<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Gezondheidsrisico’s
rond veehouderijen:
vervolgadvies
Aan: de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
		 de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport
		 de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Nr. 2018/04, Den Haag 14 februari 2018
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                                                     Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies | pagina 2 van 14
inhoud
01 Inleiding                                                      3      		 Literatuur                                                 10
   1.1  Achtergrond                                               3
   1.2  Nieuwe adviesaanvraag en werkwijze                        3        		 Bijlage                                                  12
   1.3  Leeswijzer                                                4          A     geraadpleegde deskundigen                            13
02 Nieuwe kennis sinds 2012                                       4
   2.1  VGO: nadere bevindingen over longontsteking               4
   2.2  Internationaal perspectief                                5
   2.3  Bestanddelen luchtverontreiniging rond veehouderijen      6
03 Oordeel en vervolg                                             7
   3.1  Gegevens in samenhang beoordeeld                          7
   3.2  Vervolgonderzoek: lopende activiteiten en nieuwe thema’s  8
   3.3  Welke maatregelen zijn zinvol?                            9
04 Beantwoording adviesvragen                                     9
     Gezondheidsraad | Nr. 2018/04
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                                                            Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies | pagina 3 van 14
01 inleiding                                                              cretaris van EZ de Gezondheidsraad een nieuwe adviesaanvraag voor
                                                                          over veehouderijen, mede namens de toenmalige staatssecretaris van
                                                                          IenM en de toenmalige minister van VWS. Kernvraag is hoe sterk de
1.1 Achtergrond                                                           aanwijzingen zijn voor gezondheidsrisico’s rond veehouderijen in het licht
Er is al jaren groeiende zorg over de gezondheidsrisico’s van wonen in de van de nieuwste gegevens. Verder worden enkele specifieke vragen
buurt van veehouderijen. Tegen deze achtergrond besloten de toenmalige    gesteld over ammoniak als bron van secundair fijnstof, over risicoreduce-
bewindspersonen van VWS en LNV om een breed opgezet onderzoek te          rende maatregelen, over het risico op hart- en vaatziekten en over de
laten verrichten, het zogeheten IVG-onderzoek (Intensieve Veehouderij en  wenselijkheid van vervolgonderzoek.
Gezondheid).1 De Gezondheidsraad werd vervolgens gevraagd de
uitkomsten van dat onderzoek te beoordelen, mede met het oog op nut en    Ter beantwoording van deze adviesaanvraag is een groep deskundigen
noodzaak van het hanteren van minimumafstanden tussen woongebieden        geconsulteerd (zie bijlage). Voor kwesties die te maken hebben met
en veehouderijbedrijven.2 Naar het oordeel van de raad hadden de          gezondheidsrisico’s van luchtverontreiniging is – mede op verzoek van
beschikbare wetenschappelijke gegevens een beperkte zeggingskracht        de bewindspersonen – aangesloten bij het onlangs verschenen advies
en lieten ze geen conclusies toe tot welke afstand omwonenden van         Gezondheidswinst door schonere lucht.6 De bewijskrachtsystematiek die
veehouderijen verhoogde gezondheidsrisico’s lopen. Nader onderzoek        de Commissie Luchtkwaliteit bij dat advies heeft toegepast, is ook in
zou meer duidelijkheid kunnen bieden. Het toenmalige kabinet liet weten   dit advies over veehouderij gevolgd. Dit advies is op 14 februari 2018
middelen vrij te zullen maken voor het aanbevolen onderzoek.3 Dit         aangeboden aan de bewindspersonen.
