<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Voedingsnormen voor vitamines
en mineralen voor volwassenen
Aan: de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nr. 2018/19, Den Haag 18 september 2018
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Inhoud                                                                Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 2 van 34
inhoud
     Samenvatting3                                                    03 Beoordeling van de EFSA-normen                                          17
                                                                            3.1  EFSA-normen die voldoende onderbouwd zijn                        18
 01 Inleiding                                                      6       3.2  EFSA-normen die onvoldoende onderbouwd zijn of
     1.1  Aanleiding                                               7            onvoldoende van toepassing zijn op de Nederlandse situatie       19
     1.2  Wat zijn voedingsnormen?                                 7       3.3  EFSA-normen die niet goed te beoordelen zijn                     20
     1.3  Uitgangspunten bij het opstellen van de voedingsnormen   9
     1.4  Toepassing van de voedingsnormen                        10  04 De nieuwe Nederlandse voedingsnormen
     1.5  Leeswijzer                                              10       en hun betekenis                                                      23
     1.6  Vervolg                                                 11       4.1  De voedingsnormen die in dit advies voor Nederland zijn afgeleid 24
                                                                            4.2  Consequenties van de veranderingen voor de
 02 Werkwijze                                                    12             toepassingsmogelijkheden                                         24
     2.1  Wijze waarop voedingsnormen worden afgeleid             13       4.3  Beperkingen in het beschikbare onderzoek                         26
     2.2  Vergelijking van zes rapporten                          14
     2.3  Het achtergronddocument                                 15       Literatuur28
     2.4  Vergelijking van de normen met de gebruikelijke
          inname in Nederland                                     16
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Samenvatting                                                                Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 3 van 34
samenvatting                                                                                        De nieuwe voedingsnormen voor
                                                                                                    volwassenen
                                                                                                    De commissie onderscheidt voedingsnormen
De Gezondheidsraad heeft voor 25 vitamines en   gezond gewicht. Voedingsnormen worden               met een relatief sterke onderbouwing en
mineralen voedingsnormen voor volwassenen       gebruikt bij de voedingsvoorlichting, de opspo-     voedingsnormen met een zwakke onderbouwing.
opgesteld. Daarbij heeft de Commissie Voeding   ring van risicogroepen voor tekorten, advisering    Van de normen met een relatief sterke onderbou-
van de raad geëvalueerd of de recent beschik-   over diëten en de samenstelling van voedsel-        wing kan ongeveer de helft van EFSA overge-
baar gekomen voedingsnormen van de Euro-        rantsoenen. Daarnaast spelen ze een rol bij de      nomen worden. In die gevallen weegt de
pese voedselveiligheidsautoriteit EFSA ook voor regelgeving over etikettering.                      commissie de beschikbare wetenschappelijke
Nederland kunnen gelden. Dit advies heeft                                                           gegevens op dezelfde manier als EFSA en geeft
alleen betrekking op de normen voor volwas-     Evaluatie EFSA-normen                               de Nederlandse context geen aanleiding tot
senen. In latere adviezen gaat de raad in op de In de evaluatie van de EFSA-normen stonden          afwijking. Voor de andere vitamines en mine-
voedingsnormen voor zuigelingen, kinderen,      drie vragen centraal:                               ralen kiest de commissie ervoor de bestaande
zwangere en lacterende vrouwen, op de           • Is er in Nederland een specifieke context         Nederlandse normen te handhaven, aan te
aanvaardbare bovengrenzen en op de normen          waardoor er bezwaar is tegen het gebruik van     passen of geen norm te formuleren. Dit heeft bij
voor eiwitten, koolhydraten en vetten.             de EFSA-norm in Nederland?                       drie voedingsstoffen te maken met een afwij-
                                                • Zijn er bezwaren tegen de onderbouwing van        kende context in ons land. Bij zeven voedings-
Voedingsnormen                                     de EFSA-norm?                                    stoffen zijn de EFSA-normen niet overgenomen,
Voedingsnormen geven informatie over de         • Wijkt de EFSA-norm substantieel, dat wil          omdat de commissie de stand van de weten-
inname van voedingsstoffen die het lichaam         zeggen meer dan tien procent, af van de tot      schap anders weegt dan EFSA. Vaak gaat het
nodig heeft om goed te functioneren en ziekten     nu toe geldende Nederlandse norm?                daarbij om EFSA-normen die hoger zijn dan de
te voorkomen. Bij het afleiden van de normen                                                        bestaande Nederlandse normen, zonder dat
wordt uitgegaan van gezonde mensen met een                                                          voldoende is onderbouwd dat die hogere inname
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Samenvatting                                                                                     Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 4 van 34
daadwerkelijk leidt tot gezondheidswinst. Deze     Tabel 1. Conclusies over voedingsnormen met een relatief sterke onderbouwing
                                                                      Verandering ten opzichte van 2014
voedingsstoffen kunnen dan een té grote rol
                                                                      Hogere norm                    Lagere norm                     Andere verandering               Geen verandering
krijgen in de voedingsvoorlichting en bij het                         • riboflavine                                                  • thiamine en niacine:           • vitamine K1
                                                     Overnemen        • ijzer: (aanbevolen           • ijzer (gemiddelde               eenheid is veranderd           • kalium (mannen)
samenstellen van gezonde voedingen                                      hoeveelheden)                  behoeftes)                    • calcium (jongeren) en          • magnesium (mannen)
(voedingen die voldoen aan de Richtlijnen goede       van EFSA        • kalium (vrouwen)                                               jodium: type norm is
                                                                      • magnesium (vrouwen)                                            veranderd
voeding én alle relevante voedingsnormen).                            • vitamine A (gemiddelde       • vitamine A (aanbevolen        • fluor: in Nederland geen       •   vitamine B6
                                                                        behoeftes)                     hoeveelheden)                   norm nodig                     •   folaat
                                                     Niet overnemen
Deze conclusies van de commissie zijn samen-                                                                                                                          •   vitamine B12
gevat in tabel 1. Daarin is ook aangegeven of de                                                                                                                      •   vitamine C
                                                        van EFSA
                                                                                                                                                                      •   vitamine D
conclusie een verandering impliceert ten                                                                                                                              •   calcium (ouderen)
                                                                                                                                                                      •   koper
opzichte van de bestaande Nederlandse                                                                                                                                 •   zink
normen.
Voor acht andere voedingsstoffen geldt dat de      voor de algemene bevolking omdat tekorten                                    Tabel 2. Conclusies over voedingsnormen met een
                                                                                                                                zwakke onderbouwing
EFSA-normen niet goed te beoordelen zijn,          voor deze voedingsstoffen daarin niet lijken voor
                                                                                                                                            Verandering ten opzichte van 2014
vanwege gebrek aan onderzoek. Daardoor is          te komen. De commissie adviseert daarom om                                               Hogere norm        Andere                Geen
                                                                                                                                                               verandering           verandering
het evenmin mogelijk een betere norm af te         deze voedingsnormen niet te gebruiken voor de
                                                                                                                                            • vitamine E       • choline: geen       • pantotheen-
leiden. Gezien het streven naar harmonisatie       voedingsvoorlichting en de beoordeling van de                                Overnemen   • selenium           norm in 2014          zuur
                                                                                                                                                               • fosfor: type norm   • biotine
van voedingsnormen in Europa, neemt de             voeding van groepen. Deze normen zijn bijvoor-
                                                                                                                                 van EFSA                        is veranderd        • mangaan
commissie voor deze stoffen de EFSA-norm over,     beeld wel bruikbaar bij samenstelling van voed-                                                                                   • molybdeen
ondanks de zwakke onderbouwing (tabel 2).          selrantsoenen.
Voor deze stoffen is een voedingsnorm nodig,                                                                                    Voedingsnormen kennen ook duidelijke beper-
omdat het om essentiële voedingsstoffen gaat,      Beperkingen van de normen                                                    kingen die maken dat ze in de praktijk niet te
die nodig zijn in het lichaam en niet door het     Voedingsnormen vormen een belangrijk hulp-                                   absoluut gebruikt moeten worden. Zo is zelfs bij
lichaam kunnen worden aangemaakt. In de            middel om te bepalen of mensen voldoende                                     voedingsnormen met een relatief sterke onder-
praktijk hebben deze normen weinig relevantie      vitamines en mineralen binnen krijgen.                                       bouwing niet altijd genoeg onderzoek beschik-
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Samenvatting                                                               Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 5 van 34
baar om te beoordelen of de behoefte verschilt gezond gewicht. Voor andere groepen, zoals
tussen mannen en vrouwen of tussen jongere     mensen met een chronische ziekte, ouderen (en
en oudere volwassenen. Als dat onderzoek       veel ouderen in Nederland hebben een of meer
ontbreekt of onvoldoende is, wordt vaak        chronische aandoeningen), of mensen met
dezelfde norm gehanteerd voor de verschillende obesitas, is de kennis over de behoefte aan
doelgroepen. Het zou dan onterecht zijn om op  voedingsstoffen vaak beperkt. Als er geen speci-
basis van die norm te concluderen dat vrouwen  fieke aanbevelingen zijn voor dergelijke groepen
– die gemiddeld minder eten en daardoor        is het gebruikelijk om de voedingsnormen toe te
minder voedingsstoffen binnenkrijgen dan       passen, hoewel deze dus voor gezonde volwas-
mannen – een groter risico lopen op een ontoe- senen met een gezond gewicht zijn afgeleid.
reikende voorziening dan mannen.
