<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Vaccinatieschema zuigelingen na
maternale kinkhoestvaccinatie
Aan: de staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Sport
Nr. 2018/27, Den Haag 18 december 2018
                                                               2 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre> Inhoud                                                       Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 2 van 26
 inhoud
      Samenvatting                                             3        03 Aanvaardbaarheid 3,5-vaccinatieschema                         15
                                                                            3.1  Verhouding tussen nut en risico’s                        16
  01 Inleiding                                                 4            3.2  Uitzonderingsgroepen                                     16
      1.1  Voorgestelde aanpassing primaire vaccinatieschema  5
      1.2  Adviesvraag                                        6        04 Advies                                                         17
      1.3  Werkwijze                                          6            4.1  Advies over vaccinatieschema                             18
                                                                            4.2  Overwegingen voor implementatie                          19
  02 Werkzaamheid en effectiviteit 3,5-vaccinatieschema 8
                                                                            Literatuur                                                    21
      2.1  Kinkhoest                                          9
      2.2  Overige vijf ziekten combinatievaccin             11
      2.3  Pneumokokken                                      14
1       Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                          2                            3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre> Samenvatting                                                          Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 3 van 26
 samenvatting                                                                                           risico op een kinkhoestinfectie. Kinderen van
                                                                                                        wie de moeder HepB-positief is, lopen mogelijk
                                                                                                        meer risico op een HepB-besmetting.
 Vanaf 2019 wordt aan alle zwangere vrouwen         aangepast vaccinatieschema. Mogelijk zou
 vaccinatie tegen kinkhoest aangeboden. De          aanpassing van het schema meer ziektege-            De commissie adviseert dan ook om na de
 staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn      vallen door Haemophilus influenzae type b (Hib)     invoering van de maternale kinkhoestvaccinatie
 en Sport (VWS) heeft de Gezondheidsraad            kunnen veroorzaken, maar dit blijkt niet uit inter- het bestaande vaccinatieschema voor zuige-
 gevraagd of dit aanleiding is om het vaccinatie-   nationale gegevens over de effectiviteit van        lingen te vervangen door twee schema’s: een
 schema voor zuigelingen aan te passen. Het         verschillende vaccinatieschema’s.                   3,5-schema voor kinderen van de wie de
 gaat hierbij om de vraag of het kind in het eerste                                                     moeder gevaccineerd is en een 2,3,5-schema
 levensjaar een vaccinatie minder nodig heeft als   De commissie is nagegaan of de voordelen van        voor kinderen van wie de moeder niet gevacci-
 de moeder gevaccineerd is. De Commissie            een aangepast vaccinatieschema opwegen              neerd is, of die behoren tot één van de andere
 Vaccinaties heeft beoordeeld of – na maternale     tegen de nadelen. Dat is het geval voor kinderen    uitzonderingsgroepen.
 vaccinatie – zuigelingenvaccinatie op een leef-    van wie de moeder is gevaccineerd tegen kink-
 tijd van 3 en 5 maanden leidt tot gelijkwaardige   hoest. Het aangepaste schema is minder belas-
 bescherming als het huidige 2,3,4-maanden          tend en biedt hen voldoende bescherming. De
 schema in het voorkomen van kinkhoest en de        nut-risicoverhouding is niet gunstig voor
 andere ziekten waartegen tegelijkertijd wordt      kinderen die te vroeg geboren worden en voor
 gevaccineerd. Dat is grotendeels het geval. Bij    kinderen van wie de moeder niet tegen kink-
 enkele uitzonderingsgroepen kan het aange-         hoest gevaccineerd is, of die minder dan twee
 paste schema leiden tot meer kinkhoestinfec-       weken na de maternale vaccinatie worden
 ties. Bij kinderen van HepB-positieve moeders is   geboren. Deze kinderen zijn bij geboorte onvol-
 niet duidelijk of de werkzaamheid en effectiviteit doende beschermd tegen kinkhoest en lopen
 tegen Hepatitis B (HepB) behouden blijft bij een   met het aangepaste schema een maand langer
2        Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                                 2                               4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 01 | Inleiding            Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 4 van 26
 01
 inleiding
3      Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                              2                                5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 01 | Inleiding                                                                               Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 5 van 26
 Op 16 juli 2018 heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en                                     1.1 Voorgestelde aanpassing primaire vaccinatieschema
 Sport (VWS) zijn besluit om kinkhoestvaccinatie aan alle zwangere                                             In het huidige vaccinatieschema van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP)
 vrouwen aan te bieden (maternale kinkhoestvaccinatie) bekend gemaakt.1                                        worden zuigelingen op een leeftijd van 6-9 weken, 3 en 4 maanden (een
 Hiermee vervalt de noodzaak om zuigelingen op een leeftijd van 6-9                                            2,3,4-schema) gevaccineerd tegen kinkhoest. Dit heet primaire vaccinatie.
 weken te vaccineren tegen kinkhoest en kan het vaccinatieschema voor                                          Het combinatievaccin tegen de kinkhoestbacterie beschermt ook tegen vijf
 zuigelingen mogelijk worden aangepast zodat het minder belastend is                                           andere ziekten: difterie, tetanus, polio, hepatitis B (HepB) en Haemophilus
 (minder doses en langere tijd tussen de vaccinaties) zonder bescherming                                       influenzae type b (Hib). Inmiddels zijn diverse onderzoeken uitgevoerd
 te verliezen.2-4                                                                                              naar een vaccinatieschema waarin zuigelingen op een leeftijd van 3 en 5
 De staatssecretaris heeft de Gezondheidsraad daarom gevraagd om                                               maanden met een dergelijk combinatievaccin gevaccineerd worden. Dit
 advies te geven over mogelijke wijzigingen in het vaccinatieschema voor                                       3,5-schema wordt al gebruikt in het nationale vaccinatieprogramma van
 zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie.a                                                                een aantal Europese landen: Zweden, Noorwegen, Italië, IJsland, Finland,
                                                                                                               Denemarken en Tsjechië (stand van zaken september 2018).6 De voorge-
      Waarom maternale kinkhoestvaccinatie?                                                                    stelde aanpassing heeft ook gevolgen voor de vaccinatie tegen pneumo-
      In december 2015 adviseerde de Gezondheidsraad om aan alle zwangere vrouwen                              kokken, die nu gelijktijdig met de eerste en derde dosis van het combina-
      kinkhoestvaccinatie aan te bieden. Kinkhoest is vooral gevaarlijk voor jonge zuigelingen.