vervolgonderzoek, bekend onder de afkorting VGO (Veehouderij en
Gezondheid Omwonenden), heeft inmiddels naast diverse publicaties in      Niveaus van bewijskracht: termen verschillend, strekking dezelfde
wetenschappelijke tijdschriften twee rapporten opgeleverd, in 2016 en in  Een veel gebruikte systematiek voor de beoordeling van gezondheids-
2017.4,5                                                                  risico’s door luchtverontreiniging is ontwikkeld door de Amerikaanse EPA
                                                                          (Environmental Protection Agency). Er worden toenemende niveaus van
1.2 Nieuwe adviesaanvraag en werkwijze                                    bewijskracht voor causaliteit onderscheiden, afhankelijk van de kwantiteit
Naar aanleiding van het VGO-onderzoek legde de toenmalige staatsse-       en kwaliteit van de beschikbare wetenschappelijke informatie. De
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/04
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                                                                            Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies | pagina 4 van 14
Commissie Luchtkwaliteit heeft deze systematiek aangehouden en de         02 nieuwe kennis sinds 2012
gezondheidseffecten beschreven waarvan is aangetoond of waarvan het
waarschijnlijk is dat ze worden veroorzaakt door luchtverontreiniging.6,7
In de adviesaanvraag maakt de staatssecretaris onderscheid tussen ‘alge-  2.1 VGO: nadere bevindingen over longontsteking
meen aanvaarde inzichten’ en ‘aanwijzingen’. Om aan te sluiten bij de     Net als het IVG-onderzoek richt het VGO-onderzoek zich alleen op
benadering van de Commissie Luchtkwaliteit, worden ‘algemeen              gebieden met intensieve veehouderij in Brabant en Limburg. Wel is de
aanvaarde inzichten’ opgevat als aangetoonde of waarschijnlijke oorzake-  empirische basis aanmerkelijk breder: naast huisartsengegevens (110.000
lijke verbanden en ‘aanwijzingen’ als mogelijke oorzakelijke verbanden,   patiënten) nu ook vragenlijstonderzoek (12.000 mensen) en medisch
waarvoor de bewijskracht tekortschiet.                                    onderzoek (2.500 mensen). Bovendien zijn enkele vervolgonderzoeken
                                                                          gedaan en uitvoerige luchtkwaliteitmetingen verricht.
1.3 Leeswijzer
Eerst worden de bevindingen van het VGO-onderzoek op hoofdlijnen          De uitkomsten van het VGO-onderzoek4,5 bevestigen voor een belangrijk
weergegeven. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met wat in het voor-  deel de uitkomsten van het IVG-onderzoek. Opnieuw is het totaalbeeld
afgaande IVG-onderzoek naar voren is gekomen. Vervolgens worden           niet eenduidig. Zo blijken astma, allergieën en COPD in de buurt van
buitenlandse onderzoeksgegevens over gezondheidsrisico’s rond veehou-     veehouderijen minder vaak voor te komen. Anderzijds doen zich bij aldaar
derijen besproken en de stand van kennis over veehouderijspecifieke       woonachtige COPD-patiënten vaker complicaties voor. Verder zijn er
componenten van luchtverontreiniging. Op basis van dit alles wordt een    aanwijzingen dat omwonenden een verminderde longfunctie hebben. De
samenvattend oordeel gegeven en komen de wenselijkheid van vervolg-       verminderde longfunctie is vooral gevonden bij mensen die binnen een
onderzoek en de aangrijpingspunten voor risicoreductie aan bod. Tot       straal van een kilometer 15 of meer veehouderijen in de buurt hebben, en
besluit worden de adviesvragen beantwoord.                                op dagen met hogere concentraties ammoniak in het hele onderzoeksge-
                                                                          bied. De onderzoekers achten deze bevinding wat betreft de grootte van
                                                                          het effect vergelijkbaar met longfunctievermindering ten gevolge van
                                                                          luchtverontreiniging door stedelijk verkeer. Onderzoek naar infectieziektes
                                                                          die worden overgedragen van dieren op mensen (zoönosen) en naar
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/04
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                                                                            Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies | pagina 5 van 14
resistente micro-organismen onder omwonenden leverde in de meeste         Douglas e.a., eveneens in 2017.8-10 Het aantal nieuwe gegevens is beperkt
gevallen geen aanwijzingen voor associaties met veehouderijen op.         en er blijft bij de beschikbare onderzoeken sprake van een grote heteroge-
                                                                          niteit in omvang en methodiek. Dat blijft dus ook de interpretatie van de
Dat er rond pluimveebedrijven (binnen een straal van ruim 1 km) een       uitkomsten bemoeilijken en ruimte bieden voor een verschillende selectie
verhoogd risico op longontsteking is, was al bekend. Die bevinding is in  en weging van de gegevens. De betreffende overzichtsartikelen laten dat
2009 al gedaan op basis van huisartsgegevens uit dat jaar. Het VGO-       ook zien. Daar komt nog bij dat de onderzoeksgroep van Casey e.a. kritiek
onderzoek, op basis van nog meer huisartsgegevens, bevestigt dat beeld.   heeft op de methodiek die Connor e.a. hebben gehanteerd.11 Die kritiek
Nieuw is dat er nu ook een verband is gevonden tussen het voorkomen       richt zich vooral op toepassing van instrumenten uit het klinische domein
van longontsteking en de nabijheid van geitenhouderijen (binnen een       om de kwaliteit van bewijs en het risico op vertekening van de uitkomsten
straal van 1,5 tot 2 km). Het verhoogde risico kan niet worden verklaard  (bias) te beoordelen. Deze instrumenten zouden onvoldoende bruikbaar
door Q-koorts, omdat het ook is gevonden in de jaren na de uitbraak       zijn voor een beoordeling van de kwaliteit van milieuepidemiologische
daarvan. Van alle gevallen van longontsteking in het onderzoeksgebied     onderzoeken naar gezondheidsrisico’s rond veehouderijen. Te veel gege-
hangt 7,2% (119 patiënten per 100.000 mensen) samen met geitenhoude-      vens, waaronder uitkomsten van ecologisch onderzoek, zouden met de
rijen en 5,4% (89 patiënten per 100.000 mensen) met pluimveebedrijven.    toepassing van een dergelijk instrumentarium op voorhand buiten
                                                                          beschouwing blijven.
