<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Luchtverontreiniging
in Nederland
Nr. 2018/01B, Den Haag 23 januari 2018
Achtergronddocument bij:
Gezondheidswinst door schonere lucht
Nr. 2018/01, Den Haag 23 januari 2018
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                                                   Luchtverontreiniging in Nederland | pagina 2 van 8
inhoud
01 Inleiding                                                    3
02 Fijnstofconcentraties                                        3
   2.1  Roetconcentraties                                       4
   2.2  Onzekerheden vaststellen herkomst fijnstofconcentraties 4
03 Stikstofdioxideconcentraties                                 6
04 Ozonconcentraties                                            6
   Literatuur                                                    7
     Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/01B
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                                                                                       Luchtverontreiniging in Nederland | pagina 3 van 8
01 inleiding
In het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit
(NSL) maakt het Rijksintituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
jaarlijks kaarten die een beeld geven van de luchtkwaliteit in Nederland,
zogenoemde Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland
(GCN-kaarten).1 De GCN-kaarten brengen alleen grootschalige concen-
traties in beeld en geen kleinschalige, lokale verhogingen, zoals dichtbij
drukke verkeerswegen of in drukke straten in de stad. Voor de kaarten zijn
verspreidingsmodellen gebruikt. Deze modellen berekenen de jaargemid-
delde concentraties van de belangrijkste bestanddelen van luchtkwaliteit
op basis van schattingen van zowel de lokale als de grootschalige
bijdrage van alle emissiebronnen van luchtverontreiniging op een schaal     Figuur 1. Ontwikkeling gemeten concentraties van fijnstof (PM10) over de periode
                                                                            1993-2015
van 1x1 kilometer. De metingen uit het meetnet zijn nodig om de versprei-
                                                                            Bron: Compendium voor de Leefomgeving (www.clo.nl) op basis van cijfers RIVM/
dingsmodellen te kunnen ijken.                                              DCMR/GGD Amsterdam 2016
                                                                            elementair koolstof) op een beperkt aantal meetpunten gemeten.2
02 fijnstofconcentraties                                                    De gemeten fijnstofconcentraties vertonen in heel Nederland een dalende
                                                                            trend.3 In 2016 lag de jaargemiddelde PM2,5-concentratie in Nederland
Meetstations van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit meten elk uur         tussen 10 en 12 microgram/m3.1 Figuur 1 geeft de trend in PM10 weer
concentraties van fijnstof. Er zijn regionale en stedelijke meetstations en sinds 1993.
meetstations in straten met veel wegverkeer. Daarbij gaat het om de         De daling in PM10 blijkt vrijwel gelijk te zijn aan die in PM2,5 en verschilt
metingen van totaal stof (sinds 1972 in Rotterdam), PM10 (sinds 1993)       niet tussen de straat-, stad- en regionale meetstations.3 De grovere fractie
en sinds 2008 ook van PM2,5. Sinds 2014 wordt ook de roetfractie (als       blijkt veel minder te zijn verminderd.
        Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/01B
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                                                                                                        Luchtverontreiniging in Nederland | pagina 4 van 8
2.1 Roetconcentraties                                                        te bepalen. Bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt vooral EC
Roet ontstaat bij onvolledige verbranding van fossiele brandstoffen en       vrij, bij de verbranding van biomassa vooral OC.