                                         5
                                                                                                               tievaccin tegen kinkhoest wordt aangeboden.b
      Maternale vaccinatie zorgt voor een immuunrespons bij de moeder, waarna maternale
      antistoffen via de placenta naar het kind worden overgedragen. De overdracht is maximaal
      tijdens de laatste 4 weken van de zwangerschap. Na de geboorte heeft de zuigeling
      beschermende antistofniveaus tegen kinkhoest, die na verloop van tijd langzaam afnemen. Na
      maternale vaccinatie zijn pasgeboren voldoende beschermd tegen ernstige kinkhoest,
      waardoor zij op een later moment gevaccineerd kunnen worden. Het vaccin waarmee
      zwangere vrouwen tegen kinkhoest worden gevaccineerd (het DKT vaccin) beschermt ook
      tegen difterie en tetanus.
 a
   Toen de Gezondheidsraad in 2015 adviseerde om maternale kinkhoestvaccinatie in te voeren was hierover nog   b
                                                                                                                 Zowel het combinatievaccin tegen kinkhoest als het vaccin tegen pneumokokken zijn dode vaccins, wat betekent
   onvoldoende wetenschappelijk onderzoek beschikbaar.5                                                          dat ze veilig kunnen worden toegediend bij personen met een verzwakt immuunsysteem.
4           Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                                                                                   2                                                6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 01 | Inleiding                                                                          Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 6 van 26
     Waarom een 3,5-schema?
                                                                                                          wegingen ten aanzien van (kosten)effectiviteit en vaccinatiebereidheid
     Omdat het immuunsysteem naarmate het kind ouder wordt beter werkt, zou uitstel van de
     eerste vaccinatie van leeftijd 6-9 weken naar 3 maanden betekenen dat in totaal twee in plaats       expliciet te maken. Ook vraagt de staatssecretaris om inzichtelijk te
     van drie doses nodig zijn en dat een interval van twee maanden in plaats van een maand
                                                                                                          maken of er groepen zijn voor wie aanpassing van het vaccinatieschema
     tussen doses mogelijk is.2-4 Tegelijkertijd hebben maternale antistoffen invloed op de
     immuunrespons van het kind (interferentie), waardoor na maternale vaccinatie de effectiviteit        niet optimaal is en om ervaringen uit het buitenland erbij te betrekken. De
     van vaccinatie op leeftijd 2 maanden kan verminderen.4 Naarmate het kind ouder wordt
                                                                                                          volledige adviesaanvraag staat op www.gezondheidsraad.nl.
     nemen de maternale antistoffen af en verdwijnt het effect op de immuunrespons. Samen
     suggereert dit dat een schema waarbij kinderen op een leeftijd van 3 en 5 maanden worden
     gevaccineerd na invoering van maternale vaccinatie gunstiger is dan het huidige 2,3,4-
                                                                                                          1.3 Werkwijze
     schema.
                                                                                                          De Commissie Vaccinaties van de Gezondheidsraad heeft zich over de
                                                                                                          vragen van de staatssecretaris gebogen. De samenstelling van de
                                                                                                          commissie staat achter in dit advies.
 In het kader van het RVP worden kinderen ook op een leeftijd van 11
 maanden en 4 jaar gevaccineerd tegen kinkhoest. Dit heet booster­                                        Normaalgesproken beoordeelt de commissie bij advisering over vaccina-
 vaccinatie. De voorgestelde aanpassing heeft alleen betrekking op het                                    ties of er sprake is van een aanmerkelijke ziektelast en of vaccinatie
 primaire vaccinatieschema.                                                                               werkzaam, effectief, veilig, aanvaardbaar en doelmatig (kosteneffectief) is.
                                                                                                          Aangezien dit advies gaat om een aanpassing van het vaccinatieschema
 1.2 Adviesvraag                                                                                          en niet om een nieuwe vaccinatie, heeft de commissie alleen de daarvoor
 De staatssecretaris heeft de Gezondheidsraad gevraagd om advies te                                       relevante criteria getoetst:
 geven over mogelijke wijzigingen in het primaire vaccinatieschema voor                                   • (mogelijke) ziektelast als gevolg van de wijziging;
 zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie, met als uitgangspunt dat                                   • werkzaamheid en effectiviteit;
 de bescherming tegen alle ziekten bij een aangepast schema beter                                         • aanvaardbaarheid.
 wordt of ten minste gelijkwaardig blijft.
 De staatssecretaris vraagt de Gezondheidsraad te benoemen welke                                          De andere criteria zijn buiten beschouwing gelaten. Wel beschrijft de
 criteria uit het beoordelingskader worden toegepast en om de over­                                       commissie de gevolgen voor de kosten van het vaccinatieprogramma.
5         Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                                                            2                                  7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 01 | Inleiding                                                 Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 7 van 26
 De vraag van de staatssecretaris of aanpassing van het vaccinatieschema
 invloed heeft op de vaccinatiebereidheid onder zwangere vrouwen kan de
 commissie niet beantwoorden, omdat daar geen onderzoek naar is
 gedaan.
 Werkzaamheid is bepaald aan de hand van klinische trials waarin
 ­beoordeeld is of antistofniveaus voldoende hoog waren voor bescherming
  tegen ziekte, of waarin werd gemeten in hoeverre er sprake was van een
  verandering in aantal ziektegevallen. Effectiviteit is bepaald aan de hand
  van cohortonderzoek waarin werd gemeten in hoeverre er sprake was van
  verandering in aantal ziektegevallen na aanpassing van een schema.
  De commissie heeft zich niet gebogen over de vraag of het schema moet
  worden aangepast voor kinderen met een ernstige of chronische ziekten.
  De behandelend arts beoordeelt in deze gevallen welke vaccinatie
  wanneer verstrekt wordt.
  Het RIVM heeft voor de commissie een overzicht voorbereid van het
  beschikbare onderzoek naar het 3,5-primaire vaccinatieschema.31
  De commissie heeft zich in haar advies gebaseerd op dat overzicht.
6        Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                                 2                                8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Werkzaamheid en effectiviteit 3,5-vaccinatieschema Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 8 van 26
 02
 werkzaamheid en effectiviteit
 3,5-vaccinatieschema
7      Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                            2                                9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Werkzaamheid en effectiviteit 3,5-vaccinatieschema         Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 9 van 26
 De commissie heeft beoordeeld wat het gevolg is van aanpassing van het           Het RIVM heeft recent een gerandomiseerde gecontroleerde studie uitge-
 vaccinatieschema voor de bescherming tegen kinkhoest en andere                   voerd (de MIKI studie) bij in totaal 118 zuigelingen bij wie antistofniveaus
 ziekten waartegen gelijktijdig gevaccineerd wordt. Bij voldragen kinderen        zijn gemeten na vaccinatie volgens een 3,5-schema. Een groep zuige-
 van tijdens de zwangerschap gevaccineerde moeders, zal aanpassing                lingen van wie de moeder tijdens de zwangerschap was gevaccineerd
 van het schema niet leiden tot meer kinkhoestinfecties. Bij enkele uitzon-       tegen kinkhoest met een DKT vaccin (tegen difterie, kinkhoest en tetanus,
 deringsgroepen kan aanpassing van het schema echter wel leiden tot               maternale groep, n=58) werd vergeleken met die van de zuigelingen van
 meer kinkhoestinfecties. Voor alle andere ziekten behalve Haemophilus            wie de moeder niet was gevaccineerd (controlegroep, n=60).7 De resul-
 influenzae type b (Hib) geldt dat aanpassing van het schema naar                 taten zijn vergeleken met data van zuigelingen die in 2012 en 2013
 verwachting niet leidt tot meer infecties. Voor Hib geldt dat niet uitgesloten   volgens een 2,3,4-schema gevaccineerd zijn (de historische controle-
 kan worden dat uitstel van de eerste vaccinatie leidt tot meer infecties, al     groep, n=62).7
 is hier ook geen bewijs voor. Voor kinderen van hepatitis B (HepB)-posi-
 tieve moeders geldt dat niet duidelijk is wat het aangepaste vaccinatie-         De maternale groep had zoals verwacht (veel) hogere antistofniveaus
 schema betekent voor de werkzaamheid van vaccinatie tegen HepB.                  tegen kinkhoest dan beide controlegroepen voorafgaand aan de eerste
                                                                                  vaccinatie.