2.2 Internationaal perspectief
De Gezondheidsraad stelde in 2012 vast dat internationaal bekeken         De conclusies in de overzichtsartikelen verschillen daarmee deels. Connor
weinig onderzoek was gedaan naar de gezondheid van omwonenden van         e.a. stellen op basis van 16 onderzoeken dat er geen consistente aanwij-
veehouderijbedrijven, zeker vergeleken met de omvangrijke en snel groei-  zingen zijn voor het bestaan van verbanden tussen gezondheidseffecten
ende literatuur over stedelijke luchtverontreiniging. Nog minder onder-   en de nabijheid van veehouderijen.9 Casey e.a. concluderen op basis van
zoek was daarbij volgens de raad van goede kwaliteit.2                    33 onderzoeken dat daar in het geval van onder meer effecten op de lucht-
                                                                          wegen wel aanwijzingen voor zijn.8 Douglas e.a. trekken op basis van 38
Sindsdien zijn er drie overzichtsartikelen verschenen over de internatio- onderzoeken (21 onder veehouders, 17 onder omwonenden) eenzelfde
nale stand van kennis, Casey e.a. in 2015, O’Connor e.a in 2017 en        conclusie.10 Over twee zaken bestaat wel consensus. Ten eerste vormen
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/04
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                                                                               Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies | pagina 6 van 14
uitbraken van Q-koorts een duidelijk gezondheidsrisico waarvan de causa-     stedelijke omgeving, vanwege de hogere concentraties endotoxinen en
liteit is aangetoond. Ten tweede is er behoefte aan steviger bewijs op basis micro-organismen (bacteriën, parasieten, schimmels en virussen) in de
van omvangrijkere en langer lopende prospectieve onderzoeken, met een        deeltjescocktail rond veehouderijbedrijven. Preciezere uitspraken hierover
uitgebreidere analyse van mogelijke mechanismen.                             zijn bij de huidige stand van kennis echter nog niet mogelijk.
2.3 Bestanddelen luchtverontreiniging rond veehouderijen                     Endotoxinen
Kennis over de gezondheidsrisico’s van blootstelling aan componenten in      Sinds 2012, toen Gezondheidsraad een advieswaarde voorstelde van
de lucht rond veehouderijen kan eveneens bijdragen aan de risicobeoor-       30 EU/m3 (endotoxinen-units per kubieke meter lucht), lijken er bij eerste
deling. Tot nu toe is de aandacht daarbij vooral uitgegaan naar fijnstof,    verkenning geen gegevens beschikbaar gekomen die nadere informatie
endotoxinen (celwandbestanddelen van bacteriën) en bepaalde micro-           bieden over de gezondheidsrisico’s van blootstelling aan endotoxinen.