biomassa voor energieopwekking. In wegverkeer wordt roet vooral uitge-
stoten door dieselvoertuigen. Het gehalte ‘roet’ in de lucht kan met         Ontwikkeling roetconcentraties
verschillende meetmethoden worden gekarakteriseerd. In de voorgaande         Omdat de meetmethode voor roet in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit
decennia werd het gemeten als Black Smoke, een meetmethode geba-             gewijzigd is en de verschillende meetmethoden (Black Smoke en Black
seerd op reflectie, die inmiddels verouderd is. In het Landelijk Meetnet     Carbon) niet goed met elkaar te vergelijken zijn, is het niet goed mogelijk
Luchtverontreiniging wordt ‘roet’ tegenwoordig gemeten als Black Carbon.     om de langetermijntrend in de roetconcentratie vast te stellen. Ondanks
In modelberekeningen (GCN, Monitoringstool) wordt de roetconcentratie        het beperkte aantal metingen en de onzekerheden in het modelleren van
berekend op basis van de emissie van elementair koolstof.                    roet, is duidelijk dat de roetconcentraties sinds 2011, ook in stedelijk
                                                                             gebied, gestaag dalen.1
Black Carbon: elementair en organisch koolstof
De meetmethode van Black Carbon is gebaseerd op het lichtabsorberend         2.2 Onzekerheden vaststellen herkomst fijnstofconcentraties
vermogen van koolstofhoudende deeltjes. Black Carbon bestaat uit een         Fijnstof in Nederland bestaat voor meer dan de helft uit secundair fijnstof
koolstofkern (elementair koolstof: EC) met daaraan gehechte organische       dat in de lucht ontstaat na chemische reacties met verschillende precurs-
koolstofverbindingen (organisch koolstof: OC). Een deel van die organi-      orgassen. Omdat chemische processen in de lucht en weersomstandig-
sche koolstofverbindingen is evenwel niet terug te vinden in het Black       heden een grote rol spelen en veel bronnen precursorgassen uitstoten, is
Carbon, omdat OC het licht minder goed absorbeert dan EC. Het totale         het niet goed mogelijk om de herkomst van fijnstof rechtstreeks uit
koolstofgehalte (TC), de som van EC en OC, is dus hoger dan het gehalte      concentratiemetingen af te leiden. Daar komt bij dat de concentraties en
Black Carbon. Het onderscheid tussen OC en EC wordt thermisch-optisch        herkomst van fijnstof van plaats tot plaats en als functie van de afstand tot
gemaakt: tijdens verhitting van een met fijnstof beladen filter vervluchtigt belangrijke bronnen variëren. Brontoekenning voor fijnstof gebeurt
eerst het OC. Vanaf een bepaalde temperatuur is al het OC afgestookt en      daarom in Nederland op basis van verspreidingsmodellen die gebruik-
wordt alleen nog EC gemeten, waarbij overigens het omslagpunt lastig is      maken van proceskennis en gegevens van de Nederlandse Emissieregis-
       Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/01B
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                                                                                                   Luchtverontreiniging in Nederland | pagina 5 van 8
tratie (op basis van door landen en bedrijven gerapporteerde emissie-     bestaan verschillende ideeën. Volgens Hendriks e.a. (2013) wordt de
cijfers).4 Alleen voor enkele bronnen, zoals zeezout, metaalindustrie en  bijdrage van het organisch materiaal aan de PM2,5-concentratie het
verbranding van zware olie bestaan specifieke componenten die op deze     meest onderschat, omdat het niet goed mogelijk is om de emissies van
bronnen wijzen en waarbij brontoekenning op basis van concentratieme-     houtverbranding in huishoudens betrouwbaar te schatten.4 Bij ruimtever-
tingen mogelijk is. De kwaliteit van de gemodelleerde brontoekenning      warming, en dan vooral houtstook, gaat het om een onderschatting van de
hangt af van de kwaliteit van de invoergegevens (emissies) en van die     vorming van gecondenseerde organische stofdeeltjes. Metingen in Vlaan-
van het model. De berekende concentraties van fijnstof liggen systema-    deren schatten een bijdrage van houtstook van ongeveer 5% aan de
tisch lager dan de gemeten concentraties. Ter vergelijking: bij de model- PM10-concentraties in steden.5 Het Interreg-onderzoek Joaquin schat de
lering van concentraties van stikstofdioxide en roet komen de berekende   bijdrage van biomassaverbranding op ongeveer 4-5%.6 De emissies van