Bij het afleiden van de voedingsnormen wordt
uitgegaan van gezonde mensen met een
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 01 | Inleiding             Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 6 van 34
01
inleiding
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 01 | Inleiding                                                    Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 7 van 34
1.1 Aanleiding                                                            Harmonisatie binnen de Europese Unie als uitgangspunt
Voedingsnormen geven informatie over de hoeveelheden vitamines, mine-     Het uitgangspunt is het streven naar harmonisatie van de voedings-
ralen, eiwitten, koolhydraten en vetten die gezonde mensen binnen         normen binnen de Europese Unie. Voor de meeste vitamines en mine-
zouden moeten krijgen om gezond te blijven. De Nederlandse voedings-      ralen ligt het voor de hand dat normen die voor Europa als geheel zijn
normen worden afgeleid door de Gezondheidsraad.1                          afgeleid, ook voor Nederland kunnen gelden. Voedingsnormen worden
De recentste Nederlandse voedingsnormen zijn gepubliceerd in 2012         vaker voor grotere regio’s vastgesteld: zo hanteren de Verenigde Staten
(vitamine D2) en in de periode 2000-2003 (eiwitten, koolhydraten en       en Canada dezelfde voedingsnormen41, en zijn ook de voedingsnormen
vetten3, B-vitamines4,5 en calcium4). Voor de overige vitamines en mine-  van WHO/FAO42 bedoeld voor toepassing in diverse landen.
ralen waren de Nederlandse normen ouder en adviseerde de Gezond-
heidsraad in 2014 om tijdelijk de normen van andere organisaties te       1.2 Wat zijn voedingsnormen?
gebruiken. De raad kondigde toen aan de voedingsnormen van de Euro-       In 2015 publiceerde de Gezondheidsraad het advies Richtlijnen goede
pean Food Safety Authority (EFSA) te gaan evalueren zodra deze            voeding. Hierin beschreef de raad de wenselijke inname van voedings-
beschikbaar zouden zijn.6 Dat is het geval sinds september 2017.7-40      middelen en dranken ter voorkoming van de tien belangrijkste chronische
De centrale vraag bij de evaluatie is of er bezwaren zijn om de EFSA-     ziekten.43
normen ook in Nederland te hanteren.1 De evaluatie gebeurt in delen. Dit  Voedingsnormen richten zich niet op voedingsmiddelen en dranken, maar
eerste deeladvies beschrijft de evaluatie van de voedingsnormen voor      op de stoffen die daar in zitten: vitamines, mineralen, eiwitten, vetten en
vitaminen en mineralen voor volwassenen (18 jaar en ouder). Het betreft   koolhydraten.
27 stoffen. De evaluatie is uitgevoerd door de Commissie Voeding en       Voedingsstoffen worden ‘essentieel’ genoemd als het voor een goede
voorbereid door de daartoe ingestelde Werkgroep Voedingsnormen. De        gezondheid nodig is om ze voldoende binnen te krijgen via de voeding:
samenstelling van de commissie en de werkgroep is te vinden achter in dit iedere essentiële voedingsstof heeft één of meer specifieke fysiologische
advies. De beraadsgroep Volksgezondheid heeft het advies getoetst en      functie(s) in het lichaam en mensen kunnen ze niet – of niet in voldoende
de voorzitter van de raad heeft het aangeboden aan de staatssecretaris    mate – zelf aanmaken. Als de inname van een dergelijk vitamine of mine-
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De aanbiedingsbrief is te vinden   raal te laag is, kunnen verschijnselen van een tekort (deficiëntie) ontstaan
op www.gezondheidsraad.nl.                                                en/of kan er sprake zijn van een verhoogd ziekterisico. De meeste
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 01 | Inleiding                                                                                                        Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 8 van 34
voedingsnormen zijn gericht op het voorkomen van de voedingsstof-speci-
fieke verschijnselen van een tekort, en zijn daarom aanvullend op de                                                            Typen voedingsnormen
Richtlijnen goede voeding. De voedingsnormen geven informatie over de                                                           We gebruiken in Nederland van oudsher – en ook in dit advies – de overkoepelende term
inname die het lichaam nodig heeft om goed te functioneren of ziekte te                                                         voedingsnormen. Internationaal worden deze waarden doorgaans aangeduid als
                                                                                                                                referentiewaarden of referentie-innames voor voedingsstoffen.7,42,44-46 Er zijn verschillende typen:
voorkomen, en over de hoogste inname die nog veilig wordt geacht.                                                               1. De ‘gemiddelde behoefte’ beschrijft het niveau van inname waarbij de helft van de mensen
                                                                                                                                    in de eigen behoefte zou voorzien, maar de andere helft niet. Gemiddelde behoeftes hebben
                                                                                                                                    altijd een relatief sterke onderbouwing.
Er zijn vier typen voedingsnormen: 1) de gemiddelde behoefte, 2) de                                                             2. De ‘aanbevolen hoeveelheid’ (EFSA: ‘referentie-inname op populatieniveau’) is het niveau
aanbevolen hoeveelheid, 3) de adequate inname en 4) de aanvaardbare                                                                 dat voldoende wordt geacht voor vrijwel alle mensen in de betreffende groep. Dit niveau kan
                                                                                                                                    alleen vastgesteld worden als er voldoende gegevens uit wetenschappelijk onderzoek
bovengrens (zie Figuur 1 en het kader Typen voedingsnormen).                                                                        beschikbaar zijn om een gemiddelde behoefte te schatten. Ook hier is dus sprake van een
                                                                                                                                    relatief sterke onderbouwing. In theorie is de aanbevolen hoeveelheid de inname die
                                                                                                                                    toereikend is voor precies 97,5% van de betreffende groep, maar vanwege onzekerheden in
                                                                                                                                    het onderzoek waarop gemiddelde behoeftes en aanbevolen hoeveelheden gebaseerd zijn,
                                 Gemiddelde Aanbevolen
                                  behoefte hoeveelheid                                                                              is het beter om te spreken over vrijwel alle mensen in de betreffende groep.
              100%                                                                           100                                3. De ‘adequate inname’ is een niveau van inname waarvan aangenomen kan worden dat het
                                                                                             %
                                                                                                                                    in de behoefte van vrijwel alle mensen in de betreffende groep voorziet. Dit type
                                                                                                   Risico op een overdosering
                                                                                                                                    voedingsnorm wordt vastgesteld als de gemiddelde behoefte en dus ook de aanbevolen
Risico op een tekort
                                                                                                                                    hoeveelheid niet te bepalen zijn. Adequate innames hebben soms een relatief sterke, maar
                                                 Adequate                     Aanvaardbare
                       50                         inname                       bovengrens    50%                                    soms ook een zwakke onderbouwing.
                       %                                                                                                        4. De ‘aanvaardbare bovengrens’ is het hoogste niveau van inname waarbij geen schadelijke
                                                                                                                                    effecten van overdosering te verwachten zijn, bij langdurige blootstelling. De aanvaardbare
                                                                                                                                    bovengrens is niet het wenselijke niveau van inname, want van verhoging van de inname
                                                                                                                                    boven de aanbevolen hoeveelheid of adequate inname is geen verdere gezondheidswinst te
                                                                                                                                    verwachten, en een hogere inname dan de aanvaardbare bovengrens is potentieel
                                                         Inname van de voedingsstof
                                                                                                                                    ongezond.
Figuur 1. De typen voedingsnormen in relatie tot de inname van de voedingsstof
(x-as) en de kans dat deze inname te laag of te hoog is (y-as)
                            Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 01 | Inleiding                                                    Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 9 van 34
Dit advies betreft de voedingsnormen die te maken hebben met risico’s    bij die gemiddelde lengtes en wordt gekozen op basis van de body mass
van een te lage inname: de gemiddelde behoeftes, aanbevolen hoeveel-     index.a
heden en adequate innames. Als het mogelijk is, wordt een gemiddelde     In Nederland hebben echter veel mensen overgewicht en zelfs obesitas.
behoefte en aanbevolen hoeveelheid afgeleid. Als dat niet kan op basis   En veel volwassenen, zeker ouderen, hebben te maken met een of meer-
van het beschikbare onderzoek wordt in plaats daarvan een adequate       dere chronische ziekten. In het Volksgezondheid Toekomst Verkenning
inname afgeleid.                                                         (VTV) trendscenario, stelt het RIVM dat in 2015 de helft van alle Neder-
Een aanvaardbare bovengrens wordt afgeleid als er voldoende aanwij-      landers minimaal één chronische aandoening had.51 Het is mogelijk dat
zingen zijn dat een hoge inname ongunstige gevolgen kan hebben. Deze     bepaalde ziekten, medicijngebruik en overgewicht invloed hebben op de
komen in een later deeladvies aan de orde, conform de EFSA werk-         behoefte aan specifieke voedingsstoffen, maar de kennis hierover is
wijze.47-50 De reden is dat de bovengrenzen gericht zijn op andere onge- beperkt. Voor sommige groepen hebben medische beroepsverenigingen
wenste effecten dan de ondergrenzen en daarmee op een andere stand       aangepaste en dus afwijkende aanbevelingen geformuleerd.52 De
van wetenschap.                                                          commissie heeft deze ziekte-specifieke aanbevelingen niet beoordeeld.
                                                                         Als voor een groep geen specifieke voedingsrichtlijnen of -aanbevelingen
1.3 Uitgangspunten bij het opstellen van de voedingsnormen               beschikbaar zijn, worden doorgaans de voedingsnormen voor volwas-
Voedingsnormen hebben betrekking op de gemiddelde omstandigheden         senen toegepast. Ook worden de voedingsnormen toegepast bij de
in grotere groepen. De verschillen tussen mensen in voedingspatroon,     beoordeling van de inname van representatieve groepen uit de bevolking,
persoonskenmerken en leefomstandigheden, die van invloed kunnen zijn     waarin mensen met een gezond gewicht en mensen met een te laag of te
op de behoefte van het individu, middelen uit op groepsniveau.           hoog gewicht vertegenwoordigd zijn. Een ander uitgangspunt is dat bij het
Bij het opstellen van de voedingsnormen wordt uitgegaan van gezonde      afleiden van iedere voedingsnorm ervan wordt uitgegaan dat de inname
mensen met een gezond gewicht. In de rapporten over voedingsnormen       van de andere voedingsstoffen voldoende is.
worden daartoe referentiegewichten gedefinieerd die voor volwassenen
meestal gebaseerd zijn op de gemiddelde lengtes van mannen en
vrouwen in de doelpopulatie: het referentiegewicht is een gezond gewicht
                                                                         a
                                                                           De body mass index (BMI) is het lichaamsgewicht in kilogram gedeeld door het kwadraat van de lengte in meters.