organismen.2                                                                 Wel zijn enkele Nederlandse rapporten verschenen over emissies van
                                                                             endotoxinen door veehouderijbedrijven en over emissiereducerende
Fijnstof                                                                     maatregelen.23,24 In de huidige adviesaanvraag wordt verwezen naar
Over de gezondheidseffecten van blootstelling aan fijnstof is inmiddels      lopend onderzoek op basis waarvan een toetsingskader voor endotoxinen
zeer veel bekend. Het gaat om effecten op hart en bloedvaten en op de        kan worden opgesteld. De bewindspersonen zijn voornemens de Gezond-
luchtwegen, zowel bij kortetermijn- als langetermijnblootstelling. Er zijn   heidsraad te zijner tijd een afzonderlijke adviesaanvraag te sturen over
geen aanwijzingen voor het bestaan van een drempelwaarde, waaronder          dat onderwerp.
zich geen effecten voordoen. De bewijskracht voor oorzakelijkheid valt in
de hoogste categorieën (aangetoond of waarschijnlijk). De Commissie          Micro-organismen
Luchtkwaliteit gaat in haar advies uitvoerig in op de details.6 Er komen     Er is in zijn algemeenheid weinig bekend over blootstelling-effect of
bovendien steeds meer aanwijzingen dat alle fijnstoffracties schadelijk      -responsrelaties voor micro-organismen, schreef de Gezondheidsraad in
zijn, ook de grovere fractie (PM2,5-10) in de omgeving van veehouderijen.12  zijn vorige advies. Dat is nog steeds zo.13
Wel kan het spectrum van de gezondheidseffecten anders zijn dan in een
          Gezondheidsraad | Nr. 2018/04
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                                                                              Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies | pagina 7 van 14
03 oordeel en vervolg                                                       zoek.2,14 Dat op dagen met een hogere ammoniakconcentratie een vermin-
                                                                            derde longfunctie wordt gezien, is ook een bevinding in Amerikaans onder-
                                                                            zoek onder kinderen met astma.15 Het aantal internationale onderzoeken is
3.1 Gegevens in samenhang beoordeeld                                        echter beperkt en de zeggingskracht van de beschikbare onderzoeken laat
Zoals de auteurs van de VGO-rapporten constateren, kan op basis van         vaak te wensen over, zeker in vergelijking met het veel omvangrijkere en
alleen het VGO-onderzoek niet worden vastgesteld of de gevonden             methodologisch goed uitgevoerde onderzoek naar stedelijke luchtveront-
verbanden tussen de luchtkwaliteit en gezondheidseffecten rond veehou-      reiniging. Vertaling van de uitkomsten van buitenlands veehouderijonder-
derijen oorzakelijk zijn. Zij wijzen er bovendien op dat de gegevens gelden zoek naar de Nederlandse situatie is evenmin eenvoudig. In zijn totaliteit
voor een onderzoeksgebied met specifieke kenmerken, zoals achter-           bezien blijft het bij een beperkt aantal kwalitatief goede onderzoeken en is
grondluchtverontreiniging, aantal en soort veehouderijbedrijven, aldaar     nog onvoldoende duidelijk over het oorzakelijke karakter van de gevonden
aanwezige micro-organismen, en kenmerken van de bevolking. De               verbanden. Dit komt mede door de gebruikte blootstellingsvariabelen.
uitkomsten zouden daarom niet altijd eenvoudig vertaald kunnen worden       Meestal is gewerkt met geografische informatie (afstand tot veehouderijen,
naar andere gebieden in binnen- of buitenland. Tegelijkertijd is er sprake  dichtheid van veehouderijen rond woningen) in plaats van concentraties
van consistente bevindingen over een langere periode en op basis van        van specifieke bestanddelen in de lucht.
meerdere gegevensbronnen. In die zin zijn de aanwijzingen voor de
gevonden associaties wel duidelijker geworden.                              Biedt kennis over bestanddelen van luchtverontreiniging in de omgeving
                                                                            van veehouderijen meer houvast? Zoals de Commissie Luchtkwaliteit
Valt meer te concluderen als de internationale onderzoeken over gezond-     heeft uiteengezet, is voor nadelige effecten op de luchtwegen een oorza-
heidsrisico’s rond veehouderijen bij de beschouwing worden betrokken?8-11   kelijk verband met blootstelling aan fijnstof waarschijnlijk.6 Wanneer in de
Internationaal bekeken zijn er inderdaad eveneens aanwijzingen dat          buurt van veehouderijen de concentraties fijnstof hoger zijn dan in platte-
wonen in de buurt van veehouderijen effecten op de luchtwegen kan           landsgebieden zonder veehouderijbedrijven, zijn dus meer effecten op de
hebben, met name longfunctievermindering en het in verhoogde mate           luchtwegen te verwachten. Hierbij zijn wel kanttekeningen te plaatsen.