 2.1 Kinkhoest
 De commissie heeft samengevat wat het gevolg is van aanpassing van               Een maand na de gehele primaire serie (vaccinatie bij leeftijd 3,5 of 2,3,4
 het schema voor de bescherming tegen kinkhoest. Daarbij staan twee               maanden) waren antistofniveaus bij alle groepen toegenomen. De beide
 vragen centraal:                                                                 controlegroepen hadden vergelijkbare antistofniveaus. De maternale
 1. Leidt uitstel van de eerste primaire vaccinatie (van 6-9 weken naar 3         groep had lagere antistofniveaus dan de beide controlegroepen– een
     maanden) tot een grotere kans op ziekte gedurende deze periode?              verschijnsel dat verklaard kan worden door interferentie van maternale
 2. Leidt uitstel van vaccinatie en vermindering van het aantal primaire          antistoffen met de immuunrespons bij zuigelingen. Alle groepen hadden
     doses (van een 2,3,4 schema naar een 3,5 schema) tot een                     echter voldoende hoge antistofniveaus voor bescherming tegen kinkhoest.
     verminderde werkzaamheid en/of effectiviteit van het vaccin?                 Een maand na de boosterdosis bij 11 maanden was de stijging in antistof-
                                                                                  niveaus vergelijkbaar bij de drie groepen, wat betekent dat de maternale
8        Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                                      2                                  10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Werkzaamheid en effectiviteit 3,5-vaccinatieschema      Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 10 van 26
 groep nog steeds lagere antistofniveaus dan de controlegroepen had. Alle       kinderen die geboren zijn na een zwangerschap van minimaal 37
 groepen hadden echter voldoende hoge antistofniveaus voor bescherming          weken.13,14
 tegen kinkhoest.
                                                                                Een eerste analyse van een onderzoek dat het RIVM momenteel uitvoert
 Internationale studies laten zien dat na primaire vaccinatie geen sprake is    naar de optimalisering van het primaire vaccinatieschema voor premature
 van meer kinkhoestgevallen onder zuigelingen van wie de moeder gevac-          kinderen (de PRIEMA studie) laat geen verschil zien in de immuunrespons
 cineerd is dan onder zuigelingen van wie de moeder niet gevaccineerd is,       na primaire (2,3,4 maanden) en na booster (11 maanden) kinkhoestvacci-
 ondanks verschillen in antistofniveaus.8,9 Maternale kinkhoestvaccinatie       natie tussen prematuur en a terme geboren kinderen.31 De commissie
heeft in het eerste jaar een effectiviteit van 90%, en de ziekte verloopt       verwacht dat ook de immuunrespons op een 3,5 vaccinatieschema verge-
veel minder ernstig bij kinderen die ondanks maternale vaccinatie toch          lijkbaar is. Dat betekent dat een 2,3,5-schema voor prematuur geboren
ziek worden.10,11                                                               kinderen even effectief zou zijn als een 2,3,4-schema. Met andere
                                                                                woorden, uitstel van de eerste dosis brengt wel risico op ziekte met zich
 Kinderen van wie de moeder niet gevaccineerd is, zijn tot aan de eerste        mee voor prematuur geboren kinderen, maar uitstel van de daaropvol-
 vaccinatie onvoldoende beschermd tegen kinkhoest. Dit geldt ook voor           gende doses niet.
 kinderen die geboren worden binnen twee weken na maternale vaccinatie,
 omdat de kans groot is dat er nog onvoldoende kinkhoestantistoffen van         Conclusies
 de moeder zijn overgedragen naar het kind.10                                   Uit de data over aanpassing van het primaire vaccinatieschema en
 Het probleem van onvoldoende overdracht van maternale antistoffen              bescherming tegen kinkhoest kunnen de volgende conclusies getrokken
 speelt ook bij kinderen die prematuur worden geboren (na een zwanger-          worden:
 schapsduur van korter dan 37 weken, vanaf een zwangerschapsduur van            • Uitstel van de eerste vaccinatie (van leeftijd 6-9 weken naar leeftijd 3
 37 weken spreekt men van a terme geboren kinderen). In Nederland                   maanden) bij voldragen kinderen van wie de moeder tijdens de
 wordt jaarlijks ongeveer 8% van alle baby’s te vroeg geboren.12 Zij worden         zwangerschap is gevaccineerd, leidt naar verwachting niet tot meer
 vaker in het ziekenhuis opgenomen als gevolg van kinkhoest dan                     kinkhoestinfecties.
                                                                                • Uitstel van de eerste vaccinatie (van leeftijd 6-9 weken naar leeftijd 3
9       Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                                     2                                11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Werkzaamheid en effectiviteit 3,5-vaccinatieschema                                      Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 11 van 26
     maanden) kan wel leiden tot meer kinkhoestinfecties bij kinderen van                                       3. Leidt uitstel van de eerste primaire vaccinatie (van 6-9 weken naar 3
     wie de moeder niet is gevaccineerd, kinderen die binnen twee weken                                             maanden) tot een grotere kans op ziekte gedurende deze periode?
     na maternale vaccinatie geboren zijn en prematuur geboren kinderen.                                        4. Leidt uitstel van vaccinatie en vermindering van het aantal primaire
 • Uitstel van vaccinatie tegen kinkhoest en vermindering van het aantal                                            doses (van een 2,3,4 schema naar een 3,5 schema) tot een
     primaire doses leidt niet tot een vermindering van werkzaamheid,                                               verminderde werkzaamheid en/of effectiviteit van het vaccin?
