janssens RM, Boot CRL, Proper KI, van
    health promotion intervention for construction workers on work-related       der Beek AJ. Ethical considerations of worksite health promotion: an
    outcomes: results from a randomized controlled trial. Int Arch Occup         exploration of stakeholders’ views. BMC Public Health 2014; 14: 458.
    Environ Health 2015; 88(6): 789-98.                                      125
                                                                                 Graaf-Zijl M de, Josten E, Boeters S, Eggink E, Bolhaar J, Ooms I, e.a.
118
    Poscia A, Moscato U, La Milia DI, Milovanovic S, Stojanovic J, Borghini      De onderkant van de arbeidsmarkt in 2025. Den Haag: Centraal
    A, e.a. Workplace health promotion for older workers: a systematic           Planbureau/Sociaal Cultureel Planbureau, 2015.
    literature review. BMC Health Serv Res 2016; 16 Suppl 5: 329.            126
                                                                                 Centraal Bureau voor de Statistiek. Werkzame beroepsbevolking;
119
    Cloostermans L, Bekkers MB, Uiters E, Proper KI. The effectiveness of        positie in de werkkring. https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/
    interventions for ageing workers on (early) retirement, work ability and     dataset/82646NED/table?dl=6EE0. Geraadpleegd: april 2018.
    productivity: a systematic review. Int Arch Occup Environ Health 2015;
    88(5): 521-32.
120
    Wierenga D, Engbers LH, Van Empelen P, Duijts S, Hildebrandt VH,
    Van Mechelen W. What is actually measured in process evaluations for
    worksite health promotion programs: a systematic review. BMC Public
    Health 2013; 13: 1190.
121
    Durlak JA, DuPre EP. Implementation matters: a review of research on
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                Gezondheid en langer doorwerken | pagina 43 van 44
            commissie                                                                           •  prof. dr. I.J. Kant, bijzonder hoogleraar arbeidsepidemiologie, Maastricht University
                                                                                                •  dr. A.H. de Lange, lector human resource management, Hogeschool Arnhem Nijmegen
Samenstelling Commissie Langer doorwerken en gezondheid                                         •  prof. dr. M. Lindeboom, hoogleraar algemene economie, VUmc, Amsterdam
Voorzitter:                                                                                     •  prof. dr. W. van Rhenen, hoogleraar bevlogenheid en productiviteit; chief health officer en
•  prof. dr. A.J. van der Beek, hoogleraar epidemiologie van arbeid en gezondheid,                 bedrijfsarts, Nyenrode Business Universiteit, Breukelen; Arbo Unie, Utrecht
   VUmc, Amsterdam
                                                                                                Waarnemer:
Leden:                                                                                          •  drs. J.A. Ringelberg, SZW, Den Haag
•  prof. dr. ir. A. Burdorf, hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg; afdelingshoofd
   maatschappelijke gezondheidszorg, Erasmus MC, Rotterdam                                      Secretarissen:
•  prof. dr. U. Bültmann, hoogleraar arbeid en gezondheid, UMC Groningen                        •  dr. K.G. van der Mark-Reeuwijk, Gezondheidsraad, Den Haag
•  prof. dr. D.J.H. Deeg, hoogleraar epidemiologie van de veroudering, VUmc, Amsterdam          •  dr. ir. R.M. Weggemans, Gezondheidsraad, Den Haag
•  dr. G. Geuskens, senior onderzoeker, TNO, Leiden
•  prof. dr. C.J.I.M. Henkens, themagroepleider; hoogleraar pensioensociologie; hoogleraar
   veroudering, pensioen en de levensloop, Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut,
   Den Haag; Universiteit van Amsterdam; UMC Groningen
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>De Gezondheidsraad, ingesteld in 1902, is een adviesorgaan met als taak de regering en het parlement ‘voor te lichten over de stand der wetenschap
ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek’ (art. 22 Gezondheidswet).
De Gezondheidsraad ontvangt de meeste adviesvragen van de bewindslieden van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Infrastructuur en Waterstaat;
Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De raad kan ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen, en ontwikke-
lingen of trends ­signaleren die van belang zijn voor het overheidsbeleid.
De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en worden als regel opgesteld door multidisciplinaire commissies van – op persoonlijke titel
benoemde – Nederlandse en soms buitenlandse deskundigen.
U kunt dit document downloaden van www.gezondheidsraad.nl.
Deze publicatie kan als volgt worden aangehaald:
Gezondheidsraad. Gezondheid en langer doorwerken. Den Haag:
Gezondheidsraad, 2018; publicatienr. 2018/14.
Infographics: Joris Fiselier
Auteursrecht voorbehouden
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>