<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Onderzoek naar de
effectiviteit van preventie
via de ouder-kindrelatie
Nr. 2018/11A, Den Haag 22 mei 2018
Achtergronddocument bij:
De ouder-kindrelatie en jeugdtrauma’s
Nr. 2018/11, Den Haag 22 mei 2018
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                                      Onderzoek naar de effectiviteit van preventie via de ouder-kindrelatie | pagina 2 van 13
inhoud
  Inleiding3
  In Nederland op effectiviteit getoetste interventies  9
  Literatuur11
   Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/11A
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                                                     Onderzoek naar de effectiviteit van preventie via de ouder-kindrelatie | pagina 3 van 13
Inleiding                                                                      interventies tussen groepen zonder risicofactoren en groepen met risico-
Dit achtergronddocument bevat een samenvatting van de literatuur die ten       factoren. Naast de bevindingen over effectiviteit worden nog een aantal
grondslag ligt aan hoofdstuk 4 van het advies De ouder-kindrelatie en          andere belangrijke resultaten gerapporteerd. Zo bleken interventies die
jeugdtrauma’s. De commissie heeft systematische reviews en meta-               gebruik maken van videofeedback effectiever te zijn dan andere interven-
analyses geselecteerd verschenen in de afgelopen vijf jaren over interven-     ties (d=0,44 vs d=0,31) en interventies die meer dan zestien sessies
ties gericht op het verbeteren van ouderlijke sensitiviteit, het verbeteren    omvatten minder effectief (d=0,21) dan interventies die minder dan zestien
van gehechtheid of het voorkomen van gedesorganiseerde gehechtheid,            (d=0,38) of minder dan vijf sessies (d=0,42) omvatten. Dat impliceert dat
of het voorkomen van kindermishandeling. Een aantal oudere meta-               met kortdurende interventies al maximale effecten behaald kunnen
analyses zijn eveneens meegenomen omdat zij nog steeds van belang              worden, als de doelstelling het verbeteren van ouderlijke sensitiviteit is.
zijn. De geselecteerde studies worden in tabel 1 samengevat en in de           Interventies die na de eerste zes levensmaanden van het kind aanvingen
tekst uitgebreider beschreven.                                                 waren het meest effectief (d=0,44) in vergelijking met interventies die in de
                                                                               eerste zes maanden (d=0,28) of prenataal (d=0,32) werden aangeboden.
Bakermans-Kranenburg e.a. 2003                                                 Uit de analyse blijkt dat ook interventies gericht op het verbeteren van
De systematische review en meta-analyse van Bakermans-Kranenburg               gehechtheid een klein effect hebben (d=0,20), waarbij de effectieve inter-
e.a. uit 2003 is een sleutelpublicatie, waarin de effecten van verschillende   venties allemaal ouderlijke sensitiviteit als aangrijpingspunt gebruikten om
onderzoeken naar het verbeteren van sensitiviteit en gehechtheid geza-         gehechtheid te verbeteren. Als alleen van deze interventies de resultaten
menlijk en uitgebreid zijn geanalyseerd.1 Er is sindsdien geen nieuwe          worden gecombineerd is het effect op het verbeteren van gehechtheid
meta-analyse met dezelfde onderzoeksvraag uitgevoerd, vandaar dat de           dan ook groter (d=0,39). De interventies met de grootste effecten op
commissie deze meta-analyse heeft meegenomen. Het resultaat van de             sensitiviteit (d>0,40) hadden ook het grootste effect op gehechtheid
analyse is dat interventies gericht op het verbeteren van sensitiviteit een    (d=0,45). Dit suggereert dat het verbeteren van ouderlijke sensitiviteit
klein effect hebben (d=0,33) bij een gemengde populatie risicogezinnen en      voorafgaat aan het verbeteren van gehechtheid.