waarden redelijk goed overeen met de metingen.                            houtstook kunnen een factor 3-5 hoger liggen, wanneer nieuwe inzichten
                                                                          rond de deeltjesvorming door condensatie van vluchtige organische
Onzekerheden in emissiecijfers                                            stoffen meegenomen worden.5
Onzekerheidsmarges in de emissiecijfers voor de precursors van secun-
dair fijnstof geven een bandbreedte (betrouwbaarheidsmarge) waarbinnen    Onzekerheden in het model
de berekende concentraties van fijnstof kunnen variëren. Zo zijn er onze- Een belangrijk deel van het missende deel kan ook secundair organisch
kerheden in de emissie van dieselmotoren van landbouwmachines en van      materiaal zijn wat uit zowel natuurlijke als ‘antropogene’ organische
vervluchtiging vanuit landbouwgrond. Bij emissies van ammoniak zijn er    verbindingen gevormd wordt. Andere mogelijke bronnen die niet meege-
onzekerheden in de naleving van het mestbeleid, waaronder het emis-       nomen worden in de modellen zijn primair biologisch materiaal (planten-
siearm uitrijden van mest en het gebruik van luchtwassers.                resten, sporen), braden, bakken en barbecueën, en sigarettenrook. Ook
                                                                          deze bronnen kunnen een deel van de onderschatting verklaren.
Onzekerheden in emissies van houtverbranding
Van zo’n 30-40% van de PM2,5-concentratie is de herkomst niet goed te
verklaren. Over de oorzaak van deze systematische onderschatting
         Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/01B
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                                                                                                               Luchtverontreiniging in Nederland | pagina 6 van 8
03 stikstofdioxideconcentraties                                                    Aangezien het wegverkeer en in het bijzonder dieselvoertuigen de belang-
                                                                                   rijkste bron zijn van stikstofdioxide, zijn de concentraties van de stadssta-
De concentraties van stikstofdioxide zijn de afgelopen jaren gedaald (zie          tions en vooral die van de straatstations duidelijk hoger dan die van de
figuur 2). In 2016 was de gemiddelde concentratie voor het grootste deel           regionale meetstations.
van Nederland echter iets hoger dan in 2016: 15,2 ten opzichte van 14,7
microgram/m3.1,7 Langs drukke wegen komen nog steeds overschrijdingen
van de EU- grenswaarde en WHO-advieswaarde van in beide gevallen                   04 ozonconcentraties
40 microgram/m3 voor.
                                                                                   Het aantal dagen per jaar met verhoogde ozonconcentraties hangt sterk
                                                                                   af van de meteorologische omstandigheden gedurende dat jaar: veel
                                                                                   zomerse dagen leiden tot hogere ozonniveaus.8 Het aantal smogdagen is
Figuur 2. Ontwikkeling gemeten stikstofdioxideconcentratie bij verschillende typen
meetstations over de periode 1992-2015                                             Figuur 3. Trend in het aantal dagen met hoogste 8-uursgemiddelde ozonconcentratie
Bron: Compendium voor de Leefomgeving (www.clo.nl) op basis van cijfers RIVM/      boven de 120 microgram/m3 (voortschrijdend 3-jaars gemiddelde)
DCMR/GGD Amsterdam 2016                                                            Bron: Compendium voor de Leefomgeving (www.clo.nl) op basis van cijfers RIVM 2013
       Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/01B
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                                                                                                    Luchtverontreiniging in Nederland | pagina 7 van 8
vanaf de jaren 90 van de vorige eeuw afgenomen vooral als gevolg van         4
                                                                               Hendriks C, Kranenburg R, Kuenen J, van Gijlswijk R, Wichink Kruit R,
de aanpak van emissies van de precursorgassen, onder meer van stiksto-         Segers A, e.a. The origin of ambient particulate matter concentrations
foxiden en vluchtige koolwaterstoffen. Volgens de Europese streefwaarde        in the Netherlands. Atmospheric Environment 2013; 69: 289-303.