     gemeten met antistofniveaus. Dit geldt naar verwachting ook voor
     prematuur geboren kinderen.                                                                                2.2.1 Difterie, tetanus en polio
 • De aanwezigheid van maternale kinkhoestantistoffen bij het kind leidt                                        Difterie en tetanus komen vrijwel niet meer voor in Nederland. In de
     tot een zwakkere immuunrespons na primaire vaccinatie tegen                                                periode 2012-2017 waren er jaarlijks tussen 0-4 meldingen van difterie,
     kinkhoest. Dit leidt echter niet tot klinisch relevante verschillen in                                     waarvan niet één bij zuigelingen.18 Van tetanus waren in dezelfde periode
     antistofniveaus tegen kinkhoest.                                                                           jaarlijks tussen 0-2 meldingen, waarvan niet één bij zuigelingen.18 In het
                                                                                                                onderzoek van het RIVM waarin twee groepen kinderen met en zonder
 2.2 Overige vijf ziekten combinatievaccin                                                                      maternale vaccinatie met het DKT-vaccin werden vergeleken, is ook de
 Omdat het kinkhoestvaccin onderdeel is van een zesvoudig (hexavalent)                                          immuunrespons tegen difterie en tegen tetanus gemeten.31 Hierbij is geen
 combinatievaccin,a betekent aanpassing van het vaccinatieschema voor                                           historische controlegroep meegenomen. Na de primaire serie (leeftijd 3 en
 kinkhoest ook aanpassing voor de andere ziekten waartegen het vaccin                                           5 maanden) en na de boostervaccinatie (leeftijd 11 maanden) hadden
 gericht is, te weten: difterie, tetanus, polio, hepatitis B (HepB) en                                          kinderen in de maternale groep lagere antistofniveaus tegen difterie dan
 Haemophilus influenzae type b (Hib). De commissie heeft samengevat                                             kinderen uit de controlegroep. Bij beide groepen was na de primaire serie
 wat het gevolg is van aanpassing van het schema voor de effectiviteit van                                      sprake van voldoende hoge antistofniveaus voor bescherming tegen
 de bescherming tegen deze ziekten. Daarbij staan weer twee vragen                                              difterie. Kinderen in de maternale groep en de controlegroep hadden
 centraal:                                                                                                      zowel na de primaire serie als na de booster vaccinatie vergelijkbare en
                                                                                                                voldoende hoge antistofniveaus tegen tetanus. Volgens het voorge-
                                                                                                                schreven toedieningsschema kan het aantal primaire doses zonder
 a
   Er zijn meerdere hexavalente vaccins geregistreerd voor de Europese markt. Al deze vaccins kunnen volgens de
   productvoorschriften zowel volgens een 2,3,4 als een 3,5 schema toegediend worden.15-17
10          Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                                                                 2                                12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Werkzaamheid en effectiviteit 3,5-vaccinatieschema      Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 12 van 26
 gevolgen voor de werkzaamheid verminderd worden van 3 naar 2 met               meteen na de geboorte gevaccineerd – alleen tegen HepB – en behan-
 een groter interval ertussen.17                                                deld met immunoglobine.19 Meer dan 99% van de zwangere vrouwen doet
                                                                                mee aan het screeningsprogramma (Prenatale Screening Infectieziekten
 Poliovirus komt dankzij vaccinatie wereldwijd nog maar in enkele landen        en Erytrocytenimmunisatie, PSIE).20
 voor. Volgens het voorgeschreven toedieningsschema kan het aantal              Naar schatting 0,6% van de gevaccineerde kinderen van HepB-positieve
 doses zonder gevolgen voor de werkzaamheid verminderd worden van               moeders ontwikkelt alsnog een HepB-infectie.19 De vraag is wat het effect
 3 naar 2 met een groter interval ertussen.17                                   zou zijn op het besmettingsrisico wanneer kinderen van HepB-positieve
                                                                                moeders hun volgende vaccinatie tegen HepB (in het combinatievaccin)
 Conclusies                                                                     op een leeftijd van 3 maanden zouden ontvangen in plaats van op leeftijd
 Uit de data over aanpassing van het primaire vaccinatieschema en               6-9 weken. Uit een meta-analyse van 29 klinische onderzoeken bleek
 bescherming tegen difterie, tetanus en polio kunnen de volgende conclu-        geen significant verschil in het voorkomen van HepB- infecties bij zuige-
 sies getrokken worden:                                                         lingen die verschillende vaccinatieschema’s gevolgd hadden, maar in alle
 • Uitstel van de eerste vaccinatie (van leeftijd 6-9 weken naar leeftijd       onderzoeken die zijn meegenomen in deze analyse werd de tweede
     3 maanden) zal naar verwachting niet leiden tot extra infecties met        vaccinatie op een leeftijd van 1 maand en niet pas bij 3 maanden
     difterie, tetanus of polio.                                                gegeven.21 In Italië, Denemarken en Zweden, waar kinderen volgens een
 • Uitstel van vaccinatie en verminderen van het aantal doses leidt niet tot    3,5-schema worden gevaccineerd met combinatievaccins, krijgen
     een vermindering van de werkzaamheid van het vaccin tegen difterie,        kinderen van HepB-positieve moeders naast de geboortedosis een
     tetanus of polio.                                                          tweede dosis enkelvoudig vaccin tegen HepB op de leeftijd van 1 maand.6
                                                                                Voor kinderen van moeders die geen HepB hebben, voldoet een
 2.2.2 Hepatitis B (HepB)                                                       3,5-schema aan het voorgeschreven toedieningsschema.17
 HepB komt in Nederland vooral voor bij bepaalde risicogroepen. Pasgebo-
 renen lopen nauwelijks risico op besmetting, tenzij hun moeder HepB-po-
 sitief is. Om die reden worden zwangere vrouwen gescreend op HepB.
 Kinderen van een HepB-positieve moeder, jaarlijks ongeveer 500, worden
11        Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                                 2                                 13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Werkzaamheid en effectiviteit 3,5-vaccinatieschema         Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 13 van 26
 Conclusies:                                                                       gevallen. De kans op sterfte als gevolg van Hib is echter niet nul. Het zou
 Uit de data over aanpassing van het primaire vaccinatieschema en                  onwenselijk kunnen zijn om de eerste vaccinatie tegen Hib te verplaatsen
 bescherming tegen HepB kunnen de volgende conclusies getrokken                    van 6-9 weken naar 3 maanden, omdat kinderen dan langer onbeschermd
 worden:                                                                           zijn en het aantal Hib gevallen op leeftijd 2 maanden toe zou kunnen
 • Uitstel van de eerste vaccinatie (van leeftijd 6-9 weken naar leeftijd          nemen. Er is echter geen evidentie dat vaccineren vanaf 6-9 weken daad-
    3 maanden) zal naar verwachting niet tot extra HepB-infecties leiden,          werkelijk effectiever is dan vanaf 3 maanden. In Nederland werd tussen
    behalve mogelijk bij kinderen van HepB-positieve moeders.                      1995 en 1998 gevaccineerd volgens een 3,4,5 + 11-schema en werden
 • Uitstel van de eerste vaccinatie en verminderen van het aantal doses            jaarlijks ongeveer vijf ziektegevallen door Hib bij kinderen jonger dan 1
    leidt niet tot vermindering van effectiviteit van het vaccin tegen HepB,       jaar gerapporteerd (bij het Nederlands Referentielaboratorium voor Bacte-
    behalve mogelijk bij kinderen van HepB-positieve moeders.                      riële Meningitis - NRLBM). Dit veranderde niet na de overstap op een
 • Kinderen van HepB-positieve moeders kunnen ook tegen HepB                       2,3,4 + 11-schema in 1999.