gezinnen zonder risicofactoren. Er was geen verschil in effectiviteit van
        Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/11A
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                                                                                 Onderzoek naar de effectiviteit van preventie via de ouder-kindrelatie | pagina 4 van 13
Tabel 1. Meta-analyses
 Publicatie  Deelnemers-karakteristieken        Design         Aantal        Ntotaal Interventie                               ∆ Interventie-   Gem. effect                          Statistische
                                                               studies                                                         moment en duur   (95% BI)                             heterogeniteit
 Bakermans-  Gezinnen met en zonder risicofac-  RCT            51 sens       6.282   Vroege preventieve interventie om         Variabel         +maternale sens                      Hoog
 Kranenburg  toren                                                           sens    positief oudergedrag, zoals responsi-                      d=0,33 (0,25-0,41)                   Q=28.21
 2003                                                                                viteit, sensitiviteit en betrokkenheid te                                                       Hoog
                                                               23            1.255   verbeteren                                                 +veilige gehechtheid                 Q=55.21
                                                               geh           geh                                                                d=0,20 (0,04-0,35)
                                                                                                                                                +veilige gehechtheid (10 studies
                                                                                                                                                focus sens)
                                                                                                                                                d=0,39 (0,16-0,62)
 Bakermans-  Kinderen of ouders met risicofac-  Gemengd,       15            842     Op gehechtheid gebaseerde                 Variabel         -gedes gehechtheid                   Hoog
 Kranenburg  toren                              gecontroleerd                        interventies                                               d=0,05 (niet significant)            Q=21,41
 2005
 Wright 2017 Gezinnen van kinderen met een      RCT            14            1.503   Ouderschapsinterventies (12 van 14        Variabel         -gedes gehechtheid                   Onduidelijk
             hoog risico op of al bestaande                                          bevordering sensitiviteit)                                 d=0,38
             gedesorganiseerde gehechtheidsre-                                                                                                  OR 0,50 (0,32-0,77)
             laties
 Facompré    Zwangere vrouwen of moeders met    Gecontro-      16            1.360   Interventies met uitkomsten m.b.t.        Zwangerschap tot -gedes gehechtheid                   Hoog
 2017        kinderen jonger dan 54 maanden     leerde studies                       gedesorganiseerde gehechtheid (15         54 mnd           d=-0,35 (0,10-0,61)                  Q=45,43
                                                                                     van 16 o.a. bevordering sensitiviteit)
 Mountain    Ouders/verzorgers die tijdens      RCT            3             257     Huisbezoekprogramma’s met uitkom-         Zwangerschap tot + veilige gehechtheid (3 studies)    Laag
 2017        zwangerschap of voor 36 mnd                       (4 voor data          sten m.b.t. ouderlijke sensitiviteit en   36 mnd           OR 1,81 (1,25-2,62)                  I2=0
             interventie aangeboden kregen                     extractie)            veilige gehechtheid                                        -gedes gehechtheid (3 studies)
             Alle geincludeerde studies onder                                                                                                   OR 0,46 (0,29-0,75)
             risicogroepen                                                                                                                      +mat sens (1 studie)
                                                                                                                                                IV 0,24 (0,08-0,40)
 Pinquart    Ouders/verzorgers die tijdens de   RCT            23                    Interventie gericht op het ontwikkelen Zwangerschap tot 6  -kindermishandeling d=0,07
 2010        zwangerschap of voor 6 mnd                                              en versterken van oudervaardigheden mnd                    (0,03-0,12)
             interventie aangeboden kregen
 Euser 2015  (aanstaande) ouders/verzorgers uit RCT            23            4.883   Programma’s gericht op ouders om          Variabel         -kindermishandeling                  Hoog
             algemene bevolking, risicogroepen,                (20 program-          kindermishandeling te voorkomen of                         d=0,13 (0,05-0,21)                   Q=56,06
             of mishandeldende gezinnen                        ma’s in               te verminderen                                             na trim and fill (9 kleinere studies
                                                               meta-analyse)                                                                    uitgesloten)
                                                                                                                                                d=0,02 (-0,06-0,11)
 Van der Put (aanstaande) ouders verzorgers     Gecontroleerd  121           39.044  Programma’s gericht op verminderen Variabel                -kindermishandeling
 2017        geselecteerd op grond van doel-                                         van (het risico op) kindermishandeling                     d=0,28 ( 0,22-0,34)
             groep of risicofactoren, vroege                                                                                                    na trim and fill
             signalen of mishandeling                                                                                                           d=0,12
          Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/11A
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                                                                    Onderzoek naar de effectiviteit van preventie via de ouder-kindrelatie | pagina 5 van 13
Bakermans-Kranenburg e.a. 2005                                                deren van gedesorganiseerde gehechtheid bij kinderena met gedesorgani-
Bakermans-Kranenburg e.a. hebben in 2005 een tweede meta-analyse              seerde gehechtheid of een verhoogd risico daarop.3 Twaalf van de veer-
gepubliceerd, ditmaal over preventieve interventies gericht op het voor-      tien interventies richtten zich op het vergroten van ouderlijke sensitiviteit.