                                                                           Een gezond gewicht voor lengte komt overeen met een BMI tussen 18 en 25.
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 01 | Inleiding                                                  Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 10 van 34
1.4 Toepassing van de voedingsnormen                                     • Voedingsnormen spelen een rol bij de regelgeving over de verrijking
De voedingsnormen hebben een breed scala aan toepassingen.                  van voedingsmiddelen en de samenstelling van supplementen.
• Het Voedingscentrum baseert zijn voedingsvoorlichting, inclusief de    • Voedingsnormen worden benut in de informatie over
   Schijf van Vijf en voorbeelden van gezonde dagvoedingen, op zowel de     productsamenstelling op de etiketten van voedingsmiddelen.
   Richtlijnen goede voeding 2015 als de voedingsnormen (de              Omdat de aanbevolen hoeveelheden en adequate innames toereikend
   aanbevolen hoeveelheden en adequate innames). Naleving van de         worden geacht voor een voldoende inname in nagenoeg de gehele groep,
   Richtlijnen goede voeding betekent niet automatisch dat ook aan de    worden deze voedingsnormen gebruikt voor toepassingen op het niveau
   voedingsnormen wordt voldaan; op basis van de voedingsnormen          van het individu: als iemands inname hoger is dan de aanbevolen
   hanteert het Voedingscentrum bijvoorbeeld een hogere richtlijn voor   hoeveelheid of adequate inname (en lager dan de aanvaardbare boven-
   groenten dan in de Richtlijnen goede voeding 2015 wordt gegeven.      grens), dan kan deze als toereikend worden beschouwd. Is iemands
• Het RIVM gebruikt de voedingsnormen – samen met gegevens van de        inname echter lager dan de aanbevolen hoeveelheid of adequate inname,
   Nederlandse voedselconsumptiepeilingen – om de inname van de          dan wil dat niet zeggen dat de inname voor die specifieke persoon ook
   Nederlandse bevolking te evalueren. Voor deze toepassing zijn de      onvoldoende is. Dan zijn aanvullende gegevens, bijvoorbeeld uit bloedon-
   gemiddelde behoefte en aanbevolen hoeveelheid geschikter dan de       derzoek, nodig om te beoordelen of de inname voldoende is. Meer infor-
   adequate inname.                                                      matie over de wijze van toepassing is te vinden in rapporten van EFSA40
   Als op basis van de voedingsnormen risicogroepen worden               en het IOM53-55.
   geïdentificeerd, is bevestiging nodig op basis van onderzoek naar de
   voedingsstatus (bijvoorbeeld bepaalde bloedwaarden) of de prevalentie 1.5 Leeswijzer
   van klinische verschijnselen.                                         In hoofdstuk 2 licht de commissie de werkwijze toe die zij heeft gehan-
• Zorgprofessionals zoals diëtisten en artsen gebruiken de               teerd bij de evaluatie van de EFSA-normen. Hoofdstuk 3 beschrijft de
   voedingsnormen (de aanbevolen hoeveelheden en adequate innames)       bevindingen uit de evaluatie, waarover in meer detail is gerapporteerd in
   om individuen te adviseren over een gezond voedingspatroon of dieet.  het achtergronddocument Evaluatie van de micronutriëntnormen voor
• Voedingsnormen zijn waardevol in situaties waarin voedsel              volwassenen, dat te vinden is op www.gezondheidsraad.nl. In hoofdstuk 4
   gerantsoeneerd is, zoals bij noodhulp, of militaire oefeningen.
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 01 | Inleiding                                                  Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 11 van 34
gaat de commissie in op de betekenis van de normen voor Nederland,
waarbij ook verschillen in toepasbaarheid van de normen aan bod komen.
1.6 Vervolg
Dit eerste deelrapport betreft volwassenen, omdat onderzoek voor de
meeste voedingsstoffen vooral en soms uitsluitend is uitgevoerd bij
volwassenen. De normen voor de overige groepen (zuigelingen, kinderen,
zwangere vrouwen en lacterende vrouwen) zijn vaak – ten minste gedeel-
telijk – afgeleid van deze waarden voor volwassenen.
In volgende adviezen komen nog aan de orde:
• de normen voor vitamines en mineralen voor de hiervoor genoemde
    overige groepen
• de normen voor de macronutriënten (de voedingsstoffen die een
    bijdrage leveren aan de energievoorziening: eiwitten, koolhydraten en
    vetten) voor alle groepen
• de aanvaardbare bovengrenzen voor de inname van vitamines en
    mineralen voor alle groepen.
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 2 | Werkwijze              Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 12 van 34
02
werkwijze
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 2 | Werkwijze                                                       Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 13 van 34
De commissie heeft beoordeeld of er bezwaren zijn tegen het gebruik van      spreekt de commissie over voedingsnormen met een relatief sterke onder-
de EFSA-normen in Nederland. Naast de huidige Nederlandse voedings-          bouwing. Deze voedingsnormen zijn beschreven in paragrafen 3.1 en 3.2.
normen en de EFSA-normen is bij de evaluatie gebruik gemaakt van de
voor Nederland belangrijkste andere internationale rapporten over            Voedingsnormen met een zwakke onderbouwing
voedingsnormen.                                                              Er zijn ook voedingsstoffen waarbij geen van de hiervoor beschreven
                                                                             methoden om voedingsnormen af te leiden kan worden gehanteerd,
2.1 Wijze waarop voedingsnormen worden afgeleid                              omdat die methoden niet geschikt zijn, of omdat er geen of onvoldoende
Voedingsnormen worden op uiteenlopende gegevens gebaseerd, afhan-            onderzoek is waarin geschikte methoden zijn toegepast. Het gaat dan
kelijk van de voedingsstof. De commissie maakt onderscheid tussen rela-      altijd om adequate innames. Meestal zijn ze primair of zelfs uitsluitend
tief sterk onderbouwde en zwak onderbouwde voedingsnormen.                   gebaseerd op gemiddelde en mediane innames; soms op andere onder-
                                                                             zoeksgegevens of aannames die een zwakke onderbouwing vormen.
Voedingsnormen met een relatief sterke onderbouwing                          Deze voedingsnormen zijn beschreven in paragraaf 3.3. Ze hebben
Bij de vitamines zijn de voedingsnormen vaak gericht op het inname-          weinig relevantie voor de algemene bevolking omdat tekorten voor deze
niveau dat nodig wordt geacht om deficiëntieverschijnselen of ziekten te     voedingsstoffen daarin niet lijken voor te komen. De commissie adviseert
voorkomen. Dat niveau van inname kan op directe wijze onderzocht zijn        daarom om deze voedingsnormen niet te gebruiken voor de voedings-
(dus op basis van onderzoek naar de samenhang tussen innameniveau            voorlichting of voor de beoordeling van de voeding van groepen.
en die deficiëntieverschijnselen of ziekten), maar vaker is dit op indirecte
wijze onderzocht, bijvoorbeeld op basis van de samenhang tussen de           Andere weging van het beschikbare onderzoek
inname van de voedingsstof en de concentratie in het bloed van de            Omdat harmonisatie een belangrijk uitgangspunt is, heeft de commissie
voedingsstof of een biomarker daarvan. Bij de mineralen zijn de voedings-    steeds gekeken of er uit wetenschappelijk oogpunt zwaarwegende
normen vaak gericht op de inname die nodig is om de lichaamsvoorraad         bezwaren zijn tegen de EFSA-normen.7-34 Bij een deel van de voedings-
op peil te houden. Slechts enkele van de voedingsnormen zijn afgeleid op     stoffen weegt de commissie het wetenschappelijk onderzoek voor het
basis van een ruime hoeveelheid kwalitatief goed onderzoek. Sommige          afleiden van de voedingsnormen anders dan EFSA en neemt daarom de
zijn gebaseerd op slechts één of enkele kwalitatief goede studies. Daarom    EFSA-norm niet over. In die gevallen adviseert de commissie doorgaans
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 2 | Werkwijze                                                   Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 14 van 34
om de bestaande Nederlandse voedingsnorm te handhaven. Deze             waren tijdens het adviestraject.2-6 Twee andere rapporten zijn relevant
voedingsnormen worden beschreven in paragraaf 3.2. Het betreft uitslui- omdat ze betrekking hebben op voedingsnormen voor grotere Europese
tend voedingsnormen met een relatief sterke onderbouwing; bij voedings- regio’s: de Nordic Nutrition Recommendations voor de Scandinavische
normen met een zwakke onderbouwing is het onderzoek te beperkt en       landen van de Nordic Council of Ministers (NCM)44, de Referenzwerte für
zijn de onzekerheden te groot om een beter onderbouwde norm af te       die Nährstoffzufuhr voor de Duitstalige landen die worden aangeduid als
kunnen leiden.                                                          de DACH-landen: Duitsland (D), Oostenrijk (A) en Zwitserland (CH).45 De
De andere weging van het onderzoek leidt soms tot een hogere voedings-  Dietary Reference Intakes voor de Verenigde Staten en Canada van het
norm dan EFSA, omdat de commissie concludeert dat met een hogere        Amerikaanse Institute of Medicine (IOMa) beschrijven de grondige aflei-
inname extra gezondheidswinst kan worden bereikt. Vaker formuleert de   ding van de voedingsnormen voor de VS en Canada.46,56-60 Het rapport
commissie echter een lagere norm dan EFSA. In die gevallen is er        Vitamin and mineral requirements in human nutrition van de WHO en de
volgens de commissie onvoldoende bewijs dat inname conform de hogere    FAO42 is eveneens bedoeld voor toepassing in diverse landen. Deze zijn
EFSA-norm beter is voor de gezondheid. De commissie vindt het belang-   vooral gericht op niet-Westerse landen met fysiek actieve, relatief jonge
rijk dat de normen niet onnodig hoog gesteld worden. Bij onvoldoende    bevolkingen waarin soms klinische deficiënties door ontoereikende
onderbouwing kan onterecht bezorgdheid ontstaan over vermeende te       voeding voorkomen en kunnen daardoor afwijken van de normen voor
lage innames. Ook kunnen deze voedingsstoffen dan een te grote rol      Westerse landen.