voorkomen van luchtwegklachten. In 2012 wees de Gezondheidsraad al          Onduidelijk is in hoeverre andere componenten afkomstig van veehoude-
op Duits onderzoek dat qua opzet vergelijkbaar was met het VGO-onder-       rijen van invloed kunnen zijn, zoals endotoxinen, micro-organismen en
       Gezondheidsraad | Nr. 2018/04
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>                                                                              Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies | pagina 8 van 14
ammoniak. Over het verband tussen een verhoogde ammoniakconcen-             stedelijke luchtverontreiniging waarin een verhoogd risico op
tratie en een afname van de longfunctie merken de VGO-onderzoekers op       longontsteking is gevonden.17-9
dat het waarschijnlijk niet ammoniak zelf is dat dit effect veroorzaakt.
Mogelijk wordt het veroorzaakt door zogeheten secundair fijnstof, fijnstof- 3.2 Vervolgonderzoek: lopende activiteiten en nieuwe thema’s
deeltjes die worden gevormd doordat ammoniak met andere stoffen in de       Het VGO-onderzoek heeft veel nieuwe inzichten heeft opgeleverd, maar
lucht reageert.                                                             ook blijven er vragen bestaan en zijn er nieuwe vragen bij gekomen.
                                                                            Vervolgonderzoek lijkt dan ook zinvol. Twee onderzoeksthema’s krijgen al
De Commissie Luchtkwaliteit heeft zich over deze laatste kwestie            aandacht. Ten eerste is er het lopende onderzoek naar een toetsings-
gebogen. Secundair fijnstof vormt zich pas na enige tijd en heeft zich dan  kader voor endotoxinen.23,24 Zoals vermeld zijn de bewindspersonen van
al over grotere afstanden verspreid. Volgens de commissie is niet te        plan de Gezondheidsraad om advies te vragen over de resultaten
verwachten dat concentraties secundair fijnstof op zeer lokale schaal rond  daarvan. Ten tweede zal onderzoek worden gedaan naar het longontste-
veehouderijen significant hoger zijn dan op grotere afstand. Dat de         kingsrisico in de buurt van geitenhouderijen. Het verdient aanbeveling
gezondheidsrisico’s ten gevolge van blootstelling aan secundair fijnstof    aanvullend onderzoek te doen naar mogelijke mechanismen bij het
voor omwonenden van veehouderijen hoger zouden zijn dan voor mensen         optreden van longontsteking rond veehouderijen.20-22 Tezamen zullen deze
die verder weg wonen, acht de commissie daarom niet aannemelijk.6           onderzoekslijnen meer licht kunnen werpen op de oorzakelijkheid van de
                                                                            diverse bevindingen.
In het geval van het verhoogde risico op longontsteking hebben de
onderzoekers geopperd dat inademing van de lucht rond veehouderijen         Is het zinvol nog andere mogelijke gezondheidseffecten, met name hart-
zou kunnen leiden tot een veranderende samenstelling van de populatie       en vaatziekten en longkanker, te onderzoeken? In de adviesaanvraag
bacteriën (het zogeheten microbioom) in de mond-keelholte van               wordt erop gewezen dat die effecten ook een samenhang zouden kunnen
omwonenden.16 Daardoor zouden zij vatbaarder kunnen worden voor             vertonen met fijnstof uit veehouderijen. De Commissie Luchtkwaliteit zet in
infecties of anders op infecties kunnen reageren. In dit onderzoek is niet  haar advies uiteen dat ook op dit punt zeer veel bekend is over de scha-
gekeken naar micro-organismen. Wel zijn er ook onderzoeken naar             delijkheid van fijnstof.6 Voor de gezondheidskundige onderbouwing van
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/04
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                                                                Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies | pagina 9 van 14
het luchtkwaliteitsbeleid is geen aanvullend onderzoek nodig.                04 beantwoording adviesvragen
3.3 Welke maatregelen zijn zinvol?
Verdere reductie van de uitstoot van fijnstof, met alles wat zich daarin aan Welke inzichten zijn wetenschappelijk algemeen aanvaard en voor welke
levend en dood organisch materiaal kan bevinden, en van ammoniak is          risico’s is eerder sprake van aanwijzingen?