komen van een gedesorganiseerde gehechtheidsrelatie bij ouders en             Van de veertien waren er twaalf effectief in het verminderen van gedesor-
kinderen met een verhoogd risico daarop.2 Deze vorm van onveilige             ganiseerde gehechtheid. Het gecombineerde effect was middelmatig
gehechtheid is het duidelijkst met problematiek op latere leeftijd geassoci-  (d=0,38; OR 0,50). Uit moderatoranalyses bleek geen significant effect
eerd. Er zijn recentere meta-analyses met dezelfde onderzoeksvraag            van het aantal sessies of van het gebruik van video. Wel was er een effect
uitgevoerd waar de commissie meer gewicht aan hecht. De resultaten van        van de leeftijd van het kind: de zes studies die na een leeftijd van zes
Bakermans-Kranenburg uit 2005 worden beschreven omdat ze afwijken             maanden plaatsvonden lieten een groter gezamenlijk effect zien (d=0,63;
van de latere resulaten en de commissie dit wil verklaren. Uit de analyse     OR=0,32), terwijl de vier studies over interventies die prenataal plaats-
bleek geen overall effect van preventieve interventies op het voorkomen       vonden een kleiner, niet significant effect lieten zien (d=0,22; OR=0,67 BI
of verminderen van gedesorganiseerde gehechtheid (d=0,05). Echter,            0,28-1,60) en de drie studies naar interventies die gedurende de eerste
interventies die na een leeftijd van zes maanden werden uitgevoerd            zes levensmaanden plaastvonden geen effect lieten zien (d=0,06;
hadden wel een klein effect (d=0,23), net als interventies die alleen op      OR=0,89 BI 0,47-1,69). Dit suggereert, net als de analyse van Baker-
sensitiviteit gericht waren (d=0,24). Ook waren interventies effectiever      mans-Kranenburg uit 2003, dat interveniëren tijdens de eerste zes
(d=0,29) wanneer het ging om kinderen met risicofactoren (zoals adoptie-      maanden minder zinvol is dan daarna of daarvoor, al moeten de resul-
kinderen en kinderen met een laag geboortegewicht) dan wanneer het            taten van moderatoranalyses voorzichtig geïnterpreteerd worden. De
ging om ouders met risicofactoren (zoals depressie, alleenstaand ouder-       resultaten van Wright e.a. wijken af van de eerdere review van Baker-
schap en armoede) (d=0,10).                                                   mans-Kranenburg uit 2005. De belangrijkste verklaringen daarvoor zijn
                                                                              volgens de auteurs dat, ondanks overeenkomstige inclusiecriteria, slechts
Wright e.a. 2017                                                              twee studies in beide reviews zijn meegenomen. Wright e.a. hebben
Wright e.a. hebben in 2017 een systematische review en meta-analyse           alleen ware RCT’s meegenomen en twaalf van de veertien studies uit
verricht van ouderschapsinterventies gericht op het voorkomen of vermin-
                                                                              a
                                                                                Ondanks de leeftijdafbakening die bij deze analyse gebruikt is voor de search (kinderen jonger dan 13 jaar) gaan
                                                                                de studies die zijn meegenomen over jonge kinderen tot drie jaar oud.
       Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/11A
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                                                                                            Onderzoek naar de effectiviteit van preventie via de ouder-kindrelatie | pagina 6 van 13
Wright e.a. zijn tussen 2006 en 2016 gepubliceerd. De commissie                                       de oudere studie van Bakermans-Kranenburg uit 2005 mede verklaren.
beschouwt de resultaten van Wright e.a. dan ook als betrouwbaarder                                    Facompré e.a. hebben alle 10 studies uit de review van Bakermans-
dan die van Bakermans-Kranen-burg e.a. uit 2005.                                                      Kranenburg e.a. meegenomen en daar de resulaten van zes nieuwere
                                                                                                      studies aan toegevoegd. De analyses van Facompré e.a. en Wright e.a.
                                                                                                      uit 2017 hebben verschillende inclusiecriteria gehanteerd voor de leeftijd-
Facompré e.a 2017                                                                                     afbakening maar ook andere eisen gesteld aan studiedesign (met name
Facompré e.a. hebben in 2017 een systematische review en meta-                                        randomisatie), waardoor de overlap tussen de analyses zeven studies is
analyse verricht van interventies bij zwangere vrouwen en moeders met                                 (van 16 resp. 14 studies). Toch komen de resultaten overeen. De reden
kinderen tot 54 maanden met een verhoogd risico op een gedesorgani-                                   waarom recente publicaties naar het verminderen van gedesorganiseerde
seerde gehechtheidsrelatie met vermindering van gedesorganiseerde                                     gehechtheid een groter effect laten zien dan oudere publicaties is niet
gehechtheid als uitkomst.4 Vijftien van de zestien geïncludeerde studies                              duidelijk. De commissie beschouwt de resultaten van Facompré e.a en
richtten zich op het vergroten van (o.a.) ouderlijke sensitiviteit. Het gecom-                        Wright e.a. als betrouwbaarder dan die van Bakermans-Kranenburg e.a.
bineerde effect van interventies op de afname van gedesorganiseerde                                   uit 2005 en baseert haar conclusies in hoofdstuk vier over het vermin-
gehechtheid was middelmatig (d=0.35, BI 0.10-0.61). Uit moderatorana-                                 deren van gedesorganiseerde gehechtheid dan ook op deze recente
lyses bleek dat interventies effectiever waren bij kinderen die mishandeld                            publicaties.