    beschermd worden door een enkelvoudig HepB-vaccin te gebruiken                 Ook uit internationaal onderzoek blijkt geen verschil in effectiviteit tussen
    voor zowel de eerste als de tweede vaccinatie (vlak na de geboorte en          een 3,4,6-schema (Finland, vaccineffectiviteit van 94%) en een 2,4,6-
    op leeftijd 6-9 weken). Vaccinatie vervolgen met hexavalent vaccin             schema (Verenigde Staten, vaccineffectiviteit van 93-100%) of een 2,3,4-
    volgens een 3,5 schema biedt in dat geval voldoende bescherming                schema (Verenigd Koninkrijk, vaccineffectiviteit van 95%) als primaire
    tegen HepB.                                                                    serie.24 Een recente systematische review laat daarnaast zien dat
                                                                                   bescherming tegen Hib vergelijkbaar is na een primair vaccinatieschema
 2.2.3 Haemophilus influenzae type b (Hib)                                         met twee en met drie doses.25
 Ziektegevallen door Hib komen weinig voor. In 2016 en 2017 waren er 21
 respectievelijk 14 ziektegevallen bij kinderen jonger dan 5 jaar.22,23 In de      Conclusies
 periode 2010-2017 waren 6 ziektegevallen bij zuigelingen die tussen 2-3           Uit de data over aanpassing van het primaire vaccinatieschema en
 maanden oud waren. (Hester de Melker, RIVM, persoonlijke communi-                 bescherming tegen Hib kunnen de volgende conclusies getrokken
 catie) 5 van deze kinderen waren gevaccineerd met 1 dosis vaccin en               worden:
 1 kind was niet gevaccineerd. Er waren onder deze kinderen geen sterf-            • Uitstel van de eerste vaccinatie (van leeftijd 6-9 weken naar leeftijd
12       Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                                       2                                   14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 02 | Werkzaamheid en effectiviteit 3,5-vaccinatieschema     Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 14 van 26
     3 maanden) zou kunnen leiden tot een toename van Hib-ziektegevallen       voorkomt.19,26 Dit betekent dat het niet nodig is om zuigelingen zo vroeg
     bij kinderen tussen 2 en 3 maanden oud. Er zijn echter geen               mogelijk te vaccineren. Uit Nederlands onderzoek blijkt dat een
     aanwijzingen uit de wetenschappelijke literatuur dat er daadwerkelijk     3,5-primair schema resulteert in hogere antistofniveaus tegen pneumo-
     meer ziektegevallen zijn wanneer het primaire schema begint op leeftijd   kokken dan het 2,4-primair schema dat nu gebruikt wordt.3 Dit blijkt ook uit
     drie maanden in plaats van op leeftijd 6-9 weken.                         Fins onderzoek.27 Het 2,4-schema is destijds gekozen vanwege de
 • Uitstel van vaccinatie en verminderen van het aantal doses leidt niet tot   uitvoerbaarheid binnen het bestaande vaccinatieschema.28
     vermindering van de werkzaamheid van het vaccin tegen Hib.
                                                                               Conclusies
 2.3 Pneumokokken                                                              Uit de data over aanpassing van het primaire vaccinatieschema voor
 Het vaccin tegen pneumokokken (PCV10) wordt in het bestaande vacci-           pneumokokken kan het volgende geconcludeerd worden:
 natieschema, mede uit praktische overwegingen, gelijktijdig met de eerste     • Uitstel van de eerste vaccinatie (van leeftijd 6-9 weken naar leeftijd
 en derde dosis van het DKTP-HebB-Hib-vaccin toegediend op een leeftijd           3 maanden) zal naar verwachting niet tot meer invasieve
 van 6-9 weken en 4 maanden (een 2,4 schema). Het vaccinatieschema                pneumokokkeninfecties leiden.
 voor pneumokokken zal bij een overgang naar een 3,5-schema bij voor-          • Uitstel van vaccinatie leidt tot een betere werkzaamheid van het vaccin
 keur ook aangepast worden.                                                       tegen pneumokokken.
 In 2006 is vaccinatie van zuigelingen tegen pneumokokken in het RVP
 opgenomen. Het aantal ziektegevallen veroorzaakt door de types pneu-
 mokokkenbacterie waartegen gevaccineerd wordt, is daarna sterk
 gedaald, naar jaarlijks minder dan 1 per 100.000 bij kinderen jonger dan
 vijf jaar.19 Vaccinatie heeft geleid tot groepsbescherming, aangezien de
 daling zowel bij gevaccineerde kinderen als bij niet gevaccineerde
 kinderen en volwassenen waarneembaar is en dragerschap van de types
 pneumokokkenbacterie waartegen gevaccineerd wordt vrijwel niet meer
13        Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                                  2                               15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 04 | Aanvaardbaarheid 3,5-vaccinatieschema Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 15 van 26
 03
 aanvaardbaarheid
 3,5-vaccinatieschema
14     Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                2                                16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 04 | Aanvaardbaarheid 3,5-vaccinatieschema                      Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 16 van 26
 De aanvaardbaarheid van vaccinatie wordt bepaald aan de hand van de               3.2 Uitzonderingsgroepen
 verhouding tussen de gezondheidswinst als gevolg van bescherming                  Het nut van aanpassing van het primaire vaccinatieschema naar een
 tegen ziekte (het nut) en gezondheidsverlies door eventuele nadelige              3,5-schema weegt op tegen de risico’s indien kinderen enerzijds
 gevolgen van vaccinatie (het risico). Die verhouding is niet voor alle            voldoende beschermd zijn tegen kinkhoest door maternale vaccinatie en
 kinderen gunstig bij een aangepast primair vaccinatieschema.                      anderzijds geen verhoogd risico lopen op andere ziekten waartegen gelijk-
                                                                                   tijdig gevaccineerd wordt. Dit is niet het geval voor:
 3.1 Verhouding tussen nut en risico’s                                             • kinderen van wie de moeder tijdens de zwangerschap niet tegen
 Het nut van het aanpassen van het primaire vaccinatieschema voor                      kinkhoest is gevaccineerd;
 kinderen van wie de moeder gevaccineerd is, is dat er een inenting                • kinderen die binnen twee weken na maternale vaccinatie zijn geboren;
 minder nodig is bij het kind. Het aantal vaccinaties gaat van drie (op leef-      • kinderen die prematuur zijn geboren (na een zwangerschap korter dan
 tijd 6-9 weken,3,4 maanden) naar twee (op leeftijd 3,5 maanden).                      37 weken);
 Daarmee vermindert de belasting door het RVP. Daarbij is er sprake van            • kinderen van HepB-positieve moeders.
 volwaardige bescherming en – waarschijnlijk – van minder interferentie
 door maternale kinkhoestantistoffen.                                              Het uitstellen van de eerste vaccinatie is voor deze groepen dan ook niet
 Er is ook een mogelijk nadeel van het aanpassen van het schema, name-             aanvaardbaar. De eerste drie groepen zouden in dat geval een maand
 lijk dat zuigelingen een maand langer onbeschermd zijn tegen Hib. Uit de          langer risico lopen op een ernstige kinkhoestinfectie. De laatste groep zou
 literatuur blijkt echter niet dat de incidentie van ziektegevallen als gevolg     mogelijk een groter risico lopen op HepB-besmetting. Het vervolgen met
 van Hib hoger is wanneer op leeftijd 3 maanden de eerste vaccinatie               een 3,5 schema in plaats van een 3,4 schema brengt voor al deze
 gegeven wordt dan wanneer dit op leeftijd 6-9 weken gebeurt. Daarom is            groepen geen extra risico met zich mee (zoals in het voorgaande hoofd-
 volgens de commissie het aanpassen van het primaire vaccinatieschema              stuk is onderbouwd) en is dan ook aanvaardbaar.
 voor kinderen van wie de moeder gevaccineerd is aanvaardbaar.