van belang. Welke reductieniveaus hierbij moeten worden nagestreefd is       Bij alle gevonden verbanden in het VGO-onderzoek en in internationale
een politieke afweging, zoals de Commissie Luchtkwaliteit in breder          onderzoeken over gezondheidsrisico’s rond veehouderijen gaat het om
verband ook opmerkt.6 Het is in ieder geval zinvol te monitoren of een       meer of minder sterke aanwijzingen. De gegevensbasis is te beperkt om
verminderde blootstelling aan de betreffende bestanddelen van luchtver-      van algemeen aanvaarde inzichten te kunnen spreken.
ontreiniging rond veehouderijen ook gezondheidswinst oplevert.
                                                                             Wat is bekend over de gezondheidsrisico’s van secundair fijnstof, over de
Naar het oordeel van de geraadpleegde deskundigen blijven ook punten         veehouderij als bron van fijnstof en over risicoreducerende maatregelen?
van belang die de Gezondheidsraad in 2012 al benoemde.2 Zo gaat het bij      Is vervolgonderzoek op dit gebied zinvol en zo ja, welk vervolgonderzoek
wonen in de buurt van veehouderijen om meer dan alleen gezondheidsri-        verdient aanbeveling?
sico’s in de engere zin van het woord. Wat ook een grote rol speelt is
welbevinden en leefbaarheid en hoe verschillend mensen tegen risico’s        De Commissie Luchtkwaliteit schrijft hierover het volgende in paragraaf
aankijken. In verband hiermee dient het beleid zich bijvoorbeeld ook te      4.5 van haar advies Gezondheidswinst door schonere lucht:6
richten op het terugdringen van geurhinder en op een betere naleving van     “Uitstoot van ammoniak uit de veehouderij draagt bij aan de vorming van secundair
de bestaande voorschriften op dit gebied. Ook is er blijvende aandacht       fijnstof (ammoniumzouten) en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de totale
                                                                             concentratie fijnstof in Nederland en naburige landen. Omdat secundair fijnstof zich
nodig voor nieuwe vormen van bedrijfsvoering en bedrijfshygiëne.             pas na enige tijd vormt en zich dan reeds over grotere afstanden heeft verspreid, is
Daarvan zullen niet alleen omwonenden kunnen profiteren, maar ook            het niet te verwachten dat concentraties secundair fijnstof op zeer lokale schaal direct
werknemers in de veehouderijsector. Bovendien zal het dierenwelzijn          rond veehouderijen significant hoger zijn dan op grotere afstand. Het is daarom niet
                                                                             aannemelijk dat de gezondheidsrisico’s als gevolg van secundair fijnstof voor omwo-
ermee gediend kunnen worden.                                                 nenden van veehouderijen significant afwijken van die van mensen die verder af
                                                                             wonen.
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/04
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>                                                                                        Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies | pagina 10 van 14
De commissie pleit voor onderzoeksprojecten die zich specifiek op bron toekenning          Gezondheidsraad, 2012; publicatienr. 2012/27.
richten en die de kennis over de vorming van secundair fijnstofdeeltjes verbeteren. Het 3
                                                                                           Tweede Kamer. Kabinetsstandpunt inzake omvang intensieve veehou-
blijkt namelijk dat geen van de Nederlandse en internationale modellen de herkomst
van de gemeten concentraties fijnstof volledig kan verklaren.”
                                                                                           derij en schaalgrootte, 14 juni 2013.
                                                                                        4
                                                                                           RIVM. Veehouderij en gezondheid omwonenden. Bilthoven, 2016.
Wat is bekend over gezondheidsrisico’s met betrekking tot hart- en vaat-                5
                                                                                           RIVM. Veehouderij en gezondheid omwonenden (aanvullende studies).
ziekten en longkanker in de buurt van veehouderijen? Is vervolgonder-                      Bilthoven, 2017.
zoek op dit gebied zinvol en zo ja, welk onderzoek op dit gebied verdient               6
                                                                                           Gezondheidsraad. Gezondheidswinst door schonere lucht. Den Haag:
aanbeveling?                                                                               Gezondheidsraad, 2018; publicatienr. 2018/01.