werden (d=0,77, een groot effect) dan bij kinderen die risico liepen op
mishandelinga (d=0,21, een klein effect). De effectiviteit van interventies                           Mountain e.a. 2017
nam toe met de leeftijd van de kinderen: een leeftijdtoename van een                                  Mountain e.a. hebben in 2017 een systematische review en meta-analyse
maand was geassocieerd met een toename van de effectgrootte van                                       verricht naar de effecten van huisbezoekprogramma’s op gehechtheid en
d=0,03. Ook lieten recentere studies (2006-2016) grotere effecten zien                                sensitviteit.5 Omdat de analyse de resultaten van slechts drie studies
(d=0,66) dan oudere studies (1990-2005) (d=0,12). Dit kan het verschil                                bevat, moeten de resultaten voorzichtig geïnterpreteerd worden. Alledrie
tussen de resultaten van Facompré e.a. en Wright e.a. ten opzichte van                                de studies betroffen interventies bij groepen met een risicofactor, zoals
                                                                                                      lage sociaaleconomische status of geschiedenis van mishandeling. De
                                                                                                      data uit de individuele studies en de gepoolde data wezen op een
a
  ‘at risk’ is gedefinieerd op basis van sociaaleconomische status (zie Euser et al., 2015)
             Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/11A
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                                                                  Onderzoek naar de effectiviteit van preventie via de ouder-kindrelatie | pagina 7 van 13
toename van de kans op veilige gehechtheid (OR 1,81) als gevolg van de      neerde gewogen gemiddelde effect op kindermishandeling was significant
interventies. Twee van de drie studies vonden geen statistisch significante maar zeer klein d=0,13 (BI 0,05-0,21). Wanneer de 6 studies die een
afname van de kans op gedesorganiseerde gehechtheid (grote betrouw-         definitie van kindermishandeling hanteerden waarmee sommige gevallen
baarheidsintervallen), maar wanneer de data gepooled werden was de          incorrect geclassificeerd kunnen worden, was het gecombineerde
afname klein maar wel significant (OR 0,46). De auteurs concluderen dat     gewogen gemiddelde effect op kindermishandeling nog significant maar
het bevorderen van veilige gehechtheid makkelijker is dan het voorkomen     zeer klein d=0,07 (BI 0,03-0,12). De effecten zijn zo klein dat op grond van
of verminderen van gedesorganiseerde gehechtheid. Van slechts een           deze studie niet geconcludeerd kan worden dat interventies om kindermis-
studie waren extraheerbare data beschikbaar over ouderlijke sensitiviteit,  handeling te verminderen tijdens de zwangerschap en de eerste zes
waar de interventie een klein effect (IV=0,24) op had. Deze meta-analyse    levensmaanden effectief zijn. Dit heeft de commissie meegenomen in
vindt de commissie minder belangrijk dan de andere hier beschreven          haar conclusies in hoofdstuk vier van het advies.
analyses, omdat het om zo weinig studies gaat. De resultaten liggen
echter wel in lijn met die van de andere analyses, waardoor de conclusies   Euser e.a. 2015
daarvan versterkt worden.                                                   Euser e.a. hebben in 2015 een systematische review en meta-analyse
                                                                            verricht naar de effecten van ouderprogramma’s gericht op het voorkomen
Pinquart e.a. 2010                                                          of verminderen van kindermishandeling.7 Het kon daarbij gaan om
Pinquart e.a. hebben in 2010 een systematische review en meta-analyse       programma’s gericht op de algemene bevolking (1 interventiegroep), op
verricht van RCT’s van interventies om effectief ouderschap te bevorderen   risicogroepen (20 interventiegroepen), of op groepen waar al sprake was
die aanvingen gedurende de zwangerschap of de eerste zes levens-            van kindermishandeling (6 interventiegroepen). Gerapporteerde uitkom-
maanden van het kind en als uitkomst (onder andere) gekeken naar het        sten moesten daadwerkelijk betrekking hebben op kindermishandeling,
voorkomen van kindermishandeling.6 Er is geen recentere meta-analyse        waarbij de definitie van de Centers for Disease Control and Prevention
uitgevoerd met deze onderzoeksvraag, vandaar dat de commissie deze          (CDC) werd gehanteerd.a De auteurs rapporteren een zeer klein gecombi-
studie meeneemt. In totaal werden 142 studies die 133 verschillende         neerd effect (d=0,13 BI 0,05-0,21). Wanneer echter gecorrigeerd wordt
interventies beschreven geïncludeerd. 29 studies hadden voorkomen of
vermindering van kindermishandeling als uitkomstmaat. Het gecombi-          a
                                                                              ‘Any act or series of acts of commission or omission by a parent or other caregiver that results in harm, potential
                                                                              for harm, or threat of harm to a child’
       Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/11A