krijgen in de voedingsvoorlichting en bij het samenstellen van gezonde  In ieder van deze rapporten wordt de wetenschappelijke kennis over de
voedingen (die voldoen aan de volledige combinatie van alle Richtlijnen voedingsstof stapsgewijs beschreven. Eerst wordt nagegaan op welke
goede voeding én alle relevante voedingsnormen).                        manieren de voedingsnorm in theorie kan worden afgeleid en beargumen-
                                                                        teerd welke daarvan het beste is. Vervolgens wordt beschreven welke
2.2 Vergelijking van zes rapporten                                      onderzoeken beschikbaar zijn om met die methode daadwerkelijk de
De commissie heeft de EFSA-normen geëvalueerd op basis van een          voedingsnormen af te leiden. De beschrijving leidt uiteindelijk tot een
vergelijking met de vijf andere normenrapporten die zij voor de Neder-
landse situatie het meest relevant achtte. De normen van de Gezond-
heidsraad zijn relevant omdat dit de voor Nederland geldende normen     a
                                                                          In maart 2016 is de naam van het Institute of Medicine gewijzigd in Health and Medicine Division.
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 2 | Werkwijze                                                     Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 15 van 34
gefundeerde selectie van een vaak beperkt aantal onderzoeken op basis                         Figuur 2substantieel,
                                                                           • Wijkt de EFSA-norm              Beoordeling            voedingsnormen
                                                                                                                              dat wil   zeggen meer dan tien    EFSA
waarvan de voedingsnormen worden afgeleid.                                     procent, af van de bestaande Nederlandse norm?
Er zijn opvallend veel verschillen: voor nagenoeg alle vitamines en mine-  Op basis van de eerste twee vragen kon sprake zijn van bezwaren tegen
ralen verschillen de voedingsnormen tussen rapporten. Deze verschillen     de EFSA-normen. Indien de derde vraag met ‘nee’ werd beantwoord, was
zijn soms aanzienlijk, zoals voor vitamines A, C, D en E en voor kalium en dit een argument om de EFSA-norm bij twijfel toch over te nemen. In para-
selenium. Jodium is de enige voedingsstof waarvoor de rapporten nage-      graaf 3.2 komen deze bezwaren aan de orde en worden ze toegelicht.
noeg consistent zijn.
                                                                               Is er in Nederland sprake van een specifieke context
                                                                                 waardoor er bezwaar is tegen het gebruik van de                         JA
2.3 Het achtergronddocument                                                                  EFSA-norm in Nederland?
Het achtergronddocument bij dit advies bevat de uitgebreide evaluatie van
de EFSA-normen. Daarin beschrijft de commissie voor iedere voedings-                                    NEE
stof eerst in hoeverre de EFSA-normen verschillen van de normen in de
                                                                                 Zijn er bezwaren tegen de onderbouwing van de
vijf andere rapporten en wat de oorzaak hiervan is. Door deze aanpak
                                                                                                    EFSA-norm?
richt de evaluatie zich specifiek op het onderzoek dat in de rapporten
daadwerkelijk gebruikt wordt om de voedingsnormen af te leiden.                                          JA
De verschillen tussen de rapporten bleken vaak het gevolg van een
andere selectie en interpretatie van het beschikbare onderzoek. De                                    Wijkt de EFSA-norm substantieel,
                                                                                                   dat wil zeggen meer dan tien procent,                 JA
commissie kreeg via deze aanpak inzicht in de onzekerheden en de
                                                                                                  af van de bestaande Nederlandse norm?
discussiepunten rond de normstelling.
Vervolgens heeft de commissie de wetenschappelijke basis van EFSA’s             NEE                     NEE
voedingsnormen beoordeeld. Daarbij stonden drie vragen centraal:
• Is er in Nederland sprake van een specifieke context waardoor er                Geen bezwaar tegen de toepassing van           Zwaarwegend bezwaar tegen de toepassing
                                                                                    EFSA's voedingsnorm in Nederland               van EFSA's voedingsnorm in Nederland
    bezwaar is tegen het gebruik van de EFSA-norm in Nederland?
• Zijn er bezwaren tegen de onderbouwing van de EFSA-norm?                 Figuur 2. Beoordeling voedingsnormen EFSA
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 2 | Werkwijze                                                 Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 16 van 34
2.4 Vergelijking van de normen met de gebruikelijke inname in
      Nederland
Gelijktijdig met dit advies publiceert het RIVM een vergelijking van de
gebruikelijke (habituele) inname van Nederlandse volwassenen tussen
18 en 50 jaar met de Nederlandse voedingsnormen uit 2014 en met de
EFSA-normen.61 Deze rapportage was in concept beschikbaar tijdens de
evaluatie en is gebaseerd op innames uit de Nederlandse Voedselcon-
sumptiepeiling 2007-2010. Innamegegevens geven op zich geen infor-
matie over de behoefte aan voedingsstoffen. Daarom heeft de commissie
deze gegevens niet gebruikt als argument om de EFSA-normen al dan niet
over te nemen in Nederland, maar uitsluitend als achtergrondinformatie.
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | Beoordeling van de EFSA-normen Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 17 van 34
03
beoordeling van
de EFSA-normen
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | Beoordeling van de EFSA-normen                              Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 18 van 34
Bij achttien vitamines en mineralen is sprake van een relatief sterke     • kalium
onderbouwing. De commissie concludeert dat bij ongeveer de helft van      • magnesium.
deze voedingsstoffen de normen van EFSA kunnen worden overge-             Verder is de commissie het eens met EFSA’s keuze om geen voedings-
nomen. Voor de overige voedingsstoffen acht de commissie het beter om     norm voor trivalent chroom te formuleren.
de bestaande Nederlandse voedingsnormen te handhaven, een aange-
paste norm te hanteren of geen norm te formuleren.                        Onderbouwing van de EFSA-normen die de commissie voor Neder-
Bij acht vitamines en mineralen is de onderbouwing zwak, concludeert de   land overneemt
commissie dat een betere onderbouwing met de beschikbare wetenschap       Voor twee stoffen zijn de EFSA-normen gericht op het innameniveau dat
niet mogelijk is, en dat deze normen daarom ‘bij gebrek aan beter’ kunnen nodig is om de lichaamsvoorraad te handhaven, namelijk voor calcium
worden overgenomen.                                                       (voor vrouwen van 18-50 jaar en mannen van 18-70 jaar) en ijzer.
                                                                          Voor thiamine, riboflavine, niacine, vitamine K1 en jodium zijn de EFSA-
3.1 EFSA-normen die voldoende onderbouwd zijn                             normen gericht op het innameniveau dat (indirect) nodig wordt geacht om
Voor negen voedingsstoffen neemt de commissie de EFSA-normen over,        de specifieke deficiëntieverschijnselen van deze stoffen te voorkomen,
omdat deze goed zijn onderbouwd en passen in de Nederlandse context.      zoals het vergroten van de schildklier (krop) bij een jodiumtekort.
Dit betreft:                                                              De EFSA-normen voor kalium en magnesium zijn (mede) gericht op de
• thiamine (vitamine B1)                                                  preventie van chronische ziekten en zijn daardoor hoger dan nodig is om de
• riboflavine (vitamine B2)                                               voedingsstof-specifieke deficiëntieverschijnselen te voorkomen. Het effect
• niacine (vitamine B3)                                                   van de kaliuminname op het risico op beroerte is sterk onderbouwd door
• vitamine K1 (phylloquinone)                                             het consistente beeld in het beschikbare observationele en experimentele
• calcium voor vrouwen van 18-50 jaar en mannen van 18-70 jaar            onderzoek. Voor magnesium kwamen uit observationeel onderzoek
   (maar niet voor oudere mannen en vrouwen)                              beperkte aanwijzingen naar voren dat een hogere inname geassocieerd is
• jodium                                                                  met een lager risico op chronische ziekten. Vanwege onder andere deze
• ijzer                                                                   aanwijzingen koos EFSA om de norm te baseren op innamegegevens.
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | Beoordeling van de EFSA-normen                            Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 19 van 34
3.2 EFSA-normen die onvoldoende onderbouwd zijn of onvol-               is niet effectief bij een calciuminname op het niveau van de EFSA-norm,
       doende van toepassing zijn op de Nederlandse situatie            maar vergt een hogere calciuminname.2,63
Bij tien voedingsstoffen vindt de commissie dat de EFSA-normen te hoog  Voor fluor vindt de commissie het niet passend om in Nederland een
of te laag zijn, gegeven de Nederlandse context of de stand van weten-  voedingsnorm te hanteren, omdat cariëspreventie in Nederland gebeurt
schap. Voor deze stoffen handhaaft de commissie de bestaande Neder-     via het gebruik van fluoridehoudende tandpasta en gels en niet via
landse voedingsnormen of maakt zij een andere keuze.                    inname van fluor.