15        Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                                       2                              17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 04 | Advies               Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 17 van 26
 04
 advies
16     Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                               2                                18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 04 | Advies                                                                                    Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 18 van 26
 Tabel 1. Geadviseerde aanpassing van het primaire vaccinatieschema
                                             Bestaande situatie                      Na invoering maternale vaccinatie
                                             2,3,4-schema                            3,5-schema                          2,3,5-schema voor uitzonderingsgroepen
                                                                                                                         Moeder niet gevaccineerd                Prematuur of < 2 weken na        HepB positieve moeder
               Moeder                                                                                                                                            maternale vaccinatie
                                             -                                       DKT                                 -                                       DKT                              DKT
                                             DKTP-Hib-HepB
               Kind 6-9 weken                                                                                            DKTP-Hib-HepB                           DKTP-Hib-HepB                    HepB*
                                             Pneumokokken
                                             DKTP-Hib-HepB                           DKTP-Hib-HepB                       DKTP-Hib-HepB                           DKTP-Hib-HepB                    DKTP-Hib-HepB
               Kind 3 maanden
                                                                                     Pneumokokken                        Pneumokokken                            Pneumokokken                     Pneumokokken
                                             DKTP-Hib-HepB
               Kind 4 maanden
                                             Pneumokokken
                                                                                     DKTP-Hib-HepB                       DKTP-Hib-HepB                           DKTP-Hib-HepB                    DKTP-Hib-HepB
               Kind 5 maanden
                                                                                     Pneumokokken                        Pneumokokken                            Pneumokokken                     Pneumokokken
 DKTP = difterie, kinkhoest, tetanus, polio; Hib = Haemophilus influenzae type b; HepB = Hepatitis B
 a
    kinderen van HepB positieve moeders krijgen bij voorkeur een enkelvoudig HepB vaccin op leeftijd 6-9 weken, indien dit lokaal niet vooradig is worden zij gevaccineerd met hexavalent vaccin.
 4.1 Advies over vaccinatieschema                                                                                      een 2,3,5-schema in plaats van een 2,3,4-schema te vaccineren. Door de
 De commissie adviseert om het primaire vaccinatieschema met                                                           eerste vaccinatie op leeftijd 6-9 weken te behouden lopen deze kinderen
 ­hexavalent vaccin aan te passen van een 2,3,4-schema naar een                                                        geen verhoogd risico op een (ernstige) infectie. Er zijn nog steeds drie
  3,5-schema voor kinderen van wie de moeder tijdens de zwangerschap                                                   primaire doses nodig. Het uitstellen van de laatste primaire dosis van
  tegen kinkhoest is gevaccineerd (Tabel 1). Het kind krijgt in dat geval                                              leeftijd 4 maanden naar leeftijd 5 maanden heeft geen negatieve gevolgen
  een inenting minder, wat de belasting van het RVP vermindert.                                                        voor de bescherming tegen kinkhoest en andere ziekten en draagt bij aan
  De bescherming tegen kinkhoest en andere ziektes waartegen gelijktijdig                                              de uitvoerbaarheid.
  gevaccineerd wordt, is naar verwachting gelijkwaardig, waarmee de
  commissie bedoelt dat zij geen toename van het aantal ziektegevallen                                                 Uitzonderingsgroepen:
  verwacht. De commissie adviseert om kinderen van wie de moeder niet                                                  1. kinderen van moeders die geen maternale kinkhoestvaccinatie
  gevaccineerd is of die behoren tot een andere uitzonderingsgroep volgens                                                   hebben ontvangen;
17          Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                                                                                             2                                 19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 04 | Advies                                                  Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 19 van 26
 2. kinderen van moeders die zijn bevallen binnen twee weken na                 gevaccineerd moeten worden.12 Ongeveer 500 zuigelingen zullen volgens
    vaccinatie;                                                                 een 2,3,5-schema gevaccineerd moeten worden (op leeftijd 6-9 weken
 3. prematuur geboren kinderen (na een zwangerschapsduur van minder             met een enkelvoudig HepB vaccin dan wel hexavalent vaccin), omdat hun
    dan 37 weken);                                                              moeder HepB-positief is.20 De commissie heeft geen zorgen over de
 4. kinderen van HepB-positieve moeders. Indien maternale vaccinatie            implementatie van twee verschillende vaccinatieschema’s, aangezien veel
    tegen kinkhoest tijdig heeft plaatsgevonden, worden deze kinderen op        JGZ organisaties al ervaring hebben met individuele zorgpaden, bijvoor-
    leeftijd 6-9 weken bij voorkeur met enkelvoudig HepB vaccin                 beeld bij prematuren.
    gevaccineerd. Als dit vaccin lokaal niet beschikbaar is, dient hexavalent
    vaccin te worden toegediend.                                                4.2.2 Effect op kosten van het programma
                                                                                Het aanpassen van het primaire vaccinatieschema van een 2,3,4-schema
 4.2 Overwegingen voor implementatie                                            naar een 3,5-schema na invoering van maternale vaccinatie zal de kosten
                                                                                verminderen ten opzichte van het niet aanpassen van het schema, omdat
 4.2.1 Omvang uitzonderingsgroepen                                              een dosis vaccin minder nodig is. Aangenomen dat 60% van de pasgebo-
 De commissie verwacht dat in totaal ongeveer 40% van de pasgeborenen           renen volgens het aangepaste schema kunnen worden en dat vaccin-
 na invoering van maternale vaccinatie volgens een 2,3,5-schema gevacci-        prijzen gelijk blijven, leidt dit tot een reductie van 20% van de kosten voor
 neerd zal moeten worden. De meest omvangrijke uitzonderingsgroep               het vaccin. Daar staat tegenover dat het implementeren van maternale
 vormen waarschijnlijk de kinderen van wie de moeder niet tegen kinkhoest       vaccinatie met twee verschillende primaire vaccinatieschema’s voor
 gevaccineerd is. In Europese landen waar maternale kinkhoestvaccinatie         zuigelingen tot extra kosten zal leiden. Hoe de balans uit zal pakken kan
 al onderdeel is van het nationale vaccinatieprogramma, is de vaccinatie-       de commissie niet inschatten.
 graad 60-75%.29,30 Er is geen reden om aan te nemen dat de vaccinatie-         Aangezien het besluit over maternale kinkhoestvaccinatie al genomen is,
 graad in Nederland hier sterk van af zal wijken. Wanneer moeders tijdig        lijkt het niet zinvol om te bepalen wat het effect van het aangepaste
 worden doorverwezen, zou het aantal kinderen dat a terme geboren wordt         schema voor zuigelingen is op de kosteneffectiviteitsratio van maternale
 binnen twee weken na vaccinatie beperkt moeten zijn. Ongeveer 8% van           kinkhoestvaccinatie ten opzichte van alleen vaccinatie van zuigelingen.
 alle zuigelingen zal vanwege prematuriteit volgens een 2,3,5-schema            Desondanks merkt de commissie op dat, omdat het maternale vaccin
18       Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                                       2                               20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre> hoofdstuk 04 | Advies                                                Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 20 van 26
 goedkoper is dan het vaccin voor zuigelingen, de vaccinkosten van mater-
 nale vaccinatie gevolgd door een 3,5-schema lager zijn dan de vaccin-
 kosten van een 2,3,4 (of 2,3,5)-schema.