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>                                                                    Onderzoek naar de effectiviteit van preventie via de ouder-kindrelatie | pagina 8 van 13
voor publicatiebias (waardoor kleine studies met een negatief resultaat       betekeken dat om mishandeling te voorkomen of te verminderen een
niet worden gepubliceerd en kleine studies met een positief resultaat wel)    langere interventieduur nodig is in vergelijking met alleen het verbeteren
verdwijnt het effect (d=0,02 BI -0,06-0,11). Er is dan ook geen gecombi-      van sensitiviteit en/of gehechtheid. De auteurs merken op dat de modera-
neerd effect van programma’s gericht op het voorkomen van kindermis-          toranalyses voorzichtig geïnterpreteerd moeten worden vanwege het
handeling. Na verdere analyse blijkt echter dat programma’s die zich          kleine aantal studies. Op grond van deze analyse kan geconcludeerd
richtten op oudertraining (al dan niet met andere vormen van ondersteu-       worden dat interventies gericht op het verminderen van kindermishande-
ning) wel effectief waren (d=0,37), terwijl programma’s die zich alleen       ling in het algemeen een klein effect hebben bij gezinnen waar sprake is
richtten op ondersteuning (zoals het bevorderen van een gezonde leefstijl     van kindermishandeling, en dat preventieve interventies in het algemeen
tijdens de zwangerschap, het opzetten van sociale netwerken ter onder-        geen effect hebben bij gezinnen waar sprake is van risicofactoren voor
steuning of het screenen voor ontwikkelingsachterstanden) dat niet waren      kindermishandeling. Dit heeft de commissie meegenomen in haar conclu-
(d=0,03). Programma’s die zich richtten op gezinnen waar al sprake was        sies in hoofdstuk vier van het advies.
van mishandeling waren effectief (d=0,35), terwijl programma’s gericht op
risicogroepen dat niet waren (d=0,05). Slechts één van de meegenomen          Van de Put e.a. 2017 (non peer-reviewed)
studies richtte zich op een algemene populatie: moeders met kinderen          Van de Put e.a. hebben in opdracht van ZonMw een systematische review
van vier jaar in Iran, die opvoedingstips kregen en acht weken daarna         en meta-analyse verricht naar de effecten van programma’s gericht op
vragenlijsten invulden over ouderschap.8 Het effect van deze studie was in    verminderen van (het risico op) kindermishandeling bij geslecteerde
de analyse van Euser significant (d=0,44, BI 0,13-0,75) Omdat het slechts     gezinnen.9 Het kan daarbij gaan om selectieve preventie (gericht op
om één studie op basis van zelfrapportage gaat, kunnen hieruit geen alge-     demografisch of geografisch afgebakende doelgroepen), geïndiceerde
mene conclusies getrokken worden over het effect van interventies gericht     preventie (gericht op ouders en/of kinderen met bepaalde risicofactoren),
op preventie van kindermishandeling. Euser e.a. concluderen net als           gerichte interventies naar aanleiding van vroege signalen of klinische
andere auteurs dat uit recentere studies een groter effect blijkt dan uit     interventies voor gezinnen waar al sprake is van kindermishandeling. De
oudere studies en dat programma’s bij gezinnen met oudere kinderen            meta-analyse omvat 93 effectonderzoeken naar het terugdringen van
effectiever zijn. Interventies met 16-30 sessies waren effectiver (d=0,37)    risico’s in risicogroepen en 30 effectonderzoeken naar het terugdringen/
dan interventies met minder (d=0,05) of meer (d=0,03) sessies. Dit kan        stoppen van bestaande kindermishandeling. Kindermishandeling werd
        Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/11A
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                                                    Onderzoek naar de effectiviteit van preventie via de ouder-kindrelatie | pagina 9 van 13
breed gedefinieerd als fysieke of seksuele mishandeling, verwaarlozing en     MST-CAN. MST-CAN, Triple-P, Incredible Years en PCIT worden in
verschillende vormen van hardhandig opvoeden. Het gecombineerde               Nederland aangeboden, al zijn ze nog niet allemaal in Nederland op
effect van interventies ter voorkoming van kindermishandeling was d=0,28      effectiviteit onderzocht.
(BI 0,22-0,34). Wanneer gecorrigeerd werd voor publicatiebias, waardoor       Op grond van deze studie kan geconcludeerd worden dat interventies
kleine studies met een negatief resultaat niet worden gepubliceerd en         gericht op het verminderen van kindermishandeling in het algemeen een
kleine studies met een positief resultaat wel, resulteerde dat in een kleiner klein effect hebben bij gezinnen waar sprake is van kindemishandeling, en
effect van d=0,12 (BI niet gegeven) Het effect van interventies gericht op    dat preventieve interventies in het algemeen mogelijk een zeer klein effect
gezinnen waarin sprake is van mishandeling was groter (d=0,35 BI 0,20-        hebben bij gezinnen waar sprake is van risicofactoren voor kindermishan-
0,49) dan dat van preventieve interventies bij risicogezinnen (d=0,26 BI      deling. Bepaald specifieke interventies hebben grotere effecten. De resul-
0,20-0,32), maar het verschil was niet significant.                           taten van van der Put e.a. liggen in de lijn van de resulaten van Euser e.a.