EFSA-normen waarbij het bezwaar de specifieke context in                EFSA-normen waarbij het bezwaar de onderbouwing betreft
Nederland betreft                                                       • vitamine B6
• vitamine A (retinol)                                                  • folaat
• calcium voor vrouwen vanaf 50 jaar en mannen vanaf 70 jaar (maar      • vitamine B12 (cobalamine)
    niet voor jongere mannen en vrouwen)                                • vitamine C (ascorbinezuur)
• fluor.                                                                • vitamine D (ergocalciferol en cholecalciferol)
Voor vitamine A, calcium bij ouderen en fluor passen de EFSA-normen     • koper
onvoldoende bij de (gemiddelde) situatie in Nederland. Voor vitamine A  • zink.
heeft de commissie EFSA’s methode om de norm op te stellen groten-      Voor deze zeven stoffen handhaaft de commissie de bestaande Neder-
deels overgenomen, maar een hoger lichaamsgewicht toegepast omdat       landse normen om een andere reden. De EFSA-normen voor deze stoffen
de gemiddelde Nederlander langer (en dus zwaarder) is dan de gemid-     zijn doorgaans hoger dan de bestaande Nederlandse normen, terwijl de
delde Europeaan.62 Voor vitamine A wordt dit hogere referentiegewicht   commissie onvoldoende aanwijzingen ziet dat een hogere norm extra
gebruikt om de voedingsnorm aan te passen aan de Nederlandse situatie;  gezondheidswinst zou opleveren.
bij alle andere voedingsstoffen is daar geen aanleiding toe.            Dit kan goed worden toegelicht aan de hand van de voedingsstoffen waar-
Voor calcium is de EFSA-norm niet toereikend voor vrouwen vanaf 50 jaar voor de voedingsnormen gericht zijn op de inname die nodig is om rele-
en voor mannen vanaf 70 jaar, omdat voor deze groepen in Nederland het  vante bloedparameters op het juiste niveau te houden (vitamine B6, folaat
advies geldt om een vitamine D-supplement te gebruiken. Deze suppletie  en vitamine C). Welk niveau als optimaal wordt gezien voor de gezond-
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | Beoordeling van de EFSA-normen                                Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 20 van 34
heid, is dan bepalend voor de hoogte van de norm. De commissie acht        Onderbouwing van de normen waarvoor de commisie
het streefniveau van deze bloedwaarden lager dan EFSA en vindt de          afwijkt van de EFSA
evidentie om EFSA’s hogere waarden te hanteren ontoereikend. Het argu-     Voor vitamine A, vitamine B6, folaat, vitamine B12 en koper zijn de
ment van EFSA om deze hogere bloedwaarden te gebruiken is, dat deze        normen (indirect) gericht op het innameniveau dat nodig wordt geacht om
waarden een ruime(re) voorziening reflecteren. Maar de commissie is van    deficiëntieverschijnselen te voorkomen.
mening dat voor deze stoffen niet of onvoldoende is onderbouwd dat die     Ten aanzien van folaat merkt de commissie op dat het advies aan
ruimere voorziening ook werkelijk nodig is voor de gezondheid. Voor de     vrouwen in de vruchtbare leeftijd, om ten minste vier weken voor de
bestaande Nederlandse voedingsnormen zijn lagere bloedwaarden              conceptie te beginnen met het gebruik van foliumzuursupplementen,
gebruikt waarbij klinische verschijnselen van een tekort of lagere inname  aanvullend is op de voedingsnorm.
onwaarschijnlijk zijn.                                                     Preventieve effecten tegen chronische ziekten spelen een rol bij de norm-
Bij de EFSA-normen voor vitamine D voor mensen van 18 tot 69 jaar heeft    stelling voor vitamine C, vitamine D voor volwassenen vanaf 70 jaar en
de commissie hetzelfde bezwaar, en daarnaast vindt de commissie            calcium voor vrouwen vanaf 50 jaar en mannen vanaf 70 jaar. Bij vitamine
EFSA’s statistische analysemethode niet optimaal. De bestaande Neder-      D en calcium betreft de onderbouwing experimenteel onderzoek, bij vita-
landse norm voor vitamine D is gebaseerd op de bloedwaarde en statisti-    mine C alleen observationeel onderzoek.
sche analysemethode die de commissie prefereert. Ook speelde bij het       De voedingsnormen voor zink zijn gericht op de inname die nodig is om
vaststellen van de bestaande norm een rol dat er geen aanwijzingen zijn    de lichaamsvoorraad te handhaven.
dat alle Nederlandse volwassenen vitamine D-supplementen nodig
hebben. Voor ouderen vindt de commissie de EFSA-norm voor vitamine D       3.3 EFSA-normen die niet goed te beoordelen zijn
juist te laag: wetenschappelijke gegevens duiden erop dat in die groep     Sommige EFSA-normen zijn niet goed te beoordelen, omdat de beschik-
een hogere inname gunstig is om botbreuken te voorkomen.                   bare wetenschappelijke gegevens te beperkt zijn. Het betreft stoffen die
EFSA’s voedingsnorm voor vitamine B12, koper en zink zijn volgens de       wel thuishoren in de voedingsnormen, omdat duidelijk is dat mensen een
commissie onvoldoende onderbouwd vanwege het feit dat onderzoek niet       bepaalde toereikende inname nodig hebben voor de gezondheid. Het gaat
of nauwelijks beschikbaar is of vanwege de interpretatie van de resultaten om stoffen die belangrijke fysiologische functies hebben en die het
van het beschikbare onderzoek.                                             lichaam niet zelf kan aanmaken. Door het gebrek aan wetenschappelijke
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | Beoordeling van de EFSA-normen                               Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 21 van 34
gegevens is echter niet te onderbouwen waarom een andere waarde dan        eetgewoonte (bij consumptie van veel rauwe eieren wordt biotine uit het
EFSA als norm stelt beter zou zijn; er is geen methode of onderzoek        voedsel nauwelijks opgenomen in het lichaam).
beschikbaar om kwalitatief betere normen af te leiden. Omdat harmoni-      De stand van wetenschap over deze stoffen is beperkt, maar op basis van
satie binnen de Europese Unie het uitgangspunt is, neemt de commissie      het beschikbare onderzoek is er geen reden tot zorg over de inname.
deze normen van EFSA over.                                                 Daarom zijn deze adequate innames minder relevant dan de normen voor
Het betreft:                                                               de voedingsstoffen in paragraaf 3.1 en 3.2. Het is beter om deze normen
• pantotheenzuur                                                           niet te gebruiken voor de voedingsvoorlichting en de beoordeling van de
• vitamine E                                                               voeding van groepen.
• biotine
• choline                                                                  Onderbouwing van deze EFSA-normen
• fosfor                                                                   Bij zes van deze voedingsstoffen zijn EFSA’s adequate innames primair of
• mangaan                                                                  zelfs uitsluitend gebaseerd op gemiddelde en mediane innames in Euro-
• molybdeen                                                                pese landen (pantotheenzuur, vitamine E, biotine, choline, mangaan en
• selenium.                                                                molybdeen). De commissie merkt op dat EFSA de voedingsnorm voor
Voor al deze voedingsstoffen is duidelijk dat ze nodig zijn om goed te     molybdeen relatief lager heeft vastgesteld dan voor de vijf andere stoffen
functioneren, maar voor de meeste van deze stoffen lijken geen klinische   omdat deze gebaseerd is op de populaties waarin de innameschattingen
verschijnselen van een tekort voor te komen in de algemene Nederlandse     gemiddeld het laagst waren, terwijl bij de andere vijf is uitgegaan van alle
populatie. Waar wel klinische verschijnselen van een tekort zijn geconsta- populaties waarvan innameschattingen beschikbaar waren.
teerd, waren deze vrijwel nooit puur toe te schrijven aan een te lage      EFSA’s adequate inname voor fosfor is gebaseerd op de aanbevolen
inname. Tekorten zijn soms vastgesteld bij mensen met specifieke ziektes   hoeveelheid voor calcium en een zwak onderbouwde veronderstelling
of genetische defecten, bij mensen die langdurig parenterale voeding       over de wenselijke verhouding tussen de hoeveelheden calcium en fosfor
gebruiken (kunstmatige voeding die rechtstreeks in de bloedbaan wordt      in de voeding.
gebracht), of, in het geval van biotine, bij mensen met een uitzonderlijke EFSA’s adequate inname voor selenium is gericht op de inname die nodig
                                                                           is om een bepaalde bloedwaarde te maximaliseren. EFSA baseert deze
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 03 | Beoordeling van de EFSA-normen                             Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 22 van 34
aanpak niet op een klinische onderbouwing, maar geeft aan dat beperkt
observationeel onderzoek naar de associatie van deze bloedwaarde met
kanker deze aanpak lijkt te ondersteunen. EFSA’s adequate inname voor
selenium is hoger dan die in de andere rapporten en er is slechts beperkt
bewijs dat met deze relatief hoge inname extra gezondheidswinst kan
worden geboekt. Daarom is ook dit een voedingsnorm met een zwakke
onderbouwing.
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 04 | De nieuwe Nederlandse voedingsnormen en hun betekenis Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 23 van 34
04
de nieuwe Nederlandse
voedingsnormen en hun
betekenis
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 04 | De nieuwe Nederlandse voedingsnormen en hun betekenis        Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 24 van 34
Voedingsnormen zijn belangrijk vanwege de toepassingen die eerder in dit   nu onderscheid gemaakt tussen een relatief sterke onderbouwing of een
advies beschreven zijn. Voedingsnormen kennen beperkingen die maken        zwakke onderbouwing. Dat heeft enkele gevolgen voor de toepassing:
dat deze in de praktijk niet te absoluut moeten worden gehanteerd. Dit     • Voor calcium is nu voor jongere volwassenen een gemiddelde behoefte
geldt met name voor de normen die zwak zijn onderbouwd. Daarnaast             en aanbevolen hoeveelheid beschikbaar (dit was een adequate
constateert de commissie dat het niet altijd duidelijk is waarom er al dan    inname). Bij de beoordeling op populatieniveau van de calciuminname
niet verschillende normen gelden voor mannen en vrouwen.                      van jongere volwassenen zijn daardoor op basis van deze nieuwe
                                                                              normen concretere conclusies mogelijk dan bij de voorgaande normen.