Er is geen onderzoek gedaan naar het risico op hart- en vaatziekten en                  7
                                                                                           Owens EO, Patel MM, Kirrane E, Long TC, Brown J, Cote I, e.a.
longkanker rond veehouderijen. In stedelijke omgevingen is dat risico wel                  Framework for assessing causality of air pollution-related health effects
uitvoerig onderzocht. Zoals de Commissie Luchtkwaliteit uiteenzet, zijn                    for reviews of the National Ambient Air Quality Standards. Regulatory
deze gezondheidseffecten met zekerheid of grote waarschijnlijkheid het                     Toxicology and Pharmacology 2017; 88: 332-7.
gevolg van blootstelling aan fijnstof. Daarom luidt haar advies om emis-                8
                                                                                           Casey JA, Kim BF, Larsen J, Price LB, Nachman KE. Industrial food
sies uit bronnen aan te pakken die de ‘deken’ van fijnstof boven Neder-                    animal production and community health. Curr Environ Health Rpt
land veroorzaken.6 De landbouwsector is een van die bronnen. Vervolgon-                    2015; 2: 259-71.
derzoek is voor de onderbouwing van dit beleid niet nodig.                              9
                                                                                           O‘Connor AM, Auvermann BW, Dzikamunhenga RS, Glanville JM,
                                                                                           Higgins JPT, Kirychuk SP, e.a. Updated systematic review: associations
          literatuur                                                                       between proximity to animal feeding operations and health of indivi-
                                                                                           duals in nearby communities. Systematic Reviews 2017; 6: 86.
1
    Heederik DJJ, IJzermans CJ (red). Mogelijke effecten van intensieve-                10
                                                                                           Douglas P, Robertson S, Gay R, Hansell AL, Gant TW. A systematic
    veehouderij op de gezondheid van omwonenden: onderzoek naar                            review of the public health risks of bioaerosols from intensive farming.
    potentiële blootstelling en gezondheidsproblemen. IRAS, NIVEL, RIVM,                   International Journal of Hygiene and Environmental Health (2017).
    Utrecht, 2011.                                                                      11
                                                                                           Nachman KE, Lam J, Schinasi LH, Smith TC, Feingold BJ, Casey JA.
2
    Gezondheidsraad. Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen. Den Haag:                     O’Connor et al. systematic review regarding animal feeding operations
         Gezondheidsraad | Nr. 2018/04
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                                                                            Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies | pagina 11 van 14
   and public health: critical flaws may compromise conclusions. Syste-     18
                                                                               Zhang Z, Hong Y, Liu N. Association of ambient particulate matter 2.5
   matic Reviews 2017; 6: 179.                                                 with intensive care unit admissions due to pneumonia: a distributed lag
12
   Adar SD, Filigrana PA, Clements N, Peel JL. Ambient coarse particu-         non-linear model. Scientific Reports 2017; 7: 8679.
   late matter and human health: a systematic review and meta-analysis.     19
                                                                               Nhung N, Amini H, Schindler C, Joss MK, Dien TM, Probst-Hensch N,
   Curr Environ Health Rpt 2014; 1: 258-74.                                    e.a. Short-term association between ambient air pollution and pneu-
13
   Walser SM, Gerstner DG, Brenner B, Bünger J, Eikmann T, Janssen B,          monia in children: a systematic review and meta-analysis of time-series
   e.a. Evaluation of exposure-response relationships for health effects of    and case-crossover studies. Environmental Pollution 2017; 230:
   microbial bioaerosols – a systematic review. Int J Hyg Environ Health       1000-8.
   2015; 218: 577-89.                                                       20
                                                                               Freidl GS, Spruijt IT, Borlée F, Smit LAM, van Gageldonk-Lafeber AB,
14
   Radon K, Schulze A, Ehrenstein V, van Strien RT, Praml G, Nowak, D.         Heederik DJJ, e.a. Livestock-associated risk factors for pneumonia in
   Environmental exposure to confined animal feeding operations and            an area of intensive farming in the Netherlands. PLoS ONE 12(3):
   respiratory health of neighboring residents. Epidemiology 2007; 18:         e01744796.
   300-8.                                                                   21
                                                                               Adar SD, Huffnagle GB, Curtis JL. The respiratory microbiome: an
15
   Loftus C, Yost M, Sampson P, Torres E, Arias G, Breckwich Vasquez V,        underappreciated player in the human response to inhaled pollutants?