Bij een indeling in vier leeftijdgroepen (ongeboren/baby, peuter/kleuter,     De commissie heeft de resulaten van beide studies meegenomen bij het
basisschool, middelbare school) was weliswaar een toename van het             formuleren van de conclusies van hoofdstuk 4.
effect van interventies met de leeftijd waarneembaar, maar die was niet
significant. Daarbij moet opgemerkt worden dat er geen onderscheid            In Nederland op effectiviteit getoetste interventies
gemaakt werd tussen de eerste zes maanden en daarna, zoals wel het
geval was bij andere meta-analyses. Specifieke interventies die tot een       VoorZorg
significante afname van kindermishandeling leidden ten opzichte van de        VoorZorg is de vertaling en aanpassing van een programma dat in de VS
controlegroep, en die in ten minste twee onafhankelijke onderzoeken           ontwikkeld is en daar effectief blijkt voor (onder andere) de preventie van
waren onderzocht, waren: Multi-Systeem Therapie-CAN/BSF (d=0,56),             kindermishandeling. Jonge vrouwen die voor het eerst zwanger zijn, gese-
Project 12-ways (d=0,45), Triple P (d=0,41), Cognitieve gedragstherapie       lecteerd op grond van specifieke risicofactoren, worden intensief begeleid
(d=0,41), ACT-Parents Rasing Safe Kids Program (d=0,38), Intensive            door een jeugdverpleegkundige, vanaf zo vroeg mogelijk in de zwanger-
Family Preservation Services (d=0,37), Incredible Years (d=0,35), Healthy     schap tot het kind 2,5 jaar is. In een Nederlandse RCT onder 432 vrouwen
Start (d=0,34) en Parent-Child Interaction Therapy (d=0,30). Euser e.a.       is, naast andere positieve effecten, een significant effect van VoorZorg
vonden in hun meta-analyse eveneens significante effecten voor PCIT en        gerapporteerd op meldingen aan het Advies en Meldpunt Kindermishan-
        Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/11A
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>                                                                    Onderzoek naar de effectiviteit van preventie via de ouder-kindrelatie | pagina 10 van 13
deling (tegenwoordig: Veilig Thuis): bij de interventiegroep werd over 11%     zoeken van een jeugdverpleegkundige, in sommige gevallen ook prena-
een melding gedaan en bij de controlegroep over 19% (RR 0.58; BI (0.28-        tale huisbezoeken. In gecontroleerd onderzoek onder 469 gezinnen is
0.96).10 Dit is een zeer sterke aanwijzing dat VoorZorg leidt tot reductie     geen afname van kindermishandeling gerapporteerd, waarbij de kantteke-
van kindermishandeling. In werkelijkheid kan het effect groter zijn; bij       ning geplaatst moet worden dat dit kan komen doordat het aantal melding
deelneemde gezinnen bestaat immers een grotere kans dat kindermis-             gering was (rond 1%).16 Bij 22% van de gezinnen in de interventiegroep
handeling gesignaleerd en gemeld wordt (door de bezoekende verpleeg-           tegen 8% in de controlegroep werd na twee jaar wel een afname van
kundige) dan bij de controlegroep, waar meer mishandeling ongemeld             risicofactoren voor kindermishandeling geconstateerd. De resultaten van
blijft. Er zijn aanwijzingen dat VoorZorg kosteneffectief is.11                Stevig Ouderschap zijn nog niet in een peer-reviewed journal verschenen.
PCIT                                                                           Ouder-baby interventie, Kortdurende-Video Home Training (K-VHT) en
Parent-Child Interaction Therapy is in de jaren 1970 in de VS ontwikkeld       Video-feedback Intervention to Promote Positive Parenting and-Sensitive
voor gezinnen met kinderen van 2-7 jaar die probleemgedrag vertonen. In        Discipline (VIPP-SD)
internationaal onderzoek blijken de effecten van PCIT op probleemgedrag        Deze interventies zijn in Nederland ontwikkeld en maken gebruik van
robuust.12 PCIT bleek ook effectief om probleemgedrag te verminderen in        video-feedback, waarbij een getrainde begeleider een vooraf opgenomen
een Nederlandse primaire evaluatie van PCIT onder 36 gezinnen en een           eet-, speel-, verzorgings-, of ander interactiemoment met de ouder(s)
vergelijking van PCIT met een andere interventie (Family creative therapy,     doorneemt.