voor de korte termijn mag de hoogste 8-uursgemiddelde ozonconcentratie       5
                                                                               Maenhaut W, Vermeylen R, Claeys M, Vercauteren J, Roekens E.
van 120 microgram/m3, gemiddeld over drie jaar, niet vaker dan 25 dagen        Sources of the PM10 aerosol in Flanders, Belgium, and
per kalenderjaar worden overschreden. Figuur 3 laat zien dat de piekcon-       re-assessment of the contribution from wood burning. Sci Total
centraties van ozon de afgelopen dertig jaar zijn gedaald. Dit is het gevolg   Environ 2016; 562: 550-60.
van gericht beleid in Europa om de emissies van de ozonprecursors te         6
                                                                               Mooibroek D, Staelens J, Cordell R, Panteliadis P, Delaunay T, Weijers
verlagen. Vanaf het begin van de eeuwwisseling ligt het aantal dagen met       E, e.a. PM10 Source Apportionment in Five North Western European
een hoogste 8-uursgemiddelde ozonconcentratie boven de 120 micro-              Cities—Outcome of the Joaquin Project. Airborne Particulate Matter:
gram/m3 rond de 10 en neemt niet verder af. In 2014 is op geen enkele          Sources, Atmospheric Processes and Health: 2016.
dag de streefwaarde overschreden en wordt op 95% van de dagen voldaan        7
                                                                               Velders GJM, Aben JMM, Geilenkirchen GP, Den Hollander HA,
aan WHO-advieswaarde van 100 microgram/m3.9 De dalende trend in het            Megens L, van der Swaluw E, e.a. Grootschalige concentratie- en
optreden van piekconcentraties heeft zich dus de laatste jaren doorgezet.      depositiekaarten Nederland: Rapportage 2016. RIVM, Bilthoven 2016;
                                                                               2016-0068.
         literatuur                                                            van Noije TPC, e.a. Dossier Ozon 2011. RIVM, Bilthoven 2011;
                                                                               rapportnummer 680151001.
1
   Velders GJM. Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Neder-
                                                                             9
                                                                               European Environment Agency. Air quality in Europe - 2016 report.
   land: Rapportage 2017. RIVM, Bilthoven 2017; 2017-0117.                     Luxembourg, 2016; No 28/2016.
2
   Beijk R. Meetstrategie roet. RIVM, Bilthoven. 2014; 680704025/2014.
3
   Hoogerbrugge R, Nguyen L, Wesseling JP, Van den Elshout S, Willers S,
   Visser JEA, e.a. Trendanalyse toont: concentraties PM10 en NO2 blijven
   dalen. Tijdschrift Lucht 2016; (3).
       Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/01B
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>De Gezondheidsraad, ingesteld in 1902, is een adviesorgaan met als taak de regering en het parlement ‘voor te lichten over de stand der wetenschap
ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek’ (art. 22 Gezondheidswet).
De Gezondheidsraad ontvangt de meeste adviesvragen van de bewindslieden van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Infrastructuur en Waterstaat;
Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De raad kan ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen, en ontwikke-
lingen of trends ­signaleren die van belang zijn voor het overheidsbeleid.
De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en worden als regel opgesteld door multidisciplinaire commissies van – op persoonlijke titel
benoemde – Nederlandse en soms buitenlandse deskundigen.
U kunt dit document downloaden van www.gezondheidsraad.nl.
Deze publicatie kan als volgt worden aangehaald:
Gezondheidsraad. Luchtverontreiniging in Nederland. Achtergronddocument bij het advies
Gezondheidswinst door schonere lucht. Den Haag: Gezondheidsraad, 2018;
publicatienr. 2018/01B.
Auteursrecht voorbehouden
         Gezondheidsraad | Achtergronddocument Nr. 2018/01B
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>