4.1 De voedingsnormen die in dit advies voor Nederland zijn                • Voor jodium is het type norm juist gewijzigd naar een adequate inname,
      afgeleid                                                                wat in principe een beperking oplevert voor de beoordeling van de
Het merendeel van de nieuwe Nederlandse voedingsnormen is overge-             jodiuminname op populatieniveau. De inname van jodium is lastig te
nomen van EFSA. Waar de commissie bezwaren heeft tegen de EFSA-               schatten met behulp van voedselconsumptieonderzoek; hiervoor wordt
normen en tot andere normen komt, is dit meestal ingegeven door een           bij voorkeur statusonderzoek gebruikt (urinaire jodiumverliezen); in
verschil in weging van de stand van wetenschap en soms door de speci-         Nederland doet het RIVM regelmatig onderzoek op basis van 24-uurs
fieke context in Nederland.                                                   urines voor het monitoren van veranderingen in de jodiumstatus van de
De normen voor tien vitamines en zeven mineralen hebben een relatief          Nederlandse bevolking. De commissie adviseert om voor deze
sterke onderbouwing. Voor ongeveer de helft van deze stoffen zijn de          toepassing de gemiddelde behoefte van 100 μg/d te blijven hanteren.
EFSA-normen overgenomen (Tabel 3). De adequate innames voor de             • De adequate innames met een zwakke onderbouwing hebben weinig
resterende voedingsstoffen hebben een zwakke onderbouwing en zijn alle        relevantie voor de algemene bevolking omdat tekorten daarin niet lijken
overgenomen van EFSA (Tabel 4).                                               voor te komen. De commissie adviseert om deze voedingsnormen niet
                                                                              te gebruiken voor de voedingsvoorlichting en de beoordeling van de
4.2 Consequenties van de veranderingen voor de                                voeding van groepen.
      toepassingsmogelijkheden
Voor de meeste voedingsstoffen is het type voedingsnorm gelijk gebleven,
maar voor sommige is dit gewijzigd. Bovendien is bij de adequate innames
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 04 | De nieuwe Nederlandse voedingsnormen en hun betekenis                  Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 25 van 34
Tabel 3. Voedingsnormen met een relatief sterke onderbouwing voor Nederlandse volwassenen
 Voedingsstof      Subgroep                           Voedingsnorm                               Herkomst
                   Mannen (♂) of     Leeftijdsrange   Gemiddelde     Aanbevolen    Adequate
                   vrouwen (♀)                        behoefte       hoeveelheida  innamea
 Vitamine Ab       ♂                                  615 μg/dag     800 μg/dag                  dit rapport   a
                                                                                                                 Voor de voedingsnormen met een relatief sterke onderbouwing zijn de
                   ♀                                  525 μg/dag     680 μg/dag                  dit rapport     aanbevolen hoeveelheid en adequate inname voor de meeste
 Thiaminec         ♂&♀                                0,072 mg/MJ    0,1 mg/MJ                   EFSA            toepassingen gelijkwaardig.
 Riboflavine       ♂&♀                                1,3 mg/dag     1,6 mg/dag                  EFSA          b
                                                                                                                 Voor vitamine A zijn de voedingsnormen uitgedrukt in retinol-activiteit-
 Niacinec          ♂&♀                                1,3 mg/MJ      1,6 mg/MJ                   EFSA            equivalenten (RAE): 1 μg RAE = 1 μg retinol = 12 μg β-caroteen = 24 μg
                                                                                                                 andere carotenoiden. Ze zijn berekend met EFSA’s methode, maar voor
 Vitamine B6       ♂                 18-50 jaar       1,1 mg/dag     1,5 mg/dag                  GR 2003
                                                                                                                 Nederland is uitgegaan van een hoger lichaamsgewicht.
                   ♂                 >50 jaar         1,3 mg/dag     1,8 mg/dag                  GR 2003       c
                                                                                                                 Voor thiamine en niacine zijn de normen uitgedruk per megajoule
                   ♀                                  1,1 mg/dag     1,5 mg/dag                  GR 2003         energie-inname. Bij toepassing op individuen wordt de energie-inname
 Folaatd           ♂&♀                                200 μg/dag     300 μg/dag                  GR 2003         geschat om een waarde in milligram per dag te berekenen. Het
 Vitamine B12      ♂&♀                                2,0 μg/dag     2,8 μg/dag                  GR 2003         Voedingscentrum gaat bij het samenstellen van voedingen uit van de
                                                                                                                 energiebehoefte bij een inactieve leefstijl: voor de leeftijdsrange van van
 Vitamine C        ♂                                  60 mg/dag      75 mg/dag                   NCM 2014
                                                                                                                 19 tot 50 jaar is dat ongeveer 11,5 megajoule (2.700 kcal) per dag voor
                   ♀                                  50 mg/dag      75 mg/dag                   NCM 2014
                                                                                                                 mannen en ongeveer 8.5 megajoule (2.000 kcal) voor vrouwen.64 Voor
 Vitamine D e
                   ♂&♀               18-69 jaar                                    10 μg/dag     GR 2012         niacine zijn de voedingsnormen uitgedrukt in niacine equivalenten (NE):
                   ♂&♀               ≥ 70 jaar        10 μg/dag      20 μg/dag                   GR 2012         1 mg NE = 1 mg niacine = 60 mg tryptofaan.
 Vitamine K1       ♂&♀                                                             70 μg/dag     EFSA          d
                                                                                                                 Voor folaat zijn de voedingsnormen uitgedrukt in voedingsfolaatequivalent
 Calcium           ♂&♀               18-24 jaar       860 mg/dag     1.000 mg/dag                EFSA            (DFE): 1 μg DFE = 0,6 μg foliumzuur in verrijkte voedingsmiddelen of
                                                                                                                 foliumzuur dat als supplement is ingenomen met voedsel = 0,5 μg
                   ♂                 25-69 jaar       750 mg/dag     950 mg/dag                  EFSA
                                                                                                                 foliumzuur dat als supplement is ingenomen op een lege maag. Voor
                   ♀                 25-49 jaar       750 mg/dag     950 mg/dag                  EFSA            folaat geldt een suppletieadvies voor vrouwen met een
                   ♀                 50-69 jaar                                    1.100 mg/dag  GR 2000         zwangerschapswens: het advies is om naast deze voedingsnorm
                   ♂&♀               ≥ 70 jaar                                     1.200 mg/dag  GR 2000         dagelijks een supplement met 400 μg/dag foliumzuur te gebruiken vanaf
 IJzer             ♂                                  6 mg/dag       11 mg/dag                   EFSA            ten minste vier weken voor de conceptie tot de achtste week van de
                   ♀ postmenopauzaal                  6 mg/dag       11 mg/dag                   EFSA            zwangerschap.
                                                                                                               e
                                                                                                                 Voor vitamine D hebben de voedingsnormen betrekking op situaties met
                   ♀ premenopauzaal                   7 mg/dag       16 mg/dag                   EFSA
                                                                                                                 minimale vitamine D aanmaak in de huid. Wanneer wel sprake is van
 Jodium            ♂&♀                                                             150 μg/dag    EFSA            aanmaak in de huid, kan de inname lager zijn. Voor vitamine D gelden
 Kalium            ♂&♀                                                             3,5 g/dag     EFSA            suppletieadviezen. Zowel voor volwassenen die geen vitamine D
                   ♂&♀                                0,7 mg/dag     0,9 mg/dag                  NCM 2014f       aanmaak in de huid hebben (door een donkere huidskleur, of door geen
 Koper
                                                                                                                 blootstelling van de huid aan zonlicht) als voor alle vrouwen van 50 tot 70
 Magnesium         ♂                                                               350 mg/dag    EFSA
                                                                                                                 jaar geldt het advies om dagelijks een supplement met 10 μg vitamine D
                   ♀                                                               300 mg/dag    EFSA            te gebruiken. Voor alle >70 jarigen geldt het advies om dagelijks een
 Zink              ♂                                  6,4 mg/dag     9 mg/dag                    NCM 2014        supplement met 20 μg vitamine D te gebruiken.
                                                                                                               f
                                                                                                                 De normen voor koper van NCM 2014 komen overeen met de IOM-
                   ♀                                  5,7 mg/dag     7 mg/dag                    NCM 2014
                                                                                                                 normen uit 2001.
          Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 04 | De nieuwe Nederlandse voedingsnormen en hun betekenis             Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 26 van 34
Tabel 4. Adequate innames met een zwakke onderbouwing voor Nederlandse volwas-
senen. De herkomst van al deze waarden is EFSA.
                                                                               geval.a Als er weinig onderzoek beschikbaar is om vast te stellen of er een
 Voedingsstof                   Subgroep                  Voedingsnorm
                                                                               fysiologisch verschil is in behoefte, wordt soms één waarde voor mannen
                                Mannen (♂) of vrouwen (♀) Adequate inname
 Pantotheenzuur                 ♂&♀                       5 mg/dag             en vrouwen opgesteldb, en wordt in andere gevallen onderscheid
 Vitamine E                     ♂                         13 mg/dag            gemaaktc, bijvoorbeeld op basis van verschillen in referentiegewichten of
                                ♀                         11 mg/dag
 Biotine                        ♂&♀                       40 μg/dag
                                                                               gemiddelde innames. Als er één waarde wordt gehanteerd voor mannen
 Choline                        ♂&♀                       400 mg/dag           en vrouwen zal de inname van vrouwen eerder ontoereikend lijken te zijn
 Fosfor                         ♂&♀                       550 mg/dag
 Mangaan                        ♂&♀                       3 mg/dag             dan die van mannen, eenvoudigweg omdat vrouwen minder eten dan
 Molybdeen                      ♂&♀                       65 μg/dag            mannen. Dit is een van de redenen waarom de voedingsnormen in de
 Selenium                       ♂&♀                       70 μg/dag
                                                                               praktijk niet te absoluut gebruikt moeten worden.