FCT) onder 45 gezinnen.13,14 In de VS zijn effecten van PCIT op het            De ouder-baby interventie is ontwikkeld voor depressieve moeders met
verminderen van kindermishandeling gevonden.15                                 een baby van 0-12 maanden. De interventie bestaat uit 8-10 huisbe-
                                                                               zoeken. In een RCT met 71 deelneemsters, waarbij zowel de moeders uit
Stevig Ouderschap                                                              interventiegroep als de moeders uit de controlegroep werden behandeld
Stevig Ouderschap is een in Nederland ontwikkelde interventie voor             voor depressie, bleek een effect op maternale sensitiviteit bij de deel-
gezinnen met een pasgeboren kind met een verhoogd risico op opvoed-            neemsters ook zes maanden na de interventie (d=0,82).17 Ook is een
problematiek, geselecteerd door middel van vragenlijsten. Gedurende de         significant verschil gerapporteerd tussen de interventie- en controlegroep
eerste 18 levensmaanden van het kind krijgen deze gezinnen zes huisbe-         in de kwaliteit van de moeder-kind gehechtheidsrelatie op de schaal AQS
         Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/11A
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                                                                  Onderzoek naar de effectiviteit van preventie via de ouder-kindrelatie | pagina 11 van 13
(d=0,46). De kinderen uit de interventiegroep hebben een score vergelijk-             literatuur
baar met een normale populatie.
Kortdurende-Video Home Training (K-VHT) is ontwikkeld om contact             1
                                                                                Bakermans-Kranenburg MJ, van IJzendoorn MH, Juffer F. Less is
tussen ouders en kinderen te verbeteren bij ouders van jonge kinderen           more: meta-analyses of sensitivity and attachment interventions in early
van 0 tot 4 jaar, die opvoedingsspanning ervaren en lichte opvoedings-          childhood. Psychol Bull 2003; 129(2): 195-215.
vragen hebben. De interventie bestaat uit maximaal acht huisbezoeken.        2
                                                                                Bakermans-Kranenburg MJ, van IJzendoorn MH, Juffer F. Disorganized
Uit onderzoek bij ouders van prematuur geboren kinderen blijken positieve       infant attachment and preventive interventions: A review and meta-
effecten op onder andere de sensitiviteit van ouders.18,19                      analysis. Infant Ment Health J 2005; 26(3): 191-216.
Video-feedback Intervention to Promote Positive Parenting and-Sensitive      3
                                                                                Wright B, Hackney L, Hughes E, Barry M, Glaser D, Prior V, e.a. Decre-
Discipline (VIPP-SD) is ontwikkeld voor opvoeders met kinderen in de            asing rates of disorganised attachment in infants and young children,
leeftijd 0-6 jaar met problemen bij sensitief opvoeden of grenzen stellen.      who are at risk of developing, or who already have disorganised attach-
Doel is gedragsproblemen bij kinderen tot 6 jaar te voorkomen of vermin-        ment. A systematic review and meta-analysis of early parenting inter-
deren door de sensitiviteit en de disciplineringsstrategieën van opvoeders      ventions. PLoS One 2017; 12(7): e0180858.
te verbeteren. VIPP-SD heeft ook modules voor onder andere ouders met        4
                                                                                Facompre CR, Bernard K, Waters TE. Effectiveness of interventions in
een lichte verstandelijke beperking, pleegouders, adoptieouders en              preventing disorganized attachment: A meta-analysis. Dev Psychopa-
professionele opvoeders in de kinderopvang. De interventie bestaat uit          thol 2017: 1-11.
zeven huisbezoeken. De effectiviteit van VIPP-SD is onderzocht in twaalf     5
                                                                                Mountain G, Cahill J, Thorpe H. Sensitivity and attachment interven-
onderzoeken met gerandomiseerde opzet (Randomized Controlled Trials,            tions in early childhood: A systematic review and meta-analysis. Infant
RCT’s) in Nederland en diverse andere landen.20 Een meta-analyse van            Behav Dev 2017; 46: 14-32.
deze 12 RCT’s met in totaal meer dan 1.100 deelnemende ouders/verzor-        6
                                                                                Pinquart M, Teubert D. Effects of parenting education with expectant
gers liet een gecombineerde effectgrootte op ouderlijke sensitiviteit zien      and new parents: a meta-analysis. Journal of Family Psychology 2010;
van d=0,47 (BI 0,34-0,60). De gecombineerde effectgrootte op gehecht-           24(3): 316-27.
heid is d=0,36.                                                              7
                                                                                Euser S, Alink LRA, Stoltenborgh M, Bakermans-Kranenburg MJ, van
                                                                                IJzendoorn MH. A gloomy picture: a meta-analysis of randomized
         Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/11A
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>                                                                   Onderzoek naar de effectiviteit van preventie via de ouder-kindrelatie | pagina 12 van 13
   controlled trials reveals disappointing effectiveness of programs aiming      Fam Stud 2016; 25: 1605-22.
   at preventing child maltreatment. BMC Public Health 2015; 15: 1068.        15
                                                                                 Chaffin M, Silovsky JF, Funderburk B, Valle LA, Brestan EV,
8
   Oveisi S, Ardabili HE, Dadds MR, Majdzadeh R, Mohammadkhani P,                Balachova T, e.a. Parent-child interaction therapy with physically
   Rad JA, e.a. Primary prevention of parent-child conflict and abuse in         abusive parents: efficacy for reducing future abuse reports. J Consult
   Iranian mothers: a randomized-controlled trial. Child Abuse Negl 2010;        Clin Psychol 2004; 72(3): 500-10.