 Mogelijk effect op acceptatie van maternale kinkhoestvaccinatie
 De staatssecretaris heeft de commissie gevraagd of aanpassing van het
 schema de vaccinatiebereidheid onder zwangere vrouwen zou kunnen
 beïnvloeden. Hier is weinig onderzoek naar gedaan. Zwangere vrouwen in
 Nederland met een hogere intentie om zich te laten vaccineren geven
 vaker dan gemiddeld aan dat later beginnen met zuigelingenvaccinatie
 een reden is om maternale vaccinatie te overwegen.19 Het is goed moge-
 lijk dat zwangere vrouwen ook gemotiveerd zullen zijn om zich te laten
 vaccineren, omdat hun kind daardoor een vaccinatie minder nodig heeft.
 Echter, ook andere overwegingen spelen een rol bij het besluit over het al
 dan niet vaccineren. De commissie beveelt aan om wanneer maternale
 vaccinatie geïmplementeerd is, onderzoek te doen naar de acceptatie en
 het bereik ervan.
19        Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                             2                                21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre> Literatuur                           Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 21 van 26
 literatuur
20      Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                               2                                22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 22 van 26
 1
    Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Kamerbrief                   8
                                                                                      Maertens K, Cabore RN, Huygen K, Hens N, van Damme P, Leuridan
    Maternale Kinkhoestvaccinatie. Den Haag 2018.                                     E. Pertussis vaccination during pregnancy in Belgium: Results of a
 2
    Plotkin S, Orenstein W, Offit P, Edwards KM. Plotkin’s Vaccines 7th               prospective controlled cohort study. Vaccine 2016; 34(1): 142-50.
    edition, 2017.                                                                 9
                                                                                      Munoz FM, Bond NH, Maccato M, Pinell P, Hammill HA, Swamy GK,
 3
    Spijkerman J, Veenhoven RH, Wijmenga-Monsuur AJ, Elberse KE, van                  e.a. Safety and immunogenicity of tetanus diphtheria and acellular
    Gageldonk PG, Knol MJ, e.a. Immunogenicity of 13-valent                           pertussis (Tdap) immunization during pregnancy in mothers and
    pneumococcal conjugate vaccine administered according to 4 different              infants: a randomized clinical trial. JAMA 2014; 311(17): 1760-9.
    primary immunization schedules in infants: a randomized clinical trial.        10
                                                                                      Amirthalingam G, Campbell H, Ribeiro S, Fry NK, Ramsay M, Miller E,
    JAMA 2013; 310(9): 930-7.                                                         e.a. Sustained Effectiveness of the Maternal Pertussis Immunization
 4
    Voysey M, Kelly DF, Fanshawe TR, Sadarangani M, O’Brien KL, Perera                Program in England 3 Years Following Introduction. Clin Infect Dis
    R, e.a. The Influence of Maternally Derived Antibody and Infant Age at            2016; 63(suppl 4): S236-S43.
    Vaccination on Infant Vaccine Responses : An Individual Participant            11
                                                                                      Baxter R, Bartlett J, Fireman B, Lewis E, Klein NP. Effectiveness of
    Meta-analysis. JAMA Pediatr 2017; 171(7): 637-46.                                 Vaccination During Pregnancy to Prevent Infant Pertussis. Pediatrics
 5
    Gezondheidsraad. Vaccinatie tegen klinkhoest: doel en strategie. Den              2017; 139(5): e20164091
    Haag: Gezondheidsraad, 2015; publicatienr. 2015/29.                            12
                                                                                      Leeuw-Harmsen L van der, Rijninks-van Driel GC, Morshuis RHL,
 6
    European Centre for Disease Control. Vaccine Scheduler. https://                  Tamminga P. Perinatale registratie Nederland, Grote lijnen 1999-2012.
       vaccine-schedule.ecdc.europa.eu/. Geraadpleegd 24-09-2018                      Utrecht: Stichting Perinatale registratie Nederland, 2013.
 7
    Barug D, Pronk I, van Houten MA, Versteegh FGA, Knol MJ, van de                13
                                                                                      Byrne L, Campbell H, Andrews N, Ribeiro S, Amirthalingam G.
    Kassteele J, Berbers GAM, Sanders EAM, Rots NY. Maternal pertussis                Hospitalisation of preterm infants with pertussis in the context of a
    vaccination results in high pertussis antibody levels until 2 at least 3          maternal vaccination programme in England. Arch Dis Child 2018;
    months of age: a randomised controlled trial. Lancet Infect Dis 2019:             103(3): 224-9.
    paper accepted.                                                                14
                                                                                      Riise OR, Laake I, Vestrheim D, Flem E, Moster D, Riise Bergsaker
                                                                                      MA, e.a. Risk of Pertussis in Relation to Degree of Prematurity in
21       Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                                        2                             23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                            Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 23 van 26
    Children Less Than 2 Years of Age. Pediatr Infect Dis J 2017; 36(5):          Haemophilus influenzae type b disease in the Netherlands (2003-16): a
    e151-e6.                                                                      case-control study. Lancet Infect Dis 2018; 18(7): 749-57.
 15
    European Medicines Agency. Vaxelis: European Public Assessment             23
                                                                                  Monge S, Mollema L, de Melker H, Sanders E, van der Ende A, Knol M.
    Report - Product Information. European Medicines Agency, 2018.                Clinical Characterization of Invasive Disease Caused by Haemophilus
 16
    European Medicines Agency. Hexacima: European Public Assessment               influenzae Serotype b in a High Vaccination Coverage Setting. J
    Report - Product Information. European Medicines Agency, 2018.                Pediatric Infect Dis Soc. March 2018
 17
    European Medicines Agency. Infanrix Hexa: European Public                  24
                                                                                  Peltola H. Worldwide Haemophilus influenzae type b disease at the
    Assessment Report - Product Information. European Medicines                   beginning of the 21st century: global analysis of the disease burden 25
    Agency, 2018.                                                                 years after the use of the polysaccharide vaccine and a decade after
 18
    Schurick-van ‘t Klooster TM, de Melker H. The National Immunisation           the advent of conjugates. Clin Microbiol Rev 2000; 13(2): 302-17.