                                                                               Met de voedingsnormen wordt op basis van het beschikbare onderzoek
4.3 Beperkingen in het beschikbare onderzoek                                   de beste inschatting gemaakt van de behoefte van gezonde mensen met
Uit de vorige hoofdstukken blijkt dat de stand van wetenschap op basis         een gezond gewicht. Uit de evaluatie blijkt dat de afbakening tot mensen
waarvan de normen worden afgeleid beperkingen kent. Hierdoor is voor           met een gezond gewicht niet consequent kan worden bewaakt en toege-
een deel van de stoffen niet met zekerheid te zeggen of er onderscheid in      past. Sommige onderzoeken op basis waarvan de norm is afgeleid,
de behoefte gemaakt moet worden naar bijvoorbeeld geslacht, gewicht of         hebben betrekking op groepen met mensen die deels een gezond gewicht
leeftijd. De nieuwe voedingsnormen vormen vooralsnog de beste schat-           en deels overgewicht hebben; sommige oudere publicaties geven geen
ting (best guess) voor de diverse groepen, tenzij groepsspecifieke aanbe-      informatie over het lichaamsgewicht of de body mass index van de deel-
velingen beschikbaar zijn.
Voor ongeveer de helft van de voedingsstoffen zijn er verschillen tussen       a
                                                                                 Voor vitamine B6 (ouderen), vitamine C, calcium (51-70 jaar), ijzer en zink is onderbouwd waarom onderscheid is
                                                                                 gemaakt tussen de normen voor mannen en vrouwen. Voor thiamine en niacine is onderbouwd waarom de
de voedingsnormen voor mannen en vrouwen (Tabellen 3 en 4). Voor de              eenheid van de norm milligram per megajoule is; die eenheid resulteert erin dat de gemiddelde waarden in mg/
                                                                                 dag voor mannen en vrouwen verschillend zijn. Voor riboflavine, vitamine B6 (jongere volwassenen), folaat,
overige voedingsstoffen wordt dit onderscheid niet gemaakt. Slechts voor         vitamine D, calcium, jodium, kalium en koper is onderbouwd waarom géén onderscheid is gemaakt tussen de
                                                                                 normen voor mannen en vrouwen.
een deel van de voedingsstoffen is de keuze om dit onderscheid al dan          b
                                                                                 Voor pantotheenzuur, vitamine B12, vitamine K1, biotine, choline, fosfor, mangaan, molybdeen en selenium is
                                                                                 weinig of geen onderzoek beschikbaar om vast te stellen of er een fysiologisch verschil is in behoefte tussen
niet te maken goed onderbouwd. Voor de andere stoffen is dit niet het
                                                                                 mannen en vrouwen en wordt dezelfde waarde gehanteerd.
                                                                               c
                                                                                 Voor vitamine A, vitamine E en magnesium is weinig of geen onderzoek beschikbaar om vast te stellen of er een
                                                                                 fysiologisch verschil is in behoefte tussen mannen en vrouwen, maar worden verschillende waarden gehanteerd.
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>hoofdstuk 04 | De nieuwe Nederlandse voedingsnormen en hun betekenis                                             Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 27 van 34
nemers. En bij het afleiden van de voedingsnormen, blijkt de directe rol
van de referentiegewichten erg beperkt te zijn. Uitgaande van de
voedingsnormen die in dit advies voor Nederlandse volwassenen worden
op, speelt het referentiegewicht slechts bij twee voedingsstoffen (vitamine
A en K1) een directe rola in de afleiding van de norm.
Voor vier voedingsstoffen zijn er wetenschappelijk onderbouwde
verschillen tussen de voedingsnormen voor jongere en oudere volwas-
senen. Voor vitamine B6 (mannen), vitamine D en calcium zijn de normen
voor oudere volwassenen hoger dan die voor jongere volwassenen, terwijl
voor ijzer (vrouwen) het omgekeerde geldt. Voor de overige voedings-
stoffen zijn de normen voor volwassenen van alle leeftijden gelijk. Bij
enkele voedingsstoffen is er onderzoek beschikbaar dat erop wijst dat de
behoefte niet verandert bij toenemende leeftijdb, maar voor de overige
voedingsstoffen is de kennis over de de invloed van het ouder worden op
de behoefte beperkt of zelfs afwezig.
a
  Dat het referentiegewicht een directe rol speelt bij het afleiden van de voedingsnormen voor de vitamines A en
  K1, betekent niet dat de behoefte van een individu kan worden geschat op basis van zijn of haar
  lichaamsgewicht.
b
  Voor riboflavine, vitamine B6 (vrouwen) en folaat is onderbouwd waarom geen onderscheid is gemaakt tussen de
  normen voor jongere en oudere volwassenen.
           Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Literatuur                            Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 28 van 34
literatuur
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                   Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 29 van 34
1
    Gezondheidsraad. Werkprogramma 2018. Den Haag:                          11
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
    Gezondheidsraad, 2017; publicatienr. A15/02.                               values for thiamin. EFSA journal 2016; 14(12): 4653.
2
    Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D.       12
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
    Den Haag: Gezondheidsraad, 2012; publicatienr. 2012/15.                    values for vitamin B6. EFSA journal 2016; 14(6): 4485.
3
    Gezondheidsraad. Voedingsnormen: energie, eiwitten, vetten en           13
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
    verteerbare koolhydraten. Den Haag: Gezondheidsraad, 2001;                 values for potassium. EFSA journal 2016; 14(10): 4592.
    publicatienr. 2001/19.                                                  14
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
4
    Gezondheidsraad. Voedingsnormen: calcium, vitamine D, thiamine,            values for choline. EFSA journal 2016; 14(8): 4484.
    riboflavine, niacine, pantotheenzuur en biotine. Den Haag:              15
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
    Gezondheidsraad, 2000; publicatie nr. 2000/12.                             values for phosphorus. EFSA Journal; 2015; 13(7): 4185.
5
    Gezondheidsraad. Voedingsnormen: vitamine B6, foliumzuur en             16
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
    vitamine B12. Den Haag: Gezondheidsraad, 2003; publicatie nr.              values for vitamin E as alphatocopherol. EFSA journal 2015; 13(7):
    2003/04.                                                                   4149.
6
    Gezondheidsraad. Tijdelijke voedingsnormen. https://www                 17
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
    gezondheidsraad nl/nl/nieuws/tijdelijke-voedingsnormen. 2014.              values for cobalamin (vitamin B12). EFSA journal 2015; 13(7): 4150.
    Geraadpleegd: juni 2018.                                                18
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
7
    European Food Safety Authority. Dietary Reference Values for nutrients     values for vitamin A. EFSA journal 2015; 13(3): 4028.
    - Summary report. 2017. EFSA journal 2017; 14(12): e15121E.             19
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
8
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference    values for copper. EFSA journal 2015; 13(10): 4253.
    values for vitamin K. EFSA journal 2017; 15(5): 4780.                   20
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
9
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference    values for iron. EFSA journal 2015; 13(10): 4254.
    values for riboflavin. EFSA journal 2017; 15(8): 4919.                  21
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
10
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference    values for calcium. EFSA journal 2015; 13(15): 4101.
    values for vitamin D. EFSA journal 2016; 14(10): 4547.
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                   Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 30 van 34
22
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference 34
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
    values for magnesium. EFSA Journal 2015; 13(7): 4186.                      values for molybdenum. EFSA journal 2013; 11(8): 3333.
23
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference 35
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
    values for zinc. EFSA journal 2014; 12(10): 3844.                          values for energy. EFSA journal 2013; 11(1): 3005.
24
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference 36
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
    values for selenium. EFSA journal 2014; 12(10): 3846.                      values for protein. EFSA journal 2012; 10(2): 2557.
25
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference 37
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
    values for pantothenic acid. EFSA journal 2014; 12(2): 3581.               values for water. EFSA journal 2010; 8(3): 1459.
26
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference 38
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
    values for niacin. EFSA journal 2014; 12(7): 3759.                         values for carbohydrates and dietary fibre. EFSA journal 2010; 8(3):
27
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference    1462.
    values for iodine. EFSA journal 2014; 12(5): 3660.                      39
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference
28
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference    values for fats, including saturated fatty acids, polyunsaturated fatty
    values for folate. EFSA journal 2014; 12(11): 3893.                        acids, monounsaturated fatty acids, trans fatty acids, and cholesterol.
29
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference    EFSA journal 2010; 8(3): 1461.
    values for chromium. EFSA journal 2014; 12(10): 3845.                   40
                                                                               European Food Safety Authority. Scientific opinion on principles for
30
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference    deriving and applying dietary reference values. EFSA journal 2010;
    values for biotin. EFSA journal 2014; 12(2-3580): 12(2): 3580.             8(3): 1458.
31
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference 41
                                                                               National Institutes of Health, US Department of Health & Human
    values for vitamin C. EFSA journal 2013; 11(11): 3418.                     Services. Nutrient Recommendations: Dietary Reference Intakes (DRI).
32
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference    https://ods.od.nih.gov/Health_Information/Dietary_Reference_Intakes.
    values for manganese. EFSA journal 2013; 11(11): 3419.                     aspx. Geraadpleegd: juni 2018.
33
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on dietary reference 42
                                                                               WHO/FAO (World Health Organization/Food and Agriculture
    values for fluoride. EFSA journal 2013; 11(8): 3332.                       Organization of the United Nations). Vitamin and mineral requirements
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                               Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 31 van 34
    in human nutrition: report of a joint FAO/WHO expert consultation,  52
                                                                           Witkamp R, Navis G, Boer J, Plat J, Assendelft P, de Vries J, e.a.
    Bangkok, Thailand, 21-30 September 1998. 2004.                         Kennissynthese voeding als behandeling van chronische ziekten. Den
43
    Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag:             Haag: ZonMW, 2017.