   34(3): 206-13.                                                             16
                                                                                 Bouwmeester-Landweer M. Early home visitation in families at risk for
9
   Put CE van der, Boekhout van Solinge N, Gubbels J. Effectief vroeg-           child maltreatment: Leiden University; 2006.
   tijdig handelen ter voorkoming van kindermishandeling. Eindrapport         17
                                                                                 Doesum KT van, Riksen-Walraven JM, Hosman CM, Hoefnagels C.
   Voorstudie Fase 1. Universiteit van Amsterdam, 2017.                          A randomized controlled trial of a home-visiting intervention aimed at
10
   Mejdoubi J, van den Heijkant SC, van Leerdam FJ, Heymans MW,                  preventing relationship problems in depressed mothers and their
   Crijnen A, Hirasing RA. The effect of VoorZorg, the Dutch nurse-family        infants. Child Dev 2008; 79(3): 547-61.
   partnership, on child maltreatment and development: a randomized           18
                                                                                 Hoffenkamp HN, Tooten A, Hall RA, Braeken J, Eliens MP, Vingerhoets
   controlled trial. PLoS One 2015; 10(4): e0120182.                             AJ, e.a. Effectiveness of hospital-based video interaction guidance on
11
   Dam P, Prinsen B. Investeren in opvoeden en opgroeien loont!                  parental interactive behavior, bonding, and stress after preterm birth:
   Verdonk, Klooster & Associaties/de Opvoedzak 2013.                            A randomized controlled trial. J Consult Clin Psychol 2015; 83(2):
12
   Thomas R, Abell B, Webb HJ, Avdagic E, Zimmer-Gembeck MJ.                     416-29.
   Parent-Child Interaction Therapy: A Meta-analysis. Pediatrics 2017;        19
                                                                                 Tooten A, Hoffenkamp HN, Hall RA, Winkel FW, Eliens M, Vingerhoets
   140(3): e20170352.                                                            AJ, e.a. The effectiveness of video interaction guidance in parents of
13
   Abrahamse ME, Junger M, Chavannes EL, Coelman FJ, Boer F,                     premature infants: a multicenter randomised controlled trial. BMC
   Lindauer RJ. Parent-child interaction therapy for preschool children with     Pediatr 2012; 12: 76.
   disruptive behaviour problems in the Netherlands. Child Adolesc            20
                                                                                 Juffer F, Bakermans-Kranenburg MJ, van IJzendoorn MH. Video-feed-
   Psychiatry Ment Health 2012; 6(1): 24.                                        back Intervention to promote Positive Parenting and Sensitive Disci-
14
   Abrahamse ME, Junger M, van Wouwe MA, Boer F, Lindauer RJ. Trea-              pline (VIPP-SD): Development and meta-analytical evidence of its
   ting Child Disruptive Behavior in High-Risk Families: A Comparative           effectiveness. In: H Steele & M Steele (editors). Handbook of attach-
   Effectiveness Trial from a Community-Based Implementation. J Child            ment-based interventions (pp. 1-26). New York: Guilford Press. 2017.
         Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/11A
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>De Gezondheidsraad, ingesteld in 1902, is een adviesorgaan met als taak de regering en het parlement ‘voor te lichten over de stand der wetenschap
ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek’ (art. 22 Gezondheidswet).
De Gezondheidsraad ontvangt de meeste adviesvragen van de bewindslieden van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Infrastructuur en Waterstaat;
Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De raad kan ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen, en ontwikke-
lingen of trends ­signaleren die van belang zijn voor het overheidsbeleid.
De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en worden als regel opgesteld door multidisciplinaire commissies van – op persoonlijke titel
benoemde – Nederlandse en soms buitenlandse deskundigen.
U kunt dit document downloaden van www.gezondheidsraad.nl.
Deze publicatie kan als volgt worden aangehaald:
Gezondheidsraad. Onderzoek naar de effectiviteit van preventie via de ouder-kindrelatie.
Achtergronddocument bij het advies De ouder-kindrelatie en jeugdtrauma’s. Den Haag:
Gezondheidsraad, 2018; publicatienr. 2018/11A.
Auteursrecht voorbehouden
        Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 20018/11A
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>