   Hartin K, e.a. Ambient ammonia exposures in an agricultural commu-          Ann Epidemiol 2016; 26: 355-9.
   nity and pediatric asthma morbidity. Epidemiology 2015; 26: 794-801.     22
                                                                               Benincà E, van Boven M, Hagenaars T, van der Hoek, W. Space-time
16
   Smit LAM, Boender GJ, de Steenhuijsen Piters WAA, Hagenaars TJ,             analysis of pneumonia hospitalisations in the Netherlands. PloS ONE
   Huijskens EGW, Rossen JWA, e.a. Increased risk of pneumonia in              12(7): e.0180797.
   residents living near poultry farms: does the uppper respiratory tract   23
                                                                               Winkel A, Wouters IM, Aarnink AJA, Heederik DJJ, Ogink NWM. Emis-
   microbiota play a role? Pneumonia 2017; 9: 3.                               sies van endotoxinen uit de veehouderij: een literatuurstudie voor
17
   Neupane B, Jerrett M, Burnett RT, Marrie T, Arain A, Loeb M, e.a. Long-     ontwikkeling van een toetsingskader. Wageningen, 2014.
   term exposure to ambient air pollution and risk of hospitalization with  24
                                                                               Winkel A, Wouters IM (red.). Additionele maatregelen ter vermindering
   community-acquired pneumonia in older adults. Am J Respir Crit Care         van emissies van bioaerosolen uit stallen: verkenning van opties,
   Med 2010; 181: 47-53.                                                       kosten en effecten op de gezondheidslast van omwonenden.
                                                                               Wageningen, 2016.
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/04
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>                                Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies | pagina 12 van 14
bijlage
  Gezondheidsraad | Nr. 2018/04
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                                                                          Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies | pagina 13 van 14
A         geraadpleegde deskundigen                                       • drs. H.W.A. Jans, medisch milieukundige, Nijmegen
                                                                          • prof. dr. ir. M.C.M. de Jong, hoogleraar kwantitatieve veterinaire
• prof. dr. ir. B. Brunekreef, hoogleraar milieuepidemiologie, IRAS,        epidemiologie, WUR
  Universiteit Utrecht                                                    • prof. dr. J.C. de Jongste, hoogleraar kinderlongziekten, Erasmus MC,
• prof. dr. ir. A. Burdorf, hoogleraar determinanten van volksgezondheid,   Rotterdam
  Erasmus MC, Rotterdam                                                   • prof. dr. M.P.G. Koopmans, hoogleraar virologie, Erasmus MC,
• prof. dr. F.R. Cassee, hoogleraar inhalatietoxicologie, Universiteit      Rotterdam
  Utrecht                                                                 • drs. K. Locher, IenW, Den Haag
• ir. M.C.W. Graf, LNV, Den Haag                                          • drs. R.J.M. Maas, senior wetenschappelijk adviseur, RIVM, Bilthoven
• prof. dr. ir. D.J.J. Heederik, hoogleraar gezondheidsrisicoanalyse,     • dr. ir. N.W.M. Ogink, onderzoeker milieu en veehouderij, WUR
  IRAS, Universiteit Utrecht                                              • prof. dr. J. A. Stegeman, hoogleraar gezondheidszorg landbouwhuis-
• dr. ir. R. Houba, arbeidshygiënist, Nederlands Kenniscentrum Arbeid en    dieren, Universiteit Utrecht
  Longaandoeningen, Utrecht                                               • drs. S.N. Wiessenhaan, VWS, Den Haag
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/04
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>De Gezondheidsraad, ingesteld in 1902, is een adviesorgaan met als taak de regering en het parlement ‘voor te lichten over de stand der wetenschap
ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek’ (art. 22 Gezondheidswet).
De Gezondheidsraad ontvangt de meeste adviesvragen van de bewindslieden van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Infrastructuur en Waterstaat;
Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De raad kan ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen, en ontwikke-
lingen of trends ­signaleren die van belang zijn voor het overheidsbeleid.
De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en worden als regel opgesteld door multidisciplinaire commissies van – op persoonlijke titel
benoemde – Nederlandse en soms buitenlandse deskundigen.
U kunt dit document downloaden van www.gezondheidsraad.nl.
Deze publicatie kan als volgt worden aangehaald:
Gezondheidsraad. Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies. Den Haag:
Gezondheidsraad, 2018; publicatienr. 2018/04.
Auteursrecht voorbehouden
        Gezondheidsraad | Nr. 2018/04
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>