    Gezondheidsraad, 2015; publicatienr. 2015/24.                       53
                                                                           Institute of Medicine (IOM, dit heeft sinds maart 2016 een nieuwe
44
    Nordic Council of Ministers (NCM). Nordic Nutrition Recommendations    naam: Health and Medicine Division). Dietary Reference Intakes:
    2012. Integrating nutrition and physical activity. 2014.               Applications in Dietary Assessment. 2003: 306.
45
    Nutrition Societies in Germany, Austria and Switzerland (D-A-CH).   54
                                                                           Institute of Medicine (IOM, dit heeft sinds maart 2016 een nieuwe
    Referenzwerte für die Nährstoffzufuhr. Neustadt an der Weinstraße,     naam: Health and Medicine Division). Dietary Reference Intakes:
    Duitsland, 2013.                                                       Guiding principles for nutrition labeling and fortification. 2003: 225.
46
    Institute of Medicine (IOM, dit heeft sinds maart 2016 een nieuwe   55
                                                                           Institute of Medicine (IOM, dit heeft sinds maart 2016 een nieuwe
    naam: Health and Medicine Division). Dietary Reference Intakes for     naam: Health and Medicine Division). Dietary Reference Intakes:
    calcium and vitamin D. 2011.                                           Applications in Dietary Planning. 2003: 256.
47
    European Food Safety Authority. Tolerable upper intake levels for   56
                                                                           Institute of Medicine (IOM, dit heeft sinds maart 2016 een nieuwe
    vitamins and minerals. Parma, 2006.                                    naam: Health and Medicine Division). Dietary Reference Intakes for
48
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on the tolerable    calcium, phosphorus, magnesium, vitamin D, and fluoride. 1997.
    intake level of vitamin D. EFSA journal 2012; 10(7): 2813.          57
                                                                           Institute of Medicine (IOM, dit heeft sinds maart 2016 een nieuwe
49
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on the tolerable    naam: Health and Medicine Division). Dietary Reference Intakes for
    intake level of eicosapentaenoic acid (EPA), docosahexaneoic acid      thiamin, riboflavin, niacin, vitamin B6, folate, vitamin B12, pantothenic
    (DHA) and docosapentaenoic acid (DPA). EFSA journal 2012; 10(7):       acid, biotin, and choline. 1998.
    2815.                                                               58
                                                                           Institute of Medicine (IOM, dit heeft sinds maart 2016 een nieuwe
50
    European Food Safety Authority. Scientific opinion on the tolerable    naam: Health and Medicine Division). Dietary Reference Intakes for
    intake level of calcium. EFSA journal 2012; 10(7): 2814.               vitamin C, vitamin E, selenium, and carotenoids. 2000.
51
    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en het Milieu (RIVM).           59
                                                                           Institute of Medicine (IOM, dit heeft sinds maart 2016 een nieuwe
    Trendscenario Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018. 2017.          naam: Health and Medicine Division). Dietary reference intakes for
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Literatuur                                                                    Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 32 van 34
    vitamin A, vitamin K, arsenic, boron, chromium, copper, iodine, iron,
    manganese, molybdenum, nickel, silicon, vanadium, and zinc. 2001.
60
    Institute of Medicine (IOM, dit heeft sinds maart 2016 een nieuwe
    naam: Health and Medicine Division). Dietary Reference Intakes for
    water, potassium, sodium, chloride, and sulfate. 2005.
61
    Verkaik-Kloosterman J, van Rossum C, Beukers M, Buurma-Rethans
    E. The habitual micronutrient intake of Dutch adults (VCP 2007-2010)
    compared with dietary reference values set by the Health Council of the
    Netherlands (2014) and EFSA (2010-2017). Bilthoven: RIVM, 2018;
    VCP-MEMO 18-02.
62
    Buuren SS van, Schönbeck Y, van Dommelen P. Collection, collation
    and analysis of data in relation to reference heights and reference
    weights for female and male children and adolescents (0-18 years) in
    the EU, as well as in relation to the age of onset of puberty and the age
    at which different stages of puberty are reached in adolescents in the
    EU. TNO Innovation for life, 2012.
63
    Gezondheidsraad. Vitamine- en mineralensupplementen -
    Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag:
    Gezondheidsraad, 2015; publicatienr. A15/26.
64
    Voedingscentrum. Richtlijnen Schijf van Vijf. Den Haag:
    Voedingscentrum, 2016. www.voedingscentrum.nl.
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Commissie en werkgroep                                                                                  Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen | pagina 33 van 34
Commissie en werkgroep                                                                                Secretarissen:
                                                                                                      •   dr. K.G. van der Mark-Reeuwijk, Gezondheidsraad, Den Haag
Samenstelling Commissie Voeding:                                                                      •   drs. E.J. Schoten, Gezondheidsraad, Den Haag
•  prof. dr. ir. J. Brug, hoogleraar gezondheidsgedrag en gezondheidsvoorlichting, Universiteit van   •   dr. ir. C.J.K. Spaaij, Gezondheidsraad, Den Haag
   Amsterdam (voorzitter tot 31 augustus 2018)                                                        •   dr. ir. R.M. Weggemans, Gezondheidsraad, Den Haag
•  prof. dr. S.J.L. Bakker, hoogleraar interne geneeskunde, UMCG, Groningen
•  dr. ir. J.W.J. Beulens, voedingskundige-epidemioloog, VUmc Amsterdam                               Samenstelling Werkgroep Voedingsnormen:
•  prof. dr. E. Blaak, hoogleraar fysiologie van het vetmetabolisme, Maastricht University            •   prof. dr. ir. J. Brug, hoogleraar gezondheidsgedrag en gezondheidsvoorlichting, Universiteit van
•  prof. dr. J.M. Geleijnse, hoogleraar voeding en hart- en vaatziekten, Wageningen Universiteit (lid     Amsterdam (voorzitter tot 31 augustus 2018)
   tot 31 december 2017)                                                                              •   prof. dr. S.J.L. Bakker, hoogleraar interne geneeskunde, UMCG, Groningen
•  prof. dr. J.B. van Goudoever, hoogleraar kindergeneeskunde, VUmc en AMC, Amsterdam                 •   dr. H. van den Berg, biochemicus-voedingskundige, gepensioneerd, Zeist
•  prof. dr. A.W. Hoes, hoogleraar klinische epidemiologie en huisartsgeneeskunde, UMC Utrecht        •   dr. ir. J.W.J. Beulens, voedingskundige-epidemioloog, VUmc Amsterdam
•  prof. dr. M.T.E. Hopman, hoogleraar integratieve fysiologie, Radboudumc, Nijmegen                  •   prof. dr. E. Blaak, hoogleraar fysiologie van het vetmetabolisme, Maastricht University
•  dr. J.A. Iestra, voedingskundige, UMC Utrecht                                                      •   prof. dr. J.M. Geleijnse, hoogleraar voeding en hart- en vaatziekten, Wageningen Universiteit (lid
•  prof. dr. S. Kremers, hoogleraar preventie van obesitas, Maastricht UMC+                               tot 31 december 2017)
•  prof. dr. ir. R.P. Mensink, hoogleraar moleculaire voedingskunde, Maastricht University            •   prof. dr. J.B. van Goudoever, hoogleraar kindergeneeskunde, VUmc en AMC, Amsterdam
•  prof. dr. H. Pijl, hoogleraar diabetologie, Leids Universitair Medisch Centrum (lid tot 31         •   dr. J.A. Iestra, voedingskundige, UMC Utrecht
   december 2016)                                                                                     •   prof. dr. ir. R.P. Mensink, hoogleraar moleculaire voedingskunde, Maastricht University
•  prof. dr. J.A. Romijn, hoogleraar inwendige geneeskunde, Academisch Medisch Centrum,               •   prof. dr. ir. M. Visser, hoogleraar gezond ouder worden, VU Amsterdam en VUmc, Amsterdam
   Amsterdam (lid tot 31 december 2016)
•  prof. dr. C.D.A. Stehouwer, hoogleraar interne geneeskunde, Maastricht UMC+, Maastricht            Waarnemer:
•  prof. dr. ir. M. Visser, hoogleraar gezond ouder worden, VU Amsterdam en VUmc, Amsterdam           •   dr. C.T.M. van Rossum, RIVM, Bilthoven
•  prof. dr. ir. M.H. Zwietering, hoogleraar levensmiddelenmicrobiologie, Wageningen Universiteit
•  dr. H. van den Berg, biochemicus-voedingskundige, gepensioneerd, Zeist, structureel                Secretarissen:
   geraadpleegd deskundige                                                                            •   dr. ir. C.J.K. Spaaij, Gezondheidsraad, Den Haag
                                                                                                      •   dr. S.R. Vink, Gezondheidsraad, Den Haag
Waarnemers:
•  dr. C.T.M. van Rossum, RIVM, Bilthoven
•  ir. B.H. Smale, VWS, Den Haag
           Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>De Gezondheidsraad, ingesteld in 1902, is een adviesorgaan met als taak de regering en het parlement ‘voor te lichten over de stand der wetenschap
ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek’ (art. 22 Gezondheidswet).
De Gezondheidsraad ontvangt de meeste adviesvragen van de bewindslieden van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Infrastructuur en Waterstaat;
Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De raad kan ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen, en ontwikke-
lingen of trends ­signaleren die van belang zijn voor het overheidsbeleid.
De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en worden als regel opgesteld door multidisciplinaire commissies van – op persoonlijke titel
benoemde – Nederlandse en soms buitenlandse deskundigen.
U kunt dit document downloaden van www.gezondheidsraad.nl.
Deze publicatie kan als volgt worden aangehaald:
Gezondheidsraad. Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen.
Den Haag: Gezondheidsraad, 2018; publicatienr. 2018/19.
Auteursrecht voorbehouden
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>