    Programme in the Netherlands. Surveillance and developments in             25
                                                                                  Griffiths UK, Clark A, Gessner B, Miners A, Sanderson C, Sedyaningsih
    2017-2018. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu,          ER, e.a. Dose-specific efficacy of Haemophilus influenzae type b
    2018.                                                                         conjugate vaccines: a systematic review and meta-analysis of
 19
    Schurick-van ‘t Klooster TM, de Melker H. The National Immunisation           controlled clinical trials. Epidemiol Infect 2012; 140(8): 1343-55.
    Programme in the Netherlands Surveillance and developments in 2016-        26
                                                                                  Vissers M, Wijmenga-Monsuur AJ, Knol MJ, Badoux P, van Houten MA,
    2017. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2017.         van der Ende A, e.a. Increased carriage of non-vaccine serotypes with
 20
    Ploeg CPBS van der, Schonbeck Y, Oomen P, Vos K. Procesmonitor                low invasive disease potential four years after switching to the
    PSIE 2016. 2018.                                                              10-valent pneumococcal conjugate vaccine in The Netherlands. PLoS
 21
    Lee C, Gong Y, Brok J, Boxall EH, Gluud C. Effect of hepatitis B              One 2018; 13(3): e0194823.
    immunisation in newborn infants of mothers positive for hepatitis B        27
                                                                                  Palmu AA, Jokinen J, Borys D, Nieminen H, Ruokokoski E, Siira L, e.a.
    surface antigen: systematic review and meta-analysis. BMJ 2006;               Effectiveness of the ten-valent pneumococcal Haemophilus influenzae
    332(7537): 328-36.                                                            protein D conjugate vaccine (PHiD-CV10) against invasive
 22
    Monge S, Hahne SJ, de Melker HE, Sanders EA, van der Ende A, Knol             pneumococcal disease: a cluster randomised trial. Lancet 2013;
    MJ. Effectiveness of the DTPa-HBV-IPV/Hib vaccine against invasive            381(9862): 214-22.
22      Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                                      2                             24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                          Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 24 van 26
 28
    Gezondheidsraad. Vaccinatie van zuigelingen tegen
    pneumokokkeninfecties (3). Den Haag: Gezondheidsraad, 2013;
    publicatienr. 2013/28.
 29
    Maertens K, Braeckman T, Top G, van Damme P, Leuridan E. Maternal
    pertussis and influenza immunization coverage and attitude of health
    care workers towards these recommendations in Flanders, Belgium.
    Vaccine 2016; 34(47): 5785-91.
 30
    Public Health England. Pertussis vaccine uptake in pregnant women.
    https://www.gov.uk/government/collections/vaccine-uptake#pertussis-
      vaccine-uptake-in-pregnant-women. Geraadpleegd 3-10-2018.
 31
    Rots N. Kinkhoestvaccinatie van zwangeren en het vaccinatieschema
    voor hun baby’s. Aanpassing gewenst? Bilthoven: Rijksinstituut voor
    Volksgezondheid en Milieu, 2018.
23      Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                              2                                25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre> Literatuur                                                                                      Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie | pagina 25 van 26
 Samenstelling Commissie Vaccinaties:                                                                    •   drs. J.A. van Vliet, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven
 •  prof. dr. ir. G.A. Zielhuis, hoogleraar epidemiologie, Radboudumc, Nijmegen, voorzitter              •   drs. J. Zwaap, Zorginstituut Nederland, Diemen
 •  drs. M.W.H. van Beek, klinisch geriater, Catharina Ziekenhuis, Eindhoven
 •  prof dr. J. Berkhof, hoogleraar epidemiologie en biostatistiek, Amsterdam UMC                        Secretarissen:
 •  prof. dr. S.E. Geerlings, hoogleraar interne geneeskunde, Amsterdam UMC-UvA, Amsterdam               •   dr. J.D. van der Berg, Gezondheidsraad, Den Haag
 •  prof. dr. E. Hak, hoogleraar klinische farmaco-epidemiologie, RU Groningen                           •   dr. K. Groeneveld, Gezondheidsraad, Den Haag
 •  dr. N.G. Hartwig, kinderarts-infectioloog, Franciscus Gasthuis & Vlietland                           •   dr. L.G.M. van Rossum, Gezondheidsraad, Den Haag
 •  prof. dr. C.J.P.A. Hoebe, hoogleraar infectieziektebestrijding, Maastricht UMC                       •   dr. G.A.J. Soete, Gezondheidsraad, Den Haag
 •  dr. J.A.R. van den Hoek, reizigersgeneeskundige en arts-infectieziektebestrijding, Amsterdam
 •  dr. F.J. Meijman, arts, Amsterdam UMC                                                                Incidenteel geraadpleegde deskundigen:
 •  dr. R.H.M. Pierik, universitair hoofddocent rechtsfilosofie, Universiteit van Amsterdam              Tijdens het adviesproces zijn deskundigen geraadpleegd uit het netwerk van de Gezondheidsraad en
 •  dr. H.C. Rümke, arts-epidemioloog, Bilthoven                                                         de centrale en decentrale overheid:
 •  E. Vlaanderen, jeugdarts, GGD Zaanstreek&Waterland, Zaandam                                          •   dr. N. Rots, senior wetenschappelijk adviseur, Centrum voor Immunologie van Infectieziekten en
 •  dr. H.E. de Melker, epidemioloog, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven, structureel        Vaccins, RIVM, Bilthoven
    geraadpleegd deskundige                                                                              •   prof. dr. E.A.M. Sanders, hoogleraar Pediatrische Immunologie en Infectieziekten, Wilhelmina
                                                                                                             Kinderziekenhuis/UMC Utrecht, Chief Science Officer Host Response, RIVM, Bilthoven
 Waarnemers:
 •  D. van Bentem, MSC, VWS, Den Haag
 •  C. van den Born-Oudenaarden, MSc, VWS, Den Haag
 •  E. van Daalen, VWS, Den Haag
 •  mr. M.W. Eenshuistra, VWS, Den Haag
 •  dr. M. van der Graaff, Zorginstituut Nederland, Diemen
 •  dr. T.G.J. van Rossum, College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, Utrecht
 •  prof. dr. ir. T. Smid, Amsterdam UMC
24         Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                                                                           2                                        26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre> De Gezondheidsraad, ingesteld in 1902, is een adviesorgaan met als taak de regering en het parlement ‘voor te lichten over de stand der wetenschap
 ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek’ (art. 22 Gezondheidswet).
 De Gezondheidsraad ontvangt de meeste adviesvragen van de bewindslieden van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Infrastructuur en Waterstaat;
 Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De raad kan ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen, en ontwikke-
 lingen of trends ­signaleren die van belang zijn voor het overheidsbeleid.
 De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en worden als regel opgesteld door multidisciplinaire commissies van – op persoonlijke titel
 benoemde – Nederlandse en soms buitenlandse deskundigen.
 U kunt dit document downloaden van www.gezondheidsraad.nl.
 Deze publicatie kan als volgt worden aangehaald:
 Gezondheidsraad. Vaccinatieschema zuigelingen na maternale kinkhoestvaccinatie.
 Den Haag: Gezondheidsraad, 2018; publicatienr. 2018/27.
 Auteursrecht voorbehouden
25       Gezondheidsraad | Nr. 2018/27                                                                               2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>